Dagboek 1947 - 1953
1947
8 februari de elfstedentocht gereden. Heel erg zwaar, storm en zeer slecht
ijs. Samen met mijn vriend Dirk de Knijff gereden. Helaas veel tijd verloren met
wachten op elkaar en hij wilde te veel rusten. Zijn eten in zijn rugzak was
bevroren en zijn we in een kroeg gegaan om het te laten ontdooien. Daardoor veel
tijd verloren. Ik heb er van geleerd dat je de tocht niet met iemand moet rijden. Onderweg vind je wel een maat, waarmee je in het zelfde tempo kan rijden In Berlikum ten noorden van
Franeker werden we geadviseerd om het ijs te verlaten, want de controlepost Bartlehiem zou om 8 uur sluiten. Dat zouden we nooit meer op tijd
kunnen halen. Het was gekkenwerk om nog verder te door te gaan. Het was wel een
bittere pil, maar we waren niet de enige die het loodje moesten leggen. Het
onderstaande artikel uit de Harlinger Courant spreekt boekdelen.

Links: Mijn controlekaart van de negende elfstedentocht. In potlood bovenaan staat geschreven : Op advies te Berlikum opgegeven. Rechts: De elfstedentocht route in 1947. Bij Hindeloopen hebben we een stuk over het IJsselmeer moeten schaatsen.
Hier volgt een gedeelte van het artikel in de Harlinger courant van
dinsdag 11
februari 1947:
Een moordende rit!
Leeuwarden, 7 Februari 1947. Het zal er dan toch van komen! De drommen sportmen, die
de treinen "uit Ho!land" op het Leeuwarders perron afzetten en die
in broederlijke eens gezindheid optrekken ter. "Groene Weide"', waar het Bestuur van de Elfstedenvereniging zetelt en tevens de aanmelding moet geschieden, demonstreren
met hun enkele verschijning de pessimist, dat het hoogste ernst is met de
Elfstedentocht van morgen. Driemaal afgelast - maar voor de vierde keer zal
koning Thialf, naar het zich heden laat aanzien de Elfstedentochtwissel
honoreren. Deze negende Elfstedentocht zal echter niet het traditionele beeld
opleveren van een lint van rijders, dat zich in één richting voortbeweegt en hoe
langer hoe meer wordt uiteengerafeld,. ditmaal zal van alle elf steden uit een
kringloop aanvangen, die ieder naar een andere finish strevend, achter
elkander aanjagen en zich tijdens de tocht wellicht zullen verstrengelen. De
sfeer van uitbundigheid, die in vroeger jaren karakteristiek voor de vooravond
was en die weleer met het begrip "Elfstedenkoorts" werd aangeduid, is thans
zoo
goed als afwézig. Onder de aspirant-deelnemers heerste deze
avond een geest van nuchterheid, die geen heul zocht in snoeven en grootsprekerij, doch eerder geneigd was de tocht van morgen, met ernst onder de
ogen te zien. Men scheen algemeen overtuigd te zijn, dat de dag van morgen van
den rijder, die enigszins een goed figuur wil slaan, een uiterste krachtsinspanning,
zal vergen. Ongetwijfeld zal deze Elfstedentocht een der zwaarste tochten, zo
niet zwaarste, worden in de serie van negen, die tot dusver hebben plaats
gevonden. Hij, die gewapend is met ernst en moed ,en met een paar
betrouwbare schaatsen zal het stellig ver brengen, al verwachten wij dat
elfstedenkruisjes deze keer alleen door. de beste en de krachtigste rijders
zullen worden. gewonnen. In de volle· hotels en café's heerste tot laat in de
avond een gezellige stemming. Makkers van vroegere tochten zagen elkander na
zoveel jaren onder de Oldehove terug, hetgeen levendige gesprekken ten gevolge
had. Vele bekende figuren van vroegere-tochten waren present. De kampioen van
de tochten van 1912 en 1917, de heer C. C. J de Koning te
Leur, deed wederom van zijn belangstelling blijken en gaf links en rechts zijn
gewaardeerde adviezen. Zelf zal hij aan de tocht niet meedoen. Dan was er een
telegram van medeleven binnengekomen van "Pim" Mulier, den 85 jarigen pionier van
1890, die de eerste Elfstedentocht op eigen houtje organiseerde (en. uitreed !).
"Rheumatiek belet mijn aanwezigheid"!, was de aardige boodschap van den nestor
der Elfstedentochten. De friese hoofdstad is gereed voor de ontvangst der
gasten. Gezien de omstandigheden zullen het weI geen achtduizend worden, die de
Elfstedenvereniging aanvankelijk verwachtte. Het aantal deelnemers was
hedenavond negen uur tot ongeveer 1500 geklommen;
mogelijk is, dat er nog duizend bijkomen, maar daar zal het dan ook wel bij
blijven. Doch daarom niet getreurd. Het succes van de Elfstedentocht toch ligt
niet in het grote aantal deelnemers van doorgaans middelmatig formaat; het ligt
veeleer in de opkomst van zoveel moge1ijk goede rijders, sportmen tot in de
toppen van hun vingers, die behoorlijk zijn getraind en bovendien over een
sterk lichaamsgestel beschikken. Nog eens: wij treuren niet, Leeuwarden is
trouwens hedenavond al vol en druk genoeg. Overvolle hotels, overbezette
telefoonlijnen, een tekort aan slaapplaatsen en auto's, dit zijn zo de schaduwen
welke een grote gebeurtenis pleegt vooruit te werpen. Niet
zonder succes heeft de Elfstedenvereniging beroep gedaan op de burgerij van
Leeuwarden om slaapplaatsen beschikbaar te stellen.
Leeuwarden, 8 Februari 1947
Een koude wind blaast door de straten van de stad. t Is ijzig koud: het
vriest dertien of veertien graden. Overal doemen schimmen op - de rijders van de
wedstrijd begeven zich naar het gebouw van de friese kolenhandel aan Sneeker
trekweg, alwaar de start zal plaats vinden. Een uitgebreide politiemacht is
plaatse aanwezig; deze moet er voor zorgen, dat alles zich ordelijk voltrekt en
geen onbevoegden ontijdig het domein van de start betreden. De heer J. M.
Kingma, bestuurslid van de Elfstedenvereniging, richt een kort woord tot de
wedstrijdrijders, wier aantal ligt tussen de 250 en 300. Enkelen zijn niet
opgekomen; ook horen wij van deelnemers, die zich in de nacht hebben beraden en
nu wel komen kijken, maar zonder schaatsen bij zich. Deze optimisten zijn
gedurende de nacht pessimist geworden. "Het ijs is op grote stukken zo slecht,
dat ik van de tocht heb afgezien", vertelt een hunner, die geheel van
Hilversum is gekomen om reeds voor de derde (maal) de Elfstedentocht mee
te rijden.' Een agent van politie, die buiten het verkeer van de files auto's
regelt, fluistert me in 't oor; ,,'t wordt een moordrit!
vandaag!" . . Zóó erg zien de mannen in de kolenloods het niet in. Zeker, 't zal
een zware tocht worden. Maar als men goed gekleed is en men voelt zich fit om
210 km te rijden, al zal het ijs hier en daar dan ook niet fraai zijn, waarom
zou men dan niet mee:doen? "Ik haw dy tocht nou ienkear yn 'e -köp en dêrom wo'k
him èk dwaen", zegt een gezonde boerenknaap ons, die, lijkt het ons toe wel eens een gooi naar het kampioenschap zou kunnen doen -
"ik haw de Alvemarretocht ek al ris meidien en forskate prizen wounal y snie en
kjeld, en ik haw noait gjin lêst hawn", voegt hij er aan toe. Plotseling -- de deuren van de loods gaan open - en daar dringt de schare
naar buiten - er vormt zich direct al. een kopploeg - "t gaat op een holletje
naar de startbaan op de Zwette. Tweehonderd meter hardlopen is gezond voor de
bloedcirculatie. De voorsten laten zich ijlings op de banken neer, binden zich
onderen snellen heen in de duisternis. Duisternis? Maar een vriendelijk maantje
verlicht het tafereel en geleidt de rijders op hun wegen. Spoedig ligt het
terrein van de start verlaten; ongeveer kwart voor zes glijden de laatsten heen.
Zij strijden al hun eerste strijd met de "skossen en 't bestoven en besneeuwde
ijs van de Sneeker trekvaart. De kopgroep"loopt Sneek al binnen; in drie
kwartier hebben zij de afstand Leeuwarden-Sneek afgelegd; een mooie prestatie!
Daarna volgt en uitvoerige beschrijving van de wedstrijdtocht. We pikken
het artikel weer op als het einde in zicht komt
Het moet voor de koprijders een verademing zijn geweest Dokkum
zich te hebben gelaten. Want op het laatste traject naar Leeuwarden hadden zij
de wind in de rug en moet aIles voor hen lichter en- gemakkelijker zijn
geweest. Hoe zullen zij dat ook nodig hebben gehad! De 25 kilometer naar
Leeuwarden werden door Bosman en Schipper in ruim drie kwartier afgelegd. Tegen
vier uur naderden zij de hoofdstad, waar duizenden mensen langs de. wallen
stonden geschaard en een luid gejuich aanhieven toen het tweetal binnen hun
gezichtskring verscheen. Bosman leek die dag. een gunsteling. van de goden te
zijn, want hij had nooit pech en kon precies doen wat hij wilde.
.
De twee koplopers van de elfstedentocht. Voorop Schipper met verband om zijn hoofd gevolgd door Bosman
Anders echter zijn partner Schipper, die voor Franeker een val deed, zodat hij aldaar moest worden verbonden. Met een geblesseerde kin, zijn hoofd in een verband gewikkeld, dat aldoor slechter kwam te zitten, zette hij de tocht voort tot de Noorderbrug te Leeuwarden, waar hij voor de tweede keer kwam te vallen. Ofschoon zij hadden afgesproken tezamen door de finish te gaan wilde het geval toch, dat Bosman van Breukelen met een streepje, vóór over de eindstreep ging, zodat hij te 16.06 als kampioen van de Elfstedentocht werd uitgeroepen. Hoe gering het verschil was blijkt uit Schipper's tijd van aankomst 16.06.30. Als nummer 3 arriveerde Jeen Nauta uit Wartena 16.16;4e werd J. Wijnia 'te Edens-Wommels (16.21.30), 5e J. W. vld Hoorn, Ter Aar 16 21.30, 6e Wierd Wijnia, Edens-Wommels, 16.30; 7. H. J. Vermeulen, Ter Aar 16.34; enz. Elf minuten te laat bereikten nog elf rijders de finish. Zuur ....
En zo kwam het einde van de Elfstedentocht. Zaterdagnacht te 21: uur, toen de dossiers van de Elfstedentocht konden worden opgeborgen, was dit 't eindresultaat, dat slechts 40 rijders van de wedstrijd binnen de gestelde tijd (d.w.z. twee uur na het tijdstip waarop de prijswinnaar arriveerde) waren aangekomen. Van de tocht arriveerden voor middernacht 180 rijders. waaronder. de dames Sjoerdje Faber en en Wobke Kooistra van Warga en mej. Hepkema van Leeuwarden. Geconstateerd kan dus worden, dat ongeveer 1300 tochtrijders en meer dan 200 wedstrijdrijders ergens op het traject tussen startplaats en eindstreep zijn uitgevallen. Des avonds bij de prijsuitdeling in de Harmonie bleek, dat er aan deze moeilijke, keiharde Elfstedentocht nog andere moeilijke kanten zaten. Het was er gezellig, hoewel er in de zaal nauwelijks meer dan 300 rijders zullen zijn geweest en, ruw geschat, 1500 leden van de grote familie, die 's ochtends waren gestart, ontbraken. De mededeling van bestuurszijde, dat het bestuur der Elfstedenvereniging na rijpe overweging had besloten, geen prijzen uit te keren wekte in de kring der rijders verwondering. Het schijnt dat er aanleiding was voor.de veronderstelling, dat sommige rijders zich niet hebben gehouden aan de bepaling van het reglement, waar volgens de rijder het traject uit eigen kracht - zonder bijstand van elke aard ook moet volbrengen. Het bestuur verklaarde, dat het dit geval ernstig onder de ogen zal zien en later een beslissing zal nemen.
Einde artikel Harlinger courant
Uit het boek: 'Een halve Eeuw Elfstedentochten' van Januari 1959
wordt het besluit van het bestuur vermeld op pag 81
Direct werd er een onderzoek ingesteld en tot z'n ontsteltenis merkte het
Elfstedenbestuur, dat er èn door tochtrijders èn door wedstrijdrijders
overtredingen waren begaan als nimmer te voren. Gevallen van wedstrijdrijders,
die hadden opgelegd of die zich hadden laten zuigen door voorrijders, gevallen
van tochtrijders, die hele stukken in een auto hadden afgelegd, ze kwamen bij
tientallen uit de doeken. De zeer slechte weersomstandigheden op deze dag hadden
tal van deelnemers tot praktijken verleid, waaraan ze anders stellig niet hadden
gedacht. Het resultaat van het onderzoek van het Elfstedenbestuur was dan ook,
dat verschillende wedstrijdrijders in het eindklassement moesten worden
gedistantieerd en zo kwam er ook een nieuwe winnaar op de troon. Het was Jan van
der Hoorn, die dus de grote gouden medaille kreeg. Verder riep het
Elfstedenbestuur Anton Verhoeven, landbouwer in het Brabantse Dussen, tot tweede
prijswinnaar uit, kende de derde prijs toe aan de geweldenaar Abe de Vries uit
Giethoorn en vereerde de sterke Dirk van der Duim uit Oldeboorn met de vierde
prijs. Waren de overtredingen van de wedstrijdrijders verklaarbaar en tot op
zekere hoogte vergeeflijk door de hitte van de strijd en de werkelijk
onmenselijke omstandigheden op deze Elfstedendag, veel erger waren de fraudes
van de tochtrijders, die een waarlijk verbijsterend gebrek aan sportiviteit ten
toon spreidden. Slechts één deelnemer biechtte drie dagen na de tocht z'n zonde
op, "omdat hij er niet van kon slapen", alle anderen - en dat waren er heel wat
- bleven glashard alle schuld ontkennen.
In de maanden februari, maart heb ik een stroom brieven gekregen van Agnes Bonhôte, die heel erg sterk naar mij verlangde. Het was een grote liefde, helaas niet mogelijk, zij getrouwd met vier kinderen en 44 jaar en ik nog in de jeugd van mijn leven. Het is wel schokkend om te lezen hoeveel ze van mij hield. Vooral onze grote gezamenlijke liefde voor muziek vooral van Johan Sebastian Bach en ook de liefde voor de natuur. Zij was heel ongelukkig getrouwd en voor haar was dit de laatste intense liefdeservaring. Eenmaal leek het of ze zwanger van mij was geworden maar dat is gelukkig niet door gegaan. Een complicatie was nog dat de oudste dochter Francoise ook een beetje verkikkert op mij was. Het is maar goed geweest dat ik daar weg gegaan ben. Toch is ze nog enkele dagen in Aerdenhout geweest. Het was een beetje dubbel. Mijn moeder en Agnes gingen heel goed, ze voelden elkaar heel goed aan. misschien was Agnes wel mijn tweede moeder. Ik schijn toch te vallen op vrouwen die goed voor me zorgen. (Nu ik dit opschrijf in 2007 lijkt het wel of ik ook in mijn vrouw waar ik nu 53 jaar mee getrouwd ben ook een soort moeder type is die mij al die tijd goed heeft verzorgd)
Agnes Bonhôte logeert op de Duinpan van 5 april tot 5 mei.
In het voorjaar heb ik als toeschouwer de Varisty meegemaakt. Het is een wedstrijd tussen de verschillende roeiverenigingen van de verschillende Universiteiten. We konden de roeiers op het Amsterdam-Rijnkanaal bewonderen vanaf een speciaal afgehuurde boot. De roeivereniging van Utrecht Triton had gewonnen . Zo togen we allen naar de sociëteit van Utrecht. Daar is het feest geheel uit de hand gelopen. De burgerij nam aanstoot aan het dronkemanspartij van de studenten en begonnen met ons te vechten. Zij drongen het gebouw in en slaagden er zelfs in om de wc 's s los te schroeven en op straat te gooien. Mijn vriend Volkert de Groot kreeg tijdens de schermutselingen de zware klok, die op de haard stond op zijn hoofd. Hij had een zware hoofdwond. Pas jaren later heeft hij daar veel last van gehad en waarschijnlijk heeft het ook zijn nog veel later dood betekent. Hij stierf aan een tumor in zijn hersenen.

Op de Varsity boot in het Amsterdam-Rijnkanaal. Tom met pijp luistert naar een zanger die smerige liedjes zingt.
17 juni 1947 zouden mijn grootouders de Booij hun gouden bruiloft vieren op het grote huis Crailoo van mijn tante Olga. Maar het ongeluk wilde dat enkele dagen daarvoor een geologische excursie naar Frankrijk zou vertrekken. Ik heb van mijn professor Brouwer toestemming gekregen om de excursie na het feest te mogen vergezellen. Dat was een heel voorrecht. Ik weet niet of de kleinzoon van een arbeidersfamilie ook die permissie had gekregen. Dit in verband met het feit dat Professor Brouwer mijn grootouders kenden... .

De groepsfoto van de familie De Booij tijdens het feest in de tuin van tante Olga ter gelegenheid van de gouden bruiloft van mijn grootouders van vaders kan. Staande vlnr. Moeder Ot, tante Engelien, oom Alfred, Grootmoeder de Booij-Boissevain, Vader Tom, Grootvader de Booij, tante Olga en oom John van Marle. Zittend: Willem van Marle, Henriette van Marle, Tom jr, Hilda van Marle, mijn zusters Elsbeth en Maria..
3 juni kaarten van gebied in Corsica ontvangen van Professor Brouwer. Ik kreeg het gebied in centraal Corsica rond het dorpje Francardo.

De gebruikelijk foto van de kleinkinderen, juni 1947
Na het feest ben ik de excursie achterna gereisd. In de Auvergne fraaie vulkanische gesteenten van de Mont Doré gezien.

Groepsfoto van de geologen tijdens de excursie in de Auvergne, juni 1947
Doordat ik reeds in Bern een kartering had gehad, mocht ik ondanks dat ik nog geen kandidaatsexamen had gedaan, met Professor Brouwer en Cees Egeler mee naar Corsica voor een doctoraalkartering. Ook kwam het doordat ik in 1946 met Egeler tijdens de geologische excursie in de Zwitserse alpen een berg met hem had beklommen en hij graag mij mee wilde hebben. Ook hier werd ik weer voorgetrokken. Het was een hele openbaring, toen we in Nice kwamen om de boot naar de Corsica te gaan. Om voor de eerste keer de palmen en de diep blauwe Middellandse zee te zien. We moesten hier wachten want er was weer eens staking met de boten naar Corsica. De consul zei tegen Professor Brouwer:"La France est une jolie cage, avec des oiseaux mechantes!" Egeler was ons al vooruit gereisd en had ons al geschreven dat het Gods own country was. Nu dan was hij er niet ver naast. Van Bastia gingen we naar Saint Laurent, een prachtig kustplaatsje vanwaar we geologische verkenningen hebben ondernomen onder leiding van Professor Brouwer.

Groepsfoto tijdens geologische excursie in Corsica juli 1947. Voorste rij vlnr Bob Speijer, Tom de Booij, Professor Brouwer, Gerard Bakker. Albert Smit .Achterste rij Plomp, Cees Egeler, Reinier Ritsema, Brondijk, Netelbeek, Lo Ritsema,

Tijdens de excursie met Professor Brouwer hartelijk ontvangen door een Corsicaanse familie
Iedere student kreeg een bepaald gebied van 10 bij 10 km in de strook ten
oosten van het centrale granietmassief. Het zou ook het gebied kunnen worden waar je
op promoveren kon. Maar in eerste instantie gold het voor een doctoraal
kartering. Zo werden we ieder afgezet in het betreffende gebied. Voor mij was dat
in het snikhete Francardo in het midden van Corsica. Ik kreeg onderdak bij de
familie Mercieux..Ik kreeg heel weinig te eten, vooral had ik het nadeel dat ik
het middageten miste wat bij de Fransen de hoofdmaaltijd is. Ik kreeg dan 's-avonds wat soep en daar moest ik het maar mee doen. Ik was namelijk de hele
dag in het veld. De eerste dagen herinner ik me nog heel goed het was
ontzettend warm en veel lopen in het terrein. De eerste karterings dag was 3 juli.
4 juli was het meteen al raak en kreeg last van mijn ingewanden.

De geoloog aan het werk, stenen hakken.
8 juli naar Popolasca in het Noorden van mijn gebied. Daar geslapen bij een hele aardige Corsicaanse familie waar ik heel goed bevriend mee ben geraakt. Hij was slager, rondborstig en zeer vurig met een zware stem. Zijn vrouw, hard werkend en die als een lieve moeder voor mij was. In mijn dagboek heb ik behalve geologische feiten weinig persoonlijks geschreven.
Vrijdag 18 juli naar het oosten van mijn gebied in een ander vallei waar ik sliep bij een vrouw die de geiten hoedde. Ik heb haar ook eens mogen helpen de geiten bij een te drijven, dat valt niet mee op die steile hellingen. Tijdens het werk veel last van haast ondoordringbare maquis. Ze kwam er soms doorheen door je languit te laten vallen om het plat te krijgen. Vol schrammen en builen kwam je dan bij de gesteenten die je wilde onderzoeken. Het werden hele zware dagen, weinig eten. Zelfs het brood was op de bon! Daarbij ondraaglijk warm. Veel sjouwen met stenen en niet precies te weten wat je eigenlijk in zo'n gebied moet beginnen. In feite te weinig voorkennis voor zo'n zware kartering. Toen ik voor mijn werkzaamheden kwam ik in het dorpje Omessa.

Het schilderachtige dorpje Omessa. Het dorpsplein van Omessa, met mooie karakteristieke fontein

Het Corsicaanse echtpaar dat langs kwam met vis.
Een heerlijk, schilderachtig dorpje in het oosten van mijn gebied iets hoger gelegen dan Francardo. Gelukkig onderdak gekregen bij een heel aardige familie. De man was de chauffeur van het dorp met twee aardige dochters. De gastvrouw was een ware werkezel, want ze hadden ook nog een restaurant en een epicerie erbij. Ik kon bij ze eten en huurde ergens in het dorp van een vrouw een kamer. Dat was een verademing. Weg uit de hel van Francardo nu in een heerlijk bergdorpje waar het 's-avonds sterk afkoelde. Het nadeel was dat het nog al excentrisch in mijn gebied was gelegen. Kreeg eindelijk weer goed te eten en het was iets hoger gelegen in de bergen dus minder warm. Donderdag 24 en 25 juli samen met Brondijk en Smit onze grens gebieden in kaart gebracht. Steeds weer bij andere Corsicaanse families de nacht doorgebracht. Zeer boeiende mensen, direct en vol passie. Je moet ze niet tegen je hebben! In augustus ben ik een paar dagen naar Calvi gegaan waar we met de andere studenten een paar dagen vakantie hebben gevierd.

Vakantiedagen aan het strand bij Calvi aan de westkust.
Professor Brouwer is nog bij mij in het terrein geweest om mij te controleren. 25 juli schreef mij een brief: in antwoord op mijn brief van 23 juni , Hij haalde iets aan van een geoloog Parajas van 1929 over de Couches Rouges van Caporalino van mijn gebied. Hij dacht aan boven krijt. Dus fossielen zoeken. Ze liggen aan de basis van de boven jurassische massieve kalkstenen. Aan het eind van de brief schrijft hij nog: Onze bruine hutkoffer is ons in Bastia verdwenen uit het hotel vlak voor ons vertrek. Advertentie en politie hebben tot nu toe geen succes gehad. Verder veel succes en de vriendelijke groeten ook van mijn vrouw H.A.Brouwer. (Later zal blijken dat Brouwer gelijk heeft gehad, ik heb me namelijk vergist in de ouderdom van de massieve kalkstenen in mijn proefschrift. Mijn promotor Brouwer had mij in die tijd moeten wijzen op zijn brief van 25 juli. Maar daarover later meer als ik het jaar van mijn promotie in 1954 de revue laat passeren).
Brief van Moeder 16 augustus. Gigs komt hier 14 dagen kuren, hun huwelijk gaat niet goed, zij is nu met Bubbel bij May, erg ellendig. Ik weet de reden nog niet.'T is alles een alles bij elkaar dat je een ander niet hoeft uit te leggen. Tom kijk goed uit je ogen voordat je begint!!!'t Geeft anders veel misère.
Brief van Moeder 25 augustus. Vandaag is 't je verjaardag, je moet wel gevoeld hebben hoeveel ik aan je gedacht heb en over je loop te denken je hoeft niet reageren dat 't zelfde bij Vader, Elsbeth, Agnes (last but not least ) gebeurde. Ja joch we zijn erg dankbar voor de manier dat je je ontwikkelt een zaligheid dat je werk hebt waarin je zo; voldoening vindt. Ik kreeg een brief van Olga dat zij je al gezien had. Olga was onder de indruk van jullie zware werk. Emmy en de anderen zijn zeer onder de indruk dat Janus vader Linden (een schoolvriend van mij ) dood is. Er was een aanval, zij lagen allen in de bosjes, de Jappen overvielen hen. Janus werd later vermist dat is vreeslijk wat er met Janus gebeurd moet zijn
Brief van mijn Vader 10 september. Dr Egeler die ik vanmorgen belde zei dat 't mooiste gebied was dat ooit door geologen werd bewerkt. En dan het vooruitzicht 2 zomers daar te mogen ploeteren lang niet gek. Op de terugreis bezocht ik St Aubin waar ik Agnes sprak, de jumelles'', Lize en Francoise.
Zeer indrukwekkend waren de tochten naar de hoofdtop in mijn gebied de Tassamone. Dikwijls heb ik met mijn tentje opgeslagen als ik naar de ander kamt van de graat moest. Zaterdag 20 september was 54ste dag en tevens de laatste in mijn gebied. Het was me het zomertje wel, grote hitte, zeer zwaar werk en weinig eten. Een hele beproeving.
Door mijn zuster Elsbeth, die ik Genève werkte voor de Europese gemeenschap, werd ik op haar kosten uitgenodigd om 3 dagen naar Chamonix te gaan klimmen Van 27 -29 september hebben we onvergetelijke dagen samen gehad. Ze had schitterende schoenen voor mij gekocht met Tricouni beslag, een speciaal soort spijkers. We beklommen de Aiguille du Belvèdere (2965m) en genoten van de heldere en gezonde berglucht. na al die warmte en zwaar werk op Corsica was het een hele verademing. De foto's geven daarbij een goede weerspiegeling.

Tom en Elsbeth poseren voor de Aiguille Verte op de achtergrond, Chamonix september 1947

Links de top van de Aiguille du Belvèdere (2965m) . Rechts: Elsbeth op de top van Aiguille du Belvèdere.
Door de zware beproevingen van de zomer een zware aanval van geelzucht gehad. Mijn moeder heeft in Aedenhout gevoeld, dat ik ernstig ziek was in Corsica. Gelukkig heb ik in Aerdenhout kunnen uitzieken.2 maanden van de kaart!
Dagboek van mijn grootvader De Booij over het jaar 1947;
Woensdag 22 januari [over de rechtszitting betreffende het
Handelsblad]. Nu is alles alweer lang voorbij en we kijken terug op twee
lange zittingsdagen. De eerste dag duurde van 9 uur tot 10.30 's avonds, de
tweede dag van 9 uur tot 5 uur n.m. De commissie gedroeg zich van het begin tot
het eind fatsoenlijk. Het was een lange zaak al die verhoren te zien afnemen. Hoogterp is zo'n figuur als je in Dostojewsky tegenkomt.
eerlijk, overtuigd en tegelijk onbetrouwbaar. En dan die langdradige manier,
bepaald een onsympathiek kereltje. Ik bewonderde het geduld van den voorzitter. Wij kwamen op de tweede dag aan het bod. De beslissing valt
over 14 dagen en zal ons worden toegezonden. Als de beslissing ons niet bevalt
zullen we zeker hoger beroep aanvragen. De hele zuivering is mij een pak van mijn hart. Zeer
duidelijk is gebleken dat Planten een beste kerel is. Ik vond de laatste dag een
feestdag voor hem, maar ook voor ons.
5 februari. Heb getracht heden mijn rechters van de zuiveringscommissie
te tekenen, in het midden de imposante figuur van den voorzitter, grijzend haar,
een volle kop met haar, een regelmatig gezicht, sterk lichaam, brede schouders,
groot van gestalte, oud tegen de 60, rechts en links van hem de leden, rechts
een jongeman met rood gezicht, brillenglazen, links het vrouwelijk lid der
commissie, rosachtig haar bleek gezicht, niet lelijk, dan een tweede jongeman
met een schraal gezicht en naast hem den griffier, een goedige jongen, erg trots
op het werk dat hij gedaan heeft door het inrichten van al die dossiers. De
voorzitter rookt een sigaar, het vrouwelijk lid cigaretten, waarvan zij de rook
in grote wolken boven zich uitblaast, de griffier (Van Aalst) zit met een pijp
in zijn mond voortdurend de zaal in te kijken en mengt zich niet in de
gesprekken of vraagt niet het woord. [Later bijgeschreven: de voorzitter had
bij de opening van de vergadering verzocht niet te roken, stak daarna
rustig een sigaar op.]
Aan het andere hoofd ten slotte de getuige-deskundige, die de eis zal
indienen. ook met een pijp, Pleizier, ook een jonge man, met vrouwelijk
uiterlijk. Van dit gezelschap zou een geestige tekening kunnen worden gemaakt,
maar ik kan het niet, ik heb die tekening wel in mijn hoofd maar niet in
mijn vingers.
8 februari.
De elfstedentocht is heden om half zes begonnen. er zijn weinig deelnemers, naar
ik geloof slechts 300 voor de wedstrijd en 1000 voor de tocht. Onder de laatste
behoort onze kleinzoon Tom. Het ijs is niet mooi en er waait een straffe NO
wind, dus zullen zij het moeilijk hebben. 's Avonds getelefoneerd met Aerdenhout
waar Ot in spanning zit (en Tom misschien ook) over Tom junior. Gedurende de
nacht weer getelefoneerd met Ot die vertelt dat Tom met zijn vriend en een grote
groep anderen ca. 6 uur te Franeker was, waar de commissie aanried niet verder
te gaan met het oog op de toestand ijs, (zand en stormwind uit NO). Dat hij en
de meeste anderen toch zijn doorgegaan maar bij Berlikum door de commissie
verder voortgaan was verboden.
9 februari. We komen in moeilijkheden met de brandstof zo de vorst
aanhoudt. Maandag verwacht Kuit kolen voor de flat. Gisteren en eergisteren geen
warm water voor het bad. We hebben nog petroleum voor het kacheltje en wat hout.
11 februari. Als wij slapen gaan zetten wij gewoonlijk om 10 uur even de
radio aan en warempel daar kwam het:"de commissie van de perszuivering heeft
strenge straffen toegepast op personeel van het Algemeen Handelsblad, dat
gedurende de oorlog na l941 tot het einde is blijven doorwerken."Dan volgden de
namen van al die NSBers en andere personen die zware straffen kregen van 20
jaren en zonder enige onderbreking volgden daarop de namen van de directeur
Planten en van de commissarissen, beginnende met H. de Booy en dan Six, Van
Eeghen Bos, die 2 jaren en 2 maanden ontheffing kregen van het recht een
leidende functie bij het Handelsblad te vervullen. Het is een merkwaardige
sensatie te ondervinden dat je naam over geheel Nederland en de rest van de
wereld, tot in Indië en Amerika toe, wordt genoemd als iemand die verkeerd heeft
gehandeld en een foutieve houding heeft aangenomen tegenover het Vaderland. Ik
sliep zeer goed en ook op mijn lieve vrouw maakte het niet zoveel indruk dat zij
er wakker van bleef. Toen ik wakker werd, tegen 8 uur 's morgens, waas het
echter niet Indië waaraan ik het eerst dacht. Ik had gedroomd van Six, en ik
dacht het eerst aan dat radiobericht van de vorige avond. Daarom vroeg ik Hilda
de uitzending van 8 uur te doen horen, maar het werd niet nogmaals uitgezonden,
en ik moet zeggen dat ik dit aangenaam vond.
11 maart. Het is mij onbegrijpelijk hoe de
staatshuishouding van ons Vaderland ooit weder in orde kan komen.
27 maart. Linggadjati is getekend en nu het eenmaal hiertoe is gekomen
moeten wij allen trachten er iets van te maken en Gerbrandy opsluiten als hij
oppositie blijft voeren.
6 april. Heden uit de Bijbel gelezen, Leidse vertaling, en bemerkt dat
deze knappe theologen niet geloofden aan de werkelijkheid van de opstanding van
den Christus. Engelien komt, ook omdat ze het koud heeft in haar huis door de
niet-aanwezigheid van brandstof. Met haar gesproken over de opstanding van
Christus en zij schijnt deze ook niet als een vaststaand feit aan te nemen. Zij
acht althans wat er voor wordt aangevoerd, dat het geloof daarop in de eerste
plaats rust", geen bewijs. En ik vind het verwonderlijk dat men eerst op zijn
80ste jaar vrijer komt van dogma's die in de prille jeugd a.h.w. met de
moedermelk zijn ingegoten.
18 april. Hilda heeft in de haast getekend op een brief aan
de Ereraad Willem Mengelberg. Mengelberg wordt door zeer velen gehaat en als een
1e klasse ellendeling beschouwd, wat hij niet heeft verdiend. Hij heeft door
zijn optreden, onhandige uitingen enz. zich reeds vóór de oorlog bij zeer velen
gehaat gemaakt, zou onmogelijk weer hier kunnen komen dirigeren, zulk een
optreden zou zeer veel tegenstanders, zeker een demonstratie in het
Concertgebouw teweeg brengen. Terwijl hij eigenlijk een kind is met een goed
hart en zich zeker niet heeft kunnen denken dat er iets kwaads lag in dirigeren
voor Duitsers, die zijn landgenoten zijn. Hij was Duitsgezind, maar zeker niet
anti-Nederlands. De Koningin heeft hem de huisorde van Oranje ontnomen nog vóór
de uitspraak van de Ereraad.Hilda betreurt dat zij tekende, te haastig, toen Elly
Heemskerk plotseling met die brief kwam. Ik meende niet te moeten tekenen omdat
ik zeer onlangs door de perszuiveringscommissie was gestraft, had het anders
misschien ook gedaan, uit vriendschap voor Mengelberg, al vind ik hem ook nog zo
onmogelijk. Ik ben met hem begaan, vind dat hij te ongunstig beoordeeld wordt.
Bij velen hebben nog altijd gevoelens van wraak te overhand, ook een negatie van
de gedachte "wie uwer zonder zonde is werpe de eerste steen".
1 mei. De nieuwe spelling is heden ingevoerd. 't Is niet alleen nieuwe
spelling, maar ook de taal wijzigt zich, althans de geschreven taal, door het
verwaarlozen van het geslacht en van de naamval.
12 mei. We logeren bij Mary, die heel aardig en gezellig is
maar zwak, soms koortsig en moe. We zien niet veel van haar. Ze heeft om zich
heen: Jaap, de tuinman, die oud wordt, een huisknecht en een juffrouw die ook
kookt. Dit stel eist grote uitgaven aan salaris. Jaap f
50.- per week, de knecht en de juffrouw ieder ¦ 20.-
per week. Voor Jaap betaalt ze bovendien f 350.-
premie. Jobs en Emily [Bonjer-Van Eeghen] aten hier gisteren. Beiden
zij heel intelligente en ook intellectuele mensen met wie men gezellig kan
praten. Hij was priester bij de Liberale Katholieke kerk, had een homosexuele
aanleg en werd, toen hij die aanleg ook toonde afgezet, maar is nu blijkbaar
weer priester, echter niet bij het Centrum te Huizen. Overigens ben ik over de ijver van dat Centrum niet in
bewondering. Daar Mary
niet naar de kerk kan gaan met het oog op haar gezondheidstoestand zou men
verwachten dat een van die priesters haar de communie bracht (of hoe zeg je dat)
maar neen. Zondag antwoordde de priester wien het gevraagd werd, dat hij gasten
had en de andere kwam ook niet. 't Zijn luie vlegels. Ook heeft Mary zich hier door haar trotse houding niet veel
vrienden gemaakt. Maar het staat vast dat die kerels in hun toga's luie vlegels
zijn.
15 mei. Gisteren maakte Mary mij aan tafel een aanmerking
over de wijze waarop ik met mijn mes leven maakt op mijn bord bij het eten en ze
wilde mij zelfs instructie geven om dit te voorkomen. Ik zeide niet veel maar
besloot hier niet meer te komen logeren. Wij keren heden terug naar Amsterdam, Mary heden naar de
kerk. Juffrouw Annie die haar bedient is ook lidmaat van de kerk en Hans, de
huisknecht, is vol belangstelling. Vreede, die enige tijd geleden ontzet werd
als bisschop of misschien geschorst werd, omdat hij in concubinaat leefde met de
vrouw van een ander (meen ik) heeft deze band verder verbroken en zijn fout
erkend. Hij is nu weder hersteld als bisschop. Deze kerk is een kerk waarin
zonden gauw vergeven worden, maar ook vele zonden worden begaan.
Dinsdag 27 Mei. Vergadering Handelsblad naar aanleiding van
een plan tot oprichting van een ochtendblad met Lunshof als hoofdredacteur. Dit
blad zou dan door het Handelsblad worden gedrukt. In verband hiermede uitte Six
zijn mening over de inhoud van het Handelsblad en wel in ongunstige zin. Hij
meent dat het veel positiever moet zijn in zijn uitlatingen en dan natuurlijk in
strijd met de mening van Mook, Schermerhorn c.s. en Partij v.d.Arbeid. Er volgt
een korte woordenwisseling met Boskamp, die er nog niet zo zeker van is dat
Lunshof bij ons "zou passen". Ook Planten verdedigt het Handelsblad. Er zal een
onderhoud plaats hebben van Boskamp en Planten mete vertegenwoordigers van de
combinatie die het Ochtendblad wil oprichten. Six zeide dat de afkeuring van de
houding van het Handelsblad algemeen was. Hij bedoelt waarschijnlijk: in kringen
van handelsmensen.
17 juni. [de dag tevoren was op Oud Crailoo, waar John en Olga van
Marle-De Booy woonden, de gouden bruiloft gevierd]. Toen het weer opgeklaard
was gisteren, de wind geruimd en verminderd in kracht, waren onze talrijke
gasten verzameld op het grote grasveld van Oud Crailoo. Henriëtte en Maria
[kleindochters] voerden een allerliefst dansje uit,Om ½ 7 gingen wij aan
tafel in de grote zitkamer en serre, 65 plaatsen. Ontroerend was bij de aanvang
het zingen van "Vlecht witte rozen", het oude, door vader Charles Boissevain
gemaakte versje. Ik antwoordde [de toespraken] met een soort overzicht,
en de Bruid sprak nog een woordje, waarin ze o.a. zeide dat ik haar nooit had
verveeld. Daarna volgde boven het door de kinderen gemaakte stukje, waarin
verder vele herinneringen uit de tijd van de Mavourneen en van Terschelling. Het
stukje was een groot succes. Er kwam zelfs een gevecht tussen Tom en Alfred ten
tonele. Ze waren in jongenspakken gekleed, a/b Mavourneen. Olga en John,, vooral
Olga natuurlijk, hadden zich veel moeite gegeven. In de tuin was verlichting
aangebracht met lampions. Elsbeth was uit Zwitserland overgekomen, daartoe door
Alfred in staat gesteld, Hilda van Marle uit Zweden [kleindochters].
23 oktober. Mengelberg is nu in hoger beroep veroordeeld tot
6 jaren in plaats van levenslang ontzetting van het recht van dirigeren enz.,
ingaande juli 1945. Hij zal dus eerst over 3½ jaar zijn schuld geboet hebben en
zal dan zijn 80ste jaar hebben voleindigd. Een zware straf, als men rekening
houdt met hetgeen hij heeft gedaan en zijn grote verdiensten. Er is veel verteld
over Mengelberg wat overdreven of geheel onwaar was. Al die verhalen werden
gevoed door de afkeer die velen die hem niet kenden voor zijn persoon hadden.
Zij die hem kenden hielden van hem met zijn fouten. Zijn verdiensten als dirigent van het Concertgebouworkest
waren schitterend. En al was hij niet gauw tevreden en vergde hij daardoor heel
veel van de orkestleden, ook zij zien nu in van welke grote waarde hij voor het
orkest en voor het gehele muziekleven is geweest. Onlangs sprak ik Stips, den bassist, in 1904 en later
voorzitter van de orkestcommissie, destijds een opstandig karakter. Hij was blij
mij weer te zien, sprak van die mooie oude tijd, die tijd onder Mengelberg "Dát
was een grote mooie tijd. Hij was geen Jodenhater, zoals ze zeggen". De voortreffelijkheid van het Concertgebouworkest heeft het
te danken aan Mengelberg. Het schijnt dat zulke eigenschappen, eenmaal
verworven, niet spoedig verloren gaan, een orkest verkrijgt een zekere traditie,
verliest die niet zo gauw. Die nauwgezetheid verkreeg het door de grote eisen
die Mengelberg er aan stelde. Hij was een harde werker. Na een vermoeiend
avondconcert ging hij, na zich te hebben doen masseren, weer aan het werk, het
bestuderen van de partituur, nodig voor het volgende, tot laat in de nacht, ja
zijn enige lectuur was eigenlijk die partituren. Hoe dikwijls het orkest ook een
werk had uitgevoerd, als het weer op het programma kwam dan ging hij het
instuderen alsof het nog nooit was ingestudeerd, telkens weer nieuwe passages
vindend, waarin hij iets verbeterde in de uitvoering, dikwijls tot wanhoop van
het orkest, want hij hield daarbij lange, voor het orkest vervelende
uitleggingen. Ja, zeide men mij, hij tergde het orkest, soms met opzet, om het
in een staat van woede te brengen, waardoor de uitvoering in glans won. Hij had weinig tact, zijn enige ware belangstelling was
muziek, en het kan daarom niet anders of hij moest bijzondere gevoelens van
waardering gevoelen voor het land dat die muziek voor het grootste deel had
gemaakt - Duitsland. Voor politiek had hij grote minachting, ook voor couranten. Uit zijn prille jeugd zijn aardige verhalen van zijn lieve
Moeder die vertelde hoe hij in schoolgevechten nooit dacht aan opgeven, hoe hij
als klein kind aan de piano zat te improviseren en dan plotseling in mineur
overging. "Hij speelt in mineur" zei zijn Moeder, "dan heeft hij het in de broek
gedaan". Men krijgt de indruk van gebrek aan objectiviteit bij de
leden van de Ereraad. Dit gebrek maakte het de Ereraad onmogelijk zich vrij te
maken van de geest van afgunst en haat om Mengelberg.
17 december. Gisteren met Hilda een klein kerstboompje gekocht voor f 1.50 van een aardigen koopman die vergelijkingen
maakte tussen de waarde van het geld nu en in zijn jeugd. (Hij was 68). Kreeg
van zijn moeder ½ cent waarmede hij knikkers kocht, leerde lezen en schrijven
van de opschriften op huizen, o.a. van de Ceres broodfabriek, liep 's morgens
met radijs in mandjes, en gerookte bokkems. Hij was toen 9 jaar. Er was toen
geen steun. diepe verachting voor de tegenwoordige tijd en voor de tegenwoordige
jeugd die maar naar de steun gaat, ook voor de vrouwen die gezichten en nagels
beschilderen.
25 december. Om ½ 11 in de kerk van het Hospice Wallon waar
Roth preekte, de nieuwe moderne predikant. Hij licht de betekenis van Kerstmis
toe voor modern denkende mensen, vertelt hoe het Kerstfeest [als viering van] de
geboorte van Christus eerst in de 4e of 5e eeuw na Christus ontstond en hoe het
de plaats innam van het destijds in Rome gebruikelijke feest van de herrijzing
van de zon. We geloven niet meer, zegt hij, aan de goddelijkheid van den
Christus, aan zijn plaats in de Drieëenheid, aan zijn verlosserschap enz. Jezus
was een mens. Dikwijls heb ik zulke gedachten als Roth gehad en ze zijn me
niet onsympathiek, d.w.z. komen mij aanneembaar voor, maar wanneer ik ben
opgegroeid in een gezin van rechtzinnigheid, dan is het moeilijk dit alles
overboord te gooien. Voor Hilda is dat makkelijker en zij stelt zich voor
regelmatig bij Roth naar de kerk te gaan.
1948
Met Volkert de Groot samen op een kamer gewoond op de Prinsengracht vlak bij de Vijzelstraat. Ideaal gelegen. We aten 's-avonds bij Heck op het Rembrandtsplein voor 1 gulden! Denk wel ik moest van 110 gulden per maand rond komen, de kamerhuur was al 30 gulden.. 17 maart heb ik mijn kandidaats examen gedaan.
In april werd ik verliefd op Marianne Doornbos, een katholiek meisje Maar ik kreeg op 29 april de bons, ze schrijft: Vanavond zei de portier mi dat je opbelde. Ik heb je expres niet terug gebeld want het enige wat je eerlijk zeggen kan is dat ik nooit meert met je uit zal gaan, daar ik mij binnen niet al te lange tijd hoop te verloven! Je zult dit wellicht niet begrijpen en vooral niet , nadat ik je opzocht thuis. Wees ervan overtuigd dat ik je een goed vriendenhart toedraag. Het allerbeste Marianne.
29 april 1948 een brief van mijn oud commandant Sectie S.G. van de Binnenlandse Strijdkrachten Bloemendaal waarin hij zei het hem met veel moeite gelukt was van Prins Bernhard een oorkonde met de herinneringsmedaille van Z.K.H. Bernhard voor mij te krijgen. Hij schreef onder meer:: Na zorgvuldige beschouwing van kader en manschappen deze sectie heb ik gemeend ook U voor deze uitreiking in aanmerking te moeten doen komen in het vertrouwen dat dit aandenken aan de tijd , die wij gemeenschappelijk in de beste verstandhouding en kameraadschap mochten doorbrengen en waarin ge mij naar Uw beste kracht hebt bijgedragen, voor U een blijvende herinnering aan een'"mooie"tijd mag zijn.

Oorkonde van Prins Bernhard voor bewezen diensten ondergrondse en Binnenlandse Strijdkrachten
Brief van 7 mei 1948 van B.P.M. Voorgedragen door Faculteit Wis- en
Natuurkunde Amsterdam voor studieprijs.
Donderdag 13 mei Psychologische Laboratorium Amsterdam onderzoek
voor Studieprijs
Dinsdag 18 mei gesprek met de heer Ostwald in het kantoor B.P.M. in Den
Haag.
In juni hadden we een geologische excursie met professor Brouwer naar Zuid-Oost Engeland, Cornwall en Devonshire. Zeer indrukwekkend waren de gesteenten langs de kust van Cornwall bij Landsend. Na de excursie heb ik met mijn Vader een voettocht gemaakt door Zuidoost Ierland. De gevolgde route is aangegeven op onderstand kaartje. We hebben de hoogste top van Ierland de Carrauntoohil (1030m) beklommen. In een artikel van mijn Vader is hierover het volgende te lezen
De vreemde ontmoeting
Met drie uur vertraging stoomde de "Kenmare" in stromende regen tussen
grijze bergen de rivier Lee op totdat het schip in het hart van Cork meerde en
de bleekgroene passagiers konden ' . debarkeren. Het was Zondag en er gingen
geen treinen of bussen naar Bantry waar de voettocht zou aanvangen. In een
eenvoudig hotelletje vonden wij een kamer. Na de weldadige middagrust scheen
de zon op glinsterende grijze daken en wij passagierden door de tegen een
heuvel gebouwde stad, waar honderden supporters van de grote "hurling"
wedstrijd (een Iers spel, het meest gelijkend op hockey) tussen Limerick en
Tipperary, hun teleurstelling over het niet doorgaan van de "match of the
season" ver gaten door elkaar op straat te bevechten. Het leek wel een soort
revolutie, een '"free fight for all", maar de politie bekommerde zich er in
het minst niet om al werden er zeer harde klappen uitgedeeld. Zo werd het dus
Maandag 7 Juni voor wij in de bus stapten, die ons naar Bantry zou brengen,
geheel onbewust van de emotie waarmede onze komst in dit kleine plaatsje aan
de 20 km diepe baai werd afgewacht. "Van je familie moet je 't hebben" zegt
men wel eens. Welnu, een viertal familieleden waren een week vóór ons naar
Ierland vertrokken om dit land per auto door te reizen van A-Hotel naar
A-Hotel. De kans om hen te ontmoeten leek uitermate klein omdat wij immers
direct het onbegaanbare bergland zouden opzoeken . Zij wisten echter, dat wij
van Bantry uit dwars door de bergen wilden trekken en regelden hun reisplan
zo, dat zij hier 5 Juni arriveerden. Het Ierse bloed van twee der familieleden
is er wellicht debet aan, dat zij zich tot de plaatselijke
politie-autoriteiten wendden met het voorstel ons bij aankomst te doen
arresteren. Men moet Ierland kennen om er zich niet over te verbazen, dat de
politie te Bantry onmiddellijk bereid was om haar mede werking te geven aan
deze "joke". Ons signalement werd doorgegeven aan alle hotels en kroegen in
Bantry, iedere bus uit Cork zou nauwlettend worden bewaakt, een speciale cel
werd in gereedheid gebracht en zelfs handboeien klaar gelegd. Lang zou de
politie ons natuurlijk niet vasthouden: spoedig zou de bevrijding volgen met
als apotheose een grandioos maal, rijkelijk besproeid met whisky. De opzet was
goed. Intussen gingen twee dagen voorbij zonder dat wij op kwamen dagen zodat
de arrestatiegrap in het water dreigde te vallen, want Maandagmiddag 7 Juni
moesten zij vertrekken. Maandagochtend, toen mijn zuster en de neef, die de
"autor intellectualis" van het snode plan was. op het marktplein inkopen ;
deden, zagen zij ons uit de bus stappen, die van Cork was gekomen. Direct
verstopten zij zich in een kruidenierswinkel en stuurden de dochter van de eigenares op ons af, die genoeg gevoel voor humor had om mee te spelen.
Ik moet wel zeer verbaasd hebben gekeken toen een twintigjarig meisje op mij
afstapte en vroeg of ik Mr. de B. was. "Ja, dat is zo, maar hoe is het
mogelijk dat je dat weet. "News travels very quickly in Ireland" zei ze op die
eigenaardige zangerige wijze waarop de Ieren het Engels spreken. "De politie
wenst u te spreken: "Serious matters", maar ze
glimlachte vriendelijk. Begrijpen deed ik er natuurlijk niets van. "En is uw
zoon hier ook, die moet ook meekomen. Mijn moeder weet er meer van". En
zo stond ik dan even later in de ruime grocery shop te praten met een donkere
Ierse, die mij aan het verstand trachtte te brengen, dat de politie ons zocht.
Lang duurde de onzekerheid niet. Een onbedaarlijk gelach klonk in de
achterkamer en nog half bedekt met manden en zakken, kwamen mijn zuster en
neef voor de dag. "Joyeuse rencontre" in Bantry. Hoewel de arrestatie
tenslotte niet was geslaagd, kregen we toch de ons toebedachte whisky en een
rijkelijk maal in het charmant gelegen Ballylicky hotel.

De ontmoeting met de familie in Ierland vlnr Oom Maurits van Hall, Vader Tom,tante Olga van Marle, Tom jr, Elsa van Hall en John van Marle
De beklimming van de Carrauntoohill
De volgende ochtend stonden wij op toen de eerste haan begon
te kraaien. In de verte beantwoordde een collega zijn morgengroet. De lucht
was bijna schoongeveegd en de wolken kropen tegen de berghellingen naar boven.
Een goed teken. Het was een genot om nu eens zonder rugzakken te klimmen.
Spoedig lag het ronde staalblauwe bergmeer onder ons. Steil ging het omhoog;
de top van de Carrauntoohil, die zich tot dusver nog steeds achter de wolken
had verscholen, werd zichtbaar. Twaalf jaar geleden had ik ook getracht deze
1030 m hoge top te beklimmen, maar in dichte mist raakten wij de richting
kwijt. Op het hoogste punt lichtte de sluier even op en wij bleken op de 30 m
lagere Beenkeragh te staan! Nu zou de Carrauntoohil ons niet ontgaan. Na drie
uur stijgen stonden wij op Ierlands hoogste punt. Naar het Oosten een wijd
uitzicht over een witte wolkenvacht waar hier en daar toppen uitstaken. In
Noordwestelijke richting de Atlantische Oceaan en de wazige bergen van het
Dingle schiereiland. Blauwe lucht en bladstil. Uren lang bleven we hier
genieten. Als er fairies bestaan zullen zij die ochtend zeker op de
Carrauntoohil hebben gedanst, maar we zagen ze niet. Wel een paar bergschapen,
die de zon opzochten. Toen de nevels langzamerhand optrokken uit de dalen en
het panorama verloren ging, zijn we afgedaald. Zigzag naar beneden langs
steile hellingen; vlak boven het spiegelende bergmeer, waar het volgens de
Doyle's wemelde van forellen, werd halt gehouden en ik kwam tot de
ontstellende ontdekking, dat de Leica camera, die ik met een touw op m'n rug
had gebonden, was verdwenen. Niets van gemerkt tijdens de moeilijke afdaling.
Het vinden van een naald in een hooiberg moet makkelijker zijn, dan het
opsporen van een in bruin leren foudraal gehuld fototoestel op een berghelling
vol stenen, gras en mos, vooral omdat het vrijwel onmogelijk was om de
gevolgde route te herkennen. Ik dacht een bagage verzekering te hebben
gesloten en de Leica was bovendien voor "All Risks" gedekt, dus over de
financiële schade maakte ik mij geen zorgen. (Nátuurlijk bleek later, dat de
bagage niet verzekerd was, doch de polis alleen gold voor persoonlijke
ongelukken tijdens treinreizen en wat de "all risks" betreft, daar stonden de
woordjes "alleen in Nederland" bij !). Alle op de tocht genomen foto's zouden
nu echter gedoemd zijn onontwikkeld op Carrauntoohil te blijven liggen. Mijn
zoon zwierf vele uren zoekend langs de moeilijk begaanbare Zuidhelling, maar
tenslotte werden de pogingen, die vrijwel kansloos leken, opgegeven. De
Doyle's ,varen zeer begaan met het teleurstellend verlies, doch Paddy, die
geregeld op de Carrauntoohil kwam met zijn schapen, zou zijn uiterste best
doen het toestel te vinden. Er was dus nog één kans, zij het dan ook een
uiterst kleine. We namen hartelijk afscheid van onze vrienden en de doofstomme
bespeelde het gehele register van klanken waarover hij beschikte. Mrs. Doyle
weigerde iedere vorm van betaling voor het brood, boter, eieren en thee, die
zij ons overvloedig had toegestopt en met een warm gevoel van dankbaarheid
voor deze Ierse familie trokken wij verder.
Einde van een artikel van mijn vader dat ik de Gids is gepubliceerd over onze
voettocht in Ierland

Op weg naar de top van de Carrauntoohill Op de top van de Carrauntoohil 1030 m
Later is de Leica toch nog gevonden en opgestuurd naar Philip Vaux, een
directeur van de Engelse Reddingmaatschappij.
Na deze voettocht hebben we enkele dagen gelogeerd bij mijn tante Mia
Boissevain in Londen. Op haar dochter Ann, wel veel ouder dan ik,.werd ik
smoor verliefd. We hebben een nacht doorgebracht in de uitgaanswijk van
Londen Soho. Het was alles zeer romantisch.
In een brief van mijn zuster Elsbeth van 6 juli 1948 blijkt, dat ik met haar nog een paar dagen in de bergen ben geweest voordat ik naar Corsica ging voor de tweede kartering. Ook ben ik nog langs Agnes Bonhôte gegaan.
7 mei door de B.P.M. uitgenodigd voor gesprek voor mededinging van B.P.M. prijs. Met drie andere studenten, Henk Kraft, Jan Stam en Kees Kieft uitgeselecteerd vanwege goede cijfers kandidaatsexamen. Het is een prijs bedoeld om zich breder te kunnen ontwikkelen en niet bedoeld voor het besteden aan de studie zelf. Tijdens gesprek medegedeeld dat ik later na mijn studie de wetenschappelijke kant zou opgaan en nooit naar de B.P.M. zou gaan. We spraken af dat we de prijs zouden delen. 1 juli kreeg ik van de B.P.M. een brief waarbij mij werd gezegd dat ik de prijs had gewonnen. Helaas de andere drie studenten niet! Nu kwam de grote moeilijkheid: namelijk dat de B.P.M. er op stond dat de prijs niet kon worden gedeeld met anderen en persoonlijk moest worden besteed. Deze berichten bereikten mij in Corsica, nu de grote moeilijkheid om dit aan de anderen mede te delen. Mijn vader schreef mij op 10 juli hierover het volgende: Het is een grote verantwoordelijkheid die je op je schouders is gelegd" noblesse oblige" en jij zult moeten tonen dat de B.P.M. juist gekozen heeft. In de richtlijnen o.a de volgende passage: " Evenmin is het het doel van de inkomsten om de druk op ouders of verzorgers te verlichten of om broers of zusters in de gelegenheid te stellen te gaan studeren". Uit het antwoord van de drie anderen de volgende citaten: Henk Kraft. "Ik weet heel goed dat jij er in het begin bezwaar tegen had om mee te doen aan de door ons voorgestelde regeling om te verdelen. Dat je uiteindelijk toch hebt toegestemd is misschien onder enige pressie onzerzijds geschied, en als ik dat bedenk dan kan ik me wel voorstellen dat je nu na het lezen van der richtlijnen meent niet tot de verdeling over te kunnen gaan. Misschien had ik als ik het van te voren had geweten het ook niet gedaan:In elk geval kan ik je besluit billijken en ik betreur het dat het zo is gegaan vooral voor de twee anderen, die meer dan wij tweeën het nodig hadden". Jan Stam: "Het is inderdaad duidelijk dat de prijs niet verdeeld kan worden en je moet er verder niet meer over piekeren, het is onze eigen schuld geweest. We hebben iets afgesproken dat onmogelijk was, en ik wil ook zeker niet dat je van die prijs afziet, je hebt hem eerlijk verdiend en je neemt hem aan ook als je dat niet doet beloof ik je dat je van mij een pak slag krijgt. Verder lullen we niet meer over". Kees Kieft: "Met gemengde gevoelens je brief gelezen. Over het materiele gedeelte, hoe beroerd dat ook is, kom ik wel doorheen, maar onze afspraak is erger, dat geeft een beetje een schok! Nu genoeg hierover". Tot zo ver de citaten uit de brieven van de drie teleurgestelden.
De richtlijnen voor de besteding van de B.P.M.studieprijs:
"Het doel van de studieprijs is de winnaar in de gelegenheid te stellen
zich breder te ontwikkelen, opdat hij in staat zal zijn om na het voltooien van
zijn studie een leidinggevende functie inde Nederlandse industrie te vervullen.
Wanneer er sprake is van een studieprijs is men spoedig geneigd aan een studiebeurs te denken, d.w.z. aan een toelage voor diegenen, . die financieel niet bij
machte zijn aan een universiteit of hogeschool te studeren en die, wat hun
intelligentie betreft, daar toch zeker voor in aanmerking zouden komen. Dit is
echter geenszins het doeI van onze studieprijzen. De Bataafsche
studieprijs moet worden gezien als een erepalm en deze palm kan dus ook worden
toegekend aan een student, die financieel geheel onafhankelijk is. Voor
deze studenten van wie wij verwachten dat zij van de geldelijke hulp geheel of
gedeeltelijk zullen afzien, zal de studie; prijs toch het bewijs zijn, dat zij
behoren tot die kleine categorie van wie verwacht wordt, dat zij; straks de
Nederlandse industrie zullen kunnen leiden, ontwikkelen en tot groter bloei
brengen, en de oorkonde van de prijs zal ·hen er aanherinneren, dat
"noblesse oblige" en hen aansporen hun middelen zo te gebruiken, dat zij niet
alleen knappe doch ook volwaardige' mensen worden. Voor de studenten
prijswinnaars,die financieel minder welgesteld zijn, beoogt de aan de
studieprijs verbonden geldelijke toelage hen in staat te stellen
ditzelfde te bereiken, hun gezichtsveld in het maatschappelijk leven te
verruimen, meer levenswijsheid en meer mensenkennis op te doen. Zij kunnen het
geld gebruiken voor alles wat hiertoe dienstig is, dus b.v. door het maken van
reizen, het lid worden van verenigingen, het aanschaffen ,van boeken en
tijdschriften die niet direct met hun studie in verband staan, het bijwonen van
toneel en muziekuitvoeringen, het beoefenen van sporten, kortom om die dingen te
doen, die hen in staat zullen stellen om het leven buiten hun eigenlijke
studiegebied beter te leren kennen. Het is dus niet de bedoeling, dat de
inkomsten door deze student worden gebruikt om op een nog hoger of nog
gespecialiseerder wetenschappelijk peil te komen. Evenmin is het het doel van de
inkomsten om de druk op ouders of verzorgers te verlichten of om broers of
zusters in de gelegenheid te stellen te gaan studeren. Wij beseffen, dat dit een
moeilijke en delicate kwestie voor sommigen onder U zal zijn, doch wij:moeten
toch uitdrukkelijk vaststellen, dat de financiële hulp
uitsluitend de bredere ontwikkeling van de prijshouder beoogt."
Bij de uitreiking van de studieprijs heeft Ir. H. Bloemgarten, directeur van de B.P.M. een toespraak gehouden waarin hij nader op de richtlijnen inging. Aan het eind van zijn toespraak zou hij het volgende:
Tot onze spijt hebben wij dit jaar slechts 19 kandidaten*) de studieprijs
waardig kunnen keuren en ik zal thans deze prijswinnaars oproepen en hun de
oorkonde uitreiken'. 1. J. L. Unger, 2. P.C. Veenstra, 3. E.H. Bruist, 4. J.A. Poulis, 5. A.
Nilsson, 6. J. Hospers, 7. P.J. Gellings, 8. Th.M. Wormer, 9,. T. de Booy, 10.
F.E. Douwes Dekkr, 11. L.W. ter Haar, 12. M. Bogaardt, 13. P. Cossee, 14. G..J.
Spies, 15. A.K.v.d Vegt, 16. J.W.H. Steeman, 17. Th. J. de Boer, 18.
G.A.Kluitenberg, 19. F.G.Buizer.
's-Gravenhage, 19 october 1948
*) Het zijn alle studenten van Nederland in de beta vakken, die hun kandidaatsexamen met goede cijfers hebben afgelegd en na het interview met de B.P.M. zijn geselecteerd.
Wat wreed is van deze prijs, dat de rijkste van de vier de prijs krijgt. De B.P.M. is er dan zekerder van dat de prijs echt wordt besteed aan dingen buiten de studie. Vooral Jan Stam en Kees Kieft zijn zonen van resp. een melkboer en een glazenwasser. Het is misschien geen toeval dat mijn oom James Marnix de Booy directeur is geweest van de B. P.M. Die elite toch! .Die gooit elkaar altijd weer de bal toe. De prijs omvat gedurende 4 jaar f 2000,- plus de nodige reiskosten totaal dus zo'n slordige 10.000 gulden! Van mijn Grootvader Han de volgende brief van 13 juli met de felicitaties voor het behalen behalen van de B.P.M. prijs Hij schrijft: Het is tot dusver nog een raadsel of de mens een zoogenaamde vrije wil heeft of dat al wat wij doen of laten zijn oorsprong vindt in wetten die ten allen tijde hebben bestaan. Uit het gevoel van verantwoordelijkheid dat elk mens heeft, leidt hij af dat hij zelf iets uit zoogenaamde vrije wil kan doen of laten. Laat ons hopen dat dit zo is. Ik geloof dat de wijze waarop je ouders je opvoeding hebben geleid behalve plichtsbetrachting ook de andere eigenschappen tot ontwikkeling hebben gebracht welke nu de doorslag hebben gegeven. Ik denk aan al die tochten over bergen, moerassen en aan al die andere ondernemingen naar vreemde landen waaraan jullie met je ouders hebt deelgenomen een ook aan de dagelijkse invloed thuis.

Op de boot van Nice naar Calvi
De eerste dag van mijn kartering van mijn gebied in Corsica was op 20 juli
1948. Helaas staat in mijn dagboek niets persoonlijks alleen mijn geologische
waarnemingen In de Caporalino kalk heb ik fossielen gevonden. Elders noem ik
de leeftijd van de kalk Tithoon (Jurassisch). (Dit ondanks het feit dat ik later
aan deze kalk
onterecht een Tertiaire ouderdom toekende.)

Het karteringsgebied. Op de voorgrond het dorpje Omessa. Op de achtergrond het Caporalino kalkmassief, daarachter het centrale graniet massief van Corsica
Brief van Moeder 28 augustus , een brief voor mijn verjaardag: "wij waren als ouders dankbaar dat je zoo bent uitgegroeid ook dankbaar dat je je eagere vivaciteit in goede banen hebt geleid, zoodat het vruchtbaar zal worden., je talenten van je muziek dat heb je ook goed benut, nu het mensch- worden in de maatschappij en je naaste omgeving dat zal nog eenig nadenken kosten en steeds levend moeten gehouden worden,dat lijkt mij ook een grote factor voor Je het besteden van je f 2000,- dat de andere drie er ook zo nu en dan van mee kunnen profiteren, dat lijkt mij wel de bedoeling want dat is wat jou ook het meeste mensch van de maatschappij zal maken. Verder beloof ik je ( dit is heel moeilijk voor mij!!), dat ik geen suggesties meer voor het uitgeven van de prijs zal maken ik hoop erg (ook voor jou) dat ik deze belofte zal houden. En als vast item komt mijn moeder dat ik mijn tante Tosi moet schrijven of naar haar toe moet gaan. Zij is nu ook zoo zielig en eenzaam. Ik schreef je nog niet over mijn verjaardag. s-Morgens in bed kreeg ik je warme gezellige brief waar ik heel blij mee was, zoo iets is toch een kroon op je werk als moeder, dat begrijp je wel en dan denk je dat het toch nog niet zoo gek was al heb ik vooral met jou wel heel veel fouten gemaakt waar je moeilijk overheen moest komen. Ook interessant is de volgende zinsnede in een brief: Tom ik vind je zoo ver weg waar zit je eigenlijk,je bent zoo "los" geslagen, ben je er nog wel? Ik verlang erg naar een brief, je bent te ver weg in mijn gedachten als jij niet geregeld schrijft.
Veel plezier tijdens reünie in Calvi met de andere studenten die in Corsica karteerden. Tijdens de kartering heb ik met Lo Ritserma en Cees Egeler de Monte Cinto bestegen ( de hoogste berg van Corsica)..

Tom en Cees op de top van de Monte Cinto 2706 meter

Het oogsten van de druiven. Links madame Memetta Michelangeli, rechts haar kleindochter Viviane

Transport van de druiven naar Omessa

Jeu de boules op het dorpsplein van Omessa

Controle van professor Brouwer. Vlnr. Albert Smit, Tom de Booij, Prof.Browuer, Brondijk, Lo Ritsema

Siesta tijdens de controle van Prof. Brouwer. Brouwer in diepe slaap.
Cees Egeler heeft mij in 13 en 14 september in het gebied bezocht om me te controleren. of mijn kaart goed was ingetekend dit om het werk van Prof Brouwer te verlichten .Maandag om half elf kwamen Prof.Brouwer en Egeler in Ponte Leccia aan, alwaar Brondijk (degene die een trein noordelijk van mij zit) en Ritsema en ik hem opwachtte. 1 1/2 dag hebben we in het gebied van Brondijk gelopen. Prof Brouwer gaf ons zeer waardevolle ideeën, gedurende vijf dagen hebben we de een gehele evolutie doorgemaakt in onze ideeën. Des te meer we van elkaar zagen deste meer kwam er lijn in. Dinsdagavond zijn we in Omessa beland. Gelukkig alles goed verlopen. Onderdak en eten voor prof Brouwer prima in orde, helaas had prof Brouwer de volgende dag diarree en we konden we niet veel doen. Prof Brouwer deelde ons mede, dat hij ons werk zeer goed vond en ruim voldoende voor de eisen van het doctoraal examen. Gelukkig beheerste ik de literatuur over Corsica zeer goed, hetgeen mij steeds bij de discussie goed van pas kwam. Onze ogen zijn op sommige duistere punten opengegaan. Steeds ziet prof Brouwer weer dat hij daar en daar het zelfde gesteenten ook had gezien en in welke tektonische positie ten opzichte van elkaar. Vijf dagen meer geleerd dan misschien wel 3 maanden studeren. Alle geologen komen pas terug in 1950. We slaan de volgende zomer over met het oog op de voorbereiding van het doct. examen.
Na Corsica kamers gevonden Amsteldijk 18 in Amsterdam. Samen met mijn zuster Elsbeth hadden we twee kamers. We gingen veel naar het Concertgebouw. Alles in zeer goede harmonie..
Dagboek van mijn grootvader Han de Booij over het jaar 1948:
2 augustus. Ik heb de laatste dagen lichte zorgen gehad
doordat ik de domheid had begaan 3 aandelen Handelsblad te kopen, die ik
goedkoop kon krijgen, terwijl ik als commissaris wist dat een dividend van 4%
aan de Algemene Vergadering zou worden voorgesteld. Het feit dat ik dit in mijn
kwaliteit van commissaris wist, had mij moeten doen onthouden van aankoop vóór
de Algemene Vergadering, maar ik had daaraan niet gedacht of niet genoeg
gedacht. Toen het verkeerde van mijn handelwijze tot mijn hersens doordrong heb
ik de makelaar opgedragen die 3 stukken weder te verkopen en wel vóór 13
augustus, wanneer de vergadering zal plaats hebben en heden ontving ik zijn
mededeling dat de verkoop heeft plaats gehad, zodat het onaangename gevoel weder
is verdwenen. Ik kocht die aandelen voor f
2300.- en ik verkocht ze voor f¦ 2430.-, maar dit
bedrag wordt verminderd met kosten van aan- en verkoop zodat er tenslotte f 76,47 winst overblijft. Wie staat zie toe dat hij
niet valle.
2 november. Gisteren een telegram van Van Hamel, die Hilda
Marlin [-Van Stockum] kort geleden te Montreal ontmoette en die mij haar
verzoek overbracht onzen kleinen neef Freddie Krejcek te dopen, zodat verhinderd
wordt, zo hij mocht sterven, dat zijn ziel niet God zal zien, doch in een andere
toestand zal voortleven. Deze toestand zou dan niet een toestand van lijden
zijn, echter slechts een toestand van natuurlijk geluk. Volgens Hilda mag
iedereen het dopen verrichten. "Je neemt een flesje water, giet daarvan op het
hoofd en spreekt de woorden:"In den naam van den Vader, den Zoon en den Heiligen
Geest ".Wij hebben over dit verzoek van Hilda gesproken, met Hilda
[zijn vrouw] en in tegenwoordigheid van Amelie Gouda en Hanna van Eeghen en zo
kwam ik tot de conclusie dat ik niet aan het verzoek zou kunnen voldoen. Ik
geloof dat men, om dit te kunnen, een sterk geloof als dat van Hilda moet
hebben. Om het te doen, zonder de ouders erin te kennen, gaat niet, en kent men
de ouders er in en vinden die het goed, waarom doen ze het dan niet zelve of
laten het een dominee doen. Vanmorgen kwam Lies Boissevain-Uyt den Bogaard en verteld dat Heentie
[Mesman] het dopen zal doen als zij er voor in de gelegenheid is. Ze zal het
doen als Els er niet bij is en als Freddie slaapt. Ze doet het omdat Els op het
ogenblik in zulk een toestand van geest is dat zij zich aan alles vastklampt.
Mogelijk wordt ze bijv. plotseling Rooms, en dan zal ze misschien zeggen "was
hij maar gedoopt". In zulk een geval kan Heentie dan zeggen "hij is gedoopt".
Daar wordt nu verder niet over gesproken en ik schrijf Hilda dat zij de zaak
rustig aan mij kan overlaten of zo iets.
16 december. Vergadering [hospitaal-kerkschip]"De
Hoop". De Hoop ligt te Dieppe en dominee Molenaar vertelt dat er een gespannen
verhouding bestaat tussen de kapitein en de dokter. De dokter heeft
herhaaldelijk van de kapitein gezegd dat hij geen hersens heeft en de kapitein,
een echte Katwijker, heeft dit eerst niet gehoord, de volgende maal slechts
flauw, de derde maal gaf het hem te denken en de vierde maal was de toestand als
volgt: "Het kwade vuur was op het altaar. De vlammen sloegen uit mijn oren. Ik
had haat in het hart". Dit moet een bijbels woord zijn.
1949.
Alhoewel ik niet veel op heb met mijn dispuut Beets is er toch een festiviteit geweest die ik schijnbaar niet wilde missen namelijk het lustrum dat steeds in Maart wordt gehouden. Ik heb mijn oude vriendin Corien de Marez Oyens voor deze festiviteit uitgenodigd.

Lustrum van mijn dispuut Beets. Vlnr Age Tammennons Bakker, zijn vriendin,Tom de Booij, Corien de Marez Oyens,?, Theo Vogelaar, Tecla van Styrum, Jan Six.
In april met hockey elftal naar Oxford en Cambridge Het was een elftal dat was samengesteld uit studenten van Leiden en Amsterdam. De studenten leven daar wel iets anders dan wij. Veel meer luxe. Het was een hele openbaring al die 'dininghalls' met lambriseringen van hout. Het ademt een enorme traditie. Ik was vooral gek op het verkrijgen van een hele lange gekleurde shawl van het Balliol college.

De luxueuze eetzaal van het Balliol college in Oxford
Behalve hockey spelen hebben we heel veel plezier gehad met onze gasten in beide universiteitssteden. Wie er gewonnen heeft weet ik niet meer. . .

Ons hockeyelftal met een weergave van onze opstelling., Op de achterste rij ?, Jackie de Meyere, Tom de Booij. Volkert de Groot,?. De rest weet ik niet meer van naam

Voor het Balliol college, een van de Engelse studenten tweede van links draait de begeerde shawl. Tom op fiets tweede van rechts
In Londen mijn vriendin Ann Booth opgezocht. Na terugkomst in Nederland een stroom liefdebrieven, die laten zijn dat de liefde uiteindelijk op dood spoor liep. waarschijnlijk te groot leeftijdverschil , zij was vele jaren ouder.
Enkele citaten uit haar brieven:
Hoe was de thuiskomst? O, Tom wat was 't heerlijk. Toen de trein in de donkerte
verdween, voelde ik me niets eenzaam, wel héél rijk. Al zijn er dan nog zooveel
olifantjes in 't spel, ik voel 't toch als iets heel lichts geen krampachtig
vasthouden en héél naar uit elkaar gaan 'T is er en dan hindert 't niet als je
elkaar een lange tijd niet ziet. Ik wou dat ik 't beter kon zeggen ik draai
mezelf alleen maar in een knoop! Begrijp je wat ik bedoel? Lieve Tom gisteren
kreeg ik opeens een doodschrik over alles ons bedoel ik, ik kreeg ineens het
gevoel dat ik je toch heelmaal los moet laten. Zie je ik weet niet hoe je in 't
algemeen over mijn geslacht "De Vrouw" bent of je makkelijk onder de indruk komt
en if so of je dan wel met geweldige plannen zit over de toekomst en zoo af of
gebeurt 't maar zelden. Tom ik denk in Godsnaam alleen aan je eigen toekomst hou
mij er heelmaal buien(voorlopig!). De laatste dagen heb ik héél erg veel
nagedacht en gevoeld vooral - herinner je nog wat ik zei in Grosvenar Square op
die eerste wandeling door London? Daar ben ik wel erg van overtuigd en dat
verandert ook niet, maar ik heb het de laatste dagen héél erg gerealiseerd .
Maar dat mag bij jou nooit één gewicht hebben, Tom en daarom schrok ik opeens
zoo van de gedachte dat we ons vastdraaien. Mag niet Tom. Toch ben ik je innig
dankbaar voor alle liefde en hartelijkheid die je aan ons geeft. Je hebt het met
hart en ziel gegeven en daar vind ik geen woorden voor, alleen dank Tom dat
klinkt allemaal hoogst sentimenteel is 't toch niet maar ik zal er een eind aan
draaien, ga nu heerlijk in bad en naar bed. Jij ligt er waarschijnlijk al in. 'T
is bij jou al middernacht. Slaap lekker m'n baasje, Héél véél veel liefs je
Anne.

Op straat in Londen met mijn vriendin Anne Booth , met de mooie shawl van
het Balliol college
In het voorjaar heel veel getennist, vooral bij de familie van Marken die
een eigen tennisbaan had in hun tuin.

Op de tennisbaan van de familie van Marken. Vlnr staande: Hein van der Wal, Henkie Bouwman, Kiki Goeting, Ralph van IJsselstein, Jan van Marken. Op de voorste rij Emmy van Marken, Tom de Booij, Fietje van Marken
In juni geologische excursie naar Luxemburg en de Vogezen. met Professor Brouwer

Groepsfoto geologische excursie Luxemburg en Vogezen. Tom tweede van rechts achterste rij

Professor Brouwer tijdens de excursie in Luxemburg maakt een fraaie cricketslag of hij de bal heeft geraakt, die te zien is rechts van hem, is niet bekend.
Van 29 juni - 7 juli een heel fraaie geologische excursie gehad naar de Franse Alpen. De gesteenten formaties lijken veel op die van Corsica. Het was daarom ook zeer leerzaam voor alle Corsica gangers.
Geologische excursie Franse Alpen. Op voorste rij tweede van Links Kees Egeler, Op achterste rij, links met zonnebril Henk Kraft, daarnaast rechts de Franse professor Moret . Vervolgens Brondijk die de kaart bestudeert en dan gehele rechts de kenmerkende houding van Professor Brouwer.

Voor dag en dauw zijn Kees Egeler en ik de helling van de sneeuwreus La Meye (ruim 4000m)
Mijn zuster Elsbeth werkte in Genève en beschikte dus over de nodige
Zwitserse frankjes. Ik zelf kon dankzij de BPM prijs ook wat geld besteden aan
alles wat niet met de studie te maken had. Zo gingen we samen naar de
Kletterschule van Arnold Glatthard in Rosenlaui. Eerst kregen we les in de
' Klettergarten' (abseilen zie foto)en ook wat ijstechniek op de gletsjer.
Arnold Glatthard leerde ons heel goed het afdalen, voorover en diep door de
knieën gaan. Hiervan heb ik later heel veel plezier gehad, want in het
afdalen gebruikte ik steeds zijn techniek. Al gauw gingen we zware klettertochten
maken onder leiding van de Zwitserse gids Heinz Maurer. De volgende bergen
hebben we bestegen:In het gebied van de Engelhorner: 14 juli
Kingspitze ,
15 juli Tannenspitz, Sattelspitz, Mittelspitz. 17 juli Klein
Wellhorn. Tot slot
18 juli de zware traversering van de Mittelgruppe in zeer slechte
conditie. Arnold Glatthard ging mee als hoofdgids. De tocht duurde 6 1/2 uur.

Onze berggidsen Heinz Maurer. Arnold Glatthard

Arnold Glatthard en zijn afdaaltechniek (uit fotoalbum van Adrienne Strumphler 1951)

Abseilen in de klettergarten. Mijn zuster Elsbeth am Seil

Beklimming van de Kingspitze
Eind juli en begin augustus ben ik met mijn ouders en twee zusters naar de Dolomieten getrokken om daar bergen te beklimmen. We konden ons de luxe permitteren om gidsen te huren voor moeilijke beklimmingen. Zo bestegen we op 22 juli onder leiding van de Italiaanse berggids Sopere Marino de Stabel toen van de Valolet en op 2 augustus de Winkler toren. Daarna volgde de beklimming van de 3e Sellatoren met de gids Paderiva en tenslotte als klap op de vuurpijl de Jahn route van de 3 e Sella toren met dezelfde gids. Zie voor de foto de gevolgde route.

Voldaan na de bestijging van de Jahn route van de 3e Sella toren met de Paderiva onze gids.

De moeilijke Jahn route van de 3e Sella toren in de Dolomieten
We hebben daarna nog een uitstapje gemaakt naar de hoogste berg van de Dolomieten de Marmolada (3342m). Het werd een gemakkelijke sneeuw wandeling. We kwamen allemaal op de top(behalve mijn moeder).

Mijn vader aan het kokkerellen aan de basis van de Marmolada

Op de top van de Marmolada 3342 meter, Maria, Tom, Elsbeth
Na al deze klimtochten weer teruggekeerd naar Corsica voor het serieuze karteringswerk in mijn gebied. Over deze kartering in de maanden augustus september heb ik geen documentatiemateriaal gevonden, wel enkele foto's , die ik hierbij in 2007 van commentaar voorzie.
Op weg naar Corsica enkele dagen gelogeerd bij mijn oom Willem Maurits Boissevain en tante Charlot in Antibes. Daar ontmoette ik Eve Curie (dochter van Madame Marie Curie), Rebecca West (een beroemd schrijfster) en de filmster en seks symbool Rita Hayworth. Het was een echte jetset, vooral mijn tante Charlotte genoot ervan. Zij was Amerikaanse en entertainer van de rijke Amerikanen. Ze was zeer wispelturig, soms was je meer dan welkom en een andere keer zag ze je liever gaan dan komen. Ik heb een zware aanval gehad van mijn verstandkies. Ik sliep aan een klein huisje bij het grote huis. Het lag direct aan de zee en was het geluid van de golven soms oorverdovend.

Tante Charlot en oom Jan Maurits Boissevain op het terras van hun huis in Antibes

Bij het hotel Eden Roc in Antibes, Rebecca West en Eve Curie

Jacques Tiercelin, buurman van de familie waar ik in 1947 in Francardo woonde. hij had een houtzagerij
Ook in 1949 kregen we weer de controle van Professor Brouwer en Egeler.

Professor Brouwer en Egeler tijdens de controle. Achter in de kofferbak de student Linckens

Professor Brouwer met geologen hamer in het veld tijdens controle, bij de Caporalino kalkformatie
Op een tocht naar de andere kant van de Tassamone graat heb ik nog een paar gelogeerd bij de geitenhoedster Angelotti in het dorpje Lano. Wat een energie had die vrouw die de bergen op- en afholt om de geiten bij elkaar te houden.

De geitenhoedster Angelotti van Lano
Een keer ben ik met de hele familie Michelangeli naar Porto aan de westkust gereden. Een prachtige tocht door de beroemde vuurrode rotsen van de Calanques .

De familie Michelangeli bij een bron tijdens de tocht naar Porto.Vlnr.
zuster van Pauline Michelangeli, Michelangeli, Pauline en Yvette, bekende
van de familie

Na afloop van de tocht een feestmaaltijd in Omessa, ,vlnr, Pauline, Haar vader, Tom, zuster Pauline, Moeder van Pauline
Ook staan mij weinig herinneringen van de rest van 1949. Ik woonde nog steeds samen met mijn zuster Elsbeth op Amsteldijk 18. Veel naar Concertgebouw geweest. Ik heb ook dure pianolessen genomen van Jan Odé . Ook dit kon ik betalen van de BPM. prijs. Om een beeld te krijgen van hoe ik deze BPM prijs, heb besteed geef ik hieronder de afrekening die ik over het jaar 1949 aan de BPM stuurde. .
Overgehouden van vorig jaar 300,
Muziek:
Concerten
120,=
Muziekboeken
40,
Pianolessen
150,-
Pianohuur
180,-
Sport:
Kletterschool(Rosenlaui),l maand kletteren in de Dolomieten 500,-
Hockeyuitrusting
20,-
Hockey uitstapjes
50,-
Tennisuitrusting
70,-
Alpine litteratuur
65,-
Weëkend kletteren in de Ardennen
30,-
Contributie:
Dispuutgezelschap Beets en Corpsgezelschap
80,-
Ned. Alpenver.,Oesterreich. Alpenverein
25,-.
Hockeyclub BMHC
25,--
Tennisclub HLTC
40,-
Geol.vereniging
10,-
Diversen:
Schrijfmachine
200,-
Horloge
100,-
Ontwikkelen, afdrukken, aanschaffen van films(kleuren)
120,-
Sociëteit rekening .
100,-
Extra kleren
100,-
Cadeaus
20,-
Totaal
2045,-
Overgehouden
255,-
5 december colloquium gehouden voor mijn bijvak economische geologie (Prof Westerveld) over de migratie van olie. Vele theorieën behandeld over deze belangrijke materie.
1950
Begin januari hoorde ik dat er een geologische -alpinistische expeditie zou worden georganiseerd naar het Nanda Devi gebergte in de Karakorum voor 1951. Deze expeditie werd georganiseerd door Prof Klompé werkzaam als hoogleraar aan de Universiteit van Bandung Indonesia. Ik heb me toen in verbinding gesteld met Prof Klompé. Ik kreeg een brief terug op 21 januari van hem terug waarin hij mijn aanraadde me aan eerst contact op te nemen met Prof de Sitter van de Universiteit van Leiden. Ik heb op 6 februari met prof de Sitter een gesprek gehad. Dit gesprek verliep voorspoedig en op 10 maart mocht ik een brief van Prof Klompé ontvangen, waarin hij mij mededeelde dat ik door hem was voorgedragen bij de Nederlandse Alpen Vereniging als deelnemer van de expeditie. Dr Egeler had zich bij hem gemeld als deelnemer. In de brief uitte hij wel zijn bezorgdheid over het rondkrijgen van de financiën, die in totaal 40.000 gulden zou bedragen. Elke deelnemer zou 5000 gulden moeten storten.
De Nederlanse Alpen Vereniging heeft in het voorjaar een tocht georganiseerd naar de Maasrotsen ten zuiden van Dinant.Ik ben met Bernina Schippers en en Jaap de Mol van Otterloo naar de Ardennen gereden en heb toen de groep ontmoet die onder leiding stond van de Belgische klimmers onder wie de René Mailleux. Enkele routes zoals de Tête de Lion beklommen. Ook aanwezig waren mijn latere schoonouders Sam en Fietje Strumphler en mijn latere vrouw Adrienne Strumphler. Het was voor de eerste keer dat de Nederlanders alpinisten na de oorlog deze rotsen hadden beklommen.

Groepsfoto Nederlandse alpinisten in de Belgische Maasrotsen, vlnr ?,Korpershoek,, Annie Roelsfsma, ?, Tom de Booij, Jaap de Mol van Otterloo, Guus Muller, ? ? , Jan Saltet, Bernina Schippers.

Op de weide boven de Maasrotsen. Vlnr. Annie Roelsfma, ? met zonnebril Fietje Strumphler , Belgische klimmer, René Mailleux, ?, Adrienne Strumphler


Links:Tom in de Maasrotsen. Rechts: Guus Muller en Tom de Booij
15 maart. Colloquium Morfologie voor Prof Smit Sibinga met als titel
"Enkele problemen betreffende
de Alpine morfologie in de West Alpen". Scherpe kritiek geuit op de morfologische analyse
van R.Staub. In de samenvatting kom ik tot de conclusie dat de Alpen geen
hooggebergte zijn geweest maar een gebergte van gemiddelde hoogte. In de Oost Alpen treffen we een vereffingsvlak aan .pas in de
laatste tijd is uitgegroeid tot een hooggebergte.
14 april brief schrijf ik een brief aan het gidsenbureau in Chamonix
met de vraag of er een bergschool is die is gespecialiseerd in ijstechniek. Geen
bevredigend antwoord ontvangen.
Egeler stelt in een brief aan Klompé voor om Zwitsers berggids André Roch
te vragen om mee te gaan

André Roch (190- 2002), Zwitserse berggids en deelnemer aan Zwitserse Everest expeditie 1952 (gestrand op 200 meter van de top)
5 mei brief schrijf ik een brief aan Klompé dat ik van plan ben om
samen met Egeler 10 dagen naar Chamonix te gaan om lange gemengde toeren te
maken met een berggids, zoals de Peuterey graad van de Mont Blanc of de Aiguille
Verte via de Aiguille Sans Nom.
24 mei antwoord van Klompé. De NAV gaat akkoord met mijn deelname aan de
expeditie.
26 mei Besluit van B en W dat ik vanaf 21 november 1949 en voor het overige deel van het studie jaar 1949/50 aangesteld ben als 2e assistent (in tijdelijke dienst) aan het geologisch Instituut met een jaarwedde van 1300 gulden. Bovenaan staat 'zorgvuldig bewaren in verband met pensioen' (later zullen blijken hoe belangrijk dit document zal zijn op het moment dat ik werd ontslagen in 1970.
4 juli bedank ik de BPM voor de prijs die een, zoals ik schreef, een zeer grote geestelijke steun is voor mijn karaktervorming.
12 juli Verjaardag van Grootmoeder Hilda de Booij gevierd aan de Stadionkade. weer de klassieke groepsfoto van de kleinkinderen gemaakt.

De klassieke groepsfoto van kleinkinderen juli 1950
Met Kees Egeler naar Chamonix om bergtochten te maken ter voorbereiding van de Karakorum expeditie. Voordat Kees in Chamonix aankwam heb ik zonder gids met vrienden, die ik in de 'Premie de Cordée' -een soort jeugdherberg- heb ontmoet een aantal tochten gemaakt
26 juli de gewone route van de Mont Blanc., 28 juli Aiguille du Moine, 3o juli Aig. Nonne. 6 augustus Aig. du Plan. 8 augustus Aig de Chardonnet Arête Forbes . Met Kees Egeler naar het gidsenbureau van Chamonix om een berggids te charteren. In het boek van Kees Egeler " Naar Onbestegen Andestoppen" beschrijft hij zeer treffend hoe dit bezoek is verlopen.
"Onze eerste ontmoeting met Terray was een zuiver toevallige. In de zomer van 1950 bezochten De Booy en ik de Franse Alpen. Voor enkele klassieke toeren in het Mont Blanc gebied hadden wij een gids nodig, die ons voor enkele weken zou willen begeleiden. Wij ontmoetten een sympathiek uitziende knaap met een gidsen insigne, die wij onze wensen kenbaar maakten. De desbetreffende bespreking vond plaats voor het 'Bureau des Guides' te Chamonix. Toen we met onze plannen over de brug kwamen, was de man niet zo enthousiast als we hadden verwacht. Hij verwees ons, onder het voorwendsel dat hij de komende dagen niet vrij was, naar een andere gids, met een: 'Ah Lionel, ces sont des clients pour toi!' Later bleek dat de werkelijke reden niet was, dat hij het zo druk had, maar dat hij liever z'n geld op een gemakkelijker manier wilde verdienen, door zomergasten op een gletscher te begeleiden, of door met hen wat rond te klauteren in de rotsen in de directe omgeving van Chamonix .Zo waren we, eigenlijk tegen wil en dank, met een gids in aanraking gekomen, van wie we niets afwisten. Hij zag er bovendien zó jeugdig uit, dat we ons afvroegen of dit wel de juiste man voor ons zou zijn. Groot was dan ook onze verbazing, toen bleek, dat we met niemand minder te doen hadden dan met Lionel Terray . Op dat ogenblik lag zijn naam in Chamonix op ieders lippen, omdat hij datzelfde voorjaar had deelgenomen aan de Franse Himalaya Expeditie naar de Annapurna, welke de eerste top bóven 8000 meter had bereikt. Het zou moeilijk zijn geweest om voor ons doel - het verkrijgen van een redelijke ervaring in sneeuw en ijs geschiktere man te vinden.

Lionel Terray tijdens de Annapurna expeditie in 1950
Met Lionel Terray zijn we naar de 'glacier de Bosson' gegaan
om wat ijstechniek van hem te leren. In de franse alpen gebruiken ze de 'piolet
ancre' techniek, om zonder treden te hakken tegen ijs van 60 graden op te
klimmen Het vereist veel van je enkels. De techniek is ontwikkeld door Armand
Chalet. Hij was de directeur van de school voor beroepsgronden van Chamonix. Ze
mochten geen andere techniek gebruiken, zoals die van Oostenrijkers en Italianen
die met twaalf punten veel gemakkelijker tegen steil ijs konden klimmen.
Ook gingen we met Lionel naar de Gaillards waar we het rotsklimmen konden
oefenen.

Op het terras voor de 'Premier de Cordée. vlnr Christiane Bon,?,?. Kees Egeler, Mieke Egeler, vriendin van Christiane
7/8 augustus. Zo vertrokken we naar de hut van de Albert Premier en beklommen de noordwand van de Chardonnet Bij een passage vlak onder de top maakte Kees Egeler misstap en viel. Gelukkig kon Terray hem houden en zei de laconiek opmerking:"Ah, vous êtes lourd, Kees?".

In de noordwand de de Aiguille du Chardonnet. Op de voorgrond Kees Egeler. op de achtergrond Lionel Terray.
Veel zwaarder was de tocht die we maakten op 14 augustus de traverse van de Aiguille Sans Nom naar de Aiguille Verte (4122 m). De tocht duurde maar liefst 16 uur. De afdeling ging van de steile couloir Whymper. Toen we goed en wel in de refuge de Couvercle waren, kwamen mensen, die we kenden uit de refuge Premier Cordée, naar ons toe met de mededeling dat enkele van hun tochtgenoten in moeilijkheden waren. We zijn ze te hulp gesneld, het was al donker en met lantarentjes hebben we via steile rotsen naar de hut geloodst. Een van hun was Christiane Bon, later mijn vriendin geworden.

De traverse van de Aiguille San Nom naar de Aiguille Verte (4122m) De streeplijn geeft route aan.

Op de top van de Aiguille Verte, Tom en Lionel
19 augustus. Alsof het nog niet genoeg was hebben Lionel en ik een heel moeilijke klim gemaakt. Het was de face Chamonix van de Aiguille du Peigne met een moeilijkheid graad van 5 . Ik heb het wel echt zwaar gehad. Na de moeilijke passage (zie foto) keek ik 1000 meter steil naar beneden

De moeilijkste passage (5e graad superieur) van de Aiguille du Peigne
23 augustus met twee berggidsen Louis Depasse en Eduard Frendo en hun echtgenoten de traverse van de Aiguille du Grand Charmoz.

Aiguille de Charmoz en Grepon traverse

Tweede van links Eduard Frendo en twee de van rechts Louis Depasse
Om mij verder te trainen heb ik een beklimming van Chamonix naar de refuge Grand Charmoz - hoogte verschil van 1200 meter - anderhalf uur nodig gehad om boven te komen en om als een gek langs de steile alpen weitjes in een half uur weer beneden te landen.
Zo kwam een einde aan een zeer voorspoedige trainingstocht in de Alpen als voorbereiding voor Karakorum expeditie.
2 september brief van Klompé waar hij zijn bezorgdheid uitspreekt over de financiën. Hij vraagt of ik een assistentschap als geoloog aan de Universiteit van Indonesië wil aanvaarden.
September verslag van veldwerk Corsica ingeleverd bij Prof Brouwer. Opmerkelijk is hetgeen ik over de Caporalina kalk schrijf."Aangenomen het dat het paleontologische bezwaren zou stuiten om de Caporalino kalk tot het Eoceen te trekken (Nerineen) lijkt het voorlopig beter de serie te houden op Krijt- Eoceen (misschien nog wel ouder) .
1 oktober brief van mij aan Klompé. De expeditie is nu uitgesteld tot 1952 en ik ga niet op zijn aanbod om assistent te worden omdat ik dan mijn proefschrift Corsica niet kan af maken en dat de paleontologie niet mijn direct interesse heeft, maar meer de algemene en structurele geologie.
Eind 1950 nog een colloquium gehouden voor Prof Brouwer en wel over de structuur van de Penninische dekbladen in het Wallis . Dit gaat dus weer over de problematiek van het gebied in het Wallis waar ik in 1946 heb gekarteerd.
Oktober. Colloquium voor Prof de Roever over het Anorthosiet probleem. Er is een groep geologen die denkt dat de gesteenten ontstaan zijn uit een magma en een andere groep denk aan de transformatie van sedimenten. Een strijd die over meerdere gesteenten ging zoals de oorsprong van graniet. Het was altijd in die tijd een heftige discussie. Ik ben benieuwd wat de tegenwoordige theorieën behelzen.
Bij terugkomst in Nederland hoorden we dat de expeditie van Klompé niet doorging in 1951 vanwege onvoldoende financiële middelen. Zo werd uit de nood een deugd geboren, ... zo begonnen onze plannen voor de Andes post te vatten. Er was een prachtig boek verschenen van een Oostenrijkse expeditie olv prof Kinzl naar de Cordillera Blanca . Egeler en ik wilden een expeditie die zowel een geologisch als een alpinistisch karakter had. Door de expeditie van Kinzl was een prachtige topografische kaart gemaakt van 1: 100.000, onontbeerlijk voor ons geologisch onderzoek, daarbij kwam ook nog dat in dit gebied was gelegen: de op dat ogenlik hoogste onbestegen berg van Zuid Amerika de Nevado Huantsán, Een bergreus die geheel geïsoleerd uitstak boven zijn omgeving. Een ideaal doel dus! In het zuidelijk deel van de Cordillera Blanca was er ook nog de onbestegen Nevado Pongos. Eind 1950 hard gewerkt om mijn doctoraal examen te halen. Uit brieven van mijn franse vriendin Christiane nog de volgende zinsneden(26 dec) Enfin alors que desolée ne sachant plus que faire j'allais t'envoyer une telegramme. Je recus qu'une lettre m'attendait à Yvetot j 'en pleurais de joie tandis que tout mon être crispé se detendait. Le soir je pleurais de nouveau en sachant le contenu mais ... plus de joie. Mon pauvre vieux qui a tant travaillé et qui doit à present recommencer. Je te souhaite beaucoup de courage en attend des nouvelles de l'examen.T'est-tu au moins reposé chez Cees? Je pense bien à toi, te souhaite un joyeux jour de l'an. Une grande reussite dans tes exámen, une année brillante pour ta carrière et des heures bien douces bien belles presque irreelles de bonheur et de beauté dans nos Alpes. Adieu mon ami, je t'embrasse comme je t'aime, c'est à dire passionément.
Dagboek van mijn grootvader Han de Booij over het jaar 1950
15 januari. Gisteren ben ik tegenwoordig geweest bij het afscheid van Von Balluseck, eerst aan een lunch bij Dikker en Thijs, vervolgens in het Handelsblad bij een receptie. Toen het gesprek op Mengelberg kwam vertelde Von Balluseck enige aardige indrukken van ontmoetingen met Mengelberg. Eerst in Amerika in 1921. Het eerste concert opende met een ouverture Oberon, waarbij de Franse hoorns (zo zeide v.B) beginnen met een geweldige hoornstoot, Een van de hoorns blies daar een geheel verkeerde toon. Volgende dag was v.B. bij de repetitie. M. riep de hoornist bij zich, die erkende fout te hebben geblazen, omdat hij zenuwachtig was door het 1e optreden onder Mengelberg. Neen, zeide M., dat was niet de reden, er was een ander. Welke? Dat uw embouchure niet goed was. Verontwaardigde ontkenning van de hoorn. Ik zal 't U tonen zei M., Geef mij uw instrument eens. En toen zette M. de hoorn aan zijn mond en blies dadelijk de toon die de hoorn had moeten blazen in volle kracht. Verbazing van het orkest dat een dirigent ook met een hoorn terecht kon. En het gevolg was dat hij verder met dit orkest alles kon doen was hij wilde. Een ander geval was met een Frans orkest. Bij een zeker muziekstuk moest veel meer "liefelijkheid" naar voren komen. M. vroeg toen aan het orkest wie hunner getrouwd waren. De getrouwden moesten de handen opsteken. M. zei toen dat hij zag dat er nog te velen onder het orkest waren die de constante liefde van een vrouw niet kennen en dat hij daaraan toeschreef dat de melodie niet lieflijk genoeg had geklonken. Von B. is ook in Indië geweest, ten tijde van Van Mook. Hij vond Batavia een nare stad. Hotel des Indes en de Harmonie waren geheel vooroorlogs. Maar op straat werd men door de Inlanders omver gelopen. Verder waren er die hinderlijke die-hards, die de gehele dag in de Harmonie zaten te mopperen over de gang van zaken. Von B. zeide dat hij altijd belangstelling had gehad, ook voor de mening van de tegenpartij. Door deze aanraking met Von Balluseck is wel een ietwat meer begrijpen van zijn figuur ontstaan. De onbetrouwbaarheid waarvan we wel eens tekenen hebben menen te ontdekken vloeit voort of staat in verband met zijn geringe éénpuntigheid. Interessant. Ik heb zijn artikelen altijd zeer geapprecieerd.. 23 juni. 's Morgens had ik algemene vergadering aandeelhouders en vergadering van commissarissen van het Handelsblad. Er waren geen aandeelhouders. Six vertelt ontzettende verhalen over mejuffrouw Tellegen, die chef is van het kabinet van de Koningin en die een brief van Sultan Hamid zou hebben achtergehouden (niet getoond aan de Koningin), en HM ertoe te hebben overgehaald Hamid te ontslaan als adjudant, waarna hij door de Indonesische regering is gearresteerd. Mej. Tellegen, zegt Six, is een schurk. En Van Eeghen zegt dat de regering, die iedereen en alles loslaat na de politieke acties (Leger, Oost Sumatra, Ambon etc) haar ontslag had moeten nemen. 8 juli 1950. 's Nachts gedroomd dat ik een examen moest afleggen voor hogere rang bij de Marine en dat ik daartegen erg opzag, ja het onmogelijk zou kunnen afleggen. Uit de Marine gegaan en een advertentie geplaatst: "oud-zeeofficier met een goede stijl, zoekt werk". Toen ik wakker werd kwam de rustgevende zekerheid dat ik 83 jaar oud ben en reeds lange jaren niet meer in de Marine. In de Leidsestraat dicht bij het plein is een boekenwinkel, communistisch, die propaganda maakt voor de Sovjet. Er stond een zware kerel voor die luide zijn ongenoegen te kennen gaf, zeggende: ze trekken aan 't kortste eind" .Er kwam een jonge man uit de winkel, die, dit horende, zei "De tijd zal 't leren". Beiden herhaalden enige malen wat ze reeds hadden gezegd. 24 november overleed in de morgen Marie Boissevain-Pijnappel. Geen van haar 10 kinderen was erbij tegenwoordig toen zij stierf. Heentie Mesman was er zeer ongelukkig over dat geen van de kinderen voortdurend tegenwoordig was. Zijzelve was ziek, moest op last van de dokter 10 dagen te bed blijven. Mary en Teau hadden elkaar kunnen aflossen. Maar Mary had, naar ons is verteld, gezegd: "ze merkt er toch niets van". Van de zoons is Menso de enige in Holland. Hij loopt, na zijn operatie, nog op krukken. Marie heeft nooit een kring van liefde om zich gemaakt, zo was zij nu eenmaal. Zij had zonder twijfel veel goeds, maar geen warmte, althans naar het scheen. Zij was iemand die, had men haar beter gekend, waarschijnlijk zou zijn meegevallen. Ze was in ieder geval intelligent. Ik heb vroeger, toen de familie in de Van Eeghenstraat 92 woonde, daar herhaaldelijk erge driftbuien meegemaakt, zowel van Charles als van kinderen. Het was ook een lawaaiige familie, er was weinig zelfbeheersing. Het is moeilijk zulke mensen te beschrijven zonder onnauwkeurig of onwaar te worden.
1951
Met Kees Kieft in januari op de Verklikker in Haamstede ons voorbereid op het doctoraal examen.


Kees Kieft en Tom de Booij bij de voorbereiding doctoraal examen in de
Verklikker, Haamstede
31 januari Doctoraal examen gehaald
Begin 1951 krijg ik een brief van Prof Klompé, dat de expeditie van 1951 niet doorgaat misschien wel in 1952 maar dat betwijfelt wordt of het dan door kan gaan . Van afstel komt afstel is ook hier gebleken van toepassing.
17 februari krijg ik een brief van Maurice Herzog, die me bedankt voor mijn felicitaties voor zijn geslaagde expeditie van de beklimming van de eerste achtduizender Annapurna in de Himalaya. Nu de expeditie naar de Karakorum niet doorgaat, vatten Egeler en ik het idee op om naar de Cordillera Blanca in Peru te gaan. In het boek van Kinzl over hun expedities naar de Cordillera Blanca zien we een prachtige foto van de Nevado Huantsán 6395 meter de hoogste nog onbeklommen berg van Zuid Amerika. Nu is het nog een kwestie om de financiën rond te krijgen.
In april een weekeinde met mijn vriendin Christiane naar de Maasrotsen. Zij schrijft erover: " Je m'etais si bien rehabituée à ta présence continuelle que. Je n'arrive pas à realiser que tu ne sois plus à mes cotés. Instinctivement je te cherchais sur la quai de la gare, dans le metro, en pensée. J 'avis toujours devant moi ton visage et surtout tes yeux anxieux comme lorsque tu m'attendais sur la quai de la gare de Dinant ou rieurs comme au camp- dans notre fragile maison de toile ou graves comme au moment du départ. Ce séjour à Dinant est pour moi inoubliable. Que 3 nuits et 2 jours puissent contenir tant de bonheur! "

Juni 1951. Mijn vriendin Christiane Bon langs de Seine in Parijs.
Ook met Christiane naar Parijs Samen mooi toneelstuk gezien La Reine Morte. Heel veel gevreeën die nachten.
Een paar zinnen van haar brief van17 mei wil ik hier citeren. (Ze zijn nu in 2007 nog schrijnend in de wetenschap hoe het afgelopen is, zie de brief van haar 5 maart 1952) "Malheursement au cours des repas la conversation s'est aiguillée sur un voie plutôt épineuse. Un prêtre de nos amis m'a demandé : "Mais Christiane pourqoui ne vous mariez -vous pas? C'etait evidamment une question plutôt douleureuse et mal venue á ce moment puis s'est engangée toute une discussion sur la conception du mariage et je sentais lorsque le couteau entrait trop fort dans la plaie les larmes me monter aux yeux. Mais une fois que j'ai été couchée, l'effort avait trop long et je n'ai pas pu les retenir alors j'ai merité la gifle.(...) Au fond je ne serai jamias une vieille fille. Je suis une femme maintenant et très heureuse de l'être. Les mots sont insuffsants pour exprimer la profondeur, l 'intensité de bonheur que j'ai eu d'être entièrement á toi et je me souhaite qu'une chose le resentir de nouveau. Non, jamais je n'avais pensé que je pourrais tant aimer. Je me sens tout á coup une grande vague de courage.Je t'aime, je t'aime, mon chéri et rien ne pouvais detruire la source. Il est fort comme un roc, pur comme la source, violant comme le torrent, doux et frais comme le myosotis (vergiz mein nicht) fou, insensé, mais j'en suis fière. Envoie moi juste quelques mots simplement pour que je sache que tu penses un peu á moi. Tom, cheri je t'embasse avec tout l'attachement de mon coeur Chistiane..
In juli verongelukte de geologie student Henk Wuite die tijdens een onweer in de Franse Alpen (Chartreuse) een dodelijke val maakte van 4 meter waarbij hij zijn ruggengraat brak. Voor Kees Egeler die de kartering leidde een grote schok.
In een brief van Henk Kraft, mijn mede student in de geologie, blijkt dat ik de huiswerklessen aan een meisje Topsy in Aerdenhout waar ik bij mijn ouders woorden overgegeven. Omdat ik naar de bergen ging heb ik deze lessen moeten overgeven aan Henk Kraft. Ze is helaas niet geslaagd.
Helaas kon ik door omstandigheden geen bergtochten maken met Kees Egeler dit vanwege het ongeval met zijn student Wuite. Ik heb toen omgezien naar een andere tochtgenoot. Ik vond hem in de Premier de Cordée, een theologische student Maurice Kieffer.
Veel tochten gemaakt met Maurice gemaakt. 22 Juli traverse van de Courtes, 23 juli Aiguille Verte, 26 juli Dent du Requin (voie Renoudie face E). Deze. tocht heb ik gemaakt met een Engelse alpinist John Kerry. Ik ben voor geklommen . Ik heb het heel zwaar gehad, het was een vijfde graads klim langs een smalle spleet met de methode Dülfer 25 meter lang.(In de Wikepedia staat hierover het volgende:Beim Piazen (auch Gegendrucktechnik genannt) handelt es sich um eine Klettertechnik, bei der durch Verlagerung des Körperschwerpunktes nach hinten und durch Zug der Hände an Seitgriffen Druck auf die Füße gebracht wird. Diese Technik ermöglicht es, auch in trittlosen oder -armen Passagen wie in Rissverschneidungen oder entlang von Felsschuppen zu klettern, indem die Reibung zwischen Schuhsohle und Fels bzw. Kunstwand genutzt wird. Vor allem in längeren und überhängenden Abschnitten erfordert Piazen viel Kraft.Der Name geht auf den italienischen Bergführer Tita Piaz (den "Teufel der Dolomiten") zurück, der die Methode entwickelte. In Frankreich und Italien führt man sie auf den deutschen Bergsteiger Hans Dülfer zurück, deshalb spricht man dort von "la méthode dülfer").
Wel het moeilijkste wat ik tot toen heb voor geklommen

Vijfde graads klim langs een couloir van de Dent du Requin

Direct onder de top van de Dent du Requin na de moeilijke passage
28 juli Aiguille de Rochefort en Aiguille du Géant.

Steile ijspassages om naar de top van de Aiguille du Géant te komen.

Reparatie van het Madonna beeld op de Dent du Géant (4013m)
Tijdens deze tocht hadden we hele moeilijke sneeuw en ijs omstandigheden gehad met een heel sterke wind. Op een bepaald ogenblik zien we dat het spoor van alpinisten die voor ons klommen in een ijswand ging dat er heel steil en onplezierig uitzag. Ik dacht direct dat kan alleen Lionel Terray doen want hij zegt steeds wanneer je de keuze hebt tussen een moeilijke en een makkelijke passage, kies dan de moeilijke, want daarna wordt het altijd makkelijker, terwijl als je de makkelijke route eerst neemt wordt het moeilijker en kan je niet gemakkelijk weer naar de je uitgangspositie terugkeren. Ik riep naar de alpinisten boven ons."Lionel c'est toi la haut". Een inderdaad het was Lionel. Op de top hebben we de Madonna nog gerepareerd die door de bliksem was beschadigd.
31 Juli Aiguille du Bionassay Noordwand Heel goede sneeuwcondities.

Maurice Kieffer voor de Noodwand van de Aiguille du Bionassay zie streeplijn voor de gevolgde route.
3 augustus. Poging Noordwand eerstbestijging van de Noordwand van de Aiguilles des Droites met Lionel Terray.

Lioenl en ik kijken naar de foto van de Noordwand van de Droites aan de vooravond van onze poging in de Refuge Albert Premier
Lionel stelde voor om de eerste bestijging te doen van de Noordwand van de Aiguille des Droites. Compleet gekkenwerk. Ik zag het niet zitten, maar om Lionel niet teleur te stellen heb ik me toch laten overhalen voor een veel te zware tocht voor mijn kunnen. De dag daar voren nog in de Klettergarten geoefend met vijfde graads passages. Ik dacht echt dat mijn laatste uur geslagen had. Christiane mijn vriendin is ook mee gegaan naar de hut. Gelukkig maar dat het slecht weer werd toen we in alle vroegte bij de rimaye waren en besloten terug te keren. Ik weet wel dat ik die dag heel opgelucht was en weer mocht leven, zo had ik in angst gezeten en er opgerekend had nooit te te zullen terugkeren.

Links de Noordwand van de Aiguilles des Droites, rechts daarvan de
Aiguille Verte en de Drus
7 augustus Aiguille Argentière noordwand. In tegenstelling tot de
noordwand van de Bionnasay waren nu de sneeuw en ijscondities erbarmelijk slecht
en hebben Maurice en ik er een hele zware klim aangehad.

Noordwand van de Aiguille Argentiére, met streeplijn de door ons gevolgde route.
In het Wallis 12 augustus Met Meindert Lingbeek de Täschhorn beklommen, door de zeer brokkelige toestand van de rotsen vlak onder de top teruggekeerd. 14 augustus Zinalrothorn erg koud en bijna uitgegleden. 19 augustus Aiguille du Moine Oostgraat. Moeilijke klim veel vijfde graads passagen met vrienden van Lionel uit Marseille. Veel gelachen. 20 augustus Aiguille de Triolet (petit).Makkelijke tocht. 22 augustus Aiguille du Grépon poging tot de Brêche, winterse toestanden. Dat was me het klimzomertje wel, een goede oefening voor de komende expeditie naar de Andes.
Voor training ging ik elke ochtend na de zomer van mijn ouderlijk huis naar het Aerdenhoutse Kopje, ruim een half uur hard hollen.
Brief 1 augustus van Egeler die vertrekt voor controle Corsica waarin hij zeer opmerkelijke dingen schrijft over Brouwer: "Mijn gezondheidstoestand was sterk vooruitgegaan totdat Brouwer de 26e aug. kwam. Die heeft zich de laatste dagen wel zoo uiterst misselijk gedragen, dat ik weer zo'n nerveuze instraling heb gekregen. Zoo erg heb ik hem nog nooit meegemaakt. C'est l 'esprit du mal. Mevr. Brouwer uitbekken terwijl ik er bijzat etc . En van een onredelijkheid die niet te beschrijven is. En dan terwijl ik minstens zoo gammel ben als toen uit Chamonix en slechts om hem te helpen ben als toen uit Chamonix en slechts om hem te helpen toch naar Corsica te gaan mij verwijten dat ik slechts plannen maak om mij zelf het prettig te maken. Op dit punt ben ik opgestaan heb hem gezegd dat er zoo niet met hem te praten viel en ben weggelopen . Een dag later weer aller charmants en redelijk voor het definitieve plan. Een ongekende gespletenheid. Een persoon die zodanig tegen zichzelf is dat het vrijwel niet te geloven is. Laat hem niet slingeren en deze brief svp niet in handen krijgen"
8 augustus verscheen voor het eerst een bericht over onze expeditie naar de Andes. Het was mijn vader die het Nieuws van de Dag de gegevens had doorgegeven. Hier stond een foto in van mij en niet van Kees! We zouden toen nog met de Zwitserse gids André Roch gaan. Over dit artikeltje schrijft Egeler:jJe vader plaatste of entameerde een stukje over de Andes in de Telegraaf. Ik was niet enthousiast. Afgezien van de vele fouten die er in zaten stond mijn naam er in alsmede de namen van de fondsen waarbij subsidie werd aangevraagd maar het is nu eenmaal gebeurd en niets meer aan te doen. Ik hoop 7 en 11 sept. langs Ponte Leccia te komen en vind daar P.R. een bericht van je. Direct mijn terugkeer in Nederland (hopelijk 20 sept) zal ik trachten meer over de subsidie te horen krijgen."
Naar Corsica voor kartering. Christiane, mijn vriendin is ook meegekomen gedurende een tweetal weken .Samen met haar een schitterende tocht gemaakt in het wilde gebied ten noorden van de Monte Cinto. In kleine berghutje geslapen tussen de mouflons! We klommen ook nog op de Punte Minuta Ze schreef daarover: " Avec quelle nostalgie je songe à notre vie préhistorique, dans notre bergerie si primitive mais tellement pleine de notre amour qu'elle etait pour nous le plus riche".


Christiane Bon in Omessa en na de beklimming van de Punte Minuta
Helaas geen aantekeningen gevonden over de kartering van 1951. Alleen wat foto's. Dierbaar was het bezoek aan Popolasca bij de familie Costa

Catherine Costa (Helaas omgekomen met een auto ongeluk)
Ook heel dierbaar was het bezoek aan Jean en Rose Marie Maëstracci in het
schilderachtige dorpje Castiglione, geplakt tegen de steile bergen. Ze
schreef me 3 december o.m.het volgende: A Castiglione en ce moment nous
jouissons d'un beau temps, des journéess ensolleillées et comme c'est le moment
de ramasser les glands ont part tous les matins et tout en travaillant on
profite de ce radieux soleil qui nous donne la joie. C'est terrogne à la vigne
nous ssons a (radaiö) et pous pensons a vous".

Rose Marie en Jean Maëstracci in Castiglione
Mijn vriend Jan Stam in het noorden van Corsica bezocht. In de woestijn des Agreats. Ik had een racefiets meegenomen. Ik kon me daardoor beter verplaatsen.


Boven : Met de racefiets op weg naar het gebied van Jan Stam in het noorden van Corsica. Onder: Samen met mijn vriend Jan Stam in zijn gebied gekarteerd.
De kartering liep goed. Brouwer was erg tevreden Hij was minder te spreken over de kartering van mijn buurman Ritsema. Deze had een theorie over zijn gebied die Brouwer niet aanstond. Uit de felicitatiebrief van mijn moeder schreef ze: 't zal moeilijk zijn voor Ritsema dat 't bij hem anders uitliep en dat hij na al zijn werk geen succes had en zelfs bakzeil moest halen maar als ik aan die 2 jongens denk dan heb ik al dadelijk den indruk dat dat hoorde van Tom de Booy 't bij het goede eind moet hebben. Bravo ! Tom! " Toen ik met Brouwer van Omessa naar beneden liep kwam op eens op mijn racefiets Christiane naar beneden racen. Wie is dat vroeg hij toen. O dat is een toerist, loog ik.
Na terugkomst uit Corsica hard gewerkt aan mijn proefschrift. Maar het ziet er niet naar uit dat vanwege de vele voorbereidingen die nodig zijn voor de expeditie dat dit zal gebeuren voor mijn vertrek naar Peru. In de winter nagedacht over de verhouding met Christiane. Zij wilde duidelijk met mij trouwen, maar ik wilde vrij zijn omdat ik nog zoveel dingen van de wereld wilde zien en niet gebonden wilde zijn.
Dagboek van mijn grootvader Han de Booij over het jaar 1951
27 januari kwam Alfred, die er zeer goed uitzag en zat een
paar uur te praten. Hij wordt weldra naar Nieuw Guinea gezonden om daar de
Marine te inspecteren. Ook zal hij in April, bevorderd tot Schout bij Nacht, een
oefening leiden van een smaldeel op de Noordzee. Ik ben dankbaar dat hij niet
uit de Marine gegaan is, waar hij een bijzonder goede naam heeft. Hij gelooft niet dat Nederland Nieuw Guinea voorgoed tot de
zelfbeschikking zal houden. Waarom hij dit denkt weet ik niet.
Concertgebouw.Er waren ernstige verschillen van mening ontstaan over de vraag of Paul van
Kempen al dan niet zou mogen dirigeren in het Concertgebouw. Gedurende het
concert van zaterdagavond 27 januari hebben reeds ongeregeldheden plaats gehad,
maar op het concert van zondag 29 jan. werd het erger, waarbij nog kwam dat de
meerderheid der orkestleden het podium verliet omdat zij zich niet in staat
achtten in de sfeer van onrust muziek te maken. Het koor was het daarmee niet
eens. En slotte ontsloeg het Bestuur van het Concertgebouw de leden van het
Orkest die het podium hebben verlaten.
Dinsdag 30 januari. Op 2 uur thuis, waar Heentie [Mesman]
bij Hilda zit en vertelt van de gang van zaken om het Orkest. Blijkbaar wordt
het nu een revolutie. De 75 orkestleden die niet wilden of konden spelen wensen
niet terug te komen onder het Bestuur doch een geheel nieuwe organisatie
oprichten.
1 februari. Het gesprek draait meestal om het Concertgebouwconflict. Het
optreden van het Bestuur, in het bijzonder van De Jongh Schouwenburg, wordt
algemeen onbesuisd gevonden.
14 februari. Na het herlezen van een interview in 1940, gepubliceerd in de
Telegraaf, is het portret van Mengelberg weder uit onze kamer verdwenen.
Gisteren een aantal oude brieven uit mijn concertgebouwtijd, die Mengelberg aan
mij schreef, voorgelezen aan Hanna en Engelien en ik voel daarna de neiging
opkomen zijn portret weder te plaatsen.
29 maart. Willem Mengelberg is op 22 maart j.l. gestorven en
ik ben er bedroefd over en geschokt of laat ik zeggen onder de indruk van het
heengaan van een man met wien wij zo vast verbonden waren. Er werd gisteren in
het concert op woensdag door Klemperer enige ogenblikken stilte verzocht ten
einde hem te herdenken, en zaterdagmiddag is er een herdenkingsconcert in het
concertgebouw, waar de vlag halfstok waait. Het concert van hedenavond onder Klemperer bevredigde ons
niet. De suite van Bach, slordig uitgevoerd, liet ons horen wat we onder
Mengelberg hebben verloren en wat ons te wachten staat zo het orkest zeggenschap
krijgt over de leiding van het orkest.
Gesproken met H. Stips, oud-orkestlid, thans nog invallend
bassist, die als zijn mening gaf dat het enig nodige op het ogenblik zou zijn
dat het Bestuur onbuigzaam zou zijn ten opzichte van de wensen van het orkest.
Ik vond het merkwaardig zulke woorden te horen uit de mond van een man die ons
(het Bestuur) in 1905, dus 46 jaar geleden door zijn opstandigheid als
voorzitter
van de Orkestvereniging hinderde, maar ik geloof niet dat zijn eisen toen gingen
over de vraag van overgave van de leiding aan het orkest.
12 november. Heden de verassing van Maurits van Eeghen. Hilda
zegt mij dat het voor haar een grote opluchting zou zijn te worden verast, of
schrijft men verascht. Verassing heeft tegen dat het woord zoveel lijkt op
verrassing. Welke zou de afkomst zijn van het woord verrassen?
Men moet wennen aan het denkbeeld te worden verbrand, maar
men moet niet vergeten dat dit slechts het stoffelijk overschot geldt en dat, zo
men niet gewend ware aan het denkbeeld dat dit wordt begraven en zo overgegeven
aan de wurmen, men aan dit denkbeeld waarschijnlijk nog moeilijker zou wennen
dan aan de verbranding van het overschot.
Dagboek 1952-1955
Hieronder de brief van mijn vriendin Chrstiane Bon van 11 januari: " Avec quel soulagement j 'ai recu ta lettre. Je dis soulagement car toutes les vacances j'avais attendu un signe de voeux de toi, rien au 1e janvier si bien que je n'etais plus en colère mais terriblemant triste pensant que tu m'avais oubliée completement dans le fond de ta poche et mis un mouchoir par-dessus. Je suis idiote Tom, mais je voudrai que tu me dises si tu m'aimes encore. J'ai terminé ton pull et j'ai posté mecredi.". Ik weet nog heel goed me te herinneren hoe lelijk en burgerlijk ik deze trui heb gevonden. Mijn moeder heeft me zo getraind en gehersenspoeld dat ik geen burgerlijk meisje zal trouwen.
Het is in deze tijd begin 1952 dat ipv Andre Roch wij Lionel Terray bereid hebben gevonden op mee te gaan. André Roch was gevraagd voor een Zwitserse expeditie naar de Daulaghiri in Nepal, waar hij uiteraard de voorkeur aan gaf. Lionel Terray had nog in de winter 51-52 een expeditie naar de Fitz Roy meegemaakt. Een zeer moeilijke beklimming die inderdaad ook met succes werd bekroond. De Franse alpinist Raymon Grière zou met ons meegaan. maar hij heeft een ongeluk gehad in de rotsen boven Parijs, waardoor hij niet mee kon komen.

In het midden de Franse alpinist, die ons zou vergezellen tijdens de expeditie naar Peru, maar helaas door blessure moest afhaken. Links Tom en rechts Kees Egeler
Voor de expeditie naar de Andes kom ik veel s-avonds op bezoek bij de familie Strumphler. Ze wonen op de Borgerweg 5 minuten lopen van mijn ouderlijk huis op de Catslaan. Hun dochter Adrienne heb ik bezocht in het Haarlemse Diaconessen Ziekenhuis die daar ligt met een gebroken been opgelopen tijdens een skivacatie in Höch Solden, Oostenrijk

Adrienne Strumphler met gebroken been in ziekenhuis
5 maart schreef Christiane haar laatste brief vol verdriet: "Depuis ce matin j 'ai l'impression d'avoir recu une brique sur la tête et j 'ai l'impression de vivre dans un monde tellement étrange que je me demande si c'est mauvaus rêve. Mais je sais qu'il ne s'effacera pas, que demain il sera encore là et toutes les autres matins `a mon réveil. Ta lettre j l'ai bien comprise n'est pas? Cette nouvelle interogation sur l'avenir alors que j'y avais dèja répondu c'est parceque ma lettre ne te satisfasiat pas. Il y manguait l'autre solution cette que je 't'envoie ce soir que je renonce á toi. Mon Dieu comme cela me fait mal d'ecrire ces mots. Qui j'abandonne la lutte je n'ai plus la force de la soutenir. Toutes ces lettres que tu m'envoies me dechirent trop et je ne puis me contenter d'un simple amour charnel. Je comprend ta conception de la vie, mais puisqu'elle etait dèja tienne il y a 2 ans pourqoui as-tu fait de moi ta maitresse? Pourquoi n'as tu pas ecouté les conseils de Kees. Il me connaissait mieux que toi. Si le celibat doit être ton sort ne t'octroie plus de telle faiblessses. Tu n'as pas le droit de brise un être. Je pense qu'il faut mieux que tu ne m'ecrives pas. A moins qu'un jour tu ne changes d'avis pour que je sache que si je revois une lettre de toi ce sera un message de joie et d'amour. Dieu te garde Christiane. (Deze brief nu lezende in 2007 snijdt het door mijn ziel, vandaag brieven geschreven naar de plaatsen waar ze woonde om te weten wat er van haar is terecht is gekomen, maar tot nu nog geen resultaat).
19 maart schreef ik aan de BPM een bedankbrief voor de studie prijs die ik gedurende 4 jaren heb mogen ontvangen in totaal tegen de 10.000 gulden Ik schreef dat de BPM studieprijs mij het mogelijk heeft gemaakt zowel geestelijk als lichamelijk diep adem te halen
Het begin van 1952 stond uiteraard geheel in het teken van de voorbereiding voor de expeditie. De keuze op Cordillera Blanca is gevallen ter navolging van de Belgisch expeditie naar de Alpamayo. Ik kreeg toen het boek van de Oostenrijkers Hans Kinzl en Erwin Schneider in handen Cordillera Blanca met topgrafische kaart 1 :200.000. Deze kaart was natuurlijk ideaal voor ons geologisch werk. Het waren behalve topgrafische ook nog een alpinistische expedities. De berg Nevado Huantsán was volgens dit boek de hoogste onbestegen berg van Peru en zelfs geheel Zuid Amerika met een hoogte van 6395 meter. Ook in ons uitgekozen gebied was er de Nevado Pongos met een hoogte 5720 meter , die eveneens nog onbestegen was.

Foto van Nevado Huantsán (6395 m) uit het boek van Kinzl en Schneider

Nevado Pongos (5720 m), eveneens uit het boek van Kinzl en Schneider
Over deze voorbereidingen en expeditie zelf heb ik veel materiaal. Ten eerste het boek geschreven door Kees Egeler 'Naar Onbestegen Andes Toppen' en mijn brieven aan mijn ouders van mijn reis van Nederland naar Peru en Bolivia van april- december 1952. Voor onze expeditie hebben we ons verzekerd bij The Employers Assurance Ltd in Londen via de firma Hienfeld te Amsterdam. We hadden deze zeer goedkope verzekering te danken aan een vriend van Kees Egeler, De Vlaming. Let wel toen ze nog niet wisten dat het een gevaarlijke expeditie zou worden, hebben ze mij verzekerd met toevoeging van de eerste bijzondere bepalingen. Maar toen uit persberichten bleek dat de tocht meer risico's bleek te hebben, hebben de slimme verzekeraars gemeend ipv een berg twee streepjes te zetten dus voor het beklimmen van één berg. Dat maakt wel een groot verschil door die twee streepjes te zetten. We hebben in totaal 3 bergen bestegen en de laatste was de gevaarlijkste. Met zulke kleine lettertjes kunnen ze je het aardig lastig maken.
Verzekering T. de Booij
BIJZONDERE BEPALINGEN
Hierbij wordt bepaald en aangetekend,dat Verzekerde een
bodemonderzoek zal instellen in Peru en tijdens dat
onderzoek zal Verzekerde de vrijheid hebben een berg te
beklimmen onder leiding van een tweetal bekwame gidsen
Verzekering voor Kees Egeler ( in feite voor zijn ex-vrouw
en kinderen)
BIJZONDERE BEPALINGEN
Hierbij wordt bepaald en aangetekend,dat Verzekerde een bodemonderzoek zal instellen in Peru en tijdens dat onderzoek zal Verzekerde de vrijheid hebben één berg te beklimmen onder leiding van een tweetal bekwame gidsen.

De voorbereidingen van de Andes Expeditie op zolder van het Geologisch Instituut in Amsterdam. Links Tom de Booij en rechts Kees Egeler
Op 3 april 1952 begon de grote reis naar Peru met het stoomschip de "Baarn". Oom Willem en tante Thio Sillem zijn voor mijn vertrek aan boord geweest om afscheid van me te nemen. Mijn vader schreef over het afscheid op 8 april. Moeder en ik hebben nog een tijd langs de kop van de vissershaven, vlakbij de ligplaats van de Neeltje Jacoba de "Baarn" nagestaard. Een prachtige rustige avond en mooie zonsondergang. Daar ging je dus, de wereld zee op, je "levenszee" Het is wel merkwaardig dat mijn latere echtgenote Adrienne Strumphler met haar vader ook op de pier van IJmuiden de "Baarn hebben nagestaard.

Een van mooiste momenten van mijn leven, het vertrek aan boord van de S.S. "Baarn "op weg naar de Andes in Zuid Amerika.

Het Stoomschip "Baarn" verlaat bij zonsondergang de haven van IJmuiden, 3 april 1952
Brieven die vanaf de Baarn schreef aan
mijn ouders:
2e paasdag 14 April 1952 Kreeftskeerkring Atlantische
oceaan
Lieve Vader,Moeder,Maria en Tref. (indien aanwezig Elsbeth)
Daar zit zoonlief dan op de
oceaan,aan een tafeltje te tikken heerlijk zonnig weer,met
een NO passaatwindje in de rug. Nog geen uur geleden
passeerden wij de kreeftskeerkring, zodat we nu in de
tropen zijn gearriveerd. Het is een merkwaardig idee,dat
we sinds het vertrek in IJmuiden nog geen haven hebben
aangedaan en stug doorvaren, zonder aan stoppen te denken.
Woensdagavond denken we in Curaçao aan te komen,dat is
dus ruim 12 dagen na ons vertrek. Het was enig om jullie
nog in IJmuiden te zien. Een heerlijk moment voor mij en
ik denk ook voor jullie droom is werkelijkheid geworden en
voor de eerste keer in mijn leven voelde ik goed, dat mijn
levens carrière nu een begin heeft genomen, en ik was
ontzettend dankbaar op dat ogenblik en met de opvoeding, die ik genoten heb en het mij
mogelijk heeft gemaakt om op zón manier de wijde wereld in
te gaan.
De volgende morgen waren wij reeds in het kanaal, vrij ruw
weer, hetgeen ongeveer tot dinsdag zo bleef. Vele mensen
aan boord waren flink zeeziek, dankzij de pilletjes van de
Kinine fabriek had ik er weinig last van, zodat geen
maaltijd werd overgeslagen. Wat het eten betreft overtreft
dit mijn stoutste verwachtingen. Het is te veel om op te
noemen. s-Middags warm eten (altijd vlees! ).en 's-avonds
weer warm eten!!
Mijn buik neemt onrustbare vormen aan, doch de
ochtendgymnastiek draagt het zijne bij om de juiste
verhoudingen en proporties te behouden.
Het gezelschap aan boord is buitengewoon plezierig,op
enkele uit zonderingén na. Aan onze eettafel zitten de
volgende mensen:naast mij een buitengewoon aardige Mevrouw
Lans van goede familie, moeder van twee dochters ,alle
getrouwd. Zij gaat naar Bolivia voor het verkrijgen van
het grootmoederschap. Verder aan onze tafel zit de 1e
stuurman.(zeer plezierig en een grappen maker, zodat we
vooral met samen met mevrouw Lans,die een beetje aan
mevrouw van Marken doet denken,veel plezier maken),de Heer
Hak zeer goede trouwe baas,waar ik in het geheel geen last
van hebben en het jammer zal vinden als hij in Curaçao
van boord zal afgaan. Het werk vlot zeer goed, zelfs beter
dan ik verwacht zou hebben. Ik kan nu rustig de geologie
voorbereiden.
Als lading heeft de Baarn behalve de gebruikelijke
goederen nog ooivaars(gelukkig dat er geen lieve meisjes
aan boord zijn) 3 aanstaande grootmoeders (een Zwitserse,
1 Duitse (bei uns in Deutschland) en Mevrouw Lans, een
stier, ram, kleine vogeltjes. (Waarvan er inmiddels één in
zijn drinkbakje is verzopen. Ik hoor Maria al zeggen:wat
zielig!). De eerste stuurman heeft een rondleiding gegeven
aan boord,zeer interessant is de navigatie(radar,gyro en
echolood etc). Het is zeer merkwaardig is om het
leventje op zee eens mee te maken. Het bevalt me uitermate
goed en verveel me geen ogenblik,ja kom zelfs tijd te
kort. De eerste week heb ik als als reactie aan een stuk
door geslapen, nu wordt het al minder en slaap bv.
s'middags maar 2 1/2 uur ipv 3 1/2.Een ideale manier om
helemaal op je verhaal te komen. ln het geheel geen
afspraken, verplichtingen en ongelimiteerd fratsen;wat een
leven! Ik lees op het ogenblik the Conquest of Peru door
Presscott. Ongelooflijk verhaal van moed,wreedheid, intrige
een zeer goed beeld van de tijd geeft. Peru
trekt hiermee nog dubbel! Woensdagavond kwamen we langs de
Azoren, prachtige maannacht en op het vulkanische eiland
San Migel waren overal lichtjes te zien. Het was als geheel
zeer romantisch. Sindsdien niets meer gezien,behalve veel
zeewier en vliegende vissen. De eerste stuurman had als
paasverrassing gisteren morgen een vliegende vis voor mijn
patrijs poort gehangen(hij wist nl. dat ik er, nog nooit
een gezien had). Deze vissen komen 's-nachts op het licht
af en vliegen dan op het dek. Gisteren hadden we met alle
passagiers een borrel, welke gegeven werd door de
kapitein(een zeer humoristische man,waarmede we heel wat
aflachen).Vervolgens het paasdiner met wijn! Heel leuk was
het ogenblik waarop de kapitein mij goede tocht in de
bergen toewenste. Hoe is alles in de Duinpan?Het lijkt
al weer zo lang geleden dat ik daar het laatst was.
Volgens de nieuws berichten hebben jullie op het ogenblik
heerlijk zomer weer. Donderdagochtend de 17e April
komen in Curaçao aan en vertrekken zeer waarschijnlijk
vrijdagavond om zondagochtend in Cristobal (20 april) aan te
komen Daar. blijven we ongeveer 1 1/2 dag en gaan dan
naar Callao. Datum van aankomst is waarschijnlijk 29
April. Dat komt dus prachtig uit met de aankomst van
Kees. Hij arriveert de 28ste 's-avonds in Lima. Begin Mei
begint het feest dus werkelijk. Niet om te geloven. Nu
lieve mensen, ik stop eens en jullie horen weer vanuit
Cristobal of anders vanuit Callao. Heel veel liefs Tom.
Pacifische oceaan aan boord van het ss Baarn,29 April
1952,
Lieve familie,
Aan de vooravond van mijn aankomst van in Callao even
een kort briefje om het reisverloop vanaf Curaçao,te
vertellen. Ingesloten vinden jullie een haastig ,
onuitgewerkt, verslag over het oponthoud in Panama. De
reis heeft werkelijk een zeer bijzonder vlot verloop
gehad. Alles is mee gelopen en ik hoop dan morgen 30 April
in de haven van Callao s'ochtends vroeg aan te komen. Waar
ik dan Kees zal ontmoeten.
Laten we van harte hopen dat alles vlot met de douane
verloopt ,want dat is me hier anders een mooi stelletje
tuig. Het oponthoud in Curaçao was zeer gezellig. Ik
logeerde bij kennissen van Mevrouw Lans. Met de gastvrouw
besteeg ik de hoogste top van het eiland (372 meter hoog).
Het was zeer interessant om een stukje Nederland op 12
dagen varen te bekijken. Ik lunchte nog een middag met Pans Dolleman. Hij had het weer over roomzachte volleys
welke dood achter het net bleven liggen, een vette baan,
wolken van ballen en een viool van een racket. We hebben
erg gelachen. De persmuskieten hebben zonder dat ik het
wist twee dagen achter me aangejaagd. Hoe ze me
eindelijk gevonden hebben is me helaas onbekend gebleven.
Toen ik bij Pans op zijn kantoor zat kwamen plotseling
twee persmuskiet en binnen stappen. Het gezelschap na
Curaçao is gedund tot vier. Drie aanstaande grootmoeders
en ik,dat kan dus niet veel veiliger voor de zielenrust.
Het resultaat is dan ook dat ik is dan ook dat ik zeer
veel heb kunnen weren en lezen Prescott was buitengewoon
boeiend. Ik weet nu een beetje over de zeer boeiende
geschiedenis van de Inca's en de verovering van
Pizarro. Een adembenemend relaas van moorden, revoluties,
intriges, moed, zelfopoffering alles wat ie maar hebben
wilt. Met de kapitein en de eerste officier was het
eveneens zeer gezellig en we hebben heel wat afgelachen.
Met de Zwitserse dame spreek ik steeds Frans en om te
oefenen Spaans. Ze is nl reeds een jaar in Peru geweest.
Zeer aardig en flink mens. Het Spaans spreken vlot al heel
aardig. In Cristobal heb ik een zeer onderhoudend gesprek
gehad met de kapper. Hij had nl gelezen over de Annapurna
expeditie. Hij heeft tevens mijn haar zeer kort geknipt.
Dat zal Moeder wel niet zo leuk vinden, maar het is zo
ontzettend gemakkelijk. We varen nu al enkele dagen op de
Pacifische oceaan. We deden enkele kleine
havenplaatsjes aan,doch bleven op de rede liggen,zodat we
niet aan land konden. De douane ambtenaren komen na
binnenkomst het eerst aan boord,doch komen meer om te
gappen. Ze eisen enkele sloffen sigaretten anders gaan ze
aanmerkingen maken,en dan ben je nog veel verder van
huis,dus geeft de kapitein iedereen een slof, gewoon
chantage. De kustlichten gaan hierna 10 uur s-avonds gewoon uit en dan moet je maar zien
dat je het zonder doet. Gisteren lagen we op de
rede van Porto Chicama en om l0 uur moesten we
tussen ondiep vaarwater langzaam achter uit varen; zeer
gevaarlijk ,want de geleidelichten waren uit. Ook met het
seinen naar de wal had geen resultaat,doch de radar en
echolood doet wonderen. Nu lieve familie morgen gaat het
grote avontuur beginnen. Ik ben benieuwd. Hoe is het met
Maria's Televisie afgelopen. Stuur met zeepost enkele
krantenknipsels hier over naar mij op. Hoe gaat het met
Elsbeth's nieuwe baan Ik ben verlangend om iets van
jullie in Callao te horen. Nu heel veel liefs Tom. PS;Ik
heb al mijn vuile goed gewassen zodat ik met schoon goed
begin. Echt flink van me ik dacht dat Moeder het wel
prettig zou vinden.
Een kort oponthoud in. Curaçao.
Na een reis van twaalf dagen op de Atlantische en
Caribische zee, lagen we met het ss Baarn om 5uur 's-
morgems de 17e April 'voor de haven van Willemstad. Een
indrukwekkend gezicht, honderden lichtjes en een enorme
rookzuil (afkomstig van de olieraffinaderijen van de
Shell). In het oosten begon de zon op te komen en om 6 uur
kwam een klein sloepje langszij met de loods Willemstad
heeft een zeer smalle havenopening en voor de haven liggen
talrijke riffen. De gevaarlijkheid hiervan werd bewezen
door het feit dat een tanker na 10 dagen gevangen te
hebben gezeten door een sleepboot werd los getrokken
precies op het zelfde ogenblik, toen wij de haven werden
binnengeloosd. Willemstad wordt door de haven monding in
twee gedeelten gesplitst, een westelijke Mundio Nubo (Nieuwe
wereld) en een oostelijke Otrabande (andere zijde). Om van
de ene wijk naar de andere te komen is nog niet zo
gemakkelijk daar de verbinding ,een schopbrug ongeveer 25
keer per dag 20 minuten per keer wordt verbroken. Door
middel van een bootje kunnen de voetgangers steeds worden
overgezet, doch het rijverkeer ondervindt hei hiermede
vertraging .Er is een project welke een grote hangbrug van
65 meter hoogte heeft geconstrueerd,de kosten hiervan
zijn lager dan het verlies in werktijd bij het wachten
voor de open brug, gerekend over enkele jaren. Om 6.30
voeren we de haven binnen. We meerden in het Schottegat.
Een ongelooflijk vieze oliestank was de eerste minder
prettige kennismaking met Curaçao .Het was een machtig
gezicht om de tweede raffinaderij in werking te
zien een constant gerichte wind (de NE Passaat) waait de
afgewerkte gassen over een gedeelte van het eiland. Deze
strook land wordt alleen nog maar de Curacaoers bewoond,
aangezien een blanke hier wordt vergeven van de stank.
Deze pestilente zoete weê geur beheerst echter in min of
meerder mate de stad en omstreken van Willemstad. Gelukkig
voor de bewoners dat men zelfs aan deze geur schijnt te
wennen en haar helemaal niet meer ruikt. Waar een mens
toch niet overal aan kan wennen! In de haven lagen zeer
véel tankers. Aangezien wij te diep staken monden we niet
aan de KNSM kade meren en gingen aan een boei liggen·in
het Schottegat. Met een klein sloepje werden we aan de wal
gebracht. Het is een zeer eigenaardig gezicht dat het
overgrote gedeelte van de mensen roetzwart is. Eerst
denkt men dat men in een komediestuk is beland. De voertaal
is Papiamento (of te wel Papimens)dit is
een mengelmoes tussen, Spaans, Engels ,Portugees en
Hollands. Bij aankomst aan de kade werden we opgewacht door
kennissen van een medepassagier van mevrouw
Lans-Bererds. Het bleek dat we met de neus in de boter
waren gevallen. We werden zeer gastvrij ontvangen. Ze
hadden een geheel programma in elkaar gezet. Het eerste
punt was een auto tochtje door het eiland. We reden naar
de west punt van het eiland .Het doel was een bezoek aan
een typisch oud landhuis. eer fraaie oud hollandse stijl.
Het deed denken aan huisje in Zeeland. De
vrouw des huizes liet het interieur zien. Als bijzonderheid
was wel de badkamer. Toen tijdens de slaventijd de
heer des huizes in het bad lag kon hij door middel van 3 uitzicht
gaten de slaven van uit zijn bad bespioneren. Op de
terugweg zagen we nog enkele negerhutjes. Zeer armoedig
maar voor sommige een prachtige Amerikaanse slee. Op het
eiland zijn over de 8000 auto's.
het eiland bevat niet meer dan 250 km geplaveide weg. Dus elke 250 met
één auto. .'s-Middags werd de stad
bezichtigd. Vooral het fort Amsterdam, waar alle
regeringsgebouwen zijn gelegen is zeer mooi van stijl. Als
logies voor de nacht werd ik ondergebracht bij een
familie Gautier in de Shell stad. Vanuit het huis hadden
we een overzicht op de enorme plants
van de C.P.I.M. Vooral 's-nachts een feriek gezicht.
Net kerstbomen. De zoete bedwelmende stank van de olie
belette een ongestoorde nachtrust. Reeds vroeg uit
bed,daar een bestijging van de hoogste top van
Curaçao op het
programma stond. De gastvrouw was zo sportief om me te
vergezellen en om half vijf s-ochtends vertrokken we met
broodjes en koffie mee, per auto naar de westpunt van het
eiland. De hoogste berg is de Sint Christoffel (
372 meter hoog!). Na een prachtige tocht door een
maanlandschap in een open twoseater in een prachtige
tropennacht arriveerden we bij een oud landhuis,welke
gelegen is aan het begin van de bestijging. De atmosfeer
van zo 'n tropennacht is moeilijk onder worden te brengen
maar het is een geweldige sensatie. Het was of het niet
echt was. Alsof je in een droom leefde. Om 5.15 werd met de bestijging begonnen. In het oosten
begon het reeds licht te worden, terwijl de schitterende
sterrenhemel verbleekte. Ons pad leidde door dicht
begroeid en zacht glooiend landschap. Hoewel het klimaat
uitgesproken aried is, en het voor de eerste bezoeker de
indruk maakt dat het een uitgedroogd kaal rotsig eiland,is
de indruk na een betere beschouwing niet juist. Op tal van
plekjes zijn nog zeer fraaie struiken en bomen prachtig
bloemen te bewonderen. Zo zagen op onze
wandeling, fraaie heesters, orchideeën planten, helaas nog
niet in bloei; daar de bloeitijd pas in Juli is. Al spoedig
raakten we de weg kwijt en baanden zo goed en kwaad als
dat ging ons een weg door de struiken en cactussen, welke
voor de lichte schoentjes van mijn gastvrouw niet bepaald
aangenaam waren,doch moedig volgde zij.
We zagen soms tussen het stuikgewas de kale top
van deze kant vrij stijl uitziende top van de
Chistoffelberg. Na een korte kletterij, waarbij we de
leukste plaatsen opzochten arriveerden we twee uur later
dan het vertrek op de hoogste berg van Curacao!

In de mast op de hoogste berg van Curaçao de Christoffel 372 meter hoog!
Het uitzicht was overweldigend mooi. In het noorden en westen de Caribische zee, met enkele zeilscheepjes, en in het oosten een prachtig uitzicht over een groot deel van het eiland. Zeer fraai waren de verschillende plateaus ,voor zover ik kon zien waren er drie. Het eiland bestaat voor het grootste deel uit opgeheven en zwak geplooide koraalrif kalken,"diabasen", radiolarieten, kwartsiet en tuffen. Na een korte 'gipfelrast', werd met de afdaling begonnen. We volgen nu de normale zeer gemakkelijke weg en kwamen door zeer romantische bosjes, zagen prachtige gekleurde vogels en enkele magere konijntjes. Bij terugkomst bij het landhuis, hebben we de bewoonster en tevens eigenaars van de Christoffel excuses gevraagd voor het ongevraagd beklimmen van de berg. We hadden geprobeerd haar vorige avond te bereiken echter zonder resultaat. Hoe snel het nieuws op zo'n eiland gaat blijkt uit het volgende: In de krant stond reeds om 2 uur s-middags dat ik s-ochtends de Christoffel berg had bestegen als voorproefje voor de bergen in Peru!. Na een gezellige maaltijd met onze gastheren en vrouwen aan boord van de ss Baarn vertrokken wij om acht uur 's-avonds de haven van Curaçao. Het was een zeer interessant en gezellig oponthoud geweest en gaf de indruk alsof we al weken op het eiland hadden doorgebracht,in werkelijkheid niet meer dan 36 uur. Als geheel liet het op ons een zeer prettige indruk na,de mensen leven hier onbezorgd,alles kan,geld is geen probleem en belasting is niet noemenswaard. Steeds een frisse wind welke het klimaat buitengewoon plezierig maakt en meer aan een middellandse zee klimaat dan aan een tropisch klimaat doet denken. Onze reis gaat echter weer door en 40 uur later arriveren we in Cristobal gelegen aan de ingang van het Panama kanaal.
Enkele dagen in de republiek Panama
Na een zeer rustige reis over de Caribische zee meerden we zondag middag 20 April aan de kade van de haven Colon, gelegen aan de noordzijde van het Panama kanaal. Aan de kade stond een bonte mengeling van arbeiders. De meest merkwaardige types,in hoofdzaak negers,en indianen, doch eveneens chinezen, arabieren en nog andere soorten. Over het algemeen viel het op dat ze zeer netjes waren aangekleed,sommige zelfs met de paarsachtige gekleurde hemden. De haven Colon is gelegen aan de kanaalzone,welke door de Amerikanen van de republiek is gepacht. De stad heet Cristobal, in hoofdzaak bewoond door negers. Om zes uur mocht ik aan land zodat ik voor het avondeten nog gelegenheid kreeg om de stad te bezichtigen. Een geheel tropische sfeer. Een lange laan met hoge palmen bracht me naar de stad. Het was zondag en dus het ongelukkigste moment om een indruk van een stad te krijgen. Op de hoek van een straat brulde een luidspreker verkiezingspropaganda,overal op de muren aanplakbiljetten van te kiezen staatshoofden Het was een typische havenstad met zijn talrijke cafés etc. Niet veel bijzonders aan te zien. De volgende morgen besloten we (Mevrouw Lans en ik) om naar Panama City te gaan, gelegen aan de Zuidzijde van het Panamakanaal. Onze boot zou toch tot woensdagmorgen blijven liggen, zodat we nu in de gelegenheid hadden om de republiek Panama te bezichtigen. Om 10 uur de volgende morgen kochten we een kaartje voor Panama City per trein te bereiken Om geld uit te sparen namen we een tweede klas i.p.v eerste klas. Doch toen ik vroeg om een retour 2e klas zei de beambte met een verontwaardigde stem:second class!! !???,alsof hij daarmee zeggen wou of we helemaal getikt waren. Toen we met het kaartje in de tweede klas stapten zei een neger zonder dat we hem iets vroegen dat dit de tweede klas was en niet de eerste .Het bleek nu dat de tweede klas alleen voor de negers bestemd was en de eerste voor de blanken. Maar dat kon ons weinig schelen en daarbij scheelde het maar liefst 2 dollar. De reis ging grotendeels langs het meer van Gatun en daarna door de jungle. Zeer geheimzinnig gebied Voor het eerst zagen we de bananen,klapperbomen in overvloed. Het regent in deze streek zeer veel. Aangekomen in Panama City zijn we op goed geluk gaan lopen. Op een pleintje gingen we op een bankje zitten en meteen stoven talrijke jongetjes op ons af en vroegen:'Limpia' en wezen op onze schoenen.

Schoenpoetser in de straten van Cristobal
Dat wil zeggen of je soms je schoenen wil laten poetsen. In Zuid Amerika poetst niemand zijn schoenen, doch doet dit op straat doen. Het jongetje begon, nadat ik het goed gevonden had, meteen uit zijn kastje allerlei borsteltjes en flesjes te voorschijn te halen. Er kwam werkelijk van alles uit. Allereerst begon hij de schoenen in te oliën, daarna invetten en dan met een zeer grote zorg met verschillende soorten lapjes op te wrijven. Minstens een kwartier was hij er mee bezig geweest. Maar daarna waren het twee spiegels, nog nooit had ik zulke nette schoenen gehad. Onze wandeltocht door de stad werd daarna voortgezet. Door toeval kwamen we uit bij het monument van het panama kanaal gelegen aan de kust. Voor het eerst zaten we dus aan de Pacifische oceaan. Op tien grote stenen stond geschreven de geschiedenis van het Panama kanaal. Tijdens de eerste pogingen in de vorige eeuw door de Fransen zijn maar liefst 22000 mensen om het leven gekomen, door de gele koorts, panters, slangen, hitte en andere ontberingen. ln 1907 zijn de Amerikanen begonnen en in 1913 kwam dit machtige werk gereed. Het merkwaardige van het werk is wel, dat het nu nog steeds geen verbetering behoeft,zo modern en groots van opzet is dit geweest. s-Middags hebben we een busje genomen naar het grootste hotel van de wereld ,dit heeft ongeveer 8 miljoen dollar gekost. Het was een zeer grote tegenstelling toen we uit ons krakkemikkig busje stapten, ook hierin zaten alleen maar negers en de oprijlaan van dit majestueuze hotel opwandelen,alsof we een stel miljonairs waren. Het hotel overtrof alle verwachtingen. Met een brutaal gezicht gingen we op het bordes zitten en bestelden een glaasje limonade. Vervolgens stapten we in de lift en lieten ons naar de hoogste etage brengen Op het platform hadden we een feeëriek uitzicht over de baai van Panama. Na deze luxe stapten we weer in ons negerbusje en daarna in de tweede klas met alle negertjes in de trein welke ons weer naar Cristobal terugbracht. De volgende morgen besloten we een tocht door de jungle te maken. We namen hiervoor een busje naar Pinia.20 mijl ten noorden van Cristobal. Dit busje was echter niet meer dan een verroest skelet op een paar gammele wielen. Geen ruit was meer heel,de zitbanken totaal versleten zodat het kapok erop alle plaatsen door heen kwam. Midden in de bus lag de reserve band,waar we bij gebrek aan plaats onze benen op moesten zetten. We namen dus plaats in dit vehikel,de chauffeur was in geen velden of wegen te bekennen doch de mede passagiers begonnen langzaam binnen te stromen, zodat na een uurtje de gehele bus vol zat met 3 blanken (Mevrouw Lans, Madame Schmalz en ik) en ongeveer 20 negers. Eindelijk kwam de chauffeur. Het was een mooi stelletje bij elkaar. Langzaam zette de bus zich in beweging,doch niet lang want nog geen honderd meter verder moest hij weer stoppen om nog wat bagage op te nemen. Zo ging het nog een uurtje door en kwamen we tot onze grote verbazing weer op ons punt van uitgang terug. Weer ging de chauffeur weer aan de haal. Om half twaalf 1 1/2 uur na het officiële vertrekuur reden dan eindelijk uit Cristobal weg. Iets buiten de stad zelf moest nog benzine geladen worden. Hier namen de passagiers de gelegenheid waar om een flesje van het een en ander te drinken. Wij kwamen iets later op het idee en toen we goed en we aan ons flesje Coca Cola zaten te lurken,merkten dat de chauffeur dit maal in alle gemoedsrust op ons wachten,tot dat we het flesje leeg hadden gedronken, aangezien de lege flesjes weer terug gegeven moesten worden. Dit was wel een typisch voorbeeld van hun tempo van leven. ln Europa zou iedereen allang aan ons gezegd hebben dat we op moesten schieten. Maar hier was de enige reactie een glimlach en er werd alle gelegenheid gegeven om het flesje in alle rust op te drinken. Tijdens de hele reis hebben we nog enkele andere zeer goede eigenschappen van de negers kunnen waarnemen. Behalve hun enorme rust zijn ze in het geheel niet nieuwsgierig,misschien zijn , ze het wel,maar ze laten er niets van merken. Hoewel we wel een zeer gekke verschijning waren in dit busje keek ons haast niemand aan, alleen als wij iets vroegen. Ze ginnegapten niet achter onze rug. De totale indruk was zeer beschaafd. Nooit een geschreeuw en totaal geen haast! Wat zijn wij Noorderlingen toch altijd gehaast. Na een prachtige tocht dwars door het dichtste oerwoud stopten we ergens voor een aantal negerhutjes. Achteraf bleek echter dat een deel van de bagage van de auto was afgevallen ,hetgeen ons in het minst niet verbaasde. Inmiddels kwam een tegenligger ons voorbij. Onze onmiddellijke reactie was om hun te vragen of als ze iets op de weg zagen liggen mede te nemen en op een zekere plaats af te geven. Het combinatie vermogen van een neger schijnt niet zo snel te zijn, aangezien de auto bijna uit het zicht was verdwenen, de chauffeur op het voor hem lumineuze idee kwam om de tegenliggers te waarschuwen dat een pakje onderweg verloren was. Gelukkig hoorden zij het nog, of althans deden als of. Na deze korte onderbreking, ging het weer over een zeer hobbelige weg in razende vaart voort .Na 2 uur rijden kwamen op onze plaats van bestemming aan. Een zeer , schilderachtige dorpje gelegen aan de Caribische zee. Het viel ons op hoe bescheiden de mensen waren, nergens werden we nagekeken en aangegaapt. Aan een prachtig strandje onder de palmen aten we onze hollandse boterhammen op. Al pootje badend brachten we uren lang zoet.

De twee grootmoeders mevrouw Lans en mevrouw Schmalz pootje badend
Een eigenaardig idee dat we dit zelfde gisteren in de Pacifische oceaan gedaan hadden. Om twee uur s-middags werd de terugtocht aanvaard. Kort voor ons vertrek kwam er twee hele grote Amerikaanse sleeën aan met propagandisten voor de een of andere revolutionaire partij met behulp van twee grote loudspeakers werd de heerlijke atmosfeer opeens verpest met opruiende propaganda. Wat uit de auto's stapten was niet meer dan een stelletje gangsters net los gelaten uit de Sing sing. Ze deelden flessen alcohol uit en klopten de notabelen van het dorp op hun schouders. Na een kwartier ging alles weer in de wagens en werd de zegetocht weer voortgezet .Zie zo dat zijn weer een paar stemmen meer dachten ze .Wonder boven wonder kwam ons busje maar een kwartier te laat. Iets waar we werkelijk niet op gerekend hadden, zodat we moesten afzien van het plan om nog het dorpje verder te bekijken. Even voor dat we Cristobal binnenreden moeten we stoppen om wat bagage uit te laden. Toen we allemaal rustig en wel in de bus zaten te wachten, dat de bus weer zou vertrekken hoorden we een daverende knal, en een enorme stofwolk en zagen de bus heel langzaam naar een kant zakken. Een lekke band. Hoe verbazend wekkend was echter de reactie van de bewoners van de bus. en speciaal de chauffeur. Er was nl in het heel geen reactie. Iedereen bleef rustig voor zich uitkijken .De chauffeur bleef in de zelfde houding, nl met zijn elleboog op het stuur en zijn hand onder zijn kin, rustig zitten. Pas na een tijdje ging iedereen uit te bus om te zien wat er eigenlijk aan de hand was

Lekke band wordt gerepareerd
Een van de medepassagiers begon meteen de band te verwisselen, zodat we een minuut of tien,na het springen van de band weer rustig begonnen te rijden,zonder dat hier bij geschreeuwd of gevloekt werd. Alles ging met een zielsrust,dat we daar nog wel een voorbeeld aan mogen nemen .De verdere tocht verliep zonder avonturen. De volgende dag winkelden we nog wat in Cristobal en om half twee om de middag vertrokken we van de kade Om twee uur werden we door de eerste sluizen doorgeschut. Met behulp van drie sluizen wordt het schip op een hoogte van 27 meter boven het niveau van de zee gebracht. Dit is gedaan om zodoende de natuurlijke aanwezige aantal meren beter te kunnen benutten..Elke sluis 1oopt in ongeveer acht minuten vol en brengt het schip maar liefst negen meter omhoog. Met behulp van loco-motiefjes (aan elke kant drie), wordt het schip door de sluizen getrokken.

Door kleine locomotiefjes wordt ons schip door de sluizen van het Panama kanaal getrokken
Na de sluizen gaat het over de uitgestrekte meren van Gatun, steeds omringd door de dichtste oerwouden. Halverwege Cristobal-Panama begint het werkelijke kanaal. Hier moet aanzienlijk vaart verminderd worden. Vlak voor het eind van het kanaal komt de beroemd Culebra cut .Hier snijdt het kanaal door een berg van zeer harde gesteenten. Tien jaar werd hieraan gewerkt om deze doorsnijding te maken. Gelukkig waren we nog voor het vallen van de nacht (dit gaat werkelijk ontzettend snel in de tropen). In een kwartier is het geheel donker. We moesten nog een uurtje voor de tweede reeks van sluizen blijven wachten. Door middel van deze sluizen wordt het schip weer op het niveau van de Pacifische oceaan gebracht dit niveau in precies hetzelfde als van de Caribische zee,zodat we nu 27 meter omlaag moesten. Dit was dus een herhaling van de sluizen bij Gatun, maar nu alleen bij nacht hetgeen veel indrukwekkender was. Na de sluizen passeerden we de brug welke Noord Amerika met Zuid Amerika verbindt. Twee zulke grote werelddelen verbonden door zo'n nauwe landengte, spreekt tot de verbeelding. Om 10 uur waren we goede en wel buitengaats en kwam het loodsbootje langszij om twee loodsen mede te nemen. Het gehele kanaal wordt gevaren onder het commando van deze twee loodsen. Het is opvallend om te zien hoe gaat het Panama kanaal door de Amerikanen wordt geregeld. Alles loopt op rolletjes. Alles ziet er spik en span uit en zonder geschreeuw weet iedereen welke werk hij moet doen. De prijs welke de KNSM moet betalen om dit schip er door heen te laten loodsen kost elke keer 16.000 gulden. Dat is dus niet te weinig, maar bijna begrijpelijk als men ziet wat een onderhoud en mensen het vraagt om dit kanaal in stand te houden Zo zitten we dan op de Stille oceaan, welk zijn naam eer aan doet, daar het een prachtige olie zeetje aan ons laat zien. Onze eerste haven is Talara, waar we echter op de rede blijven liggen, dus niet veel te zien. Het enige merkwaardige is wel het feit dat het Peruaans grondgebied, dus het land van bestemming. De temperatuur op de Stille oceaan is aanzienlijk veel lager dan dan de Caribische zee. Dit grote verschil wordt veroorzaakt door de koude Humboldt stroom welke van de Zuidpool langs de westkust van Zuid Amerika naar de evenaar stroomt. ln Cristobal was het nog betrekkelijk koud 950 Fahr.!!! Zo eindigde dus weer een prachtige gedeelte van onze reis,met eindbestemming Cordillera Blanca.
Lieve familie
Tieapampa 9 Mei
1952
Nog even een briefje aan mijn lieve ouders en zusters.
Over enkele uren vertrekken we 5
paarden, twee dragers naar het hooggebergte.
Waarschijnlijk wel het belangrijkste ogenblik van de
expeditie. We hopen een week weg te blijven. Maandag
5 Mei zijn we vertrokken van uit Lima.
De inklaring van de bagage had heel wat voeten in de
aarde , maar om 2 uur 's-middags met een truc uit Lima
vertrekken.

De moeizame inklaring van de bagage in de haven Callao
Om 6 uur s-avonds verlieten we de kustvlakte en om 12 uur waren we reeds op een hoogte van 4000 meter .De weg ging langs duistere afgronden. Om half een brak de as van de auto. De chauffeur keek even naar de schade en zocht onmiddellijk een plaatsje op om te gaan slapen.

Op 4000 meter hoogte breekt de achteras van onze auto vol met bagage
We volgden dit goede voorbeeld en kropen in onze mooie slaapzakken. Een bivak op 4000 meter. 's-Ochtends werden we in een overweldigende natuur wakker. De hele Cordillera Blanca was te zien. Zeer indrukwekkend. Het had flink gevroren en onze slaapzakken waren met een laagje ijs bedekt. Met de eerste de beste truc ben ik naar beneden gegaan om een andere truc te charteren welke de bagage naar Ticapampa zou brengen. We waren op 30. km van ons einddoel bleven steken, wel gek na zo'n lange reis). In Ticapampa aangekomen werd ik daar de onderdirecteur van de Silver Mine zeer hartelijk ontvangen. We hebben werkelijk enorm geboft. We hebben de beschikking over 2 huizen. Een om te leven (dwz eten en slapen) en een voor onze bagage. Ongelooflijk aardig. We krijgen tevens alle hulp bij het aanmonsteren van dragers en paarden, hetgeen hier nog niet zo eenvoudig is als het lijkt .Heerlijk is dat we een huis hebben n waar we leven als luizen op zere hoofden. Het is het huis van de Directeur. Heerlijk eten waar we zelf niet voor behoeven te zorgen. Hetgeen na terugkomst uit het hooggebergte een werkelijke verademing zal blijken te zijn. Ik dwaal af, want ik vergat nog te vertellen dat ik pas '-middags er in slaagde om een truc te bemachtigen, zodat ik tegen de avond Kees uit zijn benarde positie kan bevrijden.

Tom onderhandelt in Ticapampa voor het charteren van een truc om onze bagage en Kees op te halen die op 30 km van Ticapampa zijn gestrand
Hij was er lelijk aan toe, want hij had de gevreesde Soroche (bergziekte). De volgende dag was hij al een stuk beter. We lijden nu nog allebei aan hoofdpijnen en bloedneuzen, maar dat is een normaal verschijnsel, we zitten hier après tout op de hoogte van het Jungfraujoch 3500 meter. We zijn door verschillende mensen steeds weer gewaarschuwd. om het vooral voorzichtig aan te doen. Deze raad volgen we dan ook trouw op. De komende dagen zullen we niet boven de 4500 meter uit komen. Nu lieve mensen. Hoe gaat alles in Aerdenhout?. Heel veel liefs aan Tref. Het is heel gezellig met Kees. Na terugkomst uit de bergen horen jullie meer van me. Het oponthoud in Lima was erg gezellig. Van de vertegenwoordiger van de KNSM ondervinden we zeer veel steun en van het Nederlandse Gezantschap heel weinig steun. Wil Vader Mijnheer van Lennep opbellen om hem te zeggen dat we ongelooflijk erkentelijk zijn voor de onmisbare steun welke de KNSM heeft gegeven. Ik schreef hem reeds van uit Lima, dat de kapitein buitengewoon veel hulp heeft gegeven,maar nog niet dat de agent in Lima de Heer de Korver ons werkelijk heel veel moeite heeft bespaard en ons enorm heeft geholpen. Bij het vertrek uit Lima was hij persoonlijk aanwezig om te zien of alles goed was verlopen. Lima is een geweldige stad met prachtige gebouwen. We zagen nog een stierengevecht een walgelijke vertoning. Ik moest aan Maria denken, wat zou ze het ellendig hebben gevonden om te zien hoe de hulpeloze stier in het nauw werd gebracht en daarna jammerlijk werd vermoord. Nooit meer! De Cordillera Blanca overtreft al onze stoutste verwachtingen. Nu gaat het grote avontuur werkelijk beginnen. Om 10 uur vertrekt de karavaan! Liefs jullie zoon Tom.
Ticapampa 19 Mei
1952
Lieve Vader,Moeder,Maria en Tref,
Weer teruggekeerd in Ticapampa na een zeer succesvolle
tocht,heb ik even de tijd om jullie te schrijven.
Vanochtend ontving ik Moeder lieve brief. Het deed me heel
veel goed om wat van jullie leventje te horen,want ik denk
meer aan jullie als ,misschien vermoedt wordt ~ Alleen
begrijp ik niet dat jullie mijn brieven niet kregen. Tot
nut toe verzond ik een lange brief vanuit Lima en Ticapampa in het geheel met deze mee vier brieven. Eerst
beantwoord ik in het kort moeders vragen: De Korea boots
zijn op wonderbaarlijke wijze in ons bezit gekomen Kees
kreeg ze in Caracas!!!. Het huren van de dragers en
lastdieren is niet zo gemakkelijk maar nu we de weg kennen
valt het wel mee. Het Spaans vlot zeer goed en mijn lessen
zijn onmisbaar geworden, want niemand spreekt een andere
taal dan het Spaans. Hoewel uiteraard gebrekkig kan ik me
toch zeer goed verstaanbaar maken. Nadat ik mijn vorige
brief geëindigd had, kwamen algauw de paarden en muilezels
voor onze bagage en de gringos (dat is een erenaam voor de
vreemdelingen).In het totaal 8 paarden. d.w.z. 3 voor de bagage 2 voor Kees en ik en
1 voor onze trouwe drager genaamd Blasido Banes( deze man
heeft de mijn voor de gehele tijd van de expeditie aan ons
afgestaan, buitengewoon aardige,betrouwbare Indiaan) en 1
paard voor de paardenknecht .Het was dus een hele karavaan
welke zich in beweging zette. Het grote avontuur was
begonnen. Dit werd even later toen de karavaan de snel
stromende Rio Santa crosste, geheel bewaarheid, alleen
niet in die zin zoals wij dat graag zagen, want toen een
van de lastdieren tijdens de overtocht van de Rio Santa
vlak bij overkant in diep water raakte en in een laatste
wanhopige poging om de steile oever te beklimmen
met last en al achterover sloeg en een eind door de rivier
werd mede gesleurd,was de mop er een beetje af. Vooral
toen
bleek dat de last natuurlijk net de: belangrijkste en
kwetsbaarste lading was. nl. papieren , kaarten, kleren, en tot overmaat van ramp had
ik tijdens de reddingspoging niet gelet op de om mijn
schouders hangende filmcamera en fototoestel. Het
filmtoestel was volgelopen met water, het fototoestel
echter wonder boven wonder droog gebleven.

Links de snelstromende rivier Rio Santa. Rechts: de
muilezel die even later kopje onder gaat met waardevolle
bagage
Na een uurtje
kon de tocht echter weer voorgezet worden en na een steil
pad,waar nog dikwijls gestopt moest worden daar de lasten
op de muilezels waren gaan glijden en zelfs van muilezels
verwisseld moest worden, ging de tocht voort over de
eindeloze voor de bergketen gelegen pampa. De muilezels
waren niet aan elkaar vastgebonden, zodat zij alle
richtingen op wilden gaan. Kees en ik met de:
dragers moesten dan ook steeds als ware cowboys optreden.
Het paardrijden is een heerlijke sport. (Tot nu toe viel
ik nog maar een keer van een dravend paard). We reden zo
uren lang voort met steeds het gezicht op de machtige
keten van de Cordillera Blanca. De Nevado Huantsán is een
zeer schrik aanjagende berg en het zal aan Terray zijn om
te beslissen of onze groep sterk genoeg zal zijn om een
poging te kunnen wagen. In ieder geval zijn er nog andere.
zeer fraaie bergen in overvloed aanwezig.
Sommige bergreuzen hebben niet eens een naam. Een waar
dorado voor de alpinist en voor de geoloog,want hierover
hebben zeer zeker niet te klagen. Ons eerste basiskamp
werd om 7 uur
's-avonds bij het maanlicht opgezet in een ogenblik tijd
stond de grote tent. (voldoet zeer goed) trouwens al het
verder expeditie materiaal, blijkt zeer goed in orde)
hoewel het gebruik er van in de beginnen: nog wat onbeholpen
verliep,maar dat gaat nu al lang zeer gesmeerd). Na een
soepje hebben gegeten kropen we algauw, voldaan over deze
eerste expeditie dag in onze prachtige slaapzakken.
We bleven in het geheel 7 dagen in ons basiskamp. De paarden
hadden. we nl weer besteld 7 dagen later na aankomst .Ons eerste plekje
voor ons kamp bleek ideaal. Aan de rand van een lagune en
het gezicht op de machtige bergreuzen. De
acclimatisatie is een langzaam proces en we hebben
daarmede ook terdege rekening gehouden. De eerste dagen
niet boven de 4300 meter. (ons basiskamp lag op 4000
meter) Pas na de
vierde dag hebben we een naamloze berg van
bijna 5000 meter beklommen. Hoewel kortademig ging het
zeer goed. Alleen het afdalen weer gepaard met barstende
hoofdpijnen. Iets waar we trouwens in de eerste dagen
zelfs in ons basiskamp erge last van hadden. Maar dat is
nu al veel minder geworden. Met de gezondheid
van Kees gaat het beter dan we ooit vermoedt zouden hebben,
hij is vol energie en klimt goed in de hoofdzaak bij hem. is geloof ik
de zenuwen, en daar hij hier geen last van heeft gaat het
hem prima. het is ook verder erg gezellig met hem. Ik voel me
steeds beter worden, behalve gisteren toen werd ik opeens s-ochtends om 10 uur beroerd en kroop s-middags snel in
bed en 's-avonds 39 koorts, een griepje, vervolgens
een injectie van kinine gehad, en groc, tien dekens flink
gezweet en vanochtend weer het heertje zonder koorts
.Bleef vandaag nog in bed, om zeker te zijn. doch morgen
weer helemaal normaal. Ik dwaal echter weer, er is
ook zoveel te vertellen ook veel dat jullie wel zal
interesseren. Vanuit het basiskamp maakten we vele
interessante tochten twee dagen te paard langs steile
hellingen. Zagen Condor, puma sporen. Gingen zelfs op de
jacht met het geweer van de drager. Hadden bezoek van
Indianen. Vooral de vrouwen zijn zeer fraai gekleed. In
rode, oranje violette rokken. Een prachtig gezicht als ze
achter een kudde schapen aan lopen en met hun
felgekleurde kleding sterk afsteken tegen het
geelbruine puna gras. Ze wonen. in kleine leemhutjes en gaan bijna nooit naar het dal.
Nog echte natuurvolken. Ze stelden veel belang in de lege
conserven blikjes van groot belang voor hun
serviesaanvulling.

De geoloog in actie
De geologie blijkt zeer interessant te zijn en we vonden vele tot nu toe onbekende dingen. Vrijdag 16 Mei werd het basiskamp afgebroken en ging het weer dalwaarts. Ditmaal een tocht zonder verdere gebeurtenissen. In Ticapampa aangekomen bleek de Directeur en zijn vrouw van de Zilver Mijn na een 14 daags oponthoud in Lima, te zijn aangekomen. Buitengewone aardige mensen en we eten aan hun tafel,slapen allen in hun huis, zijn als het ware hun logees. Bijna benauwend zo gastvrij, maar ik geloof ook wel dat ze het gezellig vinden. Het is zo merkwaardig om na een week als beesten te hebben geleefd (niet wassen; scheren en schone kleren aan te trekken) weer in een volkomen Europees milieu te worden opgenomen. Zo zaten we 's-avonds met een ander gezellig tijdschrift of boek voor een knapperend haardvuur in een zeer gezellig ingerichte kamer. Mevrouw is Française en de heer des huizes een Wit Rus met een Franse nationaliteit. We hebben tevens een compleet huis voor onze materialen en tevens gelegenheid om te werken! Het kan dus niet ve:el idealer.. Overmorgen gaan we weer het gebergte in. Ditmaal zullen we ons basis kamp iets hoger opricht en en wel op 4500 meter.. We zullen ongeveer tien dagen wegblijven om zodoende op tijd in Ticapampa terug te zijn als Lionel eind mei .arriveert. We gaan dan met het alpinistisch deel van de expeditie beginnen,en ons eerste doel is de Nevado Pongos. Nog iets over de Cordillera Blanca in het algemeen: Een machtige berg keten,met zeer steile met ijs bedekte piramides. De dimensies zijn veel grotere dan die van de Alpen zodat ; we ons steeds in afstanden vergissen. Alles overtreft mijn stoutste verwachtingen en ik ben ontzettend dankbaar dat ik dit alles mag meemaken en deze dankbaarheid geldt voor jullie, want dankzij, de opvoeding ( alhoewel heus niet zonder fouten) heb ik de kracht meegekregen om dit alles aan te kunnen en te kunnen genieten. Heel veel liefs van jullie zoon. Wat leuk van Maria's dansen en Elsbeth's werk.
Quebrada Quesque
4 Juni
1952
Lieve familie, Kreeg jullie brieven. Ik geef toe dat bij
het lezen van deze brieven enkele traantjes moesten
vloeien, niet uit een gevoel van heimee,maar van geluk dat
ik zo heerlijk terug kan vallen op deze achtergrond, welke
me diepte en kracht geeft. Onze tocht naar de Quebrada
Quilquehuanca is goed afgelopen. Veel interessante dingen
gezien op geologisch gebied. Kees moest helaas enkele
dagen in de tent blijven liggen,dar hij een rib heeft
gekneusd, bij de vorige reis is hij ongelukkig van het
paard gevallen,en bij een ongelukkiger nies is de zaak nog
verergerd . Zo moest ik met de trouwe drager Blasido
er alleen op uit gaan. We bleven toen 10 dagen in de Quebrada. 29 mei kwamen we in Ticapampa terug. Weer
waren 3 dagen nodig te reorganiseren. 2 juni
vertrokken met 7 paarden en twee dragers voor het eerste
alpinistisch doel: het gebied van de Nevado Pongos. Jullie
vragen natuurlijk. Waar is Terray dan? Door een petroleum
staking in Amerika moeten de vliegtuig maatschappij
bezuinigen, vandaar dat Lionel's vliegtuig is uitgevallen
en niet eerder dan de 1 Juni vanuit Zurich kon vertrekken
zodat hij op zijn gunstigst de 5 Juni in Ticapampa kan arriveren op
het eerste gezicht lijkt het nogal jammer doch we hebben
van de nood een deugd gemaakt door op de vastgestelde datum te vertrekken
(nl 2 Juni). We sturen onze drager de 5
juni naar beneden en komt dan hopelijk de 6 of 7 juni
in ons basiskamp aan. Inmiddels zitten wij hier niet stil
de 3 juni
gebruikten we voor een verkenning zowel geologisch als
alpinistisch van een gebied dat tot nu toe alleen maar door
Indianen en vee en wilde dieren is betreden en in de in de hogere delen zelfs door geen enkel
levend wezen. Dat exploreren is wel·een heerlijk
gevoel (Vader kent dat gevoel)..Gisteren bereikten we via
een nauw dal en een gletscher wandeling de basis van de Nevados Pongos: de hoogste berg van het massief. Doch zagen nog een andere onbestegen berg van 5500 meter en
vatten het plan op om deze voor de komst van Lionel te
bestijgen
.
De Nederlandse vlag op de top van een onbekende berg van 5500 meter die we Nevado Queshque hebben genoemd. De drager Eugenio omarmt Tom de Booij toen hij in het basiskamp terugkeerde.
Vandaag richten we een tweede kamp op op ongeveer 4800 meter. In ieder geval niet zeggen hoe heerlijk dat gevoel is. Zou het dan eindelijk zover komen. Zodra ik terug kom in Ticapampa (ongeveer de 11 juni stuur ik een lange brief over onze bevindingen. Ongeveer de l1 Juni komt eveneens Grière, en enkele dagen daarna gaan we de Huantsán te lijf en wel vanuit het Oosten en via de Noordgraat (deze lijkt het minst onmogelijk). Gezondheid prima goed, geacclimatiseerd, stemming prima. We gaan dus met vertrouwen de toekomst tegemoet. Nog hartelijk dank voor stukje:van Visser. Erg aardig. Heel veel liefs van jullie Tom ,


Nevado Pongos met rechts de tekening die Kees Egeler maakte met de fraaie synkline van sedimenten uit de Krijt periode

Links : de sleutelpassage van de Nevado Pongos: Rechts: route van de bestijging van de Nevado Pongos
Chavin 12 Juli 1952
Lieve Vader en Moeder,en Elsbeth. Het grote avontuur is
achter de rug. De Huantsán is bestegen en wel door Lionel
Terray,Kees Egeler en Tom de Booy op 7 Juli 's middags om 1 uur. Wat
hieraan vooraf is gegaan is haast niet te geloven, maar het
eindresultaat is dat alle drie leden gezond en wel beneden
in de vallei zijn aangekomen. Het alpinistisch gedeelte is
nu ten einde. Na een week vacantie 13- 20 Juli, zal weer met
het geologisch gedeelte van de expeditie worden begonnen. Terray vertrekt 22 Juli per vliegtuig naar
Chamonix. Nu wat betreft de bestijging zelf. Zondag 15
Juni vertrokken uit Ticapampa per camion,4 dragers en voor
een maand proviand. De Huantsán moest vanuit het Oosten
benaderd worden zodat we via een 4500 m hoge pas aan de
andere zijde van de Cord.Blanca arriveerden. Eindpunt met
camion was Chavin. Overnachtten op de binnenplaats. 's
Nachts door dronken Indianen wakker gemaakt. Prachtige
maannacht. Zeer romantisch. De volgende dag een halve dag
gewacht op paarden, vervolgens cm 1 uur 's middags met de
gehele karavaan vertrokken,12 paarden,4 dragers, 2 paardeknechten.

Vertrek van de karavaan vanuit Chavin op weg naar de oostzijde van de Nevado Huantsán. Geheel rechts onze drager Blasido met zijn mijnhelm op

Onze trouwe drager Guillermo Morales met volle bepakking klaar voor de aanval op de Nevado Huantsán
Uitgezwaaid door gehele bevolking van Chavin.'s Avonds om 6 uur bivak opgeslagen bij een Indiaanse nederzetting. Geen idee van de armoede en primitiviteit van deze mensen. Zo leefden ze 2000 jaar geleden in Europa. Kregen talrijke eieren als bewijs van vriendschap. Geven is voor een beetje geciviliseerde Indianen een onbekend woord, want ze vragen alleen maar, doch deze primitieve mensen zijn nog niet verpest. De volgende dag,7 Juni omhoog langs een diep kloofdal de Quebrada Carhuascancha. Om 1 uur 's-middags zagen we voor het eerst de machtige Huantsán. Ik schrok even,want zo'n geweldige kolos had ik nog nooit in mijn leven gezien.'s Middags 5 uur een ideale plek gevonden voor ons basiskamp aan de rand van een helderbergmeertje,omringd door talrijke sneeuwreuzen met als meest imponerende de Huantsán, welke zich in het bergmeertje spiegelde.

Basiskamp aan de Oostzijde van de Nevado Huantsán

Uitzoeken van de bagage in kamp I, vlnr Kees Egeler, Guillermo en Lionel Terray
Het weer was niet mooi en nauwelijks hadden we onze tenten opgeslagen (de oude Helix heeft dapper meegedaan en ongeschonden uit de strijd gekomen) of het begon flink te sneeuwen De volgende dag 18 Juni verkenning, Terray en Egeler + 3 dragers, ikzelf had ingewandsstoornis, omhoog om het kamp I in te richten. De weg voerde langs en onder een ijsval door, lang niet ongevaarlijk(dit bleek daarna onze eerste bestijgings poging een hele grote serac precies op ons pad was gevallen).Dreigend en labiel stonden de ijsseracs boven ons hoofd. Het gevaarlijke stuk duurde slechts 20 minuten.
Ticapampa 14 Juli
Helaas brief onderbroken door het aankomen van een
camion welke ons naar Ticapampa bracht. Zodat ik nu het
relaas weer opneem. Kreeg inmiddels jullie brieven Moeder
vanuit Parijs en van Vader met de talrijke verzen van de
Wekker. Alleraardigste reacties;vooral de brief van
Australië viel zeer in de smaak. Daarna ging de weg via een
gletscher onder aan de voet van de geweldige Huantsán. Op
5100 meter werd het eerste kamp ingericht.19 Juni gingen
Terray en ik met 4 dragers omhoog om opnieuw proviand naar
het eerste kamp te brengen, na het spelletje poker met de
ijsval verliep de tocht zeer goed en keerden we weer in
het basiskamp terug.20 Juni de aanval op de Huantsán
begint! Terray, Kees en ik met 2 dragers en
loodzware rugzakken. 21 Juni:de drie alpinisten vertrokken
met proviand met als doel om op de noord graat van de
Huantsán een tweede kamp in te richten. Deze graat moest
via een uiterst steile wand (op sommige plaatsen tot 60
graden)
bereikt worden. We zouden dezelfde dag weer in Kamp I
moeten terugkomen en de volgende dag met de rest van de
bagage het Kamp II op de noord graat betrekken om vandaar
een aanval op de Huantsán te wagen. Doch een en ander
verliep niet zoals we dit hadden voorgesteld. Om 7 uur
vertrokken we uit Kamp I. Na een steil couloir en daarna
een gedeelte gemakkelijke rotsen begonnen we de NO wand te
traverseren. Door een grote misrekening bleek deze
traverse niet enkele uren in beslag te nemen doch liefst 6
volle uren steeds weer hetzelfde. Steeds onder de grootste
spanning, felle zon en dreigende ijs seracs welke boven aan
de wand elk ogenblik naar beneden konden suizen(enkele ijsblokjes gingen op enkele meters van ons met
ongelooflijke snelheid naar beneden).We keken met zorg
naar de zon welke steeds meer ter kimmen neeg, en
voorspelden een koud bivak daar het onmogelijk zou zijn om
in Kamp I voor het vallen van de nacht terug te keren. Om
4 uur 's- middags bereikten we de noord graat,doch wat ons
daar wachtte was een bittere ontgoocheling, het bleek nl, .dat deze graat zwaar "Uberwächtet" was. We zaten als
ratten in de val. Dit was aan Terray te merken, die we voor
het eerste een beetje zenuwachtig zagen. "C'est très moche".We moesten zien om zo snel mogelijk naar beneden te
komen om een ijzig bivak op deze geëxponeerde graat te voorkomen. Doch
dat was makkelijker gezegd
dan gedaan. De gesteenten op de graad bleek van dusdanig slechte kwaliteit té zijn,
dat we geen zekerings pitons konden slaan. Grote hoeveelheden sneeuw
werden met de pickel verwijderd om een beetje begaanbare
weg te maken op deze onherbergzame graat. Na een uur hard
werken besloot Lionel om aan de westzijde van de graat
abteseilen langs de wand. Dit zag er weinig aanlokkelijk
uit, eerst een gedeelte loodrechte rotsen, daarna een
steile ijshang en daarna een overhangend stuk om
vervolgens in een gletscher te eindigen. Ongeveer vele
honderden meters in het geheel. Met veel moeite kon hij
een piton slaan waar aan het dubbele touw (elk van 60
meter) werd bevestigd. Het was hier niet meer een grapje of
sport maar bittere ernst, want we beseften dat deze
afdaling zo snel mogelijk moest geschieden om de nacht
voor te wezen. De eerste abseil ging goed. Terray ging
eerst,daarna Kees en vervolgens ik. Bleef echter
ongezekerd. Terray had in de ijshang een platform gehakt
zodat we na een half uur weer bij elkaar stonden. Daarna
de tweede abseil van 60 meter. Terray eerst om de zaak te
verkennen, aangezien het laatste stuk van de abseil niet
te zien was, het touw verdween nl. via een overhang. Kees
volgde hem daarna en daarna stond ik moederziel alleen in
een steile wand om ongezekerd als laatste het schip te
verlaten. Door de overhang was het onmogelijk om hen te
beroepen zodat ik niet wist hoe zij het daar
maakten. Inmiddels was de zon reeds onder en de ijswand
werd nog door een rossige gloed verlicht. Zo begon ik een
abseil welke ik nog lang in mijn leven zal herinneren. Het
eerste stuk verliep zeer goed;eenmaal bij de overhang
gekomen, hoorde ik van beneden stemmen,maar ik zag totaal
niets. Ik hoorde Kees zeggen,dat het touw te kort was
zodat ik moest proberen zo hoog mogelijk te landen. Even
later hing ik vrij in de lucht,de overhang was gepasseerd
en langzaam zakte ik aan het touw naar beneden. Ik zag
heel vaag wat rotsen van mijn landingsplaats, doch bij
het aanraken hiervan bemerkte ik,: dat het vage licht me
bedrogen had nl, dat de wand niet 30 graden, maar bijna verticaal was. Ik voelde dat ik door de rugzak achterover werd
getrokken en even later hing met mijn hoofd naar beneden, enkele meters onder
Kees aan het touw, dat echter niet gezekerd was. Mijn
stijgijzer van mijn linkervoet raakte verward in de
broekspijp van mijn rechter been, zodat ik volkomen
machteloos boven de zwarte afgrond hing. Kees riep naar Lionel om te hulp te komen,aangezien hij
op één been een
zeer ongelukkige plaats in de wand, niet kon helpen. Terray
die tientallen meters verder op een steil ijswandje bezig
was om zijn lantaarn uit zijn rugzak te halen, snelde te
hulp, doch gleed uit en kon zich na een val van enkele
tientallen meters nog met de uiterste krachtsinspanning
staande houden. Hij riep: geef me nog vijf minuten .Doch ik
zei tegen Kees:een minuut is te lang voor mij en tevens
zei ik "nu ga ik dood Kees'. Ik
had geen paniek gevoel doch een soort van gelatenheid, want
ik wist dat niemand hier zou kunnen helpen en dat het einde
weldra zou komen,. zeer eigenaardig gevoel. Opeens)voelde
ik dat alles van me
wegviel. Ik zag een heleboel
sterretjes, vroeg me af of dit het zou zijn waar iedereen
in zijn leven over denkt, nl
de dood. Maar deze kwam niet,en na een eindeloze
val (ongeveer 90 meter) voelde ik dat ik in de zachte
sneeuw de gletscher beland was. Ik probeerde
onmiddellijk op te staan om te kijken of iets mankeerde. Doch het grote wonder was geschied:ik had niets! Ik
hoorde even later een stem van boven zeggen "Tom!! .Ik
riep terug "Ca va, j' ai rien du tout" .

Met streeplijn de route van mijn val op 21 juni 1952 van 90 meter
Dit betekende voor Lionel en Kees, dat zij nu moesten proberen zelf heelhuids naar beneden te komen. Het was inmiddels stikdonkere nacht geworden. Het eerste waar ik aan dacht was aan jullie beiden (dat zeg ik nou heus niet om jullie te vleien of zoiets). Ik zag de heldere sterrenlucht boven me en een ding viel me in het bijzonder op nl het Zuiderkruis een sterrenbeeld waar Vader zulke sterke herinneringen aan heeft. Ik dacht bij het zien hiervan ook zeer sterk aan Vader. Ik werd vervuld met een gevoel van grote dankbaarheid,dat het me gegeven was om nog verder te mogen leven. Maar deze overpeinzingen werden weer weggevaagd door de intense koude welke ik voelde. Ik trok alle kleren aan welke ik nog in mijn rugzak had. Wonder boven wonder was mijn rugzak heelhuids mede gekomen. Inmiddels waren Kees en Terray koortsachtig bezig om met behulp van een derde rappèl naar beneden te komen. Het duurde eindeloos. Ik riep daarom ook dat mijn manier heel wat vlugger zou zijn. Na een uur waren we alle heelhuids op de gletscher verenigd. Het was een heerlijk gevoel dat deze twee goede vrienden me bij het weerzien omarmden en van Lionel kreeg ik zelfs een Franse zoen. La vie qui revient. Het was acht uur en een lange nacht stond voor de deur. We groeven een plaats min of meer horizontaal in de sneeuw om te bivakkeren. Als bedekking legden de touwen op de sneeuwen deden onze bivakkleren aan. Ik had het door en door koud, doch werd van binnen verwarmd met het gevoel dat ik weer leven mocht. Om mij zoveel mogelijk warmte te geven werd ik tussen Lionel en Kees ingenomen. De nacht was bitterkoud en duurde eindeloos, doch tegen dat het op zijn koudst was begon het in het oosten te gloren. Zelfs Lionel, die toch heel wat gewend was,vond dit een geweldige inspanning geweest en was doodmoe. Pas tegen 9 uur 's-ochtends kwamen de eerste zonnestralen ons van de koude bevrijden en tegen 11uur waren we klaar om af te dalen. Eerst ging alles goed doch opeens voelde ik mijn krachten afnemen en heb me als het ware naar het Kamp I gesleept, daar wachten de dragers ons met warme thee met citroen op. Ik kroop snel in de slaapzak. De volgende dag,23 Juni bracht Lionel met de 2 dragers proviand van kamp I naar een punt dicht bij onze bivakplaats, want hier wilden we ons tweede kamp inrichten, om dan via een meer westelijk gelegen graat opnieuw een aanval op de berg te wagen. Die dag voelde ik me allerberoerdst en tijdens de nacht die er op volgde nog beroerder. Kees maakte zich erg ongerust en vooral mijn onregelmatige ademhalen was alarmerend voor hem. Toch opeens midden in de nacht werd ik stukken beter en begon weer rustig adem te halen. Alle verschijnselen wezen op een hele lichte shock.


Links: Tom de dag na zijn val van 90 meter in shocktoestand. Rechts Tom weer fit voor de aanval op de Huantsán
Verder waren mijn rugspieren een weinig gekneusd. Doch wat is dat alles in vergelijking met wat ik zou hebben gehad. .Lionel voorspelde dat ik indien iets gebroken of zwaar gewond was geweest, ten eerste het bivak niet zou overleefd hebben en ten tweede het bijna onmogelijk geweest zou zijn om mij naar beneden te transporteren. De 24 Juni zijn we met zijn allen afgedaald naar het basiskamp voor enkele dagen volkomen rust. De 27ste juni was ik weer bijna de oude en vertrok het gehele stel weer naar Kamp I (via de ijsval, bij terugkomst van onzer eerste poging bleek, dat de labielste ijspiramide het begeven had en in grote stukken op ons pad lag. De 28ste Juni naar Kamp II.' s Avonds om acht uur begon het echter te stormen. Kees en ik in een Helix, Lionel in een Nylon Himalaya tent en de twee dragers in een andere Helix. Geen oog konden we dichtdoen, want de storm raasde met onverminderde kracht de gehele nacht voort. De volgende dag,de volgende nacht en de daarop volgende nacht. 60 uur gevangen met zijn tweeën in de Helix.

60 uur opgesloten in kamp II door de sneeuwstorm
Geen grapje,doch iets wat heel veel waard was; ons moreel werd hier op de proef gesteld. Geen ogenblik verveling. Zeer goede stemming met zelfs veel grapjes. Doch het werd ons duidelijk dat deze tweede bestijgings poging weer op niets zou uitlopen. De 1 juli ( de storm of te wel blizzard was nog steeds niet verminderd) begonnen de dragers er genoeg van te krijgen en wilden met alle geweld naar beneden. We besloten om naar het basiskamp af te dalen; want wijzelf hadden er ook een beetje genoeg van aangezien we steeds op grote hoogte (5500 meter) non actief en haast zonder slaap in onze tent hadden gelegen en wij waren aanzienlijk in krachten verminderd. De 1 Juli keerde de karavaan weer behouden in het basiskamp terug. Ons geduld werd weer op de proef gesteld,want het weer werd er niet beter op en pas de 3e Juli dachten we 's- ochtends weer opnieuw aan te vallen, doch na een half uur betrok de lucht en besloten we weer terug te keren. Doch de 4e Juli begonnen we dan met onze derde bestijgings poging. Ons dragers aantal was met een verminderd om dat een er meer dan genoeg van had en naar Ticapampa is teruggekeerd. We besloten om de drie resterende dragers met ons mee te laten gaan tot Kamp II en daarna op eigen houtje naar het basiskamp laten terugkeren. De tocht verliep goed,doch Kees was er niet zo goed aan toe. Had erge ademnood, pijn aan zijn lever etc. Doch met enkele bemoedigende woorden mijnerzijds kwamen we toch goed en wel in Kamp II aan. De volgende dag bleek Kees weer hersteld van zijn inzinking en vertrokken we met beestachtig zware rugzakken om 10 uur uit het Kamp II. De bestijging van de NW graat viel niet mee ,was zeer geëxponeerd en op sommige plaatsen zeer steil, vooral de loodzware rugzakken (ongeveer 20 kg) waren moordend. Om 6 uur bereikten we het eind van de graat en kwamen op een platform uit. Gauw werd een kuil in de molle sneeuw gegraven voor de drie persoons tent .Sneeuw gesmolten en 3 uur later lagen we in onze slaapzakken.(Tegen het bevriezen van de schoenen hadden we de oplossing om hen mede in de slaapzakken te nemen) .Het was buiten angstig koud, elk metaal wat je aanpakte bleef aan je handen kleven zelfs in de tent. Het was volle maan en de top van de Huantsán leek nog griezeliger dan ooit en nog eindeloos ver weg. De volgende dag namen we:) ons hele boeltje weer op en vertrokken om via de Noordtop van de Huantsán de col tussen de Noordtop en de Zuid top (de hoofd top) te bereiken.

Kamp III met op achtergrond Nevado Huantsán zuid top
Ons Kamp III lag op ongeveer 5900 meter, zodat we voor het bereiken van de Noordtop nog 200 meter moesten klimmen (6l13 meter). Deze laatste top werd zonder moeilijkheden, om 1 uur 's- middags de top bereikt. Onze eerste zesduizender. De grote spanning was echter:konden we de col bereiken,want van beneden hadden we gezien dat de afdaling van de Noordtop naar de col angstig steil was. Terray probeerde eerst een steil couloir, doch kvam met de mededeling terug, dat dit te steil was.

Lionel in de ijswand onder de Noordtop van de Nevado Huantsán
Daarna probeerde hij iets anders, dat bleek te gaan en na een uiterst moeilijke steile afdaling kwamen we veilig en wel op de col aan, waar we ons Kamp IV inrichten op 6050 meter. De weg naar de hoofdtop leek wel te gaan hoewel op sommige plaatsen zeer steil.

Kamp IV met op achtergrond de Noordtop van de Nevado Huantsán
De volgende dag om 8 uur, dus 7 Juli begonnen we aan de laatste 400 meter welke ons van de hoogste onbestegen top van de gehele tropische Andes (en volgens Terray van geheel Noord en Zuid Amerika) scheidden.

Zuidtop van de Nevado Huantsán 6395 meter
Het viel mee, we waren voor het eerst verlost van onze vreselijke rugzakken en na enkele steile stukjes konden we om 1 uur 's- middags de Nederlandse en Franse driekleur op de top plaatsen. Doch onmiddellijk daarna werd weer gedacht; aan de afdaling. ( Tijdens de beklimming merkte Terray, dat zijn rechter grote teen ongevoelig was, zodat we een half uur werkten om hem weer bij te krijgen).
.
Lionel en Tom op de top van de Huantsán
De afdaling verliep vlot en we keerden na 8 uur intensief werken weer in Kamp IV terug. Het belangrijkste gedeelte van de bestijging was achter de rug, doch we moesten nu moeten zo snel mogelijk van deze berg af te komen, daar slecht weer desastreus zou zijn geweest. doch het weer bleef schitterend mooi. Na een bittere koude nacht vertrokken we met onze gehele bagage naar beneden of beter gezegd naar boven,want we moesten weer via de Noordtop. Alles verliep goed. Weer een nacht op ongeveer 6000 meter. De 9 Juli afdaling van Kamp III naar Kamp II via de NW graat. Uiterst langdurig en moeilijk. Halverwege merkte Kees dat zijn tenen ongevoelig waren, zodat we op een gunstige plaats deze :met alle macht probeerden te ontdooien. Jullie zullen vragen heb jij daar dan geen last van gehad,antwoord: Ik speelde steeds piano met mijn tenen, doch ze waren voortdurend koud doch niet gevoelloos en dat is het essentiële. Kees sukkelt nog steeds een beetje met zijn tenen, doch over enkele dagen zal dat heel wat beter zijn. Tijdens de afdaling moest drie maal abgeseild werden en de laatste weer via een overhang.

Links: Lionel komt naar beneden. Rechts: Lionel trekt het touw van de laatste abseil vlak naar beneden boven kamp II
Doch tegen 5 uur kwamen wij in Kamp II aan en begonnen even later met de afdaling naar het basiskamp, waar we na een prachtige tocht, ondergaande zon, komst van de nacht tegen 8 uur aankwamen. Daar vonden we de door Blasido in Ticapampa gehaalde post jullie brieven. Vader van 14 en 21 Juni en Moeder van 11 en 28 Juni. Het was een heerlijk gevoel, na een overwinning als deze jullie warme woorden te lezen. Wat een enorme krachtsinspanning is dit geweest en zelfs Terray vond het een geweldige voldoening en rekent dit tot een zijner grootste prestaties in zijn loopbaan, en zij schenkt hem des temeer voldoening aangezien hij dit volbracht heeft met twee zijner leerlingen. Het is volgens hem een zeer grote prestatie gedurende, 6 volle dagen onafhankelijk zijn geweest en geen hulp van buiten af te kunnen ontvangen. Ons moreel is zeer goed geweest en we mogen zonder valse bescheidenheid terugzien op deze zeer zware tocht, als zijnde een prachtig resultaat voor lichaam en geest. Het succes zal me niet naar het hoofd stijgen daarvoor is de krachtsinspanning en strijd. te ernstig geweest. De 10e Juli zijn we van het basiskamp haar Chavin afgedaald om de 12e Juli veilig en wel in Ticapampa aan te komen. Terray gaat de 19e Juli naar Lima en vliegt 22 Juli naar Europa. De resterende dagen gaan we sightseeing in de vallei. Lekker eten in een groot hotel, bezichtigen van aardige dorpjes etc. en daarna dus ongeveer de 20 Juli begint het geologische gedeelte van de expeditie. Ik heb daar ook wel weer zin in. Alles op zijn tijd.. Het alpinistisch gedeelte is een volledig succes geweest.

De Nevado Huantsán 6395 m met de verschillenende aanvalsroutes en kampen

In Ticapampa na de bestijging van de Nevado Huantsán , vlnr Tom de Booij, Lionel Terray en Kees Egeler
Vier eerst bestijgingen en daar onder de door de alpinisten van de wereld felbegeerde Huantsán. Van de Amerikaanse expeditie welke eveneens de Huantsán wilde bestijgen hoorden we taal nog teken. In ieder geval zijn ze te laat. De kameraadschap tussen ons drie was buitengewoon groot. We lachten veel zelfs onder de moeilijkste omstandigheden. Ieder heeft op zijn beurt tot het uiterste gevochten en zijn gehele wezen moeten inzetten om. de overwinning te behalen. Nu liefste familie ik denk heel veel aan jullie en wens jullie het allerbeste toe tijdens de vacantie. Laat Elsbeth niet te hard werken en ik hoorde graag iets van haar evenals Maria. Ik kan je niet zeggen hoe gezellig het is om post te krijgen. Zegt het ook tegen mijn vriendjes en kennissen. Heel veel groeten van Kees en heel veel liefs van jullie innig dankbare zoon,die dit alles mag meemaken. Maak je niet ongerust over mij ik kom gezond en wel in Holland terug. Tijdens de moeilijkste ogenblikken dacht ik dikwijls aan Moeders woorden: "Alleen van uit een losse kracht kun je iets bereiken en niet van uit een starre eerzuchtige".Dat heb ik ook gedaan lief Moedertje van mij. Wat zielig van Tref,de hoofdzaak is echter dat hij nog steeds even lief is. Dag veel liefs Tom.
(In een brief van mijn moeder van 23 juli schreef ze o.m het volgende: Mijn jongen, Vader en ik zitten in 't postkantoor van Tours waar wij Poste Restante je brief kregen over de bestijging. Wij zaten samen op de bank. Ik las voor (want ik als moeder mocht de brief in mijn hand hebben) en Vader las mee, maar veel keeren konden wij niet verder, waren er teveel tranen om 't te lezen. Mijn jongen mijn jongen dat je er nog bent dat je nog leeft! Bless you Bless you. (...) Tom ik dank je vanuit grootste warmte die ik heb en ik zal dit groote geschenk van jou diep in mijzelf bewaren. Al deze tijd van de bestijging was 't alsof je weer in mij groeide net als voor je geboorte alsof ik je bij mij droeg en ik geen angst moest hebben voor mijn kleine jongetje).

Omslag van het boek over onze expeditie
Ticapampa ,29 Juli 1952.
Liefste Vader, Moeder, Elsbeth, Maria en Tref,
Wat was ik blij met jullie brieven. Van Vader
en Moeder uit Tours 23 juli van moeder uit Rocamadour
(zonder datum!) en de lange brief van 9 kantjes
van Elsbeth van 20 juli, een gezellige grappige brief van
Maria 14 juli. Ik kan jullie wel vertellen dat
er heel wat traantjes zijn gevloeid bij het lezen van
zoveel dierbaars. Helaas heb ik nu geen tijd om
overal nader op in te gaan. Het geologische gedeelte van de expeditie is weer in volle gang,
en aangezien we op het ogenblik zeer goed getraind zijn
werken
we zeer productief en hebben zeer bevredigende
resultaten. Eergisteren teruggekomen van 8 daagse
verkenning inde Quebrada
Shallap en Rajucolta. Deze
zijn gelegen aan de voet van de Huantsán. Het was
zeer indrukwekkend om de Huantsán deze kant (d i.de westzijde) te bekijken.

De Nevado Huantsán (6300 m) bezien van de westzijde.
(Tussenvoegesel: De Nevado Huantsán is tot nu toe slechts enkele malen beklommen. Bij de tweede beklimming hebben de alpinisten een ijshaak gevonden vlak onder de top met in letters L.T., de initialen van Lionel Terray.

Nevado Huantsán opgenomen in 1999 door de Sloveense expeditie

Nieuwe route: de noordwand van de Huantsán.
Hij ziet er hier het meest schrik aanjagend uit. We namen veel foto's en filmden veel. Vandaag gaan we weer weg en wel met als doel de Quebrdada Cohup, zeer belangrijk..voor de geologie en zijn daarom ook zeer benieuwd wat voor resultaat we zullen hebben. Terray is hier de 20 juli vertrokken. Hij had de 1aatste dagen van zijn verblijf hier een zware griep. Vanuit Lima schreef hij ons het volgende:
"Avant de vous quitter je tiens à vous dire combien j'ai été heureux de cette expédition à bien de points de vue: l' interêt de la région, remarquable réussite technique. Qui est pour moi particulièrement flatteuse,du fait que vous étiez mes élèves, mais surtout la fraternité,camaraderie et bonne entente de l équipe. .Pour moi il est plus important de trouver un véritable ami que de réussir n'importe quelle montagne et je crois qu' au cours de cette expédition j'en ai trouvé deux. Jamais je n'ai vécu avec des camarades dans une entente et une harmonie aussi complète et cest sans doute pour moi je garderai de cette expédition un souvenir particulièrement agréables. Vivre11/2 mois avec des hommes, sans aucune dispute, aucun nuage, que cést merveilleux."
Dit is wel heel leuk om te horen en wij hebben hetzelfde gevoel over hem. Het was werkelijk: ideaal! Een heel groot geluk voor het leven. Terray zei tijdens de expeditie dat ons materiaal prima in orde was en dat hij tegen Herzog zou zeggen dat van de Hollanders op sommige punten nog veel te leren was, b.v. de sponsrubberen matrassen, de Helix tent,de grote tent voor het basiskamp met stoeltjes en een tafel en de NH4Cl pilletjes tegen de hoogte. Bij onze terugkomst in het dal hoorden we gisteren dat een lid van de Amerikaanse expeditie Dr Cook tengevolge van het weigeren van het hart dood is gebleven tijdens de beklimming van de Huandoy. Dit is de expeditie welke van plan was om de Huantsán te beklimmen, doch bij hun aankomst in Peru hoorden dat wij hem reeds beklommen hadden en verder afzagen van de Huantsán en de reeds door de Duitsers beklommen berg Huandoy tot doel kozen. Tevens was er een groep artsen bij om onderzoekingen te doen betreffende fysiologische reacties van de mens op grote hoogte. We spraken de leider van de expeditie Dr Lawrence in het hotel van Monterrey, waar wij een nacht als vacantie logeerden. Deze bleek echter haast niets af te weten van hoog alpiene voeding acclimatisatie etc. Inmiddels was de groep alpinisten reeds van 2500 meter vertrokken om een basiskamp in te richten op 6000 meter!!!! Hij schrok zichtbaar toen wij zeiden, dat de mens hoe sterk deze ook mocht zijn minstens drie tot vier weken nodig heeft om enigszins te acclimatiseren en grote prestaties om en nabij de 6000 te verrichten. Het bleek dat alpinisten met loodzware rugzakken van 2500 meter waren vertrokken. Alles om het hart te testen Doch een hart heeft er niet tegen gekund! Wat zijn Amerikanen t6ch rare mens mensen. Ze kunnen soms zo volmaakt onoordeelkundig te werk gaan. Dr Lawrence bleek de Europese literatuur over dit gebied. niet te kennen. Zo leende ik hem de artikelen van Dr Oudot (Himalaya expeditie 1950) en verder pilletjes tegen de hoogte (hier wist hij het bestaan ook niet van). Hun alpiene uitrusting was zeer slecht van alles te weinig. Zo leenden wij stijgijzers, ijshaken etc. Het geheel is dus zeer tragisch. Het is wel heel jammer dat wij Dr Lawrence nl niet eerder gesproken hadden, misschien was het anders niet eens gebeurd. Nu liefste familie ik eindig want dadelijk komt de auto om ons naar Huaraz te brengen om vandaar met 5 paarden en een dragers om voor 10 dagen het hooggebergte in te gaan. Kees en ik hebben plannen voor de Andes expeditie 1955 reeds uitgestippeld Cordillera Real in Bolivia. Terray heeft reeds toegezegd om mee te gaan. Geologisch is het identiek aan de Cordillera Blanca. Kees en ik willen een Fonds oprichten dat zal heten Nederlands Fonds voor Alpine exploraties buiten Europa. Waarom kan dit wel in Engeland, Frankrijk en Zwitserland en in Nederland niet .Wie weet lukt het en zijn er mensen voor te vinden. In ieder geval hopen we mee onze lezingen en het boek iets bij elkaar te verdienen, Terray zal lezingen in Frankrijk gaan houden. We krijgen hier 2/3 van. Hij voorspelt dat hij tevens in andere 1anden lezingen zullen kunnen houden. Van Meulenhoff kregen wij een telegram om te feliciteren met de bestijging van de Queshque en tevens een brief om te vragen of hij ons boek zou mogen uitgeven. Half september gaan we hier weg en na enkele dagen naar Cuzco Heel veel liefs van jullie bevoorrechte zoon Tom. We kregen een aardige brief van de Ranitz en deze vroeg of wat hij voor ons kon doen. Wij vragen of hij met het oog van d e benodigde gelden voor een volgende expeditie reclame zou willen maken voor onze lezingen en boek. Wij doen dit niet om op de voorpagina te komen want daarvoor is het gebeurde veel te echt en te ernstig geweest doch om geld bij elkaar te krijgen. Hier heiligt het doel de middelen. De Hollanders moeten wakker geschud worden. De Ranitz is hier natuurlijk de ideale man voor en hij zal zeker enthousiast zijn voor deze nieuwe plannen.
Ticapampa 17 augustus
Lieve Familie,
Hier komt dan de beloofde lange brief. Eerst de
verschillende vragen beantwoorden. Moeder vroeg nog eens iets over de val. Ik droom niet van de val. Ik was bij kennis toen ik
viel. Ik heb niet gemerkt dat ik een salto maakte
en eveneens niet dat met mijn voeten de rotsen raakte.
Nogmaals mijn impressies toen ik machteloos met mijn
hoofd naar beneden boven de afgrond wist ik heel zeker dat er niemand meer kon helpen. Ik zag Kees
hulpeloos in de wand staan. Ik hoorde Terray zeggen"Donnez moi encore cinq
minutes". Ik wist dat een
minuut zelfs te veel was. Zo kon ik dus me overgeven
aan de harde werkelijkheid, dat ik binnen
enkele seconden in de afgrond zou verdwijnen en me
te realiseren dat dit de laatste ogenblikken van mijn leven
waren. Doordat ik zeker wist dat zich zou voltrekken,
had niet in het minste paniek. Ik geloof dat iemand
paniek krijgt indien hij nog een mogelijkheid ziet om
het gevaar te ontkomen. Het ogenblik was niet
vreselijk maar eerder het tegenovergestelde. Is dit nu
het ogenblik waar een ieder zo dikwijls aan denkt en
zich afvraagt hoe het daarna zal zijn. Er kwam vreemd
genoeg een gevoel van nieuwsgierigheid in mij op. Dat
ik nu over enkele ogenblikken zou weten wat er zou
gebeuren! Maar zoals jullie weten is dit ogenblik niet
gekomen. Alleen dat ik sterretjes zag en me afvroeg. Is dit nu de dood die
op me afkomt,en daarna de vreemde sensatie dat
ik ergens op
een gletscher in Peru in de zachte
sneeuw weer geboren werd. Wat ik onmiddellijk na mijn
val heb gedaan herinner ik me slechts vagelijk. Ik heb
toen al mijn kleren welke in mijn rugzak bevonden
aangetrokken, want ik had het intens koud, en heb
daarna eindeloos moeten wachten totdat Kees en Lionel
naar beneden kwamen. Zie zo nu weten jullie weer meer.
Wat betreft de vrienden in Ticapampa . Behalve de
directeur van de mijn hebben we met niemand contact.
De bevolking (de indianen) vallen over het algemeen tegen.
Ze hebben geen eergevoel en trots, gappen dat het een lust
is en bedelen onbeschaamd. Het is dus geen plezierig volk
en van contact is geen sprake. Onze vroeger zo trouwe
drager Blasido hebben we ontslagen op grond van zijn hoge
mate van onbetrouwbaarheid, hij licht ons aardig op doch
konden bij zijn laatste afrekening aanzienlijk terugwinnen
door het van zijn loon af te trekken. We hebben nu een
ideale drager Guillermo Morales. Hij is door en door
betrouwbaar hij doet alles wat je hem opdraagt, zowel
letterlijk ( hij bestaat het om 60 kg te dragen) als
figuurlijk. We hebben besloten hem mee te nemen naar Cuszo.
Wat een knullen zijn die mensen van Elsevier toch,. ze
vonden drie artikelen voor het beklimming van een berg wel
erg veel en waren boos toen Spijer vroeg of het laatste
artikel niet op een betere plaats kon komen en dan te
bedenken wat er soms voor rotzooi in staat. Niet dat alle
resultaten van ons nu zo geweldig belangrijk zijn, maar er
gebeurt weer eens wat op dit gebied. Nu ja
Hollanders blijven nu eenmaal Hollanders dus
krentenkakkers, suikerwegers, kruideniers en tegenwoordig
nog op de koop toe rode rooms rakkers die gehele
koninkrijken aan een stelletje bruine negers verkopen en
versjacheren. Leve het achteruitstrevend
conservatisme!!! Alles loopt nu op zijn einde
nog 3 weken en dan is de Andes expeditie 1952 afgelopen.
Een gek idee We zullen de Cordillera Blanca missen en
vooral de heerlijke natuur en het vrijwel onbezorgde
leven! Maar ja we come back. Van een expeditie komt en
expeditie (in 1957 hebben we de Himalaya op het programma
staan misschien wel een acht duizender.). Nu lieve mensen
veel liefs van jullie zoon.
Ticapampa ? september 1952
Lieve Familie. Wat een gezellige post voor mij. Verlang soms
erg naar Frankrijk en vooral als ik jullie
brieven uit Frankrijk krijg. Wat een land en wat een mensen waar muziek in
zit! Dat is wel wat anders
dan in dat land van boeren hufters , kruideniers en domme
jongems. Nu vadertje Drees er niet meer is wilde ze het me
de Roomse jongen van een Beel proberen ( Zoals de wind
waait waait mijn soutane). Wie is het
uiteindelijk geworden, ik las in de krant de naam Donker,
wie is dat nu weer. Het is wel heel erg van die
verkiezingen. De rode rakkers (nog erger dan de
communisten die komen tenminste er voor uit) hebben ze wel helemaal het heft in handen. Zie zo weer een flink
nummertje gescholden hoor jullie al zeggen O wat is hij
weer dom aan de gang. . Het geologisch werk in
de Cordillera Blanca is nu ten einde dan gaan
we
9 september naar Lima.
Cuzco 16 oktober 1952
Lieve Familie, Hier is dan eindelijk weer een uitvoerige brief. Kees
vertrekt maandag 27 oktober uit Cuzco en arriveert
donderdagochtend 30 oktober op Schiphol. Mijn werktijd zal
12 december aflopen. Nu over de jungle. Het was weer
een geweldig avontuur. Zaterdag 20 september vertrokken we
per trein en daarna per camion naar een plaats
Quillabamba gelegen op 17 km van Cuzco aan de rivier
Urubamba. Na een paar dagen geologie langs de weg te
hebben gedaan zijn we de rivier afgezakt en wel in
verschillende etappen. Door een introductie van de
Aartsbisschop van Cuzco voor de Dominicaner missie in
Koribeni werden we zeer gastvrij ontvangen.

De dominicaner monnik die ons behulpzaam is geweest bij onze riviertocht in de jungle
Deze missie ligt op 2 dagreizen lopen van het eindpunt van de weg. De jungle was ene geweldige emotionele belevenis, 30cm blauwe vlinders , apen, slangen en allerlei nieuwe soorten bomen. De jungle heeft een speciale niet te omschrijven atmosfeer. In het missiehuis werden de plannen gesmeed om de rivier Urubamba af te zakken per canoa. 30 september vertrekken we per canoa en tevens 3 macheguencas Wilde indianen die ten dele door de missie zijn geciviliseerd, twee waren al geruime tijd bij de missie werkzaam. Een was nog volkomen wild met pijl en boog gewapend, met menie beschilderd gezicht en geen Spaans sprekend. Verder gingen nog 2 Sierra indianen mee van hetzelfde slag als onze drager. De canoa gemaakt door het uithollen van een boom ongeveer 10 meter lengte en 1.50 meter breed. De vracht plus 8 man was wel een beetje veel voor de canoa Dit bleek algauw bij de eerste stroomversnelling want het water gulpte naar binnen. Bij zeer grote stroomversnellingen moesten wij dan ook te voet gaan. 2 keer zijn we bijna volgelopen doch net op tijd de oever kunnen bereiken. Zo gingen we dus met een snelheid van 10 km per uur stroomafwaarts. Steeds aan weerszijden dichter wordende jungle meer apen.We hoorden zelfs een brulaap een zeer merkwaardige sensatie Na anderhalve dag bereiken we het huis van Perreira zeer zonderlinge man welke na zijn vader te hebben vermoord (om vrouwen kwesties) voor goed in de jungle gevestigd.

De mysterieuze man Perreira met een drietal van zijn kinderen
Dat was in 1906 sinds dien is hij niet meer in de bewoonde wereld teruggeweest en is dus haartje belazerd geworden. De wilde indianen hebben de fear of God voor hem aangezien hij enige heeft afgemaakt daar ze niet voor hem hebben willen werken. Hij heeft talloze vrouwen en nog veel meer kinderen. We hadden een introductie van de pater meegekregen doch desalniettemin was hij geënerveerd door ons bezoek. Hij moet niks van bezoekjes hebben. Hij heeft nauwelijks met ons gesproken en was zeer zonderling en uiterst nerveus. Gelukkig vertrokken we de volgende dag verder om naar het verste punt te reizen nl Pongo de Mainique. Eerst een stuk met de canoa en daarna te voet aangezien het et gevaarlijk was met de canao.

Links: een Macheguenga vrouw. Rechts: Egeler met twee indianen
Ons kampement was werkelijk gelegen in de reinste jungle. Op nog geen 100 meter zagen we een puma langs sluipen onze drager rende er naar toe en gaf hem een schot hagel; in zijn achterwerk en het beest heeft kans gezien zich naar zijn hol te slepen. Bij terugkomst in het kamp bleek dat bij de consternatie om de puma de te drogen gehangen broek van Kees in het vuur te zijn gevallen zodat op 10 dagen reizen van de dichtbij zijnde broek de Heer Dr C.G. Egeler in zijn onderbroek stond. Onze drager had de het juiste gevoel voor proporties en leende de Sahib zijn broek( de indianen hebben heel wat beter manieren dan dat stel ongemanierde rode rakkers in Holland).

Op weg naar Pongo Mainique
De volgende dag gingen we via een indianen paadje naar de kalkstenen bij de Pongo de Mainique, waar we een schat aan fossielen wisten te vinden, welk ons in staat stelt om de nauwkeurige ouderdom van deze kalksteen te bepalen. Het was precies uit de boeken van Karl May zoals deze wilde indianen langs een voor ons absoluut onzichtbaar paadje gleden en wel op blote voeten. Nu stond de terugtocht voor de boeg; hoe gemakkelijk het was om naar beneden te gaan hoe moeilijk is het stroomopwaarts te gaan. We hadden precies 8 dagen nodig om weer terug te kopen bij de missie. De snelheid van een kano stroomopwaarts is in gemiddeld 2.5 km per uur, onderweg zagen we nog vele wilde indianen welke nauwelijks weten dat ze Peruaans onderdaan zijn. Ze waren steeds zeer gastvrij en vriendelijk (Dit zeer scherpe tegenstelling met de bevolking van de Cordillera Blanca, deze zijn in het geheel niet gastvrij)


Een indiaan schiet met een pijl een vis uit het water

De moeizame terugtocht stroomopwaarts van de Urubamba
W e maakten vele mooie opnamen van
een Indiaan die met een pijl en boog een grote vis uit
het water schoot. Het is werkelijk ongelooflijk om te zien
hoe
De terugtocht verliep zonder veel gebeurtenissen doch het was een lange
ruk. Steeds tot op het middel in het water.

Tom crosst de Urubamba
Al de spullen
meestal vochtig en niet veel bijzonders om te eten. We sliepen elke
nacht op een strandje aan de over van de
rivier. Als jullie eens gezien hadden hoe we daar met
beschilderde indianen om een groot kampvuur zaten. Uniek.
Zaterdag 11 october kwamen we weer bij de missie aan en
vertrekken te paard naar het eindpunt van de weg. We deden het
in een ruk nl 11 uur te paard daarna konden we een truc
charteren die ons naar Quillabanba brachten om daarvan
de zelfde nacht naar het eindpunt van de trein te
vertrekken. Vervolgens met de trein naar Cuzco
waar we enigszins moe aankwamen met een baard van 24 dagen
en precies even lang als de Huantsán. (Ik heb me een brossse laten aanmeten veel gemakkelijker voor
tropische gebieden, doch mijn haar leent er zich slecht voor zodat
ik op het ogenblik er als een galeiboef uitzie). Door de enorme overgang van klimaat liep ik een licht griepje
op.
Nog even antwoorden op de overgebleven vragen. Of we soms
mooie dingen van de Incas zagen. Dat was een grote
teleurstelling. Niet meer dan een stel opeengestapelde
stenen. Interessant voor 5 minuten en dan niet meer. Het
stikt in Cuzco van de Amerikanen. Maar die hebben ze van
te voren gezegd dat ze het mooi moeten vinden en dus
vinden ze het prachtig, net een troep kinderen Ik zie er
niet tegen op om het werk in mijn eentje te moeten
doen. Morgen ga ik per vliegtuig naar Maldonaldo een plaats
gelegen midden in de jungle en alleen per vliegtuig
bereikbaar daar hoop ik langs een rivier een geologische
opname te maken.
Kees zal bij terugkomst een lezing houden
voor de alpenclub. Ik ben benieuwd of er nog meer Sam Strumphlers
*) rondlopen Het
is wel kras dat deze mooi weer over onze expeditie zegt, het is toch zeker zuiver
onze zaak of het verantwoord is of niet. Nu familie heel
veel liefs van jullie zo intens bevoorrechte zoon en ik
verlang zo nu en dan wel eens thuis te komen het toch
maar heerlijk op die Catslaan. Moeder krijgt weer een kind
terug en dat nog wel voor tenminste drie jaar of is dat
voor jullie te lang. Of zou ik in den echt moet treden
met een of andere schone. Hoe mijn financiën zullen zijn is nog niet
te overzien Bij terugkomst heb ik geen
schulden meer, de eerste verdiensten zullen voortvloeien
uit
lezingen en boek en krijg ik van de expeditie 1800 gulden,
een percentage voor de lezingen, kan dan in mijn levensonderhoud
voorzien het zorgenkind is de promotie dat zal
neerkoen op 3 - 4000 gulden Die ik zal moeten lenen. De
financiële toekomst is dus vrij somber doch er zullen nog
gekke dingen moeten gebeuren voordat ik in de BPM of
andere geld opleverende instelling ga, want dan is he
onherroepelijk uit met expedities en wetenschappelijk
werk en dat zou toch te zonde zijn, vooral daar ik nu al
een expeditie achter de rug heb. Tijd komt raad en we
zullen ons maar nog niet zenuwachtig er over maken. Veel
liefs Tom.
*) Mijn vader schreef mij op 4 september 1952 over de reacties in Nederland op onze expeditie: Het is merkwaardig om mee te maken hoe verschillend mensen reageren op de alpinistische prestaties in de Cordillera Blanca. Er zijn er (gelukkig) vele, die uitsluitend enthousiast zijn, maar er zijn er ook die een bedenkelijk gezicht zetten en het vooral over de grote risico's hebben. Dan voel je ze denken : is 't dàt nu waard! Het viel me evenwel op dat Strumphler zich liet ontvallen dat het een interessant ,,punt van discussie" bij de KNAV zou worden òf het verantwoord was deze tocht met slechts drie mensen te ondernemen!
Cuzco 4 november 1952
Lieve familie. Kees heeft natuurlijk aan jullie de laatste
nieuwtjes verteld. Popel om te horen hoe de lezing van Kees
is geweest voor de Alpenvereniging. Hij moet de Strumphlers boys maar flink van katoen geven. Nu even
over mijn leventje hier. Het was natuurlijk wel even
triest dat Kees vertrok, want we hadden een heerlijke tijd
samen. Wij zijn grote vrienden geworden wel de
waardevolste winst van de gehele expeditie. We verschillen
natuurlijk veel van karakter en leeftijd maar het
doorzettingsvermogen hebben we gemeen en Kees heeft
getoond dat hij niet verwend is. Ons afscheid was wel
merkwaardig. Hij liet me alleen in de jungle achter. Ging
te voet zonder Guillermo (had steenpuist) naar een
hacienda en gastvrij werd opgenomen door de eigenaar. Ik
kon helaas vanwege de tiempo de agua niet verder
doordringen omdat de rivier inmiddels zo zijn
gestegen dat het varen van de bovenloop onmogelijks. Een
dag ben ik met een geciviliseerde wilde de jungle
ingetrokken en onze weg gebaand met hakmessen. Ik wist
niet dat het zo tijdrovend was. Nu ongeveer 4 uur waren we
niet meer dan 1 km opgeschoten Dit was absoluut
gekkenwerk. Vrijdag 31 oktober ben ik gedeeltelijk
onverrichter zake teruggekeerd naar de bewoonde wereld.
Onderweg zag ik een boa constrictor welke we met een
hakmes doormidden sloegen. Zaterdag per camion naar Cuzco.
Nu lieve familie ik ga weer een interessant tijd tegemoet
en ben full of pep and energie alhoewel ik soms wel een
beetje naar huis verlang. Heel veel liefs Tom
12 november 1952 Juliaca
Lieve familie. Ik zit nu weer in Juliaca (een gastly
place) na een vierdaagse tocht. Ik kon voor veel geld een
camionette huren om deze tocht te maken. We
vertrokken vrijdag 7 november van uit Juliaca over
de altoplano gelegen op 3800 meter zo plat als een
pannenkoek, bevolkt door llamas, alpacas en zwartkop
meeuwen.'s-Avonds arriveerden we in Sandia. De volgende dag
naar Macusani een dorpje gelegen op 4300 meter. We moesten
over een pashoogte van 4800 meter. Vandaar een prachtig
uitzicht op bergtoppen van 6000 meter, zeer lastig er
uitziend. Voor alpinisten onbekend. Maandag weer
terug in Juliaca. Morgen 15 november voor laatste
doorsteek naar Santa Domingo. Veel liefs Tom
La Paz 3 december 1952
Lieve Familie, Wat een emotie was dat om jullie brieven te krijgen.
Het ene bericht nog gunstiger dan het
andere. Kees schreef eveneens alles uitvoerig. Het
overtreft al mijn verwachtingen.
Ik kreeg de brieven na terugkomst van een zeer
zware tocht in de jungle.. Hoe moe ik ook was, ik kon na het lezen van de
brieven niet in slaap komen. In het kort een beschrijving
van de tocht. Zaterdag 15 november per trein en camion naar Limbani. Maandag te voet de jungle in .Eerst vele Quebrada's. Na twee
dagen lopen gearriveerd in de goudmijn van Santa Domingo.
Daar gastvrij ontvangen door de Directeur van de mijn. De
volgende dag tot Kamp IV Hier
houdt het muilezelpad op begint een paadje dat nauwelijks
zichtbaar is en zeer
moeilijk begaanbaar.

De lange tocht in de jungle van zuid-oost Peru
We namen tent en proviand. Drie dragers droegen de vracht. Na twee dagen lopen kwamen we in La Pampa aan Vandaar de volgende dag via een rivier (aangezien er in het geheel geen pad meer was ) 10km stroomafwaarts, daarna keerden we terug daar verder gaan zeer gevaarlijk zou zijn, zowel door het dieper worden van de rivier als door de aanwezigheid van gevaarlijke indianen stammen (Mascos, menseneters). Dezelfde dag keerden we naar La Pampa terug. Onderweg schoot ik een aap ( de grootste die in de Zuid. Am. jungle voorkomt). Ik gaf hem 3 volle ladingen, doch dit bleek niet genoeg. Opeens was hij weer verdwenen. Waarschijnlijk dood in een boom blijven hangen. Het was een geweldige opwinding. (Ik hoor Maria al zeggen; och wat zielig). Apenvlees moet hee1 erg lekker zijn Wel schoot ik een paar vogels, die ik ken bemachtigen. Bij terugkomst in La Pampa was ik uitgeput. De volgende dag de lange terugtocht .La Pampa ligt op 400 m en Limbani liefst 3400 meter. Na twee dagen weer terug in Santa Domingo. Twee dagen daar gebleven om de mijn te bezichtigen. Vroeger was dit de rijkste goudmijn van de wereld; nu is zij bijna uitgeput. Vervolgens weer twee dagen om in Limbani terug te komen. In het geheel legden we 300 km te voet af door soms zeer zwaar terrein. Maar de geologische resultaten waren uitermate bevredigend. In de laatste maand heb ik mij een. zeer goed beeld kunnen vormen van de geologische structuur' van Zuid Peru. Maandag 1 Dec samen met Guillermo per trein en boot (over het Titicaca meer) naar La Paz . Aardige stad. Spotgoedkoop. De dollar vliegt elke dag omhoog. Het ziet er somber uit voor Bolivia. Indien Amerika de tin niet wil kopen gaan ze op de fles. De bergen zijn overweldigend. Vanuit mijn raam van het hotel kan ik het geweldige massief van de Illimani zien. De traverse is nog nooit gedaan van de vier hoofdtoppen en is volgens de leden van de Club Andino Boliviano haast onmogelijk. Dit is dus precies een kolfje naar onze hand, verder is hier nog veel te beleven en zeker een expeditie waardig. Deze traverse is zeker in zwaarte en in lengte te vergelijken met die van de Huantsán. Ik denk hier 10 dagen te blijven. Omstreeks de 15e dec. vlieg ik terug naar Lima. Nu lieve familie Tom.
Ms "Öranjestad" Caribische zee, 22 december 1952
Lieve Familie. Bij het ontvangen van deze brief
waren jullie zeker enigszins verrast, daar zit zoonlief al
op weg naar Holland. Ik arriveer omstreeks 14 januari.
Dus 7 weken eerder dan volgens plan. Omstreeks 3 januari
zou de Baarn uit Callao vertrekken doch hier was geen
plaats meer voor mij. Donderdag jl deed de agent van de
KNSM de heer Korver me de volgende mogelijkheid aan de
hand. Per vliegtuig naar Panama en vandaar met de
Oranjestad naar Holland. In 2 dagen moest ik het
volgende doen. Reservering vliegtuig naar Panama, bagage
2000 kilo inklaren (deze vertrekt met de Baarn naar
Holland). Zaterdag in Panama en met bus naar Cristobal.
Arriveer op de boot om half tien 2 persoons hut voor mij
alleen. Lekker eten In Curaçao komt de heer de Kruijff
directeur van de KNSM aan boord. Hoe zalig het
allemaal was, deze tijd is weer afgelopen nu weer een
nieuw tijdvak. Hard werken aan mijn dissertatie en veel
lezingen houden. In Lima had ik veel te regelen zodat er
niet veel van feesten kwam. De laatste avond hebben we de
bloemetjes buiten gezet. Mijn vriend Muller belandde
wegens baldadigheid in de pot, doch zondag kon hij na
betaling van een kleine boete weer op vrije voeten worden
gesteld. De gehele nacht kwamen we niet in bed. Ik werd
door vele mensen naar het vliegtuig gebracht o.a. de
gezant met vrouw en kinderen. In vliegtuig geen oog dicht
gedaan aangezien ik dermate in spanning zat dat het
vertraging zou hebben. Na Guyacil moesten we wegens
motorstoring terugkeren. We vertrokken om half vier
's-nachts en arriveerden in de vroege morgen in Panama. We
arriveren waarschijnlijk in Antwerpen, dan zouden jullie me kunnen
halen of ik ga met de trein, het scheelt maar liefst 2
dagen. Het is een gek idee dat ik jullie lieve snoeten
over enkele weken zie. Ik verheug me er wild op. Dus tot
spoedig ziens. Heel,veel liefs jullie zoon Tom.
8 november 1952 was er de najaarsreünie van de Kon. Ned. Alpen Vereniging, met aansluitend diner in de Esplanade van Utrecht. Aanwezig waren zowel koningin Juliana en prinses Beatrix

Menukaart najaarsreünie Kon Ned Alpen Vereniging


Links: achterkamt menukaart, links boven handtekening van Koningin Juliana. Rechts: Tweede van boven handtekening prinses Beatrix
Dagboek 1953
Grote indruk op mij heeft gemaakt de watersnood van 1953 in de nacht van 31 januari op 1 februari 1953. Springtij en een noordwesterstorm stuwden het Noordzeewater op tot recordhoogte. In Engeland, België, Nederland en Duitsland vonden overstromingen plaats en vielen er slachtoffers. In Nederland overstroomde een gebied, zo groot als de provincie Zeeland. Er kwamen 1836 mensen om het leven, 72.000 mensen werden geëvacueerd. De schade aan veestapel, gebouwen en infrastructuur was enorm. Deze februarinacht wordt daarom vaak aangeduid als de Watersnoodramp of kortweg De Ramp. Veel mensen herdenken op 1 februari de doden.

De dijkdoorbraak in Zeeland tijdens de watersnood ramp van 31 jan en 1 februari 1953
14 maart wordt de Stichting voor Hooggebergte exploratie opgericht, waarin zitting hebben Dr P.C..Visser, Jhr Mr C.J. de Ranitz , Prof Dr H,.A. Brouwer, Prof Dr G. H. Lam, Ir J. Schippers, Hendrik Muller , Mr G.E..Kruseman, Dr P.F.J.A. Julien. Het doel was het bevorderen van alle expedities waaraan Nederlanders deelnemen ter exploratie van het hooggebergte met uitsluitend doel de wetenschap omtrent het te exploreren gebied te vergroten. De opbrengst van alle lezingen en publicaties van onze expedities in 1952 storten wij in de kas van de Stichting . Op deze manier kunnen wij weer nieuwe expeditie organiseren van de gelden die wij in de Stichting gelden gestort. Op deze manier worden wij niet belast door de fiscus als wij geen expedities organiseren en wel inkomsten ontvangen van lezingen en publicaties. Tijdens de lezingen verkopen wij over onze expeditie een mooie brochure voor twee gulden vijftig. Het voorwoord is geschreven door de voorzitter van de Stichting Dr P.C. Visser.
Wat is de betekenis van de Andes Expeditie?

Dr P. C. Visser de Nederlandse alpinist en ontdekkingsreiziger, o.m. bekend door zijn reizen in 1922, 1925, 1929 '30 en 1935 naar de Karakorum en andere Centraal-Aziatische gebergten schreef - als voorzitter van de Nederlandse Stichting voor Hooggebergte-exploratie - het volgende ter inleiding van ons verhaal' voor wie schrijf ik eigenlijk deze inleiding?' Dat is de vraag, welke ik mij allereerst stelde. En mijn antwoord luidde: 'Zeker niet in de eerste plaats voor de volbloed alpinisten'. Zij immers begrijpen het verlangen naar bergschoonheid en bergeenzaamheid. Zij begrijpen de innerlijke drang om te klimmen naar een, het gehele landschap overheersende bergtop. Zij begrijpen de sportieve wil zich te meten met de moeilijkheden in rotsen, in sneeuw en in ijs. Zij begrijpen ook die wonderlijke lust naar avontuur om door te dringen in onherbergzame streken, door geen mensenvoet ooit betreden. Zij begrijpen de eerzucht, welke nodig is om een eenmaal gesteld doel,met inzet van alle krachten, te bereiken. Neen, ik schrijf dit voorwoord voor hen, die de werkelijke schoonheid van het hooggebergte niet aanvoelen; die zich afvragen waar dat 'alpinistisch gedoe' toch eigenlijk voor dient; die in zelfgenoegzaamheid de ietwat afgezaagde en banale uitspraak ten beste geven, dat zij de bergen liever van beneden bekijken, of die met het treintje naar Jungfraujoch rijden in de overtuiging, dat zij dan alle sensaties van een alpinist in het hooggebergte hebben doorleefd. Maar ik schrijf ook voor hen, die wel van de bergnatuur houden,. doch hun tochten beperken tot de dalen en de lagere passen, maar de onherbergzaamheid en de gevaren van de witte wereld daarboven mijden. Ten slotte schrijf ik eveneens voor hen die iedere sport welke ook, afwijzen. Nu komt van zelf de vraag naar boven of men het alpinisme al dan niet als een sport beschouwt. 'Ja' - als wij onder sport verstaan een gezonde, alle spieren in actie brengende lichaamsbeweging en tevens een verfrissende geestelijke ontspanning, die het verantwoordelijkheidsgevoel ontwikkelt en de wilskracht versterkt. Het antwoord luidt 'neen' a]s men aanneemt, dat recorddrang en wedstrijdbegrip de alles dominerende factoren van de sport zijn. Hiervan staat het alpinisme ver verwijderd. In zekere zin verheft zich het alpinisme. juist daardoor, bóven menige andere sportuiting. De alpinist immers baant zich een weg, door het moeilijkste terrein, in volmaakte eenzaamheid, veelal ver van de bewoonde wereld. Het is een sport, die niet wordt uitgeoefend voor de tribune en de bergbestijgers worden dan ook niet toegejuicht en tot uiterste krachtsontwikkeling aangespoord door een tot enthousiaste opgezweepte menigte. De bergbestijger is overgelaten aan zich zelf. Hij zal zich zelf volkomen moeten beheersen; hij zal de risico's zuiver tegen elkaar moeten afwegen en hij zal, waar dat nodig is, zich zelf tot inzet van zijn uiterste krachten moeten dwingen. Weet men aan zo'n alpinistische onderneming bovendien een wetenschappelijk doel te verbinden, dan bereikt men het niveau waarop Egeler en de Booy in de Andes van Zuid-Amerika hun werk hebben verricht. Waar de navolgende brochure in hoofdzaak het alpinistische gedeelte van de expeditie behandelt, zal ik hier de wetenschappelijke resultaten terzijde laten, hoe belangrijk deze ook zijn geweest. Zonder enige reserve wens ik dan vast te stellen , dat wij hier met een alpien-sportieve daad van de eerste rang te doen hebben. Onder de bestijgingen welke deze Nederlanders ten uitvoer brachten, nam die van de 6400 meter hoge Huantsán de voornaamste plaats in. Deze hoogste top yan de zogenaamde Tropische Andes was ook een lokkend doel geweest van andere buitenlandse expedities, maar onze landgenoten slaagden er in als eersten en enigen deze nog nimmer bestegen top te bereiken. En al speelde nu deze sportieve daad zich niet af binnen de muren van een stadion, maar ver daarbuiten in de vrije natuur, toch mag men haar zonder aarzelen plaatsen naast de beste prestatie. welke vorig jaar bij de Olympische Spelen werden verricht. Ik heb de opmerking horen maken: 'Wat betekent nu eigenlijk die Andes voor ons?' Och, wij zouden het zonder die Andes best kunnen doen. Het is dan ook niet de Andes, die ons belang inboezemt, maar het zijn de Nederlanders, die de hoge Andes-toppen bestegen. In de uiterst moeilijke tijden, welke wij heleven, tijden waarin het voor menig land en menig volk een strijd is van 'er op of er onder', hebben wij mannen nodig met durf met ondernemingsgeest, moed en doorzettingsvermogen, ook dan als alles tegenloopt. Mannen, die, als boven de storm loeit en er een moordende koude heerst, tóch doorzetten om het eenmaal gestelde doel te bereiken. Hoe fel steekt zo'n daad van Egeler en de Booy af tegen de uitlating van een 'jongere', zoals ik die in een onzer dagbladen las: Nederland kan en wil niets meer, helaas'. Ik ben er trots op, dat Egeler en de Booy mijn landgenoten zijn.
Voor de lezingen hebben wij Bottenheim als
impresario ingehuurd. Hij krijgt 10% van de inkomsten van de lezingen die
ons werden aangeboden. Hij krijgt 25% als hij zorgt voor zaal en propaganda.
Lionel krijgt 1/3 voor elke lezing. Ik zelf krijg een honorarium van 25 gulden
plus reis en verblijfkosten. Er wordt met de Stichting een gentlemens
overeenkomst gesloten dat alle gelden die Egeler en de Booij inbrengen voor hun
expeditie zijn bestemd.
In de winter kom ik veel bij de familie Strumphler om te praten over de expeditie. Ik heb mijn oog nog niet laten vallen
op de dochter des huizes Adrienne, ze heeft immers een vriend Hans Zeeman . Ze
hebben zelfs al een huishoudboekje. Voor de Paasdagen word ik uitgenodigd om met de
familie Strumphler mee te gaan naar de Maasrotsen in België om te gaan klimmen.
Oorspronkelijk zou Hans Zeeman meegaan, maar hij moest
iemand vervangen in Den Helder waar hij bij de Mariene als luitenant ter
zee 2e klasse diende. De man die hij
moest vervangen moest helpen voor de wederopbouw van Zeeland na de
watersnood ramp in februari. We zijn vrijdag 20 maart vanuit Aerdenhout met de auto
vertrokken. In Rotterdam hebben we in restaurant gegeten. Heel stiekem kom ik met
mijn voeten tegen de voeten van Adrienne als een zekere avance die wordt
beantwoord en zo houden we voor de eerste keer onze handjes samen vast als
voorteken van onze prille liefde In de auto heeft Marlof de onderstaande foto's gemaakt die aan
duidelijk niets te wensen overlaten.

Vrijdag 20 maart Tom en Adrienne op weg naar de Maasrotsen. Opname gemaakt door de jongste broer van Adrienne Marlof Strumphler
In de
maasrotsen slaapt de familie in een klein hotelletje in Falmignoel bij de klimrotsen aan de
Maas te zuiden van Dinant. Ik
heb mijn tentje
dicht bij de maasrotsen opgezet. Adrienne heeft mij een keer bezocht omdat het te hard
regent we
hebben toen elkaar voor de eerste keer hartstochtelijk in de tent gezoend. Wel merkwaardig is dat de vrijdag 27 maart ik een
lezing hou over de Andes Expeditie in Muzen forum in Overveen, waar Hans en
Adrienne hand in hand naar mijn lezing luisteren. Ze hebben meer aandacht voor
elkaar dan voor mijn lezing. In ieder geval heeft Adrienne toen kunnen zien en
horen welke rare gevaarlijke fratsen haar toekomstige man heeft uitgehaald.
Toch werd even later Hans tot zijn grote verdriet aan de kant gezet
Veel lezingen gegeven in het voorjaar. De eerste lezing was 25 maart in de Bachzaal in Amsterdam. Ik was nog niet gewend aan het lezing geven en was mijn
performance rond uit matig tot slecht.
15 Juli schrijf ik een brief aan Kees Egeler. De brief eindigt als volgt: "Het was erg gezellig Mieke naar de trein te brengen. Ze zag er stralend en gelukkig uit. Je hebt wel een heel lieve vrouw! Maar ik heb er nu ook een, hoewel geheel anders van aard is ze ook erg lief en een goede vrouw om verder het leven mee door te stoeien. Het zal misschien wel even een teleurstelling zijn dat ik dus mijn "goede"voornemens niet ben nagekomen, maar een voordeel is nu dat het werk aanzienlijk beter opschiet. In de eerste plaats omdat ik nu rustiger ben gewonden en in de tweede plaats om zo gauw mogelijk mijn promotie af te maken. Strumphler vond het wonder boven wonder zo maar goed dat ik zij dochter weg kwamen pikken. En ik kan niet anders zeggen dat ik verdomd happy ben met mijn vrouwtje. Je moet haar maar beter leren kennen dan zal je haar wel appreciëren en ook zien dat het nog niet zo'n gekke vrouw voor mij is, maar daar hebben we het nog wel over in Chamonix. Ik wilde je alleen vragen of je het nog geheim wilde houden aangezien behalve de diverse ouders en Mieke en jij de enige zijn die er iets van af weten.
Ik krijg een brief van Kees Egeler uit Zermatt
waarin hij schrijft o.a. Ik was degene die steeds zei "Ik begrijp niet dat je dat kind Smutzer niet
eens te pakken neemt." Ïk heb in ieder geval de indruk gekregen dat je antwoord
dat je daarop gaf ... "die is mij te koud"nu niet langer meer ondersteunt
Eind mei is Adrienne met haar ouders naar Engeland gegaan voor het horen en zien
van veel opera's. In mei schrijf ik zowel 25, 28 als 29 mei mijn eerste bewaarde liefdesbrieven
met Adrienne.
De eerste van 25 mei begint met: "Allerliefste
lieverd Het is een onwezenlijk gevoel dat je nu al zo ver van me weg bent,
terwijl je elke seconde in mijn gedachten bent en ik voel dat op dit ogenlik dat
je aan me denkt. Het was heerlijk om te zien hoe gelukkig je was vanmiddag toen
ik vies en wel uit de Ardennen kwam, ik zag je oogjes niet helemaal droog
blijven misschien merkte je hetzelfde bij mij maar ik heb iets heel warms in mijn
hart, het is net alsof het schroeit ! C'est le vrai amour! Heel heel veel
zoentjes overal op je hele lichaam en alle plaatsen van hart en
gedachten Daag à bientôt. Ton grand amour.
27 juli krijg ik een brief van Adrienne "Mijn liefste dikkertje mon grand amour. Op het ogenblik dat je deze brief krijgt ben ik al een heel eind van je vandaan en ga steeds veder van en verder. Maar wat steeds verder van je weggaat is alleen mij persoontje maar mijn geest en liefde blijft heel dicht bij jou Ik stel me voor dat het afscheid dat we op het perron van elkaar namen door de aanwezigheid van anderen niet zo intiem zal zijn en ik niet die dingen tegen je kan zeggen die ik zo graag zou willen zeggen dat hij hoorde. Lieverd ik ben zo blij dat je van mij houdt en ben je heel erg dankbaar dat jij mij zo veel liefde geeft die ik zo nodig heb Ik heb de laatste tijd ondervonden steeds meer ondervonden hoe moeilijk het eigenlijk is om op de om de goede manier van iemand te houden en niet alleen de liefde te nemen die je krijgt maar van je zelf nog meer liefde weg te geven. Dit is iets wat voor jou ook dikwijls moeilijk is maar dat we dit van elkaar weten zullen we het wel rooien samen. Lieverd heb veel plezier vanavond en leef je maar eens helemaal uit zodat je weer veel energie opdoet voor je werk. Dikkertje denk je aan mij ik zal het heel veel doen. Een dierbare omhelzing van je amour chou Adrienne (kereltje).
8 augustus vertrokken naar Chamonix .10 aug de Tête Blanche beklommen en vandaar naar Zermatt waar Adrienne met haar familie met vakantie waren.

Krantenartikel in de Walliser Volksfreund van vrijdag 14 augustus 1953
In Zermatt aangekomen hoorde ik dat de hele familie Strumphler op maandag 10 augustus boven op de Matterhorm waren geklommen. Een geweldige prestatie. (Adrienne houdt me steeds voor de gek door te zeggen ik nog nooit op de Matterhorn ben geweest en zij wel). Ik heb toen met de familie en twee gidsen op 17 augustus via de Wellenkuppen de Obelgabelhorm geklommen. Zeer tegen mijn zin moest ik samen met Adrienne met een gids (de zoon van de beroemde berggids Otto Furrer) , aan één touw. Dat voelde ik toen wel als een vernedering. Huantsán beklommen en dan achter een Zwitserse gids de berg op. Maar mijn schoonvader stond erop.

Links Adrienne kijkt om en denkt kom je ook nog mee Tom, Rechts: na de beklimming van de Obelgabelhorn vlnr. Adrienne Tom en de gids.
Weer terug naar Chamonix. Samen met een geologiestudent Schermerhorn de Aiguille du Grépon bestegen. Het is best een zware klim om voor te klimmen.

Aiguille du Grépon 3482 m
Ik heb een cursus georganiseerd met het doel om Nederlandse alpinisten op te leiden voor het gidsloze klimmen. Zo heb ik een 9 tal alpinisten uitgenodigd om mee te doen aan deze cursus. Lionel Terray en Pierre Courtet waren de gidsen. In een week hebben we best een pittig programma afgewerkt. In de Berggids (blad van de Kon Ned Alpen Verenging) heb ik over de cursus het volgende geschreven. (Het werd de eerste initiatiecursus van een lange reeks die mede geleid heeft tot de bloei van het Nederlandse gidsloze klimmen).

De eerste klim van de cursisten omhoog naar de Couvercle hut

De traverse van de Courtes. Tom gevolgd door Jackie Kaptein en een andere cursist

De groepsfoto van de deelnemers aan de invitatiecursus vlnr Pierre Couttet (?),x,x,Alexander Sillem,Lionel Terray, Tom de Booij, Jackie Kaptein, x,van den Boogaard, x,x
De cursus naar
het massief van Mont Blanc in
Frankrijk is mede dankzij het fraaie weer zeer geslaagd en alle deelnemers zijn
vele ervaringen rijker huiswaarts gekeerd. Zij hebben een inzicht gekregen in
wat het hooggebergte kan bieden en enkele van hen kunnen reeds in de volgende jaren overgaan tot het maken van kleine gidsloze tochten. Hier volgt in het kort
van dag tot dag een overzicht van de belangrijkste gebeurtenissen.
22 Aug. 's Ochtends "école de glace" op de Glacier de Bossons,
. 's middags "école d'escalade" op de Rocher de Gaillands.
23 Aug. Omhoog (met zeer zware rugzakken) naar de Couvercle hut.
24 Aug. Traverse van Les Courtes (3856 m).
25 Aug. Door slecht weer pas om 11 uur vertrokken. Een gedeelte van de "voie integrale" van de Arête Sud du
Moine, waarbij vele passages van IV met één van V.
26 Aug. Bestijging van de l'Evêque (3469 m.) Terug keer naar Chamonix.
27 Aug. Omhoog naar de Cabane Albert Premier
28 Aug. Traverse van de Aiguille du
Chardonnet Arête Forbes
29 Aug Noordwand van de Col Copt van de Aiguilles Dorées (zeer
steile ijswand 50-55° 4iijshaken en2 rotshaken). Vervolgens van Col Copt
getraverseerd naar de Aiguille Javelle. Bloc summital van de Aiguille
Javelle moeilijke klimpartij (IV en V). Afgedaald langs normale route.
30 Aug Op de Glacier du Tour. "Sauvetage". Mensen uit gletscherspleet halen;
"en rappel met gewonde op de rug. Terugkeer naar Chamomx. Einde vande cursus. T. DE BOOIJ..
Toch twijfelt Adrienne aan de trouw en liefde van Tom Ze schrijft 23 augustus onder meer het volgende: Ik wil zo dolgraag weten hoeveel je van me houdt of het werkelijk heel veel is, waardoor alle bezwaren die je tegen me hebt wegvallen of dat je maar zo'n beetje van me houdt, waardoor juist die bezwaren veel zwaarder gaan wegen en je je zelf natuurlijk gaat afvragen of je je hele leven meet zo iemand wil samenleven. Ik moet dit weten lieverd daar het anders een ondragelijk toestand wordt. In ieder geval is mijn liefde voor jou zo groot dat mijn bezwaren tegen jou hierdoor op de achtergrond komen en ik het leven met jou aandurf. Dag dikkertje, ik houd heel heel veel van je helemaal alleen van jou. Een lief zoentje van je kereltje.
Ik herinner me nog heel goed dat Adrienne stampvoetend voor me stond en zei: " Nu moet je zeggen of je met me wil trouwen"
Vrijdag 18 september is de dag van ons engagement met aansluitend diner met de familie waar het hoofdgerecht Casseler rib is.

Zomer 1953 Links; op de Borgerweg 5; Rechts Adrienne met Tref op de Catslaan 3 (deze straten lopen in elkaar verlengde)
Schoonpa schrijft een gedicht met de laatste twee strofen:
Maar zoals uit helderen hemel somtijds de donder,
Zoo gebeurde hier ook plotseling het wonder.
Toen het juiste woord viel was Tom niet meer gast
Maar hoort bij 't gezin, dat staat voortaan nu vast.
Want toen Mevrouw de Booij eens telefoneerde,
En naar haar lieve zoontje informeerde
Kwam Marlof's antwoord prompt : Mevrouw U bent abuis
Want Tom, onze Tom, is niet thuis.

De familiefoto voor het engagement 18 september van Tom en Adrienne, vlnr staand: Marlof , Moeder de Booij, Schoonvader en Schoonmoeder Strumphler, Vader de Booij, Elsbeth, Toto en Maria. Zittend het paar Tom en Adrienne
Om nog even van de vrijheid te genieten voordat ze in het huwelijksbootje stapt, is Adrienne in oktober naar Parijs gegaan om au pair bij de familie Piqeaud 73 Boulevard Montparnasse te gaan. Het gezin had maar liefst vier kinderen om op te passen van 5-12 jaren .
Ik schrijf op 10 oktober aan Adrienne aan het eind de brief de volgende zin: Ik zal je altijd beschermen en heel goed voor je zijn en je intense liefde waardig proberen te zijn. Alleen moet je me nooit te veel verwennen als ik niet lief tegen je ben.
In het najaar veel lezingen waaronder een serie van 30 in België. Ook een lezing zelfs in Salle Pleyel in Parijs en in de Grote Zaal van het Concertgebouw. Onze film over de Andes expeditie heeft een 2e prijs gewonnen op een filmfestival in Trento (120.000 lires), er waren maar liefst 50 films in totaal . Een keer werden Kees en ik uitgenodigd om te eten bij de burgemeester d'Ailly in verband met de lezing over de Everest beklimming van Edmund Hillary naar Amsterdam. Koningin Juliana was er ook en nog veel belangrijker Adrienne was helemaal overgekomen uit Parijs. Daarna lezing van Hillary in Concertgebouw.

Links: Edmund Hillary bedwinger van de Mount Everest in Concertgebouw,hier samen met prinses Beatrix, rechts naast haar staan mijn schoonmoeder en ik op de foto. Rechts vlnr Mieke Egeler, Koningin Juliana, Fietje Strumphler-van Riemsdijk (aanstaande schoonmoeder), Louise ,de vrouw van Hillary (helaas omgekomen met haar dochter Belinda in een helikopter crash in Kathmandu in 1975) , Tom, Sam Strumpler (aanstaande schoonvader)
18 oktober schrijf ik aan Adrienne dat ik met haar vader over de toekomst heb gepraat en een volledige begroting heb gegeven van mijn inkomsten en uitgaven: Inkomsten lezing '53-54 100 lezingen f 5000, 1954-1955 40 lezing f 2000, boek f 2000, salaris mei 54 maart 55 f 1500 als assistent geologisch instituut van Stichting f 2000, totaal f 12 500. Uitgaven dissertatie f 3000, trouwen f 500, belasting f 1000 . Saldo f 45000 te verdelen over 18 maanden, mei 54-sept 55 f 8000, dus per maand f 440. Je vader stelde voor om de eerste 3 jaar een toelage te geven van jaarlijks 2000 gulden.
De 24ste oktober ga ik Adrienne opzoeken in Parijs, want ik moet dan een lezing geven in de Salle Pleyel. Wel toevallig dat mijn schoonouders, dan ook net in Parijs zijn.
7 november schrijft Adriene o.a, Hoe staat met de kamer in Amsterdam? Ik hoop zodat het door gaat waar onze romance begonnen is. Ik denk nog dikwijls aan die tijd terug jij die alleen maar de bezwaren zag, ik kon je af en toe wel meppen als je zo was, maar durfde toen nog niet!
17 nov schrijft Adrienne gedenkwaardige woorden Ik weet nu ook zeer dat we helemaal bij elkaar passen in ieder opzicht en vullen we elkaar zo goed aan in sommige dingen. Jij geeft mij het voorbeeld om alles wat je in je leven doet volkomen intens te doen en niet half. Dat is iets wat ik elke dag besef lieverd en het is door jou dat ik nu ook elke minuut dat ik leef geniet want ik stond op het punt zo'n beetje te sterven. Het klinkt wel raar maar eigenlijk was het wel zo, maar in de tijd dat we elkaar net kenden kende ik mezelf beter dan jij natuurlijk en was toen al heilig er van overtuigd dat ik bij jou hoorde


Eind november Parijs , onderste foto in restaurant de Cocq D'or, Veel wijn!
24 november begin ik een vermoeiende serie lezingen in Belgie. Ik slaap bij vrienden in Brussel. Maar liefst 30 lezingen Gelukkig ga tussen tijds noch even voor 36 uur Adrienne opzoeken in Parijs. Gouden uurtjes .Adrienne komt me 5 en 6 december opzoeken in Brussel. 22 December komt Adrienne weer terug in Aerdenhout. De volgende dag gaan we naar mevrouw Krop op Amstel 57 in Amsterdam. Zij wilde eerste Adrienne zien voordat ze de kamer aan mij zou willen verhuren. Dit lukte zodat we nu een onderkomen hebben als we getrouwd zijn.
De laatste maanden heb ik behalve lezingen gegeven, heel hard gewerkt aan mijn dissertatie. Ook een serie lezingen in België in de volgende plaatsen: Kortrijk, Mechelen Aalst Zele, Brussel,Vilvoorde, Antwerpen, St Niklaas, Leuven, Willebroek, Hasselt Blankenberg, Oostende, Brugge, Gent, Turnhout, Torhout, Morssel, Lier, Lokeren, Boom
Mijn doelstelling om tot mijn dertigste jaar vrijgezel te blijven lijkt in gevaar te komen. Ik had hierover een weddenschap met mijn mede student Joop Staargaard afgesloten voor 144 flessen whisky. Gelukkig hebben wij, voordat ik verliefd werd op Adrienne, de hoeveelheid teruggebracht op 12 flessen.