Engelien de Booy 17 juni 1917- 11 oktober 2007

Engelien de Booy gestorven op 11 oktober 2007
Tekst van de woorden, die ik heb gesproken bij de crematie van Engelien de
Booy op 17 oktober 2007, Bilthoven
Lieve familie en vrienden van Engelien de Booy, Mijn naam is Tom de Booij. Engelien was de zuster van mijn vader Tom en mijn
laatst levende tante.Engelien heeft het de laatste jaren van haar leven heel erg moeilijk gehad en
heel toepasselijk zijn de woorden uit het vierde deel van de 2 symfonie van
Mahler, die jullie zo juist hebben gehoord : Der Mensch liegt in grösster
Noth! Der Mensch liegt in grösster Pein! Je lieber möcht’ ich im Himmel sein.
Het moge een zegen voor haar zijn, dat haar lijdensweg nu is volbracht. Maar het
is ook het ogenblik om stil te staan bij het leven, dat ook vele zonnige kanten
heeft gehad. Vooral denken we aan wat Engelien in haar 90 jaar allemaal heeft
gedaan. Haar grootste liefde was het archiveren van documenten. Ze was dan
helemaal in haar element. Voor onze familie is van grote waarde geweest hoe zij
de dagboeken van haar vader heeft bewerkt en voor het nageslacht heeft bewaard.
Uit deze dagboeken wil ik enkele citaten voorlezen, die een goed beeld geven van
Engelien in haar eerste levensjaren en waarin al duidelijk de contouren van haar
leven zichtbaar worden.
17 juni 1917. Zo-even geboren Engelina Petronella om ½ 2 uur in de nacht. Na
erge maar korte pijnen. Toen de dokter kwam was het kindje meer dan 1/4 uur oud.
Alles in orde!!! Gewicht 7½ pond. 3 uur de dokter weer vertrokken. Heb met hem
zitten praten over het nadeel verbonden aan het droogmaken van de Zuiderzee.
Zondagavond 4 november 1917. Onze kleine Engelina is een grote vreugde voor
ons. Zeker hebben wij ook veel geluk gehad van onze Tom, Alfred en van Olga toen
ze zo klein waren als Engelina, maar het is vreemd dat ik mij eigenlijk alleen
van Tom iets herinner als baby. Engelina ziet er allerliefst uit, een prachtkind
met haar mooie donkere ogen, een heel verstandig guitig gezichtje heeft ze. 's
Avonds als wij naar bed gaan neem ik haar uit haar bedje en geef haar aan Hilda,
die haar verschoont en daarna voedt. Dan kom ik weer uit bed en leg haar in haar
bedje, het houten bedje van Eylard van Hall. Dan lacht ze vriendelijk, maakt
allerlei gekke geluiden en gaat dadelijk slapen. 's Nachts ongeveer ½ 3 wordt ze
gewoonlijk wakker en verschoon ik haar en breng haar weer bij Hilda en nog eens
's morgens. Dan baadt Hilda haar na het ontbijt. Ik schrijf dit op om het niet
weder te vergeten.
December 1919. Op Rottum is het magazijn der NZHRM nu voorzien van een bord
waarop Villa Engelina, ter ere van onze Engelina. Deze laatste is een
vermakelijk wezen, erg veel wil, herig (wat heerachtig betekent), buitengewoon
bijdehand, goede memorie, kent alle versjes, zingt Piet Hein enz. enz. (Tussen
twee haakjes volgende week zal de 75.000 ste drenkeling uit zee gevist worden
sinds de oprichting van de Reddingmaatschappij in 1824)19 juni 1920. Heerlijk geslapen - het is regenachtig, geen zon. Engelientje
verrukt. Ze zegt: Engelientje wil hele hoge bergen klimmen, ik houd van
bergklimmen. Hilda zegt, wijzende op de Mont Blanc: zo hoog zal ik niet komen.
"Ik wel", zei Engelina en een ogenblik later is ze verrukt als ze op een kleine
verhevenheid is geklommen en vandaar de wereld beziet. Mama heel klein geworden,
alles is heel klein geworden
25 december 1920. Engelientje buitengewoon slim en weetgierig, ondernemend,
flink, handig. Vertel haar vanmorgen de geschiedenis van de geboorte van
Christus, ze zegt dat ze blij is, dat haar moeder meer geld heeft en dat ze niet
in een kribbe heeft hoeven te liggen
25 februari 1923. Zondag, met Engelien in de tram: Vader heb jij veel centen.
Ik heb twee honderd zeventig centen. Eerst had ik twintig centen, toen kreeg ik
er vijf en twintig, dat is samen vijf en veertig centen, toen nog 50 centen,
toen had ik er honderd vijf en twintig en toen nog vijf en dertig, toen had ik
honderd zeventig en toen nog honderd. Hoeveel centen heb jij ? 't Wordt al
zomer, zei ik, om het gesprek af te leiden. Neen, zei Engelien, eerst komt de
lente en dan pas de zomer.
30 april 1924 Verjaardag prinses Juliana. Vlag uitgestoken met
Engelien. Zij gaat met een oranje strikje naar school en vraagt of zij er van
mee zal nemen voor de andere kinderen. Ik zeg dat het wel mogelijk is dat
sommige andere kinderen geen oranje strikje willen dragen en het blijkt ook uit
sommige uitlatingen van [haar vriendinnen] dat ze niet oranjegezind zijn.
2 april 1930. Avonds spreken we over Newman en worden we weer getroffen door
Engelien, 12 jaar, die blijkt volkomen te begrijpen het onbegrijpelijke van het
wezen der dingen, hoe de dingen slechts bestaan omdat wij ze zien, hoe wij niet
weten of wij hetzelfde zien enz. Engelien heeft nog niet zo lang geleden de
vraag gesteld: wat erger was: nog l trek te hebben als de flensjes op waren, of
niet meer te kunnen als er nog flensjes zijn. Ze geloofde dat het laatste erger
is.
12 oktober 1931 Deelt Engelien ons mede, dat zij haar lange
prachtige haar zal laten afknippen. Zij hoopt er f 25.- voor te krijgen. Dit
belangrijke bericht wordt ons aan de ontbijttafel medegedeeld. Hilda heeft het
daarin ver gebracht door niets niets van kinderen te verwachten en alles wat ze
aan liefde ontvangt niet als een recht doch als een geschenk te aanvaarden. Ik
ben nog wel eens boos, maak aanmerkingen, waarop Engelien dan brutaal antwoordt,
ja bepaald brutaal. Ik maakte geloof ik een opmerking over haar niet spoedig
komen toen ze voor iets geroepen werd (ik ben het enigszins vergeten) waarop ze
erg brutaal tegen mij sprak, blijkbaar woedend. Zelfbedwang. Het was uit zeker
opzicht vermakelijk haar zo te zien. Geen betere opvoeders dan kinderen.
Tot zo ver de citaten uit het dagboek van haar vader.
Doordat zij een nakomertje was – ze heeft veel alleen moeten doen en is
eigenlijk als enigst kind – haar zuster Olga was liefst 12 jaar ouder -
opgegroeid overdekt met de liefde van haar ouders, die haar Engel noemde.
Behalve haar grote liefde voor de boeken was Engelien dol op muziek en heeft
zelfs gezongen in het toonkunstkoor van Amsterdam. En dan haar liefde voor de
natuur. In haar dagboeken ben ik tegengekomen de talloze wandeltochten in Europa
die ze heeft gemaakt vooral met haar hartsvriendinnen Alexa Visser-de Graeff en
Mies Lansberg . Haar dagboeken waren verlucht met vele van haar
waterverftekeningen
Engelien is in 1940 getrouwd met Frans Polak, waar zij zeer gelukkige jaren
mee heeft beleefd. Helaas zijn ze langzaam uit elkaar gegroeid, maar toch nog op
afstand goede vrienden gebleven. In 1977 is ze gepromoveerd. Haar belangwekkende
proefschrift was getiteld: Weldaet der scholen. Het plattelandsonderwijs in
de provincie Utrecht.
Engelien heeft ook vele goede jaren gekend in Bilthoven omringd door vele
vrienden en vriendinnen. Daarbij zijn van onschatbare waarde gebleken de
vriendschap met Rudy de Man en Maria de Man - van Eeghen. Zij hebben op een
onnavolgbare wijze haar bijgestaan en begeleid in de laatste moeilijke jaren van
haar leven. Wij zijn hun heel veel dank verschuldigd. In dit verband willen we
het verzorgingspersoneel van Oranjestein onze welgemeende dank uit spreken voor
de lieve hulp en ondersteuning van Engelien. In het bijzonder wil ik hierbij
onze dank en waardering uitspreken voor haar dokter Konings en de verpleegster
Andrea, die zeer nauw bij Engelien waren betrokken en haar op een heel speciale
manier haar leven iets draagbaarder hebben gemaakt. Andrea vertelde me nog een
typische anekdote die Engelien kenmerkte "Een keer heb ik Engelien tegen haar
gezegd". Engelien had daarop haar vermanend toegesproken: " Ik ben mevrouw de
Booy". Zelf heb ik ook nog een typische herinnering aan Engelien. In de jaren
dertig gingen Engelien en ik in Amsterdam op nieuwjaarsdag de verschillende ooms
en tantes langs om centjes te vangen. Engelien kreeg een kwartje en ik een
dubbeltje. Rangen en standen moeten er zijn. Toen ik tijdens de 90 ste
verjaardag van Engelien op 17 juni van dit jaar in Oranjestein dit voorval
memoreerde, kwam er een klein slim lachje om haar mond.
Onder de tonen van de muziek van de voor jou zo innig geliefde componist Bach,
gaan we je nu verlaten. Niet voordat ik U allen dank heb gezegd voor Uw komst.
Ik zou U willen verzoeken om met Paula mee te gaan om afscheid te nemen van
Engelien door om de baar heen te lopen en met haar naar de ontvangkamer te
willen gaan, alwaar wij U als naaste familie dadelijk zullen ontmoeten.
November/december. Artikel in Tam Tam. Utrechts archief 1912 nr 5. In memoriam Engelien de Booy (1917 -2007)
(Huib Leeuwenberg)
Op 11 oktober 2007 overleed te Bilthoven Engelien de Booy, collega archivaris
in ruste. Zij verdient het hier herdacht te worden, omdat zij jarenlang in dit
gebouw werkzaam is geweest, aan de rijkskant volgens de toen nog geldende
ontleedkunde. Hoewel zij alweer een aantal jaren met pensioen was, zullen vele
collega's zich haar nog goed kunnen herinneren, zo niet uit haar werkzame leven
dan toch uit de periode daarna. Mevrouw De Booy - voor velen gewoon Engelien -
ging na haar pensionering gewoon door binnen haar vak en heeft jarenlang gewerkt aan de
voltooiing van de inventaris van het archief van het huis Amerongen. Normaal
gesproken voor de in familiearchieven gespecialiseerde mevrouw De Booy een
piece of cake, maar in dit geval toch een hele klus. Een gedeelte van de 100 meter was weliswaar al geïnventariseerd, maar niet volgens de regelen der kunst,
zoals die vroeger nog algemeen geldend waren.
Engelien PetronelIa de Booy, aanvankelijk nog Polak-de Booy, werd in 1964 benoemd als hoofd van het
Centraal Register van Familiearchieven (later Particuliere Archieven). Dat was
toen een nieuw orgaan onder toezicht van de Algemene Rijksarchivaris, maar met
een specifieke eigen taak. Deze bestond uit het opsporen, registreren,
bevorderen van inbewaargeving en in vele gevallen inventarisatie van archieven
van particuliere personen, families of privaatrechtelijke instellingen. Met
ingang van 1969 werd het Centraal Register ondergebracht in het toen
gereedgekomen Rijksarchief in Utrecht. Zij kreeg toen een medewerker, die
eveneens in Utrecht was gedetacheerd. Een novum in de archiefwereld (althans in
de ervaring van ondergetekende) was dat Engelien een plekje op haar kamer
inruimde voor haar hond, waarvan de naam me overigens ontschoten is. (Een aantal
jaren later werd zij hierin nog overtroffen door een dienstweigeraar bij het RAU,
die af en toe zijn rat meebracht).
Zij vervulde haar taak voortvarend en met schwung. Zij is ook
verantwoordelijk voor de ontsluiting van veel familie- en huisarchieven. Behalve
de reeds genoemde inventaris van het archief van het huis Amerongen verschenen
in de reeks van het Rijksarchief in Utrecht de inventarissen van de families Van
Boetzelaer, De Beaufort, Van der Muelen en het huis Zuilen. Een aantal andere
archieven was al eerder door haar geïnventariseerd. Haar grote kennis en inzicht
op het gebied van de familiearchieven legde zij vast in de gids Zorg voor het
familiearchief, dat vier herdrukken beleefde, de laatste in 1995. Zij was
ook een van de samenstellers van het Lexicon van Nederlandse archief termen
(1983; 1991).
Bijzondere indruk maakte zij met de souplesse, waarmee zij
zich de nieuwste technologie voor het ontsluiten eigen maakte, in casu die van
de tekstverwerking. Ik herinner mij dat ik, bij afwezigheid of onvindbaarheid
van de geëigende persoon of personen, voor de oplossing van een of ander
programmaprobleem ten einde raad wel eens een beroep deed op haar kennis en als
een wijzer computergebruiker vertrok. Andersom kwam ook wel voor. Op wetenschappelijk terrein specialiseerde zij zich in de
geschiedenis van het onderwijs van de 16e tot de 1ge eeuw. In 1977 promoveerde zij op de
geschiedenis van het plattelandsonderwijs in de provincie Utrecht, in 1980
verscheen een vervolg over het onderwijs in de steden. Talloze andere publicaties op dit
terrein zouden nog volgen. Zij kon daarover ook interessant vertellen. Met haar kennis èn
kundigheid was Engelien de Booy een levend voorbeeld van de bekwame archivaris,
die productie wist te maken en de binnen het vak onmisbare inhoudelijke kennis
wist te vergroten. Een kwaliteit die, als ik mij niet vergis, zeldzaam aan het
worden is. Daarom moet de herinnering aan haar gekoesterd worden.
Het leven van Engelien de Booy (1917-2007)













