Dagboeken 1909-1964 van Hendrik de Booij
De originelen
van dit dagboek zijn ondergebracht in het familie archief De Booij dat zich bevindt in het Stadsarchief van de gemeente Amsterdam onder nr 1423. Deze dagboeken zijn recentelijk gedigitaliseerd (ruim 10.000 scans). Deze zijn op te vragen of te in te zien, zie de website van het Stadsarchief. en bijgevoegd.
Een van de ruin 10.000 scans van het dagboek van mijn
grootvader, zoals deze zijn op te vragen in het Stadsarchief van Amsterdam
Hier volgen fragmenten uit deze dagboeken uitgetikt en
voorzien van commentaren door mijn tante Engelien de Booij.
Er zijn gedeelten van de dagboeken opgenomen, die al zijn ondergebracht in de
hoofdstukken: Concertgebouw 1904-1951, Algemeen Handelsblad 1920-1950,
Reddingmaatschappij 1906-1946. Eveneens in de dagboeken van mijn vader H.Th De
Booij, van mijn oom Alfred de Booij als in mijn eigen dagboeken tot en met
1964. In het hoofdstuk over mijn grootmoeder Hilda de Booij- Boissevain komen
ook enkele passages voor uit de dagboeken van mijn grootvader. Desondanks heb ik
gemeend er goed aan et doen om de gehele tekst - door mijn tante Engelien
overgetikt- van de mijn grootvaders dagboeken op te nemen, om daarmee een
compleet overzicht te geven van zijn leven. Enkele foto's heb ik hierbij
gevoegd die niet voorkomen in hoofdstukken die ik hiervoor al heb genoemd heb
.
1 9 0 9
27/11/09. Heden mijn dagboek begonnen. Ik ben 42 jaar oud, ben thans
schoolopziener in het arrondissement Amsterdam IV, secr. van de N. en Z.Holl.
Reddingmaatschappij, gedeleg. lid v/h bestuur van het Concertgebouw en lid van
de Raad voor de Scheepvaart.
Vandaag bij Oyens geweest om over Mengelberg te spreken. Het is een moeilijk
ding, de omgang met onzen Willem Mengelberg. Van Ogtrop is daarvoor allerminst
geschikt. Ik zal trachten een vergadering te krijgen in het Concertgebouw na het
concert van morgen en Oyens moet er bij zijn om Ogtrop in toom te houden.
Hedenavond uitvoering Toonkunst, Ein deutsches Requiem van Brahms en het Te Deum
van Diepenbrock. Diepenbrock heeft het Te Deum omgewerkt, de instrumentatie
zwaarder gemaakt en is er nu gans niet mee tevreden. 't Werk van een jaar of
langer!Vandaag 't plan van onze nieuwe motorreddingboot ingekomen van Goedkoop.
Prijs f 2300 ruim.
29/11/09. Gisteren 's middags concert en 's avonds weer D. Requiem en Te Deum.
Wat te veel muziek. Mevr. Noordewier zong schitterend, mooier dan ik ooit
gehoord had. Er is veel meer gevoel in hare stem gekomen. Na het concert met
Mengelberg en de solisten etc. op de solistenkamer conferentie over het
Pensioenfondsconcert. Onze Willem wordt dan vooral door mensen als Mevr. Beukers
aangebeden. Lieve Willem mag toch vooral niet werken, lieve Willem mag zich niet
teveel inspannen enz. Het is geen wonder dat zo'n man onhebbelijk wordt. Ik
bestelde 2 flessen champagne en wij dronken op zijn gezondheid en wensten hem
een goede reis naar Rusland. Vader en moeder Mengelberg waren er ook bij.
Vanmorgen de jongens lastig, daardoor laat aan het ontbijt. Tom
in tranen omdat zijn bretel stuk was.
30/11. Gisteren W. Mengelberg naar Frankfurt, komt niet hier terug voor na
afloop van zijn Russische reis. De Hagenaars krijgen 2 concerten, Rasse als
dirigent en in de andere steden en A'dam dirigent Dopper.
Gisteravond comedie met Tilly en Hilda. Een Huwelijk onder Lodewijk XV van de
troep van Verkade in de Hollandsche schouwburg. per rijtuig heen en terug -
lekker. Tilly is snoezig. Het was een aardig stuk, goed gespeeld, vooral Alice
Plats (wie is zij eigenlijk?) en Verkade waren uitstekend. Nogal veel over
Elisabeth [Boehm-Van Endert] gepraat. Tilly vroeg mij in het rijtuig of
ik haar een zoen had gegeven te Utrecht. Maar ik denk dat Hilda het haar al
verteld had. Tilly heeft te Frankfurt Elisabeths zuster Katinka ontmoet. Tilly
gelooft dat Elisabeth wel niet bij haar man zal blijven. Mevrouw
Boeken moet haar erg aanbidden en jaloersch zijn. Geen wonder!
Thuis nog wat nagesproken en Moezelwijn gedronken. Tilly en ik worden nu wel
meer vertrouwelijk ook na de geschiedenis met Elisabeth.
Van zoenen gesproken. Mevr. Thomberg is het huis van Diepenbrock binnengedrongen
en heeft hem hartstochtelijk omhelsd - dat het zo klapte - wegens het Te Deum.
Zij is één brok natuur die mevr. Thomberg, maar ik hoop dat zij mij nooit
uitkiest voor haar omhelzingen. Veel kans is er niet op omdat ik geen Te Deums
maak. Vanavond eten bij Fons Diepenbrock. Met Ouwehand
gaat het heel slecht.
1 december. Gisteravond juist op tijd om 6 uur bij Diepenbrock. Hilda kwam iets
later. Daar gegeten met de dames Ament, die een reis naar Indië gaan doen.
Zeer gezellig. Diepenbrock vindt de kwestie Kuyper heel
onbelangrijk.
(De z.g. lintjeskwestie. Abraham Kuyper, toen minister van Binnenlandse Zaken,
zou hebben bevorderd dat R. Lehmann, die geld in de partijkas van de
Anti-Revolutionnaire partij had gestort, een ridderorde kreeg)
Vindt het heel natuurlijk dat hij een decoratie aan Lehmann heeft
gegeven voor f 10.000 (langs een omweg), immers
partijbelang is bij hem staatsbelang. D. vindt het optreden van Tydeman treurig.
Lang gepraat over muziektoestanden, mijn overgang uit Marine in
muziek, concertgebouwconflict, Mengelberg, Freyer, Jan Steen enz. enz.
3 dec. Vannacht hard gestormd. De wind is hedenmorgen weer ruimende. Harde wind
- storm. Gisteren vergadering Reddingmaatschappij voor het eerst onder leiding
van Den Tex. Het blijkt dat mijn werken als secretaris op prijs wordt gesteld.
Dat doet mij plezier. Ik verklaar mij bereid voorlopig alles te blijven doen
zolang Ouwehand nog leeft (Kapitein W. Ouwehand, inspecteur van
het materieel).
Voor tafel grote vechtpartij tussen Tom en Alfi. Laatstgenoemde
wordt er op school van beschuldigd dat hij Piet Muntendam zou verteld hebben dat
St. Nicolaas niet bestaat. Hij ontkent het echter ten stelligste. Vandaar
ontevreden stemming en vechtpartij, waarbij hij Tom de lampetkan naar het hoofd
heeft gegooid. De verhouding tussen Tom en Alfi is niet zoals ik die zou wensen,
d.w.z. Tom is niet vertrouwelijk genoeg met Alfi, heeft niet genoeg invloed op
hem. Alfi is soms raadselachtig, maar een ventje waar heel veel bij zit. De
zware storm heeft op mijn gebied geen schipbreuken ten gevolge gehad. Het weder
is bedaard.
9 december. Naar Ouwehand, die gisterenavond en nacht heel veel bloed is
kwijtgeraakt. Ik vind hem uitgeput, erg moe, stervende. Hij bedankt mij en
zegt dat hij zo prettig heeft samengewerkt met mij, dat ik altijd zo aardig ben
geweest en op zulk een ongekunstelde wijze, dat ik me gegeven heb net als ik
was. Hij draagt mij het geld af wat hij nog in kas had van de
Reddingmaatschappij, spreekt over een pensioen voor zijn weduwe, hij zwaait net
vrij van de vermogensbelasting. Dan zegt hij mij, dat een wagen die gerepareerd
wordt door Taat, naar Vlieland dorp moet en de boot te Schiermonnikoog moet
vernieuwd worden en nog een, meen ik. Ik zal hem wel missen.
15 december. Olga zegt, wijzende op haar portret: "I always is looking cross,
but I is not looking cross to other people, only to myself".
Donderdag 29 dec.09. Ouwehand hebben wij op 17 dec. te Katwijk begraven. De arme
man heeft vreeselijk geleden. De kist werd gedragen door de bemanning der
reddingboot. Bootsman v.d.Plas en alle roeiers met hoge hoeden. Zijn sterfdag
was onze koperen bruiloft. Nu hebben wij weer de kinderpartij achter den rug.
Wij hadden een 70tal kinderen gevraagd in de kleine zaal van het Concertgebouw
en het was een bijzonder gezellige avond. Tom danste de hele avond met een
gelukkig gezicht, Alfie minder, óók met een gelukkig gezicht. Op een stoeltje
tegen den muur zat met een hoogsternstig rampzalig gezicht Jantje den Tex, die
kinderpartijen afschuwelijk vindt. (Jan den Tex,
1899-1984, zoon van Gideon Mari, 1870-1916 en Anna Maria Boissevain, 1872-1924.
Later bekend als schrijver van de biografie van Johan van Oldenbarnevelt.)
31 december. De secretaris van het Oranjekruis is mij komen
vragen lid te worden van die bond. De Prins is natuurlijk niet tevreden als hij
geen aanraking heeft met de Reddingmaatschappij. Ik kan niet weigeren,
vind het in zekere zin wel aardig, als het mij niet in moeilijkheden brengt met
de Reddingmaatschappij. Wil er alleen maar in zitten als "De Booy", niet als
bestuurder van de Reddingmaatschappij. Ethel Gorner, die nu bij ons is, is een
aardig meisje. Zij is als een dochter van ons. Op Drafna onthullingen
betreffende Groddeck. Wat zijn vrouwen toch raadselachtige wezens. Komt het
doordat zij steeds in "verdrukking" zijn geweest, zooals Hilda zegt, of zijn ze
van nature "minderwaardig"? Ik weet het niet.
(Mijn ouders hebben in de tijd dat de drie oudste
kinderen jong waren herhaaldelijk Engelse meisjes in huis gehad, o.a. om de
kinderen die taal bij te brengen. Ethel Gorner werd later verpleegster in het
Burgerziekenhuis te Amsterdam, maar bleef steeds in contact met de familie.
Groddeck was een psychiater in Zürich. Hij was een tijd lang
verbonden aan het sanatorium van Bircher-Benner aldaar, waar Olga van
Stockum-Boissevain een tijd lang gekuurd heeft, evenals enkele van haar zusters,
onder wie mijn moeder, maar in haar tijd was Groddeck al vertrokken. Zijn
vrouwelijke patiënten stonden sterk onder zijn invloed)
1 9 1 0
1910. Vrijdag 14 januari. Ik ga vanavond naar de komedie - een Duitse
operette - met mevr. Lily Hafgren-Waag. Wat een aardig aantrekkelijk mensch. 24
jaar. niet bepaald mooi, maar een gezicht waar veel in zit. Ze heeft gisteren
prachtig gezongen, liederen van Wagner. Hilda is op de repetitie van Toonkunst.
De cricketclub van Tom heeft nu een reglement. Een van de artikelen is: "de
leden betalen geen contributie" en een ander: "de leden zullen elkaar in nood en
dood bijstaan." Tom komt er straks op kantoor afslagjes van maken. Ik krijg
opperschipper Kon. Marine Van de Poll als assistent. 't Kan geloof ik niet
beter. Heb 11 januari vergadering gehad Oranje Kruis in het Kon. Paleis in Den
Haag. De Prins voorzitter. Hij is niet erg intelligent maar een aardige goede
kerel. Ik mag hem wel. Lily Hafgren is amusanter

Lily Hafgren, zangeres
15 januari, zaterdag. Gisterenavond met mevr. Lily Hafgren naar de
Stadsschouwburg. Der Graf von Luxembourg - een Weense operette. Lily Hafgren is
een Zweedse, heeft een interessant guitig gezicht met een schelmse lieve
uitdrukking in haar ogen. In de schouwburg waren: de heer en mevr. Cremer [en
vele anderen], die er wellicht wel over zullen kletsen dat ik met de zangeres
van het Concertgebouw en zonder Hilda in de Schouwburg zat. Thuisgekomen heb ik
gezellig met haar in de salon gezeten, foto's bekeken tot Hilda thuiskwam en
daarna kwam Mengelberg van de repetitie van het koor. Toen hadden wij een
gezellig heerlijk souper. Lily Hafgren is nog naar boven geweest om naar de
jongens te kijken. Tom is wakker geworden en heeft tegen haar gelachen. Om twee
uur bracht ik haar naar het American Hotel.
(Waarschijnlijk was zij de zangeres waarover mijn moeder vertelde: "Eens was er
een zangeres, die kwam ook bij ons thuis en is zelfs naar de jongens gaan
kijken. Han wilde naar de trein om afscheid te nemen met mooie bloemen. Die
hielp ik hem kopen en ik ging ook mee naar de trein. Bij het vertrek zei ze
tegen mij:"Sie sind eine raffinierte Frau", wat mij veel genoegen deed".)

Jan Olieslagers 1883- 1942, vliegtuig pionier
23 october l9l0. Er is verbazend veel gebeurd sinds ik het laatst het dagboek
inschreef. Ik heb er te weinig in geschreven. Als ik eens een eigen kamer heb
thuis zal dat wel anders worden. Hilda is 14 oct. jl. in de ziekenverpleging
Prinsengracht geopereerd van blindedarm door Prof. Rotgans. Hoe dankbaar zijn
wij allen dat dit goed is afgelopen. Zij vertrekt morgen naar Drafna om geheel
op krachten te komen. Met het vliegen gaat het vooruit. Chavey is over de
Simplon gevlogen, zelf echter te Domodossola landende van geringe hoogte
gevallen en is gestorven aan de verwondingen. Een Clement Bayer ballon is (van
het slappe systeem) van Compiègne in Frankrijk naar Londen gekomen en is daar
aangekocht door het Engelse gouvernement. De Hollander Wijnmalen heeft het
hoogterecord 2800 meter. Dudok van Heel heeft gevlogen. Feith heeft gevlogen. De
ongelukken worden dunkt mij meer zeldzaam. Er is revolutie geweest in Portugal.
Koning Manuel is met moeder en grootmoeder gevlucht. Hij was blijkbaar een
weinig betekenend jongmens. Nu is zonder veel moeite de Republiek tot stand
gekomen. Manuel zit nu in Engeland, dat hij kort geleden nog als Koning van
Portugal had bezocht.
24 october. Ik heb heden Hilda met de auto van de Ziekenverpleging Prinsengracht
naar Drafna gebracht. Alles uit Hilda's kamer meegenomen, ook de blindedarm in
een flesje. Wij reden kalm om niet te schokken en waren ongeveer 4 uur op Drafna
waar moeder al buiten stond om ons op te wachten. Daarna ging ik weder terug,
sneller dan ik gekomen was, was ongeveer 5 u. 15 thuis, betaalde f
24,50. Een autotocht is altijd nog ietwat gevaarlijk, maar we zijn ook wat dat
betreft veel vooruitgegaan. Hoe zal het met de vliegerij gaan.
20 november. 9 nov. heb ik met Goedkoop de Brandaris naar Terschelling gebracht,
de volgende morgen ging Goedkoop weder terug naar Amsterdam, ik bleef en oefende
10, 11, 12 november met stormweder met de Brandaris. Deze hield zich uitstekend.
Dat zijn aangename herinneringen in een mensenleven. Toen wij het Thomas Smitgat
uitkwamen door de branding, gingen op de sleepboot die er buiten lag alle mutsen
en petten in de hoogte. Vanavond toverlantaarn voor de kinderen.
Ik moet 21 dec. een voordracht houden in de Alg. Vergadering
Oranjekruis te den Haag. De Prins is er bij en de hele rommel. Wij hebben een aardig
stelletje kinderen. Gelezen: The invisible man van Wells.
Een heerlijk boek.
1 9 1 1
Januari. De jongens lezen druk in de boeken van Carl May, prachtige
Indianenboeken, waarvan zij elk woord geloven. Het is vermakelijk hun
enthousiaste gesprekken aan te horen. Lange discussies. Ik zeg dat de Comanches
beter en eerlijker zijn dan de Apachen. Dit vinden zij belachelijk.
Olga moet ik tegenwoordig iedere avond een verhaaltje vertellen.
7 januari. Ik heb mijn kas opgemaakt. Heb gevonden dat ik dit jaar f
11280.- heb verdiend en f. 11139 uitgegeven.
Wij zijn dezer dagen verhuisd van 151 naar 165 Verhulststraat (bovenhuis). Dit
is ons derde huis in de Joh. Verhulststraat. Onlangs geboren: Djeuke Machteld
Hilda Boissevain van Charles en Marie en Willem de Beaufort van Fik en Teau. Ik
zou het wel aardig vinden als wij een vierde kind kregen.
10 februari 1911. Vandaag Raad voor de Scheepvaart,
onderzoek stranding Erica. Interessant. Heb Rotgans betaald f 500.- Dat is niet zo
duur voor een 1e klasse professor. Ons bovenhuis Joh. Verhulststraat bevalt ons
uitstekend, het is heel wat aangenamer dan 151 en ook dan 111. Het is het derde
huis in deze straat in 7 jaar. Ik ben nu bijna 7½ jaar uit de Marine. Tom is
enthousiast Padvinder. De kinderen hebben het tegenwoordig heel wat aardiger dan
toen wij jong waren.
13 febr. '11. Gisteren naar Zeeburg gewandeld met mr. Peereboom, substituut
off.v.justitie om de Padvinders te zien werken. Flink gelopen. Gepraat over de
toenemende criminaliteit- onzedelijkheid - opheffing bordelen - homosexualiteit,
exhibitionisme en dergelijke vrolijke zaken.
's Middags visite bij verschillende mensen die niet thuis waren. Generaal van
Heutz en mevr. thuis, gezellig gepraat over Indië, over de Roosebooms, het
Paleis enz. Wat kwam die tijd in Buitenzorg mij weer levendig voor den geest.
15 februari. 's Middags vergadering Padvindersorganisatie. Ik word benoemd tot
penningmeester. Er zal veel takt en flinkheid nodig zijn om dit vaartuig in zijn
koers te houden. Mijn indruk is dat Dr. Helder, onze plaatselijke voorzitter,
een sukkel is. Gunning is ook bij de vergadering. Ik begin dien man hoe langer hoe
meer te respecteren. (
Johannes Hermanus Gunning JWzn, 1859-1951, door zijn tweede huwelijk met
Elisabeth Antonia Boissevain een aangetrouwde neef van Hilda de Booy-Boissevain).

J.H. Gunning 1859-1951
In de laatste tijd loopt hier te A'dam een man rond in huzarenuniform, echter
zonder knopen en sporen, die een brochure verkoopt, waarin hij verklaart
indertijd onschuldig te zijn veroordeeld tot gevangenisstraf.
28 februari. Vandaag gewerkt aan mijn jaarverslag Onderwijs. 't Is heel weinig
zaaks, ik zal trachten het volgende jaar er wat meer van te maken. Maar Gunning
is zo verrukt over mij, dat het wel wat kan lijden. Gisterenmiddag muziek
gemaakt met M. van Mill, plotseling kwam Jan Enschedé, lange gesprekken over
klassieke opvoeding. Hij is nu min of meer gebrouilleerd met zijn vader, want
toen hij geboren werd noemde men hem Johannes, dwz. de 7de Johannes in de zaak.
En nu wil hij er niet in. Hij is ook niet geschikt om aan het hoofd van een
drukkerij te staan. Een heel besluit voor dien jongen.
Diepenbrock gesproken die er zeer verbaasd over is dat wij Alfred viool willen
laten leren. Waarom? vraagt hij dan, echt op z'n Diepenbrocks.
Ethel en Olga waren vandaag ook op Drafna, kwamen om 6 uur thuis. Olga rook erg
naar vieze sigarenrook en toen bleek eindelijk dat ze 3de roken hadden gereisd.
Daar had Olga kalm met haar fijne gezichtje gezeten naast een werkman die
sigaren van tien voor een dubbeltje rookt. Ze was helemaal doortrokken van rook
en stonk bepaald.
Hilda en ik zeggen van tijd tot tijd tot
elkander dat dit de gelukkigste tijd van ons leven is.
1 maart. Er is een 3de Padvinderstroep gevormd, namelijk te Wageningen, met een
andere belofte. Hoe zal dat aflopen met die Padvindersbeweging? Heb vandaag den
gewezen huzaar weer met de brochures zien lopen. Hij heeft een gemeen gezicht.
8 maart. Heb zaterdag 4 mrt met Hilda de uitvoering Toonkunst bijgewoond. Had
erge slaap en heb een goed gedeelte van de avond geslapen. "Das Paradies und die
Peri". Daarna huldiging van Mengelberg wegens zijn 12½ jarig dirigentschap van
het koor,
een onbeschrijflijk taaie avond. Mengelberg had 's avonds als cadeau
gekregen een portret van hemzelf dat dan moet geschilderd worden door mevrouw Thérèse van Tuyll Schwartze. Of hij ooit zal zitten betwijfel ik.
Maandag 6 maart was het afscheid van Th. Rijken te Nieuwediep. Kolonel van
Asbeck hield een zeer treurige toespraak. Rijken werd flink op het hart gedrukt
dat hij het geld dat hij kreeg niet mocht verdrinken enz. enz. Kolonel van
Asbeck is gepasseerd voor vlagofficier, grote consternatie. Ik had dit nooit
gedacht.
Gisterenavond hadden wij een dinertje: Maus en mevr. de Beaufort, Emile en
Loutje den Tex-Heldring, Mia Boissevain, Gie den Tex, allen om te ontmoeten
Lorentz, den man die het eerst het Sneeuwgebergte van Nieuw Guinea heeft
bestegen. Een gezellige aardige kerel. Hij had zeeofficier kunnen geweest zijn,
zou ik vroeger gezegd hebben. Tom en Alfred waren als Atjehers opgetuigd en
zeiden ieder een vers op. Lorentz bleef bij ons slapen.

H.A.Lorentz (Links
achter) Nieuw Guinea expeditie 1903
27 maart. Gisteren in het Concertgebouw de 1e van Mahler gehoord. Ik sliep enige
malen in, dit moet toch daaraan liggen dat ik minder goed dan andere mensen
bestand ben tegen bedorven lucht, maar ik hoorde toch veel. De zaal was nogal
leeggelopen omdat Mahler zou beginnen. Prachtige muziek. Ik zou die
symphonie weder willen horen. Zat naast Alphons Diepenbrock op het balcon. Hij
ziet er slecht uit, arme kerel. In de solistenkamer Rachmaninoff, die grapjes
maakte met Tilly en Hilda en "ik bemin je" moest zeggen.
29 maart. Vandaag naar Hindeloopen. Als ik daar kom en in het ouderwetse
karretje van Elselo stap dan voel ik mij verplaatst in een tijd die een paar
eeuwen geleden is. En die indruk werd nog versterkt ten stadhuize waar ik in de
burgemeesterskamer den Burgemeester van Avenhoorn van Nauta nog gezeten vond
tussen zijn twee wethouders, stokoude maar krasse mannen - ik schatte ze op 80 à
90 jaren, een hunner wandelde met een vervaarlijke stok, en in gezelschap van
den opzichter der gemeente, een man met een pruik op en een gezicht alsof hij zo
is komen wandelen uit een schilderij van Van Eyck of Matsijs. De burgemeester is
niets waard. Hij ziet op tegen alle werk. Ik vind Elselo niet ongeschikt. Hij
liet echter duidelijk uitkomen dat ik door mijn vroege vertrek, ik ging weder
heen met de trein van 1.44, een slechte klant voor hem was geweest.
20 mei naar Wenen om de begrafenis van Mahler bij te wonen. Van Ogtrop vond het
eigenlijk helemaal niet nodig. Ik had steeds grote bewondering voor Mahler,
hield veel van hem. Ik ging met Diepenbrock.
Herinneringen aan Gustav Mahler. [ maanden later ingeschreven].
Er is geloof ik geen man geweest die op mij zulk een diepen indruk heeft gemaakt
als Mahler. Hij was mij bijzonder sympathiek omdat ik hem zo waar vond. Zijn
muziek kan dikwijls door ons niet begrepen worden, maar dan treft mij telkens
weder een gedeelte dat zo prachtig is, dat ik overtuigd ben dat Mahler naderhand
zal behoren tot de zéér grote componisten. Zo vind ik de 4de symphonie prachtig.
Wij hoorden die onlangs, 7 september. Mevrouw Alida Loman zong de aria. Zij
wordt oud (en heel dik) maar zong lief. Het was aangrijpend Mahlers muziek weer
te horen zo kort na zijn dood. Gustav Mahler is tijdens zijn eerste verblijf in
Holland herhaaldelijk bij ons aan huis geweest, wij gingen ook met hem en met
mevr. Noordewier naar Drafna. Ik herinner mij een wandeling door Amsterdam, de
oude buurten trokken hem niet aan. Hij stond lang stil voor het huis van
Rembrandt, hoed af, zoals ook veelal gedurende de wandeling. Het huis van
Rembrandt was toen nog niet gerestaureeerd, er woonden verschillende Joodse
families in. "Durch diese Fenster soll Rembrandt also geguckt haben" zei Mahler
en toen zei hij nog wat, dat hierop neerkwam dat hij hoopt "in eens dood te
gaan, wanneer hij bemerkte dat hij niet meer vooruitging in kunnen". Het bestuur
van het Concertgebouw gaf hem toen een diner bij Van Laer. Van Ogtrop had een
prachtig menu samengesteld. Sillem, Van Rees, Van Ogtrop, Mevr. Van Rees, Oyens
en ik ontvingen hem. Mahler begon met de candelabres die voor hem stonden weg te
brengen naar het buffet, ze hinderden hem, zei hij. Later kwam het gesprek op
Multatuli, voor wien Mahler grote eerbied bleek te hebben. Hij werd heftig toen
hij bemerkte dat die eerbied hier niet in die mate aanwezig was. Van Ogtrop zei
zelfs "Hij was geen goed ambtenaar", dat Mahler bijna deed koken. Eindelijk
stond hij op en zeide, dat het hem erg bedroefde dat hij een man als Douwes
Dekker in zijn eigen vaderland moest verdedigen en dat hij, zo Douwes Dekker op
dit moment tegenover hem stond tegen hem zou zeggen (met een diepe buiging)
Mijnheer Douwes Dekker, ik heb grote eerbied voor u en het is voor mij een grote
eer dat u met mij aan dezelfde tafel wilt zitten. Daarna zei hij nog iets dat er
op neer kwam dat wij "Droogstoppels" waren of zo iets. Hij had bijzonder het
land aan concertagenten. Eens toen ik een brief voor Salter, die ik klaar had om
te posten, liet vallen zei hij "een brief een een concertagent kan er niet
smerig genoeg uitzien". Bij een volgend bezoek zag hij er minder opgewekt uit.
Hij had zijn dochtertje verloren en dit moet hem zwaar getroffen hebben. Hij
scheen ook een ziekte onder de leden te hebben, liet zich bij ons wegen, woog 61
kilogram, zeide dat hij blij was dat hij niet afgenomen was. Hij keek lang met
bewondering naar Parkwijk, het huis in de Van Eeghenstraat, waar Simons in
woonde. Hij vond dat een mooi huis, de keuken aan straat, de schoorsteen met een
boog op de keuken aansluitend, alsof hij wilde zeggen, je hoort er ook bij.
Mahlers muziek, ofschoon door velen onbegrijpelijk en lelijk gevonden, kreeg een
steeds groter wordende kring van vrienden en bewonderaars. Eens liet Mengelberg
op een concert voor en na de pauze dezelfde - ik meen de 4de - symphonie van
Mahler uitvoeren. Dat was een brutaal stukje. Mahler was een groot man, een
naief man tegelijkertijd, een gelovig man, voor hen die hun plicht niet deden,
hard.
De nieuwe Beurs, evenals Parkwijk door Berlage
gebouwd, bewonderde hij, terwijl bijna iedereen dit gebouw lelijk vindt. Hij
vond het beter dat een beurs er uit zag als een beurs dan als een griekse
tempel. En nu stonden 21 mei Diepenbrock en ik bij zijn
graf op het Grinzinger kerkhof te Wenen. Diepenbrock had lang geknield gelegen
in de kleine kapel waar Mahlers lijk was geplaatst. Er waren honderden kransen
en wij gingen naar de kerk in het dorp Grinzing waar een dienst werd gehouden.
Er waren veel mensen, maar geen vertegenwoordiging van het
Hof en ook geen der grote componisten zoals Richard Strauss. Mahlers graf was
naast dat van zijn dochtertje. Ik vertrok 's avonds van Wenen, dat ik in andere
omstandigheden wel eens nader had willen bezien, naar Zürich, reizende in de 3de
klasse. Dat was een lange tocht van 18 uren in de trein. In de namiddag kwam ik
te Zürich maar zag Hilda niet bij aankomst ofschoon ze wel aan het station was
en ging naar 't sanatorium van Dr. Bircher. Later kwam Hilda. Zij was veel
magerder geworden van de kuur, 't zou later beter worden. Een paar heerlijke
dagen heb ik toen met Hilda doorgebracht.
1, 2 en 3 juni. Op Texel met den Prins. De Prins is een zeer weinig ontwikkeld
man, niet ontbloot van gezond verstand, wel sympathiek, zéér
eenvoudig. Toen wij te Koog aankwamen juichte het volk hem toe. Hij steeg uit
het rijtuig en ... ging een plasje doen tegen een heg. Het gejuich verstomde.
Toen hij klaar was begon het weer. Het spijt hem zo dat
alle eilanden nu door hem gezien zijn.
4 november l911. Ik heb het aldoor zo druk gehad dat van journaal inschrijven
niets gekomen is.
In october ben ik op een zaterdag met de nieuwe reddingboot voor Moddergat op
weg gegaan naar Moddergat. Ik nam Alfi mede en verder waren v.d.Poll en Pierik
aan boord. Hilda en Tom deden ons uitgeleide. Tom had de vorige dag flink
gehuild omdat hij - Hogere burgerscholier - niet mede kon. 's Morgens hield hij
zich flink, maar met moeite.
Het was gemeen weer maar de barometer vast en hoog. Wind NO-ONO, stijve koelte
en regen. 't Zou niet meevallen, zei de sluiswachter aan de Oranjesluizen en 't
zelfde zei de sleepbootkapitein, maar in zee viel het wel mede, behalve de
regen. In de namiddag verminderde de wind en met nog een flauw zuchtje kwamen
wij 4 uur ongeveer doornat te Hoorn. Daar gezellig gegeten en geslapen in het
Doelenhotel. 's Nachts stormachtig. De volgende dag barometer nog hoog, wind NW
stijve koelte, om 9 uur vertrokken. Prachtig gezeild tot Enkhuizen in het
Krabbersgat. Nabij Stavoren ging de wind zowat liggen, roeiden een flink stuk.
6.30 Stavoren binnen en gezellig gegeten en gelogeerd in Hotel Veldman of
Veldkamp. Zeer netjes en goed. De volgende dag wind Noord, moesten wachten op
gunstig tij om te vertrekken. Werkten op om de Noord, frisse koelte, heerlijk
gezeild. Met de vooreb om de Noord naar Harlingen vertrekkende is het beter
eerst flink zee te houden, daar in het begin van de eb de stroom onder de wal
nog in de wal om de Oost loopt. Kwamen te "Koudum in Hindeloopen", maar omdat de
lucht er bonkig werd en ik wel zag dat ik Harlingen eerst zeer laat zou halen,
voor de wind naar Hindeloopen, waar wij ongeveer 4.30 binnen waren. Na tafel
conferentie met Jappe Wijngaarden en met Foppe Vrolijk. Besloot bij gebrek aan
tijd niet verder met de boot te gaan, doch deze met v.d.Poll achter te laten en
door Foppe Vrolijk met z'n aak naar Harlingen te laten brengen voor f
6.-.Dinsdag boothuis te Hindeloopen bekeken en daarna met Alfi en
Pierik terug naar Amsterdam. Het is een heerlijke tocht geweest en de
reddingboot is blijkbaar zeewaardig en zeilt goed. Ik weeg nu 80,5 kilogram.
Het 2de nummer van "De Reddingboot" is uitgekomen. Ik bezoek
iedere dag een of meer scholen, want ik moet er in dit jaar nog 27 bezoeken. Als
men het geregeld iedere dag doet wordt het werkelijk nog interessant ook.
Vreemd. Vanavond bij installatie van drie nieuwe padvinders door den
troepleider. Bij Kees den Tex was daar een zekere Hissink die het beter had
gevonden dat de Boeren dadelijk maar hadden toegegeven in plaats van oorlog te
voeren! Zo'n man zou mij dol kunnen maken. Vanmiddag in de Raad van de
Scheepvaart kwam een zware dikke schipper van een logger voor. Heb je het
journaal meegenomen? vroeg de president. Jawel zei hij en haalde dit volumineuze
boek van onder zijn vest vandaan. Plotseling was hij mager geworden. De Chinezen
zijn bezig aan een revolutie. De Chinezen snijden hun staarten af. Alles wijst
erop dat de Chinezen wakker worden en een woordje zullen gaan medespreken in
Oost Azië en wellicht ook wel eens in Europa. Ik voorzie grote moeilijkheden in
onze Oost met de Chinezen. Het praatje gaat dat Theo zijn ontslag zal nemen uit
de Marine daar hij niet bevorderd zou worden tot vlagofficier. Dit zou mij ten
hoogste verbazen en ik kan mij niet anders voorstellen dan dat hij op een of
andere manier het bij den minister verbruid heeft. Het zou mij bedroeven en mijn
liefde voor de Marine als toekomstige loopbaan voor Tom en Alfie wordt er niet
groter door. Ik heb bij de Reddingmaatschappij f 600
opslag gekregen zonder er om te hebben gevraagd. Aardig! Daar verdien ik nu
f 3000.-, aan het Concertgebouw niets meer, ik ben daar nu
penningmeester geworden, als schoolopziener f 1300,
pensioen f 1250, Raad van de Scheepvaart ± 100, samen dus
f 5650. Inkomen uit effecten enz. ± 4500, samen dus
f 10150.-.Hiervan gaat af f 300 voor de
klerk van de leerplicht (?), dus inkomen f 9850. Wij
moeten daarvan toch ruim kunnen rondkomen en overhouden.
1 9 1 2
1 januari. Hilda en ik zijn gisteren met Tom en Alfie naar de Luth. kerk te
Bussum geweest, ik vond het aangenaam naar de kerk te gaan. Tom en Alfi vonden
het maar half, om niet te zeggen erg vervelend. Ds. van Wijk een bejaard man. De
preek handelde over het eeuwig blijven van God, terwijl al het andere
vergankelijk is. Niet kwaad. Wij gingen met de tram terug, ik las uit dit
dagboek een en ander voor, verder dronken wij chocola en aten beschuitjes. Nadat
de jongens naar bed waren, wij naar Drafna waar wij bleven tot 1.15. Vader ging
12.30 naar bed. Tom en Alf zijn aardige jongens, maar nogal lui in het
huishoudelijk werk, zoals pompen, hout halen enz. Ze zouden dat liever door een
ander laten doen.
7 januari. Zondag. De laatste dag, morgen gaan we weder naar de stad.
Gisteravond 12th night op Drafna, gezellig gedanst, groen verbrand, snap dragon
enz. Daarna een eenvoudig gezellig supper. Vader de hele avond in doodsangst
voor zijn huis, namelijk dat het in brand zou vliegen. Verhaaltjes verteld bij
het vuur. In China wint de revolutie. Wat zullen wij nog van China te verwachten
hebben. Wij niet veel goeds denk ik. Italië vecht nog in Tripoli. Rusland gaat
Perzië te lijf, de Engelsen zijn op het schiereiland Sinai, zo is het jaar 1912
begonnen.
10 januari. Wij dineerden dinsdagavond bij Aat en Nel van Hall[-Boissevain],
prachtig huis, Keizersgracht 327. Nel van Hall heeft overdreven denkbeelden,
vindt het begrip vaderlandsliefde ouderwets enz. Na tafel lang gesproken en
getwist over psychoanalyse. Vooral Aat heeft er veel tegen. Nel ook. Ik ook heb
er "Wiederstand" tegen, maar moet natuurlijk bekennen dat de resultaten bij
Hessie, Olga en Hilda schitterend zijn.
11 januari. Ik kwam 's avonds in het donker te Oudeschild aan en kroop op de
ouderwetse diligence naast den ouden voerman Jan Kalis die al 49 jaar op de bok
van dat voertuig zit. Zo reden wij naar Den Burg, achter ons van tijd tot tijd
de vrolijke tonen van de hoorn des postiljons, die met de postwagen volgde. 's
Avonds visite gemaakt bij den burgemeester Gaarlandt, die voorzitter geworden is
van de plaatselijke commissie. Gaarlandt is in het Indische leger geweest, is
zwaar gewond bij de omsingeling van een huis in Atjeh. Een marechaussee schoot
hem door het hoofd (hij mist één oog en de Atjeher die uit het huis kwam gaf hem
nog een klewanghouw en een por met een rentjing).
Vrijdag 12 januari, naar De Cocksdorp met Metz per auto. Daar gesproken met Buys
over de plaats van de nieuwe boot voor eierland en een bezoek gebracht een de
vuurtoren. De lichtwachter, een kromgegroeide oude zeeman, drukt zijn spijt uit
over het niet stranden van een stoomschip dat gisteren vlak voor de kust moet
geweest zijn, ook over het niet stranden van het zeilschip dat op 1 october vlak
bij de gronden is geweest. De auto kan op de terugweg
plotseling niet verder omdat er geen benzine meer in is. Met Metz gewandeld naar
Oudeschild en vandaar weder met de auto naar Den Burg. De paarden zijn hier nog
erg bang voor de auto. Er zijn hier twee auto's.'s Avonds gegeten bij Gaarlandt,
die een lieve vrouw heeft. Gaarlandt is een flink ventje, dat wel in de smaak
valt te Texel. Een gezellige avond. Mevr. Gaarlandt speelt heel aardig piano van
Liszt en Chopin.
20 jan. 's Avonds diner met oud-zeeofficieren [...] een partijtje weinig
interessante mensen moet ik tot mijn leedwezen zeggen. Karel [Boissevain] houdt
een speech op de Koningin met zalvende stem, niet om aan te horen en het gehele
diner is een taaie geschiedenis en kost mij ongeveer f
18.-. 't Enige interessante was een partijtje dronken Leidse studenten, die
vergezeld van hun vriendinnen een fuifje hadden in een kamer dicht bij de onze.
In weerwil van die dronkenschap waren die jongens mij toch sympathiek. Ze liepen
dronken door de corridor, zaten op de trap, de vriendinnen waren niet dronken.
Op zijde in de corridor een strijkje uit Wenen met een paar aardige meisjes die
mandoline speelden. Er werd lustig gezongen en ik moet zeggen dat zij niet
onhebbelijk waren.
21 januari. Zondag, vroeg op. Tom kwam mij om 6 uur porren, 't dooit, maar wij
gingen er toch met ons tweeën van door, namen de trein van 7.50 naar Purmerend,
zagen bij aankomst daar niemand die aan schaatsenrijden dacht, een mistige dag,
dooiweer. Vroegen naar de weg, kwamen op de ringvaart van de Purmer, gemeen ijs.
Ik had Tom zijn lasso laten meenemen. Langs de oeverkant van de ringvaart aan
het touw naar Edam. Hoorden daar van een Volendammer wiens bijnaam "Pinkoff"
was, dat het ijs naar Oosthuizen en Hoorn zeer goed was. Bijna niemand op
het ijs. Flink hard gereden naar Hoorn. Komen te 1 uur te Hoorn, eten bij
Dalmeyer, bezoeken het Museum waar het geweldig koud is en vertrekken ongeveer 4
uur van Hoorn. Heerlijke tocht.
23 januari. Gedineerd bij Dudok van Heel met allerlei oninteressante mensen. De
besten waren de heer en mevr. Heldring, een broer van Heldring van de
Stoombootmaatschappij. Ik had een ere plaats. Het diner was van Couturier. Stef
van Heel is een aardig goed lief vrouwtje. Wat een last kan je toch van geld
hebben. Wat een onbeduidend partijtje mensen! Een vervelende avond.
27 januari. Concert Pensioenfonds groot succes. Er is nu al 80.000 gulden op de
boekjes van de orkestleden, dat ik dat pensioenfonds heb opgericht is tenminste
één goed ding dat ik gedaan heb in mijn leven.
2 februari. Het vriest de laatste dagen weder geweldig maar ik waag het toch om
naar Terschelling te gaan. Ben daarom donderdag naar Leeuwarden gegaan omdat
Enkhuizen-Stavoren tot nader order gestaakt is. Vrijdagmorgen naar Harlingen, 's
avonds vergadering van de commissie te Terschelling. De volgende dag in harde
vorst en sneeuwstorm naar Midsland gewandeld, de weduwe Spanjer opgezocht en de
smid Swart, naar aanleiding van de sollicitatie naar motordrijver Brandaris van
zijn zoon, ook de nieuwe bootsman Dekker van Midsland opgezocht. Bij Swart
speelt het dochtertje wat voor mij op de viool. Als mijn
zoons in de Marine komen, dan geef ik hen de volgende goede raad. Gaan zij er
uit, omdat de Marine hun niet bevredigt, of om andere redenen, dan moeten zij 1e
zo mogelijk te Amsterdam zich vestigen. Het komt er dan niet op aan of de
betrekking die zij dan krijgen aanvankelijk mooi is, maar ze moeten zorgen dat
zij in de betrekking die zij aanvaarden slagen en dan langzamerhand zich
trachten te verbeteren. Geduld hebben! Toen ik uit de Marine kwam werd ik
administrateur van het Concertgebouw.
Vrijdag 9 febr. Als ik zondag niet
van Terschelling was vertrokken zou ik daar zijn ingevroren tot heden. In
weerwil van de dooi heeft de Elfstedentocht woensdag toch plaats gehad, gewonnen
door Coen de Koning in 11 uur 50 min., prachtig, 196 km. Ik hoop dat Tom en
Alfie die tocht eens zullen medemaken. Hilda heeft de laatste dagen Mengelberg
voorgelezen terwijl hij door Th. Schwartze wordt uitgeschilderd. Zij leest dan
voor uit Faust II.
Maandag 12 februari. Ben de laatste tijd druk aan het
schoolbezoek en begin mij een weinig meer in die omgeving thuis te gevoelen.
Maar schoolmeesters blijven over het algemeen saaie droge kerels. Op mijn
spreekuur komt een geweldig grote man, een soort prijsboxer, zo ziet hij er uit.
Hij komt meedelen dat hij zijn dochtertje niet naar school
heeft gezonden. Hij gelooft dat de juffrouw het land heeft aan zijn dochtertje.
Lang verhaal over dochtertje dat "eau de quinine" gebruikt voor het haar, de
juffrouw kan de lucht niet verdragen, zet haar op de achterste bank, plaagt haar
enz. enz., ook de bijzondere dracht van het haar, van die duitse knoedeltjes
boven de oren, geeft aanleiding toe onaangenaamheden. De fles eau de quinine
wordt voor mij op tafel gezet. Ik vraag hem wat hij is - hij is koffermaker. Of
ik die nieuwe volcanische koffers al ken? Jawel. Hoeveel werklui heeft u?
Twintig. Daar zijn zeker ook goede en slechte onder. Ja, die slechte kan ik niet
verdragen, want ziet u, ik ben nogal driftig. De geweldig grote man zit
ondertussen erg te transpireren. Je zou zo'n slechte werkman wel eens een draai
om de oren willen geven, zei ik. "Dat heb ik wel gedaan", zei de grote man,
"maar 't is niet zo goed". Toen had ik hem. "Zo'n juffrouw heeft het ook wel
eens moeilijk", zei ik, "en de lucht van eau de quinine in de klasse is naar
mijn gevoelen bepaald hinderlijk."De man ging per slot van rekening zeer zacht gestemd heen en ik
beloofde hem dat ik het hoofd der Comeniusschool zou verzoeken hem nog eens te
laten komen.
12 febr. Vergadering concertbesturen - zeer langdradig geklets
over het engageren van 5 solisten. Die provinciemensen vinden 't hoogst
belangrijk. 's avonds diner bij Van Laer, waarvoor Ogtrop het menu heeft
gemaakt, prachtig diner. Mr. dr. baron P. Th. (nog een paar voorletters) Creutz,
wordt flink dronken. Hij was dit jaar 2e candidaat voor de Rekenkamer. Ik zit
tussen Schlegel, die altijd aangename jeugdherinneringen bij mij opwekt, hij
looft Mik [Vaders oudste zuster] als zijn beste en meest begaafde leerling, en
Hodenpijl, die een brave kerel is. Mengelberg gaat 10 uur naar Londen. Na
afloop Van Rees, Van Ogtrop, Freyer en ik nog een biertje gedronken in Salvatoro.
De tong van Ogtrop werd op het laatst erg dik. Wij hebben nogal om hem gelachen. Op het diner is ter sprake gekomen het niet openen van de
Staten-Generaal door de Koningin. Was het omdat zij gebelgd was op de
socialisten. Het heeft de indruk gemaakt dat zij bevreesd was en dat mag niet.
Een Oranje mag niet bang zijn, zegt Sillem, en zo is het.
2 maart. 's Avonds danspartijtje bij De Beaufort, Herengracht
140, het huis waar mijn moeder geboren is. Het is een prachtig huis, behalve de
gang, die vrij nauw is. Ik danste niet met mevr. Schröder, hetgeen me naderhand
speet, omdat ik van Hilda hoorde dat zij vindt dat ik op Goethe lijk.
3 maart, zondag. Naar de Nieuwe Kerk, ds. Doevendans. Die man
spreekt goed. 's Middags in het Concertgebouw waar Elisabeth Boeken v. Endert
zingt. Zij is nog mooier geworden, heeft een schitterende japon aan. Haar
gezicht is iets ernstiger geworden door de ellende die zij door heeft gemaakt
toen haar man of haar gescheiden man zich voor het hoofd schoot. Maar aan
grappen geen gebrek. Zij is zeer charmerend. Na het concert naar mevr. Schwartze,
waar de nieuwe schilderij, het portret van Mengelberg gezien. Wel goed, maar zij
maakt toch alle gezichten die ik van haar gezien heb een beetje slap, geeft er
iets joods aan. Bij Schwartze uit Lizzie Ansing zich tegenover Hilda op
bewonderende wijze over mij. Wij nemen afscheid van Elisabeth, die met Hodenpijl
die haar als een politiehond bewaakt, naar het hotel gaat.
5 maart, Dinsdag. 's Middags woon ik een vergadering bij,
uitgenodigd door Prof. van Heel c.s. ter bespreking van de
Paleis-Raadhuiskwestie in Krasnapolski. Vanuit de Warmoesstraat heeft men nu de
huizen daar gesloopt worden een mooi gezicht op het Paleis.
6 maart Woensdag. 's Avonds gegeten bij Charles en Marie [Boissevain-Pijnappel],
waar ook Vader en Moeder. Charles is iemand die mij altijd prikkelt. Ik geef
niet veel om zijn hersenen, hij loopt voortdurend uit zijn roer.

Charles E.H. Boissevain,
Wij hebben het
over het optreden der suffragettes in Engeland die in Regent- en Bondstreet vele
winkelruiten hebben ingegooid. De mijnwerkersstaking in Engeland neemt grote
afmetingen aan. Door de staking krijgen vele werklieden van fabrieken, die
zonder kolen niet kunnen werken, gedaan. Er zijn dientengevolge ongeveer
1.000.000 mensen zonder werk.
's Avonds vergadering in American Hotel ter bespreking van een
scheepvaarttentoonstelling.
9 maart. Uitvoering van de 8ste symphonie van Mahler, die een
overweldigende indruk maakte. Nog zelden zag ik het publiek in het concertgebouw
zo enthousiast, en dan nog wel een Toonkunstpubliek, dat bij ons als saai te
boek loopt. Ik vind het 1e deel bepaald mooier dan het tweede. Hilda zong met
heel veel vuur mede.
Zondag 10 maart hadden wij eerst 's middags een hele mooie
uitvoering van de 4de symphonie van Mahler, met mevr. Loman voor de solo, en 's
avonds was het merkbaar bij de herhaling van de 8ste, dat Mengelberg en het
orkest en het koor moede waren.
13 maart naar Scheveningen om een voordracht te houden over het
Reddingwezen. Heb daar gelezen voor een 200tal schippers van bommen en loggers,
de plaatselijke commissie was er ook - heel aardig. Ik ben 's nachts halftwee
teruggekomen van Scheveningen.
20 maart. Naar De Cocksdorp. Te Oosterend op Texel woont een oud man die als jongetje alleen
in een boot uit zee is komen aandrijven. Hij was Engels, men noemde hem toen
maar de "Boy". Hij wordt nu genoemd Simon de Booy.
Zondag 24 mrt. Heden morgen naar de Remonstrantse kerk met Hilda.
De kinderen zijn naar Drafna. Daarna thuis nog eens nagelezen de kwestie van de
Arminianen en Gomaristen en het sterven van Oldenbarnevelt. 's Avonds de orkestrepetitie van Te Deum van Diepenbrock
bijgewoond. Een gezellige dag met Hilda.
dinsdag 16 april. Gisteren teruggekomen van de Sparren, waar de
Paasvacantie doorgebracht. Ik reisde iedere dag op en neer.
Zondagavond op Drafna gegeten met Olga en Bram [Van
Stockum-Boissevain], die teruggekomen is. Bram zeer sympathiek. Met hem over
de landsverdediging - Marine - gepraat. Hij wil torpedoschepen,
onderwaterlanceerbatterijen aan de wal en onderzeeboten. Is vast overtuigd dat
zij zeer goed zouden kunnen winnen. Ethel Gorner gaat morgen weg naar de Bentincks. Zij wordt heden
19 jaar en wij hebben haar uitgefuifd. Ze moet een nurse-uniform dragen en ziet
er nogal aardig uit.
14 juli op de Sparren. In lange tijd niet ingeschreven. Wat is
er al niet gebeurd. Ik krijg vioollessen van Herbschleb, geniet er zeer van al kan
ik niet genoeg studeren. 13-22 juni met Alfred [Boissevain] gewandeld in
Zwitserland. Geheel verbrand en vervellende van de laatste tocht die 18 uur had
geduurd.
Fragmenten uit een brief van Han de Booy aan zijn
schoonmoeder
Kandersteg, june 20th '12.Dear Mother, Our trip was an immense success. Yesterday we did our "pièce de
resistance". [...] We came to Kandersteg by the Tschingelgletscher,
Mutthornhütte (2900 mrs) and the Petersgrat (3200 mrs) and the Kanderfirn. We
arrived here yesterday at 8 o'clock in the evening having been underway nearly
18 hours. Our faces especially the noses and lips are very much swollen, the
lips have about twice the ordinary size and Alfred has grown a beard. We left the hotel at 2.30 in the morning (it is nice climbing in
the dark) and walking over the snow we reached the Mutthornhütte at 6.45. We
were the first party of this season [...] We did not like our guide from the
beginning. He seemed to have no end of time, so that when we went down the snow
was beginning to get soft. It was awful. You put out your right leg, it goes in
till the knee, put out your left leg, pull out your right and the left goes in
till the knee. It was exasperating, extremely tiring. At last we swore at the
gletscher, tried creeping, and rolling. All this time the guide was walking a
long way in front as if he was walking on an even polished floor. At last we
reached the spot were we left our sacks and as we thought we would never reach
Kandersteg we decided to go back to the hut and sleep there. In the hut we dried
our boots and socks and I read a while in the visitors book. This made me feel a
bit ashamed that we had given in and when a man came up from Lauterbrunnen with
a guide who told that they were going back to Mürren we felt that we ought to
try and reach Kandersteg in spite of the soft snow.[...] We left the hut at 1.20
p.m. and discovered that the snow was softer, but this had the effect that the
guide, who carried the rücksacks, went in as well as we which was a great
advantage as we could walk in his steps. We followed an endless gletscher, the
Kanderfirn, we walked on this gletscher for 2½ hours. This gives you time for
reflection and it bethought me how good it would be for our country if Mr. Talma
made a law prescribing that every member of the 1st and 2d chamber must make a
certain number of tours in Switzerland every year. There is nothing like making a tour as we did! It was very hot and it grew much hotter still, when we came to
the morraine, and endless awful morraine, nasty to walk on. We had an hour of
morraine and got in the Gasternthal, which proved to be very hot and also
endless but beautiful. But we were in a state of mind that does not appreciate
the beautiful.
It is wonderful how these mountains get hold of you. I sometimes
think:"do I climb the mountain or have the mountains climbed me."
17 aug. - 24 aug. Prachtige zeiltocht met Mavourneen met de
jongens. Ik vind die tocht een mooi stuk werk.
Olga is deze dagen benedengekomen met de opmerking dat "zelfs
vervelend werk prettig wordt als men het maar goed doet". ze is 7 jaar oud. Doet
nu alles netjes.
7 october. Ik ben zaterdag en zondag met Hilda in Den Haag
geweest met kleine Olga. Wij brachten bezoeken. 's avonds per tram naar
Rijswijk. Daar wonen Bram en Olga in een hokkerig huisje in een rommel.
Soupeerden brood met garnalen. Zondagmorgen na het ontbijt naar Scheveningen,
waar het prachtig was op de pier waar bevallige Haagse meisjes rondwandelden -
de zon was zo lekker warm en de zee zo kalm. Terug naar Rijswijk, daar
rijsttafel gegeten waarvoor Bram de rijst kookte in een nieuw door hem ontdekte
rijstkoker waarmee hij geld hoopt te verdienen. Over de torpedo's hoor ik hem
niet meer spreken. Ik vind hem een stakkerd met al zijn uitvindingen en Olga is
ook een stakkerd. De rommelige omgeving, slordige meiden enz. enz., maakten dat
wij een treurige indruk kregen van hun leven. 's Avonds met Olga terug naar
Amsterdam, reisden 1e klas vanwege de drukte.
(Bram van Stockum wordt ook genoemd in de herinneringen van
Jim de Booy (blz. 19-20), die hem in de Marine ca. 1915 gekend had en hem
zeer waardeerde).

Familie van Stockum in 1912. vlnr Hilda Gerarda, Olga
Emily, Willem Jacob, Abraham Johannes
Vanavond hebben Tom en Alfi weder eens een ouderwets robbertje
gevochten, maar gingen als vrinden naar bed. Veel gesjouwd met allerlei meubels
van de ene kamer in de andere met het gevolg dat de salon wel wat gezelliger is
geworden.
20 oct. Ontmoette vandaag op het Concertgebouw de heer en mevr.
Scriabine, aardige mensen. Hij zeide het zo aangenaam te vinden hier in Holland
"gequilibreerde" mensen te ontmoeten, noemde de Russen "Très profonds, nerveux",
angstig, zoekend, melancholiek. "Oblomows" bestonden er in Rusland niet meer
zeide hij, maar gaf toe dat de Russen zeer contemplatief zijn. Chrik had het er gisteren over wat er zou gebeuren als de
mogendheden het eens aan de stok kregen. Hij geloofde niet dat wij onze
onafhankelijkheid zouden kunnen bewaren. Natuurlijk, als wij allen geloven dat
het niet gaat, dan zal het ook niet kunnen. Mijns inziens zal het wel
kunnen, als wij maar willen. De Socialisten zijn een groot gevaar voor onze
onafhankelijkheid. Er is oorlog tussen Turkije aan de ene kant en aan de andere
kant Montenegro, Servië, Bulgarije en Griekenland. Vrede tussen Turkije en
Italië. Die oorlog is niet veel geweest.
23 oktober. Gisteren met Hilda, Tilly Mengelberg en de dames
Heller een bezoek gebracht aan de diamantslijperij van gebr. Asscher in de
Tolstraat, de firma die de Cullinan voor Edward VI hebben geslepen. De jonge
Asscher, een Jood met een flink uiterlijk, meer een Assyrisch uiterlijk zou ik
zeggen, er was kracht in dat gezicht. Hij vertelde van de Cullinan, waarvan een
model op tafel lag, ook de Cullinan in geslepen toestand, namelijk in 12 (?)
stenen. De grootste wordt in kroon of scepter gedragen. A. vertelde hoe Edward
VII vriendelijk en gewoon was, bijzonder aardig, hoe hij van het geschenk van
Botha drie stenen aan A. gaf, zeggend "I want to sell these three" en hoe A. ze
van de koning kocht. Hoe later een boom in diamanten was gekomen en Botha de
stenen had willen terugkopen voor de koopprijs en ze ten slotte had gekocht voor
de marktprijs en ze had ten geschenke gegeven aan de tegenwoordige koningin van
Engeland, die dus thans de gehele Cullinan weder bijeen heeft. Een eigenaardige
geschiedenis. Hij vertelde verder hoe men eerst de steen in Engeland had willen
doen slijpen en hij dit geweigerd had, hoe de koning ten slotte had toegegeven
en hij met de steen in zijn zak en een revolver er bij vertrokken was. Toen van
de agitatie van het kloven, maar hoe alles prachtig gelukt was. Er werken 550
werklieden, waarvan 150 christenen en de rest joden. Las vanavond in de courant dat de hoop van de Koningin wederom
verijdeld is, de hoeveelste maal is dat nu, wat moet daarvan op den duur komen.
Die arme Koningin. Heden gezwommen in het Zuiderbad, lekker. Ik weeg nu 83 kg
naakt, dit moet minder worden. 5 kg minder zou ik zeggen. Heb in de laatste tijd
een knobbeltje gekregen in de palm van de rechterhand. Jicht?
(Later bleek dit het begin van een "Dupuytiense
vingercontractuur" te zijn, waarvoor Vader zich, toen hij daardoor niet meer
goed kon vioolspelen, op 70jarige leeftijd liet opereren, met goed succes.)
Wij hebben maandag 28 october Vaders 70ste verjaardag gevierd op
Drafna. Op de Sparren logeerden Jan van Hall en Hessie met 4 kinderen, verder
mevr. Mengelberg. Dan waren wij er met ons vijven en 2 meiden, dus 14 samen.
Hilda had heel wat werk om dat alles te regelen en deed het prachtig! Het feest was zeer geslaagd. 's morgens kreeg Vader het karretje
en hitje. Wij ontvingen met gezang, Mary, Hilda, Charles en ik, dat heel mooi
was, het bekende Russische kerklied. Diner hotel Bredius, ik zat naast Lady Salt,
die ik cousin Cissy noem, een lief aardig mens. Verschrikkelijke speeches van
Charles, die al maar weer doelde op een spoedig heengaan van Vader. Ik vind
Charles eigenlijk een wanhopige kerel, ontoerekenbaar, een gevaarlijk mens in
zekere zin.
Donderdag 31 oktober. Naar Nieuwediep waar de vlet bezichtigd
met het oog op aanbrengen luchtkisten. Theo en Cateau [de Booy-De Geer]
bezocht. Het is tegenwoordig niet gemakkelijk commandant te zijn in de Marine.
De geest onder het volk is er niet beter op geworden in de laatste jaren. Een
georganiseerd verzet heeft plaats door de Marine matrozenbond, waarvan bijna
allen lid zijn. Theo heeft er op de Utrecht in de West geen last van gehad,
heeft het op de Heemskerk in Nieuwediep dadelijk gemerkt toen de equipage om de
een of andere kleinigheid ontevreden meende te mogen zijn. Toen werden de
sloepen niet of slecht opgehesen. Dit is het gewone verzetsmiddel. T. heeft de
equipage toen voor de boeg laten komen en toegesproken, met het gevolg dat de
sloepen "op vlogen". Een seiner heeft daarna in een vergadering van de Bond de
bemanning van de Heemskerk verweten dat ze zichzelve een slag in het gezicht had
gegeven. Men had moeten blijven weigeren de sloepen op de hijsen etc. T. kreeg
van een bevriend "mindere" mededeling van wat gebeurd was, waarna hij heeft
gedaan gekregen dat die matroos 1e kl. seiner werd overgeplaatst, ook een andere
die zich op ongepaste wijze over T. had uitgelaten.
Zaterdag 2 nov. Naar de Sparren voor een samenkomst met
Schönfeld, de koper van het stuk land naast mij en met Neumeyer, de landmeter.
Wij krijgen nu het larixlaantje en verliezen het kale puistje. Bovendien krijgen
wij
f 150.- Ik vind dat wij er goed afkomen. Die Schönfeld maakt een aangename
indruk en ik was wel een beetje beschaamd over die
f 150.- die ik gevraagd heb,
nu ik zie dat de ruil toch al goed voor ons is. Tom is bezig aan een schermcursus met andere padvinders. Hij en
Alfi vorderen aardig met de muziek.
Zondag 3 nov. Hilda en ik naar Concertgebouw, waar 8ste van
Beethoven, prachtig, en een concert van Vivaldi door Kreisler, ook prachtig. Een
concert van Weingartner kan ons, evenals de man zelf, niet bekoren. Vandaag
nieuwe kelners met blauwe rokken en rode vesten van de nieuwe buffetpachter, die
begint met bij ongeluk thee en koffie gemengd te schenken, wat niet lekker is. Vandaag naar de Nieuwe Kerk waar Ds. Schuller tot Peursum
spreekt over Galaten 5 vers 13. "Want gij zijn geroepen, Broeders! allereerst
gebruikt de vrijheid niet tot een oorzaak voor het vlees, maar dient elkander
door de liefde." Ds. S. is een beschaafd ontwikkeld man, maar mist de nodige
warmte, Toch hoor ik hem graag. Het is vandaag erg los weder, zon en regen en wind.
Zondag 10 november. (naar kerk). Bevond bij thuiskomst dat
Alfred niet met Tom en Olga zoals bevolen was aan de Amstel was gaan wandelen,
maar daar dadelijk was omgedraaid. Hij was nog niet thuis. Kwam later. De
snoodaard was de De la Portes tegengekomen, die hem mede hadden genomen naar
Artis. Gaf hem een standje en hij beloofde zo iets niet meer te doen. Ik was
boos op hem, had zelfs een wicket in mijn kamer gezet met het doel hem iets te
laten voelen op zijn achterwerk, gebruikte de wicket echter niet, doch sprak
hem kalm toe en met effect.
15 nov. Hirsch op het Leidseplein is geopend, heeft "mannequins"
laten komen uit Parijs en L.N.
Vermogen heeft van deze gelegenheid gebruik
gemaakt om een "tea" te organiseren. Hilda heeft in een onbewaakt ogenblik ook
toegestemd en schenkt thee bij Hirsch terwijl afzichtelijke prostituées uit
Parijs in hoogst onpractische japonnen, waarin ze niet kunnen lopen, door de
zalen schuifelen. Het spijt mij dat L.N. Vermogen niet fijngevoeliger is, maar
Beukers is een ploert en een burgerman.
21 november is Hamilton gestorven. Bettie in eetkamer zittende in
een stoel bij het vuur. Chrik en May. Later kwam Jim.
23 nov. hebben wij
Hamilton begraven. Ik kan niet zeggen hoe ik Bettie bewonder. Hamilton zou 23
nov. juist twee jaar geworden zijn.
Maandag 25 november. Olga weet dat St. Nicolaas niet meer in
levenden lijve rondreist op een paard enz. maar desniettemin zingt zij voor de
kachel en zet water en brood klaar voor het paard. Jo [zijn zuster] at hier gisteren en bleef bij ons
logeren, zij voelt zich eenzaam en ongelukkig alleen te Haarlem, zou dolgraag
Bettie naar Amerika terugbrengen, grijpt elke gelegenheid aan om uit Haarlem te
gaan, 't arme kind.
(Hamilton was het zoontje van vaders broer Just. Blijkbaar
was diens vrouw Bettie met het kind op familiebezoek naar Nederland gegaan.
Jo de Booy had lang met haar twee zusters samengewoond na de dood van hun
vader, maar de jongste was gestorven in 1907, en Mik was directrice geworden
van een van de Heldringgestichten, zodat Jo alleen overbleef waar zij niet
goed tegen kon. Later heeft zij enige jaren in Bilthoven gewoond samen met
Mik, die inmiddels gepensioneerd was, en hun broer Chrik, die in 1923 zijn
vrouw verloren had.)
28 nov. Donderdag. 's Avonds Arnold Schönberg in het
Concertgebouw, Pelléas et Mélisande, een werk van hem van voor 11 jaar. Het was
lang maar mooi. Door de grote meerderheid van het publiek koel ontvangen. Hij is
een klein levendig mannetje. Kaal hoofd, expressief gezicht, flinke ogen, Jood,
beweeglijk. Een gunstig uiterlijk.
29 nov. Er is grote opwinding te Amsterdam onder de Joden wegens
het optreden van de firma Ferwerda en Tieman, huurder van Trianon in Hirsch, die
om een net publiek te behouden Joden en dergelijke mensen duurder laten betalen.
In de couranten staan nu allerlei verontwaardigde berichten, ook van
(huichelachtige) Christenen. Congres te Basel tegen de oorlog, van de Sociaaldemocratie. Men
moge hierover sceptisch denken, de richting moet men toch sympathiek vinden. Een
oorlog van de proletariërs tegen de oorlog door werkstaking, zonodig revolutie.
5 december, 's morgens bestuursvergadering Concertgebouw op het
kantoor van Van Ogtrop. De herrie tussen Mengelberg en Hekking weer afgelopen.
's middags boodschappen voor St. Nicolaas, 's avonds heel gezellig met Jo, de
kinderen erg in hun schik. Vrij vroeg afgelopen. Alfred krijgt een horloge.
Zaterdag 7 dec. 2 uur trio met mevrouw Heldring en Canives. Ik
speel slecht. Wij spelen 3e trio van Beethoven en 1e trio van Mozart. Moet
studeren. 's Avonds uitvoering Requiem van Verdi, de klanken zijn prachtig
maar de soort van muziek is volgens mij een beetje laag bij de grond. Het Dies
Irae is belachelijk. Nemen Diepenbrock en Elisabeth mede naar huis waar wij broodjes
met paté eten van de paté die Charles aan Hilda heeft gegeven, en Moezelwijn
drinken. Wij spreken over het orkest. Ik ben verbaasd te horen dat het orkest,
dat ik altijd heb gedacht het mooiste te zijn in Europa volgens D. niet het
mooiste is. De strijkers zijn slecht volgens D. Frans orkest beter, veel meer
technisch. Hier slechte discipline. Ik vraag of individualiteit in een orkest
tot zijn recht kan komen en moet bewaard blijven. Diepenbrock zegt, heel
moeilijk te beantwoorden. Hij zegt dat het orkest nog lijdt onder de
nalatenschap van Timmer, die alles beschouwde van het standpunt van Mozart,
alles betekende. 12 uur naar bed. In de nacht komt kleine Olga onze kamer binnen,
zegt dat ze niet kan slapen omdat ze gedroomd heeft dat er iemand dood ging. Bij
moeder in bed die dientengevolge niet veel sliep. Later weg. Ze komt dan om 8
uur terug om te zeggen dat haar nieuwe horloge stilstaat.
14 dec. zaterdag. Naar het boothuis om de nieuwe vlet voor Gaast
te zien, een heel mooi vaartuig. Op het Mariniersplein spreekt een licht
beschonken bootwerker met gunstig voorkomen - een grote knappe man - ons aan en
biedt sigaren aan, die ik en v.d.Poll niet aannemen, toen bood hij zijn hand
aan, die wij ook niet aannemen en vraagt van wat voor klasse of wij zijn. "Ik
ben van alle klassen" zegt v.d.Poll. Of wij er wat voor zouden voelen dat hij
wat meer kreeg, zei de werkman. Thuisgekomen speet het mij dat ik zijn hand niet
aangenomen had. Hij leek mij een flinke eerlijk man. Waarom heb ik die hand niet
aangenomen. Omdat ik het gek vond of omdat ik huiverig was dien man, die een
beetje dronken was, de hand te geven? Tom en Alfie vanavond naar een danspartij bij Voûte, allebei in
een zwart pak. Tom voor het eerst in hoge, omgeslagen boordjes, waarop hij erg
trots is. Alfie vindt het vervelend naar zo'n danspartij te gaan. Er zijn
tegenwoordig zoveel nieuwe dansen en zij hebben geen dansles gehad.
19 dec. [na een concert in Haarlem]. Op terugweg thee
gedronken in Grote Houtstraat 99 (nu restaurant, vroeger door ons bewoond). Zat
thee te drinken dicht bij onze oude achterkamer, wat een herinneringen. In de
gang het uitgesleten marmer waar de knikkers in bleven liggen 38 jaar geleden.
De kast onder de trap nog onveranderd. Het fonteintje!
21 dec. zaterdag. Om 4 uur naar Melvill en met hem gepraat over
gymnastiekonderwijs, het wenselijke van zwemonderricht op de lagere scholen.
23 maandag. Melvill komt mij op kantoor een hele verzameling
gymnastiekliteratuur brengen. De kersttijd is voor mij een bijzonder onaangename roezige tijd.
Voor de kinderen is het goed op de Sparren te zijn. Ik vind het tamelijk. Ik kan
mij weinig van deze dagen herinneren, al is het maar een paar dagen geleden.
26 december. Tom's verjaardag. Hij wordt 14 jaar dus zo oud als
ik was in l88l. In 1883 kwam ik op het Instituut. Het komt mij voor dat de
kinderen tegenwoordig meer zelfbewuste mensen zijn dan in mijn tijd. Feestdiner op de middag waar Alfred Tom zo hard hij kon op zijn
tenen trapt, hetgeen grote indruk op Tom maakt.
28 dec. Naar Th.H.
Heemskerk op de audiëntie om te vernemen hoe
het staat met het inspecteurschap van het Zeevaartkundig onderwijs. De minister
heeft een aardig gezicht, zeer expressief, trekt hele malle gezichten zodat ik
moet lachen. Hij zeide mij om maar eens de Kamerverslagen te volgen om te zien
wat er over gezegd wordt. Blijkbaar heeft hij de zaak nog niet erg bestudeerd.
Dinsdag 31 december. Riet van Heel logeert bij ons op de
Sparren. Wij lazen 's avonds een stukje uit de Bijbel, de brief van Paulus aan
de Corinthiërs. Het is niet aangenaam op Oudejaarsavond bezoek te hebben. Ik
hoop dat het niet meer zal gebeuren. Het zijn op de Sparren gedurende de
Kersttijd vind ik maar heel matig. Wij aten heerlijke oliebollen en daarna, nadat de kinderen naar
bed zijn naar Drafna, waar wij gezellig souperen, met Vader en Moeder en
champagne drinken, om 12.30 naar bed.
1 9 1 3

Felix Ortt 1866-1959
1 9 1 4
13 januari. Het hotel Phoenix te Leeuwarden is uitstekend, alles
wat men wenst, netjes, huiselijk en uitstekend eten. 11.53 naar Harlingen, 1 uur
naar Terschelling. 's Avonds naar Midsland gewandeld. 1 uur bezoek burg., en
echtgenote, 11 uur 45 terug te Terschelling West. 's Nachts te weinig dekens,
koud. bultig bed. Welk een beroerd hotel is dit toch. Moeder Swart is toch een
bijzonder flinke vrouw. Als vroedvrouw helpt ze behalve haar gewone werk nog ca.
45 kinderen p.j. in de wereld komen.
14 januari. Flinke vorst, fraai weder. 9 uur met de Brandaris
door Thomas Smitgat en terug door Hansegat. Veel branding op Eng. hoek. Wind ONO
SK [stijve koelte]. Cupido [schipper van de Brandaris] heeft het weer over het
niet hebben van meer reservedrijfvermogen, wil verlichting, zo mogelijk
electrisch. Waterballastpomp zou tevens kunnen dienen voor leegpompen achterste
afdeling (verblijf) door aanbrengen van een spruit (idee Swart).12 uur binnen. 1 uur 30 naar Kaart schaatsen

Hilda de Booij-Boissevain getekend door haar man Hendrik de
Booij
29 oct. Wij waren gisteren op Drafna voor Vaders verjaardag. Charles weer zijn gewone onhandige toespraak die hij met dikke tranen in de ogen
voordroeg. Hij beloofde namens ons allen dat wij allen op onze eigen wijze
zouden proberen Holland vooruit te brengen en sprak alsof we nu meteen voorgoed
van Vader afscheid namen. (Mijn oom Charles is al vroeg begonnen met deze emotionele
toespraken. Elke verjaardag van zijn vader zou immers wel eens de laatst
kunnen zijn. Ik herinner mij als 5 jarig kind zijn tranen op grootvaders
tachtigste verjaardag, in 1922). Een Belgische vrouw in het Zeemanshuis is naar Antwerpen
vertrokken op onderzoek. Ze zou in ieder geval aan haar kinderen schrijven dat
het er goed was, maar ze moesten het tegenovergestelde aannemen als er geen krul
onder haar naam stond. Dit met het oog op de censor. Er stond een krul onder
haar naam. Nu gaat ze nog naar haar dorpje en is het daar ook goed, dan gaat de
familie weer terug. Op de Christinaschool een Belgische meisje, dochter van een
melkhandelaar, die met z'n hele familie met kar en paard van Antwerpen naar
Amsterdam is komen rijden. Nu gaan ze op dezelfde manier terug.
3 november. Zondag 1 nov. naar Ds. Kuiper met Tom, die uit
zichzelf voorstelde mede te gaan. Hilda erg trots. Het was een mooie preek.
Spreuken 23 vs 23. Koop de waarheid maar verkoop ze niet. Het is goed in deze dagen naar de kerk te gaan.
11 november. Vandaag naar IJmuiden waar Broekmeyer mij een en
ander toont van de visserij. Een weinig ontwikkelde, domme man dunkt mij. Zag
een van zijn trawlers die over een uur zou vertrekken, maar waar de bemanning
juist gedeeltelijk afliep omdat ze er geen zin in hadden naar zee te gaan.
Vermoedelijk vrees voor mijnen. Er lopen vrij veel vissers op mijnen. De
matrozen van een trawler verdienen ongeveer 70 à 80 gld per maand. De machinist
125 gld per m. en de schipper wel 200 gld p.m. Het verblijf zag er smerig uit
maar het was toch een aardig verblijf en als het schoon was zou het zelfs
bijzonder aardig zijn. In de nettenboeterij een 70 jarige boeter, een oud Zandvoorder,
(zag er uit als 50), met ringetjes in de oren. Hij vertelde dat zijn vader er
die op zijn 16de jaar had ingedaan en dat ze er nooit uit waren geweest.
Broekmeyer vertelde dat men zegt dat ringetjes in de oren goed is voor de ogen.
De man heette Schuyt en had Papa goed gekend. "Notaris was hij", zei hij, "een
zware man". Dat klopte. Die netten worden geteerd, niet getaand als de haringnetten. In
Zweden heeft men een soort taan voor haringnetten die maakt dat ze grijs zijn,
de kleur van de zee en dientengevolge niet zo zichtbaar voor de haring. Er wordt een grote afslag gebouwd te IJmuiden. Het totaal aantal
trawlers is ± 180. Ze zijn als regel ± 103 voet lang. Van de visserijschool wordt zowat geen gebruik gemaakt door het
volk. Hilda vanavond naar Delft voor een lezing over Kartini voor de
Delftse Studentenvereniging "Onze Koloniën". Ze komt 12.34 terug en ik ga haar
afhalen.
14 dec. Gisteren zondag, 's morgens naar de kerk met Hilda, Tom
en Alfred, een buitengewone gebeurtenis. De jongens hadden dus tot mijn vreugde
geen padvinden. Ik vind veel goeds in het padvinden, maar het moet de kinderen
niet van het tehuis afkerig maken. Ik had een lang onderhoud met Herbschleb, 1e
Const. Huygensstraat 62, op Donderdagavond. Hij is een goede jongen, verkeert
blijkbaar in de mening dat jongens die in de troep goed werken, ook tehuis in de
huishouding vrijwillig en vrolijk medehelpen. Dit is niet het geval. Wij hebben
bijna geen hulp van de jongens. Ik wijt dit aan de Burgerschool. Vanavond eten bij ons Van Rees, Oyens, Van Heel, allen met
echtgenoten, een Concertgebouwdiner dus. Hilda heeft de hele middag gewerkt.
15 dec. Gisteren diner gehad. Het ongeluk wilde dat Hilda wegens
de oorlog plantenboter ging proberen om te bakken. Dit gaf een doordringende
kamponglucht van klapperolie in het huis, een lucht die door alles drong en die
zich aan alles vasthechtte, juist toen Mevrouw van Rees met haar eerbiedwaardig
hoofd naar boven kwam, onze schamele trap op.
(Mr. Richard van Rees, geb.
1853, geh.m. Maria Louise Henriette de Genestet, geb. l853. Gerrit Hendrik de
Marez Oyens, 1881-1961, geh.m. Marie Josine den Tex Bondt, 1884-1973).
Maar alles was gezellig. Wij
rookten in mijn kamer (de Heren) en spraken over het genie van Mengelberg, over
Godsdienst en over vervulling van de vacaturen in het Concertgebouwbestuur. Om ½
11 gingen Van Rees en Echtgenote heen en was het hek van de dam door het vertrek
van Mevr. van Rees. We maakten muziek en zongen tot 12 uur tot smart van de
buren maar genoegen van onszelf. Vanavond met Hilda naar lezing Obbink. Ik vond hem vanavond een
beetje zwaar, misschien nog door het contrast met de Speenhoffliedjes van de
dineravond, wat groot was (
Herman Theodorus Obbink, 1869-1947, hoogleraar te Utrecht in de geschiedenis der
godsdiensten)

Hermanus Theodorus Obbink theoloog 1869-1947
16 dec. ging ik 's avonds per trein van 5.09 naar Groningen 1e
klasse en at in de eetwagen. Ik zat aan tafel met een paar Groninger boeren. Dat
is een heel ander soort mensen als wat wij hier boeren noemen. Ze waren op jacht
geweest en spraken daarover. In het Hotel Doelen in de gang een paar Engelse officierspetten,
dat was alles wat ik van de Engelsen te Groningen merkte. Aan een klein tafeltje
zat Talma, de gewezen minister van L.H.N. met een paar heren. Hij vertelde dat
hij naar Rottum ging om te preken - hij is veldprediker -. Toen ging ik hem
aanspreken. Hij kent Chrik en May [de Booy-Hobson] uit de tijd toen hij
predikant was te Vlissingen.
(Aritius Sybrandus Talma, theoloog en politicus (ARP), van 1908-1913 minister
van handel, nijverheid en landbouw).

Donderdag 17 dec. 7.13 naar Usquert en vandaar met Talma en Ds.
Wagenaar gewandeld naar Noorpolderzijl. Ik liep naast mijn fiets. Met Talma
gesproken over de Eemskwestie, over de Tolunie met Duitsland. Ongelooflijk door
de klei gebaggerd. Te Noordpolderzijl luitenant Dijksma in de soldatenkeet,
geheel met stro bekleed. Na een uurtje vertrok de motorboot. Jan Kuiper en Harm
Schaap, laatstgenoemde militair, maar er was wonder weinig militairs aan hem te
ontdekken. Hij doet dienst als knecht op de motorboot. Weinig zicht. Wij komen ten anker op naar schatting wel 1000
meter van de wal - daar komt de wagen na lang wachten. De paarden stijf door het
koude water. Romswinckel en Dokter Bijsterveld wachten ons aan de wal, de eerste
in de donkere marine-uniform, de laatste in het grijs en sterk is te zien dat de
laatste kleur veel minder zichtbaar is. Het huis van de voogd vol mensen. 's middags om 5 uur houdt Talma zijn preek in de cantine voor de 130 man bezetting. Buiten ziet men de
duitse oorlogsschepen liggen op de Eems en stomen in de zeegaten. Ook een
hangarschip voor vliegmachines is er te zien. Verder het hoge Borkum.
Van de preek van Talma herinner ik mij op het ogenblik niets
meer. Aan het slot zeide hij bereid te zijn over enige onderwerpen te spreken,
die men hem zou opgeven. Men moest dan maar een briefje zenden als hij aan tafel
zat. Gezellige maaltijd. Het briefje bevatte het volgende:" I. De toekomst van
Nederland en zijn koloniën als wij niet in oorlog komen. II. Hoe is het
nationalisme van de sociaal-democraten te verklaren. III.(door Talma zelf
opgesteld): Het Christendom en de Oorlog. Hij sprak slechts over I en III. [volgt een lange uiteenzetting
van Talma's opmerkingen]. De kok vroeg hem wat een man die niets bezat eigenlijk te
verdedigen had, 't was goed als je millionair was. Hierop wees Talma er op dat
juist de minder bedeelden veel meer reden hadden zich te verdedigen, als men
maar eens lette op hetgeen de Belgen was overkomen. De rijken kunnen het land zo
nodig verlaten. Talma had niet veel indruk gemaakt. Ik vind hem wel een knappe
interessante man, een man met een uitstekend geheugen en veel werkkracht.
Sympathiek is hij mij niet. Ik voel dat hij Duits denkt. De voogd zeide:"Zulke
mensen als Talma zijn mensen die de oorlog maken. Jezus is niet gekomen om
strijd te brengen in de vorm van oorlog, maar strijd in ons binnenste". Ik sliep met Talma en de dokter in het hospitaal, dat buiten
tegen het huis gebouwd is. Talma had boven zijn bed een groot aanplakbiljet over
Hulstkamp jenever terwijl hij streng afschaffer is. Hij zei dat hij nooit heeft
kunnen denken dat hij nog eens onder zulk een biljet zou slapen.
Vrijdag 18 dec. vertrok Talma en bleef ik nog te Rottum, had een
onderhoud met de Voogd en met Romswinckel over de motorboot die we gaan bouwen.
Die Romswinckel is een nette kerel. Hij vindt de toestand in de Marine beroerd,
heeft innig medelijden met de jongens die op het Instituut komen. Men had Talma Donderdag al gezegd: Morgen komt er een goochelaar
en toen had Talma fijntjes gelachen. Nu kwam een heel gezelschap 's middags aan:
de heer Barend, makelaar uit Delfzijl, met Betty van Calcar, concertzangeres uit
Groningen, Kor Kuiler, componist en dirigent van het Harmonieorkest te
Groningen, de heer Leopold, leraar aan de HBS, landweersoldaat, de heer Dido,
landweersoldaat, Pelletier, landweersoldaat, fluitist Harmonieorkest en Van
Vierssen Trip, amateur goochelaar van Groningen. De uitvoering was
alleraardigst. De goochelaar met z'n grote neus, gekleed in rok en witte das,
prachtig! Om ½ 1 naar bed, moe en weer geslapen in het hospitaal op de harde
stromatras met dokter van Bijsterveld en luitenant Van Wijk.
Zaterdag 19 dec. 9 uur vertrokken. Slecht weer, harde wind ZWest,
beroerde toestand. De motorboot gaat achteruit in plaats van vooruit. We komen
weer ten anker. "'t Is niet zonder gevaar", zegt Kuiper. We vertrekken weer na
een uur ten anker te hebben gelegen. 't Gezelschap zeeziek. De goochelaar Trip
doornat, zijgt neer in een hoek. Alles spuugt en maakt allerakeligste geluiden.
We komen eindelijk ongeveer half drie aan wal. Ik heb de grootste bewondering
voor die mensen. Dido wanhopig, groen. Gewandeld door de klei met de fiets naar
Usquert. 5.43 naar Groningen en per 7 uur sneltrein naar Amsterdam, kwart voor
12 thuis. Hilda verbaasd over alles wat ik over elkander aanhad en uittrok.
Achtereenvolgens trok ik uit: jekker, serge pak, wollen hemd, nachtgoed, wollen
onderbroek, gewone onderbroek, twee paar kousen. Wat een ellende had ik
doorstaan.
Woensdag 23 dec. Eerst gauw een proefles op de Kinkerschool, bar taai tot 11 uur.
Half 12 komt Herbschleb mij op kantoor wat helpen in de solopartij van het
Weihnachtsoratorium van Bach, om ½ 3 vergadering Ned. Bouwmaatschappij. Blok van
Laer komt in plaats van H.S. van Lennep in het bestuur. Hij lijkt mij wel een
bekwame kerel, niet bijster sympathiek. Winter krijgen we dit jaar blijkbaar niet en dat is maar goed
ook want wat is onze Waterlinie waard als zij is toegevroren? Een voordeel is
dat de vijand zich op ijs niet kan ingraven.
1 9 1 5
Vrijdag 1 januari, nieuwjaar. Ik wandel met Tom over de heide
naar Parva en spreek met hem over z'n toekomst. Wijs hem op andere betrekkingen
dan de Marine. Maar hij is vastbesloten zegt hij, om in de Marine te gaan. Ik
wou maar dat hij vastbesloten was tot iets anders.
15 jan. Bram [van Stockum] gelooft vast aan overwinning
geallieerden. Oorlog begint pas. Hij gaat windmotor op zijn huis timmeren.
5 febr. 's Morgens 8.06 naar Noordwijk, met v.d.Poll geoefend,
't gaat nu wat beter. 3 u. met Tjebbes naar de Marinewerf, sloep voor het
Zeemanshuis bekeken. Gezwommen in de Heilige weg. Ik zwem tegenwoordig veel,
heerlijk. Gezellig aan tafel. Ik zeg tegen de kinderen dat ze "U" tegen me
moeten zeggen, waarop ze me alle noemen: Papa en Edele Heer enz.
6 febr. Vandaag komen de rapporten van de jongens. Tom lelijk.
Alfred mooi. Ik denk dat Tom wel zal blijven zitten.
12 febr. Met Hilda en Mevr. der Kinderen naar Ede naar het
vluchtkamp der Belgen.(Johanna
Henriette Besier, echtg.van de schilder Antoon der Kinderen). Het wordt gebouwd op de heide voor 10.000 mensen en
verdeeld in 3 dorpen, in het midden een 4de dorp, waarin de bijzondere
inrichtingen als kerk, electr. centrale, centrale verwarming, alles heel
praktisch en goed, maar 's zomers zal het er wel warm zijn. Die arme Belgen! Het
was een gezellig dagje. Ik heb een 4tal prenten gekocht, een tekening van Van de Velde,
een waterverftekening van het linieschip Holland, een kaart van de Zuiderzee en
nog een aquarel van een schipbreuk, alles samen voor
f 30.-, niet veel, ze doen
heel goed in de salon.
1 mrt. Ik ga vroeg naar het kantoor om ½ 8 en maak mijn
jaarrapport van de scholen af en zend het aan Gunning. Ik weeg 81,7 kg, dat vind ik wat te veel, omtrek buik 94 cm. Op
weg naar huis Van der Wal ontmoet. Hij is een flinke kerel geworden, is nog
steeds commandant van de Kortenaer, zegt dat men het volk met de zweep moet
regeren, maar dat men tegelijk een flink zeeman moet zijn. Hij zegt dat Oudemans
veel moeilijkheden heeft op de Brabant. Het volk is ook ontevreden met het
materieel en met reden. De Zeeland loopt nog 9 mijl. We hebben tegenwoordig geen
schepen behalve wat torpedoboten.
2 maart. 11 uur Holl. Stoombootmij met Six ter bespreking van
het plan reddingsschip De Visser en Cox. Het plan van De Visser is, dat als er
bericht komt van een zeeslag, een schip van de HSM direct uit Amsterdam naar zee
zal stomen om mensen te redden. De Reddingmaatschappij zendt haar boten dadelijk
uit en geeft de eventueel geredde mensen af aan het reddingsschip als dit komt.
De bedoeling is dan dat wij ons materieel zenden op 15 à 20 mijl uit de kust.
Wij hebben na onze vergadering een bezoek gebracht aan het droogdok waarin o.a.
het Zweedse schip Ss Svartön, dat op een mijn is gelopen en een groot gat in de
boeg heeft, genoeg om een olifant door te laten, doch is blijven drijven op de
waterdichte schotten. Gezwommen in badinrichting Heiligeweg.
7 maart. Concertgebouw - Richard Strauss - Tod u. Verklärung,
Tijl Uilenspiegel, Zarathustra, Don Juan. Strauss zeer sober in zijn dirigeren,
wel interessant. Strauss maakt een beschaafde indruk, meer dan Mengelberg. Er is
niet veel enthousiasme bij het publiek, maar er is toch een troep Duitsers of
Duitsgezinden opgekomen, die brullen. Diepenbrock vertelt mij dat hij het in
veel opzichten niet eens is met de muziek van S., maar dat hij hem een heel
aardige kerel vindt.
10 maart. Hilda heeft mij vandaag een tekening van W. van de
Velde gegeven, een schets gemaakt op 11 juni 1666 8 uur 's morgens toen de
buitenmacht van De Ruyters vloot de Engelsen onder Monck ontdekte. Dit ogenblik
wordt beschreven in Brandt. Hilda heeft die tekening door mevr. Der Kinderen
laten kopen voor het geld dat zij van de heer G.N.Rahusen heeft georven. Ik ben
er heel blij mee
16 maart. 11 uur vergadering Zeemanshuis, Ik lees mijn verslag
voor. Juffrouw Happee de laatste dagen boos op mij omdat ik een aanmerking heb
gemaakt op haar constante te laat komen op kantoor (niet veel, 2 à 3 min., maar
het is toch hinderlijk). Als ze er niet zo aardig uitzag had ik haar geloof ik
al ontslagen, want erg snugger is ze niet.
13 april eindigt vacantie jongens. Alfred al die tijd
buitengewoon vrolijk geweest. Veel uit "De Gulden Riddertijd" voorgedragen. Ik
weeg 81,2 kg, omvang buik 94 cm.
11 mei. Maak visites in uniform met Hilda. Ben weder in dienst.
12 mei naar Texel.(Mijn vader werd toen commandant van dat eiland. Het dagboek
werd maandenlang slechts sporadisch bijgehouden.")
18 juni. Verhaal van den ouden Dekker, molenaar polder Het
Noorden.
"Ik ben m'n hele leven watermolenaar geweest, evenals m'n vader
en grootvader. Mijn grootvader was 85 en een halfjaar en had toen nog altijd de
loffelijke gewoonte tussen de wieken door te lopen. Z'n kinderen hadden hem al
dikwijls gezegd: grootvader, dat moet je niet meer doen, want hij liep niet erg
goed meer, maar dan zei hij: Ik ken de molen en de molen kent mij. Op een dag
kwam hij binnen om koffie te drinken en toen deed hij zo vreemd. Hij was
onvriendelijk, wilde geen vlees op z'n brood hebben en zei: Ik ben m'n hele
leven hier de baas geweest en dat wil ik blijven. We dachten, wat doet hij
vreemd, als hij maar geen klap van de molen gehad heeft. Na een tijdje ging hij
te bed liggen, zeggende dat hij zich niet goed voelde en toen wij hem
uitkleedden zagen we z'n hals vol bloed. En later vonden we z'n pet op het zeil
van de molen. Dus hij had een klap van de molen gehad. Een week later is hij
gestorven, maar, zei de zoon: Het was niet zozeer de klap van de molen die hem
gedood had dan wel het feit dat de molen hem beledigd had." Frans Dekker, schipper, avonturier, heeft een café hotel in de
polder Het Noorden. Volgens M. Boon heeft hij eens een loterij op touw gezet te
Terschelling om een paar biggen en toen hij al de loten had verkocht is hij er
met de biggen vandoor gegaan.
29 sept. In de laatste dagen valt een overwinning van de
Geallieerden te boeken, terwijl ook de Russen het de laatste tijd veel beter
hebben gemaakt. Er zijn zowel West als Oost vele duizenden Duitsers gevangen
gemaakt. Vandaag weder les in de Openbare school te Koog en morgen bij
post 9. [Les in de Engelse taal, door mijn vader op verzoek gegeven].
De Duitsers hebben 25.000 gevangenen en 121 kanonnen verloren.
Goed zo!
Toen ik kwam bij paal 16 zeiden ze dat het lijk al in de duinen
was gebracht. Ik liep de duinen in en daar zag ik het liggen op de slee. Het had
geen hoofd, wel halswervels zag ik, ook geen voeten, daar zag ik ook botten, ook
geen armen. Het was nog gekleed. Plebenpol en Boon groeven de kuil. Ik ging wat
bovenwinds staan want de lucht was onaangenaam. De Politie was ook aanwezig,
v.d.Poll. Hij moest het lijk onderzoeken en Boon schreef op: blauw serge broek,
toen werd de broek wat weggetrokken: katoenen onderbroek, ook die werd
weggetrokken. Toen zag ik een opgezwollen vergane vleesmassa. Toen het frokje:
flanellen borstrok en ik zag de blauwe rand die Engelse matrozen op hun frokje
hebben. Daarop wies v.d.Poll zijn handen in carbol. Toen werd de mestvork
genomen en de slee die vlak naast de kuil lag omgekeerd. "Plof" zei het en het
overschot van wat nog niet lang geleden een jonge krachtige Engelse zeeman was
geweest lag in een kuil. "Hij ruste in vrede" zei Plebenpol, "Kalk er op" en
daarna de kuil dichtgegooid. De strandvonder lei er wat zand op.- "hier ligt het
net zo goed als in Den Burg" zei hij. Vroeger werden ook de bijna geheel vergane lijken naar Den Burg
gebracht en werd een kist gemaakt enz. Nu geschiedde dat niet meer met lijken
waarvan eigenlijk niets meer over is.
13 oct. Oorlog - beroerd! Duitsers en Oostenrijkers vallen
Servië binnen. Bulgarije ook. Engeland en Frankrijk troepen geland te Saloniki.
Griekenland weifelend. Roemenië? Vannacht 4 uur hoorde ik voortdurend korte poffen in zee. Later
opgebeld voor Zeppelin, zonder de motor. Ik naar de kaap. Vandaag naar vuurtoren per motorfiets. Daar hebben de
kustwachten de postcommandant uitgescholden enz. Ik lees nu de brieven van Vincent van Gogh, dat ik van Hilda
kreeg. Wat een stakker was hij en wat heeft hij een prachtige schilderijen
gemaakt. Dikke mist vandaag. Het was aardig rijden met die motorfiets in
de mist, maar voorzichtigheid aanbevolen.
5 nov. Ik ben begin November met verlof geweest. Hilda neemt
tegenwoordig van die pastilles, hoe heten ze: Mynaden pastilles, o ja,
schildkliertabletten. Het doet haar veel goed. Ze vermagert flink en dat was ook
nodig.
4 nov. heeft de Brandaris een Duitse onderzeeër te Terschelling
binnengesleept, hij wordt geïnterneerd. Hoerah!
17 dec. Was met St. Nicolaas 6 dagen thuis met Hilda, wat heel
gezellig is. Heb onlangs 4 mijnen opgeruimd. Met de oorlog gaat het nog
steeds ellendig. De hoofdredacteur Schröder van de Telegraaf gevangen gezet
wegens zijn houding tegen de Regering. Gedurende mijn verlof gegeten bij May en Chrik ter ere van Jim
en Erminie. (James Marnix de Booy, 1885-1969, gehuwd met Erminie
Wilson-Thompson).
Deze ziet er niet onaardig uit, had een afschuwelijke japon aan en
is bepaald niet meer jong. Jim trouwt zonder enige feestelijkheid.
1 9 1 6
13 januari. Storm. Al de laatste week is het stormachtig en nu
is het zo erg als het nog niet geweest is. De zee tot in het slag te Koog. Er
zullen wel grote stukken afvallen bij paal 9.Het zou vanavond kerk zijn te Koog, maar de dominee is niet
gekomen. Hij kon blijkbaar niet tegen de Westenwind op van De Waal. Het is hier
leeg sinds Hilda en de jongens zijn vertrokken op vrijdag 7 jan.Op de 6de strandde 1 uur s'nachts de Engelse onderzeeër S 17
tussen paal 12 en 13. Gaf geen noodseinen en werd dan ook natuurlijk niet gezien
in die stikdonkere nacht. 's morgens 8 u. 20 ontdekt. Admiraal opgebeld. Brabant
en torpedoboten gebeld, gehele bemanning gered. Bemanning is geïnterneerd op
grond van art. 13 Haagse Conventie 1907 waarin staat dat schipbreukelingen die
door neutraal oorlogsschip worden opgenomen moeten worden belet weder aan de
krijgsverrichtingen deel te nemen.
14 januari. Gisteren met Cannenburg naar post 9 gefietst, waar
kust wel 5 meter weggeslagen en voormalige plaats van de barak nu 30 pas van de
uiterste rand van het duin. Groeneveld zegt dat hij de barak zou ontruimd hebben
als die nog op de oude plaats had gestaan. Bij het slag is de zee over de rand
van het duin gegaan.
15 januari. De couranten vol van de overstromingen van 13/14
januari - in Waterland en Anna Paulownapolder. Grote ellende. Veel vee
verdronken. Er drijft een mijn bij de Mok. Met Cannenburg per fiets naar vuurtoren. Harde WZW wind. Met
wagen van Heerwaarden terug tot de Waal. Heerwaarden over zijn paarden, die hij
net behandelt als zijn vrouw. Je begint er van te houden. Nooit ruw, nooit
schelden, nooit met de zweep.
16 januari. Zondag. Hele dag thuis gezeten, gelezen couranten,
gewerkt Zeemanshuis, brieven geschreven, viool gespeeld. Wat komt men moeilijk
tot werken als men alleen zit! De sergeant heeft mij het verzoek van Boontjes niet
overgebracht. Hij had gevraagd naar zijn huis te gaan naar de Westpolder, die
onder water zou gelopen zijn. De sergeant had dit verzoek geweigerd: dat zou
meneer De Booy nooit goed vinden, je bent pas van verlof thuis enz. enz. Toen is
Boontjes gebleven, kwam gisterenavond bij mij om te vragen of hij vandaag mocht
gaan. Hij had gehoord dat de Westpolder ondergelopen was. Ik gaf hem dadelijk
verlof. Maar nu komt hij misschien te laat door die ellendige hardheid van dien
sergeant Meijer. Gebrek aan gevoel: en dat heet dan flink. Ik laat nu ook de
hele nacht patrouille lopen.
19 jan. Mooi weer, bar. 764, wind Zuidwest, zeer flauw. Als ik
op bericht van de komst van majoor Hangard te ½ 11 uur naar Oudeschild fiets, is
de wind veel sterker. Te Oudeschild met de TX 11 en een vlet naar Nieuweschild
gezeild. Sterke wind, ½ 2 bij de mijn, met de vlet er heen maar kunnen er niets
aan doen wegens de zee. De soldaten staan op de wal met de rode vlag. Terug
opwerkende naar de haven, veel zee, wordt aangewakkerd tot DGMK - wat moet er
van Holland worden als het weer gaat stormen? Ik kruip in de roef om niet nat te
worden, voel me nooit lekker in zo'n roef van een botter. Gerrit Wijdt vertelt
daar dat hij volgende zomer weer eens gaat varen op een stoomlogger die in
aanbouw is voor Dros. Hij zal varen van IJmuiden. Schipper de Vlaming vindt het
gevaarlijk wegens de mijnen, maar Wijdt zegt: zie, er zijn er die dit jaar
f.
3000.- gemaakt hebben, anderen
f 2500.-, anderen
f 2000.- en
f 1250.- Als ik
f
1250.- krijg ben ik al tevreden. Ik denk maar: mij zal 't wel niet treffen en
treft 't me, dan treft 't me, zo'n mijn. Het zal me benieuwen of z'n aardige vrouwtje hem laat gaan. Die
TX 11 is een mooie botter, maar lek, op het ogenblik in dienst van de
visserij-inspectie.
22 januari. Werd gisteravond "Dringend" door Hilda gebeld dat ik
bij aankomst A'dam een conferentie moest hebben met Mengelberg en met Oyens en
met orkestleden over de herrie in het Orkest. Niet alle orkestleden willen lid
der Vereniging zijn. De tijden van het Concertgebouwconflict komen mij weer duidelijk
voor de geest. Het spijt mij dat het Bestuur de richting Sillem verlaten heeft.
Het één of het ander, dat is altijd het beste. Thuisgekomen en daarna naar Mengelberg (kwestie erkenning
vakvereniging). Tenslotte maakte ik de redactie van een verklaring die
Mengelberg bevredigde. Maar zijn diagnose is, dat het erkennen van de vereniging
25% doet verliezen van het hoge peil van het Orkest en dat hij de verantwoording
niet wil dragen. Daarna komt Oyens met Hermans en Elders bij mij om de zaak te
bespreken en 's avonds vergadering van het Bestuur over hetzelfde. Wel veel
herrie voor iets dat in 2 minuten kan afgehandeld worden en dat in wezen zo
eenvoudig is. Maar de omstandigheden dat wij met artiesten te maken hebben en met
de Kunst maakt de zaak ingewikkelder. Ik kom te ½ 1 doorgerookt thuis en met een aardige hoeveelheid
Moezelwijn in mijn buik. Amsterdam is een ongezonde stad.
25 januari, Dinsdag. 2 uur Ned. Bouwmaatschappij. We krijgen dit
jaar
f 17.- per aandeel, dat is dus
f 17.- x 25 =
f425, + tantième ruim
f
2200.-, voornamelijk tengevolge van reserve van hetgeen onteigend is. Ik vind
het een prachtige som, die mij aardig door de moeilijkheden zal helpen.
1 februari. Zeppelin L 19 te 11.30 boven territoriale wateren,
passeert post 7 op 600 meter. Er wordt op geschoten door de wacht, 3 salvo's,
waarop hij naar buiten gaat. Het leek aanvankelijk of hij tussen Texel en
Vlieland door wilde gaan. De Zeppelin leek niet een grote. Was bij Koog ook
dichtbij, misschien 2 mijl. had twee schuitjes. Vader Wijdt komt scharren brengen, hij snijdt ze en maakt ze
schoon. Ik neem een foto van hem. Hij heeft een hond met een breuk. ½ 4 naar post 9 gefietst en daar Engelse les gegeven. Have you
seen the Zeppelin, boys? Yes Sir, we have. How many gondola's had it? It had two
gondola's, Sir. What number had it? The number was L 19.½ 6 terug in het donker. Mistig, eigenaardig fietsen langs het
strand, kon het slag eerst niet vinden. 6.45 thuis. Scharretjes gegeten van
vader Wijdt, die er geen geld voor wilde aannemen.
Vrijdag 4 februari. Sein van passerende oorlogsschepen:
De Zeppelin L 19 is drijvende in de Noordzee gevonden door een Engelsen
visserman van Grimsby, op Woensdagmorgen. Blijkbaar is de Zeppelin geraakt,
hetzij op Texel bij post 7 (maar dit is niet zo waarschijnlijk daar de afstand
800 meter was), of bij Ameland (Hollum), waar er met een 5cm kanon op geschoten
is en hij vlakbij was. Dit is een belangrijk bericht. Wat zullen de jongens
opgewonden zijn. Ik ben benieuwd wat Duitsland er van zal zeggen.
14 februari. Te Den Burg vergadering met de graanhandelaren.
Deze heren komen er tegen op dat er geen consenten meer gegeven worden voor de
uitvoer van tarwe. Zij menen dat dit onbillijk is omdat de nadelen door enkelen
gedragen worden ten bate van de gemeenschap en niet door allen. Door mij
gevraagd of ze het dan wel billijk vinden de uitvoerverboden die de minister
voor Nederland uitvaardigt. Hierop antwoorden zij dat dan het gebied zoveel
groter is. Nu moet een 2000 HL tarwe onnut op Texel blijven. Die tarwe bederft
als zij zich bevindt bij de boeren en zal dan gebruikt worden voor voer aan
kippen en koeien. De kans dat dit gebeuren zal is nog groter geworden door de
hoge mais prijzen. De graanhandelaar Keyser meent daarom dat de regering tarwe moet
opslaan. Het is nog niet nodig de tarwe te kopen, maar een overeenkomst dat 2000
HL wordt bewaard op de pakkerijen, die door de graanhandelaren tegen marktprijs
wordt opgekocht. Ik ga er morgen over met den admiraal spreken. 't Is een
duistere kwestie.
23 februari. 's Middags 2.10. Sneeuwstorm. Ik ben ½ uurtje
uitgeweest. De schapen kunnen geen eten vinden. Heb tegenwoordig minder last van mijn voet dan vroeger, krijg
toch weer hoop dat ik nog wel eens een voetreis zal kunnen maken in Zwitserland. Omtrent mijn lopen op Texel zeer overdreven verhalen, bijv. dat
ik op weg met mijn motorfiets, toen deze defect raakte, de fiets op mijn rug heb
genomen.
26 februari. Zaterdag. Ik heb een wedstrijd uitgeschreven in het
maken van sneeuwpoppen, met niet veel succes. Heel veel sneeuw; meters hoog op
sommige plaatsen, doen bijna 2 uur over Koog-Burg.
28 februari, Koog, Texel. Gisteren is het begonnen te dooien, de
wind naar het Zuiden lopend. Ik hoop de sneeuw weg is voor ik met verlof ga,
anders kom ik er niet door. Er wordt gedurende een week reeds hevig gevochten bij Verdun. De
Duitsers hebben aangevallen en hebben reeds 1 van de buitenforten, Douaimont. Ik
ben zeer in spanning.
29 februari. Dinsdag. Lees weer Pepys met veel genoegen, in
verband met een stukje dat ik moet schrijven over de 4daagse zeeslag. Naar post 9 per fiets om de zieken te bezoeken. Prachtig,
heerlijke zon. 3 mensen in kooi. Mijn voet voel ik toch weer een beetje na die
20 kilometer fietsen - vreemd, maar ik zal die vijand wel overwinnen. Pfeifer komt afscheid nemen en mij bedanken voor de Engelse les
Hij gaat nu met klein verlof (is Fries, van Dantumeradeel).
3 maart. 's Morgens naar Anjum, Schiermonnikoog. Goed weer, N.
wind. In Schiermonnikoog geoefend met de boot. Zeil gezet en terug, krijg enige
zeeën over me. De wagen niet ver genoeg in zee geduwd, de boot toen te vroeg te
water gelaten. lelijk. Bezoek bij commandant Groeninx van Zoelen, die pleit voor
het tot stand brengen van een aristocratie als in Engeland. Bijvoorbeeld iemand
als Van Aalst of Van Heutz moest verheven worden tot de adeldom met daaraan
verbonden inkomsten en rechten. 's Avonds vroeg naar bed en gedurende de nacht
wakker wordende van de kou, sta op en kleed mij geheel aan en kruip zo onder de
dekens, waarna niet meer koud.
4 maart. Gebleven te Schiermonnikoog, gewandeld met Gr.v.Z. en
het geïnterneerde Duitse vliegtuig bekeken. De zee heeft bij de storm van 13/14
januari wel 6 meter van de duinen afgeslagen, een paar villa's staan nu vlak bij
de rand. Groeninx vertelde hoe de bemanning van de Engelse onderzeeër hier is
ontvangen. Commandant Stopford gezoend door de meisjes van Schiermonnikoog bij
een patertje langs de kant. Vergadering gehouden met de commissie van plaatselijk bestuur,
waarbij de burgemeester zich weder doet kennen als een koppige kerel, die niet
meewerkt met militair gezag.
14 maart wordt onze kleine Olga 11 jaar oud. Het is wat
eigenaardig dat wij in die 11 jaar nooit meer een kind hebben gekregen. Ik zou
er graag nog een willen hebben als het gezond en krachtig kon zijn. Ook Hilda.
20 maart. Gisteren Diepenbrock bij ons. Hij is een fijne geest,
leeft in een heel andere sfeer van denken als wij. Zijn haat tegen Duitsland is
buitengewoon groot. Het valt mij op hoe hij alles onthoudt wat hem eenmaal
verteld is. Tom als padvinder wordt wel wat groot voor zo'n kinderpakje. Hilda hevig in de weer met haar Belgencommissie. Hevige ruzie
met Stuart, Van Sonsbeeck en Delhez, die alle drie ploerten zijn.
Maandag 3 april. 's Avonds Concertgebouw bestuurvergadering. Van
Rees, Oyens, V.Notten, Vom Rath, Wibaut, Charles, Freyer. Wibaut gelooft dat
toestand reden geeft tot ongerustheid.
(M. van Notten, bestuurslid 1915-1930, E, vom Rath, bestuurslid
1915-1939, Dr. F.M. Wibaut, bestuurslid l9l5-l9l9, l931-1936). Heeft in Frankrijk de indruk gekregen van
grote ernstige vastberadenheid, verder dat Fr. gaarne vrede sluiten als maar
eerst Duitsland uit België en Frankrijk gaat. Alle verdere kwesties arbitraal op
te lossen. Duitsland veel ellende, ook aan het front geen boter meer.
Families man, vrouw en kind per week ½ pond boter en vet. Oyens gelooft dat Duitsland zal verliezen. Dat vind ik sterk dat
Oyens het gelooft. Het is tegenwoordig "chic" om promof te zijn. Promof zijn: de
aristocraten, de hoge legerambtenaren, de ministers, de dominees, pro Engels: de
intellectuelen, de reders, de middenstand, de lagere volksklasse. In aantal
overtreffen de pro Engelsen ver en ver de pro moffen. Besloten wordt in verband met de ernstige toestand dat
Diepenbrock op zijn concert van zondag a.s. niet mag uitvoeren de Berceuse
Heroïque van Debussy, waarin de Brabançonne voorkomt - 8 maten er van - welk
stuk is opgedragen aan koning Albert.
Dinsdag 4 april. Met Charles naar Diepenbrock. Deze erkent dat
het een manifestatie van hem is. Zal er over denken wat hij kan doen. Ik zeg dat
hij het moet laten voor het "Vaderland", niet voor het Bestuur van het
Concertgebouw. Dit schijnt indruk te maken. Charles zegt dat Marie ook zei dat
het niet kon, waarop Diepenbrock: voor het gevoelen van een vrouw heb ik
respect, voor dat van zakenmensen helemaal niet. Marie moet nu met Elisabeth
gaan spreken en ik ben benieuwd hoe alles zal aflopen. (De vrouw van
Diepenbrock). Kregen geen ogenblik
ruzie met Diepenbrock. Hij zeide: Van iemand als Mengelberg of Oyens kan je het
niet kwalijk nemen dat ze pro Duits zijn, 't zijn Duitsers (hun moeders waren
Duits) en als zodanig zijn ze "erfelijk belast". Ik houd veel van Diepenbrock, hoe verachtelijk hij ons
zakenmensen of niet-musici ook vindt. Naar Freyer, die mij een oud briefje laat lezen van Diepenbrock,
waarin deze o.a. zegt dat hij het zulk een schande vindt dat een instelling als
het Concertgebouw onder leiding staat van niet-musici.
10 april. Opgebeld door "Personeel" Nieuwediep. Ik word 15 april
afgelost door Crommelin. Heb gezegd dat ik dan 22 april met onbepaald verlof zal
gaan. Ik krijg dan mijn pensioen als traktement en moet opkomen ingeval wij in
oorlog komen. Ik heb een gevoel alsof ik het hier niet lang meer zou
uithouden. Ben blij dat ik wegga. In weerwil van het aardige huisje, het
tuintje, de kippen enz. enz. De bootsman erg ongelukkig, zegt dat de posten het
heel naar zullen vinden dat ik wegga.
12 april. Een dankbare brief van Van Rees voor wat ik gedaan heb
in de kwestie Diepenbrock. Diepenbrock heeft aan Freyer gezegd: met De Booy kan
ik praten, Boissevain hindert en irriteert mij.
22 april. Vandaag het commandement Texel overgegeven aan Van
Wickevoort Crommelin, kap.luit. ter zee, oorspronkelijk 1 promotie jonger dan
ik, een vreemde man, doch goedhartig.
25 april. 's Morgens half vijf op, prachtig weer. er wordt
geschoten op zee. De Zeppelins zijn van Engeland teruggekomen. Langs de Waterweg
naar Oudeschild. prachtig gezicht op Koog. Gekeken naar kemphanen die niet
wegvliegen voor een fiets. Hard gefietst. 6 uur gaat de boot. Te Amsterdam eerst naar kantoor. Als Betsy Happee er niet zo
bijzonder lief uitzag zou ik haar allang bedankt hebben. Naar Brugmans, het
arrondissement Amsterdam IV overgenomen. Hij praat lang en zwaar met een lange
Goudse pijp in de mond. 2 uur kantoor over de motorredingboot Rottum tot 4 uur.
Met Alfred Boissevain naar Palais Royal een paar bittertjes gedronken en daarna
bij hem gegeten, heel gezellig. Daarna naar vergadering concertgebouw bij Van
Rees, lang vergaderd, veel "Mengelbergjes" gerookt, sandwiches gegeten en
Moezelwijn gedronken en nog een tijd nagepraat over de oorlog. Mengelberg
beweert dat de Duitsers al overwonnen hebben.
1 mei. Kantoor 450 Herengracht. De klok 1 uur voorgezet. Naar
buiten gelopen om te kijken naar de optocht SDAP op 1 Mei. Het is een grote
optocht met veel vaandels en opschriften, o.a. STRIJDT, MAAR STRIJDT VOOR DE
VREDE, BLIJFT NEUTRAAL, WIJ EISCHEN GOEDE EN GOEDKOPE LEVENSMIDDELEN, DE
ZEELIEDEN ZIJN NIET OPGENOMEN IN DE ONGEVALLENWET, en dergelijke.
11 mei. De jongens hebben de "Kathleen" naar de Schinkel
gebracht en vallen elkander aan tafel aan over hunne manoeuvres. Het woord
"kaffer" wordt menigmaal gebruikt. Ik neem gaarne aan dat beiden kaffers zijn. Dit was een kleine jol die op de zeiltochten van de Mavourneen
veel diensten bewees. (Na het verkopen van de Mavourneen bleef dit bootje
eigendom van mijn vader).
22 mei. 3 uur vergadering met Gunning en de schoolopzieners,
daarna een borrel op Parkzicht met Kuykhoff, die mij "je" en "jij" noemt en zegt
mij te kennen door Petermeyer van Texel. Een echte SDAPer maar niet ongeschikt.
Gunning zoekt de bestrijding van de tuchteloosheid der jeugd in opwekking van
het eergevoel, wijst op een poging in het arrondissement van V.Kuykhoff, waar
bij de demping van de Oldenbarneveltskade de onderwijzers van een school hebben
voorgesteld dat de kinderen der school het plantsoen zouden aanleggen.
23 mei. Na tafel met de kleine Olga naar het Vondelpark en van
daar naar een vergadering bij Gunning en daarna naar huis waar Heleen.
(Helena Mensina Boissevain, 1867-1946. Verzorgde o.a. een vertaling van
Thucydides). 11 uur
naar bed. Die arme Boeken leeft in een toestand van hevig zelfverwijt, zegt
"ik was gek" enz. Hij heeft zijn vrouw, die na een ellendig leven van
zenuwziekte een eind aan haar leven wilde maken en laudanum had ingenomen,
geholpen door een kussen op haar te houden en komt nu voor het gerecht. Hij is
de dichter Boeken. Arme ongelukkige man. Hij deed niets dan gillen in het
voorarrest en het schijnt mij dat hij ook gek moet worden. Hij verlangt zeer
naar zijn vrouw terug en mist haar zo. (Hendrik Jan (Hein) Boeken,
classicus en letterkundige, 1861-1933. Het verhaal over diens wanhoop is
ongetwijfeld die avond door Heleen Boissevain verteld, die Boeken goed kende.)

Hendrik Jan Boeken classicus en letterkundige 1861-1933
8 juni 1916. ½ 2 vergadering van de twee Reddingmaatschappijen
in het Scheepvaarthuis, in de mooie vergaderzaal. Kort vergaderd en toen het
Scheepvaarthuis gezien tot boven op het dak waar een mooi uitzicht op Amsterdam.
Met een motorboot van de Nederland naar Zaandam en Wormerveer langs al die
fabrieken. Bij Zaandam het aantal molens nog maar een 15tal. Diner heel goed en de wijn ook goed. Couvert
f 8.- zonder wijn. Six weet op alles een stempel van verveling te drukken. Over de
Reddingmaatschappij en haar werk maar heel weinig gesproken. Het gesprek op laag
peil. Hummel vermakelijk.
(Johannes H. Hummel, 1865-1942, geh.m. Maria E. van Hecking
Colenbrander. Bestuurslid van de NZHRM sinds 1909). Na het diner met Six en Hummel naar Polen, een paar
glaasjes bier gedronken. Hummel zegt dat alles wat hij nu gezien heeft van de
oorlog hem erg het land heeft doen krijgen aan het militarisme, dat hij liever
zijn zoons de benen zou breken dan ze in de Marine laten gaan enz. enz.
Militairen noemt hij een noodzakelijk kwaad, maar ik vraag hem, als het
noodzakelijk is, is het dan een kwaad? Geen antwoord, evenals op zovele vragen
die je jezelf tegenwoordig stelt. Het aardigste van het diner was ongetwijfeld
het biertje met Hummel bij Polen.
18 juni. Gewandeld met Hilda en Tom en Alfred van Diemerbrug
naar Hilversum, goed weer, heel aardig via Nigtevecht, Ankeveen, 's-Graveland, ±
25 km. Te Hilversum thee gedronken en de jongens pannenkoeken gegeten. Tom zegt:
"voor een rijksdaalder wandel ik terug", waarop Alfred een rijksdaalder uit z'n
zak haalt en zegt "dat koopje zal ik je bakken". En ze zouden de overeenkomst
gesloten hebben als wij het hun niet belet hadden. Toen heb ik Tom
f 1.-
gegeven. Er zijn de laatste dagen een soort hongeroptochten geweest van
vrouwen, protesten tegen de duurte der levensmiddelen, ontstaan door de grote
uitvoer van groenten en vee naar Duitsland. Zag vandaag zulk een optocht op de
Overtoom, met opschriften als: MET VROUWENKIESRECHT VULLEN WIJ NIET DE MAGEN
ONZER KINDEREN.
18 juli [tijdens een zeiltocht in Friesland met de Mavourneen en
de 2 jongste kinderen] Gemeen weer, opgestaan, gewassen en gekleed, dit gaat vlug omdat
er niet gewassen wordt en het kleden slechts bestaat uit het aandoen van sokken
en schoenen. Als het goed weer was zouden we ons misschien de luxe kunnen
veroorloven meer zorgen aan het lichaam te besteden, nu kan dat niet. Met Olga
in de Kathleen naar Woudsend geroeid en daar boodschappen gedaan. Regen. Terug
naar Mavourneen, waar Alfred ons eieren bakt en we broodjes eten in de kajuit.
Het weer ziet er allerdroevigst uit. Na het koffiedrinken weder naar Woudsend om
te telefoneren. Zuurtjes gekocht voor Olga. Teruggezeild met de Kathleen, heel
aardig. Laat daarna Alfred met Olga met de Kathleen op het Slotermeer zeilen
dicht bij de ingang van de Rakken, heb de Mav. klaar om dadelijk te vertrekken
als er een ongeluk gebeurt: de vallen en schoten klaar, de landvasten klaar om
los te gooien, en ga koken, houd tevens een wakend oog op de Kathl., die heel
aardig zeilt onder commando van Alfred. Erwtensoep klaargemaakt, aardappelen
gekookt en spersieboontjes, daarna vlag neergehaald volgens afspraak; ze komen
juist binnen, lekker gegeten, regen en koud, wat geschetst. Olga springt te
water in plaats van op de wal en moet zich geheel verkleden. Ik ga een uur
rusten en Alfred maakt koffie klaar. De regeling der maaltijden is altijd zeer
vreemd, we eten en drinken als we honger hebben en wat er op dat ogenblik is.
Bedden opgemaakt, vloer aangedweild in de kajuit. Ik slaap vannacht aan boord. 't Is wel aardig zo'n zeiltocht maar wel wat bezwarend voor mij,
vermoeiend met de kleine Olga die overal tegelijk wil wezen. Ik heb er hoofdpijn
van vandaag, ben commandant geweest van de twee schepen, keukenmeid, kindermeid
en wat al niet.
24 juli. 's Avonds bioscoop, slag van de Somme, interessant om
te zien het zich overgeven aan de Fransen van duitse soldaten, verder ook het
werken met zwaar geschut, heel interessant.
31 juli. Naar Bram en Olga [van Stockum-Boissevain]
gewandeld naar Boschlust. Het huis oud en bouwvallig, of slordig, armoedige
logeerkamer en kort bed. Gepraat met Bram, die nu bezig is met al z'n
uitvindingen: de mijn met diepteregelaar, de vlamdover voor torpedoboten, het
richten van het luchtschip, afweerkanon. 11 uur naar bed en Bram aan het werk.
Hij gaat als regel om 3 uur naar bed.
4 augustus. Vandaag gewerkt op kantoor en biljet
Inkomstenbelasting verzonden. Inkomen in l9l5
f 12000.- ruim, een inkomen dat ik
vroeger nooit zou gedacht hebben te kunnen hebben. Er zijn vele Zeppelins over het land gekomen en er is op
geschoten. In de courant een stukje over de L 19, die wij indertijd op Texel
beschoten, vreemd dat niets wordt gezegd van de schoten die op Ameland op hem
afgevuurd zijn. Vanmorgen met kolonel Blokhuis aan het ontbijt over vliegtuigen
en afweergeschut enz. Hij zegt dat wij geen afweergeschut hebben, dat het in
Amerika niet meer te krijgen was, dat de beste verdediging tegen Zeppelins was
vliegtuigen, dat hij meent dat we er misschien 40 hebben, maar geen
vechtvliegtuigen, dat de Engelsen nu vliegtuigen maken van 39 meter vlucht met 3
kanonnen, dat de gedachtengang bij sommigen is: als wij partij kiezen hebben wij
gauw genoeg vliegtuigen; dat na de oorlog ons gehele verdedigingsstelsel zal
moeten worden gewijzigd tot een stelsel dat berust op verdediging tot wij
geholpen worden door een ander, dat in dat stelsel geen plaats is voor een
fortenlinie om Amsterdam zoals nu, dat op verschillende plaatsen nog de linie
onvoldoende forten heeft. Ik lees met veel belangstelling de memoires van de conte de
Gramont, noodzakelijk dit boek te lezen aan de hand van Pepys. Vanavond zitten werken aan een overzicht van de financiële
toestand der Reddingmaatschappij van l906 - heden, waaruit duidelijk grote
vooruitgang blijkt. Ik doe dit ten einde klaar te zijn voor het geval Six mij
aanvalt.
12 aug.1916. Teau zal dinsdag behandeld worden met
Röntgenstralen. De ziekte is heel ernstig en heet malignant granula. Dat ziet er
niet mooi uit. Thans zal met Teau gebeuren wat volgens Dr. Voorhoeve al voor een
maand had moeten gebeuren: bestraling van de milt.
13 aug. l916 [sinds 5 aug. weer op Texel]. Een vreselijke nacht.
Tom had water in zijn oren en maakte een lawaai alsof hij stervende was of
zwaar gewond, zodat niemand slapen kon. Verder maakten de soldaten lawaai bij
Dalmeyer, blies de dominee op de trompet en 's morgens kwam Vrouw Van der Vliet
klagen over het optreden van de soldaten.
22 aug. gisteren is hier een vat met wijn aangespoeld, merk "Londres".
Er wordt onder directie van Daalder veel van geproefd, ook wij hebben een
proefje, het is bijzonder lekkere fijne Bordeauxwijn, vermoedelijk afkomstig van
een schip dat getorpedeerd is door de duitsers.
24 augustus. Vandaag zijn Mary en Ot Gooszen gekomen, aardige
meisjes. We hebben gezwommen namiddags met hen, Tom en Alfi en de jongens van de
Leeuw en Jacquy naar paal 17, met veel moeite tegen het hoge duin opgeklauterd
en bovenopgezeten, prachtig uitzicht op de zee.(Jacobus (Koos) en
Cornelis (Kees) van der Leeuw, geboren resp. 1890 en 1893. De kennismaking liep
waarschijnlijk via de Theosofie. Een van de twee broers bleef contact houden met
mijn ouders. Jaquy Willebeek Le Mair, vermoedelijk een klasgenoot van Tom of
Alfred, en bekend om zijn geslaagde imitaties van dierengeluiden. ) Langs de binnenkant terug en
gezellig gegeten en 's avonds reuzepan, wel 20 mensen zaten in onze kamer en ik
moest de "marszeilen hijsen" en zingen van "de mariniertjes onderdanig" en we
hadden veel plezier. Ook De Bazel met een vrolijk gezicht.
(De architect Karel Petrus Cornelis de Bazel, 1869-1923).
Dat is een aardige, fijne man.

Karel Petrus Cornelis de Bazel,architect, bouwer van het
gebouw de Bazel in Amsterdamn. 1869-1923
(De "mariniertjes onderdanig" herinner ik mij wel. Het was een
door mijn vader gemaakt versje op de schietoefeningen op de reede van Olehleh
ca. 1893 onder leiding van de luitenant Faassen. De mariniertjes onderdanig /zijn altijd goed gericht / Ze
houden zich heel kranig / ..... / De luitenant wou uit schieten / met
ongebonden tijd / t Zijn daarin nog geen pieten/ dat heeft hij zelf gezeid/
Pief paf pief poef paf / De mariniertje schieten hun geweertjes af / Pief paf
pief poef paf / de luitenant loopt in een draf / :Leve onze jonge koningin /
de marinier van Putten gaat het eerst de Benting in.)
26 augustus. De meisjes Gooszen vertellen aan het ontbijt hoe
achteruitstrevend conservatief hun vader is en erg streng en hun moeder nog
strenger. Het is natuurlijk moeilijk dochters te hebben in een plaats als
Nieuwediep, maar hij gaat dunkt mij te ver.
10 sept. Vandaag naar Drafna, De Sparren weer eens bewonderd. .Zal
morgen worden betrokken door de familie Tjebbes (f 50.- per maand tot einde
April). Op Drafna terug, heerlijke thee van Polly. Op
Drafna waren: Vader en Moeder, Nella met Theo Hissink en kind en wij, heel gezellig. Een
teekening begonnen van eenige boomen. Een bezoek gebracht op de "Heerlijkheid"
waar An en Gie. an zal morgen worden geopereerd aan de galblaas, een gevaarlijke
operatie. Ik zag daar een stelletje foto's van het huwelijk van Gie en An en
Hilda kwam er op voor, zoo bijzonder aardig en lief. Zaterdagavond met Hilda op bezoek bij Alfred en Mies die hun
huis Van Baerlestraat 5 nieuw hebben ingericht, parketvloer enz., maar alles
lelijk - zonder smaak. Bijzonder gezellige avond, onze Koogse ondervindingen met
Rosie en zo van Rosie op Robert en hoe die thans weer in grote zorgen zit.
Alfred denkt dat van hem helemaal niets meer terecht zal komen, ook over Eugen
en over Teau. Haar toestand nog altijd heel zorgelijk, vooral vind ik het
zorgelijk dat zij niet eet. Alfred vertelt van de Saksische dienstbode die met Van Lissa uit
Berlijn was gekomen, hoe zij Baarn veel mooier vindt dan Grünwald, hoe zij
ontzettend veel at en wit brood Kuche noemde, hoe een duits kind vond dat in
Holland "alles Vergnügen" was, naar aanleiding van het feit dat men hier op
straat mag "fluiten". Hoe mejuffrouw Suikerberg die onder de indruk van ellende
in Duitsland van haar bezoek aan de grens is teruggekomen. Vandaag naar de begrafenis van C. Leyendecker, lid orkest, op
Zorgvlied, een mooi kerkhof op een mooie plaats aan de Amstel, Ik sprak bij het
graf. Mengelberg was er en was weder echt M.E.N.G.E.L.B.E.R.G., d.w.z.
onuitstaanbaar en onbegrijpelijk.
12 september. Vandaag is een wetsontwerp ingediend tot het
droogmaken van de Zuiderzee. Als wij het gaan doen laat het dan vlug zijn.
30 sept. Ik ben woensdag bij Erwin van Asbeck geweest, die met
nierziekte is thuisgekomen. Hij is geheel blind op het ogenblik maar
bewonderenswaardig flink en opgewekt zelfs. Hij vertelt mij veel van zijn
commandement van de Serdang te Sabang, hoe hij daar had te letten op 12 Duitse
koopvaardijschepen, die wel eens vergaten dat ze niet in Duitsland maar in
Holland waren, verteld van de Hörde waar ik al van Crommelin over gehoord had,
hoe die een officier van de marine aan boord had als 4de officier. Het schip
moest kolen leveren aan de Emden en was de Telek Dalambaai van Simaloer
binnengelopen, die niet voor de scheepvaart is geopend. Daar werd het schip
gevonden door Crommelin en gebracht naar Sabang. Daar kwam die 4de officier
eindelijk voor de dag in stokerspak. De gezagvoerder van de Hörde had het plan weder te vertrekken,
doch er was order gekomen dat hij slechts mocht vertrekken als hij eerst zijn
lading kolen loste. Hij stond er toch op te vertrekken, waarop Erwin hem zeide
dat hij dan gevaar liep in de grond geboord te worden. "Wie zal een Duits schip
in de grond durven schieten" zei de gezagvoerder. "Ich", zei Van Asbeck en hij
wees op zijn kanonnen. "Dann bleibe ich", zei de gezagvoerder. Erwin vertelde ook van de Prins die in Zwitserland was geweest
en hem een bezoek had gebracht. Hij vertelde dat hij in Zwitserland geweest was
met 2 zusters groothertoginnen, één van Mecklenburg, en één met een Russische
grootvorst getrouwd, hoe die groothertoginnen over de oorlog begonnen en de een
zei "de Russen zijn begonnen" en de ander "de Duitsers zijn begonnen", hoe ze
toen begonnen te kakelen en ruzie kregen. Hoe eindelijk Heinrich werd gevraagd
te beslissen en de Prins zeide "Ich bin neutral" en hoe toen z'n zuster had
gezegd "Je bent altijd de netste van de familie geweest". Op de vergadering Reddingmaatschappij van gisteren werd mij
hulde gebracht wegens de toenemende financiële bloei der Reddingmaatschappij.
Dientengevolge werd het salaris van de boekhouder van
f 400.- op
f 800.-
gebracht, hetgeen hij dus aan mij te danken heeft. Ik maak nu 1 x per week muziek met Johannes Röntgen, een zoon
van Julius, een aardige jongen, 17 jaar oud en hij is een Mof doch vindt dit
ellendig.(Johannes Röntgen, 1898-1969, pianist, koordirigent,
componist). Zou ook niet opkomen als hij bevel kreeg te komen.
2 october naar Delfzijl, hotel De Beurs, en de volgende dag
conferentie met de Voogd van Rottum die ik had laten komen bij de heer Eybergen.
Met hem gesproken over de verankering van de motorreddingboot door middel van
een boei. Hij zegt mij toe een tweetal zware stenen en de ketting voor de boei
(15 vadem) als ik de boei naar Zoutkamp zend. Daarna 's middags met Voogd van
Rottum naar Appingedam gefietst naar de fabriek van Brons. Deze is
timmermanszoon, was zelf timmerman, doch heeft helder verstand en daaraan te
danken z'n uitvinding van de Bronsmotor. Ook z'n vrouw geheel op de hoogte van
motoren. Met haar besprak en bedacht hij dan 's avonds de verbeteringen die hij
er geleidelijk in aanbracht. Nu heeft hij een grote fabriek die thans weer wordt
uitgebreid en zoveel bestellingen dat hij de eerste 2 jaren vol werk is en geen
bestellingen meer aanneemt omdat hij met het oog op de oorlogstoestand niet weet
welke prijzen hij moet vragen. Zag grote 4 cil. motoren voor sleepboten die naar
Indië gaan en zag deze in werking met de reminrichting. Terug langs het
Damsterdiep, zagen vandaar een aantal Zeppelins, waaronder zeer grote, boven de
zee. In Engeland is er weer een omlaag geschoten. Theegedronken bij de vrouw van de Voogd, waar Toxopeus zijn neef
Mees Toxopeus laat komen, dien Toxopeus wenst als schipper van de
motorreddingboot. Hij beschrijft hem als "een woeste kerel maar zeer bedaard".
4 oktober. Vanavond naar Nierstrasz, P.Hendrikkade 26, over de
Zeevaartschool waarvoor de subsidie door de regering geweigerd is.(Boudewijn
Nierstrasz, geb. 1861, dir. Holl. Stoombootmij sinds 1888, lid tweede kamer
1913-1918).

Links: Boudewijn
Nierstrasz, reder. 1861-1939.Rechts: Pieter W.A.Cort van der Linden,
minister-president 1913-1918 (1846-1935)
Nierstrasz
heeft een rekest opgesteld. Hij vertelt dat Cort van der Linden een slappe oude
man is, die toelaat dat gezant Von Kühlmann met de vuist op tafel slaat en zegt
"Ich will es so".
(Pieter W.A.Cort van der Linden, 1846-1935, eerste minister
1913-1918.) Cort maakt nog wel indruk door zijn redevoeringen, maar ze
bevatten weinig als men ze leest, en tracht bevrediging te krijgen tussen Rechts
en Links, door aan Rechts art. 192 van de grondwetherziening te geven tegen art.
90 aan de Linkse partij. Echter heeft de kwestie van het openbaar onderwijs
niets te maken met de kwestie van het kiesrecht. Nierstrasz vreest voor Zeeuws Vlaanderen als de Entente wint en
zou willen dat wij nu reeds toonden door een daad (door het stationeren van veel
troepen in Oost Vlaanderen, die zich dan maar dood moeten vechten ) dat wij niet
zullen toelaten dat aan Z.Vlaanderen getornd wordt. N. zegt dat in dat deel van
Z.Vl. slechts 80 man zijn, maar wel in het Westelijk deel. Daar zijn er 7000.
Betreurt dat men in de Kamer niet over dergelijke dingen kan spreken, evenmin
als over het afweergeschut dat we zo hoog nodig hebben, maar niet bezitten. Voor
Indië maakt hij zich niet zo bang, gelooft dat de Indiërs ons wel waarderen in
die zin dat zij niet gaarne van meester zouden verwisselen. Van Heutz is voor
een weerbaar maken der Inlandse bevolking. Wat de verdediging van Indië door de
Marine betreft voelt N. het meeste voor grote schepen daar Indië te uitgestrekt
is om met onderzeeërs allen te verdedigen.
10 oct. Vandaag 's morgens vergadering commissie van toezicht
onderwijs Zeevaartschool. De heer Wiersma vertelt mij dat vooral het
stokerspersoneel zoveel slechte elementen bevat, zodat het plaatsen van
schoolschepen in verschillende plaatsen als Hoorn, Enkhuizen, Delfzijl enz. niet
ten gevolge zou hebben dat het aantal slechte elementen aan boord belangrijk
vermindert, het zou slechts tengevolge hebben een hoger graad van geoefendheid
van de dekhands. Wij hebben zaterdag 7 october met de jongens in het Grand
Theater een uitvoering bijgewoond van de Spaansche Brabander van Brederoo. De
leraars aan de HBS hadden de jongens aanbevolen er heen te gaan, maar zij hadden
dit te lichtzinnig gedaan zonder te bedenken wat in dit stuk wordt opgevoerd en
gezegd. Zo werd dus voor een grote hoeveelheid Burgerscholieren, jongens en
meisjes, opgevoerd een stuk dat heel erg plat was, waar "snollen" in voorkwamen,
die elkander vertelden hoe zij op het slechte pad waren geraakt enz. Ik vind het
bar en bar dat zulk een stuk wordt aangeraden door leraren van een HBS en
telefoneerde de volgende dag met de directeur, die in het vervolg beter zal
oppassen. Het enige wat van dit stuk gezegd kan worden is dat het niet pervers
is maar gezond.
11 oktober. Vandaag met Six, Nierstrasz naar minister van
Binnenl.Zaken Cort van der Linden. Hij ontvangt ons 12 uur in het torenkamertje,
dat wel aardig is. Hij is een oud man, m.i. te oud voor een minister v.B.Z. Wij
kwamen voor de subsidie voor de Zeevaartschool en ik houd een lang betoog.
Misschien krijgen we nog iets bij suppletoire begroting. Daarna naar de Witte
waar we lunchten. Nierstrasz vertelt hoe gemeen de Duitsers doen met schepen die
voor het Bootengerecht komen te Hamburg. Hoe zij op een van de schepen van de
Holl.Stoomboot waar de contrabande slechts 15% van de waarde van de lading
uitmaakte de contrabande schatten op 6 x de waarde en het strokarton op 1/3 van
de lading en zo kwamen tot een uitkomst volgens welke de contrabande meer dan
50% van de lading was. Toen werd het schip prijs verklaard. N. vindt het dom dat
in de Troonrede is gezegd dat Nederland neutraal zou blijven zolang de vijand
niet een inval deed. Nu wordt er gelachen over onze protesten tegen aanvallen op
schepen. 's Avonds te Amsterdam met Hilda naar uitvoering Caecilia. Hilda
had haar mooie nieuwe japon aan. Als het een meisje is zal ze Engelina
Petronella heeten, een jongen zal Maarten heten en mevrouw Der Kinderen wordt
peettante. Ik koop vandaag de werken van Jan Luyken voor f17.50, uitgave 1701,
heel aardig.
12 october. De hele dag op kantoor, tussen 1 en ½ 3 viool
gestudeerd, de 3de sonate van Beethoven, heel moeilijk. 4 uur gezwommen Heilige
weg en daarna weer kantoor tot ½ 8. Vind thuis Olga [van Stockum-Boissevain] die
bij ons logeert vandaag en o.a. vertelt dat Bram voor ± 10 dagen op het
departement was en dat men daar in onrust verkeerde, denkende dat wij in oorlog
zouden komen en dat het niet zeker was met wie, waar wij bijv. eisen inwilligend
van Duitsland Engeland onaangenaam zijn en omgekeerd. De oorlog duurt thans 2
jaar en 2½ maand en "we hebben nog geen afweergeschut tegen vliegmachines en
Zeppelins". Vanavond Hilda repetitie Toonkunst en ik speel met Johannes
Röntgen, die zo-even het eerste salaris dat hij ooit heeft genoten heeft
opgestoken, namelijk
f 10.- voor 4 lessen, hetgeen ik schandelijk veel vind voor
zo'n jongen. Naber gelooft dat het raadsel in het dagboek van Gerrit de Veer
(namelijk dat de zon vroeger zichtbaar werd dan men had verwacht) moet beschouwd
worden als een aardigheid. De Veer zou enige tijd de oude tijdrekening gebruikt
hebben, die bij ons in l582 verwisseld werd voor de nieuwe. Het is volgens N.
niet mogelijk de verklaring te vinden in een bijzonder grote straalbuiging, daar
een straalbuiging van meer dan 2 graden onmogelijk is.
17 october. Bram vertelt aan tafel van zijn uitvindingen, o.a.
bij het opnemen van Suriname, hoe hij uitsluitend 's nachts observeerde ter
vermijding van fouten van het instrument, ontstaan door uitzetting tengevolge
van zonnewarmte, hoe hij een goed werkende artificiële horizon fabriceerde,
[...] en nog veel meer. De jongens zitten met belangstellende gezichten te
luisteren, maar Alfi verdwijnt spoedig omdat hij repetitie heeft. Natuurkunde. Annie Goedkoop heeft haar philippien met Tom verloren. In mijn
tijd zouden wij er niet aan gedacht hebben een meisje een philippien te doen
verliezen, tegenwoordig zijn de jongens anders naar het schijnt, vermoedelijk
als gevolg van de coëducatie. Tom verwacht nu een cadeau van haar.
28 october. Tom vandaag naar IJsbrand van Van Eeden.[...]Bouman
had gezegd IJsbrand voor de jongens gevaarlijker te vinden dan de Spaanse
Brabander en Tom kan zich dat wel voorstellen. Grote discussie met zijn vrienden
over de betekenis van IJSbrand en ze zijn het allen oneens. Tom vond
IJsbrand een stakkerd maar tegelijk sympathiek, een zwak mens.
31 october. Naar Terschelling. [o.a. wegens een redding door de
Brandaris].Visser voordien gesproken, enthousiast over Cupido (de schipper
van de Brandaris). Zijn stem klinkt door alles heen, hij commandeert nooit meer
dan eenmaal. Grote kalmte en absolute tegenwoordigheid van geest, weet dadelijk
wat te doen.
1 november. Wij hebben veel tijd nodig voor de tocht van
Terschelling naar Vlieland door de vele omwegen wegens mijnen.[...] Naar
burgemeester op Raadhuis. Deze klaagt over de vele tochten naar de Hors.
Gisteren is de burgemeester op de Hors bij het terugkomen overvallen door de
vloed en wandelde weldra tot de buik in het water. Een der paarden moest bijna
zwemmen. Slufters moesten doorgestoken worden, er zijn er nu 3 à 4. Naar overste Timmermans. Hij woont in het oude huis van meester
Westra en ik praat met hem over het medenemen van militairen in de reddingboot
enz. Hij staat niet toe dat ik het "fort" ga zien op de Oostkant.Daarna naar de heer en mevrouw Akersloot (5 uur) die mij in het
opkamertje van het Tromp's huis ontvangen, alleraardigst. Zij raken beiden in
vervoering als ze spreken over het bezoek van de Koningin aan hun huis. "U weet
misschien", zei hij, "we zijn mensen van de Schrift, wij beiden geloven dat elk
woord van de Schrift waar is. Ons gehele leven hebben wij 's ochtends en 's
avonds gebeden voor het Koninklijk Huis. Er staat in de Schrift: God neigt de
harten der Vorsten, dat wil dus zeggen" (en hierbij richt hij z'n interessante
kop op en kijkt mij aan - een aardige kop met die lange witte haren) "dat wil
dus zeggen dat er een bijzondere gemeenschap bestaat tussen God en de Koningin,
dat de Koningin dus aan niemand op aarde verantwoording schuldig is en dat geeft
aan zulk een bezoek zulk een heel bijzondere wijding en zulk een hoge betekenis,
't is iets voor ons hele leven".Hij is iemand die in een roman thuis behoort, een ouderwetse zeer
vormelijke fijn beschaafde heer van goede familie en - een zonderling
waarschijnlijk.
2 november. Op om 7 uur. 8 uur per postkar met Blom naar
posthuis, aankomst 9 uur en vandaar met Sieben op de postkar naar de postboot
over de Hors. Blom vertelt van Akersloot hoe niemand eigenlijk weet of hij goed
is of kwaad. Sieben vertelt dat de voerlui met de paarden bij de laatste
stranding, op punt Hors, waar alle mensen van boord zijn gelopen, niet op de
Hors zijn geweest, hij had het beter gevonden zo zij althans een wagen de Hors
op hadden gezonden en ik vind dit ook. Het hebben van een voerman in de
Commissie is wel een nadeel.10 uur in de postboot en 10 u. 15 vertrokken, ½ 12 aan de wal op
Texel.
Vrijdag 3 november. Mist. diligence, boot - admiraal. Met admiraal gesproken over de kwestie Reddingmaatschappij -
militair gezag. Hij zegt dat hij van mening verschilt met de opperbevelhebber.
Deze had gewild dat in het geval van de Loch Ryan a/b Brandaris militairen waren
geweest, terwijl volgens admiraal de order was dat dit slechts moest gebeuren
als bepaaldelijk bleek dat dit nodig was. Uit de aanwezigheid van een lichtje
onder de kust blijkt de noodzakelijkheid nog niet, volgens admiraal. Verder was
het tot dusver de order dat het materieel (torpedoboten) 's nachts niet mocht
uitgaan omdat dan alle lichten moeten worden ontstoken. Ik uit de wens dat
gewapende trawlers of sleepboten worden gebruikt. Geef ze me maar, zegt de
admiraal, maar wat belangrijker is: hoe krijg je het volk dat zo vertrouwd is
met de gronden dat ze er 's nachts bij elke gelegenheid mee kunnen uitgaan. Ik
wijs op de aanwezigheid van bekwame loodsen te Terschelling, maar kom in deze
niet verder. De admiraal zegt nogmaals dat de regeling niet van hem komt, beaamt
dat het een minderwaardige regeling is, maar dat ten slotte op het ogenblik de
reddingboten de enige vaartuigen zijn waarmede de verlangde diensten kunnen
worden verleend. Hij zegt: nu moet u eens niet secr. van de Reddingmaatschappij
zijn, maar luitenant ter zee, dat bent U immers ook!
Maandag 6 nov. Vergadering met de schoolopzieners. Gunning deelt
mede dat hij mei l9l7 ontslag neemt omdat hij op de duur niet kan verenigen
het ambtenaarschap en zijn lust om te studeren en te publiceren. Ik kan het mij
voorstellen. 's Avonds Concertgebouwvergadering, vervelend als altijd. Aan
het slot wordt door de verschillende handelsmannen gesmeten met millioenen. De
oorlogswinstbelasting zou volgens Oyens 300 milj. opbrengen, waaruit volgt dat
de oorlogswinst ± 1 milliard zou bedragen. Wibaut kan zich dit niet voorstellen.
13 november. Vandaag aan tafel sprak ik met Hilda over een boek
van W. Glover "Know your own mind" en hetgeen daarin staat over bijv. het
rangschikken van onze gedachten door onze wil, schijnt Tom te hinderen. Wij
moeten eigenlijk niet spreken over zulke dingen in Tom's nabijheid, waar hij
onder de invloed van Ds Kuiper naar mij voorkomt zeer vaste denkbeelden heeft
over godsdienst en het zou jammer zijn als hij nu begon te twijfelen, vooral
omdat voor twijfel geen reden is. Hij zeide dat het hem in het geheel niet
interesseerde (dat gedachten dingen zijn enz.) waarop ik zeide dat ik dat in
mijn dagboek zou schrijven en hem dan over 15 jaren voorlezen. Het wordt tijd dat de jongens van huis gaan, maar je denkt wel
eens met schrik aan hetgeen hun te wachten staat in de wereld. Dit zijn echter
sombere gedachten, dit pakje sombere gedachten moet maar in de "dome" en
moedige, vrolijke, idem, boven in. Heden bericht van Teau dat de milt weer geslonken is en dat zij
eetlust heeft.
18 november. 's Middags 4 uur een vergadering op het
Concertgebouw inzake de omwerking van de pensioensregelingen Concertgebouw, een
ingewikkelde geschiedenis, maar wel interessant en aardig, zo er iets van
terecht komt. De kwestie is dat van de tegenwoordige
ouderdomspensioenverzekering moet worden gemaakt een verzekering voor ouderdom,
invaliditeit en weduwen en wezen. Hoe dit te doen zonder te tornen aan verkregen
rechten.
19 november. Alfred heeft de wekker die hij gekregen heeft uit
elkander genomen en kan daarmede nu boeken ophijsen, niet er op zien hoe
laat het is.
22 november. Vergadering Zeevaartschool op mijn kantoor, waar
Nierstrasz vertelt hoe hij veel sympathiebetuigingen ontvangt van allerlei
mensen in het land, een timmerman hier, een metselaar of kleermaker daar, die
hem, hoewel geheel onbekend, mededelen dat zijn optreden in de Kamer hun volle
sympathie heeft. Verder zegt hij dat het er niets op aankomt als men een lid der
Kamer beledigt, maar spreekt men kwaad van "de Kamer", dan is de gehele Kamer
woedend.
24 november. De voogd [van Rottum] zeer in zijn schik met
een verklaring van de minister van oorlog, waarin gezegd wordt dat hij geen
spion is. Hij werd van spionnage en van smokkelen beschuldigd. Hij vertelde mij
van z'n zoontje Steffen, oud 7 jaar, die door de meid werd afgeluisterd toen hij
met de handen op de rug op en neer liep op zolder, in zichzelf sprekend: "Wat
moet ik worden als ik groot ben? Opzichter Waterstaat? - nee, die moet hard
werken zegt Vader, die zit nog wel eens om 10 uur op kantoor - - - wacht, ik
weet 't al, inspecteur van het Loodswezen, die heeft niets te doen, zegt Vader"
(Vermoedelijk is het hier volgende verhaaltje in "Mensen die ik
ontmoette" mede ingegeven door de verdenking die er op de voogd heeft gerust.
Ik denk dat het de situatie goed weergeeft).
M o r g e n k o m e n
d e s o l d a t e n
De eenzame bewaarder (zijn titel is voogd) van ons kleinste
bewoonde eiland, Rottumeroog, genaamd Hendrik Toxopeus, zit in zijn hoge
uitkijkpost en bespiedt met een lange kijker de omtrek. De oorlog (van l9l4) is
uitgebroken en morgen zullen de soldaten komen op Rottumeroog om de neutraliteit
te helpen handhaven. Hendrik Toxopeus kijkt in de richting van het nabije Duitse
eiland Borkum aan de andere zijde van de Eems. Hij ziet en hoort hoe daar
kanonnen worden beproefd, evenals reeds dagen tevoren gebeurt. Het is heden 2
augustus van het jaar 1914. Daar krijgt hij iets bijzonder in de kijker. Een kleine boot,
die over het brede water komt aanzeilen. Er zit een man in. Nader en nader komt
de boot en eindelijk landt zij, nog ver weg, op het strand. Nu stapt de man er
uit. Hij draagt iets in de handen . . . nu waadt hij door de geul. "Wie is die
man", denkt de voogd. Hij heeft vele vrienden op het grote Duitse eiland; zijn
vrouw komt ook van Borkum. Dan, plotseling, weet hij wie het is. Evenals de
wachter op de poort aan diens wijze van lopen de man herkent, die koning David
het bericht zal komen brengen van Absaloms dood, herkent onze bewaarder aan een
kleine beweging, hoewel nog zeer ver weg, zijn goede vriend Dirk Zeilman. "Wat
komt die hier doen?" denkt hij. Nu ziet hij dat zijn bezoeker een grote vis
draagt. Waar de duinen beginnen ontmoeten de twee vrienden elkaar. De begroeting
is zeer hartelijk. "Zie je", zegt Dirk, "ik had je zo lang niet gezien en ik
dacht, je houdt wel van een tarbot" . De voogd is zeer getroffen door de grote
hartelijkheid. "Een vis moet zwemmen" zegt hij, "dus zullen wij hem koken en er
een glaasje wijn bij drinken". Zo gezegd, zo gedaan en na korte tijd zitten zij tegenover
elkaar aan tafel met tarbot, aardappelen en een glas wijn, afkomstig van een
aangespoeld vat. Dan kijkt de voogd zijn vriend aan, neemt zijn glas op en
zegt:"Dirk welkom bij mij thuis, maar je bent een spion" "Dat is zo", zegt Dirk zonder blikken of blozen, na een slok
wijn. "En wat kom je nou spioneren?" "De Commandant van Borkum wou weten of er al soldaten waren". "Zeg aan je Commandant dat als hij morgen zijn kijker gebruikt
hij ze zal zien komen . . . maar nu je spion bent, vertel jij me eens hoeveel
man zijn erop jouw eiland en hoe staat het met de kanonnen?" Dirk vertelt het hem. "Ziezo", zegt de voogd, "nou zijn we weer
goede vrienden. Laten we nog eens inschenken." Gisteren op school: De meester: Bijvoeglijke naamwoorden zijn woorden waardoor die
aangeven hoe een ding, mens, zaak, stof, is, Bijv.: hoe is een Vader wel eens? Jongen: Lui! Meester: Wel neen, jouw vader is nooit lui en die van jou ook
niet. Jij, zeg eens hoe een vader wel eens is? Andere jongen: Dood! Nog een andere jongen, vinger opstekend. Meester ik weet het.
Levend!.Het blijkt dat de meester met alle geweld wilde hebben dat een
vader "streng" was.
Maandag 4 december. 's Avonds bestuursvergadering Concertgebouw
gevolgd door een souper met oesters ten huize van Van Rees, Keizersgracht 69.
Wibaut uit zijn mening dat als de ontwikkeling van de maatschappij nog een jaar
of 16 ongestoord had kunnen plaats hebben, de oorlog onmogelijk zou zijn
geworden. Wibaut is een knap man, maar toch hecht ik niet erg aan zijn mening in
deze.
5 december. Een heel aardige St. Nicolaasavond met Tom, Alfred
en Olga. Omdat Hilda niet in staat was boodschappen te doen had ik dit gedaan,
en dat was in het voordeel van de kinderen, want ik kocht geloof ik veel meer en
mooier dan Hilda zou gedaan hebben. De kinderen erg dankbaar en al is het een
dure dag geweest, veel te duur zelfs, 't was wel bijzonder aardig en Hilda en ik
keken elkander eens aan. In grote geldverlegenheid eindig ik dit jaar.
12 december. Vandaag is onze beste Tom geopereerd blindedarm
door Dr. Van Kampen, narcose van Dr. Hammers. Ik ben er met Hilda vanmiddag en
vanavond geweest. De narcose had hij "reuzefijn" gevonden. Olga zei vanmorgen tegen hare moeder:"Moeder weet je wel dat
zo'n japon (haar beste japon) zoals ik nu aanheb, die zou bij
"rijkeluiskinderen" gewoon een daagse japon zijn." Ik zit in de knoei met mijn duiten, hoe ik het jaar nog uit kom
zonder te verkopen is een raadsel. Ik lees nu: Tom Browns schooldays, een boek dat meest aan
jongens wordt gegeven, maar beter geschikt is voor ouders. Vroeger had ik het
natuurlijk gelezen, maar nu is het interessanter. Die liefde voor
lichaamsoefening is een mooi ding in Engeland, aardig die beschrijving van de
postwagens en van de footballmatch. Diary of Evelyn, een vervelende kerel. Leven van Johan de Witt van Japikse.Ik heb in al mijn armoede een kastje van
f 65.- voor Hilda
besteld - muziekkastje van mahonie.
1 9 1 7
17 januari. Weinig gewerkt vandaag. 's Nachts heb ik het altijd
koud hoeveel dekens ik ook neem. Hilda nog op Drafna. De dansles van Olga
bezocht en gezien hoe een troep kinderen de one-step, two-step enz. leert.
18 januari. Hilda thuisgekomen. Teau heel zwak maar we moeten
hoop houden. Moeder merkwaardig flink maar het zal haar enige jaren van haar
leven kosten denkt Hilda. 's Middags naar Gunning en hem gevraagd naar zijn mening omtrent
de positie van hoofden der scholen te Amsterdam en wel in verband met een
regeling die B en W wensen te maken voor de benoeming van onderwijzers aan
ULOscholen volgens welke regeling de hoofden dan noch proeflessen zullen mogen
houden noch bezoeken zullen mogen brengen in de klasse van de sollicitant. Ik
ben het er niet mee eens wat de bezoeken in de klasse betreft.
Gunning geeft mij een onbevredigend antwoord. Hij zegt dat ik
"idealistisch" gelijk heb, dat het inderdaad beter zou zijn van een zuiver
"onderwijs" standpunt als het hoofd der school zijn eigen onderwijzers kiest
enz. enz., maar dat de zaak er anders voor staat in een grote stad als
Amsterdam, dat de Wet goed is voor een dorp maar niet voor Amsterdam. Dat immers
B en W te Amsterdam niet het recht hebben een onderwijzer over te plaatsen van
een school naar een andere. Dat de inspecteur van het LO zo ver ging dat hij
wilde dat het onderwijs Rijkszaak was en alle onderwijzers eenvoudig zouden
worden geplaatst of overgeplaatst op last van de regering. Dat hij voorzag dat
het stadsbestuur zich hoe langer hoe meer met de schoolzaken zou bemoeien, dat
een werfhouder het nu eenmaal niet kon doen zonder de gemeentelijke inspecteur.
Een en ander doet mij hopen dat het Bijzonder onderwijs tot bloei zal komen en
het Openbaar onderwijs tot verval.
20 januari. 's Morgens naar Hembrug om land te zien dat ik voor
de Bouwmaatschappij wil kopen aan het Noordzeekanaal. Met Hilda en de kinderen
naar de bioscoop, Leger en Vloot, heel aardig. Daarna naar Bouwmaatschappij en
besloten wordt 165000 gulden te bieden voor twee combinaties van percelen.
21 januari. Hilda heeft dezer dagen aan de kinderen verteld dat
zij een zusje of broertje krijgen en vooral Olga is er natuurlijk vol van en
spreekt er veel over met haar moeder, allerlei intieme praatjes. Ze vraagt of
het kindje al leeft en zegt, dat zij zich niet herinnerde dat ze leefde, en als
ze goeden nacht zegt, dan zegt ze "nu, ook goeden nacht".
23 januari, dinsdag. Op schaatsen van Sloterdijk naar Halfweg en
met Mendes en den heer Teunissen de veiling bijgewoond. Per tram terug. 's
Middags gereden op de IJsclub, gezellig. 's Avonds naar Concertgebouw, concert
Alexander Schmuller - Bach cyclus.
24 januari, woensdag. 's Morgens kantoor en 's middags met Tom
van Overtoom naar Sloten en vandaar langs ringvaart naar stoomgemaal Lynden en
vandaar naar Aalsmeer. Te Aalsmeer juist de trein 5.45 (het was al donker)
gesnapt en ½ 7 thuis. Aardige toch maar mijn schaatsen wat bot en ook nat, maar
niet veel last van voet. Tom rijdt harder dan ik.
Vandaag mijn bureautje thuisgekomen dat ik kocht bij De Groot in
de Nieuwe Spiegelstraat voor
f 160.-, weinig geld, maar toch genoeg om het niet
te kunnen betalen, tenminste op het ogenblik niet.[later bijgeschreven: dit
bureautje gedurende de oorlog l940-45 voor
f 1700.- verkocht op een publieke
veiling in "De Zon".]
25 januari. 's Middags met Tom naar Aalsmeer over de Schinkel en
kleine Poel. Van Aalsmeer over Westeinderplas naar Leimuiden. Op de Blauwe
Bengel 2 zeilschuiten. Op de Westeinderplas veel wakken, niet afgezet en over
het algemeen slecht ijs. Gevallen op neus. Veel bloed, snee in voorhoofd en
neus, verbonden door dr. Boorhout te Leimuiden. Van Leimuiden langs Ringvaart
naar Aalsmeer, gedeeltelijk gereden en verder gelopen, erg koud maar heerlijke
wandeling. Gegeten: soep, biefstuk, groenten, geb. aardappelen en flensjes in
hotel Met en per trein naar Amsterdam, waar ik zowat 9.15 aankwam en Hilda mij
uitlachte wegens mijn uiterlijk.
1 februari. Theo jarig, gegeten bij Theo en Cateau in Den Haag.
Onbegrijpelijk die ideeën van Theo, hij vraagt zich nog af of wij tegen de
Engelsen of tegen de Duitsers moeten vechten. Kweste Westerdijk; vele schepen
met regeringsgraan gezonken en ook getorpedeerd. En wij rijden maar schaatsen,
ook de Koningin en Juliana en de ministers.
5 februari. Als ik 's avonds naar de
concertgebouwbestuursvergadering ga moet de tram bij het postkantoor stoppen
voor een optocht, een zogenaamde "hongeroptocht" als protest tegen de duurte der
levensmiddelen. De anarchisten Wijnkoop c.s. willen dat alle uitvoer naar
Duitsland wordt stopgezet.
8 februari. 11 uur admiraal Van Hecking Colenbrander, met hem
naar Van Eeghen, vergadering De Ruytermedaille, vandaar naar kantoor en met Six
naar de Grote Club waar ik geen brood krijg omdat ik geen broodkaart bij mij
heb.(Herman Henri Olke van Hecking Colenbrander, 1870-1942).
Six ook niet, doch de admiraal wel en hij geeft ons niets van zijn 50 gram
brood. Met Colenbrander naar Rozenburg en verder naar kantoor om brieven te
schrijven.
9 februari. De jongens vandaag schooltocht op schaatsen - 160
jongens. Tom reed vooraan met Staalman en moest zo'n beetje regelen. Alles was
heel aardig en Bouman heeft "verdomd" gezegd. Aardig die grachten vol
schaatsenrijders.
Een trawler in de grond geboord door de Duitsers, stijgende nood
te Amsterdam - brandstof en levensmiddelen.
Zondag 11 februari. 12 uur per schaats ofschoon harde dooi van
Utrecht naar Alphen langs oude Rijn, afstand ± 35½ kilometer. Aan het eten
thuis.
De scholen te Amsterdam alleen 's morgens open, 's middags
gesloten.
[resultaat van een optelling van de sinds 23 jan. in 8
schaatstochten afgelegde kilometers:]
262 km, behalve de IJsclub en sloten. Het is niet veel, maar nu
ik eindelijk goede schaatsen heb, weet ik zeker dat ik volgend jaar grotere
afstanden zal afleggen. Volgend jaar Friesland!
13 februari. Vandaag de laatste hand gelegd aan rapport
Onderwijs. Naar tentoonstelling Maritiem Museum en hoor daar hoe Mensing,
wijzende op een tekening van Van de Velde (ongeveer zoals ik die heb), aan een
meneer vertelt dat zo'n tekening tegenwoordig in Londen £ 100 opbrengt. Verder
het dagboek van Pepys, uitgave Wheatly, bekeken.
14 februari. De laatste hand gelegd aan Rapport Onderwijs, en
ben benieuwd wat ik voor onaangenaamheid zal ondervinden over hetgeen ik daarin
schreef over onzedelijke onderwijzers.
18 februari. Het dooit hard.
Visites gemaakt. Ik ging alleen en maakte 30 visites. 's Avonds
alleraardigst feest bij Couturier zilveren bruiloft heer en mevr. Beukers-Van
Ogtrop. Heerlijk gegeten. Na afloop komt een inspecteur van politie om te zien
of er niet te veel verlichting wordt gebruikt en constateert tevens dat sterke
drank is gedronken en maakt daarvan proces verbaal op. Een gekke vertoning, een
agent met een fles onder de arm en glaasje in de hand. Couturier had geen
vergunning.
19 februari. Op spreekuur de moeder van een leerling van school
47, die tegen het Hoofd heeft gezegd: Polvernolleke ben je bezuurkoold" en zegt
zeer kalm te zijn gebleven, waaraan ik twijfel.
Woensdag 21 februari. De hele dag admiraal Colenbrander, eerst
naar de Kweekschool v.d.Zeevaart, koffiedrinken Americain Lunchroom. 's Avonds
komt Koos v.d. Leeuw, die te Rotterdam goedkope volksvoeding heeft georganiseerd. Ernstige toestand met de voeding in Nederland. Weer 2
Nederlandse schepen getorpedeerd, "Ootmarsum" en "Trompenburg".
22 februari. Hilda erg aan de Theosophie, die voor velen een
grote levensvervulling is en troost.Er zal hier van gemeentewege een volksvoeding worden
georganiseerd.
24 februari. Naar de Bouwmaatschappij waar vergadering met de
commissie tot nazien van de balans. D. Rahusen en Van Bevervoorde tot Oldeweede,
de Johannieter ridder, die er zo bespottelijk uitziet op de partijen van het Hof
in rode mantel en kaplaarsjes en zwaard. Deze bleke broeder vertelde dat hij
onlangs bij een begrafenis in Duitsland tegenwoordig was geweest waar ook vele
officieren en dat die volstrekt geen plannen hadden die leken op een oorlog met
Nederland. Hoogst belangrijk!
15 maart. Revolutie in Rusland, tot doel hebbende de verdrijving
van de reactionairen uit het bewind. De Czaar treedt af, geeft het bestuur over
aan zijn broeder. Dit bericht is gunstig voor de entente, daar de reactionairen
heulden met de Duitsers. Aan het Westfront gaan de geallieerden ook vooruit.
21 maart. Hilda vandaag een rumoerige vergadering op het
Vrouwenleesmuseum, met gevolg dat het bestuur aanblijft. Vanavond was Hart {de kleermaker] er om pakken te passen voor de
jongens en veel plezier gehad in Alfred die altijd vindt dat alles past.
23 maart. Ik verkoop vandaag effecten, 1 Rott. Bankver. en 1
HIJSM bij gebrek aan geld.
24 maart. De plechtigheid van de uitreiking van de De
Ruytermedaille aan OptenNoort zeer goed afgelopen. Alleen begon de
feestelijkheid ermede dat de Prins zijn hoofd vrij flink stootte aan de kroon
midden in de kamer. Na afloop lunch in de eetzaal van de Kweekschool voor de
Zeevaart. Ik zat aan een tafel met den Prins, OptenNoort, de Commissaris
Koningin Röell, Burgemeester Tellegen, Admiraal Tydeman en Guépin. Gedurende de
plechtigheid hoorde ik dat de Amstelstroom van de Hollandse Stoombootmij in de
grond geschoten is door 3 Duitse torpedobootjagers. Er zijn 4 man bij omgekomen. 's Avonds naar
den Haag, concert. Mengelberg en mevr. Schapiro zijn
er niet, treinaansluiting gemist van Frankfort. Dopper vervangt met de 4de
symphonie van Beethoven. Er zijn geen ministers in de loge en dat doet mij
plezier, want het zou mij hebben gehinderd op de dag van de torpedering van de
Amstelstroom een minister in het concert te zien. De aanbiedingen van Duitsland
betreffende de 7 in de grond geboorde schepen zijn schandelijk en door ons van
de hand gewezen. In Rusland schijnen de zaken nu goed te gaan, er schijnt geen
nieuwe czaar te worden benoemd, misschien wordt Rusland een republiek. Tussen Stuart en de commissie van Hilda (Vluchtelingen) zal het
nu waarschijnlijk tot een oplossing komen. Het blijkt dat Stuart wil het
afschaffen van alle pauvres-honteux, waardoor dan tevens de commissie van
huisvesting geen voldoende reden van bestaan meer zal hebben. Het blijkt dat de
Regering op Hilda's hand is. Uit Den Haag teruggereisd met de heer en mevr. Van Gilse,
Dopper, Freyer en Rijnbergen (1ste violist van het Concertgebouworkest).
Rijnbergen vertelt hoe hij eens een tijd in Engeland heeft gewoond, hoe hij hoe
langer hoe meer heimwee kreeg en soms zat te huilen. Hoe hij toen plotseling
zijn boel heeft gepakt en op de boot is gegaan. Dat er toen een hofmeester naar
hem toekwam en hem vroeg "wilt u ook een gebakken tongetje?" Dat hij toen die
man had omhelsd - uit vreugde dat hij weer Hollands hoorde.
27 maart. Hilda had het gisteren over de erfenis die de kinderen
zouden krijgen of niet krijgen, tengevolge van deze beroerde dure tijden, waarop
Olga - doelende op nr. 4 - zeide: veel varkens maken de spoeling dun.
31 maart. Alg. Vergadering van het Zeemanshuis waar ik van
Oldewaldt hoor dat de Hollandse boot geregeld vaart, de schepen worden grijs
geschilderd, gaan nu overdag varen, aansluiten bij een konvooi. [...] De
Holl.Stbtmij staat nu op de zwarte lijst van Duitsland. Voor de reparatie en
bouwen van die schepen wordt geen ijzer uit Duitsland gezonden. Een stoker
ontmoet van de Rijnstroom, die zich niet uitlaat. De Hollandse boten krijgen bij
vertrek een werkploeg aan boord die het schip naar IJmuiden brengt, dan komt de
eigenlijke equipage aan het werk, allen aan de vuren en gaat het zo hard
mogelijk met gedoofde lichten over zee. Te Londen wordt de equipage dan weer
afgelost door een werkploeg.
Een jongen van de Amstelstroom is heel niet wakker geworden
gedurende het schieten op het schip en werk de volgende morgen wakker toen het
schip geheel onbewoond was. Hij is gered door Engelsen. Er schijnen verraders te zitten op de kantoren der
stoomvaartlijnen.
6 april, goede Vrijdag. Hilda en haar secretaris mevr. Der
Kinderen hebben een volledige overwinning behaald op de boeven (Stuart, Van
Sonsbeeck, Delhez).
Dinsdag 17 april ben ik 's avonds geweest bij de vergadering van
Onze Vloot in het Concertgebouw, waar de leden van het Comité Indië Weerbaar als
sprekers optraden. Die leden waren: Mas Hangobei Duridjo Sewijo, onderwijzer
javaanse taal, afgevaardigde van Boedi Oetomo, W. v.Rhemrev, kapitein infanterie
OIL, T. Laoh, Perserikatan Minahasa, Abdul Moeis, van de Sarikat Islam. Verder
spraken nog prof. dr. Sissingh, Prof. Josephus Jitta, D. de Vries, Prof.
Kernkamp en de vergadering werd geopend met een vers van K. van Lennep. Guépin
presideerde. Na afloop receptie in Trianon. Het meeste indruk maakte de vertegenwoordiger van de Sarikat
Islam, die op hartstochtelijke wijze sprak. Hij kwam op voor het weerbaar maken
van het Indische volk gepaard met het geven van politieke rechten, zelfbestuur
enz. Die Indiërs zijn wel plotseling erg ontwaakt en gaan nu in hun ijver wat
vlug. Laoh van de Minahasa was kalmer, hij zeide verknocht te zijn aan het
Hollandse gouvernement en dezelfde idealen na te streven als de Sarikat
Islammers. Het was een avond die diepe indruk maakte. Wij staan wat Indië
betreft op een keerpunt, het doen van grote daden zijn wij enigszins ontwend en
toch moeten wij nu een zeer grote daad doen anders verliezen wij Indië.
Mei 9. Mijn kantoor wordt schoongemaakt. Hilda heeft veel
genoten op haar Witte Lotosavond. Ze zoekt nu een dame voor het houden van
controle Belgische pauvres-honteux en heeft moeite iemand te vinden. 't Zal nu
worden mej. Alting Busken, die in ieder geval lang genoeg is.
10 mei. Warm weer, weinig wind. Het land achter ons huis is over
een grote oppervlakte omgeploegd en in perceeltjes verdeeld, die aan de kleine
burgerij worden verhuurd voor tuinbouw. Een aardig gezicht is het na het eten al
die mensen naar het land te zien trekken om te spitten, te zaaien enz. Ik lees: Motley's Rise of the Dutch Republic.
28 mei. Dezer dagen besloten tevreden te zijn met mijn werk en
dat zo goed mogelijk te doen. Beter te letten op mijn geldbezit - effecten,
zodat ik daarmede geen domheden meer doe.
2 juni. Wij hebben op 2e Pinksterdag gedacht dat ons kindje zou
geboren worden, maar gisteren bleek uit een telefoon van dr. Meurer dat die
pijnen een andere oorzaak hebben, althans voor een deel. Er is eiwit in de urine
en Hilda moet nu liggen en melk drinken. Als Maandag de verschijnselen ernstiger
worden dan wordt de geboorte kunstmatig verwerkt. Ik bewonder weer heel veel die
moedige Hilda.
11 juni. Hilda maakte het goed maar begint erg te verlangen naar
de gebeurtenis.
Vandaag Olga over liefdedrama's en flirten. Zeer vermakelijk.
Een jongmens die in innige houding met een meisje in een boot zit noemt zij
"liefdedrama". Flirten zegt ze is "als een meisje zegt tegen een jongen:"wees nu
niet zo vervelend".
13 juni. Heel warm, prachtig weer. Tengevolge van de grote koude
in het voorjaar is dit jaar de ansjovis weggebleven. Gevolg van een misverstand heeft mevr. Enthoven-Thomas in stede
van 1 x voor
f 15.- nu reeds 4 maanden lang voor
f 15.- per maand levensmiddelen
gezonden aan Albert Mollart, kregen tot onze grote schrik vandaag een kwitantie
van
f 60.- te betalen. Vanmiddag 3 uur dr. Meurer gekomen en zal de bevalling aan de
gang brengen daar het te lang duurt.Ellendige nacht, te 4 uur begonnen bij Hilda pijnen, doch hebben
ten slotte niet doorgezet.
15 juni. "La vie des abeilles" van Maeterlinck is verbazend
interessant. Vandaag betrapte ik mij op straat dat ik al de mensen als "bijen"
zag. Er zijn delen in die ik nog niet goed snap.
16 juni. Trouwdag. Lamme nacht. Tijden van ongerustheid waarin
men zich allerlei akeligheid voorstelt en moeilijk die te bedwingen. Bezoek
dokter heeft geen succes gehad. Heel erg warm vandaag, boven is het 86 graden Fhrt.
17 juni. Zoeven geboren Engelina Petronella om ½ 2. Na erge maar
korte pijnen. Toen de dokter kwam was het kindje meer dan 1/4 uur oud. Alles in
orde!!! Gewicht 7½ pond. 3 uur de dokter weer vertrokken. Heb met hem zitten praten over
het nadeel verbonden aan het droogmaken van de Zuiderzee.
Aangetroffen in de kist van Alfreds viool
Pietro Guarnerino, Mantua 1746. Toen ik 13 jaren oud was
kreeg ik op 5 December
deze viool. Het was 8 jaren na den Fransch-Duitschen oorlog. Ik heb dit instrument dus 38 jaren.Ik heb er op gespeeld in het oude huis.In de Groote Houtstraat te Haarlem.1879 Ik kreeg daar les van den braven heer Weidner.
1883 mijn oudste zuster Mik accompagneerde mij
en ook mijn jongste zuster Lien (Engelina Petronella). 1883 Op de Urania speelde ik er op. 1887 Gezeten onder de kampagne. Terwijl de kameraden een vrolijk lied zongen.1887 Toen ging de viool mee naar zee op de Zilveren Kruis. En maakte een reis om de wereld. In de straat Magalhaens gaf ik een concert
in het plaatsje Punta Arenas. In de tropen viel de viool uit elkaar. Doch werd
gerepareerd door den timmerman Baas Leeuwen was zijn naam en Halewijn lachte. 1891 Ik speelde er later op in Engeland. Met de nichtjes van Tante May. En te Eisenach in Duitschland. En te Nieuwediep met Arthur Kool en zijn vrouw. 1893 En daarna weder in Indië. Met de meisjes Penn te Batavia. En met Amalia Rhemrev te Olehleh. 1894 En op blokkade van Atjehs kust. 1895 Weer onder de kampagne. En op de Koning der Nederlanden. Een schip met groote torens. Aan tafel tot vermaak van de vrienden
"de luitenant houdt zich kranig" en andere
liederen. En "het bijzetten der zeilen". En op mailbooten uitvarende en thuisvarende. 1900 En weder thuis en weder naar Indië. In de kerk te Buitenzorg met weinig succes. Omdat de viool open stond. 1902 En eindelijk weer in Holland. Vele jaren lang.
De strijkstok is van zeer goed maaksel. Van den kundigen Van der Meer. En de viool heeft een mooien klank.
Omdat ik aan deze viool gehecht ben. Geef ik hem aan mijn zoon Alfred. Op den dag waarop ik 50 jaren oud ben geworden
23 juni 1917
5 juni. Vandaag generaal van Heutsz in de tram ontmoet.
Vermakelijk maar niet bepaald opvrolijkend als hij het over Indië heeft. Hij
scheldt erg op de weinige helderziendheid van de ministers enz. enz. , zegt
dat het een dubbeltje op zijn kant is of we, maar dan zegt hij niet verder wat
er een dubbeltje op zijn kant, maar ik vermoed dat hij de kans van een oproer
groot acht in Indië. Hij zegt dat veel vroeger zelfbestuur etc. moest gegeven
zijn, leiding enz.
27 juni. Gouden bruiloft van Vader en Moeder. Aubade van Charles.
Het was aangrijpend, enkel speet mij toen dat Hilda er niet was. 's middags
receptie, 's avonds diner van de kinderen en kleinkinderen. Men miste wel de
aanwezigheid van de drie zoons Robert, Jan en Eugen. Sentimentele speech van
Charles en reactie speech van Alfred G.B.
Wij kregen van Vader en Moeder een portret door Krabbé gemaakt,
een portret dat hun geen recht doet. 's Avonds een stukje waarin de voorvaders
optreden, gesteld 1813, enigszins vervelend, maar mooie costuums. Teau had alles
meegemaakt in haar rolstoel.
1 juni. Feestdag op Drafna, Vele opvoeringen. 's avonds
kleinkinderendiner in tent en daarna onze opvoering die heel veel succes had. Ik
zag er precies uit als John Bull. Het succes van mijn troep Tom: Rusland, Alfred:
Uncle Sam, en Olga: Marianne was overweldigend. Aan de piano was Jo van
Eeghen-Heemskerk en Teautie Hissink was: Home Rule. (Het door mijn vader geschreven stuk was op muziek gezet door
Cornelis Dopper. Ik herinner mij het begin van vaders tekst, die hij nog wel
eens zong:"I am John Bull, defending the small nations, pushing back, pushing
back, the Western Front". Het was de bedoeling geweest dat Hilda met het
pasgeboren kind ("Home Rule"?) in de armen Ierland zou voorstellen, maar
door mijn te late geboorte kon dat niet doorgaan).
2 juli. Er zijn voedselrelletjes Amsterdam, bestorming van de
groentenmarkt, en een juwelierswinkel op de Herengracht.
5 juli. Vandaag is Bram van Stockum naar de inrichting van prof.
Bouman gebracht van Boschlust door 3 verplegers. Hij ging heel gewillig, zeide
dat hij zich tegen overmacht niet zou verzetten. Is thans heel tevreden. De
dokter ziet de toestand heel ernstig in.
24 juli. Gisterenavond teruggekomen van Rottumeroog. Te Rottum
prachtig, maar ellendig om te zien hoe wij daar beledigd worden door den Mof,
die het gehele Huibertsgat heeft ingepikt enz. enz. enz. De motorboot heel goed.
Alles op Rottum maakte een heel gunstige indruk. Mooi het land in Groningen. Wandelde van Noordpolderzijl naar
Usquert. Ik ben zo rood gebrand als een kreeft.
Oorlog. toestand niet zonder zorg. In Rusland hebben de Bolchewiki een opstand verwekt en het gevolg is geweest terugtrekken der Russen
en bezetten van Tarnopol door de Centralen. Ik heb in de laatste tijd wel eens het gevoel dat wij toch in de
oorlog zullen komen. Het is soms niet te begrijpen hoe wij er uit kunnen
blijven. Vlak onder de kust neemt Duitsland onze schepen mede naar Zeebrugge. En
wat zal de winter geven.
13 october. Sinds het vorige inschrijven is het volgende
gebeurd. Tom is naar het Instituut. Wij hebben de zomervacantie te Hattem
doorgebracht op Klein Astra, vrij aardig, echter een huisje zonder comfort en
een rommelige indruk heb ik van alles gekregen, maar veel aardige meisjes zoals
de Van Tienhovens en de Van Halls van de Konijnenburg en verscheidene aardige
avondjes gehad. Hessie is heel lief. Zij maakt de indruk met haar gedachten niet
op deze wereld te zijn. Met Tom ging ik nog naar Rottum en vandaar naar Vlieland en
wandelde met hem van Vlieland over de Hors en na overgezet te zijn naar Koog.
Dat was een mooie tocht. Bij paal 28 heb ik een gesprek met Tom over wat hem te
wachten is in de toekomst.
Zijn baartijd viel hem niet mee, maar hij is nu gewend, heeft
zelfs reeds goede manieren. Engelina maakt het uitstekend. Zij weegt nu ruim 7 kilogram.
Met de oorlog is het intussen in het Oosten heel naar gegaan.
Riga genomen door de Duitsen. Revolutie in Rusland. Het Centraal gezag niet
algemeen erkend. Kerenski - Bolsjhewiki - Mensjewiki. enz. en. Kornilof en zijn
wilde divisie.
In het Westen winnen de Engelsen maar heel langzaam. Amerika
onhebbelijk tegen ons en Engeland idem. Meer en meer nemen de
Ententemogendheden het ons kwalijk dat wij niet met hen medevechten. Thans weer
ernstige kwestie over vervoer van grind naar België. Telegraafverkeer met
Engeland door Engeland stopgezet, zodat alle telegrafische gemeenschap van
Nederland met de hele wereld is verbroken. Waren wij niet zo flegmatisch, we
zouden al lang in oorlog zijn!
Zondagavond 4 november. Onze kleine Engelina is een grote
vreugde voor ons. Zeker hebben wij ook veel geluk gehad van onze Tom, Alfred en
van Olga toen ze zo klein waren als Engelina, maar het is vreemd dat ik mij
eigenlijk alleen van Tom iets herinner als baby. Engelina ziet er allerliefst
uit, een prachtkind met haar mooie donkere ogen, een heel verstandig guitig
gezichtje heeft ze. 's Avonds als wij naar bed gaan neem ik haar uit haar bedje
en geef haar aan Hilda, die haar verschoont en daarna voedt. Dan kom ik weer uit
bed en leg haar in haar bedje, het houten bedje van Eylard van Hall. Dan lacht
ze vriendelijk, maakt allerlei gekke geluiden en gaat dadelijk slapen. 's Nachts
ongeveer ½ 3 wordt ze gewoonlijk wakker en verschoon ik haar en breng haar weer
bij Hilda en nog eens 's morgens. Dan baadt Hilda haar na het ontbijt. Ik
schrijf dit op om het niet weder te vergeten.
Rusland schijnt uitgeput. Zal Duitsland een voor een de
Ententemogendheden verslaan? Ik kan het mij niet voorstellen.
Hilda vanavond naar Theosophiebijeenkomst. Het is vreemd dat ik
zo helemaal buiten die Theosophiebeweging sta, ik voel er zelfs helemaal niets
voor. Maar voor Hilda is de Theosophie een grote voldoening.
24 november. Olga heeft een heel lelijk rapport op het Amst.
Lyceum, voornamelijk voortkomend uit gebrek aan concentratievermogen,
onoplettendheid, haastigheid enz. enz. Wij houden nu meer toezicht op haar
huiswerk.
Boeken die ik lees: Locke, "Human Understanding",
Bunyan-Pilgrims Progress, David Copperfield, Histoire Grecque, Dubois.
28 december, De Sparren. Wij zijn sinds 20 december hier en
genieten van alles wat ons aardige buitenhuisje geeft, electrisch licht,
voldoende brandstof, niet het armoedige gevoel dat mij te Amsterdam bekruipt
zolang ik niet kijk naar de mooie Van de Veldes in onze salon.
27 dec. te 4 uur kwam Ds de Meyere uit Bussum en werd onze
Engelina Petronella tegelijk met Evert Hissink gedoopt in de salon. Ik hield de
kleine Engelina ten doop. Een meisje Van Dorp en Van Heel zongen. Het was een
mooie plechtigheid.
Ik heb nog vergeten te vermelden dat wij na. 24 dec. bij An aten
met Ernst Heldring en Loetje en Emile op de verjaardag van Loetje en dat wij
heel veel pret hadden en na tafel charades deden en belachelijk deden voor zulke
oude mensen als wij zijn.
Met de oorlog staat het nu zo dat Duitsland zich bereid heeft
verklaard met Rusland en ook met de andere naties te onderhandelen op de basis
van: geen annexatie, geen oorlogsschattingen enz. Wat zal de Entente nu doen.
Het is vreemd dat deze ernstige vredesberichten zo weinig indruk maken.
1 9 1 8
11 febr. Gisteren mijn uitgaven over l9l7 berekend en tot de
schrikkelijke uitkomst gekomen dat wij in l9l7
f
16020.- hebben uitgegeven, ver
boven de inkomsten. Waar moet dat heen. Het annuleren der Russische papieren
heeft mij ook een belangrijk verlies veroorzaakt, zeker
f
220.- rente.
25 mrt. Gisteren gewandeld van Muiden naar Amsterdam langs de
Zuiderzeedijk, afstand ± 12 kilometer, met Emile den Tex, Ds. Heldring, Ernst
Heldring en de heer Van Walree.
6 april. De Koningin is te Amsterdam geweest voor een bezoek aan
de openbare keuken en met kreten van "honger" en andere uitroepen ontvangen.
Rumoerig te Amsterdam, aanvallen op bakkerskarren enz. Het broodrantsoen nu 200
gr. per dag.
De Duitsers komen nog steeds, hoewel langzaam, vooruit. De
reders in een droevige stemming.
13 april. De nieuwbenoemde gezant Mr. Philips komt nu al weer
terug uit New York wegens tot dusver niet goed begrijpelijke reden. In de
courant staat dat hij zenuwziek is en reeds voor zijn vertrek zenuwachtig.
Zoiets moest men niet in de courant plaatsen. Welk land zendt nu een zenuwzieken
diplomaat?
Van de Bouwmaatschappij kreeg ik
f
2864 tantièmes, een mooi
bedrag maar 't is al weer op een paar honderd gulden na op, besteed aan
belastingen, doktoren (tandarts
f
275), schoolgelden en wat al niet meer.
Geldelijk zal het een hele opruiming zijn als Alfred met September naar het
Instituut gaat, overigens zal ik hem erg missen. Tom is nu a/b HM Bulgia, en
vaart op de Zuiderzee, geniet erg, leert loden, sturen, observeren enz. enz. hij
is met algemene stemmen tot gamellechef gekozen en vindt dat een koopje.
25 april. Vandaag Bram van Stockum bij ons koffiegedronken en
hij heeft gepraat met Hilda over zijn openbaring, zijn onsterfelijkheid, zijn
weder jonger worden enz. en Hilda heeft hem heel kalm toegehoord en staat
tegenover die dingen veel minder vijandig als andere mensen door hare theosofie. Tom is gisteren weer gekomen, ditmaal van Zwolle en het is een
vreugde dien bruin gebranden reus te zien. Een zorg voor ons is Olga, die met al haar begaafdheid een grote
karakterfout vertoont, namelijk gebrek aan toewijding en ernst in "alles", ja
letterlijk "alles" wat zij doet. Dit maakt dat zij op school op één na het
slechtste rapport heeft. Ze wordt nu wat geholpen door Kettner, een leraar voor
wien ze groot ontzag heeft. Ds. Giran heeft in een lang stuk in het Handelsblad en de
Telegraaf trachten te verklaren hoe het komt dat hij een gevoel van volkomen
evenwichtigheid, zelfs blijmoedigheid heeft gehad in de oorlog. Hij komt tot de
slotsom dat hij zich blijkbaar heeft gevoeld als in dienst van de arm der
gerechtigheid.
Woensdag 15 mei. Ik heb dezer dagen gelezen "Journal d'un simple
soldat" van Gaston Rion, een prachtig boek, en begrijp nu nog beter Ds. Giran. Gisterenavond tot 12 uur vergaderd bij Van Rees (Concertgebouw),
een interessante vergadering over de salarisregeling der orkestleden
voornamelijk. Mengelberg is in moeilijkheid. De oude vader Mengelberg is kinds
en weigert allerlei stukken te tekenen. Het is een kwestie van curatele. Verder
heeft onze Willem geldzorgen in verband met de verschillende krankzinnige leden
van zijn familie. Ook Berthe is nu krankzinnig. Vandaag kwamen weer kaartjes van Albert Mollard uit
gevangenschap. Ik ben die mevr. Enthoven wel dankbaar. Er wordt tegenwoordig veel bij de boeren, maar ook bij
stadsbewoners, geïnspecteerd door controleurs van de distributiekantoren naar
gehamsterde voorraden levensmiddelen, die dan worden afgenomen. Ik vrees dat bij
ons ook wel een en ander zou worden afgenomen als zij kwamen, maar begrijp niet
met welk recht, daar wij die rijst al zeer geruime tijd hebben.
26 mei. Alfred steeds vossende op zijn examen, wat zullen wij
dien jongen missen en ik denk dat hij ook het ouderlijk huis zal missen. Ik denk
wel eens met onrust aan de desillusie die de Marine aan Tom en Alfred moet
geven. Maar ze kunnen er bijtijds uitgaan misschien. Intussen is Tom heel
gelukkig op zijn kanonneerboot en ook tevreden op het Instituut.
Op mijn laatste zeiltocht is het gevoel dat het zonde en jammer
is dat de Zuiderzee wordt drooggemaakt, nog veel sterker bij mij geworden. Een
sterke indruk kreeg ik te Enkhuizen, toen al die vissers binnenkwamen van de
ansjovisvangst, Enkhuizers, Huizers, Bunschoters, Markers.
29 mei ging ik 's avonds ½ 12 per nachtboot naar de Lemmer,
sliep daar op een bank met een kussen. Heel vroeg ongeveer 5.15 te Lemmer en in
het hotel wat gegeten in de tuin, later op het hoofd zitten schetsen, de
binnenkomende ansjovisvissers en daarna 9 u. naar het Raadhuis, waar gesproken
met secretaris Daan en wethouder De Vries over reddingstation te Lemmer, later
met havenmeester naar werf De Boer, waar mooie driemastschoener gereed was en
daarna heerlijke bot gegeten in hotel en eindelijk met zak op rug om 12.15 op
weg naar Hindeloopen, rechte weg, eerst langs boezemgemaal, vervolgens Takozijl,
een brug, een molen, een sluis en een paar huisjes, naar Sondel, prachtig het
landschap, vol kleuren de zuring, klaver, het gras, veel vogels, de blauwe
lucht, in de verte mijn vriend "Sloten" en "Balk" met herinneringen aan het
Slotermeer, en Lemmer nog heel duidelijk zichtbaar in de verte, vervolgens langs
Nijemirdum met z'n toren, Oldemirdum naar Rijs in Gaasterland, waar de Belgische
interneringskampen zijn, die er goed uitzien, veel Belgen kom ik tegen. Wat
wordt mijn zak zwaar. Te Rijs uitgerust en een glaasje bier gedronken in een
café waarvan een Belgische soldaat de gérant schijnt te zijn, dan zie ik
eindelijk de Morra links van mij en kom moe te Galamadammen. Boersma is juist
vertrokken en een nieuwe familie die Hoekstra heet is in het huis, en ofschoon
alles nog in wanorde is geeft men mij eieren en sla en aardappelen en bier. Een
lieflijk gezicht op de Fluessen waar juist een schip op zeil naar Galamadammen.
Ik ben moe en geef al de koek die ik te Lemmer kocht aan de familie Hoekstra,
aan de aardige jonge vrouw en aan de kinderen en de jonge meisjes en aan de oude
statige dame met de gouden kap met het regelmatige gezicht en de zwarte japon.
En omdat de logeergelegenheid nog niet in orde is besluit ik maar door te lopen
nog een 8 kilometer verder naar Hindeloopen. Zo trek ik door Koudum, het
lieflijkste dorp dat ik ken en kijk een tijd lang naar het mooie landschap van
het hoge land buiten Koudum. Daar ziet men overal in de rondte op het land neer,
op de Fluessen in de verte en het is een pracht van tinten en een zeer vredig
tafereel. Dan weer doorgewandeld, moe door de zware zak en nog langs een vaart
zonder eind, wel 3 kilometer en eindelijk te ½ 10 te Hindeloopen, in het hotel
Buis. Daar nog wat gepraat met Ids Simonides die ik laat komen, en vroeg naar
bed. De hele wandeling was 33 kilometer, niet zo ver, maar 't was de zware zak
die me moe maakte.
30 mei. Heerlijk geslapen en verrukkelijk ontbeten: lekker
brood, lekker roggebrood, lekkere kaas, lekkere jam en lekkere boter.
[Gewandeld naar Gaast en terug, boothuis bekeken]. Een mooie wandeling over de dijk heen en terug, 20 kilometer,
niet zo ver maar wat moe van de vorige dag.
Bij terugkomst in Hindeloopen vergaderd met de Commissie,
voorzitter Ids Simonides en Jan Jacob Kooi. Elselo kwam niet.
De kwestie van de
oefeningen geregeld en van de vaste bemanning. Kooi is nu 78 jaar oud en nog
steeds barbier. Hij scheert 2 x per week voor de Hindeloopers, is vlug in zijn
bewegingen als een jonge man. Ik herinner aan de brief van de oude Elselo over
Kooi, waarin hij dezen aanbeval als een "kloeke knaap, 74 jaar oud, die de
puntjes op de ie kan zetten" en Kooi merkte op dat Elselo alle reden had om hem
een kloeke knaap te noemen, want dat eens, toen hij 28 jaar was, Elselo hem bij
de jas had gepakt om hem uit het café te zetten en dat hij toen zich
voorovergebukt had, Elselo bij zijn broekspijpen had gepakt en hem over zijn
eigen hoofd had geslingerd. Dat was een kunstje dat hij op de Engelse schepen
had geleerd en het was een wonder dat Elselo er goed was afgekomen. Gedineerd met den burgemeester Avenhorn van Nauta met een fles
Haute Sauterne. Een zonderling. Hij is van goede familie, ongehuwd, 51 jaar oud,
houdt van jagen en vissen en dat is zowat alles. Vroeg naar bed en 31 mei ½ 4 op en naar het huis van Foppe Vrolijk, die nog niet
klaar is en met hem en zijn zoon in de jol naar zee om de ansjovisnetten te
lichten. Elk net is 7 vaam lang en gewoonlijk zijn er aan een reep 5 netten,
maar Foppe V. heeft er 6 omdat hij, volgens zijn zeggen, ankers gebruikt en geen
dreggen. Aan beide einden van een reep 16 vaam touw en een joon (?). Vrolijk had
... netten en we hadden deze morgen ongeveer 2000 stuks ansjovis, dus heel
weinig. Van het koppen van de ansjovis krijg je gezwollen handen. Er is heel
veel ansjovis. De eerste 3 weken werd te Hindeloopen aan 36 vissers 40.000
gulden uitbetaald. De ansjovis zal dit jaar heel veel geld onder de vissers
brengen, evenals de haring het deed. Terug ½ 8 ontbeten en daarna boothuis geïnspecteerd, vervolgens
naar bakker Elselo en naar de weduwe Elselo. Deze weer levendig, aristocratisch,
de oude 86jarige vrouw met haar slappe strooien zwarte hoedje en de grote bril,
zittend in de tuin van het huisje bij het hek. Zij vertelt van de tijd toen zij
een jong meisje was, toen men Hindeloopen niet verliet. 't Verst was Workum met
de kermis en dan Bolsward op schaatsen, en hoe zij in het Hindelooper boek heeft
gelezen hoe hier veel kapiteins woonden wier schepen dan op de reede lagen, die
van Amsterdam op de Oostzee voeren en die veel welvaart brachten hier. En dan
sprak ze van de gevangenen die de Duitsers nu weer gemaakt hadden, 25000 en ze
geloofde het niet, "dat zou 25 maal Hindeloopen zijn", zei ze.
3 juni. 's Avonds dansles bij AGB [Alfred Boissevain] van
mevrouw Zelderslag, een Belgische elegante dame in het zwart, maar ik doe niet
mee, daarentegen Hilda wel en doet haar best en het is aardig de hele familie
daar te zien dansen, maar ik verlegen en vind het vervelend.
5 juni. Lange besprekingen met advokaat Gerritsen en met Wibaut
en Charles over het contract der orkestleden. Wibaut doet wel erg pauzig, maar
kent blijkbaar niets van de wet op het arbeidscontract, zodat wij kans hebben
gelopen een contract te sluiten dat een bron van moeilijkheden had kunnen
worden. Ik schrijf 's avonds aan Wibaut en Charles dat ik voor hun contract de
verantwoordelijkheid niet kan dragen.
7 juni. Weer besprekingen over het contract met Wibaut, Charles
en Van Rees, en daarvoor bij Polman koffiegedronken, waar Wibaut weer erg dik
doet, maar 't hem toch niet lukt bediend te worden zonder vetkaart.
12 juni. Weinig geslapen daar Engelientje lolletjes maakte. 5
uur op. te Enkhuizen zeer veel ansjovisvissers in het zuidoosten. Prachtige reis
over de Zuiderzee. 's Avonds te Terschelling. Vergadering met de Commissie - het
geval; Cupido-Duif (83 jaar), over schepen met weeflijnen in het bramwant en
over de schepen van de Japanners. Overste Brugmans, Cdt. Maritieme middelen, over luit.t/z
Brouwer, die 2 mijnen zwemmende onschadelijk maakte. De mijnen in het Stortemelk
zijn Engelse onderzeebootmijnen die verkrabt zijn en nu met laagwater boven
komen.
13 juni. Met Wilkens per rijtuig (huifkar) de stations paal VII
en Oosterend bezocht. Te Midsland tijdsein dat gehesen wordt om ½ 12 en blijft
hangen tot ½ 2 voor de schoolkinderen die in het veld zijn. Te Oosterend Smit,
flink als altijd, wordt wat doof, spreekt over voordeel korte boven lange
riemen. Te Midsland is de schooljuffrouw op straat bezig met vrije en orde
oefeningen.
15 juni. [te Hoorn]. Geslapen tot 7 uur. Het weder was de
vorige dag omgeslagen, harde wind uit het West, en ook nu woei er een harde wind
uit W.N.W.. Om 9 u. kwam Pierik uit Amsterdam en maakten wij de Mavourneen
klaar. Om ½ 12 uit de haven. 2 reven grootzeil, rif aan de fok. Niemand te Hoorn
maakte opmerkingen over ons uitgaan, zoals vroeger te Lemmer. In het Hop
tamelijk veel zee, stuurden eerst bij de wind op Warder aan Let wel
kleinkinderen, we zeilden in een woeste zee waar gij nu wandelt en dichter bij
de wal gekomen hielden langs de wal koers Zuid. Haven Edam vlakbij gepasseerd.
Volendam alleraardigst met z'n honderden botters en treurig dat het geheel zal
verdwijnen tenminste als vissersdorp, en aardig dat Marken.
17 juni. Verjaardag Engeline Petronella de Booy, oud 1 jaar. Ze
maakte veel lawaai in de nacht, zodat we weinig sliepen. Aan het ontbijt lazen
103e psalm. Engeline heeft vandaag haar vleeskaart, vetkaart, broodkaart en
bonboekje gekregen.
26 juli [op de Sparren]. De toestand is hier nu als
volgt:
Hilda weer in functie, maar ischias, wordt gemasseerd.
Engelina zonder of met weinig koorts, nog erg verkouden,
vermoedelijk neus keelholte, beterende maar zwakjes.
Olga, hoge koorts, keelpijn, oorzaak nog onbekend.
3 augustus. Olga is sinds gisteren weer buiten, liggende op een
bank. Ze is wat mager geworden, maar de keel is vrij en alles is in orde. Ze mag
niet met anderen in aanraking komen en slaapt nu in mijn benedenkamer.
Engelina maakt het goed, is geïsoleerd in de salon onder Jaan,
die zich erg met haar amuseert.
Vrijdag is gebleken dat Hilda diphteritis heeft en vandaag is ze
ingespoten met serum en is het biljet aangeplakt. Ze maakt het goed, heeft
ellendige dagen gehad met die keel. Ik slaap nu in de bijgebouwen.
(Achteraf bleek dat Hilda, Olga en
Engelien alle drie difterie gehad hadden. Engelien bleef nog een tijd met een
beentje slepen).
11 augustus. Zondag. De Duitsers krijgen klop! Eindelijk!!! De Fransen hebben nu Montdidier. Weer 24000 gevangenen en
honderden kanonnen. Lissa van Berlijn te Amsterdam vertelt aan Alfred (AGB), dat Wilhelm en Karl ruzie hebben,
dat Duitsland troepen van het Italiaanse front heeft
teruggetrokken en ook van Rusland, naar het Westfront
dat twee regimenten, een Pommers en een Beiers, muiterij hebben
gepleegd of dienst geweigerd.
dat de stemming in Duitsland zeer somber is,
dat de Duitsers verbaasd en ontzet zijn over de Amerikanen.
Maandag 19 aug. is het huis ontsmet door de bode van Huizen,
voor niets, en met formaline, dat bijna nergens meer is. Aan de zuster op
woensdag 21 aug. bijnaf f 120.-
uitbetaald.
Tom en Alfred kwamen 24 aug. eindelijk thuis. Alfred had Spaanse
griep gehad.
Zondag 25 augustus. Het heeft in de maand augustus veel
gestormd. Mavourneen nog niet verkocht, een bod van
f
500.- van de heer Van der
Stok niet aangenomen. De heer Vissering is de Mavourneen komen zien in het
boothuis.
6 september. Met Alfred naar Nieuwediep, 2e kl. In de trein
andere baren. Te Nieuwediep koffiegedronken bij de heer en mevr. de Raadt, waar
ook de commandant van Texel, Van Braam Houckgeest, en daarna naar het Instituut.
Er waren niet genoeg uniformen klaar, dus stond Alfred in zijn burgerpakje
aangetreden. Na tafel zitten praten met de familie Molenburgh, aardige mensen,
en toen kwamen enige van het oudste jaar en gingen baren. Alfred gaf herige
antwoorden, werd daarom door Tom gewaarschuwd. Ik kreeg een droefgeestige indruk van Nieuwediep. Het geringe
aantal schepen, het uiterlijk van de matrozen, hun slechte vormen (op de Holland
zaten stokers op de verschansing met de benen buiten boord en liep een
allersmerigste schildwacht op het voorschip), dat alles stemt niet vrolijk. De
adelborsten maken een gunstige indruk.
13 september. Spoorwegongeluk bij Weesp-Merwedekanaal. De dijk
verschoven door de hevige regens. Ik herinner mij niet ooit zulke lange
aanhoudende regens te hebben bijgewoond. Veel doden en gewonden. Ik was 's
morgens nog langs dezelfde plek gekomen.
15 september. De regen duurt voort. De toestand met Hilda is nu zo dat zij de hele dag op de sofa
moet liggen vanwege de hartwerking die anders versneld is. Zij moet eieren en
vruchten eten. Fachinger water drinken etc. en wij hebben een noodhulp
kinderjuffrouw voor Engelien en we zoeken een externe juffrouw.
3 october. Prins Max van Baden wordt genoemd als nieuwe
Rijkskanselier.
Mengelberg te Frankfort gerepeteerd met het koor. Volgende dag
bom gevallen op zaal waar hij had gerepeteerd en ook de hem aangewezen
schuilplaats geheel vernield en werkster gedood.
6 october. De nieuwe Duitse Rijkskanselier prins Max van Baden
heeft vrede aangeboden aan president Wilson [volgt opsomming van de
voorwaarden].
Gisterenavond het gerucht van het aftreden van Wilhelm II horend
maakte ik twee snorren met kurk, zette een jagershoedje op en ging met Hilda en
Olga naar Drafna, waar allen erg gelachen en Polly (oud ± 70) mij geschopt en
geslagen.
("Polly" was ongeveer 50 jaar
eerder in de familie Boissevain gekomen om op de kinderen te passen, die
uiteindelijk elf in getal waren. Later hield zij een oogje op de kleinkinderen
(in het totaal 50), wanneer die kwamen logeren. Zij stierf omstreeks 1930).
18 october. Ik was 12 oct. te Nieuwediep voor roeiwedstrijd en
om Tom en Alfred te zien. Vond Alfred nog niet erg kalm. Met de jongens gegeten.
Met verschillende zeeofficieren gesproken over de lamme toestand bij de Marine.
Iedereen er over eens dat het een lamme boel is, waaraan ik heden morgen nog
eens word herinnerd toen ik een matroos zag bij het Centraal Station gekleed met
een lichte burger demi saison. Oostenrijk wordt een bondsstaat (van volkeren die elkander
haten. Ostende verlaten door de Duitsers en genomen door de Belgen. Aanbod van
Amerika inzake steenkolen en levensmiddelen. Het is een prachtig gezicht Engelientje 's avonds in haar bedje
te zien liggen. Als ik op de kamer kom dan weet ze al dat ik kom en schuif ik de
gordijnen opzij dan is haar mooie gezichtje met de ogen vol blijde verwachting
al achter de tralies van het hekje. Vanmorgen liep een mooie jachthond met mij mede, ging ook mee
naar Amsterdam in de trein, in een andere coupé en zit nu op kantoor.
21 october. Er heerst hevige griep te Amsterdam, veel jonge
mensen en kinderen sterven. Vele scholen zijn gesloten of half ontvolkt. Te Urk
en Amsterdam ook vlektyphus en schurft. Gisteren hoorden wij op de Sparren voortdurend het kanonvuur in
de verte, het is soms zo hard dat de ruiten rammelen en de deur trilt. Het is
dichterbij dan vroeger. Toen ik uit de tram stapte bij de Sparren was de gehele familie
aanwezig: Hilda, Olga en Tom en Alfred, overgekomen wegens het
sluiten van het Instituut voor griep. Ik schaam mij te bekennen dat de vreugde
hen te zien getemperd werd door de gedachte: dat zal weer geld kosten en hoe
moeten wij hen voeden. Tom begon al gauw over tochten die hij wou maken en ik
"prikkelbaar" weer door de gedachten aan kosten antwoordde onvriendelijk,
waarover later het land. Wij aten op Drafna, en Vader en Moeder weer allerhartelijkst,
aardigheden bedenkend als een dineetje voor jongelui en komedie enz. en ik
schaamde mij wel wegens mijn zuurheid.
23 october. Ik sta tegenwoordig om 6.15 à 6.30 op en wandel dan
naar station, hetgeen een aangename wandeling is van 3/4 uur. M'n tas heb ik op
de rug en die komt dan 's avonds gevuld terug. Zo bracht ik gisteren mee:
plantenvet, jam, appelstroop, thee, gecondenseerde melk en gerookte bot en was
wel wat bang dat de politie mij in de gaten zou hebben en mij de boel afnemen
(want de distributiewet verbiedt het vervoer van dergelijke levensmiddelen uit
Amsterdam).
De jongens gaan vandaag naar Othello in het Grand Theater. Het
is merkwaardig te zien dat het Instituut niet de minste invloed heeft gehad op
de manieren, het optreden enz. van Alfred, terwijl wij verleden jaar getroffen
waren door de verstijvende, verstarrende invloed op Tom.
8 november. De socialistische partij in Duitsland eist aftreden
van de Keizer en niet alleen de socialisten verlangen zijn aftreden maar ook
vele anderen. Men vreest anders dat het oproer zich zal ontwikkelen volgens de
wijze der Bolsjewiki. Vele Hollanders komen uit Duitsland terug. Men zou hopen dat
eensgezindheid zou heersen in Holland. Geen kwestie van. In de 2de Kamer zegt
Marchant (vrijzinnig democraat), een ellendeling, dat wij vooral niet tegen de
Entente moeten gaan vechten als die de neutraliteit der Schelde ging schenden!
Wijnkoop en Kolthek, twee revolutionair-socialisten wekken openlijk tot oproer
op. Het optreden der SDAP is mij vrij sympathiek. Het hangt in belangrijke mate
van hen af of hier oproer komt of niet en ik zou denken dat op het ogenblik ons
volk voor oproer niet veel voelt. Ik heb na met Hilda er over te hebben gesproken besloten de
Sparren te verkopen. Vandaag de Mavourneen verkocht voor
f
550.-.
12 november. Revolutie in geheel Duitsland. Ebert
Rijkskanselier. De Duitse keizer bij Eysden over de grens gekomen met een gevolg
van 51 personen en te Amerongen op het landgoed van Graaf Bentinck geïnterneerd.
Wij beleven zeer ernstige tijden.
14 november. Troelstra heeft te Rotterdam en in de tweede Kamer
de revolutie aangekondigd in de vorm van de oprichting van soldaten- en
arbeidersraden, die de hoogste regering zouden vormen. [...] Het moeten voor de
regering zeer spannende dagen geweest zijn. De Vrijwillige Landstorm is weer
opgeroepen en men kan er voor tekenen. Het figuur dat Troelstra slaat is zeer
droevig. Nu blijft nog Wijnkoop met z'n Bolsjewieks, die revolutionairen
van het zuiverste ras zijn en die gisteren een opstootje veroorzaakten bij de
Oranje Nassaukazerne waarbij door de soldaten 3 man gedood en 9 gewond werden.
Indien het tot revolutie komt zal zeker een deel van het leger er aan deelnemen
en wordt het een groot bloedbad.
Er komen 300.000 krijgsgevangen Engelsen en Fransen over onze
grenzen op weg naar hun Vaderland. Gisteren 15 Engelse ponden gekocht voor 168,75 om te gebruiken
zo we moeten vluchten.
16 november. Gisteren mij opgegeven voor de burgerwacht, eerst
's avonds nog naar een feestavond in het Concertgebouw ter ere van koning Albert.
Allen Belgen natuurlijk. Belangrijke brieven van Tom en Alfred die mededelen, dat de
Commandant hun had medegedeeld dat op de bemanning van de vloot niet te bouwen
viel. Sluitstukken van kanonnen en veel ander wapentuig is nu naar het Instituut
gebracht en de jonkers staan op post met geladen geweer.
18 november. In de afgelopen nacht op post geweest in het
Stedelijk Museum met een 20tal anderen van de Burgerwacht. Ik heb mij slechts
willen verbinden voor gemeen soldaat en ben nu commandant van de 1ste groep van
de 3de sectie. In de troep heerst een aardige vrolijke geest.
Onze schoonmaakster die op de Anjeliergracht woont, zei dat 't
daar rustig was, maar dat ze zeien dat ze Maandag zouen beginnen omdat de
Koningin niet te eten had gegeven aan het Volk en alles naar Duitsland had
gezonden. Maar dat de Regering voorbereid was en alles klaar was om onlusten te
bedwingen. Ze vond het heel vreemd dat ze nu na al die ellende weer nieuwe
ellende zouen willen maken.
19 november. Vandaag onderhoud met Mendes da Costa over verkoop
Sparren, hij meent dat ik
f
20.000.- moet vragen.
20 november. De Kroonprins van Duitsland naar Wieringen -
Oosterend !!!!Te Nieuwediep stonden onderofficieren (die dus blijkbaar voor
een deel wel te vertrouwen zijn ) op post en de matrozen niet, alles grendels
uit de geweren enz. Na de Raad van de Scheepvaart gesprek met Cnoop Koopmans,
theosoof, die het oprichten van de burgerwachten ook geweld vindt en ook
de Oranjebetogingen verkeerd als prikkelend voor andersdenkenden.
(Abraham Jacob Cnoop Koopmans,
1867-1923, voorzitter van de Raad voor de Scheepvaart sinds l913).
Hij voelt voor
de ideeën van mevrouw Roland Holst en ik ook voel voor die ideeën, maar de
methoden van onze revolutionnair-socialisten zijn zodanig, dat zij ongetwijfeld
leiden tot een tijd van Bolsjevisme, waarin gemoord wordt, gruwelen bedreven,
enz. enz.
Over Limburg trekt een onafgebroken stroom van Duitse soldaten,
die dan eerst hun geweren moeten afgeven. In tegenovergestelde richting komen
vele duizenden krijgsgevangenen over de grens. Fransen, Engelsen en Amerikanen,
- velen in ellendige toestand.
24 november. Namiddag op het Concertgebouw, de
Zuiderzeesymphonie van Dopper. Even voor het applaus schreeuwt Matthijs
Vermeulen, de recensent van de Telegraaf heel hard: "Leve Souza" (die
Amerikaanse dirigent).
(Matthijs Vermeulen, componist en
muziekcriticus, 1888-1967).
Grote opwinding in de solistenkamer; Van Rees een beetje
besluiteloos, Van Heel wil wachten tot de vergadering van 2 december. Opwinding
van Schmuller, Blaser, Bottenheim en vele anderen. Gevolg ten slotte dat Freyer
opdracht krijgt Vermeulen te verwijderen, hetgeen geschiedt onder hevig protest
van zijn vrienden en vriendinnen, die schelden op het Concertgebouw, op de
concerten van Dopper en vragen of je dan je mening niet mag uiten enz. enz.
(Wij hadden een koperen tafelbel,
in de vorm van een vrouwtje met lange rok, dat van Vermeulen zou afgepakt zijn
omdat hij er tijdens een concert lawaai mee maakte).
Nadat eerst nog een politieagent is gehaald gaat Vermeulen eerst nog naar
binnen, doch wordt tegengehouden door Van Rees en gaat eindelijk heen. Vermeulen
erkent een taktische fout te hebben begaan en belooft beterschap. Daarna naar
Mengelberg die nog thuis is na zijn ziekte. Het geval besproken met Mengelberg,
Tilly en Beukers. Mengelberg beweert dat hij zijn ontslag neemt als Vermeulen
weer wordt toegelaten. Het lijkt weer een beetje op de dagen van het
Concertgebouwconflict.(In
l904. Mijn vader heeft aan dat conflict zijn benoeming als administrateur te
danken. Zijn voorganger, Hutschenruyter, tevens lid van het orkest, had toen
ontslag genomen).
28 november.
Half zes vergadering bij Mengelberg. Aanwezig: Van Rees, Wibaut,
Vom Rath, Oyens, ik, Freyer. Wij besluiten Matth. Vermeulen slechts toe te laten
in het Concertgebouw als hij waarborgen geeft dat een incident als Zondag plaats
had niet meer zal gebeuren en als hij dan toch de orde verstoort zal hij voor
goed verwijderd worden. Daarop verklaart Mengelberg dat hij niet zal dirigeren
als M.V. in de zaal is. Veel ingezonden stukken en brieven van abonné's die
eisen dat M.V. niet meer zal worden toegelaten.
2 december. Zondag grote herrie in het Concertgebouw. Enige
manifestanten, redevoeringen houdende vanaf het balkon, worden verwijderd. Evert
Cornelis houdt een bijzonder ongepaste toespraak tot het publiek vanaf het
podium en Oyens spreekt herhaaldelijk. 's Avonds vergadering bij Mengelberg.
(Evert Cornelis, 1884-1931, van
l9l0-l9l9 tweede dirigent van het Concertgebouworkest).
5 december. Met Postmus gesproken over de supra- en
infralapsariërs. Hij zegt dat de supralapsariërs geloven dat God het kwaad heeft
geduld terwijl de infra geloven dat het bestaan van het kwaad voor God een
verrassing was. Ik geloof dat hij zich vergist, nam. dat de supra aannamen dat
het kwaad, evenals het goede door God is gewild en dat de infralaps. aannemen
dat het kwaad door God werd geduld zodat bij hen de vrije wil van de mens
bestaanbaar werd geacht, bij de supra niet. Postmus zegt dat de gereformeerde leer aanneemt dat God
bepaalde mensen heeft uitverkoren. Deze blijven uitverkoren, ook als ze later in
zonde vervallen. Ze worden dan, volgens Postmus, dikwijls op aarde zwaar
gestraft. Kinderen van uitverkorenen zijn uitverkoren zolang ze klein zijn. Men
moet volgens Postmus het kwaad en het goed beschouwen als te zijn geplaatst op
twee evenwijdige lijnen die elkaar in de hemel ontmoeten. Als God te begrijpen
was, zegt Postmus, dan was hij geen God. Door vrije wil bij de mens te
onderstellen onttroont men God, want de eeuwige vrije wil is bij God. De Gomaristen waren dus supra- en de Arminianen infralapsariërs.
6 december. Met Hilda naar het afscheid van de Belgische school.
Alberic de Swarte houdt een goede afscheidsrede en de kinderen zingen de
Brabançonne.
Engelientje allerliefst. Ik studeer viool, zij loopt al zingend
door de kamer.
De Engelse componist en dirigent Baynton is hier. Hij is 4 jaar
in gevangenkampen geweest in Duitsland, heeft al die tijd zijn vrouw niet
gezien. Een aardige, intelligente kerel, socialist, maar een Engelse. Hij
voorspelt revolutie in Engeland, daar er zoveel werkvolk ontslagen gaat worden,
vrouwen en mannen, die munitie maakten en ander oorlogswerk deden.
12 december.'s Avonds concert onder Mengelberg die een geweldige
contrarevolutionaire ovatie krijgt en met bloemen bestrooid wordt op het podium.
Ik zit naast Van Rees om bij mogelijke ordeverstoring op te treden maar het is
niet nodig.
18 dec. Olga te bed met een lichte hersenschudding die ze kreeg
toen ze op weg naar de pianoles in een tram wilde springen en achteroversloeg.
Ze moet rust hebben.
21 dec. Vandaag zijn de jongens gekomen. Alfred ziet er wat
beter uit dan toen hij ons verliet, maar veel puisten. Ze vertellen dat 99% van
de adelborsten op het Instituut er wel uit zou willen als ze maar wisten wat te
beginnen. Tom en Alfred denken er nog niet aan er uit te gaan. Ze willen eerst
zien hoe de zaken lopen. Olga is nog lang niet in orde, duizelig en zo. Alfred vol zorgen
voor Olga, het hekje geolied zodat het niet meer kraakt, het licht zo bedekt dat
het niet in O's ogen schijnt en meer dergelijke zorgen.
Olga vertelde mij veel later dat zij in bed een spannend boek
was gaan lezen dat zij telkens als zij iemand hoorde aankomen aan het voeteneind
onder haar matras stopte. Daarom duurde de genezing zo lang.
1 9 1 9
16 jan. Vandaag deelt Mendes mij mede dat de Sparren verkocht
is, het huis met 3000 vierk. meter land voor
f
15000.-. Ik kocht de Sparren vóór 8 jaar.
6000 vierkante meter land 5275,--het huis 5400,--electrisch licht 600,--
totaal 11275,--.Nu heb ik nog over 3000 m.
land, die ik zeker verkoop voor
minstens
f
6000.-, dus totaal maak ik 21000.Dit is de eerste maal dat ik een goede zaak maak.

Landhuis de Sparren in de winter, verkocht in 1919
Een kat op Rottum was te Riga aan boord van een Hollands SS
gekomen. Dit SS liep in het Kattegat op een mijn, de equipage met de kat kwam in
een sloep aan wal op Skagen. De kat werd overgegeven aan een Hollandse tjalk De
Zwerver, deze strandde op de Rottumerplaat. De kat liep de hele Rottummerplaat
over en zit nu op Rottum en spint.
Hilda bij Gerzon een mooie bonten mantel gekocht (mol), heel
mooi, op uitverkoop voor
f
575.- Ze heeft een warme mantel nodig wegens de rheumatiek.
6 febr. Dinsdag. 's Morgens komen Van Rees en Freyer op mijn
kantoor en Van Rees vertelt mij van de Concertgebouwtoestand, hoe de
Orkestvereniging complete medezeggenschap wil in het bestuur van het
Concertgebouw enz. Van Rees zenuwachtig. 's Avonds concert Concertgebouw. Hilda blijft thuis. Ik ga met
Bram [van Stockum] en we horen een mooi nieuw stuk van Zagwijn met
eigenaardige mooie klanken en een prachtige Don Juan en op de solistenkamer hoor
ik dat Mengelbergs vader is overleden, en Onze Willem is erg onder de indruk
maar heeft toch gedirigeerd. Ik merk weer eens hoeveel ik van Mengelberg houd.
8 febr. Naar Beverwijk voor de overdracht van een stukje land
van de Mij "E Pluribus Unum" aan de Reddingmaatschappij en het blijkt bij het
verlijden van de akte dat ik de verkoopvoorwaarden slecht of niet gelezen heb,
tengevolge waarvan een bepaling wordt opgenomen in de akte die nadelig is voor
de Reddingmaatschappij. Hieruit blijkt weer wat ik eigenlijk toch een prul ben.
Het geval geeft mij veel zorg. Zal ik Six er mededeling van doen of niet? Welk
een lamme indruk zal het maken op Six en de anderen. Ik vind het beroerd.
Misschien zie ik de zaak als te zwaar in.
16 febr. Gisteren naar het Departement van Marine om gegevens te
verkrijgen voor een stuk van Vader over de Marine dat hij gaat schrijven in
verband met de behandeling der Marinebegroting in de 2de Kamer - zwak optreden
van de Minister van Marine Ten Cate.
Heden het stuk over de Marine geschreven en ga er straks mede
naar Vader op Drafna. Vader enthousiast over mijn stuk en ik er nog 's avonds naar het
Handelsblad en vind dit gesloten en gooi het daarom in de bus.
17 feb. Het stuk geplaatst in avondblad en in ochtendblad van 18
febr. en ik
f
50.- verdiend er voor. Er is kolenwerkerstaking en ik wegens gebrek aan brandstof weer
hout gekocht en voor 1000 kg. hout en wat talhouten f 95.- moeten betalen. 't Is
een dievenboel.
Zondag 2 maart. 's Morgens naar de tentoonstelling van Toorops
werken in Arti. Prachtig. De lijdensweg in 14 taferelen bestemd voor de kerk te
Oosterbeek. Hilda met Tom en Olga 's middags naar Concertgebouw 3de symphonie
van Mahler en ik weder naar Toorop. Ik had de 3de van Mahler al Donderdagavond
gehoord en had er niet erg van genoten - de onsamenhangende klanken, het gebrek
aan melodieën trekken mij niet aan.
3 maart. 's Middags Bouwmaatschappij en Schoolopzieners, 's
avonds Concertgebouwvergadering. Wibaut enthousiast over Mahler, hij ziet er in
de overwinning van de socialistische idee. Vooral het 1ste deel vindt hij
prachtig.
In Duitsland overal binnenlandse oorlog tussen
meerderheidssocialisten - de regeringspartij - en de Spartacisten. Vooral te
Berlijn. Er vallen veel doden. Oyens was te Berlijn geweest. De politie geheel
verdwenen, de straten vuil.
6 maart. Ik lees Joan en Peter van Wells. Heel interessant en
wel een teken dat ook in Engeland de mensen beginnen te denken. Zal er revolutie
komen, ook in Engeland - in alle landen die in de oorlog geweest zijn? Zullen
wij er vrij van blijven?
18 maart. Ik vandaag op een Christelijke school en verbaasd over
het enthousiasme en de werklust van die slecht
betaalde onderwijzers en
onderwijzeressen. Ze verdienen van 900 - 1200 ongeveer. Hilda moet veel magerder worden. Ze doet nu een Hoogtezonkuur,
wordt 's morgens gemasseerd door een Zweeds meisje (Lilja), neemt
Thiramontabletten en eet heel weinig. Kwam de eerste 3 weken 3 kilo af. Is nu
nog boven 90 Kg.
30 juli. Ben de laatste maand voortdurend bezig geweest met de
Zwitserse passen voor mij en de jongens. Ontelbare bezoeken aan
bevolkingsregister, politiebureaux, commissaris van de Koningin, Zwitsers
consulaat, Duitse consulaat, gemeentebesturen. Een vervelend tijdrovend en
kostbaar gedoe. Heb nu eindelijk de passen in orde en zaterdag 3 aug. gaat de
trein.
2 aug. 3.35 vertrok ik van Amsterdam met de extra trein die het
Int. Verkeersbureau liet lopen. Te Arnhem waren Tom en Alfred. We reisden 2de
klasse, de laagste klasse in deze trein.
(Mijn vader reisde doorgaans derde klasse, als dat niet kon eerste, maar dat
werd voor een grote reis te duur. Mensen die doorgaans eerste klasse reisden,
weken soms uit naar de derde klasse. "De tweede klasse was voor
handelsreizigers").
Nacht beroerd. We hadden veel eten medegenomen, als: 3 broden, 4 pond boter, 1
blik sardines, 1 worst, 2 komkommers, 3 tomaten, 6 citroenen, 18 eieren, 6
kwatta's, 2 fl. Drachenquelle, 1 meloen, 1 pot suiker.
3 aug. Zagen 's morgens voor het eerst weder de Duitsers na hun
nederlaag. "Ze zijn nu heel wat kalmer dan vroeger" zei mevr. Straeter, "zo'n
nederlaagje helpt wel!"
De Duitsers zien er uit als geslagen honden die in lang geen
voer hebben gehad.
[In Basel]
Dadelijk naar Hotel Jura, waar ik Zimmermädchen
een restant boter aanbood. 't Kind zeer gelukkig.
4 aug. Ontbijt goed, brood, thee en honing. Geen boter. Naar
politie, worden door zakelijke politieman vlug en goed bediend, geen gezeur
zoals in Holland, alles vlug. Naar Schiffländer 3 voor brood- en melkkaarten
etc. Weer vlugge bediening. 10.40 naar Luzern. Te Olten ½ uur oponthoud. Vlug en
heerlijk gegeten in restaurant station, alles dadelijk klaar, alles netjes op 1
schoteltje, razend vlug en netjes, practisch in hoge mate.
Naar Engelberg, daar in hotel pension Engelberg. Souper van thee
complet (zonder boter), lieten schoenen bespijkeren en geslapen na een
wandeling.
7 aug. Via Gr. Scheidegg naar tot Faulhorn. Rugzak erg zwaar de
Faulhorn op en over het algemeen ben ik niet goed gekleed, veel te zwaar pak.
Op Faulhorn vele Zwitsers, gegeten, geslapen in soort van stal. Alfred noemt het
een vlooientheater.
Uit inliggende brief aan Hilda:
Naar de Faulhorn. Dat was steil en ik voelde dat de eerste
jeugd vervlogen is. Tom is onvermoeid natuurlijk en je moet je hem voorstellen
als een tijger die zijn prooi verslindt en tegelijkertijd uitziet naar andere
slachtoffers. Ik ben idem, maar tevens 52 jaar oud zodat het uitkijken naar
andere slachtoffers meer duidt op aardig gelegen "zwaantjes" waar men kan
uitrusten en heerlijk Eppinger Wasser drinken. Alfred is niet zo sterk maar
hij is weer jong en dat helpt erg. Alfred zegt altijd: als jij (je weet de jongens spreken mij
met jij en jou aan) - als jij het kunt kan ik het toch ook. Ik voor mij
twijfel daaraan, geloof zelfs dat ik van de drie nog het grootste
uithoudingsvermogen heb. We doen morgen onze laatste tocht. Ik wil namelijk
niet meer uitgeven dan hetgeen de Mavourneen heeft opgehaald plus hetgeen ik
van An kreeg. (Anna Maria Den Tex-Boissevain).
Als ik nu de 15de van Basel vertrek is dit het geval. We hebben
dus nog twee dagen en hebben dan in totaal 8 dagen gewandeld, eigenlijk veel
te kort, want men is nu juist in training. We ontmoetten op weg naar de Grote Scheidegg een partijtje
blinde jongens die op een wandeltocht waren. Ze steunden met een hand los op
hun geleider en gingen met een vaart de helling af. Aan hun gelaatsuitdrukking
kon men zien dat ze genoten. Waarvan?
14 aug.[op de terugreis] 7.30 naar Frankfurt, daar
aangekomen ca. 2.30, aardige reis. Te Frankfurt hotel Bristol. Ik krijg een
badkamer. De jongens een grote kamer, samen 23 mark, dus 23 x 18 =
f
4.14. Frankfurt vuil en stinkerig, armoedig. De mensen grauw - een
schoenpoetser geef ik 2 mrk 50 pf. te zamen dus 50 ct. Hoe je ook met die lappen
gooit, je kan niets uitgeven door die valuta.
16 aug. Emmerik-Arnhem-Hattem. Te Zevenaar de Holl. controle
heel scherp door militairen. Drie broers De Booy? vraagt een soldaat en als ik
zeg dat ik de vader ben dan zegt hij: dan heb je flinke jongens. En hij heeft
gelijk.
14 september. [op terugreis van Ameland]. Het weer
omgeslagen. Koel, wind Noord. Gefietst van Leeuwarden. Te Stiens staat de kerk
open en raak in gesprek met ouden boerenarbeider. Hij draagt het insigne van de
Ned. Ver.v. Geheelonthouders en vertelde mij dat hij 30- jaar geleden zetmeier
was op een boerderij, hoe er toen oudejaarfeest was en hijzelf ook veel dronk en
hoe er toen een Nieuwjaardag was als hij nog nooit had beleefd, hoe hij vroeger
veel gelezen had in oude boeken over onze voorouders, hoe die geleden hadden
voor hun geloof, hoe de katholieken de liberalen vervolgden en onze voorouders
zich liever lieten verbranden dan het geloof op te geven. Hoe hij toen gedacht
had, als mijn voorouders dat konden, dan kan ik ook weigeren om nog ooit jenever
te drinken en hoe hij sinds die dag nooit meer jenever had gedronken of had
gerookt. "Ik ben wel eens in Duitsland geweest aan't werk en nu weet U daar zijn
ze nogal drankzuchtig. Dan wees ik op dat dingetje."
Op de boot te Holwerd zuster Molenbeek die een dag op de Sparren
was. Zij komt van een 91jarige stervende oud-kapitein De Vries. Deze man is
malende en spreekt aldoor over schepen. Zij vertelt ook over een patiënt die gek
was geworden door de Russische papieren, die toen van onwaarde werden. Verder
over de ontvoering van een patiënt uit het Wilhelminagasthuis en over de plannen
van de communisten te Amsterdam. Ze zegt dat als er weer gestaakt wordt er
soldaten op de trams komen en dat men plan heeft flink op te treden.
December.
Weinig dagboek ingeschreven, als ik denk aan de laatste 2
maanden, dan denk ik aan bezoeken aan Terschelling, aan Rottum, aan Delfzijl enz. Op Rottum is het magazijn der NZHRM nu voorzien van een bord waarop Villa
Engelina, ter ere van onze Engelina. Deze laatste is een vermakelijk wezen, erg
veel wil, herig, buitengewoon bijdehand, goede memorie, kent alle versjes, zingt
Piet Hein enz. enz. St Nicolaas is nu juist achter de rug. Enige dagen te voren
zette ze dan haar schoentjes, voor het vuur, begon te zingen van Zie de maan
enz. en dan dadelijk naar de trap om te vragen of St Nicolaas niet kwam.
17 december l9l9. Vandaag zou de wereld vergaan,k maar er is
niets gebeurd.
19 dec. Vandaag komen de jongens thuis, maar niet aardig dat ze
dadelijk weer weggaan om te zeilen. (Het stormt hard).
23 dec. Vandaag Alfred terug van zijn zeil- of jachttocht met
Jacques Lemaire. Ik was wel wat ongerust geweest over de jongens, maar ze zijn
gelukkig zo verstandig geweest niet te zeilen met deze storm. Ze hebben in een
kreek in de modder gelegen met de oude schuit, hebben daarin 3 nachten overnacht
met een rat, op natte matrassen en alles smerig enz. enz., het oude liedje en
even met een jolletje gezeild waarvan het zeil scheurde. Enfin, ze zijn gelukkig
terug. Tom komt morgen, is naar de Gooszens om de epauletten te halen van den
kolonel Gooszen.
31 december. We gingen om een uur of 8 bij het vuur zitten in de
salon, Hilda en ik met de kinderen behalve Engelien die te bed lag en ik las een
brief aan de Corinthiërs en daarna het dagboek voor en we hadden veel plezier en
we spraken over de toekomst en ik hield een soort toespraakje tot Tom die
ditmaal misschien voor het laatst in lange jaren op Oudejaar thuis is. Ik hoop
dat hij een knap zeeofficier zal worden, maar het schijnt mij dat hij weinig
voelt voor de militaire zijde van het vak (net als ik) en zich voornamelijk
aangetrokken voelt door de "avonturen", de vreemde volken, landen, en de
praktijk: zeilen, roeien, cijferen, manoeuvreren enz. Hij zal in Indië trachten
bij de opneming te komen, ziet daarin meer dan het dienen op een torpedojager.
Een heerlijk souper, heerlijke visjes en lekker brood. Onze
suite kan er zo echt gezellig en warm uitzien.
1 9 2 0
4 jan. Gisteren heeft Oyens mij in tegenwoordigheid van Freyer
voorgesteld voorzitter van het bestuur te worden. Wij zijn wat dat betreft in
moeilijkheid, want als Van Rees aftreedt dan is het moeilijk hem te vervangen,
daar Charles niet gewild is, ook Van Heel niet. Vom Rath kan niet. Wat mij
betreft is een bezwaar dat ik geen geld heb, niet makkelijk voor de vuist spreek
en gauw moe ben. Ik zal er over denken.
14 februari. Gisteren op de burgerwacht, mij vertoond door Karel
van Lennep, commandant van de BW. Ik was er met Blok van Laer en Mendes om te
vergaderen voor de Bouwmij. Het is een heel groot hoog huis, hoek Singel en Vijzelstraat.
Vele zalen, gangen, ijzeren hekken, munitiebergplaatsen, schermzaal, bokszaal,
schietzalen, bergplaats voor geweren en uitrustingen, enz. enz. met een soort
van geschutstellingen, uitstekende boven het gebouw vanwaar verschillende
straten onder vuur kunnen worden genomen. K.v.Lennep betaalt per maand
f
5000.-
gages. Heeft speciale telefoon met Burgemeester en met HC van Politie. Als het
oproer wordt, wordt tijdelijk alle telef. gemeenschap in de stad verbroken
behalve enkele nummers waaronder de Burgerwacht. Daar worden de nodige
maatregelen getroffen. Ook de helmen gezien voor de burgerwachten. Het platte
dak van de Nederland 1845 zal ook bezet worden. Heden 1 uur is de staking in het Havenbedrijf uitgebroken. Het
is een communistische staking, een staking die ten doel heeft de Sovjet
Republiek in Rusland te steunen en die zoveel mogelijk moet leiden tot revolutie
in Nederland.
15 februari. Een avondje bij Went met Ds. de Hartogh.
(Jean Jacques Went, 1873-1940, geh.m.
Ada Geertruida Beets, 1871-1955.
Waarschijnlijk Arnold Hendrik de Hartog, 1869-1938).
Hoogst
merkwaardig. Ds. de Hartogh wordt aangebeden. Verwacht wordt dat hij voortdurend
aan het woord is, een soort van voordracht houdt. En dat deed hij ook. Mevrouw
Went maakte een niet bijzonder verstandige indruk. Zij is een dochter van
Nicolaas Beets. Wat De Hartogh vertelde was niet bijzonder mooi.
14 maart. Diner met de twee Jetten (oude en jonge) Van Ravesteyn,
en Bram van Stockum, die tegenwoordig veel bij ons logeert. Hij slaapt dan in
een hangmat in de badkamer of slaapt niet, want de matras is vol harde bulten.
16 mrt. Kwam ik voor de Huurcommissie met vele huurders van onze
rij in de Johan Verhulststr. en vertelde een keurig voorzittertje ons dat we 6
maanden verlenging hadden van 't contract, dat de huurprijs dan echter wat
verhoogd zou worden.
19 maart. De toestand in Duitsland zeer ernstig. Op vele
plaatsen botsingen tussen gewapende arbeiders en troepen. De arbeiders hebben
zich dan gewapend met de wapens van de Einwohnerwehr en hebben op verschillende
plaatsen de troepen verslagen of verjaagd. Vanavond hier de Sociaal democraat idealist Van Stam die zegt
dat hier het Bolsjewisme alleen dan tegen te gaan is als men spoedig overgaat
tot socialisatie.
2 april. Alfred is met griep met verlof gekomen en ligt te bed.
Hij heeft enige dagen op het Instituut rondgelopen met griep en heeft dit niet
laten merken wegens angst voor het Hospitaal.
Gisteren te Baarn bij OptenNoort, bij hem gebedeld voor de
Reddingmaatschappij en
f
5000.- gekregen. Eerst de Alg. Verg. Bouwmaatschappij
gepresideerd, hetgeen ik altijd onhandig doe, en
f
981.25 tantièmes opgestreken. Lees met veel plezier Don Quichote in een Engelse en een
Hollandse vertaling en ben van plan Spaans te gaan leren.
5 april. 2de Paasdag. Goed weer. Voetbalwedstrijd Holland -
Denemarken. In het stadion 30000 mensen. Ik met Olga omdat Alfred ziek en Tom
wat koorts. Eerst leek het dat we niets zouden zien. Geweldig opeengepakt
gestaan. bij het Deense volkslied de Denen onberispelijk in de houding, bij het
Hollandse Wilhelmus de Denen weder in de houding, de Hollanders helemaal niet,
ze staan met de handen in de zijde en wuiven kennissen toe. De Denen verliezen
met 0 tegen 2 van Holland.
24 april l920. Mengelberg in de grote zaal Concertgebouw.
Reusachtig. Minister van Onderwijs spreekt prachtig. Verder was de Prins er, de
minister Buitenl. zaken., Fock, voorzitter 2e kamer en vele andere autoriteiten.
Wibaut namens gemeentebestuur was weer "geestig" Toch een knappe kerel.
Reusachtig veel bloemen, jonge dames met zegepalmen, een cantate van Dopper voor
koor met orkest, mooi. Mengelberg zeer onder de indruk, antwoordde goed en
flink.
5 mei. 's Avonds naar Londen, waarvoor men thans nog, vanwege
het mijnengevaar, overnacht aan boord van de boot en 's morgens in de vroegte
oversteekt.
6 mei. 's Morgens 11 uur te Harwich. Kruiser Dunedin, een nieuw
schip, oude kruiser Blake, heel veel oud roest, van de oorlog. Naar Liverpool
Street station en vandaar naar Charing Cross Road 22, waar ik hoor dat men mij
te Worthing wacht als gast van de R.N.L.S. Aankomst Worthing 3.54. Zie bij
aankomst Warner Hotel de reddingboot op beach met tractor er bij. Gear case gebarsten, oefening afgelast. Gezellig diner in hotel. Een alleraardigst hotel, versierd met
mooie platen en prenten en allerlei reisherinneringen van den (overleden)
eigenaar. Captain Rowley ( Chief Inspector van de RNLS) een aardige
hartelijke magere Engelsman, die er gezellig slordig uitziet.
7 mei. 8 uur ontbeten, thee, porridge, vis, eggs and bacon,
brood met marmelade. Naar het boothuis. De bootsman en seiner in niets te
onderscheiden van hun Hollandse collega's, ook de andere mannen net Hollanders.
Lange overwegingen of de gear cage al dan niet met lood kon worden opgevuld.
4.58 ging het schot en kwam tractor met boot op wagen langs de esplanade. Bij en
op shingle mislukte de proef. Boot op gewone wijze ter zee gebracht. Het was
niet een experiment dat een aangename indruk op het publiek maakte. Men vond
over het algemeen de tractors "no good". Het boothuis en de boot niet netter dan bij ons. Ook deze
maatschappij moet werken met plaatselijke commissies die niet betaald worden en
dus dikwijls niet werken.
8 mei, Zaterdag. 7.32 naar Londen. Gesprek met viskoopman over
de oefening van Vrijdag. Vroeger paarden. Hij vertelt over het ophalen van zware
loggers vroeger, hoe de kustvisserij vervallen is (net als bij ons).
Maandag 31 mei. Naar Hunstanton voor de motortractors, per
Harwichlijn. Hotel Le Strange Arms. Captain Rowley. Proeven met de tractor
tamelijk. Eigenaar hotel is cook en butler geweest in Magdalen college en krijgt
nu uit een fonds uit de tijd van Edward VII? 2 sh. per jaar uitbetaald.
2 juni, prachtig weer. 's Morgens weer proeven met de tractor,
en 's middags komen general Lake e.a. Zeer goed gelukt proeven.
3 juni. Met mr. Lamb Cambridge gezien. Vele colleges en de
Pepysian Library. Alleraardigste bibliotheek van Pepys met z'n regeling van de
boeken naar de grootte en als het niet uitkomt met behulp van houten klosjes. Opmerking: Lage blouses, korte rokken. Mooi die colleges, een rustig quadrangle en mooie lawn. Een oude
prachtige dininghall waar alle studenten met de "dons" eten, zittende op gewone
banken.
7 juni [Vertrek naar Chamonix]. Heel vroeg op om 5 uur en
naar de trein van 7.33. Er zou vandaag een proteststaking zijn tegen de
anti-revolutiewet of wurgwet, zoals de syndicalisten en socialisten zeggen. We
kregen gelukkig het rijtuig en reisden heel genoegelijk. 's Avonds slaapwagen.
8
juni. 's Nachts ± 2½ uur gepord te S. Louis voor de visitatie,
douane en pas. De grote bagage was te Essen geplombeerd en doorgezonden naar Basel. De visitatie en fouillering te S. Louis waarmede men ons had bang gemaakt
bleek weinig te betekenen. Wij zijn nu te Basel en zitten te wachten op de trein
van 7.45 naar Genève: vrij katterig, moe, vuil en gekookt. 5.30 Nu zitten wij in de trein van Genève naar Chamonix in een
zeer sjofel compartiment. Moesten in Annemasse wederom een grensonderzoek
ondergaan, overstappen in Roche en in Le Fayet, en daar in electr. spoor, 9 u.
30 te Chamonix. Met auto naar hotel, daar een smakelijk souper. Het was een vermoeiende reis geweest, maar het voordeel van het
nemen van deze route was dat wij er nu waren en bij het nemen van de route via
Parijs nog een dag hadden moeten reizen.
9 juni. Heerlijk geslapen - het is regenachtig, geen zon.
Engelientje verrukt. Ze zegt: Engelientje wil hele hoge bergen klimmen, ik houd
van bergklimmen. Hilda zegt, wijzende op tot Mont Blanc: zo hoog zal ik niet
komen. "Ik wel" zei Engelina en een ogenblik later is ze verrukt als ze op een
kleine verhevenheid is geklommen en vandaar de wereld beziet. Mama heel klein
geworden, alles is heel klein geworden.
18 juni. Hilda en E. brengen mij naar de trein van 4.54 naar
Parijs. Beroerd afscheid te moeten nemen van Hilda en van dit heerlijke land.
20 juni. ± 3 uur in Amsterdam. Bad bij Alfred.
(Zijn zwager Alfred Boissevain, toen hoofdredacteur en directeur van het
Algemeen Handelsblad).
Hoor van Alfred
dat ik zal worden benoemd tot commissaris Alg. Handelsblad, vermeerdering
inkomen vast
f
200.-, en tantièmes minstens
f
1000.- per jaar. Heel aardig.

Alfred Gideon Boissevain 1870-1922
24 juni. [N.a.v. een lange berekening over vermogen en
inkomsten]:
Wij moeten op een of andere manier zuiniger gaan leven.
19 juni. Naar de Bronckhorststraat (in aanleg), waar een huis
bezichtigd nr. 18 of 20, nieuw gebouwd, dat ik kan kopen voor
f33000.- een
belachelijk hoge prijs, maar misschien niet belachelijk nu. Wat de huizen in de
toekomst zullen doen is niet te zeggen. Van de erfpacht van de grond moet nog
f
350.- betaald worden. Deze woning zou dus aan bewoning kosten: stel 8% van 33000 = 2640, erfpacht 3250, totaal 2990. Hiervan af
de huur van het (zeer kleine) bovenhuis 1200 , komt op
f
1790.
Dus 1800 per jaar als ik kans zie het bovenhuis voor 1200 te
verhuren. 't is bar, bar, bar.

Bronckhorststraat, De voordeur van no 18
staat open
2 juli. Vandaag commissaris van het Alg. Handelsblad en ook van
de Drukkerij Jacob van Campen. Na de vergadering op het Handelsblad de nieuwe
gebouwen van de drukkerij Van Campen bezichtigd "Achterburgwal". Vele
prostituees. Deed mij sterk denken aan Breero. In weerwil van het afstotende,
afschuwelijke, toch mooi door het ontbreken van schijnheiligheid.
7 juli. Ik heb het huis gekocht in de Bronckhorststraat nr.18
voor
f
30325.-.
16 september een advertentie geplaatst Huis te huur
f 1200.- per
jaar en het stroomt brieven. Ik heb er nu zeker 40. Tom vandaag aan tafel in lange jas met epauletten en ik denk aan
33 jaar geleden. Ik was wat magerder denk ik, en blonder. Jonger, of liever meer
jongensachtig. We waren toen nog meer kinderen. Lang niet zo ontwikkeld. Men heeft mij gepolst voor bestuurslid van de Amsterdamse Montessorivereniging.
4,5,6 october. Te Bremen voor de Reddingmaatschappij in verband
met de bouw van motorreddingboten. Vertrokken per s.s. Nickerie zaterdagnamiddag
2 oct. en zondagavond 11 uur te Hamburg. Maandagmorgen 4 oct. te Hamburg van
boord en 10 uur naar Bremen. In trein 3de kl. vol oorlogszuchtige of
wraaklustige mensen. Soldaten met matrozenmutsen met opschrift "Unterseebootflotilje"
of iets dergelijks. Ik dacht dat Duitsland geen onderzeeboten meer had. Een man
met een mooi fanatiek gezicht, mooi figuur, slank. Zulke mensen ziet men in
Holland niet.5 en 6 de werven bezocht. Indruk van Duitsland: Voedsel, kleding etc. alles Ersatz. De
mensen over het algemeen zeer oorlogszuchtig. "Jetzt haben die Halunken das Ruhr
nicht in Handen, bald werden sie es abgeben müssen und dann werden wir die
Franzosen zurück zahlen, mit Zinsen" etc. etc."Wir hassen die Franzosen nicht, wir haben immer Mitleid mit den
Schwachen".De Duitser zijn en blijven gevaarlijk.
7 october. Naar huis, te Bentheim "Am Leibe untersucht" door een
officier. Daarna zijn we gaan verhuizen. Maandag 11 ingepakt en dinsdag 12 over.
Geweldig gesjouwd. De verhuizing kostte
f
175.- van de Amsterdamsche Goederen
Maatschappij, maar we deden nu véél meer zelf dan vroeger. Dit is de geest des
tijds. Zelf doen.
19 october. Nu is ons huis ongeveer klaar. Het is er prachtig.
De Renterghems betrekken het bovenhuis.
(Vrijwel zeker was dit Arnold Willem van Renterghem, geb.
1845, en zijn echtgenote. Hij was arts, en had van 1867-1893 met Frederik van
Eeden de leiding van een psychotherapeutisch instituut te Amsterdam).
9
november. Naar Keulen 11.15 en daar aangekomen tegen 5. De
beierende Domklokken, de kolossale Dom in het halfduister. Veel Engelse soldaten
- lopend met Keulse meisjes en ook met Engels sprekende vrouwen. Het Dom-hotel
in beslag genomen door Ententecommissies. Het blinken van de schoenen der
Engelsen, hun flinke gang, hun "smartness". Hotel Excelsior is General
Headquarters. 2 Engelse schildwachten - hun roerloos stilstaan- hun heen en weer
lopen. 11 pas rechts, de ander 11 pas links, klik, klik, klik, 11 pas links, 11
pas rechts, klik, klik, klik. Ik kijk er lang naar en vraag mij af waarom wij zo
weinig vormen hebben, iets konden wij wel gebruiken van 't geen zij teveel
hebben. Brand in de Brückenstrasse - ik sta in het voorste gelid geruime
tijd te kijken, van tijd tot tijd achteruitgeduwd door Tommies en politie. De
brand is fel. Een boekhandel brandt geheel uit. Dan weer over het Domplein
terug. De schildwachten staan weer roerloos en telkens als een luitenantje naar
buiten komt slaan ze tegen hun geweren dat 't klapt en staan als zoutpilaren en
het luitenantje groet achteloos terug. 't Is voor Wijnkoop om gek te worden. 's Morgens vroeg naar de Deutz-Brons motorenfabriek aan de
overkant van de rivier. Met de tram naar de fabriek. 3000 man. Vele motoren.
Gesproken over schroeven met beweegbare bladen - en vaste schroeven. Men klaagt over de 8 urige werkdag. Men wil de 10 urige dag
hebben. En nu heeft men hier niet eens de halve Zaterdag zoals bij ons. Alles is in Duitsland gemiddeld 15 x duurder dan voor de oorlog
en de salarissen van de werklui zijn 12 x zo hoog. Alles wat boven werkman is
lijdt gebrek.
Zaterdag 20 november. 8.01 naar Stavoren in de 3de kl. gereisd
met een aantal Urkers en met hen gesproken over de Kromhoutmotors die ze in hun
botters hebben. 12 PK onkosten aan olie, smeerolie etc.,
f 200.- per week, dat
gaat dus af van de besomming , en alle 14 dagen, volgens hen, in reparatie.
Reden vermoedelijk slechte verzorging. De oude raderboot brengt mij over, op de brug kapiten Ozinga,
die twijfelt of het leggen van de dam van Wieringen naar Piaam wel spoedig zal
lukken. [... te Joure] In de wachtkamer een algemeen gesprek over
politiek en over de komende tijden: Revolutie Wijnkoop, Ravensteyn, Roland Holst
enz. Eigenaardig dat Troelstra niet genoemd werd, maar die is een Fries en kan
dus in Friesland slechts goed doen. Er was een oud heertje die in alles een
hogere leiding zag, alles wat gebeurt moet gebeuren, door kwaad komen wij
tot beter. Daarentegen is de pachter van het buffet er voor alle mensen als
Wijnkoop c.s. op te sluiten.
22 november [op Terschelling]. 's Middags met Doeksen
naar badhuis Midsland per fiets, prachtig. Lucht diep blauw, naar de horizon
overgaande in groen en rood, op het strand en de duinen een violette tint, heel
zacht. Een wolkenbank, sneeuwwolken met openingen als filigrain waardoor de
blauwe lucht zichtbaar. Schitterend. Ik vind dit mooier dan wat ik tot dusver in
Zwitserland gezien heb. Zoveel rijker van kleur, zoveel teerder en fijner. Als
we teruggaan gaat de zon onder en begint de Brandaris te knipperen.
23 november [te Anjum]. Ik koop koek, taai taai, in de
bakkerij en heb een lang gesprek met een heel mooi Friezinnetje, heel mooi, die
met een andere Friese vrouw die de grond boent in de winkel is. We maken veel
grappen. We spreken over de jongfriese beweging, van Kalma, en over de Friese
dichters, het Friese toneel en het is weer treffend hoe vol karakter, levend,
die Friezen zijn vergeleken bij de Hollanders. Het lieve meisje zegt dat ze
Hollanders zo "flauw" bindt. Friezen zijn meer "wreed" zegt ze.
6 december. Wij hebben een alleraardigste St. Nicolaas gehad.
Tom had schatten besteed aan cadeaux. Ik kreeg een kostbare wekker, een
prachtding, en van de jongens een ets voorstellende Don Quijote en Pancho bij de
molens.
12 december. Brachten een bezoek bij de Van Renterghems, onze
bovenburen. Alleraardigste mensen. [...] Naar de heer en mevrouw Der Kinderen,
waar blijkt dat Der Kinderen Don Quijote leest en het een prachtig werk vindt.
Hij bekijkt het meer van de philosophische kant.[...] Der Kinderen gelooft dat
het bijzonder moeilijk, zo niet onmogelijk is Don Quijote voor te stellen in een
tekening. Ik voel ook dat dit zo is. Elke tekening moet al gauw tegenvallen. Zo
ook het etsje dat ik van de jongens kreeg. Het wordt alleen mooier doordat ik
het van de jongens kreeg, maar de Don Quijote die er op staat is een gewone man,
niet Don Quijote.
25 december. Engelientje buitengewoon slim en weetgierig,
ondernemend, flink, handig. Vertel haar vanmorgen de geschiedenis van de
geboorte van Christus, ze zegt dat ze blij is dat haar moeder meer geld heeft en
dat ze niet in een kribbe heeft hoeven te liggen.
Tom en Alfi thuis. Alfred speelt alleraardigst viool, zeer
gevoelig en flink uit de maat. Hij zegt echter dat hij daarin vrij is.
1 9 2 1
1 januari l921 de eerste Nieuwjaarsdag zonder de jongens.
23 jan. Zondag naar de kerk. N.Z. kapel. Ds. Doevendans.

Zandvoort juni 1921 ik vierde daar mijn 41ste
verjaardag, Engelien voor de koetsjes
14 juli. Ik ben alleen thuis. Hilda is met Olga, Engelina,
Nellie en mej. Tromp 9 juli vertrokken naar Les Contamines nadat we heel veel
moeite met de passen hadden gehad.
(Nellie Schlebaum, die geruime
tijd overdag bij ons kwam om mijn moeder bij te staan wanneer zij door ziekte of
andere oorzaken extra hulp nodig had. Caroline Tromp, die samen met
mevrouw Joosten-Chotzen de leiding had van de eerste Montessorischool in
Amsterdam, welke ik sinds september l920 in de ochtenduren bezocht).

Nellie Schlebaum, hulp in de huishouding
Nu ben ik alleen hier en wordt verzorgd door Titia, de schoonmaakster, die dit heel goed doet maar schijnt 't mij wat duur. -
Schwamm drüber. 't Is taai dat alleen thuis zijn. Hilda was 12 juli jarig, werd 44 jaar te Les Contamines en ik
ging naar de bruiloft van Emil Tegelberg, die trouwt met Anda Hooft, oud 31
jaar, die er zeer lief uitziet.
(Petrus Emilius
Tegelberg, 1874-1954, voorzitter van het bestuur van de NZHRM).
Hij trouwde in de Biltse kapel, heel mooie
omgeving en ik ging daarna naar de receptie op het Huis ter Wege, dicht bij de
halte Huis ter Heide, heel chic en aardig in de tuin waar een tent was
opgericht. Veel mooi geklede dames! Ook lief uitziende dames, maar minder in
aantal dan de mooie japonnen.
Zondag 10 juli was Alfred over en fietste ik met hem naar Cissy
Crommelin-Boissevain, die woont op de Willemshoeve ongeveer op de plek waar
Ruysdael z'n bekende gezicht op Haarlem schilderde. Om 9 uur 's avonds
vertrokken en heel hard teruggefietst langs de gevaarlijke Amsterdamse
straatweg, gevaarlijk door de vele auto's en motorfietsen. Lang reden we achter
een troep Bolsjewieken in een grote vrachtauto, jongens met lange haren, meisjes
met blote halzen, die propaganda lektuur rondstrooiden en een heel grote rode
vlag lieten waaien. [schetsje van de situatie in het dagboek]
Zaterdag 16 juli ga ik naar Londen. Ben benieuwd wat ik daar zal
horen over de Ieren, die een overwinning hebben behaald daar immers Lloyd George
met hen onderhandelt.

Tekening van Hendrik de Booij met onderschrift:
Zaterdag 16 juli
ga ik naar Londen. Ben benieuwd wat ik daar zal horen over de...
Fietsend naar Amsterdam 10 juli 1920't Is een heel moeilijk geval voor Engeland, dat het
verplicht is te bukken. Ik mis Engelientje heel erg.
Cupido van de Brandaris wordt blind, althans waarschijnlijk.
Onderzocht door Ruitinga. (Pieter
Ruitinga, internist te Amsterdam).
Logeerde in Zeemanshuis en dronk thee bij ons. Welk
een uitstekende indruk maakt hij. Grote rust en toch is hij gehaat te
Terschelling door allerlei eigenaardige fouten die hij heeft.
8 augustus. 's Avonds ½ 11 aangekomen te Les Contamines. Hilda
en Olga liepen mij tegemoet langs de grote weg en ik was blij dat ik ze zag.
23 augustus. Nu is het 23 augustus en over 6 dagen gaan we weg
en al die tijd is er weinig gelegenheid geweest iets te doen, eerst te warm,
later regen. De belangrijkste tocht is geweest met de familie Pickard naar
Baulieu over de Col de Bonhomme en dan de Gorges de la Gîte, een. en terug over
de Col de la cycle. Een heel mooie tocht, maar bar vermoeiend. Ik was erg moe,
zodat ik enige dagen moest uitrusten.
1 9 2 2
10 jan. 's Morgens om 7 uur aan boord van de torpedoboot G 9,
ook waren aan boord de schout bij nacht Fock en de adjudant van den Prins, Von
Mühlen. (Jhr.
Johan Carl Ferdinand von Mühlen, 1868-1953). Commandant van de torpedoboot was de vroegere commandant van Tom, De
Ridder, een echte zeeman, uiterlijk flink, maar onbeschaafd, vetleer. Koud maar
goed weer. Naar Terschelling en daar ½ 11 aangekomen en de medailles menslievend
hulpbetoon uitgereikt aan de weduwen Wiegman en Kies en aan de ouders van Tot,
hetgeen aangrijpend, en gesproken met Cupido, die komt bedanken voor het
Broederschap van de Nederlandse Leeuw. Ook aangrijpend dien blinden man te zien,
nog zo kort geleden de onverschrokken schipper van de Brandaris en over enige
tijd geheel vergeten. Het kerkhof bezocht en verder naar Texel - Oude Schild en
vandaar per auto naar De Cocksdorp waar de Prins wederom medailles uitreikt,
ditmaal aan de levende bemanning van de reddingboot onder Maarten Boon,
schipper. Deze staat op en zegt:"Diep getroffen ... geef me 't papiertje ...
Diep getroffen door het bewijs van hulde dat ik en mijn bemanning in ontvangst
mocht nemen verzoeken wij Uwe Koninklijke Hoogheid onze dank aan Hare Majesteit
de Koningin over de brengen". Alleen "diep getroffen" had hij zonder papiertje
gezegd, de rest niet. Vervolgens terug naar Helder en daar gedineerd bij Fock en
mevrouw Fock die zeer kalm en aardig recipieerde.(Cornelis Fock,
1871-1959, geh.m. Jacoba Wilhelmina Noorduyn, 1876-1953).
's Avonds terug met den Prins, die van iedere gelegenheid
gebruik maakt om patience te spelen, op de torpedoboot en in de trein, met Von
Mühlen, die het tamelijk vervelend vindt. De Prins een eenvoudige natuur, wel
zin voor humor, dit is het beste wat men van hem kan zeggen. Hij heeft ook een
goed hart geloof ik.
31 jan. Alfred G.
Boissevain ± 4 uur in het ziekenhuis
Prinsengracht overleden.
3 febr. wordt Alfred G.B. begraven. Het is een groot verlies
Alfred niet meer te hebben. Hij was een man met grote hoedanigheden, moedig,
soms roekeloos, strikt eerlijk, hulpvaardig, hartelijk, goedhartig.
4 maart.
Djeuke M.Boissevain logeert bij ons. Wij krijgen heel veel
bezoek in ons nieuwe huis. Er woont nu niemand van de kinderen Boissevain meer
te Amsterdam dan Hilda en zo komt het dat alle bezoekers aan Amsterdam bij ons
komen, hetgeen heel gezellig.
7 maart. Oefening te IJmuiden, een mislukte oefening. 's Avonds ouderavond. Onderwerp:"Ballast", waarin Gunning de
ballast, d.i. de zogenaamde ballast van het onderwijs, verdedigt.
13 maart. Er zijn tegenwoordig lezingen van Mimi Godefroy bij
ons thuis over de diepere betekenis van de Montessori-gedachte.
27 maart. Gedineerd bij Van Rees met Hilda, voor het laatst in
hun mooie huis Keizersgracht 69, dat nu ook al weer kantoor zal worden. Ze gaan
wonen te Wassenaar.
28 maart. Engelientje, oud 4 jaar 8 mnd.
Als de klok vooruit is gezet vanwege de zomertijd merkt E. op:
Nu hebben we korter geslapen. Als ik haar vraag: Zou de dag korter of langer
zijn als we de klok achteruit hadden gezet, dan zegt ze: Ik denk langer, want
kijk, en dan wijst ze met haar vingertje, dan had je zo gedaan (ze zet in de
lucht een wijzer achteruit) en die moet dan weer zo (vooruit). Vraag van hedenavond: Vader, waarom rook je, als het niet goed
is voor je keel?
1 april. 350 jaar geleden werd Den Briel ingekomen door de
Geuzen. Ik steek de vlag uit, die ik speciaal voor deze gelegenheid heb gekocht.
5 april. Teau [De Beaufort-Boissevain] logeert bij ons. Ze moet
weer behandeld worden in de Boerhaavekliniek.
16 juni. Hebben we Zilveren Bruiloft en ik geef Hilda een mooi
toiletstel van de Goldsmiths en Silversmiths Cy uit Londen. Er komen heel veel
bloemen en planten en zeer vele cadeaux. Van de broeders en zusters prachtige
meubelen: een buffet, een dressoir, een hoekkastje, alles van mahoniehout, een
zilveren trekpot van Connie van Hasselt, een mahoniehouten tafel van Vader en
Moeder, mooie karaf en glazen van Oyens, te veel om op te noemen. 's Middags
receptie en daarna eerst stukjes van de kinderen en van neven en nichten en
vervolgens het souper van 57 mensen - 't Was een heerlijke dag in ons leven. Van
Tom en Alfred brieven.
17 juni wordt Engelientje 5 jaar. Ik tennis 's middags en 's
avonds hebben we vriendinnetjes van Engelientje aan tafel - ook 's middags in de
tuin. Veel herrie.
Hilda gaat iedere avond naar Teau, die in het ziekenhuis van de
Boerhaavekliniek ligt en moedig strijdt tegen haar ziekte.
31 juni. Halewijn is mij komen bezoeken. Hij is lid van een
examencommissie zeevaartkundig onderwijs. Mijn studiegenoot, vriend van de
Zilveren Kruis en van het Instituut. Hij is vermakelijk voor korte tijd, het is
alsof hij is blijven staan, nog steeds leeft in de verleden tijd, vol flauwe
moppen, maar hartelijk en vriendschappelijk.
Hij vindt "administrateur" van het conservatorium in Den Haag
een aardige betrekking, waar hij ook naar gesolliciteerd heeft, maar Oudemans
heeft de betrekking gekregen!!!
22 juli. 's Avonds ga ik met Olga a/b in de Lingestroom naar
Londen. Ik slaap met Olga in één hut.
23 juli, zondag. Weer heel kalm. Niet veel bijzonders gezien.
Varen de Theems op en komen ongeveer ½ 12 's nachts bij London Bridge.
26 juli, woensdag. Westminster Abbey geheel gezien, maar eerst
de changing of the guard, Horseguards, en in Downing-str. Sir Winston Churchill,
en lang geprobeerd Lloyd George te zien, zonder succes. 5 uur in het hotel terug nadat Olga een hoed heeft gekocht voor
1/11d.'t Is aardig om met Olga in Londen te zijn.
27 juli. Per tube naar Hampstead waar Connie Farmiloe ons
hartelijk ontvangt en op de lunch houdt. Ook komt Daan Boissevain, gehuwd met
Nettie v.d.Chijs. In tuin gezeten en in salon en gepraat over Christian Science,
over de tegenwoordige meisjes, die volgens Connie niet slecht zijn, geheel
eerlijk tegenover zichzelf, maar zich nu eenmaal gedragen op een wijze die de
indruk maakt dat ze slecht zijn. Ze vertelt van een zekere Hum hum hum, dochter
van lady Zo zo zo die een jongen man inviteert voor supper en dans en met zo'n
man voor een 14 dagen geëngageerd is - no, not 3 weeks, that would become
tedious - en dan overal heentrekt lange tochten in side car en auto enz. enz. en
dan volgens Connie toch heel goed op zichzelf past. 't Gros past op zichzelf,
zegt ze. Zij vindt hun optreden verkeerd maar heeft toch een open oog voor het
goede er van. 's Avonds naar "Shall we join the Ladies?" en "Loyalties", in
St. Martin's Theatre - wel aardig.
30 juli. [bij Rowley in Barnet] Zondag. Naar de kerk die
om 11 uur begint, de kerk van Barnet geloof ik, niet erg High. Koor van een 6tal
man, een 4tal jongens en 4 meisjes in witte surplicen en de meisjes met van die
platte mutsen op. Het zingen mooi. De preek heel weinig betekenend, hoogstens 10
minuten, over "Het geloof is van de dingen die men niet ziet" uit de brief van
de Hebreeën. Rowley en ik wandelden heen en terug naar de kerk, golvend
landschap, mooie eikenbomen, teruggaand ontmoeten wij enige partijen
fietsrijders die blijkbaar een tocht gaan maken. Ze fietsen heel hard, jongens
en meisjes, zien er flink uit, wel een verschil met het Hollandse soort.
Na de thee is het veld zover opgedroogd dat wij tennissen. 4
sets, moe gespeeld, supper en naar bed om 11 uur.
3 augustus. Nu ben ik terug in Amsterdam en denk nog eens terug
aan het Engelse volk, mooi van uiterlijk, met een grote zelfbeheersing,
vrolijker vind ik dan het Hollandse, met iets kinderlijks, waardoor ze genoegen
vinden in tamelijk laag bij grond toneelstukken zoals Dear Brutus, the second
mrs. Thackeray en Loyalties.
9 augustus. Donderdagavond gaan Hilda en Olga naar Beieren. Ik
ga naar Amersfoort en daar komen ze in de trein. In de trein een verminkte,
Oostenrijker, met een allerliefste dame. Hij was blind aan beide ogen en beide
handen eraf, stompjes omwikkeld met zwart doek en het was mooi te zien hoe vol
liefde zij hem verzorgde. Hij rookte cigaretjes door middel van een ingenieus
toestelletje op één van z'n stompjes.
12 augustus ga ik 's morgens 8.10 naar Bergen om Engelientje te
zien [die in een kinderpension was ondergebracht] en ik sta plotseling
voor dat lieve kind en ze roept hee daar heb je Vader, hee dat had ik niet
gedacht, hee Pietje, daar heb je mijn Vader, hee wat ben ik blij dat je gekomen
bent, hee dat had ik niet gedacht enz. enz. Ze is wat dikker en groter geworden. Ik ga met het troepje mee naar Bergen aan zee en daarna weer
naar Amsterdam en 's avonds 7.26 naar München. Zeer volle trein, geen plaats in
2de klasse.
13 augustus. Te Würtzburg overgestapt, zeer volle trein. Engelse
meisjes uit de burgerklasse en een Engelse dame spreken over Lloyd George, die
voordelen zou trekken uit de bevroren vleeshandel. Ll.G. heeft £ 10.000 salaris.
16 augustus. Het dansen in het Hotel was hoogst
merkwaardig: zeer
democratisch, gemeenschap. Graaf en boer allen gemengd. Bijna allen in Beierse
dracht. Oudmodisch dansen. Wals, polka, polkamazurka, Duitse polka, deden mij
denken aan mijn jeugd en waren me daarom sympathiek. Orkestje bestaand uit
citer, gitaar en cel of bas op verhoging. De Shuhplattler hoogst merkwaardig.
Sport. Kracht, behendigheid. Olga danste met verschillende Beiers, het laatst met een jongen
zonder kraag die haar floot als ze bij hem moest komen, ook met een prachtige
Zweed, die met haar zeer elegant een nieuwerwetse dans danste, genaamd Destiny.
Ze danste heel mooi.
17 augustus wandelde ik de Seeberg op, waar ik dacht een
zwaantje te vinden. Hongerig en moe op de top vond ik een kruis met Christus
maar geen zwaantje. Ik was in 3½ uur naar boven gekomen en kwam in ruim 1 uur
beneden.
30 augustus. Woensdag te Amsterdam aangekomen waar we horen dat
Teau van de Hooge Kley naar Boerhaavekliniek is gebracht om te worden bestraald
wegens een tumor in de keel.
31 augustus wordt Teau bestraald en gaat Hilda daarna met Moeder
en Fik naar Boerhaavekliniek waar Teau nog enkele woorden tot haar spreekt. We
eten op Drafna, vanwaar op bericht van Fik 's avonds naar Amsterdam, huis van
Dr. Voorhoeve en daarna naar kliniek waar Teau op 1 september ½ 9 sterft.
4 september haalt Hilda Engelientje van Bergen en 5 sept. wordt
Teau begraven van Hooge Kley, de kist onder bloemen en heide in salon - dienst -
Engelse hymns gezongen door de zusters en door mij en andere aanwezigen. Burial
service gelezen door de zusters. Kist gedragen door boeren van de Treek naar
kerkhof Oudleusden - ruim ½ uur - prachtig weer. Mooi die afwezigheid van Sax en
zijn rakkers en die rust en zingende vogels.
(Sax. Begrafenisondernemer in Amsterdam).
Op het kerkhof sprak eerst de dominee, ps. 103, professor Weber
en toen Charles en eindelijk Fik, die heel kalm en beheerst was geweest al die
tijd.
25 october. Wordt Heldring benoemd tot Directeur van het Alg.
Handelsblad.
Ik ging vrijdag 20 voor mijn vertrek naar Groningen met Hilda
naar Utrecht naar May en vond de toestand heel treurig. Zij lijdt heel veel
pijnen en Chrik zegt dat het te hopen is dat het niet lang duurt.
28 october. Vieren wij de 80ste verjaardag van Vader. Alle
aanwezige kinderen, kleinkinderen en achterkleinkinderen waren naar Drafna
gegaan en daar was 's middags receptie. Er was een deputatie van het
Handelsblad, De Clercq en Heldring en Driessen met een krans. De Clercq sprak
goed, zeggende hoe Vader onmisbaar was, hoe zijn Van Dag tot Dag gemist werd
enz. en hoe hij het Handelsblad had opgewerkt en de naam had gegeven die het
thans nog tracht in ere te houden. Vader antwoordde heel goed en flink.
2 nov. 's Avonds de Koningin in het abonnementsconcert. De
Koningin ontvangen. Zij spreekt mij aan en Juliana geeft mij een hand. Bauduin,
Van Geen, de Prins. Het is jubileum van Wagenaar en het programma werken van
leerlingen van Wagenaar, Goudoever en Pijper en de Piet Hein Rhapsodie van Van
Anrooy. Goudoever uitstekend cellist. Tango en Foxtrot, heel mooi. Pijpers
symphonie een wanhoopskreet gelijk. Na de pauze Wagenaars Getemde Feeks en
Cyrano de Bergerac enz. De Koningin vroeg mij of ik nog viool speelde!
3 november. Ik vergat nog te vermelden dat wij na het concert in
de solistenkamer een boterham aten met Wagenaar tot 3 uur. Toespraken van Röell, Mengelberg en Wagenaar. Het uiterlijk van
Mengelberg: wilskracht. Hij zegt: Ik ben grijs van binnen, Wagenaar is grijs van
buiten. Een aardige avond, Mengelberg in zijn speeches natuurlijk steeds
zichzelven prijzende.
1 9 2 3
Schiermonnikoog, 3 januari l923. We hebben de Kerstvacantie op
Drafna doorgebracht. Ik, Hilda, Olga Engelien. Daar waren eerst behalve Vader en
Moeder, Jan en Charlotte, maar die vertrokken 2den kerstdag en later Theo en
Nella Hissink.
(Kinderen en schoonkinderen van Charles Boissevain: Jan Maurits Boissevain,
1883-1964, tr. 1921 Charlotta Ives, geb. 1870.Petronella Boissevain, 1881-1956,
echtg.v.Theo Hissink, 1883-1959).
In het jaar 1922 zijn Alfred en Teau gestorven en zo waren de
gedachten veel bij hen. Die Charlotte is een goede ziel, wel wat vervelend op
den duur. Te Schiermonnikoog met de boot in zee, bespreking met de
Commissie over de motorreddingboot. De "Hilda" laten komen van Rottum en
bespreking met Wobke Feninga en Mees Toxopeus en 's avonds met de voerlieden. Met de "Hilda" terug naar Oostmahorn.
Zaterdag 6 jan. 's Avonds 3 Koningenfeestje. [noemt de namen
van de zestien gasten].'t Was een aardige avond: gramophoon, dansen. Maurits van Hall
en Klaartje Mijnssen koning en koningin. Ze deden het schitterend. Mistletoe,
groen verbrand, verhalen gedaan. Hilda had heerlijke sandwiches gemaakt en we dronken limonade en
de jongens kregen ook whisky soda en rookten allemaal in Olga's kamertje. Dat
roken schijnt tegenwoordig vanzelf te spreken.
17 januari. Ik was gisteren dinsdag 16 jan. '23 bij May te
Utrecht. Zij is veel zwakker geworden en Erminie zeide mij dat de dokter niet
gelooft dat het nog lang zou duren. Ik vond haar geheel helder en kreeg niet de
indruk dat mijn bezoek haar buitengewoon vermoeide. Zij is erg vermagerd. Beneden vond ik Mik, komende van Jo en op weg naar Zetten, die
vol zorgen is omdat zij drie onbezette plaatsen heeft, namelijk 'secretaresse',
hoofd van de binnenzaal en nog een. Engelientje tegenwoordig erg verrukt over mijn tekeningen.
Iedere avond worden op haar stoel tekeningen en verhalen gelegd en die bekijkt
ze en leest ze door zodra het licht opgaat. Ze zal er niet aan denken om 's
avonds als ze wakker wordt naar die tekeningen te kijken. Integendeel vraagt ze
om ze om te keren, vindt dat ze ze pas 's morgens mag zien, terwijl ze er erg
naar verlangde.
(Ik herinner mij dit en heb nog een schrift met die tekeningen.
Het was inderdaad heel moeilijk om tot de volgende morgen te wachten met
kijken
).
18 januari. 's Morgens ½ 10 op bureau. Per tram naar de
Rolandwerft Vertens. Mevr. Vertens al dadelijk min of meer bokkig en na enig
gepraat over beproeven onderdruk van de dubbele bodem verregaand onhebbelijk.
Het kantoor verlaten en de boot bezien. Deze is thans van buiten geschilderd.
[...]
De boot wordt klaargemaakt om te water te laten. De schilder
bezig met het opschilderen van de initialen NZHRM in de zijde en de naam Dorus
Rijkers. De patrijspoorten zijn aangebracht. De zeilen gezien, niet veel zaaks. Naar het Bahnhof
restaurant, gegeten met Neuhaus. Ik geef Kellner een kwartje = ¼ van 9000 Mark. In het busje van de DGZRS dat er
hangt doe ik 2 dubbeltjes. Naar het bureau van de DGZRS en ½ 7 naar het theater. Wass Ihr
wollt (Twelfth night) lang niet zo fijn als in Holland. Malvolio die zijn
50j. jubileum viert, was niets, de prins Orsino ook niet, ook niet Bibberwang en
Oprisping. Maar Viola en Olivia waren goed, de nar ook tamelijk, het geheel
beneden Holland. De plaats kostte 1600 Mk hetgeen in Hollands geld omgezet
ongeveer 20 cents betekent en ik had de mooiste plaats van het gehele huis,
recht tegenover de Bühne op wat wij balcon zouden noemen maar wat hier 1ste
Amphitheater heet. Het publiek netjes, goed gekleed, goed verzorgd, zelfs enkele
tamelijk elegante dames. Na het theater naar het café er tegenover en zitten
luisteren naar de muziek met een glas Moezelwijn en een Brot en Schinken.
19 januari l923, te Osnabrück. Ik vertrok 17 jan. van Amsterdam
en kwam 4.47 te Bremen. Koud, helder weer. Neuhaus met z'n oude hoedje. Europ.
Hof, de kamer kost 10.000 Mk. Naar het bureau Martinistrasse. Lang gepraat over
de boot. ½ 8 naar het huis van Neuhaus en ik zie nu beter dan vroeger dat het
een aardig huisje is, feitelijk aardiger en ruimer dan het onze. Neuhaus erg
diep onder de indruk van de
f
100.-
die hij gekregen heeft voor Weihnachten en waarmede hij veel gedaan heeft,
levensmiddelen, een Anzug voor z'n oudste dochter en weet ik wat
19 jan. Naar de Duitse bank waar men mij nu voor f
20.- 157490
Mark geeft, dus de gulden ongeveer 8000 dus belangrijk lager dan gisteren. Het
kaartje 2de kl. naar Amsterdam kost 78000 mark en nu zit ik te Osnabrück te
wachten op 3.44 naar Holland. Zaterdag 20 naar Prof. Vossnack te Delft om met hem te
spreken over de al- of niet noodzakelijkheid van het persen onder druk van de
dubbele bodem der Bremer boot en andere zaken. Maandag naar stad en vind ik brieven uit Bremen die maken dat ik
er weder heen moet. [dit gebeurt 26 en 27 jan., er worden gesprekken gevoerd
met een Dr. Edgard en verder Vertens, c.s. en hun advocaat; de inhoud van die
gesprekken niet opgetekend].
8 februari. Gingen we 's avonds naar een lezing van mevr. Carry
van Bruggen in American Hotel. De lezing is over "Het huisje aan de sloot", maar
het is een vlot, welsprekend voorgedragen levensbeschouwing, heel interessant,
boeiend en op zeer hoog peil. Zij vergelijkt de artist met een brandglas waardoor de
goddelijke lichtstralen gaan. Het brandglas wordt weggenomen, het oneindige
blijft. De mensen moeten meer het persoonlijke wegdenken. Dit kan men beter als
men ouder wordt. Over haar wijze van schrijven, over de tijd waaruit zij is
voortgekomen. De kunstwerken in verband met de tijd waarin zij worden
voortgebracht. Deze lezing maakt grote indruk, zij brengt iemand in aanraking
met de oneindigheid.
11 februari. Wat gaan die meisjes tegenwoordig veel uit. Olga
had Vrijdag 9 bal masqué, Zaterdag 10 Diës van het Lyceum, Maandag 12 dansclub
en Woensdag 14 dansclub. Ze houdt het uit.
25 februari. Zondag, met Engelien in de tram: Vader heb jij veel
centen. Ik heb twee honderd zeventig centen. Eerst had ik twintig centen, toen
kreeg ik er vijf en twintig, dat is samen vijf en veertig centen, toen nog 50
centen, toen had ik er honderd vijf en twintig en toen nog vijf en dertig, toen
had ik honderd zeventig en toen nog honderd. Hoeveel centen heb jij. 't Wordt al
zomer, zei ik, om het gesprek af te leiden. Neen, zei Engelien, eerst komt de
lente en dan pas de zomer.
17 maart.
Ik ben een beetje moe of koortsig of weet ik wat. Nu
zal ik dus Maandag naar Terschelling vertrekken en zal ik niet tegenwoordig zijn
bij de komst van Tom. Maandagmiddag oefening in de gronden. Dinsdag terug.
Woensdag alg. vergadering Zeemanshuis. Donderdag naar Bremen. Engelien, oud 5 jaar 9½ mnd: Zie je, als ik weet dat ik moe ben,
dan ben ik niet knorrig, alleen als ik 't niet weet.
20 maart. Ik heb Tom's thuiskomst niet bijgewoond want ik moest
Zondagavond naar Enkhuizen en ging Maandagmorgen vroeg om 6 uur met de Brandaris
naar Terschelling. Fraai weer, wind Oost. We namen boot 26 met Wobbe Feninga mee
naar Harlingen, waren daar om 10 en om 12 te Terschelling, waar de vlaggen
uithingen van vuurtoren, boothuis, raadhuis enz. enz. maar waar ook de vader van
Wiegman op de kaai stond met tranen in de ogen en waar zeker het gemoed van
menigeen is bewogen geworden door
het terugzien van de naam Brandaris op een
scheepje zoveel lijkende op het vorige.
(De vorige Brandaris was verongelukt, waarbij Wiegman was
omgekomen. Het was niet meer onder Cupido, die blind was geworden).
Vrijdag 23 maart. Naar de Rolandwerft. Mentz is daar bezig aan
de rekening van het bijwerk, die mij 's avonds erg bijgewerkt word aangeboden.
Intussen hebben wij gecompenseerd en de boot aan de Tiefer gelegd. De rekening
van het bijwerk is ruim 8 miljoen Mark en 150 gld. en ik zet er mijn poot maar
onder. Mentz tot het laatst onhebbelijk, zodat men lust heeft hem van de trappen
te gooien. De conferentie eindigt met een fles Rijnwijn op kosten van Mentz. Wat
een comedie is het toch in de handel.
Zaterdag 24 maart. Olie geladen in Nordenham, dit duurt 4 uren.
's Avonds 12.30 te Wilhelmshafen en de nacht doorgebracht in de kajuit, onder de
fok en later op de bank zittend, pratend met Neuhaus over "het Leven". Beroerde
nacht. Ik had niet veel lust in de kooien vooruit.
Zondag 25 maart. Het was een dikke mist 's morgens vroeg. Een
beetje warm geworden in de kamer van een sterkgebouwde vuile sluiswachter.
Diarrhee.
Met Neuhaus naar allerlei autoriteiten om gedaan te krijgen dat
wij doormogen op Zondag naar het Wilhelmshafen-Emden kanaal. 't Lukt eindelijk.
't Kanaal is afschuwelijk. Nauw en veel bruggen en sluizen. 's Avonds te Wiesede.
Vruchteloze pogingen om daar een onderdak te vinden. Geslapen op de bank van de
kajuit en volgens mededeling van Neuhaus sterk gesnurkt.
Maandag 26 Maart. Door naar Delfzijl. Prachtige avond. Geslapen
bij Toxopeus waar ik heel hartelijk werd ontvangen. Ik was al tamelijk ziek
toen.
Dinsdag 27 maart. Een derde man geëngageerd genaamd Berend Kip,
een dikke kerel, die ons door de binnenwateren door Groningen naar Zoutkamp
loodst waar wij slapen. Ik in het hotel. Voel mij zeer matig.
Woensdag 28 Maart. Om 6 uur vertrokken. Koud beroerd weer en om
12 uur aangekomen te Leeuwarden voor het huis van Nella en Theo. Ik voel mij
ellendig.
Om ½ 3 kwamen vele bewoners van Leeuwarden de Dorus Rijkers
bekijken. 's Avonds een lezing over Reddingmaatschappij in de Leeuwarder
bioscoop, een treurige vieze gelegenheid. De plaatjes onduidelijk. Dit en mijn
koorts maken dat ik alles maar vlug afmaak. De films zijn in ieder geval mooi en
we hebben 's middags en ook nu geld opgehaald en het aantal contribuanten is
sterk vermeerderd
Donderdag 29 Maart is de Dorus Rijkers vertrokken en ga ik
namiddag 1 uur per trein in de 1e klasse en ik heb koorts en kom 's avonds thuis
en Tom haalt mij af van het station en kijkt bijzonder en zegt dat hij iets te
zeggen heeft, een belangrijke gebeurtenis en dan blijkt dat hij verloofd is met
Ot Gooszen en rijden wij samen in een auto naar huis. Als ik thuis ben zie ik Ot
en ze vraagt of ik het goed vind en ik ga gauw naar bed. Verscheidene dagen in bed en Tanja komt en zegt dat ik nog maar
net een longontsteking ben ontlopen, dat de ontsteking al was in de fijne
luchtwegen en dat 't dan niet zo heel veel verder behoeft te gaan. Ik heb
poeders en drink Emser water en voel mij beroerd.
1 April is May gestorven na een lang, moedig gedragen lijden.
Hoe levendig herinner ik mij May toen zij bij ons kwam, een mooi, bloeiend jong
meisje met prachtig haar en het is niet te verwonderen dat Chrik verliefd op
haar werd. Het was voor haar, die van een Ierse familie of buitenplaats kwam,
niet zo makkelijk zich te voegen in het echt Hollandse huishouden te Haarlem. Ik
herinner mij nog een enigszins onhandig gezegde van Papa tijdens de eerste
Boeroorlog, die door de Boeren werd gewonnen na de slag bij Majuba, toen May in
tranen losbarstte en naar boven ging naar haar kamertje.
Zaterdag 7 april naar de Duinen in de auto en daar gebleven tot
Maandagmorgen. Tom en Ot waren er en Hilda, Olga en Engelien. 't Is altijd
vervelend op de Duinen, maar 't kost niks. (Huis niet
ver van Drafna waar Mary van Eeghen-Boissevain woonde).
Met Mary gesproken over Cor, of hij haar nog schreef enz. Mary
heeft het heel moeilijk. Maandagmiddag naar de Dorus Rijkers die aan de kop van de
Handelskade ligt na het compenseren van het kompas. Dorus Rijkers is er geweest
en heeft staan zwetsen aan de wal. "Dat werk deed
ik nu vroeger voor niks, daar wordt tegenwoordig
f1300.- voor betaald" enz.
13 april. Vrijdag. Nog vergeten te vermelden dat wij - Hilda en ik -
Donderdagavond- 12 april - naar een bazaar gingen waar Olga zou verkopen voor de
Parkherstellingsoorden en waar wij haar vonden in een allerburgerlijkst publiek,
onder toezicht van de bejaarde mevrouw Muntendam, die gekleed was als een
herderinnetje van Watteau en er afzichtelijk uitzag, sigaretten verkopende en
pratende met Dr. de Hartogh, die haar "zus" noemde. Ik heb nog steeds min of meer last van schorre stem, pijn in de
borst en in de lendenen enz.
17 april kunnen wij op kantoor helpen met inpakken van de
Reddingboot no. 22: Tine den Tex, Hilda, Betsy André de la Porte, Miss Grierson,
Connie van Hasselt en mevrouw Bastert. Ze maken 2000 exemplaren klaar voor
verzending. Mej. Weegenaar zorgt voor koffie, taartjes en thee en Connie fuift
op chocolaadjes. Alles heel geslaagd.
21 april. Vanmorgen kapitein Wilkens op kantoor die hier logeert
bij zijn schoonzoon. Hij vertelt dat de oorzaak van het vergaan van de Brandaris
in l921 is geweest de onkunde en ongeschiktheid van schipper S. Wiegman, met
wien niemand uit durfde gaan, dat ook de motordrijver Kies onbekwaam was en daar
de 4de man een jonge smidsjongen was, die voortdurend zeeziek was, was de enige
man aan boord A. Tot. Deze durfde dan toch wel met S. Wiegman uit te gaan.
Verder zegt Wilkens dat als de Doeksens niet zoveel macht hadden op
Terschelling, men wat gehoord zou hebben. Dat het een schande was dat de
Commissie S.Wiegman had benoemd tot schipper en dat de directeur van het
postkantoor woedend was geweest en had gezegd dat een klacht bij de Justitie
moest worden ingediend. Verder kwam de Consulgeneraal van Duitsland die mededeelde dat
de regering van Duitsland de Brandaris wil eren door het aanbrengen van een
bronzen plaat.
Olga heeft eergisteren avond dansavond bij Asser gehad, gaat
vanavond met de meisjes Bienfait en Em Boissevain naar Hotel de l'Europe,
eindfuif van de dansclubs met souper, zeker niet voor ½ 4 thuis .
't Is
merkwaardig die vrijheid die de meisjes tegenwoordig hebben. Olga ziet er
snoezig uit, in een japonnetje door haarzelf ontworpen - de zijde heeft ze van
Tom, lichtblauw, een heel eenvoudig strak lijf met een gouden vierkante kraag op
de rug en blote armen en een lange rok met nabootsing crinoline. 't Ziet
er ouderwetsch en mooi uit. Ik geloof wel dat Olga het mooiste meisje is dat ik
ooit gezien heb. Vanmiddag met haar getennist met mijn club. Onlangs in de tram kwam Sam Blazer naast mij zitten (1ste
solobassist van het Concertgebouw). Ik sprak over zijn zaak in
muziekinstrumenten. Hij zeide dat men zegt, dat het de beste zaak te
Amsterdam is. Over z'n vrouw, van wie hij zielsveel houdt, wie een borst is
geamputeerd, over z'n ouders, z'n moeder, hij is één van 21 kinderen. Het
maximum dat tegelijk aan tafel zat was 16. Op z'n elfde jaar liep hij al mede te
blazen met de schutterijmuziek. "Ja meneer, voordat je in 't domineesdoosje
ligt, weet je niet wat je nog overkomt in je leven. 't Begon al dat ze me dat
lelijke instrument hebben laten leren en nu die ziekte van me vrouw".
22 april. Vandaag Zondag. Olga is ½ 5 's morgens thuisgekomen
van die danspartij. Ik vind het glad verkeerd. Ik om 11 uur naar de kerk op de Keizersgracht. Stadszending. Een
intelligent sympathiek publiek.
28 april werd aan de NZHReddingmij de De Ruytermedaille
uitgereikt in de Kweekschool voor de Zeevaart. Admiraal Colenbrander hield een
rede en Tegelberg antwoordde m.i. op ongelukkige wijze, zeggende dat de
Reddingmaatschappij geen recht op de medaille had. Ik vroeg mezelve af of ik dan
tot geen enkel nut was. Bootsman Smit was er bij uit Oosterend uit Terschelling. Op de
Dam merkte hij op, dat de vorige maal dat hij hier (te Amsterdam) was de trams 4
paarden hadden en hoge wielen en niet op rails liepen!!!
9 juni. Ik wandelde 9 juni van Oosterend naar West-Terschelling,
afstand 15 kilometer. Te Hoorn liep ik het oude kerkje binnen. Ik deed de deur
open - Maak dat je weg komt, hoorde ik. Toen zag ik een ouden kerel, model
Terschelling. Wij naderden elkander. Ik dacht dat je een jongen was, zei hij,
die jaag ik altijd weg. Ben je Protestant. Ja, zei ik. Modern of Orthodox?
Modern, zei ik, maar ook Orthodox. Ik heb helemaal geen richting, zei hij, ik
ben hier koster en voorzanger. Ik ben 82. Toen begonnen we te praten en vroeg
hij wie ik was. Ik zei: "secretaris van de Reddingmaatschappij". "Waarom ben ik
dan nooit gepensioneerd", vroeg hij toen, en toen kreeg ik een verhaal hoe hij
ongeveer de laatste was van de oude bemanning der reddingboot en eerder in
aanmerking kwam voor pensioen dan de leden der tegenwoordige bemanning, die
nooit iets doen.
10/11 juni. te Harlingen. Ik sta bij de oude Hervormde kerk, die
op een hoogte staat. Er omheen liggen grafstenen, sommige heel groot en mooi, en
daarop spelen kinderen. "Daar liggen mans en vrouws onder" zegt een van de
kinderen. "Ze komen er niet meer uut" zeg ik. "Ze kommen er wel uut", zegt een
pienter jongetje. "Wanneer dan", vraag ik. "As ze na de himmel gaon"."Heeft je moeder je dat gezegd?" "Nee dat wet ik van mezelf. Dat
heb ik in de Biebel lesen".
21 juni. Hilda zit bij bed. Sirene gaat. Hilda zegt: Hé, op de
klok staat het 17 min. voor 2 en het is nu half 2, waarop Engelien onmiddellijk
zegt: dan is die klok 13 minuten voor. 's Middags zegt H.: dat heb je gauw
uitgerekend, hoe heb je dat gedaan? Nou, zegt ze, dat is heel gemakkelijk, ik
weet toch van oneven getallen, 1, 3, 5, 7, 9, 11, 13, 15, 17, en 't moet 15
zijn, dus dan is hij 13 minuten voor. Later zei ze: En 30 - 17 is 13.
(Ik herinner me hier iets van. Ik
geloof dat ik gewoon in mijn verbeelding de wijzers voor mij zag en aan de
afstand zag dat het 13 minuten scheelde. De uitleg hiervan vond ik kennelijk
nogal moeilijk). Engelien is ziek - keel - koorts. De poes heeft 6 jonge poesjes, eindelijk.(Volgens mij had onze poes nooit meer dan 2 jonge poesjes, en
ik was jaloers op vriendinnetjes, hun poes had er soms 4 en zelfs 6. Het
duurde lang voor ik begreep hoe dat kwam).
Erg jammer dat Engelien ziek is. Ik voel me beroerd, nog steeds schor van de tocht naar Bremen
in Maart en hoestend en wat hoofdpijn en moe. Gisteren naar Delfzijl geweest.
22 juni, naar Noordwijk waar vergadering van de commissie "24
november 1919". Een mooi gezicht op de levendige zee. Overigens heel stil te
Noordwijk vanwege het slechte weer. Op de tennisvelden een adjudant van den Duitsen keizer, Iselmann,
die een goed speler is, met enige broeders Snouck Hurgronje en den Noordwijksen
dokter.(Sigurd von Ilsemann,
echtgenoot van Elisabeth van Aldenburg Bentinck.)
's Avonds komt Rogaar vertellen dat hij door zijn tentamen is.(Peep
Rogaar, een van de aanbidders van Olga.)
Hij maakt niet een onverdeeld gunstige indruk, echter ook niet ongunstig. Hij
ziet er netjes uit, niet dom, spreekt wat geaffecteerd, heeft een hoofd met
weinig haar. Godefroy was er ook, die sprak over het onderwijs in Logica op de
RK scholen. De 148 Aristotelische regels.
24 juni, Olga had gisteren (23 juni) haar avondjapon
aangetrokken, zonder mouwen - dat was jammer. Ik merkte hoe het gezicht van die
japon Mik hinderde. Ook Hilda vindt die japon heel lelijk en ik heb besloten dat
't volgend jaar op mijn wensenlijst zal staan dat ik zal mogen bepalen hoe Olga
's avonds moet gekleed zijn.
25 juni was ik 's nachts ziek geworden en heb ik tot heden 2
juli in bed gelegen met anderdaagse koorts. Dr. Tanja heeft uitgemaakt dat ik
malaria heb en de bronchitis die ik in de laatste tijd enige malen gehad heb is
waarschijnlijk ook een gevolg van die malaria. Ik vraag hem vandaag het verschil
tussen : amoebe, microbe, bacil, bakterie en plasmodium en hij heeft enige
moeite met de definitie van bakterie, terwijl hij bakterioloog is. Hij zegt dat
ik die plasmodia in mijn milt nog lang niet kwijt ben en dat ze weer op kunnen
treden als ik mij teveel vermoei of koude vat.
Gedurende mijn ongesteldheid gelezen:
An English wife in Berlin van princes Blücher,
Steunpilaren der Maatschappij,
Een Poppenhuis, Een vervelend Duits boek,
"Scheiding" van Van Boven, The profiteurs van Oppenheim.
Zondag 19 augustus gingen we naar Den Haag. Nellie zorgde voor
Engelien. Naar Pomona. Een aardig hotel. 's Middags receptie bij de Gooszens en
's avonds inviteerden wij hen op een supper te Wassenaar, heel fijn en gezellig
- lekkere wijn. Kosten ±
f
100.- voor 11 personen. Lekker buiten gezeten. auto's
±
f
30.-.
Dinsdag 21 augustus trouwen Tom en Ot in de doopsgezinde kerk.
1 october. Olga ontwikkelt zich alleraardigst. Het zou zonde
zijn als ze spoedig zou trouwen. Ze volgt nu aan de Huishoudschool een cursus in
de Kinderverzorging. Heeft verder pianoles, harmonieleer en les in boekbinden en
heeft zodoende veel te doen. Gisteren hebben we met de Godefroys gewandeld in de duinen bij
Zandvoort. Eigenlijk meer geslapen dan gewandeld. Het was warm mooi weer en de
Zandvoorder laan een onafgebroken stroom van auto's, fietsen, motorfietsen enz.
Ik zag mijn oude Bentveld weer terug waar ik als jongetje kwam met een rijtuig
uit Haarlem,een grote brik, met Mama, waar de Schorers woonden. Het huis is
onveranderd, maar de hele omgeving is erg bedorven.
2 october. Ot komt tegen het eten. Tom is naar Helder om in
mijnen te studeren. Hij wordt dan specialiteit in het demonteren van mijnen te
Vlissingen. Opmerking omtrent Engelien. Dat ze begint te luisteren naar
hetgeen de omgeving zegt.
19 october. Vandaag eerst Oranje kruis verg. en daarna een
spoedverg. Concertgebouw wegens het verlof dat Mengelberg weder moet hebben voor
z'n gezondheid. Als ik vandaag met enige anderen in de eenmanswagen lijn 15
stap, is er maar één die goeden dag tegen den bestuurder zegt. Dit neemt deze
blijkbaar kwalijk, hij zegt althans: dat is de enige. Een dame vraagt hem of hij
het zo prettig vindt als iedereen hem goeden dag zegt, waarop hij dan natuurlijk
bij iedereen moet antwoorden, waarop hij zegt dat het tot de goede manieren
hoort dat je bij het binnenkomen goeden dag zegt. Daarom zegt een schoonmaaktser
dat ze laatst in een eenmanswagen wilde en dat ze geen dubbeltje had. Toen had
de conducteur gezegd: blijft u dan maar in dat plassie staan. - en of dat nou
beleefd was?
28 october. Zondag. Verjaardag van Vader. 81 jaar. We hebben een fijn diner, een man van Couturier kookte. Soep,
lamscoteletten met erwtjes, patrijzen, appelmoes, taart. Champagne, Graves,
Moezel. Vader begon te spreken, hij dronk op Mary en Olga die zulk een
moeilijkte tijd doormaken en Charles onmiddellijk daarop op Vader, die hij
voorspelde dat hij 90 zou worden. Charles vertelde aardig van Frankrijk waar hij is geweest, te
Reims met een vereniging van scheikundigen, waar hij de wijnkelder van Pommery
en Graves had gezien. Reims ligt nog geheel in elkander geschoten, men begint
het weder op te bouwen. Verder vertelde Charles allersmerigste schuine moppen.
Eindelijk kondigde hij het engagement van zijn zoon Charlie met Zweta von
Hartenau aan, dochter van Alexander van Bulgarije, die getrouwd was met een
zangeres van de Darmstadter opera en wiens vader was de groothertog van Hessen,
die gehuwd was met een Poolse danseres, waarom zijn kinderen niet mochten
regeren, en door de Czar van Rusland werd opgevoed totdat de troon van Bulgarije
open kwam, toen de Czar Alexander van Battenberg voor koning van Bulgarije
aanwees. Hij regeerde korte tijd, trad om de een of andere reden af en werd
later vergiftigd omdat men in hem een mogelijke pretendent voor de troon zag.
Zveta, genaamd gravin van H. is longlijdster, wordt verpleegd te Arosa waar ook
Charles Boissevain was en die twee zijn het nu eens dat ze zullen trouwen. Charles in woede, opstuivend, omdat Marie het een mesaillance
vindt van Charlie.
1 november. Olga is vanavond op haar eerste dansavond. Ik wou
dat Olga zich een beetje beter kapte en niet zo opzichtig kleedde. 't Is in de
mode, maar ze zou er zoveel liever uitzien, niet in de mode, maar op een strenge
manier gekleed en het haar glad langs het hoofd.
6 dec. Olga naar Drafna op order van de dokter. Verlengde
Kerstvacantie. Heeft onregelmatig hart, anemisch etc., moet rust hebben. Al die vrijers zijn ook niet goed. Olga is een onrustgevend element in huis, doordat het uiterst
moeilijk is haar van verkeerde invloeden verwijderd te houden. Zij kan niet
tegen die hofmakerij van al die jongens, houdt van pret, het werkt op haar
zenuwen.
1 9 2 4
1 januari. We zijn gisteren van Witzand op Drafna gekomen. en ik
was dankbaar van 't Witzand weg te zijn. 't zijn goede mensen, maar onbeschaafd,
lawaaiig. Het huis heeft twee zeer grote kamers, waarvan een de hall is, en de
eetkamer die ook heel groot is, en die in elkander lopen en geen van alle iets
huiselijks hebben. Er is nergens gelegenheid alleen te zitten.
12 januari. Zacht weer, droog.
Olga heeft dansavond van haar dansclub, ditmaal bij de familie
Asser en gaat er heen in een auto met een aantal vriendinnen. Haar bewonderaar
op die avonden is tegenwoordig de jongen Stork, niet jong meer, oud 29 jaar, een
vrouwenkenner geloof ik, en dientengevolge gevaarlijk voor argeloze meisjes.
Maar ik geloof dat Olga hem doorziet en hoop het in ieder geval. Hij is
intelligent, is een jongen op wien de meisjes verliefd worden, hoewel hij lelijk
is en slechts één bruikbare arm heeft (hij heeft een motorongeluk gehad waarbij
de jongen Strumphler om het leven is gekomen).
1 februari. Te Hamburg. [met prof. Vossnack]
4 uur naar de kapper waar ik mij laat 1e. scheren, 2e. knippen,
3e. gezicht masseren, 4e. hoofd masseren, 5e. hoofd wassen. Kosten met een
stukje zeep en een stukje scheerzeep 11 M. = 7.26 gld Holl. Onze kamer kost 12
M./ = 7.92 gld. zonder ontbijt. Hotel Atlantic is een chic hotel. Men bemerkt in Duitsland niets
van ellende. Alleen is de verlichting op straat te Hamburg nog wat matig. Wij lunchten in Schützenhof, een herberg dicht bij de Schiffsveranstalt
die nog kort geleden het hoofdkwartier der Communisten was. Het oproer der
Communisten, die veel schoten, leidde tot de "Rentenmark", de zgn.
gestabiliseerde Mark, die thans 0,66 staat en waarop iedereen zijn hoop
gevestigd heeft. Men hoopt dat de Rentenmark stabiel zal blijven. Als onderpand
moet die Mark hebben de gezamenlijke Wirtschafts Fabriken etc. van Duitsland. De Rentenmark heeft grote rust gegeven in Duitsland. De prijzen
zijn hoog, maar vast. Een werkman verdient 50 Pfennig per uur.
2 februari. 's Avonds met prof. Vossnack naar de Trilogie
Wallenstein van Schiller, durende van 6 - 12 uur. Het huis geheel vol, veel
kinderen - Kriegsbeschädigte lopen rond te bedelen, hetzij alleen of als het een
blinde was met behulp van een vriend.
3 februari. Zondag. Naar Bremen, 11 uur, gegeten in Rathskeller.
Vervolgens naar Neuhaus, Georg Grünstr. 102, waar na enig bellen kapitein
Neuhaus verschijnt in z'n versleten jas en mij een standje geeft omdat ik niet
vroeger gekomen ben aan het middageten waar z'n vrouw zo goed voor gezorgd had
enz. enz. Een gezellig Abendessen. Alles veel beter dan vroeger. Neuhaus schenkt
weer cognac en ik rook eindelijk een paar sigaren - heel goede. Ook hier krijgt
men niet de indruk van gebrek - maar 't is mogelijk dat het hier wel moeilijk
is. 's Avonds lang zitten praten over alles en nog wat, over de Rentenmark en
over lijkverbranding enz. enz.Geslapen in het hotel Europaeischer Hof.
4 febr. naar mevrouw Vertens, later komt Vertens, daar
gefrühstückt - heel lekker. Vertens maakt excuses voor zijn optreden gedurende
de bouw van de "Dorus Rijkers". Met Vertens auto naar de trein, 1 u. 8 naar
Amsterdam. Vossnack in de trein. 8.34 te Amsterdam. Thuis vind ik Olga en Heentie. Hilda is uit naar een vergadering Als ze thuiskomt vertelt ze dat Olga zaterdagavond op haar
dansclubbal is ten huwelijk gevraagd door John van Marle. Ze heeft hem niet
bedankt, doch gezegd dat ze hem niet kende en hem dus nog niet kon antwoorden. Hilda vertelt mij 's avonds veel van Olga en het is mooi zo'n
kijkje te krijgen in een zich ontwikkelende meisjesziel, doch onmogelijk om op
te schrijven.
Neuhaus.
Ik zie voor mij kapitein Neuhaus, met zijn enigszins rood
aangelopen gezicht en zijn oude jasje, zijn cognacje en zijn gepraat. Hij moest
erkennen dat Duitsland, als het in het bezit van België was gebleven, niet zou
hebben stilgezeten en Holland kans zou hebben gelopen op een vreedzame
annexatie. Het doel van Duitsland was de Noordzeekust. De Duitsers zijn een
gevaarlijk volk.
10 februari, zondag. Naar de Nieuwe kerk. Ds Hartogh, die een
grote woordenkeus heeft. Hij spreekt voor de vuist en verliest dientengevolge
wel eens de draad. Gaat op bijpaden. Interessant.
Namiddag naar Plasschaert - een lezing - , een soort mystieke
tekenaar of schilder.(Waarschijnlijk Albert August Plasschaert,
1866-1941).
Hij houdt een lange rede, verdeeld in 8 hoofdstukken,
genaamd Anjana. razend vervelend. Hij meent volgens zijn circulaire dat
wij door in het bezit te zijn van zijn werken komen tot begrijpen van de
God-in-Liefde.!!! Zijn tekeningen zijn vormloze scheppingen. Bij mij hing:
"Vreugde" maar men had m.i. evengoed alle titels kunnen verwisselen. Naar huis waar ik Van Marle vind die met Olga naar een
automobieltentoonstelling is geweest. Hij is een aardige jongen, blijft bij ons
eten.'s Avonds naar Volksconcert. Hekking speelt heel mooi het
concert van Haeydn. Bij terugkomst zit Van Marle er nog. Ik vind hem een
geschikte schoonzoon.
17 februari. Zondag. [in Vlissingen]. Gelogeerd in het
Boulevard-hotel. Prachtig gezicht op Oostgat en binnenkomende en uitgaande
schepen. Tom komt om 10 uur en we gaan weer naar Krugerstraat 22. [...] Ot is
een knappe huishoudster en verdeelt haar geld over 16 potjes en komt toe. Ze
krijgt van Tom zijn hele traktement, te weten 191 gld. in de maand, waar Tom
f
1.- mag houden en van Vader Gooszen er f 50.- p.m. er bij, dus totaal 240
gulden. Daarvan komt ze rond.
22 febr. Vrijdag. 's Avonds komt Peep Rogaar en het is een pak
van ons hart dat hij niet een gebroken hart heeft doch heel rustig is. Olga is
enigszins gechoqueerd dat hij niet ongelukkig is. 't Is om je dood te lachen.
24 februari. Zondag. Gisteren met Hilda te Bilthoven, waar Mik,
Jo, Chrik, Chré, Broer de Booy (van Theo), later Theo.
(Mik, Jo, Chrik en Theo waren broers en zusters van mijn vader. De drie
eerstgenoemden woonden toen samen in Bilthoven, Anthonie van Dijcklaan 17.
"Broer" was Antoine de Booy, later "Toon" genoemd, Chré was de jongste zoon van
Chrik).
Mik gaat 12 maart naar
Amerika per s.s. "Mongolia" van Antwerpen. Met Mik muziek gemaakt. Ze is
natuurlijk wel veel achteruitgegaan in technische zin. Ze loopt als een oud
vrouwtje een beetje gebogen. Ze heeft een brief van Rie de Booy-Koek gekregen
waaruit blijkt dat deze patiënt te Arosa niet veel anders doet dan dansen en
bobben etc.
(Eerste echtgenote van de oudste zoon van Theo).
Mik heeft er Cateau over geschreven maar geen antwoord gekregen.
Er komt een bezoekster, mevrouw De Stuers geboren Berkhout,
dochter van Hendrik Berkhout uit zijn tweede huwelijk met een juffrouw Des
Tombe.
(Susanna Teding van Berkhout, 1881-1961, echtgenote van Eugène de Stuers,
l879-1940).
Die mevr. De Stuers leeft op een eigenaardige manier. Ze heeft geen meid.
Haar man maakt de bedden op, ze kookt zelf enz. Als men er eet gaat een van de
kinderen met een pan rond. Hilda heeft het koud in de weinig verhitte kamers en we
vertrekken 9.15.
13 april. Palmzondag. Engelientjes haar zaterdag afgeknipt.
18 april. 6.39 Naar Rottum met Hilda, Olga, Engelien en John van
Marle.
22 april. Dinsdag. Getracht te vertrekken maar niet gelukt.
Teruggekeerd en zitten nu weer in het huis van de voogd en zullen morgen weer
een poging doen te vertrekken. Het zijn heerlijke dagen, maar 't is hier wel een
beetje ruw voor Hilda.½ 12. De Hilda ligt gemeerd vlak bij huis. Ik besluit een
oefentocht te maken. Er staat veel branding op de Schildgronden en op het
Borkumerrif, ja overal. Wind noordelijk. S.K. [stijve koelte]. J. van Marle gaat
mee. Steffen T., Schipper Mees T. en Jan Toxopeus zijn de bemanning. Eerst over
de Schildgronden, later afgehouden naar Borkumrif en daar geoefend, eerst
zonder, later met stopzak en ondervinding opgedaan. Geen heel zware zeeën
overgekregen, geen enkele waarbij cockpit geheel vol sloeg. Te ½ 3 terug.
Tamelijk nat. John v. M. een flinke kerel, handig en onbevreesd, kalm.
25 april. Alg. Verg. Handelsblad, en ontv.
f
375.- tantième,
namiddag Herengracht 575 met Ernst Heldring, de administratie Oostersche Handel
en Reederijen overgenomen. Ik heb een druk afwisselend bestaan. Een interessant
leven. Reddingmaatschappij, Zeemanshuis, Zeevaartschool, Raad v.d.Scheepvaart,
Concertgebouw, Oosterse Handel, dat alles geeft veel werk.
27 april. Gisteren is An den Tex overleden en als ik dat
opschrijf is het moeilijk te denken dat die levendige vrouw niet meer onder de
levenden is. Ze was warmvoelend, heel knap, belezen, een zeer goed hoofd, niet
normaal, het was het beste haar maar gelijk te geven, enigszins driftig,
onevenwichtig. Jan, haar zoon, blijft nu "alleen achter" en zal "De
Heerlijkheid" verkopen.
26 mei. Met Tegelberg naar de Minister van Waterstaat, die een
zeer droevige indruk op ons maakt. Sweerts de Landas en Julius waren er ook.
(Bestuursleden van de Zuidh.Mij tot Redding van Schipbreukelingen, iets
later, maar ook in 1824, te Rotterdam opgericht). Treurig
en treurig die Minister
5 juni. Mijn moeilijkheden zijn op het ogenblik: de oude
redders.
29 juni [in London, waar hij met de "Brandaris" is
heengegaan]. Hilda komt 2.17 van Holland met Olga. Busrit van Sedwich.
's Avonds lezing A. Besant. A. Besant hield een socialistische
redevoering en maakte een onaangename indruk. Vele theosofen, die er uitzien als
die in Holland. Lady Despard, zuster van Generaal French. Een paar heel mooie
Indische meisjes, naar het uiterlijk te oordelen van Ceylon. Daar zien we
plotseling Knudsen, die bij ons was een jaar geleden en met wien ik sprak over
Maisy Atkinson en over Molly. Hij deelt mij mede dat Maisy een maand of vier
geleden is gestorven en dat Molly te Londen is. Hij zegt dat Molly een gewoon
mens is met wereldse, maar niet te wereldse gedachten en dat ze juist begint te
bedenken dat er op aarde iets is om over te denken. Het bericht van Maisy's dood
heeft mij getroffen. Ik krijg de indruk dat Knudsen meent, dat theosofen
eigenlijk de enige soort mensen zijn die denken.
30 juni. Maandag 11.30 bij de gezant De Marees van Swinderen met
Tegelberg, Sweerts de Landas en Julius. De gezant een praatjesmaker, niet veel
bijzonders. De Brandaris gaat van het East India dock naar de ligplaats bij
het Victoria Embankment. Om 3 uur wordt de vloot van reddingboten geïnspecteerd
door admiraal Sir Doveton Sturdie, die van uiterlijk een onaanzienlijk mannetje
is.
[uit een in het dagboek geschreven concept voor een artikel over
de conferentie]:Hoe verschilden die reddingboten. Twee houten Engelse
reddingboten, waarvan de grootste de kostbare nieuwe "William & Kate Johnston" ,
60 voet lang en uitgerust met 2 benzinemotoren , de twee stalen Nederlandse, de
"Brandaris" ruim 60 voet lang met 2 oliemotoren en de "Prins der Nederlanden",
een Zweed met vol zeiltuig en hulpmotor, een Noor met vol zeiltuig, zonder
motor, een kleinere Fransman met twee benzinemotoren en een Deense roei- en
zeilreddingboot met hulpmotor. Duidelijk kwam bij het zien van de grote
verschillen aan het oog dat dat elke kust haar eigen reddingboten nodig heeft.
1 juli. Dinsdag begint de conferentie in de Westminster City
Hall, geopend door de Mayor met een toespraak. en gevolgd door een toespraak van
Sir Godfrey Baring. Het is een mooie zaal, half cirkelvormig, gemakkelijke
banken met rode leren kussentjes. In het midden van de open ruimte staat het
model van de "Insulinde".De conferentie duurde de gehele dinsdag en ook nog de
woensdagmorgen. De agenda bevatte vele interessante punten, de bouw van
reddingboten en de uitrusting met motoren betreffende. Ik was heel veel aan het
woord en toen we de conferentie verlaten hadden werd ik omhelsd door een van de
Noren, die mij zeide: Ah! Your country is a wonderful country. How we admired
you during the war. The conference would have been nothing at all if you had not
been there.'s Avonds hadden wij diner in Lancaster House, aangeboden door
de Regering. Het was interessant zulk een Engels diner bij te wonen. Een aardige
toespraak van Mr. Sidney Webb, Minister of Trade en een prachtig antwoord van
Tegelberg.
25 october. 's Avonds te Haarlem bij de uitvoering in de
Schouwburg van het comité voor de Reddingmaatschappij, een kort stukje van de
Gravin Van Stirum en een ander stukje van A. Sutro, waarin een dochter Hummel de
eerste rol speelde en dat heette "Het eeuwige Trio" Ik zou het niet aangenaam
gevonden hebben Olga in dezelfde rol te zien spelen. Het Haarlemse publiek
maakte een goed verzorgde indruk, gedistingeerd. Verscheidene aardige jonge
meisjes. Tegelberg danste en we gingen met de trein van 11.50 terug naar
Amsterdam.
28 october. Heen en terug naar Helder en daar Dorus Rijkers
gesproken en Bot. Laatstgenoemde, zowel als D.R. zijn teleurgesteld dat zij niet
zijn gevraagd op het diner van 11 november.(Op 11 november 1924 vierde
de NZHRM haar honderdjarig bestaan. Op 20 november woonde mijn vader een
receptie en diner bij te Rotterdam, waar de ZHMRS haar honderdjarig bestaan
vierde).
4
november. Heden in de vergadering van de Reddingmaatschappij
heeft Tegelberg mij met hartelijke woorden medegedeeld dat besloten is mij een
ouderdomspensioen toe te kennen van f
4000.- wanneer ik niet meer kan en aan Hilda als weduwe f
2000.- per jaar. Dat is een mooi besluit dat mij ontheft van
zorg voor de toekomst.
5 november is de Reddingbootdag. 3 reddingboten rijden door de
straten van Amsterdam, 1 oude lelijke boot op de oude wagen van Moddergat bemand
met Noordwijkers en geleid door een jongen Schölvinck en 2 mooie boten van ons.
Onze nieuwe vlag waait van het kantoor en het is grote drukte op het
Hoofdkwartier der collecte op Rokin 114, waar mevrouw Vattier Kraane en vele
andere dames hard werken. Ook Hilda. Ik ga er 's avonds dubbeltjes en kwartjes
tellen en we eten die dag niet. Om 11 uur komen we thuis en hebben onderweg 1
bot gekocht, die ik opeet. 't Was een gezellige dag. En de opbrengst is ±
f
12000.- geweest.
24 november. En nu is de viering van het 100 jarig bestaan
finaal achter de rug. [korte beschrijving van de diverse feestelijkheden, ook te
Rotterdam, voor het 100 jarig bestaan van de Zuidh. Mij tot redding van
schipbreukelingen]. Rotterdam is een onaangename stad. Ik heb een bezoek gehad van P.J.Jager. Hij is een gemene
onbetrouwbare kerel.
26 november. Edna StVincent Millay heeft enige dagen bij
ons gelogeerd. Ze is buitengewoon knap, verstandig, intelligent, geniaal, ook
zacht. Ik vind haar prachtig.
(Edna St.Vincent Millay, 1892-1950, dichteres, echtg.v. Eugen
Boissevain, 1880-1949)

Edna St.Vincent Millay, dichteres. Ontving de Pulitzer prijs voor
dichtkunst. 1892-1950
1 december . 's Avonds Concertgebouwvergadering in het
Doelenhotel en hebben Charles en Bunge een van de meerderheid afwijkende
mening omtrent de wenselijkheid Mengelberg als dirigent van het Concertgebouw te
behouden.
Kersttijd. Wij bleven dit jaar te Amsterdam, behalve dat
Hilda en ik op 1ste Kerstdag dineerden op Drafna. We hadden Tom en Ot en kleine
Tom bij ons en ook herhaaldelijk Alfred, die echter wegens het volle huis
logeerde bij de De la Portes. Engelien kreeg mazelen en dit maakte ons en vooral
Hilda erg bezorgd om kleine Tom omdat mazelen een heel gevaarlijke ziekte is
voor kleine kinderen.
1 9 2 5
19 januari. Vandaag in een brief van capt. Saxild gehoord dat ik
de Danebrogorde heb gekregen. De machinekamer van de "Zeemanshoop" volgelopen omdat de monteur
van Goedkoop de buitenboordskraan heeft laten openstaan en het aftapkraantje van
de mantels. Vanavond komt Rudi Mengelberg met mij spreken.
(Neef van Willem Mengelberg, die later
administrateur werd van het Concertgebouw).
28 januari. Diner Röell waar ik zat naast Van Aalst. Aan dit
diner waren verschillende burgemeesters, als die van Haarlem, Beverwijk,
Oostzaan enz. de president van de rechtbank, verschillende professoren als prof.
Lantz, Diepenhorst, Wouters (van de Akademie van K. en W.), Lorentz (de
Nobelprijswinnaar), verder van de Handel en Scheepvaart Van Aalst, Van Hengel,
Delprat (van Ned. Bank) ook Marie Boissevain-Pijnappel was er. Een alleraardigst
diner, waar een vrolijke opgewekte stemming heerste en verschillende aardige
toespraken werden gehouden. Ik was er als vertegenwoordiger van het
Reddingwezen.
6 februari. Promotiediner Den Haag, in de Witte. Wij hadden
elkander over het algemeen in 38 jaar niet gezien en dan bekijkt men elkander op
een andere wijze dan 38 jaar geleden. Als ik die mensen nu moest beschrijven,
dan zou ik als de meest betekenende mensen noemen:
Van Leent, op het ogenblik direct. of adm. van "Den Dolder"
Susie, een specialist op het gebied van het Zeerecht. Rambonnet, de Insp. generaal van het Loodswezen. Tückmann, een bekwaam geneesheer. Groen, de uitstekende commandant van het korps Mariniers. Birnie, een niet onverdienstelijk schilder. Craandijk, cartograaf van de Marine. Van Hulsteyn, die de tafel presideerde, is een vrolijke
gezellige kerel geworden, die uitstekend z'n functie vervulde. V.d.Wal, gepensioneerd schout
bij
nacht titulair.Marcella, is handelsman en rijk.
Bolomey, vroeger directeur van de tram te Gorinchem, doch
niets.
Stam, wijnhandelaar.
Pompe, leraar van de Burgerschool te Winterswijk, is nu de
minste van allen. Maakt de indruk wat verlopen te zijn.
A.Visser is filosoof.
Cool. Praat veel, ik reisde met hem terug.
2 september. Nu ben ik wederom bij Tanja geweest. Toestand is
onveranderd. Ik moet vegetarisch blijven leven. Zonder alcohol enz. Niet te veel
vermoeien, niet onnodig nat worden.
15 september, dinsdag, mooi weder. Ik ga naar Terschelling. 6.30
op en per auto naar de train. Op de boot een kras heer van wat ouder dan 60,
mooie fijne kop, blijkt te zijn een visserman Zeldenrust van Molkwerum. Hij
gelooft dat na het leggen van de dam de paling veel ziekte zal krijgen door het
zoete water. Boven de dam zal te veel tij lopen voor visvangst. Met hem lang
gesproken over het droogmaken van de Zuiderzee, het verlies voor Nederland dat
hieruit ontspruit door het verloren gaan van een slag mensen dat gelukkig is in
het manlijk bedrijf van visserman. Ze zijn niet arm, zegt Zeldenrust, ze zijn
rijk. Over het maken van sigarenmakers van de visserman, over de pogingen de
Zuiderzeevissers in te lijven bij het Rijnvaartbedrijf.
Wie is de burgemeester van Deinum. Hij is een militair figuur, à
la Hindenburg, die met een sigaar in de mond een aantal personen in het zwart,
boeren en boerinnen naar het uiterlijk, begroet, die met mij van Leeuwarden
komen.
1 october hadden we receptie bij ons, er kwamen meer dan 300
mensen, alle meubelen waren van te voren uit de benedenkamer verhuisd naar een
bewaarplaats. Boven was ook een kamer op orde gemaakt. Het huis was versierd.
Alles ging op rolletjes. De Bronckhorststraat in rep en roer wegens al die
deftige mensen die bij ons kwamen en zich verdrongen voor de deur daar ze er
bijna niet in konden.
Zondag 1 november hadden we een lunch op Drafna, wel 30 mensen,
gezellig al die jongelui. Vader en Moeder bewonderenswaardig. Charles wond zich
weer eens op, ditmaal omdat hij Vader champagne wilde geven en hij werd
tegengewerkt door Marie, Mary, Hessie, Hilda.
3 november trouwde Olga. De ceremonie in het stadhuis door
Walrave Boissevain, vervelend, lang en gekunsteld met aanhalingen uit gedichten
of gezegden van Engelse schrijvers en dichters. Het was een donkere regenachtige
dag. Daarna de mooie ceremonie in de oude Walenkerk. Ds. Arnal hartelijk en
ernstig. Een volle kerk. Olga allerliefst met haar kleine ernstige kalme
gezichtje. Engelientje zat naast mij.
1 9 2 6
Tocht naar Medemblik en Wieringen.
23 januari. 8.11 van Amsterdam, 11.08 te Medemblik. (Het uur
oponthoud te Hoorn gebruikt voor een wandeling rond Hoorn. De Zuiderzee geheel
vol ijs.)
Te Medemblik Dr. Hardenberg, jonge man, met geestig, flink
uiterlijk, later Ds. Voors. Deze gehuwd met een juffr. De Haan uit Zwolle.
Beiden jonge mensen. De vrouw van Dr. Hardenberg afwezig.
Medemblik: winkelstand, bouwers (landbouwers), boeren
(veeboeren), verplegers en employés Gesticht, enkele notabelen of would-be
notabelen, een klein aantal vissers, een aantal luie vlegels (arbeiders), die
van de hand in de tand leven. Men wordt te Medemblik "rijk" genoemd als men
f
30.000 bezit, de verplegers en employés hebben salarissen van 1800 of 2000. Men
geeft over het algemeen niets of bijna niets uit, leeft van heel weinig. De
bevolking is 3150 zielen. De Burgemeester heet Schouten en is een boer, die
weinig voelt voor de vooruitgang van Medemblik. Er zijn tekenen die wijzen op
vooruitgang. Een van die tekenen bestaat hierin, dat de huizen beter onder de
verf zitten dan enige jaren geleden. Verder dat huizen in prijs zijn gestegen.
De grond is nog zeer goedkoop, is ook gestegen in waarde, doch, zegt Hardenberg,
wat kan het schelen of je f
50.- of f
100.- geeft voor een stuk grond waarop je
een huis zet. Men verwacht vooruitgang van de aanleg van een kanaal dat
binnenkort zal begonnen worden en dat zal dienen voor het vervoer van groenten.
Men gelooft dat Medemblik door de aanleg van het kanaal zal groeien tot een
plaats van 600 inwoners. De havenuitgang loopt in NO richting. Bij slecht weder
uit het NNO of NO zal een roeiboot er niet uitkunnen. Men is niet zeker van de
aanwezigheid van een motorvaartuig, in staat om bij slecht weer een boot naar
een gestrand schip te slepen. Wanneer de Wieringermeerpolder tot stand is
gekomen wordt daarmede het gevaar van rampen te Medemblik geringer omdat de
hoekzak waarin schepen bezet raken op lager wal, dientengevolge vervalt. De
vraag wordt gesteld of, wanneer te Lemmer een motorboot is, deze in geval van
nood kan worden te hulp geroepen. Ook wordt gewezen op het nut, dat uit de
aanwezigheid van een reddingboot op Wieringen kan getrokken worden.
De ramp met de tjalk die zonk op 25 of 26 november l925 had
plaats ongeveer 4 of 5 kilometer van de wal ter hoogte van Opperdoes. De vrouw
van den schipper spoelde in een reddingboei aan tegen de dijk. Zij had een tasje
in de hand waarin een polis van levensverzekering. Voor een beetje geld had de
schipper deze ramp kunnen ontgaan door de haven van Medemblik binnen te lopen.
Ds Voors woont te Opperdoes, een klein dorp met 4 kerken. Er
zijn daar ook verschijnselen die lijken op hetgeen te Appeltern gebeurde. Ds.
Voors is orthodox, echter m.i. zeer ruim. Een ontwikkelde sympathieke jonge man.
Te Opperdoes was voor enige jaren een zekere Masereeuw, die zich had
afgescheiden en die aanhangers had. Hij werd gehouden voor onsterfelijk.
Eindelijk stierf hij, toen zeide men dat hij zou opstaan uit de doden na 3
dagen. Het kerkhof vol mensen in afwachting. Er is nu nog een kleine groep die
oefening houdt en van tijd tot tijd hoort men dat deze groep meent dat de tijd
komt van een offer. Deze groep bestaat niet uit zedelijk hoogstaande mensen,
integendeel. Zij houden slechts vast aan bepaalde woorden van de Schrift.
Ds Voors verklaart zo het ontstaan van kerken. Hij beschouwt het
optreden van Besant en de Liberaal Katholieke kerk als analoog, zij het op een
hoger plan, als Appeltern. Hij gelooft dat Besant onbetrouwbaar is, zij het dan
dat ze het zelf niet bewust weet. Hij zegt dat ze vroeger reeds onbetrouwbaar is
gebleken door hare mededelingen omtrent voorspellingen uit Thibet. Nu is ze oud
geworden, wil wat zien gebeuren en voorspelt zij het komen van den Wereldleraar
in de persoon van Krishnamurti. Binnenkort zal in hem de geest van Jezus varen.
Wat hij maar niet begrijpt is dat juist onder zeer christelijke gelovige mensen
afwijkingen voorkomen op sexueel gebied. Wij spraken over Ds. Doevendans en hij
haalt een voorbeeld aan van een zekere Van Essen uit Rotterdam, een zeer
christelijk man, die later bleek een zeer onchristelijk leven te leiden.
Dr. Hardenberg, wiens vader synodaal gelooft en zodanig is
opgevoed thuis, gelooft dat zeer christelijke mensen hoogmoedig zijn en zegt dat
volgens Freud paranoia (hoogheidswaanzin) gepaard gaat met bedwongen zucht tot
sexuele handelingen. Hij is er dankbaar voor dat hij niet homosexueel is
aangelegd. Ds. Voors zegt dat Van Essen hem heeft gezegd: ik ben diep gevallen
en ik heb berouw. Een en ander werd gezegd nadat wij het hadden gehad over het
schuldgevoel, het verantwoordelijkheidsgevoel in den mens. Dat moeten wij
vasthouden, zegt Ds. Voors. Ik zeg tegen Voors dat het moeilijk voor hem moet
zijn om als ontwikkeld man een orthodoxe gemeente te leiden en hij geeft dit
toe. Ten slotte bestaat zijn geloof uitsluitend in het vertrouwen op Gods
leiding.
Toen wij spraken van het verantwoordelijkheidsgevoel dat wij
hebben naast een gevoel alsof wij geleid worden door krachten buiten onze wil
zeide Dr. H. dat hij het beste antwoord in deze vindt in de boeken van
Dostojewsky.
Ik vertelde Ds. Voors van mijn kerkgang met schipper Van Urk,
die zeide dat de mens door de zonde van God is afgescheurd en door Jezus weder
tot God kan gebracht worden. Hij zeide dat dit ook het juiste christelijke
standpunt was, doch dat men zowel kan denken aan een persoonlijke Jezus als aan
de idee Jezus. Ik vroeg hem of hij wel eens moeilijkheden had met gemeenteleden.
Hij zeide Nee - sommigen hebben bezwaar dat ik "Heer" zeg en niet "Heere", dan
zeg ik: mijn Vader noem ik Vader, mijn schoonvader Papa, ik ben gewend God de
Heer te noemen. "Ja maar, 't staat toch in de Bijbel".
Ik wijs er op dat het zo pijnlijk is mensen af te brengen van
gedachten die voor hen heilig zijn en hij geeft dit toe, zegt dat hij daar ook
heel voorzichtig mee is. Ik wijs er op dat het voor mij moeilijk was te wennen
aan het denkbeeld dat de Bijbel niet als letterlijk waar moet opgevat worden.
Hij wijst op Bijbelteksten die hetzelfde vertellen doch met
elkander in strijd zijn omdat de mensen die ze opschreven zich anders
herinnerden.
24 januari. Goed geslapen op de koude kamer in het warme bed.
Dooiweder, regenachtig.8.30 per tram naar Van Ewijcksluis. De molen buiten
Hippolytushoef heeft slechts 2 wieken - de mensen zijn arm en kunnen geen 4
wieken betalen, draaien daarom maar met 2. Een stel wieken kost tegenwoordig
f
500.-.
Te Van Ewijcksluis zie ik een auto passeren die mij medeneemt
naar Anna Paulowna. Er in zit de heer Dekker, opzichter (van wat?) die mij
vertelt dat de weg waarlangs wij rijden de primaire weg wordt van Wieringen naar
de wereld en die die weg zal worden verbreed en op andere wijze verbeterd. De chauffeur heet ook Dekker (geen familie) en is 64 jaar oud,
heeft op zee gevaren en is op 33 jarige leeftijd er mee uitgescheden. Is gaan
rijden, eerst met paarden, toen met auto's. Te Anna Paulowna heb ik nog een uur en ga ik naar het station
waar op de spiegel nog zichtbaar is hoe hoog het water heeft gestaan tijdens de
watersnood in l9l6. De koffiehuishouder zegt mij dat hij zijn vrouw uit het
water heeft gehaald, d.w.z. tijdens de watersnood van l9l6 spoelde ze bij hem
aan en toen is hij met haar getrouwd. Dekker, chauffeur, vertelde van de zenuwachtigheid van Franse
loodsen in het Suezkanaal en hoe een Engelse loods zwijgt en alleen ingrijpt als
de boel misloopt. Maar bij een Franse loods is het voor een kwartiermeester niet
mogelijk te sturen. Port, starboard, port, starboard, altijd maar door. In 1926 gingen wij naar Montroc waar later ook Marthe Voorhoeve
met haar man kwamen. We maakten daar kennis met Mary Carlyle en haar vader. Het
hotel was nogal droevig, wat de verzorging van het eten betreft en de Fransen
waren in het algemeen niet erg vriendelijk tegen ons, zelfs stroef, omdat ze ons
er van verdachten dat wij kwamen gebruik maken van de lage stand van de franc,
die ons toen 5 cent kostte.
1 9 2 7
Zondag 13 februari l927. Ik ben voor het eerst beneden na een 3
daagse griep in bed. Ik lees de Camera Obscura, eigenlijk voor het eerst van
mijn leven en amuseer mij er mee. Ik geniet er van.
23 februari met Hilda naar Bilthoven om daar te lunchen wegens
de verjaardag van Jo. Daar waren Chrik en Mik en Jo en Theo en Cateau en Jon.(Broers
en zusters van mijn vader, met de vrouw en oudste zoon van Theo de Booy. Theo
had blijkens een aantekening van 13 februari een beroerte gehad).
De
sterkste indruk is de droevige toestand van Theo, welk een wrak, maar zijn
hersenwerking schijnt normaal. Door geldgebrek gedreven naar het kantoor der
Brandwaarborgmaatschappij, terwijl hij physiek niet meer in staat is die
Maatschappij te vertegenwoordigen. Het is een droevige toestand. Een diep
melancholieke uitdrukking op het gezicht, prikkelbaar, met zorg denken aan de
toekomst van vrouw en kinderen als hij hen ontvalt. Dan nog daarbij zijn zoon
Jon die, in stede van alles te doen om zorgen te verlichten, hem nog geld kost
en vraagt.
2 maart. Om 7 uur op, ontbeten met Alfred, die straks naar de
kazerne gaat.
Het is zacht weer, wat hevig. Op de Zuiderzee maak ik weder een
praatje met de kapitein. ditmaal genaamd Slok, op de brug en we varen door een
grote vloot Volendammers, aan de winderkuil in spannen op de vangst van haring. Nakomeling, die dit leest, weet dat ik dus op die mooie mistige
dag van 2 maart verrukt werd door het gezicht op die vloot van vissers,
roodgetaande zeilen, de mannen met ruige masten, en dat ik op die dag wederom
het besluit betreurd dat van deze Zuiderzee een akelig binnenmeer zal maken
zonder ansjovis, zonder haring, zonder bot.
5 maart. De Ned. Bouwmaatschappij doorleeft dagen van spanning.
Zullen we doorgaan als vroeger, zo niet, wat dan. Meer energiek gaan werken of
liquideren. In verband hiermede herhaalde besprekingen, meestal 's avonds,
hetzij bij ons of bij E. den Tex of Blok van Laer.
11 april, maandag. 10.30 vergadering met de commissarissen, D.
Rahusen, Bevervoorde tot Oldemeulen, mr. Chr.P. van Eeghen, De Bruin Melis van
Mariekerke, Ned. Bouwmaatschappij. De heren voelen niets voor het grote plan met
hypotheken, wel nu bestendiging op de oude voet, maar dan meer het kopen van
huizen dan van grond.
Zaterdag 30 april verjaardag prinses Juliana. Vlag uitgestoken
met Engelien. Zij gaat met een oranje strikje naar school en vraagt of zij er
van mee zal nemen voor de andere kinderen. Ik zeg dat het wel mogelijk is dat
sommige andere kinderen geen oranje strikje willen dragen en het blijkt ook uit
sommige uitlatingen van [haar vriendinnen] dat ze niet oranjegezind zijn.
5-10 mei. (Later ingeschreven).Toen wij 5 mei 's morgens te Keulen aankwamen tegen 1 uur,
overhandigde Heleen Boissevain mij een telegram. Het bevatte de tijding van het
overlijden van Vader. Hij was 's morgens overleden, zacht en kalm zoals het
heet. Wij waren al gekleed om naar de feestmaaltijd te gaan in het
Stadhuis, maar gingen nu niet. Namen afscheid van Willem en Tilly en alle andere
bekenden en gingen 5.34 in de 2de klasse naar Utrecht. Daar stond een auto die
ons bracht naar Drafna. Daar vonden wij Moeder, volkomen kalm, en groot, en
Polly, die lieve Polly en Hessie en Jan van Hall en later Nella Hissink. Vrijdag 6 mei prachtig weer, het ontluikende groen, echt
voorjaarsweer en in de voormalige bibliotheek, reeds lang Vaders slaapkamer,
zijn ontzielde lichaam. Hilda, Mary en ik stonden geruime tijd bij hem, bij zijn
lichaam, dat zulk een grote rust uitstraalde, iets zeer verhevens had, zodat men
de indruk kreeg: het moet goed zijn dood te zijn of gestorven of hoe het ook
heet. Als een buitenstaander op Drafna gekomen ware de dagen na Vaders
dood dan zou hij of zij zeker verbaasd zijn geweest over de toon die daar
heerste. Over de kalmte van Moeder, de opgewektheid bijna. Er was aanvankelijk
vooral een gevoel van dankbaarheid dat het lijden van Vader geëindigd was. Maar
daarbij toch ook een gevoel dat zich weldra een grote leegte zou doen gevoelen. Vader stierf 5 mei l927 oud 84 jaar. Op de 10de mei werd hij
begraven. Wij droegen de baar en nadat gesproken was door verschillende mensen,
ook heel goed door Charles, zongen wij te zamen. Die begrafenis was heel mooi en
plechtig maar stemde tevens tot bescheidenheid. Want hoe gering was de nationale
belangstelling. Hoe was Vader reeds door Nederland vergeten. Hoe geheel anders
zou de begrafenis geweest zijn zo hij gestorven ware 20 jaar geleden. Moeder was thuis gebleven. Ze had bij de deur gestaan toen de
kist naar buiten werd gedragen en had gezegd: "So that is done".
11 mei, de dag na de begrafenis, begroette ik 's morgens captain
Rowley en M. Rubie, die uit Engeland waren overgekomen voor proeven met de
Insulinde. We gingen naar Delfzijl, ook met Eden, Goedkoop en Vossnack, en zagen
daar in de namiddag de boot omtrekken en zich weer richten, of liever ik zag het
niet want ik zat er zelf in met 11 man, mezelf meegerekend. De volgende dag, 12
mei, was het ruw weer, wind NW 7-8 en gingen we om 11.30 met de Insulinde uit,
geëscorteerd door de "Hilda". Het plan was het Amelandse gat binnen te gaan maar
dit lukte niet. We gingen weer terug en door de hoge branding van het Rif het
Paalgat binnen en zo naar Oostmahorn. Dat was een mooi en interessant gezicht. Na terugkomst heb ik mij door
dr. Tanja laten keuren op
bloeddruk en eiwit. Resultaat zeer gunstig. Bloeddruk aan de lage kant, ± 127
en eiwit zeer gering. Kreeg
verlof tot het doen van bergtochten.
Dinsdag 17 mei kwam de Koningin in het Zeemanshuis waar Engelien
haar bloemen aanbood. Het is mooi in de stad met al die vlaggen. Er zijn er vele
en de oude Prinsenvlag wordt veel gezien. En dan het voorjaar. Er is een
vrolijke stemming in de stad. Men ziet weer eens wat.
Engelientje stak eerst de hand uit en reikte daarna haar bloemen
over. Ze "straalde" zoals ze dat kan. Ook Bauduin merkte op hoe ze "straalde" en
maakte grapjes met haar.
Een Hollandse bootsman en een Westindische neger spraken de
Koningin toe en vooral de neger was aardig. Vrijmoedig. "Ons hart gloeit voor
Uwe Majesteit. Moge de Heere Jezus, die in de hemelen woont, Uwe Majesteit
behoeden enz. enz. " En toen een:"Hoezee". Heel hartelijk.
We hebben 19 mei algemene vergadering Bouwmaatschappij gehad en
er was een zestal aandeelhouders, een ongekende gebeurtenis. Ontevreden
aandeelhouders, allen met wensen, hetzij terugbetalen van een deel van het
kapitaal of liquidatie of aanstelling van een deskundige in de gedaante van een
makelaar Cohen, en dan onze hoogst onelegante weinig beschaafde pummelige
secretaris-administrateur Cohen en dat is nu het werk dat voor mij als president
is weggelegd. Ik troost mij met hetgeen Barrie zegt in Courage, dat werk, dat
men aangenaam vindt, geen werk is maar een pretje. We hebben allerlei
moeilijkheden.
8 juni. Vandaag is het stoffelijk overschot van generaal Van
Heutsz te Amsterdam aangekomen en geplaatst in het Paleis op de Dam. Ik zag de
aankomst en bewonderde het physiek en de houding van de militaire politie die
voor en achter de lijkkoets het escorte vormden.
Zaterdag 9 juli 5.17 naar Leeuwarden via Stavoren. 3e kl.
gereisd. Het landschap in Friesland wonder mooi. Het silhouet van Workum,
donker, scherp omlijnd tegen de hemel, rood en geel gekleurd door de ondergaande
zon, vaarten, kanalen met schepen, het groene landschap., mooi verlicht, iets
heel teers, het grazende vee, rennende paarden. In de trein een dame die er knap
uitziet, bruine ogen, donker, met een viool. Ik hoor van Nella [Hissink-Boissevain]
dat zij Menalda heet en dat ze vioolles heeft, een of twee maal 's weeks te
Amsterdam van Zimmerman, en dat ze op concerten speelt.
's Avonds met Theo Hissink gesproken over de Bouwmaatschappij,
hij vindt dat wij Cohen hadden moeten ontslaan, of moeten ontslaan, hetgeen ik
met hem eens ben.
(Broers en zusters van mijn vader, met de vrouw en oudste zoon
van Theo de Booy. Theo had blijkens een aantekening van 13 februari een beroerte
gehad.)
Verder vermoedt hij dat de reden waarom niet over pandbrieven
wordt gesproken in verband met ons bedrijf is, dat wij dan in concurrentie
zouden komen met het bedrijf van Baanders, terwijl deze daarentegen ons
hypotheek kan geven met het geld dat hij voor zijn pandbrieven krijgt, zodoende
het mes aan twee kanten doende snijden.
Maandag 11 juli. Gaast. De vrouw van het nieuwe commissielid
Krom is een jeugdige schoonheid. Haar man is niet thuis. Ze komt van St.
Nicolaasga zegt ze en is pas getrouwd. Ze ziet er lief uit. De vrouw van schipper Van Kalsbeek is geen schoonheid maar heeft
een sterk goed gezicht en een heldere flinke stem. Ze heeft een rustige houding
en goede manieren en vertelt hoe blij ze is dat haar man en zoon nu samen op een
bak van de Zuiderzeewerken zijn geplaatst. Dat geeft
f
25.- in de week en nog
f
5.- daarbij als ze Zondags werken. Want 't is niks plezierig om 's winters een
paar maanden niets te verdienen. Ze bedankte voor het mooie getuigschrift dat ik
voor haar man had gemaakt. Door de rustige straat van Gasst, die heel schilderachtig en
kronkelend is, brengt het dochtertje mij naar de vrouw van het commissielid Van
Kalsbeek. Deze is ook mooi en heeft een kindje dat op de grond zit terwijl ze
werkt. Haar man is niet thuis. Hij is bakker, uit met brood denk ik. En meneer
Bielsma, die is ook uit, met de brieven. Hij is direkteur van het postkantoor
maar moet ook de post halen van Makkum en de brieven bezorgen.
24 augustus. 's avonds communistische vergadering Concertgebouw.
Sacco en Vanzetti, die in de nacht van 22 op 23 zijn terechtgesteld. Ik geloof
dat ze schuldig waren, maar ze hebben 7 jaar in de gevangenis gezeten na hun
veroordeling. Het Concertgebouw vol. Buiten vol colporteurs met de Tribune, en
andere communistische blaadjes. Achter de schermen de politie gereed. Mannen met
borden: Bloed, Wraak, Moord enz. In het Concertgebouw een aandachtige menigte. De inleider hekelt
de SDAP en verzoekt allen enige tijd op te staan, ter ere van Sacco en Vanzetti.
Allen staan op. Ik stond gelukkig al voordat hij het zeide. Professor Mannoury houdt een lange rede. Hij is een idealist,
ziet in het Communisme het heil der mensheid, hetgeen waarschijnlijk een
standpunt is dat de meeste zogenaamde communisten niet begrijpen. Hij spreekt
lang, geleerd en vervelend. Heeft een intelligent uiterlijk. Ik blijf lang in het portiershokje met enige rechercheurs en
Pierik, die vindt dat ik "sprekend de Paus" ben en een van de rechercheurs vindt
dat ik spreken op professor Mannoury lijk.
Zaterdag 24 september ging ik met Hilda naar Bilthoven op
bericht dat het met Mik niet goed ging. Wij vinden Mik in bed, ze ziet er erg ziek uit en is niet in
staat tot een gesprek. Ze zegt even dat ze het aardig vindt dat wij er zijn. Ze
is wel heel erg zwak geworden. Wij gaan 's avonds terug.
Maandag 26 september. 't Blijft ongunstig weer.
Naar Mik. Mik heeft nu een longontsteking, er wordt voortdurend
door gestoomd. Ze ziet er m.i. meer gewoon uit, is echter vermoedelijk
bewusteloos. Dr. Zwaardemaker geeft geen hoop,, zegt zelfs dat hij niet eens
hoopt dat zij beter wordt omdat hij dan de toekomst donker zou inzien. Zij heeft
paralysis agitans en nu nog in een beginstadium, doch deze zou zich verergeren
en dit gaat gepaard met verlies van geheugen.
Woensdag 28 september vinden wij de toestand nog onveranderd.
Het is wachten en Mik krijgt kamferinjecties opdat Chrik haar nog levend vinde.
Wij hadden dinsdagavond een bezoek van zuster Van Popta die 6 jaar geleden korte
tijd op Talitha heeft gewerkt . Ze zegt dat van Mik zulk een sterke invloed ten
goede uitging. Hoe ze zich nooit op de voorgrond plaatste maar zij toch steeds
als Hoofd werd erkend, hoe de juffrouwen hun bezwaren bij haar inbrachten en zij
na ze te hebben uitgesproken, voelden hoe kinderachtig ze eigenlijk waren; hoe
zij iedereen begreep en het goede wist te waarderen, ook bij personen die te
kort schoten in hun werk. Zuster Van Popta ging 's avonds Chrik van de mailtrein van
Vlissingen te Utrecht afhalen en hij kwam verder per auto naar Bilthoven. Wij
waren lange tijd te zamen bij Mik, maar er kwam geen verandering en zo gingen
wij, zo goed als het ging, slapen.
Donderdag 29 september. 's Avonds te 5.30 is onze lieve Mik
overleden, d.w.z. toen is de ademhaling opgehouden. Wij stonden bij haar bed -
Chrik, Jo, Theo, Hilda en ik en de zuster. Mik is gestorven. Zo gaat het leven zijn gang. Zij heeft mij
lezen geleerd. Ze heeft onze Moeder bijgestaan in alles en daarna Papa toen hij
gebrekkig werd en ze is geëindigd met 21 jaren te geven aan de kinderen van
Talitha Kumi. In 1923 is ze vandaar vertrokken, heeft nog een reis naar Amerika
gemaakt vanwaar ze opgewekt terug kwam, maar daarna is ze langzamerhand en
eindelijk sneller ouder geworden en vertoonden zich de verschijnselen van
paralysis agitans, zodat wij dankbaar moeten zijn dat het lijden niet langer is
geweest dan die laatste jaren van achteruitgang voor haar werkzame geest moeten
geweest zijn. Mik had voor mij geen fouten.
11 october. Om ½ 11 Buitengewone algemene vergadering van
aandeelhouders der Ned. Bouwmaatschappij, door mij gepresideerd in het gebouw
Industria. Rechts van mij de heer van Haersolte en de notaris, links de boef
Cohen, die mij op een gegeven ogenblik in de rede viel met de woorden:"dat is
onjuist, 't is een aperte leugen!" Ik ben geen geboren leider van vergaderingen.
Ik ben ook niet in de Handel geweest.
12 october. Vergadering Reddingmaatschappij, waarop wordt
besloten dat ik naar Turkije zal gaan voor 14 dagen. De dagen tussen 11 en 26 october waren vervuld van Ned.
Bouwmaatschappij, besprekingen met Emile den Tex en Blok van Laer, met Van
Haersolte enz. hoe de zaak zal aflopen valt niet te zeggen.
24 october. Toenemende spanning in Ned. Bouwmaatschappij
kringen. De boef Cohen heeft koorts. Van Sonsbeeck voorspelt het gebeuren van
vreselijke dingen. Er is geen kwestie van meerderheid. Wij zullen zien.
26 october. De vergadering Bouwmij goed afgelopen. Cohen hield
zijn mond, hij was wel aandeelhouder geworden met 1 aandeel, had dus blijkbaar
plan gehad te spreken, maar de overweldigende meerderheid, waarvoor Den Tex en
Blok van Laer hadden gezorgd, gaf hem geen gelegenheid.
Ik ben 14 november '27 te Stamboel aangekomen. Zal daarover
alleen losse aantekeningen plaatsen. [Een uitvoerig verslag van zijn reis naar
Turkije, waar hij het adviezen uitbracht ten behoeve van het Turkse
reddingwezen, bevindt zich in het familiearchief].
1 9 2 8
29 januari. Namiddag Concertgebouw, Ivogün, een wonderlijk
begaafde zangeres. 's Avonds diner ter ere Bruno Walter en E.[?] in het
Amstelhotel. De ijdele Röell en zijn bekomzame wederhelft. 20 personen. B.
Walter vertelt van Ivogün, hoe die melancholiek van aard is, maar heel geestig
en komiek. Eigenaardig dat dit veel samen gaat. Hoe zij zonder een taal te
kennen, enkel door haar muzikaal geheugen, een rede kan houden in het Hollands
en in de andere talen die ze hoort spreken, die
op de toehoorders de indruk maken
in het Hollands te zijn gehouden, of in de andere taal, zonder dat men verstaat
wat ze zegt. Inderdaad zijn het ook geen woorden, enkel klanken die zij uit. Met
een enkel woord als Stadsschouwburg bv. er tussen. Ze moet een heel bijzonder
mens zijn.
28 februari l928. We hebben de stranding Shonge gehad op 17
februari die aanleiding gaf tot een paar dagen van spanning.
29 februari werd de lieve Polly (Mary Barker) te Leeuwarden
begraven. Ze was bij Nella ziek geworden. Ds. was voor de begrafenis bij Theo en
Nella gekomen en hield daar een dienst, de Engelse dienst, las ook op het mooie
kleine kerkhof van Huizum de Engelse gebeden.
(Hierop volgen slechts korte aantekeningen tot 4 juli, met de
mededeling dat het daaropvolgende dagboek, lopende tot september l929, is
zoekgeraakt, vermoedelijk op een van de stoomschepen van de
Holland-Frieslandlijn.).
1 9 2 9
4 october l929. Vanmorgen 9.17 naar Egmond aan zee. Bespreking
met burgemeester Eyma op het raadhuis over behoeftige redders en later met hem
naar het boothuis en de grond bezichtigd waarop nieuw boothuis zou kunnen komen,
vervolgens naar zijn huis waar ik koffie drink. Zielig te zien die oude zeelui
in de Prins Hendrikstichting, mensen die de gehele wereld omzworven hebben en nu
wachten op de dood in een gesticht. Per auto naar Alkmaar en naar de "Hilda" die
er prachtig uitziet maar voorover ligt. Ik laat de achtertank vollopen en nu
ligt de boot er prachtig bij. De bescherming van den schipper is heel mooi en
ook het verbouwde en verlengde onderschip. Verder door per auto naar Callantsoog
dat zo schilderachtig ligt. Het kleine kerkje met het eigenaardige torentje.
Bespreking met burgemeester Breebaard, het schoolhoofd Smit, Govers, de
88jarige, en bootsman Hollander weer over behoeftige oudredders en enige
onderstanden vastgesteld. Vertrokken ± 6 uur en oudschipper Hovy geeft mij een
haas en Govers bloemen.
5 october. Alfred is gisteren gekomen en we zullen de haas
opeten. De oude 88 jarige Govers, die bij de vergadering zit te dromen
terwijl de anderen opsnijden over de heldendaden der Callantsogers. Dan op eens
komt de zwakke stem van Govers:"zie je als 't ruw weer was dan dorsten ze niet
in de boot", geheel in tegenstelling met hetgeen door de anderen was gezegd.
16 october naar Callantsoog. Burgemeester en hoofd school per
auto afgehaald en naar W. Govers. Hij is 88 jaar oud en 40 jaar commissielid. Ik
overhandig hem met een mooie toespraak de wandelstok met gouden knop met het
opschrift "aan Willem Govers, lid van de commissie van plaatselijk bestuur te
Callantsoog van 16/10/1889-16/10/1929, en hij antwoordt:"Dank je wel voor je
drukte".Ofschoon ik burgemeester heb gevraagd er voor te zorgen dat zijn
kinderen bij de overhandiging tegenwoordig zijn, is daar volstrekt niet voor
gezorgd. 't Zijn mensen zonder verbeelding.
18 october. Naar Den Haag, eerst naar 't Hoenstraat 5. Henk de
Mol van Otterloo, de oudste zoon van oom Just, die een broer was van Mama,
overleden. Hij was 70, en plotseling overleden terwijl hij in zijn stoel zat.
Sophie (zuster van Toon Röell) gesproken en Betsy de Mol en kinderen, allen
sympathiek en Henk gezien, heel knap en jong voor een man van 70. Hij had al
zijn haar nog. Het treft mij dat hij, dien wij enigszins als een weinig
betekenend iemand beschouwden, alles was in de huiselijke kring van vrouw en
kinderen en ook daarbuiten vele goede vrienden had. Toon Röell zei dat hij alles
was thuis, dat hij zich niet kon voorstellen hoe
Sophie het zonder hem zou
doen. Laat ons toch vriendelijke gedachten hebben. 's Avonds naar Chrik, die in het Diaconessenhuis te Utrecht is.
Hij moet diep beklaagd worden. Hij beschouwt zichzelf, noemt zichzelf, een
zenuwlijder, iemand die geen wilskracht meer heeft, kan niet slapen, niet lezen,
wijt de toestand aan zijn verlatenheid, May gestorven, Theo (zijn tweede zoon)
gestorven, Chré in het klooster, Jim in Venezuela. Jo is allerliefst voor hem,
zegt hij.
20 october. Diner in het Amstel Hotel met Ernest Bloch,
componist, z'n vrouw, 2 dochters, Rachmaninov en vrouw, Mengelberg, Tilly, Oyens,
Vom Rath, Rudi enz. enz. enz. 31 personen. Hilda was er natuurlijk ook. Ik maak
speech klaar maar Mengelberg begint al gauw te spreken en zo komt er niets van.
't Was een tamelijke avond. Waarom Mengelberg de muziek van Bloch uitvoert is
een raadsel.
24 october. De "Kortenaer" komt te Amsterdam voor de lichtweek.
We hebben namelijk een lichtweek ter ere van Edison, diens ontdekking van de
electrische lamp. De voornaamste buurten van Amsterdam zijn rijk verlicht en de
menigte bekijkt de verlichting. 't Geheel is kinderachtig.
3 november. De firma Tjeenk kan niet betalen als gevolg van de
scherpe koersdaling van speculatieve fondsen. Bevervoorde. Surseance van
betaling. De Bouwmaatschappij heeft daar 10.000 op prolongatie. Onderpand
U.S.Leather, maar we komen er goed uit. Exploit uitgebracht en verkopen het
onderpand zonder verlies.
13 november. Vergadering Reddingmaatschappij onder Gallé wegens
afwezigheid van Tegelberg in Indië. Ik lees Toms brief voor waarmede hij bericht
de betrekking van adjunct-secretaris te aanvaarden.
(Mijn vader had hem geschreven: "Ik wil je niet beïnvloeden,
maar als ik denk aan de Reddingmaatschappij dan zie ik je met Mees Toxopeus
lopen over de wijde vlakte van Engelsmansplaat om het vluchthuisje te
inspecteren. Gekrijs van meeuwen boven je en de witte branding op de gronden
van het Friese gat om de noord..."Tom aanvaardde zijn betrekking in mei 1930 en in oktober 1933
trad mijn vader af als secretaris om alleen penningmeester te blijven. Tom
volgde hem op als secretaris welke titel in 1947 werd gewijzigd in die van
directeur).
18 november. Maandag - mooi weer. Proef gevaren met de "Eierland"'
goed. Snelheid ± 6,3 zeemijlen. In de namiddag zegt Van de Poll mij plotseling de dienst op
wegens mij onbekende redenen. Hij heeft niet veel ontwikkeling maar we kunnen
hem nu heel moeilijk missen. Misschien waait het over.
27 november. Brief over Olga uit Ierland maakt vertrek van Hilda
derwaarts noodzakelijk. Dit kost mij een hele hoop geld. 1e de reis van Hilda is
f
125.- en dan van Hilda haar eten en verblijf
f
600.-, totaal
f
725.-.
30 november at ik met Engelien bij Tine den Tex en haar dochter
Hester, heel gezellig. We speelden na tafel een ouderwets gezelschapsspel "Lotto
Dauphin", een spel van onze ouders toen ze kinderen waren, een bord met nummers
en gaten waarin allerlei figuren van ivoor worden gestoken. Daarbij horen ronde
ivoren schijfjes die over de figuren kunnen worden gelegd en een bak met mooie
houten schijfjes met nummertjes.
2 december. Vanavond een aardige vergadering van
Concertgebouwbestuur met Wibaut en bewonderd de wijze waarop Röell dergelijke
vergaderingen leidt.
7 december. Vandaag zijn wij 8 uur naar Delfzijl gegaan.
Voorzitter van de Effectenhandel de heer Stroeve J.Ezn, en diverse leden, verder
Eden (de zeeschilder) en van ons bestuur Gallé, Lucassen en ik, te zamen elf.
Met een gezelschapsbiljet. Van Groningen per autobus naar Delfzijl. Op de werf
J. Niestern. Toespraak van Gallé in een loods tegenover de rood gemeniede nieuwe
boot die er prachtig uitziet, maar ik denk dat prof. Vossnack het zal snappen
dat de verschansing achter de stuurstand van den schipper hoger is opgetrokken
dan hij had toegestaan. Die buitenkiel is wel kolossaal. Na Gallé die zeer goed
sprak, sprak Stroeve die zeide dat op hem de taak rustte de boot een naam te
geven, dat hij iemand gekend had die heel veel van de zee gehouden had en die
zeer hulpvaardig was geweest in haar leven en dat hij daarom de boot naar haar
noemde Neeltje Jacoba. De wijze waarop hij het zeide maakte het ons tot een
genoegen de boot Neeltje Jacoba te noemen. Vervolgens begonnen de werkzaamheden van het wegslaan van
blokken en wiggen. Toen kapte Stroeve het laatste touw door en gleed de boot
mooi dwars te water. Het was een prachtig gezicht. 's Avonds 8.12 terug. Later belt Eden op en vertelt dat het grote 12.000 ton dok voor
de Rotterdamse droogdokmaatschappij, dat door de Witte Zee en de Humber werd
gesleept, bij Borkum in twee stukken is gebroken en dat het is gezonken, dat er
2 van de 8 mannen verdronken zijn, dat het lichtschip-Haaks is losgeslagen en de
sleepboot Zeeland er heen is gegaan, dat daarvan de brug is ingeslagen.
8 december. Zondag.
Het stormt uit het Zuidwesten. Ik ga naar kantoor waar ik werk
tot 5 uur, heb Koster te IJmuiden doen weten dat men mij op het kantoor kan
opbellen.
9 december.
Het stormt uit het ZW, verwachting Zuidwest storm. Doeksen
opgebeld 20.30, zegt dat het Engelse stoomschip enigszins verdreven is, zit nu
bij paal 11. Volharding heeft verbinding. Ook Texel is er bij. Oceaan heeft een schip naar de Eems gebracht, zal vermoedelijk
gaan naar een schip dat met machineschade ten anker ligt 20 zeemijlen W.t.N. van
toren. 21 uur. IJmuiden opgebeld, zegt dat Insulinde vanmorgen uit is
geweest en buiten onder Egmond een logger heeft aangetroffen met noodvlag, heeft
sleepboot gewaarschuwd en is later met die sleepboot weer naar buiten gegaan
omdat ze niet zeker wisten of sleepboot wel buiten kon komen. Men heeft te
IJmuiden een uiterst gunstige indruk van de Insulinde. 21.45. Helder opgebeld,
niets bijzonders. Wind te Helder WZW 8 à 9, heldere lucht. Had wel een
noodbericht gehad van dat schip de Hansa die voor anker ligt. 22 uur. Opgebeld door schoonzoon van schipper Van Urk met de
vraag of de Brandaris uit is. Neen. Dank u bij voorbaat, zegt schoonzoon.
10 december. Vanmorgen veel kalmer. wind West . Het gestrande
Engelse schip zit te Terschelling op het strand. Ik bedenk plotseling 10 min. voor 10 dat ik 10 uur op het
kantoor van notaris Schaffelaar Klots te Bussum moet zijn. Vlug taxi besteld en
er heen per taxi. Ofschoon Merwedekanaalbrug open en ook Hakkelaarsbrug, voor
half elf op het kantoor van die notaris, waar ik ruim f
7200.- ontvang voor de
resterende 3000 vierk. meter van de Sparren.
In de namiddag, toen de dames wegwaren, de zaak in orde gemaakt
met Van de Poll, die heel aardig is, maar zich vergist. Hij is half januari 20
jaren op het kantoor der NZHRM.
21 december.
Telefoon van Rottum dat Villa Engelina op de rand staat, op het
punt in zee te vallen. Bijleveld is alleen op Rottum met de huishoudster. Wat
zal dat geven. De "Insulinde" ligt klaar om onmiddellijk uit te gaan. De
motoren een tijdje laten lopen zodat ze warm zijn. De boot ligt bij de Sluis.
22 december. Zondag. Zag gisteren bij de tewaterlating van de "Marnix"
hoe de sloepen van de "Pollux", alle drie in onooglijke staat, werden
voortbewogen - roeien kon men dit niet noemen - over het Y, ter opluistering van
het bezoek van Prinses Juliana! Bah!.
Kerstmis. Moeder logeert bij ons, oud 85 jaar, voelt zich heel tevreden.
Het geheugen is soms helemaal weg. Ze heeft een bewonderenswaardige
levenskracht.
We gingen 's morgens naar de Engelse kerk. Moeder, Hilda, Jo en
ik. Reverend Lucas. We hadden een prachtige kalkoen voor het diner die door Hilda
gebraden was, uitstekend. Ik sneed hem in de keuken. We hadden champagne. Het
was heel genoeglijk. Engel had al de naamkaartjes en het menu gemaakt. Olga had een aardig zwart japonnetje aan, voorzover men de
japonnetjes van tegenwoordig onder de kledingstukken kan rekenen, want 't is
zowat niets. Een beetje onrust werd veroorzaakt doordat de "Hilda" in de
nacht van 24 op 25 december was uitgegaan naar een stoomschip, gestrand op
Simonszand, doch dit niet had kunnen vinden en dat de Hilda daarop weer was
uitgegaan om 12 uur en nu nog uit was. Het had gewaaid uit het NO en waaide nu
nog hard uit het ZW. 's Avonds was de barometer rijzende.
Ik ben dankbaar dat ik de "Hilda" heb doen verbeteren. Na tafel werd de kerstboom ontstoken, een mooie, maar wat
scheefstaand dit jaar en kwamen op verzoek van Moeder ook de meiden binnen en
zongen wij allen Heilige Nacht enz.
26 december. Toms verjaardag, wordt 31. Mooi weer, winterweer. Frisse koelte.
Hoor van Oostmahorn dat "Hilda" gisterenavond 11 uur is
teruggekomen en dat het gestrande schip is losgesleept. De bemanning is aan
boord gebleven. "Hilda" heeft op de lange tochten heel goed voldaan. Ik geef de
bemanning
f
25.- per kop, den schipper
f 37.50. De zaak kost dus
f
137.50 en de
brandstof. Vernam van Schiermonnikoog dat de tractor niet goed liep, liep
warm etc. Zou hij niet goed hebben afgetapt voor de vorst? Ik vrees het.
1 9 3 0
Zondag 12 januari. Het was de laatste dag van Alfred, thuis. 's
Avonds aan tafel oesters en champagne, soep, ham en lof met eieren. Rijst met
room.
13 januari. Ging ik met Hilda en Engelien naar Nieuwediep,
kwamen daar 6.30 en aten met Alfred in het Hotel en logeerden er.
14 januari vertrok de "Kortenaer" even voor de middag. Op het
Hoofd spraken wij admiraal Quant die zich in gunstige zin uitliet over de
officieren van de Kortenaer en zeide:"'t Is een prachtwerk, ik wou dat ik
meeging".
8 februari. 's Avonds naar de "Storm", van Shakespeare, van de
troep van Verkade. De 1ste scène van de schipbreuk mooi, vervolgens was alles
middelmatig, vooral Verkade als Prospero, die zijn rol niet kende en slecht
speelde. We gingen met Engelientje. Dit was eigenlijk haar 1ste komedie.
Zaterdag 29 maart ging ik naar Wijk aan zee om de laatste eer te
bewijzen aan Van der Zant, secretaris en lid van de pl. commissie der
Reddingmaatschappij, die gestorven was aan een korte ziekte. De man had altijd
een zwakke borst gehad, leed dikwijls aan bronchitis. Ik ging naar Haarlem per
trein en vandaar per auto naar het sterfhuis. Daar lag in de achterkamer in de
open kist - het viel mij op hoe dun het hout van die kist was - het overschot
van wat was Van der Zant, de schoolmeester, die mij zo menig maal verveeld had
met zijn langdradige brieven, maar die uiterst zuinig was in het beheer van de
zaken der Reddingmaatschappij. Als leidende kracht bij stranding of ongeval van
geen of weinig nut. Ook de schoolkinderen kwamen naar Meester kijken."Niet dringen
jongens", zei de jonge geestelijke, een zoon. Anderen kwamen en gingen. In de voorkamer de weduwe, kalm, berustend, met haar lieve
ernstige gezicht. Al die Van der Zants zijn donker. Ze komen uit Brabant. Er zijn
10 kinderen, waarvan 3 dochters in het klooster zijn. Een van die drie is
stervende in het klooster. De anderen mochten Vader even komen kijken voor hij
stierf, toen dadelijk terug. Een zoon is missionaris of wordt dit. Hij, evenals
de dochters, is bestemd voor Brazilië en gaat deze dagen naar Spanje om de taal
te leren. Twee andere zoons zijn in Indië, beiden bij het Onderwijs. Ik zie nog een jongen en een dochter. Ze hebben allen flinke,
ouderwetse gezichten, gezichten die zouden passen in een schilderij van Frans
Hals. Van den vader had men een Spaans admiraal kunnen maken. De grote kalmte en berusting en de goede manieren vallen mij op.
Geen zweem van aanstelling, overdreven emotie. Men kreeg de indruk dat zij dachten: Nu is hij de rust ingegaan;
hij is goed bezorgd. Ik hoop dat men ook bij mijn overschot niet zal ongelukkig
zijn maar dankbaar voor wat ik heb kunnen zijn, ook al was het niet zo veel.
Er was even twijfel of men wel door de deur kon met de kist. Ja,
het kon. Naar de kerk, waar de priester zijn zegen uitsprak en de kist
besprenkelt met wijwater. Ik zat naast Roland, de voorzitter van de commissie, en
luisterde naar het gezang van het zangkoor (mannen) waarvan Van der Zant de
directeur was. Ze zongen goed. Ze wisselden hun zangen af met die van den
priester. Een zeker aantal personen (familieleden?) kregen ouwels van de
priester en kwamen terug naar hun plaats, de handen gevouwen, strak de
gezichten. Weer gezang. Gerinkel van belletje. Blijkbaar verricht de priester
een heilige handeling. Het duurde lang. Toen de dienst was afgelopen vroeg ik Roland: Wat vindt u er
van?"'t Is of ze besjokke zijn" zei deze. "Dat zijn nou ontwikkelde,
geleerde mensen. Ze zijn bepaald besjokke. 't Is toch onbegrijpelijk dat mensen,
die toch logisch denken kunnen, zo iets kunnen doen". Als ik zeg dat je er met logisch denken ook niet komt, beaamde
hij dit. We gaan nu naar het kerkhof waar onder gezang de kist wordt
neergelaten in het graf. En als de leden van het zangkoor, al gebeden zeggende
het kerkhof verlaten, schaart zich weer een andere groep personen om het graf en
zingt.
We gaan nu weer naar het sterfhuis en praten nog wat met de
weduwe en kinderen over den overledene, die een week geleden nog voor de klasse
stond. Gedurende zijn leven heb ik nooit veel bijzonders in hem gezien
dan zijn uiterlijk, nu is hij door die plechtige dienst op een hoger plan
gekomen. Hoe weinig kennen wij elkander toch gedurende het leven.
20 april [in Zürich]. Hoe staat het nu met mijn familie? Niet
goed.
Chrik, oud 77 (weldra), in de zenuwinrichting van Wiardi
Beckman te Nijmegen, is lijdende aan melancolie, heeft geen wil.
Theo, oud 70, heeft door de vele zorgen een inzinking (een
stille beroerte?) gehad, moet volmaakte rust hebben. Dit is enigszins
angstwekkend, ook met het oog op de financiën en de mogelijkheid dat hij
ontslagen wordt als Directeur van de Bataafsche Brandweermij.Just in Amerika, maakte het goed.
Jo, oud 65 of 66, maakt het goed, maar heeft een
minderwaardigheidscomplex.
22 april. We (Hilda) Jo der Kinderen, ik, Engelina) zijn
gisteren naar Zürich gegaan om de schilderijen van Hodler te zien en ik ben
teruggekomen onder de indruk van de grote kracht die er in wordt uitgedrukt. Ook
zijn zelfportret vind ik mooi. Zijn wijze van schilderen en die van Jan Sluyters
hebben gemeenschap. 's Avonds spreken we over Newman en worden we weer getroffen
door Engelien, 12 jaar, die blijkt volkomen te begrijpen het onbegrijpelijke van
het wezen der dingen,; hoe de dingen slechts bestaan omdat wij ze zien, hoe wij
niet weten of wij hetzelfde zien enz. Engelien heeft nog niet zo lang geleden de
vraag gesteld: wat erger was: nog lust te hebben als de flensjes op waren, of
niet meer te kunnen als er nog flensjes zijn. Ze geloofde dat het laatste erger
is.
(Ik herinner mij dat ik in Amsterdam lopende soms snel mijn hoofd omkeerde om
te zien of ik dan niets zag, ervan uitgaande dat dingen alleen bestonden als je
ze zag. Ik weet niet of dat iets met dit gesprek te maken had, of dat ik die
gedachte al eerder had).
Vrijdagavond 8 mei met consul Von Bülow en Herr Wippersfeld per
auto naar Groningen. Zaterdagmorgen te 6 uur op, naar Dokkum. Inspecteerden
militaire graven te Warffum en Kloosterburen en waren verrukt over Groningen.
Nergens zal men zulk een weelderig rijk land zien met vorstelijke boerderijen -
terpen - de oude dijken. Te Dokkum auto gerepareerd en door naar Oostmahorn waar wij
12.30 aankwamen. Daar de geschenken uitgereikt aan Mees Toxopeus en anderen.
Onze mannen zagen er keurig uit. Consul Von Bülow en Wipperfeld door met de "Hilda" naar
Schiermonnikoog en Ameland. 's Zijn goede geschikte mensen. Hoe verschillend is
hun optreden van dit van Duitsers vóór de oorlog.
(Waarschijnlijk was het bij die gelegenheid dat Von Bülow bij
ons kwam eten met wat anderen en hij de eregast was en er netjes aan tafel
gediend moest worden. Mijn moeder vroeg mij om dat te doen omdat ons
dienstmeisje dat nog nooit gedaan had. Ik vond het wel leuk om dat te
proberen, kreeg een zwart jurkje aan en een wit schortje en stak mijn haar op
en zou ook open doen en de jassen aannamen. Von B. kwam het laatste en gaf
zijn jas met afgewend hoofd zonder iets te zeggen, alsof ik een meubelstuk
was. Deze ervaring heb ik nooit vergeten en heeft mijn houding tegenover
buschauffeurs en garderobedames gunstig beïnvloed naar ik hoop).
Tom en Ot weergezien na 4½ jaar.[...]
Tom al spoedig te werk gezet aan de "Brandaris" vervolgens aan
de "Neeltje Jacoba" en aan de "Zeemanshoop". Dit had vele reizen tengevolge. Ook
ging hij naar Helder voor de inspectie van de "Dorus Rijkers" en bezocht
Adrianus IJsbrand Kuiper, die 55 jaar getrouwd is.
10 juli. 's Morgens Harwich en met een voortrein naar London,
aankomst Liverpoolstr. te 8 uur ongeveer, per taxi naar Charing Cross station en
over het nog stille Trafalgar square gewandeld naar 22 Charing Cross road waar
ik een penny deed in de bus van de Reddingmaatschappij. 9.15 naar Dover, en bij aankomst ontmoet Sir Godfrey Baring,
Shee, Rowley, Barnett. Het platform. Ik zit vlak schuin achter de Prins. De Mayor. Welkomstspeech, speech van Baring, van verschillende
anderen ter verwelkoming van den Prins, Rowley, de aartsbisschop van Canterbury,
de Prins. Deze zegt o.a. dat hij welkom heet "Mr. de Booy, an old friend of the
Institution". Het is een mooie dag. De hoge klip van Dover met het kasteel
beheerst het geheel. Er zijn twee Hollandse mijnenleggers en de commandanten
maken kennis met mij. Alles is goed geregeld. Padvinders, elegante dames van de
propagandacommissie, oudstrijders. Maar hoe zenuwachtig is de Prins.Als hij zijn rede heeft voorgelezen biedt Baring hem een
zilveren schaar aan waarop hij dezen een penny overhandigt (tegen het afsnijden
van vriendschapsbanden) en wordt de boot te water gelaten. Vervolgens naar het Lord Warden hotel, dat mij een 2de klasse
hotel lijkt, waar de Mayor ons een lunch aanbiedt. Hij heeft de zware gouden
keten aan, is eigenaar van een kleine zaak in groenten en poogt bloembollen te
kweken, zegt dat hij hiervan nog veel moet leren van Holland, dat intussen enige
Hollandse werklieden een goede les in "industriousness" hebben gegeven, door te
laten zien wat werken eigenlijk is.
11 juli. Ik heb gisteren gegeten bij Rowley in de United Service
Club hetgeen een tamelijk ongezellige gelegenheid is in Pall Mall, een
reusachtige club, waarvan officieren en vooral oud-officieren van alle takken
van de militaire dienst lid zijn. Aan de wanden hangen alle generaals, admiraals
en officieren die zich voor Engeland onderscheidden, ook grote schilderijen van
belangrijke wapenfeiten. De portretten zijn over het algemeen van het bekende
gladde, oninteressante type en de andere schilderijen zijn middelmatig. Ik heb genoten van mijn Engelse ontbijt: porridge, kippers,
bacon and tomatoes, toast en marmelade, tea, en ga wat kopen voor Hilda bij den
groten zilversmid Elkington in Regent str. [...]
Eindelijk naar 143 Kennington road, het huis met de mooie paarse
gordijnen, waar ik weldra zit met Victoria en Frances, die weer allerhartelijkst
zijn. (Victoria en Frances Drummond, die mijn vader eens op Texel
heeft leren kennen en met wie onze familie altijd bevriend is gebleven. Victoria
was "engineer" en voer lange tijd als machinist op diverse schepen. Frances
tekende en ontwierp o.a. gebloemd behangselpapier. Een derde zuster, Jean, deed
maatschappelijk werk. Ze waren ongetrouwd en woonden samen). Ik houd veel vooral van Victoria met haar open gezicht, maar 't
zijn, vooral Victoria, nog weinig ontwikkelde mensen. Echte Engelsen uit de
hogere klasse. Bijna niets geleerd. "We have been too soft for the Indians, now
they do not respect us any longer", maar Frances komt er even tegen op en zegt
dat men "education and evolution" niet kan tegenhouden. Ze wijzen mij de badkamer waar een hollandse vinding is
toegepast, de electrische waterverwarming "Inventum" die wij ook gebruiken. "We,
in England, have not got this, we are not clever enough to invent such a thing"
zegt Victoria. Ze heeft er zelf een aardgeleiding in gemaakt en die is nodig.
Zulk een aanleg wordt hier niet gecontroleerd als bij ons. Als we uitgaan ziet Victoria dat op enige afstand een meisje
wordt aangereden door een vrachtlorrie. Dadelijk is spanning en er heen en zich
geïnteresseerd en met allerlei mannen gepraat over het roepen van politie enz. Een zuster van Victoria en Frances bemoeit zich sterk met
fabrieksmeisjes en organiseert concerten met die meisjes "To fight the red". Naar de Academy en daar de veelal oninteressante middelmatige
schilderstukken gezien waarmede de Engelsen hun gebrekkige ontwikkeling tonen.
Vervelende gladde gezichten van mooie dames. Gladde paarden. Er was een
schilderij van Christus op Golgotha waarop de omstanders in Europese kleding
waren gestoken. De Romeinse soldaten waren in khaki. Hier was althans iets
merkbaar van een oorspronkelijke gedachte. Ik nam om ± 6 uur afscheid van Victoria en Frances, keek hen nog
even na.
7 augustus, op Rottum. De Voogd is weinig veranderd, wat
magerder geworden hetgeen goed voor hem is. Ik praat met hem over 1ste: de
opheffing van Rottum, waarop hij zegt dat het niet nodig is dat Rottum
wordt opgeheven, maar hij komt, doorpratende, toch tot de mening dat dit wel
aangewezen is, omdat men bij stormweder niet bij de reddingboot kan komen en dat
dit ergerlijk is voor de bemanning. Doorpratende komen wij tot de mening dat een
lijntoestel, zowel een vuurpijltoestel als een pistool, wel nuttig kan zijn om
een lijn te schieten over een tjalk die nabij het eiland komt vast te zitten, of
als een boot in het ijs vastraakt. 2de: over Kuiper en het plan wachtgeld, gekoppeld aan dienst bij
den Voogd. Kuiper is een uitstekend werkman, smeden, bankwerken,
galvaniseren, ook reparatie met hout, bootbouwen, maar als ondergeschikte is bij
moeilijk omdat hij zich gegriefd voelt als hem iets wordt opgedragen. Men moet
heel voorzichtig met hem omgaan. Als men zegt "Dat heb je tip top gedaan, Jan"
dan werkt hij zich in het zweet, maar die overgevoeligheid is moeilijk. De voogd
zegt:"Ik ben niet bang voor hem, maar ik heb respect voor zijn lastige
karakter".
Ik ga om ½ 5 weer terug met de boot van de Voogd met Thijs
Toxopeus, die niet uitgegroeid is, en een 2de man, onlangs nog bakkersknecht.
Samen verstaan ze niet veel van de motor van 20 PK, een Zweeds motortje, die van
tijd tot tijd stopt, ook wel omdat er geen benzine in de tank is of niet toe kan
vloeien. Om ½ 8 komen wij binnen bij Noordpolderzijl. 't Was mooi op het wad, de
lucht donker, op sommige plaatsen de wal helder groen, de uitgestrekte
droogliggende plaatsen bruinachtig paars. Daarop de meeuwen langzaam
voortwandelende. Van tijd tot tijd regende het, dan zat ik in de kap. Met de auto naar Groningen. Usquert erg veranderd in de 20 jaar
dat ik het ken. Er staat nu een gemeentehuis, gebouwd door Berlage, dat ik
lelijk vind. Erg spichtig. Wat zijn de huisjes te Usquert allemaal netjes. Het
dorp Rottum hoog op een terp, dan Middelstum met zijn rijke boerenplaatsen en de
opzichtige behuizingen van de familie Venema, één met een prachtig aangelegde
tuin met standbeelden.
Op het land zag ik bieten, mosterdzaad, tarwe, erwten onder
stro. Te Bedum een scheefstaande kerktoren, gesteund door nieuwe beren, op een
andere plaats de poort van Asinga state met nieuw aangebouwde huizinge. Te Bedum
ook de grootste zuivelfabriek, van Europa, zeggen ze. Waar de klei zwaarder
wordt, steenfabrieken. We zien op een plaats hoe de teelaarde van het lang wordt
afgehaald, vervolgens wordt de klei tot een zekere diepte afgenomen en naar de
steenfabriek vervoerd langs het Boterdiep, bij de steenfabriek door middel van
een rupsband, die onder de weg doorgaat naar de fabriek. Op verschillende
plaatsen verdwijnen of zijn verdwenen de oude molens.
9 augustus. Van de Poll zegt de dienst op met 1 october. Hij
zegt eerst dat hij graag een paar dagen verlof wil hebben en dan dat hij "ook
met het oog op de toestand van zijn vrouw" met 1 oct. weg wil. Van de Poll heeft meer dan 20 jaren onder mij en met mij
samengewerkt. In de laatste jaren is hij vol grieven tegen mij geraakt, grieven
die onbetekenend lijken voor ieder wien ze niet aangaan. Nu loopt het over de
rand, nu ik Tom heb gekregen als adjunct en hem de zaken overgeef en niet aan
Van de Poll, zoals vroeger als ik wegging.
15 september. Gisteren met Engelien naar de dienst in de
Hervormde Zendingskapel, Keizersgracht, Ds. Stam, die spreekt over Mattheus 6
vs. 25 t/m 34 en in het bijzonder "Zijt dan niet bezorgd tegen den morgen, want
de morgen zal voor het zijne zorgen, elke dag heeft genoeg aan zijn eigen kwaad.
Het was mooi naar het fijne aandachtige gezichtje van Engel te kijken. Toen wij
uit de kerk naar huis gingen kochten wij vruchten en in de vruchtenwinkel was
mevrouw Heldring-Cramerus, die een reis naar Finland had gemaakt, die vertelde
vol zorgen te zijn, waarop ik:"Dan had u in de Zendingskapel moeten zijn". Daar
was ze geweest, zei ze.
(Echtgenote van Alexander Heldring, directeur van het Algemeen
Handelsblad)
Woensdag 24 september, zeer zacht, zwoel, vochtig weer. Hoge
barometer. Met Dopper, Rudi Mengelberg en Collot d'Escury naar de
begrafenis van M. Noordewier, zoon van Aaltje, die zelfmoord pleegde.(Aaltje
Noordewier-Reddingius, 1868-1949, concertzangeres).
Hij was
lid van het Orkest. Te Hilversum heel veel belangstelling, zag daar Elisabeth
Diepenbrock o.a. Ik behoefde niet te spreken, had wel bedacht wat ik zou zeggen.
Het zou heel kort geweest zijn. Heen en terug per auto en na aankomst te
Amsterdam met Hilda naar de Marnix, het nieuwste schip van de SVM Nederland,
waar we het schip bekeken, dat heel mooi is, en thee kregen. Met Theo en Nan
naar huis. Ze bleven bij ons eten, ook Jo was aan 't eten. Theo ziet er oud uit. Broer scheidt uit met studeren.
(Nan, Broer. Dochter en zoon van Theo de Booy).
Jo heeft
de laatste tijd weer erg veel neiging te denken dat iedereen kwaad van haar
spreekt.
7 october. Eerst 's morgens naar de tandarts en om 12 uur naar
de Marnix van St. Aldegonde, het nieuwste motorschip van de "Nederland".
Tegelberg heeft mij geïnviteerd de eerste reis naar Southampton mede te maken. We zijn ongeveer 4 uur buiten in zee. Er staat niet veel zee,
waarschijnlijk omdat het hard geregend had. Te Ymuiden liggen een tiental
schepen die niet uitgaan wegens het weer, meest lichtgeladen schepen. Ik heb een mooie hut, met badkamer, op het bovenste dek.
8 october. 's Morgens ± 8 uur opgestaan. Het uitgebreide
ontbijt. Tegelberg vertelt van de manier waarop communistische propaganda
wordt tegengegaan onder de inlandse bedienden met hulp van het dactylographisch bureau. Aan boord is ook Mr. Rust van de ZHMRVS, die mij wel
bevalt. Wij komen te Southampton ± 10 uur en er komen vele Engelse heren
aan boord, allen uit de "shipping world" die later aan boord dejeuneren. Ik zit
naast Captain Kuy, een gewezen gezagvoerder, die Captain Rowley heeft gekend en
niet enthousiast over hem is. Hij zegt dat hij wel houdt van een "boss", maar
dat hij dan "brain power" moet hebben, hetgeen Rowley niet had. Hij weet ook van
Victoria Drummond en zegt dat ze bij de vloot van Alexander Holt is (is dit
waar?).Alle mensen met wie ik sprak zijn zeer vervuld van de ernst der
tijden op economisch gebied. Er is van alles te veel, wat gemaakt wordt wil
niemand hebben. Vele landen waarheen vroeger verkocht werd maken nu zelf wat ze
nodig hebben. Men zegt dat een dag minder werken per week de redding zou zijn,
doch dan zou die maatregel internationaal moeten zijn.
12 october, zondag. Naar de vergadering van de vereniging
Zilveren Kruis in het Coöperatief Restaurant Molenpad, waar ik een twintigtal
oud matrozen en mariniers vind van de Zilveren Kruis, met hunne vrouwen. Vele
liederen gezongen en enthousiaste vaderlandse voordracht van Uytenbach.
22 october Maak ik een tocht met de "Colombia", het nieuwste
schip van de Kon. Ned. Stbmij, met sportdek, zwembad en allerlei andere luxes,
wat eenvoudiger dan de boten van de "Nederland", kleiner natuurlijk, niet van
veel smaak getuigende over het algemeen. Lelijke glazen van gebrand glas,
mozaïek.
31 october kwam Jim van Maracaibo. Hij ging in l9l8 meen ik uit
de Marine, of in l9l9 en is in een jaar of 11 rijk geworden. Hij is chief
manager van de Carribean Reto Cy te Maracaibo.
6 december. Wij hebben vandaag St. Nicolaas thuis met Tom, Ot,
John, Olga, Jo der Kinderen en Jo, benevens Centa. Jo heeft zich geducht
geweerd. Engelien, die nu 13 is, had allerlei vieze grapjes bedacht ter
begeleiding van zeer verdienstelijke handenarbeid. Op zeker ogenblik stond een
oorloze kamerpot op tafel met nagebootste faecaliën er in. Engel maakte ook een
vogelmast voor de tuin.
Olga heel vrolijk. John had een heel moeilijk paard bereden, een
volbloed, waarop hij de volgende dag (zondag 7 december) een ralley zou
medemaken. Hij wilde daarom vooral niet stijf worden en was dus bang voor koude,
met het gevolg dat onze Engel het te kwaad kreeg met de hitte. Jo der Kinderen
was wel enigszins onder de indruk van het gehele geval, van de drukte, het
lawaai, de vieze grapjes waarvan ze niets houdt.
10 december. Willy's bar, d.i. de verjaardag van Wilhelm Cnoop
Koopmans, die dan 's middags na kantoortijd al zijn vrienden uitnodigt tot een
bezoek aan een bar te zijnen huize.
(Willy Cnoop Koopmans, echtgenoot van Daisy van Tienhoven.
Later gescheiden en hertrouwd met de gescheiden echtgenote van H. Heineken).Daar vonden we dus al die jonge mensen en
hun vrouwen. Ze gingen alle samen eten bij Kempinsky en daarna naar Carlton waar
ze gingen dansen op de tonen van het orkest van Hilton. Tom en Ot gingen ook
mee, waarom Hilda ze op verzoek van Daisy geld gaf,
f
10.-, maar het bleek
naderhand dat ze veel meer hadden moeten verteren en dat ze maar matig ingenomen
waren met de aard van het feest. Ze waren ook gehinderd door de weinige notitie
die Willy van Daisy neemt bij zo'n gelegenheid en de overmaat van notitie die
van Willy wordt genomen door een stel jonge vrouwtjes als Heineken, Von
Balluseck, Dutilh enz. Maar 't zijn allen goede vrienden en de werkelijkheid is
vermoedelijk onschuldig.
21 december, Zondag, ga ik met twee verslaggevers van het Volk
naar Rottumeroog. 's Avonds te Leeuwarden hotel Phoenix.
22 december. 's Morgens per auto naar Oostmahorn omdat men ons
niet had geroepen en per Insulinde naar Rottum buiten om, doch onder het strand
door bij Schiermonnikoog, vervolgens over het rif te Rottum, aankomst ca. 13
uur. Er stond vrij veel zee en branding. Dit gaf mij een enigszins
zeeziek gevoel. Ik was blij met de bonten jas van Charles. Ik word wat oud voor
dergelijke tochten. Visser van Oostmahorn was ook mee. De verslaggevers waren P.
Bakker en Föncke Kupers, een tekenaar, tevens zanger. Rottum ziet er droevig uit en doet meer dan ooit denken aan het
"Behouden huis" op Nova Zembla. De schuur is afgebroken en het huis staat enige
weinige meters van de rand der duinen, die stijl zijn afgeslagen. Het moet
indrukwekkend zijn hier bij hoge zee. De Voogd, de vrouw van de Voogd, Jan Toxopeus, 2 knechten, 2
meiden en enige toevallig op het eiland vertoevende mensen, o.a. een sergeant in
verband met de verlegging van de telefoonkabel. De Groninger kaap staat op het strand en zal vermoedelijk over
enige tijd in zee staan. 's Avonds zitten we in de kamer van den Voogd en komt het
gesprek als vanzelf op "ontwapening". Het blijkt dat ik de enige ben die zich
beslist uit vóór een verdediging van het vaderland. Ieder uit zijn mening: De
domste is Visser van Oostmahorn die niet gelooft aan het bestaan van gevoelens
waaraan hij zelf niet gelooft. Hij kan zich niet voorstellen dat er ooit weer
oorlog komt, dus gelooft hij er niet aan. P. Bakker van het Volk valt niet mee.
Föncke Kuper is een aardige kerel, een fijne natuur, met een fijn gezicht ook.
Dat van Bakker is grof, onbeschaafd. Hij is niet zo kwaad, maar onontwikkeld. Ik vind het moeilijk hun praat aan te horen en dan te weten dat
1/3 van de natie en wellicht meer, net zo praat. Ik ga om 9 uur naar bed, leg de
bonten jas op het bed en slaap goed tot ½ 8 volgende morgen.
25 december, le kerstdag. Zacht, regenachtig weer. De toestand wat het land aangaat: Er is een stijgend aantal werklozen, thans naar ik meen 100.000.
Er wordt veel gedaan voor de leniging van de nood. In ons Indië gaat het goed
wat de politiek aangaat, overigens malaise.De sociaal-democraten hebben zich bij monde van Albarda
verklaard tegen deelneming aan een mobilisatie. De Vrijzinnig democraten zijn
weifelend. Wat hieruit zal voortkomen is nog niet te zeggen. Engeland: Een groot aantal werklozen, naar ik meen 2.000.000. De
Round Table Conference waaruit vermoedelijk zal voortkomen de Dominion Status
van Brits Indië. Duitsland. Een zeer groot aantal werklozen. De Nationaal
Socialisten hebben een grote aanhang. Amerika: 5.000.000 werklozen. Frankrijk: geen werklozen. Italië tot dusver zeer vechtlustig, maar financieel gaat het
slecht met Italië, zodat die vechtlust misschien iets zal verminderen. Rusland. De mislukking van het vijfjarenplan of althans een
dreigende mislukking. Het proces tegen een aantal professoren en ingenieurs. Een
doorgestoken kaart.
26 december. Hilda eerst 's morgens naar Moeder op het Houten
huis (zij is 86).(Houten huis: huis op het terrein van het Witzand
waar mijn grootmoeder haar laatste levensjaren doorbracht).
Ze ging per trein en daarna per auto heen en terug naar het
Houten huis, vond Moeder in bed, liggende, wel achteruitgegaan in uiterlijk,
maar geheel helder. Ze weet echter niet dat het Kerstmis is en ook niet hoe
laat. Hilda heeft haar met opzet niet gezegd dat het Kerstmis is. "I'll soon get
up, zegt Moeder, the hot water is ready".Hilda gaat ook naar het Witzand, waar ze de talrijke met vele
cadeaux begiftigde familieleden aan de ontbijttafel vindt, erg vrolijk en
hartelijk. Dan vraagt Charles of ze weet dat Jan en Charlotte zullen overkomen
en als Hilda zegt dat dit wel mogelijk is, zegt Charles dat hij niet "on
speaking terms" met Jan is. Hilda zegt dat hij mogelijk wel zal logeren in "zijn
moeders huis". Dan nog een alteratie met Charles over het feit dat ze hem niet
om een auto heeft gevraagd en nu een taxi heeft gehuurd en dan zegt Hilda dat
"we nou maar niet boos moeten zijn en elkander een zoen geven".
28 december. De sneeuw is weer verdwenen en het is mooi zacht
weer. Wij kregen Jan Maurits bij ons, die bleef logeren en met wien wij heden
naar het Houten huis en Witzand gingen per auto. Jan Maurits was getroffen door
het uiterlijk van Moeder, die hij erg achteruitgegaan vond. Hij blijft logeren
op 't Witzand. Bij Olga zijn wij in afwachting. In de nacht van 29 op 30 december te Amsterdam is de kleine
Henriette Constance geboren, wegende 7 pond. Ik zag het kindje en Olga 30 dec.
in de namiddag en vond het een heel mooi meisje. Alles gaat voorspoedig. 31 december. Oudejaarsdag. 's Avonds waren Hilda en ik en
Engelien thuis. Ik las uit de brieven van Mama en ook Corinthe XIII. We aten
oliekoeken en hadden een gezellig huiselijk avondje, gingen om ½ 12 naar bed. In
bed liggende hoorde ik om 12 uur nog enige schoten en toen was het nieuwe jaar
l931 begonnen.
1 9 3 1
In1930 was Tom de Booy teruggekomen uit Nederlandsch-Indië en had ontslag
genomen uit de Marine. Na enige aarzeling besloot hij in dienst te treden van de
Reddingmaatschappij als assistent van zijn vader om die te zijner tijd op te
volgen. Mijn vader begon het in de jaren dertig dus wat rustiger aan te doen, al
is daar aanvankelijk niet veel van te bespeuren).
Het begint niet mooi.
De belangrijkste kenmerken van dit nieuwe jaar zijn wel:
1. De bijna overal heersende werkeloosheid, het ergste in
Amerika, Duitsland, Engeland, toenemend bij ons en in Frankrijk. Ook in
Australië.
2. De drang naar onafhankelijkheid van Brits Indië, waaraan
Engeland zal moeten toegeven en hetwelk zijn invloed zal doen gelden in ons
Indië.
3. De houding van de sociaaldemocraten in Nederland, die hun
land liefhebbende dit niettemin niet met de wapenen willen verdedigen.
1 januari l931. Een vervelende dag. Enkele gelukwensen van
kleinkinderen en van Tom en Ot. 's Avonds met Hilda en Engelien naar de
Gijsbrecht in de front bovenloge. Muziek van Diepenbrock ook bij de reien,
tengevolge waarvan de woorden van de reien verloren gaan. Arntzenius dirigeert.
Kloris en Roosje heel aardig. De 1ste maal dat Engelien het
ziet. Slemp die naar niets lijkt en waarover Hilda zich schriftelijk beklaagt
bij den heer Merckelbach, op welke klacht zij geen antwoord ontvangt. De
pummel!!!
7 januari. Met Tom naar Wijk aan zee en daar vriendelijk
ontvangen door Roland die ons uitstekende koffie schenkt. Ik lees de Commissie
de les naar aanleiding van haar gedrag. 's Middags muziek met mevrouw Kempen geboren Van Heukelom, een
aanvallige nicht van Hilda, die wat degelijker amusement of bezigheden wil
hebben dan vroeger en die nu zal vinden in muziek met mij. Ze speelt heel
muzikaal.
17 januari. Proeftocht Tjinegara. Er waait een zware storm uit
het NW dus gaan we niet uit doch in stede daarvan naar Amsterdam. Maak kennis
met De Kat Angelino, die ik als tafelbuur heb. Hij is de schrijver van een groot
werk over Indië. Richtlijnen van het koloniaal beleid; wil dat wij een
practische politiek voeren, geen universiteiten oprichten op een onderbouw van
niets. Laat de Javaan zelf tonen wat hij kan. Niet spreken van weggaan, maar
werken uitvoeren in het belang van de economische opbouw van het volk.
Landbouwscholen. Engeland is een voorbeeld van hoe het niet moet. Hij meent dat
Engeland India verloren heeft. De Kat Angelino is ambtenaar aan dept Koloniën
voor Chinese zaken. Het Chinees heeft 40.000 tekens. Kent men er 10.000 dan is
dat mooi, met 4000 kan men zich behelpen. [volgen voorbeelden van Chinese
karakters, tijdens de maaltijd opgetekend].(A.D.A.
de Kat Angelino, 1891-1967. Schrijver van "Staatkundig beleid en bestuurszorg in
Nederlandsch-Indië"( 1929-1930.
). Als ik thuiskom hoor ik dat Moddergat 5 man heeft gered. We
wilden dit station juist opheffen.
18 januari, zondag, eten wij 's avonds bij Jim en Erminie in het
Carlton hotel met 2 Amerikaanse vrienden, Mr. en Mrs. Mac Keller, de
vervelendste mensen die ik nog ooit heb gezien. Het publiek in Carlton over het
algemeen weinig elegant. Er zat een partijtje Six-en. De weduwe professor Six,
oude Jan Six met z'n zuster en nichtjes. De muziek van Strauss, 40 man, die
walsen speelde.
25 januari zondag. NW wind, een beetje ruw. Hilda heeft de
laatste dagen griep, ligt te bed met pijn in het gehele lichaam. Engelien ligt
ook weer te bed, intussen ontzaglijk etende, ook lachende. 't Is een vreemde
ziekte. Ik ben heden naar het Houten huis gegaan en ik sprak met Moeder.
Gisterenavond heeft zij tegen Charles gezegd:"I'm off. Where am I going". Toen
heeft Charles gezegd:"Where you will find rest; to a very good place". "That is
good", heeft ze toen gezegd.
26 januari, maandag. Heden is Moeder te ongeveer 3 uur
gestorven. Hilda ging vanmorgen naar het Houten huis, heeft haar nog levend
gezien, maar toen had de dokter reeds een morphine inspuiting gegeven. Ik ging
met de trein van 5 uur met Mies [Boissevain-Hooglandt] en zag Moeder, het
gezicht heel fijn en teer. Heel mooi, maar niet het gezicht dat wij kenden, meer
lijkend op een plaatje uit haar jeugd.
18 februari. De toestand in het buitenland is als volgt: Engeland in grote financiële moeilijkheden. Snowdon. Toenemende
werkeloosheid. Spanje in grote politieke moeilijkheden. De koning doet vele
pogingen een kabinet samen te stellen. Rusland hard bezig aan het 3 jarenplan,
is door zijn goedkope werkkrachten en reusachtige productie een groot gevaar.
19 februari. Een man die lang werkeloos was heeft een schilderij
van Rembrandt in het Rijksmuseum ernstig beschadigd met een bijl.
7 maart. Ik naar de begrafenis van Govers te Callantsoog. Het is
een erg koude dag. [...] Eindelijk komt de stoet aan. Eigenaardig gebouwde
rijtuigen. We gaan naar het kerkhof om de kerk, die er zo aardig uitziet -
gerestaureerd - met z'n eigenaardige toren. Mooi het wit van de toren met z'n
groene kap en die blonde duinen. We houden de hoeden op. Wat doen die bidders
onhandig met de touwen, die ze maar niet van onder de kist vandaan krijgen. De
burgemeester Breebaart spreekt eerst en vergelijkt het leven van Govers met een
boek dat nu gesloten is. Dan kom ik, en eindelijk burgmeester Lovink, mijn oude
vriend. Een bedankje van een familielid.
Govers was een boer met een goed verstand en een gevoelig hart,
die veel van bloemen hield en mij herhaaldelijk hetzij bloemen of bollen aanbood
bij mijn bezoeken aan Callantsoog. Toen ik hem toesprak toen hij 40 jaar lid van
de Commissie was en hem een wandelstok met gouden knop aanbood zei hij: dank je
wel voor je drukte. Maar hij was erg trots op zijn stok, wees iedereen de knop
met de daarin gegraveerde opdracht.
18 maart. Vergadering bij Charles op diens flat van het
Handelsblad en daarna diner bij hem. Zijn bedoeling was zijn medecommissarissen
te benvloeden, maar hij had daarmede geen succes. Als ik 's avonds 23 maart thuis kom word ik ontvangen met
gelukwensen van Hilda en Engelien omdat ik de gouden De Ruytermedaille heb
gekregen van de Koningin. Dat is een hoge onderscheiding, die niet veel wordt
verleend. We zijn de laatste dagen in correspondentie geweest met Johan
Bouvelet, een ouden Fransen vriend van l904 te Adelboden. Hij komt zaterdag
logeren. Deze winter is een winter van heel veel griep.We hebben in het geheel niet kunnen schaatsenrijden.
28 maart. Bouvelet vanmorgen afgehaald om 11.30 uur en herkende
hem. Naar de Nederlandse Bank om bij te wonen het uitreiken van de De
Ruytermedaille aan den kapitein van het Hospitaalkerkschip "De Hoop" door
Vissering. Ik ben nu ook in het bestuur van die vereniging. Ik ben nu in de
volgende verenigingen en betrekkingen waaraan ik iets te doen heb:NZHRM - Zeemanshuis- Raad v.d.Scheepvaart - Amsterd.
Montessorischool - Ned. Bouwmaatschappij - Adderfonds - Oosterse Handel en
Rederijen - Hospitaalkerkschip "De Hoop" - Handelsblad - Concertgebouw.
29 maart. Naar de Mattheus Passion met Hilda, Engelien en
Bouvelet. De uitvoering was prachtig, vooral wat de koren aanging. Onder de
solisten was Mia Peltenburg te lief, Carl Erb te gemaniëreerd. De uitvoering was
over het geheel ontroerend. We gingen 's avonds met Bouvelet naar het diner in het
Amstelhotel, 52 mensen, ter ere van Mengelberg. [opsomming van de meeste
aanwezigen].
Het diner uitstekend maar ik at weinig en drink nagenoeg niet.
Intussen werden wij vermaakt door de Berlin Harmonist society, een zevental
mannen die zongen op de manier van de Revellers, heel knap. Dansen met een
jazzband en Hilda en ik deden een walsje. Om 3 uur naar huis. Aardig om te zien
het plezier van Mengelberg en de aardige wijze waarop hij omging met die
Revellers. De speech van Schmuller, vooral heel aardig waarin hij Mengelberg
aanspoorde om nu voortaan in Holland te blijven. Keyserling, die
zeide dat men om een philosoof te worden de wereld om moet gaan in tegenstelling
tot Kant die een groot philosoof was en Koningsbergen nooit heeft verlaten. De
beschaving van Amerika die te meer vervlakt naarmate het aantal verdiepingen
stijgt.
Maandag 30 maart. Gezellig geluncht, waarna Bouvelet vertrok. We hebben een zachte herinnering aan dezen fijnen zwakken man,
dien wij door de drukte van de laatste dagen te weinig gesproken hebben. Hij
heeft een fijne geest, een grote beschaving, is meer beschouwend van natuur dan
handelend, melancholisch. Hij is gepsychoanalyseerd door dr. Maeder in l9l7.
Woensdag 1 april. 's Avonds naar Zwolle en Hattem met Hilda in
de 3de klasse, erg vol. Enige aardige meisjes studenten. Ook een jonge man, die
niet tot de padvinders zal toetreden omdat deze op het standpunt staan, dat ze
hun Vaderland zullen verdedigen wanneer dit in gevaar mocht komen. Verwonderlijk
dat men thans dingen openlijk kan zeggen die men in mijn jeugd en lang daarna
niet zou hebben kunnen zeggen. Zelfs is er tegenwoordig enige moed nodig om te
zeggen dat men zijn vaderland wel wil verdedigen.
12 mei. Vandaag vergadering van de Montessorischool.
Eindbeslissing hoop ik.
(Dit betrof de plannen van de gemeente Amsterdam tot
uitbreiding van de bestaande gemeentelijke Montessorischool en vestiging van een
nieuwe, dichtbij de plek waar de reeds bestaande Amsterdamse Montessorischool
had willen bouwen).
Ik had voor deze vergadering een stuk opgemaakt, een overzicht
inhoudende wat inzake de bouw van de school in de laatste tijd was besloten en
de staat van weifelmoedigheid waarin wij waren geraakt. Na dit te hebben
voorgelezen nam Sillem ontslag uit het bestuur omdat hij geen vertrouwen had in
het slagen der school. Polenaar zeide integendeel ontslag te zullen nemen zo wij
niet zouden doorgaan. Ikzelf was de laatste dagen ook weifelmoedig genomen, doch
het optreden van Polenaar gaf steun. Gelukkig nam niemand verder meer ontslag en
kon ik dus constateren dat wij zouden doorgaan.
12 juni. Naar Katwijk, onderhoud met Taat. Vervolgens naar het
oudheidkundig museum te Leiden op het Rapenburg, dat er zo mooi uitziet met zijn
statige huizen. Vervolgens naar prof. Snouck Hurgronje die woont in het
vorstelijke huis Rapenburg 61 en die veel vertelt: over het Oriëntalistencongres
in september, over zijn aanraking met de regering van Marokko en met Washington,
over Atjeh - zijn aanraking met de zoon van Toeangkoe ... van Koeala Batoe, die
een groot zeerover was voor onze komst op Atjeh. Hoe zijn kampong vermeld werd
door de Engelsen. Hoe zij daarna een Kling verbrandden, hoe die zoon niet alleen
aan opium maar ook aan drank zich te buiten ging en in half benevelde toestand
veel praatte. Een Arabisch dokter had hem gezegd dat door drank de maag uitzette
en door opium inkromp. Hij meende nu dat de maag goed zou blijven als je beide
gebruikte.
Christiaan Snouck Hurgronje Orientalist. 1857-1936
23 juni. Heden word ik 64 jaar oud. Ik ben nog vlug ter been en
ben nog jong voor mijn leeftijd, begin echter soms naar rust te verlangen. 's
Avonds diner met 14 mensen, de tafel prachtig versierd met donkere rozen door Ot. Het was een allergezelligst diner. Prachtig weer en we zaten
verdeeld tuin en voorkamer. Het strompelige lopen van Theo, de gebogen houding
en het oude vervallen gezicht zijn zielig om te zien maar de wilskracht is groot
en altijd is hij klaar voor een of ander grapje. Het was aardig Betsy bij ons te
hebben en dikwijls dacht ik aan onze Mik. Theo hield een ietwat ongelukkige
speech waarin hij o.a. zei dat hij altijd had gevoeld dat Mik ver uitstak boven
haar broeders en zusters, hetgeen voor Jo niet zo prettig was en hetgeen Mik nog
veel erger zou gevonden hebben had zij het gehoord.
29 juli, te Braunwald. Ik por Hilda om 6 uur en we wandelen over
Braunwaldalp , een wandelingetje van 1 uur. Alfred van Eeghen en Fee komen op weg per auto van Baden Baden
naar Eggishorn, waar Cor van Eeghen op het ogenblik is.
(Zoon van Cor van Eeghen en Mary Boissevain).
Alfred is een erge
kletsmeyer, een man dien ik niet gaarne lang in mijn omgeving zou zien. Hij is
ook een erge koopman, wat mij niet aantrekt, maar hij heeft ook goede
kwaliteiten: 1e dat hij van de drank is geraakt en 2e dat hij trouw blijft aan
Fee, die dan ook een merkwaardig natuurlijke, ware persoonlijkheid is. Ze eten
bij ons.
30 juli, Donderdag. Naar Oberstaffel en daar ik, Alfred,
Engelien, mej. Ramondt en mej. Würdemann en twee Engelsen verder naar Karrenalp.
Karrenalp woest en ledig. Niemand onzer had ooit de tocht over Karrenalp naar
Bärentritt gemaakt. De Engelsen ontdekten een voetpad. Het lopen over de gladde
stenen viel niet mee. We passeerden schapen, prachtig wit van wol en heel mooie
lammeren. Eindelijk besloten wij
links af te houden naar de plaats die wij
aanzagen voor de plaats waar de Bärentritt ons naar beneden zou brengen.
Alfred
van Eeghen was al spoedig gaan spreken over de gevaren, over de mogelijkheid dat
terugkeer noodzakelijk zou worden. We kwamen bij de rand en zagen nog niets van
Bärentritt. Engelien zag een beek rechts en om naar Bärentritt te gaan moesten
we over een beek. Op dit ogenblik kam een man in het zicht, die ons de weg weeg
naar rechts langs het voeetpad. De Bärentritt zelf is niet moeilijk. Wij kamen
om ½7 thuis, waren dus 7 uur onderweg geweest en hadden weinig gerust. Alfred
was bekaf en zou volgens Fee nu wel stof hebben om 10 jaar verhalen van te doen.
Ik was ook moe, had wel wat te veel gedaan, had 's avonds nog boven de 100 en
volgende morgen nog 80, terwijl mijn normale pols 55 is.
(Ik herinner mij die tocht heel goed, vooral omdat ik boos was
op Alfred die niet wilde geloven dat we eerst over een beek moesten gaan en
niet zo gauw al weg van het pad. Ik zie hem nog op zijn buik liggen en naar
beneden kijken en zeggen "ik zou dit nog wel kunnen maar de dames niet",
terwijl ik steeds maar riep, "eerst de beek over". Maar wie luistert naar een
kind van 13, al heeft ze een wandelkaart?
).
8 september, dinsdag. Naar Leeuwarden op uitnodiging van de
Rotaryclub. Gezien: te Hoorn aan het station een mooi Urks meisje in de
Urker dracht als van ouds, heel netjes, wuivende tegen iemand in de trein, het
mooie landschap van Friesland, beschenen door de zon, soms in de schaduw van de
grote wolken, bij de boot een oude magere meer dan 6 voeten lange Fries met
lange grijze baard, gekleed in het zwart, een grote zwarte flambard, een heel
mooi onderhouden Stavorense jol te Stavoren, het prachtige gezicht op het
rustige Enkhuizen, de donkere silhouetten van de toren en de Dromedaris tegen de
luchten, op de voorgrond de mooie tjalken ten anker liggende in het Krabbegat
voor de vloed. De Rotariërs zullen een comité oprichten in Friesland om ons te
steunen.
10 october, zaterdag. 10.30 uur een commissievergadering van de
Raad van de Scheepvaart, ik heb mij weder opgegeven voor herbenoeming tot
plaatsvervangend lid voor jaren. Als leeftijd waarop men niet meer voor
herbenoeming in aanmerking komt heeft de minister 70 aangegeven. Om 11.45 komt
Jan B[oissevain] mij halen en gaan wij naar het Stadhuis waar wij een
gesprek hebben met Hendriks over de Montessorischool. Daarna naar het station
waar ik Fik de Beaufort zie en vervolgens naar Delft waar ik om 3 uren
tegenwoordig ben bij de hulde receptie prof. Vossnack die 25 jaar professor is.
Ik spreek daar namens de twee Reddingsmaatschappijen. Vervolgens naar huis waar Jo
bij ons eet en vertelt van haar plan tot verhuizing naar de Bronckhorststraat
46. Er is sinds mijn vorig inschrijven [van 17 september]
heel wat gebeurd. In Engeland heeft het zogenaamde Nationale Ministerie het
budget in orde gemaakt, althans in theorie. Macdonald deed dit onder
vreesaanjaging voor de gevolgen van een daling van het Pond. Hij vertoonde
daarbij een enveloppe beplakt met Duitse postzegels uit de inflatietijd,
postzegels van milliarden marken. Toch bleek het niet mogelijk de gouden
standaard voor het £ te handhaven. De wet die bepaalde dat het £ een vaste
goudwaarde vertegenwoordigde, werd ingetrokken. Het was een maatregel zo
belangrijk dat de gevolgen ervan nog niet kunnen worden overzien. Het pond staat
thans omstreeks 9.50 gulden. De Skandinavische landen volgden. Grote spanning op
de beurs. Allen die Engelse fondsen of in het algemeen Ponden fondsen bezitten
en daartoe behoor ik ook, lijden verliezen, ook allen die Pondencontracten hebben
met Engeland. Thans staat ook de dollar zwak. Aan de gulden werd enige tijd
getwijfeld. De Nederlandse Bank heeft ook een grote Pondenportefeuille.
Vissering trad gisteren af als Directeur van de Nederlandse Bank, is ziek en
vervangen door Trip. Er vertrekt nu iedere week een vliegtuig naar Indië, een kranige
prestatie. De Koningin is te Amsterdam geweest, heeft geen avondfeest
gegeven wegens de "malaise" en is, als gevolg van dezelfde "malaise" door
werkelozen op de Dam 'niet vriendelijk', zelfs onhebbelijk ontvangen met de
"Internationale" en kreten van :"weg met de Koningin " enz. Overigens was de
ontvangst uiterst hartelijk. Bij het vertrek heeft de Koningin daarom in de
courant dank gezegd, tevens leedwezen uitdrukkend dat zovelen door de malaise
lijden. Ik ben nu geabonneerd op de New Statesman and Nation.
Heden maandag 12 october l93l deelt Engelien ons mede dat zij
haar lange prachtige haar zal laten afknippen. Zij hoopt er
f
25.- voor te
krijgen. Dit belangrijke bericht wordt ons aan de ontbijttafel medegedeeld.
[voor een foto van het haar in de zomer van 1931 zie dagboek 76, blz. 96]
Zondag 25 october 1931. Hoe men onderhevig is aan stemmingen
merkte ik weder eens op dinsdag 20 dezer toen ik de vorige dag en 's morgens
enigszins op mijn manier gegriefd door Tom, een gevoel had alsof ik er maar
moest uitscheiden. We hadden 's middags vergadering van de Reddingmaatschappij
waarop aan het slot Tegelberg het woord nam, zeggende dat hij nog wat had te
zeggen. Hij deelde toen mede of liever herinnerde er aan en stelde vast dat ik
31 october a.s. 25 jaar bij de Reddingmaatschappij zou zijn en hoe hij zo gaarne
had gezien dat ik dan de Nederlandse Leeuw zou krijgen. Ik had die in l924 reeds
verdiend en nu had hij er met Röell over gesproken, die er alles voor gevoelde
en toezegde dat ik hem zou krijgen. Maar Tegelberg ging ook naar Fock (Hoofdinsp.
van de Scheepvaart) en deze handelde onafhankelijk en bezorgde mij de gouden De
Ruytermedaille, ook een hele mooie onderscheiding, maar niet de Leeuw, die
gedragen kan worden (dagelijks). Toen zei Röell: nu is het onmogelijk!
Natuurlijk. Verder sprak hij mij toe met woorden vol waardering voor hetgeen ik
in die 25 jaar had gedaan en ik verliet de vergadering in een heel andere
stemming. Ik verzocht dat een mogelijke huldiging in kleine kring zou blijven,
maar Tegelberg wilde toch dat de boothuizen zouden vlaggen en dit zal nu
gebeuren op Zaterdag 31 october. Ik vind het een hele grote eer.
21 october. 's Avonds Hilda Kuenen-avond, Plato Symposion en ik
naar een film "Trader Horn", vol wilde beesten enz. Hinderlijk onwaar.
10 november. 's Avonds algemene vergadering van de
Montessorischool, gevolgd door voordracht van Portielje. Ik leid die
vergaderingen altijd heel slecht.
25 november. Met Oppenoorth naar de boerderij "Arbeid baart
Zegen". De boer Oostenrijk niet thuis, maar wel zijn vriendelijke vrouw. De
koeien, 24 in de stal, waar de brilleglazen aanslaan van de damp. "Een bietekoei
moet zweten". Een viertal jonge beesten nog op het land om de bietebladeren op
te eten. De bieten voor het vee liggen bedekt op het erf. De suikerbieten hebben
weinig opgebracht. In het voorjaar is haver en gras geoogst en dit gekuild.
Daarvan eten nu de koeien en ze lusten het bijzonder. 100 kippen. Een aantal
varkens, waaronder een zeug met 10 biggen.
26 november. Naar de begrafenis van Evert Cornelis met Dopper,
Rudi Mengelberg, Van Beinum en Stips. Heel veel mensen. Er werd niet gesproken
door vreemden, slechts door een zuster van Evert Cornelis.
29 november, zondag. 's Middags naar het Concertgebouw, half en
half verwachtende dat er iets gebeuren zou omdat een deel van het publiek
ontstemd is omdat gedurende het concert geen hulde betuigd was aan Evert
Cornelis. Er gebeurde echter niets. Mooie Cherubini. Vioolconcert Beethoven van
Zimmermann, altijd weinig interessant maar goed gespeeld.
Variaties van Reger,
mooi maar lang.
De juffrouw van Jo der Kinderen is krankzinnig geworden. Jo de Booy woont nu in no. 46 van onze straat, hetgeen gezellig
is.
1 december. Receptie, diner en toneelvoorstelling, bijgewoond
als gast van de Kweekschool voor de Zeevaart of liever van het Fonds ter
aanmoediging van 's Lands zeedienst, dat in 1781 werd opgericht na de slag bij
Doggersbank en nu 150 jaar bestaat.
Aan het diner tegenover mij Otto van Lennep. Plesman, directeur
van Schiphol, die ook tegenover mij zit zegt dat er op het ogenblik geen
technische bezwaren meer zijn tegen het bouwen en gebruiken van vliegtuigen voor
200 passagiers.
24 december. Zacht weer. Om 11 uur een bespreking bij Jan
Boissevain met Polenaar over onze Montessorischool en besloten 1e: dat wij op
zullen treden tegen den wanbetaler Drilsma en 2de: dat wij zullen voorstellen de
leidsters te vragen 10 % van hun salaris te offeren. Koffiegedronken bij Jan en
gesproken over Joden, dat Polenaar helemaal niet onaangenaam vindt. Polenaar
heeft nog Hebreeuws geleerd, maar weet er niets meer van.
25 december. Bij Jo zaten we te luisteren naar de Koningin met
Tom en Jo der Kinderen en Heleen Boissevain. Jo der Kinderens gezicht altijd
heel strak als enige uiting van vroomheid plaats heeft. De groet van de Koningin
was heel mooi, diep gevoeld.
(Jo der Kinderen-Besier was de weduwe van de schilder Antoon
der Kinderen. Zij was bevriend met mijn moeder sinds 1915. Voor mij was zij een
soort petetante en ik noemde haar Jokoek, omdat ik al een tante Jo
).
1 9 3 2
1 januari l932. Het is vrijdag. Wij hebben gisteren Oudejaar gevierd. Ik ben
met Eylard van Hall [neefje] naar de kerk geweest, eerst naar de Nieuwe Kerk,
die om 7 uur al vol was en waar het heel koud was en enigszins somber, waarom ik
er wederom uitvluchtte en toen naar de Franse kerk met dominee Arnal waar het
warm was en mooi door de mooie koperen kronen, maar er waren wellicht een kleine
honderd mensen, dus lang niet genoeg om het gebouw te vullen. Ds. Arnal, hoewel
een voortreffelijk mens, is niet een groot redenaar en ik heb dan ook altijd
moeite de gedachte bij de preek te houden. Het lukt mij bijna nooit. En vandaag
1 januari zijn we naar het Vondelpark gegaan en hebben met de kinderen en
kleinkinderen chocolade gedronken in het melkhuisje en de kleinkinderen en
kinderen hielden hun handen op voor geschenken. Veel sneeuwballen gegooid. Tom
heeft 30 en 31 gewandeld in de bossen van het Loo en heeft zeer genoten, heeft
een kudde herten gezien, vlak bij. Het is niet gemakkelijk met een zoon te
werken. Wellicht ook niet voor een zoon om met een vader te werken.
Texel, 's morgens 21 januari l932.
Dinsdagmiddag [19 jan.] vergadering Montessorischool en nu blijkt weer eens bij
mij hoe God de zaken dikwijls ten goede keert wanneer men allerlei zwarigheden
verwacht, en hoe ook omgekeerd tegenslagen ineens geschieden als men geen
vuiltje aan de lucht ziet. Ik had tegen die vergadering opgezien en ging er met
een vrolijk hart vandaan. Wij hebben een exploitatierekening die niet sluit, een
grote schuldenlast waarvan 5% rente moet worden betaald en we horen niets van de
Gemeente over de schoolbouw. Eergisterenavond is althans enige klaarheid
gekomen. Ik bracht slechts twee punten ter tafel: de exploitatierekening en de
schoolbouw. Wij hebben op voorstel van mevrouw Lugt besloten de leidsters bij te
staan zodat ze nog niet behoeven te worden gekort. Dit was een aardig voorstel
van mevrouw Lugt.
22 januari. 's Morgens bij Polenaar een onderhoud met de schoolgeldwanbetaler D.
Deze verbindt zich hetzij tot verrekening met een obligatie en dan betaling van
het gehele verschuldigde bedrag van
1 9 3 3
Gisteren en vandaag zondag 22 januari 1933 prachtige dagen. Gisteren
schaatsengereden op een ijsbaan bij Sloten en vandaag met Engelien en Tom met
het treintje naar Amstelveen. Daar op de Poel, waar het ijs heel mooi was, doch
nog niet heel sterk, niet veel dikker dan 6 cm. Het is prachtig rijden op die
ruime uitgestrekte Poel. Bovenkerk aan de overkant, de kerk vlak aan de kant met
een paar grote bomen er bij. De mooie violetkleurige atmosfeer. Ik rijd nog goed
voor mijn leeftijd.
Zaterdag 28 januari. Minder wind, wat minder vorst, 's morgens -8 Celsius wind
No-Oost.12.30 met Engel per auto naar Wachthuisje NZH tram, vandaar per bootje
naar tram en zo naar Edam. Daar opgebonden en naar Volendam. Onderweg gesproken
met diverse bejaarde Volendammers, die diverse scheldnamen hadden, een o.a.
Mossel, ook mijn oude vriend Pinkhof, die als baanveger fungeert of als
baanwachter met een bus. Met Mossel wat gepraat over de toestand. Er is nu geen
gelegenheid te vissen vóór juni op aal. "Het aantal vaartuigen is sinds 1918 met
120 verminderd. 120 jonge mannen lopen zonder werk en 130 zijn er op de fabriek.
Het wil wat zeggen onder een baas te komen op een fabriek als je vrij bent
geweest. Het vissermansleven is een vrij leven, je verdient je kost niet zonder
werk, maar 't is vrij. Je enige baas is de natuur". Ik vraag naar "Willem III".
Hij leeft nog, is "veel beterder" dan vroeger. Z'n broer van 7 voet is lang zo
flink niet. 3 andere broers zijn dood.
1 9 3 4
Woensdag 17 januari. Als ik even thuiskom om 10.30 om papieren te halen voor
de vergadering van "De Hoop" komen juist Alfred en Engelien terug van de
wintersport. Vóór 24 uur zaten ze nog midden in de sneeuw en de zon, nu in de
natte duisternis en een nauwe straat. Ze zien er beiden best uit. Verbrand. Hun
reis heeft gekost per persoon: aan reiskosten

De "Wijde Blik" bij Formerum, Terschelling. Tekening Hendrik
de Booij
30 augustus. Morgen komt Alfred. Om 4 uur met Engel en Centa per fiets langs het strand naar paal
18 waar het slag is naar het boothuis en verder naar het huis van A.P.Smit.
Aaike van Pait, den thans vermoedelijk 85jarigen oud-schipper der reddingboot te
Oosterend, die samenwoont met zijn dochter Jetske. Ik breng den ouden Smit aan
het spreken door vragen te stellen over zijn reizen ter koopvaardij. Hij vertelt
van een reis op een brik van 90 dagen van Buenos Aires naar Liverpool en van het
leven aan boord.
's Morgens gort, die ze mengden met hun thee. 's Middags hetzij
groene erwtensoep of bonen of grauwe erwten met spek en zout vlees, woensdag en
zondag met zakkoek met stroop. 's Avonds thee met hard brood. Over de
geneeskundige dienst. "We hadden een boek waar alles in stond en de wijze van
behandeling ook. Dan werd de stuurman of de kok of die 't meest tijd had tot
dokter benoemd". [...] Hij vertelt ook dat hij een schip heeft zien binnenkomen,
te Liverpool, een dag na hun eigen binnenkomst, een schip met nog 6 man aan dek,
de rest, circa 24 man was ziek aan scheurbuik. Zij hadden zelf ook één man die
het kreeg en die ter genezing niets mocht hebben dan het sap uit schijfjes
ongekookte aardappelen waarop hij moest zuigen.
23 september. Wij zijn de vorige week in grote spanning geweest
evenals zeer vele landgenoten, over het verwachte engagement van Prinses Juliana
met Prins Karel van Zweden. Het was niet maar een gerucht, maar er waren zeer
duidelijk kentekenen dat dit engagement zou worden publiek gemaakt na de
troonrede op dinsdag 8 september. Maar er gebeurde niets en we hoorden dat de
koning van Zweden de eis zou hebben gesteld dat Prins Karel een jaargeld van
f 300.000 zou moeten hebben. Nu horen we niets meer.
Men zegt dat Vroom en Dreesman 60.000 Zweedse vlaggen in voorraad had. De
burgemeesters hadden allen een aanschrijving ontvangen hun vlaggen in orde te
hebben. Wij begrijpen niet dat deze zaak niet op een handiger wijze is kunnen
worden behandeld.
Vandaag 16 october vergadering Reddingmaatschappij. Er werd
besloten tot een 5% salarisverlaging. Tom en ik gaan daardoor elk
f 400.- omlaag. Het wordt tijd dat ik weg ga van de
Reddingmaatschappij, maar dat meen ik niet.
9 november. Heden is Tom benoemd tot secretaris van het
Zeemanshuis, vergoeding
f 1000.- in mijn plaats. Hij
zal echter niet in het Bestuur zitten, aangezien het hebben van een betaalde
functie in het bestuur tegenwoordig niet gewild is.
12 november, maandag. Gisteren, zondag, een mooie uitvoering van
de 3de van Mahler in het Concertgebouw onder leiding van Bruno Walter. Hoe mooi
en gevoelig waren de trompetsolo en in de verte de posthoorns in het derde deel.
Maartje Offers heeft een mooie stem.
Wij dineerden 's avonds in het hotel de l'Europe als gasten van
Heineken, voorzitter van het Concertgebouw. [blijkens de in het dagboek
getekende tafelschikking waren er tien mensen. Bruno Walter zat links, mijn
vader rechts van de gastvrouw]. Bruno Walter is een zeer ontwikkeld man, niet alleen op zijn
eigen gebied maar op allerlei gebieden. Hij zegt dat men in het algemeen omtrent
Amerika geheel onjuiste begrippen heeft. Door de mening van allerlei rassen is
een geheel nieuw, oorspronkelijk ras ontstaan, geniaal, nog onaf. Bruno Walter leest Vondel, bewondert Holland. Hij en zijn vrouw
zijn overtuigde aanhangers van Bircher Benner. Wat is het toch moeilijk Christelijk te zijn, steeds met liefde
te denken. Bijv. tegen Jo [zijn zuster] als ze je komt vervelen en
zabbelen.
Zondag 30 december. [Wijde Blik, Terschelling]. We hebben het
hier heerlijk. De eerste dagen was het koud, het vroor een paar dagen, zodat we
het 's nachts wel eens koud hadden, maar het demon petroleumkacheltje verleende
goede diensten. Verder trok de schoorsteen, die met een pijp nog 1 meter
verhoogd was, uitstekend. Mijn werk is: kachel schoonmaken en aanmaken,
huiskamerlamp schoonmaken en vullen, pompen. Vooral de lamp gaf mij veel werk
omdat het op- en neerdraaien van de pit veel moeilijkheden geeft. Nu bestelde ik
een nieuwe lamp met 2 reservecilinders en we hopen dat deze lamp het einde van
de week haalt. Hilda en Engelien koken heerlijk. Barte Haan met haar mooie rechte rug, ouderdom 17 jaar, komt 's
morgens helpen tot de middag voor
f 0,50 per dag en
was in het huis toen wij aankwamen. Het huisje verwarmd en de lamp brandende.
Dekker was met zijn kar bij de molen en nam onze bagage in ontvangst. Kregen vanmiddag bezoek van een 80jarige boer, erg stinkend en
vies, die mij aanzag voor den president van het Dorus Rijkersfonds. Hij was
potdoof, maar ik kon hem toch duidelijk maken, waarbij hij akelig dicht bij mij
kwam met zijn hoofd, dat ik dit niet was en gelukkig heeft hij niet begrepen of
verstaan dat ik bij de Reddingmaatschappij ben.
1 9 3 5
1 januari l935 met Engel gefietst langs het strand tot paal 18.
Ontmoetten 3 uitgeputte lommen of lomachtige vogels [slachtoffers van
stookolie], zielige beesten bij paal 16 en wat verder een wrak. Bezoek bij Aaike
van Pait [zie ook 30 aug. 1934] en met hem onmiddellijk aan de praat over
zwigtings, pardoens, marseraas enz. enz. Het is merkwaardig zo goed als hij
alles nog weet. Veel over lijzeilen gesproken en de wijze van bijzetten, over
juffersblokken en het voordeel boven spanschroeven. Van A.P.Smit gaan we naar de weduwe Haan, die we juist aan tafel
vinden met haar 3 dochters. Zij heeft haar man verloren in l920 op de Nicolaas,
die op een mijn liep bij Denemarken, het laatste Hollandse schip zegt Smit, dat
op een mijn liep. De bemanning ging in twee sloepen. Hij was matroos en zat in
de sloep van kapitein en stuurman, heeft de sloep 24 uur met de riem gestuurd.
Ze kwamen met de sloep bij de kust bij Ryncoping en landden in de nacht op bevel
kapitein, waarbij de sloep omsloeg. Haan stierf toen hij aan land was gekomen.
5 januari. [Vertrek uit Terschelling.] 's Morgens 5.30 op en
alles in orde gemaakt. 6 uur komt Dekker met kar, natuurlijk pikdonker. Buien -
afnemende wind met hevige buien. Hilda vooruit vertrokken daarop volg ik met
Engelien en de kar met de bagage. Doornatte voeten. Bij de familie Dekker circa
7.15 hartelijk ontvangen met thee en brood met suiker. Met de bus naar de boot.
Het water zo hoog dat wij met behulp van een handkar naar boord gebracht werden.
Van Wijde Blik tot de familie Dekker is circa 1¼ uur lopen (langzaam). Toen ik
daar aankwam voelde ik mij als een schipbreukeling die liefderijk wordt
opgenomen en mijn welbehagen steeg tot het toppunt toen ik op de boot droge
sokken had aangetrokken.
22 februari. Vergadering van de Hoop.
(Hospitaal-kerkschip De Hoop). Ik had tevoren
correspondentie met Vissering gehad over het verzoek van de gevangenisdominee te
Leeuwarden die veel belang stelde in een der gevangenen die omstreeks 7½ jaar
geleden een van zijn patiënten had gedood met cyaankali. Het ogenblik is nu daar
dat hij voorwaardelijk in vrijheid kan gesteld worden zo aan den minister van
Justitie een goed plan kan worden voorgelegd. Dr. Wagenaar (de dominee) had
verzocht hem een reis op de Hoop te doen medemaken. Uit de correspondentie die
ik met de Voorzitter voerde bleek dat deze het verzoek zelfs niet ter sprake
wilde brengen in een vergadering. Nu kreeg ik op deze vergadering der
scheepscommissie zeer tegen de wil van den Voorzitter gedaan dat een commissie
benoemd werd met mij als voorzitter, die den voorzitter Vissering een rapport
zou uitbrengen.
Vrijdag 1 maart. Om 11 uur hebben we vergadering in het Bureau
voor Handelsinlichtingen over de kwestie dr. G., ds. Wagenaar. Ik heb ds Luteyn
en dr. van Asperen en V. Utermöhlen gevraagd te komen. Verder zijn er Van Eeghen,
Jurriaans, Van de Poll en Chambers. Daar ds. Luteyn als voorwaarde voor het
meegaan van dr. G. stelt dat niemand dan hij, Luteyn, het zullen weten, is zijn
meegaan niet mogelijk. Ik vraag toch nog de mening van de twee doktoren, die
geloven dat dr. G. nooit meer de geneeskundige praktijk in Holland zal kunnen
uitoefenen. Dr. Utermöhlen biedt aan hem aan te bevelen bij dr. Schweitzer in
Lambarene. (Ik herinner mij deze kwestie heel goed, er
werd bij ons aan tafel veel over gepraat. De eindconclusie was ongeveer dat de
mensheid nog niet rijp was voor het opnemen van bekeerde zondaars).
Zondag 24 maart is Alfred bij ons en brengt ons 's avonds Sonja
von Benckendorff, een Russisch meisje uit aristocratische kringen van voor de
revolutie, een alleraardigste verschijning. Ze kon wel een Ierse zijn. Een
bloempje van uiterlijk, maar fors, flink, opgewekt, natuurlijk. Spreekt Frans.
We spelen 's avonds Joker.
Woensdag 5 juni. We leven in een tijd vol zorgen. Alles
achteruitgaande of op een laag peil gezonken Scheepvaart. We verkopen onze
schepen aan Rusland. De landbouw en veeteelt kunstmatig in leven gehouden. Geen
mogelijkheid om onze producten tegen een lonende prijs uit te voeren. Hoe zal de toekomst zijn wat ons land betreft. Zal prinses
Juliana trouwen en kinderen krijgen of zal ze geen kinderen nalaten. Zullen wij
dan een monarchie blijven. Zo niet, wat dan. Veel wordt gedacht wat niet wordt
gesproken. De gedachten aan aansluiting bij een grote mogendheid komen dan op
aansluiting bij Duitsland, Engeland, of aansluiting bij België en herstelling
van het Koninkrijk der Nederlanden onder een Belgische Koning. Niets voor mij.
Liever Republiek.
17 september. Zware storm. Een stoomschip strandt op rif van
Borkum en Toxopeus met de Insulinde redt de bemanning terwijl de Duitser er niet
bij kan komen.
22 september. Mooie preek in Remonstrantse kerk ds. Fetter over
"Leer mij Uwe wetten kennen" Kosmische en ethische wetten. God staat boven zijn
wetten. "Had ik de overtuiging niet, dan zou ik moeten verdwijnen". Wij
kunnen de wetten niet opvolgen. Anecdote van bejaarde Franse priester die
verdacht werd niet kerks te zijn en niet aan de hel te geloven. "De Kerk leert
het bestaan van een Hel. Ik ben zo overtuigd van de liefde Gods dat ik weet dat
er niemand in is".
24 september. Dinsdag met Tegelberg naar Texel om afscheid te
nemen van burgemeester Oort die van Texel gaat vertrekken. Ik kan mij
voorstellen dat het burgemeestersambt veel aantrekkelijks heeft, maar dat het
moeilijk is jaren lang met Texelaars om te gaan en 's avonds hun feestelijkheden
of bijeenkomsten te bezoeken. Mevrouw Oort kon het niet langer uithouden en
daarom vertrekt Oort enige jaren voor het tijd is voor hem. Naar Naber (S.P.l'Honoré) in de Pieter Bothstraat 18. Hij is
ziek, de onderste ledematen verlamd, ligt hij te bed, geheel helder van geest en
berustend. Met hem over verschillende boeken gepraat, ook over Bram [van Stockum],
die hij "oppervlakkig" vindt. Bram. Haar weer langer, wilder, idem baard. Hij ziet er nu zo
uit, dat hij niet zonder opzien te verwekken op straat kan komen, hetgeen hij
ook niet doet. Hij schenkt mij lekkere thee in wijnglaasjes en praat over
Abessynië, over oorlogsschepen, over het versperren van het Suezkanaal en ten
slotte over de onsterfelijkheid, over stigmata, in verband met mijn Dupuytiense
vingercontractuur die hij ook heeft, maar verbindt aan het Kruis en Jezus
Christus. Hij zegt dat hij als jongen reeds het denkbeeld had dat hij
onsterfelijk was. Ik vind intussen dat hij oud is geworden.
26 september. Geopereerd. (Aan de vingercontractuur, na
hiervoor diverse chirurgen hierom gevraagd te hebben, die
verrichten bij iemand van bijna 70 jaar. Vader zette door omdat hij graag wilde
blijven vioolspelen). Vier zusters kwamen op mijn kamer. Ze
lichtten mij op en legden mij op een tafel die door de lange gangen werd gerold
naar de operatiekamer. Daar namen ze me weer op en legden me op de
operatietafel. Benen en linkerarm werden vastgebonden. De rechterarm werd
uitgestrekt en men gaf mij inspuitingen zodat die hand gevoelloos werd. Toen
kwam prof. Noordenbos. De lieve zuster Huydecoper ging bij mijn hoofdeinde
zitten en hield mijn rechterarm vast. Een andere zuster gaf aan wat aangegeven
moest worden - nog een dokter zat links met gespannen aandacht te kijken. Ik
hoorde het snijden met het scherpe mes. Het duurde ongeveer 3/4 uur. Toen bracht
men mij weer terug naar kamer 179. Ze hebben me goed verzorgd. Ik bleef een week
in de Ziekenverpleging.
5 november. Met Tegelberg en Tom naar Egmond om de
onderscheidingen uit te reiken die wegens de redding Drenthe en Kerkplein zijn
verleend. Tom heeft zich in die nacht van de redding flink gedragen. Hij heeft
werkelijk geleid. Zonder hem zou de plaatselijke commissie er weinig van terecht
hebben gebracht. Waarschijnlijk zouden er ongelukken zijn gebeurd. We werden ook
buiten het hotel gefotografeerd met de Drenthe achter ons. Deze ligt op 80 meter
afstand van de duinvoet, een afstand zo klein dat men zich bijna niet kan
voorstellen dat die redding zoveel moeite en gevaar heeft gegeven. Toch was dat
zo. Het was nacht en de zee sloeg met kracht tegen de duinen.
30 november. In de laatste tijd is een sterke oppositie ontstaan
bij Dr. Montessori tegen de Montessori-Lycea die bezig zijn zich op te richten.
Zij wil het Amsterdamse Montessori-Lyceum wel de vergunning laten haar naam te
dragen doch volgende lycea niet en zal misschien overkomen om advies te geven.
Zij schijnt vooral als ideaal de zogenaamde Erdkinder te hebben.
(Montessori was toen van mening dat na de lagere school
kinderen een poos geen "schoolwerk" moesten doen, maar zich vrij moesten
ontwikkelen bijvoorbeeld door het land te bewerken, een handwerk leren enz. Ik
meen dat in Duitsland toen een poging in die richting gedaan is).
1 9 3 6
2 januari. Begrafenis van Bram van Stockum. Olga van Stockum
heeft Bram niet meer levend gezien. Om 3.30 was de begrafenis. Derde klasse,
maar heel sympathiek - eenvoudig. Kolonel de Visser sprak en ik.
1 9 3 7
4 januari. Vandaag vertrekt Jan van Stockum. Hij is een fijne
jongen met een zeer goed verstand, nog niet geschikt om te werken in een drukke
omgeving. Hij gaat terug naar Giessen, waar dr. Neumann hem in orde moet maken. Er wordt veel in Duitse couranten en ook in Engelse en in de
Telegraaf geschreven over een vlagincident, hierin bestaande dat tijdens een
voetbalwedstrijd verkeerde Duitse vlaggen zijn gehesen. Verder dat het Duitse
volkslied, zijnde het Deutschlandlied en het Horst Wessel lied hier niet
gespeeld worden maar wel het "Lippe" lied. De zaak werd in Duitsland zo ernstig
opgevat dat passen werden geweigerd aan bruidsmeisjes en bruidsjonkers voor het
huwelijk van Prinses Juliana. Het is zeker dat het niet mogelijk zou zijn hier
de hakenkruisvlag te tonen zonder dat er relletjes zouden komen. Ware Prinses
Juliana met een Zweed of Engelsman getrouwd dan zou men zeker hier vele Zweedse
of Engelse vlaggen zien, nu ziet men hier geen enkele Duitse vlag. Dit voelt men
in Duitsland. Maar Duitsland heeft onze achting en vriendschap niet verdiend.
Donderdag 7 januari. 's Morgens ½ 10 uit huis. 10½ uur bij Jim
en Erminie [de Booy, toen wonend dicht bij Plein 1813 in Den Haag]. Amerikanen
en andere mensen. Het is koud, een koude wind. We volgen alles met de radio. Als
de stoet nadert gaan we op de tribune waar we voedsel ontvangen, broodjes enz.
Eindelijk de stoet, die prachtig was, maar heel kort. Er zijn werkelijk ernstige moeilijkheden geweest met Duitsland,
maar onze regering heeft een waardige flinke nota gezonden. In het gebouw van K
en W zijn drie volksliederen gespeeld. Eerst het Wilhelmus. 2: Deutschland über
alles en het Horst Wessel lied. 3: God save the King. Alleen bij 1 en 3 heeft
het publiek meegezongen, bij 2 was het een ijzige stilte. De "Lippe"
versieringen waren vooraf verwijderd uit het gebouw.
12 januari. [Terschelling] Per fiets naar Wijde Blik en de
toestand getekend zoals die geworden is door de Decemberstorm. De duinen zeer
steil zodat men er niet bij omlaag kan, hoogte van 6 meter boven het strand. Er
is al enige aanstuiving aan de duinvoet. Per bus van Cupido om 2 uur naar West. Bezoek bij Branke
Lettinga in z'n armoedige woning, een achterkamer van een van de ouderwetse
schilderachtige huisjes in de Langeburen. Hij is gehuwd met Louise Bakker, een
dochter van Kersje Bakker. Ze zijn nu 5 jaar getrouwd en hebben een jongen van 4
jaar. Branke was vroeger erg aan de drank toen hij kennis kreeg aan
Louise Bakker, die diende bij dokter Baart. Ze had de cultuur die
Terschellingers nu eenmaal hebben, sprak nooit een onvertogen woord en er kwam
ook geen onvertogen woord in haar hart. De heer en mevrouw Baart deden alle
mogelijke moeite om haar van Branke af te trekken maar het hielp niet. Ik zal
wel zorgen dat hij niet meer drinkt, zei ze. Op zekere dag kwam Louise 's
morgens niet beneden. Men deed een onderzoek op haar kamertje. Ze was gevlogen
met al haar goed. Later bleek dat ze met Branke in zijn Blazer uit de haven was
vertrokken. D

Han vergeet zijn huissleutel;en klimt omloog van 3 hoog langs de regenpijp naar zijn balkon op 2 hoog
Zaterdag 17 april. Juliana en Bernhard zijn teruggekomen van hun
3 maanden huwelijksreis. Over de wijze waarop zij deze 3 maanden hebben
doorgebracht wordt nogal critiek uitgebracht. De Prinses ziet er veel aardiger uit dan toen ze
vertrok. Ze is slank geworden en heeft een goed figuur gekregen.
Woensdag 12 mei [in Londen voor de kroning van George V] staan
we om 4 uur op en gaan om 4½ uur op weg. Het weer is somber en het is tamelijk
koud. We wandelen samen op in de richting van Piccadilly, of liever we gaan in
de auto maar mogen niet verder dan Lambeth bridge. 't Is een gezellige drukte op
straat maar nog niet overvol. Door St. James Park, Regent Street, eindelijk naar
links en aan de achterzijde St. James kerk binnen en zo naar de tribune. In deze
kerk zijn de beide Van de Velde's begraven. We zaten veel en dikwijls in de Princes' restaurant, ongezellig,
koud, half in slaap en van tijd tot tijd kijkende naar aanmarcherende troepen.
Eindelijk tegen 3 uur kwam de optocht. We hadden natuurlijk ook geluisterd naar
de plechtigheid in de Abbey en waargenomen hoe mooi de koren zongen en de koning
hortend spreekt en bijv. zegt: I solemnly promise ... to do ... so. De optocht
was heel bijzonder mooi. We wandelden om ½ 4 naar huis. Bij Lambeth bridge zagen
we zeer vele auto's die in een rij stonden te wachten, sommigen met peers er in
en hunne vrouwen gekleed in hun statiegewaden, doch met zure gezichten.
Op maandag 24 mei kreeg Jo koorts en mocht daarom dinsdag niet
met mij naar paviljoen Vondelpark om daar koffie te drinken. Ze moest te bed
blijven. We bezochten haar van tijd tot tijd. In de nacht van vrijdag 28 op
zaterdag 29 mei werd ze ernstig ziek. Ze was verlamd aan de linkerzijde. Sedert
is zij niet beter geworden. Hart, ademhaling en nieren zijn slecht en de dokter
zegt al enige dagen dat er geen hoop is.
Toestand in Nederland. Men kan nu wel zeggen dat het Nederlandse volk onze Koningin
grote achting toedraagt en dat het niets anders wenst dan continuatie van de
constitutionele monarchie. Ook Juliana is geliefd, maar ze moet met haar
Bernhard oppassen en geen dingen doen die aanstoot geven. Bij de verkiezingen heeft de persoon van Colijn een grote
overwinning behaald en Mussert een zware nederlaag geleden. Het aantal
werkelozen neemt af maar niet hard. Men moet rekening houden met het feit dat
jaarlijks een 40.000 nieuw aantal aan werk moet geholpen worden door de toename
der bevolking en dat de machine doorgaat met haar perfectionering. Leger en
Vloot worden versterkt, maar niet hard. Nog steeds zal de Nederlander eerst dan
iets voor verdediging gevoelen als het gevaar in de onmiddellijke nabijheid is
of althans dicht genaderd. En dan zal het misschien te laat zijn. Er wordt ernstiger gestreefd naar discipline maar de zorg voor
de kleding laat altijd nog te wensen over, bij de Vloot iets minder dan bij het
Leger. Hollandse dienstmeisjes zijn niet of zeer moeilijk verkrijgbaar.
Toch stelt de Haarlemse tram conductrices aan. Vanmorgen even naar Jo. Ze ligt rustig, snel ademhalende, de
mond open om meer lucht te krijgen. Zuster Haak is een lief mensje, komt van
Amsterdam, verdient nu
f 4.50 per dag door het
oppassen van Jo. De nachtzuster verdient
f 5.-. Het
schijnt mij weinig. Met de spelling van onze taal is het nu zo: Bejaarde mensen, de
Regering in haar brieven en publicaties, de couranten (met enkele
uitzonderingen), de kantoren, vele schrijvers van boeken, gebruiken de oude
spelling en schrijven dus "heeren" en niet "heren". De scholen en daarmede de
Jeugd gebruiken de nieuwe spelling. ook de Winkeliers gebruiken de nieuwe
spelling in hun opschriften. Dat de Jeugd de nieuwe spelling gebruikt doet
denken dat ten slotte de nieuwe spelling, die door vele onderwijzers zeer wordt
gewaardeerd, het zal winnen van de oude. In de morgen van 8 juni werden wij geroepen, wij vonden Jo
stervende, langzaam ademhalende. Ze stierf zacht om 9.45. Toen de zuster Haak haar had afgelegd en we boven kwamen vonden
we haar geheel veranderd. Het gezicht heel rustig, vriendelijk, mooi, een
verheven rust uitstralend. Dikwijls en lang keken wij er naar. Ik maakte een
schetsje, doch dit komt niet nabij de werkelijkheid. [Ingeplakt in dagboek].
15 juni. Heden avond werden wij verblijd en ontroerd door de
persoonlijke mededeling van Prinses Juliana (per radio) dat zij in gezegende
omstandigheden verkeert. Dit is zeker wel de eerste maal dat een kroonprinses
zich tot het gehele volk, als ware het een gezin waarvan zij deel uitmaakt,
wendt met zulk een mededeling. De stem van de Prinses klonk mooi, zacht,
welluidend. Ook de stem van Prins Bernhard was warm, gevoelig. Hij spreekt
natuurlijk met een duits accent.
9 november. Over de omgang van opgroeiende meisjes met jongens.
In "Het Kind" van 16 october hebben onder het hoofd "Brieven uit
een mondain stadje" ontstellende dingen gestaan. Een moeder heeft aan "Het Kind"
gevraagd wat ze toch met haar dochter moet doen (opmaken en vrije omgang met
jonge mannen enz. ) Haar brief wordt gevonden door haar dochter, die nu zelf
antwoordt aan "Het Kind" en dit antwoord wordt geplaatst (aangenomen dat dit
alles niet gefingeerd is). Het meisje zegt o.a. "vluchten doen we niet meer.
Integendeel, we zoeken de verleiding op. Maar we blijven ons beheersen. We raken
elkaar niet aan, ook al slapen we samen in één tent. Anderen denken er anders
over, die vinden dat je al heel jong moet beginnen met je uit te leven. Ze
vinden elkaar buiten of op een kamer van een der jongens. Voor de gevolgen zijn
ze niet bang: ze kennen alle middelen om zwangerschap te voorkomen. Dit is niet
de meerderheid, maar zo zijn er heel wat, in toenemende mate". Het is een heel ernstig vraagstuk hoe ver wij kunnen gaan met de
vrijheid van jonge meisjes. Toen ik een jongen was bekeken wij de meisjes van
onze stand als bovenaardse wezens, die geen fouten hadden. Toen wij later in
aanraking kwamen met prostituees werd daardoor de eerbied voor de vrouw niet
minder, de andere vrouwen werden er nog meer door geïdealiseerd. Moeten wij nu
in die jonge meisjes wezens zien die "geheel op de hoogte zijn van de middelen
ter voorkoming van zwangerschap en deze geregeld toepassen"? Het schijnt me dat
het nog niet zover is. Toen wij jongens en jonge mannen waren wekte de omgang met jonge
meisjes van onze omgeving geen bewuste erotische gevoelens, in die zin, dat
jonge mannen die meisjes toen niet bekeken met geslachtelijke verlangens.
Ontstond bij den jongen man teere gevoelens van bewondering, dan bewaarden die
hem tegen de verleiding, waarvoor hij anders misschien zou zijn bezweken. Hoe
denk ik dankbaar aan de hartelijke ontvangst die we in verschillende havens van
de zijde der bewoners ontvingen. Zijn wij in de laatste 50 jaren vooruit of
achteruit gegaan. In vele opzichten zijn wij vooruit gegaan, maar de jonge vrouw
heeft een grote vrijheid gekregen die slechts door de besten op verstandige
wijze kan worden gebruikt. Verbieden, dwang van de zijde der ouders is in de tegenwoordige
omstandigheden heel moeilijk, meestal zonder nut. Wat alle ouders kunnen doen is
zelf een voorbeeld geven, trachten de vrienden van hun kinderen te zijn, zo
mogelijk ook de vrienden hunner vrienden, medewerken aan de vestiging van een
hecht familieleven, dan zal het hun ook makkelijker vallen hun kinderen te
vertrouwen en dat vertrouwen zal weer kracht geven aan het kind.
Maandag 20 december. Vissering is overleden.
(Mr. Gerard Vissering, 1865-1937). Wie zal er nu
voorzitter van "De Hoop" worden. Ik ging naar de begrafenis voor "De Hoop".
Vreselijk! Honderden mensen. Toespraken in de aula van het crematorium van Trip,
Zuiderzeewerken. Wortman e.a., en de kist daalde net als bij een verbranding,
die echter niet geschiedde. De begrafenis had plaats in de familiekring in het
mooie graf dat hij mij eens had gewezen.

Mr. Gerard Vissering, o.a president
Nederlandsche Bank .1865-1937)
1 9 3 8
3 januari. Maandag breng ik Jan van Stockum naar Amsterdam. De
jongen is in spanning. Hij is nog niet geschikt voor de wereld. Maar belangrijk
flinker van vorig jaar. Hij vertrekt 9.52 naar Giessen. Ik naar kantoor en naar
huis Stadionkade, waar het kanaal dichtgevroren is, maar nog niet sterk genoeg.
5 januari. Laat op; koud, op het vriespunt. Namiddag gewandeld
naar ruïne van Brederode in ongeveer 2½ uur met schaatsen in de hand. Had daar
een baan verwacht. Terug met bus naar Haarlem. Haarlem heeft nu 135.000
inwoners, toen ik er woonde misschien 35000. Hoe is alles achteruitgegaan in
schilderachtigheid.
12 februari [naar Terschelling, wegens het overlijden van
Cupido, vroeger schipper van de motorreddingboot Brandaris]. In het hotel horen wij dat Tegelberg in het sterfhuis Cupido is.
Ik met Tom naar Cupido. Weduwe met Piet en Marietje en familieleden. Ik zeg dat
zij goed op haar man gepast heeft, waarop zij antwoordt dat dit ook zo is en dat
zij een goed geweten heeft. Cupido gezien, liggend in de kist, door een venstertje in het
deksel. Hij is geheel de oude Cupido, onbegrijpelijk jong. Koffiedrinken in
hotel, l.15 met commissie en bemanning Brandaris naar Hoorn. In "Ons Huis"
worden we ontvangen. Daar staan twee lange tafels met tafelkleden er op en een
dwarstafel aan het hoofd voor de familieleden. De gasten aan de lange tafel elk
een kopje met een kandijklontje voor zich. We worden ontvangen door een statige
mooie oude dame in de dracht, een verschijning die in de 17e eeuw behoort, een
gaaf, blozend gezicht. Er zijn nog meer oude dames in de oude dracht, samen
zeven. Hoe goed kleedt die dracht. Niemand zegt iets. De kist staat in het
midden van de zaal. Eindelijk komt de dominee en spreekt eenvoudig en goed in
verband met Mattheus ... Jezus de bemanning bestraffend als zij vreesachtig zijn
gedurende de storm. Eindelijk kwamen de dragers. Enkelen sloegen nog een laatste
blik op Cupido en toen werd hij weggedragen en liepen allen rond het oude
kerkje. Aan de Noordzijde zijn 2 graven van Duitse matrozen, drenkelingen
gevonden gedurende de oorlog. Drenkelingen worden steeds aan de Noordzijde
begraven. Er was juist zon, maar het was nog stormachtig. De dominee sprak
weer goed, daarop Tegelberg, Cupido lovende als schipper. Een familielid, een
onderwijzer, bedankt en het trof me, zo duidelijk hij articuleerde en de
uitgangen ook uitsprak. Het was mooi. Daarop zaten we weer aan de tafels in Ons Huis en dronken we
thee uit de kopjes. We gingen met de bus weer naar het hotel. Ik heb een kachel op
mijn kamer. Tegen de avond ging de wind naar het Noordoosten en werd nog
krachtiger. Tom zei dat hij, als er iets gebeurde en de Brandaris was nodig, hij
mee zou gaan. Ik zei, dat mot je doen. Ik had gisteren al gezien dat de
bemanning Toms stoerheid bewonderde. Ik twijfel er echter aan of hij bestand is
tegen een nacht op zee met de Brandaris bij zulk weer in deze tijd van het jaar.
Hij zal er wel levend van afkomen, maar het heel armoedig hebben. Het beste is
beneden te gaan zitten, zo lang mogelijk.
Zondag 13 februari. Er is gelukkig niets gebeurd gedurende de
nacht. Naar Dekker waar gesproken met juffr. Dekker en Sipke. Juffrouw
Dekker spreekt over Cupido en over z'n tweede vrouw, die volgens haar een 'uutsochte'
vrouw voor hem 'war', want toen die meisjes Pietje en Marietje nog klein waren
moesten ze van Cupido altijd klompen dragen, terwijl alle andere kinderen
schoenen droegen. Dan liet de Moeder hun klompen dragen en daar liepen ze dan
mee over het stenen straatje, zodat C. het goed hoorde, maar bij het hek deden
ze de schoenen aan. Ze 'verneukte' hem. Ja 't was een 'uutsochte' vrouw. Nou, is
dat dan niet zo? Naar het hotel om te eten. Het sneeuwt van tijd tot tijd. De
wind vermindert wat. Gesprek met een Terschellinger zeeman. Hij is zeeman
geweest, behoorde tot de buulgasten, heeft drie schepen verloren, is daarna 28
jaren bij de politie geweest te Amsterdam, brigadier-wachtmeester in de Jordaan.
Over het karakter van de Jordaners die het politiebureau beschouwen als de
plaats waar oplossing te vinden is voor al hun moeilijkheden. Hij zegt dat er
erg bezuinigd is op de politie te Amsterdam. Alles en alles samen 2400 man.
Daarom blijft dan voor agenten op straat 1800 man. Gezien het aantal diensturen
is dat 600 per ploeg. Dit verminderd met verlofgangers, zieken enz. dan rekent
hij dat er niet meer dan 300 agenten op straat lopen (dit lijkt mij weinig). Die
mensen weten dat er niet veel hulp is op de bureaux, hetgeen de stemming niet
verbetert. Mijn vriend acht de revolver van de politieagent een wapen dat
hij alleen voor lijfsbehoud mag gebruiken, niet om bij kleine overtredingen
schrik aan te jagen. Een gewone politieagent verdient circa
f 2100.-, maar daar gaat 10% vanaf. Er is zeer op het personeel
bezuinigd. Er zijn nu evenveel mensen als in l922. Mijn vriend heet Groendijk. Heden 14 maart ben ik drager van een breukband geworden. Ik ben
er voor naar Utrecht gegaan waar de heer Pomm hem mij aanpast. 't Valt mee. Hij
heeft mij verzekerd dat ik er mee kon schaatsenrijden en bergklimmen. Veel erger dan mijn breuk is de politieke toestand. [...] Thans
is Oostenrijk ingelijfd bij Duitsland en is dit een land geworden van 71 miljoen
inwoners. Czechoslovakië is nu in een moeilijke positie gekomen. Alfred is hier Zaterdag 12 een uurtje geweest op weg naar Londen
waarheen hij gaat met het oog op de politieke toestand.
(Alfred de Booy
was toen marine-attaché in Londen). Hij was juist
teruggekomen van Kutai, zag er roodverbrand uit, had Schussnig vlak bij gezien,
had een indruk van slordigheid van het Oostenrijkse leger gekregen en van veel
verdeeldheid, had gereisd in één coupé met een kolossale Duitser die vol
bewondering was voor de Rijn en voor Hitler.
Het is nu 12 mei. Wij zijn dadelijk na onze thuiskomst [op 4
mei, van een reis naar Italië] gevallen midden in de feestelijkheden van het
Concertgebouw, uitvoeringen van de 8ste van Mahler, een feestelijke bijeenkomst
waar hij de Egmontouverture en Halleluja van Händel uit de Messias werd
uitgevoerd en waarbij een aantal toespraken werden gehouden; de laatste door
Heineken, onzen voorzitter, die zich aan het slot ontpopte als een gelovig mens,
die zich weet onder een hogere macht; een muziektentoonstelling in het Museum,
een uitvoering in Carré, van Pierement tot Mengelberg.
(Dr. H.P. Heineken,
voorzitter van l934-l946).
Heineken en Oyens kregen
de Leeuw, een succes dat niet zonder moeilijkheden schijnt te zijn bereikt daar
op beider zedelijk leven aanmerking scheen te worden gemaakt in hofkringen en de
Leeuw nu eenmaal het opschrift heeft: Virtus Nobilitat. We bezochten Charles die Maandag 9 mei 70 jaar werd, Zondags
daaraan voorafgaande op het Witzand. Daar ontving de voormalige rijkaard op het
terras van het thans aan zijn schuldeisers behorende huis. Het is zielig met
Charles. Hij kan bijna niet meer lopen. Toont echter veel moed. Is zich niet
voldoende bewust van zijn toestand als failliet koopman. We hadden verder nog voor Engels komst een gesprek met Frans
Polak, die daarvoor zijn opwachting maakte. Hij schijnt een goede kerel. Toen
wij Charles bezochten hebben Tom en Ot zich tegenover Hilda op erg bezorgde toon
uitgelaten over de keuze van Engelien en de gevolgen ervan. Ze hebben er op
gewezen dat de jodenvervolgingen die thans practisch plaats hebben in Duitsland
wel eens navolging zouden kunnen vinden bij ons en in andere landen, zodat zij
overal uitgestoten zouden worden en dan Arische leden van onze familie zelfs
niet met Engelien en Frans zouden kunnen omgaan zonder gevaar te lopen zelve te
worden uitgestoten. Later zijn zij op hun sombere voorspellingen of gedachten
teruggekomen. Frans Polak komt hier nu aan huis en wordt hier vriendelijk
ontvangen.
Zondag 22 mei l938. Mooi weer vandaag. We krijgen heden bezoek
van den Heer en Mevrouw Polak uit Arnhem, die, als alles gaat zoals het bedoeld
is, de schoonouders van Engelien worden. Reeds dadelijk bij het binnenkomen van
de kamer maakten ze een aangename indruk. Hij door zijn scherpzinnig uiterlijk
en zij ook door haar aardige aantrekkelijke verschijning. Hij is natuurlijk een
Jood doch men ziet het hem niet dadelijk aan. Zij is een volbloed Arische, haar
moeder is Friese uit Harlingen. Het zijn mensen vol belangstelling, zeer
intelligent.
Daarna naar Moera Veth om de verjaardag van Kira te vieren.(Moera
Veth was een Russische, in tweede huwelijk getrouwd met Joost Veth. Kira Gordon,
die van Vader vioolles kreeg, was haar zoon uit haar eerste huwelijk. Hoewel
communiste, durfde zij toch niet naar de Sovjetunie terug te keren). Wij
gaan met Jo der Kinderen en Engelien naar Baarsjesweg 287, vinden daar Joost,
Moera en Kira en krijgen "pirok" een oud Russisch gerecht, deeg, met fijngehakt
vlees, uien en eieren, lekker, en thee. We geven Kira voetbalschoenen. 't Is een
vreemd huishouden met Joost die wel eens dronken is en Moera, die zonder liefde
is voor haar man, althans zo schijnt het, z'n naam "Fet" spelt terwijl hij Veth
heet, telefoonboodschappen onjuist overbrengt en meneer Olthof Ozinga noemt. Hij
zeide nog nooit een brief van z'n vrouw te hebben gekregen, wel onbegrijpelijke
briefkaarten. Toch is Moera een aantrekkelijk vrouwtje, uiterlijk en door haar
vriendelijke lach en manier. We spreken over de politieke toestand in Rusland
die zij zo verklaart dat Stalin om z'n grote doel te bereiken wel eens links of
rechts moet uitwijken en dat daarvan dan door de Trotskisten misbruik wordt
gemaakt. Het feit dat zoveel hooggeplaatsten verraders blijken, wordt door Joost
verklaard op deze wijze dat zij aanvankelijk revolutionnairen waren, dan
avonturiers die thans niet meer in de pas kunnen lopen???? Moera zegt dat het
Russische volk zeer is vooruitgegaan in welstand. Dat het vroeger was: Geen
toegang voor honden en soldaten. Ik zei dat ik voor enige jaren te Dokkum nog
had gelezen: "Dekkleden en werkvolk te huur".
Donderdag 16 juni. 41 jaar getrouwd. Namiddag met Hilda 3 uur Algemene Vergadering De Hoop - ben nu
officieel door Alg. Verg. tot Voorzitter benoemd; heb een overzicht gegeven over
verleden, heden en toekomst. De propaganda, collecte, album enz. is een groot
succes geweest. Op 12 september hield Hitler zijn langverwachte rede te
Neurenberg. Wij luisterden ernaar in onze huiskamer. De spanning was gedurende
de laatste dagen steeds toegenomen. Het slot viel mee want er volgde geen
oorlogsverklaring. Ik kreeg de indruk dat iemand aan het woord was geweest die
innerlijk verslagen was. Wiens zaak hopeloos was. Ook al zal hij misschien
aanvankelijk in een oorlog nog grote winsten behalen.
13 september. Vergadering van de Reddingmaatschappij waarbij ik
mijn mening uit over de houding die wij tegenover het Dorus Rijkersfonds behoren
in te nemen. Mijn mening is dat de Reddingmaatschappij verplicht is goed te
zorgen voor allen die diensten hebben verleend in hare reddingboten. Wanneer een
ander hetzelfde werk gaat doen dan kunnen wij dit niet beletten. Wij kunnen dan
slechts overwegen of wij soms te kort zijn geschoten in de wijze waarop wij onze
taak uitvoerden en maatregelen nemen die leiden tot verbetering. Nooit mogen wij
een deel van onze taak overgeven aan een ander. We zullen natuurlijk wel hulp
mogen aanvaarden, ook van het DR fonds. Ik heb op de vergadering duidelijk mijn
mening gezegd. Mijn standpunt is echter niet aanvaard, noch door den voorzitter,
noch door een der anderen. Het is voor mij, die zovele jaren de zaken der
Reddingmaatschappij heb geleid, eigenaardig te moeten ondervinden dat op zulk
een belangrijk punt mijn standpunt niet aanvaard wordt. De Reddingmaatschappij zal nu dus met het Dorus Rijkersfonds,
dat gedurende vele jaren een geheel onjuiste indruk van ons werk ingang heeft
doen vinden bij het publiek, een onjuist beeld ook van de toestanden aan de
kust, een overeenkomst aangaan volgens welke wij een deel van ons werk aan het
DR fonds overdragen. Dit acht ik beneden onze waardigheid
Woensdag 14 sept. Op de Hoop in zee, wind west. Stijve koelte 6.
Verstopte lucht. Misschien beter weer, zegt kapitein. Als de lucht helder is
komt er meest harde wind. Ik ben zeeziek. Ontbijt, 1 appel, 1 sinaasappel, koud
en miserabel. Weer vraag ik mezelf af: wat doe ik aan boord.
Achtermiddag: zeeziek en meest in kooi gelegen in mijn hutje dat
zulk een sterke hospitaallucht afgeeft.
's Avonds eerst Engelse, daarna Hollandse berichten.
Czechoslovakije. Wat het deel betreft dat in staat van beleg verkeert is
volkomen rust. Op enkele plaatsen hebben Sudeten opstootjes gemaakt en zijn
doden gevallen.
15 september. Gedurende de nacht is het voorschoenerzeil
gescheurd en vervangen door een kluiver. 's Morgens 7 uur aan dek. Heldere
lucht, wolken, Flinke wind uit N., goed zicht. Berichten. Chamberlain heeft Hitler te spreken gevraagd. Zal
door hem worden ontvangen.
't Staande lijk van het achterzeil wordt verkort wat een aardig
werk is. De dominee (Beens) vergelijkt Spreuken 8 en Johannes I..Berichten: Ontvangst van Chamberlain te München. Verklaring van
Henlein. 's Avonds Noorderlicht. Recht op staande stralen aan Noorderkim.
Heldere lucht, kim nevelig. 's Avonds berichten. Sudeten trekken naar de grens.
Vrijdag 16 september. 's Morgens wind ZW. Gesprek met Ds Beens over predestinatie. Berichten: Henlein en Frank in Duitsland. Chamberlain en
Runciman keren terug, hebben gevraagd de eerste 14 dagen niets te doen. Namiddag geland te Scarborough. De Hoop ligt op de reede.
Zondag 18 september naar huis.
Maandag 19 september vergadering van de Hoop en bespreken wat te
doen valt als er oorlog komt. Alexander Heldring is 21 september 1938 gestorven. Hij was een
zeer begaafd man, fijn van geest, dien wij als directeur van het Handelsblad en
als iemand dien wij hoogachtten, zeer zullen missen. Een gebrek van hem was dat
hij niet gemakkelijk werk aan een ander overliet. Hij kon niet opschieten met
den hoofdredacteur Von Balluseck. Ik vermoed dat dit niet geheel de schuld van
laatstgenoemde was. Ik hield van Heldring.

Alexander Heldring , directeur Algemeen
Handelsblad. (1874-1938)
Zondag 13 november l938. In Duitsland is een Jodenvervolging
uitgebroken. Die vervolging was er eigenlijk reeds maar nu is ze zeer acuut en
hevig. Wij tekenden een petitie aan den minister van Justitie waarin wordt
aangedrongen op verlening van tijdelijk asyl aan gevluchte Joden.
Een bezoek aan Dopper gebracht. Hij krijgt dagelijks
inspuitingen om hem te kalmeren, maar de nachten zijn in weerwil hiervan
vreeslijk als de inspuiting uitgewerkt heeft. Wij spraken over de oude tijd,
over Diepenbrock, Mengelberg, Van Rees enz., over de muziekstukjes die hij voor
ons en onze kinders maakte. Ik ben al weer niet hartelijk genoeg voor hem
geweest, heb hem veel te zelden opgezocht.
23 november. Les aan Kira Gordon.
(Zoon van Moera Veth uit haar eerste huwelijk). Dezen mijn plannen betreffende
Nova Zembla verklaard.(Mijn
vader had een winter op Nova Zembla willen zitten, om te onderzoeken of Gerrit
de Veer, die in zijn verslag van de overwintering op Nova Zembla de zon eerder
zag dan mogelijk was, misschien toch gelijk kon hebben met zijn waarneming en
dus niet de leugenaar was, waarvoor sommige schrijvers hem uitmaakten). Hij tracht mij vergeefs Novaja Zemlya op z'n Russisch te
doen uitspreken. Het heeft de hele dag gewaaid. In de namiddag een prachtig
gezicht uit onze ramen op de zandvlakte, geelrood van kleur. Grote zandmassa's
of zandwolken werden uit het Zuidwesten over het kanaal gewaaid. Daarboven de
zware wolken met een stuk blauwe lucht, blauw als de turkoois van Hilda en dan
een onheilspellend stuk geel getinte wolken. Ik breng Hilda 's avonds gedreven door de wind naar de
Lairessestraat waar ze een vergadering heeft van het Montessorilyceum. Er wordt
veel gesproken over opheffing van dit Lyceum, maar ik geloof nog steeds niet dat
het gebeurt. In de tram.
Een juffrouw dragende een mandje, stand dienstbode, ouderdom
circa 30 jaren, kwam naast me zitten. "Da's ook wat", zei ze toen de conducteur
kwam,"ik heb geen geld bij me. Laat me de volgende halte maar uitstappen,
conducteur". Alle gezichten in de tram bleven onveranderd strak. "Mag ik U een
kaartje aanbieden", vroeg ik. "Ja maar", zei de juffrouw, "hoe zal ik U dat dan
terugbetalen?" "Hiernamaals", zei ik. Dat vond ze goed en ze kreeg haar kaartje.
Alle gezichten waren onveranderd Hollands strak gebleven.
Zondag 11 december. Wij leven in een vreemde wereld, een wereld met eigenaardige
manieren. Ten slotte zal een grote oorlog wel het gevolg zijn.
Woensdag 14 december. Hilda vanavond een vergadering met de
ouders van het Montessorilyceum over de vraag of dit zal kunnen voortbestaan. Ik
woonde de vergadering bij. Ongeveer 60 mensen waren opgekomen. Moeder
presideerde meesterlijk. De stemming was aardig en de verhoging schoolgeld zal
er dus wel doorkomen. Prof. Jordan hield een gloedvolle peroratie waarin hij
opponeerde tegen het defaitisme dat sprak over de mogelijkheid van ophouden van
de school. Dit mag nooit gebeuren, zei hij met nadruk. Als de "aanwijzing"
plaats heeft, d.w.z. als met een nieuwe wet de school het recht van eindexamen
verkrijgt, blijft de school bestaan. En als de aanwijzing niet plaats heeft,
blijft ze ook bestaan. Dan moeten de kinderen slechts het Staatsexamen afleggen
en deze moeilijkheid overwinnen. We zaten na de vergadering in een café dichtbij het
Frederiksplein en ik betaalde de rekening van de vertering. 't Was heel
gezellig.
Maandag 26 december. Minder vorst. Wind ZZO, niet sterk. Met
Alfred om 10.04 naar Alkmaar. Te Uitgeest voegen Olga en John en Willem van
Marle zich bij ons. Te Alkmaar per bus naar Friese dijk. Daar opgebonden en via
Otterleek, Ursum, Avenhorn, Oudendijk, Beets, naar Oudhuizen. Daar wat gerust en
per bus naar Amsterdam. De baan van Oosthuizen naar Edam nog niet geveegd. 't
Was een heerlijke tocht, die mij lang in het geheugen zal blijven. Ik rijd niet
minder dan 5 jaar geleden. Prachtig die molens van de Schermer even na het
verlaten van Alkmaar en verderop weer een drietal. Mooi dat slanke gepluimde
wuivende riet aan de boorden en die witte uitgestrektheid. En de vriendelijkheid
van al die stugge Hollanders, de koek-en zopies waar je Amsterdamse korstjes
aanneemt en opeet uit de vuile handen van een boer. We waren 4.15 thuis. Een
prachtdag!
Dinsdag 27 december. Als we opstaan dooit het. Dit treurige feit
brengt de 11stedentocht die donderdag a.s. in Friesland gereden zou worden, in
groot gevaar. De Koningin heeft 10.000 gulden gegeven voor de beloning van
mensen die de banen in orde zouden maken. Het is droevig dat deze Koninklijke
daad nu toch niet geholpen heeft. We gingen samen, Hilda en ik, naar hotel Zilven bij Loenen, het
huis achterlatend in een staat van grote wanorde. De vorige dag was Engelien met
een zware handkoffer in elke hand, het huis uitgestapt, zeggende "ik ben een
dochter van mijn vader" naar lijn 24 en verder naar Alfred in Den Haag om met
hem naar de wintersport te gaan San Bernardino, Graubünden.
1 9 3 9
Het is nu dinsdag 3 januari l939. We hebben nogal wat natte
sneeuw en regen gehad, hebben 's morgens gewandeld en overigens een erg lui
leventje geleid. Ik heb mijn courantenuitknipsels sedert augustus bijgewerkt,
gelezen de brieven van Lawrence en lees nu de memoires van Benvenuto Cellini,
hetgeen interessanter, boeiender lectuur is dan de brieven van dien ongelukkigen
Lawrence.
Woensdag 4 januari. We kwamen tegen ½ 11 op het Kolkhuis aan en
vonden daar Jan en Hessie, Hilda Wendland en Wolff en hun 2 kinderen, Jan Eylard
en Peter, alleraardigste jongens die nog goed Hollands spreken.(Huis
in Hattem, bewoond door Jan en Hessie van Hall-Boissevain. Hun dochter Hilda,
over voor de kerstdagen, woonde in Duitsland).

Het "Kolkhuis" bewoond door Jan en Hessie van Hall-Boissevain.
Tekening Hendrik de Booij
Wolf Wendland is
een veeleisende abnormale kerel. Het verstandigst is hij als hij over Duitsland
spreekt. Hij is pacifist, kan zich echter begrijpen dat een Duitser, hoewel hij
geen oorlog wil, toch eerst bevrijd wil zijn van de schande der onderdrukking
die hij heeft moeten lijden. Het systeem "alles voor het land" schijnt hij aan
te nemen. M.i. moet dit leiden tot oorlog.
7 januari, zaterdag. gisteren Driekoningen. Het brood met boon
was geen succes, namelijk klefferig, oneetbaar. Die oude gebruiken worden niet
in ere gehouden, evenals de poppen van speculaas. Die mooie dames (vrijsters) en
heren zijn onooglijke gedrochten geworden. We hadden kaarsverlichting. Rudi
Voorhoeve verbrandde het groen en we vertelden verhaaltjes of herinneringen uit
ons leven. We aten wafels en dronken warme wijn, 't was gezellig.
11 januari, woensdag. Engelien is bruin, sproetig teruggekomen
uit Zwitserland.
Het IJsselmeer is nog lang niet vrij van ijs. Bij Hindeloopen is
een schip door het kruien van het ijs gezonken. Het vervoerde 80.000 liter olie.
Twee andere schepen zitten er in het ijs vast, verlaten door de bemanning. Urk
is voortdurend bezig met zijn ijsvlet, heen en weer naar Kampen, om
levensmiddelen te halen. Bij Stavoren is het ijs over de dijk gekruid. Bij
Harderwijk zijn ijsbergen van 30 meter hoogte.
Duitsland is zenuwachtig door het feit dat in ruiten van kamers
die direct of indirect in gebruik waren bij het Duitse gezantschap in Den Haag
en Amsterdam, kleine gaatjes zijn aangetroffen. Zelfs is in één kamer een klein
kogeltje gevonden. De Duitse officiële berichtgeving wijt dit aan de Joden en de
sympathie in in Nederland voor Joden gevoeld wordt, o.a. gebleken door een rede
van Colijn om de collecte aan te prijzen. Gelukkig blijven wij hier kalm, maar
men vraagt zich toch af: wat zit daar achter, achter die bangmakerij. Von
Balluseck vertelde mij onlangs dat Duitsland voornemens zou zijn om als bij ons
de sla rijp is plotseling de grenzen voor sla te sluiten, waardoor aan het licht
zou komen hoe wij economisch van Duitsland afhangen. Helaas is dit laatste waar.
Het maakt wel een eigenaardige indruk dat Duitsland zo geprikkeld wordt door een
kogeltje van enige millimeter middellijn.
Gisteren 13 januari naar Noordwijk en daar in de kamer van de
burgemeester afgerekend met Hellenberg, die 21 jaar is geworden en die daarom in
het bezit komt van zijn deel van het Fonds Ramp Noordwijk 24 november 1919. Het
is van
f 3800 aangegroeid tot ruim
f 10.000 in 20 jaar. Daarna naar Noordwijk aan zee en
in de bazar van Jan van Kan zaliger zijn zoon Arie ontmoet met z'n vrouw, Hij
was juist klaar met de balans, zei hij, zag er niet uit als iemand die met een
balans is bezig geweest, daar hij aan het smeden was geweest, dus geheel onder
de olie en roet zat. Aardig om te zien hoe hij brieven van z'n vader altijd bij
zich draagt, ook een briefje van mij aan Jan van Kan.
Mooi gezicht op de zee. Een achttal schelpenvissers aan het werk
met hun karren.
Terug naar huis. 's Avonds wat hartkloppingen en wat koortsig,
niet verkouden. Ik rook in de laatste tijd weer, zou het daarvan komen,
misschien wel. Heb gisteren verscheidene sigaren gerookt, één bij burgemeester,
één bij Van Kan en nog een paar, een viertal denk ik. Zal er weer mee
uitscheiden.
Zondag 1 juli l939. Ik ben heden met Hilda naar Wijde Blik
gereisd. In de autobus zat ik naast een bekoorlijk fries meisje uit Makkum,
genaamd Dijkstra, dat er in de oude friese dracht meer dan bekoorlijk zou hebben
uitgezien. De politieke toestand is zorgelijk. Het schijnt dat Hitler
plannen heeft met Dantzig. Er worden troepen en kanonnen heengezonden. Halifax
heeft weer een rede gehouden die op Duitsers geen indruk maakt. Een paar dagen
geleden sprak Winston Churchill een somber gestemde rede uit, er op wijzende dat
Engeland niet anders kan doen dan oorlogvoeren, zo Polen wordt aangevallen.
Intussen blijft de toestand te Tientsin onveranderd tenzij een verandering mag
genoemd worden dat de Engelsen zich niet meer zo veelvuldig meer op bevel van
Japanse schildwachten behoeven te ontkleden. Als 't misloopt ben ik van plan om naar Amsterdam te gaan omdat
ik daar al mijn werk heb. Een binnenlandse moeilijkheid is de ontslagname van het Kabinet,
dat niet eensgezind is over de zogenaamde ouderwetse of nieuwerwetse manier van
financiering. De ouderwetse wil een sluitend budget met niet uitvoering van de
plannen die men niet kan betalen uit de gewone middelen. De Koningin droeg Colijn de vorming van een nieuw kabinet op.
Hij is onlangs 70 jaar geworden. Gisteren was ik op het Handelsblad, waar de
heer Boskamp de mening uitte dat iemand van 71 zoals Chamberlain niet premier
mocht zijn in de tegenwoordige omstandigheden.
22 aug. (te Amsterdam) Hedenmorgen meldden de couranten de
totstandkoming van een pact van non-agressie tussen Duitsland en de Sowjet-Unie.
Dit is vooral voor Polen zeer belangrijk en stelt ook Engeland en Frankrijk voor
een moeilijk vraagstuk.
24 aug. Op de middag gesproken per telefoon met "De Hoop", die
dwars van Edinburgh is. Ik machtig de Hoop terug te komen als de toestand zeer
ernstig is.
26 aug. Nog geen oorlog. Gisteren is Jan van Stockum uit Giessen
gekomen, brengt de tijding mede dat alle mensen in Duitsland denken dat er geen
oorlog komt, maar dat toch Dantzig Duits wordt en de Corridor zal verdwijnen
enz. enz.
Maandag 28 augustus. Aan het ontbijt een warm gesprek met Jan
van Stockum die gelooft dat Engeland en Frankrijk zullen toegeven. Ik denk ook
dat zoiets zal gebeuren. Hilda niet. 2 u. namiddag. Na het aanhoren van een ongunstig luidende
radiomededeling komt het bericht van de algemene mobilisatie.
woensdag 30 augustus. Jan van Stockum is vandaag opgenomen in
het Wilhelmina Gasthuis. Ik had juist een vergadering gehad a/b van de Hoop toen
ik het vernam. Wat de Hoop betreft werd besloten dat deze bij het uitbreken van
oorlog telefonisch overleg zal plegen met bestuur via Radio-Holland. Als de
verbinding niet tot stand kan komen zal de Hoop terugkeren. In het algemeen zal
de Hoop zijn waar de vissers zijn.
3 sept. Na tafel met Hilda naar het W.G. waar we Jan van Stockum
zeer onrustig vinden. Hij is op het ogenblik geheel buiten zinnen.(De gesprekken n.a.l.
van de dreigende oorlog en de mobilisatie zijn voor Jan, die nog altijd zeer
labiel was, veel te aangrijpend geweest. Hij werd sindsdien verpleegd in
verschillende inrichtingen en is kort na de oorlog overleden aan tbc).
4 october. Vandaag vergadering Adderfonds onder leiding van
Admiraal Quant. Met hem gesproken over onze verdediging. Hij zegt dat deze nog
naar niets lijkt, dat er slechts een begin is gemaakt van een verdediging. Ook
Herman Boissevain, die luitenant van de veldartillerie is, uitte zich op een
manier die niet veel hoop geeft op een langdurig ophouden van een Duits leger.

23 october 1939 - Het Hospitaal Kerkschip De Hoop, afgemeerd
aan de Hoogte Kadijk wordt voorzien van de kleuren rood, wit en blauw.
1 nov. 1939. Zaterdag ging ik met Hilda per auto naar Charles en
Marie, die nu wonen op Oost Witzand in de onmiddellijke nabijheid van hun
vroegere buitenplaats Witzand. Ik heb dit Witzand nooit mooi gevonden en de
plaats zelve klein en vervelend. Anderen vonden het echter een vorstelijk
verblijf. Nu wonen ze echter in een woning die men in vergelijking met Witzand
zeer klein zou kunnen noemen, die echter nog versierd is met dingen die vroeger
Witzand sierden, als de enorme tafel en de portretten van Vader, Moeder en van
de groep der kinderen enz.
5 november. Gisteren naar de Hoop, die op de voormalige
Marinewerf ligt en woensdag buiten dienst gaat. Ik kom een Marinewacht tegen en
merk op dat de geweren op slordige wijze worden gedragen. En toch zegt Alfred
dat er een behoorlijke tucht is bij de Marine. Ik geloof dat die tucht nog zeer
te wensen overlaat. Het komt ook wel door het grote gemis aan zin voor decorum,
een eigenschap van ons Volk, waardoor vele officieren niet zien, niet kunnen
zien, of een man goed gekleed is of niet, of hij er goed bijstaat of niet.
Bij het leger zie ik veel dat mij hindert. Een marcherende troep
gaat wel, maar de houding van schildwachten bijv., de wijze van lopen, laat veel
te wensen. Toch is de houding en de tenue iets beter dan in l914 schijnt mij
toe. De sport heeft wel invloed ten goede gehad.
7 november. Intussen maakt ons land zich klaar voor een
onderwaterzetting op grote schaal. Alle mensen van Baarn, waar gevochten zal
worden, moeten dan naar Wieringermeer. Bé van Rijn, in haar mooie huis te Baarn,
in doodsangst, heeft gedaan gekregen dat zij zal worden gewaarschuwd en dan met
eigen auto naar hotel Duin en Daal kan gaan. Er staan aan het station een groot
aantal veewagens klaar, waarin de bevolking weg zal worden gevoerd.
Zaterdag 18 november. 's Morgens naar kantoor, waar Tom was en
ik hoorde dat hij van tijd tot tijd telefoneert met Alfred. Dat Alfred zelden
schrijft, maar als hij het doet, interessante dingen vertelt, in tegenstelling
met zijn Parijse collega, die veel schrijft, maar weinig dat interessant is.
19 november. De Simon Bolivar van de KNSM is op een mijn gelopen
en gezonken. Er zijn een 80tal vermisten, velen zijn ernstig of licht gewond. De
geredden zijn voor zover mogelijk naar Londen gebracht, waar het gezantschap het
Great Eastern hotel heeft ingehuurd. Alfred is naar Harwich. Ik heb gisteren een Koran gekocht, een Perzisch exemplaar van
cira 1745, heel mooi versierd en geschreven. De kaft is vermoedelijk niet
Perzisch. De prijs was f 25.-'t Is een genot er in te kijken.
3 dec. Alfred kwam vrijdagavond circa 8 uur en vertrok weer
zaterdag per vliegtuig om 8 uur 's morgens. Hij zag er vermoeid uit, heeft het
ook druk gehad met Simon Bolivar en Spaarndam. Hij vertelt o.a. dat de luitenant
die bij het grensincident te Blerik met de Engelse onderhandelaars van de Secret
Service was meegegaan, vergezeld had moeten zijn van een patrouille, maar dat
hij voor die patrouille uit is meegereden met de Engelsen. Deze zijn in de val
gelopen die de Duitsers hadden bereid. Het neerschieten van een Duits vliegtuig boven ons land, in het
Zuiden, geschiedde door één soldaat met één schot uit één karabijn. Hij raakte
de bestuurder waarop het vliegtuig tegen een boom
vloog.
4 december. Naar het Handelsblad waar Planten [directeur van het
Algemeen Handelsblad] mij zegt dat een aantal officieren kamerarrest hebben
wegens NSB of Duitse neigingen. Dat het optreden tegen de NSB erg zacht is en
dat deze zachtheid misschien haar grond heeft in vrees voor Duitsland, dat men
niet wil kwetsen. Is De Geer een krachtige figuur vraagt men zich af. De geest van de troepen is goed, zegt Planten, maar zal dit
geest goed blijven als de ontberingen komen?.
1 9 4 0
13 jan. Nog vriezend weer met grote vreugde van schaatsenrijders
voor ons huis. Ik ben helaas verkouden. Eergisteren - Donderdag - reed ik nog
schaatsen nadat ik de nieuwe had laten slijpen en ik kon nu veel beter rijden,
had mijn oude zekere slag weer terug. Intussen zijn Engelien en Frans getrouwd en alles is schitterend
verlopen.
21 januari. Gisterenavond een bezoek gebracht bij onze buren
Bein. Mevr. Bein had heerlijke taarten gemaakt. Bein vertelde van zijn
ervaringen in de grote oorlog. Hij werd 4 maal gewond, heeft 4 kruisen, w.o. het
IJzeren kruis en haat de Duitsers wegens de manier waarop zij de Joden hebben
behandeld. Hij heeft hier een knopenfabriek gesticht te Spakenburg, waarop
honderden vissers werken. Waarom zulk een man moet worden vervolgd is mij een
raadsel. Vanavond stil weer, maan, alles diep onder de sneeuw. Ik stelde
Hilda voor een korte wandeling te maken, maar ze wilde pas mee toen ik haar f.
10.- bood voor 10 minuten wandelen en om over de brug te gaan wilde ze niet voor
minder dan een kwartje doen. Ik betaalde dus f. 10.25 en we maakten samen een
mooie wandeling van 10 minuten. Wel duur!
8 febr. Ik vroeg Niël hoe de stemming is in de
Wittenburgerstraat. "Ik vraag excuus", zegt hij, "Bitter". En toen legde hij uit
dat het te begrijpen was dat de stemming bitter is wanneer men bedenkt dat het
moeilijk is voor een gehuwd paar van f.10,80 steun per week rond te komen en
tevens iets te kunnen doen aan herstelling of vernieuwing van huisraad en
kleren. Die mensen zien dat ze zakken.
Worden ze communist? vroeg ik. Neen, zei
hij, ze zijn socialist, maar communist worden ze niet. Ze zien te goed het
voorbeeld van Finland. En worden ze nationaal socialist? Dat helemaal niet, zei Niël, Faksist, daar moeten ze helemaal niets van hebben. Er was een
groentehandelaar in de Wittenburgerstraat, die was faksist. Nu die kreeg iedere
dag vast een pak slaag en is moeten verhuizen. De elfstedentocht is tenslotte geen groot succes geweest. Hij
had plaats op 30 januari. Er waren 3000 deelnemers, waarvan 600 aan de
wedstrijd. De omstandigheden waren heel moeilijk. Harde NO wind en geen mooi
ijs. Tenslotte maakten de 5 eerstaankomenden een afspraak die veel verwarring
stichtte. Ze besloten gelijk aan te komen maar kwamen niet gelijk aan en zo kwam
verwarring en ontstemming, omdat het publiek nu eenmaal een winnaar wil zien.
11 maart. Verkoping in Frascati van het laatste huis van de
Bouwmaatschappij voor f. 13900.-. Verder met Oppenoorth gegeten in Europe en mij
daar geërgerd: 1. aan de hors d'oeuvres, 2. aan de verregaande burgerlijkheid
van de dansende paren.
13 maart naar Heilo om te spreken met dr. Barnhoorn van het St.
Willebrordusgesticht. Jan van Stockum kan daar in open verpleging worden
opgenomen, wat een heel goed bericht is. Ook de kosten zijn niet hoog, nam. f.
2,25 per dag, alles inbegrepen.
28 maart. Naar het Handelsblad. De toestand hetzelfde, d.w.z.
slecht, wat de advertenties betreft. Het papier zal niet hoger dan 9,75 worden,
wat nog meevalt, daar het papier in het buitenland al 13 kost. Met de
abonnementen gaat het goed. Naar kantoor en ten slotte naar het Amstelhotel om Mengelberg
geluk te wensen op zijn 69ste verjaardag. Vervelend moet het zijn in een hotel
te wonen.
31 maart. Naar Heilo waar ik naar de St. Willebrordusstichting
en sprak met de administrateur en met dr. Engelman, die Jan behandelt. Ik zag
ten slotte Jan, die onder een spanlaken in bedwang gehouden werd, wat een akelig
gezicht was. Hij herkende mij, zei dat ik oom Han was. Zijn uiterlijk was meer
dat van een verontwaardigd mens dan van een krankzinnige.
1 april. Een brief van Victoria Drummond, die second Engineer is
op een wachtschip en daarmede te Antwerpen ligt. Ik antwoordde dat ik naar
Antwerpen zal komen vrijdag en dat ik hoop dat ze naar Amsterdam komt en
zaterdagavond bij ons komt logeren.
5 april. 12.02 per trein naar Antwerpen en daar 16.09 aangekomen
aan het station Oost. Naar hotel Century en gewacht op Victoria, die om circa
7.15 [pm] kwam. Aardig haar te zien. Met haar gedineerd in het hotel en
vervolgens naar het huis van de Mission for Seamen, waar we de first engineer
van de Har Zion vinden. Om 10.15 met de first Engineer naar boord, ver weg in de
docks. Een lange loopplank. Het schip in survey. Naar mijn hut. Geen verwarming.
6 april. Een koude nacht. Mijn broek aangetrokken, een wollen
vest, onder mijn winterjas. Toch koud. Ontbeten met een aantal officieren. Een
van de officieren was een Pool. Het schip is 30 jaren oud, lekte op veel
plaatsen, zoals bleek toen het in het dok stond. Er zijn vele werklieden aan
boord. Er is heel veel werk te doen om van dit schip een bruikbaar vaartuig te
maken. Alles ziet er smerig en uitgewoond uit. De W.C.! Victoria Drummond heeft
onder zich in de machinekamer 2 Spanjaards, 1 Czechoslovaak, 1 Griek, 1
Egyptenaar, 1 Arabier, 1 Jood enz. enz. Het schip heeft vroeger van den
Palestijne maatschappij gehoord, heet Har Zion, gaat nu zodra mogelijk naar
Lissabon, Gibraltar, Alexandrië, Harifa, dan misschien naar Constanza en in Juli
terug naar Engeland. Dan krijgt ze rust. Ze tekende voor deze reis. De kapitein
zag ik niet. Hij is Brits, oud en doet lange verhalen. In deze omgeving is nu
Victoria Drummond, komende uit een zeer aristocratisch milieu. Ik spreek met een Vlaamse ketelmaker. De vertegenwoordiger van
Lloyds komt aan boord. Victoria heeft in de ketels gezeten. Ik gaf de first
Engineer een kistje met 25 goede Hollandse sigaren, waar hij erg blij mee was.
Die Spanjaarden en andere foreigners dragen messen en vechten er mee. Victoria
krijgt permissie om naar de wal te gaan en zondag terug te komen. Circa 10 uur aan wal en naar Hollands consulaat. Moeilijkheden
met het visum. Naar Waterschout, visum, naar fotograaf voor 2 foto's en terug
naar consul die Holland moet telefoneren om permissie. Eindelijk permissie
omstreeks 12.45 en naar hotel om te eten. Vervolgens om 2.31 vertrokken van
Antwerpen oost. Alle straten te Antwerpen hebben nog klinkers, nergens asfalt.
5.38 te Amsterdam en per tram 24 naar huis. Victoria in burger met uniformpet. Victoria om 9 uur in bed, slaapt 11 uur.
Zondag 7 april om ½ 10 ontbeten. We geven Victoria mee: een
trui, een deken, een electrische lantaarn, vele citroenen, andere kledingstukken
enz. enz. en ze vertrekt per trein van 12.02 wat de beste trein is. We zijn
allen bezorgd voor haar om haar oude schip dat moet varen onder gevaar van
mijnen, duikboten, vliegtuigen enz.Het was merkwaardig Victoria zonder geld te zien. Men mag geen
geld medenemen uit Engeland. Maar bovendien was haar uitrusting heel slecht in
orde. Daar zit ze nu, een nicht van Lord Kinnaird, van de Duke of Atholl enz.,
op een smerige oude koopvaarder die lek is. Het eten is erg slecht. ze hebben al
hun derde kok die niet kan koken.
8 april hadden wij een bijeenkomst aan boord van de Hoop,
waarbij wij o.a. besloten de Hoop klaar te maken voor de vaart en daartoe
maandag 16 april de bemanning te doen komen. Zal er nu voorlopig iets van het
varen van de Hoop komen, of liever van het uitvaren der haringvissers?
17 april. Vandaag over het algemeen geen goede berichten van
Noorwegen. Waar zijn de Engelsen geland? Wat doen ze daar? Alfred schrijft dat men in Engeland zeer optimistisch is en
juicht voor het minste, maar dat intussen Noorwegen Duits wordt als er niet
opgetreden wordt, en "waar blijft dan 't Engelse prestige?" vraagt hij. De Carlyles hebben hem aangeboden ons te huisvesten in Engeland.
We hebben vele vrienden in Engeland. Gisterenavond met Hilda en Engelien naar de Stadsschouwburg waar
we een aardig stuk zagen, "Toontje had een paard getekend". Het gaf een beeld
van het conflict dat in deze tijden gezien wordt tussen de ouderwetse strenge en
de geheel vrije opvoeding.
25 april. 's Namiddags met Hilda naar Schiphol om Alfred te zien
vertrekken naar Londen. Even met hem gepraat. Hij zag er best uit. Ik had een
lijstje van vragen opgesteld
1. Zijn de Duitse berichten over aanvallen op landende
troepenschepen e.d. overdreven? antw. Ja!
2. Zal een aanval gedaan worden op voorbereidingen te Memel?
"Neen".
3. Hoe groot is de geallieerde troepenmacht? 40 à 50 mille. Is
die vatbaar voor uitbreiding? Ja!
4. Waarom kunnen de Engelsen niet beletten dat te Dronthem
schepen binnenkomen? Batterijen.
5. Wordt Churchill moe? Neen!
Daar zagen we de grote oranje vogel vertrekken en verdwijnen in
de lucht. Een paar uur later zal hij in Engeland dalen.
30 april 1940. Verjaardag van prinses Juliana, mooi weer, vlag
uitgestoken. Enigszins somber gestemd. Het blijkt dat Duitsland de meerdere is
in de lucht. In sombere ogenblikken ziet men Duitsland in het bezit van de
wereldheerschappij. Mussert is geïnterviewd door de Amerikaanse pers, die het
interview per radio heeft overgebracht naar Amerika. Nederland is nu geheel in Staat van Beleg. Ook de persvrijheid
is gebreideld. Het Handelsblad heeft over 1939 een verlies van ruim 1 ton,
ofschoon het met de exploitatie behalve de advertenties heel goed gaat. We
hebben 2000 meer abonnees dan vorig jaar. Van Tom vernomen dat het al mooi is als wij een Duitse aanval
enige dagen kunnen tegenhouden. Dit valt mij tegen en ik kan het mij nog niet
goed begrijpen.
dinsdag 7 mei. Sinds de vorige week is er veel gebeurd. De
Duitsers zijn met kracht van Oslo in Noordelijke richting opgerukt en de
geallieerden hebben het zuiden van Noorwegen moeten verlaten.
Dezer dagen heeft onze regering 21 mensen - Nederlanders, die de
neutraliteit in gevaar brachten - in bewaring genomen. Tot deze personen behoort
het kamerlid Rost van Tonningen van de NSB. Gisteren werden de verloven weder
ingetrokken en werden lichtingen zeemiliciens die met groot verlof zijn,
opgeroepen. Nederland is als een egel die zijn stekels opzet naar alle kanten. Hilda legde haar slaapzak klaar. Ik heb wat traveler cheques
gekocht, die te pas kunnen komen als we naar een ander land moeten vluchten.
Vrijdag 10 mei. In de nacht en vroege morgen zijn vele vliegtuigen over ons land
en onze stad gekomen. Er werd veel op geschoten. Nu is het kwart voor zevenen.
De radio heeft allerlei berichten gegeven over bommenwerpers die over Nederland
vliegen boven verschillende plaatsen in de richting van Engeland, over
parachutisten die dalen of gedaald zijn, waarbij er zijn in Hollandse uniform.
Verder waren er geruchten over een aanval op Schiphol. Wij zijn 6.15 opgestaan.
Het is prachtig weer, een onbewolkte lucht. Wat zullen we straks horen? Het
schijnt mij toe dat de oorlog nu voor de deur is.
11 mei. Naar kantoor en Handelsblad. Op 't Handelsblad gehoord
dat om 11 uur een bom is gevallen op een huis aan de Blauwburgwal en dat er vele
doden en gewonden zijn. Dat er gevochten wordt in het Noordeinde Den Haag en
hard gevochten te Rotterdam aan de Coolsingel. Dat Rotterdam voor een deel in
brand staat. Ik zag een troepje vissers in de Paleisstraat, vroeg hun of ze
van zee kwamen. Ja, zeiden ze. Komen alle vissers terug? Ja. Zullen de
haringvissers uitgaan? Neen.
1e pinksterdag, 12 mei. Schitterend weer. Het blokhoofd Van
Minden laat weten dat de dames wasgoed 's avonds binnen moeten hebben met het
oog op luchtaanvallen. Te Rotterdam gaan kerkdiensten niet door. Ook Den Haag
niet.
Chamberlain is afgetreden. In zijn plaats is Winston Churchill
gekomen. 5 uur 5. Bezoek gebracht bij Maurits en Hanna van Eeghen. Net
zit ik er en daar is het weer luchtalarm, het 8ste zegt de familie Van Minden,
die voor elk luchtalarm van de 3e etage omlaag gaat tot de begane grond. Wij
hebben nu als regel dat wij in de hall gaan zitten, de huisdeur open en wachten
tot we geschiet of vliegtuigen horen. Gedurende het luchtalarm gaat de
radiouitzending door met muziek. Ik heb het nog nooit zo druk gehad. Hoe lang moet dat duren.
Volgens Maurits zeggen de Duitsers dat ze over de IJssel zijn getrokken en op de
Grebbelinie aangaan.
Maandag 13 mei 1940. 2de Pinksterdag. Goed weer, bewolkte lucht.
Dit wordt de 4de dag van de oorlog. Boven mijn raam kirren en roekoeën de
duiven. Er zijn daar pas een paar eitjes uitgebroed. 's morgens naar Hoofdpostkantoor. Dit echter gesloten. Zag nabij
de Dam een man aanhouden door de politie. Werd zelf met de auto aangehouden.
Soldaat met geweer klaart om te vuren. Pas ingezien en goedgekeurd. Gisteren kwam uit Aerdenhout de verloofde van Ots dienstbode met
een briefje van Ot en bloemen van Elsebeth. Ot en Olga stellen voor dat wij bij
een van hen intrekken, dit lijkt met niet mogelijk, althans nu niet. In de ochtendeditie staat dat de Koningin is overgestoken naar
Engeland. Dit is een grote slag. Naar het Verenigd Cargadoorskantoor, waar ik ongeveer 10 uur
ben. Ik zie daar de reusachtige rookwolken van de brand van petroleum van de
tanks der BPM. Men wist aanvankelijk niet of er kwaadwilligheid in het spel was,
maar het bleek geschied te zijn op last van de overheid. Enige mensen staan bij elkander voor het kantoor en praten en
eindelijk zegt er een: "En wat zeggen we van de Koningin", waarop een ander zegt
"daar spreken we maar niet over". "Zondag heeft ze ons nog zo mooi op onze
plicht gewezen en nu gaat ze naar Engeland" Haar gaan naar Engeland heeft op het
Volk een hoogst onaangename indruk gemaakt en toch zit er waarschijnlijk niets
anders op. Daarvandaan naar de American Lunchroom waar ik wat at en toen naar
het Koloniaal Instituut waar ik nauwelijks binnen ben of we worden naar de
kelder gejaagd wegens luchtalarm. Dit herhaalt zich later nog eens of tweemaal.
De vergadering der Reddingmaatschappij werd door niemand bezocht.
Om 3 uur terug per tram en herhaaldelijk in de schuilkelders
waar het publiek heel kalm is en eindelijk aangekomen op het Muntplein waar ik
een scheerapparaat koop bij 's Gravendijk en vervolgens bij De Jong touw, 14
meter manilla, om Hilda in de tuin neer te vieren als er brand uitbreekt en we
kunnen niet langs de trap.
15 mei, de eerste dag van de bezetting. Op 3 uur algemene
vergadering van het hospitaal kerkschip De Hoop bijgewoond. Behalve Maurits van
Hall en ik was niemand opgekomen. Later kwam kapitein Smit, wien het met grote
moeite was gelukt om van IJmuiden naar Amsterdam te komen. Besloten in beginsel
de bemanning van de Hoop tot 125 juni uit te betalen. Het daarvoor behodigde
geld niet aanwezig zijn, schoot ik
f 300.- voor ter
betaling tot 15 mei. Tevens werd besloten de bemanning naar huis te zenden en
een wachtsman aan boord te plaatsen. Dit zal zijn de kok Fijnenbuik, een aardige
oude zeeman. Van deze vergadering hield Maurits van Hall de notulen. Crone werd
tot voorzitter benoemd met algemene stemmen (2 in getal) en ik bedankte alle
aanwezigen voor de medewerking die ik heb ondervonden.
De Duitse tijd is ingesteld, zijnde 1 u. 40 later dan onze tijd.
(16 mei]. Hilda heeft op straat lopende Chambers gezien
(secretaris van de Hoop). Als zij hem aanspreekt is hij zeer verbaasd dat
gisteren de vergadering van de Hoop (waarvoor hij zelf de oproepingen heeft
verzonden) heeft plaats gehad. Hij zegt verder dat hij, de naam Chambers
dragende, natuurlijk niet op het kantoor durft komen. Iedereen denkt het eerst aan zichzelve. Wat zal voor mij de toekomst zijn. Mijn vermogen, voor zover het
uit effecten bestaat, tot bijna niets teruggebracht. Mijn pensioen van de
Reddingmaatschappij? De schuldbekentenis van Tom? Mijn vergoeding van de
Oostersche handel? Van het Handelsblad? Wij hadden gerekend op een rustig oud
dagje. Wij moeten maar dankbaar denken aan voorbije tijden. Wat de
toekomst betreft, zou ik het liefst te Bilthoven gaan wonen, in het huisje van
Jo. Maar ik heb het voor 3 jaren verhuurd.
Zondag 19 mei, vijfde dag van de bezetting, mooi weer. Ik per tram naar de Oosterdokkade waar ik de "Hoop" in goede
staat vind, maar de wachtman is niet aan boord, is zeker bezig levensmiddelen te
kopen. Terug en in de verkoopplaats van couranten op het Damrak gehoord dat
het stuk in de Standaard van Colijn gericht was tegen de Regering, tegen vertrek
van de regering. Hij zegt er ook in dat hij, Colijn, niet is weggelopen. Dit
alles maakt een vreemde indruk.
Zaterdag 25 mei, de elfde dag van de bezetting. Gisteren vergadering van het Handelsblad en daar o.a. gehoord
dat het plaatsen van de joodse medewerkers bij Kunst, Wetenschap enz., op
verlangen van de Duitse overheid is geschied; ik hoorde ook dat Joodse annonces
van overlijden, kennelijk als gevolg van zelfmoord, niet mogen worden geplaatst,
dat de Telegraaf de Joodse medewerkers heeft ontslagen, wat ik volkomen verkeerd
acht, de Duitsers uitlokkende tot andere daden van discriminatie. Iedere dag wordt men wakker met het drukkende gevoel: we zijn
onder de Duitsers, we zijn niet langer vrije onafhankelijke Hollanders. Het is
een rust te denken dat we nog een Koningin hebben met een Regering die werkt
voor onze onafhankelijkheid en ook voortvecht met onze Marine.
Maandag 3 juni, de 20ste dag der bezetting. De oude Klein op kantoor. Hij zegt met zijn krachtige, heldere
stem: Nu zijn we in de zorgen, maar 't is maar tijdelijk, meneer de Booy. 't
Gaat voorbij en dan komt de Christus, niet met vliegtuigen, maar met de adem van
zijn mond veegt hij alles weg en dan komt de vrede, een vrede zoals wij die
wensen, niet gemaakt door mensen, een vrede die onvergankelijk is. Niet van deze
aarde.
Zondag 9 juni, de 25ste dag der bezetting. Gisteren om 2.43 naar Rotterdam, daar met verschillende trams en
bussen door de stad gereden en het droevige schouwspel gezien van de
gebombardeerde stad. Om 6 uur zat ik weer op het perron van het verbrande en
verwoeste Delftsepoortstation. Men kon er koffie krijgen en om 8 uur was ik
thuis. In de nacht gedroomd dat ik Commandant was van een klein
scheepje, wat mij we wat bezwaarde omdat ik in de nacht door een moeilijk
vaarwater moest gaan en dat ik een mooie wandeltocht door Zwitserland maakte,
wat me veel genoegen gaf. 's Avonds komt een mooie zilverachtige slanke reiger jagen langs
de oever van het kanaal. Hij loopt voorzichtig met lange passen tussen het lange
gras dat daar groeit in het water, en kijkt vermoedelijk uit naar kikkers.
Woensdag 19 juni 1940, de 35ste dag der bezetting.
Ik heb gedroomd dat onze gehele stad was versierd met
Nederlandse vlaggen en Oranje, maar toen ik wakker werd was deze droom, zoals
vele, bedrog. Naar het kantoor van Maurits van Hall en daar gesproken over de
vermoedelijke plannen van het Duitse beheer om onze "De Hoop" in gebruik te
nemen en hoe we dit zouden kunnen tegengaan.

Telegraaf van 20 juni 1940. De bewoner
is Hendrik de Booij
Donderdag 4 juli l940, de 50ste dag der bezetting. Gisterenavond kregen wij bezoek van Schöffer, die kwam vragen
naar de "Zeemanshoop". (De
Zeemanshoop was de reddingboot van Scheveningen, die in de nacht van vier op
vijf mei door vier studenten was bemachtigd en uiteindelijk met veel
vluchtelingen aan boord in Engeland arriveerde).Hij wilde weten of een zekere Domhof aan boord was
geweest. Zijn vrouw is in voortdurende spanning wegens het uitblijven van
berichten. Hij vertelde verder hoe hij op 29 juni 's avonds 10.15, getooid met
witte anjer met z'n zoontje, eveneens met anjer, door de Verhulststraat
fietsende door een zestal zwarthemden was aangevallen, op de grond geworpen en
geslagen was. Hij had een gat in het hoofd gehad en een bloedende wond. Het
droevigste van dit geval dat de na enige tijd ter plaatse verschenen politie,
geen proces-verbaal opmaakte, doch slechts aanried naar de apotheek te gaan.
Leven wij nu reeds onder een schrikbewind?De drang naar uiting van de volkswil wordt sterker. Men hoort de
namen Linthorst Homan, Goudriaan, prof. de Quay als een soort 3manschap dat het
Duitse gezag zou moeten adviseren. Het jongste bericht is dat zij overleg plegen
met Colijn, die juist een veel gelezen brochure heeft geschreven, getiteld Op de
grens van twee werelden. Ik vrees dat Colijn een domper zal plaatsen op jeugdig
enthousiasme. Het kan niet worden geloochend dat hij nog het vertrouwen heeft
van velen, ook al heeft hij zichzelf veel kwaad gedaan door zijn artikel in de
Standaard, waarin het vertrek van Koningin en Regeering wordt afgekeurd en in
twijfel wordt getrokken of generaal Winkelman wel goed heeft gedaan de strijd
te staken. Door de totstandkoming van deze volksvertegenwoordiging (op
kleine schaal) wil men voorkomen dat de NSB de leiding gaat nemen. Al hoort men
wel dat het Duitse gezag de NSB niet op prijs stelt, doen de feiten toch zien
dat de NSB ontzien wordt.
Zondag 7 juli, de 53ste dag van de bezetting.
[Naast de brochure van Colijn is er] het optreden van den
afgetreden burgemeester van Hilversum. K.L.C.M.J.baron de Wijkerslooth de
Weerdesteyn, die zichzelve aanbiedt als leider. Dat hij afstammeling in de
vrouwelijke lijn is van Willem de Zwijger moet hierbij als aanbeveling strekken.
Onder de naam van Nationale eenheid zendt hij een circulaire, die een weekblad
zal worden waarin hij zijn denkbeelden ontvouwt. De circulaire bevat ook
toespraken die hij gedurende de laatste tijd heeft gehouden. Dit optreden is wel
zeer bijzonder, maar de inhoud van zijn circulaire is niet zo gek en strookt
over het algemeen met de gedachte van Colijn.
Donderdag 11 juli l940, de 57ste dag der bezetting.
Vanmorgen zei de portier van het Koloniaal Instituut mij, dat
"de Jodenvervolgingen waren begonnen". Joden mochten niet meer in de
luchtbeschermingsdienst en ook niet in de openbare bedrijven, zei hij. We zullen
zien.
Een interview van Mengelberg maakt een onaangename indruk. Hij
zal wel zeggen dat hij zich op geheel andere wijze heeft uitgedrukt.
Zondag 14 juli, de 60ste dag der bezetting. Naar de St. Adelbertus Priorij waar ik hartelijk door Chré word
ontvangen. Hij noemt hetgeen thans gebeurt een gesel Gods en we moeten die
geselingen rustig verdragen. 't Is als een operatie die op aarde kort duurt maar
God is buiten de tijd. Chré deelt mij mede dat hij de Abt om overplaatsing heeft
verzocht omdat hij niet kan opschieten met den Prior. Vreemd!Met hem naar Heilo gewandeld en getracht Jan van Stockum te
bezoeken. De Duitsers hebben beslag gelegd op de sanatoriumafdeling om daarin
hun gewonden op te nemen, daarom is Jan nu in de gesloten afdeling.
30 juli. [op Terschelling]. Het heeft de laatste dagen hard
gewaaid uit het N, NW , WNW, en het gevolg is dat het strand bezaaid is met
korte houten dennestammen, vermoedelijk bestemd voor papierfabrieken. Verder
zijn er vele lijken aangespoeld. Toen wij gisterenavond gingen wandelen
passeerden wij er drie, alle in een verregaande staat van ontbinding.
(begin augustus]. Het was al half onder het zand geraakt. Het
hoofd was er nog aan maar men zag slechts de ontvleesde schedel. De handen
ontbraken. Uit de kleren staken beenderen, maar de romp scheen nog niet vergaan.
Zo lag hij al drie dagen en misschien langer. Ik was van hem gaan houden, want
hij lag daar zo hulpeloos en hij was toch ook een kind geweest, de trots van een
moeder. Kort geleden was hij nog een krachtige jonge man. Gaarne had ik hem
begraven, maar hoe zou ik hem naar de rand der duinen brengen. Toen kwam de
motorwagen van de Duitsers met lijkkisten en ik zag hoe ze hem met schoppen
voorzichtig in een kist legden en wegbrachten.
Zaterdag 17 augustus, de 94ste dag der bezetting. W. Mengelberg heeft Hilda geantwoord op haar brief [ n.a.v. een
kranteninterview over het eerder verschenen interview met Mengelberg, waarin
deze aanneemt dat het merendeel van de Nederlandse bevolking blij was met de
wapenstilstand, in het bijzonder de vrouwen]. Het antwoord [niet bewaard] van
Willem betekent zeer weinig.
Maandag 26 augustus. Goed weer. Zon. Gebaad.
's Avonds komt men vertellen dat alle niet te Terschelling
ingeschreven bewoners morgen per boot van 11 uur moeten vertrekken. Niemand weet
wat de aanleiding is. Onze gasten vertrekken overhaast en wij beginnen te pakken
en gaan met de duisternis naar bed, stellen de wekker op 6 uur.
28 augustus. Leeuwarden was erg vol van mensen. Het waren de
vele mensen, 10 à 20 duizend die waren kwamen luisteren naar de rede van oud
minister Colijn. Hij sprak voornamelijk over de Nederlandse Unie, keurt het
optreden van de Unie af, meent dat de Christelijke Protestanten zich daarbij
niet kunnen aansluiten. hij meent dat de Ned. Unie te enthousiast is voor het
nieuwe, dat zij in het vaarwater komt van de NSB, dat wij in de eerste plaats
moeten streven naar volksinvloed op de Regering en naar vrije meningsuiting.
11 september. Zowel Olga en Johan als Tom en Ot hebben
inkwartiering . De kinderen zijn vol medelijden voor de soldaat en Elsbeth zei
tegen haar moeder: Gek hè, nu kunnen we toch niet meer van "Mof" spreken.
Vrijdag 13 september, de 122ste dag. Vandaag naar de tandarts
[Sanders], wiens zoon, diens vrouw en kind, in de moeilijke dagen van de inval,
evenals zovelen, een einde maakten aan hun leven. Ik bewonder de houding van de
vader, die, zo zwaar beproefd, zijn werk met dezelfde nauwgezetheid blijft
voortzetten. Hij is verouderd en sterk vermagerd.
Zondag 15 september, de 124ste dag. Mengelberg heeft zich door
zijn uitlatingen in Duitsland hier onmogelijk gemaakt. Het orkest en ook het
bestuur hopen dat hij weg zal blijven.
Zondag 22 september, de 131ste dag. Hilda en ik per fiets naar
Ouderkerk, de westelijke oever van de Amstel heen en de Oostelijke terug. We
brachten een bezoek bij Christien van Veen, onze oude naaister, die in een
tehuis voor oude mensen woont. Ze heeft het daar heel goed. Ik geloof dat ze wel
f 18.- per week moet betalen, maar ze heeft het dan
ook goed.
23 september. De voorzitter van de Ned. Dagbladpers, Henny,
heeft op verlangen van het Duitse beheer zijn ontslag genomen. Onze directeur
Planten heeft een vergadering bijgewoond waarbij vele directeuren van bladen
tegenwoordig waren. Op zijn herhaald vragen is eindelijk gezegd dat de bladen
zullen geleid worden in nationaalsocialistische richting en dat de wijze van
doen in de Persraad zal zijn volgens het Führerprincipe. Kars is dus de Führer.
Toen gevraagd werd of iedereen het ermee eens was, dat Planten de enige die
opstond en zei dat hij er zich niet mee kon verenigen.
Zondag 29 september, de 138ste dag. 's Avonds hoorden we van iemand op straat het bericht van de
geboorte van Willem Lodewijk van Oranje aan boord van de kruiser HM Heemskerk en
dus op Nederlands grondgebied. Wij weten niet zeker of het bericht waar is. Nu
voelt men het bezet te zijn. Wij kunnen niet in het openbaar zeggen dat een Prins is geboren,
want "hoe komen wij aan het bericht?" Iemand op straat floot "Al is ons prinsje
nog zo klein, alevel zal hij stadhouder zijn". Maar we hoorden verder niets en
zo liep alles dus uit op een teleurstelling.
2 october. Een werkman die klaagde over de stijging van prijzen, die maakt
dat een blikje makreel nu 59 centen en vroeger een kwartje kostte, zei
plotseling "maar we hebben nu een prins". Het gevoel een prins te hebben geeft
moed.
3 october. Het bericht van de geboorte van een prins wordt niet
bevestigd, het is zelfs niet zeker of de Prinses een kind verwacht. We moeten
onze oranje muisjes voorlopig nog bewaren.
4 october. Gisteravond het eerste concert onder Mengelberg. Wij
bleven thuis en luisterden door de radio. Er gebeurde naar het mij schijnt niets
bijzonders. Hoe het applaus is geweest bij het eind weet ik niet, daar na 9 uur
geen uitzending meer plaats heeft.
5 october. Dieuwke de Hoop Scheffer vertelt mij voor zeker dat
het wel waar is dat een Prins is geboren. Hij heet Willem Boudewijn, Boudewijn
naar de Koning van België en de officiële mededeling heeft eerst plaats als onze
Regering zich overtuigd heeft van zijn aanwezigheid. Men moet daaruit afleiden
dat de ministers naar Canada zijn gegaan. 2 uur vergadering Koloniaal Instituut. Daar gehoord dat
verschillende personsn zijn gearresteerd als represaille maatregelen tegen de
behandeling van Duitsers in Ned. Oost Indië. Die personen zijn o.a. Heineken,
prof. Wijer, Bolkestein jr., Gerbrandy jr., Dr. van Hengel, chirurg te Arnhem,
Dr. Eykman, prof. Pos e.a. Geadviseerd wordt vitaminen mee te nemen en purgatiemiddelen. Ik
ga na de vergadering naar notaris Koopman die een algemene volmacht op Hilda zal
maken voor het geval ik word gearresteerd. Men zegt dat ik geen kans heb wegens
mijn leeftijd, maar men kan niet weten. 's Avonds als wij naar bed gaan begint een hevig kanonvuur en
ook de sirene loeit. We zien niets dan een lichtbol langzaam zakkende. Het
kanonvuur duurt wel tot 12 uur en alles schudt.
8 oktober. Mej. V. vertelt dat het gisteravond Engels vuurwerk
is geweest. Vandaar die sirene, die de mensen van de straat jaagt. Het vuurwerk,
bestond uit vele gekleurde bollen etc. en ten slotte een Kroon en Rood wit
blauw. Het is dunkt mij dus duidelijk dat de Prins is geboren. Lang leve Prins
Willem Boudewijn. Namiddags vergadering van de Reddingmaatschappij. [wij hebben]
besloten dat wij onze reddingboten niet geven voor tochten verder dan 15 mijl
uit de kust.Het vuurwerk was geen vuurwerk. Dus weer geen Prins.
Vrijdag 1 november, de 171ste dag. Vanmorgen vergadering van het Zeemanshuis. Bij de aanvang van de
vergadering moesten wij allen een verklaring ondertekenen, luidende als volgt:De ondergeteekende... geb. te... wonende te ... verklaart dat
naar zijn beste weten nog hijzelf, noch zijn echtgenoote (verloofde) noch een
zijner ouders of grootouders ooit heeft behoord tot de Joodsche
geloofsgemeenschap. Den ondergeteekende is bekend dat hij zich, ingeval
vorenstaande verklaring niet juist blijkt te zijn, aan onmiddellijk ontslag
blootstelt.
9 november. Om half drie komt Tom jr. en ga ik met hem naar een
concert bij mevrouw Van Blaaderen ten bate van behoeftige Joodse kunstenaars.
Woensdag 27 november, 197ste dag der bezetting. Er is sedert ik
het laatst inschreef veel gebeurd.
Charles is overleden. Er waren weinig mensen die veel van hem
hielden. De oorzaak was een gebrek aan belangstelling zijnerzijds, een
hooghartige houding bij ontmoeting en nu hij is gestorven vraagt men zich af of
de fout niet ook bij onszelf lag. Hij heeft moedig de zware slagen die hij kreeg
verdragen. In de eerste plaats zijn faillissement en dientengevolge het verlies
van zijn gehele vermogen, en zijn moeilijke pijnlijke ziekbed. De zwaarste vernedering is het ontslag van Joden of halfjoden
uit betrekkingen bij de Justitie,m het Onderwijs, bij hospitalen enz. enz. Dit
is schandelijk, ondraaglijk. Zo is bijvoorbeeld de voortreffelijke mevrouw
Joosten van de Montessorischool ontslagen, iemand die onvervangbaar is, en
verscheidene professoren van de Amsterdamse Universiteit. In de couranten staan
van al die ontslagen niets, n i e t s .
2 december. Wij gingen met ons beiden (10 nov.) naar een
uitvoering van Peer Gynt in de Stadsschouwburg. Wel goed en genietbaar, maar het
werk zelf vind ik niet bevredigend. Peer Gynt is een man die voortdurend buiten
de werkelijkheid leeft, zo sterk zelfs dat hij veel op een krankzinnige begint
te lijken. De bedoeling is dat hij iemand voorstelt zonder 'singleness of
purpose', die zich telkens laat afleiden, maar hoe heeft hij het hem dan toch
geleverd in de Pauze een rijk man te worden in Californië?
28 december. Willem van Marle [kleinzoon] komt te
Amsterdam en ik ga met hem naar Saartje Burgerhart in het Centraal Theater. Wel
aardig. Het publiek reageerde zeer onverwacht op allerlei onschuldige gezegden,
daaraan een politieke bedoeling vastmakend. Zo was er een applaus toen de jonge
Edeling zeide: "Maandag gaan er weer hele troepen weg". En zo was het ieder
ogenblik.
1 9 4 1
5 januari. Zondag. Met Engelien en Frans naar Nieuwendam en
vandaar naar Monnikendam en terug. Ik zie voor het eerst, en wel op het
Noordhollands koffiehuis tegenover het station de briefjes "Juden nicht
erwünscht" en ben erover verontwaardigd., tracht een oudachtig heer te
weerhouden dit café binnen te gaan, maar ofschoon hij erkent dat ik gelijk heb,
gaat hij toch binnen, zeggende dat hij een kop koffie moet drinken. Het
was een aardige tocht. Wind NO kracht 4 en natuurlijk later voor de wind terug.
We aten erwtensoep in Monnikendam.
12 januari. Lichte vorst. Ethel Gorner komt en vertelt van haar
ervaringen in het interneringskamp te Schoorl. Zij was daar met nonnen, een
zestal, met een miss Gray die altijd op kastelen had gewoond, met een directrice
van het Walen weeshuis, met danseresjes en natuurlijk met onze mejuffrouw
Visser. Er waren in totaal een 180 vrouwen van Engelse nationaliteit
geïnterneerd. Jo Spier is gevangen genomen. Er wordt veel gereden op het kanaal voor de deur. De baanveger
met wien ik sprak was vol lof over de Volendammer. "Een stoer volk en dodelijk
goedig. Je kan zo tegen zo'n man oplopen en hij doet je niks. Probeer 't maar
eens. Loop eens hard tegen hem aan en dan zegt hij: Wel maat, wil je met me
uitgaan?" Ze rijden uitstekend schaats en toch heeft nog nooit een Volendammer
een prijs gewonnen. Ik geloof, zegt de baanveger, dat die snelheid meest in die
broeken zit.
29 januari. Om half drie komt Kira [Gordon] voor de les
[viool]. Hij heeft maar weinig gestudeerd. Na de les schaatsenrijden
langs het kanaal tot een eind op het Vinkeleskanaal. IJ niet mooi, maar lekker
weer. Gepraat met een baanveger, die werkeloos grondwerker en steenzetter is en
als zodanig f12.75 per week ontvangt voor hem, vrouw
en 3 kinderen. Hetgeen hij verdient als baanveger mag hij verdienen. Daar maakt
de steun geen aanmerking op. Maar 'guldens' mag hij niet verdienen. Dan zou hij
misschien verraden worden, wat veel voorkomt.
Maandag 3 februari, de 263ste dag der bezetting. Juffrouw Visser
is teruggekomen van hare internering te Schoorl. Zij heeft ongeveer 5 weken in
dit kamp gezeten met 176 andere vrouwen. Ethel Gorner werd al spoedig met een
twintigtal anderen ontslagen en later nog een dertigtal, onder welke mej.
Visser. De rest, 157, ging naar Duitsland, men zegt Würtemberg. Het kamp te
Schoorl was onder commando van een officier die streng maar niet onredelijk
optrad. Het eten was er uitstekend. Er waren Nederlandse verpleegsters aan
verbonden die toezicht moesten houden op de geïnterneerden. De stemming was
uitstekend.
10 februari. Zoeven gehoord dat gisteren in de binnenstad veel
is gevochten. Deze gevechten worden uitgelokt of begonnen door leden van de NSB
in zwarte hemden die Joden molesteren, ook de politie tarten enz. Eindelijk kwam
de marechaussee en veegde de straat schoon.
12 februari. Tom vandaar bij CS aangemaand zijn Uniespeldje te
verwijderen, hetgeen hij niet deed. Het publiek koos zijn zijde. Berichten
gehoord van ongeregeldheden in de Jodenbuurten van de binnenstad. Verschillende
bruggen zijn opgehaald en er staan mitrailleurs in de straten.
15 februari, de 174ste dag. Heden collecte voor Winterhulp. Het
schijnt mij dat de collectanten niet veel ontvangen. Ze rammelen veelal met
bijna lege bussen. Als ik thuiskom
zijn Hilda en Engelien onder begeleiding van
Fiep Kwast aan het zingen uit de Maccabaeus van Händel. Ik hoor dat dit werk nu
"Der General" heet.
Donderdag 6 maart, de 293ste dag. Te Amsterdam is het
belangrijkste bericht dat Voûte burgemeester en rijkscommissaris van Amsterdam
is geworden. Ik geloof niet dat hij een man is van zeer bijzonder intellect,
niet dom, maar ook niet zeer knap. Verenigt hij zich met de behandeling die de
Joden moeten ondergaan? Men moet het afleiden uit zijn benoeming. Toen wij in
Indië waren in l901 of begin 1902 misdroeg zijn Vader zich in zaken en liet zijn
moeder onverzorgd achter met haar zoon van 15 jaar. Ik verneem dat hij enige
goede eigenschappen heeft, maar de aanvaarding van deze positie is niet
begrijpelijk.
7 maart. Op het ogenblik zijn alle insignes van de straat
verdwenen: het Uniespeldje, het Ned. Leeuwtje met de nationale kleuren, de
speldjes met de kop van de Koningin, het NSBspeldje enz. enz. enz., vele
soorten.
17 maart 1941. Op 10.30 vergadering van het Handelsblad. Die
vergaderingen zijn dikwijls interessant. Ik ben nog steeds secretaris, reeds
sedert 1922.
16 maart. De veelsoortige speldjes verschijnen weer. Het nummer
31 van de Unie bevat een belangrijk hoofdartikel "Voor of tegen ons". Vernomen
dat de hoofdredacteur K. is gevangen genomen. Er worden verenigingen opgeheven,
men zegt 'vele'. Het Leger des Heils is bijv. opgeheven.
27 maart. Gisteren ledenvergadering van het Hospitaal Kerkschip.
Ik trad voor het laatst als voorzitter op en overhandigde aan het slot de hamer
aan Maurits van Hall. Ik hoop dat onze vereniging zal kunnen blijven bestaan en
dat wij ons scheepje zullen terugzien. 's Morgens een wandeling en op de thuisweg vis gekocht van een
Marker die Teerhuis heet. Ik koop 2 haringen 0,15, garnalen voor 0,30 en sprot
voor 0,40. Alles veel duurder dan vroeger. De haringen zijn koelhuisharingen. Ik
zal er Dick Mesman op fuiven en mej. Visser en mezelf.
Vrijdag 18 april l941, de 338ste dag. 1.35 naar Jan van Stockum, aan het station koffiegedronken,
waarvoor ik van Hilda enkele broodbonnen had gekregen. Ik had nog wat
boterbonnen. In de restauratie een verarmde boel. Alles grauwer, armer dan
vroeger. Het brood grauw en de tafeltjes zonder kleedjes. Te Heiloo word ik spoedig bij Jan toegelaten. Hij lag op de
grote zaal met circa tien andere patiënten, zag er goed uit, maar kon zich
blijkbaar niet concentreren, al herkende hij mij wel. Ik gaf hem een fles met
vruchten en bleef niet lang. Beneden wachtende op de komst van de dokter sprak
ik met enkele patiënten. 1. Een gewezen bootwerker, oud 52 jaar. "Weet u waarom ik hier
zit?" zei hij, "ik heb een distributieambtenaar door z'n loket heengehaald"
"Waarom dee je dat?" vroeg ik. "Omdat ik wel 3 maal had geschreven en geen
antwoord gekregen. Toen ben ik naar het kantoor gegaan en toen hij z'n hoofd
door 't loket stak heb ik hem er doorheen gehaald". Dit met blijkbare
voldoening. "Toen heeft de politie me weggehaald en toen ben ik later uit 't
ziekenhuis gevlucht. "Doorlopen", roept de portier, maar daar trekt hij zich
niets van aan, hij geeft een grauw in de richting van de portier. Er is nog een
oude man met een fijn gezicht. "Hoe gaat het met u", vraag ik. "Heel slecht", zegt hij "slecht,
slecht" en hij kijkt zo wanhopend dat ik hem moed in tracht te spreken.
Woensdag 21 mei 1941. 1 jaar en 7 dagen bezet. Het is heden de verjaardag van mijn moeder: 114 jaar geleden
werd zij geboren.
De dagen van 10-15 mei waren herdenkingsdagen. We hebben een
briefje in de bus gevonden waarin het lezen van bepaalde psalmen en gezangen
werd aanbevolen en daaraan hebben we ons gehouden. Wat ons werd aanbevolen was
het volgende: Ps. 79, Neh. 9: 33-37. Jes. 14: 7-9, Rom. 8: 31-39; Job 27: 13-23,
Ps. 9: 9-10. Jes. 14: 3-23, Ps. 60. Jes. 33: 1-13, Ps. 75. De tekst van de in de bus gevonden circulaire zal zeker velen
naar het hart gegrepen zijn geweest. Bij mij rees de vraag of men door het
aanbevelen van zekere psalmen, waarin een geest van vergelding tot uiting komt,
niet misbruik maakt van de Bijbel en vergeet wat Jezus ons leerde: Hebt uwe
vijanden lief. Maar het Volk kan op het ogenblik de leer van Jezus niet goed
verdragen. Zij hebben iets geweldigs die psalmen, maar werden gemaakt duizenden
jaren voor de komst van Christus.
5 juni begaf ik mij naar de Apollohal ter verkrijging van de
identiteitskaart, welke ieder Nederlander van bepaalde leeftijd steeds bij zich
moet hebben. Deze maatregel is, naar ik verneem, van oorsprong Nederlands. Men
betaalt f 1.- maar Joden zijn vrijgesteld van
betaling. Dit is natuurlijk een Duitse regeling. Naast mij stond een Joodse
arbeider. "Alweer een gulden verdiend", zei hij. Ik trachtte sigaren te kopen, maar ze zijn te duur. De
goedkoopste kostte 15, betere soort 20 en 24 per sigaar. Nu ben ik aan de tabak
gegaan. Een pijp gekocht. Niet aanmoedigend is dat ik in het pakje tabak het
hieronder gehechte briefje vind: "Oorlogs-melange d.w.z. Zoo goed als 't kan! Rotterdam, februari 1941."
Woensdag 9 juli 1941. 1 jaar en 55 dagen bezet. Ik lees op het ogenblik:Julianus apostata van Mereskowsky. Boëtius.Bunyan.Het leven van Andersen. Gisteren was ik te Amsterdam en hoorde in de trein van Planten
het droevige bericht an de gevangenneming van Von Balluseck en Boskamp. Ze
werden maandagmorgen gevangen genomen na een onderhoud in het gebouw van het
Handelsblad. Planten bracht daarna de hoofden van het personeel in kennis met
het feit.
10 juli 1941. Het is de 422ste dag der bezetting van ons
geliefde land. Moge het spoedig de laatste dag zijn. Om 9.45 met Mary van Eeghen per gasauto naar Marie
Boissevain-Pijnappel om haar geluk te wensen. Deze gasauto heeft zijn gas in een
grote zak bovenop. Hij heeft gas voor 34 kilometer. [de reis ging van Valkeveen naar Blaricum].
Dinsdag 29 juli l941, de 441ste dag van onze vernedering. Naar Huizen gefietst naar aanleiding van een brief van Tom, die
opzending van mijn Reddingmaatschappij dasspeld aan Tom noodzakelijk maakt. Ik sprak te Huizen even met een bejaarde bewoner. Hij zeide dat
de molen langgeleden was weggenomen en eveneens de heuvel waarop hij stond. De
molen staat nu te Arnhem. Hij betreurde het zeer. Huizen lijkt weinig meer op het dorp van 30, 40 jaar geleden.
Overal staan nieuwerwetse huizen, de jonge mensen hebben geen dracht meer. Geen
botters. Enkele namen herinneren nog aan het oude Huizen: Hellingstraat,
Visschersstraat, Taandersstraat. De Huizers waren vroeger in twee gescheiden gemeenschappen
verdeeld, de boeren en de vissers. De vissers hadden een dracht die verschilde
van die van de boeren en zagen er mooier uit, hadden mooiere gezichten. Nu zijn
er nog 5 à 6 botters, toen waren er 340 of meer. De vissers hadden weer naast
zich de verkopers van hun vangst, Huizers die met gerookte haring en andere vis
op hun kruiwagens verre reizen deden en deze langs de huizen venten te
Frankfort, Straatsburg, ja zelfs tot ver in Rusland. Gedurende de wereldoorlog
van l914-18 sprak ik, wachtende op de tram, gezeten op een bank bij Drafna, met
een Huizer die klaagde over de lange duur van de oorlog. In 1871, zei hij, was
ik met 12 kazen te Straatsburg, en die oorlog was in 9 maanden uit en betaald.
6 augustus. De 449ste dag. Gisteren toen ik als vertegenwoordiger van de Ned. Handel en
Rederijen een "koper" verklaring moest afleggen, vond ik bij aankomst een
partijtje mensen uit de arbeidersstand met hun kleine koperbezit. Ik begaf mij
toen aan het hoofd van deze wachtenden en had dit niet behoren te doen. Er was
er een, die mij op fijne wijze attent maakte op mijn misslag. Ik moet nog meer
democraat worden, de Marine werkt na lange jaren nog na.
Dinsdag 7 oktober 1941. De 510de dag van onze vernedering. In de nacht verwarde angstdromen. Ze kwamen in hoofdzaak hierop
neer dat ik mijn plicht had verzaakt in de zorg voor de kompassen en daarover
ongerust was, met als ik wakker werd het geruststellende gevoel dat ik helemaal
niet meer in de Marine ben. Toch komen dergelijke dromen altijd weer terug. Ik
hoop dat ik ze niet zal hebben op mijn sterfbed.
[8 oktober]. Ot [schoondochter] had gisteren in de trein vlak
bij NSB'ers gezeten en was onder de indruk van hun enthousiasme, het geloof in
hun taak. Ot is zeer principieel en ergert zich aan al het halve werk aan onze
zijde, het buigen voor de Duitsers ook als dit niet zou behoeven. Het is
natuurlijk waar dat de Duitsgezinde partij het wat het tonen van hare gezindheid
betreft heel wat gemakkelijker heeft dan wij. Zodra wij iets tonen worden wij
ingerekend. Het grote vraagpunt is denkelijk: moet ik blijven en bukken met de
hoop dat dit kort zal zijn of moet ik mij verzetten met prijsgeving van de zaak
die men dient. Zo is het bijv. bij het Handelsblad waar de redactie is versterkt
of voorzien van een aantal Duitsgezinde redacteuren die de inhoud van het blad
volmaakt hebben gewijzigd, althans wat de politieke artikelen betreft. Het
aantal abonnees was tot 37000 verminderd (van ruim 59000). Deze vermindering
vind ik niet eens groot. Ik zou wel weg kunnen gaan maar vind dat ik het eerst kan doen
als ik meen dat het goed zou zijn zo wij allen gingen. Door te blijven
kan de directeur nog enigszins de belangen van het oude personeel behartigen en
door ons aanblijven blijft althans de courant als instelling behouden. Dit is de eerste uiting van het grote onbehagen dat het
aanblijven als commissaris van het Algemeen Handelsblad voor mijn vader
betekende. Hij is er altijd over blijven piekeren, ook na de oorlog.
20 november. 's Avonds een vergadering van het Handelsblad bij
van Eeghen. Terug in duister met karretje met klein paardje. De rit naar
Stadionkade kostte f 5.- met de fooi. Erg veel. Maar
men betaalt royaal tegenwoordig, zonder mopperen, voor zulke dingen.
9 december l941. Men moet de Japanner niet onderschatten. Hij
heeft het grote voordeel van een eenhoofdige leiding en een paraat
landingsleger. Men zegt dat zijn luchtvloot niet goed is? We denken aan al onze
verwanten en vrienden in Indië.
1 9 4 2
22 januari. Tom deed voor de 2de maal de Elfstedentocht, nu in
12 uur. Het ijs was mooi en de gelegenheid was gunstig, hoewel het zeer koud
was. Er waren 1000 wedstrijdrijders en 4000 deelnemers aan de tocht.
28 januari. Gehoord dat de D. overheid evenals te Zaandam nu ook
begonnen is te Hilversum de Joden te evacueren naar Amsterdam, waar zij zich dan
met achterlating van hun bezittingen in hun vroegere woonplaats - ze mogen
slechts een aantal kilogrammen meenemen - moeten vestigen in de z.g. Jodenbuurt,
zoals Sarphatiestraat.
29 januari. Op Malakka zijn de Japanners thans op 80 kilometer
van Singapore. Er heeft een 3daags debat plaats gehad in het Lagerhuis. W.C.
heeft alle schuld voor tekortkomingen of fouten op zich genomen, niemand
verwijten gedaan. Het Huis heeft ten slotte het beleid van W.C. goedgekeurd, met
646 stemmen tegen. Mijn gewicht was hedenmorgen 65½ kilogram
31 januari. Ernst Crone, Prof. Romein, Prof. Borst, Piet Gunning
en zeer vele anderen, men zegt wel 500 zijn gevangen genomen. Dat is alleen te
Amsterdam. Het totale aantal over Nederland moet 2000 zijn, meest
intellectuelen. Wat is hiervoor de aanleiding? Men spreekt over de mogelijkheid
van een landing uit Engeland.
Dinsdag 3 febr., de 629ste dag. Gehoord dat er 3 ghetto's zullen komen in Nederland: te
Amsterdam, in Drenthe en op een 3de plaats. Het ghetto te Amsterdam komt in de
Rivierenbuurt. De duitse en andere vreemde Joden zullen naar Polen worden
gebracht.
Woensdag 4 februari l942, de 630ste dag van ons knechtschap.
Gedurende de nacht veel sneeuw gevallen. Barometer gedaald. Ik lees in Dichtung und Wahrheit en over het ontstaan van de
Bijbel.
5 februari. Soerabaya gebombardeerd door 80 Japanse vliegtuigen. Hilda wordt door een bleek jongetje aangesproken die om een
broodbon vraagt. Hij krijgt niet te eten. Wij geven hem brood en kaas en een kop
koffie die hij beneden op de trap opeet. Hij werkt bij een schoenmaker, verdient
f 3 p.w., waarvan hij 0,50 zakgeld krijgt. Vader is
bij de post, neemt het meeste brood mee. hij krijgt 's middags geen eten. Ik heb
hem gezegd dat hij terug mag komen als 't te erg is.
Donderdag 12 februari, de 639ste dag van onze vernedering.
Gewicht 67 kilogram. Matige vorst, 1 à 2 Celsius, stil weder, later onaangenaam
koud, nattig. W. wind, guur. Het Montessorilyceum is nu eindelijk erkend. Het is een lange
strijd geweest onder Hilda's leiding als voorzitster.
Gehoord dat alle vrouwen van Marinepersoneel dat tegen Duitsland
vecht voortaan slechts f 70.- + een toeslag voor
kinderen per maand zullen uitbetaald krijgen.
15 februari. Singapore is gevallen. Er wordt nogal gemopperd over de Engelsen die vanuit Londen
opwekken tot sabotage maar zelf slechts nederlagen lijden.
8 maart. De Japanners zijn door een verdedigingslinie bij
Bandoeng op de vulkaan Tangkoeban Prahoe doorgebroken en sedert de namiddag
komen er geen berichten van Java meer door. De radiozender te Bandoeng sloot om
3 uur namiddag met de woorden: "Nu sluiten we tot betere tijden. Leve de
Koningin".
Zaterdag 28 maart l942. De tijden worden moeilijker. Er wordt veel brood gestolen door
hongerige landgenoten uit bakkerskarren. De methode is als volgt: Men ziet een
onbeheerde bakkerskar (de bakkersjongen is boven bezig met Mevrouw), springt er
op, ledigt op een veilige plaats de kar en laat de kar achter. Gehoord dat er
tegenwoordig gemiddeld 30 karren per dag worden gestolen.
Woensdag 1 april l942, de 685ste dag. Gehoord dat Meer en Bosch, het sanatorium voor lijders aan
vallende ziekte, thans verlaten is. De verhalen zijn niet eensluidend. We horen
van een rede gehouden door een geneesheer over de sterilisatie van epileptici en
de weigering van de geneesheer van het gesticht om een dergelijke rede te
houden. Verder dat alle patiënten en zusters het huis hebben verlaten en bij de
burgerij, kennissen, familie enz. zijn ondergebracht en dat het bestuur is
gevangen genomen. Er zal zeker wel wat gebeurd zijn, maar wat het is, zal wel
blijken.
20 april. Het is heden de verjaardag van Adolf Hitler. In onze
buurt meer westelijk, voornamelijk in de zijstraten, zie ik meer NSB of
Hakenkruisvlaggen dan tot dusver. Ik tel er in totaal 30. In de buurt van de
Amstellaan zie ik geen enkele vlag en ook slechts enkele op andere plaatsen. De
gehele Stadionkade heeft er geen enkele. Heden zijn de Amersfoortse gijzelaars, de professoren,
ingenieurs e.a. vrijgelaten.
4 mei. Naar Tom, die mij op de hoogte brengt van de gang van
zaken bij de Zeevaartschool. Er is een strijd betreffende competentie tussen het
dep. van Onderwijs en de commissaris niet-economische verenigingen en van de
afloop van die strijd hangt de toekomst van de directeur af. Naar huis gewandeld
en zeer vele Joden gezien, getooid met gele ster, die de Duitsers Davidsster
noemen. Op zichzelf beschouwd is die uitmonstering niet zo lelijk en doet denken
aan een demonstratie op een Oranjedag.
Zondag 17 mei 1942, de 733ste dag. Ik ga naar de Noorderkerk waar Ds. Koningsberger preekt, volgens
voorschrift van synode over Hebreeën XIII v. 14. "Want wij hebben hier geen
blijvende stad, maar wij zoeken de toekomende". De kerk vol. Ik zat vlak bij de
preekstoel.
De dominee bad voor de Koningin, voor haar Huis, voor allen die
in moeite en verdriet zijn, voor hen die worden terechtgesteld, voor hen die
slechts om reden van een verschil in ras worden vervolgd. Ook voor de 2000 die
nu juist weer zijn weggevoerd.
In zijn preek noemde hij de tekst die de Synode had
voorgeschreven een zeer moeilijke, niet wanneer je hem eenvoudig opvat en hem
toepast als mensen die hem gebruiken bij een verhuizing. De betekenis is een
andere, namelijk dat we niets wat aards, concreet is, moeten zoeken maar het
eeuwige. Helaas had ik weer last van slaap, maar ik bleef veel langer wakker dan
bij Ds Arnal. Hoewel ik door die ellendige slaap niet alles heb kunnen
onthouden, was ik toch gesticht en besloot ik Zondags meer naar de Hervormde
kerk te gaan en enige psalmen uit het hoofd te leren. Voor het einde zongen wij
psalm 89, vs. 7: Hoe zalig is het volk dat naar uw klanken hoort. Er werd goed gezongen, velen zingen de psalmen uit het hoofd. Gehoord hoe in een tram, toen iemand opstond voor een Joodse
dame, een drager van een NSBteken aanmerking maakte, wat aanleiding gaf tot een
twistgesprek en tenslotte tot inmenging van de politie. Hoe de zaak afliep weet
ik niet. Er bestaat nog geen verordening tegen het aannemen van een vriendelijke
houding ten opzichte van Joden. Daartegenover gezien hoe in de tram een Duits matroos in uniform
opstond voor een Joodse dame.
2 juli. Op de Stadionkade zijn de bordjes met "voor Joden
verboden", die nagenoeg overal waren verwijderd, opnieuw geplaatst. Mooi nieuw,
en geschilderd. Het is droevig 's avonds de kade zo leeg te zien. Na 8 uur 's
avonds mogen de Joden niet op straat zijn, dus mist men al die met hun sterren
uitgedoste mensen. Men vertelt mij dat een aanvang is gemaakt met het
overbrengen van de Duitse Joden naar een soort ghetto benoorden het IJ en dat
men verder bezig is de Joden te keuren voor werkkampen. Dat het uiteindelijk
doel wel zal zijn, deportatie naar Polen?
Donderdag 6 aug. 2 jaren en 82 dagen. Gewicht 66 kg.
Vandaag worden Joden van de straat opgepikt en weggevoerd in
wagens door de Duitse politie. Als men medelijden toont wordt men als Christen
ook opgepakt. Toen ik heden op het uur dat Joden mogen kopen in de winkel kwam,
was daar niemand - geen Jood durft meer op straat te komen. Het is heel moeilijk
dit alles te verdragen.
7 october 1942. Tom junior is nu student in de geologie en maakt
gebruik van ons zolderkamertje als hij blijft slapen te Amsterdam.
3 november. Onze kleinzoon Tom zal in Beets komen (dispuut).
Volgens een ander dispuut dragen de leden van Beets "platina sokophouders".
Volgens Frans bestaat het dispuut Beets voor een deel uit "zachte eieren" voor
een ander deel uit "windeieren".
4 november 1942. 10 november moet gestort worden op een
zogenaamd vrijwillige lening van het Koninkrijk der Nederlanden. Het is wel
prettig te zien dat wij nog een Koninkrijk zijn, al is dit voorshands slechts
het geval wanneer er iets van ons moet gehaald worden.
11 november. Mijn beste tandarts Sanders is met z'n vrouw
opgepakt.
23 november. Gehoord dat de tandarts Sanders te Westerbork is en
daar is aangesteld tot tandarts van het kamp. Hij zou nu echter in het
ziekenhuis liggen.
1 9 4 3
Vrijdag 1 januari. We hadden gisterenavond Engelien en Frans bij
ons op oudejaarsavond. Ik las eerst psalm 90: Eer de bergen geboren waren en Gij
de aarde en de wereld voortgebracht had, ja van eeuwigheid tot eeuwigheid zijt
gij God. 1 Cor. XIII, dat andere jaren veelal gelezen werd, kwam ditmaal
niet in aanmerking. Waarom niet? Omdat onze harten weinig op liefde zijn
ingesteld. Waarom las ik uit het journaal van juni tot eind december 1918 waarin
het einde van de grote oorlog wordt beschreven en men een beeld krijgt van de
grote moeilijkheden in Holland. Aangezien dit te sombere gedachten opriep
eindigde ik er mede vóór het slot, op verzoek, en gingen we aan het souper.
19 januari. Op het veld oefenen 's morgens marinematrozen of
marinesoldaten. Zij worden terdege geoefend, zoals ik nooit Nederlandse soldaten
heb zien oefenen. Soms schijnt het mij dat wel wat te veel van de mensen wordt
gevergd. Bij ons, althans in onze vooroorlogse tijd, zouden dergelijke
oefeningen aanleiding geven tot klachten bij Kamerleden, met al de gevolgen
daarvan. Er worden weer vele Joden opgehaald. Het schijnt dat vooral oude
mensen en zij die in rusthuizen verpleegd worden, aan de beurt zijn. T. zag
gisteren een oude Jodin uit zulk een rusthuis dragen en neerleggen op de planken
vloer van een vrachtauto. A. zag hetzelfde heden gebeuren en het publiek ziet
het gebeuren. En wat doen wij, Hollanders? Niets. Wij doen niets. Gisteren kwam Dr. Neumann ons bezoeken [de Duitse psychiater
bij wie Jan van Stockum jaren in huis of althans onder behandeling was geweest].
Hij kwam niet in uniform. Het gesprek kwam al gauw op politiek terrein,
waarin wij hem niet konden volgen, vooral als hij zeide dat wij moesten kiezen
tussen Duitsland of Rusland.
[Uit een lange van september'44 tot mei '45 geschreven brief aan
zijn zoon Alfred]:
"Toen hij opbelde kwam Moeder aan de telefoon. Hij deelde ons
mede dat hij ons wilde bezoeken om te horen hoe het met Jan ging. "Kommen Sie in
Uniform?" vroeg Moeder. om te horen hoe het met Jan ging. "Kommen Sie in
Uniform?" vroeg Moeder. "Wie so", vroeg hij. "Weil wenn Sie in Uniform kommen
wir Sie nicht empfangen können, moest hij horen. Maar hij was niet boos, vond
het alleen maar "komisch" en zei dat hij in "Zivil" kwam. Dus hij kwam binnen en
Moeder had een heerlijke tea voor hem klaargemaakt, echte thee, echte suiker en
echte melk en beschuitjes met echte jam. Al heel spoedig ontspon zich een
levendig gesprek, waarbij hij ook moest horen dat wij vast geloven in een
overwinning van de geallieerden. Ik wees hem op het bankje voor ons huis,
waarbij een bordje is opgericht met "Verboden voor Joden" en zei:"daar mogen
Fresad en Adler niet meer op zitten. Hij mompelde wat, keek me recht aan en
zei:"Sie können wählen, wass wählen Sie, Deutschland oder Russland", waarop ik
dadelijk zei:"Russland", waarop hij bleek en trillend opstond en met bevende
stem zei:"Ich glaube dass ich hier nicht länger bleiben kann. Dat vond ik
jammer, ik dwong hem te zitten, wees hem op de thee en beschuitjes en dat lukte.
We kwamen in een veiliger vaarwater, ofschoon hij nog enige malen zijn standpunt
verdedigde: Europa was nu voor de vierde maal in een toestand waarin het zijn
Kultur moest verdedigen tegen vernietiging door barbaren, hij noemde de gevallen
met jaartallen erbij. Tegen het einde van het bezoek zeide ik hem dat het mij
speet dat hij onder ons dak wellicht enige onaangename openblikken had
doorgebracht, dat onze Jeugd algemeen zegt, dat er geen enkele goede Duitser
bestaat, maar dat ik het daarmede niet eens was en dat ik geloofde dat er
millioenen goede Duitsers bestonden.Toen begon hij plotseling te huilen, de tranen liepen over zijn
wangen, maar toch zei hij nog tussen twee snikken:"Berlin oder Moscou" en ik
weer:"Moscou".
Dinsdag 2 februari 1943. De verhalen omtrent wat met Joden gebeurt, en wat onze Joodse
landgenoten moeten verdragen, zijn te schokkend om hier op te schrijven.
Donderdag 18 maart 1943. Mooi weer. Zon. Naar het Handelsblad. Daar gezien hoe op de Nz.Voorburgwal een
50tal mensen die dicht bij het Handelsblad hadden staan praten, of wellicht
handelen, werden aangehouden en opgebracht door politie in burgerkleding,
gewapend met revolvers, die deels duits, voor een ander deel hollands spraken.
Vermoedelijk waren onder de aangehouden mensen "zwarte" handelaars die door de
jongste verordening op de bankbiljetten grote verliezen lijden. We zagen ook een
jood tegen de grond gooien en aanhouden. Het ging gepaard met schieten.
Aangezien ik op weg naar het Handelsblad door de groep mensen kwam die werd
aangehouden, heeft het maar weinig gescheeld of ik was er ook bij geweest. Het
was een droevig gezicht onze landgenoten met de handen omhoog te zien wegvoeren.
Ook in de Paleisstraat werd nog geschoten. Er ging toen juist een bruiloftsstoet
door de Paleisstraat. Wij zijn nu 2 jaren en 308 dagen in staat van vernedering.
29 maart. Er zijn weer geruchten of verhalen in omloop:1. Dat de Burgerlijke Stand te Amsterdam is uitgebrand,
tengevolge van een tijdbom. Vier muren zijn blijven staan.2. Dat de professoren van de Amsterdamse Universiteit als
voorwaarde voor hun verdere werkzaamheid stellen dat de numerus clausus wordt
opgeheven en dat de Delftse studenten terugkomen. 3. Dat de studenten over het algemeen niet [de
loyaliteitsverklaring] tekenen. 4. Dat de artsen, de grote meerderheid hunner, ter kennis van de
Artsenkamer hebben gebracht dat zij hun titel opgeven. Het is alsof ons leven gedurende de laatstverlopen drie jaren
een hiaat vertoont, en toch is het niet geheel zo, want we zullen ook wel wat
geleerd hebben, wat wijzer zijn geworden. Zij die actief deelnemen aan de oorlog
of aan het verzet, gevoelen het bestaan van dit hiaat zeker niet, of niet in die
mate.
2 mei 1943. Naar de Oude kerk, waar Ds. Dijkstra preekte. Vele
dopelingen. Hij steekt niet zo diep als Oorthuys, is een gemoedelijk goed
spreker. Ik had een heel mooi plaatsje in die mooie Oude Kerk vlak onder de
preekstoel, waarboven het grijze hoofd van Ds. Dijkstra met zijn volle witte
kuif boven zijn vriendelijk gezicht, die na het voorlezen van het formulier van
de doop, dat voor mij nog verscheidene moeilijkheden bevat, de circa 20
dopelingen doopte. Er was ook een Joods vrouwtje bij met een fijn gezichtje en
donkere kringen onder de ogen, die haar kindje deed dopen. Thuis vond ik de bovenburen en Engelien en Frans, die bezig was
met de reparatie van onze huisbel. Ze waren naar de doopsgezinde kerk geweest
waar ze hadden gehoord over Bileam, omtrent wie de overtuiging bestond dat hij
de Israelieten zou hebben bewogen tot afgoderij, dat echter uit Numeri niet
blijkt. Zo'n kerkgang en de gesprekken die erop volgen doen de zorgen en
moeilijkheden waarin wij verkeren van ons afvallen.
Maandag 3 mei 1943. 2 jaren en 354 dagen. Vernomen dat de radiouitzending van Hilversum de namen geeft van
vele landgenoten die gisteren op verschillende plaatsen zijn doodgeschoten,
mijnwerkers, een stationschef enz. De stakingen zijn over het gehele land verspreid geweest. Tot
een algemene staking is het niet gekomen. In Friesland staakten alle boeren, de
zuivelfabrieken enz.
Ik stond voor een loodgieterzaak te praten met enige mensen
toen de baas van de zaak ons begon te tellen en op zes kwam, dus meer dan het
aantal dat mag samenzijn. Hier was dus een samenscholing, strafbaar volgens het
Politiestandrecht. We gingen uit elkaar, er niet naar verlangende te worden
doodgeschoten.
6 mei 1943. Op de middag per tram, eerst trachten wat kaas te
bemachtigen (zonder succes) en vervolgens naar het Koloniaal Instituut
gewandeld. Bij het K.I. veel politiek soldaten en zogenaamde overvalwagens. Ik
zie geen enkele student de trappen van het K.I. bestijgen. Bij de ingang staan
"Hollanders" op post. Ik zit een tijdje op een bank, geraak in gesprek met een
burger die daar ook zit met z'n vrouw. Wijzende op die zwarte mannen, zegt hij
"Dat zijn Hollanders" en we begrijpen elkaar. Hij is in de Marine geweest en "ik
ook" zeg ik en dan begrijpen we elkaar nog beter. Vanavond gehoord dat zich heden 642 studenten in het Koloniaal
Instituut hebben aangemeld.
16 mei. Vandaag naar de Oude kerk, waar prof. de Zwaan uit
Leiden preekt. De dominee heeft een welluidende en beschaafde stem. Hij leest
een brief van de synode voor, waarin de gemeente wordt aangespoord te bidden in
verband met de nood der tijden. Verder leest hij uit Jesaja 59, te beginnen met
vers 14: "Daarom is het recht achterwaarts geweken, en de gerechtigheid staat
van verre; want de waarheid struikelt op straat, en wat recht is kan er niet
ingaan".
29 mei. [Onder een overlijdensadvertentie van Mr. C.B.
Nederburgh] Nederburgh was toen wij te Buitenzorg waren in 1900-1902
Algemeen Secretaris, a.h.w. de vraagbaak van de gouverneur-generaal. Hij was een
aardig vriendelijk kereltje die een zeer oude, roestige hoge hoed droeg bij
plechtige gelegenheden. Hij kon wel lachen, zijn vrouw was bleek, mager en
onaantrekkelijk.
23 juni. Naar de Bronckhorststraat en ons oude huis weer eens
gezien. Mevrouw Meyer-Philips vertelde mij dat de dames Hoek hedenmorgen zijn
weggehaald en dat men ook haar en de heren G. wilde weghalen, hetgeen echter
niet is gebeurd omdat zij een pas heeft met gemengd huwelijk en de heren G.
slechts 2 joodse grootouders hebben. Er waren twee hollandse rechercheurs
gekomen, van welke er één zeer grof was, de dames Hoek zijn wanhopend geweest
toen ze werden gehaald. Zij hebben hun leven lang zieken opgepast, waren
daarmede oud geworden en leefden van het met hard werken verdiende. [ze laten nu
achter] te Amsterdam hun keurig onderhouden bovenhuisje, waaruit de inboedel
weldra door de Duitse overheid zal worden verwijderd en ten eigen bate
aangewend. In Amsterdam-Oost waar vele Joden wonen worden die inboedels nog
voordat de Duitsers ze weghalen door de straatjongens uit de woningen gehaald.
Ze redeneren: anders doen de duitsers het.
3 juli l943. Ging naar de oude heer Rose, die onze
Reddingmaatschappij zijn vier apotheken schonk. Hij diende lang met mijn broeder
Chrik in Indië. Doet gaarne verhalen uit het verleden. Op zeer jeugdige leeftijd ging hij naar Hellevoetsluis, werd
tenslotte machinist bij de Marine. Toen hij te Hellevoetsluis aankwam zag hij
bij aankomst de afstraffing van bootsmaat Baangooyer, die veroordeeld was tot 85
slagen. De mensen die moesten slaan, zijn collega's, kregen zelf 12 slagen als ze
het niet goed genoeg deden. De provoost geweldige stond erbij en dirigeerde met
zijn staafje, hardop tellende. Rose vond het vreselijk. Een van zijn herinneringen. Kwartiermeester van Wijk, bijgenaamd
Hampie. Toen die met de Van Galen naar Indië ging had hij twee zoons en toen hij
na 3 jaar terugkwam vond hij zijn familie vermeerderd met 3 dochters. Toen Rose
hem (nieuwsgierig) vroeg hoe het wederzien was geweest antwoordde hij: dat zal
ik je zeggen, Rose. Heb je mijn zoons wel eens gezien? Ja. En hoe vond je ze?
Flinke jongens. Ja, ze heeft goed voor ze gezorgd. Nou heb ik tegen haar gezegd:
je hebt goed voor mijn kinderen gezorgd, nou zorg ik goed voor de jouwe. "Een
fideel man":, ze Rose. Toen Rose in de West was, in Paramaribo, was Van Asch van Wijck
daar goeverneur, een nobel mens, die alles over had voor de kolonie, zozeer
zelfs dat hij zijn salaris niet wilde aannemen."De gouverneur," zegt Rose,
"wilde mij in aanmerking brengen voor een schip dat in Holland voor de West zou
worden gebouwd. Ik had er plezier in en nam ontslag uit de Marine. Maar in
Holland stond de Kamer tegen verwachting de bouw van het schip niet toe en zo
was ik zonder inkomsten. Ik zal ongeveer dertig geweest zijn. Toen ontmoette ik
in de Kalverstraat mijn oude vriend Blad van de Stenge Kompanie. Wel Blaadje,
wat doe je hier, zei ik. Hij legde mij uit dat hij bode was van een
levensverzekeringmaatschappij en ik, die nooit van zulk een maatschappij had
gehoord, liet mij de werking uitleggen, want ik kon maar niet begrijpen dat men
door betaling van een premie er zeker van kon zijn dat men geen dakpan op zijn
hoofd kreeg, Maar wat doe jij nou, zei ik, en toen Blad mij had uitgelegd dat
hij als bode postjes moest aanbrengen en daarvan dan provisie genoot, toen zei
ik, wat ben je een stommeling, is dat nou een werk een ander rijk te maken.
Waarom doen wij het niet zelf? Dat kon niet, zei Blad, daar waren millioenen mee
gemoeid, enz. enz. Maar ik bleef op mijn stuk staan en hoewel we samen maar
zevenhonderd gulden bezaten richtten we, na lang tegenstribbelen van Blad, de
Nederlandse levensverzekering van 1879 op. Hij woonde bij zijn ouders op de hoek
van de Keizersgracht en op zijn slaapkamertje boven hadden we het kantoor. We
zaten op de rand van het bed en werkten aan de tafel. Op een dag liep ik door de Kalverstraat en jawel, daar kwam ik
een ouden vriend tegen, bijgenaamd de Gammele. Hij had, met het voorbeeld van
Hampie voor ogen, het veiliger gevonden bij zijn vrouw te blijven, op deze wijze
wakende tegen gezinsvermeerdering waarin hij geen hand had gehad, had
gesolliciteerd bij de Spoorwegen en was benoemd, omdat hij een zeeman was, had
de Directie gezegd, op de lijn Amsterdam via Zaandam naar Den Helder. Maar na
korte tijd stond hij weer op straat, want van een vrolijk humeur zijnde had hij
als conducteur grapjes gemaakt met een aantal Zaandamse meisjes, die uit waren
met hun jongens. Die grapjes namen ten slotte zulk een vorm aan dat aan het
station te Zaandam die meisjes een kring vormden om de conducteur en om hem heen
dansten, zingende, "conducteur laat ons niet gaan, wij zijn de mooie meisjes van
de Zaan" of iets dergelijks, waarop een van de begeleidende jongens, jaloers
zijnde, zijn beklag deed, wat zijn ontslag tengevolge had. "Ik heb een
betrekking voor je" zei Rose", je bent bode bij de Nederlandsche
Verzekeringmaatschappij van 1879". Tien jaar later kochten we het grote huis op
de Keizersgracht waar de burgemeester in woonde. We hadden toen al een ander
huis op de Keizersgracht gekocht en een op de Leliegracht. Doordat ik een goed
gezond verstand had en opgewekt was stroomde het geld naar me toe. Ik kreeg
eerder te veel dan te weinig en de zaak breidde zich voortdurend uit. Van het
een kwam het ander. Zo kwam ik op ziekteverzekering en ten slotte tot de
oprichting van zes apotheken. Daarvan zijn er nu nog vier over, een ervan heb ik
gesloten omdat de hoofdapotheker mij bestal. Ik heb het personeel verzocht de
apotheek te verlaten en toen ze allemaal buitenstonden heb ik de deur gesloten
en de sleutel in mijn zak gestopt." Toen ik vertrok zei ik dat ik hoopte hem nog eens te mogen
bezoeken. "Zoals U belieft", zei hij.
14 juli 1943. Het bestuur van het Dorus Rijkersfonds is
ontslagen en vervangen door een NSBbestuur. Van den Bergh brengt verslag uit
over de apotheken. Dit is, wat de personeelstoestanden betreft, niet gunstig.
Verbetering is dringend nodig. Aan Van den Bergh is dit werk zeker toevertrouwd,
maar het zal hem veel zorg baren. Zal de heer Rose zijn toezegging nakomen dat
hij bij zijn dood aan de Reddingmaatschappij de rest van zijn bezit al nalaten,
voornamelijk bestaande uit huizen?
4 augustus. 3 jaar en 32 dagen geknecht. Wij hoorden dat Mies B[oissevain-Van Lennep] maandagmorgen door
de Gestapo is gevangen genomen, met alle personen die op dat ogenblik in het
huis waren. Jan [haar man] is nu 1½ jaar in een kamp.
13 augustus. Hilda heeft moeilijkheden in verband Montessorilyceum. Er moet
een wiskundeleraar aangesteld worden voor Haak die gevangen is genomen. Ook moet
er een aardrijkskundeleraar worden benoemd. Verder is bepaald dat Jordan met een
ster moet lopen, waardoor voor hem een bioloog wordt benoemd. Ten slotte kwam
zoëven bericht dat mej. Visser is gevangen genomen. Ook deze moet worden
vervangen en snel want de school moet 25 augustus weer beginnen. Het blijkt nu
dat de hele familie Visser is gevangengenomen in verband met het geval Mies
Boissevain. Engelien is bereid tijdelijk in de klasse van mej. Visser te
assisteren.
16 augustus. Bezoek bij de schoenlapper. Naar Wessels, waar een bezoeker op het stoeltje zat vanwaar men
de schoenlapper kan bezig zien met zijn werk tussen twee hopen schoenen in
reparatie, die steeds hoger worden. Als ik de bezoeker zeg dat Wessels een
filosoof is, beaamt hij dit, zeggende dat schoenlappers dikwijls filosofen zijn,
hij noemde zelfs de naam van een bekend filosoof, ik geloof Boehme, die
schoenlapper was. De bezoeker was geen dominee, zoals Wessels had gezegd, maar
huisknecht en wel van de familie Rosenthal, die hem pensioneerde met
f 200.- 's jaars, zodat hij nu een rustig leven kan
leiden. Als ik Wessels zeg dat ik van hem gedroomd heb en wel dat zijn hopen
schoenen steeds hoger werden en eindelijk zo hoog dat ze tot de hemel reikten en
dat hij tegen een van die hopen naar de hemel klom, merkt de gewezen huisknecht
op dat Wessels zeker in de hemel zal komen, maar dat het niet zo makkelijk is in
de hemel te komen, want "een mens komt met een schreeuw ter wereld en moet zich
in de hemel insterven". Dat waren de woorden van Dr. den Hartogh en dan was het
waar! Hij bedoelde er mede dat men zich in de hemel geestelijk moest aanpassen.
26 augustus. Men begint zich er langzamerhand over te
verwonderen als iemand niet in de gevangenis is.
3 september 1943. Gisteren naar Vught, mooie wandeling van ½ uur
van het station naar Huize Voorburg, daar Jan [van Stockum] gevonden, geestelijk
nogal opgewekt. Maar physiek gaat het niet goed. Heeft een tuberculeus abces
gehad wat de dokter niet mooi vindt. Hij ziet er nu ook uit als een
teringlijder, met die blosjes op de wangen en ik heb met hem te doen zoals hij
daar ligt tussen al die mensen. Er is er een die hem zijn vriend noemt en die
langdradige verhalen doet over zijn ziekte en de ziekte van zijn vrouw. Er komt
geen eind aan. En Jan herinnert zich niets meer uit zijn studententijd.
18 september. Met Hilda per trein 10.15 naar Den Haag 1e klasse
en daar per tram naar Cateau [schoonzuster], die er flink maar erg mager
uitziet, wel verouderd vind ik, in een jaar. Ze heeft op het ogenblik nog maar 1
hond en 3 katten, welke katten met boter besmeerd brood krijgen. Men vertelt dat Westerbork ledig is, allen zijn vervoerd naar
Polen en dat ook Barneveld zal worden weggevoerd, Steeds gaat het opsporen van
ondergedoken Joden voort en worden ze weggevoerd en hun weldoeners worden
gestraft. Droevige verhalen van Joden die uit hun schuilplaatsen zijn ontvlucht
en op straat lopen.
26 september. In de namiddag naar Aerdenhout naar Tom en Ot.
Daar gehoord over het geval Tom jr. [die opgepakt was uit zijn onderduik op de
Veluwe]. Als we thuiskomen horen we dat Menso [Boissevain] is gearresteerd. Hij
is directeur van de Fordfabriek. Zijn zoon [Charles] is in Duitsland. Veel zorgen. Aan de halte Aerdenhout waren enige soldaten die op een band om
de arm het woord Georgiën hadden. Zij spraken een andere taal dan Duits, hadden
een levendiger, hartstochtelijker uiterlijk, waren overigens gekleed als de
Duitse soldaat.
8 oktober. Frans Boissevain [een van de zoons van Mies Boissevain-Van
Lennep] is naar Vught gebracht en hij zal daar dan waarschijnlijk zijn vader
vinden. De kinderen Haak [van de wiskundeleraar Montessorilyceum] zouden
gisteren hun ouders bezocht hebben, die hun zilveren bruiloft herdachten, maar
toen zij in de gevangenis kwamen vernamen zij dat zij naar Vught waren.
18 oktober. Schipper Bot heeft na zijn vrijlating uit de
gevangenis alweer een redding uitgevoerd. Hij redde twee Duitsers. Hij heeft het
de laatste tijd goed gehad in de gevangenis, moest werken in de keuken, daarna
in de tuin en toen hij wat dikker werd, werd hem plotseling gezegd: Heraus! Sie
müssen gehen! Gisteren vergadering van de Reddingmaatschappij, waarbij de
apotheekkwestie weder ter sprake kwam. Wij schreven een mooie brief aan Rose,
maar wat die brief zal opleveren is nog niet bekend. Het advies van mr. Masthof
luidt dat wij niet van onze schenking af kunnen. Mies Boissevain heeft eerst 6 dagen nadat de terechtstelling van
haar zoons Gie en Janka had plaatsgevonden daarvan kennis gekregen. Dit gebeurde
in de trein op weg naar Vught, waar toevallig haar zoon Frans zich ook bevond.
Jan Boissevain hoorde van de terechtstelling van zijn zoons toen iemand in het
kamp hem zeide: "uw naam staat driemaal in de courant"
14 oktober 1943. Onze lieve vriendin Tilly Mengelberg is
gestorven aan kanker. Wij zagen haar herhaaldelijk bij ons, wat een prettig
gevoel is, vooral nu de vriendschappelijke verhouding met Willem Mengelberg
onmogelijk is geworden.
21 oktober. Deze dagen gehoord dat men hier in Holland een
poging heeft gedaan een regeringsstelsel te ontwerpen voor na de oorlog en dat
het ontstellend moet geweest zijn hoe sterk nog ieder vast zat aan zijn
politieke partij. Men vond 50 politieke partijen inderdaad te veel, maar als het
er 25 waren dan kon dat wel.
2 november. Mengelberg heeft zijn tournee afgezegd, gaat dus
niet naar Kopenhagen, waar hij 10.000 Zw. Frs zou hebben verdiend. Hij verkeert
in geldnood door de omstandigheden, is weer te Zuort. Hij heeft in een in de
Duitse taal gesteld schrijven zijn vrienden, ook de Hollandse, bedankt voor de
belangstelling ondervonden bij het sterven van Tilly. Men zegt dat hij geheel
verslagen is, en dat het goed zou zijn als hij nu maar stierf. Hillie, onze werkster, vertelt dat in haar buurt een winkel in
amusementsartikelen Zaterdag onder veel rumoer geheel werd leeggekocht. Ieder
wilde zijn muts, toeter
hebben voor de Vrede, die Zondag om 4 uur zou
komen.
Donderdag 11 november. Gisteren een uitbundige juffrouw of vrouw
in de tram die zeer hoorbaar zegt dat ze als de vrede er is 8 dagen met een
oranje broek gaat kopen en op haar kop gaat staan. Het zwijgen begint haar te
vervelen, zegt ze. Ze houdt een lange oratie over wat "vogelepoep" op mijn hoed,
wat een "geluksteken" is, en vraagt (alles heel luid) hoe het komt dat ik op
mijn leeftijd nog zulke goede tanden heb. Als ik haar vraag of ze van Brabant
komt zegt ze "nee, uit het stijve Utrecht".
13 november. Ik heb mij vroeger een andere voorstelling gemaakt
van de houding van een geknecht volk, dat zijn vrijheid liefheeft, ten opzichte
van de verdrukker. Zoals de toestand thans is, werkt heel Nederland voor de
Duitser. Hier worden schepen, machines, autoos en ontelbaar meer voorwerpen door
Nederlanders voor de Duitsers gemaakt, en couranten die vol artikels uit Duitse
bron zijn, door Nederlandse drukkers bezocht en door Nederlandse zetters gezet.
Al die Nederlanders, of bijna allen zijn trouw aan het Vaderland wat hun
innerlijke gesteldheid betreft, maar zij gevoelen zich gedwongen. Ik had
aanvankelijk gedacht dat het anders zou zijn, maar zo is het blijkbaar niet
alleen hier maar ook in de andere bezette landen.
15 november. Hilda kreeg een aanbieding om wol te ruilen tegen
thee. De verhouding zou dan zijn dat 1 ons wol een waarde zou betekenen van
f 12.50 en 1 pond thee
f
220.-. Zij voelde er aanvankelijk wel voor, haalde haar wolvoorraad de
voorschijn, doch deze niet te groot achtende en denkende aan het spoedig
voorbijgaande genot dat aan het gebruik van thee verbonden is, besloot zij er
niet op in te gaan. Zij zou dan bij levering van 1 pond wol nog geen 1½ ons thee
hebben ontvangen.
18 november. Vandaag wordt ons Afghan kleed verkocht in de Zon
en ga ik een bontmanteltje van onze lieve Jo brengen naar Kremers voor de
bontveiling.
23 november. Hedenavond kwam een man van de Sicherheitspolizei,
een nog jonge Nederlander, goed uiterlijk, en informeerde naar het bontwerk dat
wij voor de veiling hadden ingezonden: of het geen Joods bezit was en of wij
konden bewijzen dat het dit niet was. Het is afkomstig uit de nalatenschap van
Jo. Een kwitantie hebben wij natuurlijk niet. Daarop vertrok onze
Sicherheitspolizeiman weder.
25 november. Vernomen dat ons oude Turkse kleed, een Afghan, 4 x
2,10 meter, dat ik te Stamboul kocht in 1927 voor 130 Turkse ponden of
f 390.-. thans is verkocht voor
f
970. Het is nogal erg versleten in het midden. Oorspronkelijk was het een heel
mooi kleed, maar ik had nooit gedacht dat het zoveel zou opbrengen na 16jarig
gebruik.
26 november. Men vertelt dat Berlijn voor de vierde maal zwaar
is gebombardeerd. Zullen die verwoestingen tot iets leiden en welke zullen de
gevolgen zijn? Wat staat ons nog te wachten. Men begint langzamerhand de oorlog
niet meer te gevoelen als een "persoonlijk" iets, een persoonlijke belediging
die Duitsland ons aandoet, maar als een wereldramp, waarvan alle volkeren een
deel krijgen en verdragen.
10 december. Ik word blijkbaar zichtbaar oud, want gisteren zei
een vriendelijke werkman: "Vader mot je nog in de tram?" en hielp mij en vandaag
stond een man voor mij op en zei "gaat u maar zitten."
1 9 4 4
20 januari. Heden naar de begrafenis van Betsy Bonger. Zij
woonde in een groot huis met onvoldoende hulp, heeft te veel van haar krachten
gevergd. Om 11.15 gewandeld langs Z. wandelweg naar de begraafplaats Zorgvlied
en onderweg gezien hoe de bomen van de wandelweg worden omgekapt op last van de
Bezetter, wat hij nodig vindt voor de verdediging tegen een invasie. Om 12 uur
was ik op de begraafplaats. Er waren 20 belangstellenden en vrienden. Nog even
gesproken met Lizzy Ansingh, de enige die ik kende. Betsy werd 's morgens dood
in bed gevonden. Zij was de laatste tijd somber gestemd, had genoeg van het
leven - geloofde ook niet dat wij, de ouderen, ons land nog vrij zouden zien. Wij zijn in afwachting van komende dingen. Het schijnt niet
onmogelijk dat wij over enige tijd verjaagd worden uit ons huis en door de
polder vluchten of dat wij onder het puin liggen.
2 februari 1944. Een bezoek gebracht bij Moera [Veth],
die haar gehele inventaris heeft verkocht. Ze heeft ook geen kachel meer. Ik
vind haar in bed, dik gekleed, in die lege kamer en zij vertelt mij hoe zij met
Kyra niet van 24 gulden in de week kan leven omdat zij uitsluitend brood en melk
als voeding kan gebruiken. Ook vertelt zij mij de geschiedenis betreffende het
schilderijtje van A. der Kinderen, dat de familie M[oes] wilde kopen, maar dat
zij niet wil verkopen. Ik bracht haar een stukje roggebrood en een klein stukje
boter.
21 februari. Onze kleinzoon Tom zou donderdag, d.i. heden, naar
Duitsland worden gezonden, maar om een of andere reden is daarvan niets gekomen,
dus hij is nog in het kamp van Amersfoort. Men vertelt van een vreselijk gebeuren in het kamp te Vught,
waar een aantal vrouwen, men zegt 90, op last van de commandant als straf werden
opgesloten in een bunker, waarin ze niet konden zitten of staan, en dat van de
90 vrouwen 11 zijn gestorven. daarbij zijn ons bekenden. Vandaag de 44 delen Voltaire naar de veiling van Bom gezonden.
De heer Bom denkt dat de opbrengst ongeveer 150 gulden zal zijn.
9 maart. Met de hulp van dienstboden is het tegenwoordig
ellendig gesteld. De lonen worden zeer hoog. Een gewone, volle dienstbode vraagt
thans 80 gld p.m. en soms worden lonen van 100 betaald. Men vertelt van een
dagmeisje dat 30 gld per week verdiende. Wij hebben slechts werksters en zijn
ertoe overgegaan hun lonen te verhogen tot 4 gld per dag. Heden een blaadje in de bus gevonden, waarin o.a. het volgende
voorkomt: ... er is het besluit genomen (in Frankrijk) na de verjaging van de
Duitsers alle bestaande Franse dagbladen die met de vijand geheuld hebben, te
onteigenen. Ik denk natuurlijk aan het Handelsblad en mijn band daarmede, al is
de uitdrukking 'heulen met de vijand' op ons niet toepasselijk. Maar er zullen
zeker mensen zijn, en zeker bij hen die deze blaadjes verzenden, die er anders
over denken.
Donderdag 13 april 1944. Wij zijn nu 3 jaren en 337 dagen onder de duitse bezetting. Hoe
verlangen wij naar onze vrijheid. Over 29 dagen zijn de vier jaren vol.
17 juni. Vanmorgen naar Frascatie waar ik de heer Bom mijn Koran
toon. Hij vindt het een mooi exemplaar maar heeft er niet voldoende verstand
van. Als het een volledig exemplaar is brengt het 4 à 500 gulden op, zegt Bom.
Ik kocht dit exemplaar voor 25 gulden in de antiquairwinkel van Meyer in de St.
Luciensteeg in het begin van de oorlog. Dat is blijkbaar een koopje geweest. Het
is een kunststuk. En dan te bedenken dat het in handen is geweest van een
Arabier of Pers of een ander soort Mohammedaan die het heeft gebruikt bij de
vervulling van zijn godsdienstplichten. Maar het getal dat Bom noemde is hoog.
En het leven is zeer duur. En we willen gezond blijven. Op 23 juni dus over 5 dagen word ik 77 jaar. Hoe lang zal ik nog
leven. Drie of vier jaar? Mijn broeder Chrik werd 81, mijn Vader bijna 81 - of
nog zes, zeven jaar? Ik zou graag nog heel lang blijven leven, bijv. 700 jaar,
dat zou ik lang genoeg vinden voorlopig, als ik maar kon blijven lezen, mooie
boeken.
29 augustus. Van Valkenburg stond heden in de rij voor groenten
bij Van Gelder en ik kreeg, toen ik de vuilnisemmer op straat bracht, een
standje van de werkster, die mij verweet dat de schillenemmer teveel vocht
bevat, tengevolge waarvan haar pas schoongemaakte trap weer smerig was geworden.
Ik kon mij in haar gedachten verplaatsen, doch stelde haar woorden, met een
nijdige stem en rad uitgesproken, niet op prijs. Ik dacht aan een verleden tijd
waarin ik geen vuilnisemmers op straat behoefde te brengen en waarin Van
Valkenburg zeker niet in de rij zal hebben gestaan, een verleden waarin wij,
wonende te Buitenzorg, negen bedienden hadden, en ik vroeg aan de werkster of
zij zo goed zou willen zijn zich omtrent die schillenemmer niet meer tot mij te
wenden.
3 september. De blijde verwachting waarin wij leven wordt bij
mij bedorven door het onaangename gevoel nog te zijn verbonden aan het
Handelsblad, al zijn de motieven die daartoe hebben geleid ook te loven en
hebben wij ons niet te schamen. Maar nu is gekomen de begrafenis van Van D[ijk],
vooral het feit der kransen die men ons laat geven, terwijl wij er niets van
wisten.
4 september. Bewolkte lucht, wind, regen. Op de middag horen we
dat Brussel is gevallen, later Luik en dat de geallieerden vlak bij de Hollandse
grens zijn. Tom kon per trein van Aerdenhout Amsterdam niet bereiken.
5 september. Nee, Tilburg was niet bevrijd. Frans [schoonzoon]
telefoneerde om 1 uur 's nachts uit Tilburg. De hoofdmacht was naar Breda
gegaan.
6 september. Gisteravond even vóór 8 uur werd Dick van Leeuwen
(zoon van Emily van Eeghen en Toek van Leeuwen), door een landwacht
doodgeschoten. Mary [van Eeghen, de grootmoeder], ging in haar karretje, geduwd
door Korthoff, naar het Binnengasthuis en vandaar naar het W.G. waar hij lag.
(Wilhelminagasthuis, tijdens de Duitse bezetting
Westergasthuis geheten).Ze
knipte een beetje haar van zijn hoofd. Hij was nog geheel vol bloed,
onherkenbaar, omdat de politie hem nog niet had vrijgegeven. Zelfs Breda blijkt niet waar te zijn, nog minder Rotterdam, maar
wel Maastricht en Tilburg (zegt men). Wij zijn afgezonderd van de wereld, zullen
misschien nog een lange tijd afgezonderd blijven.
27 september. 's avonds wordt bekend dat de parachutisten aan de
Noordelijke oever van de Rijn de strijd hebben geslecht en zijn gevangen
genomen. Dit is een zware tegenslag voor de geallieerden. De stakende
spoorwegmannen die het bevel van onze regering in Engeland opvolgden komen wel
in een zeer moeilijke positie. De oorlog wordt er langer door en de winter
nadert met de ellende die hij meebrengt. Dus gaan we vanavond droevig maar niet
verslagen te kooi.
4 oktober. Naar Handelsblad waar ik met Planten sprak en te
11.58 vertrokken. Heel hard aangestapt en ten 12.31 thuis, dus 33 minuten,
hetgeen mij een mooie tijd lijkt voor een 77 jarige.
5 oktober. 's morgens naar het landje, waar Engelien bezig met
wieden en oogsten. Ik pluk spinazie en zilverbiet, suikerbieten, tomaten,
bieslook enz., geef wat zilverbiet aan een hongerige juffrouw. Namiddag naar
schipper Otto en 8 kilo aardappelen gehaald in rugzak. 's Avonds staat in de krant dat maandag electriciteitslevering
wordt stopgezet voor geheel N. Holland, trams rijden niet meer, fietsen worden
afgenomen. We hebben vanavond repetitie met 1 kaars en 1 klein petroleumlampje.
We bezitten nog 35 gewone kaarsen.
17 oktober. Onze kindertjes [van een ondergedoken machinist]
zijn heel lief. Gisteravond geholpen met huiswerk (rekensommen). We zitten dan
om de ronde tafel van de voorkamer, waarop een wit kleed en het kleine lampje
dat nauwelijks genoeg licht geeft om te lezen. Het verbrandt 4,5 liter in 3 maanden als we het 4 uur per dag
gebruiken. Hout gehakt en les gehad van Mesman, sonate Beethoven no. 7. 's
Avonds regen en stormachtig uit W. De kinderen zullen nat terugkomen van school.
24 oktober. Gisteravond is in de buurt van de Apollolaan en
Beethovenstraat een Duits militair, vermoedelijk een officier, doodgeschoten.
Dit feit heeft de Duitse overheid aanleiding gegeven tot het in brand steken van
enige huizen, mooie villa's aan weerszijden van de Beethovenstraat en uitziende
op de Apollolaan. Verder werden in de vroege morgen 24 mensen, meest jonge
mannen, die opgesloten waren in de gevangenis op de Weteringschans, omstreeks
half 6 doodgeschoten, staande tegen de schuilkelder op de Apollolaan, vlak voor
het huis van Menso [Boissevain, zoon van Charles]. Menso en een aantal anderen
werden gearresteerd en hij is nog in arrest. Ik ging naar de Beethovenstraat,
zag de verbrande, nog smeulende huizen, de bloedvlekken op het trottoir, vele
bloedvlekken. Lies [vrouw van Menso] lag met Elsje in de vroege morgen op haar
knieën voor het raam te kijken of Menso bij de 29 mensen was die zouden
worden doodgeschoten. Gelukkig was dit niet zo. Ze werden met een mitrailleur
weggemaaid en daarna met een revolver zo nodig afgemaakt. De bloedvlekken voor de winkel van VANA zijn opgedroogd en
gedeeltelijk uitgewist door de schoenen der mensen die er over lopen.
17 november. Gisteren kwam onze kleindochter Hilda per fiets in
de regen 2½ uur van Aerdenhout met een welkome lading hout om te branden. Ze
ziet er best uit. Daar wij al vier logé's hadden (G.[Gijs], Engelien en de twee
meisjes), sliep ze in de salon op een matras (in de lekkere warmte van de
kachel. Het was gezellig gisterenavond in ons huis vol mensen. We
genieten nu van het licht van een carbidlantaarn van Gijs [van Hall, neef, die
toen een ondergedoken leven leidde, in verband met de spoorwegstaking].Hoe ze kwam vertellen dat onze kindertjes over een dag of tien
zullen vertrekken naar hun ouders, die dan weer hun eigen woning gaan betrekken.
23 november. Er is bericht gekomen omtrent Robert [Bob, zoon van
Charles] Boissevain. Hij is in een kamp in Duitsland, in Oranienburg, waar een
mooi klimaat is. Hij maakt het goed, is werkzaam op een kantoor met prof.
Telders e.a. Ook Jan Canada [Boissevain] maakt het goed.[geen van beiden haalde de bevrijding].
26 november. Om 1.20 uur kwamen een aantal vliegtuigen die in
onze onmiddellijke nabijheid, na gedoken te zijn, bommen lieten vallen, wat een
hevig lawaai veroorzaakte. Even later kwamen Peter en Alexander Sillem met Tito
bij ons. Tito is gewond, is gevallen van de trap en het huis van de Sillems is
verwoest. Daarna gehoord van Maurits van Eeghen die erheen is geweest, dat
Willem Sillem en Theo [zijn vrouw] in orde zijn, dat Franco [een onderduiker]
dood is en Attie een zware beenwond heeft. Van de kleine Gie en van Olga hoorden
we nog niets. Hilda van Marle, die de verwoesting was gaan beschouwen van een
afstand en die Willem en Theo bezig had gezien, was nog in gevaar gekomen
doordat een tijdbom in haar nabijheid ontplofte. Zij zag een wolk van gassen en
voelde warme voorwerpen, naar het scheen papier, op zich neerdalen en raapte
vlak naast zich een grote hete scherf van een bom op. Het huis van de Sillems -
Anthonie van Dijckstraat nr. 6 - is niet ver van de gebouwen in de Euterpestraat,
waarop de aanslag was gemunt.
1 december. Wij bemerkten dat electr. stroom is ingeschakeld en
wij het huis dus konden verlichten. Dit is een stedelijke maatregel ten behoeve
van de bewoners in deze buurt die ruiten hebben verloren en dientengevolge
overdag in het donker zitten. Het is heerlijk en we hopen dat deze heerlijkheid
enige tijd zal duren. We kunnen stofzuigen, de WC is weer verlicht enz. enz. Heden droevige berichten gehoord. De gehele familie Romée [Boissevain-Kalff]
is met hun logé's opgepakt in de nacht. Lies [een van de dochters] werd al
gisteren opgepakt
4 december. 's Middags was het weer uit met het electrisch
licht.
5 december. Vandaag is St. Nicolaas en doet daarom aan de
zorgeloze jeugd denken. Was de jeugd wel zorgeloos? Ik geloof het niet. Het was weer druk bezoek hedenmorgen. Er was een kapper die
Hilda kwam kappen. Emily Cruys, doof, statig, was er, Dokter Huges, ten slotte
Tom.( Emily Cruys was een volle nicht van Hilda Boissevain,
van moederszijde. Zij woonde met haar zoon Frans en met haar in Nederland
gestrande zuster Geraldine in een flat op de Zuider Amstellaan (nu Rooseveltlaan)). Tom bracht een groot tarwebrood en een fles raapolie, verkregen door ruil
van een hoeveelheid benzine. Het was een hele toer al die mensen uit elkaar te
houden. De voorkamer is de enige warme kamer. R.O. [radio Oranje] waarschuwt er voor dat de geallieerden door
zullen gaan met het bombarderen van Duitse kwartieren. In verband hiermede wordt
aangeraden zo spoedig mogelijk te verhuizen indien men in de buurt van
zulk een kwartier woont. Dit is weer zo'n raad waarvan men niet weet wat te
denken. Het is beter geen raad te geven dan raad die alleen onrust veroorzaakt
en niet opgevolgd kan worden.
8 december. Ik slaap nu in mijn eigen kamer onder ontelbare
dekens benevens kruik. Heerlijk geslapen en prettig wakker geworden met het
gezicht op het volschip dat op de ruiten staat getekend. Na het ontbijt, waarbij
we nu slechts twee sneedjes krijgen (en dat nog maar alleen omdat Hilda
bijzonder brood eet) gaan Hilda en Engelien naar Mies Boissevain, die niet meer
kan lopen zegt [haar zoon] Herman. Herman kwam ons weer bezoeken gedurende het
diner met Gijs[van Hall]. Hij werkt op het kantoor waarvan Gijs de directeur is
en durft Gijs nauwelijks aan te kijken. Herman is een goede kerel, een gouden
hart heeft hij, maar successen zal hij in deze wereld niet behalen.
Woensdag 13 december '44. Er kwamen twee arme kinderen bedelen,
een meisje van 10 jaar misschien, en een jongetje van zes. Bleke gezichten,
armelijk van uiterlijk. "Heeft u een beetje geld voor ons, met een klein beetje,
een dubbeltje zijn we al tevreden". Ik gaf een gulden en zei "gelukkig dat
jullie niet om brood vragen want dat heb ik ook niet". Een beroerd artikel in het Hbld en een nog veel beroerder in de
Telegraaf doet mij weer met zorg denken aan de toekomst van het Handelsblad,
maar als ik goed nadenk kom ik weer tot rust. Hillie ([de werkster] komt en vertelt dat drie bakkerswinkels in
haar buurt zijn bestormd en leeggehaald. Een bakker had alles maar verkocht. "Er
komt vast oproer" zei ze. Ook hadden mensen hekken bij de spoorweg gesloopt en
waren weer anderen bezig met bijlen en zagen een schuilkelder te slopen. En waar
is onze politie?Frans Cruys [neef] ontmoet op het Museumplein. Hij liep op
klompen en zei dat hij zou trachten een hapje eten te krijgen in het American
hotel. Een troepje burgers, jonge mannen, werd onder bewaking van enige agenten
weggebracht, te voet, waarheen?
26 december. Tom's verjaardag, 46 jaren geleden te Helder. Dikke
mist, stil en 4 gr. C. vorst. We ontbijten om 8.30 en al vrij gauw wordt het
kacheltje aangemaakt. Aan het ontbijt eten we een ei en ik lees de 103de psalm. Er komt een man met twee kinderen die eten vraagt en Engelien
geeft hun aardappelen. Men vraagt zich af wat er moet gebeuren als de honger
toeneemt. Zelfs iemand als de zachtzinnige of hoogst zedelijke Hillie [de
werkster] zegt dat ze dan niet voor zichzelve kan instaan.
Het is de hele dag vol mensen geweest op de bevroren plas op het
veld. Daar werd schaatsen gereden enz. De maan schijnt uit een heldere hemel en
het is heel stil. De barometer staat op 780. Lichte vorst. Er viel kort geleden
een bom, niet heel ver.
28 december. 's Morgens met Engelien naar het landje om
boerenkool te snijden. Over het veld op de sloot opgebonden. Als we bezig zijn
op het land vliegtuigen en luchtalarm. We horen ook schieten. Engelien terug en
ik per schaats naar Kalfjeslaan over de Boerenwetering. IJs gevaarlijk onder
bruggen ook zelfs in sommige open doorgangen waar geen brug ligt.
29 december. Tom vertelde van de "Hoop" [het hospitaal-kerkschip,
dat door de Duitsers gevorderd was]. Men maakt zich ongerust over het scheepje.
Het zou natuurlijk kunnen zijn dat het naar Engeland was uitgeweken, maar dit is
onwaarschijnlijk, want er waren ook enige Duitse soldaten aan boord. De "Hoop"
had een tijdlang een Hollandse kapitein gehad die Kemp heette, vroeger van de
[maatschappij] Nederland, een man van 70 jaar, die wonderen met het scheepje
verrichte. Hij was, waarom weet ik niet, afgelost door een anderen Hollander die
Toet heette. De Hollandse bemanning was meest onwillig geworden en vervangen
door Duitsers. Men weet dat "De Hoop" enige weken geleden een Zeeuws zeegat is
uitgevaren en daarna weet men niets meer. Droevig!!
1 9 4 5
Maandag 1 januari 1945 [op nieuwjaarsbezoek]. Mary [van Eeghen]
was aan de lunch. Ze snijdt plakken af van een groot stuk kaas en ik denk, ik
wou dat ze mij een stuk gaf en warempel, ze biedt Engelien en mij ieder een
flinke plak aan waarvan wij genieten. Gisteren waren we met ons drieën op een concert van [Herman]
Schey in de woning van bisschop Vrede en zijn vrouw. Bisschop van de Vrije
katholieke kerk, en zijn vrouw is feitelijk niet zijn vrouw, want hij is nog
gehuwd, wil scheiden, maar z'n vrouw weigert dit. Schey zong prachtig, psalmen
van Dvorzak, liederen van Moussorgsky, van Wolff en van Brahms.

Januari 1945. Stadionkade 38 II Amsterdam in de oorlogswinter
. Tekening van Hendrik de Booij
4 januari. Men vertelt dat onze Regering heeft bepaald dat alle
medewerking verboden is, zowel voor de overheidsdienst als voor alle werkgevers.
Zij die medewerken (met de arbeidsinzet) zullen gerechtelijk vervolgd worden.
Het is gemakkelijk voor de Regering zulke bevelen te geven, maar vaak moeilijker
voor onze landgenoten die honger hebben de bevelen op te volgen.
5 januari. Het aantal mensen, vrouwen en kinderen, die om eten
komen vragen is vrij groot, wat wil zeggen dat bij ons vandaag 3 maal om eten is
gevraagd. Wij verstrekken reeds ruime voeding aan onze werksters en aan twee
hongerige leraressen van het Montessori Lyceum, kunnen niet veel méér doen.
7 januari. Om circa 8 uur 30 sprong een oude vrouw vlak voor ons
huis, daar waar vroeger het bordje stond met "voor Joden verboden", te water, of
liever op het ijs, waar ze doorzakte. Mevrouw de Haan zag het gebeuren,
waarschuwde de Van Rees'en, Ema belde de politie op en mevrouw Groen ging naar
beneden en haalde de vrouw met hulp van een ander er uit. Van Det kwam. Ze werd
bij Van Det binnengebracht. Zij was bij kennis, is een 64jarige Jodin, heet
Goudstikker en woont in de Van Breestraat. De politie kwam haar halen, waarvan
van ons karretje gebruik werd gemaakt. Een 'koempoelan' in onze voorkamer. Ema, Jan en wij gesprekken
over de vraag of je iemand die zelfmoord wil plegen wel mag redden, en of je dan
verder verantwoordelijk bent voor zo iemand. Ze vonden Van Det wat al te
zakelijk. Toen Van Det terugkwam zei hij "ze is wat onevenwichtig, 't is meestal
pose, dan lopen ze te water vlak voor een dokter, waar ze weten goed te worden
geholpen. Toen we nog op de Keizersgracht woonden gebeurde het herhaaldelijk" "U
kent ze niet" zei mevrouw Van Det.
(Van Rees, Groen, De Haan waren bewoners van de flats op
Stadionkade 37. De trap was gemeenschappelijk met de flats van nr. 38. De arts
Van Det woonde op nr. 40, een benedenhuis. Bij hem werd veel gemusiceerd).
13 januari. Engelien vertrok om 9 uur op de fiets naar Opperdoes
met tassen, rugzak inhoudende ruilmiddelen, o.a. een kamerpot. Het dooit, wind
Oost, stijve koelte. De afstand is ca. 60 km. Zij hoopt morgen tegen de avond
weer terug te zijn, gaat te Opperdoes logeren bij Neeltje Bloem van
Terschelling, die gehuwd is met de boer Piet Molenaar, die een 45tal koeien
heeft. Ze hoopt boter en tarwe mee terug te brengen.
15 januari. Engelien is gisteravond niet teruggekomen. Wij
zullen beiden blij zijn als zij terug is. Om 4 uur komt Engelien terug, blij door ons ontvangen. Op haar
fiets heeft ze zware pakken die blijken te bevatten: 20 pond tarwe, 20 pond
bonen, een kaas, een pond boter en 2 kilo uien. Ze had 2 nachten bij Neeltje
geslapen en veel gegeten, zodat ze bijna niet meer kon: varkenscarbonaden en
peertjes en aardappelen met heerlijke jus en pap en melk en lekker brood met
veel boter en kaas. Op de pont werd ze wel aangehouden, maar ze lieten haar
doorgaan"'t mag wel niet, maar gaat u maar door".
16 januari. Kuiper komt in opdracht van makelaar Zwaal vier
stuks meubelen voor de veiling halen: het mooie engelse bureautje, het empire
theekastje, een speeltafeltje en het kleine vitrinekastje van Jo. Zwaal schatte
de verkoopprijs van het bureautje op f 1000.-, het
theekastje op f 75.- enz.
21 jan. Van morgen af zullen alle mannen, of de meeste mannen
tussen 16 en 40 jaar onderduiken. Op vele scholen, in vele bedrijven, zullen de
mannen en op de scholen ook vele leerlingen, niet meer komen. En dan zullen de
duitse razzia's beginnen. Engelien nam het karretje mee naar de Vossiusstraat [haar
woning] en kwam met kolen terug. Het was zwaar trekken geweest door de sneeuw,
waarbij sommige hulpvaardige mensen haar hielpen bij een brug. Onze oude werkster, Van Bekkum, bracht ons een bezoek, vertelde
van haar ellende. Een interessant verhaal over de aanvallen door de bevolking
van haar buurt op de voorraden steenkolen van de spoorwegen. Het vluchten van al
die mensen als de soldaten aankomen en het schieten. Een soldaat vond het goed
dat ze sintels haalde, maar toen kwam een hoge, al scheldende en vloekende en
veranderde de stemming. Ze mocht niet weggaan, moest blijven staan, met een
jonge vrouw die in verwachting was en ten slotte kwamen ze met zeventien anderen
in een goederenwagen terecht waarin ze werd opgesloten. Ze was erbij
tegenwoordig dat een van die bewoners een harde zweepslag in z'n gezicht kreeg
met een gummi zweep, een vreselijk gezicht. In die goederenwagen dachten ze dat
ze naar Rotterdam zouden worden gebracht en dan naar huis zouden mogen lopen,
zoals met anderen gebeurd was. Ik schonk haar f 20.-
(had ik een biljet van 10 gehad, dan had ze dat gehad) en het speet mij later
dat ik het gegeven had. Zijzelf vond het ook wat begrotelijk, liet het biljet
een tijdlang liggen, want ze kwam uit belangstelling, niet om te bedelen.
23 januari. Er wordt gebeld. Een net heer, keurig gekleed, die
een buiging maakt en vraagt: kunt U mij misschien aan een aardappel helpen?
Engelien geeft hem een aardappel.
24 jan. Gewandeld naar Waltie van Leeuwen op de Keizersgracht,
die ons gist bezorgt dat ik haal aan het pakhuis De Zon en De Maan op de
Reguliersgracht. Op nr. 717 maak ik kennis met haar zoon. Hij is 28 jaar oud,
gepromoveerd in de rechten, stelt zoals bleek veel belangstelling in
wijsbegeerte, weet er veel van. Waltie heeft in haar huiskamer een grote
Brabantse kachel met gaten voor een groot aantal pannen. Er is een hek omheen
waarop wasgoed te drogen hangt, waardoor die kamer het gewone beeld vertoont van
huidige huiskamers.
25 januari. Temp. - 6 Celsius, mooi weer. De gehele stad ligt
onder een dikke, stijve laag sneeuw. De was die Engelien gisteren te drogen
heeft gehangen heeft de aard van planken aangenomen. Eerst naar Carels, waar men mij geen brood wil geven omdat ik
niet tot de vaste klanten behoor, naar de Eenhoorn apotheek en met succes, want
ik kom met 1 pond kaliloog terug, waarvoor Engelien door haar connectie te
Opperdoes bonen kan krijgen. Ik had mijn verzoek aan de Eenhoorn op papier van
de Reddingmaatschappij geschreven. Vervolgens ½ uur in de rij gestaan met het
resultaat dat ik een brood kreeg bij "Daisy". In de namiddag aardappelen van de
zolder naar beneden gebracht uit vrees voor bevriezen.
26 januari. Gisteren stond in de "Boerenstulp" een bejaarde man,
sjofel gekleed, mager, bleek. Hij was vóór mij en ik liet hem dus voorgaan, maar
zijn stem was nauwelijks te horen, het bleek dat hij een stuk brood vroeg. De
juffrouw kon het hem niet geven, gaf hem een plakje kaas. Later zwierf hij weer
rond in de rij die voor "Daisy" stond. Ik zag dat hij geen kousen of sokken aan
had. Wat moet en kan men met zulke mensen doen. Ik dacht aan Lazarus aan de
tafel van den rijken man. De honden lekken zijn zweren. En de rijke man lijdt
later ondraaglijke pijnen in het hellevuur. Wat moeten wij doen, wat kunnen wij
doen. Moet men zulk een armen, hongerigen, vuilen man bij zich nemen, hem voeden
en verzorgen. Ik kan het niet.
27 januari. Temp. - 10 Celsius. Ik heb het koud gehad in de
nacht, kleedde mij aan met 2 wollen vesten en chambercloak en kroop weer onder
de wol. Werd later warm. Engelien naar verschillende bakkers om te trachten brood te
krijgen, staat vermoedelijk in de rij. Maurits [van Eeghen, nr. 36 Stadionkade]
woonde bij in een bakkerswinkel dat een keurig heer een brood wegnam en er mede
weg zou gaan. De bakker zei hè hè, we hebben allemaal honger, dat gaat niet,
waarop de keurige heer het brood weer neerlegde. Engelien kwam thuis met 600
gram brood. Als ik thuiskom is daar een juffrouw M., die meedeelt te hebben
gehoord van iemand die uit Duitsland is teruggekeerd uit het kamp van Rahmsbruck
[sic] bij Berlijn, dat mevrouw Haak gestorven is aan malaria. Mies Canada [Boissevain-Van
Lennep] is op de dood geweest door dysenterie maar leefde nog. Ook mevrouw
Heringa is overleden. De kinderen Haak zijn met de dood van hun moeder in kennis
gesteld.
28 januari. Engelien gaat met Jan Binsbergen en ons karretje op
houtroof uit en komt met een flinke lading terug. Ze hadden een man ontmoet die
pas een boom had gekapt en die hun een deel van de takken afstond en een andere
man die bezig was met het slopen van restanten van huisjes van volkstuintjes en
zeide dat dit zijn terrein was, maar hun een andere terrein aanwees waar ook van
die resten waren. Intussen schilde ik de aardappelen voor de soep van
hedenavond.
31 januari. Wind ZW, sterke dooi. Het is buiten warmer dan
binnenshuis. In de namiddag komt Frans Cruys. Hij is op klompen die hij
buiten laat staan, volgens de regel, en ziet er uitgeteerd uit. Hij erkent ook
dat hij zich uiterst slap gevoelt en al geruime tijd ondervoed is. Hij kan in
zijn pension niet langer worden gevoed en is nu bij zijn moeder en zijn tante
Geraldine. Ook daar is heel weinig eten en bijna geen brandstof meer. Wij vragen
hem ten eten geregeld op Donderdag en misschien nog een dag en morgen zullen we
hem een beetje brandstof geven. Hij doet natuurlijk weer fantastische verhalen
maar blijft zoals steeds een gentleman - nu op klompen en op het punt de dood
door ondervoeding te sterven.
1 februari. Onze zij-benedenbuur Van der Groen is met anderen
aangewezen om gedurende zekere tijd wacht te lopen bij transformatorhuisjes,
waarvan er twee door lieden van de verzetspartij zijn vernield. Hij moet 's
avonds naar het hoofdbureau van politie wandelen, 1 uur lopen, daarna 4 uur
wachtlopen als het zijn beurt is en komt om 3 uur 's nachts weer thuis.
4 febr. Ik schrijf een brief aan Cissy de Vries-Cruys die met
haar man woont in Vieux Doelen, Den Haag, over de toestand waarin Frans en zijn
moeder en tante verkeren. De vereniging Vondelpark biedt mij ½ kubieke meter
droog brandhout aan voor f 75.- en dit in verband met het
feit dat ik behoor tot degenen die lange jaren contribueerden. Ik geloof dat ik
al 40 jaar lid ben voor f 2.50. Ik neem het aanbod
dankbaar aan.
7 februari. De gehele morgen Hilda geholpen bij de bereiding van
stroop uit suikerbieten. Ook in de namiddag zijn wij er nog mee bezig.
Er is hier groot gebrek aan hout voor lijkkisten. Gehoord dat de
bekende bezorger van begrafenissen Sax slechts 'zwart' kisten kan leveren en dan
tegen betaling met 2 mud aardappelen of een zekere hoeveelheid tarwemeel. In de namiddag komt de heer v.d.Meij namens Bram de Vries met
f 500.- t.b.v. Frans Cruys en ik gevoel mij als
Robinson Crusoë toen hij in het wrak van zijn schip in de kajuit 20 Engelse
gouden ponden vond. Wat had hij eraan op dat onbewoond eiland? Niets.
17 febr. Drie uur in de rij gestaan bij Van Muyden, de bakker in
de P.C. Hooftstraat voor één brood. Koude voeten. Drie rijen achter mij hield de
broodverschaffing op, wie daarachter stond kreeg niets. Als ik thuiskom ontmoet ik op straat Van Valkenburg die mij
meedeelt dat zijn vrouw is gestorven. Hij heeft door protectie een lijkkist
kunnen krijgen. Gehoord dat in de Zuiderkerk 1200 lijken wachten op begraving.
18 febr. Gisteren een bezoek gebracht op de Z. Amstellaan en
daar gesproken met het drietal [Emily Cruys, haar zoon Frans en haar zuster
Geraldine Campbell]. Op de sofa ligt Frans die er beter uitziet maar nu zieke
voeten heeft en niet lopen kan. Emily ligt te bed, uit te rusten van zware
vermoeienissen van de vorige dag. De f 250.- die ik Geraldine gaf zijn alweer op en besteed aan: 2 k. tarwe, 60 gld., 5 pond witte
bonen 150 gld. 4 pd bloem 120 gld. Ze hebben moeten lenen van de buren om die
bedragen te betalen en ik overhandig hen nu weer 187 gulden van de 500 gulden
die ik van de Twentsche bank ontving. Ik bezichtigde nog even de steenkolen die
ik voor 260 gulden voor hen kocht, vond het een miserabel klein beetje.
25 februari. Heden kwam Mees Toxopeus die met de "Insulinde" te Nieuwendam
ligt en bracht boter en olie mee als cadeau. Hij ziet er goed uit, praat aardig
en opgewekt en bleef bij ons middageten. Hij kreeg aardappelen et veldsla en
bieten met jus en geweekte pruimen, vertrekt Dinsdag weder naar Oostmahorn. De komst van Mees was als een frisse wind in onze gevangenis.
Hij is wat meer gezet dan vroeger, maar niet veel ouder geworden. De veldsla
interesseerde hem, hij had zoiets nog nooit gezien, vertelde van iemand in
Oostmahorn, die had gezegd dat we na de oorlog zouden zeggen dat "niemand zou
gezegd hebben dat gras zo lekker is". Hij vond dat de veldsla een beetje op
klaver leek en was verbaasd te horen dat die veldsla twee gulden per ons kostte.
Mees wilde zijn handen telkens aan zijn sokken afvegen, vond het jammer zijn
servetje vies te maken, gebruikte toen Engeliens servet. Hij vertelde van de
tocht die hij met Tom had gemaakt toen hij werd overvallen door een orkaan. Ze
waren dwars van Schiermonnikoog, hadden de wal helemaal niet gezien. Hij schat
de brandinggolven die over de Insulinde heenliepen op 6 meter hoogte, ze zaten
soms helemaal onder water.
26 febr. Om 10 u.30 ongeveer vertrok Mary [van Eeghen-Boissevain,
die een tijd bij haar zoon Maurits gelogeerd had] op een open wagen getrokken
door één paard naar St Michael [Vrij-Katholieke stichting te Valkeveen, waar zij
woonde]. Zij zat geheel ingepakt in een leuningstoel, achter zich al haar hebben
en houden, voor zich op de bok mevr. Van Leeuwen, haar gezelschapsjuffrouw,
tevens huishoudster, op het schamel Willem, de stoker van de flats, en de
koetsier of boer. Eindelijk het paard, een lelijk log beest. Ze kwamen in 3½ uur
te St. Michael.
3 maart. Er hebben gisteren razzia's plaats gehad te Amsterdam,
het Damrak was afgezet en de mensen die daar werden gevangen in de Beurs
opgeborgen. Wij eten ons Zweedse brood met de margarine, alles met een
dankbaar hart. Maar als men nuchter waarneemt dan moet men constateren dat dit
brood niet bijzonder uitmunt boven het brood uit de distributie van de beste
soort, integendeel, daar beneden staat in smaak. Een z.g. wonderkachteltje
gehaald bij Blokker, dat f 11.50 kost. Een dame in de winkel ziet het en zegt
ervoor te hebben betaald een brood en 9 guldens, en dat in de tijd toen er
absoluut geen brood te krijgen was. Broden kostten toen 30 à 40 gulden het stuk.
4 maart. We hebben Zaterdag bliek ontvangen van de
inkoopcentrale van het nijverheidsonderwijs, waaraan ik verbonden ben door mijn
lidmaatschap van het dagelijks bestuur van het Zeemanshuis. Ik ging de bliek
halen in een pannetje aan het adres van den heer Verwey, N. Amstellaan 194, waar
ik werd ontvangen door mevr. Verwey in een kamer waar haar dochter in bed lag
met een maagzweer. Maagzweren komen tegenwoordig heel veel voor door de
gebrekkige voeding. Wij geven een deel van de bliek aan de v.d.Groens [buren] en
bakken hem. 't Is een smakelijk zeer voedzaam eten.
7 maart. Willem, de stoker, komt mij vragen een pentekeningetje
te maken van het paard dat de kar trok die Mary naar het Gooi bracht. Dit paard
is door de Wehrmacht doodgeschoten toen de boer het niet wilde afstaan voor werk
voor de Wehrmacht. Hij wil er nu een tekeningetje van hebben.
11 maart. De zondag is altijd een feestelijke dag want we eten
dan 's morgens een eitje uit Texel en daarbij ook nog ditmaal sardientjes die we
van Portugal cadeau hebben gekregen door middel van het Rode Kruis. Ze zijn
uitgedeeld door het gemeentebestuur dat een deel bestemde voor wie aan het
onderwijs verbonden zijn. Zo kregen dan zowel ik als Engelien sardientjes, ik
wegens mijn lidmaatschap van het dagelijks bestuur van de Zeevaartschool en
Engelien omdat ze les geeft aan het Montessorilyceum.
12 maart. [na het bombardement van de Bezuidenhout in Den Haag,
waarbij o.a. het huis van Cateau de Booy-de Geer getroffen was.] Tom kwam
vertellen dat hij Zaterdag Cateau had bezocht. Ze was nu in een rusthuis te
Leiderdorp, genaamd De Grenshoek, waar ze ¦ 2.- per
dag moet betalen. De indruk die hij had van dat z.g. rusthuis was uiterst
luguber, 't deed hem denken aan de gestichten beschreven in Dickens. Ze krijgt
's morgens één boterham en 's avonds één boterham, overigens eten van de
gaarkeuken. De overige bewoners van het rusthuis zijn oude mannen en vrouwen die
veelal hooglopende ruzie hebben. Het zal daarom nodig zijn dat zij zodra
mogelijk bij ons komt en de enige gelegenheid is een boot van Leiden naar
Amsterdam, dinsdags vertrekkende om 7 uur van Leiden en aankomende te Amsterdam
om 1 uur, Singel 307. Rederij Groenewegen.
Dinsdag 13 maart. Om 1 uur kwam Cateau met een ponytax, die f
16.50 kostte en fooi f
2.50 en een boterham. We hoorden ongeveer 1½ uur te voren dat ze onderweg was en
brachten haar kamer in orde, sjouwden mijn bed naar haar kamer enz. enz. We vinden Cateau heel flink, kalm, moedig. Ze is wel erg mager
maar ziet er niet zwak uit. Ze kan moeilijk lopen, heeft geen bril en nagenoeg
geen kleren of andere bezittingen.
18 maart. Ik geef een brief mee aan Frank v.d. Bergh en zijn
vrouw, die ervoor zullen zorgen dat hij donderdag wordt gepost te Wassenaar. Hij
is bestemd voor jhr. W.M. de Brauw in Den Haag, wien ik schreef over Cateau's
bezittingen die onder het puin liggen. In de namiddag een bezoek gebracht bij Ernst Heldring op zijn
flat in de Lairessestraat. Ik hoor van hem dat waarschijnlijk na de oorlog een
vermogensaanwasbelasting zal komen en dat deze belasting dat 100 % van de
aanwas zal bedragen. Vandaag een schoon overhemd aangetrokken, het vuile had ik
een maand gedragen. Het was werkelijk vuil.
31 maart. De prijzen dalen, men noemt voor tarwe f
16.- per pond, aardappels f 200.- het mud, wat sterke
verlagingen zijn. De profiteurs worden bevreesd dat zij met hun voorraden
blijven zitten. In het Parool dat onlangs uitkwam las ik een onaangenaam
aandoend verslag over een aanval der geallieerden op het hotel Bosch van Bredius.
Wat mij hindert zijn de woorden waarmede het Parool de dood van den heer De
Bouvy mededeelt. Getroffen werden, zegt het Parool, de zoutkoning De Bouvy en
het huis van de versjesmaker Clinge Doorenbos. Of De Bouvy een zoutkoning was en
of dit afkeurenswaardig was kan ik niet beoordelen, doch hij en drie van zijn
kinderen werden gedood, zijn vrouw bleef met één kindje achter. En als is Clinge
Doorenbos een versjesmaker en een van een zeer vervelend soort, hij is ten
slotte ook een mens.
1 april. Hevige storm uit het ZW. In Griekenland en in Rusland
vroeger, zouden de mensen elkander toeroepen" De Heer is waarlijk opgestaan" en
ik wilde dat ik het met overtuiging of met de zekerheid waarheid te spreken kon
doen, evenals mijn Moeder het had kunnen doen. Zonder die opstanding is ons
orthodoxe protestantse geloof waardeloos. Cateau voelt zich niet goed, is neerslachtig, spreekt weinig. Ze
is vol kritiek op Theo en ook op andere leden van de familie De Booy.
4 april. De geallieerden zijn in Enschede, Oldenzaal, dicht bij
Deventer en 30 kilometer van de Zuiderzee. Ik hoor vanmorgen op een vergadering
van het Adderfonds dat de Aerdenhouters door het oog van een naald zijn
gekropen. Alles was in het Naaldenveld klaar. Er waren afvuurbanen voor de V
bommen toen een telegram kwam met het bevel deze weder te vernietigen en aan de
bemanningen om te vertrekken.
10 april. De gang van zaken heeft een slechte invloed op ons
leven in ons bezette vaderland. We krijgen nu geen levensmiddelen meer uit de
Oostelijke provinciën of veel minder. Het broodrantsoen is op de helft
verminderd. De steenkolen raken op. De centrale keuken zal binnenkort haar
werkzaamheid belangrijk beperken en ook een minder voedzaam voedsel moeten
produceren.
12 april. Vandaag eerst tarwe gemalen, 1¼ uur, vervolgens
groente (raapstelen) gehaald bij Van Gelder, vervolgens het Zweedse brood
gehaald bij "De Spar" en toen ik thuis kwam was Rolff er met z'n zoon en z'n
glundere gezicht met een welbepakte wagen waarmede hij enige malen was
aangehouden. Maar dan wees hij op z'n trui en de letters NZHRM erop en dan
zeiden ze "Ga maar door". De Dorus Rijkers was gekomen met tarwe en de Twenthe
met aardappelen. Wij kregen twee flinke zakken aardappelen en een flinke
hoeveelheid tarwe (10 kilo). Schipper B. bracht het bericht dat op Texel de
mongolen een aanval hadden gedaan op de Duitsers en deze hebben vermoord, dat
daarop assistentie is gekomen uit Den Helder, dat Texel vanuit Den Helder is
beschoten en dat er 300 goden zijn. We horen weer allerlei verhalen over vernielingen en kunnen er
maar niet achterkomen of die door de Binnenlandse Strijdkrachten of door de
Duitsers geschieden. Men zegt dat de bunkers bij het Concertgebouw vernield
zijn. Ik wandel naar het Handelsblad en kom langs het Concertgebouw en
zie niets bijzonders aan die bunkers, wel lees ik een 'bekendmaking' waaruit
blijkt dat er aanslagen met dynamiet op instellingen van de bezettende macht
zijn gepleegd en dat we daarom om 7 uur 's avonds binnen moeten zijn.
13 april. 's Middags gist gehaald aan het pakhuis van de Gist en
Spiritusfabriek op de Reguliersgracht, een uur lopen en een uur terug. Ik liep
langzaam, was moe, kreeg een pond gist voor f 25.-,
daarom vraagt die chef daar "is 't voor uw gezin?"
16 april. Er was bericht gekomen van het sterven van Geraldine,
en dat Maurits van Eeghen was verzocht voor de regeling van een en ander te
zorgen. Maurits deed verhalen van de staat waarin alles bij Emily verkeerde, een
staat van vervuiling. Frans Cruys lag weer te bed met een blaasontsteking of
iets anders. Engelien schonk een fles wijn om ons weer uit de put te helpen
waarin we gezakt zijn.
19 april. Een mooie voorjaarsdag. We lezen aan het ontbijt
kapittel 6 van de 2e brief aan de Corinthiërs en bespreken de wijze waarop wij
(noodgedwongen) ons huis zullen verlaten. Wat we zullen meenemen. Dat wij het
huis eerst zullen verlaten als het huis naast ons brandt. Om 11.30 wordt Geraldine begraven. Ik wandelde erheen met
Engelien. Ik sprak in de aula, had liever bij het graf gesproken, maar de
vertegenwoordiger van de begrafenisvereeniging vond het beter, met het oog op de
situatie van het graf dat in de aula werd gesproken. Geëindigd met psalm 103.
Naar het graf gewandeld dat zich bevond aan het eind van een loopgraaf. Met het
oog op de schaarsheid van werklieden heeft men naar een eenvoudige werkwijze
gezocht en die gevonden. Aan het einde van de kuil stonden de laatst begraven
kisten opgestapeld. Deze graven blijven minstens 10 jaren onaangeroerd. Het gerucht loopt dat de Duitsers in de komende nacht Amsterdam
zullen verlaten en zich naar Hoek van Holland zullen begeven. Onze koffertjes, waarin de voorwerpen welke we in de eerste
plaats moeten redden, staan klaar.
21 april. De brug die in het verlengde naar de Parnassusweg over
het kanaal leidde is gedurende de nacht voorzien van bordjes waarop staat "Rooseveltbrug"
Bij het bordje aan de Stadionkade zijn bloemen neergelegd en worden voortdurend
bloemen neergelegd: tulpen, seringen enz. Als ik om 3 uur ga kijken zijn bordjes
en bloemen er niet meer.(p.m. in dagboek een tekening van bordjes en bloemen)Cateau wordt zachter, minder zuur. Ze verlangt naar godsdienst,
Christian Science of de R.K. kerk.
25 april. Terwijl er overvloed van groenten is zijn de prijzen
zeer hoog, zodat de man die niet over geld beschikt ze niet kan kopen en ze
onverkocht blijven. De groentenwinkels kunnen daar niets aan doen. Ze moeten
zelf hoge prijzen betalen, waarbij dan nog hun winst moet komen. Asperges kosten
20 gld. de bos, wortelen zijn nu gedaald op 3 gld de bos.
26 april. Om ½ 10 naar kantoor Reddingmaatschappij waar ik Tom
vind. Hij vertelt mij dat Aerdenhout vol Duitsers is en dat jonge mannen erg op
hun tellen moeten passen willen ze niet voor terroristen worden aangezien. Naar huis gewandeld en tulpen gekocht van een van die karren vol
bloemen die zo'n mooie kleur geven aan de straat. Thuis is het de gewone maaltijd voor hongerlijders: Lex
Osterkamp, Moera, Hillie en Cateau en dan wij met ons drieën. We hadden een
lekkere bonensoep. Naar Olga van Lennep [nicht, dochter van Mies en Alfred
Boissevain] om over onze moeilijkheid met Emily Cruys te spreken.De buren zijn
komen klagen over al het werk dat Emily en Frans hun geven. Emily heeft
lichamelijke onvolkomenheden die zich niet altijd vertonen als de zuster er is
maar ook wel als die er niet is. Dan worden de meisjes Peper geroepen en moeten
zij de vuile boel wassen. Of Frans komt bij de buren vragen om eten. Hilda gaf
de raad dat mevrouw Peper dergelijke verzoeken eenvoudig moet afwijzen. Ik heb
nu Olga van Lennep gevraagd dr. Delprat te overtuigen dat opname in een rusthuis
waar ze voortdurend verpleegd wordt voor Emily nodig is
28 april. Gisteren om 11 uur een vergadering van het
Handelsblad, waarin Von Balluseck hoofdzakelijk aan het woord. [volgt een
uitvoerig verslag over de te verwachten maatregelen na het vertrek van de
Duitsers]. Ik bewaar een aangename indruk van de goede leiding door onzen
voorzitter Chr.P. van Eeghen, die met onverstoorbaar goed humeur en met geestige
(werkelijk geestige) invallen zijn woorden kruidt. Hij heeft een zeer helder
hoofd en een stalen geheugen.

Links: Chr. P van Eeghen , voorzitter Algemeen Handelsblad.
(1880-1968).
Rechts; D.J. von Balluseck, hoofdredacteur Algemeen Handelsblad.
(1895-1976)
Ik kom om 2 uur thuis en krijg een smakelijke soep te eten, rust
wat en ga met wat bloemen (twee bossen witte en blauwe irissen) naar twee
verjaardagen, eerst naar Attie Knapper [geboren Sillem], waar ik, stel je voor,
een sigaar krijg, een vooroorlogse en ik weet niet hoe ik het heb. Ik zie er ook
die lieve Anna Lieske, die haar man (Nieuwenhuis) verloor doordat hij werd
gefusilleerd. Verder komen Waltie en Dick van Leeuwen en de Sillems en vele
anderen. Vervolgens naar Rudi Mengelberg waar Noortje jarig is. Daar is
een heel ander publiek, meest Duitse of Duits lijkende Joden: Professor Lacoeur,
Asser, heer en mevr. Heilbron e.d. Een lekker glas Malaga gedronken.
29 april. Het einde van het drama nadert met grote snelheid.
Stettin, Bremen zijn genomen, ook Augsburg, en te München heeft Generaal von Erp
bevolen dat geen weerstand zal worden geboden. Göring is ontslagen en men zegt
dat hij dood is. 't Is alsof de oorlog hier afgelopen is. Men hoort dat
verschillende politieke gevangenen worden vrijgelaten.
30 april. Heden naar de Viottastraat om Sannie Cnoop Koopmans
geluk te wensen die 15 jaar wordt. Op het tafeltje met cadeaux zie ik er twee
van zeer opmerkelijke aard, namelijk twee closetpapierrollen. Ik kan mij niet
voorstellen dat men ergens anders ter wereld zoiets ten geschenke geeft en dat
aan een jong meisje. Ik geloof dat het een jongen was die met het geschenk
binnen kwam en dat het in eenvoud van gemoed werd aangeboden en aanvaard.
Woensdag 2 mei 1945. Lichte bewolking, W. koelte, zon. Om 9 uur
beginnen bommenwerpers te komen die boven Schiphol stromen pakjes neerwerpen.
Allen gaan naar boven en zijn onder de indruk van dit wonderschone gezicht, de
reusachtige bommenwerpers die bij groepen van tien uit het Zuidwesten
verschijnen en hun last omlaag gooien. Alle flatbewoners wuifden met lakens, witte doeken als
bommenwerpers voorbij kwamen. Als zij hun last afwierpen was het of er iets
"verstoof". Het was een wolk van witte pakken die omlaag viel. Er is bericht
gekomen dat Hitler dood is, dat hij admiraal Dönitz tot zijn opvolger heeft
benoemd.
Churchill heeft in het Lagerhuis omtrent de oorlog gezegd dat
"the situation in respect of the war is definitely better than 5 years ago".
4 mei. Had heden een vergadering van het Handelsblad. Zag op weg
naar die vergadering verscheidene uitgehongerde mensen van de lagere
volksklasse, mensen met vale gelaatskleur, gescheurde kleren, een familie van
vader, moeder en 3 kinderen de blijkbaar aan een deur wat brood hadden gekregen
en dit verdeelden en verslonden. Hilda heeft een bezoek gebracht aan een pension in de
Holbeinstraat en dit ongeschikt bevonden, omdat Cateau daar geen voldoende
verzorging zou krijgen. Na met Van Det [de arts op nr. 40, Stadionkade]
gesproken te hebben, die het er volkomen meer eens was dat zij nu niet in een
pension kan, is de keuze bepaald op het Maria rusthuis, een katholieke
inrichting in de Koningslaan. Ze zou daar eerst een kamer met verzorging krijgen
voor
f 225, maar door een samenloop van omstandigheden is dit
nu
f 325 geworden, welke ik
haar voor een maand heb aangeboden. 's Avonds 8 uur ongeveer werd bekend dat alle Duitse troepen in
Nederland voor Montgomery hadden gecapituleerd. Dat gaf grote opwinding. Wij
staken de vlag uit evenals vele anderen, maar toen op de Stadionweg werd
geschoten op die vlaggen haalden we de vlag vlug naar binnen. Zoëven is mevrouw Bokma [die enige tijd geleden was komen
inwonen bij de benedenbuurvrouw, Addie Kramer] komen vertellen dat zij van
zichzelf Blijdenstein heet en gehuwd is met een tandarts die Musaph heet en een
in Rusland geboren Jood is van Joods-Turkse ouders. Zij droegen toen de naam
Mustapha. Hij heeft van augustus tot heden elf maanden beneden ons geleefd,
ondergedoken met zijn vrouw. Hun dochter die 20 jaar is, is nu te Leeuwarden en
was verloofd met een jonge man, die met 160 anderen, toen te Oldenzaal kabels
doorgesneden waren, naar Duitsland gevoerd en daar door de Duitsers
doodgeschoten. Zijn verloofde gelooft nog altijd dat hij nog leeft, maar Musaph
heeft zijn doodsbericht ontvangen. Musaph is een grote vriend van onze tandarts
Sanders die - eveneens Jood - nu wel zal terugkeren.
5 mei. Om 6.30 's avonds landt een Hollands vliegtuig op het
veld [aan de overkant van het kanaal langs de Stadionkade]. Het volk stroomt
toe. Engelien en ook Hilda zijn er heen geweest en hebben de vliegers gezien.
Het publiek zong het Wilhelmus heel goed en gelijk, wat ontroerend was. Piet Gouda [bovenbuurman] kwam bij mij en zeide, "op zo'n
belangrijk ogenblik van ons leven nu we de vrijheid terugkrijgen, vind ik dat er
toch voor de kinderen iets van "De Heere" moet bijkomen en kom daarom vragen of
U mij kunt zeggen hoe het "Onze Vader" luidt".Ik zeide het Onze Vader op en we
zochten het op in de bijbel en Engelien gaf hem nog een psalm, psalm 23, "De
Heer is mijn herder, mij zal niets ontbreken." Later hoorden we het resultaat van zijn optreden. Hij had
Noletje en Riketje (oud 6 jaar) geroepen en had hun het Onze Vader en de psalm
willen voorlezen maar was in tranen losgebarsten. Hij is een gevoelige jongen,
geheel zonder godsdienst grootgebracht, evenals zijn vrouw Amelie. Het tweetal
heeft een moeilijke tijd gehad, want Amelie, hoewel een Jodin, droeg geen ster
op straat, had ook valse papieren, evenals haar zuster Bedette.
6 mei. Heentie [Mesman-Boissevain] komt ons bezoeken en vertelt
dat [haar broer] Menso weer is ondergedoken, want de plaats vlak bij het huis
waar die 29 mensen op 26 oktober 1944 zijn doodgeschoten, is bedekt met bloemen.
Zijn vrouw Lies heeft daar veel aan gewerkt, wat werd opgemerkt door de Duitse
politie. "Immer wieder dieselbe" zeiden ze. Toen vond Menso het maar beter onder
te duiken. "We leven op een vulkaan" zegt De Boer. Feike de Boer, die tot
burgemeester van Amsterdam is benoemd en die een raad van zeven vooraanstaande
Amsterdammers naast zich heeft. Te Amstelveen zijn 60 meisjes die met Duitse
soldaten liepen, door de bevolking van hun haar ontdaan met een tondeuse. De
lokken werden onder de menigte gegooid. Verschillende mensen komen ons bezoeken en gelukwensen met de
herkregen vrijheid, o.a. het echtpaar Van Vliet. Van Vliet geeft zich veel
moeite voor de arrestatie van op de kade wonende leden van de NSB., o.a. van
onze buren de Van Wele Blankens. Ik had dit van hem met zijn zachtzinnige aard
niet verwacht.
7 mei. Tom is speciaal van Aerdenhout gekomen om ons mede te delen dat
Hilda van Marle door de wang is geschoten door een Duitse schildwacht. Ze had
zich Vrijdagavond begeven naar een bevrijdingsfeest dat op straat plaats had met
een vreugdevuur en veel enthusiasme en vandaar terugfietsend had zij zich niet
gestoord aan de aanroeping van een schildwacht die, na 3 maal in de lucht te
hebben geschoten, eindelijk raak schoot, waarop ze door de Duitsers werd
opgepakt en naar Cariol gebracht, het grote huis van Bunge dat als ziekenhuis is
ingericht. Ten slotte moeten we dankbaar zijn. Zo de kogel een klein beetje
verder was geweest zou ze dood zijn geweest. Nu is het slechts een vleeswond.
Addie [Kramer, benedenbuurvrouw] vertelde dat zij Frits heeft
zien thuiskomen. Frits is de knecht van de Van Rees'en. Hij zag zeer bleek en
zeide dat op de Dam geschoten was, door de Duitsers, die op het dak van de Grote
club stonden, op de Canadezen die zich op de Dam bevonden. Toen hebben de B.S.
zich bij de Canadezen gevoegd en is een vuurgevecht begonnen wat aanleiding gaf
tot een overhaaste vlucht van de menigte die zich op de Dam bevond. We zullen er
later wel meer van horen.
8 mei. Het is nu de moeilijkste tijd voor hen die geen
voedselvoorraad hebben. Zag in de P.C. een vrouw met drie kinderen staan, zeer
arme uitgehongerde mensen, dicht bij een bakkerij waar ze blijkbaar een heel
brood hadden gekregen, gulzig dit verslindend. Het waren mooie kinderen met
prachtige ogen, in het bijzonder een klein kind dat erbij was. Er komen een drietal meisjes met guitaren die voor onze deur op
de kade liedjes zingen. Zoiets is weer iets geheel nieuws voor ons. Het is een
heerlijke zomeravond.
9 mei. 's Avonds half negen waren wij wat naar buiten gegaan op
de kade toen twee motorfietsen aankwamen. Van een van de twee stapte een in
bruin costuum gekleed man. Aanvankelijk dacht ik aan een Canadees, maar het was
Frans [Polak, schoonzoon] in de uniform van het Nederlandse leger (zoals hij mij
later zeide). Wat later was hij bij ons boven en ledigde een zak en een tas,
allerlei blikken met kostbare inhoud, van alles en allerlei pakken, rijst,
suiker, chocolade, spek, boter, meel, zeep, repen, koffie, thee en weet ik wat
nog meer. Het belangrijkste nieuws is wel dat Alfred te Tilburg is en
binnenkort overkomt, Hij heeft 1½ jaar zijn schip gecommandeerd in de
Middellandse zee en op de kust van Afrika. Nu is hij 'liaison officer' bij een
Brits generaal en zal vermoedelijk te werk worden gesteld te Rotterdam om deze
haven (en andere havens) weer geschikt te maken voor het gebruik.
Naar mevrouw Haringa om haar bloemen te brengen en te danken
voor het bezorgen van het Parool op koude winternachten en daar een stapel
brieven gezien van verraders aan de Duitse autoriteiten waarmede talrijke
landgenoten werden aangegeven. Bij het zien van zulke brieven komt wel
wraakgevoel naar boven.
Heden was het de 10de mei 1945, de dag dus waarop voor 5 jaren
Hitler met groot geweld ons aanviel. 5 jaren zijn nodig geweest om dezen
beestmens of dezen waanzinnige te vernietigen en nu staat een geheel nieuwe
toekomst voor ons volk open. Wat zal het er mede doen.
11 mei. Om 11 uur als ik aan de tafel zit, brieven sorterende,
hoor ik een bekende stem achter mij. Het is Alfred, weinig veranderd, een beetje
dikker geworden in het gezicht. En dan komt Hilda binnen en omhelst hem en huilt
een beetje. Hij blijft bij ons middageten en we eten de bekende bruinebonensoep
met aardappelen en van dat lekkere militaire wittebrood erbij en daarna spelen
we samen het dubbelconcert van Bach en we merken dat Alfred zijn mooie streek
nog bezit.
12 mei. Gehoord dat Feike de Boer die nu waarnemend burgemeester
is, in een toespraak de mening heeft geuit dat het goed zou zijn zo de Duitse
taal als taal waarin de jeugd wordt onderwezen werd afgeschaft en vervangen door
een Scandinavische taal. Hij is gehuwd met een Deense. Dit zijn wel enigszins
loslippige uitlatingen. Wel kan ik mij voorstellen dat men het aantal lesuren in
de Duitse taal, dat gedurende de oorlog sterk war vergroot, weder vermindert.
Tenslotte blijft Duitsland toch een land dat een mooie literatuur heeft en 80
miljoen mensen, waarvan velen zeer kundig, die Duits spreken. De hoofden zullen
nog een tijdlang verhit blijven.
14 mei. Burgemeester De Boer heeft Voûte aangeraden onder te
duiken of zich ergens koest te houden. Men erkent algemeen dat hij veel voor
Amsterdam heeft gedaan en het heel naar zou geweest zijn zo er een
NSBburgemeester ware geweest. Dit is een goed teken van beginnend ontwaken van
zuiver denken.
19 mei. 's Avonds 8 uur vergadering Handelsblad bij Van Eeghen.
Ik wandel er in een uur heen. Daar hoor ik een verhaal van Six die een
vergadering heeft bijgewoond gearrangeerd door het Militair Gezag waarin o.a.
het zogenaamd plan van Van Mook werd ontvouwd over de oprichting van een In- en
Exportmaatschappij voor Indië. Vermoedelijk is het plan van Van Mook ontstaan
onder de invloed der Britten en Amerikanen. De Amerikanen bepalen hoe groot het
leger zal zijn dat wij zullen overzenden om ons Indië te heroveren. Ze zullen
ons later een rekening indienen die wel zal bestaan uiteindelijk
ter verkrijging van bepaalde gebieden. Dit zijn zo ongeveer de klanken die tot mij komen. Niet
zo vrolijk maar begrijpelijk. Het hoofdpunt van de vergadering was de oprichting van een los
van het Handelsblad staande nieuwe courant, waarvan Von Balluseck de redactie
zou leiden. Bos en Van Eeghen (geloof ik) zullen nog naar Stikker gaan om te
weten te komen of hij ook een nieuwe courant gaat oprichten (want de Telegraaf
is ook geblokkeerd). 's Morgens kwam Kees van der Leeuw en vertelde dat het Militair
Gezag alles tot een chaos maakt. Dit hoort men dikwijls.
21 mei. Naar het kantoor voor de bonkaarten in de Dufaystraat,
daar met plus minus 200 mensen als nr. 150 in de rij gestaan tot ik hoorde dat
de bonkaarten niet gekomen waren (waarschijnlijk ook geregeld door het Militair
Gezag). Daarom weggelopen in de zachte regen, getekend bij de Van der Groen's,
waar Hilda mij een echte kop koffie komt brengen, met melk, een in lange tijd
niet genoten feest. In de namiddag komt Willem van Marle [kleinzoon], oud 18 jaar.
Terwijl Willem er nog is ga ik nieuwe bonnen halen en sta enige tijd, eerst
buiten, later in de school naast een tweetal landgenoten, die herhaalde blijken
van intelligentie gaven. Ze verlangden erg naar boeken uit Engeland. We hadden
het ten slotte over de tegenstelling utopie en realisme in de politiek in het
boek van Carr en als ik in de school sta en mijn stamkaarten in de hand heb zegt
de ene: Ik ken uw zoon Tom, ben met hem op school geweest, zie hem geregeld eens
in de tien jaren ongeveer. Als ik hem dan naar zijn naam vraag antwoordt hij dat
hij "Blok" heet en apotheker is aan het W.G. [Wilhelminagasthuis]. In het W.G.
heeft men "na het vertrek van de boeven" een grote hoeveelheid propaganda en
andere literatuur gevonden, ook handboekjes, heel goed uitgevoerd, tot het
aanleren van vreemde talen, geheel samengesteld met het oog op roof. "Hebt gij
pluimvee", "waar zijn de eieren" enz. 's Avonds komt Boskamp en vertelt dat de kring Stikker en zijn
troep het kapitaal zal fourneren voor de nieuwe courant die als een Stichting
onder Von Balluseck en Boskamp onder de naam van "Het laatste Nieuws" zal
verschijnen zodra de goedkeuring verkregen is. Daarover zullen wij morgenavond
vergaderen.
22 mei. Gewerkt in huis, turf gestouwd of opgetast, laden
opgeruimd, klok opgehangen enz. De bel gaat ontelbare malen. De boeken van Bein
worden gehaald, 43 boeken, waaronder zeer zware, die ik 3 jaar voor hem
bewaarde, alle handtekeningen "Bein" veegde ik met gummi en verdeelde ze over de
gehele bibliotheek. Er waren mooie boeken onder, alle boeken over Joodse
onderwerpen, maar ik las er maar enkele. De Beins zijn weer uit hun schuilplaats
te voorschijn gekomen evenals vele anderen, maar nog veel meer komen nooit meer
te voorschijn dan op de dag des Oordeels. 's Avonds vergadering Handelsblad. Er is een conferentie geweest
met Stikker, die het voor een nieuwe courante benodigde kapitaal van 1 ton heeft
ter beschikking gesteld, maar die de wens uit de heer Goedemans (ex Telegraaf)
aan die courant te verbinden en ook verder een band met de Telegraaf wenst. Wij
komen tot de conclusie dat het aanbod zeker in deze vorm onaanvaardbaar is.
24 mei. 's Middags 3.30 vergadering Handelsblad bij Bos op de
Herengracht 310. 't Is een wandeling van circa een uur. In de vergadering
vertelt Von Balluseck dat de stemming in Den Haag nu weer geheel is gewijzigd.
De perscommissie zal niet verschijnen maar een tribunaal. De normen zullen zeer
hoog gesteld worden. De kansen op verschijnen van Handelsblad of een nieuwe
courant zijn zeer gering. Gerbrandy gelooft dat men in Nederland tevreden is met
de Pers in haar huidige gedaante. Wij zullen nu een aantal vooraanstaande
Amsterdammers trachten te bewegen tot het doen horen van hun mening in strijd
met de gedachten van Gerbrandy.
26 Mei. Ik ontmoet Van Eeghen en hij brengt mij in kennis met
enig verheugend nieuws, hij heeft dadelijk weerklank gevonden bij De Boer die
bereid is persoonlijk met Stikker naar Den Haag te gaan. Het bleek bij het
gesprek dat Stikker Goedemans volstrekt niet wenste. Verder kan er een
gentlemens agreement komen tussen Handelsblad en de groep van personen die de
nieuwe courant zal oprichten.
28 mei. Omstreeks 4 uur kwam Alfred met zijn auto. Engelien werd
gehaald en samen gingen we naar Aerdenhout. Het was lang geleden dat ik die weg
zag. Nu passeerden wij een grote troep opgepakte NSBers die onder geleide van
BSers in de richting van Haarlem marcheerden. Een naar gezicht je eigen
landgenoten te zien opbrengen. We stapten uit bij Olga. Johan was niet thuis. Olga wel, die
natuurlijk bezoek had, want in Aerdenhout heeft men altijd bezoek, wat een
bezwaar is van het wonen in Aerdenhout.
29 mei. Heden dineerden bij ons: Alfred, Engelien, John en Tom
jr. We horen vele verhalen, bijv. over de wonderlijke ontsnapping van Doorman en
Van Lynden uit de krijgsgevangenschap van Stanislaw. John was gekleed in een blauw werkpak met rode uitmonsteringen,
halve laarzen, een band om de arm met rode letter M.P. Zijn gedachten zijn
blijkbaar geheel bij het belangrijke werk waarmee hij bezig is, het oppakken van
NSBers en andere landverraders. Tom jr., wiens gezicht nog erg jong blijft, doet
verhalen van ondergrondse bewegingen die in ons land thans werkzaam zouden zijn,
ondergrondse groepen, samengesteld uit landverraders, Duitsers, e.d. Ze zouden
o.a. een aanval gedaan hebben op Westerbork en een 60-tal BS-ers hebben gedood.
Gelukkig blijkt uit de couranten dat deze verhalen geheel op fantasie en
napraten berusten.
30 mei. Het gaat met Hilda van Marle niet zo goed als we hadden
gedacht. Wel gaat het in zoverre goed dat ze geen koorts heeft en weer op mag
staan, maar de wond zelf, al is het dan een vleeswond, is heel groot. Nagenoeg
de gehele wang is een wond en zo zal haar vrolijke frisse gezicht voorlopig wel
erg beschadigd zijn.
31 mei. In de namiddag naar Cateau die in een zeer zwaarmoedige
stemming is. Mijn mooie bloemen brachten daarin geen verandering, leg ze maar
neer, zei ze. Ze wil veronal innemen. Dat zegt ze zelf en zit te huilen. Ik zeg
"wacht tot Nan [haar dochter in Indië] er is. "Nan komt nooit" zegt Cateau. Ten
slotte vraag ik Nini Suermondts brief en daarin staat dat ze Cateau "tijdelijk"
kan hebben. Dus kan ze weg en ik stel voor dat ik Otto opbel en hem vraag Cateau
te komen halen en bij Nini te brengen. Aldus uitgevoerd.
4 juni. Als ik uit wil gaan komt Lize [Hoeze].
(Vroegere dienstbode. Zij had de twee machinistenkinderen
(zie 17 oktober 1944) geplaatst bij de De Booy's). Ze vertelde o.a.
dat de verhouding van de Kromhoutmotorenfabriek tussen directeur en werklieden
niet goed is. dat het personeel het Jan Goedkoop kwalijk neemt dat hij bij het
uitvoeren van werken voor de Duitsers tot spoed aanspoorde, terwijl hij juist de
sabotage had moeten aanmoedigen, dat hij kort na de bevrijding in een circulaire
aan het personeel had gezegd, dat nu een tijd zou aanbreken waarin zij zich
zouden moeten wennen aan een zeer verlaagd levenspeil. Vele werklieden, zo niet
bijna alle, zijn op wachtgeld geweest, waarbij ze 70 % van hun loon ontvingen.
Lize's man ontving 28 gld. per week, anderen ontvingen slechts 20 gulden. Nu
hoopten ze op een ietwat betere tijd en was deze mededeling van Jan Goedkoop een
domper. Verder zei ze dat de Kromhoutmotorenfabriek zeer veel aan de Duitsers
had verdiend en het dus niet nodig zou zijn om loonsverlaging in te voeren.
6 juni. Otto de Booy zou komen koffiedrinken, maar hij kwam niet
of liever veel later met z'n auto, waarin Cateau. Hij kwam even boven, een lange
robuste kerel, onveranderd, ik denk wel bijna 7 voet lang, en verdween. [Otto,
zeeofficier, was de enige van Cateau's vier kinderen die zij nog heeft
teruggezien voor zij stierf].
10 juni. 's Morgens komt Alfred en gaan we met hem en Engelien
per auto naar John en Olga. Hij vertelde o.a. over de neiging van onze Koningin
om erg democratisch te doen, die zich reeds voor de oorlog wel eens uitte. Zo
kregen we een verhaal van een picnic in de duinen, de Koningin plof
nederzittende, stijve, bejaarde generaals met kramp in de benen,
hofdignitarissen, stokstijf staande lakeien met schalen sandwiches en
uitdrukkingsloze gezichten en onze brave Koningin die zich had voorgesteld op
echt burgerlijke wijze een gezellig picnicje in de duinen te hebben. Alfred gaat dinsdag naar Engeland, laat zijn auto te Antwerpen,
meldt zich in Engeland bij onze marine en als ze hem de Kinsbergen willen geven,
dan vindt hij het best (om ermee tegen de Japs te vechten). En dus nemen we nu
misschien voor lange tijd afscheid van hem. Er was gisteren een concert in de grote zaal van het
Concertgebouw, dat stampvol was, waarop optraden die vaderlandslievende flinke
kunstenaressen zoals To Versteegh en de meisjes Diepenbrock, die zich niet
opgaven bij de Cultuurraad en dientengevolge gedurende de oorlog niet konden
optreden. Fijner ware het m.i. geweest zo zij zich voor zulk een demonstratie
niet hadden geleend, die immers een ietwat farizeeïsch karakter had. "Here, ik
dank u, dat ik niet ben als de tollenaar". Bij hen die zich wel opgaven waren
het dikwijls omstandigheden zoals gebrek aan geld, die hen daartoe dreven, soms
noodzaakten.
12 juni. Ik zie een troepje mannen en vrouwen langs de
Herengracht marcheren, begeleid door gewapende BSers. Sommigen, of velen, vinden
dit een mooi gezicht. Er zijn geen deftige heren bij, allen zijn het gewone
mensjes. Zij dragen hun schamele bezittingen met zich mede. Een loopt te kauwen.
Een juffrouw die achteraan loopt heeft moeite de troep bij te houden. Bij de kleermaker Hart vertelt de coupeur dat hij de hele oorlog
zijn auto heeft weten te verbergen voor de Duitsers, maar dat hij nu is ingepikt
door de Canadezen. Hij heeft een brief ontvangen van een vriend in het Zuiden,
die zegt dat men in Brabant bidt "O God, verlos ons van de verlossers!". Maar dat neemt niet weg dat we innig dankbaar zijn van de Moffen
te zijn verlost! In de Willemsparkweg zie ik hoe jongens een complete vesting
hebben gebouwd van trottoirtegels. De wanden hebben een hoogte van 1,50
meter. Ik wens hen geluk met het feit dat er nog geen politie is.
20 juni Mej. van Bekkum [vroegere werkster] komt met bloemen
voor mijn verjaardag op 23 juni en vertelt van haar man die verhongerd in het
Binnengasthuis ligt en nog maar nauwelijks is blijven leven. Hij is nog lang
niet beter, heeft mijn lengte en woog 90 pond, nu 95 pond. Mijn laagste gewicht
was 120 pond, nu 127 pond. Hij heeft dikke benen, bloedende voeten, hevige
dysenterie. Wij geven haar wat 'meat pudding' en aardappelen en f 2.50, het geld neemt ze slechts onder protest aan.
Ze is een aardig goed mens, die Hilda altijd een zoen geeft.
26 juni. We hebben op de middag aan het eten Henriette van Marle
[kleindochter] met dien jongen Godfried Bomans. Ze is 14 en hij misschien
31. Zij sliep al bij ons de vorige dag. Ze gingen samen naar een dansuitvoering
in de Schouwburg. Hij is een artist en werkt aan de Volkskrant (R.K.) als
verslaggever. Een aardige fijne man. Na het eten zong Hilda, aan de piano
geaccompagneerd door hem. Na hen kwam Rosa Schmuller en haar dochter, die 't
laatst in Theresienstadt waren. Beiden zien er goed uit, zijn in moeilijkheden,
want ze bezitten niets, hebben geen huis.
1 juli. Een bezoek van de zoon van Van Minden [vroegere
buren]. Hij komt met zijn vrouw met wie hij lang ondergedoken is geweest,
eerst te Zeist en later in Friesland. Zijn vader en moeder werden verraden en
werden naar Auschwitz gevoerd, waar ze vermoedelijk op ellendige wijze zullen
zijn omgekomen. De jonge Van Minden ziet er uitstekend uit, ook zijn vrouw, en
vertelt vooral van zijn verblijf in Friesland bij een boer van circa 60 jaar,
die op een klein boerderijtje woonde te Eewal, onder Janum (post Birdaard). Hij
heette Dirk Kalma, was gereformeerd en zeer gelovig, las iedere dag 3 maal uit
de Bijbel en bad 6 maal, telkens met andere woorden. Overigens was hij
onontwikkeld. Zijn geloof was zo sterk dat hij in het geheel geen vrees kende.
"God zal voor ons zorgen en mocht ons iets overkomen, dan is het Gods wil". Ook
als gevaar dreigde ging hij, na zich te hebben ontkleed, rustig slapen, ook als
anderen gekleed en wakker bleven. Die Van Minden en zijn vrouw maakten een
alleraardigste indruk. Wij bewaren nog twee Perzische kleedjes die zijn ouders
toebehoorden en nu hem.
3 juli. Fik kwam gisteren en bleef logeren. Zijn schoonzuster
Marianne is terug uit het Duitse kamp waar ze was en, wonder boven wonder,
geheel rustig en in goede staat. Ze heeft veel ellende doorgemaakt, onvoldoende
voeding, is ook met slagen gestraft op haar rug door den commandant.
8 juli. Rotterdammer en Handelsblad mogen beide een courant
uitgeven, maar niet onder eigen naam. Rotterdammer heeft verklaard het dan niet
te doen en nu vertelde onze voorzitter dat Von Balluseck nu ook weigerachtig zou
zijn om die nieuwe courant, hoe die dan zou heten, 'het laatste nieuws'
misschien, uit te geven of liever daaraan als hoofdredacteur te werken. En de
combinatie Stikker is het juist om Von Balluseck te doen, een ander wil zij niet
hebben. Wij hebben nu weer een beetje stroom, mogen 1 KW gebruiken.
Heden voor het eerst gas, om 5 uur namiddag een uurtje om te koken.
14 juli. Moera kwam en zag er goed uit. Ze leende 50 gulden, dat
haar ontbrak aan de koopsom voor een pak kleren voor Kyra [haar zoon]. Ze zal
dit bedrag in 4 termijnen van f 12.50 terugbetalen,
de eerste maal a.s. Vrijdag.
22 juli. De Koningin is ziek geweest, moet een tijd lang rust
houden. Men vertelt dat de Koningin, die gedurende de oorlog een geheel ander,
veel vrijer leven heeft geleid dan zij in Holland gewend was geweest, aan mensen
vraagt: "is er al vernieuwd?", d.w.z. "denkt u al op andere wijze", en als het
niet waar is dat ze dit vraagt, wat best mogelijk is, zal het wel juist zijn dat
ze zich voelt als een herboren persoonlijkheid. Ze ziet het volk op het ogenblik
voornamelijk als een verzetsbeweging, niet als een geheel volk, met jonge, oude,
voortvarende, dappere, voorzichtige, moedige, laffe, trouwe en ontrouwe mensen,
maar dat in zijn kern heel gezond is.
25 juli. Gehoord dat het Concertgebouw zijn eerste concert wilde
beginnen met het Wilhelmus, maar dat het Militair Gezag die niet heeft
toegestaan en dat het orkest nu staakt als het niet wordt toegestaan.
26 juli. Ina van Eybergen Santhagens ontmoet, en mevrouw Spier,
de harpiste. Ze vertelt me van Theresienstadt, dat lang niet zo'n aangenaam
verblijf was als we aanvankelijk dachten. Ze lagen mannetje aan mannetje op de
zolder van een kazerne, moesten heel hard werken. Er zijn in die jaren daar
34000 mensen gestorven.
27 juli. Rosa Schmuller en haar dochter Nina kwamen de goederen
halen die zij bij hun wegvoering bij ons hadden achtergelaten. Ze zien er goed
uit. Wij geven hun behalve de bewaarde goederen (linnengoed) een drietal pannen,
dekens en nog andere zaken en daar vertrokken ze blijde mee naar de Harmoniehof
waar ze tijdelijk wonen.
1 augustus. Met Hilda naar Mies Boissevain [-van Lennep],
liggende in bed in het huis van Jacky Engelkens. Omtrent haar verblijf in de
kampen gedurende 2½ jaar zegt ze ongeveer het volgende: Ze sliepen drie, soms twee in een bed. Er stierven vele mensen.
Geraakten ze in een erg zwakke toestand dan werden ze vergast. De lijken van hen
die gewoon stierven werden in een laken gewikkeld en langs de grond gesleept
naar het washok. Dit was het washok waar iedereen zich dagelijks ging wassen.
Daar werd de lijken een nummer op de borst geschilderd en dan gingen ze naar een
zaal waar sectie werd gehouden. Er waren mensen waarop proeven waren genomen. Uit een van hun
benen had men beenmerg weggenomen. Dan stierf zo'n been af en kregen ze een mooi
kunstbeen en dan strompelden ze daarmee door het kamp. Ze werden "Kaninchen"
genoemd. De "Kaninchen" zijn vóór de bevrijding van het kamp allemaal afgemaakt.
Men heeft mij enige malen willen vergassen. Op mijn zaal had ik een vriendin,
een Hollands meisje dat Eveline Samuels heette, half Joods, heel mooi, lang,
heel recht, die een heel bijzondere positie in het kamp innam. Ze hadden
allemaal respect voor haar. Toen de dokter kwam om mij voor de vergassing op te
schrijven zeide zij hem dat hij dat niet moest doen want dat ik haar moeder was.
Toen gebeurde het niet.
30 augustus. Het Handelsblad komt zaterdag al uit onder de oude
naam van Het Algemeen Handelsblad met D.J. von Balluseck als hoofdredacteur .
Boskamp is beheerder en het verschijnt in de vorm van een Stichting die bestuurd
wordt door de HH Sticker en enige anderen. Wij, commissarissen, Van Eeghen, Bos,
Six en ik, en de directeur Planten, zijn voorlopig nog lucht.
10 september. Om 3.30 uur hadden we een vergadering van
commissarissen van het Algemeen Handelsblad, waar eerst de moeilijke zaak met
Terwee werd behandeld. Deze directeur van Jacob van Campen weigert Boskamp, die
tot beheerder van de N.V. het Algemeen Handelsblad is aangesteld, inzage te
geven van de stukken die hem een beeld moeten geven van de gang van het bedrijf. Aangezien wij, commissarissen, door de aanstelling van Boskamp
buiten functie zijn gesteld moet deze zaak door Boskamp zelve, zonder onze
bijstand, worden geklaard. Verder kwam Von Balluseck die wel erkende fouten te hebben
begaan inzake het interview dat hij J.H.Huizinga te Londen had toegestaan [In
Vrij Nederland gepubliceerd], doch die geen enkele maal zeide dat dit hem zeer
erg speet. [...] Hij zeide ook zijn eigen houding op 15 mei 1940 af te keuren.
Hij had, zodra de Duitsers aan het bewind kwamen moeten aftreden, waartegen Six
opmerkte dat hij juist door zijn aanblijven en vaderlandslievende artikelen onze
bewondering had gewekt. Het resultaat was dat men met hem niet kon redeneren en
door dit te blijven trachten, de kloof steeds dieper zou maken. Ik kan mij nu
beter de mening van Alexander Heldring begrijpen, die Von Balluseck een "in alle
opzichten onbetrouwbaar mens" noemde, niet omdat ik geloof dat hij "kwaad opzet"
pleegde, doch omdat zijn karakter nu eenmaal "ontrouw" is. In de brief die hij
Huizinga schreef stond "Dat hij nu het Handelsblad weder op poten had gezet en
over een paar maanden zou zien wat hij zou doen" (dit stond aan het slot van de
brief, welk slot eigenlijk niet bestemd was voor de ogen van Van Eeghen, maar
dat hij toch zag). Hij heeft dus blijkbaar plannen om het Handelsblad te verlaten
voor iets anders. Al die jaren van de oorlog heeft hij inkomen van het
Handelsblad genoten, nooit heeft hij ons in kennis gesteld met zijn mening over
onze houding.
10 september. Om 3.30 uur hadden we een vergadering van commissarissen
van het Algemeen Handelsblad, waar eerst de moeilijke zaak met Terwee werd
behandeld. Deze directeur van Jacob van Campen weigert Boskamp, die tot
beheerder van de N.V. het Algemeen Handelsblad is aangesteld, inzage te geven
van de stukken die hem een beeld moeten geven van de gang van het bedrijf. In
plaats van deze stukken over te leggen heeft hij een klacht over Boskamp
ingediend bij de Regeering (de Heer Beekenkamp). Hij beschuldigt hem daarin "de
Duitschers te hebben achterna geloopen om gedaan te krijgen dat de Deutsche
Zeitung bij het Handelsblad zou worden gedrukt of gezet."Aangezien wij,
commissarissen, door de aanstelling van Boskamp buiten functie zijn gesteld moet
deze zaak door Boskamp zelve, zonder onze bijstand, worden geklaard. Verder kwam
Von Balluseck die wel erkende fouten te hebben begaan inzake het interview dat
hij J.H. Huizinga te Londen had toegestaan [In Vrij Nederland gepubliceerd],
doch die geen enkele maal zeide dat dit hem zeer erg speet. Hij stelde zich op
het standpunt dat de houding van Directie en Commissarissen principieel onjuist
was geweest, dat zij dus door af te treden principieel de juiste houding zouden
hebben aangenomen en men nu een houding hadden genomen die hij tactisch noemde
in contrast met principieel. Dat voor die tactische houding vele verklarende
oorzaken en feiten waren te geven doch dat daarmede niet kon worden goed gepraat
dat die houding principieel onjuist was geweest. Vergeefs trachten wij hem op
die bewering te doen terugkomen doch hij bleef er bij. Ik wees hem op de houding
van Generaal Winkelman die capituleerde omdat hij na het bombardement van
Rotterdam voorzag dat den Haag en wellicht andere steden hetzelfde lot zouden
ondergaan. Colijn heeft in de Standaard over die houding van generaal Winkelman
een een ander gezegd. Hij heeft twijfel uitgesproken of zij wel de juiste was
geweest . In ieder geval was het een houding van toegeven aan de eischen der
Duitschers met het doel daarmee zwaarder leed voor het Hollandsche volk te
voorkomen, evenals de Directie en Commissarissen deden t/o van het Handelsblad.
" Dat was heel iets anders "zei von B. Ik zei hem ook het niet met hem eens te
zijn, als onze houding slap of meegaand werd genoemd in tegenstelling tot een
principieele. Hij had Huizinga een brief geschreven waarin hij een gedeelte van
zijn beweerde beweringen trachtte recht te zetten, was bereid een brief aan hem
te schrijven met het verzoek die op te nemen in Vrij Nederland maar zij wezen
het aanbod van de hand, verkozen dat hij ons een brief zou schrijven, dien we
zoo bij de berechting het stuk in Vrij Nederland in het geding zouden kunnen
toonen. Het verzoek om die brief vóór de vaststelling mogen zien, wees hij van
de hand, zeggend dat hij niet gewend was wat hij schreef aan de goedkeuring van
anderen te onderwerpen, tenslotte zou hij dan toch zoo goed zijn er met Planten
over te spreken. Planten was afwezig wegens een vergadering van
dagbladdirecteuren te Leiden. Van Eeghen was eenige malen met hem (v B) in debat
geweest o.a., als hij zeide dat zuivering er moest zijn als maatregel van orde
en von Balluseck toonde soms kenteekenen van lichte geraaktheid.
Six bracht mij naar huis met zijn auto. Six heeft den geheelen oorlog het archief
van de illegale partij in zijn huis gehad. Men kan hem dus werkelijk niet "bang"
noemen wat wel eens wordt gedaan. Zijn voorzichtigheid sproot waarschijnlijk
voort uit zijn groote kwetsbaarheid.)
25 september. Naar Handelsblad om te spreken met Boskamp. Hij
toont mij een brief van Von Balluseck aan Planten waarin hij naar zijn mening
het interview met Huizinga corrigeert. [ . . . ] Von Balluseck eindigde zijn
brief aan Planten met de verzekering dat hij hem een oprecht warmvoelend
Vaderlander achtte, wiens beleid gedurende de oorlog door commissarissen is
geëerbiedigd.
26 september. Hilda van Marle telefoneert dat zij 5½ had
gekregen voor het opstel (dat ik voor haar maakte) over "gebrek aan waardering".
De onderwijzer had haar/mijn opstel erg kinderachtig van stijl gevonden.
7 oktober. Heineken drinkt een borreltje bij ons. Hij praat
graag, is een ontwikkeld man. Bijzonder lelijk, maar met een vriendelijke
uitdrukking. Hij vertelt te hebben gehoord dat Willem Mengelberg erg
terneergeslagen is en er niets van begrijpt wat men in Nederland tegen hem
heeft. Hij kan zich hier niet meer vertonen, welke verdiensten hij ten opzichte
van het muziekleven ook toont.
Het Montessori Lyceum is behouden. De secretaris generaal van
Onderwijs, Peter Sassen, heeft een bezoek aan de school gebracht, begeleid door
een allerliefste secretaresse en heeft verstrekkende toezeggingen gedaan. Het
Lyceum krijgt subsidie op de suppletoire begroting van 1946. De "Waarheid", het blad van de communisten, staat vol
schandelijke leugens. Toch is het aangenaam in een land te wonen waar zulke
uitingen, al zijn ze volkomen onwaar, niet worden belet.
9 oktober. Een aardige brief van Frans [Polak, schoonzoon, in
opleiding voor uitzending naar Indië]. Hij moet daar ook meedoen aan een
soort wedloop of vlugge wandeling, waarin hij 50 minuten deed over 9 kilometer.
De overste liep voorop, en Frans kon zich niet voorstellen dat een Hollandse
overste zich tot zoiets zou lenen en met zoveel succes.
30 oktober. Heden een bad genomen, waarvoor Hillie een aantal
ketels en pannen met water had verwarmd en in het bad gestort. Aan de kleur van
het water, na afloop, was merkbaar dat ik vuil was.
7 november. Heden kwam Ot bij ons koffiedrinken, wat een
zeldzaamheid is. Ze zag er best uit, vertelde van het heerlijke leven van Tom
jr. te Bern en van de levensplannen van Elsbeth (of van haarzelve ten behoeve
van Elsbeth). 't Was aardig haar weer eens te zien.
Donderdag 8 november 1945. 's Avonds met Hilda in de regen naar
het Concertgebouw gewandeld, heel veel plassen. Muziek van Tschaikowsky, als
ouverture "de Voyvode" een legeraanvoerder die bij thuiskomst z'n ontrouwe vrouw
verrast, daarna Huberman met het bekende vioolconcert. Hij heeft een grote
techniek, prachtige linkerhand en arm en idem stokvoering. De zaal was vol, het
podium stampvol. En nu zitten we weer thuis en evenals wijlen Pepys deed,
schrijf ik nu in mijn dagboek dat Hilda het op de terugweg te kwaad kreeg en om
een portiekje vroeg. Ik vond er een en daar deed ze wat ze niet laten kon op de
meest natuurlijke manier van de wereld, evenals Mrs Pepys vroeger, maar die deed
het in Lincolns Inn en Pepys noteerde in zijn dagboek [hier genoteerd: nog
niet gevonden]. Het Montessori Lyceum heeft een optie op de voormalige
Hagedoornschool tot een bedrag van f 130000.- en wel
aanvankelijk tot 1 nov., nu tot 1 dec. e.k. Van die
f
130000 is reeds aanwezig in de vorm
van een hypotheek. Het Montessori Lyceum heeft verder de zekerheid dat het
subsidie zal krijgen van het Rijk , welke subsidie met terugwerkende kracht zal
komen op een suyppletoire begroting in 1946. Het Rijk verschaft de gelden tot
aankoop van een nieuwe school slechts in deze vorm dat het de kosten van rente
en aflossing betaalt. De aflossing gaat op deze wijze wat langzaam. Daaraan
wordt tegemoet gekomen dat behalve de door het Rijk voorgeschreven schoolgelden
van de ouders der kinderen nog bijdragen worden verlangd voor een aparte
Stichting. Ze hadden gehoopt die f 70 000.- van Six
te krijgen (Jhr. J.Six van Hillegom, een rijk man, directeur van de Amstel
Bierbrouwerij) die een zoon op het Mont. Lyceum heeft en zeer met de school is
ingenomen. Hij was daartoe ook aanvankelijk bereid, zo slechts een brief van de
Regering kon worden vertoond waarin deze de subsidie toestond. Ofschoon het
geheel vaststaat dat de subsidie zal worden toegelaten, kan deze toestemming nog
niet op schrift gesteld worden . Ook had Six ten slotte toch bezwaren met het
oog op de langzamer aflossing, zodat de medewerking die hij aanvankelijk
dadelijk wilde toezeggen niet door hem persoonlijk kon worden gegeven. Dus moest de optie worden verlengd, wat Hilda tot stand bracht
door een gesprek met J. Heineken, oook een brouwerijdirecteur, de rijkste man
van Amsterdam. Hij verlegde de optie tot 1 december. Het Mont. Lyceum (Hilda)
wendde zich nui in wanhoop tot Eugen en Jan Boissevain in Amerika, vragende om
f 60.000.- van vrijgevige en belangstellende
Amerikanen, het Rockefeller Instituut of zo iets. Hiervan zal wel niets komen,
maar nu is de toekomst toch weer hoopvol want Six voornoemd, die tevens
president commissaris is van een grote hypotheekbank iis waarschijnlijk bereid
het ertoe te leiden dat deze bank het volle bedrag van f 130.000 al hypotheek voor hare rekening neemt. Een gunstige omstandigheid is
dat een broeder van Six die Hagedoornschool heeft ontworpen. De school heeft
f 300.000 gekost en is dus van f 130-.000 hypotheek een prachtig onderpand. Deze hele zaak is niet
gespeend van pikante bijzonderheden. Er bestaat al jarenland een
liefdesverhouding tussen mevrouw H. en Willy Cnoop Koopmans, echtgenoot van die
lieve Daisy van Tienhoven en nu zal eindelijk de scheiding komen van Carla H. en
haar lelijken maar in verschillende opzichten sympathieken man, welke misschien
de scheiding van Willem en Daisy zal ten gevolge hebben. Veel treurigheid!.
12 november. Om 12.45 vertrokken, te voet, omdat er op dat uur
geen trams lopen, naar het Van Leeuwenhoekhuis, Sarphatistraat 106, om het
plekje op mijn neus te tonen. Daar eerst 2 uur gewacht in een wachtkamer met een
tiental anderen en eindelijk tegen 4.30 bezocht door Dr. Waszink, die door Huges
[de huisarts] was ingelicht. Hij mompelde .." dan heeft hij toch gelijk
gehad... huidkanker, gauw weg met bestraling". Hij wilde mij direct bestralen en
zo gebeurde het, nadat ik op vele vragen van assistenten had geantwoord,
vermoedelijk voor de statistiek. Teruggewandeld, omdat de trams nu wel lopen,
maar te vol zijn. Ik kreeg er weer een op de brug in de Ceintuurbaan over de
Ruysdaelkade en was tegen zes uur thuis.
13 november. Om ½ 3 naar de Walenkerk voor mijn eerste
vergadering als "notable". Met veel genoegen kennis gemaakt met den 82jarigen
Tetrode, oud bankier, ook directeur van de Nederlandse Bank, die er nog zeer
jong uitziet, maar wat doof is. Hij treedt echter af en ik word benoemd tot
voorzitter, welke benoeming ik niet aanvaard met het oog op mijn leeftijd. De administratie van den penningmeester Guépin (zoon van wijlen
C.H.) is slordig. Ik heb het denkbeeld naar voren gebracht het onderzoek van de
administratie aan een accounant op te dragen, wat dan ook is besloten.
Donderdag 15 november. Hilda heeft vandaag een bijeenkomst gehad
van leerkrachten van het Mont. Lyseum die in kennis werden gesteld met het goede
bericht dat het geld voor de school bij elkaar is.
19 november. Gisteren was Marthe jarig en bracht ik haar een
bezoek. Daar vond ik Mejuffrouw Nelly Bodenheim van die aardige kinderboekjes,
Willem Andriessen, [en anderen]. Andriessen zeide o.a. dat hij Rudi Mengelberg veel te zwaar
gestraft vond en zo kwamen we op de doodstraf. Ik zeide dat ik tegen de
doodstraf was en er waren er meer, maar we wisten niet wat we met de mensen die
dan bleven leven moesten doen. Ook niet wat te doen met der 100.000 NSBers die
nu nog voor een groot deel in kampen zijn opgesloten. Men spreekt wel eens van
naar Nieuw Guinea zenden maar dit is onzin.
21 november. Om 11 uur vergadering in het gebouw van het
Handelsblad. De leiding van de vergadering door Van Eeghen was weder
voortreffelijk. In Chr.P.. van Eeghen bewonder ik de volkomen rust bij het
leiden van vergaderingen, waarbij dikwijls ingewikkelde vraagstukken van
rechtskundige aard vlug tot oplossing moeten worden gebracht. Ik kan hem daarin
niet evenaren of op zijde streven, weet slechts van tijd tot tijd door intuïtie
of gevoel invloed uit te oefenen. En dat is het wat bij v.E. wel eens schijnt te ontbreken. Met opzet zeg ik "schijnt" omdat ik geloof dat het
gevoel er wel is. 's Avonds door de radio geluisterd naar de hartstochtelijke
verklaringen van 'onschuld' van een aantal zware oorlogsmisdadigers bij de
tweede zitting van het gerechtshof dat hen berecht. Vooral Keitel was
hartstochtelijk: "Nicht schuldig". Al die terechtstellingen waarvoor wetten zijn
gemaakt die niet bestonden toen de daden werden verricht, zijn in strijd met het
rechtsbegrip dat tot heden gold. Men wil door het opleggen van zware straffen de
kans op een volgende oorlog kleiner maken en zal daarmee niets bereiken.
17 dec. '45. Vanavond weder Montessori vergadering in de voorkamer. Daar
zitten nu weer Lex Osterkamp, Mevr. Misset, Aleva, Cnoop Koopmans en Daisy, Mv.
Rijk, onder de leiding van Hilda, als altijd getuigende van helder doorzicht,
optimisme, flinkheid en doortastendheid. Bovendien weet zij die vergaderingen
altijd tot een aangename bijeenkomst te maken, waarbij de koekjes, de thee en de
cigaretten van Amerika ook een rol vervullen. Het koopcontract van het nieuwe
MontessoriLyceum, de voormalige Hagedoornschool, is nu gesloten en nog nooit,
zei de notaris, had hij een zo vlugge gang van zaken in zijn praktijk van jaren
bijgewoond. De gesprekken van Hilda en van Willy Cnoop K. met Dr. Heineken van
de bierbrouwerij hebben hier ook een grote rol gespeeld. Heineken houdt van
Hilda, en terecht, en verschafte als verkoper nog
f
25000 om de koop mogelijk te maken. Dit is een lening, terwijl een ander aan
bod was die meer wilde bieden dan het Lyceum. Zo komt het M.L. voor de geringe
som van 120.000 gulden in het bezit van een school die 300.000 gld gekost heeft.
27 december. Wij waren met ons veertienen op Crailo. We hebben
heerlijke dagen achter de rug. Crailo was verwarmd en bovendien hadden we warm
water. 's Avonds een vrolijk kerstdiner, veel pret. We hadden 's
middags het concert voor 4 violen van Vivaldi gestudeerd, medewerkers ik, Frans,
Alfred, John, en Engelien aan de piano. Het ging erbarmelijk. 's Avonds werd de
kerstboom aangestoken en kwamen de bedienden: Leendert met vrouw, de luie Willem
met vrouw en gehuwde dochter, en daarna zongen we en zeiden we gedichten op, ik
o.a. het gedicht van Vondel "Ik de koning van de Britten" en een paar reien uit
de Gijsbrecht. 't Was een heerlijke avond.
(Oud Crailo, waar John en Olga van Marle-de Booy na de
bevrijding zijn gaan wonen. Het was het huis van Johns ouders, maar tijdens de
oorlog legden de duitsers er beslag op. Aanwezig waren alle kinderen van de De
Booys, met hun echtgenoten en vijf van de kleinkinderen).
We zochten gisteren in de tuin van "De Nachtegaal" [huisje
bij Valkeveen] nog naar enig koperwerk dat ik daar in 1941 begroef, echter
zonder succes. Toch moet het er zijn: een koperen boekenstandaard in 2 delen en
een onderdeel van een Duitse mijn van 1916.
(In november 1945 had ik al een deel van het koper daar
opgegraven. de door mijn vader genoemde voorwerpen vond ik daar toen niet bij.
Men was zoveel mogelijk koper gaan begraven toen het moest worden ingeleverd,
maar het was vaak moeilijk alles terug te vinden). Olga heeft een vreemde ziekte. Een verlamming aan één zijde van
het gezicht, een star oog, geen smaak. Ze ziet er vreemd uit. Men spreekt over
paralytica faciale of zoiets. Volgens mevrouw Van Marle-Sillem [is het]
een koetsiersziekte, welke deze mensen opdoen als ze in een koude N.O. wind lang
op de bok zitten. (Een aantal bladzijden is uit het dagboek geknipt, gaande over
de eerste maanden van l946).
1 9 4 6
30 mei. De stemmingen voor de Tweede kamer hebben de partij van
de Arbeid op de 2de plaats gebracht en de R.K. volkspartij op de 1ste en de
stemmingen voor de Provinciale Staten hebben dit oordeel van het Nederlandse
volk nog bevestigd. De communisten brachten het in de 2de kamer tot 10 zetels en
in de Provinciale Staten staan ze nog sterker. Naar ik geloof heeft de P.v.d.A.
verloren door het "vervelende" dat uitstraalde van Schermerhorn, die toch een in
vele opzichten achtenswaardig man is.
3 juli. Het ministerie is nu gevormd zonder Jim [de Booy].
Men zoekt een "Roomsen" minister van marine. Daarvoor moet je in Nederland zijn. Gijs en Emmy [Van Hall-Nijhoff] zijn lid van de Partij
van de Arbeid. Wij zijn lid van geen enkele partij. De partij van de Arbeid
schrikt mij af door het weinig krachtig optreden van Schermerhorn en Logeman en
hun weinige mededeelzaamheid, het weinig dat van hen uitging en als hij ging
spreken was Schermerhorn erg vervelend, terwijl hij dikwijls de indruk maakte op
het punt te zijn te gaan huilen. Verder behoren tot de Partij van de Arbeid de
sociaal-democraten, die voor de oorlog een antinationale, onvaderlandslievende
partij was. Men weet niet hoe zij zich verder zullen ontwikkelen. Ik kijk dus
maar liever naar personen, ben geen enthousiast "Vrijheids"man en stem op "Le
Cavelier", die nu lid is van de partij van de Vrijheid.
4 juli. Het is nog warm. Ik ga door met mijn belastingaangifte.
Ik word te oud voor zulk werk. Het windt me teveel op, maakt me nerveus.
6 juli. Namiddag met vrienden van de zeevaart een bezoek aan de
haven, de terreinen van de Nederl. Dok- en Scheepvaartmij. Erge verwoestingen
nog allerwege zichtbaar. Bij de Amsterdamse Dokmij de Willem Barentsz, onze
eerste walvisvaarder. Mooi op het IJ. Nog zeer weinig schepen. De Molotov,
Veendam, Celebes, bij de Ned. Scheepvaartmij. Als ik thuiskom is Alfred er, ziet er patent uit, rustig,
gelukkig in zijn werk. Frans en Engelien komen eten. Frans mager. We eten
gebakken tong met gebakken aardappelen en sla, drinken een fles wijn. Alfred
schonk mij een kistje beste sigaren. Hij doet aardige verhalen uit het
scheepsleven.
7 juli. Alfred zet zijn verhalen voort, heel interessant, een
prettige dag. Na de thee met hem gewandeld, ontmoetten op de Zuider wandelweg
een paar kleine jongetjes die ik dadelijk aan hun teint herkende als uit Indië
te zijn gekomen (hoewel geheel blanke kinderen). Zo kwam ik even in gesprek met
de moeder van die kinderen. Ze zei dat ze in het kamp bij Ambarawa was geweest
en dat ze daar haar man en één kind verloren had. Namiddag vergadering Reddingmaatschappij, waarbij Tegelberg
belangrijke verhogingen van salaris voorstelt, zodat Tom nu
f 12000.- ontvangt. Freule van Asch van Wijck naar ik meen 2800.-
Reusachtige salarissen. Ik meen dat zo'n meisje f
600.- verdiende en dat ik het al buitengewoon vond toen ik de helft verdiende
van wat Tom nu verdient. Alles is ook heel veel duurder. Hebben wij al inflatie?
10 juli. Onderhoud met Van Eeghen [Chr.P.] Hij is een
heer, dat merkt men telkens als men zijn houding ten opzichte van Planten
waarneemt. Zij die het land aan hem hebben nemen slechts rekening met zijn
schijnbare ongevoeligheid, het gebrek aan het spontante, het koude, dat hem
kenmerkt, maar rekenen niet met zijn eerlijkheid, zijn bijzondere scherpe
verstand en zijn humor.
11 juli. 10.05 met de trein met Hilda en Engelien naar Schiedam
waar we worden afgehaald door auto met matroos-chauffeur, die ons naar werf
Wilton-Feyenoord brengt waar de "Karel Doorman" ligt. Alfred wijst ons het schip
en we blijven bij hem koffiedrinken. Een keurige matroos-hofmeester geeft ons
lekkere vis met gebakken aardappelen en sla en verrukkelijke vruchten: perziken
en druiven. Ik heb een sterke indruk gekregen van de grote verantwoordelijkheid
die op de schouders van onzen zoon rust. Het is een heel groot ingewikkeld
bedrijf. Het was aardig om weer eens in een trein te zitten.
18 juli. Namiddag naar begrafenis van Bets Land [vriendin van
Hilda] op Zorgvlied, waar ik bij het graf enkele woorden sprak. Hilda, voor
wie het te ver was, erg blij dat ik was gegaan. Een potige dame spreekt mij aan
en zegt, dat het zo mooi is op de begraafplaats, en "dat we nu zijn in een
omgeving van mensen die geen van allen meer kwaad doen". De Amstel ziet er aanlokkelijk uit met z'n zeilende en roeiende
scheepjes. "Wat zeilt ie mooi voor de wind" zegt de potige dame van een scheepje
dat bezig is met opwerken.
23 juli. Ik werkte vandaag weer aan mijn belastingpapieren en
het is merkwaardig hoe langzaam dergelijk werk bij mij gaat, hoe mijn hoofd warm
wordt, zodat ik niet kan denken. Ik wilde dat de Mensheid nu eindelijk eens
begreep, dat ik met rust moet worden gelaten.
24 juli. De nieuwe minister van oorlog is zenuwziek
(overspannen), wat erg vlug.
28 juli [onder een krantenfoto van het voorlezen van de
Troonrede]. Prins Bernhard zit er, naar gewoonte, weer slordig bij. Hij
heeft geen begrip van stijl. En nu herinner ik mij een uitlating van een Zweedse
dame te St. Moritz "Die Deutsche haben gar keinen Stil". Wie zegt het hem eens.
31 juli. [Ontmoette] Paul den Tex, die mij o.a. mededeelde dat
zijn nicht Hester een uitnodiging gekregen heeft om in Canada de vele
oorlogsbruiden moed in te spreken. Het schijnt dat inderdaad vele van die
bruidjes moed moet worden ingesproken, want bij de ene is de man, dien zij zich
dacht directeur van een houtzagerij te zijn, een man, die 's morgens met een
bijl het bos ingaat om hout te kappen. Een ander, en dat is veel erger, is al getrouwd in Canada, heel
gelukkig, vader van een aantal kinderen. Hoe men dergelijke mensen moed in
inspreken is niet zo gemakkelijk te zeggen. Hester gaat het niet proberen.
2 augustus. Naar de RK begraafplaats Buitenveldert en daar
gesproken met grafsteenhouwers in verband met graf Geraldine [Ierse nicht van
Hilda, hier in l945 overleden] en vervolgens naar de graven van Diepenbrock
en Der Kinderen. Als ik voor die graven sta dan voel ik heel weinig, of liever
in het geheel niets voor verbranden. Mijn lichaam is een afgelegd pak dat op
natuurlijke wijze in stof overgaat. Of dit nu gaat met behulp van wurmen is mij
om het even. Er blijft een graf met gedenkteken waarvoor achterblijvenden
gedurende een reeks van jaren kunnen staan met liefde in hun hart, een plek waar
zij tot bezinning kunnen komen en zich zullen kunnen afvragen: ben ik op de
goede weg. Zulke gevoelens komen moeilijker bij het aanschouwen van een urn met
as. Zo stond ik dan voor het graf van dien besten Diepenbrock. Niet ver van hem
ligt Antonie J. der Kinderen. En het treft je dat onze lieve vriendin Jo, zijn
vrouw, daar niet ligt. Zij was niet, zoals Elisabeth Diepenbrock, tot het R.K.
geloof overgegaan en zij mag dus niet in gewijde aarde liggen. Het zijn alles maar gevoelens. Je wordt graag begraven in een
graf met de vrouw met wie je vele jaren lief en leed hebt gedeeld. Maar welk een
scheiding brengt het verschil in godsdienst. Zo'n klein steentje voor Geraldine, zal met alle kosten wel
bijna 100 gulden vragen.
5 augustus 1946. Maandag gingen Olga en de kinderen naar
Schiedam om de Karel Doorman te zien en daar te lunchen met de auto die Alfred
haalde, een mooie auto van de Marine-pool, bestuurd door een burgerchauffeur in
Marinedienst. Deze had een zwager meegenomen, die er weder uitmoest omdat er
anders niet genoeg plaats was. Wat ik vroeger ook al eens had opgemerkt, toen
Jim - minister van Marine - ons in z'n auto bezocht te Amsterdam en z'n adjudant
een jonge dame permissie had gegeven mee terug te rijden naar Den Haag, zag ik
nu weer. De chauffeur van de Karel Doorman vindt het heel natuurlijk of gewoon
dat hij zijn zwager meeneemt. Deze zat op de plaats naast de chauffeur, liet
slechts zijn rug zien, terwijl de chauffeur uitlegde dat er nu geen plaats was
voor allen. Alfred zei natuurlijk dat die man niet meekon, stond wel toe dat hij
naar station Bussum werd gebracht, wat de uiterste grens van meegaandheid was
waarop hij kon gaan. "Hogerhand" werkt zoiets ook in de hand als een
kameraadschappelijke omgang wordt gewenst met de ondergeschikten. Er zijn echter
grenzen. De goede manieren moeten ook blijven bestaan en in ere worden gehouden. We zullen Alfred nu niet meer zien. Hij vertrekt volgens het
plan 8 augustus van Rotterdam en 1 september van Portsmouth naar Indië, waar
Soekarno en Shahrir wel zullen denken "wat doen ze nou weer" als ze het gevaarte
van de Karel Doorman zien verschijnen. Alfred heeft in Holland ongeveer de rol moeten spelen van
directeur van een publieke vermakelijkheid. Hij kreeg zeer vele bezoekers, wien
allen het schip moest getoond worden, soms 100 tegelijk, zoals
cavallerieofficieren, ook journalisten in groten getale en vele anderen.
31 augustus. Gisteren naar Jan van Stockum en hem gesproken. Hij
heeft een kamertje apart. Alles ziet er netjes uit. Men kan geen gesprek met hem
voeren, al uit hij wel eens onverwachte, soms komische, woorden. Na een tijdje
te hebben gekeken naar de Christusfiguur op het crucifix in zijn kamer zei
hij:"dat was een moedig ventje". Ik geloof wel dat het de eerste keer is dat
Jezus met die woorden wordt genoemd. Jan is enigszins vies, zijn handen met te
lange nagels. Ik vermijd hem een hand te geven. Woensdag kwam Karl Nienhuys, echtgenoot van Dieuke. Hij dineerde
bij ons en bleef logeren. Hij is een grote kerel en we weten niet wat wij van
hem moeten denken. Zijn bijzonder doordringende ogen geven hem een gemeen
uiterlijk. Hij praat langzaam en doet op plechtige wijze vragen over onderwerpen
als de zuivering, over Indië enz. Hij trekt ons niet aan. Hilda gelooft dat hij
een nul is. Ik weet het niet. Zwaar op de hand zal hij zeker zijn.
7 sept. Gisterenavond Engelien en Frans, die de schriftelijke
opdracht toont die hem is verstrekt. Belangrijk, onafhankelijk werk. De zorg
voor de hygienische toestand van den soldaat der 1ste divisie. Hilda omhelsde Frans gisterenavond toen hij vertrok. Hij is een
beste kerel en heel knap. Nu blijft onze Engel hier voorlopig achter.
14 september [op Terschelling]. 's morgens naar onze
grondbezit en met verwondering gekeken naar de loopgraven, bunkers en
onderaardse verblijven, radarmasten enz. op mijn terrein. Hilda alleen terug. Ik
met Engel, die gaat zwemmen in zee. Er staat een flinke zee en ik krijg de
indruk dat er veel is afgeslagen. Paal XII is 45 pas van de voet der duinen. Bij
paal XIII naar binnen langs het slag, later door de dennenbeplanting naar
Formerum. Notaris Flamman deelde mij mede dat ik binnenkort bericht zal
ontvangen aangaande de mij voor het verlies van de Wijde Blik toegekende
schadevergoeding. Hij gaf toe dat deze zeker veel lager zou zijn dan de kosten
van wederopbouw.
17 sept. Een wandeling gemaakt met Hilda over de
Landerummerheide, langs de Herenweg naar het strand, het slag van Buren in en
langs Molenweg terug. Eerst zachte, later harde regen. Bekeken de omgeving van
het slag van Rijff, die een klein tentje heeft gebouwd. 2 uur gewandeld, 12 uur
thuis. P. Bakker komt ons tegemoet op de fiets met parapluie. Ik mat 50 pas van
Rijff tot strand. Duidelijk was zichtbaar de vroegere opgang naar Wijde Blik.
20 september. Namiddag naar Wijde Blik met Scottie de hond. Vind
de pompbuis, gesloten met dop. Er komt een soldaat, die mij zegt dat ik helemaal
niet ter plaatse mag zijn. Langs het oude paadje van het huis naar het strand,
waarlangs ik ook gekomen was, terug en naar 'huis' gewandeld, van tijd tot tijd
omkijkend in de hoop het geliefde huisje weer op het duin te zien staan. Maar
het stond er niet.
23 september. In Nederland zijn kentekenen waarneembaar van
verzet tegen de uitzending van troepen naar Indië. Indië wordt nog altijd door
het volk - of een belangrijk deel ervan - beschouwd als een land waar de
ontwikkelde man snel rijk kan worden en de arbeider geen kans heeft. En nu moet
de arbeider het weer voor den rijken man gaan herwinnen.
27 september. Binnenkort zal de moord op 21 oorlogsmisdadigers
plaats vinden door middel van ophanging of door de valbijl. Ze mogen nu hun
echtgenoten ontvangen.
1 oktober. Vandaag werden de vonnissen uitgesproken te
Neurenberg. Wij hoorden de woorden van rechter Lawrence, die de straf uitsprak
van dood door ophanging (by hanging). Al die eerst zo machtige mannen worden
opgehangen. Von Papen en nog twee anderen, waaronder Schacht, zijn
vrijgesproken.
3 oktober. Piet Gouda [bovenbuurman] gaat naar kantoor en
zegt "wat een schande dat nog drie van die schavuiten zijn vrijgesproken",
waarop ik ze (omdat mij zijn wraakzucht hinderde of prikkelde) "Ze moesten
allemaal zijn vrijgesproken". Waarop hij "daar moeten we dan eens over praten".
Ik: "Dat is goed, dan zal ik maar een revolver meenemen" en hij weer (handig)
"En ik een strop". Ik gevoel niet, zoals velen, een oneindige afstand tussen de
schavuiten en mijzelf, doch voel dat zij mensen zijn, die langzamerhand tot hun
vreselijkheden zijn gekomen. "Wie staat, zie toe dat hij niet valle". Als men
eens flink valt dan wordt men ootmoedig met het schuldbesef en weet dat de mens
zwak is als hij wordt aangepakt in zijn zwakke punten. Ik voel dat zij gestraft
moeten worden, zou hun straf aan God willen overlaten, maar ik weet het niet
daar God het niet duidelijk openbaart.
Donderdag 24 oktober 1946. Gisterenavond een drukbezochte vergadering Montessori Lyceum, de
laatste met Hilda als voorzitster. Tegen het eind nam W. Cnoop K. het woord en
huldigde Hilda. Hij noemde haar een mens van groot formaat, met geniale
spontaniteit en dit is volkomen waar. Ze hadden een magnifieke taart
meegebracht en 2 flessen wijn en zo bleven we napraten en gingen tegen 12 uur
naar bed. De nieuwbenoemde voorzitter Korthal Altes moest herhaaldelijk aanhoren
"dat wij zulk een voorzitter als mevrouw De Booy nooit meer zullen krijgen enz."
En de grote huldiging van Hilda zal zijn dat een plaquette in de nieuwe school
zal worden aangebracht met haar profiel. Ik sprak met Tom af dat ik ontslag zou nemen als bestuurder van
de Reddingmaatschappij en we bekeken mijn boeken met het oog op een verdeling na
mijn dood.
Dinsdag 12 november '46. 2 uur naar Reddingmij. Ik heb mijn
ontslag gevraagd en dit wordt dadelijk in behandeling genomen. Aanwezig waren:
Tegelberg, Hudig, v.d.Bergh, Tom, Quarles en Koning, later ook nog Van Riel.
Tegelberg sprak mij zeer hartelijk toe, zeide dat ik in die 40 jaren ontzaglijk
veel voor de Reddingmaatschappij had gedaan, dat bij mijn komst het bestuur
eigenlijk zeer weinig deed en dat na mijn komst alles was veranderd. Hij zeide
dat zowat alles aan mij te danken was, dat hij dit nog beter kon gevoelen dan
de andere aanwezigen. Het was een aangename bijeenkomst, al was het de laatste die ik
bijwoonde. Ik dankte Tegelberg voor zijn gevoelige woorden, zeide dat ik hem
steeds had bewonderd als een voorzitter van groot formaat, die op waardige en
koninklijke wijze de Reddiingmaatschappij had geleid.
16 november. Gisteren had het afscheidsfeest plaats bij ons ter
ere van Hilda, aangeboden door besturen en leraren en leraressen [van het
Montessorilyceum]. Het was een aardige avond, die tot omstreeks half twee 's
nachts duurde. Het is aardig te zien hoe een gezelschap intelligente mensen zich
een hele avond met eenvoudige spelletjes bezig houden.
26 november. De commissie-generaal is met een ontwerp politiek
akkoord teruggekomen dat naar niets lijkt. Schermerhorn is wel de laatste man van
wien men staatsmanswijsheid en beleid kan verwachten. Hij is een vervelende
huilebalk.
10 december Gesprek met Paul den Tex op de hoogte v de Dam Wij spreken over het
Handelsblad en over zijn houding in 1941 en later. Hij zegt dat het wel
gemakkelijk is kritiek uit te oefenen als alles is afgeloopen. Hij duidde op de
mogelijkheid dat zou zijn besloten het Handelsblad te sluiten, het personeel te
ontslaan en de persen onbruikbaar tet maken. Planten vertelt mij uit een brief
in het geheime dossier van Goedewaagen blijkt of zou blijken dat Blokzijl; de
aanlegger is van het gebeuren bij het Hldsbl het gevangennemen van von B., en
Boskamp. Dat de order wat dat Planten zou kunnen blijven als hij dit niet wilde
zou hij onmiddellijk als directeur moeten worden vervangen door van Dijk en het
Handelsblad zou niet stop mogen worden gezet. Gesproken over en al of niet wenschelijkheid van aanvaarding van een verdediger van onze zaak Hlbd.
1 9 4 7
5 januari. Gisteren Rudi Mengelberg, vertelt op mijn verzoek een
en ander over de financiën van Willem Mengelberg en de wijze waarop hij die
beheerde. Hij schonk een belangrijk bedrag aan zijn broeder Hans en ook meer dan
1 9 4 8
7 januari. Gisteren Alfred, Sonia, Olga en John en Willem
[hun zoon] bij ons ten eten op Driekoningen. Sonia was gekleed met een
blouse van prachtige kleuren en Alfred gaf een komisch verslag van de financiële
moeilijkheden die het kleden van zijn jonge vrouw medebrachten, was tegelijk erg
trots op het feit dat zij bij verschillende gelegenheden de best geklede dame
was. Ook vertelde Alfred nog eens dat Tom - lang geleden, misschien
wel ruim 35 jaar - op de zweminrichting een vooroverbuigend heer die hij voor
zijn vader hield een harde slag op zijn achterste had toegediend, tegelijk met
schrik bemerkend dat hij zich had vergist, waarop hij pijlsnel in het water
verdween. Dezer dagen zijn 800 jonge boeren in Kaapstad aangekomen uit
Nederland, met het doel zich daar te vestigen. Ons land wordt te klein voor de
boerenstand. Het ontbreekt aan voldoende grond.
25 januari, zondag. Naar Hospice Wallon, waar pasteur Roth
preekt. Hij begint met de geloofsbelijdenis, geheel conform "que nous sommes des
pauvres pêcheurs, incapables par nous-mêmes... " enz., welke ik geheel kan
onderschrijven. Roth houdt je wakker, terwijl de stem van Arnal slaapverwekkend
is. Ten slotte geeft hij de raad zich niet met futiliteiten op te houden, doch
in de Bijbel Gods woord te zoeken. Volgens de woorden van Jezus zelf is het
ware geloof niet gegrond op wonderen.
3 juni. [In Engeland]. 's Morgens per bus naar Southampton
willen gaan, maar was vol. Was met majoor Duprez op weg, met hem en huishoudster
van zijn zuster gelift naar Lyndhurst en daar in een bus. Verder via Fareham
naar Gosport, daar op een veerboot nar de Marinewerf en de Victory bezichtigd.
Heel interessant. Zag daar ankerkabels van een omvang van 24 inch = 60 cm., dus
diameter van 20 cm. De matroos die uitlegde beweerde dat een eveneens zeer zware
kabel die aan dek lag de "main brace' was. Later zei hij dat "stay" en "brace"
hetzelfde betekende. Op de fokke grote ra lagen bij het vastmaken der zeilen
volgens hem aan ieder zijde 24 man, op de marsera's 18 man. Op de bramra zeide
hij 12 man aan iedere zijde. De Engelsen hebben altijd, voor welk werk ook, meer
mensen nodig gehad dan wij. Alle zeer zware voorwerpen aan boord van de tegenwoordige "Victory"
zijn nagemaakt en van hout. Zo zijn de zware ankers en de kanonnen van hout. Het
was interessant weder een kuil- en tussendek vol kanonnen te zien, op hun
rolpaarden. Het geheel maakte op mij een indruk die niet zo veel verschilde van
die van de "Van Speyck" [op welk schip mijn vader in 1896 dienst deed],
al was dan op de "Victory" het aantal kanonnen veel groter. Een dame vertelde mij op de terugweg van een bediende van haar
die in de Marine was geweest en gedurende de oorlog des nachts de "Victory" had
moeten bewaken en die haar vertelde dat hij iedere nacht de geest van Nelson
hoorde en dat hij eenmaal dicht langs was gekomen.
22 juli. De broeders Doodeheefver zijn tot gevangenisstraffen en
zware boeten veroordeeld wegens hun handelwijzen en ze verdienen het. Ze hebben
behangselpapier gesmokkeld naar België, waardoor ze het Rijk met circa 8 ton
benadeelden. Nu zitten ze in de gevangenis en moeten ze boeten van een ton en
zo, de een meer, de ander minder, betalen. Wij ontmoetten een van die broeders
in 1926 te Bergün. Hij was van het Gereformeerde Geloof.
26 juli. Sigaren gekocht bij De Goey, dichtbij op het
Olympiaplein. Hij vertelt mij van de vacantie van 5 dagen die alle winkeliers
krijgen. Vorig jaar was hij met zijn vrouw naar Maastricht en Valkenburg gegaan.
"Wat 'n reis", zei hij, "Wat 'n afstand". In Valkenburg waren veel grotten.
Allemaal grotten, verlichte grotten. Toen hij er twee gezien had, had hij al
genoeg van de grotten.
2 augustus. Ik heb de laatste dagen lichte zorgen gehad doordat
ik de domheid had begaan 3 aandelen Handelsblad te kopen, die ik goedkoop kon
krijgen, terwijl ik als commissaris wist dat een dividend van 4% aan de Algemene
Vergadering zou worden voorgesteld. Het feit dat ik dit in mijn kwaliteit van
commissaris wist, had mij moeten doen onthouden van aankoop vóór de Algemene
Vergadering, maar ik had daaraan niet gedacht of niet genoeg gedacht. Toen het
verkeerde van mijn handelwijze tot mijn hersens doordrong heb ik de makelaar
opgedragen die 3 stukken weder te verkopen en wel vóór 13 augustus, wanneer de
vergadering zal plaats hebben en heden ontving ik zijn mededeling dat de
verkoop heeft plaats gehad, zodat het onaangename gevoel weder is verdwenen. Ik kocht die aandelen voor

Hilda Marlin-van Stockum, schrijfster, schilderes. 1908-2006
30 november. Ernst Heldring treedt af als directeur van de Nederlandse Handelmaatschappij. Hij is algemeen bekend als een zeer kundig en betrouwbaar man, die echter weinig naar voren komt en zijn mening zegt in het openbaar over zaken die het Vaderland of de Wereld beroeren. Gaat er van hem wel veel leiding uit, vraag ik mij af. Hij is lid van de Eerste Kamer. Nooit las ik van hem een rede.

Ernst Heldring, reder, bankpresident 1871-1954
16 december. Vergadering [hospitaal-kerkschip]"De Hoop".
De Hoop ligt te Dieppe en dominee Molenaar vertelt dat er een gespannen
verhouding bestaat tussen de kapitein en de dokter. De dokter heeft
herhaaldelijk van de kapitein gezegd dat hij geen hersens heeft en de kapitein,
een echte Katwijker, heeft dit eerst niet gehoord, de volgende maal slechts
flauw, de derde maal gaf het hem te denken en de vierde maal was de toestand als
volgt: "Het kwade vuur was op het altaar. De vlammen sloegen uit mijn oren. Ik
had haat in het hart". Dit moet een bijbels woord zijn.
1 9 4 9
19 maart. Tom doet verhalen over de jongste gebeurtenissen op
het gebied der Reddingmaatschappij. Wij maken de voorschriften, maar de
bemanningen storen er zich niet aan. En ook niet de plaatselijke Commissie. Bij
de tochten met de Brandaris droeg de bemanning geen zwemvesten., Ook werd er bij
het binnenkomen van het Stortemelk geen sleepzak gebruikt. Te Schiermonnikoog
liet men de boot te water op vele kilometers bovenstrooms van het gestrande
schip, terwijl men wist of kon weten dat dit dicht op de kust zou zitten. Men
wilde de Insulinde voor zijn.
8 mei. Heden Moederdag, een Amerikaanse instelling die hier
ongeveer kort voor de oorlog zich begon te vertonen en nu langzaam veld wint,
bij ons voor het eerst dit jaar, althans bij mij. Ik heb eergisteren een mooie
chocoladedoos met bonbons gekocht met een mooi kaartje "voor Moeder" erbij en je
kunt je niet voorstellen hoe heerlijk Hilda het vindt zo'n cadeautje te krijgen.
Ik moest het haar gisteren al geven want ze zabbelde of zanikte al geruime tijd
over die Moederdag en ik zei dan "dat is een Amerikaanse instelling en daar doen
wij niet aan".
21 mei. Heden kwam een brief van Hilda Marlin met slechte
tijding van haar moeder. Zij heeft een herhaling gehad van de "attaque" die ze
onlangs had en is nu wel bij kennis, doch haar toestand is ernstig.
Woensdag 1 juni. Bericht van het sterven van Olga van Stockum te
Montreal, een naar bericht voor Hilda, al geloven we ook dat het voor Olga
gelukkiger is dat ze gestorven is.
Zaterdag 4 juni ga ik naar Haarlem om de graven te bezoeken en
ben ik daar zeer onder de indruk van de nabijheid van al die lieve mensen, mijn
ouders, Jo en Lien en allen, allen, allen. Zulke indrukken kan men niet krijgen
na een crematie.
Zaterdag 11 juni naar Crailoo en krijgen bericht van het ongeluk
dat Olga [zijn dochter] trof. Olga is op het golfterrein getroffen in
haar oog en wel door een slag van Hilda, haar dochter. Na aankomst op Crailoo
hoorde ik van het resultaat van het onderzoek. Het oog is zwaar beschadigd. Er is
een barst in op een plaats waar het dunner is. Als regel loopt zoiets niet uit
op verlies van het oog. Hij (de dokter) geeft nog 5% kans dat het oog behouden
blijft, zij het dan met verminderd gezichtsvermogen. Zodra zich infectie
vertoont in het rechteroog moet het linker er uit. Leendert [de knecht op Crailoo] over Olga, zittend op het
bankje voor het houtvuur tegen Hilda; Mevrouw is zo lief, we kunnen alles van haar gedaan krijgen. Er
was een kleedje met een gaatje. Daar legde ze een aardig kleedje overheen. Dat
moet met de mantel der liefde bedekt worden. De mevrouw van de Chemische fabriek
was in de keuken: Hoe lang ben je al hier. 4 jaar. Wat lang. Ja, zei Leendert,
dat ligt erg aan de mevrouw. Toen ging ze zwijgende heen. Henkie bad
gisteravond: Lieve God, we vinden 't zo naar dat onze mevrouw een gat in haar
hoofd heeft, wilt U dat beter maken. Nou, zei Leendert, Ik heb 'm een zoen
gegeven want kijk, hij krijgt altijd zulke mooie cadeaux op z'n verjaardag, dus
hij houdt erg veel van haar zoals een kind dat nu eenmaal doet."
1 9 5 0
15 januari. Gisteren ben ik tegenwoordig geweest bij het
afscheid van Von Balluseck, eerst aan een lunch bij Dikker en Thijs, vervolgens
in het Handelsblad bij een receptie. Toen het gesprek op Mengelberg kwam vertelde Von Balluseck enige
aardige indrukken van ontmoetingen met Mengelberg. Eerst in Amerika in 1921. Het
eerste concert opende met een ouverture Oberon, waarbij de Franse hoorns (zo
zeide v.B) beginnen met een geweldige hoornstoot. Een van de hoorns blies daar
een geheel verkeerde toon. Volgende dag was v.B. bij de repetitie. M. riep de
hoornist bij zich, die erkende fout te hebben geblazen, omdat hij zenuwachtig
was door het 1e optreden onder Mengelberg. Neen, zeide M., dat was niet de
reden, er was een ander. Welke? Dat uw embouchure niet goed was. Verontwaardigde
ontkenning van de hoorn. Ik zal 't U tonen zei M. Geef mij uw instrument eens.
En toen zette M. de hoorn aan zijn mond en blies dadelijk de toon die de hoorn
had moeten blazen in volle kracht. Verbazing van het orkest dat een dirigent ook
met een hoorn terecht kon. En het gevolg was dat hij verder met dit orkest alles
kon doen was hij wilde. Een ander geval was met een Frans orkest. Bij een zeker
muziekstuk moest veel meer "liefelijkheid" naar voren komen. M. vroeg toen aan
het orkest wie hunner getrouwd waren. De getrouwden moesten de handen opsteken.
M. zei toen dat hij zag dat er nog te velen onder het orkest waren die de
constante liefde van een vrouw niet kennen en dat hij daaraan toeschreef dat de
melodie niet lieflijk genoeg had geklonken. Von B. is ook in Indië geweest, ten tijde van Van Mook. Hij vond
Batavia een nare stad. Hotel des Indes en de Harmonie waren geheel vooroorlogs.
Maar op straat werd men door de Inlanders omver gelopen. Verder waren er die
hinderlijke die-hards, die de gehele dag in de Harmonie zaten te mopperen over
de gang van zaken. Von B. zeide dat hij altijd belangstelling had gehad, ook voor
de mening van de tegenpartij. Door deze aanraking met Von Balluseck is wel een ietwat meer
begrijpen van zijn figuur ontstaan. De onbetrouwbaarheid waarvan we wel eens
tekenen hebben menen te ontdekken vloeit voort of staat in verband met zijn
geringe éénpuntigheid. Interessant. Ik heb zijn artikelen altijd zeer
geapprecieerd.
13 mei. Gisteren een Huizer visser aangesproken die mij vertelt
dat hij Van As heet en zijn vader nog een botter had, maar in 1870 op zee
gebleven is. Er zijn nu nog 4 botters die genoeg verdienen. Het venten met
gerookte vis in het buitenland gebeurt niet meer sedert de oorlog van 40-45. In
de oude tijd, toen er vele botters waren te Huizen was het armoede. Nu is Huizen
een groot dorp geworden met veel industrie. Oude dracht en gebruiken zijn
verdwenen of verdwijnende.
23 juni. 's Morgens had ik algemene vergadering aandeelhouders
en vergadering van commissarissen van het Handelsblad. Er waren geen
aandeelhouders. Six vertelt ontzettende verhalen over mejuffrouw Tellegen, die
chef is van het kabinet van de Koningin en die een brief van Sultan Hamid zou
hebben achtergehouden (niet getoond aan de Koningin), en HM ertoe te hebben
overgehaald Hamid te ontslaan als adjudant, waarna hij door de Indonesische
regering is gearresteerd. Mej. Tellegen, zegt Six, is een schurk.

Marie Anne Tellegen directeur Kabinet van de Koningin. 1893-1976
En Van Eeghen
zegt dat de regering, die iedereen en alles loslaat na de politieke acties
(Leger, Oost Sumatra, Ambon etc) haar ontslag had moeten nemen.
Maandag 3 juli 1950. Om ½6 komt Tom ons halen met de auto en
gaan we naar IJmuiden om Engelien en Frans te zien aankomen a/b "Castel Bianco". Het verwelkomen had plaats onder een zware regenbui met hevige
donder en bliksem aan de grote sluis te IJmuiden. Zij leunden tegen de
verschansing, zagen er beiden heel goed, erg gebruind uit. We konden niet lang
blijven daar het weer te nat was. Alfred, die met Sonia aanwezig was bracht ons
terug met de mooie Marineauto van Van Holthe. Het was ene tocht die ik niet
gaarne zou hebben gemist. Thuis namen we een warm bad en wij beiden kleedden ons
in flanellen onderkleren, die we destijds uit Amerika hadden gekregen.
13 juli. Gisterenavond hadden wij een feestdiner, ter viering
van twee gebeurtenissen: de verjaardag van Hilda en de terugkomst van Frans en
Engelien. Het was een heerlijk feest. Tom was zeer geïnteresseerd in Engeliens
ervaringen en Alfred vertelde van zijn manoeuvres en zag er fataal uit. Ik
schreef heden aan Sonia en vroeg haar hem over te halen zich door een arts te
laten onderzoeken.
28 juli 1950. 's Nachts gedroomd dat ik een examen moest
afleggen voor hogere rang bij de Marine en dat ik daartegen erg opzag, ja het
onmogelijk zou kunnen afleggen. Uit de Marine gegaan en een advertentie
geplaatst: "oud-zeeofficier met een goede stijl, zoekt werk". Toen ik wakker
werd kwam de rustgevende zekerheid dat ik 83 jaar oud ben en reeds lange jaren
niet meer in de Marine. Naar de stad om mij te doen knippen. Zag op de Herengracht een
beschaafde en blank uitziende Inlandse vrouw met kleine kinderen en achter haar
een Indoheer, een al bejaard kereltje. Onlangs zag ik, toen wij de kerk
bezochten op de Keizersgracht, een Indisch paar, vrouw keurig gekleed in sarong
en kabaai en fijn van gedaante en een man, naar ik geloof Inlander in een khaki
pak. Het knippen kostte f 1.- en 0.20 fooi. Onlangs was hier Jet Fontein, die oude juffrouw uit Harlingen,
thans wonende te Amsterdam, zuster van Frits en Nella Fontein, die zich ergerde
aan "Al die zwarte mensen die je tegenkomt in de stad. Wat zijn dat toch voor
mensen?" In de Leidsestraat dicht bij het plein is een boekenwinkel,
communistisch, die propaganda maakt voor de Sovjet. Er stond een zware kerel
voor die luide zijn ongenoegen te kennen gaf, zeggende: ze trekken aan 't
kortste eind" .Er kwam een jonge man uit de winkel, die, dit horende, zei "De
tijd zal 't leren". Beiden herhaalden enige malen wat ze reeds hadden gezegd.
22 augustus. Zondag waren Alfred en Sonia hier. Alfred is een
nobele kerel. Hij zag er wat beter uit, echter nog zeer mager en hij vertelde
dat Pieter [zoontje van Sonia uit haar eerste huwelijk] hem nog steeds 's
morgens om 6 uur komt wakker maken. Ik zou zoiets niet kunnen verdragen.
Hij spreekt met mij ook over zijn toekomst. Hij zou alleen dan
in de Marine willen blijven zo hij Commandant van de gehele Marine kon worden,
zoals Van Holthe, maar op Van Holthe volgt een hele reeks van namen wier dragers
ouder zijn dan Alfred. Pinke heeft nog geen werk. Is men eenmaal admiraal
geworden, dan is het uiterst moeilijk werk te vinden.
24 november overleed in de morgen Marie Boissevain-Pijnappel.
Geen van haar 10 kinderen was erbij tegenwoordig toen zij stierf. Heentie Mesman
was er zeer ongelukkig over dat geen van de kinderen voortdurend tegenwoordig
was. Zijzelve was ziek, moest op last van de dokter 10 dagen te bed blijven.
Mary en Teau hadden elkaar kunnen aflossen. Maar Mary had, naar ons is verteld,
gezegd: "ze merkt er toch niets van". Van de zoons is Menso de enige in Holland.
Hij loopt, na zijn operatie, nog op krukken. Marie heeft nooit een kring van liefde om zich gemaakt, zo was
zij nu eenmaal. Zij had zonder twijfel veel goeds, maar geen warmte, althans
naar het scheen. Zij was iemand die, had men haar beter gekend, waarschijnlijk
zou zijn meegevallen. Ze was in ieder geval intelligent. Ik heb vroeger, toen de familie in de Van Eeghenstraat 92
woonde, daar herhaaldelijk erge driftbuien meegemaakt, zowel van Charles als van
kinderen. Het was ook een lawaaiige familie, er was weinig zelfbeheersing. Het
is moeilijk zulke mensen te beschrijven zonder onnauwkeurig of onwaar te worden.
26 december [Op Oud Crailoo]. Ik lees in Van der Meulens
boek, Hadramaut unveiled, van 1932. Het boeit mij sterk. Ik schreef hem dat ik
hem gaarne zou ontmoeten.
29 december. Gisteren verscheen hij in de namiddag per fiets. Zijn uiterlijk is al dadelijk opvallend. Knap, krachtig,
gemakkelijk in de omgang, gewend in gezelschappen te verkeren, veel pratend,
lang uitweidend in mooi gebouwde zinnen en goede woordenkeus. Hij vertelt van
Snouck Hurgronje als leraar, hoe onverbiddelijk streng hij was, de leerling was
niets. Hij vertelt van zijn verblijf te Djedda, hoe hij daar ziek werd
als gevolg van de vele infecties waaraan hij werd blootgesteld. Met Van der Meulen afgesproken dat ik 3 januari met Olga [Van
Marle-De Booy] bij hem zal komen. Hij is zonder twijfel een merkwaardig
mens, soms komt de gedachte op dat hij wel erg graag zichzelve hoort spreken.
1 9 5 1
15 januari. Een kleine koelkast gekocht voor
f 385.-, te betalen nu, maar te ontvangen zodra onze bijwoners [Frans
en Engelien] vertrokken zijn. Heden gaat de weeldebelasting van 15% in, maar
wij kunnen hem nog krijgen, heden, zonder die belasting. Dat scheelt 57,75
gulden. Zo zie je waar Lieftinck [minister van financiën] zijn geld
haalt. Hij heeft het nodig, maar ditmaal zal hij het niet krijgen.
27 januari kwam Alfred, die er zeer goed uitzag en zat een paar
uur te praten. Hij wordt weldra naar Nieuw Guinea gezonden om daar de Marine te
inspecteren. Ook zal hij in April, bevorderd tot Schoutbijnacht, een oefening
leiden van een smaldeel op de Noordzee. Ik ben dankbaar dat hij niet uit de
Marine gegaan is, waar hij een bijzonder goede naam heeft. Hij gelooft niet dat Nederland Nieuw Guinea voorgoed tot de
zelfbeschikking zal houden. Waarom hij dit denkt weet ik niet. Concertgebouw. Er waren ernstige verschillen van mening ontstaan over de vraag
of Paul van Kempen al dan niet zou mogen dirigeren in het Concertgebouw.
Gedurende het concert van zaterdagavond 27 januari hebben reeds ongeregeldheden
plaats gehad, maar op het concert van zondag 29 jan. werd het erger, waarbij nog
kwam dat de meerderheid der orkestleden het podium verliet omdat zij zich niet
in staat achtten in de sfeer van onrust muziek te maken. Het koor was het
daarmee niet eens. En slotte ontsloeg het Bestuur van het Concertgebouw de leden
van het Orkest die het podium hebben verlaten.
Dinsdag 30 januari. Op 2 uur thuis, waar Heentie [Mesman]
bij Hilda zit en vertelt van de gang van zaken om het Orkest. Blijkbaar wordt
het nu een revolutie. De 75 orkestleden die niet wilden of konden spelen wensen
niet terug te komen onder het Bestuur doch een geheel nieuwe organisatie
oprichten.
1 februari. Het gesprek draait meestal om het
Concertgebouwconflict. Het optreden van het Bestuur, in het bijzonder van De
Jongh Schouwenburg, wordt algemeen onbesuisd gevonden. Engelien en Frans hebben
geld gezonden aan het Comité dat wil zorgen voor de [75] orkestleden. Stel dat
men dezen
f 5.- per dag wil geven om in de ergste
nood te voorzien, dan is dus nodig per dag
f 375.-
Dat is geen kleinigheid en daarbij nog volstrekt onvoldoende.
4 februari. Gisteren kwamen Menso en Lies [Boissevain].
Wij spraken met hem niet over de zaak Concertgebouw, hoewel hij lid is van het
Bestuur, daar hij er niet over begon. Wel viel Lies even uit toen de naam Dr.
Borst werd genoemd. Toen zei ze zoiets van "die man die zich achter
communistische relletjes plaatst". Hieruit zou men kunnen opmaken dat zij de
kwestie Concertgebouw ziet als een communistische rel.
14 februari. Na het herlezen van een interview in 1940,
gepubliceerd in de Telegraaf, is het portret van Mengelberg weder uit onze kamer
verdwenen. Gisteren een aantal oude brieven uit mijn concertgebouwtijd, die
Mengelberg aan mij schreef, voorgelezen aan Hanna en Engelien en ik voel daarna
de neiging opkomen zijn portret weder te plaatsen.
16 februari. Gisteren met Maurits [van Eeghen] naar Mary.
Zij heeft een slechte nacht gehad. Hoewel veel minder verzorgd dan in gewone
omstandigheden, ziet ze er m.i. thans veel liever uit. Ze heeft een allerliefste
expressie en toont niets van de onnatuurlijkheid van vroeger. Ik ben dankbaar
dat ik haar zo gezien heb.
2 maart. Maurits van Eeghen komt en zegt dat het achteruit gaat
met Mary. Zij ziet zelf in dat zij zal sterven en heeft aan de verpleegster
gezegd dat haar koffertje gepakt is. Ze spreekt moeilijk. Een ogenblik komt de
oude Mary weder eens voor de dag als de dokter wat laat komt en zegt dat de
oorzaak is, dat hij bij een bevalling was. Dan zegt ze, als hij weg is, "begrijp
je dat nou, voor zo'n geheel vreemd mens komt hij te laat bij mij".
29 maart. Willem Mengelberg is op 22 maart j.l. gestorven en ik
ben er bedroefd over en geschokt of laat ik zeggen onder de indruk van het
heengaan van een man met wien wij zo vast verbonden waren. Er werd gisteren in
het concert op woensdag door Klemperer enige ogenblikken stilte verzocht ten
einde hem te herdenken, en zaterdagmiddag is er een herdenkingsconcert in het
concertgebouw, waar de vlag halfstok waait. Het concert van hedenavond onder Klemperer bevredigde ons niet.
De suite van Bach, slordig uitgevoerd, liet ons horen wat we onder Mengelberg
hebben verloren en wat ons te wachten staat zo het orkest zeggenschap krijgt
over de leiding van het orkest. Gesproken met H. Stips, oud-orkestlid, thans nog invallend
bassist, die als zijn mening gaf dat het enig nodige op het ogenblik zou zijn
dat het Bestuur onbuigzaam zou zijn ten opzichte van de wensen van het orkest.
Ik vond het merkwaardig zulke woorden te horen uit de mond van een man die ons
(het Bestuur) in 1905, dus 46 jaar geleden door zijn opstandigheid als
voorzitter
van de Orkestvereniging hinderde, maar ik geloof niet dat zijn eisen toen gingen
over de vraag van overgave van de leiding aan het orkest.
16 april. Hedenmorgen het bericht ontvangen van het overlijden
van mijn ouden vriend Bremer, in 1887 stuurman van de Zilveren Kruis. Hij
richtte later de vereniging Zilveren Kruis op, waardoor ik weder met hem in
aanraking kwam. Ik werd erevoorzitter van die vereniging, die 1 x 's jaars
vergaderde en dan zat ik met een aantal vroegere leden van de bemanning aan
tafel; en wij zongen de oude liedjes.
19 mei. Naar het Scheepvaartmuseum waar ik lees over de
lijfstraffen bij onze Marine. Uit de beschouwingen die ik las blijkt dat de
matroos langzamerhand de lijfstraffen begon te ontgroeien. Het salaris werd niet
langer driemaandelijks doch maandelijks uitbetaald, wat een gunstige invloed
had. Van den schepeling werd verwacht en geëist dat hij van passagieren in
soberen, althans niet dronken staat aan boord terugkeerde. Het peil der
ontwikkeling steeg en daarmee het zelfrespect. Dezer dagen een brief gezonden aan Raden Ajoe Adipati
Reksonegoro te Salatiga, de zuster van Kartini, die Kardinah heet. Ik schreef
haar wegens het overlijden van Roekmini.
Zondag 20 mei 's morgens naar de Oude Kerk waar Ds Volger
preekte, een welsprekend vurig man. Hij trachtte te verklaren waarom Jezus
weende bij het graf van Lazarus vóórdat hij dezen zou opwekken.
Maandag 24 sept. Heden 1 grote kakkerlak in de keuken. Lou vindt
kakkerlakken in een lapje in de badkamer.
25 september. Heden kwam de schoorsteenveger Ravelli, dezelfde
die ons gedurende de oorlog vermaakte met zijn grappen. Hij beweerde toen dat St
Nicolaas de veters uit zijn schoenen had gestolen en er geen cadeautjes in had
gedaan. Hij vertelt dat zijn Vader nog volkomen Italiaan was en noemt enige
Italiaanse namen van andere schoorsteenvegers, collega's. Vroeger, zegt hij,
waren Italianen een soort zigeuners die voor een zilveren horloge en f 100.- loon per jaar naar Holland werden gelokt om
te gaan werken.
6 november. Heden is 10.30 vm Maurits van Eeghen gestorven in de
Boerhaavekliniek. Dit is een heel groot verlies voor Hanna en de 4 kinderen,
maar ook voor zijn moeder, onze zuster Mary van Eeghen.

Briefkaart van de zitkamer van Stadionkade II in Amsterdam getekend door
Hendrik de Booij
12 november. Heden de verassing van Maurits van Eeghen. Hilda
zegt mij dat het voor haar een grote opluchting zou zijn te worden verast, of
schrijft men verascht. Verassing heeft tegen dat het woord zoveel lijkt op
verrassing. Welke zou de afkomst zijn van het woord verrassen? Men moet wennen aan het denkbeeld te worden verbrand, maar men
moet niet vergeten dat dit slechts het stoffelijk overschot geldt en dat, zo men
niet gewend ware aan het denkbeeld dat dit wordt begraven en zo overgegeven aan
de wurmen, men aan dit denkbeeld waarschijnlijk nog moeilijker zou wennen dan
aan de verbranding van het overschot.
Maandag 3 december. gisteren naar Alfred en Sonia per auto. De
kosten waren in totaal f 50.-. Chauffeur had tijdens
wachttijd een wandeling gemaakt aan het strand en een zeekoet medegebracht die
niet meer vliegen kon door de olie aan zijn veren. Hij had garnalen voor het
beestje gekocht, die het opat en we brachten de vogel bij het Dierenpark te
Wassenaar waar hij zal worden behandeld. Ik stelde den chauffeur voor dat hij de
vogel mee naar huis zou nemen en zijn vrouw aanbieden maar hij zei "neen, dat
gaat niet, ze heeft wel een grote mond tegen mij, maar zo'n vogel, daar durft ze
niet tegen". Alfred verteld dat de overwinning door zijn smaldeel op de
Engelse vloot van 36 schepen,waarbij hun gehele convooi werd vernietigd, van onze zijde
enigszins verdoezeld werd. Hij heeft gezegd "We have been very lucky" en daar
wordt van Engelse zijde niet verder op ingegaan.
1 9 5 2
Maandag 21 januari kwam de weduwe Cupido, die toen zijn geest in
de war begon te raken, dikwijls over mij sprak. [Cupido was schipper van de
Brandaris, op Terschelling]. Hij stelde zich voor dat hij onder onmiddellijk
bevel van mij verkeerde. Als het dan stormde en Cupido, die blind was, dit
merkte door het gehuil van de wind en het kletteren van de reden, dan riep
Cupido:"Piet (of Marie), haal gauw mijn zuidwester en oliejas, want meneer de
Booy zal me straks uitzenden en dan moet ik klaar zijn". En als hij dan
geschoeid en gekleed was ging hij in een stoel zitten wachten. "Zijn de boeren
er al met de paarden? vroeg hij dan en als Piet of Marietje dan antwoordden dat
ze er nog niet waren, dan werd hij boos en riep:"ik zal die lammelingen een pak
slaag geven" of zo iets. Het is nu Goede Vrijdag 11 april '52 en in de toestand
van mijn eczeem is nog geen verbetering gekomen. De jeuk is soms zo dat het heel
moeilijk is niet te krabben, wat de jeuk verergert. Eetlust gering, voel mij
slap. Dat eczeem heb ik nu vier weken en het verveelt mij reeds lang.
20 augustus. Olga is ernstig ziek geworden, kinderverlamming,
ligt sedert 30 juli op Oud Crailoo in bed, wordt verzorgd, eerst door een
dagzuster, nu door een dag- en nachtzuster. Ze heeft verlamde benen, waarvan
delen zich kunnen bewegen.
27 augustus. Ik ben nu al 5 dagen op rauwe kost, dat probeer ik
nu om geheel van eczeem en jeuk af te komen. Maria, dochter van Tom en Ot, is geslaagd voor examen
toneelschool.
24 september. Sedert vorig inschrijven bijna voortdurend
ellendig gevoel - maag - eczeem - nare nachten. Huges raadt wilskracht aan,
altijd vrolijk kijken. Ik kan onmogelijk vrolijk kijken, nog minder vrolijk voelen. Ik
neem die opdracht van Huges niet aan.
9 october. Gisteren naar Dr. Postma, huidarts, zijn oordeel over
mijn eczeem is bemoedigend. Hij schrijft mij een middel voor tegen jeuk en een
ander middel waarmede Hilda alle plaatsen waar zich eczeem vormt moet
aanstippen, vervolgens 2 dagen rust.
18 october. Ik ben sterker, maar nog niet
op volle kracht. Ik behandel het nog in lichtere graad van exzeem op de
onderbenen en voeten volgens voorschrift Dr. Postma en gebruik ook smeermiddel
tegen de jeuk. Ik geloof dat de verschijnselen wat minder worden. Gevoel mij
veel beter, kan daardoor ook beter viool studeren. Dr. Postma een aardig
kereltje.
vrijdag 21 oktober. Hervormingsdag! Met Engelien en Moeder naar
Oud Crailoo om Olga te bezoeken. Deze speelt iets voor mij op de gitaar. Het
gaat haar goed maar het kan nog lang duren voordat zij volkomen genezen is
28 october. Een stijve kou uit het westen. Het veld staat onder
water. 's Morgens om 11 uur komen de heer en mevrouw Roth. Met Roth
[predikant bij de Waalse gemeente] zeer levendig gesprek over allerlei
onderwerpen, over Zetten, de gnostieken, Marcion, het concilie van Nicea, van
Ephese, Chalcedon, de monofysieten, over het nominalisme en realisme, de Griekse
kerk, over supra- en infralapsariërs, over Arius en zijn leer enz. enz. Ik geef
Roth 25 Amerikaanse sigaren, die hij dankbaar aanneemt.
Zondag 9 november. Mijn onderbenen in vreselijke staat
tengevolge van krabben, welk krabben weder geschiedde tengevolge van jeuk
veroorzaakt door zalf. Ik moet meer wilskracht hebben (zie Boswell in Holland).
en niet krabben, er helemaal niet aan raken.
21 november. 2 kakkerlakken in eetkamer. Op de terugweg van tandarts Margadant een bezoek gebracht bij
Tine den Tex die onder de indruk verkeert van een brief die zij onting van de
Rijkspostspaarbank. Deze is eigenaar van het huis dat zij bewoont en nog van
enige andere huizen in de nabijheid. Deze Rijksbank zegde haar thans de huur op
onder mededeling dat werd verwacht dat zij op 31 december a.k., dus dit jaar,
het huis ledig aan haar zou overdragen. Haar ontstemming is begrijpelijk. Zij
(en anderen?) hebben de zaak in handen gesteld van de advokaat Romein. "Het
wordt een proces" zegt zij, en zij is vooral zo verontwaardigd omdat wij thans
van een Rijksinstelling een behandeling ondervindt, die zij van de zijde van het
Rijk, dat immers de wetten, ook de huidige huurwet, maakt, niet had verwacht. Bezoek van mevrouw van Nierop-de Hartogh. Zij was hier, toen ik
er nog niet was, tegelijk met Tom jr., en het tweetal kon spreken over de
gevangenis van Arnhem, waar ze elkander hadden ontmoet. Die gevangenis werd
beheerd door een Hollander, die zeer vriendelijk was voor de gevangenen. Zij
was, te Blaricum zijnde, gevangengenomen en was in Arnhem tezamen met een
troepje anderen, dat weldra naar Polen zou worden gestuurd. Haar familie deed
alles om haar te bevrijden en heeft zich toen gewend naar Ds Wieringa te
Purmerend, die valse doopverklaringen verstrekte. Deze verklaringen moesten
inhouden dat de gedoopte vóór 1925 was gedoopt en zulke verklaringen verstrekte
hij. Op zekere dag kwam de directeur bij haar en vroeg"Is u voor 1925 gedoopt?
"En toen hij haar verwonderde gelaatsuitdrukking zag zegde hij met nadruk:
denk er aan, U bent voor 1925 gedoopt Zij beloofde dit te zullen verklaren.
En op die verklaring ging ze niet naar Polen en werd zij niet vergast. Na de
bevrijding is zij naar Ds Wielinga[sic] gegaan, die het blijkbaar aardig
vond dat zij kwam en zeide dat zij de eerste was die was gekomen en haar ten
slotte onderwijs gaf en aannam, waarop zij aanzat een het Avondmaal. Maar, zegt
ze thans, "Je begrijpt, ik sta nog maar op de drempel".
Vrijdag 30 november hadden wij een bezoek van Dr. Bouman,
oud-ambtenaar van B.B.. We ontvingen hem nu voor de 2de maal en het bleek dat
zijn boek nu zou heten: het Drama Kartini. Na zijn vertrek dachten we
daarover na en kwamen wij tot dezelfde conclusie, en wel, dat wij aan een boek
met een dergelijke naam niet onze namen zouden willen lenen en dat hij in dat
boek dus ons niet zou mogen noemen. Ik schreef hem dit heden maandag 3 december.
[betreft een boek over Kartini waarvoor mijn moeder inzage van brieven had
verleend]
14 december. Chré zendt mij thans de volledige bundel
brieven van Chrik aan zijn ouders, daartoe gemachtigd door Jim, die dit toelaat
onder voorwaarde dat zij alleen voor mij bestemd zijn en ik ze niet aan iemand
anders mag afgeven, vernietigen moet zo ik ze niet wens te bezitten. Chrik was
zijn tijd met zijn gedachten ver vooruit. (Chré, de
zoon van vaders oudste broer Chrik, had uittreksels van die brieven gemaakt,
grotendeels uit de tijd dat Chrik in Atjeh was als zeeofficier. Deze uittreksels
zijn wel bewaard gebleven. Hieruit blijkt bv dat Chrik veel sympathie had voor
de vrijheidsstrijd van de Atjehers en ook Multatuli had gelezen).
1 9 5 3
1 januari [op Oud Crailo.] 's Avonds zaten we in de kring
in John's kamer en praatten we over de toekomst die ons land wacht en wij
stelden de vraag of wij al dan niet zouden medewerken aan een verenigd Europa en
op die vraag komen verschillende antwoorden, niet enthousiast voor en
verscheidene tegen. Wij spreken over de jongste Bijbelvertaling en vragen of de
vertalers daarbij gebruik hebben gemaakt van het licht dat sedert de
Statenvertaling heeft geschenen op duistere plaatsen. Ik denk hierbij aan Job
XIX 25-27 en uit de jongste vertaling blijkt dat de vertaling, wijziging van
enige woorden in andere van dezelfde betekenis daargelaten, overeenkomt, althans
met de zin ervan, met die der Statenvertaling. Job XIX 25-27 blijft dus het
bewijs voor de opstanding in het vlees. Engelien deelt mij mee dat de Franse
vertaling het volgende zegt: "Pour moi, je sais que mon Rédempteur est vivant,
qu'à la fin il se lèvera sur la terre . Oui, quand cette enveloppe de mon corps
sera détruite, quand je sera dépouillé de ma chair, je verrai Dieu.
1 9 5 4
9 januari. In verband met de tewaterlating van de "Groningen"
zijn Alfred en Sonia met de twee kinderen naar Amsterdam gekomen en bergen hun
bullen tijdelijk bij ons. Om 11 uur komen Frans en Engelien mij afhalen met hun
wagentje. Wij gingen aan boord van het bootje, een van de scheepjes van de
grachtenrondvaart en gingen onder een zachte regen van boord op de werf. Sonia
werd met een boeket ontvangen. Even stonden wij op de tribune, beneden ons het
lange slankgelijnde schip, toen de tewaterlating plaats had. De champagnefles
barstte tegen de scheepsromp, en onmiddellijk daarop gleed het mooie schip snel
te water, zoals steeds een ontroerend gezicht. Toen naar de koffiekamer, waar
eerst Piet Goedkoop, zoon van wijlen Daan, en daarop Alfred het woord voerden.
[uit de rede van Alfred]
"Deze nieuwste Groningen is nog niet door het Ministerie van
Marine overgenomen. Hoe lastig ons ministerie ook moge zijn, het is
waarschijnlijk dat dit schip zal worden overgenomen, evenals de Koetei, Sibolga
[opsomming], maar er is nog een andere reden waarom ik geloof dat het een
groot risico zou zijn van een marineman om dit schip na de proeftocht niet te
accepteren. Zoals u weet heeft het ministerie een geweldig goed geheugen, al
heeft het geen geweten. Toen de voorgangster van deze maatschappij, de werf
Kromhout, onder leiding van de heer Daniel Goedkoop in 1879 een schip voor Hoorn
heeft gebouwd, heeft zich de volgende historie voorgedaan volgens de
archiefstukken die zich in het ministerie van Marine bevinden. Een aantal
notabelen uit Hoorn had namelijk order gekregen een schip te bouwen voor de
dienst van Hoorn naar Amsterdam, welke afstand volgens contract in 3½ uur
gevaren zou moeten worden. Het schip kwam gereed, doch bij de eerst proeftocht
bleek zij over die afstand wel 3 3/4 uur te doen. Daniel Goedkoop deed er aan
wat er te doen was, en ten tweeden male ging men op proeftocht. Het werd toen 3
uur en 40 minuten. Ten slotte voer men ten derden male proef. Toen men
halverwege was keek Daniel Goedkoop aan bakboord naar de groene oever van de
Zuiderzee en zei:"Dat wordt 5 minuten te laat heren en meer haalt geen mens er
uit." "Zo", zeiden de notabelen, "Dan accepteren wij het schip niet". "Juist",
zei Goedkoop, "dus dan blijft het schip aan mij". "Zeer zeker", zeiden de
notabelen. "Juist", zei wederom Daniel Goedkoop, "dus dan heb ik te zeggen wie
er aan boord komt". De notabelen zwegen. "Dan allemaal als de weerlicht van
boord", en aldus geschiedde. De Hoornse notabelen, met hoge hoeden, hebben zich
toen enige uren lang hoogst eigenhandig in een vletje naar de groene oever van
de Zuiderzee moeten roeien omdat zij het schip geweigerd hadden. [volledige
speech in het dagboek opgenomen].
17 mei. Wat de stoker [van de flatverwarming] Gerrit
vertelt: Zijn zoon in Zuid Afrika gaat dit land verlaten voor Nieuw Zeeland. Hij
gaat heen vanwege de "zwartjes" waar hij wel goed mee omgaat in het werk, maar
hij vertrouwt ze niet. Er worden blanke mensen vermoord en hij wil naar Nieuw
Zeeland voordat hij vermoord is.
1 juni. Op 21 mei naar de Sint Paulus abdij, 1 juni terug in
Amsterdam. Bij aankomst sprak ik met Chré over het bisschoppelijk manifest,
waarin alle roomse geregelde deelneming aan socialistische en communistische
vergaderingen wordt verboden. Het is een lang manifest dat ik nog niet las. Chré
zeide onmiddellijk dat hij dit verbod zeer normaal vond en Hilda vertelde mij
dat onze VAMI, rondbrenger van melk, zeide dat "wij niet meer in de middeleeuwen
leefden" en "dat wij dan maar niet kerkelijk moesten worden begraven". Hij is
thans aangesloten bij de EVV, wat een communistische vakvereniging is. In het klooster was het kil, welke kilheid door de hartelijke
ontvangst van Chré en de abt en andere mij bekende kloosterlingen werd
opgevangen. Een der monniken heeft het klooster verlaten, hij was tot de mening
gekomen dat God het familieleven voor de mens had bedoeld. Wanneer men hier een dag is en de vastgestelde diensten bijwoont
moet men er zich van bewust zijn dat deze diensten iedere dag op de vastgestelde
wijze plaats hebben, soms nog vermeerderd met bijzondere diensten. En dan
verwondert men er zich over dat dien kloosterlingen de kracht wordt gegeven dit
leven vol te houden tot de dood.
1 juni. Chré bracht mij naar de bus, dragende mijn tasje. Bij
een snoepwinkel duidde hij erop dat enig snoep hem welgevallig zou zijn, waarop
hij voor mijn rekening een kleine hoeveelheid kocht.
14 augustus. Alfred komt even praten, gaat koffie drinken bij
koning Haakon op zijn jacht. Hij vertelt over Prinses Wilhelmina, die ergens op
de Veluwe in het gewone tenue ging schilderen en toen werd aangesproken door een
paar soldaten. Een hunner ging achter haar staan en vroeg: "Komt alles er wel
op, juffrouw?" Prinses Wilhelmina vroeg toen wat ze deden. Ze waren van de
genie, waren bezig een kabel te leggen. Wat doet U dan. O, we zitten maar wat te
kijken. En hoelang duurt dat dan? We zitten hier al vier dagen. En is er dan
geen toezicht? Wat zei U, toezicht, nee, ha ha ha, nee toezicht, o bedoelt U
toezicht, nee dat, ha ha ha, nee dat is er niet. Prinses Wilhelmina, vroeger
onze geëerbiedigde koningin, is daarop naar prins Bernhard gegaan, die de
betrekking van inspecteur bekleedt over de Strijdkrachten en heeft hem het geval
verteld.
27 december. Heden werd Tegelberg begraven. Tegelberg werd in
1916 lid van het hoofdbestuur [van de NZHRM], in 1919 voorzitter en
sedert heb ik tot mijn ontslag in 1946 met hem samengewerkt en hem goed leren
kennen. Hij heeft mij altijd medewerking verleend en grote vrijheid gelaten in
mijn werk. Ik heb hem gewaardeerd wegens zijn royale, letterlijk koninklijke
wijze van bestuur. Hij was nooit klein.
1 9 5 5
7 januari. Tom en Ot hebben omtrent [hun hond] Tref een
bekend waarzegger geraadpleegd, die hun heeft medegedeeld dat hij Tref heeft
gezien, dat hij ziek was en is gestorven. Daarop zijn Tom en Ot rustig gaan
slapen, zij wisten nu dat hij niet liep rond te dolen. Het is begrijpelijk dat
zij aangenaam verrast waren met het heden ontvangen bericht dat Tref naar het
tijdelijk door het door hen bij de Leemkule bewoonde huisje was teruggekeerd.
Hij wordt daar nu hedenavond afgehaald.
11 januari. In de namiddag komt De Jonge, loodgieter in meritis
en brengt al onze gebrekkige kranen, water en gas, op verwonderlijk vlugge wijze
in goede orde. Hij is een 70jarige man die 's avonds om ½ 9 gaat omwassen in een
café-restaurant waar hij dan gratis mag biljarten. Wij zijn hem altijd erg
dankbaar. Hij vroeg

Samenspel op de Catslaan in Aerdenhout. Han de Booij met zij kleinzoon Tom. Gespeeld sonates viool-piano van W.A .Mozart;
1 9 5 6
6 februari 1956. [Bij de ingeplakte overlijdens aankondiging
van Hendrik Freyer.]
1 9 5 7
19 januari. [Bij een krantenfoto van straat Maghellaen bij
Tierra del Fuego}
1 9 5 8
22 februari liep de 20000 ton Tamcha te water bij Heusden, nadat
men eerst getwijfeld had in verband met de stand van het water of de
tewaterlating thans wel door zou gaan, met de bedoeling dezelve slechts
symbolisch te doen plaats vinden en op de gelukkige vaart van het dan nog
vastliggende schip te klinken op een vrij katterig feestmaal. Maar op het
laatste ogenblik kwamen knappe waterstaatsingenieurs nog tot de slotsom dat het
kon gaan en "Smijt 'm er in" riep Verolme en "bom" deed de fles tegen de romp
met enige goede wensen uitgesproken door de vrouw van de Noorse opdrachtgever.
Maar daarna kwamen vreselijke ogenblikken van volmaakte stilte zonder enige
beweging van het schip. Hoe lang die stilte duurde kan niet gezegd worden, was
het een minuut, misschien minder, toen enige geluiden van krassen en breken en
daar gleed de reus omlaag. Maar de spanning duurde nog. Het schip was 150 meter
lang, de Maas 120 meter breed. Daarop was gerekend door middel van ankers of een
anker en kettingen die op tijd de steven zijwaarts zouden trekken. En dit alles
werkte goed en zo kwam de reus met de neus in de stroom te liggen. Alfred deed
ons dit op plastische wijze leven en we leefden mee met kloppende harten.
1 9 5 9
4 januari 1959. Rosa Schmuller, de weduwe van Schmuller, komt
ons bezoeken en brengt als geschenk mede een grote doos chocolade. Zij heeft een
lief, fijn gezicht, zal vroeger wel een schoonheid zijn geweest. Is blijkbaar
enthousiast over het succes dat de Russen hebben met de raket welke zij
afschoten. Dit wil niet zeggen dat zij de maan raakten. Ze gingen
1 9 6 0
Zondag 10 januari heeft Hilda mij bewusteloos aangetroffen
liggende op de grond in mijn slaapkamer met het hoofd in zuidelijke richting.
Hilda heeft toen Tom opgebeld die gekomen is en mij in mijn bed heeft gelegd.
Het bleek dat ik gekwetst was aan het achterhoofd. Iemand heeft daar een
pleister aangelegd. Dr. van Det [benedenbuurman] is even geweest. Hij
schreef mij een geneesmiddel voor en verschafte het ingeval ik onrustig zou
zijn. Ik was niet onrustig. Het middel werd door Engelien weer aan Van Det
teruggegeven op één pastille na die door Hilda werd ingenomen als kalmerend
middel. Later werd mij verteld dat iets dergelijks in October geschiedde op
dezelfde plaats doch zonder de kwetsuur
1 9 6 1
23 juni. Heden word ik vier en negentig. Mijn geheugen is zwak
geworden.
1 9 6 2
Heden zaterdag 24 februari 1962. Mevrouw de weduwe Heldring komt
Hilda bezoeken om 4 uur. Zij spreekt over Chris van Eeghen, die volgens haar
over een fabelachtig geheugen beschikt. Zij houdt echter niet van hem en wel
wegens zijn gierigheid, waardoor hij valt over een dubbeltje.
10 september. Onze zoons hebben geen bezwaar tegen de oplossing
van de vraag Nieuw Guinea. Zij zien wel dat Holland een mooi stuk werk moet
staken, maar ook dat het niet anders zou kunnen.
30 september. Heden prachtig zonnig weer, begonnen met
verbeteren en afwerken van de tekening-aquarel- van het uitzicht van de
huiskamer, ook viool gestudeerd aan de zesde sonate van Mozart, die Elsbeth bij
haar volgend bezoek zal begeleiden. Ze was er gisteren, zag er goed uit, was
vrolijk en begeleidde de 4de van Mozart, heel goed, gevoelig, en mijn viool
hield zich ook goed.
Gisteren hadden wij Hilda's vriendin Lous Beyerman bij ons te
eten, een dame die bejaard is, kunstenares op het gebied van beeldhouwen, die
o.a. het werk heeft gemaakt dat in onze huiskamer hangt, Hilda's ko
1 9 6 3
18 januari. Er hebben een tienduizend mensen aan de
elfstedentocht deelgenomen. Ook Tom (Andes). [d.w.z. zijn kleinzoon Tom, die
in de Andes was geweest]
5 februari. Met Elsbeth heb ik slechts de 4de sonate van Mozart
gespeeld, maar het is een sonate die met grote zorg moet worden gespeeld. Aan de
thee vergast ik Elsbeth op enige ietwat komische avonturen in mijn jeugd, toen
ik dienende op de "Panther" een uitnodiging aannam tot een dansavond en daar op
ongepaste wijze werd behandeld.
Zondag 5 mei, de dag waarop men zou denken dat deze zich zou
kenmerken door een algemeen vlagvertoon, maar dat is niet zo. Daar Hilda op
Zondag niet wandelt in de open lucht, wat geldt als een wet van Meden en Perzen,
de tweebruggenwandeling alleen gedaan en ondervonden dat er een koude zuidwesten
wind woei, een koude bramzeilskoelte, maar ik vond het toch aangenaam even in de
buitenlucht te zijn.
16 augustus. Heden komt Engelien en onder haar welluidende
aandrang koop ik een broek van Van der Heyden voor
1 9 6 4

Maart 1964. Tekening van Hendrik de Booij op 96e jarige
leeftijd
7 juni 1964. Ongeveer 6 uur een wandeling, Ik geniet van de
buitenlucht. Hilda "dacht er niet aan": mede te genieten van de buitenlucht, zon
met een stijve koelte, waar bij de "Zilveren Kruis" de bramzeils nog dienst
zouden kunnen doen. Ik behoor nu tot de thans zeldzame mensen die nog
zeilschepen bevoeren op de grote Oceaan, waar albatrossen de meest voorkomende
vogels waren.
26 juni 1964. Ik heb een aardige herinnering aan de viering van
mijn 97ste verjaardag. We hadden Alfred en Sonia bij ons ten eten en hadden een
lekkere taart aan het dessert.
10 juli '64 aan bijbank Ned. Handelmij Minervaplein opgedragen
voor mijn rekening met
f 2000 in te schrijven Ned.
Staat 5 1/4. 's Avonds ongeveer 7 uur terwijl wij aan tafel zitten komen Tom
en Ot. Tom gaat Ot uitgeleide doen op haar reis naar Saenen. Zij gaat luisteren
naar Krishnamurti.
12 juli '64 is de verjaardag van onze Hilda.
EINDE DAGBOEK.
(Kort na deze verjaardag kreeg mijn Vader weer een 'vaataccident' waarvan hij ditmaal niet genas. Hij bleef nog 2 maanden leven, was aan één kant verlamd en had spraakstoornissen, maar begreep heel goed wat er in zijn omgeving gebeurde en wat men tegen hem zei. Hij overleed op 7 september 1964)..