IX. De notaris Chrétien Jean Gérard de Booij (1820-1901)
"1820 op den 23.Juny des VrydagOchtend over 8 Uuren verloste myne dochter J.M. De Booy Spoedig en Gelukkig door Gods Genadige Goedh van Een welgeschape Zoon die zy na Wensch konde doen suygen En den 9. dag Gezegt redelyk Welvarend hersteld zag. hebbende zelve 't Kind den 9 Ju1y des namiddag in de Fransche kerk ten doop gehouden en door dominie de Chaufepie gedoopt Chrétien Jean Gérard. dat zelvde kind is de kinderziekte den april 1821 ingeend".

Geboorteakte van Chrétien Jean Gérard de Booij 23 juni 1820 's-Gravenhage. Ouders : Christiaan de Booij en Jeanne Marie Faure
Hij is van 1852 tot 1857 te Beverwijk van 1857 tot 1885 te Haarlem notaris geweest heeft zich toen teruggetrokken, zich met zijn broer Pierre geïnteresseerd voor de herkomst van zijn geslacht en is te Haarlem overleden 22 Februari 1901; 2 September 1852 trouwde hij te Amsterdam met Adriana Johanna de Mol van Otterloo, dochter van den makelaar in tabak Adriaan en Johanna Theodora van Effen, die geboren werd te Amsterdam 21 Mei 1827 en 17 Juni d.a.v. gedoopt in de Westerkerk door Ds de Keizer - zij overleed te Haarlem 15 Januari 1882.

Chrétien Jean Gérard de Booij Adriana Johanna de Mol van Otterloo
Voor meer gegevens over de notaris Chrétien de Booij en zijn vrouw Adriana de Mol van Otterloo heb ik geraadpleegd de dagboeken van mijn grootvader Hendrik de Booij . Een gedeelte is ook terug te vinden in het familieboek van Chré de Booij

Adriana Johanna de Mol van Otterloo en haar man Chrétien Jean Gérard de Booij
Uit de dagboeken van Hendrik de Booij:
Mijn Vader werd geboren in 1820, in den Haag. Hij heette Chrétien Jean Gérard, was het derde van de vier kinderen van Christiaan de Booij en Johanna
Maria Faure geboren te Amsterdam in 1789 die Commies werd aan het departement
van Oorlog. Ze droegen allen franse namen.
Mijn ouders trouwden op 2 september 1852 en woonden in Beverwijk waar 3
kinderen werden geboren. In 1860 betrok het echtpaar met hun kinderen het huis
in de Groote Houtstraat dat ik kende als nummer 99 na nog op de Oudegracht hoek
Stoofsteeg te hebben gewoond. Daar stond de grote ronde tafel mahoniehouten
tafel waaraan wij 's-morgens zaten en luisterden (of niet luisterden) naar wat
onze Vader voorlas uit den Bijbel. Wij baden altijd voor en na het eten. Het
kwam niet vaak voor dat iemand te laat kwam aan het ontbijt. Mijn Vader was er
zeer op gesteld dat dit niet zou gebeuren Hij waarschuwde zelfs logeerende
gasten op tijd te komen. "Mijn huis is geen herberg" herinner ik mij. Mijn vader
werd op 11 januari 1852 door Koning Willem III benoemd tot notaris in Beverwijk.

Aanstelling van Chrétien Jean Gérard de Booij als notaris in het arrondissement Haarlem, standplaats Beverwijk, 11 januari 1852, getekend door de Minister van Justitie Mr J.Th.H. Nedermeyer ridder van Rosenthal en Koning Willen III Koning der Nederlanden

J. Broekhuysen, klerk op het kantoor van notaris Chrétien de Booij, geboren in 1797 en overleden op 80 jarige leeftijd in januari 1877
Mijn vader heeft door hard werken en grote rechtschapenheid en konden een zeer goede naam verworven en daarmede ook een kapitaal, dat hem in staat stelde aan ieder zijner kinderen ongeveer een ton na te laten. Hij was van aard zuinig , had echter geen bezwaar tegen het uitgeven van een grote som zo het doel hem aantrok. Herhaaldelijk stelde hij ons in staat reisjes naar het buitenland te maken. De weg van Haarlem naar Zandvoort was vroeger niet bestraat. Langs dien weg liep mijn Vader , na afloop van zijn werk in anderhalf uur naar Zandvoort. Hij deed het soms veel vlugger. Ik herinner mij vaag dat hij het wel eens in looppas deed. Later zag ik mijn Vader te paard. Mijn Vader verlangde lichaamsbeweging, hetzij lopende of te paard. In een brief aan zijn oudere broer Pierre en Betsy zijn vrouw schreef hij 28 april 1875 o.a.: Adrienne lijdt meestal en dikwijls zeer erg aan het astma daar schijnt maar geen afdoend geneesmiddel voor te vinden te zijn, wij hopen nu op zacht weer, dat helpt tenminste iets: Johanna ligt verscheidende dagen te bed lijdende aan koorts overigens is alles wel. Christiaan is nu sedert 5 weken in Zwitserland om geheel van de koorts af te komen hij logeert waarschijnlijk bij Ds Guye Jr te Grandval, kanton Neuchatel., volgens bericht zal hij, begin Mei, zijn terugreis aanvangen, men zegt ons, dat hij op een der schepen zal geplaatst worde die nu in dienst zijn gesteld (...) Daar ik groote behoefte aan lichaamsbeweging heb wil ik Uw paard wel hebben, ik meen opgemerkt hebben te hebben dat het bij een boekverzorger te bevragen is, ik heb er van Christiaan (?) veel goeds van gehoord, zend het mij door een vertrouwd persoon ten mijne koste per stoomboot en spoor en laat hij het brengen in de manege te Haarlem. Sein mij als 't afgezonden is en wat gij er voor hebben wilt, dan zal ik U remitteren 't is , dunkt mij met 't harachement en er bij als dat voor mij bruikbaar is.
Bij het baden is mijn Vader eenmaal in gevaar geweest geraakt. Hij werd geholpen en gered door een paar vissers. Mijn Vader hield veel van wandelen, in het algemeen van beweging, van reizen. Hij was een geheel onthouder of liever afschaffer, zoals men toen zeide maar dit betekende toen slechts dat men een afkeer of zelfs afschuw had voor jenever maar geen bezwaar tegen het op matige wijze drinken van rode en witte wijn, port, madeira e.d. De dronkenschap ontstond destijds vooral door de jenever. De borrel was goedkoop. Mijn Vader hield veel van lichaamsbeweging. Des Zondags werden in den namiddag lange wandelingen gemaakt met alle beschikbare kinderen bijvoorbeeld naar Overveen vandaar maar Elswout en langs de Zandvoortse laan terug. Op den hoek van de Zandvoortse laan en den Wagenweg verkeerden wij dan in spanning want we hoopten dan langs den Wagenweg naar huis te gaan maar vaak gingen we dan nog rechts naar de Koedief en over Heemstede. Dat was dan een tegenvaller. Alles gebeurde onder de zwijgende leiding van onze Vader. Ik vond die wandelingen vervelend Mijn Vader was te Haarlem een algemeen bekend man. Als hij even te laat aan het station kwam en de trein reeds in beweging was, liet de chef den trein op zijn fluitsein stoppen om hem te laten instappen, al reisde hij ook derde klasse, wat zijn gewoonte was. Ik heb dit zelf bijgewoond. Toen in 1878 de paardentram te Haarlem in gebruik kwam was mijn Vader al iets minder goed ter been . De conducteur hielp hem dan bij het in - en uitstappen. Er waren toen geen vaste halteplaatsen. Uit dankbaarheid trakteerde hij dan met Nieuwjaar het gehele personeel op bruine bonen en of kapucijners met spek, bij elk van de leden van het personeel in zakken thuis bezorgd.
Ik herinner mij, dat mijn Vader mij mede nam naar Antwerpen waar hij een belangrijk geldsom moest afdragen. Ik was nog jong, Hij verdeelde het geld, bankpapier over hemzelf en mij. Zo reisde ik met mijn Vader naar België met een grote geldsom bij mij. Het gebeurde toen , dat de trein vertraging had en wij eerst vrij laat inden avond te Antwerpen aankwamen. Mijn vader dacht er echter niet aan de overdracht uit te stellen tot den volgende dag. Wij stonden tenslotte in den laten avond te bellen aan een groot huis, dat voor een zware ijzeren hek was gescheiden van een "cour". Na lang te hebben gebeld verscheen uit een bovenverdieping een van een slaapmuts voorzien hoofd en werd ons de vraag gesteld welke de aanleiding was tot dit bellen. Mijn vader verklaarde de betekenis waarop de uit zijn slaap gewekte heer naar benenden kwam en ons over een brede stenen trap uit de "cour" naar boven leidde. In een kleine kamer werden toen de bankbiljetten geteld en afgedragen en ik herinner mij nog het gezicht van den bejaarde Belg die ze ontving. Wij sliepen dien nacht in het Hotel de l' Empereur. Het was in dit hotel dat de portier - portiers hebben mensenkennis - 's-morgens vroeg of mijn vader admiraal was. Hij had op hem diepe indruk gemaakt. Mijn vader liet niet met zich spotten. Hij verlangde dat een ieder "naarstig"- dit woord herinner ik mij van hem - zijn werk deed en hij vergde dit ook van zich zelf. Hij zal toen ongeveer 56 jaar zijn geweest - ik dan 9 jaar en ik kan mij goed voorstellen dat die portier onder den indruk kwam van gedaante, houding, optreden en stem van mijn Vader.
Ik herinner mij, dat Jo, Lien en ik met onzen vader een reisje door België maakten, Wij bezochten toen behalve andere bezienswaardigheden , het slagveld van Waterloo op een hogen omnibus, getrokken door twee paarden , van Brussel uit. Op het slagveld aangekomen bood een gids zijn diensten aan. Toen hij zijn verhaal gedaan had, zeide mijn Vader dat hij hem geen centime zou geven omdat hij niets had verteld van en Prins van Oranje die zulk een groten invloed had uigeoefend op het verloop van den slag en die gedurende het verloop van de slag ook nog werd gewond. De gids keek beteuterd maar, zich bezinnende begon hij een welsprekende eloge op den Prins , die ten gevolge had dat mijn Vader hem beloonde, zij het dan vergezeld van een gestrenge waarschuwing. Vooral herinner ik mij een bezoek aan een kolenmijn waarvoor mijn vader een locomotief huurde, we gingen allen omlaag in de schacht tot de grootste diepte waar ons een glaasje wijn werd aangeboden in een kamertje, uitgehouwen in de steenkoolwand
Er kwamen vrienden op bezoek, naar mijn herinnering reuzen. Ze heeten Lamie, Jeekel, Kluit en Brutel de la Rivière. Werd er gebeld dan kondigde het bellen meisje de komst aan van de Generaals van Swieten en Mac Mahon. Dan begreep men wel hoe laat het was en ging mijn Vader naar de voorgang om de hoge heren te ontvangen en hun te beloven , dat zijn andere zoons ook bij de marine zouden komen. Lamie zou later den tocht met de "Varna" leiden waarbij het schip in de Karazee vastraakte in het ijs. Tengevolge van ijspersingen moest het schip verlaten worden en zonk het schip. Na een lange tocht over het ijs bereikten allen de kust en een bewoond oord. Lamie maakte twee tochten met de Willem Barentsz mede, mijn broeder de vierde tocht. De vrienden waren vol grappen. Om een ervan te begrijpen moet men weten, dat het sobere salaris van den jongen zeeofficier uit twee delen bestond en wel in vast tractement en zeetractement het eerste deel werd in Holland uitbetaald, in dit geval aan het adres van mijn Vader, het tweede deel deel aan boord. Met dit laatste deel kwam mijn broeder niet altijd uit toe, wat begrijpelijk was en wat hem dwong van tijd tot tijd wissels op zijn Vader te trekken. Beide delen waren het eigendom van mijn broeder. Nu zaten die vrienden bij ons aan tafel, rechts van mijn vader die geweldige Lamie en ze vertelden van het leven aan boord, "Wat prettig is, meneer de Booij"zei Lamie dan tegen de 54jarigen Vader "Je wordt goed betaald, met het zeetractement kom je gemakkelijk rond als je oppast". Ik zal op mijn zevende jaar wel niet alles begrepen hebben. Chrik zette het hun betaald door bij het afscheid aan het station even voordat de trein in beweging kwam , het hoofd in de coupé te steken en , hoewel fluisterend , toch voor de medereizigers en reizigsters verstaanbaar te zeggen ;"de Justitie is jullie nog niet op het spoor".
Gedurende zijn afwezigheid (van de oudste broer Chrik) hadden wij op den 2 september 1877 de zilveren bruiloft van onze ouders gevierd. Voor mij heb ik menu van het diner en als ik denk aan onze sobere wijze van leven en in het algemeen aan de spijskaarten van den tijd van heden , dan begrijpt men niet dat een menu als dit mogelijk was. Hier volgt het: Potage tortue, Croquetes, Saumon-Sauce aux Capres, Boeuf presse- sauce rimolade l'Estragon, Ris de veau a la Montmorceny, Pouding a l'Ananas, Becassines bardees, Compote d'abricots, Perdraux rotis, Salade, Macedoine de fruits au marasquin, Fromage au Bresil, Bavaroise, Patisserie, Glaces, Dessert. Gasten waren de statige rijzige oom Pierre, de oudste van mijn vaders broeders, kolonel van de veldartillerie, die lange gedichten opzegde en dan een telkens terugkomen smal geluidje deed horen wat dan bij ons een uitbarsting of stikbui veroorzaakten. Weimar Groll de vriend van mijn vader zegde de deugden op van het zilveren bruidspaar.

Weimar Groll
Hij noemt hun Godsvrucht, Wijsheid, Liefde, Zorg en Troost, die zij van voor Kindern ontvouwen, hun Kuisheidt in hun Trouw-verbond. Als wij met onzen vader en Groll in de buiten sociëteit zaten te luisteren naar de muziek en Groll bestelde een glaasje jenever, dan zeide mijn vader tegen den kelner: "denk er aan, dat betaal ik niet". Mijn Vader zag nu eenmaal in jenever een bron van veel kwaads, maar onder de drank uitsluitend in jenever.

Brief aan van notaris De Booij aan Betsy,de weduwe van zijn broer , kolonel Pierre H.J.A. de Booij 16 october 1897
Familie van Chrétien de Booij rond 1900 . Voor het vertrek van zijn zoon Chrik naar Indië. Staande v.l.n.r zijn dochters Jo, Mik, zijn zoons Chrik, Theo, Cateau (de vrouw van Theo) . Zittend: Hilda ( vrouw van Hendrik de Booij), de notaris Chrétien de Booij en zijn dochter Lien

Cbrétien de Booij, vader van Hendrik en de 'butler' Scholten
Toen zijn zoon Hendrik de Booij uit Indië in l896 in het vaderland terug was gekeerd had hij zijn vader en zusters in welstand aangetroffen. Alleen het lopen ging niet goed, zodat een knecht moest worden aangenomen die hem daarbij behulpzaam was en ook een wagentje werd aangeschaft, dat de knecht bij tochtjes buitenshuis voortduwde. Die knecht heette Scholten. Hij had de gestalte en het uiterlijk van een Engelsen butler, daarbij grote lichaamskracht en veel plichtsgevoel, terwijl hij niet meer dan nodig was praatte. Toen zijn zoon weer naar Indië vertrok zeide hij aan zijn zoon dat hij niet geloofde dat hij ons weder zou zien. Hij stierf in Haarlem 22 februari 1901.
Gegevens over de echtgenote van Chrétien Jean Gérard de Booij: Adriana Johanna de Booij - de Mol van Otterloo (1827-1882) en haar voorouders zie index Hoofdstuk 4
Noot: De naam de Booij wordt wisselend gespeld meestal met een lange ij met puntjes, maar ook zie je dat mijn voorouders het spelden met een Grieke Y. In de Burgerlijke Stand wordt het geslacht de Booij steeds ingeschreven met een lange ij met puntjes. Vreemd is om te zien dat de overlijdensakte van mijn oom monnik Chré ,die het geslacht de Booij heeft onderzocht, de naam van hem wordt geschreven met een lang ij zonder puntjes! Verwarring alom, alhoewel de echte naam van de Booij moet worden gespeld met een lange ij met puntjes!
Kinderen van Chretien Gerard de Booij en Adrienne de Mol van Otterloo

Gezin Familie de Booij: zittend: Theo, Moeder Adrienne, Lien, Chrik, staand Jo, Vader Chrik, Han, Justus, Mik
X.1 Chretien Jean Gerard de Booij (Chrik genoemd) zie voor meer gegevens bij index pagina hoofdstuk 4
X2.Johanna Theodora de Booij geboren Beverwijk 14 October 1854 2:30 op 4 jarige leeftijd gestorven in Haarlem 2 februari 1859. Pas later bericht haar Moeder over dit verlies aan haar andere kinderen. Alleen rest ons nog een schilderij van Johanna Theodora op haar sterfbed.

Johanna Theodora de Booij op haar sterfbed
X 3. Jeanne Marie (Mik) de Booij geboren Beverwijk 29 Maart 1856 2:00 . Zij was ongetrouwd. Directrice Heldringstichting Talitha Kuni te Zetten. Zij sterft in Bilhoven op 71 jarige leeftijd 20 september 1927
October 1859 brief van Adrienne aan haar zuster Anne om te zeggen dat haar zoontje Theo is gestorven. Als Adriaan slaapt komt Marie soi disant bij mij lezen en is heel zoet en aardigjes. Zij heeft mij maandagavond gevraagd uit haar eigen gevraagd Theo nog eens te zien. Zij nam toen Adrienne aan de hand en beiden zoenden broertje herhaalde malen. Marie leert nu "ach mijn broertje is gestorven " en zegt het met gevoel.
Over zijn zuster Mik (Jean Marie). Ze had zich onder Leander Schlegel, die mij eens zeide, dat Mik zijn beste leerlinge was, bekwaamd tot een uitstekende pianiste. Ze was ook een trouwe hulp geweest van haar Moeder, die op haar kon steunen wanneer zij voor haar gezondheid buitenland badplaatsen moest bezoeken. Haar grote vriendin was Henriette Ortt. Het was al een paar jaar vroeger dat wij Frederik van Eeden vaak zagen.

Links: Jeanne Marie, 3 jaar oud naar een schets van Anton Mauve. Rechts: Christiaan en Jeanne Marie

Henriette Ortt en Jeanne Marie (Mik) de Booij. Rechts;Jeanne Marie
Frederik van Eeden kwam ook bij de familie. Ortt aan huis en zo gebeurde het dat hij zijn hart verloor aan Henriette. In het dagboek dat hij naliet kan men er over lezen. Hij noemt haar daarin Ate.
Het is een ontroerend verhaal van een ongelukkige liefde. Henriette hield ook van hem, maar kon hem niet als echtgenoot aanvaarden, omdat hun denkbeelden omtrent den Bijbel verschilden. De familie Ortt behoorde evenals de onze tot de Hervormde Kerk. Wij waren en werden allen opgevoed in den leer, dat de Bijbel Gods woord was en dus volkomen waar ook in de vorm van de Statenvertaling. Van Eeden vond tegenstrijdigheden in den bijbel, stelde vragen, die Henriette en Mik niet konden beantwoorden. Zij raaden hem zich te wenden tot hun leermeester, den algemeen bekende Ds Bronsveld.
In het dagboek van Frederik van Eeden 31 januari 1879 wordt verhaald van de
romance tussen Daan de Clercq en Mik (Jean Marie). Dat hij van Mik houdt is zo'n
wonder niet, hij heeft tot nu toe ook nooit geweten, dat ze zieke denbeelden
had. En had hij het geweten. Zou je het dan mooier en flinker hebben gevonden om
haar een keer de rug te draaien en te zeggen: "O denk je zoo, dan ben je
krankzinnig dan wil ik niets meer met je te maken hebben".t is hem een
ernstige zaak taak het meisje tot nadenken te brengen. Hij heeft Mik van zijn
twaalfde jaar af gekend en houdt innig veel van haar, is hem dat kwalijk te
nemen?. Als Mik een vaste overtuiging en geestkracht had, zou ze niet vreezen
met hem te spreken, steunde op haar geloof. Hij zou tot zijn vrouw willen nemen,
overtuigd dat ze binnen weinige dagen de waarheid van zijn woorden zou erkennen.
Hij is geen redenaar, die met welsprekendheid overstelpt hij spreekt zoals hij
denkt en taal heeft geen kracht, dan die der waarheid en van het gezonde
verstand. Mik heeft zelf gezegd , dat ze door hem overtuigd zou worden en nu
schuwt ze hem, omdat ze zich zwak gevoelt, ze wil niet hem spreken, hij zou haar
het dierbare droombeeld kunnen ontrukken, dat haar onmisbaar is geworden. En dat
iemand, die het geloof heeft dat bergen kan verzetten, Ik kan het niet nobel
vinden.
Van Eeden heeft bij het schrijven van een van zijn boeken ons huis te Haarlem
gebruikt voor het ouderlijk huis van de hoofdpersoon van zijn boek Koele Meren
des Doods. Ja als hij spreekt over de ouders van de hoofdpersoon van zijn boek
is het duidelijk dat hij aan onze ouders heeft gedacht, aan mijn vader wiens
hart vol was van goedheid met een sterk besef van plicht en recht, die het veld
van zijn leven en zijn leven en zijn plichten streng en nauwlettend overzag maar
die niet had de diepe gevoelswijsheid van zijn vrouw noch haar wel gebalanceerd
gemoed.
En hoe ging het Mik en Daan de Clercq. Daan hield geen dagboek, waarop alles kalmer maar toch even droevig zal zijn verlopen. Het is zeker dat hij door Mik zal zijn bedankt wegens zijn moderne denkbeelden over den Bijbel.
Mijn zuster Jo heeft mij wel eens gezegd dat Mik zevenmaal ten huwelijk is
gevraagd maar niemand heeft aangenomen. Nu herinner ik mij dat Mik voor een
moeilijke beslissing kwam toen Daantje 's-avonds naar de kermis wilde gaan. Maar
denkende aan de gevaar bleef ze uiterlijk onbewogen en wees ze het verzoek af.
De Heer van Heumen die door mij Vader te Delft als eerste klerk voor zijn kantor
werd aangenomen heb ik als kandidaat notaris gekend. Mijn zuster Jo vertelde mij
dat hij mijn zusje Mik ten huwelijk had gevraagd maar zonder succes.
Mijn zusters Mik, Jo en Lien hadden het druk met allerlei maatschappelijk
werk: Zondagscholen, fabrieksmeisjes de vereniging Sarepta, die zich het lot van
leiders aan Vallende ziekte aantrok. Verder herinner ik mij Mik medezingende in
koren van toonkunst.
X.4 Adriaan de Booij geboren te Beverwijk 26 juni 1857 6:00 en sterft op 13 jarige leeftijd in Ermelo.
1857 24 november Brief van Adrienne aan haar broer Justus. Met onze kleine
Adriaan gaat het op en af, hij is uiterst gevoelig geworden.. Ook zijn longen
nog niet in hun normale toestand. Ik sta veel angst voor hem uit en 't is
onbeschrijfelijk pijnlijk zulk een kindje uren, een halve etmalen te hooren
kreunen , hoesten en kermen. Gisternacht werd hij te een ure pijnlijk wakker en
nu is het half drie en nog heeft hij niet geslapen. Want zoo men wiegt houdt hij
zich soms stil. Wat hij gebruikt heeft er thans weer niet in en als hij geen
koorts heeft, ziet hij er echt akelig uit, maar meestal heeft hij wat koorts en
dan ziet hij er eigenlijk heel lief uit, blozend en met glinsterende oogjes.
1859 Aan zuster Anne. Heb ik U al verteld dat Adriaan steeds vooruitgaat in
het gebruik van zijn armpjes? Men ziet weinig onderscheid tusschen de wijze van
bewegen van dit en het andere armpje.
1861 Aan zuster Anne. Het zal U wellicht niet verwonderen dat ik ferme
koortsen heb gehad, zooals gij zaagt was ik al een beetje in de war, toen gij
bij mij waart. Zoo'n koorts , dag en nacht, duurt lang, wat ik toen veel gedacht
over Justus, over Emma, over mijn beste Johannaatje en haar lief broertje en wat
heb ik mij bedroefd en geërgerd over den toon die in de kinderkamer heerste;
Kato steeds jankende, altoos door, haar keel had geen rust, de kinderen met
koekjes paayende om stil te wezen zonder enig succes. Adriaan als een Draak
c'est le mot want dat is iets onbepaalds en hij was meer dan onaangenaam
gehoorzaam , Kato evenwel verbood, maar strafte nooit. Marietjes stemmetje
hoorde ik haast niet daar zij zeker verbluft was door al die discordance , en
men bemoeide er zich niet mede, ik geloof dat ze koffie dronk, den heelen dag.
Christiaan was ook niet zoet."A quele chose malheur est bon " zult ge zeggen,
zoo gij het gevolg zult horen van mijn ondervindingen. Kato had steeds gezegd
dat zij alleen met C. moeite had en sprak dan van hem als van een onhandelbaar
kind, maar nu haar kon zeggen, dat ik de gansche middag getuige was geweest hoe
zij op A, niets geen pouvoir had, zeide ik haar om deze reden de dienst op daar
zij zigtbaar Adriaan's drift en ongehoorzaamheid (die groot zijn) erger in
plaats van beter maakte.
1861 12 maart Brief aan Lien en Anne. Volgens de min , die even in den tuin
was, en volgens Mietje had Adriaan weer twee keer een duizeling gehad hetgeen mij
zeer verwonderde, want hij zag er zo kalm en goed uit. Ik heb het nog niet
gezien. Maar wel is vanmiddag de arme jongen over de zoom van het karpet
gestruikeld , hard met zijn hoofd op de punt eener stoof neergedoken dat een
vrij diepe wonde boven het oog veroorzaakte; hij huilde geweldig. Marie had
groote tranen in de ogen en zeide al spoedig ik zal hem wat geven Moek. Aat liet
zich lief helpen.
1864 30 juni Aan Coos (een tante, dochter van Adriana Henrica en zuster van de
vader van Adrienne). En nu Adriaan is vol vreugde van nu eens op reis en uit
logeren te gaan. Na ons vertrek zijn de toevallen aanstonds verminderd en hebben
zeker de behandeling met koppen, baden, douches een heilzamen invloed gehad op
zijn gestel.
1870 30 november Adrienne aan haar zuster Anne. Daar ook geen nacht meer voor
mijn lieven Adriaan, die naar ik vrees weldra door nacht omgeven zal zijn. Arm
kind het lichaan te zien afnemen zou minder smartelijk zijn, maar de zintuigen!
Spraak en gezicht zoo droevig verminderd. Weinig geheugen en verder zoo blozend
en welgevoed.
Links:Adriaan de Booij en zijn moeder. Rechts: Adriaan
1871 Ermelo januari Adriaan was Zaterdag 28 januari gestorven.
Aan Linne en Anne.. maar onze beste Aak heeft nu niets meer noodig en is best
bezorgd. Zaterdag ochtend zijn de toevallen weer teruggekomen nadat hij Vrijdag
een goede dag heeft gehad zonder koorts en ook dat gebruikt. 's-Avonds half
twaalf blies bij den laatsten adem uit zonder eenige trekkingen en geheel,
voeten en alles lekker warm en bedaard., De Booy had mij gevraagd om in dit
geval dadelijk naar huis te gaan maar die haast staat mij tegen ik bleef zo
gaarne in Ermelo tot na de begravenis. ( de eerste op dat kerkhof daar hij zelf
aan gewerkt heeft). Woensdag 1 februari sterfdag van Jo, geboortedag van Theo en
de begraafdag van A. Soms meenden wij dat Aak alles hoorde maar niet spreken kon
als dat " dag Mama, dag Mama," dat zoo moeilijk maar toch duidelijk eruit kwam.
Weet ge dat de Booy Dinsdag naar Ermelo was gegaan met het plan ( zonder dat ik
het wist) om A. naar huis te halen en te logeren. Hij had in dien geest aan de
Ds, geschreven en A. te Harderwijk aan den trein besteld. Toen hij kwam was A.
er natuurlijk niet. Want toen waren die vreselijke serie toevallen al begonnen.
Nu heeft zijn hemelsche vader hem te huis gehaald.
1871 Februari Aan tante Anne (Clausing ).…dat onze lieve A, een kalm
stervensuur heeft gehad zo was ook de begrafenis aandoenlijk en liefelijk.
Disndagavond kwam Ds mij vragen of ik van plan had bij het kisten tegenwoordig
te zijn iets dat ik overtuigd van de teederheid en eerbied onnodig achtte en
waar ik tegen opzag. Ik bleef dus met Marie in de pastorie en zag hoe prachtig
de maan en de avondster boven het dak van Adriaans laatste woning prijkten ,
toen, onder het zingen van een lijkzang die ik hooren kon deze plechtigheid werd
vervuld. De anderen morgen kwam de Booy maar weder bleven Marie en ik bij
voorkeur in de pastorie en zagen acht jongelingen die hem hadden liefgehad en
beweend zijn lijk wegdragen gevolgd door Ds, door de Booy die zeer geschokt was,
door den schoolmeester en de schooljeugd. Op het kerkhof werd niet gesproken
maar in het kerkje waar nu Marie en ik tegenwoordig waren, sprak Ds een
hartelijke woord, volgens Jesus woorden: "Uw kind leeft". Wij bleven tot den
avond bij Ds. welgemoed en dankbaar, want het was een weldaad, dat de Heer de
lieve Adriaan tot zich nam en enkel goedheid van hem dat Hij ons vergunden hem
beide nog te zien en zij lieve eenvoudige begrafenis bij te wonen. En ik die
hoestte en hijgde toen ik door de kou naar Ermelo ging was elken dag beter
geworden en ben de geheele hoest vergeten. Dr. Corelen zegt dat het van de
verandering van lucht komt, maar ik zie liever in dat de Heer altoos kracht
naar kruis geeft. Want naar onze berekening had ik van dat oppassen, waken en
reizen doodziek moeten worden. Die goede Theo was juist jarig ! 1 februari.
Ongedateerde brief van Adrienne aan haar zoon Christiaan. Zie lieve C. nu meende de aardsche vader hem naar huis te halen voor een poosje en nu heeft de hemelsche vader voor goed het kranke kind naar huis gehaald Gezaaid in oneer. Opgewekt in heerlijkheid.
X.5 Willem Theodoor de Booij. Geboren in Haarlem 14 oktober 1858 21:00, gestorven 22 september 1859. In het zelfde jaar als haar zusje Johanna Theodora die stierf 2 februari.
1859 10 maart Batavia Brief Oom Theodoor de Mol van Otterloo aan zijn zusters
Adrienne en Line en Anna en Engeline Het heeft mij gespeten te vernemen bij
Adrienne zoo aan het hoesten waren en dat kleine theo dit ook deed en zoo
bezorgd voor hem is, arm kereltje hoe lief schreef Adrienne in haren brief van 5
nov over hem. Het peetomschap aanvaard ik met genoegen en zal hij doen denken
aan de kleine Theo die ik 27 mei 1857 te Soerabaya begroef
1859 October Brief van Adrienne aan haar zuster Anne om te zeggen dat haar zoontje Theo is
gestorven.
Als Adriaan slaapt komt Marie soi disant bij mij leezen en is heel zoet en
aardigjes Zij heeft mij maandagavond gevraagd uit haar eigen gevraagd Theo nog
eens te zien. Zij nam toen Adrienne aan de hand en beiden zoenden broertje
herhaalde malen. Marie leert nu "ach mijn broertje is gestorven " en zegt het
met gevoel op.
1859 October brief van Adrienne aan haar zuster Anne Wij hadden eerst dinsdag ons lief schepseltje begraven. Christiaan vroeg om
niet mee te gaan zoals hij de vorige keer had gedaan maar Adolf is mede
geweest.'T was zoo spóedig afgelopen die treurige zaak alsof et niets was en
toch wat had ik mij al niet dat lieve kind beloofd! Dat vlugge schrander
gezichtje en de groote vrolijkheid zouden mij vergoeden wat ik in Johanna
verloor en de vriendelijkheid was even als de hare. Ik ben dankbaar dat Theo zo
kort ziek is geweest eigenlijk maar een dag, ik vind niets zoo folterend als
het lijden van geliefden en dan die lange onzekerheid.

X.6 Willem Theodoor (Theo) de Booij geboren in Haarlem 1 februari 1860 20:00. Hij trouwt in Hilversum 14 november 1895 Jonkvrouwe Catharina Elisabeth de Geer, geboren Hees (Nijmegen) 18 september 1872.

Willem Theodoor (Theo) de Booij
Zij krijgen 4 kinderen: Christiaan Theodoor , hoofd bescherming bevolking kring in 's-Gravenhage, Otto (kapitein ter zee), Antoine Frederic (redacteur Soerabajaasch Handelsblad), Antoinette Frederica Fernanda.
1-2-1860 Theo was naar een broeder van mijn Moeder genoemd en wel naar Willem Theodoor de Mol van Otterloo. Mijn broeder Theo wordt werd 1 september 1879
benoemd tot adelborst 1e klasse.
Maakte zijn eerste zeereizen als adelborst 2e klasse Hij
ontwikkeld zich tot een knap zeeofficier, had een grote werkkracht en een scherp
verstand. Hij sprak op schampere wijze over mensen en dingen maar dit was meer
een aanwendsel, want hij had ook een teer hart.
In de brief van zijn broer Chrik van 15 april 1877 aan zijn ouders schrijft
hij : " dat Theo de kroontjes gekregen het. Wat heeft hij een aristocratische
kennissen! Dat is een familiezwak van ons!."

Theo de Booij (rechts) met zijn oudere broer Chrik
Hij wordt vice admiraal en later directeur Bataafsche Brandwaarborg Mij van
1806 in 's-Gravenhage. Hij sterft op 74 jarige leeftijd in 's-Gravenhage 1 maart
1934. Zijn vrouw sterft in Wassenaar op 22 juni 1945.
X.7 Justus de Booij geboren Haarlem 1 Juni 1861 13:00 trouwt in Clear Lake (Minnesota) 22 maart 1888
Carrie May Wilson geboren Sycamore (Illinois)
20 augustis 1868. Zij krijgen 4 kinderen Justus Christiaan (staatsambtenaar),
Marie Eleanor,. Henri Thomas (staatsambtenaar), Adrienne Joanna. Hij is bankier
. Hij sterft in Elk River (Minnesota) op 72 jarige leeftijd. Zijn vrouw sterft
in Elk River op 75 jarige leeftijd 26 december 1943.
Justus genaamd naar zijn oom Justus de Mol van Otterloo , die vermogend werd
in Indie. Justus mijn broer was meer dan zes voet lang had een aangenaam
uiterlijk, ging niet naar de Marine omdat zijn ogen niet beantwoordde aan de
door de Marine gestelde eisen. Hij ging naar de kostschool te Oirschot of
misschien te Oosterwijk, gevoelde meer voor de praktijk dan voor de theorie,
leerde door smeden op een fabriek en ploegen en dergelijke werkzaamheden op een
boerderij te Middelstum en in Gelderland; hij was een aardige flinke kerel om te
zien, bezat te Haarlem een zeilboot , een boeiertje, waarmee hij met mij maar
meest met anderen op het Noorden Spaarne zeilde.


Justus de Booij
X.8 Adrienne Johanna de Booij geboren in Haarlem 23 februari 1863 17:30. Zij is ongetrouwd. Kunstschilderes . Zij sterft in Amsterdam op 64 jarige leeftijd 8 juni 1937.

Adrienne Johanna de Booij
Uit het dagboek van H. de Booij:
Mijn zuster Jo die werd geboren in 1863 had een sterke band met haar ouderen
broer Theo die haar nogal vaak plaagde wat niet goed voor haar was. Zij had niet
de gaven van haar zusters en gevoelde zich dientengevolge minder waardig terwijl
ze toch, meer dan wij ons bewust waren, begaafdheden bezat. Ik herinner me dat
ze soms erg somber kon kijken en dan hoorden we later dat ze, bij haar vriendin WitsenElias logeerde in den Haag een gangmaakster van pret was geweest. Er moet
dus iets aan de omgeving thuis gehaperd hebben.Ze was levendiger of misschien
minder ingetogen dan Mik. Begaafdheden die zij bezat toonden zich in haar
schilderen. Maar ook merkte haar omgeving op dat Jo die zo stil kon zijn soms
met vreemdelingen lange gesprekken voer kon voeren, ook in hun eigen taal over
onderwerpen waarvan we niet wisten dat ze er mede bekend.
1871 17 october Brief van Adrienne. Jo past beter op dan ik van die kleine meid had durven hopen, sedert september begon zij aan de piano en 't gaat flink vooruit. Zij leert haar lessen prompt en gaat graag naar school.
X.9 Elizabeth Margaretha de Booij geboren Haarlem 26 maart 1865 1:30. Zij sterft het volgend jaar op 19 februari 1866

X.10 Hendrik de Booij geboren 23 juni 1867 Zie voor meer gegevens index pagina hoofdstuk 6
X.11 Engelina Petronella de Booij geboren in Haarlem 9 december 1869 19:00 en op 37 jarige leeftijd gestorven in Haarlem op 23 october 1907.


Engelina Petronella de Booij
Dagboek H. de Booij:
Lientje 2 1/2 jaar jonger dan ik Engelina Petronella gedoopt naar onze tante
Lien de Mol van Otterloo was ik het meest verbonden. Ze was niet sterk, had op
jeugdigen leeftijd op een plank moeten liggen en een met leer bekleed toestel om
het bovenlichaam moeten dragen om te voorkomen dat de ruggengraat vergroeide.
Zij was nu een vrolijk lief uitziend meisje
1871 17 october Brief van Adrienne aan haar zuster Anne. Kleine Line is onze oogappel; zij wordt zoo guitig zoo lief , zingt en lacht gedurig en begint hoewel klein fijn, goed hard vleesch en een kleurtje te krijgen.