Een Overpeinzing: "Wat hebben Cornelis Verolme en Dirk Scheringa met elkaar gemeen ?"

"Al wie met ons mee wil gaan,
die moet onze manieren verstaan.
Zo zijn onze manieren, zo zijn onze manieren"

Inhoudsopgave

Inleiding
1. Levensloop Cornelis Verolme (4-9-1900- 5-4-1981)
2. Levensloop Dirk Scheringa (21-9-1950 - )
3. Wat hebben Cornelis Verolme en Dirk Scheringa met elkaar gemeen?
4. De heersende 'elite' en Cornelis Verolme
5. De heersende ' elite' en Dirk Scheringa
6. Het proces van elitevorming door de eeuwen heen.
Epiloog


Inleiding

Zowel Cornelis Verolme als Dirk Scheringa  hebben door hun krachtig ondernemerschap een geweldig imperium opgebouwd. Beiden zijn ze tegen hun wil van hun troon gestoten. Het verschil is dat Verolme als scheepsbouwer zijn ongelijke strijd moest voeren tegen de Rotterdamse scheepsbouwers elite, terwijl Scheringa tegen de voornamelijk Amsterdamse financiële elite heeft moeten vechten. Ze verschillen ook in leeftijd; net iets meer dan 50 jaar. Verolme is geboren in 4 september 1900 en Scheringa in 21 september 1950. Desondanks deze verschillen zijn de overeenkomsten treffend. In het geval van Verolme is het vrij duidelijk welke krachten achter de schermen ervoor gezorgd hebben dat hij het onderspit moest delven. Bij Scheringa is tot nu toe niet helder, welke machten kans hebben gezien om Scheringa ten val te brengen. In deze overpeinzing wordt begonnen met de chronologische levensloop van Cornelis Verolme en daarna die van Dirk Scheringa. Daarna zal  worden nagegaan wat zij met elkaar gemeen hebben.
Hierop volgt meteen de vraag hoe is heersende elite door de eeuwen tot stand gekomen, dwz hoe verloopt het proces van elite vorming. Wie wel en wie niet door de heersende elite wordt geaccepteerd.  De volgende stelling zou hierbij als uitgangspunt kunnen worden genomen: "Alle leden van de heersende elite zijn vroeger selfmade man geweest". Cornelis Verolme en Dirk Scheringa hebben  nooit hun gedrag kunnen aanpassen aan de omgangsvormen van de heersende elite.
Het blijft echter bij alles een overpeinzing, die niet de pretentie heeft van een doorwrochte analyse. Hopelijk geeft het stof bij de lezen tot overpeinzen!

1. Levensloop Cornelis Verolme (4-9-1900- 5-4-1981)

1900 Cornelis Verolme geboren woensdag 4 september  om 5 uur in de middag in Nieuwe Tonge (Zuid Holland).Zevende zoon van Jacob (Jaap) Verolme (landarbeider) geboren in 1865 en Henrica (Riekje) van der Veer (arbeidster).

Geboorteakte van Cornelis Verolme

Streng gelovige familie, orthodox hervormd. Zondagsrust is heilig .Vader Verolme leest om acht uur uit de bijbel. Zijn moeder houdt  touwtjes strak in handen en schroomt niet om soms de achter haar stoel staand paarden zweep te gebruiken. De Verolme's beschikken nog niet over een radio, elektriciteit en waterleiding. Vader Jaap zei tegen zijn kinderen dat 'zij niet moeten rusten voor zij de hoogste sport op de maatschappelijke ladder hadden bereikt'. Moeder Riekje schenkt aan Cornelis, haar zevende kind,  veel meer aandacht dan aan haar andere kinderen. Haar dominante invloed heeft op Cor een grote stempel gedrukt stempel. Ze loopt niet met haar emoties te koop. Cor is met zijn gedrevenheid, ijdelheid  en eerzucht, een uitzondering vergeleken met zijn broers en zusters. Uiteindelijk krijgen Jaap en Riekje zes zonen en drie dochters.

Ouders van Cornelis Verolme: Jacob Verolme en Hendrica van der Veer (1)

.
Geboorteplaats van Cornelis Verolme. De voorstraat van Nieuwe Tonge in 1901.

1905 Cornelis gaat naar de openbare school in Nieuwe Tonge, want een christelijke school is er niet.
1911 Na openbare lagere school in Nieuwe Tonge gaat hij  naar de Ambachtsschool in Middelharnis.Om van Nieuwe Tonge naar Middelharnis te komen neemt hij de stoomtram.

Links; stoomtram. Rechts: radarboot

1914 Met succes voltooit hij de ambachtsschool en krijgt als beloning een zilveren horloge met inscriptie. 1 september brandt hun woonhuis met bijgebouwen en schuren af.
1915 Cornelis neemt nog een extra jaar op de ambachtschool. Met fraaie cijfers verlaat hij voorgoed de ambachtschool. Veel vrienden laat Cornelis niet achter in Nieuwe Tonge.  Hij is niet de man van hechte vriendschappen. Prestaties zijn belangrijker dan relaties.
1916 Als voluntair komt hij in dienst  bij een machinefabriek in Bolnes. Zijn loon is  acht cent per uur. Na de tweede week neemt hij al zijn ontslag. Maar zijn vader stuurt hem maandag daarop terug naar Bolnes. Maar hij wordt niet meer aangenomen, weg is weg. Hij gaat dan op goed geluk met de radarboot van Bolnes naar Kinderdijk. Bij de eerste werf de beste, die van L.Smit &Co wordt hij aangenomen voor 13 cent per uur. Hij leert daar de bouw van stoommachines.
1917 Hij gaat terug naar Rotterdam waar hij een baantje krijgt bij een werf in de Delfshaven. Hij werkt daar met het inbouwen van machine installaties in allerlei schepen. Het is maar van korte duur en komt zonder werk te zitten. Hij gaat 2 maal per week naar een HBS leraar, die hem voorbereidt voor het toelatingsexamen avond-MTS. Hij krijgt een baantje als voluntair bij de Scheepswerf en Machine fabriek Kuy & van Rhee in Delfshaven.
1918 Met een aantal anderen dient hij een verzoekschrift in bij de directie voor meer vakantiedagen. Omdat zijn naam bovenaan de lijst staat, wordt hij door de hoofdbedrijfsleider op staande voet ontslagen. De volgende dag al wordt hij aangenomen bij de Nederlandse Staalindustrie. Hij leert daar veel op het gebied van stalen bouwconstructies, van de liftbouw en van de grote kranen en veel onderdelen van het metaalvak.
1919 Cornelis hart gaat meer uit naar de scheepsbouw. Hij wordt tekenaar-constructeur bij de Rotterdamse Droogdok Maatschappij. Hij boekt daar goede resultaten met het ontwerpen van bruikbare werktekeningen voor schepen. Cor is zeer ambitieus en is bij zijn collega's niet erg geliefd. Hij haalt graag een wit voetje bij zijn superieuren. Hij volgt tegelijkertijd  de MTS avondschool in Rotterdam.
1923 Woensdag 27 juni trouwt hij met Jannetje Borg, een gereformeerd Rotterdams meisje.afkomstig uit een gezin van zeven kinderen. Haar vader is afkomstig uit Groningen, kapitein op de koopvaardij. Cornelis treedt  toe aan de gereformeerde kerk in Rotterdam. Zij gaan wonen aan de Hooidrift in Rotterdam.

Woensdag 27 juni 1923.Het huwelijk van Cornelis Verolme en Jannetje Borg (1)

1924 Cornelis slaagt voor  zijn eindexamen MTS.
1928 Na zijn vertrek bij de Rotterdamsche Droogdok Maatschappij treedt hij in dienst bij de Gebr. Stork & Co  in Hengelo. De eerste dag dat hij bij de machinefabriek van de firma Stork in Hengelo begint, heeft hij de begrafenis bijgewoond van de heer D.W Stork, de oudste zoon van C.T. Stork, de grondlegger van de machinefabriek.



D.W. Stork (1855-1928),

Cornelis  wordt cheftekenaar van het constructiebureau. Hij haalt twee vroegere medewerkers van de RDM naar Hengelo, het zijn C. Terlouw en C. Bakker  De nieuwe directeur C.T. Stork vraagt hem een rapport te schrijven over hoe hij dacht van de organisatie van het bedrijf. Hij hoort er lange tijd niets over. De directeur zegt hem enige tijd later: "Laten we er niet meer over praten". Maar voegt hij er even later aan toe: "Het was voor hem geen prettig rapport, hij had er veel kritiek in gelezen". Maar hij heeft altijd goed met hem samen kunnen werken.
1931 Stork gaat dieselmotoren bouwen. Cornelis moet trachten dit totaal nieuwe product op de markt te brengen.
1936 Voor Stork gaat hij naar Brazilië  en lukt het hem om dieselmotoren te verkopen.
1937 Stork levert de scheepsmotor voor het prinselijk jacht Piet Hein.  Uit die tijd dateert de goede verhouding met Prins Bernhard, die later hem steeds heeft gesteund..
1940-1945 Stork wordt door Duitse officieren en technici beheerd. In zijn memoires besteed hij slechts  twee en een halve  bladzijden over deze oorlogsperiode.
1942 Hij maakt kennis met Annie Weegink, telefoniste bij Stork, een remonstrants meisje, waar hij verliefd op wordt. Er ontstaat een geheime verhouding met haar.
1943 Tijdens een bombardement wordt zijn huis vernield. Er breekt in staking uit bij Stork. Hij wordt met drie anderen door de Duitsers verhoord. Hij vreest het ergste, maar wordt even later vrijgelaten, terwijl een van hun vieren wordt gearresteerd en later gefusilleerd.

Het huis van Cornelis Verolme in  Hengelo. Rechts: 1943 Het huis na het geallieerde bombardement op Hengelo. (1)

1946 Hij dient een rapport in bij de directie van Stork . Hierover zegt hij in zijn memorie, dat hij zijn positie in het bedrijf niet langer acceptabel acht:"Eindelijk had ik met de indiening van het rapport het tafellaken tussen de directie, waarbij zich nog leden van de familie Stork bevonden  en mijzelf doorgesneden". Hoe de directie er over dacht wordt door Ariëtte Dekker in haar biografie van Verolme  op pagina 88 verwoord:.
"Gezien zijn zakelijke successen zou Cornelis Verolme - nogmaals objectief gezien - heel wel in aanmerking hebben kunnen komen voor de positie van commercieel directeur. Maar de Storken zagen Cornelis Verolme niet zitten: te ongepolijst, niet academisch geschoold en niet uit het juiste hout gesneden. (…) Men moest bij voorkeur een vader hebben die zelf fabrikant of bankier was, iets onder de veertig zijn, een universitaire opleiding hebben, en van remonstrantse, doopsgezinde of onkerkelijke gezindte zijn. Cornelis Verolme voldeed aan geen van deze eisen. Hij was afkomstig uit het volksdeel der 'kleine luyden', de gereformeerden,.... (…). Voor de eigengereide en uitgesproken Cornelis Verolme, die zich weliswaar nette manieren had aangeleerd; maar de werkelijke mores van de Nederlandse elite niet kende, was dus ondanks zijn commerciële successen geen plaats in de directie van het keurige Stork
".
Hij neemt hij op zondag 1 september ontslag bij Stork. Op zaterdag 7 september begint hij in Hengelo zijn Scheepsinstallatiebedrijf "Nederland"  aan de Beckumerstraat 83 met als doelstelling het ontwerpen, leveren en installeren van complete voortstuwingsinstallatie van zee- en binnenschepen. Hij vertrekt eind van het jaar naar Rotterdam. Hij neemt zijn trouwe medewerkers Terlouw en Bakker mee.
1947 Cornelis betrekt een klein kantoortje aan de Coolhaven 238. Hij verkrijgt van de directie der domeinen een stuk onbewoonde grond aan de Nieuwe Maas in IJsselmonde. In zijn memoires zegt hij tegen zich zelf: "Mijn hemel wat ben ik begonnen ! Moet hier een fabriekje of een fabriek komen"  Ik keek even naar boven en vervolgde:" Dat is alleen mogelijk als ik Hem mee heb". In IJsselmonde bouwt hij een machinefabriekje waar hij dieselmotoren kan reviseren, met een eigen kade waar schepen konden afmeren. Hij wil zijn eerste dieselmotor kopen van de firma Sulzer in Zwitserland. Hij moet daar f 1.2 miljoen Zwitserse franken voor betalen.  Maar hij heeft daarvoor niet de benodigde deviezen. Hij krijgt geen steun de Nederlandsche bank en het ministerie van Financiën en Economische Zaken. Hij krijgt steun van de Koopmansbeurs in Amsterdam. De directeur heeft kans gezien voor 350.000  dollar  zuurtjes naar Amerika te verkopen.  Met die dollars worden Zwitserse francs gekocht en zo worden Nederlandse zuurtjes omgezet in een Zwitserse motor.
1949 Zijn bedrijf wordt omgezet in een naamloos vennootschap, waarbij het stemrecht wordt ondergebracht in de  Stichting Nederland Trust waar hij alleen zeggenschap bezit, de andere aandeelhouders hebben  niets te vertellen.
1950  Hij neemt de scheepswerf  J Smit Czn in Alblasserdam over. De gevestigde orde van scheepsbouwers kijken met Argus ogen naar die kleine man, die in een korte tijd een goed florerende scheepswerf weet te stichten. Hij hanteert een onorthodoxe bouwmethode wijze. De helling waarop  het schip wordt gebouwd tegelijkertijd met het schip met het aanbetalinggeld van de opdrachtgever.

Links de werf te Alblasserdam voor de overname. Rechts : na de overname waar schepen van 200 meter lengte worden gebouwd

1953 Donderdag 19 november neemt hij de werf De Haan & Oerlemans in Heusden over.
1954 Dinsdag 1 juni vindt de scheiding plaats van Cornelis Verolme met Nanny Borg. Hij trouwt  drie weken later met  Annie Weegink, met wie hij al sinds 1942 een geheime verhouding had.

Cornelis Verolme met zijn nieuwe vrouw Annie Weegink (1)

Dinsdag  21 december richt hij de Verolme Dok en Scheepsbouw op.
De relatie tussen Cornelis Verolme en zijn werknemers is wel heel anders dan tussen de directeuren van de  gevestigde orde van  scheepsbouwers met hun werknemers. Twee citaten uit de biografie van Verolme, geschreven door  het boek van Ariëtte Dekker laat  dit verschil duidelijk zien.
1. pagina 131: "Tot slot, en dat brengt ons meteen op de belangrijkste ergernis bij de grote Rotterdamse werven, verschilde Cornelis Verolme van zijn nieuwe collega's in zijn houding ten aanzien van zijn werknemers. Cornelis Verolme had, in tegenstelling tot de meeste van zijn nieuwe collega's, geen enkele moeite om dicht bij zijn arbeiders te staan. Zelf als boerenzoon van onderaf opgeklommen, zonder universitaire opleiding, had hij van nature meer aansluiting bij de werkvloer dan zijn academisch geschoolde tegenvoeters. Verolme was iemand die zich regelmatig onder zijn arbeiders begaf en tevreden rondwandelend met Jan en Alleman een praatje maakte. Met de alpinopet stevig over de oren getrokken tegen de harde, koude wind op de werf, was hij dan bijna onherkenbaar als de grote scheepsbouwer die normaal gesproken onberispelijk gekleed ging. Naadloos voegde hij zich onder zijn noeste arbeiders, wier taal hij feilloos beheerste. Hoe ijdel hij ook af en toe kon zijn, zijn eenvoudige eilanderkomaf verhulde hij nauwelijks - hij koketteerde er zelfs mee en was trots op zijn Zeeuwse accent - en dat schiep een sterke band met zijn arbeiders, die groot ontzag voor 'de baas' hadden die zo goed voor hen zorgde. Verolme kende velen van zijn werknemers bij naam en kwam in de begintijd zelfs bij de mensen thuis als zij een zoveeljarig huwelijk vierden of wanneer er een baby geboren was.
2. pagina  132: "Exemplarisch voor de grote afstand tussen directie met de werknemers is het beeld van het jubileum van Wilton-Fijenoord in 1954  waarbij vertegenwoordigers van de arbeiders -let wel: niet het gehele arbeiderskorps dus - de gelegenheid kreeg de directie te feliciteren. De stoere werklieden werden daarbij gemaand de directie toch zoveel mogelijk sparen voor de brute kracht van hun arbeidersknuisten. Naast de recipiërende directieleden hing een waarschuwingsbordje met de tekst: 'In verband met de vele handdrukken gelieve U met een lichte handdruk te volstaan".
1955 Donderdag 7 april wordt tijdens een gemeenteraadsvergadering van Rotterdam een stuk grond van 969 hectare in het Botlek gebied aan Verolme uitgegeven. Hij wil op dit gebied een werf bouwen. Zaterdag 1 oktober wordt de eerste ertstanker P.G.Thulin genoemd, te water gelaten. Dit is wel een heel bijzondere tewaterlating aangezien het schip 230 meter lang is en de Noord slechts 260 meter breed is. Men slaagt er in om het schip op tijd af et remmen en zo te draaien dat het de overkant niet bereikt. Het is voor Verolme een zo spannend gebeuren dat hij 2 dagen voor de tewaterlating plotseling van de zenuwen niet meer kon praten!

Tewaterlating van de ertstanker P.G. Thulin

1956 In maart weet Verolme Alfred de Booy (In 1955 gepensioneerd bevelhebber der zeestrijdkrachten) als directeur aan te trekken.

Links: Sjoerd Pieter Gerbrandy. Rechts:Alfred de Booy (1)

 In zijn memoires schrijft de Booij over zijn eerste ontmoeting met Verolme:
"De lunch van Gerbrandy verliep goed. Cornelis Verolme maakte een kordate indruk. Typisch was zijn vraag:wat vindt U van uw chef,de heer Staf,waar op ik niet anders dan ontwijkend kon antwoorden. Iets later zei hij plotseling, wilt U mijn compagnon worden, waarop ik antwoordde,dat ik na mijn pensionering gaarne zijn bedrijf zou willen bezoeken. Op dat moment wist ik niet dat Verolme gaarne woordelijk beloften deed,soms zelfs onnodig, doch dat hij contracten precies na kwam. Tijdens mijn bezoek aan het Scheepsinstallatiebedrijf te IJsselmonde vroeg ik wat mijn taak zou zijn. Daarop ging hij niet diep in, doch wees op het werk dat allereerst moest geschieden wegens de grote w
erf aan de Botlek. Daar moet een paal voor een loods of helling geslagen worden en moest ik maar eens gaan kijken hoe wij de honderden gasten konden ontvangen. Ik zag een paar koeien grazen ,hoorde af en toe een doffe klap bij een heistelling en vond een vervallen steiger,vanwaar door het leggen van staalplaten men bij deze stelling zou kunnen komen. Ik zag ook dat een raffïnaderij (Esso) reeds bestond in de buurt en een paar opschriften van boeren die zich beklaagden dat Verolme hun land had ingepikt. Toen ik Verolme vertelde, dat ik te vergeefs naar een grote werf had gezocht,tikte hij tegen zijn voorhoofd en zei: die zit hier".
Woensdag
27 juni wordt de eerste paal op het Botlek gebied geslagen, door mevrouw J.M.van Walsum-Quispel , echtgenote van de burgemeester. Bij de plechtigheid zegt Verolme: "Hier komt de grootste en modernste werf van Nederland".
 

Het portret van Cornelis Verolme dat in zijn bedrijven hangt (1)

1957
Precies een jaar later wordt  op donderdag 27 juni de werf aan de Botlek officieel in gebruik gesteld door mr J. Klaasesz commissaris van de Koningin van Zuid Holland. De kiel voor een tanker van 55.000 ton wordt gelegd, te bouwen voor Perzische regering.
Dat er veel afgunst bij de Rotterdams scheepsbouwers bestaat laat zich raden. Om dit te verduidelijken geven we enkele citaten van memoires van  de Booy: "Inderdaad waren er vermoedelijk veel van zijn concurrenten die hem onderschatten,doch Wilton -Fijenoord en de Rotterdams Droogdokmaatschappij, hadden tegenstellingen moeten vergeten en samen een grote reparatie werf aan de Botlek moeten oprichten,dan hadden zij Verolme de weg versperd en aanzienlijke uitgaven aan gegraven en drijvende dokken kunnen
besparen of althans beter rendabel kunnen beleggen. Verolme had geen last van commissarissen,waarvan natuurlijk sommigen hem wel eens waardevolle adviezen konden geven, hij had veel kennissen op zijn niveau,hoorde dus veel en kon snel beslissen .Hij belegde zijn winst in het bedrijf en kreeg op zijn uitbreiding investeringsaftrek. Hij had een overdreven minachting  voor banken, die geen geld wilden uitlenen dat niet van hun was,vond dat een gezant in het buitenland alleen voor hem en met voor anderen moest werken,ergerde zich aan de op weinig gefundeerde leugenberichten die rondgestrooid werden. Het Verolme concern behoefde zich niet tegenover aandeelhouders te verantwoorden,van daar dat veel mondeling werd afgehandeld.
"Natuurlijk heeft bijna iedere selfmade man iets in zijn optreden dat weerstanden oproept. Niettemin valt te betreuren dat in Amsterdam en Rotterdam,overigens voortreffelijke mensen,wier vaders of grootvaders zich ook door eigen kracht naar boven hadden gewerkt,zoveel onjuistheden debiteerden en verdachtmakingen rondstrooiden. Een enkele maal keerde zich dat tegen hen,want toen wij in de markt lagen voor een order van een Zuid-Afrikaanse rederij,vroeg men aan onze man daar: bouwt de Amsterdams werf goede schepen?Ja was zijn antwoord, waarop hij de order kreeg, want de Amsterdammers hadden gezegd, dat Verolme geen goede schepen bouwde". .

Behalve de Booy weet Verolme  Pieter Sjoerds Gerbrandy,  daarvoor minister-president van het oorlogskabinet in Londen, voor zijn bedrijf te strikken. Eveneens heeft hij de respectabele Rotterdammers Jan de Monchy, Philip Mees, Eugène en Albertert Vinke binnengehaald. Zijn tegenstanders zijn personen van de machtige Rotterdamse Scheepsbouwers elite, zoals de president-commissaris van de Rotterdamse Droogdok Maatschappij Karel 'KP'' van de Mandele en de commissarissen Philip van Ommeren, Willy Goudiaan. Van Wilton Fijenoord de president-commissaris Jaques Dutilh en de commissarissen D.Th Ruys, J.Hudig en Jan Oyevaar. Hieruit blijkt duidelijk dat er een groot verschil bestond tussen de netwerken van de gevestigde orde van de Rotterdams scheepsbouwers en die van Verolme. Zo kan hij ook niet rekenen om lid te worden van het exclusieve genootschap Club Rotterdam.

Ariëtte Dekker schrijft hierover in haar boek Verolme op pagina 137: "De Club Rotterdam was één groot ons-kentons van voorname Rotterdamse zakenlieden. Het wemelde er van de Van Beuningens, Dutilhs, Goudriaans, Van Hobokens, Hudig,en, Mezen, Van Ommerens, Reuchlinnen, Ruysen, Van Stolken, Veders, Wiltons en Van der Vorms. De Club Rotterdam vormde een bonte mengeling van Rotterdams oud geld, voorzover men daar in de Maasstad van kon spreken, en relatief nieuwe rijken die hun geld verdiend hadden als kolenhandelaren, havenbaronnen, reders en scheepsbouwers aan het begin van de twintigste eeuw; als gevolg van de opkomst van de stoomvaart en de aanleg van de Nieuwe Waterweg.(...) Cornelis Verolme zelf hoefde zich geen enkele illusie te maken ooit tot: dit exclusieve gezelschap toegelaten te worden, daarvoor was hij te nieuw en te kort in de Maasstad. Daar moest minimaal een generatie overheen gaan. Bovendien botste zijn uitgesproken bravoure te veel met de elitaire ingetogenheid die de deftige Rotterdammers zich in de loop der jaren hadden aangemeten". .

Ook een lidmaatschap van Koninklijke Roei-en Zeil Vereniging de Maas in Rotterdam kan hij rustig vergeten. De helft van de bestuurders van de Club Rotterdam zijn lid  van de Club Rotterdam

Ariëtte Dekker op pagina 183-164: "De leden van De Maas waren een parvenu als Cornelis Verolme niet nature goed gezind. Zij moesten niets hebben van deze nouveau riche ,diezich verplaatste in een protserige zwarte Cadillac - zijn collega-scheepbouwers lieten zich rondrijden in Bentleys, Rolls Royces en Jaguars , - die erg ijdel was, zich net iets te netjes kleedde, met gleufhoed en witte folard, en zich altijd met veel te veel scherp geurende lavendellotion besprenkelde. Die een nare, schelle stem had die door merg en been kon gaan, waarmee hij ook nog eens uitsluitend over zichzelf sprak. 'Een irriterende figuur,' vat een Maaslid de algemene mening over Cornelis Verolme samen. Bij dit soort clubs gold het oer-Hollandse adagium: 'Hij die met ons mee wil gaan, die moet onze manieren verstaan,' en daaraan voldeed Verolme niet. Hij werd geweigerd als lid van De Maas, hetgeen velen in Rotterdam nog altijd graag smalend mogen memoreren. Het was des pijnlijker voor Cornelis Verolme, aangezien jonge ingenieurs die  hem werkten, wel probleemloos lid hadden kunnen worden".

Verolme weet in juli een order voor het ombouw van het Braziliaanse vliegkampschip de Minas Gerais in de wacht te slepen.  De Booy krijgt de supervisie over dit project.

 
Verbouwing van het vliegtuigkampschip Minas Gerais op de werf in Rotterdam.

1959. Vrijdag 22 mei wordt de tanker Mohamed Reza Shah te water gelaten door prinses Margriet in aanwezigheid van de Sjah Rezah Pahlevi, koningin Juliana en Prins Bernhard. Begin van een spectaculaire expansie.



De tanker Mohamed Reza Shah wordt door prinses Margriet te water gelaten (1)

Overal begint Verolme plannen te ontwerpen voor de bouw van werven in het buitenland. Hij bouwt werf in Brazilië in de baai van Jacuacanga. De  Noorse werf te Sarpsborg, de de Ierse werf te Cork, Verolme Electra. Talloze schepen lopen overal van de hellingen. Alles lijkt voorspoedig te gaan
1960 De eerste technische proefvaart van de herbouwde vliegtuigkampschip Minais Gerais vindt plaats in 1960. Alles blijkt perfect te werken.

 De Minas Gerais verlaat de haven Rotterdam in juli voor een proefvaart

Cornelis besteedt meer aandacht voor het verkopen van schepen en de groei van bedrijven dan aan de financiële kant van zijn bedrijven. Hij heeft het land aan bankiers. Hij is tot nu toe in staat om zijn financiering te bewerkstelligen met de aanbetalingen die hij op zijn schepen ontvangt. Zijn boekhouders zijn bezorgd over zijn wijze van investeren, maar daar heeft hij geen boodschap aan. Niemand weet hoeveel geld Verolme, hij houdt dit voor de buitenwereld strikt geheim. Het blijkt echter dat Verolme, zowel  letterlijk als figuurlijk, te hard van stapel is gelopen met al zijn investeringen. De fiscus verschijnt nu ten tonele  met een aanslag van maar liefst 32 miljoen gulden. Er zijn geruchten van een dreiging van een faillissement.
1961
Vrijdag 13 januari 1961 wordt het vliegtuigkampschip Minas Gerais weer als nieuw worden opgeleverd aan de Braziliaanse marine. Verolme heeft hiermee bewezen binnen de hiervoor gestelde tijd een heel complex project te kunnen uitvoeren.
Verolme weet de problemen met de fiscus handig op te lossen en moet slechts 16 miljoen van de 32 miljoen aan belastingsgeld betalen. Dit heeft hij vooral te danken aan de oud-minister van financiën Hendrik Jan Hofstra, die in februari was toegetreden tot het Verolme concern.

Hendrik Jan Hofstra 1904-1999

1962 Het gaat niet goed met de scheepsbouw  in Nederland door buitenlandse concurrentie, vooral door die van Japan. Door alle tegenvallende winsten heeft hij  steeds meer behoefte aan externe financiers.  Hij begint met een eigen Verolme Financieringsbedrijf,  hij hoopt op deze wijze geld op te halen bij particulieren. Dit wordt echter geen succes. Gelukkig  komt hij in contact met Philip Mees, firmant bij R Mees en Zn. Hij bewondert Verolme om zijn ondernemerschap.  Philip Mees slaagt erin om samen met twee andere banken-  de Rotterdamsche en Hollandsche Bank Unie - Verolme een krediet van 10 miljoen gulden te verlenen. Ook van het Philips Pensioenfonds ontvangt hij een lening van 10 miljoen gulden. De acute liquiditeitscrisis is voorlopig opgelost.
1963
De winsten van de zeven werven in Nederland beginnen verlies te lijden. In 1958 was er nog een winst van 140 miljoen, nu een verlies van 409 miljoen gulden. Verolme toch weer krediet te krijgen, dank zij  de hulp van Frits Karsten van de Rotterdamsche Bank. Een van de weinige bankiers, die het met Verolme zag zitten. De bouwkredieten zijn inmiddels opgelopen tot 33 miljoen gulden, maar er zijn wel strengere voorwaarden gesteld aan de nieuwe kredieten. Verolme moet  zijn accountants machtigen om openheid van zijn financiële zaken  te geven, de zgn 'waakhondovereenkomst'.
1964  Ook Verolme begint verlies te lijden op zijn Nederlandse scheepsbouw activiteiten. Hij heeft tot nu toe steeds zijn verdiende geld geïnvesteerd in nieuwe projecten en geen geld apart gelegd voor slechtere tijden. Voor Verolme betekent het dat hij weer met liquiditeitsproblemen te kampen krijgt. Het Rotterdamse banken consortium: R.Mees en zonen (Thony Ruys), Hollandsche Bank Unie( André Nieuwehuys) en de Rotterdamsche (Hans Wakkie en Frits Karsten) willen hem de duimschroeven aandraaien. Hij heeft het land aan de bemoeizucht van de bankiers . Zoals Ariëtte Dekker in haar boek schrijft op pagina 230: "... en weigerde hij zich de wet te laten voorschrijven door zijn geldschieters, die door hem afwisselend als hinderlijke boekhouders, kruideniers en krentenkakkers  werden aangemerkt". Helaas treedt zijn trouwe vriend Philip Mees terug als firmant vanwege  twee hartaanvallen.
Verolme raakt ook betrokken  in de exploitatie  van  het REM eiland, waarbij hij als voornaamste aandeelhouder uiteindelijk veel geld verliest. Het REM-eiland is een platform op 9 kilometer buiten de kust van Noordwijk. Vanaf dit eiland worden vanaf 12 augustus tot 14 december commerciële televisie-uitzendingen onder de naam TV Noordzee verzorgd.
Op 17 december wordt de apparatuur van het REM-eiland  door de Nederlandse Koninklijke Marine geconfisqueerd. Deze actie kon worden ondernomen omdat per 1 december 1964 een noodwet was aangenomen die uitzendingen verbood vanaf constructies gebouwd op de zeebodem.

Het REM eiland in de Noordzee voor de kust van Noordwijk

1965 Het wordt nu menens bij het Rotterdams bank consortium.  De bank R.Mees en zn zegt het krediet aan Verolme op. De andere banken blijven echter Verolme krediet verlenen. De in 1963 gesloten 'waakhondovereenkomst' blijkt gefaald te hebben  Het is  Henk Hofstra die nieuwe hypotheken weet los te wurmen, zodat het liquiditeitsprobleem tijdelijk wordt opgelost. Verolme viert zijn 65ste verjaardag en de vraag doet zich voor of hij zich niet zou terugtreden. Hij toont echter geen aanstalten om pas op de plaats te maken.
1966 Alfred de Booy en Hendrik Jan Hofstra trekken zich terug uit het bedrijf.  Waarschijnlijk is de reden van Hofstra aftreden gelegen in het feit dat hij zich niet zo lekker meer voelt over de financiële risico's die Verolme neemt. Arij Rijke wordt algemeen directeur. Verolme blijft president- directeur.
1967 Hans Wakkie van de Rotterdamsche Bank begint nu ook - net zoals Thony Ruys van R. Mees en zn, -  niet meer te geloven in de beloftes van Verolme.  Ondanks deze toenemende kritische houding van de bankiers  ontvouwt Verolme  plannen voor de bouw  van twee enorme reparatiedokken voor mammoet olietankers. Hiervoor heeft hij een krediet nog van 63 miljoen gulden. Hij doet nu een beroep op de regering voor een kredietgarantie, dwz op de minister Leo de Block van Economische Zaken..

Minister Leo de Block van Economische Zaken..

Er ontbrandt een heftige strijd tussen Verolme en de gevestigde orde van scheepsbouwers. Zijn tegenstanders zijn:  de drie werven:  Rijn Schelde, Wilton-Fijenoord en NDSM . Zij vragen eveneens een kredietgarantie bij de regering aan voor de bouw van een groot reparatiedok op de Maasvlakte. In zijn memories schrift hij later hierover: 'Als een donder slag bij heldere hemel kwam toen plotseling de aanvraag van mijn concurrenten'.
1968 De ministerraad van vrijdag 1 maart  komt tot de conclusie dat slechts ruimte is voor een reuzendok en dat alle werven samen moeten werken. Hier wil Verolme natuurlijk niets van weten. Hij zegt zelfs tegen de pers dat hij al vast is begonnen met de bouw van een dok. Hij stelt de helft van de dokdagen ter beschikking aan zijn concurrenten, maar zegt daar ironisch bij, "Als ze netjes blijven tenminste"  (A. Dekker, p.305). Na een bikkelharde strijd krijgt Verolme  van de regering een kredietgarantie van 75 miljoen, maar wel onder de voorwaarde dat hij de noodlijdende Amsterdamse NSDM (Nederlandse Dok en Scheepsbouw Maatschappij)  moet overnemen om deze van de ondergang te redden.

In de memoires van Verolme lezen we over deze netelige kwestie het volgende:(p.237-239): "Mr J.C. van Alphen de Veer directeur- generaal voor de industrie en handel deelde mij het volgende mede: "Wij zitten er over te denken om u die kredietgarantie te geven".  Dat klonk hoopvol, al kwam deze garantie nu voor onze nieuwbouw te laat.Ik vermoedde echter meteen, dat er sprake van haken en ogen moest zijn. Zo was het. Deze directeur-generaal vervolgde: "Maar meneer Verolme, wij zitten met een grote moeilijkheid. Wij zitten met het probleem-Amsterdam". "Wat is dan dat probleem-Amsterdam?" vroeg ik verwonderd, al had ik  wel enig vermoeden van wat er aan de hand kon zijn. "Ja ... als wij u een kredietgarantie geven voor het dok aan de Botlek, betekent dat een discriminatie van Amsterdam." (..) Mijn verbazing nam toch wel steeds toe. Ik vroeg:"'Maar vertel mij nu eens ronduit, wat u met dat alles bedoelt?" "Daar willen wij u dit mee zeggen, en daar moet u maar eens in alle rust goed over nadenken: wij zijn van mening dat, indien wij u de garantie voor uw dok geven, daartegenover moet staan, dat u de werf Amsterdam overneemt." Wat hier in werkelijkheid gebeurde, was niets meer of minder dan dat het ministerie, dat is aangewezen om onze economie te behartigen, de strop voorhield.  (...) Op dat moment kon ik echter niet anders denken dan:  Mijn hemel! Wat moet ik dáármee beginnen? Dat bedrijf in Amsterdam overnemen!?.. ". (...) Wat mij werd voorgesteld  was niet meer of minder een afschuwelijk geval van koppelverkoop". Einde citaat uit de memoires van Verolme.
Piet Goedkoop van de NSDM heeft tegen de regering gezegd dat als Verolme zijn dok zou bouwen het einde zou betekenen van de NSDM en een verlies van de werkgelegenheid van 3500 arbeiders. Dit heeft de doorslag gegeven om Verolme zijn kredietgarantie te verlenen zou overnemen.. Verolme gaat met deze voorwaarde akkoord. Pieter Schwenke treedt toe als  de financiële man bij Verolme, hij was al in  1964 door Hofstra binnen gehaald. 



Cornelis Verolme en Piet Goudriaan tijdens de besprekingen voor de overname avn de NSDM door het Verolme concern. (1)

1969 Het blijkt dat Verolme met de overname van de NSDM een kat in de zak heeft gekocht. Het bedrijf blijkt een grote verliespost te worden. Maar ook in Rotterdam worden aanzienlijke verliezen geleden. Vooral de stijgende loonkosten veroorzaken verliezen. De kosten van het nieuwe reparatiedok lopen volledig uit de hand, ipv van de 70 miljoen wordt het 100 miljoen gulden. Hij krijgt een nieuwe kredietgarantie van 25 miljoen op voorwaarde dat Verolme zaterdag 1 aug 1970 zou moeten aftreden als president-directeur. Bovendien zou hij in de raad van commissarissen naast hem een regeringscommissaris moeten dulden en daar twee commissarissen om het bedrijf te onderzoeken. Dit zou het einde zijn voor Verolme want hij wil door niemand op zijn  vingers worden gekeken. Zijn mening over de raad van commissarissen liegt er niet om:"Je geeft ze een sigaar, je geeft ze te eten en moete bij het kruisje een handtekening te plaatsen".Toch dringt het bij de pers door dat het niet goed gaat met het Verolme concern. Hij fulmineert dat een nationaal schandaal wat hier is gebeurd. Maar het wordt steeds duidelijker dat hij de greep op het geheel begint te verliezen. Hij kan nauwelijks salarissen betalen en balanceerde op de rand van faillissement. Ten einde raad tekent hij een contract met de Nationale Investeringsbank (NIB), waarbij hij wel de kredietgarantie krijgt van 25 miljoen. Hij geeft opdracht aan twee commissarissen om zijn bedrijf te onderzoeken. Hij verpandt al zijn aandelen in zijn bedrijven aan de NIB. In zijn memoires  schrijft hij:"Ik zat in de allergemeenste dwangpositie. Ik had geen keus. Dit was het donkerste moment uit mijn leven, helaas tot dan toe. [ ... ] Die avond kwam ik meer dan down thuis, zodat mijn vrouw vroeg, wat er aan de hand was. Ik kon slechts zeggen: "Ik heb mijn eerstgeboorterecht verkocht".
Minster van Economische Zaken De Block vraagt aan Barend Biesheuvel (fractie voorzitter van de ARP en voorzitter van het college scheepsbouwers) en Harry Langman ( directeur van de Nederlandse Scheepvaart Industrie) om een rapport over het Verolme concern te schrijven. Vlak voor het eind van het jaar komt het rapport uit. Het advies pakt niet slecht uit voor het Verolme concern. Verolme zelf  moet echter als president-directeur aftreden, evenals zijn commissarissen. Hij mag wel president-commissaris blijven, maar de overige leden van het college van toezichthouders zouden door of met instemming van de staat benoemd worden. Het betekent in ieder geval, dat Verolme niet veel meer te zeggen krijgt, maar het biedt wel een overlevingskans voor het Verolme concern. Het rapport adviseert  om het financierings tekort te dekken.
1970  Zaterdag 10 januari lekt het geheime rapport Biesheuvel-Langman uit. Verolme is des duivels. Tegen de Volkskrant zegt hij:
'Het is een nationaal schandaal dat ik nu al zes maanden heb moeten vechten voor een regeling, terwijl ik destijds toch de NSDM  in Amsterdam heb gered. Ik heb mijn eigen voorstellen gedaan aan de regering. Daar had ik het rapport van de heren Biesheuvel en Langman niet voor nodig. De vertraging die door dat onderzoek ontstond is een verschrikking. De financiële positie van mijn bedrijf is krachtig. Er zijn alleen enkele liquiditeits problemen  door de overname van de NSDM". Maar de regering is vast besloten om er voor te zorgen  dat hij moet terugtreden als president-directeur.

 Links:Barend Biesheuvel. Rechts: Harry Landman

Maandag 12 januari. Minister Witteveen van Financiën heeft in de ochtend een geheime bespreking met bankiers  en in de middag met vertegenwoordigers van  Rijn-Schelde . Er wordt gesproken over het plan van de Amro man Jan van den Brink, dat een fusie tussen Rijn-Schelde beoogt. De president-commissaris van Rijn-Schelde Jan de Vries is welbereid medewerking te geven, maar niet op voet van gelijkwaardigheid. Aan het eind van de middag ontvangt minister Witteveen Biesheuvel en Landman. Zij vinden  het plan van Van de Brink erg vaag

Links Minister Johan Witteveen. Midden: Jan van den Brink. Rechts: Minister Roelof Nelissen

Dinsdag 13 januari. Verolme schrijft een brief  aan minister Witteveen. Hij is onkundig over de geheime besprekingen van de vorige dag. Hij vraagt om steunverlening en in ruil daarvoor is hij bereid af te treden als president-directeur, zodra er een goede opvolger voor hem is gevonden.
Woensdag 14 januari  In de ochtend  heeft Verolme nog een gesprek met de Amro mannen Jan van den Brink en Frits Karsten. Verolme moet instemmem met het plan van de fusie, anders zal de regering een surseance van betaling aanvragen. Om half twee heeft Verolme een gesprek met minister Witteveeen en Roelof Nelissen, opvolger van minister Leo de Block. Verolme is bereid om op korte termijn de naam van zijn opvolger bekend te maken. Cornelis niet gerust over het laatste gesprek en zoekt tevergeefs steun bij Biesheuvel. Ten einde raad zoekt hij steun bij zijn werknemers. In het Telegraaf van zaterdag  17 januari wordt een arbeider aangehaald:'De baas zal het wel rooien. Zoiets kan men een man die dit allemaal hier heeft opgebouwd tegen alle tegenwerking in, niet aandoen. Wanneer zo'n man op non-actief wordt gesteld gaat hij binnen een week dood'. Volgens de krant hadden de werknemers met tranen in de ogen gestaan. Die middag hadden de werknemers Verolme nog letterlijk op handen gedragen. Zij hadden hem op de schouders genomen en hossend de kantine ingedragen
.

Cornelis Verolme wordt door zijn arbeiders op de 'handen' gedragen.(1)

Woensdag 14 januari krijgt Verolme in zijn villa De Heul in Ridderkerk bezoek van Jozef Molkenboer, plaatsvervangend directeur-generaal van Economische  Zaken. Hij heeft van de minister-president Piet de Jong de opdracht meegekregen om Verolme te dwingen af te treden. In bijzijn van zijn vrouw Anneke brengt hij deze boodschap over.

  De villa De Heul in Ridderkerk van de familie Verolme (1)

Donderdag 15 januari. Verolme en zijn vrouw vertrekken naar Zwitserland om even tot rust te komen. Het plan om Verolme een gedwongen fusie aan te gaan met Rijn-Schelde is naar de pers gelekt.
Zaterdag 17 januari. In de middag vindt een gesprek plaats tussen Verolme en de ministers Nelissen,  Witteveen , Roolvink en Molkenboer. Verolme wil nog steeds geen formeel akkoord geven op zijn aftreden als president-directeur. In zijn Memoires schrijft hij: "Nog nooit in mijn leven ben ik zo alleen geweest".
Woensdag 21 januari. Het rapport Biesheuvel-Langman wordt aan de Tweede Kamer overhandigd. Dit houdt in dat het grootste geheim van Verolme is onthuld: alle financiële gegevens van het Verolme concern
Vrijdag 23 januari Verolme had aan minister Nelissen beloofd niet de pers te woord te staan. maar voor zijn vertrek naar Zwitserland heeft hij tegen een journalist van de Telegraaf o.a gezegd: "Op het moment dat ik een geschikte president-directeur heb gevonden en ik heb die man ingewerkt, wil ik stoppen(...) Maar waar haal ik zo gauw een president-directeur vandaan, zo'n schaap met vijfentwintig poten?"
Donderdag 29 januari Uiteindelijk bezwijkt Verolme  door de op hem uitgeoefende druk  en gaat hij akkoord gaat met zijn aftreden als president-directeur. Wel blijft hij president-commissaris. Maar zijn macht over de Raad van commissarissen is hij kwijt geraakt. Vier van de zeven commissarissen worden benoemd door de minister van Economische Zaken . Jozef Molkenboer wordt regeringswaarnemer.

In het midden: Jozef Molkenboer, plv dir.gen. van Economische Zaken (1).Rechts: minister Roelof Nelissens

Als zijn opvolger wordt tijdelijk Barend Scheffer, gepensioneerd directeur van Shell. In zijn memoires schrijft hij : "Wij zijn een week in Zwitserland gebleven. In arren moede zijn wij teruggekeerd. In de bladen lazen wij misselijke publicaties, onder tot kokhalzen nodigende koppen als: 'De reus is geveld!". Het moet voor hem een ware martelgang zijn geweest. Hij voelt zich vernederd, gekrenkt.
Vrijdag 30 januari
 schrijft hij aan zijn personeel dat hij tegen zijn zin moet aftreden als hun president-directeur: "Dit betekent geen afscheid van U, want als aandeelhouder en President-Commissaris blijf ik nauw aan de bedrijven verbonden en geef ik u de verzekering dat ik op dezelfde wijze de belangen van onze bedrijven zal blijven behartigen. Bij deze gelegenheid zou ik bij U willen aanbevelen de Heer B. Scheffer, die mijn plaats als President-Direkteur zal innemen en verzoek U hem Uw volle medewerking en vertrouwen te geven in het belang van het concern".

Dat uiteindelijk niemand onmisbaar is blijkt uit het feit dat het bedrijf onder leiding van Barend Scheffer weer winst maakt. Er worden mammoet tankers voor de grote oliemaatschappen besteld. Maar er waren ook andere geluiden . Op maandag 13 juli presenteert de interim commissie Winsemius een rapport, waarin staat dat de grote scheepsbouw in Nederland ten dode is opgeschreven, maar dat het stervensproces door de nodige kunstgrepen nog een aantal jaren gerekt zou kunnen worden. Verolme op zijn beurt laat het rapport uitlekken  naar Elsevier's Magazine. Hij blijft zich verzetten  tegen de fusie met Rijn-Schelde. Op vrijdag 4 september viert hij zijn zeventigste verjaardag. In 1958 was hij al benoemd tot Officier in de Orde van Oranje Nassau maar wordt het Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw. Hij had gehoopt op zij minst Commandeur  in de Orde van Oranje Nassau te  worden.

Vrijdag 4 september viert Cornelis Verolme zijn zeventigste verjaardag. Vlnr: zijn vrouw Anneke Verolme-Weegink, Cornelis Verolme ,zijn dochterr Henny Rober-Verolme, Prins Bernhard

Op maandag 7 september krijgt hij van zijn personeel een portret van zich zelf aangeboden.
1971 Maandag 22 maart komt er een fusievoorstel Rijn-Schelde-Verolme van de commissie- Winsemius.  Het is een feite een overname en geen fusie. Verolme dreigt naar de rechter te stappen als de fusie doorgaat. Maar op woensdag 14 april komt het voorstel er door. Verolme mag geen scheepsbouw zaken meer ondernemen en de naam Verolme niet als handelsmerk mogen gebruiken. Pieter Schwenke tekent het akkoord namens het Verolme concern. Het betekent het einde van de vriendschap van Verolme met Schwenke. Verolme spant een rechtszaak aan tegen de Staat der Nederlanden, tegen Rijn-Schelde en tegen zijn eigen bedrijf Verolme Verenigde Scheepswerven. met als eis een verbod op de uitvoering van de fusie. Dinsdag 11 mei dient het kort geding. Na twee weken volgt de uitspraak waarin hij in het ongelijk wordt gesteld. Hij legt zich er niet bij neer een dreigt met een bodemprocedure. Op zaterdag 5 juni geeft hij zijn strijd op. Op zijn jacht de Achor aan de Vecht in Vreeland wordt door hem een contract getekend waarbij instemt met de fusie Rijn-Schelde met het Verolme concern. Maandag 7 juni hoort de ondernemersraad dat hun baas zich heeft overgegeven aan Rijn-Schelde. Zo komt er dan een einde aan het drama voor Verolme.
1975 Onvermoeibaar begint Verolme in maart een nieuwe onderneming: Naval Project Development Company Rotterdam. Weer dus bemoeit hij zich met scheepsbouw zaken, iets wat hem in 1971 verboden was. Hij maakt dezelfde dag aan de pers bekend dat hij grootste plannen heeft met het bouwen van een eigen Nederlandse gastanker. Tegelijkertijd begint het RSV concern met haar ondergang.  De overcapaciteit van de grote scheepsbouw begint zich te wreken.
1978 Verolme zegt dat hij in Delftzijl een gascilinderfabriek wil gaan bouwen. Ook dit loopt op niets uit
1979 Het RSV concern kalft verder af. De vroegere trots van Verolme de werf aan de Botlek wordt gesloten.
1980.Verolme geeft zijn tweede deel van zijn memories uit net voor zijn 80ste verjaardag op 4 september. Hij eindigt zijn memories met :

"Zo gezien, schijnen we in een dal te zitten. Daar moeten we dan uit. Met vereende kracht. Dit dal is op geen stukken na zo diep als dat in 1945. We hebben ons daaruit weten te werken. Vooral wèrken! Daarbij hebben we nieuwe dingen aangepakt, bij voorbeeld het grote wegtransport. Onze binnenschippers hebben bereikt dat zij de vrachtvaarders van een deel van West-Europa werden, onze transportbedrijven hebben zich ontwikkeld tot de vrachtrijders van Europa. Wie dacht daaraan in 1945, toen een gave vrachtwagen een zeldzaamheid was? Waar ik op zou willen aansturen is, dat de Nederlanders in de eerstvolgende decennia de gasvaarders van de wereld worden. Het gereedschap daarvoor kan Verolme maken. Maar we moeten blijven bouwen, ook grote schepen. Mijn laatste woord is: Volhouden!"
Hij krijgt als pleister op de wonde op 6 november het Commandeurschap van de Orde van Oranje Nassau. Het gaat niet goed met zijn gezondheid hij heeft prostaat kanker.
1981  Cornelis Verolme sterft 5 april op zijn 80ste jaar. Hij wordt begraven in de plaats waar hij geboren is: Nieuwe Tonge. Zijn neef Chris van Veen houdt de volgende toespraak:"M
et het verscheiden van Cornelis Verolme is een groot man heen gegaan. Een ondernemer die met andere zakenlieden van allure de Nederlandse naoorlogse periode van wederopbouw en vernieuwing van de industrie heeft gemarkeerd. Een man, door velen om zijn prestaties bewonderd en gewaardeerd, door sommigen kleingeestig gevreesd en verguisd. [ ... ] De heer Verolme werd door velen niet begrepen. Een man die op een leeftijd dat anderen aan vrije tijd gingen denken, in en buiten Nederland een scheepsbouwimperium wist op te bouwen. De koning van de stapelloop, die schip en helling tegelijk bouwde, daarbij zijn vrienden om zoveel vernuft verbazend, zijn concurrenten verbijsterend! Hij, de jongen van het dorp, die dat eigenlijk wilde blijven, ook toen het succes hem in de kring van de groten en machtigen bracht en zijn wereld geen grenzen kende. Een man die een groot vermogen investeerde in zijn bedrijven en daardoor aan duizenden werk en welvaart gaf én daarbij weinig - ik durf wel te zeggen - te weinig aan zichzelf heeft gedacht.
Een man die moeilijk toegankelijk was voor kritiek, maar kon genieten van publiciteit en openbare waardering. Een mens die met zijn woord scherp kon zijn, pijn kon doen, maar die voor de kleine kringen om hem heen zijn warme persoonlijkheid blootlegde en machtig kon boeien. Zakelijk hard en rechtlijnig enerzijds, een morele en financiële steun anderzijds voor de talloos velen die zijn steun zochten. Vooral ook voor zijn naaste familie is hij altijd grootmoedig geweest.
( ...) ".
Op zijn graf is ook een krans van Prins Bernhard. Na zijn dood hebben veel mensen vol lof over hem. Krantenkoppen als:"Afscheid van een groot ondernemer".
1983 Het RSV concern gaat failliet.
Aan het concern was jarenlang door de overheid forse financiële steun verleend van zo'n 2,2 miljard gulden. Onmiddellijk daarna wordt een parlementaire enquête ingesteld om te onderzoeken hoe het mogelijk was dat het bedrijf ondanks overheidssteun failliet ging. Voorzitter van de enquêtecommissie is de CDA'er Kees van Dijk. De beide ondervoorzitters, Marcel van Dam (PvdA) en Theo Joekes (VVD).
1984 De enquêtecommissie komt tot de volgende conclusies:
"In het rapport uit de commissie sterke kritiek op het beleid dat de opeenvolgende kabinetten gevoerd hadden: ontoereikend en niet eenvormig ten opzichte van de zwakke onderneming in moeilijke economische omstandigheden. De rol van de overheid was opmerkelijk groot in het ontstaan en lange voortbestaan van de RSV. Het gevolg van dit beleid waren grote financiële verliezen en het verlies van meer dan 18.000 arbeidsplaatsen. Minister Van Aardenne was hierdoor onder grote druk komen te staan tussen de eisen van vakbonden, de Tweede Kamer en de harde economische situatie. De informatie die minister Van Aardenne echter aan de Kamer over de afwikkeling van ROS-verliezen (Rotterdamse Offshore en scheepsbouwcombinatie, een onderdeel van het concern) verstrekte in april 1980 was ronduit misleidend, en daarom onaanvaardbaar. De Tweede Kamer was op haar beurt te vaak afwezig, onoplettend of vergeetachtig geweest, waardoor controle op het beleid niet goed werd uitgevoerd. Ook de Tweede Kamer was evenals de gehele overheid mede verantwoordelijk voor het ontstaan, het voortbestaan en uiteindelijke ondergang. Verder werden er in korte tijd honderden miljoenen defensiegeld aan de RSV toevertrouwd zonder behoorlijke dekking maar ook zonder dat de overheid meer invloed op RSV kreeg. Ook de leiding van de RSV ging niet vrijuit. De bestuurlijke en organisatorische zwakte van het concern kwamen volgens de commissie voor een groot deel voort uit de ontstaansgeschiedenis van RSV. Het was een kunstmatig maar zwak product dat tot stand kwam onder sterke druk van het kabinet. Inschattingsfouten en vals optimisme in de leiding van het concern deden de rest. Tien van de twaalf jaar dat RSV bestond waren crisisjaren, economisch ging het slecht, de concurrentie was moordend. Niet alleen Nederland kampte met verlieslijdende ondernemingen in deze bedrijfstak. Vele andere Europese landen vertoonden hetzelfde beeld waarbij ook die bedrijven met nationale steun krampachtig probeerde een deel van de scheepsbouwcapaciteit en werkgelegenheid in stand te houden".
Ariëtte Dekker op pagina 454 schrijft: "Cornelis Verolme werd tijdens de parlementaire enquête min of meer gerehabiliteerd. Er werd in ieder geval duidelijk dat er tijdens de fusie een tamelijk onfris spelletje was gespeeld, om te verhullen in wat voor een deplorabele positie Rijn-Schelde op dat moment verkeerde en wat voor  dorps politiek er bedreven was om toch vooral de spartelende, trotse
scheepsbouwer buitenspel te zetten. Vooral Cees van Dijk en Theo Joekes gaven blijk van een zekere sympathie voor de underdog in het debacle Volgens oud-Verolme-directeur Alfred de Booy schreven de enquêteurs na afloop zelfs een brief aan Anneke Verolme-Weegink om haar mede te delen dat haar man zaliger niets verweten kon worden".

Verantwoording
In dit hoofdstuk over Cornelis Verolme heb ik ruim gebruik gemaakt van het voortreffelijke boek van Ariëtte Dekker : "Cornelis Verolme. Opkomst en ondergang avn een scheepsbouwer". 2005. Uitgeverij Bert Bakker Amsterdam. 2e druk. ISBN 90 351 2865 6. Behalve citaten van de tekst heb ik ook enkele foto's van haar boek afgedrukt met de vermelding: (1). Tevens heb ik aangehaald passages van de memoires van Cornelis Verolme, deel 1, 1971. deel 2, 1980.  De memoires van Alfred de Booy, waarin hij ondermeer beschrijft zijn periode als directeur bij Verolme in de periode 1956-1966. Deze memoires zijn inmiddels gedigitaliseerd en zijn te vinden  op deze website, zie hoofdstuk 12.Levensloop van Alfred de Booy.

2. Levensloop Dirk Scheringa (21-9-1950 - )

1950 Dirk Scheringa wordt geboren op donderdag 21 september 18.10 uur in Grijpskerk (Groningen). Hij is het eerste kind van zijn ouders.

Luchtfoto van het dorp Grijpskerk in Groningen waar Dirk Scheringa op donderdag 21 september wordt geboren

Zijn  grootvader Dirk Willems Scheringa (geboren 29-10-1897 in Faan,overleden 12 -09 -1979) was landarbeider. Zijn grootmoeder was Ykje Tjeerds Zwama, geboren op 20-10-1896 te Zuidhorn, overleden op 02-01-1974)..

De grootouders van Dirk Scheringa (1)

Zijn vader Willem (geboren zondag 2 november 1924 te Kommerzijl) is getrouwd met Antje (Annie )Bruining (geboren maandag15 augustus 1927 te Kollum). Hij is lid van de Anti-Revolutionaire Partij. Streng gelovige familie, de zondagsrust is heilig. Een half jaar na de geboorte van Dirk verhuizen zijn ouders naar Veenwouden in Friesland. Zijn vader wordt kaasmaker van de zuivelfabriek De Goede Hulp.

Dirk anderhalf jaar (1)

Dirk heeft door het verhuizen steeds een verandering van school. Hij heeft veel moeite om mee te komen, vooral door de nieuwe Friese taal die hij als Groninger moet leren. Hij wordt veel gepest op school.  Dirk krijgt twee zusjes Gepke en Ineke. Hij ontvangt weinig moederliefde in zijn jeugd. De familie verhuist van Veenwouden naar de Wilp, dan naar Wolvega
1962 Na de lagere school gaat Dirk naar het Christelijke Mulo in Wolvega. Het eerste jaar blijft hij zitten.
1964
Dirk gaat voorwaardelijk over naar de tweede klas van de Mulo.
1965 Dirk gaat voorwaardelijk over naar de derde klas van de Mulo. In december zegt het hoofd van de school: "Dirk moet òf van de mulo af of  hij gaat terug  naar de tweede klas. Hij heeft een goed verstand, alleen talen geven problemen. Maar omdat hij goed is in rekenen en boekhouden. Dirk heel geschikt voor de detailhandel". Zijn ouders kunnen het advies van de school om naar de detailhandelsschool in Leeuwarden  niet betalen. Dirk moet gaan werken voor de kost. Het gezin verhuist van Wolvega naar Oudwoude. Hier wordt zijn vader chef- kaasmaker van de zuivelfabriek Huisternoord .  Scheringa zegt daar later over :" We zijn als gezin vaak verhuisd, omdat mijn vader ergens anders een stapje hoger kon komen". Van het steeds weer verhuizen heeft Dirk misschien geleerd, dat hij zich steeds weer opnieuw moet aanpassen,  steeds opnieuw moet beginnen en snelle oplossingen moet vinden. . Hij vindt een baantje als leerling-zetter bij de drukkerij Banda en verdient 6 gulden per week .Hij wil hoger op en begint avondstudies. Dirk wordt lid van de jeugdafdeling van het CNV. Hij wordt lid van de plaatselijke voetbalvereniging  Oudwoude WRTOC.
1966. Dirk wordt voorzitter van de jongerenvereniging van het CNV.
1967  Dirk leert Baukje de Vries in Damwoude kennen.
1968 Hij wordt jongste medewerker bij een accountantskantoor, waar hij belastingaangiften invult. Hij haalt het middenstandsdiploma.

1969 De familie Scheringa. Vlnr: Moeder Antje, Dirk, Ineke, Gepke, Vader Willem (1)

1970 Dirk wordt secretaris van de Christelijke Werkende  Jeugd van het district Friesland en voorzitter  regio Kollum.. Hij verlooft zich met Baukje de Vries. Dirk gaat in de militaire dienst en begint in september in de Harskamp.
1971 Dirk wordt overgeplaatst naar Harderwijk om daar een administratieve opleiding te volgen. Vervolgens komt hij bij de 42 e Geneeskundigebrigade in Assen.
1972 Na zijn militaire dienst wordt Dirk assistent-accountant bij Germs in Damwoude. Hij wil bij de politie omdat het daar meer verdient dan op het kantoor. Hij wordt aangenomen bij de Rijkspolitie. Hij volgt de politieschool in Apeldoorn.
1973 Dirk slaagt voor het examen van de politieschool, als een van de beste leerlingen. 

1973 Dirk legt de eed af, politieschool Apeldoorn (1)

Dirk trouwt vrijdag 16 november met Baukje de Vries (geboren 15 september 1951 in Driesum). De trouwerij vindt plaats op het Friese landgoed Rinsma State in Driesum, gemeente Dantumdeel. Hij krijgt een post in Noord-Holland bij de rijkspolitie . Zij gaan in Spanbroek wonen. Ze kopen een woning van een nieuwbouwproject. Ze nemen een hypotheek voor 500 gulden per maand, omdat Baukje als onderpand een spaarrekening van 20.000 gulden heeft. Het huis zal over een jaar worden opgeleverd..
1974 Dirk en Baukje betrekken hun nieuwe huis aan de Aardebaan 44  Spanbroek.
1975 Dirk richt samen met zijn vrouw het Belasting- en Adviesbureau Frisia op. Een bedrijf voor hulp bij  belastingsaangifte en bemiddeling bij de verkoop van huizen.
1976 Het bedrijf loopt goed. Het invullen van belastingsformulieren trekt veel klanten. Voor het invullen van één formulier wordt 30 gulden gerekend.
1977 Dirk verlaat de Rijkspolitie vanwege een tragische ervaring van een zwaar ongeluk, dat hij als politieambtenaar heeft meegemaakt. Hij gaat nu full time werken voor zijn bedrijf. In de avonduren haalt hij vele diploma's, die nodig voor zijn  bedrijfsvoering. Dirk neemt veel risico door voor 20.000 gulden een advertentieruimte in Tros kompas te kopen. Hij plaats daarin een oproep voor leningen bij zijn Frisia bedrijf.  Het werkt perfect. Voor elke tienduizend gulden levert het twintigduizend gulden op aan bemiddelingsprovisies. De omzet in het vierde kwartaal bedraagt 148.000 gulden. Bijna alles daarvan investeert hij weer in het bedrijf. In totaal 100.000 gulden aan advertentiekosten uitgegeven.
1978 Dirk heeft al 14 mensen in dienst. Op een dag komt een voetballer van Sparta om 25.000 gulden lenen. Hij heet Louis van Gaal! Hun huis aan de Aardebaan wordt als kantoor ingericht en verhuizen zij naar een huis verderop in de straat. Dirk wordt gemeenteraadslid voor het CDA in Opmeer  Baukje en Dirk leven sober. Als enige luxe nemen ze een lidmaatschap businessclub van de voetbalclub AZ twee permanenten zitplaatsen voor drieduidend gulden. In zijn autobiografie zegt hij op pagina 111: "Ik heb me iets voorgenomen: Op mijn 35ste wil ik miljonair zijn!". Aan het eind van het jaar hebben ze een omzet van 500.000 gulden.


1978 Het kantoor Frisia

1979 Dirk koopt een stuk bouwgrond in Spanbroek en gaat er een huis op bouwen.
1980 Dirk en Baukje betrekken hun nieuwe huis aan de Korenbloem. Het nieuwe kantoor op de Klaproos is klaar en veertig man kunnen hier gaan werken.
1982  Dirk haalt zijn financieringsdiploma A. Hij koopt een stolpboerderij  met zes hectare grond aan de Spanbroekerweg.
1983 Hun zoon Willem wordt geboren ( genoemd naar de oudste zoon van Prins Charles en Diana). Dirk wordt lid van de junior kamer van West-Friesland. De club is onderdeel van de Juniorchamber International met in totaal 200.000 leden. Hij bezoekt vele congressen over de gehele wereld. Dirk neemt het grote financieringsbedrijf Crefinass over dat in Oud Beyerland is gelegen. In zijn autobiografie pagina 116: "De deal met Crefinass is rond. Ik heb er geen nacht minder om geslapen, maar druk is het wel. Een steeds groter bedrijf runnen, op en neer reizen tussen filialen, het is soms bloed , zweet en tranen".
1984 Dirk slaagt voor diploma assurantie B.
1986 Dirk en Baukje rijden de Elfstedentocht. Baukje geeft op, maar Dirk zet door en komt aan een kwartier na sluitingstijd (Middernacht) en krijgt dus geen kruisje.  Dirk verkoopt als makelaar 100 huizen per jaar. Hijstopt met de makelaardij omdat het te weinig geld oplevert. Hij besteedt zijn tijd beter aan het verkopen van financieringen. Alle winst wordt weer gestopt in overnames. Frisia adverteert in bijna alle omroepbladen. In totaal werken zeventig mensen bij Frisia
1987 Hun tweede zoon Harry wordt geboren (genoemd naar de jongste zoon van Prins Charles en Diana).
1988 Dank zij de Junior Kamer krijgt Dirk belangstelling voor de kunst. Tijdens een veiling koopt hij voor 3900 gulden een getekend zelf portret van Carel Willink.
1989 Dirk wordt  voorzitter Junior kamer. Hij wordt shirtsponsor van AZ voor 150.00 gulden per jaar. Dirk koopt voor 600.000 gulden een klooster in Wognum voor zijn kantoor. 
1990 In zijn autobiografie is de titel van hoofdstuk 6: Gezinstherapie 1990 -1997 .In 1990 heeft Dirk een lijstje aangelegd van zijn frustraties over zijn ouders en zijn: - geen bescherming, weinig liefde, - geen begeleiding tijdens studie, - moeder had liever geen kinderen gehad,- 60 guldenspaargeld niet teruggegeven,  - er mochten geen andere kinderen thuis komen spelen.

Familie Scheringa, vlnr, Harry,Moeder Baukje,Willem, Vader Dirk (1)
.
1991 Dirk neemt zijn grootste concurrent Geldservice in Echt over . Zijn bedrijf is nu 2 x zo groot geworden. Zijn bedrijf heeft al een omzet van iets meer dan  1 miljard gulden. De Voorschotbank wordt opgericht. Een voorschotbank mag alleen geld uitlenen,dat ze zelf binnenhalen. Niet zoals 'echte' banken die geld mogen uitlenen, dat ze zelf niet hebben. Hij krijgt een Wckvergunning, waardoor het mogelijk wordt om consumptief krediet te verstrekken. Hij wordt vice-voorzitter van de voetbalclub AZ .  Hij koopt het schilderij Indische dame van Carel Willink voor 215.000 gulden. Hij verdiept zich in de magisch realistische schilderkunst.
1992  Er volgt weer een overname door Dirk en wel van het financieringsbedrijf Postkrediet. Dirk wordt lid van de Rotary in Hoorn.
1993 Frisia maakt een netto winst van 10 miljoen gulden en 170 medewerkers in dienst. Het bedrijf wordt hoofdsponsor van voetbalclub AZ. In ruil voor de sanering van de schulden van AZ tw 1.8 miljoen gulden, kan Scheringa nu een groot deel van het bestuur benoemen. Dirk wordt voorzitter, zijn rechterhand Rozemond wordt secretaris, zijn vrouw Baukje wordt bestuurslid.  Hij heeft dus de meerderheid in het bestuur.
1994 Hans van Goor komt als jongste bediende bij het bedrijf. De Vereniging Financieringsmaatschappijen (VFN) gaat moeilijk doen over het feit dat Scheringa geen aflossing bij een lening afspreekt met de klanten. De gedragscode van de VFN is minimaal 2%. Dirk zegt  het lidmaatschap de VFN op . Hij haalt Tjeerd Westerterp, voormalig minister van Verkeer en Waterstaat binnen. Hij wordt lid van de Raad van Commissarissen. Ook twee medewerkers van de Nederlandsche Bank.  De netto winst is al opgelopen tot 13 miljoen gulden. Het bedrijf heeft 185 medewerkers  Hij heeft zijn oog laten vallen op de leegstaande Lidwina Huishoudschool voor zijn kunstmuseum. 
1995  Dirk koopt een stolpboederij aan  de Spanbroekerweg 125. Er volgt de overname van TADAS, The Anglo Dutch Assurance Society, waardoor het aanbod wordt uitgebreid met verzekeringsproducten. Hij neemt ook zijn grootste concurrent Becam over. Er wordt netto winst geboekt, nl. 19 miljoen gulden.
1996  DSB start met bemiddeling in eerste hypotheken. Weer een nieuwe reeks van overnames :de verzekeraar GCI De Spaar-en Kredietcentrale, Nivo/Bovo, Bevago, Mavu, KFO ( de laatste was een miskoop).  Er komen echter negatieve geluiden dat zijn systeem van hypotheek verlenen vele risico's inhouden voor de hypotheeknemer.  De klant moet namelijk bij de hypotheek tegelijkertijd een verzekeringspolis afsluiten waar premie voor verschuldigd is. De klant  wordt onvoldoende op de hoogte gebracht van het feit dat het aantrekkelijke rentetarief  tijdelijk is  en door de jaren steeds hoger wordt. De totale rentelast kan dan hoger uitpakken dan dat hij bij een andere bank tegen een hogere rente zijn hypotheek had afgesloten. In de Volkskrant van zaterdag 9 november worden deze risico's aan de orde gesteld. Maar de overheid doet niets met deze kritiek. AZ wordt clubkampioen van de 1e divisie en promoveert naar de eredivisie. Netto winst  28 miljoen gulden en  259 medewerkers.
1997 Dirk en Baukje rijden de Friese Elfstedentocht. Ze starten om half acht en  komen aan de finish om half tien in de avond. In februari openen Dirk en Baukje het Frisia Museum in Spanbroek, waar hun privé collectie aan magisch realistische kunstwerken naar toegaan  Hij  heeft al veertig portreten van Carel Willink.

Links: Frisia museum in Spanbroek. Rechts: Zelfportret van Charley Toorop (1891-1955)

Zijn vader ligt met darmproblemen in het ziekenhuis. Dirk zoekt hem op .Hij ziet hem voor het eerst na zeven jaar. Zijn vader knapt weer op. Dirk en zijn zuster organiseren een gesprek met hun ouders bij een Groningse psychologe . Ze zeggen wat hun dwars zit. Ze hebben het gevoel hebben dat  hun ouders  er niet voor hun waren toen ze opgroeiden. Na drie gesprekken geven de ouders te kennen niet verder er mee door te gaan. De netto winst is gegroeid tot 41   miljoen gulden met 369 medewerkers.. AZ degradeert naar de 1e divisie.
1998 Maandag 28 december wordt de DSB (Dirk Scheringa Beheer) groep gevormd, waar het Frisia bedrijf in wordt opgenomen. DSB Groep is een conglomeraat van meer dan dertig ondernemingen, die zich allemaal bezighouden met verlening van kredieten, het sluiten van verzekeringen en het doen van beleggingen. Dirk is zowel directeur als de enige aandeelhouder. De consumentenbond noemt de DSB advertenties misleidend. AZ promoveert naar de eredivisie.
1999 In het najaar van 1999 dient DSB Groep N.V. een aanvraag in voor het verkrijgen van een bankvergunning .  Het bedrijf heeft zeventien vestigingen in Nederland met 700 werknemers, een netto winst van 34.5 miljoen. Uitstaande krediet 1.7 miljard. Dirk heeft met zijn bedrijf 14% van de kredietmarkt.. De grote kredietverleners zijn Rabo Bank, ABN Amro en Postbank/ING.
2000 Dirk begint te bedenken aan beveiliging. Dirk krijgt donderdag 30 maart een kredietvergunning, zodat zijn de DSB Bank (100% dochter van de DSB groep) de eigen financiering kan verzorgen. Hij neemt de Avero Bank over,vooral hun bancaire kennis. Hij weet geld aan te trekken zonder zijn macht uit handen te geven. Dirk wil met zijn aandelen naar de beurs gaan  om honderden miljoenen op te halen van de beleggers. Uit de prospectus blijkt wel dat de beleggers niet veel te zeggen krijgen. Scheringa houdt daarbij een meerderheidsbelang. Hij heeft de DSB groep in Curaçao gevestigd met als enige dat hij niet door de raad van commissarissen ontslagen kan worden. De geplande beursgang kan nog zo'n 67% van de aandelen worden behouden. Maar de belangstelling valt tegen. Op de avond voor de geplande eerste notering, eind mei 2000, blaast Dirk Scheringa de emissie af. De Rabo bank en Merrill Lynch krijgen van hem de schuld voor de mislukking. Critici beweren dat hij toch bang is geworden een stukje van zijn macht zal moeten afstaan bij een beursgang .  Het kantoor van de DSB Bank komt in een voormalige discotheek in Wognum. Dirk bedankt voor zijn lidmaatschap van de Rotary. Dirk interesseert zich voor topschaatsport en heeft een eigen schaatsploeg.
2001  Dirk haalt 200 miljoen gulden binnen, door op de deposito 7 % rente te betalen, maar wel met de voorwaarde dat bij een eventueel faillissement de andere schuldeisers voorrang hebben. Dirk heeft ook zijn  ouders geadviseerd om deze achtergestelde rekening te openen. Dirk moet  voor de rechter verschijnen, want hij zou zijn Frisia klanten hebben misleid met advertenties voor "snel geld". Ook de Consumentenbond trekt aan de bel door te wijzen op de bezwaren van de koppelverkoop, waarbij ze voorbeelden geven van mensen die zich misleid voelen en nu buitensporige maandlasten krijgen te betalen.
2002 Dirk begint met de bouw van zijn nieuwe kantoor, niet in Spanbroek, daar is de grond te duur, maar in Wognum op een bedrijventerrein langs de snelweg van Amsterdam naar Leeuwarden aan de A7. Scheringa en zijn vrouw kopen Rinsma State voor 1.8 miljoen euro. Het is ook de plaats waar ze in het huwelijk traden in 1973.



Rinsma State in Driesum

Hij koopt het schilderij van Tampara de Lempicka : La Musicienne  voor 3 miljoen dollar op een veiling in New York. 
Er vinden gesprekken plaats tussen DSB en een grote Amerikaanse onderneming over een overname van DSB Groep. Mede in dat kader vindt een nieuwe herschikking plaats van het DSB concern waarbij de verzekeringmaatschappijen DSB Leven N.V., DSB Schade N.V. en Hollands Welvaren Leven N.V. door DSB Groep worden overgedragen aan de moedermaatschappij DSB Beheer. Dinsdag 24 september doet de AFM  (Autoriteit Financiële Markten) bij de FIOD/ECD aangifte van 17 overtredingen bij reclame-uitingen door bemiddelaars van de DSB Groep. De AFM is in deze periode voor handhaving van dergelijke overtredingen afhankelijk van het optreden van het Openbaar Ministerie. De toezichthouder is van oordeel dat door DSB de reclameregels worden overtreden.

2002 Bestuursleden  DSB, vlnr. Jaap van Dijk , Dirk Scheringa, Bert Rozemond (Foto Henk Heetebrij)
  

Dirk wordt inmiddels extreem goed beveiligd. Hij rijdt in gepantserde auto met een volgauto. Zijn te volgen route wordt eerst verkend. In zijn autobiografie vertelt hij op pagina 163: "Als ik 's avonds uit de gepantserde auto stap en om zes uur aanschuif aan de keukentafel staat daar nog steeds een dampend bord met aardappelen en een gehaktbal..."
2003 In april  worden de gesprekken  gevoerd met de General Electric. Ze willen DSB overnemen voor 2.4 miljard  gulden. Maar Dirk ziet het toch niet zitten.
De AFM waarschuwt de consumenten voor  de koppelverkoop van de DSB Bank. Ook de ING en SNS banken koppelen verzekeringen aan de hypotheken. De Koningin benoemt hem tot Officier in de orde van Oranje Nassau.
2004 De AFM legt DSB twee bestuurlijke boetes op. Aanleiding is een onderzoek dat de AFM in de maanden mei tot september heeft uitgevoerd De groei is in de laatste jaren gestaag doorgegaan. Er is in dit jaar een kleine teruggang, er is maar een beperkte groei. De bouwplannen voor het nieuwe stadion AZ zijn goedgekeurd en kan begonnen worden met de bouw. Ed Nijpels wordt commissaris van de DSB Bank.

 



Het kantoor van de DSB Bank in Wognum, voltooid in 2005

2005 Op donderdag 17 maart wordt door DSB Groep bij DNB (De Nederlandsche Bank) een aanvraag voor een nieuwe bankvergunning ingediend. Het DSB concern zal worden geherstructureerd waarbij DSB Groep en de onderhangende vennootschappen (voorschotbanken, DSB Hypotheken, bemiddelingsbedrijven én DSB Bank) zullen fuseren en worden omgedoopt tot DSB Bank N.V.

De Nederlandsche Bank in Amsterdam (DNB)

In het kader van de verkrijging van een bankvergunning toetst de DNB toets de leden van de Raad van Bestuur van de DSB Bank op hun betrouwbaarheid en deskundigheid. Door hun positieve bevindingen krijgt de DSB  vrijdag 23 december de bankvergunning.
 De Raad van Bestuur bestaat uit Dirk Scheringa, Hans van Goor en Jaap van Dijk.



De Raad van Bestuur van de DSB Bank, vlnr Dirk Scheringa, Hans van Goor, Jaap van Dijk

In het programma Radar van Antoinette Hertsenberg krijgt een reclame van Dirk's  financieringsbedrijf Becam de Loden Leeuw uitgereikt . De prijs voor de meest irritante reclame.
2006  Op een sportgala georganiseerd door  het Noordhollands Dagblad wordt Dirk uitgeroepen tot sportman van het jaar. Op de Tefal in Maastricht koopt Dirk een schilderij van Salvador Dali voor 700.000 euro. De domeinnaam Frisia.nl wordt gekocht voor 1.1 miljoen euro. De Citigroup, de grootste bank ter wereld wil de DSB bank eventueel overnemen. Zij bieden een half miljard. euro. General Electric  biedt 2.2 miljard euro  Ook de Santander heeft plannen voor een overname. Alles loopt op niets uit. Zowel de DNB als de AFM beginnen grote bezwaren te hebben over de gang van zaken bij de DSB zoals de management informatie, die zij krijgen over de kredietverlening aan klanten, reclameproducten. Van haar kant dient de DSB een klacht in bij de AFM over het optreden  van de toezichthouder (DNB) (deze wordt woensdag 20 december door de AFM ongegrond verklaard). Donderdag 3 Augustus is de opening van het AZ stadion,  kosten voor Dirk 30 miljoen euro. Op vrijdag 25 augustus 2006 trekt de ervaren bankier J. Ariëns zich terug als lid van de Raad van Commissarissen van de DSB. Deze bestaat, na het vertrek van Ariëns uit Bonnier, Offringa, Nijpels en Neelissen. Op woensdag 1 november 2006 treedt mevrouw De Jong als CFO (Chief Financial Officer) toe tot de Raad van  Bestuur van DSB.
2007  Dtik ontvangt tijdens de opening van de kunstbeurs in Amsterdam de Sascha Tanjaprijs. Een prijs voor iemand die veel voor de kunst  betekent. Op de prijs staat de inscriptie: 'Een groot realist Dirk Scheringa 2007". Op maandag 26 maart 2007 treedt Linschoten toe tot de Raad van Commissarissen van DSB. Deze bestaat dan uit Bonnier (voorzitter), Linschoten, Nijpels, Neelissen en Offringa.

Raad van Commissarissen DSB Bank, vlnr Rob Bonnier, Robin Linschoten, Ed Nijpels, René Neelissen, Age Offringa

In juni wordt tot nu toe meer dan 2 miljard euro aan spaargeld ontvangen. Zaterdag 1 juli wordt Gerrit Zalm, oud minister van financiën aangetrokken Hij.  vindt 100.000 euro per jaar voor twee dagen werk te weinig. Dirk verdubbelt het bedrag. Zalm noemt hem de Joop van der Ende van de bankwereld, een echte selfmade man. Gerrit zelf komt uit een gewoon Westfries gezin. In zijn eerste notitie schrijft hij dat het loon per werknemer bij het bedrijf circa de helft is dan bij andere banken. Van bonussen en winstdeling is geen sprake. De kostenontwikkeling acht hij verwaarloosd. In augustus storten de aandeelkoersen ineen. Een groot aantal banken  vragen staatssteun. De DSB Bank vindt het niet nodig, want ze beschikken over  genoeg liquide middelen. De AFM blijft moeilijk doen betreffende reclame activiteiten van DSB.. Er komt spanning tussen  Jaap van Dijk en Hans van Goor, twee leden van de Raad van Bestuur. Het eindresultaat is dat Jaap van Dijk het bedrijf verlaat. Zijn plaats wordt overgenomen door Gerrit Zalm, die nu vier dagen gaat werken voor een jaarsalaris van 750.000 euro.



Gerrit Zalm, CFO van de DSB Bank

Als de kredietcrisis in de loop van 2007  begint, blijkt dat de DSB Bank daar in het begin weinig last van te hebben. De bank heeft geen investeringen in Amerika. Aan het eind van het jaar bedragen de toevertrouwde spaartegoeden circa 3.2 miljard euro tegenover 1.6 miljard euro een jaar eerder. Die toename is voldoende om de groei van de kredietverlening  te financieren. In  augustus wordt door de DNB besloten om de DSB onder verhoogd toezicht te plaatsen. De DNB komt met serie zorgpunten, maar Scheringa zelf maakt zich geen zorgen.
Maandag 12 november vertrekt Jaap van Dijk uit het bestuur van de DSB. Hij is het niet eens met het gevoerde beleid. Op dinsdag 27 november neemt de directie van DNB het besluit DSB onder stille curatele te stellen. De beoogde stille curator heeft grote aarzelingen om als curator of als adviseur in opdracht van DNB werkzaamheden te verrichten. Hij vreest de dominante positie van Scheringa en ziet maar één oplossing:het terugtreden van Scheringa. Gerrit Zalm is bereid  als interim-CFO tot de Raad van Bestuur toe te treden. De benoeming van de curator wordt daarop aangehouden. Een dag later spreekt DNB met Zalm en Offringa, die als coach en vraagbaak voor Zalm zal optreden. In zijn autobiografie is de titel van hoofdstuk 8 'Omarmd door de bovenste bovenwereld 2006-2008'. De tekst van pagina195-195 geeft daarvan een beeld: "20 november 2007. Om half zes ben ik vanavond met Baukje thuis opgehaald om een naar mij onbekende locatie te gaan voor de suprise party naar aanleiding van mijn 30-jarig ondernemerschap. Toen we vervolgens richting Alkmaar reden was  wel duidelijk dat we naar het DSB stadion gingen. Bij aankomst bleek de brasserie prachtig aangekleed en werd ik onthaald in een zaal vol vrienden, familie en medewerkers. Iedereen was er: Mark Tuitert, Simon Kuipers, Marianne Timmer, en Jac Orie namens de schaatsers. Toon Gerbrands, Louis van Gaal met zijn Truus en Marcel Brands namens AZ. Ine Voorham van het Leger des HeiIs. Mevrouw Boellaard, de hofdame van de koningin, Henk Heetebrij, de schaatsmanager en Emily Ansenk namens het Scheringa Museum en nog heel veel andere mensen.(...) Tot mijn grote verrassing komt tijdens de quiz Jan Peter Balkenende binnen die mij van harte feliciteert met mijn 30-jarig ondernemerschap en ten overstaan van de zaal vertelt dat ik op het gebied van sport, kunst en ondernemerschap een voorbeeld ben voor de Nederlandse samenleving. Namens het kabinet biedt hij mij twee manchetknopen van 'het torentje' aan als cadeau. Wat een happening en kroon op alles wat ik tot dusver heb proberen te bereiken in mijn leven"

Maandag 20 november 2007. Het feest ter ere van Dirk's 30 jaar ondernemerschap.
Links: Minister-president Jan Peter Balkenende en Dirk Scheringa. Rechts: Mevrouw M.J. Boellaard-Stheeman en Dirk Scheringa
 

2008 Vrijdag 18 Januari wordt de eerste paal voor zijn kunst museum geslagen. In totaal komen er 24 zalen met 1000 kunstwerken. Kosten 35 miljoen euro met een hypotheek ABN Amro van 27 miljoen euro, waarde kunstcollectie 50 miljoen euro.  Vrijdag 25 januari zal Zalm zijn functie als CFO permanent gaan vervullen. De Nederlandsche Bank blijft kritisch kijken naar de dubbelrol, die Dirk Scheringa heeft. Hij is zowel grootaandeelhouder als voorzitter van de Raad van Bestuur. In april verlaat Reggie de Jong het bedrijf even later gevolgd door Bert Rozemond. De DSB bank heeft geen staatssteun nodig evenals de Rabobank, Van Lanschot Bankiers, Triodos Bank . ING krijgt half oktober 10 miljard euro van de staat.  SNSReal 750 miljoen euro. De overheid heeft ABN Amro en Fortis Bank overgenomen voor 16.8 miljard euro.  Aegon de verzekeraar krijgt 3 miljard aan staatssteun. Vrijdagavond 11 april wordt Dirk  Scheringa  tot CEO of the year uitgeroepen, de topman van het jaar. De prijs wordt uitgereikt door Hans Dijkstal voormalig minister van Binnenlandse Zaken. Mede genomineerden waren Gerard Kleisterlee (Philips), Jeroen van de Veer (Shell), Feike Seibesma (DSM), Michil Tilman(ING), Harold Goddijn (TomTom).



Dinsdag 20 mei 2008 Dirk Scheringa en Gerrit Zalm op het DSB kantoor in Wognum( Foto Peter Boer/Hollandse Hoogte)

Zalm gaat naar ABN Amro. Dirk Scheringa zegt daarover in Noord-Hollands dagblad van 21 november: "Bos wist geen betere kandidaat en hij had Gerrit nodig. En wij gaan hem enorm missen". Maandag 24 November doet Dirk Zalm nog een aanbod. Hij wordt zijn opvolger met een verhoging van zijn salaris met 250.000 euro per jaar. Maar hij gaat daar niet op in. Woensdag 26 november is er hoorzitting in de Tweede Kamer over de kredietcrisis waar DSB aanwezig was met alle grote banken. In zijn autobiografie zegt Dirk dat hij dat ziet als een vorm van erkenning dat hij er bij hoort. Ze hadden met hun bank geen last gehad van de kredietcrisis.  AFM en DNB zien graag uit naar het vertrek van Scheringa uit de Raad van Bestuur , maar de formele mogelijkheden om hem weg te sturen lijken nog beperkt. Zaterdag 6 December geeft Jan Smit van Heracles om Frank de Grave te polsen als opvolger van Zalm. Op dinsdag 16 december 2008 bericht Scheringa aan de DNB, dat hij Frank de Grave bereid heeft gevonden Zalm op te volgen. De Grave was namens de VVD  lid van de Tweede Kamer. Ook was De Grave staatssecretaris Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Van 1998 tot 2002 was hij minister van Defensie. De Raad van Commissarissen is bij de voorgenomen benoeming van De Grave niet vooraf geraadpleegd. Aanvankelijk had Scheringa Ronald Buwalda als opvolger van Zalm gewild, maar de DNB is het daar niet mee eens. Hij had volgens DNB onvoldoende kennis en statuur. Vrijdag 19 december  is het afscheid van Bert Rozemond als directielid van de DSB Bank. Aan het eind van het jaar boekt de DSB Bank een winst 45 miljoen netto  De solvabiliteit is 11.8%. Ook DSB Beheer haalt een winst 10 miljoen euro. DSB is als bank  succesvol op de spaarmarkt. Eind 2008, drie jaar na het verkrijgen van de bankvergunning, heeft het voor 3.9 miljard euro aan spaargeld aangetrokken. Daartegenover staat onder andere een hypotheekportefeuille van drie miljard euro en een kleine miljard euro aan consumptieve kredieten. 

Frank de Grave, opvolger van Gerrit Zalm bij de DSB

2009 In de autobiografie van Dirk Scheringa is hoofdstuk 1 : 'Acht maanden voor de val' gewijd aan de periode van dinsdag 3 maart t/m zondag 18 2009.Het dagboek van zondagavond 18 oktober t/m 31 december 2009 is te vinden in hoofdstuk 9: ' Overleven na de val'.
De raad van commissarissen wordt versterkt door Fons Koemans. Er worden in het geheim besprekingen gevoerd over een fusie met de Friesland Bank, maar ook deze fusie gaat niet door.  De Volkskrant publiceert dinsdag 3 maart een interview met Dirk Scheringa, waarin hij o.m. het volgende zegt: "De huidige crisis kan alleen opgelost worden met krachtdadig optreden. Daar heb ik een jaar voor nodig, in een breed zakenkabinet. Hij denkt dat grootbank ING in de knel komt als de kredietcrisis in Amerika wordt opgevolgd door een creditcard crisis. ING zal hierdoor nog veel verder in de problemen raken. Die bank moet zo snel mogelijk genationaliseerd worden". Maandag 16 maart begint Frank de Grave als opvolger van Gerrit Zalm. Maandag 30 maart verschijnt in de Telegraaf een artikel "AFM legt   DSB onder de loep. Toezichthouder AFM doet onderzoek naar fouten bij leningen van DSB Bank". De AFM zegt ’relatief veel signalen en klachten’ over producten en adviezen van DSB en dochters te hebben ontvangen. Adviseurs en klanten klagen over te hoge hypotheekleningen, opgetast met telkens nieuwe koopsompolissen om de oorspronkelijke lening af te betalen, waardoor leners niet meer uit de schulden komen. De DSB in name van Hans van Goor verwijt de AFM de geheimhoudingsplicht te hebben geschonden. Het artikel brengt een stroom van negatieve berichten over de DSB in de media. Men verwijt de DSB Bank de hoge provisies die vooral met de koopsompolissen worden behaald. De DSB is niet de enige bank  die dergelijke provisies behaalt. De AFM meldt in juni, dat zes grote financiële instellingen vergelijkbare provisies behalen. Maar de afhankelijkheid daarvan maakt DSB wel een atypische bank: klassieke banken verdienen een groot deel van hun inkomen met de rentemarge: het verschil tussen de rente die ze spaarders betalen en die ze in rekening brengen bij bedrijven of particulieren aan wie ze dat geld leent.
Vanaf april besteedt het programma Radar  van Antoinette Herstenberg regelmatig aandacht aan klanten van de DSB die met de extreme hoge hypotheken zijn opgezadeld. Vrijdag 1 mei vindt er een gewapende overval plaats in het Frisia Museum, er worden schilderijen van Tamara de Lempicka en Salavdor Dali gestolen. De doeken zijn tot op heden niet teruggevonden.  Vrijdag 6 mei gaat Dirk naar en diner in de ambtswoning van burgemeester Cohen om te praten o.a over de verbouwing van het stedelijk museum. Zondag 10 mei wordt AZ landskampioen.

Zondag 10 mei 2009 AZ wordt landkampioen, vlnr Dirk Scheringa en Louis van Gaal (1)

Oud-minister van Defensie, Frank de Grave, wordt op maandag 18 mei door Scheringa ontslagen als financieel directeur bij DSB Bank. Het bedrijf zegt dat er ‘onvoldoende match’ bestond tussen De Grave en de rest van de Raad van Bestuur. De plaats van de Grave wordt overgenomen door Ronald Buwalda.. De Raad van Bestuur bestaat uit Dirk Scheringa, Robin Linschoten, Hans de Goor en Ronald Buwalda. Maandagavond 18 mei zegt premier Jan Peter Balkenende, tijdens een CDA EU-verkiezingsbijeenkomst het AZ stadion,  over Scheringa: “Je bent een voorbeeld voor ons allemaal, je speelt een geweldige rol in de financiële sector. Ik vind dat fantastisch. We zijn trots op je!"

De bestuurders van de Nederlandsche Bank, vlnr: Nout Wellink, president, Henk Brouwer, Lex Hoogduin, Joanne Kellermann

Henk Brouwer directeur toezicht DNB heeft waardering voor Dirk Scheringa als ondernemer, maar is minder te spreken over de combinatie, belangrijkste aandeelhouder en directeur van de DSB Bank en vindt dat dat eigenlijk niet kan.  Het liefst ziet hij Scheringa als directeur aftreden. Voor Scheringa is dat wel het laatste waar hij aan denkt. Woensdag 1 juli krijgt  de DSB twee boetes, een van 96.000 euro wegens overkreditering en tweede van 24.000 euro, omdat DSB Bank haar klanten onvoldoende had geïnformeerd over de financiële producten.



Links het kantoor van de Autoriteit Financiële markten (AFM), Midden: Hans Hoogervorst, voorzitter, Rechts: Theodoor Kockelkoren

Andere banken krijgen boetes opgelegd door de AFM en wel de Postbank, SNS en GMAC. De pers brengt echter de boetes voor de DSB meer naar voren , wat lijdt tot een gelduitstroom van de DSB Bank van 30 miljoen euro aan spaargelden. De voorzitter van de Raad van Commissarissen (RvC), Bonnier, in een gesprek op vrijdag 14 augustus 2009 met DNB stelt ‘een machteloos gevoel' te krijgen bij de briefwisselingen met de  DNB. Hij verwijst naar de beperkte invloed van de RvC in het licht van de aanwezigheid van een directeur groot aandeelhouder. (Dirk Scheringa)
Op dinsdag 18 augustus  besluit de directie van DNB, naar aanleiding van de gebeurtenissen in de laatste periode, te verkennen wat de mogelijke gevolgen zijn van de afbouw van het bancaire bedrijf van DSB. Hiertoe wordt projectgroep "Homerus‘ ingesteld. De DNB blijft ontevreden over de stappen die de DSB neemt om structurele veranderingen aan te brengen. Woensdag 19 augustus dineren Frank de Grave en Dirk Scheringa met elkaar in het Amstel hotel om zoals Dirk het in zijn autobiografie zegt: 'om bij te praten'.Dinsdag 8 september wordt Dirk uitgenodigd door de voorzitter van de New York Exchange voor een diner op donderdag 10 september met Amerikaanse en Nederlandse bankiers. In zijn autobiografie staat op pagina 35:' Donderdag 10 september:Tijdens het diner op de vloer van de New York Stock Exchange Willem Alexander en Maxima gesproken. Willem-Alexander zei met een knipoog: 'We zullen het maar niet over de bank hebben, want ik ben ook nog commissaris bij DNB.' Ik begrijp dat hij in een precaire positie zit. Een kwartier lang hebben we met elkaar gesproken. Op een gegeven moment hield ik hem met mijn beide handen aan zijn arm vast en knuffelde ik hem, waardoor we even een heel warm contact hadden. Ik realiseerde me pas later dat ik hem op zo'n manier had aangeraakt. Dat is mij heel erg bij gebleven'. Op maandag 28 september vertellen oud-medewerkers van DSB Bank in het tv-programma NOVA, dat de bank systematisch en op grote schaal zo veel en zo hoog mogelijke koopsompolissen verkocht zonder de klant te waarschuwen voor de risico’s. De volgende dag gaan ook enkele partijen in de Tweede Kamer er zich bemoeien en willen dat minister Bos stappen gaat ondernemen en een onderzoek start. 



Het Scheringa Museum voor magisch realisme in Spanbroek in aanbouw


Er volgt nu een rapportage per dag
Donderdag 1 oktober. Om kwart voor acht in ochtend  doet Pieter Lakeman een oproep  aan de spaarders bij de DSB in het programma 'Goedenmorgen Nederland"om hun geld bij de bank weg te halen. Lakeman vertegenwoordigt een groep ontevreden DSB-klanten die zich hebben verenigd in de Stichting Hypotheekleed. Lakeman zegt dat zijn achterban baat zou hebben bij een faillissement van de bank. Deze oproep van Lakeman veroorzaakt een run op de bank en er wordt ruim 88 miljoen euro door de spaarders opgehaald. Door een nog niet opgehelderde reden ligt de DSB voor internet bankieren vanaf  het middaguur plat. Zowel premier Balkenende, minister Bos en de Tweede Kamer vinden de oproep van Lakeman laakbaar. Er wordt druk overlegd tussen de DNB en de DSB over de noodsituatie . Aan het eind van de dag komt de DNB met een persverklaring met de geruststellende mededeling, dat de DSB aan de eisen van liquiditeit en solvabiliteit voldoet. Dit om de effecten van de oproep van Lakeman te neutraliseren.  Dit is wel een heel unieke actie van de DNB. Normaal  laat de DNB zich niet uit over afzonderlijke banken. Lid van de Raad van Commissarissen Ed Nijpels verlaat de DSB.

Pieter Lakeman, de nagel aan de doodskist van de DSB bank

Vrijdag 2 oktober.  Binnen de directie van de DNB is de wens dat Scheringa moet aftreden als directeur van de DSB bank. Maar dit is niet eenvoudig omdat hij de grootaandeelhouder is.
Zaterdag 3 oktober.
  Scheringa biedt in een persbericht aan zijn gedupeerde klanten zijn oprechte excuses en zal er voor zorgen dat hun klachten zo snel mogelijk zullen worden opgelost. De DNB ziet als enige oplossing, dat Scheringa al zijn aandelen in de DSB  bank moet verkopen. en niet zoals hij twee dagen eerder had voorgesteld slechts een derde.
Zondag 4 oktober. Directeur van de DBN  Henk Brouwer is de voorzitter van het crisisoverleg met de DSB bestuurders. De vergadering duurt 17 uur  (Wellink is samen met minister Wouter Bos naar Istanbul voor de IMF top). De DNB eist het vertrek van zowel Scheringa  en zijn rechterhand van Goor . Scheringa moet al zijn aandelen verkopen  als is het maar voor één euro. Omtreden reclamespotjes moeten worden stopgezet en 300 personeels leden moeten worden ontslagen. Joost Kuiper is al gevonden om Scheringa op te volgen . De financiële toestand is tegen 5 uur in de middag slechter geworden in totaal is 395 miljoen euro door de spaarders opgenomen.  Er wordt door een bankenconsortium een concept 'ondersteuningsovereenkomst' opgesteld met 8 punten met als belangrijkste punt dat Scheringa als voorzitter van de Raad van Bestuur per 1 januari 2010 moet aftreden. Maar dat moet 12 oktober publiekelijk bekend worden gemaakt zodat Joost Kuiper zijn taak kan overnemen. Na deze vergadering komt Scheringa geheel gedesillusioneerd terug in zijn bureau en uit pure woede maakt hij 700.000 euro over van de DSB Bank naar een ander bank. (Wat even later echter weer terugstort).
Maandag 5 oktober
De laatste minuten voor twaalf uur 's -nachts beperkt de DNB de DSN om geld te lenen bij de Europese Centrale Bank tot 1 miljard euro ipv de 1.8 miljard euro waar ze in eerste instantie op gehoopt hadden.  ('genoemd 'haircut'). Het voelt voor Scheringa aan dat ze de stekker er uit hebben getrokken.
Dinsdag 6 oktober
Het wordt weer een dag van vergaderen tussen de DSB en de DNB .De DNB kan op basis van onderpand en lening van maximaal 400 miljoen euro verstrekken, maar wel in en aantal stappen, om te beginnen met 100 miljoen euro. De DSB voelt zich door dit alles aardig in het nauw gedreven.
Woensdag 7 oktober
Er wordt door de DNB onderhandeld met een bankconsortium, die wel inzien dat de val van de DSB Bank ook op hun zal slaan en zoeken naar een oplossing
Donderdag 8 oktober De DSB bereikt overeenstemming met de Stichting Steunfonds Probleemhypotheken over een compensatieregeling  voor de gedupeerde klanten. Dit gaat de DSB 26 miljoen euro kosten. Het bankenconsortium deelt de DNB mede dat de DSB gered zou kunnen worden.  Ze zijn bereid te kijken naar een doorstartvariant.
Vrijdag 9 oktober De banken stellen een concept ondersteuningsovereenkomst op waarin de redding voor een redding van de DSB zijn opgenomen. Wat in feite neerkomt dat de DSB wordt overgenomen door de DNB. De aandelen DSB moeten voor 1 euro worden overgedragen aan een stichting waar de DNB de enige bestuurder is. Verder moeten alle leden van de Raad van Commissarissen en de Raad van Bestuur aftreden.
Zaterdag 10 oktober
Er wordt door een Amerikaanse investeringsbank contact gezocht met DSB om de mogelijkheid van een herstructurering van DSB Beheer te onderzoeken. Een dag eerder is door een vermogensbeheerder interesse getoond voor een kapitaalinjectie in DSB Bank. Beide partijen zullen uiteindelijk afzien van een investering. De banken presenteren hun ondersteuningsovereenkomst aan DNB, het ministerie van Financiën en vertegenwoordigers van het ministerie van Algemene Zaken dat inmiddels ook bij de bespreking betrokken is. De directie van DNB concludeert ten aanzien van de conceptovereenkomst dat haar directe betrokkenheid als bestuurder van de stichting in het licht van de rol van de toezichthouder onwenselijk is.
Zondag 11 oktober DNB en het ministerie van Financiën hebben vanaf 9 oktober samen met de zakenbank een aantal alternatieven onderzocht. Eén van die alternatieven betreft het aanvragen van de noodregeling. In de nacht van 10 op 11 oktober concluderen het ministerie van Financiën en DNB dat geen overeenstemming met het consortium zal worden bereikt en DNB zal moeten besluiten de noodregeling aan te vragen.
DNB doet aan aanvrage voor een noodregeling bij rechtbank in Alkmaar. De Raad van Bestuur van de DSB. acht de aanvraag buiten proportie; niet alle opties zouden zijn verkend. Daarnaast meent de Raad van Bestuur dat de 'haircut' onaanvaardbaar is en kondigt aan verweer te zullen voeren tegen de aanvraag. In de avond om 7 uur ontvangt de rechtbank in Alkmaar een verzoekschrift van de DNB om ten aanzien van de DSB een noodregeling uit te spreken. (Wat betekent een noodregeling? De rechtbank benoemt een bewindvoerder, die belast wordt met het saneren en/of liquideren van een kredietinstelling of verzekeraar. Met als gevolg dat de financiële onderneming niet langer zijn verplichtingen hoeft na te komen die vóór het uitspreken van de noodregeling zijn ontstaan). Om 9 uur zondagavond komt in Amsterdam de rechtbank bijeen. Scheringa houdt een vurig pleidooi tegen de noodzaak van een noodregeling. Met als resultaat dat rond middernacht de rechtbank Scheringa - tot verbijstering van de DNB bestuurders -  gelijk geeft. Maar desondanks lekt het bericht van de aanvrage van de DNB voor een noodregeling ten aanzien van de DSB uit naar de pers.
Maandag 12 oktober
Het lek naar de pers heeft grote gevolgen. De Volkskrant kopt "Voortbestaan DSB aan zijden draad".  Er wordt door de persberichten weer geld door de spaarders 45 miljoen euro opgenomen. Om half elf komen de rechters weer bijeen. De advocaat van de DNB zegt dat er een run op de bank is ontstaan. De rechters zijn daar zo van onder de indruk dat alsnog de noodregeling wordt verleend. Het betekent met zoveel woorden dat de DSB onder curatele wordt geplaatst. De DNB neemt de leiding over en benoemt als bewindvoerders Joost Kuiper en Rutger Schimmelpenninck. Deze moeten nagaan of er een koper van de DSB Bank kan worden gevonden,  anders dreigt faillissement. Alle goederen worden bevroren en niemand kan meer geld opnemen. Om 11.43 wordt het nieuws naar buiten gebracht.

De bewindvoerders van de DSB Bank :Joost Kuiper (links), Rutger Schimmelpenninck (rechts)

Scheringa is in alle staten en zegt tegen de pers o.a. "DSB is gepakt".  In de nacht van zondag op maandag had de Rechtbank nog gezegd dat een noodregeling niet nodig was. Door het lek  is de mening van de Rechtbank  veranderd door de noodregeling alsnog toe te kennen.  Om één uur neemt Wouter Bos het woord: "De noodregeling is onvermijdelijk. Dat de DSB niet door de staat werd gesteund, terwijl de andere banken veel kapitaalinjecties mocht ondervinden, vindt hij logisch. Andere financiële instellingen waren kerngezond, maar werden overvallen door invloeden van buitenaf. Hij kondigt twee  onderzoeken aan. Een onafhankelijke commissie  moet nagaan hoe het allemaal heeft kunnen gebeuren en andere commissie moet alle oud DSB bestuurders onde het vergrootglas leggen.  DSB is geen gezonde instelling''.Wellink van zijn kant zegt dat de  klanten van de DSG hun spaargeld terugkrijgen tot een bedrag van 100.00 euro. De klanten met hogere bedragen zijn niet gedekt moeten wachten wat er na de liquidatie voor hun overblijft.
Dinsdag 13 oktober De bewindvoerders inventariseren welke reddingskansen er nog voor de  bank zijn, maar zijn daar niet optimistisch over. De  vijf grote Nederlandsche banken voelen er ieder geval niet voor om de DSB te redden.
Woensdag 14 oktober De bewindvoerder melden dat er geen geïnteresseerden zijn gevonden om de DSB Bank te kopen, zodat een faillissement nog het enige is wat overblijft. Het is de laatste dag dat de rekeninghouders van de DSB Bank tot middernacht nog geld open met hun pinpas tot een maximaal bedrag van 250 euro. Om negen uur in de avond begint de rechtbank om te beslissen over de aanvraag van de DNB voor het onder curatele stellen van de DSB Bank. Scheringa vraagt aan de rechters tijd te willen hebben voor het vinden van een serieuse partner of het probleem zelf op te lossen.
Donderdag 15 oktober  De rechter besluit de faillissementsaanvraag aan te houden. DSB krijgt tot 16 oktober 12.00 uur de tijd om zelf met het bankenconsortium te spreken over een mogelijke redding. Om zeven uur in de avond is er een bijeenkomst bij de Nederlandsche Bank. De aanwezigen: van de DNB:Nout Wellink, Henk Brouwer; van de DSB Bank Dirk Scheringa, Robin Linschoten, Age Offringa, Ronald Bonnier; van de ABN Amro  Joop Wijn; van de ING Jan Hommen, van de Rabo Bank Piet Moerland; van Fortis ....; van SNSReal...;van Van Lanschot  Bankiers Floris Deckers

Vlnr: Joop Wijn (ABN Amro), Piet Moerland (Rabo Bank), Jan Hommen (ING), Floris Deckers (Van Lanschot Bankiers)

De DSB legt de aanwezigen een reddingsplan voor. De DSB zal geen koopsompolissen meer verkopen en zich omvormen tot een internetbank. Hij vraagt de aanwezigen een kapitaalinjectie van 200 miljoen euro en een kapitaalgarantie van 1 miljard euro. De uitleg en betoog van de DSB bestuurders neemt een half uur in beslag, vervolgens neemt, namens de grote banken, Piet Moerland het woord. Wellink vraagt aan Scheringa of er nog gegadigden zijn geweest. Dirk antwoordt: "Wel drie, Lone Star, NIBC en Credit Europe". Om half negen wordt de vergadering geschorst. Kwart voor twaalf wordt de vergadering hervat en zegt de woordvoerder van het bankenconsortium Piet Moerland, dat het reddingsplan als niet levensvatbaar wordt beschouwd.  Floris Deckers zegt later tegen RTLZ dat de wil om de Bank te redden er niet was geweest. De DSB Bank had gered kunnen worden als de wil er geweest. De hoofdreden was volgens Gert Jochems  (voorheen toezichthouder bij AFM)  dat de afspraken die DSB had gemaakt ook op hun eigen producten moeten toepassen. De grootbanken hadden namelijk zelf geïnfecteerde portefeuilles, wat later onder andere bij de Rabobank duidelijk zou worden. Eind 2009 trof de Rabobank een schikking met 200.000 klanten met een Opmaathypotheek. Dat was tien keer zoveel als het totale aantal hypotheekklanten dat DSB Bank überhaupt had. 200.000 gedupeerde klanten was werkelijk een ongelooflijke hoeveelheid. Er waren natuurlijk al eerder schikkingen geweest van instellingen die met woekerpolissen hadden gewerkt. Aegon had daarvoor 250 miljoen euro op tafel moeten leggen. Delta Lloyd, ING, SNS en Fortis ASR hadden geschikt voor respectievelijk 300,365,320 en 750 miljoen euro.
Vrijdag 16 oktober De rechtbank verleent de DSB Bank uitstel tot maandagochtend 19 oktober, aangezien het Amerikaanse Lone Star interesse voor de DSB bank heeft getoond. De bouw van het nieuwe Scheringa Museum voor Realisme wordt gestaakt. Het zou in februari 2011 worden geopend.
Zaterdag 17 oktober Een delegatie van Lone Star komt in ochtend aan bij het kantoor van de DSB in Wognum, maar twee uur later  vertrekken ze weer. Ze hebben het laten afweten, vooral door de negatieve mededelingen van de curator Schimmelpenninck. Er is nog een laatste kandidaat en wel Adriaan Dorrepaal, financieel adviseur uit Noord Holland. Ze kwamen met een plan B, dat Scheringa de volgende dag naar buiten zal brengen..
Zondag 18 oktober Scheringa komt met het zogenoemde plan B. De houders van achtergestelde deposito‘s kunnen hun vorderingen omzetten in aandelen in de bank. Dit levert DSB 100 miljoen euro op. Er rest echter een kapitaalbehoefte van tenminste 100 miljoen euro, terwijl het voor de financiering nog steeds noodzakelijk is dat de 'haircut ongedaan gemaakt wordt of dat de overheid een emissie garandeert. Het ministerie van Financiën is van oordeel dat de situatie onder 'Plan B' niet wezenlijk anders is en aldus nog steeds geen sprake is van een realistisch scenario. Om elf uur in de avond delen de twee bewindvoerders het DSB bestuur mede dat zowel DNB als Minister Bos niet van plan zijn de nodige gelden te verstrekken. In Dirk's  autobiografie staat op pagina 48:"Het doek is gevallen.Als ik naar huis word gereden, weet ik dat alles over is. Ik ben alles kwijt. De afgelopen tweeëndertig jaar trekken als een film aan me voorbij. Ik zal afscheid moeten gaan nemen van al die mensen, mijn medewerkers, de vrijwilligers van het museum, AZ ... Ik ben niet wakker geworden uit een nachtmerrie. Ik heb het niet gered. Als ik aankom in Spanbroek zitten Baukje en de jongens er verslagen bij. Baukje is erg verdrietig. Het enige wat ze kan uitbrengen is: 'Hoe kan dit nu? Wat hebben we niet goed gedaan? Wat had je anders moeten doen?' Ik raak ook in de put. Ik zeg dat we niet negatief moeten doen, dat het is wat het is. En dat we vanaf nu beter kunnen gaan bedenken hoe we de zaak weer gaan opbouwen en hoe we aan kunnen tonen dat de bank ten onrechte is omgeduwd waardoor nu veel mensen hun geld kwijt zijn. Daar hamer ik op. Ondanks het verdriet realiseer ik me dat we verder moeten. Ik heb een enorme overlevingsdrang en zeg tegen mijn gezin dat we hoe dan ook door moeten. Ik ben altijd optimistisch geweest en ik wil ook nu vooruit .kijken. Tegen mijn vrouw zeg ik dat we elkaar nog hebben en dat ik een nieuwe business ga opstarten. Letterlijk zeg ik: 'Baukje, ik kom terug".
Maandag 19 oktober De rechter spreekt definitief het faillissement van DSB uit. Scheringa blijkt na de negatieve uitslag strijdvaardiger dan ooit. In een persconferentie zegt hij onomwonden, dat de DSB kapot is gemaakt door de DNB en de minister van financiën

De persconferentie waarin Scheringa zegt : "We zijn kapot gemaakt". Vlnr: Bonnier, Scheringa, van Goor, Linschoten

Hij zegt verder 'Laat ik eerst zeggen dat er bij DSB Bank dingen niet goed zijn gegaan. Daar hebben we onze excuses voor aangeboden. We hebben ook aanpassingen gedaan en het verdienmodel is veranderd.' De bank is uiteindelijk in een horrorscenario  terechtgekomen,'dat zijn weerga niet kent. Er is met verschillende maten  gemeten. DSB hanteerde hoge provisies - 'gemiddeld 53 procent' - maar dat was niet veel hoger dan veel andere verzekeraars en banken. Zelf had hij aangeboden zich terug te trekken uit de Raad van Bestuur, zijn aandelen te verkopen en plaats te maken voor iemand anders. Maar juist daarna sprak minister Wouter Bos in de Tweede Kamer over idiote provisies ('terwijl we die al helemaal niet meer berekenden') en riep Pieter Lakeman op tot een bankrun. De Nederlandsche Bank zou onredelijke eisen hebben gesteld en de leencapaciteit van de bank hebben ingeperkt, terwijl daartoe geen enkele noodzaak was. Niettemin kwam de uitstroom van liquiditeiten tot stilstand. Maar toen lekte in de Volkskrant en Het Financiële Dagblad uit dat DSB Bank in existentiële problemen was, waarna de spaarders opnieuw massaal op de loop gingen. Dat lek heeft ons over de rand van de afgrond geduwd. Dat die noodregeling niet nodig was, bleek later wel uit de uitspraak van de rechter. We zijn vier keer in het gelijk gesteld door de rechter. Dat is uniek in de wereld".
Minster Bos weerlegt later op dag beschuldiging van Scheringa dat 'de bank kapot is gemaakt'. 'DSB is niet failliet gegaan, omdat niemand de bank wilde redden. De bank is failliet gegaan omdat die in grote problemen zat. En de bank is door eigen handelen in problemen gekomen. Als iemand verdrinkt, verdrinkt hij niet omdat hij niet gered wordt, maar omdat hij niet kan zwemmen'.
In zijn autobiografie geeft Dirk een opsomming van zijn verlies op pagina 21: " Nachts ik lig ik met Baukje wakker in bed. Ze vraagt me wat ik het allerergst vind. De bank die ik kwijt ben, die we samen tweeëndertig jaar geleden vanuit huis zijn begonnen? Het museum waar we samen jarenlang met heel veel liefde gewerkt hebben aan een prachtige collectie? AZ, mijn club, die ik in zestien jaar tijd heb opgebouwd van een eerste divisieploeg naar landskampioen, waar ik mij met hart en ziel aan gewijd heb? Rinsma State, waar we zelf ooit nog getrouwd zijn? Ik vertel haar dat ik het het allerergst vind voor de spaarders met een achtergesteld deposito zonder staatsgarantie. Die hebben helemaal niets meer, terwijl ze ons hun geld hadden toevertrouwd. Medewerkers, vrienden, kennissen en duizenden klanten met een achtergesteld deposito raken nu hun pensioenvoorziening kwijt. Dat we zelf bijna alles kwijt zijn is één ding, maar dat al deze mensen straks ridder te voet zijn, :1rukt emotioneel zwaar op mijn gemoed. Ik bespreek met Baukje de situatie van mijn ouders, want ook zij behoren tot de groep van achtergestelde spaarders. Mijn moeder van 82 is haar spaargeld, bijna 150.000 euro kwijt. Ze zal haar huis misschien moeten verkopen, omdat ze dat straks niet meer kan opbrengen. Mijn zussen Ineke en Gepke, die het allebei niet breed hebben, terwijl Gepke jaren heeft krom gelegen om de studies van haar kinderen te betalen, krijgen straks geen erfenis". De autobiografie van Dirk begint met een proloog: :' Vier weken na de val', waar hij uitgebreid ingaat op het lot van zijn ouders wat betreft hun deposito's die ze kwijt zijn geraakt .
Dinsdag 20 oktober Zowel René Neelissen als Fons Koemans vertrekken als leden van de Raad van Commissarissen van de DSB. In de avonduren wordt op last van de ABN Amro het museum voor magisch realisme van Dirk Scheringa leeggehaald .In totaal worden 1000 kunstwerken in grote vrachtwagens ingeladen. De reden van de inbeslagname is gelegen in het feit dat ABN Amro Dirk Scheringa een lening heeft verstrekt voor de nieuwbouw van het museum in Opmeer, met als onderpand zijn kunstcollectie.  Ten tijde van de ontruiming speelt AZ tegen Arsenal. In de blessuretijd maakt AZ nog een doelpunt. Het wordt het 1-1..



Voetbalwedstrijd AZ-Arsenal  uitslag 1-1

Woensdag 21 oktober
. DSB Beheer wordt failliet verklaard. Met een schuld van 75 miljoen euro bij DSB Bank en hypotheekleningen bij andere banken had DSB Beheer te weinig inkomsten om aan alle verplichtingen te voldoen, zoals betaling van rente. Met het faillissement van DSB Beheer is het gehele DSB-concern meegesleept in de ondergang van DSB Bank
Donderdag 29 oktober  Vier onafhankelijke deskundigen, onder wie drie professoren, gaan onderzoek doen naar de gang van zaken bij het faillissement van DSB Bank. Zij onderzoeken het optreden van de oud-bestuurders van de bank, de handelwijze van de toezichthouders De Nederlandsche Bank en de Autoriteit Financiële Markten en het ministerie van Financiën. De commissie bestaat uit professor Michiel Scheltema als voorzitter, en de leden professor mr Edgar du Perron, professor dr Kees Koedijk en registeraccountant Leo Graafsma.



De commissie van Onderzoek DSB Bank. Vlnr: Michiel Scheltema, Edgar du Perron, Kees Koedijk, Leo Graafsma

Dirk treedt af als voorzitter van AZ. Donderdag 26 november worden Dirk's  schilderrijen uit zijn huis op de Spanbroekerweg  weggehaald.

Het jaar 2010
Zaterdag 26 januari Dirk Scheringa lanceert eigen site: dirkscheringa.nl
Begin februari Dirk 's vader overlijdt op 85e jarige leeftijd.
Zaterdag 13 maart . Voor de wedstrijd AZ  tegen RKC Waalwijk (6-2) wordt Dirk en zijn vrouw Baukje gehuldigd. Hij wordt benoemd tot erevoorzitter en krijgt een insigne in goud van de stad Alkmaar. Baukje wordt lid van verdienste. AZ geeft hem en zijn  vrouw een seizoenskaart voor het leven.



Dirk en Boukje Scheringa wordt door AZ gehuldigd

Woensdag 23 juni  Presentatie Rapport  commissie van onderzoek DSB Bank



Aanbieding rapport DSB Bank door prof Michiel Scheltema aan minister van financiën Jan Kees de Jager

Enkele conclusies van de commissie:
Bij de inrichting van DSB Bank was op bijna al deze punten de oorsprong van het bedrijf te herkennen. Scheringa was tegelijkertijd voorzitter van de Raad van Bestuur en grootaandeelhouder. Als aandeelhouder had hij de bevoegdheid zijn medebestuurders, alsook de commissarissen, te benoemen en te ontslaan. Er was daardoor sprake van het ontbreken van een machtsevenwicht in de leiding. Scheringa beschouwde de bank als zijn bedrijf.
Concernstructuur DSB:     
                                             Stichting Administratie Kantoor Dirk Scheringa
                                                                              I
                                                                              I
                                                                    DSB Beheer BV

                      DSB Fico                  DSB Vastgoed          DSB Participaties    DS Sport en Art
                      Holding N.V.                   B.V.                          B.V                   Beheer B.V*)
                            I                                                                    I
                            I                                                                    I
       DSB           DSB           DSB                                   DSB               DSB
Leven N.V  Schade N.V  Bank. N.V                      Intermediairs  Internetbedrijven
                                                                                   B.V                B.V.

*) Hieronder vallen AZ en Museum) 

De dominante positie van de directeur-grootaandeelhouder Dirk Scheringa kreeg extra accent door het tegengestelde belang dat bestond tussen DSB Bank en DSB Beheer, de houdstermaatschappij waarin de grootaandeelhouder ook activiteiten op sportief en museaal terrein had ondergebracht. Die belangen werden onvoldoende uit elkaar gehouden. De relatie met DSB Beheer is daardoor uit de hand gelopen. De Raad van Commissarissen werd door de Raad van Bestuur onvoldoende serieus genomen en slecht geïnformeerd, maar stelde zich zelf ook te passief op. Daardoor genoot de Raad van Commissarissen onvoldoende gezag en was ook in eigen ogen meer een raad van advies. Het toezicht door de Raad van Commissarissen is onvoldoende uitgeoefend.
Wanneer men de vraag stelt naar de oorzaak van de ondergang van DSB, is die vraag niet eenduidig te beantwoorden. Er zijn vele factoren geweest die daaraan hebben bijgedragen. Vanuit de leiding van de bank gezien kan men wijzen op de externe omstandigheden die onvoorziene moeilijkheden hebben veroorzaakt. Zonder de kredietcrisis en zonder de oproep van Lakeman was DSB Bank niet op dezelfde wijze ten onder gegaan, en was een voortbestaan in enigerlei vorm wellicht mogelijk geweest.  DSB heeft bovendien de gevolgen van de kredietcrisis niet goed onderkend, en risico‘s genomen die niet passen bij een prudent bancair beleid. Die risico‘s werden onder meer gelopen in de ongezonde verhouding met DSB Beheer, waarin Scheringa museale en sportactiviteiten had ondergebracht. Door dit alles was de winstgevendheid en van de vermogenspositie van DSB tegen de zomer van 2009 zodanig uitgehold dat voor het voortbestaan van de bank moest worden gevreesd.
De Commissie meent dat de Nederlandsche Bank de gebreken in de opzet van DSB bij de vergunningverlening onvoldoende heeft onderkend. Hoewel de bank toen financieel gezond was, waren er zodanige tekortkomingen in de leiding en de organisatie van DSB Bank dat het verlenen van een vergunning een te groot risico inhield. Bij het houden van toezicht naderhand is DNB te geduldig geweest en heeft te weinig haar tanden laten zien.
De crisissituatie, ontstaan door het massaal opvragen van tegoeden na de oproep van Lakeman, leidt tot een veelheid van activiteiten. Het was beter geweest wanneer DNB voor een krachtiger aansturing daarvan had gezorgd. Nu werd het maken van een reddingsplan sterk op het bord van een consortium van banken gelegd.
Vrijdag 7 juli  Namens het voormalig bestuur van de DSB Bank schrijft Frank 'Hart, de advocaat van de DSB Bank in zijn brief van aan de minister van Financiën Jan Kees de Jager zijn kritiek op het rapport  commissie van onderzoek DSB Bank. Hieruit volgen enkele passages uit deze brief.

Frank 't Hart, de advocaat van de DSB Bank (Advocatenbureau Spigthoff)

Het voormalig bestuur van DSB Bank heeft met verbazing kennis genomen van het pact dat in december 2008 tussen AFM en DNB tot stand is gekomen.(...). In feite hebben de toezichthouders hier samengespannen en hebben zij gezamenlijk de druk op DSB Bank zover willen opvoeren dat Scheringa uiteindelijk zou terugtreden. Dat het heenzenden van Scheringa het doel was, staat ook met zoveel woorden in het rapport vermeld(...) "Als gezamenlijke strategie van AFM en DNB ten aanzien van DSB wordt dan ook afgesproken dat de druk op de instelling zal worden opgevoerd, met als doel dat Scheringa uiteindelijk zelf eieren voor zijn geld zal kiezen en over zal gaan tot het benoemen van een extern aan te trekken CEO. " (...)
Beide toezichthouders hebben ook daadwerkelijk uitvoering gegeven aan het pact. In de eerste helft van 2009 is het vooral de AFM geweest die de toon heeft gezet door diverse niet reguliere onderzoeken te initiëren en door aan de media bekend te maken dat deze onderzoeken werden uitgevoerd. Het is een unicum dat de AFM mededelingen aan de media doet over niet afgeronde onderzoeken bij een onder toezicht staande instelling (en dat is daarenboven in strijd met de op haar rustende geheimhoudingsplicht uit artikel 1 :89 Wft). Hoogervorst, bestuursvoorzitter van de AFM, schroomde daarbij zelfs niet om op nationale televisie vooruit te lopen op de boetes naar aanleiding van nog niet afgeronde onderzoeken. De boetes die uiteindelijk zijn opgelegd, zijn overigens gebaseerd op niet doorsnee dossiers van DSB Bank die niet kenmerkend waren voor haar kredietverlening. Het is vervolgens DNB geweest die in de zomer 2009 de druk op DSB Bank verder heeft opgevoerd (door de interne projectgroep genaamd 'Homerus'). Het doel daarvan was de onteigening van DSB Bank en de heenzending van Scheringa. Dit resulteerde op 4 oktober 2009 in een convenant waarbij DNB de controle over DSB Bank op zich nam. Scheringa had zijn ontslag ingediend en had zijn aandelen aan DNB toevertrouwd. (--)
Er zijn drie belangrijke oorzaken voor het faillissement.
De eerste oorzaak is het feit dat DNB met het sluiten van het convenant op 4 oktober 2009 de regie naar zich toe had getrokken. (...)
De tweede oorzaak van het faillissement is namelijk de (zeer) onverwachte haircut die DNB minder dan 22 uur (!) na het sluiten van het convenant aan DSB Bank oplegde. Waarom een haircut opleggen terwijl Scheringa al zijn ontslag en aandelen heeft ingeleverd? (...)
De derde oorzaak is het zogenaamde lekincident. Hiermee wordt gedoeld op het feit dat (de directie van) DNB op of omstreeks 11 oktober 2009 de op haar rustende wettelijke geheimhoudingsplicht heeft geschonden door derden te informeren over het feit dat de nood regeling voor DSB Bank was of zou worden aangevraagd. Het is en blijft een feit dat de rechtbank - ondanks alle daaraan voorafgaande ontwikkelingen - in de nacht van 11 op 12 oktober 2009 tot het oordeel is gekomen dat DSB Bank een levensvatbare bank was, die voldeed aan de eisen van zowel liquiditeit als solvabiliteit, zelfs in aanmerking nemend de door DNB toegepaste haircut. Na het verspreiden van het nieuws dat een nood regeling door DNB was aangevraagd ontstond een run on the bank, waardoor het uitspreken van de noodregeling kort daarna onvermijdelijk was (..).
Augustus:  In Dirk's autobiografie staat op pagina 243: 'Mijn hele leven ben ik op zoek geweest naar erkenning. De enige erkenning waar ik nu nog naar streef is de erkenning waarbij aangetoond wordt dat de bovenste bovenwereld, het old boys netwerk, ongelijk heeft gehad door de bank kapot te maken. Wat mij aangedaan is voelde als dood gaan, maar ik ben nu aan mijn tweede leven begonnen'.
Zaterdag 4 september In een  interview met de Telegraaf zegt Scheringa het volgende. ' Ik ga weer bankieren. Ik wil de aanval op het huidige bankenstelsel in Nederland openen. De val van zijn bank heeft geleid tot kartelvorming in de bankenwereld. Het kwam ze maar wat goed uit dat wij van het toneel verdwenen. Ik ga aangifte gaan doen tegen de Nederlandsche Bank en DNB-directeur Nout Wellink. Ik beschik over een dossier van honderd pagina's  waaruit blijkt dat er eind 2008 een pact is gesloten om mij en mijn bank kapot te maken'.
Donderdag 9 september Dirk Scheringa krijgt in zijn voormalige AZ-stadion in Alkmaar uit handen van Kirsten Verdel het eerste exemplaar van Project Homerus, het boek dat zij heeft geschreven over de ondergang van Scheringa’s DSB-bank. De schrijfster komt tot de conclusie, dat de Nederlandse Bank en de Autoriteit Financiële Markten uiteindelijk uit waren op de ondergang van de bank.

Kristel Verdel en Dirk Scheringa tijdens de presentatie van haar boek 'Project Homerus'

Donderdag 19 oktober Dirk Scheringa  heeft aangifte  gedaan tegen directieleden van de Nederlandse Bank, te weten president Nout Wellink en de directeuren Henk Brouwer, Lex Hoogduin en Joanne Kellerman, wegens het lekken van informatie naar de pers over zijn aanvraag voor een noodkrediet om DSB Bank overeind te houden
Maandag 1 november  De veiling van de inboedel van het voormalige Scheringa Museum in Spanbroek heeft ruim 35 duizend euro opgebracht.
Donderdag 16 november  Het gebouw van het voormalige Scheringa museum voor Magisch Realisme in Spanbroek is verkocht aan het bedrijf ZON Energie. De Vereniging Cliënten Van Financiële Instellingen (VCFI) heeft de rechtbank in Amsterdam verzocht de curatoren die het faillissement van DSB afwikkelen, te vervangen. De curatoren zouden door hun handelswijze grote schade hebben aangericht bij voormalige klanten van DSB.
Vrijdag 17 november Het Scheringa museum voor magisch realisme sluit haar poorten. De collectie in bruikelen  gaat terug naar de eigenaren. Het 19 tellend  personeel wordt ontslagen.
Vrijdag 26 november Het Friese landgoed Rinsma State, vroeger van Dirk Scheringa, is verkocht voor 1.7 miljoen euro aan Jan Smeeing uit het Friese Metslawier.
November  Publicatie van het boek  van Frits Conijn, redacteur Financiële Dagblad getiteld: "Dirk Scheringa. Verspeeld krediet. Een portret".
Publicatie van het boek van Jeroen Mei getiteld:  Dirk Scheringa, autobiografie.
Maandag 13 december De Autoriteit Financiële Markten (AFM) heeft ABN Amro een bestuurlijke boete opgelegd van 30.000 euro voor ''niet-passend advies'' bij het verstrekken van krediet beschermings verzekeringen in de periode van 1 januari 2009 tot en met 31 juli 2009.

Het jaar 2011
Donderdag 20 januari 2011 Dirk Scheringa start het Homerus sprekersbureau. Deze onderneming levert sprekers, presentatoren en dagvoorzitters voor allerhande gelegenheden. Tevens is hij betrokken bij de website DeGift.nl Personen die niet weten aan wie ze hun geld moeten nalaten worden op deze site gekoppeld aan 'wens'-erfgenamen.
Vrijdag 28 Januari De Autoriteit Financiële Markten (AFM) deelt twee bestuurlijke boetes uit aan SNS Bank van 30.000 euro per stuk. De boetes zijn opgelegd vanwege beleggingen in buitenlandse fondsen die niet onder adequaat toezicht stonden, waaronder die van fraudeur Bernard Madoff. De SNS heeft nagelaten nieuwe klanten te informeren over de “bijzondere aard en risico’s van die fondsen en te toetsen of de fondsen geschikt waren voor de klanten”.De boetes betreffen de periode van januari 2008 tot en met mei 2009. Beleggen in deze fondsen werd vanwege de aard en de risico’s niet standaard aangeboden. De bank bood de dienstverlening alleen aan voorgeselecteerde klanten, die hun opdrachten dienden te geven via een apart ingerichte desk. Deze is inmiddels opgeheven. Bovendien heeft SNS Bank volgens de financiële waakhond nagelaten zijn klanten te informeren over de beweeglijkheid van de prijs, de beperkte verhandelbaarheid en het riskante karakter van de beleggingen.
Woensdag 2 maart In het NRC Handelsblad: Wie zijn beboet? AFM beboet regelmatig fouten bij verstrekken van hypotheekleningen.
ING, februari 2011. Boete: 130.000 euro.
Rabobank, september 2010. Boete: 150.000 euro.
ELQ Hypotheken, mei 2010. Boete: 48.000 euro.
Afab, november 2009. Boe­te: 24.000 euro.
Hypotheken Midden Nederland, oktober 2009. Boete: 24.000 euro
DSB Bank, mei 2009. Boete: 120.000 euro. *)
Postbank, februari 2009. Boete: 30..000 euro.
*) commentaar :  Rabobank en ING kregen hogere boetes dan de DSB Bank!

Verantwoording
In dit hoofdstuk over Dirk Scheringa heb ik ruim gebruik gemaakt van de volgende boeken:
1. Redactie Economie de Volkskrant - Opkomst en ondergang van DSB. Uitgeverij Conserve. ISBN 97890 5429 298 2. 2009
2. Kirsten Verdel: Project Homerus. Het miljardenspel met DSB Uitgeverij De Wijsheid B.V.. ISBN 978 90 815575-1-1. Eerste druk augustus  2010
3. Frits Conijn/ Het Financiële Dagblad:  Dirk Scheringa. Verspeeld krediet. Uitgeverij Business Contact, Amsterdam ISBN 978 90 470 0397 7.2010
4. Jeroen Mei:Dirk Scheringa, autobiografie Uitgevrij De Wijsheid ISBN 978 90 782112 0 4. Eerste Druk november 2010. Behalve citaten van de tekst heb ik ook enkele foto's van het boek afgedrukt met de vermelding: (1). Tevens heb ik veel materiaal van het internet afgehaald. Mocht iemand of een uitgeverij hier bezwaar tegen aantekenen, dan zorg ik er voor dat de betreffende passage of afbeelding van mijn site zal worden verwijderd..
Ik heb getracht om de tekst zo summier en zo neutral mogelijk te houden . Ik hou me aanbevolen voor kritiek, aanvullingen, fouten.
 

3. Wat hebben Cornelis Verolme en Dirk Scheringa met elkaar gemeen?

Jeugdjaren

Cornelis
wordt geboren in 1900 in een boerengezin met een streng christelijke geloof. Zijn vaders leest voor het ontbijt uit de bijbel en de familie gaat zondags ter kerke.Zijn vader wil dat hij hoog op maatschappelijke ladder zal komen. Cornelis krijgt veel aandacht en liefde van zijn moeder. Na de lagere school gaat Cornelis naar de ambachtschool.
Op 15e jarige leeftijd moet hij de kost gaan verdienen. Cornelis begint als voluntair bij een machinefabriek, zijn loon is 8 cent per uur . Cornelis volgt avondstudies en slaagt voor de avond MTS.

Dirk
wordt geboren in 1950 in een boerengezin met gereformeerd geloof. De zondagrust is heilig.
Hij krijgt weinig aandacht en ondersteuning van zijn ouders  Na de lagere school gaat hij naar de Mulo. Op 15e jarige leeftijd moet hij de kost gaan verdienen. Dirk krijgt een baantje als leerling-zetter bij de drukkerij Banda en verdient 6 gulden per week (Zijn ouders kunnen het advies van de school om naar de detailhandelsschool niet betalen). Dirk volgt avondstudies en haalt het middenstandsdiploma.

Huwelijksleven

Cornelis
trouwt op woensdag 27 juni 1923 Jannentje Borg, een gereformeerd Rotterdams meisje . Uit het huwelijk worden vier meisjes geboren. In 1942 maakt Cornelis kennis met Annie Weegink, telefoniste bij Stork, een remonstrants meisje, waar hij verliefd op wordt. Er ontstaat een geheime verhouding met haar. Dinsdag 1 juni 1953 vindt de scheiding plaats van Cornelis Verolme met Nanny Borg. Hij trouwt drie weken later met zijn oude liefde Annie Weegink.

Dirk
trouwt op vrijdag 16 november 1973 Baukje de Vries uit Driesum. Baukje en Dirk krijgen 2 zonen.

Hun dromen

Cornelis
wil aan de
Nieuwe Waterweg, een diep vaarwater dicht bij zee, een toonaangevende scheepsnieuwbouw en reparatie verwezenlijken.

Dirk
wil dat zijn bank zal uitgroeien tot een grote landelijke bank die zich kan meten met De Grote Drie (ABN
Amro, ING en Rabobank)

Een eigen bedrijf starten

Cornelis wil scheepsbouwer worden. Na enkele baantjes te hebben gehad hij bij scheepswerven in Rotterdam, komt hij in 1928 in dienst bij de machinefabriek Stork in Hengelo, waar hij tot 1946 blijft. Hij begint voor zich zelf op 47e jarige leeftijd. Hij bouwt op een stukje grond in IJsselmonde een machinefabriek voor revisie van dieselmotoren Zijn bedrijf wordt omgezet in een naamloze vennootschap, waarbij het stemrecht wordt ondergebracht in de Stichting Nederland Trust waar hij alleen zeggenschap bezit, de andere aandeelhouders hebben niets te vertellen
.

Dirk
voelt zich aangetrokken tot de financiële wereld
. Na enkele baantjes te hebben gehad bij accountants kantoren en rijkspolitie, begint hij in 1977 met zijn vrouw het Belasting-en Adviesbureau Frisia. Hij zet dit bedrijf 3 jaar later om in een houdstermaatschappij DSB Beheer, wiens tal van dochtervennootschappen worden opgericht die zich voornamelijk bezig houden met de bemiddeling van financiering voor particulieren en het verkopen van verzekeringsproducten.
Hij weet geld aan te trekken zonder zijn macht uit handen te geven. Hij heeft de DSB groep in Curaçao gevestigd met als enige dat hij niet door de raad van commissarissen ontslagen kan worden.

Zucht naar expansie

Cornelis
neemt in de vijftiger jaren een aantal scheepswerven over. De gevestigde orde van scheepsbouwers kijken met Argus ogen naar die kleine man, die in een korte tijd een goed florerende scheepswerf weet te stichten.

Dirk
neemt in de tachtiger jaren een aantal concurrenten over waardoor het bedrijf van Dirk meer toegang heeft tot de financiële wereld. In 1991 heeft zijn bedrijf al en omzet van 1 miljard gulden.

Onorthodoxe wijze van het uitoefenen van hun bedrijf

Cornelis
hanteert een onorthodoxe bouwmethode wijze. De helling waarop het schip wordt tegelijkertijd met het schip gebouwd met het aanbetalinggeld van de opdrachtgever. In tegenstelling tot de gevestigde orde van de Rotterdamse scheepsbouwers stopt hij het verdiende geld weer in nieuwe investeringen.

Dirk
is succesvol door een eigenzinnige onorthodoxe manier van bankieren door leningen te verstrekken in combinatie met verzekeringen. Dirk stopt zijn verdiende geld weer terug in zijn bedrijf. De bankiers kijken met een zeker argwaan naar argwaan naar deze wijze van bankieren.

Hun mening tegen over de Raad van Commissarissen

Cornelis
mening over de raad van commissarissen liegt er niet om: "Je geeft ze een sigaar, je geeft ze te eten en moeten bij het kruisje een handtekening te plaatsen".

Dirk
heeft als grootaandeelhouder de bevoegdheid de commissarissen, te benoemen en te ontslaan. Dirk beschouwt de bank als zijn bedrijf.

Hun relatie met hun werknemers

Cornelis
heeft geen enkele moeite om dicht bij zijn arbeiders te staan. Zelf als boerenzoon van onderaf opgeklommen, begeeft hij zich regelmatig onder zijn arbeiders. Hij wordt, zelfs na zijn aftreden als president-directeur, door zijn personeel (letterlijk) op de handen gedragen.

Dirk
is altijd een gewone jongen gebleven en sterk betrokken met zijn werknemers. Hij loopt graag in spijkerbroek  en draagt geiten wollen sokken.,

Het aantrekken van personen van aanzien

Cornelis
weet in de helft van de vijftiger jaren zich te omringen door mensen van aanzien: Prof Pieter Sjoerd Pieter Gerbrandy, oud minister-president in het oorlogskabinet in Londen, Alfred de Booy , gepensioneerd bevelhebber de Nederlandse zee-strijdkrachten, respectabele Rotterdammers als Jan de Monchy en Philip Mees, Hendrik Jan Hofstra, oud-minister van financiën.

Dirk
weet al in 1994 Tjeerd Westerterp, voormalig minister van Verkeer en Waterstaat, binnen te halen. Later volgen Ron Bonnier (Koninklijke Nederlandse Papierfabriek), Age Offringa (Friesland bank), Ed Nijpels (minister van VROM, burgemeester van Breda, commissaris van de Koningin provincie Friesland). Gerrit Zalm (oud-minister van Financiën), Frank de Grave (staatssecretaris Sociale Zaken en Werkgelegenheid, oud-minister van Defensie), Robin Linschoten (Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Kroonlid van de Sociaal Economische Raad).

Hun gevecht tegen de gevestigde orde

Cornelis
krijgt in de zestiger jaren steeds meer weerstand van de gevestigde orde van scheepsbouwers, fiscus en bankiers. De fiscus komt gigantische aanslagen en dreigt er zelfs faillissement. De Rotterdamse banken gaan hem de duimschroeven aandraaien. Zo zegt de bank R. Mees & Zn zegt zijn krediet op Voor Verolme betekent het dat hij met liquiditeitsproblemen te kampen krijgt. Hij heeft het land aan de bemoeizucht van de bankiers . Hij noemt ze: "boekhouders, kruideniers en krentenkakkers ". Alfred de Booy in zijn herinneringen:" Hij had een overdreven minachting voor banken, die geen geld uitlenen dat niet van hun was".Voor het bouwen van twee enorme reparatiedokken voor mammoet olietankers doet hij een beroep op de regering voor een kredietgarantie. Er ontbrandt een heftige strijd tussen Verolme en de gevestigde orde van scheepsbouwers. Zijn tegenstanders zijn de bestuurders van de drie werven: Rijn Schelde, Wilton-Fijenoord en NDSM . Zij vragen eveneens een kredietgarantie bij de regering aan voor de bouw van een groot reparatiedok op de Maasvlakte. Hij krijgt de kredietgarantie maar moet het noodlijdende Amsterdamse werf NSDM overnemen. . Als de kosten voor de dokken uit de hand lopen wil hij een nieuwe bankgarantie Hij krijgt het op voorwaarde dat hij aftreedt als president-directeur. Dit wordt het begin van zijn ondergang.

Dirk
begint in het begin van deze eeuw steeds meer last te krijgen van de Autoriteit Financiële Markten (AFM) en de Nederlandsche Bank (DNB): overtredingen van reclameregels, waarschuwing voor koppelverkoop, onvoldoende management informatie. Eind 2007 neemt de directie van DNB het besluit de DSB Bank onder stille curatele te stellen. Ze zien maar één oplossing het terugtreden van Dirk Scheringa als president-directeur, maar dat is door zijn positie als grootaandeelhouder niet zo gemakkelijk te verwezenlijken
. Dit is het begin van zijn ondergang.


De eer en lof die zij krijgen toebedeeld

Cornelis
wordt in 1958 benoemt tot Ridder in de Orde van Oranje Nassau. Op zijn zeventigste verjaardag wordt hij Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw. In november 1980 wordt hij bevorderd tot Commandeur in de Orde van Oranje Nassau

Dirk
wordt in 2002 benoemd dor Officier in de Orde van de Oranje Nassau
.. Scheringa wordt op vrijdagavond 11 april 2009 tot "CEO of the year" uitgeroepen, de topman van het jaar. Premier Balkenende zegt over Scheringa in mei 2009 "Je bent een voorbeeld voor ons allemaal. Je speelt een geweldige rol voor ons allemaal en zet je in voor sport en cultuur. Ik vind dat fantastisch, we zijn trots op je".

De rol van de media
 

Cornelis Verolme moet aftreden als president-directeur. Dit staat in het geheime rapport Biesheuvel-Langman . Zaterdag 10 januari 1970 lekt dit rapport uit naar de pers. Kranten koppen liegen er niet om : " Surseance voor Verolme… " Donderdag 15 januari 1970 lekt de gedwongen samenwerking tussen Rijn-Schelde en Verolme uit. Door deze negatieve berichtgeving raakt nu alles in een stroomversnelling.

Dirk Scheringa
verwijt de AFM de geheimhoudingsplicht te hebben geschonden, als maandag 30 maart 1970 een artikel verschijnt in de Telegraaf met de kop "AFM legt DSB onder de loep". Het artikel brengt een stroom van negatieve berichten over de DSB in de media.
Donderdag 1 oktober 2009 om half acht in de ochtend doet Pieter Lakeman een oproep aan de spaarders bij de DSB in het radioprogramma 'Goedenmorgen Nederland" om hun geld bij de bank weg te halen. Deze oproep veroorzaakt een run op de bank en er wordt ruim 88 miljoen euro door de spaarders opgehaald. Zondag 11 oktober vraagt de DNB een noodregeling aan ten aanzien van de DSB bij de rechtbank. Deze aanvrage lekt uit naar de pers. Het lek heeft grote gevolgen. De Volkskrant kopt: "Voortbestaan DSB aan zijden draad". Er wordt door de persberichten weer geld door de spaarders 45 miljoen euro. Door het lek is de oorspronkelijke mening van de Rechtbank veranderd door de noodregeling voorde DSB Bank alsnog toe te kennen.

Hun ondergang

Cornelis Verolme krijgt op woensdag 14 januari 1970 Verolme in zijn villa De Heul in Ridderkerk bezoek van Jozef Molkenboer, plaatsvervangend directeur-generaal van Economische Zaken. Hij heeft van de minister-president Piet de Jong de opdracht meegekregen om Verolme te dwingen af te treden. In bijzijn van zijn vrouw Anneke brengt hij deze boodschap over. Maar het duurt nog tot donderdag 29 januari dat Verolme door de op hem uitgeoefende druk bezwijkt en akkoord gaat met zijn aftreden als president-directeur. Na overname van het Verolme concern door Rijn- Schelde in 1971, mag Verolme geen scheepsbouw zaken meer ondernemen en de naam Verolme niet als handelsmerk gebruiken.

Dirk Scheringa
wordt door Henk Brouwer, de directeur van de DNB op zondag 4 oktober te kennen gegeven dat hij als president-directeur moet vertrekken. Scheringa moet al zijn aandelen verkopen als is het maar voor één euro. Omtreden reclamespotjes moeten worden stopgezet en 300 personeels leden moeten worden ontslagen. Joost Kuiper is al gevonden om Scheringa op te volgen Maandag 5 oktober beperkt de DNB de DSB om geld te lenen bij de Europese Centrale Bank tot 1 miljard euro ipv de 1.8 miljard euro waar ze in eerste instantie op gehoopt hadden. ('genoemd 'haircut'). Het voelt voor Scheringa aan dat ze de stekker er uit hebben getrokken.
Zondag 11 oktober vraagt de DNB een noodregeling aan ten aanzien van de DSB bij de rechtbank. Zondagavond heeft nog uitstel gekregen van de rechtbank door de aanvrage van de DNB voor de noodregeling niet te honoreren. Uiteindelijk is maandagochtend 12 oktober de mening van de rechtbank, door het lekken van de aanvrage van de noodregeling, veranderd door deze alsnog toe te kennen. Om een faillissement te voorkomen is en zondag 18 oktober een bijeenkomst van de DSB met een bankenconsortium. Deze hoop gaat in rook op ,want de grote banken achten het reddingsplan van Scheringa niet levensvatbaar. De volgende dag maandag 19 oktober valt het doek en wordt door de rechtbank het faillissement van de DSB Bank uitgesproken

Toch blijven ze door gaan

Cornelis Verolme
begint in maart 1975 een nieuwe onderneming: Naval Project Development Company Rotterdam. Weer dus bemoeit hij zich met scheepsbouw zaken, iets wat hem in 1971 verboden was. Hij maakt dezelfde dag aan de pers bekend dat hij grootste plannen heeft met het bouwen van een eigen Nederlandse gastanker.

Dirk Scheringa
zegt 4 september 2010 in het dagblad de Telegraaf: "Ik ga weer bankieren. Ik wil de aanval op het huidige bankenstelsel in Nederland openen. De val van zijn bank heeft geleid tot kartelvorming in de bankenwereld. Het kwam ze maar wat goed uit dat wij van het toneel verdwenen. Ik ga aangifte gaan doen tegen de Nederlandsche Bank en DNB-directeur Nout Wellink. Ik beschik over een dossier van honderd pagina's waaruit blijkt dat er eind 2008 een pact is gesloten om mij en mijn bank kapot te maken".

Noot. Ondanks de genoemde overeenkomsten zou ik toch een duidelijke verschil tussen Verolme en Scheringa willen noemen. Van Verolme kan veel gezegd worden maar dat hij geen verstand had van de scheepsbouw zal niemand beweren. In het rapport van  de commissie Scheltema staat
": De deskundigheid en de belangstelling van Scheringa lagen op het terrein van de kredietbemiddeling en niet op het bancair gebied" een bewering die door vele deskundigen wordt gedeeld.

4. De heersende 'elite' en Cornelis Verolme

Wie zijn de mensen die Cornelis Verolme de voet dwars hebben gezet in zijn haast onbegrensde ondernemersdrang om zich tot de grootste scheepbouwer van Nederland te mogen rekenen? Hij heeft uiteindelijk toch het onder spit tegen de deze machtige elite moeten delven. Hij is als nieuwkomer met de nek aangekeken door deze mensen. Zijn echte eerste tegenstand ondervond hij toen hij een poging waagde naar een topfunctie bij de firma Gebr Stork, na zijn zeer succesvolle tijd waarbij hij bij het bedrijf werkzaam was geweest  van af 1928 tot 1946. Hij realiseerde zich wel dat het heel moeilijk zou zijn, want Stork was een familiebedrijf en de topposities waren steeds weggelegd voor leden van de familie Stork.

l.

Charles Theodoor Stork (1828-1895)

Charles Theodoor Stork (1828-1895) heeft samen met zijn jongere broer Juriaan Engelbert Stork (1828-1893) in 1868 de machinefabriek Gebr Stork in Hengelo opgericht. Het zijn de afstammelingen van Charles Theodoor die het bedrijf verder hebben voortgezet. Zijn zoon Dirk Willem Stork (1855-1928) sterft 15 februari 1928 precies op de eerste werkdag dat Cornelis Verolme bij het bedrijf Stork in dienst trad.

Verolme heeft in zijn periode bij Stork gewerkt onder directeur Ir Charles Theodoor Stork, zoon van Dirk Willem Stork. Na de oorlog trad hij af om plaats te maken voor een nieuwe generatie van de familie Stork. Maar voor Verolme was geen plaats in de directie weggelegd. De familie Stork zag de selfmade man niet zitten: te ongepolijst, niet academisch geschoold en niet behorende tot de elite van Twente, die bestond uit de families Ter Kuile, Blijdenstein, van Heek,  Ten Cate, Willink, van Wulftten Palthe etc.  De nieuwe directeuren werden Dirk Willem Stork Jr ,zoon van Ir Charles Theodoor Stork enzijn oudere neef Francois Gerard Stork (Fransje genoemd) ,zoon van Coenraad Frederik Stork. (zie link : Genealogie familie Stork)

Teleurgesteld nam Verolme in september 1946 zijn ontslag en is voor zich zelf begonnen in Hengelo. Al gauw, aan het eind van 1946. is hij naar Rotterdam vertrokken. Ook daar komt hij weer in de clinch met de gevestigde orde. Ze zien met Argus ogen hoe Verolme al gauw een belangrijke plaats begon in te nemen in de wereld van de Rotterdamse scheepsbouwers. De tegenwerking van deze gevestigde orde begon pas goed toen Verolme in geldnood kwam te zitten en uitzag naar externe financiers. Wie waren nu zijn grote tegenstanders in Rotterdam?

Allereerst de belangrijkste figuur van de Rotterdamse Droogdok Maatschappij (RDM): Karel Paul (KP) van der Mandele, president-commissaris van de RDM.  De maatschappij waar Verolme in zijn jonge jaren - van 16 november 1920 tot 31 december 1927- als machine tekenaar heeft gewerkt.

Mr. Karel Paul van der Mandele (1880-1975)

Een andere belangrijke figuur was de vooraanstaande Rotterdammer Jaques Dutilh,  president-commissaris  van de scheepsbouwwerf Wilton-Fijenoord.. Hij was getrouwd met Catherina Lamberta Mees .Zijn schoonvader was Mr Hendrik Nicolaas Mees, lid van de bankiersfirma R. Mees en Zn. Zijn schoonmoeder was Gertruide Pauline de Monchy, een telg van het invloedrijke Rotterdamse geslacht de Monchy. Twee commissarissen van Wilton-Fijenoord waren niemand minder dan Ir Daniel Theodorus Ruys, directeur N.V. Koninklijke. Rotterdamsche. Lloyd, en Jan Hudig, lid van de belangrijke redersfirma Hudig & Veder. Een ander lid van de firma Hudig & Veder was Anthony Veder. Hij was lid van de ballotage commissie van de elite club  de Koninklijke Roei- en Zeilvereniging de Maas in Rotterdam. In het boek van Ariëtte Dekker over Verolme schetst zij op voortreffelijke wijze het elitaire karakter van deze club.

"De leden van De Maas waren een parvenu als Cornelis Verolme niet van nature goed gezind. Zij moesten niets hebben van deze nouveau riche die zich verplaatste in een protserige zwarte Cadillac - zijn collega-scheepsbouwers lieten zich rondrijden in Bentleys, Rolls Royces en Jaguars -, die erg ijdel was, zich net iets te netjes kleedde, met gleufhoed en witte foulard, en zich altijd met veel te veel scherp geurende lavendellotion besprenkelde. Die een nare, schelle stem had die door merg en been kon gaan, waarmee hij ook nog eens uitsluitend over zichzelf sprak. 'Een irriterende figuur,' vat een Maaslid de algemene mening over Cornelis Verolme samen.' Bij dit soort clubs gold het oer-Hollandse adagium: 'Hij die met ons mee wil gaan, die moet onze manieren verstaan,' en daaraan voldeed Verolme niet. Hij werd geweigerd als lid van De Maas, hetgeen velen in Rotterdam nog altijd graag smalend mogen memoreren. Het was des te pijnlijker voor Cornelis Verolme, aangezien jonge ingenieurs die voor hem werkten, wel probleemloos lid hadden kunnen worden".

Behalve de Maas was er ook nog een andere club waar de elite elkaar trof, dat was de Club Rotterdam. Ook ook hier weet Ariëtte Dekker op treffende wijze het elitaire karakter te beschrijven:
" De Club Rotterdam was een exclusief besloten genootschap datin 1928 in het leven was geroepen door Rotterdamse zakenlieden, waaronder de eerdergenoemde K. P. van der Mandele, kolenhandelaar D.G. van Beuningen, reder Phillipus van Ommeren, drie leden van de familie Mees, reder Bernard Ruys en nog vele andere klinkende Rotterdamse namen (...) Club Rotterdam was zo besloten dat de gedenkboekjes van de club vertrouwelijk en genummerd waren.. De 'grondwet', zoals deze binnen De Club Rotterdam genoemd werd, bevatte bepalingen over 'volkomen geheimhouding' van alles en iedereen die besproken werd en over toelating tot de club, hetgeen slechts 'bij algemene stemmen' kon plaatsvinden.(..) . De Club Rotterdam was één groot ons-kentons van voorname Rotterdamse zakenlieden. Het wemelde er van de Van Beuningens, Dutilhs, Goudriaans, Van Hobokens, Hudigen, Mezen, Van Ommerens, Reuchlinnen, Ruysen, Van Stolken, Veders, Wiltons en Van der Vorms. De Club Rotterdam vormde een bonte mengeling van Rotterdams oud geld, voorzover men daar in de Maasstad van kon spreken, en relatief nieuwe rijken die hun geld verdiend hadden als kolenhandelaren, havenbaronnen, reders en scheepsbouwers aan het begin van de twintigste eeuw als gevolg van de opkomst van de stoomvaart en de aanleg van de Nieuwe Waterweg. (...) Cornelis Verolme zelf hoefde zich geen enkele illusie te maken ooit tot dit exclusieve gezelschap toegelaten te worden, daarvoor was hij te nieuw en te kort in de Maasstad. Daar moest minimaal een generatie overheen gaan. Bovendien botste zijn uitgesproken bravoure te veel met de elitaire ingetogenheid die de deftige Rotterdammers zich in de loop der jaren hadden aangemeten".

Het bankconsortium dat Verolme voorzag van de benodigde kredieten, bestond uit de firma R.Mees & Zoonen, de Rotterdamsche Bank en de Hollandsche Bank Unie. Firmant van de bankiersfirma R. Mees & Zoonen was Philip Mees. Hij was Verolme goed gezind, doch na twee hartaanvallen ging hij,  helaas voor Verolme, met vervroegd pensioen. Zijn mede firmant Thony Ruys werd Verolme grootste tegenstander. Hij zegde in 1965 het krediet aan Verolme namens Mees & Zoonen op . Thony Ruys was een telg uit de invloedrijke redersfamilie eigenaar van de Rotterdamsche Lloyd.
We hebben hierboven leden van de volgende Rotterdamsche families de revue laten passeren: Van der Mandele, Dutilh, Ruys, Hudig, Veder, Mees . Om een indruk te geven hoe nauw deze leden door familiebanden met andere belangrijke Rotterdamse families zijn verbonden, geven we hieronder deze verwantschap aan.

Van der Mandele: Van Bosse
Dutilh :: Van Stolk, Verbrugge, de Monchy, Van Hall, Boissevain
Ruys
:: Los, Cankrien. Van Hoboken, Kruimel, Van Oordt
Hudig
: Van Vollenhoven
Mees
: van Lelyveld, van Stolk, Dutilh, De Monchy, de Kanter, Bouvin, Vicq
De Monchy
: Mees, Van.Oordt, Van der Hoop, Ledeboer,’s Jacob.
Veder
: Van Stolk, Van Hoboken

Voor een uitgebreide genealogie van deze families zie link: Rotterdamse.elite.

Let wel al deze families komen voor in de geslachtenlijst van het Nederlandse Patriciaat. Er zijn bepaalde voorwaarden waaraan moet voldoen om  opgenomen te worden in het Nederland's Patriciaat (Het "blauwe boekje"genoemd).  In  de eerste jaargang van 1910 van de serie Nederland's  Patriciaat staat onder meer het volgende: 
" Van meer dan honderd adelijke families in Nederland toch, bestaan takken welke niet tot den adel van het Koninkrijk behooren, terwijl vele aanzienlijke*) geslachten van den adel zijn vermaagschapt, òf wel door hun stand in de eerste kringen verkeeren.(...) Achtereenvolgens worden opgenomen die aanzienlijke familiën in Nederland, welke geen deel uitmaken van den Nederlandschen adel, en personen, die door het bekleeden van hooge ambten, of door bijzondere persoonlijke verdiensten als hoofd eener familie kunnen worden gerekend - een en ander met de in leven zijden afstammelingen en de bewijsbare voorouders, zoodat ook niet-adelijke takken van geslachten in Nederland's Adelsboek vermeld, er een plaats in zullen vinden".

In zijn memories schreef Alfred de Booy (directeur Verolme) de volgende gedenkwaardige zin over Verolme
"Natuurlijk heeft bijna iedere selfmade man iets in zijn optreden dat weerstanden oproept. Niettemin valt te betreuren dat in Amsterdam en Rotterdam,overigens voortreffelijke mensen,wier vaders of grootvaders zich ook door eigen kracht naar boven hadden gewerkt, zoveel onjuistheden debiteerden en verdachtmakingen rondstrooiden".

Deze uitspraak verleidt ons eens na te gaan wie de stamvaders van de Rotterdamse elite zijn geweest of zij ook net als Verolme door eigen kracht naar boven hadden gewerkt.

Beroepen van de stamvaders van de Rotterdamse 'elite'
Munter
Van der Mandele. (Dordrecht).1600
?
Dutilh (Clairac) in Rotterdam1718
Timmerman Ruys (Utrecht) 1700
Zeemleerbereider Hudig (Amsterdam) 1643
Lakenwever Mees (Aken) 1563
Militair De Monchy (Frankrijk-Rotterdam)1660
Varensman
Veder (Lerwick) 1740

Verwantschap met bovengenoemde families:
Droogscheerder
Van Bosse (Leiden) 1700
Timmerman
Van Stolk Oud Beyerland 1550
Sluiswachter Verbrugge (Elst) 1700
Lakenbereide
r Van Hall (Heteren) 1700
Boekhouder Boissevain (Bergerac-Rotterdam) 1700
Smid Los (Hendrik-Ido- Ambacht) 1650
?
Cankrien (Hannover ) 1700
Blauwverver
Van Hoboken (Utrecht) 1700
Schepen Krümmel Bieberfeld 1526
Molenaar
Van Oordt (Herwaarden) 1620
Schipper
Van Vollenhoven(Schiedam) 1699
Zeilmaker Van Lelyveld (Rotterdam) 1670
Kleermaker De Kanter (Brugge-Zierikzee) 1630
Griffier
Bouvin (Rijssel) 1780
Lakenkoper De Vicq (Antwerpen
- Amsterdam) 1600
? Van der Hoop Veenendaal 1646
Bontwerker Ledeboer (Osnabrück) 1570
Schipper Kolff (Geertruidenberg) 1600
Lakenbedrijf werkzaam S ‘Jacob (Chateaudun –Delft) 1663

Het is ons opgevallen dat de Rotterdamse elite van betrekkelijk jonge datum is in vergelijk met de Amsterdamse elite, wier oorsprong dateert uit de Gouden eeuw. Ook ontbreekt de oude adel. Het is een jong patriciaat, misschien juist daardoor had men minachting voor een selfmade man zoals Verolme. Misschien ook komt het daardoor dat de Rotterdamse elite zich minder democratisch opstelt dan de Amsterdamse elite. Dit is ook gebleken bij een aantal fusies, dat de laatste tijd hebben plaats gevonden tussen Amsterdamse en Rotterdamse bedrijven en instellingen. (bv. fusie ABN en Amro)

5. De heersende ' elite' en Dirk Scheringa

Wie zijn de mensen die Dirk Scheringa de voet dwars hebben gezet in zijn haast onbegrensde ondernemersdrang om zich te mogen rekenen tot de financiële elite? Een zelfde soort vraag hebben we in het vorige hoofdstuk (5) gesteld in verband met  Cornelis Verolme. Helaas is het antwoord hierop niet zo duidelijk te geven. Dit komt voornamelijk door het verschil in tijd.  De strijd  waar Verolme moest opboksen tegen de heersende 'elite' speelde zich af in de zestigerjaren van de vorige eeuw, terwijl Dirk Scheringa deze strijd heeft gevoerd ruim veertig jaar later.. Daarbij komt dat Verolme te maken kreeg met de Rotterdamse scheepsbouwers elite, terwijl Scheringa zich moest verweren tegen de financiële elite.  Er is in die veertig jaar veel veranderd wat betreft de samenstelling van de personen van de tegenwoordige heersende elite. Het eerste dat opvalt is, dat deze personen vrijwel, op een enkele uitzondering, niet meer behoren tot families  van het Nederlands patriciaat.
Eind zeventiger jaren van de vorige eeuw heb ik tezamen met Joost van Steenis een lijst opgesteld van de  personen die behoorde tot de financiële elite van Nederland: de top 200. Op deze lijst zijn de invloedrijke families ingedeeld in een aantal groepen.
Groep 1 de Koninklijke Familie; Groep 2 de Adel (A); Groep 3 het Patriciaat (P); Groep 4 het Toekomstige Patriciaat (TP); groep 5a de Technologise Meritokraten (TM); 5 b Kapitaalkrachtige Meritokraten (KP)

Uit deze top 200 van de financiële elite van 1979, heb ik een selectie gemaakt van personen, die hun invloed hadden op het bankwezen. Het betreft de volgende banken: ABN; Amro, Mees & Hope, Pierson, Heldirng & Pierson; Nederlandsche Bank, RaboBank, van Lanschot Bank, Nationale Investerings Bank, R. Mees & Zoonen. De lijst van deze 87 personen is te zien onder de link Financiële elite 1979.

Om een idee te krijgen tot welke groepen deze 87 personen behoren is hieronder een verdeling gemaakt van het aantal personen per groep:
Groep 2 de Adel (A): 27
Groep 3 het Patriciaat (P) 46
Groep 4 het Toekomstig Patriciaat (TP) 7
Groep 5a de Technologise Meritokraten (TM) 7

Onderverdeling van de 87 personen per bank:
Amro 27
ABN 25
Pierson; Heldring & Pierson 10
Mees & Hope 9
Nederlandsche Bank 6
Van Lanschot Bank 4
RaboBank 4.
Nat. Inv. Bank 1
R.Mees & Zn 1

Zo was het dertig jaar geleden, kijken we nu naar de elite van het bankwezen anno 2009, dan blijkt dat er een wisseling van de 'macht' heeft plaats gevonden. Allereerst hebben we te maken met een naamsverandering ten gevolge van fusies en wel van de volgende banken
ABN zijn gefuseerd tot ABN Amro. De banken Pierson, Heldring & Pierson, Mees & Hope, en R. Mees & Zn zijn opgeslokt door ABN Amro. Nieuwe banken SNS REAAL, ING.   De afkorting van de Nationale Investerings Bank is NIBC. De enige twee banken die hun naam hebben  behouden zij de Nederlandsche Bank, de RaboBank en de Van Lanschot Bank.. De Autoriteit Financiële Markten (AFM) is de Nederlandse toezichthouder op de financiële markten en bestaat sinds 1 maart 2002.. De Fortis Bank die in 2009 nog een rol speelde is in 2010 opgenomen door ABN Amro. We hebben een lijst van 100 personen samengesteld, die invloed hebben op de genoemde bancaire instellingen. De lijst van deze 100 personen is te zien onder de link: Financiële elite 2009

Onderverdeling van de 100 personen per bank:
RaboBank 18
ING 15
NIBC 14
SNS REAAL 13
Nederlansche Bank 12
Van Lanschot 9
AFM 9
ABN Amro* 7
Fortis* 3

*) Door de overname van Fortis door ABN Amro in 2010 zijn weer nieuwe personen benoemd. Van Fortis hebben we enkele personen genoemd, die in 2009 nog een rol hebben gespeeld voor de val van de DSB bank.

Het is nu interessant om deze 100 personen in te delen in de 5 groepen van onze lijst van de financiële elite anno 1979. Het komt er dan als volgt uit te zien:
Groep 2  de Adel (A)  1 (Drs D.M.J.G. baron van Slingelandt)
Groep 3 het Nederlands Patriciaat:: 5 (
Mw mr D.C.C. van Everdingen ; Mw drs A.M. Fentener van Vlissingen ;Charlotte Insinger, Drs G.P. van Lanschot,  Mr C.W. de Monchy)
Groep 4 /5a Toekomstig Patriciaat /Technologische  Meritokraten  94 (waarvan 6 familienamen mogelijk behoren tot Groep 3*): 
*) Zes familienamen van de 100 personen komen voor op de geslachtenlijst van het Nederland's Patricaat (Uitgave van het  Centraal Bureau voor Genealogie in Den Haag). Het is helaas ons niet mogelijk om na te gaan of deze 6 personen behoren tot het Nederland's Patriciaat.

Wat leert ons de vergelijking tussen de twee gepresenteerde lijsten van de financiële elite van 1979 en 2009?
Het eerste wat ons
direct opvalt is, dat het aantal personen behorende tot de adel en het patriciaat van ruim 80 % in 1979 geslonken is tot 6% in 2009. De nieuwe financiële elite anno 2009 bestaat uit het overgrootste deel uit de door ons in 1979 bestempelde meritokraten. Er zijn nog een paar andere dingen die in het oog springen. Ten eerste is het verschil in vrouwelijke personen van 1% in 1979 tot 13% in 2009. Het grote aantal professoren en doctorandussen in 2009 is opvallend. In een artikel in het NRC Handelsblad van 5 januari 2011 schrijft columniste Louise O. Fresco (1952) hierover het volgende: )"Het verschijnsel van sociale mobiliteit herken ik maar al te goed uit mijn studietijd in Wageningen: velen van mijn jaargenoten waren boerenzonen en de eersten in hun familie die studeerden, en verschillenden van hen zijn gepromoveerd en later hoogleraar geworden. Hoe vaak heb ik niet die trotse ouders, ooms en tantes op de eerste rij in de aula zien zitten, glunderend ondanks hun duidelijke onwennigheid bij het formele promotieritueel!".Ook is er tussen 1979 en 2009 een verjongingskuur opgetreden. vooral van de leden van de Raad van Bestuur.  Iets waar we mogelijk ook rekening mee houden is het feit dat personen van de lijst van 2009 vrijwel allemaal de Tweede Wereld Oorlog  niet  hebben meegemaakt, althans voor sommigen niet bewust. De personen van de lijst 1979 hebben de Tweede Wereld Oorlog wel bewust meegemaakt en sommigen zelfs ook  de Eerste Wereld Oorlog.

De vraag die deze feiten oproept is in hoeverre deze nieuwe elite geleidelijk zich heeft gevormd uit de 'oude' elite of dat we hier te maken hebben met een trendbreuk? Nader onderzoek zal nodig zijn om deze vraag te beantwoorden.
In een apart hoofdstuk zullen we nader ingaan het resultaat van ons onderzoek in 1979 over het proces van de elitevorming door de eeuwen. Het zal de basis moeten vormen om de vraag die we net gesteld hebben beter te kunnen beantwoorden. Dit onderzoek laat zien hoe dit proces verloopt althans tot 1979. Hebben we na 1979 met een nieuwe proces van elite vorming te maken dat afwijkt met de tijd daarvoor?

Interessant is in dit opzicht de mening  Menno Tamminga in zijn artikel:  Op Ramkoers met de financiële elite
"De Nederlandse financiële wereld was decennia een club knusse kapitalisten. Tot ver in de jaren negentig waren de grote Nederlandse financiële instellingen nauw met elkaar verweven. Via participaties  in elkaars aandelenkapitaal. Via aandelenbelangen in 'gezamenlijke' bedrijven ... (...) En ten slotte waren zij verenigd in hun Nederlandse sociale en zakelijke afkomst. Ze trokken samen op in mislukte en geslaagde reddingen voor probleembedrijven (DAF, Fokker) of kwamen elkaar tegen in het bestuur van Het Concertgebouw. Nu niet meer. Verzakelijking en liberalisatie hebben de ondernemingswereld veranderd. Beleggers en speculanten voeren de boventoon en streven naar het allerhoogste. Financiële opkopers en amokmakers met duizend miljarden dollars behoren nu tot de beste klanten van de financiële wereld (..) Nu krijgt ABN Amro zelf zo'n brief, opsplitsen, jezelf verkopen, maakt ons niet uit, als het maar geld oplevert"

We keren weer terug naar de vraag die we in het begin van dit hoofdstuk hebben gesteld. Welke bancaire instellingen hebben bij de uiteindelijke ondergang van de DSB bank een belangrijke  rol gespeeld? In de eerste plaats de Nederlandse Bank die op zondag 11 oktober bij de rechtbank te Alkmaar een noodregeling heeft aangevraagd. In de tweede plaats heeft het bankconsortium van vijf grote banken op donderdag 15 oktober geen krediet aan de DSB Bank willen verlenen.. Welke personen van de lijst van de financiële elite van 2009 een doorslaggevende rol hebben gespeeld doet in feite niet ter zake. Het is zonder meer duidelijk dat de DSB Bank niet had hoeven te vallen, als niet de hoofdpersoon  Dirk Scheringa als een ongewenste gast binnen de financiële elite werd beschouwd. Een selfmade man die zich niet wenst te houden aan de gangbare mores!! 

6. Het proces van elitevorming door de eeuwen heen.

'Al valtet dat die heren twien,
'Si en houden ewich gheen contraer
'Want si zoenen, wel daer naer
'Ende doen malcander doecht ende eer:
'Dit en acht die huusman min noch meer.
'De een die slaat den anderen doot,
'Ende sulc wil boven zijn ghenoot
'Clymmen in sijn overmoet
'Ende brengt hem selven, onder voet
' Die weet hij we1, al laet hij's niet

Willem Hildegaersberch, 14e eeuwse hofdichter

(Vertaling: Al komt het voor,dat de heren twisten, dan blijven zij toch niet eeuwig elkaars vijanden, want naderhand komen zij tot een verzoening en bewijzen elkaar weer eer en vriendschap. Maar de gewone mensen doen dat helemaal niet. De één slaat de andere dood en een derde wil zich boven zijn naaste verheffen in zijn overmoed. Het resultaat is, dat hij dan juist zichzelf tot de ondergang brengt. Hoewel hij dit beseft, houdt hij er toch niet mee op).

Mensen bij de gratie Gods (2)
"Iedereen die deel uit maakt van de heersende klasse is "MENS BIJ DE GRATIE GODS. Omdat hij geboren is in een milieu van heersers, is hij er van jongs af aan overtuigd, dat hij geboren is om te heersen, en in zekere zin is dat ook waar, omdat zijn ouders, die ook heersers zijn, hem hebben verwekt als hun opvolger. Er ligt een bepaalde sociale functie op hem te wachten in de toekomst, waar hij zo maar in kan stappen als hij oud genoeg  is . . . . . . . . . Dit sacrale karakter dat de bourgeois heeft voor zijn klasse en dat tot uiting komt in een heel herkennings ceremonieel (zoals het groeten, het visitekaartje, huwelijks- en overlijdensberichten, het hele ritueel van beleefdheidsbezoeken, enz. 
(Sartre, 1946)

Eind zeventiger jaren heb ik samen met Joost van Steenis een blad uitgegeven met de titel Macht en Elite. In totaal zijn 10 nummers verschenen in de periode van november 1977 tot januari 1980.  Zie link : Tijdschrift Macht en Elite).We hebben nagegaan de historische ontwikkeling van de elitevorming in Nederland. Hieronder een samenvatting van  onze studie eind jaren zeventig van de vorige eeuw. We beginnen bij de ontwikkeling van de Nederlandse financiële elite van de middeleeuwen  Let wel de resultaten van het onderzoek gelden tot 1980. Hoe het proces van elitevorming daarna heeft plaats gevonden is nog een vraag die we in de toekomst hopen te beantwoorden.

De elite der Graven  (9e tot 13e eeuw)
Waar komen de graven vandaan die het begin vormen van de Hollandse adel? In de tijd van Karel de Grote was er geen vaste plaats van waar hij zijn macht uitoefenden. Hij moest zich steeds verplaatsen om zijn macht te kunnen uitoefenen. De rondreizende hofhouding bestond uit wijnschenkers, lijfwachten, de clerus, referendarissen en de paltsgraaf (de rechterlijke macht). Hieruit ontwikkelden zich de gravenstand, vooral toen het centrale gezag van de Koning begon te verzwakken. De graven beschouwden het hen ter leen gegeven gebied als erfelijk bezit en ook pasten zij de truc toe, die zij van de Koning geleerd hadden, nl dat zij hun gezag direct van God zouden hebben ontvangen. Zij regeerden zo als Mensen bij de Gratie Gods .

De elite van de ridders  (13 eeuw)
Net zoals in de 8 en 9e eeuw de graven stukken grond van de keizer kregen voor verleende of te verlenen diensten, begint er sinds de 11e eeuw een klasse van dienstmannen of ministerialen te ontstaan uit de horigen. Via functies bij de hofhouding van de graaf - kamerheer, ceremoniemeester, opperstalmeester, opzichter van de domeinen enz . krijgen ze van de graaf grond om in hun eigen onderhoud te voorzien. Na verloop van tijd beschouwen de dienstmannen deze grond als erfelijk bezit .Zo ontstond een "ridderstand", waarvan het lidmaatschap voor een groot deel erfelijk bepaald was.

De elite van de geldschieters (14e eeuw)
In de 14e eeuw wordt de geldnood van de graven en ridders door de steeds duurder wordende huurlegers, de inflatie van de munt en de daling van de graanprijzen, echter steeds nijpender, zodat een, nieuwe elite zich kan aandienen, de elite der geldschieters, verbonden aan de opkomst der geldhandel. De opkomst van handel en nijverheid en dus van de steden betekende een aanslag op het feodale leenstelsel en de adel moet omzien naar andere inkomsten een fraai voorbeeld is de geldschieter Willem van Snickenrieme..
Het graafschap Holland wordt in verband net de financiën verdeeld in rentmeesterschappen, maar aan het hof van graaf Willem III vinden we  al de eerste geldschieters, zoals de bastaardzoon van Philips van Duvenvoorde, Willem van Snikkenrieme. Hij werd schatbewaarder van Willem III en verkreeg daardoor veel grondbezit  In 1328 werd hij tot ridder geslagen en werd zijn bastaardverleden uitgewist. Er werd echter bepaald, dat hij zijn vermogen bij een kinderloze dood na zou moeten laten aan zijn halfbroer Jan I van Polanen of aan diens kinderen. Veel geld verdiende hij met de geldschieterij tegen rentes van 20 tot 30%. Een deel van zijn bezittingen heeft het beginkapitaal gevormd van ons Koninklijk Huis. Niet alleen Willem III, maar ook de bisschop van Utrecht en de koningen van Engeland en Frankrijk leenden bij hem. Hij was een van de eerste christenen, die het verbod van de kerk trotseerde. Het geldlenen tegen rente werd nog betiteld als een doodzonde, zich baserend op het oude testament (Deuteronomium 23:19)  De geldschieterij was belangrijk voor de ontwikkeling van de handel, maar de nieuwe elite kon toch niet buiten de oude elite.

De elite van de kooplieden (15e eeuw)
Het zwaartepunt van de geschiedenis in Nederland verschuift zich in de volgende eeuwen naar Amsterdam, waar het handelskapitaal snel opkomt en welke stad zich ontwikkelt tot het financiële centrum van de wereld. Dat wil niet zeggen dat de adel helemaal niets meer te zeggen heeft. Vooral in Overijssel en Gelderland bleef de adel uitgestrekte gebieden in bezit houden. We kunnen duidelijk constateren, dat we in de 15e eeuw de vervanging zien van de klasse van de grondbezitters door de afstammelingen van de kooplieden

De elite van de regenten (16e eeuw)
Amsterdam ontwikkelde zich zeer snel. De rijke stads elite hield echter de touwtjes strak in handen en liet zich niet van zijn troon stoten. Hoewel er een grote verandering optrad, toen in 1578 de  Alteratie plaats vond. Amsterdam werd van katholiek-pro-spaans, protestants-anti-spaans. Maar er veranderde, niet zo gek veel door de Alteratie, en de leidende groepering voor en na de Alteratie min of meer  dezelfde was.

De elite van de nieuwe rijken (17e en 18e eeuw)
De handel op Indië en andere landen zorgde voor grote inkomsten. Zo vergaderden aan het einde van de 16e eeuw in het geheim negen Amsterdamse kooplieden om schepen uit te rusten voor de reis naar Indië via de Kaap. In 1594 de Compagnie van Verre opgericht. 
Naast de compagnie van Verre werd in 1602  de Vereenigde Oostindische Compagnie  (V.O C) opgericht. Niet alleen op de Oost werd handel gedreven maar ook  naar de West. Naar het model van de VOC  werd in 1623  de West Indische Compagnie (WIC) opgericht  Er werd veel geld verdiend. In de 17e eeuw zien we dus de opkomst van een groep nieuwe rijken. Deze nieuwe elite kon hun invloed vergroten door een versmelting met overgebleven delen van de oude grondadel die nog beschikten over grote stukken grond in het oosten van het land. Door deze samensmelting kon de nieuwe elite zijn positie versterken en hun invloed uitbreiden over het hele land. En omdat ook langzamerhand Nederland te klein werd voor deze groep, traden ze  ook in verbinding met financiële elites in het buitenland

De financiële elite (19e en 20e eeuw)
De laatste elite, die we gesignaleerd hebben , waarvan de verbinding - en dus haar continuïteit - , heeft zich voortgezet tot op de huidige dag. En deze machtige elite is nu nog aanwezig. De uiteindelijke beslissingsmacht is de handen gekomen van een klein groepje personen: de financiële elite...

Wonderlijk genoeg heeft de Nederlandse elite - nu samengevat in het Rode (Adelsboekje) en het Blauwe boekje (Patriciaat) - zich steeds kunnen handhaven
Dit heeft zij voornamelijk te danken door tijdig de bakens de verzetten als het tij keert. Onder het begrip adel en patriciaat zijn echter vele gradaties aan te brengen.  Het adelsboekje zijn zowel de oude als de jonge adel onder een noemer gebracht. Het is van belang om een duidelijk onderscheid te maken tussen de jonge en oude adel. Hetzelfde kan gezegd worden van het blauwe boekje. Het rode boekje is alfabetisch gerangschikt, terwijl het blauwe boekje - begonnen in 1910 -  per jaargang bepaalde  families zijn opgenomen.   De families die in beide boekjes zijn opgenomen vertegenwoordigen op een enkele uitzondering na de Nederlandse elite. (let wel tot 1980). Het is daarbij verbazend om te kunnen constateren, dat ondanks alle woelingen, revoluties, geloofstwisten, oorlogen de elite zich heeft kunnen handhaven. Uiteraard door steeds fris bloed op te nemen en de normen en waarden geleidelijk - bij het de het veranderen van de tijdgeest - aan te passen. Het principe daarbij is: "Onderlinge twisten om de koek te verdelen, maar zodra er iemand anders komt om een stukje koek, dan krijgt hij geen kruimeltje , tenzij hij eerst bewezen heeft ook zelf koek te hebben". Of het op een andere manier te zeggen. Het 'blauwe'  bloed heeft steeds behoefte aan het nieuwe 'gele' geld, verzameld door de selfmade man. Als deze samen komen kan de groene boom (blauw + geel)  weer doorgroeien. Maar omgekeerd is het geval wanneer 'blauw' bloed zich niet op tijd ververst heeft met geel. Dan zien we in bepaalde gevallen dat na een aantal generaties de 'blauwe' tak van de boom afvalt.  Zowel de stamboom als het wortelnet van de financiële elite geven aan, dat de boom van het kapitaal slechts in leven blijft, indien op tijd de takken, die verval vertonen, gesnoeid worden en dat enting plaats vindt door op de oude stamdelen met blauw, adellijk bloed - jonge takken - met goudgeel geld  bloed - aan te brengen. Slechts op deze wijze - door menging van het blauwe en het gele bloed kan de boom van het kapitaal zijn groene bladeren krijgen en bij elke lente, dwz in de knikkertijd, zullen de knoppen, die de barre winter , dwz de ophoepeltijd doorstaan hebben,opengaan en als de enting geslaagd is net zo levenskrachtig zijn als de oude afgestorven delen.
Let wel deze analyse van de financiële elite dateert van 1979. Is de nieuwe financiële elite geleidelijk  gevormd uit de 'oude' elite of hebben hier te maken met een trendbreuk? Op het eerste gezicht lijkt het op het laatste, maar nader onderzoek  is nodig om op deze vraag een goed antwoord te geven.
Jaap Frederik Scholten geeft in zijn artikel: "de Nederlandse upper class moet zijn isolement verlaten"  hierop misschien een antwoord met zijn treffend beeld van de huidige 'stand' van zaken. (NRC Handelsblad van zaterdag 29 januari  & Zondag 30 januari 2011). Zie link Artikel Scholten
 

---------------------------------------------------------------------------------

Deze overpeinzing  laat zien waarom Cornelis Verolme en Dirk Scheringa zich niet heeft kunnen nestelen in de heersende elite. Ze hebben zich steeds afgezet tegen deze elite. Wanneer echter de selfmade man zich interesseert voor de normen en waarden van de heersende elite en zich deze probeert eigen te maken, zullen ze vroeg of laat, wegens hun kunde en capaciteiten, worden uitgenodigd  aan de dis van de elite. Wanneer zijn familie zich wil conformeren aan de gewoontes van de zittende elite, dan komt er een tijd, dat zij na ongeveer drie generaties  worden opgenomen in deze elite. Zo zou het kunnen zijn dat de eventuele achterkleinkinderen van de vroegere vakbondsleider Wim Kok opgenomen worden in het Nederland's Patriciaat (Het blauwe boekje). De vader van Wim Kok was timmerman. Zijn zoon heeft het ver geschopt wordt . Hij staat in 2011 op de 22 e plaats van de lijst van 50 Top machtigste commissarissen van Nederland. Hij is commissaris van Shell, KLM en TNT.  Hij heeft zich keurig geconformeerd aan de normen en waarden van de heersende elite. Toch is het triest om te stellen dat de heersende elite vergeten is dat hun voorouders eens ook voortkwamen uit de klasse van de selfmade man en mensen zoals Cornelis Verolme en Dirk Scheringa op niet al te fraaie wijze zijn afgeserveerd..