Dagboeken 1909-1964 van Hendrik de Booij

De originelen van dit dagboek  zijn ondergebracht in het familie archief De Booij  dat zich bevindt in het Stadsarchief van de  gemeente Amsterdam onder nr 1423.  Deze dagboeken zijn recentelijk gedigitaliseerd (ruim 10.000 scans). Deze zijn op te vragen of te in te zien, zie de website van het Stadsarchief. en bijgevoegd.

Een van de ruin 10.000 scans van het dagboek van mijn grootvader, zoals deze zijn op te vragen in het Stadsarchief van Amsterdam
 

Hier volgen fragmenten uit deze dagboeken uitgetikt en voorzien van commentaren door mijn tante Engelien de Booij.
Er zijn gedeelten  van de dagboeken opgenomen, die al zijn ondergebracht in de hoofdstukken: Concertgebouw 1904-1951, Algemeen Handelsblad 1920-1950, Reddingmaatschappij 1906-1946. Eveneens in de dagboeken van mijn vader H.Th De Booij,  van mijn oom Alfred de Booij als in mijn eigen dagboeken tot en met 1964. In het hoofdstuk over mijn grootmoeder Hilda de Booij- Boissevain komen ook enkele passages voor uit de dagboeken van mijn grootvader. Desondanks heb ik gemeend er goed aan et doen om de gehele tekst - door mijn tante Engelien overgetikt- van de mijn grootvaders dagboeken op te nemen, om daarmee een compleet overzicht te geven van zijn leven. Enkele foto's heb ik hierbij gevoegd die niet voorkomen in hoofdstukken die ik hiervoor al heb genoemd heb                        .

1 9 0 9
27/11/09. Heden mijn dagboek begonnen. Ik ben 42 jaar oud, ben thans schoolopziener in het arrondissement Amsterdam IV, secr. van de N. en Z.Holl. Reddingmaatschappij, gedeleg. lid v/h bestuur van het Concertgebouw en lid van de Raad voor de Scheepvaart.
Vandaag bij Oyens geweest om over Mengelberg te spreken. Het is een moeilijk ding, de omgang met onzen Willem Mengelberg. Van Ogtrop is daarvoor allerminst geschikt. Ik zal trachten een vergadering te krijgen in het Concertgebouw na het concert van morgen en Oyens moet er bij zijn om Ogtrop in toom te houden. Hedenavond uitvoering Toonkunst, Ein deutsches Requiem van Brahms en het Te Deum van Diepenbrock. Diepenbrock heeft het Te Deum omgewerkt, de instrumentatie zwaarder gemaakt en is er nu gans niet mee tevreden. 't Werk van een jaar of langer!Vandaag 't plan van onze nieuwe motorreddingboot ingekomen van Goedkoop. Prijs f  2300 ruim.
29/11/09. Gisteren 's middags concert en 's avonds weer D. Requiem en Te Deum. Wat te veel muziek. Mevr. Noordewier zong schitterend, mooier dan ik ooit gehoord had. Er is veel meer gevoel in hare stem gekomen. Na het concert met Mengelberg en de solisten etc. op de solistenkamer conferentie over het Pensioenfondsconcert. Onze Willem wordt dan vooral door mensen als Mevr. Beukers aangebeden. Lieve Willem mag toch vooral niet werken, lieve Willem mag zich niet teveel inspannen enz. Het is geen wonder dat zo'n man onhebbelijk wordt. Ik bestelde 2 flessen champagne en wij dronken op zijn gezondheid en wensten hem een goede reis naar Rusland. Vader en moeder Mengelberg waren er ook bij.
Vanmorgen de jongens lastig, daardoor laat aan het ontbijt. Tom in tranen omdat zijn bretel stuk was.
30/11. Gisteren W. Mengelberg naar Frankfurt, komt niet hier terug voor na afloop van zijn Russische reis. De Hagenaars krijgen 2 concerten, Rasse als dirigent en in de andere steden en A'dam dirigent Dopper.
Gisteravond comedie met Tilly en Hilda. Een Huwelijk onder Lodewijk XV van de troep van Verkade in de Hollandsche schouwburg. per rijtuig heen en terug - lekker. Tilly is snoezig. Het was een aardig stuk, goed gespeeld, vooral Alice Plats (wie is zij eigenlijk?) en Verkade waren uitstekend. Nogal veel over Elisabeth [Boehm-Van Endert] gepraat. Tilly vroeg mij in het rijtuig of ik haar een zoen had gegeven te Utrecht. Maar ik denk dat Hilda het haar al verteld had. Tilly heeft te Frankfurt Elisabeths zuster Katinka ontmoet. Tilly gelooft dat Elisabeth wel niet bij haar man zal blijven. Mevrouw Boeken moet haar erg aanbidden en jaloersch zijn. Geen wonder!
Thuis nog wat nagesproken en Moezelwijn gedronken. Tilly en ik worden nu wel meer vertrouwelijk ook na de geschiedenis met Elisabeth.
Van zoenen gesproken. Mevr. Thomberg is het huis van Diepenbrock binnengedrongen en heeft hem hartstochtelijk omhelsd - dat het zo klapte - wegens het Te Deum. Zij is één brok natuur die mevr. Thomberg, maar ik hoop dat zij mij nooit uitkiest voor haar omhelzingen. Veel kans is er niet op omdat ik geen Te Deums maak.
Vanavond eten bij Fons Diepenbrock. Met Ouwehand gaat het heel slecht.
1 december. Gisteravond juist op tijd om 6 uur bij Diepenbrock. Hilda kwam iets later. Daar gegeten met de dames Ament, die een reis naar Indië gaan doen.
Zeer gezellig. Diepenbrock vindt de kwestie Kuyper heel onbelangrijk.
(De z.g. lintjeskwestie. Abraham Kuyper, toen minister van Binnenlandse Zaken, zou hebben bevorderd dat R. Lehmann, die geld in de partijkas van de Anti-Revolutionnaire partij had gestort, een ridderorde kreeg)
Vindt het heel natuurlijk dat hij een decoratie aan Lehmann heeft gegeven voor f 10.000 (langs een omweg), immers partijbelang is bij hem staatsbelang. D. vindt het optreden van Tydeman treurig. Lang gepraat over muziektoestanden, mijn overgang uit Marine in muziek, concertgebouwconflict, Mengelberg, Freyer, Jan Steen enz. enz.
3 dec. Vannacht hard gestormd. De wind is hedenmorgen weer ruimende. Harde wind - storm. Gisteren vergadering Reddingmaatschappij voor het eerst onder leiding van Den Tex. Het blijkt dat mijn werken als secretaris op prijs wordt gesteld. Dat doet mij plezier. Ik verklaar mij bereid voorlopig alles te blijven doen zolang Ouwehand nog leeft
 (Kapitein W. Ouwehand, inspecteur van het materieel).
Voor tafel grote vechtpartij tussen Tom en Alfi. Laatstgenoemde wordt er op school van beschuldigd dat hij Piet Muntendam zou verteld hebben dat St. Nicolaas niet bestaat. Hij ontkent het echter ten stelligste. Vandaar ontevreden stemming en vechtpartij, waarbij hij Tom de lampetkan naar het hoofd heeft gegooid. De verhouding tussen Tom en Alfi is niet zoals ik die zou wensen, d.w.z. Tom is niet vertrouwelijk genoeg met Alfi, heeft niet genoeg invloed op hem. Alfi is soms raadselachtig, maar een ventje waar heel veel bij zit. De zware storm heeft op mijn gebied geen schipbreuken ten gevolge gehad. Het weder is bedaard.
9 december. Naar Ouwehand, die gisterenavond en nacht heel veel bloed is kwijtgeraakt. Ik vind hem uitgeput, erg moe, stervende. Hij bedankt mij en zegt dat hij zo prettig heeft samengewerkt met mij, dat ik altijd zo aardig ben geweest en op zulk een ongekunstelde wijze, dat ik me gegeven heb net als ik was. Hij draagt mij het geld af wat hij nog in kas had van de Reddingmaatschappij, spreekt over een pensioen voor zijn weduwe, hij zwaait net vrij van de vermogensbelasting. Dan zegt hij mij, dat een wagen die gerepareerd wordt door Taat, naar Vlieland dorp moet en de boot te Schiermonnikoog moet vernieuwd worden en nog een, meen ik. Ik zal hem wel missen.
15 december. Olga zegt, wijzende op haar portret: "I always is looking cross, but I is not looking cross to other people, only to myself".
Donderdag 29 dec.09. Ouwehand hebben wij op 17 dec. te Katwijk begraven. De arme man heeft vreeselijk geleden. De kist werd gedragen door de bemanning der reddingboot. Bootsman v.d.Plas en alle roeiers met hoge hoeden. Zijn sterfdag was onze koperen bruiloft. Nu hebben wij weer de kinderpartij achter den rug. Wij hadden een 70tal kinderen gevraagd in de kleine zaal van het Concertgebouw en het was een bijzonder gezellige avond. Tom danste de hele avond met een gelukkig gezicht, Alfie minder, óók met een gelukkig gezicht. Op een stoeltje tegen den muur zat met een hoogsternstig rampzalig gezicht Jantje den Tex, die kinderpartijen afschuwelijk vindt.
(Jan den Tex, 1899-1984, zoon van Gideon Mari, 1870-1916 en Anna Maria Boissevain, 1872-1924. Later bekend als schrijver van de biografie van Johan van Oldenbarnevelt.)
31 december. De secretaris van het Oranjekruis is mij komen vragen lid te worden van die bond. De Prins is natuurlijk niet tevreden als hij geen aanraking heeft met de Reddingmaatschappij. Ik kan niet weigeren, vind het in zekere zin wel aardig, als het mij niet in moeilijkheden brengt met de Reddingmaatschappij. Wil er alleen maar in zitten als "De Booy", niet als bestuurder van de Reddingmaatschappij. Ethel Gorner, die nu bij ons is, is een aardig meisje. Zij is als een dochter van ons. Op Drafna onthullingen betreffende Groddeck. Wat zijn vrouwen toch raadselachtige wezens. Komt het doordat zij steeds in "verdrukking" zijn geweest, zooals Hilda zegt, of zijn ze van nature "minderwaardig"? Ik weet het niet.
(Mijn ouders hebben in de tijd dat de drie oudste kinderen jong waren herhaaldelijk Engelse meisjes in huis gehad, o.a. om de kinderen die taal bij te brengen. Ethel Gorner werd later verpleegster in het Burgerziekenhuis te Amsterdam, maar bleef steeds in contact met de familie. Groddeck was een psychiater in Zürich. Hij was een tijd lang verbonden aan het sanatorium van Bircher-Benner aldaar, waar Olga van Stockum-Boissevain een tijd lang gekuurd heeft, evenals enkele van haar zusters, onder wie mijn moeder, maar in haar tijd was Groddeck al vertrokken. Zijn vrouwelijke patiënten stonden sterk onder zijn invloed)

1 9 1 0
1910. Vrijdag 14 januari. Ik ga vanavond naar de komedie - een Duitse operette - met mevr. Lily Hafgren-Waag. Wat een aardig aantrekkelijk mensch. 24 jaar. niet bepaald mooi, maar een gezicht waar veel in zit. Ze heeft gisteren prachtig gezongen, liederen van Wagner. Hilda is op de repetitie van Toonkunst. De cricketclub van Tom heeft nu een reglement. Een van de artikelen is: "de leden betalen geen contributie" en een ander: "de leden zullen elkaar in nood en dood bijstaan." Tom komt er straks op kantoor afslagjes van maken. Ik krijg opperschipper Kon. Marine Van de Poll als assistent. 't Kan geloof ik niet beter. Heb 11 januari vergadering gehad Oranje Kruis in het Kon. Paleis in Den Haag. De Prins voorzitter. Hij is niet erg intelligent maar een aardige goede kerel. Ik mag hem wel. Lily Hafgren is amusanter


    Lily Hafgren, zangeres

15 januari, zaterdag. Gisterenavond met mevr. Lily Hafgren naar de Stadsschouwburg. Der Graf von Luxembourg - een Weense operette. Lily Hafgren is een Zweedse, heeft een interessant guitig gezicht met een schelmse lieve uitdrukking in haar ogen. In de schouwburg waren: de heer en mevr. Cremer [en vele anderen], die er wellicht wel over zullen kletsen dat ik met de zangeres van het Concertgebouw en zonder Hilda in de Schouwburg zat. Thuisgekomen heb ik gezellig met haar in de salon gezeten, foto's bekeken tot Hilda thuiskwam en daarna kwam Mengelberg van de repetitie van het koor. Toen hadden wij een gezellig heerlijk souper. Lily Hafgren is nog naar boven geweest om naar de jongens te kijken. Tom is wakker geworden en heeft tegen haar gelachen. Om twee uur bracht ik haar naar het American Hotel.
(Waarschijnlijk was zij de zangeres waarover mijn moeder vertelde: "Eens was er een zangeres, die kwam ook bij ons thuis en is zelfs naar de jongens gaan kijken. Han wilde naar de trein om afscheid te nemen met mooie bloemen. Die hielp ik hem kopen en ik ging ook mee naar de trein. Bij het vertrek zei ze tegen mij:"Sie sind eine raffinierte Frau", wat mij veel genoegen deed".)
20 januari. Maandag 17 jan. naar een avond voor vrouwenkiesrecht. Ds. de Visser (Chr. Hist.) W.H. de Beaufort (Vrij Liberaal) en Mr. Limburg (Vrijz. democratisch) gaven daar hunne meningen over de zaak. Natuurlijk waren er vele Boissevains. Marie [Boissevain-Pijnappel] in de voorzitterstoel. Ik had het land dat ik niet gebruik gemaakt had van de gelegenheid tot debat met Ds. de Visser, die een grootvader voorrang gaf boven een grootmoeder en verder zeide "de taak van den man is veel belangrijker dan die van de vrouw", dit hoofdzakelijk hierop grondende dat wij mannen het land verdedigen. Men was niet door hem overtuigd. Overtuigd voorstander van Vrouwenkiesrecht ben ik echter ook niet. Ik voel er nog niets voor. Nog geen portret van Lily Hafgren ontvangen. Gisteren vergadering Reddingmaatschappij en besloten motorreddingboot te laten bouwen, f 23000 ruim.
24 jan. Gisteren gegeten bij Van Rees. Gasten: Hilda, Mengelberg (Tilly ziek), hr. en mevr. Pierson, het jongemens Piet (geëngageerd met Jo van Rees), hr. en mevr. Van Ogtrop. Deze laatste in een bessensapkleurige zijden japon van minstens
f 400.-, het haar op zijn grieks boven haar weinig grieks profiel. Ik zat natuurlijk weer naast haar. Mengelberg ging met ons naar huis en wij rookten ettelijke sigaren en dronken lekkere Moezelwijn, Erdener Auslese tot 2 uur. Mengelberg zou heel wat aardiger zijn zo hij niet zulk een kolossale hoeveelheid eerbied voor zichzelf en zijn kunnen had, ook praat hij erg graag over geld, over wat meer geld verdienen. Ik gun het hem graag, maar hij moet er niet voortdurend zwaar over boomen. Wat zal het Concertgebouw doen als Mengelberg weg gaat?Er is gisteren veel gesproken over mevr Hafgren en mevrouw Boeken van Endert. Mengelberg plaagt mij er nogal mede. Mevr. van Ogtrop begint gisteren over Boeken tegen Hilda , namelijk dat ze mevr. Boeken zulk een mooi mens vond. Was dat nu "vissen"van mevr. van Ogtrop of niet? Hilda zag er mooi uit in haar nieuwe japon. Ossendorp, de voorzitter van de Bond van Ned. Onderwijzers, heeft een Nieuwjaarstoespraak gehouden over de neutraliteit van de openbare school, die erg veel opzien heeft gebaard. Liefde voor het regerend vorstenhuis mag volgens hem niet met opzet op de openbare school worden gekweekt. De stad Almelo hadden de kinderen die niet aan de Julianafeesten hadden deelgenomen, een feest gehad waarbij onderwijzers en onderwijzeressen zijn tegenwoordig geweest. Hoe zal de toestand over een jaar of twintig zijn? Ik ben vast overtuigd dat wij zeer spoedig onze onafhankelijkheid zouden verliezen zo wij Republiek waren.
28 jan. Ik heb eergisteren een portret van mevr. L. Hafgren gekregen uit Mannheim. Het is niets geflatteerd. Zij ziet er veel aardiger uit dan op het portret. Morgen pensioenfondsconcert.
3 februari. Ik heb bij ongeluk Ethel Gorner een nachtzoen gegeven. Hilda had haar bij de jongens laten slapen omdat Olga anders niet stil is 's morgens. Daar had ik niet aan gedacht en zo kwam het dat ik haar een hartelijke kus heb gegeven in bed, zonder dat zij gelukkig is wakker geworden. Ik vertelde het aan Hilda, die er erg om lachte. Er komt een soort ereraad voor Dr. Kuyper. Er is een komeet, een onbekende, al een dag of veertien, maar ik heb er nog niet veel van gezien. De komeet van Halley is ook in aantocht. Wij krijgen hier als burgemeester Röell, een broeder van nicht Sophie. Het pensioenfondsconcert is heel mooi geweest, ik denk dat er
f 3500.- netto over zal zijn.
16 febr. De belangrijkste kwestie van het oogenblik is de neutraliteit van het onderwijs. Rotterdam bedreigt met ontslag zoo niet wordt onderwezen in nationalen geest, liefde opwekkend voor Regeringsvorm en Vorstenhuis. Dat is een standpunt waarmede ik mij verenigen kan.
10 maart. De opwinding in de onderwijswereld begint wat te bedaren. Ossendorp heeft gedacht verder te zijn dan hij was. De circulaire van B & W te Rotterdam is zeer kras, heeft echter naar het schijnt goede gevolgen gehad. Het is echter te hopen dat het bij zo'n circulaire blijft.
Wij hebben besloten op 3000 vierkante meter van Drafna een huisje te zetten. De grond zal kosten 0,75 de vierk. meter, dus
f 2250.-, het huisje vermoedelijk f 4000, bijkomende onkosten f 750.-, samen f 7000.-, dit à 6% geeft f 420.-, zijnde de som die ik dus aan mijn zomervacantie zal betalen. Dat is niet te veel. Ben bezig Mavourneen op te knappen. Er komt een dichte cockpit in.
2 april. Er is een grote meeting geweest over de neutraliteit onderwijs in Paleis voor Volksvlijt - een socialistische partijdag. Hilda heeft een begin van blindedarmontsteking, nog niet bekend of geopereerd moet worden. Mengelberg is gereëngageerd. 30 concerten A/dam
f 20.000.- Hij vraagt nog verhoging voor de provincie. Ben met Six naar Moddergat en Schiermonnikoog geweest. Burgemeester van Moddergat die met de reddingboot op een oefening meegaat: "Bootsman, je bent nu deftig uit, nietwaar?" Bootsman:"O, ik ben al zo dikwijls met Burgemeesters en zuk rommel fort west".
De Prins wil overal oefeningen bijwonen. Ik vind die hoge belangstelling wel wat lastig.
10 april. Zondag naar Drafna, de plaats van het huis bepaald. De Hollanders winnen football van de Belgen te Haarlem, 7-0. 12000 toeschouwers, veel enthousiasme.
14 mei. Aten op Drafna met Generaal van Heutsz. Nog een groot man. Eenvoudig, openhartig, absoluut niet militaristisch, het tegendeel van dien. Hij vindt het Vredespaleis het mooiste gebouw dat in Nederland bestaat.
10 juni. Hilda is gisteren door Tanja [huisarts] naar Drafna gestuurd om te rusten. Zij heeft soms een pols van 40 en natuurlijk nog blindedarmontsteking, echter niet zo dat operatie nodig is.
15 juni. Ik heb zaterdag en zondag met Tom alleen gezeild met de Mavourneen. Zaterdag flinke bries N.W. naar Volendam en Marken, geslapen te Marken, waar wij Trijntje Visser, het kindje van Piet Visser en Neeltje de Waard moesten bewonderen. Wij sliepen aan boord, maar ik sliep niet veel, want het was drukkend warm, onweer en veel regen. Bovendien gaf Tom mij van tijd tot tijd stompen. Tom heeft heerlijk geslapen. Wat heeft die jongen genoten. Het is aardig zo vertrouwelijk ik met hem word op zo'n zeilpartij. Zondag terug maar er was bijna geen wind, gezwommen in de Zuiderzee. Tom met een zwemvest er aan een touw.
Henri Polak geeft een concert op 21 juni in de tuin van het Concertgebouw. Hij wilde de Internationale laten spelen als slot der Jubelouverture. Dit is door het Bestuur geweigerd. Zeer brutale brief van hem. Wij moeten natuurlijk bij ons besluit blijven. Eigenlijk moesten mensen als Sillem, Van Rees en ik niet aan het hoofd staan van een publieke vermakelijkheid.
11 juli. Een zekere Aug.J.Sillmann bemoeit zich mijns inziens te veel met Tom en zijn vrienden bij het cricketen, geeft hem veel prijzen, schrijft Tom brieven enz. Hij is 25 jaar ongeveer en mij komt zijn optreden enigszins onnatuurlijk voor. Heb er gisteren met André de la Porte over gesproken, die informaties over hem laat inwinnen. Het is mij opgevallen dat bij de Julianafeesten niet meer werd gezongen van "Weg met de socialen, leve Willemien". Men hoort het nog maar heel zelden. Op dezelfde wijs zong men nu:"Weg met de waterleiding, leve Lucas Bols".[...] Het blijkt dat Sillmann de jongens ook herhaaldelijk van school kwam afhalen. Tom gaat nu logeeren bij Pim André de la Porte op Noordwijk, zodat Sillmann hem niet terugziet voor September. Ik vertrouw dien Sillmann niet helemaal op sexueel gebied.
Augustus. Aan de bezoeken enz. van Sillmann heb ik een einde moeten maken. Hij kwam Tom nu zelfs op de Sparren opzoeken. Ik heb S. bezocht Valeriusstraat en hem gezegd dat alles uit moet zijn.
Borkum, 21 aug. '10. Hier ben ik gestrand en ik moet naar Rottum maar kan er niet komen. Harde WZW wind. Gisteren poging niet gelukt. Bootsman Akkerman keerde halverwegen weer om. Vandaag weder een poging. Kolossaal vervelend. Er zijn hier slechts Duitsers. Gisterenavond bij Pastor Sluiter, de secretaris van de plaatselijke commissie der Reddingmaatschappij. Van Borkum gingen vroeger vele mensen als commandeur op de Hollandse Groenlands visserij en de visserij op Straat Davis. Vandaar nog vele walviskaakbenen, om het huis van Sluiter staan er zestig. Oost Friesland behoort tot de geref. kerk en ontving vroeger zijn Lehrer uit Holland. Vandaar dat vroeger ook op Borkum op de scholen 's morgens in het Hollands en 's middags in de Duitse taal werd onderwezen. Later werd het 's morgens Duits en 's middags Hollands en later alleen bijbellezing in het Hollands. In de kerk werd vroeger alleen in het Hollands gepreekt, doch in l856 werd het verboden. Toen is er nog een tijd geweest dat men wel in het Duits predikte maar Hollands zong omdat de gezangboeken nog Hollands waren. Op Borkum zijn geen Joden. Ze worden er zelfs 'weggepest' als zij komen. Het Borkumlied, waarin voorkomt: "Wer hat platte Füsse und Krumme Nase, der soll hinaus." Ik hoop dat het goed gaat met Hilda.
Sept. 13. "Olieslagers" is aan het vliegen. Zoals de vliegkunst op het ogenblik staat betekent zij nog niet veel voor de praktijk. De vliegers vallen dikwijl dood. Van vliegen heeft het nog weinig. Een regenbui, een zware windvlaag, een rukwind, een beetje vuil in de benzine en daar valt de vlieger. Er is pas één Nederlander doodgevallen, Van Maasdijk. Ook in de bestuurbare ballons van Zeppelin e.a. kan ik nog niet veel vertrouwen hebben. Maar het moet een opwindend gevoel zijn "het Kanaal over te vliegen" of "over de Alpen" zoals nu zal geschieden.

Jan Olieslagers 1883- 1942, vliegtuig pionier

23 october l9l0. Er is verbazend veel gebeurd sinds ik het laatst het dagboek inschreef. Ik heb er te weinig in geschreven. Als ik eens een eigen kamer heb thuis zal dat wel anders worden. Hilda is 14 oct. jl. in de ziekenverpleging Prinsengracht geopereerd van blindedarm door Prof. Rotgans. Hoe dankbaar zijn wij allen dat dit goed is afgelopen. Zij vertrekt morgen naar Drafna om geheel op krachten te komen. Met het vliegen gaat het vooruit. Chavey is over de Simplon gevlogen, zelf echter te Domodossola landende van geringe hoogte gevallen en is gestorven aan de verwondingen. Een Clement Bayer ballon is (van het slappe systeem) van Compiègne in Frankrijk naar Londen gekomen en is daar aangekocht door het Engelse gouvernement. De Hollander Wijnmalen heeft het hoogterecord 2800 meter. Dudok van Heel heeft gevlogen. Feith heeft gevlogen. De ongelukken worden dunkt mij meer zeldzaam. Er is revolutie geweest in Portugal. Koning Manuel is met moeder en grootmoeder gevlucht. Hij was blijkbaar een weinig betekenend jongmens. Nu is zonder veel moeite de Republiek tot stand gekomen. Manuel zit nu in Engeland, dat hij kort geleden nog als Koning van Portugal had bezocht.
24 october. Ik heb heden Hilda met de auto van de Ziekenverpleging Prinsengracht naar Drafna gebracht. Alles uit Hilda's kamer meegenomen, ook de blindedarm in een flesje. Wij reden kalm om niet te schokken en waren ongeveer 4 uur op Drafna waar moeder al buiten stond om ons op te wachten. Daarna ging ik weder terug, sneller dan ik gekomen was, was ongeveer 5 u. 15 thuis, betaalde
f 24,50. Een autotocht is altijd nog ietwat gevaarlijk, maar we zijn ook wat dat betreft veel vooruitgegaan. Hoe zal het met de vliegerij gaan.
20 november. 9 nov. heb ik met Goedkoop de Brandaris naar Terschelling gebracht, de volgende morgen ging Goedkoop weder terug naar Amsterdam, ik bleef en oefende 10, 11, 12 november met stormweder met de Brandaris. Deze hield zich uitstekend. Dat zijn aangename herinneringen in een mensenleven. Toen wij het Thomas Smitgat uitkwamen door de branding, gingen op de sleepboot die er buiten lag alle mutsen en petten in de hoogte. Vanavond toverlantaarn voor de kinderen.
Ik moet 21 dec. een voordracht houden in de Alg. Vergadering Oranjekruis te den Haag. De Prins is er bij en de hele rommel. Wij hebben een aardig stelletje kinderen. Gelezen: The invisible man van Wells. Een heerlijk boek.

1 9 1 1
Januari. De jongens lezen druk in de boeken van Carl May, prachtige Indianenboeken, waarvan zij elk woord geloven. Het is vermakelijk hun enthousiaste gesprekken aan te horen. Lange discussies. Ik zeg dat de Comanches beter en eerlijker zijn dan de Apachen. Dit vinden zij belachelijk. Olga moet ik tegenwoordig iedere avond een verhaaltje vertellen.
7 januari. Ik heb mijn kas opgemaakt. Heb gevonden dat ik dit jaar
f 11280.- heb verdiend en f. 11139 uitgegeven.
Wij zijn dezer dagen verhuisd van 151 naar 165 Verhulststraat (bovenhuis). Dit is ons derde huis in de Joh. Verhulststraat. Onlangs geboren: Djeuke Machteld Hilda Boissevain van Charles en Marie en Willem de Beaufort van Fik en Teau. Ik zou het wel aardig vinden als wij een vierde kind kregen.
10 februari
1911. Vandaag Raad voor de Scheepvaart, onderzoek stranding Erica. Interessant. Heb Rotgans betaald f 500.- Dat is niet zo duur voor een 1e klasse professor. Ons bovenhuis Joh. Verhulststraat bevalt ons uitstekend, het is heel wat aangenamer dan 151 en ook dan 111. Het is het derde huis in deze straat in 7 jaar. Ik ben nu bijna 7½ jaar uit de Marine. Tom is enthousiast Padvinder. De kinderen hebben het tegenwoordig heel wat aardiger dan toen wij jong waren.
13 febr. '11. Gisteren naar Zeeburg gewandeld met mr. Peereboom, substituut off.v.justitie om de Padvinders te zien werken. Flink gelopen. Gepraat over de toenemende criminaliteit- onzedelijkheid - opheffing bordelen - homosexualiteit, exhibitionisme en dergelijke vrolijke zaken.
's Middags visite bij verschillende mensen die niet thuis waren. Generaal van Heutz en mevr. thuis, gezellig gepraat over Indië, over de Roosebooms, het Paleis enz. Wat kwam die tijd in Buitenzorg mij weer levendig voor den geest.
15 februari. 's Middags vergadering Padvindersorganisatie. Ik word benoemd tot penningmeester. Er zal veel takt en flinkheid nodig zijn om dit vaartuig in zijn koers te houden. Mijn indruk is dat Dr. Helder, onze plaatselijke voorzitter, een sukkel is. Gunning
is ook bij de vergadering. Ik begin dien man hoe langer hoe meer te respecteren. (
Johannes Hermanus Gunning JWzn, 1859-1951, door zijn tweede huwelijk met Elisabeth Antonia Boissevain een aangetrouwde neef van Hilda de Booy-Boissevain).


   J.H. Gunning 1859-1951

In de laatste tijd loopt hier te A'dam een man rond in huzarenuniform, echter zonder knopen en sporen, die een brochure verkoopt, waarin hij verklaart indertijd onschuldig te zijn veroordeeld tot gevangenisstraf.
28 februari. Vandaag gewerkt aan mijn jaarverslag Onderwijs. 't Is heel weinig zaaks, ik zal trachten het volgende jaar er wat meer van te maken. Maar Gunning is zo verrukt over mij, dat het wel wat kan lijden. Gisterenmiddag muziek gemaakt met M. van Mill, plotseling kwam Jan Enschedé, lange gesprekken over klassieke opvoeding. Hij is nu min of meer gebrouilleerd met zijn vader, want toen hij geboren werd noemde men hem Johannes, dwz. de 7de Johannes in de zaak. En nu wil hij er niet in. Hij is ook niet geschikt om aan het hoofd van een drukkerij te staan. Een heel besluit voor dien jongen.
Diepenbrock gesproken die er zeer verbaasd over is dat wij Alfred viool willen laten leren. Waarom? vraagt hij dan, echt op z'n Diepenbrocks.
Ethel en Olga waren vandaag ook op Drafna, kwamen om 6 uur thuis. Olga rook erg naar vieze sigarenrook en toen bleek eindelijk dat ze 3de roken hadden gereisd. Daar had Olga kalm met haar fijne gezichtje gezeten naast een werkman die sigaren van tien voor een dubbeltje rookt. Ze was helemaal doortrokken van rook en stonk bepaald.
Hilda en ik zeggen van tijd tot tijd tot elkander dat dit de gelukkigste tijd van ons leven is.
1 maart. Er is een 3de Padvinderstroep gevormd, namelijk te Wageningen, met een andere belofte. Hoe zal dat aflopen met die Padvindersbeweging? Heb vandaag den gewezen huzaar weer met de brochures zien lopen. Hij heeft een gemeen gezicht.
8 maart. Heb zaterdag 4 mrt met Hilda de uitvoering Toonkunst bijgewoond. Had erge slaap en heb een goed gedeelte van de avond geslapen. "Das Paradies und die Peri". Daarna huldiging van Mengelberg wegens zijn 12½ jarig dirigentschap van het koor
, een onbeschrijflijk taaie avond. Mengelberg had 's avonds als cadeau gekregen een portret van hemzelf dat dan moet geschilderd worden door mevrouw Thérèse van Tuyll Schwartze. Of hij ooit zal zitten betwijfel ik.
Maandag 6 maart was het afscheid van Th. Rijken te Nieuwediep. Kolonel van Asbeck hield een zeer treurige toespraak. Rijken werd flink op het hart gedrukt dat hij het geld dat hij kreeg niet mocht verdrinken enz. enz. Kolonel van Asbeck is gepasseerd voor vlagofficier, grote consternatie. Ik had dit nooit gedacht.
Gisterenavond hadden wij een dinertje: Maus en mevr. de Beaufort, Emile en Loutje den Tex-Heldring, Mia Boissevain, Gie den Tex, allen om te ontmoeten Lorentz, den man die het eerst het Sneeuwgebergte van Nieuw Guinea heeft bestegen. Een gezellige aardige kerel. Hij had zeeofficier kunnen geweest zijn, zou ik vroeger gezegd hebben. Tom en Alfred waren als Atjehers opgetuigd en zeiden ieder een vers op. Lorentz bleef bij ons slapen.


H.A.Lorentz (Links achter) Nieuw Guinea expeditie 1903
 
27 maart. Gisteren in het Concertgebouw de 1e van Mahler gehoord. Ik sliep enige malen in, dit moet toch daaraan liggen dat ik minder goed dan andere mensen bestand ben tegen bedorven lucht, maar ik hoorde toch veel. De zaal was nogal leeggelopen omdat Mahler zou beginnen. Prachtige muziek. Ik zou die symphonie weder willen horen. Zat naast Alphons Diepenbrock op het balcon. Hij ziet er slecht uit, arme kerel. In de solistenkamer Rachmaninoff, die grapjes maakte met Tilly en Hilda en "ik bemin je" moest zeggen.
29 maart. Vandaag naar Hindeloopen. Als ik daar kom en in het ouderwetse karretje van Elselo stap dan voel ik mij verplaatst in een tijd die een paar eeuwen geleden is. En die indruk werd nog versterkt ten stadhuize waar ik in de burgemeesterskamer den Burgemeester van Avenhoorn van Nauta nog gezeten vond tussen zijn twee wethouders, stokoude maar krasse mannen - ik schatte ze op 80 à 90 jaren, een hunner wandelde met een vervaarlijke stok, en in gezelschap van den opzichter der gemeente, een man met een pruik op en een gezicht alsof hij zo is komen wandelen uit een schilderij van Van Eyck of Matsijs. De burgemeester is niets waard. Hij ziet op tegen alle werk. Ik vind Elselo niet ongeschikt. Hij liet echter duidelijk uitkomen dat ik door mijn vroege vertrek, ik ging weder heen met de trein van 1.44, een slechte klant voor hem was geweest.
20 mei naar Wenen om de begrafenis van Mahler bij te wonen. Van Ogtrop vond het eigenlijk helemaal niet nodig. Ik had steeds grote bewondering voor Mahler, hield veel van hem. Ik ging met Diepenbrock.

Herinneringen aan Gustav Mahler. [ maanden later ingeschreven].
Er is geloof ik geen man geweest die op mij zulk een diepen indruk heeft gemaakt als Mahler. Hij was mij bijzonder sympathiek omdat ik hem zo waar vond. Zijn muziek kan dikwijls door ons niet begrepen worden, maar dan treft mij telkens weder een gedeelte dat zo prachtig is, dat ik overtuigd ben dat Mahler naderhand zal behoren tot de zéér grote componisten. Zo vind ik de 4de symphonie prachtig. Wij hoorden die onlangs, 7 september. Mevrouw Alida Loman zong de aria. Zij wordt oud (en heel dik) maar zong lief. Het was aangrijpend Mahlers muziek weer te horen zo kort na zijn dood. Gustav Mahler is tijdens zijn eerste verblijf in Holland herhaaldelijk bij ons aan huis geweest, wij gingen ook met hem en met mevr. Noordewier naar Drafna. Ik herinner mij een wandeling door Amsterdam, de oude buurten trokken hem niet aan. Hij stond lang stil voor het huis van Rembrandt, hoed af, zoals ook veelal gedurende de wandeling. Het huis van Rembrandt was toen nog niet gerestaureeerd, er woonden verschillende Joodse families in. "Durch diese Fenster soll Rembrandt also geguckt haben" zei Mahler en toen zei hij nog wat, dat hierop neerkwam dat hij hoopt "in eens dood te gaan, wanneer hij bemerkte dat hij niet meer vooruitging in kunnen". Het bestuur van het Concertgebouw gaf hem toen een diner bij Van Laer. Van Ogtrop had een prachtig menu samengesteld. Sillem, Van Rees, Van Ogtrop, Mevr. Van Rees, Oyens en ik ontvingen hem. Mahler begon met de candelabres die voor hem stonden weg te brengen naar het buffet, ze hinderden hem, zei hij. Later kwam het gesprek op Multatuli, voor wien Mahler grote eerbied bleek te hebben. Hij werd heftig toen hij bemerkte dat die eerbied hier niet in die mate aanwezig was. Van Ogtrop zei zelfs "Hij was geen goed ambtenaar", dat Mahler bijna deed koken. Eindelijk stond hij op en zeide, dat het hem erg bedroefde dat hij een man als Douwes Dekker in zijn eigen vaderland moest verdedigen en dat hij, zo Douwes Dekker op dit moment tegenover hem stond tegen hem zou zeggen (met een diepe buiging) Mijnheer Douwes Dekker, ik heb grote eerbied voor u en het is voor mij een grote eer dat u met mij aan dezelfde tafel wilt zitten. Daarna zei hij nog iets dat er op neer kwam dat wij "Droogstoppels" waren of zo iets. Hij had bijzonder het land aan concertagenten. Eens toen ik een brief voor Salter, die ik klaar had om te posten, liet vallen zei hij "een brief een een concertagent kan er niet smerig genoeg uitzien". Bij een volgend bezoek zag hij er minder opgewekt uit. Hij had zijn dochtertje verloren en dit moet hem zwaar getroffen hebben. Hij scheen ook een ziekte onder de leden te hebben, liet zich bij ons wegen, woog 61 kilogram, zeide dat hij blij was dat hij niet afgenomen was. Hij keek lang met bewondering naar Parkwijk, het huis in de Van Eeghenstraat, waar Simons in woonde. Hij vond dat een mooi huis, de keuken aan straat, de schoorsteen met een boog op de keuken aansluitend, alsof hij wilde zeggen, je hoort er ook bij. Mahlers muziek, ofschoon door velen onbegrijpelijk en lelijk gevonden, kreeg een steeds groter wordende kring van vrienden en bewonderaars. Eens liet Mengelberg op een concert voor en na de pauze dezelfde - ik meen de 4de - symphonie van Mahler uitvoeren. Dat was een brutaal stukje. Mahler was een groot man, een naief man tegelijkertijd, een gelovig man, voor hen die hun plicht niet deden, hard. De nieuwe Beurs, evenals Parkwijk door Berlage gebouwd, bewonderde hij, terwijl bijna iedereen dit gebouw lelijk vindt. Hij vond het beter dat een beurs er uit zag als een beurs dan als een griekse tempel. En nu stonden 21 mei Diepenbrock en ik bij zijn graf op het Grinzinger kerkhof te Wenen. Diepenbrock had lang geknield gelegen in de kleine kapel waar Mahlers lijk was geplaatst. Er waren honderden kransen en wij gingen naar de kerk in het dorp Grinzing waar een dienst werd gehouden. Er waren veel mensen, maar geen vertegenwoordiging van het Hof en ook geen der grote componisten zoals Richard Strauss. Mahlers graf was naast dat van zijn dochtertje. Ik vertrok 's avonds van Wenen, dat ik in andere omstandigheden wel eens nader had willen bezien, naar Zürich, reizende in de 3de klasse. Dat was een lange tocht van 18 uren in de trein. In de namiddag kwam ik te Zürich maar zag Hilda niet bij aankomst ofschoon ze wel aan het station was en ging naar 't sanatorium van Dr. Bircher. Later kwam Hilda. Zij was veel magerder geworden van de kuur, 't zou later beter worden. Een paar heerlijke dagen heb ik toen met Hilda doorgebracht.
1, 2 en 3 juni. Op Texel met den Prins. De Prins is een zeer weinig ontwikkeld man, niet ontbloot van gezond verstand, wel sympathiek,
zéér eenvoudig. Toen wij te Koog aankwamen juichte het volk hem toe. Hij steeg uit het rijtuig en ... ging een plasje doen tegen een heg. Het gejuich verstomde. Toen hij klaar was begon het weer. Het spijt hem zo dat alle eilanden nu door hem gezien zijn.
4 november l
911. Ik heb het aldoor zo druk gehad dat van journaal inschrijven niets gekomen is.
In october ben ik op een zaterdag met de nieuwe reddingboot voor Moddergat op weg gegaan naar Moddergat. Ik nam Alfi mede en verder waren v.d.Poll en Pierik aan boord. Hilda en Tom deden ons uitgeleide. Tom had de vorige dag flink gehuild omdat hij - Hogere burgerscholier - niet mede kon. 's Morgens hield hij zich flink, maar met moeite.
Het was gemeen weer maar de barometer vast en hoog. Wind NO-ONO, stijve koelte en regen. 't Zou niet meevallen, zei de sluiswachter aan de Oranjesluizen en 't zelfde zei de sleepbootkapitein, maar in zee viel het wel mede, behalve de regen. In de namiddag verminderde de wind en met nog een flauw zuchtje kwamen wij 4 uur ongeveer doornat te Hoorn. Daar gezellig gegeten en geslapen in het Doelenhotel. 's Nachts stormachtig. De volgende dag barometer nog hoog, wind NW stijve koelte, om 9 uur vertrokken. Prachtig gezeild tot Enkhuizen in het Krabbersgat. Nabij Stavoren ging de wind zowat liggen, roeiden een flink stuk. 6.30 Stavoren binnen en gezellig gegeten en gelogeerd in Hotel Veldman of Veldkamp. Zeer netjes en goed. De volgende dag wind Noord, moesten wachten op gunstig tij om te vertrekken. Werkten op om de Noord, frisse koelte, heerlijk gezeild. Met de vooreb om de Noord naar Harlingen vertrekkende is het beter eerst flink zee te houden, daar in het begin van de eb de stroom onder de wal nog in de wal om de Oost loopt. Kwamen te "Koudum in Hindeloopen", maar omdat de lucht er bonkig werd en ik wel zag dat ik Harlingen eerst zeer laat zou halen, voor de wind naar Hindeloopen, waar wij ongeveer 4.30 binnen waren. Na tafel conferentie met Jappe Wijngaarden en met Foppe Vrolijk. Besloot bij gebrek aan tijd niet verder met de boot te gaan, doch deze met v.d.Poll achter te laten en door Foppe Vrolijk met z'n aak naar Harlingen te laten brengen voor
f 6.-.Dinsdag boothuis te Hindeloopen bekeken en daarna met Alfi en Pierik terug naar Amsterdam. Het is een heerlijke tocht geweest en de reddingboot is blijkbaar zeewaardig en zeilt goed. Ik weeg nu 80,5 kilogram. Het 2de nummer van "De Reddingboot" is uitgekomen. Ik bezoek iedere dag een of meer scholen, want ik moet er in dit jaar nog 27 bezoeken. Als men het geregeld iedere dag doet wordt het werkelijk nog interessant ook. Vreemd. Vanavond bij installatie van drie nieuwe padvinders door den troepleider. Bij Kees den Tex was daar een zekere Hissink die het beter had gevonden dat de Boeren dadelijk maar hadden toegegeven in plaats van oorlog te voeren! Zo'n man zou mij dol kunnen maken. Vanmiddag in de Raad van de Scheepvaart kwam een zware dikke schipper van een logger voor. Heb je het journaal meegenomen? vroeg de president. Jawel zei hij en haalde dit volumineuze boek van onder zijn vest vandaan. Plotseling was hij mager geworden. De Chinezen zijn bezig aan een revolutie. De Chinezen snijden hun staarten af. Alles wijst erop dat de Chinezen wakker worden en een woordje zullen gaan medespreken in Oost Azië en wellicht ook wel eens in Europa. Ik voorzie grote moeilijkheden in onze Oost met de Chinezen. Het praatje gaat dat Theo zijn ontslag zal nemen uit de Marine daar hij niet bevorderd zou worden tot vlagofficier. Dit zou mij ten hoogste verbazen en ik kan mij niet anders voorstellen dan dat hij op een of andere manier het bij den minister verbruid heeft. Het zou mij bedroeven en mijn liefde voor de Marine als toekomstige loopbaan voor Tom en Alfie wordt er niet groter door. Ik heb bij de Reddingmaatschappij f 600 opslag gekregen zonder er om te hebben gevraagd. Aardig! Daar verdien ik nu f 3000.-, aan het Concertgebouw niets meer, ik ben daar nu penningmeester geworden, als schoolopziener f 1300, pensioen f 1250, Raad van de Scheepvaart ± 100, samen dus f 5650. Inkomen uit effecten enz. ± 4500, samen dus f 10150.-.Hiervan gaat af f 300 voor de klerk van de leerplicht (?), dus inkomen f 9850. Wij moeten daarvan toch ruim kunnen rondkomen en overhouden.

1 9 1 2
1 januari. Hilda en ik zijn gisteren met Tom en Alfie naar de Luth. kerk te Bussum geweest, ik vond het aangenaam naar de kerk te gaan. Tom en Alfi vonden het maar half, om niet te zeggen erg vervelend. Ds. van Wijk een bejaard man. De preek handelde over het eeuwig blijven van God, terwijl al het andere vergankelijk is. Niet kwaad. Wij gingen met de tram terug, ik las uit dit dagboek een en ander voor, verder dronken wij chocola en aten beschuitjes. Nadat de jongens naar bed waren, wij naar Drafna waar wij bleven tot 1.15. Vader ging 12.30 naar bed. Tom en Alf zijn aardige jongens, maar nogal lui in het huishoudelijk werk, zoals pompen, hout halen enz. Ze zouden dat liever door een ander laten doen.
7 januari. Zondag. De laatste dag, morgen gaan we weder naar de stad. Gisteravond 12th night op Drafna, gezellig gedanst, groen verbrand, snap dragon enz. Daarna een eenvoudig gezellig supper. Vader de hele avond in doodsangst voor zijn huis, namelijk dat het in brand zou vliegen. Verhaaltjes verteld bij het vuur. In China wint de revolutie. Wat zullen wij nog van China te verwachten hebben. Wij niet veel goeds denk ik. Italië vecht nog in Tripoli. Rusland gaat Perzië te lijf, de Engelsen zijn op het schiereiland Sinai, zo is het jaar 1912 begonnen.
10 januari. Wij dineerden dinsdagavond bij Aat en Nel van Hall[-Boissevain], prachtig huis, Keizersgracht 327. Nel van Hall heeft overdreven denkbeelden, vindt het begrip vaderlandsliefde ouderwets enz. Na tafel lang gesproken en getwist over psychoanalyse. Vooral Aat heeft er veel tegen. Nel ook. Ik ook heb er "Wiederstand" tegen, maar moet natuurlijk bekennen dat de resultaten bij Hessie, Olga en Hilda schitterend zijn.
11 januari. Ik kwam 's avonds in het donker te Oudeschild aan en kroop op de ouderwetse diligence naast den ouden voerman Jan Kalis die al 49 jaar op de bok van dat voertuig zit. Zo reden wij naar Den Burg, achter ons van tijd tot tijd de vrolijke tonen van de hoorn des postiljons, die met de postwagen volgde. 's Avonds visite gemaakt bij den burgemeester Gaarlandt, die voorzitter geworden is van de plaatselijke commissie. Gaarlandt is in het Indische leger geweest, is zwaar gewond bij de omsingeling van een huis in Atjeh. Een marechaussee schoot hem door het hoofd (hij mist één oog en de Atjeher die uit het huis kwam gaf hem nog een klewanghouw en een por met een rentjing).
Vrijdag 12 januari, naar De Cocksdorp met Metz per auto. Daar gesproken met Buys over de plaats van de nieuwe boot voor eierland en een bezoek gebracht een de vuurtoren. De lichtwachter, een kromgegroeide oude zeeman, drukt zijn spijt uit over het niet stranden van een stoomschip dat gisteren vlak voor de kust moet geweest zijn, ook over het niet stranden van het zeilschip dat op 1 october vlak bij de gronden is geweest. De auto kan op de terugweg plotseling niet verder omdat er geen benzine meer in is. Met Metz gewandeld naar Oudeschild en vandaar weder met de auto naar Den Burg. De paarden zijn hier nog erg bang voor de auto. Er zijn hier twee auto's.'s Avonds gegeten bij Gaarlandt, die een lieve vrouw heeft. Gaarlandt is een flink ventje, dat wel in de smaak valt te Texel. Een gezellige avond. Mevr. Gaarlandt speelt heel aardig piano van Liszt en Chopin.
20 jan. 's Avonds diner met oud-zeeofficieren [...] een partijtje weinig interessante mensen moet ik tot mijn leedwezen zeggen. Karel [Boissevain] houdt een speech op de Koningin met zalvende stem, niet om aan te horen en het gehele diner is een taaie geschiedenis en kost mij ongeveer
f 18.-. 't Enige interessante was een partijtje dronken Leidse studenten, die vergezeld van hun vriendinnen een fuifje hadden in een kamer dicht bij de onze. In weerwil van die dronkenschap waren die jongens mij toch sympathiek. Ze liepen dronken door de corridor, zaten op de trap, de vriendinnen waren niet dronken. Op zijde in de corridor een strijkje uit Wenen met een paar aardige meisjes die mandoline speelden. Er werd lustig gezongen en ik moet zeggen dat zij niet onhebbelijk waren.
21 januari. Zondag, vroeg op. Tom kwam mij om 6 uur porren, 't dooit, maar wij gingen er toch met ons tweeën van door, namen de trein van 7.50 naar Purmerend, zagen bij aankomst daar niemand die aan schaatsenrijden dacht, een mistige dag, dooiweer. Vroegen naar de weg, kwamen op de ringvaart van de Purmer, gemeen ijs. Ik had Tom zijn lasso laten meenemen. Langs de oeverkant van de ringvaart aan het touw naar Edam. Hoorden daar van een Volendammer wiens bijnaam "Pinkoff" was, dat het ijs naar Oosthuizen en Hoorn zeer goed was. Bijna niemand op het ijs. Flink hard gereden naar Hoorn. Komen te 1 uur te Hoorn, eten bij Dalmeyer, bezoeken het Museum waar het geweldig koud is en vertrekken ongeveer 4 uur van Hoorn. Heerlijke tocht.
23 januari. Gedineerd bij Dudok van Heel met allerlei oninteressante mensen. De besten waren de heer en mevr. Heldring, een broer van Heldring van de Stoombootmaatschappij. Ik had een ere plaats. Het diner was van Couturier. Stef van Heel is een aardig goed lief vrouwtje. Wat een last kan je toch van geld hebben. Wat een onbeduidend partijtje mensen! Een vervelende avond.
27 januari. Concert Pensioenfonds groot succes. Er is nu al 80.000 gulden op de boekjes van de orkestleden, dat ik dat pensioenfonds heb opgericht is tenminste één goed ding dat ik gedaan heb in mijn leven.
2 februari. Het vriest de laatste dagen weder geweldig maar ik waag het toch om naar Terschelling te gaan. Ben daarom donderdag naar Leeuwarden gegaan omdat Enkhuizen-Stavoren tot nader order gestaakt is. Vrijdagmorgen naar Harlingen, 's avonds vergadering van de commissie te Terschelling. De volgende dag in harde vorst en sneeuwstorm naar Midsland gewandeld, de weduwe Spanjer opgezocht en de smid Swart, naar aanleiding van de sollicitatie naar motordrijver Brandaris van zijn zoon, ook de nieuwe bootsman Dekker van Midsland opgezocht. Bij Swart speelt het dochtertje wat voor mij op de viool.
Als mijn zoons in de Marine komen, dan geef ik hen de volgende goede raad. Gaan zij er uit, omdat de Marine hun niet bevredigt, of om andere redenen, dan moeten zij 1e zo mogelijk te Amsterdam zich vestigen. Het komt er dan niet op aan of de betrekking die zij dan krijgen aanvankelijk mooi is, maar ze moeten zorgen dat zij in de betrekking die zij aanvaarden slagen en dan langzamerhand zich trachten te verbeteren. Geduld hebben! Toen ik uit de Marine kwam werd ik administrateur van het Concertgebouw.
Vrijdag 9 febr. Als ik zondag niet van Terschelling was vertrokken zou ik daar zijn ingevroren tot heden. In weerwil van de dooi heeft de Elfstedentocht woensdag toch plaats gehad, gewonnen door Coen de Koning in 11 uur 50 min., prachtig, 196 km. Ik hoop dat Tom en Alfie die tocht eens zullen me
demaken. Hilda heeft de laatste dagen Mengelberg voorgelezen terwijl hij door Th. Schwartze wordt uitgeschilderd. Zij leest dan voor uit Faust II.
Maandag 12 februari. Ben de laatste tijd druk aan het schoolbezoek en begin mij een weinig meer in die omgeving thuis te gevoelen. Maar schoolmeesters blijven over het algemeen saaie droge kerels. Op mijn spreekuur komt een geweldig grote man, een soort prijsboxer, zo ziet hij er uit. Hij komt meedelen dat hij zijn dochtertje niet naar school heeft gezonden. Hij gelooft dat de juffrouw het land heeft aan zijn dochtertje. Lang verhaal over dochtertje dat "eau de quinine" gebruikt voor het haar, de juffrouw kan de lucht niet verdragen, zet haar op de achterste bank, plaagt haar enz. enz., ook de bijzondere dracht van het haar, van die duitse knoedeltjes boven de oren, geeft aanleiding toe onaangenaamheden. De fles eau de quinine wordt voor mij op tafel gezet. Ik vraag hem wat hij is - hij is koffermaker. Of ik die nieuwe volcanische koffers al ken? Jawel. Hoeveel werklui heeft u? Twintig. Daar zijn zeker ook goede en slechte onder. Ja, die slechte kan ik niet verdragen, want ziet u, ik ben nogal driftig. De geweldig grote man zit ondertussen erg te transpireren. Je zou zo'n slechte werkman wel eens een draai om de oren willen geven, zei ik. "Dat heb ik wel gedaan", zei de grote man, "maar 't is niet zo goed". Toen had ik hem. "Zo'n juffrouw heeft het ook wel eens moeilijk", zei ik, "en de lucht van eau de quinine in de klasse is naar mijn gevoelen bepaald hinderlijk."De man ging per slot van rekening zeer zacht gestemd heen en ik beloofde hem dat ik het hoofd der Comeniusschool zou verzoeken hem nog eens te laten komen.
1
2 febr. Vergadering concertbesturen - zeer langdradig geklets over het engageren van 5 solisten. Die provinciemensen vinden 't hoogst belangrijk. 's avonds diner bij Van Laer, waarvoor Ogtrop het menu heeft gemaakt, prachtig diner. Mr. dr. baron P. Th. (nog een paar voorletters) Creutz, wordt flink dronken. Hij was dit jaar 2e candidaat voor de Rekenkamer. Ik zit tussen Schlegel, die altijd aangename jeugdherinneringen bij mij opwekt, hij looft Mik [Vaders oudste zuster] als zijn beste en meest begaafde leerling, en Hodenpijl, die een brave kerel is. Mengelberg gaat 10 uur naar Londen. Na afloop Van Rees, Van Ogtrop, Freyer en ik nog een biertje gedronken in Salvatoro. De tong van Ogtrop werd op het laatst erg dik. Wij hebben nogal om hem gelachen.
Op het diner is ter sprake gekomen het niet openen van de Staten-Generaal door de Koningin. Was het omdat zij gebelgd was op de socialisten. Het heeft de indruk gemaakt dat zij bevreesd was en dat mag niet. Een Oranje mag niet bang zijn, zegt Sillem, en zo is het.
2 maart. 's Avonds danspartijtje bij De Beaufort, Herengracht 140, het huis waar mijn moeder geboren is. Het is een prachtig huis, behalve de gang, die vrij nauw is. Ik danste niet met mevr. Schröder, hetgeen me naderhand speet, omdat ik van Hilda hoorde dat zij vindt dat ik op Goethe lijk.
3 maart, zondag. Naar de Nieuwe Kerk, ds. Doevendans. Die man spreekt goed. 's Middags in het Concertgebouw waar Elisabeth Boeken v. Endert zingt. Zij is nog mooier geworden, heeft een schitterende japon aan. Haar gezicht is iets ernstiger geworden door de ellende die zij door heeft gemaakt toen haar man of haar gescheiden man zich voor het hoofd schoot. Maar aan grappen geen gebrek. Zij is zeer charmerend. Na het concert naar mevr. Schwartze, waar de nieuwe schilderij, het portret van Mengelberg gezien. Wel goed, maar zij maakt toch alle gezichten die ik van haar gezien heb een beetje slap, geeft er iets joods aan. Bij Schwartze uit Lizzie Ansing zich tegenover Hilda op bewonderende wijze over mij. Wij nemen afscheid van Elisabeth, die met Hodenpijl die haar als een politiehond bewaakt, naar het hotel gaat.
5 maart, Dinsdag. 's Middags woon ik een vergadering bij, uitgenodigd door Prof. van Heel c.s. ter bespreking van de Paleis-Raadhuiskwestie in Krasnapolski. Vanuit de Warmoesstraat heeft men nu de huizen daar gesloopt worden een mooi gezicht op het Paleis.
6 maart Woensdag. 's Avonds gegeten bij Charles en Marie [Boissevain-Pijnappel], waar ook Vader en Moeder. Charles is iemand die mij altijd prikkelt. Ik geef niet veel om zijn hersenen, hij loopt voortdurend uit zijn roer.


      
Charles E.H. Boissevain,

Wij hebben het over het optreden der suffragettes in Engeland die in Regent- en Bondstreet vele winkelruiten hebben ingegooid. De mijnwerkersstaking in Engeland neemt grote afmetingen aan. Door de staking krijgen vele werklieden van fabrieken, die zonder kolen niet kunnen werken, gedaan. Er zijn dientengevolge ongeveer 1.000.000 mensen zonder werk.
's Avonds vergadering in American Hotel ter bespreking van een scheepvaarttentoonstelling.
9 maart. Uitvoering van de 8ste symphonie van Mahler, die een overweldigende indruk maakte. Nog zelden zag ik het publiek in het concertgebouw zo enthousiast, en dan nog wel een Toonkunstpubliek, dat bij ons als saai te boek loopt. Ik vind het 1e deel bepaald mooier dan het tweede. Hilda zong met heel veel vuur mede.
Zondag 10 maart hadden wij eerst 's middags een hele mooie uitvoering van de 4de symphonie van Mahler, met mevr. Loman voor de solo, en 's avonds was het merkbaar bij de herhaling van de 8ste, dat Mengelberg en het orkest en het koor moede waren.
13 maart naar Scheveningen om een voordracht te houden over het Reddingwezen. Heb daar gelezen voor een 200tal schippers van bommen en loggers, de plaatselijke commissie was er ook - heel aardig. Ik ben 's nachts halftwee teruggekomen van Scheveningen.
20 maart. Naar De Cocksdorp. Te Oosterend op Texel woont een oud man die als jongetje alleen in een boot uit zee is komen aandrijven. Hij was Engels, men noemde hem toen maar de "Boy". Hij wordt nu genoemd Simon de Booy.
Zondag 24 mrt. Heden morgen naar de Remonstrantse kerk met Hilda. De kinderen zijn naar Drafna. Daarna thuis nog eens nagelezen de kwestie van de Arminianen en Gomaristen en het sterven van Oldenbarnevelt.
's Avonds de orkestrepetitie van Te Deum van Diepenbrock bijgewoond. Een gezellige dag met Hilda.
dinsdag 16 april. Gisteren teruggekomen van de Sparren, waar de Paasvacantie doorgebracht. Ik reisde iedere dag op en neer.
Zondagavond op Drafna gegeten met Olga en Bram [Van Stockum-Boissevain], die teruggekomen is. Bram zeer sympathiek. Met hem over de landsverdediging - Marine - gepraat. Hij wil torpedoschepen, onderwaterlanceerbatterijen aan de wal en onderzeeboten. Is vast overtuigd dat zij zeer goed zouden kunnen winnen. Ethel Gorner gaat morgen weg naar de Bentincks. Zij wordt heden 19 jaar en wij hebben haar uitgefuifd. Ze moet een nurse-uniform dragen en ziet er nogal aardig uit.
14 juli op de Sparren. In lange tijd niet ingeschreven. Wat is er al niet gebeurd. Ik krijg vioollessen van Herbschleb, geniet er zeer van al kan ik niet genoeg studeren. 13-22 juni met Alfred [Boissevain] gewandeld in Zwitserland. Geheel verbrand en vervellende van de laatste tocht die 18 uur had geduurd.
Fragmenten uit een brief van Han de Booy aan zijn schoonmoeder
Kandersteg, june 20th '12.Dear Mother, Our trip was an immense success. Yesterday we did our "pièce de resistance". [...] We came to Kandersteg by the Tschingelgletscher, Mutthornhütte (2900 mrs) and the Petersgrat (3200 mrs) and the Kanderfirn. We arrived here yesterday at 8 o'clock in the evening having been underway nearly 18 hours. Our faces especially the noses and lips are very much swollen, the lips have about twice the ordinary size and Alfred has grown a beard. We left the hotel at 2.30 in the morning (it is nice climbing in the dark) and walking over the snow we reached the Mutthornhütte at 6.45. We were the first party of this season [...] We did not like our guide from the beginning. He seemed to have no end of time, so that when we went down the snow was beginning to get soft. It was awful. You put out your right leg, it goes in till the knee, put out your left leg, pull out your right and the left goes in till the knee. It was exasperating, extremely tiring. At last we swore at the gletscher, tried creeping, and rolling. All this time the guide was walking a long way in front as if he was walking on an even polished floor. At last we reached the spot were we left our sacks and as we thought we would never reach Kandersteg we decided to go back to the hut and sleep there. In the hut we dried our boots and socks and I read a while in the visitors book. This made me feel a bit ashamed that we had given in and when a man came up from Lauterbrunnen with a guide who told that they were going back to Mürren we felt that we ought to try and reach Kandersteg in spite of the soft snow.[...] We left the hut at 1.20 p.m. and discovered that the snow was softer, but this had the effect that the guide, who carried the rücksacks, went in as well as we which was a great advantage as we could walk in his steps. We followed an endless gletscher, the Kanderfirn, we walked on this gletscher for 2½ hours. This gives you time for reflection and it bethought me how good it would be for our country if Mr. Talma made a law prescribing that every member of the 1st and 2d chamber must make a certain number of tours in Switzerland every year. There is nothing like making a tour as we did!
It was very hot and it grew much hotter still, when we came to the morraine, and endless awful morraine, nasty to walk on. We had an hour of morraine and got in the Gasternthal, which proved to be very hot and also endless but beautiful. But we were in a state of mind that does not appreciate the beautiful.
It is wonderful how these mountains get hold of you. I sometimes think:"do I climb the mountain or have the mountains climbed me."
17 aug. - 24 aug. Prachtige zeiltocht met Mavourneen met de jongens. Ik vind die tocht een mooi stuk werk.
Olga is deze dagen benedengekomen met de opmerking dat "zelfs vervelend werk prettig wordt als men het maar goed doet". ze is 7 jaar oud. Doet nu alles netjes.
7 october. Ik ben zaterdag en zondag met Hilda in Den Haag geweest met kleine Olga. Wij brachten bezoeken. 's avonds per tram naar Rijswijk. Daar wonen Bram en Olga in een hokkerig huisje in een rommel. Soupeerden brood met garnalen. Zondagmorgen na het ontbijt naar Scheveningen, waar het prachtig was op de pier waar bevallige Haagse meisjes rondwandelden - de zon was zo lekker warm en de zee zo kalm. Terug naar Rijswijk, daar rijsttafel gegeten waarvoor Bram de rijst kookte in een nieuw door hem ontdekte rijstkoker waarmee hij geld hoopt te verdienen. Over de torpedo's hoor ik hem niet meer spreken. Ik vind hem een stakkerd met al zijn uitvindingen en Olga is ook een stakkerd. De rommelige omgeving, slordige meiden enz. enz., maakten dat wij een treurige indruk kregen van hun leven. 's Avonds met Olga terug naar Amsterdam, reisden 1e klas vanwege de drukte.
(Bram van Stockum wordt ook genoemd in de herinneringen van Jim de Booy (blz. 19-20), die hem in de Marine ca. 1915 gekend had en hem zeer waardeerde).


Familie van  Stockum in 1912. vlnr Hilda Gerarda, Olga Emily, Willem Jacob, Abraham Johannes

Vanavond hebben Tom en Alfi weder eens een ouderwets robbertje gevochten, maar gingen als vrinden naar bed. Veel gesjouwd met allerlei meubels van de ene kamer in de andere met het gevolg dat de salon wel wat gezelliger is geworden.
20 oct. Ontmoette vandaag op het Concertgebouw de heer en mevr. Scriabine, aardige mensen. Hij zeide het zo aangenaam te vinden hier in Holland "gequilibreerde" mensen te ontmoeten, noemde de Russen "Très profonds, nerveux", angstig, zoekend, melancholiek. "Oblomows" bestonden er in Rusland niet meer zeide hij, maar gaf toe dat de Russen zeer contemplatief zijn. Chrik had het er gisteren over wat er zou gebeuren als de mogendheden het eens aan de stok kregen. Hij geloofde niet dat wij onze onafhankelijkheid zouden kunnen bewaren. Natuurlijk, als wij allen geloven dat het niet gaat, dan zal het ook niet kunnen. Mijns inziens zal het wel kunnen, als wij maar willen. De Socialisten zijn een groot gevaar voor onze onafhankelijkheid. Er is oorlog tussen Turkije aan de ene kant en aan de andere kant Montenegro, Servië, Bulgarije en Griekenland. Vrede tussen Turkije en Italië. Die oorlog is niet veel geweest.
23 oktober. Gisteren met Hilda, Tilly Mengelberg en de dames Heller een bezoek gebracht aan de diamantslijperij van gebr. Asscher in de Tolstraat, de firma die de Cullinan voor Edward VI hebben geslepen. De jonge Asscher, een Jood met een flink uiterlijk, meer een Assyrisch uiterlijk zou ik zeggen, er was kracht in dat gezicht. Hij vertelde van de Cullinan, waarvan een model op tafel lag, ook de Cullinan in geslepen toestand, namelijk in 12 (?) stenen. De grootste wordt in kroon of scepter gedragen. A. vertelde hoe Edward VII vriendelijk en gewoon was, bijzonder aardig, hoe hij van het geschenk van Botha drie stenen aan A. gaf, zeggend "I want to sell these three" en hoe A. ze van de koning kocht. Hoe later een boom in diamanten was gekomen en Botha de stenen had willen terugkopen voor de koopprijs en ze ten slotte had gekocht voor de marktprijs en ze had ten geschenke gegeven aan de tegenwoordige koningin van Engeland, die dus thans de gehele Cullinan weder bijeen heeft. Een eigenaardige geschiedenis. Hij vertelde verder hoe men eerst de steen in Engeland had willen doen slijpen en hij dit geweigerd had, hoe de koning ten slotte had toegegeven en hij met de steen in zijn zak en een revolver er bij vertrokken was. Toen van de agitatie van het kloven, maar hoe alles prachtig gelukt was. Er werken 550 werklieden, waarvan 150 christenen en de rest joden. Las vanavond in de courant dat de hoop van de Koningin wederom verijdeld is, de hoeveelste maal is dat nu, wat moet daarvan op den duur komen. Die arme Koningin. Heden gezwommen in het Zuiderbad, lekker. Ik weeg nu 83 kg naakt, dit moet minder worden. 5 kg minder zou ik zeggen. Heb in de laatste tijd een knobbeltje gekregen in de palm van de rechterhand. Jicht?
(Later bleek dit het begin van een "Dupuytiense vingercontractuur" te zijn, waarvoor Vader zich, toen hij daardoor niet meer goed kon vioolspelen, op 70jarige leeftijd liet opereren, met goed succes.)
Wij hebben maandag 28 october Vaders 70ste verjaardag gevierd op Drafna. Op de Sparren logeerden Jan van Hall en Hessie met 4 kinderen, verder mevr. Mengelberg. Dan waren wij er met ons vijven en 2 meiden, dus 14 samen. Hilda had heel wat werk om dat alles te regelen en deed het prachtig! Het feest was zeer geslaagd. 's morgens kreeg Vader het karretje en hitje. Wij ontvingen met gezang, Mary, Hilda, Charles en ik, dat heel mooi was, het bekende Russische kerklied. Diner hotel Bredius, ik zat naast Lady Salt, die ik cousin Cissy noem, een lief aardig mens. Verschrikkelijke speeches van Charles, die al maar weer doelde op een spoedig heengaan van Vader. Ik vind Charles eigenlijk een wanhopige kerel, ontoerekenbaar, een gevaarlijk mens in zekere zin.
Donderdag 31 oktober. Naar Nieuwediep waar de vlet bezichtigd met het oog op aanbrengen luchtkisten. Theo en Cateau [de Booy-De Geer] bezocht. Het is tegenwoordig niet gemakkelijk commandant te zijn in de Marine. De geest onder het volk is er niet beter op geworden in de laatste jaren. Een georganiseerd verzet heeft plaats door de Marine
matrozenbond, waarvan bijna allen lid zijn. Theo heeft er op de Utrecht in de West geen last van gehad, heeft het op de Heemskerk in Nieuwediep dadelijk gemerkt toen de equipage om de een of andere kleinigheid ontevreden meende te mogen zijn. Toen werden de sloepen niet of slecht opgehesen. Dit is het gewone verzetsmiddel. T. heeft de equipage toen voor de boeg laten komen en toegesproken, met het gevolg dat de sloepen "op vlogen". Een seiner heeft daarna in een vergadering van de Bond de bemanning van de Heemskerk verweten dat ze zichzelve een slag in het gezicht had gegeven. Men had moeten blijven weigeren de sloepen op de hijsen etc. T. kreeg van een bevriend "mindere" mededeling van wat gebeurd was, waarna hij heeft gedaan gekregen dat die matroos 1e kl. seiner werd overgeplaatst, ook een andere die zich op ongepaste wijze over T. had uitgelaten.
Zaterdag 2 nov. Naar de Sparren voor een samenkomst met Schönfeld, de koper van het stuk land naast mij en met Neumeyer, de landmeter. Wij krijgen nu het larixlaantje en verliezen het kale puistje. Bovendien krijgen wij
f 150.- Ik vind dat wij er goed afkomen. Die Schönfeld maakt een aangename indruk en ik was wel een beetje beschaamd over die f 150.- die ik gevraagd heb, nu ik zie dat de ruil toch al goed voor ons is. Tom is bezig aan een schermcursus met andere padvinders. Hij en Alfi vorderen aardig met de muziek.
Zondag 3 nov. Hilda en ik naar Concertgebouw, waar 8ste van Beethoven, prachtig, en een concert van Vivaldi door Kreisler, ook prachtig. Een concert van Weingartner kan ons, evenals de man zelf, niet bekoren. Vandaag nieuwe kelners met blauwe rokken en rode vesten van de nieuwe buffetpachter, die begint met bij ongeluk thee en koffie gemengd te schenken, wat niet lekker is. Vandaag naar de Nieuwe Kerk waar Ds. Schuller tot Peursum spreekt over Galaten 5 vers 13. "Want gij zijn geroepen, Broeders! allereerst gebruikt de vrijheid niet tot een oorzaak voor het vlees, maar dient elkander door de liefde." Ds. S. is een beschaafd ontwikkeld man, maar mist de nodige warmte, Toch hoor ik hem graag. Het is vandaag erg los weder, zon en regen en wind.
Zondag 10 november. (naar kerk). Bevond bij thuiskomst dat Alfred niet met Tom en Olga zoals bevolen was aan de Amstel was gaan wandelen, maar daar dadelijk was omgedraaid. Hij was nog niet thuis. Kwam later. De snoodaard was de De la Portes tegengekomen, die hem mede hadden genomen naar Artis. Gaf hem een standje en hij beloofde zo iets niet meer te doen. Ik was boos op hem, had zelfs een wicket in mijn kamer gezet met het doel hem iets te laten voelen op zijn achterwerk, gebruikte de wi
cket echter niet, doch sprak hem kalm toe en met effect.
15 nov. Hirsch op het Leidseplein is geopend, heeft "mannequins" laten komen uit Parijs en L.N.
Vermogen heeft van deze gelegenheid gebruik gemaakt om een "tea" te organiseren. Hilda heeft in een onbewaakt ogenblik ook toegestemd en schenkt thee bij Hirsch terwijl afzichtelijke prostituées uit Parijs in hoogst onpractische japonnen, waarin ze niet kunnen lopen, door de zalen schuifelen. Het spijt mij dat L.N. Vermogen niet fijngevoeliger is, maar Beukers is een ploert en een burgerman.
21 november is Hamilton gestorven. Bettie in eetkam
er zittende in een stoel bij het vuur. Chrik en May. Later kwam Jim.
23 nov. hebben wij Hamilton begraven. Ik kan niet zeggen hoe ik Bettie bewonder. Hamilton zou 23 nov. juist twee jaar geworden zijn.
Maandag 25 november. Olga weet dat St. Nicolaas niet meer in levenden lijve rondreist op een paard enz. maar desniettemin zingt zij voor de kachel en zet water en brood klaar voor het paard. Jo [zijn zuster] at hier gisteren en bleef bij ons logeren, zij voelt zich eenzaam en ongelukkig alleen te Haarlem, zou dolgraag Bettie naar Amerika terugbrengen, grijpt elke gelegenheid aan om uit Haarlem te gaan, 't arme kind.
(Hamilton was het zoontje van vaders broer Just. Blijkbaar was diens vrouw Bettie met het kind op familiebezoek naar Nederland gegaan. Jo de Booy had lang met haar twee zusters samengewoond na de dood van hun vader, maar de jongste was gestorven in 1907, en Mik was directrice geworden van een van de Heldringgestichten, zodat Jo alleen overbleef waar zij niet goed tegen kon. Later heeft zij enige jaren in Bilthoven gewoond samen met Mik, die inmiddels gepensioneerd was, en hun broer Chrik, die in 1923 zijn vrouw verloren had.)
28 nov. Donderdag. 's Avonds Arnold Schönberg in het Concertgebouw, Pelléas et Mélisande, een werk van hem van voor 11 jaar. Het was lang maar mooi. Door de grote meerderheid van het publiek koel ontvangen. Hij is een klein levendig mannetje. Kaal hoofd, expressief gezicht, flinke ogen, Jood, beweeglijk. Een gunstig uiterlijk.
29 nov. Er is grote opwinding te Amsterdam onder de Joden wegens het optreden van de firma Ferwerda en Tieman, huurder van Trianon in Hirsch, die om een net publiek te behouden Joden en dergelijke mensen duurder laten betalen. In de couranten staan nu allerlei verontwaardigde berichten, ook van (huichelachtige) Christenen. Congres te Basel tegen de oorlog, van de Sociaaldemocratie. Men moge hierover sceptisch denken, de richting moet men toch sympathiek vinden. Een oorlog van de proletariërs tegen de oorlog door werkstaking, zonodig revolutie.
5 december, 's morgens bestuursvergadering Concertgebouw op het kantoor van Van Ogtrop. De herrie tussen Mengelberg en Hekking weer afgelopen. 's middags boodschappen voor St. Nicolaas, 's avonds heel gezellig met Jo, de kinderen erg in hun schik. Vrij vroeg afgelopen. Alfred krijgt een horloge.
Zaterdag 7 dec. 2 uur trio met mevrouw Heldring en Canives. Ik speel slecht. Wij spelen 3e trio van Beethoven en 1e trio van Mozart. Moet studeren. 's Avonds uitvoering Requiem van Verdi, de klanken zijn prachtig maar de soort van muziek is volgens mij een beetje laag bij de grond. Het Dies Irae is belachelijk. Nemen Diepenbrock en Elisabeth mede naar huis waar wij broodjes met paté eten van de paté die Charles aan Hilda heeft gegeven, en Moezelwijn drinken. Wij spreken over het orkest. Ik ben verbaasd te horen dat het orkest, dat ik altijd heb gedacht het mooiste te zijn in Europa volgens D. niet het mooiste is. De strijkers zijn slecht volgens D. Frans orkest beter, veel meer technisch. Hier slechte discipline. Ik vraag of individualiteit in een orkest tot zijn recht kan komen en moet bewaard blijven. Diepenbrock zegt, heel moeilijk te beantwoorden. Hij zegt dat het orkest nog lijdt onder de nalatenschap van Timmer, die alles beschouwde van het standpunt van Mozart, alles betekende. 12 uur naar bed. In de nacht komt kleine Olga onze kamer binnen, zegt dat ze niet kan slapen omdat ze gedroomd heeft dat er iemand dood ging. Bij moeder in bed die dientengevolge niet veel sliep. Later weg. Ze komt dan om 8 uur terug om te zeggen dat haar nieuwe horloge stilstaat.
14 dec. zaterdag. Naar het boothuis om de nieuwe vlet voor Gaast te zien, een heel mooi vaartuig. Op het Mariniersplein spreekt een licht beschonken bootwerker met gunstig voorkomen - een grote knappe man - ons aan en biedt sigaren aan, die ik en v.d.Poll niet aannemen, toen bood hij zijn hand aan, die wij ook niet aannemen en vraagt van wat voor klasse of wij zijn. "Ik ben van alle klassen" zegt v.d.Poll. Of wij er wat voor zouden voelen dat hij wat meer kreeg, zei de werkman. Thuisgekomen speet het mij dat ik zijn hand niet aangenomen had. Hij leek mij een flink
e eerlijk man. Waarom heb ik die hand niet aangenomen. Omdat ik het gek vond of omdat ik huiverig was dien man, die een beetje dronken was, de hand te geven?  Tom en Alfie vanavond naar een danspartij bij Voûte, allebei in een zwart pak. Tom voor het eerst in hoge, omgeslagen boordjes, waarop hij erg trots is. Alfie vindt het vervelend naar zo'n danspartij te gaan. Er zijn tegenwoordig zoveel nieuwe dansen en zij hebben geen dansles gehad.
19 dec. [na een concert in Haarlem]. Op terugweg thee gedronken in Grote Houtstraat 99 (nu restaurant, vroeger door ons bewoond). Zat thee te drinken dicht bij onze oude achterkamer, wat een herinneringen. In de gang het uitgesleten marmer waar de knikkers in bleven liggen 38 jaar geleden. De kast onder de trap nog onveranderd. Het fonteintje!
21 dec. zaterdag. Om 4 uur naar Melvill en met hem gepraat over gymnastiekonderwijs, het wenselijke van zwemonderricht op de lagere scholen.
23 maandag. Melvill komt mij op kantoor een hele verzameling gymnastiekliteratuur brengen.
De kersttijd is voor mij een bijzonder onaangename roezige tijd. Voor de kinderen is het goed op de Sparren te zijn. Ik vind het tamelijk. Ik kan mij weinig van deze dagen herinneren, al is het maar een paar dagen geleden.
26 december. Tom's verjaardag. Hij wordt 14 jaar dus zo oud als ik was in l88l. In 1883 kwam ik op het Instituut. Het komt mij voor dat de kinderen tegenwoordig meer zelfbewuste mensen zijn dan in mijn tijd. Feestdiner op de middag waar Alfred Tom zo hard hij kon op zijn tenen trapt, hetgeen grote indruk op Tom maakt.
28 dec. Naar Th.H.
Heemskerk op de audiëntie om te vernemen hoe het staat met het inspecteurschap van het Zeevaartkundig onderwijs. De minister heeft een aardig gezicht, zeer expressief, trekt hele malle gezichten zodat ik moet lachen. Hij zeide mij om maar eens de Kamerverslagen te volgen om te zien wat er over gezegd wordt. Blijkbaar heeft hij de zaak nog niet erg bestudeerd.
Dinsdag 31 december. Riet van Heel logeert bij ons op de Sparren. Wij lazen 's avonds een stukje uit de Bijbel, de brief van Paulus aan de Corinthiërs. Het is niet aangenaam op Oudejaarsavond bezoek te hebben. Ik hoop dat het niet meer zal gebeuren. Het zijn op de Sparren gedurende de Kersttijd vind ik maar heel matig. Wij aten heerlijke oliebollen en daarna, nadat de kinderen naar bed zijn naar Drafna, waar wij gezellig souperen, met Vader en Moeder en champagne drinken, om 12.30 naar bed.

1 9 1 3
Woensdag 1 januari. Ik ben in het jaar 1912 waarschijnlijk niet rondgekomen met mijn inkomen, maar het zal niet veel schelen.
Vrijdag 3 januari. 9 uur naar Petten, per tilbury met een voerman die Van der Horst (?) heette, die 8 jaar lagere school, 3 jaar burgerschool en 2 jaar landbouwschool achter de rug had en toen bij de koeien. Hij had elke dag 10 koeien te melken, 2 x, hetgeen voor een goede koe, die 10 liter melk per dag geeft 10' duurt (per koe). Elke dag 5 uur op in de winter, 4 uur 's zomers. Hij was zeer tevreden, 't gaat goed in de landbouw en veeteelt. Hij was liberaal blijkbaar. Hij zei niet te voelen voor onafhankelijkheid. Onder een andere natie zou het niet zo gauw slecht worden, dacht hij. Ik vrees dat het gevoel van liefde voor onafhankelijkheid en liefde voor het vaderland in zijn zuiverste vorm in Nederland aan het afslijten is of bij velen reeds is afgesleten. Verder vertelde hij veel van zijn diensttijd bij de vestingsartillerie op fort Erfprins in Den Helder, hoe hij niets had uitgevoerd en toch korporaal was geworden, hoe er niets was gedaan, geen discipline was en het eten slecht was omdat het door slechte koks was klaargemaakt en hoe het er smerig was. Alles bedroevend om te horen.
Zondag 5 januari.'s Morgens repetitie in Couturier en 7¼ diner. Aardige partij, hoewel heel warm. Charles houdt erg onhandige speech waarin hij erop wijst dat het kringetje echte vrienden van Mengelberg eigenlijk heel heel klein is (natuurlijk hoort hij in de eerste plaats tot dat heel kleine kringetje) en in zijn antwoord zegt Mengelberg dat hij het mogelijk mis heeft. Charles woedend, gelooft nu "dat W.M. teveel gedronken heeft".
(9-19 januari 1913 op de Heemskerk, waarvan zijn broer Theo commandant is, naar Spanje, terug vanuit Lissabon met de Grotius, 27 januari terug.)
9 jan. Theo voor het vertrek heel stil, thans weer opgewekt, zegt dat hij te lang bij de torpedodienst is geweest.
10 jan. Lange vrij hoge deining. Repetitie rollen. Exercitie in de batterij. De dienst maakt geen aangename indruk. Men ziet op zulk een schip niets. Er wordt veel minder gescholden en gevloekt dan toen ik in de Marine kwam, maar het komt mij ook voor een veel dooier boel te zijn. Onze Marine lijdt erg onder de talrijke overplaatsingen. Hoe Theo het uithoudt in zijn warme hut is mij een raadsel. Ik vind hem niet opgewekt, dwz. blijkbaar is de lust en de ambitie er wel wat uit. De 1e officier Hofstede is een sukkel, dunkt mij, zeeziek en bijzonder goedig. Maar geen eerste officier, helemaal niet.
12 jan. Hoge zee, slingeren uit het Westen. Soms harde buien. Ben nog niet zeeziek geweest maar aangenaam is het niet. De 1e officier nog niet te zien.
15 jan.
Mooi weder, kalme zee, zon. Bij Gibraltar passeert een Eng. 3e kl. kruiser. De nederlandse Marineschepeling is slordig gekleed, loopt slordig, is onmilitair, houdt helemaal niet van vertoon, denkt dat hij alles heel goed doet. Ik merk allerlei dingen op die mij zouden hinderen als ik hier geplaatst was en die mij nu hinderen omdat ik ze verkeerd vind. Het optreden van de officieren tegen de adelborsten is te goedig.
16 januari. Mooi weer, kalme zee. Het diner bij de officieren zeer aardig, er waren ook adelborsten gevraagd. Groot verschil, de verhouding dier adelborsten met de officieren, vergeleken bij vroeger. Vroeger sprak bv. de kolonel nooit tegen een adelborst of hij moest een standje hebben. Heb vandaag gesproken met den schipper. Natuurlijk ook over de Bond. Hier in zee merkt men niets van een slechte geest. Zodra men echter iets laat doen dat afwijkt van de gewone regel dan ontmoet men lijdelijk verzet. De schipper zegt dat er te weinig wordt gelet op de belangen der onderofficieren, alleen naar het volk wordt gekeken. Vanmiddag het seinstation bezichtigd met de adelborst Hekking. Het is geen kleinigheid daar gedurende een gevecht te zijn opgesloten, misschien toch kalmer en gemakkelijker dan aan dek de verwoestingen te zien. Met Eikenboom [een van de officieren] gesproken over de tenu equipage, hoe smerig de mensen er uit zien. Hij zegt dat in het buitenland altijd serge gedragen wordt, dat is sterker en goedkoper en bovendien veel netter dan het baai bij ons. Als ze passagieren zien de mensen er netjes uit. Miliciens hebben maar één blauwe broek. Men kan eigenlijk niet vergen dat zij er er netjes uitzien bij het binnenkomen. Men kan ze toch niet hun enige goede broek doen bederven. De stoomsloep met officier van piket Blom ziet er netjes uit. Theo deelt hem met geweldige snelheid een grote hoeveelheid orders mede - anders niet bijzonders - en ga je gang maar - enz. Wat hebben de miliciens over het algemeen een stomme gezichten. Het is zonder twijfel dat de eenige plaats waar ik mij volkomen thuisvoel de Marine is.
25 jan. a/b Grotius. Vanmorgen in de machinekamer. Chinese stokers. voorman, nooit dronken, discipline. Tevreden. Hollandse stokers nog 3 over, 2 dronken. Op de stookplaats niet warm, vuurhaard, alles dicht, aanjager fan.
26 jan. Aan tafel gezellig. De Portugees Rossa doet lange verhalen over de revolutie, hoe de koning en koninklijke familie veel slechte dingen hebben gedaan. De koningin steeds nieuwe Parijse japonnen en hoeden. Veel adellijke monarchisten nog in de gevangenis - of naar Afrika. De republiek heeft reeds veel tot stand gebracht. Rossa was en is nog monarchist. Ik lees vandaag in het Handelsblad dat de Matrozenbond heeft besloten de matrozen weder toe te staan aan wedstrijden e.d. deel te nemen. Ze halen blijkbaar bakzeil.
29 jan.
Drinken An en Gie bij ons thee en biedt Gie mij aan lid te worden van de Raad van Beheer van de Ned. Bouwmaatschappij waarin president is mr. Hendrik S. van Lennep. Het geeft f 600 vast en verder tantièmes die dit jaar f 3000.- zijn.
30 jan. vraagt Jonckheer mij penningmeester van het bestuur te worden van de Ver. De Ruytermedaille. Ik stem toe. Er zitten in: S.P. van Eeghen, e.a. Ernst Heldring neemt zijn ontslag, hij is ziek.
Het aantal betrekkingen enz. die ik waarneem neemt belangrijk toe.
Zaterdag 8 febr. Naar Scheveningen met Tom om te kijken naar de Ingeborg, die ± 3 km benoorden Scheveningen is gestrand, en waar onze motorreddingboot de mensen van gered heeft. Prachtig en interessant gezicht!
's Avonds feest bij Van den Bergh, die benoemd is tot directeur Javasche Bank. De hoofdschotel vormen Pisuisse en Blokzijl en ik vind het verschrikkelijk dat in zogenaamde deftige kringen zulke schuine en smakeloze liedjes kunnen worden gezongen. Ik vind het walgelijk, walgelijk, walgelijk! Waar gaat ons land heen? Kunst 10de rang.
Zondag 9 febr. Tom na ontvangst van zijn rapport helemaal opgefleurd, hij had geen enkele onvoldoende en 7 voor meetkunde. De arme jongen is er erg benauwd voor geweest en zag er dientengevolge zeer slecht uit de laatste dagen, zodat we ons ongerust maakten over hem en hem thuis hielden. Nu bleek bij het ontvangen van het rapport wat de oorzaak was geweest en stelden wij ons bezoek aan dr. Beyerman, die wij wilden consulteren, uit.
Maandag 10 febr. Toen ik gisterenavond thuis kwam vond ik een telegram van Bakker uit Scheveningen meldende de redding met grote moeite van 8 man van een op het Noorderhoofd gestrande logger door onze motorreddingboot. Ik ben daarom vanmorgen vroeg naar Scheveningen gegaan, heb de mannen toegesproken, beloningen en medailles toegezegd en heb de plek gezien waar het schip strandde. Het schip is dadelijk uit elkaar geslagen en het is een wonder dat de mensen gered zijn. 's Middags te Amsterdam vergadering met de districtsschoolopziener waar ik mijn beschouwingen over het gymnastiekonderwijs voorlees (deze te Madrid op schrift gesteld).
Woensdag 12 febr. 's Avonds eten bij ons de heer en mevr. Jonckheer, de heer en mevr. Guépin en Alfred en Mies. Wij hadden oesters met bier en allerlei lekkere dingen die ik mij niet meer kan herinneren en het was bijzonder gezellig zoals ik ook wel gedacht had. Jonckheer was zeer genoegelijk en gaf met Alfred erg op de Marine af. Ze raden mij af Tom en Alfie bij de Marine te laten gaan.
Donderdag 13 februari. Ik 's middags naar het kantoor der Ned. Bouwmaatschappij om kennis te maken met Mendes da Costa, een uitgedroogde Portugeesche Jood met een intelligent uiterlijk. Ik vraag hem hoe men tegenwoordig eigenlijk nog land kan kopen en hij zegt dat ik juist de spijker op de kop sla. Ik wijs hem op Emmen in Drenthe, dat 10 jaar geleden nog een boerendorp was.
26 februari dineren wij bij Loetje den Tex met Bangert, mevr. van Lennep-Sillem, hr. en mevr. van Marle-Sillem, e.a.. Gedurende het eten heeft boven in de salon gedurende twee uren een paar lampen staan walmen, zodat alles bedekt werd met een dikke laag roet en wij daar niet konden gaan zitten. Hilda was moe. Het was een vrij vervelende partij vond ik. Er werd gepraat over Pisuisse en Blokzijl en gelukkig bemerkte ik, dat verschillende van de dames hun liederen niet erg bewonderden, maar waarom applaudisseerden ze dan?
Dinsdag 11 maart. 's Morgens 7 uur naar Zwolle, vandaar per boot naar Zwartsluis, vandaar per fiets naar Vollenhoven, vond daar Arie de Boer en Harmen Visch, voorzitter en secr. der afdeling Vollenhoven van de Visschersbond Juliana. Arie de Boer in een costuum dat ik nog niet gezien had, het lijkt op het costuum der Urkers, maar verschilt er van, en hij legt mij uit dat het het costuum van Schokland is dat in 1856 (?) verlaten werd. Hij werd 1½ jaar later geboren in Vollenhoven. Hij en nog een paar anderen zijn de enige overblijvenden die nog het costuum van Schokland dragen. Naar de boot gegaan die zij gekocht hebben, 't is een lelijke ijzeren bak. Ik betaal hen
f 170.- als bijdrage van de Reddingmaatschappij. Het woei hard uit het Westen. Van Vollenhoven gefietst tegen de wind in via Blokzijl naar de Lemmer, waar ik 6 uur aankwam. Daar intrek genomen in het aardige ouderwetse hotel De Wildeman van Faber. Ik ruik te Lemmer dadelijk bokkum en bestel dat aan tafel. 't Is het enige dat eetbaar is.
Woensdag 12 maart. 's Morgens weer vertrokken van de Lemmer, gefietst door Gaasterland en over Galamadammen en Koudum naar Hindeloopen en daarna naar Gaast. Prachtig weer, weinig wind. Boothuis ingewijd met een paar woorden, met de vlet in zee. De bemanning wat les in het roeien gegeven. De vrouwelijke bevolking helpt de boot weder in het huis hijsen. Daarna koffie en grote tulband bij Van der Leij en feest in de school [...] 3 uur 45 naar Workum, 4 uur 30 per trein naar Stavoren en Amsterdam.
Zondag 16 maart. Naar de kerk, het Avondmaal bijgewoond, in de Koepelkerk Leidsche boschje. Ds. Lammerts van Buuren, heel plechtig en mooi. Ik had nog nooit deelgenomen aan het Avondmaal.
Zondag 30 maart. Ik 12 uur naar Callantsoog wegens grondruil. Gefietst van Schagen, daarna met Burg. Hulst naar Callantsoog gereden in een wagen. Prachtig weer, mooie lucht, prachtig en prachtig. Het gezicht op de Zijpe polder, op de duinen, op de zee!! Nooit moeten wij ons laten inpalmen door de Duitsers!
16 sept. Naar Vlaardingen en Katwijk. Overal haringlucht. 3de klasse gereisd. Katwijk sterke haringlucht in de tram. Twee kloeke Katwijkse vissersvrouwen. Een smeerde haar broodje met de vinger. Daarna in de volle tram vouwden ze hunne handen en baden voor het eten, lang en ernstig. 't Waren nog jonge vrouwen.
22 sept. 's Morgens met Hilda naar de Doopsgezinde kerk Oosterpark. Ds. A.K.Kuiper over de woorden van Paulus:"Ik heb steeds getracht een onergerlijk geweten te hebben tegenover God en de mensen". Heel eenvoudig en mooi. Naar Ds. Kuiper met Hilda over catechisatie Tom. Deze zeer uit zijn humeur dat hij op catechisatie moet. Later bedwingt hij zich prachtig!
30 nov. Gisterenavond heeft Tom 6 paar schoenen uitgezet, Alfred 1 paar, Olga 1 paar met een glas water voor het paard. In alle schoenen wat gelegd.
Ik vind een H in mijn schoen. De drie kinderen vanmorgen allen op de slaapkamer. 9 u. 15 opgestaan.
15 dec. Gisterenmorgen naar de kerk bij Giran, 't was vervelend. 's Middags visites gereden met Hilda, ook vervelend. Gisteren vonden wij thuiskomende Van Randwijck, die wij zeker in 3 jaar niet gezien hadden. Hij heel hartelijk en hetzelfde aristocratische gravenbakkes. Was in Konstantinopel; geweest gedurende de oorlog, aan de legatie, vertelde daar wel aardig van. Hilda, ofschoon over geen hulpmiddelen beschikkende, zorgde voor een prachtig diner, zij het dan zonder vlees. De graaf was zeer tevreden en eenvoudig. Toch blijft hij raadselachtig en is soms wat vervelend. Hij gaf geen fooi bij het heengaan, ik geloof dat hij "pas de sous" heeft.
24 december. Van Heutz sprak een woord voordat Hilda begon [met een lezing over Kartini]. Wel goed. De lezing was een succes. Mijn hele kantoor was er. Na de lezing met Van Heutz en verscheidene anderen naar Trianon, waar een glas champagne werd geschonken. Van Heutz veel aan het woord, wel gezellig, maar niet overbeschaafd. Mevr. Oyens een beetje verlegen zo in Trianon te zitten. Wat zullen de meiden er van zeggen enz. Om 1 uur thuis.
Zaterdag 27 december. Van de Sparren naar Apeldoorn en vandaar gewandeld ruim ½ uur naar Dennelaan, waar Henriette Ortt woont, ten einde mevrouw Ortt nog eens te zien, die langzamerhand vermindert, 83 jaar. Met Henriette gewandeld tot de tram, daarna terug. Aan station Louis, met hem gereisd tot Baarn. 3de klasse.
( Felix Louis Ortt, 1866-1959, jeugdvriend van Hendrik de Booy). Hij heeft een aardig fijn gezicht. Henriette vertelde mij, dat hij niet wettig getrouwd is doch van zijn "trouwen" voor de kinderen alles met een notariële akte in orde heeft gemaakt. De kinderen heten dan ook Ortt. Hij woont op Grijstarchus, Soest, is redakteur van "De Vrije Mensch", heeft alles wat hij bezit weggegeven, een beetje geld van zijn vrouw dient voor de opvoeding der kinderen. Henriette zou hem, als hij ergens bij moest ingedeeld worden, plaatsen bij de "Christen-anarchisten", maar ze gelooft dat er eigenlijk een hok nog voor hem moest gemaakt worden. Met Louis gesproken over watergetijden, over invloed beweging as aarde op watergetijden, perioden van 341 dagen (?) teruggevonden bij watergetijden Nieuwediep.


  Felix Ortt 1866-1959

1 9 1 4
13 januari. Het hotel Phoenix te Leeuwarden is uitstekend, alles wat men wenst, netjes, huiselijk en uitstekend eten. 11.53 naar Harlingen, 1 uur naar Terschelling. 's Avonds naar Midsland gewandeld. 1 uur bezoek burg., en echtgenote, 11 uur 45 terug te Terschelling West. 's Nachts te weinig dekens, koud. bultig bed. Welk een beroerd hotel is dit toch. Moeder Swart is toch een bijzonder flinke vrouw. Als vroedvrouw helpt ze behalve haar gewone werk nog ca. 45 kinderen p.j. in de wereld komen.
14 januari. Flinke vorst, fraai weder. 9 uur met de Brandaris door Thomas Smitgat en terug door Hansegat. Veel branding op Eng. hoek. Wind ONO SK [stijve koelte]. Cupido [schipper van de Brandaris] heeft het weer over het niet hebben van meer reservedrijfvermogen, wil verlichting, zo mogelijk electrisch. Waterballastpomp zou tevens kunnen dienen voor leegpompen achterste afdeling (verblijf) door aanbrengen van een spruit (idee Swart).12 uur binnen. 1 uur 30 naar Kaart schaatsen gereden. 4 u. viool gespeeld met juffr. Wilkens, 6 u.30 op de toren beproeven seinlichten. Vanavond houdt die vervelende professor Kuler een lezing over de geschiedenis van Leidens ontzet. Er werd gisteren in 5 gelegenheden gedanst te Midsland na het schaatsenrijden. Dat duurt tot 12 uur en dan nog wat zingen. Welk een contrast met het gedegenereerd dansen te Amsterdam. Hilda heeft volgens de courant en volgens haar bericht veel succes gehad met haar lezing op maandag.
15 januari. Vandaag terug naar huis. Ben 7 dagen weggeweest. Heb de helft van de lezing van den pedanten professor Küler bijgewoond.
7 maart, zondag. Ik ben dit journaal een tijdlang kwijt geweest. Nu zit ik thuis. Hilda is naar de uitvoering Missa Solemnis van Beethoven, waarin zij meezingt. De jongens zijn net teruggekomen van een Padvinderstocht naar Den Haag (ik vind dergelijke tochten zonder zin). Ze hebben de hele dag in de regen gelopen. Vooral Alfred is flink uit zijn humeur. Ik heb erg het land aan de weinige huiselijkheid van de laatste tijd. Ik moet morgenavond naar Schiermonnikoog, kan niet zeggen dat ik er erg naar verlang. Zal mijn viool medenemen. Wilkens heeft de Brandaris gebruikt voor particuliere zaken, heeft een standje gehad, ik ben benieuwd of hij ontslag zal nemen uit de commissie.
10 maart. Ben gisteren in de Joh. Verhulststr. met het rijtuig door de straat gezakt, gekwetst aan been en linkerhand (glas), het paard met achterbeen in de kuil, de voorwielen geheel in de kuil. Koetsier vloog van de bok over het paard, alles goed afgelopen.
17 maart. Ik weeg 85,5 kilo naakt, dat is 5½ te veel.
28 maart. 's Morgens algemene verg. Zeemanshuis, 's middags naar Den Haag bij Van Deventer. Deze enigszins in verwarring wegens overlijden Dr. Vaillant, de oprichter van de Ver. tot lijkverbranding. Er moeten maatregelen genomen worden dat zijn lijk wordt verbrand, waarvoor wel de inrichting aanwezig is op Westerveld, maar nog nooit gebruikt.
30 maart, maandag. 11e aandeelhoudersvergadering Concertgebouw, verschrikkelijke plannen van Mengelberg. Hij wil "inspecteur", grote uitbreiding van orkest, verhoging salaris buitenorkesten, meer repetities enz. enz. alles onmogelijk. Wat te doen met Dopper en Cornelis? Grote moeilijkheid.
9 mei zaterdag. 's Avonds gaan we naar Witzand van Charles en Marie omdat het de verjaardag van Charles is. Heerlijke wandeling over de heide met Jan van Hall, Hessie, Teau, Fik. Wij spreken o.a. over Bram, die nu uit de Marine zal gaan, juist als Olga begint op te bloeien in haar mooie huis op de Marinewerf en in de omgeving van Marinemensen, die zij eigenlijk nooit gekend heeft. Maar Bram kan die "paperassen" niet verdragen en gaat er uit. Als hij nog wat wachtte zou hij
f 200.- meer pensioen hebben, maar ook dat kan hem niet weerhouden, terwijl hij nog niet eens weet of hij een betrekking aan de Ned. fabriek zal krijgen. Zij gaan wonen in een klein huisje.
21 mei. Thuisgekomen zeg ik Tom dat naar mijn mening de Burgerschool naar de oorlogsschepen moet gaan kijken, waarop Tom zegt dat de meeste jongens ze al gezien hebben en er van spreken als oude vuilnisbakken enz.. Het is duidelijk dat dit alles mij erg hindert en dat ik geen aangename indruk krijg van de opvoeding op zo'n Burgerschool.
22 mei. De koning en koningin van Denemarken komen vandaag te A'dam. Er liggen twee Deense schepen. Van ons liggen er de Brabant, Zeeland en Gelderland en torpedoboten.
24 mei. Tom is niet naar de schepen gaan kijken, noch naar de Deense, noch naar de Hollandse.
12 juni heb ik mij veroorloofd een tennisracket met pers te kopen.
23 juni ben ik jarig. Ik word 47 jaar, ben: oud luit.t/z 1e kl., pensioen 1254,00
, schoolopziener 1000,00, secr. NZHRM 3000,00, Lid raad beheer Bouwmij 600,00, penningmeester Concertgebouw 0,00, secretaris Zeemanshuis 0,00, Mijn inkomen is dus 5854 + 4700 van effecten = f 10554.-
Hierbij komt nog de tantième Bouwmaatschappij ± 1000 en van de Raad v.d.Scheepvaart
f 100.
Met dit inkomen kom ik met veel moeite rond of eigenlijk niet rond in een bovenhuis te Amsterdam van
f 650.- en de Sparren. Het is moeilijk, omgeven door veel rijke familieleden goedkoop te leven.
Donderdag 2 juli naar Rottum. Veel vogels, ook broedende, meeuwen, scholeksters, kleine sterns, bergeenden. Voor de laatste worden de broedplaatsen in orde gemaakt. Plotseling komen ze met groot lawaai uit een gat vliegen: meeuwen woedend, vliegen vlak op mij aan, vlak bij mijn hoofd, kòkòkò, kòkòkò, kòkòkò. De kleine sterns zijn nog nijdiger. De grote sterns broeden niet meer op Rottum vermoedelijk tengevolge gebombardeer der Duitsers van Borkum.
Zaterdag 1 augustus, te Les Contamines. Als wij terugkomen van de Mont Joly zien wij in het kleine dorpje Bathieu [Baplieu] dat geschied is waarover ieder zich zo ongerust maakte. De mobilisatie bevolen van Frankrijk als gevolg van de mobilisatie van Duitsland. Al dagen lang hadden wij erover gesproken. Ernest Mollard zou moeteen vertrekken en zijn zusters liepen al dagen met bedrukte gezichten rond. Bij het naar beneden komen zagen wij bij Bathieu het eerste biljet, we hadden al een klok horen luiden maar wisten niet wat dit beduidde. Tegenover het biljet zaten enige bewoners van Bathieu, een oude man en vrouw, een paar jonge vrouwen met diep bedroefde gezichten, tranen in de ogen, stom van droefheid.
Zondag 2 augustus vertrokken 's morgens de opgeroepenen uit Les Contamines. Ze gingen eerst naar de kerk en daarna vertrokken ze heel kalm, roepende:"Vive la France, Vive la guerre!" De schoenmaker met zijn vreemde snorren, vader van een paar kleine kindertjes, was mij komen vertellen dat een paar schoenen klaar was, maar hij aan de andere niets meer kon doen. Wij hadden in de nacht bijna niet geslapen. Wisten niet wat te doen, blijven of heengaan. Tenslotte zouden we blijven. Toen kwam Reibell en zeide dat de laatste trein voor civiele personen zou gaan om 4.42 van Le Fayet en dat het daarna onmogelijk zou zijn te gaan. Nog niet besloten ging ik naar den maire voor een billet de séjour en een permissie om naar Marseille te gaan. Ondertussen besloten we maar te gaan pakken om klaar te zijn voor het geval we vertrokken. Terwijl wij pakten bemerkten we dat we zouden vertrekken. We pakten het allernoodzakelijkste en lieten alles verder oningepakt over aan de hoede van Mollard.
4.42 van Le Fayet waar geen bijzondere drukte heerste. 12 uur 's nachts te Lyon. Geen trein meer, duizenden soldaten. Het hele station bezaaid met mensen, die op hopen lagen te slapen, de wachtkamer idem, de grond geheel bedekt. Geslapen op het trottoir. Reibell faisait ses cent pas, ontdekte dat militaire trein zou vertrekken.
3 augustus. De stationscommandant raadde hem in te stappen. Toen vlogen wij allen de trein in om 4 uur. De trein geheel vol. Hele lange trein, wel 12 grote wagens. Heel lange reis, bijzonder warm. Komen eindelijk 6 uur te Marseille. Bij het binnenkomen groot enthousiasme van de bevolking. Ik zie een bejaard heer staan die met de linkerhand wijzend op een groen lintje in zijn knoopsgat geestdriftig de gebalde vuist schudt. Slaat ze dood, die vervloekte Duitsers. Wat de Fransen het meest hindert is het gemis aan fijn denken en fijn voelen der Duitsers. Te Contamines had ik een gesprek bij de bakker. Daar zei een van de kopers: "Un Allemand ne sait pas penser." Woede van Reibell over het gemis aan fijn voelen der Duitsers getoond bij binnenvallen Straatsburg. Ze hadden toen het Straatsburgs volkslied gespeeld "Hans im Snogeloch, hat alles wat er woll. Und wat er het dat woll er nett . ." enz.
Te Marseilles naar het hotel Terminus en na het eten dat beroerd was naar den consul.
4 augustus. 's morgens weer naar consul.
Uit een artikel van mijn vader in het Algemeen Handelsblad.
De consul waarschuwde ons vooral niet Hollandsch te spreken op straat, daar 't "ja" de mensen zou doen denken dat we Duitsers waren en dat dat niet ongevaarlijk was op dit oogenblik. Wij moesten vijf dagen te Marseille blijven, wachtende op de Ophir van de Rotterdamsche Lloyd, die ons naar huis zou brengen. Het duurde een paar dagen voordat wij gewend waren aan de groote drukte op straat. Het contrast met ons vredige dorpje in de bergen was dan ook wel zeer groot. We zagen winkels waar alles kort en klein was geslagen omdat de eigenaar een Oostenrijker was, we hoorden van een aanval van het volk op een der grote hotels, omdat er een blonde dame op het balkon had gestaan. Dit alles deed ons de noodzakelijkheid inzien onze moedertaal met het gevaarlijke ja, ja zoo min mogelijk te gebruiken, maar liever Fransch of Engelsch te spreken.
We ontvloden meestal die drukke, maar mooie, met platanen begroeide avenues en gingen naar de Corniche waar het rustig en vredig was en baadden er in die heerlijke blauwe zee. Maar 's avonds in ons hotel was de drukte niet te ontgaan. Dan klonk weer het fluiten der troepentreinen en het gezang der Marseillaise den heelen nacht door. Uit de stad drong soms tot ons door het rhythmische geroep "à Berlin, à Berlin", van groote troepen soldaten door de straten trekkend of het geschreeuw van een menigte, die winkels bestormde, waar men den prijs der levensmiddelen hoog had opgedreven. Eindelijk, Zaterdag 8 augustus, was de dag aangebroken waarop wij Marseille zouden kunnen verlaten. Wij waren te 7 uur 's morgens aan de kade toen de "Ophir" binnenkwam en een gevoel van rust kwam over ons toen wij aan boord waren onder de oude driekleur. De "Ophir" was vol voordat zij te Marseille kwam en zij die voornemens waren geweest over land naar Holland te reizen bleven aan boord. Gezagvoerder en officieren hadden al het mogelijke gedaan om de passagiers die te Marseille aan boord zouden komen, zoo goed mogelijk te logeeren. Want wij waren niet de eenigen die gestrand waren te Marseille. De officieren hadden hun badkamer afgestaan, een plank was op het bad gelegd en zoo was een hut gemaakt. In de kinderkamer lagen lange gebaarde mannen op den grond, een groote hut was in zee door den handigen timmerman in elkander gezet en er waren ook passagiers 1e klasse, die zich moesten vergenoegen met een 3de klasse hut. Wij namen alleen Hollanders aan boord, ter vermijding van moeilijkheden. Maar we hadden toch een klein Duitschertje aan boord, een jongetje van zes jaar, die door zijn vader naar Europa was gezonden voor de opvoeding. Hij reisde alleen. "Ik ben Duitscher" zei hij met z'n eigenaardigen scherp geaccentueerden Indischen tongval. "Als ik Franschman zie, ik schop in zijn gezicht of ik bijt in zijn voeten". Het was hem een pak van het hart toen een Engelsche kruiser ons had laten passeeren. Met een gelukkig gezicht zei hij: "Kommandant heeft gezegd alles Hollanders, maar niet gedacht aan mij, gelukkig, anders ik krijgsgevangen". Des morgens van den 14den waren wij bij Beachy-head. Daarop volgde Dungeness - de hoek van de Singels van onze voorvaders - met zijn vuurtoren en zijn reddingboot, klaar staande op een helling. Maar geen Hollandsche loodsbooten in zicht. We zouden hier geen loods krijgen, als gewoonlijk, doch eerst bij den Waterweg. Hoe trof mij de groote leegte in het anders zoo drukke Kanaal. Vroeger telde ik hier herhaaldelijk 100 schepen en hoe gering was het aantal. Het was mooi weder geworden, wij naderden de kust bij South Foreland. Wij zagen daar schepen op het water, schepen onder water en een schip in de lucht, namelijk torpedojagers, een kruiser, onderzeebooten en een bestuurbaren ballon. Daar gingen vlaggeseinen naar boven, we kregen order onzen weg te nemen tusschen de uitgestrekte Goodwin Sands met zijn wrakken en de Engelsche kust. Wederom werden we geïnspecteerd, ditmaal door een sleepbootje in dienst van de Marine. Ongeveer op den middag waren wij het lichtschip benoorden de Goodwin Sands gepasseerd en konden koers zetten op den Waterweg. We werden verder niet gestoord, ook gelukkig niet door mijnen. Ik had benoorden de Goodwin Sands een aantal trawlers gezien en vernam nu, dat ze naar mijnen vischten. De loods van den Waterweg werd overstelpt met vragen. "Is bankpapier geldig?" vroeg men hem herhaaldelijk. "Ja," zei hij, maar je moet tienmaal over je kop duikelen voor ze een muntje voor je wisselen". Zoo kwamen wij dan te 10 uur 's avonds te Rotterdam.
16 september. Vandaag naar Diepenbrock, die een goed artikel in de Groene Amsterdammer had geschreven. Gesprek over Mengelberg. Mengelberg heeft voor hem afgedaan. M. geheel onder de bekoring van het geld. Minderwaardig stukje van M. in de courant.
Met Diepenbrock naar het Paviljoen, waar wij een oude klare dronken. Op de terugweg ontmoet Anke Schierbeek, die Diepenbrock wat aardig aankijkt met haar vrolijke geestige gezicht. Zij is te Borkum geweest, waar het voortdurend "Deutschland über Alles" was en waar zij uit een café is gezet omdat zij daarvoor niet opstond. Olga vraagt of als de Duitsers in Holland komen, wij naar België zullen vluchten, dan kunnen ze daar een Comité voor Hollandse vluchtelingen maken. Hilda is druk bezig met haar werk voor de Belgische vluchtelingen.
18 september. Van Mengelberg een lange brief gekregen in antwoord op de mijne, waarin ik hem "volslagen Duitser" noem. Gisterenavond Concertgebouw. Tilly zegt dat ze het erg naar zou vinden als ik werd doodgeschoten, "Heus erg naar", daarom ben ik nu maar weer goed op W.M. en echtgenote.
Hier volgt de briefwisseling tussen mijn vader en Mengelberg, tegenwoordig (1995) in het bezit van Tom de Booy te Baarn
Amsterdam, 17 september 1914.165 Joh.Verhulststraat.
Waarde Mengelberg.
Ik heb voor enige dagen het stukje gelezen in de courant, waarin je een en ander mededeelt omtrent je terugreis. Het trof mij dat je blijkbaar niet hebt begrepen, hoe wij Hollanders in spanning verkeerden. In dagen als die wij thans doorleven voelen de Nederlanders sterker dan ooit den band, die hen bindt aan het vaderland. Nog sterker dan anders voelen zij, dat zij gaarne alles over hebben voor de onafhankelijkheid van hun land. Dit gevoel gepaard aan een gedwongen neutraliteit (geen inwendige neutraliteit), die maakt dat zij niet weten tegen wien zij in geval van oorlog zouden moeten optreden, veroorzaakt die spanning. Ik heb groote bewondering voor de wijze waarop Regeering en Volk zich in de dagen van spanning gedragen en zelfbedwang toonen. Dit alles nu in aanmerking genomen zul je begrijpen dat het mij zeer hinderde in je stukje eenige minder aangename opmerkingen over Holland te vinden, opmerkingen die niet hinderlijk zijn in geone tijden doch nu wel. Daarentegen werd de algemene toestand in Duitschland als bijzonder mooi geschilderd, de schoorsteenen rooken allemaal enz. enz. Enfin, je stukje heeft mij erg gehinderd en ik kan niet nalaten dit te schrijven omdat ik anders misschien zou gaan spreken en dat doe ik liever niet.
Ten slotte kan ik alleen dan begrijpen hoe je zulk een stukje hebt kunnen schrijven als ik aanneem, dat je volslagen Duitscher bent en heelemaal geen Hollander. Duitscher zijnde heb je niet gevoeld hoe ons Hollanders zulke uitlatingen zouden hinderen. Hartelijke groeten, H. de Booy
17 sept. '14. "Cher ami" de Booy, Je briefje is geschreven op 't misverstand. Ik heb geen stukje in de courant geschreven, en zal dit ook niet doen. Er kwam een dame van 't Handelbl. mij interviewen over m'n reis etc. Ze vroeg me wat ik gezien en opgemerkt had. Wat ik op die vragen antwoorde was niets dan de waarheid. Vindt jij dat ik, nu de gehele wereld vol leugen en onwaarheid is, ook mee had moeten liegen? Ik dank daarvoor. Wat je tot slot schrijft is nonsens . Met 't zelfde recht zou ik jou 'n Japanner of Chinees kunnen schelden. Wat je echter schrijft over onze neutraliteit is ernstig. Mijn meening is dat ieder Hollander, die in den zoo bijzonder ernstigen en voor ons land gevaarlijken tijd niet waarachtig neutraal is, 'n gevaar voor ons Vaderland kan zijn. Wat is neutraal? Zeer eenvoudig. Onzijdig zijn - niet partij kiezen, noch voor den een, noch voor den ander. Onze Koningin heeft 't pas duidelijk gezegd: Onze regeering is 't er natuurlijk mede eens. Ieder oprecht en waarachtig Hollander moet nu z'n plicht doen, aan het bevel van onze Koningin voldoen. Degenen die dus inwendig niet "neutraal" zijn (neutraal is: zich buiten den strijd houden, geen kletspraatjes of leugens gelooven, noch van de eene noch v.d. andere partij -) zijn m.i. slechte Hollanders. De couranten geven hier 'n zeer slecht voorbeeld. Op 100 berichten van de eene partij, komen er geen tien van de andere. Is dat onzijdigheid - ? Laten wij daar toch niet aan mee doen - maar ons buiten de partijen houden. De oorlog zal wel uitgevochten worden, ook zonder onze couranten, waarin iedereen maar z'n illustre wijsheden verkondigt. En nog eens. laten we toch goede Vaderlanders blijven en dan den wensch van Koningin en regeering gevolg geven, laten we dus geen leugenaars worden - maar echt neutraal blijven, d.i. ook inwendig neutraal. Zoo zullen we ons Vaderland in dezen tijd beter dienen dan al die kletskousen, die iederen krantenschrijvenden oorlogscorrespondent voor 'n Socrates, en ieder telegram van Wolf, Reuter of Havas voor 'n door God geopenbaarde waarheid houden. Laten we zoo min mogelijk couranten lezen - zoo min mogelijk.. liefst heelemaal niet - ze bewaren tot na den oorlog - dan blijven onze zenuwen frisch en gezond en onze hersenen helder en logisch denkend. Dag Japanner - houw je taai. 'n flinke poot van je nog altijd waarachtig Hollandsch voelend en denkend vriend, Willem Mengelberg.
23 sept. Gisteren zijn 3 Engelse kruisers van 12000 ton in de grond geboord door Duitse onderzeeërs. Van de bemanning werden enige honderden aangebracht door de Flora en Titan van de Kon.Ned.Stoomboot
Mij. Ongeveer 1400 mensen zullen verdronken zijn. Percy Scott zal zeggen:" Zie je wel, ik heb het gezegd".Intussen hebben de grote vloten nog niets of bijna niets gedaan. De Duitse ligt in de bocht van Helgoland en in het Wilhelmkanaal aan de Oostzee, de Engelse op de Noordzee en bij de Engelse kust. De waarde van grote schepen wordt zeer problematisch. Voor de Engelsen een hard ding.
29 sept. Gisterenavond Concertgebouwvergadering. Mengelberg spreekt een heleboel verstandiger taal dan toen hij pas aankwam. Hij komt langzamerhand tot bezinning.
5 oct. Zo juist telefoneert Delhe, de consul van België, aan Hilda dat morgen Antwerpen zal worden gebombardeerd en er dus morgen misschien weer massa's Belgische vluchtelingen zullen komen. Haarlem krijgt nu 500 vluchtelingen van Hilda, en allerlei andere plaatsen krijgen er. Er zijn duizenden en duizenden Belgische vluchtelingen in Nederland, nu zeker wel 50.000.
17 october. Nu is Antwerpen genomen, na een bombardement van een paar dagen en bijna alle inwoners zijn naar Nederland gevlucht. Men schat dat ongeveer 1 miljoen Belgen in ons land zijn gekomen, die thans voornamelijk door de zorgen van het Comité tot steun van Belgische slachtoffers (Hilda is voorzitter van het Comité van Huisvesting) over geheel Nederland verspreid zijn.
27 october. Ik weeg tegenwoordig 82 kg naakt, niet te veel, maar zal toch trachten tot 80 of 79 terug te gaan.
De Belgische vluchtelingen zijn nu uit vele doorgangshuizen overgebracht naar loodsen aan de IJkade. Neiging om terug te gaan is nog gering en geen wonder. Ik zond een familie naar Mik te Zetten, man, vrouw en 4 kinderen. Hilda is nu in het Gemeentecomité van huisvesting, waarvan Tellegen voorzitter is. Hordijk, de gewezen hoofdcomm. van politie is chef van de loodsen. Veel klachten over de loods.
28 oct. Die oorlog is vreselijk maar men denkt aan niets anders. De kans dat wij er buiten blijven wordt steeds groter, tenzij Duitsland erg gaat winnen. Onze verhouding met Engeland is uitstekend en de Duitsers snappen langzamerhand geloof ik wel dat wij niet erg op hen gesteld zijn. Het is hoog nodig voor onze toekomst als onafhankelijke natie, dat ze op hun gezicht krijgen.
Hilda moet nu elke dag om 9 uur op het kantoor van die Gemeente Commissie zijn en 's middags is ze bij die loodsen om die in orde te krijgen, dus is ze niet veel thuis. Ik lees de Socialisten van Quack met veel plezier.


Hilda de Booij-Boissevain getekend door haar man Hendrik de Booij

29 oct. Wij waren gisteren op Drafna voor Vaders verjaardag. Charles weer zijn gewone onhandige toespraak die hij met dikke tranen in de ogen voordroeg. Hij beloofde namens ons allen dat wij allen op onze eigen wijze zouden proberen Holland vooruit te brengen en sprak alsof we nu meteen voorgoed van Vader afscheid namen.
(Mijn oom Charles is al vroeg begonnen met deze emotionele toespraken. Elke verjaardag van zijn vader zou immers wel eens de laatst kunnen zijn. Ik herinner mij als 5 jarig kind zijn tranen op grootvaders tachtigste verjaardag, in 1922). Een Belgische vrouw in het Zeemanshuis is naar Antwerpen vertrokken op onderzoek. Ze zou in ieder geval aan haar kinderen schrijven dat het er goed was, maar ze moesten het tegenovergestelde aannemen als er geen krul onder haar naam stond. Dit met het oog op de censor. Er stond een krul onder haar naam. Nu gaat ze nog naar haar dorpje en is het daar ook goed, dan gaat de familie weer terug. Op de Christinaschool een Belgische meisje, dochter van een melkhandelaar, die met z'n hele familie met kar en paard van Antwerpen naar Amsterdam is komen rijden. Nu gaan ze op dezelfde manier terug.
3 november. Zondag 1 nov. naar Ds. Kuiper met Tom, die uit zichzelf voorstelde mede te gaan. Hilda erg trots. Het was een mooie preek. Spreuken 23 vs 23. Koop de waarheid maar verkoop ze niet.
Het is goed in deze dagen naar de kerk te gaan.
11 november. Vandaag naar IJmuiden waar Broekmeyer mij een en ander toont van de visserij. Een weinig ontwikkelde, domme man dunkt mij. Zag een van zijn trawlers die over een uur zou vertrekken, maar waar de bemanning juist gedeeltelijk afliep omdat ze er geen zin in hadden naar zee te gaan. Vermoedelijk vrees voor mijnen. Er lopen vrij veel vissers op mijnen. De matrozen van een trawler verdienen ongeveer 70 à 80 gld per maand. De machinist 125 gld per m. en de schipper wel 200 gld p.m. Het verblijf zag er smerig uit maar het was toch een aardig verblijf en als het schoon was zou het zelfs bijzonder aardig zijn. In de nettenboeterij een 70
jarige boeter, een oud Zandvoorder, (zag er uit als 50), met ringetjes in de oren. Hij vertelde dat zijn vader er die op zijn 16de jaar had ingedaan en dat ze er nooit uit waren geweest. Broekmeyer vertelde dat men zegt dat ringetjes in de oren goed is voor de ogen. De man heette Schuyt en had Papa goed gekend. "Notaris was hij", zei hij, "een zware man". Dat klopte. Die netten worden geteerd, niet getaand als de haringnetten. In Zweden heeft men een soort taan voor haringnetten die maakt dat ze grijs zijn, de kleur van de zee en dientengevolge niet zo zichtbaar voor de haring. Er wordt een grote afslag gebouwd te IJmuiden. Het totaal aantal trawlers is ± 180. Ze zijn als regel ± 103 voet lang. Van de visserijschool wordt zowat geen gebruik gemaakt door het volk. Hilda vanavond naar Delft voor een lezing over Kartini voor de Delftse Studentenvereniging "Onze Koloniën". Ze komt 12.34 terug en ik ga haar afhalen.
14 dec. Gisteren zondag, 's morgens naar de kerk met Hilda, Tom en Alfred, een buitengewone gebeurtenis. De jongens hadden dus tot mijn vreugde geen padvinden. Ik vind veel goeds in het padvinden, maar het moet de kinderen niet van het tehuis afkerig maken. Ik had een lang onderhoud met Herbschleb, 1e Const. Huygensstraat 62, op Donderdagavond. Hij is een goede jongen, verkeert blijkbaar in de mening dat jongens die in de troep goed werken, ook tehuis in de huishouding vrijwillig en vrolijk medehelpen. Dit is niet het geval. Wij hebben bijna geen hulp van de jongens. Ik wijt dit aan de Burgerschool. Vanavond eten bij ons Van Rees, Oyens, Van Heel, allen met echtgenoten, een Concertgebouwdiner dus. Hilda heeft de hele middag gewerkt.
15 dec. Gisteren diner gehad. Het ongeluk wilde dat Hilda wegens de oorlog plantenboter ging proberen om te bakken. Dit gaf een doordringende kamponglucht van klapperolie in het huis, een lucht die door alles drong en die zich aan alles vasthechtte, juist toen Mevrouw van Rees met haar eerbiedwaardig hoofd naar boven kwam, onze schamele trap op.
(Mr. Richard van Rees, geb. 1853, geh.m. Maria Louise Henriette de Genestet, geb. l853. Gerrit Hendrik de Marez Oyens, 1881-1961, geh.m. Marie Josine den Tex Bondt, 1884-1973).
Maar alles was gezellig. Wij rookten in mijn kamer (de Heren) en spraken over het genie van Mengelberg, over Godsdienst en over vervulling van de vacaturen in het Concertgebouwbestuur. Om ½ 11 gingen Van Rees en Echtgenote heen en was het hek van de dam door het vertrek van Mevr. van Rees. We maakten muziek en zongen tot 12 uur tot smart van de buren maar genoegen van onszelf. Vanavond met Hilda naar lezing Obbink. Ik vond hem vanavond een beetje zwaar, misschien nog door het contrast met de Speenhoffliedjes van de dineravond, wat groot was ( Herman Theodorus Obbink, 1869-1947, hoogleraar te Utrecht in de geschiedenis der godsdiensten)


Hermanus Theodorus Obbink theoloog 1869-1947

16 dec. ging ik 's avonds per trein van 5.09 naar Groningen 1e klasse en at in de eetwagen. Ik zat aan tafel met een paar Groninger boeren. Dat is een heel ander soort mensen als wat wij hier boeren noemen. Ze waren op jacht geweest en spraken daarover. In het Hotel Doelen in de gang een paar Engelse officierspetten, dat was alles wat ik van de Engelsen te Groningen merkte. Aan een klein tafeltje zat Talma, de gewezen minister van L.H.N. met een paar heren. Hij vertelde dat hij naar Rottum ging om te preken - hij is veldprediker -. Toen ging ik hem aanspreken. Hij kent Chrik en May [de Booy-Hobson] uit de tijd toen hij predikant was te Vlissingen. (Aritius Sybrandus Talma, theoloog en politicus (ARP), van 1908-1913 minister van handel, nijverheid en landbouw).

foto A.S. Talma
 

 

 


A,S. Talma, theoloog en politicus (1864-1916)

Donderdag 17 dec. 7.13 naar Usquert en vandaar met Talma en Ds. Wagenaar gewandeld naar Noorpolderzijl. Ik liep naast mijn fiets. Met Talma gesproken over de Eemskwestie, over de Tolunie met Duitsland. Ongelooflijk door de klei gebaggerd. Te Noordpolderzijl luitenant Dijksma in de soldatenkeet, geheel met stro bekleed. Na een uurtje vertrok de motorboot. Jan Kuiper en Harm Schaap, laatstgenoemde militair, maar er was wonder weinig militairs aan hem te ontdekken. Hij doet dienst als knecht op de motorboot. Weinig zicht. Wij komen ten anker op naar schatting wel 1000 meter van de wal - daar komt de wagen na lang wachten. De paarden stijf door het koude water. Romswinckel en Dokter Bijsterveld wachten ons aan de wal, de eerste in de donkere marine-uniform, de laatste in het grijs en sterk is te zien dat de laatste kleur veel minder zichtbaar is. Het huis van de voogd vol mensen. 's middags om 5 uur houdt Talma zijn preek in de cantine voor de 130 man bezetting. Buiten ziet men de duitse oorlogsschepen liggen op de Eems en stomen in de zeegaten. Ook een hangarschip voor vliegmachines is er te zien. Verder het hoge Borkum.
Van de preek van Talma herinner ik mij op het ogenblik niets meer. Aan het slot zeide hij bereid te zijn over enige onderwerpen te spreken, die men hem zou opgeven. Men moest dan maar een briefje zenden als hij aan tafel zat. Gezellige maaltijd. Het briefje bevatte het volgende:" I. De toekomst van Nederland en zijn koloniën als wij niet in oorlog komen. II. Hoe is het nationalisme van de sociaal-democraten te verklaren. III.(door Talma zelf opgesteld): Het Christendom en de Oorlog. Hij sprak slechts over I en III. [volgt een lange uiteenzetting van Talma's opmerkingen]. De kok vroeg hem wat een man die niets bezat eigenlijk te verdedigen had, 't was goed als je millionair was. Hierop wees Talma er op dat juist de minder bedeelden veel meer reden hadden zich te verdedigen, als men maar eens lette op hetgeen de Belgen was overkomen. De rijken kunnen het land zo nodig verlaten. Talma had niet veel indruk gemaakt. Ik vind hem wel een knappe interessante man, een man met een uitstekend geheugen en veel werkkracht. Sympathiek is hij mij niet. Ik voel dat hij Duits denkt. De voogd zeide:"Zulke mensen als Talma zijn mensen die de oorlog maken. Jezus is niet gekomen om strijd te brengen in de vorm van oorlog, maar strijd in ons binnenste".
Ik sliep met Talma en de dokter in het hospitaal, dat buiten tegen het huis gebouwd is. Talma had boven zijn bed een groot aanplakbiljet over Hulstkamp jenever terwijl hij streng afschaffer is. Hij zei dat hij nooit heeft kunnen denken dat hij nog eens onder zulk een biljet zou slapen.
Vrijdag 18 dec. vertrok Talma en bleef ik nog te Rottum, had een onderhoud met de Voogd en met Romswinckel over de motorboot die we gaan bouwen. Die Romswinckel is een nette kerel. Hij vindt de toestand in de Marine beroerd, heeft innig medelijden met de jongens die op het Instituut komen. Men had Talma Donderdag al gezegd: Morgen komt er een goochelaar en toen had Talma fijntjes gelachen. Nu kwam een heel gezelschap 's middags aan: de heer Barend, makelaar uit Delfzijl, met Betty van Calcar, concertzangeres uit Groningen, Kor Kuiler, componist en dirigent van het Harmonieorkest te Groningen, de heer Leopold, leraar aan de HBS, landweersoldaat, de heer Dido, landweersoldaat, Pelletier, landweersoldaat, fluitist Harmonieorkest en Van Vierssen Trip, amateur goochelaar van Groningen. De uitvoering was alleraardigst. De goochelaar met z'n grote neus, gekleed in rok en witte das, prachtig! Om ½ 1 naar bed, moe en weer geslapen in het hospitaal op de harde stromatras met dokter van Bijsterveld en luitenant Van Wijk.
Zaterdag 19 dec. 9 uur vertrokken. Slecht weer, harde wind ZWest, beroerde toestand. De motorboot gaat achteruit in plaats van vooruit. We komen weer ten anker. "'t Is niet zonder gevaar", zegt Kuiper. We vertrekken weer na een uur ten anker te hebben gelegen. 't Gezelschap zeeziek. De goochelaar Trip doornat, zijgt neer in een hoek. Alles spuugt en maakt allerakeligste geluiden. We komen eindelijk ongeveer half drie aan wal. Ik heb de grootste bewondering voor die mensen. Dido wanhopig, groen. Gewandeld door de klei met de fiets naar Usquert. 5.43 naar Groningen en per 7 uur sneltrein naar Amsterdam, kwart voor 12 thuis. Hilda verbaasd over alles wat ik over elkander aanhad en uittrok. Achtereenvolgens trok ik uit: jekker, serge pak, wollen hemd, nachtgoed, wollen onderbroek, gewone onderbroek, twee paar kousen. Wat een ellende had ik doorstaan.
Woensdag 23 dec. Eerst gauw een proefles op de Kinkerschool, bar taai tot 11 uur. Half 12 komt Herbschleb mij op kantoor wat helpen in de solopartij van het Weihnachtsoratorium van Bach, om ½ 3 vergadering Ned. Bouwmaatschappij. Blok van Laer komt in plaats van H.S. van Lennep in het bestuur. Hij lijkt mij wel een bekwame kerel, niet bijster sympathiek. Winter krijgen we dit jaar blijkbaar niet en dat is maar goed ook want wat is onze Waterlinie waard als zij is toegevroren? Een voordeel is dat de vijand zich op ijs niet kan ingraven.

1 9 1 5
Vrijdag 1 januari, nieuwjaar. Ik wandel met Tom over de heide naar Parva en spreek met hem over z'n toekomst. Wijs hem op andere betrekkingen dan de Marine. Maar hij is vastbesloten zegt hij, om in de Marine te gaan. Ik wou maar dat hij vastbesloten was tot iets anders.
15 jan. Bram [van Stockum] gelooft vast aan overwinning geallieerden. Oorlog begint pas. Hij gaat windmotor op zijn huis timmeren.
5 febr. 's Morgens 8.06 naar Noordwijk, met v.d.Poll geoefend, 't gaat nu wat beter. 3 u. met Tjebbes naar de Marinewerf, sloep voor het Zeemanshuis bekeken. Gezwommen in de Heilige weg. Ik zwem tegenwoordig veel, heerlijk. Gezellig aan tafel. Ik zeg tegen de kinderen dat ze "U" tegen me moeten zeggen, waarop ze me alle noemen: Papa en Edele Heer enz.
6 febr. Vandaag komen de rapporten van de jongens. Tom lelijk. Alfred mooi. Ik denk dat Tom wel zal blijven zitten.
12 febr. Met Hilda en Mevr. der Kinderen naar Ede naar het vluchtkamp der Belgen.(Johanna Henriette Besier, echtg.van de schilder Antoon der Kinderen). Het wordt gebouwd op de heide voor 10.000 mensen en verdeeld in 3 dorpen, in het midden een 4de dorp, waarin de bijzondere inrichtingen als kerk, electr. centrale, centrale verwarming, alles heel praktisch en goed, maar 's zomers zal het er wel warm zijn. Die arme Belgen! Het was een gezellig dagje. Ik heb een 4tal prenten gekocht, een tekening van Van de Velde, een waterverftekening van het linieschip Holland, een kaart van de Zuiderzee en nog een aquarel van een schipbreuk, alles samen voor f 30.-, niet veel, ze doen heel goed in de salon.
1 mrt. Ik ga vroeg naar het kantoor om ½ 8 en maak mijn jaarrapport van de scholen af en zend het aan Gunning.
Ik weeg 81,7 kg, dat vind ik wat te veel, omtrek buik 94 cm. Op weg naar huis Van der Wal ontmoet. Hij is een flinke kerel geworden, is nog steeds commandant van de Kortenaer, zegt dat men het volk met de zweep moet regeren, maar dat men tegelijk een flink zeeman moet zijn. Hij zegt dat Oudemans veel moeilijkheden heeft op de Brabant. Het volk is ook ontevreden met het materieel en met reden. De Zeeland loopt nog 9 mijl. We hebben tegenwoordig geen schepen behalve wat torpedoboten.
2 maart. 11 uur Holl. Stoombootmij met Six ter bespreking van het plan reddingsschip De Visser en Cox. Het plan van De Visser is, dat als er bericht komt van een zeeslag, een schip van de HSM direct uit Amsterdam naar zee zal stomen om mensen te redden. De Reddingmaatschappij zendt haar boten dadelijk uit en geeft de eventueel geredde mensen af aan het reddingsschip als dit komt. De bedoeling is dan dat wij ons materieel zenden op 15 à 20 mijl uit de kust. Wij hebben na onze vergadering een bezoek gebracht aan het droogdok waarin o.a. het Zweedse schip Ss Svartön, dat op een mijn is gelopen en een groot gat in de boeg heeft, genoeg om een olifant door te laten, doch is blijven drijven op de waterdichte schotten.
Gezwommen in badinrichting Heiligeweg.
7 maart. Concertgebouw - Richard Strauss - Tod u. Verklärung, Tijl Uilenspiegel, Zarathustra, Don Juan. Strauss zeer sober in zijn dirigeren, wel interessant. Strauss maakt een beschaafde indruk, meer dan Mengelberg. Er is niet veel enthousiasme bij het publiek, maar er is toch een troep Duitsers of Duitsgezinden opgekomen, die brullen. Diepenbrock vertelt mij dat hij het in veel opzichten niet eens is met de muziek van S., maar dat hij hem een heel aardige kerel vindt.
10 maart. Hilda heeft mij vandaag een tekening van W. van de Velde gegeven, een schets gemaakt op 11 juni 1666 8 uur 's morgens toen de buitenmacht van De Ruyters vloot de Engelsen onder Monck ontdekte. Dit ogenblik wordt beschreven in Brandt. Hilda heeft die tekening door mevr. Der Kinderen laten kopen voor het geld dat zij van de heer G.N.Rahusen heeft georven. Ik ben er heel blij mee
16 maart. 11 uur vergadering Zeemanshuis, Ik lees mijn verslag voor. Juffrouw Happee de laatste dagen boos op mij omdat ik een aanmerking heb gemaakt op haar constante te laat komen op kantoor (niet veel, 2 à 3 min., maar het is toch hinderlijk). Als ze er niet zo aardig uitzag had ik haar geloof ik al ontslagen, want erg snugger is ze niet.
13 april eindigt vacantie jongens. Alfred al die tijd buitengewoon vrolijk geweest. Veel uit "De Gulden Riddertijd" voorgedragen. Ik weeg 81,2 kg, omvang buik 94 cm.
11 mei. Maak visites in uniform met Hilda. Ben weder in dienst. 12 mei naar Texel.
(Mijn vader werd toen commandant van dat eiland. Het dagboek werd maandenlang slechts sporadisch bijgehouden.")
18 juni. Verhaal van den ouden Dekker, molenaar polder Het Noorden.
"Ik ben m'n hele leven watermolenaar geweest, evenals m'n vader en grootvader. Mijn grootvader was 85 en een halfjaar en had toen nog altijd de loffelijke gewoonte tussen de wieken door te lopen. Z'n kinderen hadden hem al dikwijls gezegd: grootvader, dat moet je niet meer doen, want hij liep niet erg goed meer, maar dan zei hij: Ik ken de molen en de molen kent mij. Op een dag kwam hij binnen om koffie te drinken en toen deed hij zo vreemd. Hij was onvriendelijk, wilde geen vlees op z'n brood hebben en zei: Ik ben m'n hele leven hier de baas geweest en dat wil ik blijven. We dachten, wat doet hij vreemd, als hij maar geen klap van de molen gehad heeft. Na een tijdje ging hij te bed liggen, zeggende dat hij zich niet goed voelde en toen wij hem uitkleedden zagen we z'n hals vol bloed. En later vonden we z'n pet op het zeil van de molen. Dus hij had een klap van de molen gehad. Een week later is hij gestorven, maar, zei de zoon: Het was niet zozeer de klap van de molen die hem gedood had dan wel het feit dat de molen hem beledigd had." Frans Dekker, schipper, avonturier, heeft een café hotel in de polder Het Noorden. Volgens M. Boon heeft hij eens een loterij op touw gezet te Terschelling om een paar biggen en toen hij al de loten had verkocht is hij er met de biggen vandoor gegaan.
29 sept. In de laatste dagen valt een overwinning van de Geallieerden te boeken, terwijl ook de Russen het de laatste tijd veel beter hebben gemaakt. Er zijn zowel West als Oost vele duizenden Duitsers gevangen gemaakt. Vandaag weder les in de Openbare school te Koog en morgen bij post 9. [Les in de Engelse taal, door mijn vader op verzoek gegeven].
De Duitsers hebben 25.000 gevangenen en 121 kanonnen verloren. Goed zo!
Toen ik kwam bij paal 16 zeiden ze dat het lijk al in de duinen was gebracht. Ik liep de duinen in en daar zag ik het liggen op de slee. Het had geen hoofd, wel halswervels zag ik, ook geen voeten, daar zag ik ook botten, ook geen armen. Het was nog gekleed. Plebenpol en Boon groeven de kuil. Ik ging wat bovenwinds staan want de lucht was onaangenaam. De Politie was ook aanwezig, v.d.Poll. Hij moest het lijk onderzoeken en Boon schreef op: blauw serge broek, toen werd de broek wat weggetrokken: katoenen onderbroek, ook die werd weggetrokken. Toen zag ik een opgezwollen vergane vleesmassa. Toen het frokje: flanellen borstrok en ik zag de blauwe rand die Engelse matrozen op hun frokje hebben. Daarop wies v.d.Poll zijn handen in carbol. Toen werd de mestvork genomen en de slee die vlak naast de kuil lag omgekeerd. "Plof" zei het en het overschot van wat nog niet lang geleden een jonge krachtige Engelse zeeman was geweest lag in een kuil. "Hij ruste in vrede" zei Plebenpol, "Kalk er op" en daarna de kuil dichtgegooid. De strandvonder lei er wat zand op.- "hier ligt het net zo goed als in Den Burg" zei hij. Vroeger werden ook de bijna geheel vergane lijken naar Den Burg gebracht en werd een kist gemaakt enz. Nu geschiedde dat niet meer met lijken waarvan eigenlijk niets meer over is.
13 oct. Oorlog - beroerd! Duitsers en Oostenrijkers vallen Servië binnen. Bulgarije ook. Engeland en Frankrijk troepen geland te Saloniki. Griekenland weifelend. Roemenië?
Vannacht 4 uur hoorde ik voortdurend korte poffen in zee. Later opgebeld voor Zeppelin, zonder de motor. Ik naar de kaap. Vandaag naar vuurtoren per motorfiets. Daar hebben de kustwachten de postcommandant uitgescholden enz. Ik lees nu de brieven van Vincent van Gogh, dat ik van Hilda kreeg. Wat een stakker was hij en wat heeft hij een prachtige schilderijen gemaakt. Dikke mist vandaag. Het was aardig rijden met die motorfiets in de mist, maar voorzichtigheid aanbevolen.
5 nov. Ik ben begin November met verlof geweest. Hilda neemt tegenwoordig van die pastilles, hoe heten ze: Mynaden pastilles, o ja, schildkliertabletten. Het doet haar veel goed. Ze vermagert flink en dat was ook nodig.
4 nov. heeft de Brandaris een Duitse onderzeeër te Terschelling binnengesleept, hij wordt geïnterneerd. Hoerah!
17 dec. Was met St. Nicolaas 6 dagen thuis met Hilda, wat heel gezellig is. Heb onlangs 4 mijnen opgeruimd. Met de oorlog gaat het nog steeds ellendig. De hoofdredacteur Schröder van de Telegraaf gevangen gezet wegens zijn houding tegen de Regering. Gedurende mijn verlof gegeten bij May en Chrik ter ere van Jim en Erminie.
(James Marnix de Booy, 1885-1969, gehuwd met Erminie Wilson-Thompson). Deze ziet er niet onaardig uit, had een afschuwelijke japon aan en is bepaald niet meer jong. Jim trouwt zonder enige feestelijkheid.

1 9 1 6
13 januari. Storm. Al de laatste week is het stormachtig en nu is het zo erg als het nog niet geweest is. De zee tot in het slag te Koog. Er zullen wel grote stukken afvallen bij paal 9.Het zou vanavond kerk zijn te Koog, maar de dominee is niet gekomen. Hij kon blijkbaar niet tegen de Westenwind op van De Waal. Het is hier leeg sinds Hilda en de jongens zijn vertrokken op vrijdag 7 jan.Op de 6de strandde 1 uur s'nachts de Engelse onderzeeër S 17 tussen paal 12 en 13. Gaf geen noodseinen en werd dan ook natuurlijk niet gezien in die stikdonkere nacht. 's morgens 8 u. 20 ontdekt. Admiraal opgebeld. Brabant en torpedoboten gebeld, gehele bemanning gered. Bemanning is geïnterneerd op grond van art. 13 Haagse Conventie 1907 waarin staat dat schipbreukelingen die door neutraal oorlogsschip worden opgenomen moeten worden belet weder aan de krijgsverrichtingen deel te nemen.
14 januari. Gisteren met Cannenburg naar post 9 gefietst, waar kust wel 5 meter weggeslagen en voormalige plaats van de barak nu 30 pas van de uiterste rand van het duin. Groeneveld zegt dat hij de barak zou ontruimd hebben als die nog op de oude plaats had gestaan. Bij het slag is de zee over de rand van het duin gegaan.
15 januari. De couranten vol van de overstromingen van 13/14 januari - in Waterland en Anna Paulownapolder. Grote ellende. Veel vee verdronken. Er drijft een mijn bij de Mok. Met Cannenburg per fiets naar vuurtoren. Harde WZW wind. Met wagen van Heerwaarden terug tot de Waal. Heerwaarden over zijn paarden, die hij net behandelt als zijn vrouw. Je begint er van te houden. Nooit ruw, nooit schelden, nooit met de zweep.
16 januari. Zondag. Hele dag thuis gezeten, gelezen couranten, gewerkt Zeemanshuis, brieven geschreven, viool gespeeld. Wat komt men moeilijk tot werken als men alleen zit! De sergeant heeft mij het verzoek van Boontjes niet overgebracht. Hij had gevraagd naar zijn huis te gaan naar de Westpolder, die onder water zou gelopen zijn. De sergeant had dit verzoek geweigerd: dat zou meneer De Booy nooit goed vinden, je bent pas van verlof thuis enz. enz. Toen is Boontjes gebleven, kwam gisterenavond bij mij om te vragen of hij vandaag mocht gaan. Hij had gehoord dat de Westpolder ondergelopen was. Ik gaf hem dadelijk verlof. Maar nu komt hij misschien te laat door die ellendige hardheid van dien sergeant Meijer. Gebrek aan gevoel: en dat heet dan flink. Ik laat nu ook de hele nacht patrouille lopen.
19 jan. Mooi weer, bar. 764, wind Zuidwest, zeer flauw. Als ik op bericht van de komst van majoor Hangard te ½ 11 uur naar Oudeschild fiets, is de wind veel sterker. Te Oudeschild met de TX 11 en een vlet naar Nieuweschild gezeild. Sterke wind, ½ 2 bij de mijn, met de vlet er heen maar kunnen er niets aan doen wegens de zee. De soldaten staan op de wal met de rode vlag. Terug opwerkende naar de haven, veel zee, wordt aangewakkerd tot DGMK - wat moet er van Holland worden als het weer gaat stormen? Ik kruip in de roef om niet nat te worden, voel me nooit lekker in zo'n roef van een botter. Gerrit Wijdt vertelt daar dat hij volgende zomer weer eens gaat varen op een stoomlogger die in aanbouw is voor Dros. Hij zal varen van IJmuiden. Schipper de Vlaming vindt het gevaarlijk wegens de mijnen, maar Wijdt zegt: zie, er zijn er die dit jaar
f. 3000.- gemaakt hebben, anderen f 2500.-, anderen f 2000.- en f 1250.- Als ik f 1250.- krijg ben ik al tevreden. Ik denk maar: mij zal 't wel niet treffen en treft 't me, dan treft 't me, zo'n mijn. Het zal me benieuwen of z'n aardige vrouwtje hem laat gaan. Die TX 11 is een mooie botter, maar lek, op het ogenblik in dienst van de visserij-inspectie.
22 januari. Werd gisteravond "Dringend" door Hilda gebeld dat ik bij aankomst A'dam een conferentie moest hebben met Mengelberg en met Oyens en met orkestleden over de herrie in het Orkest. Niet alle orkestleden willen lid der Vereniging zijn. De tijden van het Concertgebouwconflict komen mij weer duidelijk voor de geest. Het spijt mij dat het Bestuur de richting Sillem verlaten heeft. Het één of het ander, dat is altijd het beste. Thuisgekomen en daarna naar Mengelberg (kwestie erkenning vakvereniging). Tenslotte maakte ik de redactie van een verklaring die Mengelberg bevredigde. Maar zijn diagnose is, dat het erkennen van de vereniging 25% doet verliezen van het hoge peil van het Orkest en dat hij de verantwoording niet wil dragen. Daarna komt Oyens met Hermans en Elders bij mij om de zaak te bespreken en 's avonds vergadering van het Bestuur over hetzelfde. Wel veel herrie voor iets dat in 2 minuten kan afgehandeld worden en dat in wezen zo eenvoudig is. Maar de omstandigheden dat wij met artiesten te maken hebben en met de Kunst maakt de zaak ingewikkelder.
Ik kom te ½ 1 doorgerookt thuis en met een aardige hoeveelheid Moezelwijn in mijn buik. Amsterdam is een ongezonde stad.
25 januari, Dinsdag. 2 uur Ned. Bouwmaatschappij. We krijgen dit jaar
f 17.- per aandeel, dat is dus f 17.- x 25 = f425, + tantième ruim f 2200.-, voornamelijk tengevolge van reserve van hetgeen onteigend is. Ik vind het een prachtige som, die mij aardig door de moeilijkheden zal helpen.
1 februari. Zeppelin L 19 te 11.30 boven territoriale wateren, passeert post 7 op 600 meter. Er wordt op geschoten door de wacht, 3 salvo's, waarop hij naar buiten gaat. Het leek aanvankelijk of hij tussen Texel en Vlieland door wilde gaan. De Zeppelin leek niet een grote. Was bij Koog ook dichtbij, misschien 2 mijl. had twee schuitjes. Vader Wijdt komt scharren brengen, hij snijdt ze en maakt ze schoon. Ik neem een foto van hem. Hij heeft een hond met een breuk. ½ 4 naar post 9 gefietst en daar Engelse les gegeven. Have you seen the Zeppelin, boys? Yes Sir, we have. How many gondola's had it? It had two gondola's, Sir. What number had it? The number was L 19.½ 6 terug in het donker. Mistig, eigenaardig fietsen langs het strand, kon het slag eerst niet vinden. 6.45 thuis. Scharretjes gegeten van vader Wijdt, die er geen geld voor wilde aannemen.
Vrijdag 4 februari. Sein van passerende oorlogsschepen: De Zeppelin L 19 is drijvende in de Noordzee gevonden door een Engelsen visserman van Grimsby, op Woensdagmorgen. Blijkbaar is de Zeppelin geraakt, hetzij op Texel bij post 7 (maar dit is niet zo waarschijnlijk daar de afstand 800 meter was), of bij Ameland (Hollum), waar er met een 5cm kanon op geschoten is en hij vlakbij was. Dit is een belangrijk bericht. Wat zullen de jongens opgewonden zijn. Ik ben benieuwd wat Duitsland er van zal zeggen.
14 februari. Te Den Burg vergadering met de graanhandelaren. Deze heren komen er tegen op dat er geen consenten meer gegeven worden voor de uitvoer van tarwe. Zij menen dat dit onbillijk is omdat de nadelen door enkelen gedragen worden ten bate van de gemeenschap en niet door allen. Door mij gevraagd of ze het dan wel billijk vinden de uitvoerverboden die de minister voor Nederland uitvaardigt. Hierop antwoorden zij dat dan het gebied zoveel groter is. Nu moet een 2000 HL tarwe onnut op Texel blijven. Die tarwe bederft als zij zich bevindt bij de boeren en zal dan gebruikt worden voor voer aan kippen en koeien. De kans dat dit gebeuren zal is nog groter geworden door de hoge mais
prijzen. De graanhandelaar Keyser meent daarom dat de regering tarwe moet opslaan. Het is nog niet nodig de tarwe te kopen, maar een overeenkomst dat 2000 HL wordt bewaard op de pakkerijen, die door de graanhandelaren tegen marktprijs wordt opgekocht. Ik ga er morgen over met den admiraal spreken. 't Is een duistere kwestie.
23 februari. 's Middags 2.10. Sneeuwstorm. Ik ben ½ uurtje uitgeweest. De schapen kunnen geen eten vinden. Heb tegenwoordig minder last van mijn voet dan vroeger, krijg toch weer hoop dat ik nog wel eens een voetreis zal kunnen maken in Zwitserland. Omtrent mij
n lopen op Texel zeer overdreven verhalen, bijv. dat ik op weg met mijn motorfiets, toen deze defect raakte, de fiets op mijn rug heb genomen.
26 februari. Zaterdag. Ik heb een wedstrijd uitgeschreven in het maken van sneeuwpoppen, met niet veel succes. Heel veel sneeuw; meters hoog op sommige plaatsen, doen bijna 2 uur over Koog-Burg.
28 februari, Koog, Texel. Gisteren is het begonnen te dooien, de wind naar het Zuiden lopend. Ik hoop de sneeuw weg is voor ik met verlof ga, anders kom ik er niet door.
Er wordt gedurende een week reeds hevig gevochten bij Verdun. De Duitsers hebben aangevallen en hebben reeds 1 van de buitenforten, Douaimont. Ik ben zeer in spanning.
29 februari. Dinsdag. Lees weer Pepys met veel genoegen, in verband met een stukje dat ik moet schrijven over de 4daagse zeeslag.
Naar post 9 per fiets om de zieken te bezoeken. Prachtig, heerlijke zon. 3 mensen in kooi. Mijn voet voel ik toch weer een beetje na die 20 kilometer fietsen - vreemd, maar ik zal die vijand wel overwinnen. Pfeifer komt afscheid nemen en mij bedanken voor de Engelse les Hij gaat nu met klein verlof (is Fries, van Dantumeradeel).
3 maart. 's Morgens naar Anjum, Schiermonnikoog. Goed weer, N. wind. In Schiermonnikoog geoefend met de boot. Zeil gezet en terug, krijg enige zeeën over me. De wagen niet ver genoeg in zee geduwd, de boot toen te vroeg te water gelaten. lelijk. Bezoek bij commandant Groeninx van Zoelen, die pleit voor het tot stand brengen van een aristocratie als in Engeland. Bijvoorbeeld iemand als Van Aalst of Van Heutz moest verheven worden tot de adeldom met daaraan verbonden inkomsten en rechten. 's Avonds vroeg naar bed en gedurende de nacht wakker wordende van de kou, sta op en kleed mij geheel aan en kruip zo onder de dekens, waarna niet meer koud.
4 maart. Gebleven te Schiermonnikoog, gewandeld met Gr.v.Z. en het geïnterneerde Duitse vliegtuig bekeken. De zee heeft bij de storm van 13/14 januari wel 6 meter van de duinen afgeslagen, een paar villa's staan nu vlak bij de rand. Groeninx vertelde hoe de bemanning van de Engelse onderzeeër hier is ontvangen. Commandant Stopford gezoend door de meisjes van Schiermonnikoog bij een patertje langs de kant.
Vergadering gehouden met de commissie van plaatselijk bestuur, waarbij de burgemeester zich weder doet kennen als een koppige kerel, die niet meewerkt met militair gezag.
14 maart wordt onze kleine Olga 11 jaar oud. Het is wat eigenaardig dat wij in die 11 jaar nooit meer een kind hebben gekregen. Ik zou er graag nog een willen hebben als het gezond en krachtig kon zijn. Ook Hilda.
20 maart. Gisteren Diepenbrock bij ons. Hij is een fijne geest, leeft in een heel andere sfeer van denken als wij. Zijn haat tegen Duitsland is buitengewoon groot. Het valt mij op hoe hij alles onthoudt wat hem eenmaal verteld is. Tom als padvinder wordt wel wat groot voor zo'n kinderpakje. Hilda hevig in de weer met haar Belgencommissie. Hevige ruzie met Stuart, Van Sonsbeeck en Delhez, die alle drie ploerten zijn.
Maandag 3 april. 's Avonds Concertgebouw
bestuurvergadering. Van Rees, Oyens, V.Notten, Vom Rath, Wibaut, Charles, Freyer. Wibaut gelooft dat toestand reden geeft tot ongerustheid. (M. van Notten, bestuurslid  1915-1930, E, vom Rath, bestuurslid 1915-1939, Dr. F.M. Wibaut, bestuurslid l9l5-l9l9, l931-1936). Heeft in Frankrijk de indruk gekregen van grote ernstige vastberadenheid, verder dat Fr. gaarne vrede sluiten als maar eerst Duitsland uit België en Frankrijk gaat. Alle verdere kwesties arbitraal op te lossen. Duitsland veel ellende, ook aan het front geen boter meer. Families man, vrouw en kind per week ½ pond boter en vet. Oyens gelooft dat Duitsland zal verliezen. Dat vind ik sterk dat Oyens het gelooft. Het is tegenwoordig "chic" om promof te zijn. Promof zijn: de aristocraten, de hoge legerambtenaren, de ministers, de dominees, pro Engels: de intellectuelen, de reders, de middenstand, de lagere volksklasse. In aantal overtreffen de pro Engelsen ver en ver de pro moffen. Besloten wordt in verband met de ernstige toestand dat Diepenbrock op zijn concert van zondag a.s. niet mag uitvoeren de Berceuse Heroïque van Debussy, waarin de Brabançonne voorkomt - 8 maten er van - welk stuk is opgedragen aan koning Albert.
Dinsdag 4 april. Met Charles naar Diepenbrock. Deze erkent dat het een manifestatie van hem is. Zal er over denken wat hij kan doen. Ik zeg dat hij het moet laten voor het "Vaderland", niet voor het Bestuur van het Concertgebouw. Dit schijnt indruk te maken. Charles zegt dat Marie ook zei dat het niet kon, waarop Diepenbrock: voor het gevoelen van een vrouw heb ik respect, voor dat van zakenmensen helemaal niet. Marie moet nu met Elisabeth gaan spreken en ik ben benieuwd hoe alles zal aflopen.
(De vrouw van Diepenbrock).  Kregen geen ogenblik ruzie met Diepenbrock. Hij zeide: Van iemand als Mengelberg of Oyens kan je het niet kwalijk nemen dat ze pro Duits zijn, 't zijn Duitsers (hun moeders waren Duits) en als zodanig zijn ze "erfelijk belast". Ik houd veel van Diepenbrock, hoe verachtelijk hij ons zakenmensen of niet-musici ook vindt. Naar Freyer, die mij een oud briefje laat lezen van Diepenbrock, waarin deze o.a. zegt dat hij het zulk een schande vindt dat een instelling als het Concertgebouw onder leiding staat van niet-musici.
10 april. Opgebeld door "Personeel" Nieuwediep. Ik word 15 april afgelost door Crommelin. Heb gezegd dat ik dan 22 april met onbepaald verlof zal gaan. Ik krijg dan mijn pensioen als traktement en moet opkomen ingeval wij in oorlog komen. Ik heb een gevoel alsof ik het hier niet lang meer zou uithouden. Ben blij dat ik wegga. In weerwil van het aardige huisje, het tuintje, de kippen enz. enz. De bootsman erg ongelukkig, zegt dat de posten het heel naar zullen vinden dat ik wegga.
12 april. Een dankbare brief van Van Rees voor wat ik gedaan heb in de kwestie Diepenbrock. Diepenbrock heeft aan Freyer gezegd: met De Booy kan ik praten, Boissevain hindert en irriteert mij.
22 april. Vandaag het commandement Texel overgegeven aan Van Wickevoort Crommelin, kap.luit. ter zee, oorspronkelijk 1 promotie jonger dan ik, een vreemde man, doch goedhartig.
25 april. 's Morgens half vijf op, prachtig weer. er wordt geschoten op zee. De Zeppelins zijn van Engeland teruggekomen. Langs de Waterweg naar Oudeschild. prachtig gezicht op Koog. Gekeken naar kemphanen die niet wegvliegen voor een fiets
. Hard gefietst. 6 uur gaat de boot. Te Amsterdam eerst naar kantoor. Als Betsy Happee er niet zo bijzonder lief uitzag zou ik haar allang bedankt hebben. Naar Brugmans, het arrondissement Amsterdam IV overgenomen. Hij praat lang en zwaar met een lange Goudse pijp in de mond. 2 uur kantoor over de motorredingboot Rottum tot 4 uur. Met Alfred Boissevain naar Palais Royal een paar bittertjes gedronken en daarna bij hem gegeten, heel gezellig. Daarna naar vergadering concertgebouw bij Van Rees, lang vergaderd, veel "Mengelbergjes" gerookt, sandwiches gegeten en Moezelwijn gedronken en nog een tijd nagepraat over de oorlog. Mengelberg beweert dat de Duitsers al overwonnen hebben.
1 mei. Kantoor 450 Herengracht. De klok 1 uur voorgezet. Naar buiten gelopen om te kijken naar de optocht SDAP op 1 Mei. Het is een grote optocht met veel vaandels en opschriften, o.a. STRIJDT, MAAR STRIJDT VOOR DE VREDE, BLIJFT NEUTRAAL, WIJ EISCHEN GOEDE EN GOEDKOPE LEVENSMIDDELEN, DE ZEELIEDEN ZIJN NIET OPGENOMEN IN DE ONGEVALLENWET, en dergelijke.
11 mei. De jongens hebben de "Kathleen" naar de Schinkel gebracht en vallen elkander aan tafel aan over hunne manoeuvres. Het woord "kaffer" wordt menigmaal gebruikt. Ik neem gaarne aan dat beiden kaffers zijn. Dit was een kleine jol die op de zeiltochten van de Mavourneen veel diensten bewees.
(Na het verkopen van de Mavourneen bleef dit bootje eigendom van mijn vader).
22 mei. 3 uur vergadering met Gunning en de schoolopzieners, daarna een borrel op Parkzicht met Kuykhoff, die mij "je" en "jij" noemt en zegt mij te kennen door Petermeyer van Texel. Een echte SDAPer maar niet ongeschikt. Gunning zoekt de bestrijding van de tuchteloosheid der jeugd in opwekking van het eergevoel, wijst op een poging in het arrondissement van V.Kuykhoff, waar bij de demping van de Oldenbarneveltskade de onderwijzers van een school hebben voorgesteld dat de kinderen der school het plantsoen zouden aanleggen.
23 mei. Na tafel met de kleine Olga naar het Vondelpark en van daar naar een vergadering bij Gunning en daarna naar huis waar Heleen.
(Helena Mensina Boissevain, 1867-1946. Verzorgde o.a. een vertaling van Thucydides). 11 uur naar bed. Die arme Boeken leeft in een toestand van hevig zelfverwijt, zegt "ik was gek" enz. Hij heeft zijn vrouw, die na een ellendig leven van zenuwziekte een eind aan haar leven wilde maken en laudanum had ingenomen, geholpen door een kussen op haar te houden en komt nu voor het gerecht. Hij is de dichter Boeken. Arme ongelukkige man. Hij deed niets dan gillen in het voorarrest en het schijnt mij dat hij ook gek moet worden. Hij verlangt zeer naar zijn vrouw terug en mist haar zo. (Hendrik Jan (Hein) Boeken, classicus en letterkundige, 1861-1933. Het verhaal over diens wanhoop is ongetwijfeld die avond door Heleen Boissevain verteld, die Boeken goed kende.)


Hendrik Jan Boeken classicus en letterkundige 1861-1933

8 juni 1916. ½ 2 vergadering van de twee Reddingmaatschappijen in het Scheepvaarthuis, in de mooie vergaderzaal. Kort vergaderd en toen het Scheepvaarthuis gezien tot boven op het dak waar een mooi uitzicht op Amsterdam. Met een motorboot van de Nederland naar Zaandam en Wormerveer langs al die fabrieken. Bij Zaandam het aantal molens nog maar een 15tal. Diner heel goed en de wijn ook goed. Couvert f 8.- zonder wijn. Six weet op alles een stempel van verveling te drukken. Over de Reddingmaatschappij en haar werk maar heel weinig gesproken. Het gesprek op laag peil. Hummel vermakelijk. (Johannes H. Hummel, 1865-1942, geh.m. Maria E. van Hecking Colenbrander. Bestuurslid van de NZHRM sinds 1909). Na het diner met Six en Hummel naar Polen, een paar glaasjes bier gedronken. Hummel zegt dat alles wat hij nu gezien heeft van de oorlog hem erg het land heeft doen krijgen aan het militarisme, dat hij liever zijn zoons de benen zou breken dan ze in de Marine laten gaan enz. enz. Militairen noemt hij een noodzakelijk kwaad, maar ik vraag hem, als het noodzakelijk is, is het dan een kwaad? Geen antwoord, evenals op zovele vragen die je jezelf tegenwoordig stelt. Het aardigste van het diner was ongetwijfeld het biertje met Hummel bij Polen.
18 juni. Gewandeld met Hilda en Tom en Alfred van Diemerbrug naar Hilversum, goed weer, heel aardig via Nigtevecht, Ankeveen, 's-Graveland, ± 25 km. Te Hilversum thee gedronken en de jongens pannenkoeken gegeten. Tom zegt: "voor een rijksdaalder wandel ik terug", waarop Alfred een rijksdaalder uit z'n zak haalt en zegt "dat koopje zal ik je bakken". En ze zouden de overeenkomst gesloten hebben als wij het hun niet belet hadden. Toen heb ik Tom
f 1.- gegeven. Er zijn de laatste dagen een soort hongeroptochten geweest van vrouwen, protesten tegen de duurte der levensmiddelen, ontstaan door de grote uitvoer van groenten en vee naar Duitsland. Zag vandaag zulk een optocht op de Overtoom, met opschriften als: MET VROUWENKIESRECHT VULLEN WIJ NIET DE MAGEN ONZER KINDEREN.
18 juli [tijdens een zeiltocht in Friesland met de Mavourneen en de 2 jongste kinderen]
Gemeen weer, opgestaan, gewassen en gekleed, dit gaat vlug omdat er niet gewassen wordt en het kleden slechts bestaat uit het aandoen van sokken en schoenen. Als het goed weer was zouden we ons misschien de luxe kunnen veroorloven meer zorgen aan het lichaam te besteden, nu kan dat niet. Met Olga in de Kathleen naar Woudsend geroeid en daar boodschappen gedaan. Regen. Terug naar Mavourneen, waar Alfred ons eieren bakt en we broodjes eten in de kajuit. Het weer ziet er allerdroevigst uit. Na het koffiedrinken weder naar Woudsend om te telefoneren. Zuurtjes gekocht voor Olga. Teruggezeild met de Kathleen, heel aardig. Laat daarna Alfred met Olga met de Kathleen op het Slotermeer zeilen dicht bij de ingang van de Rakken, heb de Mav. klaar om dadelijk te vertrekken als er een ongeluk gebeurt: de vallen en schoten klaar, de landvasten klaar om los te gooien, en ga koken, houd tevens een wakend oog op de Kathl., die heel aardig zeilt onder commando van Alfred. Erwtensoep klaargemaakt, aardappelen gekookt en spersieboontjes, daarna vlag neergehaald volgens afspraak; ze komen juist binnen, lekker gegeten, regen en koud, wat geschetst. Olga springt te water in plaats van op de wal en moet zich geheel verkleden. Ik ga een uur rusten en Alfred maakt koffie klaar. De regeling der maaltijden is altijd zeer vreemd, we eten en drinken als we honger hebben en wat er op dat ogenblik is. Bedden opgemaakt, vloer aangedweild in de kajuit. Ik slaap vannacht aan boord. 't Is wel aardig zo'n zeiltocht maar wel wat bezwarend voor mij, vermoeiend met de kleine Olga die overal tegelijk wil wezen. Ik heb er hoofdpijn van vandaag, ben commandant geweest van de twee schepen, keukenmeid, kindermeid en wat al niet.
24 juli. 's Avonds bioscoop, slag van de Somme, interessant om te zien het zich overgeven aan de Fransen van duitse soldaten, verder ook het werken met zwaar geschut, heel interessant.
31 juli. Naar Bram en Olga [van Stockum-Boissevain] gewandeld naar Boschlust. Het huis oud en bouwvallig, of slordig, armoedige logeerkamer en kort bed. Gepraat met Bram, die nu bezig is met al z'n uitvindingen: de mijn met diepteregelaar, de vlamdover voor torpedoboten, het richten van het luchtschip, afweerkanon. 11 uur naar bed en Bram aan het werk. Hij gaat als regel om 3 uur naar bed.
4 augustus. Vandaag gewerkt op kantoor en biljet Inkomstenbelasting verzonden. Inkomen in l9l5
f 12000.- ruim, een inkomen dat ik vroeger nooit zou gedacht hebben te kunnen hebben. Er zijn vele Zeppelins over het land gekomen en er is op geschoten. In de courant een stukje over de L 19, die wij indertijd op Texel beschoten, vreemd dat niets wordt gezegd van de schoten die op Ameland op hem afgevuurd zijn. Vanmorgen met kolonel Blokhuis aan het ontbijt over vliegtuigen en afweergeschut enz. Hij zegt dat wij geen afweergeschut hebben, dat het in Amerika niet meer te krijgen was, dat de beste verdediging tegen Zeppelins was vliegtuigen, dat hij meent dat we er misschien 40 hebben, maar geen vechtvliegtuigen, dat de Engelsen nu vliegtuigen maken van 39 meter vlucht met 3 kanonnen, dat de gedachtengang bij sommigen is: als wij partij kiezen hebben wij gauw genoeg vliegtuigen; dat na de oorlog ons gehele verdedigingsstelsel zal moeten worden gewijzigd tot een stelsel dat berust op verdediging tot wij geholpen worden door een ander, dat in dat stelsel geen plaats is voor een fortenlinie om Amsterdam zoals nu, dat op verschillende plaatsen nog de linie onvoldoende forten heeft. Ik lees met veel belangstelling de memoires van de conte de Gramont, noodzakelijk dit boek te lezen aan de hand van Pepys. Vanavond zitten werken aan een overzicht van de financiële toestand der Reddingmaatschappij van l906 - heden, waaruit duidelijk grote vooruitgang blijkt. Ik doe dit ten einde klaar te zijn voor het geval Six mij aanvalt.
12 aug.1916. Teau zal dinsdag behandeld worden met Röntgenstralen. De ziekte is heel ernstig en heet malignant granula. Dat ziet er niet mooi uit. Thans zal met Teau gebeuren wat volgens Dr. Voorhoeve al voor een maand had moeten gebeuren: bestraling van de milt.
13 aug. l916 [sinds 5 aug. weer op Texel]. Een vreselijke nacht. Tom had water in zijn oren en maakte een lawaai alsof hij stervende was of zwaar gewond, zodat niemand slapen kon. Verder maakten de soldaten lawaai bij Dalmeyer, blies de dominee op de trompet en 's morgens kwam Vrouw Van der Vliet klagen over het optreden van de soldaten.
22 aug. gisteren is hier een vat met wijn aangespoeld, merk "Londres". Er wordt onder directie van Daalder veel van geproefd, ook wij hebben een proefje, het is bijzonder lekkere fijne Bordeauxwijn, vermoedelijk afkomstig van een schip dat getorpedeerd is door de duitsers.
24 augustus. Vandaag zijn Mary en Ot Gooszen gekomen, aardige meisjes. We hebben gezwommen namiddags met hen, Tom en Alfi en de jongens van de Leeuw en Jacquy naar paal 17, met veel moeite tegen het hoge duin opgeklauterd en bovenopgezeten, prachtig uitzicht op de zee.
(Jacobus (Koos) en Cornelis (Kees) van der Leeuw, geboren resp. 1890 en 1893. De kennismaking liep waarschijnlijk via de Theosofie. Een van de twee broers bleef contact houden met mijn ouders. Jaquy Willebeek Le Mair, vermoedelijk een klasgenoot van Tom of Alfred, en bekend om zijn geslaagde imitaties van dierengeluiden. ) Langs de binnenkant terug en gezellig gegeten en 's avonds reuzepan, wel 20 mensen zaten in onze kamer en ik moest de "marszeilen hijsen" en zingen van "de mariniertjes onderdanig" en we hadden veel plezier. Ook De Bazel met een vrolijk gezicht. (De architect Karel Petrus Cornelis de Bazel, 1869-1923). Dat is een aardige, fijne man.


Karel Petrus Cornelis de Bazel,architect, bouwer van het  gebouw de Bazel in Amsterdamn. 1869-1923

(De "mariniertjes onderdanig" herinner ik mij wel. Het was een door mijn vader gemaakt versje op de schietoefeningen op de reede van Olehleh ca. 1893 onder leiding van de luitenant Faassen. De mariniertjes onderdanig /zijn altijd goed gericht / Ze houden zich heel kranig / ..... / De luitenant wou uit schieten / met ongebonden tijd / t Zijn daarin nog geen pieten/ dat heeft hij zelf gezeid/ Pief paf pief poef paf / De mariniertje schieten hun geweertjes af / Pief paf pief poef paf / de luitenant loopt in een draf / :Leve onze jonge koningin / de marinier van Putten gaat het eerst de Benting in.)
26 augustus. De meisjes Gooszen vertellen aan het ontbijt hoe achteruitstrevend conservatief hun vader is en erg streng en hun moeder nog strenger. Het is natuurlijk moeilijk dochters te hebben in een plaats als Nieuwediep, maar hij gaat dunkt mij te ver.
10 sept. Vandaag naar Drafna, De Sparren weer eens bewonder
d. .Zal morgen worden betrokken door de familie Tjebbes (f 50.- per maand tot einde April). Op Drafna terug, heerlijke thee van Polly. Op Drafna waren: Vader en Moeder, Nella met Theo Hissink en kind en wij, heel gezellig. Een teekening begonnen van eenige boomen. Een bezoek gebracht op de "Heerlijkheid" waar An en Gie. an zal morgen worden geopereerd aan de galblaas, een gevaarlijke operatie. Ik zag daar een stelletje foto's van het huwelijk van Gie en An en Hilda kwam er op voor, zoo bijzonder aardig en lief. Zaterdagavond met Hilda op bezoek bij Alfred en Mies die hun huis Van Baerlestraat 5 nieuw hebben ingericht, parketvloer enz., maar alles lelijk - zonder smaak. Bijzonder gezellige avond, onze Koogse ondervindingen met Rosie en zo van Rosie op Robert en hoe die thans weer in grote zorgen zit. Alfred denkt dat van hem helemaal niets meer terecht zal komen, ook over Eugen en over Teau. Haar toestand nog altijd heel zorgelijk, vooral vind ik het zorgelijk dat zij niet eet. Alfred vertelt van de Saksische dienstbode die met Van Lissa uit Berlijn was gekomen, hoe zij Baarn veel mooier vindt dan Grünwald, hoe zij ontzettend veel at en wit brood Kuche noemde, hoe een duits kind vond dat in Holland "alles Vergnügen" was, naar aanleiding van het feit dat men hier op straat mag "fluiten". Hoe mejuffrouw Suikerberg die onder de indruk van ellende in Duitsland van haar bezoek aan de grens is teruggekomen. Vandaag naar de begrafenis van C. Leyendecker, lid orkest, op Zorgvlied, een mooi kerkhof op een mooie plaats aan de Amstel, Ik sprak bij het graf. Mengelberg was er en was weder echt M.E.N.G.E.L.B.E.R.G., d.w.z. onuitstaanbaar en onbegrijpelijk.
12 september. Vandaag is een wetsontwerp ingediend tot het droogmaken van de Zuiderzee. Als wij het gaan doen laat het dan vlug zijn.
30 sept. Ik ben woensdag bij Erwin van Asbeck geweest, die met nierziekte is thuisgekomen. Hij is geheel blind op het ogenblik maar bewonderenswaardig flink en opgewekt zelfs. Hij vertelt mij veel van zijn commandement van de Serdang te Sabang, hoe hij daar had te letten op 12 Duitse koopvaardijschepen, die wel eens vergaten dat ze niet in Duitsland maar in Holland waren, verteld van de Hörde waar ik al van Crommelin over gehoord had, hoe die een officier van de marine aan boord had als 4de officier. Het schip moest kolen leveren aan de Emden en was de Telek Dalambaai van Simaloer binnengelopen, die niet voor de scheepvaart is geopend. Daar werd het schip gevonden door Crommelin en gebracht naar Sabang. Daar kwam die 4de officier eindelijk voor de dag in stokerspak.
De gezagvoerder van de Hörde had het plan weder te vertrekken, doch er was order gekomen dat hij slechts mocht vertrekken als hij eerst zijn lading kolen loste. Hij stond er toch op te vertrekken, waarop Erwin hem zeide dat hij dan gevaar liep in de grond geboord te worden. "Wie zal een Duits schip in de grond durven schieten" zei de gezagvoerder. "Ich", zei Van Asbeck en hij wees op zijn kanonnen. "Dann bleibe ich", zei de gezagvoerder. Erwin vertelde ook van de Prins die in Zwitserland was geweest en hem een bezoek had gebracht. Hij vertelde dat hij in Zwitserland geweest was met 2 zusters groothertoginnen, één van Mecklenburg, en één met een Russische grootvorst getrouwd, hoe die groothertoginnen over de oorlog begonnen en de een zei "de Russen zijn begonnen" en de ander "de Duitsers zijn begonnen", hoe ze toen begonnen te kakelen en ruzie kregen. Hoe eindelijk Heinrich werd gevraagd te beslissen en de Prins zeide "Ich bin neutral" en hoe toen z'n zuster had gezegd "Je bent altijd de netste van de familie geweest". Op de vergadering Reddingmaatschappij van gisteren werd mij hulde gebracht wegens de toenemende financiële bloei der Reddingmaatschappij. Dientengevolge werd het salaris van de boekhouder van f 400.- op f 800.- gebracht, hetgeen hij dus aan mij te danken heeft. Ik maak nu 1 x per week muziek met Johannes Röntgen, een zoon van Julius, een aardige jongen, 17 jaar oud en hij is een Mof doch vindt dit ellendig.(Johannes Röntgen, 1898-1969, pianist, koordirigent, componist). Zou ook niet opkomen als hij bevel kreeg te komen.
2 october naar Delfzijl, hotel De Beurs, en de volgende dag conferentie met de Voogd van Rottum die ik had laten komen bij de heer Eybergen. Met hem gesproken over de verankering van de motorreddingboot door middel van een boei. Hij zegt mij toe een tweetal zware stenen en de ketting voor de boei (15 vadem) als ik de boei naar Zoutkamp zend. Daarna 's middags met Voogd van Rottum naar Appingedam gefietst naar de fabriek van Brons. Deze is timmermanszoon, was zelf timmerman, doch heeft helder verstand en daaraan te danken z'n uitvinding van de Bronsmotor. Ook z'n vrouw geheel op de hoogte van motoren. Met haar besprak en bedacht hij dan 's avonds de verbeteringen die hij er geleidelijk in aanbracht. Nu heeft hij een grote fabriek die thans weer wordt uitgebreid en zoveel bestellingen dat hij de eerste 2 jaren vol werk is en geen bestellingen meer aanneemt omdat hij met het oog op de oorlogstoestand niet weet welke prijzen hij moet vragen. Zag grote 4 cil. motoren voor sleepboten die naar Indië gaan en zag deze in werking met de reminrichting. Terug langs het Damsterdiep, zagen vandaar een aantal Zeppelins, waaronder zeer grote, boven de zee. In Engeland is er weer een omlaag geschoten. Theegedronken bij de vrouw van de Voogd, waar Toxopeus zijn neef Mees Toxopeus laat komen, dien Toxopeus wenst als schipper van de motorreddingboot. Hij beschrijft hem als "een woeste kerel maar zeer bedaard".
4 oktober. Vanavond naar Nierstrasz, P.Hendrikkade 26, over de Zeevaartschool waarvoor de subsidie door de regering geweigerd is.
(Boudewijn Nierstrasz, geb. 1861, dir. Holl. Stoombootmij sinds 1888, lid tweede kamer 1913-1918).  


Links: Boudewijn Nierstrasz, reder. 1861-1939.Rechts: Pieter W.A.Cort van der Linden, minister-president 1913-1918 (1846-1935)

Nierstrasz heeft een rekest opgesteld. Hij vertelt dat Cort van der Linden een slappe oude man is, die toelaat dat gezant Von Kühlmann met de vuist op tafel slaat en zegt "Ich will es so". (Pieter W.A.Cort van der Linden, 1846-1935, eerste minister 1913-1918.) Cort maakt nog wel indruk door zijn redevoeringen, maar ze bevatten weinig als men ze leest, en tracht bevrediging te krijgen tussen Rechts en Links, door aan Rechts art. 192 van de grondwetherziening te geven tegen art. 90 aan de Linkse partij. Echter heeft de kwestie van het openbaar onderwijs niets te maken met de kwestie van het kiesrecht. Nierstrasz vreest voor Zeeuws Vlaanderen als de Entente wint en zou willen dat wij nu reeds toonden door een daad (door het stationeren van veel troepen in Oost Vlaanderen, die zich dan maar dood moeten vechten ) dat wij niet zullen toelaten dat aan Z.Vlaanderen getornd wordt. N. zegt dat in dat deel van Z.Vl. slechts 80 man zijn, maar wel in het Westelijk deel. Daar zijn er 7000. Betreurt dat men in de Kamer niet over dergelijke dingen kan spreken, evenmin als over het afweergeschut dat we zo hoog nodig hebben, maar niet bezitten. Voor Indië maakt hij zich niet zo bang, gelooft dat de Indiërs ons wel waarderen in die zin dat zij niet gaarne van meester zouden verwisselen. Van Heutz is voor een weerbaar maken der Inlandse bevolking. Wat de verdediging van Indië door de Marine betreft voelt N. het meeste voor grote schepen daar Indië te uitgestrekt is om met onderzeeërs allen te verdedigen.
10 oct. Vandaag 's morgens vergadering commissie van toezicht onderwijs Zeevaartschool. De heer Wiersma vertelt mij dat vooral het stokerspersoneel zoveel slechte elementen bevat, zodat het plaatsen van schoolschepen in verschillende plaatsen als Hoorn, Enkhuizen, Delfzijl enz. niet ten gevolge zou hebben dat het aantal slechte elementen aan boord belangrijk vermindert, het zou slechts tengevolge hebben een hoger graad van geoefendheid van de dekhands. Wij hebben zaterdag 7 october met de jongens in het Grand Theater een uitvoering bijgewoond van de Spaansche Brabander van Brederoo. De leraars aan de HBS hadden de jongens aanbevolen er heen te gaan, maar zij hadden dit te lichtzinnig gedaan zonder te bedenken wat in dit stuk wordt opgevoerd en gezegd. Zo werd dus voor een grote hoeveelheid Burgerscholieren, jongens en meisjes, opgevoerd een stuk dat heel erg plat was, waar "snollen" in voorkwamen, die elkander vertelden hoe zij op het slechte pad waren geraakt enz. Ik vind het bar en bar dat zulk een stuk wordt aangeraden door leraren van een HBS en telefoneerde de volgende dag met de directeur, die in het vervolg beter zal oppassen. Het enige wat van dit stuk gezegd kan worden is dat het niet pervers is maar gezond.
11 oktober. Vandaag met Six, Nierstrasz naar minister van Binnenl.Zaken Cort van der Linden. Hij ontvangt ons 12 uur in het torenkamertje, dat wel aardig is. Hij is een oud man, m.i. te oud voor een minister v.B.Z. Wij kwamen voor de subsidie voor de Zeevaartschool en ik houd een lang betoog. Misschien krijgen we nog iets bij suppletoire begroting. Daarna naar de Witte waar we lunchten. Nierstrasz vertelt hoe gemeen de Duitsers doen met schepen die voor het Bootengerecht komen te Hamburg. Hoe zij op een van de schepen van de Holl.Stoomboot waar de contrabande slechts 15% van de waarde van de lading uitmaakte de contrabande schatten op 6 x de waarde en het strokarton op 1/3 van de lading en zo kwamen tot een uitkomst volgens welke de contrabande meer dan 50% van de lading was. Toen werd het schip prijs verklaard. N. vindt het dom dat in de Troonrede is gezegd dat Nederland neutraal zou blijven zolang de vijand niet een inval deed. Nu wordt er gelachen over onze protesten tegen aanvallen op schepen. 's Avonds te Amsterdam met Hilda naar uitvoering Caecilia. Hilda had haar mooie nieuwe japon aan. Als het een meisje is zal ze Engelina Petronella heeten, een jongen zal Maarten heten en mevrouw Der Kinderen wordt peettante. Ik koop vandaag de werken van Jan Luyken voor
f17.50, uitgave 1701, heel aardig.
12 october. De hele dag op kantoor, tussen 1 en ½ 3 viool gestudeerd, de 3de sonate van Beethoven, heel moeilijk. 4 uur gezwommen Heilige weg en daarna weer kantoor tot ½ 8. Vind thuis Olga [van Stockum-Boissevain] die bij ons logeert vandaag en o.a. vertelt dat Bram voor ± 10 dagen op het departement was en dat men daar in onrust verkeerde, denkende dat wij in oorlog zouden komen en dat het niet zeker was met wie, waar wij bijv. eisen inwilligend van Duitsland Engeland onaangenaam zijn en omgekeerd. De oorlog duurt thans 2 jaar en 2½ maand en "we hebben nog geen afweergeschut tegen vliegmachines en Zeppelins".
Vanavond Hilda repetitie Toonkunst en ik speel met Johannes Röntgen, die zo-even het eerste salaris dat hij ooit heeft genoten heeft opgestoken, namelijk f 10.- voor 4 lessen, hetgeen ik schandelijk veel vind voor zo'n jongen. Naber gelooft dat het raadsel in het dagboek van Gerrit de Veer (namelijk dat de zon vroeger zichtbaar werd dan men had verwacht) moet beschouwd worden als een aardigheid. De Veer zou enige tijd de oude tijdrekening gebruikt hebben, die bij ons in l582 verwisseld werd voor de nieuwe. Het is volgens N. niet mogelijk de verklaring te vinden in een bijzonder grote straalbuiging, daar een straalbuiging van meer dan 2 graden onmogelijk is.
17 october. Bram vertelt aan tafel van zijn uitvindingen, o.a. bij het opnemen van Suriname, hoe hij uitsluitend 's nachts observeerde ter vermijding van fouten van het instrument, ontstaan door uitzetting tengevolge van zonnewarmte, hoe hij een goed werkende artificiële horizon fabriceerde, [...] en nog veel meer. De jongens zitten met belangstellende gezichten te luisteren, maar Alfi verdwijnt spoedig omdat hij repetitie heeft. Natuurkunde. Annie Goedkoop heeft haar philippien met Tom verloren. In mijn tijd zouden wij er niet aan gedacht hebben een meisje een philippien te doen verliezen, tegenwoordig zijn de jongens anders naar het schijnt, vermoedelijk als gevolg van de coëducatie. Tom verwacht nu een cadeau van haar.
28 october. Tom vandaag naar IJsbrand van Van Eeden.[...]Bouman had gezegd IJsbrand voor de jongens gevaarlijker te vinden dan de Spaanse Brabander en Tom kan zich dat wel voorstellen. Grote discussie met zijn vrienden over de betekenis van IJSbrand en ze zijn het allen oneens. Tom vond IJsbrand een stakkerd maar tegelijk sympathiek, een zwak mens.
31 october. Naar Terschelling. [o.a. wegens een redding door de Brandaris].Visser voordien gesproken, enthousiast over Cupido (de schipper van de Brandaris). Zijn stem klinkt door alles heen, hij commandeert nooit meer dan eenmaal. Grote kalmte en absolute tegenwoordigheid van geest, weet dadelijk wat te doen.
1 november. Wij hebben veel tijd nodig voor de tocht van Terschelling naar Vlieland door de vele omwegen wegens mijnen.[...] Naar burgemeester op Raadhuis. Deze klaagt over de vele tochten naar de Hors. Gisteren is de burgemeester op de Hors bij het terugkomen overvallen door de vloed en wandelde weldra tot de buik in het water. Een der paarden moest bijna zwemmen. Slufters moesten doorgestoken worden, er zijn er nu 3 à 4. Naar overste Timmermans. Hij woont in het oude huis van meester Westra en ik praat met hem over het medenemen van militairen in de reddingboot enz. Hij staat niet toe dat ik het "fort" ga zien op de Oostkant.Daarna naar de heer en mevrouw Akersloot (5 uur) die mij in het opkamertje van het Tromp's huis ontvangen, alleraardigst. Zij raken beiden in vervoering als ze spreken over het bezoek van de Koningin aan hun huis. "U weet misschien", zei hij, "we zijn mensen van de Schrift, wij beiden geloven dat elk woord van de Schrift waar is. Ons gehele leven hebben wij 's ochtends en 's avonds gebeden voor het Koninklijk Huis. Er staat in de Schrift: God neigt de harten der Vorsten, dat wil dus zeggen" (en hierbij richt hij z'n interessante kop op en kijkt mij aan - een aardige kop met die lange witte haren) "dat wil dus zeggen dat er een bijzondere gemeenschap bestaat tussen God en de Koningin, dat de Koningin dus aan niemand op aarde verantwoording schuldig is en dat geeft aan zulk een bezoek zulk een heel bijzondere wijding en zulk een hoge betekenis, 't is iets voor ons hele leven".Hij is iemand die in een roman thuis
behoort, een ouderwetse zeer vormelijke fijn beschaafde heer van goede familie en - een zonderling waarschijnlijk.
2 november. Op om 7 uur. 8 uur per postkar met Blom naar posthuis, aankomst 9 uur en vandaar met Sieben op de postkar naar de postboot over de Hors. Blom vertelt van Akersloot hoe niemand eigenlijk weet of hij goed is of kwaad.
Sieben vertelt dat de voerlui met de paarden bij de laatste stranding, op punt Hors, waar alle mensen van boord zijn gelopen, niet op de Hors zijn geweest, hij had het beter gevonden zo zij althans een wagen de Hors op hadden gezonden en ik vind dit ook. Het hebben van een voerman in de Commissie is wel een nadeel.10 uur in de postboot en 10 u. 15 vertrokken, ½ 12 aan de wal op Texel.
Vrijdag 3 november. Mist. diligence, boot - admiraal.
Met admiraal gesproken over de kwestie Reddingmaatschappij - militair gezag. Hij zegt dat hij van mening verschilt met de opperbevelhebber. Deze had gewild dat in het geval van de Loch Ryan a/b Brandaris militairen waren geweest, terwijl volgens admiraal de order was dat dit slechts moest gebeuren als bepaaldelijk bleek dat dit nodig was. Uit de aanwezigheid van een lichtje onder de kust blijkt de noodzakelijkheid nog niet, volgens admiraal. Verder was het tot dusver de order dat het materieel (torpedoboten) 's nachts niet mocht uitgaan omdat dan alle lichten moeten worden ontstoken. Ik uit de wens dat gewapende trawlers of sleepboten worden gebruikt. Geef ze me maar, zegt de admiraal, maar wat belangrijker is: hoe krijg je het volk dat zo vertrouwd is met de gronden dat ze er 's nachts bij elke gelegenheid mee kunnen uitgaan. Ik wijs op de aanwezigheid van bekwame loodsen te Terschelling, maar kom in deze niet verder. De admiraal zegt nogmaals dat de regeling niet van hem komt, beaamt dat het een minderwaardige regeling is, maar dat ten slotte op het ogenblik de reddingboten de enige vaartuigen zijn waarmede de verlangde diensten kunnen worden verleend. Hij zegt: nu moet u eens niet secr. van de Reddingmaatschappij zijn, maar luitenant ter zee, dat bent U immers ook!
Maandag 6 nov. Vergadering met de schoolopzieners. Gunning deelt mede dat hij mei l9l7 ontslag neemt omdat hij op de duur niet kan verenigen het ambtenaarschap en zijn lust om te studeren en te publiceren. Ik kan het mij voorstellen. 's Avonds Concertgebouwvergadering, vervelend als altijd. Aan het slot wordt door de verschillende handelsmannen gesmeten met millioenen. De oorlogswinstbelasting zou volgens Oyens 300 milj. opbrengen, waaruit volgt dat de oorlogswinst ± 1 milliard zou bedragen. Wibaut kan zich dit niet voorstellen.
13 november. Vandaag aan tafel sprak ik met Hilda over een boek van W. Glover "Know your own mind" en hetgeen daarin staat over bijv. het rangschikken van onze gedachten door onze wil, schijnt Tom te hinderen. Wij moeten eigenlijk niet spreken over zulke dingen in Tom's nabijheid, waar hij onder de invloed van Ds Kuiper naar mij voorkomt zeer vaste denkbeelden heeft over godsdienst en het zou jammer zijn als hij nu begon te twijfelen, vooral omdat voor twijfel geen reden is. Hij zeide dat het hem in het geheel niet interesseerde (dat gedachten dingen zijn enz.) waarop ik zeide dat ik dat in mijn dagboek zou schrijven en hem dan over 15 jaren voorlezen. Het wordt tijd dat de jongens van huis gaan, maar je denkt wel eens met schrik aan hetgeen hun te wachten staat in de wereld. Dit zijn echter sombere gedachten, dit pakje sombere gedachten moet maar in de "dome" en moedige, vrolijke, idem, boven in. Heden bericht van Teau dat de milt weer geslonken is en dat zij eetlust heeft.
18 november. 's Middags 4 uur een vergadering op het Concertgebouw inzake de omwerking van de pensioensregelingen Concertgebouw, een ingewikkelde geschiedenis, maar wel interessant en aardig, zo er iets van terecht komt. De kwestie is dat van de tegenwoordige ouderdomspensioenverzekering moet worden gemaakt een verzekering voor ouderdom, invaliditeit en weduwen en wezen. Hoe dit te doen zonder te tornen aan verkregen rechten.
19 november. Alfred heeft de wekker die hij gekregen heeft uit elkander genomen en kan daarmede nu boeken ophijsen, niet er op zien hoe laat het is.
22 november. Vergadering Zeevaartschool op mijn kantoor, waar Nierstrasz vertelt hoe hij veel sympathiebetuigingen ontvangt van allerlei mensen in het land, een timmerman hier, een metselaar of kleermaker daar, die hem, hoewel geheel onbekend, mededelen dat zijn optreden in de Kamer hun volle sympathie heeft. Verder zegt hij dat het er niets op aankomt als men een lid der Kamer beledigt, maar spreekt men kwaad van "de Kamer", dan is de gehele Kamer woedend.
24 november. De voogd [van Rottum] zeer in zijn schik met een verklaring van de minister van oorlog, waarin gezegd wordt dat hij geen spion is. Hij werd van spionnage en van smokkelen beschuldigd. Hij vertelde mij van z'n zoontje Steffen, oud 7 jaar, die door de meid werd afgeluisterd toen hij met de handen op de rug op en neer liep op zolder, in zichzelf sprekend: "Wat moet ik worden als ik groot ben? Opzichter Waterstaat? - nee, die moet hard werken zegt Vader, die zit nog wel eens om 10 uur op kantoor - - - wacht, ik weet 't al, inspecteur van het Loodswezen, die heeft niets te doen, zegt Vader"
(Vermoedelijk is het hier volgende verhaaltje in "Mensen die ik ontmoette" mede ingegeven door de verdenking die er op de voogd heeft gerust. Ik denk dat het de situatie goed weergeeft).
M o r g e n k o m e n
 d e s o l d a t e n
De eenzame bewaarder (zijn titel is voogd) van ons kleinste bewoonde eiland, Rottumeroog, genaamd Hendrik Toxopeus, zit in zijn hoge uitkijkpost en bespiedt met een lange kijker de omtrek. De oorlog (van l9l4) is uitgebroken en morgen zullen de soldaten komen op Rottumeroog om de neutraliteit te helpen handhaven. Hendrik Toxopeus kijkt in de richting van het nabije Duitse eiland Borkum aan de andere zijde van de Eems. Hij ziet en hoort hoe daar kanonnen worden beproefd, evenals reeds dagen tevoren gebeurt. Het is heden 2 augustus van het jaar 1914. Daar krijgt hij iets bijzonder in de kijker. Een kleine boot, die over het brede water komt aanzeilen. Er zit een man in. Nader en nader komt de boot en eindelijk landt zij, nog ver weg, op het strand. Nu stapt de man er uit. Hij draagt iets in de handen . . . nu waadt hij door de geul. "Wie is die man", denkt de voogd. Hij heeft vele vrienden op het grote Duitse eiland; zijn vrouw komt ook van Borkum. Dan, plotseling, weet hij wie het is. Evenals de wachter op de poort aan diens wijze van lopen de man herkent, die koning David het bericht zal komen brengen van Absaloms dood, herkent onze bewaarder aan een kleine beweging, hoewel nog zeer ver weg, zijn goede vriend Dirk Zeilman. "Wat komt die hier doen?" denkt hij. Nu ziet hij dat zijn bezoeker een grote vis draagt. Waar de duinen beginnen ontmoeten de twee vrienden elkaar. De begroeting is zeer hartelijk. "Zie je", zegt Dirk, "ik had je zo lang niet gezien en ik dacht, je houdt wel van een tarbot" . De voogd is zeer getroffen door de grote hartelijkheid. "Een vis moet zwemmen" zegt hij, "dus zullen wij hem koken en er een glaasje wijn bij drinken". Zo gezegd, zo gedaan en na korte tijd zitten zij tegenover elkaar aan tafel met tarbot, aardappelen en een glas wijn, afkomstig van een aangespoeld vat. Dan kijkt de voogd zijn vriend aan, neemt zijn glas op en zegt:"Dirk welkom bij mij thuis, maar je bent een spion" "Dat is zo", zegt Dirk zonder blikken of blozen, na een slok wijn. "En wat kom je nou spioneren?"
"De Commandant van Borkum wou weten of er al soldaten waren". "Zeg aan je Commandant dat als hij morgen zijn kijker gebruikt hij ze zal zien komen . . . maar nu je spion bent, vertel jij me eens hoeveel man zijn erop jouw eiland en hoe staat het met de kanonnen?" Dirk vertelt het hem. "Ziezo", zegt de voogd, "nou zijn we weer goede vrienden. Laten we nog eens inschenken." Gisteren op school: De meester: Bijvoeglijke naamwoorden zijn woorden waardoor die aangeven hoe een ding, mens, zaak, stof, is, Bijv.: hoe is een Vader wel eens? Jongen: Lui! Meester: Wel neen, jouw vader is nooit lui en die van jou ook niet. Jij, zeg eens hoe een vader wel eens is? Andere jongen: Dood! Nog een andere jongen, vinger opstekend. Meester ik weet het. Levend!.Het blijkt dat de meester met alle geweld wilde hebben dat een vader "streng" was.
Maandag 4 december. 's Avonds bestuursvergadering Concertgebouw gevolgd door een souper met oesters ten huize van Van Rees, Keizersgracht 69. Wibaut uit zijn mening dat als de ontwikkeling van de maatschappij nog een jaar of 16 ongestoord had kunnen plaats hebben, de oorlog onmogelijk zou zijn geworden. Wibaut is een knap man, maar toch hecht ik niet erg aan zijn mening in deze.
5 december. Een heel aardige St. Nicolaasavond met Tom, Alfred en Olga. Omdat Hilda niet in staat was boodschappen te doen had ik dit gedaan, en dat was in het voordeel van de kinderen, want ik kocht geloof ik veel meer en mooier dan Hilda zou gedaan hebben. De kinderen erg dankbaar en al is het een dure dag geweest, veel te duur zelfs, 't was wel bijzonder aardig en Hilda en ik keken elkander eens aan. In grote geldverlegenheid eindig ik dit jaar.
12 december. Vandaag is onze beste Tom geopereerd blindedarm door Dr. Van Kampen, narcose van Dr. Hammers. Ik ben er met Hilda vanmiddag en vanavond geweest. De narcose had hij "reuzefijn" gevonden. Olga zei vanmorgen tegen hare moeder:"Moeder weet je wel dat zo'n japon (haar beste japon) zoals ik nu aanheb, die zou bij "rijkeluiskinderen" gewoon een daagse japon zijn." Ik zit in de knoei met mijn duiten, hoe ik het jaar nog uit kom zonder te verkopen is een raadsel.
Ik lees nu: Tom Browns schooldays, een boek dat meest aan jongens wordt gegeven, maar beter geschikt is voor ouders. Vroeger had ik het natuurlijk gelezen, maar nu is het interessanter. Die liefde voor lichaamsoefening is een mooi ding in Engeland, aardig die beschrijving van de postwagens en van de footballmatch. Diary of Evelyn, een vervelende kerel. Leven van Johan de Witt van Japikse.Ik heb in al mijn armoede een kastje van f 65.- voor Hilda besteld - muziekkastje van mahonie.

1 9 1 7
17 januari. Weinig gewerkt vandaag. 's Nachts heb ik het altijd koud hoeveel dekens ik ook neem. Hilda nog op Drafna. De dansles van Olga bezocht en gezien hoe een troep kinderen de one-step, two-step enz. leert.
18 januari. Hilda thuisgekomen. Teau heel zwak maar we moeten hoop houden. Moeder merkwaardig flink maar het zal haar enige jaren van haar leven kosten denkt Hilda. 's Middags naar Gunning en hem gevraagd naar zijn mening omtrent de positie van hoofden der scholen te Amsterdam en wel in verband met een regeling die B en W wensen te maken voor de benoeming van onderwijzers aan ULOscholen volgens welke regeling de hoofden dan noch proeflessen zullen mogen houden noch bezoeken zullen mogen brengen in de klasse van de sollicitant. Ik ben het er niet mee eens wat de bezoeken in de klasse betreft. Gunning geeft mij een onbevredigend antwoord. Hij zegt dat ik "idealistisch" gelijk heb, dat het inderdaad beter zou zijn van een zuiver "onderwijs" standpunt als het hoofd der school zijn eigen onderwijzers kiest enz. enz., maar dat de zaak er anders voor staat in een grote stad als Amsterdam, dat de Wet goed is voor een dorp maar niet voor Amsterdam. Dat immers B en W te Amsterdam niet het recht hebben een onderwijzer over te plaatsen van een school naar een andere. Dat de inspecteur van het LO zo ver ging dat hij wilde dat het onderwijs Rijkszaak was en alle onderwijzers eenvoudig zouden worden geplaatst of overgeplaatst op last van de regering. Dat hij voorzag dat het stadsbestuur zich hoe langer hoe meer met de schoolzaken zou bemoeien, dat een werfhouder het nu eenmaal niet kon doen zonder de gemeentelijke inspecteur. Een en ander doet mij hopen dat het Bijzonder onderwijs tot bloei zal komen en het Openbaar onderwijs tot verval.
20 januari. 's Morgens naar Hembrug om land te zien dat ik voor de Bouwmaatschappij wil kopen aan het Noordzeeka
naal. Met Hilda en de kinderen naar de bioscoop, Leger en Vloot, heel aardig. Daarna naar Bouwmaatschappij en besloten wordt 165000 gulden te bieden voor twee combinaties van percelen.
21 januari. Hilda heeft dezer dagen aan de kinderen verteld dat zij een zusje of broertje krijgen en vooral Olga is er natuurlijk vol van en spreekt er veel over met haar moeder, allerlei intieme praatjes. Ze vraagt of het kindje al leeft en zegt, dat zij zich niet herinnerde dat ze leefde, en als ze goeden nacht zegt, dan zegt ze "nu, ook goeden nacht".
23 januari, dinsdag. Op schaatsen van Sloterdijk naar Halfweg en met Mendes en den heer Teunissen de veiling bijgewoond. Per tram terug. 's Middags gereden op de IJsclub, gezellig. 's Avonds naar Concertgebouw, concert Alexander Schmuller - Bach cyclus.
24 januari, woensdag. 's Morgens kantoor en 's middags met Tom van Overtoom naar Sloten en vandaar langs ringvaart naar stoomgemaal Lynden en vandaar naar Aalsmeer. Te Aalsmeer juist de trein 5.45 (het was al donker) gesnapt en ½ 7 thuis. Aardige toch maar mijn schaatsen wat bot en ook nat, maar niet veel last van voet. Tom rijdt harder dan ik.
Vandaag mijn bureautje thuisgekomen dat ik kocht bij De Groot in de Nieuwe Spiegelstraat voor
f 160.-, weinig geld, maar toch genoeg om het niet te kunnen betalen, tenminste op het ogenblik niet.[later bijgeschreven: dit bureautje gedurende de oorlog l940-45 voor f 1700.- verkocht op een publieke veiling in "De Zon".]
25 januari. 's Middags met Tom naar Aalsmeer over de Schinkel en kleine Poel. Van Aalsmeer over Westeinderplas naar Leimuiden. Op de Blauwe Bengel 2 zeilschuiten. Op de Westeinderplas veel wakken, niet afgezet en over het algemeen slecht ijs. Gevallen op neus. Veel bloed, snee in voorhoofd en neus, verbonden door dr. Boorhout te Leimuiden. Van Leimuiden langs Ringvaart naar Aalsmeer, gedeeltelijk gereden en verder gelopen, erg koud maar heerlijke wandeling. Gegeten: soep, biefstuk, groenten, geb. aardappelen en flensjes in hotel Met en per trein naar Amsterdam, waar ik zowat 9.15 aankwam en Hilda mij uitlachte wegens mijn uiterlijk.
1 februari. Theo jarig, gegeten bij Theo en Cateau in Den Haag. Onbegrijpelijk die ideeën van Theo, hij vraagt zich nog af of wij tegen de Engelsen of tegen de Duitsers moeten vechten. Kweste Westerdijk; vele schepen met regeringsgraan gezonken en ook getorpedeerd. En wij rijden maar schaatsen, ook de Koningin en Juliana en de ministers.
5 februari. Als ik 's avonds naar de concertgebouwbestuursvergadering ga moet de tram bij het postkantoor stoppen voor een optocht, een zogenaamde "hongeroptocht" als protest tegen de duurte der levensmiddelen. De anarchisten Wijnkoop c.s. willen dat alle uitvoer naar Duitsland wordt stopgezet.
8 februari. 11 uur admiraal Van Hecking Colenbrander, met hem naar Van Eeghen, vergadering De Ruytermedaille, vandaar naar kantoor en met Six naar de Grote Club waar ik geen brood krijg omdat ik geen broodkaart bij mij heb.
(Herman Henri Olke van Hecking Colenbrander, 1870-1942).
Six ook niet, doch de admiraal wel en hij geeft ons niets van zijn 50 gram brood. Met Colenbrander naar Rozenburg en verder naar kantoor om brieven te schrijven.
9 februari. De jongens vandaag schooltocht op schaatsen - 160 jongens. Tom reed vooraan met Staalman en moest zo'n beetje regelen. Alles was heel aardig en Bouman heeft "verdomd" gezegd. Aardig die grachten vol schaatsenrijders.
Een trawler in de grond geboord door de Duitsers, stijgende nood te Amsterdam - brandstof en levensmiddelen.
Zondag 11 februari. 12 uur per schaats ofschoon harde dooi van Utrecht naar Alphen langs oude Rijn, afstand ± 35½ kilometer. Aan het eten thuis.
De scholen te Amsterdam alleen 's morgens open, 's middags gesloten. [resultaat van een optelling van de sinds 23 jan. in 8 schaatstochten afgelegde kilometers:]
262 km, behalve de IJsclub en sloten. Het is niet veel, maar nu ik eindelijk goede schaatsen heb, weet ik zeker dat ik volgend jaar grotere afstanden zal afleggen. Volgend jaar Friesland!
13 februari. Vandaag de laatste hand gelegd aan rapport Onderwijs. Naar tentoonstelling Maritiem Museum en hoor daar hoe Mensing, wijzende op een tekening van Van de Velde (ongeveer zoals ik die heb), aan een meneer vertelt dat zo'n tekening tegenwoordig in Londen £ 100 opbrengt. Verder het dagboek van Pepys, uitgave Wheatly, bekeken.
14 februari. De laatste hand gelegd aan Rapport Onderwijs, en ben benieuwd wat ik voor onaangenaamheid zal ondervinden over hetgeen ik daarin schreef over onzedelijke onderwijzers.
18 februari. Het dooit hard.
Visites gemaakt. Ik ging alleen en maakte 30 visites. 's Avonds alleraardigst feest bij Couturier zilveren bruiloft heer en mevr. Beukers-Van Ogtrop. Heerlijk gegeten. Na afloop komt een inspecteur van politie om te zien of er niet te veel verlichting wordt gebruikt en constateert tevens dat sterke drank is gedronken en maakt daarvan proces verbaal op. Een gekke vertoning, een agent met een fles onder de arm en glaasje in de hand. Couturier had geen vergunning.
19 februari. Op spreekuur de moeder van een leerling van school 47, die tegen het Hoofd heeft gezegd: Polvernolleke ben je bezuurkoold" en zegt zeer kalm te zijn gebleven, waaraan ik twijfel.
Woensdag 21 februari. De hele dag admiraal Colenbrander, eerst naar de Kweekschool v.d.Zeevaart, koffiedrinken Americain Lunchroom. 's Avonds komt Koos v.d.
Leeuw, die te Rotterdam goedkope volksvoeding heeft georganiseerd. Ernstige toestand met de voeding in Nederland. Weer 2 Nederlandse schepen getorpedeerd, "Ootmarsum" en "Trompenburg".
22 februari. Hilda erg aan de Theosophie, die voor velen een grote levensvervulling is en troost.Er zal hier van gemeentewege een volksvoeding worden georganiseerd.
24 februari. Naar de Bouwmaatschappij waar vergadering met de commissie tot nazien van de balans. D. Rahusen en Van Bevervoorde tot Oldeweede, de Johannieter ridder, die er zo bespottelijk uitziet op de partijen van het Hof in rode mantel en kaplaarsjes en zwaard. Deze bleke broeder vertelde dat hij onlangs bij een begrafenis in Duitsland tegenwoordig was geweest waar ook vele officieren en dat die volstrekt geen plannen hadden die leken op een oorlog met Nederland. Hoogst belangrijk!
15 maart. Revolutie in Rusland, tot doel hebbende de verdrijving van de reactionairen uit het bewind. De Czaar treedt af, geeft het bestuur over aan zijn broeder. Dit bericht is gunstig voor de entente, daar de reactionairen heulden met de Duitsers. Aan het Westfront gaan de geallieerden ook vooruit.
21 maart. Hilda vandaag een rumoerige vergadering op het Vrouwenleesmuseum, met gevolg dat het bestuur aanblijft.
Vanavond was Hart {de kleermaker] er om pakken te passen voor de jongens en veel plezier gehad in Alfred die altijd vindt dat alles past.
23 maart. Ik verkoop vandaag effecten, 1 Rott. Bankver. en 1 HIJSM bij gebrek aan geld.
24 maart. De plechtigheid van de uitreiking van de De Ruytermedaille aan OptenNoort zeer goed afgelopen. Alleen begon de feestelijkheid ermede dat de Prins zijn hoofd vrij flink stootte aan de kroon midden in de kamer. Na afloop lunch in de eetzaal van de Kweekschool voor de Zeevaart. Ik zat aan een tafel met den Prins, OptenNoort, de Commissaris Koningin Röell, Burg
emeester Tellegen, Admiraal Tydeman en Guépin. Gedurende de plechtigheid hoorde ik dat de Amstelstroom van de Hollandse Stoombootmij in de grond geschoten is door 3 Duitse torpedobootjagers. Er zijn 4 man bij omgekomen. 's Avonds naar den Haag, concert. Mengelberg en mevr. Schapiro zijn er niet, treinaansluiting gemist van Frankfort. Dopper vervangt met de 4de symphonie van Beethoven. Er zijn geen ministers in de loge en dat doet mij plezier, want het zou mij hebben gehinderd op de dag van de torpedering van de Amstelstroom een minister in het concert te zien. De aanbiedingen van Duitsland betreffende de 7 in de grond geboorde schepen zijn schandelijk en door ons van de hand gewezen. In Rusland schijnen de zaken nu goed te gaan, er schijnt geen nieuwe czaar te worden benoemd, misschien wordt Rusland een republiek. Tussen Stuart en de commissie van Hilda (Vluchtelingen) zal het nu waarschijnlijk tot een oplossing komen. Het blijkt dat Stuart wil het afschaffen van alle pauvres-honteux, waardoor dan tevens de commissie van huisvesting geen voldoende reden van bestaan meer zal hebben. Het blijkt dat de Regering op Hilda's hand is. Uit Den Haag teruggereisd met de heer en mevr. Van Gilse, Dopper, Freyer en Rijnbergen (1ste violist van het Concertgebouworkest). Rijnbergen vertelt hoe hij eens een tijd in Engeland heeft gewoond, hoe hij hoe langer hoe meer heimwee kreeg en soms zat te huilen. Hoe hij toen plotseling zijn boel heeft gepakt en op de boot is gegaan. Dat er toen een hofmeester naar hem toekwam en hem vroeg "wilt u ook een gebakken tongetje?" Dat hij toen die man had omhelsd - uit vreugde dat hij weer Hollands hoorde.
27 maart. Hilda had het gisteren over de erfenis die de kinderen zouden krijgen of niet krijgen, tengevolge van deze beroerde dure tijden, waarop Olga - doelende op nr. 4 - zeide: veel varkens maken de spoeling dun.
31 maart. Alg. Vergadering van het Zeemanshuis waar ik van O
ldewaldt hoor dat de Hollandse boot geregeld vaart, de schepen worden grijs geschilderd, gaan nu overdag varen, aansluiten bij een konvooi. [...] De Holl.Stbtmij staat nu op de zwarte lijst van Duitsland. Voor de reparatie en bouwen van die schepen wordt geen ijzer uit Duitsland gezonden. Een stoker ontmoet van de Rijnstroom, die zich niet uitlaat. De Hollandse boten krijgen bij vertrek een werkploeg aan boord die het schip naar IJmuiden brengt, dan komt de eigenlijke equipage aan het werk, allen aan de vuren en gaat het zo hard mogelijk met gedoofde lichten over zee. Te Londen wordt de equipage dan weer afgelost door een werkploeg.
Een jongen van de Amstelstroom is heel niet wakker geworden gedurende het schieten op het schip en werk de volgende morgen wakker toen het schip geheel onbewoond was. Hij is gered door Engelsen. Er schijnen verraders te zitten op de kantoren der stoomvaartlijnen.
6 april, goede Vrijdag. Hilda en haar secretaris mevr. Der Kinderen hebben een volledige overwinning behaald op de boeven (Stuart, Van Sonsbeeck, Delhez).
Dinsdag 17 april ben ik 's avonds geweest bij de vergadering van Onze Vloot in het Concertgebouw, waar de leden van het Comité Indië Weerbaar als sprekers optraden. Die leden waren: Mas Hangobei Duridjo Sewijo, onderwijzer javaanse taal, afgevaardigde van Boedi Oetomo, W. v.Rhemrev, kapitein infanterie OIL, T. Laoh, Perserikatan Minahasa, Abdul Moeis, van de Sarikat Islam. Verder spraken nog prof. dr. Sissingh, Prof. Josephus Jitta, D. de Vries, Prof. Kernkamp en de vergadering werd geopend met een vers van K. van Lennep. Guépin presideerde. Na afloop receptie in Trianon. Het meeste indruk maakte de vertegenwoordiger van de Sarikat Islam, die op hartstochtelijke wijze sprak. Hij kwam op voor het weerbaar maken van het Indische volk gepaard met het geven van politieke rechten, zelfbestuur enz. Die Indiërs zijn wel plotseling erg ontwaakt en gaan nu in hun ijver wat vlug. Laoh van de Minahasa was kalmer, hij zeide verknocht te zijn aan het Hollandse gouvernement en dezelfde idealen na te streven als de Sarikat Islammers. Het was een avond die diepe indruk maakte. Wij staan wat Indië betreft op een keerpunt, het doen van grote daden zijn wij enigszins ontwend en toch moeten wij nu een zeer grote daad doen anders verliezen wij Indië.
Mei 9. Mijn kantoor wordt schoongemaakt. Hilda heeft veel genoten op haar Witte Lotosavond. Ze zoekt nu een dame voor het houden van controle Belgische pauvres-honteux en heeft moeite iemand te vinden. 't Zal nu worden mej. Alting Busken, die in ieder geval lang genoeg is.
10 mei. Warm weer, weinig wind. Het land achter ons huis is over een grote oppervlakte omgeploegd en in perceeltjes verdeeld, die aan de kleine burgerij worden verhuurd voor tuinbouw. Een aardig gezicht is het na het eten al die mensen naar het land te zien trekken om te spitten, te zaaien enz. Ik lees: Motley's Rise of the Dutch Republic.
28 mei. Dezer dagen besloten tevreden te zijn met mijn werk en dat zo goed mogelijk te doen. Beter te letten op mijn geldbezit - effecten, zodat ik daarmede geen domheden meer doe.
2 juni. Wij hebben op 2e Pinksterdag gedacht dat ons kindje zou geboren worden, maar gisteren bleek uit een telefoon van dr. Meurer dat die pijnen een andere oorzaak hebben, althans voor een deel. Er is eiwit in de urine en Hilda moet nu liggen en melk drinken. Als Maandag de verschijnselen ernstiger worden dan wordt de geboorte kunstmatig verwerkt. Ik bewonder weer heel veel die moedige Hilda.
11 juni. Hilda maakte het goed maar begint erg te verlangen naar de gebeurtenis.
Vandaag Olga over liefdedrama's en flirten. Zeer vermakelijk. Een jongmens die in innige houding met een meisje in een boot zit noemt zij "liefdedrama". Flirten zegt ze is "als een meisje zegt tegen een jongen:"wees nu niet zo vervelend".
13 juni. Heel warm, prachtig weer. Tengevolge van de grote koude in het voorjaar is dit jaar de ansjovis weggebleven. Gevolg van een misverstand heeft mevr. Enthoven-Thomas in stede van 1 x voor
f 15.- nu reeds 4 maanden lang voor f 15.- per maand levensmiddelen gezonden aan Albert Mollart, kregen tot onze grote schrik vandaag een kwitantie van f 60.- te betalen. Vanmiddag 3 uur dr. Meurer gekomen en zal de bevalling aan de gang brengen daar het te lang duurt.Ellendige nacht, te 4 uur begonnen bij Hilda pijnen, doch hebben ten slotte niet doorgezet.
15 juni. "La vie des abeilles" van Maeterlinck is verbazend interessant. Vandaag betrapte ik mij op straat dat ik al de mensen als "bijen" zag. Er zijn delen in die ik nog niet goed snap.
16 juni. Trouwdag. Lamme nacht. Tijden van ongerustheid waarin men zich allerlei akeligheid voorstelt en moeilijk die te bedwingen. Bezoek dokter heeft geen succes gehad. Heel erg warm vandaag, boven is het 86 graden Fhrt.
17 juni. Zoeven geboren Engelina Petronella om ½ 2. Na erge maar korte pijnen. Toen de dokter kwam was het kindje meer dan 1/4 uur oud. Alles in orde!!! Gewicht 7½ pond. 3 uur de dokter weer vertrokken. Heb met hem zitten praten over het nadeel verbonden aan het droogmaken van de Zuiderzee.
Aangetroffen in de kist van Alfreds viool
Pietro Guarnerino, Mantua 1746. Toen ik 13 jaren oud was kreeg ik op 5 December deze viool. Het was 8 jaren na den Fransch-Duitschen oorlog. Ik heb dit instrument dus 38 jaren.Ik heb er op gespeeld in het oude huis.In de Groote Houtstraat te Haarlem.1879 Ik kreeg daar les van den braven heer Weidner. 1883 mijn oudste zuster Mik accompagneerde mij en ook mijn jongste zuster Lien (Engelina Petronella). 1883 Op de Urania speelde ik er op. 1887 Gezeten onder de kampagne. Terwijl de kameraden een vrolijk lied zongen.1887 Toen ging de viool mee naar zee op de Zilveren Kruis. En maakte een reis om de wereld. In de straat Magalhaens gaf ik een concert in het plaatsje Punta Arenas. In de tropen viel de viool uit elkaar. Doch werd gerepareerd door den timmerman Baas Leeuwen was zijn naam en Halewijn lachte. 1891 Ik speelde er later op in Engeland. Met de nichtjes van Tante May. En te Eisenach in Duitschland. En te Nieuwediep met Arthur Kool en zijn vrouw. 1893 En daarna weder in Indië. Met de meisjes Penn te Batavia. En met Amalia Rhemrev te Olehleh. 1894 En op blokkade van Atjehs kust. 1895 Weer onder de kampagne. En op de Koning der Nederlanden. Een schip met groote torens. Aan tafel tot vermaak van de vrienden "de luitenant houdt zich kranig" en andere liederen. En "het bijzetten der zeilen". En op mailbooten uitvarende en thuisvarende. 1900 En weder thuis en weder naar Indië. In de kerk te Buitenzorg met weinig succes. Omdat de viool open stond. 1902 En eindelijk weer in Holland. Vele jaren lang. De strijkstok is van zeer goed maaksel. Van den kundigen Van der Meer. En de viool heeft een mooien klank. Omdat ik aan deze viool gehecht ben. Geef ik hem aan mijn zoon Alfred. Op den dag waarop ik 50 jaren oud ben geworden 23 juni 1917
5 juni. Vandaag generaal van Heutsz in de tram ontmoet. Vermakelijk maar niet bepaald opvrolijkend als hij het over Indië heeft. Hij scheldt erg op de weinige helderziendheid van de ministers enz. enz. , zegt dat het een dubbeltje op zijn kant is of we, maar dan zegt hij niet verder wat er een dubbeltje op zijn kant, maar ik vermoed dat hij de kans van een oproer groot acht in Indië. Hij zegt dat veel vroeger zelfbestuur etc. moest gegeven zijn, leiding enz.
27 juni. Gouden bruiloft van Vader en Moeder. Aubade van Charles. Het was aangrijpend, enkel speet mij toen dat Hilda er niet was. 's middags receptie, 's avonds diner van de kinderen en kleinkinderen. Men miste wel de aanwezigheid van de drie zoons Robert, Jan en Eugen. Sentimentele speech van Charles en reactie speech van Alfred G.B.
Wij kregen van Vader en Moeder een portret door Krabbé gemaakt, een portret dat hun geen recht doet. 's Avonds een stukje waarin de voorvaders optreden, gesteld 1813, enigszins vervelend, maar mooie costuums. Teau had alles meegemaakt in haar rolstoel.
1 juni. Feestdag op Drafna, Vele opvoeringen. 's avonds kleinkinderendiner in tent en daarna onze opvoering die heel veel succes had. Ik zag er precies uit als John Bull. Het succes van mijn troep Tom: Rusland, Alfred: Uncle Sam, en Olga: Marianne was overweldigend. Aan de piano was Jo van Eeghen-Heemskerk en Teautie Hissink was: Home Rule.
(Het door mijn vader geschreven stuk was op muziek gezet door Cornelis Dopper. Ik herinner mij het begin van vaders tekst, die hij nog wel eens zong:"I am John Bull, defending the small nations, pushing back, pushing back, the Western Front". Het was de bedoeling geweest dat Hilda met het pasgeboren kind ("Home Rule"?) in de armen Ierland zou voorstellen, maar door mijn te late geboorte kon dat niet doorgaan).
2 juli. Er zijn voedselrelletjes Amsterdam, bestorming van de groentenmarkt, en een juwelierswinkel op de Herengracht.
5 juli. Vandaag is Bram van Stockum naar de inrichting van prof. Bouman gebracht van Boschlust door 3 verplegers. Hij ging heel gewillig, zeide dat hij zich tegen overmacht niet zou verzetten. Is thans heel tevreden. De dokter ziet de toestand heel ernstig in.
24 juli. Gisterenavond teruggekomen van Rottumeroog. Te Rottum prachtig, maar ellendig om te zien hoe wij daar beledigd worden door den Mof, die het gehele Huibertsgat heeft ingepikt enz. enz. enz. De motorboot heel goed. Alles op Rottum maakte een heel gunstige indruk. Mooi het land in Groningen. Wandelde van Noordpolderzijl naar Usquert. Ik ben zo rood gebrand als een kreeft.
Oorlog. toestand niet zonder zorg. In Rusland hebben de Bolchewiki een opstand verwekt en het gevolg is geweest terugtrekken der Russen en bezetten van Tarnopol door de Centralen. Ik heb in de laatste tijd wel eens het gevoel dat wij toch in de oorlog zullen komen. Het is soms niet te begrijpen hoe wij er uit kunnen blijven. Vlak onder de kust neemt Duitsland onze schepen mede naar Zeebrugge. En wat zal de winter geven.
13 october. Sinds het vorige inschrijven is het volgende gebeurd. Tom is naar het Instituut. Wij hebben de zomervacantie te Hattem doorgebracht op Klein Astra, vrij aardig, echter een huisje zonder comfort en een rommelige indruk heb ik van alles gekregen, maar veel aardige meisjes zoals de Van Tienhovens en de Van Halls van de Konijnenburg en verscheidene aardige avondjes gehad. Hessie is heel lief. Zij maakt de indruk met haar gedachten niet op deze wereld te zijn. Met Tom ging ik nog naar Rottum en vandaar naar Vlieland en wandelde met hem van Vlieland over de Hors en na overgezet te zijn naar Koog. Dat was een mooie tocht. Bij paal 28 heb ik een gesprek met Tom over wat hem te wachten is in de toekomst.
Zijn baartijd viel hem niet mee, maar hij is nu gewend, heeft zelfs reeds goede manieren. Engelina maakt het uitstekend. Zij weegt nu ruim 7 kilogram. Met de oorlog is het intussen in het Oosten heel naar gegaan. Riga genomen door de Duitsen. Revolutie in Rusland. Het Centraal gezag niet algemeen erkend. Kerenski - Bolsjhewiki - Mensjewiki. enz. en. Kornilof en zijn wilde divisie.
In het Westen winnen de Engelsen maar heel langzaam. Amerika onhebbelijk tegen ons en Engeland idem. Meer en meer nemen de Ententemogendheden het ons kwalijk dat wij niet met hen medevechten. Thans weer ernstige kwestie over vervoer van grind naar België. Telegraafverkeer met Engeland door Engeland stopgezet, zodat alle telegrafische gemeenschap van Nederland met de hele wereld is verbroken. Waren wij niet zo flegmatisch, we zouden al lang in oorlog zijn!
Zondagavond 4 november. Onze kleine Engelina is een grote vreugde voor ons. Zeker hebben wij ook veel geluk gehad van onze Tom, Alfred en van Olga toen ze zo klein waren als Engelina, maar het is vreemd dat ik mij eigenlijk alleen van Tom iets herinner als baby. Engelina ziet er allerliefst uit, een prachtkind met haar mooie donkere ogen, een heel verstandig guitig gezichtje heeft ze. 's Avonds als wij naar bed gaan neem ik haar uit haar bedje en geef haar aan Hilda, die haar verschoont en daarna voedt. Dan kom ik weer uit bed en leg haar in haar bedje, het houten bedje van Eylard van Hall. Dan lacht ze vriendelijk, maakt allerlei gekke geluiden en gaat dadelijk slapen. 's Nachts ongeveer ½ 3 wordt ze gewoonlijk wakker en verschoon ik haar en breng haar weer bij Hilda en nog eens 's morgens. Dan baadt Hilda haar na het ontbijt. Ik schrijf dit op om het niet weder te vergeten.
Rusland schijnt uitgeput. Zal Duitsland een voor een de Ententemogendheden verslaan? Ik kan het mij niet voorstellen. Hilda vanavond naar Theosophiebijeenkomst. Het is vreemd dat ik zo helemaal buiten die Theosophiebeweging sta, ik voel er zelfs helemaal niets voor. Maar voor Hilda is de Theosophie een grote voldoening.
24 november. Olga heeft een heel lelijk rapport op het Amst. Lyceum, voornamelijk voortkomend uit gebrek aan concentratievermogen, onoplettendheid, haastigheid enz. enz. Wij houden nu meer toezicht op haar huiswerk.
Boeken die ik lees: Locke, "Human Understanding", Bunyan-Pilgrims Progress, David Copperfield, Histoire Grecque, Dubois.
28 december, De Sparren. Wij zijn sinds 20 december hier en genieten van alles wat ons aardige buitenhuisje geeft, electrisch licht, voldoende brandstof, niet het armoedige gevoel dat mij te Amsterdam bekruipt zolang ik niet kijk naar de mooie Van de Veldes in onze salon.
27 dec. te 4 uur kwam Ds de Meyere uit Bussum en werd onze Engelina Petronella tegelijk met Evert Hissink gedoopt in de salon. Ik hield de kleine Engelina ten doop. Een meisje Van Dorp en Van Heel zongen. Het was een mooie plechtigheid.
Ik heb nog vergeten te vermelden dat wij na. 24 dec. bij An aten met Ernst Heldring en Loetje en Emile op de verjaardag van Loetje en dat wij heel veel pret hadden en na tafel charades deden en belachelijk deden voor zulke oude mensen als wij zijn.
Met de oorlog staat het nu zo dat Duitsland zich bereid heeft verklaard met Rusland en ook met de andere naties te onderhandelen op de basis van: geen annexatie, geen oorlogsschattingen enz. Wat zal de Entente nu doen. Het is vreemd dat deze ernstige vredesberichten zo weinig indruk maken.

1 9 1 8
11 febr. Gisteren mijn uitgaven over l9l7 berekend en tot de schrikkelijke uitkomst gekomen dat wij in l9l7  f 16020.- hebben uitgegeven, ver boven de inkomsten. Waar moet dat heen. Het annuleren der Russische papieren heeft mij ook een belangrijk verlies veroorzaakt, zeker f 220.- rente.
25 mrt. Gisteren gewandeld van Muiden naar Amsterdam langs de Zuiderzeedijk, afstand ± 12 kilometer, met Emile den Tex, Ds. Heldring, Ernst Heldring en de heer Van Walree.
6 april. De Koningin is te Amsterdam geweest voor een bezoek aan de openbare keuken en met kreten van "honger" en andere uitroepen ontvangen. Rumoerig te Amsterdam, aanvallen op bakkerskarren enz. Het broodrantsoen nu 200 gr. per dag.
De Duitsers komen nog steeds, hoewel langzaam, vooruit. De reders in een droevige stemming.
13 april. De nieuwbenoemde gezant Mr. Philips komt nu al weer terug uit New York wegens tot dusver niet goed begrijpelijke reden. In de courant staat dat hij zenuwziek is en reeds voor zijn vertrek zenuwachtig. Zoiets moest men niet in de courant plaatsen. Welk land zendt nu een zenuwzieken diplomaat?
Van de Bouwmaatschappij kreeg ik f 2864 tantièmes, een mooi bedrag maar 't is al weer op een paar honderd gulden na op, besteed aan belastingen, doktoren (tandarts f 275), schoolgelden en wat al niet meer. Geldelijk zal het een hele opruiming zijn als Alfred met September naar het Instituut gaat, overigens zal ik hem erg missen. Tom is nu a/b HM Bulgia, en vaart op de Zuiderzee, geniet erg, leert loden, sturen, observeren enz. enz. hij is met algemene stemmen tot gamellechef gekozen en vindt dat een koopje.
25 april. Vandaag Bram van Stockum bij ons koffiegedronken en hij heeft gepraat met Hilda over zijn openbaring, zijn onsterfelijkheid, zijn weder jonger worden enz. en Hilda heeft hem heel kalm toegehoord en staat tegenover die dingen veel minder vijandig als andere mensen door hare theosofie. Tom is gisteren weer gekomen, ditmaal van Zwolle en het is een vreugde dien bruin gebranden reus te zien. Een zorg voor ons is Olga, die met al haar begaafdheid een grote karakterfout vertoont, namelijk gebrek aan toewijding en ernst in "alles", ja letterlijk "alles" wat zij doet. Dit maakt dat zij op school op één na het slechtste rapport heeft. Ze wordt nu wat geholpen door Kettner, een leraar voor wien ze groot ontzag heeft. Ds. Giran heeft in een lang stuk in het Handelsblad en de Telegraaf trachten te verklaren hoe het komt dat hij een gevoel van volkomen evenwichtigheid, zelfs blijmoedigheid heeft gehad in de oorlog. Hij komt tot de slotsom dat hij zich blijkbaar heeft gevoeld als in dienst van de arm der gerechtigheid.
Woensdag 15 mei. Ik heb dezer dagen gelezen "Journal d'un simple soldat" van Gaston Rion, een prachtig boek, en begrijp nu nog beter Ds. Giran. Gisterenavond tot 12 uur vergaderd bij Van Rees (Concertgebouw), een interessante vergadering over de salarisregeling der orkestleden voornamelijk. Mengelberg is in moeilijkheid. De oude vader Mengelberg is kinds en weigert allerlei stukken te tekenen. Het is een kwestie van curatele. Verder heeft onze Willem geldzorgen in verband met de verschillende krankzinnige leden van zijn familie. Ook Berthe is nu krankzinnig. Vandaag kwamen weer kaartjes van Albert Mollard uit gevangenschap. Ik ben die mevr. Enthoven wel dankbaar. Er wordt tegenwoordig veel bij de boeren, maar ook bij stadsbewoners, geïnspecteerd door controleurs van de distributiekantoren naar gehamsterde voorraden levensmiddelen, die dan worden afgenomen. Ik vrees dat bij ons ook wel een en ander zou worden afgenomen als zij kwamen, maar begrijp niet met welk recht, daar wij die rijst al zeer geruime tijd hebben.
26 mei. Alfred steeds vossende op zijn examen, wat zullen wij dien jongen missen en ik denk dat hij ook het ouderlijk huis zal missen. Ik denk wel eens met onrust aan de desillusie die de Marine aan Tom en Alfred moet geven. Maar ze kunnen er bijtijds uitgaan misschien. Intussen is Tom heel gelukkig op zijn kanonneerboot en ook tevreden op het Instituut.
Op mijn laatste zeiltocht is het gevoel dat het zonde en jammer is dat de Zuiderzee wordt drooggemaakt, nog veel sterker bij mij geworden. Een sterke indruk kreeg ik te Enkhuizen, toen al die vissers binnenkwamen van de ansjovisvangst, Enkhuizers, Huizers, Bunschoters, Markers.
29 mei ging ik 's avonds ½ 12 per nachtboot naar de Lemmer, sliep daar op een bank met een kussen. Heel vroeg ongeveer 5.15 te Lemmer en in het hotel wat gegeten in de tuin, later op het hoofd zitten schetsen, de binnenkomende ansjovisvissers en daarna 9 u. naar het Raadhuis, waar gesproken met secretaris Daan en wethouder De Vries over reddingstation te Lemmer, later met havenmeester naar werf De Boer, waar mooie driemastschoener gereed was en daarna heerlijke bot gegeten in hotel en eindelijk met zak op rug om 12.15 op weg naar Hindeloopen, rechte weg, eerst langs boezemgemaal, vervolgens Takozijl, een brug, een molen, een sluis en een paar huisjes, naar Sondel, prachtig het landschap, vol kleuren de zuring, klaver, het gras, veel vogels, de blauwe lucht, in de verte mijn vriend "Sloten" en "Balk" met herinneringen aan het Slotermeer, en Lemmer nog heel duidelijk zichtbaar in de verte, vervolgens langs Nijemirdum met z'n toren, Oldemirdum naar Rijs in Gaasterland, waar de Belgische interneringskampen zijn, die er goed uitzien, veel Belgen kom ik tegen. Wat wordt mijn zak zwaar. Te Rijs uitgerust en een glaasje bier gedronken in een café waarvan een Belgische soldaat de gérant schijnt te zijn, dan zie ik eindelijk de Morra links van mij en kom moe te Galamadammen. Boersma is juist vertrokken en een nieuwe familie die Hoekstra heet is in het huis, en ofschoon alles nog in wanorde is geeft men mij eieren en sla en aardappelen en bier. Een lieflijk gezicht op de Fluessen waar juist een schip op zeil naar Galamadammen. Ik ben moe en geef al de koek die ik te Lemmer kocht aan de familie Hoekstra, aan de aardige jonge vrouw en aan de kinderen en de jonge meisjes en aan de oude statige dame met de gouden kap met het regelmatige gezicht en de zwarte japon. En omdat de logeergelegenheid nog niet in orde is besluit ik maar door te lopen nog een 8 kilometer verder naar Hindeloopen. Zo trek ik door Koudum, het lieflijkste dorp dat ik ken en kijk een tijd lang naar het mooie landschap van het hoge land buiten Koudum. Daar ziet men overal in de rondte op het land neer, op de Fluessen in de verte en het is een pracht van tinten en een zeer vredig tafereel. Dan weer doorgewandeld, moe door de zware zak en nog langs een vaart zonder eind, wel 3 kilometer en eindelijk te ½ 10 te Hindeloopen, in het hotel Buis. Daar nog wat gepraat met Ids Simonides die ik laat komen, en vroeg naar bed. De hele wandeling was 33 kilometer, niet zo ver, maar 't was de zware zak die me moe maakte.
30 mei. Heerlijk geslapen en verrukkelijk ontbeten: lekker brood, lekker roggebrood, lekkere kaas, lekkere jam en lekkere boter. [Gewandeld naar Gaast en terug, boothuis bekeken]. Een mooie wandeling over de dijk heen en terug, 20 kilometer, niet zo ver maar wat moe van de vorige dag.
Bij terugkomst in Hindeloopen vergaderd met de Commissie, voorzitter Ids Simonides en Jan Jacob Kooi. Elselo kwam niet. De kwestie van de oefeningen geregeld en van de vaste bemanning. Kooi is nu 78 jaar oud en nog steeds barbier. Hij scheert 2 x per week voor de Hindeloopers, is vlug in zijn bewegingen als een jonge man. Ik herinner aan de brief van de oude Elselo over Kooi, waarin hij dezen aanbeval als een "kloeke knaap, 74 jaar oud, die de puntjes op de ie kan zetten" en Kooi merkte op dat Elselo alle reden had om hem een kloeke knaap te noemen, want dat eens, toen hij 28 jaar was, Elselo hem bij de jas had gepakt om hem uit het café te zetten en dat hij toen zich voorovergebukt had, Elselo bij zijn broekspijpen had gepakt en hem over zijn eigen hoofd had geslingerd. Dat was een kunstje dat hij op de Engelse schepen had geleerd en het was een wonder dat Elselo er goed was afgekomen. Gedineerd met den burgemeester Avenhorn van Nauta met een fles Haute Sauterne. Een zonderling. Hij is van goede familie, ongehuwd, 51 jaar oud, houdt van jagen en vissen en dat is zowat alles. Vroeg naar bed en 31 mei ½ 4 op en naar het huis van Foppe Vrolijk, die nog niet klaar is en met hem en zijn zoon in de jol naar zee om de ansjovisnetten te lichten. Elk net is 7 vaam lang en gewoonlijk zijn er aan een reep 5 netten, maar Foppe V. heeft er 6 omdat hij, volgens zijn zeggen, ankers gebruikt en geen dreggen. Aan beide einden van een reep 16 vaam touw en een joon (?). Vrolijk had ... netten en we hadden deze morgen ongeveer 2000 stuks ansjovis, dus heel weinig. Van het koppen van de ansjovis krijg je gezwollen handen. Er is heel veel ansjovis. De eerste 3 weken werd te Hindeloopen aan 36 vissers 40.000 gulden uitbetaald. De ansjovis zal dit jaar heel veel geld onder de vissers brengen, evenals de haring het deed. Terug ½ 8 ontbeten en daarna boothuis geïnspecteerd, vervolgens naar bakker Elselo en naar de weduwe Elselo. Deze weer levendig, aristocratisch, de oude 86jarige vrouw met haar slappe strooien zwarte hoedje en de grote bril, zittend in de tuin van het huisje bij het hek. Zij vertelt van de tijd toen zij een jong meisje was, toen men Hindeloopen niet verliet. 't Verst was Workum met de kermis en dan Bolsward op schaatsen, en hoe zij in het Hindelooper boek heeft gelezen hoe hier veel kapiteins woonden wier schepen dan op de reede lagen, die van Amsterdam op de Oostzee voeren en die veel welvaart brachten hier. En dan sprak ze van de gevangenen die de Duitsers nu weer gemaakt hadden, 25000 en ze geloofde het niet, "dat zou 25 maal Hindeloopen zijn", zei ze.
3 juni. 's Avonds dansles bij AGB [Alfred Boissevain] van mevrouw Zelderslag, een Belgische elegante dame in het zwart, maar ik doe niet mee, daarentegen Hilda wel en doet haar best en het is aardig de hele familie daar te zien dansen, maar ik verlegen en vind het vervelend.
5 juni. Lange besprekingen met advokaat Gerritsen en met Wibaut en Charles over het contract der orkestleden. Wibaut doet wel erg pauzig, maar kent blijkbaar niets van de wet op het arbeidscontract, zodat wij kans hebben gelopen een contract te sluiten dat een bron van moeilijkheden had kunnen worden. Ik schrijf 's avonds aan Wibaut en Charles dat ik voor hun contract de verantwoordelijkheid niet kan dragen.
7 juni. Weer besprekingen over het contract met Wibaut, Charles en Van Rees, en daarvoor bij Polman koffiegedronken, waar Wibaut weer erg dik doet, maar 't hem toch niet lukt bediend te worden zonder vetkaart.
12 juni. Weinig geslapen daar Engelientje lolletjes maakte. 5 uur op. te Enkhuizen zeer veel ansjovisvissers in het zuidoosten. Prachtige reis over de Zuiderzee. 's Avonds te Terschelling. Vergadering met de Commissie - het geval; Cupido-Duif (83 jaar), over schepen met weeflijnen in het bramwant en over de schepen van de Japanners. Overste Brugmans, Cdt. Maritieme middelen, over luit.t/z Brouwer, die 2 mijnen zwemmende onschadelijk maakte. De mijnen in het Stortemelk zijn Engelse onderzeebootmijnen die verkrabt zijn en nu met laagwater boven komen.
13 juni. Met Wilkens per rijtuig (huifkar) de stations paal VII en Oosterend bezocht. Te Midsland tijdsein dat gehesen wordt om ½ 12 en blijft hangen tot ½ 2 voor de schoolkinderen die in het veld zijn. Te Oosterend Smit, flink als altijd, wordt wat doof, spreekt over voordeel korte boven lange riemen. Te Midsland is de schooljuffrouw op straat bezig met vrije en orde oefeningen.
15 juni. [te Hoorn]. Geslapen tot 7 uur. Het weder was de vorige dag omgeslagen, harde wind uit het West, en ook nu woei er een harde wind uit W.N.W.. Om 9 u. kwam Pierik uit Amsterdam en maakten wij de Mavourneen klaar. Om ½ 12 uit de haven. 2 reven grootzeil, rif aan de fok. Niemand te Hoorn maakte opmerkingen over ons uitgaan, zoals vroeger te Lemmer. In het Hop tamelijk veel zee, stuurden eerst bij de wind op Warder aan
 Let wel kleinkinderen, we zeilden in een woeste zee waar gij nu wandelt en dichter bij de wal gekomen hielden langs de wal koers Zuid. Haven Edam vlakbij gepasseerd. Volendam alleraardigst met z'n honderden botters en treurig dat het geheel zal verdwijnen tenminste als vissersdorp, en aardig dat Marken.
17 juni. Verjaardag Engeline Petronella de Booy, oud 1 jaar. Ze maakte veel lawaai in de nacht, zodat we weinig sliepen. Aan het ontbijt lazen 103e psalm. Engeline heeft vandaag haar vleeskaart, vetkaart, broodkaart en bonboekje gekregen.
26 juli [op de Sparren]. De toestand is hier nu als volgt:
Hilda weer in functie, maar ischias, wordt gemasseerd. Engelina zonder of met weinig koorts, nog erg verkouden, vermoedelijk neus keelholte, beterende maar zwakjes. Olga, hoge koorts, keelpijn, oorzaak nog onbekend.
3 augustus. Olga is sinds gisteren weer buiten, liggende op een bank. Ze is wat mager geworden, maar de keel is vrij en alles is in orde. Ze mag niet met anderen in aanraking komen en slaapt nu in mijn benedenkamer.
Engelina maakt het goed, is geïsoleerd in de salon onder Jaan, die zich erg met haar amuseert. Vrijdag is gebleken dat Hilda diphteritis heeft en vandaag is ze ingespoten met serum en is het biljet aangeplakt. Ze maakt het goed, heeft ellendige dagen gehad met die keel. Ik slaap nu in de bijgebouwen. (Achteraf bleek dat Hilda, Olga en Engelien alle drie difterie gehad hadden. Engelien bleef nog een tijd met een beentje slepen).
11 augustus.
Zondag. De Duitsers krijgen klop! Eindelijk!!! De Fransen hebben nu Montdidier. Weer 24000 gevangenen en honderden kanonnen. Lissa van Berlijn te Amsterdam vertelt aan Alfred (AGB), dat Wilhelm en Karl ruzie hebben, dat Duitsland troepen van het Italiaanse front heeft teruggetrokken en ook van Rusland, naar het Westfront dat twee regimenten, een Pommers en een Beiers, muiterij hebben gepleegd of dienst geweigerd. dat de stemming in Duitsland zeer somber is, dat de Duitsers verbaasd en ontzet zijn over de Amerikanen.
Maandag 19 aug. is het huis ontsmet door de bode van Huizen, voor niets, en met formaline, dat bijna nergens meer is. Aan de zuster op woensdag 21 aug. bijna
f f 120.- uitbetaald. Tom en Alfred kwamen 24 aug. eindelijk thuis. Alfred had Spaanse griep gehad.
Zondag 25 augustus. Het heeft in de maand augustus veel gestormd. Mavourneen nog niet verkocht, een bod van
f 500.- van de heer Van der Stok niet aangenomen. De heer Vissering is de Mavourneen komen zien in het boothuis.
6 september. Met Alfred naar Nieuwediep, 2e kl. In de trein andere baren. Te Nieuwediep koffiegedronken bij de heer en mevr. de Raadt, waar ook de commandant van Texel, Van Braam Houckgeest, en daarna naar het Instituut. Er waren niet genoeg uniformen klaar, dus stond Alfred in zijn burgerpakje aangetreden. Na tafel zitten praten met de familie Molenburgh, aardige mensen, en toen kwamen enige van het oudste jaar en gingen baren. Alfred gaf herige antwoorden, werd daarom door Tom gewaarschuwd. Ik kreeg een droefgeestige indruk van Nieuwediep. Het geringe aantal schepen, het uiterlijk van de matrozen, hun slechte vormen (op de Holland zaten stokers op de verschansing met de benen buiten boord en liep een allersmerigste schildwacht op het voorschip), dat alles stemt niet vrolijk. De adelborsten maken een gunstige indruk.
13 september. Spoorwegongeluk bij Weesp-Merwedekanaal. De dijk verschoven door de hevige regens. Ik herinner mij niet ooit zulke lange aanhoudende regens te hebben bijgewoond. Veel doden en gewonden. Ik was 's morgens nog langs dezelfde plek gekomen.
15 september. De regen duurt voort. De toestand met Hilda is nu zo dat zij de hele dag op de sofa moet liggen vanwege de hartwerking die anders versneld is. Zij moet eieren en vruchten eten. Fachinger water drinken etc. en wij hebben een noodhulp kinderjuffrouw voor Engelien en we zoeken een externe juffrouw.
3 october. Prins Max van Baden wordt genoemd als nieuwe Rijkskanselier.
Mengelberg te Frankfort gerepeteerd met het koor. Volgende dag bom gevallen op zaal waar hij had gerepeteerd en ook de hem aangewezen schuilplaats geheel vernield en werkster gedood.
6 october. De nieuwe Duitse Rijkskanselier prins Max van Baden heeft vrede aangeboden aan president Wilson [volgt opsomming van de voorwaarden].
Gisterenavond het gerucht van het aftreden van Wilhelm II horend maakte ik twee snorren met kurk, zette een jagershoedje op en ging met Hilda en Olga naar Drafna, waar allen erg gelachen en Polly (oud ± 70) mij geschopt en geslagen. ("Polly" was ongeveer 50 jaar eerder in de familie Boissevain gekomen om op de kinderen te passen, die uiteindelijk elf in getal waren. Later hield zij een oogje op de kleinkinderen (in het totaal 50), wanneer die kwamen logeren. Zij stierf omstreeks 1930).
18 october. Ik was 12 oct. te Nieuwediep voor roeiwedstrijd en om Tom en Alfred te zien. Vond Alfred nog niet erg kalm. Met de jongens gegeten. Met verschillende zeeofficieren gesproken over de lamme toestand bij de Marine. Iedereen er over eens dat het een lamme boel is, waaraan ik heden morgen nog eens word herinnerd toen ik een matroos zag bij het Centraal Station gekleed met een lichte burger demi saison. Oostenrijk wordt een bondsstaat (van volkeren die elkander haten. Ostende verlaten door de Duitsers en genomen door de Belgen. Aanbod van Amerika inzake steenkolen en levensmiddelen. Het is een prachtig gezicht Engelientje 's avonds in haar bedje te zien liggen. Als ik op de kamer kom dan weet ze al dat ik kom en schuif ik de gordijnen opzij dan is haar mooie gezichtje met de ogen vol blijde verwachting al achter de tralies van het hekje.
Vanmorgen liep een mooie jachthond met mij mede, ging ook mee naar Amsterdam in de trein, in een andere coupé en zit nu op kantoor.
21 october. Er heerst hevige griep te Amsterdam, veel jonge mensen en kinderen sterven. Vele scholen zijn gesloten of half ontvolkt. Te Urk en Amsterdam ook vlektyphus en schurft. Gisteren hoorden wij op de Sparren voortdurend het kanonvuur in de verte, het is soms zo hard dat de ruiten rammelen en de deur trilt. Het is dichterbij dan vroeger. Toen ik uit de tram stapte bij de Sparren was de gehele familie aanwezig: Hilda, Olga en Tom en Alfred, overgekomen wegens het sluiten van het Instituut voor griep. Ik schaam mij te bekennen dat de vreugde hen te zien getemperd werd door de gedachte: dat zal weer geld kosten en hoe moeten wij hen voeden. Tom begon al gauw over tochten die hij wou maken en ik "prikkelbaar" weer door de gedachten aan kosten antwoordde onvriendelijk, waarover later het land. Wij aten op Drafna, en Vader en Moeder weer allerhartelijkst, aardigheden bedenkend als een dineetje voor jongelui en komedie enz. en ik schaamde mij wel wegens mijn zuurheid.
23 october. Ik sta tegenwoordig om 6.15 à 6.30 op en wandel dan naar station, hetgeen een aangename wandeling is van 3/4 uur. M'n tas heb ik op de rug en die komt dan 's avonds gevuld terug. Zo bracht ik gisteren mee: plantenvet, jam, appelstroop, thee, gecondenseerde melk en gerookte bot en was wel wat bang dat de politie mij in de gaten zou hebben en mij de boel afnemen (want de distributiewet verbiedt het vervoer van dergelijke levensmiddelen uit Amsterdam).
De jongens gaan vandaag naar Othello in het Grand Theater. Het is merkwaardig te zien dat het Instituut niet de minste invloed heeft gehad op de manieren, het optreden enz. van Alfred, terwijl wij verleden jaar getroffen waren door de verstijvende, verstarrende invloed op Tom.
8 november. De socialistische partij in Duitsland eist aftreden van de Keizer en niet alleen de socialisten verlangen zijn aftreden maar ook vele anderen. Men vreest anders dat het oproer zich zal ontwikkelen volgens de wijze der Bolsjewiki. Vele Hollanders komen uit Duitsland terug. Men zou hopen dat eensgezindheid zou heersen in Holland. Geen kwestie van. In de 2de Kamer zegt Marchant (vrijzinnig democraat), een ellendeling, dat wij vooral niet tegen de Entente moeten gaan vechten als die de neutraliteit der Schelde ging schenden! Wijnkoop en Kolthek, twee revolutionair-socialisten wekken openlijk tot oproer op. Het optreden der SDAP is mij vrij sympathiek. Het hangt in belangrijke mate van hen af of hier oproer komt of niet en ik zou denken dat op het ogenblik ons volk voor oproer niet veel voelt. Ik heb na met Hilda er over te hebben gesproken besloten de Sparren te verkopen. Vandaag de Mavourneen verkocht voor
f 550.-.
12 november. Revolutie in geheel Duitsland. Ebert Rijkskanselier. De Duitse keizer bij Eysden over de grens gekomen met een gevolg van 51 personen en te Amerongen op het landgoed van Graaf Bentinck geïnterneerd.
Wij beleven zeer ernstige tijden.
14 november. Troelstra heeft te Rotterdam en in de tweede Kamer de revolutie aangekondigd in de vorm van de oprichting van soldaten- en arbeidersraden, die de hoogste regering zouden vormen. [...] Het moeten voor de regering zeer spannende dagen geweest zijn. De Vrijwillige Landstorm is weer opgeroepen en men kan er voor tekenen. Het figuur dat Troelstra slaat is zeer droevig. Nu blijft nog Wijnkoop met z'n Bolsjewieks, die revolutionairen van het zuiverste ras zijn en die gisteren een opstootje veroorzaakten bij de Oranje Nassaukazerne waarbij door de soldaten 3 man gedood en 9 gewond werden. Indien het tot revolutie komt zal zeker een deel van het leger er aan deelnemen en wordt het een groot bloedbad.
Er komen 300.000 krijgsgevangen Engelsen en Fransen over onze grenzen op weg naar hun Vaderland. Gisteren 15 Engelse ponden gekocht voor 168,75 om te gebruiken zo we moeten vluchten.
16 november. Gisteren mij opgegeven voor de burgerwacht, eerst 's avonds nog naar een feestavond in het Concertgebouw ter ere van koning Albert. Allen Belgen natuurlijk. Belangrijke brieven van Tom en Alfred die mededelen, dat de Commandant hun had medegedeeld dat op de bemanning van de vloot niet te bouwen viel. Sluitstukken van kanonnen en veel ander wapentuig is nu naar het Instituut gebracht en de jonkers staan op post met geladen geweer.
18 november. In de afgelopen nacht op post geweest in het Stedelijk Museum met een 20tal anderen van de Burgerwacht. Ik heb mij slechts willen verbinden voor gemeen soldaat en ben nu commandant van de 1ste groep van de 3de sectie. In de troep heerst een aardige vrolijke geest.
Onze schoonmaakster die op de Anjeliergracht woont, zei dat 't daar rustig was, maar dat ze zeien dat ze Maandag zouen beginnen omdat de Koningin niet te eten had gegeven aan het Volk en alles naar Duitsland had gezonden. Maar dat de Regering voorbereid was en alles klaar was om onlusten te bedwingen. Ze vond het heel vreemd dat ze nu na al die ellende weer nieuwe ellende zouen willen maken.
19 november. Vandaag onderhoud met Mendes da Costa over verkoop Sparren, hij meent dat ik f 20.000.- moet vragen.
20 november. De Kroonprins van Duitsland naar Wieringen - Oosterend !!!!Te Nieuwediep stonden onderofficieren (die dus blijkbaar voor een deel wel te vertrouwen zijn ) op post en de matrozen niet, alles grendels uit de geweren enz. Na de Raad van de Scheepvaart gesprek met Cnoop Koopmans, theosoof, die het oprichten van de burgerwachten ook geweld vindt en ook de Oranjebetogingen verkeerd als prikkelend voor andersdenkenden.
(Abraham Jacob Cnoop Koopmans, 1867-1923, voorzitter van de Raad voor de Scheepvaart sinds l913). Hij voelt voor de ideeën van mevrouw Roland Holst en ik ook voel voor die ideeën, maar de methoden van onze revolutionnair-socialisten zijn zodanig, dat zij ongetwijfeld leiden tot een tijd van Bolsjevisme, waarin gemoord wordt, gruwelen bedreven, enz. enz. Over Limburg trekt een onafgebroken stroom van Duitse soldaten, die dan eerst hun geweren moeten afgeven. In tegenovergestelde richting komen vele duizenden krijgsgevangenen over de grens. Fransen, Engelsen en Amerikanen, - velen in ellendige toestand.
24 november. Namiddag op het Concertgebouw, de Zuiderzeesymphonie van Dopper. Even voor het applaus schreeuwt Matthijs Vermeulen, de recensent van de Telegraaf heel hard: "Leve Souza" (die Amerikaanse dirigent).
(Matthijs Vermeulen, componist en muziekcriticus, 1888-1967). Grote opwinding in de solistenkamer; Van Rees een beetje besluiteloos, Van Heel wil wachten tot de vergadering van 2 december. Opwinding van Schmuller, Blaser, Bottenheim en vele anderen. Gevolg ten slotte dat Freyer opdracht krijgt Vermeulen te verwijderen, hetgeen geschiedt onder hevig protest van zijn vrienden en vriendinnen, die schelden op het Concertgebouw, op de concerten van Dopper en vragen of je dan je mening niet mag uiten enz. enz. (Wij hadden een koperen tafelbel, in de vorm van een vrouwtje met lange rok, dat van Vermeulen zou afgepakt zijn omdat hij er tijdens een concert lawaai mee maakte).
Nadat eerst nog een politieagent is gehaald gaat Vermeulen eerst nog naar binnen, doch wordt tegengehouden door Van Rees en gaat eindelijk heen. Vermeulen erkent een taktische fout te hebben begaan en belooft beterschap. Daarna naar Mengelberg die nog thuis is na zijn ziekte. Het geval besproken met Mengelberg, Tilly en Beukers. Mengelberg beweert dat hij zijn ontslag neemt als Vermeulen weer wordt toegelaten. Het lijkt weer een beetje op de dagen van het Concertgebouwconflict.(In l904. Mijn vader heeft aan dat conflict zijn benoeming als administrateur te danken. Zijn voorganger, Hutschenruyter, tevens lid van het orkest, had toen ontslag genomen).
28 november. Half zes vergadering bij Mengelberg. Aanwezig: Van Rees, Wibaut, Vom Rath, Oyens, ik, Freyer. Wij besluiten Matth. Vermeulen slechts toe te laten in het Concertgebouw als hij waarborgen geeft dat een incident als Zondag plaats had niet meer zal gebeuren en als hij dan toch de orde verstoort zal hij voor goed verwijderd worden. Daarop verklaart Mengelberg dat hij niet zal dirigeren als M.V. in de zaal is. Veel ingezonden stukken en brieven van abonné's die eisen dat M.V. niet meer zal worden toegelaten.
2 december. Zondag grote herrie in het Concertgebouw. Enige manifestanten, redevoeringen houdende vanaf het balkon, worden verwijderd. Evert Cornelis houdt een bijzonder ongepaste toespraak tot het publiek vanaf het podium en Oyens spreekt herhaaldelijk. 's Avonds vergadering bij Mengelberg.
(Evert Cornelis, 1884-1931, van l9l0-l9l9 tweede dirigent van het Concertgebouworkest).
5 december. Met Postmus gesproken over de supra- en infralapsariërs. Hij zegt dat de supralapsariërs geloven dat God het kwaad heeft geduld terwijl de infra geloven dat het bestaan van het kwaad voor God een verrassing was. Ik geloof dat hij zich vergist, nam. dat de supra aannamen dat het kwaad, evenals het goede door God is gewild en dat de infralaps. aannemen dat het kwaad door God werd geduld zodat bij hen de vrije wil van de mens bestaanbaar werd geacht, bij de supra niet. Postmus zegt dat de gereformeerde leer aanneemt dat God bepaalde mensen heeft uitverkoren. Deze blijven uitverkoren, ook als ze later in zonde vervallen. Ze worden dan, volgens Postmus, dikwijls op aarde zwaar gestraft. Kinderen van uitverkorenen zijn uitverkoren zolang ze klein zijn. Men moet volgens Postmus het kwaad en het goed beschouwen als te zijn geplaatst op twee evenwijdige lijnen die elkaar in de hemel ontmoeten. Als God te begrijpen was, zegt Postmus, dan was hij geen God. Door vrije wil bij de mens te onderstellen onttroont men God, want de eeuwige vrije wil is bij God. De Gomaristen waren dus supra- en de Arminianen infralapsariërs.
6 december. Met Hilda naar het afscheid van de Belgische school. Alberic de Swarte houdt een goede afscheidsrede en de kinderen zingen de Brabançonne.
Engelientje allerliefst. Ik studeer viool, zij loopt al zingend door de kamer. De Engelse componist en dirigent Baynton is hier. Hij is 4 jaar in gevangenkampen geweest in Duitsland, heeft al die tijd zijn vrouw niet gezien. Een aardige, intelligente kerel, socialist, maar een Engelse. Hij voorspelt revolutie in Engeland, daar er zoveel werkvolk ontslagen gaat worden, vrouwen en mannen, die munitie maakten en ander oorlogswerk deden.
12 december.'s Avonds concert onder Mengelberg die een geweldige contrarevolutionaire ovatie krijgt en met bloemen bestrooid wordt op het podium. Ik zit naast Van Rees om bij mogelijke ordeverstoring op te treden maar het is niet nodig.
18 dec. Olga te bed met een lichte hersenschudding die ze kreeg toen ze op weg naar de pianoles in een tram wilde springen en achteroversloeg. Ze moet rust hebben.

21 dec. Vandaag zijn de jongens gekomen. Alfred ziet er wat beter uit dan toen hij ons verliet, maar veel puisten. Ze vertellen dat 99% van de adelborsten op het Instituut er wel uit zou willen als ze maar wisten wat te beginnen. Tom en Alfred denken er nog niet aan er uit te gaan. Ze willen eerst zien hoe de zaken lopen. Olga is nog lang niet in orde, duizelig en zo. Alfred vol zorgen voor Olga, het hekje geolied zodat het niet meer kraakt, het licht zo bedekt dat het niet in O's ogen schijnt en meer dergelijke zorgen.
Olga vertelde mij veel later dat zij in bed een spannend boek was gaan lezen dat zij telkens als zij iemand hoorde aankomen aan het voeteneind onder haar matras stopte. Daarom duurde de genezing zo lang.

1 9 1 9
16 jan. Vandaag deelt Mendes mij mede dat de Sparren verkocht is, het huis met 3000 vierk. meter land voor f 15000.-. Ik kocht de Sparren vóór 8 jaar. 6000 vierkante meter land 5275,--het huis 5400,--electrisch licht 600,-- totaal 11275,--.Nu heb ik nog over 3000 m. land, die ik zeker verkoop voor minstens f 6000.-, dus totaal maak ik 21000.Dit is de eerste maal dat ik een goede zaak maak.


Landhuis de Sparren in de winter, verkocht in 1919

Een kat op Rottum was te Riga aan boord van een Hollands SS gekomen. Dit SS liep in het Kattegat op een mijn, de equipage met de kat kwam in een sloep aan wal op Skagen. De kat werd overgegeven aan een Hollandse tjalk De Zwerver, deze strandde op de Rottumerplaat. De kat liep de hele Rottummerplaat over en zit nu op Rottum en spint. Hilda bij Gerzon een mooie bonten mantel gekocht (mol), heel mooi, op uitverkoop voor f 575.- Ze heeft een warme mantel nodig wegens de rheumatiek.
6 febr. Dinsdag. 's Morgens komen Van Rees en Freyer op mijn kantoor en Van Rees vertelt mij van de Concertgebouwtoestand, hoe de Orkestvereniging complete medezeggenschap wil in het bestuur van het Concertgebouw enz. Van Rees zenuwachtig. 's Avonds concert Concertgebouw. Hilda blijft thuis. Ik ga met Bram [van Stockum] en we horen een mooi nieuw stuk van Zagwijn met eigenaardige mooie klanken en een prachtige Don Juan en op de solistenkamer hoor ik dat Mengelbergs vader is overleden, en Onze Willem is erg onder de indruk maar heeft toch gedirigeerd. Ik merk weer eens hoeveel ik van Mengelberg houd.
8 febr. Naar Beverwijk voor de overdracht van een stukje land van de Mij "E Pluribus Unum" aan de Reddingmaatschappij en het blijkt bij het verlijden van de akte dat ik de verkoopvoorwaarden slecht of niet gelezen heb, tengevolge waarvan een bepaling wordt opgenomen in de akte die nadelig is voor de Reddingmaatschappij. Hieruit blijkt weer wat ik eigenlijk toch een prul ben. Het geval geeft mij veel zorg. Zal ik Six er mededeling van doen of niet? Welk een lamme indruk zal het maken op Six en de anderen. Ik vind het beroerd. Misschien zie ik de zaak als te zwaar in.
16 febr. Gisteren naar het Departement van Marine om gegevens te verkrijgen voor een stuk van Vader over de Marine dat hij gaat schrijven in verband met de behandeling der Marinebegroting in de 2de Kamer - zwak optreden van de Minister van Marine Ten Cate.
Heden het stuk over de Marine geschreven en ga er straks mede naar Vader op Drafna. Vader enthousiast over mijn stuk en ik er nog 's avonds naar het Handelsblad en vind dit gesloten en gooi het daarom in de bus.
17 feb. Het stuk geplaatst in avondblad en in ochtendblad van 18 febr. en ik
f 50.- verdiend er voor. Er is kolenwerkerstaking en ik wegens gebrek aan brandstof weer hout gekocht en voor 1000 kg. hout en wat talhouten f 95.- moeten betalen. 't Is een dievenboel.
Zondag 2 maart. 's Morgens naar de tentoonstelling van Toorops werken in Arti. Prachtig. De lijdensweg in 14 taferelen bestemd voor de kerk te Oosterbeek. Hilda met Tom en Olga 's middags naar Concertgebouw 3de symphonie van Mahler en ik weder naar Toorop. Ik had de 3de van Mahler al Donderdagavond gehoord en had er niet erg van genoten - de onsamenhangende klanken, het gebrek aan melodieën trekken mij niet aan.
3 maart. 's Middags Bouwmaatschappij en Schoolopzieners, 's avonds Concertgebouwvergadering. Wibaut enthousiast over Mahler, hij ziet er in de overwinning van de socialistische idee. Vooral het 1ste deel vindt hij prachtig.
In Duitsland overal binnenlandse oorlog tussen meerderheidssocialisten - de regeringspartij - en de Spartacisten. Vooral te Berlijn. Er vallen veel doden. Oyens was te Berlijn geweest. De politie geheel verdwenen, de straten vuil.
6 maart. Ik lees Joan en Peter van Wells. Heel interessant en wel een teken dat ook in Engeland de mensen beginnen te denken. Zal er revolutie komen, ook in Engeland - in alle landen die in de oorlog geweest zijn? Zullen wij er vrij van blijven?
18 maart. Ik vandaag op een Christelijke school en verbaasd over het enthousiasme en de werklust van die slecht
betaalde onderwijzers en onderwijzeressen. Ze verdienen van 900 - 1200 ongeveer. Hilda moet veel magerder worden. Ze doet nu een Hoogtezonkuur, wordt 's morgens gemasseerd door een Zweeds meisje (Lilja), neemt Thiramontabletten en eet heel weinig. Kwam de eerste 3 weken 3 kilo af. Is nu nog boven 90 Kg.
30 juli. Ben de laatste maand voortdurend bezig geweest met de Zwitserse passen voor mij en de jongens. Ontelbare bezoeken aan bevolkingsregister, politiebureaux, commissaris van de Koningin, Zwitsers consulaat, Duitse consulaat, gemeentebesturen. Een vervelend tijdrovend en kostbaar gedoe. Heb nu eindelijk de passen in orde en zaterdag 3 aug. gaat de trein.
2 aug. 3.35 vertrok ik van Amsterdam met de extra trein die het Int. Verkeersbureau liet lopen. Te Arnhem waren Tom en Alfred. We reisden 2de klasse, de laagste klasse in deze trein.
(Mijn vader reisde doorgaans derde klasse, als dat niet kon eerste, maar dat werd voor een grote reis te duur. Mensen die doorgaans eerste klasse reisden, weken soms uit naar de derde klasse. "De tweede klasse was voor handelsreizigers"). Nacht beroerd. We hadden veel eten medegenomen, als: 3 broden, 4 pond boter, 1 blik sardines, 1 worst, 2 komkommers, 3 tomaten, 6 citroenen, 18 eieren, 6 kwatta's, 2 fl. Drachenquelle, 1 meloen, 1 pot suiker.
3 aug. Zagen 's morgens voor het eerst weder de Duitsers na hun nederlaag. "Ze zijn nu heel wat kalmer dan vroeger" zei mevr. Straeter, "zo'n nederlaagje helpt wel!"
De Duitsers zien er uit als geslagen honden die in lang geen voer hebben gehad.  [In Basel] Dadelijk naar Hotel Jura, waar ik Zimmermädchen een restant boter aanbood. 't Kind zeer gelukkig.
4 aug. Ontbijt goed, brood, thee en honing. Geen boter. Naar politie, worden door zakelijke politieman vlug en goed bediend, geen gezeur zoals in Holland, alles vlug. Naar Schiffländer 3 voor brood- en melkkaarten etc. Weer vlugge bediening. 10.40 naar Luzern. Te Olten ½ uur oponthoud. Vlug en heerlijk gegeten in restaurant station, alles dadelijk klaar, alles netjes op 1 schoteltje, razend vlug en netjes
, practisch in hoge mate.
Naar Engelberg, daar in hotel pension Engelberg. Souper van thee complet (zonder boter), lieten schoenen bespijkeren en geslapen na een wandeling.
7 aug. Via Gr. Scheidegg naar tot Faulhorn. Rugzak erg zwaar de Faulhorn op en over het algemeen ben ik niet goed gekleed, veel te zwaar pak. Op Faulhorn vele Zwitsers, gegeten, geslapen in soort van stal. Alfred noemt het een vlooientheater.

Uit inliggende brief aan Hilda: Naar de Faulhorn. Dat was steil en ik voelde dat de eerste jeugd vervlogen is. Tom is onvermoeid natuurlijk en je moet je hem voorstellen als een tijger die zijn prooi verslindt en tegelijkertijd uitziet naar andere slachtoffers. Ik ben idem, maar tevens 52 jaar oud zodat het uitkijken naar andere slachtoffers meer duidt op aardig gelegen "zwaantjes" waar men kan uitrusten en heerlijk Eppinger Wasser drinken. Alfred is niet zo sterk maar hij is weer jong en dat helpt erg. Alfred zegt altijd: als jij (je weet de jongens spreken mij met jij en jou aan) - als jij het kunt kan ik het toch ook. Ik voor mij twijfel daaraan, geloof zelfs dat ik van de drie nog het grootste uithoudingsvermogen heb. We doen morgen onze laatste tocht. Ik wil namelijk niet meer uitgeven dan hetgeen de Mavourneen heeft opgehaald plus hetgeen ik van An kreeg. (Anna Maria Den Tex-Boissevain). Als ik nu de 15de van Basel vertrek is dit het geval. We hebben dus nog twee dagen en hebben dan in totaal 8 dagen gewandeld, eigenlijk veel te kort, want men is nu juist in training. We ontmoetten op weg naar de Grote Scheidegg een partijtje blinde jongens die op een wandeltocht waren. Ze steunden met een hand los op hun geleider en gingen met een vaart de helling af. Aan hun gelaatsuitdrukking kon men zien dat ze genoten. Waarvan?
14 aug.[op de terugreis] 7.30 naar Frankfurt, daar aangekomen ca. 2.30, aardige reis. Te Frankfurt hotel Bristol. Ik krijg een badkamer. De jongens een grote kamer, samen 23 mark, dus 23 x 18 =
f 4.14. Frankfurt vuil en stinkerig, armoedig. De mensen grauw - een schoenpoetser geef ik 2 mrk 50 pf. te zamen dus 50 ct. Hoe je ook met die lappen gooit, je kan niets uitgeven door die valuta.
16 aug. Emmerik-Arnhem-Hattem. Te Zevenaar de Holl. controle heel scherp door militairen. Drie broers De Booy? vraagt een soldaat en als ik zeg dat ik de vader ben dan zegt hij: dan heb je flinke jongens. En hij heeft gelijk.
14 september. [op terugreis van Ameland]. Het weer omgeslagen. Koel, wind Noord. Gefietst van Leeuwarden. Te Stiens staat de kerk open en raak in gesprek met ouden boerenarbeider. Hij draagt het insigne van de Ned. Ver.v. Geheelonthouders en vertelde mij dat hij 30- jaar geleden zetmeier was op een boerderij, hoe er toen oudejaarfeest was en hijzelf ook veel dronk en hoe er toen een Nieuwjaardag was als hij nog nooit had beleefd, hoe hij vroeger veel gelezen had in oude boeken over onze voorouders, hoe die geleden hadden voor hun geloof, hoe de katholieken de liberalen vervolgden en onze voorouders zich liever lieten verbranden dan het geloof op te geven. Hoe hij toen gedacht had, als mijn voorouders dat konden, dan kan ik ook weigeren om nog ooit jenever te drinken en hoe hij sinds die dag nooit meer jenever had gedronken of had gerookt. "Ik ben wel eens in Duitsland geweest aan't werk en nu weet U daar zijn ze nogal drankzuchtig. Dan wees ik op dat dingetje."
Op de boot te Holwerd zuster Molenbeek die een dag op de Sparren was. Zij komt van een 91jarige stervende oud-kapitein De Vries. Deze man is malende en spreekt aldoor over schepen. Zij vertelt ook over een patiënt die gek was geworden door de Russische papieren, die toen van onwaarde werden. Verder over de ontvoering van een patiënt uit het Wilhelminagasthuis en over de plannen van de communisten te Amsterdam. Ze zegt dat als er weer gestaakt wordt er soldaten op de trams komen en dat men plan heeft flink op te treden.
December. Weinig dagboek ingeschreven, als ik denk aan de laatste 2 maanden, dan denk ik aan bezoeken aan Terschelling, aan Rottum, aan Delfzijl enz. Op Rottum is het magazijn der NZHRM nu voorzien van een bord waarop Villa Engelina, ter ere van onze Engelina. Deze laatste is een vermakelijk wezen, erg veel wil, herig, buitengewoon bijdehand, goede memorie, kent alle versjes, zingt Piet Hein enz. enz. St Nicolaas is nu juist achter de rug. Enige dagen te voren zette ze dan haar schoentjes, voor het vuur, begon te zingen van Zie de maan enz. en dan dadelijk naar de trap om te vragen of St Nicolaas niet kwam.
17 december l9l9. Vandaag zou de wereld vergaan,k maar er is niets gebeurd.
19 dec. Vandaag komen de jongens thuis, maar niet aardig dat ze dadelijk weer weggaan om te zeilen. (Het stormt hard).
23 dec. Vandaag Alfred terug van zijn zeil- of jachttocht met Jacques Lemaire. Ik was wel wat ongerust geweest over de jongens, maar ze zijn gelukkig zo verstandig geweest niet te zeilen met deze storm. Ze hebben in een kreek in de modder gelegen met de oude schuit, hebben daarin 3 nachten overnacht met een rat, op natte matrassen en alles smerig enz. enz., het oude liedje en even met een jolletje gezeild waarvan het zeil scheurde. Enfin, ze zijn gelukkig terug. Tom komt morgen, is naar de Gooszens om de epauletten te halen van den kolonel Gooszen.
31 december. We gingen om een uur of 8 bij het vuur zitten in de salon, Hilda en ik met de kinderen behalve Engelien die te bed lag en ik las een brief aan de Corinthiërs en daarna het dagboek voor en we hadden veel plezier en we spraken over de toekomst en ik hield een soort toespraakje tot Tom die ditmaal misschien voor het laatst in lange jaren op Oudejaar thuis is. Ik hoop dat hij een knap zeeofficier zal worden, maar het schijnt mij dat hij weinig voelt voor de militaire zijde van het vak (net als ik) en zich voornamelijk aangetrokken voelt door de "avonturen", de vreemde volken, landen, en de praktijk: zeilen, roeien, cijferen, manoeuvreren enz. Hij zal in Indië trachten bij de opneming te komen, ziet daarin meer dan het dienen op een torpedojager.
Een heerlijk souper, heerlijke visjes en lekker brood. Onze suite kan er zo echt gezellig en warm uitzien.

1 9 2 0
4 jan. Gisteren heeft Oyens mij in tegenwoordigheid van Freyer voorgesteld voorzitter van het bestuur te worden. Wij zijn wat dat betreft in moeilijkheid, want als Van Rees aftreedt dan is het moeilijk hem te vervangen, daar Charles niet gewild is, ook Van Heel niet. Vom Rath kan niet. Wat mij betreft is een bezwaar dat ik geen geld heb, niet makkelijk voor de vuist spreek en gauw moe ben. Ik zal er over denken.
14 februari. Gisteren op de burgerwacht, mij vertoond door Karel van Lennep, commandant van de BW. Ik was er met Blok van Laer en Mendes om te vergaderen voor de Bouwmij. Het is een heel groot hoog huis, hoek Singel en Vijzelstraat. Vele zalen, gangen, ijzeren hekken, munitiebergplaatsen, schermzaal, bokszaal, schietzalen, bergplaats voor geweren en uitrustingen, enz. enz. met een soort van geschutstellingen, uitstekende boven het gebouw vanwaar verschillende straten onder vuur kunnen worden genomen. K.v.Lennep betaalt per maand f 5000.- gages. Heeft speciale telefoon met Burgemeester en met HC van Politie. Als het oproer wordt, wordt tijdelijk alle telef. gemeenschap in de stad verbroken behalve enkele nummers waaronder de Burgerwacht. Daar worden de nodige maatregelen getroffen. Ook de helmen gezien voor de burgerwachten. Het platte dak van de Nederland 1845 zal ook bezet worden. Heden 1 uur is de staking in het Havenbedrijf uitgebroken. Het is een communistische staking, een staking die ten doel heeft de Sovjet Republiek in Rusland te steunen en die zoveel mogelijk moet leiden tot revolutie in Nederland.
15 februari. Een avondje bij Went met Ds. de Hartogh.
(Jean Jacques Went, 1873-1940, geh.m. Ada Geertruida Beets, 1871-1955. Waarschijnlijk Arnold Hendrik de Hartog, 1869-1938). Hoogst merkwaardig. Ds. de Hartogh wordt aangebeden. Verwacht wordt dat hij voortdurend aan het woord is, een soort van voordracht houdt. En dat deed hij ook. Mevrouw Went maakte een niet bijzonder verstandige indruk. Zij is een dochter van Nicolaas Beets. Wat De Hartogh vertelde was niet bijzonder mooi.
14 maart. Diner met de twee Jetten (oude en jonge) Van Ravesteyn, en Bram van Stockum, die tegenwoordig veel bij ons logeert. Hij slaapt dan in een hangmat in de badkamer of slaapt niet, want de matras is vol harde bulten.
16 mrt. Kwam ik voor de Huurcommissie met vele huurders van onze rij in de Johan Verhulststr. en vertelde een keurig voorzittertje ons dat we 6 maanden verlenging hadden van 't contract, dat de huurprijs dan echter wat verhoogd zou worden.
19 maart. De toestand in Duitsland zeer ernstig. Op vele plaatsen botsingen tussen gewapende arbeiders en troepen. De arbeiders hebben zich dan gewapend met de wapens van de Einwohnerwehr en hebben op verschillende plaatsen de troepen verslagen of verjaagd. Vanavond hier de Sociaal democraat idealist Van Stam die zegt dat hier het Bolsjewisme alleen dan tegen te gaan is als men spoedig overgaat tot socialisatie.

2 april. Alfred is met griep met verlof gekomen en ligt te bed. Hij heeft enige dagen op het Instituut rondgelopen met griep en heeft dit niet laten merken wegens angst voor het Hospitaal.
Gisteren te Baarn bij OptenNoort, bij hem gebedeld voor de Reddingmaatschappij en f 5000.- gekregen. Eerst de Alg. Verg. Bouwmaatschappij gepresideerd, hetgeen ik altijd onhandig doe, en f 981.25 tantièmes opgestreken. Lees met veel plezier Don Quichote in een Engelse en een Hollandse vertaling en ben van plan Spaans te gaan leren.
5 april. 2de Paasdag. Goed weer. Voetbalwedstrijd Holland - Denemarken. In het stadion 30000 mensen. Ik met Olga omdat Alfred ziek en Tom wat koorts. Eerst leek het dat we niets zouden zien. Geweldig opeengepakt gestaan. bij het Deense volkslied de Denen onberispelijk in de houding, bij het Hollandse Wilhelmus de Denen weder in de houding, de Hollanders helemaal niet, ze staan met de handen in de zijde en wuiven kennissen toe. De Denen verliezen met 0 tegen 2 van Holland.
24 april l920. Mengelberg in de grote zaal Concertgebouw. Reusachtig. Minister van Onderwijs spreekt prachtig. Verder was de Prins er, de minister Buitenl. zaken., Fock, voorzitter 2e kamer en vele andere autoriteiten. Wibaut namens gemeentebestuur was weer "geestig" Toch een knappe kerel. Reusachtig veel bloemen, jonge dames met zegepalmen, een cantate van Dopper voor koor met orkest, mooi. Mengelberg zeer onder de indruk, antwoordde goed en flink.
5 mei. 's Avonds naar Londen, waarvoor men thans nog, vanwege het mijnengevaar, overnacht aan boord van de boot en 's morgens in de vroegte oversteekt.
6 mei. 's Morgens 11 uur te Harwich. Kruiser Dunedin, een nieuw schip, oude kruiser Blake, heel veel oud roest, van de oorlog. Naar Liverpool Street station en vandaar naar Charing Cross Road 22, waar ik hoor dat men mij te Worthing wacht als gast van de R.N.L.S. Aankomst Worthing 3.54. Zie bij aankomst Warner Hotel de reddingboot op beach met tractor er bij. Gear case gebarsten, oefening afgelast. Gezellig diner in hotel. Een alleraardigst hotel, versierd met mooie platen en prenten en allerlei reisherinneringen van den (overleden) eigenaar. Captain Rowley ( Chief Inspector van de RNLS) een aardige hartelijke magere Engelsman, die er gezellig slordig uitziet.
7 mei. 8 uur ontbeten, thee, porridge, vis, eggs and bacon, brood met marmelade. Naar het boothuis. De bootsman en seiner in niets te onderscheiden van hun Hollandse collega's, ook de andere mannen net Hollanders. Lange overwegingen of de gear cage al dan niet met lood kon worden opgevuld. 4.58 ging het schot en kwam tractor met boot op wagen langs de esplanade. Bij en op shingle mislukte de proef. Boot op gewone wijze ter zee gebracht. Het was niet een experiment dat een aangename indruk op het publiek maakte. Men vond over het algemeen de tractors "no good". Het boothuis en de boot niet netter dan bij ons. Ook deze maatschappij moet werken met plaatselijke commissies die niet betaald worden en dus dikwijls niet werken.
8 mei, Zaterdag. 7.32 naar Londen. Gesprek met viskoopman over de oefening van Vrijdag. Vroeger paarden. Hij vertelt over het ophalen van zware loggers vroeger, hoe de kustvisserij vervallen is (net als bij ons).
Maandag 31 mei. Naar Hunstanton voor de motortractors, per Harwichlijn. Hotel Le Strange Arms. Captain Rowley. Proeven met de tractor tamelijk. Eigenaar hotel is cook en butler geweest in Magdalen college en krijgt nu uit een fonds uit de tijd van Edward VII? 2 sh. per jaar uitbetaald.
2 juni, prachtig weer. 's Morgens weer proeven met de tractor, en 's middags komen general Lake e.a. Zeer goed gelukt proeven.
3 juni. Met mr. Lamb Cambridge gezien. Vele colleges en de Pepysian Library. Alleraardigste bibliotheek van Pepys met z'n regeling van de boeken naar de grootte en als het niet uitkomt met behulp van houten klosjes. Opmerking: Lage blouses, korte rokken. Mooi die colleges, een rustig quadrangle en mooie lawn. Een oude prachtige dininghall waar alle studenten met de "dons" eten, zittende op gewone banken.
7 juni [Vertrek naar Chamonix]. Heel vroeg op om 5 uur en naar de trein van 7.33. Er zou vandaag een proteststaking zijn tegen de anti-revolutiewet of wurgwet, zoals de syndicalisten en socialisten zeggen. We kregen gelukkig het rijtuig en reisden heel genoegelijk. 's Avonds slaapwagen.
8 juni. 's Nachts ± 2½ uur gepord te S. Louis voor de visitatie, douane en pas. De grote bagage was te Essen geplombeerd en doorgezonden naar Basel. De visitatie en fouillering te S. Louis waarmede men ons had bang gemaakt bleek weinig te betekenen. Wij zijn nu te Basel en zitten te wachten op de trein van 7.45 naar Genève: vrij katterig, moe, vuil en gekookt. 5.30 Nu zitten wij in de trein van Genève naar Chamonix in een zeer sjofel compartiment. Moesten in Annemasse wederom een grensonderzoek ondergaan, overstappen in Roche en in Le Fayet, en daar in electr. spoor, 9 u. 30 te Chamonix. Met auto naar hotel, daar een smakelijk souper. Het was een vermoeiende reis geweest, maar het voordeel van het nemen van deze route was dat wij er nu waren en bij het nemen van de route via Parijs nog een dag hadden moeten reizen.
9 juni. Heerlijk geslapen - het is regenachtig, geen zon. Engelientje verrukt. Ze zegt: Engelientje wil hele hoge bergen klimmen, ik houd van bergklimmen. Hilda zegt, wijzende op tot Mont Blanc: zo hoog zal ik niet komen. "Ik wel" zei Engelina en een ogenblik later is ze verrukt als ze op een kleine verhevenheid is geklommen en vandaar de wereld beziet. Mama heel klein geworden, alles is heel klein geworden.
18 juni. Hilda en E. brengen mij naar de trein van 4.54 naar Parijs. Beroerd afscheid te moeten nemen van Hilda en van dit heerlijke land.
20 juni. ± 3 uur in Amsterdam. Bad bij Alfred.
(Zijn zwager Alfred Boissevain, toen hoofdredacteur en directeur van het Algemeen Handelsblad). Hoor van Alfred dat ik zal worden benoemd tot commissaris Alg. Handelsblad, vermeerdering inkomen vast f 200.-, en tantièmes minstens f 1000.- per jaar. Heel aardig.


       Alfred Gideon Boissevain 1870-1922

24 juni. [N.a.v. een lange berekening over vermogen en inkomsten]: Wij moeten op een of andere manier zuiniger gaan leven.
19 juni. Naar de Bronckhorststraat (in aanleg), waar een huis bezichtigd nr. 18 of 20, nieuw gebouwd, dat ik kan kopen voor
f33000.- een belachelijk hoge prijs, maar misschien niet belachelijk nu. Wat de huizen in de toekomst zullen doen is niet te zeggen. Van de erfpacht van de grond moet nog f 350.- betaald worden. Deze woning zou dus aan bewoning kosten: stel 8% van 33000 = 2640, erfpacht 3250, totaal 2990. Hiervan af de huur van het (zeer kleine) bovenhuis 1200 , komt op f 1790. Dus 1800 per jaar als ik kans zie het bovenhuis voor 1200 te verhuren. 't is bar, bar, bar.


                                   Bronckhorststraat, De voordeur van no 18 staat open

2 juli. Vandaag commissaris van het Alg. Handelsblad en ook van de Drukkerij Jacob van Campen. Na de vergadering op het Handelsblad de nieuwe gebouwen van de drukkerij Van Campen bezichtigd "Achterburgwal". Vele prostituees. Deed mij sterk denken aan Breero. In weerwil van het afstotende, afschuwelijke, toch mooi door het ontbreken van schijnheiligheid.
7 juli. Ik heb het huis gekocht in de Bronckhorststraat nr.18 voor
f 30325.-.
16 september een advertentie geplaatst Huis te huur
f 1200.- per jaar en het stroomt brieven. Ik heb er nu zeker 40. Tom vandaag aan tafel in lange jas met epauletten en ik denk aan 33 jaar geleden. Ik was wat magerder denk ik, en blonder. Jonger, of liever meer jongensachtig. We waren toen nog meer kinderen. Lang niet zo ontwikkeld. Men heeft mij gepolst voor bestuurslid van de Amsterdamse Montessorivereniging.
4,5,6 october. Te Bremen voor de Reddingmaatschappij in verband met de bouw van motorreddingboten. Vertrokken per s.s. Nickerie zaterdagnamiddag 2 oct. en zondagavond 11 uur te Hamburg. Maandagmorgen 4 oct. te Hamburg van boord en 10 uur naar Bremen. In trein 3de kl. vol oorlogszuchtige of wraaklustige mensen. Soldaten met matrozenmutsen met opschrift "Unterseebootflotilje
" of iets dergelijks. Ik dacht dat Duitsland geen onderzeeboten meer had. Een man met een mooi fanatiek gezicht, mooi figuur, slank. Zulke mensen ziet men in Holland niet.5 en 6 de werven bezocht. Indruk van Duitsland: Voedsel, kleding etc. alles Ersatz. De mensen over het algemeen zeer oorlogszuchtig. "Jetzt haben die Halunken das Ruhr nicht in Handen, bald werden sie es abgeben müssen und dann werden wir die Franzosen zurück zahlen, mit Zinsen" etc. etc."Wir hassen die Franzosen nicht, wir haben immer Mitleid mit den Schwachen".De Duitser zijn en blijven gevaarlijk.
7 october. Naar huis, te Bentheim "Am Leibe untersucht" door een officier. Daarna zijn we gaan verhuizen. Maandag 11 ingepakt en dinsdag 12 over. Geweldig gesjouwd. De verhuizing kostte
f 175.- van de Amsterdamsche Goederen Maatschappij, maar we deden nu véél meer zelf dan vroeger. Dit is de geest des tijds. Zelf doen.
19 october. Nu is ons huis ongeveer klaar. Het is er prachtig. De Renterghems betrekken het bovenhuis.
(Vrijwel zeker was dit Arnold Willem van Renterghem, geb. 1845, en zijn echtgenote. Hij was arts, en had van 1867-1893 met Frederik van Eeden de leiding van een psychotherapeutisch instituut te Amsterdam).
9 november. Naar Keulen 11.15 en daar aangekomen tegen 5. De beierende Domklokken, de kolossale Dom in het halfduister. Veel Engelse soldaten - lopend met Keulse meisjes en ook met Engels sprekende vrouwen. Het Dom-hotel in beslag genomen door Ententecommissies. Het blinken van de schoenen der Engelsen, hun flinke gang, hun "smartness". Hotel Excelsior is General Headquarters. 2 Engelse schildwachten - hun roerloos stilstaan- hun heen en weer lopen. 11 pas rechts, de ander 11 pas links, klik, klik, klik, 11 pas links, 11 pas rechts, klik, klik, klik. Ik kijk er lang naar en vraag mij af waarom wij zo weinig vormen hebben, iets konden wij wel gebruiken van 't geen zij teveel hebben. Brand in de Brückenstrasse - ik sta in het voorste gelid geruime tijd te kijken, van tijd tot tijd achteruitgeduwd door Tommies en politie. De brand is fel. Een boekhandel brandt geheel uit. Dan weer over het Domplein terug. De schildwachten staan weer roerloos en telkens als een luitenantje naar buiten komt slaan ze tegen hun geweren dat 't klapt en staan als zoutpilaren en het luitenantje groet achteloos terug. 't Is voor Wijnkoop om gek te worden. 's Morgens vroeg naar de Deutz-Brons motorenfabriek aan de overkant van de rivier. Met de tram naar de fabriek. 3000 man. Vele motoren. Gesproken over schroeven met beweegbare bladen - en vaste schroeven. Men klaagt over de 8 urige werkdag. Men wil de 10 urige dag hebben. En nu heeft men hier niet eens de halve Zaterdag zoals bij ons. Alles is in Duitsland gemiddeld 15 x duurder dan voor de oorlog en de salarissen van de werklui zijn 12 x zo hoog. Alles wat boven werkman is lijdt gebrek.
Zaterdag 20 november. 8.01 naar Stavoren in de 3de kl. gereisd met een aantal Urkers en met hen gesproken over de Kromhoutmotors die ze in hun botters hebben. 12 PK onkosten aan olie, smeerolie etc.,
f
200.- per week, dat gaat dus af van de besomming , en alle 14 dagen, volgens hen, in reparatie. Reden vermoedelijk slechte verzorging. De oude raderboot brengt mij over, op de brug kapiten Ozinga, die twijfelt of het leggen van de dam van Wieringen naar Piaam wel spoedig zal lukken. [... te Joure] In de wachtkamer een algemeen gesprek over politiek en over de komende tijden: Revolutie Wijnkoop, Ravensteyn, Roland Holst enz. Eigenaardig dat Troelstra niet genoemd werd, maar die is een Fries en kan dus in Friesland slechts goed doen. Er was een oud heertje die in alles een hogere leiding zag, alles wat gebeurt moet gebeuren, door kwaad komen wij tot beter. Daarentegen is de pachter van het buffet er voor alle mensen als Wijnkoop c.s. op te sluiten.
22 november [op Terschelling]. 's Middags met Doeksen naar badhuis Midsland per fiets, prachtig. Lucht diep blauw, naar de horizon overgaande in groen en rood, op het strand en de duinen een violette tint, heel zacht. Een wolkenbank, sneeuwwolken met openingen als filigrain waardoor de blauwe lucht zichtbaar. Schitterend. Ik vind dit mooier dan wat ik tot dusver in Zwitserland gezien heb. Zoveel rijker van kleur, zoveel teerder en fijner. Als we teruggaan gaat de zon onder en begint de Brandaris te knipperen.
23 november [te Anjum]. Ik koop koek, taai taai, in de bakkerij en heb een lang gesprek met een heel mooi Friezinnetje, heel mooi, die met een andere Friese vrouw die de grond boent in de winkel is. We maken veel grappen. We spreken over de jongfriese beweging, van Kalma, en over de Friese dichters, het Friese toneel en het is weer treffend hoe vol karakter, levend, die Friezen zijn vergeleken bij de Hollanders. Het lieve meisje zegt dat ze Hollanders zo "flauw" bindt. Friezen zijn meer "wreed" zegt ze.
6 december. Wij hebben een alleraardigste St. Nicolaas gehad. Tom had schatten besteed aan cadeaux. Ik kreeg een kostbare wekker, een prachtding, en van de jongens een ets voorstellende Don Quijote en Pancho bij de molens.
12 december. Brachten een bezoek bij de Van Renterghems, onze bovenburen. Alleraardigste mensen. [...] Naar de heer en mevrouw Der Kinderen, waar blijkt dat Der Kinderen Don Quijote leest en het een prachtig werk vindt. Hij bekijkt het meer van de philosophische kant.[...] Der Kinderen gelooft dat het bijzonder moeilijk, zo niet onmogelijk is Don Quijote voor te stellen in een tekening. Ik voel ook dat dit zo is. Elke tekening moet al gauw tegenvallen. Zo ook het etsje dat ik van de jongens kreeg. Het wordt alleen mooier doordat ik het van de jongens kreeg, maar de Don Quijote die er op staat is een gewone man, niet Don Quijote.
25 december. Engelientje buitengewoon slim en weetgierig, ondernemend, flink, handig. Vertel haar vanmorgen de geschiedenis van de geboorte van Christus, ze zegt dat ze blij is dat haar moeder meer geld heeft en dat ze niet in een kribbe heeft hoeven te liggen.
Tom en Alfi thuis. Alfred speelt alleraardigst viool, zeer gevoelig en flink uit de maat. Hij zegt echter dat hij daarin vrij is.

1 9 2 1
1 januari l921 de eerste Nieuwjaarsdag zonder de jongens.
23 jan. Zondag naar de kerk. N.Z. kapel. Ds. Doevendans.
(T. Doevendans, in l909 gekomen uit Elburg naar Amsterdam). Hij sprak over "De Eeuwige straf". Behandeling der vraag: Is de Eeuwige straf rechtvaardig? Dat zij zwaar is valt niet te ontkennen. Denk eens hoe de straf in de Hel getekend wordt in de Schrift en dan niet 10.000 jaar, niet 100.000 jaar, maar eeuwig. Eerst zal de ziel verloren gaan en dan op de Dag des Oordeels zal ook het lichaam in het eeuwige vuur gaan, waar zal zijn knersing van tanden. [...] Als wij zondigen tegen de oneindige goedheid Gods dan is de fout ook oneindig groot en dus ook de straf daarmede evenredig. Na de zang vertelde hij in het 2de gedeelte: dat wij wel spreken van eeuwig, maar in het leven hiernamaals geen tijd nog ruimte zullen kennen. Daar zal niet zijn een gisteren, een morgen, een toekomst en een verleden. Wij moeten ons dus de Eeuwigheid niet denken als een oneindige reeks van jaren. De redding is in Christus, in het Kruis. Een preek zoals ik niet wist dat ze nog gepreekt werden in de Hervormde Kerk.
29 jan. 's Avonds zijn Hilda en ik bij de heer en mevrouw Went waar Ds. de Hartog weer op de thee is. Ditmaal heel gezellig. Niet zo pompeus als vorige maal. Ds. de Hartog een merkwaardige man, wat te veel woorden, maar toch wel sympathiek, een man vol leven, die ook durft. Hij vertelt o.a. van een boek dat uitgekomen is in Duitsland van een Spengler dat aantoont - tabellarisch - hoe onze westerse beschaving ten onder gaat, hoe komt een tijd van communisme, van imperialisme, van uiteenvallen in atomen.
31 jan. Onze kleine Engelina [...] heeft gevraagd "wat is dat gek, Bronckhorststraat 18, en er staat alleen een één en een 8. Hoe komt het dat ik een spiegel nodig heb om mijn gezicht te zien en om me handen te zien niet?
Alphons Diepenbrock 's toestand zeer zorgelijk.
10 februari. Hilda is bezig aan een vermageringskuur, die haar tot dusver uitstekend bevalt. Ze gebruikt 2 dagen achter elkaar niets anders dan een fles melk van Oud Bussum en daarna 2 of 3 dagen heel weinig voedsel, wat groenten in water gekookt en wat brood met heel weinig boter. Ze is nu van 95 al gekomen tot onder de 90 kilo. Engelina heeft mijn grote theekop gebroken en zegt alleen: "Ik ben niet voorzichtig genoeg geweest".
13 febr. Zondag. 's Morgens naar de kerk. Ds. Van Wijk. Vrij taai, maar in de Bijbel gelezen.
25 maart. Hilda is nu 84 kilo, dus ± 11 kilo afgevallen en ziet er veel beter en jonger uit. Ze houdt zich kranig met haar kuur. Olga maakt het goed, denkt dat ze hard werkt, hetgeen niet zo is, draagt het haar in bossen over haar oren en zit er voortdurend aan te trekken. 't Schijnt nu eenmaal mode te zijn, zeker is, dat het heel lelijk is en dat het jammer is dat zij, die een lief gezichtje heeft, zich zo lelijk maakt. Jo [zijn zuster] is gisteren te Amsterdam geweest en heeft Olga meegenomen naar een bioscoop voor mensen boven 18 jaar, met het gevolg dat zij daar een onzedelijke vertoning heeft gezien. Het optreden van Jo onbegrijpelijk en hoogst afkeurenswaardig vind ik om zo'n lief meisje mee te nemen naar een bioscoop.
4 april Zondag. Vandaag muziek van Diepenbrock in het Concertgebouw. Elektra, de Hymne voor viool - Zimmermann - en een stuk van "Gijsbrecht" met Royaards en een klein koor. Voor de pauze waren Joanna en Thea Diepenbrock in de zaal, na de pauze ook Elisabeth. Het was alles prachtig maar heel tragisch en toen Royaards declameerde" Vergun, O God! op zijne bede, Naar uw belofte, uw' knecht verlof
Opdat hij reize in ruste en vrede, Omhoog naar 'et Hemelsche vredehof;
Nadien ik met mijne eigen oogen Den algemeenen Heiland zag. Die als een zon schijnt uit den hoogen, Daar ieder zich in verblijden mag", toen werd het Elisabeth te machtig en snikte zij. En ook later:Nu buig ik mij voor God, mijn lief, mijn uitverkoren! Nu weiger ik geenszins naar Uwe raad te hooren, En leg hier 't harnas af. Hier baat geen tegenweer. Ik mag Diepenbrock misschien nog zien, morgen om 11 uur.
5 april. Vandaag om 11 uur toegelaten bij Diepenbrock. Een treffend gezicht. Een bijna geheel ontvleesd lichaam, geel van kleur, de ogen helder, onveranderd, en Elisabeth sympathiek en bedroefd. Ik sprak met hem over de uitvoering van gisteren, over zijn dochters, hoe ze zo mooi waren door hun uitdrukking en hoe ik hem miste en hij antwoordde dat hij het heel aardig vond en dat ik niet ongerust moest zijn, hij zei: we zijn niet ongerust. Verder verzocht hij Hilda en de jongens te begroeten. Het was aangrijpend, mooi en droevig.
5 april. Heden is Diepenbrock overleden. Mengelberg komt vannacht terug uit Amerika met veel dollars.
7 april. Heden om ½ 2 met Hilda naar Elisabeth Diepenbrock, die wij vinden met haar twee dochters en met Mej. Tas, heel kalm en sympathiek.
Ik ben naar boven geweest en heb Diepenbrock gezien, het was heel mooi en vredig, er was niets menselijks meer aan dat lichaam, alles geestelijk.
Hij lag met het hoofd opzijde naar links, de ogen half gesloten. Ik keek een tijd lang naar hem, naar zijn edele fijne trekken, zijn handen in elkaar gevouwen over het crucifix. Naast hem aan de wand het portret van zijn moeder op haar sterfbed en de gelijkenis valt op. Hij was een edel hoogstaand mens, bijzonder begaafd, ontwikkeld een fijne geest. Hij heeft het heel moeilijk gehad, ook dikwijls geldzorgen gehad. Elisabeth Diepenbrock betreurt het dat zijn muziek nog niet gedrukt is, één brandje en alles verbrandt en is voorgoed weg. Er zal f 30.000 bijeen worden gebracht om haar te helpen. Er zal vandaag gebeden worden bij het lijk door de vrienden. Vandaag is Mengelberg teruggekomen. Hij is dadelijk gaan repeteren. Hij is dik geworden, heeft succes gehad en veel geld verdiend. Het programma is: een ouverture van Beethoven, Tod u. Verklärung van Strauss (Diepenbrock vond dit een afschuwelijk werk) en na de pauze het Lied von der Erde. Wij gaan er heen. Olga heeft Connie gevraagd thuis de wacht te houden en dat doet ze gaarne en ik laat mevrouw Cnoop Koopmans en een klein lief Hongaars meisje op mijn plaats zitten en ga naar de loge en val daar gauw in slaap en ga na de pauze weg na even Mengelberg de hand te hebben gedrukt. (Connie van Hasselt, muziekstudente, die een tijdlang bij mijn ouders heeft gewoond).Een groot contrast: Mengelberg - Diepenbrock. Hilda weegt nu 82 kg, doch moet wegens te zwakke pols even het vasten staken.
9 april. Om 8¼ in de RK kerk Obrechtstraat met Hilda, de mis van Diepenbrock bijgewoond, vervolgens ½ 10 in het 3de volgrijtuig mede in de stoet naar het kerkhof Buitenveldert. Daar in de kerk weer een plechtigheid - de laatste absolutie. In het rijtuig gezeten met Zweers, Charles en Freyer.
(Bernard Zweers, componist, 1854-1924). Verhalen van Zweers over de Rooms Katholieke kerk, waar hij niet uitgetreden is, zijn antwoord aan Van Ogtrop, die hem aanmerking maakte over zijn niet vervullen van godsdienstplichten en het ook niet eisen van zijn zoon. Hij vertelde dat Diepenbrock en Hubert Cuypers niet in een stad als Nijmegen zouden kunnen wonen. (Hubert Cuypers, koordirigent en componist, 1873-1960). Ze zouden daar door de invloed van de geestelijkheid voortdurend tegenwerking ondervinden, en ondervinden dat de mensen hen liever niet zagen. Verder geestige verhalen over muziekuitvoeringen in de kerken in verband met de toestemming die hij daarvoor moest hebben van geestelijke autoriteiten. Van zijn zoon zegt hij: Hij maakt 't best, een kerel als een boom en hij boemelt ook braaf. Nou, dat heb ik ook gedaan, 't is verkeerd, maar ik ben toch blij dat ik ondervinding gehad heb. Daarbij zijn malle gezicht maakte het geheel heel geestig en onderhoudend. Hij vond Diepenbrock een heel diepe natuur, maar je kon niet met hem omgaan, omdat zijn mening de enig juiste was. 's Middags naar de receptie van Bob en Sonja. Het is ontzaglijk veel wat een jong getrouwd paar tegenwoordig nodig heeft of nodig denkt te hebben. Ik voel daar niets voor. 't Ziet er ongezond uit. Thuis muziek gemaakt, met Connie gerepeteerd. 's Avonds telefoon: boot Schiermonnikoog omgeslagen. Misschien wel hele bemanning vermist. Later blijkt dat 10 man gered zijn en 2 vermist.
10 april. Zondag. Ik ga 4.57 naar Leeuwarden (prachtig, die Zuiderzee) en slaap in het hotel de Klanderij.
11 april. Te Schiermonnnikoog vergaderd met commissie en met kapitein Matroos. [verhaal over het zeilen naar een Duitse schoener, die in moeilijkheden verkeerde, maar waarvan de bemanning nog niet van boord wilde]. "We zeilden terug. Intussen was de eb ingetreden. We zeilden nu bij de wind over stuurboord. Toen zei ik tegen den schipper "Zou het niet beter zijn het Friese gat in te gaan, 't is ook niet gewenst in de branding te zeilen". "Laten we maar eens proberen", zei Dubblenga. Toen [...] hielden we af en hadden de wind toen ruim en alle zeilen bij. De eerste zee liet ons met vaart in de wind oplopen. Toen kwam er een 2de. Ik zei: nu gaan we. "Ja, nu gaan we" zei Dubblenga. En we gingen ook om. Eerst lagen we een tijd met de zeilen op het water, toen helemaal om en de masten braken. 11 man lukte het op de kiel te klauteren. Douwe Visser is niet op de boot gekomen, hij was zowat 10 meter te loevert van de boot. Aangezien ik het jackstay niet kon bereiken heeft Dubblenga mij geholpen. Hij zat op de grote kiel. Een volgende brandingzee heeft hem er toen afgespoeld. We zagen hem en Douwe Visser drijven, konden echter niets doen en de boot dreef harder weg dan zij zwemmen konden. Zo waren we dus met ons tienen op de omgeslagen boot. We stonden op de lijnaar [lijwaarts?] en hielden ons vast aan 't jackstay. Zo stonden we betrekkelijk goed. Als 't jackstay er niet was geweest was er niets van terecht gekomen. Maar de branding liep herhaaldelijk over ons heen en 't was dus zaak goed vast te houden. Een was ver weg en lag op de kiel tussen ons in. Dubblenga en Visser raakten uit zicht. Douwe heeft verschrikkelijk geschreeuwd. Dubblenga niet, hij heeft niets gezegd. Zo dreven we met de eb om de West over de buitengronden door de zware branding. Een tijdje was het wat beter, toen waren we in het Oude Noordoostgat, maar toen kwamen we er weer in. Op de onderzeeërsbult konden we niet komen. Daarvoor had het ongeluk te ver uit de wal plaats gehad. Hadden we op de onderzeeërsbult kunnen komen dan zouden we hebben kunnen staan en de boot rechten. Nu dreven we door het Oude N.O.gat weer in de branding en verscheiden voelden dat ze het niet heel lang meer zouden kunnen volhouden en zeiden: als we weer in de branding komen gaan we er allemaal aan. Een troost, zei ik, dat we nou misschien het Friese gat halen. En zo kwamen we in het Friese zeegat. De mensen hadden in het Friese zeegat niet veel meer te koop. In het Friese zeegat zette de ebstroom natuurlijk weer naar buiten en daarom vroeg ik aan Thomas de Groot, de voorman, of hij misschien kans zag de dreg los te maken, dan waren wij weer droog gekomen en hadden gewacht tot de vloed weer doorkwam. Maar Thomas de Groot kon er niet bijkomen. Zo dreven we naar buiten en we waren tussen de uiterton en andere tonnen in en zagen dat we weer dreven naar de branding, de branding op de drempel van het Friese gat. Kwamen wij daarin dan zou niemand meer op kunnen blijven.
Toen hebben we een riem die ik opgepikt had in een van de loosbuizen gezet en een jas hebben we er aan vastgemaakt. We zagen schepen. Een was die oude schoener of sleper en een tanker en de ander was een trawler. Eerst hield hij aan op de tonnen, maar eindelijk op ons. We begonnen toen al weer in de branding te komen. We riepen:"Je moet goed lij maken en eindelijk lag hij ZuidOost om met de reddingboot op zij in 12 vt, hij had 't loodje steeds grond gehouden. Hijzelf ging 11 vt diep dus 't is een flinke daad geweest. Nu heb ik nog vergeten te zeggen dat Jan Visser er eenmaal af is geweest, maar we hebben hem een voet toegestoken en hebben we hem er weer opgekregen."
13 april. Vandaag het lijk van Dubblenga gevonden en naar Schiermonnikoog gebracht door de Brandaris.
14 april. Naar Zoutkamp, waar de reddingboot en de sluismeester Kant en de Burgemeester van Ulrum, die niet knap is, maar z'n vrouw die geregeld de hengstenkeuringen bezoekt, wel, en de heer Brand, die leeft van het schilderen en uitvoeren van zeemos. Ik ging per fiets van Oostmahorn, een eigenaardig landschap, via Ezumazijlen, Dokkumernieuwezijlen enz. naar Zoutkamp.
15 april. Harde stormachtige ZW wind, zodat ik met een motorschip terug naar Dokkumernieuwezijl. Schipper Van Dalen, die de Ortten goed kent en hun jacht "De Schobbe". Hij zegt dat Willem Ortt zo zenuwachtig was en dat Steffan Ortt er wel een beetje van kan, van zeilen namelijk. Dat zij de Schobbe verhuurden voor
f 200.- de week, als bijverdienste, en dat hij er schipper van was. Van Dalen heeft z'n jonge vrouw aan boord die voor koffie zorgt. Overigens zet hij het schip dat 35 meter lang is en slechts een motor van 28 Paard heeft enige malen aan de grond en ik kom 2.10 te Dokkumernieuwezijl en ik mis de postboot, zodat ik de begrafenis van Dubblenga niet bijwoon. Terug naar huis. 's Avonds thuis. Ondertussen gehoord dat het lijk van Visser gevonden is.
16 april. Weder naar Schiermonnikoog waar ik ongeveer 4 uur aankom en de begrafenis van Visser bijwoon. Eerst in het sterfhuis waar de kist - open - in de gang. In de huiskamer veel vrouwen en mannen. De moeder van Visser, zijn zuster en halfzusters, en dan wordt het lijk naar het kerkhof gedragen, eerst om de kerk heen. Als het neergelaten is spreek ik een kort woord en dan wordt de kuil volgeschept door een heel erg ouden man, die hoe langer hij schept te harder begint te zuchten en te kreunen. Eindelijk vindt hij dat er genoeg zand in is en neemt hij de hoed af met een mooie houding en zie ik zijn afgeleefde verweerde oude gezicht.
17 april. Naar het strand gewandeld en na een bezoek bij weduwe Dubblenga terug naar Amsterdam in gezelschap van den heer Onnes, een houthandelaar en reder van Groningen, reder van vele schoeners en motorschoeners, en een gezellige kerel. [In "Mensen die ik ontmoette" staat wat de weduwe van Ambrosius Dubblenga mijn vader vertelde]
"Ach die oostenwind, die oostenwind, want weet je, als de wind oost is, je hoort de mannen wel eens spreken over een tocht, dan zie je de branding niet zo goed. Is 't niet heel erg, is 't niet héél erg, we waren 36 jaar getrouwd, als een jongen van 19 zat-ie al in de reddingboot, al 40 jaar nu, en nu zou hij 60 worden en wat hebben we altijd moeten werken en zwoegen voor een stukje brood, ja ik weet 't wel, anderen doen 't ook, en nou zou Bruys 60 worden en dan zou hij een pensioentje krijgen van de post en dan zouden we nog een heerlijk tijdje hebben. 't is toch niet gek dat ik 't zeg? Ik ben nooit gaan kijken als de boot in zee was, ik heb dikwijls gezegd:"Hest de nog geen hekel der an?" 't Is zo erg, zo heel erg. Ik hoorde de burgemeester zeggen: Er is een schip in de gronden, en dat Bruys zei:"Dan ga ik me klaar maken". Ik ben niet gaan kijken. En toen zei hij:"Laat wat hard brood halen". Ik met de trommel naar Dobbinga (lid van de Reddingcommissie) en ik zei: Als je er nu hard brood in doet, doe er dan ook een paar pakjes tabak in, dan hebben ze nog wat onder weg".
En toen had ik Bruys voor 't laatst gezien. En toen ben ik voor 't eerst gaan kijken toen ze 't kwamen zeggen. Met m'n klompen ben ik naar 't kerkhof gegaan. O ik weet wel, ik zal mijn troost wel krijgen, waar al die anderen troost van gekregen hebben".
21 april. Vergadering Reddingmaatschappij, er is weinig wezenlijke belangstelling, zoals altijd.
4 mei. Ik ontving vandaag een dwangbevel tot het betalen van 700 gld. belasting. Ik heb het niet en laat mij daarom mijn traktement Reddingmij over Mei uitbetalen.
11 mei. Vandaag het rolluik geplaatst, kost
f 330.-. Gegeten met Olga bij de Renterghems, heel gezellig. Ze gaan vliegen naar Parijs. Hij is 75, zij 70 ongeveer. Later zal men dit niets bijzonders vinden, nu nog wel.
18 mei. Gedineerd bij Van Rees met een Amerikaan genaamd Millar, een lawyer, een echte Amerikaan, zeer levendig, wel wat te veel aan het woord. Ik krijg de volgende indrukken:
Dat een oorlog tussen Amerika en Japan niet onwaarschijnlijk is als Japan durft. Hij vindt onze Zuiderzeedroogmaking van 500.000 acres "a small business"; hij heeft een vriend die een farm heeft van 120.000 acres. Het verdrag tussen Engeland en Japan zal niet veranderd worden.
13 juni.[Reis naar Denemarken]. 's Avonds in Kopenhagen. hotel Weber.
14 juni. Eerst naar Holmens Kirkegaard. Ik vind geen oude graven. Het Parlementsgebouw. De Gliptotheek. 's Middags naar Elseneur. Een langgekoesterde wens wordt vervuld. Ik groet eerbiedig Holland van 1658. De nauwte van de Sont! Terug per stoomboot. Het aspect van de Denen: Hun nationaal gevoel. Hun goede vormen. Hun ontwikkeling.
22 juni. Hier zit ik nu, 3.30 's morgens in de vuile wachtkamer van Osnabrück te wachten op mijn trein naar Holland, die om 6 u. zal vertrekken en denk met een dankbaar gevoel van gelukkige herinnering aan Denemarken en dan denk ik in de eerste plaats aan de familie Saxild. Van mensen moeten wij mensen het hebben, ik althans wel. [...] Ik zie Denemarken voor mij als een liefelijk land met flinke, kalme, goedgemanierde, goedverzorgde, democratische mensen, ontwikkeld, al kennen ze niet zoveel talen als wij Hollanders, zich Denen voelende. Een land met zeer weinig Joden, een land waar weinig gestolen wordt, en waar de politie het vermoedelijk niet heel druk zal hebben ... een land, nog weinig bevolkt, liggende buiten de stroom der volkeren die zich met elkaar vermengen zoals in Holland met z'n Joden, Duitsers, Fransen (Hugenoten), waardoor het oorspronkelijke Hollandse ras moeilijk is te vinden. In Denemarken schijnt het ras veel zuiverder bewaard en is het uiterlijk van de mensen ook fraaier dan in Holland, evenals bij ons de mensen aan de Zuiderzee en op het land fraaier zijn dan de bewoners van Amsterdam. Toch is er veel overeenkomst tussen Hollanders en Denen en zijn het zonder twijfel natiën welker naturen elkander sympathiek zijn. Wat nu de Reddingmaatschappij betreft, geloof ik dat de volgende verbeteringen moeten worden ingevoerd:
1e. moet ik een hoeveelheid hout kopen, laten zagen en 3 à 4 jaren bewaren. 2e. moet een boot als de Klitmöller en een gewone roeireddingboot in Denemarken gebouwd worden.
3e. moeten wij bij de pl. commissies sterk aandringen op het gebruik van de sleepzak.4e. moet ik in de boot van Schiermonnikoog welke thans in reparatie is het dek open laten. Mijn indruk van het Deense reddingwezen is zeer gunstig. Nu is het 4 uur. Het was vannacht erg koud in de coupé.
Een vraag die bij mij opkomt: Is Denemarken door het weinige verschil tussen de standen, het geringe aantal rijken en het geringe aantal armen, de afwezigheid van Joden en andere nationaliteiten, niet wat eenvormig, ten slotte vervelend?


Zandvoort juni 1921 ik vierde daar mijn 41ste verjaardag, Engelien voor de koetsjes

14 juli. Ik ben alleen thuis. Hilda is met Olga, Engelina, Nellie en mej. Tromp 9 juli vertrokken naar Les Contamines nadat we heel veel moeite met de passen hadden gehad.
(Nellie Schlebaum, die geruime tijd overdag bij ons kwam om mijn moeder bij te staan wanneer zij door ziekte of andere oorzaken extra hulp nodig had.  Caroline Tromp, die samen met mevrouw Joosten-Chotzen de leiding had van de eerste Montessorischool in Amsterdam, welke ik sinds september l920 in de ochtenduren bezocht).

Nellie Schlebaum, hulp in de huishouding

Nu ben ik alleen hier en wordt verzorgd door Titia, de schoonmaakster, die dit heel goed doet maar schijnt 't mij wat duur. - Schwamm drüber. 't Is taai dat alleen thuis zijn. Hilda was 12 juli jarig, werd 44 jaar te Les Contamines en ik ging naar de bruiloft van Emil Tegelberg, die trouwt met Anda Hooft, oud 31 jaar, die er zeer lief uitziet. (Petrus Emilius Tegelberg, 1874-1954, voorzitter van het bestuur van de NZHRM). Hij trouwde in de Biltse kapel, heel mooie omgeving en ik ging daarna naar de receptie op het Huis ter Wege, dicht bij de halte Huis ter Heide, heel chic en aardig in de tuin waar een tent was opgericht. Veel mooi geklede dames! Ook lief uitziende dames, maar minder in aantal dan de mooie japonnen.
Zondag 10
juli was Alfred over en fietste ik met hem naar Cissy Crommelin-Boissevain, die woont op de Willemshoeve ongeveer op de plek waar Ruysdael z'n bekende gezicht op Haarlem schilderde. Om 9 uur 's avonds vertrokken en heel hard teruggefietst langs de gevaarlijke Amsterdamse straatweg, gevaarlijk door de vele auto's en motorfietsen. Lang reden we achter een troep Bolsjewieken in een grote vrachtauto, jongens met lange haren, meisjes met blote halzen, die propaganda lektuur rondstrooiden en een heel grote rode vlag lieten waaien. [schetsje van de situatie in het dagboek]
Zaterdag 16
juli ga ik naar Londen. Ben benieuwd wat ik daar zal horen over de Ieren, die een overwinning hebben behaald daar immers Lloyd George met hen onderhandelt.


Tekening van Hendrik de Booij met onderschrift: Zaterdag 16 juli ga ik naar Londen. Ben benieuwd wat ik daar zal horen over de...

Fietsend naar Amsterdam 10 juli 1920't Is een heel moeilijk geval voor Engeland, dat het verplicht is te bukken. Ik mis Engelientje heel erg. Cupido van de Brandaris wordt blind, althans waarschijnlijk. Onderzocht door Ruitinga. (Pieter Ruitinga, internist te Amsterdam).  Logeerde in Zeemanshuis en dronk thee bij ons. Welk een uitstekende indruk maakt hij. Grote rust en toch is hij gehaat te Terschelling door allerlei eigenaardige fouten die hij heeft.
8 augustus. 's Avonds ½ 11 aangekomen te Les Contamines. Hilda en Olga liepen mij tegemoet langs de grote weg en ik was blij dat ik ze zag.
23 augustus. Nu is het 23 augustus en over 6 dagen gaan we weg en al die tijd is er weinig gelegenheid geweest iets te doen, eerst te warm, later regen. De belangrijkste tocht is geweest met de familie Pickard naar Baulieu over de Col de Bonhomme en dan de Gorges de la Gîte, een. en terug over de Col de la cycle. Een heel mooie tocht, maar bar vermoeiend. Ik was erg moe, zodat ik enige dagen moest uitrusten.

1 9 2 2
10 jan. 's Morgens om 7 uur aan boord van de torpedoboot G 9, ook waren aan boord de schout bij nacht Fock en de adjudant van den Prins, Von Mühlen. (Jhr. Johan Carl Ferdinand von Mühlen, 1868-1953).  Commandant van de torpedoboot was de vroegere commandant van Tom, De Ridder, een echte zeeman, uiterlijk flink, maar onbeschaafd, vetleer. Koud maar goed weer. Naar Terschelling en daar ½ 11 aangekomen en de medailles menslievend hulpbetoon uitgereikt aan de weduwen Wiegman en Kies en aan de ouders van Tot, hetgeen aangrijpend, en gesproken met Cupido, die komt bedanken voor het Broederschap van de Nederlandse Leeuw. Ook aangrijpend dien blinden man te zien, nog zo kort geleden de onverschrokken schipper van de Brandaris en over enige tijd geheel vergeten. Het kerkhof bezocht en verder naar Texel - Oude Schild en vandaar per auto naar De Cocksdorp waar de Prins wederom medailles uitreikt, ditmaal aan de levende bemanning van de reddingboot onder Maarten Boon, schipper. Deze staat op en zegt:"Diep getroffen ... geef me 't papiertje ... Diep getroffen door het bewijs van hulde dat ik en mijn bemanning in ontvangst mocht nemen verzoeken wij Uwe Koninklijke Hoogheid onze dank aan Hare Majesteit de Koningin over de brengen". Alleen "diep getroffen" had hij zonder papiertje gezegd, de rest niet. Vervolgens terug naar Helder en daar gedineerd bij Fock en mevrouw Fock die zeer kalm en aardig recipieerde.(Cornelis Fock, 1871-1959, geh.m. Jacoba Wilhelmina Noorduyn, 1876-1953). 's Avonds terug met den Prins, die van iedere gelegenheid gebruik maakt om patience te spelen, op de torpedoboot en in de trein, met Von Mühlen, die het tamelijk vervelend vindt. De Prins een eenvoudige natuur, wel zin voor humor, dit is het beste wat men van hem kan zeggen. Hij heeft ook een goed hart geloof ik.
31 jan. Alfred G.
Boissevain ± 4 uur in het ziekenhuis Prinsengracht overleden.
3 febr. wordt Alfred G.B. begraven. Het is een groot verlies Alfred niet meer te hebben. Hij was een man met grote hoedanigheden, moedig, soms roekeloos, strikt eerlijk, hulpvaardig, hartelijk, goedhartig.
4 maart.
Djeuke M.Boissevain logeert bij ons. Wij krijgen heel veel bezoek in ons nieuwe huis. Er woont nu niemand van de kinderen Boissevain meer te Amsterdam dan Hilda en zo komt het dat alle bezoekers aan Amsterdam bij ons komen, hetgeen heel gezellig.
7 maart. Oefening te IJmuiden, een mislukte oefening. 's Avonds ouderavond. Onderwerp:"Ballast", waarin Gunning de ballast, d.i. de zogenaamde ballast van het onderwijs, verdedigt.
13 maart. Er zijn tegenwoordig lezingen van Mimi Godefroy bij ons thuis over de diepere betekenis van de Montessori-gedachte.
27 maart. Gedineerd bij Van Rees met Hilda, voor het laatst in hun mooie huis Keizersgracht 69, dat nu ook al weer kantoor zal worden. Ze gaan wonen te Wassenaar.
28 maart. Engelientje, oud 4 jaar 8 mnd.
Als de klok vooruit is gezet vanwege de zomertijd merkt E. op: Nu hebben we korter geslapen. Als ik haar vraag: Zou de dag korter of langer zijn als we de klok achteruit hadden gezet, dan zegt ze: Ik denk langer, want kijk, en dan wijst ze met haar vingertje, dan had je zo gedaan (ze zet in de lucht een wijzer achteruit) en die moet dan weer zo (vooruit). Vraag van hedenavond: Vader, waarom rook je, als het niet goed is voor je keel?
1 april. 350 jaar geleden werd Den Briel ingekomen door de Geuzen. Ik steek de vlag uit, die ik speciaal voor deze gelegenheid heb gekocht.
5 april. Teau [De Beaufort-Boissevain] logeert bij ons. Ze moet weer behandeld worden in de Boerhaavekliniek.
16 juni. Hebben we Zilveren Bruiloft en ik geef Hilda een mooi toiletstel van de Goldsmiths en Silversmiths Cy uit Londen. Er komen heel veel bloemen en planten en zeer vele cadeaux. Van de broeders en zusters prachtige meubelen: een buffet, een dressoir, een hoekkastje, alles van mahoniehout, een zilveren trekpot van Connie van Hasselt, een mahoniehouten tafel van Vader en Moeder, mooie karaf en glazen van Oyens, te veel om op te noemen. 's Middags receptie en daarna eerst stukjes van de kinderen en van neven en nichten en vervolgens het souper van 57 mensen - 't Was een heerlijke dag in ons leven. Van Tom en Alfred brieven.
17 juni wordt Engelientje 5 jaar. Ik tennis 's middags en 's avonds hebben we vriendinnetjes van Engelientje aan tafel - ook 's middags in de tuin. Veel herrie.
Hilda gaat iedere avond naar Teau, die in het ziekenhuis van de Boerhaavekliniek ligt en moedig strijdt tegen haar ziekte.
31 juni. Halewijn is mij komen bezoeken. Hij is lid van een examencommissie zeevaartkundig onderwijs. Mijn studiegenoot, vriend van de Zilveren Kruis en van het Instituut. Hij is vermakelijk voor korte tijd, het is alsof hij is blijven staan, nog steeds leeft in de verleden tijd, vol flauwe moppen, maar hartelijk en vriendschappelijk.
Hij vindt "administrateur" van het conservatorium in Den Haag een aardige betrekking, waar hij ook naar gesolliciteerd heeft, maar Oudemans heeft de betrekking gekregen!!!
22 juli. 's Avonds ga ik met Olga a/b in de Lingestroom naar Londen. Ik slaap met Olga in één hut.
23 juli, zondag. Weer heel kalm. Niet veel bijzonders gezien. Varen de Theems op en komen ongeveer ½ 12 's nachts bij London Bridge.
26 juli, woensdag. Westminster Abbey geheel gezien, maar eerst de changing of the guard, Horseguards, en in Downing-str. Sir Winston Churchill, en lang geprobeerd Lloyd George te zien, zonder succes. 5 uur in het hotel terug nadat Olga een hoed heeft gekocht voor 1/11d.'t Is aardig om met Olga in Londen te zijn.
27 juli. Per tube naar Hampstead waar Connie Farmiloe ons hartelijk ontvangt en op de lunch houdt. Ook komt Daan Boissevain, gehuwd met Nettie v.d.Chijs. In tuin gezeten en in salon en gepraat over Christian Science, over de tegenwoordige meisjes, die volgens Connie niet slecht zijn, geheel eerlijk tegenover zichzelf, maar zich nu eenmaal gedragen op een wijze die de indruk maakt dat ze slecht zijn. Ze vertelt van een zekere Hum hum hum, dochter van lady Zo zo zo die een jongen man inviteert voor supper en dans en met zo'n man voor een 14 dagen geëngageerd is - no, not 3 weeks, that would become tedious - en dan overal heentrekt lange tochten in side car en auto enz. enz. en dan volgens Connie toch heel goed op zichzelf past. 't Gros past op zichzelf, zegt ze. Zij vindt hun optreden verkeerd maar heeft toch een open oog voor het goede er van. 's Avonds naar "Shall we join the Ladies?" en "Loyalties", in St. Martin's Theatre - wel aardig.
30 juli. [bij Rowley in Barnet] Zondag. Naar de kerk die om 11 uur begint, de kerk van Barnet geloof ik, niet erg High. Koor van een 6tal man, een 4tal jongens en 4 meisjes in witte surplicen en de meisjes met van die platte mutsen op. Het zingen mooi. De preek heel weinig betekenend, hoogstens 10 minuten, over "Het geloof is van de dingen die men niet ziet" uit de brief van de Hebreeën. Rowley en ik wandelden heen en terug naar de kerk, golvend landschap, mooie eikenbomen, teruggaand ontmoeten wij enige partijen fietsrijders die blijkbaar een tocht gaan maken. Ze fietsen heel hard, jongens en meisjes, zien er flink uit, wel een verschil met het Hollandse soort.
Na de thee is het veld zover opgedroogd dat wij tennissen. 4 sets, moe gespeeld, supper en naar bed om 11 uur.
3 augustus. Nu ben ik terug in Amsterdam en denk nog eens terug aan het Engelse volk, mooi van uiterlijk, met een grote zelfbeheersing, vrolijker vind ik dan het Hollandse, met iets kinderlijks, waardoor ze genoegen vinden in tamelijk laag bij grond toneelstukken zoals Dear Brutus, the second mrs. Thackeray en Loyalties.
9 augustus. Donderdagavond gaan Hilda en Olga naar Beieren. Ik ga naar Amersfoort en daar komen ze in de trein. In de trein een verminkte, Oostenrijker, met een allerliefste dame. Hij was blind aan beide ogen en beide handen eraf, stompjes omwikkeld met zwart doek en het was mooi te zien hoe vol liefde zij hem verzorgde. Hij rookte cigaretjes door middel van een ingenieus toestelletje op één van z'n stompjes.
12 augustus ga ik 's morgens 8.10 naar Bergen om Engelientje te zien [die in een kinderpension was ondergebracht] en ik sta plotseling voor dat lieve kind en ze roept hee daar heb je Vader, hee dat had ik niet gedacht, hee Pietje, daar heb je mijn Vader, hee wat ben ik blij dat je gekomen bent, hee dat had ik niet gedacht enz. enz. Ze is wat dikker en groter geworden. Ik ga met het troepje mee naar Bergen aan zee en daarna weer naar Amsterdam en 's avonds 7.26 naar München. Zeer volle trein, geen plaats in 2de klasse.
13 augustus. Te Würtzburg overgestapt, zeer volle trein. Engelse meisjes uit de burgerklasse en een Engelse dame spreken over Lloyd George, die voordelen zou trekken uit de bevroren vleeshandel. Ll.G. heeft £ 10.000 salaris.
16 augustus. Het dansen in het Hotel was hoogst
merkwaardig: zeer democratisch, gemeenschap. Graaf en boer allen gemengd. Bijna allen in Beierse dracht. Oudmodisch dansen. Wals, polka, polkamazurka, Duitse polka, deden mij denken aan mijn jeugd en waren me daarom sympathiek. Orkestje bestaand uit citer, gitaar en cel of bas op verhoging. De Shuhplattler hoogst merkwaardig. Sport. Kracht, behendigheid. Olga danste met verschillende Beiers, het laatst met een jongen zonder kraag die haar floot als ze bij hem moest komen, ook met een prachtige Zweed, die met haar zeer elegant een nieuwerwetse dans danste, genaamd Destiny. Ze danste heel mooi.
17 augustus wandelde ik de Seeberg op, waar ik dacht een zwaantje te vinden. Hongerig en moe op de top vond ik een kruis met Christus maar geen zwaantje. Ik was in 3½ uur naar boven gekomen en kwam in ruim 1 uur beneden.
30 augustus. Woensdag te Amsterdam aangekomen waar we horen dat Teau van de Hooge Kley naar Boerhaavekliniek is gebracht om te worden bestraald wegens een tumor in de keel.
31 augustus wordt Teau bestraald en gaat Hilda daarna met Moeder en Fik naar Boerhaavekliniek waar Teau nog enkele woorden tot haar spreekt. We eten op Drafna, vanwaar op bericht van Fik 's avonds naar Amsterdam, huis van Dr. Voorhoeve en daarna naar kliniek waar Teau op 1 september ½ 9 sterft.
4 september haalt Hilda Engelientje van Bergen en 5 sept. wordt Teau begraven van Hooge Kley, de kist onder bloemen en heide in salon - dienst - Engelse hymns gezongen door de zusters en door mij en andere aanwezigen. Burial service gelezen door de zusters. Kist gedragen door boeren van de Treek naar kerkhof Oudleusden - ruim ½ uur - prachtig weer. Mooi die afwezigheid van Sax en zijn rakkers en die rust en zingende vogels.
(Sax. Begrafenisondernemer in Amsterdam). Op het kerkhof sprak eerst de dominee, ps. 103, professor Weber en toen Charles en eindelijk Fik, die heel kalm en beheerst was geweest al die tijd.
25 october. Wordt Heldring benoemd tot Directeur van het Alg. Handelsblad.
Ik ging vrijdag 20 voor mijn vertrek naar Groningen met Hilda naar Utrecht naar May en vond de toestand heel treurig. Zij lijdt heel veel pijnen en Chrik zegt dat het te hopen is dat het niet lang duurt.
28 october. Vieren wij de 80ste verjaardag van Vader. Alle aanwezige kinderen, kleinkinderen en achterkleinkinderen waren naar Drafna gegaan en daar was 's middags receptie. Er was een deputatie van het Handelsblad, De Clercq en Heldring en Driessen met een krans. De Clercq sprak goed, zeggende hoe Vader onmisbaar was, hoe zijn Van Dag tot Dag gemist werd enz. en hoe hij het Handelsblad had opgewerkt en de naam had gegeven die het thans nog tracht in ere te houden. Vader antwoordde heel goed en flink.
2 nov. 's Avonds de Koningin in het abonnementsconcert. De Koningin ontvangen. Zij spreekt mij aan en Juliana geeft mij een hand. Bauduin, Van Geen, de Prins. Het is jubileum van Wagenaar en het programma werken van leerlingen van Wagenaar, Goudoever en Pijper en de Piet Hein Rhapsodie van Van Anrooy. Goudoever uitstekend cellist. Tango en Foxtrot, heel mooi. Pijpers symphonie een wanhoopskreet gelijk. Na de pauze Wagenaars Getemde Feeks en Cyrano de Bergerac enz. De Koningin vroeg mij of ik nog viool speelde!
3 november. Ik vergat nog te vermelden dat wij na het concert in de solistenkamer een boterham aten met Wagenaar tot 3 uur. Toespraken van Röell, Mengelberg en Wagenaar. Het uiterlijk van Mengelberg: wilskracht. Hij zegt: Ik ben grijs van binnen, Wagenaar is grijs van buiten. Een aardige avond, Mengelberg in zijn speeches natuurlijk steeds zichzelven prijzende.

1 9 2 3
Schiermonnikoog, 3 januari l923. We hebben de Kerstvacantie op Drafna doorgebracht. Ik, Hilda, Olga Engelien. Daar waren eerst behalve Vader en Moeder, Jan en Charlotte, maar die vertrokken 2den kerstdag en later Theo en Nella Hissink.
(Kinderen en schoonkinderen van Charles Boissevain: Jan Maurits Boissevain, 1883-1964, tr. 1921 Charlotta Ives, geb. 1870.Petronella Boissevain, 1881-1956, echtg.v.Theo Hissink, 1883-1959). In het jaar 1922 zijn Alfred en Teau gestorven en zo waren de gedachten veel bij hen. Die Charlotte is een goede ziel, wel wat vervelend op den duur. Te Schiermonnikoog met de boot in zee, bespreking met de Commissie over de motorreddingboot. De "Hilda" laten komen van Rottum en bespreking met Wobke Feninga en Mees Toxopeus en 's avonds met de voerlieden. Met de "Hilda" terug naar Oostmahorn.
Zaterdag 6 jan. 's Avonds 3 Koningenfeestje. [noemt de namen van de zestien gasten].'t Was een aardige avond: gramophoon
, dansen. Maurits van Hall en Klaartje Mijnssen koning en koningin. Ze deden het schitterend. Mistletoe, groen verbrand, verhalen gedaan. Hilda had heerlijke sandwiches gemaakt en we dronken limonade en de jongens kregen ook whisky soda en rookten allemaal in Olga's kamertje. Dat roken schijnt tegenwoordig vanzelf te spreken.
17 januari. Ik was gisteren dinsdag 16 jan. '23 bij May te Utrecht. Zij is veel zwakker geworden en Erminie zeide mij dat de dokter niet gelooft dat het nog lang zou duren. Ik vond haar geheel helder en kreeg niet de indruk dat mijn bezoek haar buitengewoon vermoeide. Zij is erg vermagerd. Beneden vond ik Mik, komende van Jo en op weg naar Zetten, die vol zorgen is omdat zij drie onbezette plaatsen heeft, namelijk 'secretaresse', hoofd van de binnenzaal en nog een. Engelientje tegenwoordig erg verrukt over mijn tekeningen. Iedere avond worden op haar stoel tekeningen en verhalen gelegd en die bekijkt ze en leest ze door zodra het licht opgaat. Ze zal er niet aan denken om 's avonds als ze wakker wordt naar die tekeningen te kijken. Integendeel vraagt ze om ze om te keren, vindt dat ze ze pas 's morgens mag zien, terwijl ze er erg naar verlangde.
(Ik herinner mij dit en heb nog een schrift met die tekeningen. Het was inderdaad heel moeilijk om tot de volgende morgen te wachten met kijken ).
18 januari. 's Morgens ½ 10 op bureau. Per tram naar de Rolandwerft Vertens. Mevr. Vertens al dadelijk min of meer bokkig en na enig gepraat over beproeven onderdruk van de dubbele bodem verregaand onhebbelijk. Het kantoor verlaten en de boot bezien. Deze is thans van buiten geschilderd. [...] De boot wordt klaargemaakt om te water te laten. De schilder bezig met het opschilderen van de initialen NZHRM in de zijde en de naam Dorus Rijkers. De patrijspoorten zijn aangebracht. De zeilen gezien, niet veel zaaks. Naar het Bahnhof restaurant, gegeten met Neuhaus. Ik geef Kellner een kwartje = ¼ van 9000 Mark. In het busje van de DGZRS dat er hangt doe ik 2 dubbeltjes. Naar het bureau van de DGZRS en ½ 7 naar het theater. Wass Ihr wollt (Twelfth night) lang niet zo fijn als in Holland. Malvolio die zijn 50j. jubileum viert, was niets, de prins Orsino ook niet, ook niet Bibberwang en Oprisping. Maar Viola en Olivia waren goed, de nar ook tamelijk, het geheel beneden Holland. De plaats kostte 1600 Mk hetgeen in Hollands geld omgezet ongeveer 20 cents betekent en ik had de mooiste plaats van het gehele huis, recht tegenover de Bühne op wat wij balcon zouden noemen maar wat hier 1ste Amphitheater heet. Het publiek netjes, goed gekleed, goed verzorgd, zelfs enkele tamelijk elegante dames. Na het theater naar het café er tegenover en zitten luisteren naar de muziek met een glas Moezelwijn en een Brot en Schinken.
19 januari l923, te Osnabrück. Ik vertrok 17 jan. van Amsterdam en kwam 4.47 te Bremen. Koud, helder weer. Neuhaus met z'n oude hoedje. Europ. Hof, de kamer kost 10.000 Mk. Naar het bureau Martinistrasse. Lang gepraat over de boot. ½ 8 naar het huis van Neuhaus en ik zie nu beter dan vroeger dat het een aardig huisje is, feitelijk aardiger en ruimer dan het onze. Neuhaus erg diep onder de indruk van de
f 100.- die hij gekregen heeft voor Weihnachten en waarmede hij veel gedaan heeft, levensmiddelen, een Anzug voor z'n oudste dochter en weet ik wat
19 jan. Naar de Duitse bank waar men mij nu voor
f 20.- 157490 Mark geeft, dus de gulden ongeveer 8000 dus belangrijk lager dan gisteren. Het kaartje 2de kl. naar Amsterdam kost 78000 mark en nu zit ik te Osnabrück te wachten op 3.44 naar Holland. Zaterdag 20 naar Prof. Vossnack te Delft om met hem te spreken over de al- of niet noodzakelijkheid van het persen onder druk van de dubbele bodem der Bremer boot en andere zaken. Maandag naar stad en vind ik brieven uit Bremen die maken dat ik er weder heen moet. [dit gebeurt 26 en 27 jan., er worden gesprekken gevoerd met een Dr. Edgard en verder Vertens, c.s. en hun advocaat; de inhoud van die gesprekken niet opgetekend].
8 februari. Gingen we 's avonds naar een lezing van mevr. Carry van Bruggen in American Hotel. De lezing is over "Het huisje aan de sloot", maar het is een vlot, welsprekend voorgedragen levensbeschouwing, heel interessant, boeiend en op zeer hoog peil. Zij vergelijkt de artist met een brandglas waardoor de goddelijke lichtstralen gaan. Het brandglas wordt weggenomen, het oneindige blijft. De mensen moeten meer het persoonlijke wegdenken. Dit kan men beter als men ouder wordt. Over haar wijze van schrijven, over de tijd waaruit zij is voortgekomen. De kunstwerken in verband met de tijd waarin zij worden voortgebracht. Deze lezing maakt grote indruk, zij brengt iemand in aanraking met de oneindigheid.
11 februari. Wat gaan die meisjes tegenwoordig veel uit. Olga had Vrijdag 9 bal masqué, Zaterdag 10 Diës van het Lyceum, Maandag 12 dansclub en Woensdag 14 dansclub. Ze houdt het uit.
25 februari. Zondag, met Engelien in de tram: Vader heb jij veel centen.
Ik heb twee honderd zeventig centen. Eerst had ik twintig centen, toen kreeg ik er vijf en twintig, dat is samen vijf en veertig centen, toen nog 50 centen, toen had ik er honderd vijf en twintig en toen nog vijf en dertig, toen had ik honderd zeventig en toen nog honderd. Hoeveel centen heb jij. 't Wordt al zomer, zei ik, om het gesprek af te leiden. Neen, zei Engelien, eerst komt de lente en dan pas de zomer.
17 maart.
Ik ben een beetje moe of koortsig of weet ik wat. Nu zal ik dus Maandag naar Terschelling vertrekken en zal ik niet tegenwoordig zijn bij de komst van Tom. Maandagmiddag oefening in de gronden. Dinsdag terug. Woensdag alg. vergadering Zeemanshuis. Donderdag naar Bremen. Engelien, oud 5 jaar 9½ mnd: Zie je, als ik weet dat ik moe ben, dan ben ik niet knorrig, alleen als ik 't niet weet.
20 maart. Ik heb Tom's thuiskomst niet bijgewoond want ik moest Zondagavond naar Enkhuizen en ging Maandagmorgen vroeg om 6 uur met de Brandaris naar Terschelling. Fraai weer, wind Oost. We namen boot 26 met Wobbe Feninga mee naar Harlingen, waren daar om 10 en om 12 te Terschelling, waar de vlaggen uithingen van vuurtoren, boothuis, raadhuis enz. enz. maar waar ook de vader van Wiegman op de kaai stond met tranen in de ogen en waar zeker het gemoed van menigeen is bewogen geworden door
het terugzien van de naam Brandaris op een scheepje zoveel lijkende op het vorige. (De vorige Brandaris was verongelukt, waarbij Wiegman was omgekomen. Het was niet meer onder Cupido, die blind was geworden).
Vrijdag 23 maart. Naar de Rolandwerft. Mentz is daar bezig aan de rekening van het bijwerk, die mij 's avonds erg bijgewerkt word aangeboden. Intussen hebben wij gecompenseerd en de boot aan de Tiefer gelegd. De rekening van het bijwerk is ruim 8 miljoen Mark en 150 gld. en ik zet er mijn poot maar onder. Mentz tot het laatst onhebbelijk, zodat men lust heeft hem van de trappen te gooien. De conferentie eindigt met een fles Rijnwijn op kosten van Mentz. Wat een comedie is het toch in de handel.
Zaterdag 24 maart. Olie geladen in Nordenham, dit duurt 4 uren. 's Avonds 12.30 te Wilhelmshafen en de nacht doorgebracht in de kajuit, onder de fok en later op de bank zittend, pratend met Neuhaus over "het Leven". Beroerde nacht. Ik had niet veel lust in de kooien vooruit.
Zondag 25 maart. Het was een dikke mist 's morgens vroeg. Een beetje warm geworden in de kamer van een sterkgebouwde vuile sluiswachter. Diarrhee.
Met Neuhaus naar allerlei autoriteiten om gedaan te krijgen dat wij doormogen op Zondag naar het Wilhelmshafen-Emden kanaal. 't Lukt eindelijk. 't Kanaal is afschuwelijk. Nauw en veel bruggen en sluizen. 's Avonds te Wiesede. Vruchteloze pogingen om daar een onderdak te vinden. Geslapen op de bank van de kajuit en volgens mededeling van Neuhaus sterk gesnurkt.
Maandag 26 Maart. Door naar Delfzijl. Prachtige avond. Geslapen bij Toxopeus waar ik heel hartelijk werd ontvangen. Ik was al tamelijk ziek toen.
Dinsdag 27 maart. Een derde man geëngageerd genaamd Berend Kip, een dikke kerel, die ons door de binnenwateren door Groningen naar Zoutkamp loodst waar wij slapen. Ik in het hotel. Voel mij zeer matig.
Woensdag 28 Maart. Om 6 uur vertrokken. Koud beroerd weer en om 12 uur aangekomen te Leeuwarden voor het huis van Nella en Theo. Ik voel mij ellendig.
Om ½ 3 kwamen vele bewoners van Leeuwarden de Dorus Rijkers bekijken. 's Avonds een lezing over Reddingmaatschappij in de Leeuwarder bioscoop, een treurige vieze gelegenheid. De plaatjes onduidelijk. Dit en mijn koorts maken dat ik alles maar vlug afmaak. De films zijn in ieder geval mooi en we hebben 's middags en ook nu geld opgehaald en het aantal contribuanten is sterk vermeerderd
Donderdag 29 Maart is de Dorus Rijkers vertrokken en ga ik namiddag 1 uur per trein in de 1e klasse en ik heb koorts en kom 's avonds thuis en Tom haalt mij af van het station en kijkt bijzonder en zegt dat hij iets te zeggen heeft, een belangrijke gebeurtenis en dan blijkt dat hij verloofd is met Ot Gooszen en rijden wij samen in een auto naar huis. Als ik thuis ben zie ik Ot en ze vraagt of ik het goed vind en ik ga gauw naar bed. Verscheidene dagen in bed en Tanja komt en zegt dat ik nog maar net een longontsteking ben ontlopen, dat de ontsteking al was in de fijne luchtwegen en dat 't dan niet zo heel veel verder behoeft te gaan. Ik heb poeders en drink Emser water en voel mij beroerd.
1 April is May gestorven na een lang, moedig gedragen lijden. Hoe levendig herinner ik mij May toen zij bij ons kwam, een mooi, bloeiend jong meisje met prachtig haar en het is niet te verwonderen dat Chrik verliefd op haar werd. Het was voor haar, die van een Ierse familie of buitenplaats kwam, niet zo makkelijk zich te voegen in het echt Hollandse huishouden te Haarlem. Ik herinner mij nog een enigszins onhandig gezegde van Papa tijdens de eerste Boeroorlog, die door de Boeren werd gewonnen na de slag bij Majuba, toen May in tranen losbarstte en naar boven ging naar haar kamertje.
Zaterdag 7 april naar de Duinen in de auto en daar gebleven tot Maandagmorgen. Tom en Ot waren er en Hilda, Olga en Engelien. 't Is altijd vervelend op de Duinen, maar 't kost niks.
(Huis niet ver van Drafna waar Mary van Eeghen-Boissevain woonde). Met Mary gesproken over Cor, of hij haar nog schreef enz. Mary heeft het heel moeilijk. Maandagmiddag naar de Dorus Rijkers die aan de kop van de Handelskade ligt na het compenseren van het kompas. Dorus Rijkers is er geweest en heeft staan zwetsen aan de wal. "Dat werk deed ik nu vroeger voor niks, daar wordt tegenwoordig f1300.- voor betaald" enz.
13 april. Vrijdag.
Nog vergeten te vermelden dat wij - Hilda en ik - Donderdagavond- 12 april - naar een bazaar gingen waar Olga zou verkopen voor de Parkherstellingsoorden en waar wij haar vonden in een allerburgerlijkst publiek, onder toezicht van de bejaarde mevrouw Muntendam, die gekleed was als een herderinnetje van Watteau en er afzichtelijk uitzag, sigaretten verkopende en pratende met Dr. de Hartogh, die haar "zus" noemde. Ik heb nog steeds min of meer last van schorre stem, pijn in de borst en in de lendenen enz.
17 april kunnen wij op kantoor helpen met inpakken van de Reddingboot no. 22: Tine den Tex, Hilda, Betsy André de la Porte, Miss Grierson, Connie van Hasselt en mevrouw Bastert. Ze maken 2000 exemplaren klaar voor verzending. Mej. Weegenaar zorgt voor koffie, taartjes en thee en Connie fuift op chocolaadjes. Alles heel geslaagd.
21 april. Vanmorgen kapitein Wilkens op kantoor die hier logeert bij zijn schoonzoon. Hij vertelt dat de oorzaak van het vergaan van de Brandaris in l921 is geweest de onkunde en ongeschiktheid van schipper S. Wiegman, met wien niemand uit durfde gaan, dat ook de motordrijver Kies onbekwaam was en daar de 4de man een jonge smidsjongen was, die voortdurend zeeziek was, was de enige man aan boord A. Tot. Deze durfde dan toch wel met S. Wiegman uit te gaan. Verder zegt Wilkens dat als de Doeksens niet zoveel macht hadden op Terschelling, men wat gehoord zou hebben. Dat het een schande was dat de Commissie S.Wiegman had benoemd tot schipper en dat de directeur van het postkantoor woedend was geweest en had gezegd dat een klacht bij de Justitie moest worden ingediend. Verder kwam de Consulgeneraal van Duitsland die mededeelde dat de regering van Duitsland de Brandaris wil eren door het aanbrengen van een bronzen plaat.
Olga heeft eergisteren avond dansavond bij Asser gehad, gaat vanavond met de meisjes Bienfait en Em Boissevain naar Hotel de l'Europe, eindfuif van de dansclubs met souper, zeker niet voor ½ 4 thuis . 't Is merkwaardig die vrijheid die de meisjes tegenwoordig hebben. Olga ziet er snoezig uit, in een japonnetje door haarzelf ontworpen - de zijde heeft ze van Tom, lichtblauw, een heel eenvoudig strak lijf met een gouden vierkante kraag op de rug en blote armen en een lange rok met nabootsing crinoline. 't Ziet er ouderwetsch en mooi uit. Ik geloof wel dat Olga het mooiste meisje is dat ik ooit gezien heb. Vanmiddag met haar getennist met mijn club. Onlangs in de tram kwam Sam Blazer naast mij zitten (1ste solobassist van het Concertgebouw). Ik sprak over zijn zaak in muziekinstrumenten. Hij zeide dat men zegt, dat het de beste zaak te Amsterdam is. Over z'n vrouw, van wie hij zielsveel houdt, wie een borst is geamputeerd, over z'n ouders, z'n moeder, hij is één van 21 kinderen. Het maximum dat tegelijk aan tafel zat was 16. Op z'n elfde jaar liep hij al mede te blazen met de schutterijmuziek. "Ja meneer, voordat je in 't domineesdoosje ligt, weet je niet wat je nog overkomt in je leven. 't Begon al dat ze me dat lelijke instrument hebben laten leren en nu die ziekte van me vrouw".
22 april. Vandaag Zondag. Olga is ½ 5 's morgens thuisgekomen van die danspartij. Ik vind het glad verkeerd. Ik om 11 uur naar de kerk op de Keizersgracht. Stadszending. Een intelligent sympathiek publiek.
28 april werd aan de NZHReddingmij de De Ruytermedaille uitgereikt in de Kweekschool voor de Zeevaart. Admiraal Colenbrander hield een rede en Tegelberg antwoordde m.i. op ongelukkige wijze, zeggende dat de Reddingmaatschappij geen recht op de medaille had. Ik vroeg mezelve af of ik dan tot geen enkel nut was.
Bootsman Smit was er bij uit Oosterend uit Terschelling. Op de Dam merkte hij op, dat de vorige maal dat hij hier (te Amsterdam) was de trams 4 paarden hadden en hoge wielen en niet op rails liepen!!!
9 juni. Ik wandelde 9 juni van Oosterend naar West-Terschelling, afstand 15 kilometer. Te Hoorn liep ik het oude kerkje binnen. Ik deed de deur open - Maak dat je weg komt, hoorde ik. Toen zag ik een ouden kerel, model Terschelling. Wij naderden elkander. Ik dacht dat je een jongen was, zei hij, die jaag ik altijd weg. Ben je Protestant. Ja, zei ik. Modern of Orthodox? Modern, zei ik, maar ook Orthodox. Ik heb helemaal geen richting, zei hij, ik ben hier koster en voorzanger. Ik ben 82. Toen begonnen we te praten en vroeg hij wie ik was. Ik zei: "secretaris van de Reddingmaatschappij". "Waarom ben ik dan nooit gepensioneerd", vroeg hij toen, en toen kreeg ik een verhaal hoe hij ongeveer de laatste was van de oude bemanning der reddingboot en eerder in aanmerking kwam voor pensioen dan de leden der tegenwoordige bemanning, die nooit iets doen.
10/11 juni. te Harlingen. Ik sta bij de oude Hervormde kerk, die op een hoogte staat. Er omheen liggen grafstenen, sommige heel groot en mooi, en daarop spelen kinderen. "Daar liggen mans en vrouws onder" zegt een van de kinderen. "Ze komen er niet meer uut" zeg ik. "Ze kommen er wel uut", zegt een pienter jongetje. "Wanneer dan", vraag ik. "As ze na de himmel gaon"."Heeft je moeder je dat gezegd?" "Nee dat wet ik van mezelf. Dat heb ik in de Biebel lesen".
21 juni. Hilda zit bij bed. Sirene gaat. Hilda zegt: Hé, op de klok staat het 17 min. voor 2 en het is nu half 2, waarop Engelien onmiddellijk zegt: dan is die klok 13 minuten voor. 's Middags zegt H.: dat heb je gauw uitgerekend, hoe heb je dat gedaan? Nou, zegt ze, dat is heel gemakkelijk, ik weet toch van oneven getallen, 1, 3, 5, 7, 9, 11, 13, 15, 17, en 't moet 15 zijn, dus dan is hij 13 minuten voor. Later zei ze: En 30 - 17 is 13.
(Ik herinner me hier iets van. Ik geloof dat ik gewoon in mijn verbeelding de wijzers voor mij zag en aan de afstand zag dat het 13 minuten scheelde. De uitleg hiervan vond ik kennelijk nogal moeilijk). Engelien is ziek - keel - koorts. De poes heeft 6 jonge poesjes, eindelijk.(Volgens mij had onze poes nooit meer dan 2 jonge poesjes, en ik was jaloers op vriendinnetjes, hun poes had er soms 4 en zelfs 6. Het duurde lang voor ik begreep hoe dat kwam).  Erg jammer dat Engelien ziek is. Ik voel me beroerd, nog steeds schor van de tocht naar Bremen in Maart en hoestend en wat hoofdpijn en moe. Gisteren naar Delfzijl geweest.
22 juni, naar Noordwijk waar vergadering van de commissie "24 november 1919". Een mooi gezicht op de levendige zee. Overigens heel stil te Noordwijk vanwege het slechte weer. Op de tennisvelden een adjudant van den Duitsen keizer, Iselmann, die een goed speler is, met enige broeders Snouck Hurgronje en den Noordwijksen dokter.
(Sigurd von Ilsemann, echtgenoot van Elisabeth van Aldenburg Bentinck.) 's Avonds komt Rogaar vertellen dat hij door zijn tentamen is.(Peep Rogaar, een van de aanbidders van Olga.) Hij maakt niet een onverdeeld gunstige indruk, echter ook niet ongunstig. Hij ziet er netjes uit, niet dom, spreekt wat geaffecteerd, heeft een hoofd met weinig haar. Godefroy was er ook, die sprak over het onderwijs in Logica op de RK scholen. De 148 Aristotelische regels.
24 juni, Olga had gisteren (23 juni) haar avondjapon aangetrokken, zonder mouwen - dat was jammer. Ik merkte hoe het gezicht van die japon Mik hinderde. Ook Hilda vindt die japon heel lelijk en ik heb besloten dat 't volgend jaar op mijn wensenlijst zal staan dat ik zal mogen bepalen hoe Olga 's avonds moet gekleed zijn.
25 juni was ik 's nachts ziek geworden en heb ik tot heden 2 juli in bed gelegen met anderdaagse koorts. Dr. Tanja heeft uitgemaakt dat ik malaria heb en de bronchitis die ik in de laatste tijd enige malen gehad heb is waarschijnlijk ook een gevolg van die malaria. Ik vraag hem vandaag het verschil tussen : amoebe, microbe, bacil, bakterie en plasmodium en hij heeft enige moeite met de definitie van bakterie, terwijl hij bakterioloog is. Hij zegt dat ik die plasmodia in mijn milt nog lang niet kwijt ben en dat ze weer op kunnen treden als ik mij teveel vermoei of koude vat.
Gedurende mijn ongesteldheid gelezen: An English wife in Berlin van princes Blücher, Steunpilaren der Maatschappij, Een Poppenhuis, Een vervelend Duits boek, "Scheiding" van Van Boven, The profiteurs van Oppenheim.
Zondag 19 augustus gingen we naar Den Haag. Nellie zorgde voor Engelien. Naar Pomona. Een aardig hotel. 's Middags receptie bij de Gooszens en 's avonds inviteerden wij hen op een supper te Wassenaar, heel fijn en gezellig - lekkere wijn. Kosten ± f 100.- voor 11 personen. Lekker buiten gezeten. auto's ± f 30.-.
Dinsdag 21 augustus trouwen Tom en Ot in de doopsgezinde kerk.
1 october. Olga ontwikkelt zich alleraardigst. Het zou zonde zijn als ze spoedig zou trouwen. Ze volgt nu aan de Huishoudschool een cursus in de Kinderverzorging. Heeft verder pianoles, harmonieleer en les in boekbinden en heeft zodoende veel te doen. Gisteren hebben we met de Godefroys gewandeld in de duinen bij Zandvoort. Eigenlijk meer geslapen dan gewandeld. Het was warm mooi weer en de Zandvoorder laan een onafgebroken stroom van auto's, fietsen, motorfietsen enz. Ik zag mijn oude Bentveld weer terug waar ik als jongetje kwam met een rijtuig uit Haarlem,een grote brik, met Mama, waar de Schorers woonden. Het huis is onveranderd, maar de hele omgeving is erg bedorven.
2 october. Ot komt tegen het eten. Tom is naar Helder om in mijnen te studeren. Hij wordt dan specialiteit in het demonteren van mijnen te Vlissingen. Opmerking omtrent Engelien. Dat ze begint te luisteren naar hetgeen de omgeving zegt.
19 october. Vandaag eerst Oranje kruis verg. en daarna een spoedverg. Concertgebouw wegens het verlof dat Mengelberg weder moet hebben voor z'n gezondheid. Als ik vandaag met enige anderen in de eenmanswagen lijn 15 stap, is er maar één die goeden dag tegen den bestuurder zegt. Dit neemt deze blijkbaar kwalijk, hij zegt althans: dat is de enige. Een dame vraagt hem of hij het zo prettig vindt als iedereen hem goeden dag zegt, waarop hij dan natuurlijk bij iedereen moet antwoorden, waarop hij zegt dat het tot de goede manieren hoort dat je bij het binnenkomen goeden dag zegt. Daarom zegt een schoonmaaktser dat ze laatst in een eenmanswagen wilde en dat ze geen dubbeltje had. Toen had de conducteur gezegd: blijft u dan maar in dat plassie staan. - en of dat nou beleefd was?
28 october. Zondag. Verjaardag van Vader. 81 jaar. We hebben een fijn diner, een man van Couturier kookte. Soep, lamscoteletten met erwtjes, patrijzen, appelmoes, taart. Champagne, Graves, Moezel. Vader begon te spreken, hij dronk op Mary en Olga die zulk een moeilijkte tijd doormaken en Charles onmiddellijk daarop op Vader, die hij voorspelde dat hij 90 zou worden. Charles vertelde aardig van Frankrijk waar hij is geweest, te Reims met een vereniging van scheikundigen, waar hij de wijnkelder van Pommery en Graves had gezien. Reims ligt nog geheel in elkander geschoten, men begint het weder op te bouwen. Verder vertelde Charles allersmerigste schuine moppen. Eindelijk kondigde hij het engagement van zijn zoon Charlie met Zweta von Hartenau aan, dochter van Alexander van Bulgarije, die getrouwd was met een zangeres van de Darmstadter opera en wiens vader was de groothertog van Hessen, die gehuwd was met een Poolse danseres, waarom zijn kinderen niet mochten regeren, en door de Czar van Rusland werd opgevoed totdat de troon van Bulgarije open kwam, toen de Czar Alexander van Battenberg voor koning van Bulgarije aanwees. Hij regeerde korte tijd, trad om de een of andere reden af en werd later vergiftigd omdat men in hem een mogelijke pretendent voor de troon zag. Zveta, genaamd gravin van H. is longlijdster, wordt verpleegd te Arosa waar ook Charles Boissevain was en die twee zijn het nu eens dat ze zullen trouwen. Charles in woede, opstuivend, omdat Marie het een mesaillance vindt van Charlie.
1 november. Olga is vanavond op haar eerste dansavond. Ik wou dat Olga zich een beetje beter kapte en niet zo opzichtig kleedde. 't Is in de mode, maar ze zou er zoveel liever uitzien, niet in de mode, maar op een strenge manier gekleed en het haar glad langs het hoofd.
6 dec. Olga naar Drafna op order van de dokter. Verlengde Kerstvacantie. Heeft onregelmatig hart, anemisch etc., moet rust hebben. Al die vrijers zijn ook niet goed. Olga is een onrustgevend element in huis, doordat het uiterst moeilijk is haar van verkeerde invloeden verwijderd te houden. Zij kan niet tegen die hofmakerij van al die jongens, houdt van pret, het werkt op haar zenuwen.

1 9 2 4
1 januari. We zijn gisteren van Witzand op Drafna gekomen. en ik was dankbaar van 't Witzand weg te zijn. 't zijn goede mensen, maar onbeschaafd, lawaaiig. Het huis heeft twee zeer grote kamers, waarvan een de hall is, en de eetkamer die ook heel groot is, en die in elkander lopen en geen van alle iets huiselijks hebben. Er is nergens gelegenheid alleen te zitten.
12 januari. Zacht weer, droog. Olga heeft dansavond van haar dansclub, ditmaal bij de familie Asser en gaat er heen in een auto met een aantal vriendinnen. Haar bewonderaar op die avonden is tegenwoordig de jongen Stork, niet jong meer, oud 29 jaar, een vrouwenkenner geloof ik, en dientengevolge gevaarlijk voor argeloze meisjes. Maar ik geloof dat Olga hem doorziet en hoop het in ieder geval. Hij is intelligent, is een jongen op wien de meisjes verliefd worden, hoewel hij lelijk is en slechts één bruikbare arm heeft (hij heeft een motorongeluk gehad waarbij de jongen Strumphler om het leven is gekomen).
1 februari. Te Hamburg. [met prof. Vossnack]
4 uur naar de kapper waar ik mij laat 1e. scheren, 2e. knippen, 3e. gezicht masseren, 4e. hoofd masseren, 5e. hoofd wassen. Kosten met een stukje zeep en een stukje scheerzeep 11 M. = 7.26 gld Holl. Onze kamer kost 12 M./ = 7.92 gld. zonder ontbijt. Hotel Atlantic is een chic hotel. Men bemerkt in Duitsland niets van ellende. Alleen is de verlichting op straat te Hamburg nog wat matig. Wij lunchten in Schützenhof, een herberg dicht bij de Schiffsveranstalt die nog kort geleden het hoofdkwartier der Communisten was. Het oproer der Communisten, die veel schoten, leidde tot de "Rentenmark", de zgn. gestabiliseerde Mark, die thans 0,66 staat en waarop iedereen zijn hoop gevestigd heeft. Men hoopt dat de Rentenmark stabiel zal blijven. Als onderpand moet die Mark hebben de gezamenlijke Wirtschafts Fabriken etc. van Duitsland. De Rentenmark heeft grote rust gegeven in Duitsland. De prijzen zijn hoog, maar vast. Een werkman verdient 50 Pfennig per uur.
2 februari. 's Avonds met prof. Vossnack naar de Trilogie Wallenstein van Schiller, durende van 6 - 12 uur. Het huis geheel vol, veel kinderen - Kriegsbeschädigte lopen rond te bedelen, hetzij alleen of als het een blinde was met behulp van een vriend.
3 februari. Zondag. Naar Bremen, 11 uur, gegeten in Rathskeller. Vervolgens naar Neuhaus, Georg Grünstr. 102, waar na enig bellen kapitein Neuhaus verschijnt in z'n versleten jas en mij een standje geeft omdat ik niet vroeger gekomen ben aan het middageten waar z'n vrouw zo goed voor gezorgd had enz. enz. Een gezellig Abendessen. Alles veel beter dan vroeger. Neuhaus schenkt weer cognac en ik rook eindelijk een paar sigaren - heel goede. Ook hier krijgt men niet de indruk van gebrek - maar 't is mogelijk dat het hier wel moeilijk is. 's Avonds lang zitten praten over alles en nog wat, over de Rentenmark en over lijkverbranding enz. enz.Geslapen in het hotel Europaeischer Hof.
4 febr. naar mevrouw Vertens, later komt Vertens, daar gefrühstückt - heel lekker. Vertens maakt excuses voor zijn optreden gedurende de bouw van de "Dorus Rijkers". Met Vertens auto naar de trein, 1 u. 8 naar Amsterdam. Vossnack in de trein. 8.34 te Amsterdam. Thuis vind ik Olga en Heentie. Hilda is uit naar een vergadering Als ze thuiskomt vertelt ze dat Olga zaterdagavond op haar dansclubbal is ten huwelijk gevraagd door John van Marle. Ze heeft hem niet bedankt, doch gezegd dat ze hem niet kende en hem dus nog niet kon antwoorden. Hilda vertelt mij 's avonds veel van Olga en het is mooi zo'n kijkje te krijgen in een zich ontwikkelende meisjesziel, doch onmogelijk om op te schrijven. Neuhaus
. Ik zie voor mij kapitein Neuhaus, met zijn enigszins rood aangelopen gezicht en zijn oude jasje, zijn cognacje en zijn gepraat. Hij moest erkennen dat Duitsland, als het in het bezit van België was gebleven, niet zou hebben stilgezeten en Holland kans zou hebben gelopen op een vreedzame annexatie. Het doel van Duitsland was de Noordzeekust. De Duitsers zijn een gevaarlijk volk.
10 februari, zondag. Naar de Nieuwe kerk. Ds Hartogh, die een grote woordenkeus heeft. Hij spreekt voor de vuist en verliest dientengevolge wel eens de draad. Gaat op bijpaden. Interessant.
Namiddag naar Plasschaert - een lezing - , een soort mystieke tekenaar of schilder.(Waarschijnlijk Albert August Plasschaert, 1866-1941). Hij houdt een lange rede, verdeeld in 8 hoofdstukken, genaamd Anjana. razend vervelend. Hij meent volgens zijn circulaire dat wij door in het bezit te zijn van zijn werken komen tot begrijpen van de God-in-Liefde.!!! Zijn tekeningen zijn vormloze scheppingen. Bij mij hing: "Vreugde" maar men had m.i. evengoed alle titels kunnen verwisselen. Naar huis waar ik Van Marle vind die met Olga naar een automobieltentoonstelling is geweest. Hij is een aardige jongen, blijft bij ons eten.'s Avonds naar Volksconcert. Hekking speelt heel mooi het concert van Haeydn. Bij terugkomst zit Van Marle er nog. Ik vind hem een geschikte schoonzoon.
17 februari. Zondag. [in Vlissingen]. Gelogeerd in het Boulevard-hotel. Prachtig gezicht op Oostgat en binnenkomende en uitgaande schepen. Tom komt om 10 uur en we gaan weer naar Krugerstraat 22. [...] Ot is een knappe huishoudster en verdeelt haar geld over 16 potjes en komt toe. Ze krijgt van Tom zijn hele traktement, te weten 191 gld. in de maand, waar Tom
f 1.- mag houden en van Vader Gooszen er f 50.- p.m. er bij, dus totaal 240 gulden. Daarvan komt ze rond.
22 febr. Vrijdag. 's Avonds komt Peep Rogaar en het is een pak van ons hart dat hij niet een gebroken hart heeft doch heel rustig is. Olga is enigszins gechoqueerd dat hij niet ongelukkig is. 't Is om je dood te lachen.
24 februari. Zondag. Gisteren met Hilda te Bilthoven, waar Mik, Jo, Chrik, Chré, Broer de Booy (van Theo), later Theo.
(Mik, Jo, Chrik en Theo waren broers en zusters van mijn vader. De drie eerstgenoemden woonden toen samen in Bilthoven, Anthonie van Dijcklaan 17. "Broer" was Antoine de Booy, later "Toon" genoemd, Chré was de jongste zoon van Chrik). Mik gaat 12 maart naar Amerika per s.s. "Mongolia" van Antwerpen. Met Mik muziek gemaakt. Ze is natuurlijk wel veel achteruitgegaan in technische zin. Ze loopt als een oud vrouwtje een beetje gebogen. Ze heeft een brief van Rie de Booy-Koek gekregen waaruit blijkt dat deze patiënt te Arosa niet veel anders doet dan dansen en bobben etc. (Eerste echtgenote van de oudste zoon van Theo). Mik heeft er Cateau over geschreven maar geen antwoord gekregen.
Er komt een bezoekster, mevrouw De Stuers geboren Berkhout, dochter van Hendrik Berkhout uit zijn tweede huwelijk met een juffrouw Des Tombe.
(Susanna Teding van Berkhout, 1881-1961, echtgenote van Eugène de Stuers, l879-1940). Die mevr. De Stuers leeft op een eigenaardige manier. Ze heeft geen meid. Haar man maakt de bedden op, ze kookt zelf enz. Als men er eet gaat een van de kinderen met een pan rond. Hilda heeft het koud in de weinig verhitte kamers en we vertrekken 9.15.
13 april. Palmzondag. Engelientjes haar zaterdag afgeknipt.
18 april. 6.39 Naar Rottum met Hilda, Olga, Engelien en John van Marle.
22 april. Dinsdag. Getracht te vertrekken maar niet gelukt. Teruggekeerd en zitten nu weer in het huis van de voogd en zullen morgen weer een poging doen te vertrekken. Het zijn heerlijke dagen, maar 't is hier wel een beetje ruw voor Hilda.½ 12. De Hilda ligt gemeerd vlak bij huis. Ik besluit een oefentocht te maken. Er staat veel branding op de Schildgronden en op het Borkumerrif, ja overal. Wind noordelijk. S.K. [stijve koelte]. J. van Marle gaat mee. Steffen T., Schipper Mees T. en Jan Toxopeus zijn de bemanning. Eerst over de Schildgronden, later afgehouden naar Borkumrif en daar geoefend, eerst zonder, later met stopzak en ondervinding opgedaan. Geen heel zware zeeën overgekregen, geen enkele waarbij cockpit geheel vol sloeg. Te ½ 3 terug. Tamelijk nat. John v. M. een flinke kerel, handig en onbevreesd, kalm.
25 april. Alg. Verg. Handelsblad, en ontv.
f 375.- tantième, namiddag Herengracht 575 met Ernst Heldring, de administratie Oostersche Handel en Reederijen overgenomen. Ik heb een druk afwisselend bestaan. Een interessant leven. Reddingmaatschappij, Zeemanshuis, Zeevaartschool, Raad v.d.Scheepvaart, Concertgebouw, Oosterse Handel, dat alles geeft veel werk.
27 april. Gisteren is An den Tex overleden en als ik dat opschrijf is het moeilijk te denken dat die levendige vrouw niet meer onder de levenden is. Ze was warmvoelend, heel knap, belezen, een zeer goed hoofd, niet normaal, het was het beste haar maar gelijk te geven, enigszins driftig, onevenwichtig. Jan, haar zoon, blijft nu "alleen achter" en zal "De Heerlijkheid" verkopen.
26 mei. Met Tegelberg naar de Minister van Waterstaat, die een zeer droevige indruk op ons maakt. Sweerts de Landas en Julius waren er ook.
(Bestuursleden van de Zuidh.Mij tot Redding van Schipbreukelingen, iets later, maar ook in 1824, te Rotterdam opgericht).  Treurig en treurig die Minister
5 juni. Mijn moeilijkheden zijn op het ogenblik: de oude redders.
29 juni [in London, waar hij met de "Brandaris" is heengegaan]. Hilda komt 2.17 van Holland met Olga. Busrit van Sedwich.
's Avonds lezing A. Besant. A. Besant hield een socialistische redevoering en maakte een onaangename indruk. Vele theosofen, die er uitzien als die in Holland. Lady Despard, zuster van Generaal French. Een paar heel mooie Indische meisjes, naar het uiterlijk te oordelen van Ceylon. Daar zien we plotseling Knudsen, die bij ons was een jaar geleden en met wien ik sprak over Maisy Atkinson en over Molly. Hij deelt mij mede dat Maisy een maand of vier geleden is gestorven en dat Molly te Londen is. Hij zegt dat Molly een gewoon mens is met wereldse, maar niet te wereldse gedachten en dat ze juist begint te bedenken dat er op aarde iets is om over te denken. Het bericht van Maisy's dood heeft mij getroffen. Ik krijg de indruk dat Knudsen meent, dat theosofen eigenlijk de enige soort mensen zijn die denken.
30 juni. Maandag 11.30 bij de gezant De Marees van Swinderen met Tegelberg, Sweerts de Landas en Julius. De gezant een praatjesmaker, niet veel bijzonders. De Brandaris gaat van het East India dock naar de ligplaats bij het Victoria Embankment. Om 3 uur wordt de vloot van reddingboten geïnspecteerd door admiraal Sir Doveton Sturdie, die van uiterlijk een onaanzienlijk mannetje is.
[uit een in het dagboek geschreven concept voor een artikel over de conferentie]:Hoe verschilden die reddingboten. Twee houten Engelse reddingboten, waarvan de grootste de kostbare nieuwe "William & Kate Johnston" , 60 voet lang en uitgerust met 2 benzinemotoren , de twee stalen Nederlandse, de "Brandaris" ruim 60 voet lang met 2 oliemotoren en de "Prins der Nederlanden", een Zweed met vol zeiltuig en hulpmotor, een Noor met vol zeiltuig, zonder motor, een kleinere Fransman met twee benzinemotoren en een Deense roei- en zeilreddingboot met hulpmotor. Duidelijk kwam bij het zien van de grote verschillen aan het oog dat dat elke kust haar eigen reddingboten nodig heeft.
1 juli. Dinsdag begint de conferentie in de Westminster City Hall, geopend door de Mayor met een toespraak. en gevolgd door een toespraak van Sir Godfrey Baring. Het is een mooie zaal, half cirkelvormig, gemakkelijke banken met rode leren kussentjes. In het midden van de open ruimte staat het model van de "Insulinde".De conferentie duurde de gehele dinsdag en ook nog de woensdagmorgen. De agenda bevatte vele interessante punten, de bouw van reddingboten en de uitrusting met motoren betreffende. Ik was heel veel aan het woord en toen we de conferentie verlaten hadden werd ik omhelsd door een van de Noren, die mij zeide: Ah! Your country is a wonderful country. How we admired you during the war. The conference would have been nothing at all if you had not been there.'s Avonds hadden wij diner in Lancaster House, aangeboden door de Regering. Het was interessant zulk een Engels diner bij te wonen. Een aardige toespraak van Mr. Sidney Webb, Minister of Trade en een prachtig antwoord van Tegelberg.
25 october. 's Avonds te Haarlem bij de uitvoering in de Schouwburg van het comité voor de Reddingmaatschappij, een kort stukje van de Gravin Van Stirum en een ander stukje van A. Sutro, waarin een dochter Hummel de eerste rol speelde en dat heette "Het eeuwige Trio" Ik zou het niet aangenaam gevonden hebben Olga in dezelfde rol te zien spelen. Het Haarlemse publiek maakte een goed verzorgde indruk, gedistingeerd. Verscheidene aardige jonge meisjes. Tegelberg danste en we gingen met de trein van 11.50 terug naar Amsterdam.
28 october. Heen en terug naar Helder en daar Dorus Rijkers gesproken en Bot. Laatstgenoemde, zowel als D.R. zijn teleurgesteld dat zij niet zijn gevraagd op het diner van 11 november.
(Op 11 november 1924 vierde de NZHRM haar honderdjarig bestaan. Op 20 november woonde mijn vader een receptie en diner bij te Rotterdam, waar de ZHMRS haar honderdjarig bestaan vierde).
4  november. Heden in de vergadering van de Reddingmaatschappij heeft Tegelberg mij met hartelijke woorden medegedeeld dat besloten is mij een ouderdomspensioen toe te kennen van f 4000.- wanneer ik niet meer kan en aan Hilda als weduwe f 2000.- per jaar. Dat is een mooi besluit dat mij ontheft van zorg voor de toekomst.
5 november is de Reddingbootdag. 3 reddingboten rijden door de straten van Amsterdam, 1 oude lelijke boot op de oude wagen van Moddergat bemand met Noordwijkers en geleid door een jongen Schölvinck en 2 mooie boten van ons. Onze nieuwe vlag waait van het kantoor en het is grote drukte op het Hoofdkwartier der collecte op Rokin 114, waar mevrouw Vattier Kraane en vele andere dames hard werken. Ook Hilda. Ik ga er 's avonds dubbeltjes en kwartjes tellen en we eten die dag niet. Om 11 uur komen we thuis en hebben onderweg 1 bot gekocht, die ik opeet. 't Was een gezellige dag. En de opbrengst is ±
f 12000.- geweest.
24 november. En nu is de viering van het 100 jarig bestaan finaal achter de rug. [korte beschrijving van de diverse feestelijkheden, ook te Rotterdam, voor het 100 jarig bestaan van de Zuidh. Mij tot redding van schipbreukelingen]. Rotterdam is een onaangename stad. Ik heb een bezoek gehad van P.J.Jager. Hij is een gemene onbetrouwbare kerel.
26 november. Edna StVincent Millay heeft enige dagen bij ons gelogeerd. Ze is buitengewoon knap, verstandig, intelligent, geniaal, ook zacht. Ik vind haar prachtig.
(Edna St.Vincent Millay, 1892-1950, dichteres, echtg.v. Eugen Boissevain, 1880-1949)


Edna St.Vincent Millay, dichteres. Ontving de Pulitzer prijs voor dichtkunst. 1892-1950

1 december . 's Avonds Concertgebouwvergadering in het Doelenhotel en hebben Charles en Bunge een van de meerderheid afwijkende mening omtrent de wenselijkheid Mengelberg als dirigent van het Concertgebouw te behouden.
Kersttijd. Wij bleven dit jaar te Amsterdam, behalve dat Hilda en ik op 1ste Kerstdag dineerden op Drafna. We hadden Tom en Ot en kleine Tom bij ons en ook herhaaldelijk Alfred, die echter wegens het volle huis logeerde bij de De la Portes. Engelien kreeg mazelen en dit maakte ons en vooral Hilda erg bezorgd om kleine Tom omdat mazelen een heel gevaarlijke ziekte is voor kleine kinderen.

1 9 2 5
19 januari. Vandaag in een brief van capt. Saxild gehoord dat ik de Danebrogorde heb gekregen. De machinekamer van de "Zeemanshoop" volgelopen omdat de monteur van Goedkoop de buitenboordskraan heeft laten openstaan en het aftapkraantje van de mantels. Vanavond komt Rudi Mengelberg met mij spreken. (Neef van Willem Mengelberg, die later administrateur werd van het Concertgebouw).
28 januari. Diner Röell waar ik zat naast Van Aalst. Aan dit diner waren verschillende burgemeesters, als die van Haarlem, Beverwijk, Oostzaan enz. de president van de rechtbank, verschillende professoren als prof. Lantz, Diepenhorst, Wouters (van de Akademie van K. en W.), Lorentz (de Nobelprijswinnaar), verder van de Handel en Scheepvaart Van Aalst, Van Hengel, Delprat (van Ned. Bank) ook Marie Boissevain-Pijnappel was er. Een alleraardigst diner, waar een vrolijke opgewekte stemming heerste en verschillende aardige toespraken werden gehouden. Ik was er als vertegenwoordiger van het Reddingwezen.
6 februari. Promotiediner Den Haag, in de Witte. Wij hadden elkander over het algemeen in 38 jaar niet gezien en dan bekijkt men elkander op een andere wijze dan 38 jaar geleden. Als ik die mensen nu moest beschrijven, dan zou ik als de meest betekenende mensen noemen:
Van Leent, op het ogenblik direct. of adm. van "Den Dolder" Susie, een specialist op het gebied van het Zeerecht
. Rambonnet, de Insp. generaal van het Loodswezen. Tückmann, een bekwaam geneesheer. Groen, de uitstekende commandant van het korps Mariniers. Birnie, een niet onverdienstelijk schilder. Craandijk, cartograaf van de Marine. Van Hulsteyn, die de tafel presideerde, is een vrolijke gezellige kerel geworden, die uitstekend z'n functie vervulde. V.d.Wal, gepensioneerd schout bij nacht titulair.Marcella, is handelsman en rijk. Bolomey, vroeger directeur van de tram te Gorinchem, doch niets. Stam, wijnhandelaar. Pompe, leraar van de Burgerschool te Winterswijk, is nu de minste van allen. Maakt de indruk wat verlopen te zijn. A.Visser is filosoof. Cool. Praat veel, ik reisde met hem terug.
2 september. Nu ben ik wederom bij Tanja geweest. Toestand is onveranderd. Ik moet vegetarisch blijven leven. Zonder alcohol enz. Niet te veel vermoeien, niet onnodig nat worden.
15 september, dinsdag, mooi weder. Ik ga naar Terschelling. 6.30 op en per auto naar de train. Op de boot een kras heer van wat ouder dan 60, mooie fijne kop, blijkt te zijn een visserman Zeldenrust van Molkwerum. Hij gelooft dat na het leggen van de dam de paling veel ziekte zal krijgen door het zoete water. Boven de dam zal te veel tij lopen voor visvangst. Met hem lang gesproken over het droogmaken van de Zuiderzee, het verlies voor Nederland dat hieruit ontspruit door het verloren gaan van een slag mensen dat gelukkig is in het manlijk bedrijf van visserman. Ze zijn niet arm, zegt Zeldenrust, ze zijn rijk. Over het maken van sigarenmakers van de visserman, over de pogingen de Zuiderzeevissers in te lijven bij het Rijnvaartbedrijf.
Wie is de burgemeester van Deinum. Hij is een militair figuur, à la Hindenburg, die met een sigaar in de mond een aantal personen in het zwart, boeren en boerinnen naar het uiterlijk, begroet, die met mij van Leeuwarden komen.
1 october hadden we receptie bij ons, er kwamen meer dan 300 mensen, alle meubelen waren van te voren uit de benedenkamer verhuisd naar een bewaarplaats. Boven was ook een kamer op orde gemaakt. Het huis was versierd. Alles ging op rolletjes. De Bronckhorststraat in rep en roer wegens al die deftige mensen die bij ons kwamen en zich verdrongen voor de deur daar ze er bijna niet in konden.
Zondag 1 november hadden we een lunch op Drafna, wel 30 mensen, gezellig al die jongelui. Vader en Moeder bewonderenswaardig. Charles wond zich weer eens op, ditmaal omdat hij Vader champagne wilde geven en hij werd tegengewerkt door Marie, Mary, Hessie, Hilda.
3 november trouwde Olga. De ceremonie in het stadhuis door Walrave Boissevain, vervelend, lang en gekunsteld met aanhalingen uit gedichten of gezegden van Engelse schrijvers en dichters. Het was een donkere regenachtige dag. Daarna de mooie ceremonie in de oude Walenkerk. Ds. Arnal hartelijk en ernstig. Een volle kerk. Olga allerliefst met haar kleine ernstige kalme gezichtje. Engelientje zat naast mij.

1 9 2 6
Tocht naar Medemblik en Wieringen.
23 januari. 8.11 van Amsterdam, 11.08 te Medemblik. (Het uur oponthoud te Hoorn gebruikt voor een wandeling rond Hoorn. De Zuiderzee geheel vol ijs.) Te Medemblik Dr. Hardenberg, jonge man, met geestig, flink uiterlijk, later Ds. Voors. Deze gehuwd met een juffr. De Haan uit Zwolle. Beiden jonge mensen. De vrouw van Dr. Hardenberg afwezig.
Medemblik: winkelstand, bouwers (landbouwers), boeren (veeboeren), verplegers en employés Gesticht, enkele notabelen of would-be notabelen, een klein aantal vissers, een aantal luie vlegels (arbeiders), die van de hand in de tand leven. Men wordt te Medemblik "rijk" genoemd als men
f 30.000 bezit, de verplegers en employés hebben salarissen van 1800 of 2000. Men geeft over het algemeen niets of bijna niets uit, leeft van heel weinig. De bevolking is 3150 zielen. De Burgemeester heet Schouten en is een boer, die weinig voelt voor de vooruitgang van Medemblik. Er zijn tekenen die wijzen op vooruitgang. Een van die tekenen bestaat hierin, dat de huizen beter onder de verf zitten dan enige jaren geleden. Verder dat huizen in prijs zijn gestegen. De grond is nog zeer goedkoop, is ook gestegen in waarde, doch, zegt Hardenberg, wat kan het schelen of je f 50.- of f 100.- geeft voor een stuk grond waarop je een huis zet. Men verwacht vooruitgang van de aanleg van een kanaal dat binnenkort zal begonnen worden en dat zal dienen voor het vervoer van groenten. Men gelooft dat Medemblik door de aanleg van het kanaal zal groeien tot een plaats van 600 inwoners. De havenuitgang loopt in NO richting. Bij slecht weder uit het NNO of NO zal een roeiboot er niet uitkunnen. Men is niet zeker van de aanwezigheid van een motorvaartuig, in staat om bij slecht weer een boot naar een gestrand schip te slepen. Wanneer de Wieringermeerpolder tot stand is gekomen wordt daarmede het gevaar van rampen te Medemblik geringer omdat de hoekzak waarin schepen bezet raken op lager wal, dientengevolge vervalt. De vraag wordt gesteld of, wanneer te Lemmer een motorboot is, deze in geval van nood kan worden te hulp geroepen. Ook wordt gewezen op het nut, dat uit de aanwezigheid van een reddingboot op Wieringen kan getrokken worden.
De ramp met de tjalk die zonk op 25 of 26 november l925 had plaats ongeveer 4 of 5 kilometer van de wal ter hoogte van Opperdoes. De vrouw van den schipper spoelde in een reddingboei aan tegen de dijk. Zij had een tasje in de hand waarin een polis van levensverzekering. Voor een beetje geld had de schipper deze ramp kunnen ontgaan door de haven van Medemblik binnen te lopen.
Ds Voors woont te Opperdoes, een klein dorp met 4 kerken. Er zijn daar ook verschijnselen die lijken op hetgeen te Appeltern gebeurde. Ds. Voors is orthodox, echter m.i. zeer ruim. Een ontwikkelde sympathieke jonge man. Te Opperdoes was voor enige jaren een zekere Masereeuw, die zich had afgescheiden en die aanhangers had. Hij werd gehouden voor onsterfelijk. Eindelijk stierf hij, toen zeide men dat hij zou opstaan uit de doden na 3 dagen. Het kerkhof vol mensen in afwachting. Er is nu nog een kleine groep die oefening houdt en van tijd tot tijd hoort men dat deze groep meent dat de tijd komt van een offer. Deze groep bestaat niet uit zedelijk hoogstaande mensen, integendeel. Zij houden slechts vast aan bepaalde woorden van de Schrift.
Ds Voors verklaart zo het ontstaan van kerken. Hij beschouwt het optreden van Besant en de Liberaal Katholieke kerk als analoog, zij het op een hoger plan, als Appeltern. Hij gelooft dat Besant onbetrouwbaar is, zij het dan dat ze het zelf niet bewust weet. Hij zegt dat ze vroeger reeds onbetrouwbaar is gebleken door hare mededelingen omtrent voorspellingen uit Thibet. Nu is ze oud geworden, wil wat zien gebeuren en voorspelt zij het komen van den Wereldleraar in de persoon van Krishnamurti. Binnenkort zal in hem de geest van Jezus varen. Wat hij maar niet begrijpt is dat juist onder zeer christelijke gelovige mensen afwijkingen voorkomen op sexueel gebied. Wij spraken over Ds. Doevendans en hij haalt een voorbeeld aan van een zekere Van Essen uit Rotterdam, een zeer christelijk man, die later bleek een zeer onchristelijk leven te leiden.
Dr. Hardenberg, wiens vader synodaal gelooft en zodanig is opgevoed thuis, gelooft dat zeer christelijke mensen hoogmoedig zijn en zegt dat volgens Freud paranoia (hoogheidswaanzin) gepaard gaat met bedwongen zucht tot sexuele handelingen. Hij is er dankbaar voor dat hij niet homosexueel is aangelegd. Ds. Voors zegt dat Van Essen hem heeft gezegd: ik ben diep gevallen en ik heb berouw. Een en ander werd gezegd nadat wij het hadden gehad over het schuldgevoel, het verantwoordelijkheidsgevoel in den mens. Dat moeten wij vasthouden, zegt Ds. Voors. Ik zeg tegen Voors dat het moeilijk voor hem moet zijn om als ontwikkeld man een orthodoxe gemeente te leiden en hij geeft dit toe. Ten slotte bestaat zijn geloof uitsluitend in het vertrouwen op Gods leiding.
Toen wij spraken van het verantwoordelijkheidsgevoel dat wij hebben naast een gevoel alsof wij geleid worden door krachten buiten onze wil zeide Dr. H. dat hij het beste antwoord in deze vindt in de boeken van Dostojewsky. Ik vertelde Ds. Voors van mijn kerkgang met schipper Van Urk, die zeide dat de mens door de zonde van God is afgescheurd en door Jezus weder tot God kan gebracht worden. Hij zeide dat dit ook het juiste christelijke standpunt was, doch dat men zowel kan denken aan een persoonlijke Jezus als aan de idee Jezus. Ik vroeg hem of hij wel eens moeilijkheden had met gemeenteleden. Hij zeide Nee - sommigen hebben bezwaar dat ik "Heer" zeg en niet "Heere", dan zeg ik: mijn Vader noem ik Vader, mijn schoonvader Papa, ik ben gewend God de Heer te noemen. "Ja maar, 't staat toch in de Bijbel".
Ik wijs er op dat het zo pijnlijk is mensen af te brengen van gedachten die voor hen heilig zijn en hij geeft dit toe, zegt dat hij daar ook heel voorzichtig mee is. Ik wijs er op dat het voor mij moeilijk was te wennen aan het denkbeeld dat de Bijbel niet als letterlijk waar moet opgevat worden.
Hij wijst op Bijbelteksten die hetzelfde vertellen doch met elkander in strijd zijn omdat de mensen die ze opschreven zich anders herinnerden.
24 januari. Goed geslapen op de koude kamer in het warme bed. Dooiweder, regenachtig.8.30 per tram naar Van Ewijcksluis. De molen buiten Hippolytushoef heeft slechts 2 wieken - de mensen zijn arm en kunnen geen 4 wieken betalen, draaien daarom maar met 2. Een stel wieken kost tegenwoordig
f 500.-. Te Van Ewijcksluis zie ik een auto passeren die mij medeneemt naar Anna Paulowna. Er in zit de heer Dekker, opzichter (van wat?) die mij vertelt dat de weg waarlangs wij rijden de primaire weg wordt van Wieringen naar de wereld en die die weg zal worden verbreed en op andere wijze verbeterd. De chauffeur heet ook Dekker (geen familie) en is 64 jaar oud, heeft op zee gevaren en is op 33 jarige leeftijd er mee uitgescheden. Is gaan rijden, eerst met paarden, toen met auto's. Te Anna Paulowna heb ik nog een uur en ga ik naar het station waar op de spiegel nog zichtbaar is hoe hoog het water heeft gestaan tijdens de watersnood in l9l6. De koffiehuishouder zegt mij dat hij zijn vrouw uit het water heeft gehaald, d.w.z. tijdens de watersnood van l9l6 spoelde ze bij hem aan en toen is hij met haar getrouwd. Dekker, chauffeur, vertelde van de zenuwachtigheid van Franse loodsen in het Suezkanaal en hoe een Engelse loods zwijgt en alleen ingrijpt als de boel misloopt. Maar bij een Franse loods is het voor een kwartiermeester niet mogelijk te sturen. Port, starboard, port, starboard, altijd maar door. In 1926 gingen wij naar Montroc waar later ook Marthe Voorhoeve met haar man kwamen. We maakten daar kennis met Mary Carlyle en haar vader. Het hotel was nogal droevig, wat de verzorging van het eten betreft en de Fransen waren in het algemeen niet erg vriendelijk tegen ons, zelfs stroef, omdat ze ons er van verdachten dat wij kwamen gebruik maken van de lage stand van de franc, die ons toen 5 cent kostte.

1 9 2 7
Zondag 13 februari l927. Ik ben voor het eerst beneden na een 3 daagse griep in bed. Ik lees de Camera Obscura, eigenlijk voor het eerst van mijn leven en amuseer mij er mee. Ik geniet er van.
23 februari met Hilda naar Bilthoven om daar te lunchen wegens de verjaardag van Jo. Daar waren Chrik en Mik en Jo en Theo en Cateau en Jon.(Broers en zusters van mijn vader, met de vrouw en oudste zoon van Theo de Booy. Theo had blijkens een aantekening van 13 februari een beroerte gehad).  De sterkste indruk is de droevige toestand van Theo, welk een wrak, maar zijn hersenwerking schijnt normaal. Door geldgebrek gedreven naar het kantoor der Brandwaarborgmaatschappij, terwijl hij physiek niet meer in staat is die Maatschappij te vertegenwoordigen. Het is een droevige toestand. Een diep melancholieke uitdrukking op het gezicht, prikkelbaar, met zorg denken aan de toekomst van vrouw en kinderen als hij hen ontvalt. Dan nog daarbij zijn zoon Jon die, in stede van alles te doen om zorgen te verlichten, hem nog geld kost en vraagt.
2 maart. Om 7 uur op, ontbeten met Alfred, die straks naar de kazerne gaat.
Het is zacht weer, wat hevig. Op de Zuiderzee maak ik weder een praatje met de kapitein. ditmaal genaamd Slok, op de brug en we varen door een grote vloot Volendammers, aan de winderkuil in spannen op de vangst van haring. Nakomeling, die dit leest, weet dat ik dus op die mooie mistige dag van 2 maart verrukt werd door het gezicht op die vloot van vissers, roodgetaande zeilen, de mannen met ruige masten, en dat ik op die dag wederom het besluit betreurd dat van deze Zuiderzee een akelig binnenmeer zal maken zonder ansjovis, zonder haring, zonder bot.
5 maart. De Ned. Bouwmaatschappij doorleeft dagen van spanning. Zullen we doorgaan als vroeger, zo niet, wat dan. Meer energiek gaan werken of liquideren. In verband hiermede herhaalde besprekingen, meestal 's avonds, hetzij bij ons of bij E. den Tex of Blok van Laer.
11 april, maandag. 10.30 vergadering met de commissarissen, D. Rahusen, Bevervoorde tot Oldemeulen, mr. Chr.P. van Eeghen, De Bruin Melis van Mariekerke, Ned. Bouwmaatschappij. De heren voelen niets voor het grote plan met hypotheken, wel nu bestendiging op de oude voet, maar dan meer het kopen van huizen dan van grond.
Zaterdag 30 april verjaardag prinses Juliana. Vlag uitgestoken met Engelien. Zij gaat met een oranje strikje naar school en vraagt of zij er van mee zal nemen voor de andere kinderen. Ik zeg dat het wel mogelijk is dat sommige andere kinderen geen oranje strikje willen dragen en het blijkt ook uit sommige uitlatingen van [haar vriendinnen] dat ze niet oranjegezind zijn.
5-10 mei. (Later ingeschreven).Toen wij 5 mei 's morgens te Keulen aankwamen tegen 1 uur, overhandigde Heleen Boissevain mij een telegram. Het bevatte de tijding van het overlijden van Vader. Hij was 's morgens overleden, zacht en kalm zoals het heet. Wij waren al gekleed om naar de feestmaaltijd te gaan in het Stadhuis, maar gingen nu niet. Namen afscheid van Willem en Tilly en alle andere bekenden en gingen 5.34 in de 2de klasse naar Utrecht. Daar stond een auto die ons bracht naar Drafna. Daar vonden wij Moeder, volkomen kalm, en groot, en Polly, die lieve Polly en Hessie en Jan van Hall en later Nella Hissink. Vrijdag 6 mei prachtig weer, het ontluikende groen, echt voorjaarsweer en in de voormalige bibliotheek, reeds lang Vaders slaapkamer, zijn ontzielde lichaam. Hilda, Mary en ik stonden geruime tijd bij hem, bij zijn lichaam, dat zulk een grote rust uitstraalde, iets zeer verhevens had, zodat men de indruk kreeg: het moet goed zijn dood te zijn of gestorven of hoe het ook heet. Als een buitenstaander op Drafna gekomen ware de dagen na Vaders dood dan zou hij of zij zeker verbaasd zijn geweest over de toon die daar heerste. Over de kalmte van Moeder, de opgewektheid bijna. Er was aanvankelijk vooral een gevoel van dankbaarheid dat het lijden van Vader geëindigd was. Maar daarbij toch ook een gevoel dat zich weldra een grote leegte zou doen gevoelen. Vader stierf 5 mei l927 oud 84 jaar. Op de 10de mei werd hij begraven. Wij droegen de baar en nadat gesproken was door verschillende mensen, ook heel goed door Charles, zongen wij te zamen. Die begrafenis was heel mooi en plechtig maar stemde tevens tot bescheidenheid. Want hoe gering was de nationale belangstelling. Hoe was Vader reeds door Nederland vergeten. Hoe geheel anders zou de begrafenis geweest zijn zo hij gestorven ware 20 jaar geleden. Moeder was thuis gebleven. Ze had bij de deur gestaan toen de kist naar buiten werd gedragen en had gezegd: "So that is done".
11 mei, de dag na de begrafenis, begroette ik 's morgens captain Rowley en M. Rubie, die uit Engeland waren overgekomen voor proeven met de Insulinde. We gingen naar Delfzijl, ook met Eden, Goedkoop en Vossnack, en zagen daar in de namiddag de boot omtrekken en zich weer richten, of liever ik zag het niet want ik zat er zelf in met 11 man, mezelf meegerekend. De volgende dag, 12 mei, was het ruw weer, wind NW 7-8 en gingen we om 11.30 met de Insulinde uit, geëscorteerd door de "Hilda". Het plan was het Amelandse gat binnen te gaan maar dit lukte niet. We gingen weer terug en door de hoge branding van het Rif het Paalgat binnen en zo naar Oostmahorn. Dat was een mooi en interessant gezicht. Na terugkomst heb ik mij doo
r dr. Tanja laten keuren op bloeddruk en eiwit. Resultaat zeer gunstig. Bloeddruk aan de lage kant, ± 127 en eiwit zeer gering. Kreeg verlof tot het doen van bergtochten.
Dinsdag 17 mei kwam de Koningin in het Zeemanshuis waar Engelien haar bloemen aanbood. Het is mooi in de stad met al die vlaggen. Er zijn er vele en de oude Prinsenvlag wordt veel gezien. En dan het voorjaar. Er is een vrolijke stemming in de stad. Men ziet weer eens wat.
Engelientje stak eerst de hand uit en reikte daarna haar bloemen over. Ze "straalde" zoals ze dat kan. Ook Bauduin merkte op hoe ze "straalde" en maakte grapjes met haar. Een Hollandse bootsman en een Westindische neger spraken de Koningin toe en vooral de neger was aardig. Vrijmoedig. "Ons hart gloeit voor Uwe Majesteit. Moge de Heere Jezus, die in de hemelen woont, Uwe Majesteit behoeden enz. enz. " En toen een:"Hoezee". Heel hartelijk. We hebben 19 mei algemene vergadering Bouwmaatschappij gehad en er was een zestal aandeelhouders, een ongekende gebeurtenis. Ontevreden aandeelhouders, allen met wensen, hetzij terugbetalen van een deel van het kapitaal of liquidatie of aanstelling van een deskundige in de gedaante van een makelaar Cohen, en dan onze hoogst onelegante weinig beschaafde pummelige secretaris-administrateur Cohen en dat is nu het werk dat voor mij als president is weggelegd. Ik troost mij met hetgeen Barrie zegt in Courage, dat werk, dat men aangenaam vindt, geen werk is maar een pretje. We hebben allerlei moeilijkheden.
8 juni. Vandaag is het stoffelijk overschot van generaal Van Heutsz te Amsterdam aangekomen en geplaatst in het Paleis op de Dam. Ik zag de aankomst en bewonderde het physiek en de houding van de militaire politie die voor en achter de lijkkoets het escorte vormden.
Zaterdag 9 juli 5.17 naar Leeuwarden via Stavoren. 3e kl. gereisd. Het landschap in Friesland wonder mooi. Het silhouet van Workum, donker, scherp omlijnd tegen de hemel, rood en geel gekleurd door de ondergaande zon, vaarten, kanalen met schepen, het groene landschap., mooi verlicht, iets heel teers, het grazende vee, rennende paarden. In de trein een dame die er knap uitziet, bruine ogen, donker, met een viool. Ik hoor van Nella [Hissink-Boissevain] dat zij Menalda heet en dat ze vioolles heeft, een of twee maal 's weeks te Amsterdam van Zimmerman, en dat ze op concerten speelt.
's Avonds met Theo Hissink gesproken over de Bouwmaatschappij, hij vindt dat wij Cohen hadden moeten ontslaan, of moeten ontslaan, hetgeen ik met hem eens ben.
(Broers en zusters van mijn vader, met de vrouw en oudste zoon van Theo de Booy. Theo had blijkens een aantekening van 13 februari een beroerte gehad.) Verder vermoedt hij dat de reden waarom niet over pandbrieven wordt gesproken in verband met ons bedrijf is, dat wij dan in concurrentie zouden komen met het bedrijf van Baanders, terwijl deze daarentegen ons hypotheek kan geven met het geld dat hij voor zijn pandbrieven krijgt, zodoende het mes aan twee kanten doende snijden.
Maandag 11 juli. Gaast. De vrouw van het nieuwe commissielid Krom is een jeugdige schoonheid. Haar man is niet thuis. Ze komt van St. Nicolaasga zegt ze en is pas getrouwd. Ze ziet er lief uit. De vrouw van schipper Van Kalsbeek is geen schoonheid maar heeft een sterk goed gezicht en een heldere flinke stem. Ze heeft een rustige houding en goede manieren en vertelt hoe blij ze is dat haar man en zoon nu samen op een bak van de Zuiderzeewerken zijn geplaatst. Dat geeft
f 25.- in de week en nog f 5.- daarbij als ze Zondags werken. Want 't is niks plezierig om 's winters een paar maanden niets te verdienen. Ze bedankte voor het mooie getuigschrift dat ik voor haar man had gemaakt. Door de rustige straat van Gasst, die heel schilderachtig en kronkelend is, brengt het dochtertje mij naar de vrouw van het commissielid Van Kalsbeek. Deze is ook mooi en heeft een kindje dat op de grond zit terwijl ze werkt. Haar man is niet thuis. Hij is bakker, uit met brood denk ik. En meneer Bielsma, die is ook uit, met de brieven. Hij is direkteur van het postkantoor maar moet ook de post halen van Makkum en de brieven bezorgen.
24 augustus. 's avonds communistische vergadering Concertgebouw. Sacco en Vanzetti, die in de nacht van 22 op 23 zijn terechtgesteld. Ik geloof dat ze schuldig waren, maar ze hebben 7 jaar in de gevangenis gezeten na hun veroordeling. Het Concertgebouw vol. Buiten vol colporteurs met de Tribune, en andere communistische blaadjes. Achter de schermen de politie gereed. Mannen met borden: Bloed, Wraak, Moord enz. In het Concertgebouw een aandachtige menigte. De inleider hekelt de SDAP en verzoekt allen enige tijd op te staan, ter ere van Sacco en Vanzetti. Allen staan op. Ik stond gelukkig al voordat hij het zeide. Professor Mannoury houdt een lange rede. Hij is een idealist, ziet in het Communisme het heil der mensheid, hetgeen waarschijnlijk een standpunt is dat de meeste zogenaamde communisten niet begrijpen. Hij spreekt lang, geleerd en vervelend. Heeft een intelligent uiterlijk. Ik blijf lang in het portiershokje met enige rechercheurs en Pierik, die vindt dat ik "sprekend de Paus" ben en een van de rechercheurs vindt dat ik spreken op professor Mannoury lijk.
Zaterdag 24 september ging ik met Hilda naar Bilthoven op bericht dat het met Mik niet goed ging. Wij vinden Mik in bed, ze ziet er erg ziek uit en is niet in staat tot een gesprek. Ze zegt even dat ze het aardig vindt dat wij er zijn. Ze is wel heel erg zwak geworden. Wij gaan 's avonds terug.

Maandag 26 september. 't Blijft ongunstig weer. Naar Mik. Mik heeft nu een longontsteking, er wordt voortdurend door gestoomd. Ze ziet er m.i. meer gewoon uit, is echter vermoedelijk bewusteloos. Dr. Zwaardemaker geeft geen hoop,, zegt zelfs dat hij niet eens hoopt dat zij beter wordt omdat hij dan de toekomst donker zou inzien. Zij heeft paralysis agitans en nu nog in een beginstadium, doch deze zou zich verergeren en dit gaat gepaard met verlies van geheugen.
Woensdag 28 september vinden wij de toestand nog onveranderd. Het is wachten en Mik krijgt kamferinjecties opdat Chrik haar nog levend vinde. Wij hadden dinsdagavond een bezoek van zuster Van Popta die 6 jaar geleden korte tijd op Talitha heeft gewerkt . Ze zegt dat van Mik zulk een sterke invloed ten goede uitging. Hoe ze zich nooit op de voorgrond plaatste maar zij toch steeds als Hoofd werd erkend, hoe de juffrouwen hun bezwaren bij haar inbrachten en zij na ze te hebben uitgesproken, voelden hoe kinderachtig ze eigenlijk waren; hoe zij iedereen begreep en het goede wist te waarderen, ook bij personen die te kort schoten in hun werk. Zuster Van Popta ging 's avonds Chrik van de mailtrein van Vlissingen te Utrecht afhalen en hij kwam verder per auto naar Bilthoven. Wij waren lange tijd te zamen bij Mik, maar er kwam geen verandering en zo gingen wij, zo goed als het ging, slapen.
Donderdag 29 september. 's Avonds te 5.30 is onze lieve Mik overleden, d.w.z. toen is de ademhaling opgehouden. Wij stonden bij haar bed - Chrik, Jo, Theo, Hilda en ik en de zuster. Mik is gestorven. Zo gaat het leven zijn gang. Zij heeft mij lezen geleerd. Ze heeft onze Moeder bijgestaan in alles en daarna Papa toen hij gebrekkig werd en ze is geëindigd met 21 jaren te geven aan de kinderen van Talitha Kumi. In 1923 is ze vandaar vertrokken, heeft nog een reis naar Amerika gemaakt vanwaar ze opgewekt terug kwam, maar daarna is ze langzamerhand en eindelijk sneller ouder geworden en vertoonden zich de verschijnselen van paralysis agitans, zodat wij dankbaar moeten zijn dat het lijden niet langer is geweest dan die laatste jaren van achteruitgang voor haar werkzame geest moeten geweest zijn. Mik had voor mij geen fouten.
11 october. Om ½ 11 Buitengewone algemene vergadering van aandeelhouders der Ned. Bouwmaatschappij, door mij gepresideerd in het gebouw Industria. Rechts van mij de heer van Haersolte en de notaris, links de boef Cohen, die mij op een gegeven ogenblik in de rede viel met de woorden:"dat is onjuist, 't is een aperte leugen!" Ik ben geen geboren leider van vergaderingen. Ik ben ook niet in de Handel geweest.
12 october. Vergadering Reddingmaatschappij, waarop wordt besloten dat ik naar Turkije zal gaan voor 14 dagen. De dagen tussen 11 en 26 october waren vervuld van Ned. Bouwmaatschappij, besprekingen met Emile den Tex en Blok van Laer, met Van Haersolte enz. hoe de zaak zal aflopen valt niet te zeggen.
24 october. Toenemende spanning in Ned. Bouwmaatschappij kringen. De boef Cohen heeft koorts. Van Sonsbeeck voorspelt het gebeuren van vreselijke dingen. Er is geen kwestie van meerderheid. Wij zullen zien.
26 october. De vergadering Bouwmij goed afgelopen. Cohen hield zijn mond, hij was wel aandeelhouder geworden met 1 aandeel, had dus blijkbaar plan gehad te spreken, maar de overweldigende meerderheid, waarvoor Den Tex en Blok van Laer hadden gezorgd, gaf hem geen gelegenheid.
Ik ben 14 november '27 te Stamboel aangekomen. Zal daarover alleen losse aantekeningen plaatsen. [Een uitvoerig verslag van zijn reis naar Turkije, waar hij het adviezen uitbracht ten behoeve van het Turkse reddingwezen, bevindt zich in het familiearchief].

1 9 2 8
29 januari. Namiddag Concertgebouw, Ivogün, een wonderlijk begaafde zangeres. 's Avonds diner ter ere Bruno Walter en E.[?] in het Amstelhotel. De ijdele Röell en zijn bekomzame wederhelft. 20 personen. B. Walter vertelt van Ivogün, hoe die melancholiek van aard is, maar heel geestig en komiek. Eigenaardig dat dit veel samen gaat. Hoe zij zonder een taal te kennen, enkel door haar muzikaal geheugen, een rede kan houden in het Hollands en in de andere talen die ze hoort spreken, die op de toehoorders de indruk maken in het Hollands te zijn gehouden, of in de andere taal, zonder dat men verstaat wat ze zegt. Inderdaad zijn het ook geen woorden, enkel klanken die zij uit. Met een enkel woord als Stadsschouwburg bv. er tussen. Ze moet een heel bijzonder mens zijn.
28 februari l928. We hebben de stranding Shonge gehad op 17 februari die aanleiding gaf tot een paar dagen van spanning.
29 februari werd de lieve Polly (Mary Barker) te Leeuwarden begraven. Ze was bij Nella ziek geworden. Ds. was voor de begrafenis bij Theo en Nella gekomen en hield daar een dienst, de Engelse dienst, las ook op het mooie kleine kerkhof van Huizum de Engelse gebeden.
(Hierop volgen slechts korte aantekeningen tot 4 juli, met de mededeling dat het daaropvolgende dagboek, lopende tot september l929, is zoekgeraakt, vermoedelijk op een van de stoomschepen van de Holland-Frieslandlijn.).

1 9 2 9
4 october l929. Vanmorgen 9.17 naar Egmond aan zee. Bespreking met burgemeester Eyma op het raadhuis over behoeftige redders en later met hem naar het boothuis en de grond bezichtigd waarop nieuw boothuis zou kunnen komen, vervolgens naar zijn huis waar ik koffie drink. Zielig te zien die oude zeelui in de Prins Hendrikstichting, mensen die de gehele wereld omzworven hebben en nu wachten op de dood in een gesticht. Per auto naar Alkmaar en naar de "Hilda" die er prachtig uitziet maar voorover ligt. Ik laat de achtertank vollopen en nu ligt de boot er prachtig bij. De bescherming van den schipper is heel mooi en ook het verbouwde en verlengde onderschip. Verder door per auto naar Callantsoog dat zo schilderachtig ligt. Het kleine kerkje met het eigenaardige torentje. Bespreking met burgemeester Breebaard, het schoolhoofd Smit, Govers, de 88jarige, en bootsman Hollander weer over behoeftige oudredders en enige onderstanden vastgesteld. Vertrokken ± 6 uur en oudschipper Hovy geeft mij een haas en Govers bloemen.
5 october. Alfred is gisteren gekomen en we zullen de haas opeten. De oude 88 jarige Govers, die bij de vergadering zit te dromen terwijl de anderen opsnijden over de heldendaden der Callantsogers. Dan op eens komt de zwakke stem van Govers:"zie je als 't ruw weer was dan dorsten ze niet in de boot", geheel in tegenstelling met hetgeen door de anderen was gezegd.
16 october naar Callantsoog. Burgemeester en hoofd school per auto afgehaald en naar W. Govers. Hij is 88 jaar oud en 40 jaar commissielid. Ik overhandig hem met een mooie toespraak de wandelstok met gouden knop met het opschrift "aan Willem Govers, lid van de commissie van plaatselijk bestuur te Callantsoog van 16/10/1889-16/10/1929, en hij antwoordt:"Dank je wel voor je drukte".Ofschoon ik burgemeester heb gevraagd er voor te zorgen dat zijn kinderen bij de overhandiging tegenwoordig zijn, is daar volstrekt niet voor gezorgd. 't Zijn mensen zonder verbeelding.
18 october. Naar Den Haag, eerst naar 't Hoenstraat 5. Henk de Mol van Otterloo, de oudste zoon van oom Just, die een broer was van Mama, overleden. Hij was 70, en plotseling overleden terwijl hij in zijn stoel zat. Sophie (zuster van Toon Röell) gesproken en Betsy de Mol en kinderen, allen sympathiek en Henk gezien, heel knap en jong voor een man van 70. Hij had al zijn haar nog. Het treft mij dat hij, dien wij enigszins als een weinig betekenend iemand beschouwden, alles was in de huiselijke kring van vrouw en kinderen en ook daarbuiten vele goede vrienden had. Toon Röell zei dat hij alles was thuis, dat hij zich niet kon voorstellen hoe Sophie het zonder hem zou doen. Laat ons toch vriendelijke gedachten hebben. 's Avonds naar Chrik, die in het Diaconessenhuis te Utrecht is. Hij moet diep beklaagd worden. Hij beschouwt zichzelf, noemt zichzelf, een zenuwlijder, iemand die geen wilskracht meer heeft, kan niet slapen, niet lezen, wijt de toestand aan zijn verlatenheid, May gestorven, Theo (zijn tweede zoon) gestorven, Chré in het klooster, Jim in Venezuela. Jo is allerliefst voor hem, zegt hij.
20 october. Diner in het Amstel Hotel met Ernest Bloch, componist, z'n vrouw, 2 dochters, Rachmaninov en vrouw, Mengelberg, Tilly, Oyens, Vom Rath, Rudi enz. enz. enz. 31 personen. Hilda was er natuurlijk ook. Ik maak speech klaar maar Mengelberg begint al gauw te spreken en zo komt er niets van. 't Was een tamelijke avond. Waarom Mengelberg de muziek van Bloch uitvoert is een raadsel.
24 october. De "Kortenaer" komt te Amsterdam voor de lichtweek. We hebben namelijk een lichtweek ter ere van Edison, diens ontdekking van de electrische lamp. De voornaamste buurten van Amsterdam zijn rijk verlicht en de menigte bekijkt de verlichting. 't Geheel is kinderachtig.
3 november. De firma Tjeenk kan niet betalen als gevolg van de scherpe koersdaling van speculatieve fondsen. Bevervoorde. Surseance van betaling. De Bouwmaatschappij heeft daar 10.000 op prolongatie. Onderpand U.S.Leather, maar we komen er goed uit. Exploit uitgebracht en verkopen het onderpand zonder verlies.
13 november. Vergadering Reddingmaatschappij onder Gallé wegens afwezigheid van Tegelberg in Indië. Ik lees Toms brief voor waarmede hij bericht de betrekking van adjunct-secretaris te aanvaarden.
(Mijn vader had hem geschreven: "Ik wil je niet beïnvloeden, maar als ik denk aan de Reddingmaatschappij dan zie ik je met Mees Toxopeus lopen over de wijde vlakte van Engelsmansplaat om het vluchthuisje te inspecteren. Gekrijs van meeuwen boven je en de witte branding op de gronden van het Friese gat om de noord..."Tom aanvaardde zijn betrekking in mei 1930 en in oktober 1933 trad mijn vader af als secretaris om alleen penningmeester te blijven. Tom volgde hem op als secretaris welke titel in 1947 werd gewijzigd in die van directeur).
18 november. Maandag - mooi weer. Proef gevaren met de "Eierland"' goed. Snelheid ± 6,3 zeemijlen. In de namiddag zegt Van de Poll mij plotseling de dienst op wegens mij onbekende redenen. Hij heeft niet veel ontwikkeling maar we kunnen hem nu heel moeilijk missen. Misschien waait het over.
27 november. Brief over Olga uit Ierland maakt vertrek van Hilda derwaarts noodzakelijk. Dit kost mij een hele hoop geld. 1e de reis van Hilda is
f 125.- en dan van Hilda haar eten en verblijf f  600.-, totaal f  725.-.
30 november at ik met Engelien bij Tine den Tex en haar dochter Hester, heel gezellig. We speelden na tafel een ouderwets gezelschapsspel "Lotto Dauphin", een spel van onze ouders toen ze kinderen waren, een bord met nummers en gaten waarin allerlei figuren van ivoor worden gestoken. Daarbij horen ronde ivoren schijfjes die over de figuren kunnen worden gelegd en een bak met mooie houten schijfjes met nummertjes.
2 december. Vanavond een aardige vergadering van Concertgebouwbestuur met Wibaut en bewonderd de wijze waarop Röell dergelijke vergaderingen leidt.
7 december. Vandaag zijn wij 8 uur naar Delfzijl gegaan. Voorzitter van de Effectenhandel de heer Stroeve J.Ezn, en diverse leden, verder Eden (de zeeschilder) en van ons bestuur Gallé, Lucassen en ik, te zamen elf. Met een gezelschapsbiljet. Van Groningen per autobus naar Delfzijl. Op de werf J. Niestern. Toespraak van Gallé in een loods tegenover de rood gemeniede nieuwe boot die er prachtig uitziet, maar ik denk dat prof. Vossnack het zal snappen dat de verschansing achter de stuurstand van den schipper hoger is opgetrokken dan hij had toegestaan. Die buitenkiel is wel kolossaal. Na Gallé die zeer goed sprak, sprak Stroeve die zeide dat op hem de taak rustte de boot een naam te geven, dat hij iemand gekend had die heel veel van de zee gehouden had en die zeer hulpvaardig was geweest in haar leven en dat hij daarom de boot naar haar noemde Neeltje Jacoba. De wijze waarop hij het zeide maakte het ons tot een genoegen de boot Neeltje Jacoba te noemen. Vervolgens begonnen de werkzaamheden van het wegslaan van blokken en wiggen. Toen kapte Stroeve het laatste touw door en gleed de boot mooi dwars te water. Het was een prachtig gezicht. 's Avonds 8.12 terug. Later belt Eden op en vertelt dat het grote 12.000 ton dok voor de Rotterdamse droogdokmaatschappij, dat door de Witte Zee en de Humber werd gesleept, bij Borkum in twee stukken is gebroken en dat het is gezonken, dat er 2 van de 8 mannen verdronken zijn, dat het lichtschip-Haaks is losgeslagen en de sleepboot Zeeland er heen is gegaan, dat daarvan de brug is ingeslagen.
8 december. Zondag.
Het stormt uit het Zuidwesten. Ik ga naar kantoor waar ik werk tot 5 uur, heb Koster te IJmuiden doen weten dat men mij op het kantoor kan opbellen.
9 december.
Het stormt uit het ZW, verwachting Zuidwest storm. Doeksen opgebeld 20.30, zegt dat het Engelse stoomschip enigszins verdreven is, zit nu bij paal 11. Volharding heeft verbinding. Ook Texel is er bij. Oceaan heeft een schip naar de Eems gebracht, zal vermoedelijk gaan naar een schip dat met machineschade ten anker ligt 20 zeemijlen W.t.N. van toren. 21 uur. IJmuiden opgebeld, zegt dat Insulinde vanmorgen uit is geweest en buiten onder Egmond een logger heeft aangetroffen met noodvlag, heeft sleepboot gewaarschuwd en is later met die sleepboot weer naar buiten gegaan omdat ze niet zeker wisten of sleepboot wel buiten kon komen. Men heeft te IJmuiden een uiterst gunstige indruk van de Insulinde. 21.45. Helder opgebeld, niets bijzonders. Wind te Helder WZW 8 à 9, heldere lucht. Had wel een noodbericht gehad van dat schip de Hansa die voor anker ligt. 22 uur. Opgebeld door schoonzoon van schipper Van Urk met de vraag of de Brandaris uit is. Neen. Dank u bij voorbaat, zegt schoonzoon.
10 december. Vanmorgen veel kalmer. wind West . Het gestrande Engelse schip zit te Terschelling op het strand. Ik bedenk plotseling 10 min. voor 10 dat ik 10 uur op het kantoor van notaris Schaffelaar Klots te Bussum moet zijn. Vlug taxi besteld en er heen per taxi. Ofschoon Merwedekanaalbrug open en ook Hakkelaarsbrug, voor half elf op het kantoor van die notaris, waar ik ruim
f 7200.- ontvang voor de resterende 3000 vierk. meter van de Sparren. In de namiddag, toen de dames wegwaren, de zaak in orde gemaakt met Van de Poll, die heel aardig is, maar zich vergist. Hij is half januari 20 jaren op het kantoor der NZHRM.
21 december.
Telefoon van Rottum dat Villa Engelina op de rand staat, op het punt in zee te vallen. Bijleveld is alleen op Rottum met de huishoudster. Wat zal dat geven. De "Insulinde" ligt klaar om onmiddellijk uit te gaan. De motoren een tijdje laten lopen zodat ze warm zijn. De boot ligt bij de Sluis.
22 december. Zondag. Zag gisteren bij de tewaterlating van de "Marnix" hoe de sloepen van de "Pollux", alle drie in onooglijke staat, werden voortbewogen - roeien kon men dit niet noemen - over het Y, ter opluistering van het bezoek van Prinses Juliana! Bah!.
Kerstmis. Moeder logeert bij ons, oud 85 jaar, voelt zich heel tevreden. Het geheugen is soms helemaal weg. Ze heeft een bewonderenswaardige levenskracht.
We gingen 's morgens naar de Engelse kerk. Moeder, Hilda, Jo en ik. Reverend Lucas. We hadden een prachtige kalkoen voor het diner die door Hilda gebraden was, uitstekend. Ik sneed hem in de keuken. We hadden champagne. Het was heel genoeglijk. Engel had al de naamkaartjes en het menu gemaakt. Olga had een aardig zwart japonnetje aan, voorzover men de japonnetjes van tegenwoordig onder de kledingstukken kan rekenen, want 't is zowat niets. Een beetje onrust werd veroorzaakt doordat de "Hilda" in de nacht van 24 op 25 december was uitgegaan naar een stoomschip, gestrand op Simonszand, doch dit niet had kunnen vinden en dat de Hilda daarop weer was uitgegaan om 12 uur en nu nog uit was. Het had gewaaid uit het NO en waaide nu nog hard uit het ZW. 's Avonds was de barometer rijzende. Ik ben dankbaar dat ik de "Hilda" heb doen verbeteren. Na tafel werd de kerstboom ontstoken, een mooie, maar wat scheefstaand dit jaar en kwamen op verzoek van Moeder ook de meiden binnen en zongen wij allen Heilige Nacht enz.
26 december. Toms verjaardag, wordt 31. Mooi weer, winterweer. Frisse koelte.
Hoor van Oostmahorn dat "Hilda" gisterenavond 11 uur is teruggekomen en dat het gestrande schip is losgesleept. De bemanning is aan boord gebleven. "Hilda" heeft op de lange tochten heel goed voldaan. Ik geef de bemanning f 25.- per kop, den schipper f 37.50. De zaak kost dus f 137.50 en de brandstof. Vernam van Schiermonnikoog dat de tractor niet goed liep, liep warm etc. Zou hij niet goed hebben afgetapt voor de vorst? Ik vrees het.

1 9 3 0
Zondag 12 januari. Het was de laatste dag van Alfred, thuis. 's Avonds aan tafel oesters en champagne, soep, ham en lof met eieren. Rijst met room.
13 januari. Ging ik met Hilda en Engelien naar Nieuwediep, kwamen daar 6.30 en aten met Alfred in het Hotel en logeerden er.
14 januari vertrok de "Kortenaer" even voor de middag. Op het Hoofd spraken wij admiraal Quant die zich in gunstige zin uitliet over de officieren van de Kortenaer en zeide:"'t Is een prachtwerk, ik wou dat ik meeging".
8 februari. 's Avonds naar de "Storm", van Shakespeare, van de troep van Verkade. De 1ste scène van de schipbreuk mooi, vervolgens was alles middelmatig, vooral Verkade als Prospero, die zijn rol niet kende en slecht speelde. We gingen met Engelientje. Dit was eigenlijk haar 1ste komedie.
Zaterdag 29 maart ging ik naar Wijk aan zee om de laatste eer te bewijzen aan Van der Zant, secretaris en lid van de pl. commissie der Reddingmaatschappij, die gestorven was aan een korte ziekte. De man had altijd een zwakke borst gehad, leed dikwijls aan bronchitis. Ik ging naar Haarlem per trein en vandaar per auto naar het sterfhuis. Daar lag in de achterkamer in de open kist - het viel mij op hoe dun het hout van die kist was - het overschot van wat was Van der Zant, de schoolmeester, die mij zo menig maal verveeld had met zijn langdradige brieven, maar die uiterst zuinig was in het beheer van de zaken der Reddingmaatschappij. Als leidende kracht bij stranding of ongeval van geen of weinig nut. Ook de schoolkinderen kwamen naar Meester kijken."Niet dringen jongens", zei de jonge geestelijke, een zoon. Anderen kwamen en gingen. In de voorkamer de weduwe, kalm, berustend, met haar lieve ernstige gezicht. Al die Van der Zants zijn donker. Ze komen uit Brabant. Er zijn 10 kinderen, waarvan 3 dochters in het klooster zijn. Een van die drie is stervende in het klooster. De anderen mochten Vader even komen kijken voor hij stierf, toen dadelijk terug. Een zoon is missionaris of wordt dit. Hij, evenals de dochters, is bestemd voor Brazilië en gaat deze dagen naar Spanje om de taal te leren. Twee andere zoons zijn in Indië, beiden bij het Onderwijs. Ik zie nog een jongen en een dochter. Ze hebben allen flinke, ouderwetse gezichten, gezichten die zouden passen in een schilderij van Frans Hals. Van den vader had men een Spaans admiraal kunnen maken. De grote kalmte en berusting en de goede manieren vallen mij op. Geen zweem van aanstelling, overdreven emotie. Men kreeg de indruk dat zij dachten: Nu is hij de rust ingegaan; hij is goed bezorgd. Ik hoop dat men ook bij mijn overschot niet zal ongelukkig zijn maar dankbaar voor wat ik heb kunnen zijn, ook al was het niet zo veel.
Er was even twijfel of men wel door de deur kon met de kist. Ja, het kon. Naar de kerk, waar de priester zijn zegen uitsprak en de kist besprenkelt met wijwater. Ik zat naast Roland, de voorzitter van de commissie, en luisterde naar het gezang van het zangkoor (mannen) waarvan Van der Zant de directeur was. Ze zongen goed. Ze wisselden hun zangen af met die van den priester. Een zeker aantal personen (familieleden?) kregen ouwels van de priester en kwamen terug naar hun plaats, de handen gevouwen, strak de gezichten. Weer gezang. Gerinkel van belletje. Blijkbaar verricht de priester een heilige handeling. Het duurde lang. Toen de dienst was afgelopen vroeg ik Roland: Wat vindt u er van?"'t Is of ze besjokke zijn" zei deze. "Dat zijn nou ontwikkelde, geleerde mensen. Ze zijn bepaald besjokke. 't Is toch onbegrijpelijk dat mensen, die toch logisch denken kunnen, zo iets kunnen doen". Als ik zeg dat je er met logisch denken ook niet komt, beaamde hij dit. We gaan nu naar het kerkhof waar onder gezang de kist wordt neergelaten in het graf. En als de leden van het zangkoor, al gebeden zeggende het kerkhof verlaten, schaart zich weer een andere groep personen om het graf en zingt. We gaan nu weer naar het sterfhuis en praten nog wat met de weduwe en kinderen over den overledene, die een week geleden nog voor de klasse stond. Gedurende zijn leven heb ik nooit veel bijzonders in hem gezien dan zijn uiterlijk, nu is hij door die plechtige dienst op een hoger plan gekomen. Hoe weinig kennen wij elkander toch gedurende het leven.
20 april [in Zürich]. Hoe staat het nu met mijn familie? Niet goed.
Chrik, oud 77 (weldra), in de zenuwinrichting van Wiardi Beckman te Nijmegen, is lijdende aan melancolie, heeft geen wil. Theo, oud 70, heeft door de vele zorgen een inzinking (een stille beroerte?) gehad, moet volmaakte rust hebben. Dit is enigszins angstwekkend, ook met het oog op de financiën en de mogelijkheid dat hij ontslagen wordt als Directeur van de Bataafsche Brandweermij.Just in Amerika, maakte het goed. Jo, oud 65 of 66, maakt het goed, maar heeft een minderwaardigheidscomplex.
22 april. We (Hilda) Jo der Kinderen, ik, Engelina) zijn gisteren naar Zürich gegaan om de schilderijen van Hodler te zien en ik ben teruggekomen onder de indruk van de grote kracht die er in wordt uitgedrukt. Ook zijn zelfportret vind ik mooi. Zijn wijze van schilderen en die van Jan Sluyters hebben gemeenschap. 's Avonds spreken we over Newman en worden we weer getroffen door Engelien, 12 jaar, die blijkt volkomen te begrijpen het onbegrijpelijke van het wezen der dingen,; hoe de dingen slechts bestaan omdat wij ze zien, hoe wij niet weten of wij hetzelfde zien enz. Engelien heeft nog niet zo lang geleden de vraag gesteld: wat erger was: nog lust te hebben als de flensjes op waren, of niet meer te kunnen als er nog flensjes zijn. Ze geloofde dat het laatste erger is.
(Ik herinner mij dat ik in Amsterdam lopende soms snel mijn hoofd omkeerde om te zien of ik dan niets zag, ervan uitgaande dat dingen alleen bestonden als je ze zag. Ik weet niet of dat iets met dit gesprek te maken had, of dat ik die gedachte al eerder had).
Vrijdagavond 8 mei met consul Von Bülow en Herr Wippersfeld per auto naar Groningen. Zaterdagmorgen te 6 uur op, naar Dokkum. Inspecteerden militaire graven te Warffum en Kloosterburen en waren verrukt over Groningen. Nergens zal men zulk een weelderig rijk land zien met vorstelijke boerderijen - terpen - de oude dijken. Te Dokkum auto gerepareerd en door naar Oostmahorn waar wij 12.30 aankwamen. Daar de geschenken uitgereikt aan Mees Toxopeus en anderen. Onze mannen zagen er keurig uit. Consul Von Bülow en Wipperfeld door met de "Hilda" naar Schiermonnikoog en Ameland. 's Zijn goede geschikte mensen. Hoe verschillend is hun optreden van dit van Duitsers vóór de oorlog.
(Waarschijnlijk was het bij die gelegenheid dat Von Bülow bij ons kwam eten met wat anderen en hij de eregast was en er netjes aan tafel gediend moest worden. Mijn moeder vroeg mij om dat te doen omdat ons dienstmeisje dat nog nooit gedaan had. Ik vond het wel leuk om dat te proberen, kreeg een zwart jurkje aan en een wit schortje en stak mijn haar op en zou ook open doen en de jassen aannamen. Von B. kwam het laatste en gaf zijn jas met afgewend hoofd zonder iets te zeggen, alsof ik een meubelstuk was. Deze ervaring heb ik nooit vergeten en heeft mijn houding tegenover buschauffeurs en garderobedames gunstig beïnvloed naar ik hoop).
Tom en Ot weergezien na 4½ jaar.[...] Tom al spoedig te werk gezet aan de "Brandaris" vervolgens aan de "Neeltje Jacoba" en aan de "Zeemanshoop". Dit had vele reizen tengevolge. Ook ging hij naar Helder voor de inspectie van de "Dorus Rijkers" en bezocht Adrianus IJsbrand Kuiper, die 55 jaar getrouwd is.
10 juli. 's Morgens Harwich en met een voortrein naar London, aankomst Liverpoolstr. te 8 uur ongeveer, per taxi naar Charing Cross station en over het nog stille Trafalgar square gewandeld naar 22 Charing Cross road waar ik een penny deed in de bus van de Reddingmaatschappij. 9.15 naar Dover, en bij aankomst ontmoet Sir Godfrey Baring, Shee, Rowley, Barnett. Het platform. Ik zit vlak schuin achter de Prins. De Mayor. Welkomstspeech, speech van Baring, van verschillende anderen ter verwelkoming van den Prins, Rowley, de aartsbisschop van Canterbury, de Prins. Deze zegt o.a. dat hij welkom heet "Mr. de Booy, an old friend of the Institution". Het is een mooie dag. De hoge klip van Dover met het kasteel beheerst het geheel. Er zijn twee Hollandse mijnenleggers en de commandanten maken kennis met mij. Alles is goed geregeld. Padvinders, elegante dames van de propagandacommissie, oudstrijders. Maar hoe zenuwachtig is de Prins.Als hij zijn rede heeft voorgelezen biedt Baring hem een zilveren schaar aan waarop hij dezen een penny overhandigt (tegen het afsnijden van vriendschapsbanden) en wordt de boot te water gelaten. Vervolgens naar het Lord Warden hotel, dat mij een 2de klasse hotel lijkt, waar de Mayor ons een lunch aanbiedt. Hij heeft de zware gouden keten aan, is eigenaar van een kleine zaak in groenten en poogt bloembollen te kweken, zegt dat hij hiervan nog veel moet leren van Holland, dat intussen enige Hollandse werklieden een goede les in "industriousness" hebben gegeven, door te laten zien wat werken eigenlijk is.
11 juli. Ik heb gisteren gegeten bij Rowley in de United Service Club hetgeen een tamelijk ongezellige gelegenheid is in Pall Mall, een reusachtige club, waarvan officieren en vooral oud-officieren van alle takken van de militaire dienst lid zijn. Aan de wanden hangen alle generaals, admiraals en officieren die zich voor Engeland onderscheidden, ook grote schilderijen van belangrijke wapenfeiten. De portretten zijn over het algemeen van het bekende gladde, oninteressante type en de andere schilderijen zijn middelmatig. Ik heb genoten van mijn Engelse ontbijt: porridge, kippers, bacon and tomatoes, toast en marmelade, tea, en ga wat kopen voor Hilda bij den groten zilversmid Elkington in Regent str. [...]
Eindelijk naar 143 Kennington road, het huis met de mooie paarse gordijnen, waar ik weldra zit met Victoria en Frances, die weer allerhartelijkst zijn. (Victoria en Frances Drummond, die mijn vader eens op Texel heeft leren kennen en met wie onze familie altijd bevriend is gebleven. Victoria was "engineer" en voer lange tijd als machinist op diverse schepen. Frances tekende en ontwierp o.a. gebloemd behangselpapier. Een derde zuster, Jean, deed maatschappelijk werk. Ze waren ongetrouwd en woonden samen).  Ik houd veel vooral van Victoria met haar open gezicht, maar 't zijn, vooral Victoria, nog weinig ontwikkelde mensen. Echte Engelsen uit de hogere klasse. Bijna niets geleerd. "We have been too soft for the Indians, now they do not respect us any longer", maar Frances komt er even tegen op en zegt dat men "education and evolution" niet kan tegenhouden. Ze wijzen mij de badkamer waar een hollandse vinding is toegepast, de electrische waterverwarming "Inventum" die wij ook gebruiken. "We, in England, have not got this, we are not clever enough to invent such a thing" zegt Victoria. Ze heeft er zelf een aardgeleiding in gemaakt en die is nodig. Zulk een aanleg wordt hier niet gecontroleerd als bij ons. Als we uitgaan ziet Victoria dat op enige afstand een meisje wordt aangereden door een vrachtlorrie. Dadelijk is spanning en er heen en zich geïnteresseerd en met allerlei mannen gepraat over het roepen van politie enz. Een zuster van Victoria en Frances bemoeit zich sterk met fabrieksmeisjes en organiseert concerten met die meisjes "To fight the red". Naar de Academy en daar de veelal oninteressante middelmatige schilderstukken gezien waarmede de Engelsen hun gebrekkige ontwikkeling tonen. Vervelende gladde gezichten van mooie dames. Gladde paarden. Er was een schilderij van Christus op Golgotha waarop de omstanders in Europese kleding waren gestoken. De Romeinse soldaten waren in khaki. Hier was althans iets merkbaar van een oorspronkelijke gedachte. Ik nam om ± 6 uur afscheid van Victoria en Frances, keek hen nog even na.
7 augustus, op Rottum. De Voogd is weinig veranderd, wat magerder geworden hetgeen goed voor hem is. Ik praat met hem over 1ste: de opheffing van Rottum, waarop hij zegt dat het niet nodig is dat Rottum wordt opgeheven, maar hij komt, doorpratende, toch tot de mening dat dit wel aangewezen is, omdat men bij stormweder niet bij de reddingboot kan komen en dat dit ergerlijk is voor de bemanning. Doorpratende komen wij tot de mening dat een lijntoestel, zowel een vuurpijltoestel als een pistool, wel nuttig kan zijn om een lijn te schieten over een tjalk die nabij het eiland komt vast te zitten, of als een boot in het ijs vastraakt. 2de: over Kuiper en het plan wachtgeld, gekoppeld aan dienst bij den Voogd. Kuiper is een uitstekend werkman, smeden, bankwerken, galvaniseren, ook reparatie met hout, bootbouwen, maar als ondergeschikte is bij moeilijk omdat hij zich gegriefd voelt als hem iets wordt opgedragen. Men moet heel voorzichtig met hem omgaan. Als men zegt "Dat heb je tip top gedaan, Jan" dan werkt hij zich in het zweet, maar die overgevoeligheid is moeilijk. De voogd zegt:"Ik ben niet bang voor hem, maar ik heb respect voor zijn lastige karakter".
Ik ga om ½ 5 weer terug met de boot van de Voogd met Thijs Toxopeus, die niet uitgegroeid is, en een 2de man, onlangs nog bakkersknecht. Samen verstaan ze niet veel van de motor van 20 PK, een Zweeds motortje, die van tijd tot tijd stopt, ook wel omdat er geen benzine in de tank is of niet toe kan vloeien. Om ½ 8 komen wij binnen bij Noordpolderzijl. 't Was mooi op het wad, de lucht donker, op sommige plaatsen de wal helder groen, de uitgestrekte droogliggende plaatsen bruinachtig paars. Daarop de meeuwen langzaam voortwandelende. Van tijd tot tijd regende het, dan zat ik in de kap. Met de auto naar Groningen. Usquert erg veranderd in de 20 jaar dat ik het ken. Er staat nu een gemeentehuis, gebouwd door Berlage, dat ik lelijk vind. Erg spichtig. Wat zijn de huisjes te Usquert allemaal netjes. Het dorp Rottum hoog op een terp, dan Middelstum met zijn rijke boerenplaatsen en de opzichtige behuizingen van de familie Venema, één met een prachtig aangelegde tuin met standbeelden.
Op het land zag ik bieten, mosterdzaad, tarwe, erwten onder stro. Te Bedum een scheefstaande kerktoren, gesteund door nieuwe beren, op een andere plaats de poort van Asinga state met nieuw aangebouwde huizinge. Te Bedum ook de grootste zuivelfabriek, van Europa, zeggen ze. Waar de klei zwaarder wordt, steenfabrieken. We zien op een plaats hoe de teelaarde van het lang wordt afgehaald, vervolgens wordt de klei tot een zekere diepte afgenomen en naar de steenfabriek vervoerd langs het Boterdiep, bij de steenfabriek door middel van een rupsband, die onder de weg doorgaat naar de fabriek. Op verschillende plaatsen verdwijnen of zijn verdwenen de oude molens.
9 augustus. Van de Poll zegt de dienst op met 1 october. Hij zegt eerst dat hij graag een paar dagen verlof wil hebben en dan dat hij "ook met het oog op de toestand van zijn vrouw" met 1 oct. weg wil. Van de Poll heeft meer dan 20 jaren onder mij en met mij samengewerkt. In de laatste jaren is hij vol grieven tegen mij geraakt, grieven die onbetekenend lijken voor ieder wien ze niet aangaan. Nu loopt het over de rand, nu ik Tom heb gekregen als adjunct en hem de zaken overgeef en niet aan Van de Poll, zoals vroeger als ik wegging.
15 september. Gisteren met Engelien naar de dienst in de Hervormde Zendingskapel, Keizersgracht, Ds. Stam, die spreekt over Mattheus 6 vs. 25 t/m 34 en in het bijzonder "Zijt dan niet bezorgd tegen den morgen, want de morgen zal voor het zijne zorgen, elke dag heeft genoeg aan zijn eigen kwaad. Het was mooi naar het fijne aandachtige gezichtje van Engel te kijken. Toen wij uit de kerk naar huis gingen kochten wij vruchten en in de vruchtenwinkel was mevrouw Heldring-Cramerus, die een reis naar Finland had gemaakt, die vertelde vol zorgen te zijn, waarop ik:"Dan had u in de Zendingskapel moeten zijn". Daar was ze geweest, zei ze.
(Echtgenote van Alexander Heldring, directeur van het Algemeen Handelsblad)
Woensdag 24 september, zeer zacht, zwoel, vochtig weer. Hoge barometer. Met Dopper, Rudi Mengelberg en Collot d'Escury naar de begrafenis van M. Noordewier, zoon van Aaltje, die zelfmoord pleegde.(Aaltje Noordewier-Reddingius, 1868-1949, concertzangeres). Hij was lid van het Orkest. Te Hilversum heel veel belangstelling, zag daar Elisabeth Diepenbrock o.a. Ik behoefde niet te spreken, had wel bedacht wat ik zou zeggen. Het zou heel kort geweest zijn. Heen en terug per auto en na aankomst te Amsterdam met Hilda naar de Marnix, het nieuwste schip van de SVM Nederland, waar we het schip bekeken, dat heel mooi is, en thee kregen. Met Theo en Nan naar huis. Ze bleven bij ons eten, ook Jo was aan 't eten. Theo ziet er oud uit. Broer scheidt uit met studeren. (Nan, Broer. Dochter en zoon van Theo de Booy). Jo heeft de laatste tijd weer erg veel neiging te denken dat iedereen kwaad van haar spreekt.
7 october. Eerst 's morgens naar de tandarts en om 12 uur naar de Marnix van St. Aldegonde, het nieuwste motorschip van de "Nederland". Tegelberg heeft mij geïnviteerd de eerste reis naar Southampton mede te maken. We zijn ongeveer 4 uur buiten in zee. Er staat niet veel zee, waarschijnlijk omdat het hard geregend had. Te Ymuiden liggen een tiental schepen die niet uitgaan wegens het weer, meest lichtgeladen schepen. Ik heb een mooie hut, met badkamer, op het bovenste dek.
8 october. 's Morgens ± 8 uur opgestaan. Het uitgebreide ontbijt. Tegelberg vertelt van de manier waarop communistische propaganda wordt tegengegaan onder de inlandse bedienden met hulp van het dactylographisch bureau. Aan boord is ook Mr. Rust van de ZHMRVS, die mij wel bevalt. Wij komen te Southampton ± 10 uur en er komen vele Engelse heren aan boord, allen uit de "shipping world" die later aan boord dejeuneren. Ik zit naast Captain Kuy, een gewezen gezagvoerder, die Captain Rowley heeft gekend en niet enthousiast over hem is. Hij zegt dat hij wel houdt van een "boss", maar dat hij dan "brain power" moet hebben, hetgeen Rowley niet had. Hij weet ook van Victoria Drummond en zegt dat ze bij de vloot van Alexander Holt is (is dit waar?).Alle mensen met wie ik sprak zijn zeer vervuld van de ernst der tijden op economisch gebied. Er is van alles te veel, wat gemaakt wordt wil niemand hebben. Vele landen waarheen vroeger verkocht werd maken nu zelf wat ze nodig hebben. Men zegt dat een dag minder werken per week de redding zou zijn, doch dan zou die maatregel internationaal moeten zijn.
12 october, zondag. Naar de vergadering van de vereniging Zilveren Kruis in het Coöperatief Restaurant Molenpad, waar ik een twintigtal oud matrozen en mariniers vind van de Zilveren Kruis, met hunne vrouwen. Vele liederen gezongen en enthousiaste vaderlandse voordracht van Uytenbach.
22 october Maak ik een tocht met de "Colombia", het nieuwste schip van de Kon. Ned. Stbmij, met sportdek, zwembad en allerlei andere luxes, wat eenvoudiger dan de boten van de "Nederland", kleiner natuurlijk, niet van veel smaak getuigende over het algemeen. Lelijke glazen van gebrand glas, mozaïek.
31 october kwam Jim van Maracaibo. Hij ging in l9l8 meen ik uit de Marine, of in l9l9 en is in een jaar of 11 rijk geworden. Hij is chief manager van de Carribean Reto Cy te Maracaibo.
6 december. Wij hebben vandaag St. Nicolaas thuis met Tom, Ot, John, Olga, Jo der Kinderen en Jo, benevens Centa. Jo heeft zich geducht geweerd. Engelien, die nu 13 is, had allerlei vieze grapjes bedacht ter begeleiding van zeer verdienstelijke handenarbeid. Op zeker ogenblik stond een oorloze kamerpot op tafel met nagebootste faecaliën er in. Engel maakte ook een vogelmast voor de tuin.
Olga heel vrolijk. John had een heel moeilijk paard bereden, een volbloed, waarop hij de volgende dag (zondag 7 december) een ralley zou medemaken. Hij wilde daarom vooral niet stijf worden en was dus bang voor koude, met het gevolg dat onze Engel het te kwaad kreeg met de hitte. Jo der Kinderen was wel enigszins onder de indruk van het gehele geval, van de drukte, het lawaai, de vieze grapjes waarvan ze niets houdt.
10 december. Willy's bar, d.i. de verjaardag van Wilhelm Cnoop Koopmans, die dan 's middags na kantoortijd al zijn vrienden uitnodigt tot een bezoek aan een bar te zijnen huize.
(Willy Cnoop Koopmans, echtgenoot van Daisy van Tienhoven. Later gescheiden en hertrouwd met de gescheiden echtgenote van H. Heineken).Daar vonden we dus al die jonge mensen en hun vrouwen. Ze gingen alle samen eten bij Kempinsky en daarna naar Carlton waar ze gingen dansen op de tonen van het orkest van Hilton. Tom en Ot gingen ook mee, waarom Hilda ze op verzoek van Daisy geld gaf, f 10.-, maar het bleek naderhand dat ze veel meer hadden moeten verteren en dat ze maar matig ingenomen waren met de aard van het feest. Ze waren ook gehinderd door de weinige notitie die Willy van Daisy neemt bij zo'n gelegenheid en de overmaat van notitie die van Willy wordt genomen door een stel jonge vrouwtjes als Heineken, Von Balluseck, Dutilh enz. Maar 't zijn allen goede vrienden en de werkelijkheid is vermoedelijk onschuldig.
21 december, Zondag, ga ik met twee verslaggevers van het Volk naar Rottumeroog. 's Avonds te Leeuwarden hotel Phoenix.
22 december. 's Morgens per auto naar Oostmahorn omdat men ons niet had geroepen en per Insulinde naar Rottum buiten om, doch onder het strand door bij Schiermonnikoog, vervolgens over het rif te Rottum, aankomst ca. 13 uur. Er stond vrij veel zee en branding. Dit gaf mij een enigszins zeeziek gevoel. Ik was blij met de bonten jas van Charles. Ik word wat oud voor dergelijke tochten. Visser van Oostmahorn was ook mee. De verslaggevers waren P. Bakker en Föncke Kupers, een tekenaar, tevens zanger. Rottum ziet er droevig uit en doet meer dan ooit denken aan het "Behouden huis" op Nova Zembla. De schuur is afgebroken en het huis staat enige weinige meters van de rand der duinen, die stijl zijn afgeslagen. Het moet indrukwekkend zijn hier bij hoge zee. De Voogd, de vrouw van de Voogd, Jan Toxopeus, 2 knechten, 2 meiden en enige toevallig op het eiland vertoevende mensen, o.a. een sergeant in verband met de verlegging van de telefoonkabel. De Groninger kaap staat op het strand en zal vermoedelijk over enige tijd in zee staan. 's Avonds zitten we in de kamer van den Voogd en komt het gesprek als vanzelf op "ontwapening"
.  Het blijkt dat ik de enige ben die zich beslist uit vóór een verdediging van het vaderland. Ieder uit zijn mening: De domste is Visser van Oostmahorn die niet gelooft aan het bestaan van gevoelens waaraan hij zelf niet gelooft. Hij kan zich niet voorstellen dat er ooit weer oorlog komt, dus gelooft hij er niet aan. P. Bakker van het Volk valt niet mee. Föncke Kuper is een aardige kerel, een fijne natuur, met een fijn gezicht ook. Dat van Bakker is grof, onbeschaafd. Hij is niet zo kwaad, maar onontwikkeld. Ik vind het moeilijk hun praat aan te horen en dan te weten dat 1/3 van de natie en wellicht meer, net zo praat. Ik ga om 9 uur naar bed, leg de bonten jas op het bed en slaap goed tot ½ 8 volgende morgen.
25 december, le kerstdag. Zacht, regenachtig weer. De toestand wat het land aangaat: Er is een stijgend aantal werklozen, thans naar ik meen 100.000. Er wordt veel gedaan voor de leniging van de nood. In ons Indië gaat het goed wat de politiek aangaat, overigens malaise.De sociaal-democraten hebben zich bij monde van Albarda verklaard tegen deelneming aan een mobilisatie. De Vrijzinnig democraten zijn weifelend. Wat hieruit zal voortkomen is nog niet te zeggen. Engeland: Een groot aantal werklozen, naar ik meen 2.000.000. De Round Table Conference waaruit vermoedelijk zal voortkomen de Dominion Status van Brits Indië. Duitsland. Een zeer groot aantal werklozen. De Nationaal Socialisten hebben een grote aanhang. Amerika: 5.000.000 werklozen. Frankrijk: geen werklozen. Italië tot dusver zeer vechtlustig, maar financieel gaat het slecht met Italië, zodat die vechtlust misschien iets zal verminderen. Rusland. De mislukking van het vijfjarenplan of althans een dreigende mislukking. Het proces tegen een aantal professoren en ingenieurs. Een doorgestoken kaart.
26 december. Hilda eerst 's morgens naar Moeder op het Houten huis (zij is 86)
.(Houten huis: huis op het terrein van het Witzand waar mijn grootmoeder haar laatste levensjaren doorbracht). Ze ging per trein en daarna per auto heen en terug naar het Houten huis, vond Moeder in bed, liggende, wel achteruitgegaan in uiterlijk, maar geheel helder. Ze weet echter niet dat het Kerstmis is en ook niet hoe laat. Hilda heeft haar met opzet niet gezegd dat het Kerstmis is. "I'll soon get up, zegt Moeder, the hot water is ready".Hilda gaat ook naar het Witzand, waar ze de talrijke met vele cadeaux begiftigde familieleden aan de ontbijttafel vindt, erg vrolijk en hartelijk. Dan vraagt Charles of ze weet dat Jan en Charlotte zullen overkomen en als Hilda zegt dat dit wel mogelijk is, zegt Charles dat hij niet "on speaking terms" met Jan is. Hilda zegt dat hij mogelijk wel zal logeren in "zijn moeders huis". Dan nog een alteratie met Charles over het feit dat ze hem niet om een auto heeft gevraagd en nu een taxi heeft gehuurd en dan zegt Hilda dat "we nou maar niet boos moeten zijn en elkander een zoen geven".
28 december. De sneeuw is weer verdwenen en het is mooi zacht weer. Wij kregen Jan Maurits bij ons, die bleef logeren en met wien wij heden naar het Houten huis en Witzand gingen per auto. Jan Maurits was getroffen door het uiterlijk van Moeder, die hij erg achteruitgegaan vond. Hij blijft logeren op 't Witzand. Bij Olga zijn wij in afwachting. In de nacht van 29 op 30 december te Amsterdam is de kleine Henriette Constance geboren, wegende 7 pond. Ik zag het kindje en Olga 30 dec. in de namiddag en vond het een heel mooi meisje. Alles gaat voorspoedig. 31 december. Oudejaarsdag. 's Avonds waren Hilda en ik en Engelien thuis. Ik las uit de brieven van Mama en ook Corinthe XIII. We aten oliekoeken en hadden een gezellig huiselijk avondje, gingen om ½ 12 naar bed. In bed liggende hoorde ik om 12 uur nog enige schoten en toen was het nieuwe jaar l931 begonnen.

1 9 3 1
In1930 was Tom de Booy teruggekomen uit Nederlandsch-Indië en had ontslag genomen uit de Marine. Na enige aarzeling besloot hij in dienst te treden van de Reddingmaatschappij als assistent van zijn vader om die te zijner tijd op te volgen. Mijn vader begon het in de jaren dertig dus wat rustiger aan te doen, al is daar aanvankelijk niet veel van te bespeuren).
Het begint niet mooi. De belangrijkste kenmerken van dit nieuwe jaar zijn wel: 1. De bijna overal heersende werkeloosheid, het ergste in Amerika, Duitsland, Engeland, toenemend bij ons en in Frankrijk. Ook in Australië. 2. De drang naar onafhankelijkheid van Brits Indië, waaraan Engeland zal moeten toegeven en hetwelk zijn invloed zal doen gelden in ons Indië. 3. De houding van de sociaaldemocraten in Nederland, die hun land liefhebbende dit niettemin niet met de wapenen willen verdedigen.
1 januari l931. Een vervelende dag. Enkele gelukwensen van kleinkinderen en van Tom en Ot. 's Avonds met Hilda en Engelien naar de Gijsbrecht in de front bovenloge. Muziek van Diepenbrock ook bij de reien, tengevolge waarvan de woorden van de reien verloren gaan. Arntzenius dirigeert.
Kloris en Roosje heel aardig. De 1ste maal dat Engelien het ziet. Slemp die naar niets lijkt en waarover Hilda zich schriftelijk beklaagt bij den heer Merckelbach, op welke klacht zij geen antwoord ontvangt. De pummel!!!
7 januari. Met Tom naar Wijk aan zee en daar vriendelijk ontvangen door Roland die ons uitstekende koffie schenkt. Ik lees de Commissie de les naar aanleiding van haar gedrag. 's Middags muziek met mevrouw Kempen geboren Van Heukelom, een aanvallige nicht van Hilda, die wat degelijker amusement of bezigheden wil hebben dan vroeger en die nu zal vinden in muziek met mij. Ze speelt heel muzikaal.
17 januari. Proeftocht Tjinegara. Er waait een zware storm uit het NW dus gaan we niet uit doch in stede daarvan naar Amsterdam. Maak kennis met De Kat Angelino, die ik als tafelbuur heb. Hij is de schrijver van een groot werk over Indië. Richtlijnen van het koloniaal beleid; wil dat wij een practische politiek voeren, geen universiteiten oprichten op een onderbouw van niets. Laat de Javaan zelf tonen wat hij kan. Niet spreken van weggaan, maar werken uitvoeren in het belang van de economische opbouw van het volk. Landbouwscholen. Engeland is een voorbeeld van hoe het niet moet. Hij meent dat Engeland India verloren heeft. De Kat Angelino is ambtenaar aan dept Koloniën voor Chinese zaken. Het Chinees heeft 40.000 tekens. Kent men er 10.000 dan is dat mooi, met 4000 kan men zich behelpen. [volgen voorbeelden van Chinese karakters, tijdens de maaltijd opgetekend]
.(A.D.A. de Kat Angelino, 1891-1967. Schrijver van "Staatkundig beleid en bestuurszorg in Nederlandsch-Indië"( 1929-1930. ). Als ik thuiskom hoor ik dat Moddergat 5 man heeft gered. We wilden dit station juist opheffen.
18 januari, zondag, eten wij 's avonds bij Jim en Erminie in het Carlton hotel met 2 Amerikaanse vrienden, Mr. en Mrs. Mac Keller, de vervelendste mensen die ik nog ooit heb gezien. Het publiek in Carlton over het algemeen weinig elegant. Er zat een partijtje Six-en. De weduwe professor Six, oude Jan Six met z'n zuster en nichtjes. De muziek van Strauss, 40 man, die walsen speelde.
25 januari zondag. NW wind, een beetje ruw. Hilda heeft de laatste dagen griep, ligt te bed met pijn in het gehele lichaam. Engelien ligt ook weer te bed, intussen ontzaglijk etende, ook lachende. 't Is een vreemde ziekte. Ik ben heden naar het Houten huis gegaan en ik sprak met Moeder. Gisterenavond heeft zij tegen Charles gezegd:"I'm off. Where am I going". Toen heeft Charles gezegd:"Where you will find rest; to a very good place". "That is good", heeft ze toen gezegd.
26 januari, maandag. Heden is Moeder te ongeveer 3 uur gestorven. Hilda ging vanmorgen naar het Houten huis, heeft haar nog levend gezien, maar toen had de dokter reeds een morphine inspuiting gegeven. Ik ging met de trein van 5 uur met Mies [Boissevain-Hooglandt] en zag Moeder, het gezicht heel fijn en teer. Heel mooi, maar niet het gezicht dat wij kenden, meer lijkend op een plaatje uit haar jeugd.
18 februari. De toestand in het buitenland is als volgt: Engeland in grote financiële moeilijkheden. Snowdon. Toenemende werkeloosheid. Spanje in grote politieke moeilijkheden. De koning doet vele pogingen een kabinet samen te stellen. Rusland hard bezig aan het 3 jarenplan, is door zijn goedkope werkkrachten en reusachtige productie een groot gevaar.
19 februari. Een man die lang werkeloos was heeft een schilderij van Rembrandt in het Rijksmuseum ernstig beschadigd met een bijl.
7 maart. Ik naar de begrafenis van Govers te Callantsoog. Het is een erg koude dag. [...] Eindelijk komt de stoet aan. Eigenaardig gebouwde rijtuigen. We gaan naar het kerkhof om de kerk, die er zo aardig uitziet - gerestaureerd - met z'n eigenaardige toren. Mooi het wit van de toren met z'n groene kap en die blonde duinen. We houden de hoeden op. Wat doen die bidders onhandig met de touwen, die ze maar niet van onder de kist vandaan krijgen. De burgemeester Breebaart spreekt eerst en vergelijkt het leven van Govers met een boek dat nu gesloten is. Dan kom ik, en eindelijk burgmeester Lovink, mijn oude vriend. Een bedankje van een familielid.
Govers was een boer met een goed verstand en een gevoelig hart, die veel van bloemen hield en mij herhaaldelijk hetzij bloemen of bollen aanbood bij mijn bezoeken aan Callantsoog. Toen ik hem toesprak toen hij 40 jaar lid van de Commissie was en hem een wandelstok met gouden knop aanbood zei hij: dank je wel voor je drukte. Maar hij was erg trots op zijn stok, wees iedereen de knop met de daarin gegraveerde opdracht.
18 maart. Vergadering bij Charles op diens flat van het Handelsblad en daarna diner bij hem. Zijn bedoeling was zijn medecommissarissen te benvloeden, maar hij had daarmede geen succes. Als ik 's avonds 23 maart thuis kom word ik ontvangen met gelukwensen van Hilda en Engelien omdat ik de gouden De Ruytermedaille heb gekregen van de Koningin. Dat is een hoge onderscheiding, die niet veel wordt verleend. We zijn de laatste dagen in correspondentie geweest met Johan Bouvelet, een ouden Fransen vriend van l904 te Adelboden. Hij komt zaterdag logeren. Deze winter is een winter van heel veel griep.We hebben in het geheel niet kunnen schaatsenrijden.
28 maart. Bouvelet vanmorgen afgehaald om 11.30 uur en herkende hem. Naar de Nederlandse Bank om bij te wonen het uitreiken van de De Ruytermedaille aan den kapitein van het Hospitaalkerkschip "De Hoop" door Vissering. Ik ben nu ook in het bestuur van die vereniging. Ik ben nu in de volgende verenigingen en betrekkingen waaraan ik iets te doen heb:NZHRM - Zeemanshuis- Raad v.d.Scheepvaart - Amsterd. Montessorischool - Ned. Bouwmaatschappij - Adderfonds - Oosterse Handel en Rederijen - Hospitaalkerkschip "De Hoop" - Handelsblad - Concertgebouw.
29 maart. Naar de Mattheus Passion met Hilda, Engelien en Bouvelet. De uitvoering was prachtig, vooral wat de koren aanging. Onder de solisten was Mia Peltenburg te lief, Carl Erb te gemaniëreerd. De uitvoering was over het geheel ontroerend. We gingen 's avonds met Bouvelet naar het diner in het Amstelhotel, 52 mensen, ter ere van Mengelberg. [opsomming van de meeste aanwezigen].
Het diner uitstekend maar ik at weinig en drink nagenoeg niet. Intussen werden wij vermaakt door de Berlin Harmonist society, een zevental mannen die zongen op de manier van de Revellers, heel knap. Dansen met een jazzband en Hilda en ik deden een walsje. Om 3 uur naar huis. Aardig om te zien het plezier van Mengelberg en de aardige wijze waarop hij omging met die Revellers. De speech van Schmuller, vooral heel aardig waarin hij Mengelberg aanspoorde om nu voortaan in Holland te blijven.  Keyserling, die zeide dat men om een philosoof te worden de wereld om moet gaan in tegenstelling tot Kant die een groot philosoof was en Koningsbergen nooit heeft verlaten. De beschaving van Amerika die te meer vervlakt naarmate het aantal verdiepingen stijgt.
Maandag 30 maart. Gezellig geluncht, waarna Bouvelet vertrok. We hebben een zachte herinnering aan dezen fijnen zwakken man, dien wij door de drukte van de laatste dagen te weinig gesproken hebben. Hij heeft een fijne geest, een grote beschaving, is meer beschouwend van natuur dan handelend, melancholisch. Hij is gepsychoanalyseerd door dr. Maeder in l9l7.
Woensdag 1 april. 's Avonds naar Zwolle en Hattem met Hilda in de 3de klasse, erg vol. Enige aardige meisjes studenten. Ook een jonge man, die niet tot de padvinders zal toetreden omdat deze op het standpunt staan, dat ze hun Vaderland zullen verdedigen wanneer dit in gevaar mocht komen. Verwonderlijk dat men thans dingen openlijk kan zeggen die men in mijn jeugd en lang daarna niet zou hebben kunnen zeggen. Zelfs is er tegenwoordig enige moed nodig om te zeggen dat men zijn vaderland wel wil verdedigen.
12 mei. Vandaag vergadering van de Montessorischool. Eindbeslissing hoop ik.
(Dit betrof de plannen van de gemeente Amsterdam tot uitbreiding van de bestaande gemeentelijke Montessorischool en vestiging van een nieuwe, dichtbij de plek waar de reeds bestaande Amsterdamse Montessorischool had willen bouwen). Ik had voor deze vergadering een stuk opgemaakt, een overzicht inhoudende wat inzake de bouw van de school in de laatste tijd was besloten en de staat van weifelmoedigheid waarin wij waren geraakt. Na dit te hebben voorgelezen nam Sillem ontslag uit het bestuur omdat hij geen vertrouwen had in het slagen der school. Polenaar zeide integendeel ontslag te zullen nemen zo wij niet zouden doorgaan. Ikzelf was de laatste dagen ook weifelmoedig genomen, doch het optreden van Polenaar gaf steun. Gelukkig nam niemand verder meer ontslag en kon ik dus constateren dat wij zouden doorgaan.
12 juni. Naar Katwijk, onderhoud met Taat. Vervolgens naar het oudheidkundig museum te Leiden op het Rapenburg, dat er zo mooi uitziet met zijn statige huizen. Vervolgens naar prof. Snouck Hurgronje die woont in het vorstelijke huis Rapenburg 61 en die veel vertelt: over het Oriëntalistencongres in september, over zijn aanraking met de regering van Marokko en met Washington, over Atjeh - zijn aanraking met de zoon van Toeangkoe ... van Koeala Batoe, die een groot zeerover was voor onze komst op Atjeh. Hoe zijn kampong vermeld werd door de Engelsen. Hoe zij daarna een Kling verbrandden, hoe die zoon niet alleen aan opium maar ook aan drank zich te buiten ging en in half benevelde toestand veel praatte. Een Arabisch dokter had hem gezegd dat door drank de maag uitzette en door opium inkromp. Hij meende nu dat de maag goed zou blijven als je beide gebruikte.


Christiaan Snouck Hurgronje Orientalist. 1857-1936

23 juni. Heden word ik 64 jaar oud. Ik ben nog vlug ter been en ben nog jong voor mijn leeftijd, begin echter soms naar rust te verlangen. 's Avonds diner met 14 mensen, de tafel prachtig versierd met donkere rozen door Ot. Het was een allergezelligst diner. Prachtig weer en we zaten verdeeld tuin en voorkamer. Het strompelige lopen van Theo, de gebogen houding en het oude vervallen gezicht zijn zielig om te zien maar de wilskracht is groot en altijd is hij klaar voor een of ander grapje. Het was aardig Betsy bij ons te hebben en dikwijls dacht ik aan onze Mik. Theo hield een ietwat ongelukkige speech waarin hij o.a. zei dat hij altijd had gevoeld dat Mik ver uitstak boven haar broeders en zusters, hetgeen voor Jo niet zo prettig was en hetgeen Mik nog veel erger zou gevonden hebben had zij het gehoord.
29 juli, te Braunwald. Ik por Hilda om 6 uur en we wandelen over Braunwaldalp , een wandelingetje van 1 uur. Alfred van Eeghen en Fee komen op weg per auto van Baden Baden naar Eggishorn, waar Cor van Eeghen op het ogenblik is.
(Zoon van Cor van Eeghen en Mary Boissevain). Alfred is een erge kletsmeyer, een man dien ik niet gaarne lang in mijn omgeving zou zien. Hij is ook een erge koopman, wat mij niet aantrekt, maar hij heeft ook goede kwaliteiten: 1e dat hij van de drank is geraakt en 2e dat hij trouw blijft aan Fee, die dan ook een merkwaardig natuurlijke, ware persoonlijkheid is. Ze eten bij ons.
30 juli, Donderdag. Naar Oberstaffel en daar ik, Alfred, Engelien, mej. Ramondt en mej. Würdemann en twee Engelsen verder naar Karrenalp. Karrenalp woest en ledig. Niemand onzer had ooit de tocht over Karrenalp naar Bärentritt gemaakt. De Engelsen ontdekten een voetpad. Het lopen over de gladde stenen viel niet mee. We passeerden schapen, prachtig wit van wol en heel mooie lammeren. Eindelijk besloten wij
links af te houden naar de plaats die wij aanzagen voor de plaats waar de Bärentritt ons naar beneden zou brengen. Alfred van Eeghen was al spoedig gaan spreken over de gevaren, over de mogelijkheid dat terugkeer noodzakelijk zou worden. We kwamen bij de rand en zagen nog niets van Bärentritt. Engelien zag een beek rechts en om naar Bärentritt te gaan moesten we over een beek. Op dit ogenblik kam een man in het zicht, die ons de weg weeg naar rechts langs het voeetpad. De Bärentritt zelf is niet moeilijk. Wij kamen om ½7 thuis, waren dus 7 uur onderweg geweest en hadden weinig gerust. Alfred was bekaf en zou volgens Fee nu wel stof hebben om 10 jaar verhalen van te doen. Ik was ook moe, had wel wat te veel gedaan, had 's avonds nog boven de 100 en volgende morgen nog 80, terwijl mijn normale pols 55 is. (Ik herinner mij die tocht heel goed, vooral omdat ik boos was op Alfred die niet wilde geloven dat we eerst over een beek moesten gaan en niet zo gauw al weg van het pad. Ik zie hem nog op zijn buik liggen en naar beneden kijken en zeggen "ik zou dit nog wel kunnen maar de dames niet", terwijl ik steeds maar riep, "eerst de beek over". Maar wie luistert naar een kind van 13, al heeft ze een wandelkaart? ).
8 september, dinsdag. Naar Leeuwarden op uitnodiging van de Rotaryclub. Gezien: te Hoorn aan het station een mooi Urks meisje in de Urker dracht als van ouds, heel netjes, wuivende tegen iemand in de trein, het mooie landschap van Friesland, beschenen door de zon, soms in de schaduw van de grote wolken, bij de boot een oude magere meer dan 6 voeten lange Fries met lange grijze baard, gekleed in het zwart, een grote zwarte flambard, een heel mooi onderhouden Stavorense jol te Stavoren, het prachtige gezicht op het rustige Enkhuizen, de donkere silhouetten van de toren en de Dromedaris tegen de luchten, op de voorgrond de mooie tjalken ten anker liggende in het Krabbegat voor de vloed. De Rotariërs zullen een comité oprichten in Friesland om ons te steunen.
10 october, zaterdag. 10.30 uur een commissievergadering van de Raad van de Scheepvaart, ik heb mij weder opgegeven voor herbenoeming tot plaatsvervangend lid voor jaren. Als leeftijd waarop men niet meer voor herbenoeming in aanmerking komt heeft de minister 70 aangegeven. Om 11.45 komt Jan B[oissevain] mij halen en gaan wij naar het Stadhuis waar wij een gesprek hebben met Hendriks over de Montessorischool. Daarna naar het station waar ik Fik de Beaufort zie en vervolgens naar Delft waar ik om 3 uren tegenwoordig ben bij de hulde receptie prof. Vossnack die 25 jaar professor is. Ik spreek daar namens de twee Reddingsmaatschappijen. Vervolgens naar huis waar Jo bij ons eet en vertelt van haar plan tot verhuizing naar de Bronckhorststraat 46. Er is sinds mijn vorig inschrijven [van 17 september] heel wat gebeurd. In Engeland heeft het zogenaamde Nationale Ministerie het budget in orde gemaakt, althans in theorie. Macdonald deed dit onder vreesaanjaging voor de gevolgen van een daling van het Pond. Hij vertoonde daarbij een enveloppe beplakt met Duitse postzegels uit de inflatietijd, postzegels van milliarden marken. Toch bleek het niet mogelijk de gouden standaard voor het £ te handhaven. De wet die bepaalde dat het £ een vaste goudwaarde vertegenwoordigde, werd ingetrokken. Het was een maatregel zo belangrijk dat de gevolgen ervan nog niet kunnen worden overzien. Het pond staat thans omstreeks 9.50 gulden. De Skandinavische landen volgden. Grote spanning op de beurs. Allen die Engelse fondsen of in het algemeen Ponden fondsen bezitten en daartoe behoor ik ook, lijden verliezen, ook allen die Pondencontracten hebben met Engeland. Thans staat ook de dollar zwak. Aan de gulden werd enige tijd getwijfeld. De Nederlandse Bank heeft ook een grote Pondenportefeuille. Vissering trad gisteren af als Directeur van de Nederlandse Bank, is ziek en vervangen door Trip. Er vertrekt nu iedere week een vliegtuig naar Indië, een kranige prestatie. De Koningin is te Amsterdam geweest, heeft geen avondfeest gegeven wegens de "malaise" en is, als gevolg van dezelfde "malaise" door werkelozen op de Dam 'niet vriendelijk', zelfs onhebbelijk ontvangen met de "Internationale" en kreten van :"weg met de Koningin " enz. Overigens was de ontvangst uiterst hartelijk. Bij het vertrek heeft de Koningin daarom in de courant dank gezegd, tevens leedwezen uitdrukkend dat zovelen door de malaise lijden. Ik ben nu geabonneerd op de New Statesman and Nation.
Heden maandag 12 october l93l deelt Engelien ons mede dat zij haar lange prachtige haar zal laten afknippen. Zij hoopt er
f 25.- voor te krijgen. Dit belangrijke bericht wordt ons aan de ontbijttafel medegedeeld. [voor een foto van het haar in de zomer van 1931 zie dagboek 76, blz. 96]
Zondag 25 october 1931. Hoe men onderhevig is aan stemmingen merkte ik weder eens op dinsdag 20 dezer toen ik de vorige dag en 's morgens enigszins op mijn manier gegriefd door Tom, een gevoel had alsof ik er maar moest uitscheiden. We hadden 's middags vergadering van de Reddingmaatschappij waarop aan het slot Tegelberg het woord nam, zeggende dat hij nog wat had te zeggen. Hij deelde toen mede of liever herinnerde er aan en stelde vast dat ik 31 october a.s. 25 jaar bij de Reddingmaatschappij zou zijn en hoe hij zo gaarne had gezien dat ik dan de Nederlandse Leeuw zou krijgen. Ik had die in l924 reeds verdiend en nu had hij er met Röell over gesproken, die er alles voor gevoelde en toezegde dat ik hem zou krijgen. Maar Tegelberg ging ook naar Fock (Hoofdinsp. van de Scheepvaart) en deze handelde onafhankelijk en bezorgde mij de gouden De Ruytermedaille, ook een hele mooie onderscheiding, maar niet de Leeuw, die gedragen kan worden (dagelijks). Toen zei Röell: nu is het onmogelijk! Natuurlijk. Verder sprak hij mij toe met woorden vol waardering voor hetgeen ik in die 25 jaar had gedaan en ik verliet de vergadering in een heel andere stemming. Ik verzocht dat een mogelijke huldiging in kleine kring zou blijven, maar Tegelberg wilde toch dat de boothuizen zouden vlaggen en dit zal nu gebeuren op Zaterdag 31 october. Ik vind het een hele grote eer.
21 october. 's Avonds Hilda Kuenen-avond, Plato Symposion en ik naar een film "Trader Horn", vol wilde beesten enz. Hinderlijk onwaar.
10 november. 's Avonds algemene vergadering van de Montessorischool, gevolgd door voordracht van Portielje. Ik leid die vergaderingen altijd heel slecht.
25 november. Met Oppenoorth naar de boerderij "Arbeid baart Zegen". De boer Oostenrijk niet thuis, maar wel zijn vriendelijke vrouw. De koeien, 24 in de stal, waar de brilleglazen aanslaan van de damp. "Een bietekoei moet zweten". Een viertal jonge beesten nog op het land om de bietebladeren op te eten. De bieten voor het vee liggen bedekt op het erf. De suikerbieten hebben weinig opgebracht. In het voorjaar is haver en gras geoogst en dit gekuild. Daarvan eten nu de koeien en ze lusten het bijzonder. 100 kippen. Een aantal varkens, waaronder een zeug met 10 biggen.
26 november. Naar de begrafenis van Evert Cornelis met Dopper, Rudi Mengelberg, Van Beinum en Stips. Heel veel mensen. Er werd niet gesproken door vreemden, slechts door een zuster van Evert Cornelis.
29 november, zondag. 's Middags naar het Concertgebouw, half en half verwachtende dat er iets gebeuren zou omdat een deel van het publiek ontstemd is omdat gedurende het concert geen hulde betuigd was aan Evert Cornelis. Er gebeurde echter niets. Mooie Cherubini. Vioolconcert Beethoven van Zimmermann, altijd weinig interessant maar goed gespeeld
. Variaties van Reger, mooi maar lang. De juffrouw van Jo der Kinderen is krankzinnig geworden. Jo de Booy woont nu in no. 46 van onze straat, hetgeen gezellig is.
1 december. Receptie, diner en toneelvoorstelling, bijgewoond als gast van de Kweekschool voor de Zeevaart of liever van het Fonds ter aanmoediging van 's Lands zeedienst, dat in 1781 werd opgericht na de slag bij Doggersbank en nu 150 jaar bestaat.
Aan het diner tegenover mij Otto van Lennep. Plesman, directeur van Schiphol, die ook tegenover mij zit zegt dat er op het ogenblik geen technische bezwaren meer zijn tegen het bouwen en gebruiken van vliegtuigen voor 200 passagiers.
24 december. Zacht weer. Om 11 uur een bespreking bij Jan Boissevain met Polenaar over onze Montessorischool en besloten 1e: dat wij op zullen treden tegen den wanbetaler Drilsma en 2de: dat wij zullen voorstellen de leidsters te vragen 10 % van hun salaris te offeren. Koffiegedronken bij Jan en gesproken over Joden, dat Polenaar helemaal niet onaangenaam vindt. Polenaar heeft nog Hebreeuws geleerd, maar weet er niets meer van.
25 december. Bij Jo zaten we te luisteren naar de Koningin met Tom en Jo der Kinderen en Heleen Boissevain. Jo der Kinderens gezicht altijd heel strak als enige uiting van vroomheid plaats heeft. De groet van de Koningin was heel mooi, diep gevoeld.
(Jo der Kinderen-Besier was de weduwe van de schilder Antoon der Kinderen. Zij was bevriend met mijn moeder sinds 1915. Voor mij was zij een soort petetante en ik noemde haar Jokoek, omdat ik al een tante Jo ).

1 9 3 2
1 januari l932. Het is vrijdag. Wij hebben gisteren Oudejaar gevierd. Ik ben met Eylard van Hall [neefje] naar de kerk geweest, eerst naar de Nieuwe Kerk, die om 7 uur al vol was en waar het heel koud was en enigszins somber, waarom ik er wederom uitvluchtte en toen naar de Franse kerk met dominee Arnal waar het warm was en mooi door de mooie koperen kronen, maar er waren wellicht een kleine honderd mensen, dus lang niet genoeg om het gebouw te vullen. Ds. Arnal, hoewel een voortreffelijk mens, is niet een groot redenaar en ik heb dan ook altijd moeite de gedachte bij de preek te houden. Het lukt mij bijna nooit. En vandaag 1 januari zijn we naar het Vondelpark gegaan en hebben met de kinderen en kleinkinderen chocolade gedronken in het melkhuisje en de kleinkinderen en kinderen hielden hun handen op voor geschenken. Veel sneeuwballen gegooid. Tom heeft 30 en 31 gewandeld in de bossen van het Loo en heeft zeer genoten, heeft een kudde herten gezien, vlak bij. Het is niet gemakkelijk met een zoon te werken. Wellicht ook niet voor een zoon om met een vader te werken.
Texel, 's morgens 21 januari l932.
Dinsdagmiddag [19 jan.] vergadering Montessorischool en nu blijkt weer eens bij mij hoe God de zaken dikwijls ten goede keert wanneer men allerlei zwarigheden verwacht, en hoe ook omgekeerd tegenslagen ineens geschieden als men geen vuiltje aan de lucht ziet. Ik had tegen die vergadering opgezien en ging er met een vrolijk hart vandaan. Wij hebben een exploitatierekening die niet sluit, een grote schuldenlast waarvan 5% rente moet worden betaald en we horen niets van de Gemeente over de schoolbouw. Eergisterenavond is althans enige klaarheid gekomen. Ik bracht slechts twee punten ter tafel: de exploitatierekening en de schoolbouw. Wij hebben op voorstel van mevrouw Lugt besloten de leidsters bij te staan zodat ze nog niet behoeven te worden gekort. Dit was een aardig voorstel van mevrouw Lugt.
22 januari. 's Morgens bij Polenaar een onderhoud met de schoolgeldwanbetaler D. Deze verbindt zich hetzij tot verrekening met een obligatie en dan betaling van het gehele verschuldigde bedrag van f 285.- of tot betaling van f 114.- + de helft van het overblijvende. Nu is het 3 febr. en ik heb reeds vergeten wat hij ons toezegde en hij laat niets meer van zich horen.
26 april gegeten bij Mary van Eeghen. Zij is midden in de kerkbeweging daar, van de Vrije Katholieke kerk en is in directe communicatie met de Engelen. Ze vertelt onderhoudend van haar moeilijkheden met haar schoonzoon bisschop Bonjer, van de strijd tegen het Maria altaar, het grote altaar enz. Ze heeft genoeg verdriet gehad in haar leven.
30 april verjaardag van prinses Juliana, die geloof ik 23 jaar wordt. Wanneer en met wien zal zij trouwen? Zullen wij een republiek worden?
Binnen enkele dagen zal de ansjovis weer binnenkomen. Ditmaal voor het laatst. Het is een verschrikkelijke ramp voor ons land dat de Zuiderzee wordt drooggemaakt. Admiraal Engelbrecht zeide van mij dat ik met ieder soort van mens kon omgaan. Hij dacht daarbij niet aan mijn kinderen, want dat is wel het allermoeilijkste, die omgang met kinderen. Hilda heeft het daarin ver gebracht door niets niets van kinderen te verwachten en alles wat ze aan liefde ontvangt niet als een recht doch als een geschenk te aanvaarden. Ik ben nog wel eens boos, maak aanmerkingen, waarop Engelien (onze lieve Engel) dan brutaal antwoordt, ja bepaald brutaal. Ik maakte geloof ik een opmerking over haar niet spoedig komen toen ze voor iets geroepen werd (ik ben het enigszins vergeten) waarop ze erg brutaal tegen mij sprak, blijkbaar woedend. Zelfbedwang. Het was uit zeker opzicht vermakelijk haar zo te zien. Geen betere opvoeders dan kinderen.
1 mei 1932. Zondag. Een warme dag, vochtig. De dag der sociaal democraten. 's Morgens aan het ontbijt 1 Samuel XXV gelezen omdat in Jane Eyre Abigael werd genoemd (Engelien leest Jane Eyre aan Hilda voor). Ik sloeg handig over waar stond dat David alles zou doodslaan "wat tegen de wand pist". In de nieuwe vertaling staat "wat mannelijk is".
Ik heb niet de energie gehad om lichaamsbeweging te nemen. Ben 's morgens met Hilda gegaan naar Freule de Ranitz, die een lieve oude dame is die veel goed doet en vaal houdt van dieren, vissen en bloemen. Overigens wat gelezen en gesuft en met Hilda gepraat, die bedroefd is over de weinige hartelijkheid van Tom, maar die er toch niet graag over spreekt omdat ze bang is dat ik dan minder vriendelijk voor hem zal zijn.
28 mei l932 is het laatste gat in de Zuiderzeedijk gedicht en de Zuiderzee nu dus vermoord met al het moois dat zij bevatte. Het prachtige volksbestaan van visserman. En dit op een ogenblik dat in het geheel geen behoefte bestaat aan land en dat het aantal werklozen reeds zeer groot is. Dit aantal wordt nu vermeerderd met al die vissers. We hadden Chré bij ons na ons bezoek aan het klooster. De lange zwarte pij, de slanke gestalte, het magere gezicht met de wat fletse ogen, de tonsuur. Hij lijkt op zijn moeder, is spraakzaam, belangstellend, gezellig. Toen ik hem vroeg of ik iets aan het klooster zou geven, zeide hij: geef mij dan liever een horloge want dat heb ik niet. Dat kostte mij
f 30.- Hij moest den abt vragen of hij het mocht gebruiken want eigendommen hebben de monniken niet. (Chré was de jongste zoon van Vaders broer Chrik. Hij ging over tot de R. K. kerk en werd Benedictijner pater).
4 augustus [te Saasfee]. 4.50 vertrokken, Lange Fluh naar boven. We zien mormeldieren, zes, maar ze fluiten niet. Zwarte vogels van de grootte van kraaien, die elegant zweven en mooie vleugels hebben en die de gids "Alpendolen" noemt. Eindelijk 8.30 op de top. Ik voel me zo dat ik verder kan dus worden we aan het touw gebonden. Nu verder over de witte uitgestrektheid met ijsbrillen op. Er zijn "Spalten", zelfs vele, maar we behoeven geen grote sprongen te maken. Het is nevelachtig. Men ziet niets dan wit, geen bergen. Ik loop langzaam en trek soms aan Engelien. Soms zakken wij verder in de sneeuw, een enkel maal in een "Spalte" tot het middel. Te 11.40 zijn wij in de Britttanniahut op 3030 meter. We doen de brillen af en zitten buiten in de luwte en in de zon en eten soep van Maggiblokjes die erg gauw koud wordt en we kijken naar het panorama, de Monte Moro en de Montemoropas, thans sinds geruime tijd gesloten door Mussolini (waarom?) en naar de Alpendolen die kleine sierlijke vluchten maken en neerstrijken op een rotsblok. Na een uur ongeveer verder over de sneeuw, langzaam dalende tot Platjen. Na een uur vlug naar beneden en 16.45 in het hotel, dus ongeveer 12 uren uit en thuis, waarvan in beweging 9½ uur. Moe, maar niet te moe. Het tenu van Engelien was een donker trainingspak, een rode doek om het hoofd of niets. Dit trainingspak is in staat van verwording tot groot genoegen van E., die hoopt op een gekleurd pak, bijvoorbeeld bruin.
6 augustus. In Grand Hotel zijn ook professor Diepenhorst met vrouw en zoon.
(Pieter Arie Diepenhorst, 1879-1953).
Vader en zoon zijn hedenmorgen de lange gletschertour begonnen en kwamen enigszins onder de indruk terug. Prof. D. is flauw geweest en bijgebracht met Kirschwasser. De jonge Diepenhorst is erg verbrand en ligt met koorts te bed. Ze hebben er iets korter over gedaan dan wij en hun sneeuw was zachter.
20 september, Dinsdag. Opening van de Staten-Generaal. Dit gebeurt tegenwoordig met meer praal dan voor enige jaren gebruikelijk was. De Koningin wordt door de overgrote meerderheid van het publiek met grote hartelijkheid begroet, maar niet door de communisten die op die dag in Den Haag demonstreerden en die daartoe (want er waren 371 werklozen bij) door B & W van Amsterdam in staat waren gesteld doordat ze waren vrijgesteld van eenmaal stempelen. Ze konden dientengevolge naar Den Haag gaan en maakten daar herrie. Wijnkoop en nog een communist die lid van de 2de kamer zijn kwamen op het laatste ogenblik de ridderzaal binnen en schreeuwden "Weg met de Koningin", althans iets dergelijks, toen het "Leve de Koningin" werd aangeheven.
28 september. Het aantal werklozen is bij ons ongeveer 300.000. Thans zou het de tijd zijn voor de Sociaaldemocraten om met hun heilbrengend stelsel te komen, maar ze hebben er geen en dat kan ook niet anders. Ze veranderen wel enigszins. Ze denken niet meer aan revolutie. Merkwaardig is het aangroeien van de partij der activisten, fascisten, die met zwarte hemden lopen. Elke partij wil weer tonen dat zij er is. De Amsterdamse Jeugdcentrale met vele grote rode vlaggen met tamboers en pijpers als die der mariniers, de Rooms Katholieke Graalverenigingen met veel kleurige vlaggen en mantels, de Padvinders met Oranje vlaggen enz.
Uit een brief van Alfred ontvangen zondag 23 october l932, verzonden uit Soerabaja 12 october l932.
Beste Vader en Moeder. Je zult uit de telegrammen wel gelezen hebben dat tijdens inspectie de Krakatau geb
alikt is. We hadden net geluncht en zouden inspectie over 't schip maken. Op de brug gekomen helde 't schip plotseling sterk naar SB en kapseisde in 3 min. tijd. De radioman gaf op last van den Commandant op 't laatst nog SOS af dat door diverse Marineschepen opgenomen werd. Misschien is een golf door zuiging van het schip ontstaan, naar binnen gekomen in 't mijnenruim en daar 't schip zeer weinig stabiliteit heeft is dit de druppel geweest die de beker deed overlopen. We enterden tegen 't scheve dek op en klommen over de reling op de nu vlakke bakboordszijde van het schip. Uit de machinekamer klonk geroep - we lieten trossen afvieren en de mensen kwamen zo boven. Een bel luidde steeds, de electrische schel uit de spen geloof ik. De seiner was te water geraakt en zwom naar de mast. Hij werd teruggeroepen. Op 't dek zaten in groepjes de inlanders stil te kijken. [...] De dokter verbond de gewonden uit de verbandkistjes uit de sloepen. Strijken van sloepen zou onmogelijk zijn geweest zijn. Bij de reddingvesten was bijna niet te komen door de slagzij. Per Dornier zijn we terug gekomen. Binnen 45 minuten waren 6 vliegtuigen ter plaatse. [ . . . ] De kolonel van Reede heeft een gescheurde rib, niet ernstig. Iedereen was tijdens het ongeval zeer kalm en al dachten de meesten" voor 90 % komen we hier niet levend af, zo was van enige opwinding niets te bespeuren. Stabiliteit is iets waar men niet sceptisch genoeg tegenover kan staan. Het schip voer rustig - kalm weer - geen vuiltje aan de lucht - in 3 minuten weg. Het deed mij denken aan één van de vele torpederingen in de wereldoorlog (the Merchant Navy. Archibald Hurd) maar met dit verschil dat wij boften met het ondiepe water waarop 't geschiedde. Gelukkig dat de ketels niet sprongen. Ik zag een stroom water de schoorsteen inlopen waar ik vlak bij stond en dacht er het mijne van. ( Johannes van Reede (1883-1952), chef-staf Soerabaya, die toevallig ter inspectie op het schip was, met Alfred de Booy als adjudant. Daar hij ter plaatse de hoogste in rang was werd hij geacht de verantwoordelijkheid te dragen, met nadelige gevolgen voor zijn marineloopbaan)..

1 9 3 3
Gisteren en vandaag zondag 22 januari 1933 prachtige dagen. Gisteren schaatsengereden op een ijsbaan bij Sloten en vandaag met Engelien en Tom met het treintje naar Amstelveen. Daar op de Poel, waar het ijs heel mooi was, doch nog niet heel sterk, niet veel dikker dan 6 cm. Het is prachtig rijden op die ruime uitgestrekte Poel. Bovenkerk aan de overkant, de kerk vlak aan de kant met een paar grote bomen er bij. De mooie violetkleurige atmosfeer. Ik rijd nog goed voor mijn leeftijd.
Zaterdag 28 januari. Minder wind, wat minder vorst, 's morgens -8 Celsius wind No-Oost.12.30 met Engel per auto naar Wachthuisje NZH tram, vandaar per bootje naar tram en zo naar Edam. Daar opgebonden en naar Volendam. Onderweg gesproken met diverse bejaarde Volendammers, die diverse scheldnamen hadden, een o.a. Mossel, ook mijn oude vriend Pinkhof, die als baanveger fungeert of als baanwachter met een bus. Met Mossel wat gepraat over de toestand. Er is nu geen gelegenheid te vissen vóór juni op aal. "Het aantal vaartuigen is sinds 1918 met 120 verminderd. 120 jonge mannen lopen zonder werk en 130 zijn er op de fabriek. Het wil wat zeggen onder een baas te komen op een fabriek als je vrij bent geweest. Het vissermansleven is een vrij leven, je verdient je kost niet zonder werk, maar 't is vrij. Je enige baas is de natuur". Ik vraag naar "Willem III". Hij leeft nog, is "veel beterder" dan vroeger. Z'n broer van 7 voet is lang zo flink niet. 3 andere broers zijn dood. Die Volendammer visserman, scheldnaam Mossel, zeide mij nog dat de Urkers de snorrevaartvisserij hadden opgegeven, dat die althans was gestaakt omdat de kosten te groot waren. Men moest teveel percenten opbrengen voor het geleende geld en dan nog ziekteverzekering en ongevallenverzekering en een vast loon aan de bemanning. Waarom de Volendammers niet boven de dijk visten: dan heb je een motor nodig. Een heel spul kost ongeveer 2400 gld.
Zondag 5 febr. 1933. Zo even het hoogst ernstig bericht ontvangen van Tom [zijn zoon], die marinemedewerker van het Handelsblad is, dat aan boord van de Zeven Provinciën, ten anker liggende voor Olehleh, oproer is uitgebroken. Er waren 9 officieren aan boord. De Commandant en de overigen waren aan wal. Het schip ging onder stoom en vaart nu rond. De commandant is er niet in geslaagd zijn schip te achterhalen. Het schijnt zeer ernstig dat zo iets kan worden voorbereid en uitgevoerd zonder dat er iets van uitlekt. Tom zal nu het Handelsblad moeten adviseren wat in de courant moet worden geschreven. Mij schijnt het toe dat de Departementale geest altijd funest is. Het is een geest van bureaucratische schrielheid, daarbij oneerlijk, niet recht door zee.
10 februari. De Zeven Provinciën heeft zich overgegeven op sommatie en na het doen vallen van een vliegtuigbom op het voorschip, waardoor een begin van brand ontstond. Tom telefoneerde het mij vanmorgen om circa 7 uur. Het schip is dus 5½ dag onder de muiters geweest. Tom deelde mij mede dat het weder onder commando was van de officieren die aan boord waren. Door die bom zijn een 25 mensen gedood en andere gewond. Het geheel is een schande voor ons land. Zoals de zaken stonden kon het optreden van de Regering wel niet anders zijn. Ten slotte schijnt de bom eigenlijk te zijn bestemd om naast het schip te vallen.
Niël en de bom.
(Niël was de beheerder van het magazijn van de NZHRM op Wittenburg)
"Wel Niël en hoe gaat 't op Wittenburg." "Dat bommetje heeft geholpen. Ze benne der heel wat beleefder geworden. Ze dachten dat de Regering bang van ze was. Dat viel ze tegen."
30 maart, donderdag. Door het geval van de Zeven Provinciën komt Alfred voorlopig niet terug. Hij is nu tijdelijk chef van de staf te Soerabaja en bekleedt dus een heel belangrijke functie in heel moeilijke tijden. Overigens is het meest belangrijke de toestand in Duitsland, waar Adolf Hitler nu dictator is. De machtigingswet die aangenomen is geeft hem bijna onbegrensde bevoegdheden. In verscheidene toespraken van hem en van minister Göring wordt op min of meer bedekte wijze gewezen op de wenselijkheid van het verdwijnen der Joden. De berichten die men ontvangt omtrent Jodenvervolgingen spreken elkaar tegen. Thans wordt met boycot begonnen ingaande 1 april.
17 april 1933. Ik ben 2de paasdag 17 april naar Delft gegaan voor de nationale hulde [wegens de geboorte van Willem de Zwijger, 400 jaar geleden]. Per taxi naar Museumplein, daar mij aangesloten bij groep 40, de groep van de niet-aangeslotenen. [Om] 9 uur gewandeld naar het station, naar schatting een paar duizend mensen. Een eigenaardig gevoel is het in zulk een stoet mee te lopen. Op de NZVoorburgwal komt de Amsterdamse Burgerwacht er bij, een troep van 100 man en een aantal dames, allemaal in hun Burgerwachtpakjes die ik niet mooi vind. Ze dragen allemaal een rottingkje, hebben zwartwollen mutsen met kwasten en zien er ernstig en flink uit. Daarop volgde een troep van de Vrijwillige Landstorm en daarop kwam ik. Gehoon en gelach van het verkiezingsbureau der communisten en bij het station roept een man: Dat is nou alles voor die kerel die z'n hele leven z'n snavel dicht heeft gehouden! We komen op het station waar ik Oyens ontmoet en samen gaan we 10.38 met een extra trein naar Delft. We zitten in een wagen met de Burgerwachtmeisjes, waarvan er één nogal lawaaiig is en vechterig. Delft prachtig en prachtig. Vele vlaggen en mensen. Ik loop eerst achter een troep Scheveningse vissersvrouwen, schitterend, hun mooi gekleurde mantels met die opstaand achterover hellende kragen. De helderwitte kappen en de wijde rokken. Dan die fijne gezichten.
Bij de Oude kerk rechtsaf en dan naar een straat opzij. Daar blijven we staan en sluit ik mij aan bij de Oudstrijders Militaire Willemsorde waar ik onder de oude Marinemannen terecht kom. 't Duurt wat lang en ik sluit me daarom aan bij de Burgerwacht van Overschie die voorbij kwam marcheren en waarvoor ruimte werd gemaakt. Zo kwam ik op de markt. Er heerst een aardige stemming, zeer ordelijk. Eindelijk begint generaal Snijders, daarna komen nog een 3tal anderen, en ten slotte de zogenaamde eedsaflegging bij de steen. Ik sta dicht bij de steen.
De gehele huldiging heeft geleden door de invloed van de Vlamingen die er politiek in gebracht hebben. Ze willen weder één worden met Nederland. Dat is de oorzaak geweest van de afwezigheid van Hare Majesteit de Koningin en de Regering bij deze plechtigheid, die overigens zo sympathiek was. Na de eed, die werd afgelegd onder leiding van naar ik meen een Vlaming, althans iemand met een Vlaamse naam, kwam ik, door achter de Adelborsten mede te lopen, in de kerk, waar allen zouden defileren voorbij het graf van Willem de Zwijger. Zo kwam ik ook langs het monument dat wij met de Van Speyck in l896 medenamen van Venetië. Het is heel mooi, van Canova, en er staat o.a. op: Willem George Frederik, graaf van Nassau, geb. 1774 overl. 1799 te Padua. Toen wij er in l896 kwamen bleek het graf ledig en vertrokken wij alleen met het monument.
(Deze prins is toch nog datzelfde jaar in Delft begraven, daar de Italianen na het vertrek van de Van Speyck zijn stoffelijk overschot alsnog vonden en per trein naar Nederland zonden. De begrafenis vond plaats op 3 juli 1895). Doordat ik mij tussen Marine en Leger had geplaatst, was ik weer vroeg aan het station. Daar vroeg mij een meneer of ik iets gezien had. Hij zeide dat ik mij ook een tijdje bij zijn groep had aangesloten en dat zijn groep niets had gezien noch gehoord omdat er bij hen geen luidsprekers waren. Ook de Scheveningse groep van vissersvrouwen had niets gehoord, noch gezien, waren niet op de markt geweest. Ook de oudgedienden niet. De dragers van de Militaire Willemsorde zaten uit vermoeidheid op de straat. De regeling was hier dus heel slecht geweest, maar ik was alleen en kon dus dingen doen die een groep niet kan doen.
11 mei 1933. [op weg naar Terschelling] Te Leeuwarden Nella Hissink [schoonzuster] aan de trein. Zij vertelt ons van een vergadering van het Nationaal Jongeren Verbond waarbij circa 500 jongens waren en waar een communist een stinkbom gooide en jongens van de Jongeren Vredesactie protesteerden tegen het Wilhelmus. Alles wat Nella vertelt neem ik slechts onder beneficie van inventaris aan.
30 mei 1933. Dinsdag. Ik was moe. Naar 't kantoor wandelende merkte ik al in de Ruysdaelstraat dat ik niet vast was op mijn benen. Dit werd geleidelijk erger, op de brug bij het Oosteinde was het niet meer twijfelachtig dat mij iets mankeerde. Ik vond het echter niet erg genoeg om niet door te gaan. Bij het Amstelhotel kon ik niet meer lopen zonder te vallen, dus ging ik leunen tegen het hotel en vroeg de piccolo een taxi te bestellen. Ik dacht:"nu ben ik ernstig ziek" en keek verlangend uit naar de taxi. De chauffeur en de piccolo hielpen mij er in en zo kwam ik eindelijk in de Bronckhorststraat waar ik de groentenman zag staan naast ons huis. Ik liet de chauffeur bellen en gaf mijn hoed en tas aan de verschrikte Centa [het dienstmeisje]. Toen kwam het bezorgde gezicht van Hilda en eindelijk Alfred die mij er uit hielp. Naar boven en op de badkamer overgegeven net als 33 jaar geleden te Buitenzorg en alles draaiende. Het lopen erger dan toen. Naar bed en ik zeide "nou is het wel zeker dat ik af moet treden want dit is ernstig". Wij besloten toen maar dadelijk van geneesheer te veranderen en namen dr. Huges die een natuurgeneeskundige is. Deze kwam spoedig. Een aardige jonge man, die bevond dat de pupillen goed werkten en een wikkel voorschreef om de buik en koude kompressen op het hoofd. Verder louter sinaasappelsap voor voeding. Dit heeft zo enkele dagen geduurd en Hilda zorgde voortreffelijk voor mij. Langzamerhand mocht ik weer wat opzitten en in de tuin. 7 juni ging ik weer naar kantoor ofschoon het niet de bedoeling van de dokter was geweest.
3 juli. Maandag. Onderhoud met Tom. Hem gezegd dat ik het secretariaat wens over te geven.
Donderdag 18 augustus naar Terschelling. 's Avonds circa 5 uur bij "Erica"[gehuurd vakantiehuisje]. Er zijn slechte berichten uit Ierland. Jan Maurits van Stockum heeft te Oxford een week van de Oxfordmovement meegemaakt en hij is er krankzinnig van geworden.
(Jan van Stockum was de zoon van Bram van Stockum en Olga Boissevain, de zuster die met mijn moeder het middelste paar vormde van de zes dochters van mijn grootmoeder. Olga Boissevain had haar man jaren eerder verlaten, omdat zij vreesde dat de waanideeën van haar man een slechte invloed op haar kinderen zouden hebben. Zij vestigde zich in Ierland. De Oxfordmovement werd later "morele herbewapening" genoemd).
25 augustus. Het weer is mooi geworden. Wij zwemmen iedere dag een of tweemaal. Wij gaan morgen een tocht maken met de huifkar met 2 paarden van Kooiman. Wij denken er over een huisje te bouwen als die van Swart op een duin aan de zeekant. Olga vond haar zoon in een home voor mentally deficient (of zo iets), wild, onder geforceerde voeding. Ze vraagt om hulp, geldelijke hulp. Wat krijgt ze?Van Marie [Boissevain-Pijnappel, schoonzuster] een preek met de mededeling dat het zo akelig is dat niemand iets voor haar kan doen en dat zij het allang had zien aankomen, gelet op de ouders en de grootouders. Wat ze met grootouders bedoelt is niet duidelijk. Van Charles [broer] met berekeningen waaruit moet blijken dat het onmogelijk zal zijn haar zodanig te helpen dat haar zoon z'n leven lang in een duur mental home kan zijn.
Van Mary [Van Eeghen-Boissevain, zuster] een brief waaruit blijkt dat zij in het geheel niet kan helpen, haar vroegere hulp heeft gemaakt dat zij zich persoonlijk dingen heeft moeten ontzeggen.
29 augustus. Hilda heeft een onrustige nacht gehad wegens de toestand in Ierland waar Jan van Stockum in een toestand van krankzinnigheid is en Olga wanhopig. Vanmorgen ½ 7 naar het strand met Hilda, die mij van haar jeugd vertelt. Terug thuis zenden wij het volgende telegram: "Olga do not worry guarantee two thousand guilders Hanilda".
18 september 1933. [op het hospitaal-kerkschip De Hoop]. Wij gaan later naar een tweede Scheveningse visser, de schipper heet Mos. Ik ga mede met de sloepen. Ze hebben in 3 weken 23 last gevangen. We dalen een steile trap omlaag en komen in het verblijf van den schipper, waar hij slaapt met 2 anderen, stuurman en motordrijver. Daar verzamelt zich de bemanning, Enige kruipen in de kooien en kijken vandaar uit op de gemeente. De dominee zit aan het hoofd, in het midden de jongste van 14 jaar, een kinderlijke verschijning. Het geheel, de fors gebouwde mannen met kolossale knuisten, armen en polsen, hun mooie koppen en de verlichting, maken dat ik dit schouwspel nooit vergeten zal. De dominee leest psalm 27 en spreekt en dankt. De kok zegt dat hij zo graag nog wat zou praten over wat in hem omgaat. Aan dek blijkt wat dat is. Het is het al of niet vissen op zondag. Mag op zondagavond de vleet geschoten worden. Nee, zegt er een, in de week neem ik m'n pet af en zeg Op hoop van Zegen, maar op de visserij zondags kan geen zegen rusten.
woensdag 20 september. Het is vandaag ruwer. 's Morgens komt een mooie logger, de Sch 280 met een zieke. Hij loopt dicht achter ons langs, te dicht, en praait. We zetten de boot uit, maar voor de dominee is 't te ruw. Lang gesprek met den dominee over godsdienst, economie, politie, etc. etc. Hij is vroeger liberaal, ongelovig geweest en thans orthodox gelovig, gelooft aan de voorbeschikking. 's Avonds gaat de wind liggen. 8 uur de gewone godsdienstoefening, Hebreeën 11. De haringvissers ontvangen een garantiesom van 14 gulden en zullen dit jaar waarschijnlijk daarboven niets verdienen. We hebben nu in totaal 15 patiënten behandeld. De kok herinnert zich nog de tijd toen er 3 Duitse vissers waren, nu zijn er meer dan Hollanders en bouwen ze bijzonder grote vaartuigen, die 1000 ton haring kunnen bergen.
1 december gaan we met de André de la Portes naar het cabaret van Louis Davi
ds. Ze hebben eerst bij ons gegeten. Elke cent die je voor zo iets uitgeeft is jammer. En nu is dit nog een fatsoenlijk cabaret.
Maandag 18 december. Vanmiddag vergadering van de Hoop, aanwezig Vissering, vroeger directeur van de Ned. Bank, Van Eeghen, Van den Bergh, Jurriaans, Chambers, Van de Poll, Boissevain. Het wordt een uiterst verwarde vergadering zonder enige leiding van den Voorzitter. Van de Poll komt met recht op tegen het geklets van dominees. Hijzelf is vermoedelijk niet geheel betrouwbaar. Dan nog de opgewonden Chambers die de kapitein als een halve heilige beschouwt en die aan enige dominees en dokters inlichtingen heeft gevraagd omtrent dingen die op de Hoop gebeurd zijn. De voorzitter Vissering laat maar praten, zegt niets en sluit ten slotte de vergadering. We zullen nu voortaan meer vergaderen, t.w. eenmaal in de twee maanden.
Donderdag 21 december. Hedenavond is ten 10.40 geboren Johanna Maria, dochter van Tom en Ot. Tom telefoneerde toen het kind 3 minuten oud was. Ik was juist teruggekomen van het Concertgebouw waar ik Erna Rubinstein had horen spelen het concert van Max Bruch. Ze is een uitstekende violiste, zonder ziel.
Zaterdag 30 december. De Pelikaan zal vermoedelijk heden aankomen, is al te Rome. Hij kwam van Amsterdam in 4 dagen 40 minuten te Batavia. Dit is geweldig. Tom en Tompie
gaan naar de ontvangst. Gaan per auto van de Blue Cab naar Olga. Gewandeld in het Naaldenveld. 's Avonds 9.30 terug per auto. Intussen is het publiek op Schiphol in spanning over de terugkomst van de Pelikaan. Er is een mistbank boven het vliegveld maar het dalen gelukt ten slotte toch. Vele toespraken, die wij bij aankomst thuis via de telefoon door de radio van Jo horen. (Jo de Booy. Zij had een radio; mijn ouders niet). Korte antwoorden van de vliegers. Mussert moet ontslag nemen als Hoofdingenieur van de Provinciale Waterstaat omdat hij niet wil verklaren steeds achter de regering te zullen staan.
Zondag 31 december. 's Avonds met Jo en Engelien naar de Oude Walenkerk op de Achterburgwal, die heel mooi is verlicht en lekker warm. Er komen een 200tal mensen en Arnal spreekt goed. De auto die ons zou komen afhalen om ½ 9 niet gekomen, dus lopen we naar de Dam en nemen er daar een. Een auto naar huis kost tegenwoordig 40 cent plus fooi. Fooi mag 20 ct zijn doch als regel geef ik 25, soms 35 cent. Een rijtuig kostte vroeger veel meer, wel
f 2.50, maar dan gaf je 10 ct fooi.
Thuis waren we met ons vijven, Hilda en ik, Jan Maurits, Jo, Engelien. Ik las 1 Corinthe XIII en enige brieven van Mama, verder enkele aantekeningen over het afgelopen jaar. Daarna kwam Tom en aten we oesters en wafelen. Om ½ 12 ging Tom weg daar hij de oproep van het lichtschip Haaks moest horen. Zo verliep deze Oudejaarsavond heel kalm en genoegelijk. Enkele schoten en daar was het jaar l934 ingetreden.

1 9 3 4
Woensdag 17 januari. Als ik even thuiskom om 10.30 om papieren te halen voor de vergadering van "De Hoop" komen juist Alfred en Engelien terug van de wintersport. Vóór 24 uur zaten ze nog midden in de sneeuw en de zon, nu in de natte duisternis en een nauwe straat. Ze zien er beiden best uit. Verbrand. Hun reis heeft gekost per persoon: aan reiskosten f 68.- en verblijfkosten f 78.-, totaal 146 gulden en ze zijn geweest te St. Christoph in Tirol van 7-17 januari. 10 dagen. Vanavond eten we bij de André de la Portes en gaan we met hen naar de komedie. De komedie was weer een tegenvaller. Het stuk heette "Ein Diener von zwei Herren" van Goldoni, vol van grappen van een soort die wij nu laag bij de grond vinden. De Duitsers speelden goed. De beroemde Reinhard, verdreven uit Duitsland, was de regisseur, er waren mooie scènes in waarbij men werd getroffen door een grote mate van gratie en liefelijkheid. Het was een galavoorstelling met een groot erecomité. Voor al die drukte vonden wij het stuk te weinig betekenend. Ik ben benieuwd te lezen wat Uyldert ervan zegt.
18 januari. Gisterenmiddag is het Engelse s.s."Oakford" gestrand op Eierlandse gronden. "Eierland" er heen om ca. 7 uur. Toen die niet terugkwam "Brandaris" er heen. Eierland kwam 's morgens terug. Bemanning wilde niet van boord. Ging ten slotte met eigen sloep van boord waarbij allen verdronken. Tom is vanmorgen naar Texel gegaan. Ik telefoneerde om ½ 12 met hem toen hij op de vuurtoren Eierland was.
1 maart. Theo is hedenmorgen te ½ 5 overleden.
3 maart. Begrafenis van Theo. Wij zagen eerst zoals hij in de kist lag, heel mooi en rustig. Er waren veel bloemen. Bij de begrafenis veel Marine. Theo was geboren op 1 februari l860. Hij was een zeer bekwaam zeeofficier, met een grote werkkracht. Er ging veel van hem uit. Zijn huwelijk met Cateau was niet gelukkig als waren zij beiden ook uitstekende mensen. Zij hinderden elkander voortdurend. Cateau nu vol wroeging maar werd Theo plotseling weer levend dan zou de irritatie weder beginnen.
10 maart Zondag. Een bezoek gebracht aan onzen boer bij Bovenkerk. De zeug met 10 biggen. De Regeringsbemoeienis in alles wat landbouw en veeteelt en nog veel meer betreft. De geboortebeperking van varkens en koeien.
Zondag 3 juni is Chrik te 6.15 's avonds overleden. Nu heb ik mijn 3 broeders verloren en zijn Jo en ik de enige overblijvenden van het grote gezin dat woonde te Haarlem in de Grote Houtstraat 99.
Donderdag 7 juni wordt Chrik begraven te Utrecht in het graf waar May begraven ligt. De oud-minister Cohen Stuart spreekt en de president van het Hoog militair gerechtshof en de dominee van Oegstgeest. Men hield heel veel van Chrik in het pension waar hij de laatste jaren woonde. Chré was uit Wight overgekomen.
Dinsdag 3 juli stierf Prins Hendrik. Ik was toevallig in Den Haag en zag in de buurt van het Paleis Noordeinde hoe de vlaggen werden uitgestoken. Ik vroeg een politieagent en deze zeide mij: De Prins is overleden.
De Prins was een figuur waaraan men was gewend. Hij blonk niet bijzonder uit, maar had een natuurlijke goedhartigheid en eenvoud, daarbij een zekere humor, die aantrok. Men zegt dat hij wel eens teveel dronk en zeker ook te veel at. Zijn levenswijze was zeker niet gezond en zo is het misschien wel gelukkig dat hij is overleden en niet na een lang ziekbed, maar nu hebben wij een Koninklijk Huis, bestaande uit de Koningin en Prinses Juliana, die naar het schijnt zeer moeilijk aan een man kan worden geholpen. Er is weinig keuze en de keuze die er is, wil niet. Men heeft mij verteld dat zij had verklaard geen neiging te hebben tot een huwelijk en dat eindelijk Colijn en nog een hooggeplaatste haar onder het oog hebben gebracht dat dit geen houding is voor de aanstaande Koningin.
Zaterdag 29 juli [teruggekomen van een wandeling in het Berner Oberland vanaf 15 juli met John en Olga van Marle-De Booy.]De wandeling door het Berner Oberland was een succes. Het viel mij mee dat ik dit nog kon doen op mijn 67ste jaar en het was gezellig met Olga en John. John in voortdurende belangstelling voor vogels en beesten, vooral vogels, maar zich niet gemakkelijk uitende. Olga vrolijk, genietende met haar lieve gezicht, het was heel gezellig en we hopen zo iets nog eens te doen. Ik had de indruk dat ik aan het slot van de 14 dagen getraind was en het daarna nog beter gegaan zou zijn. In ieder geval was ik niet oververmoeid. Het bezoek aan Tegelberg, dat ik vooral ondernam om met hem over de Zeevaartschool te spreken, gaf mij een kijkje op het vervelende van het verblijf in een mooi hotel (bijna leeg) boven het meer van Thun. Ze waren allervriendelijkst maar ik was dankbaar dat ik niet langer behoefde te verblijven en ik dacht met verlangen aan de mooie eenzame bergen, de gemzen, murmeltiere en de mooie gentianen en het eenvoudige leven. Nu zat ik in mijn mooie shantungpak dat erg mooi werd gevonden en dat ook erg nodig was wegens de hitte, aan de fijne hoteltafel.
In de namiddag vroeg T. of ik er bezwaar tegen had een berg die hij mij aanwees - een bergje of knobbeltje - te bestijgen. Daar was een aardig zwaantje waar men thee kon drinken. [...] Op een gunstig ogenblik, hem latende beginnen, sprak ik met hem over de Zeevaartschool. Zijn mening was dat er niet aan behoefde te worden getwijfeld of er zou een goede toestand ontstaan. Bestuurders van de Kweekschool zouden in het bestuur van de Zeevaartschool komen en omgekeerd en zo zou ten slotte een samensmelting tot één school plaats vinden. Ik wees er in het bijzonder op dat Haverkamp aan zulk een samengesmolten instelling een positie zou moeten hebben die overeen zou komen met de naam die hij heeft bij het Zeevaartonderwijs. We dineerden 's avonds in de vervelende hotelkamer. Midden in de zaal een Zwitserse dame met haar dochter, welke laatste chic gekleed was en ik kreeg sterk de indruk dat Zwitserse meisjes zich niet chic kunnen kleden omdat hun gezichten iets boers hebben en ze dientengevolge de indruk maken van een keukenmeid op z'n Zondags. Toen ik vrijdagmorgen mijn hotelkamer en verblijf wilde betalen bleek het dat Tegelberg dit reeds gedaan had en ik dus zijn gast was geweest.
26 augustus. Ik ben naar Aken gegaan naar aanleiding van de berichten betreffende Cateau en van Nan (haar dochter) die beiden ziek zijn te Aken in het hospitaal. Te Aken zeer veel bruine Hitlermannen, heel lelijke uniform, overigens vind ik de mensen vriendelijk en hulpvaardig, ook opgewekt. Het Hotel Quellendorf is zeer tevreden, "eindelijk" zeggen ze. Op een aanplakbiljet:
Der Führer hat während des Kampfes um Deutschlands Wiedergeburt im Auto, Flugzeug, oder Eisenbahn 1½ Millionen Kilometer zurückgelegt! Du sollst für Deutschlands Einheid am 19. August nur wenige 100 Meter im Wahllokal gehen.Tu deine Pflicht. Das ganze Volk sagt Ja!. Het gehele volk heeft echter niet ja gezegd. Het aantal "neen" zeggers is gestegen tot ruim 4 miljoen en kan de blanco stemmen of niet-stemmen samen wel op 6 miljoen gerekend worden. In het hotel lees ik in een boek (van Walter von Molo) over de nieuwste geschiedenis van Duitsland o.a. het volgende: "Deutschland ist das heiligste was ich kenne. Deutschland ist meine Seele, mein Halt, mein Alles..."
Maandagmorgen 27 augustus weder naar het hospitaal en met den dokter gesproken. Ook Cateau en Nan weder gezien. Temperatuur Cateau normaal. Ze is erg gedeprimeerd en vindt den chirurg ruw en ongevoelig. De chirurg vindt Cateau "sehr empfindlich".
Dinsdag 28 augustus per boot van 9 uur naar Terschelling, dat er weer zo mooi uitziet als we de haven binnenkomen. Als ik bij de molen uit de bus van Cupido ben gestapt komt Emile Hissink mij achteroprijden. Dan komt Wijde Blik in het zicht, het rode dak boven de blonde duinen en de vlaggestok en komt Engel in rode blouse het zandpadje afrennen en neemt mijn tasje.
(Wijde Blik was een huisje dat mijn ouders in 1934 op Terschelling lieten bouwen op een duin aan het eind van het fietspad van de molen bij Formerum naar zee. Het was ook geschikt om in de winter te bewonen. In 1941 of 1942 hebben de duitsers het gesloopt en kwamen er bunkers in de duinen).


                          De "Wijde Blik" bij Formerum, Terschelling. Tekening Hendrik de Booij

30 augustus. Morgen komt Alfred. Om 4 uur met Engel en Centa per fiets langs het strand naar paal 18 waar het slag is naar het boothuis en verder naar het huis van A.P.Smit. Aaike van Pait, den thans vermoedelijk 85jarigen oud-schipper der reddingboot te Oosterend, die samenwoont met zijn dochter Jetske. Ik breng den ouden Smit aan het spreken door vragen te stellen over zijn reizen ter koopvaardij. Hij vertelt van een reis op een brik van 90 dagen van Buenos Aires naar Liverpool en van het leven aan boord.
's Morgens gort, die ze mengden met hun thee. 's Middags hetzij groene erwtensoep of bonen of grauwe erwten met spek en zout vlees, woensdag en zondag met zakkoek met stroop. 's Avonds thee met hard brood. Over de geneeskundige dienst. "We hadden een boek waar alles in stond en de wijze van behandeling ook. Dan werd de stuurman of de kok of die 't meest tijd had tot dokter benoemd". [...] Hij vertelt ook dat hij een schip heeft zien binnenkomen, te Liverpool, een dag na hun eigen binnenkomst, een schip met nog 6 man aan dek, de rest, circa 24 man was ziek aan scheurbuik. Zij hadden zelf ook één man die het kreeg en die ter genezing niets mocht hebben dan het sap uit schijfjes ongekookte aardappelen waarop hij moest zuigen.
23 september. Wij zijn de vorige week in grote spanning geweest evenals zeer vele landgenoten, over het verwachte engagement van Prinses Juliana met Prins Karel van Zweden. Het was niet maar een gerucht, maar er waren zeer duidelijk kentekenen dat dit engagement zou worden publiek gemaakt na de troonrede op dinsdag 8 september. Maar er gebeurde niets en we hoorden dat de koning van Zweden de eis zou hebben gesteld dat Prins Karel een jaargeld van
f 300.000 zou moeten hebben. Nu horen we niets meer. Men zegt dat Vroom en Dreesman 60.000 Zweedse vlaggen in voorraad had. De burgemeesters hadden allen een aanschrijving ontvangen hun vlaggen in orde te hebben. Wij begrijpen niet dat deze zaak niet op een handiger wijze is kunnen worden behandeld.
Vandaag 16 october vergadering Reddingmaatschappij. Er werd besloten tot een 5% salarisverlaging. Tom en ik gaan daardoor elk
f 400.- omlaag. Het wordt tijd dat ik weg ga van de Reddingmaatschappij, maar dat meen ik niet.
9 november. Heden is Tom benoemd tot secretaris van het Zeemanshuis, vergoeding
f 1000.- in mijn plaats. Hij zal echter niet in het Bestuur zitten, aangezien het hebben van een betaalde functie in het bestuur tegenwoordig niet gewild is.
12 november, maandag. Gisteren, zondag, een mooie uitvoering van de 3de van Mahler in het Concertgebouw onder leiding van Bruno Walter. Hoe mooi en gevoelig waren de trompetsolo en in de verte de posthoorns in het derde deel. Maartje Offers heeft een mooie stem.
Wij dineerden 's avonds in het hotel de l'Europe als gasten van Heineken, voorzitter van het Concertgebouw. [blijkens de in het dagboek getekende tafelschikking waren er tien mensen. Bruno Walter zat links, mijn vader rechts van de gastvrouw
].  Bruno Walter is een zeer ontwikkeld man, niet alleen op zijn eigen gebied maar op allerlei gebieden. Hij zegt dat men in het algemeen omtrent Amerika geheel onjuiste begrippen heeft. Door de mening van allerlei rassen is een geheel nieuw, oorspronkelijk ras ontstaan, geniaal, nog onaf. Bruno Walter leest Vondel, bewondert Holland. Hij en zijn vrouw zijn overtuigde aanhangers van Bircher Benner. Wat is het toch moeilijk Christelijk te zijn, steeds met liefde te denken. Bijv. tegen Jo [zijn zuster] als ze je komt vervelen en zabbelen.
Zondag 30 december. [Wijde Blik, Terschelling]. We hebben het hier heerlijk. De eerste dagen was het koud, het vroor een paar dagen, zodat we het 's nachts wel eens koud hadden, maar het demon petroleumkacheltje verleende goede diensten. Verder trok de schoorsteen, die met een pijp nog 1 meter verhoogd was, uitstekend. Mijn werk is: kachel schoonmaken en aanmaken, huiskamerlamp schoonmaken en vullen, pompen. Vooral de lamp gaf mij veel werk omdat het op- en neerdraaien van de pit veel moeilijkheden geeft. Nu bestelde ik een nieuwe lamp met 2 reservecilinders en we hopen dat deze lamp het einde van de week haalt. Hilda en Engelien koken heerlijk. Barte Haan met haar mooie rechte rug, ouderdom 17 jaar, komt 's morgens helpen tot de middag voor
f 0,50 per dag en was in het huis toen wij aankwamen. Het huisje verwarmd en de lamp brandende. Dekker was met zijn kar bij de molen en nam onze bagage in ontvangst. Kregen vanmiddag bezoek van een 80jarige boer, erg stinkend en vies, die mij aanzag voor den president van het Dorus Rijkersfonds. Hij was potdoof, maar ik kon hem toch duidelijk maken, waarbij hij akelig dicht bij mij kwam met zijn hoofd, dat ik dit niet was en gelukkig heeft hij niet begrepen of verstaan dat ik bij de Reddingmaatschappij ben.

1 9 3 5
1 januari l935 met Engel gefietst langs het strand tot paal 18. Ontmoetten 3 uitgeputte lommen of lomachtige vogels [slachtoffers van stookolie], zielige beesten bij paal 16 en wat verder een wrak. Bezoek bij Aaike van Pait [zie ook 30 aug. 1934] en met hem onmiddellijk aan de praat over zwigtings, pardoens, marseraas enz. enz. Het is merkwaardig zo goed als hij alles nog weet. Veel over lijzeilen gesproken en de wijze van bijzetten, over juffersblokken en het voordeel boven spanschroeven. Van A.P.Smit gaan we naar de weduwe Haan, die we juist aan tafel vinden met haar 3 dochters. Zij heeft haar man verloren in l920 op de Nicolaas, die op een mijn liep bij Denemarken, het laatste Hollandse schip zegt Smit, dat op een mijn liep. De bemanning ging in twee sloepen. Hij was matroos en zat in de sloep van kapitein en stuurman, heeft de sloep 24 uur met de riem gestuurd. Ze kwamen met de sloep bij de kust bij Ryncoping en landden in de nacht op bevel kapitein, waarbij de sloep omsloeg. Haan stierf toen hij aan land was gekomen.
5 januari. [Vertrek uit Terschelling.] 's Morgens 5.30 op en alles in orde gemaakt. 6 uur komt Dekker met kar, natuurlijk pikdonker. Buien - afnemende wind met hevige buien. Hilda vooruit vertrokken daarop volg ik met Engelien en de kar met de bagage. Doornatte voeten. Bij de familie Dekker circa 7.15 hartelijk ontvangen met thee en brood met suiker. Met de bus naar de boot. Het water zo hoog dat wij met behulp van een handkar naar boord gebracht werden. Van Wijde Blik tot de familie Dekker is circa 1¼ uur lopen (langzaam). Toen ik daar aankwam voelde ik mij als een schipbreukeling die liefderijk wordt opgenomen en mijn welbehagen steeg tot het toppunt toen ik op de boot droge sokken had aangetrokken.
22 februari. Vergadering van de Hoop. (Hospitaal-kerkschip De Hoop). Ik had tevoren correspondentie met Vissering gehad over het verzoek van de gevangenisdominee te Leeuwarden die veel belang stelde in een der gevangenen die omstreeks 7½ jaar geleden een van zijn patiënten had gedood met cyaankali. Het ogenblik is nu daar dat hij voorwaardelijk in vrijheid kan gesteld worden zo aan den minister van Justitie een goed plan kan worden voorgelegd. Dr. Wagenaar (de dominee) had verzocht hem een reis op de Hoop te doen medemaken. Uit de correspondentie die ik met de Voorzitter voerde bleek dat deze het verzoek zelfs niet ter sprake wilde brengen in een vergadering. Nu kreeg ik op deze vergadering der scheepscommissie zeer tegen de wil van den Voorzitter gedaan dat een commissie benoemd werd met mij als voorzitter, die den voorzitter Vissering een rapport zou uitbrengen.
Vrijdag 1 maart. Om 11 uur hebben we vergadering in het Bureau voor Handelsinlichtingen over de kwestie dr. G., ds. Wagenaar. Ik heb ds Luteyn en dr. van Asperen en V. Utermöhlen gevraagd te komen. Verder zijn er Van Eeghen, Jurriaans, Van de Poll en Chambers. Daar ds. Luteyn als voorwaarde voor het meegaan van dr. G. stelt dat niemand dan hij, Luteyn, het zullen weten, is zijn meegaan niet mogelijk. Ik vraag toch nog de mening van de twee doktoren, die geloven dat dr. G. nooit meer de geneeskundige praktijk in Holland zal kunnen uitoefenen. Dr. Utermöhlen biedt aan hem aan te bevelen bij dr. Schweitzer in Lambarene.
(Ik herinner mij deze kwestie heel goed, er werd bij ons aan tafel veel over gepraat. De eindconclusie was ongeveer dat de mensheid nog niet rijp was voor het opnemen van bekeerde zondaars).
Zondag 24 maart is Alfred bij ons en brengt ons 's avonds Sonja von Benckendorff, een Russisch meisje uit aristocratische kringen van voor de revolutie, een alleraardigste verschijning. Ze kon wel een Ierse zijn. Een bloempje van uiterlijk, maar fors, flink, opgewekt, natuurlijk. Spreekt Frans. We spelen 's avonds Joker.
Woensdag 5 juni. We leven in een tijd vol zorgen. Alles achteruitgaande of op een laag peil gezonken Scheepvaart. We verkopen onze schepen aan Rusland. De landbouw en veeteelt kunstmatig in leven gehouden. Geen mogelijkheid om onze producten tegen een lonende prijs uit te voeren. Hoe zal de toekomst zijn wat ons land betreft. Zal prinses Juliana trouwen en kinderen krijgen of zal ze geen kinderen nalaten. Zullen wij dan een monarchie blijven. Zo niet, wat dan. Veel wordt gedacht wat niet wordt gesproken. De gedachten aan aansluiting bij een grote mogendheid komen dan op aansluiting bij Duitsland, Engeland, of aansluiting bij België en herstelling van het Koninkrijk der Nederlanden onder een Belgische Koning. Niets voor mij. Liever Republiek.
17 september. Zware storm. Een stoomschip strandt op rif van Borkum en Toxopeus met de Insulinde redt de bemanning terwijl de Duitser er niet bij kan komen.
22 september. Mooie preek in Remonstrantse kerk ds. Fetter over "Leer mij Uwe wetten kennen" Kosmische en ethische wetten. God staat boven zijn wetten. "Had ik de overtuiging niet, dan zou ik moeten verdwijnen". Wij kunnen de wetten niet opvolgen. Anecdote van bejaarde Franse priester die verdacht werd niet kerks te zijn en niet aan de hel te geloven. "De Kerk leert het bestaan van een Hel. Ik ben zo overtuigd van de liefde Gods dat ik weet dat er niemand in is".
24 september. Dinsdag met Tegelberg naar Texel om afscheid te nemen van burgemeester Oort die van Texel gaat vertrekken. Ik kan mij voorstellen dat het burgemeestersambt veel aantrekkelijks heeft, maar dat het moeilijk is jaren lang met Texelaars om te gaan en 's avonds hun feestelijkheden of bijeenkomsten te bezoeken. Mevrouw Oort kon het niet langer uithouden en daarom vertrekt Oort enige jaren voor het tijd is voor hem. Naar Naber (S.P.l'Honoré) in de Pieter Bothstraat 18. Hij is ziek, de onderste ledematen verlamd, ligt hij te bed, geheel helder van geest en berustend. Met hem over verschillende boeken gepraat, ook over Bram [van Stockum], die hij "oppervlakkig" vindt. Bram. Haar weer langer, wilder, idem baard. Hij ziet er nu zo uit, dat hij niet zonder opzien te verwekken op straat kan komen, hetgeen hij ook niet doet. Hij schenkt mij lekkere thee in wijnglaasjes en praat over Abessynië, over oorlogsschepen, over het versperren van het Suezkanaal en ten slotte over de onsterfelijkheid, over stigmata, in verband met mijn Dupuytiense vingercontractuur die hij ook heeft, maar verbindt aan het Kruis en Jezus Christus. Hij zegt dat hij als jongen reeds het denkbeeld had dat hij onsterfelijk was. Ik vind intussen dat hij oud is geworden.
26 september. Geopereerd.
(Aan de vingercontractuur, na hiervoor diverse chirurgen hierom gevraagd te hebben, die verrichten bij iemand van bijna 70 jaar. Vader zette door omdat hij graag wilde blijven vioolspelen). Vier zusters kwamen op mijn kamer. Ze lichtten mij op en legden mij op een tafel die door de lange gangen werd gerold naar de operatiekamer. Daar namen ze me weer op en legden me op de operatietafel. Benen en linkerarm werden vastgebonden. De rechterarm werd uitgestrekt en men gaf mij inspuitingen zodat die hand gevoelloos werd. Toen kwam prof. Noordenbos. De lieve zuster Huydecoper ging bij mijn hoofdeinde zitten en hield mijn rechterarm vast. Een andere zuster gaf aan wat aangegeven moest worden - nog een dokter zat links met gespannen aandacht te kijken. Ik hoorde het snijden met het scherpe mes. Het duurde ongeveer 3/4 uur. Toen bracht men mij weer terug naar kamer 179. Ze hebben me goed verzorgd. Ik bleef een week in de Ziekenverpleging.
5 november. Met Tegelberg en Tom naar Egmond om de onderscheidingen uit te reiken die wegens de redding Drenthe en Kerkplein zijn verleend. Tom heeft zich in die nacht van de redding flink gedragen. Hij heeft werkelijk geleid. Zonder hem zou de plaatselijke commissie er weinig van terecht hebben gebracht. Waarschijnlijk zouden er ongelukken zijn gebeurd. We werden ook buiten het hotel gefotografeerd met de Drenthe achter ons. Deze ligt op 80 meter afstand van de duinvoet, een afstand zo klein dat men zich bijna niet kan voorstellen dat die redding zoveel moeite en gevaar heeft gegeven. Toch was dat zo. Het was nacht en de zee sloeg met kracht tegen de duinen.
30 november. In de laatste tijd is een sterke oppositie ontstaan bij Dr. Montessori tegen de Montessori-Lycea die bezig zijn zich op te richten. Zij wil het Amsterdamse Montessori-Lyceum wel de vergunning laten haar naam te dragen doch volgende lycea niet en zal misschien overkomen om advies te geven. Zij schijnt vooral als ideaal de zogenaamde Erdkinder te hebben.
(Montessori was toen van mening dat na de lagere school kinderen een poos geen "schoolwerk" moesten doen, maar zich vrij moesten ontwikkelen bijvoorbeeld door het land te bewerken, een handwerk leren enz. Ik meen dat in Duitsland toen een poging in die richting gedaan is).

1 9 3 6
2 januari. Begrafenis van Bram van Stockum. Olga van Stockum heeft Bram niet meer levend gezien. Om 3.30 was de begrafenis. Derde klasse, maar heel sympathiek - eenvoudig. Kolonel de Visser sprak en ik. Bram was een heel bijzonder mens, heel moedig, onafhankelijk. Een zeer scherp verstand, tegelijk kinderlijk, naïef, en vast gelovende aan zijn onsterfelijkheid op deze aarde.
26 januari. Willem van Stockum [zoon van Bram] is een jongen die de Engelsen boven alles acht. Voor Hollanders heeft hij minachting. Hij vindt ze lomp, dik, lelijk, onhebbelijk enz.
Hij geeft toe dat een Engelsman "tegen" en een Hollander "mee" valt. Hij rookt de gehele dag sigaretten. Ik schat het aantal dat hij rookt op 30. Ze kosten 2 ct per stuk dus betaalt hij daarvoor 30 x 2 x 365 = f 219.- die hij beter zou kunnen gebruiken dan met het verwoesten van zijn gezondheid. Als hij slaapt wordt hij niet wakker voor hij gepord wordt - en hóe gepord. Hij slaapt dan 13 uur en langer. Men gaat niet van hem houden. Hij is trots van aard, dromerig, weinig actief, wel geestig soms en hij moet zonder twijfel heel knap zijn in de wiskunde. Ik hoop dat hij spoedig vertrekt.
(In 1937 publiceerde Willen van Stockum een artikel waarin hij een van de eerste exacte oplossingen aandroeg voor Einstein's veldvergelijking. In zijn artikel modelleert hij het zwaartekrachtsveld veroorzaakt door een configuratie van roterende materie, de van Stockum stof, die rond een cilindrische symmetrie-as draait. Met zijn artikel was Van Stockum waarschijnlijk de eerste die de mogelijkheid opmerkte van het bestaan van zogenaamde 'closed timelike curves', een van de vreemdste en meest verwarrende verschijnselen in de algemene relativiteitstheorie. Iets wat later ook geopperd en verder bestudeerd werd door Kurt Gödel.)
Gisteren 1 februari met Hilda en Engel naar Den Haag voor de receptie van Nan de Booy en Robert Veth.
(Dochter van Theo en Cateau de Geer).Eerst naar de tentoonstelling klederdrachten in de Ridderzaal, vervolgens naar Lensvelt Nicola om koffie te drinken, vervolgens naar de Maris tentoonstelling in het nieuwe Gemeentelijke museum zonder enige schoonheid (van buiten) gebouwd door Berlage, van binnen ruim en mooi. De Marissen, vele heel mooie. Naar de receptie die heel goed bezocht was, de bruid in een heel mooie eenvoudige japon, de cadeaux zeer vele en mooi. Vele vrienden en verwanten gezien, te veel om ze alle op te noemen. Moe en koud naar Amsterdam en even naar Jo en naar bed. In het Museum ook gezien de deur van ons oude huis in de Grote Houtstraat en deze meer bewonderd dan ik ooit thuis heb gedaan. Als jaar is genoemd 1750.
4 februari. Sam Bottenheim is veroordeeld wegens een belastingdelict. Verder heeft hij voor ¦ 70.000 ongedekte cheques getekend en gaat de kast in. Ook heeft hij Amerikaans geld van Mengelberg opgemaakt, waardoor deze ook misschien in moeilijkheden geraakt omdat hij vroeger moet verklaard hebben in Amerika geen geld te bezitten.
Jo [zijn zuster] gaat waarschijnlijk in kliniek Knol voor
f 1800.- p.j. Jo geeft veel van haar inboedel aan allerlei familieleden.
13 maart. Met de zaak Mengelberg staat het heel slecht. Een bezoek van Jitta heeft tot niets geleid. Hij ontkent alle schuld terwijl prof. Russel zegt dat hij zeker in de gevangenis zou komen zo alles bekend werd. Bottenheim zal als het uitkomt chantage plegen.
Zondag 29 maart na de preek naar Marthe.
(Marthe Voorhoeve, de weduwe van professor N.Voorhoeve. Zij musiceerde vaak met mijn vader en was een aanhangster van de anti-Mengelbergpartij, die Evert Cornelis de voorkeur gaf als dirigent). Even gesproken over Mengelberg. Zij zegt dat "men" zo het land heeft aan Mengelberg, dat men het aangenaam vindt als hem iets overkomt dat onaangenaam voor hem is. Men hoopt dat hij in de gevangenis komt en dat hij er niet in zit verwondert de mensen die overtuigd zijn dat hij geknoeid heeft met de belasting.
Dinsdag 31 maart. De Italianen hebben op schandelijke wijze Harrar door middel van vliegtuigen in brand gestoken. Ik ga nooit meer naar dit land van schooiers. Vuile bandieten zijn het (De Italianen namelijk). Hitler heeft het klaargespeeld 99% van de stemmen op hem te doen uitbrengen.
Vandaag onze Willem Mengelberg voor de rechter als getuige in de strafzaak Bottenheim. Het lezen van het verslag in het Handelsblad stemt niet aangenaam, aangezien het bijna niet denkbaar is dat hij zo weinig van zijn geldzaken zou hebben geweten als hij voorgeeft. Vandaag gehoord dat Cateau veel moeite doet het vertrek van Nan en Robert [naar Indië] te verhinderen door klachten en door ziekte voor te wenden enz. enz. en door verwijten.
Woensdag 1 april '36. Gisteren heeft Mengelberg getuigd voor de rechtbank. De verslagen van deze zitting staan het beste in de Telegraaf van gisteren en hedenochtend. Mengelberg heeft als getuige de eed afgelegd en men kan dus niet aannemen dat hij onwaarheid heeft gesproken zonder hem van meineed te beschuldigen. Toch is het moeilijk zulk een volslagen onbekendheid met de staat zijner financiën bij een mens te aanvaarden. Om 3 uur vergadering van het Concertgebouw, waarin wij bekend worden met de eisen van bezuiniging van Rijk en Gemeente, die zeer ernstig zijn. Moeilijkheden met Mengelberg die een concert heeft afgesloten te Parijs terwijl hij op die datum een concert heeft te Deventer. Oyens stuift op en zegt dat Mengelberg, Tilly en Russel leugenaars zijn en dat hij geen andere banden dan zakelijke meer met hen heeft.
20 april. Gisteravond naar concertgebouw, herdenking sterfdag Mahler. Een prachtig concert. Ik had geen slaap, hetgeen zeer bijzonder is en genoot dientengevolge zeer bijzonder. Er waren twee Franse dames die enthousiast waren zowel over het orkest als over den Duitsen baszanger en over onze Jo Vincent die onovertrefbaar was in de IVde symphonie van Mahler. De Lieder eines fahrenden Gesellen waren zo roerend. Op zulk een avond vergeeft men Mengelberg veel.
Dinsdag 21 april '36. Jo komt eten en we gaan met ons vieren naar de Scarlet Pimpernel in het City Theater waar de zogenaamde "service" "up to date" is (Dit is tegenwoordig zuiver Nederlands). De Scarlet Pimpernel is een prachtige film naar het boek van Orczy uit de tijd van de Franse Revolutie. Prachtige typen. De spelers Engels. Mooie mensen. De hoofdpersoon zeer bijzonder. Heet hij Leslie Howard, neen, anders..
Donderdag 30 april. 1e dag van de verhuizing [naar Stadionkade 38]. Er komen kisten en we pakken boeken in en linnengoed.
Nog heb ik dinsdag niet vermeld dat ik 's avonds muziek maakte bij Marthe met prof. Heringa. Ik bracht het gesprek op die chemische fabriek te Oss en Heringa vertelde toen o.a.: Onder aan de hersenen is een klier die een stof bevat die men "prolactine" noemt. Deze ingespoten bij een duif, doet de z.g. duivenmelk verschijnen. Een mannelijk guinees biggetje er mee ingespoten kan men zogend maken.
Heringa zegt verder dat de geleerden steeds de fout begaan te denken dat zij "er" zijn. De koepokinenting is een van de voorbeelden dat zij er niet zijn. Immers plotseling verscheen hersenvliesontsteking en de koepokinenting wordt nu niet meer toegepast uit vrees voor hersenvliesontsteking, zodat men nu weer bang is voor een pokkenepidemie. De middelen ter bestrijding van tuberculose hebben deze wel veel zeldzamer gemaakt, doch de mens is nu veel gevoeliger voor tuberculose geworden.
Heringa is in stijgende bewondering voor de natuur en heeft geleidelijk een vast geloof gekregen in de voortduur van het leven. De dood is slechts een fase van het leven, dient voor opbouw van nieuw leven.
4 mei. De Negus is te Djiboeti bij de gezant van Frankrijk. Hij moet toch geweten hebben dat het een ongeregelde boel zou worden als hij vertrok. Hoe herinner ik mij nog in mijn jeugd dat Theodorus, Negus van Abessynië, verslagen door de Engelsen, zich, net als Saul vroeger, doodde op het slagveld. Dit schijnt mij in ieder geval een waardiger einde dan vluchten, al is die zelfmoord er ook naast, want hij laat zijn volk dat hem trouw zwoer zonder hoofd achter.
24 mei l936. Gisteren a/b "Hoop", het hospitaal kerkschip, eerst 's morgens Prinses Juliana en namiddags de Koningin rondgeleid. Vissering, die wel aanwezig was, had mij de regeling en het spreken overgelaten omdat hij slechts "onverstaanbaar" kan spreken. Ik vond de Prinses belangrijk verbeterd, zowel in uiterlijk als in optreden. De Koningin was vlot en flink, kroop overal in en vol belangstelling.
Zondag 28 juni. Goed weer, later mooi. Om 11.15 komen Engelien en Tom per auto en samen naar Witzand waar een 60 tal kinderen, kleinkinderen en achterkleinkinderen. Een mooie dag. Het is een ellendig denkbeeld dat Witzand wellicht het volgend jaar zal zijn verkocht. Wat een prachtige bloemen. Charles en Marie houden zich heel flink. Ik houd een speechje en loof
f 10.- uit voor een Landdaglied. (Na het overlijden van "Grannie" (Emily Boissevain-MacDonnell) werden er in de maand juni "landdagen" georganiseerd waar alle nakomelingen van Grannie en grootvader Boissevain welkom waren, samen met hun echtgenoten. Deze bijeenkomsten vonden op het Witzand plaats en toen dat niet meer mogelijk was, naar ik meen op de Hoge Kley te Amersfoort. Ik meen dat er na 1939 geen bijeenkomsten meer zijn geweest).
Donderdag 31 december. We eten wafels en drinken rode wijn. Alfred, Jan Maurits (Boissevain) en Engelien gaan vroeg naar bed. Heleen Boissevain vertrekt ongeveer 11 uur en daarna gaan Hilda en ik ook naar bed maar ik sta weer op en luister in pijama naar de klokken van de St. Jacobstoren in Den Haag en vervolgens de draadloze gelukwensen van Nederlandse schepen over de hele wereld. Wat een schepen. Het was een indrukwekkende lijst van schepen onder de Nederlandse vlag.

1 9 3 7
4 januari. Vandaag vertrekt Jan van Stockum. Hij is een fijne jongen met een zeer goed verstand, nog niet geschikt om te werken in een drukke omgeving. Hij gaat terug naar Giessen, waar dr. Neumann hem in orde moet maken. Er wordt veel in Duitse couranten en ook in Engelse en in de Telegraaf geschreven over een vlagincident, hierin bestaande dat tijdens een voetbalwedstrijd verkeerde Duitse vlaggen zijn gehesen. Verder dat het Duitse volkslied, zijnde het Deutschlandlied en het Horst Wessel lied hier niet gespeeld worden maar wel het "Lippe" lied. De zaak werd in Duitsland zo ernstig opgevat dat passen werden geweigerd aan bruidsmeisjes en bruidsjonkers voor het huwelijk van Prinses Juliana. Het is zeker dat het niet mogelijk zou zijn hier de hakenkruisvlag te tonen zonder dat er relletjes zouden komen. Ware Prinses Juliana met een Zweed of Engelsman getrouwd dan zou men zeker hier vele Zweedse of Engelse vlaggen zien, nu ziet men hier geen enkele Duitse vlag. Dit voelt men in Duitsland. Maar Duitsland heeft onze achting en vriendschap niet verdiend.
Donderdag 7 januari. 's Morgens ½ 10 uit huis. 10½ uur bij Jim en Erminie [de Booy, toen wonend dicht bij Plein 1813 in Den Haag]. Amerikanen en andere mensen. Het is koud, een koude wind. We volgen alles met de radio. Als de stoet nadert gaan we op de tribune waar we voedsel ontvangen, broodjes enz. Eindelijk de stoet, die prachtig was, maar heel kort. Er zijn werkelijk ernstige moeilijkheden geweest met Duitsland, maar onze regering heeft een waardige flinke nota gezonden. In het gebouw van K en W zijn drie volksliederen gespeeld. Eerst het Wilhelmus. 2: Deutschland über alles en het Horst Wessel lied. 3: God save the King. Alleen bij 1 en 3 heeft het publiek meegezongen, bij 2 was het een ijzige stilte. De "Lippe" versieringen waren vooraf verwijderd uit het gebouw.
12 januari. [Terschelling] Per fiets naar Wijde Blik en de toestand getekend zoals die geworden is door de Decemberstorm. De duinen zeer steil zodat men er niet bij omlaag kan, hoogte van 6 meter boven het strand. Er is al enige aanstuiving aan de duinvoet. Per bus van Cupido om 2 uur naar West. Bezoek bij Branke Lettinga in z'n armoedige woning, een achterkamer van een van de ouderwetse schilderachtige huisjes in de Langeburen. Hij is gehuwd met Louise Bakker, een dochter van Kersje Bakker. Ze zijn nu 5 jaar getrouwd en hebben een jongen van 4 jaar. Branke was vroeger erg aan de drank toen hij kennis kreeg aan Louise Bakker, die diende bij dokter Baart. Ze had de cultuur die Terschellingers nu eenmaal hebben, sprak nooit een onvertogen woord en er kwam ook geen onvertogen woord in haar hart. De heer en mevrouw Baart deden alle mogelijke moeite om haar van Branke af te trekken maar het hielp niet. Ik zal wel zorgen dat hij niet meer drinkt, zei ze. Op zekere dag kwam Louise 's morgens niet beneden. Men deed een onderzoek op haar kamertje. Ze was gevlogen met al haar goed. Later bleek dat ze met Branke in zijn Blazer uit de haven was vertrokken. Die bleven drie dagen weg. Toen ze eindelijk terug waren in de haven liepen ze hand in hand naar het stadhuis en lieten zich in de echt verbinden. Branke drinkt niet meer. Branke is opstapper van de Brandaris, verder vist hij wulken. Louise ging aanvankelijk altijd mee, ze hield van het leven op de blazer. Toen hij eenmaal viste op Texelstroom en het zeer ruw was wilde hij naar binnen gaan, naar de haven. Daar kwam het hoofd van zijn vrouwtje uit het vooronder kijken. Waar gaan we heen, vroeg ze. Naar de haven, zei Branke, 't is te ruw. En wat doen de anderen, vroeg Louise. Die vissen nog. Dan kunnen wij toch ook vissen, zei Louise. En Branke ging natuurlijk niet naar binnen. Natuurlijk niet, zei hij. Dit verklaart ook dat ze haar man van de drank afhoudt. Branke is een aardige kerel. Ik praat liever met hem dan met het commissielid kapitein Bakker, die mensen als Aai Poel (Arrien Harrenberg), Branke Lettinga e.d. veracht. Arrien H. is 4 weken geleden gestorven en Bakker heeft nog geen woord gesproken met de weduwe.
10 februari. Namiddag vergadering Concertgebouw waar het voornaamste punt, hoe het bestuur zal staan tegenover de operaplannen van de Wagnervereniging. Als ik thuis kom hoor ik dat de Reddingmaatschappij mij tweemaal heeft opgebeld en wat later komt mej. Leesberg aan de telefoon en deelt mij mede dat de reddingboot te Zandvoort bij een oefening is omgeslagen. Tom zat er ook in. De schipper Molenaar is omgekomen en later sterft nog een roeier.
Zaterdag 13 februari met de tram naar Zandvoort. Om 12 uur bij burgemeester van Alphen, waar ook Tegelberg en Tom. Daar koffie
gedronken en vervolgens de begrafenis. Eerst schipper Molenaar, waarbij Van Alphen en Tegelberg spraken. Van Alphen herinnerde aan de houding van schipper Paap en bemanning bij de ramp Salento en leidde daaruit af dat de mannen van de reddingboot te Zandvoort de zee kunnen beoordelen. Hij begaf zich hier op ietwat gevaarlijk terrein met het oog op de aanwezigheid van enige IJmuidenaren, die de poging tot redding Salento medemaakten. Ds. Tromp sprak goed bij Molenaars graf, er op wijzende dat het hier geen "toeval" was, dat wij allen in Gods hand zijn. Ik weet wel, zeide hij, dat ik hier tegen mensen spreek die niet denken aan een toeval. Bij de begrafenis van Schuiler sprak weer Van Alphen, daarna Tom, heel goed. "Wij zijn geslagen, maar niet verslagen", zei hij. Het was mooi Tom dat te horen zeggen. Bij zulke gebeurtenissen gevoelt men de verantwoordelijkheid zo leider te zijn van een bedrijf waar het personeel grote gevaren loopt.
22 februari. Gisteren - Zondag - met Hilda naar Richard van Rees, den 84jarigen, oudbestuurder van het Concertgebouw, thans wonende in het hotel Duin en Daal te Bloemendaal. Het is aardig die drie cahiers te lezen, al bevatten ze niet veel bijzonders. Gedurende het conflict in l904 vertrouwden wij Van Rees niet. Hij is niet van de kwaliteit Sillem. In hem zat meer stijl.
(Het is onbekend wat mijn vader later met die cahiers gedaan heeft).
5 maart naar Noordwijk aan zee om Jan van Kan te spreken, die al lang lijdt aan spierontsteking of reumatiek of wat ook
. Ik vind hem als een oude man zittend in een stoel. Hij begint al gauw over het geval te Zandvoort te spreken en is dan aangedaan en is niet uitgepraat over Tom. "Wees dankbaar dat je zo'n jongen hebt. We hoorden 't om 8 uur door de radio. Ik lag in bed. Laat me er uit. Wat is het. Goddank is De Booy behouden. Toen kwam de een na de ander, allemaal mensen van de reddingboot, of we 't wel gehoord hadden. Goddank, zeiden ze allen, De Booy is niet verdronken. Ja ze houden allemaal erg veel van je jongen, 't is eigenlijk te gek. Alleen Simon Verloop, de communist, die zegt dan 'De Booy is niet Onze lieve Heer'. En 't is overal zo langs de kust. Ik ben daar geweest te Egmond na de Drenthe, daar zaten die kerels allemaal dronken in dat kroegje, maar ze waren allemaal vol lof over De Booy. En de meisjes zeggen: Ik wou dat ik zo'n knappe jongen kreeg. Ja, je moet dankbaar zijn dat je zo'n jongen hebt. Toen hij [Tom de Booy] me kwam opzoeken liepen de tranen over z'n wangen. Ik dacht, is dat nu een verhouding van een meerdere tot z'n mindere." Z'n dochter Johanna was bezig in de kamer en mij trof de eerbiedige wijze waarop ze hem toesprak. Z'n vrouw magerder nog dan vroeger. Ze staan erop dat ik een visje blijf eten en ik doe het ook na eerst een bezoek te hebben gebracht aan de slagerij van Van den Berg, die gehuwd is met Leentje Cramer, de dochter van Cramer die in l9l9 omkwam met de reddingboot bij de KW 47. Deze slagerij, die dus is gekocht met de f 900.- die Leentje ontving, zag er netjes uit en ze hebben er een behoorlijke boterham van. Arie van Kan wijst mij hoeveel de kust bij Noordwijk is afgeslagen bij de storm in December. Dit is 8 meter en het doet dan weer denken dat deze storm wel iets heel bijzonders is geweest.
16 maart. Coronation. Alfred heeft 3 zitplaatsen voor mij gekocht voor £3.16.6 per plaats, te zamen dus £20.9.6 dus circa
f 180.-. Aangezien Jo f 130.- aan deze tocht zal bijdragen en wij logeren bij de Drummonds zullen de kosten voor mij bedragen de reis 3 x 31.60 = 94.80 + 50 = stel 50 = circa f 200.- Het zal aardig zijn om met Olga en Engelien deze stoet te zien.
Palmzondag 21 maart l937. We hebben dezer dagen gepraat over de vraag of het vele malen uitbeelden van goede nobele karakters vormend zou zijn op het eigen k
alm karakter of niet, en ook omgekeerd natuurlijk of het uitbeelden van slechte karakters een slechte invloed zou kunnen hebben. We zijn nog niet tot een oplossing gekomen.
24 maart l937. Vandaag de Ruytermedaille uitgereikt aan Smits Sleepdienst. Goedkoop zei mij dat hij voor 6 maanden ongeveer 3 ton opdrachten had en nu 38 miljoen. Goede toespraak van Quant en bijzonder goed en gevoelig antwoord van Lels. Kapiteins, stuurlui en machinisten van sleepboten. Echte, echte zeelui. "Een Engelsman heeft geen lef. Je moet lef hebben en niet prakkezeren. Nou ben je Engelsman en je verbinding raakt los. Dan ga je weg. Dat doet een Hollander nooit..." Enz. enz., aardig om te horen.
29 maart l937. Intussen gebeurde er heden iets dat gelukkig goed afliep. Een van de zoons van Jan Boissevain bracht een brief in een grote envelop. Hij zeide dat de auto met de hele familie beneden was en ik, er niet aan denkende dat ik geen sleutels bij mij had, naar beneden om hen te zien. Na hen gesproken te hebben bemerkte ik mijn fout, die mij in grote ongelegenheid bracht, want hoe kom je nu in huis. Eerst naar Thielen, maar Thielen was uit. Op straat naar mejuffrouw Veerman van 3 hoog. Deze bood mij aan om te telefoneren boven. Ik had het plan de brandweer op te bellen. Maar toen ze zeide dat de heer Gockel eens van boven naar beneden was geklommen deed ik dit ook en kwam zonder moeite op ons balkon en zo naar binnen. Het leek eerst een beetje gek, maar 't was niet moeilijk. We weten nu tevens hoe wij ons kunnen redden. Ik geloof niet dat ik dit zou gedaan hebben zo ik vroeger geen zeeman geweest was.

Han vergeet zijn huissleutel;en klimt omloog van 3 hoog langs de regenpijp naar zijn balkon op 2 hoog

Zaterdag 17 april. Juliana en Bernhard zijn teruggekomen van hun 3 maanden huwelijksreis. Over de wijze waarop zij deze 3 maanden hebben doorgebracht wordt nogal critiek uitgebracht. De Prinses ziet er veel aardiger uit dan toen ze vertrok. Ze is slank geworden en heeft een goed figuur gekregen.
Woensdag 12 mei [in Londen voor de kroning van George V] staan we om 4 uur op en gaan om 4½ uur op weg. Het weer is somber en het is tamelijk koud. We wandelen samen op in de richting van Piccadilly, of liever we gaan in de auto maar mogen niet verder dan Lambeth bridge. 't Is een gezellige drukte op straat maar nog niet overvol. Door St. James Park, Regent Street, eindelijk naar links en aan de achterzijde St. James kerk binnen en zo naar de tribune. In deze kerk zijn de beide Van de Velde's begraven. We zaten veel en dikwijls in de Princes' restaurant, ongezellig, koud, half in slaap en van tijd tot tijd kijkende naar aanmarcherende troepen. Eindelijk tegen 3 uur kwam de optocht. We hadden natuurlijk ook geluisterd naar de plechtigheid in de Abbey en waargenomen hoe mooi de koren zongen en de koning hortend spreekt en bijv. zegt: I solemnly promise ... to do ... so. De optocht was heel bijzonder mooi. We wandelden om ½ 4 naar huis. Bij Lambeth bridge zagen we zeer vele auto's die in een rij stonden te wachten, sommigen met peers er in en hunne vrouwen gekleed in hun statiegewaden, doch met zure gezichten.
Op maandag 24 mei kreeg Jo koorts en mocht daarom dinsdag niet met mij naar paviljoen Vondelpark om daar koffie te drinken. Ze moest te bed blijven. We bezochten haar van tijd tot tijd. In de nacht van vrijdag 28 op zaterdag 29 mei werd ze ernstig ziek. Ze was verlamd aan de linkerzijde. Sedert is zij niet beter geworden. Hart, ademhaling en nieren zijn slecht en de dokter zegt al enige dagen dat er geen hoop is.
Toestand in Nederland. Men kan nu wel zeggen dat het Nederlandse volk onze Koningin grote achting toedraagt en dat het niets anders wenst dan continuatie van de constitutionele monarchie. Ook Juliana is geliefd, maar ze moet met haar Bernhard oppassen en geen dingen doen die aanstoot geven. Bij de verkiezingen heeft de persoon van Colijn een grote overwinning behaald en Mussert een zware nederlaag geleden. Het aantal werkelozen neemt af maar niet hard. Men moet rekening houden met het feit dat jaarlijks een 40.000 nieuw aantal aan werk moet geholpen worden door de toename der bevolking en dat de machine doorgaat met haar perfectionering. Leger en Vloot worden versterkt, maar niet hard. Nog steeds zal de Nederlander eerst dan iets voor verdediging gevoelen als het gevaar in de onmiddellijke nabijheid is of althans dicht genaderd. En dan zal het misschien te laat zijn.
Er wordt ernstiger gestreefd naar discipline maar de zorg voor de kleding laat altijd nog te wensen over, bij de Vloot iets minder dan bij het Leger. Hollandse dienstmeisjes zijn niet of zeer moeilijk verkrijgbaar. Toch stelt de Haarlemse tram conductrices aan. Vanmorgen even naar Jo. Ze ligt rustig, snel ademhalende, de mond open om meer lucht te krijgen. Zuster Haak is een lief mensje, komt van Amsterdam, verdient nu f 4.50 per dag door het oppassen van Jo. De nachtzuster verdient f 5.-. Het schijnt mij weinig. Met de spelling van onze taal is het nu zo: Bejaarde mensen, de Regering in haar brieven en publicaties, de couranten (met enkele uitzonderingen), de kantoren, vele schrijvers van boeken, gebruiken de oude spelling en schrijven dus "heeren" en niet "heren". De scholen en daarmede de Jeugd gebruiken de nieuwe spelling. ook de Winkeliers gebruiken de nieuwe spelling in hun opschriften. Dat de Jeugd de nieuwe spelling gebruikt doet denken dat ten slotte de nieuwe spelling, die door vele onderwijzers zeer wordt gewaardeerd, het zal winnen van de oude. In de morgen van 8 juni werden wij geroepen, wij vonden Jo stervende, langzaam ademhalende. Ze stierf zacht om 9.45. Toen de zuster Haak haar had afgelegd en we boven kwamen vonden we haar geheel veranderd. Het gezicht heel rustig, vriendelijk, mooi, een verheven rust uitstralend. Dikwijls en lang keken wij er naar. Ik maakte een schetsje, doch dit komt niet nabij de werkelijkheid. [Ingeplakt in dagboek].
15 juni. Heden avond werden wij verblijd en ontroerd door de persoonlijke mededeling van Prinses Juliana (per radio) dat zij in gezegende omstandigheden verkeert. Dit is zeker wel de eerste maal dat een kroonprinses zich tot het gehele volk, als ware het een gezin waarvan zij deel uitmaakt, wendt met zulk een mededeling. De stem van de Prinses klonk mooi, zacht, welluidend. Ook de stem van Prins Bernhard was warm, gevoelig. Hij spreekt natuurlijk met een duits accent.
9 november. Over de omgang van opgroeiende meisjes met jongens.
In "Het Kind" van 16 october hebben onder het hoofd "Brieven uit een mondain stadje" ontstellende dingen gestaan. Een moeder heeft aan "Het Kind" gevraagd wat ze toch met haar dochter moet doen (opmaken en vrije omgang met jonge mannen enz. ) Haar brief wordt gevonden door haar dochter, die nu zelf antwoordt aan "Het Kind" en dit antwoord wordt geplaatst (aangenomen dat dit alles niet gefingeerd is). Het meisje zegt o.a. "vluchten doen we niet meer. Integendeel, we zoeken de verleiding op. Maar we blijven ons beheersen. We raken elkaar niet aan, ook al slapen we samen in één tent.
Anderen denken er anders over, die vinden dat je al heel jong moet beginnen met je uit te leven. Ze vinden elkaar buiten of op een kamer van een der jongens. Voor de gevolgen zijn ze niet bang: ze kennen alle middelen om zwangerschap te voorkomen. Dit is niet de meerderheid, maar zo zijn er heel wat, in toenemende mate". Het is een heel ernstig vraagstuk hoe ver wij kunnen gaan met de vrijheid van jonge meisjes. Toen ik een jongen was bekeken wij de meisjes van onze stand als bovenaardse wezens, die geen fouten hadden. Toen wij later in aanraking kwamen met prostituees werd daardoor de eerbied voor de vrouw niet minder, de andere vrouwen werden er nog meer door geïdealiseerd. Moeten wij nu in die jonge meisjes wezens zien die "geheel op de hoogte zijn van de middelen ter voorkoming van zwangerschap en deze geregeld toepassen"? Het schijnt me dat het nog niet zover is. Toen wij jongens en jonge mannen waren wekte de omgang met jonge meisjes van onze omgeving geen bewuste erotische gevoelens, in die zin, dat jonge mannen die meisjes toen niet bekeken met geslachtelijke verlangens. Ontstond bij den jongen man teere gevoelens van bewondering, dan bewaarden die hem tegen de verleiding, waarvoor hij anders misschien zou zijn bezweken. Hoe denk ik dankbaar aan de hartelijke ontvangst die we in verschillende havens van de zijde der bewoners ontvingen. Zijn wij in de laatste 50 jaren vooruit of achteruit gegaan. In vele opzichten zijn wij vooruit gegaan, maar de jonge vrouw heeft een grote vrijheid gekregen die slechts door de besten op verstandige wijze kan worden gebruikt. Verbieden, dwang van de zijde der ouders is in de tegenwoordige omstandigheden heel moeilijk, meestal zonder nut. Wat alle ouders kunnen doen is zelf een voorbeeld geven, trachten de vrienden van hun kinderen te zijn, zo mogelijk ook de vrienden hunner vrienden, medewerken aan de vestiging van een hecht familieleven, dan zal het hun ook makkelijker vallen hun kinderen te vertrouwen en dat vertrouwen zal weer kracht geven aan het kind.
Maandag 20 december. Vissering is overleden.
(Mr. Gerard Vissering, 1865-1937). Wie zal er nu voorzitter van "De Hoop" worden. Ik ging naar de begrafenis voor "De Hoop". Vreselijk! Honderden mensen. Toespraken in de aula van het crematorium van Trip, Zuiderzeewerken. Wortman e.a., en de kist daalde net als bij een verbranding, die echter niet geschiedde. De begrafenis had plaats in de familiekring in het mooie graf dat hij mij eens had gewezen.


Mr. Gerard Vissering, o.a president Nederlandsche  Bank .1865-1937)

1 9 3 8
3 januari. Maandag breng ik Jan van Stockum naar Amsterdam. De jongen is in spanning. Hij is nog niet geschikt voor de wereld. Maar belangrijk flinker van vorig jaar. Hij vertrekt 9.52 naar Giessen. Ik naar kantoor en naar huis Stadionkade, waar het kanaal dichtgevroren is, maar nog niet sterk genoeg.
5 januari. Laat op; koud, op het vriespunt. Namiddag gewandeld naar ruïne van Brederode in ongeveer 2½ uur met schaatsen in de hand. Had daar een baan verwacht. Terug met bus naar Haarlem. Haarlem heeft nu 135.000 inwoners, toen ik er woonde misschien 35000. Hoe is alles achteruitgegaan in schilderachtigheid.
12 februari [naar Terschelling, wegens het overlijden van Cupido, vroeger schipper van de motorreddingboot Brandaris]. In het hotel horen wij dat Tegelberg in het sterfhuis Cupido is. Ik met Tom naar Cupido. Weduwe met Piet en Marietje en familieleden. Ik zeg dat zij goed op haar man gepast heeft, waarop zij antwoordt dat dit ook zo is en dat zij een goed geweten heeft. Cupido gezien, liggend in de kist, door een venstertje in het deksel. Hij is geheel de oude Cupido, onbegrijpelijk jong. Koffiedrinken in hotel, l.15 met commissie en bemanning Brandaris naar Hoorn. In "Ons Huis" worden we ontvangen. Daar staan twee lange tafels met tafelkleden er op en een dwarstafel aan het hoofd voor de familieleden. De gasten aan de lange tafel elk een kopje met een kandijklontje voor zich. We worden ontvangen door een statige mooie oude dame in de dracht, een verschijning die in de 17e eeuw behoort, een gaaf, blozend gezicht. Er zijn nog meer oude dames in de oude dracht, samen zeven. Hoe goed kleedt die dracht. Niemand zegt iets. De kist staat in het midden van de zaal. Eindelijk komt de dominee en spreekt eenvoudig en goed in verband met Mattheus ... Jezus de bemanning bestraffend als zij vreesachtig zijn gedurende de storm. Eindelijk kwamen de dragers. Enkelen sloegen nog een laatste blik op Cupido en toen werd hij weggedragen en liepen allen rond het oude kerkje. Aan de Noordzijde zijn 2 graven van Duitse matrozen, drenkelingen gevonden gedurende de oorlog. Drenkelingen worden steeds aan de Noordzijde begraven. Er was juist zon, maar het was nog stormachtig. De dominee sprak weer goed, daarop Tegelberg, Cupido lovende als schipper. Een familielid, een onderwijzer, bedankt en het trof me, zo duidelijk hij articuleerde en de uitgangen ook uitsprak. Het was mooi. Daarop zaten we weer aan de tafels in Ons Huis en dronken we thee uit de kopjes. We gingen met de bus weer naar het hotel. Ik heb een kachel op mijn kamer. Tegen de avond ging de wind naar het Noordoosten en werd nog krachtiger. Tom zei dat hij, als er iets gebeurde en de Brandaris was nodig, hij mee zou gaan. Ik zei, dat mot je doen. Ik had gisteren al gezien dat de bemanning Toms stoerheid bewonderde. Ik twijfel er echter aan of hij bestand is tegen een nacht op zee met de Brandaris bij zulk weer in deze tijd van het jaar. Hij zal er wel levend van afkomen, maar het heel armoedig hebben. Het beste is beneden te gaan zitten, zo lang mogelijk.
Zondag 13 februari. Er is gelukkig niets gebeurd gedurende de nacht. Naar Dekker waar gesproken met juffr. Dekker en Sipke. Juffrouw Dekker spreekt over Cupido en over z'n tweede vrouw, die volgens haar een 'uutsochte' vrouw voor hem 'war', want toen die meisjes Pietje en Marietje nog klein waren moesten ze van Cupido altijd klompen dragen, terwijl alle andere kinderen schoenen droegen. Dan liet de Moeder hun klompen dragen en daar liepen ze dan mee over het stenen straatje, zodat C. het goed hoorde, maar bij het hek deden ze de schoenen aan. Ze 'verneukte' hem. Ja 't was een 'uutsochte' vrouw. Nou, is dat dan niet zo? Naar het hotel om te eten. Het sneeuwt van tijd tot tijd. De wind vermindert wat. Gesprek met een Terschellinger zeeman. Hij is zeeman geweest, behoorde tot de buulgasten, heeft drie schepen verloren, is daarna 28 jaren bij de politie geweest te Amsterdam, brigadier-wachtmeester in de Jordaan. Over het karakter van de Jordaners die het politiebureau beschouwen als de plaats waar oplossing te vinden is voor al hun moeilijkheden. Hij zegt dat er erg bezuinigd is op de politie te Amsterdam. Alles en alles samen 2400 man. Daarom blijft dan voor agenten op straat 1800 man. Gezien het aantal diensturen is dat 600 per ploeg. Dit verminderd met verlofgangers, zieken enz. dan rekent hij dat er niet meer dan 300 agenten op straat lopen (dit lijkt mij weinig). Die mensen weten dat er niet veel hulp is op de bureaux, hetgeen de stemming niet verbetert. Mijn vriend acht de revolver van de politieagent een wapen dat hij alleen voor lijfsbehoud mag gebruiken, niet om bij kleine overtredingen schrik aan te jagen. Een gewone politieagent verdient circa f 2100.-, maar daar gaat 10% vanaf. Er is zeer op het personeel bezuinigd. Er zijn nu evenveel mensen als in l922. Mijn vriend heet Groendijk. Heden 14 maart ben ik drager van een breukband geworden. Ik ben er voor naar Utrecht gegaan waar de heer Pomm hem mij aanpast. 't Valt mee. Hij heeft mij verzekerd dat ik er mee kon schaatsenrijden en bergklimmen. Veel erger dan mijn breuk is de politieke toestand. [...] Thans is Oostenrijk ingelijfd bij Duitsland en is dit een land geworden van 71 miljoen inwoners. Czechoslovakië is nu in een moeilijke positie gekomen. Alfred is hier Zaterdag 12 een uurtje geweest op weg naar Londen waarheen hij gaat met het oog op de politieke toestand. (Alfred de Booy was toen marine-attaché in Londen). Hij was juist teruggekomen van Kutai, zag er roodverbrand uit, had Schussnig vlak bij gezien, had een indruk van slordigheid van het Oostenrijkse leger gekregen en van veel verdeeldheid, had gereisd in één coupé met een kolossale Duitser die vol bewondering was voor de Rijn en voor Hitler.
Het is nu 12 mei. Wij zijn dadelijk na onze thuiskomst [op 4 mei, van een reis naar Italië] gevallen midden in de feestelijkheden van het Concertgebouw, uitvoeringen van de 8ste van Mahler, een feestelijke bijeenkomst waar
hij de Egmontouverture en Halleluja van Händel uit de Messias werd uitgevoerd en waarbij een aantal toespraken werden gehouden; de laatste door Heineken, onzen voorzitter, die zich aan het slot ontpopte als een gelovig mens, die zich weet onder een hogere macht; een muziektentoonstelling in het Museum, een uitvoering in Carré, van Pierement tot Mengelberg. (Dr. H.P. Heineken, voorzitter van l934-l946).
Heineken en Oyens kregen de Leeuw, een succes dat niet zonder moeilijkheden schijnt te zijn bereikt daar op beider zedelijk leven aanmerking scheen te worden gemaakt in hofkringen en de Leeuw nu eenmaal het opschrift heeft: Virtus Nobilitat. We bezochten Charles die Maandag 9 mei 70 jaar werd, Zondags daaraan voorafgaande op het Witzand. Daar ontving de voormalige rijkaard op het terras van het thans aan zijn schuldeisers behorende huis. Het is zielig met Charles. Hij kan bijna niet meer lopen. Toont echter veel moed. Is zich niet voldoende bewust van zijn toestand als failliet koopman. We hadden verder nog voor Engels komst een gesprek met Frans Polak, die daarvoor zijn opwachting maakte. Hij schijnt een goede kerel. Toen wij Charles bezochten hebben Tom en Ot zich tegenover Hilda op erg bezorgde toon uitgelaten over de keuze van Engelien en de gevolgen ervan. Ze hebben er op gewezen dat de jodenvervolgingen die thans practisch plaats hebben in Duitsland wel eens navolging zouden kunnen vinden bij ons en in andere landen, zodat zij overal uitgestoten zouden worden en dan Arische leden van onze familie zelfs niet met Engelien en Frans zouden kunnen omgaan zonder gevaar te lopen zelve te worden uitgestoten. Later zijn zij op hun sombere voorspellingen of gedachten teruggekomen. Frans Polak komt hier nu aan huis en wordt hier vriendelijk ontvangen.
Zondag 22 mei l938. Mooi weer vandaag. We krijgen heden bezoek van den Heer en Mevrouw Polak uit Arnhem, die, als alles gaat zoals het bedoeld is, de schoonouders van Engelien worden. Reeds dadelijk bij het binnenkomen van de kamer maakten ze een aangename indruk. Hij door zijn scherpzinnig uiterlijk en zij ook door haar aardige aantrekkelijke verschijning. Hij is natuurlijk een Jood doch men ziet het hem niet dadelijk aan. Zij is een volbloed Arische, haar moeder is Friese uit Harlingen. Het zijn mensen vol belangstelling, zeer intelligent.
Daarna naar Moera Veth om de verjaardag van Kira te vieren.
(Moera Veth was een Russische, in tweede huwelijk getrouwd met Joost Veth. Kira Gordon, die van Vader vioolles kreeg, was haar zoon uit haar eerste huwelijk. Hoewel communiste, durfde zij toch niet naar de Sovjetunie terug te keren). Wij gaan met Jo der Kinderen en Engelien naar Baarsjesweg 287, vinden daar Joost, Moera en Kira en krijgen "pirok" een oud Russisch gerecht, deeg, met fijngehakt vlees, uien en eieren, lekker, en thee. We geven Kira voetbalschoenen. 't Is een vreemd huishouden met Joost die wel eens dronken is en Moera, die zonder liefde is voor haar man, althans zo schijnt het, z'n naam "Fet" spelt terwijl hij Veth heet, telefoonboodschappen onjuist overbrengt en meneer Olthof Ozinga noemt. Hij zeide nog nooit een brief van z'n vrouw te hebben gekregen, wel onbegrijpelijke briefkaarten. Toch is Moera een aantrekkelijk vrouwtje, uiterlijk en door haar vriendelijke lach en manier. We spreken over de politieke toestand in Rusland die zij zo verklaart dat Stalin om z'n grote doel te bereiken wel eens links of rechts moet uitwijken en dat daarvan dan door de Trotskisten misbruik wordt gemaakt. Het feit dat zoveel hooggeplaatsten verraders blijken, wordt door Joost verklaard op deze wijze dat zij aanvankelijk revolutionnairen waren, dan avonturiers die thans niet meer in de pas kunnen lopen???? Moera zegt dat het Russische volk zeer is vooruitgegaan in welstand. Dat het vroeger was: Geen toegang voor honden en soldaten. Ik zei dat ik voor enige jaren te Dokkum nog had gelezen: "Dekkleden en werkvolk te huur".
Donderdag 16 juni. 41 jaar getrouwd. Namiddag met Hilda 3 uur Algemene Vergadering De Hoop - ben nu officieel door Alg. Verg. tot Voorzitter benoemd; heb een overzicht gegeven over verleden, heden en toekomst. De propaganda, collecte, album enz. is een groot succes geweest. Op 12 september hield Hitler zijn langverwachte rede te Neurenberg. Wij luisterden ernaar in onze huiskamer. De spanning was gedurende de laatste dagen steeds toegenomen. Het slot viel mee want er volgde geen oorlogsverklaring. Ik kreeg de indruk dat iemand aan het woord was geweest die innerlijk verslagen was. Wiens zaak hopeloos was. Ook al zal hij misschien aanvankelijk in een oorlog nog grote winsten behalen.
13 september. Vergadering van de Reddingmaatschappij waarbij ik mijn mening uit over de houding die wij tegenover het Dorus Rijkersfonds behoren in te nemen. Mijn mening is dat de Reddingmaatschappij verplicht is goed te zorgen voor allen die diensten hebben verleend in hare reddingboten. Wanneer een ander hetzelfde werk gaat doen dan kunnen wij dit niet beletten. Wij kunnen dan slechts overwegen of wij soms te kort zijn geschoten in de wijze waarop wij onze taak uitvoerden en maatregelen nemen die leiden tot verbetering. Nooit mogen wij een deel van onze taak overgeven aan een ander. We zullen natuurlijk wel hulp mogen aanvaarden, ook van het DR fonds. Ik heb op de vergadering duidelijk mijn mening gezegd. Mijn standpunt is echter niet aanvaard, noch door den voorzitter, noch door een der anderen. Het is voor mij, die zovele jaren de zaken der Reddingmaatschappij heb geleid, eigenaardig te moeten ondervinden dat op zulk een belangrijk punt mijn standpunt niet aanvaard wordt. De Reddingmaatschappij zal nu dus met het Dorus Rijkersfonds, dat gedurende vele jaren een geheel onjuiste indruk van ons werk ingang heeft doen vinden bij het publiek, een onjuist beeld ook van de toestanden aan de kust, een overeenkomst aangaan volgens welke wij een deel van ons werk aan het DR fonds overdragen. Dit acht ik beneden onze waardigheid
Woensdag 14 sept. Op de Hoop in zee, wind west. Stijve koelte 6. Verstopte lucht. Misschien beter weer, zegt kapitein. Als de lucht helder is komt er meest harde wind. Ik ben zeeziek. Ontbijt, 1 appel, 1 sinaasappel, koud en miserabel. Weer vraag ik mezelf af: wat doe ik aan boord.
Achtermiddag: zeeziek en meest in kooi gelegen in mijn hutje dat zulk een sterke hospitaallucht
afgeeft.
's Avonds eerst Engelse, daarna Hollandse berichten. Czechoslovakije. Wat het deel betreft dat in staat van beleg verkeert is volkomen rust. Op enkele plaatsen hebben Sudeten opstootjes gemaakt en zijn doden gevallen.
15 september. Gedurende de nacht is het voorschoenerzeil gescheurd en vervangen door een kluiver. 's Morgens 7 uur aan dek. Heldere lucht, wolken, Flinke wind uit N., goed zicht. Berichten. Chamberlain heeft Hitler te spreken gevraagd. Zal door hem worden ontvangen.
't Staande lijk van het achterzeil wordt verkort wat een aardig werk is.
De dominee (Beens) vergelijkt Spreuken 8 en Johannes I..Berichten: Ontvangst van Chamberlain te München. Verklaring van Henlein. 's Avonds Noorderlicht. Recht op staande stralen aan Noorderkim. Heldere lucht, kim nevelig. 's Avonds berichten. Sudeten trekken naar de grens.
Vrijdag 16 september. 's Morgens wind ZW. Gesprek met Ds Beens over predestinatie.
Berichten: Henlein en Frank in Duitsland. Chamberlain en Runciman keren terug, hebben gevraagd de eerste 14 dagen niets te doen. Namiddag geland te Scarborough. De Hoop ligt op de reede.
Zondag 18 september naar huis.
Maandag 19 september vergadering van de Hoop en bespreken wat te doen valt als er oorlog komt. Alexander Heldring is 21 september 1938 gestorven. Hij was een zeer begaafd man, fijn van geest, dien wij als directeur van het Handelsblad en als iemand dien wij hoogachtten, zeer zullen missen. Een gebrek van hem was dat hij niet gemakkelijk werk aan een ander overliet. Hij kon niet opschieten met den hoofdredacteur Von Balluseck. Ik vermoed dat dit niet geheel de schuld van laatstgenoemde was. Ik hield van Heldring.


Alexander Heldring , directeur Algemeen Handelsblad. (1874-1938)

Zondag 13 november l938. In Duitsland is een Jodenvervolging uitgebroken. Die vervolging was er eigenlijk reeds maar nu is ze zeer acuut en hevig. Wij tekenden een petitie aan den minister van Justitie waarin wordt aangedrongen op verlening van tijdelijk asyl aan gevluchte Joden.
Een bezoek aan Dopper gebracht. Hij krijgt dagelijks inspuitingen om hem te kalmeren, maar de nachten zijn in weerwil hiervan vreeslijk als de inspuiting uitgewerkt heeft. Wij spraken over de oude tijd, over Diepenbrock, Mengelberg, Van Rees enz., over de muziekstukjes die hij voor ons en onze kinders maakte. Ik ben al weer niet hartelijk genoeg voor hem geweest, heb hem veel te zelden opgezocht.
23 november. Les aan Kira Gordon.
(Zoon van Moera Veth uit haar eerste huwelijk). Dezen mijn plannen betreffende Nova Zembla verklaard.(Mijn vader had een winter op Nova Zembla willen zitten, om te onderzoeken of Gerrit de Veer, die in zijn verslag van de overwintering op Nova Zembla de zon eerder zag dan mogelijk was, misschien toch gelijk kon hebben met zijn waarneming en dus niet de leugenaar was, waarvoor sommige schrijvers hem uitmaakten). Hij tracht mij vergeefs Novaja Zemlya op z'n Russisch te doen uitspreken. Het heeft de hele dag gewaaid. In de namiddag een prachtig gezicht uit onze ramen op de zandvlakte, geelrood van kleur. Grote zandmassa's of zandwolken werden uit het Zuidwesten over het kanaal gewaaid. Daarboven de zware wolken met een stuk blauwe lucht, blauw als de turkoois van Hilda en dan een onheilspellend stuk geel getinte wolken. Ik breng Hilda 's avonds gedreven door de wind naar de Lairessestraat waar ze een vergadering heeft van het Montessorilyceum. Er wordt veel gesproken over opheffing van dit Lyceum, maar ik geloof nog steeds niet dat het gebeurt. In de tram.
Een juffrouw dragende een mandje, stand dienstbode, ouderdom circa 30 jaren, kwam naast me zitten. "Da's ook wat", zei ze toen de conducteur kwam,"ik heb geen geld bij me. Laat me de volgende halte maar uitstappen, conducteur". Alle gezichten in de tram bleven onveranderd strak. "Mag ik U een kaartje aanbieden", vroeg ik. "Ja maar", zei de juffrouw, "hoe zal ik U dat dan terugbetalen?" "Hiernamaals", zei ik
. Dat vond ze goed en ze kreeg haar kaartje. Alle gezichten waren onveranderd Hollands strak gebleven.
Zondag 11 december. Wij leven in een vreemde wereld, een wereld met eigenaardige manieren. Ten slotte zal een grote oorlog wel het gevolg zijn.
Woensdag 14 december. Hilda vanavond een vergadering met de ouders van het Montessorilyceum over de vraag of dit zal kunnen voortbestaan. Ik woonde de vergadering bij. Ongeveer 60 mensen waren opgekomen. Moeder presideerde meesterlijk. De stemming was aardig en de verhoging schoolgeld zal er dus wel doorkomen. Prof. Jordan hield een gloedvolle peroratie waarin hij opponeerde tegen het defaitisme dat sprak over de mogelijkheid van ophouden van de school. Dit mag nooit gebeuren, zei hij met nadruk. Als de "aanwijzing" plaats heeft, d.w.z. als met een nieuwe wet de school het recht van eindexamen verkrijgt, blijft de school bestaan. En als de aanwijzing niet plaats heeft, blijft ze ook bestaan. Dan moeten de kinderen slechts het Staatsexamen afleggen en deze moeilijkheid overwinnen. We zaten na de vergadering in een café dichtbij het Frederiksplein en ik betaalde de rekening van de vertering. 't Was heel gezellig.
Maandag 26 december. Minder vorst. Wind ZZO, niet sterk. Met Alfred om 10.04 naar Alkmaar. Te Uitgeest voegen Olga en John en Willem van Marle zich bij ons. Te Alkmaar per bus naar Friese dijk. Daar opgebonden en via Otterleek, Ursum, Avenhorn, Oudendijk, Beets, naar Oudhuizen. Daar wat gerust en per bus naar Amsterdam. De baan van Oosthuizen naar Edam nog niet geveegd. 't Was een heerlijke tocht, die mij lang in het geheugen zal blijven. Ik rijd niet minder dan 5 jaar geleden. Prachtig die molens van de Schermer even na het verlaten van Alkmaar en verderop weer een drietal. Mooi dat slanke gepluimde wuivende riet aan de boorden en die witte uitgestrektheid. En de vriendelijkheid van al die stugge Hollanders, de koek-en zopies waar je Amsterdamse korstjes aanneemt en opeet uit de vuile handen van een boer. We waren 4.15 thuis. Een prachtdag!
Dinsdag 27 december. Als we opstaan dooit het. Dit treurige feit brengt de 11stedentocht die donderdag a.s. in Friesland gereden zou worden, in groot gevaar. De Koningin heeft 10.000 gulden gegeven voor de beloning van mensen die de banen in orde zouden maken. Het is droevig dat deze Koninklijke daad nu toch niet geholpen heeft. We gingen samen, Hilda en ik, naar hotel Zilven bij Loenen, het huis achterlatend in een staat van grote wanorde. De vorige dag was Engelien met een zware handkoffer in elke hand, het huis uitgestapt, zeggende "ik ben een dochter van mijn vader" naar lijn 24 en verder naar Alfred in Den Haag om met hem naar de wintersport te gaan San
Bernardino, Graubünden.

1 9 3 9
Het is nu dinsdag 3 januari l939. We hebben nogal wat natte sneeuw en regen gehad, hebben 's morgens gewandeld en overigens een erg lui leventje geleid. Ik heb mijn courantenuitknipsels sedert augustus bijgewerkt, gelezen de brieven van Lawrence en lees nu de memoires van Benvenuto Cellini, hetgeen interessanter, boeiender lectuur is dan de brieven van dien ongelukkigen Lawrence.
Woensdag 4 januari. We kwamen tegen ½ 11 op het Kolkhuis aan en vonden daar Jan en Hessie, Hilda Wendland en Wolff en hun 2 kinderen, Jan Eylard en Peter, alleraardigste jongens die nog goed Hollands spreken.(Huis in Hattem, bewoond door Jan en Hessie van Hall-Boissevain. Hun dochter Hilda, over voor de kerstdagen, woonde in Duitsland).


Het "Kolkhuis" bewoond door Jan en Hessie van Hall-Boissevain. Tekening Hendrik de Booij

Wolf Wendland is een veeleisende abnormale kerel. Het verstandigst is hij als hij over Duitsland spreekt. Hij is pacifist, kan zich echter begrijpen dat een Duitser, hoewel hij geen oorlog wil, toch eerst bevrijd wil zijn van de schande der onderdrukking die hij heeft moeten lijden. Het systeem "alles voor het land" schijnt hij aan te nemen. M.i. moet dit leiden tot oorlog.
7 januari, zaterdag. gisteren Driekoningen. Het brood met boon was geen succes, namelijk klefferig, oneetbaar. Die oude gebruiken worden niet in ere gehouden, evenals de poppen van speculaas.
Die mooie dames (vrijsters) en heren zijn onooglijke gedrochten geworden. We hadden kaarsverlichting. Rudi Voorhoeve verbrandde het groen en we vertelden verhaaltjes of herinneringen uit ons leven. We aten wafels en dronken warme wijn, 't was gezellig.
11 januari, woensdag. Engelien is bruin, sproetig teruggekomen uit Zwitserland.
Het IJsselmeer is nog lang niet vrij van ijs. Bij Hindeloopen is een schip door het kruien van het ijs gezonken. Het vervoerde 80.000 liter olie. Twee andere schepen zitten er in het ijs vast, verlaten door de bemanning. Urk is voortdurend bezig met zijn ijsvlet, heen en weer naar Kampen, om levensmiddelen te halen. Bij Stavoren is het ijs over de dijk gekruid. Bij Harderwijk zijn ijsbergen van 30 meter hoogte.
Duitsland is zenuwachtig door het feit dat in ruiten van kamers die direct of indirect in gebruik waren bij het Duitse gezantschap in Den Haag en Amsterdam, kleine gaatjes zijn aangetroffen. Zelfs is in één kamer een klein kogeltje gevonden. De Duitse officiële berichtgeving wijt dit aan de Joden en de sympathie in in Nederland voor Joden gevoeld wordt, o.a. gebleken door een rede van Colijn om de collecte aan te prijzen. Gelukkig blijven wij hier kalm, maar men vraagt zich toch af: wat zit daar achter, achter die bangmakerij. Von Balluseck vertelde mij onlangs dat Duitsland voornemens zou zijn om als bij ons de sla rijp is plotseling de grenzen voor sla te sluiten, waardoor aan het licht zou komen hoe wij economisch van Duitsland afhangen. Helaas is dit laatste waar. Het maakt wel een eigenaardige indruk dat Duitsland zo geprikkeld wordt door een kogeltje van enige millimeter middellijn.
Gisteren 13 januari naar Noordwijk en daar in de kamer van de burgemeester afgerekend met Hellenberg, die 21 jaar is geworden en die daarom in het bezit komt van zijn deel van het Fonds Ramp Noordwijk 24 november
1919. Het is van f 3800 aangegroeid tot ruim f 10.000 in 20 jaar. Daarna naar Noordwijk aan zee en in de bazar van Jan van Kan zaliger zijn zoon Arie ontmoet met z'n vrouw, Hij was juist klaar met de balans, zei hij, zag er niet uit als iemand die met een balans is bezig geweest, daar hij aan het smeden was geweest, dus geheel onder de olie en roet zat. Aardig om te zien hoe hij brieven van z'n vader altijd bij zich draagt, ook een briefje van mij aan Jan van Kan.
Mooi gezicht op de zee. Een achttal schelpenvissers aan het werk met hun karren.
Terug naar huis. 's Avonds wat hartkloppingen en wat koortsig, niet verkouden. Ik rook in de laatste tijd weer, zou het daarvan komen, misschien wel. Heb gisteren verscheidene sigaren gerookt, één bij burgemeester, één bij Van Kan en nog een paar, een viertal denk ik. Zal er weer mee uitscheiden.
Zondag 1 juli l939. Ik ben heden met Hilda naar Wijde Blik gereisd. In de autobus zat ik naast een bekoorlijk fries meisje uit Makkum, genaamd Dijkstra, dat er in de oude friese dracht meer dan bekoorlijk zou hebben uitgezien. De politieke toestand is zorgelijk. Het schijnt dat Hitler plannen heeft met Dantzig. Er worden troepen en kanonnen heengezonden. Halifax heeft weer een rede gehouden die op Duitsers geen indruk maakt. Een paar dagen geleden sprak Winston Churchill een somber gestemde rede uit, er op wijzende dat Engeland niet anders kan doen dan oorlogvoeren, zo Polen wordt aangevallen. Intussen blijft de toestand te Tientsin onveranderd tenzij een verandering mag genoemd worden dat de Engelsen zich niet meer zo veelvuldig meer op bevel van Japanse schildwachten behoeven te ontkleden. Als 't misloopt ben ik van plan om naar Amsterdam te gaan omdat ik daar al mijn werk heb. Een binnenlandse moeilijkheid is de ontslagname van het Kabinet, dat niet eensgezind is over de zogenaamde ouderwetse of nieuwerwetse manier van financiering. De ouderwetse wil een sluitend budget met niet uitvoering van de plannen die men niet kan betalen uit de gewone middelen. De Koningin droeg Colijn de vorming van een nieuw kabinet op. Hij is onlangs 70 jaar geworden. Gisteren was ik op het Handelsblad, waar de heer Boskamp de mening uitte dat iemand van 71 zoals Chamberlain niet premier mocht zijn in de tegenwoordige omstandigheden.
22 aug. (te Amsterdam) Hedenmorgen meldden de couranten de totstandkoming van een pact van non-agressie tussen Duitsland en de Sowjet-Unie. Dit is vooral voor Polen zeer belangrijk en stelt ook Engeland en Frankrijk voor een moeilijk vraagstuk.
24 aug. Op de middag gesproken per telefoon met "De Hoop", die dwars van Edinburgh is. Ik machtig de Hoop terug te komen als de toestand zeer ernstig is.
26 aug. Nog geen oorlog. Gisteren is Jan van Stockum uit Giessen gekomen, brengt de tijding mede dat alle mensen in Duitsland denken dat er geen oorlog komt, maar dat toch Dantzig Duits wordt en de Corridor zal verdwijnen enz. enz.
Maandag 28 augustus. Aan het ontbijt een warm gesprek met Jan van Stockum die gelooft dat Engeland en Frankrijk zullen toegeven. Ik denk ook dat zoiets zal gebeuren. Hilda niet. 2 u. namiddag. Na het aanhoren van een ongunstig luidende radiomededeling komt het bericht van de algemene mobilisatie.
woensdag 30 augustus. Jan van Stockum is vandaag opgenomen in het Wilhelmina Gasthuis. Ik had juist een vergadering gehad a/b van de Hoop toen ik het vernam. Wat de Hoop betreft werd besloten dat deze bij het uitbreken van oorlog telefonisch overleg zal plegen met bestuur via Radio-Holland. Als de verbinding niet tot stand kan komen zal de Hoop terugkeren. In het algemeen zal de Hoop zijn waar de vissers zijn.
3 sept. Na tafel met Hilda naar het W.G. waar we Jan van Stockum zeer onrustig vinden. Hij is op het ogenblik geheel buiten zinnen.
(De gesprekken n.a.l. van de dreigende oorlog en de mobilisatie zijn voor Jan, die nog altijd zeer labiel was, veel te aangrijpend geweest. Hij werd sindsdien verpleegd in verschillende inrichtingen en is kort na de oorlog overleden aan tbc).
4 october. Vandaag vergadering Adderfonds onder leiding van Admiraal Quant. Met hem gesproken over onze verdediging. Hij zegt dat deze nog naar niets lijkt, dat er slechts een begin is gemaakt van een verdediging. Ook Herman Boissevain, die luitenant van de veldartillerie is, uitte zich op een manier die niet veel hoop geeft op een langdurig ophouden van een Duits leger.


23 october 1939 - Het Hospitaal Kerkschip De Hoop, afgemeerd aan de Hoogte Kadijk wordt voorzien van de kleuren rood, wit en blauw.

1 nov. 1939. Zaterdag ging ik met Hilda per auto naar Charles en Marie, die nu wonen op Oost Witzand in de onmiddellijke nabijheid van hun vroegere buitenplaats Witzand. Ik heb dit Witzand nooit mooi gevonden en de plaats zelve klein en vervelend. Anderen vonden het echter een vorstelijk verblijf. Nu wonen ze echter in een woning die men in vergelijking met Witzand zeer klein zou kunnen noemen, die echter nog versierd is met dingen die vroeger Witzand sierden, als de enorme tafel en de portretten van Vader, Moeder en van de groep der kinderen enz.
5 november. Gisteren naar de Hoop, die op de voormalige Marinewerf ligt en woensdag buiten dienst gaat. Ik kom een Marinewacht tegen en merk op dat de geweren op slordige wijze worden gedragen. En toch zegt Alfred dat er een behoorlijke tucht is bij de Marine. Ik geloof dat die tucht nog zeer te wensen overlaat. Het komt ook wel door het grote gemis aan zin voor decorum, een eigenschap van ons Volk, waardoor vele officieren niet zien, niet kunnen zien, of een man goed gekleed is of niet, of hij er goed bijstaat of niet.
Bij het leger zie ik veel dat mij hindert. Een marcherende troep gaat wel, maar de houding van schildwachten bijv., de wijze van lopen, laat veel te wensen. Toch is de houding en de tenue iets beter dan in l914 schijnt mij toe. De sport heeft wel invloed ten goede gehad.
7 november. Intussen maakt ons land zich klaar voor een onderwaterzetting op grote schaal. Alle mensen van Baarn, waar gevochten zal worden, moeten dan naar Wieringermeer. Bé van Rijn, in haar mooie huis te Baarn, in doodsangst, heeft gedaan gekregen dat zij zal worden gewaarschuwd en dan met eigen auto naar hotel Duin en Daal kan gaan. Er staan aan het station een groot aantal veewagens klaar, waarin de bevolking weg zal worden gevoerd.
Zaterdag 18 november. 's Morgens naar kantoor, waar Tom was en ik hoorde dat hij van tijd tot tijd telefoneert met Alfred. Dat Alfred zelden schrijft, maar als hij het doet, interessante dingen vertelt, in tegenstelling met zijn Parijse collega, die veel schrijft, maar weinig dat interessant is.
19 november. De Simon Bolivar van de KNSM is op een mijn gelopen en gezonken. Er zijn een 80tal vermisten, velen zijn ernstig of licht gewond. De geredden zijn voor zover mogelijk naar Londen gebracht, waar het gezantschap het Great Eastern hotel heeft ingehuurd. Alfred is naar Harwich. Ik heb gisteren een Koran gekocht, een Perzisch exemplaar van cira 1745, heel mooi versierd en geschreven. De kaft is vermoedelijk niet Perzisch. De prijs was f 25.-'t Is een genot er in te kijken.
3 dec. Alfred kwam vrijdagavond circa 8 uur en vertrok weer zaterdag per vliegtuig om 8 uur 's morgens. Hij zag er vermoeid uit, heeft het ook druk gehad met Simon Bolivar en Spaarndam. Hij vertelt o.a. dat de luitenant die bij het grensincident te Blerik met de Engelse onderhandelaars van de Secret Service was meegegaan, vergezeld had moeten zijn van een patrouille, maar dat hij voor die patrouille uit is meegereden met de Engelsen. Deze zijn in de val gelopen die de Duitsers hadden bereid. Het neerschieten van een Duits vliegtuig boven ons land, in het Zuiden, geschiedde door één soldaat met één schot uit één karabijn. Hij raakte de bestuurder waarop het vliegtuig tegen een boom
vloog.
4 december. Naar het Handelsblad waar Planten [directeur van het Algemeen Handelsblad] mij zegt dat een aantal officieren kamerarrest hebben wegens NSB of Duitse neigingen. Dat het optreden tegen de NSB erg zacht is en dat deze zachtheid misschien haar grond heeft in vrees voor Duitsland, dat men niet wil kwetsen. Is De Geer een krachtige figuur vraagt men zich af
. De geest van de troepen is goed, zegt Planten, maar zal dit geest goed blijven als de ontberingen komen?.

1 9 4 0
13 jan. Nog vriezend weer met grote vreugde van schaatsenrijders voor ons huis. Ik ben helaas verkouden. Eergisteren - Donderdag - reed ik nog schaatsen nadat ik de nieuwe had laten slijpen en ik kon nu veel beter rijden, had mijn oude zekere slag weer terug. Intussen zijn Engelien en Frans getrouwd en alles is schitterend verlopen.
21 januari. Gisterenavond een bezoek gebracht bij onze buren Bein. Mevr. Bein had heerlijke taarten gemaakt. Bein vertelde van zijn ervaringen in de grote oorlog. Hij werd 4 maal gewond, heeft 4 kruisen, w.o. het IJzeren kruis en haat de Duitsers wegens de manier waarop zij de Joden hebben behandeld. Hij heeft hier een knopenfabriek gesticht te Spakenburg, waarop honderden vissers werken. Waarom zulk een man moet worden vervolgd is mij een raadsel. Vanavond stil weer, maan, alles diep onder de sneeuw. Ik stelde Hilda voor een korte wandeling te maken, maar ze wilde pas mee toen ik haar f. 10.- bood voor 10 minuten wandelen en om over de brug te gaan wilde ze niet voor minder dan een kwartje doen. Ik betaalde dus f. 10.25 en we maakten samen een mooie wandeling van 10 minuten. Wel duur!
8 febr. Ik vroeg Niël hoe de stemming is in de Wittenburgerstraat. "Ik vraag excuus", zegt hij, "Bitter". En toen legde hij uit dat het te begrijpen was dat de stemming bitter is wanneer men bedenkt dat het moeilijk is voor een gehuwd paar van f.10,80 steun per week rond te komen en tevens iets te kunnen doen aan herstelling of vernieuwing van huisraad en kleren. Die mensen zien dat ze zakken. Worden ze communist? vroeg ik. Neen, zei hij, ze zijn socialist, maar communist worden ze niet. Ze zien te goed het voorbeeld van Finland. En worden ze nationaal socialist? Dat helemaal niet, zei Niël, Faksist, daar moeten ze helemaal niets van hebben. Er was een groentehandelaar in de Wittenburgerstraat, die was faksist. Nu die kreeg iedere dag vast een pak slaag en is moeten verhuizen. De elfstedentocht is tenslotte geen groot succes geweest. Hij had plaats op 30 januari. Er waren 3000 deelnemers, waarvan 600 aan de wedstrijd. De omstandigheden waren heel moeilijk. Harde NO wind en geen mooi ijs. Tenslotte maakten de 5 eerstaankomenden een afspraak die veel verwarring stichtte. Ze besloten gelijk aan te komen maar kwamen niet gelijk aan en zo kwam verwarring en ontstemming, omdat het publiek nu eenmaal een winnaar wil zien.
11 maart. Verkoping in Frascati van het laatste huis van de Bouwmaatschappij voor f. 13900.-. Verder met Oppenoorth gegeten in Europe en mij daar geërgerd: 1. aan de hors d'oeuvres, 2. aan de verregaande burgerlijkheid van de dansende paren.
13 maart naar Heilo om te spreken met dr. Barnhoorn van het St. Willebrordusgesticht. Jan van Stockum kan daar in open verpleging worden opgenomen, wat een heel goed bericht is. Ook de kosten zijn niet hoog, nam. f. 2,25 per dag, alles inbegrepen.
28 maart. Naar het Handelsblad. De toestand hetzelfde, d.w.z. slecht, wat de advertenties betreft. Het papier zal niet hoger dan 9,75 worden, wat nog meevalt, daar het papier in het buitenland al 13 kost. Met de abonnementen gaat het goed. Naar kantoor en ten slotte naar het Amstelhotel om Mengelberg geluk te wensen op zijn 69ste verjaardag. Vervelend moet het zijn in een hotel te wonen.
31 maart. Naar Heilo waar ik naar de St. Willebrordusstichting en sprak met de administrateur en met dr. Engelman, die Jan behandelt. Ik zag ten slotte Jan, die onder een spanlaken in bedwang gehouden werd, wat een akelig gezicht was. Hij herkende mij, zei dat ik oom Han was. Zijn uiterlijk was meer dat van een verontwaardigd mens dan van een krankzinnige.
1 april. Een brief van Victoria Drummond, die second Engineer is op een wachtschip en daarmede te Antwerpen ligt. Ik antwoordde dat ik naar Antwerpen zal komen vrijdag en dat ik hoop dat ze naar Amsterdam komt en zaterdagavond bij ons komt logeren.
5 april. 12.02 per trein naar Antwerpen en daar 16.09 aangekomen aan het station Oost. Naar hotel Century en gewacht op Victoria, die om circa 7.15 [pm] kwam. Aardig haar te zien. Met haar gedineerd in het hotel en vervolgens naar het huis van de Mission for Seamen, waar we de first engineer van de Har Zion vinden. Om 10.15 met de first Engineer naar boord, ver weg in de docks. Een lange loopplank. Het schip in survey. Naar mijn hut. Geen verwarming.
6 april. Een koude nacht. Mijn broek aangetrokken, een wollen vest, onder mijn winterjas. Toch koud. Ontbeten met een aantal officieren. Een van de officieren was een Pool. Het schip is 30 jaren oud, lekte op veel plaatsen, zoals bleek toen het in het dok stond. Er zijn vele werklieden aan boord. Er is heel veel werk te doen om van dit schip een bruikbaar vaartuig te maken. Alles ziet er smerig en uitgewoond uit. De W.C.! Victoria Drummond heeft onder zich in de machinekamer 2 Spanjaards, 1 Czechoslovaak, 1 Griek, 1 Egyptenaar, 1 Arabier, 1 Jood enz. enz. Het schip heeft vroeger van den Palestijne maatschappij gehoord, heet Har Zion, gaat nu zodra mogelijk naar Lissabon, Gibraltar, Alexandrië, Harifa, dan misschien naar Constanza en in Juli terug naar Engeland. Dan krijgt ze rust. Ze tekende voor deze reis. De kapitein zag ik niet. Hij is Brits, oud en doet lange verhalen. In deze omgeving is nu Victoria Drummond, komende uit een zeer aristocratisch milieu. Ik spreek met een Vlaamse ketelmaker. De vertegenwoordiger van Lloyds komt aan boord. Victoria heeft in de ketels gezeten. Ik gaf de first Engineer een kistje met 25 goede Hollandse sigaren, waar hij erg blij mee was. Die Spanjaarden en andere foreigners dragen messen en vechten er mee. Victoria krijgt permissie om naar de wal te gaan en zondag terug te komen. Circa 10 uur aan wal en naar Hollands consulaat. Moeilijkheden met het visum. Naar Waterschout, visum, naar fotograaf voor 2 foto's en terug naar consul die Holland moet telefoneren om permissie. Eindelijk permissie omstreeks 12.45 en naar hotel om te eten. Vervolgens om 2.31 vertrokken van Antwerpen oost. Alle straten te Antwerpen hebben nog klinkers, nergens asfalt. 5.38 te Amsterdam en per tram 24 naar huis. Victoria in burger met uniformpet. Victoria om 9 uur in bed, slaapt 11 uur.
Zondag 7 april om ½ 10 ontbeten. We geven Victoria mee: een trui, een deken, een el
ectrische lantaarn, vele citroenen, andere kledingstukken enz. enz. en ze vertrekt per trein van 12.02 wat de beste trein is. We zijn allen bezorgd voor haar om haar oude schip dat moet varen onder gevaar van mijnen, duikboten, vliegtuigen enz.Het was merkwaardig Victoria zonder geld te zien. Men mag geen geld medenemen uit Engeland. Maar bovendien was haar uitrusting heel slecht in orde. Daar zit ze nu, een nicht van Lord Kinnaird, van de Duke of Atholl enz., op een smerige oude koopvaarder die lek is. Het eten is erg slecht. ze hebben al hun derde kok die niet kan koken.
8 april hadden wij een bijeenkomst aan boord van de Hoop, waarbij wij o.a. besloten de Hoop klaar te maken voor de vaart en daartoe maandag 16 april de bemanning te doen komen. Zal er nu voorlopig iets van het varen van de Hoop komen, of liever van het uitvaren der haringvissers?
17 april. Vandaag over het algemeen geen goede berichten van Noorwegen. Waar zijn de Engelsen geland? Wat doen ze daar? Alfred schrijft dat men in Engeland zeer optimistisch is en juicht voor het minste, maar dat intussen Noorwegen Duits wordt als er niet opgetreden wordt, en "waar blijft dan 't Engelse prestige?" vraagt hij.
De Carlyles hebben hem aangeboden ons te huisvesten in Engeland. We hebben vele vrienden in Engeland. Gisterenavond met Hilda en Engelien naar de Stadsschouwburg waar we een aardig stuk zagen, "Toontje had een paard getekend". Het gaf een beeld van het conflict dat in deze tijden gezien wordt tussen de ouderwetse strenge en de geheel vrije opvoeding.
25 april. 's Namiddags met Hilda naar Schiphol om Alfred te zien vertrekken naar Londen. Even met hem gepraat. Hij zag er best uit. Ik had een lijstje van vragen opgesteld
1. Zijn de Duitse berichten over aanvallen op landende troepenschepen e.d. overdreven? antw. Ja!
2. Zal een aanval gedaan worden op voorbereidingen te Memel? "Neen".
3. Hoe groot is de geallieerde troepenmacht? 40 à 50 mille. Is die vatbaar voor uitbreiding? Ja!
4. Waarom kunnen de Engelsen niet beletten dat te Dronthem schepen binnenkomen? Batterijen.
5. Wordt Churchill moe? Neen!
Daar zagen we de grote oranje vogel vertrekken en verdwijnen in de lucht. Een paar uur later zal hij in Engeland dalen.
30 april 1940. Verjaardag van prinses Juliana, mooi weer, vlag uitgestoken. Enigszins somber gestemd. Het blijkt dat Duitsland de meerdere is in de lucht. In sombere ogenblikken ziet men Duitsland in het bezit van de wereldheerschappij.
Mussert is geïnterviewd door de Amerikaanse pers, die het interview per radio heeft overgebracht naar Amerika. Nederland is nu geheel in Staat van Beleg. Ook de persvrijheid is gebreideld. Het Handelsblad heeft over 1939 een verlies van ruim 1 ton, ofschoon het met de exploitatie behalve de advertenties heel goed gaat. We hebben 2000 meer abonnees dan vorig jaar. Van Tom vernomen dat het al mooi is als wij een Duitse aanval enige dagen kunnen tegenhouden. Dit valt mij tegen en ik kan het mij nog niet goed begrijpen.
dinsdag 7 mei. Sinds de vorige week is er veel gebeurd. De Duitsers zijn met kracht van Oslo in Noordelijke richting opgerukt en de geallieerden hebben het zuiden van Noorwegen moeten verlaten.
Dezer dagen heeft onze regering 21 mensen - Nederlanders, die de neutraliteit in gevaar brachten - in bewaring genomen. Tot deze personen behoort het kamerlid Rost van Tonningen van de NSB. Gisteren werden de verloven weder ingetrokken en werden lichtingen zeemiliciens die met groot verlof zijn, opgeroepen. Nederland is als een egel die zijn stekels opzet naar alle kanten. Hilda legde haar slaapzak klaar. Ik heb wat traveler cheques gekocht, die te pas kunnen komen als we naar een ander land moeten vluchten.
Vrijdag 10 mei. In de nacht en vroege morgen zijn vele vliegtuigen over ons land en onze stad gekomen. Er werd veel op geschoten. Nu is het kwart voor zevenen. De radio heeft allerlei berichten gegeven over bommenwerpers die over Nederland vliegen boven verschillende plaatsen in de richting van Engeland, over parachutisten die dalen of gedaald zijn, waarbij er zijn in Hollandse uniform. Verder waren er geruchten over een aanval op Schiphol. Wij zijn 6.15 opgestaan. Het is prachtig weer, een onbewolkte lucht. Wat zullen we straks horen? Het schijnt mij toe dat de oorlog nu voor de deur is.
11 mei. Naar kantoor en Handelsblad. Op 't Handelsblad gehoord dat om 11 uur een bom is gevallen op een huis aan de Blauwburgwal en dat er vele doden en gewonden zijn. Dat er gevochten wordt in het Noordeinde Den Haag en hard gevochten te Rotterdam aan de Coolsingel. Dat Rotterdam voor een deel in brand staat.
Ik zag een troepje vissers in de Paleisstraat, vroeg hun of ze van zee kwamen. Ja, zeiden ze. Komen alle vissers terug? Ja. Zullen de haringvissers uitgaan? Neen.
1e pinksterdag, 12 mei. Schitterend weer. Het blokhoofd Van Minden laat weten dat de dames wasgoed 's avonds binnen moeten hebben met het oog op luchtaanvallen. Te Rotterdam gaan kerkdiensten niet door. Ook Den Haag niet. Chamberlain is afgetreden. In zijn plaats is Winston Churchill gekomen. 5 uur 5. Bezoek gebracht bij Maurits en Hanna van Eeghen. Net zit ik er en daar is het weer luchtalarm, het 8ste zegt de familie Van Minden, die voor elk luchtalarm van de 3e etage omlaag gaat tot de begane grond. Wij hebben nu als regel dat wij in de hall gaan zitten, de huisdeur open en wachten tot we geschiet of vliegtuigen horen. Gedurende het luchtalarm gaat de radiouitzending door met muziek. Ik heb het nog nooit zo druk gehad. Hoe lang moet dat duren. Volgens Maurits zeggen de Duitsers dat ze over de IJssel zijn getrokken en op de Grebbelinie aangaan.
Maandag 13 mei 1940. 2de Pinksterdag. Goed weer, bewolkte lucht. Dit wordt de 4de dag van de oorlog. Boven mijn raam kirren en roekoeën de duiven. Er zijn daar pas een paar eitjes uitgebroed. 's morgens naar Hoofdpostkantoor. Dit echter gesloten. Zag nabij de Dam een man aanhouden door de politie. Werd zelf met de auto aangehouden. Soldaat met geweer klaart om te vuren. Pas ingezien en goedgekeurd. Gisteren kwam uit Aerdenhout de verloofde van Ots dienstbode met een briefje van Ot en bloemen van Elsebeth. Ot en Olga stellen voor dat wij bij een van hen intrekken
, dit lijkt met niet mogelijk, althans nu niet. In de ochtendeditie staat dat de Koningin is overgestoken naar Engeland. Dit is een grote slag. Naar het Verenigd Cargadoorskantoor, waar ik ongeveer 10 uur ben. Ik zie daar de reusachtige rookwolken van de brand van petroleum van de tanks der BPM. Men wist aanvankelijk niet of er kwaadwilligheid in het spel was, maar het bleek geschied te zijn op last van de overheid. Enige mensen staan bij elkander voor het kantoor en praten en eindelijk zegt er een: "En wat zeggen we van de Koningin", waarop een ander zegt "daar spreken we maar niet over". "Zondag heeft ze ons nog zo mooi op onze plicht gewezen en nu gaat ze naar Engeland" Haar gaan naar Engeland heeft op het Volk een hoogst onaangename indruk gemaakt en toch zit er waarschijnlijk niets anders op. Daarvandaan naar de American Lunchroom waar ik wat at en toen naar het Koloniaal Instituut waar ik nauwelijks binnen ben of we worden naar de kelder gejaagd wegens luchtalarm. Dit herhaalt zich later nog eens of tweemaal. De vergadering der Reddingmaatschappij werd door niemand bezocht.
Om 3 uur terug per tram en herhaaldelijk in de schuilkelders waar het publiek heel kalm is en eindelijk aangekomen op het Muntplein waar ik een scheerapparaat koop bij 's Gravendijk en vervolgens bij De Jong touw, 14 meter manilla, om Hilda in de tuin neer te vieren als er brand uitbreekt en we kunnen niet langs de trap.
15 mei, de eerste dag van de bezetting. Op 3 uur algemene vergadering van het hospitaal kerkschip De Hoop bijgewoond. Behalve Maurits van Hall en ik was niemand opgekomen. Later kwam kapitein Smit, wien het met grote moeite was gelukt om van IJmuiden naar Amsterdam te komen. Besloten in beginsel de bemanning van de Hoop tot 125 juni uit te betalen. Het daarvoor behodigde geld niet aanwezig zijn, schoot ik
f 300.- voor ter betaling tot 15 mei. Tevens werd besloten de bemanning naar huis te zenden en een wachtsman aan boord te plaatsen. Dit zal zijn de kok Fijnenbuik, een aardige oude zeeman. Van deze vergadering hield Maurits van Hall de notulen. Crone werd tot voorzitter benoemd met algemene stemmen (2 in getal) en ik bedankte alle aanwezigen voor de medewerking die ik heb ondervonden.
De Duitse tijd is ingesteld, zijnde 1 u. 40 later dan onze tijd.
(16 mei]. Hilda heeft op straat lopende Chambers gezien (secretaris van de Hoop). Als zij hem aanspreekt is hij zeer verbaasd dat gisteren de vergadering van de Hoop (waarvoor hij zelf de oproepingen heeft verzonden) heeft plaats gehad. Hij zegt verder dat hij, de naam Chambers dragende, natuurlijk niet op het kantoor durft komen. Iedereen denkt het eerst aan zichzelve. Wat zal voor mij de toekomst zijn. Mijn vermogen, voor zover het uit effecten bestaat, tot bijna niets teruggebracht. Mijn pensioen van de Reddingmaatschappij? De schuldbekentenis van Tom? Mijn vergoeding van de Oostersche handel? Van het Handelsblad? Wij hadden gerekend op een rustig oud dagje. Wij moeten maar dankbaar denken aan voorbije tijden. Wat de toekomst betreft, zou ik het liefst te Bilthoven gaan wonen, in het huisje van Jo. Maar ik heb het voor 3 jaren verhuurd.
Zondag 19 mei, vijfde dag van de bezetting, mooi weer. Ik per tram naar de Oosterdokkade waar ik de "Hoop" in goede staat vind, maar de wachtman is niet aan boord, is zeker bezig levensmiddelen te kopen. Terug en in de verkoopplaats van couranten op het Damrak gehoord dat het stuk in de Standaard van Colijn gericht was tegen de Regering, tegen vertrek van de regering. Hij zegt er ook in dat hij, Colijn, niet is weggelopen. Dit alles maakt een vreemde indruk.
Zaterdag 25 mei, de elfde dag van de bezetting. Gisteren vergadering van het Handelsblad en daar o.a. gehoord dat het plaatsen van de joodse medewerkers bij Kunst, Wetenschap enz., op verlangen van de Duitse overheid is geschied; ik hoorde ook dat Joodse annonces van overlijden, kennelijk als gevolg van zelfmoord, niet mogen worden geplaatst, dat de Telegraaf de Joodse medewerkers heeft ontslagen, wat ik volkomen verkeerd acht, de Duitsers uitlokkende tot andere daden van discriminatie.
Iedere dag wordt men wakker met het drukkende gevoel: we zijn onder de Duitsers, we zijn niet langer vrije onafhankelijke Hollanders. Het is een rust te denken dat we nog een Koningin hebben met een Regering die werkt voor onze onafhankelijkheid en ook voortvecht met onze Marine.
Maandag 3 juni, de 20ste dag der bezetting. De oude Klein op kantoor. Hij zegt met zijn krachtige, heldere stem: Nu zijn we in de zorgen, maar 't is maar tijdelijk, meneer de Booy. 't Gaat voorbij en dan komt de Christus, niet met vliegtuigen, maar met de adem van zijn mond veegt hij alles weg en dan komt de vrede, een vrede zoals wij die wensen, niet gemaakt door mensen, een vrede die onvergankelijk is. Niet van deze aarde.
Zondag 9 juni, de 25ste dag der bezetting.
Gisteren om 2.43 naar Rotterdam, daar met verschillende trams en bussen door de stad gereden en het droevige schouwspel gezien van de gebombardeerde stad. Om 6 uur zat ik weer op het perron van het verbrande en verwoeste Delftsepoortstation. Men kon er koffie krijgen en om 8 uur was ik thuis. In de nacht gedroomd dat ik Commandant was van een klein scheepje, wat mij we wat bezwaarde omdat ik in de nacht door een moeilijk vaarwater moest gaan en dat ik een mooie wandeltocht door Zwitserland maakte, wat me veel genoegen gaf. 's Avonds komt een mooie zilverachtige slanke reiger jagen langs de oever van het kanaal. Hij loopt voorzichtig met lange passen tussen het lange gras dat daar groeit in het water, en kijkt vermoedelijk uit naar kikkers.
Woensdag 19 juni 1940, de 35ste dag der bezetting.
Ik heb gedroomd dat onze gehele stad was versierd met Nederlandse vlaggen en Oranje, maar toen ik wakker werd was deze droom, zoals vele, bedrog. Naar het kantoor van Maurits van Hall en daar gesproken over de vermoedelijke plannen van het Duitse beheer om onze "De Hoop" in gebruik te nemen en hoe we dit zouden kunnen tegengaan.


                   Telegraaf van 20 juni 1940. De bewoner is Hendrik de Booij

Donderdag 4 juli l940, de 50ste dag der bezetting. Gisterenavond kregen wij bezoek van Schöffer, die kwam vragen naar de "Zeemanshoop". (De Zeemanshoop was de reddingboot van Scheveningen, die in de nacht van vier op vijf mei door vier studenten was bemachtigd en uiteindelijk met veel vluchtelingen aan boord in Engeland arriveerde).Hij wilde weten of een zekere Domhof aan boord was geweest. Zijn vrouw is in voortdurende spanning wegens het uitblijven van berichten. Hij vertelde verder hoe hij op 29 juni 's avonds 10.15, getooid met witte anjer met z'n zoontje, eveneens met anjer, door de Verhulststraat fietsende door een zestal zwarthemden was aangevallen, op de grond geworpen en geslagen was. Hij had een gat in het hoofd gehad en een bloedende wond. Het droevigste van dit geval dat de na enige tijd ter plaatse verschenen politie, geen proces-verbaal opmaakte, doch slechts aanried naar de apotheek te gaan. Leven wij nu reeds onder een schrikbewind?De drang naar uiting van de volkswil wordt sterker. Men hoort de namen Linthorst Homan, Goudriaan, prof. de Quay als een soort 3manschap dat het Duitse gezag zou moeten adviseren. Het jongste bericht is dat zij overleg plegen met Colijn, die juist een veel gelezen brochure heeft geschreven, getiteld Op de grens van twee werelden. Ik vrees dat Colijn een domper zal plaatsen op jeugdig enthousiasme. Het kan niet worden geloochend dat hij nog het vertrouwen heeft van velen, ook al heeft hij zichzelf veel kwaad gedaan door zijn artikel in de Standaard, waarin het vertrek van Koningin en Regeering wordt afgekeurd en in twijfel wordt getrokken of generaal Winkelman wel goed heeft gedaan de strijd te staken. Door de totstandkoming van deze volksvertegenwoordiging (op kleine schaal) wil men voorkomen dat de NSB de leiding gaat nemen. Al hoort men wel dat het Duitse gezag de NSB niet op prijs stelt, doen de feiten toch zien dat de NSB ontzien wordt.
Zondag 7 juli, de 53ste dag van de bezetting.
[Naast de brochure van Colijn is er] het optreden van den afgetreden burgemeester van Hilversum. K.L.C.M.J.baron de Wijkerslooth de Weerdesteyn, die zichzelve aanbiedt als leider. Dat hij afstammeling in de vrouwelijke lijn is van Willem de Zwijger moet hierbij als aanbeveling strekken. Onder de naam van Nationale eenheid zendt hij een circulaire, die een weekblad zal worden waarin hij zijn denkbeelden ontvouwt. De circulaire bevat ook toespraken die hij gedurende de laatste tijd heeft gehouden. Dit optreden is wel zeer bijzonder, maar de inhoud van zijn circulaire is niet zo gek en strookt over het algemeen met de gedachte van Colijn.
Donderdag 11 juli l940, de 57ste dag der bezetting.
Vanmorgen zei de portier van het Koloniaal Instituut mij, dat "de Jodenvervolgingen waren begonnen". Joden mochten niet meer in de luchtbeschermingsdienst en ook niet in de openbare bedrijven, zei hij. We zullen zien.
Een interview van Mengelberg maakt een onaangename indruk. Hij zal wel zeggen dat hij zich op geheel andere wijze heeft uitgedrukt.
Zondag 14 juli, de 60ste dag der bezetting. Naar de St. Adelbertus Priorij waar ik hartelijk door Chré word ontvangen. Hij noemt hetgeen thans gebeurt een gesel Gods en we moeten die geselingen rustig verdragen. 't Is als een operatie die op aarde kort duurt maar God is buiten de tijd. Chré deelt mij mede dat hij de Abt om overplaatsing heeft verzocht omdat hij niet kan opschieten met den Prior. Vreemd!Met hem naar Heilo gewandeld en getracht Jan van Stockum te bezoeken. De Duitsers hebben beslag gelegd op de sanatoriumafdeling om daarin hun gewonden op te nemen, daarom is Jan nu in de gesloten afdeling.
30 juli. [op Terschelling]. Het heeft de laatste dagen hard gewaaid uit het N, NW , WNW, en het gevolg is dat het strand bezaaid is met korte houten dennestammen, vermoedelijk bestemd voor papierfabrieken. Verder zijn er vele lijken aangespoeld. Toen wij gisterenavond gingen wandelen passeerden wij er drie, alle in een verregaande staat van ontbinding.
(begin augustus]. Het was al half onder het zand geraakt. Het hoofd was er nog aan maar men zag slechts de ontvleesde schedel. De handen ontbraken. Uit de kleren staken beenderen, maar de romp scheen nog niet vergaan. Zo lag hij al drie dagen en misschien langer. Ik was van hem gaan houden, want hij lag daar zo hulpeloos en hij was toch ook een kind geweest, de trots van een moeder. Kort geleden was hij nog een krachtige jonge man. Gaarne had ik hem begraven, maar hoe zou ik hem naar de rand der duinen brengen. Toen kwam de motorwagen van de Duitsers met lijkkisten en ik zag hoe ze hem met schoppen voorzichtig in een kist legden en wegbrachten.
Zaterdag 17 augustus, de 94ste dag der bezetting.
W. Mengelberg heeft Hilda geantwoord op haar brief [ n.a.v. een kranteninterview over het eerder verschenen interview met Mengelberg, waarin deze aanneemt dat het merendeel van de Nederlandse bevolking blij was met de wapenstilstand, in het bijzonder de vrouwen]. Het antwoord [niet bewaard] van Willem betekent zeer weinig.
Maandag 26 augustus. Goed weer. Zon. Gebaad.
's Avonds komt men vertellen dat alle niet te Terschelling ingeschreven bewoners morgen per boot van 11 uur moeten vertrekken. Niemand weet wat de aanleiding is. Onze gasten vertrekken overhaast en wij beginnen te pakken en gaan met de duisternis naar bed, stellen de wekker op 6 uur.
28 augustus. Leeuwarden was erg vol van mensen. Het waren de vele mensen, 10 à 20 duizend die waren kwamen luisteren naar de rede van oud minister Colijn. Hij sprak voornamelijk over de Nederlandse Unie, keurt het optreden van de Unie af, meent dat de Christelijke Protestanten zich daarbij niet kunnen aansluiten. hij meent dat de Ned. Unie te enthousiast is voor het nieuwe, dat zij in het vaarwater komt van de NSB, dat wij in de eerste plaats moeten streven naar volksinvloed op de Regering en naar vrije meningsuiting.
11 september. Zowel Olga en Johan als Tom en Ot hebben inkwartiering . De kinderen zijn vol medelijden voor de soldaat en Elsbeth zei tegen haar moeder: Gek hè, nu kunnen we toch niet meer van "Mof" spreken.
Vrijdag 13 september, de 122ste dag. Vandaag naar de tandarts [Sanders], wiens zoon, diens vrouw en kind, in de moeilijke dagen van de inval, evenals zovelen, een einde maakten aan hun leven. Ik bewonder de houding van de vader, die, zo zwaar beproefd, zijn werk met dezelfde nauwgezetheid blijft voortzetten. Hij is verouderd en sterk vermagerd.
Zondag 15 september, de 124ste dag. Mengelberg heeft zich door zijn uitlatingen in Duitsland hier onmogelijk gemaakt. Het orkest en ook het bestuur hopen dat hij weg zal blijven.
Zondag 22 september, de 131ste dag. Hilda en ik per fiets naar Ouderkerk, de westelijke oever van de Amstel heen en de Oostelijke terug. We brachten een bezoek bij Christien van Veen, onze oude naaister, die in een tehuis voor oude mensen woont. Ze heeft het daar heel goed. Ik geloof dat ze wel
f 18.- per week moet betalen, maar ze heeft het dan ook goed.
23 september. De voorzitter van de Ned. Dagbladpers, Henny, heeft op verlangen van het Duitse beheer zijn ontslag genomen. Onze directeur Planten heeft een vergadering bijgewoond waarbij vele directeuren van bladen tegenwoordig waren. Op zijn herhaald vragen is eindelijk gezegd dat de bladen zullen geleid worden in nationaalsocialistische richting en dat de wijze van doen in de Persraad zal zijn volgens het Führerprincipe. Kars is dus de Führer. Toen gevraagd werd of iedereen het ermee eens was, dat Planten de enige die opstond en zei dat hij er zich niet mee kon verenigen.
Zondag 29 september, de 138ste dag.
's Avonds hoorden we van iemand op straat het bericht van de geboorte van Willem Lodewijk van Oranje aan boord van de kruiser HM Heemskerk en dus op Nederlands grondgebied. Wij weten niet zeker of het bericht waar is. Nu voelt men het bezet te zijn. Wij kunnen niet in het openbaar zeggen dat een Prins is geboren, want "hoe komen wij aan het bericht?" Iemand op straat floot "Al is ons prinsje nog zo klein, alevel zal hij stadhouder zijn". Maar we hoorden verder niets en zo liep alles dus uit op een teleurstelling.
2 october. Een werkman die klaagde over de stijging van prijzen, die maakt dat een blikje makreel nu 59 centen en vroeger een kwartje kostte, zei plotseling "maar we hebben nu een prins". Het gevoel een prins te hebben geeft moed.
3 october. Het bericht van de geboorte van een prins wordt niet bevestigd, het is zelfs niet zeker of de Prinses een kind verwacht. We moeten onze oranje muisjes voorlopig nog bewaren.
4 october. Gisteravond het eerste concert onder Mengelberg. Wij bleven thuis en luisterden door de radio. Er gebeurde naar het mij schijnt niets bijzonders. Hoe het applaus is geweest bij het eind weet ik niet, daar na 9 uur geen uitzending meer plaats heeft.
5 october. Dieuwke de Hoop Scheffer vertelt mij voor zeker dat het wel waar is dat een Prins is geboren. Hij heet Willem Boudewijn, Boudewijn naar de Koning van België en de officiële mededeling heeft eerst plaats als onze Regering zich overtuigd heeft van zijn aanwezigheid. Men moet daaruit afleiden dat de ministers naar Canada zijn gegaan. 2 uur vergadering Koloniaal Instituut. Daar gehoord dat verschillende personsn zijn gearresteerd als represaille maatregelen tegen de behandeling van Duitsers in Ned. Oost Indië. Die personen zijn o.a. Heineken, prof. Wijer, Bolkestein jr., Gerbrandy jr., Dr. van Hengel, chirurg te Arnhem, Dr. Eykman, prof. Pos e.a. Geadviseerd wordt vitaminen mee te nemen en purgatiemiddelen. Ik ga na de vergadering naar notaris Koopman die een algemene volmacht op Hilda zal maken voor het geval ik word gearresteerd. Men zegt dat ik geen kans heb wegens mijn leeftijd, maar men kan niet weten. 's Avonds als wij naar bed gaan begint een hevig kanonvuur en ook de sirene loeit. We zien niets dan een lichtbol langzaam zakkende. Het kanonvuur duurt wel tot 12 uur en alles schudt.
8 oktober. Mej. V. vertelt dat het gisteravond Engels vuurwerk is geweest. Vandaar die sirene, die de mensen van de straat jaagt. Het vuurwerk, bestond uit vele gekleurde bollen etc. en ten slotte een Kroon en Rood wit blauw. Het is dunkt mij dus duidelijk dat de Prins is geboren. Lang leve Prins Willem Boudewijn
. Namiddags vergadering van de Reddingmaatschappij. [wij hebben] besloten dat wij onze reddingboten niet geven voor tochten verder dan 15 mijl uit de kust.Het vuurwerk was geen vuurwerk. Dus weer geen Prins.
Vrijdag 1 november, de 171ste dag. Vanmorgen vergadering van het Zeemanshuis. Bij de aanvang van de vergadering moesten wij allen een verklaring ondertekenen, luidende als volgt:De ondergeteekende... geb. te... wonende te ... verklaart dat naar zijn beste weten nog hijzelf, noch zijn echtgenoote (verloofde) noch een zijner ouders of grootouders ooit heeft behoord tot de Joodsche geloofsgemeenschap. Den ondergeteekende is bekend dat hij zich, ingeval vorenstaande verklaring niet juist blijkt te zijn, aan onmiddellijk ontslag blootstelt.
9 november. Om half drie komt Tom jr. en ga ik met hem naar een concert bij mevrouw Van Blaaderen ten bate van behoeftige Joodse kunstenaars.
Woensdag 27 november, 197ste dag der bezetting. Er is sedert ik het laatst inschreef veel gebeurd.
Charles is overleden. Er waren weinig mensen die veel van hem hielden. De oorzaak was een gebrek aan belangstelling zijnerzijds, een hooghartige houding bij ontmoeting en nu hij is gestorven vraagt men zich af of de fout niet ook bij onszelf lag. Hij heeft moedig de zware slagen die hij kreeg verdragen. In de eerste plaats zijn faillissement en dientengevolge het verlies van zijn gehele vermogen, en zijn moeilijke pijnlijke ziekbed. De zwaarste vernedering is het ontslag van Joden of halfjoden uit betrekkingen bij de Justitie,m het Onderwijs, bij hospitalen enz. enz. Dit is schandelijk, ondraaglijk. Zo is bijvoorbeeld de voortreffelijke mevrouw Joosten van de Montessorischool ontslagen, iemand die onvervangbaar is, en verscheidene professoren van de Amsterdamse Universiteit. In de couranten staan van al die ontslagen niets, n i e t s .
2 december. Wij gingen met ons beiden (10 nov.) naar een uitvoering van Peer Gynt in de Stadsschouwburg. Wel goed en genietbaar, maar het werk zelf vind ik niet bevredigend. Peer Gynt is een man die voortdurend buiten de werkelijkheid leeft, zo sterk zelfs dat hij veel op een krankzinnige begint te lijken. De bedoeling is dat hij iemand voorstelt zonder 'singleness of purpose', die zich telkens laat afleiden, maar hoe heeft hij het hem dan toch geleverd in de Pauze een rijk man te worden in Californië?
28 december. Willem van Marle [kleinzoon] komt te Amsterdam en ik ga met hem naar Saartje Burgerhart in het Centraal Theater. Wel aardig. Het publiek reageerde zeer onverwacht op allerlei onschuldige gezegden, daaraan een politieke bedoeling vastmakend. Zo was er een applaus toen de jonge Edeling zeide: "Maandag gaan er weer hele troepen weg". En zo was het ieder ogenblik.

1 9 4 1
5 januari. Zondag. Met Engelien en Frans naar Nieuwendam en vandaar naar Monnikendam en terug. Ik zie voor het eerst, en wel op het Noordhollands koffiehuis tegenover het station de briefjes "Juden nicht erwünscht" en ben erover verontwaardigd., tracht een oudachtig heer te weerhouden dit café binnen te gaan, maar ofschoon hij erkent dat ik gelijk heb, gaat hij toch binnen, zeggende dat hij een kop koffie moet drinken. Het was een aardige tocht. Wind NO kracht 4 en natuurlijk later voor de wind terug. We aten erwtensoep in Monnikendam.
12 januari. Lichte vorst. Ethel Gorner komt en vertelt van haar ervaringen in het interneringskamp te Schoorl. Zij was daar met nonnen, een zestal, met een miss Gray die altijd op kastelen had gewoond, met een directrice van het Walen weeshuis, met danseresjes en natuurlijk met onze mejuffrouw Visser. Er waren in totaal een 180 vrouwen van Engelse nationaliteit geïnterneerd. Jo Spier is gevangen genomen. Er wordt veel gereden op het kanaal voor de deur. De baanveger met wien ik sprak was vol lof over de Volendammer. "Een stoer volk en dodelijk goedig. Je kan zo tegen zo'n man oplopen en hij doet je niks. Probeer 't maar eens. Loop eens hard tegen hem aan en dan zegt hij: Wel maat, wil je met me uitgaan?" Ze rijden uitstekend schaats en toch heeft nog nooit een Volendammer een prijs gewonnen. Ik geloof, zegt de baanveger, dat die snelheid meest in die broeken zit.
29 januari. Om half drie komt Kira [Gordon] voor de les [viool]. Hij heeft maar weinig gestudeerd. Na de les schaatsenrijden langs het kanaal tot een eind op het Vinkeleskanaal. IJ niet mooi, maar lekker weer. Gepraat met een baanveger, die werkeloos grondwerker en steenzetter is en als zodanig
f12.75 per week ontvangt voor hem, vrouw en 3 kinderen. Hetgeen hij verdient als baanveger mag hij verdienen. Daar maakt de steun geen aanmerking op. Maar 'guldens' mag hij niet verdienen. Dan zou hij misschien verraden worden, wat veel voorkomt.
Maandag 3 februari, de 263ste dag der bezetting. Juffrouw Visser is teruggekomen van hare internering te Schoorl. Zij heeft ongeveer 5 weken in dit kamp gezeten met 176 andere vrouwen. Ethel Gorner werd al spoedig met een twintigtal anderen ontslagen en later nog een dertigtal, onder welke mej. Visser. De rest, 157, ging naar Duitsland, men zegt Würtemberg. Het kamp te Schoorl was onder commando van een officier die streng maar niet onredelijk optrad. Het eten was er uitstekend. Er waren Nederlandse verpleegsters aan verbonden die toezicht moesten houden op de geïnterneerden. De stemming was uitstekend.
10 februari. Zoeven gehoord dat gisteren in de binnenstad veel is gevochten. Deze gevechten worden uitgelokt of begonnen door leden van de NSB in zwarte hemden die Joden molesteren, ook de politie tarten enz. Eindelijk kwam de marechaussee en veegde de straat schoon.
12 februari. Tom vandaar bij CS aangemaand zijn Uniespeldje te verwijderen, hetgeen hij niet deed. Het publiek koos zijn zijde. Berichten gehoord van ongeregeldheden in de Jodenbuurten van de binnenstad. Verschillende bruggen zijn opgehaald en er staan mitrailleurs in de straten.
15 februari, de 174ste dag. Heden collecte voor Winterhulp. Het schijnt mij dat de collectanten niet veel ontvangen. Ze rammelen veelal met bijna lege bussen.
Als ik thuiskom zijn Hilda en Engelien onder begeleiding van Fiep Kwast aan het zingen uit de Maccabaeus van Händel. Ik hoor dat dit werk nu "Der General" heet.
Donderdag 6 maart, de 293ste dag. Te Amsterdam is het belangrijkste bericht dat Voûte burgemeester en rijkscommissaris van Amsterdam is geworden. Ik geloof niet dat hij een man is van zeer bijzonder intellect, niet dom, maar ook niet zeer knap. Verenigt hij zich met de behandeling die de Joden moeten ondergaan? Men moet het afleiden uit zijn benoeming. Toen wij in Indië waren in l901 of begin 1902 misdroeg zijn Vader zich in zaken en liet zijn moeder onverzorgd achter met haar zoon van 15 jaar. Ik verneem dat hij enige goede eigenschappen heeft, maar de aanvaarding van deze positie is niet begrijpelijk.
7 maart. Op het ogenblik zijn alle insignes van de straat verdwenen: het Uniespeldje, het Ned. Leeuwtje met de nationale kleuren, de speldjes met de kop van de Koningin, het NSBspeldje enz. enz. enz., vele soorten.
17 maart 1941. Op 10.30 vergadering van het Handelsblad. Die vergaderingen zijn dikwijls interessant. Ik ben nog steeds secretaris, reeds sedert 1922.
16 maart. De veelsoortige speldjes verschijnen weer. Het nummer 31 van de Unie bevat een belangrijk hoofdartikel "Voor of tegen ons". Vernomen dat de hoofdredacteur K. is gevangen genomen. Er worden verenigingen opgeheven, men zegt 'vele'. Het Leger des Heils is bijv. opgeheven.
27 maart. Gisteren ledenvergadering van het Hospitaal Kerkschip. Ik trad voor het laatst als voorzitter op en overhandigde aan het slot de hamer aan Maurits van Hall. Ik hoop dat onze vereniging zal kunnen blijven bestaan en dat wij ons scheepje zullen terugzien. 's Morgens een wandeling en op de thuisweg vis gekocht van een Marker die Teerhuis heet. Ik koop 2 haringen 0,15, garnalen voor 0,30 en sprot voor 0,40. Alles veel duurder dan vroeger. De haringen zijn koelhuisharingen. Ik zal er Dick Mesman op fuiven en mej. Visser en mezelf.
Vrijdag 18 april l941, de 338ste dag.
1.35 naar Jan van Stockum, aan het station koffiegedronken, waarvoor ik van Hilda enkele broodbonnen had gekregen. Ik had nog wat boterbonnen. In de restauratie een verarmde boel. Alles grauwer, armer dan vroeger. Het brood grauw en de tafeltjes zonder kleedjes. Te Heiloo word ik spoedig bij Jan toegelaten. Hij lag op de grote zaal met circa tien andere patiënten, zag er goed uit, maar kon zich blijkbaar niet concentreren, al herkende hij mij wel. Ik gaf hem een fles met vruchten en bleef niet lang. Beneden wachtende op de komst van de dokter sprak ik met enkele patiënten. 1. Een gewezen bootwerker, oud 52 jaar. "Weet u waarom ik hier zit?" zei hij, "ik heb een distributieambtenaar door z'n loket heengehaald" "Waarom dee je dat?" vroeg ik. "Omdat ik wel 3 maal had geschreven en geen antwoord gekregen. Toen ben ik naar het kantoor gegaan en toen hij z'n hoofd door 't loket stak heb ik hem er doorheen gehaald". Dit met blijkbare voldoening. "Toen heeft de politie me weggehaald en toen ben ik later uit 't ziekenhuis gevlucht. "Doorlopen", roept de portier, maar daar trekt hij zich niets van aan, hij geeft een grauw in de richting van de portier. Er is nog een oude man met een fijn gezicht. "Hoe gaat het met u", vraag ik. "Heel slecht", zegt hij "slecht, slecht" en hij kijkt zo wanhopend dat ik hem moed in tracht te spreken.
Woensdag 21 mei 1941. 1 jaar en 7 dagen bezet. Het is heden de verjaardag van mijn moeder: 114 jaar geleden werd zij geboren.
De dagen van 10-15 mei waren herdenkingsdagen. We hebben een briefje in de bus gevonden waarin het lezen van bepaalde psalmen en gezangen werd aanbevolen en daaraan hebben we ons gehouden. Wat ons werd aanbevolen was het volgende: Ps. 79, Neh. 9: 33-37. Jes. 14: 7-9, Rom. 8: 31-39; Job 27: 13-23, Ps. 9: 9-10. Jes. 14: 3-23, Ps. 60. Jes. 33: 1-13, Ps. 75. De tekst van de in de bus gevonden circulaire zal zeker velen naar het hart gegrepen zijn geweest. Bij mij rees de vraag of men door het aanbevelen van zekere psalmen, waarin een geest van vergelding tot uiting komt, niet misbruik maakt van de Bijbel en vergeet wat Jezus ons leerde: Hebt uwe vijanden lief. Maar het Volk kan op het ogenblik de leer van Jezus niet goed verdragen. Zij hebben iets geweldigs die psalmen, maar werden gemaakt duizenden jaren voor de komst van Christus.
5 juni begaf ik mij naar de Apollohal ter verkrijging van de identiteitskaar
t, welke ieder Nederlander van bepaalde leeftijd steeds bij zich moet hebben. Deze maatregel is, naar ik verneem, van oorsprong Nederlands. Men betaalt f 1.- maar Joden zijn vrijgesteld van betaling. Dit is natuurlijk een Duitse regeling. Naast mij stond een Joodse arbeider. "Alweer een gulden verdiend", zei hij. Ik trachtte sigaren te kopen, maar ze zijn te duur. De goedkoopste kostte 15, betere soort 20 en 24 per sigaar. Nu ben ik aan de tabak gegaan. Een pijp gekocht. Niet aanmoedigend is dat ik in het pakje tabak het hieronder gehechte briefje vind: "Oorlogs-melange d.w.z. Zoo goed als 't kan! Rotterdam, februari 1941."
Woensdag 9 juli 1941. 1 jaar en 55 dagen bezet.
Ik lees op het ogenblik:Julianus apostata van Mereskowsky. Boëtius.Bunyan.Het leven van Andersen. Gisteren was ik te Amsterdam en hoorde in de trein van Planten het droevige bericht an de gevangenneming van Von Balluseck en Boskamp. Ze werden maandagmorgen gevangen genomen na een onderhoud in het gebouw van het Handelsblad. Planten bracht daarna de hoofden van het personeel in kennis met het feit.
10 juli 1941. Het is de 422ste dag der bezetting van ons geliefde land. Moge het spoedig de laatste dag zijn. Om 9.45 met Mary van Eeghen per gasauto naar Marie Boissevain-Pijnappel om haar geluk te wensen. Deze gasauto heeft zijn gas in een grote zak bovenop. Hij heeft gas voor 34 kilometer.
[de reis ging van Valkeveen naar Blaricum].
Dinsdag 29 juli l941, de 441ste dag van onze vernedering. Naar Huizen gefietst naar aanleiding van een brief van Tom, die opzending van mijn Red
dingmaatschappij dasspeld aan Tom noodzakelijk maakt. Ik sprak te Huizen even met een bejaarde bewoner. Hij zeide dat de molen langgeleden was weggenomen en eveneens de heuvel waarop hij stond. De molen staat nu te Arnhem. Hij betreurde het zeer. Huizen lijkt weinig meer op het dorp van 30, 40 jaar geleden. Overal staan nieuwerwetse huizen, de jonge mensen hebben geen dracht meer. Geen botters. Enkele namen herinneren nog aan het oude Huizen: Hellingstraat, Visschersstraat, Taandersstraat. De Huizers waren vroeger in twee gescheiden gemeenschappen verdeeld, de boeren en de vissers. De vissers hadden een dracht die verschilde van die van de boeren en zagen er mooier uit, hadden mooiere gezichten. Nu zijn er nog 5 à 6 botters, toen waren er 340 of meer. De vissers hadden weer naast zich de verkopers van hun vangst, Huizers die met gerookte haring en andere vis op hun kruiwagens verre reizen deden en deze langs de huizen venten te Frankfort, Straatsburg, ja zelfs tot ver in Rusland. Gedurende de wereldoorlog van l914-18 sprak ik, wachtende op de tram, gezeten op een bank bij Drafna, met een Huizer die klaagde over de lange duur van de oorlog. In 1871, zei hij, was ik met 12 kazen te Straatsburg, en die oorlog was in 9 maanden uit en betaald.
6 augustus. De 449ste dag.
Gisteren toen ik als vertegenwoordiger van de Ned. Handel en Rederijen een "koper" verklaring moest afleggen, vond ik bij aankomst een partijtje mensen uit de arbeidersstand met hun kleine koperbezit. Ik begaf mij toen aan het hoofd van deze wachtenden en had dit niet behoren te doen. Er was er een, die mij op fijne wijze attent maakte op mijn misslag. Ik moet nog meer democraat worden, de Marine werkt na lange jaren nog na.
Dinsdag 7 oktober 1941. De 510de dag van onze vernedering. In de nacht verwarde angstdromen. Ze kwamen in hoofdzaak hierop neer dat ik mijn plicht had verzaakt in de zorg voor de kompassen en daarover ongerust was, met als ik wakker werd het geruststellende gevoel dat ik helemaal niet meer in de Marine ben. Toch komen dergelijke dromen altijd weer terug. Ik hoop dat ik ze niet zal hebben op mijn sterfbed.
[8 oktober]. Ot [schoondochter] had gisteren in de trein vlak bij NSB'ers gezeten en was onder de indruk van hun enthousiasme, het geloof in hun taak. Ot is zeer principieel en ergert zich aan al het halve werk aan onze zijde, het buigen voor de Duitsers ook als dit niet zou behoeven. Het is natuurlijk waar dat de Duitsgezinde partij het wat het tonen van hare gezindheid betreft heel wat gemakkelijker heeft dan wij. Zodra wij iets tonen worden wij ingerekend. Het grote vraagpunt is denkelijk: moet ik blijven en bukken met de hoop dat dit kort zal zijn of moet ik mij verzetten met prijsgeving van de zaak die men dient. Zo is het bijv. bij het Handelsblad waar de redactie is versterkt of voorzien van een aantal Duitsgezinde redacteuren die de inhoud van het blad volmaakt hebben gewijzigd, althans wat de politieke artikelen betreft. Het aantal abonnees was tot 37000 verminderd (van ruim 59000). Deze vermindering vind ik niet eens groot.
Ik zou wel weg kunnen gaan maar vind dat ik het eerst kan doen als ik meen dat het goed zou zijn zo wij allen gingen. Door te blijven kan de directeur nog enigszins de belangen van het oude personeel behartigen en door ons aanblijven blijft althans de courant als instelling behouden. Dit is de eerste uiting van het grote onbehagen dat het aanblijven als commissaris van het Algemeen Handelsblad voor mijn vader betekende. Hij is er altijd over blijven piekeren, ook na de oorlog.
20 november. 's Avonds een vergadering van het Handelsblad bij van Eeghen. Terug in duister met karretje met klein paardje. De rit naar Stadionkade kostte
f 5.- met de fooi. Erg veel. Maar men betaalt royaal tegenwoordig, zonder mopperen, voor zulke dingen.
9 december l941. Men moet de Japanner niet onderschatten. Hij heeft het grote voordeel van een eenhoofdige leiding en een paraat landingsleger. Men zegt dat zijn luchtvloot niet goed is? We denken aan al onze verwanten en vrienden in Indië.

1 9 4 2
22 januari. Tom deed voor de 2de maal de Elfstedentocht, nu in 12 uur. Het ijs was mooi en de gelegenheid was gunstig, hoewel het zeer koud was. Er waren 1000 wedstrijdrijders en 4000 deelnemers aan de tocht.
28 januari. Gehoord dat de D. overheid evenals te Zaandam nu ook begonnen is te Hilversum de Joden te evacueren naar Amsterdam, waar zij zich dan met achterlating van hun bezittingen in hun vroegere woonplaats - ze mogen slechts een aantal kilogrammen meenemen - moeten vestigen in de z.g. Jodenbuurt, zoals Sarphatiestraat.
29 januari. Op Malakka zijn de Japanners thans op 80 kilometer van Singapore. Er heeft een 3daags debat plaats gehad in het Lagerhuis. W.C. heeft alle schuld voor tekortkomingen of fouten op zich genomen, niemand verwijten gedaan. Het Huis heeft ten slotte het beleid van W.C. goedgekeurd, met 646 stemmen tegen. Mijn gewicht was hedenmorgen 65½ kilogram
31 januari. Ernst Crone, Prof. Romein, Prof. Borst, Piet Gunning en zeer vele anderen, men zegt wel 500 zijn gevangen genomen. Dat is alleen te Amsterdam. Het totale aantal over Nederland moet 2000 zijn, meest intellectuelen. Wat is hiervoor de aanleiding? Men spreekt over de mogelijkheid van een landing uit Engeland.
Dinsdag 3 febr., de 629ste dag. Gehoord dat er 3 ghetto's zullen komen in Nederland: te Amsterdam, in Drenthe en op een 3de plaats. Het ghetto te Amsterdam komt in de Rivierenbuurt. De duitse en andere vreemde Joden zullen naar Polen worden gebracht.
Woensdag 4 februari l942, de 630ste dag van ons knechtschap. Gedurende de nacht veel sneeuw gevallen. Barometer gedaald. Ik lees in Dichtung und Wahrheit en over het ontstaan van de Bijbel.
5 februari. Soerabaya gebombardeerd door 80 Japanse vliegtuigen. Hilda wordt door een bleek jongetje aangesproken die om een broodbon vraagt. Hij krijgt niet te eten. Wij geven hem brood en kaas en een kop koffie die hij beneden op de trap opeet. Hij werkt bij een schoenmaker, verdient
f 3 p.w., waarvan hij 0,50 zakgeld krijgt. Vader is bij de post, neemt het meeste brood mee. hij krijgt 's middags geen eten. Ik heb hem gezegd dat hij terug mag komen als 't te erg is.
Donderdag 12 februari, de 639ste dag van onze vernedering. Gewicht 67 kilogram. Matige vorst, 1 à 2 Celsius, stil weder, later onaangenaam koud, nattig. W. wind, guur.
  Het Montessorilyceum is nu eindelijk erkend. Het is een lange strijd geweest onder Hilda's leiding als voorzitster.
Gehoord dat alle vrouwen van Marinepersoneel dat tegen Duitsland vecht voortaan slechts
f 70.- + een toeslag voor kinderen per maand zullen uitbetaald krijgen.
15 februari. Singapore is gevallen. Er wordt nogal gemopperd over de Engelsen die vanuit Londen opwekken tot sabotage maar zelf slechts nederlagen lijden.
8 maart. De Japanners zijn door een verdedigingslinie bij Bandoeng op de vulkaan Tangkoeban Prahoe doorgebroken en sedert de namiddag komen er geen berichten van Java meer door. De radiozender te Bandoeng sloot om 3 uur namiddag met de woorden: "Nu sluiten we tot betere tijden. Leve de Koningin".
Zaterdag 28 maart l942. De tijden worden moeilijker. Er wordt veel brood gestolen door hongerige landgenoten uit bakkerskarren. De methode is als volgt: Men ziet een onbeheerde bakkerskar (de bakkersjongen is boven bezig met Mevrouw), springt er op, ledigt op een veilige plaats de kar en laat de kar achter. Gehoord dat er tegenwoordig gemiddeld 30 karren per dag worden gestolen.
Woensdag 1 april l942, de 685ste dag. Gehoord dat Meer en Bosch, het sanatorium voor lijders aan vallende ziekte, thans verlaten is. De verhalen zijn niet eensluidend. We horen van een rede gehouden door een geneesheer over de sterilisatie van epileptici en de weigering van de geneesheer van het gesticht om een dergelijke rede te houden. Verder dat alle patiënten en zusters het huis hebben verlaten en bij de burgerij, kennissen, familie enz. zijn ondergebracht en dat het bestuur is gevangen genomen. Er zal zeker wel wat gebeurd zijn, maar wat het is, zal wel blijken.
20 april. Het is heden de verjaardag van Adolf Hitler. In onze buurt meer westelijk, voornamelijk in de zijstraten, zie ik meer NSB of Hakenkruisvlaggen dan tot dusver. Ik tel er in totaal 30. In de buurt van de Amstellaan zie ik geen enkele vlag en ook slechts enkele op andere plaatsen. De gehele Stadionkade heeft er geen enkele. Heden zijn de Amersfoortse gijzelaars, de professoren, ingenieurs e.a. vrijgelaten.
4 mei. Naar Tom, die mij op de hoogte brengt van de gang van zaken bij de Zeevaartschool. Er is een strijd betreffende competentie tussen het dep. van Onderwijs en de commissaris niet-economische verenigingen en van de afloop van die strijd hangt de toekomst van de directeur af. Naar huis gewandeld en zeer vele Joden gezien, getooid met gele ster, die de Duitsers Davidsster noemen. Op zichzelf beschouwd is die uitmonstering niet zo lelijk en doet denken aan een demonstratie op een Oranjedag.
Zondag 17 mei 1942, de 733ste dag. Ik ga naar de Noorderkerk waar Ds. Koningsberger preekt, volgens voorschrift van synode over Hebreeën XIII v. 14. "Want wij hebben hier geen blijvende stad, maar wij zoeken de toekomende". De kerk vol. Ik zat vlak bij de preekstoel.
De dominee bad voor de Koningin, voor haar Huis, voor allen die in moeite en verdriet zijn, voor hen die worden terechtgesteld, voor hen die slechts om reden van een verschil in ras worden vervolgd. Ook voor de 2000 die nu juist weer zijn weggevoerd.
In zijn preek noemde hij de tekst die de Synode had voorgeschreven een zeer moeilijke, niet wanneer je hem eenvoudig opvat en hem toepast als mensen die hem gebruiken bij een verhuizing. De betekenis is een andere, namelijk dat we niets wat aards, concreet is, moeten zoeken maar het eeuwige. Helaas had ik weer last van slaap, maar ik bleef veel langer wakker dan bij Ds Arnal. Hoewel ik door die ellendige slaap niet alles heb kunnen onthouden, was ik toch gesticht en besloot ik Zondags meer naar de Hervormde kerk te gaan en enige psalmen uit het hoofd te leren. Voor het einde zongen wij psalm 89, vs. 7: Hoe zalig is het volk dat naar uw klanken hoort. Er werd goed gezongen, velen zingen de psalmen uit het hoofd. Gehoord hoe in een tram, toen iemand opstond voor een Joodse dame, een drager van een NSBteken aanmerking maakte, wat aanleiding gaf tot een twistgesprek en tenslotte tot inmenging van de politie. Hoe de zaak afliep weet ik niet. Er bestaat nog geen verordening tegen het aannemen van een vriendelijke houding ten opzichte van Joden. Daartegenover gezien hoe in de tram een Duits matroos in uniform opstond voor een Joodse dame.
2 juli. Op de Stadionkade zijn de bordjes met "voor Joden verboden", die nagenoeg overal waren verwijderd, opnieuw geplaatst. Mooi nieuw, en geschilderd.
Het is droevig 's avonds de kade zo leeg te zien. Na 8 uur 's avonds mogen de Joden niet op straat zijn, dus mist men al die met hun sterren uitgedoste mensen. Men vertelt mij dat een aanvang is gemaakt met het overbrengen van de Duitse Joden naar een soort ghetto benoorden het IJ en dat men verder bezig is de Joden te keuren voor werkkampen. Dat het uiteindelijk doel wel zal zijn, deportatie naar Polen?
Donderdag 6 aug. 2 jaren en 82 dagen. Gewicht 66 kg.
Vandaag worden Joden van de straat opgepikt en weggevoerd in wagens door de Duitse politie. Als men medelijden toont wordt men als Christen ook opgepakt. Toen ik heden op het uur dat Joden mogen kopen in de winkel kwam, was daar niemand - geen Jood durft meer op straat te komen. Het is heel moeilijk dit alles te verdragen.
7 october 1942. Tom junior is nu student in de geologie en maakt gebruik van ons zolderkamertje als hij blijft slapen te Amsterdam.
3 november. Onze kleinzoon Tom zal in Beets komen (dispuut). Volgens een ander dispuut dragen de leden van Beets "platina sokophouders". Volgens Frans bestaat het dispuut Beets voor een deel uit "zachte eieren" voor een ander deel uit "windeieren".
4 november 1942. 10 november moet gestort worden op een zogenaamd vrijwillige lening van het Koninkrijk der Nederlanden. Het is wel prettig te zien dat wij nog een Koninkrijk zijn, al is dit voorshands slechts het geval wanneer er iets van ons moet gehaald worden.
11 november. Mijn beste tandarts Sanders is met z'n vrouw opgepakt.
23 november. Gehoord dat de tandarts Sanders te Westerbork is en daar is aangesteld tot tandarts van het kamp. Hij zou nu echter in het ziekenhuis liggen.

1 9 4 3
Vrijdag 1 januari. We hadden gisterenavond Engelien en Frans bij ons op oudejaarsavond. Ik las eerst psalm 90: Eer de bergen geboren waren en Gij de aarde en de wereld voortgebracht had, ja van eeuwigheid tot eeuwigheid zijt gij God. 1 Cor. XIII, dat andere jaren veelal gelezen werd, kwam ditmaal niet in aanmerking. Waarom niet? Omdat onze harten weinig op liefde zijn ingesteld. Waarom las ik uit het journaal van juni tot eind december 1918 waarin het einde van de grote oorlog wordt beschreven en men een beeld krijgt van de grote moeilijkheden in Holland. Aangezien dit te sombere gedachten opriep eindigde ik er mede vóór het slot, op verzoek, en gingen we aan het souper.
19 januari. Op het veld oefenen 's morgens marinematrozen of marinesoldaten. Zij worden terdege geoefend, zoals ik nooit Nederlandse soldaten heb zien oefenen. Soms schijnt het mij dat wel wat te veel van de mensen wordt gevergd. Bij ons, althans in onze vooroorlogse tijd, zouden dergelijke oefeningen aanleiding geven tot klachten bij Kamerleden, met al de gevolgen daarvan. Er worden weer vele Joden opgehaald. Het schijnt dat vooral oude mensen en zij die in rusthuizen verpleegd worden, aan de beurt zijn. T. zag gisteren een oude Jodin uit zulk een rusthuis dragen en neerleggen op de planken vloer van een vrachtauto. A. zag hetzelfde heden gebeuren en het publiek ziet het gebeuren. En wat doen wij, Hollanders? Niets. Wij doen niets. Gisteren kwam Dr. Neumann ons bezoeken [de Duitse psychiater bij wie Jan van Stockum jaren in huis of althans onder behandeling was geweest]. Hij kwam niet in uniform. Het gesprek kwam al gauw op politiek terrein, waarin wij hem niet konden volgen, vooral als hij zeide dat wij moesten kiezen tussen Duitsland of Rusland. [Uit een lange van september'44 tot mei '45 geschreven brief aan zijn zoon Alfred]:
"Toen hij opbelde kwam Moeder aan de telefoon. Hij deelde ons mede dat hij ons wilde bezoeken om te horen hoe het met Jan ging. "Kommen Sie in Uniform?" vroeg Moeder. om te horen hoe het met Jan ging. "Kommen Sie in Uniform?" vroeg Moeder. "Wie so", vroeg hij. "Weil wenn Sie in Uniform kommen wir Sie nicht empfangen können, moest hij horen. Maar hij was niet boos, vond het alleen maar "komisch" en zei dat hij in "Zivil" kwam. Dus hij kwam binnen en Moeder had een heerlijke tea voor hem klaargemaakt, echte thee, echte suiker en echte melk en beschuitjes met echte jam. Al heel spoedig ontspon zich een levendig gesprek, waarbij hij ook moest horen dat wij vast geloven in een overwinning van de geallieerden. Ik wees hem op het bankje voor ons huis, waarbij een bordje is opgericht met "Verboden voor Joden" en zei:"daar mogen Fresad en Adler niet meer op zitten. Hij mompelde wat, keek me recht aan en zei:"Sie können wählen, wass wählen Sie, Deutschland oder Russland", waarop ik dadelijk zei:"Russland", waarop hij bleek en trillend opstond en met bevende stem zei:"Ich glaube dass ich hier nicht länger bleiben kann. Dat vond ik jammer, ik dwong hem te zitten, wees hem op de thee en beschuitjes en dat lukte. We kwamen in een veiliger vaarwater, ofschoon hij nog enige malen zijn standpunt verdedigde: Europa was nu voor de vierde maal in een toestand waarin het zijn Kultur moest verdedigen tegen vernietiging door barbaren, hij noemde de gevallen met jaartallen erbij. Tegen het einde van het bezoek zeide ik hem dat het mij speet dat hij onder ons dak wellicht enige onaangename openblikken had doorgebracht, dat onze Jeugd algemeen zegt, dat er geen enkele goede Duitser bestaat, maar dat ik het daarmede niet eens was en dat ik geloofde dat er millioenen goede Duitsers bestonden.Toen begon hij plotseling te huilen, de tranen liepen over zijn wangen, maar toch zei hij nog tussen twee snikken:"Berlin oder Moscou" en ik weer:"Moscou".
Dinsdag 2 februari 1943. De verhalen omtrent wat met Joden gebeurt, en wat onze Joodse landgenoten moeten verdragen, zijn te schokkend om hier op te schrijven.
Donderdag 18 maart 1943. Mooi weer. Zon. Naar het Handelsblad. Daar gezien hoe op de Nz.Voorburgwal een 50tal mensen die dicht bij het Handelsblad hadden staan praten, of wellicht handelen, werden aangehouden en opgebracht door politie in burgerkleding, gewapend met revolvers, die deels duits, voor een ander deel hollands spraken. Vermoedelijk waren onder de aangehouden mensen "zwarte" handelaars die door de jongste verordening op de bankbiljetten grote verliezen lijden. We zagen ook een jood tegen de grond gooien en aanhouden. Het ging gepaard met schieten. Aangezien ik op weg naar het Handelsblad door de groep mensen kwam die werd aangehouden, heeft het maar weinig gescheeld of ik was er ook bij geweest. Het was een droevig gezicht onze landgenoten met de handen omhoog te zien wegvoeren. Ook in de Paleisstraat werd nog geschoten. Er ging toen juist een bruiloftsstoet door de Paleisstraat. Wij zijn nu 2 jaren en 308 dagen in staat van vernedering.
29 maart. Er zijn weer geruchten of verhalen in omloop:1. Dat de Burgerlijke Stand te Amsterdam is uitgebrand, tengevolge van een tijdbom. Vier muren zijn blijven staan.2. Dat de professoren van de Amsterdamse Universiteit als voorwaarde voor hun verdere werkzaamheid stellen dat de numerus clausus wordt opgeheven en dat de Delftse studenten terugkomen. 3. Dat de studenten over het algemeen niet [de loyaliteitsverklaring] tekenen. 4. Dat de artsen, de grote meerderheid hunner, ter kennis van de Artsenkamer hebben gebracht dat zij hun titel opgeven. Het is alsof ons leven gedurende de laatstverlopen drie jaren een hiaat vertoont, en toch is het niet geheel zo, want we zullen ook wel wat geleerd hebben, wat wijzer zijn geworden. Zij die actief deelnemen aan de oorlog of aan het verzet, gevoelen het bestaan van dit hiaat zeker niet, of niet in die mate.
2 mei 1943. Naar de Oude kerk, waar Ds. Dijkstra preekte. Vele dopelingen. Hij steekt niet zo diep als Oorthuys, is een gemoedelijk goed spreker. Ik had een heel mooi plaatsje in die mooie Oude Kerk vlak onder de preekstoel, waarboven het grijze hoofd van Ds. Dijkstra met zijn volle witte kuif boven zijn vriendelijk gezicht, die na het voorlezen van het formulier van de doop, dat voor mij nog verscheidene moeilijkheden bevat, de circa 20 dopelingen doopte. Er was ook een Joods vrouwtje bij met een fijn gezichtje en donkere kringen onder de ogen, die haar kindje deed dopen. Thuis vond ik de bovenburen en Engelien en Frans, die bezig was met de reparatie van onze huisbel. Ze waren naar de doopsgezinde kerk geweest waar ze hadden gehoord over Bileam, omtrent wie de overtuiging bestond dat hij de Israelieten zou hebben bewogen tot afgoderij, dat echter uit Numeri niet blijkt. Zo'n kerkgang en de gesprekken die erop volgen doen de zorgen en moeilijkheden waarin wij verkeren van ons afvallen.
Maandag 3 mei 1943. 2 jaren en 354 dagen. Vernomen dat de radiouitzending van Hilversum de namen geeft van vele landgenoten die gisteren op verschillende plaatsen zijn doodgeschoten, mijnwerkers, een stationschef enz. De stakingen zijn over het gehele land verspreid geweest. Tot een algemene staking is het niet gekomen. In Friesland staakten alle boeren, de zuivelfabrieken enz.
Ik stond voor een loodgieterzaak te praten met enige mensen toen de baas van de zaak ons begon te tellen en op zes kwam, dus meer dan het aantal dat mag samenzijn. Hier was dus een samenscholing, strafbaar volgens het Politiestandrecht. We gingen uit elkaar, er niet naar verlangende te worden doodgeschoten.
6 mei 1943. Op de middag per tram, eerst trachten wat kaas te bemachtigen (zonder succes) en vervolgens naar het Koloniaal Instituut gewandeld. Bij het K.I. veel politiek soldaten en zogenaamde overvalwagens. Ik zie geen enkele student de trappen van het K.I. bestijgen. Bij de ingang staan "Hollanders" op post. Ik zit een tijdje op een bank, geraak in gesprek met een burger die daar ook zit met z'n vrouw. Wijzende op die zwarte mannen, zegt hij "Dat zijn Hollanders" en we begrijpen elkaar. Hij is in de Marine geweest en "ik ook" zeg ik en dan begrijpen we elkaar nog beter. Vanavond gehoord dat zich heden 642 studenten in het Koloniaal Instituut hebben aangemeld.
16 mei. Vandaag naar de Oude kerk, waar prof. de Zwaan uit Leiden preekt. De dominee heeft een welluidende en beschaafde stem. Hij leest een brief van de synode voor, waarin de gemeente wordt aangespoord te bidden in verband met de nood der tijden. Verder leest hij uit Jesaja 59, te beginnen met vers 14: "Daarom is het recht achterwaarts geweken, en de gerechtigheid staat van verre; want de waarheid struikelt op straat, en wat recht is kan er niet ingaan".
29 mei. [Onder een overlijdensadvertentie van Mr. C.B. Nederburgh] Nederburgh was toen wij te Buitenzorg waren in 1900-1902 Algemeen Secretaris, a.h.w. de vraagbaak van de gouverneur-generaal. Hij was een aardig vriendelijk kereltje die een zeer oude, roestige hoge hoed droeg bij plechtige gelegenheden. Hij kon wel lachen, zijn vrouw was bleek, mager en onaantrekkelijk.
23 juni. Naar de Bronckhorststraat en ons oude huis weer eens gezien. Mevrouw Meyer-Philips vertelde mij dat de dames Hoek hedenmorgen zijn weggehaald en dat men ook haar en de heren G. wilde weghalen, hetgeen echter niet is gebeurd omdat zij een pas heeft met gemengd huwelijk en de heren G. slechts 2 joodse grootouders hebben. Er waren twee hollandse rechercheurs gekomen, van welke er één zeer grof was, de dames Hoek zijn wanhopend geweest toen ze werden gehaald. Zij hebben hun leven lang zieken opgepast, waren daarmede oud geworden en leefden van het met hard werken verdiende. [ze laten nu achter] te Amsterdam hun keurig onderhouden bovenhuisje, waaruit de inboedel weldra door de Duitse overheid zal worden verwijderd en ten eigen bate aangewend. In Amsterdam-Oost waar vele Joden wonen worden die inboedels nog voordat de Duitsers ze weghalen door de straatjongens uit de woningen gehaald. Ze redeneren: anders doen de duitsers het.
3 juli l943. Ging naar de oude heer Rose, die onze Reddingmaatschappij zijn vier apotheken schonk. Hij diende lang met mijn broeder Chrik in Indië. Doet gaarne verhalen uit het verleden. Op zeer jeugdige leeftijd ging hij naar Hellevoetsluis, werd tenslotte machinist bij de Marine. Toen hij te Hellevoetsluis aankwam zag hij bij aankomst de afstraffing van bootsmaat Baangooyer, die veroordeeld was tot 85 slagen. De mensen die moesten slaan, zijn collega's, kregen zelf 12 slagen als ze het niet goed genoeg deden. De provoost geweldige stond erbij en dirigeerde met zijn staafje, hardop tellende. Rose vond het vreselijk. Een van zijn herinneringen. Kwartiermeester van Wijk, bijgenaamd Hampie. Toen die met de Van Galen naar Indië ging had hij twee zoons en toen hij na 3 jaar terugkwam vond hij zijn familie vermeerderd met 3 dochters. Toen Rose hem (nieuwsgierig) vroeg hoe het wederzien was geweest antwoordde hij: dat zal ik je zeggen, Rose. Heb je mijn zoons wel eens gezien? Ja. En hoe vond je ze? Flinke jongens. Ja, ze heeft goed voor ze gezorgd. Nou heb ik tegen haar gezegd: je hebt goed voor mijn kinderen gezorgd, nou zorg ik goed voor de jouwe. "Een fideel man":, ze Rose. Toen Rose in de West was, in Paramaribo, was Van Asch van Wijck daar goeverneur, een nobel mens, die alles over had voor de kolonie, zozeer zelfs dat hij zijn salaris niet wilde aannemen."De gouverneur," zegt Rose, "wilde mij in aanmerking brengen voor een schip dat in Holland voor de West zou worden gebouwd. Ik had er plezier in en nam ontslag uit de Marine. Maar in Holland stond de Kamer tegen verwachting de bouw van het schip niet toe en zo was ik zonder inkomsten. Ik zal ongeveer dertig geweest zijn. Toen ontmoette ik in de Kalverstraat mijn oude vriend Blad van de Stenge Kompanie. Wel Blaadje, wat doe je hier, zei ik. Hij legde mij uit dat hij bode was van een levensverzekeringmaatschappij en ik, die nooit van zulk een maatschappij had gehoord, liet mij de werking uitleggen, want ik kon maar niet begrijpen dat men door betaling van een premie er zeker van kon zijn dat men geen dakpan op zijn hoofd kreeg, Maar wat doe jij nou, zei ik, en toen Blad mij had uitgelegd dat hij als bode postjes moest aanbrengen en daarvan dan provisie genoot, toen zei ik, wat ben je een stommeling, is dat nou een werk een ander rijk te maken. Waarom doen wij het niet zelf? Dat kon niet, zei Blad, daar waren millioenen mee gemoeid, enz. enz. Maar ik bleef op mijn stuk staan en hoewel we samen maar zevenhonderd gulden bezaten richtten we, na lang tegenstribbelen van Blad, de Nederlandse levensverze
kering van 1879 op. Hij woonde bij zijn ouders op de hoek van de Keizersgracht en op zijn slaapkamertje boven hadden we het kantoor. We zaten op de rand van het bed en werkten aan de tafel. Op een dag liep ik door de Kalverstraat en jawel, daar kwam ik een ouden vriend tegen, bijgenaamd de Gammele. Hij had, met het voorbeeld van Hampie voor ogen, het veiliger gevonden bij zijn vrouw te blijven, op deze wijze wakende tegen gezinsvermeerdering waarin hij geen hand had gehad, had gesolliciteerd bij de Spoorwegen en was benoemd, omdat hij een zeeman was, had de Directie gezegd, op de lijn Amsterdam via Zaandam naar Den Helder. Maar na korte tijd stond hij weer op straat, want van een vrolijk humeur zijnde had hij als conducteur grapjes gemaakt met een aantal Zaandamse meisjes, die uit waren met hun jongens. Die grapjes namen ten slotte zulk een vorm aan dat aan het station te Zaandam die meisjes een kring vormden om de conducteur en om hem heen dansten, zingende, "conducteur laat ons niet gaan, wij zijn de mooie meisjes van de Zaan" of iets dergelijks, waarop een van de begeleidende jongens, jaloers zijnde, zijn beklag deed, wat zijn ontslag tengevolge had. "Ik heb een betrekking voor je" zei Rose", je bent bode bij de Nederlandsche Verzekeringmaatschappij van 1879". Tien jaar later kochten we het grote huis op de Keizersgracht waar de burgemeester in woonde. We hadden toen al een ander huis op de Keizersgracht gekocht en een op de Leliegracht. Doordat ik een goed gezond verstand had en opgewekt was stroomde het geld naar me toe. Ik kreeg eerder te veel dan te weinig en de zaak breidde zich voortdurend uit. Van het een kwam het ander. Zo kwam ik op ziekteverzekering en ten slotte tot de oprichting van zes apotheken. Daarvan zijn er nu nog vier over, een ervan heb ik gesloten omdat de hoofdapotheker mij bestal. Ik heb het personeel verzocht de apotheek te verlaten en toen ze allemaal buitenstonden heb ik de deur gesloten en de sleutel in mijn zak gestopt." Toen ik vertrok zei ik dat ik hoopte hem nog eens te mogen bezoeken. "Zoals U belieft", zei hij.
14 juli 1943. Het bestuur van het Dorus Rijkersfonds is ontslagen en vervangen door een NSBbestuur. Van den Bergh brengt verslag uit over de apotheken. Dit is, wat de personeelstoestanden betreft, niet gunstig. Verbetering is dringend nodig. Aan Van den Bergh is dit werk zeker toevertrouwd, maar het zal hem veel zorg baren. Zal de heer Rose zijn toezegging nakomen dat hij bij zijn dood aan de Reddingmaatschappij de rest van zijn bezit al nalaten, voornamelijk bestaande uit huizen?
4 augustus. 3 jaar en 32 dagen geknecht. Wij hoorden dat Mies B[oissevain-Van Lennep] maandagmorgen door de Gestapo is gevangen genomen, met alle personen die op dat ogenblik in het huis waren. Jan [haar man] is nu 1½ jaar in een kamp.
13 augustus. Hilda heeft moeilijkheden in verband Montessorilyceum. Er moet een wiskundeleraar aangesteld worden voor Haak die gevangen is genomen. Ook moet er een aardrijkskundeleraar worden benoemd. Verder is bepaald dat Jordan met een ster moet lopen, waardoor voor hem een bioloog wordt benoemd. Ten slotte kwam zoëven bericht dat mej. Visser is gevangen genomen. Ook deze moet worden vervangen en snel want de school moet 25 augustus weer beginnen. Het blijkt nu dat de hele familie Visser is gevangengenomen in verband met het geval Mies Boissevain. Engelien is bereid tijdelijk in de klasse van mej. Visser te assisteren.
16 augustus. Bezoek bij de schoenlapper.
Naar Wessels, waar een bezoeker op het stoeltje zat vanwaar men de schoenlapper kan bezig zien met zijn werk tussen twee hopen schoenen in reparatie, die steeds hoger worden. Als ik de bezoeker zeg dat Wessels een filosoof is, beaamt hij dit, zeggende dat schoenlappers dikwijls filosofen zijn, hij noemde zelfs de naam van een bekend filosoof, ik geloof Boehme, die schoenlapper was. De bezoeker was geen dominee, zoals Wessels had gezegd, maar huisknecht en wel van de familie Rosenthal, die hem pensioneerde met f 200.- 's jaars, zodat hij nu een rustig leven kan leiden. Als ik Wessels zeg dat ik van hem gedroomd heb en wel dat zijn hopen schoenen steeds hoger werden en eindelijk zo hoog dat ze tot de hemel reikten en dat hij tegen een van die hopen naar de hemel klom, merkt de gewezen huisknecht op dat Wessels zeker in de hemel zal komen, maar dat het niet zo makkelijk is in de hemel te komen, want "een mens komt met een schreeuw ter wereld en moet zich in de hemel insterven". Dat waren de woorden van Dr. den Hartogh en dan was het waar! Hij bedoelde er mede dat men zich in de hemel geestelijk moest aanpassen.
26 augustus. Men begint zich er langzamerhand over te verwonderen als iemand niet in de gevangenis is.
3 september 1943. Gisteren naar Vught, mooie wandeling van ½ uur van het station naar Huize Voorburg, daar Jan [van Stockum] gevonden, geestelijk nogal opgewekt. Maar physiek gaat het niet goed. Heeft een tuberculeus abces gehad wat de dokter niet mooi vindt. Hij ziet er nu ook uit als een teringlijder, met die blosjes op de wangen en ik heb met hem te doen zoals hij daar ligt tussen al die mensen. Er is er een die hem zijn vriend noemt en die langdradige verhalen doet over zijn ziekte en de ziekte van zijn vrouw. Er komt geen eind aan. En Jan herinnert zich niets meer uit zijn studententijd.
18 september. Met Hilda per trein 10.15 naar Den Haag 1e klasse en daar per tram naar Cateau [schoonzuster], die er flink maar erg mager uitziet, wel verouderd vind ik, in een jaar. Ze heeft op het ogenblik nog maar 1 hond en 3 katten, welke katten met boter besmeerd brood krijgen. Men vertelt dat Westerbork ledig is, allen zijn vervoerd naar Polen en dat ook Barneveld zal worden weggevoerd, Steeds gaat het opsporen van ondergedoken Joden voort en worden ze weggevoerd en hun weldoeners worden gestraft. Droevige verhalen van Joden die uit hun schuilplaatsen zijn ontvlucht en op straat lopen.
26 september. In de namiddag naar Aerdenhout naar Tom en Ot. Daar gehoord over het geval Tom jr. [die opgepakt was uit zijn onderduik op de Veluwe]. Als we thuiskomen horen we dat Menso [Boissevain] is gearresteerd. Hij is directeur van de Fordfabriek. Zijn zoon [Charles] is in Duitsland. Veel zorgen. Aan de halte Aerdenhout waren enige soldaten die op een band om de arm het woord Georgiën hadden. Zij spraken een andere taal dan Duits, hadden een levendiger, hartstochtelijker uiterlijk, waren overigens gekleed als de Duitse soldaat.
8 oktober. Frans Boissevain [een van de zoons van Mies Boissevain-Van Lennep] is naar Vught gebracht en hij zal daar dan waarschijnlijk zijn vader vinden. De kinderen Haak [van de wiskundeleraar Montessorilyceum] zouden gisteren hun ouders bezocht hebben, die hun zilveren bruiloft herdachten, maar toen zij in de gevangenis kwamen vernamen zij dat zij naar Vught waren.
18 oktober. Schipper Bot heeft na zijn vrijlating uit de gevangenis alweer een redding uitgevoerd. Hij redde twee Duitsers. Hij heeft het de laatste tijd goed gehad in de gevangenis, moest werken in de keuken, daarna in de tuin en toen hij wat dikker werd, werd hem plotseling gezegd: Heraus! Sie müssen gehen! Gisteren vergadering van de Reddingmaatschappij, waarbij de apotheekkwestie weder ter sprake kwam. Wij schreven een mooie brief aan Rose, maar wat die brief zal opleveren is nog niet bekend. Het advies van mr. Masthof luidt dat wij niet van onze schenking af kunnen. Mies Boissevain heeft eerst 6 dagen nadat de terechtstelling van haar zoons Gie en Janka had plaatsgevonden daarvan kennis gekregen. Dit gebeurde in de trein op weg naar Vught, waar toevallig haar zoon Frans zich ook bevond. Jan Boissevain hoorde van de terechtstelling van zijn zoons toen iemand in het kamp hem zeide: "uw naam staat driemaal in de courant"
14 oktober 1943. Onze lieve vriendin Tilly Mengelberg is gestorven aan kanker. Wij zagen haar herhaaldelijk bij ons, wat een prettig gevoel is, vooral nu de vriendschappelijke verhouding met Willem Mengelberg onmogelijk is geworden.
21 oktober. Deze dagen gehoord dat men hier in Holland een poging heeft gedaan een regeringsstelsel te ontwerpen voor na de oorlog en dat het ontstellend moet geweest zijn hoe sterk nog ieder vast zat aan zijn politieke partij. Men vond 50 politieke partijen inderdaad te veel, maar als het er 25 waren dan kon dat wel.
2 november. Mengelberg heeft zijn tournee afgezegd, gaat dus niet naar Kopenhagen, waar hij 10.000 Zw. Frs zou hebben verdiend. Hij verkeert in geldnood door de omstandigheden, is weer te Zuort. Hij heeft in een in de Duitse taal gesteld schrijven zijn vrienden, ook de Hollandse, bedankt voor de belangstelling ondervonden bij het sterven van Tilly. Men zegt dat hij geheel verslagen is, en dat het goed zou zijn als hij nu maar stierf. Hillie, onze werkster, vertelt dat in haar buurt een winkel in amusementsartikelen Zaterdag onder veel rumoer geheel werd leeggekocht. Ieder wilde zijn muts, toeter
hebben voor de Vrede, die Zondag om 4 uur zou komen.
Donderdag 11 november. Gisteren een uitbundige juffrouw of vrouw in de tram die zeer hoorbaar zegt dat ze als de vrede er is 8 dagen met een oranje broek gaat kopen en op haar kop gaat staan. Het zwijgen begint haar te vervelen, zegt ze. Ze houdt een lange oratie over wat "vogelepoep" op mijn hoed, wat een "geluksteken" is, en vraagt (alles heel luid) hoe het komt dat ik op mijn leeftijd nog zulke goede tanden heb. Als ik haar vraag of ze van Brabant komt zegt ze "nee, uit het stijve Utrecht".
13 november. Ik heb mij vroeger een andere voorstelling gemaakt van de houding van een geknecht volk, dat zijn vrijheid liefheeft, ten opzichte van de verdrukker. Zoals de toestand thans is, werkt heel Nederland voor de Duitser. Hier worden schepen, machines, autoos en ontelbaar meer voorwerpen door Nederlanders voor de Duitsers gemaakt, en couranten die vol artikels uit Duitse bron zijn, door Nederlandse drukkers bezocht en door Nederlandse zetters gezet. Al die Nederlanders, of bijna allen zijn trouw aan het Vaderland wat hun innerlijke gesteldheid betreft, maar zij gevoelen zich gedwongen. Ik had aanvankelijk gedacht dat het anders zou zijn, maar zo is het blijkbaar niet alleen hier maar ook in de andere bezette landen.
15 november. Hilda kreeg een aanbieding om wol te ruilen tegen thee. De verhouding zou dan zijn dat 1 ons wol een waarde zou betekenen van
f 12.50 en 1 pond thee f 220.-. Zij voelde er aanvankelijk wel voor, haalde haar wolvoorraad de voorschijn, doch deze niet te groot achtende en denkende aan het spoedig voorbijgaande genot dat aan het gebruik van thee verbonden is, besloot zij er niet op in te gaan. Zij zou dan bij levering van 1 pond wol nog geen 1½ ons thee hebben ontvangen.
18 november. Vandaag wordt ons Afghan kleed verkocht in de Zon en ga ik een bontmanteltje van onze lieve Jo brengen naar Kremers voor de bontveiling.
23 november. Hedenavond kwam een man van de Sicherheitspolizei, een nog jonge Nederlander, goed uiterlijk, en informeerde naar het bontwerk dat wij voor de veiling hadden ingezonden: of het geen Joods bezit was en of wij konden bewijzen dat het dit niet was. Het is afkomstig uit de nalatenschap van Jo. Een kwitantie hebben wij natuurlijk niet. Daarop vertrok onze Sicherheitspolizeiman weder.
25 november. Vernomen dat ons oude Turkse kleed, een Afghan, 4 x 2,10 meter, dat ik te Stamboul kocht in 1927 voor 130 Turkse ponden of
f 390.-. thans is verkocht voor f 970. Het is nogal erg versleten in het midden. Oorspronkelijk was het een heel mooi kleed, maar ik had nooit gedacht dat het zoveel zou opbrengen na 16jarig gebruik.
26 november. Men vertelt dat Berlijn voor de vierde maal zwaar is gebombardeerd. Zullen die verwoestingen tot iets leiden en welke zullen de gevolgen zijn? Wat staat ons nog te wachten. Men begint langzamerhand de oorlog niet meer te gevoelen als een "persoonlijk" iets, een persoonlijke belediging die Duitsland ons aandoet, maar als een wereldramp, waarvan alle volkeren een deel krijgen en verdragen.
10 december. Ik word blijkbaar zichtbaar oud, want gisteren zei een vriendelijke werkman: "Vader mot je nog in de tram?" en hielp mij en vandaag stond een man voor mij op en zei "gaat u maar zitten."

1 9 4 4
20 januari. Heden naar de begrafenis van Betsy Bonger. Zij woonde in een groot huis met onvoldoende hulp, heeft te veel van haar krachten gevergd. Om 11.15 gewandeld langs Z. wandelweg naar de begraafplaats Zorgvlied en onderweg gezien hoe de bomen van de wandelweg worden omgekapt op last van de Bezetter, wat hij nodig vindt voor de verdediging tegen een invasie. Om 12 uur was ik op de begraafplaats. Er waren 20 belangstellenden en vrienden. Nog even gesproken met Lizzy Ansingh, de enige die ik kende. Betsy werd 's morgens dood in bed gevonden. Zij was de laatste tijd somber gestemd, had genoeg van het leven - geloofde ook niet dat wij, de ouderen, ons land nog vrij zouden zien. Wij zijn in afwachting van komende dingen. Het schijnt niet onmogelijk dat wij over enige tijd verjaagd worden uit ons huis en door de polder vluchten of dat wij onder het puin liggen.
2 februari 1944. Een bezoek gebracht bij Moera [Veth], die haar gehele inventaris heeft verkocht. Ze heeft ook geen kachel meer. Ik vind haar in bed, dik gekleed, in die lege kamer en zij vertelt mij hoe zij met Kyra niet van 24 gulden in de week kan leven omdat zij uitsluitend brood en melk als voeding kan gebruiken. Ook vertelt zij mij de geschiedenis betreffende het schilderijtje van A. der Kinderen, dat de familie M[oes] wilde kopen, maar dat zij niet wil verkopen. Ik bracht haar een stukje roggebrood en een klein stukje boter.
21 februari. Onze kleinzoon Tom zou donderdag, d.i. heden, naar Duitsland worden gezonden, maar om een of andere reden is daarvan niets gekomen, dus hij is nog in het kamp van Amersfoort. Men vertelt van een vreselijk gebeuren in het kamp te Vught, waar een aantal vrouwen, men zegt 90, op last van de commandant als straf werden opgesloten in een bunker, waarin ze niet konden zitten of staan, en dat van de 90 vrouwen 11 zijn gestorven. daarbij zijn ons bekenden. Vandaag de 44 delen Voltaire naar de veiling van Bom gezonden. De heer Bom denkt dat de opbrengst ongeveer 150 gulden zal zijn.
9 maart. Met de hulp van dienstboden is het tegenwoordig ellendig gesteld. De lonen worden zeer hoog. Een gewone, volle dienstbode vraagt thans 80 gld p.m. en soms worden lonen van 100 betaald. Men vertelt van een dagmeisje dat 30 gld per week verdiende. Wij hebben slechts werksters en zijn ertoe overgegaan hun lonen te verhogen tot 4 gld per dag. Heden een blaadje in de bus gevonden, waarin o.a. het volgende voorkomt: ... er is het besluit genomen (in Frankrijk) na de verjaging van de Duitsers alle bestaande Franse dagbladen die met de vijand geheuld hebben, te onteigenen. Ik denk natuurlijk aan het Handelsblad en mijn band daarmede, al is de uitdrukking 'heulen met de vijand' op ons niet toepasselijk. Maar er zullen zeker mensen zijn, en zeker bij hen die deze blaadjes verzenden, die er anders over denken.
Donderdag 13 april 1944. Wij zijn nu 3 jaren en 337 dagen onder de duitse bezetting. Hoe verlangen wij naar onze vrijheid. Over 29 dagen zijn de vier jaren vol.
17 juni. Vanmorgen naar Frascatie waar ik de heer Bom mijn Koran toon. Hij vindt het een mooi exemplaar maar heeft er niet voldoende verstand van. Als het een volledig exemplaar is brengt het 4 à 500 gulden op, zegt Bom. Ik kocht dit exemplaar voor 25 gulden in de antiquairwinkel van Meyer in de St. Luciensteeg in het begin van de oorlog. Dat is blijkbaar een koopje geweest. Het is een kunststuk. En dan te bedenken dat het in handen is geweest van een Arabier of Pers of een ander soort Mohammedaan die het heeft gebruikt bij de vervulling van zijn godsdienstplichten. Maar het getal dat Bom noemde is hoog. En het leven is zeer duur. En we willen gezond blijven. Op 23 juni dus over 5 dagen word ik 77 jaar. Hoe lang zal ik nog leven. Drie of vier jaar? Mijn broeder Chrik werd 81, mijn Vader bijna 81 - of nog zes, zeven jaar? Ik zou graag nog heel lang blijven leven, bijv. 700 jaar, dat zou ik lang genoeg vinden voorlopig, als ik maar kon blijven lezen, mooie boeken.
29 augustus. Van Valkenburg stond heden in de rij voor groenten bij Van Gelder en ik kreeg, toen ik de vuilnisemmer op straat bracht, een standje van de werkster, die mij verweet dat de schillenemmer teveel vocht bevat, tengevolge waarvan haar pas schoongemaakte trap weer smerig was geworden. Ik kon mij in haar gedachten verplaatsen, doch stelde haar woorden, met een nijdige stem en rad uitgesproken, niet op prijs. Ik dacht aan een verleden tijd waarin ik geen vuilnisemmers op straat behoefde te brengen en waarin Van Valkenburg zeker niet in de rij zal hebben gestaan, een verleden waarin wij, wonende te Buitenzorg, negen bedienden hadden, en ik vroeg aan de werkster of zij zo goed zou willen zijn zich omtrent die schillenemmer niet meer tot mij te wenden.
3 september. De blijde verwachting waarin wij leven wordt bij mij bedorven door het onaangename gevoel nog te zijn verbonden aan het Handelsblad, al zijn de motieven die daartoe hebben geleid ook te loven en hebben wij ons niet te schamen. Maar nu is gekomen de begrafenis van Van D[ijk], vooral het feit der kransen die men ons laat geven, terwijl wij er niets van wisten.
4 september. Bewolkte lucht, wind, regen. Op de middag horen we dat Brussel is gevallen, later Luik en dat de geallieerden vlak bij de Hollandse grens zijn. Tom kon per trein van Aerdenhout Amsterdam niet bereiken.
5 september. Nee, Tilburg was niet bevrijd. Frans [schoonzoon] telefoneerde om 1 uur 's nachts uit Tilburg. De hoofdmacht was naar Breda gegaan.
6 september. Gisteravond even vóór 8 uur werd Dick van Leeuwen (zoon van Emily van Eeghen en Toek van Leeuwen), door een landwacht doodgeschoten. Mary [van Eeghen, de grootmoeder], ging in haar karretje, geduwd door Korthoff, naar het Binnengasthuis en vandaar naar het W.G. waar hij lag.
(Wilhelminagasthuis, tijdens de Duitse bezetting Westergasthuis geheten).Ze knipte een beetje haar van zijn hoofd. Hij was nog geheel vol bloed, onherkenbaar, omdat de politie hem nog niet had vrijgegeven. Zelfs Breda blijkt niet waar te zijn, nog minder Rotterdam, maar wel Maastricht en Tilburg (zegt men). Wij zijn afgezonderd van de wereld, zullen misschien nog een lange tijd afgezonderd blijven.
27 september. 's avonds wordt bekend dat de parachutisten aan de Noordelijke oever van de Rijn de strijd hebben geslecht en zijn gevangen genomen. Dit is een zware tegenslag voor de geallieerden. De stakende spoorwegmannen die het bevel van onze regering in Engeland opvolgden komen wel in een zeer moeilijke positie. De oorlog wordt er langer door en de winter nadert met de ellende die hij meebrengt. Dus gaan we vanavond droevig maar niet verslagen te kooi.
4 oktober. Naar Handelsblad waar ik met Planten sprak en te 11.58 vertrokken. Heel hard aangestapt en ten 12.31 thuis, dus 33 minuten, hetgeen mij een mooie tijd lijkt voor een 77 jarige.
5 oktober. 's morgens naar het landje, waar Engelien bezig met wieden en oogsten. Ik pluk spinazie en zilverbiet, suikerbieten, tomaten, bieslook enz., geef wat zilverbiet aan een hongerige juffrouw. Namiddag naar schipper Otto en 8 kilo aardappelen gehaald in rugzak. 's Avonds staat in de krant dat maandag electriciteitslevering wordt stopgezet voor geheel N. Holland, trams rijden niet meer, fietsen worden afgenomen. We hebben vanavond repetitie met 1 kaars en 1 klein petroleumlampje. We bezitten nog 35 gewone kaarsen.
17 oktober. Onze kindertjes [van een ondergedoken machinist] zijn heel lief. Gisteravond geholpen met huiswerk (rekensommen). We zitten dan om de ronde tafel van de voorkamer, waarop een wit kleed en het kleine lampje dat nauwelijks genoeg licht geeft om te lezen. Het verbrandt 4,5 liter in 3 maanden als we het 4 uur per dag gebruiken. Hout gehakt en les gehad van Mesman, sonate Beethoven no. 7. 's Avonds regen en stormachtig uit W. De kinderen zullen nat terugkomen van school.
24 oktober. Gisteravond is in de buurt van de Apollolaan en Beethovenstraat een Duits militair, vermoedelijk een officier, doodgeschoten. Dit feit heeft de Duitse overheid aanleiding gegeven tot het in brand steken van enige huizen, mooie villa's aan weerszijden van de Beethovenstraat en uitziende op de Apollolaan. Verder werden in de vroege morgen 24 mensen, meest jonge mannen, die opgesloten waren in de gevangenis op de Weteringschans, omstreeks half 6 doodgeschoten, staande tegen de schuilkelder op de Apollolaan, vlak voor het huis van Menso [Boissevain, zoon van Charles]. Menso en een aantal anderen werden gearresteerd en hij is nog in arrest. Ik ging naar de Beethovenstraat, zag de verbrande, nog smeulende huizen, de bloedvlekken op het trottoir, vele bloedvlekken. Lies [vrouw van Menso] lag met Elsje in de vroege morgen op haar knieën voor het raam te kijken of Menso bij de 29 mensen was die zouden worden doodgeschoten. Gelukkig was dit niet zo. Ze werden met een mitrailleur weggemaaid en daarna met een revolver zo nodig afgemaakt.
De bloedvlekken voor de winkel van VANA zijn opgedroogd en gedeeltelijk uitgewist door de schoenen der mensen die er over lopen.
17 november. Gisteren kwam onze kleindochter Hilda per fiets in de regen 2½ uur van Aerdenhout met een welkome lading hout om te branden. Ze ziet er best ui
t. Daar wij al vier logé's hadden (G.[Gijs], Engelien en de twee meisjes), sliep ze in de salon op een matras (in de lekkere warmte van de kachel. Het was gezellig gisterenavond in ons huis vol mensen. We genieten nu van het licht van een carbidlantaarn van Gijs [van Hall, neef, die toen een ondergedoken leven leidde, in verband met de spoorwegstaking].Hoe ze kwam vertellen dat onze kindertjes over een dag of tien zullen vertrekken naar hun ouders, die dan weer hun eigen woning gaan betrekken.
23 november. Er is bericht gekomen omtrent Robert [Bob, zoon van Charles] Boissevain. Hij is in een kamp in Duitsland, in Oranienburg, waar een mooi klimaat is. Hij maakt het goed, is werkzaam op een kantoor met prof. Telders e.a. Ook Jan Canada [Boissevain] maakt het goed.[geen van beiden haalde de bevrijding].
26 november. Om 1.20 uur kwamen een aantal vliegtuigen die in onze onmiddellijke nabijheid, na gedoken te zijn, bommen lieten vallen, wat een hevig lawaai veroorzaakte. Even later kwamen Peter en Alexander Sillem met Tito bij ons. Tito is gewond, is gevallen van de trap en het huis van de Sillems is verwoest. Daarna gehoord van Maurits van Eeghen die erheen is geweest, dat Willem Sillem en Theo [zijn vrouw] in orde zijn, dat Franco [een onderduiker] dood is en Attie een zware beenwond heeft. Van de kleine Gie en van Olga hoorden we nog niets. Hilda van Marle, die de verwoesting was gaan beschouwen van een afstand en die Willem en Theo bezig had gezien, was nog in gevaar gekomen doordat een tijdbom in haar nabijheid ontplofte. Zij zag een wolk van gassen en voelde warme voorwerpen, naar het scheen papier, op zich neerdalen en raapte vlak naast zich een grote hete scherf van een bom op. Het huis van de Sillems - Anthonie van Dijckstraat nr. 6 - is niet ver van de gebouwen in de Euterpestraat, waarop de aanslag was gemunt.
1 december. Wij bemerkten dat electr. stroom is ingeschakeld en wij het huis dus konden verlichten. Dit is een stedelijke maatregel ten behoeve van de bewoners in deze buurt die ruiten hebben verloren en dientengevolge overdag in het donker zitten. Het is heerlijk en we hopen dat deze heerlijkheid enige tijd zal duren. We kunnen stofzuigen, de WC is weer verlicht enz. enz. Heden droevige berichten gehoord. De gehele familie Romée [Boissevain-Kalff] is met hun logé's opgepakt in de nacht. Lies [een van de dochters] werd al gisteren opgepakt
4 december. 's Middags was het weer uit met het electrisch licht.
5 december. Vandaag is St. Nicolaas en doet daarom aan de zorgeloze jeugd denken. Was de jeugd wel zorgeloos? Ik geloof het niet. Het was weer druk bezoek hedenmorgen. Er was een kapper die Hilda kwam kappen. Emily Cruys, doof, statig, was er, Dokter Huges, ten slotte Tom.
( Emily Cruys was een volle nicht van Hilda Boissevain, van moederszijde. Zij woonde met haar zoon Frans en met haar in Nederland gestrande zuster Geraldine in een flat op de Zuider Amstellaan (nu Rooseveltlaan)). Tom bracht een groot tarwebrood en een fles raapolie, verkregen door ruil van een hoeveelheid benzine. Het was een hele toer al die mensen uit elkaar te houden. De voorkamer is de enige warme kamer. R.O. [radio Oranje] waarschuwt er voor dat de geallieerden door zullen gaan met het bombarderen van Duitse kwartieren. In verband hiermede wordt aangeraden zo spoedig mogelijk te verhuizen indien men in de buurt van zulk een kwartier woont. Dit is weer zo'n raad waarvan men niet weet wat te denken. Het is beter geen raad te geven dan raad die alleen onrust veroorzaakt en niet opgevolgd kan worden.
8 december. Ik slaap nu in mijn eigen kamer onder ontelbare dekens benevens kruik. Heerlijk geslapen en prettig wakker geworden met het gezicht op het volschip dat op de ruiten staat getekend. Na het ontbijt, waarbij we nu slechts twee sneedjes krijgen (en dat nog maar alleen omdat Hilda bijzonder brood eet) gaan Hilda en Engelien naar Mies Boissevain, die niet meer kan lopen zegt [haar zoon] Herman. Herman kwam ons weer bezoeken gedurende het diner met Gijs[van Hall]. Hij werkt op het kantoor waarvan Gijs de directeur is en durft Gijs nauwelijks aan te kijken. Herman is een goede kerel, een gouden hart heeft hij, maar successen zal hij in deze wereld niet behalen.
Woensdag 13 december '44. Er kwamen twee arme kinderen bedelen, een meisje van 10 jaar misschien, en een jongetje van zes. Bleke gezichten, armelijk van uiterlijk. "Heeft u een beetje geld voor ons, met een klein beetje, een dubbeltje zijn we al tevreden". Ik gaf een gulden en zei "gelukkig dat jullie niet om brood vragen want dat heb ik ook niet". Een beroerd artikel in het Hbld en een nog veel beroerder in de Telegraaf doet mij weer met zorg denken aan de toekomst van het Handelsblad, maar als ik goed nadenk kom ik weer tot rust. Hillie ([de werkster] komt en vertelt dat drie bakkerswinkels in haar buurt zijn bestormd en leeggehaald. Een bakker had alles maar verkocht. "Er komt vast oproer" zei ze
. Ook hadden mensen hekken bij de spoorweg gesloopt en waren weer anderen bezig met bijlen en zagen een schuilkelder te slopen. En waar is onze politie?Frans Cruys [neef] ontmoet op het Museumplein. Hij liep op klompen en zei dat hij zou trachten een hapje eten te krijgen in het American hotel. Een troepje burgers, jonge mannen, werd onder bewaking van enige agenten weggebracht, te voet, waarheen?
26 december. Tom's verjaardag, 46 jaren geleden te Helder. Dikke mist, stil en 4 gr. C. vorst. We ontbijten om 8.30 en al vrij gauw wordt het kacheltje aangemaakt. Aan het ontbijt eten we een ei en ik lees de 103de psalm. Er komt een man met twee kinderen die eten vraagt en Engelien geeft hun aardappelen. Men vraagt zich af wat er moet gebeuren als de honger toeneemt. Zelfs iemand als de zachtzinnige of hoogst zedelijke Hillie [de werkster] zegt dat ze dan niet voor zichzelve kan instaan.
Het is de hele dag vol mensen geweest op de bevroren plas op het veld. Daar werd schaatsen gereden enz. De maan schijnt uit een heldere hemel en het is heel stil. De barometer staat op 780. Lichte vorst. Er viel kort geleden een bom, niet heel ver.
28 december. 's Morgens met Engelien naar het landje om boerenkool te snijden. Over het veld op de sloot opgebonden. Als we bezig zijn op het land vliegtuigen en luchtalarm. We horen ook schieten. Engelien terug en ik per schaats naar Kalfjeslaan over de Boerenwetering. IJs gevaarlijk onder bruggen ook zelfs in sommige open doorgangen waar geen brug ligt.
29 december. Tom vertelde van de "Hoop" [het hospitaal-kerkschip, dat door de Duitsers gevorderd was]. Men maakt zich ongerust over het scheepje. Het zou natuurlijk kunnen zijn dat het naar Engeland was uitgeweken, maar dit is onwaarschijnlijk, want er waren ook enige Duitse soldaten aan boord. De "Hoop" had een tijdlang een Hollandse kapitein gehad die Kemp heette, vroeger van de [maatschappij] Nederland, een man van 70 jaar, die wonderen met het scheepje verrichte. Hij was, waarom weet ik niet, afgelost door een anderen Hollander die Toet heette. De Hollandse bemanning was meest onwillig geworden en vervangen door Duitsers. Men weet dat "De Hoop" enige weken geleden een Zeeuws zeegat is uitgevaren en daarna weet men niets meer. Droevig!!

1 9 4 5
Maandag 1 januari 1945 [op nieuwjaarsbezoek]. Mary [van Eeghen] was aan de lunch. Ze snijdt plakken af van een groot stuk kaas en ik denk, ik wou dat ze mij een stuk gaf en warempel, ze biedt Engelien en mij ieder een flinke plak aan waarvan wij genieten. Gisteren waren we met ons drieën op een concert van [Herman] Schey in de woning van bisschop Vrede en zijn vrouw. Bisschop van de Vrije katholieke kerk, en zijn vrouw is feitelijk niet zijn vrouw, want hij is nog gehuwd, wil scheiden, maar z'n vrouw weigert dit. Schey zong prachtig, psalmen van Dvorzak, liederen van Moussorgsky, van Wolff en van Brahms.


Januari 1945. Stadionkade 38 II Amsterdam in de oorlogswinter . Tekening van Hendrik de Booij

4 januari. Men vertelt dat onze Regering heeft bepaald dat alle medewerking verboden is, zowel voor de overheidsdienst als voor alle werkgevers. Zij die medewerken (met de arbeidsinzet) zullen gerechtelijk vervolgd worden. Het is gemakkelijk voor de Regering zulke bevelen te geven, maar vaak moeilijker voor onze landgenoten die honger hebben de bevelen op te volgen.
5 januari. Het aantal mensen, vrouwen en kinderen, die om eten komen vragen is vrij groot, wat wil zeggen dat bij ons vandaag 3 maal om eten is gevraagd. Wij verstrekken reeds ruime voeding aan onze werksters en aan twee hongerige leraressen van het Montessori Lyceum, kunnen niet veel méér doen.
7 januari. Om circa 8 uur 30 sprong een oude vrouw vlak voor ons huis, daar waar vroeger het bordje stond met "voor Joden verboden", te water, of liever op het ijs, waar ze doorzakte. Mevrouw de Haan zag het gebeuren, waarschuwde de Van Rees'en, Ema belde de politie op en mevrouw Groen ging naar beneden en haalde de vrouw met hulp van een ander er uit. Van Det kwam. Ze werd bij Van Det binnengebracht. Zij was bij kennis, is een 64jarige Jodin, heet Goudstikker en woont in de Van Breestraat. De politie kwam haar halen, waarvan van ons karretje gebruik werd gemaakt. Een 'koempoelan' in onze voorkamer. Ema, Jan en wij gesprekken over de vraag of je iemand die zelfmoord wil plegen wel mag redden, en of je dan verder verantwoordelijk bent voor zo iemand. Ze vonden Van Det wat al te zakelijk. Toen Van Det terugkwam zei hij "ze is wat onevenwichtig, 't is meestal pose, dan lopen ze te water vlak voor een dokter, waar ze weten goed te worden geholpen. Toen we nog op de Keizersgracht woonden gebeurde het herhaaldelijk" "U kent ze niet" zei mevrouw Van Det.
(Van Rees, Groen, De Haan waren bewoners van de flats op Stadionkade 37. De trap was gemeenschappelijk met de flats van nr. 38. De arts Van Det woonde op nr. 40, een benedenhuis. Bij hem werd veel gemusiceerd).
13 januari. Engelien vertrok om 9 uur op de fiets naar Opperdoes met tassen, rugzak inhoudende ruilmiddelen, o.a. een kamerpot. Het dooit, wind Oost, stijve koelte. De afstand is ca. 60 km. Zij hoopt morgen tegen de avond weer terug te zijn, gaat te Opperdoes logeren bij Neeltje Bloem van Terschelling, die gehuwd is met de boer Piet Molenaar, die een 45tal koeien heeft. Ze hoopt boter en tarwe mee terug te brengen.
15 januari. Engelien is gisteravond niet teruggekomen. Wij zullen beiden blij zijn als zij terug is. Om 4 uur komt Engelien terug, blij door ons ontvangen. Op haar fiets heeft ze zware pakken die blijken te bevatten: 20 pond tarwe, 20 pond bonen, een kaas, een pond boter en 2 kilo uien. Ze had 2 nachten bij Neeltje geslapen en veel gegeten, zodat ze bijna niet meer kon: varkenscarbonaden en peertjes en aardappelen met heerlijke jus en pap en melk en lekker brood met veel boter en kaas. Op de pont werd ze wel aangehouden, maar ze lieten haar doorgaan"'t mag wel niet, maar gaat u maar door".
16 januari. Kuiper komt in opdracht van makelaar Zwaal vier stuks meubelen voor de veiling halen: het mooie engelse bureautje, het empire theekastje, een speeltafeltje en het kleine vitrinekastje van Jo. Zwaal schatte de verkoopprijs van het bureautje op
f 1000.-, het theekastje op f 75.- enz.
21 jan. Van morgen af zullen alle mannen, of de meeste mannen tussen 16 en 40 jaar onderduiken. Op vele scholen, in vele bedrijven, zullen de mannen en op de scholen ook vele leerlingen, niet meer komen. En dan zullen de duitse razzia's beginnen. Engelien nam het karretje mee naar de Vossiusstraat [haar woning] en kwam met kolen terug. Het was zwaar trekken geweest door de sneeuw, waarbij sommige hulpvaardige mensen haar hielpen bij een brug. Onze oude werkster, Van Bekkum, bracht ons een bezoek, vertelde van haar ellende. Een interessant verhaal over de aanvallen door de bevolking van haar buurt op de voorraden steenkolen van de spoorwegen. Het vluchten van al die mensen als de soldaten aankomen en het schieten. Een soldaat vond het goed dat ze sintels haalde, maar toen kwam een hoge, al scheldende en vloekende en veranderde de stemming. Ze mocht niet weggaan, moest blijven staan, met een jonge vrouw die in verwachting was en ten slotte kwamen ze met zeventien anderen in een goederenwagen terecht waarin ze werd opgesloten. Ze was erbij tegenwoordig dat een van die bewoners een harde zweepslag in z'n gezicht kreeg met een gummi zweep, een vreselijk gezicht. In die goederenwagen dachten ze dat ze naar Rotterdam zouden worden gebracht en dan naar huis zouden mogen lopen, zoals met anderen gebeurd was. Ik schonk haar
f 20.- (had ik een biljet van 10 gehad, dan had ze dat gehad) en het speet mij later dat ik het gegeven had. Zijzelf vond het ook wat begrotelijk, liet het biljet een tijdlang liggen, want ze kwam uit belangstelling, niet om te bedelen.
23 januari. Er wordt gebeld. Een net heer, keurig gekleed, die een buiging maakt en vraagt: kunt U mij misschien aan een aardappel helpen? Engelien geeft hem een aardappel.
24 jan. Gewandeld naar Waltie van Leeuwen op de Keizersgracht, die ons gist bezorgt dat ik haal aan het pakhuis De Zon en De Maan op de Reguliersgracht. Op nr. 717 maak ik kennis met haar zoon. Hij is 28 jaar oud, gepromoveerd in de rechten, stelt zoals bleek veel belangstelling in wijsbegeerte, weet er veel van. Waltie heeft in haar huiskamer een grote Brabantse kachel met gaten voor een groot aantal pannen. Er is een hek omheen waarop wasgoed te drogen hangt, waardoor die kamer het gewone beeld vertoont van huidige huiskamers.
25 januari. Temp. - 6 Celsius, mooi weer. De gehele stad ligt onder een dikke, stijve laag sneeuw. De was die Engelien gisteren te drogen heeft gehangen heeft de aard van planken aangenomen. Eerst naar Carels, waar men mij geen brood wil geven omdat ik niet tot de vaste klanten behoor, naar de Eenhoorn apotheek en met succes, want ik kom met 1 pond kaliloog terug, waarvoor Engelien door haar connectie te Opperdoes bonen kan krijgen. Ik had mijn verzoek aan de Eenhoorn op papier van de Reddingmaatschappij geschreven. Vervolgens ½ uur in de rij gestaan met het resultaat dat ik een brood kreeg bij "Daisy". In de namiddag aardappelen van de zolder naar beneden gebracht uit vrees voor bevriezen.
26 januari. Gisteren stond in de "Boerenstulp" een bejaarde man, sjofel gekleed, mager, bleek. Hij was vóór mij en ik liet hem dus voorgaan, maar zijn stem was nauwelijks te horen, het bleek dat hij een stuk brood vroeg. De juffrouw kon het hem niet geven, gaf hem een plakje kaas. Later zwierf hij weer rond in de rij die voor "Daisy" stond. Ik zag dat hij geen kousen of sokken aan had. Wat moet en kan men met zulke mensen doen. Ik dacht aan Lazarus aan de tafel van den rijken man. De honden lekken zijn zweren. En de rijke man lijdt later ondraaglijke pijnen in het hellevuur. Wat moeten wij doen, wat kunnen wij doen. Moet men zulk een armen, hongerigen, vuilen man bij zich nemen, hem voeden en verzorgen. Ik kan het niet.
27 januari. Temp. - 10 Celsius. Ik heb het koud gehad in de nacht, kleedde mij aan met 2 wollen vesten en chambercloak en kroop weer onder de wol. Werd later warm. Engelien naar verschillende bakkers om te trachten brood te krijgen, staat vermoedelijk in de rij. Maurits [van Eeghen, nr. 36 Stadionkade] woonde bij in een bakkerswinkel dat een keurig heer een brood wegnam en er mede weg zou gaan. De bakker zei hè hè, we hebben allemaal honger, dat gaat niet, waarop de keurige heer het brood weer neerlegde. Engelien kwam thuis met 600 gram brood. Als ik thuiskom is daar een juffrouw M., die meedeelt te hebben gehoord van iemand die uit Duitsland is teruggekeerd uit het kamp van Rahmsbruck [sic] bij Berlijn, dat mevrouw Haak gestorven is aan malaria. Mies Canada [Boissevain-Van Lennep] is op de dood geweest door dysenterie maar leefde nog. Ook mevrouw Heringa is overleden. De kinderen Haak zijn met de dood van hun moeder in kennis gesteld.
28 januari. Engelien gaat met Jan Binsbergen en ons karretje op houtroof uit en komt met een flinke lading terug. Ze hadden een man ontmoet die pas een boom had gekapt en die hun een deel van de takken afstond en een andere man die bezig was met het slopen van restanten van huisjes van volkstuintjes en zeide dat dit zijn terrein was, maar hun een andere terrein aanwees waar ook van die resten waren. Intussen schilde ik de aardappelen voor de soep van hedenavond.
31 januari. Wind ZW, sterke dooi. Het is buiten warmer dan binnenshuis. In de namiddag komt Frans Cruys. Hij is op klompen die hij buiten laat staan, volgens de regel, en ziet er uitgeteerd uit. Hij erkent ook dat hij zich uiterst slap gevoelt en al geruime tijd ondervoed is. Hij kan in zijn pension niet langer worden gevoed en is nu bij zijn moeder en zijn tante Geraldine. Ook daar is heel weinig eten en bijna geen brandstof meer. Wij vragen hem ten eten geregeld op Donderdag en misschien nog een dag en morgen zullen we hem een beetje brandstof geven. Hij doet natuurlijk weer fantastische verhalen maar blijft zoals steeds een gentleman - nu op klompen en op het punt de dood door ondervoeding te sterven.
1 februari. Onze zij-benedenbuur Van der Groen is met anderen aangewezen om gedurende zekere tijd wacht te lopen bij transformatorhuisjes, waarvan er twee door lieden van de verzetspartij zijn vernield. Hij moet 's avonds naar het hoofdbureau van politie wandelen, 1 uur lopen, daarna 4 uur wachtlopen als het zijn beurt is en komt om 3 uur 's nachts weer thuis.
4 febr. Ik schrijf een brief aan Cissy de Vries-Cruys die met haar man woont in Vieux Doelen, Den Haag, over de toestand waarin Frans en zijn moeder en tante verkeren. De vereniging Vondelpark biedt mij ½ kubieke meter droog brandhout aan voor
f 75.- en dit in verband met het feit dat ik behoor tot degenen die lange jaren contribueerden. Ik geloof dat ik al 40 jaar lid ben voor f 2.50. Ik neem het aanbod dankbaar aan.
7 februari. De gehele morgen Hilda geholpen bij de bereiding van stroop uit suikerbieten. Ook in de namiddag zijn wij er nog mee bezig.
Er is hier groot gebrek aan hout voor lijkkisten. Gehoord dat de bekende bezorger van begrafenissen Sax slechts 'zwart' kisten kan leveren en dan tegen betaling met 2 mud aardappelen of een zekere hoeveelheid tarwemeel. In de namiddag komt de heer v.d.Meij namens Bram de Vries met f 500.- t.b.v. Frans Cruys en ik gevoel mij als Robinson Crusoë toen hij in het wrak van zijn schip in de kajuit 20 Engelse gouden ponden vond. Wat had hij eraan op dat onbewoond eiland? Niets.
17 febr. Drie uur in de rij gestaan bij Van Muyden, de bakker in de P.C. Hooftstraat voor één brood. Koude voeten. Drie rijen achter mij hield de broodverschaffing op, wie daarachter stond kreeg niets. Als ik thuiskom ontmoet ik op straat Van Valkenburg die mij meedeelt dat zijn vrouw is gestorven. Hij heeft door protectie een lijkkist kunnen krijgen. Gehoord dat in de Zuiderkerk 1200 lijken wachten op begraving.
18 febr. Gisteren een bezoek gebracht op de Z. Amstellaan en daar gesproken met het drietal [Emily Cruys, haar zoon Frans en haar zuster Geraldine Campbell]. Op de sofa ligt Frans die er beter uitziet maar nu zieke voeten heeft en niet lopen kan. Emily ligt te bed, uit te rusten van zware vermoeienissen van de vorige dag. De
f 250.- die ik Geraldine gaf zijn alweer op en besteed aan: 2 k. tarwe, 60 gld., 5 pond witte bonen 150 gld. 4 pd bloem 120 gld. Ze hebben moeten lenen van de buren om die bedragen te betalen en ik overhandig hen nu weer 187 gulden van de 500 gulden die ik van de Twentsche bank ontving. Ik bezichtigde nog even de steenkolen die ik voor 260 gulden voor hen kocht, vond het een miserabel klein beetje.
25 februari. Heden kwam Mees Toxopeus die met de "Insulinde" te Nieuwendam ligt en bracht boter en olie mee als cadeau. Hij ziet er goed uit, praat aardig en opgewekt en bleef bij ons middageten. Hij kreeg aardappelen et veldsla en bieten met jus en geweekte pruimen, vertrekt Dinsdag weder naar Oostmahorn. De komst van Mees was als een frisse wind in onze gevangenis. Hij is wat meer gezet dan vroeger, maar niet veel ouder geworden. De veldsla interesseerde hem, hij had zoiets nog nooit gezien, vertelde van iemand in Oostmahorn, die had gezegd dat we na de oorlog zouden zeggen dat "niemand zou gezegd hebben dat gras zo lekker is". Hij vond dat de veldsla een beetje op klaver leek en was verbaasd te horen dat die veldsla twee gulden per ons kostte. Mees wilde zijn handen telkens aan zijn sokken afvegen, vond het jammer zijn servetje vies te maken, gebruikte toen Engeliens servet. Hij vertelde van de tocht die hij met Tom had gemaakt toen hij werd overvallen door een orkaan. Ze waren dwars van Schiermonnikoog, hadden de wal helemaal niet gezien. Hij schat de brandinggolven die over de Insulinde heenliepen op 6 meter hoogte, ze zaten soms helemaal onder water.
26 febr. Om 10 u.30 ongeveer vertrok Mary [van Eeghen-Boissevain, die een tijd bij haar zoon Maurits gelogeerd had] op een open wagen getrokken door één paard naar St Michael [Vrij-Katholieke stichting te Valkeveen, waar zij woonde]. Zij zat geheel ingepakt in een leuningstoel, achter zich al haar hebben en houden, voor zich op de bok mevr. Van Leeuwen, haar gezelschapsjuffrouw, tevens huishoudster, op het schamel Willem, de stoker van de flats, en de koetsier of boer. Eindelijk het paard, een lelijk log beest. Ze kwamen in 3½ uur te St. Michael.
3 maart. Er hebben gisteren razzia's plaats gehad te Amsterdam, het Damrak was afgezet en de mensen die daar werden gevangen in de Beurs opgeborgen. Wij eten ons Zweedse brood met de margarine, alles met een dankbaar hart. Maar als men nuchter waarneemt dan moet men constateren dat dit brood niet bijzonder uitmunt boven het brood uit de distributie van de beste soort, integendeel, daar beneden staat in smaak. Een z.g. wonderkachteltje gehaald bij Blokker, dat
f 11.50 kost. Een dame in de winkel ziet het en zegt ervoor te hebben betaald een brood en 9 guldens, en dat in de tijd toen er absoluut geen brood te krijgen was. Broden kostten toen 30 à 40 gulden het stuk.
4 maart. We hebben Zaterdag bliek ontvangen van de inkoopcentrale van het nijverheidsonderwijs, waaraan ik verbonden ben door mijn lidmaatschap van het dagelijks bestuur van het Zeemanshuis. Ik ging de bliek halen in een pannetje aan het adres van den heer Verwey, N. Amstellaan 194, waar ik werd ontvangen door mevr. Verwey in een kamer waar haar dochter in bed lag met een maagzweer. Maagzweren komen tegenwoordig heel veel voor door de gebrekkige voeding. Wij geven een deel van de bliek aan de v.d.Groens [buren] en bakken hem. 't Is een smakelijk zeer voedzaam eten.
7 maart. Willem, de stoker, komt mij vragen een pentekeningetje te maken van het paard dat de kar trok die Mary naar het Gooi bracht. Dit paard is door de Wehrmacht doodgeschoten toen de boer het niet wilde afstaan voor werk voor de Wehrmacht. Hij wil er nu een tekeningetje van hebben.
11 maart. De zondag is altijd een feestelijke dag want we eten dan 's morgens een eitje uit Texel en daarbij ook nog ditmaal sardientjes die we van Portugal cadeau hebben gekregen door middel van het Rode Kruis. Ze zijn uitgedeeld door het gemeentebestuur dat een deel bestemde voor wie aan het onderwijs verbonden zijn. Zo kregen dan zowel ik als Engelien sardientjes, ik wegens mijn lidmaatschap van het dagelijks bestuur van de Zeevaartschool en Engelien omdat ze les geeft aan het Montessorilyceum.
12 maart. [na het bombardement van de Bezuidenhout in Den Haag, waarbij o.a. het huis van Cateau de Booy-de Geer getroffen was.] Tom kwam vertellen dat hij Zaterdag Cateau had bezocht. Ze was nu in een rusthuis te Leiderdorp, genaamd De Grenshoek, waar ze ¦ 2.- per dag moet betalen. De indruk die hij had van dat z.g. rusthuis was uiterst luguber, 't deed hem denken aan de gestichten beschreven in Dickens. Ze krijgt 's morgens één boterham en 's avonds één boterham, overigens eten van de gaarkeuken. De overige bewoners van het rusthuis zijn oude mannen en vrouwen die veelal hooglopende ruzie hebben. Het zal daarom nodig zijn dat zij zodra mogelijk bij ons komt en de enige gelegenheid is een boot van Leiden naar Amsterdam, dinsdags vertrekkende om 7 uur van Leiden en aankomende te Amsterdam om 1 uur, Singel 307. Rederij Groenewegen.
Dinsdag 13 maart. Om 1 uur kwam Cateau met een ponytax, die
f 16.50 kostte en fooi f 2.50 en een boterham. We hoorden ongeveer 1½ uur te voren dat ze onderweg was en brachten haar kamer in orde, sjouwden mijn bed naar haar kamer enz. enz. We vinden Cateau heel flink, kalm, moedig. Ze is wel erg mager maar ziet er niet zwak uit. Ze kan moeilijk lopen, heeft geen bril en nagenoeg geen kleren of andere bezittingen.
18 maart. Ik geef een brief mee aan Frank v.d. Bergh en zijn vrouw, die ervoor zullen zorgen dat hij donderdag wordt gepost te Wassenaar. Hij is bestemd voor jhr. W.M. de Brauw in Den Haag, wien ik schreef over Cateau's bezittingen die onder het puin liggen. In de namiddag een bezoek gebracht bij Ernst Heldring op zijn flat in de Lairessestraat. Ik hoor van hem dat waarschijnlijk na de oorlog een vermogensaanwasbelasting zal komen en dat deze belasting dat 100 % van de aanwas zal bedragen. Vandaag een schoon overhemd aangetrokken, het vuile had ik een maand gedragen. Het was werkelijk vuil.
31 maart. De prijzen dalen, men noemt voor tarwe
f 16.- per pond, aardappels f 200.- het mud, wat sterke verlagingen zijn. De profiteurs worden bevreesd dat zij met hun voorraden blijven zitten. In het Parool dat onlangs uitkwam las ik een onaangenaam aandoend verslag over een aanval der geallieerden op het hotel Bosch van Bredius. Wat mij hindert zijn de woorden waarmede het Parool de dood van den heer De Bouvy mededeelt. Getroffen werden, zegt het Parool, de zoutkoning De Bouvy en het huis van de versjesmaker Clinge Doorenbos. Of De Bouvy een zoutkoning was en of dit afkeurenswaardig was kan ik niet beoordelen, doch hij en drie van zijn kinderen werden gedood, zijn vrouw bleef met één kindje achter. En als is Clinge Doorenbos een versjesmaker en een van een zeer vervelend soort, hij is ten slotte ook een mens.
1 april. Hevige storm uit het ZW. In Griekenland en in Rusland vroeger, zouden de mensen elkander toeroepen" De Heer is waarlijk opgestaan" en ik wilde dat ik het met overtuiging of met de zekerheid waarheid te spreken kon doen, evenals mijn Moeder het had kunnen doen. Zonder die opstanding is ons orthodoxe protestantse geloof waardeloos. Cateau voelt zich niet goed, is neerslachtig, spreekt weinig. Ze is vol kritiek op Theo en ook op andere leden van de familie De Booy.
4 april. De geallieerden zijn in Enschede, Oldenzaal, dicht bij Deventer en 30 kilometer van de Zuiderzee. Ik hoor vanmorgen op een vergadering van het Adderfonds dat de Aerdenhouters door het oog van een naald zijn gekropen. Alles was in het Naaldenveld klaar. Er waren afvuurbanen voor de V bommen toen een telegram kwam met het bevel deze weder te vernietigen en aan de bemanningen om te vertrekken.
10 april. De gang van zaken heeft een slechte invloed op ons leven in ons bezette vaderland. We krijgen nu geen levensmiddelen meer uit de Oostelijke provinciën of veel minder. Het broodrantsoen is op de helft verminderd. De steenkolen raken op. De centrale keuken zal binnenkort haar werkzaamheid belangrijk beperken en ook een minder voedzaam voedsel moeten produceren.
12 april. Vandaag eerst tarwe gemalen, 1¼ uur, vervolgens groente (raapstelen) gehaald bij Van Gelder, vervolgens het Zweedse brood gehaald bij "De Spar" en toen ik thuis kwam was Rolff er met z'n zoon en z'n glundere gezicht met een welbepakte wagen waarmede hij enige malen was aangehouden. Maar dan wees hij op z'n trui en de letters NZHRM erop en dan zeiden ze "Ga maar door". De Dorus Rijkers was gekomen met tarwe en de Twenthe met aardappelen. Wij kregen twee flinke zakken aardappelen en een flinke hoeveelheid tarwe (10 kilo). Schipper B. bracht het bericht dat op Texel de mongolen een aanval hadden gedaan op de Duitsers en deze hebben vermoord, dat daarop assistentie is gekomen uit Den Helder, dat Texel vanuit Den Helder is beschoten en dat er 300 goden zijn. We horen weer allerlei verhalen over vernielingen en kunnen er maar niet achterkomen of die door de Binnenlandse Strijdkrachten of door de Duitsers geschieden. Men zegt dat de bunkers bij het Concertgebouw vernield zijn. Ik wandel naar het Handelsblad en kom langs het Concertgebouw en zie niets bijzonders aan die bunkers, wel lees ik een 'bekendmaking' waaruit blijkt dat er aanslagen met dynamiet op instellingen van de bezettende macht zijn gepleegd en dat we daarom om 7 uur 's avonds binnen moeten zijn.
13 april. 's Middags gist gehaald aan het pakhuis van de Gist en Spiritusfabriek op de Reguliersgracht, een uur lopen en een uur terug. Ik liep langzaam, was moe, kreeg een pond gist voor
f 25.-, daarom vraagt die chef daar "is 't voor uw gezin?"
16 april. Er was bericht gekomen van het sterven van Geraldine, en dat Maurits van Eeghen was verzocht voor de regeling van een en ander te zorgen. Maurits deed verhalen van de staat waarin alles bij Emily verkeerde, een staat van vervuiling. Frans Cruys lag weer te bed met een blaasontsteking of iets anders. Engelien schonk een fles wijn om ons weer uit de put te helpen waarin we gezakt zijn.
19 april. Een mooie voorjaarsdag. We lezen aan het ontbijt kapittel 6 van de 2e brief aan de Corinthiërs en bespreken de wijze waarop wij (noodgedwongen) ons huis zullen verlaten. Wat we zullen meenemen. Dat wij het huis eerst zullen verlaten als het huis naast ons brandt. Om 11.30 wordt Geraldine begraven. Ik wandelde erheen met Engelien. Ik sprak in de aula, had liever bij het graf gesproken, maar de vertegenwoordiger van de begrafenisvere
eniging vond het beter, met het oog op de situatie van het graf dat in de aula werd gesproken. Geëindigd met psalm 103. Naar het graf gewandeld dat zich bevond aan het eind van een loopgraaf. Met het oog op de schaarsheid van werklieden heeft men naar een eenvoudige werkwijze gezocht en die gevonden. Aan het einde van de kuil stonden de laatst begraven kisten opgestapeld. Deze graven blijven minstens 10 jaren onaangeroerd. Het gerucht loopt dat de Duitsers in de komende nacht Amsterdam zullen verlaten en zich naar Hoek van Holland zullen begeven. Onze koffertjes, waarin de voorwerpen welke we in de eerste plaats moeten redden, staan klaar.
21 april. De brug die in het verlengde naar de Parnassusweg over het kanaal leidde is gedurende de nacht voorzien van bordjes waarop staat "Rooseveltbrug" Bij het bordje aan de Stadionkade zijn bloemen neergelegd en worden voortdurend bloemen neergelegd: tulpen, seringen enz. Als ik om 3 uur ga kijken zijn bordjes en bloemen er niet meer.(p.m. in dagboek een tekening van bordjes en bloemen)Cateau wordt zachter, minder zuur. Ze verlangt naar godsdienst, Christian Science of de R.K. kerk.
25 april. Terwijl er overvloed van groenten is zijn de prijzen zeer hoog, zodat de man die niet over geld beschikt ze niet kan kopen en ze onverkocht blijven. De groentenwinkels kunnen daar niets aan doen. Ze moeten zelf hoge prijzen betalen, waarbij dan nog hun winst moet komen. Asperges kosten 20 gld. de bos, wortelen zijn nu gedaald op 3 gld de bos.
26 april. Om ½ 10 naar kantoor Reddingmaatschappij waar ik Tom vind. Hij vertelt mij dat Aerdenhout vol Duitsers is en dat jonge mannen erg op hun tellen moeten passen willen ze niet voor terroristen worden aangezien. Naar huis gewandeld en tulpen gekocht van een van die karren vol bloemen die zo'n mooie kleur geven aan de straat. Thuis is het de gewone maaltijd voor hongerlijders: Lex Osterkamp, Moera, Hillie en Cateau en dan wij met ons drieën. We hadden een lekkere bonensoep.
Naar Olga van Lennep [nicht, dochter van Mies en Alfred Boissevain] om over onze moeilijkheid met Emily Cruys te spreken.De buren zijn komen klagen over al het werk dat Emily en Frans hun geven. Emily heeft lichamelijke onvolkomenheden die zich niet altijd vertonen als de zuster er is maar ook wel als die er niet is. Dan worden de meisjes Peper geroepen en moeten zij de vuile boel wassen. Of Frans komt bij de buren vragen om eten. Hilda gaf de raad dat mevrouw Peper dergelijke verzoeken eenvoudig moet afwijzen. Ik heb nu Olga van Lennep gevraagd dr. Delprat te overtuigen dat opname in een rusthuis waar ze voortdurend verpleegd wordt voor Emily nodig is
28 april. Gisteren om 11 uur een vergadering van het Handelsblad, waarin Von Balluseck hoofdzakelijk aan het woord. [volgt een uitvoerig verslag over de te verwachten maatregelen na het vertrek van de Duitsers]
. Ik bewaar een aangename indruk van de goede leiding door onzen voorzitter Chr.P. van Eeghen, die met onverstoorbaar goed humeur en met geestige (werkelijk geestige) invallen zijn woorden kruidt. Hij heeft een zeer helder hoofd en een stalen geheugen.


Links: Chr. P van Eeghen , voorzitter Algemeen Handelsblad. (1880-1968). Rechts; D.J. von Balluseck, hoofdredacteur Algemeen Handelsblad. (1895-1976)

Ik kom om 2 uur thuis en krijg een smakelijke soep te eten, rust wat en ga met wat bloemen (twee bossen witte en blauwe irissen) naar twee verjaardagen, eerst naar Attie Knapper [geboren Sillem], waar ik, stel je voor, een sigaar krijg, een vooroorlogse en ik weet niet hoe ik het heb. Ik zie er ook die lieve Anna Lieske, die haar man (Nieuwenhuis) verloor doordat hij werd gefusilleerd. Verder komen Waltie en Dick van Leeuwen en de Sillems en vele anderen. Vervolgens naar Rudi Mengelberg waar Noortje jarig is. Daar is een heel ander publiek, meest Duitse of Duits lijkende Joden: Professor Lacoeur, Asser, heer en mevr. Heilbron e.d. Een lekker glas Malaga gedronken.
29 april. Het einde van het drama nadert met grote snelheid. Stettin, Bremen zijn genomen, ook Augsburg, en te München heeft Generaal von Erp bevolen dat geen weerstand zal worden geboden. Göring is ontslagen en men zegt dat hij dood is. 't Is alsof de oorlog hier afgelopen is. Men hoort dat verschillende politieke gevangenen worden vrijgelaten.
30 april. Heden naar de Viottastraat om Sannie Cnoop Koopmans geluk te wensen die 15 jaar wordt. Op het tafeltje met cadeaux zie ik er twee van zeer opmerkelijke aard, namelijk twee closetpapierrollen. Ik kan mij niet voorstellen dat men ergens anders ter wereld zoiets ten geschenke geeft en dat aan een jong meisje. Ik geloof dat het een jongen was die met het geschenk binnen kwam en dat het in eenvoud van gemoed werd aangeboden en aanvaard.
Woensdag 2 mei 1945. Lichte bewolking, W. koelte, zon. Om 9 uur beginnen bommenwerpers te komen die boven Schiphol stromen pakjes neerwerpen. Allen gaan naar boven en zijn onder de indruk van dit wonderschone gezicht, de reusachtige bommenwerpers die bij groepen van tien uit het Zuidwesten verschijnen en hun last omlaag gooien.
  Alle flatbewoners wuifden met lakens, witte doeken als bommenwerpers voorbij kwamen. Als zij hun last afwierpen was het of er iets "verstoof". Het was een wolk van witte pakken die omlaag viel. Er is bericht gekomen dat Hitler dood is, dat hij admiraal Dönitz tot zijn opvolger heeft benoemd.
Churchill heeft in het Lagerhuis omtrent de oorlog gezegd dat "the situation in respect of the war is definitely better than 5 years ago".
4 mei. Had heden een vergadering van het Handelsblad. Zag op weg naar die vergadering verscheidene uitgehongerde mensen van de lagere volksklasse, mensen met vale gelaatskleur, gescheurde kleren, een familie van vader, moeder en 3 kinderen de blijkbaar aan een deur wat brood hadden gekregen en dit verdeelden en verslonden. Hilda heeft een bezoek gebracht aan een pension in de Holbeinstraat en dit ongeschikt bevonden, omdat Cateau daar geen voldoende verzorging zou krijgen. Na met Van Det [de arts op nr. 40, Stadionkade] gesproken te hebben, die het er volkomen meer eens was dat zij nu niet in een pension kan, is de keuze bepaald op het Maria rusthuis, een katholieke inrichting in de Koningslaan. Ze zou daar eerst een kamer met verzorging krijgen voor
f 225, maar door een samenloop van omstandigheden is dit nu f 325 geworden, welke ik haar voor een maand heb aangeboden. 's Avonds 8 uur ongeveer werd bekend dat alle Duitse troepen in Nederland voor Montgomery hadden gecapituleerd. Dat gaf grote opwinding. Wij staken de vlag uit evenals vele anderen, maar toen op de Stadionweg werd geschoten op die vlaggen haalden we de vlag vlug naar binnen. Zoëven is mevrouw Bokma [die enige tijd geleden was komen inwonen bij de benedenbuurvrouw, Addie Kramer] komen vertellen dat zij van zichzelf Blijdenstein heet en gehuwd is met een tandarts die Musaph heet en een in Rusland geboren Jood is van Joods-Turkse ouders. Zij droegen toen de naam Mustapha. Hij heeft van augustus tot heden elf maanden beneden ons geleefd, ondergedoken met zijn vrouw. Hun dochter die 20 jaar is, is nu te Leeuwarden en was verloofd met een jonge man, die met 160 anderen, toen te Oldenzaal kabels doorgesneden waren, naar Duitsland gevoerd en daar door de Duitsers doodgeschoten. Zijn verloofde gelooft nog altijd dat hij nog leeft, maar Musaph heeft zijn doodsbericht ontvangen. Musaph is een grote vriend van onze tandarts Sanders die - eveneens Jood - nu wel zal terugkeren.
5 mei. Om 6.30 's avonds landt een Hollands vliegtuig op het veld [aan de overkant van het kanaal langs de Stadionkade]. Het volk stroomt toe. Engelien en ook Hilda zijn er heen geweest en hebben de vliegers gezien. Het publiek zong het Wilhelmus heel goed en gelijk, wat ontroerend was. Piet Gouda [bovenbuurman] kwam bij mij en zeide, "op zo'n belangrijk ogenblik van ons leven nu we de vrijheid terugkrijgen, vind ik dat er toch voor de kinderen iets van "De Heere" moet bijkomen en kom daarom vragen of U mij kunt zeggen hoe het "Onze Vader" luidt".Ik zeide het Onze Vader op en we zochten het op in de bijbel en Engelien gaf hem nog een psalm, psalm 23, "De Heer is mijn herder, mij zal niets ontbreken." Later hoorden we het resultaat van zijn optreden. Hij had Noletje en Riketje (oud 6 jaar) geroepen en had hun het Onze Vader en de psalm willen voorlezen maar was in tranen losgebarsten. Hij is een gevoelige jongen, geheel zonder godsdienst grootgebracht, evenals zijn vrouw Amelie. Het tweetal heeft een moeilijke tijd gehad, want Amelie, hoewel een Jodin, droeg geen ster op straat, had ook valse papieren, evenals haar zuster Bedette.
6 mei. Heentie [Mesman-Boissevain] komt ons bezoeken en vertelt dat [haar broer] Menso weer is ondergedoken, want de plaats vlak bij het huis waar die 29 mensen op 26 oktober 1944 zijn doodgeschoten, is bedekt met bloemen. Zijn vrouw Lies heeft daar veel aan gewerkt, wat werd opgemerkt door de Duitse politie. "Immer wieder dieselbe" zeiden ze. Toen vond Menso het maar beter onder te duiken. "We leven op een vulkaan" zegt De Boer. Feike de Boer, die tot burgemeester van Amsterdam is benoemd en die een raad van zeven vooraanstaande Amsterdammers naast zich heeft. Te Amstelveen zijn 60 meisjes die met Duitse soldaten liepen, door de bevolking van hun haar ontdaan met een tondeuse. De lokken werden onder de menigte gegooid. Verschillende mensen komen ons bezoeken en gelukwensen met de herkregen vrijheid, o.a. het echtpaar Van Vliet. Van Vliet geeft zich veel moeite voor de arrestatie van op de kade wonende leden van de NSB., o.a. van onze buren de Van Wele Blankens. Ik had dit van hem met zijn zachtzinnige aard niet verwacht.
7 mei. Tom is speciaal van Aerdenhout gekomen om ons mede te delen dat Hilda van Marle door de wang is geschoten door een Duitse schildwacht. Ze had zich Vrijdagavond begeven naar een bevrijdingsfeest dat op straat plaats had met een vreugdevuur en veel enthusiasme en vandaar terugfietsend had zij zich niet gestoord aan de aanroeping van een schildwacht die, na 3 maal in de lucht te hebben geschoten, eindelijk raak schoot, waarop ze door de Duitsers werd opgepakt en naar Cariol gebracht, het grote huis van Bunge dat als ziekenhuis is ingericht. Ten slotte moeten we dankbaar zijn. Zo de kogel een klein beetje verder was geweest zou ze dood zijn geweest. Nu is het slechts een vleeswond.
Addie [Kramer, benedenbuurvrouw] vertelde dat zij Frits heeft zien thuiskomen. Frits is de knecht van de Van Rees'en. Hij zag zeer bleek en zeide dat op de Dam geschoten was, door de Duitsers, die op het dak van de Grote club stonden, op de Canadezen die zich op de Dam bevonden. Toen hebben de B.S. zich bij de Canadezen gevoegd en is een vuurgevecht begonnen wat aanleiding gaf tot een overhaaste vlucht van de menigte die zich op de Dam bevond. We zullen er later wel meer van horen.
8 mei. Het is nu de moeilijkste tijd voor hen die geen voedselvoorraad hebben. Zag in de P.C. een vrouw met drie kinderen staan, zeer arme uitgehongerde mensen, dicht bij een bakkerij waar ze blijkbaar een heel brood hadden gekregen, gulzig dit verslindend. Het waren mooie kinderen met prachtige ogen, in het bijzonder een klein kind dat erbij was. Er komen een drietal meisjes met guitaren die voor onze deur op de kade liedjes zingen. Zoiets is weer iets geheel nieuws voor ons. Het is een heerlijke zomeravond.
9 mei. 's Avonds half negen waren wij wat naar buiten gegaan op de kade toen twee motorfietsen aankwamen. Van een van de twee stapte een in bruin costuum gekleed man. Aanvankelijk dacht ik aan een Canadees, maar het was Frans [Polak, schoonzoon] in de uniform van het Nederlandse leger (zoals hij mij later zeide). Wat later was hij bij ons boven en ledigde een zak en een tas, allerlei blikken met kostbare inhoud, van alles en allerlei pakken, rijst, suiker, chocolade, spek, boter, meel, zeep, repen, koffie, thee en weet ik wat nog meer. Het belangrijkste nieuws is wel dat Alfred te Tilburg is en binnenkort overkomt, Hij heeft 1½ jaar zijn schip gecommandeerd in de Middellandse zee en op de kust van Afrika. Nu is hij 'liaison officer' bij een Brits generaal en zal vermoedelijk te werk worden gesteld te Rotterdam om deze haven (en andere havens) weer geschikt te maken voor het gebruik.
Naar mevrouw Haringa om haar bloemen te brengen en te danken voor het bezorgen van het Parool op koude winternachten en daar een stapel brieven gezien van verraders aan de Duitse autoriteiten waarmede talrijke landgenoten werden aangegeven. Bij het zien van zulke brieven komt wel wraakgevoel naar boven.
Heden was het de 10de mei 1945, de dag dus waarop voor 5 jaren Hitler met groot geweld ons aanviel. 5 jaren zijn nodig geweest om dezen beestmens of dezen waanzinnige te vernietigen en nu staat een geheel nieuwe toekomst voor ons volk open. Wat zal het er mede doen.
11 mei. Om 11 uur als ik aan de tafel zit, brieven sorterende, hoor ik een bekende stem achter mij. Het is Alfred, weinig veranderd, een beetje dikker geworden in het gezicht. En dan komt Hilda binnen en omhelst hem en huilt een beetje. Hij blijft bij ons middageten en we eten de bekende bruinebonensoep met aardappelen en van dat lekkere militaire wittebrood erbij en daarna spelen we samen het dubbelconcert van Bach en we merken dat Alfred zijn mooie streek nog bezit.
12 mei. Gehoord dat Feike de Boer die nu waarnemend burgemeester is, in een toespraak de mening heeft geuit dat het goed zou zijn zo de Duitse taal als taal waarin de jeugd wordt onderwezen werd afgeschaft en vervangen door een Scandinavische taal. Hij is gehuwd met een Deense. Dit zijn wel enigszins loslippige uitlatingen. Wel kan ik mij voorstellen dat men het aantal lesuren in de Duitse taal, dat gedurende de oorlog sterk war vergroot, weder vermindert. Tenslotte blijft Duitsland toch een land dat een mooie literatuur heeft en 80 miljoen mensen, waarvan velen zeer kundig, die Duits spreken. De hoofden zullen nog een tijdlang verhit blijven.
14 mei. Burgemeester De Boer heeft Voûte aangeraden onder te duiken of zich ergens koest te houden. Men erkent algemeen dat hij veel voor Amsterdam heeft gedaan en het heel naar zou geweest zijn zo er een NSBburgemeester ware geweest. Dit is een goed teken van beginnend ontwaken van zuiver denken.
19 mei. 's Avonds 8 uur vergadering Handelsblad bij Van Eeghen. Ik wandel er in een uur heen. Daar hoor ik een verhaal van Six die een vergadering heeft bijgewoond gearrangeerd door het Militair Gezag waarin o.a. het zogenaamd plan van Van Mook werd ontvouwd over de oprichting van een In- en Exportmaatschappij voor Indië. Vermoedelijk is het plan van Van Mook ontstaan onder de invloed der Britten en Amerikanen. De Amerikanen bepalen hoe groot het leger zal zijn dat wij zullen overzenden om ons Indië te heroveren. Ze zullen ons later een rekening indienen die wel zal bestaan uit
eindelijk ter verkrijging van bepaalde gebieden. Dit zijn zo ongeveer de klanken die tot mij komen. Niet zo vrolijk maar begrijpelijk. Het hoofdpunt van de vergadering was de oprichting van een los van het Handelsblad staande nieuwe courant, waarvan Von Balluseck de redactie zou leiden. Bos en Van Eeghen (geloof ik) zullen nog naar Stikker gaan om te weten te komen of hij ook een nieuwe courant gaat oprichten (want de Telegraaf is ook geblokkeerd). 's Morgens kwam Kees van der Leeuw en vertelde dat het Militair Gezag alles tot een chaos maakt. Dit hoort men dikwijls.
21 mei. Naar het kantoor voor de bonkaarten in de Dufaystraat, daar met plus minus 200 mensen als nr. 150 in de rij gestaan tot ik hoorde dat de bonkaarten niet gekomen waren (waarschijnlijk ook geregeld door het Militair Gezag). Daarom weggelopen in de zachte regen, getekend bij de Van der Groen's, waar Hilda mij een echte kop koffie komt brengen, met melk, een in lange tijd niet genoten feest. In de namiddag komt Willem van Marle [kleinzoon], oud 18 jaar. Terwijl Willem er nog is ga ik nieuwe bonnen halen en sta enige tijd, eerst buiten, later in de school naast een tweetal landgenoten, die herhaalde blijken van intelligentie gaven. Ze verlangden erg naar boeken uit Engeland. We hadden het ten slotte over de tegenstelling utopie en realisme in de politiek in het boek van Carr en als ik in de school sta en mijn stamkaarten in de hand heb zegt de ene: Ik ken uw zoon Tom, ben met hem op school geweest, zie hem geregeld eens in de tien jaren ongeveer. Als ik hem dan naar zijn naam vraag antwoordt hij dat hij "Blok" heet en apotheker is aan het W.G. [Wilhelminagasthuis]. In het W.G. heeft men "na het vertrek van de boeven" een grote hoeveelheid propaganda en andere literatuur gevonden, ook handboekjes, heel goed uitgevoerd, tot het aanleren van vreemde talen, geheel samengesteld met het oog op roof. "Hebt gij pluimvee", "waar zijn de eieren" enz. 's Avonds komt Boskamp en vertelt dat de kring Stikker en zijn troep het kapitaal zal fourneren voor de nieuwe courant die als een Stichting onder Von Balluseck en Boskamp onder de naam van "Het laatste Nieuws" zal verschijnen zodra de goedkeuring verkregen is. Daarover zullen wij morgenavond vergaderen.
22 mei. Gewerkt in huis, turf gestouwd of opgetast, laden opgeruimd, klok opgehangen enz. De bel gaat ontelbare malen. De boeken van Bein worden gehaald, 43 boeken, waaronder zeer zware, die ik 3 jaar voor hem bewaarde, alle handtekeningen "Bein" veegde ik met gummi en verdeelde ze over de gehele bibliotheek. Er waren mooie boeken onder, alle boeken over Joodse onderwerpen, maar ik las er maar enkele. De Beins zijn weer uit hun schuilplaats te voorschijn gekomen evenals vele anderen, maar nog veel meer komen nooit meer te voorschijn dan op de dag des Oordeels. 's Avonds vergadering Handelsblad. Er is een conferentie geweest met Stikker, die het voor een nieuwe courante benodigde kapitaal van 1 ton heeft ter beschikking gesteld, maar die de wens uit de heer Goedemans (ex Telegraaf) aan die courant te verbinden en ook verder een band met de Telegraaf wenst. Wij komen tot de conclusie dat het aanbod zeker in deze vorm onaanvaardbaar is.
24 mei. 's Middags 3.30 vergadering Handelsblad bij Bos op de Herengracht 310. 't Is een wandeling van circa een uur. In de vergadering vertelt Von Balluseck dat de stemming in Den Haag nu weer geheel is gewijzigd. De perscommissie zal niet verschijnen maar een tribunaal. De normen zullen zeer hoog gesteld worden. De kansen op verschijnen van Handelsblad of een nieuwe courant zijn zeer gering. Gerbrandy gelooft dat men in Nederland tevreden is met de Pers in haar huidige gedaante. Wij zullen nu een aantal vooraanstaande Amsterdammers trachten te bewegen tot het doen horen van hun mening in strijd met de gedachten van Gerbrandy.
26 Mei. Ik ontmoet Van Eeghen en hij brengt mij in kennis met enig verheugend nieuws, hij heeft dadelijk weerklank gevonden bij De Boer die bereid is persoonlijk met Stikker naar Den Haag te gaan. Het bleek bij het gesprek dat Stikker Goedemans volstrekt niet wenste. Verder kan er een gentlemens agreement komen tussen Handelsblad en de groep van personen die de nieuwe courant zal oprichten.
28 mei. Omstreeks 4 uur kwam Alfred met zijn auto. Engelien werd gehaald en samen gingen we naar Aerdenhout. Het was lang geleden dat ik die weg zag. Nu passeerden wij een grote troep opgepakte NSBers die onder geleide van BSers in de richting van Haarlem marcheerden. Een naar gezicht je eigen landgenoten te zien opbrengen. We stapten uit bij Olga. Johan was niet thuis. Olga wel, die natuurlijk bezoek had, want in Aerdenhout heeft men altijd bezoek, wat een bezwaar is van het wonen in Aerdenhout.
29 mei. Heden dineerden bij ons: Alfred, Engelien, John en Tom jr. We horen vele verhalen, bijv. over de wonderlijke ontsnapping van Doorman en Van Lynden uit de krijgsgevangenschap van Stanislaw. John was gekleed in een blauw werkpak met rode uitmonsteringen, halve laarzen, een band om de arm met rode letter M.P. Zijn gedachten zijn blijkbaar geheel bij het belangrijke werk waarmee hij bezig is, het oppakken van NSBers en andere landverraders. Tom jr., wiens gezicht nog erg jong blijft, doet verhalen van ondergrondse bewegingen die in ons land thans werkzaam zouden zijn, ondergrondse groepen, samengesteld uit landverraders, Duitsers, e.d. Ze zouden o.a. een aanval gedaan hebben op Westerbork en een 60-tal BS-ers hebben gedood. Gelukkig blijkt uit de couranten dat deze verhalen geheel op fantasie en napraten berusten.
30 mei. Het gaat met Hilda van Marle niet zo goed als we hadden gedacht. Wel gaat het in zoverre goed dat ze geen koorts heeft en weer op mag staan, maar de wond zelf, al is het dan een vleeswond, is heel groot. Nagenoeg de gehele wang is een wond en zo zal haar vrolijke frisse gezicht voorlopig wel erg beschadigd zijn.
31 mei. In de namiddag naar Cateau die in een zeer zwaarmoedige stemming is. Mijn mooie bloemen brachten daarin geen verandering, leg ze maar neer, zei ze. Ze wil veronal innemen. Dat zegt ze zelf en zit te huilen. Ik zeg "wacht tot Nan [haar dochter in Indië] er is. "Nan komt nooit" zegt Cateau. Ten slotte vraag ik Nini Suermondts brief en daarin staat dat ze Cateau "tijdelijk" kan hebben. Dus kan ze weg en ik stel voor dat ik Otto opbel en hem vraag Cateau te komen halen en bij Nini te brengen. Aldus uitgevoerd.
4 juni. Als ik uit wil gaan komt Lize [Hoeze].
(Vroegere dienstbode. Zij had de twee machinistenkinderen (zie 17 oktober 1944) geplaatst bij de De Booy's). Ze vertelde o.a. dat de verhouding van de Kromhoutmotorenfabriek tussen directeur en werklieden niet goed is. dat het personeel het Jan Goedkoop kwalijk neemt dat hij bij het uitvoeren van werken voor de Duitsers tot spoed aanspoorde, terwijl hij juist de sabotage had moeten aanmoedigen, dat hij kort na de bevrijding in een circulaire aan het personeel had gezegd, dat nu een tijd zou aanbreken waarin zij zich zouden moeten wennen aan een zeer verlaagd levenspeil. Vele werklieden, zo niet bijna alle, zijn op wachtgeld geweest, waarbij ze 70 % van hun loon ontvingen. Lize's man ontving 28 gld. per week, anderen ontvingen slechts 20 gulden. Nu hoopten ze op een ietwat betere tijd en was deze mededeling van Jan Goedkoop een domper. Verder zei ze dat de Kromhoutmotorenfabriek zeer veel aan de Duitsers had verdiend en het dus niet nodig zou zijn om loonsverlaging in te voeren.
6 juni. Otto de Booy zou komen koffiedrinken, maar hij kwam niet of liever veel later met z'n auto, waarin Cateau. Hij kwam even boven, een lange robuste kerel, onveranderd, ik denk wel bijna 7 voet lang, en verdween. [Otto, zeeofficier, was de enige van Cateau's vier kinderen die zij nog heeft teruggezien voor zij stierf].
10 juni. 's Morgens komt Alfred en gaan we met hem en Engelien per auto naar John en Olga. Hij vertelde o.a. over de neiging van onze Koningin om erg democratisch te doen, die zich reeds voor de oorlog wel eens uitte. Zo kregen we een verhaal van een picnic in de duinen, de Koningin plof nederzittende, stijve, bejaarde generaals met kramp in de benen, hofdignitarissen, stokstijf staande lakeien met schalen sandwiches en uitdrukkingsloze gezichten en onze brave Koningin die zich had voorgesteld op echt burgerlijke wijze een gezellig picnicje in de duinen te hebben. Alfred gaat dinsdag naar Engeland, laat zijn auto te Antwerpen, meldt zich in Engeland bij onze marine en als ze hem de Kinsbergen willen geven, dan vindt hij het best (om ermee tegen de Japs te vechten). En dus nemen we nu misschien voor lange tijd afscheid van hem. Er was gisteren een concert in de grote zaal van het Concertgebouw, dat stampvol was, waarop optraden die vaderlandslievende flinke kunstenaressen zoals To Versteegh en de meisjes Diepenbrock, die zich niet opgaven bij de Cultuurraad en dientengevolge gedurende de oorlog niet konden optreden. Fijner ware het m.i. geweest zo zij zich voor zulk een demonstratie niet hadden geleend, die immers een ietwat farizeeïsch karakter had. "Here, ik dank u, dat ik niet ben als de tollenaar". Bij hen die zich wel opgaven waren het dikwijls omstandigheden zoals gebrek aan geld, die hen daartoe dreven, soms noodzaakten.
12 juni. Ik zie een troepje mannen en vrouwen langs de Herengracht marcheren, begeleid door gewapende BSers. Sommigen, of velen, vinden dit een mooi gezicht. Er zijn geen deftige heren bij, allen zijn het gewone mensjes. Zij dragen hun schamele bezittingen met zich mede. Een loopt te kauwen. Een juffrouw die achteraan loopt heeft moeite de troep bij te houden. Bij de kleermaker Hart vertelt de coupeur dat hij de hele oorlog zijn auto heeft weten te verbergen voor de Duitsers, maar dat hij nu is ingepikt door de Canadezen. Hij heeft een brief ontvangen van een vriend in het Zuiden, die zegt dat men in Brabant bidt "O God, verlos ons van de verlossers!". Maar dat neemt niet weg dat we innig dankbaar zijn van de Moffen te zijn verlost!
In de Willemsparkweg zie ik hoe jongens een complete vesting hebben gebouwd van trottoirtegels. De wanden hebben een hoogte van 1,50 meter. Ik wens hen geluk met het feit dat er nog geen politie is.
20 juni Mej. van Bekkum [vroegere werkster] komt met bloemen voor mijn verjaardag op 23 juni en vertelt van haar man die verhongerd in het Binnengasthuis ligt en nog maar nauwelijks is blijven leven. Hij is nog lang niet beter, heeft mijn lengte en woog 90 pond, nu 95 pond. Mijn laagste gewicht was 120 pond, nu 127 pond. Hij heeft dikke benen, bloedende voeten, hevige dysenterie. Wij geven haar wat 'meat pudding' en aardappelen en f 2.50, het geld neemt ze slechts onder protest aan. Ze is een aardig goed mens, die Hilda altijd een zoen geeft.
26 juni. We hebben op de middag aan het eten Henriette van Marle [kleindochter] met dien jongen Godfried Bomans. Ze is 14 en hij misschien 31. Zij sliep al bij ons de vorige dag. Ze gingen samen naar een dansuitvoering in de Schouwburg. Hij is een artist en werkt aan de Volkskrant (R.K.) als verslaggever. Een aardige fijne man. Na het eten zong Hilda, aan de piano geaccompagneerd door hem. Na hen kwam Rosa Schmuller en haar dochter, die 't laatst in Theresienstadt waren. Beiden zien er goed uit, zijn in moeilijkheden, want ze bezitten niets, hebben geen huis.
1 juli. Een bezoek van de zoon van Van Minden [vroegere buren]. Hij komt met zijn vrouw met wie hij lang ondergedoken is geweest, eerst te Zeist en later in Friesland.
Zijn vader en moeder werden verraden en werden naar Auschwitz gevoerd, waar ze vermoedelijk op ellendige wijze zullen zijn omgekomen. De jonge Van Minden ziet er uitstekend uit, ook zijn vrouw, en vertelt vooral van zijn verblijf in Friesland bij een boer van circa 60 jaar, die op een klein boerderijtje woonde te Eewal, onder Janum (post Birdaard). Hij heette Dirk Kalma, was gereformeerd en zeer gelovig, las iedere dag 3 maal uit de Bijbel en bad 6 maal, telkens met andere woorden. Overigens was hij onontwikkeld. Zijn geloof was zo sterk dat hij in het geheel geen vrees kende. "God zal voor ons zorgen en mocht ons iets overkomen, dan is het Gods wil". Ook als gevaar dreigde ging hij, na zich te hebben ontkleed, rustig slapen, ook als anderen gekleed en wakker bleven. Die Van Minden en zijn vrouw maakten een alleraardigste indruk. Wij bewaren nog twee Perzische kleedjes die zijn ouders toebehoorden en nu hem.
3 juli. Fik kwam gisteren en bleef logeren. Zijn schoonzuster Marianne is terug uit het Duitse kamp waar ze was en, wonder boven wonder, geheel rustig en in goede staat. Ze heeft veel ellende doorgemaakt, onvoldoende voeding, is ook met slagen gestraft op haar rug door den commandant.
8 juli. Rotterdammer en Handelsblad mogen beide een courant uitgeven, maar niet onder eigen naam. Rotterdammer heeft verklaard het dan niet te doen en nu vertelde onze voorzitter dat Von Balluseck nu ook weigerachtig zou zijn om die nieuwe courant, hoe die dan zou heten, 'het laatste nieuws' misschien, uit te geven of liever daaraan als hoofdredacteur te werken. En de combinatie Stikker is het juist om Von Balluseck te doen, een ander wil zij niet hebben. Wij hebben nu weer een beetje stroom, mogen 1 KW gebruiken. Heden voor het eerst gas, om 5 uur namiddag een uurtje om te koken.
14 juli. Moera kwam en zag er goed uit. Ze leende 50 gulden, dat haar ontbrak aan de koopsom voor een pak kleren voor Kyra [haar zoon]. Ze zal dit bedrag in 4 termijnen van
f 12.50 terugbetalen, de eerste maal a.s. Vrijdag.
22 juli. De Koningin is ziek geweest, moet een tijd lang rust houden. Men vertelt dat de Koningin, die gedurende de oorlog een geheel ander, veel vrijer leven heeft geleid dan zij in Holland gewend was geweest, aan mensen vraagt: "is er al vernieuwd?", d.w.z. "denkt u al op andere wijze", en als het niet waar is dat ze dit vraagt, wat best mogelijk is, zal het wel juist zijn dat ze zich voelt als een herboren persoonlijkheid. Ze ziet het volk op het ogenblik voornamelijk als een verzetsbeweging, niet als een geheel volk, met jonge, oude, voortvarende, dappere, voorzichtige, moedige, laffe, trouwe en ontrouwe mensen, maar dat in zijn kern heel gezond is.
25 juli. Gehoord dat het Concertgebouw zijn eerste concert wilde beginnen met het Wilhelmus, maar dat het Militair Gezag die niet heeft toegestaan en dat het orkest nu staakt als het niet wordt toegestaan.
26 juli. Ina van Eybergen Santhagens ontmoet, en mevrouw Spier, de harpiste. Ze vertelt me van Theresienstadt, dat lang niet zo'n aangenaam verblijf was als we aanvankelijk dachten. Ze lagen mannetje aan mannetje op de zolder van een kazerne, moesten heel hard werken. Er zijn in die jaren daar 34000 mensen gestorven.
27 juli. Rosa Schmuller en haar dochter Nina kwamen de goederen halen die zij bij hun wegvoering bij ons hadden achtergelaten. Ze zien er goed uit. Wij geven hun behalve de bewaarde goederen (linnengoed) een drietal pannen, dekens en nog andere zaken en daar vertrokken ze blijde mee naar de Harmoniehof waar ze tijdelijk wonen.
1 augustus. Met Hilda naar Mies Boissevain [-van Lennep], liggende in bed in het huis van Jacky Engelkens. Omtrent haar verblijf in de kampen gedurende 2½ jaar zegt ze ongeveer het volgende: Ze sliepen drie, soms twee in een bed. Er stierven vele mensen. Geraakten ze in een erg zwakke toestand dan werden ze vergast. De lijken van hen die gewoon stierven werden in een laken gewikkeld en langs de grond gesleept naar het washok. Dit was het washok waar iedereen zich dagelijks ging wassen. Daar werd de lijken een nummer op de borst geschilderd en dan gingen ze naar een zaal waar sectie werd gehouden. Er waren mensen waarop proeven waren genomen. Uit een van hun benen had men beenmerg weggenomen. Dan stierf zo'n been af en kregen ze een mooi kunstbeen en dan strompelden ze daarmee door het kamp. Ze werden "Kaninchen" genoemd. De "Kaninchen" zijn vóór de bevrijding van het kamp allemaal afgemaakt. Men heeft mij enige malen willen vergassen. Op mijn zaal had ik een vriendin, een Hollands meisje dat Eveline Samuels heette, half Joods, heel mooi, lang, heel recht, die een heel bijzondere positie in het kamp innam. Ze hadden allemaal respect voor haar. Toen de dokter kwam om mij voor de vergassing op te schrijven zeide zij hem dat hij dat niet moest doen want dat ik haar moeder was. Toen gebeurde het niet.
30 augustus. Het Handelsblad komt zaterdag al uit onder de oude naam van Het Algemeen Handelsblad met D.J. von Balluseck als hoofdredacteur . Boskamp is beheerder en het verschijnt in de vorm van een Stichting die bestuurd wordt door de HH Sticker en enige anderen. Wij, commissarissen, Van Eeghen, Bos, Six en ik, en de directeur Planten, zijn voorlopig nog lucht. 10 september. Om 3.30 uur hadden we een vergadering van commissarissen van het Algemeen Handelsblad, waar eerst de moeilijke zaak met Terwee werd behandeld. Deze directeur van Jacob van Campen weigert Boskamp, die tot beheerder van de N.V. het Algemeen Handelsblad is aangesteld, inzage te geven van de stukken die hem een beeld moeten geven van de gang van het bedrijf. Aangezien wij, commissarissen, door de aanstelling van Boskamp buiten functie zijn gesteld moet deze zaak door Boskamp zelve, zonder onze bijstand, worden geklaard.
Verder kwam Von Balluseck die wel erkende fouten te hebben begaan inzake het interview dat hij J.H.Huizinga te Londen had toegestaan [In Vrij Nederland gepubliceerd], doch die geen enkele maal zeide dat dit hem zeer erg speet. [...] Hij zeide ook zijn eigen houding op 15 mei 1940 af te keuren. Hij had, zodra de Duitsers aan het bewind kwamen moeten aftreden, waartegen Six opmerkte dat hij juist door zijn aanblijven en vaderlandslievende artikelen onze bewondering had gewekt. Het resultaat was dat men met hem niet kon redeneren en door dit te blijven trachten, de kloof steeds dieper zou maken. Ik kan mij nu beter de mening van Alexander Heldring begrijpen, die Von Balluseck een "in alle opzichten onbetrouwbaar mens" noemde, niet omdat ik geloof dat hij "kwaad opzet" pleegde, doch omdat zijn karakter nu eenmaal "ontrouw" is. In de brief die hij Huizinga schreef stond "Dat hij nu het Handelsblad weder op poten had gezet en over een paar maanden zou zien wat hij zou doen" (dit stond aan het slot van de brief, welk slot eigenlijk niet bestemd was voor de ogen van Van Eeghen, maar dat hij toch zag). Hij heeft dus blijkbaar plannen om het Handelsblad te verlaten voor iets anders. Al die jaren van de oorlog heeft hij inkomen van het Handelsblad genoten, nooit heeft hij ons in kennis gesteld met zijn mening over onze houding.
10 september. Om 3.30 uur hadden we een vergadering van commissarissen van het Algemeen Handelsblad, waar eerst de moeilijke zaak met Terwee werd behandeld. Deze directeur van Jacob van Campen weigert Boskamp, die tot beheerder van de N.V. het Algemeen Handelsblad is aangesteld, inzage te geven van de stukken die hem een beeld moeten geven van de gang van het bedrijf. In plaats van deze stukken over te leggen heeft hij een klacht over Boskamp ingediend bij de Regeering (de Heer Beekenkamp). Hij beschuldigt hem daarin "de Duitschers te hebben  achterna geloopen om gedaan te krijgen dat de Deutsche Zeitung bij het Handelsblad zou worden gedrukt of gezet."Aangezien wij, commissarissen, door de aanstelling van Boskamp buiten functie zijn gesteld moet deze zaak door Boskamp zelve, zonder onze bijstand, worden geklaard. Verder kwam Von Balluseck die wel erkende fouten te hebben begaan inzake het interview dat hij J.H. Huizinga te Londen had toegestaan [In Vrij Nederland gepubliceerd], doch die geen enkele maal zeide dat dit hem zeer erg speet. Hij stelde zich op het standpunt dat de houding van Directie en Commissarissen principieel onjuist was geweest, dat zij dus door af te treden principieel de juiste houding zouden hebben aangenomen en men nu een houding hadden genomen die hij tactisch noemde in contrast met principieel. Dat voor die tactische houding vele verklarende oorzaken en feiten waren te geven doch dat daarmede niet kon worden goed gepraat dat die houding principieel onjuist was geweest. Vergeefs trachten wij hem op die bewering te doen terugkomen doch hij bleef er bij. Ik wees hem op de houding van Generaal Winkelman die capituleerde omdat hij na het bombardement van Rotterdam voorzag dat den Haag en wellicht andere steden hetzelfde lot zouden ondergaan. Colijn heeft in de Standaard over die houding van generaal Winkelman een een ander gezegd. Hij heeft twijfel uitgesproken of zij wel de juiste was geweest . In ieder geval was het een houding van toegeven aan de eischen der Duitschers met het doel daarmee zwaarder leed voor het Hollandsche volk te voorkomen, evenals de Directie en Commissarissen deden t/o van het Handelsblad. " Dat was heel iets anders "zei von B. Ik zei hem ook het niet met hem eens te zijn, als onze houding slap of meegaand werd genoemd in tegenstelling tot een principieele. Hij had Huizinga een brief geschreven waarin hij een gedeelte van zijn beweerde beweringen trachtte recht te zetten, was bereid een brief aan hem te schrijven met  het verzoek die op te nemen in Vrij Nederland maar zij wezen het aanbod van de hand, verkozen dat hij ons een brief zou schrijven, dien we zoo bij de berechting het stuk in Vrij Nederland in het geding zouden kunnen toonen. Het verzoek om die brief vóór de vaststelling mogen zien, wees hij  van de hand, zeggend dat hij niet gewend was wat hij schreef aan de goedkeuring van anderen te onderwerpen, tenslotte zou hij dan toch zoo goed zijn er met Planten over te spreken. Planten was afwezig wegens een vergadering van dagbladdirecteuren te Leiden. Van Eeghen was eenige malen met hem (v B) in debat geweest o.a., als hij zeide dat zuivering er moest zijn als maatregel van orde en von Balluseck toonde soms kenteekenen van lichte geraaktheid.
Six bracht mij naar huis met zijn auto. Six heeft den geheelen oorlog het archief van de illegale partij in zijn huis gehad. Men kan hem dus werkelijk niet "bang" noemen wat wel eens wordt gedaan. Zijn voorzichtigheid sproot waarschijnlijk voort uit zijn groote kwetsbaarheid.)  
25 september. Naar Handelsblad om te spreken met Boskamp. Hij toont mij een brief van Von Balluseck aan Planten waarin hij naar zijn mening het interview met Huizinga corrigeert. [ . . . ] Von Balluseck eindigde zijn brief aan Planten met de verzekering dat hij hem een oprecht warmvoelend Vaderlander achtte, wiens beleid gedurende de oorlog door commissarissen is geëerbiedigd.
26 september. Hilda van Marle telefoneert dat zij 5½ had gekregen voor het opstel (dat ik voor haar maakte) over "gebrek aan waardering". De onderwijzer had haar/mijn opstel erg kinderachtig van stijl gevonden.
7 oktober. Heineken drinkt een borreltje bij ons. Hij praat graag, is een ontwikkeld man. Bijzonder lelijk, maar met een vriendelijke uitdrukking. Hij vertelt te hebben gehoord dat Willem Mengelberg erg terneergeslagen is en er niets van begrijpt wat men in Nederland tegen hem heeft. Hij kan zich hier niet meer vertonen, welke verdiensten hij ten opzichte van het muziekleven ook toont.
Het Montessori Lyceum is behouden. De secretaris generaal van Onderwijs, Peter Sassen, heeft een bezoek aan de school gebracht, begeleid door een allerliefste secretaresse en heeft verstrekkende toezeggingen gedaan. Het Lyceum krijgt subsidie op de suppletoire begroting van 1946. De "Waarheid", het blad van de communisten, staat vol schandelijke leugens. Toch is het aangenaam in een land te wonen waar zulke uitingen, al zijn ze volkomen onwaar, niet worden belet.
9 oktober. Een aardige brief van Frans [Polak, schoonzoon, in opleiding voor uitzending naar Indië]. Hij moet daar ook meedoen aan een soort wedloop of vlugge wandeling, waarin hij 50 minuten deed over 9 kilometer. De overste liep voorop, en Frans kon zich niet voorstellen dat een Hollandse overste zich tot zoiets zou lenen en met zoveel succes.
30 oktober. Heden een bad genomen, waarvoor Hillie een aantal ketels en pannen met water had verwarmd en in het bad gestort. Aan de kleur van het water, na afloop, was merkbaar dat ik vuil was.
7 november. Heden kwam Ot bij ons koffiedrinken, wat een zeldzaamheid is. Ze zag er best uit, vertelde van het heerlijke leven van Tom jr. te Bern en van de levensplannen van Elsbeth (of van haarzelve ten behoeve van Elsbeth). 't Was aardig haar weer eens te zien.
Donderdag 8 november 1945. 's Avonds met Hilda in de regen naar het Concertgebouw gewandeld, heel veel plassen. Muziek van Tschaikowsky, als ouverture "de Voyvode" een legeraanvoerder die bij thuiskomst z'n ontrouwe vrouw verrast, daarna Huberman met het bekende vioolconcert. Hij heeft een grote techniek, prachtige linkerhand en arm en idem stokvoering. De zaal was vol, het podium stampvol. En nu zitten we weer thuis en evenals wijlen Pepys deed, schrijf ik nu in mijn dagboek dat Hilda het op de terugweg te kwaad kreeg en om een portiekje vroeg. Ik vond er een en daar deed ze wat ze niet laten kon op de meest natuurlijke manier van de wereld, evenals Mrs Pepys vroeger, maar die deed het in Lincolns Inn en Pepys noteerde in zijn dagboek [hier genoteerd: nog niet gevonden]
. Het Montessori Lyceum heeft een optie op de voormalige Hagedoornschool tot een bedrag van f 130000.- en wel aanvankelijk tot 1 nov., nu tot 1 dec. e.k. Van die f  130000 is reeds  aanwezig in de vorm van een hypotheek. Het Montessori Lyceum heeft verder de zekerheid dat het subsidie zal krijgen van het Rijk , welke subsidie met terugwerkende kracht zal komen op een suyppletoire begroting in 1946. Het Rijk verschaft de gelden tot aankoop van een nieuwe school slechts in deze vorm dat het de kosten van rente en aflossing betaalt. De aflossing gaat op deze wijze wat langzaam. Daaraan wordt tegemoet gekomen dat behalve de door het Rijk voorgeschreven schoolgelden van de ouders der kinderen nog bijdragen worden verlangd voor een aparte Stichting. Ze hadden gehoopt die  f 70 000.- van Six te krijgen (Jhr. J.Six van Hillegom, een rijk man, directeur van de Amstel Bierbrouwerij) die een zoon op het Mont. Lyceum heeft en zeer met de school is ingenomen. Hij was daartoe ook aanvankelijk bereid, zo slechts een brief van de Regering kon worden vertoond waarin deze de subsidie toestond. Ofschoon het geheel vaststaat dat de subsidie zal worden toegelaten, kan deze toestemming nog niet op schrift gesteld worden . Ook had Six ten slotte toch bezwaren met het oog op de langzamer aflossing, zodat de medewerking die hij aanvankelijk dadelijk wilde toezeggen niet door hem persoonlijk kon worden gegeven. Dus moest de optie worden verlengd, wat Hilda tot stand bracht door een gesprek met J. Heineken, oook een brouwerijdirecteur, de rijkste man van Amsterdam. Hij verlegde de optie tot 1 december. Het Mont. Lyceum (Hilda) wendde zich nui in wanhoop tot Eugen en Jan Boissevain in Amerika, vragende om f 60.000.- van vrijgevige en belangstellende Amerikanen, het Rockefeller Instituut of zo iets. Hiervan zal wel niets komen, maar nu is de toekomst toch weer hoopvol want Six voornoemd, die tevens president commissaris is van een grote hypotheekbank iis waarschijnlijk bereid het ertoe te leiden dat deze bank het volle bedrag van f 130.000 al hypotheek voor hare rekening neemt. Een gunstige omstandigheid is dat een broeder van Six die Hagedoornschool heeft ontworpen. De school heeft f  300.000 gekost en is dus van f  130-.000 hypotheek een prachtig onderpand. Deze hele zaak is niet gespeend van pikante bijzonderheden. Er bestaat al jarenland een liefdesverhouding tussen mevrouw H. en Willy Cnoop Koopmans, echtgenoot van die lieve Daisy van Tienhoven en nu zal eindelijk de scheiding komen van Carla H. en haar lelijken maar in verschillende opzichten sympathieken man, welke misschien de scheiding van Willem en Daisy zal ten gevolge hebben. Veel treurigheid!.
12 november. Om 12.45 vertrokken, te voet, omdat er op dat uur geen trams lopen, naar het Van Leeuwenhoekhuis, Sarphatistraat 106, om het plekje op mijn neus te tonen. Daar eerst 2 uur gewacht in een wachtkamer met een tiental anderen en eindelijk tegen 4.30 bezocht door Dr. Waszink, die door Huges [de huisarts] was ingelicht. Hij mompelde .." dan heeft hij toch gelijk gehad... huidkanker, gauw weg met bestraling". Hij wilde mij direct bestralen en zo gebeurde het, nadat ik op vele vragen van assistenten had geantwoord, vermoedelijk voor de statistiek. Teruggewandeld, omdat de trams nu wel lopen, maar te vol zijn. Ik kreeg er weer een op de brug in de Ceintuurbaan over de Ruysdaelkade en was tegen zes uur thuis.
13 november. Om ½ 3 naar de Walenkerk voor mijn eerste vergadering als "notable". Met veel genoegen kennis gemaakt met den 82jarigen Tetrode, oud bankier, ook directeur van de Nederlandse Bank, die er nog zeer jong uitziet, maar wat doof is. Hij treedt echter af en ik word benoemd tot voorzitter, welke benoeming ik niet aanvaard met het oog op mijn leeftijd. De administratie van den penningmeester Guépin (zoon van wijlen C.H.) is slordig. Ik heb het denkbeeld naar voren gebracht het onderzoek van de administratie aan een accounant op te dragen, wat dan ook is besloten.
Donderdag 15 november. Hilda heeft vandaag een bijeenkomst gehad van leerkrachten van het Mont. Lyseum die in kennis werden gesteld met het goede bericht dat het geld voor de school bij elkaar is.
19 november. Gisteren was Marthe jarig en bracht ik haar een bezoek. Daar vond ik Mejuffrouw Nelly Bodenheim van die aardige kinderboekjes, Willem Andriessen, [en anderen].
Andriessen zeide o.a. dat hij Rudi Mengelberg veel te zwaar gestraft vond en zo kwamen we op de doodstraf. Ik zeide dat ik tegen de doodstraf was en er waren er meer, maar we wisten niet wat we met de mensen die dan bleven leven moesten doen. Ook niet wat te doen met der 100.000 NSBers die nu nog voor een groot deel in kampen zijn opgesloten. Men spreekt wel eens van naar Nieuw Guinea zenden maar dit is onzin.
21 november. Om 11 uur vergadering in het gebouw van het Handelsblad.
De leiding van de vergadering door Van Eeghen was weder voortreffelijk. In Chr.P.. van Eeghen bewonder ik de volkomen rust bij het leiden van vergaderingen, waarbij dikwijls ingewikkelde vraagstukken van rechtskundige aard vlug tot oplossing moeten worden gebracht. Ik kan hem daarin niet evenaren of op zijde streven, weet slechts van tijd tot tijd door intuïtie of gevoel invloed uit te oefenen. En dat is het wat bij v.E. wel eens schijnt te ontbreken. Met opzet zeg ik "schijnt" omdat ik geloof dat het gevoel er wel is. 's Avonds door de radio geluisterd naar de hartstochtelijke verklaringen van 'onschuld' van een aantal zware oorlogsmisdadigers bij de tweede zitting van het gerechtshof dat hen berecht. Vooral Keitel was hartstochtelijk: "Nicht schuldig". Al die terechtstellingen waarvoor wetten zijn gemaakt die niet bestonden toen de daden werden verricht, zijn in strijd met het rechtsbegrip dat tot heden gold. Men wil door het opleggen van zware straffen de kans op een volgende oorlog kleiner maken en zal daarmee niets bereiken.
17 dec. '45. Vanavond weder Montessori
vergadering in de voorkamer. Daar zitten nu weer Lex Osterkamp, Mevr. Misset, Aleva, Cnoop Koopmans en Daisy, Mv. Rijk, onder de leiding van Hilda, als altijd getuigende van helder doorzicht, optimisme, flinkheid en doortastendheid. Bovendien weet zij die vergaderingen altijd tot een aangename bijeenkomst te maken, waarbij de koekjes, de thee en de cigaretten van Amerika ook een rol vervullen. Het koopcontract van het nieuwe MontessoriLyceum, de voormalige Hagedoornschool, is nu gesloten en nog nooit, zei de notaris, had hij een zo vlugge gang van zaken in zijn praktijk van jaren bijgewoond. De gesprekken van Hilda en van Willy Cnoop K. met Dr. Heineken van de bierbrouwerij hebben hier ook een grote rol gespeeld. Heineken houdt van Hilda, en terecht, en verschafte als verkoper nog f  25000 om de koop mogelijk te maken. Dit is een lening, terwijl een ander aan bod was die meer wilde bieden dan het Lyceum. Zo komt het M.L. voor de geringe som van 120.000 gulden in het bezit van een school die 300.000 gld gekost heeft.
27 december. Wij waren met ons veertienen op Crailo. We hebben heerlijke dagen achter de rug. Crailo was verwarmd en bovendien hadden we warm water. 's Avonds een vrolijk kerstdiner, veel pret. We hadden 's middags het concert voor 4 violen van Vivaldi gestudeerd, medewerkers ik, Frans, Alfred, John, en Engelien aan de piano. Het ging erbarmelijk. 's Avonds werd de kerstboom aangestoken en kwamen de bedienden: Leendert met vrouw, de luie Willem met vrouw en gehuwde dochter, en daarna zongen we en zeiden we gedichten op, ik o.a. het gedicht van Vondel "Ik de koning van de Britten" en een paar reien uit de Gijsbrecht. 't Was een heerlijke avond.
(Oud Crailo, waar John en Olga van Marle-de Booy na de bevrijding zijn gaan wonen. Het was het huis van Johns ouders, maar tijdens de oorlog legden de duitsers er beslag op. Aanwezig waren alle kinderen van de De Booys, met hun echtgenoten en vijf van de kleinkinderen).
We zochten gisteren in de tuin van "De Nachtegaal" [huisje bij Valkeveen] nog naar enig koperwerk dat ik daar in 1941 begroef, echter zonder succes. Toch moet het er zijn: een koperen boekenstandaard in 2 delen en een onderdeel van een Duitse mijn van 1916.
(In november 1945 had ik al een deel van het koper daar opgegraven. de door mijn vader genoemde voorwerpen vond ik daar toen niet bij. Men was zoveel mogelijk koper gaan begraven toen het moest worden ingeleverd, maar het was vaak moeilijk alles terug te vinden). Olga heeft een vreemde ziekte. Een verlamming aan één zijde van het gezicht, een star oog, geen smaak. Ze ziet er vreemd uit. Men spreekt over paralytica faciale of zoiets. Volgens mevrouw Van Marle-Sillem [is het] een koetsiersziekte, welke deze mensen opdoen als ze in een koude N.O. wind lang op de bok zitten. (Een aantal bladzijden is uit het dagboek geknipt, gaande over de eerste maanden van l946).

1 9 4 6
30 mei. De stemmingen voor de Tweede kamer hebben de partij van de Arbeid op de 2de plaats gebracht en de R.K. volkspartij op de 1ste en de stemmingen voor de Provinciale Staten hebben dit oordeel van het Nederlandse volk nog bevestigd. De communisten brachten het in de 2de kamer tot 10 zetels en in de Provinciale Staten staan ze nog sterker. Naar ik geloof heeft de P.v.d.A. verloren door het "vervelende" dat uitstraalde van Schermerhorn, die toch een in vele opzichten achtenswaardig man is.
3 juli. Het ministerie is nu gevormd zonder Jim [de Booy]. Men zoekt een "Roomsen" minister van marine. Daarvoor moet je in Nederland zijn. Gijs en Emmy [Van Hall-Nijhoff] zijn lid van de Partij van de Arbeid. Wij zijn lid van geen enkele partij. De partij van de Arbeid schrikt mij af door het weinig krachtig optreden van Schermerhorn en Logeman en hun weinige mededeelzaamheid, het weinig dat van hen uitging en als hij ging spreken was Schermerhorn erg vervelend, terwijl hij dikwijls de indruk maakte op het punt te zijn te gaan huilen. Verder behoren tot de Partij van de Arbeid de sociaal-democraten, die voor de oorlog een antinationale, onvaderlandslievende partij was. Men weet niet hoe zij zich verder zullen ontwikkelen. Ik kijk dus maar liever naar personen, ben geen enthousiast "Vrijheids"man en stem op "Le Cavelier", die nu lid is van de partij van de Vrijheid.
4 juli. Het is nog warm. Ik ga door met mijn belastingaangifte. Ik word te oud voor zulk werk. Het windt me teveel op, maakt me nerveus.
6 juli. Namiddag met vrienden van de zeevaart een bezoek aan de haven, de terreinen van de Nederl. Dok- en Scheepvaartmij. Erge verwoestingen nog allerwege zichtbaar. Bij de Amsterdamse Dokmij de Willem Barentsz, onze eerste walvisvaarder. Mooi op het IJ. Nog zeer weinig schepen. De Molotov, Veendam, Celebes, bij de Ned. Scheepvaartmij. Als ik thuiskom is Alfred er, ziet er patent uit, rustig, gelukkig in zijn werk. Frans en Engelien komen eten. Frans mager. We eten gebakken tong met gebakken aardappelen en sla, drinken een fles wijn. Alfred schonk mij een kistje beste sigaren. Hij doet aardige verhalen uit het scheepsleven.
7 juli. Alfred zet zijn verhalen voort, heel interessant, een prettige dag. Na de thee met hem gewandeld, ontmoetten op de Zuider wandelweg een paar kleine jongetjes die ik dadelijk aan hun teint herkende als uit Indië te zijn gekomen (hoewel geheel blanke kinderen). Zo kwam ik even in gesprek met de moeder van die kinderen. Ze zei dat ze in het kamp bij Ambarawa was geweest en dat ze daar haar man en één kind verloren had. Namiddag vergadering Reddingmaatschappij, waarbij Tegelberg belangrijke verhogingen van salaris voorstelt, zodat Tom nu
f 12000.- ontvangt. Freule van Asch van Wijck naar ik meen 2800.- Reusachtige salarissen. Ik meen dat zo'n meisje f 600.- verdiende en dat ik het al buitengewoon vond toen ik de helft verdiende van wat Tom nu verdient. Alles is ook heel veel duurder. Hebben wij al inflatie?
10 juli. Onderhoud met Van Eeghen [Chr.P.] Hij is een heer, dat merkt men telkens als men zijn houding ten opzichte van Planten waarneemt. Zij die het land aan hem hebben nemen slechts rekening met zijn schijnbare ongevoeligheid, het gebrek aan het spontante, het koude, dat hem kenmerkt, maar rekenen niet met zijn eerlijkheid, zijn bijzondere scherpe verstand en zijn humor.
11 juli. 10.05 met de trein met Hilda en Engelien naar Schiedam waar we worden afgehaald door auto met matroos-chauffeur, die ons naar werf Wilton-Feyenoord brengt waar de "Karel Doorman" ligt. Alfred wijst ons het schip en we blijven bij hem koffiedrinken. Een keurige matroos-hofmeester geeft ons lekkere vis met gebakken aardappelen en sla en verrukkelijke vruchten: perziken en druiven. Ik heb een sterke indruk gekregen van de grote verantwoordelijkheid die op de schouders van onzen zoon rust. Het is een heel groot ingewikkeld bedrijf. Het was aardig om weer eens in een trein te zitten.
18 juli. Namiddag naar begrafenis van Bets Land [vriendin van Hilda] op Zorgvlied, waar ik bij het graf enkele woorden sprak. Hilda, voor wie het te ver was, erg blij dat ik was gegaan. Een potige dame spreekt mij aan en zegt, dat het zo mooi is op de begraafplaats, en "dat we nu zijn in een omgeving van mensen die geen van allen meer kwaad doen". De Amstel ziet er aanlokkelijk uit met z'n zeilende en roeiende scheepjes. "Wat zeilt ie mooi voor de wind" zegt de potige dame van een scheepje dat bezig is met opwerken.
23 juli. Ik werkte vandaag weer aan mijn belastingpapieren en het is merkwaardig hoe langzaam dergelijk werk bij mij gaat, hoe mijn hoofd warm wordt, zodat ik niet kan denken. Ik wilde dat de Mensheid nu eindelijk eens begreep, dat ik met rust moet worden gelaten.
24 juli. De nieuwe minister van oorlog is zenuwziek (overspannen), wat erg vlug.
28 juli [onder een krante
nfoto van het voorlezen van de Troonrede]. Prins Bernhard zit er, naar gewoonte, weer slordig bij. Hij heeft geen begrip van stijl. En nu herinner ik mij een uitlating van een Zweedse dame te St. Moritz "Die Deutsche haben gar keinen Stil". Wie zegt het hem eens.
31 juli. [Ontmoette] Paul den Tex, die mij o.a. mededeelde dat zijn nicht Hester een uitnodiging gekregen heeft om in Canada de vele oorlogsbruiden moed in te spreken. Het schijnt dat inderdaad vele van die bruidjes moed moet worden ingesproken, want bij de ene is de man, dien zij zich dacht directeur van een houtzagerij te zijn, een man, die 's morgens met een bijl het bos ingaat om hout te kappen. Een ander, en dat is veel erger, is al getrouwd in Canada, heel gelukkig, vader van een aantal kinderen. Hoe men dergelijke mensen moed in inspreken is niet zo gemakkelijk te zeggen. Hester gaat het niet proberen.
2 augustus. Naar de RK begraafplaats Buitenveldert en daar gesproken met grafsteenhouwers in verband met graf Geraldine [Ierse nicht van Hilda, hier in l945 overleden] en vervolgens naar de graven van Diepenbrock en Der Kinderen. Als ik voor die graven sta dan voel ik heel weinig, of liever in het geheel niets voor verbranden. Mijn lichaam is een afgelegd pak dat op natuurlijke wijze in stof overgaat. Of dit nu gaat met behulp van wurmen is mij om het even. Er blijft een graf met gedenkteken waarvoor achterblijvenden gedurende een reeks van jaren kunnen staan met liefde in hun hart, een plek waar zij tot bezinning kunnen komen en zich zullen kunnen afvragen: ben ik op de goede weg. Zulke gevoelens komen moeilijker bij het aanschouwen van een urn met as. Zo stond ik dan voor het graf van dien besten Diepenbrock. Niet ver van hem ligt Antonie J. der Kinderen. En het treft je dat onze lieve vriendin Jo, zijn vrouw, daar niet ligt. Zij was niet, zoals Elisabeth Diepenbrock, tot het R.K. geloof overgegaan en zij mag dus niet in gewijde aarde liggen.
Het zijn alles maar gevoelens. Je wordt graag begraven in een graf met de vrouw met wie je vele jaren lief en leed hebt gedeeld. Maar welk een scheiding brengt het verschil in godsdienst. Zo'n klein steentje voor Geraldine, zal met alle kosten wel bijna 100 gulden vragen.
5 augustus 1946. Maandag gingen Olga en de kinderen naar Schiedam om de Karel Doorman te zien en daar te lunchen met de auto die Alfred haalde, een mooie auto van de Marine-pool, bestuurd door een burgerchauffeur in Marinedienst. Deze had een zwager meegenomen, die er weder uitmoest omdat er anders niet genoeg plaats was. Wat ik vroeger ook al eens had opgemerkt, toen Jim - minister van Marine - ons in z'n auto bezocht te Amsterdam en z'n adjudant een jonge dame permissie had gegeven mee terug te rijden naar Den Haag, zag ik nu weer. De chauffeur van de Karel Doorman vindt het heel natuurlijk of gewoon dat hij zijn zwager meeneemt. Deze zat op de plaats naast de chauffeur, liet slechts zijn rug zien, terwijl de chauffeur uitlegde dat er nu geen plaats was voor allen. Alfred zei natuurlijk dat die man niet meekon, stond wel toe dat hij naar station Bussum werd gebracht, wat de uiterste grens van meegaandheid was waarop hij kon gaan. "Hogerhand" werkt zoiets ook in de hand als een kameraadschappelijke omgang wordt gewenst met de ondergeschikten. Er zijn echter grenzen. De goede manieren moeten ook blijven bestaan en in ere worden gehouden.
We zullen Alfred nu niet meer zien. Hij vertrekt volgens het plan 8 augustus van Rotterdam en 1 september van Portsmouth naar Indië, waar Soekarno en Shahrir wel zullen denken "wat doen ze nou weer" als ze het gevaarte van de Karel Doorman zien verschijnen. Alfred heeft in Holland ongeveer de rol moeten spelen van directeur van een publieke vermakelijkheid. Hij kreeg zeer vele bezoekers, wien allen het schip moest getoond worden, soms 100 tegelijk, zoals cavallerieofficieren, ook journalisten in groten getale en vele anderen.
31 augustus. Gisteren naar Jan van Stockum en hem gesproken. Hij heeft een kamertje apart. Alles ziet er netjes uit. Men kan geen gesprek met hem voeren, al uit hij wel eens onverwachte, soms komische, woorden. Na een tijdje te hebben gekeken naar de Christusfiguur op het crucifix in zijn kamer zei hij:"dat was een moedig ventje". Ik geloof wel dat het de eerste keer is dat Jezus met die woorden wordt genoemd. Jan is enigszins vies, zijn handen met te lange nagels. Ik vermijd hem een hand te geven. Woensdag kwam K
arl Nienhuys, echtgenoot van Dieuke. Hij dineerde bij ons en bleef logeren. Hij is een grote kerel en we weten niet wat wij van hem moeten denken. Zijn bijzonder doordringende ogen geven hem een gemeen uiterlijk. Hij praat langzaam en doet op plechtige wijze vragen over onderwerpen als de zuivering, over Indië enz. Hij trekt ons niet aan. Hilda gelooft dat hij een nul is. Ik weet het niet. Zwaar op de hand zal hij zeker zijn.
7 sept. Gisterenavond Engelien en Frans, die de schriftelijke opdracht toont die hem is verstrekt. Belangrijk, onafhankelijk werk. De zorg voor de hygienische toestand van den soldaat der 1ste divisie. Hilda omhelsde Frans gisterenavond toen hij vertrok. Hij is een beste kerel en heel knap. Nu blijft onze Engel hier voorlopig achter.
14 september [op Terschelling]. 's morgens naar onze grondbezit en met verwondering gekeken naar de loopgraven, bunkers en onderaardse verblijven, radarmasten enz. op mijn terrein. Hilda alleen terug. Ik met Engel, die gaat zwemmen in zee. Er staat een flinke zee en ik krijg de indruk dat er veel is afgeslagen. Paal XII is 45 pas van de voet der duinen. Bij paal XIII naar binnen langs het slag, later door de dennenbeplanting naar Formerum. Notaris Flamman deelde mij mede dat ik binnenkort bericht zal ontvangen aangaande de mij voor het verlies van de Wijde Blik toegekende schadevergoeding. Hij gaf toe dat deze zeker veel lager zou zijn dan de kosten van wederopbouw.
17 sept. Een wandeling gemaakt met Hilda over de Landerummerheide, langs de Herenweg naar het strand, het slag van Buren in en langs Molenweg terug. Eerst zachte, later harde regen. Bekeken de omgeving van het slag van Rijff, die een klein tentje heeft gebouwd. 2 uur gewandeld, 12 uur thuis. P. Bakker komt ons tegemoet op de fiets met parapluie. Ik mat 50 pas van Rijff tot strand. Duidelijk was zichtbaar de vroegere opgang naar Wijde Blik.
20 september. Namiddag naar Wijde Blik met Scottie de hond. Vind de pompbuis, gesloten met dop. Er komt een soldaat, die mij zegt dat ik helemaal niet ter plaatse mag zijn. Langs het oude paadje van het huis naar het strand, waarlangs ik ook gekomen was, terug en naar 'huis' gewandeld, van tijd tot tijd omkijkend in de hoop het geliefde huisje weer op het duin te zien staan. Maar het stond er niet.
23 september. In Nederland zijn kentekenen waarneembaar van verzet tegen de uitzending van troepen naar Indië. Indië wordt nog altijd door het volk - of een belangrijk deel ervan - beschouwd als een land waar de ontwikkelde man snel rijk kan worden en de arbeider geen kans heeft. En nu moet de arbeider het weer voor den rijken man gaan herwinnen.
27 september. Binnenkort zal de moord op 21 oorlogsmisdadigers plaats vinden door middel van ophanging of door de valbijl. Ze mogen nu hun echtgenoten ontvangen.
1 oktober. Vandaag werden de vonnissen uitgesproken te Neurenberg. Wij hoorden de woorden van rechter Lawrence, die de straf uitsprak van dood door ophanging (by hanging). Al die eerst zo machtige mannen worden opgehangen. Von Papen en nog twee anderen, waaronder Schacht, zijn vrijgesproken.
3 oktober. Piet Gouda [bovenbuurman] gaat naar kantoor en zegt "wat een schande dat nog drie van die schavuiten zijn vrijgesproken", waarop ik ze (omdat mij zijn wraakzucht hinderde of prikkelde) "Ze moesten allemaal zijn vrijgesproken". Waarop hij "daar moeten we dan eens over praten". Ik: "Dat is goed, dan zal ik maar een revolver meenemen" en hij weer (handig) "En ik een strop". Ik gevoel niet, zoals velen, een oneindige afstand tussen de schavuiten en mijzelf, doch voel dat zij mensen zijn, die langzamerhand tot hun vreselijkheden zijn gekomen. "Wie staat, zie toe dat hij niet valle". Als men eens flink valt dan wordt men ootmoedig met het schuldbesef en weet dat de mens zwak is als hij wordt aangepakt in zijn zwakke punten. Ik voel dat zij gestraft moeten worden, zou hun straf aan God willen overlaten, maar ik weet het niet daar God het niet duidelijk openbaart.
Donderdag 24 oktober 1946. Gisterenavond een drukbezochte vergadering Montessori
Lyceum, de laatste met Hilda als voorzitster. Tegen het eind nam W. Cnoop K. het woord en huldigde Hilda. Hij noemde haar een mens van groot formaat, met geniale spontaniteit en dit is volkomen waar. Ze hadden een magnifieke taart meegebracht en 2 flessen wijn en zo bleven we napraten en gingen tegen 12 uur naar bed. De nieuwbenoemde voorzitter Korthal Altes moest herhaaldelijk aanhoren "dat wij zulk een voorzitter als mevrouw De Booy nooit meer zullen krijgen enz." En de grote huldiging van Hilda zal zijn dat een plaquette in de nieuwe school zal worden aangebracht met haar profiel. Ik sprak met Tom af dat ik ontslag zou nemen als bestuurder van de Reddingmaatschappij en we bekeken mijn boeken met het oog op een verdeling na mijn dood.
Dinsdag 12 november '46. 2 uur naar Reddingmij. Ik heb mijn ontslag gevraagd en dit wordt dadelijk in behandeling genomen. Aanwezig waren: Tegelberg, Hudig, v.d.Bergh, Tom, Quarles en Koning, later ook nog Van Riel. Tegelberg sprak mij zeer hartelijk toe, zeide dat ik in die 40 jaren ontzaglijk veel voor de Reddingmaatschappij had gedaan, dat bij mijn komst het bestuur eigenlijk zeer weinig deed en dat na mijn komst alles was veranderd. Hij zeide dat zowat alles aan mij te danken was, dat hij dit nog beter kon gevoelen dan de andere aanwezigen. Het was een aangename bijeenkomst, al was het de laatste die ik bijwoonde. Ik dankt
e Tegelberg voor zijn gevoelige woorden, zeide dat ik hem steeds had bewonderd als een voorzitter van groot formaat, die op waardige en koninklijke wijze de Reddiingmaatschappij had geleid.
16 november. Gisteren had het afscheidsfeest plaats bij ons ter ere van Hilda, aangeboden door besturen en leraren en leraressen
[van het Montessorilyceum]. Het was een aardige avond, die tot omstreeks half twee 's nachts duurde. Het is aardig te zien hoe een gezelschap intelligente mensen zich een hele avond met eenvoudige spelletjes bezig houden.
26 november. De commissie-generaal is met een ontwerp politiek akkoord teruggekomen
dat naar niets lijkt. Schermerhorn is wel de laatste man van wien men staatsmanswijsheid en beleid kan verwachten. Hij is een vervelende huilebalk.
10 december Gesprek met Paul den Tex op de hoogte v de Dam Wij spreken over het Handelsblad en over zijn  houding in 1941 en later. Hij zegt dat het wel gemakkelijk is kritiek uit te oefenen als alles is afgeloopen. Hij duidde op de mogelijkheid dat zou zijn besloten het Handelsblad te sluiten, het personeel te ontslaan en de persen onbruikbaar tet maken. Planten vertelt mij uit een brief in het geheime dossier van Goedewaagen blijkt of zou blijken dat Blokzijl; de aanlegger is van het gebeuren bij het Hldsbl het gevangennemen van von B., en Boskamp. Dat de order wat dat Planten zou kunnen blijven als hij dit niet wilde zou hij onmiddellijk als directeur moeten worden vervangen door van Dijk en het Handelsblad zou niet stop mogen worden gezet.  Gesproken over en al of niet wenschelijkheid van aanvaarding van een verdediger van onze zaak Hlbd.

1 9 4 7
5 januari. Gisteren Rudi Mengelberg, vertelt op mijn verzoek een en ander over de financiën van Willem Mengelberg en de wijze waarop hij die beheerde. Hij schonk een belangrijk bedrag aan zijn broeder Hans en ook meer dan f 50.000 aan den ouden Gröthe. In Amerika verdiende hij 3000 dollar per concert, thans heeft hij niets of zeer weinig. Ik was in het Concertgebouw waar Rutten mij zeide:"we komen binnenkort op 't matje, is 't niet?" en lachte. Ik had hem gaarne dadelijk vermoord. Gerbrandy uit zich in het openbaar op zeer afkeurende wijze over Van Mook, dien hij zelf heeft aangesteld en een grote machtspositie heeft gegeven.
7 januari Wij komen 15 en 16 januari voor de commissie perszuivering op het Stadhuis. Donderdag een onderhoud op het Handelsblad met advocaat Heldring.
8 januari Een groote enveloppe met opgave van stukken en advertenties in het Handelsblad zijn gedrukt gedurende het tijdvak oct. 1941 tot de bevrijding. "Het ligt in het voornemen van den voorzitter om bij dezelfde gelegenheid de in art 2 van het Tijdelijk Persbeleid besluit 1945 geregelde procedure tot definitieve ontzetting van recht te voeren".
Vrijdag 10 januari 47. Gisteren en heden dooi. Gisteren om 4 uur een bijeenkomst op het Handelsblad met onzen advocaat mr. Heldring, zoon van Alexander Heldring, wijlen den in 1938 overleden directeur van het Handelsblad. Hij maakt een alleraangenaamsten indruk, doet mij in zijn wijze van spreken denken aan zijn Vader. Hij deelt een en ander mede over de wijze van behandeling van onze zaak. Hoe de voorzitter Mr. Vonkenberg (?) een felle man is, antirevolutionair, die vooral niet voor "Zuiveringmoe" wil worden aangezien. Het feit dat commissarissen en Directeur komen uit een kring die men "uitgelezen" zou kunnen noemen, heeft den voorzitter geneigd tot een "flink aanpakken". Heldring vertelt dat het vonnis al klaar is. We krijgen "een flinke douw" maar krijgt de Commissie een gunstige indruk van ons dan kan daarin verbetering ten goede komen. Hij beveelt verder aan daden die tegen de Duitsers gericht waren, particuliere daden, vooral niet te verzwijgen. Het is wel een eigenaardige rechtspraak waaraan wij zijn onderworpen.Wij zijn allen zeker van de hoogte van ons standpunt. Heden vrijdag kwamen wij om 11 uur in een klein kamertje waar een aantal NBSer met bewakers aantroffen, mede beklaagden. Wij begaven ons raad daarom niet in dit kamertje, maar wachtten er buiten en ontmoetten de heer van Aalst secretaris van  de Commissie die vriendelijk gewezen persman bleek te zijn. Er worden handen geschud en wat later vetrokken de NSBers weder begeleid door hun bewakers, want het bleek dat de stukken nog onderweg waren van Rotterdam naar Amsterdam. Eindelik kwam een motorrijwiel met de stukken en konden wij, gezeten in het kleine kamertje er kennis van nemen/
14 januari Ik werd gehuldigd op de Reddingmij en had ik daarna een vergadering op het Handelsblad me Mr Heldring, onzer verdediger tegenover de Perszuiverings commissie. Hij geeft ons raad en verstrekt eenige inlichtingen omtrent de Voorzitter en andere leden van de Commissie, heeft tezamen met Boskamp met een lid van die Commissie en diens vrouw gedineerd bij welke gelegenheid vrijuit over de zuivering werd gesproken. Dit lid was de heer Pleizier getuige-deskundige, die belast is met het stellen van den eisch. Als gesproken wordt over de mogelijkheid Planten direct in zijn positie te herstellen zegt Plezier: dat kan ik toch niet verantwoorden tegenover mijn vrienden van de illegale partij".Hedenmorgen om 8 uur per tram naar Stadhuis en daar, nadat een zaal in orde gemaakt, deze binnen gegaan en gaan zitten op de eerste rij. De Voorzitter Mr Vonkenberg is een flinke, krachtige man van omstreeks 50 jaar, advocaat te Gorkum. Verder zitten Woensdag aan de tafel: rechts en links van den Voorzitter een lid, verder aan het ene hoofd de griffier van Aalst en aan het andere hoofd de getuige-deskundige Pleizier. Er moet nog een dame lid zijn, heden niet aanwezig.
22 januari [over de rechtszitting betreffende het Handelsblad]. Nu is alles alweer lang voorbij en we kijken terug op twee lange zittingsdagen. Op den tweede dag was ook het vrouwelijk commissielid aanwezig.  Dit was een mej. Ebbinge, geloof ik mr in de rechten, zegt men. De eerste dag duurde van 9 uur tot 10.30 's avonds, de tweede dag van 9 uur tot 5 uur n.m. De commissie gedroeg zich van het begin tot het eind fatsoenlijk. Six was zoo vriendelijk mij heen en weer te brengen met zijn auto. Op den 2 den dag vond ik thuis Olga en Tom en konden we Six de mooie oorkonde toonen die de Reddingmaatschappij mij schonk. Ja dat was een mooie plechtigheid, waarbij Koning mij hartelijk toesprak. Hij sprak lang en ik kon niet alles verstaan omdat hij vlug spreekt. Ik weet werkelijk niet hoeveel deugden mij niet werden toebedeeld. Ik was er door geroerd en antwoordde een beetje onbeholpen. Van die vergadering ging ik naar die bijeenkomst met Mr Ernst Heldring in het Handelsblad en ik wist dat ik de twee volgende dagen voor het gerecht der Zuiveringscommissie zou moeten zitten. Het was een lange zaak al die verhoren te zien afnemen. Hoogterp is zo'n figuur als je in Dostojewsky tegenkomt. eerlijk, overtuigd en tegelijk onbetrouwbaar. En dan die langdradige manier, bepaald een onsympathiek kereltje. Ik bewonderde het geduld van den voorzitter. Wij kwamen op de tweede dag aan het bod. Herhaaldelijk noemt men ons trouwe of puike vaderlanders of zoo iets dergelijks maar de getuige-deskundige die ten slotte, nadat Boskamp en verscheidene andere allerlei moois van Planten hadden verteld, eischte voor Planten 4 jaar 9 maanden ontzegging van het recht belast te zijn met de leiding van een dagblad ingaande 5 mei 1945 omdat wij maar op het oog hadden gehad op personeel en de zaak dan op het Vaderland of de natio. De beslissing valt over 14 dagen dus dat is op 30 januari en zal ons worden toegezonden. Als de beslissing ons niet bevalt zullen we zeker hoger beroep aanvragen. De hele zuivering is mij een pak van mijn hart. Zeer duidelijk is gebleken dat Planten een beste kerel is. Ik vond de laatste dag een feestdag voor hem, maar ook voor ons en sterker nog dan ooit waren wij er van overtuigd dat wij de juiste houding hadden aangenomen. Ernst Heldring was een goede en overtuigende verdediger ook door zijn rechtschapen persoonlijkheid. Hij wees vooral op de fictie van art2 van het perszuiveringsbeleid waaruit zou moeten blijken dat ieder die blijft zitten, daarmee het bewijs levert genoegen te nemen met de nationaalsocialistische inhoud die de courant aannam.
30 januari Van Planten vernomen dat de Commissie van zuivering op den eisch van de getuige deskundige nog wat zal toeleggen. Commissarissen zullen 2 jaar en 9 maanden aan zich zien toebedeeld  en Planten naar ik meen te hebben gehoord 5 jaar in plaats van de 4 jaren van den eisch. Hieraan moet men nog even wennen.. We waren net gewend aan die eisch en nu zal dit er nog bovenop komen. Het is wel een groot geluk dat er geen kwestie is van wroeging of schaamte dat wij: Planten, van Eeghen, Six , Bos en ik de volle overtuiging hebben goed gedaan te hebben en een goedkeuring van ons beleid hebben verdiend in plaats van afkeuring . Ik ben dankbaar nu dit eenmaal gebeurd is, dat ik daarbij ben betrokken geweest. Het zal mij benieuwen of de Vereeniging van Oud zeeofficieren zal doen waarvan ik lid ben, waarvan naar ik meen ook Jim lid is en Jim is misschien mede verantwoordelijk voor de redactie van het reglement op de perszuivering die mij veroordeelt.  Wij hebben een oorlog meegemaakt in een bezetland, daaraan moeten wij al die verschijnselen zoals de perszuivering en ander kenmerken van rechteloosheid toeschrijven .
31 januari Van Sam Bottenheim gehoord dat Mengelberg niet naar Nederland komt voor zijn zaak, dat Sam's zoon hem vertegenwoordigt, dat het onderzoek niet openbaar is en er van M.s zaak geen enkel dossier bestaat.
5 februari. Heb getracht heden mijn rechters van de zuiveringscommissie te tekenen, in het midden de imposante figuur van den voorzitter, grijzend haar, een volle kop met haar, een regelmatig gezicht, sterk lichaam, brede schouders, groot van gestalte, oud tegen de 60, rechts en links van hem de leden, rechts een jongeman met rood gezicht, brillenglazen, links het vrouwelijk lid der commissie, rosachtig haar bleek gezicht, niet lelijk, dan een tweede jongeman met een schraal gezicht en naast hem den griffier, een goedige jongen, erg trots op het werk dat hij gedaan heeft door het inrichten van al die dossiers. De voorzitter rookt een sigaar, het vrouwelijk lid cigaretten, waarvan zij de rook in grote wolken boven zich uitblaast, de griffier (Van Aalst) zit met een pijp in zijn mond voortdurend de zaal in te kijken en mengt zich niet in de gesprekken of vraagt niet het woord. [Later bijgeschreven: de voorzitter had bij de opening van de vergadering verzocht niet te roken, stak daarna rustig een sigaar op.] Aan het andere hoofd ten slotte de getuige-deskundige, die de eis zal indienen. ook met een pijp, Pleizier, ook een jonge man, met vrouwelijk uiterlijk. Van dit gezelschap zou een geestige tekening kunnen worden gemaakt, maar ik kan het niet, ik heb die tekening wel in mijn hoofd maar niet in mijn vingers. Dan de tragische figuur van Hoogterp de NSB hoofdredacteur.
6 februari Gister belde Boskamp op deelde mede dat hij uit goede bron had vernomen dat commissie van  zuivering op de maatregel voorgesteld in den eisch zal toeleggen  en wel zo dat Planten 5 jaar ontzegging zal krijgen en commissarissen 2 jaar en 9 maanden beide ontzegging ingaand 5 mei 1945. Hij zal nu nog naar den Haag gaan om te spreken over de mogelijkheid van hoger beroep. Dat wij de volgende week moeten samenkomen om over Planten te spreken: zijn benoeming tot directeur van Jacob van Campen.
8 februari. De elfstedentocht is heden om half zes begonnen. er zijn weinig deelnemers, naar ik geloof slechts 300 voor de wedstrijd en 1000 voor de tocht. Onder de laatste behoort onze kleinzoon Tom. Het ijs is niet mooi en er waait een straffe NO wind, dus zullen zij het moeilijk hebben. 's Avonds getelefoneerd met Aerdenhout waar Ot in spanning zit (en Tom misschien ook) over Tom junior.  Gedurende de nacht weer getelefoneerd met Ot die vertelt dat Tom met zijn vriend en een grote groep anderen ca. 6 uur te Franeker was, waar de commissie aanried niet verder te gaan met het oog op de toestand ijs, (zand en stormwind uit NO). Dat hij en de meeste anderen toch zijn doorgegaan maar bij Berlikum door de commissie verder voortgaan was verboden.
9 februari. We komen in moeilijkheden met de brandstof zo de vorst aanhoudt. Maandag verwacht Kuit kolen voor de flat. Gisteren en eergisteren geen warm water voor het bad. We hebben nog petroleum voor het kacheltje en wat hout.
11 februari. Als wij slapen gaan zetten wij gewoonlijk om 10 uur even de radio aan en warempel daar kwam het:"de commissie van de perszuivering heeft strenge straffen toegepast op personeel van het Algemeen Handelsblad, dat gedurende de oorlog na l941 tot het einde is blijven doorwerken."
Dan volgden de namen van al die NSBers en andere personen die zware straffen kregen van 20 jaren en zonder enige onderbreking volgden daarop de namen van de directeur Planten en van de commissarissen, beginnende met H. de Booy en dan Six, Van Eeghen Bos, die 2 jaren en 2 maanden ontheffing kregen van het recht een leidende functie bij het Handelsblad te vervullen. Het is een merkwaardige sensatie te ondervinden dat je naam over geheel Nederland en de rest van de wereld, tot in Indië en Amerika toe, wordt genoemd als iemand die verkeerd heeft gehandeld en een foutieve houding heeft aangenomen tegenover het Vaderland. Ik sliep zeer goed en ook op mijn lieve vrouw maakte het niet zoveel indruk dat zij er wakker van bleef. Toen ik wakker werd, tegen 8 uur 's morgens, was het echter niet Indië waaraan ik het eerst dacht. Ik had gedroomd van Six, en ik dacht het eerst aan dat radiobericht van de vorige avond. Daarom vroeg ik Hilda de uitzending van 8 uur te doen horen, maar het werd niet nogmaals uitgezonden, en ik moet zeggen dat ik dit aangenaam vond.
18 februari In de vergadering v. Eeghen, Six, Boskamp, Planten, de Groot en E. Heldring. Juffrouw Jansen versierd met oranje schenkt verrukkelijke  koffie  Ze ziet er heel ander uit dan in den oorlog. Van Eeghen is weer zeer zeer ernstig, vol humor van een goede soort. Wij vergelijken onze indrukken van de zuivering en zijn het met Planten eens, dat Mr Vonkenberg ons weloverwogen, een systeem volgende, om den tuin heeft geleid door zij quasi gemoedelijkheid, de gedachte vooraan in zijn hoofd, dat hij, wat wij ook zouden hebben te bewegen, schuldig waren, omdat zij zijn blijven zitten toen de Duitschers een NSBer als hoofdredacteur aanstelden. Hij hield zich daarbij aan artikel 2 van het Persbericht 1945 en dan niet zooals als het kan gelezen worden. Het artikel2 luidt "de redacteurs, redacteur medewerker of verslaggevers van een dagblad die tijdens de bezetting zijn taak op zoodanige wijze heeft vervuld, dat, mede daardoor nationalsocialistische beginselen of denkbeelden dan wel ideologieën van den vijand ingang zouden hebben kunnen vinden, alsmede hij, die door aanblijven in een leidende functie in de dagbladonderneming geacht moet worden tegen een vervulling van de taak op de wijze als hiervoor bedoeld, geen bezwaar te hebben gehad, kan worden ontzet van het recht om bij een zoodanige onderneming werkzaam te zijn of eenige journalistieke of leidende , niet-journalistieke functie". Dit lezende blijkt dat men de aanblijvers kan verdeelen in personen die geen bezwaar hebben gehad tegen de vervulling van de taak, als hiervoor bedoeld, en anderen die daarentegen wel bezwaar hadden. Tot de laatste behoorden wijk zonder eenige twijfel maar "neen' leest Mr Vonkenberg: wie aanblijft heeft getoond geen bezwaar te hebben en kan dus worden gestraft en bovendien leest hij dan nog voor "kan"het woord "moet"en straft. Wij zullen tegen deze straffen in hooger beroep gaan, maar moeten daarvoor wachten op de nieuwe Perswet zoodat het wel Mei of Juni zal worden voor het zoover is.  Wat de straf betreft is dat hooger beroep dus slechtst van betekenis voor Planten, maar voor ons alleen is het van groot belang te worden gerehabiliteerd en gezuiverd van de blaam die op ons rust. Onze verdediger Heldring heeft tegen een onjuiste uitlegging van het persbericht gewaarschuwd, maar Vonkenberg zegt dat dit een 'presumptie juris et de jure "stelt en voegt aan zijn verdere beschouwingen grove onjuistheden toe, terwijl hij ons commissarissen de gelegenheid gaf ons te uiten  en wij door de wijze van zijn optreden dachten  dat alles goed ging. Ik geloof niet dat onze woorden wat wij ook zouden hebben gezegd veel invloed zouden hebben gehad maar toch is het merkwaardig dat, volgens berichten uit goede bron, het vrouwelijk lid der zuiveringscommissie voor vrijspraak heeft gestemd.  Er zijn twee zittingen der commissie noodig geweest om tot een besluit te komen, wij hadden daarin ook de getuige deskundige Pleizier op onze hand, wiens gedachten zich bewogen tussen twee denkbeelden : 1 dat het moeilijk was principieel te blijven bij het hooren van de getuigenverklaringen ter ontlasting van Planten.  (Pleizier zat toen te huilen en 2e dat hij bij zijn illegale vrienden toch niet een vrijspraak kon aankomen. Ik meen dat hij bij deze laatste gedachte uitsprak in een gesprek dat hij voerde met Boskamp en Heldring. Merkwaardig is verder dat het lid secretaris Mr van Aalst die zich naar het Handelsblad begaf om inlichtingen te verzamelen inzake "Jacob van Campen"en daar Boskamp en Planten vond, met zijn eeuwigen glimlach de mening uitte dat de ontzette van 't Hoen, Dieters, Mr de Groot gerust hun oude functie kunnen voortzetten. Dit scheen regel te zijn en ik dacht aan de zwaardgebouwde schipper  Bul die ontzet was voor twee jaren als kapitein omdat hij het hem behoorde schip aan de grond had gezet en na twee maanden wederom voor de Raad van de Scheepvaart stond wegens een dergelijk feit, maar nu als "lichtmatroos". Maar Planten moest niets van die vriendelijk woorden en zoeten glimlachen hebben. In het onderhoud met van Aalst gaf deze een geheel verkeerd beeld van het gebeurde door Planten te vergelijken bij een kapitein, die met hem genegen soldaten wordt aangevallen door een gewapende en vijandelijke macht en dan op verzoek van die soldaten zich aan den vijand overgeeft en dan goed voor de soldaten te zorgen.
De kwestie Jacob van Campen kwam verder ter sprake : zullen wij Planten tot directeur te benoemen. Planten adviseert dit niet te doen althans nu niet wat Jacob van Campen betreft een bedrijfszuivering dreigt is nu gebleken dat Terwee een valsche aard had, dat hij zonder ons daarvan iets mede te delen allerlei werk voor de Duitschers heeft verricht. Gelukkig hebben we hem, ofschoon we van die daden niets wisten, ontslagen omdat hij geen opening van zaken wilde geven aan Boskamp in dies kwaliteit van beheerder van het Handelsblad NV. Maar het zal toch inderdaad beter zijn nu nog te wachten met de benoeming van Planten en zijn positie onveranderd te laten. Ook onze positie t/o NV Handelsblad blijft onveranderd. Wij blijven commissaris van de Naamloze Vennootschap.  Met deze gaat het heel goed  (... Voor de malversaties van Terwee zullen wij, commissarissen ook ter verantwoording worden geroepen misschien, maar ik kan mij niet voorstellen dat wij zouden worden gestraft omdat hij noch aan Planten noch aan ons iets daarvan heeft verteld. Wij beschouwden hem steeds als een eigenaardig mensch doch vertrouwden hem wat zijn verhouding met de Duitschers betreft. Had hij ons van dat werk voor de Duitschers iets verteld, dan zouden we dit niet hebben kunnen toelaten, want het geschiedde nu niet door een ons opgedrongen NSBer doch door een "goede"
Alfred kwam [terug van wintersport in Casablanca na zijn verblijf in Indië]. Wij luisterden naar zijn verhalen over de Kaap, Casablanca, Indië, Linggadjati enz. Over straffen aan boord van de Doorman: Zeer gering, geheel ander soort volk dan vroeger in de Marine. Aantal minder dan één straf per man gedurende het gehele verloop van de reis. In Indië soms 3000 Inlanders aan boord gehad zonder dat iets vermist werd. Alfreds mening over de mariniers die in Amerika zijn getraind in vergelijking met de anderen ongunstig, maar hij erkent dat zij misschien goede vechters zijn. De Doorman had te IJmuiden bij de sluis nog maar 1 decimeter water onder de kiel. Wat Linggadjati betreft is Alfreds mening dat wij moeten trachten te aanvaarden wat mogelijk is, niet het onmogelijke najagen. Een man als Pinke zou er liefst op inslaan, wat dit betreft is Spoor verstandiger. Alfred weet nog niets van zijn naaste toekomst, zal binnenkort wel eens naar het Departement gaan. Hij hecht geen waarde aan het bereiken van de hoogst verkrijgbare rang in de Marine, zou er gaarne uitgaan. Dienen in de Marine is moeilijk. Men krijgt zelden gelegenheid iets af te maken.
24 februari. 's Middags maakte Alfred muziek met Engelien en we waren verbaasd over zij
ngoede streek en zijn muzikale voordracht. Het stemt wel eens droevig dat zijn gaven, ik denk nu niet bepaald aan de muziek, in de Marine niet tot volle ontplooiing zijn kunnen komen. Zodra men bij de Marine iets denkt te hebben bereikt wordt men overgeplaatst, dikwijls naar een werk dat onbelangrijk is. Een vaste werkkring is wat men hem zou toewensen en die had hij kunnen krijgen zo de oorlog niet was uitgebroken bij de werf waar hij nu gaat repareren. Hij is nu inmiddels 46 jaar geworden.
8 maart. [N.a.v. het overlijden van Daniël Goedkoop]. Ik kwam vroeger als secretaris van de Reddingmaatschappij veel in aanraking met Daan Goedkoop, heb hem steeds op prijs gesteld. Als bouwer van grote schepen kon hij geen reddingboten ontwerpen, zoals herhaaldelijk bleek. Dit is een speciaal werk dat men moet leren. Hij dacht zich te veel een groot schip te bouwen, maakte grote fouten, zoals o.a. bij de "Zeemanshoop", waarvan hij de bovenbouw veel te zwaar (van te dikke platen) maakte, zodat ik, om de nodige stabiliteit te waarborgen, kort na de aflevering een zware kiel moest aanbrengen. De door hem gebouwde "Rutgers van Rozenburg" gaf mij grote zorgen door de grote ruimten die benedendeks vol water konden lopen. Dit bezwaar werd zoveel mogelijk, maar niet geheel, verbeterd door een grote ruimte te vullen het houten luchtkisten. De oude Brandaris had ook veel te grote compartimenten die vol konden lopen. Dit alles klinkt niet als een begrafenisrede maar is wel waar. In l
917 riep ik professor Vossnack te hulp. Toch hield ik van Daan Goedkoop wegens zijn humor. Goedkoop heeft met de Nederlandse Scheepsbouwmij de hele oorlog, tot zijn werf werd vernield, voor de Duitsers gewerkt. Het heeft mij wel eens verwonderd dat men daarover zo weinig hoorde en wel over het blijven zitten van directeur en commissarissen van het Handelsblad. Ik kan mij wel voorstellen dat hij tijdens de oorlog een uiterst moeilijke tijd heeft doorgemaakt. Nu tegen het eind van de oorlog zijn werf werd vernield door de Duitsers, vraagt men zich af welk nut zijn aanblijven en doorwerken gedurende de oorlog heeft gehad. Hij zal zich dit alles zeer hebben aangetrokken en is er misschien door gestorven. Ik ga niet naar de crematie heden, daar ik weldra 80 ben. Zoëven Huges [de huisarts] aan de telefoon. "Gaat u niet naar Engeland?" "Neen, ik ga ook niet naar Kamschatka". "Och zo" "Ik ga ook niet naar Wladiwostok". "Och zo", zei Huges. Er zijn mensen die het nooit leren.
11 maart. Het is mij onbegrijpelijk hoe de staatshuishouding van ons Vaderland ooit weder in orde kan komen.
27 maart. Linggadjati is getekend en nu het eenmaal hiertoe is gekomen moeten wij allen trachten er iets van te maken en Gerbrandy opsluiten als hij oppositie blijft voeren.
6 april. Heden uit de Bijbel gelezen, Leidse vertaling, en bemerkt dat deze knappe theologen niet geloofden aan de werkelijkheid van de opstanding van den Christus. Engelien komt, ook omdat ze het koud heeft in haar huis door de niet-aanwezigheid van brandstof. Met haar gesproken over de opstanding van Christus en zij schijnt deze ook niet als een vaststaand feit aan te nemen. Zij acht althans wat er voor wordt aangevoerd, dat het geloof daarop in de eerste plaats rust", geen bewijs. En ik vind het verwonderlijk dat men eerst op zijn 80ste jaar vrijer komt van dogma's die in de prille jeugd a.h.w. met de moedermelk zijn ingegoten.
12 april. Alfred nam de tekening mede van de jonge Van de Velde, voorstellende het begin van de Vierdaagse zeeslag waarop de buitenwachten (de fregatten) het sein geven van het in zicht zijn der vijandelijke vloot en op de voorgrond de galjoten. Deze tekening was in Engeland eigendom van Earl Essex en werd door mij aangetroffen in een portefeuille met een groot aantal tekeningen van Van de Velde bij de antiquair Puyster op de Spiegelgracht in ?? . De tekening werd gekocht voor
f 85.- en Hilda schonk hem mij. [later bijgeschreven: ik schat de waarde op 1 ton].
13 april. Naar Waalse kerk, waar nieuwe dominee genaamd Roth wordt begroet door Le Cornu. De nieuwe dominee blijkt zeer liberaal te zijn. Hij beschouwt Jezus als 'tout à fait humain'. Hij heeft getwijfeld of hij het verzoek naar Amsterdam te komen zou aannemen. Is er wel reden genoeg voor het bestaan, nu nog, van een Eglise Wallonne in Holland.
18 april. Hilda heeft in de haast getekend op een brief aan de Ereraad Willem Mengelberg. Mengelberg wordt door zeer velen gehaat en als een 1e klasse ellendeling beschouwd, wat hij niet heeft verdiend. Hij heeft door zijn optreden, onhandige uitingen enz. zich reeds vóór de oorlog bij zeer velen gehaat gemaakt, zou onmogelijk weer hier kunnen komen dirigeren, zulk een optreden zou zeer veel tegenstanders, zeker een demonstratie in het Concertgebouw teweeg brengen. Terwijl hij eigenlijk een kind is met een goed hart en zich zeker niet heeft kunnen denken dat er iets kwaads lag in dirigeren voor Duitsers, die zijn landgenoten zijn. Hij was Duitsgezind, maar zeker niet anti-Nederlands. De Koningin heeft hem de huisorde van Oranje ontnomen nog vóór de uitspraak van de Ereraad.
Hilda betreurt dat zij tekende, te haastig, toen Elly Heemskerk plotseling met die brief kwam. Ik meende niet te moeten tekenen omdat ik zeer onlangs door de perszuiveringscommissie was gestraft, had het anders misschien ook gedaan, uit vriendschap voor Mengelberg, al vind ik hem ook nog zo onmogelijk. Ik ben met hem begaan, vind dat hij te ongunstig beoordeeld wordt. Bij velen hebben nog altijd gevoelens van wraak te overhand, ook een negatie van de gedachte "wie uwer zonder zonde is werpe de eerste steen".
22 april. Ik ging naar Heiloo om een bezoek te brengen aan Jan [van Stockum]. Dezen vond ik achteruit gaande. Het is een droevig gezicht hem te zien liggen in zijn bed, maar hij lijdt geloof ik niet, althans niet physiek. Ik herinnerde hem aan onze afspraak samen een wandeling te maken in Duitsland en toen ik vertrok zei hij:"Oom Han, denk aan de wandeling".
23 april. Engelien heden naar Heiloo, kwam er één uur na het sterven van Jan. Hij is kalm ingeslapen. Hij was een fijne kerel.. Omtrent de plaats waar zijn moeder zich nu bevindt [op weg van Canada naar Nederland] zijn wij in onzekerheid want op het door haar aangegeven aankomstuur komen geen vliegtuigen aan. Er waait een zware storm uit het Zuidwesten.
24 april. Tweemaal met Engelien per auto naar Schiphol dat nog een rommelige boel is, tengevolge van de Duitse verwoestingen. Olga arriveerde om 1 uur 30.
25 april [begrafenis van Jan]
. Gewacht in de bestuurkamer van het gesticht, tot broeder Rodriguez kwam, toen naar de kapel waar het lijk van Jan in een kist met glazen bedekking, het gezicht heel mooi, de handen aanvankelijk niet zichtbaar. Olga knielt en bidt. Daarna komen enige mannen, patiënten, die helpen. Het glazen deksel wordt weggenomen en eerst dan wordt het laken weggenomen dat de handen bedekt en ziet men deze, die zo mooi gevormd zijn. Rodriguez schroeft het deksel op de kist die daarna op een wagentje wordt geplaatst en dan gaat het naar buiten, naar het graf op een mooie rustige plaats. Als de kist is neergelaten werpen wij allen zand op de kist en daarna zeg ik enige woorden, er aan herinnerend dat Jan zich heel moeilijk kon uiten, maar dat ieder die met hem in aanraking kwam toch onder de indruk kwam van zijn edele karaktereigenschappen, grote onzelfzuchtigheid, scherp verstand en humor; dat ik hem gaarne bezocht, lang had gehoopt dat hij beter zou worden, dat God hem nu beter had gemaakt en wij niet hadden te klagen. Vervolgens las ik psalm 103 voor en die psalm is onze meest geliefde, zowel voor blijde als voor droeve dagen. Daarna sprak Olga het Onze Vader, Our Father which art in heaven. Het was een mooie plechtigheid, sober en indrukwekkend, de mooiste begrafenis die ik ken.
1 mei. De nieuwe spelling is heden ingevoerd. 't Is niet alleen nieuwe spelling, maar ook de taal wijzigt zich, althans de geschreven taal, door het verwaarlozen van het geslacht en van de naamval.
(In 1934 was de "spelling Marchant" ingevoerd, die ingrijpende veranderingen bracht, maar voorlopig alleen bij het onderwijs verplicht werd. Nu werd zij, met enkele toevoegingen, vooral op het gebied van geslacht en naamval, algemeen ingevoerd.).
12 mei. We logeren bij Mary, die heel aardig en gezellig is maar zwak, soms koortsig en moe. We zien niet veel van haar. Ze heeft om zich heen: Jaap, de tuinman, die oud wordt, een huisknecht en een juffrouw die ook kookt. Dit stel eist grote uitgaven aan salaris. Jaap f 50.- per week, de knecht en de juffrouw ieder f 20.- per week. Voor Jaap betaalt ze bovendien f 350.- premie. Jobs en Emily [Bonjer-Van Eeghen] aten hier gisteren. Beiden zij heel intelligente en ook intellectuele mensen met wie men gezellig kan praten. Hij was priester bij de Liberale Katholieke kerk, had een homosexuele aanleg en werd, toen hij die aanleg ook toonde afgezet, maar is nu blijkbaar weer priester, echter niet bij het Centrum te Huizen. Overigens ben ik over de ijver van dat Centrum niet in bewondering. Daar Mary niet naar de kerk kan gaan met het oog op haar gezondheidstoestand zou men verwachten dat een van die priesters haar de communie bracht (of hoe zeg je dat) maar neen. Zondag antwoordde de priester wien het gevraagd werd, dat hij gasten had en de andere kwam ook niet. 't Zijn luie vlegels. Ook heeft Mary zich hier door haar trotse houding niet veel vrienden gemaakt. Maar het staat vast dat die kerels in hun toga's luie vlegels zijn.
15 mei. Gisteren maakte Mary mij aan tafel een aanmerking over de wijze waarop ik met mijn mes leven maakt op mijn bord bij het eten en ze wilde mij zelfs instructie geven om dit te voorkomen. Ik zeide niet veel maar besloot hier niet meer te komen logeren. Wij keren heden terug naar Amsterdam, Mary heden naar de kerk. Juffrouw Annie die haar bedient is ook lidmaat van de kerk en Hans, de huisknecht, is vol belangstelling. Vreede, die enige tijd geleden ontzet werd als bisschop of misschien geschorst werd, omdat hij in concubinaat leefde met de vrouw van een ander (meen ik) heeft deze band
weder verbroken en zijn fout erkend. Hij is nu weder hersteld als bisschop. Deze kerk is een kerk waarin zonden gauw vergeven worden, maar ook vele zonden worden begaan.
Dinsdag 27 Mei. Vergadering Handelsblad naar aanleiding van een plan tot oprichting van een ochtendblad met Lunshof als hoofdredacteur. Dit blad zou dan door het Handelsblad worden gedrukt. In verband hiermede uitte Six zijn mening over de inhoud van het Handelsblad en wel in ongunstige zin. Hij meent dat het veel positiever moet zijn in zijn uitlatingen en dan natuurlijk in strijd met de mening van Mook, Schermerhorn c.s. en Partij v.d.Arbeid. Er volgt een korte woordenwisseling met Boskamp, die er nog niet zo zeker van is dat Lunshof bij ons "zou passen". Ook Planten verdedigt het Handelsblad. Er zal een onderhoud plaats hebben van Boskamp en Planten mete vertegenwoordigers van de combinatie die het Ochtensblad wil oprichten. Six zeide dat de afkeuring van de houding van het Handelsblad algemeen was. Hij bedoelt waarschijnlijk: in kringen van handelsmensen.
17 juni. [de dag tevoren was op Oud Crailoo, waar John en Olga van Marle-De Booy woonden, de gouden bruiloft gevierd]. Toen het weer opgeklaard was gisteren, de wind geruimd en verminderd in kracht, waren onze talrijke gasten verzameld op het grote grasveld van Oud Crailoo. Henriëtte en Maria [kleindochters] voerden een allerliefst dansje uit,Om ½ 7 gingen wij aan tafel in de grote zitkamer en serre, 65 plaatsen. Ontroerend was bij de aanvang het zingen van "Vlecht witte rozen", het oude, door vader Charles Boissevain gemaakte versje. Ik antwoordde [de toespraken] met een soort overzicht, en de Bruid sprak nog een woordje, waarin ze o.a. zeide dat ik haar nooit had verveeld. Daarna volgde boven het door de kinderen gemaakte stukje, waarin verder vele herinneringen uit de tijd van de Mavourneen en van Terschelling. Het stukje was een groot succes. Er kwam zelfs een gevecht tussen Tom en Alfred ten tonele. Ze waren in jongenspakken gekleed, a/b Mavourneen. Olga en John,, vooral Olga natuurlijk, hadden zich veel moeite gegeven. In de tuin was verlichting aangebracht met lampions. Elsbeth was uit Zwitserland overgekomen, daartoe door Alfred in staat gesteld, Hilda van Marle uit Zweden [kleindochters].
27 juli. En nu komt Alfred mij mededelen op zondag 27 juli 1947 om 9 uur 's morgens dat hij weldra gaat trouwen met Sonia Ruitinga, geboren De Benckendorff, die we al geruimen tijd kennen als een allerliefst mens. Ze heeft twee kinderen van Watze Ruitinga die in 1945 overleed en woont bijna naast ons op onze kade, no. 34. Hilda en ik zijn zeer ingenomen met hun besluit en in september zullen ze dus trouwen.
4 september. Gisteren trouwden Alfred en Sonia op het stadhuis te Amsterdam. Hij is 46, zij 34. Wij waren een klein gezelschap omdat zij dit zo wenste.
Couturier zorgde voor het dejeuner en Willem Bootz [echtgenoot van de Katja, zuster van Sonia] stelde 10 flessen champagne en 1 fles jenever beschikbaar, bood die aan omdat hij gevoelde dat dit dejeuner eigenlijk door hem had moeten zijn gegeven. Tom had het menu op rijm gezet. Willem Bootz is een aardige gevoelige man en die Russen bevallen me best, zowel Katja als haar moeder en de kinderen van Katja, de meisjes althans vind ik erg aardig en typisch Russisch. Jan [Bootz] is een gewone Hollandse slungel. Mischa zwijgt [broer van Sonia].
23 oktober. Mengelberg is nu in hoger beroep veroordeeld tot 6 jaren in plaats van levenslang ontzetting van het recht van dirigeren enz., ingaande juli 1945. Hij zal dus eerst over 3½ jaar zijn schuld geboet hebben en zal dan zijn 80ste jaar hebben voleindigd. Een zware straf, als men rekening houdt met hetgeen hij heeft gedaan en zijn grote verdiensten. Er is veel verteld over Mengelberg wat overdreven of geheel onwaar was. Al die verhalen werden gevoed door de afkeer die velen die hem niet kenden voor zijn persoon hadden. Zij die hem kenden hielden van hem met zijn fouten. Zijn verdiensten als dirigent van het Concertgebouworkest waren schitterend. En al was hij niet gauw tevreden en vergde hij daardoor heel veel van de orkestleden, ook zij zien nu in van welke grote waarde hij voor het orkest en voor het gehele muziekleven is geweest. Onlangs sprak ik Stips, den bassist, in 1904 en later voorzitter van de orkestcommissie, destijds een opstandig karakter. Hij was blij mij weer te zien, sprak van die mooie oude tijd, die tijd onder Mengelberg "Dát was een grote mooie tijd. Hij was geen Jodenhater, zoals ze zeggen". De voortreffelijkheid van het Concertgebouworkest heeft het te danken aan Mengelberg. Het schijnt dat zulke eigenschappen, eenmaal verworven, niet spoedig verloren gaan, een orkest verkrijgt een zekere traditie, verliest die niet zo gauw. Die nauwgezetheid verkreeg het door de grote eisen die Mengelberg er aan stelde. Hij was een harde werker. Na een vermoeiend avondconcert ging hij, na zich te hebben doen masseren, weer aan het werk, het bestuderen van de partituur, nodig voor het volgende, tot laat in de nacht, ja zijn enige lectuur was eigenlijk die partituren. Hoe dikwijls het orkest ook een werk had uitgevoerd, als het weer op het programma kwam dan ging hij het instuderen alsof het nog nooit was ingestudeerd, telkens weer nieuwe passages vindend, waarin hij iets verbeterde in de uitvoering, dikwijls tot wanhoop van het orkest, want hij hield daarbij lange, voor het orkest vervelende uitleggingen. Ja, zeide men mij, hij tergde het orkest, soms met opzet, om het in een staat van woede te brengen, waardoor de uitvoering in glans won. Hij had weinig tact, zijn enige ware belangstelling was muziek, en het kan daarom niet anders of hij moest bijzondere gevoelens van waardering gevoelen voor het land dat die muziek voor het grootste deel had gemaakt - Duitsland. Voor politiek had hij grote minachting, ook voor couranten. Uit zijn prille jeugd zijn aardige verhalen van zijn lieve Moeder die vertelde hoe hij in schoolgevechten nooit dacht aan opgeven, hoe hij als klein kind aan de piano zat te improviseren en dan plotseling in mineur overging. "Hij speelt in mineur" zei zijn Moeder, "dan heeft hij het in de broek gedaan". Men krijgt de indruk van gebrek aan objectiviteit bij de leden van de Ereraad. Dit gebrek maakte het de Ereraad onmogelijk zich vrij te maken van de geest van afgunst en haat om Mengelberg.
17 december. Gisteren met Hilda een klein kerstboompje gekocht voor
f 1.50 van een aardigen koopman die vergelijkingen maakte tussen de waarde van het geld nu en in zijn jeugd. (Hij was 68). Kreeg van zijn moeder ½ cent waarmede hij knikkers kocht, leerde lezen en schrijven van de opschriften op huizen, o.a. van de Ceres broodfabriek, liep 's morgens met radijs in mandjes, en gerookte bokkems. Hij was toen 9 jaar. Er was toen geen steun. diepe verachting voor de tegenwoordige tijd en voor de tegenwoordige jeugd die maar naar de steun gaat, ook voor de vrouwen die gezichten en nagels beschilderen.
19 december. Gisteren kwamen Alfred en Sonia thuis uit Engeland. Alfred had zich te Hoek van Holland op bevel van de douane moeten ontkleden en toen Sonia op het vernemen van het bevel lachte, ook Sonia. De man die hem moest inspecteren zeer getroffen dat men den commandant van de Karel Doorman zich had doen ontkleden. Ze vroegen langs hun neus weg "U heeft zeker in Engeland geld bij een bank" Als je op die vraag "ja" antwoordt ben je verkocht.
25 december. Om ½ 11 in de kerk van het Hospice Wallon waar Roth preekte, de nieuwe moderne predikant. Hij licht de betekenis van Kerstmis toe voor modern denkende mensen, vertelt hoe het Kerstfeest [als viering van] de geboorte van Christus eerst in de 4e of 5e eeuw na Christus ontstond en hoe het de plaats innam van het destijds in Rome gebruikelijke feest van de herrijzing van de zon. We geloven niet meer, zegt hij, aan de goddelijkheid van den Christus, aan zijn plaats in de Drieëenheid, aan zijn verlosserschap enz. Jezus was een mens. Dikwijls heb ik zulke gedachten als Roth gehad en ze zijn me niet onsympathiek, d.w.z. komen mij aanneembaar voor, maar wanneer ik ben opgegroeid in een gezin van rechtzinnigheid, dan is het moeilijk dit alles overboord te gooien. Voor Hilda is dat makkelijker en zij stelt zich voor regelmatig bij Roth naar de kerk te gaan.
27 december. [n.a.v. het zien van een film van het vliegdekschip Karel Doorman]. De film was interessant, vooral wat de oefeningen in opstijgen en landen van vliegtuigen op het vliegdek betreft, maar ik kreeg de indruk dat ik voor dergelijk riskant werk niet de nodige geschiktheid zou hebben. Men moet rekenen op een zeker percentage ongelukken en dankbaar zijn als het verlies van mensenlevens niet te groot wordt. Op de film zagen we ook enige ongevallen gebeuren, welke altijd plaats hebben als het vliegtuig niet precies zo neerkomt als het moet neerkomen. Er behoeft maar een kleinigheid aan te mankeren, dan is het mis. Het vliegtuig zwaait dan naar links of rechts. misschien over boord, of zwaar beschadigd, De ongevallen die zij zagen hadden slechts geringe beschadiging ten gevolge.
Heden de gehele dag de brieven van Alfred over het tijdvak l909-l940 gelezen en gerangschikt.
29 december. De vertrekdag van Alfred is gewijzigd van 9 in 16 januari. Ik denk nu nog eens aan de reis van de Zilveren Kruis en constateer dat die reis, door die van de "Van Galen" verlengd tot een reis om de wereld, niemand uit het tuig viel of overboord viel of spoelde.
(Hier vergist hij zich. In zijn Herinneringen beschrijft hij de val overboord van een lid van de bemanning, die niet meer teruggevonden werd)

1 9 4 8
7 januari. Gisteren Alfred, Sonia, Olga en John en Willem [hun zoon] bij ons ten eten op Driekoningen. Sonia was gekleed met een blouse van prachtige kleuren en Alfred gaf een komisch verslag van de financiële moeilijkheden die het kleden van zijn jonge vrouw medebrachten, was tegelijk erg trots op het feit dat zij bij verschillende gelegenheden de best geklede dame was. Ook vertelde Alfred nog eens dat Tom - lang geleden, misschien wel ruim 35 jaar - op de zweminrichting een vooroverbuigend heer die hij voor zijn vader hield een harde slag op zijn achterste had toegediend, tegelijk met schrik bemerkend dat hij zich had vergist, waarop hij pijlsnel in het water verdween. Dezer dagen zijn 800 jonge boeren in Kaapstad aangekomen uit Nederland, met het doel zich daar te vestigen. Ons land wordt te klein voor de boerenstand. Het ontbreekt aan voldoende grond.
25 januari, zondag. Naar Hospice Wallon, waar pasteur Roth preekt. Hij begint met de geloofsbelijdenis, geheel conform "que nous sommes des pauvres pêcheurs, incapables par nous-mêmes... " enz., welke ik geheel kan onderschrijven. Roth houdt je wakker, terwijl de stem van Arnal slaapverwekkend is. Ten slotte geeft hij de raad zich niet met futiliteiten op te houden, doch in de Bijbel Gods woord te zoeken. Volgens de woorden van Jezus zelf is het ware geloof niet gegrond op wonderen.
3 juni. [In Engeland]. 's Morgens per bus naar Southampton willen gaan, maar was vol. Was met majoor Duprez op weg, met hem en huishoudster van zijn zuster gelift naar Lyndhurst en daar in een bus. Verder via Fareham naar Gosport, daar op een veerboot nar de Marinewerf en de Victory bezichtigd. Heel interessant. Zag daar ankerkabels van een omvang van 24 inch = 60 cm., dus diameter van 20 cm. De matroos die uitlegde beweerde dat een eveneens zeer zware kabel die aan dek lag de "main brace' was. Later zei hij dat "stay" en "brace" hetzelfde betekende. Op de fokke grote ra lagen bij het vastmaken der zeilen volgens hem aan ieder zijde 24 man, op de marsera's 18 man. Op de bramra zeide hij 12 man aan iedere zijde. De Engelsen hebben altijd, voor welk werk ook, meer mensen nodig gehad dan wij. Alle zeer zware voorwerpen aan boord van de tegenwoordige "Victory" zijn nagemaakt en van hout. Zo zijn de zware ankers en de kanonnen van hout. Het was interessant weder een kuil- en tussendek vol kanonnen te zien, op hun rolpaarden. Het geheel maakte op mij een indruk die niet zo veel verschilde van die van de "Van Speyck" [op welk schip mijn vader in 1896 dienst deed], al was dan op de "Victory" het aantal kanonnen veel groter. Een dame vertelde mij op de terugweg van een bediende van haar die in de Marine was geweest en gedurende de oorlog des nachts de "Victory" had moeten bewaken en die haar vertelde dat hij iedere nacht de geest van Nelson hoorde en dat hij eenmaal dicht langs was gekomen.
22 juli. De broeders Doodeheefver zijn tot gevangenisstraffen en zware boeten veroordeeld wegens hun handelwijzen en ze verdienen het. Ze hebben behangselpapier gesmokkeld naar België, waardoor ze het Rijk met circa 8 ton benadeelden. Nu zitten ze in de gevangenis en moeten ze boeten van een ton en zo, de een meer, de ander minder, betalen. Wij ontmoetten een van die broeders in 1926 te Bergün. Hij was van het Gereformeerde Geloof.
26 juli. Sigaren gekocht bij De Goey, dichtbij op het Olympiaplein. Hij vertelt mij van de vacantie van 5 dagen die alle winkeliers krijgen. Vorig jaar was hij met zijn vrouw naar Maastricht en Valkenburg gegaan. "Wat 'n reis", zei hij, "Wat 'n afstand". In Valkenburg waren veel grotten. Allemaal grotten, verlichte grotten. Toen hij er twee gezien had, had hij al genoeg van de grotten.
2 augustus. Ik heb de laatste dagen lichte zorgen gehad doordat ik de domheid had begaan 3 aandelen Handelsblad te kopen, die ik goedkoop kon krijgen, terwijl ik als commissaris wist dat een dividend van 4% aan de Algemene Vergadering zou worden voorgesteld. Het feit dat ik dit in mijn kwaliteit van commissaris wist, had mij moeten doen onthouden van aankoop vóór de Algemene Vergadering, maar ik had daaraan niet gedacht of niet genoeg gedacht. Toen het verkeerde van mijn handelwijze tot mijn hersens doordrong heb ik de makelaar opgedragen die 3 stukken weder te verkopen en wel vóór 13 augustus, wanneer de vergadering zal plaats hebben en heden ontving ik zijn mededeling dat de verkoop heeft plaats gehad, zodat het onaangename gevoel weder is verdwenen. Ik kocht die aandelen voor f 2300.- en ik verkocht ze voor f 2430.-, maar dit bedrag wordt verminderd met kosten van aan- en verkoop zodat er tenslotte f 76,47 winst overblijft. Wie staat zie toe dat hij niet valle.
13 augustus. Gisteren Algemene Vergadering van het Handelsblad, dividend 4 %. Stikker heeft ontslag genomen wegens zijn benoeming tot minister van Buitenlandse Zaken. Ik vernam dat hij voor 70 commissariaten bedankte. Daartoe behoren dan een aantal dochtermaatschappijen van Heineken.
2 november. Gisteren een telegram van Van Hamel, die Hilda Marlin [-Van Stockum] kort geleden te Montreal ontmoette en die mij haar verzoek overbracht onzen kleinen neef Freddie Krejcek te dopen, zodat verhinderd wordt, zo hij mocht sterven, dat zijn ziel niet God zal zien, doch in een andere toestand zal voortleven. Deze toestand zou dan niet een toestand van lijden zijn, echter slechts een toestand van natuurlijk geluk. Volgens Hilda mag iedereen het dopen verrichten. "Je neemt een flesje water, giet daarvan op het hoofd en spreekt de woorden:"In den naam van den Vader, den Zoon en den Heiligen Geest "
.Wij hebben over dit verzoek van Hilda gesproken, met Hilda [zijn vrouw] en in tegenwoordigheid van Amelie Gouda en Hanna van Eeghen en zo kwam ik tot de conclusie dat ik niet aan het verzoek zou kunnen voldoen. Ik geloof dat men, om dit te kunnen, een sterk geloof als dat van Hilda moet hebben. Om het te doen, zonder de ouders erin te kennen, gaat niet, en kent men de ouders er in en vinden die het goed, waarom doen ze het dan niet zelve of laten het een dominee doen.
Vanmorgen kwam Lies Boissevain-Uyt den Bogaard en verteld dat Heentie [Mesman] het dopen zal doen als zij er voor in de gelegenheid is. Ze zal het doen als Els er niet bij is en als Freddie slaapt. Ze doet het omdat Els op het ogenblik in zulk een toestand van geest is dat zij zich aan alles vastklampt. Mogelijk wordt ze bijv. plotseling Rooms, en dan zal ze misschien zeggen "was hij maar gedoopt". In zulk een geval kan Heentie dan zeggen "hij is gedoopt". Daar wordt nu verder niet over gesproken en ik schrijf Hilda dat zij de zaak rustig aan mij kan overlaten of zo iets.
(Freddie was het zoontje van Els Boissevain en Liko Krejcek. Hij was stervende aan leukemie. Heentie was een oudere zuster van Els, Lies een schoonzuster. Hilda Marlin was de dochter van Olga Boissevain en Bram van Stockum, die al jaren geleden rooms katholiek was geworden. Dit waren dus allemaal nichtjes van mijn moeder, Hanna van Eeghen een aangetrouwde nicht, Amelie Gouda een buurvrouw).


Hilda Marlin-van Stockum, schrijfster, schilderes. 1908-2006

30 november. Ernst Heldring treedt af als directeur van de Nederlandse Handelmaatschappij. Hij is algemeen bekend als een zeer kundig en betrouwbaar man, die echter weinig naar voren komt en zijn mening zegt in het openbaar over zaken die het Vaderland of de Wereld beroeren. Gaat er van hem wel veel leiding uit, vraag ik mij af. Hij is lid van de Eerste Kamer. Nooit las ik van hem een rede.


Ernst Heldring, reder, bankpresident 1871-1954

16 december. Vergadering [hospitaal-kerkschip]"De Hoop". De Hoop ligt te Dieppe en dominee Molenaar vertelt dat er een gespannen verhouding bestaat tussen de kapitein en de dokter. De dokter heeft herhaaldelijk van de kapitein gezegd dat hij geen hersens heeft en de kapitein, een echte Katwijker, heeft dit eerst niet gehoord, de volgende maal slechts flauw, de derde maal gaf het hem te denken en de vierde maal was de toestand als volgt: "Het kwade vuur was op het altaar. De vlammen sloegen uit mijn oren. Ik had haat in het hart". Dit moet een bijbels woord zijn.

1 9 4 9
19 maart. Tom doet verhalen over de jongste gebeurtenissen op het gebied der Reddingmaatschappij. Wij maken de voorschriften, maar de bemanningen storen er zich niet aan. En ook niet de plaatselijke Commissie. Bij de tochten met de Brandaris droeg de bemanning geen zwemvesten., Ook werd er bij het binnenkomen van het Stortemelk geen sleepzak gebruikt. Te Schiermonnikoog liet men de boot te water op vele kilometers bovenstrooms van het gestrande schip, terwijl men wist of kon weten dat dit dicht op de kust zou zitten. Men wilde de Insulinde voor zijn.
8 mei. Heden Moederdag, een Amerikaanse instelling die hier ongeveer kort voor de oorlog zich begon te vertonen en nu langzaam veld wint, bij ons voor het eerst dit jaar, althans bij mij. Ik heb eergisteren een mooie chocoladedoos met bonbons gekocht met een mooi kaartje "voor Moeder" erbij en je kunt je niet voorstellen hoe heerlijk Hilda het vindt zo'n cadeautje te krijgen. Ik moest het haar gisteren al geven want ze zabbelde of zanikte al geruime tijd over die Moederdag en ik zei dan "dat is een Amerikaanse instelling en daar doen wij niet aan".
21 mei. Heden kwam een brief van Hilda Marlin met slechte tijding van haar moeder. Zij heeft een herhaling gehad van de "attaque" die ze onlangs had en is nu wel bij kennis, doch haar toestand is ernstig.
Woensdag 1 juni. Bericht van het sterven van Olga van Stockum te Montreal, een naar bericht voor Hilda, al geloven we ook dat het voor Olga gelukkiger is dat ze gestorven is.
Zaterdag 4 juni ga ik naar Haarlem om de graven te bezoeken en ben ik daar zeer onder de indruk van de nabijheid van al die lieve mensen, mijn ouders, Jo en Lien en allen, allen, allen. Zulke indrukken kan men niet krijgen na een crematie.
Zaterdag 11 juni naar Crailoo en krijgen bericht van het ongeluk dat Olga [zijn dochter] trof. Olga is op het golfterrein getroffen in haar oog en wel door een slag van Hilda, haar dochter. Na aankomst op Crailoo hoorde ik van het resultaat van het onderzoek
. Het oog is zwaar beschadigd. Er is een barst in op een plaats waar het dunner is. Als regel loopt zoiets niet uit op verlies van het oog. Hij (de dokter) geeft nog 5% kans dat het oog behouden blijft, zij het dan met verminderd gezichtsvermogen. Zodra zich infectie vertoont in het rechteroog moet het linker er uit. Leendert [de knecht op Crailoo] over Olga, zittend op het bankje voor het houtvuur tegen Hilda; Mevrouw is zo lief, we kunnen alles van haar gedaan krijgen. Er was een kleedje met een gaatje. Daar legde ze een aardig kleedje overheen. Dat moet met de mantel der liefde bedekt worden. De mevrouw van de Chemische fabriek was in de keuken: Hoe lang ben je al hier. 4 jaar. Wat lang. Ja, zei Leendert, dat ligt erg aan de mevrouw. Toen ging ze zwijgende heen. Henkie bad gisteravond: Lieve God, we vinden 't zo naar dat onze mevrouw een gat in haar hoofd heeft, wilt U dat beter maken. Nou, zei Leendert, Ik heb 'm een zoen gegeven want kijk, hij krijgt altijd zulke mooie cadeaux op z'n verjaardag, dus hij houdt erg veel van haar zoals een kind dat nu eenmaal doet."

1 9 5 0
15 januari. Gisteren ben ik tegenwoordig geweest bij het afscheid van Von Balluseck, eerst aan een lunch bij Dikker en Thijs, vervolgens in het Handelsblad bij een receptie. Toen het gesprek op Mengelberg kwam vertelde Von Balluseck enige aardige indrukken van ontmoetingen met Mengelberg. Eerst in Amerika in 1921. Het eerste concert opende met een ouverture Oberon, waarbij de Franse hoorns (zo zeide v.B) beginnen met een geweldige hoornstoot. Een van de hoorns blies daar een geheel verkeerde toon. Volgende dag was v.B. bij de repetitie. M. riep de hoornist bij zich, die erkende fout te hebben geblazen, omdat hij zenuwachtig was door het 1e optreden onder Mengelberg. Neen, zeide M., dat was niet de reden, er was een ander. Welke? Dat uw embouchure niet goed was. Verontwaardigde ontkenning van de hoorn. Ik zal 't U tonen zei M. Geef mij uw instrument eens. En toen zette M. de hoorn aan zijn mond en blies dadelijk de toon die de hoorn had moeten blazen in volle kracht. Verbazing van het orkest dat een dirigent ook met een hoorn terecht kon. En het gevolg was dat hij verder met dit orkest alles kon doen was hij wilde. Een ander geval was met een Frans orkest. Bij een zeker muziekstuk moest veel meer "liefelijkheid" naar voren komen. M. vroeg toen aan het orkest wie hunner getrouwd waren. De getrouwden moesten de handen opsteken. M. zei toen dat hij zag dat er nog te velen onder het orkest waren die de constante liefde van een vrouw niet kennen en dat hij daaraan toeschreef dat de melodie niet lieflijk genoeg had geklonken. Von B. is ook in Indië geweest, ten tijde van Van Mook. Hij vond Batavia een nare stad. Hotel des Indes en de Harmonie waren geheel vooroorlogs. Maar op straat werd men door de Inlanders omver gelopen. Verder waren er die hinderlijke die-hards, die de gehele dag in de Harmonie zaten te mopperen over de gang van zaken. Von B. zeide dat hij altijd belangstelling had gehad, ook voor de mening van de tegenpartij. Door deze aanraking met Von Balluseck is wel een ietwat meer begrijpen van zijn figuur ontstaan. De onbetrouwbaarheid waarvan we wel eens tekenen hebben menen te ontdekken vloeit voort of staat in verband met zijn geringe éénpuntigheid. Interessant. Ik heb zijn artikelen altijd zeer geapprecieerd.
13 mei. Gisteren een Huizer visser aangesproken die mij vertelt dat hij Van As heet en zijn vader nog een botter had, maar in 1870 op zee gebleven is. Er zijn nu nog 4 botters die genoeg verdienen. Het venten met gerookte vis in het buitenland gebeurt niet meer sedert de oorlog van 40-45. In de oude tijd, toen er vele botters waren te Huizen was het armoede. Nu is Huizen een groot dorp geworden met veel industrie. Oude dracht en gebruiken zijn verdwenen of verdwijnende.
23 juni. 's Morgens had ik algemene vergadering aandeelhouders en vergadering van commissarissen van het Handelsblad. Er waren geen aandeelhouders. Six vertelt ontzettende verhalen over mejuffrouw Tellegen, die chef is van het kabinet van de Koningin en die een brief van Sultan Hamid zou hebben achtergehouden (niet getoond aan de Koningin), en HM ertoe te hebben overgehaald Hamid te ontslaan als adjudant, waarna hij door de Indonesische regering is gearresteerd. Mej. Tellegen, zegt Six, is een schurk.


Marie Anne Tellegen directeur Kabinet van de Koningin. 1893-1976

En Van Eeghen zegt dat de regering, die iedereen en alles loslaat na de politieke acties (Leger, Oost Sumatra, Ambon etc) haar ontslag had moeten nemen.
Maandag 3 juli 1950. Om ½6 komt Tom ons halen met de auto en gaan we naar IJmuiden om Engelien en Frans te zien aankomen a/b "Castel Bianco". Het verwelkomen had plaats onder een zware regenbui met hevige donder en bliksem aan de grote sluis te IJmuiden. Zij leunden tegen de verschansing, zagen er beiden heel goed, erg gebruind uit. We konden niet lang blijven daar het weer te nat was. Alfred, die met Sonia aanwezig was bracht ons terug met de mooie Marineauto van Van Holthe. Het was ene tocht die ik niet gaarne zou hebben gemist. Thuis namen we een warm bad en wij beiden kleedden ons in flanellen onderkleren, die we destijds uit Amerika hadden gekregen.
13 juli. Gisterenavond hadden wij een feestdiner, ter viering van twee gebeurtenissen: de verjaardag van Hilda en de terugkomst van Frans en Engelien. Het was een heerlijk feest. Tom was zeer geïnteresseerd in Engeliens ervaringen en Alfred vertelde van zijn manoeuvres en zag er fataal uit. Ik schreef heden aan Sonia en vroeg haar hem over te halen zich door een arts te laten onderzoeken.
28 juli 1950. 's Nachts gedroomd dat ik een examen moest afleggen voor hogere rang bij de Marine en dat ik daartegen erg opzag, ja het onmogelijk zou kunnen afleggen. Uit de Marine gegaan en een advertentie geplaatst: "oud-zeeofficier met een goede stijl, zoekt werk". Toen ik wakker werd kwam de rustgevende zekerheid dat ik 83 jaar oud ben en reeds lange jaren niet meer in de Marine. Naar de stad om mij te doen knippen. Zag op de Herengracht een beschaafde en blank uitziende Inlandse vrouw met kleine kinderen en achter haar een Indoheer, een al bejaard kereltje. Onlangs zag ik, toen wij de kerk bezochten op de Keizersgracht, een Indisch paar, vrouw keurig gekleed in sarong en kabaai en fijn van gedaante en een man, naar ik geloof Inlander in een khaki pak. Het knippen kostte
f 1.- en 0.20 fooi. Onlangs was hier Jet Fontein, die oude juffrouw uit Harlingen, thans wonende te Amsterdam, zuster van Frits en Nella Fontein, die zich ergerde aan "Al die zwarte mensen die je tegenkomt in de stad. Wat zijn dat toch voor mensen?" In de Leidsestraat dicht bij het plein is een boekenwinkel, communistisch, die propaganda maakt voor de Sovjet. Er stond een zware kerel voor die luide zijn ongenoegen te kennen gaf, zeggende: ze trekken aan 't kortste eind" .Er kwam een jonge man uit de winkel, die, dit horende, zei "De tijd zal 't leren". Beiden herhaalden enige malen wat ze reeds hadden gezegd.
22 augustus. Zondag waren Alfred en Sonia hier. Alfred is een nobele kerel. Hij zag er wat beter uit, echter nog zeer mager en hij vertelde dat Pieter [zoontje van
Sonia uit haar eerste huwelijk] hem nog steeds 's morgens om 6 uur komt wakker maken. Ik zou zoiets niet kunnen verdragen.
Hij spreekt met mij ook over zijn toekomst. Hij zou alleen dan in de Marine willen blijven zo hij Commandant van de gehele Marine kon worden, zoals Van Holthe, maar op Van Holthe volgt een hele reeks van namen wier dragers ouder zijn dan Alfred. Pinke heeft nog geen werk. Is men eenmaal admiraal geworden, dan is het uiterst moeilijk werk te vinden.
24 november overleed in de morgen Marie Boissevain-Pijnappel. Geen van haar 10 kinderen was erbij tegenwoordig toen zij stierf. Heentie Mesman was er zeer ongelukkig over dat geen van de kinderen voortdurend tegenwoordig was. Zijzelve was ziek, moest op last van de dokter 10 dagen te bed blijven. Mary en Teau hadden elkaar kunnen aflossen. Maar Mary had, naar ons is verteld, gezegd: "ze merkt er toch niets van". Van de zoons is Menso de enige in Holland. Hij loopt, na zijn operatie, nog op krukken. Marie heeft nooit een kring van liefde om zich gemaakt, zo was zij nu eenmaal. Zij had zonder twijfel veel goeds, maar geen warmte, althans naar het scheen. Zij was iemand die, had men haar beter gekend, waarschijnlijk zou zijn meegevallen. Ze was in ieder geval intelligent. Ik heb vroeger, toen de familie in de Van Eeghenstraat 92 woonde, daar herhaaldelijk erge driftbuien meegemaakt, zowel van Charles als van kinderen. Het was ook een lawaaiige familie, er was weinig zelfbeheersing. Het is moeilijk zulke mensen te beschrijven zonder onnauwkeurig of onwaar te worden.
26 december [Op Oud Crailoo]. Ik lees in Van der Meulens boek, Hadramaut unveiled, van 1932. Het boeit mij sterk. Ik schreef hem dat ik hem gaarne zou ontmoeten.
29 december. Gisteren verscheen hij in de namiddag per fiets. Zijn uiterlijk is al dadelijk opvallend. Knap, krachtig, gemakkelijk in de omgang, gewend in gezelschappen te verkeren, veel pratend, lang uitweidend in mooi gebouwde zinnen en goede woordenkeus. Hij vertelt van Snouck Hurgronje als leraar, hoe onverbiddelijk streng hij was, de leerling was niets.
Hij vertelt van zijn verblijf te Djedda, hoe hij daar ziek werd als gevolg van de vele infecties waaraan hij werd blootgesteld. Met Van der Meulen afgesproken dat ik 3 januari met Olga [Van Marle-De Booy] bij hem zal komen. Hij is zonder twijfel een merkwaardig mens, soms komt de gedachte op dat hij wel erg graag zichzelve hoort spreken.

1 9 5 1
15 januari. Een kleine koelkast gekocht voor f 385.-, te betalen nu, maar te ontvangen zodra onze bijwoners [Frans en Engelien] vertrokken zijn. Heden gaat de weeldebelasting van 15% in, maar wij kunnen hem nog krijgen, heden, zonder die belasting. Dat scheelt 57,75 gulden. Zo zie je waar Lieftinck [minister van financiën] zijn geld haalt. Hij heeft het nodig, maar ditmaal zal hij het niet krijgen.
27 januari kwam Alfred, die er zeer goed uitzag en zat een paar uur te praten. Hij wordt weldra naar Nieuw Guinea gezonden om daar de Marine te inspecteren. Ook zal hij in April, bevorderd tot Schoutbijnacht, een oefening leiden van een smaldeel op de Noordzee. Ik ben dankbaar dat hij niet uit de Marine gegaan is, waar hij een bijzonder goede naam heeft.
Hij gelooft niet dat Nederland Nieuw Guinea voorgoed tot de zelfbeschikking zal houden. Waarom hij dit denkt weet ik niet. Concertgebouw. Er waren ernstige verschillen van mening ontstaan over de vraag of Paul van Kempen al dan niet zou mogen dirigeren in het Concertgebouw. Gedurende het concert van zaterdagavond 27 januari hebben reeds ongeregeldheden plaats gehad, maar op het concert van zondag 29 jan. werd het erger, waarbij nog kwam dat de meerderheid der orkestleden het podium verliet omdat zij zich niet in staat achtten in de sfeer van onrust muziek te maken. Het koor was het daarmee niet eens. En slotte ontsloeg het Bestuur van het Concertgebouw de leden van het Orkest die het podium hebben verlaten.
Dinsdag 30 januari. Op 2 uur thuis, waar Heentie [Mesman] bij Hilda zit en vertelt van de gang van zaken om het Orkest. Blijkbaar wordt het nu een revolutie. De 75 orkestleden die niet wilden of konden spelen wensen niet terug te komen onder het Bestuur doch een geheel nieuwe organisatie oprichten.
1 februari. Het gesprek draait meestal om het Concertgebouwconflict. Het optreden van het Bestuur, in het bijzonder van De Jongh Schouwenburg, wordt algemeen onbesuisd gevonden. Engelien en Frans hebben geld gezonden aan het Comité dat wil zorgen voor de [75] orkestleden. Stel dat men dezen
f 5.- per dag wil geven om in de ergste nood te voorzien, dan is dus nodig per dag f 375.- Dat is geen kleinigheid en daarbij nog volstrekt onvoldoende.
4 februari. Gisteren kwamen Menso en Lies [Boissevain]. Wij spraken met hem niet over de zaak Concertgebouw, hoewel hij lid is van het Bestuur, daar hij er niet over begon. Wel viel Lies even uit toen de naam Dr. Borst werd genoemd. Toen zei ze zoiets van "die man die zich achter communistische relletjes plaatst". Hieruit zou men kunnen opmaken dat zij de kwestie Concertgebouw ziet als een communistische rel.
14 februari. Na het herlezen van een interview in 1940, gepubliceerd in de Telegraaf, is het portret van Mengelberg weder uit onze kamer verdwenen. Gisteren een aantal oude brieven uit mijn concertgebouwtijd, die Mengelberg aan mij schreef, voorgelezen aan Hanna en Engelien en ik voel daarna de neiging opkomen zijn portret weder te plaatsen.
16 februari. Gisteren met Maurits [van Eeghen] naar Mary. Zij heeft een slechte nacht gehad. Hoewel veel minder verzorgd dan in gewone omstandigheden, ziet ze er m.i. thans veel liever uit. Ze heeft een allerliefste expressie en toont niets van de onnatuurlijkheid van vroeger. Ik ben dankbaar dat ik haar zo gezien heb.
2 maart. Maurits van Eeghen komt en zegt dat het achteruit gaat met Mary. Zij ziet zelf in dat zij zal sterven en heeft aan de verpleegster gezegd dat haar koffertje gepakt is. Ze spreekt moeilijk. Een ogenblik komt de oude Mary weder eens voor de dag als de dokter wat laat komt en zegt dat de oorzaak is, dat hij bij een bevalling was. Dan zegt ze, als hij weg is, "begrijp je dat nou, voor zo'n geheel vreemd mens komt hij te laat bij mij".
29 maart. Willem Mengelberg is op 22 maart j.l. gestorven en ik ben er bedroefd over en geschokt of laat ik zeggen onder de indruk van het heengaan van een man met wien wij zo vast verbonden waren. Er werd gisteren in het concert op woensdag door Klemperer enige ogenblikken stilte verzocht ten einde hem te herdenken, en zaterdagmiddag is er een herdenkingsconcert in het concertgebouw, waar de vlag halfstok waait. Het concert van hedenavond onder Klemperer bevredigde ons niet. De suite van Bach, slordig uitgevoerd, liet ons horen wat we onder Mengelberg hebben verloren en wat ons te wachten staat zo het orkest zeggenschap krijgt over de leiding van het orkest.
Gesproken met H. Stips, oud-orkestlid, thans nog invallend bassist, die als zijn mening gaf dat het enig nodige op het ogenblik zou zijn dat het Bestuur onbuigzaam zou zijn ten opzichte van de wensen van het orkest. Ik vond het merkwaardig zulke woorden te horen uit de mond van een man die ons (het Bestuur) in 1905, dus 46 jaar geleden door zijn opstandigheid als voorzitter van de Orkestvereniging hinderde, maar ik geloof niet dat zijn eisen toen gingen over de vraag van overgave van de leiding aan het orkest.
16 april. Hedenmorgen het bericht ontvangen van het overlijden van mijn ouden vriend Bremer, in 1887 stuurman van de Zilveren Kruis. Hij richtte later de vereniging Zilveren Kruis op, waardoor ik weder met hem in aanraking kwam. Ik werd erevoorzitter van die vereniging, die 1 x 's jaars vergaderde en dan zat ik met een aantal vroegere leden van de bemanning aan tafel; en wij zongen de oude liedjes.
19 mei. Naar het Scheepvaartmuseum waar ik lees over de lijfstraffen bij onze Marine. Uit de beschouwingen die ik las blijkt dat de matroos langzamerhand de lijfstraffen begon te ontgroeien. Het salaris werd niet langer driemaandelijks doch maandelijks uitbetaald, wat een gunstige invloed had. Van den schepeling werd verwacht en geëist dat hij van passagieren in soberen, althans niet dronken staat aan boord terugkeerde. Het peil der ontwikkeling steeg en daarmee het zelfrespect. Dezer dagen een brief gezonden aan Raden Ajoe Adipati Reksonegoro te Salatiga, de zuster van Kartini, die Kardinah heet. Ik schreef haar wegens het overlijden van Roekmini.
Zondag 20 mei 's morgens naar de Oude Kerk waar Ds Volger preekte, een welsprekend vurig man. Hij trachtte te verklaren waarom Jezus weende bij het graf van Lazarus vóórdat hij dezen zou opwekken.
Maandag 24 sept. Heden 1 grote kakkerlak in de keuken. Lou vindt kakkerlakken in een lapje in de badkamer.
25 september. Heden kwam de schoorsteenveger Ravelli, dezelfde die ons gedurende de oorlog vermaakte met zijn grappen. Hij beweerde toen dat St Nicolaas de veters uit zijn schoenen had gestolen en er geen cadeautjes in had gedaan. Hij vertelt dat zijn Vader nog volkomen Italiaan was en noemt enige Italiaanse namen van andere schoorsteenvegers, collega's. Vroeger, zegt hij, waren Italianen een soort zigeuners die voor een zilveren horloge en
f 100.- loon per jaar naar Holland werden gelokt om te gaan werken.
6 november. Heden is 10.30 vm Maurits van Eeghen gestorven in de Boerhaavekliniek. Dit is een heel groot verlies voor Hanna en de 4 kinderen, maar ook voor zijn moeder, onze zuster Mary van Eeghen.


Briefkaart van de zitkamer van Stadionkade II in Amsterdam getekend door Hendrik de Booij

12 november. Heden de verassing van Maurits van Eeghen. Hilda zegt mij dat het voor haar een grote opluchting zou zijn te worden verast, of schrijft men verascht. Verassing heeft tegen dat het woord zoveel lijkt op verrassing. Welke zou de afkomst zijn van het woord verrassen?
Men moet wennen aan het denkbeeld te worden verbrand, maar men moet niet vergeten dat dit slechts het stoffelijk overschot geldt en dat, zo men niet gewend ware aan het denkbeeld dat dit wordt begraven en zo overgegeven aan de wurmen, men aan dit denkbeeld waarschijnlijk nog moeilijker zou wennen dan aan de verbranding van het overschot.
Maandag 3 december. gisteren naar Alfred en Sonia per auto. De kosten waren in totaal
f 50.-. Chauffeur had tijdens wachttijd een wandeling gemaakt aan het strand en een zeekoet medegebracht die niet meer vliegen kon door de olie aan zijn veren. Hij had garnalen voor het beestje gekocht, die het opat en we brachten de vogel bij het Dierenpark te Wassenaar waar hij zal worden behandeld. Ik stelde den chauffeur voor dat hij de vogel mee naar huis zou nemen en zijn vrouw aanbieden maar hij zei "neen, dat gaat niet, ze heeft wel een grote mond tegen mij, maar zo'n vogel, daar durft ze niet tegen". Alfred verteld dat de overwinning door zijn smaldeel op de Engelse vloot van 36 schepen,waarbij hun gehele convooi werd vernietigd, van onze zijde enigszins verdoezeld werd. Hij heeft gezegd "We have been very lucky" en daar wordt van Engelse zijde niet verder op ingegaan.

1 9 5 2
Maandag 21 januari kwam de weduwe Cupido, die toen zijn geest in de war begon te raken, dikwijls over mij sprak. [Cupido was schipper van de Brandaris, op Terschelling]. Hij stelde zich voor dat hij onder onmiddellijk bevel van mij verkeerde. Als het dan stormde en Cupido, die blind was, dit merkte door het gehuil van de wind en het kletteren van de reden, dan riep Cupido:"Piet (of Marie), haal gauw mijn zuidwester en oliejas, want meneer de Booy zal me straks uitzenden en dan moet ik klaar zijn". En als hij dan geschoeid en gekleed was ging hij in een stoel zitten wachten. "Zijn de boeren er al met de paarden? vroeg hij dan en als Piet of Marietje dan antwoordden dat ze er nog niet waren, dan werd hij boos en riep:"ik zal die lammelingen een pak slaag geven" of zo iets. Het is nu Goede Vrijdag 11 april '52 en in de toestand van mijn eczeem is nog geen verbetering gekomen. De jeuk is soms zo dat het heel moeilijk is niet te krabben, wat de jeuk verergert. Eetlust gering, voel mij slap. Dat eczeem heb ik nu vier weken en het verveelt mij reeds lang.
20 augustus. Olga is ernstig ziek geworden, kinderverlamming, ligt sedert 30 juli op Oud Crailoo in bed, wordt verzorgd, eerst door een dagzuster, nu door een dag- en nachtzuster. Ze heeft verlamde benen, waarvan delen zich kunnen bewegen.
27 augustus. Ik ben nu al 5 dagen op rauwe kost, dat probeer ik nu om geheel van eczeem en jeuk af te komen. Maria, dochter van Tom en Ot, is geslaagd voor examen toneelschool.
24 september. Sedert vorig inschrijven bijna voortdurend ellendig gevoel - maag - eczeem - nare nachten. Huges raadt wilskracht aan, altijd vrolijk kijken. Ik kan onmogelijk vrolijk kijken, nog minder vrolijk voelen. Ik neem die opdracht van Huges niet aan.
9 october. Gisteren naar Dr. Postma, huidarts, zijn oordeel over mijn eczeem is bemoedigend. Hij schrijft mij een middel voor tegen jeuk en een ander middel waarmede Hilda alle plaatsen waar zich eczeem vormt moet aanstippen, vervolgens 2 dagen rust.
18 october. Ik ben sterker, maar nog niet op volle kracht. Ik behandel het nog in lichtere graad van exzeem op de onderbenen en voeten volgens voorschrift Dr. Postma en gebruik ook smeermiddel tegen de jeuk. Ik geloof dat de verschijnselen wat minder worden. Gevoel mij veel beter, kan daardoor ook beter viool studeren. Dr. Postma een aardig kereltje.
vrijdag 21 oktober. Hervormingsdag! Met Engelien en Moeder naar Oud Crailoo om Olga te bezoeken. Deze speelt iets voor mij op de gitaar. Het gaat haar goed maar het kan nog lang duren voordat zij volkomen genezen is
28 october. Een stijve kou uit het westen. Het veld staat onder water. 's Morgens om 11 uur komen de heer en mevrouw Roth. Met Roth [predikant bij de Waalse gemeente] zeer levendig gesprek over allerlei onderwerpen, over Zetten, de gnostieken, Marcion, het concilie van Nicea, van Ephese, Chalcedon, de monofysieten, over het nominalisme en realisme, de Griekse kerk, over supra- en infralapsariërs, over Arius en zijn leer enz. en
z. Ik geef Roth 25 Amerikaanse sigaren, die hij dankbaar aanneemt.
Zondag 9 november. Mijn onderbenen in vreselijke staat tengevolge van krabben, welk krabben weder geschiedde tengevolge van jeuk veroorzaakt door zalf. Ik moet meer wilskracht hebben (zie Boswell in Holland). en niet krabben, er helemaal niet aan raken.
21 november. 2 kakkerlakken in eetkamer. Op de terugweg van tandarts Margadant een bezoek gebracht bij Tine den Tex die onder de indruk verkeert van een brief die zij onting van de Rijkspostspaarbank. Deze is eigenaar van het huis dat zij bewoont en nog van enige andere huizen in de nabijheid. Deze Rijksbank zegde haar thans de huur op onder mededeling dat werd verwacht dat zij op 31 december a.k., dus dit jaar, het huis ledig aan haar zou overdragen. Haar ontstemming is begrijpelijk. Zij (en anderen?) hebben de zaak in handen gesteld van de advokaat Romein. "Het wordt een proces" zegt zij, en zij is vooral zo verontwaardigd omdat wij thans van een Rijksinstelling een behandeling ondervindt, die zij van de zijde van het Rijk, dat immers de wetten, ook de huidige huurwet, maakt, niet had verwacht. Bezoek van mevrouw van Nierop-de Hartogh. Zij was hier, toen ik er nog niet was, tegelijk met Tom jr., en het tweetal kon spreken over de gevangenis van Arnhem, waar ze elkander hadden ontmoet. Die gevangenis werd beheerd door een Hollander, die zeer vriendelijk was voor de gevangenen. Zij was, te Blaricum zijnde, gevangengenomen en was in Arnhem tezamen met een troepje anderen, dat weldra naar Polen zou worden gestuurd. Haar familie deed alles om haar te bevrijden en heeft zich toen gewend naar Ds Wieringa te Purmerend, die valse doopverklaringen verstrekte. Deze verklaringen moesten inhouden dat de gedoopte vóór 1925 was gedoopt en zulke verklaringen verstrekte hij. Op zekere dag kwam de directeur bij haar en vroeg"Is u voor 1925 gedoopt?
"En toen hij haar verwonderde gelaatsuitdrukking zag zegde hij met nadruk: denk er aan, U bent voor 1925 gedoopt Zij beloofde dit te zullen verklaren. En op die verklaring ging ze niet naar Polen en werd zij niet vergast. Na de bevrijding is zij naar Ds Wielinga[sic] gegaan, die het blijkbaar aardig vond dat zij kwam en zeide dat zij de eerste was die was gekomen en haar ten slotte onderwijs gaf en aannam, waarop zij aanzat een het Avondmaal. Maar, zegt ze thans, "Je begrijpt, ik sta nog maar op de drempel".
Vrijdag 30 november hadden wij een bezoek van Dr. Bouman, ou
d-ambtenaar van B.B.. We ontvingen hem nu voor de 2de maal en het bleek dat zijn boek nu zou heten: het Drama Kartini. Na zijn vertrek dachten we daarover na en kwamen wij tot dezelfde conclusie, en wel, dat wij aan een boek met een dergelijke naam niet onze namen zouden willen lenen en dat hij in dat boek dus ons niet zou mogen noemen. Ik schreef hem dit heden maandag 3 december. [betreft een boek over Kartini waarvoor mijn moeder inzage van brieven had verleend]
14 december. Chré zendt mij thans de volledige bundel brieven van Chrik aan zijn ouders, daartoe gemachtigd door Jim, die dit toelaat onder voorwaarde dat zij alleen voor mij bestemd zijn en ik ze niet aan iemand anders mag afgeven, vernietigen moet zo ik ze niet wens te bezitten. Chrik was zijn tijd met zijn gedachten ver vooruit.
(Chré, de zoon van vaders oudste broer Chrik, had uittreksels van die brieven gemaakt, grotendeels uit de tijd dat Chrik in Atjeh was als zeeofficier. Deze uittreksels zijn wel bewaard gebleven. Hieruit blijkt bv dat Chrik veel sympathie had voor de vrijheidsstrijd van de Atjehers en ook Multatuli had gelezen).

1 9 5 3
1 januari [op Oud Crailo.] 's Avonds zaten we in de kring in John's kamer en praatten we over de toekomst die ons land wacht en wij stelden de vraag of wij al dan niet zouden medewerken aan een verenigd Europa en op die vraag komen verschillende antwoorden, niet enthousiast voor en verscheidene tegen. Wij spreken over de jongste Bijbelvertaling en vragen of de vertalers daarbij gebruik hebben gemaakt van het licht dat sedert de Statenvertaling heeft geschenen op duistere plaatsen. Ik denk hierbij aan Job XIX 25-27 en uit de jongste vertaling blijkt dat de vertaling, wijziging van enige woorden in andere van dezelfde betekenis daargelaten, overeenkomt, althans met de zin ervan, met die der Statenvertaling. Job XIX 25-27 blijft dus het bewijs voor de opstanding in het vlees. Engelien deelt mij mee dat de Franse vertaling het volgende zegt: "Pour moi, je sais que mon Rédempteur est vivant, qu'à la fin il se lèvera sur la terre . Oui, quand cette enveloppe de mon corps sera détruite, quand je sera dépouillé de ma chair, je verrai Dieu. (Ik herinner mij dat ik enige ergernis uitte over de op het punt van de Opstanding weinig vernieuwende vertaling. Mijn vader wees mij er toen op dat men voorzichtig moest zijn met het veranderen van Bijbelteksten waarvan voor velen het geloof afhing).
Maandag 1 februari '52. Namiddag Alfred en Sonia op weg naar Utrecht, waar zij tante Vera, zuster van Sonia's moeder gaan afhalen, die uit Joegoslavië naar Holland komt. Alfred ziet er goed uit, vertelt van Washington, de Amerikanen, die hij rustige eenvoudige lieden vindt, die het ver hebben gebracht in de techniek. - en van de Antillen, welks regeerders een taak toebedeeld wordt, die zij niet kunnen volbrengen. En boven die rommel, corruptie, rechteloosheid, waait dan de Nederlandse vlag. De gouverneur is een flinke man (R.K.) en spreekt er met Alfred over en Alfred spreekt in een ongunstige zin over Van Schaick (onzen Minister, eveneens R.K.) die een intens slappe broeder is - volgens A. Als ik A. zeg dat ik de indruk krijg dat wij de Antillen, Curacao en Suriname binnen niet zo lange tijd zullen verliezen. Hij is het met mij eens dat wij liever onze vlag moeten neerhalen dan die te laten waaien boven een rotzooi. Ik vraag hem wat hij van onzen minister-president Drees denkt en hij antwoordt dat hij - al moet worden toegegeven dat bij hem het Vakverenigingsleven in het middelpunt van zijn belangstelling stelt - hij een man is van grote rechtschapenheid voor wien men groot ontzag en eerbied kan hebben en moet hebben. Gisteren, Goede Vrijdag 3 april, ging ik met Hilda naar de Waalse kerk, waar Ds Roth preek en het avondmaal bediende. Op Goede Vrijdag zouden zijn vrijzinnige gedachten zeker in het bijzonder tot uiting moeten komen. En dit deden ze ook voor zijn 50 toehoorders. Ik verstond meer dan gewoonlijk. Zonder dit te verbloemen erkent hij dat hij veel van wat door de gewone dominee als vaststaand wordt aangenomen, niet begrijpt, dat hij ten opzichte daarvan staat als voor een mysterie, een raadsel. Was het nodig dat Jezus de dood aan het Kruis leed, vroeg hij. Ik geloof niet dat hij over de opstanding heeft gesproken. Toch is hij een gelovig man, die ons bij het einde, na het avondmaal, Gods zegen gaf met de overtuiging dat wij elkaar in Gods Hemel zullen terugzien.
Zondag 10 mei. Ds. Roth sprak zondag over Corinthe XIII. Hij begon met de geloofsbelijdenis voor te lezen, geheel in overeenstemming met die van Jospin en vroeger Arnal, maar hij sprak gedachten uit die misschien protesten zullen uitlokken. Iemand heeft hem gevraagd waarom hij de Kerk niet verlaat, maar hij heeft daarop geantwoord dat hij gehecht is aan de Kerk. Verder zei hij "on peut naturellement me chasser", maar hij troostte zich dan met de gedachte dat vele reformateurs verjaagd zijn. Roth geeft zich veel moeite, is een moedig mens met een diepe overtuiging, het zou mij spijten hem te verliezen. Ook voor Hilda, ja vooral voor haar zou het een verlies zijn.
27 juni, warm weder, jeuk, doch niet gekrabd. Job 2 vs.8. "En hij nam een potscherf om zich daarmede te krabben, terwijl hij neerzat in de as. Job 7 vs.5 "Mijn lichaam is met maden en korsten stof overdekt, mijn huid klopt en ettert."Ds Visser in de Westerkerk noemde Jobs huidziekte eczeem. Zo men Jobs ziekte eczeem kan noemen, dan kan men mijn kwaal eczeem in geringe mate noemen. En toch, hoe hinderlijk kan dat jeuken zijn.
Thans 1 jaar en vier maanden.
15 augustus. [Op weg naar Hattem] Uitgestapt bij Hulshorst voor een bezoek aan Alfreds terrein waar we Sonia aantreffen, die onherkenbaar is en er als een zigeunervrouw uitziet en verder Pieter en Sonia en twee vrienden, ook nog een juffrouw. We zijn vol bewondering voor Sonia die zich op zulk een eenvoudige wijze gedurende lange tijd, ook hard werkende, weet te handhaven en we zoenen haar in overeenstemming met de Russische gewoonte op beide wangen.
22 september. Het was goed te Zandvoort, vooral wat de zeelucht betreft en Hilda is er sterker geworden, dus is het doel bereikt, maar het hotel had zijn gebreken, vooral door de uiterst geringe afmetingen van de kamer, de wiebelende smalle bedden, de afwezigheid van een salon waar men kon gaan zitten lezen, de stenen vloeren op de bovenverdieping, de afwezigheid van WC
papier (vaak) en bijna alles wat men bediening noemt.
De gasten waren meest Duitsers, vroeger Moffen genoemd. Wij bemoeiden ons niet met hen. Het beeld van de vergaste Joden, de honderdduizenden, misschien millioenen hunner, maakte die nog niet mogelijk. Maar we merkten op dat zij voor het oog er niet als beulen uitzagen maar als onschadelijke stervelingen die van een prettige vacantie genieten.

1 9 5 4
9 januari. In verband met de tewaterlating van de "Groningen" zijn Alfred en Sonia met de twee kinderen naar Amsterdam gekomen en bergen hun bullen tijdelijk bij ons. Om 11 uur komen Frans en Engelien mij afhalen met hun wagentje. Wij gingen aan boord van het bootje, een van de scheepjes van de grachtenrondvaart en gingen onder een zachte regen van boord op de werf. Sonia werd met een boeket ontvangen. Even stonden wij op de tribune, beneden ons het lange slankgelijnde schip, toen de tewaterlating plaats had. De champagnefles barstte tegen de scheepsromp, en onmiddellijk daarop gleed het mooie schip snel te water, zoals steeds een ontroerend gezicht. Toen naar de koffiekamer, waar eerst Piet Goedkoop, zoon van wijlen Daan, en daarop Alfred het woord voerden.
[uit de rede van Alfred]
"Deze nieuwste Groningen is nog niet door het Ministerie van Marine overgenomen. Hoe lastig ons ministerie ook moge zijn, het is waarschijnlijk dat dit schip zal worden overgenomen, evenals de Koetei, Sibolga [opsomming], maar er is nog een andere reden waarom ik geloof dat het een groot risico zou zijn van een marineman om dit schip na de proeftocht niet te accepteren. Zoals u weet heeft het ministerie een geweldig goed geheugen, al heeft het geen geweten. Toen de voorgangster van deze maatschappij, de werf Kromhout, onder leiding van de heer Daniel Goedkoop in 1879 een schip voor Hoorn heeft gebouwd, heeft zich de volgende historie voorgedaan volgens de archiefstukken die zich in het ministerie van Marine bevinden. Een aantal notabelen uit Hoorn had namelijk order gekregen een schip te bouwen voor de dienst van Hoorn naar Amsterdam, welke afstand volgens contract in 3½ uur gevaren zou moeten worden. Het schip kwam gereed, doch bij de eerst proeftocht bleek zij over die afstand wel 3 3/4 uur te doen. Daniel Goedkoop deed er aan wat er te doen was, en ten tweeden male ging men op proeftocht. Het werd toen 3 uur en 40 minuten. Ten slotte voer men ten derden male proef. Toen men halverwege was keek Daniel Goedkoop aan bakboord naar de groene oever van de Zuiderzee en zei:"Dat wordt 5 minuten te laat heren en meer haalt geen mens er uit." "Zo", zeiden de notabelen, "Dan accepteren wij het schip niet". "Juist", zei Goedkoop, "dus dan blijft het schip aan mij". "Zeer zeker", zeiden de notabelen. "Juist", zei wederom Daniel Goedkoop, "dus dan heb ik te zeggen wie er aan boord komt". De notabelen zwegen. "Dan allemaal als de weerlicht van boord", en aldus geschiedde. De Hoornse notabelen, met hoge hoeden, hebben zich toen enige uren lang hoogst eigenhandig in een vletje naar de groene oever van de Zuiderzee moeten roeien omdat zij het schip geweigerd hadden. [volledige speech in het dagboek opgenomen].
17 mei. Wat de stoker [van de flatverwarming] Gerrit vertelt: Zijn zoon in Zuid Afrika gaat dit land verlaten voor Nieuw Zeeland. Hij gaat heen vanwege de "zwartjes" waar hij wel goed mee omgaat in het werk, maar hij vertrouwt ze niet. Er worden blanke mensen vermoord en hij wil naar Nieuw Zeeland voordat hij vermoord is.
1 juni. Op 21 mei naar de Sint Paulus abdij, 1 juni terug in Amsterdam. Bij aankomst sprak ik met Chré over het bisschoppelijk manifest, waarin alle roomse geregelde deelneming aan socialistische en communistische vergaderingen wordt verboden. Het is een lang manifest dat ik nog niet las. Chré zeide onmiddellijk dat hij dit verbod zeer normaal vond en Hilda vertelde mij dat onze VAMI, rondbrenger van melk, zeide dat "wij niet meer in de middeleeuwen leefden" en "dat wij dan maar niet kerkelijk moesten worden begraven". Hij is thans aangesloten bij de EVV, wat een communistische vakvereniging is. In het klooster was het kil, welke kilheid door de hartelijke ontvangst van Chré en de abt en andere mij bekende kloosterlingen werd opgevangen. Een der monniken heeft het klooster verlaten, hij was tot de mening gekomen dat God het familieleven voor de mens had bedoeld. Wanneer men hier een dag is en de vastgestelde diensten bijwoont moet men er zich van bewust zijn dat deze diensten iedere dag op de vastgestelde wijze plaats hebben, soms nog vermeerderd met bijzondere diensten. En dan verwondert men er zich over dat dien kloosterlingen de kracht wordt gegeven dit leven vol te houden tot de dood.
1 juni. Chré bracht mij naar de bus, dragende mijn tasje. Bij een snoepwinkel duidde hij erop dat enig snoep hem welgevallig zou zijn, waarop hij voor mijn rekening een kleine hoeveelheid kocht.
14 augustus. Alfred komt even praten, gaat koffie drinken bij koning Haakon op zijn jacht. Hij vertelt over Prinses Wilhelmina, die ergens op de Veluwe in het gewone tenue ging schilderen en toen werd aangesproken door een paar soldaten. Een hunner ging achter haar staan en vroeg: "Komt alles er wel op, juffrouw?" Prinses Wilhelmina vroeg toen wat ze deden. Ze waren van de genie, waren bezig een kabel te leggen. Wat doet U dan. O, we zitten maar wat te kijken. En hoelang duurt dat dan? We zitten hier al vier dagen. En is er dan geen toezicht? Wat zei U, toezicht, nee, ha ha ha, nee toezicht, o bedoelt U toezicht, nee dat, ha ha ha, nee dat is er niet. Prinses Wilhelmina, vroeger onze geëerbiedigde koningin, is daarop naar prins Bernhard gegaan, die de betrekking van inspecteur bekleedt over de Strijdkrachten en heeft hem het geval verteld.
27 december. Heden werd Tegelberg begraven. Tegelberg werd in 1916 lid van het hoofdbestuur [van de NZHRM], in 1919 voorzitter en sedert heb ik tot mijn ontslag in 1946 met hem samengewerkt en hem goed leren kennen. Hij heeft mij altijd medewerking verleend en grote vrijheid gelaten in mijn werk. Ik heb hem gewaardeerd wegens zijn royale, letterlijk koninklijke wijze van bestuur. Hij was nooit klein.

1 9 5 5
7 januari. Tom en Ot hebben omtrent [hun hond] Tref een bekend waarzegger geraadpleegd, die hun heeft medegedeeld dat hij Tref heeft gezien, dat hij ziek was en is gestorven. Daarop zijn Tom en Ot rustig gaan slapen, zij wisten nu dat hij niet liep rond te dolen. Het is begrijpelijk dat zij aangenaam verrast waren met het heden ontvangen bericht dat Tref naar het tijdelijk door het door hen bij de Leemkule bewoonde huisje was teruggekeerd. Hij wordt daar nu hedenavond afgehaald.
11 januari. In de namiddag komt De Jonge, loodgieter in meritis en brengt al onze gebrekkige kranen, water en gas, op verwonderlijk vlugge wijze in goede orde. Hij is een 70jarige man die 's avonds om ½ 9 gaat omwassen in een café-restaurant waar hij dan gratis mag biljarten. Wij zijn hem altijd erg dankbaar. Hij vroeg f 1,25. Hij ontvangt een bord erwtensoep, een sigaar en 2 gulden, dreigde ongevraagd te komen, daar hij hier verwend wordt.
27 februari. Heel bijzonder mooi weer voor een tocht naar Leiden, maar ik ben 87 jaar oud en dan wordt van je verwacht dat je niet gaan schaatsenrijden. Ik zou er nog wel voor gevoelen, maar ik gaf mijn friese schaatsen reeds aan Frans en een oud paar hollandse schaatsen vermoedelijk van 1860, met krullen en zeer brede ijzers aan Alfred. Om nu schaatsen te gaan kopen in je 88ste jaar lijkt mij overdreven.
9 september. Naar de Nieuwe kerk, onder ds. Stegenga. De dominee is een nog jonge man. Hij zegt in zijn rede hoe Noach en Abraham vurig geloofden aan hun God en met grote stiptheid deden wat hen werd bevolen. Hij vertelt hoe hij vaak moet horen dat iemand gaarne zou willen geloven zoals deze twee, echter zich toch niet tot de ongelovigen rekenen. [.. .] er moet een kracht zijn geweest die [. . .] schiep en die kracht wordt God genoemd. Zulk een geloof wordt door Ds. Stegenga een krachteloos geloof genoemd. M.i. vergeet hij dat men geloof zoals hij bedoelt niet kan verkrijgen zo men het wil, doch dat het een genade Gods is. Ik blijf niet voor het avondmaal. In de eerste plaats ben ik geen lid van de hervormde kerk doch van de waalse kerk, en ook is het mij niet mogelijk de geloofsbelijdenis van de hervormde kerk met volledig begrip en instemming te aanvaarden. In de waalse kerk verklaart de voorganger "que nous sommes des miserables pêcheurs, incapables par nous-mêmes á aucun bien et que nous transgressons chaque jour les commandements que Dieu nous a donnés, etc. ". Dit is mij duidelijk.
Er blijven vanzelf nog belangrijke vragen waarop men geen antwoord weet. God schiep uit het Niet. Wij zeggen dat kalmweg, maar wat weten wij? Hoe kwam God? Die was er voor het begin van de Wereld. Het schijnt mij dat Ds. Stegenga niet mag neerzien op mensen die een zwak geloof hebben.
3 october. Een van de verschijnselen waaronder deze tijd zich ongunstig onderscheidt van het verleden is, dat zeer slecht wordt gezorgd voor bejaarde mensen, die zich wegens gebrek aan bedienend personeel moeten vermoeien met huishoudelijke bezigheden. De schuld ligt gedeeltelijk bij hen
zelven omdat ze niet 'neen' kunnen zeggen. De jeugd kan zich daar niet indenken. Heden kwam een kleinkind logeren en een zoon op de koffie, met het gevolg dat Hilda doodop is.

Samenspel op de Catslaan in Aerdenhout. Han de Booij met zij kleinzoon Tom. Gespeeld sonates viool-piano van W.A .Mozart;

1 9 5 6
6 februari 1956. [Bij de ingeplakte overlijdens aankondiging van Hendrik Freyer.] Freyer heb ik gekend aan het Concertgebouw waar hij administrateur werd toen ik aftrad en en gedelegeerd bestuurslid werd, later bestuurslid. Herhaalde malen heb ik met hem gezeild met de Mavourneen op de Zuiderzee. Ik herinner mij dat wij in de haven van Enkhuizen lagen en 's avonds voor het slapen gaan ik waarschuwde dat om 2 uur moest gepompt worden omdat de Mavourneen water maakte. Hij was een eerlijke rechtschapen man, die voor een administrateur de eigenaardige gewoonte had niet te antwoorden op brieven die zich op zijn tafel en in zijn zak vermenigvuldigden. Het was bij hem een systeem, hierop berustende, dat bij het Concertgebouw alles gewoonlijk geheel anders liep dan in de eerste brief werd voorgesteld dan dat dus veel onnodig werk werd verricht door dadelijk te antwoorden. Hij zei altijd: Ja, dame! Rede van Alfred op 28 maart 1956 aan boord HM kruiser De Ruyter bij de overdracht van het Bevelhebberschap der Zeestrijdkrachten aan Vice-admiraal F.T. Burghard.
Heren vlagofficieren, commandanten, officieren, onderofficieren, manschappen en marva's, [volledige tekst overgenomen in dagboek]
Alfred, van wien ik deze rede op mijn verzoek ontving schrijf erbij: "Terwijl ik deze speech hield woei mijn pet bijna van mijn hoofd. Nog juist pakte ik hem beet. Dit was mijn laatste geste als B.C.Z.!
29 maart. Heden hoorden we van Tom dat Alfred werk heeft en wel dat hij lid is geworden van het hoofdbestuur van een zaak die onder directie is van een man die Verolme heet, een man die een grote hoeveelheid oude motoren heeft opgekocht en deze weder, vermoedelijk nadat ze weder bruikbaar waren gemaakt, voor 5 miljoen heeft verkocht en die zich nu, samenwerkend met anderen, heeft gericht op scheepsinstallaties te Rotterdam. Dit heeft Tom van het Handelsblad gehoord. Daar ik hierover nog niets van Alfred heb vernomen neem ik aan dat het juist is, maar laat ik een plaats voor twijfel over.
30 maart. Opgebeld door Alfred die mij vertelt over zijn nieuwe baan, zijn positie van lid der directie van een grote zaak op het gebied van de scheepsbouw, opgericht door een man van eenvoudige afkomst die aanvankelijk op klompen liep, maar die beschikt over een helder verstand en grote werklust. De naam van die man is Verolme. Alfred is zeer ingenomen met de wijze waarop zijn afscheid van de Marine heeft plaatsgehad en is dankbaar dat "ik hem in de Marine heb gezet" zo zegt hij. Hij dankt de positie natuurlijk aan zichzelf maar ook aan dr. Gerbrandy die hem erover polste en die zelf ook aan deze onderneming is verbonden. Hij concurreert nu met andere - grotere - werven, heeft thans 2000 werklieden (Goedkoop 7 á 8000) en Verolme krijgt weldra een 4de werf.
Zaterdag 15 april.
Om 4 uur komt Debora Land en spelen wij sonates van Händel. Het lijkt mij dat de klank soms wel goed is. Heel mooi klinkt het Andante van de 1ste sonate. Terwijl wij spelen komen Alfred en Sonia die bij Moeder in de eetkamer theedrinken. Alfred vertelt zijn moeder van zijn nieuwe werk. Verolme en hij zijn de enige directeuren van deze grootse onderneming. Verolme is een man die 16 jaren bij Stork heeft gewerkt en die toen hij daarna niet verder kon komen zijn ontslag nam. Bij een brand te Rotterdam werden zeer vele motoren beschadigd. Deze kocht Verolme voor weinig geld en herstelde en verkocht ze tenslotte voor millioenen. Deze millioenen besteedde hij aan het kopen van een viertal bestaande werven. Deze zijn elk op zichzelf naamloze vennootschappen, staan onder zijn directie en thans ook onder de directie van Alfred. Alfred zit thans in de directiekamer, wordt om 8 uur van huis gehaald door de auto van de zaak en gaat zitten in de stoel van Verolme, die meestal voor het een of ander op stap is.
22 mei [n.a.v. een bezoek aan Verolmewerven]. We gingen door de Maastunnel, een interessante ervaring. In geval van motorstoring wordt het verkeer er stilgezet en wordt men er door de brandweer uitgesleept, maar dat kost veel geld. Er is nu nog wel wat gras te zien in Nederland, maar dagelijks wordt ervan in beslag genomen door nieuwe fabrieken en brede autowegen. Er zijn thans 350.000 auto's ingeschreven en dagelijks neemt het aantal toe.
17 juni. Wij zijn nu in pension De Pelikaan in Wylre, een klein pension van 12 bedden. Hanna bracht ons en onze 2 koffertjes naar het station waar zij erg hielp door de koffertjes een eind te dragen en een kruier te roepen. Het is een misstand dat er aan het centrale station van de hoofdstad zo weinig kruiers zijn dat ze praktisch onzichtbaar zijn. De conducteur telefoneert te Sittard naar Maastricht om den enigen kruier te waarschuwen dat wij komen en neemt onze koffertjes uit het rek.
Maandag 3 september 1956. Voormiddag regen. Sonia getelefoneerd omdat het de trouwdag 9 jaar geleden is van dit geliefde mensenpaar. Alfred heeft gisteren of op een andere dag een schip voor Indonesië te water gelaten. De tewaterlating geschiedde door een Indonesische dame, een zeer beschaafd mens die zuiver onze taal sprak. Er waren andere Indonesiërs en hunne kinderen en zij zeiden dat het "vroeger" zo heerlijk was in Indonesië. Volgend jaar moeten zij er weer heen en het lokte hen niet aan. Zij durven niet veel te zeggen. Gisteren bezoek aan ons oude huis in de Bronckhorststraat 18, thans bewoond door M.A. de Ruyter en zijn vrouw. Ik verkocht het huis aan zijn ouders en ze zijn er verrukt van. De tuin hebben ze bijzonder aardig gemaakt. Er is een vijvertje in het midden en er zijn vele bloemen. M.A. de Ruyter is een bewonderaar van moderne muziek en ook van Oosterse muziek. Zijn benen zijn geheel verlamd, hij kan dientengevolge niet lopen, verplaatst zich door middel van een rolstoel.
Maandag 10 september. Hilda heeft van Olga gehoord dat het Johns en haar plan is ons bij onze diamanten bruiloft een televisietoestel aan te bieden. Hilda vindt dit aangenaam, hoewel zij er kort geleden nog tegen was. Ik gevoel er niets voor.
Zaterdag 10 november. Er wordt nog gevochten in Boedapest. Israel zal het schiereiland Sinai wel voor zich behouden. Wat het gaat doen met die twee eilandjes in de golf van Akaba em met Gaza en het gebied waarin het ligt weet ik niet.
(Hier volgt een lange beschouwing over de veiligheid van een motorreddingboot, door mijn vader overgenomen uit een aantekenboekje, waarin hij een gesprek met prof. Vossnack had opgetekend, die zijn adviseur was in de jaren twintig bij de bouw van reddingboten).
13 november. Kom langs een wagen met stukken van vermoorde koeien. Zo wij en de koebeesten plotseling verwisselden van standplaats in de natuur, de koeien begaafd werden met verstand, mogelijkheid om hun gedachten in woorden uit te drukken en zij vleesetende wezens werden, met welk een afgrijzen zou ik - koe - dan die stukken van lichamen bekijken, terwijl dit thans volkomen normaal is.
Donderdag 15 november 1956.
Hilda luisterde gisteravond 11 uur en vertelde mij aan het ontbijt van de roerende ontvangst van Hongaarse vluchtelingen aan onze grens en verder in Holland. Te Sittard, meen ik, stonden twee muziekkorpsen, die het Hongaarse volkslied speelden en te Utrecht waren de ramen opengeschoven en overal de lichten aan en mensen die wuifden uit de huizen.
Dinsdag 27 november. Engelien kwam weer en maakte ons vrolijk, dat lieve kind. Ze keurde mijn bruine das af en verbrandde drie oude dassen van mij
. Ik bezit geen betere en wil er geen geld voor uitgeven.
Zaterdag 1 december kwamen Jim en Erminie [de Booy] die bij Nan [van Tienhoven-de Booy] hadden geluncht en daar Otto [de Booy] en Marion hadden ontmoet, die onlangs zijn gehuwd volgens hun zeggen, maar die eigenlijk niet zijn gehuwd omdat Mary, Otto's wettige echtgenote, niet wil scheiden omdat zij het pensioen van weduwe niet kan missen zo Otto voor haar sterft. Het is een standpunt en houding die zakelijk juist is. Jim ziet er weer beter uit. Hij schrijft Eden grote fouten toe. Hij had zich eerst moeten verzekeren van de houding van Amerika. Nu is de Engelse minister van oorlog naar Eisenhower geweest en geeft Engeland toe aan de beslissing van de V.N. dat het Egypte weder verlaat, zo niet onmiddellijk, dan toch binnenkort, en dat 'niet onmiddellijk' is dan alleen om het droevige van de figuur wat te verminderen.

1 9 5 7
19 januari. [Bij een krantenfoto van straat Maghellaen bij Tierra del Fuego}. Voor mijn Herinneringen gebruikt voor [de tekening van] de Zilveren Kruis ten anker liggende, tijsteppende, niet ver van Tamar baai, de laatste baai waarin we lagen en waar we gevaar liepen te stranden met een zeer zware bui uit Westen. Maar mijn pogingen zijn niet gelukt, althans niet zo dat ik ze wil vereeuwigen. Ik zal nu nogmaals een poging doen enkel met potlood.
Maandag 21 Januari. Tegenover ons aan de overzijde van het Kanaal worden boven enige ramen van het huis van Ascher op de hoek van de Willem Pijperstraat, enige rolluiken aangebracht. Dit geeft geen aangenaam beeld van veiligheid doch doet eerder denken aan inbrekers. Ook wordt het huizen tal - een dorp kan men het noemen, in de volksmond "de Goudkust" genoemd omdat de huizen zeer kostbaar zijn.
Heden soupeert Lous Beyerman bij ons. Ze geeft mij advies inzake mijn tekening van de Zilveren Kruis in straat Magellhaen bij de kust van Vuurland. Ze vindt mijn tekeningen altijd goed, ook [deze], geeft mij advies voor het los maken van het schip van het land en wil dat ik dat land wat zwakker van kleur maak en vooral de verlichte delen van het schip licht laat.
23 januari. Om 10.30 komt Debora en spelen wij het concert van Vivaldi dat soms nogal goed gaat. Vraag haar enige liedjes die ik haar voorzing op noten te zetten. Zij is bereid dit te vertellen aan Jaap Kunst en hem te vragen of hij het wil doen.
Donderdagavond 24 januari komt Jaap Kunst om mijn liedjes op muziek te zetten. Ik koop een door hem uitgegeven liederenboek voor
f 6.50 en hij schrijft vlug de muziek voor mijn liedjes, het begin van het spillelied en verscheidene andere, ook het lied van Tosari. Woensdag 30 januari komen Alfred en Sonia in de middag. Alfred ziet er goed uit in weerwil van de zorgen, waarin hij zonder twijfel als leider van een zeer groot bedrijf moet hebben. Verolme is nu op weg naar Brazilië waar hij hoopt een grote opdracht te halen, een van als ik goed heb onthouden 127 miljoen. Het werk aan de Botlek, waar een droogdok wordt gegraven. Een grote moeilijkheid is het steeds drooghouden van de gegraven kuil door middel van pompen. Voor zijn vertrek gaf de heer Verolme een diner van ongeveer 25 leden van de staf waarbij een van de leden een rede hield, waarbij hij wees op het risico verbonden aan het voeren van een reuzenbedrijf als dat van Verolme, waarin vele millioenen zijn belegd.
15 februari waren wij 's avonds in het Instituut voor de Tropen en genoten we van de film welke de jongste tocht van Egeler, Tom jr. en Terray toonde en ook veel bijzonders over de bevolking van dit bergland van Peru, ook veel over de Inca's en hun beschaving en gebruiken. Het was alles heel mooi van kleur en beweging. Ik betrapte mij erop dat het geheel, niet van de bergtocht, maar de vertoning van gebruiken, mij deed denken aan een opzettelijk om toeristen te trekken door een VVV in elkaar gezette vertoning.
Hemelvaartsdag, 30 mei 1957. Aan het ontbijt waargenomen hoe onze overburen op het veld, de heer en mevr. Ascher met hun auto, 2 koffers, een rol, een kleine tas, strooien hoeden, vertrokken. Dienstmeisje in rood liep af en aan, bleef ten slotte niet wachten tot het vertrek, waaruit door ons geconcludeerd dat verhouding tussen mijnheer en mevr. en dienstmeisje niet hartelijk. Ook werden geen handen gegeven.
Zaterdag 8 juni . Namiddag bezoek bij Bein & echtgenote. Een uur zitten praten. Bein houdt van Holland. Het gaat tegenwoordig niet goed met de knopen, zegt Bein, maar het gaat slecht met alles. Iedereen klaagt en niemand weet waarom het slecht gaat. Bein vertelt dat eigenaars van kostbare postzegels de kostbaarste altijd mede naar huis namen en dat Ascher dit wellicht ook doet met kostbare diamanten, waarvoor Amsterdam nog steeds de plaats is waar zij veelal worden gekloofd en geslepen. Dit verklaart de noodzakelijkheid van Ascher's 15 rolluiken.
22 juli. Wij hebben sinds kort een nieuwe hulp of helpster in het huishouden, ook wel "werkster" geheten, wier naam is Colenbrander en die een verstandelijke ontwikkeling heeft die ver is boven de ontwikkeling welke als regel bij een werkster wordt aangetroffen. Ik geloof dat zij een sympathiek wezen is.
(Hij had gelijk. Toen Hans Colenbrander nog maar kort bij mijn ouders was zei hij eens:"we hebben nu een werkster, die vraagt mij Plato te leen". Op den duur werd zij een vriendin van ons allemaal. Na Vaders overlijden bleef zij mijn moeder verzorgen, die daardoor in haar eigen woning kon blijven tot zij in 1976 stierf. Hans was een dochter van de Leidse hoogleraar in de geschiedenis; zij had rechten gestudeerd en werd daarna verpleegster. Zij stierf in 1981 op 78jarige leeftijd).
1 aug. '57. geschreven aan P.B.
Niël. Gorontelosstr.(?) 45 hs Amsterdam Oost. [gewezen magazijnmeester van de NZHRM].Waarde Niël, Enigen tijd geleden heb ik bericht ontvangen van uwe echtgenote op een briefje van mij waarin ik had geschreven dat ik U wenste te bezoeken en ik heb daarop geantwoord. Het is nu echter zo, dat het mij tans minder schikt te komen en ik mijn komst dus nog eens wil uitstellen. Ik schrijf U dit omdat het anders den indruk zou maken dat ik U vergat. Ik zou het aangenaam vinden U weder eens te ontmoeten, maar zal nog wat moeten wachten. Ik hoop dat het, in het bijzonder, goed vooruit gaat met U. Ontvang de beste groeten van H. de Booy.
2 aug. '57, mooi zonnig weer, wind. "De Vlijt", vertegenwoordigd door den Vader komt met 2 man de markiezen hangen. Hij wil de twee nog niet behandelde als volgt onder handen nemen. Eén, de oostelijke, opnieuw overtrekken voor
f25.- en de 2de repareren voor f 5.-, samen f 130.- Hij heeft een naam die niet uit te spreken is, komt oorspronkelijk uit Vlaanderen, heeft een goed gezicht. Zoon kon niet komen, is naar het hospitaal voor amandelen. Vader zegt dat hijzelf niet zoveel meer waard is, heeft chronische bronchitis. Ik betaal hem de schuldige f 125.-. Hij heeft 13 mensen in dienst, maakt een gunstigen indruk. Hij heeft een onuitspreekbaren naam beginnende met een L met vele medeklinkers.
Zondag 4 aug. 1957.Om ½11 met Hilda per taxi naar Vogelzangstr. 10, de woning van Lou Ipema en haar man .Uit het gezicht van Lou's éénbenige (het andere is een kunstbeen) man blijkt de artiest. Hij heeft een fijn gezicht, evenals de zoon, die op de avondschool oude talen studeert. Ook onze Lou heeft een fijn gezicht, zal zeker een mooi meisje geweest zijn. Haar huisje ziet er keurig uit en ze ontvangen ons in de huiskamer of salon, waar mijn tekeningetje van het uitzicht op het onbebouwde veld aan de wand hangt. Er hangen ook kunstwerken van den artiest Ipema, bestaande uit voorstellingen in geweven wol in sterke kleuren, niet mooi, maar ook niet onverdienstelijk. Hij wijst mij zijn werkplaats beneden, met een weeftoestel, waar de ook aanwezige commensaal, ook een artiest, genaamd Vendrik, een kamertje heeft. Ik weet niet hoe die zich als artiest noemt. Hij hakt met beitels en beiteltjes houten beeldjes en voorwerpen. Snijden komt niet voor. Mij dunkt is zijn werk goed en smaakvol. Wij drinken een kopje koffie en vertrekken na ongeveer een uur.
Dinsdag 6 augustus komt Tom mij haken en brengt mij met zijn auto naar Heiloo, waar aan de Sint Willibrordusstichting, het grote ziekenhuis voor geesteszieken staat. Ik heb dit in de oorlog vele malen bezocht omdat Jan van Stockum er toen werd verpleegd. hij stierf daar op 23 april 1947 en werd daar begraven op een plaats, afgezonderd van de plaats waar de Rooms Katholieken liggen. Na enig zoeken vinden wij zijn graf. Nu legde ik de mooie rozen, licht oranje rozen, op zijn graf en ik dacht met warme gevoelens aan hem en hoop dat die gevoelens hem zullen hebben bereikt. Tien jaren geleden las ik hier nog de 103de psalm. Wij gingen weer door dat prachtige park met vijvers, waar herten met grote geweien lagen en liepen, en grote vogels die op ooievaars of ibissen leken maar het misschien niet waren en al die pracht dient wellicht om die ongelukkige geesteszieken te genezen. We keerden terug over IJmuiden dat ik in lang niet zag en sterk is veranderd door de kolossale Hoogovens en andere grote bedrijven en waar ik kennis maakte met een havenmeester die Kuiper heette, met een fijn gezicht, afkomstig van West Terschelling. We stonden bij de Neeltje Jacoba waaraan een en ander was veranderd. Jaap van der Meulen is niet meer schipper. De vrolijke jonge zeemilicien die zo lang geleden aan boord van de Insulinde benoemde, had zich geleidelijk ontwikkeld tot een wel moedig en bekwaam schipper, maar tevens tot een mens die het de bemanning zeer moeilijk maakte, een man met een zeer moeilijk humeur, die zich niets aantrok van den toestand waarin het schip verkeerde. Hij is vroeger dan op de bepaalde leeftijd van 60 jaar gepensioneerd. Het is een eigenaardig gevoel dat ik vroeger de leiding heb gehad van al die reddingboten en nu mijn zoon, die de Reddingmaatschappij in ere heeft gehouden, en dat niet alleen, maar ook nog gezorgd heeft voor de aanwezigheid van geldsommen die dit steeds meer eisende bedrijf nodig had. Ik herinner mij nog den tijd toen met
f 40.000 alles was betaald. Dit bedrag moet thans, denk ik, met 10 worden vermenigvuldigd.
Trouw, Dinsdag 13 augustus. 1957. Als enige Nederlander. Dr. T. de Booy nam deel aan reddingswerk op Eiger. De 32jarige bioloog (moet zijn geoloog) Dr. T. de Booy uit ?Amsterdam heeft als enige Nederlander aan de reddingspogingen op de Eiger deelgenomen. Dr. de Booy keerde gisteren in het station op de gletscher van de Eiger terug na drie dagen op de 3974 meter hoge top te hebben doorgebracht. De Nederlander was op een klimtocht met de Franse gids Terray en kwam naar Grindelwald om de Noordelijke wand van de 4105 meter hoge Moench te beklimmen, toen hij vrijdag van de vier alpinisten hoorde die op de noordelijke wand van de Eiger gevangen zaten. "Wij besloten ons bij de redders aan te sluiten" vertelde de heer de Booy in een interview. Dezelfde avond bereikten we de top. Enkele uren later kwamen de Zwitsers en de Duitsers aan. wij bleven op de top tot Zondagmiddag, toen de plotselinge verandering van het weer alle activiteit onmogelijk maakte. Wij sloten ons aan bij de mannen die Corti, de geredde Italiaan, vervoerde. Het weer was slecht en we vorderden langzaam. Een zeer zwaar onweer dwong ons op de 3340 meter hoogte te kamperen. en wij brachten een zeer onplezierige nacht door. De brandstof van onze kooktoestellen was zo goed als op maar wij slaagden er in voor Corti iets warms klaar te maken. "Het was beslist niet plezierig" zei De Booy met een glimlach.
19 aug. '57. Namiddag omstreeks 4 uur komen Centa onze voormalige dienstbode en haar man, genaamd Link, die een werkkring heeft bij Radio en televisie. Centa ziet er jeugdig ui
t, brengt een bijzondere kurketrekker mede. Ongeveer tegelijkertijd komt Mary Auner. Zij is 76 jaar oud, komt terug van Olga en voordien van Weenen per 3de klasse. Zij slaapt op onze zolderverdieping en zij is gebleven tot Vrijdag toen zij per bus naar Den Haag ging om te logeren bij Sissie, dochter van wijlen haar halfzuster Emily Cruys, thans gehuwd met Abraham de Vries. Ze heeft erg genoten van een tocht door de grachten die ik met haar maakte. Ze speelt niet meer viool, is thans componist en er bestaat kans dat een van haar werken in Wenen zal worden uitgevoerd. Ze maakte de indruk vrij van zorgen te zijn, mogelijk door haar geestelijke instelling, theosophie en second sight, en haar Ierse afkomst. Toen ze van ons vertrok naar Den Haag per bus, had ze nog 10 gulden en wist ze niet hoeveel ze zou moeten betalen aan haar taxi naar de bus en voor de bus naar Den Haag. Later kwam Bertie Boissevain, die aardig kan vertellen over 't verleden, onder het drinken van jenever en het roken van sigaren, bleef aan het souper.
Maandag 23 december 1957. Arie reed met ons vrijdag 20 december naar Oud Crailoo en het is er heerlijk rustig en er is veel tijd om uit te rusten. Gisteren met Olga naar Laren waar we een tentoonstelling bezochten in het Singermuseum,
het werk van den schilder Mankes (gestorven), gevoelig, vele portretten van zijn vader, een boer met een sterk karakter, ook vele van zijn vrouw, die Zernike heette en over haar leven een boek schreef. hij tekent op mijn manier vind ik, een ouderwetse manier, waarbij hij alles uitbeeldt zoals hij het ziet. Gisteren bladerde ik in een boek van John over albatrossen, interessant die plechtige bewegingen die albatrossen uitvoeren als zij een nest bouwen met hun vleugels en vele buigingen. Vanavond met Olga naar een lekenspel in het Singermuseum van den dichter Nijhoff over de geboorte van Jezus, zoals beschreven in de Evangeliën. Dit kan heel mooi zijn. later: Het lekenspel was indrukwekkend, ontroerend. Gestyleerd goed spel en zuivere uitspraak van de Nederlandse taal. Ook Eva trad daar op, die de zonde in de wereld had gebracht. Ze was een oude vrouw geworden (van vele duizenden jaren) die aan het slot haar stok in 2 stukken brak en deze in de vorm van een kruis ophief, het kruis dat de zonde overwon. 2e kerstdag tevens Toms verjaardag die 59 jaar wordt en die een aardige en flinke oudste zoon is, waar we trots op zijn.

1 9 5 8
22 februari liep de 20000 ton Tamcha te water bij Heusden, nadat men eerst getwijfeld had in verband met de stand van het water of de tewaterlating thans wel door zou gaan, met de bedoeling dezelve slechts symbolisch te doen plaats vinden en op de gelukkige vaart van het dan nog vastliggende schip te klinken op een vrij katterig feestmaal. Maar op het laatste ogenblik kwamen knappe waterstaatsingenieurs nog tot de slotsom dat het kon gaan en "Smijt 'm er in" riep Verolme en "bom" deed de fles tegen de romp met enige goede wensen uitgesproken door de vrouw van de Noorse opdrachtgever. Maar daarna kwamen vreselijke ogenblikken van volmaakte stilte zonder enige beweging van het schip. Hoe lang die stilte duurde kan niet gezegd worden, was het een minuut, misschien minder, toen enige geluiden van krassen en breken en daar gleed de reus omlaag. Maar de spanning duurde nog. Het schip was 150 meter lang, de Maas 120 meter breed. Daarop was gerekend door middel van ankers of een anker en kettingen die op tijd de steven zijwaarts zouden trekken. En dit alles werkte goed en zo kwam de reus met de neus in de stroom te liggen. Alfred deed ons dit op plastische wijze leven en we leefden mee met kloppende harten. (Volgens Alfred hadden dergelijke toestanden Verolme naar een tweede man (Alfred) doen uitzien, die wat van de spanning kon wegnemen, waarin hij weken vóór zo'n tewaterlating verkeerde. Later beschikte Verolme natuurlijk over andere werven).
22 mei. Bezoek van Engelien die er best uitziet en die vindt dat ik in een pak loop dat ik niet langer kan dragen, al heeft iemand haar ook gezegd "wat ziet je Vader er altijd netjes uit".Op zaterdag 9 augustus is Alfred met mij naar Botlek gegaan . Wij hebben daar de werf gezien met alles wat erbij behoort, ook het nieuwe dok dat nog in wording is, maar al zover dat de nieuwe tanker er al in opbouw oprijst. Er zijn twee grote voorwerpen in bewerking: de nieuwe tanker van 30.000 ton en de restauratie van dat vliegdekschip van Brazilië. En alles moet op een vooraf bepaalde tijd gereed zijn. En voor het geheel verantwoordelijke man is Cornelis Verolme. Dien gaan we nu bezoeken. Dus per auto naar Ridderkerk en daar het mooie huis binnengeroepen waar hij woont. Hij is ongeveer 58 jaar oud, ziet er jonger uit, heeft een jong uiterlijk en een heldere stem. En wij spreken weldra over nieuwe en oude tijd en ik vertel een en ander over mijn reis met de Zilveren Kruis.
Zondag 1 juni. (Te Hattem in hotel Blommenstijn) Prachtig weer, shantung pak. Om 4 uur muziek bij mevrouw Verkade, die bij zich heeft mevr. Hille-Gaerté, die vele kinderboeken schreef en thans beig is met een geschiedenis van Zwolle, haar geboortestad. Ze is oud. Mevrouw Verkade is ook oud, Hilda is oud, Trui Thoden van Velzen niet jong, Hessie oud en ik zeer oud. We worden door mevrouw Verkade voorzien van thee en cake enz. en spelen eerst Trui en ik het concert in E van Bach, dat ik niet goed speelde. Het laatste deel het beste. Jo Verkade maakte aanmerking op mijn streek, wat mogelijk goed is voor mij, Verder zegt ze mij dat ik bij forti dichter bij de kam moet strijken en altijd de stok onder een hoek van 90 gr. ten opzichte van de snaren. Jo Verkade speelde later een sonate van Locatelli, wel goed en ten slotte speelden we samen 2 violen en Trui piano, iets van Corelli, mooi
, 't was een prettig middag, die mij een beetje aan Cranford [roman van Mrs. Gaskell] deed denken, maar ik speelde minder goed dan thuis. [vrijdag 20 juni beschrijving van de bewoning van het nu te verkopen huis in Bilthoven]
11 september. [Bij een foto van Abe Lenstra]. Lenstra is onze grote voetballer, Van hem wordt ook verteld dat hij op zekere dag met zijn vrouw te Heerenveen thuis aan de koffie zittende een bezoek ontving van twee Italianen die hem, namens de Italiaanse voetbalbond, een belangrijk salaris boden gedurende een zeker aantal jaren zo hij zich verbond voor die bond te spelen en te Florence te wonen. Daarop moet Lenstra of zijn vrouw gezegd hebben "Florence is geen Heerenveen", waarna mevrouw Lenstra nog zou hebben toegevoegd "En dan nog de macaroni". Het slot van het onderhoud was een afwijzend antwoord.
Zondag 14 sept. '58, fraai weder, stil.
Hilda telefoneert met Tom en hoort:1. dat hij meer en meer gelukkig wordt over zijn keuze van v.d. Zweep voor de betrekking van directeur van de Reddingmaatschappij. V.d.Zweep is vol belangstelling, verder een echte technicus, op de hoogte van motoren en ook wat daarmede samenhangt. Hij heeft iemand ontmoet die hem zeide dat hij geen betere vervanger had kunnen uitzoeken. Tom zelf is in het algemeen geen technicus, heeft zijn verdiensten die vele zijn, uit andere bronnen. Tom heeft de "Zeven Provinciën" gezien 2. Tom en Ot zijn uitgenodigd en hebben deelgenomen aan een diner van 40 personen van de Gemeente Amsterdam in het stadshuis op de gracht van den burgemeester. Emmie, vrouw van Gijs, heeft een der kamers van dat huis behangen met kunstwerken van de hand van de Amsterdamse Joffer Lizzy van Ansing. Emmie en Gijs kunnen hun taak wel aan maar bij Gijs is diens gebrekkige of niet sterke gezondheid een rem en bij Emmie, zo zegt zij, kan zij haar taak aan als er thuis niets mis is.
Heden Woensdag 24 september Debora Land. De 15de sonate Mozart in bes en de 1ste in a gespeeld wat goed ging. Volgende maal 29 october spelen wij de 16e in as.
Tom kwam hier gisteren, sprak met mij over dingen de Reddingmij betreffende, vooral over het aanst. Kerstnummer van de Reddingboot waarin hij een artikel wil plaatsen over de "Fernando" welke stranding de stoot gat tot de bouw van een motorreddingboot, de 1ste "Brandaris". Tom vertelde welke indruk de "Zeven Provinciën op hem gemaakt had. Deze was zeer onaangenaam. Geen patrijspoorten, kleine verblijven, alles ijzer en stal.
Zondag 6 october 1958.Heden komt Alfred de trap opstormen. Hij gaat op Schiphol afscheid nemen van een Ierse minister die in Holland is in verband met het plan Verolme om een werf te bouwen in Ierland. Men moet voor zo iets de instemming hebben van vele Ierse vakverenigingen. Onze regering heeft dien Iersen minister een diner aangeboden, waartoe Verorlme en Alfred genodigd waren. Onze regering was vertegenwoordigd door minister Struycken. Ben tegenwoordig werkend aan Herinneringen. Gisteren Zaterdag muziek met kleinzoon Tom. We speelden de 1e en 2e sonate van Mozart. Tom speelt heel aardig, een aardige techniek. Het Handelsblad bevat een artikel over onze Marine, waarui de lezer verneemt hoeveel wij voor instandhouding van onze kleine Marine aan Amerika moeten danken.
Donderdag 27 nov. 1958. Bedekte lucht, regenachtig, stil. Heden op het Olympiaplein gesproken met een Volendammer, gewezen visser, die bij die viszaak behoort. Ik vroeg hem o.a. of de wijziging van Volendam van een vissersdorp met open Zuiderzee naar een dorp van een klein aantal vissers en verder fabrieksarbeiders hem in het hart had gegrepen. Neen, zei hij, helemaal niet. We denken nu heel anders over fabrieksarbeiders dan vroeger. Jan Plak is gestorven in een oude mannenhuis te Utrecht, naast een grote zatlap, rijk, naast arm.

1 9 5 9
4 januari 1959. Rosa Schmuller, de weduwe van Schmuller, komt ons bezoeken en brengt als geschenk mede een grote doos chocolade. Zij heeft een lief, fijn gezicht, zal vroeger wel een schoonheid zijn geweest. Is blijkbaar enthousiast over het succes dat de Russen hebben met de raket welke zij afschoten. Dit wil niet zeggen dat zij de maan raakten. Ze gingen ver wat men hierbij "niet ver" langs noemt en die raket wordt nu een planeet van de zon, blijft er omheen draaien. Rosa S. heeft een zuster te Moskou die medica is of chirurgica. Ze heeft Moskou bezocht. Ze vertelt dat het Russische volk thans een volk is geworden dat belangstelling heeft in wetenschap, een intelligent volk. De woningtoestanden zijn slecht. Men is niet vrij, maar ze is enthousiast over de raket. Op 9 februari werd ik naar de Boerhaavekliniek gebracht op een brancard in een ziekenwagen. Twee forse kerels droegen mij. Een van die kerels heette Agema, vroeg of ik in de Marine was geweest, de naam kwam hem bekend voor. Hij kwam uit Den Helder. Ik kreeg een kamer alleen waarin ik 38 dagen en nachten in bed liggende doorbracht. Ik werd terdege doorgelicht. Dat doorlichten was een vervelende geschiedenis. Ik kreeg twee bloedtransfusies om het door de bloedingen veroorzaakte bloedverlies goed te maken. De pijn is in de kliniek dadelijk weggebleven. Ik kreeg daar ook geneesmiddelen tegen ontsteking van de darm en tegen bloedingen. De thuiskomst was een groot feest. Ik kan niet goed lopen. Mijn benen hebben al die tijd geen dienst gedaan, eerst de laatste dagen kreeg ik vergunning mij te oefenen in lopen op de gangen van mijn ziekenhuis.
21 maart. Eerste wandeling op straat met Hilda langs kade, over kanaal en daar brieven gepost en terug. 't Was vermoeiend, zowel voor Hilda als voor mij. Thuis in luie stoel in slaap gevallen. Heden 6 juni '59 kwam Loekie van Eeghen, een oude vriendin van Drafna toen wij nog jonge mensen waren. Zij is nooit getrouwd, heeft steeds belangstelling gehad en getoond voor de openbare zaak, ik zal bijv. noemen internationale vrouwenbescherming en dergelijke bewegingen. Het was treffend op 4 mei, donderdag om 8 uur 's avonds plotseling de stadslichten te zien aangaan en 2 minuten te zien branden. Gedurende die 2 minuten was het doodstil op straat.
Loekie sprak over de vliegende schotels. Ze is in Peru geweest om daar een familie op te zoeken, de Andes over en in het gebied van de Amazone. Een man die Adamski heet, een boek heeft beschreven over vliegende schotels en die beweert en blijft beweren dat hij de wezens die ze afzenden heeft ontmoet. Vanmorgen 8 mei te voet naar Scheepvaartmuseum en daar gesproken met mevr. Claes die mij laat zien alle tekeningen welke ik aan het Museum schonk. Daarbij zijn m.i. mooie aquarels van bomschuiten van Katwijk. 's Avonds brief van Olga die meedeelt dat zij voor een algeheel onderzoek moet worden opgenomen in ziekenhuis wegens verschijnsel in de borst. Dit heeft tot gevolg dat zij niet langer kan medewerken aan de Dickens verering [zij was secretaresse van de Dickensians, een door Godfried Bomans opgerichte vereniging]
12 mei. Olga is opgenomen te Bussum. Het plekje, knobbeltje in de borst, is geconstateerd kwaadaardig te zijn en daarom heeft een amputatie plaats gehad. Wij weten op het ogenblik niet precies hoe het met haar gaat.
16 mei. Over Olga getelefoneerd met Hilda van Reede [dochter] em gehoord dat zij direct na de operatie koorts had, nu niet meer, maar dat ze zich nog altijd slap voelt en dat ze het bed mag verlaten en wat rondwandelen. Verder dat de dokter over het algemeen tevreden is. Dan zoekt John op het ogenblik een adres in Zwitserland op om daar een tijdje te blijven. Bomans heeft een honderdtal of meer Dickens-gezinde Britten opgewacht aan het station, een deel hunner is in een "stage coach" naar hun hotels gebracht.
Vrijdag 22 mei '59 wordt het schip voor Perzië op de werf van Verolme gebouwd, 33000 ton, meer dan 22 meter lang, te water gelaten in tegenwoordigheid van onze koningin Juliana, de Sjah van Perzië en vele andere mensen. Alles ging goed. Sonia zag er allerliefst uit.
29 mei. Ik ben nu in het jaar 1896 met mijn Herinneringen, ben daarmede op het ogenblik aan boord van de Van Speyk op de thuisreis, aandoende een 8 tal havens, onder kommando van kapitein ter zee F.K. Engelbrecht, door mij gedoopt de Radjah Brul.

1 9 6 0
Zondag 10 januari heeft Hilda mij bewusteloos aangetroffen liggende op de grond in mijn slaapkamer met het hoofd in zuidelijke richting. Hilda heeft toen Tom opgebeld die gekomen is en mij in mijn bed heeft gelegd. Het bleek dat ik gekwetst was aan het achterhoofd. Iemand heeft daar een pleister aangelegd. Dr. van Det [benedenbuurman] is even geweest. Hij schreef mij een geneesmiddel voor en verschafte het ingeval ik onrustig zou zijn. Ik was niet onrustig. Het middel werd door Engelien weer aan Van Det teruggegeven op één pastille na die door Hilda werd ingenomen als kalmerend middel. Later werd mij verteld dat iets dergelijks in October geschiedde op dezelfde plaats doch zonder de kwetsuur. Het was toen ook Tom die mij weer in bed legde. ([Hans Colenbrander vermoedde dat de valpartijen het gevolg waren van een storing in de bloedcirculatie van de nek, als Vader een schone boord aandeed en een boordeknoopje voor de spiegel vastmaakte. Zij kreeg toen (of wat later) gedaan dat er nieuwe no-iron overhemden met vaste boord aangeschaft werden].
17 januari. Hoor van Hilda dat het niet goed gaat met Olga. Ze heeft weer pijn op die plek waar vroeger een kwaadaardig iets is weggenomen. Hilda neemt het woord kanker. Het is moeilijk zoiets te verdragen.
30 januari. In de namiddag komt Willem van Marle en wij spreken met hem over zijn moeder die wel eens de wens schijnt te hebben geuit te kunnen spreken over geestelijke dingen, en die niet kan spreken met den dominee van Huizen, dien ze wel eens heeft ontmoet. Heden 12 februari komt Engelien ons met de auto halen om Olga te bezoeken. Wij vinden Olga heel opgewekt en spraakzaam en ze toont me een van de boekjes waarin ik verhaaltjes heb geschreven en zegt mij dat ze er gespannen in ligt te lezen. Haar hals is gezwollen, maar ze is ook tamelijk gauw vermoeid en dan verlaten wij haar. Het is een zeer droevig gezicht ons lieve dochtertje op dit ernstige ziekbed te zien. Ik geloof dat zij er zich van bewust is zeer zwaar ziek te zijn en dat zij geleidelijk los raakt van de aarde.
10 april Terwijl ik studeerde aan de zevende sonate van Mozart kwam Tom, na eerst bij Hilda te zijn geweest en zeide mij eerst dat het niet goed ging met Olga, toen, op mijn vraag of zij gestorven was, bevestigend antwoordde. Het is moeilijk zoiets te aanvaarden, maar de eerste gedachte welke opkomt is er een van dankbaarheid omdat zij uit haar lijden is. Maar toch blijft het moeilijk dat dit jonge leven, wat haar aardse bestaan betreft, ten einde is.
14 april. Na de begrafenis zijn alle kinderen bij ons gekomen. Tom heeft heel eenvoudig en mooi gesproken. Ook John sprak heel goed en Willem las psalm 23 en bad het Onze Vader. Er kwamen zeer veel mensen, wel 250, en het nieuwe kerkhof is heel mooi aangelegd. Chr. P. van Eeghen was er en G. Oyens die erg oud en hulpbehoevend was geworden.
17 september. Tom heeft een brief van Chré gekregen die hem in kennis brengt met een bericht in een rooms blaadje waarin het bericht staat dat in [1906] de gepensioneerd luitenant ter zee 1e klasse H. de Booy is uitgedaagd door den dichter Van Deyssel op grond van een belediging welke hij heeft ondervonden van Mengelberg en Diepenbrock. Hij (v. Deyssel) sloeg op het Rokin de hoed van Diepenbrocks hoofd en daagde daarop H. de Booy uit hem met de blanke sabel genoegdoening te geven wegens de belediging hem aangedaan. Ik antwoordde dat ik die uitdaging niet aanvaardde, maar ik weet niet meer in welke woorden ik dit deed. Ik kan mij niet herinneren dat ik Van Deyssel beledigde. Zijn uitdaging heb ik vernietigd en ik bezit geen klad van het antwoord.
(Het familieverhaal luidde, dat mijn moeder tijdens een koorrepetitie een brutale opmerking had gemaakt toen Van Deyssel deze de sopranen had becritiseerd. Van Deyssel eiste dat mijn vader daarover excuses zou aanbieden, die echter meende dat dit een zaak van zijn vrouw was en hij niet kon beoordelen wie gelijk had, daar hij er niet bij was geweest. Van Deyssel had de tekst geschreven van een cantate die uitgevoerd zou worden door het Toonkunstkoor. Het verhaal van de hoed herinner ik mij andersom: Diepenbrock zou Van Deyssels hoed hebben afgeslagen. Iedereen bemoeide zich met de zaak: Vaders zwager Charles Boissevain zei in die tijd tegen hem op het terras van Americain "Dit is misschien wel je laatste biertje". Van mijn vader rest alleen een lakonieke aantekening uit 1906:"Kwestie Alberdingk Thijm. Hij daagt mij uit tot een duel". Volgens zijn Herinneringen is Van Deyssel in een open rijtuig naar huize De Booy gegaan om hem uit te dagen, zich daarbij zee romantisch voelende. ).
Woensdag 19 october '60. Heden de zoekgeraakte bril teruggevonden (geheel onbedekt) in een laatje van het mooie huishoudkastje van Mik. Het is verwonderlijk hoe een bril op zulk een wijze kan zoek raken, maar niemand heeft ook bij ons zoals ik een ouderdom bereikt van 93 jaar.
Zondag 6 november 1960.
(Tekst van een condoleancebrief wegens het overlijden van de weduwe van Jhr. W.A. Ortt. (het dagboek begint op een brievenboek te gelijken). Mijn oudste herinneringen binden mij aan mijn vriend Willem Ortt en aan alle leden van zijne familie, ook aan haar, die wij het voorrecht hadden enige malen te onzen huize te mogen ontvangen en wier ter aardebestelling (en ik vertegenwoordig ook mijn echtgenote), wij wegens onzen hogen ouderdom niet kunnen bijwonen. Wij betuigen U onze deelneming bij het grote verlies dat U treft.
Maandag 7 nov. 1960. goed weer. Bij Godetia bloemen besteld voor ongeveer 10 gulden (deze betaald) voor bloemen begrafenis mevr. de Wed. W.A. Ortt, morgen. Daarna les van Debora Land. Sonatines van Schubert. De 1ste ging bijzonder goed, de 2de iets minder.
Donderdag 10 november '60. Gisteren kwam ons 's avonds Bertie Boissevain bezoeken, een neef van Hilda. Hij kwam met het merkbare voornemen te blijven deelnemen aan ons avondeten. Voordat het daarvoor de tijd was genoot hij van wat een fles vermouth opleverde. Hij is een ontwikkeld mens. Toen het ogenblik van het avondeten naderde moest Hilda hem zeggen dat zij zeer vermoeid was en hem niet kon aanbieden mede aan te zitten aan het avondeten.
(In een brief aan Olga van 24 aug. 1957 (fam. arch. nr 380) schrijft mijn vader over hem: "We kregen nog een bezoek van Bertie Boissevain, zoon van Willie B. en een freule De Geer. Hij komt ons geregeld - met grote tussenpozen - bezoeken en krijgt dan altijd een paar bellen jenever en zoveel sigaren als hij kan oproken, het waren er nu drie en het is aardig te zien hoe hij geniet. Hilda vroeg hem te blijven avondeten en dat deed hij en genoot. hij is een echt "Heer" vind ik, ken gezellig praten, heeft goede manieren en verder geen cent" ).
Vrijdag 25 november 1960. Een drukke dag van bezoeken. Wij ontvangen bezoek van een ons tot dusver onbekenden neef, genoemd Jan de Booy, die advokaat in ons Indië is geweest en in 1922 daaruit is teruggekomen. hij is gehuwd met Anne Alberts, heeft een zoon die Lucas heet. Hij heeft een aangenaam uiterlijk, het uiterlijk van de De Booy's. Zijn vrouw heeft een gebrek aan een been. [de verwantschap berustte op een gemeenschappelijke voorvader ongeveer 7 generaties terug.]
Maandag 12 dec. 1960. Vandaag met Debora Land de 2de sonate van Schubert gespeeld. Het resultaat was dat ik was vooruitgegaan vergeleken met een maand geleden, maar dat er nog verscheidene plaatsen zijn die verbetering behoeven en dat wij dezelfde Schubert weder zullen spelen op 2 januari.
Woensdag 14 december '60. Sneeuw.
Een werkman bezig op ons trottoir wat doet denken dat dit zal worden versmald om de rijweg breder te maken. Ina [Santhagens] opgebeld om te zeggen dat ik wat minder moed heb om te spelen, wat in verband staat met mijn hoger wordende leeftijd,. Zij aanvaardt dit vol begrijpen. Afgesproken dat ik zodra ik wel weer moed zal hebben haar zal opbellen en zij dan bijons zal komen. Ik spreek even over de 2de sonate van Schubert, waarvan zij de pianopartij zeer moeilijk vindt. Ik beaam dit, wat de vioolpartij betreft.
Zondag 25 december 1960. 1ste kerstdag. Wij, Hilda en ik - zijn heden genodigd bij Tom en Ot met de andere kinderen die we daar zullen aantreffen. waar John ons heen zal brengen en 's avonds zal komen halen. Het was treffend John weder eens te ontmoeten dien wij na het verlies van Olga nog niet hadden ontmoet en ook hij toonde het op prijs te stellen ons weder te ontmoeten. Ik had een van de boekjes "Mensen die ik ontmoette " meegenomen, waarvan gebruik is gemaakt om familieleden met de inhoud in kennis te stellen. Die verhaaltjes van ervaringen opgedaan met landgenoten werden zeer op prijs gesteld.

1 9 6 1
23 juni. Heden word ik vier en negentig. Mijn geheugen is zwak geworden.(Hierop volgen vele bladzijden met herinneringen aan zijn tijd in Atjeh, deels ook - maar korter- in zijn Herinneringen vermeld. Hierbij ook enige foto's ingeplakt uit die tijd. De aantekeningen over de dagelijkse gebeurtenissen zijn uitvoerig en niet van veel belang. Van de mensen die hem opzoeken kan hij zich vaak niet meer de namen herinneren).
Zondag 2 juli '61. De heer Ascher is er zich niet van bewust dat ik door mijn echtgenote ben geroepen om zijn naakte bovenlijf te bewonderen of op zijn minste te bezien.
Maandag 3 juli. Het is heden minder warm, maar toch nog te warm.
17 augustus [n.a.v. een brief van Paul Rijkens, gepubliceerd in het Handelsblad]. Mij schijnt het dat onze Regering zich in een moeilijke toestand bevindt. Nederland heeft aan Nieuw Guinea ook miljoenen uitgegeven, ook een Papoearaad benoemd en aan de bevolking zelfstandigheid toegezegd binnen tien jaren. Wij zouden dan Nieuw Guinea overgeven aan de bevolking die haar eigen land zou regeren. Het is volgens mij niet mogelijk wat beloofd is, toegezegd, niet uit te voeren. Met Tom en Alfred over Nieuw Guinea gesproken. Wat Tom betreft, vernomen dat hij al lang niet ingenomen is met de weg die onze Regering gevolgd heeft wat N.G. betreft, een weg die tot de moeilijke toestand geleid heeft waarin wij ons thans bevinden. Alfred gelooft het wel eens te kunnen zijn met Hilterman. Alfred gelooft dat wij geleidelijk moeten gaan in diens richting, war dan ook zal zijn geleidelijk toegeven aan de eisen van Indonesië. Als men bedenkt wat door Nederland aan de Papoeabevolking is beloofd, schijnt mij dit moeilijk, zo niet onmogelijk, en ik ben dus vol zorg over de toekomst wat dat betreft.
Vrijdag 8 september . Een lang en hartelijk bezoek van een ouden vriend met wien ik lang geleden Texel omliep, Kees van der Leeuw- nu Dr. C.H. Ik nam het verhaal van die wandeling op bij de verhalen met Mensen die ik ontmoette.
(Mijn vader schreef enkele schriften vol met die verhalen, die hij aan verschillende mensen gaf. De samenstelling was niet altijd dezelfde. Het verhaal van die tocht ben ik niet tegengekomen)..

1 9 6 2
Heden zaterdag 24 februari 1962. Mevrouw de weduwe Heldring komt Hilda bezoeken om 4 uur. Zij spreekt over Chris van Eeghen, die volgens haar over een fabelachtig geheugen beschikt. Zij houdt echter niet van hem en wel wegens zijn gierigheid, waardoor hij valt over een dubbeltje.
10 september. Onze zoons hebben geen bezwaar tegen de oplossing van de vraag Nieuw Guinea. Zij zien wel dat Holland een mooi stuk werk moet staken, maar ook dat het niet anders zou kunnen.
30 september. Heden prachtig zonnig weer, begonnen met verbeteren en afwerken van de tekening-aquarel- van het uitzicht van de huiskamer, ook viool gestudeerd aan de zesde sonate van Mozart, die Elsbeth bij haar volgend bezoek zal begeleiden. Ze was er gisteren, zag er goed uit, was vrolijk en begeleidde de 4de van Mozart, heel goed, gevoelig, en mijn viool hield zich ook goed.
Gisteren hadden wij Hilda's vriendin Lous Beyerman bij ons te eten, een dame die bejaard is, kunstenares op het gebied van beeldhouwen, die o.a. het werk heeft gemaakt dat in onze huiskamer hangt, Hilda's kop. (Mevrouw Beyerman maakte een plaquette van mijn moeder en profiel, die indertijd is was aangebracht in het Montessori-Lyceum, toen in de Hagedoornstraat, als dank voor het werk dat zij als oprichtster van die school gedaan heeft. Het schijnt niet verplaatst te zijn naar het nieuwe gebouw). Vandaag ben ik toen ik het huis verliet om met Hilda de dagelijkse wandeling te gaan maken door een mij niet goed bekende oorzaak op de zijweg vlak bij het huis gevallen. Mensen die ik nog nooit gezien had, waren zo vriendelijk mij op te helpen, met groot vertoon van vriendelijke gezindheid en gelaatsuitdrukking en woorden, waarna ik in staat was mijn wandeling met Hilda te beginnen.
Dinsdag 30 oct. '62. Tom komt ongeveer tegen de middag spreken over het bijwonen van de herdenking van het bestaan van Scheepvaartmuseum, die zal plaats hebben op plechtige wijze met vele hoge Heren zoals Ministers en anderen, in het Concertgebouw, terwijl het bijwonen van de receptie in het Museum zelf mij wordt ontraden. Daar ik geen verlangen heb om in het Concertgebouw naar lange redevoeringen te luisteren gekleed in een pandjesjas ga ik noch naar het Concertgebouw noch naar het Museum, wat ook met het oog op mijn ouderdom een gelukkige oplossing is. Ik schrijf een hartelijk briefje aan Cox.
31 oktober. Wij maken uit de courantenberichten op dat Tom de Booy niet op de top van de Nilgiri is geweest en wij stellen ons voor dat dit een grote tegenvaller moet zijn geweest en men vraagt zich af wat de oorzaak kan zijn geweest. [later bijgeschreven] Van Tom gehoord dat Tom Nilgiri griep heeft.
Zaterdag 10 november 1962. Bewolkt. Stijve koelte. Oostelijke koude wind. Ontvang het laatste exemplaar van het blad van de stichting Nationaal Nieuw Guinea Comité onder de naam Nederlands Nieuw Guinea, een blad dat goed verzorgd werd uitgegeven. Het doet pijn zo'n laatste nummer te ontvangen over een land, waar Holland een prachtig werk verrichtte. Heden is zondag 11 november 1962 en toont de natuur zich met een van grijze kleur bedekte wolken en een flauwe koelte uit het Oosten, dat rimpels maakt in het water van onze vaart. De uiting van den bevelhebber der Indonesische Marine, vermeld door ons Handelsblad, toont zijn spijt over het tot stand komen van een overeenkomst met Nederland, waardoor de mogelijkheid vervalt om, gebruik makend van een veel sterkere Marine (geleverd door Rusland) de Nederlandse geheel te vernielen. Het enige goede wat men van deze woorden kan zeggen is, dat deze bevelhebber, die naar ik geloof Soebandrio heet, dat men nu weet wat men aan dezen medesluiter van een overeenkomst heeft.

1 9 6 3
18 januari. Er hebben een tienduizend mensen aan de elfstedentocht deelgenomen. Ook Tom (Andes). [d.w.z. zijn kleinzoon Tom, die in de Andes was geweest]
5 februari. Met Elsbeth heb ik slechts de 4de sonate van Mozart gespeeld, maar het is een sonate die met grote zorg moet worden gespeeld. Aan de thee vergast ik Elsbeth op enige ietwat komische avonturen in mijn jeugd, toen ik dienende op de "Panther" een uitnodiging aannam tot een dansavond en daar op ongepaste wijze werd behandeld.
Zondag 5 mei, de dag waarop men zou denken dat deze zich zou kenmerken door een algemeen vlagvertoon, maar dat is niet zo. Daar Hilda op Zondag niet wandelt in de open lucht, wat geldt als een wet van Meden en Perzen, de tweebruggenwandeling alleen gedaan en ondervonden dat er een koude zuidwesten wind woei, een koude bramzeilskoelte, maar ik vond het toch aangenaam even in de buitenlucht te zijn.
16 augustus. Heden komt Engelien en onder haar welluidende aandrang koop ik een broek van Van der Heyden voor f 52,50. Maar bovendien gelukt het Engelien door haar beminnelijke overtuigingskracht een door Van der Heyden aangeboden zwart en grijs jaquet en bijna zwart vest als gekozen te aanvaarden en er mij mee te sieren. Op het ogenblik herinner ik mij niet wat het aan de broek toegevoegde jasje en vest zal kosten, wel dat het meer dan tweehonderd gulden is.(De aankoop werd gedaan op aandringen van Colenbrander die wanhopig was door de versleten toestand van Vaders kleding. Maar toen wij na het bezoek aan de winkel thuiskwamen zei Vader:"Ik ga nooit meer met je uit, je bent me veel te duur").
6 november. 8.15 namiddag kwam Tom jr. met wien ik de elfde en daarna de vierde sonate van Mozart speelde. Hij is vol leven, ook als begeleider, misschien als wat minder leven beter zou zijn. Hij deed ook mij toeschijnende fantastische verhalen over de door Vader Toms optreden verkregen toename van het bezit der KNZHRM, dat millioenen zou bedragen in guldens, hij sprak zelfs over tien miljoenen. Het is niet onmogelijk dat hij, evenals zijn piano, zijn vaders mededelingen over de toename van het kapitaal der reddingmaatschappij te fors aanpakt.

1 9 6 4

Maart 1964. Tekening van Hendrik de Booij op 96e jarige leeftijd
 

7 juni 1964. Ongeveer 6 uur een wandeling, Ik geniet van de buitenlucht. Hilda "dacht er niet aan": mede te genieten van de buitenlucht, zon met een stijve koelte, waar bij de "Zilveren Kruis" de bramzeils nog dienst zouden kunnen doen. Ik behoor nu tot de thans zeldzame mensen die nog zeilschepen bevoeren op de grote Oceaan, waar albatrossen de meest voorkomende vogels waren.
26 juni 1964. Ik heb een aardige herinnering aan de viering van mijn 97ste verjaardag. We hadden Alfred en Sonia bij ons ten eten en hadden een lekkere taart aan het dessert.
10 juli '64 aan bijbank Ned. Handelmij Minervaplein opgedragen voor mijn rekening met
f 2000 in te schrijven Ned. Staat 5 1/4. 's Avonds ongeveer 7 uur terwijl wij aan tafel zitten komen Tom en Ot. Tom gaat Ot uitgeleide doen op haar reis naar Saenen. Zij gaat luisteren naar Krishnamurti.
12 juli '64 is de verjaardag van onze Hilda.

EINDE DAGBOEK.

(Kort na deze verjaardag kreeg mijn Vader weer een 'vaataccident' waarvan hij ditmaal niet genas. Hij bleef nog 2 maanden leven, was aan één kant verlamd en had spraakstoornissen, maar begreep heel goed wat er in zijn omgeving gebeurde en wat men tegen hem zei. Hij overleed op 7 september 1964)..