Adriana Johanna de Mol van Otterloo (Adrienne genoemd) geboren Amsterdam 21 Mei 1827 gedoopt in de Westerkerk te Amsterdam. Zij was de jongste dochter van 9 kinderen van Adriaan de Mol van Otterloo, geboren 4 Juli 1783 te Amsterdam, gedoopt 1 Augustus 1783 in de Oude Kerk. Hij trouwde 13 November 1898 te Watergraafsmeer Johanna Theodora van Effen, gedoopt op 29 April 1787 in de Zuiderkerk te Amsterdam)


Adriana Johanna de Booij-de Mol van Otterloo (1827-1882)
Haar vader sterft op 43 jarige leeftijd 16 April 1827 dus ruim een maand voor de geboorte van zijn jongste dochter Adriana. Haar moeder sterft op 42 jarige leeftijd in Velp als Adriana ruim 2 jaar is op 24 September 1829.

Uit het dagboek van Hendrik de Booij: deze afbeelding is een foto van een tekening van de hand van Heimar Groll, een vriend van mijn vader Chrétien de Booij en stelt voor het huis thans genummerd 170 en 172 en hun gemeenschappelijke gevel aan de Heerengracht., In een van die twee huizen woonde het echtpaar de Mol van Otterloo met hun talrijke gezien, waarvan mijn moeder Adriana Johanna geboren op 21 mei 1827 is.

Links: Het geboortehuis van Adriana de Booij-de Mol van Otterloo is in ±1617 gebouwd voor Guillermo Bartolotti (Willem van den Heuvel), één van de rijkste Amsterdammers in die tijd. Het huis Bartolotti of Het Bonte Huis genoemd. Op Bartolotti's huis staat hoe hij aan die rijkdom kwam: er zijn twee cartouches aangebracht met links het geschilderd opschrift "Ingenio et Assiduo Labore" (door vernuft en noeste vlijt) en rechts "Religione et Probitate" (door godsdienst en rechtschapenheid. De Vereniging Hendrick de Keyser heeft het huis aan de Herengracht 170 in 1924 verworven, maar Herengracht 172 pas in 1971. Rechts: Het huis na de spectaculaire restauratie in 1968/71
Uit het dagboek van H. de Booij:
Mijn Moeder behoorde tot het geslacht de
Mol van Otterloo. Ik heb den korzeligen Oom Janus
gekend toen hij met zijn zuster Line woonde op den Heerengracht 114, verder nog
oom Theodoor die moeilijk door het leven kwam en vaak bij ons was en dan de
tantes Anna en Line maar vooral Line. De in mijn bezit zijnde gegevens zeggen
dat hun verloving (van zijn ouders) plaats had in 1851. Na het overlijden van
haar man werd de heer Ameshoff als voogd aan gesteld over de acht kinderen. Wie
haar pleegouders zijn geweest is niet onbekend, waarschijnlijk en dat blijkt ook
wel uit haar brieven door haar broers en zusters. Moeder leed veel aan asthma moest daardoor herhaaldelijk genezing zoeken in
het buitenland zij kon ook niet zoveel dingen doen in het huishouden als andere
mensen die sterker waren. Chris (zijn oudste broer) was met koorts ,
vermoedelijk malaria , uit Indie gekomen. De Gyes waren grote vrienden van mijn
Moeder die bij hun in betrekking was geweest (als gouvernante). Mijn moeder kan
men goed leren kennen uit haar mooie brieven. Ze was niet sterk lichamelijk leed
aan asthma waartegen zij een bijzonder soort sigaretten rookte. Zij was
opgeruimd van aard, vol humor had een sterk Godsvertrouwen dat haar zeker tot
grote steun is geweest. Maar zij was in haar godsdienst niet als de strenge
Calvinisten.
De brieven van Adriana Johanna de Mol van Otterloo echtgenote van Chrétien ,Jean Gérard de Booij aan haar familie leden Engelien de Booij, kleindochter van Adriana Johanna, heeft bij deze brieven een inleiding geschreven en tevens daarbij gevoegd een historische indeling. Ik zal slechts een kleine selectie van deze brieven weergeven. Mocht voor de andere brieven belangstelling bestaan, dan kan men van mij een afschrift ontvangen.
Inleiding:
Na het overlijden van mijn grootmoeder hebben haar dochters schriftjes
samengesteld voor hun broers waarin zij brieven hadden overgeschreven van hun
moeder, voornamelijk geschreven aan haar zusters. Veel later, ongeveer in 1930,
heeft haar oudste zoon Chrik, die toen met zijn twee nog in leven zijnde
zusters in Bilthoven woonde, brieven en briefkaarten die zijn oudste zuster
bewaard had in een vierde schriftje overgeschreven. De brieven zelf bestaan niet
meer waardoor sommige vragen omtrent spelling en chronologie onopgelost moesten
blijven. De meeste brieven heb ik in deze verzameling opgenomen, maar het is
niet zeker dat de volgorde correct is. De kinderen waren dus al vroeg wees.
Misschien zijn zij opgevoed door een zuster van hun moeder, Adriana Henrica van
Effen, weduwe van Johan Christiaan Dressel; in ieder geval komen we haar dochter
Coos Dressel (1810-1882), wonend te Brummen soms in de brieven tegen. "Oom
Tirion" was getrouwd met een andere zuster van hun moederen ook hij heeft zich
zeker wel met het gezin van zijn overleden schoonzuster bemoeid. De Roelofsen en
de Van Maanens die genoemd worden, zijn ook Van Effen-relaties; Johanna van
Effen had namelijk twee halfzusters, geboren uit het tweede huwelijk van haar
vader met Johanna Roelofs. De ene, Justine, trouwde met de heer Voet (oudoom
Voet). De andere, Henriette, met Jean Marie van Maanen, die na het overlijden
van zijn vrouw intrek nam bij zijn nichtjes Line en Anna de Mol van Otter1oo. De
drie meisjes De Mol van Otterloo hebben een goede opvoeding gehad, maar moesten
al vroeg voorzien in hun eigen levensonderhoud. Als de brieven beginnen, in
1847, zijn er onderhandelingen gaande om de jongste, Adrienne, geplaatst te
krijgen bij P.Ph. van Bosse, die begin 1848 minister zou worden. De andere twee
hadden al een betrekking: Line bij ds. Jacobus Ruijs in Rhenen, die getrouwd was
met C. Kortenhoef Smidt en drie dochterjes had, geboren tussen 1839 en 1843.
Anna was bij mr. C.H. baron van Rhemen, burgemeester van Brummen, echtgenoot van
J.E. baronesse van Tuyll van Serooskerken. Ook daar waren drie dochtertjes,
geboren tussen 1835 en 1842. Het echtpaar Van Bosse-Reynvaan had eveneens drie
dochtertjes, geboren tussen 1837 en 1843. In al die gezinnen waren ook jongens,
maar vermoedelijk behoefden de gouvernantes zich niet met hen bezig te houden.
Hoewel de positie van gouvernante niet altijd gemakkelijk geweest zal zijn,
lijkt het toch, dat de meisjes De Mol van Otterloo door hun werkgeefsters
gewaardeerd werden en vriendelijk behandeld zijn. De gezusters Brontë hadden het
heel wat moeilijker. Op het voorstel van broer Janus om samen te gaan wonen
(waarschijnlijk ook met Theodoor, a1thans korte tijd), reageerden zij niet zo
erg enthousiast, maar uiteindelijk namen zij die stap toch, en Janus, Line en
Anne voerden tot l884 een gemeenschappelijke huishouding. De jongste, Adrienne,
was denkelijk ook bij hen, tot zij in 1852 trouwde .
Indeling van de brieven van Adriana de Mol van Otterloos gemaakt door
Engelien de Booij (dochter van Hendrik de Booij)
1850-1852
De plannen om gemeenschappelijk met haar twee zusters en haar broers Janus
en Theodoor te gaan wonen, zijn vermoedelijk doorgegaan. Theodoor ging later
weer naar Indië, en Adrienne trouwde in 1852, maar de twee zusters bleven samen
met Janus wonen, (uiteindelijk kwam daar ook nog "oom van Maanen" bij. Er is
maar één brief uit deze periode bewaard, waarin Adrienne een bezoek beschrijft
aan haar aanstaande schoonfamilie de Booij. Bij mevrouw de Booij (Johanna
Maria de Booij-Faure, schoonmoeder van Adrienne) woonde een zuster
in, Pierrette Faure, (tante Piet) en waarschijnlijk ook de ongehuwd gebleven
zoon Adolphe, die toen 30 jaar was.
1852-1860
Het huwelijk van Adrienne met Chrétien de Booij vond plaats op 2 september:
Johanna Theodora (1854), Jeanne Marie (Marie, later Mik genoemd), (1856),
Adriaan (1857) en Willem Theodoor (1859). Twee van die kinderen overleden in
1859: Johanna en Theodoor. De in 1860 geboren
zoon werd ook weer Willem Theodoor genoemd. Met Adriaan waren er van het begin
af problemen: zijn gezondheid liet te wensen over, en hij was erg ongezeglijk.
Later bleek hij aan toevallen te lijden. In 1860 werd Chrétien de Booij notaris
te Haarlem, de familie betrok al spoedig een mooi oud huis aan de Grote
Houtstraat met een grote tuin. Er is een klein briefje bewaard gebleven, waarin
Adrienne haar man smeekt vooral dit huis te kopen.
1860-1870
De kinderen worden groter. De zorg om Adriaan neemt
toe en in 1864 was hij thuis niet meer te handhaven en werd opgenomen in een
verpleeghuis. Er werden nog enkele kinderen geboren: Justus (1861), Adrienne
Johanna (Jo), (1863), Elisabeth Margaretha (1865) die het volgend jaar al
stierf, Hendrik (Henri, Henneman), (1867) en tenslotte Engelina PetronelIa (Lientje),
(1869). In het begin van deze periode waren er bovendien zorgen om Adriennes
broer Theodoor, als weduwnaar van Emma Zimmerman terug uit Indië, waar hij de
suikerplantage Blitar beheerde. Hij dronk te veel en was bovendien ontstemd over
de afwikkeling van de nalatenschap van hun broer Justus, die op 15 mei 1860 was
overleden
18'70-1882.
Begin 1871 overleed Adriaan te Ermelo, waar hij toen verpleegd werd. Adriennes
gezondheid ging langzaam achteruit, haar longen waren slecht en zij ging enige
malen in het buitenland kuren.

Adriaan de Booij (1857-1871)
Ook maakte zij een reis naar Menton met haar zoon Chrik, in 1875 of 1876. Verder logeerde zij veel in Renkum bij haar schoonzuster Anna Clausing-de Booij. Van de brieven die zij dan naar huis schreef zijn vooral die aan haar oudste dochter Marie of Mik bewaard gebleven, vol instructies, en vol zorg voor het achtergelaten gezin. De zoons trokken weg. Chrik en Theo gingen in de marine; Chrik was van 1872-1875 in Atjeh en weer van 1876 tot l880. In 1881 nam hij deel aan de expeditie van de schoener Willem Barentsz naar de Noordelijke IJszee en we lezen in de brieven die Adrienne aan haar zusters schreef hoe de hele familie in spanning was na een zware storm die de terugkeer van dit schip had vertraagd. Theo vertrok in de loop van 1880 naar Soerabaya en zijn moeder zond hem pakjes. Over Just, die voor de marine was afgekeurd, maakten zijn ouders zich rond 1880 wat zorgen, omdat zij een geschikte opleiding voor hem zochten. Uit de brieven blijkt dat hij bij boeren ging werken om het landbouwbedrijf te leren en tevens zich oefende in allerlei technische: vaardigheden. Jo, de tweede dochter, ging in de zomer van 1881 naar een kostschool te Ede, mogelijk had de gezondheidstoestand van de moeder daar mee te maken. Overigens waren haar huishoudelijke taken lichter geworden sinds de komst van May Hobson in 1879. May zou in 1884 met Chrik trouwen. De twee kleintjes waren Henri en Lientje, van wie Henri niet veel problemen gaf, maar Lientje had een zwakke gezondheid en haar moeder maakte zich voortdurend zorgen over haar vele hoesten. In de loop van 1881 verergerde de toestand van Adrienne, en begin 1882 stierf zij. Mik zou haar vervangen bij de drie jongste kinderen: Jo, Henri en Lientje.
Hier volgt mijn selectie van de brieven van Adriana (Adrienne genoemd) de Mol van Otterloo aan haar familieleden
1847 18 juni Rhenen, Aan haar zuster Anna .Ik heb getracht en hoop het steeds te doen Gods vinger in onze omstandigheden
op te merken; ik heb het niet gezocht maar zou nu toch wel denken, dat mijn taak
hier volbracht en dat een andere de opvoeding van Marie (van Besse) vooral moet
voltooien. Ik zie het leven aan als een beproevingsschool en verbeeld mij nu in
de eerste classe te gaan zitten, waar de moeilijkste arbeid wordt opgegeven. Gij maakt dikwijls een aanmerking en ik doe zoo veel verkeerds en ben zoo
lomp en onhandig enz.
1851 Lieve kinders (broers en zusters) Ik heb groote lust U te
introduceren in den familie kring de Booij , U vooraf belovend weinig over het
lid genaamd C. de Booij te spreken, maar U meer bijzonder te doen kennen die leden, die gij
minder gezien hebt.
1853 Lieve boers en zusters . Vooreerst kan ik U zelve de verzekering geven
dat ik perfect wel ben en ik geen oogenblik koorts heb gehad, iets dat een
zeldzaamheid is. Christiaan (haar zoon) heeft al de kenmerken van een volmaakte
gezondheid Mama (Johanna Maria de Booij-Faure) is vol attenties maar heeft
aanhoudend last van hoest enz en verlangt geloof ik naar huis. Mijn man is een engel. Heeft Line mijn boodschap aan Janus wel overgebragt? Hij philosofeert zoo
gaarne over gevoelens en gewaarwordingen. Nu ik liet hem zeggen dat er zeker in
het menschelijk leven geen tweede ogenblik voorkomt gelijk aan dat waarin men na
zooveel lijden de eerste levenskreet van den jonggeborene hoort. Dat is met geen
pen te beschrijven en werd dat ogenblik niet spoedig weer door pijn achtervolgd,
dan zou men menen in den Hemel te zijn. Ik zal niet ligt vergeten wat er in mij
omging, toen Halder zei, Mevrouw daar heb je je zoon ! en toen Christiaan,
bonjour Mama, zei. De groote Chris zei niet veel moois, want hij stond hardop te
huilen als een kind.
1861 23 juni. Een versje gemaakt door Mama bijgelegenheid van den 23sten juni
1861 die op een Zondag viel Papa werd 23 juni 41 jaar, Just die 1 juni was
geboren werd 23 juni gedoopt en Mama kwam dinsdag beneden. (Na ziekte) Dat waren
drie feestdagen in een zet! De vier dagen feest kan ik niet zoo gemakkelijk
verklaren: 23 Juni, verjaardag Papa enz, 24 Juni verjaardag Christiaan 26 juni
verjaardag Adriaan. Dat waren drie feestdagen. Wat was de vierde?
(Tussenvoegsel mijn grootvader Hendrik de Booij is ook op 23 juni geboren en mijn
zuster trouwt op 23 juni, mijn gestorven zuster geboren 21 juni stierf 27 juni!)
1861 Een brief van Adrienne aan haar zuster Anne. Het bleek mij nu, dat de
heer Vos en Connie (zuster van Emma de vrouw van Theodoor) toen zij in januari
Theo zoo lief ontvingen, reeds geïnformeerd waren over zijn gebrek. Vos is
evenals wij aan het twijfelen geraakt toen zijn soberheid aan tafel en op alle
uren van den dag gadesloeg en ook C. was getroffen door zijn ernstige stemming
en de liefde en smart waarmede hij over Emma sprak. Het was slechts later toen
hij alleen op zijn kamer was dat hij geruimen tijd wegbleef en op nieuws in de
oude fout verviel, zoodat mevrouw Vos gedurig vroeg wat hem toch scheelde? Zoo
lag, totdat Eduard haar eindelijk alles vertelde. Toen zeide zij aanstonds "dan
is het mijn pligt hem erover te spreken", en toen hij eindelijk eens terugkwam,
verzocht zij Connie het vertrek te verlaten en heeft toen met ernst en
hartelijkheid met hem gesproken. En Theo? Hij sloeg beide armen om haar hals,
lag geknield aan haar schoot en snikte als een kind. Toen kwam hij weer aan
huis, totdat hij eindelijk zei: Morgen kom ik 10 uur terug; hij kwam echter niet
en toen men de volgenden morgen naar hem informeerde, bleek het dat hij
's-ochtends te zeven uur reeds vertrokken was. Zij waren allen geindigneerd,
maar op een heel treurige brief,die Theo uit Parijs zond, zijn ze, zooals ik
meen op zijn verzoek, ook te parijs gekomen of ze hadden al plan gemaakt om te
gaan, dat weet ik niet. In Parijs zijnde liet Theo weten, dat hij niet durfde te
komen, maar eene uitnodiging verwachtte, dit werd echter gecoupeerd daar Vos hem
ontmoette en hem medenam. Hij vertrekt naar Italie en schrijft: "Ik blijf
vooreerst in Italien, het climaat bevalt mij bijzonder het is een prachtig land
en ik amuseer mij goed, natuur en kunst hebben alles gedaan om het te verfrayen.
Het is tamelijk goedkoop hier. Groet Adrienne voor mij, ik wensch haar alles
goeds, maar hoop van hare brieven verschoond te blijven, het zou haar misschien
spijten die ongeopend terug te ontvangen. Onze beschouwingen verschillen te
veel, en ik erger mij te veel aan die van anderen, dan dat ik niet alle enz enz
enz".Ik denk dat Chris deze brief niet zal beantwoorden want het is alles over
pretenties op Justus nalatenschap dat hij verder schrijft. Ik geloof dat Theo
zijn geld opmaakt en hij daarom ook Justus erfgenamen niet met rust kan laten.
Mogt God die alles kan, zijn hart vermurwen. Daar hij volgens Connie niet in
zijne fout vervalt dan wanner hij geheel alleen is geloof ik dat het is om zijn
geweten tot zwijgen te brengen, hij kan zeker niet denken aan Emma zonder
wroegingen heeft nergens rust.
1861 12 Maart Brief van Adrienne aan zusters Anne en Line, Zondagochtend
stond Theo eensklaps voor ons, er zeer goed uitziende, bedaard in zijn manieren
en vriendelijk, niet hartelijk, hij vond zeide hij mij later dat noch Chris noch
ik hem hartelijk ontvingen, zeer onverschillig. Ik antwoordde hem hierop, dat
zijn eerste bezoek mij veel genoegen had gedaan, maar dat het gevolgd was van
zoovele onaangename brieven, waarvan ik hem den inhoud niet eens wilde herhalen
, en die ik alle verbrand had, zoodat zij mij het genoegen van zijn bezoek
hadden vergald, dat zulks na ieder bezoek weer het geval was geweest en ik
daarom niet wist wat we aan hem hadden. Hij zeide daar niet veel op, alleen dat
hij het dan niet zoo kwaad niet gemeend had, en dat het mij niet mooi stond hem
weer over die brieven te spreken daar ik en Chris hem de vorige keer al hadden
gekapitteld . Verder bleef er het erbij, hij niet zoo streng in zijn oordelen
als anders en eigenlijk gematigd weer, in alles, uitgenomen zij praten. Hij
heeft van het uur zijner komst tot Maandagavond toen hij vertrok altoos door
geredeneerd over zijn zaken, over Blitar, over zijn reisavonturen, over allerlei
menschen. Als er een meid binnenkwam in het fransch anders in het hollands,
terwijl wij aten als de kinderen erbij waren als ik de meid iets zeide, altoos
maar door. Zoodat ik er hoofdpijn van had. Waarlijk hij is zeer vermoeiend dat
zal Emma wel ondervonden hebben die goed lieve zus.
1861 Aan zuster Anne. Het zal U wellicht niet verwonderen dat ik ferme
koortsen heb gehad, zooals gij zaagt was ik al een beetje in de war, toen gij
bij mij waart. Zoo'n koorts , dag en nacht, duurt lang, wat ik toen veel gedacht
over Justus, over Emma, over mijn beste Johannaatje en haar lief broertje en wat
heb ik mij bedroefd en geërgerd over den toon die in de kinderkamer heerste;
Kato steeds jankende, altoos door, haar keel had geen rust, de kinderen met
koekjes paayende om stil te wezen zonder enig succes. Adriaan als een Draak
c'est le mot want dat is iets onbepaalds en hij was meer dan onaangenaam
gehoorzaam , Kato evenwel verbood, maar strafte nooit. Marietjes stemmetje
hoorde ik haast niet daar zij zeker verbluft was door al die discordance , en
men bemoeide er zich niet mede, ik geloof dat ze koffie dronk, den heelen dag.
Christiaan was ook niet zoet."A quele chose malheur est bon " zult ge zeggen,
zoo gij het gevolg zult horen van mijn ondervindingen. Kato had steeds gezegd dat
zij alleen met C. moeite had en sprak dan van hem als van een onhandelbaar kind,
maar nu haar kon zeggen, dat ik de gansche middag getuige was geweest hoe zij op
A, niets geen pouvoir had, zeide ik haar om deze reden de dienst op daar zij
zigtbaar Adriaan's drift en ongehoorzaamheid (die groot zijn) erger in plaats
van beter maakte.
1876 28 januari brief aan zuster Anna: Wat worden we oud en ik nog altijd
dwaas, zwak, zondig, ijdel enz
1879 Zoete lammen, Ik was niets goed gestemd knorrig en gemankeerd op
mijne manier door de Booij, voelde ik mij zeer ongeschikt om goed woordje voor met de kinders
te lezen - en begreep ik, dat ik maar eerst zelve wat moest lezen, zou het
anders worden. Ik schrijf U dit bovenstaande als geruststelling - ik ben
volstrekt niet gewoon zulke dingen te vertellen aan zie ook want al me er van
spreekt voelt men 't diep hoe gebrekkig is wat men doet en hoe veel men te kort
komt.
1881 Lieve Zusters, Wat is mijn lichaam al een eind op weg! Caduque longen!
Het hart? -- haren, geen tanden, geen bloed, een beetje-- dat men wel slooping
heeten En wat is ons beloofd ? Een hemelsch lichaam! Wat zal dat voortreffelijk
wezen!
October 1881 aan Line en Anne. 14 october was voor mij altijd een bizondere
dag, toen werd Johannetje, later Theodoortje geboren, ik weet zoveel van dien
dag. Een gedeeltelijk leesbaar briefje kort voor haar sterven aan Christiaan. Ik
ben onvoorzichtig en ook… ziek geweest..
1881 In een brief van 1 November schrijft zij er over aan haar tante Anne
Clausing. Pierre heeft ons verteld dat Heidestein in de courant staat, ik vrees wel dat
er evenwel niets van komen zal, tenzij het te geef was. Nu, ik wil er maar niet
te veel op influenceren, al was ik gezonder, zou het daarmede niet goedmaken,
wanneer de Booij er niet naar zijn zin was. Ik ben moe en daardoor erg
kortademig. Ik houd het voor mogelijk dat ik weer een beetje bijkom als deze
droogte weer wat vergeten is. Er ging zooveel om in dat hart. Dag lievert, hoest
je nog, je Adrie.

Huize van Brederode, april 1881 Tekening van Adriana Johanna de Booij-de Mol
van Otterloo
17 December 1881 Lieve beste Annie (Clausing) Vanochtend op mijn bed werd mij de tijding
gebracht dat wij eigenaars zijn geworden van Heidestein. Zusje ! hoor je 't we?
Is 't niet aardig? Maar ook die zal ons wel getoond worden evenals van stap tot
stap alles ons gebracht heeft tot dezen aankoop - zoo zal de wijze van gebruik
zich ook wel aantonen. Het vooruitzicht er in elk geval een langen zomer te
wezen, lacht mij buiten gewoon toe en ik denk niet in het minst, als ik zoo
spreek aan mijn lieve buurvrouw.
15 januari 1882 lieve Kinders De Zoon des Menschen is gekomen om te zoeken
wat veloren is; wij zijn allen verloren door de zonde. Laat u vinden. Dit is
mijn testament. Beste man vergeef mij al mijn gebreken. Ik heb U hartelijk lief.
Adriana Johanna de Mol van Otterloo sterft 15 januari 1882 op 54 jarige leeftijd in Haarlem

Grafsteen van Adrienne Johanna de Booij-de Mol van Otterloo en haar vroeg gestorven kinderen: Johanna , Willem Theodoor, Elisabet Margaretha en haar schoonmoeder Johanna Maria Faure, echtgenote van Christiaan de Booij en haar neef A. J.C. de Booij jongste broer van haar echtegoot Chrétien Jean Gerard de Booij na haar ood overleden dochter Adrienne Johanna de Booij
De 11 kinderen van Chrétien Jean Gérard de Booij en Adriana Johanna de Mol van Otterloo:



1. 2. 3.



4. 6. 7.



8. 10. 11.


Geen foto's maar wel de overlijdensadvertenties van hun 5e en 9e kind
1. Chretien Jean Gerard de Booij (Chrik genoemd) geboren in Beverwijk op
24 Juni 1853. Hij trouwt 10 september 1884 Mary Jane Hobson,
geboren in Kilkea (Kildare, Ierland) 29 October 1859.Hij was Kapitein
ter zee, Vice admiraal titulair, lid Hoog Militair Gerechtshof te Utrecht. Hij
sterft op 80 jarige leeftijd in Oegstgeest 3 juni 1934. Zijn vrouw sterft
al op 63 jarige leeftijd in Utrecht 1 april 1923.
2. Johanna Theodora de Booij geboren Beverwijk 14 October 1854 op
4 jarige leeftijd gestorven in Haarlem 2 februari 1859. Pas later bericht haar Moeder over dit verlies in verband met het verlies van haar
andere kinderen. Alleen rest ons nog een schilderij van Johanna Theodora op haar
sterfbed.
3. Jeanne Marie (Mik) de Booij geboren Beverwijk 29 Maart 1856.
Zij was ongetrouwd. Directrice Heldringstichting Talitha Kuni te Zetten. Zij sterft in Bilhoven op 71 jarige leeftijd 20 september 1927.
4. Adriaan de Booij geboren te Beverwijk 26 juni 1857 en sterft op
13 jarige leeftijd in Ermelo. Leed al op 4 jarige leeftijd aan duizelingen,
later toevallen .
5. Willem Theodoor de Booij. Geboren in Haarlem 14 oktober 1858,
gestorven 30 september 1859. In het zelfde jaar als haar zusje Johanna Theodora die stierf 2 februari.(geen foto beschikbaar)
6. Willem Theodoor (Theo) de Booij geboren in Haarlem 1 februari 1860.
Hij trouwt in Hilversum 14 november 1895 Jonkvrouwe Catharina Elisabeth de Geer, geboren Hees (Nijmegen) 18 september 1872.
Hij wordt vice-admiraal en later directeur Bataafsche Brandwaarborg Mij van 1806
in 's-Gravenhage. Hij sterft op 74 jarige leeftijd in 's-Gravenhage 1
maart 1934. Zijn vrouw sterft in Wassenaar op 22 juni 1945.
7. Justus de Booij geboren Haarlem 1 Juni 1861 trouwt in
Clear Lake (Minnesota) 22 maart 1888 Carrie May Wilson geboren Sycamore (Illinois)
20 augustus 1868. Hij is bankier Hij sterft in Elk River (Minnesota)
op 72 jarige leeftijd
8. Adrienne Johanna de Booij geboren in Haarlem 23 februari 1863. Zij
is ongetrouwd. Kunstschilderes . Zij sterft in Amsterdam op 64 jarige leeftijd 8 juni 1937.
9. Elizabeth Margaretha de Booij geboren Haarlem 26 maart 1865.
Zij sterft het volgend jaar op 19 februari 1866
10. Hendrik de Booij geboren 23 juni 1867 in Haarlem. Hij trouwt in
Naarden 16 juni 1897 Hilda Gerarda Boissevain geboren Amsterdam 12 juli
1877 Marine Officier. Secretaris-penningmeester Noord-Zuid
Hollandsche Reddingmaatschappij. Hij sterft op 97e jarige leeftijd in Amsterdam.
11. Engelina Petronella de Booij geboren in Haarlem 9 december 1869
19:00 en op 37 jarige leeftijd gestorven in Haarlem op 23 october 1907
De voorouders van Adriana Johanna de Mol van Otterloo

Wapen van de familie de Mol van Otterloo
Voorouders van Adriana Johanna de Booij - de Mol van Otterloo
I. Hendrik Melisz, Woudenberg .. - 1675 meester rademaker
II. Melis Hendrikz Remnits van Otterloo Woudenberg omstr. 1660 -1718.
III. Cornelis van Otterloo gedoopt Woudenberg 15-8-1686 sterft in Amsterdam
30-8-1725
IV. Willem van Otterloo Amsterdam 23-6-1716 - 7-7-1786 (trouwt
Pieternella de Mol)
V. Adriaan de Mol van Otterloo, Amsterdam 1 dec. 1741 -
22-8-1803
VI. Adriaan de Mol van Otterloo, Amsterdam 4 -7-1783 -
17-4-1827.Trouwt Watergraafsmeer 13-11-1827 Johanna Theodora van Effen Amsterdam 21-4-1787 - Velp 24-9- 1829.
Behalve 2 doodgeboren zonen dochter krijgen zij 9 kinderen, waarvan hun zoon
Justus de enige is die de naam van het geslacht van de
Mol van Otterloo heeft doorgegeven. 1 dochter is na enkele maanden overleden,4
zoons en 2 dochters blijven ongetrouwd. De jongste dochter Adriana trouwt met Chrétien de Booij.
VII.1 Adriaan de Mol van Otterloo (Janus genoemd), geboren Amsterdam 5
Juli 1813. Oudste zoon van Adriaan en Johanna Theodora van Effen Hij was ongetrouwd. Lid van de firma Wed. AS. De
Mol van Otterloo & F. Kat, makelaars tabak te Amsterdam.Hij overleed op 70
jarige leeftijd in Amsterdam 22 januari 1884.
Uit het dagboek van Hendrik de Booij:
Een tekening laat zien het huis op de Herengracht 114 te Amsterdam waar in mijn
jeugd Oom Janus en de tante Line en Anna woonde. Oom Janus en de tantes waren
ongehuwd. Hij was makelaar en naar mijn herinnering niet opgewekt van aard,
eerder korzelig.

Herengracht 114 Amsterdam. Huis van oom Janus de Mol van Otterloo

Zaal in het huis Herengracht 114 toen het huis bewoond werd door Adriaan de Mol van Otterloo (Oom Janus) en zijn ongehuwde zusters Hij woonde in dit huis in 1874.

Adriaan de Mol van Otterloo (Janus genoemd)
De karikaturist Carjat destijds een bekend man maakte een knappe tekening van oom Janus. Carjat was zonder twijfel een knappe tekenaar, die het talent bezat de karaktertrekken van een nog nooit door hem gezien mens onmiddellijk te zien en uit te beelden. Hij tekent mijn hollandsche oom aan het strand van de zee waaraan deze oom zo sterk gebonden was door zijn handel met Indie. Uit zijn gelaatstrekken zie ik dat een gevoel voor humor den tekenaar niet ongemerkt is gebleven, maar bovendien zie ik dat hij de rechtervoet een krab heeft getekend en dat geeft te denken.
Uit de brieven van zijn zuster Adrienne
1847 18 Juni, Rhenen. Aan haar zuster Anne: Janus soms zoo stuursch en zoo
brusque.
1853 brief van Adrienne aan broers en zusters. Heeft Line mijn boodschap aan
Janus wel overgebragt? Hij philosofeert zoo gaarne over gevoelens en
gewaarwordingen.
1881 Aan haar zusters , De groote en telkens terugkerende verandering van
temperatuur schokt zenuwgestellen als hem, die enigszins lijdend zijn, hoeveel
te meer iemand die zoo weinig afleiding heeft als Janus, helaas heeft ach welk
en weinig gelukkig leven heeft hij gehad, zulk een werkzame geest, zulk
enthousiasme op sommige punten en dan altoos en dat struikelblok die hinderpaal
in de uitvoering in zijn slecht gezicht, De makelaardij was hetgeen hij nog het
beste kan waarnemen en die heeft hij spoedig aan de kant gezet. Ik hoop dat gij
vertrouwelijk met Janus kunt spreken en dat hij er toe komen kan om U lieden
mede te deelen of, en op welke gronden hij getroost de slooping van dit aardsche
lichaam waarneemt.
VII.2 Theodorus (Theodoor genoemd) de Mol van Otterloo geboren Amsterdam, 9 October 1815. Hij trouwde in Utrecht 19 April 1856 met Emma Adriana Zimmerman geboren New York 10 Juli 1823.Uit dit huwelijk een doodgeboren zoon. Theodoor was eigenaar van de tabaksonderneming Wiedang (Rembang, Midden Java), lid van de firma's Wed. A. de Mol van Otterloo & F.Kat en de Mol van Otterloo & Gebing, makelaars in tabak te Amsterdam. Zijn vrouw sterft in Djokjakarta reeds op 30 jarige leeftijd. Hij sterft op 68 jarige leeftijd in Zutphen 27 Juli 1884.

Links: Theodoor de Mol de Otterloo en zijn echtgenote Emma Adriana Zimmerman. Rechts: Theodoor op latere leeftijd (1815-1884)
Uit de brieven van Theodoor aan zijn jongste zuster Adrienne:
1859 10 maart Batavia. Brief van Theodoor aan Adrienne,Anna en Engeline:Ik dank
U zoo ook de broeders voor Uwe regelen vol deelneming over het mij getroffen
verlies van mijn dierbare Emma. Dit verlies en die slag wordt bij ieder moment
grooter en pijnlijker voor mij. Gij die door het bijeen blijven en een andere
omgeving steeds hebbende als die welke mijn lot was, hebt Godsdienst in Uw hart
en dus ook den troost in grote beproevingen of slagen die deze U kan aanbieden.
Ik mis die kracht, ik mis diens troost en daarom is mijn lot meer te beklagen.
Al mijn vooruitzichten en plannen zijn vernietigd. Nooit heb ik zoo'n ziekte
bijgewoond, ik was dus niet geprepareerd op het verraderlijke van dien.
Geslingerd door hoop en vrees, door de verkeerde behandeling van de Docter, door
ene onbegrijpelijke doch onvoorzichtige wil van Emma, door inlandsche
medicijnen, door Dames die raadgaven, door mijnen wil om haar te helpen, en door
de liefde die ik in haar bezat, zag ik haar sterven zonder het te kunnen
geloven. Ik was den eerste dag net of er niets gebeurd was, het was of dat ik
voor zaken te Djocjo was en Emma te Samarang was achtergebleven. Ik was verstomd
en scheen ongevoelig maar toen ik haar in de kist zag voor het laatste en een
krans van rozen om haar hoofd deed en een witte roos in haar lieve handen gaf en
wist dat dit voor het laatste was dat haar zien zoude, kwam alles bij mij op,
wat in haar verloor en mijne droefheid was onbeschrijfelijk. Nooit vergeet ik
het moment toen de kist zag nederdalen en als laatste afscheid hare kist met
bloemen bestrooide. Hoe of ik toen mij gevoelde kan ik U niet zeggen, mijn
alleen zijn omvattende in al zijn uitgestrektheid, ik verloor toen alles wat mij
nog vertrouwen en hoop in het toekomstig leven kan geven. En och zij stierf zoo
kalm, haar laatste woord was voor mij, haar laatste blik op mij…Mijn gaan naar
Europa is dus nog onzeker. Veel redenen heb ik zelfs om er van af te zien doch
zal dit wel kunnen omdat ik absoluut naar Amerika wil om de familie Zimmerman
eens te vertellen en ook verschillende wenschen van Emma te vervullen. Het
uiteenlopend karakter tusschen mij U en de broeders voorspeld voor mij in
Holland niet wat ik zoo zeer verlang, even onmogelijk als het is voor mij te
veranderen is dit ook voor U en de broers . Ik heb steeds het goed gewild, maar
ben steeds verkeerd begrepen en niet vertrouwd door den loop van omstandigheden
heb ik die in 1838 reeds na Java vertrok om mijn fortuin te beproeven en een
offer moeten brengen waar van gij allen vrij zijt gebleven. De kloof die reeds
bestond voor 1850 is dieper geworden in 1852 nog dieper in 1856/1857 en nu niet
meer te herstellen. Al het ongeluk, al de kommen n de zorg was mijn deel en kan
ik mij niet blootstellen aan een vermeerdering van deze. Dikwijls sprak Emma met
mij over deze mij groevende zaken doch mij gelijk gevende op bijna alle punten,
condemneerde zij mij van niet meer zelfstandig te zijn geweest te zijn. Zij
begreep zeer goed eene broederlijke genegenheid zooals bij hare zusters en
broeders bestond, niet denkbaar bij ons was, en wilde dus dat schokken vermeden
worden. Op haar sterfbed wenschte zij dat ik haar beloofde lief voor u alle te
zijn, dit zal ik ook, maar een te huis en broederlijke omgang kan ik nooit met U
hebben. Ik schrijf U dit niet om onaangenaam te wezen maar om u te doen
begrijpen wat of ik in Holland denk te moeten verwachten, en waar ik mij op rijp
beraad op regelen wil.
VII. 3 Willem Cornelis de Mol van Otterloo geboren Amsterdam 11 Mei
1817 11:00. Adelborst bij het Koninklijk Instituut van de Marine. Hij was
ongetrouwd. Overleden in Medemblik op 18 jarige leeftijd. 26 januari 1836.
VII.4 Engeltje geboren Amsterdam 10 februari 1819 gestorven 25 juni
1819
VII.5 Johan Christiaan Engelbert van Otterloo geboren 17 November
1821. Hij was ongetrouwd en was officier van het Neerlandsch Indisch leger. Hij stierf in Soerabaja op 44
jarige leeftijd op 16 Mei 1866

Johan Christiaan Engelbert van Otterloo.
1860 9 maart Batavia Brief van Johan C.E. aan zijn zuster Adrienne.
Ik ben dan ook vast besloten niet te trouwen zoolang ik in activiteit ben,
eenmaal voor goed in Holland teruggekeerd om mijn pensioen te verteeren, dan is
dat iets anders. Ik ben dan ook vastbesloten, om, in 1861 met verlof te gaan en
kom ik dan 2 jaren te midden van u doorbrengen, eerder kan ik niet komen, wil ik
mij in mijne verdere bevordering niet schade doen. Gij zult, mij wel veranderd
vinden; veertien dagen geleden ben ik benoemd geworden tot majoor bij veld- en
bergbatterijen, dit deed mij veel genoegen, te meer dat dit een betrekking is,
waarop ik zeer gesteld ben. Ik blijf thans behooren tot dat gedeelte van het
leger, dat immer zich gereed moet houden voor de verschillende expedities dus
zult Gij nog wel weder eens, God weet, naar toe zien vertrekken.
1865 27 October Brief van haar broer Johan uit Batavia aan Line. Reeds eenige
maanden geleden in eenen brief aan Janus aan U gerigt heb ik mijne explicatie
gezonden betreffende een uitdrukking in een vroeger schrijven door mij gedaan,
ik zeide u daarbij dat het U niet bedoelde maar dat dit op Theodoor zag, ik heb
mij dienaangaande niet zo erg vergist nu ik it uwen brief van 3 september
verneem hoe Theodoor zich vis a vis de Booij gedraagt door hem na te schreeuwen
op straat of wel leelijke gezigten tegen hen te trekken.
VII.6 Justus de Mol van Otterloo geboren in Amsterdam op 7 maart 1823.Hij trouwde in Beverwijk 29 juni 1854 met Maria Wilhelmina Hovy, geboren in Amsterdam 22 januari
1833. Uit dit huwelijk behalve 1 jonggestorven zoon nog 4 kinderen Elisabeth, Johanna Theodora en Hendrik. Justus was makelaar in tabak en
kwam vermogend in Nederland terug. Hij stierf in Zeist in huis Ma Retraite op 37
jarige leeftijd op 15 Mei 1860. Zijn vrouw hertrouwt Zeist op 14
oktober met Isaak Esser. Zij sterft op 81 jarige leeftijd op in Kampen op 16
oktober 1914.
Hun zoon Hendrik is de enige van de kinderen, die het geslacht de Mol van
Otterloo voor het uitsterven
heeft behoed Hij was getrouwd met Jkvr. Suzanna Roëll, dochter van Willem
Frederik baron Roëll en Anna Cornelia Collot d'Escury.

Links: Maria Wilhelmina Hovy, echtgenote van Justus de Mol van Otterloo. Rechts: Hendrik, zoon van Justus en Maria de Mol van Otterloo.
De voorouders van de vrouw van Justus de Mol van Otterloo Maria
Wilhemina Hovy behoren tot de families, die sinds de 16e eeuw de
de touwtjes in handen hadden wat betreft de stad Amsterdam zoals de families
Dedel, Boreel, Pels, Huydecoper, Marcelis, de Bas, van Vollenhoven, Crommelin,
Backer, Reael, Oetgens, Coymans,Hudde, Bouwens,Witsen, Trip etc Zie voor
een uitgebreide lijst van voorouders van Maria Wilhelmina Hovy link:
Familie Hovy:
VII.7 Engelina Petronella (Line) de Mol van Otterloo is geboren in
Amsterdam op 16 April 1824. Zij was niet getrouwd. Zij stierf in
Haarlem op 63 jarige leeftijd op 10 april 1888
1847 Adrienne aan haar zuster AnneLine ziet beter uit dan ik verwacht had,
zij is tevreden, ik bewonder haar dikwijls het is een zoo nederige godsdienstige
ziel, die zoo stil en onopgemerkt pligt nauwgezet betracht, zich telkens
verloochent , en niets in hare eigene schatting is, ook verwonder ik mij
dikwijls hoe zij met zachtheid, teven zoo onwrikbaar bij haar eens genomen
besluit blijven kan, ja de beden van Mijnheer en mij niet aanhoort , als zij
goed acht dat Marie of Mina gestraft worden. Ik noem slechts Line
teergevoeligheid, ach hoe dikwijls zullen wij haar kwetsen.

Engelina Petronella (Line) de Mol van Otterloo 1824-1888
1865 27 october Soerabaya Van oom Johan .C.E. de Mol van Otterloo aan Line. Ik heb uwe lettern jl ontvangen, gelezen en herlezen maar tot mijn leedwezen want in dat schrijven straalt een zoodanige orthodokse protetantsche geest door, die ik niet kan delen. Ziedaar het voornaamste gedeelte van uwe brief beantwoord , en zult gij mij ontzaggelijk veel genoegen doen voortaan mij niet meer zoo te schrijven, maar schrijft ze dan zooals die van Adrienne zijn gesteld.
VII.8 Johanna Theodora (Anne) de Mol van Otterloo, geboren Amsterdam 1 December 1825 Zij was ongetrouwd. Zij stierf op 58 jarige leeftijd in Haarlem op 24 October 1884.Adrienne is zeer verbonden met haar zuster gezien de grote hoeveelheid brieven gericht aan haar.

Johanna Theodora (Anne) de Mol van Otterloo. Gouvernante bij Baron van Rhenen te Brummen. 1825-1884
VII.9 Adriana Johanna de Mol van Otterloo (Adrienne genoemd) Zie hiervoor aan het begin van dit hoofdstuk