Elitevorming door de Eeuwen heen

Inleiding

Eind zeventiger jaren heb ik samen met Joost van Steenis een blad uitgegeven met de titel Macht en Elite. In totaal zijn 10 nummers verschenen in de periode van november 1977 tot januari 1980. De artikelen waren sterk politiek getint. De grond stelling was : De economische en politieke macht in Nederland is in handen van elites. Nu zijn we ruim 25 jaar verder en heb ik na het herlezen van de tekst  gemeend om het gepresenteerde feiten materiaal -  in een ander jasje gestoken  - voor een deel weer af te drukken. Reden is dat men nog steeds geen goed beeld heeft van de samenstelling en vooral de historische ontwikkeling van de elitevorming in Nederland. De aanleiding die heeft geleid tot het weer opnieuw onder de aandacht brengen van onze studie van de elite is gelegenheid in het feit, dat eind vorig jaar een fraai uitgegeven  boek is verschenen van Kees Zandvliet onder de titel: : De 250 rijksten van de Gouden Eeuw, met als subtitel: Kapitaal, macht, familie en levenstijl.. Een uigave van het Rijksmuseum Amsterdam en Nieuw Amsterdam Uitgevers ISBN 90 8689 006 7.

Ook heeft medegewerkt bij het weer opnemen van de studie van de Nederlandse elite door de eeuwen heen, de bijlage van het blad Quote getiteld 250 rijksten van de 17e eeuw. Hier worden de 250 rijksten (niet de 264) opgenomen met een korte beschrijving alsmede inleidende artikelen en fraaie foto's van personen die volgens de redactie van Quote tot de oude en nieuwe elite behoren De redacteur Jort Kelder zegt in het begin van het nummer het volgende:op pagina 006: " Want wie de door conservator samengestelde top 250 doorneemt concludeert dat de Bickers, de de Graeffs en de Bentinck van Schoonhetens toen de Breukhovens en 'Boons & Kroons' van vandaag zijn".
In de hierna volgende studie over de elitevorming zal blijken, dat Kelder niet geheel op de hoogte is van dit onderwerp en dat de elite van nu niet bestaat uit de door hem genoemde personen. Het zou misschien wel zo kunnen zijn, dat hun kindskinderen  in het blauwe boekje zouden kunnen worden opgenomen Zo ook bv de kindskinderen van John de Mol!     

Zandvliet heeft gekozen  om de rijksten in de Republiek van de 17e eeuw in volgorde van vermogen te behandelen. Hij legt de onderste grens bij een vermogen van f 200.000 en komt dan uit op een aantal van 264 rijksten. De belastingregisters vormen de bron voor  informatie over de vermogens. Als we verschillende personen de revue passeren blijkt, dat de hoogte van de vermogens ons geen inzicht verschaft over de plaats, die zij hebben ingenomen in de historische ontwikkeling van de elite vorming. Op nummer 1 staat de familie van Oranje met en vermogen van f 25.000.000.  Nummer 2 (vermogen van f11.000.000 ). lijst is Hans Willem Bentinck een telg van de oud Gelders en Overijsselse adel uit de 13 eeuw. De Bentinck';s zijn een veel ouder geslacht dan de Oranje familie. Hierop zullen we later uitgebreid terugkomen. Op  No. 3 (vermogen van f 1.900.000) staat  Elisabeth Tiellens,. weduwe van de zijden lakenkoper  Michiel Tiellens (1620- 1679) Hij heeft pas eeuwen later zijn vermogen door de handel verkregen. Alhoewel alle beschrijvingen bij de 264 rijksten bijzonder goed gedocumenteerd zijn en voorzien van schitterende afbeeldingen die een lust voor het oog zijn, maar men mist de historische ontwikkeling. Daarbij komt nog dat Zandvliet er voor gekozen een horizontale doorsnede te maken  van slechts één eeuw. Zodat ontbreken de telgen van de machtigste familie Boelens  van Amsterdam in de 16e eeuw De familie heeft de voor de alteratie van 1578 een dominerende rol in Amsteradm Een citaat  uit het boek van G.J. van Wieringen in 1881 Het patriciaat van Amsterdam vertegenwoordigd door de genealogie van 't geslacht Boelens geeft dat duidelijk weer:

"Er is wellicht geen geslacht geweest, dat de wisselende lotgevallen van Amsterdam langer heeft gedeeld, dat zich voor de belangen van onze vader stad warmer in de bres heeft gesteld en met meer juistheid van blik de stadshulk in de richting heeft gestuurd, die het voor het stadswelvaren noodig had dan juist het geslacht Boelens. Vindt men het eerste bewijs in de regeeringslijsten, waarin de naam Boel of Boelens tusschen 1360 en 1680 meermalen wordt genoemd,voor het andere behoeft men slechts de geschiedboeken der stad op te slaan om overtuigd te worden van den invloed dien de leden van dit geslacht op den gang van zaken hebben uitgeoefend"

Dan missen we  een van de machtigste en rijkste man van Amsterdam Andries Pels aan het begin de 18e eeuw, omdat Zandvliet alleen de 17e eeuw behandelt. In het standaard werk  van Joh. R. Elias 1903 De vroedschap van Amsterdam 1578-1795 boek van Elias - waar Zandvliet in zijn boek veel van heeft overgenomen staat het volgende over deze Andries Pels : (p.813)  

"Andries Pels geb. 2 sept 1655 st. 8 febr 11731 was de allervoornaamste en rijkste koopman, reeder , bankier en assuradeur van zijn tijd in Amsterdam. Zo liet zijn zoon Jean Lucas Pels een vermogen achter van  f 1.15.200 "

Waar volgens mij geen rekening wordt gehouden is dat de mannelijke lijn uitsterft. Het is de vrouwelijke lijn die in hoger mate belangrijk is voor de continuïteit van de elite . Zo sterft de mannelijke lijn uit van de genoemde  machtige Andries Pels. Hij had 5 kinderen, 3 dochters Anna Maria, Catherina, Johanna en Sara waardoor bij hun huwelijk de naam Pels verdwijnt. Zij waren getrouwd resp. met Jan Jeronimus Boreel , Mr Willem Munter, en Jan Bernd Bicker  Zijn zoon Jean Lucas is twee keer getrouwd, maar sterft kinderloos,  de andere zoon Pieter sterft ongehuwd. Zoals we later zullen zien vormen de drie echtegenoten van zijn dochters een belangrijk deel; van de 18e eeuwse elite.

Een ander voorbeeld dat aangeeft hoe een familie op een andere manier uit de elite kan verdwijnen. Het betreft hier een tak van de familie van de Poll. In het boek van Dorine Hermans en Daniela Hooghiemstra 'Vertel dit toch aan niemand' Leven aan het hof.. Uitgave Mouria  2006. ISBN 90 458 4862 7 staat op pagina 117-118 het volgende:
" Genealogisch gezien belandden de Van de Pollen op een dood spoor. Toen Henriëtte in 1880 aantrad als hofdame (red. van Koningin Emma) had Fredrik Harmen van de Poll zeven nazaten, terwijl het onzeker was of de Oranjes de volgende eeuw zouden halen. Achtenvijftig jaar later waren de rollen omgedraaid. Juliana kreeg toen haar eerste dochter Beatrix , terwijl Henriëtte, Claire, Louise en Joanna in het Huis Beek en Royen het naderende einde van hun familie onder ogen moesten zien. De Van de Pollen die hun levens hadden gegeven voor de Oranjes in de hoop op status, die leefden voor de glorie van hun stamboom, die huwelijkspartners afwezen omdat zij niet aan criteria voldeden stierven in 1972 uit met de dood van de jongste zuster Joannna". .

Dan is er nog iets anders wat vaak niet wordt onderkend is, dat het hoofdzakelijk de moeder is die de de taal en de gebruiken aan het kind met de paplepel meegeeft. In een boek van Ursula den Tex  (Anna Baronesse Bentinck 1902-1989. Een vrouw van stand. Uitgeverij Balans. ISBN 90 508 589-4) zegt zij op pagina 9: " Vrouwen geven het leven en cultuur door aan hun kinderen, maar de adelstand is alleen overleefbaar in de mannelijke lijn. Later is het kind zich gewoon nog niet direct bewust dat het een andere taal gebruik dan de niet tot de elite behorende mensen De franse schrijver en filosoof Sartre weet dit in zijn geschrift (Manifesten L.J.C.Boucher, den Haag 1969) over de  Mensen bij de Gratie Gods  treffend te verwoorden:
"Omdat hij geboren is in een milieu van heersers, is hij er van jongs af aan van overtuigd dat hij geboren is om te heersen en in zekere zin is dat ook waar, omdat zijn ouders, die ook heersers zijn, hem hebben verwekt als hun opvolger. Er ligt een bepaalde sociale functie op hem te wachten in de toekomst, waar hij zomaar in kan stappen zodra hij oud genoeg is, en die voor hem ais het ware zijn metafysische realiteit betekent. (...) Dit sacrale karakter dat de bourgeois heeft voor zijn klasse, en dat tot uiting komt in een heel herkennings-ceremonieeI (zoals het groeten, het visitekaartje, huwelijks- en overlijdensberichten, het hele ritueel van beleefdheidsbezoeken enzovoorts". :

Het is aan toekomstige onderzoekers om na te gaan hoe de elite zich na 1980 heeft ontwikkeld. Nu 27 jaar later lees ik in het  NRC van Donderdag 22 februari 2007 een artikel dat laat zien hoe de Nederlandse financiële elite in stormweer terecht is gekomen en het helemaal de vraag is of zij,  opnieuw zoals vroeger,  tijdig de bakens kan verzetten als het (storm)tij keert. Enkele citaten uit het artikel van Menno Tamminga: Op Ramkoers met de financiële elite

"De Nederlandse financiële wereld was decennia een club knusse kapitalisten. Tot ver in de jaren negentig waren de grote Nederlandse financiële instellingen nauw met elkaar verweven. Via participaties  in elkaars aandelenkapitaal. Via aandelenbelangen in 'gezamenlijke' bedrijven ... (...) En ten slotte waren zij verenigd in hun Nederlandse sociale en zakelijke afkomst. Ze trokken samen op in mislukte en geslaagde reddingen voor probleembedrijven (DAF, Fokker) of kwamen elkaar tegen in het bestuur van Het Concertgebouw. Nu niet meer. Verzakelijking en liberalisatie hebben de ondernemingswereld veranderd. Beleggers en speculanten voeren de boventoon en streven naar het allerhoogste. Financiële opkopers en amokmakers met duizend miljarden dollars behoren nu tot de beste klanten van de financiële wereld (..) Nu krijgt ABN Amro zelf zo'n brief, opsplitsen, jezelf verkopen, maakt ons niet uit, als het maar geld oplevert"

Gisteren 24 februari 2007 stond op de voorpagina van het NRC een artikel over het financiële geweld van de nieuwe elite van kapitaalbezitters. Ze beheren een bedrag van 1400 miljard euro . De onderliggende waarde van alle afgeleide producten (derivaten) is wereldwijd 369.000 miljard euro. Dat is een veelvoud van de wereldeconomie. Het artikel eindigt met de onheilspellende zin: "Niemand kan de mogelijke consequenties overzien".

Ik hou me daarom maar liever bezig met de ontwikkeling de Nederlandse financiële elite van de middeleeuwen tot 1980.