Zondag 1 december 1940 "Een woord tot scholieren en studenten" rede van Prof Dr J van Dam, secretaris generaal van het departement van Opvoeding, wetenschap en cultuurbescherming voor de radiozenders Hilversum I en II  (sterk ingekort)

Nu, ik het ambt van secretaris-generaal van het departement van Opvoeding, Wetenschap en Cultuurbescherming heb aanvaard, stel ik er prijs op, het woord richten tot allen, de betrokken zijn bij de opvoeding van ons opgroeiend geslacht en in de jeugd en in de toekomst van onze cultuur belang stellen. Ik mag dus aannemen tot alle Nederlanders. Maar in het bijzonder richt ik mij tot ouders en opvoeders en allen, die  opgevoed worden, de:leerlingen der Nederlandsche universiteiten: en hoogescholen (...) 
Zij moeten ervan worden doordrongen dat de nooden van dézen tijd niet tevergeefs zijn geweest en dat er na dezen tijd een voor Europa gelukkiger periode zal aanbreken. Daartoe moeten zij worden opgevoed, in een geest. waarbij het Nederlandsche element met allen behoorlijken nadruk wordt geaccentueerd, maar die niet wil, dat de verhouding tot andere volken, met name het Duitsche volk. en de verhouding van de verschillende  volksgroepen onderling, die immers alleen in de middelen, niet in het doel verschillen, wordt vertroebeld. (...)
 "In dit licht moet men ook een maatregel zien, die onder alle betrokkenen veel opwinding en misverstand heeft veroorzaakt: de kwestie van de zgn. "verboden" schoolboeken. In werkelijkheid zijn er geen schoolboeken verboden. Er zijn twee groepen van boeken uit net verkeer genomen: die boeken, die één of meer in de tegenwoord1ge situatie ongeschikte, wat meer voorkomt dan men aanvankelijk zou meenen, voor het Duitsche volk en zijn leiders kwetsende, ,passages bevatten, en daarnaast die boeken, die de daartoe ingestelde  controle-commissie ten gevolge van tijdgebrek  op den daarvoor gestelden termijn nog niet had kunnen controleeren. (...)
"Uitwisseling van denkbeelden en methodes op het gebied van het onderwijs tusschen Nederland en Duitschland, verbetering ook van het onderwijs in de Duitsche taal en cultuur zal voor ons volk zoowel geestelijk als materieel heilzame gevolgen hebben. Maar vooral zal het onderwijs in Nederlandsche taal en cultuur een aanzienlijke uitbreiding en vernieuwing moeten ondergaan, wil het bijdragen tot de vorming van een vernieuwd en doelbewust Nederlandsch volk, dat bereid is zijn volle energie in de wereld in te zetten.
"Jullie, leerlingen van de middelbare scholen, bent er lang niet het slechtst aan toe. Jullie hebt het voorrecht om, wanneer jullie over eenige jaren de maatschappij binnen stapt, een -  naar wij allen hopen en verwachten - vredige en bevredigde wereld open te zien staan, een wereld, die plaats biedt aan een ieder, die zijn ·handen uit de mouwen weet te steken, zijn hoofd weet te gebruiken en de kunst verstaat, te profiteeren van al, wat jullie thans Jeeren. Maar ... jullie bent je van dat voorrecht maar nauwelijks bewust. De leerlingen van de Middelbare Scholen zijn verdeeld  in tal van groepen en gewikkeld .in tal van politieke twisten en harrewarderijen. Ik geef jullie den goedgemeenden raad: houdt daarmee toch op. Weet, dat jullie samen eens de wereld moeten: opbouwen, kweekt die gezindheid reeds nu in deze jullie binnentste aan (..)
In dat stadium bevindt gij u thans ook: de maatschappij waoht op u zij heeft U .noodlg, om mede te werken aan den opbouw van Nederland, van Europa, ja, van geheel de wereld".