Hoofdstuk 9 van het boek "Machteloos?"Ooggetuigen van de Jodenvervolging geschreven door Anna Timmerman. Uitgave Athenaeum-Polak&Van Gennep. Amsterdam 2007. ISBN 978 90 253 53391?NUR 686.

Tom de Booij (links) met zijn vader, 1942
Ons soort mensen
Tom de Booij heeft zo'n gezicht waar het jongetje nooit uit verdwenen is. Zijn ogen twinkelen als hij vertelt over zijn avontuurlijke leven. Associatief stapt hij met zevenmijlslaarzen door de geschiedenis van de vorige eeuw. 'Maar nu nog even over de oorlog,' hoor ik mezelf steeds opnieuw zeggen Tom de Booij is iemand die niets zomaar aanneemt, altijd is hij op zoek naar andere verklaringen dan de gangbare. In zijn meningen is hij zijn tijd telkens ver vooruit geweest. Als geoloog nam hij stelling tegen Shell tijdens de Biafra-oorlog, in Amerika liep hij mee in protestmarsen van de Civil Rights Movement en tegen de oorlog in Vietnam, in Amsterdam was hij betrokken bij de Maagdenhuisbezetting. Hij is nu 82 en voelt zich iets rustiger, hij wil de wereld niet meer veranderen, maar vooral analyseren. Tijdens de Tweede Wereldoorlog studeerde Tom de Booij in Amsterdam In 1943 moesten alle studenten een loyaliteitsverklaring ondertekenen, De Booij weigerde en dook onder. Na zijn arrestatie werd hij gevangen gezet in Kamp Amersfoort.
'Die energie die ik heb, dat is iets genetisch, dat hebben alle
De Booijs. Die nieuwsgierigheid heb ik ook al van kinds af aan, dat is terug te
vinden in mijn horoscoop. Als kleine jongen al stelde ik iedereen vragen, vragen
die andere kinderen niet stelden. Dan wilde ik bijvoorbeeld weten wat nou het
verschil is tussen een boom en een kristal, wat nou leven is en wat niet,
essentiële vragen. Toch was ik geen eenzame boekenwurm. Eén kant van mijn
persoonlijkheid is het onderzoeken en het alles willen opschrijven in dagboeken,
maar daarnaast was ik ook altijd heel sociaal. Een beetje een Pietje Bell,
ondernemend en ondeugend, ik haalde graag kattenkwaad uit samen met mijn
vriendjes. Mijn ouders hebben me vreselijk verwend. Toen ik één jaar oud was
zijn we naar Indië vertrokken, waar we tot 1930 hebben gewoond. Daar kreeg ik
een zusje dat na zes dagen stierf. Ik was het troostkind en werd overladen met
liefde. Dat heeft me een sterke basis gegeven en een enorm zelfvertrouwen, maar
het was ook een liefde waar ik me later uit heb moeten los vechten.
De Joodse man die over de hanenbalken moest lopen in Kamp Amersfoort heeft de oorlog overleefd. Tom de Booij heeft hem nog wel eens gezien op een bijeenkomst voor oud-gevangenen van het kamp. Over Bullie heb ik geen informatie kunnen vinden. Bruin is niet de werkelijke naam van de zakenrelatie van de vader van Tom de Booij.