Roeiend tegen de branding. De nacht van de Drente

Van 1824 tot 1924 werden door de roeireddingboten van de Noord-en Zuid-Ho1landsche Redding-Maatschappij van 600 schepen 5000 mensen gered. Wij vinden het thans vanzelfsprekend dat er overal motorreddingboten langs de kust gereed liggen om hulp te bieden, maar tot in het begin van de 20e eeuw moest er nog dikwijls geroeid worden door de branding. Ik heb  herhaaldelijk in een roeireddingboot mee geroeid op oefentochten met ruwe zee en weet dus uit ervaring,dat felle branding veel sterker is dan mannenkracht. Ook al trekken de tien roeiers nog zo hard aan de riemen en wordt de boot door een ervaren schipper bestuurd, een ongeluk is gauw gebeurd. Het is dus zeer begrijpelijk, dat er bij oefeningen of reddingspogingen, roeireddingboten zijn omgeslagen. Lang niet altijd liep dit goed af. In de eerste eeuw van het Nederlandse reddingwezen zijn een 50 tal reddingbootroeiers omgekomen bij de uitoefening van hun nobel werk. De oude rapporten van verrichte reddingen zijn als regel kort en zakelijk. Vele zijn moeilijk leesbaar; de inkt is verbleekt en schrijfmachines had men vroeger nog niet. Toch is het duidelijk, dat in vele gevallen het uiterste werd gevergd van de mensen, die de strijd tegen de branding aanbonden en we kunnen ons petje afnemen voor hetgeen door hen met de -in onze ogen gebrekkige -reddingmiddelen is gepresteerd. Een keer, in 1935, ben ik getuige geweest van een nachtelijke redding met een roeireddingboot. De N.Z.H.R.M. was toen al begonnen met de vervanging van de roeireddingboten door de veel zeewaardiger motorstrandreddingboten, maar station Egmond aan zee zou eerst enkele jaren later aan de beurt komen. De spannende nacht op het Egmonder strand van 19 op 20 oktober 1935 zal ik nooit vergeten. De vrijwilligers, die de Egmonder reddingboot bemanden vochten als leeuwen; het werd de laatste zware redding door een roeireddingboot verricht.

19 oktober 1935: een zware west zuidwester storm bracht de zee in wilde beroering. In de namiddag seinde het s.s.Kerkplein om hulp. Een leeg schip op weg van IJmuiden naar Schiedam. Door de felle wind kon het geen koers meer houden en dreef snel naar lager. De sleepboot Drente van Bureau Wijsmuller  voer uit om te trachten verbinding met het hulpeloze schip te maken, maar de pogingen om een sleeptros over te brengen mislukten. Zowel de sleepboot als de Kerkplein kwamen steeds dichter bij de gevaarlijke banken, zodat besloten werd de te IJmuiden gestationeerde motorreddingboot Neeltje Jacoba uit te sturen. De Neeltje Jacoba seinde dat de opvarenden van de Kerkplein nog niet van boord wilden. De Drente ging onvermoeid door met haar pogingen het schip te pakken te krijgen. Een zware zee sloeg de antenne van de Neeltje Jacoba kapot, zodat de schipper met langzaam draaiende motoren de wal uitvoer om de schade te herstellen. Toen ik het bericht kreeg, dat de Kerkplein dreigde te stranden ben ik naar IJmuiden gegaan en wachtte in spanning op verder nieuws. Te zeven uur belde de Burgemeester van Egmond aan Zee mij op: 'er zijn hier twee schepen gestrand, de Drente vlak voor het dorp, de Kerkplein iets zuidelijker'. De roeireddingboot wordt klaar gemaakt om uit te varen. Pogingen om radiocontact met de Neeltje Jacoba te krijgen mislukten. Eerst de volgende dag zou ik van de schipper horen, dat hij de zender niet meer had kunnen gebruiken. Wel was ontvangst mogelijk en zo had hij dus het S.O.S. van de Drente gehoord. Bij de zoveelste poging om een sleeptros over  te brengen was deze tros in de schroef van de sleepboot gedraaid. Een stranding kon toen niet meer worden voorkomen. De Neeltje Jacoba  was dwars over de banken naar de Drente gevaren, maar de sleepboot zat zo dicht bij de kust, dat de Neeltje Jacoba met haar diepgang van anderhalve meter er niet bij kon komen. Alleen een strandreddingboot zou hier redding kunnen brengen.

Een taxi reed mij naar Egmond aan Zee. De wind loeide, regenbuien kletterden. Op de boulevard te Egmond aan Zee stonden reeds vele honderden mensen. Heel Egmond was uitgelopen en toen de radionieuwsberichten melding hadden gemaakt van de stranding groeide  het aantal belangstellenden zienderogen. De Drente lag op slechts ruim honderd meter uit de wal, de branding sloeg er met geweld overheen. Het strand was volkomen onbegaanbaar en de zee brak tegen de duinrand. De bemanning van de Egmondse reddingboot had al een reddingspoging willen ondernemen, maar de plaatselijke reddingcommissie achtte het gezien de sterke vloed,de uiterst wilde zee, raadzamer te wachten totdat de eb was doorgekomen. Het krachtige zoeklicht van de Wijk aan Zeeër Reddingsbrigade en de vele koplampen van op de boulevard staande auto's beschenen de door de onstuimige branding geteisterde Drente. Het was duidelijk, dat de opvarenden van deze sleepboot in levensgevaar verkeerden. Dit was gelukkig niet het geval met die van de Kerkplein. Dit was een groot, leeg schip; wel stoof de branding er overheen, maar het lag hoog op het strand.  Ik was net op tijd gekomen om de roeireddingboot in zee te zien gaan. Toen de storm in kracht toenam en geweldige brekers op de Drente beukten had de bemanning van de roeireddingboot niet langer willen wachten. Met grote moeite kreeg men de boot  vlot en de Egmonders roeiden wat zij konden. De krachtige vloedstroom sleurde de boot mee, zij kwam op 30 meter afstand van de Drente, maar toen werd zij door een hoge zee opgenomen en tegen de duinvoet gesmakt. Met vereende kracht trokken wij de reddingboot zo hoog mogelijk op, zodat zij niet door het woeste water kon worden meegesleurd. Na deze wanhopige, doch moedige reddingspoging was het wel duidelijk, dat op het vallen van het water moest worden gewacht. Dan zouden de buitenbanken enige beschutting geven. Nu werd getracht om een lijn over de Drente te schieten. Het steeds talrijker wordende publiek toonde een hinderlijk opdringerige belangstelling en stuurlui aan de wal maakten hun kritiek op de gang van zaken reeds kenbaar. Een van de met het lijnkanon over het wrak geschoten lijnen was raak, zij kwam over het achterschip te liggen.  Hier stroomde de zee echter overheen, zodat de opvarenden van de sleepboot er niet bij konden komen. De vuurpijl- en wipperploeg van station Petten was nu ook op het terrein van actie gekomen om zo nodig assistentie te verlenen. Het maken van een verbinding om de schipbreukelingen met de reddingbroek van boord te halen leek een onbegonnen zaak omdat het dek van de Drente voortdurend door de zee werd overspoeld. De lichten aan boord waren reeds gedoofd, de bemanning had in radiohut en kombuis  beschutting gezocht. Steeds dieper zakte het schip, steeds feller werd de branding. De onrust aan de wal nam toe, maar er moest worden gewacht totdat het verantwoord zou zijn opnieuw een reddingspoging met de reddingboot te ondernemen. Eindelijk, omstreeks middernacht was het zover. Tot over het middel in zee lopend slaagden wij er in de boot vlot te krijgen, de roeiers sprongen er in en grepen de riemen. Nu volgden momenten van hevige spanning. Tussen de Drente en de duinrand had zich een knooppunt van brandinggolven gevormd, fantastisch was het de strijd van de kleine wit-blauwgeschilderde boot, scherp verlicht door een felle zoeklichtbundel te kunnen volgen. Het publiek leefde met hart en ziel mee; een donderend hoera geroep steeg  op toen de boot, onophoudelijk bedolven door zware stortzeeën langszij van de Drente kwam te liggen en de schipbreukelingen er in allerijl insprongen. Een voortrazende breker nam de boot op en joeg haar naar het strand met 12 uitgeputte, verkleumde schipbreukelingen. Ik ging direct naar de schipper van de reddingboot, de timmerman-aanemer Jan van der Plas en wenste hem geluk ."Een pracht redding, Van der Plas, " zei ik. " 't  beste antwoord op het ingezonden stuk" antwoordde hij tevreden lachend. Daar had hij gelijk aan; in een plaatselijk Egmonds blad was nota bene de 18e oktober, dus een dag voor de stranding kritiek geuit op zijn bekwaamheid als reddingbootschipper.

           

Roeireddingboot Egmond aan Zee tijdens oefening. (ansichtkaart). Roeireddingboot nr 5. van Egmond aan Zee, nu in het museum van Egmond.( Vroeger hadden de roeireddingboten geen namen, alleen nummers)

          

Jan van der Plas, schipper roeireddingboot Egmond aan Zee (Archief KNRM)

De Drentenaren waren spoedig in café De Boei binnengeloodst, het centrale punt gedurende deze stormnacht; zij kregen droge kleren en warme dranken; ook de redders namen een hartversterking. Een geroezemoes van stemmen in de stampvolle gelagkamer. Journalisten verzamelden gegevens voor hun krant en noteerden interviews met redders en geredden. Plotseling schoot het door mij heen, dat er nog geen appèl was gehouden. Er moest zekerheid zijn of wel allen waren gered. Ik sprong op een tafel; het kostte mij moeite om me verstaanbaar te maken, doch toen men begreep waarom het ging werd het stil. Twaalf schipbreukelingen zaten in De Boei ... tot ieders ontsteltenis bleek de kapitein te ontbreken. Geen van de opvarenden had hem in de laatste uren gezien. Hij zou dus, indien hij althans niet overboord zou zijn geslagen nog op het wrak moeten zijn achtergebleven. "Egmondse redders in de boot", riep ik. Iedereen holde naar buiten. Weer werd de boot in zee gebracht, wéér volgde een harde strijd tegen de aanstormende brekers.. De reddingboot kwam langszij van de Drente, maar de kapitein vertoonde zich niet.De spanning van de duizenden toeschouwers steeg tot het kookpunt. Twee roeiers klommen op het door de branding overspoelde wrak. Na enkele heel lang lijkende minuten zagen wij hen terugkomen met de kapitein. Een van de Egmonders, die aan boord van de Drente was gegaan om de kapitein te zoeken had vroeger op deze sleepboot gevaren en kende er dus de weg . Door een geheel onder water staande zijgang wist hij de kajuit van de kapitein te bereiken. Voor de deur was een stuk hout gedreven zodat de kapitein uren in zijn half onder water staande kajuit opgesloten had gezeten, zijn pogingen om de deur te openen had hij moeten opgeven..

Een geweldige opluchting was het voor allen , die van deze spannende redding getuige waren toen de reddingboot voor de derde en laatste maal veilig het strand bereikte. Voor de bemanning van de Egmondse reddingboot was het een grote voldoening, dat zij beloond werden voor de enthousiaste toewijding waarmee zij zich steeds hadden voorbereid voor hun taak. Zij konden echter nog niet direct naar huis gaan om droge kleren aan te trekken, want de Kerkplein had geseind, dat verschillende opvarenden de wens te kennen hadden gegeven het schip te verlaten. Hier hoefde de reddingboot echter niet voor in actie te komen, de Kerkpleiners konden gemakkelijk met de reddingbroek van boord worden gehaald. Egmond aan Zee heeft nog lang gesproken over deze onvergetelijke stormnacht. Jan van der Plas zei mij later eens."Het was onze nacht.."