Dagboek 1954-1959
1954
Begin januari kan ik intrekken in een grote beneden kamer in het huis van de beeldhouwer Hildo Krop en zijn vrouw geboren Sleef en dochter Helen op Amstel 57. Ideale ligging met een prachtig uitzicht op de Amstel en de Magere Brug. Een wandeling van nauwelijks 10 minuten om op mijn werk te komen het Geologisch Instituut Nieuwe Prinsengracht 130. Met veel moeite was het ons gelukt eind vorig jaar om haar te overtuigen dat mijn aanstaande vrouw in komende maand maart bij mij zou komen wonen. Voor onze deur is het laden en lossen van kleine vrachtschepen een zeer interessant schouwspel. De zonsondergangen zijn ook feeëriek mooi.

De Amstel. Het derde huis van rechts is Amstel 57 waar ik een grote beneden kamer heb gehuurd (zie kruisje)

De beeldhouwer Hildo Krop, de eigenaar van Amstel 57 waar ik een kamer heb gehuurd
In de maanden voor mijn huwelijk driftig gewerkt aan de afronding van mijn dissertatie over mijn geologische kartering in Corsica. Mijn werkkamer is in het Geologisch Instituut aan de Nieuwe Prinsengracht 130. Op het schiereiland dat wordt begrensd door de Roetersstraat, de Nieuwe Achtergracht, de Nieuwe Prinsengracht en de Plantage Muidergracht werd in de jaren 1934–1935 een nieuw gebouwd laboratoriumcomplex in gebruik genomen. Het bestond uit een aantal aantrekkelijke en statig ogende gebouwen in een Amsterdamse School-achtige bouwstijl. Het is interessant om te zien wie van deze veranderingen al of niet profiteerden. Degene die misschien wel het meeste voordeel had van de nieuwe faciliteiten was de geoloog H.A. Brouwer. Brouwer was heel jong als hoogleraar verbonden aan de Technische Hogeschool te Delft. Het was vooral te danken aan burgemeester Willem de Vlugt dat hij naar Amsterdam werd gehaald. Gebruikmakend van aanbiedingen uit de VS en uit Utrecht wist hij te bereiken dat hij in 1934 in het nieuwe complex op het Roeterseiland een luxueus ingericht instituut kon betrekken. Het is opmerkelijk dat dit midden in de crisistijd dit Instituut werd gebouwd. Het toeval wil dat bij ingang van het Instituut een beeldje staat van Hildo Krop, de man waarvan ik een kamer had gehuurd. Het beeldje is een vulkaantop waar een duifje langs vliegt om zijn snavel te slijpen. Wat grote indruk op me maakte is de uitleg van dit beeldje, die professor Brouwer mij heeft verteld. Als de vulkaan door de duif - die eens per jaar er langs vliegt - geheel en al wordt weggeslepen is een seconde van de eeuwigheid voorbij. Zo wist hij ons het geologisch tijdsbesef bij te brengen. Een ander voorbeeld hiervan was, dat Brouwer ons tijdens een geologisch excursie vroeg om onze hand op het scheidingsvlak te leggen van twee aardlagen, die een miljard jaar verschilden in ouderdom. We moesten dan ook onze ogen dicht doen terwijl Brouwer zei " nu voel je wat 1 miljard jaar is".

Geologisch Instituut Nieuwe Prinsengracht 130 op het Roeterseiland, waar ik in de periode van 1942 tot 1970 werkzaam ben geweest
Adrienne gaat 3 januari weer naar Parijs. In de tijd voor het huwelijk
heb ik een groot conflict met mijn schoonouders over kerkdienst tijdens
het huwelijk. Ik schrijf hier over aan Adrienne 8
januari: Ik zal je bij terugkomst wel vertellen waarom ik een
beetje dégouté van de hele zaak was. Onze liefde staat hier gelukkig
helemaal buiten want in mijn diepste binnenste weet ik zo héél zeker dat jij mijn
vrouw zal zijn, maar dit grote geluk wordt op
soms hele nare wijze verstoord en we weten gelukkig waar de
oorzaak zit. Het gesprek met de dominee is zeer goed verlopen.
(Toen Adrienne 18 werd is ze aangenomen door Ds J.F. van Royen van de
Remonstrantse gemeenschap). Hij was het geheel en al met me eens met de religieuze kring.
Een huwelijkswijding zal plaats vinden in de Religieuze kring
luidt de annonce. In het gebouwtje houdt Ds van Royen een
toespraak (in jacquet) verder muziek ( het werden de liederen
88:1, 235: 1, 105: 1 en 4) stuk uit de bijbel voorlezen en voor
jou de zegen want daar zou je toch wel opgesteld zijn om die mee te
krijgen.
Achter deze hele zaak staat hij geheel met zijn gehele hart en
overtuiging en wij ook! alleen niet zo zeer de schoonouders, maar a.s
maandag gaan ze naar hem toe en dan zal er wel een woordje gesproken
worden. De kogel is door de kerk (of liever gezegd geen kerk!).
Diepe
verslagenheid op Borgerweg 5. Op 14 januari schrijf ik aan Adrienne over het
conflict met mijn as. schoonouders: Zoals je van je ouders gehoord
zult hebben hebben de zaken zich nogal toegespitst. Ondanks het gesprek
hetgeen ze met dominee hebben gehad, zijn ze er van overtuigd dat ik
alleen maar aan me zelf denk en dat ik het niet voor jou over heb om in
de kerk te trouwen. Daarbij komt komen de andere grieven: de kamer op Amstel, vaststellen huwelijksdatum, huwelijksreis steeds weer naar voren. Nu
zijn er voor de toekomst 2 mogelijkheden (en geen andere helaas). 1e Dat in
een gesprek met je ouders nu eens alles uitgepraat wordt en dat
ze mijn houding (al hoeven ze het te begrijpen) aannemen voor wat
het is en dus respecteren en niet verguizen tegen familie, melkboer etc .
Hierna staan we dus alhoewel verschillend van instelling en opvoeding
toch met een gemeenschappelijk doel : nl om de bruidstijd zo plezierig
mogelijk te laten verlopen. Elkaar dus te nemen zelfs in het
diepste tegenstrijdige punt de basis van elke goede verhouding. Hierbij
zullen ze dus afstand moeten doen om zich met de zaken te bemoeien
zoals huis en onze plannen voor huwelijksreis etc. 2e Daar ze na het
gesprek noch steeds aannemen dat ik alles doe van uit me zelf gerekend en
dat ik het niet over heb voor mijn vrouw etc. Indien dit het
geval zal zijn mogen blijken (wat ik van harte hoop dat het nooit zo ver
zal komen). Een sterk verkoelde houding daarbij geen enkele materiele hulp te kunnen
accepteren. Want het is zoals je
begrijpt onmogelijk om iets van mensen aan te nemen als deze veronderstellen, dat ik alleen
egoïstisch door mij wordt bekeken en
dit ook tegenover andere mensen (familie etc ) zullen uiten. Dit klinkt
misschien wel allemaal erg scherp in je oren ,maar dit is de enige
mogelijkheid want anders krijgen we nog veel meer ellende en zal onze
verhouding er ook sterk aan lijden. Bij je terugkomst moeten we de zaken
dus scherp stellen want ik wens niet meer gekleineerd te worden en
steeds verwijten te horen van allemaal dingen die absoluut niet juist
zijn. Ik ben zeer gedecideerd in mijn houding en er moet dus een uiteindelijke oplossing
komen voor we bruidstijd beginnen, anders
is het een niet te overzien ellende. Het zit me ontzettend hoog en
gelukkig staat hier boven onwankelbaar (hoewel er wel flinke aanvallen
door anderen op worden gedaan ) onze grote liefde.
16 januari schrijft Adrienne o.a Ik heb je brief aan mijn ouders voorgelezen waarop Mammie's eerste reactie was: "Hoe weet Tom in hemelsnaam, hoe onze houding tegenover hem is na ons gesprek met de dominee daar ik hen daarna niet meer heb gesproken". Dus concludeerde zij er uit dat jouw moeder na het 30 min lange gesprek door de telefoon jou zoiets dergelijks heeft moeten vertellen. Wat mijn Moeder jouw Moeder toen verteld heeft was precies zoals zij weer over dacht d.w.z dat haar lieve dochter niet in de kerk zou trouwen (wat jou Moeder volkomen begreep), maar zij zich hierbij volledig bij neer zou leggen, daar zij weet dat ik erop gesteld ben op die dag iemand naast me te hebben, die er voor 100% bij is. Ik heb nu toch van zelf uit Pappie's eigen mond gehoord dat hij de laatste zal zijn die kwaad zal spreken over zijn a.s schoonzoon, maar als men hem vraagt wat hij denkt over het doorgaan van jouw expedities dan zegt hij natuurlijk wat hij ervan denkt, dus het niet zo leuk te vinden ter wille van mij, maar dat is toch geen kwaadspreken van anderen? Jij hoort altijd van derden hoe de mensen over je denken en je weet heel goed dat de boel dan altijd verdraaid wordt en dan verkeerd uitpakt. Adrienne schrijft verder in de brief enkele verstandige dingen : "Ik raad je dus nu ten sterkste aan omdat vreselijke gevoel wat je op het ogenblik hebt in je hebt te laten varen en van mij te accepteren dat ze zich bij deze hele kerkgeschiedenis volkomen hebben neergelegd. Je bent zeer gedecideerd in je houding, schrijf je maar moet je dit ook dit eens een beetje laten gaan want anders ben je veel te gespannen en loopt het op niets uit en zie ik bij mijn terugkomst een lieve man, in plaats van een keiharde ! Lees verder dat je een officieel gesprek wilt hebben och lieverd wat blaas je de boel weer op neem het niet allemaal zo zwaar. Vergeef me als ik ook te scherp ben geweest maar het is voor ons beiden bestwil. Lieverd ik houd veel van je etc" .

3 generaties de Booij, Vader (55 j) en Grootvader Han ( 76 j) komen Tom ( 29 j) bezoeken op Amstel 57
Nu komt de bruidstijd. Adrienne is de 20ste januari uit Parijs teruggekeerd om alle voorbereiding van het huwelijk te treffen..
Woensdag 3 februari heb ik de elfstedentocht gereden. Om 6.30 gestart en 11 uur later om 17.30 reed ik in Leeuwarden binnen Het is geen zware tocht geweest, goed ijs heel wat anders dan de tocht in 1947.

Links: Op weg naar Leeuwarden tijdens de elfstedentocht op 3 februari. De tweede van links is Tom de Booij. Rechts: Rustpauze op een bank in en koek en zopie. (Zoepie komt van soopje, een slokje of borreltje)
In de tijd voor het huwelijk heb ik vele lezingen gegeven. Het houden van lezingen is zeer inspannend en soms zenuwslopend, vooral als de apparatuur het begeeft. De grootste nachtmerrie heb ik gehad toen ik op de Amstel 57 aan mijn dissertatie werkte en gebeld werd aan het begin van de middag door mijn impresario Bottenheim. Hij zei" Waar blijf je. Ik zit hier in Utrecht met een zaal,vol kinderen in de stadschouwburg in Utrecht".Tot overmaat had ik in de ochtend voor een lezing in Amsterdam voor het Gasbedrijf mijn apparatuur al had opgezet. Eerst moest ik dus naar het gasbedrijf om mijn spullen op te halen om daarna naar Utrecht te racen. Het was inmiddels een paar uur later. De kinderen waren zolang gehouden met een tekenfilmpje. Ik heb toen nog een van onze film kunnen laten zien. Uit gerekend was het een lezing die door de burgemeester van Utrecht Jhr de Ranitz was geregeld en een honorarium van maar liefst 1000 gulden in het vooruitzicht was gesteld. We hebben uiteraard niets gekregen. Daarna weer snel terug naar Amsterdam om met een zgn fris en vrolijk gezicht weer een lezing te geven. Het was chique van Bottenheim dat hij mij die avond geassisteerd.
Een ander voorbeeld van een nachtmerrie van een lezing die ik samen met Kees Egeler op Paleis Soestdijk voor Koningin Juliana en Prins Bernhard heb gegeven. Eerlijkheidshalve moet ik zeggen, dat mijn herinnering te kort schiet of het voorval de eerste keer of de tweede keer heeft plaats gevonden. We hebben namelijk zowel over onze eerste Andes expeditie van 1952 als de tweede expeditie in 1956 een lezing op Soestdijk gegeven. De keer dat het mis ging was als volgt. De Koningin vroeg ons snel met de lezing te beginnen omdat ze nog de uitslag van de verkiezingen wilde zien. Voor de pauze projecteerden we de kleurendia's. Bij het inschakelen van de diaprojector ging de lamp kapot, zo ook onze reserve lamp. Het was een heel gedoe om vanuit het Paleis de fotowinkel Van Zandvoort te bellen om te vragen of hij met een diaprojector zou willen komen. Prins Bernhard stelde voor om dan maar eerst de film te start. Ze hadden op het Paleis wel een filmprojector, die werd bediend door de heer Meier. Zo zei de Prins met zijn typisch "Starten maar de film Meier". Zo konden we na de film alsnog met de projector van de Van Zandvoort de dia's laten zien. Toen ik nog een keer bij Van Zandvoort langs ging, vroeg ik hem : " waarom hebben ze wel een film maar geen diaprojector". Hij zei toen: "dat vonden ze te duur"
Wel merkwaardig vond ik dat prins Bernhard een glas gevuld met jenever aan de Koningin gaf tijdens de lezing. Of daar verband was met het feit dat de Koningin grote problemen had met de Hofmans affaire is zeer speculatief. Hoe kwam de Koningin aan de gebedsgenezeres Greet Hofmans. De Koningin had tijdens de zwangerschap mazelen gekregen. Hier ten gevolge kreeg haar dochter Marijke een oogkwaal . Prins Bernhard was op de jacht vergezeld geweest met de oom van mijn vrouw Attie van Riemsdijk, de broer van mijn schoonmoeder. Bernhard vroeg hem of hij iemand wist die haar vrouw kon helpen in haar gewetensnood. Hij heeft toen aanbevolen zijn zwager van Heeckeren tot Molecaten, die in zijn spirituele kring een gebedsgenezeres als lid had: Greet Hofmans.

Gebedsgenezeres Greet Hofmans
Zo is zij dus op het paleis Soestdijk gekomen met alle desastreuze gevolgen van dien. (Op 16 Juni 1956 stond er een artikel in het Duitse blad Der Spiegel dat beweerde dat Greet Hofmans invloed uitoefende op de beslissingen van Koningin Juliana. Het kabinet-Drees verbood de invoer van het betreffende nummer. Men dacht dat het gevolg hiervan was dat Koningin Juliana zou aftreden en haar huwelijk met prins Bernhard zou op de klippen lopen. Maar het kabinet besloot tot de vorming van de Commissie van Drie, bestaande uit de oud-ministers Beel en Gebrandy en de oud-gouverneur-generaal van Nederlands-Indie Tjarda van Starkenborgh Stachouwer. De commissie onderzocht de kwestie en Koningin Juliana moest beloven nooit meer contact te hebben met Greet Hofmans. Dat beloofde de koningin. Haar huwelijk bleef intact en ze hoefde niet af te treden).
Bij een lezing in Leiden stopt mijn grootvader Gooszen (vroeger vlootvoogd in Ned Indië) het snoer van de filmprojector direct in het stopcontact zonder de transformator in te schakelen, waardoor 220 V op een apparaat van 110 V komt te staan met alle nare gevolgen van dien. Gelukkig bracht de reserve lamp nu wel uitkomst.
(Zo kan ik nog wel een tijdje doorgaan. Feit is wel dat ik anno 2007 regelmatig nachtmerries heb over dat er iets misgaat met de lezing. Zoals dias vergeten verkeerde film etc etc)..
Dan herinner ik me nog een voorval in de ijskoude maand februari maar dat nu gelukkig goed afloopt. Ik had met Adrienne (dit was voor ons huwelijk in maart ) dat ik na een lezing ergens in het land bij haar in de slaapkamer zou komen. Ik moest dan wel via een overhang op haar balkon klimmem. Ze zou de balkondeur niet op slot doen. Net toen ik met de moeilijke passage bezig ben, hoor ik dat mijn schoonvader bij Adrienne's kamer binnenstuift om te zien of ik daar was. Hij heeft namelijk gezien dat mijn grijze oude volkswagen voor de deur stond (Niet zo slim van mij ). Hij ziet dat Adrienne alleen in haar kamer ligt en rent vervolgens naar buiten en loopt zeer geagiteerd om het huis heen . Ik heb me echter in een bosje verstopt. Ik heb het verschrikkelijk koud gehad en heb zeker een half uur gewacht om naar mijn auto te gaan. Toen ik met mijn auto wegrijdt zie ik dat mijn schoonvader voor het bovenraam boven de deur staat en het nakijken heeft. Hij heeft het er nooit meer met me over gehad.
Het was een drukke tijd met het brengen van bezoekjes aan de familie om elkaar voor te stellen aan de diverse families en ook het bijwonen van dineetjes die ter ere van ons werden gegeven.
24 februari hebben we ons aangetekend bij de gemeente Bloemendaal. 25 februari zijn Adrienne en ik naar de notaris gegaan om te bevestigen dat onze wettelijke gemeenschap van goederen die van winst en verlies en van vruchten en inkomsten woorden door aanstaande echtgenoten wordt uitgesloten.
Zaterdag 6 maart groot feest op de Borgerweg waar vrienden vele gedichten en stukjes voor het bruidspaar hebben opgevoerd.


Feest op de Borgerweg 6 maart : Boven links het bruispaar. Boven
rechts. Maria, Moeder Ot, Emmy van Marken
Links onder Mary van Riemsdijk en Marlof Strumphler voor de tent. Onder rechts: Hein van der Wal met kapotte rode jasje van
bruidegom
De dag voordat het huwelijk plaats vond was het stralend mooi weer. Met mijn medestudent Joop Staargaard had ik een weddenschap afgesloten, dat ik niet voor mijn 30ste zou trouwen als ik dat wel zou doen, moest ik hem 1 anker whisky betalen, maar een paar jaar voor mijn 30ste hebben we de 144 flessen veranderd in 12 flessen. Die ik hem uiteraard heb gegeven, als tegenprestatie kreeg ik van hem een mooie fles met een zilveren bordje met het woord whisky en ook een toepasselijke inscriptie: Homo proponit Amor disponit. (Een variatie op de spreuk Homo proponit sed Deus disponit). We hadden toen geen geld voor het drinken van whisky en zetten de fles weg in een kast. Tot we veel later op het 'slimme' idee kwamen dat je er ook sherry in kon doen! Zo iets heet een Newtonnetje. De grote geleerde Newton had een poes die steeds aan de deur krapte om binnen te komen. en stoorde hem steeds als hij aan de zwaartekracht theorie bezig was.. Zo maakte hij een poortje in de deur zodat ze er door kon gaan.. Toen de poes een klein poesje kreeg, maakte hij een kleiner poortje voor het kleine poesje. Vandaar het woord Newtonnetje een logische stomme denkfout.
De trouwdag hadden we gepland op de verjaardag van Adrienne . Als ik dan de dag zou vergeten ik er twee belangrijke dagen zou vergeten. De dag begon goed voor mij. Oom Wim van Hengel, die bij ons logeerde, heeft mijn zwarte schoenen gepoetst. De foto collage laat zien wat er op dit dag allemaal voor moois en spannends is gebeurd. Helaas was het koude winderige dag, maar dat mocht de feestvreugde niet drukken. Het was een dag met een gouden randje om nooit te vergeten. Misschien wel het mooiste moment was toen ik Adrienne in haar slaapkamer kwam ophalen, het gevoel dat we vandaag samen door het leven gaan.


Bruidegom komt zijn opwachting maken bij het huis van de bruid; Het bruidspaar daalt de trap af op de Borgerweg. Bruidpaar verlaat Borgerweg met twee bruidsmeisjes Tonina von Mühlen en Jetje van Riemsdijk

De Heer Steman leest de huwelijksakte voor . Het bruidspaar ondertekent de akte

Op de trap van het stadhuis in Bloemendaal na de huwelijksvoltrekking. Rechts: Het bruidspaar verlaat de Religieuze Kring in Aerdenhout. Leden van de Kon Ned Alpenvereniging vormen de erehaag

Het dolgelukkige getrouwde paar op weg naar de Borgerweg. Aankomst op de Borgerweg met Sophie van Ittersum, die zorgt voor de wapperende sleep.

Het aansnijden van het bruidspaar nauwlettend gadegeslagen door schoonmoeder Fietje Strumphler. Bruidspaar snel verkleed voor het vertrek om op huwelijksreis te gaan

Bij het vertrek van het bruidspaar consternatie. De jassen van de bruidegom worden overhaast gehaald uit het ouderlijk huis van de bruidegom. De juiste jas wordt gehaald uit de chaos
Op de receptie konden de gasten de cadeau tafel bewonderen. De bruidegom had van te voren de lijst van de cadeaus bestudeerd en uit het hoofd geleerd zodat hij de verschillende mensen direct kon bedanken voor hun gulle gaven. We ontvingen vele telegrammen waaronder een van Soestdijk : Mede namens mijn man zeer hartelijke gelukwensen met huwelijk Adrienne = Juliana
De volgende dag wordt in verschillende dagbladen melding gemaakt van het huwelijk zelfs de Telegraaf met foto. Het meest uitvoerige artikel verschijnt in de society krant de Nieuwe Haagsche Courant van zaterdag 14 maart 1954. Hier volgt het artikel waaruit blijkt wat men belangrijk ( in die tijd) vond om te vermelden.
Drs Tom de Booy en Henriëtte Strumphler in
Bloemendaal gehuwd (van een onzer verslaggevers)
Op 6395 METER HOOGTE ergens in het Andesgebergte waren in 1952
twee jonge .Nederlanders aan het eind van een verre, avontuurlijk en
interessante tocht; het waren de geologen dr C.G. Egeler en zijn vriend
Tom de Booy, de zoon van de directeur van de Koninklijke Noord-Zuid
Hollandse Reddingmaatschappij en van mevrouw Otteline de Booy-Gooszen.
Zaterdag waren ze weer bij elkaar omdat Drs Tom de booy een nieuwe
tocht ging ondernemen. Hopelijk een verre, geen avontuurlijke maar wel
interessante tocht. De jonge doctorandus (die over zes weken
doctor hoopt te zijn) trad namelijk in het huwelijk met Henriëtte
Adriënne Strumpfler, de dochter van de heer A.D. Strumpfler en mevrouw
Sophie Strumpfler-geb. Jkvr. Van Riemsdijk. Op het nette witte raadhuis van Bloemendaal werd het huwelijk
voltrokken door de heer Th. Steman. die er aan herinnerde dat precies 23
jaar geleden bij de burgerlijke stand te Amsterdam, een kind werd
aangegeven : een meisje Henriëtte Adriënne Strumpfler. Op haar 23ste
verjaardag dus was zij de bruid! Een heel knappe bruid in een japon van
witte glanzende satin duchesse hooggesloten aan de hals en een
sleep die uit de taille golfde. Mevrouw J.J.N.
Roozen-Witteman uit Heemstede, die nu al vijf- en -twintig jaar , de
bruiden uit de society van Kennemer land kleedt, stond met grootste
voldoening naar haar creatie te kijken en terecht: ze mocht trots op
haar werk zijn. Een bruidsbouquet van lelietjes -van-Dalen en witte
fresia's omgeurde het jonge paar was vergezeld door twee trooistertjes Jetje van Riemsdijk en Tonina Von Mühlen, de laatste
was voor het grote feest van haar nicht helemaal uit Parijs gekomen.
Sophietje van Ittersum had de zorg voor de steeds maar wegwapperende
sluier. Na de huwelijksvoltrekking waarbij dr Egeler en de heer A.C. Strumpfler een broer
van de bruid als getuigen fungeerden sprak de
heer Steeman zoals gebruikelijk toe. Hij noemde de reis dat het jonge
paar ondernam, belangrijker dan welke ontdekkingstocht ook. ,,Deze ,
zo zeide hij beslist over het geluk van twee mensen en dit geluk is
tegelijkertijd heel sterk en heel broos. Daar moeten we dan ook steeds
op bedacht zijn: Elkaar ontzien en toch elkaar bedacht zijn, elkaar
respecteren en toch zorgen voor elkaar. Het huwelijk is samen één zijn in
alles in
vreugden. in genoegens, in schoonheid in geluk, in alle mooie dingen van
het leven elkaar laten delen. In zorgen. en tegenslagen, in ziekte
en moeilijkheden, in alle onaangename dingen van het leven elkaar
helpen, elkaar respecteren, elkaar, steunen en elkaar troosten". Hij
wenste de jonge echtelieden, dat het hun gegeven mocht worden. hun taak
als echtgenoten hun leven lang en een lang leven te vervullen met
blijdschap veroorzaakt door een groeiende dankbaarheid. Van het raadhuis
ging het naar het kleine kerkje van de
religieuze kring in Aerdenhout waar Ds R. van
Rooyen het huwelijk inzegende. Enige honderden hadden zich hier
verzameld om de plechtigheid in het met witte tulpen en hortensia's
versierde bedehuis bij te wonen. Toen en stralend bruidspaar naar buiten trad, wachtte een
verrassing, het bestuur van de Kon. Ned.
Alpenvereniging had zich in een erehaag opgesteld. voorzien van
pikhouwelen ! Onder deze gekruiste onmisbare attributen van
een bergbeklimmer gingen de jonge heer en mevrouw De Booy
Strumpfler; intussen links en rechts gelukwensen
in ontvangst nemend. (Let op: door de
journalist is de h vervangen door de f in de naam Strumphler)
Het was een hele sensatie om na alle drukte en mensen om ons heen met zijn tweeën op reis te gaan. In de nachttrein naar Genua. Heel spannend. In de Po vlakte tussen Milaan en Genua lijkt het net een Nederlands polderlandschap. Maar eenmaal aan de kust was het vooral voor Adrienne een sensatie namelijk ze zag voor het eerst palmen. Van Genua naar Santa Margeritha waar we in een kamer namen in Albergo Regina Elena. Heerlijk was het ontbijt op bed gebracht door een ober . We vroegen hem om een sinaasappelsap. "het was niet het seizoen"zei hij, terwijl we vanuit ons raam de sinaasappels zagen hangen.

Links : het heerlijk ontbijt op bed in Albergo regina in Santa Margaritha. Rechts : De heerlijke kreeft in Fruttuoso
Vele uitstapjes gemaakt . Het mooiste was wel om met een bootje naar het schilderachtige kustplaatsje San Fruttuoso te gaan . In een restaurant hebben we van een heerlijke kreeft gesmuld. Zelfs golf gespeeld met gehuurde clubs op de golfbaan van Rapallo. De uitslag was dat Adrienne over de 2 x 9 holes Adrienne 53/48 =101 Tom 49/51 = 100. Op de terugweg hebben we Milaan bezocht . Natuurlijk naar de Dom. Het hoogtepunt was de uitvoering van de Götterdammerung van Richard Wagner in de Scala met de volgende topartiesten Orkest onder leiding Heinz Tietjen en als solisten Ludwig Suthaus (Siegfried), Karl Wolfram (Gunther), Jozef Greindl (Hagen), Gustav Neidlinger (Alberich), Gertrude Grob Prandl ( Brunhilde), Hilde Konetzni (Gutrune), Ira Malaniuk (Waltraute)

Het net getrouwde echtpaar de Booij-Strumphler op de Dom van Milaan
Na de huwelijksreis komt Adrienne met mij samen te wonen op de Amstel 57. Het was toch wel even wennen om alles met zij tweeën te doen als je zo lang vrijgezel bent geweest. Ik moet bekennen dat ik bij tijd en wijle niet lief was en buien had waar Adrienne onder geleden heeft.
Op de 12e mei was het zo ver en stond ik in de Aula van de Universiteit een uur mijn promotie te verdedigen. Mijn mede student Brondijk heeft mijn eerste stelling aangevallen. We hadden dit echter al van te voren op schrift gezet zodat daar geen gevaar van was te duchten. Ook de andere opponenten, namelijk enkele professoren waren erg vriendelijk. In de houten bankjes zaten de twee gebroeders Brouwer, mijn promotor H.A. Brouwer en de grote wiskundige L.E.J. Brouwer. Toch was het een hele opluchting toen de pedel binnen kwam met de kreet HORA EST, het teken. date de plechtigheid is afgelopen.

De speech bij de uitreiking van de bul door Prof Brouwer was niet zo aardig, want ik had geen direct plannen voor een betrekking. Brouwer en ik hadden toch een heel goed contact. Ik heb ongelooflijk veel van hem geleerd en aan hem te denken, vooral het kritisch leren denken. Maar hij wilde mij nooit als naaste medewerker naast hem hebben, ik was veel te eigengereid.

Links: De binnenkomst van de stoet van de hoogleraren vooraf gegaan door de pedel met staf. De man rechtss naast hem is mijn promotor prof Brouwer. Rechtss De promovendus geflankeerd door mijn paranimfen, links Bob Speijer en rechts Kees Stradmeijer

Foto montage in het menukaartje van het promotiediner in Hotel Carlton in Amsterdam 12 mei 1954
25 mei vraag ik per brief aan Prof Brouwer om een werkruimte op het Geologisch Instituut om de gelegenheid te hebben om de resultaten van de Andes Expeditie 1952 uit te werken. Omdat ik gepromoveerd was, moest ik mijn studenten kamer op het Instituut verlaten Pas op 1 januari 1955 kreeg ik aanstelling als onbezoldigd assistent. Voor die tijd heb ik al die maanden op de zolder van het Instituut mijn werk moeten verrichten. De ruimte had geen verwarming zodat ik tegen de koude met een donsvest zat
Een nogal dramatisch voorval vond plaatst na mijn promotie. De professor in de paleontologie Prof. Dr H.J. MacGillavry had een fout ontdekt in mijn proefschrift. Ik heb een Tertiare ouderdom toegekend aan een kalksteenformatie. Ik beschrijf dat ik fossielen heb aangetroffen, waaronder Rudisten en Nerineen. Volgens Prof MacGillavry waren deze dieren al lang uitgestorven. Hij had zelfs een proefschrift over deze zeedieren geschreven. Ik heb toe met afgesproken om in een erratum te stellen dat deze fossielen misschien waren opgewerkt uit oudere lagen. Dit was een uitweg, die echter niet bevredigend was. Aan Prof MacGillavry schrijf ik 12 augustus de volgende brief: Zoals U uit het hierbij ingesloten erratum van mijn proefschrift zult zien, is de "oplossing"l van het probleem anders tot stand gekomen dan U gedacht zult hebben. Na zijn terugkomst begin Juli uit Scandinavië heeft Prof.Brouwer er bij mij op aangedrongen dat een erratum zo snel mogelijk gepubliceerd diende te worden. Na uw onderzoek was vast komen te staan dat gezien de schaarse veldgegevens geen definitieve oplossing gegeven kon worden en dat derhalve een nader onderzoek op Corsica noodzakelijk zou zijn .Dit onderzoek zal zeker enkele maanden in beslag nemen en een snelle afwerking niet mogelijk maken. Geenszins ben ik echter van plan om het hierbij te latei en ik hoop zeer in de naaste toekomst een detailonderzoek hieraan te kunnen wijden. Inmiddels wilde ik U langs deze weg van harte dank zeggen voor alle hulp die U mij heeft gegeven bij dit voor mij zo pijnlijke voorval. Met de beleefde groeten,verblijf ik, Tom de Booij
De bergzomer in Chamonix was zeer succesvol. Ik heb daar hele mooie tochten ondernomen. samen met diverse tochtgenoten zoals Lionel Terray, Kees Egeler, Maurice Kieffer,de Goederen, van Lookeren Campagne. Zonder Terray de traverse van de Dôme de Miage, Traverse Aiguille Argentière via couloir Barvey en de normale route van de Grand Jorasses. Als sluitstuk met de gids Lionel Terray de noordwand van de Aiguille du Midi en de Brenva route van de Mont Blanc. Het waren zeer zware en moeilijke tochten.

Links:De noordwand van de Aiguille du Midi, de Frendo Route, variant Terray-Lachenal. Rechts: de Brenva flank van de Mont Blanc
29 augustus krijg ik een brief van Edmund Hillary, de eerste beklimmer van de Mount Everest in 1953. Hij zegt toe om een voorwoord te willen schrijven voor de Engelse vertaling van ons boek onder Andes Expeditie 1952. Aan het eind zegt hij nog iets aardigs over Adrienne, die hij in Parijs heeft ontmoet "Louise and I both thought that Adrienne was a charming girl". Ondertekend door Hillarÿ

In 1955 komt de Engelse vertaling uit onder de titel Challenge of
the Andes met het hierna volgende voorwoord van Hillary:
"I had the pleasure of
meeting De Booy and Egeler in Amsterdam and heard from them something of their
exciting story of climbing in the Andes.
Although the Andes are perhaps not as well known as the
HimaIayas, many of the problems met there are the same the difficulties of
establishing high camps; the sudden storms and the harsh cold; the dreadful
weakness in the thin oxygen-starved air; and the sheer technical difficulties of
ice and snow. It is an area that holds a strong fascination for the mountaineer
with its numerous lofty unclimbed summits and its relative ease of access.
In their description of
the first ascent of Huantsán, Egeler and De Booy cheerful tell a story of
a remarkable effort. To overcome such defences at such a height was an
outstanding feat. Perhaps my most vivid impression of meeting these men and
reading their account is how they seemed to retain their sense of humour under
every type of condition-sunshine or blizzard gasping heat or bitter cold.
Despite it all they batted on to the summit. E. P. HILLARY
Auckland, 8th
October 1954
Het najaar is weer gevuld met het geven van vele lezingen. In totaal 65 ! Soms wel 11 in 5 dagen. Ook een keer voor de TV wat toen nog in de kinderschoenen stond . Op onderstaande foto word ik geïnterviewd door Siebe van der Zee van de AVRO..

Vijf jaren Nederlandse TV en die van de AVRO in het bijzonder 1951-1956. In 1954 Dr T. de Booy een van de leden van Andes expeditie met Siebe van der Zee (zittend)
In de Proceedings (series B, 57, no.4 1954) van de Kon. Ned. Akademie van Wetenschappen komt onze eerste publicatie over de geologische resultaten van de Andes Expeditie onder de titel: Cross-cutting character of plutons in de the Cordillera Blanca. Met een van de fraaie tekening van Kees Egeler.

Graniet (kruisjes) in contact met sedimenten van een Krijt ouderdom in de zuidelijke Cordillera Blanca
Het was me het jaartje wel : elfstedentocht, huwelijk, promotie.
Dagboek 1955
Het jaar begint goed met de geboorte van onze zoon Jan Maarten. Adrienne begint maandag 17e januari met de weeën. Ik heb haar toen naar de Ziekenverpleging aan de Prinsengracht gebracht. Ik moet helaas naar Groningen voor het houden van een lezing voor het Nutsdepartement in Hotel Maas. Het is heel slecht weer als ik na de lezing wegrijdt . Veel wind en ijzel op de weg, vooral op de afsluitdijk heb ik het moeilijk en kan niet meer dan stapvoets rijden. Liever een late dan een dooie pa dacht ik steeds. Rond vier uur kom ik bij de Ziekenverpleging aan. gelukkig nog op tijd .Het kind is er nog niet nog geen ontsluiting, ik ga zelfs weer terug naar de Amstel 57. Maar nauwelijks in slaap word ik gewekt door mevrouw Krop die boven aan de trap roept dat er telefoon is voor mij. Het is de gynaecoloog Dr van Tongeren, die zegt dat het begonnen is. Ik hals over kop en ja hoor om 5.27 komt onze zoon naar buiten Jan Maarten is geboren, wat een zegen wat een geluk. Moeder en kind maken het goed.

Geboortekaartje Jan Maarten , getekend door mijn vader
Na de geboorte ( zoals toe gebruikelijk was) wordt Jan Maarten van de moeder gescheiden en in een andere kamer gelegd. Ik moet daarna alle ouders in op de hoogte brengen van het grote nieuws.

De trotse Moeder Adrienne met haar zoon in de Ziekenverpleging aan de Prinsengracht 18 januari 1955
De geboorte advertentie regelen en wat er nog meer komt kijken, zoals het aangeven bij de burgerlijke stand. Maar uitgerekend moet ik 's-avonds weer een lezing geven in een ander gedeelte van Nederland namelijk in Venlo voor de vereniging Techniek en Ambacht. Na de lezing logeer ik dan in Hotel Wilhelmina in Venlo, omdat ik de volgende dagen - woensdag, donderdag en vrijdag - lezingen moet geven voor de Staatsmijnen. Het kan niet ongelukkiger, maar de show must go on. Om de volgende week weer van maandag t/m vrijdag lezingen moet geven in Nieuw Milligen, Deventer, Leeuwarden en Breda. Adrienne wordt gelukkig goed verzorgd in het Ziekenhuis en bij terugkomst op de Amstel 57 hebben we een ideale vroedvrouw zuster van de Velde.
Zuster van de Velde met Jan Maarten

Links Jan Maarten in wieg op Amstel 57, rechts: de vier generaties de Booij

De trotse ouders aan de wandel bij huis en op magere brug
Zondag 24 april Brief aan schoonvader Strumphler over een incident
*)voor het American hotel na een vergadering van de Ned Alpen Vereniging:
Vader Sam. "Van Adrienne vernam ik dat U gisteravond tevergeefs buiten het American hotel naar mij hebt gezocht. Over de gang van zaken
zou ik U mijn oprechte excuses willen aanbieden. Nu de nachtrust weer vele dingen tot zijn
juiste proporties heeft herleid , ben ik in staat om U het een en ander
te expliceren, vooral het voorval betreffende mijn wonderlijke gedrag buiten
het American hotel. Inleidend zou ik voorop willen stelen dat indien
twee totaal verschillende geaarde mensen in nauw betrekking met elkaar komen te
staan het zeer belangrijk is voor een goede verstandhouding is dat men elkaar
wederzijds volkomen aanvaardt het is daar bij dan niet nodig dat men diezelfde
taal gaat spreken. Hierbij ontstaat dan stabilisatie van het evenwicht en deze
toestand kan dan zelfs leiden tot wederzijdse erkenning. Aangezien ik gisteravond na al het
gebeurde dermate in de war,
bleek het mij niet mogelijk vanuit de hiervoor omschreven instelling een
onderhoud met U te hebben Het zou daar ook gisteravond onherroepelijk
tot ondoordachte uitingen mijnerzijds zijn gekomen, welk tot niets positiefs hadden
geleid. U zult ongetwijfeld mij deze hele affaire buitengewoon zwaar op de hand
vinden. Ik kan U echter wel zeggen, dat het hier een zéér diep geworteld gevoel
betreft en dat door een ogenschijnlijk kleinigheid,
vroegere gebeurtenissen weer aan de oppervlakte gebracht worden. Het zal in de toekomst voor mij nodig zijn
om de verhouding in evenwicht te houden. Het
verlaten van het niveau van wederzijds respect brengt onherroepelijk met zich
mede een verstoring van het evenwicht Uw schoonzoon TOM"
Maandag 25 April Amsterdam " Beste Tom. Je brief heb ik vanmorgen ontvangen en de excuses worden natuurlijk direct aanvaard. Mijnerzijds wil ik ook gaarne uitdrukking geven aan mijn gevoelens van spijt indien ik , zonder daartoe de bedoeling te hebben gehad, in de vergadering iets gezegd zou hebben wat je blijkbaar als een persoonlijk onaardige opmerking hebt opgevat. Als je Zaterdagavond, volgens je schrijven, niet in de gemoedstoestand verkeerde om het misverstand op een vlotte manier samen uit de weg te ruimen, was het misschien ook maar beter om te eclipseren al was het wat vreemd om je schoonvader zoo voor schoppen 7 te laten staan. Wel vond ik het verdrietig dat je toen onze lieve Adrienne er de dupe van liet worden. Zij was werkelijk zeer beheerst maar erg ongelukkig toen zij moest bemerken dat je spoorloos met mede nemen van de huissleutel was verdwenen en haar alleen achter had gelaten. Dat was ver van gentlemanlike. Wij hebben het toch in het eerste huwelijksjaar met jullie best kunnen vinden en ik heb je en veel opzichten met name je zorg voor Adrienne en om je goede humeur en je vroolijkheid leren waarderen. Ik vertrouw dan ook dat je de door je zelf aangehaalde zelfdiscipline zonder te veel moeite jezelf zoo nodig zult kunnen opleggen om haar niet weer voor te moeilijke problemen te plaatsen. Daar is zij te jong voor en te kort voor getrouwd. Daar tegenover is de verhouding russen mijn vrouw en mij met onzen dochter te goed dan dat je haar door je onbeheerstheid voor een verwrongen keuze mag stellen. Zeg ook aan haar dat ik blij ben dat dit "incident"gesloten is en dat wij er ons op verheugen jullie weer gauw samen bij ons te zien waarbij ik je de verzekering geef, dat verschil in geaardheid of opvatting noch je schoonmoeder, noch voor mij oorzaak zou kunnen zij dat wij ons geweld zouden moeten aandoen om zoo'n samenzijn `a priori gezellig te vinden. Integendeel, Du choque des opinions etc. Je schoonvader
*) In de Alpenvergadering had mijn schoonvader nog al laatdunkend gesproken over het gidsloze klimmen, waar ik juist zo een groot voorstander van ben

Pinksteren zaterdag 29 mei

Zondag 17 juli vertrek van de Catslaan voor de fietstocht naar
Chamonix
Gegevens Fietstocht Maastricht - Chamonix van 17 -22 juli
1e dag Maastricht -Luik 33 km,
Luik-Marche 59 km, Marche-Br.Champlon 19 km,Bar Champlon- Libramont
25 km, Libramont-Neufchateau 23 km, totaal
147 km 2e dag Neufchateau- Florenville 23 km, Florenville-Villers d'Orval 8 km, Villers d'Orva1-Montmédy 24 km,
Montmédy- Verdun 48 km, Verdun-St Mihiel 35 km, St Mihiel-Commercy 18 km,
totaal 156 km, 3e dag Commercy- Vaucouleurs 20 km, Vaucouleurs-Neufchateau 30
km, Neufchateau- Montighy 46 km, Montigny-Langres 22 km, Langres- Longeau 10 km, Longeau- Champlitte
24 km, totaal 152 km, 4e dag rustdag
Champlitte, 5e dag Charnplitte- Gray 19 km, Gray-Pesmes 19 km,
Pesmes-Dole 24 km, Dole-Poligny 37 km, Poligny-Champagnole 23 km, Champagnole-St
Laurent 22 km, St-Laurent- Morez 12 km, totaal 156 km, 6e dag Morez- Col de la
Faucille 24 km, Col
de Faucille -Gex 14 km, Gex- Geneve 17 km,
Geneve-Chamonix 76 km, totaal 131 km. De hele tocht 742 km.
20 juli Champlitte "Mijn allergrootste lieverd. Ik voel me zo ontzettend verbonden met jou en je twee
kinderen. Er is al een band gegroeid tussen ons zo sterk dat niemand deze meer
kan verbreken Des te verder ik van je wegfietst des temeer verlang ik naar je.
Wat een lieve brief. Heerlijk dat we zo intens met elkaar verbonden zijn. Ik
heb steeds voor ogen: Jan Maarten in zijn bedje liggend meteen lief lachje
op zijn lippen. Ik kreeg je brief vanochtend toen ik nog een in
mijn bed lag. Vandaag complete rustdag. Het waren 3 hele zware dagen. Daarna
volgt ene beschrijving van deze dagen. Aan het eind schrijf ik : Heel veel
groetjes aan Mariettje *) en voor je zelf duizend zoentjes partout !!!
Je mannie die ontzettend veel van je houdt.
*) Merkwaardig dat we toen al dachten dat het een meisje werd en
zelfs om haar een naam te geven. Het zou nog tot 24 februari duren voordat ze
op de wereld komt
24 juli Over de tocht per fiets naar Chamonix. De twee laatste etappes van mijn Tour zijn ook zeer zwaar geweest. Vanuit Champlette goed uitgeruste 's ochtends vroeg vertrokken naar Champignole. De volgende dag van St Laurant over de col de la Faucille (1400 m) afgedaald naar Genève. Bij de afdaling 1 spaak gebroken. Om 4.30 s middags weggereden uit Genève en 8.30 naar Chamonix. Naar Terray's huis gereden, daar waren ook net aangekomen Kees en Mieke. Ik was mijn CAF kaartje thuis vergeten of ze het maar even wilde opsturen . Wat een slordig mannetje omdat nu juist te vergeten maar daar staat tegenover dat jij deze zomer ook iets heel stoms mag doen zonder dat ik boos ben, hoewel ik betwijfel of ik ooit boos op je kan worden, want ik hou zo ontzettend veel van je !!!! Morgen met Maurice naar de Couvercle en dan morgen via de arête du Jardin de Aiguille Verte course asez difficile avec deux passages de IV. Heel veel liefs aan je twee kereltjes.
Met Lionel een heel zware tocht gemaakt: de noordwand van de Triolet. We begonnen met de wand om 12 uur 's nachts en waren boven om 6 uur 's-ochtends. Het werd een van de zwaarste klimtochten,. steil ijs van 60 graden cramponeren. Soms klommen we tegelijkertijd, zo groot was het wederzijds vertrouwen.

Op de voorgrond Refuge d'Agentière met daarachter de noordwand van Aiguille du Triolet (3876) met de gevolgde route
Met Adrienne naar Omessa in Corsica voor het karteren van een gebied waar ik in mijn proefschrift een onjuist ouderdom aan een kalksteen complex had gegeven. Ik heb een serie gesteenten verzameld van zowel boven als onder dit kalksteen complex . Bij bestudering van de gesteenten in het laboratorium zal de exacte kalksteen vrij zeker kunnen worden vastgesteld (februari 1957 zal ik daarover pas publiceren)


Kartering in gebied ten Noorden van Omessa. Opladen van de vracht stenen op de ezel. Adrienne voor tent en het nummeren van de stenen
.
Jan Maarten half jaar oud, juli 1955
16 september krijg ik een aanstelling als onbezoldigd buitengewoon assistent voor het studiejaar 1955-1956 in tijdelijke dienst bij het Geologisch Instituut.

Jan Maarten in augustus op Borgerweg. Adrienne en Jan Maarten in oktober
In oktober publiceren Kees Egeler en ik nog over ons onderzoek in de Andes expeditie over de mineralogische en chemische samenstelling van de granieten in de Cordillera Blanca.
Lezingen serie voor Weltentdeckung in
Duitsland van 13 oktober tot 11 november 1955 in totaal 24 lezingen. De prijzen
waren voor die tijd buitengewoon hoog. Ik vertoon ook voor de pauze een film
van Lionel Terray van zijn afdaling met ski van de Noordwand van de Mont
Blanc. De lezing was getiteld: : "Von Mont Blanc zu den Anden in Peru".
De prijzen zijn belachelijk hoog van 2 tot 6 DM.
Frankfurt (Turm Palast), Würzburg (Hutten-Säle),
Darmstadt (Stadthalle), Augsburg (Festsaal der NRK), Nürnberg (2x Kaiserstallung),Stuttgart
(Atrium), Freiburg (Kolpinghaus), Karlsruhe (Stadthalle), München (Kongress-Saal,
Deutsches Museum), Wiesbaden (Residenz), Mannheim (Alster), Bonn (Bürgersaal),
Köln (Börsensaal), Duisburg (2x Film-Studio), Düsseldorf (Schumannsaal),
Münster (Gertrudenhof), Essen (Haus der Technik), Hannover (Aula der W en
Raabeschule),Kiel (Metro im Schlosshof), Hamburg (Halle d.
Nationen), Bochum
( Parkhaus)
Bremen (Glocke), KasseI (Stadthalle) .
Tijdens deze lezingen serie citeer ik nog uit de brief die ik aan Adrienne
schrijf over de gang van zaken tijdens de lezingen serie in Duitsland.
14 oktober Frankfurt vanavond het grote moment, een te
grote zaal met ongeveer 400 bezoekers . Het was een première niet alleen voor
mij maar ook voor de Weltentdeckung. Ze hebben de "beste "voordracht
laten
beginnen nl. de Andes. Ik moet dus gang maken. Hetgeen natuurlijk wel inspannend
en er dus een grote verantwoordelijkheid op mijn schouders wordt gelegd. De
hoofdzaak is echter de harde dukaten. De voorstelling verliep beter
dan ik gedacht had. De film van Terray is echter als kopie waardeloos. We gaan u
alle donkere plekken eruit halen en meer dia's. De volgorde was toch nog niet
helemaal goed. Vanavond Würzburg gaan we beginnen met de Mt Blanc film. Het was wel ontzettend
vermoeiend in het Duits. De mensen waren zeer tevreden en gaven
een groot applaus Ze wilden dat ik nogmaals voor het voetlicht kwam, daar heb ik niet gedaan omdat ik het
een beetje overdreven vond Het schijnt hier echter de gewoonte te zijn dat ze zelfs voor wetenschappelijke lezing hun dank betogen en
enthousiasme de spreker terug troepen. Ik
eindig de brief met Hoe is het met Mariettje?
17 oktober Darmstadt De lezingen zijn alleen
erbarmelijk georganiseerd. Ze hebben overal zalen afgehuurd waar 1000 mensen in
kunnen. Haast
geen propaganda en die er is is zéér slecht. Darmstadt waren er nog 100
gekken in een zaal voor 675 mensen. Ik ben gelukkig al gehard tegen lege
zalen ik houd mijn lezing (overigens gaat dat zeer goed en de mensen zijn
zeer tevreden) en daarna basta. Het zal de Moffen duur te staan komen deze
slechte organisatie. Ze wilden het groots opzetten bv geen plaatselijke
vereniging ingezet of een verminderde entree prijs. Muenchen is een zaal 2700 mensen. Dat zal wat worden.
Gek genoeg heb ik geen brieven gevonden waar ik het
drama Muenchen beschrijf. Het was misschien ook wel onbeschrijfelijk. De zaal was
redelijk vol .De krachtstroom was uitgevallen en werd de Mt Blanc film voor
de pauze met een Bell en Howell apparaat geprojecteerd. Kleine vliegjes op een
wit doek wat skiërs moesten voorstellen die van de Mt Blanc afskieden.
Vreselijk. Er waren veel skiliefhebbers juist voor deze film gekomen.
Sommige mensen wilden hun geld terug. Na de pauze ging het beter met onze dia's
en film. Ik heb die nacht nauwelijks geslapen. Het was een ware nachtmerrie die
mijn leven op mijn netvlies is achter gebleven. Ik logeerde bij familie van mijn
zwager Jaap Kalff de man van mijn zuster Elsbeth. Ze hebben me liefderijk
opgevangen
19 oktober Augsburg Gisteravond goed, maar weinig publiek, ze reageren zeer goed en snel. Gemiddeld beter dan in Holland. De Duitsers vallen erg mee Het zijn niet allemaal Schweinhünde. De brief eindigt weer met de volgende zin: Hoe gaat het met Mariettje?
21 oktober uit Stuttgart. Gisteren eer zeer succesvolle lezing. Publiek zeer goed en na afloop klaterend applaus vrij veel mensen 400 en in een bioscoop 600. Er was een man op de derde rij die opeens hardop roept: Scherper dat beeld. Hij had gelijk maar de operator die we hebben is bijzonder slecht en ziet slecht. maar ik heb de man toch even te kakken gezet, want toen in Terray's film de passage komt dat de hut deur dicht gaat en het 4 sec donker is zei ik tegen de man: Ziet u wel meneer dat het beeld scherp is. Daverend gelach en ik was dus weer als Visser de overwinnaar. Je moet wel voortdurend in spanning blijven. Dat maakt het tegelijkertijd ook wel erg spannend.
Vrijdag 11 november kom ik terug op de Amstel .Ik heb
voor Jan Maarten een speelgoed beer 'mit Knopf ins Ohr' meegenomen. Het was
heerlijk om na die zware maand weer thuis te komen.

Kerstmis 1955 op de Amstel 57
In de brochure opgesteld door onze impresario Bottenheim geeft hij opsomming van de lezingen die door Egeler en mij zelf zijn gehouden in de periode 1953-1955:
De Koninklijke Familie.
Culturele Verenigingen:
Kon. Ned. Alpenvereniging; Kon. Ned. Aardrijkskundig
Genootschap; Geologische Verenigingen; Ned. Zuid-Amerika Instituut; Ver. Spanje
- Spaans Amerika; Amsterdam (Hou en Trouw, Grote Club, Ons Huis); Apeldoorn
(Rotary Club); Bergen (Jeugdvereniging); Bergen op Zoom (Oost en West); Breezand
(Cult. Kring); Delft (1nst. v. Mijnbouwkunde); Eindhoven (Philips Vereniging);
Groningen (Nat. Gen. - Oost en West); Leeuwarden (Nat. Gen.); Leiden (K. & O.
- Oost en West); Lobith (Ambtenaren Ver); Groesbeek (R.K. Kring); Helmond (V.V.V.);
Oudkarspel; Rotterdam (Diergaarde Blijdorp, Sociëteit Lommerrijk,
Jeugdgemeenschap); Zeist (Intern. Sport ver.; Zutphen (Sociëteit); Waalwijk;
Aalten; Venlo (Techniek en Ambacht), enz.
Volksuniversiteiten:
Amsterdam - Alkmaar - Apeldoorn- Baarn - Barneveld -
Brummen - Breda - Bussum - Coeyorden - Doetinchem - Eindhoven - Enschede - Den
Haag Den Helder - Hengelo - Laren - Harlingen - Heerenveen - Blaricum -
Rotterdam (en 8 onderafdelingen) - Zierikzee - Oostburg - Axel - Goes -
Middelburg - Vlissingen Hoogezand - Vriezenveen - Wierden - Utrecht.
Nutsdepartementen:
Andijk - Blijham - Baflo - Driebergen - Egmond - Meppel -
Ter Apel - Wassenaar - Weesp - Nijkerk - Velsen - Heveskes - Krommenie -
Aalsmeer - Veendam - Wildervank - Emmen - Dordrecht - Groningen - Appingedam -
Velp - Terschelling.
Instituut:t voor Arbeidersontwikkeling:
Amsterdam Oost en Noord - Rotterdam - Naarden. Gemeentelijke Dienst voor Sociale Zaken Amsterdam en
Utrecht.
Arbeiderskampen in de provo Zeeland, Wieringermeer
(13), Staatsmijnen Limburg (4). Dienst Welzijnszorg Luchtstrijdkrachten (23).
Reisverenigingen: Breda - Groningen - Rotterdam - Leeuwarden - Den Haag.
Middelbare Scholen:
Baarn - Bilthoven - Breda - Coev'orden - Deventer - Den
Haag - Haarlem - Helmond - Oostburg - Terneuzen - Vlissingen - Middelburg -
Stadskanaal - Zutphen - Ter Apel - Apeldoorn - Emmen - Rotterdam (6).
Personeelsverenigingen:
Alblasserdam (Ned. Kabelfabriek) Almelo (Bendien) -
Amsterdam (Letterg. Tetterode, Heineken, K.N.S.M., N.D.S.M., Werkspoor, Robaver,
Mij yoor Hayenwerken, Van der Rijn metalen, Gem. Energiebedrijf) Amersfoort
(Bronswerk) - Borne (Spanjaard) - Gorinchem (De Vries-Robbé) - Hengelo (Hazemeijer,
Kon. Ned. Zoutind.) - Hoogeveen - Naarden (Chem. Fabriek) - Oldenzaal (Aardolie
Mij) - Slikkerveer (Willem Smit) - Terneuzen Utrecht (Lev. Mij Utrecht, Demka) -
Tilburg (Volt) - Rotterdam (Gcm. Ambtenaren, Ph. Mees) - Nijmegen (A.S.W.)
Wormerveer (Wessanen) - Deventer (D.A.I.M.) - De Steeg (Thomassen), Delft (Gist-
en Spiritusfabr.) e.a.m.


4 foto's van onze beneden kamer aan de Amstel 57

Uitzicht van onze kamer aan de Amstel 57. Op de achtergrond de Prinsengracht

Kerstgaden in de Leemkule bij Hattem
Dagboek 1956
Het jaar van de de Elfsteden tocht, geboorte van
Mariette en de Andes Expeditie

18 januari Jan Maarten 1 jaar oud
21 januari lezing Geologisch genootschap over de samenstelling van gesteenten Cordillera Blanca.
Voorbereiding Andes Expeditie

Foto uit Handelsblad van 11 februari 1956. Bagage voor de Andes Expeditie klaar voor het transport . Genomen voor het Geologisch Instituut aan de Nieuwe Prinsengracht Vlnr Egeler, Dijkhout en de Booij.
Begin februari vele artikelen in de krant over onze expeditie 1956. Deelnemers Dr C.G.Egeler geoloog 39 j., Dr Tom de Booij geoloog 31 j, J.H.Dijkhout 25 j geodeet, Lionel Terray berggids 35 j., J. J. Languepin 31 j cineast.

Elfstedentocht
Het was voor mij een hard gelach dat Adrienne het niet bepaald geslaagd vond als ik met de elfstedentocht mee zou doen, in verband met de komst van Mariettje die elk moment kon komen. Mijn argument dat er maar weinig keren een elfstedentocht wordt verreden en dat meerdere kinderen kon krijgen was voor haar geen steekhoudend argument. De dag dat de elfstedentocht werd verreden was voor mij een zeer zware dag, dat ik de tocht der tochten via de radio mocht volgen. Dinsdag 14 februari Elfstedentocht: Na de gelijke finishen van 1933 en 1940 werd de Elfstedentochtrijders dit verboden. Jan van der Hoorn, Aad de Koning, Jeen Nauta, Maus Wijnhout en Anton Verhoeven kwamen tijdens de Elfstedentocht van 1956 toch tegelijk over de finish en overtraden dus dit verbod. Deze rijders werden gediskwalificeerd en er werd geen andere winnaar aangewezen.

De legendarische finish in 1956. Van links naar rechts: Nauta, Wijnholt, Verhoeven, Van der Hoorn en De Koning
24 februari is het dan toch zo ver, dat onze lieve dochter Mariette wordt geboren. De bevalling is goed verlopen en heeft gelukkig kunnen gebeuren in het souterrain van Amstel 57.

Mariette en de gelukkige moeder

De familie de Booij op de Amstel 57 in Amsterdam
Kees Egeler heeft een serie artikelen geschreven voor het Algemeen Handelsblad, deze heb ik in een boek ingeplakt
Voor het weekblad de Spiegel heb ik een dagboek bijgehouden tijdens de Andes Expeditie 1956 naar de Cordillera Vilcabamba in Zuid-oost Peru. Ik heb dit integraal uitgetikt..
Dagboek van de Andes Expeditie 1956 naar de Cordillera Vilcabamba
Donderdag 15 Maart 1956 vertrekt De Booij van Schiphol vliegtuig naar NewYork om 10.15 am .Uitgeleide gedaan door de bestuursleden van de Kon. Ned. Alpen Ver.

Vlak voor het vertrek van de Booij op Schiphol, vlnr Dijkhout Tom de Booij, Kees Egeler
Eerste landing Prestwick (1.45.a.m.) en na vlucht van 9.30 geland op Gander New Foundland locale tijd 5.15 a.m. Zeer koud - 31 C. Vervolgens naar New York. Sneeuwstorm met zeer weinig zicht na drie keer geprobeerd te hebben geland. Om 11.00 a.m. geland. Met bus naar New York City en daarna met trein (aangezien er geen mogelijkheid was om met vliegtuig naar Washington te gaan ) naar Washington. Ook deze trein met een vertraging van 2 uur in Washington. Ik had een afspraak 's-middags met de chief cartographer van de National Geographic Society. Heel vervelend dat ik pas 's-avonds arriveer om 8 uur. Gelukkig had hij een 'note', achtergelaten, om hem telefonisch te bereiken. Een half uur later arriveerde hij en stelde mij ter hand: de fotokopieën van ongepubliceerde kaarten van de Cordillera Vilcabamba gemaakt door de topograaf A.H. Bumstead tijdens de expeditie van de Yale University onder leiding van Hiram Bingham in de jaren 1911,12,14 en 1915. Kaarten 1 :63.500..Het was een bijzondere gunst dat wij deze kaarten mogen gebruiken. Hiram Bingham (de ontdekker van de Inca stad Macchu Picchu) heeft hiervoor speciale toestemming gegeven. Ik heb hem nog in Washington opgebeld. Helaas kreeg ik alleen de verpleegster aan de telefoon, die mij mededeelde dat de Heer Bingham niet te spreken was, aangezien hij zwaar ziek was. (Hij sterft 6 juni van het zelfde jaar).

Hiram Bingham (1875-1956)

Zaterdag 17 Maart alle foto's bekeken van de Bingham expeditie. Zeer waardevol aangezien precies te zien waar de graniet van de Cordillera Vilcabamba ontsloten was. Hieruit ongeveer de uitbreiding van het graniet massief kunnen bepalen. Dit bespaart ons in het terrein vele moeizame verkenningen. Washington een zeer fraai aangelegde stad. Lijkt op de aanleg van Parijs. Zeer vele fraaie schilderijen Vermeer, Rembrandt, Frans Hals, bijna meer dan we in Nederland hebben. Zondag 19 Maart met vliegtuig naar New York. Op zondag New York te zien is buitengewoon oninteressant. Een uitgestorven boel. Machtige gebouwen zonder sfeer.'s-Middags met trein 30 mijl ten noorden van New York familie opgezocht. 's-Avonds om 10 uur zou mijn vliegtuig naar Lima vertrekken. Om 7.30 p.m. vertrok ik met taxi uit Wilton op 50 km van het vliegveld. Nauwelijks vertrokken en of er begon een sneeuwstorm die zo hevig was dat we stapvoets moesten rijden. Na een zeer zware tocht om 2.30 a.m. op het vliegveld. Het bleek dat met vliegtuig van 10 uur toch was vertrokken alleen met mijn bagage aanboord zonder de eigenaar. Gelukkig nog ander vliegtuig kunnen nemen naar Miami. Pas om 5 uur a.m. konden we in het vliegtuig stappen. Het moest eerst nog 'deiced' worden, dwz de vleugels van het afgezette ijs worden ontdaan. Een eerste start mislukte, net op het ogenblik dat het vliegtuig van de grond los wilde komen, kwamen we in een grote opgewaaide sneeuwhoop. Hij werd hierdoor enorm afgeremd. De tweede start was gelukkig beter. Na een vlucht van 4 uur landen we in Miami 85 F. Wat een tegenstelling. 's-Avonds om 6 uur zou mijn vliegtuig vertrekken naar Lima. Heerlijke stad Miami .In de bus van vliegveld naar Miami city nog eigenaardig opschriften gelezen: The operater of the bus has received special training in courtesy and safety, Childern under 42 inch in height carried free. State Law: Coloured people seat from the rear. 's-Avonds vertrokken van Miami naar Lima. Een zeer rustige tocht zonder gebeurtenissen. In Lima aankomst om kwart voor zeven a.m. Dinsdag 21 Maart. Het begin van de lente in Nederland maar het begin van de herfst in Lima. Op het vliegveld stond de topograaf van de expeditie me op te wachten. Dijkhout had een zeer lange maar toch vrij goede tocht gehad. In Lima weer logies in het Engelse pension Morris Hope. Om 11 uur 's-ochtends naar Nederlandse ambassade een afspraak met Guillermo Morales, de drager die deze keer met ons mee zou gaan. Een grote teleurstelling wachtten me om 11.15 Geen Guillermo Morales maar alleen twee dragers vanuit de Cordillerra Blanca met een brief van Guillermo.

Onze dragers: Eliseo Vargas en Marcelino Morales
Hierin stond dat hij helaas onze expeditie niet zou kunnen meemaken, aangezien hij zijn arbeidscontracten nog niet was nagekomen. Hij is timmerman in Huaraz. Dit betekende een gevoelige klap. De vertrouwde Guillermo, die wij tijdens de Andes Expeditie 1952 zo veel konden overlaten werd vervangen door een ons onbekende drager Eliseo Vargas. Deze jongeman beschikt gelukkig wel over veel ervaring in het hooggebergte. Hij heeft meegemaakt in 1952 een Amerikaanse expeditie olv William Siri en in 1954 een Amerikaanse olv. George Bell. Tijdens deze laatste expeditie is hij er in geslaagd om de noord en de zuid top van de Huascaran te bestijgen (De hoogste berg van Peru). De tweede drager, die meekwam was Marcelino Morales. Een neef van Guillermo Morales. Deze laatste had nog geen ervaring maar zag er oersterk uit. De Bennekom van de ·KNSM was net dezelfde dag in Callao (havenstad van Lima) met al onze expeditiematerialen aan boord binnen gekomen. De bagage zou de volgende dag gelost worden. Nu maar hopen dat de papieren om de bagage door de douane heen te krijgen. Woensdag 12 Maart werd inderdaad de bagage gelost, maar de papieren die door hulp van de Nederlandse Ambassade hebben gekregen, bleken nog niet voldoende om de bagage uit te klaren. Dit heeft precies nog 6 dagen geduurd. Gedurende deze dagen is alles in het werk gesteld om de verschillende handtekeningen los te krijgen. De werkuren in Peru zijn officieel in de zomertijd van 8 - 1 uur maar in werkelijkheid van 9 - 12. Het is dus te begrijpen dat per dag slechts weinig opgeschoten. Deze tijd in Lima was vreselijk. Passief afwachten. De gehele afwikkeling was nl. in handen gegeven van een douane agent. Dit is veel beter, want deze man kent de kneepjes van het vak en deze zijn er zeer vele. Heel wat diplomatie en ook andere dingen zijn nodig geweest om de bagage los te krijgen, maar maandagochtend 27 maart kwam de heugelijke tijding door dat alles er door ·was 's-Middags hebben een camion gehuurd en de bagage gehaald om daarmee van Lima naar Cuzco te reizen een afstand van ruim1200 km via zeer moeilijk bergterrein. 'Never part your luggage' was ons devies.
(Tussenvoegsel In mijn brieven aan mijn vrouw geef ik op
niet mis te verstane wijze weer waar het oponthoud aan lag:
24 maart We zijn nog steeds niet weg maar dat is te danken
aan de "fantastische " hulp van de Ned Ambassade. Geen flikker
heeft de oom van Kees de ambassadeur
Daubanton gedaan. Inmiddels zit ik mee hier op te vreten. Het
was allemaal niet nodig geweest als Daubanton maar iets had gedaan. Hij was hier
ook niet geliefd.
27 maart. Om gek te worden nog steeds afwachten, afwachten, afwachten Alles dank
zij de klootzak Daubanton. De 1e secretaris van der Gaag doet er alles aan om het
voor elkaar te krijgen. Het is zo moeilijk om zo te wachten, na alles zo goed
te hebben voorbereid worden we door zo n flikker in het vaarwater gereden).
5 daagse reis Lima - Cuzco per camion
We besloten daarom bij onze
bagage te blijven en een tocht van 5 dagen en nachten boven een camion te
prefereren boven een vliegtochtje van twee uur van Lima-Cuzco. Om 3.30 p.m. hadden
we voor een laag bedrag de camion gehuurd en om 4.30 waren de 91 kisten en zakken
(ongeveer 2 1/2 ton) geladen. Toen volgde nog een eindeloze tocht door Lima .De
chauffeur moest hier nog even een reserve band halen, daar nog even papieren
halen etc. Pas om 10.30 a.m., dus dinsdag 28 maart vertrokken we uit Lima. Er
waren nog grote moeilijkheden te overwinnen, ten eerste is het verboden in Peru
om in een vrachtwagen passagiers mee te nemen. Dit betekende dus dat wij als
smokkelwaar zouden moeten worden vervoerd. We lagen boven op de bagage gewikkeld
in onze slaapzakken, eveneens de twee dragers Eliseo en Marcelino. Bij elke
controle (en er zijn er wat in Peru) moeten we wegkruipen. Ik geloof in het
totaal op de gehele tocht zijn we zeker twintig controle posten
gepasseerd. Altijd is het goed gegaan. Alhoewel het een keer bijna mis is
gegaan. Het was een uur of negen 's-avonds toen we bij de controlepost Andahuylas kwamen. De politieagent keek met zijn
zaklantaarn in de camion en
vroeg op strenge toon aan de chauffeur : Wat zijn dat voor eigenaardige
zakken (Hij bedoelde onze slaapzakken). De chauffeur antwoordde laconiek: Oh dat
zijn zakken. Dat bleek schijnbaar genoeg .De logica ontgaat me echter wel.
Hij voelde nog even aan een slaapzak, het was de enige slaapzak waar geen mens in lag, maar alleen
maar topografische apparaten. We zijn door het oog van de
naald gekropen. De eerste nacht ging het vanuit Lima steil omhoog.
De volgende ochtend bereikte we het hoogste punt van onze gehele tocht. De Anticonda pas. Volgens een bord van de Shell 4800 meter en volgens een Esso bord
4853 meter hoogte. De hoogte speelde ons wel parten. De gebruikelijke hoofdpijnen kwamen weer
opzetten. De tocht voerde ons langs het rijke mijngebied
van Oroja. Door geweldige kloofdalen bereikten we Huancayo. We konden niet door
gaan aangezien we tot de volgende morgen moesten wachten omdat dan de weg naar
Ayacucho vrij gegeven werd. De weg is nl zo smal dat een dag van
Ayacucho naar Huancayo en de volgende dag in omgekeerde richting gereden mag
worden. De volgende dag volgde een zeer spannende tocht langs duizelingwekkende
afgronden. Steeds zagen we kruisjes langs de weg staan. Bij een stopten we even. De
chauffeur zei ons dat verleden maand een autobus met dertig mensen naar
beneden was gestort. Alle inzittenden behalve de dronken chauffeur
waren dood. Het is schrikbarend om te horen hoeveel ongelukken er langs deze wegen
gebeuren. Er is ook helemaal geen afscheiding tussen de weg en de afgrond. Geen
paaltjes of muurtjes. Niet dat het misschien veel helpt maar het is met zulke
paaltjes bepaald minder indrukwekkend. Na een zeer lange tocht kwamen we 's-avonds in Ayacucho aan. De volgende morgen zagen we op de marktplaats
afgrijselijke taferelen van armoede. Dit is een zeer arme streek in de Andes. De
mensen in lompen gehuld.
Nu begon een zeer merkwaardig gedeelte van onze tocht. Van Ayacucho omhoog
tot 4000 meter daarna via de puna (dat noemt met de hoogvlakte op en nabij de
4000 meter) om vervolgens in een rivierdal omlaag te gaan dat de rivier zelf. In
dit gedeelte van Peru stromen de rivieren in een zodanige richting, dat zij vrijwel
dwars op de richting van de af te leggen weg staan. De rivieren
hebben zich zeer sterk ingesneden tot soms op 1800 meter hoogte. Na eindeloze hairpin bochten
kwamen we bij de rivier de Pampas 2000 meter. Van de
koude puna met slechts schaars Puna gras naar beneden waar de sinaasappels
groeien cactussen, suikerriet, maïs. Welk een tegenstelling over een afstand
van slechts luttele kilometers. Daarna sterk omhoog richting Andahuaylas of we zagen onze weg gebarricadeerd door een omgevallen vrachtauto omringd door alle passagiers. Net 10 minuten geleden was het
ongeluk gebeurd. De oorzaak een dronken chauffeur. Hij was met acht
flessen bier in zijn maag vertrokken van Chincheros, 20 km bergopwaarts. Volgens
de passagiers was hij rakelings langs duizelingwekkende afgronden gereden. Net op een plek van de weg waar het niet gevaarlijk was
de bus
omgevlogen dat noemt men dronkemans geluk. Slechts enkele passagiers waren licht
gewond. Met enkele van de inzittenden zijn door gereden naar Chincheros
om de politie te alarmeren. We zagen aan het spoor van de autobus dat
hij een op talrijke plaatsen op slechts enkele centimeters de afgrond van
honderden meters had gemist. In Chincheros aangekomen wilde de politie
dat wij met de truck naar beneden gingen naar de plaats van het ongeluk. Wij beweerden
echter dat de nadat de truck weer overeind was
gezet de stom bezopen chauffeur de autobus weer aan de gang had gekregen (dat hadden wij nog gezien) zeker met de passagiers zijn weg had
vervolgd.

Verongelukte vrachtauto bestuurd door stomdronken chauffeur
Onmogelijk de politie aan het verstand te brengen. Er was in het dorpje geen telefoon zodat hij de volgende controlepost niet kon waarschuwen. Wij dus weer naar beneden met politie. Hij had namelijk een troef in handen. Hij zei namelijk dat wij naar beneden moesten gaan anders kon hij ons niet doorlaten aan de controlepost aangezien het verboden was passagiers mee te nemen. Bij de plaats aangekomen bleek inderdaad de vogel te zijn gevlogen met alle passagiers. Onbegrijpelijk dat deze weer mee de zelfde chauffeur de weg willen vervolgen. Een merkwaardige mentaliteit. We konden zo onze weg weer vervolgen en reden tot diep in de nacht door tot Andahuaylas. De volgende dag weer het zelfde beeld van de puna (4000 meter) omlaag naar de Rio Pachachaca en daarna via Abancay omhoog tot de puna boven Curahuasi. Het was inmiddels al weer nacht geworden toen wij omlaag daalden. Van de puna naar het dal van de Apurimac. Om half elf 's-avonds passeerden wij de brug over de Apurimac. Zeer indrukwekkend. De nieuwe brug is dicht bij de plaats waar de Incas een brug over de Apurimac heb geslagen. De brug is al lang geleden ingestort, alleen de ophangpunten zijn nog te zien. Zowel de oude als de nieuwe zijn hangbruggen. Daarna weer steil omhoog naar pampa de Anta 3500 meter. Daar de nacht in open veld doorgebracht. De volgende ochtend dwz Zaterdagochtend 1 April in Cuzco gearriveerd.

Andes expeditie gebied 1956
Geologische exploratie ten Oosten van Nevado Salcantay
Van Maandag avond tot Zaterdagochtend heeft de tocht geduurd. We kwamen smerig en wel (baarden en bruin verbrande bestofte gezichten) kwamen we in het keurige hotel de Turistas in Cuzco aan. Gelukkig waren er nog kamers .Maar nu een plaats te vinden waar we onze spullen konden laten. Opeens kwam bij me op dat in 1952 we kennis hadden gemaakt met een Argentijnse mevrouw Señora Mayala Flury die de Amerikaanse- Franse Expeditie in 1952 naar de Salcantay had begeleid en dus zeer alpine minded. Ik kon gelukkig haar adres te weten komen en na mij heerlijk geschoren en gewassen te hebben ben ik naar haar huis getogen waar ik om 9 uur ' s-ochtends aanbelde. Zij was gelukkig thuis en ontving mij zeer hartelijk. Een vriend van haar was eveneens aanwezig Señor Ing. Abel Pacheco. Zij konden mij helpen. Pacheco is een zeer invloedrijk man in Cuzco. Zijn vader bezit talrijke haciendas ten westen van Cuzco. Binnen een uur tijd kon hij mij aan een prachtige bergplaats helpen, in werkelijkheid een niet gebruikte garage, gelegen bij ons hotel. In een woord ideaal. Hij was zeer enthousiast om onze uitrusting te zien. Hij vertelde ons dat zij hij contact had met de Amerikaanse expeditie olv Fred Ayres die van plan zijn om onze zelfde berg de Nevado Veronica te bestijgen. Zij komen echter in Juni als wij hopen de berg al bestegen te hebben. Dat is dus de tweede keer dat we een wedloop met de Amerikanen hebben. In 1952 was het een Amerikaanse expeditie olv William Siri die eveneens de Nevado Huantsán wilde bestijgen. Zij lieten doorschemeren, dat zij graag een tocht met ons mee wilden maken. Dat was ook precies wat wij graag wilden hebben, want behalve het heel aardige mensen zijn, beschikt Pacheco over een grote hacienda in het zuiden van ons gebied met vele muilezels, paarden en dragers. Het kan dus niet mooier. Ik wil nog op de komst van Egeler wachten om te beslissen welke eerste tocht in ons gebied zullen maken. Egeler vertrekt Zaterdag morgen uit Amsterdam en zal volgens schema om kwart voor twee maandagmorgen aankomen. In Lima heb ik al een plaats in het vliegtuig besproken en van Lima naar Cuzco. Nu is maar de hoop dat het vliegtuig uit Nederland geen vertraging heeft. In het geval van Dijkhout was het zeker niet gegaan. Hij kwam 8 uur 's ochtends. Zij hadden motorpech gehad bij de Kaapverdische eilanden. Zondag 1 april hebben we in onze opslagplaats alle materialen gesorteerd, een enorm vermoeiend werk, waarbij de hoogte van Cuzco (3300 m) toch ons flink parten speelde. Maandagmorgen stonden wij om half negen aan het vliegveld. Vol spanning. Om negen uur kwam met een prachtige landing de DC 6 binnen, en tot onze grote opluchting stapte bleek, maar toch heel opgewekt Egeler uit. Hij had een zeer goede reis gehad. Slechts 2 uur speling in Lima om over te stappen. Heerlijk om de berichten van Nederland te horen. En wat voor berichten 2 subsidieaanvragen die wij in het begin van het jaar hebben ingediend waren toegewezen .Het Pieterlanger huizen Lambertuszoon Fonds en Het Vaderland, het Hendrik Muller Vaderlandse Fonds. Verder was het gehele manuscript van onze Cordillera Blanca expeditie 1952 de dag voor zijn vertrek geheel klaar gekomen. Maandag 2 April hebben we besloten om naar Sisaypampa te gaan voor een tocht van 14 dagen. Deze pampa is aan de oostvoet van de Nevado Salcantay gelegen. De hoogte van ons basiskamp zal ongeveer 4200 meter bedragen. Pacheco en Señora Flury gaan mee. Zij hebben voorgesteld om eerst naar hun hacienda te gaan iets ten oosten van Limatambo, om vandaar met hun paarden, muilezels in een dag naar Sisaypampa te gaan. Dat klinkt prachtig. Hij zal de bagage van Cuzco naar Limatambo met zijn camionetta vervoeren. Woensdagmorgen gaan we weg. Om 10 uur is alle bagage opgeladen en om elf rijden we uit Cuzco weg. Het grote avontuur tegemoet. Onderweg houden we nog tweemaal stil bij de hacienda's van zijn vader. Geweldige landerijen .Daarna naar beneden in het dal van de Rio Colorado . Om 2 uur komen we bij de hacienda aan en wat voor een hacienda zeer luxueus ingericht met bar, zwembad incluis. Wat een heerlijke plaats om de tocht te beginnen. Het klimaat is al geheel anders als dat van Cuzco. De hoogte is 2800 meter. Señora Flury was reeds vooruit gegaan en had een zalig eten voor ons klaar gemaakt. De volgende dag bleek dat we allen te veel gegeten hadden, want de drie deelnemers hadden te lijden van een behoorlijke diarree. Egeler was er het ergste aan toe. Behalve diarree,maagkrampen etc. Bracht deze de gehele donderdag in liggende houding door, toegestopt met heerlijke drankjes van Señora Flury. Zijn buik werd zelfs ingewreven met alcohol uit een fles waarin een levende slang was gestopt. Dat schijnt te helpen. Dijkhout heeft de gehele dag zoek gebracht met het regelen van zijn instrumenten, deze waren geheel ontstemd. Het is maar goed dat we deze dag hadden om de expeditie voor te bereiden. Alles was ontregeld, zowel de instrumenten als het verloop van de lichamen van de deelnemers .

Basiskamp Sisaypampa, vlnr Dijkhout, de Booij, Egeler
Morgen is het plan om vroeg op stap te gaan, ongeveer om drie uur is het plan om te vertrekken. In alle vroegte vertrok de expeditie per camionette van Abel Pacheco beladen met proviand en uitrusting voor 14 dagen. Afgedaald tot de haciendo Sondorf waar 9 lastdieren en 6 rijdieren klaar stonden voor het vertrek. Het was een hele karavaan die daar om 7 uur in de ochtend gereed met bestemming Sisaypampa aan de Zuid oost voet van de hoogste berg van de Cordillera Vilcabamba, de Nevado Salcantay 6271 meter. Werd een zeer zware tocht, de afstand die moest worden afgelegd maar even 35 km en een pas van 4400 meter moest worden overschreden. Gelukkig konden we afgewisseld op paarden zitten, dat was zeer welkom want de hoogte speelde ons parten. We reden door het dal van de Rio Colpa een zeer sterk ingesneden dal. Het gehele aspect van het gebergte was al heel anders dan we gewend waren in de Cordillera Blanca. In de Cordillera Blanca immers hadden we het voordeel, dat we geweldige kloofdalen in konden rekken, die dwars de keten richting stonden, zodat we in een korte spanne tijds in de centrale delen van het gebergte konden doordringen. Hier is het wel heel anders, langs grillig gevormde dalen, over steile passen, etc. moesten we over de pas Cruzcasa. Deze pas zal me heugen, ik was net aan de beurt om mijn paard (Cinzano) af te staan aan Dijkhout en moest ik een stijging ondernemen van enkele honderden meters. Nu merkte ik pas goed dat mijn bloed nog niet het juiste getal rode bloedlichaampjes bevatte (Als men nl. goed geacclimatiseerd is, dan heeft men ongeveer 1 1/2 x zoveel rode bloedlichaampjes als normaal). Na twintig passen moest ik stil houden om weer op adem te komen om drie uur s middags werd de pas bereikt. Egeler die te paard een half uur voor mij de pas bereikte had het geluk om de machtige ijsreus van de Salcantay te aanschouwen. Toen Dijkhout en ik de pas bereikten was de berg helaas door dichte wolken aan onze ogen onttrokken. Er volgde een steile afdaling. Bij deze afdaling kwamen wij een vrouw tegen die met blote voeten in een verschrikkelijk hoog tempo de pas beklom.

Indianenvrouw met blote voeten te paard
Waar moest zij nou nog zo laat heen? Steeds weer staan we verbaasd over de enorme uithoudingsvermogen van de autochtone bevolking. We daalden af tot het dal van de Rio Pampacahuana. Dit dal vervolgde we stroom opwaarts tot we eindelijk om 5 uur s 'middags de lang begeerde plaats Sisaypampa bereikte. We waren allen zonder uitzondering geradbraakt. Nu nog snel voor het donker begon te worden onze tenten plaatsen. De grote basiskamp tent stond in een ogenblik.

Het basiskamp aan de voet van de Nevado Salcantay
Het was een groot moment voor ons. In deze tent hadden we in de Cordillera Blanca zoveel meegemaakt en dat deze tent (te leen van de Nederlandse Organisatie voor Zuiver Wetenschappelijk Onderzoek) in een nieuw expeditie gebied werd opgezet is voor ons wel het teken, dat de tweede Andes expeditie een feit was geworden. Veel tijd voor filosoferen hadden we niet want nu moesten de kleinere tenten worden opgesteld 3 stuks in totaal. Daarna eten koken. Ikzelf kon geen hap door mijn keel krijgen en zocht gauw de warme slaapzak op, een duidelijk teken van soroche (bergziekte). Met een paar slaappillen (slapeloosheid is ook al een nare eigenschap van de grote hoogte). Gelukkig konden we de slaap vinden .Het was ongeveer half zeven de volgende ochtend toen we wakker werden en vol verwachting uit onze tent keken. Wat we toen zagen is helaas niet in woorden uit te drukken. Een met de morgenzon overgoten Zuidoostwand van de Nevado Salcantay. een grillige ijswand van een 2000 meter hoogte. Wat een heerlijke plaats om tien dagen te mogen verblijven. (Sisaypampa is op 4000 meter gelegen). Ondanks onze voornemens om deze dag te gebruiken om weer op ons verhaal te komen, konden we de verleiding niet weer staan om langs de linker dalwand omhoog te klimmem tot aan de basis van de Zuidoostwand. Het was nog een behoorlijke stijging ( ongeveer 500 meter). Maar onze moeite werd beloond. Om 1 uur 's-middags stonden we onder de indrukwekkende wand. Ons geologisch oog ontdekte een interessant contact tussen de graniet (het gesteente waaruit de Salcantay grotendeels bestaat) en hoornrotsen (contact metamorfe veranderde sedimenten). Behalve de geologie van deze wand van de Salcantay was er ook nog iets anders dat ons in hoge mate interesseerde. In 1953 zijn langs deze Zuidoost wand twee alpinisten naar beneden gestort, hun lichamen zijn tot op heden nog niet gevonden. Zij waren met nog twee andere alpinisten de noord oost graad van de Salcantay aan het bestijgen, toen plotseling de sneeuw onder hun voeten wegzonk en in de steile zuidoostflank omlaag storten.

De vier eerste beklimmers van de Eiger noordwand, vlnr Heinrich Harrer, Frits Kasparek, Andrel Heckmaier, Ludwig Vörg
Het waren de oostenrijker Kasparek ( een zeer goede alpinist, een van de de eerst bestijgers van de gevreesde Eigernordwand in de Zwitserse Alpen) en de Zwitser Matzenauer). De twee andere bergdimmers keken machteloos toe hoe beide vrienden in de afgrond stortten. Zij waren het slachtoffer geworden van de gevreesde "Wachte" een luifel van sneeuw en ijs aan de lijzijde van een graat ontstaan door een constant gerichte wind. In Holland heb ik een brief geschreven aan een van de deelnemers deze expeditie met de vraag om gegevens betreffende de eventuele plaats van de slachtoffers. Ik kreeg hierop een brief vergezeld met een foto waar op duidelijk:aangegeven de zone waar de slachtoffers mogelijkerwijze te vinden zouden zijn. De onderste sneeuwhelling van de wand werd door ons ook afgezocht doch zonder enig resultaat .Het leek ons inziens evengoed mogelijk; dat de lijken al halverwege de wand in een spleet terecht waren gekomen en als dit zou moge zijn dan zal de berg pas over een tiertal jaren zijn prooi loslaten. De volgende dag zondag 80 april werd dan werkelijk gebruikt als rustdag. Het was ook de dag waarop lastdieren en paarden wederom terugkeerde Abel Pacheco en Mayala Flury vertrokken eveneens. De afspraak was als volgt. Als wij met ons werk klaar zouden zijn dan moesten wij een drager naar beneden sturen om muildieren op te halen. Wat hadden we het goed getroffen met Abel Pacheco. Hij zorgde voor alle transportproblemen. Beschikt zelf over vele haciendas. Ongeveer 150 indiaanse families, 50 muildieren en paarden twee camions. etc. Een dergelijke hulp is in de Cordillera Vilcabamba absoluut onmisbaar, aan gezien het anders haast uitgesloten is om paarden en muilezels te huren. Wel een heel verschil met de Cordillera Blanca alhoewel duur het altijd mogelijk is om aan transport middelen te komen. Bij de Cordillera Vilcabamba zijn ten eerste de afstanden veel groter en tevens het volkomen ontbreken van grotere plaatsen. In het dal van Limatambo (een heel klein plaatsje) een aantal grote haciendas, hierop ben je dan geheel aangewezen. Maar zonder geluk vaart niemand wel. Maandag 9 April gingen Egeler en ik erop uit om de geologie van de zuidoostwand van de Salcantay nader te onderzoeken. We klommen met veel moeite tot 4800 m (de hoogte van de Mont Blanc). We namen vele graniet rnonsters mee. Het bleek al spoedig dat we hier totaal nieuwe ontdekkingen deden en dat die niet zullen nalaten het ontstaan van de granieten in de Andes vanuit een ander licht te bekijken. De in 1952 verkregen ervaring op het gebied van graniet in de Cordillera Blanca was momenteel van onschatbare waarde. Het is wel merkwaardig om elke dag met een rugzak met eten te vertrekken en dan s'avonds doodmoe met een rugzak (loodzwaar) vol met stenen terug te keren. Gelukkig maar dat het in de tropen om 6 uur donker is, zo kan de dag moeilijk te vermoeiend worden en s'nachts hebben volop gelegenheid om geheel bij te komen. Om 7 uur 's-avonds liggen we in de slaapzakken om er dan de volgende dag om 7 uur weer uit te komen. Dinsdag 10 april. Het plan was om de noordzijde van de Salcantay te verkennen. Egeler en ik plus twee dragers met volle bepakking (proviand en een kleine tent ) vertrokken om ongeveer l0 uur met bestemming Ninahuasi. Weer moesten we een steile pas oversteken( 4500 meter ). Het klimmen ging nu al aanmerkelijk beter. Helaas was aan de andere kant van de pas het weer zeer slecht alles zat dicht in de wolken en het begon zachtjes te regenen, al hoewel dit spoedig overging in een plens regen. Om 3 uur 's- middags hadden we er genoeg van en lieten op een vlak stukje door de dragers het kleine twee persoons tentje plaatsen. De dragers zonden we weer terug naar het basiskamp met de mededeling, dat als het de volgende dag goed weer zou zijn. dat Dijkhout (de topograaf van de expeditie) dan met een drager omhoog moest komen. In geval van zeer slecht weer, moesten ze in het kamp blijven en de dag daarop de twee dragers om onze spullen te halen. We moesten onze plannen altijd zo indelen dat er steeds iemand in het basiskamp moest blijven dit is bepaald nodig, want in de vallei zwerft van alles rond, troepen koeien met waakhonden, verder zijn er in het gebergte poema's en vossen, die ook wel een hapje van het een of ander houden. Toen we de volgende morgen(Woensdag 11 April) ontwaakten was alles gelukkig uit de wolken. Een prachtige bergketen lag voor ons. Geweldige gletschers. Alle toppen nog zonder naam en onbestegen. Wat een ideaal terrein voor een topograaf. We wilden een geologische verkenning uitvoeren aan de noordwand van de Salcantay. We wachtten nog even op Dijkhout doch die kwam helaas niet opdraven. Het leek onbegrijpelijk want het weer was toch heel behoorlijk. Later zou blijken dat in het dal van het basiskamp het weer niet goed was maar bar slecht. Wat een verschil op zo'n korte horizontale afstand, een goede les voor ons. In de Cordillera Vilcabamba moet je altijd vertrekken want het weer kan is hier zo volkomen onberekenbaar. Wij vertrokken met redelijk weer doch nauwelijks een uur op pad of de boel trok weer dicht en het begon te regenen. Dikke wolkenmassa's kwamen vanuit het Noorden opzetten. Dit is in de Cordillera Vilcabamba vanuit de gevreesde richting want op nog op geen 50 kilometer naar het noorden ligt de jungle van de Amazone. De keten ontvangt dus uit de eerste hand de opstijgende vochtige luchtmassa's vanuit het oerwoud. Het weer kan dan ook opeens omslaan, een grote handicap ·voor het geologisch werk en haast nog meer voor het werk van de topograaf. Elke kans die je krijgt moet je direct benutten anders gaat het mis. Behalve een grote handicap schuilt hierin een groot gevaar voor het alpinistisch gedeelte van de expeditie. Een plotselinge weersverandering op grote hoogte is gevaarlijk. Onder een druilerige regen liepen we langzaam omhoog. Abel Pacheco had ons verteld dat aan de Noordflank van de Salcantay een mijn was. Dit werd nu ons doel. Tegen 12 uur bereikten we een vervallen huis en troffen kwartsbrokken aan doorspekt met molybdeniet. Nu moesten we alleen nog de mijn zelf vinden. Opeens verdween het pad onder de sneeuw. Het zicht was niet meer dan enkele tientallen meters. Om 2 uur hebben we onze pogingen opgegeven we waren ongeveer op een hoogte van 4750 meter. We hebben nog even gewacht in de hoop dat .de wolken zouden optrekken. maar dat bleek een ijdele hoop te zijn. Moe en wel keerden we in onze kleine tentenkampje terug. Om 7 uur lagen we weer in onze slaapzakken maar de rust werd niet gevonden. Egeler kreeg een niersteenaanval op 4300 meter. Dat is geen sinecure. De injectiespuit was tijdens het transport gebroken. Egeler beschikte alleen nog maar over poeders (lang niet zo sterk als injectie van morfine). Het was vreselijk voor hem. lk maakte een warme kruik en na een lijden van enkele uren begonnen de poeders te werken kon hij de slaap om 10 uur eindelijk vatten. De volgende morgen was het redelijk weer. We verwachtten de dragers tegen een uur of negen, maar wie kwamen er om 10 uur Dijkhout met Eliseo Vargas. Dijkhout had zijn gehele topografische apparatuur meegenomen .

De Booij geeft instructies aan Hans Dijkhout

De geodeet Hans Dijkhout in actie
Dat betekende een bijna 40 kg zware rugzak voor de drager Eliseo Vargas. De plannen werden nu weer veranderd. Dijkhout zou. hier twee dagen alleen blijven en wij zouden met Eliseo Vargas naar het basiskamp terug gaan. Egeler klom die dag moeilijk na al die morfine poeders Was het nog een wonder dat hij betrekkelijk snel klom .Om 12 uur waren we weer terug in het basiskamp. Onderweg kwamen we nog een vrouw te paard tegen (weer met blote voeten niet het paard maar de vrouw). Heerlijk weer in zo'n luxueus kamp terug te komen. ons basiskamp beschikt nl over een groot comfort. Veldbedden, tafels,stoelen en zelfs een radio (deze behoort alleen gebruikt te worden voor het opvangen van tijdseinen, noodzakelijk voor de astronomische plaats te bepalen). Nu Dijkhout er niet was, gebruikten wij de radio voor het ontvangen van de zo stimulerende Peruaanse muziek. Vrijdag 13 April. Zogenaamd een ongeluksdag, maar voor ons een ware geluksdag. Ons plan was om naar de pas Incachirisca te gaan (Dit betekent de pas waar de Inca verkouden is geworden). Deze pas ligt ten Zuiden van de Salcantay. We hoopten daar het contact tussen de graniet en de sedimenten aan te treffen. Terwijl we begeleid door Marcelino in het dal ten Zuiden van het basiskamp omhoog liepen zagen we plotseling recht voor ons uit gesteenten die ons veel aan granieten deden herinneren. Dat was volkomen een verrassing. Onze vermoedens bleken juist te zijn Marcelino Morales werd ingeschakeld om langs steile hellingen omhoog te klimmen om gesteente monsters te verzamelen. Het weer was in de morgen betrekkelijk goed maar tegen het middag uur trok alles weer dicht en begon het te sneeuwen. We stegen geleidelijk naar de pas (ongeveer 4750 meter) en toen wij op de pas arriveerden hadden wij een onbeschrijfelijk geluk want opeens scheurden de wolkenmassa uiteen en lag voor ons een aangrijpend schouwspel. De machtige bergreus van de Nevado Salcantay en de ragfijne piek van de Nevado Soray. Deze laatste berg was een van de alpinistische doelen maar bij het aanschouwen van deze zeer lastig bestijgbare ijsreus, zonk de moed ons in de schoenen. Dat zou wel eens iets te hoog gegrepen kunnen zijn. Zou een tweede bestijging van de Salcantay niet veel geschikter voor ons zijn, dan de haast onmogelijk lijkende Soray. De toekomst zal uitmaken wat we uiteindelijk gaan doen. Belangrijker is in de eerste plaats ons wetenschappelijk werk. Tot nu toe heeft de geologie van de Cordillera Vilcabamba onze verwachtingen ver overtroffen. We konden van onze pashoogte gewoon geen afscheid nemen zo indrukwekkend mooi was de omgeving. Onophoudelijk klikten de camera's. Gelukkig beschikten we nu over een heel wat betere apparatuur dan in 1952. We kregen immers van het Prins Bernhard Fonds de gelden om een hypermoderne apparatuur aan te schaffen. Een nieuw type Leica met telelens en groothoeklens verder de onvolprezen Rolleiflex etc. Moe maar voldaan kwamen we terug in het basis kamp waar Eliseo ons opwachtte met heerlijk thee. Zaterdag 14 April terugtocht naar de bewoonde wereld. Eliseo Vargas direct naar Limatambo om Pacheco te waarschuwen om paarden en muildieren naar boven te sturen. Marcelino Morales naar Dijkhout om zijn tentenkampje te evacueren. Nadat deze het kamp zouden bereiken zouden Egeler en ik met Marcelino al geologie doende naar Limatambo vertrekken met een tentje op de rug mee(dwz op de rug van de drager). Om 10.15 kwam Dijkhout in het basiskamp terug. Hij had het niet bepaald luxueus gehad. Donderdag had hij een niets kunnen doen aangezien het de gehele dag heeft gesneeuwd. Vrijdagochtend ging het iets beter. Hij heeft toen de tegenovergelegen keten kunnen in meten. Doch om de horizontale afstand tot de bergketen te weten te komen moet:hij de bergtoppen ook nog van een tweede punt kunnen inmeten. Hij heeft in zijn eentje geprobeerd om een rotspunt te bereiken, waarvan vandaan hij deze metingen zou kunnen verrichten. Doch het bleek te steil, vooral met de zware uitrusting. Aardig is nog dat hij een signaal heeft gevonden (op elkaar gestapelde rotsblokken) van de topograaf A.H. Bumstead die in 1912 tijdens de expeditie van Hiram Bingham een uitstekende kaart van een gedeelte van ons gebied heeft gemaakt. Voor dit gedeelte van het gebied waar Bumstead dus al topografische waarnemingen heeft gedaan. was het niet zo erg dat Dijkbout niet ten volle slaagde. Het was in ieder geval een zeer goede oefening het valt niet mee om hier te werken. Grote hoogte, weinig zicht. Van alle kansen gebruik maken Bumstead schreef indertijd in de National Geographic Magazine dat het werk in de Cordillera Vilcabamba vele malen je geduld op de proef stelt en dat het steeds was een "racing with the clouds" is. Dat is nu onze gevleugelde uitdrukking geworden. Steeds op je qui vive zijne. Dijkhout was dus terug in het basiskamp en moest dus zorg dragen voor het ontruimen van het basiskamp nadat de muilezels zouden zijn aangekomen, dat kon Zondag of Maandag zijn. Hij werd dus weer alleen achter gelaten. Egeler en ik begonnen dus aan de terugtocht. We voerden een verkenning uit in het dal stroomafwaarts van de rivier de Pampacahuana. Daarna omhoog naar de pas Cruzcasa. Even na de pas op 4300 meter richtten we ons kampje in. Met zijn drieën moesten we in een tweepersoonstentje slapen. Het ging prima. De volgende ochtend(Zondag 15 April) verrichtten Egeler en ik nog enkele geologische waarnemingen om 12 uur s'middags daalden we af naar Limatambo. Het was nog een heel eind lopen maar tegen 5 kwamen we in de hacienda Sondorf aan waar we door Pacheco, Mayala Flury en Senora Hangelsdorff de eigenaresse van de Hacienda) aller hartelijkst werden onthaald. Een heerlijk diner wachtte ons. De volgende dag hebben we ons bezig gehouden met de geologie van het dal van Limatambo en Dinsdagmiddag was de expeditie eigenlijk pas afgelopen, want toen arriveerde Dijkhout met de hele karavaan lastdieren. Alles was zonder ongelukken afgelopen tijdens zijn verblijf, alleen in het basiskamp had hij nog een groot dier gezien, maar nadat we hem uitgehoord hadden bleek het waarschijnlijkst toch wel een hond. Meteen kwamen de verhalen los over poema's, vossen, beren etc. Pacheco vertelde dat_de poema alleen lopende paarden bespringt en ze dan de afgrond in werkt De poema heeft dan nog net de tijd om van het vallende pad af te springen. Eliseo Vargas heeft tijdens zijn tocht terug naar Sisaypampa gezien hoe 'een geweldige condor een schaap uit een kudde wegpikte, ondanks het verzet van een toegeschoten ram. De expeditie was nu afgelopen. Woensdag 18 April met de vrachtwagen van Pacheco terug naar Cuzco. Het wetenschappelijk resultaat van de eerste tocht was een 200 tal stenen in de plaats voor een 200 kg eten.
Geologische exploratie ten oosten Nevado Veronica
Het volgende project luidt als volgt: Maandag 23 April met de vrachtwagen van Pacheco volgeladen met proviand en uitrusting voor een maand met bestemming Piri (dichtbij Ollantaytambo) in de vallei van de Urubamba. Vandaar uit zullen we het gebied van de Veronica geologisch en topgrafisch onderzoeken. Hier zal Dijkhout het zwaar krijgen. Er. bestaat geen enkele goede kaart. Geologisch zullen we het eveneens moeilijk krijgen aangezien de uitbreiding van de granietbatholiet niet bekend is en we dus vele verkenningen moeten uitvoeren voordat we aan detail werk kunnen beginnen. Er wacht ons ook nog een andere taak. Het verkennen naar een eventuele bestijgings route van de Nevado Veronica (ongeveer 6000 meter hoogte). Na een week zal zich bij ons voegen de fransman Lionel Terray. Hij zal ons op de geologische tochten vergezellen en vast acclimatiseren. 15 Mei begint de eigenlijke aanval op de berg de Veronica. Er zijn dit jaar drie expedities die het op deze berg gemunt hebben. De Frans- Hollandse expeditie, een Amerikaanse Expeditie olv Fred Ayres( deze hebben in 1952 de Salcantay beklommen )en verder een Engelse expeditie olv John Kempe met als deelnemers o.a. Westmacott en George Band (Deelnemers van de succesvolle Everest Expeditie in 1953). Het ziet er naar uit dat wij het eerste aan de basis van de berg zullen verschijnen, immers de twee laatst genoemde expeditie zullen in het gebied verschijnen als tegen de tijds ,dat wij hopen de Veronica bestegen te hebben maar ja het kan ook anders lopen. Het grote vraagteken is hier in de Cordillera Vilcabamba het weer. We zien in ieder geval de toekomst met vertrouwen tegemoet .Een heel belangrijk punt is wel dat we de volledige hulp hebben van Abel Pacheco. Verder zijn de deelnemers van de expeditie goed geacclimatiseerd. Tot over 14 dagen, dan volgt een beschrijving van de wetenschappelijke verkenningen in het gebied van de Veronica met tevens bijzonderheden over de Inca ruines die in het dal van de Urubamba te vinden zijn. Eind mei volgt dan een verslag over de eventuele beklimming van de Veronica. Op maandag 23 april reed inderdaad de vrachtauto van Abel Pacheco uit Cuzco weg met bestemming Piri in het dal van de Urubamba. Om 1 uur s' middags werden voor de opslagplaats in Cuzco de kisten, zakken etc ingeladen. We hadden zowel voor het geologische gedeelte als voor het alpinistische gedeelte geprepareerd. Er volgde een onvergetelijke tocht over de uitgestrekte hoogvlakte ten westen van Cuzco. Tot onze grote verrassing zagen we de prachtige ijspyramide van de Nevado Veronica. Het was een indrukwekkend ogenblik. Zouden we er in slagen deze prachtige Andes reus te bestijgen. Tegen het vallen van de avond dalen we af van de hoogvlakte naar het diep ingesneden dal van de Urubamba of ook wel geheten de Vilcanota. Het is een vreugdevol weerzien. We hebben immers zoveel herinneringen aan deze rivier. In 1952 maakten wij langs deze rivier een onvergetelijke kanotocht naar het hartje van de amazone jungle. We rijden langs de vele maïsvelden van de Urubamba vallei ,overgoten door een gouden avondzon. Steeds kunnen we de Veronica zien. Hoe dichter we er bij des te onheilspellender wordt zij. Even voorbij Pacchar rent een groot varken vlak voor onze auto. Hij krijgt een flinke tik van het voorwiel en verdwijnt onder de auto .Als we achteruit kijken zien we het varken omgekeerd op de weg liggen. We denken niet anders of het beest is dood, maar even later geeft hij een rauwe gil en verdwijnt in een ren in de maïsvelden. Tegen donker wordt Piri bereikt. We hebben een introductiebrief bij ons voor de haciendero in Piri .Tot onze grote verbazing arriveerden we bij een kleine landhuisje te midden van uitgestrekte maïsvelden. Wij krijgen van de haciendero Don Julio de volledige beschikking over luxueus ingericht huis De nacht valt angstig snel, maar gelukkig is het volle maan. Een fantastisch schouwspel..De Veronica kunnen we duidelijk zien. De top bestaat uit een geweldige gletscher. Van deze kant hoeven we de berg niet te bestijgen want de overhangende ijsmassas zijn ongenaakbaar. Mayala Flury en Abel Pacheco weten in een ogenblik tijd een heerlijk maal te preparen. Vannacht slapen we nog het landhuisje, maar de volgde, de dag zullen we proberen een basiskamp in te richten. Het is wel een zeer merkwaardig gebied. In enkele uren tijds langs een zeer goede autoweg of met de trein kan men vanuit Cuzco Piri bereiken en heeft men de beschikking over de comfort van een landhuis. .Is dit nu het zo onbekende expeditie gebied Men zou zeggen van niet doch wijkt men slechts enkele kilometers van de begane wegen af dan zit men in de wildernis. De volgende dag 24 April beginnen we met het installeren van het basiskamp een gedeelte van een akker wordt schoongemaakt en in een ogenblik staat de grote tent en een paar kleine tweepersoons tentjes. Het proviand wordt uitgezocht Wij moeten zorgen tenminste een maand met onze voorraad uit te komen. Wij kijken met argusogen naar de omringende bergen. Wat zou de geologie van dit gebied ons brengen? Tot nu tot is nog geen enkele geologisch onderzoek van dit terrein uitgevoerd. Alles wat we vinden is dus totaal nieuw. Nu al hopen dat de structuur interessant is en dat op een:niet te grote afstand de graniet is ontsloten. Woensdag 25 April gaan Egeler en ik er voor twee dagen op uit. Naar het dal van de Rio Pampachuana. Dijkhout gaat met een drager het Urubamba dal ten westen van Piri inmeten, zodat hij aansluiting hoopt te krijgen met de kaart van Bumstead. Abel Pacheco en Mayala Flury gaan met de vrachtauto terug naar Cuzco , maar zij zullen :zondag 6 mei bij onze expeditie voegen, als ook Terray en de Zwitser Jenny zijn gearriveerd We gaan dan ons basiskamp verleggen van Piri naar de noordzijde van Veronica. Egeler en ik. gaan met de trein van Piri naar Quente stroomafwaarts. Om 1 uur s'middags staan we aan de ingang van het zijdal Pampahuana. We volgen een oude Incaweg en komen langs oude Inca ruines. Het is verbijsterend wat de Incas hebben gepresteerd. Soms gaat de weg langs steile wanden omhoog en hebben ze in de graniet trappen uitgehouwen. Als men dit dal een dertig tal kilometers stroomopwaarts vervolgt komt men weer uit bij Sisaypampa, waar we reeds enkele weken verbleven. We hopen ongeveer de helft van deze afstand omhoog te lopen om op zo'n manier geologisch aansluiting te krijgen met ons vorig onderzoek. s-Avonds bereiken we een heel klein gehuchtje Huallabamba. Gauw wordt het twee persoonstentje opgeslagen. Eliseo Vargas onze drager zorgde voor een heerlijk maal, tenminste dat hopen we te krijgen maar·tot onze bittere teleurstelling is het vlees in blik bedorven, zodat we ons alleen met macaroni tevreden moeten stellen. We hebben ons tentje naast een indianen woning gezet. Als men in dit huis kijkt gelooft men zijn eigen ogen niet. Op de lemen grond liggen een viertal kinderen te slapen bij een smeulend vuurtje. De rook blijft in het huis want zij hebben geen schoorsteen Het pasgeboren kalf slaapt eveneens in huis, verder nog een aantal honden en guineese biggetjes. De indianen zijn erg schuw en pas nadat we met toffees,chocolaatjes de kinderen hebben verwend is de verhouding iets beter . We krijgen aardappels en melk in ruil voor onze lege conserven blikjes (dit is een zeer gevraagd product ,zij gebruiken het als: pannetjes, doosjes etc). De indianen spreken geen woord Spaans, zodat we alleen maar met Ketschua terecht kunnen, dwz met de enkele woorden die ik van deze ontzettend moeilijke taal ken. De volgende dag gaan we een zijdal in en vonden het zo begeerde contact tussen schisten en graniet. We vervolgen een tijdje een oude Inca weg doch op het laatst zien we dat het pad totaal overwoekerd is en volkomen onbegaanbaar. We hebben echter genoeg gezien van de geologie en keren terug naar de vallei van de Urubamba. We hopen een vrachttrein te pikken, die s' middags tegen drie uur de richting van Piri omhoog gaat .Helaas missen we deze trein grandioos, zodat er niets anders opziet dan 15 km langs de spoorbaan naar Piri terug te lopen. We krijgen tijdens deze tocht noch een prachtige gezicht op de zuidzijde van de Nevado Veronica. Ongeveer halverwege ontmoeten we Dijkhout die met twee dragers een kampje heeft ingericht aan de kant van de spoorbaan. Zijn ervaringen zijn minder gunstig, Door de rails is de afwijking van de magneetnaald zeer storend Verder was bijna zijn instrument aan gruzzels geweest, want een uitstekend punt van een voorbij rijdende trein gooide zijn instrument om maar hij heeft met een grote tegenwoordigheid van geest nog net kunnen opvangen. We lieten hem achter en vervolgden onze weg. Geradbraakt kwamen we tegen 5 uur s'avonds in ons basiskamp aan. Egeler was erger aan toe want hij had zijn beide hielen doorgelopen zelfs tot bloedens toe. De volgende dagen was Egeler dan ook uitgeschakeld om geologisch werk te doen. We hopen dat het niet meer dan een dag of twee zal duren. Inmiddels ga ik de volgende dag met de drager Onofrio stroomopwaarts van Piri naar Ollantaytambo. Bij Ollantaytambo zijn behalve zeer interessante geologische formaties ook nog bijzonder fraaie pre-Inca ruines aanwezig. Het is onbegrijpelijk als zij de stenen hier naar toe gekregen hebben, want de bouwsteen is een rode porphyr die zeer hoog aan de andere zijde van de Urubamba voorkomt. De wijze waarop deze geweldige blokken zonder cement aan elkaar zijn gevoegd is eveneens onbegrijpelijk. Het is natuurlijk wel duidelijk dat zij over een enorme hoeveelheid slaven beschikten. In Ollantaytambo doen we nog enkele inkopen, en keren daarna weer naar ons basiskamp terug. Egeler's voeten zijn nog niet genezen zodat besloten wordt, dat ik de volgende dag er zonder hem op uit zal trekken
Voettocht langs de rivier de Urubamba van Piri naar Huadquiña
Het plan is een tweedaagse tocht .Van Piri naar Huadquiña langs de spoorbaan te lopen dat is een kleine 50 km. Ik neem Eliseo Vargas als drager mee. Zaterdag 28 April vertrekken we met een tentje en proviand voor twee dagen. Het doel is om langs de spoorbaan elke 500 meter een graniet monster te nemen (vanaf even ten westen van Piri tot even voor Huadquiña is de Urubamba steeds ingesneden in de grote graniet batholiet van de Cordillera Vilcabamba). Dit is van belang aangezien de granietmonsters later in het laboratorium van het geologisch instituut een mineralogisch zowel chemisch onderzoek kunnen uitvoeren. De resultaten hiervan zijn zeer belangrijk, want het zal ons een idee geven omtrent de samenstelling van en de variabiliteit van het graniet lichaam. Dit is tevens van belang om deze graniet intrusie te kunnen vergelijken met granietlichamen die elders in de Andes voorkomen,bv met de tonaliet intrusies die wij in 1952 in de Cordillera Blanca onderzochten en wordt een schitterende tocht .De Urubamba heeft zich wel op een fantastische manier ingesneden.

Diep ingesneden dal van de Rio Urubamba
Het hoogteverschil is indrukwekkend. De rivier stroomt ongeveer op een hoogte van 2000-1500 meter terwijl de omringende tot ruim 5000m en zelfs in het geval van de Salcantay tot over de 6000 meter. Dit is volkomen uniek. Een tropische begroeiing in het dal; thee plantages,bananen etc en de aangrenzende bergen bedekt met eeuwige sneeuw en ijs. De Inca's hebben wel een zeer geschikt terrein uitgekozen om zich tegen de Spaanse veroveraars te beveiligen We vorderen: vrij gestadig en arriveren tegen het vallen van de nacht in het dorpje Macchu Picchu.

De Inca vestingen bij Macchu Picchu
Onmetelijke steile granietwand omringen ons, de begroeiing is al haast tropisch (2000 meter). We slaan ons tentje op een grasveldje. Nauwelijks zijn we klaar of daal komt een politie op ons af, en vraagt of we gek zijn. Hij zegt nl dat het hier krioelt van de giftige slangen. Nog een paar dagen geleden is een indiaan door een ader gebeten en was binnen drie uur dood. Hij stelt ons voor om het kampje in de dorpstraat op te slaan. We volgen zijn goede raad natuurlijk dankbaar op. In een klein restaurant eten we bijzonder slecht en daarna verdwijnen we in onze slaapzakken. Als we de volgende morgen wakker worden bemerken, dat een van onze geologische hamers is gestolen. Natuurlijk de mooiste. Gelukkig dat ze niet alle bij hebben gestolen want anders hadden we onverrichter zake naar het basiskamp moeten terugkeren. Het was wel een brutale stunt, want de hamer lag de tent aan mijn voeteneind. De politie heeft tevergeefs getracht de dader op te sporen. Met hamer in de hand hebben we verder de Urubamba stroomafwaarts vervolgd. Hoog boven ons zagen we adelaarsnest van de Incas liggen. De ruines van de oude Inca stad hopen we nog eens op een andere keer te bezoeken. De Urubamba slingert in dit gebied enorm. Langs de rivier leggen we bv 20 km af terwijl hemelsbreed de afstand niet groter is dan een 5 tal kilometers. De rugzak van Eliseo wordt steeds zwaarder, maar hij draagt zijn vracht met plezier. Tijdens onze afdaling van Macchu Picchu naar Huadquiña hebben· we nog een waar avontuur beleefd. Op een smalle spoorbrug over een snelstromende zijrivier van de Urubamba,stonden Eliseo en ik te kijken naar de geweldige granieten wanden.

Diep ingesneden dal van de Rio Urubamba
We waren zeker dat ar geen trein zou komen, want het was zondag en dan zijn er geen treinen. Waarom weet ik niet maar ik voelde opeens dat er gevaar dreigde ik keek naar rechts en zag op nog 50 meter .van ons af een trein aankomen. Door het gebulder van de bergstroom hadden we de trein niet aan horen komen. Ik gaf een rauwe kreet en rende zo snel als mogelijk van de brug, Eliseo achter me aan, nauwelijks waren we veilig en wel van de brug af of de trein stormde in grote vaart langs ons heen. Dat was op het nippertje. Met knikkende knieën kijken we naar de snel verdwijnende trein. Hadden we de trein niet aanzien komen waren we zonder enige twijfel verongelukt, want de brug is smaller dan de totale breedte van de trein. Een sprong van de brug af had ook niet veel gegeven, aangezien de rivier 40 meter lager lag. Het geluk is ons die dag wel bijzonder goed· gezind geweest.

Het personeel van de trein Cuzco-Huadquiña
Als we in Huadquiña tegen de middag arriveren hebben we een 80 tal granietmonsters verzameld. De rugzak weegt tenminste 45 kg. Bij Huadquiña houdt de granietbatholiet op en zijn hier devonische gesteenten ontsloten, die we reeds in 1952 bestudeerd hebben tijdens onze reis van Cuzco naar de jungle van de Amazone. Doordat de Urubamba niet meer in de compacte graniet is ingesneden, maar in de zachtere devonische gesteenten, verbreed het dal zich enorm. Vele bananen plantages .Het is wel een merkwaardige sensatie om in twee dag marsen van de met sneeuwbedekte gebieden af te dalen in een zuiver tropisch gebied. De mensen zijn hier bijzonder smerig. De indianen zijn hier gebracht van de hoogvlaktes. Hun constitutie is hier niet op berekend. Er komt nog bij dat zij hier allerlei gemene ziektes opdoen, die zij op de hoogvlaktes nooit hadden gekregen. Het grootste gevaar is de tuberculose. De tuberkel bacil is op grote hoogte waar de indianen eigenlijk niet actief. Komen deze mensen nu in lager gelegen gebieden dan worden zij dadelijk besmet met tuberculose, daar zij geen antistoffen bezitten is de catastrofe onvermijdelijk. In het dorp Quillabamba( ongeveer 30 km stroomafwaarts van Huadquiña werd bij een onderzoek aangetoond dat ongeveer 95 % tuberculose had. Even buiten het dorp Huadquiña plaatsen wij ons tentje aan de kant van de weg. Het is een zondag en de helft van bevolking heeft zich te goed gedaan aan onmetelijke hoeveelheden agua ardiente (brandewijn van een 50%).Onbeschrijfelijke taferelen. De volgende ochtend was het een ware race om een plaatsje in de trein te bemachtigen. Alleen al om een kaartje te kopen kost een grote inspanning. Zowel voor de eerste als voor de tweede klas stonden reeds de vorige avond een hele rij mensen te wachten, ruim 12 uur in de rij staan voor een spoorkaartje. Eerst stuurde ik Eliseo erop uit om in de rij te staan Maar hij kwam met een verwilderd gezicht terug met de mededeling dat het hem niet zou lukken. Ik ben er toen op uit getrokken en binnen één minuut had ik het kaartje. Dat is nu een typisch voorbeeld om de verhoudingen te schetsen in Peru. Omdat ik een blanke ben en geen Indiaan mocht ik via een achterdeurtje naar binnen en werd ik door deze ambtenaar direct geholpen voor een honderd tal schreeuwende en vechtende indianen. Het bleek dat alleen maar eerste klas kaartjes verkocht worden zelfs voor tweede klas rijtuigen. De arme stakkers die voor het tweede klas loket de gehele nacht hadden staan wachten, hadden dat voor niets gedaan en konden zij niet met de trein mee zodat zij genoodzaakt waren om tot de volgende dag te wachten in de hoop nog niet eens met de zekerheid een kaartje te bemachtigen voor de trein. Voor het vertrok van de trein is er een levendige handel. Alle tropische vruchten kan men hier haast voor niets kopen, grote sinasappels en bananen per stuk voor 2 cent. Na veel wringen en vechten komen we eindelijk in de trein en om precies 9 uur rijden wij weg. Na een drietal uren komen wij weer in Piri. Egeler is gelukkig weer genezen en heeft zelfs de vorige dag een zeer productieve geologische dag re opzitten. Helaas had hij de afgelopen nacht weer een hevige niersteen aanval gehad. Gelukkig was Dijkhout in het basiskamp om hem te verzorgen. De resultaten van het topografische werk worden gelukkig iets bevredigender. Alleen de astronomische plaatsbepaling was letterlijk en figuurlijk in het water gevallen, aangezien toen hij net zijn theodoliet had opgesteld werd de hemel bedekt en begon het even later te regenen.
Rondtocht gebied ten noorden van de Nevado Veronica
Nauwelijks in het basiskamp
gearriveerd of we horen luid getoeter. De auto van Pacheco met
Terray. Helaas niet zoals we verwachtten de in la Paz wonende Zwitser Raymond Jenny. Terray had ongeveer 300 kg bagage bij hem en
wat voor bagage. De prachtigste alpine uitrusting die men zich maar denken
kan. Voor ieder van ons, blauwe nylon slaapzakken, donsvesten, speciale
door Bally vervaardigde bergschoenen voor de grote hoogte,rugzakken,
wanten, en weet nog wat meer. Als kinderen zo blij verkleden we ons onmiddellijk in deze nieuwe hooggebergte uitrusting. De equipe van 1952 was weer
in de basiskamp tent verenigd. Raymond Jenny had de vorige dag in Cuzco moeten
arriveren, maar door treinstaking La Paz-Cuzco is hij zeer zeker
vertraagd. Ons plan is nu om. de volgende dag met Terray een
tocht te maken ten Noorden van de Veronica hoofdzakelijk
voor een geologische verkenning, doch ook om een eventuele bestijgingsroute van de Veronica
te zoeken. Het zou. tevens een goede trainingstocht zijn voor Terray.
Dinsdag 1 Mei vertrokken wij uit Piri, Egeler,Terray,De Booij en de
dragers Eliseo en Marcelino. We vervolgden het dal ten noorden van Piri. Bij een
kleine nederzetting gekomen werden we hartelijk verwelkomd door een Indiaan die
ons gekookte aardappels en verse kaas aanbood. Na deze hartversterking zijn we
doorgeklommen tot een hoogte van ruim 3900 meter tot het dorpje Tashtajoc. Het
tentenkamp werd snel opgeslagen aan de oever van een heerlijk bergstroompje.
Alvorens dit te kunnen doen moesten we een gehele kudde lama's en alpaca's
wegjagen. Een waarlijk elegant gezicht is het om zo'n kudde te zien weg
galopperen. Tijdens de nacht kreeg Egeler weer een nieuwe aanval van niersteen,
zodat hij voor de volgende dag uitgeschakeld bleek. Terray en ik besloten daarop
een verkenning uit te voeren van het gebied ten noorden van de Veronica. Terray
was nog in het geheel niet geacclimatiseerd en klom al hijgende tegen de steile
berghellingen .Het werd een dag vol nieuwe ontdekkingen. Ten eerste de
geologie, de gesteenten waren hier geheel anders. Ik herkende ze meteen want het
waren dezelfde gesteenten welke wij tijdens onze tochten in 1952 zowel ten westen
als ten oosten van dit gebied hadden waargenomen. De lei-zandsteen serie van het
Devoon. Dit betekende zeer veel voor ons, want hierdoor kregen we
aansluitingen met de vorige door ons onderzochte gebieden. We klommen door tot
ongeveer een pas van ruim 4600 meter. Het weer was slecht geworden. We
zaten in de wolken het begon tot overmaat van ramp flink te hagelen. Ik
had zo gehoopt een blik te kunnen werpen in de noordelijk gelegen
gebieden , welke volgens de topografische kaart grotendeels oerwoud zouden
moeten zijn het begin van het amazone bekken. Ik zei tegen Terray dat ik
tenminste enkele uren op een opklaring wilde wachten. Hij had hier weinig oor
naar, want hij zei. dat het weer hopeloos was. In de Alpen zou hij
ontegenzeggelijk gelijk hebben gehad, maar hier aan de rand van het oerwoud is
het totaal anders. Het weer kan opeens slecht als goed worden. Nauwelijks waren
we bezig om hierover een discussie te beginnen of opeens scheurden de wolken
uiteen en zagen een onvergetelijk schouwspel. Op nog geen 20 km afstand
een bergketen met ijsreuzen van tenminste 5500 meter. Een volkomen onbekend
gebergte, tenminste nog nooit op een kaart aangegeven óf in een publicatie
genoemd. Zo dicht bij de civilisatie nog volkomen terra incognita. We maakten
gauw van de gelegenheid gebruik om zoveel mogelijk de fantastisch schone
bergketen op de gevoelige plaat vast te leggen. Veel tijd werd ons niet
gegund want na enkele minuten werd de keten weer aan ons oog onttrokken. Wat een
prachtig werk voor onze topograaf Dijkhout om deze bergen in te meten. Een
volkomen onbekende bergketen ontdek je niet iedere dag in Nederland. Het geluk
was ons weer goed gezind want in de zuidelijke richting kijkend zagen wij de
prachtige ijspiramide van de Nevado Veronica. Wat een schone berg. Terray opeens
in zijn element, steentjes oprapen vindt hij maar een raar gedoe. Een
nieuwe weg vinden op een onbestegen berg is echter een kolfje naar zijn hand.
Het zijn meesters oog weet hij mij een mogelijke bestijgingsroute aan te
wijzen en daarbij tevens voorspellend dat er een paar gemene passages zouden
kunnen voorkomen in de lagere gedeeltes van de berg (iets wat
overigens volkomen is uitgekomen). Bij het aanschouwen van deze ijsreus bekroop
me wel even de angst of we niet te hoog gegrepen hadden. Maar Terray stelde me
gerust met de mededeling dat deze berg in ieder geval makkelijker zou zijn dan
de door ons in 1952 bestegen Huantsán. Alleen is hier het grote vraagteken het
weer. Het plotselinge veranderde van het weer is voor de beklimming van de
Veronica natuurlijk uiterst gevaarlijk. Na een gemakkelijke afdaling kwamen we
moe maar voldaan in het kamp aan waar Egeler gelukkig weer hersteld var zijn
niersteen aanval, ons met heerlijke warme thee opwachtte. Nauwelijks
teruggekomen in. het kamp of we hoorden uit een indianen huis
trompetmuziek. We kwamen echter tot de ontdekking dat het geen gewoon Indianen
huis was maar hun kerk. Het was een religieus feest. In het kleine kapelletje
zat de gehele mannelijke bevolking bijeen. De kerk muziek werd gevormd door een
orkest 1 trompet, 1 fluit,1 trommel. Het altaar was fraai versierd door tropische
vruchten, die deze Indianen speciaal voor deze gelegenheid uit het oerwoud
hadden gehaald, dwz op twee dagen reisafstand. Ter verhoging van de feestvreugde
wordt overvloedig chicha (maisbier) en pisco ( een soort jenever) geschonken, we
werden uitgenodigd om binnen te treden en moesten natuurlijk vele glazen bier pisco meedrinken, zelfs werd ons gevraagd om enkele bloemen meteen soort van
dans pas ten offer te brengen op het altaar. Het was wel een merkwaardig
gezicht om Egeler en Terray in hun grote donsvesten met een bloem in de hand een
danspas te zien uitvoeren. We bleven doodernstig en onze geste werd zichtbaar
geapprecieerd. De muziek was werkelijk oorverdovend steeds terugkerende
melodieën. Ik kon niet meer dan een drietal melodieën onderscheiden. De
trompettist blies zo hard hij kon en dat in een piepklein kapelletje. Na een
paar uur door te hebben gebracht in de kerk werden we uitgenodigd, af te
dalen naar de indianen woningen alwaar het feest maal zouden nuttigen. Het werd
een fantastische optocht. Een indiaan met olielamp voorop daarna de
muziek. In het huis aangekomen werden we neergezet aan een grote tafel en
kregen heerlijke soep, vlees, aardappels, werkelijk heel goed geprepareerd
en natuurlijk kolossale hoeveelheden bier en pisco. Zoals te begrijpen werd de
stemming steeds beter. Onze bijdrage was het uitdelen van toffees en
chocolaatjes, tijdens het uitdelen ontaarde het dikwijls in een ware vechtpartij
want ieder wilden natuurlijk het meeste hebben, behalve deze onbescheidenheid
moet ik zeggen dat de indianen, zeer zuiver van ras buitengewoon. goede manieren
kenden, zo gastvrij en niet bedorven door de civilisatie.

De Indianen zijn gek op onze zoete versnaperingen
Deze mensen leven betrekkelijk gelukkig want zij leven niet onder de slavernij van enkele hacienderos, iets wat wel het geval is in de vallei van de Urubamba en in het zuiden van het expeditiegebied in de vallei van Limatambo. Na het feest maal volgde het hoogtepunt van de feestvreugde de zgn zweepdans. Een tiental indianen hadden zich verkleed in een merkwaardige typisch indiaanse kledij,behalve een die zich als beer had verkleed. Zij waren allen gemaskerd en droegen verder windsel van lappen om de kuiten

Indiaan klaar voor de zweepdans. Benen beschermd tegen de zweepslagen
Dit laatste bleek nodig te zijn als protectie, want de bedoeling van de zweepdans is om na enkele niet erg gecompliceerde bewegingen elkaar met een stuk touw een zo hard mogelijke striem te geven over de kuiten. Geen kik maar reken maar dat het ondanks de lappen behoorlijk pijn zal gedaan hebben. Zo gaat het enkele uren door ze slaan elkaar tot bloedens toe. Ook van ons wordt gevraagd enkele danspassen uit te voeren. Terray en ik voeren enkele Russische danspassen (de trepak) uit, maar al gauw liggen we buiten adem op de grond normaal is het al vermoeiend maar op een hoogte van bijna 4000 meter is deze pas nekkend. Terray geeft verder nog enkele Franse liederen weer die bij de Indianen zeer in de smaak vallen. Tegen een uur of tien 's-avonds geloven wij het wel en verdwijnen in onze tenten. Tijdens de nacht worden we echter herhaaldelijk wakker door de schettermuziek met steeds de zelfde melodieën. De volgende ochtend is het feest nog in volle gang, alleen zijn sommige feestgangers niet geheel vast ter been meer. Zij vragen ons om meer zoetigheden. wij maken hiervan gebruik om als we aan het uitdelen zijn vele close ups te maken en zowel met foto als film apparatuur. Na een tijdje worden sommige indianen erg handtastelijk. Vooral de in berenhuid gehulde indiaan is erg onder de invloed. Na een hartelijk afscheid vertrekken wij in westelijke richting met als doel, om via een pas af te dalen naar het oerwoud. Om een uur of 12 wordt de pas:Puerto Malaga,4250 meter bereikt. Helaas geen uitzicht, het weer is slecht, het hagelt. Onderweg zien we nog een vos. We volgen steeds een oude ·incaweg. De afdaling gaat ze snel en hoe langer hoe meer begroeiing komt er. Het is een frappant snelle overgang van de kale hoogvlaktes naar de dicht begroeide hellingen slechts enkele uren gaans. Het weggetje wordt steeds smaller en leidt ons door een dicht bos. Hoe zeker onze Terray in het hoog gebergte is zo onzeker voelt hij zich in dit gebied. Hij presteert het zelfs om een zestal meters langs een helling omlaag te vallen, maar wordt gelukkig door het dichte struikgewas voor een verder val in de afgrond behoed. Hij probeerde een grote plas te ontwijken en maakte een verkeerde sprong, zodat hij uitgleed. Wij houden hem er natuurlijk flink mee voor de gek,en maken hem bang met malariamuskieten, giftige slangen etc. Na een geforceerde mars bereikten tegen het vallen van de duisternis een open plek in het bos alwaar we ons kamp installeren. Na een heerlijke hutspot met klapstuk gegeten te hebben verdwijnen we tevreden in de slaapzakken. 's-Nachts barst nog een hevig onweer los .De volgende: dag breken we in aller vroegte op om het grootste gedeelte van de mars erop gedaan te hebben voordat het te warm zou worden. Er volgde een magnifieke tocht. Onze tocht van de vorige dag hadden we laatste 5 km geen nederzetting gezien, doch op deze dag kwamen bij een grote thee plantages .Een geheel ander soort bevolking. Vanaf de hoogvlakte geïmmigreerde indianen, slordig gekleed en lang niet zo gastvrij en aardig als de hooggebergte indiaan die wij bij Tastajoc aantroffen. De geologie brengt ons vele interessante dingen. Gelukkig treffen we tijdens deze doorsteek geen vast ontsloten graniet aan, zodat we nu in ieder geval kunnen vast stellen dat de grote Macchu Picchu batholiet hier niet meer voorkomt. We volgen namelijk een dal wat ongeveer evenwijdig met het Urubamba dal op en 20 tal km noordelijk verloopt. Tegen een uur of 12 s'middags bereiken stoffig, vies en moe en warm de thee plantage Amabamba. We worden hier zeer hartelijk ontvangen door de eigenaresse. Deze hacienda betekent eind van de tocht voettocht want vanuit hier kan men per auto het Urubamba dal bereiken bij Huadquiña. We gaan 's-middags met de auto van de hacienda een tiental kilometers omlaag tot Huiro, alwaar we zullen moeten overnachten om de volgden dag met de bus dienst naar Huadquiña kunnen vertrekken. We krijgen onderweg een hevige tropische regenbui en daarna zien we een pracht natuurfenomeen een dubbele regen boog geheel compleet de totale boogvorm. Zowel Terray, Egeler als ik hadden dit nog nooit gezien. In Huiro konden we een vrachtauto tot hotel maken, dwz de vrachtauto zou in alle vroegte vertrekken ongeveer om 4 uur s' ochtends .Het was daarom veel beter reeds in de vrachtauto te gaan liggen slapen zodat we de volgende morgen niet zo vroeg uit de slaapzakken zouden hoeven te komen. Alleen wij waren niet de enige die op het idee waren gekomen en hadden zodanig maar de. helft van de oppervlakte van de camion tot onze beschikking. De andere helft werden in beslag genomen door een twintigtal indianen,vrouwen,baby,oude roggelende mannen, kisten met kippen, bananen etc. Het is te begrijpen dat wij toen in onze nylon blauwe slaapzakken kropen bekijks hadden van het hele dorp. De nacht verliep nogal onrustig. Ongeveer tegen een uur of twee hoor ik een geluid dat me onherroepelijk deed denken aan een snelle ontlasting van iemand die een zware maagstoornis heeft. Eerst kon ik mijn oren niet geloven, ik schatte de afstand van de plaats van onheils niet meer dan 30 cm van de wonder boven wonder slapende Egeler. Toen ik echter met mijn lantaarn in de richting scheen zag ik een arm zalige vrouw met een in de doeken gewikkelde baby op haar rug in een verdachte houding vlak bij het hoofdeinde van Egeler. Na dit enigszins zeldzame voorval sliepen we toch nog tot een uur of vier. De tocht van Huiro naar Huadquiña gaf niet veel bijzonders en tegen een uur of 7 kwamen we in Huadquiña; waar de trein reeds gereed stond om ons naar het basiskamp Piri te vervoeren.
De eerste bestijging van de Nevado Veronica (5755m)
In Piri aangekomen zien we dat onze equipe voor het alpinistisch gedeelte volledig is. Raymond Jenny, Zwitser, tijdelijk verblijvende in La Paz,skileraar voor de Boliviaanse Alpenclub, 24 jaar, zeer goede alpinist, lid van de beroemde club Androsace te Geneve (de Zwitserse Everest expeditie van 1952 bestond geheel uit leden van deze selecte club) ,reserve deelnemer van de Zwitserse Everest expeditie, en het belangrijkste van alles een zeer plezierige kameraad, opgewekt, energiek, en weet zich onmiddellijk aan te passen aan de sfeer van het basiskamp. De zondag 6 Mei wordt gebruikt om alle alpine uitrustingstukken gereed te maken voor de aanval op de Nevado Veronica. De stijgijzers worden nagekeken ene geregeld op de special door Terray medegebrachte schoenen: een. dubbel berg schoen vilt van binnen en leer van buiten, de Makalu tent voor vier personen voor het hoogste kamp wordt geprobeerd. Tegen de avond komen volgens afspraak Abel Pacheco en Mayala Flury met en grote camion en twee dragers. Abel Pacheco zal voor het transport zorgen tijdens de expeditie naar de Veronica en Mayala voor de keuken. Het weer is nog niet erg vast en we zijn uiterst gespannen of het weer niet om zal slaan in een slecht weer periode. We hebben in ieder geval op alles gerekend,want we nemen proviand mee voor tenminste 3 weken. Maandag 7 Mei wordt de aanval op de Veronica geopend en vertrokken we vanuit Piri: 8 muilezels en 4 paarden 6 dragers, AbeI Pachèco en Mayala Flury, Terray, Egeler, Jenny en ik. Dijkhout zou na een paar dagen zich bij ons voegen. Het ging zeer langzaam omhoog aangezien de vrachten van de muilezels steeds vergleden en opnieuw moesten worden opgeladen. Tegen een uur of vijf kwamen we bij een klein dorpje Ochniriti,waar besloten werd om de nacht door te brengen om vervolgens de volgende dag een naar de voet van de Veronica te gaan om het. basiskamp in te richten. De bevolking van het dorpje ontving ons allerhartelijkst. We kregen de beschikking over een Indianenhuis,hier werd dankbaar gebruik van gemaakt, aangezien we de tenten niet behoefden op te zetten. De volgende dag wachtte ons een grote verrassing: de gehele mannelijke bevolking van het dal was op een nabij gelegen akker aan het aardappel rooien. Het waren oude bekenden voor ons, want met een groot gedeelte van hun hadden in het iets hoger gelegen dorpje Tastahjoc feest gevierd. We kregen nu weer volop gelegenheid om deze mensen in kleurrijke kledij te filmen en fotograferen. Hun gereedschap voor het aardappelrooien was uiterst primitief .Een doodgewoon stuk hout hiermee woelen ze in de grond op zodanige wijze de aardappel uit te grond te halen .

Indianen rooien aardappelen met houten stokken

Contact tussen twee culturen
Tijdens een kleine rustpauze wordt als hartversterking weer veel alcohol gedronken. De kleine kinderen van het dorp worden door ons weer verwend met toffees en tubes met maroon glacé. Het is een kostelijk gezicht ze aan deze tubes zien zuigen. Terray maakt hier ook dankbaar gebruik om te filmen. Om een uur of 9 wordt de tocht naar boven voorgezet. We volgen een nauwe quebrada. in westelijke richting. Na een kleine stijging komen we op een vlakke dalbodem en zien voor het eerst de Veronica van dichtbij. Nog een uur gaans vinden we een ideale kampplaats. Op 4080 meter. Aan de basis van de moraine . In enkele uren tijds wordt een werkelijk modelkamp ingericht. De volgende dag het weer is niet al te best, steeds komen zware wolken vanuit het Amazone gebied opzetten. Dat is een veeg teken. Desalniettemin gaan Terray en Jenny met Eliseo Vargas op verkenning uit, terwijl Egeler en ik een geologische exploratie gaan ondernemen. Het wordt een grote dag voor ons .We vinden op ongeveer 4200 meter hoogte aan de oostflank van de Veronica een tektonische breccie ,hetgeen er op wijst dat we een belangrijke schuifzone hebben gevonden. We zien namelijk oude lagen ( Devoon) op jonge lagen (waarschijnlijk Perm) liggen. Dit is een zeer belangrijke vondst in dit gedeelte van de Andes is dit nog nooit aangetoond. Helaas hebben we heel weinig zicht, het begint zelfs flink te sneeuwen. Abel Pacheco is er vandaag op uitgetrokken om herten te jagen. We horen vele schoten en hopen vurig dat we s'-avonds een mals reeruggetje kunnen verorberen. Met een kilo of 30 aan stenen komen we om een uur of 5 in het kamp terug. Nauwelijks aangekomen of we Terray en Jenny arriveren. We zijn benieuwd. Het blijkt dat ze ongeveer op een hoogte van 5000 meter zijn gekomen. Zij hebben een rotsgraat bereikt welke naar de werkelijke basis van Veronica leidt. Terray gelooft dat dit de ideale weg is om de berg te bestijgen, maar hij laat doorschemeren dat het niet zo makkelijk zal gaan,vooral aangezien de dragers mee moeten en in de niet gemakkelijke rotspassages vele vaste touwen moeten worden aangebracht; waarlangs de dragers met hun zware vrachten zich naar boven kunnen trekken.

Lionel legt als op de filmcamera vast
Het was kennelijk een zware tocht geweest want ze lagen amechtig op hun luchtmatrassen. Eliseo Vargas was al eerder terug gekeerd,want hij vond het te griezelig worden. Terray had nog geprobeerd direct langs de grote gletscher naar boven te klimmen, maar hij had deze route opgegeven aangezien zij te gevaarlijk was. Grote overhangende ijsmassas zouden te veel risico's met zich meebrengen. De volgende dag brengt ons waarlijk niet veel goeds .De gehele dag zijn we genoodzaakt in de tent door te brengen. Regen, regen en nog eens regen. Het enige wat we kunnen doen is, eten, slapen, eten en dan weer slapen. Het ziet er niet naar uit dat het de volgende dag beter zal zijn. Het enige wat er nog gebeurt is het volgende. Een koe had zijn been gebroken en moest worden afgemaakt. Abel Pacheco hoopte vurig dat hij een gedeelte zou kunnen kopen. Een paar uur later. We horen opeens een soort van gezang. We schrikken op we denken een ogenblik dat is de Engelse expeditie die omhoog komt om de Veronica te bestijgen,maar even later bemerken we dat het geen gezang is maar het gehuil van een troep koeien en stieren, dat weerkaatst wordt tegen de bergwanden en de indruk wekt dat het een soort van gezang is .Nadat de koe met het gebroken been is afgeslacht en op muilezels is afgevoerd, zijn de achtergeblevenen dermate treurig dat zij urenlang een klaagzang aanheffen. Het is een werkelijk luguber geluid. Inderdaad is het de volgende dag niet veel beter, steeds weer laag hangende wolken die vanuit het Amazone gebied omhoog stijgen. De enige verbetering is dat het niet meer contant door regent, maar af en toe. We besluiten er toch op uit te trekken. Egeler en ik voor de geologie en Terray en Jenny met de twee dragers Eliseo Vargas en Marcelino Morales, een tweede verkenningstocht. Zij nemen een hele boel proviand mede en hopen deze op de berg achter te laten. Het is maar een twijfelachtig genoegen om geologie te doen met zulk slecht weer geen uitzicht en daarbij zijn we kletst nat en gelijken alle op elkaar. Toch weten we nog tot een 4300 meter te komen aan de noordflank van de Veronica. Terray en Jenny zijn er met de dragers in geslaagd aan het einde van een steil couloir proviand te stekken. Het was een barre tocht geweest, want een complete sneeuwstorm had het hun zeer lastig gemaakt. De dragers waren zichtbaar onder de indruk van dit natuurgeweld. Zaterdag 12 Mei vertrekken Terray,Egeler,Jenny en ik met als dragers Eliseo Vargas en Marcelino Morales met het resterende materiaal vanuit het basiskamp naar de Veronica. Het weer is nog niet erg best, hoewel stukken beter dan de afgelopen dagen . We klimmen moeizaam met onze zware vrachten omhoog en bereiken het einde van het steile sneeuwcouloir om een een uur of negen s'ochtends. Door het slechte weer van de afgelopen dagen is er zeer veel verse sneeuw gevallen, zodat de rotsen zeer moeilijk begaanbaar zijn. Terray gaat voorop. We krijgen meteen al een zware rotspassage. Gelukkig heeft Terray een vast touw aangebracht. Hij slaat boven aan de moeilijke passage een dur aluminium rotshaak en bevestigd daaraan een stuk touw. De dragers (zeker beladen met een rugzak van tenminste 35-40 kg) kunnen zich aan dit vast touw omhoog trekken Al deze manoeuvres kosten veel tijd. We vorderen zeer langzaam, inmiddels begint het weer te sneeuwen. Nog op een tweetal andere plaatsen worden vaste touwen geïnstalleerd. Om een uur of 4 komen we aan de basis van de moeilijkste passage. Hier laten we al het materiaal achter en keren zo snel mogelijk naar het basiskamp terug. Het blijkt dat Eliseo Vargas bijzonder handig zich beweegt in de rotsen en sneeuw. We besluiten daarom hem op onze verder tochten mee te nemen naar de hogere delen van de berg. Marcelino is nog zeer onervaren en niet bepaald handig in de rotsen. Tegen het vallen van de avond komen we in het basiskamp terug. Inmiddels is Dijkhout met de dragers Ignacio Aragon (misschien ver van familie van de prins?) gearriveerd. Ook hij heeft natuurlijk hinder gehad van het slechte weer. Zondag 13 Mei wordt de definitieve aanval op de Veronica ingezet.

Het eerste alpinistische doel : de Nevado Veronica (5755 m)
Om 6 uur s' ochtends vertrekt gehele alpine equipe met de drager Eliseo Vargas. We worden uitgeleide gedaan door de achterblijvers. Het weer ziet er verdacht uit. Weliswaar is het onbewolkt, maar door het eerste zonlicht wordt de Veronica bloedrood getint. Meestal een slecht teken. Trouwens in Nederland zegt men eveneens morgenrood regen in de sloot. Zwijgend klommen we gestadig omhoog. Een ieder vervuld met vele gedachten. Zou het ons lukken? Zou het weer goed blijven? Zouden er geen onoverkomelijke passage komen? Zijn we al genoeg geacclimatiseerd?Na een paar honderd meter klimmen zagen we opeens de prachtige onbekende keten ten noorden van de Veronica. Tegen een uur of 8 werd het eind van het couloir bereikt. Daarna langs de reeds geprepareerde weg omhoog tot de moeilijk passage, alwaar we onze materialen hadden gedeponeerd. De zware rots passage kostte veel tijd. Eerst werd een vast touw en daarna alle zware rugzakken aan een touw omhoog gehesen. Daarna volgde een steile sneeuwwand en om vervolgens de graat. Geweldige overhangende ijsmassas de zgn Wächte of corniche dwongen ons in de steile wand. De graat werd daarna weer een rotsgraat bedekt met verse sneeuw. Het weer was opnieuw slecht geworden, het begon eerst te hagelen en daarna te sneeuwen. De graat werd steeds steiler met aan weerszijden afgronden honderden meters. De tijd verstreek angstig snel en nog steeds hadden we geen geschikte plaats gevonden om ons kamp in te richten. Opeens kwamen we voor een zeer moeilijke ijsgraat met ontzagwekkend corniches. We laten Terray voorgaan. We kunnen weer genieten van zijn meesterschap. Er zijn weinig alpinisten ter wereld die hem evenaren op het gebied van weg zoeken in moeilijk terrein. Hij vermijdt zoveel mogelijk de kruin van de graat en zoekt een weg door de steile wand met een helling van zeker 55°. Zelfs moet nog een spleet in de wand worden overschreden..De afgrond is adembenemend. Na enkele touwlengtes (60 meter is de touwlengte) komen we weer op de graat. Het is nu al tegen tien uur en het wordt tijd om een kampplaats te vinden. Zouden we de graat vervolgen dan zouden we zeker door de nacht overvallen worden. Terray besluit dan ook af te dalen met behulp van het dubbel touw, want onder ons ongeveer 60 meter bevindt zich tot ons groot geluk een prachtig sneeuwplateau, ideaal om een kamp in te richten. Na enkele moeilijke manoeuvre komen we veilig en wel op dit plateau en in aller haast wordt het kamp ingericht. Het is een prachtige tent. Deze tent ( hebben we in bruikleen van het Franse Himalaya comité) heeft al veel meegemaakt, is nl mee geweest op de Franse Himalaya expeditie van 1955 en heeft gestaan vlak onder de vierde berg van de wereld: de Makalu 8500 meter. Het is nog een heel werk om een goed platform te maken. De tent is maar liefst omstreeks 6 meter lang. Zeer comfortabel voor ons vijven. Het grote voordeel van deze tent dat men erin kan koken. De nacht is behoorlijk koud en aan de binnenkant van het tentzeil is een laagje van enkele millimeters ijs afgezet, ontstaan door de condensatie. Om 4 uur s'ochtends gaat het wekkerhorloge van Terray. We vervloeken dit geluid, want het doet ons nog zo goed herinneren aan de reveilles in de hoge kampen op de Huantsán. Terray zorgt met Eliseo Vargas voor het ontbijt. Eerst wordt sneeuw gesmolten, Ovomaltine en pap klaar gemaakt .Dit werk duurt,ondanks onze primus butagasbranders toch nog een anderhalf uur. We mogen lekker in onze slaapzakken blijven liggen. Terray kijkt naar buiten en geeft een vreugdekreet. Een prachtige sterrenhemel geen wolkje en besluit daarop een aanval te wagen op de berg. (In onze gedachten sputteren we even tegen we hebben immers nog niet alle etenswaren , en materialen naar dit kamp gebracht, het plan was nl om vandaag terug te gaan om het achtergelaten proviand op te halen). Het is de 14 Mei. Ik herinner Terray eraan dat vandaag precies een jaar geleden is dat hij de Makalu bestegen heeft. Tegen zes uur staan we in de vrieskou buiten de tent, maar tot onze grote teleurstelling zien we donkere wolkenbanken snel vanuit het noorden komen opzetten. Het plan van Terray valt in duigen en we besluiten ons toch bij het oude plan te houden. Dit tot grote opluchting van Eliseo Vargas. We hadden hem niet gezegd dat hij tijdens onze aanval op de berg in het kamp zou moeten achterblijven. Op zijn gezicht te zien dat het een diep teleurstelling was. Zijn gezicht klaarde helemaal op toen we zeiden dat we ons plan veranderd hadden en teruggingen om materiaal op te halen. Deze tocht verliep zonder veel nieuwe gebeurtenissen. Het was maar goed dat we niet top de topwaren gegaan want het weer werd tegen de middag vrij slecht het begon zelfs te sneeuwen. Tegen een uur of twee kwamen we weer in ons kampje terug. Het kampje was nu prima geëquipeerd. Eten voor zes dagen en een volledige alpine uitrusting . Zelfs hadden we een 40 tal stokken meegenomen om bij slecht weer in het ijs te plaatsen om bij de afdaling de goed weg weer terug te vinden. Tegen een uur of vier vroeg Terray aan me om mee te gaan op verkenning. Hij wilde niet via de rotsgraat verder gaan, maar nog eens 60 meter afdalen om daarna op de gletscher te komen die vanaf de noordflank van de Veronica op de gletscher af te dalen. Hij sloeg een pen in de rotsen en zekerde het touw waarlangs ik als eerste moest afdalen. Het viel niet mee maar na een half uurtje stonden we allebei op de gletscher. We zijn nog een honderd tal meter omhoog gegaan om reeds een spoor te maken om zo de volgende dag zo snel mogelijk voorwaarts te komen. Tegen het vallen van de nacht arriveerden we in het kamp. Om 4 uur 's-ochtends van de 15 Mei begon de definitieve aanval op de Veronica.

De Booij bij een moeilijke rotspassage tijdens de bestijging van de Nevado Veronica
We besluiten om Eliseo Vargas mee te nemen. Het weer ziet er zeer goed uit. Het is weer Terray die voor het ontbijt zorgt. Tegen 6 uur staan we buiten de tent. Het is een ellendig werk om s' ochtends in het donker je aan te kleden, alles klaar te maken voor vertrek. Gelukkig blijft het goede weer geen wolkje. Snel wordt begonnen met de afdaling van de voorbereide passage. We verliezen toch nog een uur voor we goed en wel op de gletscher staan. De eerste groep : De Booij-Eliseo Vargas-Egeler begint met de beklimming van de steile ijswand die ons zullen voeren naar de eerste graat waarlangs we hopen de top te bestijgen. Terray en Jenny volgen. Eliseo Vargas hoe goed ook in de rotsen blijkt in het ijs nog niet zo bedreven en baart ons de eerste uren veel zorg. Bij steil ijs is het beter niet uit te glijden, alhoewel in principe de anderen de val behoren te stoppen is dit toch niet al te zeker. Na een uur klimmen gaan Terray en Jenny voorop om het spoor te maken. Inmiddels wordt er veel gefilmd. Tegen 9 uur wordt de graat bereikt en kunnen we even uitblazen. We hebben een prachtig uitzicht en zien steeds in noordelijke richting de onbekende ijsreuzen Het gaat daarna iets moeilijker worden. We komen namelijk bij een grote spleet van tenminste 1.50 meter breed. Terray gaat werkelijk met een meester stap over de spleet. Gelukkig kunnen we gebruik maken van het touw, want deze stap is werkelijk bijzonder hachelijk. Men moet nl een zodanige stap maken dat men bijna geheel voor overligt. Hij ramt de ijs pickel in de tegenoverliggende wand en trekt zich hieraan voorzichtig op. Een onhandige beweging of de sneeuw waar men opstapt kan afbreken en men verdwijnt dan met de afgebroken sneeuw in de spleet. Gelukkig komen we alle goed over de passage. Er volgt nog een steile wand gekroond door overhangende ijsmassas die we gelukkig kunnen ontwijken. Er volgt dan een makkelijke graat en we kunnen dus zeer snel vorderen dwz zover onze adem dat toe laat. Meer dan 10 stappen kan men niet te gelijk maken, want dan moet men naar adem snakken. Tijdens de tocht hebben we ondanks alle moeilijkheden toch nog ogen over om de geologie van de berg te bekijken. We zien prachtige porphyren concordant ingeschakeld in devonische leien. Alle waarnemingen die wij tijdens de bestijging van de Veronica deden, hebben er niet weinig toe bijgedragen om de geologie van de Veronica gebied te ontwarren, dit was nu je ware hoogalpiene geologie. Zelfs hebben we nog enkele gesteente monsters van de berg medegenomen. Tijdens de bestijging van de graat zijn we in de wolken gehuld maar het gaat gelukkig niet hagelen of sneeuwen. Nog enkele ijspassages moeten we overwinnen. De top schijnt nu nabij, maar we merken even later dat het de top niet is. Tijdens een opklaring zien we dat de top in·werkelijkheid nog op een uur klimmen van ons vandaan ligt.

De top van de Nevado Veronica wordt bereikt

Op de top van de Nevado Veronica vlnr Eliseo Vargas, de Booij, Terray en Jenny
Dat is altijd een bittere teleurstelling. Maar eindelijk is het dan zo ver de graat wordt minder steil en even later staan we op een zeer vlak gedeelte van de graat. Er komt een opklaring en we zien dat we het hoogste gedeelte van de berg hebben bereikt. Wat een heerlijke sensatie. Gauw worden de vlaggen te voorschijn gehaald. We hebben alleen de Zwitserse vlag vergeten. Ik haal gauw mijn rode zakdoek te voorschijn en maak met witte zonnecrème gauw een kruis op het rode veld. De Zwitserse, de Nederlandse en de Franse vlaggen worden aan de pickels omhoog gehouden. Onze drager Eliseo is ontzettend blij en heeft zelfs tranen in zijn ogen. Het is de eerste keer in de Andine geschiedenis, dat een Peruaan een maagdelijke top bestijgt. Het is flink koud en er staat een ijzige wind. Onze hoogte meters wijzen respectievelijk 5750 en 5749 meter. Het is bij lange na geen zesduizender. Het is eigenlijk onbelangrijk. Veel belangrijker is de voldoening die men heeft om met een groep goede vrienden de moeilijkheden die de berg heeft geboden te hebben overwonnen. Misschien ligt voor ieder van ons het motief om een berg te beklimmen anders,de uiteindelijke overwinning is voor ieder gelijk. Het is kwart over drie en als we top betraden en na een twintig minuten wordt de afdaling aanvaard. We moeten behoorlijk opschieten om niet door de nacht te worden overvallen, want dan zou een onplezierig bivak volgen. De sneeuw is zacht geworden en vooral bij de steile passages moeten ·we flink oppassen. Terray en Jenny hebben Eliseo Vargas tussen hun ingenomen De moeilijke passage met de gletscher spleet kunnen we gelukkig omgaan en moeten ·door zeer diepe sneeuw·waden. We zinken er soms tot over onze middel in weg. Tussen wolken flarden door krijgen we steeds een schitterend gezicht op de omgevende bergen die door het avond licht worden beschenen. Het is tegen donker als we moeilijke rotspassage bereiken. Terray, Eliseo en Jenny gaan eerst. Als het onze beurt is, is het reeds donker maar gelukkig staat aan half maantje aan de hemel. Het zwakke maanlicht is net voldoende om ons bij te lichten bij de moeilijke rotspassages. Terray zekert ons van boven en roept: Prénds ton temps. Onwillekeurig denken we allemaal aan de nachtelijke afdaling tijdens de eerste bestijgingspogïng van de Nevado Huantsán, die voor mij bijna noodlottig werd. We nemen daarom geen enkel risico en klimmen behoedzaam langs de donkere rotsen. Terray toont zich in zulke ogenblikken de grote gids.

Lionel Terray de grootmeester in sneeuw en ijs
Geen enkele verkeerde beweging alles gesynchroniseerd. Het is tegen achten als we ons kamp je bereiken. De stemming is prima. Terray zingt uit volle borst de beroemde franse soldatenliederen. De volgende dag worden we niet gefolterd door het wekkerhorloge van Terray. Tegen acht uur kruipen we onze slaapzakken. Het is een stralende dag. We doen ons te goed aan heerlijke vruchten op sap. De tent wordt afgebroken en de rugzakken gepakt. De levensmiddelen kunnen we niet mee terug nemen, dus die verdwijnen alle in de afgrond. Hup daar gaat een ontbijtkoek hup een hachee. Zo gaat al het moeizaam omhoog gedragen eten. Onze rugzakken zijn ondanks dat we al het eten hebben achtergelaten nog behoorlijk zwaar. We hebben tijdens de terugtocht nog veel gelegenheid om te fotograferen. Na de moeilijke rotspassage worden we verwelkomd door Marcelino en Ignacio die ons tegemoet zijn gekomen. We zijn eigenlijk een beetje boos want ze hebben onnodig risico gelopen, ze hadden geen touw bij hun en hun ervaringen in rots en sneeuw zijn miniem. Aan de voet van de berg worden we opgewacht door Abel Pacheco en Dijkhout. Abel vertelt ons met trots dat hij twee grote herten en 4 viscachas (een soort konijn) heeft geschoten. Dat wordt dus een waar feestmaal in het kamp wacht ons een grote verassing. Mayaly heeft de tent versierd met bloemen. Alles ziet er keurig verzorgd uit en het maal is ongelooflijk. Heerlijke reebout overgoten met heerlijke rode wijn. Wat een ontvangst ,wat geniet je van alles na de dagen vol ontberingen.

Het gelukkige alpinisten team na de bestijging van de Nevado Veronica
Voldaan liggen we even later in onze slaapzakken en met de herinnering aan de rijkdom van de laatste dagen vallen we in een droomloze slaap. De volgende dag is een rustdag. Heerlijk in de zon niets zitten te doen. 17 Mei wordt het basiskamp afgebroken. Terray, Jenny, Abel en Mayala zorgen voor het inpakken en transport van het materiaal. Egeler en ik met Eliseo gebruik van de gelegenheid om al geologie doende naar Piri af te dalen. Door het schitterende weer·hebben wij een prachtig overzicht en kunnen de reeds voor de bestijging van de Veronica gevonden schuifzone, verder naar het oosten vervolgen. Tegen drie uur dat ik zo snel mogelijk naar Piri afdaal om nog dezelfde avond met de vrachttrein van 6 uur uit Piri naar Cuzco te vertrekken om het grote nieuws wereldkundig te maken en teven de post op te halen .Alles verloopt volgens plan want tegen 9 uur s- avonds arriveer ik in Cuzco. Nog geen teken van de aangekondigde Engelse expeditie die eveneens bergen in de Cordillera Vilcabamba willen bestijgen. We zijn ze nog ver voor en hebben een van hun doelen reeds bestegen. De volgende dag om 7 uur vertrek ik weer vanuit Cuzco naar Piri om daar tegen 11 uur arriveer. Terray en Jenny blijven lekker niets doen in Piri, terwijl Egeler en ik naar de linker dalwand van de Urubamba omhoog kruipen om zodoende de geologie van het gebied te completeren. We gaan niet voor niets, want we vinden een tweede schuifzone. Wat een interessant vak is de geologie. Doodmoe komen we tegen het vallen van de avond terug in Piri. Abel Pacheco en Mayaly zijn in de loop van de dag met alle bagage naar Limatambo vertrokken Wij hebben van de gelegenheid gebruik gemaakt om de volgende dag zondag naar de ruines van Macchu Pichhu. Een onvergetelijk schouwspel. Niet zozeer de ruines zelf, maar de ligging van de oude Inca stad. Boven op de steilste rotspunten hebben de moedige Inca's hun adelaarsnesten gebouwd.
De eerste bestijging van de Nevado Soray (5754)
Terug in Cuzco hebben 3 dagen lang ons moeten onderwerpen aan een ware folteringen. Artikels en brieven schrijven. geologische waarnemingen uitwerken. Geen ogenblik tijd om eens even uit te blazen,we zijn dan ook dolblij als we vrijdag 25 Mei in de camion van Abel Pacheco vanuit Cuzco wegrijden met bestemming het gebied van de Soray en Salcantay. We hopen een maand te verblijven in dit gebied. Behalve de geologie hopen we eerst de nog onbestegen Soray te lijf te gaan. Evenals de Veronica is deze berg al het onderwerp geweest van vorige expedities die geen succes hadden. Deze Soray wordt beschouwd als een zeer moeilijke beklimbare berg. Als er nog tijd over is willen we een poging wagen op de Salcantay. Reeds in 1952 bestegen door een Frans Amerikaanse expeditie. We willen niet dezelfde route begaan doch de noord oost graat die geprobeerd is door een Oostenrijkse expeditie en waarvan tijdens de bestijging twee leden van de expeditie met de cornisch 1500 meter omlaag zijn gestort..Wij hopen dit voorbeeld niet te volgen. Wij beschikken over een man Lionel Terray die een heilige angst koestert voor cornichen en uit voorzorg altijd, ogenschijnlijk overdreven, in de steile wand kruipt hetgeen er niet makkelijker op wordt maar wel veiliger. Halverwege Cuzco-Limatambo bij Anta hebben we Dijkhout opgepikt die dezelfde dag per trein van uit het Veronica gebied is teruggekeerd. Hij heeft de afgelopen dagen zeer productief kunnen werken. Hij had gelukkig de hulp van 5 dragers. Enkele avonturen beleefd die de moeite van. het vertellen zijn. Op een morgen werd hij tijdens zijn werk opgeschrikt door een vlak over zijn hoofd scherende condor. Nauwelijks was hij van de schrik bekomen of een tweede condor tot acht toe denderde over zijn hoofd. Hoewel ze theoretisch geen mensen aanvallen kan ik me toch heel goed verplaatsen in de gevoelens van Dijkhout. In 1952 was ik al doodsbenauwd van een condor die op een tiental meters langs me voorbij vloog laat staan acht stuks. Een tweede belevenis is meer van komische aard. Tijdens het inmeten van een berg werd het weer slecht en de in te meten berg verdween in de wolken. Hij vroeg aan Marcelino of hij soms naar de top van de berg wilde gaan om de wolken weg te blazen. Tot zijn onuitsprekelijke verbazing zei Marcelino: Si señor en ging met snelle vaart tegen de berg omhoog na een uur kwam hij terug met een min of meer beteuterd gezicht, het was pas na een geruime tijd tot hem doordrong, dat het wel eens een grap zou kunnen zijn .De andere twee dragers hebben hem natuurlijk voor de gek gehouden. We zitten nu met de gehele expeditie in El Cortijo in afwachting van Abel Pacheco, die er op uitwas om muilezels te huren voor onze aanstaande tocht naar Pampa Soray aan de oostflank van de Soray en de zuidflank van de Salcanatay. Als alles meeloopt vertrekken we morgen met de vrachtwagen naar Mollepata om vandaar te voet (6 uur gaans) omhoog te gaan naar de op 3850 meter gelegen pampa Soray waar we ons basis kamp zullen inrichten. We stellen ons voor uiterlijk 24 juni weer in Cuzco terug te zijn voor de grote Inca feesten waar we natuurlijk willen filmen. Maandag 28 mei te 9 uur 's-ochtens vertrok de vrachtauto van Abel Pacheco vanuit Limatambo, met aan boord uitrusting en eten voor een maand in het hooggebergte. De tocht ging door het dal van de Rio Colorado tot het dorpje Mollepata. Hier had Abel voor een vijftal muilezels gezorgd. Dat was nog heel karwei geweest, want het is oogsttijd en alle muilezels worden gebruikt om aardappels vanuit het hooggebergte te halen. We hebben eigenlijk 10 muilezels nodig om alles te vervoeren maar nu gaat het in twee reizen. Egeler en ik vertrekken meteen om tijdens de tocht naar Pampa Soray nog wat geologie te doen. Na een 3 uur lopen komen we in een dal dat naar de Pampa Soray leidt. Het weer is helaas slecht en de Pico Soray is niet te zien. Een man te paard wijst ons een betere weg dan we wilden volgen. Deze weg loopt langs een seccia (een kunstmatig riviertje). Hij beweert bij hoog en bij laag dat dit de beste weg is Wij wachten op de karavaan om hun de goede weg te wijzen. Na een uur wachten verschijnen. Terray en Jenny die we vast vooruit sturen om een goede kampplaats op te zoeken. Pas tegen een uur of 5 verschijnt de karavaan. Abel en Mayala te paard en. verder 5 vol beladen muilezels. Het is al angstig laat geworden. .We hebben minstens nog een 1 1/2 uur voor de boeg. De weg is in het begin zeer behoorlijk maar wordt verder op, steeds smaller.


Op weg met de muilezelkaravaan naar ons tweede alpinistische doel de Nevado Soray
Abel Pacheco kijkt bedenkelijk. Het wordt donker en de weg wordt steeds smaller, tot zelfs ogenschijnlijk de weg geheel ophoudt. We gaan op verkenning uit. Het blijkt dat de seccia weggaat en de weg ietwat omhoog gaat. Nauwelijks zijn de muilezels weer bezig om hun weg te vervolgen of we horen een geweldig gekraak en een plof, zien tot onze verbijstering, dat de voorste muilezel in de afgrond is verdwenen. We schijnen met onze lantaarns en zien de arme muilezel een 30 meter lager roerloos liggen met zijn vracht nog op zijn rug. De dragers gaan meteen naar beneden. Het blijkt dat de muilezel door de val zijn ruggengraat heeft gebroken want hij kan zich onmogelijk oprichten. Met veel moeite weten de dragers de vracht in veiligheid te stellen. Gelukkig blijkt de vracht er zeer goed vanaf te zijn gekomen. Abel vraagt aan mij of ik soms zo gauw mogelijk de anderen wil waarschuwen en dat het wel laat zal worden voordat we op de Pampa Soray zullen arriveren. Abel zal proberen om een beter pad te vinden. In het stikke donker vervolg ik in alle haast de seccia om zodoende zo spoedig mogelijk de anderen in kennis te stellen van het ongeluk .In een angstige tocht kom ik na een half uur lopen in Pampa Soray. In een Indianen hut wachten ze me op .Egeler, Dijkhout en Mayala besluiten om terug te gaan om Abel te steunen. Terray, Jenny en ik blijven in de hut achter. Het is een arm hutje. De indianen familie is zeer gastvrij. Ze koken wat aardappels voor ons en geven ons een krib ter beschikking waarop we ons vleien. Vrij van ongedierte is de legerstede geenszins en wachten in spanning af. Tegen tien uur komen, Dijkhout en Mayala diep teleurgesteld terug. Zij hadden 2 uur voor niets gelopen, want op de plaats van onheils aangekomen waren Abel, dragers en muilezels verdwenen. Zij waren zeer zeker langs de zelfde weg terug te gaan om verder ongelukken te voorkomen. Er bestond namelijk ook een pad iets beneden de seccia,maar om dat te bereiken moesten ze een heel eind terug. Nauwelijks terug in de indianenhut of Mayala besluit om langs het beneden pad Abel te gaan zoeken. We proberen haar te overtuigen dat het geen zin heeft, maar zij blijft bij haar besluit,alhoewel ze doodop is. We geven haar onze dragers mee. Gelukkig is de maan op. Wij proberen inmiddels te slapen, maar dat lukt niet erg, want we zitten nog te veel in spanning. Tegen 1 uur s'nachts horen we de karavaan aankomen. Doodmoe, en enigszins onder de indruk van het gebeurde. We helpen zo veel we kunnen en binnen een half uur ligt ieder een in een slaapzak op de grond van de indianen hut. Behalve de 7 deelnemers van de expeditie,slapen er ook nog in de indianenhut van 7 m bij 3 m ook nog een tiental guineese biggetjes, een drietal kippen, twee honden en een indianen familie en dat nog niets eens meegeteld al het ongedierte. Tegen een uur of half zes ·worden we wakker doordat een haan zijn morgengroet geeft. Als we uit de hut kruipen wacht ons een fantastisch beeld. De Nevado Soray in het morgenlicht. Wat een berg. Van deze kant ongenaakbaar. Terray meteen in volle actie. Met verrekijker wordt elk stukje van de berg afgekeken, maar overal hopeloos .Onmogelijk van deze kant. We zullen ons basiskamp hoger in het dal moeten plaatsen om van de andere kant van de berg een mogelijke bestijgingsroute te vinden. Onze dragers gaan erop uit om de vrachten op te halen van de verongelukte muilezel. Na twee uur komen ze terug met de trieste mededeling, dat de muilezel mee zijn benen omhoog en een groot gat in zijn borst in het struikgewas lag .Een gemakkelijke prooi voor de hongerige condors. Binnen een paar dagen zal er alleen nog maar wat botten over zijn van de muilezel. Tegen een uur of tien zijn allen muilezels weer (het zijn er nog maar vier) opgeladen en. wordt de tocht vervolgd alsof er niets gebeurd is. We stijgen omhoog in het dal ten oosten van de Pico Soray. We zien recht voor ons uit de geweldige ijsreus de Salcantay. Tegen een uur of drie wordt het basiskamp ingericht op 4100 meter aan de basis van de moraine van de Nevado Salcantay. Woensdag 30 mei was alweer een ongeluksdag. Door een onbelangrijke reden kregen de drager het in hun hoofd om te gaan staken. Ze wilden naar beneden, ze hadden er genoeg van. Het had de gehele dag geregend en de dragers waren enigszins gedemoraliseerd door het verblijf in hun tent. De volgende dag hebber we de affaire kunnen regelen en was de orde in het kamp hersteld .In alle vroegte waren Terray en Jenny vetrokken om aan de noordkant van de Soray een verkenning uit te voeren. Zij namen tent en proviand voor twee dagen mede. Egeler en ik deden een geologische verkenning. Zeer interessante geologie. Een Zwitserse geoloog die in 1947 dit gebied door kruiste bleek het behoorlijk aan het verkeerde eind te hebben gehad. We vonden volkomen nieuwe gegevens betreffende de granietbatholiet. Talrijke gesteenten werden verzameld. Soms brokken van 5 kg. Tot nu toe hebben. we al ruim 700 stenen verzameld. De laatste dagen van mei waren in alle opzichte voor de expeditie minder gunstig verlopen. Een muilezel dood, staking van de dragers, slecht weer, nog geen bestijgings mogelijkheid gevonden. Maar de maand Juni is ons schijnbaar zeer goed gezind, want toen we 1 juni uit onze tent keken bleek het schitterend weer te zijn. Egeler en ik vertrokken weer voor de geologie in afwachting op de berichten van Terray en Jenny. We voerden onze verkenning uit aan de zuidwand van de Nevado Soray. Deze wand is onwaarschijnlijk mooi. Zeer steile ijswanden. Onbestijgbaar . Bij terugkomst in het basiskamp waren Terray en Jenny terug gekomen met zeer gunstige berichten. De Soray is bestijgbaar en wel via de noordwand. Terray had met de verrekijker een mogelijkheid gevonden via een steile gletscher. Het enige gevaar zouden de overhangende seracs zijn. Aan de basis van de noordwand zouden we een klein basiskamp inrichten om vandaar omhoog te gaan tot ongeveer 5000 meter waar we ons kamp zouden inrichtten.

In het basiskamp vlak voor de aanval op de Nevado Soray, vlnr Jenny, Terray, Egeler
Zaterdag 2 Juni in alle vroegte begon de werkelijke aanval op de Soray. Prachtig weer. Ieder met een behoorlijk zware rugzak vertrokken, de alpine deelnemers en tevens drie dragers moesten een pas van 4600 meter welke is gelegen tussen de geweldige Salcantay en de Soray. We zijn zeer gespannen op het uitzicht we van de pas zullen krijgen. Tot onze grote opluchting zien dat de bergen ten westen van de pas niet meer uit graniet bestaan ,dit is voor ons van het grootste belang,aangezien we nu onze graniet batholiet kunnen afgrenzen. We kunnen nu het granietlichaam in zijn geheel bestuderen en de verhouding van de batholiet met de omringende sedimenten. Tot nu toe hebben we constateren dat de verhouding van de graniet met de sedimenten, concordant is dat de sedimenten evenwijdig zijn gericht tov de graniet. Na een half uur afdalen komen we bij een pampa Terray besluit dat we hier het het basiskamp opgeslagen zal.worden. We gaan meteen door om het kamp 1 op te richten. De dragers helpen om materiaal omhoog te brengen, daarna gaan we weer naar het basiskamp terwijl wij proberen de volgende dag de top te bestijgen. Langs een steile moraine bereikten we de gletscher. 'I'erray kijkt bedenkelijk omhoog. We moeten langs een zeer gevaarlijke zone, waar onophoudelijk grote stenen naar beneden donderen We zien ze gelukkig van zeer hoog komen zodat we ze kunnen ontwijken. Net voordat we het gevaarlijke stuk willen oversteken komt er een steen van enkele kubieke meters naar beneden. Met de dood in het hart rennen we de ongeveer 100 meter gevaarlijke zone. Buiten adem komen we veilig aan de andere kant. Daarna volgt nog een steil stukje om vervolgens op een vlak stuk van de gletscher te komen. Hier is de geschikte plek om het kamp in te richten.(4900 meter) we hebben een schitterend gezicht op de route die we de volgende dag hopen te vervolgen.

De Nevado Soray
Tevens zien we in het noordoosten de geweldige Salcantay. Recht tegenover ons in het noorden zien we een prachtige keten met bergen van om en nabij de 5500 meter. Deze bergketen heeft geen naam en is ook nog niet in kaart gebracht. Terwijl we de berg zullen bestijgen, zal Dijkhout proberen dit gebied in kaart te brengen .Tegen drie uur beginnen we met het kamp in te richten. We plaatsen het kamp zo ver mogelijk van de noordwand, want we zien talrijke van lawines op nog geen honderd·meter van het kamp. Het blijkt dat we onze borden, messen en vorken hebben vergeten, dat is voor een alpinist niet moeilijk hiervoor een oplossing te vinden, want de ijs- en rotshaken dienen zeer goed voor bestek en de lege conserven blikjes voor borden. Tegen een uur of zes kruipen we alle in de warme slaapzak. Terray zet zijn wekker horloge op half vier. Tegen acht uur s' avonds verzinken we allen in een diepe slaap. De diepe slaap duurt niet lang want we worden alle wakker met flinke maag pijnen, de conserven blikjes die we de vorige avond hebben gegeten kunnen we slecht verduren waarschijnlijk ligt het aan het feit dat het eten te vet was. Dit is altijd zeer slecht voor de grote hoogte. We slapen alle zeer slecht en als tegen drie uur het wekker horloge van Terray afgaat zijn we eigenlijk blij dat dit het einde betekent van onze nacht. Het is wel altijd verdrietig om in de donkerte en kou het ontbijt klaar te maken. Het is zeer bewerkelijk we zijn ruim 3 uur bezig met alles. Het ontbijt wil maar heel moeilijk naar binnen, bij mij persoonlijk komt het er bijna weer uit. We voelen ons allerellendigst en er is even sprake van of de tocht zullen uitstellen ,maar als we naar buiten kijken, naar de heldere sterrenhemel nemen we de beslissing om toch te gaan. Het is natuurlijk niet ideaal een onbestegen berg te lijf te gaan met een viertal halfzieke en misselijke bergklimmers. We nemen alle een coffadine pil (een opwekkend middel) en binden onze stijgijzers onder en verlaten tegen half zeven het kamp. In het begin gaat het over een gemakkelijk ijsveld, maar weldra wordt het sneeuwveld steiler en komen we in een nauw couloir waar we angstig veel verse afgevallen blokken ijs zien liggen. Als we boven ons kijken is dat niet vreemd want we zien geweldige ijsmassas in zeer labiele toestand boven ons hangen. Er hoeft maar een klein gedeelte omlaag te storten of we worden als vliegen van de aardbodem weggeveegd. We proberen zo snel mogelijk omhoog te gaan, maar dat valt met het oog op de schaarse lucht werkelijk niet mee en verder voelen we ons verre van fit. In dit laatste komt gelukkig na een uurtje stijgen verbetering, want de door ons ingenomen pillen hebben hun effect. We komen te staan voor een steil ijsmuurtje. Terray en Jenny gaan eerst. Het blijkt dat Jenny nog al moeite heeft met het ijswandje van 60 graden. Even later volg ik. He is heerlijk genot om tegen zo'n wandje omhoog te klimmen. Het is de volle concentratie, elke mis stap is catastrofaal. Het geeft een enorme voldoening om het ijs meester te worden. Ik sla een ijspen en haal daar door heen het touw; dat naar Egeler gaat. Hij komt even later bij me en daarna vervolgen we een steil couloir, traverse van gletscher spleten. Het is werkelijk lastig in dit gletscherdoolhof de weg te vinden. Het weer betrekt enigszins,we komen in de wolken te zitten. Het is broeiend op de gletscher. We zitten in een kom waarvan de zuurstof huishouding bijzonder slecht is. We snakken naar adem. We moeten weer een gevaarlijke lawine zone voorbij zodat we volkomen uitgeput op een veilige graat aankomen op ongeveer 5400 meter. We zitten dus nog een driehonderd meter onder de top. Het is een uur of tien in de ochtend. Terray is wel een beetje ongerust. Want door de dichte nevel is het zeer lastig een weg te ·zoeken. Gelukkig heeft hij de vorige dagen van af de andere zijde van het dal deze wand zeer nauwkeurig bestudeerd met de verrekijker en het is werkelijk verwonderlijk zoals hij de berg met alle op elkaar lijkende spleten, rotspartijen overhangende ijsmassas uit zijn hoofd kent. Hij meent zich te herinneren dat we nu naar rechts moeten traverseren onder overhangende ijsmassas om vervolgens langs een steile ijswand de hoogste graat te bereiken welke naar de top leidt. Het komt inderdaad zo uit. Tegen een uur of drie bereiken we de hoogste en daarna gaat het gemakkelijk tot we bij de laatste 60 meter stijging van de top komen.. Dat ziet er werkelijk niet gemakkelijk uit. De top wordt gevormd door een steile piramide die zowel van de linker (de zuid) als van. de rechterkant (noordkant ) kan worden beklommen. Terray besluit de eerste mogelijkheid want deze leent zich (hoewel hij er het moeilijkste uitziet) het best om verfilmd te worden.

Terray en Jenny tijdens de bestijging van de ijspiramide van de top van de Nevado Soray.
Terray geeft mij namelijk op dracht om bestijging van de piramide te filmen tot en met het ogenblik dat hij de top van de Soray zal bestijgen Het ziet er van mijn filmplaats werkelijk zeer griezelig uit. Na een korte traverse komt Terray op een smalle graat welke onder een hoek van ongeveer 55-60 graden wegduikt in de aftschrikbarende zuidwand een kleine 2000 meter. Hij vordert heel langzaam, we zien duidelijk dat het zwaar is. Ongeveer halverwege de piramide blijkt dat de sneeuw ijs is geworden. Hij hakt enkele treden en gaat daarna weer stug voorwaarts. Na een uur is het grote ogenblik aangekomen waarop Terray de top bestijgt. Dit ontroerende ogenblik heb ik prachtig kunnen filmen, terwijl de fotocamera van Egeler niet stil staat. Nu is het de beurt aan Egeler en ik om deze moeilijkste passage van de berg te overmeesteren. Het gaat langzaam maar zeker. We komen in de zuidwand en worden niet meer verwarmd door de zon maar verkild door een stijve bries. Tegen 5.20 s'avonds bereikt de Nederlandse equipe de top. Het is een ongelooflijk panorama. Een ondergaande zon, hier en daar uitgebreide wolkenvelden en het meest imponerende is de schaduw die de top waarop we staan geeft op het onderliggende landschap, een prachtige piramide vorm. Het spreekt zeer tot de verbeelding, want zo kan men zich een beeld vormen van steilheid van de berg waarop men staat .

Op de top van de Nevado Soray. Op de achtergrond de Nevado Salcantay. Vlnr Terray, de Booij, Egeler
Lang voor rusten wordt ons door 'I'erray niet gegund want de nacht valt snel en een lange gevaarlijke afdaling wacht ons. Het is tegen kwart voor zes als we langzaam omlaag zakken. Als de zon onder de kim verdwenen is wordt als zoveel dreigender en onheilspellender. We zijn blij als de moeilijke passage achter ons ligt. De laatste meters hebben we zelfs in het donker moeten afleggen. De voorhoofdlampjes worden voor de dag gehaald, want Terray wil proberen het kamp I nog vannacht te bereiken. Het biedt een voordeel om de afdaling s'nachts te verrichten want het lawine gevaar is minder groot. Eerst gaat het betrekkelijk snel omlaag maar dan komen de grote moeilijkheden. De steile ijswandjes moeten worden afgedaald met behulp van het dubbele touw. Eerst moet een ijs pen worden geslagen daaraan het dubbele touw van 60 meter worden vast gemaakt, alvorens we omlaag glijden .Op de top wijzen onze hoogtemeters 5780 meter.·Dat is dus heel wat lager dan algemeen werd aangenomen. Deze waarden zwenkten om en nabij de 6000 meter. Het is eigenlijk niet zo belangrijk hoe hoog maar wel hoe moeilijk een berg is. Het moet een fantastisch gezicht zijn om een viertal bergklimmers bij het nachtelijke duister steile ijswanden om laag te zien gaan. Bij het spookachtig licht van de voorhoofdlantarentjes . De sneeuw condities zijn werkelijk goed en we kunnen betrekkelijk goed opschieten. Jenny heeft het moeilijkst. Hij heeft zijn voorhoofd lampje vergeten en moet nu met het licht van ons genoegen nemen Zo verstrijkt uur na uur, steeds vergt de afdaling van ons de uiterste concentratie maar tegen middernacht arriveren we veilig en wel ons kampje. We hebben een verschrikkelijke dorst. Zo een dag in ijs en sneeuw droogt een menselijk lichaam volkomen uit. Ongeveer 5 liter vocht verliest een mens op zo'n dag. Na wat thee te hebben gemaakt, kruipen we heerlijk weg in onze donzen slaapzakken. Het was een zeer zware dag vooral ook omdat we alle geplaagd worden door maagstoornissen, maar toch een dag van intens berggenot en tevens het heerlijke gevoel een onbetreden Andes reus te hebben beklommen. De volgende morgen worden we om een uur of zes uit onze diepe slaap opgeschrokt door het donderende geweid van een lawine. Jenny die het dichtst bij de opening van de tent ligt, kijkt het eerst naar buiten en verstijft van schrik want er komt een geweldige lawine recht op ons tentje af. Tot onze grote opluchting is de ijslawine uitgeraasd op een dertig tal meters van de tent. Was de kracht nog iets groter geweest dan waren we met tentje en al in de afgrond geschoven. Het enige wat we van de lawine meekrijgen is een windstoot en een wolk beladen met fijne ijsdeeltjes die tegen onze tent slaat. Het is werkelijk op het nippertje. De plek die Terray gekozen had om de tent op te zetten is blijkbaar goed geweest. Tegen een uur of acht komen een drietal dragers om het materiaal van kamp I naar beneden te dragen. We vragen hoe de passage is gegaan door het gevaarlijk lawine couloir. Het blijkt dat Ignacio een grote steen op zich af heeft zien komen gelukkig nog net kunnen uitwijken, zodat zijn hoofd in splinters werd geslagen maar de steen heeft toch nog kans gezien om zijn rugzak te raken, waar door de schok is Ignacio voor overgevallen, maar heeft zich gelukkig voor een verdere val kunnen behoeden. Terwijl hij dit verhaal in kleuren en geuren staat te vertellen worden we opnieuw opgeschrikt door een lawine, maar nu denkt het een steenlawine te zijn die met een onmetelijke vaart langs het gevaarlijke couloir omlaag raast , waar nog geen half uur geleden de dragers langs omhoog zijn gekomen. De lawine is zo groot en duurt zo lang dat Terray een groot gedeelte van de lawine heeft kunnen verfilmen. Geweldige steenbrokken van enkele kubieke meters denderen omlaag. We staan alle een beetje bleek om het neusje er naar te kijken. We zijn diep onder de indruk. Terray is werkelijk een beetje ongerust. We moeten dadelijk weer langs het couloir maar hopen dat de berg weer tot bedaren is gekomen. We moeten in ieder geval maken dat we weg komen . De Soray is blijkbaar niet meer op onze aanwezigheid gesteld. Tegen een uur of tien aanvaarden we. de terugtocht. Het is prachtig weer en we hebben ruimschoots gelegenheid om te filmen en fotograferen en tevens te zien langs welke wand we eigenlijk de Soray beklommen hebben, want overdag met de dichte nevel als 's-nachts hebben we hier wel bitter weinig van gezien. De afdaling biedt nog een bijzonderheid. Marcelino Morales net zo sterk als onhandig krijgt eerst een grote steen op zijn sterke rug (gelukkig zonder zich te verwonden), daarna een val voorover op de gletscher en blijft liggen voor een afgrondje van een dertigtal meter last not least een rutschpartij van een tiental meters langs een rotsachtige bodem bij welke val hij flinke schaafwonden opliep. Een ieder ander zou na dit alles diep onder de. indruk zijn, maar niet onze goedhartige Marcelino. Na elk avontuur komt er een brede grijns op zijn gezicht. Tegen een uur of twaalf komen we in onze kleine basiskampje terug. We laten door de dragers liters thee en limonade maken en vertoeven verder de gehele middag op een sappig bergweitje met een prachtig gezicht op de machtige Nevado Salcantay ons volgende doel Zo gaat het steeds met de alpinist nooit is hij tevreden steeds andere bergen. Nauwelijks heeft hij de ene bestegen of hij keert zijn blikken weer naar de volgende. De volgende·dag vertrekken Jenny en Terray met Eliseo naar het grote basiskamp en Egeler en ik met Marcelino en Bruno Como (een drager van Pacheco) naar het westen geologisch werk te verrichten. Het wordt weer een zeer interessante dag. We krijgen de Soray te zien vanuit het westen. Een prachtige piramide. Bij een Indianen nederzetting worden we zeer gastvrij ontvangen. Nauwelijks zijn we bezig de aangeboden ,spijzen, tw. aardappels, kaas en maïs te verorberen of we worden opgeschrikt door een rauwe kreet van een knecht, die alarm slaat want een viertal condors zijn bezig een grootscheeps aanval uit te voeren op de jong geboren kalveren en schapen. Het is een fantastisch gezicht voor het eerst zien we een condor met zijn vleugels wieken. Ze scheren over ons heen. Ik probeer met de Leica (met telelens)een foto te maken De hele indiaanse bevolking komt er aan te pas. Bij de kudde aangekomen blijkt dat er nog geen door de condor te grazen is genomen en we zien dat de condor langzamerhand hoger stijgen en achter een hoge bergkam verdwijnen. Wat een machtige beesten zijn dit toch. De koning van de Andes. Tegen drie uur s'middags bereiken we het laagste punt 3700 meter. Nu moeten de terugtocht aanvaarden. Omhoog naar de pas Salcantay 4700 meter. Maar even een hoogteverschil van 1000 meter. We zijn gelukkig goed getraind en in een straffe drie uur mars bereiken·we de pas. Daarna dalen we af in het nachtelijk duister naar het grote basiskamp, alwaar we hartelijk verwelkomd worden door Mayala. Abel Pacheco is er niet, want hij is in zijn functie als transportofficier naar beneden gegaan om muilezels te huren om de vrachten te vervoeren naar Sisaypampa. We zijn nl van plan om het basiskamp zo snel mogelijk te verplaatsen om zodoende een aanval de wagen op de Salcantay.6 Juni. Heerlijke rustdag. Egeler vindt nog de energie om een honderd tal meters omhoog te gaan om een belangrijk geologisch contact nader te onderzoeken.. Terray, Jenny en ik gebruiken de dag om in ledigheid zoek te brengen. 7 Juni zijn een tiental muilezels gearriveerd .Het kamp wordt op gebroken en tegen een uur of tien zijn de vrachten over de ruggen van de muilezels verdeeld. Nauwelijks goed en wel op weg of Egeler wordt zeer onaangenaam verrast met de mededeling. dat de vracht van een muilezel in een rivier is gedoken. Maar het allerergste is gebeurd. Een tweetal kisten vol met gesteente monsters waren in de rivier verdwenen. Toen Egeler ter plaatste aankwam, zag hij tot zijn ontzetting dat Marcelino en Eliseo bezig waren gesteenten uit de rivier aan het vissen waren. Iedere steen die een nummer bevatte werd voorzichtig weggelegd en zonder nummer weer in de rivier terug gesmeten. Gelukkig is vrijwel alles terecht gekomen, maar Egeler heeft heel wat zweetdruppels moeten laten. Ik zelf heb van het gebeurde niets gemerkt, aangezien ik de colonne ver vooruit was. Gelukkig was dit het laatste onplezierige incident van de tocht Het is tegen een uur of twee in de middag we de 4800 meter hoge pas de Inka Chirisca bereiken. Het is een fenomenaal gezicht zoals daar met 10 vol beladen muilezels 6 rijpaarden tegen de pas moeizaam omhoog klimmen. Het is een hele onderneming want de pas is zeer steil. Terray, .Jenny, Egeler en ik ieder gewapend met een fototoestel of filmtoestel proberen alles van dit prachtige schouwspel op de plaat vast te leggen. Het verloopt gelukkig zonder naar beneden vallen van muilezels. Een dode muilezel is genoeg voor Abel Pacheco de verantwoordelijk man voor dit transport is zeer opgetogen vooral als we hem een driewerf hoera geven. In het dal aan de andere kant van de pas is gelegen bevindt zich een belangrijke gletscher. Egeler en ik besluiten om aan de voet een grote 'steinmann' (een op elkaar gestapelde hoop stenen) aan te brengen om op zo danige wijze voor latere onderzoekers te laten te tonen, dat de gletscher zich uitstrekt op 7 Juni 1956. Het was ons door de directeur van de geologische dienst van Lima gevraagd om bij zoveel mogelijk gletschers in de Cordillera Vilcabamba deze merktekens aan te brengen om op deze wijze later te kunnen nagaan in welk tempo zich de gletschers hebben teruggetrokken. Señor Broggi de directeur van het geologisch instituut vroeg dit ons in verband met de bijdrage die Peru wil leveren in het verband met het geofysisch jaar 1957. Wij zullen proberen dit werk ook nog bij andere gletschers te volvoeren. Wij hebben Dijkhout opdracht gegeven om tijdens zijn werk dit ook zoveel mogelijk te doen. Het is tegen het vallen van de avond als de muildieren karavaan onze oude kamplaats Sisaypampa bereikt. We deden immers in het begin van de expeditie vanuit dit kamp geologische onderzoekingen.
De tweede bestijging van de Nevado Salcantay (6081m)
Nu staat ons geen geologisch maar een zeer belangrijk alpinistisch doel voor ogen. De beklimming van de ruim 6000 meter hoge Nevado Salcantay.

Nevado Salcantay
We willen proberen een nieuwe route te vinden. Deze berg is in 1952 bestegen door een Frans-Amerikaanse expeditie. 8 Juni Egeler houdt een rustdag terwijl Terray, Jenny en: ik gaan op verkenning uit. We klimmen omhoog naar de 4600 meter hoge pas Palcaycasa. We vervolgen daarna een rotsgraat en komen aan de voet te staan van de machtige oostgraat van de Nevdo Salcantay bij een prachtig bergmeertje vinden we oude conserven blikjes, een dynamolamp, tenten, snelverbanden, alles Duits fabrikaat. Er kan geen twijfel over bestaan het zijn de resten van het kamp van de Duits-Oostenrijkse expeditie van 1953, die getracht hebben van hier de Salcantay te beklimmen. Immers tijdens de bestijging kwamen twee van de vier deelnemers jammerlijk om het leven. Zij storten met een afbrekende corniche 1500 meter naar beneden. Het weer is niet fraai en door de laaghangende wolken gunt de Salcantay ons geen blik op zijn oostgraat. We wachten de avond af. Inderdaad tegen half vijf breekt de bevolking enigszins uit elkaar en zien we voor ons een zeer steile kam. Het ziet er alles moeilijk uit. We zien verder een plek waar we ons eerste aanvalskamp willen plaatsen. Tegen het vallen van de avond keren we in ons basiskamp terug. 9 Juni de aanval op de Andes reus wordt ingezet. Steeds worden we s'nachts wakker om naar buiten te gluren. Het is niet erg geruststellend. We zitten half en half in de wolken, dwz boven ons zien we nog wel sterren maar onderons zit alles in de wolken. Als de nevel maar niet omhoog trekt. Tegen 3 uur gaat weer het wekkerhorloge. Het zijn Terrey en ik die voor het ontbijt zorgen. Egeler en Jenny kunnen nog even blijven genieten van hun warme slaapzakken. Ik neem met de Rollei nog enkele blitzfotos van Terray zoals deze bezig is met het kokkerellen. Het zijn de moeilijkste uren van een expeditie. Alles even koud en akelig en men is verder altijd zeer gespannen voor de dingen die komen gaan. Om 6.30 kruipen we uit onze tent. Onze angstige vermoedens dat het weer slechter zou worden zijn helaas uitgekomen. De berg zit pot dicht. Terray kijkt ons veel betekend aan. Zullen we met toch maar proberen vraagt hij? We stemmen toe. We klimmen tot de graat. Terray besluit niet de graat verder te vervolgen maar proberen te traverseren in een diagonale richting in de noordwand. Als we hiermee willen beginnen scheuren de wolken even uiteen en krijgen we een overzicht van de noordwand, het is ook meteen de laatste keer dat dat we vandaag iets van de wand te zien krijgen, maar voor onze Lionel Terray is het al meer dan genoeg. Hij besluit een paar honderd meter te traverseren om na een kort steil ijswandje komen we aan de voet van een steil smal couloir dat ons reeds in de hogere delen van de berg brengt. Terwijl we bezig zijn de traverse worden we opgeschrikt door een ijslawine die naar beneden dendert door het couloir, dat we van plan zijn te beklimmen. Niet zo'n prettige gewaarwording..Maar wat naar beneden komt krijgen we in ieder geval straks niet meer. Zo verstrijken de uren van intense arbeid. We vorderen langzaam. Ik raadpleeg steeds de hoogtemeter. We zijn tegen een uur of tien slechts 200 meter gestegen. Het is duidelijk vandaag komen we in ieder geval niet op de top maar we kunnen overal ons tentje plaatsen. We worden weliswaar flink gehinderd door de zware vracht, ieder heeft ongeveer een kleine 15 kg op zijn rug. Maar we zijn zo selfsupporting. Een vier persoonstent, speciaal geconstrueerd door Lionel Terray. Dit tentje kan geplaatst worden in de steilste ijswanden, verder proviand, brandstof etc. Terray en Jenny gaan vooruit. Na het steile sneeuwcouloir (waar we gelukkig gespaard zijn gebleven voor naar beneden vallende ijsblokken) is overwonnen. Nu volgt weer een traverse waarbij we zelfs enkele tientallenmeters moeten dalen om weer het couloir te bereiken dat ons naar Frans-Amerikaanse route zal brengen. We zitten steeds in de wolken en we vragen. ons toch af weer of Terray er in zal slagen om de route te vinden. De Amerikanen hebben in 1952 3 dagen lang met een vliegtuig verkenningen gemaakt, terwijl Terray de wand nooit heeft gezien tijdens de beklimming. Maar hij heeft volgens zijn zeggen de pifometer. We vragen wat voor instrument dat wel is. Hij antwoordt laconiek:mijn neus. Het is met dit instrument dat hij altijd feilloos de weg vindt. Even dreigt dat dit instrument hem in de steek zal laten, want we komen voor een schier onmogelijke passage. Terray traverseert in een ijswand van 60 graden komt daarna in zeer slecht ijs hakt enkele luttele treden en belandt veilig op een plateau waarvandaan de weg verder goed lijkt et gaan. Het is een uitest delicate passage, want de punten van de stijgijzers houden slecht in het blauw zwarte ijs, de punt van pickel geeft nog enige steun. Zo leidt de weg door een doolhof van ijsmassas. Het begint zachtjes te sneeuwen en in de verte horen we het gerommel van onweer. Zelfs Terray begint ietwat nerveus te worden en maant ons tot de uiterste spoed. We bereiken na enkele moeilijke passage het sneeuw couloir. Jenny gaat voor .Hij traverseert naar een rotsgraat terwijl hij bezig is met een moeilijke rotspassage breekt een groot rotsblok onder zijn voeten weg. Hij kan zich nog net houden, maar het rotsblok valt in de richting van Terray. Terray doet een sprong naar links om de steen te ontwijken. Hier slaagt hij bijna toch ziet de steen nog kans om zijn hand te raken en hem enigszins te verwonden. Door zijn sprong naar links is hij bijna komen te vallen. Was hij gevallen dan had hij Jenny zeker naar de afgrond getrokken. Na dit onaangename avontuur gaat de route verder langs een zeer scherp sneeuwgraatje. Terwijl Lionel de weg voorbereid zien Jenny en ik met afgrijzen toe dat de graat waarop hij zich bevindt enigszins beweegt. We waarschuwen Terray . Terray zegt laconiek dat hij dat ook voelt. Na enkele spannende ogenblikken komt hij tot het einde van de graat. We komen nu aan de voet te staan van een steile ijswand. Touwlengte na touwlengte worden nu moeizaam afgelegd. Terray en Jenny zijn ons iets vooruit. Egeler en ik gaan iets langzamer, want Egeler heeft opeens last van zijn nieren. Dat is een ernstig bericht hier op 5800 m. een niersteenaanval te krijgen is werkelijk geen sinecure. Ik bericht Terray ervan. Zij bevinden zich nu op een sneeuwgraat van 40 graden. Tot onze verbazing roept Terray dat hij van plan is een kamp te installeren op de graat. We vragen ons echter af hoe het mogelijk is. Na een half uurtje hebben we ons bij hun gevoegd. We zien nu met eigen ogen hoe het mogelijk is in een sneeuwwand van 40 graden een kamp te plaatsen. Terray en Jenny zijn er in geslaagd een plateau te maken met de hulp van ons medegenomen sneeuwscheppen,van enkele vierkante meters. Tegen een uur of zes, terwijl de zon achter de kim is verzonken staat op 5800 meter een tentje aan de rand van een afgrond De situatie van Egeler is onrustbarend. Hij begint inderdaad een niersteen aanval te krijgen. Om de pijn enigszins te onderdrukken neemt twee morfine poeders. Dit maakt hem zeer slaperig. Hij krijgt alle warme kleren, een warme kruik en haast de helft van de overige gedeelte van de tent wordt dus ingenomen door Jenny, die tegen het tentdoek aanligt, daarna Terray en ik zelf mag genoegen nemen met ruim 15 cm tussen Egeler en Terray. Ik zorg eerst voor de keuken, maar dat mislukt enigszins want de macaroni wil niet gaar worden. De afkoeling is te groot .Het vriest al aardig buiten en in de tent. Tegen 9 uur liggen we allen in de slaapzakken. Gelukkig voelt Egeler door de poeders de pijn iets minder. Het is nu dragelijk geworden. Hoe zal hij echt morgen zijn als we de top willen beklimmen. Men heeft immers na het innemen van morfine poeders meestal een geweldige terugslag. Zal het mogelijk zijn hem veilig en wel naar beneden te krijgen allemaal vragen die ons bestoren. De stemming is werkelijk enigszins gedrukt. In het zicht van de overwinning zou Egeler moeten opgeven. Dat is wel een grote tegenslag. Het gebruikelijke zingen van Terray schiet er zelfs bij in. Van slapen komt niet veel. Wij zijn ook blij als het als het drie uur in morgen is en we kunnen beginnen met de voorbereidingen. Het weer houdt zich gelukkig goed. Geen wolkje aan de hemel. Egeler besluit inderdaad niet mee te gaan naar die top. Dat is een bittere pil voor hem, maar werkelijk zeer verstandig, want hij moet al zijn reserves bewaren voor de terugtocht. Tegen half zeven vertrekken Terray, Jenny en ik naar de top. De grootste moeilijkheden liggen achter ons. Het is nu een kwestie van hoogte winnen. We gaan om beurten voor om het spoor te zoeken in de zachte sneeuw. Als het mijn beurt komen we net voor een steil ijswandje van 600 van enkele tientallen meters. Op de door Terray aan ons geleerde wijze, zonder een trede te hakken wordt de passage overwonnen. Het is het puur ijsgenot. Wat een verschil is de techniek van Terray met die van andere bergklimmers. Als men bedenkt dat tijdens de bestijging van. de Salcantay in 1952 door de Frans-Amerikaanse bergklimmers ruim: 1000 treden werden gehakt en door onze niet meer dan een twintigtal dan ziet men het verschil heel duidelijk. Dit verschil komt wel heel sterk tot uitdrukking in de tijd die men nodig heeft. De Amerikanen gebruikten een drietal weken terwijl wij nog geen week om deze berg te bestijgen. Maar wij zijn zo begunstigd dat wij een als leider een man als Lionel Terray hebben, die wel wel beschouwd mag worden als een de beste ijsspecialisten van de wereld. Na nog een honderd meter klimmen komen we eindelijk te staan aan. de voet van de eind pyramide niet hoger dan twintig meter. Terray bereikt de top om 9.15 a.m. 11 juni.

De Nevado Salcantay (6100) met onze route en de twee kampen
De top is zo klein dat slechts een man tegelijk de top kan betreden. Zo raken we dus om beurten het fragiel puntje. Wat we om ons heen zien is overweldigend, strak blauwe lucht geen zuchtje wind. Alle bergen in de omgeving steken uit een dicht wolkendek. De Veronica, de Soray, alle oude bekenden. Maar alle bergen zijn lager. We staan op de culminatie van de Cordillera Vilcabamba . We horen een vreugdekreet van Egeler die ons vanuit zijn kampje heel duidelijk heeft kunnen volgen Om 9. 30 beginnen we met de lange afdaling waar we het kamp tegen 12 uur bereiken. Egeler heeft al gezorgd dat het tentje is opgevouwen , limonade voor ons bereid. Hij voelt zich betrekkelijk goed. Het weer is alleen weer minder geworden. Grote wolkenmassa's kolken tegen de noordwand omhoog . Tegen 1 uur s' middags beginnen we met de afdaling. De sneeuwcondities zijn betrekkelijk slecht de sneeuw is namelijk zacht geworden en het gevaar van "botten" dwz sneeuwklompen aan de stijgijzers is acuut. We nemen daarom ook alle voorzorgsmaatregelen. Hoe moedig en ondernemend Lionel Terray ook is, in zulke omstandigheden is hij uiterst voorzichtig en neemt geen enkel risico. Zo vliegen de uren voorbij. Wij komen in de wolken te zitten, maar kunnen alhoewel met veel moeite onze oude sporen terug vinden. De moeilijke passages van de heenweg probeert Lionel Terray zoveel mogelijk te omgaan ten eerste daar een makkelijke route te vinden en ten tweede door met behulp van het dubbele touw af te dalen. Dit laatste doen we dan ook enkele keren . Tegen een uur of zes bereiken we na de lange horizontale traverse de top van het steile lawine gevaarlijke couloir. De voorhoofdslampjes worden voor de dag gehaald. Terray wil niet bivakkeren maar onherroepelijk afdalen naar het kamp I. Terray en Egeler gaan vooruit gevolgd door Jenny en ik. Jenny heeft nu wel een lamp. We vorderen langzaam. De wand is steil en we moeten elkaar om beurten zekeren. Even dreigt alles mis te gaan als Terray het oude spoor verliest. Na een half uur zoeken kan hij het tot onze grote opluchting terugvinden. Maar dit is niet het enige voor onze goede vriend Jenny buitengewoon onplezierig is, hij verliest zijn lamp en moet in het donker de afdaling verder voortzetten. Terray verliest zijn pickel en moet met behulp van een ijshaak (dienend als pickel) de afdaling voortzetten. De batterijen van Egeler en Terray raken uitgeput . Gelukkig is mijn batterij nog vrij goed, zodat ik als eerste afdaal. We komen bij het steile ijswandje. Ik daal met de grootste moeite af. Terray besluit voor de anderen een rappel in orde te maken. Dat kost wel tijd, want er is geen hard ijs zodat hij van de sneeuw een paddestoel, moet maken hierom heen het nylon touw en dan maar hopen dat het houdt. Egeler, Jenny en Terray staan na een uur bij mij op de gletscher. Nu volgt een traverse welke bedreigd wordt door grote overhangende ijsmassas. We rennen zo snel mogelijk. We horen angstig gekraak van ijsmassas vlak boven ons. Dit is werkelijk een buitengewoon onplezierige gewaarwording. Het weg zoeken wordt steeds moeilijker, immers de vorige dag waren we hier ter plaatse toen de sneeuw nog hard was en dus weinig indrukken achterliet. Met veel·geduld kunnen we onze sporen terugvinden, maar de uren verstrijken met een razende snelheid. We komen nog in grote moeilijkheden als het touw tussen Egeler en Jenny achter een ijsblok blijft vast zitten. Terray zonder pickel weet met een meesterhand het touw na een uur hard werken te bevrijden. We zijn dolblij als we eindelijk om een uur of 11 de graat kunnen betreden, die naar ons veilige kampje leidt. Tegen middennachtelijke uur arriveren we uitgeput in ons kampje. We hebben. niet de moed om eten klaar te maken en kruipen meteen in onze slaapzakken weg en verzinken in een droomloze slaap. De volgende dag is 12 juni en het schitterendste weer van de wereld. Tegen een uur of tien komen de dragers omhoog die helpen het kamp te evacueren. We voelen nu pas goed de moeheid, we zijn erg sloom en met moeite krabbelen we uit onze slaapzakken om de aftocht te aanvaarden. Egeler heeft de tocht gelukkig goed doorstaan zonder nadelige gevolgen. Tijdens de afdaling krijgen we weer het gebruikelijke tafereel, Marcelino die om de haverklap uitglijdt. Een keer denken we zelfs dat het zijn laatste val zal zijn want hij stort een vijftigtal meters langs de gletscher omlaag en blijft roerloos liggen op nog geen twintig meter van een diepe spleet. We denken dat hij zich ernstig verwond heeft, maar even later krabbelt hij overeind en het eerste wat we weer van hem zien is een brede grijns. Tegen een uur of twee in de middag worden we hartelijk verwelkomd door Abel en Mayaly in het basiskamp Ze hebben de hele tocht meegesleept 3 flessen wijn en twee flessen bier voor de goede afloop. Het is alles wel zeer meegelopen. Binnen vier weken tijd 3 toppen, waarvan 2 maagdelijk en de derde een nieuwe route. Dat is wel in eerste plaats te danken aan de energieke: leiding van Terray en verder aan de voortreffelijk organisatie van onze transportofficier Abel Pacheco en de uitstekende keuken van Mayaly Flury

De onmisbare steun van Abel Pacheco en Mayala Flury
Geologische verkenning naar Limatambo
13 Juni volledige rustdag. Dat heeft het lichaam na zulke inspanningen werkelijk hard nodig. 14 Juni. Egeler en ik besluiten om nog te profiteren van.ons verblijf in Sisaypampa door het verrichten geologische onderzoekingen. Om 7.30 a.m. vetrekken met drager Bruno voor een zware tocht. Omhoog naar Palcaycasa 4600 meter. Hier zijn we in de gelegenheid geweest om een talrijke serie foto's te maken van de Salcantay gezien dus vanuit het oosten af te dalen in het dal te noorden van de Salcantay tot in het Aobamba dal tot een hoogte van 3100 meter. Vanaf de pas tot 3100 in een viertal uren. Welk een overgang van een pas waar de sneeuwt tot in de jungle (de tropische begroeiing is hier rijkelijk vertegenwoordigd). We zagen. ook nog enkele overwoekerde Incaruines bij Palcay. De terugtocht naar het basiskamp was werkelijk zwaar. Tegen twee uur begonnen we met de stijging van 3100 meter tot 4600 meter. Tegen zeven uur kwamen we op de pas aan om half acht doodmoe in het basiskamp. De muilezel karavaan van Abel Pacheco was inmiddels aangekomen, acht stuks. 15 Juni basiskamp Sisaypampa wordt opgebroken .Egeler en ik maken weer van de dag gebruik om geologie te bedrijven. We willen via een pas ten noorden van de pas Cruzcasa naar Limatambo terugkeren. Hier hopen aanvullende geologische onderzoekingen te doen om op zodanige wijze het gebied om en nabij de Salcantay te completeren. Dit is inderdaad voor de volle 100% gelukt. We hebben weer vele gesteenten monsters medegenomen en verschillende geologische formaties onderscheiden. Het werd nog een zware dag. Eerst omhoog naar 4700 meter en daarna in ijltempo afgedaald om nog voor het vallen van de nacht in Limatambo aan te komen. Dit lukte niet helemaal; tegen zeven uur kwamen we in Sondorf aan.. Gelukkig was er maan. Vlak voor Sondorf haalden we de muilezelkaravaan in. Het was een romantisch gezicht een tiental muilezels door een maan overgoten bos te zien afdalen. Abel vertelde ons dat het transport goed was verlopen en dat hij in het basiskamp vlak voor het vertrek nog een vos had geschoten. Zo kwam dus de expeditie na een twintigtal dagen veilig en wel in het dal van Limatamba terug. Uiterst voldaan. De stemming was voortreffelijk geweest en de resultaten zowel geologische als alpinistische hadden verre onze verwachtingen overtroffen. 16 juni rustdag: in Limatambo. 17 Juni terugtocht naar Cuzco. Terwijl we terugreden over de pampa van vlak ten westen van Cuzco gelegen zagen we onze drie veroverde bergen Het zijn meteen de hoogste culminaties van het gehele gebied. Wat een verschil met de heenweg. Toen vervulden deze bergen ons nog met vrees en ontzag. Nu was het anders. We hadden hun nu van nabij leren kennen en lief en leed gedeeld Het waren bijna vrienden geworden, toch. niet helemaal want goede vrienden draai je niet de rug toe zoals wij nu deden met Veronica, Soray en Salcantay . Onze blikken zijn aleer gericht op nieuwe doelen. Zo gaat het nu eenmaal met de alpinist.
Vakantie dagen in Cuzco en omgeving
In hotel Cuzco
aangekomen blijkt dat een Amerikaanse expeditie net is gearriveerd olv Georg Bell (de leider van de:
Amerikaanse expeditie die in 1952 de Salcantay had beklommen). Zij waren
van plan geweest om de Veronica en Soray: te beklimmen.
Net als de Engelse expeditie waren wij hun dus ook voor geweest. Zo lopen nu
doelloos in Cuzco rond op zoek naar eventueel interessante bergen om te beklimmen. Ze hopen over een week te kunnen vertrekken (als hun bagage
vanuit Lima is gearriveerd ) naar Huadquiña
om vandaar een poging te doen op bergen ten zuidwesten van Huadquiña te bestijgen.
Het was voor de expeditie hard nodig enkele dagen rust te nemen.
Ideaal voor dit doel is om uit Cuzco weg te trekken, want in Cuzco zelf is het altijd
ontzettend druk.
Brieven en artikels schrijven, geologische gegevens uitwerken. We zijn gegaan naar een Hacienda Capana eigenaar
Otto de Bary.
Reeds in 1952 hebben we deze hacienda bezocht en toen al beloofd dat we zeker zouden terugkomen. Het is een
ideale gelegenheid om de
indiaanse bevolking mede te maken en op de fotografische
plaat vast te leggen. De originele klederdracht is helaas in Peru slechts zelden te
vinden. In dit kleine dorpje vinden we een
kleine 1000 indianen in de prachtigste kleren, prachtig geweven ponchos
etc.(zie fotos).Voor het vertrek van de Andes Expeditie is mij door de conservator van het Instituut voor de tropen gevraagd of ik niet
een volledige kleding van man en vrouw wilde meenemen. In dit
kleine dorpje ben er met zeer grote moeite in geslaagd voor een krankzinnige hoop geld . Wat was hiervan
de oorzaak?. Tijdens onze expeditie is ons steeds opgevallen dat in
afgeleden streken de mensen de waarde van het geld absoluut niet kennen.
Hoe vaak is het niet voorgekomen, dat we bij een indiaanse
nederzetting om aardappels vroegen en er goed voor wilde betalen Pas
na ontzettend veel moeite lukte het ons. Ze hebben liever natura ,want
wat moeten ze doen met geld. Ze moeten minstens twee dagen lopen om van dat geld iets te kopen. Zo zijn gewend om alles te ruilen Zelfs als ze
voor een haciendero werken , worden ze
uitbetaald in grond (een soort horige). Zo hebben niet het idee dat
wanneer je ze voor hun kleren die ze op dat ogenblik aan hebben maar
even 200 soles bieden (ongeveer 50 gulden) dat ze van dat geld nieuwe kunnen kopen.
Een frappant voorbeeld maakten we tijdens onze
laatste tocht mede. We kwamen een transport van 6 muilezels
togen volgeladen met sinaasappels die ze op twee dag reizen
uit de jungle hadden gehaald en nu gingen verkopen voor twee cent per stuk in Ollantaytambo, op enkele
uren gaans. We vroegen of we wat sinaasappels wilden kopen. We
boden het dubbele van hetgeen ze er in het dorpje voor zouden
krijgen. Geen denken aan. We moesten na veel redeneren en het driedubbele er voor bieden
wilden we wat krijgen. Ze waren domweg te lui en hebben geen zin om
de vrachten los te maken en dus wat extras te verdienen Om weer terug te
komen op
de hacienda Ccapana. Het was oogsttijd van de maïs als het koren. We hadden het geluk. dat
het koren gedorst werd.Op een binnenplaats wordt het koren
neergelegd en over het koren worden een aantal. paarden gejaagd.
De indianen
staan in een wijden cirkel en houden op ongeveer een meter van de
grond
een touw vast dit is om te beletten dat de paarden er vandoor
gaan.


Het dorsen van het koren
Na een paar uur worden de paarden vrij gelaten en gaan de indianen het kaf van het koren scheiden. Door het koren op te gooien door de wind wordt het kaf weggeblazen en valt het koren direct op de grond. In een twee uur tijd slagen ze erin ongeveer 3000 kg te dorsen. Men vraagt zich bij zo'n boerenbedrijf af waarom de haciendero er geen belang in heeft om het bedrijf te mechaniseren. Het antwoord is duidelijk: de arbeidskracht kost hem praktisch niets. Hij behoeft maar een zeer klein gedeelte van zijn 30.000 ha af te staan aan deze indianen .Iedere indiaan die zijn grond krijgt is het net genoeg om zijn eten voor het gehele jaar er op te verbouwen. Hij moet als tegen prestatie 3 dagen per week voor de haciendereo werken. Het kopen van machines is dus volkomen zinloos. De enige machines die hij heeft zijn een aantal trucks om alles te vervoeren en en een tractor. Iets wat ons nog zeer frappeert was een indiaanse vrouw die net enkele dagen haar enige kind had verloren en een paar weken geleden haar man. Zij leek in het geheel niet bedroefd. De haciendero zei ons dat het geen houding was maar dat zij in dit opzicht net dieren zijn. De kindersterfte is zeer groot. Van de tien kinderen die er geboren worden sterven er in de eerste levensjaren zeker 7 à acht. Waarschijnlijk te wijten aan slechte voeding, drank,en coca en tevens de zeer veel voorkomende geslachtsziekte. Het is voor een vreemdeling mogelijk te zien waar de winkels in een indianen dorp zijn. Als men naast een huis een stok ziet staan met een rode bloem dan betekent het dat men in het huis chica kan drinken (maisbier) , een gras pluk aan het einde van de stok betekent dat men er coca kan kopen en een witte vlag betekent brood. De indiaanse bevolking in de afgelegen streken kennen absoluut geen Spaans alleen ketschua, de oude Incataal. Terug gekomen in Cuzco maakten we mee op 24 juni het feest van de zon verering Inti-Raymi.

Het feest van de zonnewende Inti-Rayi
Dit feest speelt zich af tussen de muren van het fort Saksayhhuman. Het is een feest met zeer oude traditie. De zonneverering is om de zon te danken voor de oogst en te vragen voor een goede oogst het volgend jaar. Tevens wordt het gevierd op de dag dat de zon meer naar het noorden kruipt en de winter begint. Op de foto's is heel duidelijk te zien zoals de Inca wordt binnen gedragen gevolgd door zijn familie, de maagden van de zon en zijn leger. Op een groot platform begint de plechtige zonnen aanbidding. Een lam wordt geofferd, dit is om de zon te vragen dat de oogst van het volgende jaar goed moge zijn. De inca is werkelijk imponerend met een prachtige stem spreekt hij het volk toe (in het ketschua). De hele ceremonie gaat in dodelijke ernst en is zeer zeker imponerend. De volgende dagen( 25 en 26 Juni) werd in Cuzco weer gebruikt voor werken. Woensdag 27 juni vertrekt de expeditie naar Huadquiña. De gelederen waren wel enigszins gedund.

Afscheid van Terray en Jenny op het vliegveld van Cuzco
Terray en Jenny zijn terug gereisd naar Lima om zich te voegen bij de franse expeditie die zal opereren in de Cordillera Blanca om de Chacraraju te bestijgen(een berg die beschouwt wordt als het grootste probleem in de gehele Peruaanse Andes).
10 daags geologische rondtocht langs rivierdalen ten westen Huadquiña
Egeler, Dijkhout en ik begeleid door 4 dragers gaan naar het westelijke gedeelte van het expeditiegebied. Het doel een geologische exploratie 250 km te voet in ongeveer 10 dagen. Aangekomen in Huadquiña bleek het lot ons voor de zoveelste maal gunstig te zijn,want we kregen de gastvrijheid aangeboden door de rijkste man van de gehele streek. Haciendero Romainville, bezitter van een lap grond zo groot als noord en zuid holland samen, 600 muildieren, talloze rijke loodzilvermijnen, haciendas en weet nog wat meer. Zijn vermogen wordt geschat op ongeveer 2 miljoen dollar. Deze man is hier twintig jaar geleden gekomen met geen sous. Het merkwaardige is dat deze man nu zo leeft dat het lijkt dat hij nog geen sous. Geen stromend water, geen behoorlijke WC (een plank met een gat erin). Eten is zo slecht dat je het niets eens een varken zou kunnen geven. Zijn slaapkamer een houten bed, een tafel en twee houten stoelen, witte slecht gekalkte muren, c'est tout. Geen radio, geen enkele luxe kenmerkt het gehele huishouden. De indiaan die aan tafel bedient is in stinkende lompen gehuld. Het klinkt haast ongelooflijk, maar deze man schijnt er geen enkele behoefte aan te hebben. Zo is het ook een beetje met de indiaanse bevolking. Al hebben ze geld, dan zullen ze het niet uitgeven aan luxe. Bedürfnislos. Misschien is dit we een van de redenen dat de indianen zich nog zo laten onderdrukken door de hacienderos. Ze weten niet beter. Het gevaar van een werkelijke ingrijpende revolutie in Peru (zoals in Rusland. en China) is hier nog lang niet te verwachten, want er moeten meer indianen komen die een opleiding genoten hebben, dan pas zullen ze zich realiseren wat ze al die tijd gemist hebben. Vrijdag 29 Juni vertrekken Egeler en ik met twee muilezels en de dragers Eliseo en Marcelino voor onze tiendaagse voettocht Eerst ging net omhoog in de Rio Salcantay . Tussen de suikerrietplantages door bereikten we tegen de avond La Pampa . Het suikerriet wordt hier niet verbouwd voor de suiker maar voor maken van aquardiente (een soort jenever). Zaterdag 30 Juni. Omhoog naar de loodzilvermijn. Zeer interessante geologische ontdekking. We vonden granaat-glimmerschisten .Een totaal nieuwe vondst in dit gebied. Zondag 1 Juli. Steeds verder doorgedrongen in de Quebrada van Rio Salcantay. Het verheugenste feit van de dag was wel dat Egeler zijn niersteen verloor. Hij voelde tijdens de dag al dat er beweging in zat. Hij vreesde weer een niersteenkoliek zoals op de Salcantay. Tegen de avond na het drinken van veel thee, ging hij buiten de tent om iets normaals te verrichten. Ik hoorde een vreugdekreet en ik zie als uit de tent kijk Egeler vooroverliggen en van de grond op rapen geen geologische interessante steen maar zijn niersteen. Grote vreugde in het kamp. Voor Egeler geen spanningen meer en vrees dat op een ongelukkig ogenblik een koliek begint. Maandag 2 Juli. Omhoog naar een pas van 4500 meter. Op de pas zagen we vlak over onze hoofden scheren de machtige condor. Wat ongelooflijk zo vanuit de jungle over enkele kilometers in het waarlijk hooggebergte. Tijdens onze afdaling werden we in een indianen woning uitgenodigd chicha te drinken en tevens kregen we een portie half warme, half gare (vroeger bevroren geweest) aardappels aangeboden of we wilden of niet we zouden ze moesten eten. Tegen de avond bereikten we Yanama. (3500 meter) is een hacienda van Rouainville. De mayor domo stond ons toe dat we op het erf ons bivak opsloegen. Hij beloofde ons de volgende dag een muilezel ter beschikking te stellen en een gids om ons naar Arma te begeleiden op twee flinke dagmarsen verwijderd . In deze zeer vervallen en slecht gebouwde hacienda heeft Romainville 11 jaar gewoond . Hij is met zijn huwelijksreis er voor het eerst naar toe gegaan en er maar 11 jaar gebleven. Arme vrouw. Het is hier een zeer afgelegen streek. De bewoonde wereld op 3 dagmarsen. Geen school om de indiaanse bevolking te onderwijzen. Men heeft hier het gevoel dat de mensen nog zo leven als tijdens de Incabeschaving. Dinsdag 3 juli Eliseo komt ons met een verschrikt gezicht wekken. Hij deelt ons mee dat de mayor domo niet van zins is om ons een muilezel een gids ter beschikking te stellen. We zeggen dat we meer zullen betalen als hij dat wil. Nauwelijks had Eliseo deze boodschap overgebracht of meneer verscheen en vroeg ons en schandalig hoge prijs voor de muilezel en gids. Hij wist dat we van hem afhankelijk waren. Om een uur of vertrokken we toch met een jongetje van 14 jaar als gids. Nu begon werkelijk een van de zwaarste etappes van de tocht van 3500 meter omhoog tot 4100 meter daarna weer omlaag tot 2400 meter en vervolgens langs steile wanden omhoog tot maar liefst 4500 meter. Daarna weer dalen stijgen etc. We zaten hier dicht bij de grote rivier de Apurimac, die zich ontstellend diep heeft ingesneden. We moesten nu zij rivieren traverseren, dat wil zeggen dat men over hoge kammen en diepe dalen moet trekken. We waren alle mooi afgepeigerd toen we s-avonds in een klein hutje aankwamen. Het jongetje gaf ons te kennen dat hij de volgende dat niet verder mee ging. We vertelden hem dat de mayor domo betaald hadden, dat de gids tot Arma zo mee gaan. Hij vertelde ons echter dat de mayor domo hem 20 soles (ipv de 100 soles) die wij voor hem betaald hadden) had gegeven. De nederzetting; die we bereikt hadden was bevolkt door twee indiaanse families die ons werkelijk zeer gastvrij hebben ontvangen. De hoofdman van het dorp deed zich te goed aan kolossale hoeveelheden alcohol. De hele nacht heeft hij gelald en gezongen begeleid door zijn gitaarspel. De volgende morgen was hij volkomen dronken, zijn gitaar aan barrels. Hij zei (terwijl hij op zijn gitaar wees) Esta poco infermo (de gitaar is een beetje ziek). Na een hartroerend afscheid vervolgde we onze zware tocht. Berg op berg af. Geologie buitengewoon interessant. De rugzakken van de dragers worden steeds zwaarder. Wel verdween geleidelijk het eten maar er komen zware stenen voor in de plaats. Na een flinke stijging kwamen we op en 4400 meter hoge pas.. Prachtig uitzicht op de pampa en Soriaccocha (twee bergen die we op ons alpinistisch programma hadden gezet). Alleen de de laatste leek de moeite waard, want de andere de Panta leek te eenvoudig. Op een prachtig alpenweitje werd ons kamp geïnstalleerd. Een volkomen wild gebied. De gehele dag waren we niemand tegen gekomen. Een zonsondergang om nooit te vergeten. Alle kleurenschakeringen die men zich maar kan bedenken, even later lagen we weer in onze warme slaapzakken weggedoken. Meetal liggen we er altijd tegen zes, half zeven in om er niet voor een uur of zeven weer uit te komen Een twaalf urige slaap is niet gek. Maar men heeft het ook nodig om weer van de vermoeienissen te bekomen. Donderdag 5 Juli. Via Arma ging het via een kleine daling omhoog naar de pas Chuquito 4700 meter. We zagen in een indiaanse nederzetting dat de mensen op hoopjes aardappels dansten. Dit is de wijze waarop ze dat onsmakelijke gerecht maken waarop we een paar dagen geleden waren getrakteerd. Het is een kleine soort aardappel die ze eerst laten bevriezen en daarna met de blote voeten maltraiteren zodat het vocht en de schil van de aardappel verdwijnt. Het enige voordeel van dit voedsel is dat men het heel lang kan bewaren. De indianen schijnen het daarboven nog een lekkernij te vinden. Tegen de avond bereikten wij de pas Chuquito. Even na de pas zetten we ons tentje weer op, prachtig gelegen aan een kabbelend beekje op 4500 meter hoogte. Vrijdag 6 juli. We begonnen nu aan de lange afdaling langs de rivier Vilcabamba naar Chahuillay, het einde van de voettocht. Een afdaling (3 dagmarsen) van ruim 3000 meter. We waren al weer vroeg op pad want we vertrouwden het weer allerminst. Tot nu toe waren we tijdens onze tocht steeds begunstigd geweest door prachtig weer. Bij een geologische verkenning is weer van groot belang. Zit alles in de wolken dan kan men onmogelijk de structuur en de samenstelling van de aardlagen bestuderen. We zagen opeens ten zuiden van ons oprijzen de geweldige fraai gevormde granietpieken. Zo steil en ongenaakbaar dat wel voorlopig geen alpinist het hierop zal durven wagen. Tijdens metingen met het kompas merkten dat opeens de kompasnaald dusdanig naar beneden werd getrokken zodanig zelfs dat het kompas totaal onbruikbaar werd .Egeler dacht dat zijn kompas misschien defect was geraakt, maar tot onze verbazing vertoonde mijn kompas dezelfde kuren als die van Egeler. Ongetwijfeld een grote ertsafzetting in de grond, waarschijnlijk een ijzer afzetting. Een tien kilometer verder merkten dat de naald van het kompas weer normaal functioneerde. De lezer weet nu waar hij een zekere schat in de grond kan vinden en zijn geluk kan gaan beproeven. Het verwondert de Peruanen altijd dat wij op onze onderzoekingen zo helemaal niet geïnteresseerd zijn in de ertsvoorkomens en en alleen maar kijken naar het wetenschappelijke belang van de gesteente formaties. Ongeveer ter hoogte van Vilcabamba (het dorpje waarna de gehele Cordillera is genoemd) begon het te regenen. Wat een geluk dat het slechte weer niet even eerder was gekomen, want de interessante kijkgeologie hadden we achter ons gelaten. Het was nu nog een kwestie van een steil ingesneden dal met zeer dichte tropische begroeiing naar het hoofddal van de Urubamba te komen.


De geologische kaart met de legende van ons expeditie gebied
Tegen de avond bereikten we Lucma en vonden het tentje van Dijkhout. Dijkhout was in tegengestelde richting, dus vanaf het Urubamba dal naar Lucma gekomen Hij bleek net te zijn aangekomen. We hadden een slecht bericht voor hem. Bij nader inzicht bleek het niet nodig te zijn dat hij dit gedeelte in kaart hoefde te brengen aangezien de geologie in de omgeving van Lucma zeer moeilijk in kaart te brengen zou zijn, aangezien de tropische begroeiing zo dicht was dat er nooit een van een nauwkeurige geologische kaart enig sprake zou zijn. Dit betekent dus dat we evenmin een topografische kaart zouden behoeven te hebben. Dijkhout moest dus de volgende dag onverrichter zake met ons terug gaan tot het Urubamba dal. Hij was tot voor kort steeds bezig geweest met het in kaart brengen van het gebied ten westen van Huadquiña. Hier had hij wel succes gehad. Hiermee is een aansluiting gekomen tussen de gebieden die reeds topografisch opgenomen zijn geweest door Bumstead tijdens de expeditie van de Yale Universiteit in de jaren 1911-19.Zaterdag 7 juli. Vier jaar geleden de dag waarop we de Nevado Huantsán bestegen. Door de jungle tot de Hacienda Paltaybamba. Nog een wonderlijk soort gesteente aangetroffen. Een pikriet, een zeer zwaarwegend vrij zeldzaam gesteente. In Paltaybamba zeer gastvrij ontvangen door een Hacienda, welke Dijkhout reeds enkele dagen te voren gastvrijheid had verleend. Hij vroeg ons of we van berenvlees hielden. Nee zeiden we, maar wij zouden het gaarne proeven. Een man van de haciënda had enkele dagen in de bergen een twee meter grote beer geschoten. Ze komen vrij veel in dit gebied voor, ze zijn bruinzwart. Het vlees bleek voortreffelijk te zijn. We zaten op de veranda er allen heerlijk van te smullen . De hacienda was gebouwd in de koloniale tijd. Er werd voornamelijk suikerriet verbouwd ook wel koffie en coca. Op de veranda viel mijn oog een max. en min. thermometer . Ik vroeg of ze deze thermometer de laatste tijd steeds hadden bijgezet. Het bleek dat ze de laatste jaren het ding niet hadden aangeraakt. Ik las dat de laagste temperatuur 15 C en de hoogste 26 C was gedurende de laatste jaren was geweest. Wat een ideaal klimaat een variatie van maar 11 C. Zondag 8 Juli Omlaag tot Chahuillay. De dragers kregen het tijdens de tocht veel zwaarder ieder had door warmte een kleine 50 kg te torsen. Tussen enkele tropische buitjes bereikten moe maar zeer voldaan de autoweg langs de Urubamba bij Chahuillay. De tocht zat erop 250 km lopen in 9 dagen, 100 kilo stenen was de oogst. Een mijnconcessie voor de lezers van de Spiegel, een stel blaren, en vele rijke ervaringen, misschien niet zo spectaculair als de alpinistische tochten was deze tocht een van de mooiste die we ooit maakten. Door zijn ethische schoonheid rijk aan variatie, jungle tot sneeuw en ijs, vele interessante geologische vondsten en de grote onherbergzaamheid van het gebied. Dan de grote charme van s' ochtends niet te weten waar je s-avonds je tentje zet Maandag 9 juli Terugtocht naar Cuzco met de trein van Huadquiña. Dinsdag10 Juli t/m Zondag 15 Juli in Cuzco gebleven, uitwerken van geologische gegevens, gesteente verpakken, brieven geschreven etc. Maandag 16 Juli. Vertrek voor de laatste tocht van de Andes Expeditie 1956. Het gebied ten oosten van de Veronica. Tijdens onze tochten in het Veronica gebied hadden we gezien dat er belangrijke overschuivingen voorkomen, dwz dat door sterke bewegingen in de aardkorst aardlagen op elkaar geschoven worden. Dit geeft tot het gevolg dat oude lagen op jongere worden geschoven. Een verschijnsel dat in de Alpen veelvuldig voorkomt doch dat in de Andes minder voorkomt in het door ons onderzochte gedeelte zelfs totaal onbekend. Het is dus zeer belangrijk voor ons om aan dit gebied. niet alleen maar een vluchtige exploratie te wijden maar een detail kaartering. Dit betekent dat men op een betrekkelijk klein gebied talloze waarnemingen moet verrichten. In het onderhavige gebied valt dit niet mee, want het is uitermate geaccidenteerd. Na een voorspoedige treinreis van Cuzco naar Ollantaytambo , kregen we onplezierige mededeling dat per ongeluk onze bagage naar Huadquiña is door·gestuurd. Een stomme vergissing van een trein ambtenaar kost ons een dag, pas de: volgende morgen verwacht de onvriendelijk stationschef dat de bagage vanuit Huadquiña met de omtoog komende trein kan worden meegestuurd. Onze woede buien neemt de man hoogst irriterend kalm op. Hij weigert om de stationposten te waarschuwen dat de de bagage zo snel naar Ollantaytambo zal moeten worden teruggestuurd met de vanavond nog omhoog komende trein. Als een indiaan eenmaal iets in zijn hoofd heeft gezet is het waarlijk onmogelijk hem van. idee te laten veranderen alleen misschien door het aanbieden van steekpenningen. Wc blijven dus overnachten in Ollantaytambo. Een plaats opgebouwd op Incaruines. Dinsdag 17 Juli. Omhoog door het dal Occobamba. Nauwelijks een uur gelopen we hielden we halt voor een interessante geologische formatie. Het bleek dat we een overschuivingszone te pakken hadden. Dat betekende ons kampje meteen op te slaan en enkele dagen de omgeving geologisch in kaart te brengen Woensdag 18 juli. Dal iets verder stroomopwaarts vervolgd. Donderdag 19 Juli. Omhoog naar steile graat. Boven op de graat maakten we een groots avontuur mee. Een geweldige condor was buitengewoon nieuwsgierig en cirkelde steeds om ons heen. Snel haalde ik mijn fototoestel voor den dag. Nauwelijks had ik hiermee klaar of het geweldige beest komt recht op ons af. Ongeveer 10 meter voor ons begon het te landen klapperende zelfs met zijn vleugels iets wat men zelden ziet. Vlak hoven de grond bedacht hij zich schijnbaar en begon weer te stijgen. Inmiddels was hij ons al zo dicht genaderd zodat; hij rakelings over onze hoofden scheerde, nog op geen 6 meter boven ons hoofd. Ik schoot hem precies met mijn Leica.

De machtige condor
Het was hoogst indrukwekkend. Gelukkig om te weten dat hij mensen niet aanvalt, want anders zou ik haastig zijn gevlucht.
4 daagse geologische rondtocht gebied van de Nevado Veronica
Vrijdag 20 juli. Met de tent op de rug vertrokken we voor een 4 daagse rondtocht. Na enkele uren stijgen, gezeten op een graat vlak bij een oud incafort zagen we wonderlijk schouwspel. Een opgejaagd hert gevolgd door een vos. We schreeuwden uit alle macht om te proberen de vos van zijn boze voornemens te laten afzien. Hij reageerde op onze oproep bleef stil staan en keek verstoord in onze richting, na even te hebben omgekeken vervolgde hij zijn weg, maar inmiddels had het hert kans gezien om hem een eind voor te raken. Maar wat heeft de mens eigenlijk te maken met de natuurlijke gang van zaken. Na een flinke stijging kwamen we tegen de avond op een geschikt alpenweitje om ons kamp·op te zetten We waren inmiddels tot een behoorlijke hoogte gestegen 4300 meter. Er lag nog flink wat sneeuw. Het weer begon er slecht uit te zien en even later begon het flink te sneeuwen. Midden in de wilde sneeuwjacht hoorden we vlak bij ons een hond blaffen en even zagen we twee schimmen vlak aan ons voorbij gaan . Gewapend met Leica ben ik naar deze schimmen toe gerend. Het bleken vader en dochter beladen met een flinke vracht hout. Zij hadden hun schamele woning op enkele honderden meters van ons tentenkampje. Verbazingwekkend was dat het meisje ongeveer 14 jaar oud geen schoeisel had en zonder zich daar veel over te bekommeren met blote voeten in de diepe sneeuw te lopen. Onbegrijpelijk dat ze hun voeten niet bevriezen. Deze mensen leven wel volmaakt van de wereld afgesloten. Het komt misschien daardoor, dat zij zo buitengewoon aardig en gastvrij en hartelijk zijn. Zaterdag 21 Juli. Gelukkig goed weer. Onze weg leidde via een hoge pas 4700 meter diep onder de sneeuw. Prachtig uitzicht hadden we op een nog niet in kaart gebrachte bergketen op 20 km afstand. Helaas hebben we geen tijd om in de richting van deze keten waarnemingen te verrichten. We dalen af en vervolgen een dal wat ons dicht aan de voet van de Veronica zal brengen. Onderweg zien aan de voet van een steile helling een dode koe liggen. Zij moest nog niet lang geleden zijn afgestort want zij was nog niet eens waargenomen door de condors. Tegen de avond bereikten we Osniriti waar we oude bekenden ontmoeten, het was nl. het dorpje waar we het religieuze feest begin Mei hadden meegemaakt. Ze ontvingen ons allerhartelijkst. Veel goede spijzen werden ons aangeboden, maïs , eieren, aardappels. Nauwelijks in onze tent of er begon een stortbui. Zondag 22 Juli Vanaf het dorpje Osniriti weer terug in de richting Ollantaytambo. Zeer interessante geologie. We vervolgden steeds een verschuivingsvlak. Het was indrukwekkend om te zien hoe de gesteenten op het overschuivingsvlak waren gemaltraiteerd door de sterke bewegingen. We klommen steeds hoger..Tegen de avond bereikten we een ideaal plekje op ongeveer 4500 meter met een feeëriek uitzicht op een groot gedeelte van het expeditiegebied Vanuit de tent konden we zowel de machtige Soray als de Salcantay aanschouwen. Aan de ene kant vervulde ons dit kampje ons met diepe weemoed. Het was het laatste in het hooggebergte , hiermee was de Andes Expeditie eigenlijk weer ten einde. Het afscheid van dit schitterende gebied viel ons zeer zwaar. Nadat we een schitterende zonsondergang hadden gezien, prachtige wolkeneffecten, kwam de volle maan op. Vooral op grote hoogte is het maanlicht zo geweldig krachtig. We hebben dan ook geprobeerd enkele foto's van de Veronica te nemen bij maanlicht. Eliseo en Marcelino hadden gezorgd dat er veel droog hout aanwezig was, zodat we een groot kampvuur aanlegden en nog tot diep in de nacht erom heen geschaard zaten. Reeds herinneringen ophalende van de lotgevallen tijdens deze Andes Expeditie. Maandag 23 Juli. Een feeërieke tocht op een 4800 meter hoge pas. Het was even spannend in welk dal we aan de andere kant van de graat uit zouden komen. We hoopten zo dat het verschuivingsvlak dat we steeds vervolgdon waren het zelfde zou zijn als het schuifvlak, dat we reeds aan de andere zijde van de graat in het dal hadden aangetroffen. Ik was het eerst op de pas en riep Egeler toe dat we rond waren. Het bleek het zelfde dal te zijn waar we enkele dagen geleden hadden gekampeerd. Hiermee was het probleem van de schuifvlak in dit gebied opgelost en tevens de Andes Expeditie 1956. Dinsdag 24 juli. Terugreis Cuzco. Onderweg ontmoetten we Dijkhout nog die bezig was met de topografische opnamen van het gebied. Hij was er niet zo best aan toe. Hij had een soort dysenterie. Hij was ontzettend vermagerd en zag er zeer slecht uit. We raadde hem om maar zo snel mogelijk naar Cuzco te gaan om weer op verhaal te komen. Hij zou daarna het overige nog in kaart te brengen gebied kunnen afmaken. Hij zou woensdag 25 Juli Cuzco komen.
Terug in Cuzco einde Andes Expeditie 1956
Woensdag, Donderdag, Vrijdag, Zaterdag en Zondag verblijf in Cuzco. De gehele expeditie in bed. Dijkhout met dysenterie: (moest van de dokter 4 dagen in bed blijven), Egeler met eerst griep en daarna voorhoofd holteontsteking; en ik zelf met griep. We hadden het werkelijk flink te pakken. Het langdurige verblijf op grote hoogte gepaard met zware inspanningen mergelt het lichaam uit en men verbruikt zijn reserves. Door het verminderde weerstandsvermogen is een griepje of een andere ziekte zoveel ingrijpender. Zondag 29 Juli waren Dijkhout en ik weer haast de oude, alleen Egeler had het nog flink te pakken. We zijn die Zondag naar een hanen gevecht geweest. Zeer indrukwekkend om te zien zoals de hanen elkaar te lijf gaan. Ze vechten tot ze er dood bij neer vallen. Ze krijgen een mes aan iedere poot. Hiermee kunnen ze elkaar de dodelijke steek toe brengen. Er kwamen 6 gevechten. Er wordt flink gegokt wie er zal winnen. Soms duurt het enkele minuten en soms twintig minuten. Het is een speciaal soort hanen. Ze zijn zeer moedig en ontzettend fel! We hebben die dag ook gebruikt om Cuzco eens te zien als toeristen Op de grote plaats staat een standbeeld .van een Indiaan met veren en pijl en boog. Er gaat hierover een hoogst merkwaardig verhaal. Indertijd is zowel door Mexico als door Peru aan een Italiaanse beeldhouwer gevraagd om een standbeeld te maken van een Mexicaans en een Peruaanse indiaan. Per vergissing stuurde de Italiaan de Mexicaan naar Peru en de Peruaan naar Mexico. Of ze hebben het niet gemerkt of vonden ze het wel een goede grap, maar de Mexicaan staat nog steeds op de plaats in Cuzco. Als ik over een maand Mexico bezoek zal ik proberen om het standbeeld van de Peruaanse Indiaan op te zoeken. Maandag 30 Juli. Dijkhout met Marcelino en Eliseo weer terug naar het gebied van Ollantaytambo om daar tot half augustus in de gelegenheid te zijn het werk af te maken. Egeler en ik met vliegtuig naar Lima. We vragen aan de piloot of hij over ons expeditie gebied wilde vliegen. We mochten dan in de cockpit komen. Het was stralend weer geen wolkje aan de lucht. De piloot besloot tussen de Soray en de Salcantay door te vliegen. Wat hadden we als beter afscheid kunnen wensen. We vlogen ongeveer ter hoogte van de top van de Salcantay op nog geen 300 meter horizontale afstand. Hoe makkelijk komt zo'n vliegtuig in gebieden waar de alpinist maanden moeizaam klimmen voor over moet hebben. Het vliegtuig hoeft geen drukcabine zodat voor de passagiers zuurstof ter beschikking staat. Wij waren nog zodanig geacclimatiseerd dat we in het geheel geen extra zuurstof nodig hadden zeer tot verbazing en schrik van de passagiers en bemanning. Na een twee uur vliegen streken we op het vliegveld van Lima neer. (tijdens de heenreis Lima-Cuzco hadden we 5 dagen en nachten per camion nodig!) Egeler is donderdag 2 Augustus met een flinke voorhoofd holte ontsteking naar Nederland vertrokken. Dijkhout komt 8 Augustus in Lima met Marcelino en Eliseo. We gaan dan gezamenlijk naar de Cordillera Blanca het oude expeditie gebied van 1952 alwaar we even ten zuiden van de pas Cahuish een detailonderzoek gaan verrichten. Het is tijdens de uitwerking van de geologische gegevens van de Andes Expedtie 1952 gebleken, dat het wenselijk zou zijn nog een nader onderzoek van een zeer interessant graniet contact. Dijkhout zal het te onderzoeken gebied( niet groter dan 10 km2) een kaart van schaal 1:1000 maken. Het onderzoek zal tot eind Augustus duren. Dijkhout vertrekt dan direct naar Nederland terwijl ik naar- Mexico vlieg om deel te nemen aan een internationaal geologisch congres, alwaar ik een wetenschappelijke lezing zal geven over de resultaten van ons onderzoek in de Cordillera Blanca van 1952. Alhoewel het dus nog even zal duren voor ik weer op Nederlandse bodem terug ben neem ik toch al afscheid van de lezers van de Spiegel want de Andes Expeditie 1956 behoort tot het verleden. We zullen in de komende jaren zeer druk bezig zijn om de vooral:de verzamelde gegevens uit te werken, vele populaire 1ezingen met film houden. Pas in 1960 zullen we onze ogen weer op andere gebieden kunnen richten We zijn van plan om dan naar het Baltoro gebied in de Karakorum te gaan het gebied waar Dr P.C. Visser zoveel belangrijke exploratie werk heeft verricht. We hopen dan weer een gecombineerde geologisch-alpinistische expeditie te houden. Terray heeft beloofd weer van de partij te zijn. Dus lezers van de Spiegel tot 1960.
1 augustus vertrek ik naar het Geologisch Congres in Mexico waar ik een lezing houd over de wetenschappelijke resultaten van de Andes Expeditie 1952. Daarna nog een week excursies. Vele fraaie tempels bezocht.
Aankomst in Nederland 14 september om 9 uur waar Adrienne me opwachtte en om 10.35 vlogen we samen weg voor een vakantie op het eiland Majorca aan de oostkust bij het dorpje Alcudia, waar we logeerden in een goed hotel aan de zee. Het was heerlijk om elkaar weer in de armen te sluiten. We blijven daar 10 volle dagen

Tom en Adrienne genieten aan het strand van Majorca
Na terugkomst in Nederland weer veel lezingen, artikelen schrijven en
wetenschappelijke resultaten uitwerken. De resultaten van onze Andes Expeditie
1952 zijn gepubliceerd onder de volgende titel: Egeler, C.G. & T. de Booy.
Geology and petrology of part of the southern Cordillera Blanca, Peru.
1956, Verh. Kon. Ned. Geol. Mijnb. Gen. Geol. Ser. 17; 86 pp. 31 fig. 12
photoplts. 4 fold. plts. in pocket incl. a kleuren geol. map 1:75.000..

.Geologische kaart van de Cordillera Blanca, Peru
Dagboek 1957
14 februari vertonen we voor de eerste keer onze film over de Tweede Andes Expeditifie 1956 voor een volle zaal in het Koninklijk Instituut van de Tropen voor het Koninklijk Aardrijkskundig Genootschop. Na de pauze heeft de voorzitter Prof dr G.L. Smit Sibinga aan Egeler en mij de bronzen Prof. Pieter Johannes Veth (1814-1895) medaille uitgereikt. Deze medaille is ingesteld ter gelegenheid van het 80 jarig bestaan van het Genootschap en genoemd naar de eerste voorzitter van het Genootschap. De medaille wordt uitgereikt aan personen die zich door een bijzondere prestatie op het gebied van aardrijkskundige wetenschappen hebben onderscheiden. Het is de eerste maal dat deze medaille is uitgereikt.

Uitreiking Prof Veth medaille,vlnr. Prof. Smit Sibinga, Kees Egeler, Mieke Egeler, Tom de Booij, Adrienne de Booij, Jhr de Ranitz
18 februari hebben Kees en ik in een goed gevulde grote zaal van het Concertgebouw
een lezing gehouden over onze Andes expeditie 1956
23 februari presenteert Prof Brouwer mijn publicatie over de Caporalino kalksteen formatie.
Hiermee heb ik de in mijn dissertatie gemaakte foutieve datering van deze kalksteen
formatie goed gemaakt. In 1955 heb ik aanvullend onderzoek gedaan. Ik kreeg
van de Franse Professor Paul Fallot van het College de France een aardige brief
met daarin o.m. de volgende zin: " votre recente
memoire m'apparait comme une contribution essentielle et je suis vous trés
reconnaissant de me l'avoir envoyé".
Begin maart hebben Egeler en ik een brochure gemaakt om te verkopen tijdens onze lezingen getiteld in "Het land der der Inka's".
.
Jhr Mr C.J.A. de Ranitz
PER ASPERA AD ASTRA .Langs moeilijke (wegen) bereikt men de sterren
Jhr:Mr C. J. A. de Ranitz schreef - als voorzitter van de Koninklijke Nederlandse Alpen-Vereniging en van de Nederlandse Stichting voor Hooggebergte-exploratie het volgende ter inleiding:
Het is een merkwaardig en toch ook wel verklaarbaar
verschijnsel dat Nederlanders in de geschiedenis van het exploratieve Alpinisme
een rol van enige betekenis hebben gespeeld. Merkwaardig. omdat de bewoners
van de Lage Landen aan de Noordzee niet van nature zijn aangelegd voor bergklimmen; toch
wel verklaarbaar omdat de tegenpool van hun vaderland de
natuur hen blijkbaar aantrekt, èn ontdekkingslust de nazaten van Jacob van
Heemskerk en Jan Huygen van Linschoten in het bloed zit. In de Alpen zijn. gedurende de
intensieve ontwikkeling van de bergsport in de laatste 100 jaren, de
Nederlanders wel geen voortrekkers geweest, maar een respectabel aantal
hunner hebben toch - sedert Dr Sluyterman van Loo in 1865 als eerste
Nederlander de Mont Blanc beklom - hun sportieve ambities in het Europese
hooggebergte botgevierd; in toenemende mate tot op de huidige dag, nu de
organisatie onzer alpinistische landgenoten, de Koninklijke Nederlandse
Alpen vereniging. meer dan 1000 leden telt. Buiten Europa
hebben evenwel verscheidene Nederlanders ook op dit gebied pionierswerk verricht. Op Nieuw
Guinea besteeg de kapitein Franssen Herderschee in 1913 als
eerste de 4750 meter hoge Wilhelminatop, en bereikte in 1936 Dr A. H. Colijn met twee landgenoten de vermoedelijk
hoogste top van het Carstenszgebergte
(5040 m.). De heer en mevrouw Visser-Hooft exploreerden sedert 1922 op vier
expedities, in het voetspoor van Sven Hedin, onbekende berggebieden in Centraal-Azië.
In de naoorlogse jaren, toen de
Himalaya allengs stormenderhand werd veroverd, verkreeg de Nederlandse
Alpinistische ondernemingsgeest weer de greep op twee onzer, de geologen Egeler en De Booy. Zij kozen. mede uit
wetenschappelijke
overwegingen. een origineel gebied: de Peruaanse Andes. En het gelukte hun in 1952
als eersten de voet te zetten op de bijna 6400m. hoge Huantsán in
de Cordillera Blanca. Het succes deze eerste grote leidde onvermijdelijk
tot een tweede geologisch-alpinistische onderneming, in 1956, welke op sportief
gebied bekroond werd met drie grote prestaties, welke
zij tezamen met de Fransman Lionel Terray en de Zwitser Jenny in de Zuid
Peruaanse Cordilleren op hoogten van omstreeks 6000 m. verrichten: de
tweede bestijging van de Salcantay en de eerste bestijgingen van de Cerro
Veronica en de Pica Soray. Opmerkelijk zijn ook de resultaten van
hel geologisch gedeelte van hun expedities. Resultaten zijn bij elke onderneming, verheugend. Belangrijker nochtans is de geest
welke de ondernemer
bezielt. Deze geest nu - men moge haar samengesteld denken uit initiatief,
ambitie, durf, doorzettingsvermogen en andere eigenschappen die tot het
welslagen kunnen leiden - heeft zich in de beide expedities van Egeler en De
Booy gemanifesteerd zodanig, dat mij gelukkig mogen zijn dat, in deze tijd, Nederlanders
daartoe in staat zijn geweest. Anderen ten voorbeeld. Dat geeft de burger moed. Onze driekleur
stond op een hoge,
onbereikbaar schijnende top. dankzij hun ondernemingsgeest. Anderen ten
voorbeeld.


Pasen in de Ardennen, Tom en Adrienne

Familie foto 16 juni. Staande: Godert van Reeds, Hilda van Reede- van Marle, Henriette van Marle, Elsbeth Kalff-de Booij, Jacob Kalff, Maria de Booij. Zittend; Adrienne de Booij-Strumphler met Jan Maarten op schoot, Tom de Booij met op schoot Mariette, Willen van Marle met dochter op schoot, Juul van Marle-Albarda
In juli met Adrienne naar Zwitserland, waar we bergtochten hebben gemaakt met de familie van Kees

Vertrek in alle vroegte naar Zwitserland. Jan Maarten en Marlof Strumphler doen ons uitgeleide
We zijn begonnen in het Engadin op de camping van Pontresina en vandaar naar de Boval hütte om de Piz Morteratsch te beklimmen. Via de Bernina pas naar Italië.

Links: camping Pontresina Lars en Mieke Egeler in Volkswagen. Rechts: Boval hütte
Vervolgens via de Bernina pas naar Valmasino in Italie, waar we mooie wandelingen hebben gemaakt

Links: wandeltocht in Valmasino, Italië met familie van Kees Egeler. vlnr. Tom de Booij, Adrienne de Booij, Fritjof , Kees Egeler, Otto ter Haar (broer van Mieke Egeler ), Lars Egeler . Rechts: Kees giet Tom water op zijn hoofd. Ook symbolisch?.

Adrienne in de bergen en langs de lago di Como

Tom en Adrienne aan het kokkerellen aan het strand van het Como meer
Vervolgens naar Saas Fee te gaan waar we naar de Britannia Hütte zijn geklommen.

Brittania hut (3030m) boven Saas Fee, Zwitserland, vlnr Lars Egeler, Kees Egeler, Adrienne de Booij, Tom de Booij, Mieke Egeler, Otto ter Haar
Van Saas Fee naar Grindelwald waar we Zaterdag 3 augustus aankwamen.

Camping in Grindelwald,
Lionel komt op de camping van Grindelwald om zware ijstochten met ons te maken. Adrienne, Mieke en de twee zoons van Kees en Otto zijn met de trein naar Nederland gereisd. Zondag 4 augustus zijn Kees en ik met Lionel Terray omhooggegaan naar de Gleckstein hut. De volgende dag maandag 5 augustus langs de Noordwest flank de Wetterhorn bestegen. Geen erg moeilijke tocht.

Wetterhorn 3701 m
Dinsdag 6 augustus weer terug naar de camping van Grindelwald, waar we in de Eigerwand 4 bergklimmers zagen die heel langzaam klommen en het er naar uitzag dat ze in moeilijkheden zaten. Woensdag 7 augustus met zijn Kees, Lionel en ik de hut onder de noordwand van de Grosshorm geklommen. In juli 1932 is voor de eerste maal de noordwand van de Grosshorn bestegen in 2 bivaks door Willo Welzenbach, Alfred Drexel, Hermann Rudy und Erich Schulze. Kees voelde zich niet fit genoeg voor de bestijging van deze noordwand. Donderdag 8 augustus zijn Lionel en ik heel vroeg vertrokken en hebben in een dag de noordwand bestegen. Het werd de derde bestijging. Het was een zeer zware tocht.

De door ons gevolgde route van de derde bestijging van de noordwand van de Grosshorn
We zijn toen afgedaald aan de andere kant en hebben overnacht in Fafneralp en via het Lotschental afgedaald naar Goppestein waar we de trein hebben genomen. Vrijdag 9 augustus waren we weer terug in Grindelwald. Kees was met zijn auto alleen weer terug gegaan naar Grindelwald Vrijdagavond omhoog naar station Eigergletscher om de volgende dag de noordwand van de Mönch te bestijgen. Tijdens het diner in het hotel zagen een trein vol met bergklimmers die naar Jungfraujoch gingen om vandaar met een reddingsexpeditie naar de Eiger top te gaan om de 4 in nood verkerende bergklimmers te redden. Wat er toen daarna gebeurde heb ik in 1957 laten opschrijven door een journalist van het weekblad de Spiegel
Weekblad Spiegel 28-30 augustus 1957 Redding van Claudio Corti Ooggetuige verslag verteld door Dr Tom de Booy neergeschreven door Harry Q. Peet
Stefano Longhi is dood. Zijn leven werd geëist door de
steile Eiger noordwand, de grimmige, wraakzuchtige. Misschien was Stefano Longhi
roekeloos. Misschien. Wie zal het zeggen en wie zal oordelen? In ieder geval
accepteerde hij de verschrikkelijke uitdaging van de bergen, zoals het
aanvaarden van uitdagingen op welk gebied dan ook, voor velen onder ons een
bittere noodzaak is, even onontbeerlijk als het dagelijks voedsel. Daarom vocht
Stefano Longhi dan ook niet alleen met de bergwand, maar leverde hij veeleer een
eenzaam gevecht met het diepste wezen van zijn eigen Ik. Misschien was hij
roekeloos omdat hij zijn krachten en capaciteiten overschatte, net niet
voldoende ervaring had, en niet terugkeerde toen dat nog mogelijk was; omdat
hij een "point of no return" overschreed en van dat moment af gedoemd was de
ongenaakbare top te bereiken of te sterven. Want wie de steile Eiger noordwand
kent, weet dit tot op zekere hoogte kun je hem straffeloos beklimmen en nog met
succes de terugtocht aanvaarden en volbrengen. Maar als je voorbij dat ene,
kritieke punt geklommen bent, kent de berg geen tolerantie meer. Dan heb je de
laatste kans voorbij laten gaan; dan kun je niet meer naar beneden en is er
geen andere terugkeer mogelijk dan via de top, en - aan de andere kant - de meer
gebruikte, normale route. Als je voorbij het kritieke punt in moeilijkheden
raakt, kan geen sterveling je meer helpen of bijstaan, van beneden noch van
boven. Want deze gladde, loodrechte flank staat zelfs geen redding toe. Stefano
Longhi was niet de eerste, zomin als hij de laatste zal zijn die zich te pletter
klom omdat hij te laat besefte waar voor hem de grenzen van het bereikbare
getrokken waren. Sinds een groepje alpinisten in 1938 de 3970 meter hoge top
voor het eerst langs de noordzijde wist te bedwingen, deden nog een twintigtal
anderen minstens even verwoede aanvallen. Zij strandden. En bijna allen vonden
de dood. Stefano.Longhi wist dus dat hij sterven moest. En Stefano Longhi
stierf. Maar Claudio Corti leeft en zijn redding is niet veel minder dan een
wonder. Een 150 meter hoger dan zijn vriend Stefano zat hij tegen de wand
gekleefd, 350 meter van de top. Dat wil zeggen: 350 meter van de overwinning.
Daaraan dankt hij het wellicht dat de berg medelijden kreeg, voor het eerst
sinds mensenheugenis, en dat men hem de reddende hand mocht reiken. De duizenden
toeristen die in de dalen waren bijeengestroomd en onafgebroken naar boven
tuurden, alsof zij in een circus zaten en een stel acrobaten gadesloegen, zagen
dat na een onbeschrijfelijke nacht het einde voor Stefano Longhi gekomen was.
Dat was op de ochtend van maandag 12 augustus. Toen was ook de banale
sensatiezucht van het publiek bevredigd. En ze gingen naar huis, terwijl in de
sneeuwen het ijs der koude hoogten nog steeds de strijd om het leven van de
geredde gestreden werd. Claudio Corti dankt dit leven aan een groep vastberaden
Polen en Zwitsers en Duitsers en Italianen, een Fransman en een Nederlander: Dr.
Tom de Booy, die voor de lezers van "De Spiegel" geen onbekende is. Hij bedwong,
tot tweemaal toe, 6000 meter hoge Andestoppen en vertelde daarover uitvoerig in
ons blad, zoals hij thans een relaas doet over hetgeen zich afspeelde aan de
Eiger Nordwand, die zijn prooi tenslotte toch nog prijs moest geven.
Relaas van Nederlander
Met Dr. Egeler en de beroemde Franse berggids Lionel Terray maakte ik in de
omgeving van Grindelwald enkele bergtochten. We legden ons voornamelijk toe op
het ijsklimmen, zoals dat heet, hetgeen een noodzakelijk onderdeel is van onze
zware training. voor de bestijging van de Himalaya, waaraan wij in 1960 hopen te
beginnen. Het verliep allemaal uitstekend en we hadden er dan ook nog geen flauw
idee van welk een drama straks in dit gebied zou voltrekken. Nog minder konden
wij vermoeden dat wij er zo gauw bij betrokken zouden worden. We wisten alleen
dat er een paar mensen in de Eigerwand zaten: twee Duitsers en twee Italianen,
die elkaar ergens in een sneeuwveld tegen de flank hadden ontmoet en samen
verder gingen. Maar toen we in de avond van 6 augustus terugkeerden in
ons kamp te Grindelwald, zagen we, dat ze bijna geen vorderingen hadden gemaakt. Nog steeds hadden ze het sneeuwveld niet doorkruist.
Het leek wel alsof ze tot stilstand waren gekomen. "Ze moeten terug," zei Lionel
Terray. "Ze moeten terug. Het is gekkenwerk wat ze doen. Bij dit weer gaan ze
veel te langzaam om het te kunnen halen. Als ze verder gaan, gaan ze
onherroepelijk kapot." Woensdag en donderdag beklommen we de Grosshorn
noordwand, en toen we andermaal naar Grindelwald waren teruggekeerd en de Eiger
Nordwand door onze kijkers gadesloegen, waren de mannen uit het zicht verdwenen.
Aan de voetsporen in het sneeuwveld konden we zien, dat ze nu in de rotsen
moesten zitten en niet meer terugkonden. Ofschoon ze geen noodsignalen gaven,
wist iedereen dat ze in nood moesten verkeren. Het kon niet anders. Ze moesten
vastgelopen zijn. De volgende dag namen we het bergtreintje naar het station
Eiger Gletscher, omstreeks 2300 meter hoog, vanwaar we in de vroege ochtend van
zaterdag zouden vertrekken voor een aanval op de noordelijke helling van de berg
Mönch. Maar alles zou anders lopen. In ons hotel te Eiger Gletscher heerste 's
avonds een grote spanning, die toenam naarmate de tijd verstreek, en een climax
bereikte toen bekend werd dat een volledig uitgeruste Zwitserse reddingscolonne
per extra trein op weg was naar de Jungfrau Joch. Ze wilden proberen langs de
achterzijde van het bergmassief de noordkant van de Eigertop te bereiken, om dan
langs stalen kabels af te dalen in een haast wanhopige poging nog te redden wie
te redden was. Doch niemand van ons, en waarschijnlijk ook niet van de
reddingscolonne, kon nog in een goede afloop geloven. Die avond zeiden wij tegen
elkaar: als die vier mannen ginds in nood verkeren en waarschijnlijk oog in oog
staan met de dood, mogen wij morgen geen pleziertocht maken. We moeten iets
doen. En zo namen we telefonisch contact op met de leider van de
reddingscolonne, die inmiddels op op de Jungfrau Joch was aangekomen. "Bitte,
bitte", zei hij. "Bitte, kommen Sie doch. We kunnen iedereen gebruiken. Bitte,
kommen Sie. Neem de eerstvolgende trein; morgenochtend om acht uur uit Eiger
Gletscher." Na onderling overleg vonden we echter, dat we niet nog meer kostbare
tijd verloren mochten laten gaan door de omweg via de Jungfrau Joch te maken.
Dat was goed voor de co-colonne met zijn zware materiaal. We besloten dus met
een betrekkelijk lichte uitrusting de normale, westelijke route naar de Eigertop
te volgen, in de veronderstelling ook, dat we de reddingscolonne daar dan reeds
zouden aantreffen. Om vier uur vertrokken we; dat wil zeggen, Terray en ik,
omdat Dr. EgeIer wegens drukke werkzaamheden niet langer weg kon blijven en
niemand ons kon garanderen dat we op tijd terug zouden zijn. En toen, eigenlijk
nog voordat het goed tot ons doordrong, waren we al op weg. Het ging sneller dan
we dachten en halverwege zei Terray dat we best eens konden roepen. Het geluid
van onze stemmen verloor zich tussen de bergwanden. En ofschoon we geen van
beiden antwoord verwachtten, klonk plotseling uit de verte, een even
doordringende als hartverscheurende kreet, die je dwars door de ziel sneed. "Mon
Dieu," was alles wat Terray kon zeggen. Zwijgend klommen we verder, maar onze
gedachten bleven bij de kreet, die als een diepe zucht van uiterste wanhoop
geklonken had. We konden niet weten dat de twee Duitsers toen reeds naar beneden
waren gestort, en dat alleen de twee Italianen de strijd om het vege lijf nog
voort konden zetten. Om negen uur bereikten we de top, die langs de noordwand
ook vandaag weer ongenaakbaar gebleven was. We waren er helemaal alleen. Slechts
de huilende wind, en de sneeuw, en het ijs, en de koude waren bij ons. De
Italianen waren van hieruit niet te zien, en de reddingscolonne was,
onbegrijpelijk genoeg, nog steeds niet gearriveerd. Eindelijk ontdekten we een
paar mensen, aan de andere kant, op een col die een flink stuk beneden ons
gelegen was. Ze stonden druk te praten, leek het wel, en te gesticuleren. Ze
staken zwart af tegen het wit van de sneeuwen schenen geen aanstalten te maken
om naar boven te komen. We begrepen er niets van en wachtten, wetend dat aan de
noordzijde, een paar honderd meter meer naar beneden, de krachten van de
gestrande alpinisten snel af moesten nemen. Na een uur zagen twee Zwitsers
kans om tot ons door te breken. Ze waren zeer vermoeid en zeiden: "Alles is
vergeefs. Het is onmogelijk al het zware materiaal hierheen te brengen. We zijn
dom geweest. We hadden jullie route moeten volgen." Later, ik weet niet meer
hoeveel tijd er verstreek, klom nog een tiental Zwitsers naar ons toe. Ze hadden
een paar staalkabels bij zich, een tweetal draagbare radio zend- en
ontvangapparaten, een winch en nog wat kleiner materiaal. Maar geen voedsel. En
weer verstreek de tijd, die de krachten van de gevangenen van de Eiger Nordwand
verder aantastte. Eindelijk snelden acht mannen van de Münchener Bergwache onder
leiding van Ludwig Gramminger te hulp. In de loop van de dag klommen ze over de
rand en zetten ze hun zware bergschoenen onwrikbaar vast op de top. Ze hadden
tenminste voldoende materiaal bij zich. Met vreugde werden later ook de
Italianen Riccardo Cassin, de befaamde berggids, en Carlo Mauri ontvangen,
evenals de groep Polen, die in Grindelwald hun tenten hadden opgeslagen om,
evenals wij, trainingstochten in de omgeving te maken. En net als wij hadden ze
tegen elkaar gezegd: "We mogen niet werkeloos toezien. We moeten gaan helpen."
De Polen hadden tenminste voedsel bij zich, en kookapparaten. De avond van
zaterdag viel sneller dan ons lief was, en de nacht volgde plotseling en
absoluut. Het betekende dat de slachtoffers hun zoveelste nacht aan de bergwand
in gingen en dat wij ons bivak op moesten slaan in de sneeuw. Over de ganse,
zacht glooiende top kon je de mannen holen in de sneeuwen het ijs zien graven.
Iedereen hielp iedereen, en de sfeer werd gekenmerkt door een grote
kameraadschap. Het was er een demonstratie van eensgezindheid waaraan de V.N.
een les zouden kunnen nemen. Totdat de duisternis inviel scheerden ook de
kleine, Zwitserse·verkennigsvliegtuigen langs de berg. Soms kwamen ze er zo
dichtbij dat je je hart vastheid en dacht dat ze zich te pletter zouden vliegen.
Ze wenkten met de vleugels om ons te beduiden waar we moesten zijn. Maar we
konden nu niets meer doen. Het was bitter koud. We huiverden in onze
kledingstukken. Van slapen kwam niet veel terecht, zodat de meeste van ons de
ochtend aan zagen komen en en daarmee ook het slechte weer. Er joeg sneeuw over
de Eigertop, en af en toe regende het. Niet zo'n zomerse regen als in de dalen
valt, maar een ijzige regen die je tot op het bot verkleumt. Tenminste, als je
stil bleef staan. Daar had je, overigens, niet veel gelegenheid toe. Iedereen
was koortsachtig druk in de weer. Er werd een loop-pad uitgehouwen in de ijs
massa op de top


Op de top van de Eiger maakten we een pad waarlangs we het touw konden doortrekken dat via een katrol verbonden was met Hellepart die in de noordwand naar beneden was gelaten om Corti te redden
De Polen spanden er dikke touwen langs. Intussen bevestigden Gramminger en de mannen van de Münchener Bergwache de winch en de staalkabel. Aan het uiteinde zat een soort broek, waar de Duitser Hellepart in ging zitten. Hij had een witte valhelm op het hoofd, en op zijn rug werd de draagbare zender vastgebonden. Hij zei nog: "Grüsz Gott," en toen was hij verdwenen, opgeslokt door de geweldige muil van de diepte. Over de radio hoorden we hem de afgelegde meters tellen: tien twintig ... dertig ... honderd tweehonderd ... driehonderd. Totdat hij met stemverheffing uitriep: "Da sitzt er ... !" Dat was op 350 meter. Hellepart .vertelde precies wat hij deed, tot het moment waarop hij riep: "Hijsen!" Hij had Corti aan zich vastgebonden. Toen moesten we zien hoe we ze naar boven kregen, maar de winch vertikte het de dubbele vracht te trekken. We bevestigden een katrol aan de rand van de berg, waar we de kabel overheen lieten lopen. Met een man of zestig begonnen we daarna aan de stalen kabel te trekken. Telkens een stukje van een halve meter. Ondanks de kou liep het zweet ons tappelings langs het lichaam. Onze handen gloeiden en schrijnden. Later ging het makkelijker en maakten we rukken van een of twee of drie meter. Nog vrij onverwacht kwam de witte helm van Hellepart boven de afgrond uit. Daar -was hij dan Corti hing slap naast hem.

Afred Hellepart met op zijn rug Claudio Corti enkele meters onder de top van de Eiger
Het was niet veel mens meer, maar er zat nog leven in. De Poolse dokter Georg Hadjukiewietcz stond al klaar om hem een injectie te geven. De naald drong diep door in de ader en de reddende vloeistof verenigde zich met het bloed. "Hij zal leven," zei dokter Hadjukiewietcz bijna pathetisch. "Hij zal leven."

De totaal uitgeputte Claudio Corti toen hij op graat kwam
Terwijl Claudio Corti in een sneeuwhol werd verpleegd, begon Lionel Terray aan de tweede afdaling. Evenals Hellepart telde ook hij de afgelegde meters weg in de microfoon: veertig zestig ... honderd ... tweehonderd. Daarna klonk er alleen nog maar een vreemd kraken in de koptelefoons, een suizen als van de zee. De verbinding was verbroken, omdat de batterijen waren uitgeput. We haalden Terray weer naar boven. 'Zijn gezicht stond zorgelijk toen hij zei: "Là-bas ... là-bas".. Ik heb horen roepen. Maar ik kon het geluid niet localiseren . C' était impossible. Het was onmogelijk. We kunnen niet verder afdalen. Met geen mogelijkheid. We hebben geen enkele kans. Dommage. Het is levensgevaarlijk ... " De richel die Claudio Corti van Stefano Longhi had gescheiden bleek onoverkomelijk te zijn. Plotseling heerste er een Babylonische spraakverwarring, want ze wilden allemaal hun mening zeggen, plannen opperen, adviezen geven. Ik stond op een vooruitstekend stuk rots en vertaalde links en rechts, en rechts en links, in het Italiaans, in het Frans, in het Duits, in het Frans en Italiaans, in het Duits en het Frans, en in het Italiaans. Het had veel weg van een Poolse landdag, behalve dan dat de Polen hier het kalmst bleven. Toen we de laatste berichten kregen uit het dal, moesten we wel aannemen dat de beide Duitsers gevallen waren, en dat Stefano Longhi te laag zat om van hier gered te worden. "Als we even mooi weer hadden," zei Terray. Een maand constant mooi weer, dan zouden we een kans van slagen .

Lionel neemt Claudi Corti op zijn rug mee naar de top van de Eiger
We besloten de terugtocht te aanvaarden, en dat betekende zowel de redding voor Claudio Corti als de dood voor Stefano Longhi. Het weer was nog slechter dan tevoren. We kwamen. dan ook niet ver, temeer waar we de gewonde Italiaan op een slee moesten transporteren en er op de gladde helling voortdurend gevaar bestond dat hij zou gaan glijden. Toen het donker werd waren we nog niet eens halverwege, en weer moesten we de nacht tegen de kale berg doorbrengen. Weer vormden Duitsers, Italianen, Polen, een Fransman:en een Nederlander een gezamenlijk bivak, waarin zij gezamenlijk hun rantsoenen en hun ellende deelden. En weer sloegen de elementen toe. Er kwam een sneeuwstorm opzetten, die ons tot op de huid doorweekte. Er volgde een onweersbui die horen en zien deed vergaan en ons met lange bliksemschichten verblindde. Er kwam regen. We hadden niets meer te drinken, niets meer te eten en niets meer te roken. Het zeil dat we over ons heen hadden getrokken lekte. En midden in de nacht gilde Claudio Corti. "Stefano ... ! Stefanoooo ... ! Waar is Stefano ... ? !" We huiverden, maar Lionel Terray kroop naar hem toe, en ging naast hem zitten - op de rand van de afgrond - tot hij eindelijk in slaap viel in de warme beslotenheid van zijn waterdichte slaapzak. Doch ook deze nacht verstreek, om bijna onmerkbaar over te gaan in de maandagochtend. Bij het eerste ochtendgloren hervatten we de afdaling, en iedere meter was een moeizame herhaling van de voorgaande.


De afdaling van Corti op een slee langs de westflank eerst langs een sneeuw helling en daarna via de rotsen

Na de redding. Links Ludwig Gramminger en rechts Erich Friedli

Links de redder van Corti Alfred Hellepart en rechts Lionel Terray ,die een poging heeft gedaan om Longhi te redden

Na afloop van de redding een meeting van redders onder aan de westflank van de Eiger. Tweede van links Lionel Terray en tweede van rechts Tom de Booij.
Maar in Eiger Gletscher wachtten warm voedsel en warme drank. En de trein. Om half vier bereikten we het dal. Daar hoorden we dat Stefano Longhi gevallen was. Hij stierf, omdat hij een "point of no return" overschreden had en de Eiger noordwand geen mededogen kent. Maar Claudio Corti zal leven. En dat is een wonder.
Einde ooggetuige verslag van de redding van Corti van Tom de Booy opgeschreven door Harry Peet
Hieronder volgen een aantal foto waar we kunnen zien waar zowel Corti als Longhi zich bevonden voor ze gered werden

Eiger noordwand met de route van de eerste bestijging in 1938. Met streeplijn de door Corti en Longhi gevolgde route en de uiteindelijke plaats waar ze gestrand zijn

Nogmaals de noordwand van de Eiger met de bovenste zwarte stip de plaats waar Corti zat voordat hij gered werd en de onderste stip de plaats waar Longhi stond

Een detail opname van de Eiger noordwand helemaal links onder (moeilijk te zien) de tent met daarvoor staande Corti

De plaats van Longhi in de noordwand van de Eiger boven de beruchte Götterquergang en links van de Spinne

Detail opname van de vorige foto. Longhi aan het eind van twee touwen staande op een richel

Longhi gestorven in de nacht van zondag 11 op maandag 12 augustus hangende aan het eind van de twee touwen
Er zijn vele boeken en artikelen geschreven over de dramatische redding van Corti. Ik geef hier onder enkele citaten, die toch weer een andere kijk geven op de redding.
Arthur Roth, Eiger: Wall of Death, Victor Gollancz Ltd. London 1982
p 128. Meanwhile down at Kleine Scheidegg, Lionel Terray and Tom de Booy started up the west flank at daybreak. The evening before they had missed the last train up to the Jungfraujoch, where they were to join Seiler and his comrades. Terray decided to wait until morning, then take the first train up. But when morning brought a sharp change in the weather, he realized that he would reach the Eiger's summit much sooner by going straight up the west flank. After a hurried breakfast, the two men started off. While Terray was climbing up the west flank, he and de Booy discussed the north-wall climbers chances. They didn't look promising. The rope of four had been on the face now for six straight nights. The heavy rains of the preceding day must have soaked the unfortunate climbers to the bone. And the killing frost that followed had, no doubt, frozen their garments into suits of ice armor. When they got halfway up the west flank, Terray and de Booy edged out on a projecting knob to look in on the north face. They shouted into the void on the chance that the climbers would hear them and answer back. But the fierce winds seemed to whip their cries right out of their mouths and hurl them away in the opposite direction. Still they went on with their shouting, to be finally rewarded when unintelligible faint cries came back to them out of the black void of the grim wal!. They were alive! Or at least one of them was still alive. Heartened by the response, Terray and de Booy redoubled their efforts to reach the summit. When they got there, they' found no trace of the Swiss team they had earlier seen traversing across the north face of the Mönch. Knowing that a large, stable platform would he required, the two men started to hack at the ice cap on the summit, intending to level off an area big enough to anchor the winches and pulleys that the Swiss rescue team would be bringing along.
p.155. The Eiger rescue had caIIed for volunteers, and men had stepped forward-fifty of them, speaking a babel of tongues, from seven nations (Germany, Austria, Switzerland, Poland, France, Italy, and the Netherlands). Men like Seiler, Friedli, Terray, and Hellepart, who went down that grim face on the thread of a cable. HeIIepart was affected by the experience that he smoked thirty cigarettes practically nonstop after the rescue, then never smoked again. Men like Cassin and Mauri, who nursed the demented Corti back down the west flank; de Booy, whose knowledge of five languages made him indispensable in facilitating communication between the various groups; Dr. Hajdukiewicz with his special skills in mountain medicine; the Polish team and the Bouquetins, so willing to do all the dirty work, such as carrying suppIies, digging bivouac caves, and hauling on the cable; the technical experts like Gramminger, StähIi, and Friedli, who worked under the constant pressure of knowing that men's lives depended on their skilIs; and the mountaineering friends of Nothdurft Iike Eiselin and Seeger-aII covered themselves with honor.
Jack Olsen The Climb up to hell London Victor Gollancz Ltd 1962
Terray en de Booij naar de top van de Eiger
p 82-3 The two men were at the top of their form, having spent many days in
training climbs in the Oberland, and they climbed in classic manner, belaying
each ather up difficult pitches, running on crampons across the angled fields of
firm snow. De Booy, the powerful schoolteacher from Amsterdam, dogged the
footsteps of the internationally famous Chamonix guide, and before two hours had
passed, they were halfway up the wall. Now they could begin to see other men
working their way across the ridge of the Mönch, up where the wind would hit
them in a solid sweep from the north. First there were two climbers,
moving doggedly, broadside to the gale; a few hundred yards back came six more,
and far behind them, stretched across the high ice fields and struggling under a
heavy load, came a dozen or so stragglers. This must be the Swiss party which
had started from Jungfraujoch. Terray, inexplicably, felt deep emotional ties to
these, brave men, some of them obviously not good climbers, as they risked their
lives with each step. And for what? For nothing, Terray said to himself. There
could be no life left on the north wall after such a frigid night. The most
powerful climber could not have endured six or seven bivouacs on that terrible
face, capped by this fin al bone-chilling wind. "The north wall," Terray mused
to himself "Surely there is not another place in the world so frankly hostile to
human beings. There cannot be anyone alive on it." But then why had he joined
the rescue party, risking once again the backbiting of those who had stayed
comfortably behind in their homes in the valley? "It is because of those Swiss
up there," Terray told himself. "It is because they are brave men taking a
generous action." He felt again, as he had on Annapurna, the spirit of
solidarity toward courageous men who ignored the odds and the probabilities in a
dangerous attempt to bring relief to others who were suffering.
By seven-thirty Terray and the Dutchman were 1000 feet from
the summit, and they could inch out on the ridge of flaky rock and hanging ice
which separated the west wall from the north. There was no entrance to the north
wall anywhere on this spur, but at least they could survey the precipice and
look for the last traces of the lost rope. Terray shouted across the face, and, just as he had expected, there were no answers.
For almost thirty minutes, he and de Booy took turns calling, but the only
returning sound came from the wind, ripping and whistling around the fragmented
edge of rock. They turned to back off the ridge and finish the climb to the
summit when, faintly in the distance, they thought they heard an indistinct call.
They looked up to see if it was coming from the Swiss, but those climbers seemed
to be occupied with their own problems. Terray called again, and this time
avoice came out of the wall."I cannot believe my ears!" said Terray. "There is a living being out there." "Perhaps we are hearing things, Lionel," de Booy said. But
now the calls were coming more often. They could not make out what the voice
was saying, or even in what language it spoke, but they knew that it came from
the wal!. Inspired and touched, Terray and de Booy groped back off the
outcropping and forced the rest of the climb so that they would be on time to
help the Swiss who should, by now, have reached the summit. At 8.45 they came to
the top, and found it as deserted as it had been ten years before when Terray,
with his partner Lachenal, had climbed the north wall after two days of
exhaustive effort. Now there was no longer any lee in which to find respite from
the wind, howling at gale force, and Terray was afraid that he and de Booy
would be blown off the sharp edge of the summit ridge and down one side or the
other. To warm themselves, and to give themselves a stabIe footing, they began
hacking a level platform out of the ice of the ridge. They had worked for nearly
two hours when the first pair of Swiss set foot on the ridge. 'There was
hardly any greeting, and no introductions. With a few quick remarks in
Schwyzerdütsch, somehurried gesticulations and an abrupt no-nonsense, almost
curt manner, the two Swiss sat down alongside Terray and de Booy and began to
brew tea.
Bivak op de top van de Eiger
p.98. Terray and de Booy,sheltered now with Eiselin, Cassin and Mauri,
had blitzed up the west wall without even eating breakfast. The other three had
nothing. They had not expected an overnight bivouac on this chill summit.Huddled together, the five men carried on their conversations
with difficulty. Terray could speak French, English and Spanish; so he could
communicate with Eiselin, who spoke French, English, German and a little Italian,
and with Mauri, who spoke Italian and Spanish. Mauri would pass the conversation
along to Cassin, who spoke only Italian. The polyglot de Booy, who understood
all the languages ricocheting about the bivouac, acted as a sort of senior
interpreter for the group. On the whole, it seemed to Terray, he had seen many
worse bivouacs, and many with less of an atmosphere of fellowship. Eiselin
proved to be an amiable young man; Cassin and Mauri were experienced Alpinists
who knew how to live with the situation, and de Booy, the companionable teacher
from Amsterdam, brought a glow of warmth and solidarity to the group
Corti gered door Hellepart wordt in veiligheid gebracht langs
de westflank van de Eiger. Onderweg nog een bivak
p 116. Terray lifted the inert Corti to his back and carried him 500 feet along the
well-wom edge of the summit ridge to the uppermost cornice of the Eiger. There,
in a narrow pass leading through the rocks to the route down the west flank, he
deposited the ltalian on the snow, rolled him in several bivouac sacks, and
installed him on a sort of half-sled-halfstretcher. Using the long nylon ropes
of the well-equipped Poles, the rescuers began to lower the half-conscious man.
Every 120 feet, they had to halt to drive new pitons into the rocks and belay
the operation's next step. Now a sleety rain was beginning to fall; quickly it
covered the rock with a slippery coating. Pitoning became difficult; Terray had
to scrape the slush away to find rock for the anchorings. The whole group was
still on the most dangerous part of the west wall: the sharply angled pitch
leading down from the peak. Darkness was coming, and the edge of the storm was
ripping and shoving at the precariously fixed ambulance crew as it tried to find
secure stances to lower the stretcher. Suddenly a rope of three Poles tore
loose from the others and began sliding down the wall. De Booy, with
lightning-fast reflexes, snatched up the loose end of their rope . and belayed
it across the long er rope holding Corti's sled. While everyone stopped
breathing, the heavy rope gave elastically, and held. Soon a sort of rhythm was established by a half-dozen of the
best climbers in the crew, and several hundred yards were covered rapidly. With
the rescue party working its way downwards, Cassin and Mauri detached themselves
for a few minutes and crawled on their hands and knees to the overhang where
they had made voice contact with Longhi on the way up. They shouted across the
gale, and Longhi, his spirits sustained by the promise of rescue, called weakly
back:
"Venite ! Venite !" "Coraggio, Stefano !" Cassin called. "Try to keep your hopes up!
We return for you in the morning!" As they.hastened back to catch up the descending party,
p 120 Corti, through all this, had remained quiet. But round about
midnight, Terray heard loud cries coming from the mound of sacks covering the
rescued man. While de Booy hurried up from below to see what the noise was about,
Terray clambered round the rock and lifted the covering. Corti's face was
contorted with fear, and he was screaming as though in mortal terror. De Booy
came alongside. "What is he saying?" Terray asked. "Sometimes he thinks he is still trapped on the mountain," De
Booy answered. "And at other times he is shouting that we have abandoned him on
top of the summit." Together they brought the delirious man back to his senses, told him he was
safe, and tried to soothe him. Corti's eyes fell shut, and he appeared to drop
into a deep sleep. De Booy scurried back down to his bivouac, and Terray climbed
round the rock, where there was the tiniest portion of lee from the storm
Brochure "Stefano we shall come tomorrow, Adama Skoczylas, Poets and Painters
Press London 1962
p 22. Lionel! Lionel! Voila un tas d'hommes qui montent! Une
vingtaine peut-être ... A broad-shouldered man waved his ice-axe and let
loose a torrent of French with a sprinkling of Italian and English. Lionel?
Could Terray be here? The polyglot flow continued. Finally, the man ended with
an "all right". turned towards us and said: Je m'appelle Tom de Booy. From
Holland. Sapristi! We burst out laughing. Then we roped ourselves together and
carefully stepped out on the ridge. The crest was long and sharp. Towards the
south side it had huge cornices, over-hanging masses of snow and ice. We got
close to de Booy. Tom, well known in the west as an Andean geologist. was one
of the most amusing men I have ever met. Comment? Polonais, Italiens et
Allemands? Terray is also here, the Swiss from Blümlisalp and one Dutchman. Six
nationalities. Eine internationale Rettungsaktion, sapristi! So Terray was here,
too. The most renowned French climber, conqueror of Makalu and Fitz Roy. The
second party from Blümlisalp had not given up either!
p. 30.Do we bivouac here? Instead of an answer a suddendry crash of falling stones. All heads jerked upwards. Someone shouted: -Verflucht! Great boulders came leaping through the air. They struck the rop es linking Nowicki and Berbeka. The blow knocked them off their feet and men and stones went sliding down the ice at lightning speed. They also entangled the 200 feet ropes of the sledge.-Polacco!-Damn! Everyone roared and tried to free himself from the entangled ropes. This is the end, I thought! We'll be swept down like dust! But Berbeka and Nowicki burrowed into the slope with their ice-axes. Their rate of fall slowed down and finally they stopped. They lay motionless on the ice in attitudes of expectancy and exhaustion. Then they rose and on shaky legs started coming towards us.Sapristi! Blood was running down Beribeka's gray face.Tom stood above us. His forehead and cheeks were as grey as Berbeka's. It was he who had loosened the fateful boulders.
Lionel Terray "Le sauvetage de l'Eiger. La montagne. Revue CAF 1957-58
(Het dilemma van Terray of hij wel of niet aan de redding zal
meedoen)
Mes amis hollandais, moins habitués que moi à ces
drames de la montagne, suivent les evénements avec passion. Tom, qui a hérité
d'une grand-mère irlandaise un tempéramant extrêmement bouillant et généreux,
piétine de désespoir à l'idée de ne pouvoir rien faire pour sauver les quatre
égarés. Entre nous une discussion passionnée s'engage sur ce problème.- Écoute,
Lionel, ne crois-tu pas que l'on pourrait tout de même essayer de faire quelque
chose pour les tirer de là ? Avec ce temps de chien et cette neige fraîche, ce
serait de la folie: toutes les chances d'rester, pas une de réussir ! Autant je
suis d'accord pour essayer de sauver un type quand les risques sont acceptables,
au tant je suis contre les histoires de fou, ou l'on fait tuer des bougres pour
rien du tout. Non, crois-moi ; je connais la face, ils sont encore trop bas. On
ne peut rien faire de sérieux tant qu'ils n'ont pas atteint l' Araignée» ou, à
la rigueur, la voie Lauper, et même à ce moment-là, ce ne sera pas du gàteau. -
Alors, s 'ils y arrivent, tu essaies de monter une caravane de secours ? Si on
réussissait, ce serait formidable.- Écoute, Tom. Tu sais bien ce qui m'est
arrivé I'hiver dernier?On m'a traîné dans la boue parce que, au lieu de palabrer,
j'ai essayé de sauver deux petits gars que, trois jours plus tot, on tirait de
là presque sans peine. Tu comprends, ceux qui se dégonflent n'aiment pas qu'on
le fasse voir. Malgré tout, je crois que si l'Eiger était en France,
j'essaierais de faire quelgue chose. J'ai encore assez de copains qui me
suivaient. Mais ici, que veux-tu que je fasse ? Je ne connais personne, je ne
parle pas un mot d'allemand ! Et tu connais la position des gens du coin. Ils
l'ont dit et écrit nettement : pour eux, faire l'Eigenwand n'est plus de
l'alpinisme mais de la folie des grandeurs ; ceux qui veulent s' fourrer le font
à leurs risques et périls et ne doivent pas espérer être secourus. Après ça,
qu'est-ce que tu veux faire? Et moi, après le drame du Mont Blanc, je n'ai plus
droit à la parole. Si j'essaie de faire quelque chose, on me dira encore gue je
suis un prétentieux voulant se faire remarguer et l'on m'enverra sur les roses.
- Et si c'est quelqu'un d'autre qui monte la caranne de secours, iras-tu avec eux? A ce moment-là on ne pourrait rien te
reprocher, on irait tous les trois, comme ça tu ne te sentirais pas isolé. -
D'abord, qui veux-tu qui la monte cette caravane ? Tout le monde se moque pas
mal des quatre pauvres crétins en train de crever là et puis, même comme ça, je
n'irai pas. On trouvera encore le moyen de me chercher des histoires. Je ne veux
plus qu' on parle de moi, et d'ailleurs je ne suis pas indispensable ; un homme
en vaut un autre. S'ils le veulent, il y a assez de types capables en Suisse
pour faire un sauvetage difficile . - Ah ! là, Lionel, tu me déçois ! Tu n'as
pas le droit de faire passer des questions personnelles ayant le devoir. Il n' a
pas de doute, tu peux rendre service dans une affaire Comme ça, tu dois y
aller.- Non, je n'irai pas; je ne veux plus qu'on parle de de moi. Et puis ces
quatre types, c'est pas comme ceux du Mont Blanc, des braves gars qui ont
seulement manqué de chance; ce sont des fous, des idiots qui ont continué à
monter malgré le mauvais temps, ils pouvaient redescendre. Je n'ai pas envie de
me détruire pour des crétins pareils. - Et si on te demande de venir, tu n'iras
pas quand même ? - Ah ! ça, c'est autre chose. Si on me le demande formellement,
j'irai par esprit de solidarité, je ne peux pas refuser. Mais comme il n'y a que
Rubi qui sait que je suis dans le coin, il y a peu de
chances qu'on vienne me chercher. La matinée se passe sans rien apporter de
nouveau. Les nuages qui traînent le long de l'Eigerwand nous cachent toujours
les quatre grimpeurs, mais, au-dessus de nous, de nombreuses taches bleues
parsèment le ciel, et il semble que le temps va se rétablir. N'ayant rien à
faire à Grindelwald, nous décidons de partir en course. Vu les mauvaises
conditions, nous choisissons un objectif assez modeste, l'arête du Nollen, au
Mönch. Au milieu de l'après-midi, nous prenons le train de la Petite Scheidegg
avec l'intention de monter à la cabane Guggi. Dans le wagon, toutes les
conversations roulent sur le sort des égarés de l'Eigenwand, et un voyageur nous
apprend que, sur l'initiative de l'un des alpinistes de la quatrième ascension,
Sailer, une équipe de sauveteurs s'est constituée . A la station
Eigergletscher, il pleut si fort que nous décidons de coucher sur place et de
partir à une heure du matin si le temps se dégage pendant la nuit. Le repas est
silencieux : mes amis me sentent préoccupé, et eux-mêmes ont peine à supporter
l'idée qu'à quelques centaines de mètres.
de nous quatre hom mes
agonisent. Puis, brusquement, Kees dit: -Je crois qu'il faut que Lionel monte
rejoindre les sauyeteurs, c'est là qu'est sa place. Je réponds : - Peut-être,
mais je n'irai que si le chef de caranne me le demande. Sans discuter dayantage
Tom se leve et va au téléphone et appelle le Jung- fraujoch, au bout d'un
moment, on lui passe Sailer. Ils parlent quelques instants en allemand et je
comprends seulement des « Bergfuhrer », «Terray », «Chamonix », puis, me tendant
l'écouteur, il me dit: - Sailer veut te parler.Ce!ui-ci maîtrisant parfaitement
la langue française, la conversation est facile. Il me demande instamment de
monter. Sa carvanne est nombreuse mais composée en majorité d'éléments
techniquement assez faibles et il a un besoin impérieux de guides et
d'alpinistes de valeur. Il est près de 9 heures et ce soir aucun train ne doit
plus monter au Jungfraujoch. En conséquence, nous décidons de remonter le tunnel
à pied, le long de la voie. Mais les employés de la station Eigergletscher
s'opposent formellement à ce projet. Tom réussit à atteindre par téléphone une
personne de la direction, mais il est impossible d'obtenir l'autorisation ... Le
règlement est le règlement et il n'est pas d'action de secours qui tienne !...
.. Devant l'insurmontable montagne de bêtise et de mauvaise yolonté de
l'administration de ce chemin de fer, nous décidons de partir à 4 heures du
matin par la voie de la face ouest de l'Eiger afin de rejoindre au sommet les
sauveteurs partis du Jungfraujoch. Au réveil, Kees, ne se sentant pas en bonne
forme, renonce à nous accompagner afin de ne pas nous retarder
De afdaling met Corti.
p.104 La descente commence. Les débuts sont difficiles . A
l'aide de pitons de cordes, nous avançons. Débuts par étapes de 60 mètres.
Mais la pente est en glace recouverte cle neige " foireuse», coupée
"de banquetles déversées, en mauvais calcaire. Dans ce terrain clélicat,
ou nous faut clescenclre en diagonale vers la droite, notre équipe mangue
cI'expérience. Une cordée de trois Polonlais glisse et c'est retenue que grâce
à ]a présence l'esprit et à l'habileté de Tom.
Bientôt, les cing ou six meilleurs de l'équipe s'organisent et
la descente prend un certain rythme, mais le mauvais temps tournee à la tempête
de neige entremêlée de pluie. Nous sommes trempés jusqu'aux os. Les
tourbillons de neige nous emplâtrentt les yeux et nous glacent le visage.
Dans la nuit tombant il est impossible de continuer, sans courir à la catastrophe. Avec Gramminger, nous décidons de nous arrêter au premier
emplacement à peu près convenable. Ce dernier bivouac est un supplice. Nous
sommes très fatiqués
par les gros efforts de deux journées de travail. par le froid, le vent et la faim. Sur
vaque plateforme très exposée au vent, je me trouve seul à coté de lui . Tous
les autres sont alleés chercher refuge derrière des roches. Tom a été le dernier
à m´abondonner.
Laatste zin uit het boek van Heinrich Harrer "de Witte spin" Scheltens en Giltay, 1960

p.242. Aan het slot van zijn verslag van de reddingsactie 1957 schrijft Alfred Hellepart: "We hebben de echte, alle naties overbruggende kameraadschap van bergbeklimmers onder elkaar leren kennen. En die is ons heilig, die herinnering kan niemand ons ontnemen. En in dit verband willen wij ook enkele woorden wijden aan onze trouwe vriend Tom de Booy, die als kenner van vijf talen de aangewezen man was om als tolk in dit internationale gezelschap te fungeren. Maar dat wij elkaar ook zonder talenkennis begrepen, bleek bij het afscheid toen we elkaar de hand drukten en in de ogen keken. Moge het altijd en overal zo zijn op deze grote en mooie wereld!"
Naschrift
In 1959 wordt het lijk van Stefano Longhi geborgen door een
expeditie, die gesponsord werd door de Nederlandse uitgever Jaap Giltay.
Het raadsel van de verdwijning van de Duitse alpinisten
Nothdurft en Mayer wordt in 22 september 1961 opgelost. Gidsen hebben een
expeditie georganiseerd om het materiaal dat gebruikt was voor de berging van
Longhi terug te vinden. Toen een van de bundels van terug gevonden touwen naar
beneden geleden, zijn ze de westflank afgedaald en kwamen terecht in een spleet
waar ze de touwbundel terug vonden. Ze zagen ook twee lijken Het was
duidelijk te zien aan hun houding, dat ze mee zijn gesleurd door een
sneeuwlawine tijdens hun afdaling van de westflank. Ze hadden niet
direct door dat het ging om de Duisters het waren slechts skeletten.

Franz Mayer en Günter Nothdurft
In het mortuarium in Lauterbrunnen zagen ze dat de kleren van Duitse afkomst waren. Er waren slechts twee Duisters als vermist¨opgegeven nl Nothdurft en Mayer. Het konden dus allen maar deze twee zijn. De zuster van Mayer bracht uitkomst, die kon de kleren identificeren. Ook de tanden bleken van de Duitsers te zijn.

Krantenkop uit het dagblad Blick van maandag 25 september 1961
Hiermee is het laatste raadsel opgelost en gaat Corti vrij uit. Hij werd na de redding in de pers beschuldigd van de dood van de Duitsers. Hij is door de vondst van de lijken van elke blaam gezuiverd.
Het is nog even de moeite waard om na te gaan wie er allemaal bij de redding betrokken zijn geweest. Ik heb niet alle namen kunnen achterhalen maar het waren ongeveer 50 alpinisten uit 6 verschillende landen
Zwitsers: Robert Seiler met 5 leden
van de elite groep Le Bouquetins ( wo. Martial Perrenoud, Paul Müller, Willi
Uttendopler), Max Eiselin, Erich Friedli met een equipe van 21 man (wo. Walter
Stähli), Hermann Geiger de gletscher piloot, 8 Zwitserse gidsen olv Karl
Schlunneger w.o Hans Brunner
Duitsers: Ludwig (Wiggerl)Gramminger, Alfred Hellepart,
Walter Seeger, Herman Huber, Lother Brandler, Alfred Koch, Hubert Bail
Polen: Rubinowksi, Nowicki, Berbeka, Hajdukiewicz, Rogowski, Jakubowski,
Adam Skoczylas
Italianen: Ricardo Cassin en Carlo Mauri
Fransen : Lionel Terray,
Nederlander: Tom de Booy
29 september 1957 krijg ik een brief van Ludwig Granmiger "Ich werde die erlebte Internationale Berg Kamaradschaft nicht vergessen, hat es doch bewiesen dass mann nichts unversucht lassen Getekend met een goede wens: Berg Heil

Einde verhaal over de redding van Corti uit de noordwand van de Eiger
Eind september speelde ik voor het eerst mee in het derde elftal van de Amsterdamse hockeyclub een veteranen elftal. We speelden tegen Laren in Laren. Na tien minuten dacht ik dat iemand op mijn hiel trapte. Ik keek om me heen en zag dat ik er niemand achter me stond. Het bleek dat ik mijn achilles pees dwars door midden had gescheurd. Gauw naar het zieken huis aan de Prinsengracht in Amsterdam. Ik werd gauw geopereerd en ze namen een stuk uit mijn boven dijbeen en wikkelde deze om de gescheurde pees. Het bleek dat de pees al behoorlijk daarvoor was aangetast. Dit is zeer zeker het gevolg van de intensieve belasting van de pees tijdens de bergtochten van de zomer, vooral tijdens de beklimming van de Grosshorn waar ik veel ijswerk heb gedaan waardoor de pees extra wordt belast. Ik lag samen met de oude heer Pon, de eerste importeur van de Volkswagen. We hebben een bel systeem ontworpen dar we het Booiensysteem noemden. Dan kwamen de zuster sneller naar ons bed als we daarom vroegen. Ook herinner ik me het geluid van de Spoetnik (piep piep piep) die op 4 oktober door de Russen was gelanceerd.

Spoetnik de eerste onbemande satelliet gelanceerd op 4 oktober 1957 door de Russen
In het najaar kopen we voor 38.000 gulden een rijtjes huis aan de Rembrandtweg in Amstelveen




Foto's van de aanbouw van ons huis aan de Rembrandtweg in Amstelveen, genomen van oktober tot december
Onze film over de Andes Expeditie werd bekroond met de Grand Prix bij het festival voor bergfilms in Trento, Italië. Eerst werd de Zwitserse film over de Zwitsers expeditie naar de Mount Everest met de Grand Prix bekroond, maar toen onze film kwam werd de uitspraak herroepen.
30 oktober werd ik aangesteld als wetenschappelijk hoofdambtenaar, daarvoor was ik buitengewoon onbezoldigd assistent in tijdelijke dienst van het Geologisch Instituut

Sinterklaas met Mariette in ons kamer aan de Amstel 57
Inkomsten over 1957 :50 lezingen à f 100,- 16 lezingen à f 75, 22
lezingen à f 25, = totaal 6750
autoverhuur aan Stichting 12.700 km à 0.15 - f 1905. Gemeente salaris
vanaf 23 oktober f 2000.55
Lening gesloten met O.H de Booy- Gooszen ( mijn moeder)
f 10.000
H de Booy (mijn grootvader)
4.000
Mijn echtgenote
- 16.000 totaal f 30.000
Koopsom huis f 38.000 met een hypotheek van 17.500 5 1/2 % rente
Verdere uitgaven auto f 1230.55, afschrijving f 1000,. boeken f 188.54,
lidmaatschappen f 93.60, trainingstocht Terray en redding Corti f 300.
Dagboek 1958

Amstel 57 . We kijken uit naar ons huis in Amstelveen
Het grote moment is dan eindelijk aangebroken, dat we met ons gezinnetje een eigen huis gaan bewonen. 1 april zijn we dan van Amstel 57 naar de Rembrandtweg 397 in Amstelveen verhuisd. Niet meer afhankelijk van een hospita. Voor Adrienne vooral was het een hele opluchting, want ze heeft veel moeten slikken van de strenge mevrouw Krop. Vergeet niet ik mocht er begin 1954 bij de gratie Gods komen wonen. We hebben daar maar liefst 4 jaar gewoond en twee kinderen gekregen .

Rembrandtweg 397 Amstelveen. Links eind januari , rechts half april. Voor het huis mijn 2 CV.

Links Verjaardag van Mariette 24 februari met de trotse ouders en grootouders. Rechts: Jan Maarten en Mariette op de Borgerweg 5 in Aerdenhout

1e Excursie Ardennen met studenten in mijn functie als conservator Geologisch Instituut
Voor het eerst als conservator van het geologisch Instituut met studenten naar Spanje en Franse Alpen. Kees Egeler heeft Brouwer als professor in de algemene geologie opgevolgd. Ik ben zijn ondergeschikte, iets wat hij me soms wel liet merken. Toch was de verhouding tussen ons goed.
6 juni met de auto van Kees Egeler vertrokken voor kartering in Zuid-Oost Spanje. In Valance hebben we de auto in de garage gezet en zijn verder gereisd met de trein. In Murcia stond prof de Roever ons op te wachten. Hij had een auto met chauffeur gecharterd Uiteindelijk na veel plaatsen bezocht te hebben zijn we neergestreken in Huercal Overa. Zeer weinig te eten en in een zeer schamel hotelletje ondergebracht 15 juni kwamen de studenten, die hier gaan karteren voor hun doctoraal examen eventueel om later ook te kunnen promoveren. Wij moeten ze inleiden.
De bevolking leeft nog heel primitief. Vrouwtjes gesluierd op ezeltjes door verlaten landschap De mensen zingen op het veld soms in de trant van de flamengo.
Zondag 22 juni vanuit Spanje vertrokken naar de Franse alpen. Samen met Kees Egeler en Professor Mac Gillavry geologische verkenningen uitgevoerd. Vrijdag 27 juni aankomst van de studenten die hier komen karteren. De gebieden zijn gelegen in de Chartreuse en de Vercors, ten Noorden en ten zuiden van Grenoble.

Geologische excursie in de Chartreuse en de Vercors. Vlnr Staande: ? ,Klein, Tom de Booij. Prof Mac Gillavry, de Boorder, de Munck Keizer, ?, Kees Egeler. 2e rij.: Tine Geel, Tom Roep, ?. Voorste rij: Zwaan, Barkey, ?.
Adrienne komt 7 juli in Grenoble aan en gaan we samen met Mieke en Kees Egeler naar de Engadin en Tirol waar we o.a. de Ortler hebben bestegen. Adrienne gaat weer eind juli terug naar Nederland.

Toen Adrienne met mij vakantie vierden in de Franse alpen werden de kinderen ondergebracht in Aerdenhout. Vlnr: mijn zuster Maria , kinderjuffrouw Lans, Mariette, mijn oudste zuster Elsbeth , Jan Maarten

Jan Maarten en Mariette op de scooter van Marlof Strumphler
Lionel, Kees en ik gaan 28 juli dan twee bergen beklimmen en wel de Gran Zebru (3851 m) (Köningspitze) en de Piz Rosegg (3937) via de Noordwanden. Middel zware tochten.

Gran Zebru. We hebben de noordwand bestegen.

De route van onze bestijging van de noordwand van de Piz Rosegg in het Engadin, Zwitserland
6 augustus weer vertrokken uit Grenoble naar Spanje om weer 15 augustus weer naar de Franse Alpen bij Grenoble terug te keren voor de controle van de studenten om te zien wat ze van hun kartering terecht hebben gebracht.
Naar aanleiding van de bergdood van twee leden van de Nederlandse Alpen Vereniging heeft het KNAV lid Gi Kruseman een stuk geschreven in de Berggids, het orgaan van de KNAV. Ze behoorden tot de ´Groupe Sans Guides´, die zich afzette tegen het klimmen met gidsen.
Volwassen verantwoordelijkheid
De bergdood, die deze zomer smart bracht in twee gezinnen, heeft
iedereen in de kring der K.N.A.V. beroerd. Het waren immers twee der onzen, met
ons verbonden door eenzelfde neiging, éénzelfde liefde of eenzelfde hartstocht .
Wat betekenen echter deze gebeurtenissen voor onze Vereniging zelf? Mr
J.L.Wansink en Th.J.van Lookeren Campagne klommen immers beiden zonder gids. Als
touwleiders. En de K.N.A.V. heeft deze gevaarlijkste vorm van het alpinisme
sedert de oorlog niet alleen aanvaard doch ook erkend. Zij heeft de jongeren,
die het op eigen kracht wagen wilden, niet getracht daarvan te weerhouden doch
zij heeft hen met haar zegen laten gaan, al was het met een bang hart. Daarmede
is de vraag gesteld - waarover hier en daar de gemoederen hoog lopen - in
hoeverre de K.N.A.V. bij het gebeurde van deze zomer zelf mede in het geding is.
Nu ik met mijn overleden broer Daan tot de eerste Nederlanders behoorde, die
reeds vanaf 1923 de veiligheid, die de beroepsgids biedt, meer en meer
loslieten, terwijl ik na de oorlog als bestuurslid de meest uitgesproken
voorstander ben geweest van een herziening van het standpunt der K.N.A.V. ten
aanzien van het zelfstandig bergbestijgen, ook ik mij verplicht en geroepen om
op deze vraag mijn - zuiver persoonlijk - antwoord. Het luidt in het kórt zo: De K.N.A.V. draagt voor dergelijke ongevallen een eigen verantwoordelijkheid en zij
zal die moeten blijven aanvaarden of ophouden een vereniging van alpinisten te
zijn. Het verdedigen van dit standpunt staat in elk ander land dan het onze
tegenwoordig gelijk met het intrappen van een open deur. En dit was reeds lang
zo. Ja, in Duitsland, Oostenrijk, Frankrijk en Italië is het eigenlijk nooit
anders geweest. Reeds de pioniers uit die landen klommen praktisch allen "auf
eigener Faust" en toen ook meer en meer jongeren, ook al woonden zij ver van de
bergen zodat slechts de vacanties gelegenheid boden om de nodige ervaring op te
doen, zich op deze zelfde wijze gingen uitleven, deed dit nergens de vraag
rijzen, die mij hier bezig houdt. Integendeel vormden en vormen deze
zelfstandigen de meerderheid zowel in de Besturen als van de actieve leden der
nationale verenigingen en van hun afdelingen. In de loop der jaren hebben velen
hunner het leven gelaten zoals thans onze twee leden, doch van een alarm zoals
dat nu hier en daar in de K.N.A.V. geslagen wordt, was nooit sprake. Dat
lag ook niet in de lijn. In al deze landen immers strekt men de opvatting dat de
beoefening van een sport, wil zij haar volle waarde hebben, het handelen voor
eigen rekening en risico impliceert, niet alleen uit tot het alpinisme doch acht
men die daarop zelfs in het bijzonder van toepassing. Bij deze sport immers meet
de mens zich niet met andere mensen doch met de natuur en deze krachtmeting, die
één, zo niet hét kenmerk van het alpinisme uitmaakt, verliest grotendeels haar
betekenis wanneer men niet werkelijk,. zoals de touwleider van een gidsloze
partij, op eigen kracht is aangewezen. Zouden dan zij, die de bergsport in deze
zijn volledigheid beoefenen, moeten gelden als buitenbeentjes, wier doen en
laten niet komt voor verantwoordelijkheid zoals elke vereniging als gevolg van haar werving voor de door haar vertegenwoordigde
sport die op zich neemt? Niettemin nam de N.A.V., ook al stond juist het
oude gilde met Visser en de Bruyn als centrale figuren tegenover deze
buitenbeentjes met de spijtige waardering van te vroeg geboren broers, tot aan
de oorlog dit standpunt ex officio in. Nadien ontviel daaraan echter de steun
van onze gouden gulden en van de hoge inkomens na belasting, terwijl een jonge
generatie met de haar eigen aspiraties en een sterkere behoefte dan ooit aan wat
de bergen bieden kunnen, zich aanmeldde. Toen stond, zoals ik het in het
jubileumboek uitdrukte, de K.N.A.V. voor een keus tussen een ondergang in
deftigheid en het trekken van de consequenties uit het praedicaat
Koninklijk. Na heftige, meestal binnenskamerse debatten, koos zij de
koninklijke weg en stelde zich zonder discriminatie achter het alpinisme in zijn
volle regenboog scala vanaf het donker-lila van de bergwandelaar tot het
helle groen van de gidsloze. Zij aanvaardde daarmede de verantwoordelijkheid
van een volwassen alpenclub. De gevolgen uitten zich niet alleen in het
ledental doch ook - en sterker dan zelfs de voorvechters zoals ik verwacht
hadden - in het aantal jongeren dat op eigen kracht de bergen in toog en hen zelfs aanpakten langs
routes waar wij destijds nog niet van droomden. Dienovereenkomstig steeg
intussen onvermijdelijk ook de kans op ernstige ongelukken. Eerst deze zomer
echter voltrok zich aan twee der onzen het noodlot dat jaarlijks menig lid der
buitenlandse verenigingen treft. Wederom staat nu de K.N.A.V. voor een keuze.
Zij kan, van kleur versschietende, proberen om haastiglijk haar handen weer van
het gidsloos alpinisme af te trekken. Doch zij kan ook - en zij zal naar mijn
verwachting - kleur bekennen door de verantwoordelijkheid, die zij 10 jaar geleden zonder het volledig te beseffen op
zich nam, thans bewust te aanvaarden gelijk elke andere Alpenvereniging dat
doet: Als de smartelijke doch onlosmakelijke keerzijde van wat het
zelfstandig alpinisme meer dan welke sport ook, aan jonge ondernemende mensen te
bieden heeft. Daarmede betreedt de K.N.A.V. dan met open ogen de weg naar de volwassenheid,
die nu eenmaal in het leven zelden zonder pijn begaan werd, en kan zij zich er
op gaan bezinnen, wat haar verantwoordelijkheid tegenover het gidsloos alpinisme
medebrengt. Ik hoop op deze positieve vraag een volgend maal in te gaan. Daartoe
diende ik echter allereerst stelling te nemen tegen de opvatting dat de K.N.A.V.
zich van het gidsloos klimmen wederom geheel moet distantiëren, opdat zij zich,
mocht zich opnieuw zulk een ongeval voordoen, de handen in onschuld kan
wassen. Met alle respect voor de personen, die aldus de klok zouden willen
terugzetten, meen ik een dergelijke opvatting te moeten disqualificeren als een
réculer pour mieux s'excuser".
De Koninklijke Nederlandse Alpen-Vereniging ware dat onwaardig. G.E.Kruseman

G.E.Kruseman 1899-1975. Opende in 1930 een nieuwe route op de Weismiss-noordoostzijde.
In september heb ik een geologische excursie georganiseerd naar de Zwitserse alpen. Uiteraard was de leiding in handen van de professoren Egeler en MacGillavry. Ik herinner me nog een aanvaring met een boer, omdat ik een foto wilde maken van een houtenbeeldje dat hij in zijn tuin had staan( zie foto). Een ander voorval van de Zwitserse mentaliteit was het moment dat ik de rekening moest betalen van een hotel in Luzern, waar we vier nachten hadden gelogeerd. De rekening was incl 10% Zw Fr 3400. Helemaal onderaan stond 1 aspirine Zw Fr 0.10. Een student had bij de receptie om zo'n pilletje gevraagd voor het verdrijven van een kater. Ik vroeg de juffrouw aan de balie waarom er geen 10% bij was berekend . Ze antwoordde:: "Dass ist unsere Service". Het hoogtepunt was wel het verblijf in Zermatt. Schitterend weer een zeer interessante geologie.

Boze boer berispt Tom de Booij

Een frisse duik in het Vierwalderstätter meer

Rustpauze tijdens de geologische excursie in Zermatt.

Groepsfoto van deelnemers geologische excursie naar Zwitserland, op achtergrond de Matterhorn
Weer terug in Nederland vele lezingen gegeven en het uitwerken van geologische resultaten van de Andes Expeditie 1956.

Najaar 1958. Mariette en Jan Maarten in mijn studeerkamer op de derde verdieping van ons huis aan de Rembrandtweg

Sinterklaas op bezoek in ons huis in Amstelveen waar de jeugd van de buurt was uitgenodigd

Winter 1958/59. Adrienne met haar twee kinderen en de door hun gemaakte sneeuwpop
Overzicht van mijn inkomsten over 1958:
Salaris wetenschappelijk hoofdambtenaar f 12.911,02
32 lezingen f 3200, autoverhuur 5696 km à f0.15 f 854 40
, autoverhuur aan gemeente Amsterdam 2653 km à f 0.20 530.60.
Dagboek 1959
Heel vreemd is het, dat ik van dit jaar heel weinig herinner, behalve wat familiefoto's en de briefwisseling van Adrienne en mijzelf tijdens deze expeditie in Peru is er vrijwel geen geschreven materiaal overgebleven. Ik moet nu dus geheel op mijn herinnering afgaan. Behalve veel lezingen heb ik hard gewerkt aan de resultaten van de Andes Expeditie 1956.

Links: Pasen op de Catslaan. Rechts: Adrienne met haar twee kinderen

Adrienne met haar twee kinderen op bezoek bij Elsbeth en Jacob, die een huis hadden bij Almen

Jan Maarten geeft aan dat de trein net is voorbij is gekomen bij Almen
Zandvoort

In de achtertuin van ons huis in Amstelveen. Lnkss: Bram Vroegop. Sandy en Erik Teeseling. Jan Maarten, Mariette. Rechts spiebelen in de tuin
15 juni vertrokken naar Grenoble voor de controle van kartering van de studenten. 26 juni naar Spanje, behalve de controle van studenten ook nog eigen veldwerk gedaan in de omgeving van Huercal Overa, waar ik belangrijke geologische vondsten heb gedaan,. die ik ook later heb gepubliceerd. Mieke en Adrienne zijn ook een tijdje bij ons geweest. Heel tragisch was de ziekte, die de student Koelstra kreeg. Hij had een acute kinderverlamming, maar van een zeer agressieve soort. Door het slechte eten en de grote warmte, waren de studenten en wij zelf duidelijk ondervoed wat er misschien toe heeft bijgedragen dat het zo snel bij hem is gegaan. We hebben hem in het ziekenhuis van Granada steeds opgezocht. Maar op een keer toen we in het ziekenhuis kwamen, bleek hij te zijn overleden. Op 24 juli hebben we hem begraven . Hij moest als niet katholiek buiten de muren van de begraafplaats worden begraven. Ik herinner dat de gammele houten kist nog is gekanteld. Zijn ouders waren uit Nederland overgekomen. Het was alles heel erg triest...

Links: de zusters van het ziekenhuis van Granada, die Koelstra verpleegd hebben. Adrienne staat naast de zusters Rechts: de begrafenis van Koelstra op de begraafplaats San José. Ik help de kist dragen( tweede van links)
Samen met Lionel Terray heb ik nog een alpine invitatiecursus georganiseerd. Helaas kon ik deze niet meemaken omdat het viel in de tijd dat Kees en ik in Peru waren voor geologische onderzoekingen
Tweede invitatiecursus was van 15 augustus 27 augustus in het gebied van Chamonix. De deelnemers waren Chris Korthals Altes, Barry Wittich, Rob Leopold en de drie broers Paul, Holger en Peter van Lookeren Campagne. Eind september kreeg ik een brief van Paul van Lookeren Campagne om te zeggen, dat de cursus een groot succes was geweest en ze veel zware tochten hebben ondernomen. Ze hadden 1 bivak gehad en vooral was de verhouding goed geweest met Lionel Terray en René Desmaison.
Van 27 juli tot 8 Augustus ga ik weer naar de Franse Alpen voor de controle van studenten.
Terug in Nederland voorbereidingen getroffen voor onze reis naar Peru. Kees en ik vertrokken13 augustus. Dankzij de briefwisseling met Adrienne kan ik deze reis nog enigszins reconstrueren. Helaas zijn geen foto's van deze reis bewaard gebleven.

De familie op het terras van ons huis aan de Rembrandtweg. Vlak voor mijn vertrek naar Peru
Citaten uit de brieven van Adrienne en Tom van 16 augustus tot 23 oktober:
Mooi bezoek aan haciënda van Don José Orihuela een groot groot bezitter te midden van de woeste bergen, een luxueus huis. Slaapkamer met bedden uit het jaar 1530 geheel met goud. Ook een Frans Hals aan de muur van onze slaapkamer. We kregen een chauffeur en camionette ter beschikking. We hadden van het gebied luchtfoto's gekregen.
Brief van 28 augustus : Mijn verjaardag verliep normaal, Kees
heeft er natuurlijk niet aan gedacht. Hij feliciteerde me de 26 ste toen hij de
brief van Mieke kreeg. Hij voelde zich wel een beetje verneukt. Het is toch een prima
kameraad. Indianen feest meegemaakt dat door één Indiaan moest worden
betaald.4 dagen
drinken kosten f
1000, waarvoor hij jaren krom moet liggen, als hij het niet kan ebtalen
vervalt hij in een lager klasse We maakten tochten
naar het zelfde gebied van 1956, we begrijpen nu iets meer van de geologie. 29 augustus met trein naar Ollaytambo
voor een tocht van 8 dagen tocht. Bezochten een Indianen
dorp op 3000 meter waar nog nooit een blanke was geweest. Kregen een aanval
van 3 condors alles zeer angstig.
11 september vind ik graptolieten in een gesteente wat duidt op een siluurische
ouderdom, ook al ook gevonden in de jungle in 1952
Het was anders dan we gedacht hadden we hadden aangenomen dat de gesteente jonger waren.16 september
weer terug in Cuzco om daarna van 18 - 25 september een nieuwe tocht te ondernemen.
Vrijdag 18 september met trein naar Huallabamba. Bij aankomst bleek
dat 3 zakken met proviand en tenten niet was meegekomen. Er was een locomotief in het
ravijn gevallen en was de rails geblokkeerd en kon geen vrachtverkeer plaats
vinden. We moesten uitstappen en 6 km lopen. Gelukkig kwam
het materiaal de volgende ochtend met de passagiers trein. Kamp
geïnstalleerd
in Paucartambo. We hadden van 19 augustus tot
19 september mooi weer gehad, maar tijdens deze tocht regen en nog eens regen
afgewisseld door sneeuw. Om te schuilen voor de regen wilden een indianen hut
kruipen, maar de vrouw des huizes wilde dit niet, want haar man was niet
thuis en wasbang om verkracht te worden. Ze ging stenen oprapen in het
geval, dat wij toch maar binnen zouden gaan Moe en wel weer naar Cuzco
terug gekeerd. Mijn gewicht is 78
kilo
Nu enkele passages in de brieven over mijn zoon Jan Maarten. Adrienne schreef, dat hij veel slaapwandelt. Ik stuur Adrienne een artikel in de Reader's Digest van de komiek Danny Kaye die aangeeft hoe ik me moet verhouden met Jan Maarten. Zo schreef ik in een brief.: Het verhaal van Danny Kaye weer 2x gelezen en weer 2x gehuild. Het is zo precies in de roos geschoten. Als de therapie helpt dan ga ik hem vast een bedankbrief schrijven. Wat typisch dat hij een kleur kreeg toen je iets zei over mijn terugkomst. Wat een intens gevoelig mensje. Ik zal mijn best doen om hem op te vangen. Ik hoop dat je goed zal onthouden, dat ik gewoon zal doen en niet dat je het verkeerd interpreteert. Ik heb in mijn brief vele citaten uit het artikel aangehaald. Ook in andere brieven blijft dit probleem me bezig houden.
Hier volgt het verhaal, dat zo een indruk op mij heeft gemaakt:
How I learned a lesson in parenthood by Danny Kaye
How many parents, I wonder, have had to learn the hard
way, as I did, how delicate the relationship is between an adult and a child,
and how easy it is to distort it? Like so many other children, my
daughter Dena is growing up in a family where her father is
frequently away from home; and, like so many other fathers, I tried to make my homecomings compensate
for these
separations. I'd arrive with joyous shouts and a suitcase full of presents,
sweep Dena into my arms and smother her with plans for the next day, the next
week. I'd hug her close, trying to make up for the lost time, the missed love.
But my exuberance just didn't seem to be contagious: at each reunion she responded to me less. And I didn't know what to do about
it. Then in the spring of 1954, when Dena
was seven, I was faced with a protracted absence from home. A U.N. official had
said to me, "We're trying to help same children grow up instead of dying at the
age of eight or ten, and we'd like you to give us a hand." He explained that an
anti-TB vaccine costing only one cent per shot could mean lire to uncounted African and Asian children; that one injection of penicillin could cure the
terrible ulcers of yaws; that leprosy, malaria and other ancient scourges to
which millions of innocent children are heir could be defeated by modern
medicine-if the world would only help. ----He asked me to the tour the medical and nutritional
stations maintained by the United Nations Children's Fund and the World Health
Organization, and with a camera crew shoot a color film to be titled
"Assignment-Children." It was hoped that this film would focus public attention on the problem and elicit the support so desperately needed. The U. N.
official also thought I might be able to entertain the children and help them
overcome their fears when suddenly faced by doctors and glittering medical
paraphernalia. There was little I could say but yes. I delayed telling Dena as long as I could.
Then suddenly at bedtime on a Sunday evening she looked me in the eyes and said
solemnly, "You're going away." "Well, ... " I said. "Yes." While I had
stalled and searched for the best way of breaking the news, she had seen the
truth and spoken it. "When are you going?" she asked gravely. "Not for a whole week. And we'll have a
ball during that time. A beach party, every day, if you like. How about it?" "All right," she said, but without enthusiasm. Dena had
already gone away from me.
We opened our tour by joining a mobile
U. N. vaccination unit in India, traveling from one small village to another. The children were naturally awed and frightened when we arrived with our
needles, and my job was to win their friendship and confidence. For me to be
introduced to them as a movie star was obviously ridiculous. These children didn't know what a movie
was. If I exploded· upon them with a big fanfare, they'd only see a big-mouthed
redhead who made a lot of noise in a foreign language and interrupted
something much more important, such as drawing a picture in the dust or thinking
secret thoughts. Al! children have a great sense of privacy and you violate
it at your peril. I quickly learned to move in quietly,
letting them come to me. I'd wander through a village and sit down on the ground
some place, certain that curiosity would eventually lead the children to me.
When they got close enough I'd make a funny face at them and there'd be giggles.
Soon someone would make a funny face back
and we'd have a fine contest going, with everyone laughing and relaxed. Then I'd
clap hands and start a follow-the-leader game that took us down the lanes and
around the temples and pagodas, to end up before the waiting doctors. The
children submitted to the injections, comforted not by any skills of mine but
because they saw in me a reflection of themselves. Thus the adult world was
suddenly not quite so alien and overwhelming. I remembered this lesson when I went to
entertain patients in, the children's ward in Mysore Province in south-central
India. It was a day when the very land seemed fevered. Twenty iron cots lined the
walls of a stifling room, and at the far end was an upright
piano. The children paid no particular attention to me as I walked down the
aisle between the beds, nor did I to them. Standing beside the piano and
tapping the beat out lightly, I hummed a song to myself. A couple of little
boys glanced at me curiously, then turned back to the beads they were stringing. My accompanist whispered to me, "Danny, belt one out!
Wake 'em up!" I shook my head. "Give me 'Blue Skies,' real easy." This time I sang the lyrics instead of
humming, but quietly, again as if to myself. Several children were gravely
watching me now, and by the time I had started the third song a few of the more
venturesome had climbed out of bed and come over to the piano. When I finished the song we
stared at each other for a moment of dignified silence; then I made a face and
they laughed. It was that laughter that brought every child in the room to
attention and soon into the party. Their
laughter made us friends, not mine. They came
to me, and on their own terms. But somehow I didn't see how this
lesson applied to my relationship with Dena. Not until I witnessed little Kirim
and his parents, and their ordeal in a primitive hospital in central India. Kirim was a delicate boy of five, brought in for surgery. He was given an
anesthetic, operated on and placed in a small crib to regain consciousness.
Throughout the entire procedure his parents stood reassuringly close by, where,
until the anesthetic took over, he could see their calm dignity, their outward
appearance of serenity. I was nearby when Kirim finally opened
his eyes after the operation. If I'd been his father I'd probably have joked and
laughed and tried to make the boy smile. But as I watched the boy look up at
the familiar and loved faces of his father and mother, I
suddenly realized how wrong I would have been - how deep was their wisdom.
They spoke his name and touched his hand, but gave no display of their own
concern and emotion. During the following hours they talked only when Kirim
wished to talk, laughed only when he did, were silent when he was silent. They
did not impose themselves upon him, did
not use his small being to ease their own anxiety. They let him
decide how much attention he needed, how much love he wanted
displayed, and when. They we re a great reservoir of strength he could dip into
at will. After my tour had covered 40,000 miles,
through Burma, Thailand and Africa as well as India, I turned at last homeward.
Through my memory ran an endless parade of little faces, black ones, brown ones,
tan and yellow and golden ones. Now I wanted only to see one small pink and
white face. As I stepped from the plane, my wife and daughter greeted me with
the reserve that comes from a long separation. I kissed them warmly- but quietly- and the three of us left the field
hand in hand. I wanted so to walk doubled
over with my face thrust against Dena's, forcing upon her my attention, my love,
my accumulated sense of loss. I wanted to hold her tight, literally to squeeze
out of her the admission that she had missed me .... I wanted it all now, this
instant! But at last I knew better. She would
take her own time before accepting me again as ·part of her life. Usually it
required about a week, and the more I bounded at her, I realized now, the slower
it would be. During the drive from the airport
Dena's mother and I talked casually about things that had happened at home
during my absence. Intuitively my wife understood what I was
doing, and together we tried to emphasize not the interruption in our lives but
the continuity. We talked as if I had gone away only yesterday. Dena
participated in the conversation, but tentatively, cautiously. At home we had supper on the terrace and
were sitting
quietly over coffee when Dena suddenly threw her arms in the air and
cried, "How about a beach party tomorrow?" "Hey!" I cried in response. "How about that!". I opened my arms to catch her
as she launched herself at my neck. It had been but three hours since my plane landed.
Since that day I have tried never to drive my daughter from me by overwhelming her with my own moods. And I've learned that
this principle doesn't just apply to long separations. Even when I'm making
pictures in Hollywood-coming home each evening after the day's work like so
many other fathers. I return with some calmness, holding my emotions in
reserve to see what her needs may be.
I try to be her reservoir of strength. Someday, when she's older, I'll tell my
daughter why her father changed. Then she will understand what we owe to Kirim
and his parents.
Maandag 28 oktober naar het Veronica gebied, waar we in 1956 ook al waren geweest. Het bleek dat de baby die we hadden gefotografeerd op de rug van een meisje niet meer leefde.

Foto van onze Andes Expeditie 1956. Bij terugkomst in 1959 in dit gebied bleek de baby te zijn overleden.
Zo eindigde onze expeditie.. 31 oktober vertrokken van Lima en landen op 2 november op Schiphol.
23 oktober ben ik in vaste dienst gekomen van het geologisch instituut als wetenschappelijk hoofdambtenaar

Sinterklaas voor de kinderen uit de buurt van de Rembrandtweg , Zwarte Piet is van Rob van Teeseling onze tandarts.. Mariette staat hier voor de Sint

Het gebruikelijke kerstmaal bij de familie Strumphler, vlnr Jan Maarten, Daniel Strunphler, Mariette, mijn schoonmoeder Fietjs Strumphler-van Riemsdijk

Kerstmis Catslaan 3. Mijn moeder gluurt door de voordeur naar het gezinnetje

Mariette en Jan Maarten voor ons huisje in de Leemkulle bij Hattem dat we gehuurd hadden
-2- .