Tom de Booij, dagboeken en herinneringen
Mijn leven begint op het moment dat ik verwekt wordt. Dit zal waarschijnlijk gebeurd zijn in de herfst van het jaar 1923 rond 25 november, 9 maanden voor mijn geboorte. Vandaar dat ik begin met het dagboek van mijn vader en ook die van mijn grootvader. Daarna volgt de integrale tekst met foto's van het dagboek, dat mijn ouders van mij hebben gemaakt. Ik heb lang getwijfeld of ik de tekst in zijn geheel moest weergeven of fragmenten er uit te citeren Ik heb voor het eerste gekozen, omdat een leven van een mens voor het grootste gedeelte wordt bepaald in de 9  prenatale maanden en de vier daarop volgende jaren. Inderdaad wordt een groot deel van deze periode beschreven door mijn ouders. De dagboeken beschrijven een periode van augustus 1924 tot april 1928. Bij het lezen ervan is het mij opgevallen, dat mij veel bekends voor komt en dat er sinds die 4 jaar niet zo gek veel is veranderd. Ook voor de astrologische analyse kan het van nut zijn om over deze gegevens te beschikken.

1923:
Uit het dagboek van mijn vader Hendrik Thomas de Booij:
2 mei a/b Hrms Wachtschip. Willemsoord den Helder. Complete omwenteling in m'n leven.  Hoop in najaar met Ot te trouwen - Meer dan heerlijke tijd gehad de laatste 5 weken.
21 augustus
getrouwd (In 's-Gravenhage).
13 september. Wachtschip te Vlissingen - wonen Paul Krugerstraat 22.

Uit het dagboek van mijn grootvader Hendrik de Booij:
Donderdag 29 Maart
is de Dorus Rijkers vertrokken en ga ik namiddag 1 uur per trein in de 1e klasse en ik heb koorts en kom 's avonds thuis en Tom haalt mij af van het station en kijkt bijzonder en zegt dat hij iets te zeggen heeft, een belangrijke gebeurtenis en dan blijkt dat hij verloofd is met Ot Gooszen en rijden wij samen in een auto naar huis. Als ik thuis ben zie ik Ot en ze vraagt of ik het goed vind en ik ga gauw naar bed.
Dinsdag 21 augustus trouwen Tom en Ot in de doopsgezinde kerk.
2 october. Ot komt tegen het eten. Tom is naar Helder om in mijnen te studeren. Hij wordt dan specialiteit in het demonteren van mijnen te Vlissingen.

Plattegrond van een deel van Vlissingen rond 1910. Het kruisje geeft aan het huis, waar ik op 25 augustus 1924 in de Paul Krugerstraat 22  ben geboren

    

Stephanus Johannes Paul Kruger (10 oktober 1825 14 juli 1904) werd geboren in de Kaapkolonie. Prominent Boeren-leider in de opstand tegen het Britse bestuur en werd op 30 december 1880 president van de republiek Transvaal. Hij werd daarna nog drie keer herkozen, voor het laatst in 1898. In 1883 ging hij naar Engeland om veranderingen te bepleiten in de 'conventie van Pretoria' van 1881 die een einde had gemaakt aan de eerste Boerenoorlog. Op 11 oktober 1899 brak de tweede Boerenoorlog uit. In oktober 1900 verliet Kruger Zuid-Afrika met het Nederlandse slagschip De Gelderland dat was gestuurd door koningin Wilhelmina. Kruger ging naar Marseille, en verbleef een tijd in Nederland alvorens naar Clarens in Zwitserland te gaan, waar hij op 14 juli 1904 overleed.

      

      Aanstaande moeder Ot de Booy-Gooszen voor haar huis in de Paul Krugerstraat herfst 1923

   

              Het interieur van het bovenhuis in de Paul Kugerstraat 22, Vlissingen

         

     Mijn ouders in Zeeuwse klederdracht  winter 1923-1924

1924

   

Het bovenhuis met erker achter de wagen is het huis in de Paul Krugerstraat 22, waar ik geboren ben op 25 augustus 1924

                  Geboorteakte Tom de Booij

Uit de dagboeken, die mijn ouders voor mij hebben gemaakt in de periode 1924-1928:

In het begin van het dagboek staan knipsels van vele telegrammen en een lange lijst met namen van mensen die brieven, briefkaarten, bloemen hebben gestuurd om mijn ouders te feliciteren met mijn geboorte. Opmerkelijk is dat Jo Ophorst in de lijst voorkomt, een oude liefde van mijn vader voordat hij met mijn moeder trouwde, zie hiervoor het dagboek van mijn vader op deze website.

Het originele handschrift van mijn moeders dagboek van mijn eerste levensjaren

6  october. Ons jochie is nu al haast 6 weken oud, en is in dien tijd al een heel menschje geworden vergeleken bij zijn geboorte. Ik zal 't nooit vergeten die zalige momenten, toen ik hem voor 't eerst zag liggen en ook zijn Vaders stralende gezicht "Een Zoon !! Een Zoon" is het !, want dat was aldoor de groote  wensch geweest gedurende die lange 9 maanden. Als 't waar is, dat 't invloed heeft op 't kind, hoe de Moeder in die 9 maanden zich heeft gevoeld, dan moet 't wel een zonnig mensch worden, want was het een zonnige gelukkige tijd voor mij in ons kleine bovenhuisje in de Paul Krugerstraat. De eerste 7 à 8 maanden zijn makkelijk voorbijgegaan fietste ik ook nog tot de 7e maand maar daarna begon 't akelige benauwde gevoel , waar ik zoo moe van werd, ik kon dan niet ver wandelen, moest zo nu en dan stilhouden. Ik herinner me nog, dat ik onder 't opmaken van zijn wiegje telkens moest gaan liggen. Heerlijk vond ik om alles van ons kindje in orde te maken, de doddige kleine hemdjes, de roze wieg, de aankleedtafel met alles wat er bij hoort. Ik had daar goed de tijd voor, daar Tom veel weg was met de "Hydra" o.a een maand in Nieuwediep.

    

     Mijnenlegger Hrms Hydra, in 1911 in dienst gekomen, waar mijn vader op heeft gediend

Maar uiteindelijk kwam de groote dag, waar we zóó naar verlangden hoe langer hoe dichter bij. s' Nachts om half 4 begon ik 't al te voelen, een wonderlijke gewaarwording gelukkig wist ik toen niet, dat het 't nog 41 uren zou duren vóór 't zoo ver zou zijn. Dat was geen kleinigheid, die Zondag en Maandag. Maar om half 7 Maandagavond werd de dokter geroepen en om 5 voor half negen hoorden we het eerste schreeuwtje van ons eigen kleine kindje. Dat zijn de zaligste momenten van mijn leven geweest, dat groote geluk na de die moeilijke uren. Toen ik weer schoon in bed lag werd kleine Tom lekkertjes gewasschen, in 't nieuwe badje gestopt en kreeg hij de nieuwe kleertjes aan, maar eerst mocht ik hem nog in m'n armen houden, ik kon maar niet genoeg naar hem kijken, naar dat kleine roze wezentje van Tom en van mij.

 

    De trotse moeder Ot met haar zoon Tom, 1 dag oud

Hij lag rustig te kijken met z'n blauwe oogjes, hij had heel veel donkere  zwarte hartjes, snoezige kleine oortjes  en dan die handjes, die nog zoo gek ruim in hun velletje zaten en die beelderige nageltjes! Het is 't grootste wonder voor 't eerst je eigen kindje te zien. Maar heel lang mocht ik er toen niet van genieten. Zuster Oldenhove nam hem weer gauw mee, maar ik kon ik toch vanuit bed zien, hoe hij al met z'n beentjes en armpjes spartelde. Moeder Hilda, die in Hattem was, kwam nog mooi op tijd een uurtje voor dat kleine Tom kwam en hoorde ze in de eetkamer zijn eerste schreeuwtje. Dat heb ik Tom zoo benijd, dat hij 't dadelijk aan zijn Moeder kon gaan vertellen dat hij een Zoon!! had gekregen. Wat zou ik 't heerlijk gevonden hebben als moeder 't ook gauw in haar armen had kunnen hebben, maar die zaten heel ver weg in Indië, evenals May met haar kinderen. Tom bracht gauw 't telegram naar Indië weg en ook de briefkaarten, die Moeder Hilda dadelijk had ingevuld. 's Nachts sliep ik niet veel, er was zooveel heerlijks om over te denken, dat ik maar niet kon slapen, dat zalige gevoel dat 't werkelijk waar was dat ons kindje nu in 't wiegje lag te slapen.

Advertentie in de Vlissingsche Courant van 26 augustus 1924

En daarna begonnen de gezellige kraamdagen, ik lag maar te genieten in bed, de eerste dagen waren heerlijk heel feestelijk. Moeder Hilda bleef 3 dagen en kwam Vader Han de 2de dag ook naar zijn kleinzoon kijken.

Moeder Hilda de Booy met Tom

Vader Han de Booy met zijn kleinzoon Tom

 Vader Tom met Tom junior, 26 augustus 1924

Ik vond 't zoo heerlijk te zien in de groote, onhandige, maar zoo voorzichtige menschen mannenhanden. Grappig die 3 generaties bij elkaar. Er werden dadelijk kiekjes genomen, maar zie je helaas niet veel van den kleine Tom. Vader Tom gaf met Jaap Grothe van Schellach , zijn zoon aan en toen ze thuiskwamen hebben ze 't feestelijk gevierd. Tom had beschuitjes met muisjes klaargemaakt en de champagne (waarvoor Vader en Moeder geld zonden) en limonade klaargezet. Het was een heele drukte in de kleine zitkamer, n.l. Moeder Hilda, Jeanne van der Vliet en haar man en kind (onze onderburen), Jaap en Lien Grothe en zuster Oldehove, toen werd er op dat kleine kind gedronken, dat zich al van al die vreugde niet bewust, lekker in z'n mandje lag te slapen.

   

               Zuster Oldenhove bij de wieg van Tom

Heerlijk vond ik 't in  die rustige gezellige kamer te liggen met de wieg in de hoek,dat ik er naar kijken kon. Ik voelde me nog wel slap maar O zoo gelukkig!! 't Was een gezellige tijd en hebben we heel wat met zuster Oldenhove gelachen, die zoo grappig met kleine Tom kon praten en allerlei kunsten met hem maakte o.a hem haar bril opzette, wat zoo'n bespottelijk gezicht was. Gelukkig kon ik hem dadelijk zelf voeden en kwamen er verder ook geen complicaties bij, zodat ik de 11de dag op mocht staan, nog wel heel slap, maar dat ging na eenige dagen beter. De zuster bleef in 't geheel 20 dagen en vonden we 't bepaald jammer toen ze 's avonds  voor 't laatst de deur achter zich dichttrok. Toen waren Vader Tom en ik opeens alleen en  met ons jochie en ook et de verantwoording voor hem. Dat is dan een wonderlijk gevoel waar je nog een beetje bang voor bent. We hebben financieel erg geboft, we kregen van Vader en Moeder de Booy f 300, van Vader en Moeder uit Indië f 150,- en f 100 van tante Tosie + nog kleine giften van andere familieleden.

De uitgaven voor 't uitzetje en andere uitgaven waren totaal 475,-, de inkomsten  600,- ( Interessant om te lezen dat de advertentie in het NRC zo veel duurder is dan in de andere kranten. Zuster Oldenhove ontving  4.50 per dag plus zegelgeld!)

Als 't eenigszins goed weer is, haal ik zijn mooie nieuwe beige wagen bij Paauwes, de fietsenman waar hij voor 50 ct. in de maand gestald is en dan verdwijnt kleine Tom er tot zijn neusje in lekker warm met een kruikje. Ik hoop zoo den heelen winter met hem uit te gaan.

    

                Moeder met Tom in de beige kinderwagen

Kleine Tom heeft al een vriendinnetje n.l. Anneke Grothe, die 15 sept. geboren werd. Hij stuurde haar heel galant een corsagebouquet voor die gelegenheid en bracht haar later een bezoek, een luierbroekje, jasje en mutsje. Kleine Anneke was wakker en lag met met een mooie lange jurk in haar wiegje, kleine Tom werd er naast gelegd om haar felicitaties aan te bieden. Op 't groote bed werden ze samen gekiekt, maar veel kan je er helaas niet van zien. Kleine Tom begint al vroeg zijn dag ongeveer half 7 laat hij zich hoore,n maar om 7 uur haalt Vader Tom hem pas uit de badkamer waar hij slaapt, heerlijk om hem dan te zien en weer gezellig in mijn arm te voelen, ontzettend gulzig begint hij dan te drinken, zijn vuistjes stevig gebald, telkens verslikt hij zich en krijgt hij dikwijls de hik "Leelijke luchtslikker "zegt Vader Tom dan tegen hem, maar hij stoort zich aan niets en drinkt gauw zijn buikje vol, 's morgens krijgt hij dan ook altijd ruim 100 gram naar binnen. Daarna is hij erg in zijn knollentuin, lacht meer dan schattig en ligt nog heel lang zoet rond te kijken. Om half tien we weer met hem, dan gaat hij in 't badje maar wordt dan eerst naakt gewogen.'t Badjes vindt hij heerlijk, ligt als en kikkertje te spartelen, maar hij gilt als hij eruit moet. 't Is grappig te zien hoe hij telkens méér zijn hoofdje op gaat tillen, nu ongeveer 7 cm en daarna ploft 't hoofdje weer naar beneden. Na de 2de maal gaan we meestal uit heerlijk rustig in 't zonnetje rijden dan moet hij gauw een kleurtje van krijgen want nu ziet hij nog wat witjes.

      

                      Tom is nu 3 weken oud

Om 1 uur weer de 3de voeding en slapen we beiden daarna tot de 4de voeding, want heb ik die rusttijd ook nog erg nodig. Zoo krijgt hij 't dus om de 3 uur, de laatste 's avonds om 10.Voordat we beginnen heb ik zijn wieg voor de nacht klaargemaakt en zijn kruikje op 't kussentje gelegd, zoodat hij in een heerlijk warm holletje komt te liggen. Vader Tom brengt hem dan weer naar de badkamer, want het is veel rustiger dat hij daar slaapt. Hij sabbelt al gulzig op z'n knuistjes, de handjes als een torentje bussenkruit op elkaar en kan je hem dan in de eetkamer zelfs hooren. Veel huilt hij niet, alleen wel eens tusschen de 4de en 5de voeding dus tusschen 4 en 7 en 's nachts slaapt hij heerlijk door. In al deze weken hebben wij maar 3 nachten wat last van hem gehad, dat hij b.v. om 3 uur wakker werd, maar na een schoone luier, ging hij dan meestal vrij gauw weer slapen. Ons jongetje komt elken week goed aan, zoals 't lijstje ook aangeeft, 't wegen elken dag een groot pretje, vooral daar hij telkens vorderingen maakte, dan ligt hij zoo grappig te spartelen met die zachte rose beentjes en armpjes, en ben ik geweldig trotsch als vader Tom zegt, dat hij weer b.v. 25 gram is aangekomen. In de 3 de week begonnen die kleine oogjes al te volgen en in de 5de week zagen we zijn eerste lachje, zoo wonderlijk lief is dat. In de 6de week lachte hij telkens, als hij voldaan was en zijn buikje vol gedronken had. Het is werkelijk dan al een begrijpend menschje, hij heeft ook een bijzonder pienter gezichtje en kan je soms zoo lang en ernstig aankijken. Hij lijkt nu nog hoofdzakelijk op mij, maar hoop ik nog, dat dat veranderen zal, ook mijn bolle voorhoofd en opgetrokken wenkbrauwen  en vorm van hoofd, maar hij heeft zijn Vaders vorm van handen en armen. O! die handjes !! die kleine meestal koude knuistjes, waar hij nu al verwoed op sabbelen kan. Als ik hem voed probeer ik mijn duim in dat vuistje te stoppen, houdt hij die stevig vast. Wat zouden die handjes later kunnen, zouden ze ook zoo groot worden als van zijn vader? en er ook mee kunnen teekenen en pianospelen en er ook zoo zacht en voorzichtig later zijn eigen kindje mee vast kunnen houden? O, er zijn zoo heel veel vragen, hoe  of 't ontwikkelen zal.

Zondag 12 october maakte kleine Tom voor 't eerst geluidjes, heel zacht hoorde je arrrrr.. en daarna begon hij weer schattig te lachen. Maandag hadden we ons eerste gesprekje samen, toen hij al genoeg gedronken had om tevreden te zijn en nog met z'n natte bolletje op m'n arm lag, hield hij een heel verhaal, terwijl hij me aldoor aankeek. Het was zo iets wonderlijks, dat contact dat je dan opeens met dat kleine wezentje voelt, dat ik er tranen van in mijn oogen kreeg. O, die doddige oogjes, die je zoo vertrouwelijk aan kijken en dat kleine zachte mondje als ik dat alles zie, dan wensch ik zoo innig, dat ik een goede moeder voor hem zal zijn en dat 't een goed krachtig en gevoelig mensch zal worden.

Donderdag 16 october. Kleine Tom drinkt  op 't oogenblik ontzettend veel, zoodat hij 1 dag 95 gram aankwam en de dag daaropvolgend 79 gr, maar nu zal hij wel weer afvallen Hij ligt nu al ongeveer 10cm zijn bolletje op en vindt 't een erg pretje op z'n buikje te liggen, terwijl z'n ruggetje ingezeept wordt hij is dan dadelijk stil en kijkt erg vergenoegd. Het is heerlijk te zien, hoe dik zijn beentjes, armpjes etc worden.

  

                                     Tom 5 weken oud

4 november 't is grappig te zien hoe ons jochie groeit en wijzer wordt, een week geleden merkte zijn vader dat hij al met aandacht z'n horloge volgde. Hij hing toen een leeg garenklos aan een zwart lintje in de wieg en vond kleine Tom prachtig dat eerste speelgoed. Eerst volgde hij elke beweging van de klos en daarna begon hij met z'n armpjes te werken en met z'n beentjes te trappelen, maar het idee van grijpen drong nog niet tot hem door, een heelen tijd was hij zoet en lekker en lachte er zelfs tegen terwijl hij zachte geluidjes maakte. Als we nu bij de wieg komen en tegen hem praten, draait hij z'n hoofdje naar de kant waar 't geluid vandaan komt en als hij voldaan is, lacht hij schattig en begint al gauw een verhaal, werkelijk een aaneenschakeling van doddige geluidjes zoals eu eu eue  arrr  etc. Vooral met z'n Vader is hij groote vrienden. 's Avonds na de 6 uur voeding als we dan in de zitkamer zitten bij de warme haard, is 't moment,  dat ze elkaar alles vertellen. Zoodra hij zijn Vader's gezicht ziet, begint hij al vertrouwelijk te lachen en dan begint het gesprek. Dat is haast 't heerlijkste uurtje van den dag en geniet ik maar van al die rijkdom dat zachte lieve kindje van ons op schoot, dat zoo engelachtig tegen zijn Vader lacht.

   

                                                Tom is nu 2 maanden oud

20 november Kleine Tom en ik zijn uit logeren geweest  bij zijn vriendinnetje Anneke Grothe. Vader Tom ging naar de avond receptie van Mary Boissevain en Jan de Jong en gingen wij dus met ons tweetjes ook op stap. Jaap kwam ons halen en hielp de grijze wagen volladen. Kleine Tom in ik weet niet hoeveel wolletjes  (want 't was flink koud) en tot z'n neusje onder de deken en over z'n bolletje nog een flanellen doekje. Warm gestoofd haalden we er later uit en mocht hij toen heerlijk in Anneke's slaapkamer wieg bekomen van de groote reis ( afstand ongeveer10 minuten lopen). Hij heeft zich die dagen voorbeeldig gedragen, alleen met 't middagdutje konden ze maar niet in slaap komen maakten elkaar telkens aan 't huilen zoodat 't eind van 't lied was, dat Anneke maar boven werd getransporteerd. Verder trokken ze zich natuurlijk niets van elkaar aan, ook niet toen ze samen op 't aankleedkussen lagen en hun bolletjes maar 20 cm van elkaar af. De terugtocht moest 's avonds gebeuren, maar 't was heerlijk kalm weer en verder werden weer alle maatregelen genomen o.a. een dekentje vastgemaakt aan de kap met waschpennen zoodat 't heelemaal afgesloten was en hij dus de avondlucht niet dadelijk in zijn  neusje kreeg. Die onderneming is prachtig afgelopen en is hij gelukkig niet verkouden geworden. Kleine Tom is nu niet meer zoo donker als vroeger, hij heeft nu blonde haartjes en wenkbrauwen, zijn oogjes zijn nog niet bruin, maar hebben een onbestemd kleurtje grijsblauw met een bruine kring om de iris.

       

Jaap Grothe van Schellach met zijn dochter Anneke en Vader Tom met zijn zoon Tom aan de wandel

       

                                   Tom 3 maanden

Uit het dagboek van mijn grootvader Han de Booy:

Kersttijd. Wij bleven dit jaar te Amsterdam, behalve dat Hilda en ik op 1ste Kerstdag dineerden op Drafna. We hadden Tom en Ot en kleine Tom bij ons en ook herhaaldelijk Alfred, die echter wegens het volle huis logeerde bij de De la Portes. Engelien kreeg mazelen en dit maakte ons en vooral Hilda erg bezorgd om kleine Tom, omdat mazelen een heel gevaarlijke ziekte is voor kleine kinderen.

1925

26 januari. Kleine Tom is dus 5 maanden oud, 13 pond zwaar 64 cm lang en een grappig wijs menschje. Hij heeft al een groote reis gemaakt. We zijn n.l. met de Kerstvacantie naar A'dam geweest en hij heeft zich daar voorbeeldig gedragen lag heerlijk rustig boven in de logeerkamer in de grooten ijzeren wieg, die tante Dientje voor hem stuurde. Iedereen kwam om de beurt boven om naar 't kleine manneke te kijken en lachte hij dan vriendelijk tegen al die bewonderaars. Zijn moeder zag hij niet veel, want was zij altijd aan 't fuiven en kwam 's avonds haast nooit voor 12 uur bij hem,  maar dan sliep hij nog heerlijk en dat was altijd een groote geruststelling, want bij de laatste acte moest zijn moedertje altijd denken of dat kleine hoofdje al op 't  kussentje zou bewegen en of hij al huilen zou en dan rende zij zoo gauw mogelijk naar haar jochie toe en was dan pas heelemaal gelukkig als ze 't kleine lijfje weer tegen zich aanvoelde. Een avond kon hij maar niet in slaap komen en heeft de heele familie (zijn moeder was weer uit eten) zich uitgesloofd om hem stil te maken. Kleine Engelientje (oud 7 jaar) zong heel zacht allerlei wiegeliedjes. Moeder Hilda liep even met hem op en neer  niets hielp, totdat zijn Grootvader 't ook zou proberen en uit volle borst 2 x Piet Hein zong en nog een Engels lied, dat was mannenwerk en voelde ons jochie daar voor. Ik vond hem dan ook slapende toen ik naar huis gevlogen was na een hulptelefoontje van Moeder Hilda.

            

 Tom bijna 5 maanden oud, zit op schoot bij zijn tante Olga (zuster van Vader Tom)

Op iedereen maakte hij den indruk van een gezond flink kindje met zijn roze wangetjes en gezellige dikke stevige lijfje. De uitslag die hij nu al 2 maanden heeft gaat nu eindelijk veel beter.  In 't allereerste begin had hij eenige roode vlekjes tusschen zijn beentjes , maar werd dit hoe langer hoe erger, 't inwrijven met zinkzalf of met Pastalazere gaf niets meer en was 't  van achter tot onderaan zijn rugje alles vuurrood, zelfs bloedde 't bij de plooitjes als ik die 's morgens heel voorzichtig met warme olie schoonmaakte. En tot overmaat van ramp ook nog plekjes of beter gezegd heel kleine puistjes  in zijn gezichtje kreeg, besloot ik naar de kinderspecialist te gaan daar de raad van 2 andere doktoren niets hielp. Mijn voeding werd dadelijk verminderd  was die n.l veel te zwaar. Mocht ik toen maar 2 L melk per dag hebben w.o,één liter afgeroomde melk. De room moest ik dadelijk laten. 't Succes was dan ook , dat de puistjes op 't gezicht al vrij gauw verdwenen. En de behandeling alleen met droge poeder  (een soort zinkpoeder) voor de beentjes gaf ook al een beter resultaat, maar is zoo iets natuurlijk niet zoo gauw over en ben ik daar ook al, zooals ik al schreef, 2 maanden mee bezig. Hij ligt nu met open broekjes, zoodat de natte luier er niet tegen aan kan komen, maar zoodra bij even na de voeding met  een dichte luier lag, zie ik ook al gauw roode plekjes dus is 't nog altijd en opletten en 't goed verzorgen, telkens voelen of hij nat is,  dan weer verschoonen. Ik hoop er binnen een maand van af te zijn. Een voeding van mij is nu vervangen  door een voeding karnemelk met Nutricia 's kindermeel en suiker (op 1 L.karnemelk) afgestreken meellepel meel en 1 lepel suiker waarvan hij dan een groote kop vol per theelepel naar binnen krijgt. Ook krijgt hij nu 1/2 uitgeknepen sinaasappel met suiker en vindt hij dat heerlijk. Hiermee ben ik de 4 de maand al begonnen. Hij komt van dit alles prachtig aan en is vroolijk en tevreden.'t Is moeilijk niet te veel met hem te spelen, hij is zóó doddig als hij op zijn buikje ligt en schatert van de pret om verschillende grapjes Hij kan zich zelf een heele tijd achter elkaar bezig houden met een beenen ring of rammelaar en dan 't alles 't allerliefste trapt hij de dekentjes weg en trappelt van plezier terwijl hij prachtige bellen blaast, zoodat zijn gezichtje heelemaal nat is. Bij een erge mooie harde blaas, strekt hij zijn armpjes en beentjes  en maakt een knorrende geluid, zoo is hij soms wel een uur achter elkaar stil.. Kleine Tom is nu alweer 6 ½ maand oud, heeft 2 tanden en is nog altijd een heerlijk vrolijk en tevreden kindje heel lang kan hij alleen z'n wiegje liggen spelen en is 't dan heerlijk naar dat gekraai te luisteren vooral als hij 't wiegengordijntje te pakken krijgt is 't aan zijn wilde triomfkreten merkbaar. Hij weet nu al heel goed  wanneer we zeggen "Kom je" dan trappelt hij met z'n dikke beentjes en slaat vervaarlijk met zijn armpjes. 's Avonds vóór hij naar bed gaat, krijgt hij weer een papje en mag hij dan eerst met Vader spelen. Het is nu al echt 'spel' of stoeien, 't liefst ligt hij dan op z'n buikje en ligt dan te rijden op z'n knietjes , terwijl hij zich zelf met (open mondje) hè-hè-hè aanvuurt. Als je dan een grapje met hem maakt,. begrijpt hij 't best en begint stout te lachen. Zijn grootste vriend is zijn olifant, die hij van Grootmoeder Indië kreeg, dat olifantje heeft een heerlijk mals slurfje met een boogje, dat gaat dan 't eerste naar zijn mondje en kan hij daar lang op liggen knabbelen. "Aite": = eten was Tom's eerste woord niet dat hij 't met eten in verband bracht, maar 't woord had toch een dierbare betekenis voor hem. Toen Tom dus 4 maanden was, kreeg hij een karnemelk papje. Mijn voeding alleen was te zwaar voor hem, daar kreeg hij uitslag van. Toen Tom uit A'dam terugkwam was hij dus 5 mnd, kon hij niet meer in zijn wiegje helaas en toen de wieg van tante Dientje daar ligt hij heerlijk ruim in en zijn de gordijntjes een groot plezier vooral als hij na lang rekken er eindelijk een eindje van te pakken heeft gekregen hij richt zich wel goed op maar van gaan zitten is nog geen sprake, dat is ook zoo'n toer voor dat kleine ruggetje.

10 april wist hij opeens hoe hij zichzelf om kon keeren en dat ging met een geweldige vaart geen minuut lag hij daarna rustig in zijn wieg, overal bonste hij met z'n kleine bolletje tegenaan en was 't soms een dwaas gezichte hem boven 't randje te zien uitkijken met zijn groote verbaasde oogjes. 't Waren juist heerlijke zonnige Paaschdagen en ging hij veel met Toos ( ons meisje) op de boulevard, misschien heeft hij daar zooveel kracht opgedaan, want 12 april kroop hij al vrij vlug van 't groote bed en was hij die dagen bijzonder levens lustig  Hij eet nu 3x van mij en 1x pap verder spinazie met een aardappel erdoorheen of appelmoes en een heel banaan en ook nog wel een sinaasappel. 't Meneertje is onverzadigbaar telkens houdt hij zijn bekje weer open. Het is hoog nodig, dat hij een bedje en een box krijgt, want de wieg wordt hem te klein, maar we gaan nu een maand uit de stad want Vader is naar Nieuwediep met de "Hydra " en trekken Tommetje en ik naar 't Witzand en daarna naar de Bronckhorststraat. Tommetje is nu 8 mnd en 5 dagen.

Mei. De maand, dat de "Hydra" weg was is nu weer achter de rug en is Tommetje in die tijd geweldig opgeschoten. Hij kwam op 't Witzand meteen in de  box en een bedje te liggen en wist hij zich daar al heel vlug in te bewegen. Kruipen deed hij merkwaardig gauw maar met zitten is hij dom hij neemt daarvoor niet de tijd, kruipt dadelijk weer op z'n buikje weg. 's Morgens na zijn wasscherij en zijn pap gingen we meestal uit met 't hobbelwagentje over de hei en onder de dennetjes en genoot zijn moeder van die heerlijke lente tijd met klein Tommetje op 't bloeiende Witzand. Een korst brood was toen de groote tractatie (8 mnd) en verder kreeg hij 's-middags om 6 uur voor hij naar bed ging een portie spinazie met een sinaasappel en een wat wat koude appelmoes toe. Hij was gelukkig  helemaal niet eenkennig en lachte vriendelijk tegen iedereen, zei hielden dan ook allen veel van hem en was zijn Moeder ook zoo blij dat hij niet verwend was en de menschen niet veel last gaf. Tante Emily was zijn 2de moeder, zorgde  voor hem, als ik uit was. De heelen dag was hij aangekleed en gezellige wollen overalls. licht roze of licht blauw en ze zijn van onderen gesloten met knoopjes en met een koordje door de broekspijpen zoodat 't vlug voor een schoon broekje opgestroopt kan worden. 8 ½ maand oud ging hij zelf op zijn knietjes liggen met alleen tegen de box of 't bedje op maar ook alleen zitten ging toen ook veel beter. In de wagen was 't geweldig lastig hem toom te houden werd hij met, ik weet niet hoeveel koorden en tuigjes vast gesjord. Zijn Grootmoeder de Booy noemt hem dan ook Iwan de Geweldige, want 't is ook een zeldzaam sterk en beweeglijk kind voor zijn leeftijd, 't liefst ging hij staan maar proberen we dat zooveel mogelijk te verhinderen daar hij nog niet met zijn heele zooltje op de grond staat.

19 mei 's Avonds hooren we geweldig gebrul en toen zij Vader ging kijken  lag 't mannetje op de grond naast zijn bedje. Het was een vreeselijke schrik. Goddank had hij niets gebroken en kroop hij dadelijk weg, toen hij voorzichtig op 't bed werd gelegd om te onderzoeken of hij iets gebroken had. Het was dus ook zaak om versterkingen te laten maken voor 't bed. Daar 't 3 x per dag voeden mij te veel vermoeit heb ik 't na 1 x terug gebracht, en zal ik 't binnen 14 dagen geheel geëindigd hebben,. wat wel erg moeilijk voor mij zal zijn, want 't is zoo heerlijk dat schreeuwende  hongerige jochie stil te krijgen en dan rustig bij mij te zien liggen drinken. Dat kleine zachte lijfje dicht tegen mij aan. Nu krijgt hij verschillende pappen, 's morgens om 9½ uur na 't badje karnemelkpap met Nutrucia 's kindermeel en om 1½ uur groeten bouillon pap met dezelfde meel, om 3 ½ uur als hij wakker wordt een uitgeknepen sinaasappel en 's middags om 6 uur een portie spinazie waardoor heen 2 aardappels en een banaan toe. De spinazie afgewisseld met worteltjes etc.
Als we muziek maken, fluiten of zingen dan ligt hij dadelijk op zijn knietjes en handjes mee te wiegelen met een stralend gezichtje. Ook zegt hu nu al heel duidelijk dada en weet wel wat dat goedendag zeggen is. Het is een heerlijk stralend kind wat ons zoveel geluk heeft gegeven, dat ik niet dankbaar genoeg kan zij met dat schattige jochie.

                      Tom 8 maanden, april 1925

22 mei kreeg ons jochie erge koorts was 't om 7 uur 's avonds al 40.4 en 's nachts durfde ik 't niet op te nemen want het was 't een oventje als ik hem bij mij in bed nam en hij dan drinken wilden. Al wisten we dat 't aan en tandje moest liggen, toch was 't een groote schrik voor ons en ik ben wel ongerust geweest, .'t was ook de allereerste keer, dat ons jochie zoo ziekjes was. Vader Tom moest juist die dagen naar Hellevoetsluis en was ik dus 's nachts alleen met hem. Maar toen Vader Tom in Veere was is hij door een flinke storm naar ons huisje toegefietst en zal nooit zijn gezicht vergeten, toen hij vroeg: En hoe is 't met ons jochie en toen ik toen antwoorden kon "Veel Beter". Zo dankbaar waren we dat ons dierbaar kindje weer wat rustiger was. Nu die ziekentijd gelukkig voorbij en is "Iwan" weer geweldiger dan ook. Hij wordt in bed stevig vastgebonden, dat hij zelfs niet kan gaan zitten, eerst hoor je dan een vervaarlijk gekrijsch, maar dan moet hij 't wel opgeven en slaapt dan ook heel gauw in. Ook in de wagen hebben we een witte-band- versperring aan de kap aangebracht zooals deze mooie tekening aangeeft nu kunnen we tenminste rustig met hem uit en heeft hij zelf in de kap ook nog vrijheid van beweging.

           

                                           Tom 9 maanden, mei 1925

5 juni. Hij is nu op 't moeilijk moment dat zijn lust en zijn leven staan is, maar als hij zoover is kan hij nog niet gaan zitten en begint dan te gillen als zijn nog te zwakke beentjes moe worden. Wel kan hij langs zijn bedje en langs zijn box en enige stappen doen als hij tenminste als doel heeft koekje of iets dergelijks heeft!

25 juni. Tom is vandaag 10 maanden oud en is al zoo wijs en flink. Hij gaat nu al meer begrijpen als we vragen waar is tik-tik kijkt hij dadelijk naar de klok en soms betrap ik er hem op dat hij zachtjes zegt ta ta ta ta terwijl hij naar de klok kijkt. 't Loopen langs de box gaat nu al veel beter en gaan zitten geeft ook niet veel moeilijkheid meer dat is wel heel makkelijk want amuseert hij zich beter alleen in de box. 14 dagen geleden ben ik met 't potje begonnen en is 't heusch nog al een succes, gaat hij er nooit af of hij heeft wat gedaan. Zijn voeding is nu ook wat veranderd, geen bouillon meer maar 's morgens muësli .

                 

                        Tommetje voor de eerste keer op het potje

Ik ging met hem naar de dokter daar ik hem dikwijls zoo bleek vond en gaf deze hem staalpoeders en ziet hij er  werkelijk beter uit heeft een gezellig kleurtje. Verder vond de dokter hem een voorbeeld van een stevig gebouwd  levendig kind dat niet veel melk krijgt. Hij gaat haast elke dag uit of staat anders met de box voor de openstaande deuren. 't Nieuwste pretje is om in een ren te kruipen naar 't lichtje boven ons bed als hij zich heeft op heeft getrokken met blijde gilletjes, vergeet hij soms van zaligheid wat hij eigenlijk van plan was te doen maar dan opeens pakt hij met zijn kleine handje stevig 't koordje en trekt 't beslist naar beneden en dan zijn gezichtje als werkelijk 't lichtje aangaat, dan trappelt hij van plezier en kan hij niet ophouden met het op en neer trekken. Als hij zijn Vader ziet is 't eerste wat hij doet dansen met heel zijn heel lijfje, want zijn Vader is zijn vriend, die altijd mooie deuntjes voor hem fluit . Vooral 't wijsje "Sara je rok zakt af !"schijnt 't meest rhytmisch in zijn oor te klinken. Toen Tommetje 9½ maand was hield ik op hem te voeden. Wat was dat een moeilijk moment toen hij voor 't allerlaatste bij mij dronk. Ik heb er zo van genoten dat zachte lijfje tegen mij aan te voelen, terwijl hij zijn buikje vol dronk en dat dat nu nooit meer gebeuren zal!

    

                                    "Sara je rok zakt af "

9 augustus is kleine Tom gedoopt in de Liberal Catholic Church "De Duinen "in Huizen. Het was al 2x uitgesteld en dat in nu achteraf beschouwd heel heerlijk, want nu nu konden Vader Tom en ik hem samen daar brengen want van te voren was Vader Tom er nog niet voor klaar. Het was een zonnige Zondagmorgen toen ik hem in zijn nieuwe witte-zijden gemaakte jurkje naar de kerk reed. Vader Tom en zijn "Godmother" Moeder Hilda woonden de Zondagochtend dienst bij waarin Lady Emily Lutyens ook en prachtige voordracht hield van "The Virgin Mary". Heel jammer dat ik daar niet bij kon zijn want ik had 't heerlijk gevonden dit voor 't doopen van ons Tommetje te hooren. Alle anderen waren dus al in de stemming en ik zal nooit vergeten die stralende gezichten, toen ze naar ons jochie keken, iedereen had een lieve glimlach voor hem en toen hij op den arm van zijn godmother voor de priester Oskar Køllerstrom zat werd hij er als 't ware van omringd.

                         

                 Priester Køllerstrom met de net gedoopte Tommetje op zijn armen, 9 augustus 1925

 

 De 'Liberal Catholic Church "De Duinen "in Huizen (getekend door mijn vader Tom de Booij sr)

Links: "Godmother" Hilda. Rechts: tante Mary van Eeghen (zuster van Hilda), die aanwezig was bij de doop van Tommetje

De volgende  menschen waren er bij aanwezig: Oscar Køllerstrom, Rein Vreede, Bisschop Wedgwood, Bisschop Arundale, mrs Arundale, Lady Emily Lutyens, de acolyten Mr van Wieringen en Mr Kieft, tante Mary en Emily van Eeghen, mevrouw Bastert, mrs Clara Cod. 't Is een prachtige herinnering voor ons die dag, dat we ons kindje, dat voor zijn leven mee konden laten geven en dat Oscar 't gedaan heeft heeft voor ons nog een extra betekenis. Tommetje was heel rustig in de kerk, zelfs toen hij 3x 't water over zijn bolletje kreeg, piepte hij niet, maar keek geïnteresseerd naar al dat nieuws, ook naar 't mooie kaarsje, waarvan hij de vlam duidelijk pakken wilde. 't Is zoo iets teers en wonderlijks zoo'n klein kindje temidden van die grote  wijze menschen . En zijn moeder kon haar geluk haast niet op toen ze daar zat en wist wat er met haar kind ging gebeuren.'t Is zoo iets oneindig rijks dat moeder gevoel en ik bad dan ook met mijn heele ziel dat ik een goede moeder voor hem zal zijn en dat mijn grootste streven zal zijn hem te laten groeien in God's licht. Oscar heeft me veel kracht gegeven en weet ik ook dat hij mij later, als 't noodig is, ook met Tommetje zal helpen. Bisschop Wedgwood gaf aan Oscar de benedictie, die hij Tommetje mocht geven

 "De Vrede Gods  die alle verstand te boven gaat, beware uw hart en uwe zinnen in de kennis en liefde van God en van Zijnen Zoon Christus onzen Heer, en de zegen van God Almachtig , de Vader, de Zoon en de Heiligen Geest zij met U en verblijve bij U ten Allentijd - Amen
"" Moge de Heilige, Wier leerling gij tracht te worden, U het licht doen zien, dat gij zoekt en U den krachtigen steun geven aan Hun mededoogen en van Hunne wijsheid. Er is een vrede, die 't verstand te boven gaat; hij woont in 't hart van hen, die in 't eeuwige leven. Er is de kracht, die alle dingen nieuw maakt; zij leeft en beweegt in hen, die het Zelf kennen als Eén Moge die vrede over U zweven moge die Kracht U opheffen tot gij staat van de  Eéne  Inwijde wordt aangeroepen, tot gij Zijnen Stem ziet stralen - Amen 

Ik ben blij , dat moeder Hilda hem ten doop heeft gehouden, want weet ik, dat ze nu een groote band met ons kereltje heeft, en daar is zij ook dankbaar voor.  

Link: Vrij-Katholieke Kerk : geschiedenis en wie aanwezig was bij mijn doop op 9 augustus 1925

10 augustus. We logeren met ons drietjes op Drafna, dat voor de maand Augustus is afgestaan aan de familie de Booy. We genieten van 't buiten zijn. Tommetje is den heelen dag buiten in de box  of in de wagen hij is zóó lief ons jochie en vindt iedereen hem een voorbeeldig lief jongetje, waar we heel weinig last van hebben. Hij is erg levendig en dat geeft dikwijls moeite met aankleden en wasschen, maar hij is heel gehoorzaam in de box, daar kan hij soms uren spelen zonder dat we iets van hem merken hij krijgt hier 't speelgoed  waar alle kleinkinderen mee mochten spelen en drinken melk uit kroesjes  waar ook al heel wat verschillende gezichtjes uit hebben gedronken en 's avonds voor 't bed gaan stop ik hem in badkuipje waar zijn Grootmoeder en Vader ook in gewasschen zijn, zóó is 't hier vol met allerlei herinneringen en vind ik 't heerlijk dat ons jongetje hier ook mag zijn. 't Is zoo'n flink kindje geworden, de lijn geeft wel aan hoe zwaar hij al is, hij zal wel zware botjes hebben want ziet hij er helemaal niet te dik uit.  Hij doet soms al eenige stapjes alleen en staat dikwijls los te leunen tegen de box. 't Is een doddig figuurtje in zijn rose of lichtblauwe overall met zijn vuurrode Engelsche schoentjes. Van Tom heeft hem al eenige kunstjes geleerd o.a. klap eens in je handjes en kent hij ook al 'op je lieve bolletje 't is zoo lief , die zachte handjes op dat lieve gezichtje. Zijn moeder heeft hem van 13 aug. - 22 aug. met Vader en Toos ( ons meisje dat zóó goed voor hem zorgt) alleen gelaten toen ze bij vrienden in Engeland ging logeeren.

  

       Toos Schuit, die  één jaar zo goed paste op Tommetje

O, wat was dat een zaligheid om mijn 2 Tommen na die 10 dagen weer terug te zien! Ze stonden bij de steiger op me te wachten in de verte zag ik al een rose plekje boven een heel langen man en toen dichtbij komende die 2 dierbare gezichten te zien, toen begreep ik haast niet dat ik zoo lang weg had kunnen blijven. Veel zegt hij nog niet,.'t  blijft bij dada - dada maar hij heeft geen tijd om te leeren praten, hij is veel te veel bezig, rent door zijn box  op en neer en neemt alles op wat er om hem heen gebeurt. 't Allerheerlijkst is boven op Vader's schouders door Drafna te rijden dan gaan ze naar Tom, de ezel, mag Tommetje ook boven op zijn oude rug zitten vindt hij dat een groot grapje, verder is een groot pretje om bij "de Kruidvat" aan de bel te trekken of tegen 't hekje te staan, en dan weer in galop onder hooge boomen door, dat de blaadjes in zijn gezicht kriebelen ons jochie geniet hier buiten.

                      Tommetje op ezel Tom,  Drafna augustus 1925

Tom omringd door familieleden op Drafna v.l.n.r Engelien (zuster van zijn vader Tom), Tom jr, Grootmoeder Hilda en Tante Hessie van Hall - Boissevain (zuster van Hilda), augustus 1925

25 augustus was ons jongetje één héél jaar oud. We waren met ons drietjes thuis want Vader moest weer aan boord zijn. 's Morgens vroeg kregen we een echt jarig gevoel. Ik werd wakker gemaakt met een zalig kop thee, dat vader ter eerst van 't feest had gemaakt en toen werd ons jochie uit zijn bedje gehaald en mocht hij al zijn cadeautjes bewonderen. Der ingekleurde blokkendoos van zijn grootmoeder vond hij geloof ik nog 't mooist. 's Middags ontving hij in  zijn wit gesmokte jurkje, visite en cadeaux, hij werd flink bedorven. 't Mooist was de taart met 1 kaarsje die we in de donkere slaapkamer aanstaken. Hij zat met een verrukt tuitmondje naar te kijken en takke-takke-takke verhaaltjes tegen te houden. 't Was aandoenlijk voor ons die verjaardag van ons eerste kindje , waar we zoo'n heel, heel, gelukkig jaar mee hebben gehad, daar zijn we innig dankbaar voor.

19 november.  Ons liefje is nu haast 15 maanden oud en al een reusachtig groote jongen"Vader's zoon!" want Vader zegt altijd dit is mij jongen, wij zijn 2 vrinden en wij houden samen van Moeder en dat vind ik heerlijk om te hooren, die 2 Tommen van mij hooren ook bij elkaar. Tompie vindt 't zalig om met vader te ravotten en op vaders schoot te zitten, met tikke takke tikke takke te spelen of 't spelletje van de vulpenhouder in en uit zijn dat klipje wat aan Vaders vestzakje vastzit. Maar als Tompie pijn heeft wil hij alleen bij Mammma ! zijn, dit zegt hij doddig met een engelachtig tuitmondje en dat is een moeilijk punt voor Vader. (van nu af aan heet ik Tompie, daarvoor was het Tommetje of kleine Tom)
Ik zal mijn heelen dag indeeling vertellen dan houden we daar een diepe herinnering aan. 's Morgens vroeg om 6 uur als hij heel goedertieren om half 7 ontwaakt Iwan en is dat duidelijk te merken, vooral daar z'n bedje vlak naast de mijne staat en we als 't ware hoofd aan hoofd liggen dan rent Vader eruit om hem op zijn stoeltje te zetten, daar er dan heel groote dingen moeten gebeuren, daarna verdwijnt hij met veel speelgoed in zin bedje en blijft tijden vrij zoet spelen tot dat hij gewasschen word. Een groote pret tegenwoordig is de kubus, waarvan alle blokjes in elkaar passen dat probeert hij al knap te doen met zijn dikke vingertjes dit alles gaat vergezeld met vreugde - misnoegen kreten, want uiten moet hij zich, dat kan hij niet anders zoodra iets niet gaat wat mijnheertje wil dan geeft hij een oorverdovend gekrijsch en is dan zalig gelukkig weer met de beroemde tuitmond u-u-u- zeggend, dan gaat 't mannetje in bad, toen 't nog niet zoo koud was in vaste waschtafel in de badkamer, maar nu in de verwarmde kamer in 't badje dit is een geweldig pretje en een groote plasboel. Doddig zoon klein stevig naakt figuurtje. Na 't badje eet hij zijn muësli en van te voren heeft hij ettelijke korsten grijs brood verslonden .Daarna gaan we ongeveer 1/½ uur uit, want hij moet om 12 uur na zijn maal weer in bed liggen daar Maartje Dalebout om 2 uur komt om dan weer met hem uit te gaan tot ongeveer 4 uur. Op straat is hij vol interesse voor allerlei, voor honden, katten, auto's trams, geen oogen genoeg om te kijken en dan telkens stralend naar zijn moeder kijkend hoe of zij 't wel vindt. Elke dag is 't weer een nieuwe heerlijkheid om met hem uit te gaan. Hij ziet er uit, zoals 't kiekje hier naast aangeeft 't oude jasje en mutsje van Guusje v.d.Vliet die onder ons woont en die juist 1 jaar ouder is dan Tompie.

    

   Tom sr en Tom jr  (13 maanden) in de Krugerstraat, november 1925

Hij weet al heel goed wanneer we voor ons eigen huis staan, want dan roept hij Corrrrrrrrie (ons dagmeisje) en dan zijn triomfantelijke snoetje als ze werkelijk komt en dan gauw naar boven, uitkeelden, op 't potje en daarna eten  een heel bord vol en dan holder de bolder met Tedsje tapie- tapie. Als Maatje hem 's avonds heeft uitgekleed komt hij voordat hij naar bed gaat eerst in zijn nachtponnetje binnen goede nacht zeggen en dat is en groote zaligheid dan gaat hij op vaders schouder, tante May en de kindertjes, Oma bloemen en goedendag zeggen.

De huiskamer waar Tompie voor het naar bed gaan: de foto van tante May en de kindertjes, Oma en bloemen goedendag zegde

Een moeilijk punt als dan weer naar bed moet, waar hij nog een kwartiertje blijft spelen. Maar ook 6 uur slaapt hij meestal al dus een wijzertje rond. Door het vele uitgaan, heeft hij dikke roode wangen. Ik had nooit durven hopen dat mijn kind ooit zulke roode wangen zou kunnen krijgen. Het is een lief kereltje geweldig eager , wel ongeduldig dikwijls, erg bewegelijk wat heel vermoeiend soms is. Maar hij kan zich zelf vrij goed alleen bezig houden als 't regent en hij niet uitkan, speelt hij den heelen ochtend erg zoet in de box, maar dan moet er ook veel speelgoed in zijn want hij kan niet lang achter elkaar met' t zelfde spelen. Alles wat lawaai maakt is natuurlijk 't allerheerlijkste b.v. met een pollepel op verschillende blikjes te slaan die verschillende klanken geven, dat is zij  zaligste speelgoed en is hij daar 't langst meezoet. Zijn woorden, die hij zeggen kan : Mamma, Pappa Corrrie, Teddie, Kukeleku,. maar daar houd 't ook zoo wat mee op en dit wordt alles nog heel gebrekkig gezegd. Hij liep voor het eerst enige meter achter elkaar in A'dam, toen wij bij Theo en Willen logeerden. ongeveer 26 oct.  Schattig om te zien die weifelende stapjes met zijn handjes balancerend en zelf met een verwonderd triomfantelijk gezichtje. Wat een zaligheid zoo'n kind elken dag ben ik weer meer dankbaar voor onze stralende, gezonde jongen.

Einde eerste dagboek van mijn ouders over de periode October 1924 - 19 november 1925

Een vriend van mijn ouders  Cor van Maanen heeft aan mijn moeder een brief geschreven met een horoscoop van mij, waar uit ik enkele passages citeer:

Zierikzee, Poststraat C90, 4 maart 1925. Lieve Ot, Hierbij zend ik je de lang beloofde horoscoop van je kleine jongen

Uit de brief nog de volgende zinsneden: " Voor zover ik het beoordelen kan, zal de kleine Tom zal zich ontpoppen als een zeldzaam gevoelig iemand. Nog zelden zag ik een horoscoop waarin alles zóó samen werkte om ontvankelijk te maken voor invloeden uit de omgeving. Harmonie, rust en vredelievendheid zullen essentieel noodzakelijk voor Tom's welzijn blijken; zóó gevoelig is hij voor onharmonische omstandigheden, dat een wanklank in zijn omgeving zijn gezondheid zou kunnen aandoen. De maan in Kreeft maakt daarbij dol op huis en hof; in combinatie met zon in de maagd misschien wat te exclusief gehecht aan eigen kringetje. Toch kan de liefde voor zijn familie hier uitgebreid worden tot een meer omvattende, universele liefde; en Visschen in de ascendant geeft zeker iets zéér menschlievends en humaans, terwijl de heerser Jupiter in de Boogschutter wijst op filantropische, sociaal gevoelen mededogen en edelmoedigheid. In Tom's verbeelding zal het ideaal leven van een wereld, die heel veel anders en mooier zal zijn, dan die waarin we leven Hij zal zeker veel smaak hebben, want alles wijst op grooten zin voor schoonheid en behoefte daaraan, op verfijndheid en artisticiteit. Tom zal een zekere waardigheid en trots over zich hebben; hij houdt van goede manieren, wenscht, dat de vormen tegenover hem in acht worden genomen en  heeft iets van de "gekwetste" majesteit in zich. Toch zal hij zelfs op verschillende punten zeer onconventioneel en origineel zijn; open voor nieuwe en gevorderde gezichtspunten, dol op mystiek met aanleg voor occultisme, astrologie, metaphysica.. In 't algemeen een zeer prettige en aantrekkelijke persoonlijkheid; soms een beetje nonchalant en onlyrisch, maar verder heel aangenaam mensch die (wanneer humeurigheid in zijn jeugd overkomen is) het leven van den goeden kant zal weten te nemen en de genoegens, die het leven biedt, kan waardeeren. 't Verstand is goed, begrijpend en kritisch. Zon in Virgo in 't VIe huis maakt vatbaar voor natuurgeneeswijzen en geeft zelfgenezende kracht, zonnebaden en frische lucht zullen nooit hun goede uitwerking missen. Zon in goede aspect met maan brengt succes in 'te leven en is gunstig voor vitaliteit, erkenning en liefdesaangelegenheden. En zal ik 't hierbij laten in de hoop dat "het uitkomt". Immers, dat zou bewijzen dat ik nog zoo'n stom astrologje niet ben. Want zóóveel is zeker, als er onnauwkeurigheden inzitten  is dat mijn fout en niet die van de astrologe. Dag, Dag! Mijn hartelijke groeten voor jullie allemaal en een zoentje voor kleine Tom van jullie Cor

Horoscoop: Nativiteit van Tom de Booij geb. te Vlissingen, 25 augustus 1924

Polariteit Zon in maagd met maan in Kreeft: De kern van zijn innerlijke leven wordt het best uitgedrukt door paragraaf 549 in Alan Leo's "The Key to your own nativity pag 202: "Blending the influence of they sun in Virgo and  the moon in Cancer , representing the individual and personal character, it may be judged that you have a great love of beauty, harmony and peaceful surroundings; indeed , these things that  are absolutely essential to your well-being. You are  execeedingly sensitive to inharmonius conditions that discordant surroundings would affect your health. You have an ideal in your imagination of a world that is very different from  this and often find it hard to endure your present environment. You are dispose to be economical en industrious, anxious concerning those dependent to you, and about laying by for the future. You are to your  immediate circle , - indeed, somewhat exclusive ; yet your love of family could be extended to a larger field".
Ascendant Visschen conjunct Uranus. De gevoeligheid en kwetsbaarheid van dezen stand wordt nog versterkt door den Ascendant Visschen conjunct Uranus! Inderdaad de geborene heeft een overgrote behoefte aan schoonheid en tederheid en wil die ook aan anderen geven. Echter beduidt bij dit alles ook een groote prikkelbaarheid en humeurigheid bij tijden. En daarbij zal hij wel eens lastig worden gevonden in huiselijke kring en daarbuiten. Maar men bedenke, dat hij zelf in de eerste plaats lijdt. Hij voelt óók en dan heeft hij een sterk kritisch vermogen jegens anderen, maar ook jegens zichzelf. (Mercurius in VII en Zon opposiet Neptunus). De strijd tegen zijn emoties acht ik persoonlijk den grooten strijd van zijn leven. Dien strijd zal hij evenwel telkens en hoe langer hoe winnen en hij voert hem op de basis van een nobel, degelijk en rechtschapen karakter. Vele menschen zullen veel van hem houden en hij zal ook veel medewerking en steun ondervinden en vriendschap van onderen en hooggeplaatste!. (Zon sextiel Maan, Zon sextiel Saturnus, ascendant driehoek Venus).  Ook zijn gezondheid is sterk; hij zal wel heel oud worden (goede Neptunus !). Als hij zich prettig voelt en in een congeniale sfeer kan hij dan inderdaad ontzaglijk warm, hartelijk en haast wonderlijk teeder zijn (ook (Mercurius in Weegschaal!). De onpeilbare diepte van Kreeft wordt dan vermoed en een geheel nieuw uiterlijk krijgt hij voor wie hem nog nooit zóó kenden. (Jupiter heerscher IX) . Er is een sterk idealistische en wijsgeerige inslag in hem. Hij is eigenlijk altijd geneigd een ideale wereld van Idee, vorschend en ordenend te doorkruisen. Hij is een geboren advocaat, terwille van de studie van het Recht, niet als pleiter  (Mercurius in VII). Als pleiter zou hij op veel vinnige tegenstand stuiten en overlistige slagvaardigheid. Maar als wijsgeerig jurist is hij geboren; ook als priester in den algemeenen zin en voor ontdekkingsreiziger in streken, die hij te recht of ten onrechte ziet als een aardsche weerspiegeling van de wereld zijner idealen. In zeker opzicht is er een merkwaardig dualisme in hem. Eenerzijds is hij zeer gesteld op goede omgangsvormen van een deftig en ceremonieel karakter; hij zal dit ook toonen in een hoofdsche en statige houding (Asc Vissen, Jupiter Boogschutter in IX). Gemakkelijk te kwetsen is hij hierin hij toont een sterk gevoel van eigenwaarde te bezitten, point d'honneur  populair  "ponteneur". Wee hem of haar, die hem hierin pijn doet! Maar anderzijds, wanneer zijn genegenheid voor iemand of iets is gewekt, laat hij alle conventies en wat dies meer zij naar zijn grootje loopen; dan blijkt ook, dat er een groote romantiek in hem aanwezig is, die gaarne samendoet met zijn onaardsche neigingen om in een ideale wereld rond te reizen. Het is hier niet zo eenvoudig voor hem (Mercurius maagd). Gelukkig maar, dat hij een zeer goed, diendend, nuchter verstand heeft ! Dit maakt dat hij  niettegenstaande zijn 'Himmelfahrt auf Erden" deze aarde niet uit het oog verliest. (Venus driehoek Saturnus).  Een groot geluk is zijn flinkheid en persoonlijke moed. Hij is menige zin ook een aanvoerder en hij kan organiseeren, maar hij moet redetwisten vermijden. Mercurius in VII, Venus driehoek Saturnus maakt met Zon in 5  dat zijn leven, hoe dan ook, een welslagen beteekent en géén failure. (Ascendant comjunct Uranus).  Hij heeft  uitzonderlijke karaktertrekken en is zeer begaafd.

1926

Tot eind 1925 heeft mijn vader  eerst aan boord Hrms 24, daarna Hrms mijnveger "Hydra" gediend.

4 januari Amsterdam, Brief van Nelly aan mevrouw de Booy
Mevrouw ! Bij de wisseling des jaars, kom ik U even gelukwenschen. Moge dit jaar 1926 in alle opzichten een jaar van zegen en voorspoed zijn. Mogen ziekte en tegenspoed van U worden geweerd. In het bijzonder , hoop ik ook dat Tommetje in alle opzichten wel moge gaan. Hij is niettegenstaande zijn inenting bijzonder lief. Van de vijf prikken zijn er vier opgekomen. Vrijdag en zaterdag waren ze op het ergst. Nu beginnen ze weer af te nemen. 'kVind het zoo opmerkelijk, dat hij in het geheel niet lastig is geweest. Koorts heeft hij niet gehad. Dr Tanja vond hem ook buitengewoon goed .'t Grappig kereltje Van brommen en auto's houdt hij erg veel, als hij ze hoort, vliegt hij naar het raam en probeert na te doen. Hij heeft nu pas het woordje die geleerd. Wanneer hij nu iets vragen wil, zegt hij: "die,die,die", Hij houdt er wel een bijzondere manier van liefkozing op na, bijv. in mijn neus, arm of wang te bijten vindt hij een vermakelijk grapje. 't Is geweldig zoo stevig als hij op zijn beenen sta. 't Woordje Neen begrijpt hij heel,goed. Voor alles wast hij niet wil of niet lust, zegt hij: "Neen, Neen,Neen". U zult zeker wel erg naar hem verlangen en Mijnheer natuurlijk ook. U zult het zeker wel druk hebben met pakken. Nu Mevrouw ik wensch U verder al het beste toe en tevens de h.gr. Uw dw  Nelly.

Eind januari 1926 vetrokken we van Vlissingen naar Batavia met de mailboot Grotius aankomst 23 Februari 1926.

Mailboot S,S. Grotius waarmee mijn ouders en ik naar Nederlandsch Indië voeren.

Mijn ouders en ik n gingen eerst  logeren bij mijn grootouders Gooszen in Parapattan 38, Weltevreden. Mijn grootvader was toen commandant van de zeemacht in Nederlandsch Indië. Vandaar werd  mijn Vader overgeplaatst naar Ambon om daar hij hydrografische opnames te verrichten aan boord van  de Hrms de Zeven Provincien.

Hrms de Zeven Provincien. (Een kanonneerschip, in feite gebouwd als pre-Dreadnought slagschip, terwijl elders dat concept al volkomen achterhaald was. Bekend geworden door een muiterij in 1933, die in feite een protest-demonstratie tegen arbeidsomstandigheden was en beëindigd is met een bom die enkele doden tot gevolg had. ( Na de muiterij werd het schip herdoopt in Soerabaia. In de Tweede Wereldoorlog werd het bij een Japans bombardement tot zinken gebracht).

Mijn Moeder bleef tot die tijd bij haar ouders in Parapattan.  In juli 1926 vertrokken mijn ouders en ik naar Ambon tot voorjaar 1928 

Uit het  dagboek geschreven door mijn ouders over de periode eind januari 1926 - 15 april 1928:

24 mei 1927 Ambon, Tompie is nu al ruim 2½ jaar, dus heb ik in een heel lange tijd niet bijgehouden. toch zal ik zooveel mogelijk proberen 't voornaamste te herinneren, de kiekjes geven vrij goed weer hoe hij er in die tijd uitzag. Allereerst op de mailboot "de Grotius" waarop we in Genua  (na een miserabele treinreis waarin Tompie hoogen koorts had, maar gelukkig rustig in zijn hangmatje lag ) aan boord stapten. Na eenige dagen was hij weer boven Jan en ging met zijn Vader aan dek. Vader zorgde heelemaal voor hem, daar ik de eerste 10 dagen een flinke angina had. De passagiers hadden plezier in die 2, ze gingen samen naar de kinderkamer, waar 't eten met flinke hand er in werd geduwd., want erge honger had hij nog niet in 't begin hij gedroeg zich daar vrij behoorlijk, had ook veel afleiding door de andere kinderen, aan dek was hij altijd in de box aan 't spelen met zijn blokken, auto-tje etc. Zo nu en dan werd de box weer eens verplaatst nadat er een overstroming was geweest, want 't meneertje was nog lang niet zindelijk, gelukkig wel met 't groot geval dat elke ochtend met een zeepje op 't potstoeltje gebeurde. Voordat hij naar bed ging mocht hij eerst nog aan 't touw rondloopen en was dan zijn geliefkoosde bezigheid lucifertjes uit de goot op te rapen en in zee te gooien. Veel praatte hij toen nog niet, ook liep hij nog erg waggelend toen hij 23 februari '26 in Batavia aankwam.

Familie Gooszen in Parapattan, Weltevreden februari 1926. v.l.n.r. Oom Wim van Hengel, zwager van mijn moeder, Moeder Ot, Tom jr, Tom sr, Grootmoeder Jet, Gigs van Hengel, Teun Gooszen, zuster van mijn moeder. Grootvader Gooszen, Hank van Hengel en tante May van Hengel-Gooszen, zuster van mijn moeder.

Het 'paleis' van mijn grootouders Parapattan 38, Weltevreden

Wat was het een feest toen Grootmoeder, Grootvader, Oom Wim, tante Maytje met Hank en Gigs en Tante Teun aan de kade stonden te wachten en ze eindelijk ons jochie konden zien, hij was dadelijk met hen op zijn gemak en was wild uitgelaten toen  hij op Parapattan alle beesten zag, de eenden, de ganzen, kippen, duiven en zelfs en aap en Wiet Wiete, 't witte konijn.

Tompie voert ganzen  in de tuin van zijn grootouders Parapattan, februari 1926

Hij had daar een ideaal leventje in de groote tuin vooral 's middags als hij op 't groote grasveld mocht spelen en niet zoals 's morgens in de box hoefde. Sina, de baboe, zorgde goed voor hem, alleen merkte hij vrij gauw, dat met eenig gekrijs gauw zijn willetje door kon zetten zoodat ik later blij was om hem weer heelemaal alleen voor hem te zorgen. In de box was hij altijd vrij rustig, want kon heel goed zich alleen bezighouden.

 

 Tompie in de tuin van zijn grootouders in Parapattan

Gelukkig heeft hij niet veel last gehad van 't acclimatiseren, zijn eetlust was ook vrij goed. Van de Indische vruchten at hij eigenlijk alleen papaja en natuurlijk dronk hij heel veel gele djiroeks. Zijn verdere eten was vegetarisch. Zoals op de kiekjes is te zien was 't een stevig dik jochie maar later hoorde ik dat ze hem enigszins te dik vonden met een te groot hoofd en dat is natuurlijk vrij gauw goed uitgegroeid. Hij had groot plezier met zijn kleine nichtjes Hank en Gigs die zooveel mogelijk bij hem kwamen spelen.

Tompie met Sina, zijn  eerste baboe in Indië

We bleven 3 maanden op Parapattan, terwijl Vader op de "Zeven Provincien" was geplaatst, en Vader dus zijn jochie die langen tijd moest missen wat hij erg moeilijk vond, 't is zoo'n zaligheid dat kind aldoor om je heen te hebben er is geen dag voorbijgegaan dat ik niet heel dankbaar ben voor dat heerlijke stralende kind van ons. 'T was een erg levendig kind , moest daarom de eerste 2 ½ jaar vastgebonden in bed liggen, als we dat niet deden rende hij rond en kwam er in de eerste uren niet van slapen, trok hij zelfs aan de klamboe, of probeerde al 't kapok uit zijn kussen te halen zoodat ik hem dan niezend en proestend tusschen al 't kapok vond. Een ellendige gewoonte, waar we 2 ½ jaar heel veel last mee hadden, was 't vrij hard bijten zoodra hij iets van hem afpakte, dat heeft zelfs ook nog in de eerste tijd in Ambon veel verdriet gegeven. Want hij beet hij flink zoodat een ronde roode kring te zien was.. Met de ganzen was hij op een meter een afstand een held, maar O wee als ze met uitgerekte hals naar hem toe kwamen, dan vloog hij angstig naar zijn Moesje. In die 3 maanden zijn we ook nog 2 ½ week naar boven geweest n.l. naar Rantje Boland, de theeplantage op 1000 voet boven Bandoeng waar oom Henk Peereboom Voller administrateur van is. Het was heerlijk om te zien dat 't jochie weer een Hollandsche tint en Hollandsche eetlust kreeg. Het was er ook flink koud, was hij 's morgens stevig ingepakt in de groote box onder de mimosa boom en 's middags was 't zelfs te kil om buiten te zijn, daar we dan meestal in de wolken zaten. Ik genoot ervan weer lekker onder wol te kunnen slapen, zoodat zijn kleine lieve gezichtje er alleen uit kwam piepen.

18 juni 1926 aanvaarden we met ons drietjes de groote reis naar Ambon, eerst met de trein naar Bandoeng, waar we Grootmoeder in 't Preanger Hotel vonden, zij waren van boven gekomen om ons goede reis te wenschen.'t Was lang niet grappig, dat ze ons jochie in zoo'n lange tijd niet zouden zien. Want 't was natuurlijk heelemaal niet zeker of we 't volgende jaar met de reparatie van de "Van Doorn" naar Java zouden kunnen komen. Op weg naar Soerabaia stapten we in Djocja uit, om met een auto naar de Boeroboedoer te gaan, waar we 's nachts in de Pasangrahan logeerden, om toch zoolang mogelijk van dat wondermooie mystieke monument te genieten.

Tompie op een van de monumenten van de Boeroboedoer, juni 1926

Tompie kiekten we op een van de wachtende monsters. Ook liep 't mannetje braaf mee, toen we alles in Djocja bekeken,o.a. 't oude waterpaleis en zooveel mogelijk van de Kraton. De treinreis tot Soerabaia was lang geen grapje, maar heeft hij zich inde hangmat voorbeeldig gedragen, totdat hij ongeveer 1½ uur voor aankomst toen hij zich uit nieuwsgierigheid te ver voor over boog en onderste boven in hing toen was 't uit met de rust en kwamen we pas weer bij, toen we goed en wel bij onze gastvrouw Mevrouw Coops waren aangeland en hij zalig gewasschen kon worden en in zijn bedje werd gestopt. Na 3 dagen stapten we op de K.P.M. boot , die ons via Makassar, waar we bij de gouverneur Couvreur logeerden,  naar onze a.s. woonplaats Ambon bracht. Eindelijk ten lange leste op de plaats van onze bestemming. Kinny en Rem van Tijen kwamen ons halen, natuurlijk in een gietbui, want de regentijd was ik volle gang. Tompie genoot dadelijk van alle vrindjes en vriendinentjes vooral Brammetje Gieben, die half jaar ouder is. We kregen gelukkig één van de beste huizen van Ambon waar Tompie ook een kamer alleen kon krijgen, we sloten het af met een hekje naar de voorgalerij, zoodat hij daar heerlijk zonder gevaar kon spelen, wat hij werkelijk ook heel zoet deed den eerste tijd, we hadden hem ook tot Ambon in een box gehouden, dus was voor hem dan groote kamer en heele vooruitgang . Zooals op de kiekjes te zien is, liet ik zijn haar millimeteren in de hoop, dat 't wat dikker zou worden, maar 't stond wel heel lelijk en zal ik 't ook niet gauw weer laten doen.

Drie vriendinnen van Moeder Ot : Kiek Beversluis (met Ankie en Miekie), Kinny van Tijen (met Itte en Us ), Hans Gieben ( Bram en Bartje). Tompie's haar is net gemillimeterd!

 

            Ton Beversluis en Bram Gieben met verschillende kinderen:  Ambon, augustus 1926

Hier in Ambon heeft hij een ideaal leventje. We gingen  n.l. heel veel naar 't z.g. strandje, een klein stukje strand aan de Baai. Hij mocht daar in 't water spelen, terwijl ik heerlijk onder een prachtige ketapanboom zat te lezen en te genieten van dat heerlijke uitzicht op de Baai. Uren kon hij daar aan de gang zijn, met een trekpotje of een bootje. Als 't erg warm is, ging hij languit in 't water liggen en liet zich daarna weer bakken in de zon. Het was daar heel ondiep en ook niet zonnig want speelde hij ook nog in de de schaduw van die boom. Vader bracht ook eens een echt prauwtje voor hem mee, maar was dat geen groot succes, was hij daar nog een beetje te klein voor. 's Middags gingen we meestal met alle andere kinderen naar de Baai  zaten de moeders dan op 't beroemde '"muurtje" te kwebbelen, terwijl de kinderen meestal weer aan 't strandje speelden. Ook bleven we wel bij 't tennisveld waar Tompie kon voetvallen op 't groote grasveld ernaast en dan meestal op de portie katjang à 5 ct werd getrakteerd.

Tompie op schoot van zijn Moeder, Ambon  eind 1926

Tom junior en Tom senior

Maar als Vader 10 dagen thuis is, is 't groot feest dan gebeuren er allemaal zalige dingen. Allereerst als we hem gaan halen en we werkelijk na die 5 lange weken wachten de "van Doorn" de Baai zien binnen stoomen, en we gauw met de motorboot aan boord komen en we Vader's gezicht weerzien. In die 10 dagen wordt 't onmogelijke gedaan dan stappen we 's middags na de thee op de fiets Tompie achterin  in 't mandje en gaan we of naar de Chinese graven waar we een groot vuur aanleggen òf naar de Kali, waar Tompie in  't water kan spelen en met Vader dammen bouwt van steenen. En Zondags naar Batoe Gantoeng waar hij ook in 't stroomende water speelt en wij zwemmen kunnen. Van al die tochtjes genieten we intens en zijn we dankbaar in zoo'n mooie streek te wonen, waar 't ook niet te warm is, vooral niet in de regentijd, om uit te gaan. Nu zijn voor eerst al die tochtjes uit, daar we nu in afwachting zijn van Tompie's broertje of zusje. Tompies dag indeling is als volgt. opstaan ongeveer 7 uur aankleeden , eten ( de beroemde muësli) daarna eerst wandelen of naar 't strandje en daarna thuis spelen of ook wel den heelen ochtend "bouwen" bij tante Iny (Kinny van Tijen) of spelen bij zijn vriend Bram. Om half 12 mandiën en om 1 uur zitten we aan tafel. Hij eet meestal groenten, aardappelen en een spiegelei, met pudding, poffertjes of flensjes toe, vooral 't laatste is een grote traktatie, ook houdt hij veel van zuurzak of papaja, dat zijn ook  wel de eenige vruchten behalve djiroeks, die je hier kan krijgen.

 Onze eetkamer in Ambon

Om 1 uur ligt hij in bed tot half vier wanneer hij weer heerlijk met zijn Moeder gaat mandiën dat is altijd een groot pretje vooral om elkaar nat te gooien of stilletjes zijn pantoffels met water  vol te gieten. Na de thee gaan we altijd uit naar de Baai of als 't regent naar andere vrindjes en om half 7 zit hij weer aan tafel en moet daarna dadelijk naar bed.

1927

28 februari stoomden we allen met de "van Doorn" de Baai uit nagewuifd door alle kennissen.De "van Doorn" moest n.l. zijn jaarlijkse reparatie in Soerabaia ondergaan en mogen dan de respectievelijke vrouwen meereizen.

   

    Hrms "van Doorn", opname vaartuig van de Kon.Marine tot 1929

Dat was een zaligheid vooral omdat we 't buiten verwachting troffen met 't weer, we hadden oliezeetjes en prachtige zonsondergangen. Tompie genoot aan boord er was ook zooveel voor hem te zien, o.a. de beesten nl. de koeien, varkens, kippen,  Hera 't hertje, die ging hij altijd pisangs brengen 2 x in de week mocht er gamelang gespeeld worden en zat hij tusschen de matrozen mee te tokkelen.

 

Tompie speelt op een gamelang aan boord van de "van Doorn" februari 1927

Ze hadden allen plezier in 't vrolijke kereltje en werd hij altijd geweldig verwend. Ook waren de officieren erg aardig met hem en was vooral 's avonds 't bitteruurtje 't hoogtepunt. Als hij al in zijn pyjamatje was mocht hij bij hen de katjang gaan halen en eindigde 't altijd in en bokspartijtje "bokkie, bokkie"riep hij dan en stond in angstwekkende vechthouding klaar. Vader Tom en ik niet minder genoten er altijd intens van o dat eager, stralende jochie bezig te zien. Vrijdag speelde hij veel met Itte en Us, die natuurlijk ook aan boord waren, hun Vader was commandant. Wij sliepen in de kaartenkamer en was dat een geweldig bofje, waar 't heerlijk koel was en midscheeps lag, dus we 't minste van de beweging van 't schip voelden. Elke nacht liep Vader van 12 uur tot 4 uur boven ons op de Brug, van te voren en daarna kwam hij altijd kijken of 't alles goed bij ons ging en werd zijn jochie, die op een matrasje op den grond lag nog lekker ingestopt en kreeg ontelbaar veel kusjes. 'T was heerlijk om met ons drietjes samen te zijn, maar het duurde niet zoo erg lang, daar Tompie en ik na aankomst in Soerabaia na 2 dagen door zouden gaan naar Weltevreden. Maar eerst genoten we nog 3 dagen in 't Oranje Hotel van de luxe van Soerabaia, elektrische licht, vaste waschtafels etc. Grootvader kwam juist na onze aankomst ook door de lucht aangevlogen en was 't heerlijk om ons jochie weer aan hem te kunnen vertoonen. Tompie voelde zich dadelijk met hem op zijn gemak.

K.P.M. boot "Plancius" waarmee we van Soerabaia naar Tandjong Priok de haven van Batavia zijn gevaren  februari 1927

Maar 't grootste feest kwam nog toen we in Priok van de "Plancius"gehaald werden door Grootmoeder, tante Maytje en Hankie en Gigs en we de anderen in Parapattan vonden en dan al 't heerlijks in de tuin, de kak, kippen, duifjes enz elke middag mocht Tompie er mee gaan voeren met "Ema" eersts kak "Tompie niet aaien, Grootmoeder wel, Kak tout bijten" dus bleef hij op een afstandje staan maar bij de kippen "ippen" was 't een groote pret, dan mocht hij in het hok en hen eten geven. Verder was 't zalig om elken dag Grootvader met de auto naar het departement te brengen."Grootvader  Tompie mee auto?"en als 't dan mocht riep hij "Hoera Hoera!! Lena, hoed, Tompie, Tompie auto. Tompie kleine bankje Grootvader, goobote". Ze vonden hem veel liever geworden, kon hij zich ook veel beter bezig houden. 't Liefste speelgoed waren zijn blokken daar kon hij werkelijk uren mee spelen en dan genoot hij van de ruimte om te rennen door de pendopo in de bijgebouwen vooral toen hij zijn fietsje kreeg. Wat hebben we gelachen toen hij 's avonds in zijn pyjamatje voor het eerst probeeren mocht en met een groote ernst 't probeerde goed te doen zich ook helemaal niet storend aan die lachende groote menschen, want 't was zoo'n gek gezicht dat miniatuur meneertje op dat fietsje. Hij ging dikwijls bij zijn nichtjes spelen, stuurden we hem dan met Lena in de deeleman er naar toe. Hankie en Gigs waren allerliefst voor hem, mocht hij met al hun speelgoed spelen. Met Grootvader had hij altijd boxpartijen of speelden ze samen verstoppertje tot Tompie zóó wild er van werd, dat 't meestal met een huilbui eindigde. Ping, pang, poef zei de kleine vegetariër; en kwam dan verwoed op Grootvader aanstormen. Het was voor hem dan ook moeilijk om weer voor 3 jaar afscheid van hem te nemen, juist nu ze weer aan hem gewend waren, Gootmoeder miste 's avonds erg zijn nachtzoentje, dat hij in zijn pyjamatje mocht komen brengen, in  de  verte hoorde je hem dan aankomen met zijn  klappende bloote voetjes op 't marmer. Na 3 heerlijke dagen gingen we weer met de "Plancius"naar Soerabaia waar Vader ons opwachtte, dart was dan ook heerlijk hem eindelijk terug te zien, we gingen dadelijk in een groote auto naar boven n.l. Andanasari op 1200 meter hoogte.

Hier eindigt  voorlopig het dagboek van mijn Moeder. Mijn vader neemt het over want ze hadden hun lieve dochter na 6 dagen weer moeten afstaan. Zij overleed aan een bloedvergiftiging (Melaena Vera) in Ambon. Mijn vader vervolgt het dagboek:

Het originele handschrift van mijn vader van het dagboek dat hij voor zijn zoon Tom maakte

Andanasari - Ladder van bloemen welk een heerlijke herinneringen zijn het voor ons drietjes. Nu met de wetenschap van het onbegrijpelijk heengaan van de lieve kleine Hilda - Tom's zusje toen ze nauwelijks 6 dagen oud was is al die tijd daarvoor, dat Hildatje al bij ons was het gouden licht van liefde omstraald. Andanasari - aan de voet van het machtige Tengger gebergte met z'n nog werkende vulkanen, waar je 's nachts de Bromo kon hooren loeien - omringd door een natuur zoo lieflijke en rein in de lichte, pittige berglucht met het uitzicht op de teren vormen van de slapende jonkvrouw Kawi en de krachtige omhoog steigerende bergmassa's  van de Prins Arjoeno. Ik haalde Moeder Ot en Tompie's 's ochtends van de Plancius - het mooie groote schip van de KPM dat om 7 uur de haven van Tandjong Priok binnenvoer. Daar stonden ze te wuiven. Moeder Ot in een nieuwe roode jurk, met een kleur van opwinding en Tompie - is het mannetje geworden na de warme weken in Weltevreden. Wat was het een zaligheid om hem weer bij me te hebben. Tompie bracht een Vliegende Hollander mee uit Parapattan er was geen kwestie van dat we die mochten achterlaten. "Fietsje ook, Fietsje ook mee" en de tranen van teleurstelling verschenen al op het gezichtje toen hij merkt dat we z'n fietsje in de auto wilde stoppen in de barrang  voor de Oedjong werd geladen! Met z'n drieën en Lena hadden we toch alle plaats noodig in de ruime Hudson, want de traditie getrouw waren er meer dan enkele stuks handbagage. Ronkend donderde de auto de hellingen op en het kleine mannetje viel onderweg bij z'n moeder inslaap. Wat is hij dan rustig en lief! Bij Nonkodjaradja kwamen Spits en Rem ons al tegemoet -en de laatste sensatie toen de auto in een greppel gleed - beklommen Moeder Ot en Tompie de voorwereldlijke draagstoel door 4 inlanders gedragen - een matige prettige sensatie was het en Tompie zei niets maar keek met groote ogen naar het heele nieuwe dat hij meemaakte.

Op weg naar van Soerabaia naar Andanasari belandt de auto in de greppel. Moeder Ot staat voor de auto links

Door het diepe ravijn - langs modderige paadjes en na een steile klim aan de rand van het bosch hoorden we de juichstemmen van Willem Frederik en Jetteke en kwam ook Kinny ons tegemoet. Tompie was uitgelaten van pret z'n vrindjes weer te zien! De heer van Dorsten was ons ook tegemoet gereden op zijn kittige paardje en was nog steeds dezelfde, reeds spoedig hadden Moeder Ot en ik plezier over z'n uitlatingen als "verduveld gek - bespottelijk" enz.

Tompie in Andanasari 1927

Het châlet in Andanasari, waar we logeerden

Ons huisje was een alleraardigst châlet - tusschen rozenstruiken en de geurende maartse viooltjes vormden de welriekende eerewacht. Uit de slaapkamer hadden we het uitzicht op de bergen en 's avonds in het voorkamertjes zaten Moeder en Vader weer gezellig voor te lezen  - in dikke Hollandsche kleeren gekleed en hun dierbare jochie sliep daarnaast in z'n allerdikste pyjama;s  - lekker onder de dekens. Hoe genoten we ervan weer rustig bij elkaar te zijn, met de wetenschap dat er geen wachtdagen zouden zijn en ook de "van Doorn" niet op sprong gereed lag om spoedig te vertrekken! Het was voor Tompie wel een teleurstelling dat Itte en Us de dag dat we kwamen weer vertrokken, maar al gauw was hij die te boven en met mij maakte hij veel wandelingetjes. Moeder Ot liep ook een eindje mee - maar veel verder dan het bos kom ze niet komen helaas - ze was dan zoo hijgerig en meest heel langzaam terug wandelden en wachtte ons onder de groote wilg, waar ook de schommel hing met allerlei lekkers. Het groote pretje  was het "apen zoeken". Geweldige opwinding van Tompie toen er werkelijk apen verschenen , die van tak tot tak sprongen. Buiten zich zelf schreeuwde het kleine manneke zoo hard hij kon  - klapte in z'n handjes  -ajo- pigè lekàs - pssop hoorrr! Hoèpla -Hoèpla.  Eenig was het die apen in het wild te zien, de twee Tommen genoten er beiden evenveel van. Dan de koeien en geiten die Tompie achterna zat met een stok - en ze voortjoeg als de beste koeiendrijver. De kleine Javaansche jochies en meisjes die er op moesten letten passen, hadden groote pret in de branie van ons ventje. Als Tompie te moe werd ging hij op mijn rug - en zoo legden we soms hele afstanden af. Kwamen we door koffieaanplant, waarvan hier nog veel over is op voormalige gouv. koffietuinen, dan moest hij steeds een ketàpan hebben en klemde de roode en groen besjes krampachtig in z'n handje! Het was voor ons jochie wel 'n ideaal oord. Veel vlakke weggetjes  -een snel stroomend bergbeekje door een goot geleid waar de "bootjes' konden varen, want Vader en Moeder waren zoo knap geworden dankzij de opleiding van Mevr.van Dorsten en konden nu van oude kranten"Bootjes vouwen"- het bracht Tompie eerst tot een soort van wanhoop als hij zijn scheepjes zag meevoeren door de snelle stroom en er vloeiden dan wel eens tranen.

 

      Bootjes laten varen in een beekje, Andanasari

Maar de grap er van begreep hij tenslotte ook en dan was het boot "Ema"  tuut tuut tuut en weg duwde de stroom het broze papieren bootje. In de opwinding om een van de  meeste geliefde bootjes weer op te pikken viel de jonge zeeman languit in de slokan - dat was een schrik! Kletsnat kwam hij bij zijn moeder terug en nog dagen daarna had hij er heele verhalen over te vertellen. Met Vader heeft hij ook heel wat geteekend en leerde hier voor het eerst hoe je een schip moest teekenen. De romp, 2 masten, schoorsteen - en de rook! Dat vergat hij niet zo direct meer! De honden van de van Dorsten's, waar we elke avond tegen zonsondergang naar toe gingen konden zich niet in zijn algehele sympathie verheugen. Hij was bar benauwd voor de grommende Tenggereesche hondjes en al zei hij nog zoo lief "Doesja zoet - Pim zoet zoet zoet zoet".Zoodra kwam het beest wat dichter naar hem toen of hij zocht bescherming bij Moeder of Vader welke laatste, die ook geen hondenliefhebber is,.veel sympathie met hem had. Tompie bekeek dan met ons de kranten, zocht schepen en bij de advertentie van Rosa rijwielen waar een oude Viking kop met zware baard en snorren hem sterk aan St Nicolaas deed denken, die hij 't eerst 5 dec. 1926 kreeg te zien - Hij boog dan op vermakelijke manier en zei dan "Baas","baas"dag kindertje! Voor onze "Bobbie" het merkwaardige jongemens dat als voluntair een rustkuur deed bij van Dorsten toonde Tompie weinig ontzag en met de van Dorsten, die evenals mevrouw bijzonder op hem was gesteld, maakte hij dikwijls veel pret. De eerste week in Andanasari at Tompie heel slecht en duurde het een heel tijdje voor we begonnen te merken dat de hooge lucht invloed begon te krijgen. Maar toen hij eindelijk een kleur kreeg, zag hij er prachtig uit en z'n Moeder en hij bleven daarom een week langer boven, terwijl Vader in het warme Soerabaia was waarvan je de lichtjes kon zien op de heldere avonden - heel ver weg in vlakten.

Tompie op zijn favoriete goeleng

Vader Tom en zoon in Andanasari

 

               Tompie  en de koeien van de heer van Dorsten

 

                         Tompie op het paard van de heer van Dorsten

 De grootste tocht die we met ons drieën maakte was heen en terug naar Nongkodjaradja  en voor Tompie was het wel wat ver en klom hij op de terugweg op de breede schouders van z'n Vader. Maar het einde kwam toch van de heerlijke tijd boven en tenslotte vertrokken we met dezelfde rookende Hudson naar de warmte..... En toen kwamen we vreeselijke, benauwde, warme dagen. We logeerden bij Borgesius en was het huis ondraaglijk warm - ons jochie werd al spoedig  witjes en Moeder het gevoel niet meer te kunnen! Tompie werd erg zoet en lief gevonden omdat z'n Vader, die wel wist dat 'un homme averti en vaut deux'  z'n gastvrouw had gewaarschuwd, dat 't jochie wel eens levendig kon zijn. We snakten naar het einde van de hittetijd en toen  Tompie nog ziek werd, en koortsig was elke dag Soerabaia nog een dag te veel! Wat een zaligheid was het om eindelijk a/b van de "van Doorn" de koele zee in te varen waar we konden bekomen van de abnormale kenteringhitte. Tompie was de heele reis nog erg witjes en lang niet het vroolijke grappige kereltje van de heenreis. Het weer was de eerste dagen ook niet fraai en voelde Ot zich allerellendigst. Gelukkig dat ik overdag veel kon helpen. Lena was ook blij weer terug te gaan naar Ambon  - maar wat er allemaal in haar was omgegaan weten we toch niet. De terugreis met de "van Doorn"  was niet zoo gezellig als de heenreis, de eerste dagen was Moeder zeeziek. - De Oostmoesson stond al flink door maar gelukkig werd het na Saleijer beter. Tompie was de eerste dagen nog erg witjes en gauw moe en kribbig, de laatste hittedagen van Soerabaia waren wel te veel geweest! We kwamen na een week in Ambon aan en een vreugde was het ons huis prachtig terug te vinden. Awi had de tuin verzorgd en overal stonden bloemen. Tompie was uitgelaten om z'n speelkamer terug te vinden en z'n vrindje Bram weer te zien.

                      Ons huis in de Kleine Olifantstraat Ambon

                     Chinese straat in Ambon waar mijn ouders inkopen deden

Ons huis rechts op de hoek van de Kleine Olifantstraat en Paradijslaan in Ambon

   

De grote ' familie' op Ambon. Op eerste rij : v.l.n.r.Brammetje Gieben Jetteke van Tijen Ankie en Mickie Beversluis, Tompie, Willem Frederik (Us) van Tijen ,
Achterste rij: Hans Gieben met op haar schoot Bartje Gieben (heel vaag), Willy ten Doeschate met Martijntje op haar schoot, Kiek Beversluis, Moeder Ot, Kinny van Tijen.

 

De "acht" van Ambon: Martijntje, Bartje, Tompie, Brammetje, Jettteke, Mickie, Us (Willen Frederik), Ankie

Op het muurtje waar de vrouwen elkaars wederwaardigheden uitwisselen. v.l.n.r Kiek Beversluis, Moeder Ot, Hans Gieben, Willy ten Doeschate ? en onbekend

Iedereen vond dat hij erg was opgeknapt, veel gehoorzamer en vriendelijker was geworden. Met z'n fietsje reed hij nu ook over de weg onder geleide van Vader - een flink gangetje haalde hij ermee! De "van Doorn" bleef niet lang binnen - Vader ging weer terug en de lange tijd van samenzijn was weer voorbij! Moeder kreeg een drukke tijd om alles in orde te maken voor Hildatje  - en had ze moeilijke dagen met de bedienden want Lena verliet ons - ze moest ook een kindje krijgen - en na een paar vervelende dagen met een "ganti" die irriteerend werkte op Tompie ook - kwam Pauline een Timoreesche  - die echter niet in Lena's schaduw kon staan, .maar Tompie was al zoveel groter en flinker geworden, dat het minder nodig was dat een aparte baboe voor hem was - hij bleef toch het grootste gedeelte van de dag  bij z'n moeder en kon hij zich aardig bezig houden met blokken of de zandbak, die nu in de voorgalerij erbij was gekomen. De maand mei en de eerste helft van juni waren geheel gewijd aan de voorbereidingen voor de komst van Tom's zusje Hilda en toen Vader half juni thuis kwam - vond hij alles zoo goed als klaar. Tompie leefde ook heelemaal mee. Hilda's bedje en wiegje stonden in zijn kamer. Zaterdag 17 juni werd er op de Sociëteit een avond gehouden ten bate  van de cycloonramp en met Tompie in z'n prinsenpakje  gingen we er ook heen. Hij zag er lief uit ons kereltje en ik weet niet wie die avond het meest genoten heeft - z'n ouders of hij. Er was ook een grabbelton en vele malen  mocht Tompie "grabbelen". Hij dook dan diep met z'n arm erin in de ton en kwam dus met een pakje in z'n hand triomfantelijk teruggeloopen naar de tafel waar wij zaten en daar werd het opengemaakt in geweldige spanning. Wat was hij uitgelaten blij met twee spoortreintjes, het schrift, de potlooden - enz! De volgende dag was Moeder heel moe en maandagmiddag zei de Dokter dat Hildatje op komst was, dat hadden we niet verwacht - maar de "van Doorn" bleef nog een week binnen en kon het niet beter treffen. Tompie ging naar het huis van tante Kinny met z'n heele hebben en houden en had daar direct vrede mee. - met Willem Frederik is hij beste maatjes en geniet hij zoo van kinderen om hem heen. Op den avond van 21 juni kwam Tom's zusje Hilda en was het zoo'n heel lief klein meisje - met een fijn gezichtje en poppehandjes  - Tom's zusje  - De volgende morgen vroeg haalden we Tompie  en nooit zullen we zijn uitlating van vreugdevolle voldoening vergeten toen hij in het wiegje keek waar ons roze poppetje lag et slapen en riep "Hilda ìs ek ". Dat het dus waar was tenslotte - we hadden er zooveel maanden met hem over gepraat en het kon ook niet anders dan een Hildatje zijn. Als hij haar bedje wees - dat enkele maanden in zijn kamer had gestaan - zei hij steeds - "ini Hilda poeja ","Hilda ada ",Dus was het zoo'n. geluk dat eindelijk de lang verwachte Hilda in haar wiegje lag. Hij wilde de voetjes zien."Hilda k`eine voetjes"-Tompi gróót "- en de zachte handjes aaide hij - en heel teer kusje gaf hij haar op haar wangetje - ook was 't voor ons zo heerlijk om hem met z'n zusje te zien dat we zoo vurig hadden gewenst. Toen ik Tompie weer bij Kinny had gebracht trok hij z'n schoenen uit om zich nog eens terdege te overtuigen dat hij groote voeten had en wees hij me ze triomfantelijk! " Hilda zóó kleine voetjes "en dan wees met z'n wijsvingertje en zijn duim. Gelukkige dagen kwamen er voor ons.

Moeder Ot met haar pasgeboren dochtertje Hilda, 21 juni 1927

Moeder Ot werd bedorven - kreeg veel bloemen voor haar kind en iedereen was lief en hartelijk. Tompie kwam verschillende keeren kijken, maar hij begreep niet geheel de bevoorrechte plaats van z'n zusje en misschien was er wel een tikje jaloezie bij! Hij wist zelf niet wat het was, maar alles was zoo anders dan hij gewoon was en dat Moeder maar in bed bleef liggen en hij weer naar tante Kinny moest.
Zaterdag 25 juni hield hij Hildatje eventjes in z'n armen en gaf haar een heel zacht zoentje. Het was ontroerend om hem met z'n zusje in z'n armen te zien onze groote jongen. Die weinige dagen dat Hildatje bij ons was zullen bij hem toch wel in de herinnering blijven voortleven. Vooral ook de 22ste juni toen alle kinderen muisjes thuis gestuurd kregen en ze 's middags kwamen eten. Twee maanden later, toen Tompie muisjes op tafel zag liggen zei hij "Van Hilda gekregen".We mochten het groote geluk dat we hadden gekregen met ons Hildatje niet lang houden, na de plotselinge schrik van haar ziek worden bleef ze nog vier en twintig uur bij ons.

Het wiegje met de net overleden Hildatje, 27 juni 1927

         

De overlijdens advertentie van Hilda de Booy

 

                 Het grafje van Hildatje tegen de helling van een heuvel in Ambon

Uitzicht op de baai van Ambon vanaf het bankje op het fort Victoria

Maandag 27 juni moesten we afscheid van haar nemen en bracht ik haar naar het mooie plekje, dat ik had uitgezocht tegen de helling van een heuvel met uitzicht op de Goenong Nona. Het waren heel moeilijke maar ook mooie dagen die nu kwamen. Het geloof dat we kinderen zijn, in God's hand en dat dit moest gebeuren en dat het goed was zoo -sterkte - ons, maar - Tompie - als je wist wat jij voor ons toen bent geweest. Je heldere lach - en je dribbel voetjes vulden plotseling het leege huis en je dwong ons opgewekt te blijven en blijmoedig voor te gaan. We zeiden je dat Hildatje weer weg was gegaan - vèr weg- naar ander kindertjes en met die uitlegging had je vrede. Of je toch gevoeld hebt wat het beteekende? Voor Moeder was je roerend lief die volgende dagen  - het was alsof je begreep dat ze meer behoefte had aan jou - en je aaide haar over haar bedroefde gezicht en als er tranen vielen zei je "Niet knoeien Moeder"Niet knoeieren" We praaten dikwijls over Hilda met je - we hadden er zoo'n behoefte toe om je  mee te laten leven. Je zei dan soms  "Hèb gezien "als we het hadden over haar  weggaan alsof je wou zeggen "Waarom huilen jullie   - je hebt Hilda toch gezien ". Later nam ik je mee naar Hilda's plekje - haar tuintje - zoals ik je zei - en dit maakte groote indruk op je - je plukte dikwijls bloemetjes en zette die in een vaasje -  "allemaal voor Hilda's tuintje". Je bent onze groote steun geweest in die dagen Tompie - we kunnen niet dankbaar genoeg zijn, dat we jou om ons heen mochten hebben. ....

Mijn  grootmoeder Hilda de Booij-Boissevain schreef op 29 juni 1927:
Mijn lieve lieve Ot en Tom. Ik kan haast niet schrijven,'t verdriet is te groot, vergeef me, ik kan niet als ik aan Ot denk met haar leege arm. Kindertjes, wat is dit een diepe smart en Tom wat mooi je telegram met dat woord berusten. Ik weet nu jullie gemoedsstemming. Ik berust ook, maar o het verdriet is niet te beschrijven. Ot je hebt je moeder nu zeker bij je gehad, als haar gezondheid het tenminste toestond. Jullie bent zoo ver weg van ons, maar in den geest o! zo dichtbij. Het is alsof we in dezelfde kamer zitten. Tanja zegt dat het veel voorkomt bij babies, een ingewandbloeding en de reden is niet te vinden. Het moest zo zijn, dat weten wij wel en daarom kan men het aanvaarden maar met dat al, blijft de smart onzegbaar groot als is er geen zweem van bitterheid of opstand in en geen gevoel,van waarom nu ons dit aangedaan, neen beruste, maar onze tranen vloeien en ik bid God om kracht naar kruis en Ot dat je die kracht gegeven moge worden en hoe dankbaar zal je zijn dat je naar Amboina terug bent gegaan, daar Tom zijn dochtertje in zijn armen heeft gehad en als je gebleven was in Batavia zou hij haar ooit gezien hebben. Ik schreef aan je grootmoeder en oom Krik, vrouw en tante Toos en de Grothe's  en telefoneerde met tante Dien, doch mij stem begaf me en ze komt vanmorgen bij me. We adverteeren in jullie naam in  Handelsbad en Nieuwe Courant. Lieve lieve schatten, ik kan op 't oogenblik niet meert, als het nu maar goed blijft gaan met Ot als jullie krijgt is het al weer zoveel later en komt Tom weer bijna terug, maar die 5 weken zullen zwaar geweest zijn en daarom hoop ik zo dat je moeder even heeft kunnen komen bij je, in dien eenzamen tijd en Tompie is gelukkig nog te klein om het te beseffen, trouwens kinderen duwen het weg, verdriet, ze kunnn het niet aan. Nu dag mijn kinderen wees omhelsd door je diep bedroefde Moeder 

Mijn Vader schreef aan zijn ouders 1 juli 1927 na het overlijden van zijn dochter Hilda op 27 juni 1927:

Mijn lieve Vader en Moeder. We hebben jullie, warme groote liefde gevoeld - we weten dat jullie met ons meeleven en ons helpen de sterkte geven die we noodig hebben in deze dagen. Ik wil jullie laten meeleven in ons geluk en ons droevig verlies - een groot verlangen heb ik naar jullie en een behoefte om je te laten voelen hoe mooi en heilig de herinnering is die we aan ons Hildatje hebben, hoe rustig en teer ze is heengegaan en welk een juichend geluk ze ons bracht in de heerlijke dagen dat ze bij ons was. We hebben daar een innig dankbaar gevoel voor. - het is niet onder woorden te brengen welk een niet weg te nemen rijkdom aan liefde ze ons gebracht heeft en welk een groote  kracht zij ons heeft gegeven om haar heengaan te aanvaarden. Zoo mooi - zoo lieflijk als ons meisje daar lag in een wit jurkje dat een Engelientje gedragen heeft tussen teere rozenknopjes en bruidstranen. We lieten in vrede gaan en hebben het groote vertrouwen in Hem die ons kindje tot zich riep.In enkele dagen, dat ze bij ons was heeft zij zoo'n oneindig veel liefde gebracht. We mogen niet meer eischen. Het was haar zending hier. Toen ze die volbracht had werd zij geroepen en is ze gegaan. Toch heeft ze nog gestreden voor haar leventje. Zij heeft ons niet direct verlaten. Vier en twintig uur heeft ze gedobberd tusschen leven en dood en heeft ze ons dien eenen dag nog te blijven de rust gegeven om haar heengaan te aanvaarden Toen ze om ze 27 juni 's ochtends half tien na hevige krampjes en benauwdheden in Ot's armen insliep en haar gezichtje zoo engelrein en rustig werd hebben we haar toegefluisterd "Ga maar Hildatje - je mag gaan meisje ".Voor dien eersten grooten schok - 26 juni ongeveer 9 uur 's ochtends was alles zoo zonnig en fleurig als het maar kon. Hildatje was een gezond, stevig kindje. Ze dronk goed, sliep rustig zag er flink uit. Een heerlijke baby om naar te kijken. Mooi regelmatig gezichtje - fijne  handjes. Tompie's neusje - mijn onderkin. Zachte donkere haartjes. Het was een zalige rijkdom voor ons en Ot was zoo in gelukkig met haar Hilda. Ze heeft zich er stralend op verheugd en was zoo gelukkig nu een zusje voor Tompie te hebben - die het noodig heeft. We kregen bloemen in overvloed - telegrammen - cadeautjes - alles -alles maakte het zonnig  - en warm gelukkig . Onze dokter Schultz had zich, zo vertelde hij ons vandaag, echt verheugd op deze bevalling. Hij wist niet dat Ot het zoo zalig vond om een kindje te krijgen. Ze heeft hem indertijd enkele malen moeten zeggen omdat hij het zoo heerlijk vond om het een a.s. moeder te horen zeggen, dar het hem zelden overkwam die gevoelens van blijdschap te hooren. Een daarom leefde hij ook echt mee met ons geluk zoals Kinny, Hans en Kiek die zich met Ot op het kindje hadden verheugd alsof het hun kind was. We hadden Hildatje wel enkele weken later verwacht maar ze was zoo prachtig gezond en àf - dat we niet anders dan dankbaar waren dat ze gekomen is terwijl de "van Doorn" nog binnen was.  De kinderkamer was een vreugde om te zien en wij verheugden ons op Tompie 's thuiskomst en op zijn adoratie voor z'n zusje . Nu mocht hij haar wel dagelijks zien maar was z'n bezoekje voor Ot  wel vermoeiend en trouwens had hij nadat  hij Hilda in zijn armen had en haar gezichtje had bedekt met zoentjes en haar voetjes had bewonderd en ze daarna weer naast Ot mocht liggen , een gevoel van :"daar hoort  ze niet - ze moet in de wieg "en beviel het hem niets dat ze bij Ot bleef. Een gevoelentje van jaloezie? Dat Ot in bed lag al die dagen begreep hij ook niet.  Hij heeft het meer dan heerlijk bij Kinny van Tijen - speelt er met de kinderen en het is voor ons heerlijk om te zien hoe lief ze hem vinden.23 juni nam ik twee kiekjes  van Hilda met Ot en haar wiegje zoals dat omringd is met de bloemen die ze kreeg. Haar oogjes zie je helaas niet - ze sliep toen - als ze haar oogjes open had wat haar de eerste dagen veel moeite kostte en eerst na driedagen kon ze lang liggen turen met haar mooie groote diep blauwe oogjes en dan zoo vragend aankijken. Als ik uit huis was lag Hildatje in mijn bed tusschen twee goelinkjes en kon Ot een oogje op haar houden. Ze had geen rust anders want was ze alleen met een nieuwe baboe en kokkie in huis (de zuster bleef alleen tot 7u 30 en kwam 's middags terug ongeveer 1.30). Ot is er nu zoo dankbaar  voor dat ze die dagen Hildatje zoo dicht bij haar mocht hebben en van het kindje kon genieten. Jullie zullen begrijpen hoe heerlijk zorgeloos en gelukkig de eerste dagen met ons meisje waren. Zo kwam zondag 26 juni - maandagochtend 27 juni, zou ik ten 6.30 met de "van Doorn" vertrekken. Zaterdag middag ging ik met Tompie, Brammetje Gieben en de kinderen van Tijen naar boord en hadden we groote pret. Na afloop cadeautjes uitzoeken bij de Japanees en autorijden - juichend kwamen ze thuis. 's Nachts sliep ons kleine heel rustig en zondagochtend dronk het ongeveer 5 u nog prachtig bij Ot - en sliep toen bij haar in. De zuster ging gewone tijd weg. Ik zat in de zitkamer te schrijven - het zal half negen zijn geweest toen ik  ineens Ot angstig hoorde roepen. We beleefden toen een schrik die we nooit zullen vergeten. Ot, die Hilda in haar armen had om te laten drinken zag haar ineens heel wit worden en zóó slap. Onmiddellijk maakte ik een badje met lauw water klaar  - de jongen rende naar de dokter - en hield ik haar in 't warme water. Ze bleef echter weggetrokken en had krampjes. Goddank kwam de dokter binnen enkele minuten terug. Tusschen warme kruikjes bleef 't kind toen bij Ot liggen, heel witje en slap. Dr Schultz schrok doch liet ons toch nog weinig merken - hij gaf haar een kamfer injectie en bleef er bij zitten. Langzaam - o zo langzaam kwam er een beetje kleur op de wangen. Het waren heele angstige uren van intense spanning. Deze slag trof ons zoo volkomen onverwachts en je hebt tijd noodig om veerkracht en moed te vinden. Tot nu toe was alles goed geweest bij 't kleintje en begreep Dokter niet wat de oorzaak van die geweldige schok moet zijn geweest die haar de hartzwakte en benauwdheden bezorgde. Maar na enkel uren, nadat ze wat bijtrok vond hij bloed in de ontlasting, in plaats van goudgeel zooals we gewend waren zagen de luiers donker. Dat het heel ernstig was begrepen we maar had Schultz nog veel hoop. Hij hoopte met gelatine-inspuitingen het bloed te kunnen doen stollen. Hildatje had dat vermogen nog niet in voldoende mate. Een brief naar van Tijen, dat ik natuurlijk niet meeging - en nu wisten Kinny, Hans en Kiek het ook  die erg ontdaan kwamen vragen hoe het ging. Ze leefde allen in hevige spanning mede. We konden niet meer sympathie vragen dan we kregen. Nu begonnen heel moeilijke spannende uren waarin ons Hildatje vocht voor haar leventje. met de kracht die in haar was. Moedig flink meisje - alles moest geprobeerd worden om haar te blijven voeden - het was te vermoeiend voor haar om bij Ot te drinken - met een lepeltje kregen we er bij kleine beetjes naar binnen,met een flesch lukt het ook niet. Telkens kreeg ze kleine krampjes van  pijn. Schultz wist nu dat 't in de ingewandjes was en kon hij er aan doen wat er aan te doen was. Kort geleden had hij juist over een dergelijk geval gelezen, dat gered was met inspuiting van moederlijk bloed en dacht dat hij hier ook over doch wilde er niet toe overgaan voorlopig, omdat het leek alsof er vooruitgang was en hij zoo min mogelijk mocht vergen van het nu door bloedverlies en verzwakte kindje ( Het is een uiterst zeldzaam voorkomend iets en over de oorzaak tast men nog in het duister). 's Middags kwam dr Mulder er ook bij en waren ze het volkomen eens over diagnose en behandeling . We kregen veel hoop, Ot hield zich prachtig deed wat ze kon om het kindje te helpen - hoe doodmoe ze zelf ook was langzamerhand. We konden het niet geloven dat Hildatje zou heengaan het was al zoo iets werkelijk van ons geworden. "Tom en Hilda" van de dag dat we Tompie hadden of  zo te zeggen, altijd werd er over Hilda gepraat en was het voor Tompie al zoo iets levends. En toch - ik kon het die Zondag al heel ernstig inzien en vooruitdenken. het was heel moeilijk om kalm en rustig te blijven. En toch moest het.'s Nachts kwam Kiek Beversluis van 9-12 waken. Ik zou den verderen nacht voor mijne rekening nemen. Ot sliep om12 uur een uurtje en werden ze hoopvol 't kleintje dronk flink bij Ot en was veel rustiger dan we haar tot nog toe meemaakten. De zuster sliep in de zitkamer op het veldbed die lieten we die nacht slapen omdat ze overdag haar werk heeft en zij de eenige zuster in Ambon is. De dokter en ik sliepen op veldbedden. Toen ik om 12 uur kwam was Ot echt hoopvol en gelukkig. Het ging daarna echt steeds minder goed. Ze werd onrustiger - kreeg telkens weer krampjes in haar ingewandjes en het drinken ging lastig. Het was is moeilijk om dat kleine hulpeloze wezentje zoo te zien vechten. Tegen 5 uur sliep Ot in en legde we Hildatje in haar wiegje. Ik was bang dat we haar heel witjes zouden vinden bij daglicht. Ik probeerde ook nog even te slapen maar tegen half acht toen Ot wakker werd en de zuster haar 't kindje bracht is ze heel erg geschrokken. Zóó witjes en slap. Arme Ot. Ik vond haar, erg verdrietig met haar meisje in de armen. Ze begreep toen dat we niet veel hoop meer moesten hebben en tòch - tòch. Onmiddellijk riep ik Schultz die net naar huis was gegaan. Hildatje kreeg het erg benauwd van tijd tot tijd en haar ademhaling was gejaagd met korte zuchtjes. En zó witjes - haar handen bleven koud., Schultz begreep toen wel dat de bloedingen niet gestopt waren en als laatste redmiddel kreeg ze 30cc bloed van Ot ingespoten. Het was heel verdrietig toen we haar niet eens meer hoorde huilen toen ze die prik kreeg. Zo slap was ons meisje geworden. Toen was er niets meer aan te doen en moesten we wachten. Ze bleef in Ot's armen liggen die haar kindje trachtte warm te houden. Ze kreeg kruikjes  -alles -alles - probeerden  we. Schultz zat er naast en je kon zien aan zijn gezicht hoe het hem aanpakte  hoe hij meeleefde en tot het einde hoop bleef houden. Tegen negen kwam Kinny en bleef bij Ot zitten. Ik hield Ot's hand vast en waren we heel dicht bij elkaar in de moeilijke oogenblikken die volgden. Om half toen kreeg ze weer krampjes en zagen we het gezichtje vertrekken en begrepen we dat te veel was voor ons meisje. Schultz was nog even weg voor een dringende visite kwam om even over half tien weer terug. Na dit eene hele erge krampje zagen we haar gezichtje heel rustig worden bleven haar oogjes die ons zoo vragend en lief ons hadden aangekeken - dicht. Ik begreep wel dat ons kindje nu insliep. Ot had nog de laatste hoop dat ze ineens diep zou zuchtten en wakker worden  - ze gaf al haar levenskracht voor. Schultz kwam en luisterde naar de ademhaling en hartje. Dat ééne oogenblik van hoop. Hij schudde z'n hoofd en tranen sprongen in zijn oogen. Ot en ik bleven alleen met ons innig dierbare kindje. We zijn toen heel rustig geworden en hebben haar gezegd:"Ga maar Hildatje - je mag gaan". Ze heeft ons intens veel geluk gebracht. We hebben haar toen aangekleed in lieve zacht kleertjes.  Onder haar hoofd een roze geborduurd kussentje dat Ot maakte - op een lakentje van Moeder Jet - alles met veel liefde en toewijding gemaakt voor het meisje. Naast Ot hebben we haar neergelegd op het groote witte bed en om haar heen de bruidstranen uit den tuin en rozeknopjes, witte orchideeën. Als een heel fijn engelenpopje lag ze daar. Zoo'n innig  lief en regelmatig gezichtje . Tompie's neus - mijn mond en kin en Vader's voorhoofd. Een typisch de Booy gezicht. Ze gaf pas ons een innerlijke en rust en kracht. We voelden haar heel dicht bij ons en we hebben geen oogenblik in ons hart een opstandig gevoel gehad. In harmonie waren we er met diepe dankbaarheid in ons hart van wat zij voor ons geweest en altijd blijven zal.
Ot was zoo prachtig - zo sterk - zoo waardig in haar groote verdriet. Ik ben toch trotsch er op dat zij mijn vrouw is, ze is heel moedig en dat hielp om dien uren dat Hildatje nog bij ons was tot de mooie en verhevenste van ons leven te maken. Met Bram Gieben en onze goed hartelijke burgervader Schoch ben ik toen een plekje gaan uitzoeken kiezen voor ons kindje. Een beetje hoger dan alle andere graven - tegen de helling aan een begroeide heuvel op, tusschen mooie varens, onder rustige boomen , het uitzicht op de top van Goenong Nona, die de baai beheerst, het was een stralende dag, dat is in dezen regentijd een wonder van geluk voor ons. Geen wind en alleen gouden zonlicht en blauwe hemel met hoog opstapelenden witte wolken. Er was iets heel innigs vertrouwd en liefs in de natuur waaraan we ons schatje gingen teruggeven. Tegen half drie 's middags bracht Bram Gieben het withouten kistje en hebben Ot en ik samen ons liefje er ingelegd met die zachte rozenknopjes van Tompie om haar heen. Het was een heilig oogenblik, toen Ot afscheid nam van dat zachte lijfje nam, dat ze zolang bij zich droeg. We hebben onze eenheid nooit zo sterk gevoeld. Het kistje met witte bloemen bedekt bleef, toen in de slaapkamer staan en kwamen tegen vier uur Hans, Kinny en Kiek. Fleurig in witte zomer japonnen en erg flink en waardig. Alles gebeurde zoals wij 't het 't liefst hadden ervaren er was geen wanklank. Niets dat de heilige sfeer verstoorde. Dokter Schultz ging met ons mee. Zuster bleef bij Ot. Mijn lieve flinke Ot. Tegen vijf uur brachten we ons kindje weg. Ik droeg haar in mijn armen. Met de auto van Schultz reden we naar haar plekje. Kinny, Hans en Kiek in een volgauto met  losse bloemen. Ik heb haar meteen neer beneden neergelegd in het kistje bestrooid met als die witte bloempjes. Ik voelde me heel rustig en toch gelukkig. Het was geloof ik alsof ik een heilig offer bracht. Het was ook niet naar, niet schrijnend. Alleen heel ernstig en mooi. Ik heb toen gezegd wat Hildatje voor ons gedaan had en dat we haar in vrede lieten gaan en toen ze werd geroepen en ik las Psalm 103 voor. Ik ben dankbaar dat alles zoo mooi en lieflijk was! daarom was ik ook bijna gelukkig en stralend toen ik bij Ot terugkwam en haar alles verteld van het teruggeven van Hildatje. Het was heerlijk jullie telegram te krijgen en dat van Willem en Theo - van oom Charles  - en van zoveel anderen. Ambon leefde die dagen in groote sympathie met ons mede. Nu blijf ik dus voorlopig  nog thuis en kunnen Ot en ik samen probeeren dit verlies te dragen zooals het moet gedragen worden. We voelen als een groote zekerheid dat er maar een manier is waarop we kunnen toonen het groote geluk dat Hildatje ons gaf, waardig te zijn. Ot is heel rustig en slaapt uren en uren achter elkaar. Dat is een zegen want hersteld ze zich daardoor prachtig van de groote schok. Het is nu de 11e dag en mag ze wel wat opzitten. Tompie blijft voorlopig nog bij Kinnie waar hij het heerlijk heeft zoolang Ot niet ter been is - is Tompie nog te vermoeid is. Hoe zalig is het zijn engelachtige stemmetje te hooren. Hij kwam in Ot's armen liggen en heeft haar toen lag aangekeken en gevraagd "Waar is Hildatje".  Hoe moest toen zien dat 't wiegje, 't badje  - alles wat hij  in de voorafgaande maand had vereenzelvigd met Hilda, werkelijk weg was en toen we hem zeiden dat Hilda naar andere kindertjes was gegaan had hij er vrede mee. De "van Doorn" komt over 3 weken terug. We hopen dat Ot in die tijd goed zal aansterken weer de moed kan vinden om dan alleen (met Tompie gelukkig) achter te blijven. Ik moet jullie ook nog schrijven over Schultz onze dokter. Zoals die heeft meegeleefd kan ik niet zeggen. We hadden 't niet beter kunnen treffen en heeft hij gedaan wat hij kon om Hildatje te behandelen. Hij was heel erg onder de indruk en zeide hij nog nimmer in zijn praktijk zoo intens gevoeld te hebben wat het was een kindje te verliezen. Het maakte me ook warm gelukkig te hooren dat hij Ot zoo prachtig sterk vond. Een voorbeeld voor allen. En dat is heerlijk. Voor ons een groote kracht om ons goed te blijven houden. Met Oeti van Heukelom (we hoorden twee dagen geleden dat ze een levenloos kindje kreeg)  kunnen we intens meevoelen en begrijpen we nu het verdriet van alle ouders die kinderen verloren. Bij tante Hessie waren onze gedachten ook dikwijls en was zij ons ook een lichtend voorbeeld, Het plekje grond waar Hilda ligt is nu van ons. Er zijn verbena's op geplant en we zullen er een lief plekje van maken. Ik zat er gistermiddag een uurtje en voelde toen hoe mooi de natuur om ons heen was. Hildatje is er een deel van geworden. Ze is nu in een ontluikend rozenknopje  in het zonlicht dat op vochtig gras valt, in het murmelen van een beekje. Hildatje is overal om ons heen waar het zacht en lieflijk is. Ook bij jullie. We denken  veel aan jullie en een gevoel van groote liefde gaat naar je uit. Ik zend jullie toch ook nog de brief die ik in die gelukkig dagen schreef.

Mijn Vader schreef in 1927 aan boord van de "van Doorn" voor zijn vrouw Ot het volgende :

Ik zit aan myn bureautje, in de hut die je zoo goed bekend is. De zwarte nacht buiten dreigt als een sombere muur. Het water klotst tegen de huid van ons schip dat ten anker ligt bij een onbewoond eilandje in de verlaten zee tusschen Halmahera en Nieuw Guinea. Ruischend draait de fan - ik hoor het schrapen van kolen op de  vuurplaat, het loopen van menschen op dek- het loeien van  de laatste der vyf koeien, waarmee we vier weken geleden Amboina verlieten, en de tallooze andere geluiden van het schip. Met nog tachtig anderen menschen leef ik in dit eenzame dryvende wereldje. De beslotenheid van myn hut geeft iets gezelligs, iets onzegbaar warms en vertrouwelijks. Voor me de portretten van onze kinderen ... het lieve kleine meisje .. dat we weer moesten afstaan. "Ik weet dat kindeke sterren heeft, die tegen haar praten en een hemel die neerbuigt tot haar gezichtje en glimlacht " (Tagore) Die dichter woorden zijn ook voor haar Er heerscht rust in myn gemoed vanavond. Het lezen van de levenbeschrijving van Jan Mankes door zijn vrouw bracht me tot myzelf. De laatste weken zyn roekeloos oppervlakkig voorby gegaan en met een schok voelde ik de pyndoende wroeging, het leege gevoel van smartelyk ontbreken van ":iets". Ja 't is zoo "de zachte krachten zullen zeker winnen .. dat weet ik als een innig fluisteren in my ". De schoonheid van het leven gaat meestal aan het drukke gedoe voorby, we draven door, maar vergeten de intense rust. Totdat er weer een oogenblik komt dat we de zachte krachten voelen, de zachte krachten die van de schemering zyn .. van het halve licht - van gevouwen handen in verzonken gebed  en die ook in zyn oneindige teerheid waarmee de moeder zich buigt over haar jonge kindje. De rykdom van het "geven"- hoe kan ik die den kunstenaar benyden. De overgave aan de schoonheid van zijn werk... Dikwyls ben ik niet tevreden met dit leven ... de eene dag volgt de andere  het werk dat gedaan moet worden wordt gedaan, met zorg en toewyding uitgevoerd.. daarna zakt de belangstelling in het mysterie van ons zyn - en denk ik aan slapen, eten  aan kleine vreugden en teleurstellingen van den dag. Daarom wilde ik deze avond van stil geluk vasthouden voor je. Het is wel het meest noodige in ons leven, dat we niet verleeren en vergeten zoo nu en dan tot de stilte van de "zachte krachten" door te dringen.

Tussenvoegsel. Over de werkelijke oorzaak van de dood van Hildatje is steeds door mijn ouders tegenover ons kinderen  gezwegen. Van mijn zwager Huib ter Haar (getrouwd met mijn jongste zuster Maria) hoorde ik eind 2006 de vermoedelijke toedracht van haar dood. Hij heeft in de begin zestiger jaren  met mijn moeder een gesprek gehad in de tuin van hun huis in Aerdenhout. Hij vroeg, als net getrouwde schoonzoon, naar het overleden zusje van zijn vrouw. Hij had daar nog zo weinig over gehoord. Dit is wat hij zich van het gesprek met mijn moeder anno 2006 daar nog van herinnerde. Enkele dagen na de geboorte van Hildatje op 21 juni 1927, heeft mijn vader een bediende ontslagen, omdat hij hem verdachte iets uit het huis te hebben gestolen. Bij het weggaan van de bediende had hij tegen mijn vader gezegd:"Daar zult U meer van weten" of woorden van dergelijke strekking. Mijn moeder heeft toen tegen Huib ter Haar gezegd, dat zij het ernstige vermoeden had, dat enkele dagen daarna Hildatje door hem zou zijn vergiftigd. Dit was voor mij totaal nieuw en een schokkende uitspraak van mijn moeder.
In 1929 schreef mijn vader een kort verhaal in een Indische courant met als titel Godsoordeel,  hetgeen zeer veel gelijkenis toont met het voorval zo juist beschreven (zie link Het Godsoordeel). In 1957 schreef hij een roman "Eenzame Tropenzeeën" dat duidelijk autobiografisch is. Hij is in het boek de zeeofficier Holst. Er komt een verhaal in het boek  voor dat een bediende in het huis van zijn Commandant Meertens een klokje heeft gestolen en wordt ontmaskerd. Eerst wordt een vrouwelijke bediende valselijk van de diefstal verdacht Zij heette Lena en dat was ook de naam van één van de bediendes van mijn vader. Ik kan me niet aan de indruk ontrekken, dat ook dit verhaal  refereert naar wat mijn ouders is overkomen . We zullen echter nooit precies weten wat er gebeurd is  Het verhaal  uit het boek van mijn vader is te lezen onder de link:  Hamlet op Ternate
Einde tussenvoegsel

Mijn moeder zet het dagboek weer voort in eind 1927. Het is meer een tekst bij foto's:

Hier ben je met je 2 groote vriendjes Jetteke en Willem Frederik van Tijen, je logeerde bij hen, toen Hildatje bij ons was en tante Kinny was als een 2de moedertje voor je.

Willem Frederik, Tompie en Jetteke voor het huis aan de Kleine Olifantstraat in Ambon

                              Tompie op zijn vierwieler in Ambon

's Avonds was 't altijd "gappetjes" maken met "Windela Fedehek"en buitelden jullie als jonge hondje door 't groote bed. Hierboven ben je gekiekt door Vader, toen je bij Moeder die nog in bed lag, de nieuwe auto van "Erna" had gehaald. Je rustte niet voordat hem weer netjes  ingepakt had en 't dus weer en echt cadeautje leek. Zwemmen heb je niet veel meer gedaan want is Moeder veel ziek geweest na Hildatje en kon dus niet met je naar je dierbare strandje gaan. Gelukkig kon je je erg goed in huis zelf bezig houden vooral met je blokken. Maar 't heerlijkste was natuurlijk om te knoeien met water in de badkamer in een groote teil liet je je booten varen of ging met een borstel de mandikamer schoonmaken. Kouvatten hoefde ik niet bang te zijn al speelde je ook uren in het nakie in 't water. 't Heerlijkste was om in de motorsloep naar de "van Doorn" te gaan. Je had dan ook zelf een fluit deed je elastiek om je kin en ging achter op stoer sturen. Vader keek met trotsch gezicht naar de stuurman.

 

              Tompie aan het roer van de motorsloep

Door de bemanning werd je leelijk verwend, want was 't altijd Tompie voor en Tompie na. Moeder en jij waren met 10 anderen  naar Spantjebij. Op Banda,  hadden jullie daar een idealen tijd met zwemmen in de noten bosschen spelen en in de prauw varen. Moeder die nog niet heelemaal beter was, werd wel eens moe van 't kindergeschreeuw. 's Avonds las tante Kinny voor en zaten we dan daarna op 't grasveldje naar de visscherslichtjes onderaan de Goenoeg Api te kijken. Het was een sprookje vooral met die wondermooie maannachten en vind ik 't jammer dat je je er niet meer van herinneren zal. Na de thee gingen we dikwijls fietsen, namen dan zoals hieronder wel eens de theeboel mee en hadden een mooie theetafel op één van de Oude Chineese graven.

 

             Moeder Ot en Tompie theedrinken bij de Chinese graven

Je maakte dan met Vader meestal een heel groot vuur en moest jij al 't doode hout aandragen. Jochie we waren zoo gelukkig met je, want was ik dikwijls zoo erg bedroefd om Hildatje en kwam jij met je lieve gezichtje me weer troosten.
 Hier draag ik mijn groote jongen, want ik wilde er nog en kiekje van hebben, terwijl ik 't nog doen kan over een jaartje ben je te zwaar voor me

  

              Moeder draagt Tompie op haar arm

1928

Vader Tom tijdens een feest zwart -rood 1 januari 1928. Hij is gekleed in rood hemd met de Russische symbolen van hamer en sikkel en een muts van de Italiaanse van de fascistische zwarthemden

18 februari nemen we afscheid van Ambon met al zijn  goede kennissen. 'T was wel moeilijk voor Moeder om Hildatje's plekje ook achter te  moeten laten en jij zal je vrindjes missen. De "van Doorn" bracht ons na een prachtige reis naar Soerabaia en ging Moeder en jij naar Andanasari, dat Moeder wel heelemaal beter kan worden voor we naar Weltevreden gaan. Andanasari boven Lawang bij de familie van Dorsten.
3 maart -15 april 1928
. Hier hebben we een idealen tijd gehad, terwijl Vader voor 15 dagen boven kwam en we met ons drieën in 't roode paviljoen logeerden. Je kreeg weer lekkere bruin-roode wangetjes en zag er meer dan schattig uit met je stoute bruine ogen. Van iedereen was je 't vrindje vooral van mijnheer van Dorsten, waarmee je naar de koeien  ging en  "gappetjes maakte". Moeder moest erg oppassen dat je niet verwend werd, vooral toen  en meer logees kwamen en je onmiddellijk de uitverkorene werd."Tompie 't is allermachtg glad" dadelijk kwam dan jou repliek. "Mag je niet zeggen allemachtig" zoo waren er nog verschillende andere woorden en werd dat altijd uitgelokt.

        

                       Tompie loopt boos weg

 

                       Tompie met zijn stoute snoetje

Tompie op paard en de heer van Dorsten

Iedereen had plezier in dat gedecideerde pientere jochie met zjjn lieve gezichtje. Alle complimentjes stegen Moeder ook weleens naar 't hoofd. Voordat je 's middags naar bed ging mocht je met je pootjes even in de sokken loopen. Je begrijpt dat je niet te weerstaan was als je zo keek zooals op de foto te zien is. We bleven in het geheel 6 weken boven en is Moeder flink opgeknapt. Tompie werd hoe langer hoe sterker en dikker.  't Heerlijkst was om met Vader op stap te gaan dan maakten jullie groote wandelingen van ongeveer 3 uur als je dan moe was mocht je op Vader's schouders  paardje spelen, maar was dat voor Vader lang geen pretje want werd 't paard onmiddellijk geslagen als 't even stil stond. Als pikzwarte boschnegers kwamen jullie van die wandelingen terug en mocht je dan met schoenen en kousen door de modder en de plassen loopen.

Tompie bij de kali tijdens wandelingen met zijn Vader

Met "mijnheer Faure" één van de logees en een aanhanger van je  ging je ook naar de koeien en toonde je verontwaardiging dat we de "u u" op de grond en niet in  de "po" deden. Alles moet je altijd zelf doen ook toen we in de auto uit Soerabaia hier naar toe reden zat je  op het kleine bankje en toen 't kereltje moe werd voelde hij zich toch te groot om heerlijk op Moeders schoot uit te rusten dus bleef je rustig zitten heel alleen, zoo nu en dan verlangend om. Je speelde hier veel met "Trudy Hakker"een zacht klein meisje die 2 maanden ouder is, maar die jij natuurlijk weer heerlijk op de kop zat. Iedereen is bang voor je sterke handjes en vechtersbaas manieren.

Einde dagboek van mijn ouders over de periode  eind januari 1926 - 15 april 1928

1928

Mijn ouders en ik zijn in het voorjaar van 1928 van Ambon naar Batavia gegaan. Hier werd mijn Vader geplaatst bij de Chefstaf van het departement van Marine. Helaas heb ik alleen foto's van deze periode dat we in Batavia woonden. Ik zal nu moeten afgaan op mijn geheugen van die tijd of beter wat ik daarna heb gehoord van mijn ouders over die tijd en de indrukken, die ik mij door het aanschouwen van foto's weer voor de geest kan halen. We woonden op de Djokjaweg. We hebben daar in twee huizen gewoond. Van het eerste huis is een foto gemaakt, maar daar herinner ik me niets van. Wel heb ik nog herinneringen aan het tweede huis, wat daar recht tegenover was gelegen. Zo zie ik de nonja die s'ochtends vroeg van de pasar kwam om ons te komen helpen. Ik zag dan achter haar de zon opkomen. Het stiekum uit mijn bed komen tijdens het middagslaapje en zoals ik in de tuin de mooie blauwe vlinders bekeek. Hoe ze uit hun kokon kwamen heeft diepe indruk op mij gemaakt. De 'toke' een vogel, hoorde ik als het donker werd. Allemaal prettige herinneringen, behalve toen mijn vader een streep van mijn matrozenpakje afhaalde, omdat ik iets verkeerds of stouts had gedaan. Deze nare herinnering staat nog diep in mijn geheugen gegrift. Heel vaag weet ik dat ik een zusje kreeg. Zij werd 31 juli 1928 geboren en werd Hilda Elizabeth genoemd. Haar roepnaam was Elsbeth. Verder is van dit jaar 1928 behalve de foto's niets concreets bewaard gebleven.

                             Ons eerste huis aan de Djokjaweg in Batavia 1928

Uitzicht van ons huis. Hier hoorde ik 's avonds het geluid van de toké

Trotse Vader met zoon en dochter 1928

Moeder Ot met zoon en dochter voor het huis aan de Djokjaweg 1928 

Tom met zijn zusje Elsbeth

Gezinnetje de Booy 1928

Tompie wordt opgeleid voor marine officier?

25 augustus 1928

Mijn Vader schrijft  het volgende voor mijn vierder verjaardag:
De voorpret was geweldig.. dagen, neen wéken van te voren had onze oudste zoon er reeds over gepraat en de lyst van zyn groote wenschen breidde zich voortdurend uit, zoodat hy op het laatst vrijwel de geheele inventaris van een speelgoedwinkel voor zich opeischte. Maar de hoofdwensch was en bleef de trein, een echte groote trein met kolenwagen "goederenwagen"seinpalen en niet te vergeten de "boomen"die dicht gingen als de trein er aankwam. We hielden hem in spanning maar een trein werd natuurlijk gekocht op Pasar Baroe vond ik bij een Japanner een stevige trein van Duitsch maaksel, rails nummer 0 en met een stel boomen en een klein stationnetje, seinpalen, en een brug was het een aardig geheel. Ook de verschillende vriendjes werden gevraagd met name Joost en Hylke Halbertsma, Heentie de Jong, Pieterman Feteris, Henk van Asbeck en de kinderen Kuyck: Woutertje en Guusje en dan Connie Feith. Woutertje Kuyck, door Tompie hardnekkig "kabouter" genoemd zou niet van de party zijn, want waren Loukie en Dop dan net in Tjipanas. Tompie verheugde zich geweldig op zyn eerste kinderparty en werkelijk, het jochie had er wel recht op want tot nu toe was hy leelijk afgezet en had nog nooit een echte party gehad. Het was trouwens voor het eerst dat hij er bewust van kon genieten en dagelyks werden er nieuwe plannen gemaakt voor den grooten dag. Een ding is zeker, Ot en ik verheugden ons even hard op de vierde verjaardag van ons dierbare jochie als hij zelf en het was alleen uit verstands overwegingen dat we de datum van het feest uitstelden tot de 29e Augustus, want zou ik dan wegens een Mohammedaanse feestdag den geheelen dag thuis zijn en het voor Ot minder vermoeiend was. Dinsdagavond 28 augustus versierden we zyn groene kamer met papieren slingers en maakte Ot een negental mutsen. Eindelijk kwam de lang verwachtte dag. "Nog een keertje slapen Tompie en dan ben je jarig... misschien kryg je wel een trein!!". Geen wonder dat hy voor dag en dauw wakker was en we toen het tafeltje voor hem klaar maakten met lamplicht! Moeilyk was het voor hem zyn ongeduld te bedwingen - geheel lukte het hem dan ook niet zoodat hij vóór het groote oogenblik daar was, reeds de kamer binnenrende en in de haast - want hij werd oogenblikkelyk teruggeroepen - een indruk kreeg van al het fraais dat daar klaar stond. Maar eindelijk kwam het groote moment .. met een stralend gezicht kwam onzen jongen aanloopen en keek met groote oogen naar de schatten op het groene tafeltje in de feestselyk versierde kamer. De trein was een reuzen succes en onmiddelyk werden de rails uitgelegd, de wagen aangehaakt en de bomen moesten dadelijk open en dicht om auto's door te laten. Voorlopig had hy van al dat speelgoed niet genoeg, maar een tweede pretje wachtte hem op deze feestdag..... een tocht naar Priok waar de Java, Sumatra, Panter, Lynx en een viertal onderzeebooten lagen.

Tompie aan boord van de kruiser Sumatra in Priok, de haven van Batavia 25 augustus 1928 op zijn vierde verjaardag

Met een motorsloep van de Sumatra gingen we naar dat schip en Tompie had oogen te weinig om naar alle schepen te kyken waarvan vooral de onderzeebooten hem hogelyk interesseerden want tot nu toe had ik hem niet aan zijn verstand kunnen brengen waarom het niet nat  werd als de boot ging duiken.

1929

Mijn ouders hebben me later verteld, dat ik op een keer  s' ochtends bij het bed van mijn moeder kwam om haar te vertellen, dat ik van de hoogste plank zou springen van het zwembad Tjikini. Als tegenprestatie zou ik dan van mijn vader een ijsje krijgen. Van deze duik zijn foto's bewaard gebleven.

Tompie vraagt zich af:  spring ik of spring ik niet in het water van het zwembad Tjikini in Batavia 1929

Tompie springt, want de beloning is een ijsje!

Tompie in een autotje (van wie ?)

Het gezinnetje de Booij 1929

 Tompie en Elsbeth  1929

1930

Tompie en Elsbeth voor het tweede huis aan de Djokjaweg 1930

Elsbeth met het personeel

Begin April vertrekken we uit Indië en varen met de Sibajak naar Nederland.

 Motormailschip Sibajak, waarmee we terugvoeren naar Nederland in april 1930

Van deze reis herinner ik me levendig, dat ik lekker zat te eten tussen de derde klas mensen, waar veel Javanen zaten, waar ik Maleis mee kon spreken. Mijn ouders raakten in paniek omdat ik nergens te vinden was en dachten dat ik overboord was gevallen.

     

Tompie en Elsbeth met de baboe aan boord van de Sibajak tijdens terugreis naar Nederland, voorjaar 1930

Dan zie ik nog  duidelijk hoe tinladingen die aan boord werden gehesen bij Billiton. Ook de aankomst in Port Said waar we muntjes in zee gooiden die dan door jongetjes werden opgedoken. Zaterdag 9 mei komen we aan in Amsterdam en gaan we wonen  in de Michelangelostraat 38 driehoog in Amsterdam.