EGOPROJECT

Webstats4U - Free web site statistics

Zaterdag 30 augustus 2014

AANKLACHT TEGEN BURGEMEESTER ROMBOUTS  VAN DEN BOSCH:

Het was op 15 april 2013 dat Ton Rombouts in zijn functie als burgemeester van Den Bosch de Taskforce B5 wettelijk mogelijk te maken om in te zetten  voor de inval woonwagenlocatie aan de Deutersestraat in Den Bosch.
Wij baseren dit belangrijke  besluit op het volgende citaat:Door het RIEC ZWN is op regionaal niveau en onder regie van de Integrale Stuurploeg Oost-Brabant een raamplan gemaakt voor de aanpak van vrijplaatsen, anders gezegd handhavingsknelpunten. Naar aanleiding hiervan is besloten een aantal handhavingsknelpunten te selecteren voor een integrale aanpak. Een van deze handhavingsknelpunten is het woonwagencentrum aan de Deutersestraat in 's-Hertogenbosch. Met vrijplaatsen c.q. handhavingsknelpunten worden volgens het ministerie van Binnenlandse Zaken bedoeld de locaties0 waar 'effectief overheidsingrijpen wordt belemmerd en waar dit leidt tot maatschappelijk ongewenste situaties.  Naar aanleiding van onder andere bovenstaande gegevens werd door de Burgemeester van 's-Hertogenbosch op 15 april 2013 het woonwagencentrum aan de Deutersestraat als "vrijplaats" benoemd, als bedoeld onder de punten 1.7 en 1.8 van het convenant Taskforce B5 betreffende de geïntegreerde criminaliteit van de B5-gemeenten met de partners. Op 5 september 2013 is onder leiding van officier van justitie te 's Hertogenbosch, mr. W. Mulder een opsporingsonderzoek gestart onder de naam MUNT.”

Over dit door hem genomen besluit heeft de burgemeester achteraf drie maal zijn kanttekeningen geplaatst.

 
1. 25 maart 2014 in antwoord op de vragen van Uw raadslid E. de Rooij(  gesteld 13 januari 2014!) schrijft burgemeester Rombouts o.a het volgende: D
eze handhavingsactie is een integrale overheidsactie waar onder meer het Openbaar Ministerie,
politie, gemeente en belastingdienst samenwerken. Het WWC Deuteren is door de Lokale 
Driehoek en de taskforce Brabant Zeeland*) aangewezen als een handhavingsknelpunt.
Aanleiding
 hiervoor zijn de vermoedens van illegale activiteiten. Het werk van controleurs 
(illegale bebouwingen, illegale ingebruikname van grond, belastingen,sociale voorzieningen etc.) 
wordt
 voortdurend op een ernstige manier belemmerd (intimidatie,bedreigingen) of zelfs geheel onmogelijk gemaakt.
Bij
 de uitvoering van deze gezamenlijke handhavingsactie zijn arrestatieteams 
ingeschakeld. Hiervoor  is toestemming gegeven door de Hoofdofficier van Justitie.
Bij
 de actie zijn twee rechter commissarissen aanwezig geweest. De beslissing om de arrestatie teams in te
zetten is 
vooral gebaseerd op het zware vermoeden dat er op het woonwagencentrum  vuurwapens aanwezig zouden zijn. 
Dit vermoeden bleek correct. Naast enkele geweren waarvoor een jachtvergunning is afgegeven, zijn er 12 illegale vuurwapens in beslag genomen.
Zoals
 algemeen bekend is er voor vele miljoenen euro’s geld en goederen in beslag genomen. Een uitgebreid onderzoek is gaande.

*) De Taskforce Brabant Zeeland is in 1 januari 2014 opgericht ipv van de Taskforce B5

2. Uit een gesprek dat wij *) op dinsdag 15 april 2014 in het stadhuis met burgemeester Rombouts  hadden,  bleek al spoedig dat hij ongelukkig was met zijn besluit om de Taskforce B5 in te zetten.  De burgemeester ging zelfs zo ver door te zeggen dat wanneer hij tegen had geweigerd, de inval met inzet van de Taskforce B5 toch zou zijn doorgezet. Hij heeft toen maar gekozen om  de hierboven genoemde verklaring  te tekenen. Gezien wat er daarna met de bewoners is gebeurd, heeft hij min of meer tijdens ons gesprek laten weten, dat hij er danig mee in zijn maag zat.
(Wij hebben de uitspraken van de burgemeester tijdens het gesprek  voor ons gehouden, daarvan akte.)
*) Hannes Brummer, Popke Brummer, Tom de Booij
 

3.Tijdens Uw raadsvergadering van donderdag 17 april jl. blijkt duidelijk wat zijn mening was over het excessief gebruikte geweld.
Hierbij citeer ik uit het conceptverslag van de Commissie Bestuurszaken van 17 april 2014 :
“Portefeuillehouder Rombouts is onder de indruk van de verhalen. Hij heeft op 15 april jl. op initiatief van de heer Van der Krabben gesproken met een delegatie van de bewoners, de heer De Booij en Popke en Hannes Brummer. Hij heeft respect voor de inzet van de heer De Booij.  Er heeft een grote actie plaatsgevonden op het kamp aan de Deutersestraat. Daarvoor had het openbaar ministerie aanleiding. Het maakte onderdeel uit van het beleid van de taskforce om de georganiseerde criminaliteit in Brabant terug te dringen. Aan de actie lagen zware verdenkingen ten grondslag. Het openbaar ministerie had besloten om de actie in gang te zetten. Daarover wordt dan met de andere partners in Brabant overleg gevoerd en met het ministerie van Veiligheid en Justitie. Dat heeft tot een integrale actie geleid, niet alleen van het OM maar ook van de Belastingdienst, defensie en andere gemeenten. Het is ook in de lokale driehoek, dus ook met spreker, besproken. Hij heeft zich laten overtuigen dat er voldoende aanleiding en zware verdenkingen waren voor de actie. Hij neemt ook geen afstand van het feit dat de actie heeft plaatsgevonden. Daarover wil hij volledig verantwoordelijkheid afleggen”.

 “Portefeuillehouder Rombouts wil de komende tijd laten zien dat hij burgervader voor iedereen wil zijn want hij is ook geschrokken van de verhalen. Hij is voor de inval op hoofdlijnen over de verdenkingen geïnformeerd. Ook na de actie heeft hij geen details gekregen over de uitkomst. Hij zegt toe te proberen dat er een integraal verslag van de gang van zaken wordt opgesteld. De bewoners kunnen altijd een klacht indienen bij het OM over het optreden. Hij is verbaasd dat dit niet is gebeurd.*) Hij wil zich inspannen om meer te doen dan alleen een gesprek en na te gaan of volledig inzicht gegeven kan worden hoe de instellingen hebben gewerkt en of het op deze manier moest. De vraag is of een dergelijke zware actie gerechtvaardigd was moet beantwoord worden “.
Einde citaat conceptverslag Commissie Bestuurszaken

De burgemeester vraagt zich dus af of de keuze van de Deutersestraat juist is geweest, zoals deze omschreven staat in de brief dd 31 oktober 2014 die aan de bewoners in de directe omgeving van de woonwagenlocatie Deutersestraat is geformuleerd: “Deze actie past in de bredere aanpak van de Taskforce B5 om de georganiseerde criminaliteit als georganiseerde overheid te bestrijden. Versteviging van de gezamenlijke informatiepositie heeft geleid".
 

Dan komt deze zelfde burgemeester met een rapport over de nazorg, dat hij gisteren naar de raadsleden gestuurd.  Maar hij zegt er niet bij dat de nazorg EEN GEVOLG IS VAN ZIJN BESLUIT OM DE TASKFORCE B5 IN TE ZETTEN BIJ DE INVAL VAN 31 OKTOBER 2013!!!!!

Mijn waarheidsvindingonderzoek, gestart 10 januari 2014, heeft aangetoond dat de inzet van de Taskforce B5 niet gerechtvaardigd is     geweest. Het Openbaar Ministerie is uitgegaan van de DEKMANTEL VISIE,  dat de aangehouden bewoners met een blanco stafregister  de door misdaad verkregen gelden  zouden hebben witgewassen. Deze tunnelvisie dient naar het rijk der fabelen te worden gestuurd. Derhalve is de burgemeester Ton Rombouts verantwoordelijk voor alle gevolgen van zijn verkeerde beslissing door de woonwagenlocatie aan de Deutersestraat in Den Bosch  als 'vrijplaats' de bestempelen.

In de maand augustus  heb ik namens de bewoners van de Deutersestraat  tevergeefs getracht door middel van aangetekende en persoonlijk gerichte  brieven aan de heer Rombouts (2x) en de heer Nieuwenhuizen de zaak te regelen via de stille diplomatie, met het verzoek hierop te reageren voor de 25ste augustus 2014 .  Alleen de heer Nieuwenhuizen heeft hierop gereageerd, maar wel in negatieve zin, dwz dat hij  de weg van de stille diplomatie niet ziet zitten. Trouwens 24 februari 2014 heb ik ook al een brief aan de burgemeester geschreven om de weg van de stille diplomatie te bewandelen. Op deze, ook aangetekend verzonden, brief heb ik nooit een antwoord mogen ontvangen  . Alle positieve inbreng van onze zijde door beide heren in de wind is geslagen, rest ons om de rol van de burgemeester in deze zaak stap voor stap na te gaan voor zover onze onderzoekgegevens reiken.
brieven_van_tom_de_booij.htm

----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

DE REDEN WAAROM HET OPENBAAR MINISTERIE HEEFT GEKOZEN VOOR DE WOONWAGENLOCATIE AAN DE DEUTERSESTRAAT OM IN DE VROEGE MORGEN VAN 31 OKTOBER 2013 MET GROOT MACHTSVERTOON BINNEN TE VALLEN EN DOOR MIDDEL VAN EXCESSIEF GEWELD 29 BEWONERS AAN TE HOUDEN.

Hierbij ga ik uit van de wijze waarop het Openbaar Ministerie vermoedelijk is uitgegaan bij het bepalen van de keuze van de woonwagenlocatie aan de Deutersestraat.

Er zijn sterke aanwijzingen  voor drugshandel en vuurwapenbezit door een of meer personen, waarbij het merendeel van de bewoners van de woonwagenlocatie Deustersestraat met een blanco strafblad worden gebruikt als een ideale dekmantel .( In een proces-verbaal van een bewoonster  van de woonwagenlocatie Deutersestraat, die een blanco strafregister heeft, staat geschreven, dat zij een ideale dekmantel vormde om , door illegale activiteiten  verkregen gelden, wit te wassen).

Verder heeft ook zeker een rol gepeeld: kleine gesloten familie gemeenschap, eigenaar van de grond, bezit van liquide geldmiddelen, vuurwapen bezit voor de jacht?. Kortom een overzichtelijk doel.

In dit verband  is interessant wat Pater Jan van Zandt mij schreef in mei 2014:
“Het woonwagencentrum aan de Deutersestraat is volgens mij het eerste woonwagencentrum in Nederland waarvan  indertijd de grond gekocht en bewoonklaar gemaakt is door de bewoners zelf. Het was een voorbeeld voor de woonwagenbewoners in Nederland tijdens turbulente tijd van de deconcentratie van de grote centra van hoe het ook anders kan”.

Het Openbaar Ministerie wordt tijdens de verhoren  van de aangehouden bewoners versterkt in haar dekmantel visie doordat het merendeel van de bewoners gebruik heeft gemaakt van de zwijgplicht. Hier komt een cultuurverschil tussen een burger en een reiziger om de hoek kijken. Een burger zal in het geval dat hij of zij volkomen onschuldig is, aan het hem of haar ten laste gelegde ernstige delict normaal gesproken, geen gebruik maken van zijn recht tot zwijgen. In de cultuur van de reizigers , zal hij of zij nooit en te nimmer iets zeggen, ook al is hij of zij totaal onschuldig en weet hij of zij wie de dader is, zelfs al heeft hij of zij daar alleen maar ellende van ondervonden. Het wordt  beschouwd als een DOODZONDE . Voor de verhorende ambtenaar, waarschijnlijk niet op de hoogte van deze traditie, zal gaan denken, dat bij het gebruik maken van het recht tot zwijgen de verdachte iets heeft om te verbergen.

De media hebben ook een duit in het zakje gedaan om kritiekloos uit te gaan van deze dekmantel visie.

Na de actie komt op 1 november 2013 het persbericht van het Openbaar Ministerie: Voorafgaand aan de actie is door betrokken partijen uitvoerig onderzoek verricht. Dat onderzoek heeft geleid tot twee actiedagen.  De actie is gecontroleerd en zorgvuldig uitgevoerd en is geschied onder toeziend oog van een rechter-commissaris .Op momenten dat het onderzoek geschorst was is gezorgd voor bewaking rondom het woonwagencentrum.

In de maanden november, december van het jaar 2013 werd er door de media uitgegaan van geslaagde actie van de overheid. Zo valt het doek over de inval van 31 oktober 2013.

Sinds het begin van dit jaar zijn de bewoners van de Deutersestraat en Tom de Booij begonnen met de Dekmantel visie van het Openbaar Ministerie aan te vechten. Na 8 maanden  van onderzoek is men gekomen tot de conclusie dat het Openbaar Ministerie een kapitale fout heeft gemaakt door de onnodige inzet van de Taskforce B5.  Het gaat hier niet of de bewoners zich hebben  schuldig hebben gemaakt aan overtredingen of misdrijven, maar alleen of de inzet van de Taskforce B5 met al haar verschrikkelijke gevolgen gerechtvaardigd is geweest. Of zoals de burgemeester het heeft geformuleerd tijdens de raadsvergadering van 17april jl: “De vraag is of een dergelijke zware actie gerechtvaardigd was moet beantwoord worden”.

In de maand augustus van dit jaar  heb ik namens de bewoners van de Deutersestraat  tevergeefs getracht door middel van aangetekende en persoonlijk gerichte  brieven aan de heer Rombouts (2x) en de heer Nieuwenhuizen de zaak te regelen via de stille diplomatie, met het verzoek hierop te reageren voor de 25ste augustus 2014 .  Alleen de heer Nieuwenhuizen heeft hierop gereageerd, maar wel in negatieve zin, dwz dat hij  de weg van de stille diplomatie niet ziet zitten. Trouwens 24 februari 2014 heb ik ook al een brief aan de burgemeester geschreven om de weg van de stille diplomatie te bewandelen. Op deze, ook aangetekend verzonden, brief heb ik nooit een antwoord mogen ontvangen  . Alle positieve inbreng van onze zijde door beide heren in de wind is geslagen.

Briefwisseling Tom de Booij (burger uit Soest en Bart van Nieuwenhuizen, hoofdofficier van Justitie)

Over het moment dat de strafzaken *) door het Openbaar Monsueriee  aan de rechter zullen worden voorgelegd is de hoofdofficier van  Justitie in de loop van de laatste maanden nog al van mening veranderd:
19 mei 2014: begin juni
24 juni 2014: geen termijn in zicht
18 augustus 2014: nog langere tijd in beslag nemen.
-------

*  De aangehouden bewoners van de woonwagenlocatie van de Deutersestraat op 31 oktober 2013 worden verdacht van de volgende artikelen van het wetboek van strafrecht: witwassen 420bis 420ter in verband met 47 en/of 48.( maximum straf 6 jaar en boete vijfde categorie).

 

SLOTWOORD:

Het lichamelijke leed  0en materiele schade toegebracht aan de bewoners van de Deutersestraat tijdens de inval van 31 oktober 2013  is,  ongeacht hun eventuele schuldigheid,  buitenproportioneel geweest. Uw raadslid mevrouw Visscher zei onder meer:”  De burgemeester geeft aan dat de actie gerechtvaardigd was maar dan nog is het buitenproportioneel. In een rechtstaat ga je niet zo met mensen om. (…). Geweren, gehoorkappen en afvoeren van ouders is voor kinderen niet goed om mee te maken.”.

Ik eindig dit drama met de volgende woorden:
"Het flagrante, hoogst misdadige onrecht dat de woonwagenbewoners is aangedaan op de vroege ochtend van donderdag 31 oktober 2013 kan zelfs met schadevergoedingen, teruggave van alle in beslag genomen goederen, veroordeling van alle voor de inval verantwoordelijke personen, plus de garantie dat de woonwagenbewoners nooit meer met zulk fysiek geweld worden aangevallen, temeer daar recentelijk de woonwagencultuur op de lijst van het Nederlands immaterieel erfgoed  is geplaatst, nooit de psychische schade aangedaan vergoeden tot in de lengte van hun levens, het zal als een litteken gegrift blijven bestaan".
--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Maar dan komt opeens de burgemeester Ton Rombouts 26 augustus 2013  met een rapport over de nazorg voor de bewoners.
Waaruit eens te meer blijkt, dat als je positieve gesprekken met hem hebt gevoerd, hij zich in zijn torentje terugtrekt en zich van een andere kant laat zien met  het verspreiden van grove leugens. Geef mij maar een hoofdofficier van Justitie Bart Nieuwenhuizen, waarmee ik het totaal oneens ben, maar dan weet je wat voor vlees je in de kuip hebt zitten. Een draaitol als Ton Rombouts is het kwaad kersen eten. (Ned. spreekwoord:

Artikel Omroep Brabant 26 en 27 augustus 2014

Kinderen na inval kamp Deutersestraat Den Bosch goed opgevangen'

DEN BOSCH - De gemeente Den Bosch heeft de opvang van de kinderen na de grote inval op het woonwagenkamp aan de Deutersestraat in Den Bosch vorig jaar zorgvuldig voorbereid en volgens plan uitgevoerd. Een gepensioneerd gemeenteambtenaar schrijft dat in een onderzoek dat de gemeente dinsdag publiceerde.Burgemeester Ton Rombouts liet de rol van de gemeente onderzoeken omdat hij was geschrokken van de verhalen van de boze woonwagenbewoners.
Een enorme politiemacht viel het kamp aan de Deutersestraat eind oktober binnen en nam alle 29 aanwezigen mee, inclusief zes jonge kinderen. Bewoners worden verdacht van witwassen van crimineel geld, maar iedereen was binnen een paar dagen weer vrij.
'Met kettingzagen binnengekomen'De woonwagenbewoners beklagen zich sinds de inval vooral over het optreden van de politie. Ze zeggen dat de politie bewapend met machinegeweren bij hun bed stond en dat ze met geweld naar buiten werden gesleurd en geblinddoekt werden afgevoerd. Woonwagens werden met springstof en kettingzagen vernield, aldus de bewoners.
Volgens het onderzoek bleven kinderen (van 9 maanden tot 13 jaar) bij hun moeder of werden ze opgevangen. In de nazorg is volgens het onderzoek door de instanties naar beste eer en geweten gehandeld.

(wat hierna komt is woensdag 27 augustus er aan toegevoegd nadat ik de kritiek op het artikel van de familie  Brummer*0 had toegestuurd)

'Eigen vlees gekeurd'
De onderzoeker constateert dat de inval impact heeft gehad op het dagelijks leven van de bewoners en dat zij zijn blijven zitten met vragen over de vorm en omvang van de inval. “De gemeente verkeert niet in de positie om daar iets aan te doen'', concludeert hij.
De woonwagenbewoners menen dat het onderzoek aan alle kanten rammelt en vol met fouten staat. "De slager heeft zijn eigen vlees gekeurd'', reageerde hun woordvoerder Tom de Booij dinsdagavond.

*)Kritiek van de familie Brummer

Rapport nazorg vol onwaarheden!
Na het lezen van dit rapport kunnen wij geen andere conclusie trekken dan dat het aan alle kanten rammelt. Het is eenzijdig, onvolledig en vol met fouten. De slager heeft zijn eigen vlees gekeurd. 
Uit de eerste alinea in het rapport “Aanleiding” staat te lezen dat de hele inval nog moet plaatsvinden in de nacht van 30 naar 31 oktober 2014
Punt1
: Nergens in het rapport is terug te lezen dat er twee oudere mensen in het ziekenhuis zijn beland, waarvan een langdurig. Ook over de oudere vrouw die haar bewust zijn verloor en in de ambulance bijkwam is niets terug te vinden. Hadden deze mensen geen nazorg nodig?
Punt 2:  Zorg voor minderjarigen: Volgens het draaiboek is op huisnummer 18 een kind van 2 maanden aanwezig (7 weken is nog geen 2 maanden). Er staat dat moeder en kind bij elkaar blijven en dat op het politiebureau aan de ouders wordt gevraagd aan wie zij de zorg willen overdragen. Moeder heeft echter niet geweten aan wie het kind is overgedragen omdat de baby uit de cel is gehaald en is overgedragen Door een agent. Moeder kon dus niet met zekerheid weten of dit de persoon was die zij had aangedragen. Later in dit rapport is de baby inmiddels 23 maanden oud.
Over de twee zusjes van 4 en 8 jaar en de jongen van 13 word ook niet de waarheid gesproken in dit rapport. Zo staat er te lezen dat de kinderen waren gekleed in pyjama en overjas. Dit is niet juist, de jongen weet 100% zeker dat hij geen jas aan had alleen een pyjama en slippers (31 oktober). Er staat ook te lezen dat de kinderen zijn gerustgesteld.  Het verhaal van de kinderen is dat er geen antwoord was op hun vragen en dat ze zich helemaal niet gerustgesteld voelden.  De jongen heeft nog nadrukkelijk gevraagd hem niet mee te nemen, maar hem naar de overkant van de straat te brengen waar familie van hem woont. Deze zelfde familie heeft op het moment van de inval gepoogd de kinderen op te halen maar werden tegen gehouden. Hieruit is dus op te maken dat er geen rekening is gehouden met de verzoeken van minderjarigen en de manier waarop hun vragen het beste beantwoord konden worden.
Punt 3: Overdracht van de kinderen aan familie of bekenden: Volgens het rapport zijn de drie kinderen in alle rust overgedragen op het politiebureau aan de vader van de zusjes. In werkelijkheid is dit niet zonder slagen of stoot gegaan. De kinderen waren ook helemaal niet op het politiebureau en lange tijd is voor familie van de kinderen onduidelijk geweest waar de kinderen zich bevonden.  Toen dit wel duidelijk was bleek het niet mogelijk om de kinderen mee te nemen,  verschillende familieleden hebben dit geprobeerd. Er is zelf gezegd dat de kinderen al weg waren terwijl dit niet het geval was. De vader van de zusjes is geëmotioneerd zijn dochters gaan halen, maar kreeg ze niet mee. Hij is daarop boos geworden heeft toen geroepen dat hij er genoeg van had. Hij heeft zijn dochters naar voren geroepen en gezegd ook de jongen mee te nemen. Na enige discussie is hij met de drie kinderen vertrokken. Met de moeder van de jongen is tijdens haar detentie nooit overleg geweest over opvang van de jongen. Sterker nog, de moeder heeft in de dagen van detentie helemaal geen informatie gehad over de verblijfplaats van haar zoon, zelfs niet toen ze daar herhaaldelijk naar bleef vragen. Daaruit valt te concluderen dat de betrokken instanties niet hebben kunnen weten of de jongen op de juiste plaats terecht was gekomen. 
Punt 4: Nazorg van alle betrokkenen: Het telefoonnummer waarover in dit rapport word gesproken was niet bereikbaar, en niet alle betrokkenen hebben dit nummer ontvangen.  Er zijn slechts een aantal mensen na de inval aangesproken en een paar mensen kunnen geen spreekbuis zijn voor een hele wijk. Zeker niet na zo een traumatische ervaring waarna mensen niet helemaal zich zelf zijn. In het rapport word ook meerdere malen gesproken over afwezigheid of niet bereikbaar zijn van bewoners. Over de gesprekken onder het genot van een bakje koffie dat de gemeente met enkele bewoners heeft gevoerd vind je in dit rapport niets terug. Over een 20 jarige jongen staat geschreven dat zijn situatie met medicatie was genormaliseerd.  Dus is het dan goed? Een gezonde 20 jarige onder de medicatie.
 

wordt vervolgd

 

----------------------------------------------------------------------------------------------------------

HET GROTE FEEST VAN DE UITREIKING VAN HET CERTIFICAAT VAN DE ERKENNING VAN DE
WOONWAGENCULTUUR ALS IMMATERIEEL ERFGOED

-----------------------------------------------------------------------------------------

Tom voor de politie rechter

Donderdag 4  augustus 2014 was de terechtzitting gepland om 14.15 uur, maar het was kwart voor vier toen ik  voor de politierechter mevrouw Mr M.M. Klinkenbijl (geboren juni 1957) kon verschijnen. Mij werd ten laste gelegd dat ik op 18 juni 2013 te Oss niet had voldaan aan een vordering van A.P.Verstraten, brigadier van Politieregio Brabant, om mij te verwijderen van (de toegangsdeur ) perceel Brasem nr.10. (art. 184 lid 1 van Strafrecht). Ik was het daarmee niet en vond dat ik aangehouden was in de woonwagen , aangezien het trapje waar ik op gezeten was, een wezenlijk onderdeel is van de woonwagen. Immers sinds het trekverbod geldt, heeft elke woonwagen wielen onder de wagen, afgeschermd door een houten strip, daardoor is een trapje nodig om in de wagen te komen. Het hoort bij de traditie van de woonwagencultuur.

"
De woonwagencultuur is kortgeleden erkend als Immaterieel Erfgoed Nederland. Op vrijdag 15 augustus 2014 tekent Piet van Assendorp, voorzitter van de Vereniging Behoud Woonwagencultuur in Nederland, het certificaat waarmee de tradities die behoren tot de Nederlandse woonwagencultuur op de Nationale Inventaris Immaterieel Cultureel Erfgoed Nederland geplaatst worden. Na ondertekening ontvangt Piet het schildje met het logo van de Nationale Inventaris uit handen van Ineke Strouken, directeur van het Nederlands Centrum voor Volkscultuur en Immaterieel Erfgoed (VIE). De plechtigheid zal plaatsvinden op het woonwagenkamp aan de Bleiswijkseweg 23a in Zoetermeer. "

De politie rechter volhardde in haar standpunt zodat ik een strafbeschikking kreeg van 50 euro. U kreeg het laatste woord en zag kans om haar de op tekst gestelde laatste woord met 2 bijlagen 60 A viertjes aan  te bieden. Het was een spannend moment want ik heb in mijn laatste woord de inval van de Deutersestraat erbij gehaald en dat had niets met deze rechtszaak te maken. Maar het is door haar aanvaardt. Ik had boven de tekst met de hand geschreven: EN MAINS. Aan Mevrouw Mr M.M.Klinkenbijl van Tom de Booij . Bij het overhandigen vroeg ik of zij het was. Ze zei: "ja,dat ben ik". Zij had  - aan het begin van de zitting - ook aan mij gevraagd of ik Tom de Booij was.

De politierechter vond het van mij een goede zaak om de rol van verdachte op te geven , nadat ik haar de volgende woorden uit de brief aan mij van de hoofdofficier Mr Nieuwenhuizen had voorgelezen. " U hebt echt geen strafzaak nodig om gehoord te worden. U hebt al vele malen bewezen dat u op uitstekende en mondige wijze uw mening kunt ventileren”.

Mijn allerlaatste woorden waren: "In mijn nieuwe rol zal ik Mr Nieuwenhuizen aanklagen". Hij is immers de verantwoordelijke ambtenaar voor de inval van de woonwagenlocatie aan de Deutersestraat waar gebleken is dat onnodig geweld is toegepast door de inzet van de Taskforce B".

Ik refereerde aan de titel van mijn laatste woord: " Hoe een laatste woord uitmondt in een requisitoir". Mevrouw Klinkenbijl las de titel nog eens voor en dat met een glimlach.

Tot slot vroeg ik hoe lang de zitting had geduurd. Men gaf als antwoord een kwartiertje. Eigenlijk nog te lang om zoals Mr Nieuwenhuizen in zijn brief aan mij had geschreven: "Het is jammer dat u het strafrecht moet gebruiken om te protesteren en om gehoord  te worden. Vele strafzaken liggen te wachten op een behandeling door de strafrechter en vele zaken verdienen voorrang vanwege de ernst van de  strafbare feite en/of de slachtoffers die er mee gemoeid zijn enzovoort en enzovoort. Het werk van de officier van justitie en de strafrechter staan onder hoge druk. De zittingscapaciteit is  beperkt en duur!

------------------------------------------------------------------------------
 

LAATSTE WOORD VAN DE VERDACHTE  T. DE BOOIJ VOOR POLITIERECHTER RECHTBANK OOST-BRABANT 4 AUGUSTUS 14.15 UUR. KENMERK 01-111834-13

Hoe een laatste woord uitmondt in  een requisitoir”.

“Vrij naar Multatuli : Bar(ber)tje  moet  hangen?”

Edelachtbare, Gebruikmakend van mijn recht als verdachte – artt 311 lid 4 – mag  ik een laatste woord tot U richten . Het bijzondere is dat dit mijn allerlaatste woord wordt in een rechtszaak  Want dank zij de schriftelijke woorden van de hoogste ambtenaar van het Openbaar Ministerie  van het Arrondissementsparket Oost-Brabant Mr A.J.A.M. Nieuwenhuizen, die mij in deze strafzaak als verdachte heeft aangemerkt, zal ik mij onthouden in de toekomst van het oneigenlijk gebruik van de rol van verdachte. In verband met mijn vraag in het proces-verbaal,  dat is opgemaakt door de rechercheur op het politiebureau tijdens mijn detentie, om te worden vervolgd door het door mij gepleegde misdrijf   te weten: lokaalvredebreuk van dit paleis van justitie op 19 mei jl, schreef 26 mei jl  mr Nieuwenhuizen  aan mij de volgende woorden:
“ Beste Mijnheer de Booij. Het is jammer dat u het strafrecht moet gebruiken om te protesteren en om gehoord  te worden. Vele strafzaken liggen te wachten op een behandeling door de strafrechter en vele zaken verdienen voorrang vanwege de ernst van de  strafbare feite en/of de slachtoffers die er mee gemoeid zijn enzovoort en enzovoort. Het werk van de officier van justitie en de strafrechter staan onder hoge druk. De zittingscapaciteit is  beperkt en duur! Ook een artikel 12 Sv procedure. Overigens kunt u een dergelijke procedure niet starten omdat een verdachte in beginsel geen  belanghebbende  omdat u geen objectief /bepaalbaar belang hebt bij een tegen u ingestelde strafvervolging. U hebt echt geen strafzaak nodig om gehoord te worden. U hebt al vele malen bewezen dat u op uitstekende en mondige wijze uw mening kunt ventileren”.
Deze woorden heb ik ter harte genomen en mijn rol als verdachte om onrecht te bestrijden tot het verleden ga laten behoren. Maar ik maak wel van deze gelegenheid gebruik om U te laten zien dat ik tijdens mijn leven met mijn rol als verdachte – toen ik nog niet werd gehoord – wel degelijk resultaat heb geboekt. Als eerste voorbeeld hiervan in bijlage 1 geef ik U mijn juridische strijd uit  de zeventiger jaren. Een korte samenvatting: 1973-1975 Mijn gerechtelijke procedures voor het oneigenlijk toe-eigenen van het dossier van een Baarnse burger die onterecht was opgesloten in een krankzinnigengesticht
1973
8 juni. Aangifte bij politie voor heling dossier van Baarnse burger
21 september. Rechtbank Utrecht eis: f 0.50 of één dag hechtenis voorwaardelijk met één maand proeftijd.
28 september. Rechtbank : vrijspraak. Openbaar Ministerie gaat in beroep (wel na heftige acties tegen de Officier van Justitie door hem te dwingen  hoger beroep aan te tekenen).
20 december. Gerechtshof Amsterdam: eis 200 gulden boete of 2 dagen hechtenis).
1974
3 januari. Gerechtshof: conform eis. Verzoek cassatie Hoge Raad.
8 oktober. Hoge Raad:  cassatie verzoek verworpen.
15 oktober. Diefstal van mijn dossier uit de Hoge Raad.
1975
11-13 december. Vonnis  van 3 januari 1974 2 dagen hechtenis uitgezeten in Huis van Bewaring in Utrecht.
12 december. Brief aan de President van de Hoge Raad der Nederlanden met aanvrage tot herziening van arrest 3 januari 1974 van Gerechtshof Amsterdam 1974.
24 december. Brief van de Hoge Raad der Nederlanden aan de Heer Dr T. de Booy.  Naar aanleiding van Uw verzoekschrift om herziening deel ik U mede, dat de normale gang van zaken met betrekking tot een aanvrage tot herziening niet mogelijk is. Het is U immers bekend, dat U zich het merendeel van de stukken in de strafzaak waarin het Gerechtshof te Amsterdam U op 3 januari 1974 tot f 200,- boete, subsidiair 2 dagen hechtenis heeft veroordeeld, hebt toegeëigend, toen U ter griffie van de Hoge Raad inzage nam van het dossier. Deze stukken dienen ter griffie van de Hoge Raad te worden terugbezorgd teneinde de behandeling van Uw verzoek mogelijk te maken. De voorzitter van de strafkamer Mr C.W. Dubbink.
31 december. Brief aan  voorzitter strafkamer Hoge Raad van Dr T. de Booij. Hierin wordt gesteld dat het dossier terug zal worden geretourneerd, indien er vervolging zal plaats vinden door het Openbaar Ministerie voor het verduistering van het onderhavige dossier.
(Het dossier bevindt zich momenteel onder nr 1373 van het Archief De Booij in het Stadsarchief Amsterdam).

Mijn tweede casus is in mijn rol als verdachte is de zaak: Inval woonwagenlocatie Deutersestraat 31 oktober 2013. U kunt een samenvatting lezen van mijn waarheidheidsvinding onderzoek naar de inval op 31 oktober 2013 onder deze link bijlage 2
Begin januari 2014 heb ik een video gezien van deze gewelddadige inval van de Taskforce B. Reden om mij daar ten volle voor in te zetten, met in mijn achterhoofd dat ik als verdachte de zaak aanhangig  kan maken. Het resulteerde door op  19 mei jl  een lokaal van het Paleis van Justitie in ’s-Hertogenbosch te bezetten, waardoor ik werd aangehouden en werd overgebracht naar het politiebureau in de hoop dat ik zou worden vervolgd.  26 mei 2014  heb ik aan de hoofdofficier Mr Nieuwenhuizen  een brief geschreven met de volgende woorden: “Mijn  lot ligt in uw hand.  U gaat mijn geval seponeren of u geeft mij de kans om een proces  in de rol als verdachte  te voeren.  Wanneer u de eerste mogelijkheid  zal toepassen, voel ik mij genoodzaakt om strafvervolging uit te lokken op basis van een ernstiger delict dan in art 139 Sr genoemde lokaalvredebreuk. Ik ga dan net zo lang door totdat ik via een strafproces alle verantwoordelijke overheidsdienaren voor de inval van de woonwagenlocatie Deutersestraat van 31 oktober 2013 onder ede kan horen.  Ik kan alvast wat warm lopen bij de politierechter van de rechtbank Oost-Brabant  op de zitting van 4 augustus 2014 om 14.15 parketnummer 01-111824-13. Mijn aanhouding in Oss kunt u op bekijken door op Google in te tikken “ÿoutube arrestatie Tom de Booij” of  “Hoogtevrees Tom de Booij”
Vervolgens kreeg ik een brief dd. 24 mei 2014 van de officier van justitie van het Arrondissementsparket Oost-Brabant met de volgende woorden:
“Geachte heer de Booij. Op mijn kantoor is een proces-verbaal binnengekomen, waarin u als verdachte bent aangemerkt. Inmiddels heb ik besloten u daarvoor niet verder te vervolgen. De reden hiervoor is dat naar mijn oordeel: uw gezondheidstoestand  een vervolging in de weg staat”.  Vervolgens heb ik  weer een brief gestuurd aan mr Nieuwenhuizen op 19 juni  2014: “Geachte Heer Nieuwenhuizen, Helaas heeft uw Openbaar Ministerie afgezien mij te vervolgen voor mijn misdrijf (artikel 139 WvSr) begaan maandag 19 mei jl. vanwege mijn gezondheid gesteldheid.  Het doel dat ik voor ogen had is U bekend. Het is daarom wel wrang dat het juist de reden voor het niet vervolgen de gezondheid gesteldheid bepaald geen rol heeft gespeeld bij de aanhouding van oudere personen met een slechte gezondheid tijdens de politionele actie van 31 oktober 2013. Mijn  laatste hoop is gevestigd op artikel 12 WvSv waar ik binnenkort gebruik van ga maken. “
Het antwoord van Mr Nieuwenhuizen op mijn brief  dd. 26 juni 2014 heb ik reeds geciteerd.  Maar de laatste zin uit zijn brief van 26 juni is voor mij van het grootste belang. “U hebt echt geen strafzaak nodig om gehoord te worden. U hebt al vele malen bewezen dat u op uitstekende en mondige wijze uw mening kunt ventileren”. Zoals ik al eerder in dit laatste woord heb gezegd, hebben deze woorden  van Mr Nieuwenhuizen  mij geïnspireerd om mijn rol als verdachte op te geven en over te gaan op de directe aanval.  Dit heeft al meteen zijn vruchten afgeworpen. Zo heeft Omroep Brabant mijn aanklacht in de vorm van een open brief aan het adres van de hoofdofficier Mr Nieuwenhuizen en burgemeester Rombouts in zijn geheel geplaatst. Omroep Brabant is het juist  geweest, die mij sinds januari 2014,  dat ik met mijn onderzoek naar de inval aan de Deutersestraat ben begonnen, mij  systematisch   heeft genegeerd.  
In  bijlage 2 geef ik U mijn resultaten van mijn waarheidsvinding onderzoek van de inval aan Deutersestraat van 31 oktober 2013.
Mijn laatste woord begint in mijn rol als verdachte  en eindigt in mijn nieuwe rol als aanklager. In mijn requisitoir stel ik dat het Openbaar Ministerie in april 2013 onjuiste informatie  -  tw verdenkingen van zeer ernstige verdenkingen van zeer ernstige misdrijven en  betrokkenheid bij georganiseerd criminaliteit heeft gegeven aan de burgemeester Rombouts. Op grond van deze informatie van het Openbaar Ministerie  heeft  op 15 april 2013  burgemeester Rombouts de woonwagenlocatie aan de Deutersestraat als een “vrijplaats” benoemd, hetgeen de inzet van de Taskforce B gerechtvaardigd  maakte. Op 5 september 2013 is onder leiding van officier van justitie te ’s-Hertogenbosch, mr. W. Mulder een opsporingsonderzoek gestart onder de naam MUMT”.  Bijna 2 maanden later heft dit geleid tot de gewelddadige inval van de woonwagenlocatie aan de Deutersestraat van 31 oktober 2013. Mr Nieuwenhuizen in zijn  hoedanigheid als hoofdofficier van justitie van het Arrondissementsparket  Oost-Brabant schreef mij op 26 februari het volgende: Er zijn namelijk speciale wettelijke procedures in het leven geroepen om zowel de handelwijze van het Openbaar Ministerie alsook de handelwijze van de politie, elk voor wat betreft hun eigen verantwoordelijkheid, te -laten- toetsen. Voor wat betreft de handelwijze van het Openbaar Ministerie komt de officier van Justitie op basis van het opportuniteitsbeginsel de beleidsvrijheid toe om als leider van het onderzoek vorm te geven aan een strafrechtelijk onderzoek. Alhoewel de onderhavige actie, zoals u door de persvoorlichtster werd medegedeeld, geschiedde onder toeziend oog van een rechter-commissaris, dient de officier van Justitie ten overstaan van de rechter volledige verantwoording af te leggen voor zijn/haar handelswijze, waarbij -behoudens de rechtmatigheid van het bewijs en de proportionaliteit en subsidiariteit van strafvorderlijke bevoegdheden- ook de algehele wijze waarop het onderzoek werd uitgeoefend aan het oordeel van de rechter is onderworpen.”
Maandag 19 mei jl.
heeft een gesprek plaatsgevonden in de college kamer van het stadhuis 's-Hertogenbosch. Aanwezig waren burgemeester van ’s-Hertogenbosch Ton Rombouts, de Hoofdofficier van Justitie mr. Bart Nieuwenhuizen, Popke Brummer ,Hannes Brummer Jr (13 j),Tom de Booij. Overeengekomen werd dat de centrale vraag die dient te worden gesteld : "Is de inzet van de Taskforce B5 wel gerechtvaardigd geweest indien zal blijken dat er geen sprake was van een georganiseerde criminaliteit?".

Dankzij  mijn waarheidsvinding onderzoek gestart 10 januari 2014, kan ik met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid stellen dat het antwoord op bovengenoemde vraag moet zijn:” De inzet van de Taskforce B5 is niet gerechtvaardigd  geweest”. Dit betekent dat de  burgemeester van ’s-Hertogenbosch en het Openbaar Ministerie medeverantwoordelijk  zijn aan het onnodige geweld dat is toegepast tijdens de inval  door de Taskforce B5.

Tot slot wil ik nog dit nog zeggen: "Het flagrante, hoogst misdadige onrecht dat de woonwagenbewoners is aangedaan op de vroege ochtend van donderdag 31 oktober 2013 kan zelfs met schadevergoedingen, teruggave van alle in beslag genomen goederen, veroordeling van alle voor de inval verantwoordelijke personen, plus de garantie dat de woonwagenbewoners nooit meer met zulk fysiek geweld worden aangevallen, temeer daar recentelijk de woonwagencultuur op de lijst van het Nederlands immaterieel erfgoed  is geplaatst, nooit de psychische schade aangedaan vergoeden tot in de lengte van hun levens, het zal als een litteken gegrift blijven bestaan".

Edelachtbare, dit  is het einde van mijn (aller) laatste woord.

---------------------------------------------------------------------------

WAARHEIDSVINDING INVAL DEUTERSESTRAAT DEN BOSCH 31 0KTOBER 2013

Op blauwe letters klikken verwijst naar uitgebreide correspondentie met vele instanties en personen van de overheid, die in het kader van het onderzoek zijn aangeschreven

--------------------------------------------------------------------------------------------------------

Archief familie de Booij
 

Inleiding.

In de komende tijd zal ik, Tom de Booij, op deze website dagboeken en herinneringen  van mijn voorouders, zowel van mijn vaders als moeder kant, weergeven.  Ik begin met het afdrukken van gedeelten uit het familieboek van het geslacht de Booij vervaardigd door mijn oom Chré de Booij. Hij is een zoon van de oudste broer van mijn grootvader  Chrétien Jean Gérard de Booij (Chrik genoemd). In dit boek worden mijn voorouders beschreven tot en met mijn betovergrootvader Christiaan de Booij (1789-1822). (Hoofdstuk 1). Zijn  oudste zoon Pierre Hubert Jean Alexander de Booij (1818-1897).(Hoofdstuk 2) De andere zoon van Christiaan : de notaris Chrétien de Booij (1820-1901).(Hoofdstuk 3) Vervolgens mijn overgrootmoeder zijn vrouw Adriana Johanna de Mol van Otterloo (1827-1882) (Hoofdstuk 4). Hierop volgen herinneringen en brieven  die de reeds genoemde Chrik de Booij schreef aan zijn ouders over zijn tijd in 1e en 2e Atjeh oorlog 1873-1878 (Hoofdstuk 5). Memories van James Marnix de Booij w.o. zijn tijd tijdens de verovering van Bali september 1906. (Hoofdstuk 6). De  herinneringen en dagboeken van mijn grootvader Hendrik de Booij. Herinneringen en fragmenten uit zijn dagboeken 1867-1964, herinneringen aan zijn deelname aan de derde Atjeh oorlog in de periode  1893-1895, als administrateur en bestuurslid Concertgebouw 1904-1951  als commissaris Algemeen Handelsblad 1920-1945, als secretaris en bestuurslid van  Noord-Zuid-Hollandse  Reddingmaatschappij 1906-1946,  (Hoofdstuk 7). Hierna wordt het leven van zijn echtgenote Hilda Gerarda de Booij-Boissevain weergegeven (Hoofdstuk 8).  Het leven van  mijn grootvader (van mijn moeders kant) Antonie Frederik Gooszen. Over zijn rol die hij heeft gespeeld bij het ontwerp van de vlootwet in 1920, die in oktober 1923  met een verschil van een stem is verworpen door de Tweede Kamer der Staten Generaal. Van 1923-1927 was Vice-admiraal A.F. Gooszen, Commandant Zeemacht van Nederlandsch Indië. In deze periode waren er Inlandse  opstanden, in november 1926 in Bantam (West Java ) en in januari 1927 in West Sumatra. Van 1930 -1952 was hij regeringscommissaris van de Koninklijk Paketvaart Maatschappij.(Hoofdstuk 9)  De dagboeken en herinneringen van mijn vader Hendrik Thomas de Booij tot 1924. De herinneringen van mijn vader van de periode van 1930-1963, dat hij bij de Redding-Maatschappij werkte. (Hoofdstuk 10) Mijn moeder Ottolina Hendrika Gooszen (1898-1983) (Hoofdstuk 11) . De levensloop van mijn oom,  de broer van mijn vader, Alfred de Booij. Ten tijde van de muiterij van de pantserdekschip Hr.Ms. De Zeven Provinciën  bevond Luitenant ter zee 1e klasse Alfred de Booij zich in Soerabaja. Daar kreeg hij van de Commandant der Zeemacht te Batavia de opdracht een rapport samen te stellen over de moeilijkheden met het Indonesische personeel, waarvan sommigen de muiterij op de Hr. Ms. De Zeven Provinciën hadden geïnstigeerd. (Hoofdstuk 12).  Zelf ben ik begonnen met herinneringen en dagboeken over mijn leven. (Hoofdstuk 13) Wordt vervolgd                    

Inhoudsopgave familie archief de Booij

1.  Het geslacht de Booij  Fragmenten  uit het boek over het geslacht de Booij van Chré de Booij: Enige gegevens over het geslacht Arents de 
     Booy gedurende de laatste vier eeuwen. Tot met Christiaan de Booij 1789-1822.

 

2. Pierre Hubert Jean Alexander de Booij (1818-1897)

 
Pierre Hubert Jean Alexander de Booij

3 C.J.G. de Booij (1820-1901)

 
Chrétien Jean Gérard de Booij

4. Adriana Johanna de Booij - de Mol van Otterloo (1827-1882)
    Echtgenote van Chrétien Jean Gérard de Booij. Haar voorouders: de familie de Mol van Otterloo

    
A.J. de Booij - de Mol van Otterloo

5.  Chretien Jean Gerard de Booij. (1853-1934) Oudste zoon van Chrétien Jean Gérard de Booij(Sr)Herinneringen en brieven aan zijn ouders over zijn
      deelname aan de eerste en tweede Atjeh oorlog 1873-1878

   
        C.J.G de Booij

6.  James Marnix de Booij (1885-1969). Oudste zoon van Chrétien Jean Gérard de Booij (Jr)
    Zijn memoires, w.o. zijn tijd tijdens de verovering van Bali september 1906.

    
         J .M. de Booij

7. Hendrik de Booij (1867-1964).
    Herinneringen en fragmenten uit zijn dagboeken. Herinneringen aan zijn deelname aan de derde Atjeh oorlog in de periode
    1893-1895,. Concertgebouw 1904-1951, Algemeen Handelsblad 1920-1946, Reddingmaatschappij 1906-1946,

   
          H. de Booij     

8. Hilda Gerarda de Booij-Boissevain  Echtgenote van Hendrik de Booij  Haar voorouders : de families Boissevain, Mac Donnell, Moylan, Graves. Zie ook link met haar correspondentie  met Kartini  en het manifest van Kartini:  Geef den Javaan Opvoeding. Over haar voorzitsterschap van het Montessori Lyceum in Amsterdam (Zie link Montessori Lyceum Amsterdam in de oorlogsjaren)

   
  H.G. de Booij-Boissevain

9.  Antonie Frederik Gooszen (1869-1955) 
    Zijn levensloop. In 1920 voorzitter commissie ontwerp programma van Marine-materialen.
    van 1923-1927 (Vlootwet). Commandant Zeemacht Nederlandsch Indië van 1930-1952 Regeringscommissaris
    Koninklijke Paketvaart
    Maatschappij.
In de tekst wordt verwezen  naar de volgende bijdragen:
     a. De integrale tekst van de brochure van Jhr. H.C. van der Wijck: Onze Koloniale Staatkunde (1865) 
     b. Samenvatting van het boek van I.F.M. Salim: Vijftien jaar Boven-Digoel. Concentratiekamp in Nieuw Guinea 
        Bakermat  van de  Indonesische
 onafhankelijkheid 
     c. Artikel van G. Jungslager over A.F. Gooszen in de bundel Kopstukken uit de krijgsmacht
     d. Stamboom van de families Gooszen, Peereboom Voller, Turk, Buteux

     
         A.F. Gooszen  

10. Hendrik Thomas de Booij    Dagboek en herinneringen tot 1924. Herinneringen van zijn periode bij de (K) Noord- en Zuid-          Hollandse   Redding-Maatschappij 1930-1963

    
           H.Th. de Booij 

11.Ottolina Hendrika Gooszen (in bewerking)
     Echtgenote van Hendrik Thomas de Booij.

     
       O.H. de Booij-Gooszen

12 Alfred de Booij 1901-1997
     Levenloop. In l933 krijgt de Booy van de Commandant Zeemacht in Ned. Indië  de opdracht een rapport samen te stellen
     over de moeilijkheden met het Indonesische personeel, waarvan sommigen de muiterij op de Hr. Ms. De Zeven Provinciën hadden    
     veroorzaakt. In de tekst wordt verwezen naar de volgende bijdragen.   
      a.
Muiterij 1933 op de Zeven Provinciën, met o.a. Herinneringen van de Gouverneur-generaal van Nederlandsch Indië  Jhr. Mr. B.C. de Jonge
      aan de muiterij op de Zeven
Provinciën.
 
      b.
Maud Boshart's verhaal over zijn deelname aan de muiterij op de Zeven Provinciën

    
            A. de Booij
 
13  Tom de Booij. dagboek 1924-1930; 1930-1939; 1940-1946 ;
 


              T. de Booij

 

 

-----------------------------------------------------------------------------

 

-------------------------------------------------------------------------------------------------
ACTIES TEGEN HET WOONWAGENBELEID VAN DE OVERHEID

 
Links: Voor het bezoek van Klompen Jan aan Ministers Spies van Binnenlandse Zaken, 10 september 2012.
Rechts: Voor de woonwagen van Jan Timmerman in Zoetermeer Minister van Wonen en Rijksdiens Stef Blok op bezoek, 7 november 2013

-------------------------------------------------------------------------------------------------------------

STADSARCHIEF AMSTERDAM:
Presentatie Archief  De Booij.
 

In de hal van het Stadsarchief Amsterdam 18 oktober 2012

Inhoudsopgave
1. Proloog
2. Inleiding
3. (Voor) ouders
4. Jeugdjaren 1924-1939
5. Oorlogsjaren 1940-1945 
6.  Studiejaren 1945-1954
7. Bergklimmen 1952-1965
8. Familieleven
9. De woelige jaren zestig 1965-1969
10. Actiejaren 1970 -
11.  Golfleraar 1980-1996
12. Acties behoud reizigerscultuur 1974-  
13. Website Egoproject  1999-H

--------------------------------------------------------------------------------------------------------