Ruzie op de reddingboot in De Cocksdorp (deel I) door Rein Stam, zaterdag 25 juni 2005.

De jaren dertig van de vorige eeuw waren rumoerige tijden voor de mensen van de Reddingmaatschappij in De Cocksdorp. Het begon met tweespalt op de Durper reddingboot in 1931 en mondde uit in grote verdeeldheid, die rond 1935 explodeerde. Op 25 januari 1931 schreef C. BoonCzn. een brief aan de Reddingmij. in Amsterdam.Hij begon als volgt: “Mijnheer, U zult wel denken wat heeft Boon mij te vertellen”?Hij meldde dat sinds zijn oom (Maarten Boon) van de boot af was, er helemaal niets bereikt was en het constant hommeles was.“Dat zit zo, wij hebben een motordrijver die doodsbang is en een schipper die op geen enkele wijze voor zijn werk deugt”.Als die twee het volgens Boon eindelijk eens waren of ze wel uit zouden varen, dan was de reddingboot van Den Helder er al.“Vroeger zei de schipper: In de boot jongens en eensgezind ging het erop af”. Bij een stranding was de boot van De Cocksdorp kapot en vroeg de schipper van de Dorus Rijkers vijf maal om een loods. Maar de schipper en zijn vervanger durfden niet over te stappen en toen stapte Boon maar over naar de Nieuwedieper boot.“En ik kreeg er niets voor, niet om die paar centen,maar omdat ik een Boon ben, hè”.Met zulke voorlieden bereik je niets en als er geen verandering komt, kunnen ze de boot wel opdoeken, aldus een boze Boon. Op ‘t Durp sprak men er al schande van dat de Dorus Rijkers volk van de boot haalde. Boon had zelfs met zijn eigen boot de TX15 van schipper Vlas van de Bol gehaald waarbij hij zijn zeil tot boven het rif inscheurde. Boon besloot zijn brief: “En als je dan zo’n knoeiboel ziet, dan bedank ik voor de eer en zal ik mij onttrekken aan dit mooie werk".

       

In de reddingboot van De Cocksdorp, hier op een foto van rond 1920, was het geen pais en vree.

Ruzie op de reddingboot in De Cocksdorp (deel II) door Rein Stam, zaterdag 02 juli 2005

Nadat Boon in 1931 de knuppel in het hoenderhok gooide en ontslag nam bij de Reddingmij., bleef het een paar jaar vrij rustig. Rond 1935 werd het vuurtje weer opgestookt, toen de schipper van de‘Eierland’, Jacob van der Kooy, met pensioen ging. Het was altijd gebruik dat de roeiers zelf uit hun midden een nieuwe schipper kozen. Maar de Reddingmaatschappij gooide de knuppel in het al tijden broeiende hoenderhok door zelf een opvolger aan te wijzen. Het werd reserveschipper J. Bakker, die Boon al niet zo hoog had zitten, zoals uit het verhaal van vorige week al bleek. De bemanning koos altijd naar anciënniteit en zo moest Toon Eelman schipper worden. De roeiers protesteerden massaal, maar hun werd simpel meegedeeld dat ze konden kiezen of delen en dat deden de mannen. Negen van de twaalf roeiers verklaarden zich solidair met hun kandidaat Eelman, een man die al 24 jaar in het reddingswerk zat. Zij dachten dat de Reddingmij. wel op haar omstreden beslissing zou terugkomen. Maar niets was minder waar, want vanuit Amsterdam werd besloten nieuw personeel ter vervanging van de negen aan te nemen. Op Durp gonsde het dat de nieuwe mensen volkomen ongeschikt voor hun taak waren.“Drie ervan weten dat het water zout is, maar met de rest zou ik nog geen sloot durven te bevaren”, aldus een zegsman. De ontslagen redders, die ineens zeeën van vrije tijd hadden,zaten echter niet stil. Het zeemansbloed kroop waar het niet gaan kon en zij voelden er niets voor om zo maar met het reddingswerk te stoppen. Ook al kregen zij nu geen vergoeding meer voor iedere proeftocht en hadden zij hun pensioentje van ƒ 60,- per jaar weggegooid.

      

De reddingboot Eierland, hier op de foto nog met de oude bemanning van rond 1934.
 

Ruzie op de reddingboot in De Cocksdorp (deel III) door Rein Stam, zaterdag 09 juli 2005

De negen ontslagen roeiers van de Durper reddingboot waren het er al snel over eens dat er een tweede boot moest komen Tijdens een bijeenkomst werd een vereniging in het leven geroepen met de toepasselijke naam “SOS” (Steun Ons Streven). Ze namen geen halve maatregelen en lieten een motorreddingboot op stapel zetten. De nieuwe boot werd “Noordkaap” gedoopt en liep op 21 mei 1935 van stapel. De vereniging leidde echter geen bloeiend leven; daarom probeerden ze met wervende advertenties leden en donateurs te winnen:“Reddingsvereeniging SOS-Opgericht door de onrechtvaardig ontslagen roeiers der reddingbooten Eierland en Krim-Wordt lid”.Veel succes had men er niet mee maar de boot was er en schipper werd, de volgens zijn vrienden gepasseerde, Toon Eelman. Twijfelachtig punt bij de nieuwe boot was echter dat de bemanning nooit de noodzakelijke en zeernuttige oefentochten hield. De ervaren roeiers waren van mening dat ze ervaren genoeg waren om uit te varen. Ze gaven ook volmondig toe dat hun materiaal allesbehalve toereikend was en dat zij niet konden wedijveren met de Reddingmij. Men was echter vastbesloten om uit te varen als de nood aan de man kwam. Onderling was er tussen de bemanning van de twee boten geen enkele wedijver, het ging alleen tegen de plaatselijke commissie. Eelman en de oude schipper, Jacob van der Kooy, noemden het autoritaire optreden van de Reddingmij. “vierkante dwingelandij”.Van der Kooy vreesde het ergste als er een schip in nood zou komen op de gronden. Hij was ook van mening dat de roeiers van de Noordkaap “nimmer zullen capituleren “. Dat was niet zo want alles kwam weer goed