Kort verhaal in het Bataviaasch Nieuwsblad van 4 januari 1929 door H.Th de Booy
Het Godsoordeel
Het mooie g
geëmailleerde klokje, dat steeds in de voorkamer had gestaan was verdwenen, daar was geen twijfel aan ... en tevens misten we een bankbiljet van dertig gulden, dat, diep in het achterste vakje van de schrijfdoos onbereikbaar en onvindbaar werd geacht Een prettige ontdekking! De eerste reactie was natuurlijk, wie van de bedienden heeft dat op zijn geweten? Onmiddellijk viel de verdenking op Sariman, onzen huisjongen, die den minst betrouwbaren indruk had gemaakt van ons drietal - de oude kokkie zou heus haar laatste levensdagen haar geweten niet met een dergelijken diefstal belasten en dat onze aardige, jonge Ambonesche baboe, een christenmeisje op wier onkreukbare eerlijkheid we konden bouwen, de schuldige zou zijn behoorde tot de onmogelijkheden. Sariman werd dus geroepen en, danig in het nauw gebracht, bracht hij na eenig '' zoeken" het biljet van 30 gulden weer te voorschijn . maar van het klokje wist hij dan toch "betoel betoel" niets af.Zeven uur 's avonds ... een druilerig motregent en Ambonesche duisternis. In een hoek van het kleine kamertje van onze kokkie zat de oude Maria uit kampong Oerimessing, gekleed in het lange zwart katoenen jak der Ambonesche Christen vrouwen. Een enkel olielichtje aan den wand verlichtte met rossigen glans de hurkende figuren van Sariman, Lena, kokkie en van den jeugdigen kebon van onze buren, die ook verdacht werd. Maria keek voor zich, , hield de handen gevouwen en haar lippen prevelden onhoorbare woorden. Tusschen haar en de hevig in spanning verkeerende bedienden stond een ijzeren pot met 'n rookend houtskool vuurtje, waarop ze van tijd tot tijd wierook liet branden. De atmosfeer in bet kamertje werd verstikkend, de intense spanning was voelbaar. Staande in de deuropening, maakten we het geheele drama, want dat werd het mede. Sariman was de woordvoerder, hij vertelde Maria waarom men haar had laten komen en nadat ze zwijgend geknikt had en een blauwe wierrookkrinkel omhoogsteeg, begon de séance. In den rand van een platte rieten mand stak zij de punten van de wijdgeopende beenen eener schaar en nu moest Sariman, die het eerst aan de beurt kwam den top van zijn rechter·wijsvinger onder het eene oog van de schaar houden. Maria deed hetzelfde met het andere oog. Zoo bleef de mand in evenwicht en werd boven de brandende wierook gehouden. Maria prevelde zacht voor zich uit, terwijl ze de oogen half gesloten hield. We vingen enkele woorden op als "lontjeng" en "mentjoer" en daarna kwam een doodstille pauze. Eindelijk vroeg ze met fluisterende stem: Sariman '?"
Weer een stilte ...alle oogen waren in groote spanning op de mand gevestigd, die echter roerloos bleef hangen. Dat was het "bewijs" dat Sari man onschuldig was en deze stond met een triomfantelijk lachje op. Nu kwam kokkie aan de beurt en weer bleef de mand onbewegelijk en daarna, dachten we, was het Lena's beurt. Ze hurkte reeds voor het houtskool vuurtje neer, toen Sariman haar plotseling eenigszins ruw wegduwde en zei dat eerst de kebon aan de beurt kwam. Ook het kebonnetje bleek "onschuldig" te zijn. Als laatste kwam nu Lena, die door , het optreden van Sariman erg nerveus was geworden. Met haar groote donkere oogen keek ze in angstige spanning naar de roerloos hangende mand en ook Sariman schoof dichterbij en volgde den gang van zaken met ingehouden adem.Het ongeloofelijke gebeurde; toen de naam "Lena" werd uitgesproken zagen we tot onze groote verbazing dat de mand. een kwart slag om haar lengteas draaide en daarna de scháár kletterend op de steenen vloer viel .... Lena gaf een gil en liet zich in wanhoop op de grond vallen: het "Godsoordeel" had haar schuldig bevonden. Slechts eenige seconden duurde het voor de ernst van het geval goed tot ons doordrong. Lena gilde: "tida, tida, Njonja, ik heb het niet gedaan, ik durf het zweren! Er klonk een wanhoop in haar stem die niet gehuicheld was, doch Sariman glimlachte triomfantelijk als wilde hij zeggen: Zie wel!
Maar nu pakte ik hem bij z'n kraag en de bom barstte geheel anders dan hij gedacht had. Wat ik vervolgens allemaal gezegd heb, wéet ik me niet meer te herinneren, doch de bedoeling drong zeer goed tot hem door, want terwijl de politie werd gehaald, pakte de onthutste Sariman zijn schamele bezittingen bij elkaar om een kwartier later ons huis voorgoed te verlaten. De zgn.. "wijze" vrouw had kans gezien in de algemeene verwarring en opwinding weg te sluipen en ook het kebonnet] koos het hazenpad. Het duurde nog enkele dagen voor we Lena, die geheel overstuur was, van konden overtuigen, dat dit Godsoordeel voor ons niet de beteekenis had die inlanders er aan hechten ... vooral nu, het uitgekomen was, dat Sariman het "Orakel" had omgekocht Sariman verdween voor drie maanden naar de "roema toetoep", doch het klokje kwam helaas nooit rneer terecht. Toen hij weer orang prijman was, zagen we hem met een warongkje loopen en verkocht hij allerlei etenswaar. Eenige wrok was er bij hem niet meer overgebleven en wellicht vond hij het knap dat we hem hadden doorzien, tenminste knikte vriendelijk toen hij me zag en zei "Tabéh Toeááááán ... ".