Dagboek 1940-1946

1940   
Oudejaar gevierd bij tante Hessie en Oom Jan. Precies om12 uur bracht tante Hessie van Hall die op een stoel ging staan, een toast uit met een glas champagne, nadat ze net had opgedronken, gooide ze het over haar schouder kapot. Nieuwjaardag gevierd bij mijn oom André van Hall. We zaten op een vrieskoude morgen in de zon buiten te ontbijten op de sneeuw, toen witte zwanen overvlogen. Ik  ging met hem mee op jacht en ik vond het vreselijk als ik gewonde duif moest dood knijpen. Oom André hield van grapjes. Hij liet me likken aan een hengsel van de garagedeur . Omdat het vroor bleef mijn lippen aan het ijzer vastzitten. Een herinnering die ik nooit zal vergeten . Hij had een jachthond die schotbang was, ik mocht hem meenemen. Thuis gekomen  wilde mijn vader de hond niet hebben. Mijn moeder zei: als de hond niet mag blijven dan ga jij er ook uit. Mijn vader is toen bezweken voor het argument.

Telly , de jachthond die van oom André van Hall kreeg. Hij was schotbang en niet goed voor de jacht

24 februari 1940 Aan Mevrouw H.Th. de Booy
Hooggeachte Mevrouw, In de eerste plaats moet ik U verzoeken mij te willen verontschuldigen., dat de beantwoording van Uw brief van 16 dezer zo lang heeft getraineerd. De door U opgeworpen vragen vereisten nl. enig overleg. Ik moet beginnen mede te delen, dat wij niet geneigd zijn de plaatsing van Tom in de vierde klasse van het Lyceum te bevorderen, niet allereerst omdat hij er niet klaar voor is, maar vooral omdat wij tegen een dergelyke gang van zaken zeer principiële bezwaren hebben. Het is ten enenmale onjuist te veronderstellen, dat het daar mogelijk zou zijn meer toezicht op zijn werk te verwachten, of aan het cijferstelsel de eigenschap toe te schrijven corrigerend te werken op Tom's minder juiste werkmethode en werkgewoonten. Hij weet nu evenzeer of zijn werk goed dan wel slecht is,hij weet het nu zelfs iedere keer, dat hem iets overhoord wordt en dat is veel vaker dan dat in de klasse het geval kan zijn. Een voortijdig stellen van tijdeisen aan zijn prestaties is op zichzelf evenmin in staat zijn tempo te versnellen. Een blik in de brieven van de afgelopen jaren toont toch voldoende, dat, al is er enige verandering ten goede, Tom altijd last heeft gehad van zijn ongeconcentreerdheid en oppervlakkige manier van werken. Het is daarom ook niet juist te zeggen: "Hij verloor nu dus al een jaar". Integendeel, in onze zesjarige cursus verloor hij tot nu toe géén jaar, en het is zeer de vraag of bij zijn manier van werken Tom op de "gewone school" het nu reeds zo ver zou hebben gebracht, dat hij in 1942 eindexamen kan doen. En - met alle voorbehoud gezegd - die mogelijkheid bestaat nu nog wel. Overigens is er nog een praktisch bezwaar.  Tom is niet klaar om plaats te nemen in een vierde klasse:enerzijds zijn de verschillen in programma en werkmethode te groot, anderzijds heeft Tom zeker niet voldoende reserve om de onvermijdelijke gevolgen van een wisseling het hoofd te bieden. De beste kans voor Tom is dan ook o.i. die welke gelegen is in het voortgaan op de ingeslagen weg, zij het dat we ook dàn van Tom een steviger aanpakken zullen moeten vergen. Kon ik in het Kerstrapport over het algemeen niet ontevreden zijn, de sedert dien ingetreden veranderingen zijn beslist ongunstig. Nu zal ook bij hem de afgelopen ijsperiode niet zonder invloed zijn geweest, een verontschuldiging, die wij tot op zekere hoogte ook wel willen laten gelden. Maar dan wordt het nu toch tijd, zoals ik hem dezer dagen nog zèide, flink aan te pakken, daar anders ernstig gevaar dreigt, dat hij het volgend jaar ook bij ons niet in de vijfde groep geplaatst kan worden. Aan goede wil ontbreekt het niet bij Tom, maar de resultaten zijn minder, klaarblijkelijk. Ter staving van deze mening geef ik U hieronder in het kort weer  hoe de verschillende docenten over hem denken; Wiskunde: hier wreken zich allerlei tekorten uit vroegere jaren. Tom neemt de moeite niet een en ander in te halen. Speciaal geldt dit voor Algebra; met Meetkunde is hij met de theorie vrijwel klaar, een ernstige herhaling is echter nog nodig. Stereometrie en goniometrie, beide nieuwe vakken, gaan beter. Voor de eerstgenoemde vakken echter zou hij nauwelijks in de aanvang van een derde klasse kunnen worden geplaatst. Ik heb hem dan ook op het ogenblik een herhaling van de oude stof opgegeven, die hij boven zijn gewoon werk zal moeten verwerken, wil hij niet te veel achter raken. Mechanica vordert matig. Voor Schei- en Natuurkunde is er een duidelijke inzinking na Kerstmis; hier is hij wat verder, wel zowat op het peil,dat hij moest bereiken en dan net voldoende. Wat de talen betreft; bij Engels is een inzinking vast te stellen: ook Duits schiet lang niet genoeg op en Frans is slecht. In geen van deze talen is hij op peil, een reden dus om er extra voor te werken, hetgeen echter niet voldoende geschiedt. De overige vakken zijn wel voldoende maar toch niet meer dan dat. Bij al deze vakken constateerde men bij herhaling minder vlot gekende lessen; al is men wel van mening, dat hij werkt, het is kennelijk nog niet genoeg. Ongetwijfeld is zijn ongeconcentreerdheid hieraan mede schuld, maar deze moeilijk te veranderen karaktereigenschap moet hem de conclusie leren trekken, dat hij er dan langer en harder over moet werken. Het zou mij wel interesseren eens van U te vernemen, hoeveel tijd Tom thans aan zijn werk besteedt; een gemiddelde van drie uur is toch niet te veel, ook op dagen dat hij 's middags op school terugkomt. Resumerende: behalve de achterstand in Wiskunde, zijn de exacte vakken nog wel net voldoende, de talen zwak, de overige vakken matig. Extra-werken om de achterstand in te halen is dan ook m.i. de enige mogelijkheid om de bestaande kans te behouden, maar dan ook extra-werk dat flink aangepakt wordt en dat in de rest van het jaar  wordt volgehouden. Dat ik gaarne bereid ben Tom daarbij te helpen spreekt vanzelf; met den Heer Van Hiele ben ik reeds begonnen met de Wiskundevakken. Voor de talen zijn Mej. Bielle en de Heer Lehr natuurlijk daartoe eveneens bereid, terwijl Mevr. Spanjaard, zoals reeds eerder werd medegedeeld, bereid is hulp te verlenen bij het Frans (op haar Dinsdagmiddag). De hoofdzaak is echter, dat Tom zijn ongetwijfeld goede wil, nu ook in daden en prestaties omzet. Hoogachtend, Uw dw. p/o/Dr W.J. de Jong  get. Reyland Feyes, secr K.L.

19 april 1940. Onderzoek van de Nederlandsche Stichting voor Psychologie, Utrecht Wittevrouwenkade 6,  Vertrouwelijk.
Tom de Booy, geboren 25 Augustus 1924 te Vlissingen, voor de tweede maal onderzocht 11 April 1940. Kennemer Lyceum, Afdeling Montessori 4 .Wat sinds het vorig onderzoek opvalt, is de rust, of eerder  de moeheid die over zijn gehele wezen is neergestreken. Het is, alsof over het contact met de buitenwereld, hetwelk vroeger toch zijn beste zijde was, nog druk te maken. Dit is gezien de leeftijd alleszins begrijpelijk. Hij wil zichzelf vinden, en het probleem is, dat nu naar voren komt, dat dat "zelf" niet zo erg veel inhoud heeft; hij vindt een lege huls, die weliswaar met quasi-originaliteit omgeven was, maar nu betrekkelijk waardeloos blijkt te zijn. Dit alles is natuurlijk veel te sterk gezegd, wij onderschrijven ook op het ogenblik nog het rapport van maart 1938; doch wij achten het gevaar toch niet uitgesloten, dat hij teert op de tradities van opvoeding en milieu, zonder zelf veel in de melk te brokkelen. Zijn gevoelsleven schijnt vast te liggen in normen en schemata en eigenlijk niet staat te zijn tot het opdoen van ervaring. Zijn hart maakt geen geschiedenis. Ook intellectueel is hij nog wat peuterig gebleven. Nog kenmerkt hem de slappe concentratie en de neiging om over détails heen te lopen ondanks nadrukkelijk vertoon van in den grond geringe ijver, terwijl toch ook de grote lijn hem veelal ontgaat. Het denken bleef bovendien concreet en nog wel kinderlijk. Zijn aandacht ligt verspreid over een breed gebied, maar nergens verdiept hij zich werkelijk in. Evenals in het persoonlijk contact blijft hij ten opzichte van de stof eigenlijk "unverbindlich". Nog zijn wij van mening, dat het het beste is, dat hij wel H.B.S. eindexamen doet. Zijn werkmethode is ons niet strak genoeg, hij zal flink aan moeten pakken. Voor een definitief advies over de latere beroepsrichting zien wij hem tegen het  eind van de Middelbare School gaarne nog eens voor en speciaal onderzoek terug.

Rapport April 1940. Hooggeachte Heer, Na de uitvoerige correspondentie en gesprekken kunnen wij hier kort zijn. Tom is wat beter gaan aanpakken in de laatste weken en als hij zo doorgaat en zijn natuurlijke pittigheid zich ook in zijn werk manifesteert, zien wij de toekomst niet zonder vertrouwen tegemoet. Voor Nederlands was zijn goede wil aanzienlijk groter dan zijn bekwaamheid. Toch doet hij werkelijk zijn best . Hij leest veel, maar zijn opstellen zijn nog wat erg onbeholpen. Frans was onvoldoende voor vertalen en grammatica beide. Voor Duits werkte hij ernstig, al stelden de resultaten nog vaak teleur, maar dit zal wel verbeteren, als hij zo door blijft gaan. Voor Engels waren werkhouding en belangstelling goed. Ook zijn werk kende hij over het algemeen vrij goed of zeer goed. Het werktempo is echter nog slechts matig. Hij zou nog wat herder kunnen aanpakken. Aardrykskunde was behoorlijk. Het gaat alleen erg vlagen. Geschiedenis was voldoende. Voor Algebra is hij op het ogenblik aan het repeteren. Zolang dit niet gebeurd is, heeft verder gaan geen zin. De Meetkunde vlot niet erg, daar hij zijn stellingen niet kent. Mechanica is gestaakt. Zijn Natuurkunde prestaties werden geleidelijk minder; hij leert het huiswerk te weinig. Hij kan echter best en hij moet dus van nu af aan maar weer gaan aanpakken .Laat hij zichzelf schriftelijk overhoren. Ook voor Scheikunde werkte hij onregelmatig. Af en toe leverde hij echter uitstekende prestaties. Biologie was nauwelijks voldoende. Lijntekenen ruim voldoende. Staatsinrichting en Economie waren beide zeer goed. Sport is ruim voldoende. Namens Dr Jong, Hoogachtend Dr A.J. de Vletter.

Donderdag 9 mei 1940 belt onze vader op uit Den Haag, waar hij als reserve- mariene officier werkt bij de Nederlandse Inlichtingen dienst bij de Nederlandse inlichtingendienst.  Hij had berichten ontvangen uit Berlijn dat zeer binnenkort de Duitsers ons land zouden aanvallen.'s-Avonds zien mijn moeder vele vuurpijlen, we dachten dat zijn gewoon oefeningen van het leger.

Vriidag 10 mei 1940. Ik heb een kamertje op zolder met een uitkijk op de Nieuwe Bavo van Haarlem. Het is een prachtige voorjaarsdag geen wolkje aan de hemel  Wel zie ik een aantal donker gekleurde  vliegtuigen  laag overvliegen in zuid westelijke richting. Ik weet niet precies wanneer ik me gerealiseerd heb, dat de Duitsers ons land waren binnengevallen. Ik weet wel dat toen mijn zuster Elsbeth op de Catslaan vrolijk bloemetjes aan het plukken was dar onze overbuurman Daan Giltay Veth tegen haar heeft gezegd:" weet je wel dat de Duitsers zijn binnen gevallen". We zitten gekluisterd aan de radio. De berichten over de krijgsverrichtingen worden steeds somberder.

Dinsdag 14 mei 1940  Rotterdam wordt door de Duitse luchtmacht aangevallen en staat in brand. 
(Later pas vernomen wat er op die dag allemaal is gebeurd. Om 11.45 uur stegen 90 Heinkel He 111 bommenwerpers op met bestemming Rotterdam. De vliegtuigcommandanten wisten dat als het bombardement niet zou doorgaan rode lichtkogels zouden worden afgevuurd. Het bericht van generaal Schmidt bereikte Generaal Kesselring om 12.35 uur. Het eskader van Oberstleutnant Otto Höhne zag de lichtkogels en brak zijn aanvalsvlucht af. De vanuit het oosten naderende groep van Oberst Wilhelm Lackner vloog echter door en liet haar bommen vallen op de stad. In Rotterdam was luchtalarm gegeven. Vele mensen vluchtten een schuilkelder in, gingen plat op straat liggen of drukten zich tegen de gevels van grote gebouwen. In een kwartier tijd vielen 158 bommen van 250 kg en 1150 bommen van 50 kg neer op de stad, de schade was enorm. Verbindingen vielen uit, huizen vlogen in brand. De brand breidde zich zo snel uit dat het gehele hart van de stad in puin kwam te liggen. Toen op 15 mei de rook was opgetrokken kon men de balans opmaken. Er vielen zo'n 800 doden, meer dan 80.000 mensen verloren hun woning en 24.000 huizen gingen verloren)

Woensdag 15 mei 1940.   De Nederlandse strijdkrachten zwichten, na het dreigement van de Duitsers om Utrecht plat te gooien en capituleert.

15 mei 1940. Twee foto's uit mijn dagboek; Alles wat er overbleef na het bombardement van Rotterdam door de Duitsers

 Ik herinner dat toen mijn vader terugkwam uit Den Haag hij alle Engelse tijdschriften en krant in de verwarmingskachel heeft verbrand. We zagen regelmatig Duitse soldaten al zingend (veelstemmig) door de staten lopen.   

Helaas heb ik niets hierover in mijn dagboek kunnen terugvinden en moet van deze oorlogsjaren op mijn herinnering afgaan. Gelukkig heeft mijn vader enkele van zijn herinneringen over de  periode van 1938  - 1940 opgeschreven. Hiervan heb ik de belangrijkste fragmenten overgenomen
Boven de tekst staat Juli 1940
" Als ik naga met welk een belangstelling wij kennis nemen van getuigenissen uit bewogen tijden in de wereldgeschiedenis is het m.i. de plicht van een ieder, die zich bewust is van de historische betekenis der ontzettende worsteling deze dagen, aantekeningen te maken over de voorvallen en indrukken, die hij persoonlijk beleefde. Er zijn geen twee menschen, die de dezelfde gewaarwordingen hebben over bepaalde gebeurtenis of belevenis en het subjectieve element speelt derhalve in al deze herinneringen uit den wereldoorlog 1930- ?  een zeer grooten rol, doch is het niet juist het sterke persoonlijke element dat mémoires boeiend en belangwekkend maakt? Wij willen niet alleen weten wàt er precies gebeurd is - dit kan men later in een of ander Keesing Historisch Archief in chronologische volgorde terugvinden - doch wij wensen den tijd te zien en te beleven met de oogen en het hart van een tijdgenoot, die te midden van de branding pogingen deed om de verre kim te zien achter de onstuimige zee? De voorgeschiedenis van deze onvermijdelijke oorlog, die Europa thans teistert als een woeste 'bandjir, alles vernietigend wat op zijn weg komt, heb ik zeer bewust meegemaakt. De voorbereidingen van Duitschland en Italië, de dreigende taal van Hitler en Mussolini waren zeer duidelijke aanwijzingen en tòch hebben wij de stuwkracht van deze landen sterk onderschat. Toch hebben wij niet begrepen, dat de eenpuntigheid, waarmee deze landen te werk gingen om alle krachten te richten op oorlogsvoorbereiding , waarvoor de burgerbevolking veel zeer vele offers moest brengen en zich groote ontberingen moest getroosten, een machtsapparaat wist te smeden van geweldige kracht. Aan getuigenissen van onderdrukking en vervolging van andersdenkenden hechtten wij zeer veel waarde en de kortzichtige taktiek van Engeland dat het Duitschland van Hitler trachtte te breken met een pamfletten bombardement is er het bewijs voor , dat ook Duitschland's  voornaamste tegenspeler volledig in gebreke is gebleven de mentaliteit van het Duitsche volk te begrijpen. Steeds opnieuw hebben zij onze onrust in slaap gewiegd met de geruststellende gedachten, dat het toch alles wel veel geschreeuw, doch weinig wol was. Op Norderney,  waar ik  september 1935, dus kort nadat Duitschland het vlootverdrag met Engeland sloot *), een bezoek bracht kreeg ik een schok bij het zien van de enorme voorbereidingen, welke daar getroffen werden (vliegkampen, hangars enz enz.); voorbereidselen die alleen zin hadden ingeval van een oorlog tegen Engeland, doch evenals velen wilde ook ik niet geloven in een Europeesch conflict al stapelden de aanwijzingen zich ook op. De vrede leek inderdaad zeer moeilijk te verstoren zijn. Duitschland bezette het Rijnland, trok Oostenrijk en Tsechoslowakije binnen, Italië veroverde Abessinië en Albanië, Hitler bracht Memel (deel van Litauen) terug in het Duitsche Rijk en telkens dreigde het onweer los te barsten. Engeland werd langzaam wakker, doch bleef met onvergeefelijke kortzichtigheid niet werkelijk gelooven aan een moordende bedreiging van zijn wel geordende  en rijke Imperium. Eerst na München zag Chamberlain kans de dienstplicht uitgevoerd te krijgen doch toen was het feitelijk reeds te laat. Groote woorden, lange redevoeringen, goede bedoelingen en nobele gedachten, doch Duitschland wilde meer en ondanks onoverbrugbaar lijkende belangentegenstellingen sloten Duitschland en Italië zich steeds nauwer aaneen. Engeland probeerde de aan Duitschland grenzende staten voor zich te winnen en haalde Polen over tot het sluiten van een bondgenootschap, terwijl op Turkije en Roemenië pressie werd uitgeoefend Sowjet Rusland liet zich echter niet paaien. De veel gesmade Duitsche diplomatie bleek meer pijlen op haar boog te hebben dan de Britsche en terwijl Britsche  politici met Rusland onderhandelden, ondertekenden Stalin en Ribbentrop het pact tusschen het nationaal socialisme en communisme... Reeds spoedig zou blijken, welke concessie Duitschland aan Rusland had moeten doen. Nu was het voorbereidend werk gedaan en de ontwikkeling volgde haar ontstellende, doch onafwendbare loop. Met een half hart liet ik m'n gezin naar Hoog Savoye trekken en verhuurden wij de Duinpan. In september 1938 en april 1939 was het reeds bijna tot "voormobilisatie"gekomen; ditmaal leek de kans op een compromis vrijwel uitgesloten. De posities waren gekozen en vastgelegd en terugkeer niet meer mogelijk. Te midden van de geweldige reuzen van het Mont Blanc complex, op alpenweitjes onder geurende dennenboomen met uitzicht op smettelooze sneeuwtoppen leek een wereldbrand een gruwelijke , onwaarschijnlijke gebeurtenis. Doch de dreiging bleef ik duidelijk voelen, de pers was verre van optimistisch en de gedachte aan 1914, toen wij in Les Contamines overvallen werden was niet weg te redeneeren. Op een kampeertocht van Chamonix naar Les Contamines met Tom kampeerden we in een woest en verlaten dal aan  de voet van een steile eenzame bergpas. Enkele Fransche alpenjagers bivakeerden ook in het schamel veehouders gehuchtje en nimmer zal de schok vergeten die "Ca commencera bientôt" zij doelden op den oorlog - mij gaf ... Dus toch? ..Enkele dagen later was ik terug in Nederland en voer met de Neeltje Jacoba over een zomersche zee onder een stralende sterrenhemel naar Lowestoft waar ik Vaux  vond en Zondag 18 augustus met hem en zijn vrouw picknickten aan de kust. De Daily Telegraph was dreigend; de toestand beviel mij geenszins en in plaats van Maandagochtend vertrok ik Zondagavond met de Neeltje naar den overkant. Het was de laatste keer, dat we op een vredige, veilige Noordzee konden varen. Maandagavond belde ik Ot op in Les Mélèzes" Praz de Chamonix en adviseerde haar terug te komen..Dinsdagavond vertrok zij . Woensdag waren zij in Holland en s'avonds kwam de jobstijding "Voormobilisatie". Ik reisde met Pierre van Son terug , we spraken over "den Toestand" het oranje telegram dat voormobilsatie waarschijnlijk was, had ik  n.l. reeds ontvangen. Ik nam afscheid van Ot en kinderen, die bij Sam en Fietje Strumphler logeerden (de Duinpan was nog verhuurd aan de Pennings) en meldde mij s'avonds op het departement van defensie bij Fürstner, die eigenlijk geen werk voor mij had. 'T was een warme Augustus avond en je voelde de spanning in den Haag. Voorlopig kon ik weer naar huis gaan.; indien Heeris, hoofd van de afdeling MSI (zeeverkeer en inlichtingen dienst) mij noodig had, zou hij mij dit laten weten.  Ik zat dus weer "gewoon" op kantoor te Amsterdam. Doch deed niet veel anders dan opruimen en voorbereiden voor vertrek. Alles was een groot vraagteken. Het was immers geenszins denkbeeldig , dat wij ditmaal spoedig in de strijd zouden worden betrokken. Inderdaad volgde na eenige dagen het verwachtte telefoontje van Heeris, - duidelijk bewijs, dat de situatie zich ernstig toespitste. De pogingen aan het losbreken van den strijd te verhinderen geleken veel op die, welke in 1914 waren gedaan. De Volkenbond werd geheel een bagatelle beschouwd,- het prestige was immers reeds geheel verdwenen. Het werd mobilisatie en  ik trok voorloopig in bij Rem en Kinnie in de Alexanderstraat in afwachting van kamers.. (..) Het was prachtig weer en ik was gelukkig den eersten tijd nog in burger te kunnen rondloopen. Veel werk was er niet dat kwam later wel doch het rondloopen hangen en afwachten was vervelend. Toen kwam de 31ste augustus met de inval van Duitschland en Polen met eenige dagen  later de onvermijdelijke oorlogsverklaring van Frankrijk en Engeland aan Duitschland. Het opzienbare verdrag van Duitschland met Sowjet Rusland hetwelk zooals vele in Duitschland dachten den oorlog zou verhinderen schrikte Engeland niet af zijn garantie aan Polen gestand te doen. Onvergeetelijk was de diep bewogen, ernstige en waardige stem van Chamberlain, toen hij het Lagerhuis mededeling deed van het ingaan van den oorlogstoestand met Duitschland. Fürstner, Heeris, Helfrich, van Tijen, Houtsmuller, Moolenburgh en nog enkelen zaten bij de luidspreker. De termijn was verstreken  Duitschland had de handschoen opgenomen. Een feit van wereld historische beteekenis. Onmiddellijk spoedden Heeris en Fürstner zich naar hun bureaux om de reeds gereedliggende telegrammen te verzenden. De mobilisatie in Nederland verliep uitermate rustig; ons volk had de tijd gehad zich moreel voor te bereiden op de mogelijkheid van oorlog en het leek in de verste verte niet meer op de spanning van de Septemberdagen van 1938 tijdens de Tsjecho-Slowaakse crisis. De oorlogs organisatie van de marinestaf was op papier goed voorbereid, doch het duurde natuurlijk eenigen tijd  voor de "bevoegheden" quaesties waren geregeld en de zaak zonder ernstige wrijving .(...).. dan was er het opstellen van "ïnlichtingenbulletins". Deze bulletins stonden over 't algemeen op hoog peil en zeer veel waardevolle gegevens werden door de MSI verzameld en doorgezonden. naar de  GSIII (generale staf inlichtingendienst). Deze zond berichten uit, doch tusschen het koren zat veel kaf. Merkwaardig was in den eersten tijd de duidelijke tendens in deze bulletins alle verontrustende berichten onder welke vooral van den Militaire attaché in Duitschland Sas, werden doorgegeven in een niet serieus daglicht te stellen. Het was of men liever niet hoorde, dat van Duitschland het grootste gevaar te duchten was. Moolenburgh kreeg er zelfs eens een standje voor dat hij te "alarmeerend" was en toch wees alles reeds van den aanvang af op het doelbewuste streven van Duitschland om t.z.t Nederland en België binnen te vallen. Ziende blind moest men wel zijn  om nog te gelooven aan eenige eerbied voor onze strikte neutraliteit. Het zou machtig interessant zijn  om thans, nu alles geschiedenis is geworden de berichten nog eens na te lezen. Helaas zal dit niet mogelijk zijn; het geheele archief is natuurlijk verbrand voordat de Duitschers ons land binnen vielen op 10 met 1940. Ongetwijfeld heeft onze inlichtingendienst zeer goed gewerkt; zoowel van de zeer dreigende overval omstreeks 10 november (1939)**) als van de aanslag op Noorwegen ***)en tenslotte voor den aanval op 10 mei 1940 waren wij tijdig gewaarschuwd. Wel moet erkend worden dat de slechte - in onze oogen echter "goede" berichten uit Duitschland zeer talrijk waren. Het waren natuurlijk berichten, die wij gaarne geloofden zooals ontevredenheid onder de bevolking, relletjes, tegenstellingen partij-leger; zenuwcrisis Hitler, ruzie onder hoogste leiding enz. enz. Inderdaad werd met regelmatige zekerheid in de berichten geprofeteerd dat Duitschland het niet lang meer zou kunnen uithouden. Na de verrassend snelle zege op Polen, dat in drie weken tijd totaal uiteen werd geslagen en de ondubbelzinnige roovermethoden van Rusland, dat ongeveer de helft van het oude Polen inpikte, stonden de geallieerden wel even te "hikken", doch spoedig keerde het  -later zoo totaal ongefundeerde gebleken optimisme - terug.  De blokkade werkte immers, de onderzeebootoorlog bleek geen doodelijk gevaar voor Engeland te zijn en zoowel Engeland en Frankrijk kregen rustig de tijd hun stellingen in Frankrijk te versterken. Toch hebben we elkaar op MSI reeds spoedig afgevraagd hoe Engeland deze oorlog zou moeten winnen. Zijn houding bleef immers defensief: blokkade door de vloot - en dat in een tijd , dat Duitschland naar hartelust kon putten uit de voorraadschuren van Sowjet Rusland en ZO Europa, terwijl Italië 's non-belligerente houding veel voordeel verschafte - De Finsche oorlog was een nachtmerrie. Algemeen voelde men sympathie voor dit dappere volk, dat met de moed der wanhoop tegen Rusland streed en slechts betrekkelijk geringe materiele steun kreeg van Scandinavische landen en de geallieerden. Elke dag begon ik met het verorberen der kranten, gewapend met een blauw en rood potlood waarmede de artikelen werden aangestreept, die de zeemiliciens Swart, Eggens en La Grange moesten uitknippen en opplakken waarna zij door mij werden gerubriceerd. De belangrijkste gingen dan via Heeris en verdwenen vervolgens in het gedurig groeiende krantenarchief. Het was geen moeilijk werk, doch dankzij mijn routine in het kranten lezen zag ik kans een en ander in snel tempo te doen  Hier eindigt abrupt de tekst met een voetnoot "helaas nooit voortgezet!"   Einde citaat.

*)De Reichsmarine werd in 1935 omgedoopt tot Kriegsmarine. Eveneens in juni 1935 kwam het merkwaardige Brits-Duitse vlootverdrag tot stand, volgens welke het aan Duitsland weer werd toegestaan slagschepen en onderzeeboten te bouwen en de marine zelfs tot 35% van de sterkte van de Royal Navy uit te breiden. Hiermee kwam in feite een einde aan het Verdrag van Versailles. Het tempo waarin daarna nieuwe slagschepen en onderzeeboten van de werven rolden toonde niet alleen aan dat de nieuwe scheepsontwerpen al klaar lagen voordat het verdrag tot stand kwam, maar dat sommige schepen zelfs al in aanbouw waren. Binnen drie jaar nadat Hitler aan de macht was gekomen beschikte Duitsland weer over een effectieve marine. Door de slechte economie, waardoor veel koopvaardijmaatschappijen failliet waren gegaan, was het bovendien niet moeilijk om ervaren zeelui te rekruteren).

**) Het Venlo-incident was de gevangenneming op 9 november 1939 door de Gestapo van twee Britse agenten van de Secret Intelligence Service (ook wel bekend als MI6). De Britse geheime agenten hadden Duitse officieren ontmoet in Venlo, die hen vertelden dat zij een aanslag op Hitler voorbereidden. De SIS had de agenten, Captain Sigismund Payne Best and Major Richard H. Stevens op de zaak gezet. Zij ontmoetten drie officieren, waaronder "Major Schaemmle" (Walter Schellenberg), in Nederland. "Schaemmle" zei dat het Duitse OKW (Oberkommando der Wehrmacht) zich bezorgd maakte om de grote verliezen in Polen en van plan was om Hitler te arresteren. Heinrich Himmler had echter bevolen dat de Britse agenten gevangengenomen moesten worden. In de nacht van 8 op 9 november overschreden Duitse agenten de grens met Nederland. Zij zouden de Britse agenten ontmoeten in Café Backus aan de Herungerberg, Toen de twee Britse agenten Best, Stevens en  de Nederlandse officier aankwamen bij Café Backus, dwongen de Duitsers hun auto met vuur van een machinegeweer tot stilstand. Klop beantwoordde het vuur met zijn dienstpistool, maar werd dodelijk verwond. De Duitsers voerden de twee Britse agenten en het lichaam van Klop over de grens naar Duitsland. Stevens had bij zijn gevangenneming een lijst van Britse agenten bij zich. In Düsseldorf moesten de Britse agenten bij hun ondervraging meer informatie prijsgeven. Met deze informatie kon de Gestapo meer Britse agenten in bezette gebieden arresteren, met name in Tsjechoslowakije. Zij verkreeg bovendien informatie over de organisatie van de SIS en een lijst van SIS-officieren die gevangen genomen zouden moeten worden zodra de invasie van Groot-Brittannië een feit zou zijn. Best en Stevens bleven tot het einde van de oorlog gevangen Hitler gebruikte het Venlo-incident als aanleiding om Nederland binnen te vallen op 10 mei 1940, omdat Nederland door de aanwezigheid van een Nederlandse officier zijn neutraliteit geschonden zou hebben.

***)De aanval op Noorwegen was een amfibische en luchtlandingsoperatie. De aanval begon op 8 april 1940. Gelijktijdig met de aanval op Noorwegen werd Denemarken onder de voet gelopen.

Voorjaar 1940. Vader Tom weer even terug in Aerdenhout bij zijn familie uit Den Haag waar hij als marine reserve officier werkzaam was bij de Militaire Inlichtingen Dienst

Achteraf verwonder ik me over het feit dat we gauw na deze verschrikkelijke meidagen,  ons gewone leventje weer oppakten, alsof er niets was gebeurd.  Verbijsterend is om te lezen dat onze Minister van Staat Dr Hendrik Colijn in een brochure schreef van  25 juni 1940 (let wel anderhalve maand na de Duitse inval) "Op de grens van twee werelden"prijs 90 cent Uitgever N.V. Dagblad en Drukkerij de standaard, Amsterdam. Hierin zegt hij onomwonden dat nu Duitsland de oorlog gaat winnen het beter is om onze buitenlandse politiek meer te richten naar Duitsland ipv Engeland en Frankrijk.

Citaat :Hoofdstuk III. OP DE GRENS VAN TWEE WERELDEN. (pagina 40-41)
In de beide voorafgaande hoofdstukken hebben we ons bezig gehouden met gebeurtenissen, toestanden en verhoudingen, die we kenden omdat ze tot het verleden behoorden, tot wat reeds geschiedenis was geworden. Thans staan we voor de vraag, wat het onbekende ons brengen zal. Het feit zelf, dat wij ons thans in een overgangsperiode bevinden, dat wij als het ware tusschen twee werelden instaan, zal wel niemand willen betwisten. Van het oude, dat we gekend hebben, zullen we veel niet meer terugzien en van het nieuwe dat komt, kunnen we den inhoud nog niet met stelligheid vaststellen. Dit ontslaat ons echter niet van den plicht te streven naar een zoodanige analyse van de jongste feiten en gebeurtenissen, dat we daaruit enkele gevolgtrekkingen mogen maken voor wat de toekomst ons brengen kan. Want ten slotte is het vooral die toekomst, waarin het Nederlandsche volk zich zal hebben te schikken om te leven. We zullen derhalve trachten enkele perspectieven, die wijzelf meenen te zien, ook aan anderen te toonen. In de eerste plaats vragen we dan de aandacht voor de wijzigingen in de politieke verhoudingen in Europa, die reeds nu in hoofdlijnen kunnen worden geschetst. Men werpe hier niet tegen, dat de oorlog nog niet beëindigd is en dat men derhalve nog niet zeggen kan hoe het nieuwe Europa er precies zal uitzien. Want hoewel zulk een tegenwerping op zichzelf juist is, ze is zonder beteekenis voor de schetsmatige omtrekken van het beeld. dat we beginnen te zien. Duitschland heeft immers op één punt den oorlog reeds gewonnen. Hoezeer we ook overtuigd zijn van de taaiheid en de hardnekkigheid van het Britsche volk, we achten de uitschakeling van Frankrijk als strijdende factor van zoo veel beteekenis, dat een nederlaag van Duitschland niet langer binnen de grens der mogelijkheden mag worden gerekend. Maar daaruit volgt dan met o.i. onbetwistbare logica, dat op het vasteland van Europa de Duitsche invloed voortaan overheerschend zal zijn en die van Engeland in elk geval zal worden teruggedrongen. zoo niet geheel zal worden uitgeschakeld. Dat zal reeds onmiddellijk merkbaar zijn bij de vredessluiting. Wij spreken hierbij naar den mensch. D.w.z. wij beoordeelen thans alleen de feiten zooals zij zich aan ons voordoen. En dan zal men zich niet kunnen onttrekken aan de gevolgtrekking. dat ook het taaiste verzet van Engeland niet zulk een keer in den toestand brengen kan. dat Duitschland gedwongen zou kunnen worden zijn nieuw verworven positie weer prijs te geven. Dat beteekent derhalve. dat de continentale aangelegenheden voortaan door Duitschland zullen worden gedirigeerd. Dat was juist de Duitsche begeerte vóór de oorlog in September 1939 uitbrak. Het verlangde de hegemonie bij het Europeesch bestel voor zooveel Centraal- en Oost-Europa betrof en de einduitkomst van den oorlog kan o.i. niet zoodanig zijn. dat op dit punt verandering te verwachten is.

Treffend is nog een zin op pagina 50: Het alles domineerende feit is dan, dat, tenzij er werkelijke wonderen gebeuren, het vasteland van Europa in de toekomst geleid zal worden door Duitschland.

Herman Langeveld wijdt in zijn biografie van Hendrik Colijn een apart hoofdstuk aan deze brochure.(p. 527-534). Er komen een paar interessante opmerkingen in voor die ik hieronder afdruk:
"Het meeste opzien zou echter het derde deel van de brochure baren, et als het geheel de titel 'Op de grens van twee werelden' droeg. Dit gedeelte schreef Colijn onder de onmiddellijke indruk van de nederlaag Frankrijk had geleden: op 22 juni had maarschalk Pétain, aan wie het kabinet- Reynaud het gezag had overgedragen, gecapituleerd. (...) Colijns brochure trok sterk de aandacht: er werden meer dan dertig duizend exemplaren van verkocht, en in de kranten verschenen uittreksels eruit en commentaren erop. Drie dagen na het verschijnen ervan verboden de bezettingsautoriteiten echter verdere bespreking. Dat had te maken met wat Colijn geschreven had over de positie van het Oranje huis: van Duitse zijde wilde men daar geen verdere publieke discussie over. Dat wilde overigens niet zeggen dat Seyss-Inquart ongelukkig was met de brochure. In het eerste verslag van zijn werkzaamheden dat hij aan Hitler uitbracht, schreef hij: 'Das wesentliche dieser Brochüre ist der Feststelllung, dass im Kontinental-Europa unzweifelhaft England durch das Reich ausgeschaltet ist und dass das Reich dieses Kontinental-Europa führen wird. [ ... J Diese Stellung Colijns hat ausserordentliche Wirkung gehabt, weil sie für die protestantischen, vor allem calvinistische Kreise das Stichwort war, sich mit der nellen Lage auseinanderzusetzen wobei die Feststellung Colijns über die Bedeutung des Reiches als geradezu autoritäre Äusserung angesehen wurde, seine weitere Folgerungen aber bereits lebhafter Kritik untervorfen wurden".
Zelfs bij benadering valt niet te zeggen in hoeverre Colijns ideeën door grote groepen van de bevolking werden gedeeld. Aangenomen moet worden dat de snelle nederlaag van Frankrijk ook op veel andere Nederlanders grote indruk zal hebben gemaakt, maar de neiging om daaruit conclusies te trekken voor een verre toekomst, lijkt toch tamelijk specifiek te zijn geweest voor de ex-premier. (...)
Met enige vertraging raakte de inhoud van Colijns brochure ook bij de Nederlandse regering in Londen bekend. In een hem na de oorlog afgenomen interview heeft Gerbrandy, die door toedoen van koningin Wilhelmina eind augustus de door haar als defaitistisch beschouwde De Geer als minister-president zou opvolgen, gezegd dat hij de brochure als een dolkstoot in de rug ervaren had; ook de Nederlandse regering zou daardoor aangevallen zijn. Interessanter is echter wat Gerbrandy meedeelt over de indruk die de brochure op Churchill, die op 9 mei 1940 de leiding van het Britse kabinet van Chamberlain had overgenomen, had gemaakt. Nadat hem in vertaling bepaalde 'bedenkelijke' passages waren voorgelegd, zou Churchill hebben gezegd: 'Met deze man wil ik nooit meer iets te maken hebben'. (...)
De Britse gezant bij de Nederlandse regering, sir Neville Eland, die in de meidagen naar Londen was teruggekeerd, toonde zich eveneens onaangenaam verrast door Colijns opstelling. Tijdens de laatste jaren van Colijns regeerperiode - Eland was sinds 1938 in Den Haag gestationeerd geweest - had hij Colijn leren kennen als oprecht pro- Brits en -- privé-gesprekken - bepaald niet-neutraal. Maar nu bleek hij volgens de gezant 'almost compounding the German felony', wat zoiets wilde zeggen als: de Duitse misdaden te bevorderen. (...) Hoe reageerde koningin Wilhelmina, die niet voor Churchill 's strijdvaardigheid onderdeed en dus evenmin iets wilde weten van eventuele compromisvrede, op Colijns brochure? Haar biograaf Fasseur, tekent uit haar correspondentie met prinses Juliana, die in Canada bevond, de kwalificaties 'knappe nonsens' en 'eenvoudig misselijk'. Ook voor het onderhoud dat Colijn met Seyss-Inquart gehad, had de koningin geen goed woord over: 'volkomen mis' ".

  

Hendrikus (Hendrik) Colijn  ( 1869 1944)

Juli 1940 Brief van het hoofd van het Kennemer Lyceum aan mijn vader: Hooggeachte Heer,  Wij menen het toch met Tom om volgend jaar niet in de 5e groep te mogen wagen! Al is zijn werkhouding verbeterd, zijn denkhouding is nog zo slordig, dat hierin voor de exacte vakken grote gevaren schuilen. Natuurkunde is op het ogenblik, evenals Scheikunde, maar als zeer matig te qualificeren. Hetzelfde geldt voor Biologie. Frans is uitermate zwak, en juist in het zo belangrijke vertalen uit de vreemde taal is hij in de beide andere talen ook niet sterk. In de Wiskunde is er eigenlyk een grote achterstand van ongeveer een jaar. De herhalingen van de oude stof, die hij maakte waren, wat de kwaliteit betreft, niet erg goed. Het komt ons voor, dat Tom meer moeite met de stof heeft, dan men denkt. In het belang van zijn eigen ontwikkeling menen wij dan ook, dat het het verstandigst is, hem de gelegenheid te geven een jaar lang zijn fundamenten te verbeteren en grondig te repeteren, voor wij met veel moeilijker stof verder gaan. Hoogachtend, Uw dw De A. de Vletter

Mijn vader antwoord 21 juli : Hooggeachte Heer, Met belangstelling nam ik kennis van uw schrijven dd juli 1949 waarin U mededeelt dat mijn zoon Tom onvoldoende vorderingen heeft gemaakt om in de 5e groep te komen. Hoewel het mij spijt hem niet langer Montessori Onderwijs te laten volgen ben ik, na de ervaring van de afgelopen jaren 4 jaar, tot de conclusie gekomen , dat het voor mijn zoontje beter is, indien hij naar een ander onderwijs instituut gaat. Ik moge U dus verzoeken hem af te voeren van de lijst der leerlingen van het Kennemer Lyceum, Montessori afdeling.  Intussen zeg ik U hartelijk dank vavoor de zorg , die uwe leraren aan hem besteed hebben; het is jammer dat hij er niet meer van heeft geprofiteerd, doch zo is het nu eenmaal. Met ingang van september zal hij onderwijs krijgen van het instituut van Gruno Meyer .Met de meeste hoogachting H.Th. de Booy.

Nationale jeugdkampioen wedstrijden in Apeldoorn Juli 1940.  Tom 2e van rechts verloor van Breukink,  9e van rechts op de achterste rij

Omdat ik jeugdkampioen was geworden van district Haarlem mocht ik meedoen aan de nationale jeugdkampioenwedstrijden in Apeldoorn. Ik had in Haarlem mijn vriend Richard Rahusen verslagen, niet door beter spel maar door te prikken! In Apeldoorn verloor ik al in de eerste ronde van Breukink. Namen die ik me nog herinner zijn van Meegeren, Keuls, Mendes de Leon, Volkmaars,  meisje van der Wal dochter van de groundsman van tennisclub Festina in Amsterdam. 

Enkele weken heb ik meegevaren met de visserboot van Jannus Toxopeus Hij ging samen met zijn maat Jelle Steegstra  garnalen vissen op de waddenzee. Ik sliep bij Klaas Toxopeus  (de oudere broer van Jannes) in Oostmahorn. Klaas was vaste bemanningslid  van de reddingboot "Ínsulinde". Zijn vrouw gaf me 's-ochtends bij het ontbijt een glas warme melk. In het begin was ik behoorlijk zeeziek en werd ik in het vooronder gestopt. Als Jelle het luik opendeed vroeg hij of ik gebakken spek wilde hebben. Nu is er niets ergers dan vette dingen te moeten eten als je zeeziek bent. Het waren mooie, inspannende weken. Ook herinner ik me dat we met de reddingboot Insuline met de schipper Mees Toxopeus krabbetjes gingen prikken op het wad. 

In de zomer ben ik naar het 2e Waskolkkamp van de NCSV gegaan in Nunspeet. Het was wel erg christelijk, maar de sfeer was goed. Er werd veel aan sport gedaan. Mijn officier was Cees van Rhijn (later getrouwd met mijn nicht Gigs van Hengel!)  Ik sliep in tent 8 samen met mijn vriend uit Aerdenhout Jan van Marken.  
 

Links:Boven op tent acht. Cees van Rhijn onze officier vierde van rechts, daarnaast rechts Tom en Jan van Marken. Rechts: Voor de tent met mijn tentmaten 2e Waskolkkamp

 

2e waskolkkamp van de NCSV Nunspeet. 1940. Op de voorste rij de adjudanten, tweede rij de officieren en in het midden de staf Schamhardt, Kooyman en Schoch, daarachter de jongeren..

In de kampbijbel heb ik nog de handtekeningen van de officieren en adjudanten. Van de officieren herinner ik me Louet Feisser, Sigar, van Heemstra , van der Schaar, van der kamp, Löbel Sels, van Rhijn Steyn Parvé, van de adjudanten Haisma, Bijl de Vroe, Kuilman. Van de jongeren: Richard Rahusen, Jan van Marken, Charles de Beaufort, Carel Stahl,. Wim van Heuven, Carel Matthes, Michiel Tegelberg, de Mol van Otterloo, Willem Dijkmeester, van Heyst, Bob ter Haar Romeny, Rob van Gennep,Toon Borren, Goossen

Links:Na de hockeywedstrijd jongeren elftal tegen de staf . Achterste rij: ?,Bob Ter Haar Romeny, Willem Dijkmeester, Toon Borren, Richard Rahusen , ? van Heuven, Michiel Tegelberg,zittend Tom de Booij, Rob van Gennep, Pietje Swens, ?. Rechts: Na de winst op het stafelftal wordt Pietje Swens door mij (links en Richard Rahusen letterlijk en figuurlijk op de schouders gedragen.  Hij maakte de winnende goal.

Links: In de grote tent werd een rechtszaak nagespeeld. Rechts::Handtekeningen van de officieren van het 2e Waskolkkamp in mijn bijbel. 1940

In september was het even wennen om naar het Instituut Gruno Meijer in de Kenaustraat in Haarlem te fietsen. Het was haast privé onderwijs. We zaten met soms drie vier man naar de leraar te luisteren. Veel indruk maakte Gruno Meyer, hij was wel streng maar toch met veel humor. Ik zat met Jonny Nijsten in een klas. Hij speelde  prachtig piano vooral Chopin en zat ook in een jazz band. Ik weet me nog te herinneren dat de 5 dagen oorlog in  mei nog druk werd besproken vooral hoe de militaire verrichtingen van ons leger waren verlopen. Merkwaardig genoeg herinner ik me niet veel van het najaar en winter. 

Een houten vliegtuig, gebruikt tijdens de meidagen.

 In de kerstvakantie heb ik met mijn vader en mijn zuster Elsbeth een wandeling gemaakt bij Austerlitz waar we een houten vliegtuig zagen dat in de mei dagen kennelijk gebruikt was. In de begin jaren van de Duitse bezetting heb ik geen enkele herinnering overgehouden. In feite ging het leventje gewoon door met hockeyen, tennissen, dansfeestjes, en op school zitten.

Dagboek van mijn grootvader over het jaar 1940.
25 april. 's Namiddags met Hilda naar Schiphol om Alfred te zien vertrekken naar Londen. Even met hem gepraat. Hij zag er best uit. Ik had een lijstje van vragen opgesteld 1. Zijn de Duitse berichten over aanvallen op landende troepenschepen e.d. overdreven? antw. Ja! 2. Zal een aanval gedaan worden op voorbereidingen te Memel? "Neen".3. Hoe groot is de geallieerde troepenmacht? 40 à 50 mille. Is die vatbaar voor uitbreiding? Ja! 4. Waarom kunnen de Engelsen niet beletten dat te Dronthem schepen binnenkomen? Batterijen. 4. Wordt Churchill moe? Neen! Daar zagen we de grote oranje vogel vertrekken en verdwijnen in de lucht. Een paar uur later zal hij in Engeland dalen. 30 april. Verjaardag van prinses Juliana, mooi weer, vlag uitgestoken. Enigszins somber gestemd. Het blijkt dat Duitsland de meerdere is in de lucht. In sombere ogenblikken ziet men Duitsland in het bezit van de wereldheerschappij. Mussert is geïnterviewd door de Amerikaanse pers, die het interview per radio heeft overgebracht naar Amerika. Nederland is nu geheel in Staat van Beleg. Ook de persvrijheid is gebreideld. Het Handelsblad heeft over 1939 een verlies van ruim 1 ton, ofschoon het met de exploitatie behalve de advertenties heel goed gaat. We hebben 2000 meer abonnees dan vorig jaar. Van Tom vernomen dat het al mooi is als wij een Duitse aanval enige dagen kunnen tegenhouden. Dit valt mij tegen en ik kan het mij nog niet goed begrijpen Dinsdag 7 mei. Sinds de vorige week is er veel gebeurd. De Duitsers zijn met kracht van Oslo in Noordelijke richting opgerukt en de geallieerden hebben het zuiden van Noorwegen moeten verlaten. Dezer dagen heeft onze regering 21 mensen - Nederlanders, die de neutraliteit in gevaar brachten - in bewaring genomen. Tot deze personen behoort het kamerlid Rost van Tonningen van de NSB. Gisteren werden de verloven weder ingetrokken en werden lichtingen zeemiliciens die met groot verlof zijn, opgeroepen. Nederland is als een egel die zijn stekels opzet naar alle kanten. Hilda legde haar slaapzak klaar. Ik heb wat traveler cheques gekocht, die te pas kunnen komen Vrijdag 10 mei. In de nacht en vroege morgen zijn vele vliegtuigen over ons land en onze stad gekomen. Er werd veel op geschoten. Nu is het kwart voor zevenen. De radio heeft allerlei berichten gegeven over bommenwerpers die over Nederland vliegen boven verschillende plaatsen in de richting van Engeland, over parachutisten die dalen of gedaald zijn, waarbij er zijn in Hollandse uniform. Verder waren er geruchten over een aanval op Schiphol. Wij zijn 6.15 opgestaan. Het is prachtig weer, een onbewolkte lucht. Wat zullen we straks horen? Het schijnt mij toe dat de oorlog nu voor de deur is.11 mei. Naar kantoor en Handelsblad. Op 't Handelsblad gehoord dat om 11 uur een bom is gevallen op een huis aan de Blauwburgwal en dat er vele doden en gewonden zijn. Dat er gevochten wordt in het Noordeinde Den Haag en hard gevochten te Rotterdam aan de Coolsingel. Dat Rotterdam voor een deel in brand staat.Ik zag een troepje vissers in de Paleisstraat, vroeg hun of ze van zee kwamen. Ja, zeiden ze. Komen alle vissers terug? Ja. Zullen de haringvissers uitgaan? Neen. 1e pinksterdag, 12 mei. Schitterend weer. Het blokhoofd Van Minden laat weten dat de dames wasgoed 's avonds binnen moeten hebben met het oog op luchtaanvallen. Te Rotterdam gaan kerkdiensten niet door. Ook Den Haag niet. Chamberlain is afgetreden. In zijn plaats is Winston Churchill gekomen. 5 uur 5. Bezoek gebracht bij Maurits en Hanna van Eeghen. Net zit ik er en daar is het weer luchtalarm, het 8ste zegt de familie Van Minden, die voor elk luchtalarm van de 3e etage omlaag gaat tot de begane grond. Wij hebben nu als regel dat wij in de hall gaan zitten, de huisdeur open en wachten tot we geschiet of vliegtuigen horen. Gedurende het luchtalarm gaat de radiouitzending door met muziek. Ik heb het nog nooit zo druk gehad. Hoe lang moet dat duren? Volgens Maurits zeggen de Duitsers dat ze over de IJssel zijn getrokken en op de Grebbelinie aangaan. Maandag 13 mei 1940. 2de Pinksterdag. Goed weer, bewolkte lucht. Dit wordt de 4de dag van de oorlog. Boven mijn raam kirren en roekoeën de duiven. Er zijn daar pas een paar eitjes uitgebroed. 's Morgens naar Hoofdpostkantoor. Dit echter gesloten. Zag nabij de Dam een man aanhouden door de politie. Werd zelf met de auto aangehouden. Soldaat met geweer klaar om te vuren. Pas ingezien en goedgekeurd. Gisteren kwam uit Aerdenhout de verloofde van Ots dienstbode met een briefje van Ot en bloemen van Elsebeth. Ot en Olga stellen voor dat wij bij een van hen intrekken. dit lijkt met niet mogelijk, althans nu niet. In de ochtendeditie staat dat de Koningin is overgestoken naar Engeland. Dit is een grote slag. Naar het Verenigd Cargadoorskantoor, waar ik ongeveer 10 uur ben. Ik zie daar de reusachtige rookwolken van de brand van petroleum van de tanks der BPM. Men wist aanvankelijk niet of er kwaadwilligheid in het spel was, maar het bleek geschied te zijn op last van de overheid. Enige mensen staan bij elkander voor het kantoor en praten en eindelijk zegt er een: "En wat zeggen we van de Koningin", waarop een ander zegt "daar spreken we maar niet over". "Zondag heeft ze ons nog zo mooi op onze plicht gewezen en nu gaat ze naar Engeland". Haar gaan naar Engeland heeft op het Volk een hoogst onaangename indruk gemaakt en toch zit er waarschijnlijk niets anders op. Daarvandaan naar de American Lunchroom waar ik wat at en toen naar het Koloniaal Instituut waar ik nauwelijks binnen ben of we worden naar de kelder gejaagd wegens luchtalarm. Dit herhaalt zich later nog eens of tweemaal. De vergadering der Reddingmaatschappij werd door niemand bezocht. Om 3 uur terug per tram en herhaaldelijk in de schuilkelders waar het publiek heel kalm is en eindelijk aangekomen op het Muntplein waar ik een scheerapparaat koop bij 's Gravendijk en vervolgens bij De Jong touw, 14 meter manilla, om Hilda in de tuin neer te vieren als er brand uitbreekt en we kunnen niet langs de trap.15 mei, de eerste dag van de bezetting. Op 3 uur algemene vergadering van het hospitaal kerkschip De Hoop bijgewoond. Behalve Maurits van Hall en ik was niemand opgekomen. Later kwam kapitein Smit, wien het met grote moeite was gelukt om van IJmuiden naar Amsterdam te komen. Besloten in beginsel de bemanning van de Hoop tot 25 juni uit te betalen. Het daarvoor benodigde geld niet aanwezig zijnde, schoot ik f 300.- voor ter betaling tot 15 mei. Tevens werd besloten de bemanning naar huis te zenden en een wachtsman aan boord te plaatsen. Dit zal zijn de kok Fijnenbuik, een aardige oude zeeman. Van deze vergadering hield Maurits van Hall de notulen. Crone werd tot voorzitter benoemd met algemene stemmen (2 in getal) en ik bedankte alle aanwezigen voor de medewerking die ik heb ondervonden. De Duitse tijd is ingesteld, zijnde 1 u. 40 later dan onze tijd.[16 mei]. Hilda heeft op straat lopende Chambers gezien (secretaris van de Hoop). Als zij hem aanspreekt is hij zeer verbaasd dat gisteren de vergadering van de Hoop (waarvoor hij zelf de oproepingen heeft verzonden) heeft plaats gehad. Hij zegt verder dat hij, de naam Chambers dragende, natuurlijk niet op het kantoor durft komen. Iedereen denkt het eerst aan zichzelve. Wat zal voor mij de toekomst zijn. Mijn vermogen, voor zover het uit effecten bestaat, tot bijna niets teruggebracht. Mijn pensioen van de Reddingmaatschappij? De schuldbekentenis van Tom? Mijn vergoeding van de Oostersche handel? Van het Handelsblad? Wij hadden gerekend op een rustig oud dagje. Wij moeten maar dankbaar denken aan voorbije tijden. Wat de toekomst betreft, zou ik het liefst te Bilthoven gaan wonen, in het huisje van Jo. Maar ik heb het voor 3 jaren verhuurd. Zondag 19 mei, vijfde dag van de bezetting, mooi weer. Ik per tram naar de Oosterdokkade waar ik de "Hoop" in goede staat vind, maar de wachtman is niet aan boord, is zeker bezig levensmiddelen te kopen. Terug en in de verkoopplaats van couranten op het Damrak gehoord dat het stuk in de Standaard van Colijn gericht was tegen de Regering, tegen vertrek van de regering. Hij zegt er ook in dat hij, Colijn, niet is weggelopen. Dit alles maakt een vreemde indruk. Zaterdag 25 mei, de elfde dag van de bezetting. Gisteren vergadering van het Handelsblad en daar o.a. gehoord dat het plaatsen van de joodse medewerkers bij Kunst, Wetenschap enz., op verlangen van de Duitse overheid is geschied; ik hoorde ook dat Joodse annonces van overlijden, kennelijk als gevolg van zelfmoord, niet mogen worden geplaatst, dat de Telegraaf de Joodse medewerkers heeft ontslagen, wat ik volkomen verkeerd acht, de Duitsers uitlokkende tot andere daden van discriminatie. Iedere dag wordt men wakker met het drukkende gevoel: we zijn onder de Duitsers, we zijn niet langer vrije onafhankelijke Hollanders. Het is een rust te denken dat we nog een Koningin hebben met een Regering die werkt voor onze onafhankelijkheid en ook voorvechter met onze Marine. Donderdag 4 juli l940, de 50ste dag der bezetting. Gisterenavond kregen wij bezoek van Schöffer, die kwam vragen naar de "Zeemanshoop". Hij wilde weten of een zekere Domhof aan boord was geweest. Zijn vrouw is in voortdurende spanning wegens het uitblijven van berichten. Hij vertelde verder hoe hij op 29 juni 's avonds 10.15, getooid met witte anjer met z'n zoontje, eveneens met anjer, door de Verhulststraat fietsende door een zestal zwarthemden was aangevallen, op de grond geworpen en geslagen was. Hij had een gat in het hoofd gehad en een bloedende wond. Het droevigste van dit geval dat de na enige tijd ter plaatse verschenen politie, geen proces-verbaal opmaakte, doch slechts aanried naar de apotheek te gaan. Leven wij nu reeds onder een schrikbewind? De drang naar uiting van de volkswil wordt sterker. Men hoort de namen Linthorst Homan, Goudriaan, prof. de Quay als een soort 3manschap dat het Duitse gezag zou moeten adviseren. Het jongste bericht is dat zij overleg plegen met Colijn, die juist een veel gelezen brochure heeft geschreven, getiteld Op de grens van twee werelden. Ik vrees dat Colijn een domper zal plaatsen op jeugdig enthousiasme. Het kan niet worden geloochend dat hij nog het vertrouwen heeft van velen, ook al heeft hij zichzelf veel kwaad gedaan door zijn artikel in de Standaard, waarin het vertrek van Koningin en Regeering wordt afgekeurd en in twijfel wordt getrokken of generaal Winkelman wel goed heeft gedaan de strijd te staken. Door de totstandkoming van deze volksvertegenwoordiging (op kleine schaal) wil men voorkomen dat de NSB de leiding gaat nemen. Al hoort men wel dat het Duitse gezag de NSB niet op prijs stelt, doen de feiten toch zien dat de NSB ontzien wordt.Zondag 7 juli, de 53ste dag van de bezetting.[Naast de brochure van Colijn is er] het optreden van den afgetreden burgemeester van Hilversum. K.L.C.M.J. baron de Wijkerslooth de Weerdesteyn, die zichzelve aanbiedt als leider. Dat hij afstammeling in de vrouwelijke lijn is van Willem de Zwijger moet hierbij als aanbeveling strekken. Onder de naam van Nationale eenheid zendt hij een circulaire, die een weekblad zal worden waarin hij zijn denkbeelden ontvouwt. De circulaire bevat ook toespraken die hij gedurende de laatste tijd heeft gehouden. Dit optreden is wel zeer bijzonder, maar de inhoud van zijn circulaire is niet zo gek en strookt over het algemeen met de gedachte van Colijn. Donderdag 11 juli l940, de 57ste dag der bezetting.Vanmorgen zei de portier van het Koloniaal Instituut mij, dat "de Jodenvervolgingen waren begonnen". Joden mochten niet meer in de luchtbeschermingsdienst en ook niet in de openbare bedrijven, zei hij. We zullen zien. Een interview van Mengelberg maakt een onaangename indruk. Hij zal wel zeggen dat hij zich op geheel andere wijze heeft uitgedrukt. Zondag 14 juli, de 60ste dag der bezetting. Naar de St. Adelbertus Priorij waar ik hartelijk door Chré word ontvangen. Hij noemt hetgeen thans gebeurt een gesel Gods en we moeten die geselingen rustig verdragen. 't Is als een operatie die op aarde kort duurt maar God is buiten de tijd. Chré deelt mij mede dat hij de Abt om overplaatsing heeft verzocht omdat hij niet kan opschieten met den Prior. Vreemd! Met hem naar Heilo gewandeld en getracht Jan van Stockum te bezoeken. De Duitsers hebben beslag gelegd op de sanatoriumafdeling om daarin hun gewonden op te nemen, daarom is Jan nu in de gesloten afdeling.30 juli. [op Terschelling]. Het heeft de laatste dagen hard gewaaid uit het N, NW , WNW, en het gevolg is dat het strand bezaaid is met korte houten dennestammen, vermoedelijk bestemd voor papierfabrieken. Verder zijn er vele lijken aangespoeld. Toen wij gisterenavond gingen wandelen passeerden wij er drie, alle in een verregaande staat van ontbinding.  Het was al half onder het zand geraakt. Het hoofd was er nog aan maar men zag slechts de ontvleesde schedel. De handen ontbraken. Uit de kleren staken beenderen, maar de romp scheen nog niet vergaan. Zo lag hij al drie dagen en misschien langer. Ik was van hem gaan houden, want hij lag daar zo hulpeloos en hij was toch ook een kind geweest, de trots van een moeder. Kort geleden was hij nog een krachtige jonge man. Gaarne had ik hem begraven, maar hoe zou ik hem naar de rand der duinen brengen. Toen kwam de motorwagen van de Duitsers met lijkkisten en ik zag hoe ze hem met schoppen voorzichtig in een kist legden en wegbrachten. Zaterdag 17 augustus, de 94ste dag der bezetting. W. Mengelberg heeft Hilda geantwoord op haar brief [ n.a.v. een kranteninterview over het eerder verschenen interview met Mengelberg, waarin deze aanneemt dat het merendeel van de Nederlandse bevolking blij was met de wapenstilstand, in het bijzonder de vrouwen]. Het antwoord [niet bewaard] van Willem betekent zeer weinig. Maandag 26 augustus. Goed weer. Zon. Gebaad.'s Avonds komt men vertellen dat alle niet te Terschelling ingeschreven bewoners morgen per boot van 11 uur moeten vertrekken. Niemand weet wat de aanleiding is. Onze gasten vertrekken overhaast en wij beginnen te pakken en gaan met de duisternis naar bed, stellen de wekker op 6 uur.28 augustus. Leeuwarden was erg vol van mensen. Het waren de vele mensen, 10 à 20 duizend die waren kwamen luisteren naar de rede van oud minister Colijn. Hij sprak voornamelijk over de Nederlandse Unie, keurt het optreden van de Unie af, meent dat de Christelijke Protestanten zich daarbij niet kunnen aansluiten. hij meent dat de Ned. Unie te enthousiast is voor het nieuwe, dat zij in het vaarwater komt van de NSB, dat wij in de eerste plaats moeten streven naar volksinvloed op de Regering en naar vrije meningsuiting. 11 september. Zowel Olga en Johan als Tom en Ot hebben inkwartiering . De kinderen zijn vol medelijden voor de soldaat en Elsbeth zei tegen haar moeder: Gek hè, nu kunnen we toch niet meer van "Mof" spreken.5 october. Dieuwke de Hoop Scheffer vertelt mij voor zeker dat het wel waar is dat een Prins is geboren. Hij heet Willem Boudewijn, Boudewijn naar de Koning van België en de officiële mededeling heeft eerst plaats als onze Regering zich overtuigd heeft van zijn aanwezigheid. Men moet daaruit afleiden dat de ministers naar Canada zijn gegaan. 2 uur vergadering Koloniaal Instituut. Daar gehoord dat verschillende personen zijn gearresteerd als represaille maatregelen tegen de behandeling van Duitsers in Ned. Oost Indië. Die personen zijn o.a. Heineken, prof. Wijer, Bolkestein jr., Gerbrandy jr., Dr. van Hengel, chirurg te Arnhem, Dr. Eykman, prof. Pos e.a. Geadviseerd wordt vitaminen mee te nemen en purgatiemiddelen. Ik ga na de vergadering naar notaris Koopman die een algemene volmacht op Hilda zal maken voor het geval ik word gearresteerd. Men zegt dat ik geen kans heb wegens mijn leeftijd, maar men kan niet weten. 's Avonds als wij naar bed gaan begint een hevig kanonvuur en ook de sirene loeit. We zien niets dan een lichtbol langzaam zakkende. Het kanonvuur duurt wel tot 12 uur en alles schudt.8 oktober. Mej. V. vertelt dat het gisteravond Engels vuurwerk is geweest. Vandaar die sirene, die de mensen van de straat jaagt. Het vuurwerk, bestond uit vele gekleurde bollen etc. en ten slotte een Kroon en Rood wit blauw. Het is dunkt mij dus duidelijk dat de Prins is geboren. Lang leve Prins Willem Boudewijn. Namiddags vergadering van de Reddingmaatschappij. [wij hebben] besloten dat wij onze reddingboten niet geven voor tochten verder dan 15 mijl uit de kust. Het vuurwerk was geen vuurwerk. Dus weer geen Prins. Vrijdag 1 november, de 171ste dag. Vanmorgen vergadering van het Zeemanshuis. Bij de aanvang van de vergadering moesten wij allen een verklaring ondertekenen, luidende als volgt:De ondergeteekende... geb. te... wonende te ... verklaart dat naar zijn beste weten nog hijzelf, noch zijn echtgenoote (verloofde) noch een zijner ouders of grootouders ooit heeft behoord tot de Joodsche geloofsgemeenschap. Den ondergeteekende is bekend dat hij zich, ingeval vorenstaande verklaring niet juist blijkt te zijn, aan onmiddellijk ontslag blootstelt.9 november. Om half drie komt Tom jr. en ga ik met hem naar een concert bij mevrouw Van Blaaderen ten bate van behoeftige Joodse kunstenaars. Woensdag 27 november, 197ste dag der bezetting. Er is sedert ik het laatst inschreef veel gebeurd. Charles is overleden. Er waren weinig mensen die veel van hem hielden. De oorzaak was een gebrek aan belangstelling zijnerzijds, een hooghartige houding bij ontmoeting en nu hij is gestorven vraagt men zich af of de fout niet ook bij onszelf lag. Hij heeft moedig de zware slagen die hij kreeg verdragen. In de eerste plaats zijn faillissement en dientengevolge het verlies van zijn gehele vermogen, en zijn moeilijke pijnlijke ziekbed. De zwaarste vernedering is het ontslag van Joden of halfjoden uit betrekkingen bij de Justitie,m het Onderwijs, bij hospitalen enz. enz. Dit is schandelijk, ondraaglijk. Zo is bijvoorbeeld de voortreffelijke mevrouw Joosten van de Montessorischool ontslagen, iemand die onvervangbaar is, en verscheidene professoren van de Amsterdamse Universiteit. In de couranten staan van al die ontslagen niets, n i e t s.2 december. Wij gingen met ons beiden (10 nov.) naar een uitvoering van Peer Gynt in de Stadsschouwburg. Wel goed en genietbaar, maar het werk zelf vind ik niet bevredigend. Peer Gynt is een man die voortdurend buiten de werkelijkheid leeft, zo sterk zelfs dat hij veel op een krankzinnige begint te lijken. De bedoeling is dat hij iemand voorstelt zonder 'singleness of purpose', die zich telkens laat afleiden, maar hoe heeft hij het hem dan toch geleverd in de Pauze een rijk man te worden in Californië?28 december. Willem van Marle [kleinzoon] komt te Amsterdam en ik ga met hem naar Saartje Burgerhart in het Centraal Theater. Wel aardig. Het publiek reageerde zeer onverwacht op allerlei onschuldige gezegden, daaraan een politieke bedoeling vastmakend. Zo was er een applaus toen de jonge Edeling zeide: "Maandag gaan er weer hele troepen weg". En zo was het ieder ogenblik.

1941
Mijn Vader volbrengt op 6 februari de elfstedentocht in 15 uur. Lange strenge winter met veel sneeuw. Met het zevende elftal van BMHC kampioen geworden van de 4e klasse.

7e elftal van BMHC kampioen IV klasse Voorste rij: Bertie Dekker, Jan Jonkman, Bob van Waveren, Middelste rij: Tys Volker, Richard Rahusen, Heinz Tillmans, Achterste rij: Tom de Booij, Henkie Bouwman, Ronnie Huyser, Tom Aberson, Volkert de Groot. Gerangschikt volgens de opstelling in het veld.

Dagboek 3 juli 1941: Begin een nieuw leven waar ik niet door mijn ouders geholpen wordt maar waar ik me zelf aanpakken zal. Niet alleen aan je zelf maar de wereld meedoen. Het is moeilijk niet weer te vervallen in de oude sleur maar houdt het dit keer vol Tom, dus aanpakken en na iedere dag zeggen wat je hebt gedaan.4 juli Moeder had goede dingen van mevrouw Almeyer gehoord wat een chinees duizenden jaren geleden had gezegd: 1. voor je zelf respect hebben dan zullen de anderen meer eerbied voor je hebben. 2. eerlijkheid 3. grootmoedigheid.

zaterdag 5 juli: een beetje onhebbelijk geweest tegen de leraar, ik deed de les niet echt mee, het was daarom ook geen plezierige les, de leraar doet zijn best om je les te geven en ga dan niet als een klein kind onhebbelijk er tegen zijn. maandag 7 juli: vandaag enkele fouten begaan. 1. vuilnisbak vergeten buiten de zetten (boete 0.50 cent) 2. van de kersen gesnoept . Denk er goed aan Tom Maandag en Donderdag de vuilnisbak buiten zetten. Morgen weer met flinke moed beginnen en denk eraan vlees te kopen voor je arme hond. Dinsdag 8 juli. Vandaag heb ik toch vergeten vlees te kopen. Morgen is Elsbeth jarig*). Toch morgen weer goed denken aan een ander en niet denken dat jezelf alleen op de wereld bestaat. Woensdag 9 juli: Elsbeth jarig, vergeten kiekjes mee te nemen naar Zandvoort, wat moeder tien maal achter elkaar vriendelijk gevraagd had, dit was weer niet in de haak. Donderdag 10 juli : 0 wat ben ik toch vergeetachtig, ik moet er nog meer aàn denken en anders in de wereld te staan vandaag heb ik weer vergeten de vuilnisbakken buiten te zetten en kiekjes bijna vergeten als moeder mij er niet opmerkzaam had gemaakt. Kijk eens om je heen, er leven nog anderen mensen op aarde dan Tom de Booij alléén, dus houd goede moed en ga met ernst de volgende dag weer in. Zondag 13 juli: Foei Tom er is weer een' beetje de klad ingekomen, alleen misschien omdat moeder het dagboek niet gecontroleerd heeft, ben je gaan slabakken. Dit mag niet meer gebeuren en denk elke dag aan je fouten, help mee, en houd vol, begin morgen maandag weer met frisse moed. Dus hup Tom daar ga je weer.

In de zomer weer een Waskolkkamp meegemaakt. Iets andere staf en andere jongens, maar weer een grote belevenis. Veel vrienden  gemaakt.

 2e Waskolkkamp van de NCSV 1941.

Handtekeningen van de officieren en adjudanten van het 2 Waskolkkamp van 1941

Ook naar Maarn geweest met Charles, Richard, Hein in een boshut gewoond. Zeer romantisch.

Bij de boshut in Maarn bij de Treek;Hein van der Wal, Tom de Booij, Jan van Marken en  Richard Rahusen

In 1941 heb ik op de Engelsmanplaat samen  o.a Mees Toxopeus krabbetjes geprikt.

 

Links: Tom in de stuurhut van de Reddingboot Insulinde. Rechts: Krabbetjes en botjes prikken op het wad.  De man in het midden, die het net vasthoudt, is Mees Toxopeus

Na Gruno Meyer naar de HBSb in Haarlem. Dat was wel wat anders,dat klassikale ·onderwijs. Mijn oren tuiten. Ik ben maar begonnen  alles door eigen studie in te halen. Voor mijn klasgenoten was de vijfde klas een soort herhaling van vorige jaren, voor mij was het allemaal gloed nieuw. Heel hard gewerkt en vastbesloten om het eindexamen toch te halen.

*) Vreemd want Elsbeth is 31 juli jarig, maar het staat in mijn originele dagboek dat ze 9 juli jarig zou zijn geweest..

Door vliegtuigen uitgestrooide pamfletten met de melding dat de Duitse Weermacht de Russen had verslagen. 10 october 1941!

Dagboek van mijn grootvader over het jaar 1941:
10 februari
. Zoëven gehoord dat gisteren in de binnenstad veel is gevochten. Deze gevechten worden uitgelokt of begonnen door leden van de NSB in zwarte hemden die Joden molesteren, ook de politie tarten enz. Eindelijk kwam de marechaussee en veegde de straat schoon
12 februari. Tom vandaar bij CS aangemaand zijn Uniespeldje te verwijderen, hetgeen hij niet deed. Het publiek koos zijn zijde. Berichten gehoord van ongeregeldheden in de Jodenbuurten van de binnenstad. Verschillende bruggen zijn opgehaald en er staan mitrailleurs in de straten.
Donderdag 6 maart, de 293ste dag van de bezetting. Te Amsterdam is het belangrijkste bericht dat Voûte burgemeester en rijkscommissaris van Amsterdam is geworden. Ik geloof niet dat hij een man is van zeer bijzonder intellect, niet dom, maar ook niet zeer knap. Verenigt hij zich met de behandeling die de Joden moeten ondergaan? Men moet het afleiden uit zijn benoeming. Toen wij in Indië waren in l901 of begin 1902 misdroeg zijn Vader zich in zaken en liet zijn moeder onverzorgd achter met haar zoon van 15 jaar. Ik verneem dat hij enige goede eigenschappen heeft, maar de aanvaarding van deze positie is niet begrijpelijk.
7 maart. Op het ogenblik zijn alle insignes van de straat verdwenen: het Uniespeldje, het Ned. Leeuwtje met de nationale kleuren, de speldjes met de kop van de Koningin, het NSBspeldje enz. enz. enz., vele soorten.
5 juni begaf ik mij naar de Apollohal ter verkrijging van de identiteitskaart, welke ieder Nederlander van bepaalde leeftijd steeds bij zich moet hebben. Deze maatregel is, naar ik verneem, van oorsprong Nederlands. Men betaalt f 1.- maar Joden zijn vrijgesteld van betaling. Dit is natuurlijk een Duitse regeling. Naast mij stond een Joodse arbeider. "Alweer een gulden verdiend", zei hij.
10 juli 1941. Het is de 422ste dag der bezetting van ons geliefde land. Moge het spoedig de laatste dag zijn.  9.45 met Mary van Eeghen per gasauto naar Marie Boissevain-Pijnappel om haar geluk te wensen. Deze gasauto heeft zijn gas in een grote zak bovenop. Hij heeft gas voor 34 kilometer.[de reis ging van Valkeveen naar Blaricum].
8 oktober. Ot [schoondochter] had gisteren in de trein vlak bij NSB'ers gezeten en was onder de indruk van hun enthousiasme, het geloof in hun taak. Ot is zeer principieel en ergert zich aan al het halve werk aan onze zijde, het buigen voor de Duitsers ook als dit niet zou behoeven. Het is natuurlijk waar dat de Duitsgezinde partij het wat het tonen van hare gezindheid betreft heel wat gemakkelijker heeft dan wij. Zodra wij iets tonen worden wij ingerekend. Het grote vraagpunt is denkelijk: moet ik blijven en bukken met de hoop dat dit kort zal zijn of moet ik mij verzetten met prijsgeving van de zaak die men dient. Zo is het bijv. bij het Handelsblad waar de redactie is versterkt of voorzien van een aantal Duitsgezinde redacteuren die de inhoud van het blad volmaakt hebben gewijzigd, althans wat de politieke artikelen betreft. Het aantal abonnees was tot 37000 verminderd (van ruim 59000). Deze vermindering vind ik niet eens groot.Ik zou wel weg kunnen gaan maar vind dat ik het eerst kan doen als ik meen dat het goed zou zijn zo wij allen gingen. Door te blijven kan de directeur nog enigszins de belangen van het oude personeel behartigen en door ons aanblijven blijft althans de courant als instelling behouden.

1942
22 Januari. Mijn vader reed de Elfstedentocht uit. Hij wilde mij voor deze tocht niet inschrijven. Ik was nog geen achttien jaar. Ik voelde me wel opgelaten. Let wel ik was toen zeer goed getraind en misschien wel beter dan mijn vader! (Gelukkig is mijn tijd later gekomen)

Ik werd smoor verliefd op Tineke Barger, dochter van de dominee uit Heemstede. We hadden zwoele feestjes bij een vriend van haar, een jongen  Huystee. Tineke noemde mij Top . Het was mijn eerste liefde Ik weet hoe het begon: een wandeling in het bos van Groeneveld in Heemstede. Ik kreeg een stijve toen we daar wandelen. Maar in die tijd bleef het bij zoenen. 

Feestje bij van Huystee, Rechts staande vlnr Tom, Tineke Barger, Kiki Goeting, Richard Rahusen

Tot overmaat van ramp is het eindexamen vervroegd. Dit omdat na het examen de mannen moesten opkomen voor de Arbeidsdienst. Het schriftelijk examen zou al begin april plaats vinden. Ik werkte soms wel tot half twee 's nachts in de grote kamer van ons huis en wel aan de bruine eettafel. Ik moest het nu bezuren dat ik nooit veel huiswerk had gemaakt op het Montessori Lyceum. Ik had ook bijles vooral in de wiskundige vakken. We mochten het examen in onze eigen klas doen.Ik zat vooraan naast Aagje de Klerk. Zij was heel pienter en ik heb veel van haar tijdens het examen afgekeken, als de leraar niet keek. Al gauw bleek dat ik nog niet klaar was voor de vraagstukken. Resultaat was bedroevend  . Later bleek dat ik voor het schriftelijk examen de volgende cijfers heb gekregen :Reken - en stelkunde en driehoeksmeting 4; Stereo en beschrijvende meetkunde 3; Mechanica  5, Natuurkunde 6; Scheikunde 4; Nederlandsche taal en letterkunde 5 ; F'ransche taal 4; Engelsche taal 5, Hoogduitsche taal 5. Let wel 8 onvoldoendes en 1 voldoende. Ik had uiteraard geen vrijstelling. Gelukkig had ik tot  half mei de tijd om bij te komen. Het spannendste moment was het laatste mondelinge examen in mechanica. De leraar was zo aardig om te zeggen dat ik ruim voldoende moest halen om nog kans te maken. De uitslag zou direct na mijn examen plaats vinden. Hij gaf me een vraagstuk dat ik net met mijn bijleraar had behandeld. Ik deed alsof het geheel nieuw voor me was en nam zogenaamd veel bedenktijd, waarna ik de oplossing achter elkaar opschreef. Het leek geniaal. Zo  is ook  met de andere onvoldoendes gegaan. Daar stonden  we in grote hal van onze school en keken naar de deur van de leraarskamer. Ik zal nooit vergeten, dat de directeur van de school de heer van der Berg de deur open deed en zei : Komen jullie allemaal maar naar binnen. Het betekende dat ik ook geslaagd was. Ik heb veel  later gehoord van een klasgenoot dat ik koprol gemaakt heb van blijdschap. Ik kreeg zelfs een compliment van de directeur,  dat ik het ondanks mijn slechte schriftelijk het toch gehaald had. Het moge een wonder zijn want zelfs de eindlijst ziet er niet bepaald florissant uit drie vijven en een vier!

6 kleinkinderen van de grootouders Han de Booij en Hilda de Booij-Boissevain, vlnr , Maria, Henriette, Elsbeth, Hilda, Willen en Tom

6 foto's van de grote zitkamer Catslaan 3 Aerdenhout

Brief van Tineke Barger, mijn eerste echte vriendin 8 juni 1942: Lieve Top, en aan het eind van de brief "Denk erom geen afzender op je antwoord en veel liefs van je Tineke"

Weer Waskolkkamp meegemaakt maar nu als adjudant. Heel veel plezier gehad met mijn medeadjudanten.

2e Waskolkkamp 1942; Voorste rij de adjudanten: Toon Borren, de Mol van Otterloo, Tom, Bob ter Haar Romeny. Officieren zittend: Kuylman,  Steyn Parvé, Vesevur, van der Schaar, van der Kamp, Schamhardt, Kooymans, van Beeck Calkoen, Bijl de Vroe, ? ,Haitsma, Oberman, van de Jongens weet ik alleen helemaal links van Swinderen te herinneren.

Handtekeningen van officieren en adjudanten in mijn kampbijbel 2e Waskolkkamp 1942

Ook weer naar Maarn geweest met vele vrienden. Hier een nieuw vriendinnetje ontmoet: Corien de Marez Oyens.

In het zwembad Maarn de Treek augustus 1942.Vlnr. staand  Hein van der Wal, Kiki Goeting, Corien de Marez Oyens, Tom de Booij,Erik Rhodius, Vooraan Richard Rahusen en Jan van Marken

In een brief schreef ze op 8 september 1942: Lieve Tom, " Schrijf me alsjeblieft gauw of het waar is wat vader gisteren in Amsterdam hoorde nl dat jij naar Duitsland zou moeten gaan .. Daaag heel veel liefs van Corien". Hier herinner ik me niets meer van dat ik naar Duitsland moest.

Feest bij familie Boissevain in Aerdenhout.

6 october: schrijft Corien My dearest Tom, Maar .. zoals je zelf al heel terecht opmerkte, verliefde mensen zijn rare wezens!! .. ik keek toevallig maar eventjes naar de sterren en zag ... onze goede bekende Cassiopeia. Ik werd er echt week van. 18 october 1942: Mijn liefste Tom. Moet je nog altijd zo lijden, iedere avond. Of is die ellendige groentijd nu voorbij? Wat vind ik het rot voor je dat je zo'n beroerde tijd hebt; ik zou gewoon niet weten waar 'k bleef als ik in mijn eentje door zo'n hele club gepest werd! Ik heb echt medelijden met je".

Na mijn vriendin Corien ben ik een tijdje verliefd geweest op Gerda Markus. We hadden een schuilkelder in de tuin gemaakt waar we heerlijk vrij konden zoenen. Ik kreeg van haar bladmuziek die ik voor haar heb gespeeld. Ik herinner me dat om het uit te maken ik de bladmuziek kwam terugbrengen..

Het was inderdaad een zware groentijd voor het Amsterdamse studenten corps.  Toen ik de eerste keer bij het dispuut Viator werd ik uitgemaakt voor rotte vis, dat was een hele schrik. Je werd tot een heel klein mannetje gemaakt. Het ging er soms  hardhandig aan toe. Mijn jaargenoten waren William Schwartz, de Clercq, Jan-Pieter Six, Thys van der Grinten. Later is ook nog Kees Bierens de Haan geïnaugureerd (later getrouwd met een van mijn eerste vriendin Gerda Markus). Voor inauguratie en ook andere  festiviteiten moest ik een rok en jacquet aanschaffen. Deze heb ik laten aanmeten door John Kennis in Amsterdam. Het was een hele uitgave en moest ik van mijn maandgeld een lange tijd op afbetalen. Ook de contributie van B.EE.T.S  was heel veel, geld. Dat allemaal voor een dispuut waar ik me bepaald niet gelukkig voelde. Gelukkig had ik het geologisch instituut daar was de band onder de studenten bijzonder plezierig, eigenlijk en apart wereldje daar op dat Roesterseiland aan de Nieuw Prinsengracht.

In september begonnen met de geologie studie aan de Prinsengracht. Prof Brouwer mijn leermeester. Tijdens de studenten tijd gewoond bij mijn grootouders op de Stadionkade. Ik had een klein kamertje op de bovenste verdieping.

Ik werd gefleurd voor drie disputen: B.E.E.T.S.,Unica en Sirius. Door gekonkel en intriges hebben de Beetsianen via mijn familie mijn Vader ingegeven om mij om te praten om te kiezen voor het elite dispuut B.E.E.T.S.. Stom genoeg heb ik dit gedaan, want ik heb me in dit dispuut nooit thuis gevoeld. De inauguratie was een ware kwelling. Mijn kamer op de stadionkade was tijdens mijn verplichtte afwezigheid aan de vooravond uit Amsterdam, geheel overhoop gehaald en tot overmaat van ramp was een kraan opengedraaid om mijn blauwe onderbroekje nat te maken die de volgende dag warm water begon te geven. Niet alleen mijn kamer was een totale ramp,vanwege het warme water, maar ook de eronder gelegen kast van de onderbuurvrouw, waar alle kleren waren verwoest door het warme water.

De nulde jaar van het dispuut B.E.E.T.S najaar 1942 vlnr. William Schwartz, Willem de Clercq, Jan-Pieter Six, Tom de Booij, Thijs van der Grinten

Voor het lustrumboekje van B.E.E.T.S.  2004 heb ik een stukje geschreven over die inauguratie  die ik hieronder weergeef:

Hier een verhaal van een Beetsiaan die zich niet heeft thuis gevoeld onder uwe gelederen,maar desondanks een bijdrage wil geven aan dit lustrumboek om te laten zien dat er toch enkele leden van uw 'illuster' gezelschap zijn, die menen dat zij het verkeerde dispuut hebben gekozen.

In 1942 ben ik aangekomen in Amsterdam om geologie te gaan studeren en heb ik mij opgegeven voor het studenten corps, omdat dat nu eenmaal in onze kaste gebruikelijk was, anders was je immers een knor. Net zoals degene die in het blauwe boekje staan (toevallig de kleur van B.E.E.T.S.) tot de o.s.m.'ers horen (ons soort mensen) en de andere mensen van onze samenleving het leven door moeten gaan als d.s.m.'ers (dat soort mensen). Na een ondergrondse ontgroeningperiode, onze sociëteit aan de Sarphatistraat was immers gesloten, werd ik gefleurd door Viator, Osiris, Sirius en B.E.E.T.S .. Ik had geen voorkeur voor B.E.ETS. Mijn vader, een marine officier had geen verstand van hoe het er toe gaat met het fleuren en welke machtsmiddelen er worden ingezet, kreeg van vele zogenaamde onafhankelijke bronnen te horen, dat B.E.ETS. het enige goede dispuut voor zijn zoon zou zijn. In die tijd was Vaders wil nog Wet en besloot ik toch, met een zekere aarzeling, me op te geven voor B.E.ETS. Na een korte groentijd,. waar ik overigens geen slechte herinnering aan heb overgehouden, kwam de grote dag van de inauguratie. Er werd een dreigend bevel uitgevaardigd door de ontgroeningscommissie, dat we de nacht voor de inauguratie niet in Amsterdam mochten verblijven op straffe van .... (de strafmaat ben ik  vergeten). We moesten in ieder geval ons adres in Amsterdam opgeven en in onze kamer achterlaten een vieuxbleu onderbroekje,. wat we onder onze rok zouden moeten dragen bij de inauguratie. Met Jack Dudok van Heel ben ik vermomd als een travestiet naar het Centraal Station gegaan om naar mijn ouderlijk huis in Aerdenhout te gaan. We waren bang te worden gesnapt door leden van de ontgroeningscommissie, zo zat de schrik er in. Ik kreeg wel bepaalde avances, waar ik niet op in ben gegaan, zo verleidelijk zag ik er uit. Het was niet zonder gevaar, want als de Duitsers mijn vermomming hadden doorzien zou het slecht met mij zijn afgelopen. De ontgroeningscommissie is vrijdagavond naar mijn adres getogen en wel op het adres van mijn grootouders Stadionkade 38 twee hoog. Mijn grootvader heeft hun de toegang gegeven tot mijn zolderkamertje 4 hoog. Daar aangekomen hebben ze mijn vieuxbleu broekje genomen en geprobeerd dit nat te maken. Ze draaiden de linkerkraan van de wastafel open. Toen er geen water uitkwam, hebben ze de rechterkraan opengedraaid en daar kwam wel water uit, zodat ze keurig in een plasje water met de stop in het fonteintje, het onderbroekje onder water hebben gedompeld. Na nog enige verwarring te hebben aangebracht, zoals mijn dassen aan elkaar te knopen en nog andere onregelmatigheden door boeken van hun plaats te brengen, zijn ze tevreden huiswaarts gekeerd. In de oorlog had de flat slechts alleen zaterdag en zondag warm water. Je voelt hem al aankomen. Zaterdagochtend begon uit de opengelaten linkerkraan het warme water te stromen. Aangezien het fonteintje na enige tijd het warme water niet meer aankon, zocht het water via mijn kamertje een weg naar beneden en kwam het uit in de klerenkast van de bovenburen van drie hoog, de familie Gouda. Het behoeft weinig voorstellingsvermogen om in te denken wat het warme water met de kleren van vooral mevrouw Gouda heeft aangericht, alle kleuren van haar feest jurken wisten zich met elkaar te vermengen, kortom een kleine catastrofe. Gelukkig was de familie thuis en hebben zij de zondvloed kunnen stoppen. In de vroege namiddag keerde ik vanuit Aerdenhout terug om mij te verkleden voor de inauguratie. Nog heel scherp staat op mijn netvlies de totale chaos, die ik aantrof. Het behang had alle gekrulde vormen aangenomen die men zich maar kon denken, alsmede ook mijn boeken  waren geheel veranderd van vorm. Niet wetende wat de oorzaak van dit alles was, ontstak in een grenzeloze woede en dacht: dit kan toch niet waar zijn. In deze staat ben ik met mijn natte (warme)vieuxbleu onderbroekje en gestoken in een keurige rok naar de plaats gegaan van mijn inauguratie. Deze heb ik in roes van woede en haat meegemaakt en heb de inauguratie ondergaan als een grote nachtmerrie. Nu zal men terecht zeggen, dat mag toch niet de reden waarom ik nooit een goede Beetsiaan ben geworden, vooral als je later weet wat de reden is geweest van dit drama. Nee, dat lag vooral in het feit dat als ik na de oorlog op de sociëteit kwam ik graag bij het borreluurtje bij andere disputen ging zitten. Dit werd mij kwalijk genomen. ik moest me toch solidair vormen met het dispuut B.E.E.T.S. was en is nog steeds denk ik een prima dispuut, alleen was dat niet voor mij, wat hoogstens iets wil zeggen over mij dan over B.E.E.T.S . Ik wens jullie van harte een goed lustrum toe.

Tom de Booij '42

Het inauguratie diner voor de nulde jaars van het dispuut B.E.E.T.S.

De ouderejaars hadden een feest  georganiseerd .Ik werd gevraagd (nuldejaars) als schenkfeut. Ik moest zorgen voor het inschenken van de spiritualiën. Ik herinner me als de dag van gisteren dat Inso Scholten (later minister van Justitie) tegen mij zei: " Jij bent een geschikte man om later in de ISSA (het bestuur van het Corps) te komen". Ik was stomverbaasd, dat ze nu al dachten wat je later moest worden. Zo werkt het mechanisme van de OSMers..

Feest van ouderejaars van het dispuut B.E.E.T.S. Aan tafel vlnr Bob Crone, Robert Feenstra. Age Tammenons Bakker,Lodi van Heukelom, Evert van der Grinten, ? Staande Inso Scholten, Jan Six, Onno Blaisse, Jan Versteeg, John Korthals Altes,? ,?, Theo Vogelaar. Tussen de gordijnen gluurt de  nuldejaars Tom de Booij.

27 October. Mijn vader en ik moesten wachtlopen bij  een bosje bij de Elswoutlaan in Aerdenhout.  Dit als represaille maatregel van de Duitsers vanwege sabotage daden van de ondergrondse strijdkrachten. De tekst van het bevel luidde als volgt

Gemeente Bloemendaal.  In verband met de op 12 October 1942 gepleegde sabotagehandeling door brandstichting in een bij de Duitsche Weermacht in gebruik zijnde garage nabij de Viersprong te Aerdenhout, is door de Duitschen Commissaris Generaal voor de Openbare Veiligheid bevolen dat vanaf 22 October 1942 , 19 uur gedurende acht achtereenvolgende weken door de bevolking, te Aerdenhout woonachtig, bewakingsdiensten moeten worden verricht. Bovenbedoelde  garage dient 's-nachts, de eerste vier weken van19.00 tot 7.00 en de volgend vier weken van 18.00 tot 8.00 uur door dubbelposten te worden  bewaakt, die VERANTWOORDELIJK zijn. U is aangezegd om voorlopig onderstaande uren dienst te doen. Nadrukkelijk vestig ik er de aandacht, dat het verboden is zich te doen vervangen. Hiertegen evenals tegen het te vroeg verlaten van den post zullen strenge maatregelen worden genomen. Zoo ook tegen weigering en protesten tegen deze regeling, op welke wijze ook gericht. Vrijgesteld van bewakingsdienst zijn: Rijksduitschers, leden der N.S.B. en zij die werkzaam zijn bij de Posterijen, de Spoorwegen, bij bedrijven , die werken voor de Duitsche Wehrmacht en in landbouwbedrijven. Eveneens zij, die verbonden zijn aan een crisisorganisatie. Mocht U voor vrijstelling in aanmerking komen, dan gelieve U zich hiervoor onverwijld te verstaan met de Commissaris van Politie, Bureau van Politie te Overveen. Was getekend door burgemeester van Bloemendaal  J.W.Zigeler

Bevel van de burgemeester van Bloemendaal voor het wachtlopen van H.Th. de Booij

Achteraf ben ik me pas bewust geworden van de jodenvervolging. Mijn geologisch Instituut was gelegen dichtbij de Hollandse Schouwburg waar de Joden zich moest melden om daarna te worden getransporteerd naar Westerbork om vandaar naar de concentratiekampen  en gaskamers van Duitsland 104.000 joden overleefden het niet. Dit was ons toen niet bekend, wel zagen we de joden met hun gele davidster lopen. Ik kocht zelfs mijn broodjes voor de lunch in de Plantage Middenlaan waar de Hollandsche Schouwburg was gelegen.  Het was voor mijn een non-probleem. Het raakte je niet, het hield je niet bezig. Onbegrijpelijk hoe een mens zijn gezichtsveld kan vernauwen.  Later heb ik een passage uit het dagboek van onze conservator de Koning bemachtigd  waarin de volgende schokkende zinnen staan: 20 februari 1942 Een rechercheur is in het Instituut geweest die meedeelde dat het bordje : "Verboden voor Joden" dat  ongeveer eind Januari door hem gebracht was bij Prof. Brouwer, vernietigd kon worden. Oorspronkelijk moest het bordje aan de deur van de zaal waarin lezingen werden gehouden (geen colleges en colloquia).6 maart 1942 De geol. candidaat Cohen kwam meedelen dat hem door het Depart. van K.V.V. het verder studeren van de Gem.Unversiteit was ontzegd.

Recentelijk is een boek uitgekomen van Ies Vuisje net de veelzeggende titel Tegen beter weten in, en met de subtitel: Zelfbedrog en ontkenning in de Nederlandse geschiedschrijving over de Joden vervolging. Uitgeverij Augustus, Amsterdam Antwerpen.  2006. ISBN 90 457 0066  Op de achterkaft staat het volgende:
In de oorlog hebben we niet geweten dat de joden werden uitgeroeid. Dat wisten we pas na de bevrijding. De historici Abel Herzberg, dr.,J. Presser en in het bijzonder dr.L. deJong bevestigden deze voorstelling van zaken. In Tegen beter weten in toont les Vuijsje aan het beeld ':we hebben het niet geweten' een mythe is. Deze 'niet 'geweten-mythe' ontlastte velen. De joden kon niet verweten worden dat ze zich als lammeren naar de slachtbank hadden laten voeren. De toeschouwers kon men niet verwijten dat ze niets hadden ondernomen om de massamoord tegen te gaan. Koningin en regering kon men niet kwalijk nemen dat ze geen pogingen hadden gedaan de levens van de joodse onderdanen te redden. En overheidspersoneel dat had meegewerkt aan de deportaties, kon men wel medewerking aan vrijheidsberoving aanrekenen, maar geen medeschuld aan moord. De 'niet geweten 'mythe' bood een oplossing voor een collectief gewetensprobleem en droeg bij aan een positief zelfbeeld. De Nederlanders waren goed geweest in de oorlog! De samenleving wilde de waarheid niet onder ogen zien. Tegen beter weten in is een noodzakelijke correctie op de geschiedschrijving van Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog.
            

 

De deportatieplaats voor de Joden de Hollandsche Schouwburg, Plantage Middenlaan Amsterdam 1942-1943

Ik weet me van verdere gebeurtenissen van  najaar en begin 1942 niet veel meer te herinneren.

(In 2007 is een interview  van mij verschenen in het boek van Anna Timmerman "Machteloos?"Ooggetuigen van de Jodenvervolging geschreven door Anna Timmerman. (Uitgave Athenaeum-Polak&Van Gennep. Amsterdam 2007. ISBN 978 90 253 53391 NUR 686). Het gaat over mijn tijd in de oorlog, maar vooral over mijn houding tegenover de Jodenvervolging ( zie Link Machteloos)

Dagboek van mijn grootvader over het jaar 1942
28 januari
. Gehoord dat de D. overheid evenals te Zaandam nu ook begonnen is te Hilversum de Joden te evacueren naar Amsterdam, waar zij zich dan met achterlating van hun bezittingen in hun vroegere woonplaats - ze mogen slechts een aantal kilogrammen meenemen - moeten vestigen in de z.g. Jodenbuurt, zoals Sarphatistraat.
31 januari. Ernst Crone, Prof. Romein, Prof. Borst, Piet Gunning en zeer vele anderen, men zegt wel 500 zijn gevangen genomen. Dat is alleen te Amsterdam. Het totale aantal over Nederland moet 2000 zijn, meest intellectuelen. Wat is hiervoor de aanleiding? Men spreekt over de mogelijkheid van een landing uit Engeland.
Dinsdag 3 febr.
, de 629ste dag. van de bezetting Gehoord dat er 3 ghetto's zullen komen in Nederland: te Amsterdam, in Drenthe en op een 3de plaats. Het ghetto te Amsterdam komt in de Rivierenbuurt. De duitse en andere vreemde Joden zullen naar Polen worden gebracht
4 mei. Naar Tom, die mij op de hoogte brengt van de gang van zaken bij de Zeevaartschool. Er is een strijd betreffende competentie tussen het dep. van Onderwijs en de commissaris niet-economische verenigingen en van de afloop van die strijd hangt de toekomst van de directeur af. Naar huis gewandeld en zeer vele Joden gezien, getooid met gele ster, die de Duitsers Davidsster noemen. Op zichzelf beschouwd is die uitmonstering niet zo lelijk en doet denken aan een demonstratie op een Oranjedag.
2 juli. Op de Stadionkade zijn de bordjes met "voor Joden verboden", die nagenoeg overal waren verwijderd, opnieuw geplaatst. Mooi nieuw, en geschilderd.
Het is droevig 's avonds de kade zo leeg te zien. Na 8 uur 's avonds mogen de Joden niet op straat zijn, dus mist men al die met hun sterren uitgedoste mensen. Men vertelt mij dat een aanvang is gemaakt met het overbrengen van de Duitse Joden naar een soort ghetto benoorden het IJ en dat men verder bezig is de Joden te keuren voor werkkampen. Dat het uiteindelijk doel wel zal zijn, deportatie naar Polen?
Donderdag 6 aug. 2 jaren en 82 dagen bezetting. Vandaag worden Joden van de straat opgepikt en weggevoerd in wagens door de Duitse politie. Als men medelijden toont wordt men als Christen ook opgepakt. Toen ik heden op het uur dat Joden mogen kopen in de winkel kwam, was daar niemand - geen Jood durft meer op straat te komen. Het is heel moeilijk dit alles te verdragen.
7 oktober 1942. Tom junior is nu student in de geologie en maakt gebruik van ons zolderkamertje als hij blijft slapen te Amsterdam.
3 november. Onze kleinzoon Tom zal in Beets komen (dispuut). Volgens een ander dispuut dragen de leden van Beets "platina sokophouders". Volgens Frans bestaat het dispuut Beets voor een deel uit "zachte eieren" voor een ander deel uit "windeieren".

Dagboek 1943
Het werd steeds dreigender om te blijven studeren 6 februari ben ik met de trein van het Muiderpoort station in  Amsterdam naar Wiesel gegaan om onder te duiken. Ik kreeg onderdak bij Louis Dobbelmann, een herenboer,die mij heeft aangenomen als boerenknecht. Het was een groot landhuis  waar hij met zijn moeder woonde. Ik kwam binnen in de grote kamer waar zaten Liesbeth Dobbelmann, zuster van  Louis, en Odette van Walt van Praag. Haar man was militair in Engeland. Zij hadden de grammofoon of de radio aan, maar het was de sonate voor viool en piano van César Franck.  Er was ook nog een andere student Jan Piet Vasseur uit Delft ondergedoken. Zijn vader was de broer van Mevrouw Dobbelmann, de moeder van Lou. We woonden in een hutje Boschmier geheten, dicht bij het grote huis. Het was zwaar werken, wel heel iets anders dan het studeren. Maar ik heb genoten van het buiten zijn. Mijn vader heeft al mijn brieven keurig overgeschreven, hieruit de volgende citaten:

Links:Wiesel 1943 Onderduikadres. Vlnr: Grote huis van mevrouw Dobbelmann-Vasseur. Grote schuur, met paarden, hooi en werktuigen en koeienstallen. rechts:Boschmier hier sliepen Odette, haar zoontje Eric, JanPiet Vasseur en Tom de Booij

Begin februari 1943. Brief aan Moeder, Maria, Elsbeth, Maria en Telly, Ik heb het hier mieters, ongeloofelijk, Vader , zal het je wel uitvoerig vertellen. Gisteren gedorst, vanochtend paardgereden, dieren te eten gegeten, in een woord , ik geniet hier. Ik heb al blaren op mijn vingers. We zitten in en bungalow op 5 minuten lopen van het grote huis van Lou, Belgische mevrouw + kind (ontzettend aardig en zorgt voor het huishouden) en een Delftsche student (erg geschikt). Gelukkig wonen we niet op het grote huis, daar zijn zulke oude mensen, hier zitten jongere mensen en dat is veel leuker. Ideaal is het hier. Verder kan ik , wanneer ik tijd heb, pianospelen, dus ik kan mijn vingers soepel houden. Maandag weer dorsen, vermoeiend, leuk werk 's-avonds zitten we dolgezellig , rustig te lezen bij een carbid lamp en dus tijd voor werken. Ik hoop jullie geregeld te schrijven. Veel Liefs Tom, Vooral veel zoentje aan Telly en jullie allemaal. Jammer dat ik van jullie (Elsbeth en Maria ) geen afscheid heb genomen.

Deze volgende twee brieven zijn niet door mijn vader overgeschreven helaas ongedateerd waarschijnlijk begin Maart

Zondagavond 1943. Lieve Familie! Moeder allereerst hartelijk bedankt voor je gezellige brief. Het spijt mij, dat ik zou weinig nog geschreven heb, maar het is gek je hebt er werkelijk geen tijd voor. De hele dag hard werken -'s-avonds aardappels schillen en nog even een beetje uitpuffen bij de kachel en dan naar het nest. Wat was het gezellig dat Vader kwam logeren, ik mis jullie toch heus wel een beetje! De ochtend dat Vader weg ging was ik niet helemaal in orde, maar 's-middags ging het al beter en de volgend ochtend was het weer geheel en al over. Want die dag heb ik klaver gezaaid. 100 rijtjes van 200m - 20 km lopen achter een machientje. Toen voelde ik mijn beentjes wel. De volgende ochtend gebeurde er en klein drama, want een van de knechten is ontslagen. Hij was de laatste paar dagen al slecht gehumeurd geweest en brutaal tegen Lou, omdat Lou aan een vreemde boer 10 pond rogge mee had gegeven in plaats van de knecht meer te geven, want ze kregen al een heleboel. Wat een jaloezie! Zaterdagochtend antwoordde de knecht Lou niet meer op zijn vragen. Lou riep hem even naar buiten, na een heftige woordenwisseling besloot hem te ontslaan, maar hij wou niet weg, toen heeft Lou, die driftig werd een bezem genomen en hem een paar slagen gegeven. Op zijn beurt werd de knecht driftig en pakte en schop en ging daarmee Lou te lijf. Lou kon hem gelukkig bijtijds onderscheppen, want anders waren er vast ongelukken gebeurd . In ieder geval een knecht minder, nu neem ik zijn werk over en ben dus koeienknecht. Het melken gaat al heel aardig. Mijn handen zijn vandaag eindelijk weer eens wat beter, want kapotte handen zijn zeer lastig. Het weer was de afgelopen 3 dagen schitterend, die zonsopkomst is onvergetelijk! Het is hier prachtig. Vandaag een overheerlijk dag gehad en veel paardgereden en gedanst. Vanochtend 1 1/2 uur paard gereden met Lou en een aardig meisje. Eerst door het polderland, dat overging in bos en heide. Zo iets prachtigs mooi, die blauwe dampen waar de zon op scheen, strak blauwe lucht, groene dennen. Het was een zomerse dag gelijk ! Ook hebben we nog even gegaloppeerd, het gaat al heel aardig en de broek is een zegening, hij past precies. Vanmiddag hadden we weer een danspartijtje erg gezellig! Ik zit hier zoals je ziet ideaal, alleen zeer hard werken heel goed voor jij, maar JanPiet waarschuwde me er voor niet te hard te werken anders werk je je over de kop. Het 6 uur opstaan is al een gewoonte geworden. Ik verheug me erg als moeder me komt opzoeken, want die mis ik ook erg net zoals mijn vader en Elsbeth, Maria en Telly niet te vergeten. Je moet maar schrijven wanneer je komen wilt, je kunt ook overnachten. Ingesloten stuur ik melk en taptemelk bonnen, ik denk wel dat je er blij mee zult zijn. Als moeder hier komt wil je graag meenemen :pianoconcert Schumann, als het  kan vioolconcert Beethoven en sterrengids. De kisten worden deze week verzonden met in k.. (onleesbaar) kapucijners en ik zal vragen om een beetje rogge. Ik verdien op het ogenblik echt geld f 5 per week leuk gevoel het werkt stimulerend en al kan je hier geen geld uitgeven. Nu familie hartelijk gegroet! Elsbeth het beste ermee , ik hoop je hier ook eens gauw te zien net zoals jij Maria, nog steeds een beetje verliefd op Rolfje. Ik ga nu naar bed, het is al half tien en al over bedtijd want die is gewoonlijk 9 à 9.15. Veel liefs boer Tom.

Lieve Moeder. wat leuk dat jij Zondag komt, ik verheug me er erg op. Het lijkt met het beste wanneer je zaterdagmiddag om 15.44 met de trein aankomt, (ik zal je dan opwachten, waar de weg naar links ombuigt) dan heb ik er het meeste aan, want daar het zondagochtend toch mijn beurt voor paardrijden niet is geweest, heb ik dan vrij en daarbij komt nog dat we zondagmiddag een danspartijtje op het grote huis hebben en dan zal je niet veel aan me hebben. Bedankt voor je brieven, gezellig zo steeds bericht van de Duinpan. Verder is hier op de boerderij een stierkalf geboren; het ging zo om half drie werden we door de knecht gewaarschuwd, dat de "de vaars melk was" dat ze een kalf begon te krijgen. We sprongen onze bedden uit en in de stal aangekomen zagen we de koe steunen; ze had al een grote waterblaas en 2 pootjes kwamen er al uit, na een tijdje gewacht te hebben, was het tijd ogenblik gekomen om het spel te laten beginnen. We moesten 2 touwen vastmaken aan de 2 pootjes en toen maar trekken met vier man en flink hard trekken, het was ongelofelijk eerst zag je zijn tong en toen kwam zijn kop, en daarna flupte het er zo uit. Ik dacht eerst dat het hartstikke dood was, maar het zo, met een slag het hele mechanisme aan de gang, het was een groot wonder wat zich voor mij openbaarde, dat het er maar kant en klaar eruit komt, dat alles functioneert, de longen, hart enz.. het was 75 pond behoorlijk zwaar en ontzettend glibberig. De moeder koe maakte het best. De volgende dag probeerde het kalf te gaan staan een idioot gezicht net een dronkelap hij waggelde van de ene kant naar de andere en viel dan weer als een zoutzak in elkaar. We hebben nu veel meer melk. De biest is de melk van de koe, die net gekalfd heeft. Het is ongelofelijk voedzaam en lekker net slagroom 6% vet, vitamine eiwit. We drinken er ongelooflijk veel van. het klinkt gek, de inkt is weggezet, bezoek gekomen en ik ga naar bed. Veel liefs en groeten aan de familie, Elsbeth, Maria bedankt voor de brief en Moeder tot Zondag en Vader tot de 15e maart, Boer Tom

Hier volgen weer brieven door mijn vader zijn overgeschreven.
12 Maart 1943. Lieve Vader en Moeder. Allereerst hartelijk bedankt voor de gezellige brief. Nu de gebeurtenissen van de week, te beginnen met Zondag. Echt gezellig was het met Moeder, het was ook een ideale dag, 's-Middags hebben we een erg gezellig danspartijtje op het grote huis gehad. Er was een heel aardig meisje, die veel voor muziek voelde en zelf ook piano speelde (ik verlang toch zo ongelooflijk veel naar mooie muziek en om dit zelf ook te spelen en naar mooie concerten te gaan).'s-Avonds heeft ze ook bij ons gegeten. Toen ik de volgende morgen wakker werd, was mijn linker oor totaal doof. Ik dacht nu wat is dit nu gek, maar ik liep natuurlijk door; om 11 uur begon het echter ontzettend pijn te doen en ben toen naar bed gegaan; na een uur of twee geslapen te hebben, werd ik weer normaal zonder pijn  wakker. Heb toen wel een sjaal omgedaan en ben 's-middags weer aan het werk gegaan. Maar werd toen 's-nachts om 2 uur met een ongeloofelijke oorpijn wakker. Het was bijna ondraaglijk, ontzettende steken in mijn linkeroor, daarna natuurlijk geen oog dicht gedaan. Ze hebben hier op het grote huis de dokter opgebeld, deze zei, dat ik naar hem toe moest gaan, want die oorspiegel was moeilijk te verslepen. Zoo gezegd gezegd , zoo gedaan, om 11 uur fietste ik naar de dokter, de pijn was gelukkig wel iets minder. De dokter zei: het was een middenoorontsteking het trommelvlies was bedekt met rood opgezwollen bloedvaten. Niet zo leuk om te horen.  Ik moest , als het de volgende dag nog zo'n pijn deed, weer terug komen om het te laten doorprikken; als de pijn minder zou worden, de daaropvolgende dag terugkomen. Verder schreef hij mij een druppelgoedje voor, wat ik onmiddellijk kocht. Daarna weer huiswaarts, toen ik daar aankwam moest ik op Eric passen want Odette ging naar het dorp. Eerst was de pijn niet erg, maar toen Odette weg was, kreeg ik weer een aanval en ben in bed gaan liggen. Na een half uurtje zo gelegen te hebben kwam tante Do binnen om te horen hoe het me me ging. Een kwartiertje , nadat ze weer was weggegaan kwam ze terug om me naar het grote huis mee te nemen. Dat leek me wel een goed plan, want daar was het ruimer; in het kleine huisje is het zo benauwd daarvoor en ook een last minder voor Odette. Odette kwam echter niet gauw genoeg terug volgens tante Do en stelde voor om Eric mee te nemen. Dat heb ik pertinent geweigerd, want anders zou Odette zich lam schrikken. Odette kwam ook om half 5 terug. Zij had moeten telegraferen. Het was voor haar niet zo leuk om in het huis terug te komen waar tante Do  mij echt kwam weghalen en omdat ze mij daar niet toevertrouwd vond ( Dit besefte ik later). Verder had tante Do op het grote huis verteld, dat ik alleen ziek in het kleine huisje met Erik lag; dit kon Odette niet helpen, want die ging weg toen ik nog goed was. Tante Do verklaarde verder het lange wegblijven dat ze in het dorp moest telefoneren; toen ze dit aan Mevrouw  vertelde werd die ook weer boos, dat ze niet hier had opgebeld. Echt flauw van tante Do, de bedoeling was Odette weer een hak te zetten. Voor Odette was het niet leuk. Voor mij was het ook een vervelende situatie, maar is nu wel weer gesust. Woensdag voelde ik me een stuk beter; niet de erge pijnen, dus niet naar de dokter. Het druppelgoedje heeft uitstekend geholpen. Tante Do verzorgde mij de hele dag, kwam zoo wat 20 keer op mijn kamer, nu had ze weer iets te doen. Een twistpunt tussen tante Ada en tante Do is geweest wie mocht indruppelen. Tante Do heeft overwonnen. De volgende dag, dus Donderdag, is de dokter gekomen en zei, dat het veel minder was en dat ik best naar buiten mocht, nog wel warm houden en druppelen en dan zou het met een paar dagen weer gezond zijn. Tante Do bleef luisteren wat de dokter zei en vroeg of het niet verstandiger zou zijn om nog een paar dagen op het grote huis te blijven. Dokter zei, dat het niet bepaald noodzakelijk was. Toen de dokter wegging heeft tante Do met hem op de gang staan smoezen, want een ogenblik later kwam hij weer boven en zei: Dat ik tot het eind van de week hier moest blijven en wat de dokter zegt dat gebeurt! Wat misslijk van tante Do om me hier te houden! Vandaag ben ik weer herrezen uit het klamme bed. Piano gespeeld. Pianoconcert van Tschaikowsky gehoord uit Engeland. Heerlijk zo'n paar rustdagen. Maandag begon ik weer op volle toeren te werken, dus precies een hele week er uit. Wanneer komt Vader? Nu familie, het beste met jullie. Ik hoop Elsbeth en Maria eens te zien en Tellebel eveneens. Veel groeten van de Bosmier. Tom

Wiesel maart 1943, vlnr: Eric (zoontje van Odette), Odette, Lou Dobbelmann, JanPiet Vasseur

Vrijdag .. april 1943. Lieve Moeder. Het spijt me dat ik zo'n tijd niets van mij heb laten horen, maar in de afgelopen week heb ik het erg druk gehad met allerlei dingen is het niet tot schrijven gekomen. Allereerst hartelijk bedankt voor je gezellige brief. Het zijn echte moeilijk dagen voor je, ik denk veel aan jullie daar. Grootmoeder, die zo heel stilletjes ligt te wachten op de dood. Hetgeen elk mens te wachten staat en waarin je toch niet kan berusten, het is zo plotseling er is dan helemaal geen hoop meer, alles is dan afgelopen. Moedertje , ik denk veel aan je , lees maar veel in Krishnamurti, die zal je misschien steun geven of heb je dat niet meer nodig. In deze tijd kom je zeker tot rust, en nadenken , over de problemen in het leven; je gaat er niet meer boven staan nu je met zoo iets ernstigs in aanraking komt. Het klinkt misschien gek, maar na zo'n tijd wordt je er, geloof ik, rijker van. Het leven gaat hier weer zijn gewone gang. Odette is een paar dagen naar Amsterdam en Jan Piet naar zijn huis. In die tijd is Ninette hier geweest om het huishouden te doen, het ging best en gisteren zijn Odette en JanPiet weer terug gekomen. Eergisteren heb ik proeven gedaan om de zuurgraad van de grond te bepalen, erg  interessant. De resultaten waren zeer verrassend. Lou had er veel aan, want door het onderzoek moeten we op de stukken, die de te zuur zijn, kalk gooien. Ik had van de badkamer een klein lab. gemaakt , dol werk. Het melken gaat nu al zo goed , dat ik a.s. Zondag over een week alleen mag overnemen het  melken:leuk he'! Verder is mijn weekloon hetzelfde als van JanPiet geworden ; f 7,- Leuk zo'n vooruitgang, niet om het geld , maar het gevoel. Wij zijn nog niet in het andere huisje; a.s Woensdag gaan we er in. Het kwam omdat hij ziek was. Het zal een hele vooruitgang zijn hoewel het hier erg gezellig is. Wat vervelend van Bot, er is natuurlijk niets meer aan te doen. Het tekenen is voor sommigen alweer een groot vraagstuk gewonden. JanPiet en nog een student hier dachten er eerst over te tekenen. Het lijkt mij het best, dat niemand tekent, maar dat lukt toch niet een er zijn altijd zwakke broeders onder. Al tekent 80% : Tom de Booy verdomt het ten enen male. Dus nu weten jullie mijn standpunt in deze. Moeder het is zo zachtjes aan weer bedtijd voor mij, vandaag een vermoeiende dag gehad. Ik geniet nog steeds van elke dag. Houd je maar taai en doe de hartelijke groeten aan Grootvader (voor wie dit alles misschien het moeilijkst is), tante May en zeg aan Grootmoeder, dat ik veel aan haar denk en wanneer ik aan haar denk, dat er dan een warm gevoel in mij stijgt en iets wat mij dierbaar en zacht is. Wens haar beterschap (of weet Grootmoeder al dat het hopeloos is) en anders heel veel zoentjes van haar enigste kleinzoon Tom, Nu ,moeder tot schrijfs en veel sterkte, veel liefs Tom

6 april 1943 heeft de secretaris-generaal van het departement van Opvoeding,Wetenschap en Cultuurbescherming van Dam een radiorede gehouden om de studenten op te roepen om een zgn loyaliteitsverklaring te tekenen: Het is Uw vaderlandsche plicht, door te studeeren, omdat het vaderland U later noodig heeft, niet als mislukte studenten, maar als afgestudeerden om leiding te geven aan wat er na dezen oorlog in Nederland zal moeten gebeuren. Deze roepstem dient U te volgen! "Ook ontvingen wij een brief van onze rector magnificus met bijgesloten de tekst van de radiorede:

Amsterdam, 9 april 1943. Aan de studenten der Universiteit van Amsterdam.

Uit tallooze vragen gericht tot mij en ·mijn ambtgenoten van de zijde van studenten is mij bekend, dat de situatie ten opzichte van de bekende verklaring, waarvan de teekening thans van hen gevraagd wordt, aan velen hunner niet duidelijk is. De vragen die worden gesteld komen in hoofdzaak hierop neer: Wat is de beteekenis van deze verklaring? Waartoe·verplicht men zich en wat geeft men te kennen door teekening? Wat is het juridisch effect van onderteekening. Wat gebeurt er, wanneer iemand teekent en wanneer iemand niet teekent, of wanneer eventueel alle studenten of de meerderheid zouden teekenen of niet teekenen? Welk advies geven de docenten. Wat is de meening van den Rector, het College van Rector en Assessoren en van den Senaat? Hoe. denkt men over deze dingen aan andere Universiteiten en Hoogescholen? In hoeverre is door den laatsten brief van den Secretaris-Generaal aan den Rector en door de radiorede van den Secretaris-Generaal een nieuwe situatie ontstaan?
Niet al  deze vragen kan ik beantwoorden. Op enkele zal ik echter trachten hier een antwoord te geven.
Wat de meening van den Amsterdamschen Senaat betreft, deze heeft op 26 Maart 1943
aan den Secretaris-Generaal het volgende medegedeeld: "Er zijn leden, die van meening zijn, dat de loyaliteitsverklaring door de studenten geteekend kan worden. Er zijn ook leden van den Senaat, die meenen, dat deze verklaring voor de studenten onaanvaardbaar is." Dit ·kan ook thans nog gezegd worden. Met,,loyaliteitsverklaring",  wordt de bekende verklaring bedoeld. De term. "loyaliteitsverklaring" komt echter niet in het besluit van den Secretaris-Generaal en naar ik meen in geen enkel stuk van het Departement voor. Verder staat in dezelfden brief van en Senaat:"Wanneer de loyaliteitsverklaring niet door alle geteekend zou worden, zouden de Universiteiten een aantal studenten moeten missen. Deze studenten kunnen echter door geen enkele instantie als deloyaal worden beschouwd. Er kunnen zedelijke redenen zijn, waarom een student deze verklaring niet kan en mag teekenen. Een aantal leden van den Senaat zal het als een· onoverkomelijke moeilijkheid moeten gevoelen of gaan gevoelen op deze basis het onderwijs voort te zetten, waar zij uiteindelijk om redenen van eergevoel en geweten een aantal studenten zouden moeten missen."
Aan de andere openbare Universiteiten en Hoogescholen bestaat evenzeer verschil van meening. Het standpunt van de meerderheid van de Senaten van Groningen, Utrecht en Wageningen ten opzichte van al dan niet teekenen der verklaring is niet bekend. Zonder twijfel zijn ook daar de meeningen verdeeld. De Senaat der Technische Hoogeschool van Delft heeft haar standpunt bepaald. Men is daar bij meerderheid van stemmen gekomen tot een aanbeveling tot teekenen. In de Senaatsvergadering van Amsterdam van gisteren heeft de Rector medegedeeld, dat hij den studenten een objectieve uiteenzetting zou doen toekomen van de situatie en haar voorgeschiedenis. Voorgesteld is, dat deze uiteenzetting gevolgd zou worden door een opwekking namens de Senaat tot teekenen. Dit voorstel is verworpen. Van de Senaat zal dus geen·advies inzake teekenen of niet teekenen uitgaan. Het stuk dat hier voor U ligt mag niet worden opgevat als een advies van den Rector of van den Senaat de verklaring te teekenen of niet te teekenen.  De Senaat van Amsterdam heeft verder besloten zijn bezwaren tegen de Verordening van den Rijkscommissaris betreffende de Arbeitseinsatz op het Besluit van den Secretaris-Generaal te handhaven en zijn verdere. houding in een volgende vergadering nader te bepalen. Met hervatting van de colleges wordt gewacht, tot alle studenten die thans om redenen van gijseling of represaille van hun vrijheid zijn beroofd, in vrijheid zijn gesteld.
Herhaaldelijk wordt gevraagd, of het telegram en de brief van den Secretaris-Generaal, waaruit de Rector ter begeleiding van de U namens den Secretaris-Generaal gezonden verklaring een en ander heeft medegedeeld, op de radiorede van den Secretaris-Generaal, de situatie in wezen of in bijzonderheden hebben gewijzigd.
Hiermede is het als volgt gesteld. Noch in de Verordening noch in het Besluit is eenige wijziging gebracht. Het volgende is echter geschied
1. De termijn van inschrijving is onbeperkt, maar zij die voor 10 April teekenen, krijgen volgens den Secretaris-Generaal een bewijs, dat de voortzetting van hun studie hun gewaarborgd is. De Secretaris-Generaal zegt, dat hij kan mededeelen, dat allen, die op 10 April de verklaring hebben geteekend, in de numerus clausus zullen vallen. "Aan deze groep wordt dus de voortzetting van de studie gegarandeerd. Wie na 10 April teekent, is a priori niet uitgesloten, maar zal moeten afwachten, of er plaats is." In een heden ontvangen telegram aan den Rector deelt de Secretaris-Generaal mee, dat aan hen die geteekend hebben de voleindiging hunner studie wordt gegarandeerd.
Na 10 April mag niemand, die de verklaring niet heeft geteekend tot colleges of practica worden toegelaten of examens afleggen.
Het gevolg van niet-teekenen is naar de mededeeling van den Secretaris-Generaal, dat men geen colleges mag loopen of examen doen; gevolg van teekenen is, dat men niet voor de tewerkstelling in Duitschland wordt aangewezen. Wordt een student, die op dien datum niet heeft geteekend, daarna voor tewerkstelling aangewezen, dan kan hij zich daaraan niet onttrekken door zich dan alsnog tot teekenen bereid te verklaren.  
2. De Secretaris-Generaal heeft een authentieke interpretatie gegeven van het door hem zelf genomen Besluit betreffende a. de beteekenis van de verklaring; b. duur van de geldigheid van de verklaring. Daarover meen ik het volgende te mogen zeggen.
a.
Onder de studenten heerscht onzekerheid ten opzichte van de beteekenis van de woorden "naar eer en geweten", namelijk of deze woorden als een beperking dan wel als een verruiming moeten worden opgevat. Met beperking bedoel ik of zij beteekent, dat men zou verklaren de in het Neder!andsche bezette gebied geldende wetten, verordeningen en andere beschikkingen te zullen nakomen, voor zoover eer en geweten dat toelaten. De Secretaris-Generaal zegt, dat deze woorden inderdaad als een beperking in dezen zin moeten worden opgevat. Men verplicht zich dus een en ander te zullen nakomen, voorzoover eer en geweten dat toelaten.
b. Onzekerheid heerscht onder anderen ten opzichte van de vraag, of men zich door deze verklaring te teekenen zou verplichten na afloop van de studie in Duitschland te werken. Dit wordt door de Secretaris-Generaal  ontkend door te zeggen, dat de verklaring, "geldt, zoolang men in een bepaalden cursus student is en ophoudt aan het einde van den cursus, of zoo men daartoe aanleiding vindt, door een bericht aan den rector, dat men niet langer als student wenscht te worden beschouwd".
3. Rector en Senaat hadden gehoopt, dat de uitvoering van Verordening en Besluit zou worden uitgesteld, althans tot het einde van deze cursus. De Secretaris-Generaal had de mogelijkheid daartoe in uitzicht gesteld. Deze hoop is niet in vervulling gegaan. In zooverre is de situatie gewijzigd of althans verduidelijkt. Het is echter mijn meening dat door voortgezette onderhandelingen met den Secretaris-Generaal zekerheid kan worden verkregen ten aanzien van de volgende in den brief van 26 Maart 1943 aan de Secretaris-Generaal genoemde punten:
1. Studenten, die door de inrichting van hun studiegang niet plegen te zijn ingeschreven dienen met ingeschreven studenten te worden gelijkgesteld. Aan dit verlangen is thans voldaan bij telegrafische mededeeling van den Secretaris-Generaal d.d. 7-4-1943.
2. De Senaat is van meening, dat de toepassing van een eventueelen numerus clausus op toelating tot de: Universiteit uitsluitend moet geschieden naar normen, die de Senaat vaststelt.
3. De Senaat is van meening, dat zoo er al van een hervatting van het onderwijs sprake zal zijn, deze hervatting in elk geval niet kan plaats vinden, voordat de studenten, die thans nog van hun vrijheid beroofd zijn, zijn vrijgelaten.
Ten aanzien van de situatie, die ontstaan zal, wanneer de verklaring niet door alle studenten zou worden onderteekend, zal de Senaat in overeenstemming met het hierboven daarover uitgesproken oordeel zijn houding moeten bepalen.
Ik moet U mededeelen, dat de termijnen van teekening met Zondag 11, Maandag 12 en Dinsdag 13 April verlengd is. Overeenkomstig van den wensch van een aantal studenten, doe ik U hierbij de tekst van de Radiorede van den Secretaris-Generaal toekomen.

De Rector-Magnificus,
H. T. DEELMAN.                                                                                                                                                                 

Radiorede van den Secretaris-Generaal van het Departement van Opvoeding, Wetenschap en Cultuurbescherming op Dinsdag 6 April 1943
Er heerscht in de wereld van het Hooger Onderwijs groote onrust, en wel naar aanleiding van twee verordeningen, die onlangs het licht hebben gezien. Onrust, omdat deze wereld thans in verschillende kampen is verdeeld. Er zijn studenten, die van plan zijn, de voorgeschreven verklaring te teekenen, anderen die dat beslist niet willen doen. Daar tusschen in staat een groep van weifelaars, op wie van de meest verschillende zijden invloed wordt uitgeoefend en waarbij de meest verschillende motieven, eerlijke, maar ook onzuivere, in het spel zijn. Het is mijn bedoeling, op deze kwestie in te gaan en voor, allen, die het aangaat, de wenschelijke officieele toelichting te geven. Wie mij bovendien nog vragen wil stellen, dien geef ik gaarne daartoe de gelegenheid. Wat is de bedoeling van de verklaring? Ik lees eerst den tekst nog even voor: .

De ondergeteekende,             geboren,       te,         wonende  te              verklaart hiermede plechtig, dat hij de in het bezette Nederlandsche gebied geldende
wetten, verordeningen en andere beschikkingen naar eer en geweten zal nakomen en zich zal onthouden van iedere tegen het Duitsche Rijk, de Duitsche Weermacht of de Nederlandsche autoriteiten gerichte handeling, zoomede van handelingen en gedragingen, welke de openbare orde aan de inrichtingen van hooger onderwijs, gezien de vigeerende omstandigheden, in gevaar brengen.

Deze verklaring is naar de strekking gelijk aan soortgelijke verklaringen, die van sommige groepen van landgenooten worden verlangd, o.a. van nieuw aangestelde ambtenaren. Zij kan volgens de overtuiging, niet alleen van mij en mijn ambtenaren, maar ook van vele goede en vooraanstaande Nederlanders, geteekend worden door allen, die niet van plan zijn, opzettelijk tegen de in de verklaring genoemde lichamen op te treden of het geldende recht te schenden. Door de onderteekening verbindt men zich, voor zoover eer en geweten dat toelaten, geen wettelijke voorschriften te overtreden, geen daden van sabotage te plegen. Wie onderteekent en dit toch doet, krijgt de hem toekomende gerechtelijke straf, maar breekt bovendien zijn woord tegenover zijn eigen rector, die hem als student kan en zal straffen .
Om een veel voorkomend misverstand uit de weg te ruimen, wijs ik er op, dat mijn verordening 28, waarin de verklaring wordt geregeld, niet is een uitvoeringsverordening van de verordening 27 van den Rijkscommissaris, die den numerus clausus en de tewerkstelling bepaalt, maar een zelfstandige verordening met een eigen doelstelling, die ik dadelijk zal toelichten. Dat moge daaruit blijken, dat de eerste op 10, de tweede op 11 maart is gedateerd!
De verklaring houdt dus niet in, dat men zich vrijwillig aan de arbeidsdienstplicht na de studie onderwerpt. Daarbij is immers van geen vrijwilligheid sprake. Wij hebben hier te maken met een verplichting; die door den Rijkscommissaris wordt opgelegd, een verplichting, die in beginsel voor iederen  jongen man  geldt, maar voor de studenten alleen tot een later tijdstip wordt uitgesteld. De verklaring is geen eed, die voor het leven bindt; zij geldt, zoolang men in een bepaalden cursus student is en houdt op aan het einde van den cursus, of zoo men daartoe aanleiding vindt, door een bericht aan den rector, dat men niet langer als student wenscht te worden beschouwd.
Verder is mij de vraag gesteld, wat men onder de in de verklaring genoemde Nederlandsche autoriteiten heeft te verstaan? Welnu, het antwoord is duidelijk, wanneer men op ,de Duitsche vertaling "Behörden" let. "Behörden" zijn bestuursorganen, in casu de secretaris-generaal en de hun ondergeschikte instantie's. Voor den student zijn dat de president-curator en de rector-magnificus. Waartoe dient deze verklaring, heeft men mij gevraagd.
Zij heeft in de eerste plaats tot doel, zekere waarborgen te krijgen, dat er onder de studenten aan onze universiteiten en hoogescholen geen lieden meer zullen schuilen, die i.p.v. te studeeren, onrust zaaien en hun medestudenten tot onverantwoorde actie opstoken. M.a.w. zij dient als waarborg, dat de rustige en goedgerichte activiteit, die het meerendeel van onze studenten tot nu toe meestal kenmerkte, ook in de toekomst gehandhaafd zal blijven.
Zij heeft echter nog een tweede doel. Wie de verklaring heeft afgelegd, bezit in zijn gestempelde en door den rector afgeteekende inschrijvingskaart een bewijs, dat hem de studie waarborgt en hem bescherming geeft tegen inbreuken op zijn recht van studie. De waarborg hiervoor vindt men in artikel 1 van de verordening van den Rijkscommissaris, waarin deze uitdrukkelijk de noodzakelijkheid van een voldoende aanvulling van het aantal academisch gevormde krachten erkent.  In deze woorden ligt opgesloten, dat ook het Duitsche gezag er voor voelt, ons hooger onderwijs te laten functioneeren. Deze woorden geven mij tevens het recht te verwachten, dat men zich over den numerus clausus niet ongerust hoeft te maken. Alle percentage's, die de geruchten noemen zijn volkomen uit de lucht gegrepen.  Maar al hoop ik, dat men van Duitsche zijde bereid zal zijn, betrekkelijk grootte aantallen toe te staan, veel, zoo niet alles zal afhangen van de mate, waarin de studenten bereid zullen zijn, op de nieuwe voorwaarden de studie te hervatten. Het zal wel ondoenlijk blijken, den  numerus clausus vast te stellen op een getal, dat grooter is dan dat van hen, die op het tijdstip der vaststelling van den numerus clausus deverklar!ng zullen hebben onderteekend. Intusschen kan ik thans al mededeelen, dat allen, die op 10 April de verklaring hebben onderteekend, in den numerus clausus zullen vallen. Aan deze groep wordt dus de voortzetting van de studie gegarandeerd. Wie na 10 April teekent, is a priori niet uitgesloten, maar zal moeten afwachten, of  er plaats is. De verordening betreffende de verklaring treedt op 10 April a.s. in werking. D.w.z., dat van dien datum af niemand tot de universiteit en de universitaire instellingen mag worden toegelaten, die de verklaring  niet heeft geteekend. Dat geldt ook voor hen, die een examen afleggen. Wie dus nog niet tot teekening wenscht over te gaan, dient de universiteit te mijden. Men kan nog na 10 April teekenen en dus de beslissing nog wat uitstellen. Men bedenke echter wel, dat ik na dien datum niet kan waarborgen, dat men niet voor de tewerkstelling in Duitschland wordt aangewezen. Wien dat gebeurt, die moet daaraan gehoorzamen. Men kan zich daaraan niet onttrekken, door zich dan alsnog tot teekening bereid te verklaren.
Daarmee kom ik dan tot de tweede helft van mijn betoog. Mijn streven is er in mijn ambtstijd steeds op gericht geweest, het hooger onderwijs ongestoord te laten voortbestaan, in het besef, dat een volk, dat hierin wordt getroffen, een duurzaam verlies lijdt, daar het uitblijven van eenige jaren van afgestudeerden en mogelijk daarmede gepaard gaande sluiting van inrichtingen van hooger onderwijs zich tot in lengte van dagen zal doen gevoelen.
Dit noodlottige gebeuren kan en moet vermeden! worden. De Rijkscommissaris heeft in zijn verordening het verlossende woord gesproken; het is aan U, studenten, de U geboden kans aan te grijpen en in handen van den rector dé voorgelegde verklaring af te leggen.
Het is aan U, ouders van onze studenten, Uw kinderen te overtuigen van de noodzakelijkheid, dat zij, hun innerlijke remmingen, hun afspraken ten spijt en weerstand biedend aan den druk, die op hen wordt uitgeoefend, de studie hervatten in belang van aller toekomst! Het is aan U, invloedrijke landgenooten, zelf wellicht alumni van één onzer universiteiten of hoogescholen om in eigen kring de studenten tot U te roepen en met hen overleg te plegen, opdat- hun jeugdige 'impulsiviteit zoo noodig worde omgebogen in een waarlijk vruchtbare activiteit ten bate van ons allen! Wie als oudere en invloedrijke Nederlander thans aan studenten den raad geeft, zich aan de onderteekening te  onttrekken, dient er zich van bewust te zijn, dat hij een groote verantwoordelijkheid op zich laadt niet alleen tegenover de studenten, maar ook tegenover de toekomst van ons volk en ons vaderland.
Studenten, er wordt van vele zijden gepoogd,U een bepaalde overtuiging als de eenig juiste, als de eenige waardige aan te bieden, ja op te dringen. Ik ook heb zoo'n bepaalde overtuiging, een overtuiging, die gij uit mijn handelingen, mijn woorden van thans kunt opmaken, een overtuiging, die door even groote
vaderlandsliefde wordt ingegeven als welke andere ook.
Ik doe in·de eerste plaats een beroep op Uw gezond verstand om dat te doen, wat thans Uw belang is, om de geboden gelegenheid aan te grijpen en Uw studie voort te zetten en te voltooien. Gij vindt het misschien onwaardig, aan dit gezichtspunt te denken; laat ik U zeggen, dat ik niet van U eisch, zuiver egoistisch te redeneeren; het is niet alleen Uw belang, maar ook dat van den Nederlandschen Staat, die U de gelegenheid tot studie heeft geschonken en er thans recht op heeft, dat U die studie ook afmaakt. Ik moet dan ook met kracht tegen deze influisteringen optreden. Het is Uw vaderlandsche plicht, door te studeeren, omdat het vaderland U later noodig heeft, niet als mislukte studenten, maar als afgestudeerden om leiding te geven aan wat er na dezen oorlog in Nederland zal moeten gebeuren. Deze roepstem dient U te volgen!
In een tijd, waarin zich over de geheele wereld de jeugd in dienst stelt van zijn vaderland, zou de Nederlandsche jeugd afzijdig willen staan? Ik hoop, dat Gij het met mij eens zult zijn, dat dit ondenkbaar is.
Studenten,ons Departement heeft zich voortdurend ingespannen, Uw belangen en daarmede die van het Hooger Onderwijs, te behartigen. Dit moge daaruit blijken, dat de op 6 Februari weggevoerde studenten mede op mijn verzoek zijn teruggekeerd. Wij hebben de overtuiging, dat de door ons bereikte regeling onder de gegeven omstandigheden zeer bevredigend is. Het is aan U, te toonen, of Gij deze pogingen zult willen beantwoorden met begrip voor onze bedoelingen en een houding, die beter dan welk negativisme ook, getuigt van een waarlijk verziende, boven de influisteringen van het heden verheven, vaderlandsliefde!

 

         

Jan van Dam (1896-1970,  Secretaris-Generaal van het Departement van Opvoeding, Wetenschap en Cultuurbescherming. Van Dam werd op 12 mei 1945 gearresteerd door de Binnenlandse Strijdkrachten. Op 9 november 1948 werd Van Dam veroordeeld tot zeven jaar gevangenisstraf, met aftrek van de tijd doorgebracht in voorlopige hechtenis. Op 12 mei 1949 werd hij in vrijheid gesteld. Omdat zijn pensioenrechten waren vervallen verklaard, zag hij zich genoodzaakt tot op hoge leeftijd een betaalde functie uit te oefenen.

In het boek Koninkrijk de Nederlandsen in de Tweede Wereldoorlog  van Dr L. de Jong komen enkele passages voor die betrekking hebben op de loyaliteitsverklaring en in het bijzonder over de houding van de Universiteit van Amsterdam
p. 737. Het lijkt ons zinvol, kort te herhalen wat wij in hoofdstuk 7 vermeldden over de crisis die zich van eind '42 af in de wereld van het hoger onderwijs voordeed: midden december grote onrust door van Dam's aankondiging dat ca. zesduizend studenten op korte termijn in Duitsland moesten gaan werken; die aankondiging werd ingetrokken, de studenten keerden mede op advies van de Raad van Negen eind januari '43 naar de collegezalen en practica terug; op 6 februari volgden toen na de aanslag op Seyffardt*) de razzia' s in Amsterdam, Delft, Utrecht en Wageningen als gevolg waarvan ruim zeshonderd studenten naar het concentratiekamp Vught overgebracht werden - en op 9 februari kwam het tot de algemene 'jacht op de jeugd' waardoor ca. twaalfhonderd jongeren in Vught belandden, onder hen enkele studenten uit Groningen. Die gebeurtenissen hadden het hoger onderwijs tot stilstand gebracht, ook daar waar men het geven van colleges en het houden van practica niet beëindigd had: de studenten vertoonden zich niet meer - dat was hun eenvoudig te riskant geworden.
p. 752/753. Op maandag 5 april werd van Dam door Seyss-Inquart ontvangen. Van intrekking of wijziging van verordening of besluit kon, zei deze laatste, geen sprake zijn en ook in de tekst van de loyaliteitsverklaring zou geen wijziging komen. De aangekondigde hooglerarenstakingen maakten niet veel indruk op de Reichskommissar; hij nam aan dat de Senaten hun houding wel zouden wijzigen zodra hun duidelijk· werd dat een collectieve ontslagaanvraag of een staking als 'sabotage' gekwalificeerd kon worden. Intussen leek het hem wenselijk, een verduidelijking aan te brengen die de protesterende Senaten het gevoel zou geven, iets te hebben bereikt, en die, naar hij vertrouwde, ook op de studenten indruk zou maken: hij machtigde van Dam, in zijn radiotoespraak bekend te maken dat elke student die vóór of op 10 april de loyaliteitsverklaring zou ondertekenen, zou mogen blijven studeren.
Kon de verklaring ook na 10 april ondertekend worden, vroeg van Dam. Daar had Seyss-Inquart geen bezwaar tegen, maar de laatkomers zouden natuurlijk niet perse binnen de numerus clausus vallen. Op dinsdagavond sprak van Dam voor de radio. 'Wie de verklaring heeft afgelegd, bezit', zei hij, 'in zijn gestempelde en door de rector afgetekende inschrijvingskaart een bewijs dat hem de studie waarborgt en hem' (toespeling op de razzia's van 6 februari) 'bescherming geeft tegen inbreuk op zijn recht van studie ... Wie na I0 april tekent, is a priori niet uitgesloten, maar zal moeten afwachten of er plaats is.'
Het was een sluwe zet van Seyss-Inquart. Eén van de argumenten die studenten-activisten tegen aarzelaars gebruikt hadden, was geweest: 'Als ge tekent, hebt ge niet eens zekerheid dat ge de studie zult mogen voortzetten' dat argument had hij de activisten uit handen geslagen; van Dam verwachtte, 'dat het aantal studenten dat ... de loyaliteitsverklaring zal tekenen, wellicht nog zal meevallen. Maar de activisten gaven het niet op! Wie de loyaliteitsverklaring aflegde, boog, zo betoogden zij, het hoofd voor Seyss-Inquart, Mussert en van Dam, 'pleegde desertie', zoals de Raad van Negen gezegd had en onttrok zich aan 'het front' waaraan, zoals de zaken stonden, de studenten nu de beslissende slag moesten leveren.

p. 756/757. Die zaterdag, 10 april, viel de beslissing en deze liet, het land als geheel genomen, aan duidelijkheid niet te wensen over. Er waren bijna veertienduizendzeshonderd studenten; van hen ondertekenden slechts ruim tweeduizend de verklaring: 14 %. En dat percentage geeft voor de zaterdag een voor van Dam en de bezetter nog iets te gunstig beeld. Wat was namelijk het geval ? Van Dams besluit droeg wel de datum 10 maart maar het was eerst op 13 maart afgekondigd en de sluitingsdatum had dus eigenlijk niet 10 maart 13 april moeten zijn. Toen dat eenmaal doordrong, waren er hier en daar studenten die op maandag 12 of dinsdag 13 april alsnog de loyaliteitsverklaring ondertekenden. Welnu, de enige officiële cijfers die wij bezitten, zijn die van de 13 de april, niet van de 10de: ruim tweeduizend 'tekenaars' dus. Daarbij merken wij nog op dat zich onder die ruim tweeduizend vermoedelijk enkele honderden bevonden die zich gebonden achtten door de gehoorzaamheidsverklaring die zij in Vught afgelegd hadden; in totaal was die verklaring daar door ruim vierhonderd studenten ondertekend. Veruit de laagste percentages 'tekenaars' toonden Nijmegen, Tilburg en de Vrije Universiteit: Nijmegen 0,3, de Vrije Universiteit 1,1, Tilburg 2,2.1 Van de drie resterende universiteiten had Groningen de minste 'tekenaars': 9,3 %; Utrecht had er 12,6, Amsterdam 17,0 - wij achten het waarschijnlijk dat Deelmans explicatie tot het naar verhouding hoge Amsterdamse percentage bijgedragen heeft. Rotterdam had11.7 %  'tekenaars', Wageningen 14,6 %, Delft 21,6 %; het Senaatsadvies had dus kennelijk in Delft een zekere uitwerking gehad. En toch: driekwart van de Delftse studenten had tegen de bezetter en van Dam (èn tegen de Senaat van de eigen hogeschool) 'neen' gezegd.
P. 757/ 758. In Amsterdam werd er in een Senaatsvergadering die op maandag 12 april gehouden ·werd, opnieuw lang en breed over gediscussieerd of men aan de loyaliteitsverklaring een 'endossement' kon toevoegen waaruit o.m. zou blijken dat de ondertekenaar ten allen tijde bevoegd was, de verklaring te herroepen - Deelman (van wie dat denkbeeld afkomstig was) zag er nu niet veel meer in.
In deze 'teken'-crisis heeft wel niemand vreemder gemanoeuvreerd dan de Amsterdamse rector magnificus op 26 maart had hij de brief opgesteld waarin voor het geval de loyaliteitsverklaring niet gewijzigd werd, met een collectieve ontslagaanvraag gedreigd werd; op 8 april, dertien dagen later, had hij voorgesteld, het 'tekenen' aan te bevelen - nu, na de vergadering van 12 april, keerde hij opeens naar het standpunt van 26 maart terug: alle hoogleraren (één, prof. J. Q. van Regteren Altena, had al ontslag gevraagd) moesten hun taak neerleggen. Deelman en zijn assessoren stelden een brief aan van Dam op waarin hem dat meegedeeld zou worden. De Senaat werd voor de 19de bijeengeroepen maar er kwam een kink in de kabel: president curator Voûte (die wel door Snijder gewaarschuwd zal zijn) verbood alle Senaatsvergaderingen. Dat baatte in zoverre niet dat Deelman en zijn assessoren op voorstel van prof. Th. Limperg, decaan van de economische faculteit, besloten, de vastgestelde brief toch te verzenden maar dan 'namens' de Senaat; alle overige Senaten in den lande ontvingen er afschrift van.

*) De Nederlander Seyffardt wierf Nederlandse vrijwilligers voor het Oostfront. Hij was dus een duidelijk voorbeeld van een collaborateur. Daar kwam bij dat het er toen even op leek dat Mussert echt als 'Leider van het Nederlandse volk' zou gaan optreden, en dat Seyffardt dan Musserts minister van Oorlog zou worden. Bij de aanslag raakte Seyffardt dodelijk gewond, maar hij kon toch nog een soort signalement doorgeven ('twee studenten'). Seyffardt stierf op zaterdagavond 6 februari 1943.

Seyffardt in generaalsuniform

Toen ik op zaterdag 6 februari 1943 met de trein vertrok van het Muiderpoort station in Amsterdam om te gaan naar mijn onderduikadres in Wiesel heb ik niet beseft dat er op diezelfde dag, nadat Seyffardt de vorige dag was neergeschoten, een groot aantal studenten razzia's hebben plaats gevonden Lou de Jong schrijft in zijn boek Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereld Oorlog op pagina 614/615 daarover het volgende :
Nog op vrijdagavond 5 februari had Seyffardt, naar het ziekenhuis overgebracht, twee belangrijke mededelingen gedaan. De eerste was dat hij de stellige indruk had dat de twee personen die de aanslag op hem gepleegd hadden, studenten waren, de tweede dat hij niet wenste dat om zijnentwil gijzelaars doodgeschoten zouden worden.

  

     Heinrich Himmler 1900-1945

Rauter lichtte nog diezelfde avond Himmler in, vermoedelijk telefonisch, en hij besloot, hoogstwaarschijnlijk na overleg met Seyss-Inquart, de volgende ochtend door de Sicherheitspolizei en Ordnungspolizei razzia's te laten uitvoeren op de universiteiten en hogescholen in de provincies Noord-Holland, Zuid-Holland en Utrecht, zulks mit dem Ziel, möglichst viele Studenten des reaktionären Lagers zu verhaften und sie im das Lager Vught einzuweisen.  Daarbij zag men de economische hogeschool te Rotterdam over het hoofd, maar men strekte de actie wèl tot de landbouwhogeschool in Wageningen uit; abusievelijk werd namelijk gemeend dat Wageningen in de provincie Utrecht ligt. Er bevonden zich die zaterdagochtend maar weinig studenten in de universiteits- en hogeschoolgebouwen, met uitzondering wel van de bibliotheken, de laboratoria en andere practicum-gebouwen; door enkele docenten werd ook college gegeven. Bij al die plaatsen waar men dacht grote aantallen studenten te vinden, kwamen Duitse overvalauto' s voorrijden. Hier en daar bijgestaan door 'foute' Nederlandse politiemannen, stormden de leden van de Sicherheits- en de Ordnungspolizei naar binnen. Alle mannelijke studenten die niet via de ramen en de tuinen konden ontkomen, werden gearresteerd en nog diezelfde dag naar het concentratiekamp Vught overgebracht: ca. tweehonderd vijf-en-twintig uit Amsterdam (onder wie zeventig van de Vrije Universiteit), twee honderd vijftien uit Delft, honderd negentien uit Utrecht en drie-en-veertig uit Wageningen (daar duurde de drijfjacht een groot deel van de dag.) Van de niet-aanwezige studenten die van deze razzia' s hoorden, dook een groot deel onmiddellijk onder.

           
        

Links: 1943. Tom achter de ploeg gevolgd door Evert, die een oogje in het zeil houdt. Rechts: Jopie Verloop en Tom strooien van kunstmest

Links: De vaarsen worden op stal gebracht. Rechts: Tom met het inspannen van de paarden

Hieronder weer brieven aan mijn familie.
2 mei 1943 - Ergens in Nederland
Lieve familie, Dinsdag heb ik reeds een brief aan jullie geschreven, maar die is helaas weggeraakt en sindsdien is het er niet meer van gekomen. Allereerst hartelijk bedankt voor de gezellige brief. Ik zal beginnen te vertellen wat ik sinds mijn vertrek uit de Duinpan heb uitgespookt. Eerst nog een rustige werkweek gehad met niet veel bijzonders. Goede Vrijdag heb ik heerlijk naar de Mattheus Passion geluisterd. Languit op een bed gelegen en al de muziek in mij opgenomen. Ik geloof niet , dat ik ooit zoo van de M.P. heb genoten. Het is zo'n enorm drama; de uitvoering ervan vond ik nog mooier dan die van Mengelberg. Onbekende , mooie gedeelten komen er in voor , zoals de bas en tenor aria's en koralen. Wat was het Eli lama sabachtani aangrijpend en daarna het : "Wenn ich einmall soll scheiden". Toen heb ik veel aan Grootmoeder gedacht. Je beleeft het dan zo intens. Het is voor jou, Moeder, wel heel moeilijk om dit grote verlies te verwerken. Maar heb je Pasen niet de grote blijdschap gevoeld van de opstanding van Jezus Christus. Alles wordt weer nieuw, de bomen, de bloemen enz. De hele natuur komt in opstanding. Maar hoe is het bij de mens, die blijft voortleven op de oude voet, elkaar afmaken en bombarderen, haat, ellende, dat is enige , wat Paaschen geeft. De mens staat nauwelijks stil bij dezen dag, maar jaagt voort in zijn mooie en korte leven. We weten nu beter dan ooit; geniet toch van elk oogenblik, dat je leeft en geef je kracht en heerlijkheid er van en "Make the best of it". Zondag en Maandag heb ik gelogeerd bij  André. Dol gezellig. Zaterdagavond om 8.15 ben ik naar Hattem gefietst. Na Epe kreeg ik een lekke band en moest hem steeds om de drie minuten oppompen, maar toch ben ik om 10.15 in Hattem aangeland. 's-Ochtends heerlijk thee op bed, maar alleen niet zoals in de Duinpan gebruikelijk met z'n vijven in bed. Wel jammer, maar nu was ik toch bij familie en wel André en tante Hessie. Zondagochtend heb ik tante Hessie opgezocht. Ze was erg verbeterd, nog wel zwak, maar opgewekt. Om goed doordrongen te zijn van het Paaschfeest legde ze haar handen op mijn schouders en zei "Christus is opgestaan "en ik moest zeggen "Waarlijk, hij is opgestaan". Verder heb ik nog wat bloemetjes voor haar geplukt, waar ze erg blij me was. De lunch en ontbijt was geheel voor-oorlogs. Paaschbrood, marmelade, soepkop met echte thee, toast, eieren enz. André was erg gezellig, 's-Middags ergens geborreld en -'s-avonds  weer bij tante Hessie geweest. Wat voorgespeeld. Wat een liefde gaat er van tante Hessie uit. De volgende dag 2e Paaschdag een heerlijk luie leesdag bij het open haartje; in the Yearling gelezen; prachtig boek. 's-Avonds bij Hilda en Eugeen gegeten met tante Hessie en André. Dat  wss zo ongelooflijk heerlijk, zo harmonieus . Het heeft me heel veel kracht gegeven. Alles zag er frisch uit en verder heerlijk eten, ze had zich echt uitgesloofd. Jannientje is een schat van een kind. Om 9 uur ben ik daar vertrokken en was om 10.45 weer in Wiesel. De familie de Bruin logeren hier; zij hebben ook 3 kinderen . De situatie met Odette is nu zo: Tot de grote vacantie kunnen we hier blijven, maar dan moeten we de zomermaanden er uit voor de fam. de Bruin. We gaan dan in een klein huisje hier dichtbij (waar de andere jongens , Jopie en Ted sliepen). Maar Odette zal na de grote vacantie weg moeten , dan gaan Odette, Jan Piet en ik in dat huisje wonen en zijn niet meer gebonden aan de Dobbelmannen, maar dan zijn nog allemaal plannen, dan zou het geen ruzie geven, omdat we de grote vacantie daar ook in zaten. Verder gaat het hier rustig  tussen Lou en Odette. JanPiet is erg aardig, we praten veel over vele dingen. Wat naar is alles in Oegstgeest . Ik kan me best begrijpen dat Grootvader er tegen opziet om iemand in huis te hebben. Ze doet het natuurlijk geheel dan Grootmoedertje. Het boerenleven neemt hier zijn gewone gangetje. Alles loopt op het ogenblik uit en groeit als kool; de rogge staat al lekker zeker een halve meter hoog. Het bodemonderzoek is afgelopen en ik heb er en mooie lijst van gemaakt. Lou was er erg blij mee. De grond van de Duinpan was niet zuur, de oplossing was kleurloos Ph = 6, dus gunstig, maar humus gehalte laag, maar dat is niet noodig voor die aardappelen. Ik zou graag de tuin willen zien met al die nieuwe dingen en bloemen. Vrijdagmiddag hebben wij ook gestaakt, net zoals N.H., Overijssel, Gelderland en Limburg. Alle fabrieken stonden hier stil, zelfs v/d Duitsche Weermacht. Alleen de treinen liepen, hoewel dit bijna  ook mis is geloopen. Wij zijn naar het dorp gegaan en er was veel volk op de been. Eerst was het een enorme sensatie , de gehele weermacht in krijgsgevangenschap, nu geworden tot officieren. Zouden de Duitschers door de staking water in hun wijn gedaan hebben?*) Zaterdag is alles hier echter weer normaal doorgegaan. Ik ben benieuwd wat zal volgen. Gisteravond hebben JanPiet en ik wat lekkers gedronken . We waren daardoor in een puike stemming en hebben gezongen en enorme  gesprekken in het Engels gehouden. Lou was naar Ninette toe, dus daar hadden we geen last van. Lou is de laatste tijd veel geschikter geworden tegen ons. Vandaag heb ik voerdag gehad, heerlijk was het vanochtend vroeg, de zon, die als een rode bal opkwam. Odette is erg lief voor ons. Met mij  gaat het op het ogenblik bijzonder goed. Ik ben veel rustiger en zekerder geworden. Dit leven doet mij veel goed. Je leert hier enorm veel voor je verdere leven. Ik voel dat ik langzamerhand meer een mens word. Heerlijk is dat en ook meer verantwoordelijkheidsgevoel krijg. Al die dieren, waar je voor moet zorgen; het worden bijna je eigen kinderen. Als ik hier wegga, dan mis ik dat direct. Nu lieve familie , ik hoop jullie spoedig weer terug te zien. Schrijf maar wanneer jullie kunnen komen bv. over een week, ik weet niet wanneer het schikt. Veel liefs van het boerenjongetje Tom. P.S. De laarzen en petroleum zijn aangekomen. Wij zijn er dol blij mee. Evert en Jan Piet vinden ze verrukkelijk. "Het scheelt net alles "zegt Evert. Ze wilden graag weten hoeveel ze kosten. De koeien gaan Dinsdag de wei in. Leuk hé. ?

*)De April-meistaking in 1943 was een van de grootste manifestaties van onvrede in Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. De aanleiding tot de staking was de bekendmaking op 29 april 1943, dat oud-militairen (die gevochten hadden in mei 1940) zich vrijwillig moesten melden voor krijgsgevangenschap. Kort hiervoor (in februari 1943) had de deportatie van Joden een aanvang genomen. Ook werd de Arbeidsinzet ingevoerd. Alles bijeen leidde dit tot stakingen in de Twentse fabrieken en op het platteland van Noord- en Oost-Nederland. Gaandeweg verspreidde de staking zich over bedrijven in het noorden, oosten en zuiden van het land. De boeren voeren actie: ze leveren geen melk aan de melkfabrieken. Daarom heet de april/meistaking ook melkstaking. Bijzonder fel was ook de reactie in de Mijnstreek in Zuid-Limburg, waar de staking gesteund werd door de Katholieke Kerk. Een teleurstelling voor de stakers was dat de Nederlandse Spoorwegen bleven rijden. Ook bleef het stil in en rond Amsterdam, waar men de bloedige nasleep van de Februaristaking (1941) nog vers in het geheugen had. De Duitse bezetter reageerde ook op deze staking met harde hand. Tachtig stakers werden geëxecuteerd, hun namen werden op plakkaten bekend gemaakt. De staking eindigde op 3 mei 1943.

Dwangbevel van Rauter voor studenten om in Duitsland te gaan werken

Dan komt de grote dag van 6 mei 1943 dat we ons moeten melden voor de Arbeidsinzet. We moeten ons melden in Arhnem.  De beide studenten Jopie Verloop en Ted Vinke, die slapen in het huis bij Mill Le Fèvre de Montigny, gaan met ons - JanPiet Vasseur en ik - mee op de fiets, zogenaamd met de bedoeling om ons te melden in Arnhem. Tenminste dat hebben we aan iedereen verteld . Maar we zijn nog nauwelijks een paar kilometer verder of we keerden om rechtstreeks naar  ons hol in het bos, dat we al een tijd daarvoor helemaal klaar hadden gemaakt.  Mill en haar huishoudster zouden zorgen dat  eten voor ons klaar staat in de schaapskooi vlak bij haar huis, dat we s-nachts zouden ophalen.

Zandhegge. de Schaapskooi waar het eten voor ons in het hol 's-avonds klaar werd gezet.

2 Juni 1943 krijgt mijn Vader een gestencilde brief van de SS-Gruppenführer Rauter  met de volgde inhoud:
Amsterdam, den 12.Mai 1943. Euterpestraat 99 Zimmer 25

Oproep!
Vastgesteld werd dat de student T.de Booy geen gehoor gaf aan de beschikking 55/43 van de 4.5.1943 bij de melding op 6.5.1943 niet verschenen. Daar hij tot op dit ogenblik niet in het kamp Ommen aangekomen is, wordt U als uitoefenaar van het Ouderlijke gezag of voogdij gevraagd,welke maatregelen gij genomen hebt ten aanzien van de verplichte melding van Uw zoon en wat U met het oog op stuk IV4 der beschikking No. 55/45  van 4.5.1943 zult doen. Der Höhere SS-und Polizeiführer beim Reichskommissar für die besetzten niederländischen Gebiet gez. Rauter SS-Gruppenführe und Generalleutenant der Polizei.

Mijn vader ontvangt het bericht 2 juni 1943 en schrijft aan Rauter het volgende: " In antwoord op uw oproep dd 12.5.43 , die ik heden ontving, deel ik U mede, dat ik tot nu toe tevergeefs - getracht heb in contact et komen met mijn zoon, die zonder achterlating van adres is vertrokken. Mocht ik er in slagen hem te vinden dan zal ik hem ernstig wijzen op de verplichting omschreven in beschikking 55/43 dd. 4.5.43".

  

Johann Baptist Albin Rauter 1895- 1949) was in de jaren 1940-1945 Generalkommissar für das Sicherheitswesen en tevens Höhere SS-und Polizeiführer in het bezette Nederland in de Tweede Wereldoorlog, en daarmee één van de leiders van het Duitse bestuur in Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Zijn superieuren waren Heinrich Himmler en Arthur Seyss-Inquart. Hij was een Oostenrijkse nationaalsocialist en SS-generaal. Reeds in 1933 vinden we Rauter in het gevolg van Hitler en Himmler. Ook de rassenleer (die onder meer tot de vernietiging van Joden, Slaven, zigeuners leidde) had geheel zijn instemming. In Nederland werd hij onder meer berucht door het bloedig neerslaan van de Februaristaking van 25 februari 1941. Op 26 februari werd deze staking door de SS neergeslagen onder het uitroepen van de noodtoestand en het toepassen van het standrecht. In maart 1945 raakte hij op de Veluwe, bij de Woeste Hoeve, zwaargewond bij een toevalsaanslag op zijn leven. Als wraak executeerden de Duitse bezetters 117 gevangenen bij de plaats van de aanslag. Op 3 mei 1948 werd hij voor zijn wandaden door het Bijzonder Gerechtshof in Den Haag ter dood veroordeeld. Dit werd op 12 januari 1949 in hoger beroep bevestigd. Op 24 maart 1949 werd hij Scheveningen gefusilleerd. De plaats waar zijn lichaam ligt begraven is staatsgeheim.

Hierna volgt een aantal brieven, die ik aan mijn familie schreef vanuit ons eerste hol de Wentelreu en daarna twee brieven uit het hol in het kroondomein.

Ons eerste hol, de Wentelreu, getekend door mijn vader

15 juni 1943 Wentelreu
Lieve familie en Telly. Even nog een woordje van  de duikelaar (ex-boerenknecht). Jan Piet en Jopie nemen deze brief mee en doen hem in de bus bij mevr. Le Fèvre. (want we gaan op strooptocht uit n.l. om spijkers  bij Lou te jatten).Odette was hier vanavond om afscheid te nemen van ons ; ze ging morgen naar Putten en daarna naar Amsterdam en daarna naar Aerdenhout. Ze is vandaag uit het ziekenhuis gekomen; alles is goed gelopen,  alleen ziet ze nog erg slecht uit. Ik hoorde vanavond pas dat ze morgen, 8 uur al weggaat, dus vandaar deze overhaaste brief. Verder hoor ik het emotionele bericht, dat alle res. off. zich moeten melden, niemand uitgezonderd. En vader valt er net binnen, wat een strop! Hij is anders altijd een bofbeest, maar nu niet. Natuurlijk onderduiken, maar waarnaar toe? De Reddingmaatschappij zal wel in het honderd lopen. Lou moet nu ook. Hij wil de boerderij nu verkopen. Wat zullen er veel bedrijven ontwricht worden. Maar het loopt op z'n eind, dat kan niet anders. Alle jongens, die genboren zijn uit 1924 en 1923 moeten opkomen, uitgezonderd de scholieren. Dus Richard enz enz. Wat was het laatst gezellig toen Moedertje er was, alleen valt het leven hier dan dubbel zwaar als je bedenkt anders gezellig thuis bij het haardje, wanneer vader een verhaal vertelt van Dickens en wanneer we dan in slaap vallen. Heerlijke tijd heb ik toch gehad met jullie allemaal. Als ik de 3 foto's bekijk, die Moeder laatst heeft meegebracht dan zie ik naar mijn lieve zusjes en Telly en die foto's van Moeder en Vader en dien van ons alle vijven, dan krijg ik tranen in mijn ogen. De grammofoon hebben we gekregen. Erg heerlijk, weer muziek te horen.  Verder maken we nu kribben.  Nu kunnen we 2 boven elkaar slapen. Alles ligt hier nu overhoop, ongelofelijke rotzooi, maar we hebben weer wat te doen. Het gaat anders goed onder mekaar. Dat is veel waard, maar als je bedenkt, dat het misschien nog een winter kan duren dan huiver je toch even, Ik lees een prachtig boek :Blood relations! Zeer tragisch. Oorlog is toch een grote waanzin. Nu lieve familie , ontzettend veel liefs van je zoon, broer en baas Tom. Elsbeth gaat het goed met je Italiaans en Latijn en tennis en Maria met het toneelstuk. Leuk, dat je naar de Montessorischool gaat. Vader houd je taai op je zwerftochten, laat je niet pakken. Moeder houdt je kroost goed bij elkaar in deze moeilijke tijd. Telly geef de baas maar en poot. PS Zou je nog wat groot geld f 50,- bijv of meer aan Odette willen meegeven voor een eventuele vlucht!Verder hebben jullie nog een hangmat? Heerlijk om buiten te slapen. En papiertjes om sigaretten in te rollen en als mogelijk shag en zeepbakje. Moeder wel bedankt voor de paling, sokken (die uitstekend passen) en sigaren. Broek past goed. Vader bedankt voor petroleum en scheepsbeschuit, (komt goed van pas voor noodrantsoen).

22 juni 1943 Wentelreu. Lieve Maria. Wat een gezellige brief van jou , hartelijk bedankt. Tepke, vader geworden. Wat leuk en nu krijgen jullie nog een kleine Tep, die jullie snuffie noemen. Het moet alleen nog geboren worden. Telly zal nu wel heelemaal verliefd zijn. Moeder zei al, dat jullie hem 's-nachts in het fietsenhok opsloten. Enig om te lezen dat je mee doet in Aladin en de Onderschalmei en dan nog wel ik de hoofdrol. Jammer dat ik het niet kan zien om jou te zien optreden in de stadsschouwburg wat deftig! Toen je bij Charlotte logeerde heb je Lou gezien. Maria ik heb het hier heel best, het is erg leuk om al die dieren hier in het bos te leren kennen, vooral de mieren zijn  heel interessante dieren. We hebben hier ook een bijenkorf in de buurt. Ontzettend gezellig  om ons Moedertje weer te zien, Het doet me dan weer sterk herinneren aan de zalige tijd in de Duinpan met ons vijfjes. Nu Maria, veel zoentjes van Tom en geef Tepke maar een zoentje op zijn oortje.

Reünie vlak bij het hol Wentelreu, vlnr. Staand: Ted Vinke, Moeder Ot, Mevrouw Vinke, Tom, Meneer Vinke, JanPiet Vasseur. Zittend Maria (jongste zuster van Tom), Mill le Fèvre de Montingny-Verloop (zuster van Jopie Verloop), Truud Vinke (zuster van Ted Vinke, later getrouwd met Jopie Verloop),Jopie Verloop, Elsbeth (oudste zuster van Tom)

22 juni 1943 Wentelreu Twee uur 's-nachts. Beste Vader ik ben erg blij om te horen dat je vrijgezwaaid bent van krijgsgevangenschap of natuurlijk niet van krijgsgevangenschap maar van het onderduiken want 1e dat valt  niet mee en 2e de Reddingmij?? Moeder heeft me uitgelegd je houding omtrent een eventuele verklaring , die je had moeten teekenen. Ik kan het me begrijpen, hoewel ik  eerst dacht, hé wat jammer is dat nu, bewonder ik je gevoelens voor de Reddingmij, die je als no 1 op de lijst hebt staan, waarvan je Vader bent. Het moet ook een heerlijk gevoel zijn om zoveel mensen uit Duitschland te redden, al zal het je veel moeite kosten. Erg blij was ik met je brief. Vader, nogmaals , ik mis je erg en vooral je gezelligheid , die ik altijd bij jou had als we bijv. tochten maakten of iets anders. Vaak denk ik nog terug aan de 2-daagse tocht van Chamonix naar Contamines., waar we geschuild hebben en van de gierput en de alpenjagers die zeiden:"Ah, la guerre commencera bientôt". Die hadden het goed bekeken ! Wat was die natuur groots en woest. Heerlijk!
Ik verheug me al op een tocht met jou in Ierland. Je hebt nu Rem niet meer, maar wel een zoon, waarmee je die tochten kunt maken. Ieder een rugzak  en dan op stap. Te heerlijk om waar te zijn. Het lijkt nu misschien nog erg ver weg maar het komt, dat staat bij mij als een paal boven water.. Ik schreef al aan Elsbeth, we zijn gezegend geweest met zó'n stel ouders. Het contact was  met jullie zoo nauw en de harmonische verhouding tussen Moeder en jou hebben daaraan veel goed gedaan en zal daarom altijd als een gouden tijd in onze herinnering blijven! Het leven hier bevalt me goed, ben nu geheel op ingeschoten. Lees veel en werk veel, ook muziek, dat doet me heel goed. Ik kom er best doorheen en klaar om dadelijk met een gezond lichaam en gezonde geest aan de wederopbouw mee te helpen. Erg bedankt voor de rooktabak, zalig, precies goed, want daar draai ik sigaretten van, dat is het net zo lekker als shag! En bedankt voor de zalige vette palingen, die al in onze buikjes zijn verdwenen. Vader houdt goeden moed en ik hoop je weer in huize Wentelreu te zien. Een stevige vijf van je zoon Tom.

Zandweggetje van hol Wentelreu naar bewoonde wereld. Moeder en Vader Tom met hun zoon Tom

Augustus 1943. Lieve tante Ot. Allereerst hartelijk gefeliciteerd met je verjaardag als cadeau een takje witte hei uit onze nieuwe tuin. Wat jammer dat ik niet kan komen, maar met mijn verjaardag zien we elkaar weer. Gelukkig heel gauw. Maria komt och ook mee en Telly. Het nieuwe huis wordt prachtig. De tijd schiet nu zo geweldig op en dat werken bevalt me best, je voelt je weer voldaan. We denken 1 september te kunnen verhuizen. Wil oom Ton zijn fototoestel om het nieuwe huis te kieken meenemen. We snakken naar een grammofoon. Van de stomme piano is zeker niets terecht gekomen. Vraag aan oom Ton of hij nog carbid kan krijgen. Wat was het laatst toch gezellig, ik zal het niet gauw vergeten, als alles eens minder gunstig af zou lopen, dan is dat nog de laatste heerlijkheid geweest, waar ik nog lang op zal teren, maar dat dat zal gebeuren, is nu bijna geheel en al uitgesloten. Ik ben op het ogenblik zwaar verdiept in de beschrijving van de beklimming van de Mt Everest. Geweldig! Dat zijn mijn ideale toekomstdromen ook nog eens zo iets te kunnen ondernemen. Volgens het boek heb ik bijna al de ideale lengte = 1.77 1/2 m, want ik ben op het ogenblik 1.77 m met schoenen aan. Alleen het gewicht moet 73 kg zijn, maar dat komt er in de loop der tijden wel bij. Verder geloof ik ook wel dat ik er de mentaliteit voor ben. Als ik iets echt wil, gaat het ook! Van hier is er geen bijzonder nieuws, alles gaat hier rustig zijn gangetje. Nu lieve tante Ot, volgend jaar hoop ik bij je verjaardag te zijn en onder betere omstandigheden dan nu. Ik moet nu aan de arbeid. Tot ziens en veel liefs aan de hele familie. Telly incluis. Hartelijke groeten van Kees. P.S. Hartelijk dank voor de kranten (deze brief om veiligheidsreden zgn aan Tante Ot  alias mijn moeder)-.

Het nieuwe hol in aanbouw augustus 1943

Tussenvoegsel
In het boek "Ïk draag U op".  Systeem en werk der Nederlandsche Binnenlandsche Strijdkrachten getoetst aan de lotgevallen van locale eenheden (Apeldoorm en omgeving) Uitgave van Stichting '40-'45, Herfst, 1945
Op pagina 122 :

Bovenaanzicht van het op 26 September 1943 ontdekte studentenhol in de Wiesselsche bosschen te Apeldoorn. Naar men aanneemt leefden hier 6 studenten in.(foto: J.Muda).

De " inkomst" van het studenten hol. Ruim 3 maanden is er aan gewerkt.( foto: J. Muda).

Einde tussenvoegsel

8 september 1943 "Wat fantastisch dat het harmonium komt,door Ted en mij met gejuich ontvangen!"
Lieve familie.  Hartelijk bedankt voor de brief, dol gezellig. Ik heb ontzettend veel te vertellen, over ons nieuwe huis. 6 sept. zijn we er ingetrokken. De ruimte is niet te beschrijven. Alles is op het ogenblik zo heerlijk. Kort verloop van de tijd, die verstreken is. Ted en ik zijn aan het grote dak begonnen, terwijl Jopie en JanPiet het binnenwerk deden. In het dak gingen maar liefst 400 bomen, heel veel werk, precies een week over gedaan en nu het linoleum er op, in plaats van asfalt. Het gaat best. Daarna hebben Ted en ik de matrassen in de bedden gemonteerd. Het ging als volgt: met ijzerdraad een netwerk gemaakt en daarover kippengaas en dan een zachte stromatras. Je kunt indenken hoe heerlijk het is. Verend! en de afmeting zijn liefst 2 m en de onderste bedden 80 cm hoog kan er vlot inzitten Verder is de inrichting zie tekening. Ted en ik hebben verhuisd, terwijl JanPiet en Jopie nog bezig waren met het binnenwerk. Wat een rotzooi daaruit kwam, niet te beschrijven. Maar nu is de Wentelreu weer door een ringetje te halen, alles begraven en de vloer bedekt met scherp zand. Wel gek dit te verlaten na 4 maanden lief en leed met elkaar gedeeld te hebben. Maar dat we het er uit gehouden hebben is nog een raadsel. Hier staat nu alles keurig op zijn plaats. Ik wil hier nu voor geen geld weg en vooral met het harmonium en al die heerlijke boeken. Bully is nu knecht en vindt het heerlijk. Hij eet vooraf en zit bij de aanrecht in zijn livrei; bestaande uit een rood en wit gestreepte jasje met een rijbroek en een rode sjerp om, klaar om toe te schieten als wij zitten te eten. We wassen nu de handen voor tafel en trekken een colbertjasje aan. Echt een betere stand; wij zijn nu van bosadel. Jullie zullen wel denken , die apen toch! Maar je gaat je werkelijk als een Koning voelen. Wanneer je wakker wordt is alles heerlijk licht om je heen. De lichtvallen werken schitterend; in elke hoek van het huis kan je lezen. Wij hebben broeikasruiten gekregen van Meneer en Mevrouw Vinke en een lijst ruit van een schilderij. Een heeft van Gend en Loos er gebroken en een de verhuisfirma Gabriel en Smit (Ted en Tom). We houden nu nog over 2 broeikasruiten  en een lijst. We halen het er wel mee. Gisteren hoorden we het schitterend nieuws van Italië . De datum 6 november zal niet zo slecht uitkomen. We willen hier nog wellanger blijven. Maar nu zal je zien wanneer je het fijn krijgt, is het gauw afgelopen.
De pomp werkte niet en kan ook niet gemaakt worden maar nu kunnen we nog dichter bij water halen en wel bij het "Hoefijzer". Dat is een bof. De natuur is zoo prachtig. Wanneer Vader komt (liefst zo gauw mogelijk komen!) laat hij dan meenemen: Mijn rijbroek, en plusfour, colbertjasje, lange onderbroek, slaapzak en als het kan een deken. Misschien is het beter als jullie het sturen, want anders is het teveel. Verder schreeuwen we om grammofoonnaalden we bezitten er geen enkele meer! En een spons en het Engels Hymne boek. De distributiekaart is nog niet aangekomen. Jammer, dat jullie het nieuwe huis niet kunnen zien, want het is fantastisch! Het is hier al echt herfst, duizend spinnenwebben en nevels. Kan niet mooier! Aardig van Charles om mij die sigaretten te sturen. De Vinkes zijn goed vertrokken. Een felicitatie waard. Ik ben ongelooflijk trots op Telly, 9 jonge, dat is me even wat : f 900,- Jullie krijgen er toch eentje . Wat jammer van het Mommelen nest maar de oorlog  is dan toch al afgelopen. Je hoeft de krant maar te lezen - die zijn toch zo merkwaardig. Ontzettend zielig van Mevr. Tillmans en Heinz. Echt iets voor jou, Vader, om met je harde handen een zeehond een doffe dreun op zijn gedachtenkissie te geven. Heerlijk! Ik kan die harde vuist wel en kan me best begrijpen, dat die zeehond daar niet tegen kan. Ik moet eindigen, want ik moet aan het werk; ik lig nl. in mijn praalbed, de zon schijnt op mijn bed en lig te bekomen van het heerlijk ontbijt dat Bully ons gebracht heeft. Toast met paprica en roggebrood en daarbij heerlijke thee en de Gold Flake toe. We hebben hier een leventje als geen koning het ooit zal kunnen krijgen. Nu lieve familie, allen veel liefs en vooral mijn lieve Telly waar ik zo trots op ben als een pauw. Tom alias Cees.  Beste Maria hoe gaat het met je, ik wensch je veel liefs toe van Bully.  Vader kan je nog wat Hollandse gedichten meenemen.. Ik heb de twee boekjes verslonden, snak nog naar meer. Hebben we niet twee "Costers". Tot eind september. Liefst zo gauw mogelijk. Kan je nog een batterijtje krijgen voor een leeslampje bij mijn bed en wat geld, want ik zit op zwart zaad

Mijn schoolvriend en hockeymaat Heinz Tillmans moest in 1943 als geboren Duitser in Duitse Dienst in 1943

Vrijdag 17 september 1943 Lieve Familie, Hartelijk bedankt voor de brief, naalden en batterijen niet te vergeten de sigaretten , nog wel North State. Weet Essink ervan, dan zal ik hem maar een brief schrijven. Gisteren feest hier gehad, dol gezellig 11 mensen. Woensdag 15 september was het huis af, 38 dagen over gezwoegd, we waren dolblij, dat alles af was. Het is hier zo heerlijken 's-nachts  met die  burlende herten. Verder had ik nog vele wensen. Stuur maar een kistje als het teveel is. De kisten word aan gewerkt, maar bij Lou duurt nu eenmaal alles lang. De rijbroek is terecht, was bij Lou. Hoe gaat het met de radio, is hij al doorgemeten, de anoden en rooster batterij hebben we al, nu nog accu en radiotoestel! Zou je verder kunnen meenemen: kroniek Maria Magdalena Bach, Tschaikowsky, N. Berberow - kaarsen als het kan, platen om op te hangen bijv- mooie foto van Vader en nog een paar, dit nl om het huis mee aan te kleden. Gom s.v.p.! Metronoom. Ik kan zo gauw helaas niets bedenken. hartelijke groeten Tom. Verheug me dol op het harmonium!!nog 3 of 4 dagen. PS geef Vader nog wat enveloppen en postzegels mee.

Nog wat losse  herinneringen over de periode van 6 februari-23 september 1943, die anno 2007 heb opgeschreven.
Begin mei mochten de koeien naar buiten. Ik zal nooit vergeten de sprongen van blijdschap deze koeien maakten, verlost te zijn van het op stal staan.
Tijdens het paardrijden ben ik aan een groot gevaar ontsnapt. Op een bepaald moment zag ik net op tijd, dat er een staaldraad  tussen twee bomen gespannen was op keel hoogte,  kennelijk om ons het paardrijden in dat bepaalde gebied onmogelijk te maken. Het had niet veel gescheeld of mijn keel was doorgesneden of althans ernstig verwondt.
Op een bepaald moment was Lou Dobbelmann - waarom weet ik niet precies meer - gevangen gezet en lag in het ziekenhuis van Apeldoorn. Ted en ik besloten om hem daar te bevrijden. We hadden kleren voor hem meegenomen. Maar hij vond het niet nodig omdat hij gehoord had dat hij spoedig weer naar huis mocht gaan. Ted en ik zijn toen overmoedig naar een restaurant gegaan in Apeldoorn waar een piano stond. en ook veel Duitse soldaten. Ik kon het niet laten en ben gaan spelen. Geheel onverantwoord maar ja je wil wel eens een verzetje. We zaten toen al ondergedoken in het hol.
Lou vertelde ons dat hij op een nacht een seinpaal van de spoorlijn Apeldoorn- Amsterdam onklaar had gemaakt om daarmee de nachtelijke transporten  onmogelijk te maken. Hij deed zulke dingen dachten we op eigen houtje. Maar als hij later door de Duitsers wordt vermoord zou het best kunnen zijn dat hij verdacht werd lid te zijn van een verzetsgroep.
Jopie was ene groot liefhebber van oude Jazz muziek. Zo draaiden we veel platen van Bix Beiderbecke, Mugsy Spanier, Jack Teagarden etc.
Op een bepaald moment zagen we dat een huisje in het bos niet ver van ons hol werd bewoond door twee actrices uit Amsterdam. De ene heette Liane Saalborn, de dochter van de  bekende acteur Louis Saalborn uit Amsterdam. De naam van de vriendin ben ik vergeten.  Ted Vinke en ik hebben daar s'-nachts een bezoek gebracht en ik werd direct verliefd op Liane  en Ted op de andere. We waren door het dolle heen, toen we midden in de nacht terugliepen naar ons hol deed het me denken aan de episode uit het boek van Eric Remarque Im Westen nichts neues, toen Duitse soldaten een paar Franse meisjes tijdens de Eerste Wereldoorlog stiekem oppikten, allemaal erg romantisch!

23 september 1943 zou mijn vader ons komen bezoeken. Ik was al vroeg uit het hol gekomen om hem op te wachten. Opeens zag ik hem aankomen. Na onze begroeting sprongen op eens rechercheurs op me af en arresteerden mij. Ik schreeuwde uit alle macht om de 3 kameraden en Bully te waarschuwen. Kennelijk zijn ze via de luchtkoker weg kunnen vluchten, want toen de rechercheurs  in het hol kwamen bleek deze leeg te zijn. Ik werd met mijn vader naar het huis van Mill gebracht. Daar zat een rechercheur wat later bleek Doppenberg te zijn. We wachten op het busje dat mij naar het politiebureau moest brengen. Doppenberg legde zijn revolver op de tafel. Ik weet niet hoe het me gelukt is maar ik heb een koprol gemaakt en ben naar de deur gestormd. Net op het ogenblik dat Doppenberg wilde schieten kwam net het dienstmeisje voorbij lopen, zodat hij dan misschien juist haar had kunnen raken. Toen ik naar buiten rende viel ik precies in de armen van een Duitse politiechef, die met het busje aankwam en werd ik voor de tweede maal gearresteerd. In het busje mocht ik nog dit volgend briefje aan mijn Moeder schrijven.

Het huis  'de Zandhegge' van Mill Le Fèvre de Montigny-Verloop door brand verwoest in 1945

23 september in politieauto voor huis Mill: Lieve Moedertje. Het is dan toch gebeurd. Ik sla me er best doorheen, lang zal ik niet in hun handen blijven. Gelukkig heb ik niemand verraden, dat is voor mij zo'n heerlijk gevoel. Het ergste is het voor jullie en Mill,Truud, enz. Door mijn doen zijn de anderen weggekomen, met dat gevoel ga ik alles met opgewekt gevoel tegemoet. Net een wild west film! Handen omhoog ! En daar zat ik. Maar voor de Duitsers zal ik nooit iets uitvoeren. Maak je nou niet ongerust. Het is wel een merkwaardige sensatie. Ik heb nog geprobeerd te ontvluchten. Helaas niet gelukt. Ik word nu nog meer in de gaten gehouden. Alles is verraden werk!! Ik zal nu wel veel aan jullie denken. Zoo moest het zijn. Alles zal regkom. Nu lieve, lieve Moeder, een ontzettend dikke zoen van je oudste zoon. Het zal best gaan hoor!!. Vertrouw in de dingen. Laat dat genoeg zijn. Dag Dag. Lieve Elsbeth en Maria. Lieve schatten, maak je niet ongerust over mij. Ik kom wel op mijn beide pootjes terecht. Ben onder een goed sterrenbeeld geboren. Ik bof heus altijd. Denk aan de voorspelling van oom Jacques. Het wordt een belevenis. En dat is ook wat waard!!! Daar wordt je rijker van. Lieve schatten, het beste en veel zoentjes. Tot over 2 maanden, want dan is de oorlog afgelopen. Tom. Doe Telly ook een zoen op zijn oortje.

2 dagen gezeten in het politiebureau te Apeldoorn. Verschrikkelijke tijd. Verhoord door de politiechef Doppenberg. Hij hamerde steeds door over anderen onderduikers. Stom genoeg heb ik een dagboek bijgehouden tijdens onze onderduikperiode. Dit hebben ze gevonden! Hieruit bleek dat we contact hadden met andere onderduikers, o.a Joden waarvan een naam mij nog is bijgebleven een zekere Juda, een broer van de bekende violist Jo Juda. Tot mijn afgrijzen zag ik opeens vanuit mijn cel in de gang de Joden die we kenden uit het bos opgebracht worden. Zou dat door mijn toedoen zijn geweest? Met deze verschrikkelijke schuldgevoelens heb ik daar in dat kleine celletje gezeten. Op de lijst van gevangenen, die ik per ongeluk zag stond bij mijn naam: Vluchtgevaarlijk. Er gingen geruchten dat ik zou worden ontzet. Vandaar dat ik iets eerder onder geleide van een politieagent via de autobus van het openbaar vervoer werd gebracht naar de Sicherheits Dienst te Arnhem. Men werd mij verteld .dat ik het niet in mijn hart zou hebben om te ontvluchten aangezien dan de zgn goede politieagent daarvoor verantwoordelijk gesteld zou worden. Deze man smeekte mij om niets van een vluchtpoging te ondernemen. Hij had vrouwen kinderen, terwijl ik in vergelijk met hem niets had te verliezen. Zo kwam ik in een klein celletje terecht samen met een verre tante van mij! Na enkele uren, toen het al donker was, werd ik zonder te zijn verhoord gebracht naar het huis van bewaring van Arnhem en ondergebracht op de ziekenzaal waar andere politieke gevangenen waren gehuisvest.

Vanuit het huis van bewaring schreef ik op 28 september 1943 een brief . Gevangene nummer.ZZ3860
Lieve, Lieve Familie : Ontzettend bedankt voor de milde gaven, het was overdonderend, de zaal mensen  waren in extase. Wij zijn met 8 mensen. Het verhoor is achter de rug, ik heb een protocol getekend en geen verdere complicaties. Over een tijdje word ik naar Amersfoort getransporteerd en daarna naar Duitsland. Het transport, dat vandaag weg gaat heb ik gemist, daar het verhoor langer geduurd heeft, was vanochtend pas om half een klaar. Om vader te zien was wel ontzettend fijn. Het is wel moeilijk om jullie een tijd niet te zien maar houd moed!  Maar je moet deze tijd maar beschouwen om iets te leren en je leven rijker te maken, het is vast ergens goed voor. Je moet geheel buiten je zelf leren staan en niet alles op je zelf betrekken. Maak je maar niet ongerust, ik zal best door dezen tijd komen !! Wat er nog komen mag. Willen jullie per postwissel b.v. f 50,- storten voor de cantine. Verder kan de vuile was hier afgehaald en de schone was gebracht worden. Levensmiddelen en andere dingen mag ik hier niet ontvangen. Doe liefs aan alle kennissen zeg hen dat ik erg dankbaar ben, dat ze meeleven. Doe speciaal de groeten aan Mill en Truud en zeg dat ik ze eeuwig dankbaar ben en mijn lieve grootouders en vrienden in Aerdenhout. Mevr. Tillmans zeggen, dat ik zo met haar mee kan voelen.  Nu mijn lieve Moedertje je weet hoeveel ik van je hou, met dit schrijven moet ik bekennen dat ik een traan wegpink, Vader, mijn beste Vader als ik aan je denk, denk aan een trouwe vriend, waar ik na de oorlog bergtochten mee ga maken. Elsbeth en Maria, dag mijn lieve zusters jullie weten hoeveel ik van jullie allemaal houd. Dag!!Hou je taai. Heb vertrouwen. Jullie kunnen schrijven voor den 15e Oct, dan mag ik hem krijgen. Dag! Geeft Telly een zoentje en alles wat mij zo dierbaar was . Tot weerziens !!!

Huis van Bewaring Arnhem 6 october 1943 ZZ 3860
Lieve familie. Ik zit op het ogenblik erg verlegen om geld, daar ik niets in de kantine kan  kopen wat hier wel heel erg lastig is. Ik schreef dat reeds in mijn eerste brief, maar misschien hebben jullie dat niet goed begrepen. Verder hier alles goed, mijn lieve familie het allerbeste en ontzettend veel liefs van je zoon Tom P.S. Jullie zullen wel verbazen dat ik niets over me zelf in zet, maar dat mag over drie maanden pas  of wanneer ik naar Duitsland getransporteerd wordt, of eerder nog. Veel liefs.

Huis van Bewaring , 14 oktober 1943. Lieve familie Ik hoop dat deze post jullie nog zal bereiken. Jullie zullen wel niet begrijpen, dat ik Moeder een briefje voor Mill meegaf, maar dat epistel kon ik nog in de haast meepakken toen ik geroepen werd voor bezoek. Ik heb ook nog briefjes voor jullie boven, maar kon ze niet vinden. Wat heerlijk was dat bezoek van Moeder, totaal onverwachts en dat pak, ik sprong huizenhoog toen ik het openmaakte met het bericht, dat ik waarschijnlijk niet naar Duitsland ga en dat er nog niemand opgepakt is, Lou of iemand anders. Wat een onbeschrijfelijk geluk. Daar had ik heel wat angstige uurtjes over gehad! Toen ik geroepen werd dacht ik natuurlijk: waarvoor kan dat nu zijn. Jullie mogen me toch helemaal niet opzoeken. Maar opeens hoorde ik Moeders stem. Wat een enorme verassing was dat en al die goede berichten. Het komt ook omdat Breit er nog al pret in had. De juffrouw, die bij het verhoor zat heeft vast iets met mij op, want ze heeft ook bewerkstelligd , dat ik bedenktijd kreeg, wat mijn geluk is geweest. Het pak was net vooroorlogs !Fantastisch! Op de zaal met groot enthousiasme ontvangen. Kunnen we best gebruiken. Ik zal een beschrijving geven van het leven op de zaal en de mensen. Wij zijn op het ogenblik met z'n zevenen. Er komen er soms bij en gaan weer af. De zaal is het neusje van de zalm. De andere zalen hebben geen ramen, die je open kunt schuiven voor frissche lucht. Aan de wand zijn allemaal tekeningen gemaakt en plaatjes wat de huiselijkheid erg bevordert. Je hebt in deze zaal niet het gevoel, dat je in een gevangenis zit alleen die tralies voor de ramen en de ijzeren deur. Daarmee heb ik het reuze getroffen. Nu we die pakjes krijgen is het hier best; maar het voedsel, dat we van het H.v.B. krijgen is niet genoeg voor mijn maag. Er is hier een Mijnheer R. van den Boogaard; hij heeft met Robert Boissevian in Batavia gewerkt. Hij mag pakjes krijgen. Wanneer iemand schoon goed voor me brengt dan kan deze ook een pakje sturen aan mevr.  J. Kuyt Schuttersweg 125 Apeldoorn niet naar Buwalda, Noord-Apeldoorn zoals ik in het eerste epistel schreef. Dit mag levensmiddelen bevatten. Verder graag correspondentie in de manchetten van hemd of pyjama. Liefst in een... hemd en dat je bijna niet kunt voelen. Op een heel klein papiertje, dat niet kraakt, zoals dit W.C. papier en zo klein mogelijk. Dit is een pracht middel maar uiterst voorzichtig hiermee want anders krijg ik straf. Wanneer er bijv, een colbertjasje of iets diks is is dat dan beter hierin. Verder heb ik nog enkele wensen, die jullie bij het schone goed kunnen doen: lage schoenen, houten mesje, colbertjasje of plusfour broek; stopgaren, tandpasta, sloop. Als het mogelijk liefst zo gauw mogelijk want ik kan natuurlijk elk ogenblik naar Amersfoort gaan. Nu nog verder over de zaal. Er is een presidium met een praeses, dat zijn de 3 oudst gedienden. Door de morgen - en avondwijding ben ik begonnen de bijbel te lezen en een boek over het Kath. geloof; ik ben het er niet mee eens, maar ik weet er niet veel van en daarom is het wel,uiterst interessant dit te bestuderen en een mooi tijdverdrijf. Verder houd ik nog een dagboek bij. De bibliotheek is hier niet slecht maar jammer genoeg mag ik geen eigen boeken hebben zoals Hamlet, dat is heel erg jammer. Daar snak ik werkelijk naar. De dag gaat hier snel om. Het scheelt enorm, dat ik met mensen van eigen slag zit, dat wordt speciaal geregeld door de directeur dat is wel heel prettig. Er zit hier ook een Transvaler en een journalist uit Enkhuizen. Verder een jongetje van 15 jaar. Zijn vader en oud kantonrechter uit den Haag oud 67 jaar. Hij kende Grootmoeder Hilda goed. Hij heet Philipse. Er zit ook hier ook een journalist uit Eindhoven, Zoetmulder. Het kantinegeld is goed ontvangen. Wat we uit de kantine krijgen is niet zo gek. Om de dag een sigaret en soms een week om de dag een sigaar. Het is hier dus niet zo gek. Alleen zit je achter slot en grendel en dat is niet zo'n leuk gevoel, maar ik sla me er best doorheen. Over mij geen zorgen, maar ik hoop van harte dat ik niet naar Duitsland wordt getransporteerd, dat is mijn vurigste wens. Ze mogen me nog best 3-4 maanden in Amersfoort stoppen. De toestand is niet zo gek op het ogenblik; Azoren, Badoglio en Rusland gaat het ook best. Vandaag is het precies 3 weken geleden, dat ik gepakt werd; het lijkt veel langer en toch ook weer korter, want de tijd gaat nu ook wel vlug. Wat is het toch mooi weer en nu zit ik achter de tralies, Nu is het hol te heerlijk om daar te zijn. Weet wel hoe fijn het is vrij te zijn en doen waar je zelf zin in hebt.: "but is war.....". Maar een troost is na den oorlog komt vrede, het lijkt zo veraf, wie weet is het toch gauwer dan wij verwachten. Nu pas apprecieer ik goed wat ik veel heerlijkheid heb gehad. Met z'n vijfjes bij elkaar,  niet te vergeten onze lieve Tep. Ik mis het erg; ik heb het toch wel enorm getroffen met jullie en dan de Duinpan en de gezellige grote kamer, de haard en niet te vergeten de piano. Daar zou ik alles voor willen geven om een dagje in de Duinpan te vertoeven. Een voordeel van deze tijd is wel, dat ik het hierna dubbel  zal appreciëren. Op het ogenblik heb ik de foto's van jullie voor me. Als het mogelijk is stuur dan ook nog wat foto's bij het wasgoed, misschien wordt het doorgelaten. Nu lieve familie, nu nog even een woord tegen ieder apart.
Lieve Moedertje, Wij kunnen het toch zo best met elkaar vinden. Vaak zijn we heftig tegen elkaar in gegaan omdat we allebei nogal temperamentvol zijn. Maar dat weegt toch lang niet op tegen de keren dat we zo heerlijk met elkaar gesproken hebben. Je hebt er heel wat last van gehad en moeilijkheden, maar toch heb ik door jullie een opvoeding gehad, waar ik niet gauw een tweede zou vinden. Al die fouten van mij, waar jullie je soms zo bezorgd over gemaakt hebben, zijn, geloof ik, zover teruggedrongen, dat ik het leven aan kan, zonder dat de slechte eigenschappen overheersen. Vooral deze laatste maanden en weken hebben daar veel aan geholpen. Ik ben geheel anders geworden de laatste tijd. Vele rustiger en minder op mezelf ingesteld. Ook zeggen ze hier vae van me dat ik hulpvaardig ben, wat ze ook in de laatste tijd in het hol hebben gezegd. Maar de grootste deugd van jullie opvoeding is wel dat jullie een band tusschen ons vijven hebt geschapen die enorm sterk is en we daardoor veel meer tot contact zijn gekomen en daar mogen jullie werkelijk trots op zijn en vooral dat jullie beiden zo goed met elkaar zijn geweest. Moedertje , weet je wat altijd zo gezellig was, dat alles er zo fris en kleurig uitzag in huis. Leuke inrichting en alles met veel smaak. Verder hebben jullie alles voor me over gehad, al moesten jullie krom liggen. Daardoor ben ik misschien wel verwend geworden, maar dat is er toch geheel uit. Want ik kan niet van me zeggen, dat ik verwend ben. Nu mijn lieve Moedertje, gauw zal ik je weer zien en een zoentje mogen geven, op het ogenblik doe ik het nog schriftelijk. Dag, lieve schat, je liefhebbende zoon Tom.
Beste trouwe Vader. Wanneer ik dit schrijf , denk ik aan een vader waar ik op aan kan, een Vader , die zooveel voor me over heeft gehad en een Vader,waar ik zo gezellig wandeltochten mee gemaakt heb en zal maken. Wat hebben we toch al leuke dingen samen gedaan en op zoo'n kameraadschappelijke manier. Denk maar aan de tocht naar Contamines en de Boschplaat enz. enz. Après la guerre. Dan zullen we samen wandelden in Ierland of Dolomieten. Nu beste Vader , een stevige vijf van je oudste zoon Tom. Mijn lieve zustertjes Elsbeth & Maria. Wat mis ik jullie toch met je gezellige gezichtjes. Maria met repeteeren  gaat 't goed en Elsbeth met Krishnamurti.Wat zou ik jullie graag even zien maar dat kan niet enen we moeten er maar in berusten en denken, dadelijk komt onzen tijd. Wat hebben we het toch getroffen met ons vijfjes. Die gezellige Duinpan , waar zo'n intens gezellige sfeer hangt.Weet je wel de krekel in de haard en het gezellige kerstmaal met plumpudding en brood op bed met "salute the happy morning".enz. enz.. Wat een herinneringen. De heerlijkheid ervan besef je pas goed wanneer je 't niet meer hebt. Nu lieve schatten, innige zoentjes van jullie broertje Tom. En geef Tepke maar een zoentje en een poot van het baasje. Verder moeten jullie alle menschen, die met me meeleven de hartelijke groeten doen en vooral aan hen, die de vijand... en aan alle familieleden en Grootvader Oesgtgeest de hartelijke groeten. Nu lieve familie ontzettend veel liefs van jullie aller Tom, het is een heerlijk gevoel, dat er zooveel mensen met mijn lot meeleven Veel liefs.

17 october 1943. Nog een extra epistel. Als er nog tijd is kan dit ook nog mee. Ik heb hier een zeer gezellige zaal. 's-Ochtends om 6.45 bedden opmaken enz. enz. Om half acht ontbijt. 3 boterhammen - niet te veel. En daarna ochtendwijding. Om beurten leest iemand een stuk uit den bijbel voor. Ik ben hiervan natuurlijk uitgezonderd. Wel ben ik erg aan het lezen in den Bijbel en een boek uit de bibliotheek van het Katholieke geloof. Om 11 uur worden we gelucht. We worden dan in een kooi gelaten. 4 muren en boven tralies en dan de buitenlucht. Het plaatsje is niet groter dan 50 vierkante meter. 12.00 gaan we we eten. We krijgen dan 1 1/2 liter prak. Dat is zeer goed en ook wel genoeg voor een paar uurtjes, maar om 4 uur begint de honger en dan s-avonds 3 boterhammen met garnalen of appeltje. Van de kantine krijgen we per week: 6 appels, 1 ons suiker, 30 gr boter, bouillonblokjes, porties garnalen en bliek en als je hier 14 dagen bent een pot stroop, dat gaat dus best. Alleen mag ik hier geen boeken hebben, wel van de bib. Wij zijn hier met zijn achten. Erg aardige mensen. Gelukkig dat ik de laatste tijd in het hol al geleerd heb niet te veel aan mijzelf te denken, waarvan ik op het ogenblik veel plezier van beleef. Ze mogen me hier graag. Gisteren heb ik een referaat gehouden over de N.Z.H.R.M.  Het ging goed. Mag deze tijd minder plezierig zijn, toch heb ik er al veel van geleerd, meer dan helaas onder gunstige omstandigheden. Zo zie je weer,dat je overkomt is niet voor niets en overal is  een reden voor. Er zullen nog moeilijkere tijden komen, maar die zijn er om te overwinnen!! Ik denk vaak aan den gulden tijd in het hol. Wat hebben we daar veel plezier gehad. Om op mijn vrije voeten te lopen lijkt mij zo onzalig ver af en zo onbegrijpelijk, dat ik volkomen gek zou worden wanneer ik weer vrij zou zijn.
Ook een voordeel van gevangen zitten is dat na de oorlog je er dubbel van zal genieten en dat je wel ontzettend veel geleerd zal hebben, wat je in je latere leven. Nu mijn allerliefste familie, ik zal maar niet sentimenteel worden want dat geeft toch niets. Don't worry: hoop en vertrouwen en Holland  zullen wij houden. Vaak denk ik nog aan mijn vrienden en Bully. Waar zouden ze nu zijn. Help hun en laat ze niet gepakt worden. Dat is voor mij wel de grootste troost, en iets waar ik vaak op teruggrijp, dat ze door mijn toedoen niet gesnapt zijn!! Dag - veel liefs Tom. PS Graag verzocht rubberlaarzen, kaartspelen. Stuur in de pakjes naar H.v.B. levensmiddelen zooals appelen en roggebrood. Wie weet komt het door, Niet naar Amersfoort. Blocnote s.v.p.!

Arnhem Huis van bewaring October 1943 Lieve Familie. Briefkaart ontvangen. Dank. Hoop erg dat het met het pakje lukt. Verder krijgen jullie eerstdaags uitvoerige correspondentie van  mij. Wees dus gerust, wat heerlijk dat het nu definitie zeker is dat Lou en de ouders niets zal gebeuren. Wat een bof toch. Daar heb ik toch de meeste bange uurtjes door gehad. Hoop dat ik lang in Amersfoort mag blijven, al zou het een jaar zijn. Ik zal er alles voor geven om niet in D. te werken. Maar houd moed. Over Amersfoort ben ik niet pessimistisch over  het stelen,  want daar zitten allemaal studenten. Zou graag willen hebben rubberlaarzen, houten mesje colbertjasje, stopgaren, tandpasta, sloop, blocnote, medicijnen, zoals aspirine. Verder in het schone wasgoed wat levensmiddelen stoppen. Doppenberg heeft 3 schoten in zijn buik gekregen!!! Wat hoop ik dat de jongens uit de klauwen van de vijand zullen blijven . Mijn doel op het ogenblik is er zoo goed mogelijk door heen te komen en rijker vandaan te komen, iets waar je je leven wat aan hebt. Ik zit nu eenmaal in het schuitje en moet proberen het hoofd boven water te houden. Make the best of it.  Gelukkig maak ik over jullie geen zorgen, want jullie weten van me en vertrouwen er op dat ik goed en gaaf uit den strijd zal komen om me dan te melden voor de bevrijding van Ned. Indië. Leve het Vaderland en de Koningin!! De briefjes graag ingenaaid in de rechter mouw of rechter zoom!Verder is en goed middel een scheerstaaf en dan een kokertje met een briefje. Dit gaatje opvullen met zeep. Dan stuur ik hem weer terug met het z.g bericht dat ik geen scheerzeep maar toiletzeep nodig heb. In Amersfoort zal het moeilijker gaan. Als je maar kleine briefjes maakt en heel fijn schrijven. s.v.p. een briefje aan Mevrouw Philipse schrijven,  Parkhotel Velp. Dat Mijnheer Philipse het goed maakt en het briefje met het bericht over het kleinzoontje ontving. Verder erbij schrijven dat Mijnheer Philipse het prettig met mij heeft en verder van mij uit. Mijnheer Ph houdt zich best en is erg aardig. Verlangt erg naar zijn vrouw en wenst haar veel sterkte liefs en sterkte toe. Hoop erg jullie nog eens even te zien. Groet verder alle vrienden en kennissen en zeg hen dat ik erg dankbaar ben dat ze zo met mij meeleven. Het is een tijd vol ellende maar toch "Sal alles regkom", moed en vertrouwen en wij zullen Holland houwen. Tanden op elkaar. Ik hoop van harte dat jullie alle correspondentie ontvangen hebt en wacht met nieuwsgierigheid af wat ik zal ontvangen. Mijn horloge is kapot. Het opwindschroefje is afgebroken, misschien kunnen jullie het laten solderen.  Ik mis het erg. Verder oneindig veel liefs aan lieve Mill en Truud. Wat ben ik dankbaar voor alle goede zorgen, die ze aan ons besteed hebben.. Op de ziekenzaal waar ik nu zit heb ik het best, maar zien dat ik hier binnen enkele dagen naar Amersfoort ga. Het onderling samenzijn is hier heel gezellig en zeer prettige mensen. Hier zou het  nog niet zo gek zijn Nu dag lieverds. Met hoop op de toekomst ziende, groet ik jullie allemaal Tot spoedig ziens -dag- Tom

Gedeelte van een gesmokkelde brief van woensdag 20 october 1943 uit het Huis van Bewaring in Arnhem

Huis van bewaring, Arnhem.20 october Lieve familie. Nog even een kort berichtje: Wat een rare dag was het gisteren aan de ene kant een prettige dag, maar aan de andere kant een harde, trieste dag. Een enorme slag was het voor mij dit te horen. Heb veel verdriet gehad om onze beste trouwe Lou *). Vandaag is hij dan begraven. Ik kan het me nauwelijks voorstellen, dat Lou voorgoed afscheid van dit leven heeft genomen. Het was zo'n levendige, eerlijke, zuivere man, die voor iedereen spontaan klaar staat. Nu door een moordenaarshand gevallen. Hij kreeg als represaille voor Doppenberg ook drie schoten in zijn buik toen hij de deur opendeed van zijn landhuis. Gisteravond had ik voor het eerst een avond wijding, dat voor mij alleen bestaat uit het lezen van een stuk uit de Bijbel zonder gebed. Ik vind het prettig want ik ben door deze tijd veel uit de bijbel gaan lezen. Het is interesseert me en vooral het nieuwe testament, wat Jezus gezegd heeft is zo toepasselijk op deze tijd. Naar aanleiding van Lou heb ik gisteravond uit Mattheus gelezen. De kruisdood van Christus. We moeten dit bericht van Lou aanvaarden, zoals het is en niet zich ertegen verzetten en zeggen dat het zo onrechtvaardig is. Met hart en ziel ben ik vandaag bij de begrafenis geweest, het heeft me moeite gekost niet te huilen, ik zag vader al spreken namens ons.:Lou in een kist, zijn handen en gezicht doodstil, niet voor te stellen eenvoudig. Het lijkt allemaal zo onwezenlijk. Ik heb dadelijk een briefje aan mevrouw en Liesbeth geschreven, dat waarschijnlijk morgen of overmorgen haar zal bereiken. Dit briefje krijgen jullie van een notaris uit Elst, die hier op zaal zit en waarschijnlijk vanavond of morgen weggaat. Gisteren was het hier een rare dag. s-Ochtends ontvingen 2 van  ons een doodsbericht .Mr Philipse van zijn kleinzoontje, dat aan difterie is gestorven is. Erick Leissner (een Duitse deserteur) van zijn broer, die gesneuveld is aan het Oostfront, daarna kwam het bericht van de goede oude Lou. Ik was erg aan hem gehecht, het was een groot verlies. Nu aangaande het bezoek. Allereerst ontzettend bedankt voor het grootse pakket.  Heerlijk eenvoudig! De hele zaal was enthousiast over het pakket. Vooral het tarwebrood evenals het vorige pak. Wat was het een verrassing, dat ik Moeder zo plotseling weer zag en van dat naar Duitsland gaan is ook gunstig Stel je voor dat ik op een boerderij in  Beieren een plaatsje kreeg bv in de bergen. 's-Ochtends met de koeien met bellen op een alpenweitje brengen, maar ik zie alles weer veel te optimistisch. Maar de mogelijkheid, dat ik niet in een Lager in D. kom is zeer gunstig. De  brief van vader goed ontvangen! Deze Correspondentie goed volhouden.  Schrijf s.v.p ook oorlogsnieuws. Nu familie, het allerbeste met jullie. De tijden zullen keren en dan komen wij aan de beurt. Ik maak het best en zal me er best doorheen slaan. Ik vat het als een taak op om andere mensen te helpen en er zelf rijker van te worden.  Met het briefje van Mill was ik erg blij mee, dat iedereen aan me denkt en dat de jongens zo dankbaar zijn. Nu lieve familie veel liefs van jullie aller Tom. Ps het horloge is helaas kapot, zouden jullie het knopje er weer aan kunnen laten solderen. Verder moeten jullie alle mensen die aan het pak medegewerkt hebben en al degenen die met me meeleven, het viertal: Richard, Hein, Charles, Jan hartelijk bedanken voor het medeleven. En de boter van Mill. Sturen jullie de gewenste boeken wanneer ik ze mag ontvangen. Dag extra bericht Donderdag Briefje in koek gevonden. Hartelijk dank Veel liefs Tom.

*) Louis, de jongste van vier kleinzonen, werd vernoemd naar zijn grootvader Louis Romuaid Hubert Dobbelmann. Hij werd geboren op 1 juli 1911 en kwam 32 jaar later om het leven door een z.g. 'Silbertanne' -moord**)
In de vroege ochtend van 16 oktober 1943 meldde zich bij de familie Dobbelmann een jongeman met de vraag of hij kon komen onderduiken op de boerderij. Terwijl hij bij de voordeur door Lou te woord werd gestaan trok de jongeman zijn revolver en loste drie schoten op hem, twee in zijn borst en één door zijn hoofd.
Op indrukwekkende wijze voltrok zich op 20 oktober de teraardebestelling op de Algemeene Begraafplaats te Apeldoorn. De stoet was, voorafgegaan door twee motorrijders, in snelle vaart van het sterfhuis naar het kerkhof gereden, waar een enorme menigte achter dranghekken de overledene opwachtte. In tegenstelling tot de Rotterdamse Pastoor en de Deken Joseph Dobbelmann uit Arnhem, die vreesden dat hun aanwezigheid bij een begrafenis in 'ongewijde aarde' als een demonstratie tegen het gezag zou kunnen worden opgevat - zo luidde immers het excuus van broer Joseph voor hun afwezigheid wilden deze mensen van hun komst bewust wel een demonstratie tegen het gezag maken; Lou' gewelddadige dood was voor hen een aanleiding om blijk te kunnen geven van hun anti-Duitse gevoelens, met alle risico's van dien, zoals gevangennamen, of deportatie naar Duitsland. Velen voerden het woord, onder wie enkelen door hun maatschappelijke status wel zeer veel riskeerden, zoals de generaal Sillevis, die gedurende de mobilisatie met Lou bevriend was geraakt toen deze als luitenant verbonden was aan de generale staf, en de directeur van de door de Duitsers opgeheven Noord- en Zuidhollandse Reddingmaatschappij, de heer Tom de Booy, wiens zoon tot kort daarvoor een van Lou's onderduikers was.  (Uit boek van Liesbeth Wezelaar-Dobbelmann : Louis Dobbelmann 1837-1901 .Uitg. Van Soeren & Co Amsterdam 1997 pagina 143 + onderstaande foto)


Louis Dobbelman vermoord 16 oktober 1943 (foto uit boek van Liesbeth Wezelaar-Dobbelmann: Louis Dobbelmann 1837- 1901 Uig. Soeren en Co)

**) 'Silbertanne' was het codewoord voor een vergeldingsactie. ingesteld op instigatie van de Duitse overheid om de pro-Duitse Nederlanders te beschermen tegen aanslagen van de illegaliteit. Deze actie bestond uit een sluipmoord, uitgevoerd door leden van de Germaanse SS op mannen waaraan bij de Duitsers bekend was dat ze anti-Duits waren en illegaal werk deden. Verder moesten deze 'moreel en geestelijk ontspoorden' een zekere bekendheid genieten in hun woonplaats of in den lande, dit met het oog op het effect van de moord. De moorden werden in de plaatselijke pers vermeld, ook werd er van 'Nederlandse' zijde een justitieel (schijn)onderzoek gedaan, om ieder spoor van herkomst van de daders te verhullen. In het tijdvak van september '43 tot april '44 zijn 33 dodelijke slachtoffers gevallen tengevolge van deze sluipmoorden, onder welken  Lou Dobbelmann. (Zie hiervoor dr. L. de Jong. Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog).

(Tussenvoegsel geschreven 15 oktober 2010
Uit het boek van Inger Schaap Sluipschutters De Sibertanne-Moorden in Nederland 1943-1944. Just Publishers 2010. ISBN 97890 8975 1362 Pagina 86, 87:
16 oktober 1943, Apeldoorn
De tweede Silbertanne-actie in Nederland vond plaats in Apeldoorn. De aanslag mislukte in eerste instantie want het beoogde slachtoffer, de landbouwer en grondbezitter L.R.H. Dobbelman, was niet thuis. Dat gebeurde wel vaker - om de risico's van zijn illegale activiteiten wat in te perken sliep hij sowieso al niet meer thuis. Wegens de volhardendheid van de SS'er Adolf de Man werd Dobbelman toch het slachtoffer van een sluipmoord. De moord was een vergelding voor de aanslag op Jannes Doppenberg, een zeer gevreesde onderluitenant van politie. Het was een NSB-politieman, die achter de Joden aan zat en voor de SD in Arnhem werkte. Ik kende de man niet eens. Ze moesten hem mij aanwijzen,' verklaarde een verzetsman wiens identiteit verder niet wordt onthuld in het boek Blik Omhoog. Naar aanleiding van de aanslag werd besloten tot een Silbertanne-moord. Het hoofd van de SD in Arnhem Thomsen gaf zijn rechterhand Arno Huhn de opdracht de moord uit te voeren en gaf hem een lijst met de namen Dobbelman, Kalf, Mees en Schemerhorn. Ook had hij contact gehad met Feldmeijer, die de SS'ers Adolf de Man en Gerrit Jan Koopman naar Arnhem stuurde. Zij werden door Huhn ingelicht. Ze klaagden over de kwaliteit van hun wapens en kregen daarom beiden een pistool van de SiPo. Ook kregen zij Engelse munitie mee, opdat de aanslag op een verzetsdaad zou lijken. De Man was er van tevoren al op uitgestuurd om vooronderzoek te doen. Hij had het huis van Dobbelman geïnspecteerd en er ook aangebeld. Hij deed zich voor als onderduiker en omdat Dobbelman niet thuis was, althans zo had zijn vrouw gezegd, sprak De Man af dat hij binnenkort terug zou komen. Op 15 oktober reed de dienstauto met daarin chauffeur Janszen, Huhn, De Man en Koopman naar het huis van Dobbelman. De mannen stapten uit terwijl de auto een eindje verderop geparkeerd. werd. Dobbelman was weer niet thuis. Onverrichter zake kwamen: de mannen terug bij de auto en besloten naar de tweede persoon op hun lijst te gaan: Kalf. Toen deze ook niet thuis bleek te zijn, reden ze terug naar het kantoor van de SD. De Man gaf het niet op en de volgende dag trok hij samen met Huhn en de chauffeur weer naar het huis van Dobbelman. Terwijl Huhn in de auto wachtte, belde De Man aan. Dit keer was Dobbelman wel thuis; hij werd bij zijn voordeur doodgeschoten. De Man snelde terug naar de auto waarop Huhn hem weer naar het kantoor reed. Arno Bernhard Huhn werd mede voor zijn aandeel bij deze moord na de oorlog veroordeeld tot levenslange gevangenisstraf. De in Potsdam geboren Duitser werkte aanvankelijk bij het SD-kantoor in. Arnhem. In het laatste oorlogsjaar kreeg hij de leiding over het SD-kantoor in Velp en werkte vervolgens nog in Lunteren. Behalve de moord op Dobbelman werd hem ook medeplichtigheid aan de Silbertanne-moorden op Boes, Bromet en Mees ten laste gelegd. Zijn raadsman bracht in dat Huhn 'geenszins bekendstond als een onmens en blijk gaf van een welwillende behulpzame houding. Incidenteel bemoeide hij zich met represailles, maar dan als figuur op de achtergrond.' In 1950 werd zijn straf omgezet in zeventien jaar celstraf

Over de moordenaar van Louis Dobbelmann de volgende passage uit het boek van Inger Schaap, pag 53-54:
Adolf De Man was een van de weinigen die al voor de vorming van. het Sonderkommando betrokken was bij de Silbertanne-actie. In opdracht van zijn Standaardkwartier had hij in oktober 1943 Dobbelman en Boes doodgeschoten. De Man (1915) werd in Duitsland geboren. Voor de oorlog werkte hij als kranenmonteur. In juni 1940 meldde hij zich bij de Waffen-SS en werd ingezet aan het oostfront. Hij raakte ernstig gewond als gevolg van een Herzkammerschuss en werd daarom eervol ontslagen in november 1942. De Man raakte als gevolg van zijn verwondingen lichamelijk gehandicapt. Hoewel hij tot het Sonderkommando Feldmeijer behoorde, hoefde hij de opleiding aan Avegoor niet te doorlopen. Wel werd hij beoordeeld; hij was langzaam, had de neiging tot kritiseren en schoot vreselijk slecht. Het advies luidde dan ook om hem een kantoorbaan te geven. In september 1944 vluchtte De Man samen met zijn vrouw en schoonmoeder, waarna hij bij verstek veroordeeld werd tot levenslang vanwege twee moorden. De Nederlandse journalist Jack Kooistra slaagde er in 1980 in hem op te sporen in het Zuid-Duitse Hegge. De Man werd niet uitgeleverd.
Einde Tussenvoegsel)

Vervolg dagboek 1943

Datum onbekend maar in ieder geval na 23 september en voor 2 december. Brief van het joden jongetje in het hol Bully. Hij was samen met Ted en Jopie ondergebracht bij de zuster van Lou, Liesbeth Wezelaar-Dobbelmann(overleden in 2003) en haar man in Loenen aan de Vecht. De vader van JanPiet Vasseur vertrouwde het allemaal niet en zorgde dat JanPiet naar een ander onderduikadres ging waar hij veilig en wel de oorlog heeft doorgebracht.
Beste Tom, Hoe gaat het met jouwen, je huisgenoten? Ik hoop van goed, wat ik gelukkig van allen melden kan, Je zult wel vreemd opkijken dat je een brief van mij krijgt maar ik had er erg veel zin in om je te schrijven en heb ik het maar gedaan ook,  daar ik veel belang in jou en je vrienden stel. Van mijzelf kan ik weinig schrijven, dar ik niets meer beleven kan. Ik ben je in de zon zittend aan het schrijven, wat erg leuk is. Op school gaat 't wel goed want wij hebben een aardige onderwijzer gekregen die erg aardig les geeft, wat wij dan ook heel erg in hem apriceren en dubbel ons voor hem doen (Nu maar wat anders). Wij hopen dat je eens gauw langs komt want wij zijn allen zeer verlangend naar je. Ik zou het gewoon weg reuze vinden als je eens langs kwam, want dan kunnen we samen eens gezellig wat van het verleden ophalen. Hoe maken je ouders en zusters het? Doe ze vooral de groeten van mij. Vergeet ook je beide bereikbare vrinden niet ver van mij te groeten, dat het mij ten zeerste spijten zou, als zij dachten dat ik hun vergeten zou. was. Hiermede eindig ik met de hartelijk begroeten en een stevige handdruk, jullie gewezen butler Bully. P.S. Ik hoop jullie eens gauw te kunnen opzoeken want dat wijst op eenige verandering. Na jullie de hartelijke groeten nagelaten te hebben eindig ik, maar het is niets bizonders wat ik heb geschreven. Tot ziens

Van Mill Le Fèvre de Montigny . Lieve Tom, Zoo Ontzettend blij ben ik met je briefje dat ik vandaag kreeg. Ik hoop erg dat je dit van mij ook binnen afzienbare tijd zult krijgen. Je begrijpt hoe mijn gedachten steeds met jou en de anderen zijn bezig geweest sinds 't grote ongeluk, en hoe 'n verlaten gevoel 't geeft om jullie er allemaal niet meer zijn. Verder wilde ik jou special nog eens zeggen Tom hoe geweldig flink ik je gedrag heb gevonden, enorm gewoon ik ben geweldig trotsch op je en 't moet een enorme voldoening voor je zijn dat de anderen daardoor hebben kunnen ontkomen. Ze maken 't allemaal goed trouwens. Truud en ik ook hoor, je hoeft je werkelijk geen zorgen over ons te maken. Wil je dat vooral niet doen? Daar doe je me een groot plezier mee. Tob niet je zult zien alles komt goed en 't zal niet eens erg lang meer duren, daar ben ik van overtuigd. We hebben hier nog een heel massa meegemaakt , als je je vader of moeder mag zien, zullen zij je er wel alles over vertellen, 't lijkt me niet zoo geschikt om op te schrijven je weet 't nooit. Van het dagboek is een reuze strop aan de ééne kant, maar aan de andere kant blijkt daaruit duidelijk dat alles in 't hol toch heel erg onschuldig is geweest en scheelt een massa. Je hebt een hoop ellendige dingen meegemaakt he Tom? dat vind ik 't ergste van alles, maar ik denk dat je 't beroerdste nu wel achter de rug hebt, en ik weet zeker dat hij je overal goed doorheen zult slaan dat heb je tot nu toe wel getoond. Wie weet hoe gauw we elkaar allemaal weer zullen zien terug zien dat zal een feest zijn geloof dat maar. De anderen denken ook veel aan je en maken zich erge zorgen over je dat begrijp je voor hen is veel vergald doordat jij er niet bij bent, het gesprek gaat dagelijks over jou en ze verdiepen zich in allerlei gissingen en veronderstellingen. Nu lieve Tom houd je maar taai en maak je vooral geen zorgen over ons want dat is heusch niet noodig., ze hebben niet de minste notitie van Tr. en mij genomen noch van Lou en zullen dat nu ook zeker niet meer doen.  Heel veelhartelijke groeten ook van Truud en Lien veel sterkte en veel liefs van je  Mill.

Huis van bewaring Arnhem 26 october Lieve familie. Even weer een klein briefje over de toestand al hier. Nog steeds uit het H.v.B. Ik ben benieuwd , wanneer ik overgeplaatst word. Het is gisteren een maand , dat ik hier aangekomen ben. Wat een tijd. Hebben jullie mijn allerlaatste brief gekregen via notaris Huigens. Het is wel leuk zo'n vlotte communicatie. We zitten hier momenteel met zijn zevenen. Er is een student bijgekomen, die uit D. is gevlucht en vlak bij zijn huis is opgepikt. Wat een strop. Verder is er een vrouwenarts bijgekomen uit Nijmegen. 3 van het vorige gezelschap zijn naar Vught getransporteerd, Ik heb een onderhoud bij Breit aangevraagd om te vragen of ik een brief aan Mevr. Dobbelmann mag schrijven en vraag dan meteen wat foto's van  Lou (die in beslag zijn genomen). Clandestien heb ik wel een brief aan Mevr D. gestuurd, maar het was meer een verzetje om naar de Sicherheit te gaan. Nu ik niet verhoord moet worden is het niet erg, je hoort nog eens wat. Het leven is wel erg eentonig, maar ik hou me goed bezig met dagboek schrijven, harmonieleer, bridgen (dat gaat al heel goed), schaken. Zo gaat de dag snel voorbij, maar je moet bezig blijven, het oorlogsnieuws is heel best. Fantastische geruchten doen hier de rond, Krim afgesloten, over een week zouden de Russen aan de Poolsche grens staan enz enz. Wie weet is het wel dit jaar afgelopen. Die heerlijkheid die dan volgt is niet in te denken. Dat je weer vrij rond loopt. verder ging hier het verhaal, dat het H.v.B.in Utrecht zou zijn overvallen en al de gevangens vrij, was het maar hier gebeurd. Nu nog even over het pakket van j.l. Dinsdag Het is wel fantastisch geweest. Wat een liefderijke zorg. Hartelijk dank moedertje. Het eten is nu met die pakjes opperbest. Als gevangenen hebben wij niets te klagen, maar het leven is erg weinig emotioneel en saai. Willen jullie me a.u.b. een paar foto's van de duinpan sturen, Zwitserland en van Lou en mijn 3 vrienden. Verder nog een afwaskwastje. Ik hoop van ganscher hart dat ik naar D. gestuurd wordt via de Shell en daar als vrij man, niet in een Lager. Het bericht van Lou was toch wel heel hard, maar je moet het aanvaarden. Het is ook haast ongeloofelijk, maar het hangt ons allemaal boven het hoofd, geniet daarom maar van elke seconde  dat je leeft, maak je geest vrij. Moeder wil je informeren hoe  het gaat Jerrie Blaauw, want daar stelt Meneer Philipse erg groot belang in. Nu lieve familie, het briefje raakt weer vol. Houdt allemaal goede moed en het zal gauw afgelopen zijn. Op het ogenblik lees ik op mijn beurt voor uit de Bijbel, verder heb ik ook een voordracht gehouden over de Reddingmij. We hebben hier ook een Dokter van Vegt, die gisteren over trombose heeft verteld, erg interessant. Doe vooral de groeten aan de 3 vrienden, Mill en Truud en de zuster van Lou plus degenen die zoveel aan me denken. Dag Elsbeth, dag Maria, denk erg veel aan jullie. Dag beste trouwe Vader, mijn allerbeste vriend, die ik heb en dag schat van een moedertje. Dag viertal en natuurlijk mijn Tepke. Niet gecorrigeerd wegens gebrek aan tijd. Moet dadelijk ingenaaid worden.

Het versturen van brieven in vuile was is uitgekomen. Ik werd voor straf een paar dagen bij de echte criminelen gezet. Een hele ervaring een heel ander soort slag mensen, wel meer met ze gelachen, leuke kaartspelletjes geleerd. s Avonds wisten ze van een knoop en wat olie een waslichtje te maken zodat we ook als het licht uit ging we toch nog konden kaarten.Je werd s' nachts in ijzeren kooi opgesloten.  Toen ik mijn straf had uitgezeten en weer terug kwam in de ziekenzaal waren daar tot mijn stomme verbazing Ted Vinke  en Jopie Verloop. Zij waren samen met het jodenjongetje Bully in Loenen aan de Vecht  gearresteerd. Alles was weer verraden en door wie. Het dienstmeisje van Mill had een vriendin,die op het grote huis van Mevrouw Dobbelmann werkte als dienstmeisje. Dit meisje had een vrijer die NSB politieagent in Apeldoorn  was. Hoe het precies allemaal in zijn werk is gegaan weet ik niet, maar zeker is  dat het dienstmeisje van Mill, die in feite bij mijn arrestatie mijn leven heeft gered, de verraadster is geweest. Zij heeft ook het adres van Ted, Jopie en Bully in Loenen aan de Vecht aan de politie doorgegeven. Jopie en Ted zijn samen met mij vanuit het Huis van Bewaring naar het concentratiekamp Amersfoort gebracht. Ted is vanwege de ziekte van zijn vader en ook door zijn ontsteking aan zijn voet eind december vrijgelaten zie verder op  zijn brief aan mijn moeder.  Ik had zo gehoopt naar Duitsland te worden getransporteerd en ergens te werk te worden gesteld maar dat heeft niet zo mogen zijn.

Links: Gevangenen op weg van het station Amersfoort naar het concentratiekamp Amersfoort. Rechts: De 'rozentuin'. Bij binnenkomst werd je daar ingelaten of als je straf had.

Ik werd in plaats hiervan, ondanks de pogingen van mijn vader via de Redding Maatschappij, toch op transport gesteld naar Amersfoort. Twee december moesten we per trein van Arnhem naar Amersfoort en vandaar lopende naar het kamp Amersfoort. Dat was een hele ervaring om daar aan te komen. Een groot hek om een aantal barakken. Hier gaat het er heel wat ruwer aan toe dan in de gevangenis. Schreeuwen van bewakers in het Duits. Nu voelde ik pas echt dat ik gevangen zat en vooral de kou was heel erg. We werden eerst in de zogenaamde rozentuin gezet.
Na te zijn ingeschreven werd je kaal geknipt en moest je in de 'Bekleidungszimmer' je spullen en kleren afgeven en kreeg daarvoor en militair uitziend uniform waarop een tukje katoen ,met je nummer werd genaaid en een veldmuts. Verder kreeg je  twee dunne dekens, een handdoekje, een stukje zeep, een etenspannetje, een mok, een lepel,  ondergoed, voetlappen en klompen. Dan naar de slaapbarak VIII, waar je een stalen krib werd aangewezen.
 
Mijn eerste brief uit het kamp Amersfoort van 2 december 1943:
Polizeiliches Durchgangslager Amersfoort 29 november 1943 Schutzhäftling De Booij, Block VIII, no. 3720. Lieve  familie. Dat was me een teleurstelling!! Vanochtend werd ik van Huis van Bewaring voor transport weggeroepen. Samen zijn we hier naar toegegaan. De voorspellingen die jullie me hebben gedaan zijn helaas niet uitgekomen. Ik snap van de hele zaak geen biet, alles stond toch zwart op wit? Maar ja er is niets aan te doen. We zitten eenmaal in het schuitje en moeten er het beste van maken. Voor jullie zal het wel een ontgoocheling zijn, deze brief te lezen. Zo totaal onverwachts. Maar we houden goeden moed en de kop er bij en beschouwen het als een rijke levenservaring. Veel leer je uit deze tijd. De papieren die uit Den Haag hierheen gestuurd zouden worden, zijn zeker nog niet aangekomen. We zullen maar rustig afwachten. Ik had vandaag nog hoop, dat ik, wanneer ik hier zou aankomen , meteen naar de Duinpan kon gaan, maar ook die hoop werd de bodem ingeslagen. Op het laatst ben ik op de ziekenzaal in het Huis van Bewaring teruggekomen. Het was daar erg genoeglijk. Met Jopie en Ted samen! daar was ook de portretschilder Le Beau hij is bij mij ook een portret begonnen, maar werd halverwege weggeroepen voor transport, maar na de oorlog zou hij het afmaken. Nu lieve familie ik wens jullie zeer veel sterkte en liefs toe.  Ik hoop dat jullie alle moeite zullen doen en misschien ben ik dadelijk weer in de dierbare Duinpan terug, dat nu zo ver weg lijkt. dag veel liefs  je Tom

 

Origineel van mijn nummer als gevangene in het concentratiekamp Amersfoort, dat op een stukje katoen op mijn uniform was genaaid.

 

Links: De klompen die we kregen en waarin we met voetlappen rond moesten lopen. Rechts:  Een barak in het concentratiekamp Amersfoort

Dan waren er de eeuwig terugkerende en durende appèls. Driemaal per dag werden we geteld en werd er gezien of niemand was ontvlucht. Bij het ochtend appèl  kwamen luid brullende SSers in de slaapbarak  met kreten als 'Los, Los,Los'.  Ze stonden dan aan  deur  te meppen en moest je er behendig langs schieten om geen klap te krijgen. Soms lagen er grote plassen voor de deur en vielen de mensen daarin dan kregen er behoorlijk van langs. Ik was gelukkig jong en behendig en  kon ze meestal ontwijken. We moesten dan op de appèlplaats met ons blok in rijen van tien opstellen. De volgende bevelen werden dan geschreeuwd., die nog in mijn oren klinken: Ruhrt Euch! ... Stillstand! ... Richtet Euch! ... Mutzen ab! ... Augen links! ... die Augen rechts! ... Augen gerade aus! ... Mutzen auf! ... Korrigiert! ... die Hande weg! . Dan werden we door Kotälla geteld. Hij kwam langs ons en moest je je de nummer van je rij hardop zeggen. Als je dat niet snel genoeg deed kreeg je de beruchte Kotälla trap dwz een trap tussen je benen op je gevoeligste plaats. Mij heeft hij nooit zo'n trap kunnen verkopen. Kotälla was een voetballer geweest in het nationale Poolse elftal. Hij woonde in Katowice, waar zijn vader mijnwerker was. De kleermaker die bij mij in de barak lag moest dikwijls de broek van Kotälla naaien, als hij weer eens flink tekeer was gegaan. Soms was er een extra appèl als gevolg van een vermeende ontsnapping. Na telling van het aantal gevangenen was het ochtend- en middagappel vaak snel ten einde. Er moest immers gewerkt worden. Het avondappel kon echter uren duren. Als de commando's tijdens het appèl niet correct of niet snel genoeg opgevolgd werden, volgde een reeks van strafexercities waarbij de gevangenen op gewelddadige wijze werden opgejaagd. Eenmaal hebben we de hele dag op de appèlplaats gestaan het was op 1e kerstdag of nieuwsjaardag. Het was een ideetje geweest van de kampcommandant Berg, die zelf met vakantie was in Duitsland. Het was onbewolkte ijskoude dag, die ik niet gauw zal vergeten.
Als we gingen douchen moesten we de klompen buiten het 'Waschraum' laten staan. Als je als laatste er uit kwam en dat is mij een keer gebeurd waren je klompen al door iemand anders gebruikt. Je moest dan naar de Bekleidungszimmer waar Oberscharführer Brahm je opwachtte, meestal dronken. Als je dan timide vroeg om een paar klompen kreeg je een knuppel naar je hoofd. Ik heb gevangenen gezien die er uit werden gejaagd met stokslagen. Ik had een andere tactiek. Ik kwam met een groot zelf vertrouwen binnen en hakte met mijn klompen tegen elkaar, stond stram in de houding en riep met luide stem : 'Oberscharfüher ein paar Holzschuhe!". Hij knipperde wel even met zijn ogen, maar ik kreeg meteen de gevraagde klompen.
In het washok moest je goed op je stukje zeep letten en was het beter om door je vingers heen te kijken bij het wassen van je gezicht, anders was het stukje  meestal snel verdwenen.
 

 

Waschraum Concentratiekamp Amersfoort waar we ons gingen douchen en wassen.

 

Wat herinner ik verder nog, nu bijna 65 jaar later van deze tijd.  Onze kok Frans, die in onze barak sliep,  bracht soms lekker hapjes vanuit de keuken voor ons mee. Een keer heeft hij een grap uitgehaald met Ir Lely, hij had een varkenskut meegenomen en ons verteld wat het was behalve aan Ir Lely.,die het tot grote hilariteit van ons lekker verorberde. Een andere lekkernij was een gebraden egel, dit hadden we geleerd van een zigeuner.
Op een keer werden er Nederlandse bewakers van het kamp Ommen als gevangenen bij ons binnengebracht, die het blijkbaar volgens de Duitsers  te bont hadden gemaakt. In onze ziekenboeg lagen mensen die waren gemarteld door deze bewakers toen zij in het kamp Ommen waren. Nu hebben we deze bewakers in het washok blootgesteld aan kokende afgewisseld met ijskoude douches. Het principe van oog om oog ging bij ons ook op.  Dan herinner ik me dat joden die in onze barak zaten op de hanenbalken moesten lopen terwijl de bewakers hun op hun blote tenen sloegen.
Dikwijls moesten we voor straf over de grond kruipen door met de ellebogen je voort te bewegen, het zgn robben.
Door de Duitsers werden gevangenen als Lager of Blockälteste aangesteld die orde en tucht moesten bij brengen. Zo was er  een zekere Wilkens alias lange Jan, die ondanks zijn soms strenge maatregelen op een keer toen een gevangene door een SSer was doodgeschoten, tijdens het appèl om een minuut stilte heeft gevraagd.
Maar dat vond de Duitse kampleiding niet goed. Lange Jan kreeg daarvoor 25 stokslagen en hij werd ontslagen.. Onze Blockoudste was Joep Schols, een bijzonder aardige flinke kerel die door ons door zeer geliefd werd.

Een van de meest dramatische gebeurtenissen die ik meegemaakt is toen een gevangene die een sigarettenpeukje wilde oprapen en daardoor te dicht bij het prikkeldraadomheining kwam,  door de bewaker op de wachttoren werd doodgeschoten. Er is een tijd geweest dat Russen uit de Oekraïne de wachtposten bezetten en die waren niet bepaald kinderachtig!.

 

In het begin werd ik ingedeeld in het “marcheercommando” . We deden niets anders  dan de hele dag over de appèlplaats te marcheren, tegen de klok in. Daarna werd ik in het Baumkommando geplaatst. We moesten in het bos buiten het kamp bomen omhakken en graafwerk verrichten. Maar dat was maar van korte duur. Jammer want dan was je even uit de sfeer van het kamp.

Links: Het 'baumcommando' in het gelid, we mochten dan buiten het kamp werken in het bos . Rechts: Kleinholzkommando concentratiekamp Amersfoort

Ik kreeg een plaats in het Kleinholzkommaando binnen het kamp. We moesten stammetjes (zie foto) in blokken zagen en soms klieven voor de generatoren. Het was hartje winter en ik herinner me dat ik daar veel kou heb geleden.

Mijn vader schrijft in een brief van 5 december aan mij: De teleurstelling was voor ons minstens even groot als voor jou: we hadden er vast op gerekend je nog even thuis te zien alvorens je naar Duitschland ging en je begrijpt hoe we ons daarop hebben verheugd. Er kwam echter onverwachts een kink in den kabel: B. zei aan de ouders van Ted, dat hij jullie naar Amersfoort had gezonden omdat hierop z.i. geen uitzondering op mocht worden gemaakt. Wij blijven natuurlijk vurig hopen dat we je nog hier zullen zien alvorens je (uit A.) vertrekt naar Duitschland, doch na deze ervaring ben ik wel huiverig geworden om je hoop te geven. Dit was wel een heel bittere pil, doch, zooals je zelf zegt, we zitten nu eenmaal in het schuitje en wie weet waar het toch weer goed voor is. In ieder geval maak je nu een harde leerschool mee en zal je ongetwijfeld in dit laatste half jaar meer levenswijsheid opgedaan hebben dan je ooit als student in A. zou hebben gevonden. Ook je karakter wordt er door gestaald. Het is een proef, die natuurlijk niet aangenaam is, doch het moet een enorme voldoening voor je zijn als je merkt, dat je sterk genoeg bent om er op goede wijs doorheen te komen. Misschien is 't juist wat je noodig hebt, wat je nu meemaakt.  In ieder geval ben je niet alleen en zit je niet meer tusschen vier muren, hetgeen een ongezond en onnatuurlijk leven is. Tracht je zonder protest te onderwerpen aan de wetten van de maatschappij, waar je nu in verkeert, ook al begrijp je die wetten niet steeds. Het is nimmer slecht voor een mensch om een tijd onder strenge discipline te moeten leven. Hoofdzaak is - en dat moet je steeds voor oogen houden: er zo goed mogelijk doorheen te komen. Hoe  't dan ook geloopen is, je hebt tot nu gedaan wat je eer en geweten je voorschreef en verwijten hoef je je niet te maken, dat is waar je dankbaar voor moet zijn; ik denk zeker dat er collega's van je met je zouden willen ruilen. Intusschen is het voor ons een katterig gevoel je niet meer te mogen opzoeken en pakjes te sturen, wat we echter voor je doen kunnen, doen we - reken daar maar op. Ik zal f 20,- zenden per postwissel; misschien heb je nog een restantje uit Arnhem meegekregen. Wat zal je er vreemd uitzien met kaal hoofd en uniform. Vandaag St Nicolaas. Maria nog in bed na een zware middenoorontsteking, maar vanavond liggen er tòch weer een paar pakjes onder de vleugel en staat er weer een aangekleede pop in mijn kamer. 't Is net een natuurwet, dat St Nic. feest, waaraan je je eenvoudig niet aan kunt ontrekken. We weten wel hoe veel je aan ons denkt. Wat was het mooi weer vandaag; ik vind het een plezierige gedachte dat jij dezelfde zon, dezelfde wind en regen voelt als wij; ik vond het zeer moeilijk om je opgesloten te weten! Beste beste Tom,  ik vertrouw ten volle op je, dat maakt me van binnen bijna gelukkig. Wie weet - misschien kunnen we tòch een gelukkige verjaardag vieren op de 26ste. hartelijke groet aan Ted en Jopie. Stevige hand van je liefh. Vader

Brief van mijn moeder. Mijn enige jongen. Ja de teleurstelling was wel heel groot. We  hadden je dien heelen week verwacht keken  zaterdag elke trein na , dat je ons kwam verassen en daarom niet opbelde. Opeens hoorden wij Maandag dat jullie naar Amersfoort waren gebracht, dus in plaats van pakken om naar huis te gaan, weer in een andere plaats met prikkeldraad. Ik kan je niet zeggen hoe ik dit met je heb meegeleefd  en je teleurstelling heb gevoeld. Voor ons waren 't ook erg moeilijke dagen trouwens, maar joch, waar 't misschien goed voor  dat je nu zooveel langer in Holland blijft in D. zijn zulke vreeselijke bombardementen, daarbij ik heb nog hoop niettegenstaande alles en wie weet is 't dan dubbel heerlijk. Mariatje is die dagen ook erg ziek had middenoorontsteking na erge pijn  werd 't doorgeprikt daarna kwam de teleurstelling dat zij nu hoogstwaarschijnlijk niet mee kan doen met Alladin in de Wonderschalmei.  Zij heeft 't kranig verwerkt, huilde en zeurde er heelemaal niet over.'T is wel moeilijk na 3/4 jaar repeteren. Nu is ze gelukkig veel beter. Vandaag is 't sprookjesachtig mooi buiten en dan denk ik meteen dat heeft Tom t.m ook, je ziet toch boomen en de luchten ? Maar 't kamp zelfs is zeker heel leelijk, 't is ellendig dat wij je niets sturen mogen, een wasch, geen levensmiddelen enz, alleen wel warme gedachten gisteravond vierden wij voor Maria Sint. Vader maakte toch een spook en wij eenige surprises voor haar. Ik kreeg o.a. de vergrooting van 't kiekje van jullie drieën onderaan de Zandhegge. Vader had er een mooi vers bij maar waar wij jou zoo bij alles misten begonnen wij alle een beetje te grienen. Maar verder houden wij ook de kop op zooals jij ook schreef? Tom wat een ervaring voor je dit jaar, ben je je zelf ook beter gaan kennen? en in allerlei opgeschoten, 't lijkt mij ook wonderlijk in je zelf je reacties te voelen over alles wat je nu meemaakt je moet je zelf erg in de hand houden om daar goed op te reageren en het philosophisch te bekijken, dan wordt je er inderdaad veel rijker van en zullen die ervaringen later je over veel heen helpen. De dagen zijn, wat wij ze maken zegt Henriette R.H. en dat geeft rust om dat waar te maken. Dag mijn jongen, wat ben je ons dierbaar en wat zijn wij alle 5 innig aan elkaar verbonden. Wij wenschen je sterkte toe en hebben een groot vertrouwen in je. Dag veel veel liefs van je moeder. Elsbeth schrijft onderaan de brief :Lieve Tom wat was dat een teleurstelling voor ons allemaal.   Maar ach, je weet niet waar het misschien goed voor is.  Je zal hierdoor véél sterke worden want je zal het niet makkelijk hebben maar je kan in ieder geval buiten zijn en genieten van de natuur met dit prachtige weer, nu lieve Tom we vertrouwen er op na zolang in een cel geweest te zijn. je weet wel hoe ontzettend veel we aan jou denken veel liefs Elsbeth/  Maria schrijft: heel veel zoentjes  van Tepe.

(Ik herinner me heel goed hoe boos ik eigenlijk op deze brief was, namelijk dat ze geen idee hadden wat dat betekende in zo'n concentratiekamp, die kou en honger! Vooral de zinsnede om gehoorzaam te zijn aan de wetten van de maatschappij. maakte me woedend. Misschien is dit wel heel veel betekenend voor mij geweest, want terwijl ik dit opschrijf herinner ik me de stille woede te voelen jegens mijn vader die geen protest wil aantekenen tegen de wetten. Nu achteraf bezie ik dat geheel anders. Hij heeft alles voor mij over gehad en mij juist willen beschermen).

Van Vincent Brandt 15 december 1943: Hooggeachte Heer de Booij, Hierbij schrijf ik U enkele regels over uw zoon Tom waarmede ik 14 dagen in Amersfoort heb doorgebracht. Uit de aard der zaak kan ik niet veel vertellen daar de omstandigheden beter niet bekend worden. Het belangrijkste is dat Tom zich bijzonder flink houdt zoowel moreel als phisiek kerngezond is en er zich doorheen slaat. Ik feliciteer U met uw zoon. In deze veertien dagen heb ik hem leren kennen als een goede vriend en een intelligente jongeman. Hij verwachtte zelf binnen kort vrij te zijn te komen en ik hoop dat U hem binnenkort dus zelf zult zien. Mocht dit niet het geval zijn, aan het einde van de volgende week denk ik een paar dagen bij mijn zuster Nancy de Jong Schouwenburg te gaan logeeren, dan wilde ik zeer gaarne indien u er prijs op stelt met U komen spreken, wanneer U dat schikt. Inmiddels verblijf ik met de meest hoogachting  V.J. Brandt.

Een van de acht wachttorens om het kamp Amersfoort te bewaken

Er waren veel studenten in het kamp. Ik maakte al gauw goede vrienden vooral met Godert van Lynden. Hij had nummer 972 en had een rode driehoek op zijn uniform (politieke gevangene). Hij was dus al een oud gediende. Een laag nummer gaf je een zekere standing, want je zat er al lang. Aan het eind van mijn verblijf hoorde ik ook al tot de oud gedienden, want er waren toen al nummers in de tienduizend. Godert zorgde er voor dat ik in het meeste begeerde en bevoorrechte RadioKommando werd geplaatst: Een echte elite werkgroep. Ik moest condensatoren lassen voor de afdeling van de Nederlandse Seintoestellen Fabriek te Hilversum (een dochter van Philips). Ik zat in en klein kamertje apart en niet in de grote zaal waar men aan de lopende band  werkte. Het was er lekker warm en het werk niet zwaar. Nico van Dam werkte met mij samen , hij was een heel aardige vent, hij was van joodse afkomst en heeft de oorlog overleefd. Ook een zeker heer van Heek, zie de brief die hij aan mijn vader schreef toen hij vrijkwam. We verdienden met onzen werkzaamheden zelfs een ƒ 3,65 à ƒ 4,00 aan kampgeld per week. Je had niets uit te staan met de lastige, langdurige buiten-appèls, omdat men binnen geteld werd, en genoot allerlei voorrechten. De enige schaduwzijde aan dit commando werd gevormd door 'Vormann' Martin Steyns uit Kerkrade. Deze was door de Kamp-SS aangesteld om toezicht te houden op de werkzaamheden in de NSF barak.Zelf gevangen, was hij behoorlijk bruut voor zijn medelotgenoten.

 

  Ons kantine geld

Groningen,21-12 1943 Brief van Ted Vinke aan mijn Moeder. Lieve Mevrouw. Nu alles met Vader gelukkig zoveel beter is kan ik U eens iets, al is het dan ook weinig op deze manier van Tom vertellen. Tom heeft zich in de min of meer moeilijke omstandigheden zeer goed gedragen. Het beste van ons drieën, daar hij niet verkouden werd en zijn voeten 't ook goed bleven doen. Lichamelijk heeft hij er dus geen last van ondervonden. Geestelijk is het voor hem zelfs een genot. Hij heeft alle mogelijke vrienden gemaakt van alle mogelijke soorten. Hij ziet altijd de beste kant van alles. Bovendien zit hij nu zoó goed, dat hij niet meer weg wil. Natuurlijk zou hij het heerlijk vinden als het oorspronkelijk plan toch nog door zou gaan, maar misschien zit hij op den duur wel beter hier. Ik kwam door een infectie aan mijn voet vorige week Dinsdag naast vader terecht in het ziekenhuis. Dat is nu alweer bijna genezen. Ik heb nu een baan in Groningen op het Centraal Distr. kantoor in Zwolle. Een reuze bof! Vader is nu veel beter, had zelfs vandaag geen verhoging. Hij is er erg beroerd aan toe geweest. We kunnen niet genoeg dankbaar zijn. Veel hartelijke groeten ook aan Uw man, Elsbeth en Maria Uw Ted.

Uit het dagboek van mijn grootvader Hendrik de Booij over het jaar 1943:
19 januari
Er worden weer vele Joden opgehaald. Het schijnt dat vooral oude mensen en zij die in rusthuizen verpleegd worden, aan de beurt zijn. T. zag gisteren een oude Jodin uit zulk een rusthuis dragen en neerleggen op de planken vloer van een vrachtauto. A. zag hetzelfde heden gebeuren En wat doen wij, Hollanders? Niets.
Dinsdag 2 februari .
De verhalen omtrent wat met Joden gebeurt, en wat onze Joodse landgenoten moeten verdragen, zijn te schokkend om hier op te schrijven.
Donderdag 18 maart. Naar het Handelsblad. Daar gezien hoe op de Nz.Voorburgwal een 50tal mensen die dicht bij het Handelsblad hadden staan praten, of wellicht handelen, werden aangehouden en opgebracht door politie in burgerkleding, gewapend met revolvers, die deels duits, voor een ander deel hollands spraken. Vermoedelijk waren onder de aangehouden mensen "zwarte" handelaars die door de jongste verordening op de bankbiljetten grote verliezen lijden. We zagen hem ook een jood tegen de grond gooien en aanhouden. Het ging gepaard met schieten. Aangezien ik op weg naar het Handelsblad door de groep mensen kwam die werd aangehouden, heeft het maar weinig gescheeld of ik was er ook bij geweest. Het was een droevig gezicht onze landgenoten met de handen omhoog te zien wegvoeren. Ook in de Paleisstraat werd nog geschoten. Er ging toen juist een bruiloftsstoet door de Paleisstraat.
Wij zijn nu 2 jaren en 308 dagen in staat van vernedering
29 maart.
Er zijn weer geruchten of verhalen in omloop:1. Dat de Burgerlijke Stand te Amsterdam is uitgebrand, tengevolge van een tijdbom. Vier muren zijn blijven staan.2. Dat de professoren van de Amsterdamse Universiteit als voorwaarde voor hun verdere werkzaamheid stellen dat de numerus clausus wordt opgeheven en dat de Delftse studenten terugkomen.3. Dat de studenten over het algemeen niet [de loyaliteitsverklaring] tekenen. 4. Dat de artsen, de grote meerderheid hunner, ter kennis van de Artsenkamer hebben gebracht dat zij hun titel opgeven. Het is alsof ons leven gedurende de laatstverlopen drie jaren een hiaat vertoont, en toch is het niet geheel zo, want we zullen ook wel wat geleerd hebben, wat wijzer zijn geworden. Zij die actief deelnemen aan de oorlog of aan het verzet, gevoelen het bestaan van dit hiaat zeker niet, of niet in die mate.
Maandag 3 mei. 2 jaren en 354 dagen.
Vernomen dat de radio-uitzending van Hilversum de namen geeft van vele landgenoten die gisteren op verschillende plaatsen zijn doodgeschoten, mijnwerkers, een stationschef enz. De stakingen zijn over het gehele land verspreid geweest. Tot een algemene staking is het niet gekomen. In Friesland staakten alle boeren, de zuivelfabrieken enz. Ik stond voor een loodgieterszaak te praten met enige mensen toen de baas van de zaak ons begon te tellen en op zes kwam, dus meer dan het aantal dat mag samenzijn. Hier was dus een samenscholing, strafbaar volgens het Politiestandrecht. We gingen uit elkaar, er niet naar verlangende te worden doodgeschoten.
6 mei 1943. Op de middag per tram, eerst trachten wat kaas te bemachtigen (zonder succes) en vervolgens naar het Koloniaal Instituut gewandeld. Bij het K.I. veel politie, soldaten en zogenaamde overvalwagens. Ik zie geen enkele student de trappen van het K.I. bestijgen. Bij de ingang staan "Hollanders" op post. Ik zit een tijdje op een bank, geraak in gesprek met een burger die daar ook zit met z'n vrouw. Wijzende op die zwarte mannen, zegt hij "Dat zijn Hollanders" en we begrijpen elkaar. Hij is in de Marine geweest en "ik ook" zeg ik en dan begrijpen we elkaar nog beter. Vanavond gehoord dat zich heden 642 studenten in het Koloniaal Instituut hebben aangemeld.
23 juni. Naar de Bronckhorststraat en ons oude huis weer eens gezien. Mevrouw Meyer-Philips vertelde mij dat de dames Hoek hedenmorgen zijn weggehaald en dat men ook haar en de heren G. wilde weghalen, hetgeen echter niet is gebeurd omdat zij een pas heeft met gemengd huwelijk en de heren G. slechts 2 joodse grootouders hebben. Er waren twee hollandse rechercheurs gekomen, van welke er één zeer grof was, de dames Hoek zijn wanhopend geweest toen ze werden gehaald. Zij hebben hun leven lang zieken opgepast, waren daarmede oud geworden en leefden van het met hard werken verdiende. [ze laten nu achter] te Amsterdam hun keurig onderhouden bovenhuisje, waaruit de inboedel weldra door de Duitse overheid zal worden verwijderd en ten eigen bate aangewend. In Amsterdam-Oost waar vele Joden wonen worden die inboedels nog voordat de Duitsers ze weghalen door de straatjongens uit de woningen gehaald. Ze redeneren: anders doen de Duitsers het.
13 augustus. Hilda heeft moeilijkheden in verband methet Montessorilyceum. Er moet een wiskundeleraar aangesteld worden voor Haak die gevangen is genomen. Ook moet er een aardrijkskundeleraar worden benoemd. Verder is bepaald dat Jordan met een ster moet lopen, waardoor voor hem een bioloog wordt benoemd. Ten slotte kwam zoëven bericht dat mej. Visser is gevangen genomen. Ook deze moet worden vervangen en snel want de school moet 25 augustus weer beginnen. Het blijkt nu dat de hele familie Visser is gevangengenomen in verband met het geval Mies Boissevain. Engelien is bereid tijdelijk in de klasse van mej. Visser te assisteren. Wij hoorden dat Mies B[oissevain-Van Lennep] maandagmorgen door de Gestapo is gevangen genomen, met alle personen die op dat ogenblik in het huis waren. Jan [haar man] is nu 1½ jaar in een kamp.
26 augustus. Men begint zich er langzamerhand over te verwonderen als iemand niet in de gevangenis
18 september. Met Hilda per trein 10.15 naar Den Haag 1e klasse en daar per tram naar Cateau [schoonzuster], die er flink maar erg mager uitziet, wel verouderd vind ik, in een jaar. Ze heeft op het ogenblik nog maar 1 hond en 3 katten, welke katten met boter besmeerd brood krijgen. Men vertelt dat Westerbork ledig is, allen zijn vervoerd naar Polen en dat ook Barneveld zal worden weggevoerd, Steeds gaat het opsporen van ondergedoken Joden voort en worden ze weggevoerd en hun weldoeners worden gestraft. Droevige verhalen van Joden die uit hun schuilplaatsen zijn ontvlucht en op straat lopen.
26 september. In de namiddag naar Aerdenhout naar Tom en Ot. Daar gehoord over het geval Tom jr. [die opgepakt was uit zijn onderduik op de Veluwe]. Als we thuiskomen horen we dat Menso [Boissevain] is gearresteerd. Hij is directeur van de Fordfabriek.
18 oktober. Schipper Bot heeft na zijn vrijlating uit de gevangenis alweer een redding uitgevoerd. Hij redde twee Duitsers. Hij heeft het de laatste tijd goed gehad in de gevangenis, moest werken in de keuken, daarna in de tuin en toen hij wat dikker werd, werd hem plotseling gezegd: Heraus! Sie müssen gehen! Gisteren vergadering van de Reddingmaatschappij, waarbij de apotheekkwestie weder ter sprake kwam. Wij schreven een mooie brief aan Rose, maar wat die brief zal opleveren is nog niet bekend. Het advies van mr. Masthof luidt dat wij niet van onze schenking af kunnen. Mies Boissevain heeft eerst 6 dagen nadat de terechtstelling van haar zoons Gie en Janka had plaatsgevonden daarvan kennis gekregen. Dit gebeurde in de trein op weg naar Vught, waar toevallig haar zoon Frans zich ook bevond. Jan Boissevain hoorde van de terechtstelling van zijn zoons toen iemand in het kamp hem zeide: "uw naam staat driemaal in de courant

Gideon Boissevain en  Janka Boissevain (beiden geëxecuteerd door de Duitsers 1 oktober 1943
 

21 oktober. Deze dagen gehoord dat men hier in Holland een poging heeft gedaan een regeringsstelsel te ontwerpen voor na de oorlog en dat het ontstellend moet geweest zijn hoe sterk nog ieder vast zat aan zijn politieke partij. Men vond 50 politieke partijen inderdaad te veel, maar als het er 25 waren dan kon dat wel.
13 november. Ik heb mij vroeger een andere voorstelling gemaakt van de houding van een geknecht volk, dat zijn vrijheid liefheeft, ten opzichte van de verdrukker. Zoals de toestand thans is, werkt heel Nederland voor de Duitser. Hier worden schepen, machines, autoos en ontelbaar meer voorwerpen door Nederlanders voor de Duitsers gemaakt, en couranten die vol artikels uit Duitse bron zijn, door Nederlandse drukkers bezocht en door Nederlandse zetters gezet. Al die Nederlanders, of bijna allen zijn trouw aan het Vaderland wat hun innerlijke gesteldheid betreft, maar zij gevoelen zich gedwongen. Ik had aanvankelijk gedacht dat het anders zou zijn, maar zo is het blijkbaar niet alleen hier maar ook in de andere bezette landen.
26 november. Men vertelt dat Berlijn voor de vierde maal zwaar is gebombardeerd. Zullen die verwoestingen tot iets leiden en welke zullen de gevolgen zijn? Wat staat ons nog te wachten. Men begint langzamerhand de oorlog niet meer te gevoelen als een "persoonlijk" iets, een persoonlijke belediging die Duitsland ons aandoet, maar als een wereldramp, waarvan alle volkeren een deel krijgen en verdragen

1944
16 januari 1944 
uit Amersfoort nu vanuit block VI. Lieve Moeder Vader, Elsbeth, Maria, Tepke. Allereerst hartelijk bedankt voor de gezellige brief, ik was er als een kind zo blij mee! Het is een hele tijd geleden, dat jullie iets van me gehoord hebben, maar beter laat dan nooit. Ik heb nu 7 weken het kampleven meegemaakt en ik kan niet anders zeggen, dat ik zeer veel geleerd heb, er er rijker door geworden ben, en nu al blij ben, dat ik dit meegemaakt heb. Het eerste begin was natuurlijk een minder prettige ervaring maar hoe langer hij hier zit, des te beter ga ik me voelen. Je leert meer mensen kennen en je went aan het kampleven. Ook een leuk gevoel is, dat ik hier geapprecieerd wordt, en vele vrienden heb gekregen. Jopie slaapt naast me en dus dol gezellig. Ik voel me best en heb genoeg te eten, maak dus absoluut geen zorgen over mij. Deze tijd blijf ik beschouwen als een les voor mijn leven. Mijn slordigheid gaat beter, maar speelt me soms parten en waardoor ik er op attent gemaakt wordt, wat dus enorm heerlijk is. De hoeveelheid mensenkennis die je hier opdoet is zeer groot. Nu lieve ouders , wat heb ik een plezier van jullie opvoeding en wat heerlijk is om op de goeie oude tijd terug te kijken zien en de heerlijkheid , die wij met zijn vijfjes hadden. Heel gek is verder de grote indruk die de Duinpan op me achter gelaten en de gebondenheid aan de grote kamer de piano, haard , grote tafel enz. enz. en verder de tuin. Ik zou het bijzonder rot vinden wanneer jullie moeten evacueren. en ik terug zou komen in een ander huis. Maar houd moed!! Maar wie weer zie ik jullie weer gauw! Met de volgende brief zou ik van alle vijf graag een paar regels hebben. Mijn lieve ouders  en Elsbeth, Maria en Tepke ook veel liefs  Ik maak het opperbest!!

Brief van H.J. van Heek Boekelo 31 januari 1944 aan mijn vader:
Weledelgeboren Heer. Op 25 januari jl uit het kamp Amersfoort ontslagen zijnde, wil ik niet nalaten U even te berichten omtrent uw zoon Tom, met wie ik het genoegen had kennis te maken in Radio 3, waar ik naast hem zat aan de werktafel. Hij maakt het best en is zeker nog even vroolijk van aard en levenslustig als vroeger: daarbij prima in zijn overtuiging. Zijn gezondheidstoestand is best, hetgeen blijkt uit het vele stoeien met zijn kameraden, waar ik wel eens jaloers op was. U weet natuurlijk reeds van de vele voorrechten, die de menschen van het Radiocommado  genieten en waardoor in zooveel betere conditie verkeeren dan hun lotgenooten. Het gehele milieu daar is dus ook veel aangenamer. Het geeft me eens deel gespeten mijn makkers en vooral ook uw zoon achter te laten, maar ik hoop zeer Tom later nog eens bij ons te zien. Misschien er bij U nog vragen rijzen die ik misschien zou kunnen beantwoorden, schrijft U mij dan gerust. Van harte spreek ik de wensch uit dat deze ellendige oorlog spoedig beëindigd moge worden en dat U Uw jongen weer behouden in Uw midden zult zien. Met beleefde groeten en de meeste hoogachting. Uw. dsw,  H. J van Heek

17  februari 1944 Amersfoort. Lieve Ouders, Elsbeth, Maria en Tepke . Hartelijk dank voor de gezellige, warme brief. Wat naar dat jullie zulke zorgen over mij hebben gemaakt,toen ik ziek lag. Ten eerste lag ik niet in de ziekenbarak, maar in mijn eigen bed in de slaapbarak, en verder was het na een paar dagen weer beter. Dysenterie in zeer licht graad. Het leventje gaat hier weer zijn gewone gang, alleen verlang ik er erg naar om wakker te worden in de Duinpan en een lekker bord pap op bed en dan heerlijk in de tuin te liggen, verder wat pianospelen en  de hele dag rondlummelen. Vannacht heb ik gedroomd, dat Vader me kwam halen om mee naar huis te nemen. Op het ogenblik heb ik alle hoop om hier gauw weg te komen laten varen en wacht geduldig af. het komt zoals het moet komen. Volgende week zit ik al 5 maanden. Ongelooflijk zo snel als dat is omgevlogen, misschien nog de helft voor de boeg. Maar het enigste wat ik hier mis, is de vrijheid! dat is dan ook wel genoeg. Ik krijg hier langer hoe meer vrienden. Met Jopie gaat het best. Op het ogenblok hebben Jopie, Godert v. Lijnden en ik een overeenkomst, dat alles wat we krijgen samen delen. Ik ben de cantinemeester. Ik smeer de boterhammen, en we eten dan ook altijd samen, erg gezellig! We kunnen prima met elkaar opschieten, s'avonds in de barak hebben we erg veel plezier, ik moet me er toe dwingen om vroeg naar bed te gaan, want anders krijg ik een chronisch tekort aan slaap. Vader wil je zo gauw mogelijk mijn P.B. naar hier sturen, want mocht ik op transport gaan, dan werd ik teruggestuurd als ik geen P.B. had. Nu allerliefste familie jullie moeten veel groeten van Jopie hebben en verder ontzettend veel liefs aller Tom. Gelukkig wordt het weer gauw lente, over een maand is het al zo ver; haast niet te geloven. Laatst toen het zonnetje zo heerlijk scheen, heb ik de rustig heerlijk in de zon gelegen, dan vergeet je werkelijk waar je zit. Maar we houden vol tot het laatst. Nogmaals zeg ik hoe blij ik ben dat ik dit meegemaakt heb. dag lieve schatten een zoentje op Teps oor. Veel liefs Tom

Begin Maart 1944 Amerfoort Block VII. Liefste Fam. Nou dan is het eindelijk zo ver!! Vier maanden zit het al in de lucht, maar nu is dan de bom gebarsten. Vanochtend werd ik geroepen om verhoord te worden. Het plan van Sevelen, dat jullie gedacht hadden gaat niet door, want dat konden ze. hier niet doen. Toen vroeg hij mij of ik melken kon dat kwam mooi uit, na lang overwegen kwamen wij tot de slotconclusie, dat ik naar Krefeld ga als melker wordt dan te werk gesteld op een boerderij, dat kwam mooi uit. Een enorme bof precies wat me ligt. De drie maanden boeren komen me nu goed van pas. 23 weken vind ik lang genoeg. Jullie mogen voor ik op transport ga, een koffer sturen met levensmiddelen. Kleren heb ik eigenlijk niet nodig, want ik hier liefst 2 koffers en een rucksack. De inhoud is als volgt: (s.v.p.) als het kan zo veel mogelijk shag en sigaretten, want mijn vrienden lusten er ook wel eentje en in Duitsland zal ik niet te veel hebben. Liefst ook een pakje Go.Fl.. Verder ook nog zeep, tandpasta, tandenborstel, sigarettenvloeitjes en bedenk nog maar levensmiddelen die ik in D. nodig zou kunnen hebben en andere benodigdheden en nog wat medicijnen. Ik denk dat wat thee en koffie ook lekker zou zijn. O ja het pakket moet voor donderdag 9 maart hier zijn. Het mooiste zou zijn wanneer iemand het Dinsdag kan komen brengen. Maar zorg ervoor dat het uiterlijk voor Woensdagmorgen middag 13 uur hier moet zijn. Ik ben wel heel opgelucht, dat ik wegga, ik ben er heelmal niet rouwig om, dat het plan van Sevelen niet door gaat, dat is net zo goed, zo niet nog beter. Er breekt nu weer een andere tijd voor me aan. Nu lieve familie, ik hoop dat het pakket op tijd zal komen en heerlijk veel tabak  Het persoonsbewijs is dat al verstuurd? want zonder dat ga ik niet weg! Wat zal het gek zijn in je burgerpakje rond te lopen. Dag, ontzettend veel liefs van jullie Tom.

 Karl Peter Berg ( 1907 1949). Joseph Johann Kotälla (14 juli 1908 31 juli 1979

Karl Peter Berg in bunkercel lezend in het boek  'Im Westen nichts Neues' , van Eric  Remarque. Ondermijnend en anti-militaristisch was het commentaar van Berg (Overgenomen uit de brochure van G. Kleinveld Onvoltooid verleden tijd).

9 maart 1944 is de grote dag dat ik het concentratiekamp mag verlaten. In optocht te voet, begeleid door vele familie en vrienden, gaan we van het kamp naar het station Amersfoort. We gaan per trein richting Duitsland om daar te werk te worden gesteld. Bij  Venlo vlak voor grens word ik uit de trein geroepen en overgedragen aan de Heer Bruil, een aannemer die in firma heeft in Duitsland. Weer een voorbeeld van een elitebehandeling, bewerkstelligd door mijn vader. Zie voor de verdere gebeurtenissen van deze  tijd de brieven die ik naar huis schreef.

9 maart 1944 op briefpapier van de firma Bruil Junior aannemersbedrijf in Bussum
Lieve Familie. wat een dag vol nieuwe gebeurtenissen. Ik ben op het ogenblik de koning te rijk! Beter had ik het heus niet kunnen treffen, ik zit n.l. hier op een boerderij (onder een dak) dat grenst aan het kantoor van firma Bruil. Ik eet met de mensen van het kantoor en de boer. Een zeer geschikte boer met een gezellige familie, verder nog 2 aardige Hollandse knechts, een Russisch meisje zit hier ook. Er zijn hier koeien, paarden van alles en nog wat. Ik geloof niet dat in D. een betere plaats te vinden was. Vader nog duizend maal dank voor alle moeite die jullie er voor over hebben gehad. Nadat ik van jullie afscheid had genomen, ging ik met de heer Vermeulen de grens over en nam me in Kaldenkirchen meteen mee en gingen naar Gelderen, waar we pils hebben gedronken, onbegrijpelijk, onwezenlijk was het, om weer vrij te zijn rond te lopen. De mensen keken me wel vreemd aan zo met een kale kop. De Heer Vermeulen heeft toen een paar boodschappen gedaan. Wij zijn daarna naar Sevelen gegaan. Daar aangekomen heb ik me voorgesteld en hoorde dat de boer hier een knecht nodig had ter vervanging van een Pool die op het ogenblik ziek is. Nu lieve ouders , wat ben ik innig en innig dankbaar dat ik zo goed terecht ben gekomen. Ik bof ook altijd. Het is hier erg gastvrij. Aan de Heer Vermeulen ontzettend veel te danken. Wat was dat weerzien ontzettend gezellig. Alle lekkere dingen en sigaretten niet te vergeten. Het lijkt al weken geleden dat ik uit PDA ben vertrokken maar er is ook zoveel gebeurd. Nu familie ik moet nu eindigen want Vermeulen moet de brief meenemen. P.S. Er staat hier zelfs een piano!!!! Hier is alles wat mijn hartje begeert tot een radiotoestel toe. Jullie moeten allen mensen maar bedanken die met me meegeleefd heeft, vooral Richard, Hein, Jan, Emmy , Erik, Maarten en Tante Jackey de laatste vooral voor hun pakje shag. Lieve familie tot over een paar weken dan zie ik jullie misschien weer. Ik maak het prima ! opperbest. Doe de groeten aan Tepke. P.S. Het spijt me, dat ik niet zovlot ter pen heb, maar mijn hoofd zit zoveel emoties en alles zo tegelijk. 

Sevelen, 14 maart 1944. Lieve Ouders. Alweer en brief uit Sevelen. Het gaat mij op het ogenblik wonderbaarlijk goed. Er zit bijna weer een week boer spelen op, in het begin was het wel vermoeiend. s' Ochtends beginnen we hier om 6 uur, het allereerste werk is dan de dieren voeren, om 7 uur eten we 2 sneden wittebrood met koffie, daarna het gewone werk; stallen uitmesten, en verder wat voor werk er zo'n dag te doen is. Vandaag hebben we b.v. gedorst. Om 10 uur eten we weer 2 sneden wittebrood met koffie en werken dan weer tot 12 uur., s' middags beginnen we weer om 1 uur, 4 uur eten we weer brood en werken dat tot 7 uur. Dat zijn lange vermoeiende dagen en je bent dan blij, dat je in je nest ligt, (het is een heerlijk bed wat ik heb).  Het is een grote boerderij met 90 h.a. grond , 3 paarden, 16 koeien, een stel pinken, 1 stier, 1 schaap, 8 varkens en verder ganzen en kippen. De boer is geschikt, maar houd van opschieten, het tempo van werken is hier zeer hoog, in het begin was het een harde dobber om mee te komen,  maar op het ogenblik gaat het wel. Zondag heb ik een heerlijke rustdag gehad, s' avonds ben ik met 2 Hollandse knechts naar het dorp gewest, we hebben daar met andere Hollanders een potje gekaart. Ik ben op het ogenblik in dienst van de firma Bruil, maar ben uitbesteed aan deze boer. Op het kantoor van firma Bruil zit de adm. S. de Boer, die ook bij mij slaapt, dat is wel gezellig. Wat enig waren die brieven van mijn vrienden, bedank hun nog hartelijk voor de moeite, vooral van Emmy vond ik het roerend dat ze mij schreef, de brief van Erik was enorm geestig. Charles wordt ook nog hartelijk bedankt voor zijn buitengewone attentie om aan de trein te komen. Voor mij is het en heerlijk gevoel geweest, dat mijn vrienden zo intens hebben meegeleefd, dat heeft me veel sterkte gegeven. Lieve familie, jullie worden allen nog zo intens bedankt voor jullie moeite en innig medeleven. Ook ben ik de heer Vermeulen ontzettend veel dank verschuldigd. Ik hoop binnen 3 weken thuis te zijn, wanneer die pas maar gauw komt. Elsbeth is ontzettend veranderd, het is nu geheel een jonge dame geworden. Ik verheug me al, wanneer we met zijn vijfjes om het haard  zitten, het lijkt me zo onwezenlijk en ondenkbaar in de Duinpan te komen. Het is ongeveer een jaar geleden, dat ik het laatst thuis was. Mijn haar groeit heel langzaam, maar mijn gezicht wordt nu al dikker,  de Heer Vermeulen die hier vanavond was, merkte het al! Ik voel me ook veel gezonder. Men lacht me hier wel uit met mijn kale kop, maar ik lach er nog veel harder om, ze zien je hier voor een gevangenis boef. Er zijn hier veel polen, russen en vooral Russische vrouwen uit de Oekraïne, die hier op het land werken, ze hebben een zwaar leven, we hebben er hier een, ze kan alleen maar Russisch en Duits, alleen met handgebaren kan men ze duidelijk maken. Nu Duinpanners, doe veel groeten en het beste aan mijn vrienden en een zoentje op Tepke's oor. Veel liefs van jullie aller Tom P.S. Mijn vulpen is nu al helaas afgeknapt!

Ausweis om naar Holland te kunnen gaan Maart 1944



Tom weer bij zijn familie na kamp Amersfoort en werken in Duitsland maart 1944

5 april 1944 mocht ik met valse papieren, namelijk als werknemer van de aannemersfirma Bruil, die de bommenschade moest herstellen, voor 11 april weer terug zijn in Duistland. Met de fiets naar de grens. Daar kwamen net twee Sicherheits  Dienst officieren  in burger met hun SD speldje. Ik was doodsbang dat hij me zou terugsturen en er achter zou komen dat de papieren vals waren. Maar hij vroeg me waarom ik met vacantie wilde gaan. Ik antwoordde dat ik naar mijn Braut  wilde, die "tausend wochen alt" was. Dat was mijn vriendin Emmy van Marken uit Aerdenhout, die 6 april 17 jaar zou worden. Dat vonden zij een goede mop en lieten ze me gaan. Van Venlo naar Aerdenhout met de trein. Dat was een hele sensatie om weer in het veilige Aerdenhout terug te komen. Ik vond ik het moeilijk te verteren dat alles zo rustig doorkabbelde en men nogal onbezorgd leefde, veel feestjes, er werd volop getennist, gehockeyd en zelfs gecricket. De oorlogsgeweld was kennelijk nog niet in Aerdenhout doorgedrongen Alles was gewoon in mijn afwezigheid doorgegaan.

Ausweis voor terugkeer 5 april en 1 mei. 1944. Na tweede keer niet meer teruggekeerd

Voorgoed heb ik  Duitsland 1 mei 1944 verlaten. Ik had volgens mijn paspoort uiterlijk  31 mei moeten terug keren. Helaas heb ik de brieven en mijn dagboeken (zelfs die ik gemaakt heb in het Huis van Bewaring) en de brieven van mijn ouders achter moeten laten. (Na de oorlog is de heer Bruil berispt voor het werken met zijn firma voor de Duitsers. Ik heb wel een goed woordje voor hem kunnen doen, vanwege het feit dat hij me uit handen van de Duitsers heeft weten te houden, door mij te voorzien van valse papieren).
Dank zij mijn Vader werd ik 19 juni 1944 tewerk gesteld bij de BPM achter het Centraal Station aan de overkant van het IJ, in de fabriek voor het aanmaken van ascorbinezuur vitamine C. Het was eentonig werk. Soms moest ik ook nachtdienst draaien. Met zelfs nog een  legitimatiebewijs van de BPM als van het Gewestelijk Arbeidsbureau gedateerd van 19 juni 1944: Ik woonde toen officieel op de Stadionkade en was dank zij het gewestelijk arbeidsbureau te werk gesteld als omscholingskracht. Het werd toch een harde leertijd. De arbeiders in de fabriek zagen mij toch als een elitejongetje. Bij een vriendschappelijk vechtpartijtje met een echte Mokummer, viel hij ongelukkig op de werkvloer en heeft me toen een watjekouw gegeven op mijn neus. Daar heb ik nog tientallen jaren nadien last gehad met het krijgen van bloedneuzen. In die tijd heb ik de actrice Liane Saalborn die we in het hol hadden ontmoet bezocht in haar ouderlijk huis Nicolaas Maesstraat 144 in Amsterdam. Op haar platje lagen we in de zon te luisteren naar de vierde Symfonie van Mahler. Het werd mijn eerste kennismaking met het echte liefdesleven. Toen ik op straat kwam en naar mijn vriend Maarten von Balluseck ging, voelde ik me een hele piet, het gaf een heerlijk gevoel om ontmaagd te zijn.

19 juni krijg ik van het gewestelijk arbeidsbureau een bewijs dat een omscholingskracht ben bij de BPM

Mag tussen 23 uur en 4 uur me op straat begeven in Amsterdam. Nachtdienst BPM

Een onthutsende ervaring had ik toen voor geld bedelde bij de vrienden van mijn Vader in Aerdenhout om eten te kopen voor mijn vriend Toon Goemaat die in Amsterdam West woonde en honger leed. Ik had met hem in het concentratiekamp gezeten. Hij was een overtuigd communist. Toen ik bij de heer Ernst Crone kwam, kreeg ik wel geld, maar met de zgn wijze woorden dat als je twintig bent je rood bent om dan als je veertig jaar bent in te zien dat het een illusie is geweest.

Feest voor mijn terugkeer in Aerdenhout na het kamp Amersfoort

Weer temidden van mijn vrienden. Staande vlnr Bob van Waveren, Jan van Marken, Charles de Beaufort, Erik Rhodius. Zittend Richard Rahusen en Hein van der Wal

Er was in die tijd dat ik in Amersfoort zat in Aerdenhout en omstreken de BAH (Bloemendaal, Aerdenhout en Heemstede) Vereniging opgericht, die wedstrijden organiseerde. Het was wel een groot feest, maar ik heb er toch later een 'BAH complex' van over gehouden. Namelijk dat iedereen maar rustig doorfeest terwijl de rest van Europa in vuur en vlam staan. (Anno 2007 ben ik nog steeds niet genezen van dit BAH complex , nu staat een groot gedeelte van de wereld in vuur en vlam en leeft men in het rustige welvarende Nederland er lustig op los, zonder zich iets van de wereld aan te trekken)  

 

Fiets wedstrijd op het kopje van Aerdenhout georganiseerd door de BAH. april 1944

Na afloop van de fietswedstrijd samen met mijn vriendin Emmy van Marken, die Braut von 1000 wochen!

Zo herinner ik mijn woede die zich van mij meester maakte, toen op avond van 6 juni 1944  D day de dag van de invasie in Normandië door de geallieerden mijn ouders en hun vrienden (ook mijn latere schoonouders Strumphler) een groot feest vieren in het huis van de familie van Schaardenburg op de Enschedeweg, vlak bij ons huis. Het stroomde van de regen. Ik ben op een bepaald ogenblik naar buiten gegaan en heb me expres nat laten regen om mijn woede af te koelen, want op dit zelfde ogenblik dacht ik sneuvelen talloze soldaten, die bezig zijn met ons te bevrijden van de Duitsers. Het is niet het juiste moment om feest  te vieren.

Vrienden van het hol in Aerdenhout Jopie Verloop net terug uit kamp Amersfoort. Naast hem zijn vriendin Truud Vinke en links van hem Ted Vinke

De standaard foto 1944 van de 6 kleinkinderen van grootouders De Booij

Links: Cricketelftal Rood en Wit 1944. Rechts: Gelegenheids cricket elftal

Dan komt de dolle dinsdag , het ogenblik dat de kans op een spoedige einde van oorlog weer tot het verleden ging horen en we een koude lange en zware winter met honger etc tegemoet gingen. Hierna ben ik niet meer naar de BPM gegaan en kreeg zowaar van mijn Vader via de Reddingmij een 'ausweis' dat ik behoorde tot het personeel van de Redding mij en dat ik van de 'Arbeiteinsatz' was vrijgesteld. Mijn beroep: was koerier. Dat was inderdaad ook het geval echter voor de ondergrondse strijdkrachten en wel als adjudant van mijn chef de Jong Schouwenburg. We oefenden in de duinen met stenguns en moesten wapens per fiets transporteren . Een aantal keren is het heel spannend geweest, en heeft het weinig gescheeld of het was noodlottig afgelopen. Bij een koeriersdienst komende van het huis van de Jong Schouwenburg werd ik aangehouden door een Duitse schildwacht 'Wer da' riep hij met het geweer in aanslag. Ik had een revolver bij me,ben als een gek door het bos doorgereden. Hij heeft op me geschoten en hoorde de kogel over mijn hoofd fluiten. Direct naar het huis van Jan van Marken gegaan om daar bibberend te bekomen van de schrik. Een andere keer waren we op de bovenkamer van Jong Schouwenburg met geweren aan het oefenen toen we opeens in de tuin een Duitser met geweer zagen staan. Alles gauw verstopt en verder gelukkig niets gebeurd. Een andere keer werd ik op weg naar de gaarkeuken, aangehouden door een Duitse schildwacht. Ik werd gefouilleerd. Ze vonden een stuk van de plattegrond van Aerdenhout met een gaatje erin en zeiden dat dat een kogelgaatje was. Dit was ook inderdaad zo, we hadden in de duinen erop geschoten tijdens onze oefeningen. Ze zeiden dat ik "sofort hingerichted"zou worden. Ik zei schijnbaar heel geloofwaardig, dat het onze poes was geweest die daar een gaatje in had gemaakt. Verder begon ik een zielig verhaaltje op te hangen over mijn zieke moeder die aan tuberculose leed en ik gauw van eten moest voorzien. Zo werd ik onder geleide van een Duitse soldaat naar huis gebracht. Daar aangekomen heeft hij geen verdere pogingen gedaan voor een huiszoeking of zo iets. Een ander moment van spanning was dat we huiszoeking kregen. Net op tijd ben ik in het hol gekropen dat we hadden gemaakt in het dienstboden kamertje. Door de papieren van de Reddingmaatschappij heeft hij geen zoekactie in ons huis ondernomen.  Ik gaf te kennen aan mijn commandant de Jong Schouwenburg dat ik bij de KP (knokploeg) in Haarlem wilde. Deze groep schoot Duitsers dood op soms op klaarlichte dag. Mijn Vader heeft er wel voor gezorgd dat ik zgn onmisbaar was als adjudant van de Jong Schouwenburg. Met mijn neef Willem van Marle oefenden wij in de tuin van meneer van Tienhoven met het gooien van handgranaten (uiteraard zonder springlading).

Uit het dagboek van mijn grootvader Hendrik de Booij over het jaar 1944:
20 januari
Wij zijn in afwachting van komende dingen. Het schijnt niet onmogelijk dat wij over enige tijd verjaagd worden uit ons huis en door de polder vluchten of dat wij onder het puin liggen.
21 februari. Onze kleinzoon Tom zou donderdag, d.i. heden, naar Duitsland worden gezonden, maar om een of andere reden is daarvan niets gekomen, dus hij is nog in het kamp van Amersfoort.. Men vertelt van een vreselijk gebeuren in het kamp te Vught, waar een aantal vrouwen, men zegt 90, op last van de commandant als straf werden opgesloten in een bunker, waarin ze niet konden zitten of staan, en dat van de 90 vrouwen 11 zijn gestorven. daarbij zijn ons bekenden. Vandaag de 44 delen Voltaire naar de veiling van Bom gezonden. De heer Bom denkt dat de opbrengst ongeveer 150 gulden zal zijn.
9 maart. Met de hulp van dienstboden is het tegenwoordig ellendig gesteld. De lonen worden zeer hoog. Een gewone, volle dienstbode vraagt thans 80 gld p.m. en soms worden lonen van 100 betaald. Men vertelt van een dagmeisje dat 30 gld per week verdiende. Wij hebben slechts werksters en zijn ertoe overgegaan hun lonen te verhogen tot 4 gld per dag. Heden een blaadje in de bus gevonden, waarin o.a. het volgende voorkomt: ... er is het besluit genomen (in Frankrijk) na de verjaging van de Duitsers alle bestaande Franse dagbladen die met de vijand geheuld hebben, te onteigenen. Ik denk natuurlijk aan het Handelsblad en mijn band daarmede, al is de uitdrukking 'heulen met de vijand' op ons niet toepasselijk. Maar er zullen zeker mensen zijn, en zeker bij hen die deze blaadjes verzenden, die er anders over denken.
3 september. De blijde verwachting waarin wij leven wordt bij mij bedorven door het onaangename gevoel nog te zijn verbonden aan het Handelsblad, al zijn de motieven die daartoe hebben geleid ook te loven en hebben wij ons niet te schamen.
4 september. Bewolkte lucht, wind, regen. Op de middag horen we dat Brussel is gevallen, later Luik en dat de geallieerden vlak bij de Hollandse grens zijn. Tom kon per trein van Aerdenhout Amsterdam niet bereiken.
5 september. Nee, Tilburg was niet bevrijd. Frans [schoonzoon] telefoneerde om 1 uur 's nachts uit Tilburg. De hoofdmacht was naar Breda gegaan.
6 september. Gisteravond even vóór 8 uur werd Dick van Leeuwen (zoon van Emily van Eeghen en Toek van Leeuwen), door een landwacht doodgeschoten. Mary [van Eeghen, de grootmoeder], ging in haar karretje, geduwd door Korthoff, naar het Binnengasthuis en vandaar naar het W.G. waar hij lag. Ze knipte een beetje haar van zijn hoofd. Hij was nog geheel vol bloed, onherkenbaar, omdat de politie hem nog niet had vrijgegevn.
Zelfs Breda blijkt niet waar te zijn, nog minder Rotterdam, maar wel Maastricht en Tilburg (zegt men). Wij zijn afgezonderd van de wereld, zullen misschien nog een lange tijd afgezonderd blijven.
27 september. 's avonds wordt bekend dat de parachutisten aan de Noordelijke oever van de Rijn de strijd hebben geslecht en zijn gevangen genomen. Dit is een zware tegenslag voor de geallieerden. De stakende spoorwegmannen die het bevel van onze regering in Engeland opvolgden komen wel in een zeer moeilijke positie. De oorlog wordt er langer door en de winter nadert met de ellende die hij meebrengt. Dus gaan we vanavond droevig maar niet verslagen te kooi.
5 oktober. 's morgens naar het landje, waar Engelien bezig met wieden en oogsten. Ik pluk spinazie en zilverbiet, suikerbieten, tomaten, bieslook enz., geef wat zilverbiet aan een hongerige juffrouw. Namiddag naar schipper Otto en 8 kilo aardappelen gehaald in rugzak. 's Avonds staat in de krant dat maandag electriciteitslevering wordt stopgezet voor geheel N. Holland, trams rijden niet meer, fietsen worden afgenomen. We hebben vanavond repetitie met 1 kaars en 1 klein petroleumlampje. We bezitten nog 35 gewone kaarsen
24 oktober. Gisteravond is in de buurt van de Apollolaan en Beethovenstraat een Duits militair, vermoedelijk een officier, doodgeschoten. Dit feit heeft de Duitse overheid aanleiding gegeven tot het in brand steken van enige huizen, mooie villa's aan weerszijden van de Beethovenstraat en uitziende op de Apollolaan. Verder werden in de vroege morgen 24 mensen, meest jonge mannen, die opgesloten waren in de gevangenis op de Weteringschans, omstreeks half 6 doodgeschoten, staande tegen de schuilkelder op de Apollolaan, vlak voor het huis van Menso [Boissevain, zoon van Charles]. Menso en een aantal anderen werden gearresteerd en hij is nog in arrest. Ik ging naar de Beethovenstraat, zag de verbrande, nog smeulende huizen, de bloedvlekken op het troittoir, vele bloedvlekken. Lies [vrouw van Menso] lag met Elsje in de vroege morgen op haar knieën voor het raam te kijken of Menso bij de 29 mensen was die zouden worden doodgeschoten. Gelukkig was dit niet zo. Ze werden met een mitrailleur weggemaaid en daarna met een revolver zo nodig afgemaakt.
17 november. Gisteren kwam onze kleindochter Hilda per fiets in de regen 2½ uur van Aerdenhout met een welkome lading hout om te branden. Ze ziet er best uit, Daar wij al vier logé's hadden (G.[Gijs], Engelien en de twee meisjes), sliep ze in de salon op een matras (in de lekkere warmte van de kachel. Het was gezellig gisterenavond in ons huis vol mensen. We genieten nu van het licht van een carbidlantaarn van Gijs [van Hall, neef, die toen een ondergedoken leven leidde, in verband met de spoorwegstaking].Hoeze kwam vertellen dat onze kindertjes over een dag of tien zullen vertrekken naar hun ouders, die dan weer hun eigen woning gaan betrekken. De bloedvlekken voor de winkel van VANA zijn opgedroogd en gedeeltelijk uitgewist door de schoenen der mensen die er over lopen.
23 november. Er is bericht gekomen omtrent Robert [Bob, zoon van Charles] Boissevain. Hij is in een kamp in Duitsland, in Oranienburg, waar een mooi klimaat is. Hij maakt het goed, is werkzaam op een kantoor met prof. Telders e.a. Ook Jan Canada [Boissevain] maakt het goed.
[geen van beiden haalde de bevrijding].
26 november. Om 1.20 uur kwamen een aantal vliegtuigen die in onze onmiddellijke nabijheid, na gedoken te zijn, bommen lieten vallen, wat een hevig lawaai veroorzaakte. Even later kwamen Peter en Alexander Sillem met Tito bij ons. Tito is gewond, is gevallen van de trap en het huis van de Sillems is verwoest. Daarna gehoord van Maurits van Eeghen die erheen is geweest, dat Willem Sillem en Theo [zijn vrouw] in orde zijn, dat Franco [een onderduiker] dood is en Attie een zware beenwond heeft. Van de kleine Gie en van Olga hoorden we nog niets.
Hilda van Marle, die de verwoesting was gaan beschouwen van een afstand en die Willem en Theo bezig had gezien, was nog in gevaar gekomen doordat een tijdbom in haar nabijheid ontplofte. Zij zag een wolk van gassen en voelde warme voorwerpen, naar het scheen papier, op zich neerdalen en raapte vlak naast zich een grote hete scherf van een bom op. Het huis van de Sillems - Anthonie van Dijckstraat nr. 6 - is niet ver van de gebouwen in de Euterpestraat, waarop de aanslag was gemunt.
1 december. Wij bemerkten dat electr. stroom is ingeschakeld en wij het huis dus konden verlichten. Dit is een stedelijke maatregel ten behoeve van de bewoners in deze buurt die ruiten hebben verloren en dientengevolge overdag in het donker zitten. Het is heerlijk en we hopen dat deze heerlijkheid enige tijd zal duren. We kunnen stofzuigen, de WC is weer verlicht enz. enz. Heden droevige berichten gehoord. De gehele familie Romée [Boissevain-Kalff] is met hun logé's opgepakt in de nacht. Lies [een van de dochters] werd al gisteren opgepakt.
4 december. 's Middags was het weer uit met het electrisch licht.
5 december. Vandaag is St. Nicolaas en doet daarom aan de zorgeloze jeugd denken. Was de jeugd wel zorgeloos? Ik geloof het niet. Het was weer druk bezoek hedenmorgen. Er was een kapper die Hilda kwam kappen. Emily Cruys, doof, statig, was er, Dokter Huges, ten slotte Tom. Tom bracht een groot tarwebrood en een fles raapolie, verkregen door ruil van een hoeveelheid benzine. Het was een hele toer al die mensen uit elkaar te houden. De voorkamer is de enige warme kamer. R.O. [radio Oranje] waarschuwt er voor dat de geallieerden door zullen gaan met het bombarderen van Duitse kwartieren. In verband hiermede wordt aangeraden zo spoedig mogelijk te verhuizen indien men in de buurt van zulk een kwartier woont. Dit is weer zo'n raad waarvan men niet weet wat te denken. Het is beter geen raad te geven dan raad die alleen onrust veroorzaakt en niet opgevolgd kan worden.
Woensdag 13 december '44. Er kwamen twee arme kinderen bedelen, een meisje van 10 jaar misschien, en een jongetje van zes. Bleke gezichten, armelijk van uiterlijk. "Heeft u een beetje geld voor ons, met een klein beetje, een dubbeltje zijn we al tevreden". Ik gaf een gulden en zei "gelukkig dat jullie niet om brood vragen want dat heb ik ook niet". Een beroerd artikel in het Hbld en een nog veel beroerder in de Telegraaf doet mij weer met zorg denken aan de toekomst van het Handelsblad, maar als ik goed nadenk kom ik weer tot rust. Hillie ([de werkster] komt en vertelt dat drie bakkerswinkels in haar buurt zijn bestormd en leeggehaald. Een bakker had alles maar verkocht. "Er komt vast oproer" zei ze, Ook hadden mensen hekken bij de spoorweg gesloopt en waren weer anderen bezig met bijlen en zagen een schuilkelder te slopen. En waar is onze politie?Frans Cruys [neef] ontmoet op het Museumplein. Hij liep op klompen en zei dat hij zou trachten een hapje eten te krijgen in het American hotel. Een troepje burgers, jonge mannen, werd onder bewaking van enige agenten weggebracht, te voet, waarheen.
28 december. 's Morgens met Engelien naar het landje om boerenkool te snijden. Over het veld op de sloot opgebonden. Als we bezig zijn op het land vliegtuigen en luchtalarm. We horen ook schieten. Engelien terug en ik per schaats naar Kalfjeslaan over de Boerenwetering. IJs gevaarlijk onder bruggen ook zelfs in sommige open doorgangen waar geen brug ligt.

1945
De hongerwinter duurde lang en was langdradig. We konden zo weinig doen, behalve kleedjes kloppen, soep koken etc. Op het zelfde ogenblik zag ik dan de talloze bommenwerpers van de geallieerden overkomen. Wat zou ik graag daar boven in die lucht zitten, dan in dit bekrompen Aerdenhout. Mijn vriend Richard Rahusen die in Heemstede woonden had thuis niet veel te eten en op gezette tijden maakte ik voor hem een heerlijke erwtensoep, waar hij zichtbaar van genoot. We aten soms tulpenbollen. Deze veroorzaakte vele gassen in de ingewanden en het was dan een waar feest om de winden aan te steken, wat een ware steekvlam produceerde. We kookten op een noodkachel zie foto. Mijn vader ondernam lange fietstochten om eten te halen bij boerderijen in de kop van Noord Holland. Mijn vader mocht in verband met zijn werk bij de Reddingmaatschapij een radio hebben. We luisterden - wat wel verboden was - naar de Engelse radio. Van deze radioberichten maakte ik samen met mijn vriend Jan van Marken een klein krantje, dat we in de buurt verspreiden.

Linsk: Noodkacheltje waarop wij het eten klaar maakte. Rechts: Mangaten om te schuilen bij eventuele bombardementen

Links: Tom in krijgshaftige uitrusting , hongerwinter 1944-45. Rechts: Condensstrepen van de overkomende bommenwerpers van de geallieerden

Zo kwam dan na een lange winter dan toch eindelijk de bevrijding op 5 mei. Wat een sensatie toen we vlak daar voren droppings hebben gekregen van witte brooden ter beschikking gesteld door het Zweedse Rode Kruis.

  

Vliegtuigen met Rode Kruis pakketen worden luid toegejuicht

 

Links: Dolle taferelen in de straten van Haarlem na de bevrijding mei 1945. Rechts: Op de grote markt van Haarlem met de Oude St Bavo met de wijzers op 12 uur!

Onze oom Alfred de Booij na zijn terugkomst uit Engeland met zijn twee neven Willem van Marle en Tom de Booij in B.S. uniform

De ondergrondse werd nu Binnenlandse Strijdkrachten en werden we ingeschakeld om Duitse krijgsgevangenen te bewaken, die waren ondergebracht in tentenkampen. Ze waren op doortocht naar Duitsland via de afsluitdijk. We schopten dan tegen de tenten, en bonden schoenen aan elkaar en gooiden die in andere tenten. Samen met Canadese militairen hebben we motoren gegapt, die de Duitsers mochten gebruiken voor koeriersdiensten. Dit werd voor de Canadese bevrijders te gortig en werden wij weer naar Aerdenhout terug gestuurd.

Links: Onze troep van de BS wordt geïnspecteerd door een Canadese officier. Rechts: Wij bewaken als BS  de Duitse krijgsgevangenen in de duinen van Bergen aan Zee

Op appèl voor onze sergeant van de BS. Tom vierde van links.

Hier hebben we meegewerkt aan de arrestatie van verschillende inwoners die volgens de oorlog fout waren. Zelfs mijn hoogleraar in de paleontologie Prof Gerth werd door ons van zijn huis gehaald. Deze werden ondergebracht in een schoolgebouw. Zo moest ik bewaken goede bekenden van mijn ouders zoals mevrouw van Hengel en mevrouw Diemer Kool, die in de zolder op het stro sliepen. Ook meneer Boom, de buurman van Hein van der Wal,moesten we  begeleiden tijdens een transport van het schoolgebouw naar het Mariene hospitaal in Overveen. Daar heb ik met mijn geweer een waarschuwingsschot gelost op een gevangene, die voor een raam kwam, hetgeen verboden was. We waren bepaald geen lekkere jongens! Ook bepaald niet toen we Menten moesten oppakken. Ons werd verteld dat hij zeer gevaarlijk was. We hebben het huis gelegen aan de hoek Schulpweg-Vondellaan overvallen. Kees en Willem Bierens de Haan zouden via de huisdeur aan de Schulpweg naar binnengaan. Ik moest vanuit de Vondellaan in de tuin via het terras naar binnen gaan. Daar zat meneer in zijn tuin rustig een krantje te lezen. Hij weigerde zijn handen omhoog te doen. Toen heb ik een waarschuwingsschot gelost vlak naast zijn oren met het geweer omhoog te richten. Het was een oud geweer waar maar een kogel in kon  Hij schrok geweldig en liet zich gedwee naar binnen voeren. Boven op de slaapkamer sliep mevrouw Menten. Toen Menten zijn vrouw omarmde waren wij bang dat hij misschien daar een wapen zou pakken en had hij toen een onverwachte beweging gemaakt dan hadden we met onze stengun in aanslag met scherp geschoten, zo gespannen waren we. Even later heeft de Jong Schouwenburg hem met zijn auto weggebracht naar het Marine hospitaal in Overveen. Toen Willem van Marle en ik s-avonds voor het huis stonden, kwam de huismakelaar Wildeboer, die ook  op de Schulpweg woonde  langs. Hij zei tegen ons, dat hij voor Menten zijn handen in het vuur kon steken. Ik antwoordde door tegen hem te zeggen 'Meneer Wildeboer U heeft maar twee handen'. We hebben het hele huis doorzocht maar vonden niets bijzonders gevonden, behalve een lekker slaatje wat we naar hartelust  hebben opgegeten. We hebben het huis van hem daarna vier dagen met onze groep mogen bewaken. Heel vreemd was het dat we niet langer het huis mochten bewaken. Het werd overgenomen door een groep uit Velzen. Tijdens die periode schijnt er veel uit zijn huis gestolen te zijn .Ik herinner me dat Wildeboer tegen ons gezegd zou hebben dat een timmerman uit Velsen voor Menten een geheime bergplaats had gebouwd. Hij kon daar zijn juwelen, effecten in verbergen .Toen Wildeboer verhoord werd door de Binnenlandse Strijdkrachten (B.S.) in Haarlem voor zijn dubieuze activiteiten, heeft hij een vetleren zakje gezien waarin waarschijnlijk juwelen zaten dat hem bekend voorkwam. Hij had dat vroeger eens gezien in het huis van Menten. Het fijne ervan is geloof ik nooit helemaal duidelijk geworden maar vrij zeker is dat de leden van de Binnenlandse Strijdkrachten waardevolle schatten van Menten achterover hebben gedrukt, toen zij het huis mochten bewaken.

 

Pieter Nicolaas Menten ( 18991987) was een Nederlandse oorlogsmisdadiger. Hij groeide op in een welgestelde Rotterdamse familie en vestigde zich in Polen als zakenman. In 1941, nadat Duitsland grote delen van Polen had veroverd, werd hij lid van de SS. Aanvankelijk hielp hij de bezetter als tolk, maar al snel nam hij deel aan het uitkiezen van Joodse families voor executie, kunstroof en andere activiteiten van de Nazi's in Polen. In 1949 moest hij terecht staan op beschuldiging van collaboratie, het roven van kunst, en omdat hij zich in vreemde krijgsdienst zou hebben begeven. Zijn advocaat L.G. Kortenhorst, tegelijkertijd voorzitter van de Tweede Kamer, wist Menten van de meeste beschuldigingen vrij te pleiten. Menten werd tenslotte veroordeeld tot 8 maanden gevangenisstraf, hetgeen gelijk stond aan de lengte van zijn voorarrest. Later leefde hij in weelde in Blaricum, waar hij relaties opbouwde met bekende Nederlanders. Naar schatting was hij Nederlands zesde persoon in rijkdom, zonder dat duidelijk werd waar deze rijkdom vandaan kwam.

Het toeval wil nu dat de dochter van Wildeboer werkte in 1976 bij het veilinghuis Sotheby Mak van Waay en aan haar vader zei, dat zij in de catalogus gezien had dat Menten enkele van zijn schilderijen wilde laten veilen.Ze zei toen tegen haar Vader: " Menten denkt dat de oorlog al lang is afgelopen".
Journalist Hans Knoop werd hierover getipt dat veel van de kunstwerken roofkunst uit Galicië zou betreffen. Knoop verdiepte zich in de zaak en bracht schokkende feiten aan het licht. Menten zou zich tussen 1941 en 1943 als tolk van de Duitsers met als rang SS-Hauptscharführer hebben schuldig gemaakt aan collaboratie, medeplichtigheid aan moord, en diefstal. De door hem bij elkaar geroofde kunst zou Menten in 1943 in een drietal spoorwegwagons naar Nederland hebben laten transporteren.
Een dag voordat Menten in november 1976 zou worden gearresteerd, vluchtte hij met zijn vrouw Meta naar Zwitserland, waar hij vervolgens op 6 december alsnog werd gearresteerd. Minister van justitie Van Agt stelde een commissie in die de affaire moest onderzoeken. Menten werd in 1980 door een Nederlandse rechtbank veroordeeld wegens oorlogsmisdaden. Hij zat tweederde van zijn straf uit en kwam in 1985 vrij. Hij overleed, dement geworden, op 88-jarige leeftijd

Tot op de dag van vandaag een vreemde onopgehelderde zaak. Maar zeker is wel dat leden van de binnenlandse strijdkrachten zich op illegale wijze hebben verrijkt aan zijn bezittingen en dat Menten onze regering heeft gechanteerd met het feit dat de BS zich schuldig zou hebben gemaakt aan diefstal van zijn rijkdommen.  Ik ben in die tijd ontboden bij de rechter-commissaris om precies te vertellen wat er gebeurd was tijdens de tijd dat ik het huis bewaakte. Hij vroeg of ik daar wel eens iets had ontvreemd of effecten of sieraden had gezien. Ik zei toen ja een heerlijk slaatje. Hij kon de humor van deze opmerking niet waarderen.  Een commissie (waar ook Ivo Schöffer zitting in had, in 1942 een studiegenoot van me in Amsterdam) heeft een onderzoek gewijd aan de zaak Menten. De resultaten van het onderzoek zijn vastgelegd in een lijvig rapport. J.C.H. Blom,  A.C. 't Hart en I. Schöffer. De affaire -Menten, 1945-1976. Tweede Kamer der Staten Generaal 1979, 2 delen. Hieronder geef ik uit dit rapport enkele passages die betrekking hebben op de arrestatie van Menten: p.25

"Deze arrestatie, verricht op 16 mei 1945, was geschied omdat Menten zich niet aan het huisarrest zou hebben gehouden. Dit althans werd gemeld aan de commandant van de BS-compagnie te Aerdenhout J. Stork, tot tweemaal toe zelfs, zoals Stork later verklaarde. Menten ontkende later ten stelligste het huisarrest overtreden te hebben. Wel zou hij om niet gestoord te worden en om van het gezeur af te zijn in een aantal gevallen tegen onbekende en niet als officiële functionarissen herkenbare personen die aanbelden hebben laten zeggen, dat hij niet thuis was. Daarmee was hij kennelijk in een val gelopen, die de BS (op instigatie van De Bruyn) voor hem gezet had. De arrestatie was een nogal spectaculair gebeuren. In verband met de verhalen die over Menten de ronde gedaan hadden en nog deden werd hij als gevaarlijk beschouwd. Dit leidde tot allerlei voorzorgsmaatregelen en een flink aantal deelnemers (wellicht deels ook uit nieuwsgierigheid). Terwijl Menten aan de achterzijde van zijn huis buiten lag te lezen, werd om ± 19.30 uur gebeld en tegelijk traden gewapende BS-ers de tuin binnen (men had het huis omsingeld). Er viel zelfs een schot, waarbij een ruit sneuvelde. Binnen speelde zich eveneens een heftige scène af. Menten wond zich hevig op, zijn vrouw viel flauw, «een hartkramp» aldus De Telegraaf vijf jaar later (er werd een dokter bij gehaald), maar dat alles verhinderde niet dat Menten en zijn vrouw werden gearresteerd. Een door de BS vermoed begin van verzet (door Menten overigens ontkend) werd door een slag met een gummiknuppel gesmoord. Menten eerst en later zijn vrouw werden naar Duinrust, het bewaringskamp te Overveen, gebracht. De moeder van Menten die bij hem inwoonde werd naar het verpleeghuis Kareol gebracht, waar zij goed verzorgd zou kunnen worden. Deze arrestaties van huisgenoten waren in overeenstemming met de bepaling op de oorspronkelijke arrestatielijst".

In een brief dd 18 October 1951 van de Procureur-generaal aan de Minister van Justitie, inzake het onderzoek van de Rechter-Commissrais Smits, staat nog het volgende:
" De Rechter-commissaris is er nog in geslaagd te ontdekken wie de eerste wachtdiensten in het huis hebben gedaan te weten Tom de Booij (no.84), Stahl (no. 182)... en andere behoorlijke B.S.ers welke tot de roof der vier groote, waardevolle partijen goederen, op de herenkamer volgens Menten aanwezig, niet in staat moeten worden geacht. In die eerste dagen waren de twee zakjes juwelen, volgens Menten ter waarde van f 1.080.000,- nog niet eens ontdekt, alwaar deze juwelen volgens Menten zouden verborgen zijn geweest. In die eerste dagen moet dit wachthouden vrij zeer serieus zijn geschied.,de oorspronkelijk opgestelde wachtlijst is zelfs nog gevonden, allerlei aanbellende bezoekers werden gearresteerd. Dat later de bewaking is verslapt en dat veel te veel < bevriende > bezoekers - uit sensatie gevoelens toegelopen - zijn toegelaten is niet te ontkennen en vele kleine goederen zijn ongetwijfeld toen gestolen ook door enkele B.S.ers o.a.  (volgend enige namen met dossiernummers) die dit thans ruiterlijk erkennen".

Langzaam begon het gewone leventje weer op gang te komen en ben ik verhuisd naar de Keizersgracht om daar mijn studie op te nemen. Moeilijk om na zo'n roerige tijd weer te gaan studeren. Ik heb in die tijd nog een bezoek gebracht aan mijn vriendin Liane Saalbron waar ik in 1944 heel plezierige herinneringen aan heb gehad. Ik belde aan en de moeder van Liane deed open en vertelde me boven aan de trap: "Liane is gisteren getrouwd". Het laat zich makkelijk raden wat ik toen dacht. Gek genoeg weet ik me van die tijd tussen mei en september weinig te herinneren. Wel herinner ik me dat ik  nu als  officier het 2e Waskolkkamp heb meegemaakt. Levendig staat nog op mijn netvlies dat toen ik in de keuken van het kamp stond, we via de radio hoorden op 6 augustus dat een atoombom was gevallen op Hiroshima. Ik had wel moeite met het christelijk geloof dat ik aan de jongens moest overbrengen en daar gelukkig met de leiding het op een compromis heb gegooid..    

Gelukkig kreeg ik de gelegenheid om in september -via een uitnodiging van de universiteit van Bern aan de universiteit van Amsterdam- voor een half jaar naar Bern te gaan om daar de studie in de geologie voort te zetten. Onze overbuurman in Aerdenhout was Professor de Groot aan de Amsterdamse Universiteit en zijn zoon mijn hockeyvriend Volkert de Groot. Via hem hoorden van een uitwisseling tussen de  universiteiten van Zwitserland en Nederland. Zo adopteerde Zurich Delft, Basel Utrecht, Bern Amsterdam. Dit voor het Duits sprekende Zwitserland. Ik weet niet precies meer welke Universiteiten van Groningen en Leiden door Zwitserse Universiteiten zijn geadopteerd. Het was een waar buitenkansje na alle ellende van de oorlog.  Het was een hele toer om alle visa rond te krijgen. Voor Nederland om het in bijzondere staat van beleg verkerende grondgebied van het Nederlandsche Rijk in Europa, voor België en Frankrijk een transit visa en voor Zwitserland een verblijfsvergunning voor een half jaar.. Tezamen met Robert Feenstra hebben we gezorgd voor deze nodige visa en zijn we per Rode Kruis trein vertrokken naar Zwitserland. De namen van de medestudenten waren, Feenstra, Blans, Bruning, Citroen,De Groot, Heringa, De Jong, Ligthart, Smit Sibinga, Went, Wit en Witsenburg en de vrouwelijke studenten: Lachapelle, de Lange, Wibaut, Plas, Reesink, Ritsema, Ruys,Vredenryk, Engelenburg.

11 oktober 1945 zijn we met de trein van uit Amsterdam vertrokken . Ik had het geld mee voor 24 personen volgens mijn paspoort een bedrag van 887.04 gulden. Tijdens de reis werden we verschrikkelijk dronken, want Ligthart had als medisch student pure alcohol uit een laboratorium mee kunnen nemen. De verdunning werd steeds minder. Het transport omving een heleboel kleine kinderen die voor vakantie naar Zwitserland mochten. We hebben ze, naar ik herinner, met onze zatte koppen ze te laten wandelen op de stations. Verder hebben we de machinist ook nog een glaasje gegeven toen we een lange tijd moesten wachten voor een stopsein bij Arlon. Door de Zwitserse Rode Kruis verpleegster werden we gemaand ons rustig te houden en zo sliepen we onze roes uit. In Basel kwamen we opeens in de vrije wereld. Stalletjes met bananen, sinaasappelen, sigaren te gek om los te lopen.

Tom en Robert Feenstra in de trein van Bazel naar Bern, paffend van dikke sigaren gekocht in station Bazel

We werden ontvangen door de heer Mercier van de Universiteit van Bern, om per trein van Bazel naar Bern te gaan. Hij was zeer verbaasd om daar een uitgelaten stel mensen aan te treffen, die werkelijk door het dolle heen waren.
Zo werden we opgevangen door onze pleegouders in het station in Bern. Mijn pleegouders waren de heer en mevrouw Dellsperger. Hij was apotheker en een echte Berner. Het kan gewoon niet erger. Zo precies en serieus. Zij was erg vriendelijk en warm voelend. Er waren ook nog twee kinderen thuis der Ruedi en Vreneli. Deze dochter werd verliefd op mij, zie later haar brieven. Vanuit mijn zolderkamertje kon ik over mijn tenen heen kijkend de grote bergen zien zoals de Schreckhorn, Eiger, Mönch en Jungfrau.

Bern met uitzicht op de Berner Alpen

Links: Met meisje Ritsema. zuster van Lo Ritsema, op weg naar de Faulhorn. Rechts: Met bootje op Bieler meer, vlnr Robert Feenstra, Tom de Booij, Iet Ruys, Gerda Lachapelle, Berner student

 

 

Het werd een tijd vol plezier en weinig werken. Dit tot grote teleurstelling van mijn pleegouders, die dachten en denken steeds aan werken en nog eens werken. Tüchtige Berners. We werden opgenomen in het dispuut van de Sofingers.
We zwalkten na een feestje door de stad en werden eens opgepakt door de politie toen Ligthart en ik al lopende over het helverlichte stationsplein het bier de vrije loop lieten." Was ist dass für eine Molerei!"zeiden zij. We kwamen er goed van af door te zeggen dat we tijdens onze dronken bui het onderbewustzijn de vrije loop lieten en dat we tijdens de oorlog door de SSers in het concentratiekamp steeds verplicht waren om al lopende te plassen! Dit geloofden ze. Geweldig was om voor het eerst na de oorlog weer in de bergen te zijn.
Helaas zijn geen brieven van mij aan mijn ouders bewaard gebleven, wel heb ik vele brieven uit die tijd van mijn familie. Ik geef enkele passages daarvan weer. Het toont aan hoezeer mijn ouders , vooral mijn moeder, op afstand met mij  bezig zijn geweest en vooral de vele terechtwijzingen, die ik over mee heen kreeg zijn veel betekenend.

Brief van mijn vader 21 oktober 1945.Wat eenig, dat je binnenkort excursies met geologen gaat maken: Zwitserland is wel het ideale land voor deze studie. Het is natuurlijk jammer, dat je geen geld genoeg hebt om al de heerlijkheden te kopen in Bern; het moet een tantalus kwelling voor je zijn. De toestand in Indië blijft zorgelijk, doch langzamerhand komen er toch meer en meer troepen, zoodat althans de vrouwen en kinderen in veiligheid gebracht kunnen worden, maar het zal nodig een gedoe worden. Het is een tragedie; dit hadden we niet verdiend.

Van mijn vriend Jan van Marken schrijft 21 oktober 1945 over de toestand in Indië:  Batavia schijnt vrij rustig te zijn. Er zijn de laatste weken wel enige moordpartijen voorgevallen, zoals in Depol vlak bij Batavia , waar extremisten een stelletje vrouwen en kinderen aan het onthoofden waren. Ze hadden voor dit doel in een paar huizen liefst 100 vrouwen en kinderen samengedreven met de bedoeling deze af te maken. Helaas zijn er wel enige slachtoffers gevallen, maar het complot werd tijdig ontdekt door Brits-indische Gurka troepen die het stelletje naar Batavia brachten . Verder hebben er wel eens straatgevechten plaats, waar dan Hollandse officieren als slachtoffers gekozen worden. Zo heeft er zich en tragisch voor geval voor gedaan bij de familie Koning op de Boekenrode weg. Je weet dat zij van hun drie zoons bericht ontvangen hadden, dat hun zoon Dan bij straatgevechten in Batavia om het leven is gekomen. Verdomd zielig. En dit is niet het enige geval. Berichten over lynchpartijen van N.I.C.A. officieren aanvallen op transporten met geïnterneerden, schietpartijen vanuit boten op Jeeps met Nederlanders , maar ook Engelsen zijn heel gewoon. Je ziet geen ideale toestand. Ik zou er graag naar toegaan om er desnoods nog een potje te knokken, maar ook daar poep ik net naast, want ik ben natuurlijk te vroeg uit dienst gegaan,

Van mijn moeder 24 oktober 1945 een brief met vrijwel alleen maar vragen van of ik elke zondag even een brief of briefkaart wil sturen Vragen en nog eens vragen zoals : Schrijf vooral even over dit alles hoeveel zakgeld krijgen jullie en wat zijn de dingen die 't zaligst zijn om te koopen, heb je een prettige kamer, wie zorgt voor het kleren??? Je hebt zeker genoeg meegenomen. Zou je 't lukken daar op den duur geld te sparen voor een paar schoenen?   Tom je ziet, je zult eens een uur moeten nemen om even uitgebreid alles te schrijven dan zijn we pas tevreden, je kunt ook vanuit de verte niet meeleven als je zoo weinig zou weten  etc etc  Vandaag was ik bij zus van Hengel die nog steeds huisarrest heeft 't moet later door een tribunaal uitgewerkt worden ! terwijl Menten vrij is en een geweldig lawaai maakt dat er door de B.S. zoo is huis gehouden in zijn huis. Hij schijnt daar een zaak van te gaan maken Voel jij de toestand in Indie dit is wel heel ellendig, dat al die menschen dit nu nog moeten meemaken. Maak je muziek in Bern heb je al iemand met een viool gevonden Wat ben je een boffer dat daar een piano is, wie speelt er op.

26 oktober 1945 van de dochter des huizes Vreneli aan mij een verkapte liefdes brief  in het Frans geschreven:   Si jamais vous aurez besoin d'un aide, je me mettrai volontiers à vorte disposition, car quelquefois on est reconnaissant d'un petit coup de main, J' espère surtout qu'il ne vous restera que le meilleur souvenir de votre séjour en Suisse pendant l'hiver 45/46. En tout cas mes voeux le plus sincères vous accompagment. Recevez ,cher Tom, mes affectueses pensées ainsi mes souhaits pour une belle journée Vreneli (ze schreef deze brief op haar verjaardag)

Van mijn moeder 28 oktober 1945. Ik ga je niet beschrijven hoe opgewonden blij wij met je brief zijn terwijl ik hem voorlas lag Elsbeth te rollen van zaligheid ! Ik heb hem nu al 3x gelezen en elke keer geniet ik weer van.

Uit brieven van mijn Vader enkele veelbetekende zinsneden:5 november 1945"Zorg er echter vooral voor, dat je gastvrouw geen last krijgt van je aangeboren en daarna zorgvuldig gekweekte slordigheid!"

Brief van Moeder 8 november 1945 .Wil je vooral (al is 't een briefkaart ) schrijven aan je grootouders op de Stadionkade en Oegstgeest (s.v.p. netjes en duidelijk schrijven dit voor mijn plezier). Zalig dat je ons zoo gezellig lang schreef wij juichen als een een brief in de bus ligt!. Vader zou 't erg prettig vinden als je eens uitgebreid over je werk schreef. Je moet 't niet zuur vinden, dat ik hier telkens op aandring. Je brieven zijn altijd eenig en frisch maar helaas staat er zoo weinig antwoord in op onze vragen en dat is een wanhopig gevoel daar dit de eenigste manier van contact is, het is begrijpelijk dat Vader ook iets wil weten hoe je je studie in welk tempo hoeveel jaar etc.

Brief van Moeder 17 november 1945 "Wij kregen een allerliefste brief van Madame Dellsperger, waarin wij zagen hoe goed zij je begreep en ook door had . Zij denkt dat de reden van je onrust en "negligence " nog ligt in het leven van "maquis" maar jij weet dat zelf wel beter. Tom ik hoop dat het leven in Bern niet te druk is, en dat je ook aan je zelf werken kunt, want hoe frisch en bijzonder aardig de inhoud van je brieven ook is. Je wanordelijkheid blijkt uit elke zin en ook uiterlijk in je schrift. je voelt alle hoe weinig beheerscht je in die dingen nog bent, ook vinden, maar 't moet me van 't hart, ik heb er vannacht echt over wakker gelegen. Tom je hebt zooveel eenige eigenschappen en door die weinige zelfbeheersing en orde op je zaken, zou je je leven toch kunnen verknoeien, niet alleen voor je zelf maar voor de anderen. Nu er zooveel te doen is in Bern hoop ik erg dat je de gezelligheid v.d. familie Dellsperger niet uit het oog verliest ook niet vergeten om bv die dochter eens ergens naar toe te nemen enz enz. Je bent over 't algemeen zoo erg op je zelf ingesteld. Enfin ik weet ook niet hoe of je het nog in je zelf veranderen kunt, ik heb het opgegeven, je slordigheid ooit te kunnen veranderen, daar geloof ik niet meer in, maar je andere zelfbeheersing juist in drinken en andere dingen dat moet je onder de oogen zien. Je hebt toch genoeg plezier in alles om 't niet noodig te vinden om op een feestje net te veel te moeten drinken om plezier te kunnen hebben. Heeft Madame Dellsperger dat ook kunnen merken?  Verder genieten wij natuurlijk van al je frissche indrukken en het genieten van al de mooie dingen om je heen en ook van je werk als dat een standvastigheid in je wordt met een diepe belangstelling dan zal dat je tot steun zijn in alles van het leven. Je zult zeggen, wat is daar voor kwaads in om eens een beetje te vroolijk te zijn, dan voel je je net prettig, doe daar niet zoo zwaar over, maar Vader had bv net zooveel plezier ook zonder te veel drank, een ander ziet dan van jou een gezicht dat heelemaal niet prettig is om naar te kijken, ik denk bv aan het kerstdineetje bij Schaardenburg, waar zelfs meisjes waren, voor je zelf niets erg , maar wel voor anderen en daardoor mis, je bent in ieder geval niet meer in staat van gewone zelfbeheersing. Enfin laat ik er mee ophouden maar vanuit de verte is het ook moeilijk, want Vader en ik zijn niet zeker over je, en dat is een lam gevoel en je wilt proberen om je te laten voelen dat je jezelf moet aan pakken, begrijp je dat Tom? Misschien komt deze brief geheel op een verkeerd moment maar lees hem dan later nog eens rustig over en ga in je zelf na wat je er zelf van vindt dat is toch veel belangrijker dan weer veel anders.

Brief van Moeder. Op 23 november is de aanhef : Lieve gezellige Tommeldebon! Je bent een schat en vergeet maar mijn zure brief, heb ik ieder geval weer genoten van jouw frissche gezellige brieven (al hoewel met 1000 taalfouten) maar toch ben je een gezellige donder die we je deze meer dan zalig tijd gunnen je laat 't ons zoo heelemaal meeleven dat ik aldoor denk wat er ook weer voor heerlijks  dan is bv jou tocht naar de Gürten bij zonsondergang boven de nevel uit. 't is alles een sprookje ! Elke week als ik denk dat een brief te verwachten is, hol ik naar de post en nu vandaag 2 brieven!! Tom wat eenig dat je weer muziek maakt, schiet je er mee op wat vond die pianoleeraar van je manier van spelen, 't haalt zeker niet bij Odé ? Tom stuur vooral desnoods een briefkaart aan de grootouders, dat gaat nog wel van je tijd af. Maria was verrukt van je briefkaarten "wat lief van Tom ".

Van mijn zuster Elsbeth 29 november 1945.  Je begrijpt zeker wel wat die brieven van jou in de familie betekenen! De hele week zien we er naar uit en als er een Zaterdag geen brieven zijn, dan is 't een reuze teleurstelling. Denk nu niet dat we vinden , dat je weinig schrijft want je schrijft juist zo ontzettend gezellige en lange brieven altijd. Tom, je weet niet wat voor emoties we ondergaan als we jouw brieven lezen, we gillen en juichen en springen  en soms huilen (Moeder!) als je zo lief schrijft enfin 't is altijd een grote gebeurtenis; "de brief van Tom". Nee Tom ik kan er niet over uit, wat heb je 't getroffen! Eigenlijk met alles hé?Zo dol dat je zo'n plezier in je geologie hebt, en die tochten. O, Tom het toppunt van je dromen Zwijnjak der zwijnjakken : Wohl Temperierten Klavier college En dan nog pianoles O Tom je beschrijft die tochten zo enig ik zie dan alles voor me en dan 't is  net of je er zelf ook eventjes geweest bent. Wat een sensatie lijkt me dat van een dikke mist plotseling in de felle zon te komen als je zo schrijft dat je door die mist loopt en water van de takken drupt.

Brief van Vreneli Dellsperger 5 december 1945 Meine Eltern haben mir befohlen, weniger Hilfsbereit, weniger nett, weniger freundlschaftlich zu Dir zu sein, da Du angeblich ja doch kein Verständis dafur hättest.Freilich sollte man seinen Eltern gegenüber gehorsam sein; aber es geht alles bis zu einer gewissen Grenze. Ich kann nicht und will nicht. Es ist mir unmöglich, Dich kalt zu behandeln, wie meine Elteren glauben, dass er besser wäre ... Stets werde ich versuchen Dir ein guter Kamarad zu sein. Ich werde Dich nicht verraten und ich habe kein Angst, auf Deiner Seite zu stehen.

Brief van Moeder 7 december 1945: O Ja ik moet je nog even iets zeer ontroerends vertellen, dat je wel prettig zult vinden. Ik las Maria je laatste brief voor. Maria zat intens te luisteren en zei daarna: Moeder geloof je ook niet dat Tom goed is? Ik vind hem zoo lief schrijven maar ook zoo goed, hij zou nooit iets leelijks kunnen doen geloof jij ook niet. Engelachtig, het schept wel een groote verantwoording zoo'n diep vertrouwen van zoo'n lief zusje. Dag mijn lieve jongen, ik heb ook vertrouwen in je en dat vind ik heerlijker dan ik zeggen kan.

Brief van Vader 12 december 1945. Wat zeg je van Menten? Het is een vreemde zaak; je krijgt de indruk dat hij op deze manier zijn effecten laat onderduiken! Misschien is het een hopeloos geval om dit te onderzoeken; eventuele schuldige (BSers) zijn verspreid over Engeland, Amerika en Indië ! We zijn nog in de put over Indië.  Wat een hopeloos gehannes  en dan denkend aan die arme stakkers die nog zuchten in kampen en geterroriseerd worden door onze bruine broeders, 't  is een weinig verheffend schouwspel. Een gedeelte van de Nederl. pers is geheel het spoor bijster en denkt dat we er komen zullen met praten. Gezien de ontspoorde jeugd, door japanners bewapend en verpest, is daar geen sprake meer van.

Brief van Moeder 16 december 1945. Wij snakken weer naar een brief 't is nu 2 weken geleden de laatste dus je begrijpt je mag 't ons gewoon niet aandoen wij willen zoo dolgraag met je mee genieten. Je schrijft nooit over je werk ben je er elke ochtend om 8 uur ! en tot s'avonds half zeven of is dat leelijk afgezakt. Vergeet niet hierop te antwoorden.

Brief van Moeder 18 december 1945. Vandaag je pakje en je brief! dus groot feest! Je bent een lieverd om je chocola voor ons uit te sparen. Ik kan begrijpen dat je wel ongelukkig was toen de stemming bij de Dellspergers zoo was,  is 't nu weer heelemaal in orde. Lastig dat Vreneli verliefd op je is. Schrijf vooral ook eens over je werk. Maak er svp een gewoonte van ons elke week iets te schrijven al is 't en briefkaart.

Brief van Vreneli Dellsperger Weinachten 1945. In der letzten Zeit hatte ich machmal den Eindruck als hättest Du etwas gegen mich, ich weiss selbst nicht recht, wie es auszudrücken, es schien mir einfach sonderbar, die ganze Atmosphäre zwischen uns. Wenn ik Dich verletzt haben soltte so bitte ich Dich aufrichtig um Verzeihung , es geschah sicherlich ohne Absicht. Ich werde für dich auch stets das grösste Verständnis haben und ich verspreche Dich zu helfen.Ich meine nicht bloss jetzt sondern später auch. Merry Christmas. Herzlich deinVreneli

Brief van Vader 27 december 1945:Je zult wel begrijpen, dat ik ook wel eens het hoofd schudt over je abominabele taalfouten!! Je schrijft "unverfroren" "briefen en Zijtgloche (Zeitgloche) Universiteit enz enz. Het is om te bulderen als 't niet zoo tragisch was!! Hou je stevig en zorg je "conduite staat" blank te houden!

Brief van Moeder 27 december 1945. Nu zijn we dus weer thuis, ik dacht niet anders dan een brief van je te vinden, maar weer niets nu al 14 dagen sinds de laatste. Met een briefkaartje zijn wij zoo nu en dan ook tevreden Ik wist niet eens wat je met de kerstdagen van plan was te doen kon dus heelmaal niet meeleven ik ben ook erg verlangend of de stemmig bij de familie Dellsperger weer prettig is.

Brief van vader 29 december 1945. Je schreef sinds lang niet over het verloop van je studie. Blijf je met hart en ziel werken of is 't enthousiasme verflauwd.

Ongedateerde brief van mijn Moeder. Ik lag over jou na te denken en voel ik ook altijd in je brieven een uitstralend frisch gelukkig menschenkind waar je van geniet maar echte interesse heb je niet als ik je brieven lees is het 't haast nooit met vragen hoe gaat het met jou Moeder of Vader of hoe is dat of hoe is dat je zegt bv ik zou de kamer gaan zien of ik was graag bij Kerstmis geweest maar ik kan niet alles verlangen. Ik weet ook wel. Vader en ik hebben 't ook, ik merk 't aan mijzelf bv als iemand bv tante Olga iets over Hilda vertelt wil ik iets over Elsbeth vertellen hoe die dat doet maar toch als ik bij tante Olga geweest en ben ik van alle kinderen op de hoogte 't interesseert mij wel hoe dit of dat met hen gaat. en dat is toch iets waar iedereen behoefte aan heeft. Oom Charles Boissevain was zeer onderhoudend maar zoodra je een verhaal over je zelf ging vertellen interesseerde hem dat niet meer, zoo ben ik niet gelukkig, 't zelfde met Bob Boissevain en  Maurits van Hall 't doodt op den duur alle menschelijke contact. Ik lag mij af te vragen kan je dat van zoo'n type eischen! Ja ik geloof als je echt aan jezelf wil werken en je jezelf gaat waarnemen en ook je reacties dat je 't dan sterk gaat merken. Aan 't frissche uitstralende heeft iedereen behoefte maar als 't niet met de warme ondergrond gaat van meeleven ook met de anderen dan trekt iedereen zich terug. Ik weet niet in hoever dit alles op jou betrekking heeft, ik las je brieven er op na en dan is 't wel opvallend in je briefkaart aan bv tante Olga is 't alleen een juichen over je eigen leven maar geen enkele  vraag over hun nieuwe huis of hun leven etc etc. 't Interesseert je niet. Is het daarom dat de Dellspergers ook zoo verkoeld zijn? het briefje van Dr Dellsperger was ook alleen hoe jij van alles genoot, maar geen woord van wij vinden het gezellig om hem te hebben alleen stond dit wel in Vreneli's brief, enfin dit weet jij misschien beter, maar eigenlijk hoef je er niet over te schrijven als je het maar in jezelf verwerken wilt, want het is erg belangrijk in je leven. vooral ook later als je getrouwd zal zijn. Je weet niet hoe moeilijk het voor een vrouw is en hoe doodend op den duur als alles gebeurt vanuit een "uitstralen" zonder meeleven daarin kan je niet altijd meedoen, dat kan je van geen mensch om je heen eisen. Ik weet wel  als je je eens voor Maria's leventje interesseerde, dan zei zij " Tom was zoo lief vandaag ". Je weet wel, het was altijd ons struikelblok waardoor er dikwijls een akelige sfeer kwam. Vader heeft het ook vrij sterk daarom maakt hij weinig echte vrienden en gaapt hij als hij het vervelend vindt, het is toch de grootste armoede voor jezelf. Nu joch ik weet hoeveel ik van je houd en ik vind het heerlijk dat ik je dit alles schrijven kan dag veel liefs je Moeder.

Uit het dagboek van mijn grootvader Hendrik de Booij over het jaar 1945
4 januari.
Men vertelt dat onze Regering heeft bepaald dat alle medewerking verboden is, zowel voor de overheidsdienst als voor alle werkgevers. Zij die medewerken (met de arbeidsinzet) zullen gerechtelijk vervolgd worden. Het is gemakkelijk voor de Regering zulke bevelen te geven, maar vaak moeilijker voor onze landgenoten die honger hebben de bevelen op te volgen.
13 januari. Engelien vertrok om 9 uur op de fiets naar Opperdoes met tassen, rugzak inhoudende ruilmiddelen, o.a. een kamerpot. Het dooit, wind Oost, stijve koelte. De afstand is ca. 60 km. Zij hoopt morgen tegen de avond weer terug te zijn, gaat te Opperdoes logeren bij Neeltje Bloem van Terschelling, die gehuwd is met de boer Piet Molenaar, die een 45tal koeien heeft. Ze hoopt boter en tarwe mee terug te brengen.
15 januari. Engelien is gisteravond niet teruggekomen. Wij zullen beiden blij zijn als zij terug is. Om 4 uur komt Engelien terug, blij door ons ontvangen. Op haar fiets heeft ze zware pakken die blijken te bevatten: 20 pond tarwe, 20 pond bonen, een kaas, een pond boter en 2 kilo uien. Ze had 2 nachten bij Neeltje geslapen en veel gegeten, zodat ze bijna niet meer kon: varkenscarbonaden en peertjes en aardappelen met heerlijke jus en pap en melk en lekker brood met veel boter en kaas. Op de pont werd ze wel aangehouden, maar ze lieten haar doorgaan"'t mag wel niet, maar gaat u maar door".
21 jan. Van morgen af zullen alle mannen, of de meeste mannen tussen 16 en 40 jaar onderduiken. Op vele scholen, in vele bedrijven, zullen de mannen en op de scholen ook vele leerlingen, niet meer komen. En dan zullen de duitse razzia's beginnen. Engelien nam het karretje mee naar de Vossiusstraat [haar woning] en kwam met kolen terug. Het was zwaar trekken geweest door de sneeuw, waarbij sommige hulpvaardige mensen haar hielpen bij een brug. Onze oude werkster, Van Bekkum, bracht ons een bezoek, vertelde van haar ellende. Een interessant verhaal over de aanvallen door de bevolking van haar buurt op de voorraden steenkolen van de spoorwegen. Het vluchten van al die mensen als de soldaten aankomen en het schieten. Een soldaat vond het goed dat ze sintels haalde, maar toen kwam een hoge, al scheldende en vloekende en veranderde de stemming. Ze mocht niet weggaan, moest blijven staan, met een jonge vrouw die in verwachting was en ten slotte kwamen ze met zeventien anderen in een goederenwagen terecht waarin ze werd opgesloten. Ze was erbij tegenwoordig dat een van die bewoners een harde zweepslag in z'n gezicht kreeg met een gummi zweep, een vreselijk gezicht. In die goederenwagen dachten ze dat ze naar Rotterdam zouden worden gebracht en dan naar huis zouden mogen lopen, zoals met anderen gebeurd was. Ik schonk haar f 20.- (had ik een biljet van 10 gehad, dan had ze dat gehad) en het speet mij later dat ik het gegeven had. Zijzelf vond het ook wat begrotelijk, liet het biljet een tijdlang liggen, want ze kwam uit belangstelling, niet om te bedelen.
26 januari. Gisteren stond in de "Boerenstulp" een bejaarde man, sjofel gekleed, mager, bleek. Hij was vóór mij en ik liet hem dus voorgaan, maar zijn stem was nauwelijks te horen, het bleek dat hij een stuk brood vroeg. De juffrouw kon het hem niet geven, gaf hem een plakje kaas. Later zwierf hij weer rond in de rij die voor "Daisy" stond. Ik zag dat hij geen kousen of sokken aan had. Wat moet en kan men met zulke mensen doen. Ik dacht aan Lazarus aan de tafel van den rijken man. De honden likken zijn zweren. En de rijke man lijdt later ondraaglijke pijnen in het hellevuur. Wat moeten wij doen, wat kunnen wij doen. Moet men zulk een armen, hongerigen, vuilen man bij zich nemen, hem voeden en verzorgen. Ik kan het niet.
31 januari. Wind ZW, sterke dooi. Het is buiten warmer dan binnenshuis. In de namiddag komt Frans Cruys. Hij is op klompen die hij buiten laat staan, volgens de regel, en ziet er uitgeteerd uit. Hij erkent ook dat hij zich uiterst slap gevoelt en al geruime tijd ondervoed is. Hij kan in zijn pension niet langer worden gevoed en is nu bij zijn moeder en zijn tante Geraldine. Ook daar is heel weinig eten en bijna geen brandstof meer. Wij vragen hem ten eten geregeld op Donderdag en misschien nog een dag en morgen zullen we hem een beetje brandstof geven. Hij doet natuurlijk weer fantastische verhalen maar blijft zoals steeds een gentleman - nu op klompen en op het punt de dood door ondervoeding te sterven
1 februari. Onze zij-benedenbuur Van der Groen is met anderen aangewezen om gedurende zekere tijd wacht te lopen bij transformatorhuisjes, waarvan er twee door lieden van de verzetspartij zijn vernield. Hij moet 's avonds naar het hoofdbureau van politie wandelen, 1 uur lopen, daarna 4 uur wachtlopen als het zijn beurt is en komt om 3 uur 's nachts weer thuis.
7 februari. De gehele morgen Hilda geholpen bij de bereiding van stroop uit suikerbieten. Ook in de namiddag zijn wij er nog mee bezig.Er is hier groot gebrek aan hout voor lijkkisten. Gehoord dat de bekende bezorger van begrafenissen Sax slechts 'zwart' kisten kan leveren en dan tegen betaling met 2 mud aardappelen of een zekere hoeveelheid tarwemeel.
17 febr. Drie uur in de rij gestaan bij Van Muyden, de bakker in de P.C. Hooftstraat voor één brood. Koude voeten. Drie rijen achter mij hield de broodverschaffing op, wie daarachter stond kreeg niets. Als ik thuiskom ontmoet ik op straat Van Valkenburg die mij meedeelt dat zijn vrouw is gestorven. Hij heeft door protectie een lijkkist kunnen krijgen. Gehoord dat in de Zuiderkerk 1200 lijken wachten op begraving
18 febr. Gisteren een bezoek gebracht op de Z. Amstellaan en daar gesproken met het drietal [Emily Cruys, haar zoon Frans en haar zuster Geraldine Campbell]. Op de sofa ligt Frans die er beter uitziet maar nu zieke voeten heeft en niet lopen kan. Emily ligt te bed, uit te rusten van zware vermoeienissen van de vorige dag. De f250.- die ik Geraldine gaf zijn alweer op en besteed aan: 2 k. tarwe, 60 gld., 5 pond witte bonen 150 gld. 4 pd bloem 120 gld. Ze hebben moeten lenen van de buren om die bedragen te betalen en ik overhandig hen nu weer 187 gulden van de 500 gulden die ik van de Twentsche bank ontving. Ik bezichtigde nog even de steenkolen die ik voor 260 gulden voor hen kocht, vond het een miserabel klein beetje.
25 februari. Heden kwam Mees Toxopeus die met de "Insulinde" te Nieuwendam ligt en bracht boter en olie mee als cadeau. Hij ziet er goed uit, praat aardig en opgewekt en bleef bij ons middageten. Hij kreeg aardappelen et veldsla en bieten met jus en geweekte pruimen, vertrekt Dinsdag weder naar Oostmahorn. De komst van Mees was als een frisse wind in onze gevangenis. Hij is wat meer gezet dan vroeger, maar niet veel ouder geworden. De veldsla interesseerde hem, hij had zoiets nog nooit gezien, vertelde van iemand in Oostmahorn, die had gezegd dat we na de oorlog zouden zeggen dat "niemand zou gezegd hebben dat gras zo lekker is". Hij vond dat de veldsla een beetje op klaver leek en was verbaasd te horen dat die veldsla twee gulden per ons kostte. Mees wilde zijn handen telkens aan zijn sokken afvegen, vond het jammer zijn servetje vies te maken, gebruikte toen Engeliens servet. Hij vertelde van de tocht die hij met Tom had gemaakt toen hij werd overvallen door een orkaan. Ze waren dwars van Schiermonnikoog, hadden de wal helemaal niet gezien. Hij schat de brandinggolven die over de Insulinde heenliepen op 6 meter hoogte, ze zaten soms helemaal onder water.
3 maart. Er hebben gisteren razzia's plaats gehad te Amsterdam, het Damrak was afgezet en de mensen die daar werden gevangen in de Beurs opgeborgen.
Wij eten ons Zweedse brood met de margarine, alles met een dankbaar hart. Maar als men nuchter waarneemt dan moet men constateren dat dit brood niet bijzonder uitmunt boven het brood uit de distributie van de beste soort, integendeel, daar beneden staat in smaak.
Een z.g. wonderkachteltje gehaald bij Blokker, dat f 11.50 kost. Een dame in de winkel ziet het en zegt ervoor te hebben betaald een brood en 9 guldens, en dat in de tijd toen er absoluut geen brood te krijgen was. Broden kostten toen 30 à 40 gulden het stuk.
4 april. De geallieerden zijn in Enschede, Oldenzaal, dicht bij Deventer en 30 kilometer van de Zuiderzee. Ik hoor vanmorgen op een vergadering van het Adderfonds dat de Aerdenhouters door het oog van een naald zijn gekropen. Alles was in het Naaldenveld klaar. Er waren afvuurbanen voor de V bommen toen een telegram kwam met het bevel deze weder te vernietigen en aan de bemanningen om te vertrekken.
10 april. De gang van zaken heeft een slechte invloed op ons leven in ons bezette vaderland. We krijgen nu geen levensmiddelen meer uit de Oostelijke provinciën of veel minder. Het broodrantsoen is op de helft verminderd. De steenkolen raken op. De centrale keuken zal binnenkort haar werkzaamheid belangrijk beperken en ook een minder voedzaam voedsel moeten produceren.
12 april. Vandaag eerst tarwe gemalen, 1¼ uur, vervolgens groente (raapstelen) gehaald bij Van Gelder, vervolgens het Zweedse brood gehaald bij "De Spar" en toen ik thuis kwam was Rolff er met z'n zoon en z'n glundere gezicht met een welbepakte wagen waarmede hij enige malen was aangehouden. Maar dan wees hij op z'n trui en de letters NZHRM erop en dan zeiden ze "Ga maar door". De Dorus Rijkers was gekomen met tarwe en de Twenthe met aardappelen. Wij kregen twee flinke zakken aardappelen en een flinke hoeveelheid tarwe (10 kilo). Schipper B. bracht het bericht dat op Texel de mongolen een aanval hadden gedaan op de Duitsers en deze hebben vermoord, dat daarop assistentie is gekomen uit Den Helder, dat Texel vanuit Den Helder is beschoten en dat er 300 doden zijn. We horen weer allerlei verhalen over vernielingen en kunnen er maar niet achterkomen of die door de Binnenlandse Strijdkrachten of door de Duitsers geschieden. Men zegt dat de bunkers bij het Concertgebouw vernield zijn. Ik wandel naar het Handelsblad en kom langs het Concertgebouw en zie niets bijzonders aan die bunkers, wel lees ik een 'bekendmaking' waaruit blijkt dat er aanslagen met dynamiet op instellingen van de bezettende macht zijn gepleegd en dat we daarom om 7 uur 's avonds binnen moeten zijn
19 april. Een mooie voorjaarsdag. We lezen aan het ontbijt kapittel 6 van de 2e brief aan de Corinthiërs en bespreken de wijze waarop wij (noodgedwongen) ons huis zullen verlaten. Wat we zullen meenemen. Dat wij het huis eerst zullen verlaten als het huis naast ons brandt. Om 11.30 wordt Geraldine begraven. Ik wandelde erheen met Engelien. Ik sprak in de aula, had liever bij het graf gesproken, maar de vertegenwoordiger van de begrafenisvereeniding vond het beter, met het oog op de situatie van het graf dat in de aula werd gesproken. Geëindigd met psalm 103. Naar het graf gewandeld dat zich bevond aan het eind van een loopgraaf. Met het oog op de schaarsheid van werklieden heeft men naar een eenvoudige werkwijze gezocht en die gevonden. Aan het einde van de kuil stonden de laatst begraven kisten opgestapeld. Deze graven blijven minstens 10 jaren onaangeroerd.Het gerucht loopt dat de Duitsers in de komende nacht Amsterdam zullen verlaten en zich naar Hoek van Holland zullen begeven. Onze koffertjes, waarin de voorwerpen welke we in de eerste plaats moeten redden, staan klaar
26 april. Om ½ 10 naar kantoor Reddingmaatschappij waar ik Tom vind. Hij vertelt mij dat Aerdenhout vol Duitsers is en dat jonge mannen erg op hun tellen moeten passen willen ze niet voor terroristen worden aangezien.
29 april. Het einde van het drama nadert met grote snelheid. Stettin, Bremen zijn genomen, ook Augsburg, en te München heeft Generaal von Erp bevolen dat geen weerstand zal worden geboden. Göring is ontslagen en men zegt dat hij dood is. 't Is alsof de oorlog hier afgelopen is. Men hoort dat verschillende politieke gevangenen worden vrijgelaten.
Woensdag 2 mei 1945. Lichte bewolking, W. koelte, zon. Om 9 uur beginnen bommenwerpers te komen die boven Schiphol stromen pakjes neerwerpen. Allen gaan naar boven en zijn onder de indruk van dit wonderschone gezicht, de reusachtige bommenwerpers die bij groepen van tien uit het Zuidwesten verschijnen en hun last omlaag gooien. Alle flatbewoners wuifden met lakens, witte doeken als bommenwerpers voorbij kwamen. Als zij hun last afwierpen was het of er iets "verstoof". Het was een wolk van witte pakken die omlaag viel. Er is bericht gekomen dat Hitler dood is, dat hij admiraal Dönitz tot zijn opvolger heeft benoemd. Churchill heeft in het Lagerhuis omtrent de oorlog gezegd dat "the situation in respect of the war is definitely better than 5 years ago".
4 mei. Had heden een vergadering van het Handelsblad. Zag op weg naar die vergadering verscheidene uitgehongerde mensen van de lagere volksklasse, mensen met vale gelaatskleur, gescheurde kleren, een familie van vader, moeder en 3 kinderen de blijkbaar aan een deur wat brood hadden gekregen en dit verdeelden en verslonden. 's Avonds 8 uur ongeveer werd bekend dat alle Duitse troepen in Nederland voor Montgomery hadden gecapituleerd. Dat gaf grote opwinding. Wij staken de vlag uit evenals vele anderen, maar toen op de Stadionweg werd geschoten op die vlaggen haalden we de vlag vlug naar binnen
5 mei. Om 6.30 's avonds landt een Hollands vliegtuig op het veld [aan de overkant van het kanaal langs de Stadionkade]. Het volk stroomt toe. Engelien en ook Hilda zijn er heen geweest en hebben de vliegers gezien. Het publiek zong het Wilhelmus heel goed en gelijk, wat ontroerend was. Piet Gouda [bovenbuurman] kwam bij mij en zeide, "op zo'n belangrijk ogenblik van ons leven nu we de vrijheid terugkrijgen, vind ik dat er toch voor de kinderen iets van "De Heere" moet bijkomen en kom daarom vragen of U mij kunt zeggen hoe het "Onze Vader" luidt".Ik zeide het Onze Vader op en we zochten het op in de bijbel en Engelien gaf hem nog een psalm, psalm 23, "De Heer is mijn herder, mij zal niets ontbreken."
6 mei. Heentie [Mesman-Boissevain] komt ons bezoeken en vertelt dat [haar broer] Menso weer is ondergedoken, want de plaats vlak bij het huis waar die 29 mensen op 26 oktober 1944 zijn doodgeschoten, is bedekt met bloemen. Zijn vrouw Lies heeft daar veel aan gewerkt, wat werd opgemerkt door de Duitse politie. "Immer wieder dieselbe" zeiden ze. Toen vond Menso het maar beter onder te duiken.
"We leven op een vulkaan" zegt De Boer. Feike de Boer, die tot burgemeester van Amsterdam is benoemd en die een raad van zeven vooraanstaande Amsterdammers naast zich heeft. Te Amstelveen zijn 60 meisjes die met Duitse soldaten liepen, door de bevolking van hun haar ontdaan met een tondeuse. De lokken werden onder de menigte gegooid. Verschillende mensen komen ons bezoeken en gelukwensen met de herkregen vrijheid, o.a. het echtpaar Van Vliet. Van Vliet geeft zich veel moeite voor de arrestatie van op de kade wonende leden van de NSB., o.a. van onze buren de Van Wele Blankens. Ik had dit van hem met zijn zachtzinnige aard niet verwacht.
7 mei. Tom is speciaal van Aerdenhout gekomen om ons mede te delen dat Hilda van Marle door de wang is geschoten door een Duitse schildwacht. Ze had zich Vrijdagavond begeven naar een bevrijdingsfeest dat op straat plaats had met een vreugdevuur en veel enthusiasme en vandaar terugfietsend had zij zich niet gestoord aan de aanroeping van een schildwacht die, na 3 maal in de lucht te hebben geschoten, eindelijk raak schoot, waarop ze door de Duitsers werd opgepakt en naar Cariol gebracht, het grote huis van Bunge dat als ziekenhuis is ingericht. Ten slotte moeten we dankbaar zijn. Zo de kogel een klein beetje verder was geweest zou ze dood zijn geweest. Nu is het slechts een vleeswond. Addie [Kramer, benedenbuurvrouw] vertelde dat zij Frits heeft zien thuiskomen. Frits is de knecht van de Van Rees'en. Hij zag zeer bleek en zeide dat op de Dam geschoten was, door de Duitsers, die op het dak van de Grote club stonden, op de Canadezen die zich op de Dam bevonden. Toen hebben de B.S. zich bij de Canadezen gevoegd en is een vuurgevecht begonnen wat aanleiding gaf tot een overhaaste vlucht van de menigte die zich op de Dam bevond. We zullen er later wel meer van horen.
8 mei. Het is nu de moeilijkste tijd voor hen die geen voedselvoorraad hebben. Zag in de P.C. een vrouw met drie kinderen staan, zeer arme uitgehongerde mensen, dicht bij een bakkerij waar ze blijkbaar een heel brood hadden gekregen, gulzig dit verslindend. Het waren mooie kinderen met prachtige ogen, in het bijzonder een klein kind dat erbij was. Er komen een drietal meisjes met guitaren die voor onze deur op de kade liedjes zingen. Zoiets is weer iets geheel nieuws voor ons. Het is een heerlijke zomeravond.
9 mei. 's Avonds half negen waren wij wat naar buiten gegaan op de kade toen twee motorfietsen aankwamen. Van een van de twee stapte een in bruin costuum gekleed man. Aanvankelijk dacht ik aan een Canadees, maar het was Frans [Polak, schoonzoon] in de uniform van het Nederlandse leger (zoals hij mij later zeide). Wat later was hij bij ons boven en ledigde een zak en een tas, allerlei blikken met kostbare inhoud, van alles en allerlei pakken, rijst, suiker, chocolade, spek, boter, meel, zeep, repen, koffie, thee en weet ik wat nog meer. Het belangrijkste nieuws is wel dat Alfred te Tilburg is en binnenkort overkomt, Hij heeft 1½ jaar zijn schip gecommandeerd in de Middellandse zee en op de kust van Afrika. Nu is hij 'liaison officier' bij een Brits generaal en zal vermoedelijk te werk worden gesteld te Rotterdam om deze haven (en andere havens) weer geschikt te maken voor het gebruik. Naar mevrouw Haringa om haar bloemen te brengen en te danken voor het bezorgen van het PArool op koude winternachten en daar een stapel brieven gezien van verraders aan de Duitse autoriteiten waarmede talrijke landgenoten werden aangegeven. Bij het zien van zulke brieven komt wel wraakgevoel naar boven. Heden was het de 10de mei 1945, de dag dus waarop voor 5 jaren Hitler met groot geweld ons aanviel. 5 jaren zijn nodig geweest om dezen beestmens of dezen waanzinnige te vernietigen en nu staat een geheel nieuwe toekomst voor ons volk open. Wat zal het er mede doen.
11 mei. Om 11 uur als ik aan de tafel zit, brieven sorterende, hoor ik een bekende stem achter mij. Het is Alfred, weinig veranderd, een beetje dikker geworden in het gezicht. En dan komt Hilda binnen en omhelst hem en huilt een beetje. Hij blijft bij ons middageten en we eten de bekende bruinebonensoep met aardappelen en van dat lekkere militaire wittebrood erbij en daarna spelen we samen het dubbelconcert van Bach en we merken dat Alfred zijn mooie streek nog bezit.
28 mei. Omstreeks 4 uur kwam Alfred met zijn auto. Engelien werd gehaald en samen gingen we naar Aerdenhout. Het was lang geleden dat ik die weg zag. Nu passeerden wij een grote troep opgepakte NSBers die onder geleide van BSers in de richting van Haarlem marcheerden. Een naar gezicht je eigen landgenoten te zien opbrengen.
29 mei. Heden dineerden bij ons: Alfred, Engelien, John en Tom jr. We horen vele verhalen, bijv. over de wonderlijke ontsnapping van Doorman en Van Lynden uit de krijgsgevangenschap van Stanislaw. John was gekleed in een blauw werkpak met rode uitmonsteringen, halve laarzen, een band om de arm met rode letter M.P. Zijn gedachten zijn blijkbaar geheel bij het belangrijke werk waarmee hij bezig is, het oppakken van NSBers en andere landverraders. Tom jr., wiens gezicht nog erg jong blijft, doet verhalen van ondergrondse bewegingen die in ons land thans werkzaam zouden zijn, ondergrondse groepen, samengesteld uit landverraders, Duitsers, e.d. Ze zouden o.a. een aanval gedaan hebben op Westerbork en een 60-tal BS-ers hebben gedood. Gelukkig blijkt uit de couranten dat deze verhalen geheel op fantasie en napraten berusten.
30 mei. Het gaat met Hilda van Marle niet zo goed als we hadden gedacht. Wel gaat het in zoverre goed dat ze geen koorts heeft en weer op mag staan, maar de wond zelf, al is het dan een vleeswond, is heel groot. Nagenoeg de gehele wang is een wond en zo zal haar vrolijke frisse gezicht voorlopig wel erg beschadigd zijn.
10 juni. 's Morgens komt Alfred en gaan we met hem en Engelien per auto naar John en Olga. Hij vertelde o.a. over de neiging van onze Koningin om erg democratisch te doen, die zich reeds voor de oorlog wel eens uitte. Zo kregen we een verhaal van een picnic in de duinen, de Koningin plof nederzittende, stijve, bejaarde generaals met kramp in de benen, hofdignitarissen, stokstijf staande lakeien met schalen sandwiches en uitdrukkingsloze gezichten en onze brave Koningin die zich had voorgesteld op echt burgerlijke wijze een gezellig picnicje in de duinen te hebben. Alfred gaat dinsdag naar Engeland, laat zijn auto te Antwerpen, meldt zich in Engeland bij onze marine en als ze hem de Kinsbergen willen geven, dan vindt hij het best (om ermee tegen de Japs te vechten). En dus nemen we nu misschien voor lange tijd afscheid van hem.
12 juni. Ik zie een troepje mannen en vrouwen langs de Herengracht marcheren, begeleid door gewapende BSers. Sommigen, of velen, vinden dit een mooi gezicht. Er zijn geen deftige heren bij, allen zijn het gewone mensjes. Zij dragen hun schamele bezittingen met zich mede. Een loopt te kauwen. Een juffrouw die achteraan loopt heeft moeite de troep bij te houden. Bij de kleermaker Hart vertelt de coupeur dat hij de hele oorlog zijn auto heeft weten te verbergen voor de Duitsers, maar dat hij nu is ingepikt door de Canadezen. Hij heeft een brief ontvangen van een vriend in het Zuiden, die zegt dat men in Brabant bidt "O God, verlos ons van de verlossers!". Maar dat neemt niet weg dat we innig dankbaar zijn van de Moffen te zijn verlost!
22 juli. De Koningin is ziek geweest, moet een tijd lang rust houden. Men vertelt dat de Koningin, die gedurende de oorlog een geheel ander, veel vrijer leven heeft geleid dan zij in Holland gewend was geweest, aan mensen vraagt: "is er al vernieuwd?", d.w.z. "denkt u al op andere wijze", en als het niet waar is dat ze dit vraagt, wat best mogelijk is, zal het wel juist zijn dat ze zich voelt als een herboren persoonlijkheid. Ze ziet het volk op het ogenblik voornamelijk als een verzetsbeweging, niet als een geheel volk, met jonge, oude, voortvarende, dappere, voorzichtige, moedige, laffe, trouwe en ontrouwe mensen, maar dat in zijn kern heel gezond is.
25 juli. Gehoord dat het Concertgebouw zijn eerste concert wilde beginnen met het Wilhelmus, maar dat het Militair Gezag die niet heeft toegestaan en dat het orkest nu staakt als het niet wordt toegestaan.
1 augustus. Met Hilda naar Mies Boissevain [-van Lennep], liggende in bed in het huis van Jacky Engelkens. Omtrent haar verblijf in de kampen gedurende 2½ jaar zegt ze ongeveer het volgende: Ze sliepen drie, soms twee in een bed. Er stierven vele mensen. Geraakten ze in een erg zwakke toestand dan werden ze vergast. De lijken van hen die gewoon stierven werden in een laken gewikkeld en langs de grond gesleept naar het washok. Dit was het washok waar iedereen zich dagelijks ging wassen. Daar werd de lijken een nummer op de borst geschilderd en dan gingen ze naar een zaal waar sectie werd gehouden. Er waren mensen waarop proeven waren genomen. Uit een van hun benen had men beenmerg weggenomen. Dan stierf zo'n been af en kregen ze een mooi kunstbeen en dan strompelden ze daarmee door het kamp. Ze werden "Kaninchen" genoemd. De "Kaninchen" zijn vóór de bevrijding van het kamp allemaal afgemaakt. Men heeft mij enige malen willen vergassen. Op mijn zaal had ik een vriendin, een Hollands meisje dat Eveline Samuels heette, half Joods, heel mooi, lang, heel recht, die een heel bijzondere positie in het kamp innam. Ze hadden allemaal respect voor haar. Toen de dokter kwam om mij voor de vergassing op te schrijven zeide zij hem dat hij dat niet moest doen want dat ik haar moeder was. Toen gebeurde het niet.
7 oktober. Heineken drinkt een borreltje bij ons. Hij praat graag, is een ontwikkeld man. Bijzonder lelijk, maar met een vriendelijke uitdrukking. Hij vertelt te hebben gehoord dat Willem Mengelberg erg terneergeslagen is en er niets van begrijpt wat men in Nederland tegen hem heeft. Hij kan zich hier niet meer vertonen, welke verdiensten hij ten opzichte van het muziekleven ook toont.
7 november. Heden kwam Ot bij ons koffiedrinken, wat een zeldzaamheid is. Ze zag er best uit, vertelde van het heerlijke leven van Tom jr. te Bern en van de levensplannen van Elsbeth (of van haarzelve ten behoeve van Elsbeth). 't Was aardig haar weer eens te zien.
19 november. Gisteren was Marthe jarig en bracht ik haar een bezoek. Daar vond ik Mejuffrouw Nelly Bodenheim van die aardige kinderboekjes, Willem Andriessen, [en anderen]. Andriessen zeide o.a. dat hij Rudi Mengelberg veel te zwaar gestraft vond en zo kwamen we op de doodstraf. Ik zeide dat ik tegen de doodstraf was en er waren er meer, maar we wisten niet wat we met de mensen die dan bleven leven moesten doen. Ook niet wat te doen met der 100.000 NSBers die nu nog voor een groot deel in kampen zijn opgesloten. Men spreekt wel eens van naar Nieuw Guinea zenden maar dit is onzin.
21 november. 's Avonds door de radio geluisterd naar de hartstochtelijke verklaringen van 'onschuld' van een aantal zware oorlogsmisdadigers bij de tweede zitting van het gerechtshof dat hen berecht. Vooral Keitel was hartstochtelijk: "Nicht schuldig". Al die terechtstellingen waarvoor wetten zijn gemaakt die niet bestonden toen de daden werden verricht, zijn in strijd met het rechtsbegrip dat tot heden gold. Men wil door het opleggen van zware straffen de kans op een volgende oorlog kleiner maken en zal daarmee niets bereiken.
Einde dagboek van mijn grootvader over het jaar 1945

1946
Brief van Moeder 3 januari 1946 Hoe is het met de verliefdheid van Vreneli? is dat niet lastig meer?  Gelukkig vindt Vader het ook goed dat je dat zomer semester blijft maar daarvoor moet je wel maken dat die 100 franken bij mevrouw Dellsperger blijven voor dat zomersemester. 
Aan het eind van de brief weer een 7 tal vragen.  O ja ben je al verliefd op 't een of andere meisje, de hooge lucht en skiën en 's-avonds dansen hoogst gevaarlijk. Wacht U voor de W.W.! Echt Moeder, hoor ik al zeggen! Maria en Vader zeggen dat ik nu eens moet ophouden met al die onbenullige kletspraatjes.

Brief van Tom. We hebben geskied in Adelboden en in de Gantrisch. Twee vriendinnetjes, op elk lift station één. Veel feestjes en zelfs tijdens een feest voelden we de aarde bewegen. Het bleek een aardbeving te zijn waar het epicentrum was gelegen in het Rhône dal. Later bezocht met prof Günzler Seiffart met een geologische excursie hebben toen de schade bekeken.

Brief van Tom aan familie 5 jan 1946 Ik zit hier op 1400 m . Het skiën gaat met rasse schreden vooruit. Wat heerlijk dat ik de zomer hier blijven kan. Too good to be true

Ski vakantie in de bergen boven Adelboden met Hollandse studenten vlnr. Tom, Gerda LaChapelle, Iet Ruys, Gerard Bakker en meisje Bekkers

Links Tom vanuit hut met gebroken skipunt. Rechts Skiën op glad ijs voor de hut

Brief van Moeder 3 februari 1946. Ja  't is wel goed dat wij zoo nu en dan weer eens over je zelf praten 't raakt zoo gauw weggezakt als 't niet natuurlijk voor je is. Je zult wel merken, hoeveel gelukkiger leven is op den duur zoudt hebben als je meer meeleven had. Ik profiteer nu van deze bui door je allemaal vragen te stellen in de hoop op antwoord daarop, de vorige keer nummerde ik ze zelfs maar geen succes!! (allereerst is  het  too good to be true niet to good to be true). 't Lijkt mij beter als ik de vragen op een apart lijstje zet dan kan je de antwoorden er achter schrijven.

Brief van Vader 6 februari 1946. Denk er aan dat je van het geld voor de zomer een belangrijk bedrag overhoudt. Het geld groeit niet op mijn rug. Je bent een duur zoontje!

Brief van Moeder 8 februari 1946. Wij vinden het zoo fantastisch als je 400 frank per maand nodig hebt dat is liefst 260 gulden een gewoon mensch zou hier op zijn hoogst 130 noodig hebben, dat had je niet toen je in Amsterdam was en nu 't dubbele.

Brief van Moeder 14 februari 1946. Wat gezellig dat Emmy je dezen brief nu brengen kan. Wat zal je het eenig vinden om haar weer te zien. Je begrijpt hoe thrilled zij is om een maand naar dat heerlijke oord te gaan.. Wij krijgen ook haast geen vitamine geen vruchten geen groente, ik denk dat ik daarom zooveel last heb van erge hoofdpijnen.

Brief van Moeder 27 februari 1946. Deze brief gaat over Takkie. Hij heeft tegenwoordig een vriendje Paddy van de Strumphlers dan kan hij eindeloos mee op het grasveld krijgertje spelen en elkaar inde  de snoeten bijten! 't is een knolletje Maar wat moeten we doen als alles weer nieuw geverfd wordt !! Vader hoopt en hoopt dat Tal dan in de hondenhemel zal zijn, maar Maria en ik niet dat begrijp je. Vandaag staat hier in Holland alles in 't teeken van de slag v.d. Java Zee.  Vanmorgen heeft Vader voor 4 scholen gesproken Alle scholen moesten 't herdenken en van 12 uur 2 minuten stilte houden.

Brief van Moeder maart 1946. Ik kan je niet zeggen hoe wij ons verheugen op je komst ik kan nu niet wachten kom je de 18 e maart.
Een noot boven aan de brief: De familie (Maria incluis), zegt dat ik binnen een week !!! geïrriteerd op je zal zijn door slordigheid of zoo !!! Ik geloof 't niet !

Inderdaad twee weken naar Aerdenhout geweest.

Na terugkomst in Bern heerlijke skitochten met Zwitserse vrienden gemaakt in het Berner Oberland. Met ski naar de top van de Steghorn 3146 meter, om daarna al kletterend de top te  bedwingen.

Links tijdens de beklimming van de Steghorn 3146 m. Rechts : Walter met 2 Zwitserse vriendinnen  

Het massief van de Steghorn(3146m). De top geheel links en met stippen de skiroute

Ook heb ik het geluk gehad mee  te kunnen met een week naar Grindelwald. Van station Eigergletsjer zijn we via de gletsjer afgedaald naar Grindelwald. Het was wel griezelig om over die gletsjer te skiën. Onze gids was de beroemde Herman Steuri die beklimmingen in de Himalaya op zijn naam heeft staan.. Helaas heb ik mijn enkel verstuikt en kon niet meedoen met een abfahrt wedstrijd

Week skiën in Grindelwald. Op achtergrond de Wetterhorn. Tom tweede van links.

Het winter semester is ten einde gekomen en nu begin ik aan het zomersemester en ben verhuisd naar een Frans Zwitsers familie met vier kinderen. Dol gezellig en een hele verademing na de stijve conservatieve familie Dellsperger. Maar ik moet er wel bij zeggen dat Mevrouw Dellsperger bijzonder aardig tegen mij is geweest en veel begrip voor mij heeft kunnen opbrengen. Prachtig huis tegen de heuvel van de Gurten, met een schitterend gezicht op Bern. Dit was een hele grote familie, en de gastvrouw Agnes werd verliefd op me en we hebben heel wat keren samen geslapen. Ze kwam 's-ochtends vroeg voordat ze aan het huishoudelijk werk begon bij me in bed liggen. Ze verzorgde me als een Moeder.

 

Links: Mijn 'gastvrouw' Agnes Bonhôte. Rechts: Het huis van de familie Bonhôte

Brief van Moeder  12 april 1946 't saai dat je weg bent Maria en ik waren s' avonds alleen thuis en Maria zei ook wat is het opeens stil, 't huis was zoo vol veel muziek, lawaai en ja je voelt dan toch een beetje lost en dan ben ik blij dat je niet voor lang weg bent anders zou ik nog sentimenteel van worden.'t Was gezellig en daar ben ik erg blij om 't ook zou het afschuwelijk hebben gevonden als je ik je niet zoo missen. en 't eigenlijk een opluchting zou vinden,. Joch, nu begin je met een nieuwe familie. Probeer hier tegenover jezelf en tegenover anderen een succes van te maken.

Brief van Vader 29 april 1946. Het was bar gezellig je thuis te hebben

Brief van Moeder 16 mei 1946. Nu net kwam er een telegram van Richard, dat Tal a.s Zaterdag thuis komt wat zal dat geven. Vader wil geen 2 honden hebben en Vader is nu evenals wij ook al dol op Tref, maar Maria en ik zijn overeengekomen, dat zij toch hier alle 2 blijven. Vader zal weer moeten verliezen..

Brief van Moeder 20 mei 1946. Elsbeth zijn eindelijk de schellen v.d. oogen gevallen zij is nu meer los van mij en ziet mij nu niet meer zoo ideaal of beter gezegd zij had zich vroeger altijd aan een ideaal vastgeklampt en wou à tort et à travers van mij houden, maar opeens ziet zij opeens veel naars. 't Is wel goed deze reactie want daardoor zal zij nu op haar eigen benen kunnen staan, maar ik ben er toch wel verdrietig om. Ik heb mijzelf nooit beter voorgegaan dan ik was, maar 't is ellendig om nu te merken,dat een kind net zoo over mij denkt als ik vroeger over mijn Moeder. Ik hoopte  dat ik dat nooit zou meemaken. Elsbeth heeft er wel reden voor dat is zeker, maar deze ommezwaai is een beetje verbijsterend, maar wel goed voor ons beiden. Opvoeden is niet makkelijk , al je eigen fouten komen 10 voudig aan 't licht en krijg je op je broodje. Dit jaar in A'dam is wel erg goed voor Elsbeth geweest om zich zelf meer te vinden en deze oppositie tegen mij was hard nodig voor haar ! Enfin jij kunt er ook van meespreken. Zoo 'makkelijke' ma ben ik helaas niet. Nu beste jongen toch heb je hoop ik nog wel niet tegenstaande  alles 'een warm plekje voor me.

Brief van Moeder 28 mei 1946. Je bent een schat om zoo voor de meisjes te zorgen. Wat een bof dat die Moeder van Madame Bonhôte hen hebben wil. Op 't oogenblik wordt geverfd in huis en wordt Tal's  zijn hier aangetast, ik rek 't zooveel mogelijk maar 't is moeilijk want 't wordt gewoon een breuk met Vader dat klinkt tragisch maar er is wel iets van waar. Vader kan 't hier niet meer hebben.

Op de voortop van de Wilde Frau in het Berner Oberland met twee Zwitserse vrienden.

Vanuit Bern ging ik veel de bergen in .Tjalling Eysinga, die ik nog kende van het concentratie kamp Amersfoort vroeg me of zijn jongere broer met mij mee mocht op een bergtocht in het Kiental. Hij is echter na een dag klimmen met de staart tussen de benen naar Bern terug gekeerd. Hij zag het helemaal niet zitten.  In het Kiental twee Zwitsers ontmoet waarmee ik de voortop van de  Wilde Frau heb beklommen.

Brief van Vader 1 juni 1946. Ik wil echter nog eens informeren bij onderwijs naar de mogelijkheden, maar bereid je maar voor op voortzetting der studie in Amsterdam)(of Leiden).

Brief van Moeder 12 juni 1946.Dat schilderen heeft vooral voor Maria en mij een heel groote schaduwzijde 't zwaard van Damocles is toch gevallen 't Werd te moeilijk. Vader werd er uit zijn humeur van. Zoodra Tal weer tegen iets opsprong en nu is mijn dierbaar bruin kind bij de v.d. Maassen tegenover Maria;s school. Maria ziet hem wel 4x per dag maar ik kan je niet zeggen hoe ik hem mis altijd was hij bij mij. 't Werd inderdaad een krisis tussen Tal en Vader en dat is te gek natuurlijk.

Brief van Moeder 26 juni 1946. Ik heb zoo'n idee dat jij in jezelf en in je omgeving een heel typische tijd meemaakt die veel complicatie geeft. De meisjes verheugen zich zeer op hun Zwitserse maand.

Het huis van de Moeder van Agnes Bonhôte , mevrouw Durand aan het meer van Neuchâtel. Hier bleven mijn beide zusters voor vakantie

Ik heb ook met Agnes in het huis van haar moeder aan het meer van Neuchatel gelogeerd. Ik sliep ineen klein tuinhuisje. op een ochtend kwam er iemand naast me liggen . Ik dacht dat het Agnes was, maar het bleek de kok te zijn die het op mij had begrepen. Rare sensatie. Ik herinner me ook nog,  dat in Bern een man die bediende in een café was vroeg of ik met hem mee wilde gaan naar zijn kamer, maar hij had ook bepaalde bedoelingen waar ik niet op in ben gegaan. Schijnbaar heb ik een zeker sex-appeal voor mannen.

Mijn Moeder met 2 zusjes logeerden ook nog bij de Moeder van Agnes Bonhôte .
Mijn Moeder schrijft over de verstandhouding van Agnes en haar man. No love lost between them. Het is afschuwelijk moeilijk voor haar 't lijkt mij een nachtmerrie om op die manier over je man te denken ook voor de kinderen.  'T is grappig zoo goed als ik met haar kan opschieten. Ik voel haar precies aan 't is soms zelf alsof t mijzelf is ',zij is alleen veel luchtiger en zooals Maria zegt niet zoo geïrriteerd (als ik moe ben tenminste). Ik kan zoo goed indenken dat je erg op haar gesteld bent is werkelijk een maman pour toi wat heb je het getroffen, want 't scheelt toch wel alles als je ergens heelemaal thuis voelt. Vandaag zie ik Monsieur Bonhôte weer hier. 't Lijkt mij geen prettig mensch, maar toch heb ik met hem te doen, hij is  heel eenzaam en zet zich erg schrap en ook een paus. Tragisch 2 levens zoo met elkaar, wat kunnen zij elkaar bederven. Nu dag joch zoek in ieder geval een vrouw waar je écht van houdt.

Brief van Tom aan Moeder 18 juni 1946. Ik heb Hildaatje wel niet gekend, maar ik kan toch ongeveer voorstellen, hoe dit moet zijn geweest voor jullie tweetjes. Maar het heeft vast en zeker een innige band tussen jullie gelegd. Als ik moet opnoemen een voorbeeld,van een gelukkig huwelijk,  dan denk ik in  de eerste plaats aan jullie tweeën.

Brief van Tom aan familie begin juli 1946. Ik heb nu definitief besloten om in Zwitserland af te studeren. Het leven wat ik nu lijd is gelukkig.  Ik leef van ongeveer 200 franken per maand  voor alles behalve collegegelden. In Amsterdam leven zou je wel meer kosten!! Speel zowel iedere dag met Madame Bonhôte quatre mains en de Fugas van Bach voor orgel.

Eind Juli- begin Augustus met een geologische excursie met Professor Cadisch door de Zwitserse alpen.

Beklimming van een moeilijke berg de Oostgraat van de Aermighorn begin augustus met een paar Zwitserse vrienden

Aermighorn boven het Kiental.

Geologisch karteringswerk van 3 augustus tot 17 augustus in de hoge bergen tussen Val d'Anniviers en Val d'Herens in het Wallis.
Enkele fragmenten uit het dagboek:

6 Augustus begonnen met karteren,  vertrokken uit het dorpje  Grimentz. Het went verder gelukkig om zo helemaal alleen in het hooggebergte te zitten. Overdag gaat het wel, maar als na zonsondergang die onheilspellende avondwind begint op te zetten, valt het dikwijls niet mee er bij nog de grote heimwee naar een zeker iemand te hebben, is het wel eens moeilijk om niet in tranen uit te barsten, maar tanden op elkaar. Het gaat om de wetenschap en God staat altijd bij je, waar je ook bent, als je maar toegang verleent. Nu aan de slag de Booij. Bon courage! Dinsdag 13 aug Bewolkt weer. Start 9 uur na 12 uur slaap. Het weer wordt steeds lastiger mist regen niet zo aangenaam. Om 12 uur door en door nat in hut aangekomen. De wind huilde en gierde. De regen knetterde op het dak. Mijn broek was doorweekt. Er zat niets anders op dan in het nest te kruipen. 3 uur namiddag weer iets verbeterd alleen de broek nog niet. Toch maar aan de slag gegaan Al of niet een natte kont dat is het geologen leven. Maar ziet opeens komt de zon door en daarna bijna niet te geloven het zelfde weer als gisteren. Uit zicht tot Mt Blanc enz. Zo gauw als het weer in de bergen kan veranderen. 7.15 s-avonds bij het kruis van de Pas Lona. Het uitzicht wordt steeds mooier. De laatste zonnestralen schijnen op het Mont Blanc massief, het koeien gebel onder mij uit het dal opstijgend. Deze sfeer heeft een goddelijke reinheid. De rust en de grootsheid van deze bergen . Het is daarbij ook nog bijna windstil. Het is alsof alles wil meewerken tot deze goddelijke sfeer. Wat is het goed voor de mens om helemaal alleen van deze rust te kunnen genieten, maar hij kan hem alleen opzuigen wanneer het van binnen ook rustig is. De zon zinkt dieper en dieper. Totdat opeens hij achter een scherpe kam van de bergen verdwijnt. De sneeuwbergen achter mij krijgen een rode kleur die niet na te bootsen is. De hemel krijgt alle kleuren die weer ogenblikkelijk verdwijnen, van lichtgeel tot purperrood en daarna eindelijk violet. En daarna treedt opeens met onheilspellendheid de nacht in. Het is de strijd tussen licht en duisternis die wij elke dag in het gewone leven kunnen meemaken.

De geoloog voor zijn hutje  hoog in de bergen van het Wallis

Woensdag 14 augustus. Stralend zonnig weer geen wolkje. De zonsopgang op 2700 m was prachtig. Vannacht steenkoud gehad het gras was wit bevroren zelfs een dun laagje ijs op een stilstaand watertje. Om 5.15 opgestaan om de zon te zien opkomen daarna weer gauw om 6 uur in het nest gekropen tot 8 uur gepit 9.15 start vol bepakt want ik ga ergens anders slapen..Na een half uurtje te hebben gewandeld en gewerkt te hebben zit ik aan de oever van het prachtig meertje Lona. Ongeveer 150 koeien grazen om mij heen Het lijkt wel een orkest.Vrijdag 16 augustus: De laatste werkdag. Om 12 uur op Roc d'Orrival. Als laatste top in gebied. Uitzicht ongelofelijk: Weisshorn, Matterhorn, Dent Blanche, Gabelhorn, Mt Blanc,  Aig. Rouge, Dent du Midi, Diablerets, Wildhorn, Ruderhorn, Balmhorn, Altes en Bietschhorn. Het geeft nog eens een goed overzicht van de gedane arbeid, Het is wel een reuze voldoening om dat te zien. Mijn werk is nu voorlopig voltooid!!

Het karteringsgebied. Rechts de hoogste top Becs de Bosson 2985 meter.

Een gedeelte van de geologische kaart die ik van het gebied maakte. Schaal 1: 25.000

 

Het was schoon ,"verheven" werk. Maar toch blij dat het af is. Om 4 uur behouden en wel in Grimentz teruggekeerd. Ik besluit om te zeggen hoe dankbaar ik voor deze tijd ben. Dat ik daardoor dichter tot God ben gekomen. Laten we hopen dat ook in het gewone leven ik deze schat mag blijven behouden. Zaterdag 17 aug. Met autobus naar Sierre gegaan. Daar de de sneltrein gepakt via Lausanne naar Bern. Heerlijk in de Speisewagen ontbeten. Wat gek om weer zo in de beschaafde of beter in de bewoonde, mondaine wereld te komen. Het heeft alleen een groot gevaar en wel weer de schat en de rust in de bergen opgedaan te verliezen. Laat je niet weer meeslepen door het gewirwar. Ongeveer een half uurtje ben ik in Bern Go straight on my boy. Just how it was in the mountains.

 De koeienmelkers, die in ik mijn gebied aan het werk waren.

Tussen de twee karteringen heb ik bezoek gekregen van mijn ouders en mijn zusje Maria die helmaal; vanuit Nederland met de auto (DKW) aankwamen. Ze keken hun ogen uit, zoveel luxe en rijkdom. Op de weg door België en Frankrijk hebben ze alle verwoestingen van de Tweede Wereld oorlog kunnen zien en kwamen is een ware oase van rust en welvarendheid. Over deze reis heeft mijn Vader een artikel geschreven waarin hij meer belicht de reis van Nederland naar Zwitserland door Europa, dan hun verblijf in Zwitserland. Hij laat treffend zien hoe het Europa nog in puin lag en een schril contrast vormde met rijke welvarende Zwitserland dat niet door de oorlog heeft geleden.. Zie hier voor de volgende link: Met de DKW naar de Alpen
 

Links Vader Tom met zoon Tom ; rechts Moeder Maria en Tom aan de voet van de Eiger

Met de DKW langs het Vierwaldstätter meer.

Brief van Moeder even voor mijn 22 ste verjaardag 25 augustus 1946. Nu beste Tom wij zullen veel en warm aan je denken op je 22ste verjaardag als ik nog denk aan dat kleine gevalletje toen 't geboren werd, dadelijk vol pit en vlugge bewegingtjes  altijd een 'eager' kereltje geweest maar nu gelukkig veel zekerder en rustiger geworden door het geluk van dit werk waar je iets werkelijk in bereiken kan. Maar "Life " is still more than that! dat weet je ook wel maar ik begrijp ook wel je éénpuntigheid als is 't toch jammer in zeker opzicht.

Brief van Vader 5 september 1946. We hebben ons suf zitten piekeren hoe aan de deviezen te komen  als het officieel niet lukt doch een goede oplossing is niet gevonden. Het zal natuurlijk ook als Onderwijs ja zegt, nog enige tijd duren voor het geld er is. We geven de moed niet op het is zoo veel waard als je de geologie in Zwitserland kan afmaken.

Voor de tweede  keer begin ik op woensdag 11 september 1946 met het karteren van het gebied rond de Becs de Bosson. 7 uur van huis weg. Al liftend van Bern . Eerst met camion tot Lausanne. In Lausanne een half uurtje gelopen en een wagen te pakken gekregen tot Vevey, Na een kwartier een camion naar Aigle en vervolgens een camion van Aigle naar Sierre! Een groenten transport.  Mee geholpen met laden en lossen. Om 4 uur uur afgezet in Sierre. Daarna op weg naar Vercorin was 3 1/2 uur lopen, maar na en uur kon op een motorfiets achterop naar Vercorin.Geslapen in een hooischuur. Ik heb weer een paar dagen nodig om die eenzaamheid te overwinnen. Donderdag 12 september van Vercorin naar alpenhut. Geologisch werk begonnen. Vrijdag 13 september 7 uur gewekt door koeien concert 8.15 gestart. Mijn horloge is stuk dus geen tijd bij me.. Na een dag hard werken vele nieuwe gesteenten aangetroffen. Om 6 uur bij kampvuur bij 3 chasseurs  gezeten. Ze vertellen allemaal spannende verhalen waar ik helaas geen snars van verstond. Zaterdag 14 september. Slecht weer , zo nu en dan buitjes. In de loop van de dag werd het beter.'s-Avonds debat gehad met de montagnards over Rusland . Ze waren  bijna allemaal communist. Het liep heel hoog op, maar bleef toch eerlijk en vriendschappelijk. De hele avond gedebatteerd om het haardvuur. Heerlijke dag. Zondag 15 september. Het dagboek eindigt  met de volgende zinnen.: Op eens kwamen achter de rotsen vandaan een groep geiten, die even kwamen kijken wat voor een vreemd snuiter daar toch zat, luid blatend. Het is ongeveer 5  uur Nog behoorlijk warm. Ik koester me heerlijk in het zonnetje terwijl genietend van een Chesterfield.

Ik weet me nog te herinneren dat ik met prof Cadisch in de Rhône vallei bij Sion gekeken heb naar een warm waterbron. Met een vruchtencamion ben ik teruggelift naar Bern, waar ik warm onthaald werd door Agnes Bonhôte mijn geliefde.

Iets wat ik niet in mijn dagboek tijdens de kartering heb opgeschreven is een hele merkwaardige ervaring. Toen ik heel alleen in een hutje op 3000 meter zat terwijl de storm en regen buiten geweldig te keer gingen, heb ik een pannetje dat buiten lag naar binnen gehaald. Ik moest het allemaal bij me hebben, alles onder controle hebben Vreemd zoals een mens in die eenzaamheid reageert. De geborgenheid opzoekt. Maar het was een tijd om nooit te vergeten. Het is voor mij de basis geweest voor mijn latere geologen leven.

De Nederlandse geologen gaan van 17 -21 september naar de Zwitserse Alpen. Mijn Vader stuurt mij het programma.. Ik zal proberen om de dagen dat ze in het Wallis zijn er bij te zijn. Inderdaad ben ik van mijn karteringsgebied in via vele passen gelopen naar Zermatt. Daar ontmoette ik de Amsterdamse geologen, het was een hele openbaring , de sfeer, de openheid kortom ik wist meteen met deze groep ga ik verder studeren. Vooral had ik goed contact met Cees Egeler. Samen met hem heb ik de Riffelhorn bestegen. Hier werd de kiem gelegd voor de expedities naar de Andes en Himalaya.

  

Op weg naar de top van de Mettelhorn bij Zermatt tijdens de Amsterdamse geologische excursie. Cees Egeler links met anorak

Groepsfoto Amsterdamse geologen met achtergrond de Matterhorn. Achterste staande rij vlnr. Lakeman, x, Cees Egeler, Verbeek, x ,Van Tellingen, Kieft. Prof Brouwer,x, Professor Rutten, Taco van der Harst,x, de Knijff, Netelbeek, x, x, x, Ernst Ten Haaf met pijp, x, x, Smit, x. Zittend vlnr. x, Budding, Bosschart, Ritsema, x, de Munck, x, Reinier Ritsema, Jan Stam, x, x,x,

 Brief van Vader 25 september 1946. Kan mij begrijpen dat 't gezellig was weer eens Holl. geologen te spreeken misschien leek je daardoor ook voortzetting van studie in Nederland minder wanhopig maar ik blijf toch hopen dat je zult boffen en filantropische Willem Tell wordt gevonden.

Brief van Vader 15 october 1946. We keken  wel op van Madame's Bonhôte brief dat je met hooge koorts in bed ligt. Ik kan je moeilijk zeggen hoe ontzettend jammer we het vinden dat het deviezen probleem onoplosbaar bleek.

Brief van Vader 21 october 1946. Je moet zelf maar kamers huren ik heb er geen tijd voor. Tenslotte kun je in ieder geval  beginnen met te forensen. Het is wel bar zuur dat 't er nu toch van moet komen que faire? in ieder geval is het goed dat je bij de B. weggaat zoo kan 't toch ook niet blijven. Neem een kaartje tot de grens. Ik kan je echter van de grens met de DKW komen halen.

Het werd een hartverscheurend afscheid met Agnes Bonhöte. Echt liefdes verdriet had ik toen de trein weggleed uit het station van Bern. Ik heb nog uren lang gehuild in de trein. Ik werd afgehaald door mijn Vader. Hij drukte me op de feiten dat de party was over en dat ik mijn leventje in Amsterdam zelf moet opbouwen. Ik herinner me dat het gesprek in de auto niet plezierig was

Het was een hele teruggang om naar Amsterdam te gaan om te studeren. Het zou moeilijk zijn  een kamer te vinden in Amsterdam. Ik heb een hele week vrij genomen en heb tegen me zelf gezegd deze te besteden voor het vinden van een kamer. Binnen een uur op de maandagochtend vond ik voor 30 gulden in de maand een bovenkamer met uitzicht op de  Amstel (nummer 157). Het was bij een aardige familie, waar vooral de vrouw des huizes nog al frivool was. Ik kreeg 100 gulden per maand zakgeld. Groentijd meegemaakt, dwz als ontgroener. Bij het gemis aan de bergen toch een rijkdom om meer sociale contacten te hebben. Vooral het contact met de geologische studenten

Uit het dagboek van mijn grootvader Hendrik de Booij over het jaar 1946:
30 mei.
De stemmingen voor de Tweede kamer hebben de partij van de Arbeid op de 2de polaats gebracht en de R.K. volkspartij op de 1ste en de stemmingen voor de Provinciale Staten hebben dit oordeel van het Nederlandse volk nog bevestigd. De communisten brachten het in de 2de kamer tot 10 zetels en in de Provinciale Staten staan ze nog sterker. Naar ik geloof heeft de P.v.d.A. verloren door het "vervelende" dat uitstraalde van Schermerhorn, die toch een in vele opzichten achtenswaardig man is.
3 juli. Het ministerie is nu gevormd zonder Jim [de Booy]. Men zoekt een "Roomsen" minister van marine. Daarvoor moet je in Nederland zijn.
Gijs en Emmy [Van Hall-Nijhoff] zijn lid van de Partij van de Arbeid. Wij zijn lid van geen enkele partij. De partij van de Arbeid schrikt mij af door het weinig krachtig optreden van Schermerhorn en Logeman en hun weinige mededeelzaamheid, het weinig dat van hen uitging en als hij ging spreken was Schermerhorn erg vervelend, terwijl hij dikwijls de indruk maakte op het punt te zijn te gaan huilen. Verder behoren tot de Partij van de Arbeid de sociaal-democraten, die voor de oorlog een antinationale, onvaderlandslievende partij was. Men weet niet hoe zij zich verder zullen ontwikkelen. Ik kijk dus maar liever naar personen, ben geen enthousiast "Vrijheids"man en stem op "Le Cavelier", die nu lid is van de partij van de Vrijheid.
23 juli. Ik werkte vandaag weer aan mijn belastingpapieren en het is merkwaardig hoe langzaam dergelijk werk bij mij gaat, hoe mijn hoofd warm wordt, zodat ik niet kan denken. Ik wilde dat de Mensheid nu eindelijk eens begreep, dat ik met rust moet worden gelaten.
24 juli. De nieuwe minister van oorlog is zenuwziek (overspannen), wat erg vlug.
28 juli [onder een krantenfoto van het voorlezen van de Troonrede]. Prins Bernhard zit er, naar gewoonte, weer slordig bij. Hij heeft geen begrip van stijl. En nu herinner ik mij een uitlating van een Zweedse dame te St. Moritz "Die Deutsche haben gar keinen Stil". Wie zegt het hem eens.
2 augustus. Naar de RK begraafplaats Buitenveldert en daar gesproken met grafsteenhouwers in verband met graf Geraldine [Ierse nicht van Hilda, hier in l945 overleden] en vervolgens naar de graven van Diepenbrock en Der Kinderen. Als ik voor die graven sta dan voel ik heel weinig, of liever in het geheel niets voor verbranden. Mijn lichaam is een afgelegd pak dat op natuurlijke wijze in stof overgaat. Of dit nu gaat met behulp van wurmen is mij om het even. Er blijft een graf met gedenkteken waarvoor achterblijvenden gedurende een reeks van jaren kunnen staan met liefde in hun hart, een plek waar zij tot bezinning kunnen komen en zich zullen kunnen afvragen: ben ik op de goede weg. Zulke gevoelens komen moeilijker bij het aanschouwen van een urn met as. Zo stond ik dan voor het graf van dien besten Diepenbrock. Niet ver van hem ligt Antonie J. der Kinderen. En het treft je dat onze lieve vriendin Jo, zijn vrouw, daar niet ligt. Zij was niet, zoals Elisabeth Diepenbrock, tot het R.K. geloof overgegaan en zij mag dus niet in gewijde aarde liggen.Zo'n klein steentje voor Geraldine, zal met alle kosten wel bijna 100 gulden vragen. Het zijn alles maar gevoelens. Je wordt graag begraven in een graf met de vrouw met wie je vele jaren lief en leed hebt gedeeld. Maar welk een scheiding brengt het verschil in godsdienst.
23 september
. In Nederland zijn kentekenen waarneembaar van verzet tegen de uitzending van troepen naar Indië. Indië wordt nog altijd door het volk - of een belangrijk deel ervan - beschouwd als een land waar de ontwikkelde man snel rijk kan worden en de arbeider geen kans heeft. En nu moet de arbeider het weer voor den rijken man gaan herwinnen.
27 september. Binnenkort zal de moord op 21 oorlogsmisdadigers plaats vinden door middel van ophanging of door de valbijl. Ze mogen nu hun echtgenoten ontvangen.
1 oktober. Vandaag werden de vonnissen uitgesproken te Neurenberg. Wij hoorden de woorden van rechter Lawrence, die de straf uitsprak van dood door ophanging (by hanging). Al die eerst zo machtige mannen worden opgehangen. Von Papen en nog twee anderen, waaronder Schacht, zijn vrijgesproken.
3 oktober. Piet Gouda [bovenbuurman] gaat naar kantoor en zegt "wat een schande dat nog drie van die schavuiten zijn vrijgesproken", waarop ik zei (omdat mij zijn wraakzucht hinderde of prikkelde) "Ze moesten allemaal zijn vrijgesproken". Waarop hij "daar moeten we dan eens over praten". Ik: "Dat is goed, dan zal ik maar een revolver meenemen" en hij weer (handig) "En ik een strop". Ik gevoel niet, zoals velen, een oneindige afstand tussen de schavuiten en mijzelf, doch voel dat zij mensen zijn, die langzamerhand tot hun vreselijkheden zijn gekomen. "Wie staat, zie toe dat hij niet valle". Als men eens flink valt dan wordt men ootmoedig met het schuldbesef en weet dat de mens zwak is als hij wordt aangepakt in zijn zwakke punten. Ik voel dat zij gestraft moeten worden, zou hun straf aan God willen overlaten, maar ik weet het niet daar God het niet duidelijk openbaart.
Donderdag 24 oktober 1946.
Gisterenavond een drukbezochte vergadering MontessoriLyceum, de laatste met Hilda als voorzitster. Tegen het eind nam W. Cnoop K. het woord en huldigde Hilda. Hij noemde haar een mens van groot formaat, met geniale spontaniteit en dit is volkomen waar. Ze hadden een magnifieke taart meegebracht en 2 flessen wijn en zo bleven we napraten en gingen tegen 12 uur naar bed. De nieuwbenoemde voorzitter Korthals Altes moest herhaaldelijk aanhoren "dat wij zulk een voorzitter als mevrouw De Booy nooit meer zullen krijgen enz." En de grote huldiging van Hilda zal zijn dat een plaquette in de nieuwe school zal worden aangebracht met haar profiel. Ik sprak met Tom af dat ik ontslag zou nemen als bestuurder van de Reddingmaatschappij en we bekeken mijn boeken met het oog op een verdeling na mijn dood.
Dinsdag 12 november '46. 2 uur naar Reddingmij. Ik heb mijn ontslag gevraagd en dit wordt dadelijk in behandeling genomen. Aanwezig waren: Tegelberg, Hudig, v.d.Bergh, Tom, Quarles en Koning, later ook nog Van Riel. Tegelberg sprak mij zeer hartelijk toe, zeide dat ik in die 40 jaren ontzaglijk veel voor de Reddingmaatschappij had gedaan, dat bij mijn komst het bestuur eigenlijk zeer weinig deed en dat na mijn komst alles was veranderd. Hij zeide dat zowat alles aan mij te danken was, dat hij dit nog beter kon gevoelen dan de andere aanwezigen.
Het was een aangename bijeenkomst, al was het de laatste die ik bijwoonde. Ik dankte Tegelberg voor zijn gevoelige woorden, zeide dat ik hem steeds had bewonderd als een voorzitter van groot formaat, die op waardige en koninklijke wijze de Reddingsmaatschappij had geleid.
26 november. De commissie-generaal is met een ontwerp politiek akkoord teruggekomen, dat naar niets lijkt. Schermerhorn is wel de laatste man van wien men staatsmanswijdheid en beleid kan verwachten. Hij is een vervelende huilebalk.