Uit de brochure "Achter de schermen!"II. Onthullingen uit onze "deftige "kringen door Mevr. von B. geb. T.. Amsterdam J.A. Fortuijn 1891, 2edruk

Titel blad brochure Achter de schermen
Pag. 29-32
Toen jaren geleden zekere heer von Barnekow, een Duitscher, eene dame uit·Amsterdam, freule Tindal, huwde, werd niet alleen deze oude gewoonte toegepast, men vond ook in de "deftige" kringen zoodanig lage verdachtmakingen uit en de eigen zwager der bovengenoemde dame, de bierbrouwer G. A. Heineken gedroeg zich zoo lomp tegen den bij hem logeerenden vreemdeling, dat deze zich genoodzaakt zag, dit ongastvrije huis te verlaten en alle relaties in het gezelschap af te breken.

Gerard Adriaan Heineken (1841-1893)

In Amsterdam wraakt men het niet, zooals elders in de voorname maatschappij, doordat men zijn vijand uitdaagt, neen, men oefent zijne wraak uit, door zijnen tegenstander te bestelen. De heer Heineken volgde deze gewoonte op, door te weigeren aan zijne schoonzuster de verplichte rekening en verantwoording over te leggen en haar het door hem geadministreerde fortuin uittebetalen. Vijf jaren trachtte de heer von Barnekow tevergeefs die rekeninglegging te verkrijgen stelselmatig werd hem dit door de Amsterdamsche rechtbank onmogelijk gemaakt, waarbij zijn advokaat, de heer Kappeyne v. d. Copello, die zich met zijnen collega van de tegenpartij, den heer J. C. de Vries in het geheim verstaan had, de hulprijke hand bood. De toestanden en verhoudingen, die dit proces aan het licht deden komen, geven een treurig beeld van de Hollandsche rechtspleging in 't algemeen en van het moreele gehalte der Amsterdamsche bourgeoisie in 't bizonder.
Het is een haast ongelooflijk, maar daarom niet minder waar feit, dat niet ééne stem in geheel Amsterdam opging tegen dezen eerloozen "rowdy" voor een dame, die in deze maatschappij algemeen bekend en men kon met recht zeggen geacht was.
Dit laatste zou men minder kunnen beweren van de zuster van mevrouw von Barnekow, wij meenen van de echtgenoote van den heer G. A. Heineken. Deze dame, welke jaren geleden nog te Amsterdam de reputatie had, met recht of onrecht willen wij hier niet onderzoeken, eene - wat men zoo zegt - beauty te zijn, op wier gelaatstrekken een uitspattend leven echter zijne teekens achtergelaten heeft, werd langzamerhand de risée der geheele stad en wel door haren huisvriend, den heer Petersen.
Ik geloof niet dat ooit en waar dan ook een verhouding tusschen mannetje en vrouwtje zoodanig stof tot lachen heeft gegeven dan dit «verhaltniss» van mevrouw Mary Heineken en den heer Julius Petersen. Deze laatste is eene algemeen bekende Amsterdamsche grootheid en tegelijkertijd dat figuur in deze stad, dat voortdurend de lachspieren der ingezetenen in beweging brengt. In Clingendaal of Bussum op de renbaan, bij «Riche» aan de rijk bezette tafel, op bals en diners, in de Heinekensche loge naast "zijne". Mary of waar dan ook, geeft de verschijning van  "Piet" het sein tot algemeene  oprecht gemeende hilariteit. Maar men kan dan ook geen meer potsierlijke figuur zien dan dezen «Drei-Käse-hoch», dezen mode-gek, die als geschapen schijnt, iedere nieuw opkomende heerendracht door den vloek der belachelijkheid onredbaar fiasko te doen maken.
Men verbeelde zich een 5 voet hoog kereltje met een kolossalen kaalgeschoren waterkop à la brebis, een paar geweldige kogelronde oogjes, die met eene zekere boerenslimheid de wereld inkijken, een mongoolschen diep ingedrukten neus, die bij wind en regen onmiddellijk tot aan den rand met water gevuld is, een paar enorme verre afstaande ooren, - dit geheel op een klein, altijd bewegelijk lichaam, steunende op een paar kromme sabelbeenen, alles gestoken in een pakje, direct van Mozes uit Londen gearriveerd, en men heeft ongeveer een getrouw beeld van dezen "sportsman". Want door zijne eigenschap als sportsman heeft hij het hart der ondernemende madame Heineken veroverd. Hij is dan ook eene der celebriteiten van den Nederlandschen sport, ja men mompelt, dat zijne roem tot Belgie en de renbanen van het westelijk Duitschland doorgedrongen is. Niets is dan ook vermakelijker dan onzen (Piet) kort voor eene gewichtige race in den weight-room gade te slaan. Op het dikke hoofd een kolossalen cilinder, om den hals een reusachtig boordje, versierd door een das van indrukwekkende kleur, het lichaam gestoken in een goudgelen over-coat; de voeten: in machtige gelakte schoenen, die te voorschijn komen uit een paar geruite pantalons, schitterend in alle kleuren van de regenboog. Met kennersblik monstert hij de "startenden" paarden, af en toe een tevreden blik van goedkeuring of een ironischen glimlach op zijn ernstig gelaat vertoonende. Hij voelt dat hij zich in dezen kring als "kenner" kan voordoen, zonder dat hij gevaar loopt  tegengesproken te worden. Hij weet dat hij de voorzienigheid is van den Nederlandschen "turf" onder blinden is: een-oog koning. Eenige jaren geleden was "Piet" het voorwerp der hartelijkste felicitaties zijner vrienden. Na 16jarigen echt beviel zijne vriendin Mary van een gezonden knaap; de vreugde en de trots van onze vrienden kenden geene grenzen; menschen, die gezien hebben hoe hij met vaderlijke ontroering, dikke tranen in de oogen, het "wichtje" beschouwde, verklaren, dat nooit zijn splinter nieuw ratelier zoo in het zonlicht schitterde - het beste bewijs, dat zich zijn omvangrijken mond tot een breeden glimlach gevormd heeft.

Henry Pierre Heineken, 'zoon' van G.A. Heineken (1886-1971)

Booze tongen daarentegen beweren, dat zij den zelf den dag den heer Heineken gezien, maar niet herkend hebben. Deze zelfs, zoo mompelt men, had, toen hij zichzelf in den spiegel zag, een paar enorme horens op zijn voorhoofd ontdekt, eene verschijning, die hem nog al tot ernstig nadenken gestemd moet hebben.
De benamingen onder welken Julius Petersen in Amsterdam bekend is, zijn legio.
Een der meest gebruikelijke is "salonvloo", die dan ook een tamelijk juist portret van uiterlijk en. karakter van onzen held geeft. De naam "Heineken" werd in de laatste jaren meer dan eenmaal, - en niet juist altijd op sympatieke wijze - genoemd.

------------------------
Enkele citaten uit het boek van Dr. H.J. Scheffer:  Henry Tindal. Een ongewoon heer met ongewone besognes . Fibula-Van Dishoeck/Bussum. ISBN 90 228 3531 6:
p.82/84
In de loop van december 1890 verscheen bij de Amsterdamse
voorman van de Sociaal-Democratische Bond, I.A. Fortuyn, die een boek winkeltje had en ook wel als uitgever optrad, het pamflet 'Acher de schermen! Onthullingen uit onze "deftige" kringen'. De schrijfster omschreven als 'Mevr. von B., geb. T.. Kort daarop verscheen er behalve een tweede druk, ook een vervolg, in maart 1891 een tweede vervolg en eind mei van datzelfde jaar kwam deeltje IV van 'Achter de schermen uit.. Het 'mevr. von B., geb. T.' en de inhoud van de brochures lieten maar één conclusie toe: Willy von Barnekow-Tindal, ten diepste gekrenkt door de wijze waarop haar familie en de Amsterdamse gegoede echtgenoot en haarzelf hadden bejegend, was de schrijfster. Én als haar zwager G.A. Heineken*) niet goedschiks het geld waarop zij recht had wilde afstaan, dan moest het maar kwaadschiks gebeuren. Niemand die eraan twijfelde dat zij de brochures had geschreven, toen niet en ook nu nog niet.Dit alles kan niet worden tegengesproken, maar toch meen ik dat mevrouw von Barnekow bij het schrijven van de brochures een ondergeschikte rol heeft gespeeld, te weten die van de aandraagster van de roddel, en dat haar man de eigenlijke auteur is geweest.
*) G.A.Heineken was getrouwd met Mary Tindal, een oudste zuster van Willy-von Barnekow-Tindal
p.94
....
mevrouw von Barnekow werd schuldig bevonden wegens eenvoudige belediging van een ambtenaar en veroordeeld tot f 300 boete, 'bij wanbetaling door hechtenis te verhalen, een vonnis dat, vooral omdat de hoofdschuldige buiten schot bleef, onbevredigend genoemd moet worden; het is te betreuren is te betreuren dat mevrouw von Barnekow geen hoger beroep heeft aangetekend.
p.96
Mevrouw von Barnekow heeft haar 'dertig dagen vervangende hechtenis' uitgezeten in het huis van bewaring aan de Heiligenweg te Amsterdam, het latere badhuis, van zaterdag 15 december 1891 tot en met donderdag 14 januari 1892. Haar gedrag gedurende die maand werd door de gevangenisdirectie als goed omschreven1 Toen zij enige dagen ingesloten was schreef Recht voor Allen "'Terwijl de heeren Henry Tindal en G.A. Heineken voor hun zuster de gevangenis op den Heiligenweg te Amsterdam een best tehuis schijnen te vinden, althans haar stilletjes aldaar laten zitten, ofschoon haar gezondheid zwak is en zij veel te lijden heeft van de koude aldaar, zitten zij heel menschlievend in een kommissie tot het verleenen van huisvesting aan onbehuisden in Nederland.' Waarom hebben Tindal en Heineken geen hart voor een onbehuisde zuster, 'die met haar jeugdig kind onbeschermd en onverdedigd achterbleef? ".