Maria Montessori


(31
augustus
1870 –
6 mei
1952)
Maria Montessori werd geboren in Chiaravalle (bij
Ancona) in Italië. Na haar middelbare
schooltijd koos ze voor de studie voor ingenieur, en later voor de
opleiding geneeskunde. In 1896 werd zij de eerste vrouwelijke arts in
Italië. In november 1896 kwam ze in het Santo Spirito-ziekenhuis in Rome
in contact met kinderen die aanzienlijk gehandicapt waren in hun
verstandelijke ontwikkeling. Ze ging er toe over jeugdigen te laten
voelen, zien, horen en ruiken. Zij wilde die kinderen helpen een zo
groot mogelijk deel van hun achterstand in te lopen.
Casa dei Bambini. In haar
boek De Methode Montessori (1909) beschrijft zij hoe zij voor de
allerarmste kinderen in de Romeinse sloppenwijk San Lorenzo haar ‘Casa
dei Bambini’, een ‘huis voor kinderen’, ontwierp. Dit op uitnodiging van
een idealistisch bestuurder van een woningbouwvereniging die de
renovatie van vervallen woonkazernes ter hand nam. Hij verbood de
praktijk van onderhuur en wilde voor de werkende moeders in de
woonblokken opvang realiseren voor hun nog niet naar school gaande
kinderen. Dat werd dus het Casa dei Bambini en daar bedacht Montessori
in vrij korte tijd een geheel nieuw systeem van onderwijs, voor kinderen
van de allerarmsten.
Een belangrijke voetnoot is dat de verschijnselen die waargenomen
waren bij volkskinderen (in 1907), in ogenschijnlijke tegenspraak
stonden met de ervaringen met rijke kinderen van dezelfde leeftijd en
dus in dezelfde gevoelige perioden. Er zijn vooral twee redenen: 1. het
rijke kind wordt teveel geholpen door de volwassene. De andere oorzaak
ligt in de overvloed aan speelgoed. Kortom, begeerte naar bezit en
afhankelijkheid zijn de voornaamste afwijkingen, die op een gegeven
ogenblik opbouwende arbeid verhinderen en vaak blijvende sporen in het
karakter nalaten.
Maria Montessori schreef in het begin van haar Methode een
vlammende aanklacht tegen de armoede die de mensen liet wonen in
‘walgelijke spelonken. Zij geloofde in de wijsheid van de natuur en in
een door die natuur geleide ontwikkeling. En die was bij geen kind
gelijk. Daarom wég met die onderwijzer die voor het bord opdrachten
staat te geven aan allemaal ongelijke leerlingen, weg met die
schoolbanken die zo stonden opgesteld dat oogcontact tussen meester en
leerlingen altijd verzekerd was. Zij liet eenvoudige tafeltjes en
stoeltjes ontwerpen, die zo licht waren dat de kleuters ze zelf konden
verplaatsen. Bezoekers van haar eerste schooltjes in Rome kwamen
allemaal onder de indruk van de rust en de discipline waarmee die
verpauperde kinderen hun eigen gang gingen. Voor een groot deel moet dat
te maken hebben gehad met de autoriteit die zij uitstraalde. Aan
charisma kwam zij niets tekort. De door
haar bekend geworden schuurpapieren letters voor het schrijfonderwijs,
waren een eigen uitvinding van haar, uit geld- en tijdgebrek geboren. De
ontwikkeling van de zintuigen nam in haar systeem meteen een grote
plaats in
Haar roem verspreidde zich snel over de hele Westerse wereld en de
toenmalige westerse koloniën, speciaal het vroegere Brits-Indië, nu
India. Ook in de
Verenigde Staten werden binnen korte
tijd, voor kleuters uit de betere kringen, van Oost- tot Westkust,
Montessoriklasjes ingericht. Na haar terugkeer uit de Verenigde Staten
in 1916 vestigde Dr. Montessori zich in Barcelona, waar ze bleef wonen
tot 1936. Van 1924 - 1926 verbleef ze in Italië.
In 1934 verbrak Maria Montessori haar banden met Italië, omdat
Mussolini wilde ingrijpen in haar
onderwijssysteem. Het montessorionderwijs hield daardoor in Italië op te
bestaan. Na de Tweede Wereldoorlog werden opnieuw Montessorischolen in
Italië opgericht
In 1936 werd zij door het uitbreken van de
Spaanse burgeroorlog uit Barcelona
verdreven. Zij vestigde zich vervolgens met haar zoon, die zij
voorstelde als haar "neef" , in Nederland, na een kort verblijf in
Engeland. Het hoofdkwartier van de Montessoribeweging was toen al in
Nederland gevestigd. In oktober 1939, dus kort nadat Engeland de oorlog
verklaarde aan Duitsland vanwege de Duitse inval in Polen, verliet zij
Nederland om een reis naar
India te maken. Daar gaf zij een groot
aantal lezingen en Montessoricursussen. Door het uitbreken van de
Tweede Wereldoorlog duurde haar
verblijf in India tot 1946. In dat jaar keerde zij terug naar Nederland,
waar zij in 1950 benoemd werd tot
Officier in de Orde van Oranje-Nassau
en een
eredoctoraat ontving van de
Universiteit van Amsterdam. Op 6 mei 1952 overleed zij. Zij werd
begraven in
Noordwijk.