Woensdag 23 juli 2014

De dag in rouw is waarin de hoop verborgen ligt dat gevoel weer een belangrijker rol mag geen spelen waarin juist dit zo zeer ontbreekt in deze jachtige samenleving waar de roep om altijd meer en nog een meer met ons aan de haal gaat en dat daarmee het meest kostbare dat het leven op deze dunne schil van leefbare ruimte rondom de stenen bol ons te bieden heeft dreigt op te raken en dat is de levensbrengende 'zuurstof'.( zo maar een gedachte van een geoloog).

----------------------------------------------------------------

 

Artitkel in Omroep Brabant 21 juli 2014

Maandag 21 juli 2014 hebben we een email gestuurd aan de burgemeester en de hoofdofficier om ze op de hoogte te brengen van de open brief die wij zaterdag jl op deze site hebben geplaatst.

Geachte burgemeester Rombouts. Na  rijp beraad met de heren Popke en Hannes Brummer, zijn wij tot de conclusie gekomen om de weg  van de stille diplomatie te verlaten en genoodzaakt door de uiterst teleurstellende mededelingen van U en de hoofdofficier Nieuwenhuizen om de weg van de media te kiezen.  Als bijlage van deze brief ziet U de tekst van een open brief aan U beiden is gericht en  die ik op mijn website Egoproject heb geplaatst en daarvan enkele media  in kennis gesteld.  Wij hadden liever de oude weg gekozen van stille diplomatie (zie mijn schrijven aan  U van 18 januari 2014 en aan mijn schrijven aan de hoofdofficier Nieuwenhuizen – strikt vertrouwelijk – dd 19 juni 2014).(zie bijlage 2 en 3 ) maar ons geduld is – na lang wachten  en stil gezwegen en toch niet gekregen – opgeraakt. Tom de Booij, de belangenbehartiger van de bewoners van de woonwagenlocatie Deutersestraat Den Bosch.

Zijn woordvoerder de heer Loonakker  deelt ons mede dat de burgemeester met vakantie is. In de media vernamen wij dat hij zijn vakantie heeft onderbroken ivm de vliegtuigramp,

Geachte heer Nieuwenhuizen, na  rijp beraad met de heren Popke en Hannes Brummer, zijn wij tot de conclusie gekomen om de weg  van de stille diplomatie te verlaten en genoodzaakt door de uiterst teleurstellende mededelingen van U en burgemeester Rombouts  om de weg van de media te kiezen.  Als bijlage van deze brief ziet U de tekst van een open brief aan U beiden is gericht en  die ik op mijn website Egoproject heb geplaatst en daarvan enkele media  in kennis gesteld.  Wij hadden liever de oude weg gekozen van stille diplomatie (zie mijn schrijven aan de burgemeester van 18 januari 2014 en aan mijn schrijven aan U – strikt vertrouwelijk – dd 19 juni 2014).(zie bijlage 2 en 3 ) maar ons geduld is – na lang wachten  en stil gezwegen en toch niet gekregen- opgeraakt

Zijn woordvoerster mevrouw L.van der Oord schreef ons dat de heer Nieuwenhuizen pas 11 augustus  van vakantie terugkeert.

Tom de Booij heeft 25 mei 2014 een  brief geschreven aan de hoofdofficier van justitie Bart Nieuwenhuizen die een stelling naar voren brengt die wel eens de  reden zou zijn geweest waarom bij de inval op de woonwagenlocatie aan de Deutersestraat van 31 oktober 2013 zoveel geweld is gebruikt en onschuldige mensen als ware criminelen op beestachtige wijze zijn afgevoerd. 
Hieronder volgen enkele passages uit mijn brief:
Na alles wat ik sinds 10 januari 2014 gehoord en gelezen heb, begint zich een scenario op te doemen wat er vermoedelijk  gebeurd zou kunnen zijn.  De volgende werkhypothese wil ik u hierbij schetsen. Het is gebaseerd op zeer speculatieve veronderstellingen.   Centraal staat daarbij de vraag of de inzet van de Taskforce B5 gerechtvaardigd was bij de keuze van de woonwagenlocatie Deutersestraat. Ik citeer een passage die hier op ingaat:
Door het RIEC ZWN is op regionaal niveau en onder regie van de Integrale Stuurploeg Oost-Brabant een raamplan gemaakt voor de aanpak van vrijplaatsen, anders gezegd handhavingsknelpunten. Naar aanleiding hiervan is besloten een aantal handhavingsknelpunten te selecteren voor een integrale aanpak. Een van deze handhavingsknelpunten is het woonwagencentrum aan de Deutersestraat in 's-Hertogenbosch. Met vrijplaatsen c.q. handhavingsknelpunten worden volgens het ministerie van Binnenlandse Zaken bedoeld de locaties waar 'effectief overheidsingrijpen wordt belemmerd en waar dit leidt tot maatschappelijk ongewenste situaties.  Naar aanleiding van onder andere bovenstaande gegevens werd door de Burgemeester van 's-Hertogenbosch op 15 april 2013 het woonwagencentrum aan de Deutersestraat als "vrijplaats" benoemd, als bedoeld onder de punten 1.7 en 1.8 van het convenant Taskforce B5 betreffende de geïntegreerde criminaliteit van de B5-gemeenten met de partners. Op 5 september 2013 is onder leiding van officier van justitie te 's Hertogenbosch, mr. W. Mulder een opsporingsonderzoek gestart onder de naam MUNT.”

Uit een gesprek dat wij op dinsdag 15 april 2014 in het stadhuis met burgemeester Rombouts  hadden,  bleek al spoedig dat hij ongelukkig was met zijn besluit de Taskforce in te zetten.  De burgemeester ging zelfs zo ver door te zeggen dat er zoveel zwaarwegende argumenten door het Openbaar Ministerie waren ingebracht dat hij wel moest toegeven aan de wens om de woonwagenlocatie Deutersestraat als vrijplaats te benoemen.  In de maanden januari, februari en maart heb ik de burgemeester brieven geschreven waarop ik geen antwoord heb gekregen. Zelfs niet op mijn  aangetekende vertrouwelijke brief dd 24 maart 2014, waarin ik een voorstel doe van een soort stille diplomatie om de zaak met de bewoners van de Deutersestraat te regelen, buiten de publiciteit.  In de raadscommissie Bestuurszaken van donderdag 17 april 2014 verandert echter de zienswijze van de burgemeester. Hierbij citeer ik uit het conceptverslag van de Commissie Bestuurszaken van 17 april 2014 :
“Portefeuillehouder Rombouts is onder de indruk van de verhalen. Hij heeft op 15 april jl. op initiatief van de heer Van der Krabben gesproken met een delegatie van de bewoners, de heer De Booij en Popke en Hannes Brummer. Hij heeft respect voor de inzet van de heer De Booij.  Er heeft een grote actie plaatsgevonden op het kamp aan de Deutersestraat. Daarvoor had het openbaar ministerie aanleiding. Het maakte onderdeel uit van het beleid van de taskforce om de georganiseerde criminaliteit in Brabant terug te dringen. Aan de actie lagen zware verdenkingen ten grondslag. Het openbaar ministerie had besloten om de actie in gang te zetten. Daarover wordt dan met de andere partners in Brabant overleg gevoerd en met het ministerie van Veiligheid en Justitie. Dat heeft tot een integrale actie geleid, niet alleen van het OM maar ook van de Belastingdienst, defensie en andere gemeenten. Het is ook in de lokale driehoek, dus ook met spreker, besproken. Hij heeft zich laten overtuigen dat er voldoende aanleiding en zware verdenkingen waren voor de actie. Hij neemt ook geen afstand van het feit dat de actie heeft plaatsgevonden. Daarover wil hij volledig verantwoordelijkheid afleggen”.

 

In tweede termijn::
“Portefeuillehouder Rombouts wil de komende tijd laten zien dat hij burgervader voor iedereen wil zijn want hij is ook geschrokken van de verhalen. Hij is voor de inval op hoofdlijnen over de verdenkingen geïnformeerd. Ook na de actie heeft hij geen details gekregen over de uitkomst. Hij zegt toe te proberen dat er een integraal verslag van de gang van zaken wordt opgesteld. De bewoners kunnen altijd een klacht indienen bij het OM over het optreden. Hij is verbaasd dat dit niet is gebeurd.*) Hij wil zich inspannen om meer te doen dan alleen een gesprek en na te gaan of volledig inzicht gegeven kan worden hoe de instellingen hebben gewerkt en of het op deze manier moest. De vraag is of een dergelijke zware actie gerechtvaardigd was moet beantwoord worden “.
Einde citaat conceptverslag Commissie Bestuurszaken.

*) De bewoners hebben gewacht met het indienen van klachten tot ons gesprek van 19e mei jl. Ze beginnen 29 mei a.s met klachtenprocedure.

De burgemeester vraagt zich dus af of de keuze van de Deustersestraat juist is geweest, zoals deze omschreven staat in de brief dd 31 oktober 2014 die aan de bewoners in de directe omgeving van de woonwagenlocatie Deutersestraat is geformuleerd: “Deze actie past in de bredere aanpak van de Taskforce B5 om de georganiseerde criminaliteit als georganiseerde overheid te bestrijden. Versteviging van de gezamenlijke informatiepositie heeft geleid tot de keuze van deze locatie”.

Nu komt mijn speculatieve hypothese::”Er waren sterke aanwijzingen  voor drugshandel en vuurwapenbezit door een of meer personen, die de bewoners van de woonwagenlocatie Deustersestraat met een blanco strafblad hebben gebruikt als een goede dekmantel . Reden waarom iedereen is aangehouden en verdacht wordt van  deze ernstige misdrijven.  Vele bewoners hebben zich tijdens hun verhoor beroepen op hun zwijgplicht.  Hier kont nu het cultuurverschil tussen een burger en een reiziger om de hoek kijken. Een burger zal in het geval dat hij of zij volkomen onschuldig is aan het hem of haar ten laste gelegde ernstige delict normaal gesproken geen gebruik maken van zijn recht tot zwijgen. In de cultuur van de reiziger zal hij of zij nooit en te nimmer iets zeggen ook al is hij of zij totaal onschuldig en weet hij of zij wie de dader is, zelfs al heeft hij of zij daar alleen maar ellende van ondervonden. Het wordt  beschouwd als een DOODZONDE . Voor de verhorende ambtenaar, waarschijnlijk niet op de hoogte van deze traditie, zal misschien gaan denken, dat bij het gebruik maken van het recht tot zwijgen de verdachte iets heeft om te verbergen. Ik denk dat daardoor het OM nog steeds twijfelt aan de onschuld over hun betrokkenheid bij de genoemde ernstige delicten.

In  dit verband wil ik citeren wat hun vroegere huisarts Dr Keur als pater Jan van der Zandt hebben geschreven over de bewoners van de woonwagenlocatie Deutersestraat:
Dr Keur: “
Ruim dertig jaar, vanaf 1971, ken ik als huisarts da familie Brummer, grootouders, kinderen, kleinkinderen en benevens aangetrouwden, zoals die heden ten dage aan de Deutersestraat te 's- Hertogenbosch woont. Ook na mijn pensionering heb Ik nog contact met verschillende leden van deze familie gehouden. Eind oktober 2013 heeft er met veel machtsvertoon, in het kader van handhaving, een inval door verschillende overheidsinstanties plaatsgevonden op hun wooncentrum op de Deutersestraat. Enkele dagen na deze inval, en vanwege het feit dat mij berichten bereikten van ernstig getraumatiseerde mensen door deze inval, besloot ik zelf het wooncentrum van de familie Brummer te bezoeken. Vanwege de beveiliging koste het enige moeite om op het centrum te komen. Op het wooncentrum werd ik geconfronteerd met de sporen van een mijns inziens ernstige toepassing van geweld en buitenproportionele vernieling in het kader van handhaving. Hoewel ik mijn leven veel heb gezien kon ik mijn ogen nauwelijks geloven, zodoende heb ik het een en ander fotografisch vastgelegd. Uit gesprekken met enkele bewoners, die er waren (nog niet alle bewoners waren weer aanwezig) bleek mij, dat zij zonder uitzondering ernstig geestelijk getraumatiseerd waren. De situatie kwam bij mij zo ernstig over dat ik onmiddellijk hun huisarts op de hoogte heb gesteld. De volgende dag ben ik met hun huisarts (collega P. van Rooij) terug gegaan. Hij was onmiddellijk overtuigd van de ernst van de geestelijke traumatisering van enkele van de familieleden Brummer waarmee hij sprak.
Onmiddellijk heeft hij een psychiater ingeschakeld. De vraag lijkt mij gerechtvaardigd of de overheid in het kader van handhaving een zo buitenproportionele intimiderende actie, waarbij mensen volledig gedepersonaliseerd en geestelijk getraumatiseerd werden en waarbij bovendien hun eigendommen zwaar werden beschadigd op een manier waarbij ook jonge kinderen ernstig lichamelijk letsel had kunnen overkomen, niet volstrekt doorgeschoten en onverantwoord is. Waarschijnlijk hebben de betrokken overheidsinstanties zich te veel door stigmatisering van een bepaalde groep Nederlanders (woonwagenbewoners) en negatieve beeldvorming van deze groep laten leiden.

Pater Jan van der Zandt:
“Het woonwagencentrum aan de Deutersestraat is volgens mij het eerste woonwagencentrum in Nederland waarvan  indertijd de grond gekocht en
bewoonklaar gemaakt is door de bewoners zelf. Er is toen goed gecommuniceerd
tussen de gemeente en de landelijke overheid, de eigenaar van de grond en
subsidiegever, en de nieuwe bewoners als nieuwe eigenaren. Het was een voorbeeld voor de woonwagenbewoners in Nederland tijdens turbulente  tijd van de deconcentratie van de grote centra van hoe het ook anders kan. Het verwondert mij dat die goede communicatie hier nu compleet is verdwenen en dat de overheid  groot geweld moet gebruiken om opnieuw met deze zelfde
bewoners te communiceren. Mijn vraag is waarom hebben degene (schuldeisers of 'wethouders') die hebben gedacht in het krijt te staan met de bewoners van het wijkje aan de Deutersestraat geen gebruik gemaakt van de normale communicatiemiddelen om hun boodschap over te brengen? Waarom grijpt de overheid naar zo'n groot geweld? Als tweede wil ik een uitdrukkelijk beroep doen op de overheid om onschuldige mensen, zoals kinderen nooit te betrekken bij zulke invallen. Als er schuldigen moeten worden aangehouden mag dat nooit ten koste gaan van de kinderen en de onschuldige mensen in de nabijheid ervan. Er zijn genoeg andere vreedzamere oplossingen te bedenken en te ontwikkelen”
Einde citaten van Dr Keur en pater Jan van der Zandt.

Het begint voor mij steeds duidelijker te worden dat door de bewoners van de woonwagenlocatie met een blanco strafregister te verdenken van drugshandel en/of vuurwapens gebaseerd  is geweest op een onjuiste aanname en derhalve een inzet van de taskforce B5 niet gerechtvaardigd zou zijn geweest.
Einde citaten uit  mijn brief van 26 mei 2014.

Wat voor mijn stelling zou pleiten is dat  het Openbaar Ministerie nu 9 maanden na de inval zegt dat er geen zicht is op de termijn waarop de strafzaken aan de rechter kunnen worden voorgelegd. Tot slot wil ik nog dit nog zeggen: "Het flagrante, hoogst misdadige onrecht dat de woonwagenbewoners is aangedaan op de vroege ochtend van donderdag 31 oktober 2013 kan zelfs met schadevergoedingen, teruggave van alle in beslag genomen goederen, veroordeling van alle voor de inval verantwoordelijke personen, plus de garantie dat de woonwagenbewoners nooit meer met zulk fysiek geweld worden aangevallen, temeer daar recentelijk de woonwagencultuur op de lijst van het Nederlands immaterieel erfgoed  is geplaatst, nooit de psychische schade aangedaan vergoeden tot in de lengte van hun levens, het zal als een lidteken gegrift blijven bestaan".

--------------------------------------------------------------------------------------------

 Zaterdag 19 juli 2014

Open brief aan burgemeester van 's-Hertogenbosch  Ton Rombouts en hoofdofficier van het Arrondissementsparket Oost Brabant mr Bart Nieuwenhuizen

Mijne Heren, Ter uwer herinnering  hier een korte samenvatting van het gesprek dat heeft plaatsgevonden in de college kamer van het stadhuis 's-Hertogenbosch maandag 19 mei jl. Aanwezig waren burgemeester van ’s-Hertogenbosch Ton Rombouts, de Hoofdofficier van Justitie mr. Bart van Nieuwenhuizen, Popke Brummer ,Hannes Brummer Jr (13 j),Tom de Booij. In de brief van de gemeente Den Bosch op de dag van de inval in de woonwagenlocatie Deutersestraat 31 oktober 2013 aan de bewoners in de directe omgeving  hadden gestuurd, staat de volgende zin : Deze actie past in de bredere aanpak van de Taskforce B5 om de georganiseerde criminaliteit als georganiseerde overheid te bestrijden. Versteviging van de gezamenlijke informatiepositie heeft geleid tot de keuze van deze locatie.  De centrale vraag die nu gesteld dient te worden. "Is de inzet van de Taskforce B5 wel gerechtvaardigd geweest indien zal blijken dat er geen sprake was van een georganiseerde criminaliteit?". De beide heren Ton Rombouts en Bart Nieuwenhuizen waren het met Popke Brummer en Tom de Booij eens dat het hier alles om draait. De heer Nieuwenhuizen kon hier nog geen uitsluitsel op geven, aangezien hij met zijn staf nog druk bezig is met het opstellen van het strafdossier en hoopt daarmee eind mei klaar te zijn'.

Hoe staan de zaken - vandaag precies 2 maanden later - er voor?
1. De Burgemeester heeft zijn beloofde bezoek aan de woonwagenlocatie aan de Deutersestraat op 10 juli 2014 opgeschort . Wij kunnen opmaken uit het bericht van de heer Loerakker (woordvoerder van burgemeester) dat het bezoek alleen maar zou gaan over de zorg en nazorg. In het bericht wordt geen woord gerept over het grote onderzoek dat de burgemeester zou instellen betreffende de agressieve gewapende inval, hetgeen trauma's veroorzaakt heeft bij de kinderen en alle andere bewoners.

2. De hoofdofficier schreef Tom de Booij een brief dd 24 juni 2014 waarin hij stelt dat er GEEN ZICHT is op een termijn waarop de strafzaken aan de rechter kunnen worden voorgelegd.
 
 Uit deze twee punten komt de vraag naar voren die we aan beide heren zouden willen stellen:

 Aan de burgemeester: "wat is de ware reden dat u niet gekomen bent de 10 juli?
 Aan de hoofdofficier: "wat is de ware reden dat u geen zicht heeft op de
 termijn waarop de strafzaken aan de rechter kunnen worden voorgelegd?

Aan beiden: Zoudt U ons kunnen mededelen wat de stand van
zaken is in beide strafrechtelijke onderzoeken.  De verdachten (resp. de
bewoners van de Deutersestraat en de politie ambtenaren die de inval
pleegden) hebben immers er recht op om op de hoogte gehouden te worden van de stand van zaken mbt het strafrechtelijke vooronderzoek.  Dat geldt ook
voor de slachtoffers: de bewoners van de Deutersestraat die aangifte hebben
gedaan.
 

Zou het zo maar kunnen zijn dat U beiden de centrale vraag , die we overeengekomen  zijn  tijdens ons gesprek van 19 mei jl, zou moeten antwoorden met de woorden, dat het inzetten van de Taskforce B5  NIET gerechtvaardigd was, aangezien het  hier geen georganiseerde criminaliteit betrof ?  *)

 (Opmerkelijk is dat na de inval van 31 oktober 2013  tot 3 maal toe in beslag genomen goederen, waaronder gouden trouwringen, laptops, mobieltjes, zijn teruggegeven).

 Wij zouden graag antwoord op deze vragen willen hebben, en wel op korte termijn, en wel voor 4 augustus 2014. De woonwagenbewoners wachten al sinds maanden op een eerlijk antwoord.

 Tom de Booij

 De belangenbehartiger van de bewoners van de woonwagenlocatie-
 Deutersestraat Den Bosch.

*) Alle aangehouden bewoners van de woonwagenlocatie van de Deutersestraat op 31 oktober 2013 werden verdacht van de volgende artikelen van het wetboek van strafrecht: witwassen 420bis 420ter in verband met 47 en/of 48.( maximum straf 6 jaar en boete vijfde categorie). Nu bijna 9 maanden later zegt het Openbaar Ministerie nog geen zicht te hebben op het moment dat de rechter er over moet beslissen. Het wordt steeds duidelijker dat de rechter vrijspraak zal geven voor de verdachten. Het Openbaar Ministerie staat dan met lege handen en zal zich dan zelf voor de rechter moeten verantwoorden waarom de aanhoudimg met zoveel geweld (Taskforce B5) is gebeurd. (Wat zei Van Speijk ook weer?)

-----------------------------------

WAARHEIDSVINDING INVAL DEUTERSESTRAAT DEN BOSCH 31 0KTOBER 2013

Op blauwe letters klikken verwijst naar uitgebreide correspondentie met vele instanties en personen van de overheid, die in het kader van het onderzoek zijn aangeschreven

 

--------------------------------------------------------------------------------------------------------

Erkenning van de woonwagencultuur door het Nederlands Centrum voor Volkscultuur en Immaterieel Erfgoed (VIE), die het volgende persbericht heeft uitgegeven:
 

"De woonwagencultuur wordt erkend als Immaterieel Erfgoed Nederland
Op vrijdag 15 augustus 2014 tekent Piet van Assendorp, voorzitter van de Vereniging Behoud Woonwagencultuur in Nederland, het certificaat waarmee de tradities die behoren tot de Nederlandse woonwagencultuur op de Nationale Inventaris Immaterieel Cultureel Erfgoed Nederland geplaatst worden. Na ondertekening ontvangt Piet het schildje met het logo van de Nationale Inventaris uit handen van Ineke Strouken, directeur van het Nederlands Centrum voor Volkscultuur en Immaterieel Erfgoed (VIE). De plechtigheid zal plaatsvinden op het woonwagenkamp aan de Bleiswijkseweg in Zoetermeer.
De Vereniging Behoud Woonwagencultuur in Nederland wil de tradities van de woonwagenbewoners levend houden in Nederland. Het bestuur van deze vereniging heeft daarom het initiatief genomen deze tradities voor te dragen om als immaterieel erfgoed van de Nederlandse woonwagenbewoners te plaatsen op de Nationale Inventaris. In het erfgoedzorgplan hebben ze acties opgenomen om de cultuur te behouden en de tradities door te geven aan volgende generaties.
Toen in de loop van de 19e eeuw het wegennet in Nederland verbeterde ontstond ook de groep ‘reizigers’: al rondtrekkend met hun wagen boden zij hun koopwaar of hun diensten aan. Het ging niet om Roma of Sinti, maar om Nederlandse arbeiders die in tijdelijk verband werkten of een ambacht uitoefenden. Overheden streefden er echter naar om dit rondtrekken te verbieden en uiteindelijk, in de jaren na de Tweede Wereldoorlog, werden woonwagenbewoners op grote, regionale centra ondergebracht. Dit trekverbod heeft de woonwagenbewoner in het diepst van zijn hart geraakt. Hierdoor konden zij steeds minder hun oorspronkelijke beroepen uitoefenen. Recent volgde de strategie om de grote kampen te splitsen in kleine woonwagenlocaties. Hier was het leven in familieverband redelijk mogelijk, mits het kamp kon 'meegroeien' met het groter worden van de families.
De cultuur van reizigers – woonwagenbewoners - uit zich in vele opvattingen, gewoonten en gebruiken die afwijken van de cultuur van de niet-woonwagenbewoners - de burgers. Dit kan verklaard worden door het feit dat de woonwagenbewoners in de loop der tijden een steeds meer geïsoleerde positie hebben gekregen ten opzichte van de burgermaatschappij. Met als kernelementen de sterke familieband en de grote onderlinge solidariteit.
De cultuur wordt sterk bepaald door het familieverband, niets is zo belangrijk als het bij elkaar kunnen wonen en dagelijks contact met elkaar hebben. De meest specifieke uiting van deze cultuur is de wooncultuur, het gevoel van het wonen in een wagen is gebleven, ook al is de wagen nauwelijks meer mobiel. Het wonen in familieverband wordt echter onmogelijk als een gemeente een uitsterfbeleid hanteert. De nieuwe generatie is dan gedwongen om in ‘een stenen huis’ te gaan wonen, verspreid over een stad of dorp. De Vereniging Behoud Woonwagencultuur is bang dat als gevolg van dit beleid de cultuur van de woonwagenbewoners verloren zal gaan. Daarom zet de Vereniging zich in om de vele tradities in stand te houden en door te geven aan de toekomst.
De Nationale Inventaris Immaterieel Cultureel Erfgoed is een lijst van tradities in Nederland. Het doel ervan is om immaterieel erfgoed in Nederland zichtbaar te maken. Mensen kunnen zelf hun traditie voordragen voor opname op deze lijst. De inventaris komt voort uit ondertekening van het UNESCO Verdrag ter Bescherming van het Immaterieel Cultureel Erfgoed door Nederland in mei 2012. Het VIE coördineert de samenstelling van de Nationale Inventaris.

Noot voor de redactie:
Voor meer informatie over het UNESCO verdrag en de Nationale Inventaris Immaterieel Cultureel Erfgoed in Nederland kunt u contact opnemen met het Nederlands Centrum voor Volkscultuur en Immaterieel Erfgoed (VIE) via immaterieelerfgoed@live.nl of 030-2760244.
Voor meer informatie over de woonwagencultuur en inlichtingen over het bijwonen van de uitreiking kunt u contact opnemen met Jan Timmerman, 06 18801544; Piet van Assendorp, 06 51123332. De uitreiking van het certificaat vindt plaats op 15 augustus a.s., op het woonwagenkamp aan de Bleiswijkseweg in Zoetermeer.

einde persbericht

Sinds dit persbericht is verschenen, hebben de media over het algemeen positief gereageerd.

Archief familie de Booij
 

Inleiding.

In de komende tijd zal ik, Tom de Booij, op deze website dagboeken en herinneringen  van mijn voorouders, zowel van mijn vaders als moeder kant, weergeven.  Ik begin met het afdrukken van gedeelten uit het familieboek van het geslacht de Booij vervaardigd door mijn oom Chré de Booij. Hij is een zoon van de oudste broer van mijn grootvader  Chrétien Jean Gérard de Booij (Chrik genoemd). In dit boek worden mijn voorouders beschreven tot en met mijn betovergrootvader Christiaan de Booij (1789-1822). (Hoofdstuk 1). Zijn  oudste zoon Pierre Hubert Jean Alexander de Booij (1818-1897).(Hoofdstuk 2) De andere zoon van Christiaan : de notaris Chrétien de Booij (1820-1901).(Hoofdstuk 3) Vervolgens mijn overgrootmoeder zijn vrouw Adriana Johanna de Mol van Otterloo (1827-1882) (Hoofdstuk 4). Hierop volgen herinneringen en brieven  die de reeds genoemde Chrik de Booij schreef aan zijn ouders over zijn tijd in 1e en 2e Atjeh oorlog 1873-1878 (Hoofdstuk 5). Memories van James Marnix de Booij w.o. zijn tijd tijdens de verovering van Bali september 1906. (Hoofdstuk 6). De  herinneringen en dagboeken van mijn grootvader Hendrik de Booij. Herinneringen en fragmenten uit zijn dagboeken 1867-1964, herinneringen aan zijn deelname aan de derde Atjeh oorlog in de periode  1893-1895, als administrateur en bestuurslid Concertgebouw 1904-1951  als commissaris Algemeen Handelsblad 1920-1945, als secretaris en bestuurslid van  Noord-Zuid-Hollandse  Reddingmaatschappij 1906-1946,  (Hoofdstuk 7). Hierna wordt het leven van zijn echtgenote Hilda Gerarda de Booij-Boissevain weergegeven (Hoofdstuk 8).  Het leven van  mijn grootvader (van mijn moeders kant) Antonie Frederik Gooszen. Over zijn rol die hij heeft gespeeld bij het ontwerp van de vlootwet in 1920, die in oktober 1923  met een verschil van een stem is verworpen door de Tweede Kamer der Staten Generaal. Van 1923-1927 was Vice-admiraal A.F. Gooszen, Commandant Zeemacht van Nederlandsch Indië. In deze periode waren er Inlandse  opstanden, in november 1926 in Bantam (West Java ) en in januari 1927 in West Sumatra. Van 1930 -1952 was hij regeringscommissaris van de Koninklijk Paketvaart Maatschappij.(Hoofdstuk 9)  De dagboeken en herinneringen van mijn vader Hendrik Thomas de Booij tot 1924. De herinneringen van mijn vader van de periode van 1930-1963, dat hij bij de Redding-Maatschappij werkte. (Hoofdstuk 10) Mijn moeder Ottolina Hendrika Gooszen (1898-1983) (Hoofdstuk 11) . De levensloop van mijn oom,  de broer van mijn vader, Alfred de Booij. Ten tijde van de muiterij van de pantserdekschip Hr.Ms. De Zeven Provinciën  bevond Luitenant ter zee 1e klasse Alfred de Booij zich in Soerabaja. Daar kreeg hij van de Commandant der Zeemacht te Batavia de opdracht een rapport samen te stellen over de moeilijkheden met het Indonesische personeel, waarvan sommigen de muiterij op de Hr. Ms. De Zeven Provinciën hadden geïnstigeerd. (Hoofdstuk 12).  Zelf ben ik begonnen met herinneringen en dagboeken over mijn leven. (Hoofdstuk 13) Wordt vervolgd                    

Inhoudsopgave familie archief de Booij

1.  Het geslacht de Booij  Fragmenten  uit het boek over het geslacht de Booij van Chré de Booij: Enige gegevens over het geslacht Arents de Booy gedurende de laatste vier eeuwen. Tot met Christiaan de Booij 1789-1822.

 

2. Pierre Hubert Jean Alexander de Booij (1818-1897)

 
Pierre Hubert Jean Alexander de Booij

3 C.J.G. de Booij (1820-1901)

 
Chrétien Jean Gérard de Booij

4. Adriana Johanna de Booij - de Mol van Otterloo (1827-1882)
    Echtgenote van Chrétien Jean Gérard de Booij. Haar voorouders: de familie de Mol van Otterloo

    
A.J. de Booij - de Mol van Otterloo

5.  Chretien Jean Gerard de Booij. (1853-1934) Oudste zoon van Chrétien Jean Gérard de Booij(Sr)Herinneringen en brieven aan zijn ouders over zijn deelname aan de eerste en tweede Atjeh oorlog 1873-1878

   
        C.J.G de Booij

6.  James Marnix de Booij (1885-1969). Oudste zoon van Chrétien Jean Gérard de Booij (Jr)
    Zijn memoires, w.o. zijn tijd tijdens de verovering van Bali september 1906.

    
         J .M. de Booij

7. Hendrik de Booij (1867-1964).
    Herinneringen en fragmenten uit zijn dagboeken. Herinneringen aan zijn deelname aan de
    derde Atjeh oorlog in de periode 1893-1895,. Concertgebouw 1904-1951, Algemeen
    Handelsblad 1920-
1946, Reddingmaatschappij 1906-1946
,

   
          H. de Booij     

8. Hilda Gerarda de Booij-Boissevain  Echtgenote van Hendrik de Booij  Haar voorouders : de families Boissevain, Mac Donnell, Moylan, Graves. Zie ook link met haar correspondentie  met Kartini  en het manifest van Kartini:  Geef den Javaan Opvoeding. Over haar voorzitsterschap van het Montessori Lyceum in Amsterdam (Zie link Montessori Lyceum Amsterdam in de oorlogsjaren)

   
  H.G. de Booij-Boissevain

9.  Antonie Frederik Gooszen (1869-1955) 
    Zijn levensloop. In 1920 voorzitter commissie ontwerp programma van Marine-materialen.
    van 1923-1927 (Vlootwet). Commandant Zeemacht Nederlandsch Indië van 1930-
    1952 .Regeringscommissaris  Koninklijke Paketvaart Maatschappij.
In de tekst wordt
     verwezen  naar de volgende bijdragen:
     a. De integrale tekst van de brochure van Jhr. H.C. van der Wijck: Onze Koloniale
     Staatkunde (1865) 
     b. Samenvatting van het boek van I.F.M. Salim: Vijftien