EGOPROJECT

Webstats4U - Free web site statistics

Zondag 17  augustus 2014

HET GROTE FEEST VAN DE UITREIKING VAN HET CERTIFICAAT VAN DE ERKENNING VAN DE
WOONWAGENCULTUUR ALS IMMATERIEEL ERFGOED

Erkenning van de woonwagencultuur door het Nederlands Centrum voor Volkscultuur en Immaterieel Erfgoed (VIE), die het volgende persbericht heeft uitgegeven:
 

"De woonwagencultuur wordt erkend als Immaterieel Erfgoed Nederland
Op vrijdag 15 augustus 2014 tekent Piet van Assendorp, voorzitter van de Vereniging Behoud Woonwagencultuur in Nederland, het certificaat waarmee de tradities die behoren tot de Nederlandse woonwagencultuur op de Nationale Inventaris Immaterieel Cultureel Erfgoed Nederland geplaatst worden. Na ondertekening ontvangt Piet het schildje met het logo van de Nationale Inventaris uit handen van Ineke Strouken, directeur van het Nederlands Centrum voor Volkscultuur en Immaterieel Erfgoed (VIE).
De plechtigheid zal plaatsvinden op het woonwagenkamp aan de Bleiswijkseweg in Zoetermeer.
De Vereniging Behoud Woonwagencultuur in Nederland wil de tradities van de woonwagenbewoners levend houden in Nederland. Het bestuur van deze vereniging heeft daarom het initiatief genomen deze tradities voor te dragen om als immaterieel erfgoed van de Nederlandse woonwagenbewoners te plaatsen op de Nationale Inventaris. In het erfgoedzorgplan hebben ze acties opgenomen om de cultuur te behouden en de tradities door te geven aan volgende generaties.
De uitreiking van het certificaat vindt plaats op 15 augustus a.s., op het woonwagenkamp aan de Bleiswijkseweg in Zoetermeer

De uitreiking is een feest geworden.

 Om een goede  indruk te krijgen van dit feest, verwijs ik naar Facbook en wel naar de site van  de openbare groep  Verenging Behoud Woonwagencultuur in Nederland.
 

Op het  feest heb ik de volgende rede gegeven:
 

Beste mensen, Wat zei de Koning  ook weer tijdens zijn inhuldigingsrede 30 april 2013: ”Waar onze wieg ook stond, in het Koninkrijk der Nederlanden mag iedereen zijn stem laten horen en op voet van gelijkwaardigheid méébouwen” .
Zou het na vandaag ook mogen gelden voor de  woonwagenbewoners met hun eigen specifieke cultuur .Maar dan zullen de gemeentebesturen in Nederland wel uit een ander vaatje moeten tappen , en wel uit het vaatje waaruit de woonwagenbewoners tot nu  toe hun bestaan te danken hebben, ondanks dat ze door de overheid meer dan 150 jaar zijn vervolgd , het vaatje met OVERLEVINGSVOCHT.

 Wat wij als burgers (of  boeren zoals ze ons noemen onder elkaar) niet beseffen, is de tradities  van de reizigers stammen uit de tijd voor de zeventiger jaren toen ze mochten reizen en voor de tijd dat ze door de overheid werden samengedreven in een soort concentratie kampen ( vandaar het scheldwoord kamper) omringd met prikkeldraad, bewaakt door politiepost, daardoor hun beroepen niet meer konden uitoefenen ,zoals venten, scharenslijpen, werken voor de boeren zoals aardappelrooien, uien snijden en werd hun nieuwe beroep door de overheid ingesteld: steuntrekker.
De jongere generatie die de tijd van het trekken niet heeft meegemaakt, zijn  de oude tradities met de paplepel ingegoten, zonder te beseffen wat de oorsprong ervan is.

 Om met de deur in huis te vallen is oorspronkelijk een spreekwoord, dat iemand zonder te kloppen of te vragen bij iemand naar  binnen stapt, maar geldt nog steeds voor de woonwagenbewoners . Om bij de deur te komen moet men een trapje op , omdat onder elke  woonwagen wielen staan, een wezenlijk symbool dat voor hen het gevoel geeft van reizen.
Er zit geen bel op de deur en de deur is altijd open en iedereen kan zonder te kloppen naar binnen komen en om zonder afscheid te nemen de wagen weer verlaten .Wat dit laatste betreft moeten wij als burgers daar wel erg aan wennen.
Dan is er het vaste ritueel  van de schoenen uit te trekken voordat men binnen komt. Laatst was minister Blok hier op bezoek in de wagen van Jan Timmerman. Hij was al van te voren ingelicht om zijn schoenen uit trekken wat hij ook gedaan heeft. Ik heb vele jongere woonwagenbewoners gevraagd vanwaar dit ritueel, omdat ze vroeger moesten staan op de modderigste plaatsen van de gemeente, zoals vuilnis belten .
De goede hygiëne  is vanwege de kleine ruimte van levensbelang. Zo is het een doodzonde als men zijn  handen wast in de gootsteen van het aanrecht. Er waren immers geen toiletten binnen de wagen.
Dan is er het grote verschil in de eetcultuur. In vroegere tijden kwamen op verschillende tijden doortrekkende reizigers binnen en konden altijd rekenen op eten en drinken . Het eten wordt zo op de tafel gezet zonder de tafel te dekken, zoals bij de burgers het de gewoonte is. Nu nog kookt moeder de vrouw nog extra eten voor het geval dat iemand binnen komt vallen.
Zo zijn er nog vele tradities die de moeite waard zijn en hopelijk door de erkenning behouden kunnen worden. Ik wil eindigen door te zeggen hoeveel energie ik van jullie heb mogen ondervinden door jullie verschil in levensstijl; jullie directheid door onverbloemd te zeggen waar het op staat, het is ja nee en niets er tussen, de gastvrijheid en nog veel meer. Maar wat ik op mijn beurt tegen jullie dikwijls zeg is: GOOI die slachtoffer rol van je af, hoe moeilijk dat ook is, en laat aan ons burgers zien jullie innerlijke trots die jullie verdienen ondanks of misschien wel dankzij  het grove onrecht en vernedering ,die jullie tot op de dag van vandaag van onze  burgersamenleving ondervinden.
Maar jullie als reizigers, met jullie ijzersterke familieband, jullie hang naar vrijheid en geen baas boven jullie willen hebben, geen bel op de deur van een stenen rijtjeshuis,  hebben er wel voor gezorgd dat de overheid geen raad met jullie  heeft geweten, vandaar hun zwalkend beleid van kleine naar grote  en dan weer kleine locaties of betonblokken . Misschien zal door de erkenning  van de woonwagencultuur  door het Nederlands Centrum voor Volkscultuur en Immaterieel Erfgoed de overheid een plaats  geven aan deze groep Nederlandse onderdanen in onze burgersamenleving, die zij verdient zoals onze Koning al heeft gezegd op 30 april 2013.
Wie weet gaan wij burgers, in tijden dat onze van computers afhankelijke samenleving in een crisis terecht komt, te rade bij de woonwagenbewoners, die de kunst  van het overleven in  hun genen hebben zitten.

 
-----------------------------------------------------------------

Nabeschouwing

Wat een feest vandaag in Zoetermeer maar wat betekent deze erkenning voor de jongere generatie ?
die nog steeds wachten op een standplaats tot ze honderd jaar zijn,zoals het er in de laatste jaren er naar uit zag met het uitsterfbeleid.?

Minister Blok die over het woonwagen beleid gaat was hier in Zoetermeer 7 november verleden jaar op bezoek in de wagen van Jan Timmerman en gaf ons de raad voor een goede beeldvorming bij de media, anders heb je een probleem zei hij toen.
Vandaag stuurde hij een email naar Jan Timmerman om ons te feliciteren met de erkenning van woonwagen cultuur.Maar minister Blok nu hebben wij gezorgd voor een goede beeldvorming bij de media. Door de erkenning van de woonwagencultuur betekent dat deze behouden moet blijven en. daar zijn meerstandplaatsen voor nodig en in de eerste plaats voor de jongeren .U zult als minister die gaat over het wonen van Nederlandse onderdanen - dus vanaf vandaag ook de woonwagen bewoners - bij alle gemeenten aan de bel moeten trekken en dat ze onmiddellijk stoppen met het uitsterfbeleid en plannen maken voor meer standplaatsen Anders minister Blok heeft U een probleem. Als de gemeenten toch doorgaan met het uitsterfbeleid ? ik heb u toen op 7 november in de wagen Jan Timmerman gezegd :Dan breekt de pleuris uit.
Wat blijft er dan over van de feestvreugde van vandaag. Doffe ellende en gaat de woonwagen cultuur naar de sodemieter. We wensen u veel moed, wijsheid en vooral veel overredingskracht toe.We zullen u nauwlettend volgen. we shall see!,,
minister Blok hier ziet u waar wij vechten dat deze kinderen in een woonwagen willen leven. Het is ze met de paplepel ingegoten,het zit in hun genen!

-----------------------------------------------------------------------------------------------

Tom de Booij voor de politierechter

Maandag 4  augustus 2014 was de terechtzitting gepland om 14.15 uur, maar het was kwart voor vier toen ik  voor de politierechter mevrouw Mr M.M. Klinkenbijl (geboren juni 1957) kon verschijnen. Mij werd ten laste gelegd dat ik op 18 juni 2013 te Oss niet had voldaan aan een vordering van A.P.Verstraten, brigadier van Politieregio Brabant, om mij te verwijderen van (de toegangsdeur ) perceel Brasem nr.10. (art. 184 lid 1 van Strafrecht). Ik was het daarmee niet en vond dat ik aangehouden was in de woonwagen , aangezien het trapje waar ik op gezeten was, een wezenlijk onderdeel is van de woonwagen. Immers sinds het trekverbod geldt, heeft elke woonwagen wielen onder de wagen, afgeschermd door een houten strip, daardoor is een trapje nodig om in de wagen te komen. Het hoort bij de traditie van de woonwagencultuur.

"
De woonwagencultuur is kortgeleden erkend als Immaterieel Erfgoed Nederland. Op vrijdag 15 augustus 2014 tekent Piet van Assendorp, voorzitter van de Vereniging Behoud Woonwagencultuur in Nederland, het certificaat waarmee de tradities die behoren tot de Nederlandse woonwagencultuur op de Nationale Inventaris Immaterieel Cultureel Erfgoed Nederland geplaatst worden. Na ondertekening ontvangt Piet het schildje met het logo van de Nationale Inventaris uit handen van Ineke Strouken, directeur van het Nederlands Centrum voor Volkscultuur en Immaterieel Erfgoed (VIE). De plechtigheid zal plaatsvinden op het woonwagenkamp aan de Bleiswijkseweg 23a in Zoetermeer. "

De politie rechter volhardde in haar standpunt zodat ik een strafbeschikking kreeg van 50 euro. U kreeg het laatste woord en zag kans om haar de op tekst gestelde laatste woord met 2 bijlagen 60 A viertjes aan  te bieden. Het was een spannend moment want ik heb in mijn laatste woord de inval van de Deutersestraat erbij gehaald en dat had niets met deze rechtszaak te maken. Maar het is door haar aanvaardt. Ik had boven de tekst met de hand geschreven: EN MAINS. Aan Mevrouw Mr M.M.Klinkenbijl van Tom de Booij . Bij het overhandigen vroeg ik of zij het was. Ze zei: "ja,dat ben ik". Zij had  - aan het begin van de zitting - ook aan mij gevraagd of ik Tom de Booij was.

De politierechter vond het van mij een goede zaak om de rol van verdachte op te geven , nadat ik haar de volgende woorden uit de brief aan mij van de hoofdofficier Mr Nieuwenhuizen had voorgelezen. " U hebt echt geen strafzaak nodig om gehoord te worden. U hebt al vele malen bewezen dat u op uitstekende en mondige wijze uw mening kunt ventileren”.

Mijn allerlaatste woorden waren: "In mijn nieuwe rol zal ik Mr Nieuwenhuizen aanklagen". Hij is immers de verantwoordelijke ambtenaar voor de inval van de woonwagenlocatie aan de Deutersestraat waar gebleken is dat onnodig geweld is toegepast door de inzet van de Taskforce B".

Ik refereerde aan de titel van mijn laatste woord: " Hoe een laatste woord uitmondt in een requisitoir". Mevrouw Klinkenbijl las de titel nog eens voor en dat met een glimlach.

Tot slot vroeg ik hoe lang de zitting had geduurd. Men gaf als antwoord een kwartiertje. Eigenlijk nog te lang om zoals Mr Nieuwenhuizen in zijn brief aan mij had geschreven: "Het is jammer dat u het strafrecht moet gebruiken om te protesteren en om gehoord  te worden. Vele strafzaken liggen te wachten op een behandeling door de strafrechter en vele zaken verdienen voorrang vanwege de ernst van de  strafbare feite en/of de slachtoffers die er mee gemoeid zijn enzovoort en enzovoort. Het werk van de officier van justitie en de strafrechter staan onder hoge druk. De zittingscapaciteit is  beperkt en duur!

------------------------------------------------------------------------------
 

LAATSTE WOORD VAN DE VERDACHTE  T. DE BOOIJ VOOR POLITIERECHTER RECHTBANK OOST-BRABANT 4 AUGUSTUS 14.15 UUR. KENMERK 01-111834-13

Hoe een laatste woord uitmondt in  een requisitoir”.

“Vrij naar Multatuli : Bar(ber)tje  moet  hangen?”

Edelachtbare, Gebruikmakend van mijn recht als verdachte – artt 311 lid 4 – mag  ik een laatste woord tot U richten . Het bijzondere is dat dit mijn allerlaatste woord wordt in een rechtszaak  Want dank zij de schriftelijke woorden van de hoogste ambtenaar van het Openbaar Ministerie  van het Arrondissementsparket Oost-Brabant Mr A.J.A.M. Nieuwenhuizen, die mij in deze strafzaak als verdachte heeft aangemerkt, zal ik mij onthouden in de toekomst van het oneigenlijk gebruik van de rol van verdachte. In verband met mijn vraag in het proces-verbaal,  dat is opgemaakt door de rechercheur op het politiebureau tijdens mijn detentie, om te worden vervolgd door het door mij gepleegde misdrijf   te weten: lokaalvredebreuk van dit paleis van justitie op 19 mei jl, schreef 26 mei jl  mr Nieuwenhuizen  aan mij de volgende woorden:
“ Beste Mijnheer de Booij. Het is jammer dat u het strafrecht moet gebruiken om te protesteren en om gehoord  te worden. Vele strafzaken liggen te wachten op een behandeling door de strafrechter en vele zaken verdienen voorrang vanwege de ernst van de  strafbare feite en/of de slachtoffers die er mee gemoeid zijn enzovoort en enzovoort. Het werk van de officier van justitie en de strafrechter staan onder hoge druk. De zittingscapaciteit is  beperkt en duur! Ook een artikel 12 Sv procedure. Overigens kunt u een dergelijke procedure niet starten omdat een verdachte in beginsel geen  belanghebbende  omdat u geen objectief /bepaalbaar belang hebt bij een tegen u ingestelde strafvervolging. U hebt echt geen strafzaak nodig om gehoord te worden. U hebt al vele malen bewezen dat u op uitstekende en mondige wijze uw mening kunt ventileren”.
Deze woorden heb ik ter harte genomen en mijn rol als verdachte om onrecht te bestrijden tot het verleden ga laten behoren. Maar ik maak wel van deze gelegenheid gebruik om U te laten zien dat ik tijdens mijn leven met mijn rol als verdachte – toen ik nog niet werd gehoord – wel degelijk resultaat heb geboekt. Als eerste voorbeeld hiervan in bijlage 1 geef ik U mijn juridische strijd uit  de zeventiger jaren. Een korte samenvatting: 1973-1975 Mijn gerechtelijke procedures voor het oneigenlijk toe-eigenen van het dossier van een Baarnse burger die onterecht was opgesloten in een krankzinnigengesticht
1973
8 juni. Aangifte bij politie voor heling dossier van Baarnse burger
21 september. Rechtbank Utrecht eis: f 0.50 of één dag hechtenis voorwaardelijk met één maand proeftijd.
28 september. Rechtbank : vrijspraak. Openbaar Ministerie gaat in beroep (wel na heftige acties tegen de Officier van Justitie door hem te dwingen  hoger beroep aan te tekenen).
20 december. Gerechtshof Amsterdam: eis 200 gulden boete of 2 dagen hechtenis).
1974
3 januari. Gerechtshof: conform eis. Verzoek cassatie Hoge Raad.
8 oktober. Hoge Raad:  cassatie verzoek verworpen.
15 oktober. Diefstal van mijn dossier uit de Hoge Raad.
1975
11-13 december. Vonnis  van 3 januari 1974 2 dagen hechtenis uitgezeten in Huis van Bewaring in Utrecht.
12 december. Brief aan de President van de Hoge Raad der Nederlanden met aanvrage tot herziening van arrest 3 januari 1974 van Gerechtshof Amsterdam 1974.
24 december. Brief van de Hoge Raad der Nederlanden aan de Heer Dr T. de Booy.  Naar aanleiding van Uw verzoekschrift om herziening deel ik U mede, dat de normale gang van zaken met betrekking tot een aanvrage tot herziening niet mogelijk is. Het is U immers bekend, dat U zich het merendeel van de stukken in de strafzaak waarin het Gerechtshof te Amsterdam U op 3 januari 1974 tot f 200,- boete, subsidiair 2 dagen hechtenis heeft veroordeeld, hebt toegeëigend, toen U ter griffie van de Hoge Raad inzage nam van het dossier. Deze stukken dienen ter griffie van de Hoge Raad te worden terugbezorgd teneinde de behandeling van Uw verzoek mogelijk te maken. De voorzitter van de strafkamer Mr C.W. Dubbink.
31 december. Brief aan  voorzitter strafkamer Hoge Raad van Dr T. de Booij. Hierin wordt gesteld dat het dossier terug zal worden geretourneerd, indien er vervolging zal plaats vinden door het Openbaar Ministerie voor het verduistering van het onderhavige dossier.
(Het dossier bevindt zich momenteel onder nr 1373 van het Archief De Booij in het Stadsarchief Amsterdam).

Mijn tweede casus is in mijn rol als verdachte is de zaak: Inval woonwagenlocatie Deutersestraat 31 oktober 2013. U kunt een samenvatting lezen van mijn waarheidheidsvinding onderzoek naar de inval op 31 oktober 2013 onder de link Bijlage 2
Begin januari 2014 heb ik een video gezien van deze gewelddadige inval van de Taskforce B. Reden om mij daar ten volle voor in te zetten, met in mijn achterhoofd dat ik als verdachte de zaak aanhangig  kan maken. Het resulteerde door op  19 mei jl  een lokaal van het Paleis van Justitie in ’s-Hertogenbosch te bezetten, waardoor ik werd aangehouden en werd overgebracht naar het politiebureau in de hoop dat ik zou worden vervolgd.  26 mei 2014  heb ik aan de hoofdofficier Mr Nieuwenhuizen  een brief geschreven met de volgende woorden: “Mijn  lot ligt in uw hand.  U gaat mijn geval seponeren of u geeft mij de kans om een proces  in de rol als verdachte  te voeren.  Wanneer u de eerste mogelijkheid  zal toepassen, voel ik mij genoodzaakt om strafvervolging uit te lokken op basis van een ernstiger delict dan in art 139 Sr genoemde lokaalvredebreuk. Ik ga dan net zo lang door totdat ik via een strafproces alle verantwoordelijke overheidsdienaren voor de inval van de woonwagenlocatie Deutersestraat van 31 oktober 2013 onder ede kan horen.  Ik kan alvast wat warm lopen bij de politierechter van de rechtbank Oost-Brabant  op de zitting van 4 augustus 2014 om 14.15 parketnummer 01-111824-13. Mijn aanhouding in Oss kunt u op bekijken door op Google in te tikken “ÿoutube arrestatie Tom de Booij” of  “Hoogtevrees Tom de Booij”
Vervolgens kreeg ik een brief dd. 24 mei 2014 van de officier van justitie van het Arrondissementsparket Oost-Brabant met de volgende woorden:
“Geachte heer de Booij. Op mijn kantoor is een proces-verbaal binnengekomen, waarin u als verdachte bent aangemerkt. Inmiddels heb ik besloten u daarvoor niet verder te vervolgen. De reden hiervoor is dat naar mijn oordeel: uw gezondheidstoestand  een vervolging in de weg staat”.  Vervolgens heb ik  weer een brief gestuurd aan mr Nieuwenhuizen op 19 juni  2014: “Geachte Heer Nieuwenhuizen, Helaas heeft uw Openbaar Ministerie afgezien mij te vervolgen voor mijn misdrijf (artikel 139 WvSr) begaan maandag 19 mei jl. vanwege mijn gezondheid gesteldheid.  Het doel dat ik voor ogen had is U bekend. Het is daarom wel wrang dat het juist de reden voor het niet vervolgen de gezondheid gesteldheid bepaald geen rol heeft gespeeld bij de aanhouding van oudere personen met een slechte gezondheid tijdens de politionele actie van 31 oktober 2013. Mijn  laatste hoop is gevestigd op artikel 12 WvSv waar ik binnenkort gebruik van ga maken. “
Het antwoord van Mr Nieuwenhuizen op mijn brief  dd. 26 juni 2014 heb ik reeds geciteerd.  Maar de laatste zin uit zijn brief van 26 juni is voor mij van het grootste belang. “U hebt echt geen strafzaak nodig om gehoord te worden. U hebt al vele malen bewezen dat u op uitstekende en mondige wijze uw mening kunt ventileren”. Zoals ik al eerder in dit laatste woord heb gezegd, hebben deze woorden  van Mr Nieuwenhuizen  mij geïnspireerd om mijn rol als verdachte op te geven en over te gaan op de directe aanval.  Dit heeft al meteen zijn vruchten afgeworpen. Zo heeft Omroep Brabant mijn aanklacht in de vorm van een open brief aan het adres van de hoofdofficier Mr Nieuwenhuizen en burgemeester Rombouts in zijn geheel geplaatst. Omroep Brabant is het juist  geweest, die mij sinds januari 2014,  dat ik met mijn onderzoek naar de inval aan de Deutersestraat ben begonnen, mij  systematisch   heeft genegeerd.  
In  bijlage 2 geef ik U mijn resultaten van mijn waarheidsvinding onderzoek van de inval aan Deutersestraat van 31 oktober 2013.
Mijn laatste woord begint in mijn rol als verdachte  en eindigt in mijn nieuwe rol als aanklager. In mijn requisitoir stel ik dat het Openbaar Ministerie in april 2013 onjuiste informatie  -  tw verdenkingen van zeer ernstige verdenkingen van zeer ernstige misdrijven en  betrokkenheid bij georganiseerd criminaliteit heeft gegeven aan de burgemeester Rombouts. Op grond van deze informatie van het Openbaar Ministerie  heeft  op 15 april 2013  burgemeester Rombouts de woonwagenlocatie aan de Deutersestraat als een “vrijplaats” benoemd, hetgeen de inzet van de Taskforce B gerechtvaardigd  maakte. Op 5 september 2013 is onder leiding van officier van justitie te ’s-Hertogenbosch, mr. W. Mulder een opsporingsonderzoek gestart onder de naam MUMT”.  Bijna 2 maanden later heft dit geleid tot de gewelddadige inval van de woonwagenlocatie aan de Deutersestraat van 31 oktober 2013. Mr Nieuwenhuizen in zijn  hoedanigheid als hoofdofficier van justitie van het Arrondissementsparket  Oost-Brabant schreef mij op 26 februari het volgende: Er zijn namelijk speciale wettelijke procedures in het leven geroepen om zowel de handelwijze van het Openbaar Ministerie alsook de handelwijze van de politie, elk voor wat betreft hun eigen verantwoordelijkheid, te -laten- toetsen. Voor wat betreft de handelwijze van het Openbaar Ministerie komt de officier van Justitie op basis van het opportuniteitsbeginsel de beleidsvrijheid toe om als leider van het onderzoek vorm te geven aan een strafrechtelijk onderzoek. Alhoewel de onderhavige actie, zoals u door de persvoorlichtster werd medegedeeld, geschiedde onder toeziend oog van een rechter-commissaris, dient de officier van Justitie ten overstaan van de rechter volledige verantwoording af te leggen voor zijn/haar handelswijze, waarbij -behoudens de rechtmatigheid van het bewijs en de proportionaliteit en subsidiariteit van strafvorderlijke bevoegdheden- ook de algehele wijze waarop het onderzoek werd uitgeoefend aan het oordeel van de rechter is onderworpen.”
Maandag 19 mei jl.
heeft een gesprek plaatsgevonden in de college kamer van het stadhuis 's-Hertogenbosch. Aanwezig waren burgemeester van ’s-Hertogenbosch Ton Rombouts, de Hoofdofficier van Justitie mr. Bart Nieuwenhuizen, Popke Brummer ,Hannes Brummer Jr (13 j),Tom de Booij. Overeengekomen werd dat de centrale vraag die dient te worden gesteld : "Is de inzet van de Taskforce B5 wel gerechtvaardigd geweest indien zal blijken dat er geen sprake was van een georganiseerde criminaliteit?".

Dankzij  mijn waarheidsvinding onderzoek gestart 10 januari 2014, kan ik met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid stellen dat het antwoord op bovengenoemde vraag moet zijn:” De inzet van de Taskforce B5 is niet gerechtvaardigd  geweest”. Dit betekent dat de  burgemeester van ’s-Hertogenbosch en het Openbaar Ministerie medeverantwoordelijk  zijn aan het onnodige geweld dat is toegepast tijdens de inval  door de Taskforce B5.

Tot slot wil ik nog dit nog zeggen: "Het flagrante, hoogst misdadige onrecht dat de woonwagenbewoners is aangedaan op de vroege ochtend van donderdag 31 oktober 2013 kan zelfs met schadevergoedingen, teruggave van alle in beslag genomen goederen, veroordeling van alle voor de inval verantwoordelijke personen, plus de garantie dat de woonwagenbewoners nooit meer met zulk fysiek geweld worden aangevallen, temeer daar recentelijk de woonwagencultuur op de lijst van het Nederlands immaterieel erfgoed  is geplaatst, nooit de psychische schade aangedaan vergoeden tot in de lengte van hun levens, het zal als een litteken gegrift blijven bestaan".

Edelachtbare, dit  is het einde van mijn (aller) laatste woord.

---------------------------------------------------------------------------
Aanklacht nr 1 van de AVJ (Aanklager van Justitie)
 

WAT IS DE REDEN WAAROM  BURGEMEESTER ROMBOUTS VAN 'S-HERTOGENBOSCH OP 15 APRIL 2013 HEEFT BESLIST OM DE TASKFORCE B5 IN TE ZETTEN VOOR EEN INVAL VAN DE WOONWAGENLOCATIE DEUTERSESTRAAT?

 

Tom de Booij heeft 26 mei 2014 een  brief geschreven aan de hoofdofficier van justitie Bart Nieuwenhuizen die een stelling naar voren brengt die wel eens de  reden zou zijn geweest waarom bij de inval op de woonwagenlocatie aan de Deutersestraat van 31 oktober 2013 zoveel geweld is gebruikt en onschuldige mensen als ware criminelen op beestachtige wijze zijn afgevoerd.  (Briefwisseling Tom de Booij (burger uit Soest en Bart van Nieuwenhuizen, hoofdofficier van Justitie)

Hieronder volgen enkele passages uit mijn brief:
Na alles wat ik sinds 10 januari 2014 gehoord en gelezen heb, begint zich een scenario op te doemen wat er vermoedelijk  gebeurd zou kunnen zijn.  De volgende werkhypothese wil ik u hierbij schetsen. Het is gebaseerd op zeer speculatieve veronderstellingen.   Centraal staat daarbij de vraag of de inzet van de Taskforce B5 gerechtvaardigd was bij de keuze van de woonwagenlocatie Deutersestraat. Ik citeer een passage die hier op ingaat:
Door het RIEC ZWN is op regionaal niveau en onder regie van de Integrale Stuurploeg Oost-Brabant een raamplan gemaakt voor de aanpak van vrijplaatsen, anders gezegd handhavingsknelpunten. Naar aanleiding hiervan is besloten een aantal handhavingsknelpunten te selecteren voor een integrale aanpak. Een van deze handhavingsknelpunten is het woonwagencentrum aan de Deutersestraat in 's-Hertogenbosch. Met vrijplaatsen c.q. handhavingsknelpunten worden volgens het ministerie van Binnenlandse Zaken bedoeld de locaties0 waar 'effectief overheidsingrijpen wordt belemmerd en waar dit leidt tot maatschappelijk ongewenste situaties.  Naar aanleiding van onder andere bovenstaande gegevens werd door de Burgemeester van 's-Hertogenbosch op 15 april 2013 het woonwagencentrum aan de Deutersestraat als "vrijplaats" benoemd, als bedoeld onder de punten 1.7 en 1.8 van het convenant Taskforce B5 betreffende de geïntegreerde criminaliteit van de B5-gemeenten met de partners. Op 5 september 2013 is onder leiding van officier van justitie te 's Hertogenbosch, mr. W. Mulder een opsporingsonderzoek gestart onder de naam MUNT.”

Uit een gesprek dat wij op dinsdag 15 april 2014 in het stadhuis met burgemeester Rombouts  hadden,  bleek al spoedig dat hij ongelukkig was met zijn besluit de Taskforce in te zetten.  De burgemeester ging zelfs zo ver door te zeggen dat er zoveel zwaarwegende argumenten door het Openbaar Ministerie waren ingebracht dat hij wel moest toegeven aan de wens om de woonwagenlocatie Deutersestraat als vrijplaats te benoemen.  In de maanden januari, februari en maart heb ik de burgemeester brieven geschreven waarop ik geen antwoord heb gekregen. Zelfs niet op mijn  aangetekende vertrouwelijke brief dd 24 maart 2014, waarin ik een voorstel doe van een soort stille diplomatie om de zaak met de bewoners van de Deutersestraat te regelen, buiten de publiciteit.  In de raadscommissie Bestuurszaken van donderdag 17 april 2014 verandert echter de zienswijze van de burgemeester. Hierbij citeer ik uit het conceptverslag van de Commissie Bestuurszaken van 17 april 2014 :
“Portefeuillehouder Rombouts is onder de indruk van de verhalen. Hij heeft op 15 april jl. op initiatief van de heer Van der Krabben gesproken met een delegatie van de bewoners, de heer De Booij en Popke en Hannes Brummer. Hij heeft respect voor de inzet van de heer De Booij.  Er heeft een grote actie plaatsgevonden op het kamp aan de Deutersestraat. Daarvoor had het openbaar ministerie aanleiding. Het maakte onderdeel uit van het beleid van de taskforce om de georganiseerde criminaliteit in Brabant terug te dringen. Aan de actie lagen zware verdenkingen ten grondslag. Het openbaar ministerie had besloten om de actie in gang te zetten. Daarover wordt dan met de andere partners in Brabant overleg gevoerd en met het ministerie van Veiligheid en Justitie. Dat heeft tot een integrale actie geleid, niet alleen van het OM maar ook van de Belastingdienst, defensie en andere gemeenten. Het is ook in de lokale driehoek, dus ook met spreker, besproken. Hij heeft zich laten overtuigen dat er voldoende aanleiding en zware verdenkingen waren voor de actie. Hij neemt ook geen afstand van het feit dat de actie heeft plaatsgevonden. Daarover wil hij volledig verantwoordelijkheid afleggen”.

 

In tweede termijn::
“Portefeuillehouder Rombouts wil de komende tijd laten zien dat hij burgervader voor iedereen wil zijn want hij is ook geschrokken van de verhalen. Hij is voor de inval op hoofdlijnen over de verdenkingen geïnformeerd. Ook na de actie heeft hij geen details gekregen over de uitkomst. Hij zegt toe te proberen dat er een integraal verslag van de gang van zaken wordt opgesteld. De bewoners kunnen altijd een klacht indienen bij het OM over het optreden. Hij is verbaasd dat dit niet is gebeurd.*) Hij wil zich inspannen om meer te doen dan alleen een gesprek en na te gaan of volledig inzicht gegeven kan worden hoe de instellingen hebben gewerkt en of het op deze manier moest. De vraag is of een dergelijke zware actie gerechtvaardigd was moet beantwoord worden “.
Einde citaat conceptverslag Commissie Bestuurszaken.

*) De bewoners hebben gewacht met het indienen van klachten tot ons gesprek van 19e mei jl. Ze beginnen 29 mei a.s met klachtenprocedure.

De burgemeester vraagt zich dus af of de keuze van de Deustersestraat juist is geweest, zoals deze omschreven staat in de brief dd 31 oktober 2014 die aan de bewoners in de directe omgeving van de woonwagenlocatie Deutersestraat is geformuleerd: “Deze actie past in de bredere aanpak van de Taskforce B5 om de georganiseerde criminaliteit als georganiseerde overheid te bestrijden. Versteviging van de gezamenlijke informatiepositie heeft geleid tot de keuze van deze locatie”.

Nu komt mijn speculatieve hypothese::”Er waren sterke aanwijzingen  voor drugshandel en vuurwapenbezit door een of meer personen, die de bewoners van de woonwagenlocatie Deustersestraat met een blanco strafblad hebben gebruikt als een goede dekmantel . Reden waarom iedereen is aangehouden en verdacht wordt van  deze ernstige misdrijven.  Vele bewoners hebben zich tijdens hun verhoor beroepen op hun zwijgplicht.  Hier kont nu het cultuurverschil tussen een burger en een reiziger om de hoek kijken. Een burger zal in het geval dat hij of zij volkomen onschuldig is aan het hem of haar ten laste gelegde ernstige delict normaal gesproken geen gebruik maken van zijn recht tot zwijgen. In de cultuur van de reiziger zal hij of zij nooit en te nimmer iets zeggen ook al is hij of zij totaal onschuldig en weet hij of zij wie de dader is, zelfs al heeft hij of zij daar alleen maar ellende van ondervonden. Het wordt  beschouwd als een DOODZONDE . Voor de verhorende ambtenaar, waarschijnlijk niet op de hoogte van deze traditie, zal misschien gaan denken, dat bij het gebruik maken van het recht tot zwijgen de verdachte iets heeft om te verbergen. Ik denk dat daardoor het OM nog steeds twijfelt aan de onschuld over hun betrokkenheid bij de genoemde ernstige delicten.

In  dit verband wil ik citeren wat hun vroegere huisarts Dr Keur als pater Jan van der Zandt hebben geschreven over de bewoners van de woonwagenlocatie Deutersestraat:
Dr Keur: “
Ruim dertig jaar, vanaf 1971, ken ik als huisarts da familie Brummer, grootouders, kinderen, kleinkinderen en benevens aangetrouwden, zoals die heden ten dage aan de Deutersestraat te 's- Hertogenbosch woont. Ook na mijn pensionering heb Ik nog contact met verschillende leden van deze familie gehouden. Eind oktober 2013 heeft er met veel machtsvertoon, in het kader van handhaving, een inval door verschillende overheidsinstanties plaatsgevonden op hun wooncentrum op de Deutersestraat. Enkele dagen na deze inval, en vanwege het feit dat mij berichten bereikten van ernstig getraumatiseerde mensen door deze inval, besloot ik zelf het wooncentrum van de familie Brummer te bezoeken. Vanwege de beveiliging koste het enige moeite om op het centrum te komen. Op het wooncentrum werd ik geconfronteerd met de sporen van een mijns inziens ernstige toepassing van geweld en buitenproportionele vernieling in het kader van handhaving. Hoewel ik mijn leven veel heb gezien kon ik mijn ogen nauwelijks geloven, zodoende heb ik het een en ander fotografisch vastgelegd. Uit gesprekken met enkele bewoners, die er waren (nog niet alle bewoners waren weer aanwezig) bleek mij, dat zij zonder uitzondering ernstig geestelijk getraumatiseerd waren. De situatie kwam bij mij zo ernstig over dat ik onmiddellijk hun huisarts op de hoogte heb gesteld. De volgende dag ben ik met hun huisarts (collega P. van Rooij) terug gegaan. Hij was onmiddellijk overtuigd van de ernst van de geestelijke traumatisering van enkele van de familieleden Brummer waarmee hij sprak.
Onmiddellijk heeft hij een psychiater ingeschakeld. De vraag lijkt mij gerechtvaardigd of de overheid in het kader van handhaving een zo buitenproportionele intimiderende actie, waarbij mensen volledig gedepersonaliseerd en geestelijk getraumatiseerd werden en waarbij bovendien hun eigendommen zwaar werden beschadigd op een manier waarbij ook jonge kinderen ernstig lichamelijk letsel had kunnen overkomen, niet volstrekt doorgeschoten en onverantwoord is. Waarschijnlijk hebben de betrokken overheidsinstanties zich te veel door stigmatisering van een bepaalde groep Nederlanders (woonwagenbewoners) en negatieve beeldvorming van deze groep laten leiden.

Pater Jan van der Zandt:
“Het woonwagencentrum aan de Deutersestraat is volgens mij het eerste woonwagencentrum in Nederland waarvan  indertijd de grond gekocht en
bewoonklaar gemaakt is door de bewoners zelf. Er is toen goed gecommuniceerd
tussen de gemeente en de landelijke overheid, de eigenaar van de grond en
subsidiegever, en de nieuwe bewoners als nieuwe eigenaren. Het was een voorbeeld voor de woonwagenbewoners in Nederland tijdens turbulente  tijd van de deconcentratie van de grote centra van hoe het ook anders kan. Het verwondert mij dat die goede communicatie hier nu compleet is verdwenen en dat de overheid  groot geweld moet gebruiken om opnieuw met deze zelfde
bewoners te communiceren. Mijn vraag is waarom hebben degene (schuldeisers of 'wethouders') die hebben gedacht in het krijt te staan met de bewoners van het wijkje aan de Deutersestraat geen gebruik gemaakt van de normale communicatiemiddelen om hun boodschap over te brengen? Waarom grijpt de overheid naar zo'n groot geweld? Als tweede wil ik een uitdrukkelijk beroep doen op de overheid om onschuldige mensen, zoals kinderen nooit te betrekken bij zulke invallen. Als er schuldigen moeten worden aangehouden mag dat nooit ten koste gaan van de kinderen en de onschuldige mensen in de nabijheid ervan. Er zijn genoeg andere vreedzamere oplossingen te bedenken en te ontwikkelen”
Einde citaten van Dr Keur en pater Jan van der Zandt.

Het begint voor mij steeds duidelijker te worden dat door de bewoners van de woonwagenlocatie met een blanco strafregister te verdenken van drugshandel en/of vuurwapens gebaseerd  is geweest op een onjuiste aanname en derhalve een inzet van de taskforce B5 niet gerechtvaardigd zou zijn geweest.
Einde citaten uit  mijn brief van 26 mei 2014.

Wat voor mijn stelling zou pleiten is dat  het Openbaar Ministerie nu 9 maanden na de inval zegt dat er geen zicht is op de termijn waarop de strafzaken aan de rechter kunnen worden voorgelegd. Tot slot wil ik nog dit nog zeggen: "Het flagrante, hoogst misdadige onrecht dat de woonwagenbewoners is aangedaan op de vroege ochtend van donderdag 31 oktober 2013 kan zelfs met schadevergoedingen, teruggave van alle in beslag genomen goederen, veroordeling van alle voor de inval verantwoordelijke personen, plus de garantie dat de woonwagenbewoners nooit meer met zulk fysiek geweld worden aangevallen, temeer daar recentelijk de woonwagencultuur op de lijst van het Nederlands immaterieel erfgoed  is geplaatst, nooit de psychische schade aangedaan vergoeden tot in de lengte van hun levens, het zal als een lidteken gegrift blijven bestaan".

-------------------------------------------------------------------------
Aanklacht nr 2 van de AVJ binnenkort op de site

Wat is de reden waarom  de overheid heeft gekozen voor de woonwagenlocatie?
Uitgaande van de zin in de brief van de gemeente dd 30 oktober aan de bewoners van de omgeving van de Deutersestraat om hen te infomeren over de komende actie'

In de brief wordt zelfs nader ingegaan waarom de keuze op de woonwagenlocatie aan Deutersestraat is gevallen.

Aangetoond zal worden\waarom de overheid een foute keuze heeft gemaakt en daardoor veel materiële en vooral psychische schade vooral heeft toegebracht aan onschuldige woonwagenbewoners.

--------------------------------------------------------------------------------------------

 Zaterdag 19 juli 2014

Open brief aan burgemeester van 's-Hertogenbosch  Ton Rombouts en hoofdofficier van het Arrondissementsparket Oost Brabant mr Bart Nieuwenhuizen

Mijne Heren, Ter uwer herinnering  hier een korte samenvatting van het gesprek dat heeft plaatsgevonden in de college kamer van het stadhuis 's-Hertogenbosch maandag 19 mei jl. Aanwezig waren burgemeester van ’s-Hertogenbosch Ton Rombouts, de Hoofdofficier van Justitie mr. Bart van Nieuwenhuizen, Popke Brummer ,Hannes Brummer Jr (13 j),Tom de Booij. In de brief van de gemeente Den Bosch op de dag van de inval in de woonwagenlocatie Deutersestraat 31 oktober 2013 aan de bewoners in de directe omgeving  hadden gestuurd, staat de volgende zin : Deze actie past in de bredere aanpak van de Taskforce B5 om de georganiseerde criminaliteit als georganiseerde overheid te bestrijden. Versteviging van de gezamenlijke informatiepositie heeft geleid tot de keuze van deze locatie.  De centrale vraag die nu gesteld dient te worden. "Is de inzet van de Taskforce B5 wel gerechtvaardigd geweest indien zal blijken dat er geen sprake was van een georganiseerde criminaliteit?". De beide heren Ton Rombouts en Bart Nieuwenhuizen waren het met Popke Brummer en Tom de Booij eens dat het hier alles om draait. De heer Nieuwenhuizen kon hier nog geen uitsluitsel op geven, aangezien hij met zijn staf nog druk bezig is met het opstellen van het strafdossier en hoopt daarmee eind mei klaar te zijn'.

Hoe staan de zaken - vandaag precies 2 maanden later - er voor?
1. De Burgemeester heeft zijn beloofde bezoek aan de woonwagenlocatie aan de Deutersestraat op 10 juli 2014 opgeschort . Wij kunnen opmaken uit het bericht van de heer Loerakker (woordvoerder van burgemeester) dat het bezoek alleen maar zou gaan over de zorg en nazorg. In het bericht wordt geen woord gerept over het grote onderzoek dat de burgemeester zou instellen betreffende de agressieve gewapende inval, hetgeen trauma's veroorzaakt heeft bij de kinderen en alle andere bewoners.

2. De hoofdofficier schreef Tom de Booij een brief dd 24 juni 2014 waarin hij stelt dat er GEEN ZICHT is op een termijn waarop de strafzaken aan de rechter kunnen worden voorgelegd.
 
 Uit deze twee punten komt de vraag naar voren die we aan beide heren zouden willen stellen:

 Aan de burgemeester: "wat is de ware reden dat u niet gekomen bent de 10 juli?
 Aan de hoofdofficier: "wat is de ware reden dat u geen zicht heeft op de
 termijn waarop de strafzaken aan de rechter kunnen worden voorgelegd?

Aan beiden: Zoudt U ons kunnen mededelen wat de stand van
zaken is in beide strafrechtelijke onderzoeken.  De verdachten (resp. de
bewoners van de Deutersestraat en de politie ambtenaren die de inval
pleegden) hebben immers er recht op om op de hoogte gehouden te worden van de stand van zaken mbt het strafrechtelijke vooronderzoek.  Dat geldt ook
voor de slachtoffers: de bewoners van de Deutersestraat die aangifte hebben
gedaan.
 

Zou het zo maar kunnen zijn dat U beiden de centrale vraag , die we overeengekomen  zijn  tijdens ons gesprek van 19 mei jl, zou moeten antwoorden met de woorden, dat het inzetten van de Taskforce B5  NIET gerechtvaardigd was, aangezien het  hier geen georganiseerde criminaliteit betrof ?  *)

 (Opmerkelijk is dat na de inval van 31 oktober 2013  tot 3 maal toe in beslag genomen goederen, waaronder gouden trouwringen, laptops, mobieltjes, zijn teruggegeven).

 Wij zouden graag antwoord op deze vragen willen hebben, en wel op korte termijn, en wel voor 4 augustus 2014. De woonwagenbewoners wachten al sinds maanden op een eerlijk antwoord.

 Tom de Booij

 De belangenbehartiger van de bewoners van de woonwagenlocatie-
 Deutersestraat Den Bosch.

*) Alle aangehouden bewoners van de woonwagenlocatie van de Deutersestraat op 31 oktober 2013 werden verdacht van de volgende artikelen van het wetboek van strafrecht: witwassen 420bis 420ter in verband met 47 en/of 48.( maximum straf 6 jaar en boete vijfde categorie). Nu bijna 9 maanden later zegt het Openbaar Ministerie nog geen zicht te hebben op het moment dat de rechter er over moet beslissen. Het wordt steeds duidelijker dat de rechter vrijspraak zal geven voor de verdachten. Het Openbaar Ministerie staat dan met lege handen en zal zich dan zelf voor de rechter moeten verantwoorden waarom de aanhoudimg met zoveel geweld (Taskforce B5) is gebeurd. (Wat zei Van Speijk ook weer?)

-----------------------------------

WAARHEIDSVINDING INVAL DEUTERSESTRAAT DEN BOSCH 31 0KTOBER 2013

Op blauwe letters klikken verwijst naar uitgebreide correspondentie met vele instanties en personen van de overheid, die in het kader van het onderzoek zijn aangeschreven

 

--------------------------------------------------------------------------------------------------------

 

 

 

Archief familie de Booij
 

Inleiding.

In de komende tijd zal ik, Tom de Booij, op deze website dagboeken en herinneringen  van mijn voorouders, zowel van mijn vaders als moeder kant, weergeven.  Ik begin met het afdrukken van gedeelten uit het familieboek van het geslacht de Booij vervaardigd door mijn oom Chré de Booij. Hij is een zoon van de oudste broer van mijn grootvader  Chrétien Jean Gérard de Booij (Chrik genoemd). In dit boek worden mijn voorouders beschreven tot en met mijn betovergrootvader Christiaan de Booij (1789-1822). (Hoofdstuk 1). Zijn  oudste zoon Pierre Hubert Jean Alexander de Booij (1818-1897).(Hoofdstuk 2) De andere zoon van Christiaan : de notaris Chrétien de Booij (1820-1901).(Hoofdstuk 3) Vervolgens mijn overgrootmoeder zijn vrouw Adriana Johanna de Mol van Otterloo (1827-1882) (Hoofdstuk 4). Hierop volgen herinneringen en brieven  die de reeds genoemde Chrik de Booij schreef aan zijn ouders over zijn tijd in 1e en 2e Atjeh oorlog 1873-1878 (Hoofdstuk 5). Memories van James Marnix de Booij w.o. zijn tijd tijdens de verovering van Bali september 1906. (Hoofdstuk 6). De  herinneringen en dagboeken van mijn grootvader Hendrik de Booij. Herinneringen en fragmenten uit zijn dagboeken 1867-1964, herinneringen aan zijn deelname aan de derde Atjeh oorlog in de periode  1893-1895, als administrateur en bestuurslid Concertgebouw 1904-1951  als commissaris Algemeen Handelsblad 1920-1945, als secretaris en bestuurslid van  Noord-Zuid-Hollandse  Reddingmaatschappij 1906-1946,  (Hoofdstuk 7). Hierna wordt het leven van zijn echtgenote Hilda Gerarda de Booij-Boissevain weergegeven (Hoofdstuk 8).  Het leven van  mijn grootvader (van mijn moeders kant) Antonie Frederik Gooszen. Over zijn rol die hij heeft gespeeld bij het ontwerp van de vlootwet in 1920, die in oktober 1923  met een verschil van een stem is verworpen door de Tweede Kamer der Staten Generaal. Van 1923-1927 was Vice-admiraal A.F. Gooszen, Commandant Zeemacht van Nederlandsch Indië. In deze periode waren er Inlandse  opstanden, in november 1926 in Bantam (West Java ) en in januari 1927 in West Sumatra. Van 1930 -1952 was hij regeringscommissaris van de Koninklijk Paketvaart Maatschappij.(Hoofdstuk 9)  De dagboeken en herinneringen van mijn vader Hendrik Thomas de Booij tot 1924. De herinneringen van mijn vader van de periode van 1930-1963, dat hij bij de Redding-Maatschappij werkte. (Hoofdstuk 10) Mijn moeder Ottolina Hendrika Gooszen (1898-1983) (Hoofdstuk 11) . De levensloop van mijn oom,  de broer van mijn vader, Alfred de Booij. Ten tijde van de muiterij van de pantserdekschip Hr.Ms. De Zeven Provinciën  bevond Luitenant ter zee 1e klasse Alfred de Booij zich in Soerabaja. Daar kreeg hij van de Commandant der Zeemacht te Batavia de opdracht een rapport samen te stellen over de moeilijkheden met het Indonesische personeel, waarvan sommigen de muiterij op de Hr. Ms. De Zeven Provinciën hadden geïnstigeerd. (Hoofdstuk 12).  Zelf ben ik begonnen met herinneringen en dagboeken over mijn leven. (Hoofdstuk 13) Wordt vervolgd                    

Inhoudsopgave familie archief de Booij

1.  Het geslacht de Booij  Fragmenten  uit het boek over het geslacht de Booij van Chré de Booij: Enige gegevens over het geslacht Arents de 
     Booy gedurende de laatste vier eeuwen. Tot met Christiaan de Booij 1789-1822.

 

2. Pierre Hubert Jean Alexander de Booij (1818-1897)

 
Pierre Hubert Jean Alexander de Booij

3 C.J.G. de Booij (1820-1901)

 
Chrétien Jean Gérard de Booij

4. Adriana Johanna de Booij - de Mol van Otterloo (1827-1882)
    Echtgenote van Chrétien Jean Gérard de Booij. Haar voorouders: de familie de Mol van Otterloo

    
A.J. de Booij - de Mol van Otterloo

5.  Chretien Jean Gerard de Booij. (1853-1934) Oudste zoon van Chrétien Jean Gérard de Booij(Sr)Herinneringen en brieven aan zijn ouders over zijn
      deelname aan de eerste en tweede Atjeh oorlog 1873-1878

   
        C.J.G de Booij

6.  James Marnix de Booij (1885-1969). Oudste zoon van Chrétien Jean Gérard de Booij (Jr)
    Zijn memoires, w.o. zijn tijd tijdens de verovering van Bali september 1906.

    
         J .M. de Booij

7. Hendrik de Booij (1867-1964).
    Herinneringen en fragmenten uit zijn dagboeken. Herinneringen aan zijn deelname aan de derde Atjeh oorlog in de periode
    1893-1895,. Concertgebouw 1904-1951, Algemeen Handelsblad 1920-1946, Reddingmaatschappij 1906-1946
,

   
          H. de Booij     

8. Hilda Gerarda de Booij-Boissevain  Echtgenote van Hendrik de Booij  Haar voorouders : de families Boissevain, Mac Donnell, Moylan, Graves. Zie ook link met haar correspondentie  met Kartini  en het manifest van Kartini:  Geef den Javaan Opvoeding. Over haar voorzitsterschap van het Montessori Lyceum in Amsterdam (Zie link Montessori Lyceum Amsterdam in de oorlogsjaren)

   
  H.G. de Booij-Boissevain

9.  Antonie Frederik Gooszen (1869-1955) 
    Zijn levensloop. In 1920 voorzitter commissie ontwerp programma van Marine-materialen.
    van 1923-1927 (Vlootwet). Commandant Zeemacht Nederlandsch Indië van 1930-1952 Regeringscommissaris
    Koninklijke Paketvaart
    Maatschappij.
In de tekst wordt verwezen  naar de volgende bijdragen:
     a. De integrale tekst van de brochure van Jhr. H.C. van der Wijck: Onze Koloniale Staatkunde (1865) 
     b. Samenvatting van het boek van I.F.M. Salim: Vijftien jaar Boven-Digoel. Concentratiekamp in Nieuw Guinea 
        Bakermat  van de  Indonesische
 onafhankelijkheid 
     c. Artikel van G. Jungslager over A.F. Gooszen in de bundel Kopstukken uit de krijgsmacht
     d. Stamboom van de families Gooszen, Peereboom Voller, Turk, Buteux

     
         A.F. Gooszen  

10. Hendrik Thomas de Booij    Dagboek en herinneringen tot 1924. Herinneringen van zijn periode bij de (K) Noord- en Zuid-          Hollandse   Redding-Maatschappij 1930-1963

    
           H.Th. de Booij 

11.Ottolina Hendrika Gooszen (in bewerking)
     Echtgenote van Hendrik Thomas de Booij.

     
       O.H. de Booij-Gooszen

12 Alfred de Booij 1901-1997
     Levenloop. In l933 krijgt de Booy van de Commandant Zeemacht in Ned. Indië  de opdracht een rapport samen te stellen
     over de moeilijkheden met het Indonesische personeel, waarvan sommigen de muiterij op de Hr. Ms. De Zeven Provinciën hadden    
     veroorzaakt. In de tekst wordt verwezen naar de volgende bijdragen.   
      a.
Muiterij 1933 op de Zeven Provinciën, met o.a. Herinneringen van de Gouverneur-generaal van Nederlandsch Indië  Jhr. Mr. B.C. de Jonge
      aan de muiterij op de Zeven
Provinciën.
 
      b.
Maud Boshart's verhaal over zijn deelname aan de muiterij op de Zeven Provinciën

    
            A. de Booij
 
13  Tom de Booij. dagboek 1924-1930; 1930-1939; 1940-1946 ;
 


              T. de Booij

 

 

-----------------------------------------------------------------------------

 

-------------------------------------------------------------------------------------------------
ACTIES TEGEN HET WOONWAGENBELEID VAN DE OVERHEID

 
Links: Voor het bezoek van Klompen Jan aan Ministers Spies van Binnenlandse Zaken, 10 september 2012.
Rechts: Voor de woonwagen van Jan Timmerman in Zoetermeer Minister van Wonen en Rijksdiens Stef Blok op bezoek, 7 november 2013

-------------------------------------------------------------------------------------------------------------

STADSARCHIEF AMSTERDAM:
Presentatie Archief  De Booij.
 

In de hal van het Stadsarchief Amsterdam 18 oktober 2012

Inhoudsopgave
1. Proloog
2. Inleiding
3. (Voor) ouders
4. Jeugdjaren 1924-1939
5. Oorlogsjaren 1940-1945 
6.  Studiejaren 1945-1954
7. Bergklimmen 1952-1965
8. Familieleven
9. De woelige jaren zestig 1965-1969
10. Actiejaren 1970 -
11.  Golfleraar 1980-1996
12. Acties behoud reizigerscultuur 1974-  
13. Website Egoproject  1999-H

--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------b