Hilda Gerarda Boissevain, geboren Amsterdam 12-7-1877, gestorven Amsterdam, 15-4-1975, 3:30. Haar ouders waren Charles Boissevain en Emily Héloise MacDonnell
Helaas beschik ik niet over veel gegevens van mijn grootmoeder. Haar inspanningen om bekendheid te geven aan het levenswerk van Kartini. (Zie link Kartini en Geef den Javaan opvoeding). Over haar voorzitsterschap van het Montessori Lyceum in Amsterdam (Zie link Montessori Lyceum Amsterdam in de oorlogsjaren).
Veel van haar leven is al verwerkt in het leven van haar echtgenoot en mijn grootvader Han de Booij, alsmede van haar zoon mijn vader Tom de Booij (zie op mijn website resp. hoofdstuk 7 en 10) .
Overzicht schema voorouders van Hilda Gerarda De Booy- Boissevain (1877-1975)
Ouders Charles Boissevain x Emily Héloise MacDonnell (1844-1931)
Grootouders Hercules Henry Graves MacDonnell (1819-1900) x Emily Ann Moylan (1822-1883)
Overgrootouders Richard MacDonnell (1787-1867) x Jane Graves (1793-1882)
Betovergrootouders Richard Graves (1753 -1829) Eliza Mary Drought (1787- 1827)
Vet gedrukt zijn de families waar de volgende links op zijn aangebracht Boissevain , MacDonnell, Moylan , Graves, Drought

Geboorteakte van Hilda Gerarda Boissevain 12 juli 1877 half vier in de ochtend
Hier onder een foto van haar geboortehuis

Het geboortehuis van Hilda Gerarda Boissevain. Van Baerlestraat 8, woonhuis van haar ouders van 1875-1778

1877 Hilda Gerarda 3 maanden oud met haar Moeder en haar oudere zuster Hessie

Woonhuis ouders Herengracht 332 van 1888-1897

Hilda Boissevain foto van 1888?

1892 Hilda met haar Vader op de Rhône gletscher
Hilda's liefde voor Piet van Tienhoven*)
Uit enkele brieven van Hilda blijkt haar liefde voor Piet van Tienhoven
*)Joannes
Pieter van Tienhoven, (1876-1950). In de zomer van 1876 moest hij nog 20 worden
en zou beginnen met zijn rechtenstudie. Zijn neef, Pieter Gerhard Van Tienhoven,
(1875-1953), werd in de familie "Vogelenpiet" genoemd, om hem te onderscheiden
van "Moeders Piet". ( Later president-commissaris
van de Hollandse Bank-Unie N.V).
19 september 1895 Sligo. Brief van Hilda aan haar zuster Olga
Ik heb tranen gelachen om je brief. Ik
vind het hoogst gepast en welvoegelijk en welgemanierd van Piet dat hij niet om
aardigheden wil lachen die hun oorsprong bij mij vinden en het verwondert me dat
je dat grappig vindt.
20 september 1895 Kingstown Hilda aan haar moeder
"l've
only had one letter from P. as he said he was sending all his other ones to
Sligo, thinking I'd be there yesterday, so 1'll find a little collection there
so I can very well judge what sort of letter he writes, but the one letter he
wrote was in such a jolly hopeful loving tone that it made me quite happy and I
was as jolly as anything after I got it. I'm sure father won't be angry for your
allowing us to write. He willl think of the time he was young himself·, (I, mean
very young, of course he is young still, I beg pardon).
14 july '96 Zandvoort
Olga Boissevain aan haar moeder, Emily Boissevain-MacDonnell
. . I am so glad Hessie is getting on. We had made a delightful
plan for a bal costumé but we put it off when we heard Hessie wasn't behaving
herself. But now we decided to have it on monday and mr. De Booy is coming to
stop the night with us. I am almost ashamed to say that we enjoy ourselves very
much, although we miss you every moment of the day. But is is so nice to have
Robert [haar broer] and mr. De Booy. Mr. de Booy is here two days of every three.
I think he thinks Hilda a very nice girl, at any rate they are inseparable.
Hilda has the most ladylike way of making herself agreeable to gentlemen I ever
saw. She makes herself look so nice. The other day the contrast between us two
was a little too great even for my pleasure. Hilda had on her nice cool flowery
muslin with her birthday ribbons and brown hat with the leaves. A nice white
parasol and (as she had been sleeping) rosy cheeks and curly hair. My hair had
been curly in the morning too, but I had been rather busy and therefore hot, so
that my curl had melted away. Hilda had been sleeping so I couldn't go upstairs
to change my dress and went with tidy, but unbecoming hair, a dirty blouse, a
faded straw hat and a short and grimy morning skirt. The Den Texes are in hotel
d'Orange but we see not so much of them as other years. We see the most of Emile
as he generally comes to tennis with us in the afternoon. Robert enjoyes being
here very much and I must say, considering that you are not here, we might do
worse. The whole of last week we were practising for the match, so of course,
mr. De Booy was there every afternoon. On saturday the match began at half past
nine. ...I came later, as there was lots to do and I had to take care for the
lunch as they all lunched on the court ... There was plenty and yet not too much
and they all enjoyed themselves so I felt rather proud of myself. ... I lost in
the single against Hilda. We both surpassed ourselves and were very much cheered
and encouraged. We all like De Booy very much. He is a real nice fellow who can
quizz and has sense of humor. I needn't tell you that he didn't leave us on
sunday. Sunday morning they first all looked at his photo's and then Hilda and
he sang and played for each other. Then we all went to the tenniscourt, so Hilda
and De Booy went to put up the net. After dinner a thunderstorm came on so we
all sat in the koepeltje dol gezelligjes te kletsen and Hilda sat tea for them
[zette thee!]. I didn't like Hilda doing it, but I had heard one of them
say that they thought Hilda didn't help me enough and I resolved always to
accept when she offered anything. The tea-setting isn't much bother and trouble,
but as it happens in presence of them all, it had much effect, so I was rather
glad she did it. She really is charming and she keeps us all laughing when there
is a naval officer. I hate the word "flirting" as I think it vulgar and
unladylike, and Hilda is anything but that, but I can't help feeling sorry both
for Asbeck and De Booy, because she is so nice that they can't help growing fond
of her. She has got it into her head that a naval officer's heart is
invulnerable, as they have so often to leave their loves behind them. Perhaps
she is right and perhaps they also think her only very nice and amusing but
there is always the danger that it turns out to be otherwise. However that isn't
my business. She doesn't bother me with it because she does it so ladylike and
most likely I would do just the same if I saw people thought me very nice.
Olga Boissevain aan haar moeder. Fragment, zonder datum
. . . no longer in his keeping. Alfred [haar
broer] said I was not to encourage him to come too often as that was hard
lines on the poor fellow. I am afraid Erwin van Asbecks heart is leaving him too
and sometimes I have a feeling as if Hilda is playing with edge tools as she has
made two people in love with her when she is engaged to a third. But she doesn't
seem unhappy so I suppose her heart is still with Piet. I do hope they will keep
true to each other now they have begun, but I think it would have been better if
it never had begun.

Vakantie huis in Zandvoort "Duinvliet"
18 juli 1896 Duinvliet Hilda wordt 19 jaar Hilda aan haar moeder
She enclosed an awfully hartelijke brief of Piet which I had to consider as my
birthday letter and then on the morning after my birthday.
I got a formeelen brief from him. He had wanted to send me a photo of the
maskerade but they can only be got in sept. He millimetered himself so he won't
be able to come to Zandvoort this summer as it would take him to much out of his
work. I wouldn't see him with a millimeterd head! I'll write to Ada telling her
about you and then she must write it to P.
Engelien de Booij schrijft deze opmerkingen bij het dagboek van haar vader
Han de Booij
In de zomer van
l896 voerden de zusjes Olga en Hilda Boissevain (ruim 20 en net 19 jaar) de
huishouding in Zandvoort, waar het gezin Boissevain doorgaans de zomer
doorbracht. Hun Ierse moeder, Emily MacDonnell, was in Baltimore bij hun oudere
zuster Hessie die na haar eerste bevalling zorg nodig had. Misschien had Hilda
toen al van haar vriend Piet van Tienhoven te horen gekregen dat hij haar haar
woord teruggaf, omdat zijn ouders vonden dat hij eerst een vrouw moest kunnen
onderhouden, voor hij zich mocht engageren. De opmerkingen van Olga en de
aantekening in Hilda's agenda van een bezoek van Piet op 14 september maken het
echter waarschijnlijker dat het engagement pas in september 1896 definitief
verbroken werd. Vermoedelijk heeft hij toen
Hilda "haar woord teruggegeven". Jaren later hoorde Hilda van haar moeder dat
Piet gehoopt had dat zij op hem zou wachten, maar zelf had zij dat nooit
geweten. Begin oktober was er weer contact met "Booy", en zijn tweede
huwelijksaanzoek is aanvaard.
Van Hilda Boissevain is een agenda bewaard uit het jaar
1896. De naam "Booy" komt daarin in de maanden juli-augustus veel voor. Uit haar
aantekeningen blijkt dat ze helemaal niet besefte wat ze had aangericht.
Hilda's liefde voor Han de Booij
Uit het dagboek van Han de Booij van 1896:
Toen de Van Speyck in Nieuwediep kwam [in
1896], arriveerde tegelijk de "Friso", een dergelijk schip, met daar aan boord
Alfred Boissevain, wiens broer Robert op ons schip was. Het was dus geen wonder
dat hun vader Charles Boissevain die te Amsterdam woonde en die directeur en
hoofdredacteur van het Algemeen Handelsblad was, met twee dochters naar Den
Helder kwam om zijn zoons te verwelkomen. Met een van die dochters, Hilda
Gerarda, ben ik op de 16e juni 1897 getrouwd.
12 juni 1897 Uit een brief van Papa de Booy aan zijn zoon Chrik,
". . . Ik was bedroefd door het overlijden van mijn eenigen broeder*) doch
verheugd door het huwelijk van Henri met een meisje, dat niet alleen uitmunt
door natuurlijke schoonheid, maar wier geheel aanzien de sympathie van een ieder
trekt. Wij zijn met het huwelijk zeer ingenomen, al is het ook, dat mijn vierde
zoon trouwt met een meisje sans le sou, want dat is ook bij haar het geval; de
vader verklaarde niets te kunnen doen tot onderstand van het huwelijk dus bleef
dat geheel aan mij overgelaten.
*) Pierre Hubert Jean Alexander 1818-1897
1897 Bd Suchet 47 Passym Paris
Brief van Hilda aan haar moeder
I write every day to Han and every other
day to home. I get every day a letter of him and once I got two. His cold is
better and I believe he is getting on with his work.
Hilda trouwt Han de Booij op 15 juni 1897 in Naarden


De bruid Het bruidspaar de Booij-Boissevain
25
juni 1897 Fragment van een brief van Thijs Boissevain aan zijn broer Walrave
Het huwelijk van Hilda is in alle opzichten goed afgeloopen. Wij hebben ons
goed geamuseerd op alle feesten en het huwelijk zelf in Naarden was
alleraardigst. De optocht der gasten te voet van stadhuis naar kerk leverde een
schoon schouwspel. Naarden's kerk heeft een prachtig orgel en de muziekonderwijzeres van Hilda, mejuffrouw van Santen, zong met eenige leerlingen toepasselijke quodlibets.
Huwelijksreis naar Zwitserland
19 juni 1897 Schweizerhof, Luzern. Hilda schrift aan haar moeder
My own dearest Mother, We are enjoying ourselves more than words can say. This afternoon we had a
beautiful drive along the lake. This evening we dined at tabled'hote 7 1/2
o'clock and I wore my black dress (I am wearing it still, we are writing in the
reading room) . I feel very deftig and married, but am afraid I don't look it. Han says he
has never seen me look so happy. He takes such good care of me. The taking good care of me consists in running
after me with my C cape
and rugs and stuffing me with food and drink at all possible
hours which lassure you I gladly accept. Han every ten minutes laughs at me. You know the way he laughs, makes such a
funny noise and putting his hand before his face. The music is so nice, they are playing in front of the hotel. There are about 50 people in this reading room, and you don't hear a sound
except the rustling of our pens in the inkstand and then the sound of the music
in the distance. It is all very delightful. If the weather is good we sleep on the Pilatus to morrow night, otherwise we
go straight on to Interlaken or rather Wilderswyl via Meiringen and then we want to
remain in Mürren for some time. Did there come any telegrams after we left? We
have not yet written to thank them yet. But as till to day we have always been in the train. Han
has not yet written to his family, he is doing so now, and wants to write
something under this. Goodbye my own darling little mother. I love you all so
very much. Ever your loving Hilda.
Dearest mother. It is simply lovely here, mother, and Hilda
is the greatest darling I ever saw. She is showing me Zwitzerland now and explaining everything to me. She has shown me the Loreley on the Rhine four
times, every time at another point of the river, so that I thougt the whole
Rhine was Loreley. We are living in a swell hotel now which is very nice, Hilda
wears her black silk dress and I am very proud of her. To day we took a drive to
Küssnach, it strikes me that there are several mountains in Switzerland, but Hilda
says there are many more still but you cannot see them because they are
invisible by the rain. It did not rain very hard. We are going up a tremendous high mountain to morrow with a steamtram ,I am afraid we will be
frozen dead, it is the Pilatus we are going to. Dag mothel believe me, your happy
Han.
P.S. (by Hilda) We have not yet seen a D.O.H. Will you keep the announcement
of our marriage for us? Please. Love to all.
Woensdag 23 juni 1897. Schynige Platte, brief aan haar Moeder
My dearest Mother, Today Han 's birthday. 1 gave him this morning a very
pretty knife and a silver pencil and cigarettes and a little compass to hang on
his watchchain. He gave me a pretty hatbox and 2 very sweet silk ties. We went this morning at 9
o'clock from Wilderswyl in the train up the Sehynige Platte. We arrived here at
10.30. We had taken our luncheon with us. We went then on the way to the
Faulhorn and there we picniced at about 11.30. The view was magnificent, the
weather is so beautiful, not a cloud to be seen. We went af ter our pic-nic up to the aussichtspunkt on the Daube and then we came to this hotel where we ate a second
lunch. You'd laugh
if you saw the amount of food both of us manage to get in us. I believe I nearly eat more than Han. This is the same hotel as the one of 6 years ago, only so enlarged and beautified you wouldn't recognize it. At 5 o'clock we return again to Wilderswyl. Tomorrow I think we 'll go to Wenger alp. It is a delightful way of making tours, I
think, Whilst we were lunching here Han began to talk Japannese to a "Japanner", it was great fun. His stock of Japannese was soon extinghuished and then we
talked French. In our pension there are two English ladies Strickland, 5 Russian
ladies and a German couple on their honeymoon. Edmund and Else they are called. I thank you very much
for your letter, it was sent on to
Interlaken and we got it yesterday. I am more sorry than words can say that Olga
is not going to N'diep. The expense is nonsense, because Han would pay her expenses as she does it for us. I never spoke to
Lien about my house. She doesn' t know where I want the
furniture to stand. She doesn't know either about the presses whieh we want lined. He got 30 telegrams.We must still answer them .We'll do it to-morrow or so I think. I believe the is weather will last. Han is
writing to you now too, but is doesn't go too quickly, he does nothing but look
at me every two minutes and then puts a scratch through what he has written. Now it goes beautifully, I gave him a severe reproachful look and now he is
writing 10 miles an hour. I had thought it would have been very cold here high up but it was so stifling that we didn't know what to do.We had taken my
cape and his "regenjas", but they only were a bother. It is so funny that one
can get milk everywhere, and then we drink landwein and then Han gives me one glass and he drinks the rest. Give my best love to all.I hope you have nice weather too now. When is Jan
van Hall coming back? Will he be on Drafna on the 27th? Goodby darling mother.
Ever your loving daughter Hilda.
P.S. The hymn book got into my trunk by mistake.
P.S. You must not believe half the things Han writes, he exaggerates awfully,
one would think he had become a Boissevain instead of a De Booy!!
23 juni 1897. Schynige Platte. Brief van Han de Booij aan zijn
schoonmoeder
Dear mother, Many thanks for your letter and the trouble you took to send the
"kisten" . I do not think you need write to May about them, the man "Krijnen" who lives in the benedenhuis will
take care of them and put them by. It is such lovely weather now and I think it will last. We went to the Schynige Platte this morning and it is simply lovely. Before we
went Hilda warned me not to catch cold on the Schynige Platte as it would be very cold she said.
Mind you take all the rugs with you she said. So I made a bundle of all the rugs I could find and all the capes
and all the mantles. As we went up with the tram, it gradually got hotter and hotter, but Hilda
said, wait till you are on the top. But when we were on the top the heat was
immense. The rugs looked rather ridiculous. We are always very thirsty. As you can get milk everywhere, we generally
drink wine, but it is a kind of wine which is not dangerous. No wonder we got very thirsty on the Schynige platte and
went into a wine shop. Then Hilda wanted to make it alright about the rugs and said to the maid: It
is generally very cold here is it not? Oh no, the maid said, it is always like
this. We have much fun, mother, we laugh very much. On the 20th we went Meiringen
from Luzern. We went to Meiringen because we had seen in the Baedeker that there was a nice English church in the garden
of the best hotel in Meiringen and as Hilda had hymnsbooks with her I said they would not be of any use if we did not go to the English church on a sunday. So we said to each other:
to morrow is sunday and we are going to the English church in Meiringen. I
believe that another reason for going to the English church as regards Hilda was, that she wanted to wear her going-away dress.When
we came to Meiringen the first thing we asked in the hotel was: at what o'clock
is service to morrow? But thje man we asked it to answered: There is not any
service on Monday,it is Sunday to day. Tableau!

Hilda's portrait with many apologies from her husband,

1897 Hilda en Han in hun huis in Nieuwe Diep, den Helder
30 April 1900 Hilda over haar verblijf in Nederlandsch Indié in een
vertrouwelijke brief aan haar moeder
Dearest Mother, Those few days here have been the most miserable I ever spent in my life. I
think the dining and lunching with the G.G. dreadful, dreadful. Perhaps all this is difficult to explain and
perhaps it is wrong of me to write all this, but firstly I 'll begin with all my grievances. Firstly I must say, the
Jonckheers told us "how the v.d. Wijcks always were, and comparisons are odious,
but one can't help making comparisons. For instance, Mrs. N.d.Wijck kissed Mrs.
Jonckheer as soon as she came to pay her a visit and then after time
said "ik zal mijn man gaan halen". Mrs. R. not, and she the whole time talks.with us about Zijne Exc. which really is ridiculous. I then didn't see the G.G. till the wednesday at the dinner with the prince, though I know from
Jonckheer that he was dying of curiosity to see me. Now of these and many other
things the explanation is simple. The are fearfully afraid to burn their
fingers and to sin against the Etiquette, and then they do and leave things all to
the servants just as if that would harm his authority in India to do like
a mortal when he is alone with his aide de camps. You must know that mrs R cannot be
intimate with any one except the wives of the aide de camps and the wife of the
algemeene secretaris, mrs. Nederburg. And now they do so ridiculous and stiff, and I
have to make each time again a deep bow for her and a deeper one for him. So
whilst we are here that is 4 times a day. Once when they come into the room
before luncheon, and when they go away after lunch and once before and after dinner. The first day I was just gewoon and natuurlijk
but that isn't right and now I just sit at table and don't say a word and Han
dito dito. Goodness me, l'd get cracked if I had always to be here. Now I must impress on you that they both seem very nice and he such : a nice
handsome face, and I think when he has been here 2 'years he'll be different. The Jonckheer
say that they had had in the
beginning with this G.G. a much worse time than we, and that Jonckheer often walked swearing through the room after coming from the Palace. We have here splendid apartments in the right wing of the palace and we are
treated like princes. We get up at 6, walk till 8, beakfast at 9. We go and swim in the beautiful swimming-bath of
the G.G., then Tom goes to sleep. At 12 there comes port wine for us, at 1 o'clock we must be in the sitting-room by the dining-room. There we lunch all
together. Then we disappear again to our own appartments and we don't see the heele rommel till quarter to 8. Then we dine at 8 and we
have to remain with them till 9! and then we disappear again. To give you an idea
mother of the unnaturalness of the whole proeeeding . We are here now 4 days,
and the G.G. hasn't once asked to see Tom and Mrs.R. only saw him at our arrival. Now isn't that ridiculous and unnatural proceeding? Oh!
I get mad with them
when 1 think of all my grievanees. Also with their carriages, they are so zuinig. Now we are their guests and
they haven't once offered the carriage if we wanted to take a drive, they didn't say either that we
could order the
carriage when we wanted, so yesterday we had to pay a vist at 7 o'clock and then
we walked there and when we were at the visit it began to thunder and the
gentleman by whom we were offered us his carriage and we drove home in his carriage. The only thing she did ask me eontinually if 1 hadn't to go to our house and then she harps on that and
I don't want to go at all to
my house for the whole floor is broken up and it is an awful mess. Hè it does me
a lot of good to air my feelings. When you see mrs. Jonckheer alone you can ask her and she
can teIl you the different things. I could go on like this for ages but that would be very egoistic of me. We
are now longing longing for our own little house. lt is so pretty and it is so
beautiful here. The garden here is a dream , so splendidly beautiful as it is.
Han and 1 hope to hold out 1 1/2 years here, but if we go on thinking it so
dreadful - weIl, one thing is eertain,1 can't realize that we'd stay here for 4
1/2 years, at the very utmost 3 years.
At this moment we speak of 1 1/2 years, but that perhaps will become 2 1/2 years. Perhaps when you get this letter
I 'll be acustomed to this
komedie voorstelling. It has done me a lot of good to have unburdened my heart to
you and I feel to day
much better. But yesterday I was desperate and Han was also so unhappy, but now
we are sure we'll be very happy in our dear little house, a great deal happier than we would be is we were parted, so you must n't be unhappy about your
little daughter, and the week here will soon be over and then I remain here till
the end of May with mrs Pitt who seems a nice old lady. Now dag dearest darling of a mother,
I am going to write another birthday
letter, for this is not a jolly letter at all, I think with a big big hug for yourself and a kiss for everyone especially one
for father and Olga, your loving Hilda. Of course Han is an angel. (Han had ordered me to put this down for after
having read the letter he said I hadn't written anything about him and he
didn't approve). Mind mind, mother, you don't teIl a blessed soul about what is in this
letter. The situation has changed so far that now we get the carriage when ever we want
to pay visits. You know what an impulsive family we are, so don't show this letter to anyone except Olga. It would do
us a
lot of harm if the G.G. came to know we complained. You understand?
Onderschrift van Han:
Dearest mother, What do you think of all this. Aren't you sorry for poor
little Hilda. But when she is at home in her own home she will be happy, I am sure.
But I am quite sure we'll not stay longer than 3 years at the utmost. Tom is the only european here who is quite happy.
I 'll send you a vere nice
photo I took of him. Best love to everybody, Your loving Han.

Hendrik de Booij adjudant van de Gouverneur Generaal van Nederlandsch Indië V.r.n.l: H. de Booij, zijn vrouw Hilda, Holle, vrouw van de Gouverneur Generaal Rooseboom-Pit,, Gouverneur genreaal Roosenboom, Regent van Bandoeng,Nederburg,De Lannoy, assistent resident Maurenborcher.
Citaten uit het dagboek van Han de Booij over Hilda
23 sept. l900. Buitenzorg. Brief Hilda aan haar zuster Olga
. . . Over de Paleisbewoners zal ik maar niet praten. Ze
beginnen mij gloeiend te vervelen. Wij zien ze ook vrij veel. Hem begin ik hoe
langer hoe meer te begrijpen, en is hij af en toe wel vermakelijk, maar zij
begint mij te vervelen. Je komt niet verder met haar, ze is erg matter-of-fact
en je weet niet wat je aan haar hebt. Verder is het een uitstekend mensch, maar
zooals de Holle zegt, "we geven ze het heilige kruis na als ze weggaan".Verder is het hier een vrij dooie boel en gaan we proberen wat leven in de
brouwerij te brengen. Er is een muziek en tooneelvereniging en gaan we misschien
komediestukjes spelen. Han zit in het bestuur. Verder zijn we lid van de
tennisclub en zullen we daar trouw elken Zondag heengaan.
8 oct. 1900 Gang van der Wijk Hilda aan haar familie
. . Verleden hebben we op het Paleis gegeten met den regent
van Japara, de raden ajoe (d.i. zijn eerste of wel hoofdvrouw) en de drie raden adjengo, drie van zijn dochters, genaamd Cardina, Roekmini, Kartini. De regent
en de drie dochters spreken uitstekend, zacht klinkend Hollandsch. Zijn zoon studeert in Leiden, woont op kamers en volgens den
regent wordt hij een beetje behandeld als Oostersch Prins en is te veel aan het
pret maken. Het spijt den regent dat hij hem niet dadelijk bij een familie aan
huis deed, want het moet een bijzonder begaafde jongen zijn. Hij laat hem nu
maar terugkomen. De drie meisjes waren verbazend aardig gekleed dien avond. Ze
hadden lichtblauw zijden kabaayen aan met een zilveren galon gegarneerd en
verschillende mooie gouden sieraden. Verder mooie sarongs, bloote voeten met
muiltjes aan. De raden ajoe had een donkerzijden kabaja aan. Den volgenden morgen hebben Han, Tom
en ik hen den Plantentuin gewezen. De meisjes waren dol op Tom en namen hem
voortdurend op de sportkar op hun arm en Tom liet zich dat gewillig doen; hij is
niet verlegen. Het was heerlijk die meisjes te ontmoeten. Ze lezen veel, vooral Hollandsch, en spraken over Het Jongetje enz. van Boreel, over de boeken van
Johannes v. Woude, zijn geabonneerd op de Holl. Lelie enz. enz. [. . .] In
Batavia zijn de meisjes van alles gaan bekijken, de opiumfabriek enz. enz. Hier
zijn ze van 1-3 het Krankzinnigengesticht gaan zien. Wat ze al zoo op een dag
deden is bij het ongeloofelijke af [. . .] Het was meer dan heerlijk zulke
hoogst beschaafde ontwikkelde Javanen te ontmoeten. Het deed mij bepaald
weldadig aan. Niet alle regentenfamilies zijn zoo verlicht natuurlijk. De regent
van Demak is geloof ik degeen die zooveel schrijft, maar de regent van Japara
blinkt uit doordat hij zijn kinderen een verlichte opvoeding gaf. Ze gaan nog
verder reizen door Java, gaan ook naar Djokja en Solo, maar gaan niet naar het
hof. Verbeeld je, als de regent daar aan het hof kwam zou hij met naakt
bovenlijf en loshangend haar onder aan de trap moeten blijven zitten. Als de
meisjes daar kwamen zouden ze geheel gedecolleteerd met geelgemaakte hals en dan
zóó, kruipend langs den Sultan van Solo moeten defileren, als ze dan maar één
vergissing maakten, vertelden ze, zouden ze erg uitgelachen worden. "U begrijpt
dus dat we geen lust hebben daarheen te gaan".Toen ik in Holland was had ik niet
het minste idee dat er hier zoo'n groote maatschappij was van Indischmenschen,
waarvan het meerendeel nooit in Holland komt. Ik meen nu niet juist alleen de
nonna's en sinjo's, maar ook gewoon Europeesch uitziende menschen. De meesten
hebben helaas wel een of 2 bruine voorvaders gehad, maar dat zijn toch niet de
echte halfbloeds. Jullie kunt je daarom ook niet voorstellen dat bittere gevoel
tegen de Nederlandsche Regeering. Ik vind het ook een Middeleeuwsch idee dat al
die landheeren, al die menschen die hier hun belangen hebben niets
in te brengen hebben in de manier van regeeren. Je kunt er je gewoon geen
voorstelling van maken. Als het klimaat ook niet zoo'n ontzenuwenden invloed had
op de menschen en hier het oud-Holl. element meer bleef leven, was er al lang
een rebellie geweest van de Indo-Europeanen en ik vind dat ze groot gelijk
zouden gehad hebben. Ik geloof in l857 zijn ze al begonnen over de
decentralisatie, toen na eenigen tijd weer in den doofpot en ik geloof 1877
schreef N.G. van den Berg een knappe duidelijke brochure erover en daarna weer
in den doofpot. Het is toch voor de menschen hier om helsch over te worden!
Holle is een echte Indischman en zou geloof ik graag morgen aan den dag aan het
hoofd van een rebellie zijn. Trouwens Han zegt zelf, dat als hij geen echte
Hollander was, hij zeker ook bij de rebellen zou zijn
28 december 1900 Buitenzorg. Brief van Hilda aan
haar familie.
Maandagmiddag om 6 uur arriveerden de Gooszens met hun twee kinderen, twee
meisjes van 2 1/2en 3 1/2. Tom kende ze al van Batavia en speelde allerleukst
met ze. Het was om je slap te lachen, om die hummels krijgertje, verstoppertje en
bal te zien spelen.
Wel eerst gaven we de drie hummels te eten en om 8 1/2 gingen wij eten
Dinsdagochtend versierden we den Kerstboom. Het was een prachtige, of liever,
hij was prachtig gemaakt doordat we hem opgevuld hadden met groote takken . De
Gooszens en wij versierden de boom en ik heb nog nooit zoo'n prachtig versierde
boom gezien.
Diezelfde ochtend waren Hanen Tom en de familie Gooszen uit rijden gegaan en had
ik een heerlijk ontbijt voor ze klaar gemaakt dat ze in den Plantentuin opaten.
Ze gingen weg om 6 1/2 en kwamen 10 uur thuis en hadden genoten.
's Middags om l2 1/2 uur lunchte oom Ko weer bij ons. Even rustten we en na het
rusten maakten Jet Gooszen en ik de sandwiches klaar voor den avond. Tegen 7 uur
kwamen de gasten die ik straks zal opnoemen.
De vier kinderen van der Harst gingen in de kamer van den Kerstboom staan en toen
de deuren open gingen zongen ze a capella een driestemmig kerstlied. Vreeselijk
aardig. Het aardigste moment was, dat Tom, het zingen hoorende en al dat licht
ziende, naar voren stoof en daar in zijn eentje bleef stilstaan, stokstijf met
open mondje staande en zijn groote oogen nog grooter dan gewoonlijk. Voordat de
deuren opengingen had Tom ons vermaakt door het 2 1/2 jarige meisje Gooszen
achterna te rennen en haar met zijn twee armpjes om haar heen, voortdurend te
zoenen.
19 februari 1901 Buitenzorg. Brief van Hilda aan haar moeder
. . . I don't see half enough of Bob [. . .] he is always so busy, so I haven't
seen him since the beginning of January. It is a pity Rosie and I are at the
same time in the family way for she may not travel and I will not because I
suffer too much in Batavia, not being accustomed to that great heat.[. . .] I
feel sure it will be a little Alfred instead of Olga. I should be in the seventh
heaven if it were a Olga & Hilda. Han nearly got an apoplexy of laughing because
10 days ago I told the G.G. that I should be so happy if I got twins. The G.G.
wished me the best with it. And mrs. R. could understand it perfectly. [. . .]
Oh! I hope this child will sit rightly in my inside, for, not having you near, I
shouldn't like to have my second confinement like my first. I haven't forgotten
one of the pains before Toms birth as people say you do. I wish I had!
. . .
12 maart 1901 Buitenzorg, Brief van Hilda aan haar moeder [Papa De Booy was
overleden op 22 februari l901.]
This is a very nervous time. We continually are getting letters from
Papa de Booy, I believe he never wrote so much as the month before his death and
that makes it so very difficult to realize that he is no more. [. . .] Han is
looking wretchedly ill. He feels the loss of his father deeply, poor boy.
27 maart l90l Buitenzorg .Brief van Hilda aan haar moeder
[. . .] I reckon the child will be born in the beginning of June and we'll
telegraph to you and you'll let the sisters know and put the advertisement in
the D.O.H. I first thought of sending a card but now we are in mourning at the
wish of Papa de Booy and I think it horrid to send mourning cards round to tell
of the birth of a child, so everyone must only read it out of the D.O.H.[. . .]
I gave Rosie the lilac Brussels peignoir. I had only worn it 6 weeks and it is
as good as new, but now I only wear black when I am dressed and in the daytime
white peignoirs with black.
(Op 29 mei werd Alfred de Booy geboren. Enige dagen later werd mijn vader
ernstig ziek - zonnesteek en malaria. Na enige tijd ging het gezin De Booy naar
Tosari voor herstel, maar het mocht niet baten, zodat hij ten slotte moest
repatrieren).

Buitenzorg 1900. Hilda met haar zoon Tom en Han haar echtgenoot
Terug in Nederland
16 dec. 1904 Dagboek Han de Booij
Hilda's geld op. Ze heeft nu uitgerekend
hoeveel turven per dag noodig zijn en voor de rest van de maand precies zooveel
turven gekocht als noodig zijn. Hilda geeft aan juffr. Bos heden als middel
tegen asthma een mengsel van 1 dl. sterke koffie en 1 dl. longavita bitter, een
kopje vol. Dit is het middel dat baboe Sina te Buitenzorg altijd tegen asthma
kreeg. Juffr. Bos is vanavond met zwaren hoofdpijn naar bed gegaan. Is nog in
leven. Mijn moeder had op weg naar het diner grasboter in een winkel
gezien en nam een pakje mee voor de gastvrouw. Daar zou ze dan tevens kunnen keuren of het echte grasboter was, en dan kon ze er op de terugweg meer van
kopen. De gastvrouw zei echter alleen:"Dacht u dat ik geen echte boter had?"
Sindsdien werd zij bij ons 'Lady Grasbutter" genoemd.
Mijn ouders hebben in de tijd dat de drie oudste kinderen
jong waren herhaaldelijk Engelse meisjes in huis gehad, o.a. om de kinderen
die taal bij te brengen. Ethel Gorner werd later verpleegster in het
Burgerziekenhuis te Amsterdam, maar bleef steeds in contact met de familie.Groddeck was een psychiater in Zürich. Hij was een tijd
lang verbonden aan het sanatorium van Bircher-Benner aldaar, waar Olga van
Stockum-Boissevain een tijd lang gekuurd heeft, evenals enkele van haar
zusters, onder wie mijn moeder, maar in haar tijd was Groddeck al
vertrokken. Zijn vrouwelijke patiënten stonden sterk onder zijn invloed.

Hilda Gerarda als 28 jarige in 1905

Foto door H. de Booij genomen tijdens een wandeling langs de Zuiderzee, dichtbij Valkeveen in 1906, Staand v.l.n.r. Alphons Diepenbrock, Gustav Mahler, Willem Mengelberg, zittend v.l.n.r Tilly Mengelberg-Wubbe, Hilda de Booij-Boissevain, Nella Hissink-Boissevain, Marie Boissevain-Pijnappel.
14 juli 1906. Dagboek Han de Booij Kwestie Alberdingk Thijm. Hij daagt mij uit tot een duel. Alberdingk Thijm (de schrijver Lodewijk van Deyssel) voelde zich beledigd door een opmerking van mijn moeder en eiste daarvoor genoegdoening, maar mijn vader vond dat hij deze zaak maar met haar moest uitpraten en ging niet op de uitdaging in. Deze kwestie veroorzaakte enige opschudding in concertgebouwkringen, maar mijn ouders schijnen het geval nogal kalm opgevat te hebben en zeiden dat Van Deyssel kennelijk overspannen was.
27 december 1909 Toneelstuk voor koperen bruiloft van Han en Hilda de Booij

PERSONEN:
DE KONING VAN SIAM . . . ALFRED BOlSSEVAIN.; DE KROONPRINS VAN EEN NOORSCH RIJK...
HENK VAN EEGHEN.;WILLEM MENGELBERG . .. CH. E. H. BOlSSEVAIN.; MEVROUW MENGELBERG
.... Mej. OLGA DE BOOY.; MAHLER . . . MR. MATHIJS BOlSSEVAIN; DIEPENBROCK... MAURITS VAN HALL; EEN LUITENANT TER ZEE
... ALFRED VAN EEGHEN; EEN ANDERE LUITENANT TER ZEE.... ALFRED DE BOOY; DE STUURMAN VAN DE REDDINGBOOT....FREDDIE VAN HALL; EEN ONDERWIJZER....MENSO BOlSSEVAIN, EEN ANDERE ONDERWIJZER
...LAURENS BOISSEVAIN; EEN INDISCHE SLANGENBEZWEERDER . CHS. H. BOlSSEVAIN; LÉONIE, EEN BEROEMDE ACTRICE. .
MEVROUW THEO DE BOOY; DE VROUW VAN EEN LUITENANT TER ZEE..ALFRED BOlSSEVAIN; EEN LID VAN DE EERSTE KAMER . MEVROUW. BOISSEVAIN-PIJNAPPEL; EEN LID VAN DE TWEEDE KAMER...VAN EEGHEN-BOISSEVAlN; EEN HULPONDERWIJZERES . . . MEJ. HELENA BOISSEVAIN; EEN AMSTERDAMSCH STUDENT...EMILY VAN EEGHEN; AMOR. .. . MEJ.. CATHÉRINE DE BEAUFORT.
CHOOR VAN GENIËN - CHOOR VAN ONDERWIJZERS - CHOOR VAN MANNEN VAN DE REDDINGBOOT. DE LANCIERS, GEDANST DOOR HULPONDERWIJZERESSEN. MUZIEK IN 'T CONCERTGEBOUW. BENGAALSCH VUUR. APOTHÉOSE
Mevrouw d. B. vliegt op het tooneel: 0 die mannen! die mannen!
't is alles hun schuld! Daar sta ik hier nu heel alleen. De rest komt pas over
een uur.! 't Is jammer van het stuk. Zoo aardig! zoo geestig! zoo'n mooie rol
voor mij! Je hebt allen een affiche .en kunt dus zelven oordeelen. Zoo'n stuk!
zulke acteurs! Je had het moeten zien. Van ochtend bij mij in Den Haag was er
groote repetitie in costuum. Alles ging best ..... behalve dat niemand zijn rol
kende en dat de jeune premier er niet was .... die was nog onderweg van Hamburg.
Ik ken hem niet. . .. maar 't zal wel niet veel bijzonders zijn! Er is een
disette van jeunes premiers op het tooneel en in 't leven. Verleden week zei de
een vriendin van mij: "Ma chère" - bij ons in Den Haag spreekt men Fransch of
Engelsch en soms Hollandsch: "rna chère, ce sont les jeunes premiers qui
manquent à la comédie et à la vie; des jeunes premiers vraiment jeunes, amoureux,
gais, et qui n'étonnent point quand ils tombent à genoux pour dire: "Je vous
aime!" Ah, le jeune premier est rare partout !" - "J'ai un
fils qui comme jeune premier donne des espérances", zeide mijnheer Charles
Boissevain. "Nu, wij zullen er eens zien, als hij eerst uit Hamburg is
aangekomen", zeide ik. Nu de repetitie ging dan best! Toen zeide een der heeren
- hij speelde voor Mahler -: "Laat ons thans weer met den Staatsspoor naar
Amsterdam gaan!" "Neen", zeg ik, "wij gaan met den Hollandschen".
"Maar wij hebben retourbiljetten!" roepen tegelijk Mahler, Mengelberg en de
stuurman van de reddingboot. "Komt er niet op aan!" zeg ik. "Leve het
vrouwenkiesrecht!" Wil u misschien zeggen, mijnheer Boissevain, dat ik geen stem
heb? ,,0, neen!" zei de hij, "sinds een half uur hoor ik niets anders!" Toen
lachten ze! Flauw, hè? Wel, "leve het vrouwenkiesrecht", riep ik, wij gaan met
den Hollandschen! Toen fluisterde er een van 't Concertgebouw: "Maar dat 's
onzin!" en een onderwijzer zuchtte: "Dit voorwaar zondigt tegen de logica". Toen
riep ik: "Mijne heeren, trapt mij niet op mijn point d'honneur, er is iets
hoogers dan logica en gezond verstand." - "Wat bedoelt u? Waarom wil u
niet niet den Staats?" - "Waarom? Omdat ik intuïtie heb! omdat ik een
fijngevoelige vrouw ben, die niet redeneert, maar weet! Ik heb een voorgevoel,
dat de trein van den Staats vertraging zal hebben!" Ze haalden de schouders op ! Ja, dat 's dapper met hen allen tegen één eenzame vrouw! Ze
lieten mij achter en gingen met hun retour burgerlijk met den Staats. 0, die
mannen! die mannen! Ik met den Hollandschen! En wie had gelijk? Ik ben er en zij zijn er niet. Bij aankomst in het
Centraal-Station een telegram: "Wagon heetgeloopen, een uur vertraging!" Zeg nu
nog er eens iets tegen onze intuïtie! Maar intusschen wist ik niet wat te doen.
Neen, maar dat zijn me toestanden! Daar kwam mijnheer Charles
Boissevain. "Mevrouw", en hij buigt. "Mijnheer", en ik maak een Haagsche
révérance. "Mevrouw, er staat een automobiel klaar voor u. Gaat u nu alsjeblieft dadelijk naar het Concertgebouw. Houd u de menschen een uurtje bezig. Dan
haal ik met drie tramwagens de rest van 't gezelschap af! Hij weg! En ik hier!
Maar waarom stond mijnheer Boissevain daar? Ja, ziet u, hij had het stukje
gemaakt. Dat zit zoo in elkaar: Op de koperen bruiloft zat ik naast hem. Hij
maakte mij zoo'n beetje het hof. "Als hij naast een aardig vrouwtje zit, kan hij
dat niet laten", zeide zijn vrouw erg goedig tot mij. En toen zegt-ie ineens:
,,0 mevrouw, u kunt zeker goed acteeren !" "Och mijnheer Boissevain, hoe
komt u er aan ?" - ,,0 mevrouw, als ik u aankijk: zoo intelligent, zoo levendig,
een gelaat zoo vol expressie!" . Ik sloeg de oogen neder. In Den Haag slaan alle vrouwen de oogen neder als men haar een complimentje
maakt. - ,,0 mevrouw, ik heb een stukje gemaakt .... als u er in spelen wilt,
dan is het een succes!" En toen kijkt hij me aan. . .. neen, maar! Hij weet met
vrouwen om te gaan! Was een halve eeuw geleden zeker een goede jeune premier. Ik
knikte ja. Toen schikte hij gezellig een beetje dichter bij me. Mijn
schoonzuster, die aan zijn andere zijde zat, vondt dit niets aardig! En hij
zeide: "Ziet u, het stukje is eigenlijk nog niet af. Wil u
mij hel pen het te maken " "Ja", lachte ik. En toen zijn wij aan het werk
gegaan.
Eerste tooneel: Het paleis te Buitenzorg. Hilda, vrouw van den adjudant,
ontvangt den Koning van Siam. Deze groet Oostersch.. . . Hilda neigt Westersch.
De Koning vraagt haar, waarvan ze meer houdt, van champagne dry of van champagne
sweet? Zij antwoordt: "Van allebei." De Koning maakt dadelijk haar man Ridder
van den Olifant. Toen verhuist Hilda. De Kroonprins van een Noorsch rijk vertelt
haar, dat hij zich verveelt aan het Hof. - "Wel, helpt u mij dan verhuizen",
zegt ze. Zijn aanstaande Majesteit loopt achter haar aan met een hangkast, een
handdoekenrek en een kinderstoel. - "Nu alsjeblieft geen koningen meer!" zegt
mijnheer Boissevain. "Brengen wij wat kunstenaars op het tooneel, allemaal
vrienden van Han en Hilda: Mahler, Diepenbrock, Mengelberg, enz." - ,,0
Mengelberg", roep ik uit ... "maar ik aanbid - Mengelberg ! Zijn rug ken ik het
best.... daar kijk ik altijd op als hij dirigeert. Maar wat een welsprekende
rug, hij dwingt en dirigeert er mede. En als hij dan omkijkt op het einde en
buigt! 0 mijnheer, wat ziet hij er jong en lief uit, sinds hij zijn snor heeft
afgeschoren! "Maar mijnheer", zeg ik, "wie is de eer waard om voor Mengelberg te
spelen ?" "Dat moet mijn zoon Charles E. H. doen", zegt hij. " Is dat uw zon"zeg
ik, "is hij E.H."Ja " antwoordt hij. "Hij is erg E. H. Hij is iemand!" "0 zoo",
zeg ik, "maar hij lijkt niet frappant op Mengelberg, hè ?" - "Komt er niet op
aan. Er wordt gezongen in het stukje; ik heb Charles zijn stem noodig!" - "En
zal zijn vrouw voor Mevrouw Mengelberg spelen?" - "Neen", zegt-ie: "Zij wil haar
eigen stem uitbrengen .... dat weet heel Nederland!" "'t Zijn me toestanden!"
zeg ik. "Maar zoo'n lange, zwarte Mengelberg, neen maar, dat gaat toch niet!" -
"'t moet gaan ? Charles met een blonde. pruik is precies Mengelberg ! En in elk geval: beter een zwarten Mengelberg, dan geen
Mengelberg:, vooral nu wij spelen in 't Concertgebouw. En u maakt toch alles
goed!" Ik buig. Hij buigt. "En hoe nu verder" vraag ik. En hij: ,,0, het wemelt
van genieën soms bij Han aan huis! Wij moeten een trio hebben van genieën.
Mengelberg, Mahler en Diepenbroek zingen iets, door hen met hun drieën gemaakt.
't Klinkt een beetje verward. Dan komt er een koor van Schoolmeesters. Zij
zingen op de wijze van het vrijheidslied. Dan wordt het Wilhelmus gespeeld en
komen de mannen van de Reddingboot en de geheele bemanning van het jacht van
Henri de Booy op een zeemansdraf binnen. En dan wordt er een ballet gedanst door
luitenants ter zee en onderwijzeressen van de openbare school. Leden van den
Raad van Tucht zingen ernstige liederen. En dan komen al de broers en zusters
van bruid en bruidegom naar voren met de 34 kleinkinderen van de ouders van de bruid en 't wordt nogal volop 't tooneel. En
boem, boem, boem, een Turksche trom .... Bengaalsch vuur.... links en rechts
vliegen al de acteurs .... op een koperen troon naast elkaar zitten bruid en
bruidegom." - "En wat nu?" vroeg ik aan mijnheer Boissevain. "Nu", zegt hij, "nu
treedt u naar voren en moet u ze toespreken." - "Neen, maar dat durf ik niet !", zeg ik. "En het zal zoo gek staan .... zoo tegen mijn
eigen zwager. ... mag ik niet veel liever wat tot Mengelberg zeggen?"- "Neen,
mevrouw !" zegt-ie gestreng, "spreekt u dadelijk tot de
bruid. Gauw ! anders brandt het potje Bengaalsch vuur heelemaal op!" "Nu", zeg
ik, "dat wil ik wel ... een schoonzuster, die van ganscher harte wat liefs zegt
tegen een schoonzuster !. ... neen; maar dat hoor je niet elken dag in Den
Haag!" En toen zegt mijnheer Boissevain: "Nu, als je met een versje wil
eindigen, dit is het versje, dat ik voor haar maakte toen ze trouwde: Wie was
steeds teer en zacht . Daar op de Heerengracht, Waar ze in het groot gezin Rust
gaf· en stilde? Hartje vol zelfbedwang, Keeltje vol vogelzang, Teeder kind 't
leven lang, Hilda!. ... 't Is Hilda." 0, daar hoor ik de trams. Daar zijn ze. Ik
ga ze halen!
21 juni 1910. Zandvoort. Gedeelte uit brief van Emily
Boissevain-MacDonnell aan haar dochter Olga (oudere zuster van Hilda Gerarda)
Hilda came down here yesterday for dinner, and the way that girl
can talk, she is most entertaining, and her life is so full and active, it is
most interesting to hear her. She is also a good wife and mother, and it has not
always been easy for her with Han, for he is full of old fashioned ideas and
customs and without actually going against him she has managed to get him to
take a broader view of things. IC she had given in to everything, he would have
made her live a very cramped life, sitting at home darning or knitting stockings,
ready to receive him wh en he chose to pop in on her. And she is fit for more
than th at, and happily he begins to see that a little bit, but it was a
struggle. And she is such. a good mother, looks after her children weIl, morally
and physicaIly.
Tom [de Booy] has always been an easy and a good child, with the highest cifers1in his class that he can get, but happily he is now sometimes naughty, or he
would have been a prig! And Hilda had a difficulty in not letting Han spoil him,
by always consulting his wishes, and making everything smooth for him.
Dagboek Han de Booij
23 october l9l0. Er is verbazend veel gebeurd sinds ik het
laatst het dagboek inschreef. Ik heb er te weinig in geschreven. Als ik eens een
eigen kamer heb thuis zal dat wel anders worden. Hilda is 14 oct. jl. in de ziekenverpleging Prinsengracht geopereerd van
blindedarm door Prof. Rotgans. Hoe dankbaar zijn wij allen dat dit goed is
afgelopen. Zij vertrekt morgen naar Drafna om geheel op krachten te komen.
20 mei 1911 In de namiddag kwam ik te Zürich maar zag Hilda niet bij aankomst ofschoon ze
wel aan het station was en ging naar 't sanatorium van Dr. Bircher. Later kwam
Hilda. Zij was veel magerder geworden van de kuur, 't zou later beter worden.
Een paar heerlijke dagen heb ik toen met Hilda doorgebracht.
24 october 1910. Ik heb heden Hilda met de auto van de Ziekenverpleging
Prinsengracht naar Drafna gebracht. Alles uit Hilda's kamer meegenomen, ook de
blindedarm in een flesje. Wij reden kalm om niet te schokken en waren ongeveer 4
uur op Drafna waar moeder al buiten stond om ons op te wachten.
9 maart. 1912 Uitvoering van de 8ste symphonie van Mahler, die een overweldigende
indruk maakte. Nog zelden zag ik het publiek in het concertgebouw zo
enthousiast, en dan nog wel een Toonkunstpubliek, dat bij ons als saai te boek
loopt. Ik vind het 1e deel bepaald mooier dan het tweede. Hilda zong met heel
veel vuur mede.
22 september 1913 's Morgens met Hilda naar de Doopsgezinde kerk
Oosterpark. Ds. A.K.Kuiper over de woorden van Paulus:"Ik heb steeds getracht
een onergerlijk geweten te hebben tegenover God en de mensen". Heel eenvoudig en
mooi. Naar Ds. Kuiper met Hilda over catechisatie Tom. Deze zeer uit zijn humeur
dat hij op catechisatie moet. Later bedwingt hij zich prachtig.
24 december 1913 Van Heutz sprak een woord voordat Hilda begon
[met een lezing over Kartini].(Zie link over het leven van Kartini en haar
invloed op het onderwijs in Nederlandsch Indië Kartini
)

Raden Adjang Kartini (1895-1904)
:
Wel goed. De lezing was een succes. Mijn hele
kantoor was er. Na de lezing met Van Heutz en verscheidene anderen naar Trianon,
waar een glas champagne werd geschonken. Van Heutz veel aan het woord, wel
gezellig, maar niet overbeschaafd. Mevr. Oyens een beetje verlegen zo in Trianon
te zitten. Wat zullen de meiden er van zeggen enz. Om 1 uur thuis.
Olga vraagt of als de Duitsers in Holland komen, wij naar
België zullen vluchten, dan kunnen ze daar een Comité voor Hollandse
vluchtelingen maken. Hilda is druk bezig met haar werk voor de Belgische
vluchtelingen.
7 maart 1914. Hilda is naar de uitvoering Missa Solemnis van Beethoven,
waarin zij meezingt.

1914 De zes zusters met hun ouders. Achterste rij vlnr Olga,
Hessie, Voorste rij vlnr: Nella, Mary, Teau en Hilda
5 oct 1914. Zo juist telefoneert Delhe, de consul van België, aan
Hilda dat morgen Antwerpen zal worden gebombardeerd en er dus morgen misschien
weer massa's Belgische vluchtelingen zullen komen. Haarlem krijgt nu 500
vluchtelingen van Hilda, en allerlei andere plaatsen krijgen er. Er zijn
duizenden en duizenden Belgische vluchtelingen in Nederland, nu zeker wel
50.000.
17 october 1914. Nu is Antwerpen genomen, na een bombardement van
een paar dagen en bijna alle inwoners zijn naar Nederland gevlucht. Men schat
dat ongeveer 1 miljoen Belgen in ons land zijn gekomen, die thans voornamelijk
door de zorgen van het Comité tot steun van Belgische slachtoffers (Hilda is
voorzitter van het Comité van Huisvesting) over geheel Nederland verspreid zijn.
27 october 1914 De Belgische vluchtelingen zijn nu uit vele doorgangshuizen
overgebracht naar loodsen aan de IJkade. Neiging om terug te gaan is nog gering
en geen wonder. Ik zond een familie naar Mik te Zetten, man, vrouw en 4
kinderen. Hilda is nu in het Gemeentecomité van huisvesting, waarvan Tellegen
voorzitter is. Hordijk, de gewezen hoofdcomm. van politie is chef van de
loodsen. Veel klachten over de loods.

Belgische vluchtelingen in loods aan de IJkade in Amsterdam,1914
28 october 1914. Die oorlog is vreselijk maar men denkt aan niets
anders. De kans dat wij er buiten blijven wordt steeds groter, tenzij Duitsland
erg gaat winnen. Onze verhouding met Engeland is uitstekend en de Duitsers
snappen langzamerhand geloof ik wel dat wij niet erg op hen gesteld zijn. Het is
hoog nodig voor onze toekomst als onafhankelijke natie, dat ze op hun gezicht
krijgen. Hilda moet nu elke dag om 9 uur op het kantoor van die
Gemeente Commissie zijn en 's middags is ze bij die loodsen om die in orde te
krijgen, dus is ze niet veel thuis.
11 november 1914 Hilda vanavond naar
Delft voor een lezing over Kartini voor de Delftse Studentenvereniging "Onze
Koloniën". Ze komt 12.34 terug en ik ga haar afhalen.
12 februari 1915 Met Hilda en Mevr. der Kinderen naar Ede naar het vluchtkamp der
Belgen. Het wordt gebouwd op de heide voor 10.000 mensen en verdeeld in 3
dorpen, in het midden een 4de dorp, waarin de bijzondere inrichtingen als kerk,
electr. centrale, centrale verwarming, alles heel praktisch en goed, maar 's
zomers zal het er wel warm zijn. Die arme Belgen! Het was een gezellig dagje.
22 februari 1917. Hilda erg aan de Theosophie, die voor velen een
grote levensvervulling is en troost.
21 maart 1917. Hilda vandaag een rumoerige vergadering op het
Vrouwenleesmuseum, met gevolg dat het bestuur aanblijft.
24 maart 1917 Tussen Stuart en de commissie van Hilda (Vluchtelingen) zal het nu
waarschijnlijk tot een oplossing komen. Het blijkt dat Stuart wil het afschaffen
van alle pauvres-honteux, waardoor dan tevens de commissie van huisvesting geen
voldoende reden van bestaan meer zal hebben. Het blijkt dat de Regering op
Hilda's hand.
6 april 1917, goede Vrijdag. Hilda en haar secretaris mevr. Der
Kinderen hebben een volledige overwinning behaald op de boeven (Stuart, Van
Sonsbeeck, Delhez).
13 juni 1917 Ellendige nacht, te 4 uur begonnen bij Hilda pijnen, doch
hebben ten slotte niet doorgezet.
17 juni.1917 Zoeven geboren Engelina Petronella om ½ 2. Na erge
maar korte pijnen. Toen de dokter kwam was het kindje meer dan 1/4 uur oud.
Alles in orde!!! Gewicht 7½ pond. 3 uur de dokter weer vertrokken. Heb met hem zitten praten
over het nadeel verbonden aan het droogmaken van de Zuiderzee.

Hilda met haar dochter Engelien
4 nov 1917 Hilda vanavond naar Theosophiebijeenkomst. Het is vreemd dat ik zo helemaal
buiten die Theosophiebeweging sta, ik voel er zelfs helemaal niets voor. Maar
voor Hilda is de Theosophie een grote voldoening.
25 april 1918. Vandaag Bram van Stockum bij ons koffiegedronken en hij heeft
gepraat met Hilda over zijn openbaring, zijn onsterfelijkheid, zijn weder jonger
worden enz. en Hilda heeft hem heel kalm toegehoord en staat tegenover die
dingen veel minder vijandig als andere mensen door hare theosofie.

1921 Familie vertrekt op buitenlandse reis. Vlnr Alfred. Moeder Hilda, Engelien, Olga en jongetje

Staand achterste rij (?), Olga en Hilda. Voorste rij: Nella, Teau, Polly en Jan Maurits
2 maart 1930 La Casetta, Antibes Brief van Emily Boissevain -
McDonnell aan Hilda Gerarda
Dearest Hilda, Thank you sa much for your nice letter of sympathy to me about om
dear Polly. It is indeed a real and sad loss, and I can scarcely imagine my life
without her. We have lived together for nearly 55 years, & her unselfish life was
devoted to all of us. Her end was very peaceful, & she was only 24 hours ill. I
hope to be home the end of next week and yam mother is coming to me the middle
of March, sa you will soon see her. With best love yr. laving Grannie
De latere jaren was mijn grootmoeder sterk betrokken
bij het Montessori onderwijs en in het bijzonder het Montessori lyceum in
Amsterdam ( zie link Montessori Lyceum Amsterdam
in de oorlogsjaren ). Veel over
haar verdere leven is ook terug te vinden op mijn website bij mijn grootvader Han de Booij hoofdstuk 7
en van haar zoon Tom hoofdstuk 10 .

Hilda Gerarda op latere leeftijd
Vrijdag 8 december 2000 Met mijn tante Engelien heb ik van14.00 tot 17.20 een gesprek gehad over de familie de Booij en Boissevain dat ik op de band heb ogenomen. Zij heeft het uitgetikte versie met commentaar voorzien. Hieronder wil ik dat gedeelte weergeven dat over Hilda en haar echtgenote Han
Moeder toen ze 17 was verloofd met Piet van Tienhoven ze gingen schaatsen
rijden en hebben ook een fietstocht gemaakt. Zijn vader was burgemeester van
Amsterdam, de van Tienhovens waren eerst aannemers in de Alblasserwaard.
Piet moest nog beginnen met studie, hij was negentien. De ouders hebben
tegen hem gezegd, je mag je niet verloven je moet eerst je vrouw kunnen
onderhouden, je moet je woord teruggeven. Toen heeft Piet haar het woord teruggegeven zonder dat hij daarbij zei dat hij dat op het commando van zijn
ouders had moeten doen. Dat was een grote klap voor Moeder. Zij is zenuw ziek
geworden, maar dat is misschien al eerder geweest omdat
zij conflicten had met haar moeder over
het gaan school Ja de zenuwziekte was inderdaad eerder en veroorzaakt door de
spanning met het moeten combineren van school en een intensief sociaal leven van
het uitgaand meisje van 16 jaar. Daarover nog meer later .Engelien leest brieven
voor hoe Vader Moeder heeft afgewezen, vermoedelijk was Moeder toen half
verloofd met Piet, maar Erwin van Asbeck en de Booij waren allebei verliefd op
haar. Hun moeder was naar Baltimore voor een bevalling van een dochter Olga en
moeder moest toen in Zandvoort het familiehuisje runnen.
Piet was voor Moeder een soort ghostly lover
vooral als je moeilijkheden met je man hebt, dan ga je denken
aan de mannen met wie je niet getrouwd bent en die zouden heel anders hebben
gereageerd als Vader, die was wel een beetje knorrig. Als moeder een lied van
Schumann zong dacht ze aan Piet ( Morgenrot).In 1955 is Piet gestorven en ze had hem nooit meer gezien. Ze zei tegen mij:
"kom eens dichterbij me" , want toen moest ze vreselijk huilen. Ze was echt
ongelukkig want later heeft Granny gezegd dat hij had gedacht dat zij op hem
wachten zou en dat heeft ze ook niet gedaan, maar ze heeft ook niet gevraagd of
ze op hem wachten zou. Toen is zo ongelukkig geworden toen Granny dat gezegd had
toen was ze heel verdrietig, ze was toe al een paar jaar getrouwd met Vader. Dat
heeft ze aldoor met haar meegedragen als ze moeilijkheden met vader had. Dat
moet heel moeilijk zijn geweest, heeft Olga (zuster van
Hilda) me
verteld, dat ze dacht ik heb hem in de steek
gelaten, wat natuurlijk niet waar was. Piet was natuurlijk teleurgesteld. Mijn moeder kon het niet tegen Vader zeggen, ze is zo lang verdrietig er over
geweest Ze ging natuurlijk hem idealiseren. Moeder heeft omstreeks 1910 een 'nervous
break down' gehad. Misschien was deze door deze geschiedenis veroorzaakt. Ze is toen naar Zwitserland gegaan naar Bircher. Zij
heeft een analyse op freudiaanse wijze moeten
ondergaan. Maar het lukte de psychiater. niet om af te maken en eigenlijk was ze
gesloten. Op een gegeven moment heeft hij gezegd" ja, ik zou een scheiding toch
niet aanraden". Het feit alleen dat hij durfde te denken aan een scheiding dat was
een grote schrik voor haar en onvoorstelbaar dat ze van vader zou scheiden NEE, maar dat vader
een beetje anders zou worden JA. Na 3 maanden is ze terug gegaan. En volgens
Olga ( mijn tante) was
ik het kind van de verzoening, maar ik kreeg niet de indruk uit het dagboek dat er toen veel
mis was. Olga (de zuster van Engelien) zegt dat ze er onder geleden heeft een
tijd lang hebben die twee ouders toch moeilijkheden met elkaar gehad. Moeder was 10 jaar
jonger ze hield van leuke mooie feesten. Qlga (mijn tante) schreef: Moeder is niet een flirt daarvoor is ze te veel 'lady like',
maar alle
mannen vinden haar wel erg aardig. Op een marine feest had Vader
genoeg van al dat dansen en hij stond dan tegen de muur en keek dan
een beetje knorrig toen hij zag dat ze met andere mensen veel plezier had.
Dit vertelde Moeder meer dan eens. Hij was somber over de toekomst, hij was soms
een beetje zwaar op de hand maar hij had wel een geweldig gevoel voor humor en
ze waren dol op elkaar .Tom (haar broer) zegt dat was net omgedraaid bij mijn ouders: Vader hield van
feesten en mijn moeder niet. Vader had wel goed contact met mensen die met hem strookten die
vond hij wel leuk. Hij was nogal kieskeurig met mensen moeder was dat minder. Cré de Booij
vond het soms wel moeilijk bij
ons dat Moeder altijd allerlei verschillende mensen uitnodigde en dan was het geen harmonieus geheel. Vader had ook niet veel vrienden.
Mannen over het algemeen niet, want mannen hebben daar veel moeite mee, wij
vrouwen wel, een gemis voor mannen.
De Mol van Otterloo's waren muzikaal de de Booijen niet, dwz ik denk dat de
muzikaliteit vooral van de Moeder kwam al had grootvader een broer die viool speelde.
Mijn grootmoeder Adrienne de Booij- de Mol van Otterloo speelde ook en haar dochters ook.
Als Moeder zich ergens voor kan inzetten dan was ze gelukkig, Ze kon goed
organiseren heeft het
ook het huwelijk goed
gemaakt. Zie wat ze allemaal gedaan heeft voor de Belgische
vluchtelingen.
Kartini heeft ze leren kennen in Batavia toen vader adjudant was van de
Gouverneur-generaal
drie dochters van een Javaanse edelman.. Ze werden later bekend
voor hun inzet voor onderwijs aan meisjes.
Moeder heeft veel kritiek gehad op de manier waarop zij onderwijs had
gekregen. Haar moeder wilde dat alleen haar dochters naar de lagere school
gingen want jullie trouwen toch. Tante Mary is er niet in geslaagd, ook tante
Hessie wou graag onderwijs hebben is ook niet gelukt. Olga is er in geslaagd om toehoorster te
mogen worden op een meisjes hbs. Mijn moeder is er in geslaagd om leerling te worden, maar die
is in haar vierde jaar er af gegaan omdat ze toen zenuw ziek was en ze werd
zenuwziek omdat ze altijd van school moest verzuimen Ze moest steeds met de
familie mee voor een bruiloft etc. Ze moest een uitgaand meisje worden, dat wou
ze niet, ze wilde goede cijfers halen daar zat ze tussen en dat reden van de
zenuwziekte. Ze was toen geluids gevoelig geworden .Er was een klok in de kamer waar ze samen met Olga sliep, Olga heeft die klok
kapot geslagen met een laars zodat deze niet kon slaan en tikken want moeder kon
er niet tegen. Grannie zei dat Moeder ziek was geworden van het harde werken op
school. Moeder werd toen ze 16 was naar Ierland gestuurd voor een heerlijke lange
vakantie Moeder is het blijven hinderen dat ze eigenlijk haar school niet
had afgelopen.
De nichtjes van de jantjes die
mochten studeren die
gingen medicijnen studeren. Granny heeft
later aan tante
Olga toegegeven dat ze daarin fout is geweest, maar toen kwam ik en ging ik
naar de Montessori school. Via mevrouw Godefroy (misschien was zij een van de
Vaders begeleidsters op de piano) heeft mijn moeder contact
gekregen met de ideeën van Maria Montessori. Ze wilde ook het Montessori geschikt maken voor de middelbare
school. Ze had het land aan het klassikale onderwijs, alles gelijk, gelijke
onderwerpen en zelfde tempo terwijl alle kinderen verschillend zijn. Zij was de
drijvende kracht achter de oprichting van het Montessori Lyceum. De anderen
zeiden soms laten we er maar mee ophouden er is geen geld, maar zij heeft van
Heineken geld gekregen om de oude Hagedoorn school te kopen. Ze was heel
goed in het fondsen werven. Ik zou het niet kunnen, mijn vader ook niet. Mijn
vader kon ook geen vergaderingen leiden,
als president van een vergadering voor een bouwfonds stond
hij met zijn mond vol tanden en dan waren de aandeelhouders boos, maar moeder
wel, kan meteen iets zeggen maar misschien wat niet helemaal correct was maar ze
was kort en krachtig en daar had vader grote bewondering voor . Vader heeft zich
tegen haar verzet maar heel laat is het toch goed gekomen en tot een goed
huwelijk gekomen. Toen tante Nan bij hun logeerde vond zij het harmonieus. Ik
vond dat ook maar een keer was ze boos waarop weet ik niet, ze smeet de patience
kaarten op de grond en rende de kamer uit, het ging waarschijnlijk om geld, en
sloeg de deur dicht en ik zie Vader nog de patience kaarten op zijn knieën
oprapen. Dat heb je nog op het netvlies. Dat was alles heel teer. Moeder mocht
van vader niet driftig zijn, maar hij was zelf driftig van nature maar hij heeft
het afgeleerd. Mijn moeder heeft eens een naald
door haar vinger gekregen met de naaimachine ze slaakte een kreet en Vader was boos dat ze zo luid gilde dat heeft ze
onthouden later is hij misschien wel aardig tegen haar geweest, ze mocht niet
emotioneel uitbarsten je moest ze onderdrukken dat is typisch iets voor de de Booijs dat je de emoties op een zacht pitje moet houden, dat was ook het geval geweest met Alberdink Thym ze flapte er soms te veel uit. Dat vond
Vader heel vervelend en dan zat hij een beetje somber te kijken. Moeder
zei soms de vreselijke dingen op verkeerde ogenblikken, ik heb ook wel eens
verhinderd dat ze een heel onaardige brief verstuurde ik geloof aan haar
broertje Jan Maurits. Ja dat
klopt, ik geloof dat Moeder vaak dingen zei die wat et ver gingen wat vader
hinderde maar die zweeg dan. Pas toe ze heel oud waren was het vader die het
meeste praatte terwijl Moeder zweeg. Jouw Vader Tom wees mij er een op hij
vergeleek ze met het weermannetje altijd buiten, het vrouwtje binnen (bij
vochtmeters), vroeger
anders om. (overigens was vader in de familiekring helemaal niet zo zwijgzaam).
Later heeft Engelien het nog eens op een ander manier verwoord. Mijn ouders
waren heel verschillend en vader moest zich dikwijls geërgerd hebben aan de
waarop Moeder alles maar uitflapte. Hij werd dan heel stil, wat Moeder weer
ergerde denk ik. Maar ik heb daar weinig van meegemaakt, zeker na Vaders
pensionering niet meer. Ik denk dat Moeder Vader niet goed kon troosten als
hem ergens mee zat of tobde. Ze zal bemoedigende woorden gesproken hebben maar
hij kreeg dan denk ik niet het gevoel begrepen te worden. Dit zijn slechts
veronderstellingen. Moeder vond dat tobben van vader wel heel erg naar.
Het gesprek loopt ten einde Engelien vraagt me: "Wil je wat thee hebben?"

Engelien de Booij (lerares geschiedenis 1943-1947 en 1954-1956) en mejuffrouw A.E.S. Osterkamp( 16 jaar rectrix, lerares klassieke talen (1930-1965)
Op de sterfdag van Hilda Gerarda Boissevain 15 april 1975 schrijft Mejuffrouw A.E.S. Osterkamp (16 jaar rectrix en lerares klassieke talen (1930- 1965) van het Montessori Lyceum) aan Engelien de Booij (dochter van Hilda Gerarda)
Lieve Engelien, Nu er een einde is gekomen aan het aardse bestaan van je Moeder- een bestaan dat in de laatste jaren slechts een schaduw van leven genoemd kon worden - gaan mijn gedachten meer dan anders terug naar de lange tijd waarin zij in mijn leven een grote rol heeft gespeeld. In de eerste plaats was zij degene op wier daadwerkelijke steun je altijd kon rekenen in die in veel opzichten moeilijke eerste 15 jaren van het Montessori Lyceum. Ze had een heel persoonlijke manier om het lyceum, tot welks oprichting zij een van de voornaamste initiatiefneemsters is geweest, overeind te houden en degenen die er aan werkten, de moed niet te doen verliezen. Zij was niet iemand van hooggestemde gevoelige betogen; zij zocht naar praktische mogelijkheden en als zij ze gevonden had, zette zij zich zelf en anderen aan het ten uitvoer brengen ervan. Maar haar grootste kracht - en dat was, meen ik het meest essentiële van haar persoonlijkheid - lag toch in haar omgang met mensen. Zij liet iedereen zoals hij was; nooit legde zij een ander de druk op van eigen opvattingen of van grote onbereikbare idealen, ook al was zij zelf wel bezield van het "hoge ideaal".. Ik heb me altijd vrij tegenover haar gevoeld, ik kon geheel mij zelf zijn en blijven, ook als we hier en daar 'n andere kijk hadden. Doordat ze de ander nam zoals hij was, beschikte zij ook over 'n bijzondere tact en soepelheid bij het oplossen van conflicten. In dit verband staat mij b.v. een conflict voor ogen dat ik met ouders van 'n leerling had, die pertinent zonder opgave van redenen weigerden hun dochter aan een volgen vastgesteld rooster speluren mee te laten doen. Ik had natuurlijk het volste recht om dit onaanvaardbaar te vinden en het zou een onoplosbaar conflict zijn geworden, als je moeder niet de halsstarrige ouders en de op haar goed recht staande rectrix bij zich thuis op 'n kopje koffie had gevraagd, (de koffie schonk zij natuurlijk zelf) en de stemming zo wist te klaren, dat de ouders zonder moeite de eigenlijke reden van hun verzet, vertelden. Daaruit bleek tevens waarom ze er aanvankelijk zo geheimzinnig mee hadden gedaan. Van 'n dergelijke manier om met mensen om te gaan heb ik veel van je moeder geleerd. Kenmerkend voor haar was ook dat ze bij alle tegenslagen, nooit klaagde of bij de pakken neerzat, altijd probeerde ze weer 'n mogelijkheid te vinden om verder te gaan of althans de moed er in te houden. Ik denk aan de oorlogsjaren en de Donderdagse maaltijden waarbij de hongerigen uit haar omgeving die éne keer werkelijk tot verzadigens toe konden eten. Nog zie ik haar voor me, hoe ze in die angstige aprildagen1945, toen er niets meer te eten was en de opmars van de geallieerden naast bevrijding ook verderf en vernieling voor het Westen v.h. land zou kunnen betekenen aan de vleugel zong : "Denn gröszer als der Helfer ist die Not ja nicht". Een keer maar heb ik haar van streek gezien, dat was op de vooravond van de bevrijding toen we het radiobericht dat de volgende ochtend de wapenstilstand zou worden gesloten, ondanks het verbod toch de straat op gingen. Ik was die avond bij Mevr Joosten, we gingen naar de Stadionkade en troffen je Vader met de vlag in de hand, die hij wilde uitsteken, maar je moeder keek wezenloos, alsof ze het nog niet kon bevatten en ze kon ook nog niet meedoen met de vreugde die was losgebarsten. Het voorzitterschap van het Montessori lyceum legde ze pas neer toen het bestaan van de school was verzekerd. De vriendschap die in die jaren tussen je ouders en mij was gegroeid, berustte toen al lang niet meer uitsluitend op de belangen van het lyceum, die ons oorspronkelijk samen hadden gebracht. Met grote dankbaarheid denk ik terug aan het het vele goeds en hartelijkheid die ik van je ouders heb ondervonden. Het is droevig dat de laatste levensjaren van je Moeder zo uitgeblust zijn geweest. Dank zij Hans Colenbrander zulk een goed en liefdevolle verzorgster heeft gehad, was wel een zeldzaam voorrecht. Engelien ik hoop dat in deze brief iets tot uitdrukking is gekomen van wat je moeder - en niet te vergeten ook je Vader - voor mij zijn geweest. Als dat het gevoel mocht zijn, wil je mijn brie f misschien ook ter lezing geven aan je beide broers en hun vrouwen. Ik ben erg blij dat ik a.s. Vrijdag mee mag om je Moeder het laatste geleide te geven Inmiddels met hartelijke groet je A. Osterkamp.