Een Overpeinzing: "Wat hebben Cornelis Verolme en Dirk Scheringa met elkaar gemeen ?"
"Al wie met ons mee wil gaan,
die moet onze manieren verstaan.
Zo zijn onze manieren, zo
zijn onze manieren"
Inhoudsopgave
Inleiding
1. Levensloop
Cornelis Verolme (4-9-1900- 5-4-1981)
2. Levensloop
Dirk Scheringa (21-9-1950 - )
3. Wat hebben Cornelis Verolme en Dirk Scheringa met elkaar gemeen?
4. De heersende 'elite' en Cornelis Verolme
5. De heersende ' elite' en Dirk Scheringa
6. Het proces van elitevorming door de eeuwen heen.
Epiloog
Inleiding
Zowel Cornelis Verolme als Dirk Scheringa
hebben door hun krachtig ondernemerschap een geweldig imperium
opgebouwd. Beiden zijn ze tegen hun wil van hun troon gestoten. Het verschil is
dat Verolme als scheepsbouwer zijn ongelijke strijd moest voeren tegen de
Rotterdamse scheepsbouwers elite, terwijl Scheringa tegen de voornamelijk
Amsterdamse financiële elite heeft moeten vechten. Ze verschillen ook in
leeftijd;
net iets meer dan 50 jaar. Verolme is geboren in 4
september
1900 en Scheringa in 21
september 1950. Desondanks deze verschillen zijn de
overeenkomsten treffend. In het geval van Verolme is het vrij duidelijk welke
krachten achter de schermen ervoor gezorgd hebben dat hij het onderspit moest
delven. Bij Scheringa is tot nu toe niet helder, welke machten kans hebben
gezien om Scheringa ten val te brengen.
In deze overpeinzing wordt begonnen met de chronologische levensloop van
Cornelis Verolme en daarna die van Dirk Scheringa. Daarna zal worden
nagegaan wat zij met elkaar gemeen hebben.
Hierop volgt meteen
de vraag hoe is heersende elite door de eeuwen tot stand gekomen, dwz hoe
verloopt het proces van elite vorming. Wie wel en wie niet door de heersende
elite wordt geaccepteerd. De volgende stelling zou hierbij als
uitgangspunt kunnen worden genomen: "Alle leden van de heersende elite zijn
vroeger selfmade man geweest". Cornelis Verolme en Dirk Scheringa
hebben nooit hun gedrag kunnen aanpassen aan de omgangsvormen van de
heersende elite.
Het blijft echter bij alles een overpeinzing, die niet de pretentie heeft van
een doorwrochte analyse. Hopelijk geeft het stof bij de lezen tot overpeinzen!
1. Levensloop Cornelis Verolme (4-9-1900- 5-4-1981)
1900 Cornelis Verolme geboren
woensdag 4 september om 5 uur in de middag in Nieuwe
Tonge (Zuid Holland).Zevende zoon van Jacob (Jaap) Verolme
(landarbeider) geboren in 1865 en Henrica (Riekje) van der Veer
(arbeidster).

Geboorteakte van Cornelis Verolme
Streng gelovige familie, orthodox hervormd. Zondagsrust is heilig .Vader Verolme leest om acht uur uit de bijbel. Zijn moeder houdt touwtjes strak in handen en schroomt niet om soms de achter haar stoel staand paarden zweep te gebruiken. De Verolme's beschikken nog niet over een radio, elektriciteit en waterleiding. Vader Jaap zei tegen zijn kinderen dat 'zij niet moeten rusten voor zij de hoogste sport op de maatschappelijke ladder hadden bereikt'. Moeder Riekje schenkt aan Cornelis, haar zevende kind, veel meer aandacht dan aan haar andere kinderen. Haar dominante invloed heeft op Cor een grote stempel gedrukt stempel. Ze loopt niet met haar emoties te koop. Cor is met zijn gedrevenheid, ijdelheid en eerzucht, een uitzondering vergeleken met zijn broers en zusters. Uiteindelijk krijgen Jaap en Riekje zes zonen en drie dochters.

Ouders van Cornelis Verolme: Jacob Verolme en Hendrica van der Veer (1)
. 
Geboorteplaats van Cornelis Verolme. De voorstraat van Nieuwe Tonge in 1901.
1905 Cornelis gaat naar de openbare school in Nieuwe Tonge, want een
christelijke school is er niet.
1911 Na openbare lagere
school in Nieuwe Tonge gaat hij naar de Ambachtsschool in Middelharnis.Om
van Nieuwe Tonge naar Middelharnis te komen neemt hij de stoomtram.

Links; stoomtram. Rechts: radarboot
1914 Met succes voltooit
hij de ambachtsschool en krijgt als beloning een zilveren horloge met
inscriptie. 1 september brandt hun woonhuis met bijgebouwen en schuren
af.
1915 Cornelis neemt nog een extra jaar op de ambachtschool. Met fraaie cijfers verlaat
hij voorgoed de ambachtschool.
Veel vrienden laat Cornelis niet achter in Nieuwe Tonge. Hij is
niet de man van hechte vriendschappen. Prestaties zijn belangrijker dan
relaties.
1916 Als voluntair komt hij in dienst bij
een machinefabriek in Bolnes. Zijn loon is acht cent per uur. Na de tweede week neemt hij
al
zijn ontslag. Maar zijn vader stuurt hem maandag daarop terug naar Bolnes. Maar hij
wordt niet meer aangenomen, weg is weg. Hij gaat dan op goed geluk met de radarboot
van Bolnes naar Kinderdijk. Bij de eerste werf de beste, die van L.Smit &Co
wordt hij aangenomen voor 13 cent per uur. Hij leert daar de bouw van
stoommachines.
1917 Hij gaat terug naar Rotterdam waar hij een baantje krijgt bij een
werf in de Delfshaven. Hij werkt daar met het inbouwen van machine installaties
in allerlei schepen. Het is maar van korte duur en komt zonder werk te zitten. Hij gaat 2
maal per week naar een HBS leraar, die hem voorbereidt voor het toelatingsexamen avond-MTS. Hij krijgt een baantje als voluntair
bij de Scheepswerf en Machine fabriek Kuy
& van Rhee in Delfshaven.
1918 Met een aantal anderen dient hij een verzoekschrift in bij de
directie voor meer vakantiedagen. Omdat zijn naam bovenaan de lijst staat, wordt
hij door de hoofdbedrijfsleider op staande voet ontslagen. De volgende dag al wordt hij aangenomen
bij de Nederlandse Staalindustrie. Hij leert daar veel op het gebied van stalen
bouwconstructies, van de liftbouw en van de grote kranen en veel onderdelen van
het metaalvak.
1919 Cornelis hart gaat meer uit naar de scheepsbouw. Hij wordt
tekenaar-constructeur bij de Rotterdamse Droogdok Maatschappij. Hij boekt daar
goede resultaten met het ontwerpen van bruikbare werktekeningen voor schepen.
Cor is zeer ambitieus en is bij zijn collega's niet erg geliefd. Hij
haalt graag een wit voetje bij zijn superieuren. Hij volgt
tegelijkertijd
de MTS avondschool in Rotterdam.
1923 Woensdag 27 juni trouwt hij met
Jannetje Borg, een gereformeerd
Rotterdams meisje.afkomstig uit een gezin van zeven kinderen.
Haar vader is afkomstig uit Groningen, kapitein op de koopvaardij. Cornelis treedt
toe aan de gereformeerde kerk in Rotterdam. Zij gaan wonen aan de Hooidrift in
Rotterdam.

Woensdag 27 juni 1923.Het huwelijk van Cornelis Verolme en Jannetje Borg (1)
1924 Cornelis slaagt voor zijn eindexamen MTS.
1928 Na zijn vertrek bij de Rotterdamsche
Droogdok Maatschappij treedt hij in dienst bij de Gebr. Stork & Co in
Hengelo. De eerste dag dat hij bij de machinefabriek van
de firma Stork in Hengelo begint, heeft hij de begrafenis bijgewoond van de heer
D.W Stork, de oudste zoon van C.T. Stork, de grondlegger van de machinefabriek.

D.W. Stork (1855-1928),
Cornelis wordt cheftekenaar van het constructiebureau. Hij haalt twee
vroegere medewerkers van de RDM naar Hengelo, het zijn C. Terlouw en C. Bakker De nieuwe
directeur C.T. Stork vraagt hem een rapport te schrijven over hoe hij dacht van
de organisatie van het bedrijf. Hij hoort er lange tijd niets over. De
directeur zegt hem enige tijd later: "Laten we er niet meer over praten". Maar
voegt hij er even later aan toe: "Het was voor hem geen prettig rapport, hij
had er veel kritiek in gelezen". Maar hij heeft altijd goed met hem samen kunnen
werken.
1931 Stork gaat dieselmotoren bouwen. Cornelis moet trachten dit totaal
nieuwe product op de markt te brengen.
1936 Voor Stork gaat hij naar Brazilië en lukt het hem om
dieselmotoren te verkopen.
1937 Stork levert de scheepsmotor voor het prinselijk jacht Piet Hein.
Uit die tijd dateert de goede verhouding met Prins Bernhard, die later hem
steeds heeft gesteund..
1940-1945 Stork wordt door Duitse officieren
en technici beheerd. In zijn memoires besteed hij slechts twee en een
halve
bladzijden over deze oorlogsperiode.
1942 Hij maakt kennis met Annie Weegink, telefoniste bij Stork, een
remonstrants meisje, waar hij verliefd op wordt. Er ontstaat een geheime
verhouding met haar.
1943 Tijdens een bombardement wordt zijn huis vernield. Er breekt in
staking uit bij Stork. Hij wordt met drie anderen door de Duitsers verhoord. Hij
vreest het ergste, maar wordt even later vrijgelaten, terwijl een van hun vieren
wordt gearresteerd en later gefusilleerd.

Het huis van Cornelis Verolme in Hengelo. Rechts: 1943 Het huis na het geallieerde bombardement op Hengelo. (1)
1946 Hij dient een rapport in bij de directie van Stork . Hierover zegt
hij in zijn memorie, dat hij zijn positie in het bedrijf niet langer acceptabel
acht:"Eindelijk had ik met de indiening van het rapport het tafellaken tussen
de directie, waarbij zich nog leden van de familie Stork bevonden en
mijzelf doorgesneden". Hoe de directie er over dacht wordt door Ariëtte Dekker in haar biografie van
Verolme op pagina 88 verwoord:.
"Gezien zijn zakelijke successen zou Cornelis Verolme - nogmaals objectief
gezien - heel wel in aanmerking hebben kunnen komen voor de positie van
commercieel directeur. Maar de Storken zagen Cornelis Verolme niet zitten: te
ongepolijst, niet academisch geschoold en niet uit het juiste hout gesneden. (…)
Men moest bij voorkeur een vader hebben die zelf fabrikant of bankier was, iets
onder de veertig zijn, een universitaire opleiding hebben, en van remonstrantse,
doopsgezinde of onkerkelijke gezindte zijn. Cornelis Verolme voldeed aan geen
van deze eisen. Hij was afkomstig uit het volksdeel der 'kleine luyden', de
gereformeerden,.... (…). Voor de eigengereide en uitgesproken Cornelis Verolme,
die zich weliswaar nette manieren had aangeleerd; maar de werkelijke mores van
de Nederlandse elite niet kende, was dus ondanks zijn commerciële successen geen
plaats in de directie van het keurige Stork".
Hij neemt hij op zondag 1 september ontslag bij Stork. Op zaterdag 7 september begint hij
in Hengelo zijn Scheepsinstallatiebedrijf "Nederland" aan de Beckumerstraat 83 met als doelstelling het ontwerpen, leveren en installeren van
complete voortstuwingsinstallatie van zee- en binnenschepen. Hij vertrekt
eind van het jaar naar Rotterdam. Hij neemt zijn trouwe medewerkers Terlouw en
Bakker mee.
1947 Cornelis betrekt een klein kantoortje aan de Coolhaven 238. Hij verkrijgt
van de directie der domeinen een stuk onbewoonde grond aan de Nieuwe Maas in IJsselmonde. In zijn memoires zegt hij tegen zich zelf: "Mijn hemel wat ben ik begonnen
! Moet hier een fabriekje of een fabriek komen" Ik keek even naar
boven en vervolgde:" Dat is alleen mogelijk als ik Hem mee heb". In IJsselmonde
bouwt hij een machinefabriekje waar hij dieselmotoren kan reviseren, met een
eigen kade waar schepen konden afmeren. Hij wil zijn eerste dieselmotor kopen van de
firma Sulzer in Zwitserland. Hij moet daar f 1.2 miljoen Zwitserse franken voor
betalen. Maar hij heeft daarvoor niet de benodigde deviezen. Hij krijgt geen
steun de Nederlandsche bank en het ministerie van Financiën en Economische
Zaken. Hij krijgt steun van de Koopmansbeurs in Amsterdam. De directeur heeft
kans gezien voor 350.000 dollar zuurtjes naar Amerika te verkopen.
Met die dollars worden Zwitserse francs gekocht en zo worden Nederlandse
zuurtjes omgezet in een Zwitserse motor.
1949 Zijn bedrijf wordt omgezet in een naamloos vennootschap, waarbij het
stemrecht wordt ondergebracht in de Stichting Nederland Trust waar hij
alleen zeggenschap bezit, de andere aandeelhouders hebben niets te
vertellen.
1950 Hij neemt de scheepswerf J Smit Czn in Alblasserdam
over. De gevestigde orde van scheepsbouwers kijken met Argus ogen naar die
kleine man, die in een korte tijd een goed florerende scheepswerf weet te stichten.
Hij hanteert een onorthodoxe bouwmethode wijze. De helling waarop het
schip wordt gebouwd tegelijkertijd met het schip met het aanbetalinggeld van de
opdrachtgever.

Links de werf te Alblasserdam voor de overname. Rechts : na de overname
waar schepen van 200 meter lengte worden gebouwd
1953 Donderdag 19 november neemt hij de werf De Haan & Oerlemans in Heusden
over.
1954 Dinsdag 1 juni vindt de scheiding plaats van Cornelis Verolme met Nanny Borg.
Hij trouwt drie
weken later met Annie Weegink, met wie hij al sinds 1942 een geheime
verhouding had.

Cornelis Verolme met zijn nieuwe vrouw Annie Weegink (1)
Dinsdag 21 december richt hij de Verolme Dok en Scheepsbouw op.
De relatie tussen Cornelis Verolme en zijn werknemers is wel heel anders dan
tussen de directeuren van de gevestigde orde van scheepsbouwers met
hun werknemers. Twee citaten uit de biografie van Verolme, geschreven door
het boek van Ariëtte Dekker laat dit verschil duidelijk zien.
1. pagina 131: "Tot slot, en dat brengt ons meteen
op de belangrijkste ergernis bij de grote Rotterdamse werven, verschilde
Cornelis Verolme van zijn nieuwe collega's in zijn houding ten aanzien van zijn
werknemers. Cornelis Verolme had, in tegenstelling tot de meeste van zijn nieuwe
collega's, geen enkele moeite om dicht bij zijn arbeiders te staan. Zelf als
boerenzoon van onderaf opgeklommen, zonder universitaire opleiding, had hij van
nature meer aansluiting bij de werkvloer dan zijn academisch geschoolde
tegenvoeters. Verolme was iemand die zich regelmatig onder zijn arbeiders begaf
en tevreden rondwandelend met Jan en Alleman een praatje maakte. Met de
alpinopet stevig over de oren getrokken tegen de harde, koude wind op
de werf, was hij dan bijna onherkenbaar als de grote
scheepsbouwer die normaal gesproken onberispelijk gekleed ging. Naadloos voegde
hij zich onder zijn noeste arbeiders, wier taal hij feilloos beheerste. Hoe
ijdel hij ook af en toe kon zijn, zijn eenvoudige eilanderkomaf
verhulde hij nauwelijks - hij koketteerde er zelfs mee en was
trots op zijn Zeeuwse accent - en dat schiep een sterke band met zijn arbeiders,
die groot ontzag voor 'de baas' hadden die zo goed voor hen zorgde. Verolme
kende velen van zijn werknemers bij naam en kwam in de begintijd zelfs bij de
mensen thuis als zij een zoveeljarig huwelijk vierden of wanneer er een baby
geboren was.
2. pagina 132: "Exemplarisch voor de grote afstand tussen directie met de
werknemers is het beeld van het jubileum van Wilton-Fijenoord in 1954
waarbij
vertegenwoordigers van de arbeiders -let wel: niet het gehele arbeiderskorps dus
- de gelegenheid kreeg de directie te feliciteren. De stoere werklieden werden
daarbij gemaand de directie toch zoveel mogelijk sparen voor de brute kracht van
hun arbeidersknuisten. Naast de recipiërende directieleden hing een
waarschuwingsbordje met de tekst: 'In verband met de vele handdrukken gelieve U
met een lichte handdruk te volstaan".
1955 Donderdag 7 april wordt tijdens een gemeenteraadsvergadering van Rotterdam een
stuk grond van 969 hectare in het Botlek gebied aan Verolme uitgegeven. Hij wil
op dit gebied een werf bouwen. Zaterdag 1 oktober wordt de eerste ertstanker
P.G.Thulin genoemd, te water gelaten. Dit is wel een heel bijzondere
tewaterlating aangezien het schip 230 meter lang is en de Noord slechts 260 meter breed is.
Men slaagt er in om het schip op tijd af et remmen en zo te draaien dat het de
overkant niet bereikt. Het is voor Verolme een zo spannend gebeuren dat hij 2
dagen voor de tewaterlating plotseling van de zenuwen niet meer kon praten!

Tewaterlating van de ertstanker P.G. Thulin
1956 In maart weet Verolme Alfred de Booy (In 1955 gepensioneerd
bevelhebber der zeestrijdkrachten) als directeur aan te trekken.

Links: Sjoerd Pieter Gerbrandy. Rechts:Alfred de Booy (1)
In zijn memoires schrijft de Booij over zijn eerste ontmoeting met Verolme:
"De lunch
van Gerbrandy verliep goed. Cornelis
Verolme maakte een kordate indruk.
Typisch was zijn vraag:wat
vindt U van uw chef,de heer
Staf,waar op ik niet anders dan ontwijkend
kon antwoorden. Iets later zei hij plotseling, wilt U mijn
compagnon worden, waarop ik
antwoordde,dat ik na mijn pensionering gaarne zijn bedrijf
zou willen bezoeken. Op
dat moment wist ik niet dat Verolme gaarne
woordelijk beloften deed,soms zelfs onnodig, doch dat hij
contracten precies na kwam. Tijdens
mijn bezoek aan het Scheepsinstallatiebedrijf te IJsselmonde vroeg ik wat mijn
taak zou zijn.
Daarop ging hij niet diep in, doch
wees op het werk dat allereerst moest geschieden wegens de grote werf
aan de Botlek. Daar moet een paal
voor een
loods of helling geslagen worden
en moest ik maar eens gaan kijken
hoe wij de honderden gasten
konden ontvangen. Ik zag een paar koeien grazen ,hoorde af
en toe een doffe klap bij een
heistelling en vond een vervallen
steiger,vanwaar door het leggen
van staalplaten men bij deze stelling
zou kunnen komen. Ik zag ook dat een
raffïnaderij (Esso) reeds bestond in de buurt en een paar
opschriften van boeren die zich
beklaagden dat Verolme hun land had ingepikt. Toen ik Verolme vertelde,
dat ik te vergeefs naar een grote werf
had gezocht,tikte hij tegen zijn
voorhoofd en zei: die zit hier".
Woensdag
27 juni wordt de eerste paal op het Botlek gebied geslagen, door
mevrouw J.M.van Walsum-Quispel , echtgenote van de burgemeester. Bij de
plechtigheid zegt Verolme: "Hier komt de grootste en modernste werf van
Nederland".

Het portret van Cornelis Verolme dat in zijn bedrijven hangt (1)
1957 Precies een jaar later wordt op donderdag 27 juni de werf aan de Botlek officieel in gebruik gesteld
door mr J. Klaasesz commissaris van de Koningin van Zuid Holland. De
kiel voor een tanker van 55.000 ton wordt gelegd, te bouwen voor Perzische
regering.
Dat er veel afgunst bij de Rotterdams
scheepsbouwers bestaat laat zich raden. Om dit te verduidelijken geven we enkele
citaten van memoires van de Booy: "Inderdaad
waren er vermoedelijk veel van zijn concurrenten die hem
onderschatten,doch Wilton -Fijenoord
en de Rotterdams Droogdokmaatschappij, hadden
tegenstellingen moeten vergeten en samen een grote reparatie werf aan
de Botlek moeten oprichten,dan
hadden zij Verolme de weg versperd en aanzienlijke uitgaven aan
gegraven en drijvende dokken kunnen
besparen
of althans beter rendabel
kunnen beleggen. Verolme had geen
last van commissarissen,waarvan
natuurlijk sommigen hem wel eens waardevolle
adviezen konden geven, hij had veel kennissen op zijn
niveau,hoorde dus veel en kon snel beslissen .Hij belegde zijn winst in het
bedrijf en kreeg op zijn
uitbreiding investeringsaftrek. Hij
had een overdreven minachting voor
banken, die geen geld wilden uitlenen dat
niet van hun was,vond dat een gezant in het buitenland
alleen voor hem en met voor anderen moest werken,ergerde
zich aan de op weinig gefundeerde leugenberichten die rondgestrooid
werden. Het
Verolme concern behoefde zich niet tegenover
aandeelhouders te verantwoorden,van daar dat veel
mondeling werd afgehandeld.
"Natuurlijk heeft bijna
iedere selfmade man iets in zijn
optreden dat weerstanden oproept. Niettemin valt te
betreuren dat in Amsterdam en Rotterdam,overigens
voortreffelijke mensen,wier vaders
of grootvaders zich ook door eigen kracht naar boven hadden gewerkt,zoveel
onjuistheden debiteerden en verdachtmakingen rondstrooiden.
Een enkele maal keerde zich dat tegen
hen,want toen wij in de markt lagen
voor een order van een
Zuid-Afrikaanse rederij,vroeg men aan onze man
daar: bouwt de Amsterdams werf goede
schepen?Ja was zijn antwoord, waarop hij de order kreeg,
want de Amsterdammers hadden gezegd, dat
Verolme geen goede schepen bouwde".
.
Behalve de Booy weet Verolme Pieter Sjoerds Gerbrandy,
daarvoor minister-president van het oorlogskabinet in
Londen, voor zijn bedrijf te strikken. Eveneens heeft hij de respectabele
Rotterdammers Jan de Monchy, Philip Mees, Eugène en Albertert Vinke
binnengehaald. Zijn tegenstanders zijn personen van de machtige
Rotterdamse Scheepsbouwers elite, zoals de president-commissaris van de
Rotterdamse Droogdok Maatschappij Karel 'KP'' van de Mandele en de commissarissen Philip van Ommeren, Willy
Goudiaan. Van Wilton Fijenoord de president-commissaris Jaques Dutilh en de
commissarissen D.Th Ruys, J.Hudig en Jan Oyevaar. Hieruit blijkt duidelijk dat
er een groot verschil bestond tussen de netwerken van de gevestigde orde van de
Rotterdams scheepsbouwers en die van Verolme. Zo kan hij ook niet rekenen om lid
te worden van het exclusieve genootschap Club Rotterdam.
Ariëtte Dekker schrijft hierover in haar boek Verolme op pagina 137: "De Club Rotterdam was één groot ons-kentons van voorname Rotterdamse zakenlieden. Het wemelde er van de Van Beuningens, Dutilhs, Goudriaans, Van Hobokens, Hudig,en, Mezen, Van Ommerens, Reuchlinnen, Ruysen, Van Stolken, Veders, Wiltons en Van der Vorms. De Club Rotterdam vormde een bonte mengeling van Rotterdams oud geld, voorzover men daar in de Maasstad van kon spreken, en relatief nieuwe rijken die hun geld verdiend hadden als kolenhandelaren, havenbaronnen, reders en scheepsbouwers aan het begin van de twintigste eeuw; als gevolg van de opkomst van de stoomvaart en de aanleg van de Nieuwe Waterweg.(...) Cornelis Verolme zelf hoefde zich geen enkele illusie te maken ooit tot: dit exclusieve gezelschap toegelaten te worden, daarvoor was hij te nieuw en te kort in de Maasstad. Daar moest minimaal een generatie overheen gaan. Bovendien botste zijn uitgesproken bravoure te veel met de elitaire ingetogenheid die de deftige Rotterdammers zich in de loop der jaren hadden aangemeten". .
Ook een lidmaatschap van Koninklijke Roei-en Zeil Vereniging de Maas in Rotterdam kan hij rustig vergeten. De helft van de bestuurders van de Club Rotterdam zijn lid van de Club Rotterdam
Ariëtte Dekker op pagina 183-164: "De leden van De Maas waren een parvenu als Cornelis Verolme niet nature goed gezind. Zij moesten niets hebben van deze nouveau riche ,diezich verplaatste in een protserige zwarte Cadillac - zijn collega-scheepbouwers lieten zich rondrijden in Bentleys, Rolls Royces en Jaguars , - die erg ijdel was, zich net iets te netjes kleedde, met gleufhoed en witte folard, en zich altijd met veel te veel scherp geurende lavendellotion besprenkelde. Die een nare, schelle stem had die door merg en been kon gaan, waarmee hij ook nog eens uitsluitend over zichzelf sprak. 'Een irriterende figuur,' vat een Maaslid de algemene mening over Cornelis Verolme samen. Bij dit soort clubs gold het oer-Hollandse adagium: 'Hij die met ons mee wil gaan, die moet onze manieren verstaan,' en daaraan voldeed Verolme niet. Hij werd geweigerd als lid van De Maas, hetgeen velen in Rotterdam nog altijd graag smalend mogen memoreren. Het was des pijnlijker voor Cornelis Verolme, aangezien jonge ingenieurs die hem werkten, wel probleemloos lid hadden kunnen worden".
Verolme weet in juli een order voor het ombouw van het Braziliaanse vliegkampschip de Minas Gerais in de wacht te slepen. De Booy krijgt de supervisie over dit project.
Verbouwing van het vliegtuigkampschip Minas
Gerais op de werf in Rotterdam.
1959. Vrijdag 22 mei wordt
de tanker Mohamed Reza Shah te water gelaten door prinses Margriet in
aanwezigheid van de Sjah Rezah Pahlevi, koningin Juliana en Prins Bernhard.
Begin van een spectaculaire expansie.

De tanker Mohamed Reza Shah wordt door prinses Margriet te water gelaten (1)
Overal begint Verolme plannen te ontwerpen
voor de bouw van werven in het buitenland. Hij
bouwt werf in Brazilië in de baai van Jacuacanga. De Noorse
werf te Sarpsborg, de de
Ierse werf te Cork, Verolme Electra. Talloze schepen lopen
overal van de hellingen. Alles lijkt voorspoedig te gaan
1960 De eerste technische proefvaart van de herbouwde
vliegtuigkampschip Minais Gerais vindt plaats in 1960. Alles blijkt perfect te
werken.

De Minas Gerais verlaat de haven Rotterdam in juli voor een proefvaart
Cornelis besteedt meer aandacht voor het verkopen van schepen en de
groei van bedrijven dan aan de financiële kant van zijn bedrijven. Hij heeft het
land aan bankiers. Hij is tot nu toe in staat om zijn financiering te
bewerkstelligen met de aanbetalingen die hij op zijn schepen ontvangt. Zijn
boekhouders zijn bezorgd over zijn wijze van investeren, maar daar heeft hij geen
boodschap aan. Niemand weet hoeveel geld Verolme, hij houdt dit voor de
buitenwereld strikt geheim. Het blijkt echter dat Verolme, zowel letterlijk als figuurlijk, te
hard van stapel is gelopen met al zijn investeringen. De fiscus verschijnt nu ten
tonele met een aanslag van maar liefst 32 miljoen gulden. Er zijn
geruchten van een dreiging van een faillissement.
1961 Vrijdag 13 januari 1961 wordt het vliegtuigkampschip Minas Gerais weer als nieuw worden opgeleverd aan
de Braziliaanse marine. Verolme heeft hiermee bewezen binnen de hiervoor gestelde
tijd een heel complex project te kunnen uitvoeren.
Verolme weet de problemen met de fiscus handig op te lossen en moet
slechts 16
miljoen van de 32 miljoen aan belastingsgeld betalen. Dit heeft hij vooral te
danken aan de oud-minister van financiën Hendrik Jan Hofstra, die in februari was toegetreden tot
het Verolme concern.

Hendrik Jan Hofstra 1904-1999
1962 Het gaat niet goed met de scheepsbouw in Nederland door
buitenlandse concurrentie, vooral door die van Japan. Door alle tegenvallende
winsten heeft hij steeds meer behoefte aan externe financiers. Hij
begint met een eigen Verolme Financieringsbedrijf, hij hoopt op deze wijze
geld op te halen bij particulieren. Dit wordt echter geen succes. Gelukkig
komt hij in contact met Philip Mees, firmant bij R Mees en Zn. Hij bewondert
Verolme om zijn ondernemerschap. Philip Mees slaagt erin om samen met twee
andere banken- de Rotterdamsche en Hollandsche Bank Unie - Verolme een krediet
van 10 miljoen gulden te verlenen. Ook van het Philips Pensioenfonds ontvangt
hij een lening van 10 miljoen gulden. De acute liquiditeitscrisis is voorlopig
opgelost.
1963 De winsten van de zeven werven in Nederland beginnen
verlies te lijden. In 1958 was er nog een winst van 140 miljoen, nu een verlies van 409 miljoen
gulden. Verolme toch weer krediet te krijgen, dank zij de hulp van Frits
Karsten van de Rotterdamsche Bank. Een van de weinige bankiers, die het met
Verolme zag zitten. De bouwkredieten zijn inmiddels opgelopen tot 33 miljoen
gulden, maar er zijn wel strengere voorwaarden gesteld aan de nieuwe kredieten.
Verolme moet zijn accountants machtigen om openheid van zijn financiële
zaken te geven, de zgn 'waakhondovereenkomst'.
1964 Ook Verolme begint verlies te lijden op zijn Nederlandse
scheepsbouw activiteiten. Hij heeft tot nu toe steeds zijn verdiende geld
geïnvesteerd in nieuwe projecten en geen geld apart gelegd voor slechtere
tijden. Voor Verolme betekent het dat hij weer met
liquiditeitsproblemen te kampen krijgt. Het Rotterdamse banken consortium: R.Mees
en zonen (Thony Ruys), Hollandsche Bank Unie( André Nieuwehuys) en
de Rotterdamsche (Hans Wakkie en Frits Karsten) willen hem de duimschroeven
aandraaien. Hij heeft het land aan de bemoeizucht van de bankiers . Zoals
Ariëtte Dekker in haar boek schrijft op pagina 230: "... en weigerde hij zich de
wet te laten voorschrijven door zijn geldschieters, die door hem afwisselend als hinderlijke boekhouders, kruideniers
en krentenkakkers werden aangemerkt". Helaas treedt zijn trouwe
vriend Philip Mees terug als firmant vanwege twee hartaanvallen.
Verolme raakt ook betrokken in de exploitatie van het REM eiland,
waarbij hij als voornaamste aandeelhouder uiteindelijk veel geld verliest. Het REM-eiland
is een platform op 9 kilometer buiten de kust van
Noordwijk. Vanaf dit eiland worden vanaf 12 augustus tot 14 december
commerciële televisie-uitzendingen onder de naam
TV
Noordzee verzorgd.
Op
17 december wordt de apparatuur van het
REM-eiland door de Nederlandse
Koninklijke Marine geconfisqueerd. Deze actie
kon worden ondernomen omdat per
1 december 1964 een
noodwet was aangenomen die uitzendingen verbood
vanaf constructies gebouwd op de zeebodem.

Het REM eiland in de Noordzee voor de kust van Noordwijk
1965 Het wordt nu menens bij het Rotterdams bank
consortium. De bank R.Mees en zn zegt het krediet aan Verolme op. De andere banken blijven echter
Verolme krediet verlenen. De in 1963 gesloten 'waakhondovereenkomst' blijkt
gefaald te hebben Het is Henk Hofstra die nieuwe hypotheken weet los
te wurmen, zodat het liquiditeitsprobleem tijdelijk wordt opgelost.
Verolme viert zijn 65ste verjaardag en de vraag
doet zich voor of hij zich niet zou terugtreden. Hij toont echter geen
aanstalten om pas op de plaats te maken.
1966 Alfred de Booy en Hendrik Jan Hofstra trekken zich terug uit het
bedrijf. Waarschijnlijk is de reden van Hofstra aftreden gelegen in het
feit dat hij zich niet zo lekker meer voelt over de financiële risico's die
Verolme neemt. Arij Rijke wordt algemeen directeur. Verolme blijft president- directeur.
1967 Hans Wakkie van
de Rotterdamsche Bank begint nu ook - net zoals Thony Ruys van R. Mees en zn, -
niet meer te geloven in de beloftes van Verolme. Ondanks deze toenemende
kritische houding van de bankiers
ontvouwt Verolme plannen voor de bouw van twee enorme reparatiedokken voor
mammoet olietankers. Hiervoor heeft hij een krediet nog van 63 miljoen gulden. Hij doet
nu een beroep op de regering voor een
kredietgarantie, dwz op de minister Leo de Block van Economische Zaken..

Minister Leo de Block van Economische Zaken..
Er ontbrandt een heftige strijd tussen Verolme en de gevestigde
orde van scheepsbouwers. Zijn tegenstanders zijn: de drie werven: Rijn
Schelde, Wilton-Fijenoord en NDSM . Zij vragen eveneens een kredietgarantie bij
de regering aan voor de bouw van een groot reparatiedok op de Maasvlakte. In
zijn memories schrift hij later hierover: 'Als een donder slag bij heldere hemel
kwam toen plotseling de aanvraag van mijn concurrenten'.
1968 De ministerraad van vrijdag
1 maart komt tot de conclusie dat slechts ruimte is voor een reuzendok en
dat alle werven samen moeten
werken. Hier wil Verolme natuurlijk niets van weten. Hij zegt zelfs tegen de
pers dat hij al vast is begonnen met de bouw van een dok. Hij stelt de helft van
de dokdagen ter beschikking aan zijn concurrenten, maar zegt daar ironisch bij, "Als ze netjes blijven
tenminste" (A. Dekker, p.305). Na een bikkelharde strijd krijgt Verolme van de regering een kredietgarantie van 75 miljoen, maar wel onder
de voorwaarde dat hij de noodlijdende Amsterdamse NSDM (Nederlandse Dok en
Scheepsbouw Maatschappij) moet overnemen om deze van de ondergang te
redden.

In de memoires van Verolme lezen we over deze netelige kwestie het
volgende:(p.237-239): "Mr J.C. van Alphen de
Veer directeur- generaal voor de industrie en handel deelde mij het volgende
mede: "Wij zitten er over te denken om u die kredietgarantie te
geven". Dat klonk hoopvol, al
kwam deze garantie nu voor onze nieuwbouw te laat.Ik
vermoedde echter meteen, dat er sprake van haken en ogen moest zijn.
Zo was het. Deze directeur-generaal vervolgde: "Maar
meneer Verolme, wij zitten met een grote moeilijkheid. Wij zitten
met het probleem-Amsterdam". "Wat is dan dat
probleem-Amsterdam?" vroeg ik verwonderd, al had ik
wel enig vermoeden van wat er aan de hand kon zijn. "Ja
... als wij u een kredietgarantie geven voor het dok aan de Botlek, betekent dat
een discriminatie van Amsterdam." (..)
Mijn verbazing nam toch wel steeds toe. Ik vroeg:"'Maar
vertel mij nu eens ronduit, wat u met dat alles bedoelt?"
"Daar willen wij u dit mee zeggen, en daar moet u maar eens in alle rust goed over nadenken: wij zijn
van mening dat, indien wij u de garantie voor uw dok geven, daartegenover moet
staan, dat u de werf Amsterdam overneemt."
Wat hier in werkelijkheid gebeurde, was niets meer of minder dan dat
het ministerie, dat is aangewezen om onze economie te behartigen, de strop
voorhield. (...) Op dat moment
kon ik echter niet anders denken dan: Mijn hemel! Wat moet ik dáármee
beginnen? Dat bedrijf in Amsterdam overnemen!?.. ".
(...) Wat mij werd voorgesteld was niet meer of minder een
afschuwelijk geval van koppelverkoop". Einde citaat uit de memoires van Verolme.
Piet Goedkoop van de NSDM heeft tegen de regering gezegd dat
als Verolme zijn dok zou bouwen het einde zou betekenen van de NSDM en een verlies
van de werkgelegenheid van 3500
arbeiders. Dit heeft de doorslag gegeven om Verolme zijn kredietgarantie te
verlenen zou overnemen.. Verolme gaat met deze voorwaarde akkoord. Pieter Schwenke treedt toe als
de financiële man bij Verolme, hij was al in 1964
door Hofstra binnen gehaald.

Cornelis Verolme en Piet Goedkoop tijdens de besprekingen voor de overname
avn de NSDM door het Verolme concern. (1)
1969
Het blijkt dat Verolme met de
overname van de NSDM een kat in de zak heeft gekocht. Het bedrijf blijkt een
grote verliespost te worden.
Maar ook in Rotterdam worden aanzienlijke verliezen geleden. Vooral de
stijgende loonkosten veroorzaken verliezen.
De kosten van het nieuwe reparatiedok lopen volledig uit de hand, ipv van de 70
miljoen wordt het 100 miljoen gulden. Hij krijgt een nieuwe kredietgarantie van 25 miljoen op voorwaarde dat Verolme
zaterdag 1 aug 1970 zou
moeten aftreden als president-directeur. Bovendien zou hij in de raad van
commissarissen naast hem een regeringscommissaris moeten dulden en daar twee commissarissen
om het bedrijf te onderzoeken. Dit zou het einde zijn voor Verolme want hij wil door niemand op
zijn vingers worden gekeken. Zijn mening over de raad van commissarissen
liegt er niet om:"Je
geeft ze een sigaar,
je geeft ze
te eten en moete
bij het kruisje een
handtekening te plaatsen".Toch
dringt het bij de pers door dat het niet goed gaat met het Verolme concern. Hij fulmineert dat een
nationaal schandaal wat hier is gebeurd. Maar het wordt steeds duidelijker dat hij de
greep op het geheel begint te verliezen. Hij kan nauwelijks salarissen
betalen en balanceerde op de rand van faillissement. Ten einde raad tekent hij
een contract met de Nationale Investeringsbank (NIB), waarbij hij wel de kredietgarantie
krijgt van
25 miljoen. Hij geeft opdracht aan twee commissarissen om zijn bedrijf te
onderzoeken. Hij verpandt al zijn aandelen in zijn bedrijven aan de NIB. In zijn
memoires schrijft hij:"Ik zat in de allergemeenste
dwangpositie. Ik had geen keus. Dit was het donkerste moment uit mijn leven,
helaas tot dan toe. [ ... ] Die avond kwam ik meer dan down thuis, zodat mijn
vrouw vroeg, wat er aan de hand was. Ik kon slechts zeggen: "Ik heb mijn
eerstgeboorterecht verkocht".
Minster van Economische Zaken De Block vraagt aan Barend Biesheuvel (fractie
voorzitter van de ARP en voorzitter van het college scheepsbouwers) en Harry Langman
( directeur van de Nederlandse Scheepvaart Industrie) om een rapport over het
Verolme concern te schrijven. Vlak voor het eind van het jaar komt het rapport
uit. Het advies pakt niet slecht uit voor het Verolme concern. Verolme zelf moet
echter als president-directeur aftreden, evenals zijn commissarissen. Hij mag
wel president-commissaris blijven, maar de overige leden van het college van
toezichthouders zouden door of met instemming van de staat benoemd worden. Het
betekent in ieder geval, dat Verolme niet veel meer te zeggen krijgt, maar het biedt
wel een overlevingskans voor het Verolme
concern. Het rapport adviseert om het financierings tekort te dekken.
1970 Zaterdag 10 januari lekt het geheime rapport Biesheuvel-Langman uit.
Verolme is des duivels. Tegen de Volkskrant zegt hij:
'Het is een nationaal
schandaal dat ik nu al zes maanden heb moeten vechten voor een
regeling, terwijl ik destijds toch de NSDM
in Amsterdam
heb gered. Ik heb mijn eigen voorstellen gedaan aan de
regering. Daar had ik het rapport van de heren Biesheuvel
en Langman niet voor nodig. De vertraging die door dat
onderzoek ontstond is een verschrikking. De financiële positie van
mijn bedrijf is krachtig. Er zijn alleen enkele liquiditeits problemen
door de overname van de
NSDM". Maar de regering is vast besloten
om er voor te zorgen dat hij moet terugtreden als president-directeur.

Links:Barend Biesheuvel. Rechts: Harry Landman
Maandag 12 januari. Minister Witteveen van Financiën heeft in de ochtend een geheime bespreking met bankiers en in de middag met vertegenwoordigers van Rijn-Schelde . Er wordt gesproken over het plan van de Amro man Jan van den Brink, dat een fusie tussen Rijn-Schelde beoogt. De president-commissaris van Rijn-Schelde Jan de Vries is welbereid medewerking te geven, maar niet op voet van gelijkwaardigheid. Aan het eind van de middag ontvangt minister Witteveen Biesheuvel en Landman. Zij vinden het plan van Van de Brink erg vaag

Links Minister Johan Witteveen. Midden: Jan van den Brink. Rechts: Minister Roelof Nelissen
Dinsdag 13 januari. Verolme schrijft een brief
aan minister Witteveen. Hij is onkundig over de geheime besprekingen van de
vorige dag. Hij vraagt om steunverlening en in ruil daarvoor is hij bereid af te
treden als president-directeur, zodra er een goede opvolger voor hem is
gevonden.
Woensdag 14 januari In de ochtend heeft Verolme nog een gesprek met
de Amro mannen Jan van den Brink en Frits Karsten. Verolme moet instemmem met
het plan van de fusie, anders zal de regering een surseance van betaling
aanvragen. Om half twee heeft Verolme een gesprek met minister Witteveeen en
Roelof Nelissen, opvolger van minister Leo de Block. Verolme is bereid om op
korte termijn de naam van zijn opvolger bekend te maken. Cornelis niet gerust
over het laatste gesprek en zoekt tevergeefs steun bij Biesheuvel. Ten einde
raad zoekt hij steun bij zijn werknemers. In het Telegraaf van zaterdag 17
januari wordt een arbeider aangehaald:'De
baas zal het wel rooien. Zoiets
kan men een man die dit allemaal hier heeft opgebouwd tegen alle tegenwerking
in, niet aandoen. Wanneer zo'n man op non-actief wordt gesteld
gaat hij binnen een week dood'.
Volgens de krant hadden de werknemers met
tranen in de ogen gestaan. Die middag hadden de werknemers Verolme nog
letterlijk op handen gedragen. Zij hadden hem op de schouders genomen en
hossend de kantine ingedragen.

Cornelis Verolme wordt door zijn arbeiders op de
'handen' gedragen.(1)
Woensdag 14 januari
krijgt Verolme in zijn villa De Heul in Ridderkerk bezoek van Jozef Molkenboer,
plaatsvervangend directeur-generaal van Economische Zaken. Hij heeft van de minister-president Piet
de Jong de opdracht meegekregen om Verolme te dwingen af te treden. In bijzijn van zijn vrouw Anneke
brengt hij deze boodschap over.

De villa De
Heul in Ridderkerk van de familie Verolme (1)
Donderdag 15 januari. Verolme en zijn
vrouw vertrekken naar Zwitserland om even tot rust te komen. Het plan om Verolme
een gedwongen fusie aan te gaan met Rijn-Schelde is naar de pers gelekt.
Zaterdag 17 januari. In de middag vindt een gesprek plaats tussen Verolme en de
ministers Nelissen, Witteveen , Roolvink en Molkenboer. Verolme wil nog
steeds geen formeel akkoord geven op zijn aftreden als president-directeur. In
zijn Memoires schrijft hij: "Nog nooit in mijn leven ben ik zo alleen geweest".
Woensdag 21 januari. Het rapport Biesheuvel-Langman wordt aan de Tweede Kamer
overhandigd. Dit houdt in dat het grootste geheim van Verolme is onthuld: alle
financiële gegevens van het Verolme concern
Vrijdag 23 januari Verolme had aan minister Nelissen beloofd niet de pers te
woord te staan. maar voor zijn vertrek naar Zwitserland heeft hij tegen een
journalist van de Telegraaf o.a gezegd: "Op het moment dat ik een geschikte
president-directeur heb gevonden en ik heb die man ingewerkt, wil ik
stoppen(...) Maar waar haal ik zo gauw een president-directeur vandaan, zo'n
schaap met vijfentwintig poten?"
Donderdag 29 januari Uiteindelijk bezwijkt Verolme
door de op hem uitgeoefende druk en
gaat hij akkoord gaat met zijn aftreden als president-directeur. Wel blijft hij
president-commissaris. Maar zijn macht over de Raad van commissarissen is hij
kwijt geraakt. Vier van de zeven commissarissen worden benoemd door de minister
van Economische Zaken . Jozef Molkenboer wordt regeringswaarnemer.

In het midden: Jozef Molkenboer, plv dir.gen. van Economische Zaken (1).Rechts: minister Roelof Nelissens
Als zijn opvolger wordt tijdelijk Barend Scheffer, gepensioneerd directeur van Shell. In zijn memoires schrijft hij
: "Wij zijn een week in Zwitserland gebleven. In arren
moede zijn wij teruggekeerd. In de bladen lazen wij misselijke publicaties,
onder tot kokhalzen nodigende koppen als: 'De reus is geveld!". Het moet
voor hem een ware martelgang zijn geweest. Hij voelt zich vernederd, gekrenkt.
Vrijdag 30 januari schrijft hij aan zijn
personeel dat hij tegen zijn zin moet aftreden als hun president-directeur: "Dit
betekent geen afscheid van U, want als aandeelhouder en President-Commissaris
blijf ik nauw aan de bedrijven verbonden en geef ik u de verzekering dat ik op
dezelfde wijze de belangen van onze bedrijven zal blijven behartigen.
Bij deze gelegenheid zou ik bij U willen aanbevelen de Heer B.
Scheffer, die mijn plaats als President-Direkteur zal innemen en verzoek U hem
Uw volle medewerking en vertrouwen te geven in het belang van het concern".
Dat uiteindelijk niemand onmisbaar is blijkt uit het feit dat het bedrijf onder leiding van Barend Scheffer weer winst maakt. Er worden mammoet tankers voor de grote oliemaatschappen besteld. Maar er waren ook andere geluiden . Op maandag 13 juli presenteert de interim commissie Winsemius een rapport, waarin staat dat de grote scheepsbouw in Nederland ten dode is opgeschreven, maar dat het stervensproces door de nodige kunstgrepen nog een aantal jaren gerekt zou kunnen worden. Verolme op zijn beurt laat het rapport uitlekken naar Elsevier's Magazine. Hij blijft zich verzetten tegen de fusie met Rijn-Schelde. Op vrijdag 4 september viert hij zijn zeventigste verjaardag. In 1958 was hij al benoemd tot Officier in de Orde van Oranje Nassau maar wordt het Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw. Hij had gehoopt op zij minst Commandeur in de Orde van Oranje Nassau te worden.

Vrijdag 4 september viert Cornelis Verolme zijn zeventigste verjaardag. Vlnr: zijn vrouw Anneke Verolme-Weegink, Cornelis Verolme ,zijn dochterr Henny Rober-Verolme, Prins Bernhard
Op
maandag 7
september krijgt hij van zijn personeel een portret van zich zelf aangeboden.
1971 Maandag 22 maart komt er een fusievoorstel Rijn-Schelde-Verolme van de
commissie- Winsemius. Het is een feite een overname en geen fusie. Verolme dreigt naar de rechter te stappen als de fusie doorgaat. Maar op woensdag
14 april komt het voorstel er door. Verolme mag geen scheepsbouw zaken meer
ondernemen en de naam Verolme niet als handelsmerk mogen gebruiken. Pieter
Schwenke tekent het akkoord namens het Verolme concern. Het betekent het einde
van de vriendschap van Verolme met Schwenke. Verolme spant een rechtszaak aan tegen de Staat der Nederlanden, tegen Rijn-Schelde en tegen zijn eigen bedrijf Verolme
Verenigde Scheepswerven. met als eis een verbod op de uitvoering van de fusie.
Dinsdag 11 mei dient het kort geding. Na twee weken volgt de uitspraak waarin
hij in het ongelijk wordt gesteld. Hij legt zich er niet bij neer een dreigt met
een bodemprocedure. Op zaterdag 5 juni geeft hij zijn strijd op. Op zijn jacht de Achor aan de Vecht in Vreeland wordt door hem een contract getekend waarbij
instemt met de fusie Rijn-Schelde met het Verolme concern. Maandag 7 juni hoort
de ondernemersraad dat hun baas zich heeft overgegeven aan Rijn-Schelde. Zo komt
er dan een einde aan het drama voor Verolme.
1975 Onvermoeibaar begint Verolme in maart een nieuwe onderneming: Naval
Project Development Company Rotterdam. Weer dus bemoeit hij zich met scheepsbouw
zaken, iets wat hem in 1971 verboden was. Hij maakt dezelfde dag aan de pers
bekend dat hij grootste plannen heeft met het bouwen van een eigen Nederlandse
gastanker. Tegelijkertijd begint het RSV concern met haar ondergang.
De overcapaciteit van de grote scheepsbouw begint zich te wreken.
1978 Verolme zegt dat hij in Delftzijl een gascilinderfabriek wil gaan bouwen.
Ook dit loopt op niets uit
1979 Het RSV concern kalft verder af. De vroegere trots van Verolme de werf aan
de Botlek wordt gesloten.
1980.Verolme geeft zijn tweede deel van
zijn memories uit net voor zijn 80ste verjaardag op 4 september. Hij eindigt zijn
memories met :
"Zo gezien, schijnen we in een dal te zitten. Daar moeten
we dan uit. Met vereende kracht. Dit dal is op geen stukken na zo diep als dat
in 1945. We hebben ons daaruit weten te werken. Vooral wèrken! Daarbij hebben we
nieuwe dingen aangepakt, bij voorbeeld het grote wegtransport. Onze
binnenschippers hebben bereikt dat zij de vrachtvaarders van een deel van
West-Europa werden, onze transportbedrijven hebben zich ontwikkeld tot de
vrachtrijders van Europa. Wie dacht daaraan in 1945, toen een gave vrachtwagen
een zeldzaamheid was? Waar ik op zou willen aansturen is, dat de Nederlanders in
de eerstvolgende decennia de gasvaarders van de wereld worden. Het gereedschap
daarvoor kan Verolme maken. Maar we moeten blijven bouwen, ook grote schepen.
Mijn laatste woord is: Volhouden!"
Hij krijgt als pleister op de wonde
op 6 november het Commandeurschap van de Orde van Oranje Nassau. Het gaat niet
goed met zijn gezondheid hij heeft prostaat kanker.
1981 Cornelis Verolme sterft 5 april
op zijn 80ste jaar. Hij wordt begraven in de plaats waar hij geboren is: Nieuwe Tonge. Zijn neef Chris van Veen houdt de volgende toespraak:"Met
het verscheiden van Cornelis Verolme is een groot man heen gegaan.
Een ondernemer die met andere zakenlieden van allure de Nederlandse
naoorlogse periode van wederopbouw en vernieuwing van de
industrie heeft gemarkeerd. Een man, door velen om zijn prestaties
bewonderd en gewaardeerd, door sommigen kleingeestig gevreesd
en verguisd. [ ... ] De heer Verolme werd door velen niet begrepen. Een man die
op een leeftijd dat anderen aan vrije tijd gingen denken, in en buiten Nederland
een scheepsbouwimperium wist op te bouwen. De koning van de stapelloop, die
schip en helling tegelijk bouwde, daarbij zijn vrienden om zoveel vernuft
verbazend, zijn concurrenten verbijsterend! Hij, de jongen van het dorp, die dat
eigenlijk wilde blijven, ook toen het succes hem in de kring van de groten en
machtigen bracht en zijn wereld geen grenzen kende. Een man die een groot
vermogen investeerde in zijn bedrijven en daardoor aan duizenden werk en
welvaart gaf én daarbij weinig - ik durf wel te zeggen
- te weinig aan zichzelf heeft gedacht.
Een man die moeilijk toegankelijk was voor kritiek, maar kon genieten van
publiciteit en openbare waardering. Een mens die met zijn woord scherp kon zijn,
pijn kon doen, maar die voor de kleine kringen om hem heen zijn warme
persoonlijkheid blootlegde en machtig kon boeien. Zakelijk hard en rechtlijnig
enerzijds, een morele en financiële steun anderzijds voor de talloos velen die
zijn steun zochten. Vooral ook voor zijn naaste familie is hij altijd
grootmoedig geweest. ( ...) ".
Op zijn graf is ook een krans van
Prins Bernhard. Na zijn dood hebben veel mensen vol lof over hem. Krantenkoppen
als:"Afscheid van een groot ondernemer".
1983 Het RSV concern gaat failliet. Aan het concern was jarenlang door de overheid forse financiële steun
verleend van zo'n 2,2 miljard gulden. Onmiddellijk daarna wordt een
parlementaire enquête ingesteld om te
onderzoeken hoe het mogelijk was dat het bedrijf ondanks overheidssteun failliet
ging. Voorzitter van de enquêtecommissie is de
CDA'er
Kees van Dijk. De beide ondervoorzitters,
Marcel van Dam (PvdA)
en
Theo Joekes (VVD).
1984 De enquêtecommissie komt tot de volgende conclusies:
"In het rapport uit de commissie sterke kritiek op het beleid dat de
opeenvolgende kabinetten gevoerd hadden: ontoereikend en niet eenvormig ten
opzichte van de zwakke onderneming in moeilijke economische omstandigheden. De
rol van de overheid was opmerkelijk groot in het ontstaan en lange voortbestaan
van de RSV. Het gevolg van dit beleid waren grote financiële verliezen en het
verlies van meer dan 18.000 arbeidsplaatsen. Minister Van Aardenne was hierdoor
onder grote druk komen te staan tussen de eisen van vakbonden, de Tweede Kamer
en de harde economische situatie.
De informatie die minister Van Aardenne echter aan de Kamer over de afwikkeling
van ROS-verliezen (Rotterdamse Offshore en scheepsbouwcombinatie, een onderdeel
van het concern) verstrekte in april 1980 was ronduit misleidend, en daarom
onaanvaardbaar. De Tweede Kamer was op haar beurt te vaak afwezig, onoplettend
of vergeetachtig geweest, waardoor controle op het beleid niet goed werd
uitgevoerd. Ook de Tweede Kamer was evenals de gehele overheid mede
verantwoordelijk voor het ontstaan, het voortbestaan en uiteindelijke ondergang.
Verder werden er in korte tijd honderden miljoenen defensiegeld aan de RSV
toevertrouwd zonder behoorlijke dekking maar ook zonder dat de overheid meer
invloed op RSV kreeg. Ook de leiding van de RSV ging niet vrijuit. De
bestuurlijke en organisatorische zwakte van het concern kwamen volgens de
commissie voor een groot deel voort uit de ontstaansgeschiedenis van RSV. Het
was een kunstmatig maar zwak product dat tot stand kwam onder sterke druk van
het kabinet. Inschattingsfouten en vals optimisme in de leiding van het concern
deden de rest. Tien van de twaalf jaar dat RSV bestond waren crisisjaren,
economisch ging het slecht, de concurrentie was moordend. Niet alleen Nederland
kampte met verlieslijdende ondernemingen in deze bedrijfstak. Vele andere
Europese landen vertoonden hetzelfde beeld waarbij ook die bedrijven met
nationale steun krampachtig probeerde een deel van de scheepsbouwcapaciteit en
werkgelegenheid in stand te houden".
Ariëtte Dekker op pagina 454 schrijft: "Cornelis
Verolme werd tijdens de parlementaire enquête min of meer gerehabiliteerd.
Er werd in ieder geval duidelijk dat er tijdens de fusie een tamelijk
onfris spelletje was gespeeld, om te verhullen in wat voor een deplorabele
positie Rijn-Schelde op dat moment verkeerde en wat voor
dorps
politiek er bedreven was om toch vooral de spartelende, trotse scheepsbouwer buitenspel te zetten. Vooral Cees van Dijk
en Theo Joekes gaven blijk van een zekere
sympathie voor de underdog in het debacle Volgens oud-Verolme-directeur Alfred de Booy schreven
de enquêteurs na afloop zelfs een brief
aan Anneke Verolme-Weegink om haar mede te delen
dat haar man zaliger niets verweten kon worden".
Verantwoording
In dit hoofdstuk over Cornelis Verolme heb ik ruim gebruik gemaakt van het voortreffelijke boek
van Ariëtte Dekker : "Cornelis Verolme. Opkomst en ondergang avn een
scheepsbouwer". 2005. Uitgeverij Bert Bakker Amsterdam. 2e druk. ISBN 90 351 2865
6. Behalve citaten van de tekst heb ik ook enkele foto's van haar boek afgedrukt
met de vermelding: (1). Tevens heb ik aangehaald passages van de memoires
van Cornelis Verolme, deel 1, 1971. deel 2, 1980. De memoires van Alfred
de Booy, waarin hij ondermeer beschrijft zijn periode als directeur bij Verolme
in de periode 1956-1966. Deze memoires zijn inmiddels gedigitaliseerd en zijn te
vinden op deze website, zie hoofdstuk 12.Levensloop van Alfred de Booy.
2. Levensloop
Dirk Scheringa (21-9-1950 - )
1950 Dirk Scheringa wordt
geboren op donderdag 21 september
18.10 uur in
Grijpskerk (Groningen).
Hij is het eerste kind van zijn ouders.

Luchtfoto van het dorp Grijpskerk in Groningen waar Dirk Scheringa op donderdag 21 september wordt geboren
Zijn grootvader Dirk Willems Scheringa (geboren 29-10-1897 in Faan,overleden 12 -09
-1979) was landarbeider.
Zijn grootmoeder was Ykje Tjeerds Zwama, geboren op 20-10-1896 te
Zuidhorn, overleden op 02-01-1974)..

De grootouders van Dirk Scheringa (1)
Zijn vader Willem (geboren zondag 2 november 1924 te Kommerzijl) is getrouwd met Antje (Annie )Bruining (geboren maandag15 augustus 1927 te Kollum). Hij is lid van de Anti-Revolutionaire Partij. Streng gelovige familie, de zondagsrust is heilig. Een half jaar na de geboorte van Dirk verhuizen zijn ouders naar Veenwouden in Friesland. Zijn vader wordt kaasmaker van de zuivelfabriek De Goede Hulp.

Dirk anderhalf jaar (1)
Dirk heeft door het verhuizen steeds een verandering van school. Hij heeft veel
moeite om mee te komen, vooral door de nieuwe Friese taal die hij als Groninger
moet leren. Hij wordt veel gepest op school. Dirk
krijgt twee zusjes Gepke en Ineke. Hij ontvangt weinig moederliefde in zijn
jeugd. De familie verhuist van Veenwouden naar
de Wilp, dan naar Wolvega
1962 Na de lagere school gaat Dirk naar het
Christelijke Mulo in Wolvega. Het eerste jaar blijft hij zitten.
1964 Dirk gaat voorwaardelijk over naar de tweede klas van de Mulo.
1965 Dirk gaat voorwaardelijk over naar de derde klas van de Mulo. In december
zegt het hoofd van de school: "Dirk moet òf van de mulo af of
hij gaat terug naar de tweede klas. Hij heeft een goed verstand, alleen
talen
geven problemen. Maar omdat hij goed is in rekenen en boekhouden. Dirk heel geschikt
voor de detailhandel". Zijn ouders kunnen
het advies van de school om naar de detailhandelsschool in
Leeuwarden niet betalen.
Dirk moet gaan werken voor de kost. Het gezin verhuist van Wolvega naar Oudwoude. Hier wordt zijn vader chef- kaasmaker van
de zuivelfabriek Huisternoord . Scheringa zegt daar later over :" We zijn
als gezin vaak verhuisd, omdat mijn vader ergens anders een stapje hoger kon
komen". Van het steeds weer verhuizen heeft Dirk misschien geleerd, dat hij zich
steeds weer opnieuw moet aanpassen, steeds opnieuw moet beginnen en
snelle oplossingen moet vinden.
. Hij vindt een baantje als leerling-zetter bij de drukkerij Banda en verdient 6 gulden per week .Hij wil hoger op en begint avondstudies.
Dirk wordt lid van de jeugdafdeling van het CNV. Hij wordt lid van de
plaatselijke voetbalvereniging Oudwoude WRTOC.
1966.
Dirk wordt voorzitter van de jongerenvereniging van het CNV.
1967 Dirk leert Baukje de Vries in Damwoude kennen.
1968 Hij wordt jongste medewerker bij een
accountantskantoor, waar hij belastingaangiften invult.
Hij haalt
het middenstandsdiploma.

1969 De familie Scheringa. Vlnr: Moeder Antje, Dirk, Ineke, Gepke, Vader
Willem (1)
1970 Dirk wordt secretaris van de Christelijke Werkende Jeugd van het
district Friesland en voorzitter regio Kollum.. Hij verlooft zich met Baukje
de Vries. Dirk gaat in de militaire dienst en begint in
september in de Harskamp.
1971 Dirk wordt overgeplaatst naar Harderwijk om daar een administratieve
opleiding te volgen. Vervolgens komt hij bij de 42 e Geneeskundigebrigade in
Assen.
1972 Na zijn militaire dienst wordt Dirk assistent-accountant bij Germs
in Damwoude. Hij wil bij de politie omdat het daar meer verdient dan op het
kantoor. Hij wordt aangenomen bij de Rijkspolitie. Hij volgt de politieschool in
Apeldoorn.
1973 Dirk slaagt voor het examen van de politieschool, als een van de beste leerlingen.

1973 Dirk legt de eed af, politieschool Apeldoorn (1)
Dirk trouwt
vrijdag
16 november met Baukje de Vries (geboren 15 september 1951 in Driesum). De trouwerij vindt plaats op het Friese landgoed Rinsma State in
Driesum, gemeente Dantumdeel. Hij krijgt een post in Noord-Holland bij de rijkspolitie
. Zij gaan in Spanbroek wonen. Ze kopen een woning van een nieuwbouwproject. Ze
nemen een hypotheek voor 500 gulden per maand, omdat Baukje als onderpand
een spaarrekening van 20.000 gulden heeft. Het huis zal over een jaar worden
opgeleverd..
1974 Dirk en Baukje betrekken hun nieuwe huis aan de Aardebaan 44
Spanbroek.
1975 Dirk richt samen met zijn vrouw het Belasting- en Adviesbureau Frisia op. Een bedrijf voor hulp bij belastingsaangifte en bemiddeling bij
de verkoop van huizen.
1976 Het bedrijf loopt goed. Het invullen van belastingsformulieren trekt
veel klanten. Voor het invullen van één formulier wordt 30 gulden gerekend.
1977 Dirk verlaat de Rijkspolitie vanwege een tragische ervaring van een
zwaar ongeluk, dat hij als politieambtenaar heeft meegemaakt. Hij gaat nu full
time werken voor zijn bedrijf. In de avonduren haalt hij vele diploma's, die
nodig voor zijn bedrijfsvoering. Dirk neemt veel risico door voor 20.000
gulden een advertentieruimte in Tros kompas te kopen. Hij plaats daarin een
oproep voor leningen bij zijn Frisia bedrijf. Het werkt perfect. Voor elke
tienduizend gulden levert het twintigduizend gulden op aan
bemiddelingsprovisies. De omzet in het vierde
kwartaal bedraagt 148.000 gulden. Bijna alles daarvan investeert hij weer in het
bedrijf. In totaal 100.000 gulden aan advertentiekosten uitgegeven.
1978 Dirk heeft al 14 mensen in dienst. Op een dag komt een voetballer
van Sparta om 25.000 gulden lenen. Hij heet Louis van Gaal! Hun huis aan de
Aardebaan wordt als kantoor ingericht en verhuizen zij naar een huis
verderop in de straat. Dirk wordt gemeenteraadslid voor het CDA in Opmeer
Baukje en Dirk leven sober. Als enige luxe nemen ze een lidmaatschap businessclub
van de voetbalclub AZ twee permanenten zitplaatsen voor drieduidend gulden. In
zijn autobiografie zegt hij op pagina 111: "Ik heb me iets voorgenomen: Op mijn
35ste wil ik miljonair zijn!". Aan het eind van het jaar hebben ze een omzet van
500.000 gulden.

1978 Het kantoor Frisia
1979 Dirk koopt een stuk bouwgrond in Spanbroek en gaat er een huis op
bouwen.
1980 Dirk en Baukje betrekken hun nieuwe huis aan de Korenbloem. Het
nieuwe kantoor op de Klaproos is klaar en veertig man kunnen hier gaan werken.
1982 Dirk haalt zijn financieringsdiploma A. Hij koopt een
stolpboerderij met zes hectare grond aan de Spanbroekerweg.
1983 Hun zoon Willem wordt geboren ( genoemd naar de oudste zoon van
Prins Charles en Diana). Dirk wordt lid van
de junior kamer van West-Friesland. De club is onderdeel van de Juniorchamber International met in totaal 200.000 leden. Hij bezoekt vele
congressen over de gehele wereld. Dirk neemt het grote financieringsbedrijf
Crefinass over dat in Oud Beyerland is gelegen. In zijn autobiografie pagina 116: "De deal
met Crefinass is rond. Ik heb er geen nacht minder om geslapen, maar druk is het
wel. Een steeds groter bedrijf runnen, op en neer reizen tussen filialen, het is
soms bloed , zweet en tranen".
1984 Dirk slaagt voor diploma assurantie B.
1986 Dirk en Baukje rijden de Elfstedentocht. Baukje geeft op, maar Dirk
zet door en komt aan een kwartier na sluitingstijd (Middernacht) en krijgt dus
geen kruisje. Dirk verkoopt als makelaar 100 huizen per jaar. Hijstopt
met de makelaardij omdat het te weinig geld oplevert. Hij besteedt zijn tijd
beter aan het verkopen van financieringen. Alle winst wordt weer gestopt in
overnames. Frisia adverteert in bijna alle omroepbladen. In totaal werken
zeventig mensen bij Frisia
1987 Hun tweede zoon Harry wordt geboren (genoemd naar de jongste zoon
van Prins Charles en Diana).
1988 Dank zij de Junior Kamer krijgt Dirk belangstelling voor de kunst.
Tijdens een veiling koopt hij voor 3900 gulden een getekend zelf portret van Carel Willink.
1989 Dirk wordt voorzitter Junior kamer. Hij wordt shirtsponsor van
AZ voor 150.00 gulden per jaar. Dirk koopt voor 600.000 gulden een klooster in Wognum
voor zijn kantoor.
1990 In zijn autobiografie is de titel van hoofdstuk 6: Gezinstherapie
1990 -1997 .In 1990 heeft Dirk een lijstje aangelegd van zijn frustraties over
zijn ouders en zijn: - geen bescherming, weinig liefde, - geen begeleiding
tijdens studie, - moeder had liever geen kinderen gehad,- 60 guldenspaargeld
niet teruggegeven, - er mochten geen andere kinderen thuis komen spelen.

Familie Scheringa, vlnr, Harry,Moeder Baukje,Willem, Vader Dirk (1)
.
1991 Dirk neemt zijn grootste concurrent Geldservice in Echt over . Zijn bedrijf
is nu 2 x zo groot geworden. Zijn bedrijf heeft al een omzet van iets meer dan 1 miljard
gulden. De Voorschotbank wordt
opgericht. Een voorschotbank mag alleen geld uitlenen,dat ze zelf binnenhalen.
Niet zoals 'echte' banken die geld mogen uitlenen, dat ze zelf niet hebben. Hij krijgt een Wckvergunning, waardoor het mogelijk wordt om
consumptief krediet te verstrekken. Hij wordt vice-voorzitter van de voetbalclub AZ . Hij koopt het schilderij
Indische dame van Carel Willink voor 215.000 gulden. Hij verdiept zich in de
magisch realistische schilderkunst.
1992 Er volgt weer een overname door Dirk en wel van het
financieringsbedrijf Postkrediet. Dirk wordt lid van de Rotary in Hoorn.
1993 Frisia maakt een netto winst van 10 miljoen gulden en 170 medewerkers
in dienst. Het bedrijf wordt
hoofdsponsor van voetbalclub AZ. In ruil voor de sanering van de schulden van AZ
tw 1.8 miljoen gulden, kan Scheringa nu een groot deel van het bestuur benoemen. Dirk wordt voorzitter,
zijn rechterhand Rozemond wordt secretaris, zijn vrouw Baukje wordt bestuurslid.
Hij heeft dus de meerderheid in het bestuur.
1994 Hans van Goor komt als jongste bediende bij het bedrijf. De
Vereniging Financieringsmaatschappijen (VFN) gaat moeilijk doen over het feit dat Scheringa geen aflossing bij een lening afspreekt met de klanten. De gedragscode
van de VFN is minimaal 2%. Dirk zegt het lidmaatschap de VFN op . Hij haalt Tjeerd Westerterp, voormalig minister van Verkeer en Waterstaat binnen. Hij
wordt lid van de Raad van Commissarissen. Ook twee medewerkers van de
Nederlandsche Bank. De netto winst is al opgelopen tot 13 miljoen gulden.
Het bedrijf heeft 185 medewerkers
Hij heeft zijn oog laten vallen op de
leegstaande Lidwina Huishoudschool
voor zijn kunstmuseum.
1995 Dirk koopt een stolpboederij aan de Spanbroekerweg 125.
Er volgt de overname van TADAS, The Anglo Dutch
Assurance Society, waardoor het aanbod wordt uitgebreid met
verzekeringsproducten. Hij neemt ook zijn
grootste concurrent Becam over. Er wordt netto winst geboekt, nl. 19
miljoen gulden.
1996 DSB start met bemiddeling in eerste hypotheken.
Weer een nieuwe reeks van overnames :de verzekeraar GCI De Spaar-en Kredietcentrale, Nivo/Bovo,
Bevago, Mavu, KFO ( de laatste was een miskoop). Er komen echter negatieve geluiden dat zijn systeem van
hypotheek verlenen vele risico's inhouden voor de hypotheeknemer. De klant moet
namelijk bij de hypotheek tegelijkertijd een verzekeringspolis afsluiten waar
premie voor verschuldigd is. De klant wordt onvoldoende op de hoogte
gebracht van het feit dat het aantrekkelijke rentetarief tijdelijk is
en door de jaren steeds hoger wordt. De totale rentelast kan dan hoger uitpakken
dan dat hij bij een andere bank tegen een hogere rente zijn hypotheek had
afgesloten. In de Volkskrant van zaterdag 9 november worden deze risico's aan de orde
gesteld. Maar de overheid doet niets met deze kritiek. AZ wordt clubkampioen van
de 1e divisie en promoveert naar de eredivisie. Netto winst 28 miljoen
gulden en
259 medewerkers.
1997 Dirk en Baukje rijden de
Friese Elfstedentocht. Ze starten om half acht en komen aan de finish om
half tien in de avond. In februari
openen Dirk en Baukje het Frisia Museum in Spanbroek, waar hun privé
collectie aan magisch realistische kunstwerken naar toegaan Hij
heeft al veertig portreten van Carel Willink.

Links: Frisia museum in Spanbroek. Rechts: Zelfportret van Charley Toorop (1891-1955)
Zijn vader ligt met darmproblemen in het
ziekenhuis. Dirk zoekt hem op .Hij ziet hem voor het eerst na zeven jaar.
Zijn vader knapt weer op. Dirk en zijn zuster organiseren een gesprek met hun
ouders bij een Groningse psychologe . Ze zeggen wat hun dwars zit. Ze hebben het
gevoel hebben dat hun ouders er niet voor hun waren toen ze
opgroeiden. Na drie gesprekken geven de ouders te kennen niet verder er mee door
te gaan. De netto winst is gegroeid tot 41 miljoen
gulden met 369 medewerkers.. AZ degradeert naar de 1e divisie.
1998 Maandag 28 december
wordt de DSB (Dirk Scheringa Beheer) groep gevormd, waar het Frisia bedrijf in
wordt opgenomen. DSB Groep is een conglomeraat van meer
dan dertig ondernemingen, die zich allemaal bezighouden met verlening van
kredieten, het sluiten van verzekeringen en het doen van beleggingen.
Dirk is zowel directeur als de enige
aandeelhouder. De consumentenbond noemt de DSB advertenties misleidend. AZ promoveert naar de eredivisie.
1999 In het najaar
van 1999 dient DSB Groep N.V. een aanvraag in voor het verkrijgen van een
bankvergunning . Het bedrijf heeft zeventien
vestigingen in Nederland met 700 werknemers, een netto winst van 34.5 miljoen.
Uitstaande krediet 1.7 miljard. Dirk heeft met zijn bedrijf 14% van de kredietmarkt.. De
grote kredietverleners zijn Rabo Bank, ABN Amro en Postbank/ING.
2000 Dirk begint te bedenken aan beveiliging. Dirk krijgt
donderdag 30 maart een kredietvergunning, zodat
zijn de DSB Bank (100% dochter van de DSB groep) de eigen financiering kan
verzorgen. Hij neemt de Avero Bank over,vooral hun bancaire kennis.
Hij weet geld aan te trekken zonder zijn macht
uit handen te geven. Dirk wil met
zijn aandelen naar de beurs gaan om honderden miljoenen op te halen van de
beleggers. Uit de prospectus blijkt wel dat de beleggers niet veel te zeggen
krijgen. Scheringa houdt daarbij een meerderheidsbelang. Hij heeft de DSB groep
in Curaçao gevestigd met als enige dat hij niet door de raad van commissarissen
ontslagen kan worden. De
geplande
beursgang kan nog zo'n 67% van de aandelen worden behouden. Maar de belangstelling valt
tegen. Op de avond voor de geplande eerste notering, eind mei 2000,
blaast Dirk Scheringa de emissie af.
De Rabo bank en Merrill Lynch krijgen
van hem de schuld voor de mislukking. Critici beweren dat hij toch bang is
geworden een stukje van zijn macht zal moeten afstaan bij een beursgang . Het kantoor van de DSB Bank komt in een voormalige
discotheek in Wognum. Dirk bedankt voor zijn lidmaatschap van de Rotary.
Dirk interesseert zich voor topschaatsport en heeft een eigen schaatsploeg.
2001 Dirk haalt 200
miljoen gulden binnen, door op de deposito 7 % rente te betalen, maar wel met de
voorwaarde dat bij een eventueel faillissement de andere schuldeisers voorrang
hebben. Dirk heeft ook zijn ouders geadviseerd om deze achtergestelde
rekening te openen. Dirk moet voor de rechter verschijnen, want hij zou zijn Frisia klanten hebben misleid met advertenties voor "snel geld". Ook de
Consumentenbond trekt aan de bel door te wijzen op de bezwaren van de
koppelverkoop, waarbij ze voorbeelden geven van mensen die zich misleid voelen
en nu buitensporige maandlasten krijgen te betalen.
2002 Dirk begint
met de bouw van zijn nieuwe kantoor, niet in Spanbroek, daar is de grond te duur,
maar in Wognum op een bedrijventerrein langs de snelweg van Amsterdam naar
Leeuwarden aan de A7. Scheringa en zijn vrouw kopen Rinsma State voor 1.8 miljoen
euro. Het is ook de plaats waar ze in het huwelijk traden in 1973.

Rinsma State in Driesum
Hij koopt het schilderij
van Tampara de Lempicka : La Musicienne voor 3 miljoen dollar op een
veiling in New York.
Er vinden gesprekken plaats tussen DSB en een grote Amerikaanse
onderneming over een overname van DSB Groep. Mede in dat kader vindt een nieuwe
herschikking plaats van het DSB concern waarbij de verzekeringmaatschappijen DSB
Leven N.V., DSB Schade N.V. en Hollands Welvaren Leven N.V. door DSB Groep
worden overgedragen aan de moedermaatschappij DSB Beheer. Dinsdag 24 september doet
de AFM (Autoriteit Financiële Markten) bij de FIOD/ECD aangifte van 17
overtredingen bij reclame-uitingen door bemiddelaars van de DSB Groep. De AFM is
in deze periode voor handhaving van dergelijke overtredingen afhankelijk van het
optreden van het Openbaar Ministerie. De toezichthouder is van oordeel dat door
DSB de reclameregels worden overtreden.

2002 Bestuursleden DSB, vlnr. Jaap van Dijk , Dirk Scheringa, Bert
Rozemond (Foto Henk Heetebrij)
Dirk wordt inmiddels extreem goed beveiligd. Hij rijdt in
gepantserde auto met een volgauto. Zijn te volgen route wordt eerst verkend. In
zijn autobiografie vertelt hij op pagina 163: "Als ik 's avonds uit de
gepantserde auto stap en om zes uur aanschuif aan de keukentafel staat daar nog
steeds een dampend bord met aardappelen en een gehaktbal..."
2003
In april worden de gesprekken gevoerd met de General Electric. Ze willen DSB
overnemen voor 2.4 miljard gulden. Maar Dirk ziet het toch niet zitten.
De AFM waarschuwt de
consumenten voor de koppelverkoop van de DSB Bank. Ook de ING en SNS banken
koppelen verzekeringen aan de hypotheken. De Koningin benoemt hem tot Officier
in de orde van Oranje Nassau.
2004
De AFM legt DSB twee
bestuurlijke boetes op. Aanleiding is een onderzoek dat de AFM in de maanden mei
tot september heeft uitgevoerd De groei is in de laatste jaren gestaag
doorgegaan. Er is in dit jaar een kleine teruggang, er is maar een beperkte
groei. De bouwplannen voor het nieuwe stadion AZ zijn goedgekeurd en kan
begonnen worden met de bouw. Ed Nijpels wordt commissaris van de DSB Bank.

Het kantoor van de DSB Bank in Wognum, voltooid in 2005
2005
Op donderdag 17 maart wordt door DSB Groep
bij DNB (De Nederlandsche Bank) een aanvraag voor een nieuwe bankvergunning
ingediend. Het DSB concern zal worden geherstructureerd waarbij DSB Groep en de
onderhangende vennootschappen (voorschotbanken, DSB Hypotheken,
bemiddelingsbedrijven én DSB Bank) zullen fuseren en worden omgedoopt tot DSB
Bank N.V.

De Nederlandsche Bank in Amsterdam (DNB)
In het kader van de verkrijging van een bankvergunning toetst de DNB toets de leden van de Raad van Bestuur van de DSB Bank op hun betrouwbaarheid en
deskundigheid. Door hun positieve bevindingen krijgt de DSB vrijdag 23 december de
bankvergunning.
De Raad van Bestuur bestaat uit Dirk Scheringa, Hans van Goor en Jaap van Dijk.

De Raad van Bestuur van de DSB Bank, vlnr Dirk Scheringa, Hans van Goor, Jaap
van Dijk
In het programma Radar van Antoinette Hertsenberg
krijgt een reclame van Dirk's financieringsbedrijf Becam de Loden Leeuw
uitgereikt . De prijs voor de meest irritante reclame.
2006 Op een sportgala georganiseerd door
het Noordhollands Dagblad wordt Dirk uitgeroepen tot sportman van het jaar. Op
de Tefal in Maastricht koopt Dirk een schilderij van Salvador Dali voor 700.000 euro. De
domeinnaam Frisia.nl wordt gekocht voor 1.1 miljoen euro. De Citigroup,
de grootste bank ter wereld wil de DSB bank eventueel overnemen. Zij
bieden een half miljard. euro. General Electric biedt 2.2 miljard euro
Ook de Santander heeft plannen voor een overname. Alles loopt op niets uit.
Zowel de DNB als de AFM beginnen grote bezwaren te hebben over de gang van zaken
bij de DSB zoals de management informatie, die zij krijgen over de
kredietverlening aan klanten, reclameproducten. Van haar kant dient de DSB een
klacht in bij de AFM over het optreden van de toezichthouder (DNB) (deze wordt
woensdag 20 december door de AFM ongegrond verklaard). Donderdag
3 Augustus is de opening van het AZ stadion, kosten voor Dirk 30 miljoen euro. Op
vrijdag 25 augustus 2006
trekt de ervaren bankier J. Ariëns zich terug als lid van de Raad van
Commissarissen van de DSB. Deze bestaat, na het vertrek van Ariëns uit Bonnier,
Offringa, Nijpels en Neelissen. Op woensdag 1 november 2006 treedt mevrouw De Jong als CFO (Chief Financial Officer) toe tot de Raad van Bestuur van DSB.
2007 Dtik ontvangt tijdens de opening van de kunstbeurs in
Amsterdam de Sascha Tanjaprijs. Een prijs voor iemand die veel voor de kunst betekent. Op de prijs staat de
inscriptie: 'Een groot realist Dirk
Scheringa 2007". Op maandag 26 maart 2007 treedt Linschoten toe tot de Raad van
Commissarissen van DSB. Deze bestaat dan uit Bonnier (voorzitter), Linschoten,
Nijpels, Neelissen en Offringa.


Raad van Commissarissen DSB Bank, vlnr Rob Bonnier, Robin Linschoten, Ed Nijpels, René Neelissen, Age Offringa
In juni wordt tot nu toe meer dan 2 miljard euro aan spaargeld ontvangen. Zaterdag 1 juli wordt Gerrit Zalm, oud minister van financiën aangetrokken Hij. vindt 100.000 euro per jaar voor twee dagen werk te weinig. Dirk verdubbelt het bedrag. Zalm noemt hem de Joop van der Ende van de bankwereld, een echte selfmade man. Gerrit zelf komt uit een gewoon Westfries gezin. In zijn eerste notitie schrijft hij dat het loon per werknemer bij het bedrijf circa de helft is dan bij andere banken. Van bonussen en winstdeling is geen sprake. De kostenontwikkeling acht hij verwaarloosd. In augustus storten de aandeelkoersen ineen. Een groot aantal banken vragen staatssteun. De DSB Bank vindt het niet nodig, want ze beschikken over genoeg liquide middelen. De AFM blijft moeilijk doen betreffende reclame activiteiten van DSB.. Er komt spanning tussen Jaap van Dijk en Hans van Goor, twee leden van de Raad van Bestuur. Het eindresultaat is dat Jaap van Dijk het bedrijf verlaat. Zijn plaats wordt overgenomen door Gerrit Zalm, die nu vier dagen gaat werken voor een jaarsalaris van 750.000 euro.

Gerrit Zalm, CFO van de DSB Bank
Als de kredietcrisis in de loop van 2007 begint, blijkt dat de DSB Bank
daar in het begin weinig last van te hebben. De bank heeft geen investeringen
in Amerika. Aan het eind van het jaar bedragen de toevertrouwde
spaartegoeden circa 3.2 miljard euro tegenover 1.6 miljard euro een jaar eerder.
Die toename is voldoende om de groei van de kredietverlening te
financieren. In augustus wordt door de DNB besloten om de DSB onder
verhoogd toezicht te plaatsen. De DNB komt met serie zorgpunten, maar Scheringa
zelf maakt zich geen zorgen.
Maandag
12 november vertrekt Jaap van Dijk uit het bestuur van de DSB. Hij is het niet
eens met het gevoerde beleid. Op dinsdag 27 november neemt de directie van DNB
het besluit DSB onder stille curatele te stellen. De beoogde stille curator
heeft grote aarzelingen om als curator of als adviseur in opdracht van DNB
werkzaamheden te verrichten. Hij vreest de dominante positie van Scheringa en
ziet maar één oplossing:het terugtreden van Scheringa. Gerrit Zalm is bereid
als interim-CFO tot de Raad van Bestuur toe te treden. De benoeming van de
curator wordt daarop aangehouden. Een dag later spreekt DNB met Zalm en Offringa,
die als coach en vraagbaak voor Zalm zal optreden. In zijn autobiografie is de
titel van hoofdstuk 8 'Omarmd door de bovenste bovenwereld 2006-2008'. De tekst
van pagina195-195 geeft daarvan een beeld: "20
november 2007. Om half zes ben ik vanavond met
Baukje thuis opgehaald om een naar mij onbekende locatie te gaan voor de suprise
party naar aanleiding van mijn 30-jarig ondernemerschap.
Toen we vervolgens richting Alkmaar reden was wel duidelijk
dat we naar het DSB stadion gingen. Bij aankomst bleek de
brasserie prachtig aangekleed en werd ik onthaald in een
zaal vol vrienden, familie en medewerkers. Iedereen was
er: Mark Tuitert, Simon Kuipers, Marianne Timmer, en Jac
Orie namens de schaatsers. Toon Gerbrands, Louis van Gaal met zijn Truus en
Marcel Brands namens AZ. Ine Voorham van
het Leger des HeiIs. Mevrouw Boellaard, de hofdame van de koningin,
Henk Heetebrij, de schaatsmanager en
Emily Ansenk namens het Scheringa Museum en nog
heel veel andere mensen.(...) Tot
mijn grote verrassing komt tijdens de quiz Jan Peter
Balkenende binnen die mij van harte feliciteert met mijn
30-jarig ondernemerschap en ten overstaan van de zaal vertelt dat ik op het
gebied van sport, kunst en ondernemerschap een voorbeeld
ben voor de Nederlandse samenleving. Namens het kabinet biedt hij
mij twee manchetknopen van 'het torentje' aan als cadeau. Wat een happening
en kroon op alles wat ik tot dusver heb proberen te bereiken in
mijn leven"

Maandag 20 november 2007. Het feest ter ere van Dirk's 30 jaar
ondernemerschap.
Links: Minister-president Jan Peter Balkenende en Dirk Scheringa. Rechts:
Mevrouw M.J. Boellaard-Stheeman en Dirk Scheringa
2008 Vrijdag 18 Januari wordt de eerste paal voor zijn kunst museum geslagen. In
totaal komen er 24 zalen met 1000 kunstwerken. Kosten 35 miljoen euro met een
hypotheek ABN Amro van 27 miljoen euro, waarde kunstcollectie 50 miljoen euro. Vrijdag 25 januari zal Zalm zijn functie als CFO permanent gaan
vervullen. De Nederlandsche Bank blijft kritisch kijken naar de dubbelrol, die
Dirk Scheringa heeft. Hij is zowel grootaandeelhouder als voorzitter van de Raad
van Bestuur. In april verlaat Reggie de Jong het bedrijf even later gevolgd door Bert Rozemond. De DSB bank heeft geen staatssteun nodig evenals de
Rabobank, Van Lanschot Bankiers, Triodos Bank . ING krijgt
half oktober 10 miljard euro van de staat. SNSReal 750 miljoen euro. De
overheid heeft ABN Amro en Fortis Bank overgenomen voor 16.8 miljard euro.
Aegon de verzekeraar krijgt 3 miljard aan staatssteun. Vrijdagavond 11 april wordt
Dirk Scheringa tot CEO of the year uitgeroepen, de topman van het
jaar. De prijs wordt uitgereikt door Hans Dijkstal voormalig minister van
Binnenlandse Zaken. Mede
genomineerden waren Gerard Kleisterlee (Philips), Jeroen van de Veer (Shell), Feike
Seibesma (DSM), Michil Tilman(ING), Harold Goddijn (TomTom).

Dinsdag 20 mei 2008 Dirk Scheringa en Gerrit Zalm op het DSB kantoor in
Wognum( Foto Peter Boer/Hollandse Hoogte)
Zalm gaat naar ABN Amro. Dirk Scheringa zegt daarover in Noord-Hollands dagblad van 21 november: "Bos wist geen betere kandidaat en hij had Gerrit nodig. En wij gaan hem enorm missen". Maandag 24 November doet Dirk Zalm nog een aanbod. Hij wordt zijn opvolger met een verhoging van zijn salaris met 250.000 euro per jaar. Maar hij gaat daar niet op in. Woensdag 26 november is er hoorzitting in de Tweede Kamer over de kredietcrisis waar DSB aanwezig was met alle grote banken. In zijn autobiografie zegt Dirk dat hij dat ziet als een vorm van erkenning dat hij er bij hoort. Ze hadden met hun bank geen last gehad van de kredietcrisis. AFM en DNB zien graag uit naar het vertrek van Scheringa uit de Raad van Bestuur , maar de formele mogelijkheden om hem weg te sturen lijken nog beperkt. Zaterdag 6 December geeft Jan Smit van Heracles om Frank de Grave te polsen als opvolger van Zalm. Op dinsdag 16 december 2008 bericht Scheringa aan de DNB, dat hij Frank de Grave bereid heeft gevonden Zalm op te volgen. De Grave was namens de VVD lid van de Tweede Kamer. Ook was De Grave staatssecretaris Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Van 1998 tot 2002 was hij minister van Defensie. De Raad van Commissarissen is bij de voorgenomen benoeming van De Grave niet vooraf geraadpleegd. Aanvankelijk had Scheringa Ronald Buwalda als opvolger van Zalm gewild, maar de DNB is het daar niet mee eens. Hij had volgens DNB onvoldoende kennis en statuur. Vrijdag 19 december is het afscheid van Bert Rozemond als directielid van de DSB Bank. Aan het eind van het jaar boekt de DSB Bank een winst 45 miljoen netto De solvabiliteit is 11.8%. Ook DSB Beheer haalt een winst 10 miljoen euro. DSB is als bank succesvol op de spaarmarkt. Eind 2008, drie jaar na het verkrijgen van de bankvergunning, heeft het voor 3.9 miljard euro aan spaargeld aangetrokken. Daartegenover staat onder andere een hypotheekportefeuille van drie miljard euro en een kleine miljard euro aan consumptieve kredieten.

Frank de Grave, opvolger van Gerrit Zalm bij de DSB
2009 In de autobiografie van Dirk Scheringa is hoofdstuk 1 : 'Acht
maanden voor de val' gewijd aan de periode van dinsdag 3 maart t/m zondag 18
2009.Het dagboek van zondagavond 18 oktober t/m 31 december 2009 is te vinden in
hoofdstuk 9: ' Overleven na de val'.
De raad van commissarissen wordt versterkt door Fons Koemans. Er
worden in het geheim besprekingen gevoerd over een fusie met de Friesland Bank,
maar ook deze fusie gaat niet door. De Volkskrant publiceert dinsdag 3 maart een
interview met Dirk Scheringa, waarin hij o.m. het volgende zegt: "De huidige
crisis kan alleen opgelost worden met krachtdadig optreden. Daar heb ik een jaar
voor nodig, in een breed zakenkabinet. Hij denkt dat grootbank ING in de knel
komt als de kredietcrisis in Amerika wordt opgevolgd door een creditcard crisis.
ING zal hierdoor nog veel verder in de problemen raken. Die bank moet zo snel
mogelijk genationaliseerd worden". Maandag 16 maart begint Frank de Grave
als opvolger van Gerrit Zalm. Maandag 30 maart verschijnt in de
Telegraaf een artikel "AFM
legt DSB onder de loep. Toezichthouder AFM doet onderzoek naar
fouten bij leningen van DSB Bank". De AFM zegt ’relatief veel signalen en
klachten’ over producten en adviezen van DSB en dochters te hebben ontvangen.
Adviseurs en klanten klagen over te hoge hypotheekleningen, opgetast met telkens
nieuwe koopsompolissen om de oorspronkelijke lening af te betalen, waardoor
leners niet meer uit de schulden komen. De DSB in name van Hans van Goor verwijt
de AFM de geheimhoudingsplicht te hebben geschonden. Het artikel brengt een
stroom van negatieve berichten over de DSB in de media. Men verwijt de DSB Bank
de hoge provisies die vooral met de koopsompolissen worden behaald. De DSB is niet de enige bank die dergelijke provisies behaalt.
De AFM meldt in juni, dat zes grote financiële instellingen vergelijkbare provisies
behalen. Maar de afhankelijkheid daarvan maakt DSB wel een atypische bank:
klassieke banken verdienen een groot deel van hun inkomen met de rentemarge: het
verschil tussen de rente die ze spaarders betalen en die ze in rekening brengen
bij bedrijven of particulieren aan wie ze dat geld leent.
Vanaf april besteedt het programma Radar van
Antoinette Herstenberg regelmatig aandacht aan klanten van de DSB die met de
extreme hoge hypotheken zijn opgezadeld. Vrijdag
1 mei vindt er een gewapende overval plaats in het Frisia Museum, er worden
schilderijen van Tamara de Lempicka en Salavdor Dali gestolen. De doeken
zijn tot op heden niet teruggevonden. Vrijdag 6 mei gaat Dirk naar en
diner in de ambtswoning van burgemeester Cohen om te praten o.a over de
verbouwing van het stedelijk museum. Zondag 10 mei wordt AZ landskampioen.

Zondag 10 mei 2009 AZ wordt landkampioen, vlnr Dirk Scheringa en Louis van
Gaal (1)
Oud-minister van Defensie, Frank de Grave, wordt op
maandag 18 mei door Scheringa
ontslagen als financieel directeur bij DSB Bank. Het bedrijf zegt dat er
‘onvoldoende match’ bestond tussen
De Grave en de rest van de Raad van Bestuur.
De plaats van de Grave wordt overgenomen door Ronald Buwalda.. De Raad van Bestuur
bestaat
uit Dirk Scheringa, Robin Linschoten, Hans de Goor en Ronald Buwalda. Maandagavond
18 mei zegt premier Jan Peter Balkenende, tijdens een CDA EU-verkiezingsbijeenkomst het AZ stadion, over Scheringa:
“Je bent een voorbeeld voor ons allemaal, je
speelt een geweldige rol in de financiële sector. Ik vind dat fantastisch. We
zijn trots op je!"

De bestuurders van de Nederlandsche Bank, vlnr: Nout Wellink, president, Henk Brouwer, Lex Hoogduin, Joanne Kellermann
Henk Brouwer directeur toezicht DNB heeft waardering voor Dirk Scheringa als ondernemer, maar is minder te spreken over de combinatie, belangrijkste aandeelhouder en directeur van de DSB Bank en vindt dat dat eigenlijk niet kan. Het liefst ziet hij Scheringa als directeur aftreden. Voor Scheringa is dat wel het laatste waar hij aan denkt. Woensdag 1 juli krijgt de DSB twee boetes, een van 96.000 euro wegens overkreditering en tweede van 24.000 euro, omdat DSB Bank haar klanten onvoldoende had geïnformeerd over de financiële producten.

Links het kantoor van de Autoriteit Financiële markten (AFM), Midden:
Hans Hoogervorst, voorzitter, Rechts: Theodoor Kockelkoren
Andere banken krijgen boetes opgelegd door de AFM en wel
de Postbank, SNS en GMAC. De pers brengt echter de boetes voor de DSB meer naar voren , wat
lijdt tot een gelduitstroom van de DSB Bank van 30 miljoen euro aan spaargelden. De voorzitter van de Raad van Commissarissen (RvC), Bonnier, in een gesprek op
vrijdag 14 augustus 2009 met DNB stelt ‘een machteloos gevoel' te krijgen bij de
briefwisselingen met de DNB. Hij verwijst naar de beperkte invloed van de RvC
in het licht van de aanwezigheid van een directeur groot aandeelhouder. (Dirk
Scheringa)
Op dinsdag 18 augustus besluit de directie van DNB, naar aanleiding van de
gebeurtenissen in de laatste periode, te verkennen wat de mogelijke gevolgen
zijn van de afbouw van het bancaire bedrijf van DSB. Hiertoe wordt projectgroep
"Homerus‘ ingesteld. De DNB blijft ontevreden over de stappen die de DSB neemt
om structurele veranderingen aan te brengen. Woensdag 19 augustus dineren Frank
de Grave en Dirk Scheringa met elkaar in het Amstel hotel om zoals Dirk het in
zijn autobiografie zegt: 'om bij te praten'.Dinsdag 8 september wordt Dirk
uitgenodigd door de voorzitter van de New York Exchange voor een diner op
donderdag 10 september met Amerikaanse en Nederlandse bankiers. In zijn
autobiografie staat op pagina 35:' Donderdag 10 september:Tijdens
het diner op de vloer van de New York Stock Exchange Willem
Alexander en Maxima gesproken. Willem-Alexander zei met een
knipoog: 'We zullen het maar niet over de bank hebben, want ik ben ook nog
commissaris bij DNB.' Ik begrijp dat hij in een precaire positie zit. Een
kwartier lang hebben we met elkaar gesproken. Op een gegeven moment hield ik hem
met mijn beide handen aan zijn arm vast en knuffelde ik hem, waardoor we even
een heel warm contact hadden. Ik realiseerde me pas later dat ik hem op zo'n
manier had aangeraakt. Dat is mij heel erg bij gebleven'.
Op maandag 28 september vertellen oud-medewerkers van DSB Bank in het
tv-programma
NOVA, dat de bank systematisch en op grote
schaal zo veel en zo hoog mogelijke koopsompolissen verkocht zonder de klant te
waarschuwen voor de risico’s. De volgende dag gaan ook enkele partijen in de
Tweede Kamer er zich bemoeien en willen dat minister Bos stappen gaat ondernemen
en een onderzoek start.

Het Scheringa Museum voor magisch realisme in Spanbroek in aanbouw
Er volgt nu een rapportage per dag
Donderdag 1 oktober. Om kwart voor acht in ochtend
doet Pieter Lakeman een oproep aan de spaarders bij de DSB in het
programma 'Goedenmorgen Nederland"om hun geld bij de bank weg te halen. Lakeman
vertegenwoordigt een groep ontevreden DSB-klanten die zich hebben verenigd in de
Stichting Hypotheekleed. Lakeman zegt dat zijn achterban baat zou hebben bij een
faillissement van de bank. Deze oproep van Lakeman veroorzaakt een run op de
bank en er wordt ruim 88 miljoen euro door de spaarders opgehaald. Door een nog
niet opgehelderde reden ligt de DSB voor internet bankieren vanaf het
middaguur plat. Zowel premier Balkenende, minister Bos en de Tweede
Kamer vinden de oproep van Lakeman laakbaar. Er wordt druk overlegd tussen de
DNB en de DSB over de noodsituatie . Aan het eind van de dag komt de DNB met een
persverklaring met de geruststellende mededeling, dat de DSB aan de eisen van
liquiditeit en solvabiliteit voldoet. Dit om de effecten van de oproep van
Lakeman te neutraliseren. Dit is wel een heel unieke actie van de DNB.
Normaal laat de DNB zich niet uit over afzonderlijke banken. Lid van de
Raad van Commissarissen Ed Nijpels verlaat de DSB.

Pieter Lakeman, de nagel aan de doodskist van de DSB bank
Vrijdag 2 oktober. Binnen de directie van de DNB is de wens dat
Scheringa moet aftreden als directeur van de DSB bank. Maar dit is niet
eenvoudig omdat hij de grootaandeelhouder is.
Zaterdag 3 oktober. Scheringa biedt in een persbericht aan zijn
gedupeerde klanten zijn oprechte excuses en zal er voor zorgen dat hun klachten
zo snel mogelijk zullen worden opgelost. De DNB ziet als enige oplossing, dat
Scheringa al zijn aandelen in de DSB bank moet verkopen. en niet zoals hij
twee dagen eerder had voorgesteld slechts een derde.
Zondag 4 oktober. Directeur van de DBN Henk Brouwer is de
voorzitter van het crisisoverleg met de DSB bestuurders. De vergadering duurt 17
uur (Wellink is samen met minister Wouter Bos naar Istanbul voor de IMF
top). De DNB eist het vertrek van zowel Scheringa en zijn rechterhand van
Goor . Scheringa moet al zijn aandelen verkopen als is het maar voor één
euro. Omtreden reclamespotjes moeten worden stopgezet en 300 personeels leden
moeten worden ontslagen. Joost Kuiper is al gevonden om Scheringa op te volgen .
De financiële toestand is tegen 5 uur in de middag slechter geworden in totaal
is 395 miljoen euro door de spaarders opgenomen. Er wordt door een
bankenconsortium een concept 'ondersteuningsovereenkomst' opgesteld met 8 punten
met als belangrijkste punt dat Scheringa als voorzitter van de Raad van Bestuur
per 1 januari 2010 moet aftreden. Maar dat moet 12 oktober publiekelijk bekend
worden gemaakt zodat Joost Kuiper zijn taak kan overnemen. Na deze vergadering
komt Scheringa geheel gedesillusioneerd terug in zijn bureau en uit pure woede
maakt hij 700.000 euro over van de DSB Bank naar een ander bank. (Wat even later
echter weer terugstort).
Maandag 5 oktober De laatste minuten voor twaalf uur 's -nachts beperkt de
DNB de DSN om geld te lenen bij de Europese Centrale Bank tot 1 miljard euro ipv
de 1.8 miljard euro waar ze in eerste instantie op gehoopt hadden. ('genoemd 'haircut').
Het voelt voor Scheringa aan dat ze de stekker er uit hebben getrokken.
Dinsdag 6 oktober Het wordt weer een dag van vergaderen tussen de DSB en
de DNB .De DNB kan op basis van onderpand en lening van maximaal 400 miljoen euro
verstrekken, maar wel in en aantal stappen, om te beginnen met 100 miljoen
euro. De DSB voelt zich door dit alles aardig in het nauw gedreven.
Woensdag 7 oktober Er wordt door de DNB onderhandeld met een bankconsortium,
die wel inzien dat de val van de DSB Bank ook op hun zal slaan en zoeken naar
een oplossing
Donderdag 8 oktober De DSB bereikt overeenstemming met de Stichting
Steunfonds Probleemhypotheken over een compensatieregeling voor de
gedupeerde klanten. Dit gaat de DSB 26 miljoen euro kosten. Het bankenconsortium
deelt de DNB mede dat de DSB gered zou kunnen worden. Ze zijn bereid te
kijken naar een doorstartvariant.
Vrijdag 9 oktober De banken stellen een concept
ondersteuningsovereenkomst op waarin de redding voor een redding van de DSB zijn
opgenomen. Wat in feite neerkomt dat de DSB wordt overgenomen door de DNB. De aandelen DSB moeten voor 1 euro worden overgedragen aan een stichting waar de
DNB de enige bestuurder is. Verder moeten alle leden van de Raad van
Commissarissen en de Raad van Bestuur aftreden.
Zaterdag 10 oktober Er wordt door een Amerikaanse investeringsbank contact
gezocht met DSB om de mogelijkheid van een herstructurering van DSB Beheer te
onderzoeken. Een dag eerder is door een vermogensbeheerder interesse getoond
voor een kapitaalinjectie in DSB Bank. Beide partijen zullen uiteindelijk afzien
van een investering. De banken presenteren hun ondersteuningsovereenkomst aan
DNB, het ministerie van Financiën en vertegenwoordigers van het ministerie van
Algemene Zaken dat inmiddels ook bij de bespreking betrokken is. De directie van
DNB concludeert ten aanzien van de conceptovereenkomst dat haar directe
betrokkenheid als bestuurder van de stichting in het licht van de rol van de
toezichthouder onwenselijk is.
Zondag 11 oktober DNB en het ministerie van Financiën hebben vanaf 9
oktober samen met de zakenbank een aantal alternatieven onderzocht. Eén
van die alternatieven betreft het aanvragen van de noodregeling. In de nacht van
10 op 11 oktober concluderen het ministerie van Financiën en DNB dat geen
overeenstemming met het consortium zal worden bereikt en DNB zal moeten
besluiten de noodregeling aan te vragen.
DNB doet aan aanvrage voor een noodregeling bij rechtbank in Alkmaar. De Raad van Bestuur van de DSB. acht de aanvraag buiten proportie; niet alle opties zouden zijn
verkend. Daarnaast meent de Raad van Bestuur dat de 'haircut' onaanvaardbaar is
en kondigt aan verweer te zullen voeren tegen de aanvraag. In de avond om 7 uur
ontvangt de rechtbank in Alkmaar een verzoekschrift van de DNB om ten aanzien
van de DSB een noodregeling uit te spreken. (Wat betekent een noodregeling? De
rechtbank benoemt een bewindvoerder, die belast wordt met het saneren en/of
liquideren van een kredietinstelling of verzekeraar. Met als gevolg dat de
financiële onderneming niet langer zijn verplichtingen hoeft na te komen die
vóór het uitspreken van de noodregeling zijn ontstaan). Om 9 uur
zondagavond komt in Amsterdam de rechtbank bijeen. Scheringa houdt een vurig
pleidooi tegen de noodzaak van een noodregeling. Met als resultaat dat rond
middernacht de rechtbank Scheringa - tot verbijstering van de DNB bestuurders -
gelijk geeft. Maar desondanks lekt het bericht van de aanvrage van de DNB
voor een noodregeling ten aanzien van de DSB uit naar de pers.
Maandag 12 oktober Het lek naar de pers heeft grote gevolgen. De Volkskrant
kopt "Voortbestaan DSB aan zijden draad". Er wordt door de persberichten
weer geld door de spaarders 45 miljoen euro opgenomen. Om half elf komen de
rechters weer bijeen. De advocaat van de DNB zegt dat er een run op de bank is
ontstaan. De rechters zijn daar zo van onder de indruk dat alsnog de
noodregeling wordt verleend. Het betekent met zoveel woorden dat de DSB onder
curatele wordt geplaatst. De DNB neemt de leiding over en benoemt als
bewindvoerders Joost Kuiper en Rutger Schimmelpenninck. Deze moeten nagaan of er
een koper van de DSB Bank kan worden gevonden, anders dreigt
faillissement. Alle goederen worden bevroren en niemand kan meer geld
opnemen. Om 11.43 wordt het nieuws naar buiten gebracht.

De bewindvoerders van de DSB Bank :Joost Kuiper (links),
Rutger Schimmelpenninck (rechts)
Scheringa is in alle staten en zegt tegen de pers o.a. "DSB is gepakt".
In de nacht van zondag op maandag had de Rechtbank nog gezegd dat een
noodregeling niet nodig was. Door het lek is de mening van de Rechtbank
veranderd door de noodregeling alsnog toe te kennen. Om één uur neemt
Wouter Bos het woord: "De noodregeling is onvermijdelijk. Dat de DSB niet door
de staat werd gesteund, terwijl de andere banken veel kapitaalinjecties mocht
ondervinden, vindt hij logisch. Andere financiële instellingen waren kerngezond,
maar werden overvallen door invloeden van buitenaf. Hij kondigt twee
onderzoeken aan. Een onafhankelijke commissie moet nagaan hoe het allemaal
heeft kunnen gebeuren en andere commissie moet alle oud DSB bestuurders onde het
vergrootglas leggen. DSB is geen gezonde instelling''.Wellink van zijn
kant zegt dat de klanten van de DSG hun spaargeld terugkrijgen tot een
bedrag van 100.00 euro. De klanten met hogere bedragen zijn niet gedekt moeten
wachten wat er na de liquidatie voor hun overblijft.
Dinsdag 13 oktober De bewindvoerders inventariseren welke reddingskansen
er nog voor de bank zijn, maar zijn daar niet optimistisch over. De
vijf grote Nederlandsche banken voelen er ieder geval niet voor om de DSB te
redden.
Woensdag 14 oktober De bewindvoerder melden dat er geen geïnteresseerden
zijn gevonden om de DSB Bank te kopen, zodat een faillissement nog het enige is
wat overblijft. Het is de laatste dag dat de rekeninghouders van de DSB Bank tot
middernacht nog geld open met hun pinpas tot een maximaal bedrag van 250 euro.
Om negen uur in de avond begint de rechtbank om te beslissen over de aanvraag van
de DNB voor het onder curatele stellen van de DSB Bank. Scheringa vraagt aan de
rechters tijd te willen hebben voor het vinden van een serieuse partner of het
probleem zelf op te lossen.
Donderdag 15 oktober De rechter besluit de faillissementsaanvraag aan te
houden. DSB krijgt tot 16 oktober 12.00 uur de tijd om zelf met het
bankenconsortium te spreken over een mogelijke redding.
Om zeven uur in de avond is er een bijeenkomst bij de Nederlandsche Bank. De
aanwezigen: van de DNB:Nout Wellink, Henk Brouwer; van de DSB Bank Dirk
Scheringa, Robin Linschoten, Age Offringa, Ronald Bonnier; van de ABN Amro
Joop Wijn; van de ING Jan Hommen, van de Rabo Bank Piet Moerland; van Fortis ....; van
SNSReal...;van Van Lanschot Bankiers Floris Deckers

Vlnr: Joop Wijn (ABN Amro), Piet Moerland (Rabo Bank), Jan Hommen (ING), Floris Deckers (Van Lanschot Bankiers)
De DSB legt de aanwezigen een reddingsplan voor. De DSB zal geen
koopsompolissen meer verkopen en zich omvormen tot een internetbank. Hij vraagt
de aanwezigen een kapitaalinjectie van 200 miljoen euro en een kapitaalgarantie
van 1 miljard euro. De uitleg en betoog van de DSB bestuurders neemt een half
uur in beslag, vervolgens neemt, namens de grote banken, Piet Moerland het woord.
Wellink vraagt aan Scheringa of er nog gegadigden zijn geweest. Dirk antwoordt:
"Wel drie, Lone Star, NIBC en Credit Europe". Om half negen wordt de vergadering
geschorst. Kwart voor twaalf wordt de vergadering hervat en zegt de woordvoerder
van het bankenconsortium Piet Moerland, dat het reddingsplan als niet
levensvatbaar wordt beschouwd. Floris
Deckers zegt later tegen RTLZ dat de wil om de Bank te redden er niet was
geweest. De DSB Bank had gered kunnen worden als de wil er geweest. De hoofdreden
was volgens Gert Jochems (voorheen toezichthouder bij AFM) dat de
afspraken die DSB had gemaakt ook op hun eigen producten moeten toepassen.
De grootbanken hadden namelijk zelf geïnfecteerde portefeuilles,
wat later onder andere bij de Rabobank duidelijk zou worden. Eind 2009 trof de
Rabobank een schikking met 200.000 klanten met een Opmaathypotheek. Dat was tien
keer zoveel als het totale aantal hypotheekklanten dat DSB Bank überhaupt had.
200.000 gedupeerde klanten was werkelijk een ongelooflijke hoeveelheid. Er waren
natuurlijk al eerder schikkingen geweest van instellingen die met woekerpolissen
hadden gewerkt. Aegon had daarvoor 250 miljoen euro op tafel moeten leggen.
Delta Lloyd, ING, SNS en Fortis ASR hadden geschikt voor respectievelijk
300,365,320 en 750 miljoen euro.
Vrijdag 16 oktober De rechtbank verleent de DSB Bank uitstel tot
maandagochtend 19 oktober, aangezien het Amerikaanse Lone Star interesse voor de
DSB bank heeft getoond. De bouw van het nieuwe Scheringa Museum voor Realisme
wordt gestaakt. Het zou in februari 2011 worden geopend.
Zaterdag 17 oktober Een delegatie van Lone Star komt in ochtend aan bij
het kantoor van de DSB in Wognum, maar twee uur later vertrekken ze weer.
Ze hebben het laten afweten, vooral door de negatieve mededelingen van de
curator Schimmelpenninck. Er is nog een laatste kandidaat en wel Adriaan
Dorrepaal, financieel adviseur uit Noord Holland. Ze kwamen met een plan B, dat Scheringa de volgende dag naar buiten zal brengen..
Zondag 18 oktober Scheringa komt met het zogenoemde plan B. De houders
van achtergestelde deposito‘s kunnen hun vorderingen omzetten in aandelen in de
bank. Dit levert DSB 100 miljoen euro op. Er rest echter een kapitaalbehoefte
van tenminste 100 miljoen euro, terwijl het voor de financiering nog steeds
noodzakelijk is dat de 'haircut ongedaan gemaakt wordt of dat de overheid een
emissie garandeert. Het ministerie van Financiën is van oordeel dat de situatie
onder 'Plan B' niet wezenlijk anders is en aldus nog steeds geen sprake is van
een realistisch scenario. Om elf uur in de avond delen de twee bewindvoerders het DSB bestuur mede dat zowel DNB als Minister Bos niet van plan zijn de
nodige gelden te verstrekken. In Dirk's autobiografie staat op pagina 48:"Het doek is gevallen.Als ik naar huis word gereden, weet
ik dat alles over is. Ik ben alles kwijt. De afgelopen tweeëndertig jaar trekken
als een film aan me voorbij. Ik zal afscheid moeten gaan nemen van al die
mensen, mijn medewerkers, de vrijwilligers van het museum, AZ ... Ik ben niet
wakker geworden uit een nachtmerrie. Ik heb het niet gered. Als ik aankom in
Spanbroek zitten Baukje en de jongens er verslagen bij. Baukje is erg
verdrietig. Het enige wat ze kan uitbrengen is: 'Hoe kan dit nu? Wat hebben we
niet goed gedaan? Wat had je anders moeten doen?' Ik raak ook in de put. Ik zeg
dat we niet negatief moeten doen, dat het is wat het is. En dat we vanaf nu
beter kunnen gaan bedenken hoe we de zaak weer gaan opbouwen en hoe we aan
kunnen tonen dat de bank ten onrechte is omgeduwd waardoor nu veel mensen hun
geld kwijt zijn. Daar hamer ik op. Ondanks het verdriet realiseer ik me dat we
verder moeten. Ik heb een enorme overlevingsdrang en zeg tegen mijn gezin dat we
hoe dan ook door moeten. Ik ben altijd optimistisch geweest en ik wil ook nu
vooruit .kijken. Tegen mijn vrouw zeg ik dat we elkaar nog hebben en dat ik een
nieuwe business ga opstarten. Letterlijk zeg ik: 'Baukje, ik kom terug".
Maandag 19 oktober De rechter spreekt definitief het faillissement van
DSB uit. Scheringa blijkt na de negatieve uitslag strijdvaardiger dan ooit. In
een persconferentie zegt hij onomwonden, dat de DSB kapot is gemaakt door de DNB
en de minister van financiën

De persconferentie waarin Scheringa zegt : "We zijn kapot gemaakt". Vlnr: Bonnier, Scheringa, van Goor, Linschoten
Hij zegt verder 'Laat ik eerst zeggen dat er bij
DSB Bank dingen niet goed zijn gegaan. Daar hebben we onze excuses voor
aangeboden. We hebben ook aanpassingen gedaan en het verdienmodel is veranderd.' De bank is
uiteindelijk in een horrorscenario terechtgekomen,'dat
zijn weerga niet kent. Er is
met verschillende maten gemeten. DSB hanteerde hoge
provisies - 'gemiddeld 53
procent' - maar dat was niet veel hoger dan veel andere verzekeraars en banken.
Zelf had hij aangeboden zich terug
te trekken uit de Raad van Bestuur, zijn aandelen te verkopen en plaats te maken
voor iemand anders. Maar juist daarna sprak minister Wouter Bos in de Tweede
Kamer over idiote provisies ('terwijl we die al helemaal niet meer berekenden')
en riep Pieter Lakeman op tot een bankrun. De Nederlandsche
Bank zou onredelijke eisen hebben gesteld en de leencapaciteit van de bank
hebben ingeperkt, terwijl daartoe geen enkele noodzaak was. Niettemin kwam de
uitstroom van liquiditeiten tot stilstand. Maar toen lekte in de Volkskrant
en Het Financiële Dagblad uit dat DSB Bank in existentiële problemen
was, waarna de spaarders opnieuw massaal op de loop gingen.
Dat lek heeft ons over de rand van de afgrond geduwd. Dat die
noodregeling niet nodig was, bleek later wel uit de uitspraak van de rechter. We
zijn vier keer in het gelijk gesteld door de rechter. Dat is uniek in de wereld".
Minster
Bos weerlegt later op dag beschuldiging van Scheringa dat
'de bank kapot is gemaakt'. 'DSB is niet failliet gegaan, omdat niemand de bank
wilde redden. De bank is failliet gegaan omdat die in grote problemen zat. En de
bank is door eigen handelen in problemen gekomen. Als iemand verdrinkt,
verdrinkt hij niet omdat hij niet gered wordt, maar omdat hij niet kan zwemmen'.
In zijn autobiografie geeft Dirk een opsomming van zijn verlies op pagina 21: "
Nachts ik lig ik met Baukje wakker in bed. Ze vraagt me wat ik het allerergst
vind. De bank die ik kwijt ben, die we samen tweeëndertig jaar geleden vanuit
huis zijn begonnen? Het museum waar we samen jarenlang met heel veel
liefde gewerkt hebben aan een prachtige collectie? AZ, mijn club,
die ik in zestien jaar tijd heb opgebouwd van een eerste divisieploeg naar
landskampioen, waar ik mij met hart en ziel aan gewijd heb? Rinsma State, waar
we zelf ooit nog getrouwd zijn? Ik vertel haar dat ik het het allerergst vind
voor de spaarders met een achtergesteld deposito zonder
staatsgarantie. Die hebben helemaal niets meer, terwijl ze
ons hun geld hadden toevertrouwd. Medewerkers, vrienden,
kennissen en duizenden klanten met een achtergesteld
deposito raken nu hun pensioenvoorziening kwijt. Dat we zelf bijna alles kwijt
zijn is één ding, maar dat al deze mensen straks ridder te voet zijn, :1rukt
emotioneel zwaar op mijn gemoed. Ik bespreek met
Baukje de situatie van mijn ouders, want ook zij behoren tot de
groep van achtergestelde spaarders. Mijn moeder van 82 is haar spaargeld,
bijna 150.000 euro kwijt. Ze zal haar huis
misschien moeten verkopen, omdat ze dat straks niet meer kan opbrengen. Mijn
zussen Ineke en Gepke, die het allebei niet breed hebben,
terwijl Gepke jaren heeft krom gelegen om de studies van
haar kinderen te betalen, krijgen straks geen erfenis". De autobiografie
van Dirk begint met een proloog: :' Vier weken na de val', waar hij uitgebreid
ingaat op het lot van zijn ouders wat betreft hun deposito's die ze kwijt zijn
geraakt .
Dinsdag 20 oktober Zowel René Neelissen als Fons Koemans vertrekken als
leden van de Raad van Commissarissen van de DSB. In de avonduren wordt op last
van de ABN Amro het museum voor magisch realisme van Dirk Scheringa
leeggehaald .In totaal worden 1000 kunstwerken in grote vrachtwagens ingeladen. De
reden van de inbeslagname is gelegen in het feit dat ABN Amro Dirk Scheringa een
lening heeft verstrekt voor de nieuwbouw van het museum in Opmeer, met als
onderpand zijn kunstcollectie. Ten tijde van de ontruiming speelt AZ tegen
Arsenal. In de blessuretijd maakt AZ nog een doelpunt. Het wordt het 1-1..

Voetbalwedstrijd AZ-Arsenal
uitslag 1-1
Woensdag 21 oktober. DSB Beheer wordt failliet verklaard. Met een schuld van
75 miljoen euro bij DSB Bank en hypotheekleningen bij andere banken had DSB
Beheer te weinig inkomsten om aan alle verplichtingen te voldoen, zoals betaling
van rente. Met het faillissement van DSB Beheer is het gehele DSB-concern
meegesleept in de ondergang van DSB Bank
Donderdag 29 oktober Vier onafhankelijke deskundigen, onder wie
drie professoren, gaan onderzoek doen naar de gang van zaken bij het
faillissement van DSB Bank. Zij onderzoeken het optreden van de oud-bestuurders
van de bank, de handelwijze van de toezichthouders De Nederlandsche Bank en de
Autoriteit Financiële Markten en het ministerie van Financiën. De commissie
bestaat uit professor Michiel Scheltema als voorzitter, en de leden
professor mr
Edgar du Perron, professor dr Kees Koedijk en
registeraccountant Leo Graafsma.

De commissie van Onderzoek DSB Bank. Vlnr: Michiel Scheltema, Edgar du
Perron, Kees Koedijk, Leo Graafsma
Dirk treedt af als voorzitter van AZ. Donderdag 26 november worden Dirk's
schilderrijen uit zijn huis op de Spanbroekerweg weggehaald.
Het jaar 2010
Zaterdag 26 januari Dirk Scheringa
lanceert eigen site: dirkscheringa.nl
Begin februari Dirk 's vader overlijdt op 85e
jarige leeftijd.
Zaterdag 13 maart . Voor de wedstrijd AZ tegen RKC Waalwijk (6-2)
wordt Dirk en zijn vrouw Baukje gehuldigd. Hij wordt benoemd tot erevoorzitter en
krijgt een insigne in goud van de
stad Alkmaar. Baukje wordt lid van verdienste. AZ geeft hem en zijn vrouw
een seizoenskaart voor het leven.

Dirk en Boukje Scheringa wordt door AZ gehuldigd
Woensdag 23 juni Presentatie Rapport commissie van onderzoek DSB Bank

Aanbieding rapport DSB Bank door prof Michiel Scheltema aan minister van
financiën Jan Kees de Jager
Enkele conclusies van de commissie:
Bij de inrichting van DSB Bank was op bijna al deze
punten de oorsprong van het bedrijf te herkennen. Scheringa was tegelijkertijd
voorzitter van de Raad van Bestuur en grootaandeelhouder. Als aandeelhouder had hij de bevoegdheid zijn
medebestuurders, alsook de commissarissen, te benoemen en te ontslaan. Er was
daardoor sprake van het ontbreken van een machtsevenwicht in de leiding. Scheringa beschouwde de bank als zijn bedrijf.
Concernstructuur DSB:
Stichting Administratie Kantoor Dirk Scheringa
I
I
DSB Beheer BV
DSB Fico
DSB Vastgoed DSB
Participaties DS Sport en Art
Holding N.V.
B.V.
B.V
Beheer B.V*)
I
I
I
I
DSB
DSB DSB
DSB
DSB
Leven N.V Schade N.V Bank. N.V
Intermediairs Internetbedrijven
B.V
B.V.
*) Hieronder vallen AZ en Museum)
De dominante positie van de
directeur-grootaandeelhouder Dirk Scheringa kreeg extra accent door het
tegengestelde belang dat bestond tussen DSB Bank en DSB Beheer, de
houdstermaatschappij waarin de grootaandeelhouder ook activiteiten op sportief
en museaal terrein had ondergebracht. Die belangen werden onvoldoende uit elkaar
gehouden. De relatie met DSB Beheer is daardoor uit de hand gelopen. De Raad van
Commissarissen werd door de Raad van Bestuur onvoldoende serieus genomen en
slecht geïnformeerd, maar stelde zich zelf ook te passief op. Daardoor genoot de
Raad van Commissarissen onvoldoende gezag en was ook in eigen ogen meer een raad
van advies. Het toezicht door de Raad van Commissarissen is onvoldoende uitgeoefend.
Wanneer men de vraag stelt naar de oorzaak van de ondergang van DSB, is die
vraag niet eenduidig te beantwoorden. Er zijn vele factoren geweest die daaraan
hebben bijgedragen. Vanuit de leiding van de bank gezien kan men wijzen op de
externe omstandigheden die onvoorziene moeilijkheden hebben veroorzaakt. Zonder
de kredietcrisis en zonder de oproep van Lakeman was DSB Bank niet op dezelfde
wijze ten onder gegaan, en was een voortbestaan in enigerlei vorm wellicht
mogelijk geweest. DSB heeft bovendien de gevolgen van de kredietcrisis
niet goed onderkend, en risico‘s genomen die niet passen bij een prudent bancair
beleid. Die risico‘s werden onder meer gelopen in de ongezonde verhouding met
DSB Beheer, waarin Scheringa museale en sportactiviteiten had ondergebracht.
Door dit alles was de winstgevendheid en van de vermogenspositie van DSB tegen
de zomer van 2009 zodanig uitgehold dat voor het voortbestaan van de bank moest
worden gevreesd.
De Commissie meent dat de Nederlandsche Bank de gebreken in de opzet van DSB bij
de vergunningverlening onvoldoende heeft onderkend. Hoewel de bank toen
financieel gezond was, waren er zodanige tekortkomingen in de leiding en de
organisatie van DSB Bank dat het verlenen van een vergunning een te groot risico
inhield. Bij het houden van toezicht naderhand is DNB te geduldig geweest en
heeft te weinig haar tanden laten zien.
De crisissituatie, ontstaan door het massaal opvragen van tegoeden na de oproep
van Lakeman, leidt tot een veelheid van activiteiten. Het was beter geweest
wanneer DNB voor een krachtiger aansturing daarvan had gezorgd. Nu werd het
maken van een reddingsplan sterk op het bord van een consortium van banken
gelegd.
Vrijdag 7 juli Namens het voormalig bestuur van de DSB Bank
schrijft Frank 'Hart, de advocaat van de DSB Bank in zijn brief van aan
de minister van Financiën Jan Kees de Jager zijn kritiek op het
rapport commissie van onderzoek DSB Bank. Hieruit volgen enkele passages
uit deze brief.

Frank 't Hart, de advocaat van de DSB Bank (Advocatenbureau Spigthoff)
Het voormalig bestuur van DSB Bank heeft met verbazing kennis genomen van het pact dat in december 2008 tussen AFM en DNB tot stand is gekomen.
(...). In feite hebben de toezichthouders hier samengespannen en hebben zij gezamenlijk de druk op DSB Bank zover willen opvoeren dat Scheringa uiteindelijk zou terugtreden. Dat het heenzenden van Scheringa het doel was, staat ook met zoveel woorden in het rapport vermeld(...) "Als gezamenlijke strategie van AFM en DNB ten aanzien van DSB wordt dan ook afgesproken dat de druk op de instelling zal worden opgevoerd, met als doel dat Scheringa uiteindelijk zelf eieren voor zijn geld zal kiezen en over zal gaan tot het benoemen van een extern aan te trekken CEO. " (...)

Kristel Verdel en Dirk Scheringa tijdens de presentatie van haar boek 'Project Homerus'
Donderdag 19 oktober Dirk Scheringa
heeft aangifte gedaan tegen directieleden van de Nederlandse Bank, te
weten president Nout Wellink en de directeuren Henk Brouwer, Lex Hoogduin en
Joanne Kellerman, wegens het lekken van informatie naar de pers over
zijn aanvraag voor een noodkrediet om DSB Bank overeind te houden
Maandag 1 november
De veiling van de inboedel van het voormalige Scheringa Museum in
Spanbroek heeft ruim 35 duizend euro opgebracht.
Donderdag 16 november Het
gebouw van het voormalige Scheringa museum voor Magisch Realisme in Spanbroek is
verkocht aan het bedrijf ZON Energie. De Vereniging Cliënten Van
Financiële Instellingen (VCFI) heeft de rechtbank in Amsterdam verzocht de
curatoren die het faillissement van DSB afwikkelen, te vervangen. De curatoren
zouden door hun handelswijze grote schade hebben aangericht bij voormalige
klanten van DSB.
Vrijdag 17 november Het Scheringa museum voor magisch realisme sluit haar
poorten. De collectie in
bruikelen gaat terug naar de eigenaren. Het 19 tellend personeel
wordt ontslagen.
Vrijdag 26 november Het Friese landgoed Rinsma State, vroeger van Dirk
Scheringa, is verkocht voor 1.7 miljoen euro aan Jan Smeeing uit het Friese
Metslawier.
November Publicatie van het boek van Frits Conijn, redacteur
Financiële Dagblad getiteld: "Dirk Scheringa. Verspeeld krediet. Een portret".
Publicatie van het boek van Jeroen Mei getiteld:
Dirk Scheringa, autobiografie.
Maandag 13 december
De Autoriteit Financiële Markten (AFM) heeft ABN Amro een bestuurlijke boete
opgelegd van 30.000 euro voor ''niet-passend advies'' bij het verstrekken van
krediet beschermings verzekeringen in de periode van 1 januari 2009 tot en met 31
juli 2009.
Het jaar 2011
Donderdag 20 januari 2011
Dirk Scheringa start het Homerus sprekersbureau. Deze onderneming
levert sprekers, presentatoren en dagvoorzitters voor allerhande gelegenheden.
Tevens is hij betrokken bij de website DeGift.nl Personen die niet weten
aan wie ze hun geld moeten nalaten worden op deze site gekoppeld aan
'wens'-erfgenamen.
Vrijdag 28 Januari
De Autoriteit Financiële Markten (AFM)
deelt twee bestuurlijke boetes uit aan SNS Bank van 30.000 euro per stuk. De
boetes zijn opgelegd vanwege beleggingen in buitenlandse fondsen die niet onder
adequaat toezicht stonden, waaronder die van fraudeur Bernard Madoff. De SNS
heeft nagelaten nieuwe klanten te informeren over de “bijzondere aard en
risico’s van die fondsen en te toetsen of de fondsen geschikt waren voor de
klanten”.De boetes betreffen de periode van januari 2008 tot en met mei 2009.
Beleggen in deze fondsen werd vanwege de aard en de risico’s niet standaard
aangeboden. De bank bood de dienstverlening alleen aan voorgeselecteerde
klanten, die hun opdrachten dienden te geven via een apart ingerichte desk. Deze
is inmiddels opgeheven. Bovendien heeft SNS Bank volgens de financiële waakhond
nagelaten zijn klanten te informeren over de beweeglijkheid van de prijs, de
beperkte verhandelbaarheid en het riskante karakter van de beleggingen.
Woensdag 2 maart In het NRC Handelsblad: Wie zijn beboet?
AFM beboet regelmatig fouten bij verstrekken van hypotheekleningen.
ING, februari 2011. Boete: 130.000 euro.
Rabobank, september 2010. Boete: 150.000 euro.
ELQ Hypotheken, mei 2010. Boete: 48.000 euro.
Afab, november 2009. Boete: 24.000 euro.
Hypotheken Midden Nederland, oktober 2009. Boete: 24.000 euro
DSB Bank, mei 2009. Boete: 120.000 euro. *)
Postbank, februari 2009. Boete: 30..000 euro.
*) commentaar : Rabobank en ING kregen hogere boetes dan de DSB Bank!
Verantwoording
In dit hoofdstuk over Dirk Scheringa heb ik ruim gebruik gemaakt van de
volgende boeken:
1. Redactie Economie de Volkskrant - Opkomst en ondergang van DSB. Uitgeverij
Conserve. ISBN 97890 5429 298 2. 2009
2. Kirsten Verdel: Project Homerus. Het miljardenspel met DSB Uitgeverij De
Wijsheid B.V.. ISBN 978 90 815575-1-1. Eerste druk augustus 2010
3. Frits Conijn/ Het Financiële Dagblad: Dirk Scheringa. Verspeeld
krediet. Uitgeverij Business Contact, Amsterdam ISBN 978 90 470 0397 7.2010
4. Jeroen Mei:Dirk Scheringa, autobiografie Uitgevrij De Wijsheid ISBN 978 90
782112 0 4. Eerste Druk november 2010. Behalve citaten van de tekst heb ik ook
enkele foto's van het boek afgedrukt met de vermelding: (1).
Tevens heb ik veel materiaal van het internet afgehaald. Mocht iemand of een
uitgeverij hier bezwaar tegen aantekenen, dan zorg ik er voor dat de betreffende
passage of afbeelding van mijn site zal worden verwijderd..
Ik heb getracht om de
tekst zo summier en zo neutral mogelijk te houden . Ik hou me aanbevolen voor
kritiek, aanvullingen, fouten.
3. Wat hebben Cornelis Verolme en Dirk Scheringa met elkaar gemeen?
Jeugdjaren
Cornelis wordt geboren in 1900 in een boerengezin met een streng
christelijke geloof. Zijn vaders leest voor het ontbijt uit de bijbel en de
familie gaat zondags ter kerke.
Huwelijksleven
Cornelis trouwt op woensdag 27 juni 1923 Jannentje Borg, een gereformeerd
Rotterdams meisje . Uit het huwelijk worden vier meisjes geboren. In 1942 maakt
Cornelis kennis met Annie Weegink, telefoniste bij Stork, een remonstrants
meisje, waar hij verliefd op wordt. Er ontstaat een geheime verhouding met haar.
Dinsdag 1 juni 1953 vindt de scheiding plaats van Cornelis Verolme met Nanny
Borg. Hij trouwt drie weken later met zijn oude liefde Annie Weegink
Hun dromen
Cornelis wil aan de
Een eigen bedrijf starten
Cornelis wil scheepsbouwer worden. Na enkele baantjes te hebben gehad hij
bij scheepswerven in Rotterdam, komt hij in 1928 in dienst bij de machinefabriek
Stork in Hengelo, waar hij tot 1946 blijft. Hij begint voor zich zelf op 47e
jarige leeftijd. Hij bouwt op een stukje grond in IJsselmonde een machinefabriek
voor revisie van dieselmotoren Zijn bedrijf wordt omgezet in een naamloze
vennootschap, waarbij het stemrecht wordt ondergebracht in de Stichting
Nederland Trust waar hij alleen zeggenschap bezit, de andere aandeelhouders
hebben niets te vertellen
Zucht naar expansie
Cornelis neemt in de vijftiger jaren een aantal scheepswerven over. De
gevestigde orde van scheepsbouwers kijken met Argus ogen naar die kleine man,
die in een korte tijd een goed florerende scheepswerf weet te stichten.
Dirk neemt in de tachtiger jaren een aantal concurrenten over waardoor
het bedrijf van Dirk meer toegang heeft tot de financiële wereld. In 1991 heeft
zijn bedrijf al en omzet van 1 miljard gulden.
Onorthodoxe wijze van het uitoefenen van hun bedrijf
Cornelis hanteert een onorthodoxe bouwmethode wijze. De helling waarop het
schip wordt tegelijkertijd met het schip gebouwd met het aanbetalinggeld van de
opdrachtgever. In tegenstelling tot de gevestigde orde van de Rotterdamse
scheepsbouwers stopt hij het verdiende geld weer in nieuwe investeringen
Hun mening tegen over de Raad van Commissarissen
Cornelis mening over de raad van commissarissen liegt er niet om: "Je geeft
ze een sigaar, je geeft ze te eten en moeten bij het kruisje een handtekening te
plaatsen"
Hun relatie met hun werknemers
Cornelis heeft geen enkele moeite om dicht bij zijn arbeiders te staan. Zelf
als boerenzoon van onderaf opgeklommen, begeeft hij zich regelmatig onder zijn
arbeiders. Hij wordt, zelfs na zijn aftreden als president-directeur, door zijn
personeel (letterlijk) op de handen gedragen.
Dirk is altijd een gewone jongen gebleven en sterk betrokken met zijn
werknemers. Hij loopt graag in spijkerbroek
Het aantrekken van personen van aanzien
Cornelis weet in de helft van de vijftiger jaren zich te omringen door
mensen van aanzien: Prof Pieter Sjoerd Pieter Gerbrandy, oud minister-president
in het oorlogskabinet in Londen, Alfred de Booy , gepensioneerd bevelhebber de
Nederlandse zee-strijdkrachten, respectabele Rotterdammers als Jan de Monchy en
Philip Mees, Hendrik Jan Hofstra, oud-minister van financiën.
Dirk weet al in 1994 Tjeerd Westerterp, voormalig minister van Verkeer en
Waterstaat, binnen te halen. Later volgen Ron Bonnier (Koninklijke Nederlandse
Papierfabriek), Age Offringa (Friesland bank), Ed Nijpels (minister van VROM,
burgemeester van Breda, commissaris van de Koningin provincie Friesland). Gerrit
Zalm (oud-minister van Financiën), Frank de Grave (staatssecretaris Sociale
Zaken en Werkgelegenheid, oud-minister van Defensie), Robin Linschoten
(Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Kroonlid van de Sociaal
Economische Raad).
Hun gevecht tegen de gevestigde orde
Cornelis krijgt in de zestiger jaren steeds meer weerstand van de
gevestigde orde van scheepsbouwers, fiscus en bankiers. De fiscus komt
gigantische aanslagen en dreigt er zelfs faillissement. De Rotterdamse banken
gaan hem de duimschroeven aandraaien. Zo zegt de bank R. Mees & Zn zegt zijn
krediet op Voor Verolme betekent het dat hij met liquiditeitsproblemen te kampen
krijgt. Hij heeft het land aan de bemoeizucht van de bankiers . Hij noemt ze:
"boekhouders, kruideniers en krentenkakkers ".
De eer en lof die zij krijgen toebedeeld
Cornelis wordt in 1958 benoemt tot Ridder in de Orde van Oranje Nassau. Op
zijn zeventigste verjaardag wordt hij Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw
De rol van de media
Cornelis Verolme moet aftreden als president-directeur. Dit staat in het
geheime rapport Biesheuvel-Langman . Zaterdag 10 januari 1970 lekt dit rapport
uit naar de pers. Kranten koppen liegen er niet om : " Surseance voor Verolme… "
Donderdag 15 januari 1970 lekt de gedwongen samenwerking tussen Rijn-Schelde en
Verolme uit. Door deze negatieve berichtgeving raakt nu alles in een
stroomversnelling.
Dirk Scheringa verwijt de AFM de geheimhoudingsplicht te hebben
geschonden, als maandag 30 maart 1970 een artikel verschijnt in de Telegraaf met
de kop "AFM legt DSB onder de loep". Het artikel brengt een stroom van negatieve
berichten over de DSB in de media.
Donderdag 1 oktober 2009 om half acht in de ochtend doet Pieter Lakeman een
oproep aan de spaarders bij de DSB in het radioprogramma 'Goedenmorgen
Nederland" om hun geld bij de bank weg te halen. Deze oproep veroorzaakt een run
op de bank en er wordt ruim 88 miljoen euro door de spaarders opgehaald. Zondag
11 oktober vraagt de DNB een noodregeling aan ten aanzien van de DSB bij de
rechtbank. Deze aanvrage lekt uit naar de pers. Het lek heeft grote gevolgen. De
Volkskrant kopt
Hun ondergang
Cornelis Verolme krijgt op woensdag 14 januari 1970 Verolme in zijn villa De
Heul in Ridderkerk bezoek van Jozef Molkenboer, plaatsvervangend
directeur-generaal van Economische Zaken. Hij heeft van de minister-president
Piet de Jong de opdracht meegekregen om Verolme te dwingen af te treden. In
bijzijn van zijn vrouw Anneke brengt hij deze boodschap over. Maar het duurt nog
tot donderdag 29 januari dat Verolme door de op hem uitgeoefende druk bezwijkt
en akkoord gaat met zijn aftreden als president-directeur. Na overname van het
Verolme concern door Rijn- Schelde in 1971, mag Verolme geen scheepsbouw zaken
meer ondernemen en de naam Verolme niet als handelsmerk gebruiken.
Dirk Scheringa wordt door Henk Brouwer, de directeur van de DNB op zondag
4 oktober te kennen gegeven dat hij als president-directeur moet vertrekken.
Scheringa moet al zijn aandelen verkopen als is het maar voor één euro. Omtreden
reclamespotjes moeten worden stopgezet en 300 personeels leden moeten worden
ontslagen. Joost Kuiper is al gevonden om Scheringa op te volgen
Toch blijven ze door gaan
Cornelis Verolme begint in maart 1975 een nieuwe onderneming: Naval Project
Development Company Rotterdam. Weer dus bemoeit hij zich met scheepsbouw zaken,
iets wat hem in 1971 verboden was. Hij maakt dezelfde dag aan de pers bekend dat
hij grootste plannen heeft met het bouwen van een eigen Nederlandse gastanker.
Dirk Scheringa zegt 4 september 2010 in het dagblad de Telegraaf: "Ik ga
weer bankieren. Ik wil de aanval op het huidige bankenstelsel in Nederland
openen. De val van zijn bank heeft geleid tot kartelvorming in de bankenwereld.
Het kwam ze maar wat goed uit dat wij van het toneel verdwenen. Ik ga aangifte
gaan doen tegen de Nederlandsche Bank en DNB-directeur Nout Wellink. Ik beschik
over een dossier van honderd pagina's waaruit blijkt dat er eind 2008 een pact
is gesloten om mij en mijn bank kapot te maken".
Noot. Ondanks de genoemde overeenkomsten zou ik toch een duidelijke verschil
tussen Verolme en Scheringa willen noemen. Van Verolme kan veel gezegd worden
maar dat hij geen verstand had van de scheepsbouw zal niemand beweren. In het
rapport van de commissie Scheltema staat
": De deskundigheid en de belangstelling van Scheringa lagen op
het terrein van de kredietbemiddeling en niet op het bancair gebied" een
bewering die door vele deskundigen wordt gedeeld.
4. De heersende 'elite' en Cornelis Verolme
Wie zijn de mensen die Cornelis Verolme de voet dwars hebben gezet in zijn haast onbegrensde ondernemersdrang om zich tot de grootste scheepbouwer van Nederland te mogen rekenen
? Hij heeft uiteindelijk toch het onder spit tegen de deze machtige elite moeten delven. Hij is als nieuwkomer met de nek aangekeken door deze mensen. Zijn echte eerste tegenstand ondervond hij toen hij een poging waagde naar een topfunctie bij de firma Gebr Stork, na zijn zeer succesvolle tijd waarbij hij bij het bedrijf werkzaam was geweest van af 1928 tot 1946. Hij realiseerde zich wel dat het heel moeilijk zou zijn, want Stork was een familiebedrijf en de topposities waren steeds weggelegd voor leden van de familie Stork.
l.
Charles Theodoor Stork (1828-1895)
Charles Theodoor Stork (1828-1895
) heeft samen met zijn jongere broer Juriaan Engelbert Stork (1828-1893) in 1868 de machinefabriek Gebr Stork in Hengelo opgericht. Het zijn de afstammelingen van Charles Theodoor die het bedrijf verder hebben voortgezet. Zijn zoon Dirk Willem Stork (1855-1928) sterft 15 februari 1928 precies op de eerste werkdag dat Cornelis Verolme bij het bedrijf Stork in dienst trad.
Verolme heeft in zijn periode bij Stork gewerkt onder directeur Ir Charles Theodoor Stork, zoon van Dirk Willem Stork. Na de oorlog trad hij af om plaats te maken voor een nieuwe generatie van de familie Stork. Maar voor Verolme was geen plaats in de directie weggelegd. De familie Stork zag de selfmade man niet zitten: te ongepolijst, niet academisch geschoold
en niet behorende tot de elite van Twente, die bestond uit de families Ter Kuile, Blijdenstein, van Heek, Ten Cate, Willink, van Wulftten Palthe etc. De nieuwe directeuren werden Dirk Willem Stork Jr ,zoon van Ir Charles Theodoor Stork enzijn oudere neef Francois Gerard Stork (Fransje genoemd) ,zoon van Coenraad Frederik Stork. (zie link : Genealogie familie Stork)Teleurgesteld nam Verolme
in september 1946 zijn ontslag en is voor zich zelf begonnen in Hengelo. Al gauw, aan het eind van 1946. is hij naar Rotterdam vertrokken. Ook daar komt hij weer in de clinch met de gevestigde orde. Ze zien met Argus ogen hoe Verolme al gauw een belangrijke plaats begon in te nemen in de wereld van de Rotterdamse scheepsbouwers. De tegenwerking van deze gevestigde orde begon pas goed toen Verolme in geldnood kwam te zitten en uitzag naar externe financiers. Wie waren nu zijn grote tegenstanders in Rotterdam?Allereerst de
belangrijkste figuur van de Rotterdamse Droogdok Maatschappij (RDM): Karel Paul (KP) van der Mandele, president-commissaris van de RDM. De maatschappij waar Verolme in zijn jonge jaren - van 16 november 1920 tot 31 december 1927- als machine tekenaar heeft gewerkt.
Mr. Karel Paul van der Mandele (1880-1975)
Een andere belangrijke
figuur was de vooraanstaande Rotterdammer Jaques Dutilh, president-commissaris van de scheepsbouwwerf Wilton-Fijenoord.. Hij was getrouwd met Catherina Lamberta Mees .Zijn schoonvader was Mr Hendrik Nicolaas Mees, lid van de bankiersfirma R. Mees en Zn. Zijn schoonmoeder was Gertruide Pauline de Monchy, een telg van het invloedrijke Rotterdamse geslacht de Monchy. Twee commissarissen van Wilton-Fijenoord waren niemand minder dan Ir Daniel Theodorus Ruys, directeur N.V. Koninklijke. Rotterdamsche. Lloyd, en Jan Hudig, lid van de belangrijke redersfirma Hudig & Veder. Een ander lid van de firma Hudig & Veder was Anthony Veder. Hij was lid van de ballotage commissie van de elite club de Koninklijke Roei- en Zeilvereniging de Maas in Rotterdam. In het boek van Ariëtte Dekker over Verolme schetst zij op voortreffelijke wijze het elitaire karakter van deze club."De leden van De Maas waren een parvenu als Cornelis Verolme niet van nature goed gezind. Zij moesten niets hebben van deze nouveau riche die zich verplaatste in een protserige zwarte Cadillac - zijn collega-scheepsbouwers lieten zich rondrijden in Bentleys, Rolls Royces en Jaguars -, die erg ijdel was, zich net iets te netjes kleedde, met gleufhoed en witte foulard, en zich altijd met veel te veel scherp geurende lavendellotion besprenkelde. Die een nare, schelle stem had die door merg en been kon gaan, waarmee hij ook nog eens uitsluitend over zichzelf sprak. 'Een irriterende figuur,' vat een Maaslid de algemene mening over Cornelis Verolme samen.' Bij dit soort clubs gold het oer-Hollandse adagium: 'Hij die met ons mee wil gaan, die moet onze manieren verstaan,' en daaraan voldeed Verolme niet. Hij werd geweigerd als lid van De Maas, hetgeen velen in Rotterdam nog altijd graag smalend mogen memoreren. Het was des te pijnlijker voor Cornelis Verolme, aangezien jonge ingenieurs die voor hem werkten, wel probleemloos lid hadden kunnen worden".
Behalve de Maas was er ook nog een andere club waar de elite
elkaar trof, dat was de Club Rotterdam. Ook ook hier weet Ariëtte Dekker op treffende wijze
het elitaire karakter te beschrijven:
" De Club Rotterdam was een exclusief besloten genootschap
datin 1928 in het leven was geroepen door Rotterdamse
zakenlieden, waaronder de eerdergenoemde K. P. van der Mandele, kolenhandelaar D.G.
van Beuningen, reder Phillipus van Ommeren, drie
leden van de familie Mees, reder Bernard Ruys en nog vele andere klinkende
Rotterdamse namen
(...) Club Rotterdam
was zo besloten dat de gedenkboekjes van de club vertrouwelijk en genummerd
waren.. De 'grondwet', zoals deze binnen De Club Rotterdam genoemd werd, bevatte
bepalingen over 'volkomen geheimhouding' van alles en iedereen die besproken
werd en over toelating tot de club, hetgeen slechts 'bij algemene stemmen' kon
plaatsvinden.(..) . De Club
Rotterdam was één groot ons-kentons van voorname Rotterdamse zakenlieden. Het
wemelde er van de Van Beuningens, Dutilhs, Goudriaans, Van Hobokens, Hudigen,
Mezen, Van Ommerens, Reuchlinnen, Ruysen, Van Stolken, Veders, Wiltons en Van
der Vorms. De Club Rotterdam vormde een bonte mengeling van Rotterdams oud geld,
voorzover men daar in de Maasstad van kon spreken, en relatief nieuwe rijken die
hun geld verdiend hadden als kolenhandelaren, havenbaronnen, reders en
scheepsbouwers aan het begin van de twintigste eeuw als gevolg van de opkomst
van de stoomvaart en de aanleg van de Nieuwe Waterweg. (...)
Cornelis Verolme zelf hoefde zich geen enkele illusie te maken ooit tot dit
exclusieve gezelschap toegelaten te worden, daarvoor was hij te nieuw en te kort
in de Maasstad. Daar moest minimaal een generatie overheen gaan. Bovendien
botste zijn uitgesproken bravoure te veel met de elitaire ingetogenheid die de
deftige Rotterdammers zich in de loop der jaren hadden aangemeten".
Het bankconsortium dat Verolme voorzag van de benodigde
kredieten, bestond uit de firma R.Mees & Zoonen, de Rotterdamsche
Bank en de Hollandsche
Bank Unie. Firmant van de bankiersfirma R. Mees & Zoonen was Philip Mees. Hij was
Verolme goed gezind, doch na twee hartaanvallen ging hij, helaas voor Verolme, met
vervroegd pensioen. Zijn mede firmant Thony Ruys werd Verolme grootste
tegenstander. Hij zegde in 1965 het krediet aan Verolme namens Mees & Zoonen op
. Thony Ruys was een telg uit de invloedrijke redersfamilie eigenaar van de
Rotterdamsche Lloyd.
We hebben hierboven leden van de volgende Rotterdamsche families de revue
laten passeren: Van der Mandele, Dutilh, Ruys, Hudig, Veder, Mees . Om een
indruk te geven hoe nauw deze leden door familiebanden met andere belangrijke
Rotterdamse families zijn verbonden, geven we hieronder deze verwantschap aan.
Van der Mandele: Van Bosse
Dutilh
Voor een uitgebreide genealogie van deze families zie link:
Rotterdamse.elite.Let wel al deze families komen voor in
de geslachtenlijst van het Nederlandse Patriciaat. Er zijn bepaalde
voorwaarden waaraan moet voldoen om opgenomen te worden in het Nederland's
Patriciaat (Het "blauwe boekje"genoemd). In de eerste jaargang van 1910 van de
serie Nederland's Patriciaat staat onder meer het volgende:
" Van meer dan honderd adelijke families in Nederland toch, bestaan takken welke
niet tot den adel van het Koninkrijk behooren, terwijl vele aanzienlijke*)
geslachten van den adel zijn vermaagschapt, òf wel door hun stand in de eerste
kringen verkeeren.(...) Achtereenvolgens worden opgenomen die aanzienlijke
familiën in Nederland, welke geen deel uitmaken van den Nederlandschen adel, en
personen, die door het bekleeden van hooge ambten, of door bijzondere
persoonlijke verdiensten als hoofd eener familie kunnen worden gerekend - een en
ander met de in leven zijden afstammelingen en de bewijsbare voorouders, zoodat
ook niet-adelijke takken van geslachten in Nederland's Adelsboek vermeld, er een
plaats in zullen vinden".
In zijn memories schreef Alf
red de Booy (directeur Verolme) de volgende gedenkwaardige zin over VerolmeDe
ze uitspraak verleidt ons eens na te gaan wie de stamvaders van de Rotterdamse elite zijn geweest of zij ook net als Verolme door eigen kracht naar boven hadden gewerkt.Beroepen van de stamvaders van
de Rotterdamse 'elite'Verwantschap met bovengenoemde families:
Droogscheerder Van Bosse (Leiden) 1700
Timmerman Van Stolk Oud Beyerland 1550
Sluiswachter Verbrugge (Elst) 1700
Lakenbereider Van Hall (Heteren) 1700
Boekhouder Boissevain (Bergerac-Rotterdam) 1700
Smid Los (Hendrik-Ido- Ambacht) 1650
? Cankrien (Hannover ) 1700
Blauwverver Van Hoboken (Utrecht) 1700
Schepen Krümmel Bieberfeld 1526
Molenaar
Van Oordt (Herwaarden) 1620
Schipper
Van Vollenhoven(Schiedam) 1699
Zeilmaker Van Lelyveld (Rotterdam) 1670
Kleermaker De Kanter (Brugge-Zierikzee) 1630
Griffier Bouvin (Rijssel) 1780
Lakenkoper De Vicq (Antwerpen- Amsterdam) 1600
? Van der Hoop Veenendaal 1646
Bontwerker Ledeboer (Osnabrück) 1570
Schipper Kolff (Geertruidenberg) 1600
Lakenbedrijf werkzaam S ‘Jacob (Chateaudun –Delft) 1663
Het is ons opgevallen dat de Rotterdamse elite van betrekkelijk jonge datum is in vergelijk met de Amsterdamse elite, wier oorsprong dateert uit de Gouden eeuw. Ook ontbreekt de oude adel. Het is een jong patriciaat, misschien juist daardoor had men minachting voor een selfmade man zoals Verolme. Misschien ook komt het daardoor dat de Rotterdamse elite zich minder democratisch opstelt dan de Amsterdamse elite. Dit is ook gebleken bij een aantal fusies, dat de laatste tijd hebben plaats gevonden tussen Amsterdamse en Rotterdamse bedrijven en instellingen. (bv. fusie ABN en Amro)
5. De heersende ' elite' en Dirk Scheringa
Wie zijn de mensen die
Dirk Scheringa de voet dwars hebben gezet in zijn haast onbegrensde ondernemersdrang om zich te mogen rekenen tot de financiële elite? Een zelfde soort vraag hebben we in het vorige hoofdstuk (5) gesteld in verband met Cornelis Verolme. Helaas is het antwoord hierop niet zo duidelijk te geven. Dit komt voornamelijk door het verschil in tijd. De strijd waar Verolme moest opboksen tegen de heersende 'elite' speelde zich af in de zestigerjaren van de vorige eeuw, terwijl Dirk Scheringa deze strijd heeft gevoerd ruim veertig jaar later.. Daarbij komt dat Verolme te maken kreeg met de Rotterdamse scheepsbouwers elite, terwijl Scheringa zich moest verweren tegen de financiële elite. Er is in die veertig jaar veel veranderd wat betreft de samenstelling van de personen van de tegenwoordige heersende elite. Het eerste dat opvalt is, dat deze personen vrijwel, op een enkele uitzondering, niet meer behoren tot families van het Nederlands patriciaat.Uit deze top 200 van de financiële elite van 1979, heb ik een selectie gemaakt van personen, die hun invloed hadden op het bankwezen. Het betreft de volgende banken: ABN; Amro, Mees & Hope, Pierson, Heldirng & Pierson; Nederlandsche Bank, RaboBank, van Lanschot Bank, Nationale Investerings Bank, R. Mees & Zoonen. De lijst van deze 87 personen is te zien onder de link Financiële elite 1979.
Om een idee te krijgen tot welke groepen deze 87
personen behoren is hieronder een verdeling gemaakt van het aantal personen per
groep:
Groep 2 de Adel (A): 27
Groep 3 het Patriciaat (P) 46
Groep 4 het Toekomstig Patriciaat (TP) 7
Groep 5a de Technologise Meritokraten (TM) 7
Onderverdeling van de 87 personen per bank:
Amro 27
ABN 25
Pierson; Heldring & Pierson 10
Mees & Hope 9
Nederlandsche Bank 6
Van Lanschot Bank 4
RaboBank 4.
Nat. Inv. Bank 1
R.Mees & Zn 1
Zo was het dertig jaar geleden, kijken we nu naar de elite van het bankwezen
anno 2009, dan blijkt dat er een wisseling van de 'macht' heeft plaats gevonden.
Allereerst hebben we te maken met een naamsverandering ten gevolge van fusies
en wel van de volgende banken
ABN zijn gefuseerd tot ABN Amro. De banken Pierson, Heldring & Pierson, Mees
& Hope, en R. Mees & Zn zijn opgeslokt door
ABN Amro. Nieuwe banken SNS REAAL, ING. De afkorting van de
Nationale Investerings Bank is NIBC. De enige twee banken die hun naam hebben
behouden zij de Nederlandsche Bank, de RaboBank en de Van Lanschot Bank.. De Autoriteit Financiële Markten (AFM) is de Nederlandse toezichthouder op de
financiële markten en bestaat sinds 1 maart
2002.. De Fortis Bank die in 2009 nog een rol speelde is in 2010 opgenomen door
ABN Amro. We hebben een lijst van 100 personen samengesteld, die invloed hebben op de
genoemde bancaire instellingen.
De lijst van deze 100 personen is te zien onder de link: Financiële
elite 2009
Onderverdeling van de 100 personen per bank:
RaboBank 18
ING 15
NIBC 14
SNS REAAL 13
Nederlansche Bank 12
Van Lanschot 9
AFM 9
ABN Amro* 7
Fortis* 3
*) Door de overname van Fortis door ABN Amro in 2010 zijn weer nieuwe personen benoemd. Van Fortis hebben we enkele personen genoemd, die in 2009 nog een rol hebben gespeeld voor de val van de DSB bank.
Het is nu interessant om deze 100 personen in te delen in de 5 groepen van
onze lijst van de financiële elite anno 1979. Het komt er dan als volgt uit te
zien:
Groep 2 de Adel (A) 1 (Drs D.M.J.G. baron van Slingelandt)
Groep 3 het Nederlands Patriciaat:: 5 (Mw mr D.C.C. van Everdingen ;
Mw drs A.M. Fentener van Vlissingen ;Charlotte Insinger, Drs G.P. van Lanschot,
Mr C.W. de Monchy)
Groep 4 /5a Toekomstig Patriciaat /Technologische Meritokraten 94 (waarvan
6
familienamen mogelijk behoren tot Groep 3*):
*) Zes familienamen van de 100 personen komen voor op de geslachtenlijst van het Nederland's Patricaat (Uitgave van het Centraal Bureau voor Genealogie in
Den Haag). Het is helaas ons niet
mogelijk om na te gaan of deze 6 personen behoren tot het Nederland's
Patriciaat.
Wat leert ons de vergelijking tussen de twee gepresenteerde lijsten van de
financiële elite van 1979 en 2009?
Het eerste wat ons
direct
opvalt is, dat het aantal personen behorende tot de adel en het patriciaat van
ruim 80 % in 1979 geslonken is tot 6% in 2009. De nieuwe financiële elite anno
2009 bestaat uit het
overgrootste deel uit de door ons in 1979
bestempelde meritokraten. Er zijn nog een
paar andere dingen die in het oog springen. Ten eerste is het verschil in
vrouwelijke personen van 1% in 1979 tot 13% in 2009. Het grote aantal professoren
en doctorandussen in 2009 is opvallend. In een artikel in het NRC Handelsblad
van 5 januari 2011 schrijft columniste Louise O. Fresco (1952) hierover het
volgende: )"Het verschijnsel van sociale mobiliteit herken ik
maar al te goed uit mijn studietijd in Wageningen: velen van mijn
jaargenoten waren boerenzonen en de eersten in hun familie die
studeerden, en verschillenden van hen zijn gepromoveerd en later hoogleraar
geworden. Hoe vaak heb ik niet die trotse ouders, ooms en tantes op de eerste
rij in de aula zien zitten, glunderend ondanks hun duidelijke onwennigheid bij
het formele promotieritueel!".Ook is er tussen 1979 en 2009 een
verjongingskuur opgetreden. vooral van de leden van de Raad van Bestuur. Iets waar we mogelijk ook rekening mee houden is het
feit dat personen van de lijst van 2009 vrijwel allemaal de Tweede Wereld Oorlog
niet hebben meegemaakt, althans voor sommigen niet bewust. De personen van
de lijst 1979 hebben de Tweede Wereld Oorlog wel bewust meegemaakt en sommigen
zelfs ook de Eerste Wereld Oorlog.
De
vraag die deze feiten oproept is in hoeverre deze
nieuwe elite geleidelijk zich heeft gevormd uit de 'oude' elite of dat we hier
te maken hebben met een trendbreuk? Nader onderzoek zal nodig zijn om deze vraag
te beantwoorden.
In een apart hoofdstuk zullen we nader ingaan het resultaat van ons onderzoek in
1979 over het proces van de elitevorming door de eeuwen. Het zal de basis moeten
vormen om de vraag die we net gesteld hebben beter te kunnen beantwoorden. Dit
onderzoek laat zien hoe dit proces verloopt althans tot 1979. Hebben we na 1979
met een nieuwe proces van elite vorming te maken dat afwijkt met de tijd
daarvoor?
Interessant is in dit opzicht de mening Menno Tamminga in zijn artikel: Op Ramkoers met de financiële elite
"De Nederlandse financiële wereld was decennia een club knusse kapitalisten.
Tot ver in de jaren negentig waren de grote Nederlandse financiële instellingen
nauw met elkaar verweven. Via participaties in elkaars aandelenkapitaal. Via
aandelenbelangen in 'gezamenlijke' bedrijven ... (...) En ten slotte waren zij
verenigd in hun Nederlandse sociale en zakelijke afkomst. Ze trokken samen op in
mislukte en geslaagde reddingen voor probleembedrijven (DAF, Fokker) of kwamen
elkaar tegen in het bestuur van Het Concertgebouw. Nu niet meer. Verzakelijking
en liberalisatie hebben de ondernemingswereld veranderd. Beleggers en
speculanten voeren de boventoon en streven naar het allerhoogste. Financiële
opkopers en amokmakers met duizend miljarden dollars behoren nu tot de beste
klanten van de financiële wereld (..) Nu krijgt ABN Amro zelf zo'n brief,
opsplitsen, jezelf verkopen, maakt ons niet uit, als het maar geld oplevert"
We keren weer terug naar de vraag die we in het begin van dit hoofdstuk hebben gesteld. Welke bancaire instellingen hebben bij de uiteindelijke ondergang van de DSB bank een belangrijke rol gespeeld? In de eerste plaats de Nederlandse Bank die op zondag 11 oktober bij de rechtbank te Alkmaar een noodregeling heeft aangevraagd. In de tweede plaats heeft het bankconsortium van vijf grote banken op donderdag 15 oktober geen krediet aan de DSB Bank willen verlenen.. Welke personen van de lijst van de financiële elite van 2009 een doorslaggevende rol hebben gespeeld doet in feite niet ter zake. Het is zonder meer duidelijk dat de DSB Bank niet had hoeven te vallen, als niet de hoofdpersoon Dirk Scheringa als een ongewenste gast binnen de financiële elite werd beschouwd. Een selfmade man die zich niet wenst te houden aan de gangbare mores!!
6. Het proces van elitevorming door de eeuwen heen.
'Al valtet dat die heren twien,
'Si en houden ewich gheen contraer
'Want si zoenen, wel daer naer
'Ende doen malcander doecht ende eer:
'Dit en acht die huusman min noch meer.
'De een die slaat den anderen doot,
'Ende sulc wil boven zijn ghenoot
'Clymmen in sijn overmoet
'Ende brengt hem selven, onder voet
' Die weet hij we1, al laet hij's niet
Willem Hildegaersberch, 14e eeuwse hofdichter
(Vertaling: Al komt het voor,dat de heren twisten, dan blijven zij toch niet
eeuwig elkaars vijanden, want naderhand komen zij tot een verzoening en bewijzen
elkaar weer eer en vriendschap. Maar de gewone mensen doen dat helemaal niet. De
één slaat de andere dood en een derde wil zich boven zijn naaste verheffen in
zijn overmoed. Het resultaat is, dat hij dan juist zichzelf tot de ondergang
brengt. Hoewel hij dit beseft, houdt hij er toch niet mee op).
Mensen bij de gratie Gods (2)
"Iedereen die deel uit maakt van de heersende klasse is "MENS BIJ DE GRATIE
GODS. Omdat hij geboren is in een milieu van heersers, is hij er van jongs af
aan overtuigd, dat hij geboren is om te heersen, en in zekere zin is dat ook
waar, omdat zijn ouders, die ook heersers zijn, hem hebben verwekt als hun
opvolger. Er ligt een bepaalde sociale functie op hem te wachten in de toekomst,
waar hij zo maar in kan stappen als hij oud genoeg is . . . . . . . . .
Dit sacrale karakter dat de bourgeois heeft voor zijn klasse en dat tot uiting
komt in een heel herkennings ceremonieel (zoals het groeten, het visitekaartje,
huwelijks- en overlijdensberichten, het hele ritueel van beleefdheidsbezoeken,
enz.
(Sartre, 1946)
Eind zeventiger jaren heb ik samen met Joost van Steenis een blad uitgegeven
met de titel Macht en Elite. In totaal zijn 10 nummers verschenen
in de periode van november 1977 tot januari 1980. Zie link :
Tijdschrift Macht en Elite).We hebben nagegaan de
historische ontwikkeling van de elitevorming in Nederland. Hieronder een
samenvatting van onze studie eind jaren zeventig van de vorige eeuw. We beginnen bij de ontwikkeling van de Nederlandse
financiële elite van de middeleeuwen Let wel de resultaten van het
onderzoek gelden tot 1980. Hoe het proces van elitevorming daarna heeft plaats
gevonden is nog een vraag die we in de toekomst hopen te beantwoorden.
De elite der Graven (9e tot 13e eeuw)
Waar komen de graven vandaan die het begin vormen van de Hollandse adel? In
de tijd van Karel de Grote was er geen vaste plaats van waar hij zijn macht
uitoefenden. Hij moest zich steeds verplaatsen om zijn macht te kunnen
uitoefenen. De rondreizende hofhouding bestond uit wijnschenkers, lijfwachten,
de clerus, referendarissen en de paltsgraaf (de rechterlijke macht). Hieruit ontwikkelden zich de
gravenstand, vooral toen het centrale gezag van de Koning begon te verzwakken.
De graven beschouwden het hen ter leen gegeven gebied als erfelijk bezit en
ook pasten zij de truc toe, die zij van de Koning geleerd hadden, nl dat zij hun
gezag direct van God zouden hebben ontvangen. Zij regeerden zo als Mensen bij de
Gratie Gods .
De elite van de ridders (13 eeuw)
Net zoals in de 8 en 9e eeuw de graven stukken grond van de keizer kregen
voor verleende of te verlenen diensten, begint er sinds de 11e eeuw een
klasse van dienstmannen of ministerialen te ontstaan uit de horigen. Via functies
bij de hofhouding van de graaf - kamerheer, ceremoniemeester, opperstalmeester,
opzichter van de domeinen enz . krijgen ze van de graaf grond om in hun eigen
onderhoud te voorzien. Na verloop van tijd beschouwen de dienstmannen deze grond
als erfelijk bezit .Zo ontstond een "ridderstand", waarvan
het lidmaatschap voor een groot deel erfelijk bepaald was.
De elite van de geldschieters (14e eeuw)
In de 14e eeuw wordt de geldnood van de graven en ridders door de steeds duurder
wordende huurlegers, de inflatie van de munt en de daling van de graanprijzen,
echter steeds nijpender, zodat een, nieuwe elite zich kan aandienen, de elite
der geldschieters, verbonden aan de opkomst der geldhandel. De opkomst van
handel en nijverheid en dus van de steden betekende een aanslag op het feodale
leenstelsel en de adel moet omzien naar andere inkomsten een fraai voorbeeld is
de geldschieter Willem van Snickenrieme..
Het graafschap Holland wordt in verband net de financiën verdeeld in
rentmeesterschappen, maar aan het hof van graaf Willem III vinden we al de eerste
geldschieters, zoals de bastaardzoon van Philips van Duvenvoorde, Willem van
Snikkenrieme. Hij werd schatbewaarder van Willem III en verkreeg daardoor veel
grondbezit In 1328 werd hij tot ridder geslagen en werd zijn
bastaardverleden uitgewist. Er werd echter bepaald, dat hij zijn vermogen bij
een kinderloze dood na zou moeten laten aan zijn halfbroer Jan I van Polanen of
aan diens kinderen. Veel geld verdiende hij met de geldschieterij tegen rentes
van 20 tot 30%. Een deel van zijn bezittingen heeft het beginkapitaal gevormd
van ons Koninklijk Huis. Niet alleen Willem III, maar ook de bisschop van
Utrecht en de koningen van Engeland en Frankrijk leenden bij hem. Hij was een
van de eerste christenen, die het verbod van de kerk trotseerde. Het geldlenen
tegen rente werd nog betiteld als een doodzonde, zich baserend op het oude
testament (Deuteronomium 23:19) De geldschieterij was belangrijk voor de
ontwikkeling van de handel, maar de nieuwe elite kon toch niet buiten de oude
elite.
De elite van de kooplieden (15e eeuw)
Het zwaartepunt van de geschiedenis in Nederland verschuift zich in de
volgende eeuwen naar Amsterdam, waar het handelskapitaal snel opkomt en welke
stad zich ontwikkelt tot het financiële centrum van de wereld. Dat wil niet
zeggen dat de adel helemaal niets meer te zeggen heeft. Vooral in Overijssel en
Gelderland bleef de adel uitgestrekte gebieden in bezit houden. We kunnen
duidelijk constateren, dat we in de 15e eeuw de vervanging zien van de klasse
van de grondbezitters door de afstammelingen van de kooplieden
De elite van de regenten (16e eeuw)
Amsterdam ontwikkelde zich zeer snel. De rijke stads elite hield
echter de touwtjes strak in handen en liet zich niet van zijn troon stoten.
Hoewel er een grote verandering optrad, toen in 1578 de
Alteratie plaats vond. Amsterdam werd van katholiek-pro-spaans,
protestants-anti-spaans. Maar er veranderde, niet zo gek veel door de Alteratie, en de leidende groepering voor en
na de Alteratie min of meer dezelfde was.
De elite van de nieuwe rijken (17e en 18e eeuw)
De handel op Indië en andere landen zorgde voor grote inkomsten. Zo
vergaderden aan het einde van de 16e eeuw in het geheim negen Amsterdamse
kooplieden om schepen uit te rusten voor de reis naar Indië via de Kaap. In 1594
de Compagnie van Verre opgericht.
Naast de compagnie van Verre werd in 1602 de Vereenigde Oostindische
Compagnie (V.O C) opgericht. Niet alleen op de Oost werd handel gedreven
maar ook naar de West. Naar het model van de VOC werd in 1623
de West Indische Compagnie (WIC) opgericht Er werd veel geld verdiend. In de 17e eeuw zien we dus de opkomst van
een groep nieuwe rijken. Deze nieuwe elite kon hun invloed vergroten door een
versmelting met overgebleven delen van
de oude grondadel die nog beschikten over grote stukken grond in het oosten van
het land. Door deze samensmelting kon de nieuwe elite zijn positie versterken
en hun invloed uitbreiden over het hele land. En omdat ook langzamerhand
Nederland te klein werd voor deze groep, traden ze ook in verbinding
met financiële elites in het buitenland
De financiële elite (19e en 20e eeuw)
De laatste elite, die we gesignaleerd hebben , waarvan de
verbinding - en dus haar continuïteit - , heeft zich voortgezet tot op de
huidige dag. En deze machtige elite is nu nog aanwezig. De uiteindelijke
beslissingsmacht is de handen gekomen van een klein groepje personen: de
financiële elite...
Wonderlijk genoeg heeft de Nederlandse elite - nu samengevat in het Rode
(Adelsboekje) en het Blauwe boekje (Patriciaat) - zich steeds kunnen handhaven
Dit heeft zij voornamelijk te danken door tijdig de bakens de verzetten als het
tij keert. Onder het begrip adel en patriciaat zijn echter vele gradaties aan te
brengen. Het adelsboekje zijn zowel de oude als de jonge adel onder een
noemer gebracht. Het is van belang om een duidelijk onderscheid te maken tussen
de jonge en oude adel. Hetzelfde kan gezegd worden van het blauwe boekje. Het
rode boekje is alfabetisch gerangschikt, terwijl het blauwe boekje - begonnen in
1910 - per jaargang bepaalde families zijn opgenomen. De families
die in beide boekjes zijn opgenomen vertegenwoordigen op een enkele uitzondering
na de Nederlandse elite. (let wel tot 1980). Het is daarbij verbazend om te
kunnen constateren, dat ondanks alle woelingen, revoluties, geloofstwisten,
oorlogen de elite zich heeft kunnen handhaven. Uiteraard door steeds fris bloed
op te nemen en de normen en waarden geleidelijk - bij het de het veranderen van
de tijdgeest - aan te passen. Het principe daarbij is: "Onderlinge twisten om de
koek te verdelen, maar zodra er iemand anders komt om een stukje koek, dan
krijgt hij geen kruimeltje , tenzij hij eerst bewezen heeft ook zelf koek te
hebben". Of het op een andere manier te zeggen. Het 'blauwe' bloed heeft steeds
behoefte aan het nieuwe 'gele' geld, verzameld door de selfmade man. Als deze
samen komen kan de groene boom (blauw + geel) weer doorgroeien. Maar
omgekeerd is het geval wanneer 'blauw' bloed zich niet op tijd ververst heeft
met geel. Dan zien we in bepaalde gevallen dat na een aantal generaties de
'blauwe' tak van de boom afvalt. Zowel de stamboom als het wortelnet van
de financiële elite geven aan, dat de boom van het kapitaal slechts in leven
blijft, indien op tijd de takken, die verval vertonen, gesnoeid worden en dat
enting plaats vindt door op de oude stamdelen met blauw, adellijk bloed - jonge
takken - met goudgeel geld bloed - aan te brengen. Slechts op deze
wijze - door menging van het blauwe en het gele bloed kan de boom van het
kapitaal zijn groene bladeren krijgen en bij elke lente, dwz in de knikkertijd,
zullen de knoppen, die de barre winter , dwz de ophoepeltijd doorstaan
hebben,opengaan en als de enting geslaagd is net zo levenskrachtig zijn als de
oude afgestorven delen.
Let wel deze analyse van de financiële elite dateert van 1979. Is de nieuwe
financiële elite geleidelijk gevormd uit de 'oude' elite of hebben hier te
maken met een trendbreuk? Op het eerste gezicht lijkt het op het laatste, maar
nader onderzoek is nodig om op deze vraag een goed antwoord te geven.
Jaap Frederik Scholten geeft in zijn artikel: "de Nederlandse upper class moet
zijn isolement verlaten" hierop misschien een antwoord met zijn treffend
beeld van de huidige 'stand' van zaken. (NRC Handelsblad van zaterdag 29 januari
& Zondag 30 januari 2011). Zie link Artikel Scholten
---------------------------------------------------------------------------------
Deze overpeinzing laat zien waarom Cornelis Verolme en Dirk Scheringa zich niet heeft kunnen nestelen in de heersende elite. Ze hebben zich steeds afgezet tegen deze elite. Wanneer echter de selfmade man zich interesseert voor de normen en waarden van de heersende elite en zich deze probeert eigen te maken, zullen ze vroeg of laat, wegens hun kunde en capaciteiten, worden uitgenodigd aan de dis van de elite. Wanneer zijn familie zich wil conformeren aan de gewoontes van de zittende elite, dan komt er een tijd, dat zij na ongeveer drie generaties worden opgenomen in deze elite. Zo zou het kunnen zijn dat de eventuele achterkleinkinderen van de vroegere vakbondsleider Wim Kok opgenomen worden in het Nederland's Patriciaat (Het blauwe boekje). De vader van Wim Kok was timmerman. Zijn zoon heeft het ver geschopt wordt . Hij staat in 2011 op de 22 e plaats van de lijst van 50 Top machtigste commissarissen van Nederland. Hij is commissaris van Shell, KLM en TNT. Hij heeft zich keurig geconformeerd aan de normen en waarden van de heersende elite. Toch is het triest om te stellen dat de heersende elite vergeten is dat hun voorouders eens ook voortkwamen uit de klasse van de selfmade man en mensen zoals Cornelis Verolme en Dirk Scheringa op niet al te fraaie wijze zijn afgeserveerd..