Max Havelaar of de koffieveilingen der Nederlandsehe Handelmaatschappy
door Multatuli (alias E. Douwes Dekker)
De eerste pagina:
Gerechtsdienaar.. Mynheer de rechter, daar is de man die Barbertje
vermoord heeft.
Rechter. Die man moet hangen. Hoe heeft hy dat aangelegd?
Gerechtsdienaar. Hy heeft haar in kleine stukjes gesneden, en ingezouten.
Rechter. Daaraan heeft hy zeer verkeerd gedaan. Hy moet hangen.
Lothario. Rechter, ik heb Barbertje niet vermoord!
Ik heb haar gevoed en gekleed en verzorgd. Er zyn getuigen die verklaren
zullen dat ik 'n goed mensch ben en geen moordenaar.
Rechter. Man, ge moet hangen! Ge verzwaart uw misdaad door
eigenwaan. Het past niet aan iemand die ... van iets beschuldigd is, zich voor
'n goed mensch te houden.
Lothario. Maar rechter, er zyn getuigen die het zullen
bevestigen. En daar ik nu beschuldigd ben van moord ...
Rechter. Ge moet hangen! Ge hebt Barbertje
stukgesneden, ingezouten, en zyt ingenomen met uzelf ... drie kapitale
delikten ! Wie zyt ge vrouwtje?
Vrouwtje. Ik ben Barbertje.
Lothario. Goddank! Rechter, ge ziet dat ik haar niet vermoord heb!
Rechter. Hm ... ja ... zoo! Maar het inzouten?
Barbertje. Neen, rechter, hy heeft me niet ingezouten. Hy heeft my
integendeel veel goeds gedaan. Hy is 'n edel mensch!
Lothario. Ge hoort het, rechter, ze zegt dat ik 'n goed mensch ben.
Rechter. Hm ... het derde punt blyft dus bestaan.
Gerechtsdienaar, voer dien man weg, hy moet hangen. Hy is schuldig aan
eigenwaan. Griffier, citeer in de praemissen de jurisprudentie van Lessings
patriarch.
(Onuitgegeven Tooneelspel).
PS. Wel vreemd is dat de
uitdrukking Barbertje moet hangen niet juist is, het is toch Lothario die moet
hangen! Hoe de vergissing in de wereld is gekomen is mij niet
duidelijk.