Lezing vrijdag 27 november 2009: "Mijn ervaringen op het Geologisch Instituut in de periode september 1942 - november 1970 ".

Aankondiging van de Reünie 2009 van Stichting Geologisch Instituut Amsterdam*)
Op vrijdag 27 november 2009 is er weer een borrel. Nu met vernieuwde Indische catering en onbeperkt drinken in een tot de verbeelding sprekende omgeving. Geen gedoe met bonnetjes, maar gewoon zelf tappen en inschenken.
De bijeenkomst vindt plaats in de Oosterkerk. Kleine Wittenburgerstraat 1, Amsterdam
Het programma is als volgt:
18.00 uur Ontvangst met koffie, thee of aperitief in de Oosterkerk
18.30 uur Openingswoord door de voorzitter Prof. dr Jan-Diederik van Wees
18.45 uur Instituutslezing door dr Tom de Booij, getiteld: Mijn ervaringen op het Geologisch Instituut in de periode september 1942 - november 1970
19.30 uur Schier onbeperkt drinken en eten
---------
*) De Stichting stelt zich ten doel het contact tussen ex-bewoners van het Geologisch Instituut aan de Nieuwe Prinsengracht 130 te Amsterdam te onderhouden

Ten geleide: Tijdens de reünie van 2008 heb ik aan het bestuur voorgesteld om een lezing te mogen houden over mijn tijd aan het Geologisch Instituut in de periode 1942-1970. Ik zou me alleen beperken tot de feiten. Het bestuur heeft mij inderdaad uitgenodigd om deze lezing te houden voor de reünie van 2009. Ik heb aan de hand van een groot aantal overheadsheets mijn ervaringen verteld voor een 40 tal oud-studenten en oud-stafleden van het Geologisch Instituut.  Het gepresenteerde materiaal is grotendeels reeds door mij op mijn website in mijn dagboeken weergegeven. Ik heb in mijn  lezing dit materiaal samengevat. Helaas had ik teveel materiaal zodat ik tegen het einde van de lezing in tijdnood kwam. Ik heb teksten en foto's, die ik niet heb kunnen laten zien opgenomen.
Na de lezing waren er toehoorders die tegenstrijdige meningen hadden. Er waren er die vonden dat ik oorzaak was dat Geologisch Instituut ten onder was gegaan, terwijl anderen de mening waren toegedaan, dat ik juist geprobeerd had te redden wat er te redden viel. Ik ben niet ingegaan op deze verschillende gezichtspunten en me beperkt tot de ervaringen uit de periode zonder daar achteraf uitgebreid commentaar op te geven. Volgens mij spreken de feiten voor zich zelf en kan een ieder zich daar over een mening vormen. Ik meen er goed aan om de gepresenteerde sheets hieronder af te drukken. Speciaal voor de oud-studenten en oud-stafleden die niet aanwezig waren bij mijn lezing.
Voor foto's van een deel van de studenten ,die ik onderwijs heb mogen geven, zie link Studenten Geologisch Instituut.
 

1. De ontwikkeling van de aarde.  

De aarde van geboorte tot zijn dood. Van  links naar rechts: Geboorte uit het stof van de de oernevel en eindigt als stof van de witte dwerg

2. De doorsnede van onze aarde laat zien hoe dun onze continentale aardkorst is (maximaal 60 km) en hoe groot de krachten zijn in de diepere delen van onze aarde, die ons beïnvloeden.

3. Het Geologisch Instituut aan de Nieuwe Prinsengracht is gebouwd in 1930-‘34

 

Bouw van het Geologisch Instituut: Links  27 september 1930. Rechts:5 september 1931

Links: Bouw van het Geologisch Instituut 22 januari 1932; Rechts: Opening  Geologisch Instituut van Amsterdam 8 mei 1934

Op de voorgevel van het Geologisch Instituut staat het beeld van Moeder Aarde met haar armen, aangevende de opbouwende en afbrekende krachten (gemaakt door Hildo Krop).

3. Professor Hendrik Albertus Brouwer.

H.A. Brouwer (1886-1973)

Brouwer werd op 31 jarige leeftijd in 1918 als hoogleraar verbonden aan de Technische Hogeschool te Delft. Het was vooral te danken aan burgemeester Willem de Vlugt, dat hij in 1928 naar Amsterdam werd gehaald. Gebruikmakend van aanbiedingen uit de VS en uit Utrecht wist hij te bereiken, dat hij in 1934 in het nieuwe complex op het Roeterseiland een luxueus ingericht instituut kon betrekken.
Het is opmerkelijk dat dit midden in de crisistijd dit Instituut werd gebouwd.

4. In september 1942  ben ik begonnen met mijn geologische studie in Amsterdam

Lid van het dispuut B.E.E.T.S, tweede van rechts

5. Mijn houding in 1942 tov de jodenvervolging
Mijn geologisch Instituut was gelegen dichtbij de Hollandse Schouwburg waar de Joden zich moest melden om daarna te worden getransporteerd naar Westerbork om vandaar naar de concentratiekampen en gaskamers van Duitsland. 104.000 joden overleefden het niet. Dit was ons toen niet bekend, wel zagen we de joden met hun gele davidster lopen. Ik kocht zelfs mijn broodjes voor de lunch in de Plantage Middenlaan waar de Hollandsche Schouwburg was gelegen. Het was voor mijn een non-probleem. Het raakte je niet, het hield je niet bezig. Onbegrijpelijk hoe een mens zijn gezichtsveld kan vernauwen.
Later heb ik een passage uit het dagboek van onze conservator de Koning bemachtigd waarin de volgende zinnen staan:
20 februari 1942 Een rechercheur is in het Instituut geweest die meedeelde dat het bordje : "Verboden voor Joden" dat ongeveer eind Januari door hem gebracht was bij Prof. Brouwer, vernietigd kon worden. Oorspronkelijk moest het bordje aan de deur van de zaal waarin lezingen werden gehouden (geen colleges en colloquia).
6 maart 1942. De geol. candidaat Cohen kwam meedelen, dat hem door het Depart. van K.V.V. het verder studeren van de Gem.Universiteit was ontzegd.

De Hollandse Schouwburg aan de Plantage Middenlaan in Amsterdam


De Joodsche wijk, net ver gelegen van het Geologisch Instituut

6. We hadden het kunnen weten.
Uit een artikel in het Parool nr 58 van 27 september 1943: Concentratiekampen waar de Nazi's hun idealen in praktijk brengen.
Bladzijde 5: In de loop van de oorlog heeft men de liquidatie van gevangenen tegenstanders en vijanden nog belangrijk gerationaliseerd. Het " umlegen" zooals de technische term luidt, geschiedt thans reeds geruime tijd in de Gaskammer, die in alle kampen gebouwd is. Zoo'n gaskamer maakt den indruk een badlokaal te zijn. Een groot aantal menschen wordt er naakt in gebracht, dat heeft het voordeel, dan men de lijken naderhand meteen verasschen kan, zonder dan men eerst de kleeren behoeft uit te trekken. Het procédé is eenvoudig. De deuren gaan dichten de kranen gaan open. Een kwartier later komt het lijkencommando om de slachtoffers weg te halen. In het kamp Auschwitz zijn op deze wijze vele tienduizenden Polen, Joden en Russen gedood. Een half jaar geleden heeft men hier de Gaskammer, de een capaciteit had van 200 personen, belangrijk vergroot, zoodat er thans 1000 man tegelijk in kan. In de Gaskammer van Neu Gammen (bij Hamburg) zijn vele Nederlanders om het leven gebracht.

7. In februari 1943 begint voor mij pas de oorlog omdat van mij gevraagd om loyaal te staan tegenover de Duitsche bezetting door onderstaande verklaring te tekenen.
De ondergeteekende, … geboren, … te, wonende te … verklaart hiermede plechtig, dat hij de in het bezette Nederlandsche gebied geldende wetten, verordeningen en andere beschikkingen naar eer en geweten zal nakomen en zich zal onthouden van iedere tegen het Duitsche Rijk, de Duitsche Weermacht of de Nederlandsche autoriteiten gerichte handeling, zoomede van handelingen en gedragingen, welke de openbare orde aan de inrichtingen van hooger onderwijs, gezien de vigeerende omstandigheden, in gevaar brengen.

8. Door de loyaliteitsverklaring niet te tekenen moest ik februari 1943 onderduiken.

Van februari tot mei 1943 ben ik ondergedoken in Wiesel en als boerenknecht gewerkt bij boer Louis Dobbelman

9. In mei 1943 moesten we ons melden om in Duitsland te werk te worden gesteld

10. Mijn vader krijgt 2 Juni 1943  een gestencilde brief van de SS-Gruppenführer Rauter met de volgende inhoud:
Amsterdam, den 12.Mai 1943. Euterpestraat 99 Zimmer 25
Oproep! Vastgesteld werd dat de student T.de Booij geen gehoor gaf aan de beschikking 55/43 van de 4.5.1943 bij de melding op 6.5.1943 niet verschenen. Daar hij tot op dit ogenblik niet in het kamp Ommen aangekomen is, wordt U als uitoefenaar van het Ouderlijke gezag of voogdij gevraagd, welke maatregelen gij genomen hebt ten aanzien van de verplichte melding van Uw zoon en wat U met het oog op stuk IV4 der beschikking No. 55/45 van 4.5.1943 zult doen. Der Höhere SS-und Polizeiführer beim Reichskommissar für die besetzten niederländischen Gebiet gez. Rauter SS-Gruppenführe und Generalleutenant der Polizei.

11. In het kroondomein in een door ons gemaakt hol gewoond met 3 studenten en een jodenjongetje  (helaas door verraad wegevoerd en niet meer teruggekomen) van 6 mei tot 23 september  1943

Ons hol in aanbouw

12. Gearresteerd door verraad 23 september 1943,via Huis van Bewaring naar Concentratiekamp Amersfoort tot 9 maart 1944, daarna tewerk gesteld in Gelderen (Duitsland) als boerenknecht en via valse papieren weer in april 1944terug in Nederland.

Links: Weggevoerd van HvB Arnhem naar Kamp Amersfoort; Rechts: mijn nummer genaaid op mijn uniform in kamp Amersfoort

Met valse papieren van Duitsland weer terug in Nederland

13. Lid van de ondergrondse in Aerdenhout en na de bevrijding mei 1945 lid van Binnenlandse Strijdkrachten

Links: lid van de ondergrondse Rechts: lid van Binnenlandse Strijdkrachten (voorste rij vierde van links). Ik heb met een aantal van de groep Pieter Menten  en eveneens mijn paleontologie professor Gerth.

14. Studie geologie in Bern, Zwitserland van september 1945 - september 1946  



Mijn karteringsgebied. Rechts de hoogste top Becs de Bosson 2985 meter.



Een gedeelte van de geologische kaart, 1: 25.000

15. September 1946. Ontmoeting met studenten van het Geologisch Instituut Amsterdam in Zermatt


1946  Groepsfoto Amsterdamse geologen met achtergrond de Matterhorn. Achterste staande rij vlnr: Lakeman, x, Cees Egeler, Verbeek, x ,Van Tellingen, Kieft. Prof Brouwer,x, Professor Rutten, Taco van der Harst,x, de Knijff, Netelbeek, x, x, x, Ernst Ten Haaf met pijp, x, x, Smit, x. Zittend vlnr. x, Budding, Bosschart, Ritsema, x, de Munck, x, Reinier Ritsema, Jan Stam, x, x,x,

16 Excursie Vogezen en Ardennen. Juni 1947

Groepsfoto van de geologen tijdens de excursie in de Auvergne, juni 1947. Voorste rij tweede van rechts

17. Voorjaar 1947 Excursie Zuid West Engeland

Geologische excursie Zuid West Engeland 

18. Zomer 1947 Inleidende excursie voor ons karteringsgebied in Corsica

Groepsfoto tijdens geologische excursie in Corsica juli 1947. Voorste rij vlnr Bob Speijer, Tom de Booij, Professor Brouwer, Gerard Bakker, Albert Smit. Achterste rij Plomp, Cees Egeler, Reinier Ritsema, Brondijk, Netelbeek, Lo Ritsema,

19. 1948. BPM studieprijs
's-Gravenhage, 19 oktober 1948
Bij de uitreiking van de studieprijs heeft Ir. H. Bloemgarten, directeur van de B.P.M. een toespraak gehouden waarin hij nader op de richtlijnen inging. Tot onze spijt hebben wij dit jaar slechts 19 kandidaten de studieprijs waardig kunnen keuren en ik zal thans deze prijswinnaars oproepen en hun de oorkonde uitreiken. 1. J. L. Unger, 2. P.C. Veenstra, 3. E.H. Bruist, 4. J.A. Poulis, 5. A. Nilsson, 6. J. Hospers, 7. P.J. Gellings, 8. Th.M. Wormer,9. T. de Booij, 10. F.E. Douwes Dekkr, 11. L.W. ter Haar, 12. M. Bogaardt, 13. P. Cossee, 14. G.J. Spies, 15. A.K.v.d Vegt, 16. J.W.H. Steeman, 17. Th. J. de Boer, 18. G.A.Kluitenberg, 19. F.G.Buizer.
Het zijn alle studenten van Nederland in de beta vakken, die hun kandidaatsexamen met goede cijfers hebben afgelegd en na het interview met de B.P.M. zijn geselecteerd.
(De prijs geldt voor vier jaar en mag niet aan de studie worden besteed wel aan hobby's. In mijn geval bergklimmen en pianolessen, totaal ontvangen 10.000 gulden)

20.  1949 Excursie Ardennen –Luxemburg

Groepsfoto geologische excursie Luxemburg

Groepsfoto geologische excursie Luxemburg en Vogezen. Tom tweede van rechts achterste rij

Professor Brouwer tijdens de excursie in Luxemburg maakt een fraaie cricketslag of hij de bal heeft geraakt is niet bekend. Ceha als wicketkeeper.

21. Geologisch excursie Franse Alpen

Excursie in de Franse Alpen in 1949

Excursie in de Franse Alpen in 1949

22. Controle van Prof Brouwer en Dr Egeler in mijn karteringgebied in 1949

 

Controle van Prof. Brouwer en Egelet

23. 1952 Geologische-Alpinistische expeditie Cordillera Blanca, Peru

Voorbereiding expeditie op zolder van ht Geologisch Instituut. Cees Egeler (rechts)

Route van de eerste beklimming van de Nevado Huantsán 6395 m.

Geologische kaart van het expeditiegebied in de Zuidelijke Cordillera Blanca



Geplooide zandstenen en schaleis van de Yanashallash formatie ( Onder Krijt). Groene kleur op de kaart.

Leucogranodioriet in contact met de Yanashallasch formatie (Tertiar). Rode kleur op de kaart

24.  Promotie in de aula van de Universiteit van Amsterdam 12 mei 1954


Links: Binnenkomst van de hoogleraren voorgegaan door de pedel. Rechts van de pedel Professor Brouwer. Rechts: geflankeerd door mijn paranimfen Bob Speijer en Kees Stradmeijer



Geologische kaart van mijn  promotie gebied in Corsica

25. Periode 12 Mei 1954 – 31 December 1954. Op zolder Geologisch Instituut ondergedoken voor het uitwerken van resultaten kartering in de Andes en Corsica. Pas 1 januari 1955 officieel een kamer in het Instituut gekregen
1 Januari 1955- 20 oktober 1957. Buitengewoon (onbezoldigd )assistent Geologisch Instituut


Aanstelling Buitengewoon (onbezoldigd )assistent Geologisch Instituut.

26. Veldwerk in Corsica in 1955 ter correctie van foute datering van de Caporalino kalk (Tertiair ipv Jura) in mijn proefschrift

27.  Geologische-alpinistische expeditie Cordillera Vilcabamba, Peru in 1956

Op de top van de Soray 6000 meter. Lionel Terray, Tom de Booij, Cees Egeler

Geologische kaart van Cordillera Vilcabamba, Zuid Peru

28. Aanstelling als wetenschappelijk hoofdambtenaar van het Geologisch Instituut 27 oktober 1957

1958. Geologische excursie in de Chartreuse en de Vercors. Vlnr Staande: ? ,Klein, Tom de Booij. Prof Mac Gillavry, de Boorder, de Munck Keizer, ?, Kees Egeler. 2e rij.: Tine Geel, Tom Roep, Ruegg.  Voorste rij: Zwaan, Barkey, ?.

1958.Tijdens de excursie in Zwitserland  Links: Egeler zegent De Booij; Een Zwitserse boer berispt de Booij 

1958 Groepsfoto van de geologische excursie Zwitserse Alpen. Op achtergrond de Matterhorn

29. Excursie en kartering Ardennen in 1960



Ardennen  kartering. Vlnr  Krijnen, de Booij, Simon

Ardennen excursie 1960. Voorste rij  vlnr: Voet, Rondeel, Zeck, Krijnen. tweede rij vlnr: van Montfrans, van Helden, van der Pijl,x,  Tom de Booij, Lydia Wesseling, Dirk Beets, Hoedemaker, x

30. 1961 Excursie in de Oostenrijkse Alpen

Groepsfoto excursie Oostenrijkse Alpen 1961

31. Geologische – alpinistische expeditie Himalaya, Nepal. 1962

Link: Mijn kamer in het geologisch instituut aan de Nieuwe Prinsengracht in Amsterdam .  Rechts: Nijhuis en Schaar sjouwen met proviand voor de expeditie

De Nederlandse deelnemers aan de expeditie: vlnr. Paul van Lookeren Campagne, Peter en Holger van Lookeren Campagne,Tom de Booij, Kriel Bodenhausen,Cees Egeler,André Tammes, Henk Schaar op het vliegveld van Kathmandu.

Henk Schaar met het in kaart brengen van ons gebied



Unieke vondst van Silurische graptolieten in de noordwand van de Nilgiri

De Nilgiri (7008m) bestegen via de noordwand door onze expeditiedeelnemers: Lionel Terray, Sirdar Wonghi en de drie broers van Lookeren Campagne

32. Analyse van de prestaties van het Geologisch Instituut 1928- 1963
In het najaar heb ik een analyse gemaakt van de prestaties van de studenten en wetenschappelijke staf van ons Geologische Instituut. Het was in feite bedoeld als een directe aanval op het in mijn ogen slechte beleid van de professoren na het vertrek van professor Brouwer in 1958. Het laat duidelijk zien dat ondanks een grote toename van studenten en staf de prestaties op het gebied van publicaties, promoties niet veel zijn gestegen sinds het vertrek van Professor Brouwer.

Diagram van de prestaties van de staf en studenten avn het Geologisch Instituut. Sinds vertrek Brouwer onevenredige toename van de wetenschappelijk staf en studenten in relatie tot prestaties zoals publicaties etc

33. Stratigrafische analyse  van het karteringsgebied in Zuid Spanje
Notulen van de Beticum Commissie nr 1 vrijdag 6 november 1964. Aanwezig: mej. T. Geel en de heren Dr. T. de Booij (voorzitter), Th.B. Roep, H. Soediono, W.Ch.P. de Vries, K.B. Zwaan,H. Rondeel en ondergetekende (O.Simon)
Na een kort woord ter begroeting van de deelnemers werd het doel van deze en volgende discussie-middagen uiteengezet door de voorzitter. Het is de bedoeling dat de stratigrafie van de verschillende gesteenten opeenvolgingen in het Beticum zal worden besproken. Vooralsnog zal géén aandacht worden geschonken aan de tektoniek die voor verstoringen van deze gesteenten opeenvolgingen verantwoordelijk is geweest. Termen als Málagabeticum, Subbeticum, Alpujarride complex, etc. zijn hier dus uit den boze!

34. Professor Egeler’s brief aan de leden van de Vakgroep van 8 oktober 1963
Wanneer ik de gang van zaken bij de geologische opleiding in de afgelopen jaren kritisch bezie, dan kan ik mij niet aan de indruk onttrekken, dat met een relatief geringe inspanning van de zijde van de staf, betere resultaten zijn te bereiken. Hiertoe zal een intensiever kontakt tussen studenten enerzijds en staf anderzijds in niet geringe mate kunnen bijdragen. Een en ander was aanleiding om Dr. de Booij en Dr.Bodenhausen - die door hun positie nader bij de studenten staan dan wij - te verzoeken eens na te gaan welke maatregelen zouden kunnen worden overwogen om een gunstiger klimaat te verkrijgen. De verschillende suggesties vindt U in de bijlage van deze brief samengevat en ik zou willen verzoeken om deze nader te willen overwegen, desgewenst te amenderen en zo nodig er nieuwe aan toe te voegen, opdat in de naaste toekomst een en ander de basis zou kunnen vormen voor een gesprek.

35.  Omstreden facultatieve excursie Sauerland in 1964

De Booij geeft uitleg over de geologie van het Sauerland. Vlnr Claus, Loes Mallee, Samplonius, de Booij, Stefan de Clercq

Bij een ontsluiting  in Sauerland

Sauerland excursie

36. Geologische excursie Ardennen olv. professor Hermes in 1964

 

1964 Vooraan zittende de leiding van de excursie Ardennen en Luxemburg Prof Hermes, Tom de Booij, Otto Simon. Studenten vlnr.  Claus, Loeb, Wittink, van Tongeren, van Wolferen, Kampschuur, Beunk, Westerhof, Kuipers, de Clercq, Nieuwenhuyse, de Roever, Kuhry

Als top van de piramide neemt Westerhof  een fossiel onder de loupe . Let op inscriptie GVA (Geologische Vereniging Amsterdam)1964

Links: Prof Hermes en zijn assistent Tom de Booij . Rechts: In de ganzenpas met voorop Prof Hermes

37. De Booij zegt zijn loyale samenwerking  met de Afdeling Algemene geologie op in een brief  van 25 maart 1965.
Aan de Voorzitter der Directie van het Geologisch Instituut,de hooggeleerde heer Prof.Dr W.P. de Roever
Hooggeleerde Heer, Hierbij heb ik de eer U het volgende onder Uwe aandacht te brengen. Sinds mijn aanstelling als wetenschappelijk hoofdambtenaar aan het Geologisch Instituut in oktober 1957 heb ik de mij toebedeelde werkzaamheden voornamelijk verricht ten behoeve van de Afdeling Algemene Geologie. Door moeilijkheden, die zijn gerezen in de gezagsverhouding tussen het hoofd dezer afdeling Prof. Dr C.G. Egeler en ondergetekende, is de verwezenlijking van een door Prof. Egeler gedefinieerde loyale samenwerking mij helaas onmogelijk geworden nog langer naar behoren te realiseren. Ik moge derhalve verzoeken in overweging te namen of het niet mogelijk zou zijn, gezien deze moeilijkheden, het schema van de mij toevertrouwde werkzaamheden te herzien.

38. Geologische excursies Ardennen en Sauerland in 1965

Voorjaar 1964 eerste jaars kartering in de Ardennen. Voor ons hotel in Aywaille vlnr: Kees Windt, Samplonius,Loes Mallee, Co Griep, de Haas, Barelds, assistent Otto Simon, Tom de Booij , Dick Winnubst (net zijn pet te zien)

Excursie Duitsland : voorste rij : vlnr Bodewes, Willemsen, van Gorssel, Drucker, Achterste rij: Uiterwijk, Kuhry, Griep, Barelds, x, de Roever, de Booij, x, Bodenhausen, Westerhof

39. De Booij vraagt een onderzoek aan bij de GGD naar zijn geestesinstelling op 8 september 1965
Aan de Weledelzeergeleerde Heer Dr C.J. Schuurman. Reynier Vinkelskade 64,Amsterdam
Zeer geachte Heer Schuurman,Dokter Gravestein hoofd van de afdeling geestelijke hygiëne van de GGD verzocht mij schriftelijk contact op te nemen voor het maken van een afspraak betreffende een medisch onderzoek van mijn geestesinstelling, alsmede een korte uiteenzetting van mijn problematiek. Ik hoop ten zeerste dat U mij kunt helpen aangezien het voor mijn omgeving ( in het bijzonder de hoogleraren op het Geologisch Instituut) van groot belang is om te weten hoe mijn karakterstructuur in feite er uit ziet.

Dr Schuurman antwoordt dat ik voor een oriënterend gesprek 3 maanden moet wachten voor dat ik een oproep krijg (Na een psychoanalyse vann een half jaar bij mevrouw Swelheim-de Boer blijkt dat ik geen psychopaat ben, zoals wel door bepaalde mensen in het geologisch instituut werd verondersteld).

40. 27 december 1965 stuurt Minister van Onderwijs en Wetenschappen prof mr I.A. Diepenhorst een brief aan de Voorzitter van de Academische Raad. Enkele passages waaruit de eerste tekenen zijn te bespeuren voor de mogelijke opheffing van de studierichting aardkunde aan de Universiteit van Amsterdam:

"In de eerste plaats is de vraag gerezen gezien de lage numerieke belangstelling voor de studierichting der aardkunde het mogelijk aanbeveling verdient deze studie niet aan alle vier openbare universiteiten in de huidige vorm te handhaven, doch een of meer subfaculteiten op te heffen, dan wel te beperken, zoals aan de rijks- universiteit te Groningen is geschied tot de Kandidaatsstudie. (...) Ik moge moge derhalve Uw raad verzoeken mij te willen adviseren op welke wijze ten aanzien van de aardkunde een bepaalde concentratie, al dan niet gepaard gaand aan een verdere taakverdeling tussen de instellingen zal dan worden bereikt".

41. In februari 1966 is het boek van W.F. Hermans: Nooit meer slapen, verschenen.  Hij citeert een artikel van Prof Egeler in het  Algemeen Handelsblad van  4 oktober 1962



Titelpagina van de eerste druk februari in 1966


Het originele artikel in het Algemeen Handelsblad van 4 oktober 1962 , dat wordt geciteerd door Hermans in zijn boek Nooit meer slapen

Citaat uit het boek van Hermans van pagina 35:

Citaat uit het boek van Hermans van pagina 37/38:

Uit dit citaat blijkt dat  Brandel Tom de Booij  is (Let wel het is een roman, Dichting und Wahrheit)

Citaat uit het boek van Hermans van pagina 41

Dit citaat in wel gepubliceerd in 1966, maar Hermans heeft het vermoedelijk geschreven ten tijde van onze expeditie in 1962 of kort daarna. Het is merkwaardig dat hij niet ver van de waarheid komt, namelijk dat ik ook mijn bezwaren had tegen zulke grote expedities met hulp van sherpas en dragers. Tijdens onze Andes expedities hadden we zelf de vrachten (incl. tandenborstels) op de bergtoppen gedragen. Dit moge blijken uit mijn dagboek, opgeschreven tijdens de Himalaya expeditie in 1962, zie hieronder:

" Zondag 30 september 1962. Na alle dragers te hebben uitbetaald. Een ieder kreeg na aftrek van voorschot de somma van 100 Rs, dit is dus f 44,- Een schijntje voor hetgeen ze eigenlijk voor ons moeten doen: dagenlang door regen en wind met zware vrachten op blote voeten door uiterst zwaar terrein. Een tocht van een tien dagen. In totaal zijn ze dan een kleine maand van huis geweest en wat hebben ze dan eigenlijk verdiend. Het is wel een beetje vreemd dat door zulke achterlijke omstandigheden het nog mogelijk is om expedities in deze gebieden te houden. Zou immers een behoorlijk salaris voor de dragers worden geëist, overeenkomende met Europese begrippen, dan zou een transport van enkele tonnen voedsel en materialen over zo'n afstand een volkomen prohibitieve aangelegenheid zijn voor de geldmiddelen van een normale expedities".

42. Geologisch veldwerk Frankrijk in 1966

Ardennen kartering vlnr Van Gorssel, Willemsen, Tom de Booij, Bodewes, Uiterwijk, Voermans, Drucker

De groep voor een rotsformatie in het karteringsgebied, vlnr Barelds, Tom de Booij, Co Griep, Loes Mallee, Kees Windt, x,  de Haas, Samplonius, Dick Winnubst



De karteringsgroep in d e Franse Alpen, vlnr.  Griep, Samplonius,  Bartels, de Haas, Windt,  x, Loes Mallee, Dick Winnubst,   x.

39. Enkele antwoorden van de hoogleraren  van de Vakgroep Geologie op vragen gesteld door de Wetenschappelijke Staf. op 13 november 1967
Voordrachten de Booij:  De hoogleraren, met uitzondering van Hermes, die zich van commentaar onthield, bleken geen voorstander van het houden van tegencolleges. Egeler vroeg zich af of "elk willekeurig staflid maar" colleges mocht gaan staan geven. Overigens moest men vooral oppassen voor studieverzwaring. In dit verband werden ook de facultatieve weekendexcursies o.l.v. de Booij genoemd, deze zouden studieverlengend werken (Hospers: " de studenten willen doorwerken"). Ook zaten de hoogleraren in hun maag met de morele verantwoordelijkheid voor eventuele ongelukken bij deze excursies. Tenslotte maakte de Vakgroep er bezwaar tegen, dat mededelingen over verplichte karteringen ondertekend werden met Tom de Booij; het was beter om dit te ondertekenen met Dr. de Booij.

43. Cursus telescopische petrografische analyse van detritus
Een goed voorbeeld van deze methode was de analyse van een slecht gesorteerde conglomeratische zandsteen.(nr 1). Bij nadere analyse bleek dat een brokstuk weer uit (nr 2) een heel slecht gesorteerde zandsteen van een veel oudere datum bestond. In dit brokstukje zien we dat daarvan een brokstukje (nr. 3) bestaat uit een zeer goed gesorteerde zandsteen. Daarvan is weer een brokstukje, dat bestaat uit een kwartsiet nr 4 en één daarvan is een kwartskristal (nr. 5). Zie onderstaande figuur, getekend door Harm Rondeel, geoloog van ons Instituut.

Dunne doorsnede conglomeratische zandsteen uit het Mioceen in Zuid-oost Frankrijk

Z
o is het mogelijk om een beeld te vormen van gebieden, die nergens meer te zien zijn. Het bleek onder meer, dat het Middellandse Zee gebied geologisch gezien van betrekkelijk jonge datum is . Het onderstaande kaartje stelt voor de rivieren, die vroeger in het gebied van de huidige Middellandse zee afbraak materiaal van een gebergte deponeren in een zee 30 miljoen jaar geleden. Uit het deltagebied heb ik brokstukken opgeraapt. (zie hierboven).
 

Vroegere rivierpatroon van 30 miljoen jaar geleden (geprojecteerd op de huidige kaart van Frankrijk)

Het Droste Blikje

Als metafoor voor dit onderzoek heb ik steeds voor ogen gehad het Droste blikje uit mijn jeugd, waar ik steeds door werd gefascineerd en wel door de steeds kleinere wordende zich herhalende verpleegster. Wat wil ik hiermee zeggen? Uit brokstukjes van het verleden kan men proberen te reconstrueren hoe het vroeger moet zijn geweest. Het blijft een reconstructie die nooit helemaal volledig zal zijn

Mijn detritus onderzoek heeft ook geleid tot de hypothese van de jonge ouderdom van de simatische ondergrond van de tegenwoordige oceanen Dit resultaat heb ik gepubliceerd in onderstaand artikel:


 

44. Mijn tijd als associate professor in de geologie Universiteit Champaign-Urbana, Illinous, V.S van september 1966 - september 1967

Studenten, die verwijderd zijn van hun universiteit in Berkeley vanwege hun protest tegen de Vietnam oorlog, kwamen op onze campus in Urbana. Ik heb meegedaan aan hun acties voor Free speech en tegen de Vietnam oorlog, wat me niet populair heeft gemaakt bij de medestafleden.

Protest actie in Chicago waar Luther King meeliep. Ik heb daar ook meegelopen (in de rode trui met zonnebril)

Het begin van de demonstratie in het Central Park in New York 15 april 1967 tegen de oorlog in Vietnam. Martin Luther King en Stokeley Carmichael; (Black Panthers) waren er ook. Er waren meer dan 1 miljoen mensen op de been. We werden bekogeld door eieren en tomaten door Vietnam veteranen. Voor het gebouw van de Verenigde  Naties riep Carmichael dat de Verenigde Staten een land was van Technicolor: The whites killed the red and use the black against the yellow.

45. Standpunt Direktie Geologisch Instituut in zake fakultatieve exkursies en voordrachten, 19 december 1967
Gezien het feit dat de diskussie betreffende het derde door de Staf opgebrachte punt tijdens de laatste vergadering van Hoogleraren en Wetenschappelijke Staf mede tengevolge van tijdgebrek nogal verwarrend was, meent de Direktie er goed aan te doen haar standpunt t.a.v. "fakultatieve exkursies" en "facultatieve voordrachten" nogmaals te formuleren. De Direktie heeft de fakultatieve exkursies, waarover enige jaren geleden haar mening werd gevraagd aangemoedigd. Bij latere diskussies zijn door leden van de Direktie bezwaren tegen bepaalde aspekten van deze excursie naar voren gebracht. Aangezien het hierbij gaat om geheel buiten de verantwoordelijkheid van de Vakgroep vallende manifestaties, heeft de Direktie hierover geen zeggenschap. Wél wordt het niet gewenst geacht dat "fakultatieve exkursies" worden gehouden naar die gebieden die door de verplichte exkursies worden bezocht.

46. Notulen van de vergadering van 22 februari 1968 van het Faculteitsstafbestuur. Betreffende het agendapunt "stafvertegenwoordiging Geologie"
Voorzitter stelt voor in een brief als standpunt van deze vergadering vast te leggen dat wij, gehoord de vertegenwoordigers van de staf van de vakgroep geologie, van mening zijn, dat de mogelijkheid van redelijk overleg in die vakgroep ontbreekt, omdat bij de hoogleraren niet oprecht de wens leeft met de staf te spreken en met de inspraak van de staf rekening te houden..

47. Oproep aan alle studenten, docenten en stafleden der gehele B-faculteit: woensdag 5 juni 1968 B.C.P Instituut, donderdag 6 juni 1968 Geologisch Instituut en Natuurkunde kollege gebouw, vrijdag 7 juni 1968 chemische praktikum gebouw.
Punten ter discussie: Waarom studeren we eigenlijk ? Wat gaat er gebeuren met onze kennis? Waarom durven studenten niets te zegen? Hoogleraar : kameraad of vader. Wat is inhoud van onze kolleges?
De discussie vinden plaats op voet van gelijkheid doordat stafleden en hoogleraren allemaal door en elkaar op de grond zitten of staan, zegt dr T. de Booij wetenschappelijk hoofdmedewerker aan het geologisch instituut, die een van de initiatiefnemers tot deze actie is. " We willen dwars door alle structuren heen treden omdat dat de enige manier is om tot een werkelijk democratische gedachtewisseling te komen". Volgens dr de Booij is het een zuiver spontane actie die met geen enkele organisatie verbonden is en waar ook geen enkele structuur aan gegeven zal worden.

48. Twee pamfletten voor  de Open discussie gemaakt door Tom de Booij
Pamflet 1.
Wat willen met de geologie en hoe gaan we de geologen opleiden ? Wat verstaan we momenteel onder Geologie? Hoe kan de Geologie nu en in de toekomst maatschappelijk worden toegepast? Welk aandeel heeft de Geologie in de Nederlandse ontwikkelingshulp? En in die van de andere tweede wereld landen? Hoe groot zijn momenteel de aantallen studenten in de Geologie aan de verschillende universiteiten? Hoe groot zijn de staf-bezettingen? Welke prognoses zijn er over de in de toekomst te verwachten belangstelling voor de studie in de Geologie? Op welke gegevens zijn deze prognoses gebaseerd? Welke invloed heeft het bedrijfsleven op de voordrachten voor hoogleraarschappen en lectoraten in de Geologie? Heeft het bedrijfsleven invloed op de studieprogramma's? Zijn er nog andere buiten-universitaire invloeden op de gang van zaken? Hoe zit de Academische Raad in elkaar? Wie zijn er lid van de Sectie Aardwetenschappen voor deze Raad? Hoe wordt men lid? Welke problemen houdt de Sectie Aardwetenschappen zich bezig? Hoe komt de Sectie Aard-wetenschappen aan haar informatie? Wat gebeurt er met de adviezen van de Sectie Aardwetenschappen?
Pamflet 2. Wat verstaat men onder geologie?
In 1473: Richard de Bury, Bisschop van. Durham gebruikt in zijn boek Philibiblon (Keulen, 1473), de term GEOLOGIE (Aardse Wetenschappen) als tegenstelling tot de term THEOLOGIE (Hemelse Wetenschappen)
In 1968: Na bijna 5 eeuwen ontwikkeling der wetenschap worden onder de term GEOLOGIE, in de oorspronkelijke zin van Bisschop de Bury o.m. de volgende specialisaties bijeengebracht: geomicrobiologie, seismologie, aktuogeologie, geodesie, palaeoecologie, historische geologie, oceanografie, geomagnetisme, geochronologie, palaeontologie, palaeophysica, ertskunde, pedologie, pyrochemie, economische geologie, kristal chemie, agrogeologie, micropalaeontologie, submariene geologie, palaeozoölogie, structurele geologie, palaeovulkanologie, geofysica, palaeoneurologie, balneologie, hydrologie, metallurgie, ingenieurs geologie, mijnbouw geologie, bodemkunde, petrografie, geomorfologie, physische geologie, palaeoichnologie, tektonische geologie , geotektoniek, microtektoniek , glaciologie, palaeobotanie, petrologie, palaeolimnologie, photogeologie, kristallographie, palynologie, experimentele petrologie, palaeomagnetisme, vulkanologie, sedimentologie, sediment petrografie, mineralogie, petroleum geologie, palaeoklimatologie, geochemie, stratigrafie, geoëlectromagnetisme, aktuopalaeontologie, gravimetrie, macropalaeontologie, aeronomie, toegepaste geologie, mariene geochemie, kolen geologie, geohydrologie, astrogeologie, klemineralogie, cosmochemie, palaeobiologie, petrografie, statistische geologie, regionale geologie, nucleaire geologie, grondmechanica, veldgeologie, mariene geofysica, theoretische geofysica, dynamische geologie, isostasy, vertebraten paleontologie, petrofysica, invertebraten palaeontologie, cosmogenie, mineragraphie, planetaire geologie, etc etc

49 Wereld Geologen Congres in Praag augustus 1968
Uit mijn dagboek Dinsdag 20 augustus vertrek ik per vliegtuig naar Praag om daar het 23 ste Wereld Geologen Congres bij te wonen.Woensdag 21 augustus word ik 's-ochtends vroeg wakker van het geluid van inslaande kogels, die afkomstig bleken van Russische MIG straal jagers. Het betekende het einde van de zgn Praags lente.

Discussie van inwoners van Praag met de bemanning van Russische tanks. Op de rechter foto zie je een man met een papiertje in zijn linker hand. Dit papiertje was een pamflet in het Russisch was gesteld, dat afschuw uitsprak over de invasie. Ik heb deze pamfletten ook meegeholpen om uit te delen op het Wenceslasplein.  

Het grootste deel van de 19 Nederlandse deelnemers aan het congres verkozen Praag te verlaten. Het hoofd van de delegatie Prof E. den Tex heeft mij gemachtigd tijdens de verdere duur van het congres de Nederlandse delegatie te vertegenwoordigen. ( zie hieronder) 


 

50. Alle 5 hoogleraren van het Geologisch Instituut schrijven 19 december 1968  de volgende brief aan de curatoren van de Universiteit van Amsterdam:
Zoals U wellicht bekend zal zijn, heerst er naar de mening van velen, een zodanige sfeer op het Geologisch Instituut, dat daardoor het goed functioneren van onderwijs en onderzoek in het gedrang komt of dreigt te komen. Mede in verband met het komende onderzoek betreffende de oorzaken van het vertrek van de lector Dr J.W.A.. Bodenhausen, en gezien het feit dat er enige grond bestaat voor het vermoeden dat een wetenschappelijk medewerker overweegt om het Geologisch Instituut te verlaten, zouden ondergetekende, tezamen de Directie van het Geologisch Instituut vormend en bij U met de meeste klem om een grondig onderzoek te doen instellen naar de  reden of redenen waarom de bovengeschetste situatie, hier gemakshalve aangeduid als "sfeer", ontstaan is en welke maatregelen genomen kunnen worden om de toestand te verbeteren.

51. Commissie Verwey
Uit mijn dagboek 1968-69: Donderdag 24 october. Gesprek Prof Janssen, Kwantes, Den Tex en De Booij voorstellen geformuleerd voor Dagelijkse Raad betreffende commissie ad hoc. Conceptie Commissie Verwey. Maandag 4 november Dagelijkse Raad accepteert voorstellen gedaan tijdens bespreking 24 october. Woensdag 6 november Prof Janssen vraagt aan Dr Verwey om een commissie te vormen. Geboorte Commissie Verwey. 15 november Voorgestelde leden worden gevraagd zitting te nemen. Talrijke vergaderingen Commissie Verwey (ongeveer 50 uur) Nov-Dec--1968-Jan -Febr-Maart 1969 (ongeveer 50 uur). Maandag 14 april 1969 zacht heengaan van Commissie Verwey

52. De Booij zegt zijn loyale samenwerking  met de Vakgroep en Directie avn het Geologisch Instituut in een brief  van.10 maart 1969. Aan het College van Curatoren der Universiteit van Amsterdam. Hierbij heb ik de eer het volgende onder Uwe aandacht te brengen. Sinds mijn aanstelling als wetenschappelijk hoofdambtenaar bij de Dienst der Universiteit van Amsterdam op 23 oktober 1957 heb ik de mij toebedeelde werkzaamheden verricht ten behoeve van het Geologisch Instituut. De verwezenlijking van een door de Vakgroep en Directie van het Geologisch Instituut gedefinieerde loyale samenwerking is mij helaas onmogelijk geworden nog langer naar behoren te realiseren. Ik moge Uw College derhalve verzoeken in overweging te nemen of het mogelijk zou zijn het schema van de mij toevertrouwde werkzaamheden te herzien. Ik moge U hierbij tevens mededelen dat mij, als steeds voor ogen staat mijn krachten te blijven verlenen aan de essentiële doelstellingen van onze Universiteit, t.w. het onderwijs aan student en het wetenschappelijk onderzoek. Inmiddels teken ik met de gevoelens van de meeste hoogachting, T. de Booij

53. De Booij bezet zijn werkkamer 85 a van het Geologisch Instituut op 28 april 1969 om 8.30 uur
Uit dagboek Tom de Booij 1969:
22 april Gesprek met Ir Dufour, afspraak gemaakt dat ik niet zou meewerken met nieuwe plan commissie Dufour. Maandag 28 april 6 uur op trein 7 uur pamflet gemaakt de tekst: Experimenteel Geologisch Onderwijs (E.G.O). Iedereen die zich hiervoor interesseert in welkom op kamer 85 a. 8.30 opgehangen op bord bij ingang Geologisch Instituut, 9.13 uur kwam prof Hospers als eerste binnen. Ik vroeg of hij geïnteresseerd was. Hij was het kennelijk niet en was woedend over mijn actie. Daarna veel bezoek studenten en zelfs prof Brouwer.

Professor Brouwer bezoekt - was zeer geïnteresseerd - de EGO kamer. Op de deur het pamflet van het Experimenteel Geologisch Onderwijs

54. Voorzitter van de ASVA Johan Middendorp opent officieel de EGO kamer vrijdag 2 mei 1969

De voorzitter van de ASVA  Johan Middendorp opent de Egokamer officieel met het doorknippen van het lint, waaraan bevestigd zijn twee kaartjes met de volgende teksten; (bovenste kaartje) Experimenteel Geologisch Onderwijs en (het onderste kaartje) Paternalistisch Geologisch Onderwijs.

Links: Jan Smit in gesprek met Tom de Booij in de Egokamer; Rechts: Jaap Boon aan de tekentafel;

55. De  medewerker aan het EGO experiment Jan Bresser maakt een indrukwekkend schilderij over het laatste oordeel

Geschilderd door in 1969 door Jan Bresser (1943-2003). Onderaan het schilderij de volgende tekst: The Last Judgement, design Jan Bresser, 4- 1- 43 - 17- 9- 2001 (wel vreemd is dat hij zijn sterfdatum opschrijft van 17-9-2001 misschien heeft  zijn dood voorvoeld. Hij is aan darmkanker gestorven in 2003, misschien was het al twee jaar daarvoor begonnen)

56. Met mijn  studenten hebben we 4 mei 1969 een EGO kamer ingericht van de Katholieke Hogeschool Tilburg dat door de studenten bezet was.

De Ego kamer in de Katholieke Hogeschool Tilburg, Links de bouwvakker Louis Smits samen met  Jaap Boon

In de plenaire vergadering zegt Tom de Booij dat hij net zolang in het gebouw van de Katholieke Hogeschool wil blijven tot alle studenten in Nederland medebeslissingsrecht krijgen. Helaas als laatste tezamen met Jaap Boon met de staart tussen de benen afgedropen toen de studenten de bezettong hadden opgeheven en zijn naar de EGO kamer in Amsterdam teruggekeerd.

57.  Met mijn studenten hebben we 16 mei 1969 een EGO kamer 310 ingericht van het Maagdenhuis van de Universiteit van Amsterdam dat door de studenten bezet was.

De loopbrug van de Aula van de Lutherse kerk naar het Maagdenhuis.
Rechts achterin de geologische student Herbert Holst



"One man one vote".Rechts op het bordes van het Maagdenhuis de geologie student en medewerker van het EGOproject Jaap Boon  

Op 21 mei 1969 werd het Maagdenhuis  door de politie ontruimd en zijn enkele medewerkers van het Egoproject gearresteerd

58. Het omstreden Castellane experiment 3 juli - 14 augustus 1969.
Het is wel duidelijk gebleken, dat het zowel in Tilburg, Maagdenhuis als in Castellane voor de studenten ongelooflijk moeilijk blijkt te zijn om hun mening en kritiek naar voren te brengen als ze daartoe de gelegenheid wordt geboden met het "one man one vote" systeem. De "brain-washing" zoals zij die vanaf de kleuterschool hebben gekregen, maakt hun altijd weer een gewillige prooi voor een ander soort "brain-washing". Een van de tweede jaars vond dat hij in Castellane alleen  maar een lege ruimte had gevonden. Het opvullen van deze ruimte bleek nu het grote probleem. Enerzijds wilden de studenten de vrijheid, maar anderzijds waren ze er eigenlijk bang voor. Door het Castellane experiment was een ieder zich meer dan ooit tevoren bewust geworden hoe groot de impasse eigenlijk is waarin het onderwijs aan de Universiteit is gekomen. De studenten, groot gebracht in de couveuse van het paternalistisch onderwijs, willen eigen verantwoordelijkheid, inspraak, medezeggenschap, ontwikkeling van eigen creativiteit, zelfwerkzaamheid etc., zonder dat ze precies weten wat dit voor hun betekent. Ze voelen bewust of onbewust aan, dat ze niet meer kunnen leven in het oude systeem. Er is dus geen ander alternatief dan een gelegenheid te scheppen voor experimenteren om op zo'n manier uit te vinden waar de nieuwe grenzen liggen, waar nu eenmaal niemand buiten kan. De problematiek en tegelijkertijd de tragiek van deze tijd.  

59.Geologische Kommune in Corsica augustus 1969
Zondagavond 19 augustus 1969 rendez-vous in Galeria, Corsica. Op de bewuste plek waren 5 EGOisten aanwezig. (Jan Smit, Jaap Boon, Toni Appelo, Thomas de Groot en de Booij). De tocht duurde een week. Alhoewel we hadden gehoopt, dat met deze opzet een ieder zich vrij zou voelen om alles ter discussie te stellen, aangezien een ieder evenveel inspraak, mede-beslissingsrecht etc. had, kwamen de reeds tijdens de bespreking van het Castellane experiment gesignaleerde problemen weer sterk naar voren. Zo kreeg de Booij de rol van manager.Toen het idee van manager iedereen begon te vervelen, werd een nieuwe autoriteit ingevoerd, een denkbeeldige figuur, de zogenaamde HAAK. Er werd zelfs een initiaal voor hem bedacht en ellenlange discussies gevoerd over wat hij wel en niet goed zou vinden, dat we moesten doen. Haak fungeerde als klankbord. 18 september 1969 vertrokken de laatste twee kommune leden naar Nederland en hoorde dit voor ons buitengewoon leerzame experiment weer tot het verleden.

 

Tom de Booij, Thomas de Groot en Jan Smit tijdens de rondtocht met de Geologische Kommune in Corsica

60. Mijn laatste geologische publicaties:

1. Mobility of the earth's crust: a comparison between the present and the past. Tectonophysics, 6(3), p. 1977-206 T. de Booy, (1968)
I assembled a number of geological facts to demonstrate the youth of the continental outline . The young nature may be the result of the apparent disappearance and drifting apart of continental crust. A study of the Mediterranean area showed that Tertiary tectogenetic structures of continental crust around the Mediterranean are abruptly cut off by the present continental outline. These structures can not be followed on the bottom of the deep sea basins which apparently are floored by an oceanic type of crust. The present morphological features such as the Alps, Po bassin, Tyrrhenian Sea are the result of neotectonic (late Neogene-Quaternary) movements, the generating forces of which may be located in deeper parts of thy earth (De Booy, 1969). In another publication I assumed a relatively young age of the oceanic crust of the present oceans (post Paleozoic)(De Booy, 1966).
(These publications were published in a period when plate tectonics was not yet in voque. More than thirty years later we know more about the different processes in these deeper parts. My assumption, that the tectonic structures were abruptly cut off and that continental crust has disappeared repeatedly during geological history, proved to be correct.)

:                      Viewpoint on the dynamics of the earth (De Booy, 1968)


2. Het herhaalde verdwijnen van continentale korst in het Middellandse zee gebied
 

Het Middellandse zee gebied in relatie met de huidige overblijfselen van de Tertiaire (alpine) tectogene keten

61. Spotprenten van Jan Bresser over de situatie in 1969 van het Geologisch Instituut

Het zinkende schip van het Geologisch Instituut. Duidelijk herkenbaar vlnr MacGillavry, Egeler, Hospers, de Roever en Hermes.  De rat de Booij springt in het water en gaat naar Universiteit van Utrecht en Bodenhausen zwemt uit alle macht om naar de Universiteit van Leiden te gaan

Achter de tafel : de professoren vlnr Hospers, MacGillavry, Hermes, Egeler, de Roever. Voor de tafel links de Booij en rechts van Harten

62. De oorlog in Biafra van 1969 en mijn protestacties

Uitgave Geopol bulletin met diagrammen over relatie oorlog in Biafra en de olie-industrie

Spotprent in Volkkrant. Tom de Booij klaagt minister Luns voor zijn misleidende uitlatingen in de Tweede Kamer over de olie-industrie in Biafra.

13 december 1969 Artikel Algemeen Handelsblad op voorpagina met als kop: Nigeria wellicht ooit derde olieland ter wereld.
Dit artikel heb ik geschreven onder de titel: van een medewerker. De president directeur van de Koninklijke Shell Ir L.E.J. Brouwer (zoon van mijn professor Brouwer) schrijft mij een razende brief waarin hij mij beschuldigd van misleidende informatie over de relatie olie-industrie en de oorlog in Biafra  Zie hieronder voor het brievenhoofd.

( Tekst: Amice, Met stijgende verbazing las ik de Geopol-documenten en nu mij eindelijk de afzender zich meldt, haast ik mij de heten naald te koelen.....)

Positiever is de reactie op mijn Geopol Bulletin komt van het staatssecretariaat van de Paus in Rome (zie hieronder) waarin ik word bedankt voor mijn geschrift over de oorlog in Biafra
 

63. Februari 1970 EGO project gaat van start in kamer 85a van het Geologisch Instituut
Werkgroepmiddagen: Iedere Donderdag vanaf 2 uur . Centrale gespreksthema: de bewustwording van de rol, die de geologie in de maatschappij kan spelen. Als eerste onderwerp is gekozen: de rol, die petroleum in onze maatschappij kan spelen.
Leesochtenden: Iedere Donderdag vanaf 9 uur. Wekelijks lezen van binnengekomen literatuur
Maandelijkse excursies: Iedere tweede weekeinde in de maanden van october tot mei.



Excursie zaterdag 11 april 1970: Geologie van het Rotliegendes". Rendez-vous: Station Bad Kreuznach, 10 uur s'ochtends

64. Brief van 17 stafleden van Geologisch Instituut aan College van Curatoren van de Universiteit van Amsterdam 18 april 1970
Mijne Heren, Gebruikmakend van hun recht om advies uit te brengen aan Curatoren, brengen ondergetekenden het volgende onder Uwe aandacht : Zij brengen unaniem ter kennis van Uw College, dat zij zich vanaf heden niet meer vertegenwoordigd achten door Dr. T. de Booij en Drs. D. van Harten, respectievelijk voorzitter en secretaris van de wetenschappelijke staf van de Subfaculteit der Geologie en Geofysica. Met de gevoelens van de meeste Hoogachting, de 17 stafleden. 

65.  Commissie van Goede Diensten stelt binnenkort voor aan curatoren van de Universiteit van Amsterdam om de Booij te ontslaan
Een commissie van goede diensten, is ingesteld om de al geruime tijd bestaande moeilijkheden binnen .het Geologisch Instituut te onderzoeken, zal binnenkort advies uitbrengen aan curatoren. Een van de adviezen zal zijn, dr. Tom de Booij, wetenschappelijk mede-werker van het instituut en landelijk bekend door zijn deelname aan de bezettingen van de Katholieke Hogeschool Tilburg en het Maagdenhuis, te ontslaan en op wachtgeld te zetten. Prof. Harting, voorzitter van de faculteit wis- en natuurkunde die samen met de curator ir Dufour en het wetenschappelijk staflid dr. P. Noorman deel uitmaakte van de commissie van goede diensten, wees er vanmorgen op, dat dr De Booij bepaald niet als veroorzaker van de moeilijkheden op bet instituut kan worden gezien.

Spotprent Jan Bresser. Commissie van Goede Diensten: vlnr Noorman, Harting, Dufour . Rechts bord met opschrift: Het eerste schaap over de dam.
De wolf in schaapskleren met de letters G.I  (Geologisch instituut) met 5 poten de professoren Mac Gillavry, de Roever, Hospers Egeler,Hermes
 

66.  De EGO kamer 85a van het Geologisch Instituut 28 april 1970 wordt opgeheven
28 april 1970 was voor EGO een zeer bijzondere dag. In de ochtend werd het éénjarig bestaan van EGO gevierd op kamer 85a , alwaar ruim 50 EGOisten zich te goed deden aan hartversterkende middelen. Om 2 uur moesten de feestelijkheden worden afgebroken, aangezien de Commissie Harting in de Grote Collegezaal van het Geologisch Instituut enige mede- delingen zou doen betreffende de herstrukturering van het Geologisch Instituut. De Voorzitter van de Commissie Prof Dr.D. Harting deelde in de plenaire vergadering mede, dat voor experimenten, zoals die door Ego waren geformuleerd, geen ruimte bestaat. EGO medewerker Dr.T. de Booij zou geen nieuwe funktie in de nieuwe struktuur van het Geologisch Instituut kunnen krijgen. Dit betekent dat de Booij zal worden voorgedragen bij Curatoren voor ontslag (met wachtgeldregeling) uit zijn huidige funktie als wetenschappelijk hoofdmedewerker aan de Universiteit van Amsterdam. Prof. Harting stelde daarbij uitdrukkelijk vast, dat de Booij wel toegang blijft houden tot de wetenschappelijke verworvenheden van de Universiteit van Amsterdam en in het bijzonder van het Geologisch Instituut. Door deze maatregelen zal EGO geen gebruik kunnen maken van kamer 85a van het Geologisch Instituut.

67.  Uitspraak  van 23 juni 1970 Gerechtshof Amsterdam inzake hoger beroep tegen verdachte T. de Booij: geldboete van vijfhonderd gulden, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis gedurende vijftig dagen


Maagdenhuis bezetter die om zijn vervolging vroeg. Spotprent van de geologie student Loeb.
De kruisiging van Tom de Booij. Het oude lullen pakhuis van de zevenhoofden, vlnr de professoren Hermes (tact), Egeler (progressie), de Roever (bescheidenheid) , Hospers (flexibiliteit), Brouwer ( democratie), de Geest die waart in het Geologisch Instituut. 'Vergeef het hen Vader want ze weten niet wat ze doen' Tekst linker bovenhoek: U.S. Army: 'Who are those twerps, V.C. I suppose'. Rechter bovenhoek: Pathet Lao: 'Wie is die reactionaire?  Men zegt een naloper van Confucius, ondubbelzinnig verward.'  In het hart van Tom staat geschreven: 'Laat de kinderkens bij mij komen'. Links van Tom: pistolen paultje (Paul de Boisonjé), man met bord op rug: 'Love me van Harte" (hiermee wordt bedoeld Dik van Harten)  De fascistoiden worden gekruisigd. De rechter kant van Tom: een boon (Jaap Boon), naast hem als discipel Tom Roep, naast hem de cartoonist Jan Bresser met zijn hond. Het Altru Project  met  drie portretten van Marx, Lenin, en Mao Tse Toeng. Onderaan de studenten die Pathos roepen. Op de achtergrond wolven die meehuilen in het bos.

68.  Concentratie geologie in één landelijk instituut bericht van Minister Veringa van 21 october 1970
Minister Veringa heeft de knoop doorgehakt. Dit betekent dat de bestaande studierichtingen in de geologie zullen worden opgeheven en samen zullen worden ondergebracht in één landelijk geologisch instituut, dat in Utrecht zal worden gevestigd. De desbetreffende universiteitsbesturen en hoogleraren zijn het met de minister op praktische gronden eens en bereid om aan de tot standkoming van het ene instituut hun medewerking te verlenen. Zij zijn het echter niet eens met de uitzondering, dat de Vrije Universiteit een zelfstandig geologisch instituut zal mogen behouden en Nijmegen optie houdt op een eventuele eigen leerstoel. Het is volgens hen een ongegronde bevoorrechting van de bijzondere instellingen op politieke gronden, die met de 100 pct. subsidiëring door het rijk niet meer kunnen gelden: "Als Groningen, Leiden, Utrecht en Amsterdam in één instituut moeten worden ondergebracht, dan moet dat evenzeer gelden voor Nijmegen en de VU. Er is geen bezwaar tegen en misschien wel aan te bevelen, dat het ene instituut in twee vestigingen wordt ondergebracht, maar dan onder één bestuur en met één onderwijs en onderzoekprogramma.".

69. Waar gaat onze aarde naar toe? Afscheidscollege van Dr T. de Booij op 30 november 1970 te 16.00 uur, Geologisch Instituut van de Universiteit van Amsterdam.
In dit college heb ik U getracht duidelijk te maken de redenen waarom de verwezenlijking van een door de Universiteit van Amsterdam gedefinieerde loyale samenwerking mij onmogelijk is geworden nog langer naar behoren realiseren. Ik zal in mijn nieuwe werksituatie trachten te verhinderen, dat door de Nederlandse Universiteiten en Hogescholen, mensen en materiaal worden afgeleverd aan organisaties, die door hun activiteiten direct medewerken aan het in stand houden van een systeem, dat onze samenleving bedreigt.



Tom de Booij tijdens zijn afscheidscollege 30 november 1970  Vlnr: vooraan: Montfrans, Jan Bresser en zijn vriendin Anneke Zwart. Eerste rij van de collegebanken: Mijn zuster Elsbeth, mijn zoon Jan Maarten, mijn Vader, Boudewijn Chorus, Hugo van Rijn, ?, ?. Tweede rij: Frits Eisenloeffel, prof Hospers, prof van Bemmelen, Bollegraaf, achter Bollegraaf Jan Smit.
 

70. De laatste overheadsheet van de lezing van vrijdag 27 november 2009 in de Oosterkerk voor de reünisten  Geologisch Instituut van Amsterdam

Over het SEXTAIR een volgende keer….

Einde van de lezing.

-------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Foto's van de reünie Geologisch Instituut 27 november 2009 gemaakt door Igor van der Wal

Links: De enigszins nerveuze spreker schenkt zich voor de lezing nog wat spawater in. Rechts: De voorzitter van de Stichting Geologisch Instituut Jan-Diederik van der Wees leidt de spreker Tom de Booij in voor zijn lezing

Links: De spreker tijdens het projecteren van zijn overhead sheets. Rechts: Rob Verschure krijgt van de spreker het boek van W. F. Hermans: Nooit meer slapen aangereikt, zodat hij de passage kan lezen waaruit blijkt dat de spreker in het boek de figuur van Brandel wordt gepersifleerd

Dik van Harten (links) en Otto Simon (rechts) luisteren aandachtig.  Wisselen zij met elkaar van gedachten over hetgeen de spreker heeft gezegd?

Links: Aan het eind van de lezing laat de spreker een foto zien van zijn afscheidscollege in het Geologisch Instituut op 30 november 1969. Rechts: Rob Verschure verwijt de spreker op niet mis te verstane wijze dat hij er mede ervoor heeft gezorgd dat het Geologisch Instituut werd opgeheven

 

Links: Harry Priem wijst er op dat al in een vroegs stadium Prof Diepenhorst (toenmalig minister van onderwijs) vond dat het Geologisch Instituut  van Amsterdam niet langer gehandhaafd kon worden bij de herstructurering aardwetenschappen. Rechts: Ceha brengt in herinnering een cricket partijtje tijdens een geologische excursie met Professor Brouwer

Links: Steenken memoreert een anekdote tijdens ons verblijf in Praag in 1968 tijdens de Russische invasie, dat de spreker gezegd zou hebben dat bij het omhoog brengen van een kanon van en Russische tanks deze een erectie zou hebben  gekregen! Rechts: Jan Smit laat enkele positieve geluiden horen over de rol van de spreker na de tijd van Brouwer,dat hij juist geprobeerd heeft er nog het beste van te maken



Links:  spreker met zijn zoon Mauk en kleinzoon Joep. Rechts: de Indische rijsttafel gaat er goed in bij Jesse Smit (echtgenoot van Jan Smit) Loes Mallee en Bollegraaf

Deze foto geeft alles weer wat het Experimenteel Geologisch Onderwijs (EGO) in 1969 omhelsde: Tom de Booij wilde vraagtekens zetten bij alles en nog wat. Jan Smit gaf dan als antwoord "Ik weet het ook niet". We bleven geloven in het gezegde van professor Brouwer:"Eerst verwonderen, daarna misschien een vraag stellen".

-------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

P.S. Om nog meer te weten te komen over de geschiedenis van het Geologisch Instituut en ook hoe het verder is gegaan na november 1970, komt zeer binnenkort een boek uit, dat onder redactie staat van de Stichting Geologisch Instituut Amsterdam en uitgegeven wordt bij Uitgeverij Pangea, met foto's van het Geologisch Instituut, haar bewoners en van excursies en veldwerk. De auteur is Otto Simon
Op de website van de Stichting Geologisch Instituut staat nog de volgende zin te lezen:
"U kunt vast uw exemplaar van het boek reserveren door overmaking van Euro 50,- aan de Stichting Geologisch Instituut Amsterdam, o.v.v. fotoboek en even een e-mailtje te sturen ter extra bevestiging, info@sgia.nl ".
Foto's van de aanbouw van het Geologisch Instituut en enkele excursie foto's zijn overgenomen van de website van de Stichting Geologisch Instituut.