Het Bondslied van het lagere marine personeel in Indië, dat door de Marine leiding op 26 december 1932 verboden werd om te zingen.
"Werkers, waar g' ook zwoegt en lijdt
Zijn wij niet van eenen bloede?
Striemt ons niet dezelfde roede,
Welker scherpte gij ook lijdt?
Hebben wij soms ruimer recht,
Minder plichten, grooter vrijheid?
't Zonlicht van levensblijheid
Is 't niet ons, als u ontzegd?
Janmaat voelt het en verstaat:
Eén is 't juk, dat w' allen dragen,
Eén de strijd, die heeft te wagen
't Gansche proletariaat!
Eén is aller ideaal
én de weg ter zegepraal
De arbeid, op wien alles rust
Wil niet meer zijn uitgezogen,
En niet dof meer neergebogen,
Richt hij 't hoofd op, zelfbewust!
Hoog zijn vaandel opgericht
Wenkt hij alle proletaren
Zich in eenheid te gaan scharen
Naar de vrijheid, naar het licht!
Kennen we onzes werkers plicht
All' voor één en één voor allen,
Mogen nog zoo velen vallen,
Geen, die ontrouw wordt of zwicht!
Wankelt somtijds onze moed,
't Ideaal zal stut ons wezen,
En blijmoedig, zonder vreezen
Hebben veil wij, goed en bloed!" ...