Dagboek 1960-63

Dagboek 1960

18  januari  5e verjaardag van Jan Maarten . Kinderen uit de buurt krijgen filmvoorstelling

20 februari huwelijk van Marlof Strumphler en Tineke de Jong.

 Links: Adrienne. Rechts: bruidsmeisje Mariette en bruidsjonker Daniel Strumphler

Pasen. Aerdenhout Catslaan 3. Grootvader Tom Sr met zijn twee kleinkinderen Jan Maarten en Mariette

Familiefoto Catslaan 3. Vlnr. Henri Thomas de Booij , Adrienne, Mariette, Grootmoeder Hilda de Booij -Boissevain , Grootvader Han de Booij, Jan Maarten ,Moeder Ot , Tom, Marie Louise de Booij (?)

We kregen bezoek uit de Verenigde Staten van Henri Thomas de Booij (geboren 1931), kleinzoon van Justus Christiaan de Booij (1861) en Carrie May Wilson (1868) en zijn kleindochter Mary Louise de Booij geboren in 1933.  Justus  is een oudere broer van mijn grootvader Han de Booij . Zij woonden in de Verenigde Staten. Hun ouders zijn Henri Thomas de Booij  (1896) en Helen Cornell (1896) 

In Aerdenhout. Het duo viool-piano. Grootvader Han de Booij met zijn kleinzoon Tom jr.

Vele malen heb ik samengespeeld met mijn Grootvader Han de Booij. Meestal in Amsterdam, Stadionkade 38 twee hoog. We speelden altijd 2 sonates van Wolfgang Amadeus Mozart.

In april ga ik altijd met een aantal studenten karteren in het gebied van Aywaille, België. Zo ook met het jaar dat is aangekomen in 1959 : Luyt, Blom, Voigt, Kroon. de Boer, van Veen, Meijnster, van Rooyen. Otto Simon assisteerde mij tijdens de kartering

Ardennen  kartering. Links Kroon, De Booij, Voigt de Boer. Rechts : ? Tom de Booij, Otto Simon,

Ardennen excursie. Voorste rij  vlnr: Voet, Rondeel, Zeck, Krijnen. tweede rij vlnr: van Montfrans, van Helden, van der Pijl,x,  Tom de Booij, Lydia Wesseling, Dirk Beets, Hoedemaker, x

Adrienne is mei in verwachting van haar derde kind, dat waarschijnlijk in februari 1961 het licht zal gaan zien.

Onze kinderen logeerden veel in Almen bij mijn zuster Elsbeth en zwager Jacob Kalff

Jan Maarten en Mariette in Almen

Van 15 juni tot 22 juni met Kees Egeler in de Franse Alpen met studenten.
Van 22 juni- 22 juli met Kees in Spanje. 4 dagen heb ik in het gebied van  Huercal Overa eigen onderzoek gedaan. In het gebied van de student Barkey heb ik fossielen,  (vermoedelijk Lias) gevonden, het werd een bevestiging van mijn werkhypothese.

Brief van Adrienne 1 juli aan mij: "Ben je blij met ons nieuwe derde baby'tje. Ik voel me zo ontzettend en beroerd en misselijk, dat ik geloof dat het nu wel raak is. Het is tenminste precies hetzelfde als indertijd met de kinderen. Al kotsend maak ik thee voor de kinderen. Wat heb je toch!, zei Jan Maarten. Ik zeg nog maar niets nog even wachten. Het is nu pas 2 maanden ". (Daarvoor heeft Adrienne nog een miskraam gehad. De foetus was toen een paar centimeters toen het loskwam).

Mijn brief aan Adrienne van 8 juli: "In Sobras, waar Mac Gillavry en Hermes (nieuwe conservator) zaten had Kees meteen alweer verveling met Mac over de afbakening van grenzen. Ze liggen elkaar helemaal niet, het zal altijd wel stront geven (...) Bij terugkomst in Garrucha was Mac hier en heeft Kees de hele avond met hem  ruzie gemaakt over de grenzen. Kees is wel heel gauw nerveus en het zit hem dan ook ongelofelijk hoog. Onze samenwerking gaat prima.(...) Het ligt me wel bijzonder goed dat  wetenschappelijk werk. Ik geloof veel meer dan Kees, want die houdt meer van organisatie  en snel handelen en is te ongeduldig voor het pielen. 23 juli begint de cursus. Ik zal ontzettend voorzichtig doen, want ik heb echt geen zin om door een beetje tegen rotsen klimmen dood te gaan. Ik heb  te vele verplichtingen gekregen en wil jullie zoveel mogelijk kracht en steun geven, want kinderen zonder vader is toch maar moeilijk. God moge geven dat we nog lang bij elkaar kunnen blijven en genieten van de zaligheid dit dit leven ons geeft.

Brief van Adrienne aan mij van  17 juli. "Jan Maarten kreeg rode hond vorige week en belde de dokter om te vragen of het gevaar kon voor mij. Als ik het vroeger had gehad deed het er niets toe, maar toen ik het Mammie vroeg of ze het zeker wist ging ze twijfelen. Dus voor safety vond Groen het beter mij een injectie te geven zodat ik voor bepaalde tijd immuun ben voor rode hond. Het is een vreeslijke dure grap ongeveer f 60, zei hij. Maar ja je vergeeft het je later nooit als je het niet gedaan zou hebben en je zou een ongezond kind krijgen. Dus is het nu al een heel dure baby. (...) Mieke kwam nog even bij me vrijdagochtend ze had 10 dagen niets van Kees gehoord. Kees schreef alleen over het land, de hotelletjes maar helemaal niets over het werk en de geologie. Ik zei nou bij Tom is het precies andersom. Ze moest erg lachen om je vondst in het terrein van Mac. Het kan niet erger weer een klap voor die arme vent. Maar heerlijk voor jou, is nauw jouw hele theorie over Spanje goed ?

Adrienne aan mij 22 juli : Jan Maarten zei opeens aan de lunch tegen me: "jij hebt een baby'tje in je buik!". Waarom zei ik . Je hebt een dikke buik. Hoe vindt je zo' n kind dat het toch al enigszins voelt of misschien hoopt. Het is zo'n lekker ventje, mis je hem niet heel erg ? Hij is al weer zo wijs geworden. Ik hou hele gesprekken met hem als hij in bed ligt meestal over de dood. Dat interesseert hem zeer. Hij heeft laatst een pracht performance gegeven in Aerdenhout boven op de gang. Hij was de dominee in de kerk en deed een mooi wit kleed om. Hij knielde toen neer en zong met zo'n ijl lief stemmetje over Christus en God etc. Het was ontroerend  Ze waren thuis wel even van hun stuk,  toen hij zo gewoon zei dat hij priester werd!

Mijn brief aan Adrienne van 22 juli 9.35 . Chamonix op het terras van het huis van Lionel Terray. Enkele citaten: "Grootste lieverd van mij. Vannacht heb ik ontzettend sterk van je gedroomd. Het was heel vreemd allereerst waren we een beetje boos op elkaar en zeide dat we maar uit elkaar moesten gaan en jij bent toen met en ander getrouwd. Nauwelijks was dit gebeurd of ik ben bij je gekomen helemaal in tranen en smekend of je weer bij me wilde komen en je nieuwe huwelijk ongedaan wilde maken. Jij begon toen ontzettend te huilen we toen in elkaars armen lagen, waren we zo ongelooflijk gelukkig en haast niet onder woorden te brengen zo zalig. Het was alsof we samengesmolten waren tot een lichaam en ziel, heel dicht met onze lieve schatten en le bon Dieu. Ik kreeg gisteren je lieve brief vervuld ook weer van die hele grote liefde voor elkaar. Grote verrassing was het. Ik schrok van de rode hond, maar je hebt het prima geregeld al kost het f 1000,-. Geld is niet belangrijk op deze aarde maar gezondheid wel. Ik verheug me zo ontzettend om je te zien met je klein peuter. Ik zal je omringen met mijn liefde die ongelooflijk groot is. Ik weet niet of ik deze brief erg lang kan maken want volgens afspraak komen de jongens om 10 uur hier. Heerlijk dat onze kinders zo lief zijn tegen elkaar en geen ruzie maken. Nu even over onze vakantie plannen. Ik heb helemaal geen zin in Kopenhagen (red. geologisch congres)  omdat ik dan niet bij jij ben. Ik snak er naar om samen ergens te zitten net zoals je zei. Rustig niet et veel rijden. Niet teveel mensen. Genieten van elkaar en God's natuur. Je ziet ik heb nu al twee  keer het woord God gebruikt, maar ik begin een beetje te geloven dat het accepteren van een geloof onvermijdelijk wordt. Het is de grote kracht die alles en ons samen bindt. Ik had laatst bij de fam. Wijers, de grootvader van Simon een heel lang interessant gesprek met een logé Prof Loeff, hoogleraar in de filosofie in Tilburg, rechtskundig adviseur van het Nederlands episcopaat. Priester en fenomenaal intelligent. Hij zei volkomen nieuwe dingen, nl dat het helemaal niet zeker was dat de hel bestond en dat iedereen verdoemd zou zijn. Een man naar mijn hart en kon eindelijk antwoord op mijn vele vragen geven. In Nederland ga ik vast nog eens langer met hem praten. Wees alleen nog maar niet bang, dat ik direct katholiek wordt, want dan moet er toch nog heel veel gebeuren. Oh grote schat ik denk zo vaak aan jullie viertjes.  Het is zo ontzettend dierbaar. Ik schrijf je nog wel waar we naar toe gaan. Ik weet het ook zelf ook niet, maar ieder geval, weinig rijden, weinig klimmen, veel naaien, veel eten, veel slapen. veel lief zijn tegen elkaar en voor ons kleine kindje. en heel intens leven en genieten om kracht en sterkte op te doen voor de komende winter, want deze kracht wordt van ons gevraagd door je bon Dieu. Ik ben wel erg sentimenteel vindt je niet, maar het is zo heerlijk heel intens aan je denken met je lieve gezichtje vol met liefde.

Red. nog even een voorval in Spanje). Zondagavond naar stierengevecht in La linea. Het was propvol en vlak voor het begin ging ik even een fles limonade kopen, bij het terugkomen op mijn plaats merkte ik opeens dat ze mijn plastic zakje uit mijn broekzak hadden gehaald. Er zat in : 900 pesetas, 1 paspoort, 1 rijbewijs. Niet zo'n leuk gevoel  Ik keek ook maar met een half oog naar het stierengevecht. Na afloop aangegeven bij politie. Ging geweldig vlot en kreeg een bewijs waar ik in Spanje kon reizen , nu alleen nog een papier om over de grens te gaan. Dit heb ik in Barcelona gekregen in 4 uur, not too bad.  12.25 De jongens kwamen aan 2 Lookeren en 5 cursisten. Ze hadden slecht weer gehad.  We gaan vannacht omhoog naar de hut Albert Premier. Blijven daar tot de 24 ste , nu alleen oefen in het cramponeren, om daarna met Lionel 10 dagen op stap te gaan waar de condities goed zijn en het weer!!

Derde invitatie cursus van 22 juli- 3 augustus  Gidsen Lionel Terray en Lucien Pez. Chef de cordée: Holger en Peter van Lookeren Campagne met nieuwe deelnemers: Huug Boucher, Rob Horning,, Sträter, Peter de Ruiter. We hebben maar liefst drie noordwanden beklommen tw. van de Aiguille de Bionnassay (4052 m), Aiguille  de Tricot (3665 m) in de Franse Alpen en de noordwand  van de Obergabelhorn (4063 m) in Zwitserland. Behoorlijk zware ijstochten.

Invitatiecursus in de Franse Alpen

Tom de Booij en Lionel Terray

Links  noordwand Aiguille de Bionnassay (4052 m) en rechts de noordwand van de Aiguille de Tricot (3665 m). Streeplijn de door ons gevolgde route

In de steile noordwand van  de Aiguille de Tricot

De noordwand van de Obelgabelhorn (4063 m). Streeplijn geeft aan de door ons gevolgde route.

Mijn briefkaart aan Adrienne  28 juli  uit Blatten. 26 juli. Schitterende tocht N wand Bionnassy. Veel cramponeren, behoorlijk zware tocht. Iedereen ongelooflijk enthousiast. Prima stemming. Nu gaan we omhoog naar de Hollandia hütte  Vandaar vele tochten te maken we blijven 3 nachten boven daarna 1 augustus naar beneden en dan naar Zinal  2 nachten om de 3e 's-avonds of de 4e naar Chamonix te gaan Tot nu toe mooi weer. Ik verheug me op de 13e .
Briefkaart 4 augustus.  De cursus goed afgelopen tot besluit de Noordwand Obelgabelhorn. Prima tocht nogal zwaar. Stemming zeer goed. Wel een pak van mijn hart dat alles zonder ongelukken. Balans 3 noordwanden. Wat wil je nog meer? 

Na de cursus weer naar Chamonix om 7 augustus weer bij mijn  studenten in de Franse Alpen te zijn . Waar ik de volgende studenten moest beoordelen Leine, Linthout, Zwaan, Westra, Moorman en Kroon.

13 augustus met Adrienne naar Grindelwald om heerlijk vakantie te vieren.

Vakantie in Grindelwald. Adrienne in verwachting van haar derde kind.

Zomer. Mariette en Jan Maarten

 

Adrienne met haar kinderen in Amstelveen

Kerstdagen in Hattem . Huisje gehuurd bij de Leemkule. Vlnr Elsbeth, Jan Maarten, Maria. Vader Tom, Mariette, Jacob Kallf, Adrienne en Moeder Ot.

Dagboek 1961

Februari. Een tweede publicatie over de resultaten van mijn geologisch veldonderzoek in Zuid-Oost Spanje:  Remarks on the tectonic position of the Betic of Malaga in SE Spain on its relation to the Subbetic. Geologie en Mijnbouw nr 2 februari 1961 jaargang 40 ( de eerste publicatie was  eveneens samen met Egeler:  Occurence of Betic malaga elements in de southern part of the Betic Cordillera (SE Spain ). Geologie en Mijnbouw 39 jg(  N.S. 22 ) p. 325. 1960.  Mijn naam staat nu als eerste genoemd dit  in tegenstelling tot alle vorige publicaties  over de Andes Expedities waar Kees eerst wordt genoemd. Het materiaal voor deze twee publicatie is voor het overgrote door mij aangeleverd, maar ja hij is mijn baas en wil graag een graantje meepikken.

Het jaar begon goed met de geboorte van onze zoon Willem Maurits de Booij, die op 11 februari om 19.42 in Amstelveen aan de Rembrandtweg 397 is geboren.

Willem Maurits in zijn wieg en met de zuster

De trotse ouders van Willem Maurits

Links: Gezin de Booij met links mijn moeder. Rechts Adrienne met haar tweede zoon

In maart heb ik een puntenteller aangeschaft voor mijn microscopische analyse van gesteenten. Hierdoor kon ik op een snelle manier tellingen doen van het voorkomen van bepaalde mineralen . Het apparaat koste 4865 gulden en is mij geleverd door het ingenieursbureau Berg en Burg uit Amsterdam. De technische omschrijving geef ik hier weer omdat het laat zien dat het een soort computer is en  een voorloper van de echte computers. Ik was er erg trots op niet wetende wat de later computers zouden kunnen.

PUNTENTELLER, speciale uitvoering met totaal 50 tellers, met 3 cijfers en mechanische nulinstelling voor het tellen van 6 verschillende soorten in 6 grootten door middel van het gelijktijdig indrukken van de soort- en  groottetoets; verder wordt automatisch geteld: Totaal soort, Totaal grootte en Totaal. Bovendien een aparte teller voor niet ingedeelde soorten, bediend door een aparte drukknop,  waarbij tevens de totaalteller werkt. Bij alle genoemde tellingen wordt automatisch de microscoop-stage opgeschoven. Met een aparte drukknop kan deze buiten de tellers om worden opgeschoven. Met een schakelaar kan de opschuifinrichting buiten werking worden gesteld.

Dit apparaat heb ik gebruikt o.a.  voor een microscopisch onderzoek van gesteenten van Bolivia.  Dit onderzoek heb ik uitgevoerd voor de Bataafsche Petroleum Maatschappij  Ik heb van  de BPM  gesteente monsters uit Bolivia gekregen om verbanden te zoeken tussen deze gesteenten  In 1960 kreeg ik een 40 tal gesteentemonsters om na te gaan of mijn methode van onderzoek  zin zou hebben. Dit bleek het geval en heeft men mij 282 monsters toegestuurd. Om wishful thinking uit te sluiten,  heb ik door Prof Hermes van ons geologisch instituut een codelijst  laten maken van de lijst van monsters zodat ik geen aanknopingspunt zou hebben.  Het bleek ondanks dat ik niets van de ouderdom van de gesteenten kenden dat ik dank zij mijn microscopische analyse toch groepen gesteenten kon onderscheiden die overkwamen met de gegevens van de BPM.  Als resultaat heb ik kunnen vaststllen dat de gesteenten uit oost en noord Bolivia voor een groot gedeelte van de gesteenten niet tot het Perm en Carboon, zoals men aannam, maar van veel jongere ouderdom waren namelijk van  Mesozoikum.

Me Pasen bij mijn ouders in Aerdenhout,  met de vaste gewoonte van eieren zoeken, die mijn vader geprobeerd had zo moeilijk mogelijk te verstoppen

Pasen in Aerdenhout,  de paaseieren zijn bijna allemaal gevonden. Vlnr Adrienne. Moeder Ot, Maria, Jan Maarten en Mariette, Huib ter Haar, Tom

In juni heb ik nog een publicatie gewijd aan mijn veldonderzoek in Zuid- oost Spanje:  The occurence of Betic of Malaga in the Sierras de Almagro , Cabrera and Alhamilla Geologie en Mijnbouw 40 Jg., p. 209-218 june 1961

Geologische kaart van gebied ten zuiden van Huercal Overa

23 juni naar Franse Alpen samen met collega Met Kriel Bodenhausen  naar Franse Alpen voor excursie met studenten in de Vercors en Chartreuse . Ik heb Kriel ingeleid om het van mij over te nemen..

Mijn brief  van 2 juli aan Adrienne. " Wat leuk om er een J.M. en W.M  en een M sec te hebben (Red: afkortingen van de voornamen van onze 2 kinderen). Over Willem Maurits nog het volgende: " Hij is gewoon te lief alleen moeten we oppassen dat we (vooral jij ) ons niet te veel  vastklampen. Hij moet precies de zelfde hoeveelheid liefde krijgen van ons krijgen als het andere stel  Zij en wij hebben er later alleen maar de narigheid van.  Verder in de brief : "De heenreis verliep vlot.  Erg gezellig met Kriel.  In ieder geval is het een geweldige bof dat hij bij ons is gekomen. Het is wel typisch om geen spanning of krampjes te hebben met je tochtgenoot zoals toch altijd wel een beetje met Kees  Verder op voet van gelijkheid  Alhoewel het met Kees gezelliger is, vrolijker  en meer ambiance. We zagen Lionel, was in zeer goede doen en was bezig een boel te schrijven"..

Eind juni naar Spanje naar de studenten voor controle. Veel gebieden van studenten afgereisd  

16 juli kwam Adrienne in Malaga en gingen we samen  tot 6 augustus naar Zuid Spanje en Marokko. Vakantie maar ook voor geologische onderzoekingen.

Vier foto's van onze reis naar Zuid Spanje en Marokko. Foto links onder bij de rots van Gibraltar.

Tijdens onze vakantie de kinderen ondergebracht bij ouders en schoonouders in Aerdenhout.

 

Kinderen ondergebracht bij ouders en schoonouders die allemaal leuke dingetjes met ze hebben gedaan zoals een tocht met een reddingsboot van IJmuiden.

Ik organiseerde weer een invitatiecursus voor jonge alpinisten. In de Berggids heb ik het volgende artikel geschreven 

Enkele opmerkingen over de invitatiecursus 1961
Ook deze zomer zullen weer een aantal veelbelovende jonge klimmers worden uitgenodigd om onder auspiciën van de KNAV deel te nemen aan een een cursus in de Alpen. Het is misschien goed om op deze plaats nog eens te herinneren aan de doelstelling van deze z.g. invitatie-cursussen, zoals is vastgelegd door het Bestuur in de Berggids van maart 1959 onder de titel: Langs lijnen van geleidelijkheid. Een streven om door middel van invitatiecursussen de evolutie van veelbelovende jonge klimmers te bevorderen. Deze cursussen zullen onder leiding staan van een of meer topgidsen, waarvan de kosten voor een groot deel zullen worden gedekt  dooreen subsidie van de KN.AV. Het is nu nog te vroeg om de balans op te maken en te beoordelen of het drie-jaren plan inderdaad aan zijn oorspronkelijke opzet hoeft voldaan. Na afloop van de derde cursus zal hierover méér te zeggen zijn. Wél kunnen kunnen echter enkele positieve resultaten worden vermeld.  In totaal hebben tot nu toe 11 jonge alpinisten van deze invitatie cursussen geprofiteerd en onder leiding van Lionel Terräy, vol op de gelegenheid gehad om zich te bekwamen in de techniek van het ijs.. Rekenen we de aanstaande cursus mee dan komt het totaal zelfs op 17 man een niet onaanzienlijk aantal gezien de hoge eisen , die bij de selectie  werden gesteld. Uit de 11 man die reeds meededen  hebben zich ich minstens 6 ontwikkeld tot zeer goede alpinisten, alleszins in staat om tijdens zware tochten in het hooggebergte als touwleider op te  treden, terwijl zonder uitzondering alle overige deelnemers  belangrijke vorderingen hebben gemaakt. Daarbij komt dat elke nieuwe cursus heeft geprofiteerd van de steun van enkele van de beste deelnemers aan vorige cursussen, doordat dezen als touwleiders werden  gebruikt. Hiermee is dus reeds tijdens de uitvoering van het drie-jaren plan één van de doelen bereikt; het laten. profiteren van jongeren  van de ervaring van de 'oudere' cursus deelnemers. De invitatie cursus van de komende zomer zal gehouden worden van 26 juli tot 8 augustus.  Evenals in vorige jaren het geval was  zal de leiding berusten bij Lionel Terray, tevens zal nog een tweede berggids voor de cursus worden aangetrokken. Als touwleiders werden reeds gevraagd: H.C van Lookeren Campagne, P.F.J .van Lookeren Campagne, R. Leopold en H. Boucher, terwijl zeer binnenkort een 6 -tal jonge alpinisten zullen worden uitgenodigd deel te nemen aan de invitatie-cursus 1961. Het ligt in de bedoeling om in de komende zomer minder extreme hooggebergte tochten te organiseren dan in voorafgaande jaren, aangezien de aspirant-deelnemers veelal niet beschikken over enige basiservaring in het sneeuw en ijs. Het is zonder meer duidelijk, dat de uit te kiezen tochten hieraan zullen worden aangepast.

Helaas kon ik niet deelnemen aan deze cursus,  aangezien ik mijn verplichtingen had om met mijn studenten in Spanje te  gaan karteren.

6 juni schreef Heinrich Harrer (een van de vier eerstbestijgers van de Eiger noordwand) mij een brief  dat hij 28 juni naar Nederland zou komen en hoopte mij te zien Hij had het voornemen om naar Nieuw Guinea te gaan. Van de staatssecretaris Bot moest hij trachten een visum te krijgen.  17 juni antwoord ik hem , dat ik al naar Spanje ben als hij naar Nederland komt.  Mijn contacten met Harrer is voor een paar alpinisten van de 'groupe sans guides' in het verkeerde keelgat geschoten. Hij was namelijk de man die voor zijn eerste beklimming van de Eiger noordwand door Hitler is ontvangen en onderscheiden. Ik weet niet precies meer welk jaar ik deze tegenstand ondervond. Vooral Chris Korthals Altes was mij niet gunstig gestemd en is ook niet meegegaan met de  invitatie cursus. Ook vonden zij  mij eigenlijk te weinig progressief. Zij wilden gidsloos klimmen  Dit heeft hun wel tweeleden van hun groep  gekost. Wansink als van der Leek zijn in de bergen kort na elkaar verongelukt.. Zo gek was mijn stelling nog niet om via de weg van de geleidelijkheid te gaan. Maar ja zo gaat het.  Eerst revolutionair tov van het klimmen uitsluitend met beroepsgidsen, om daarna weer door een nieuwe groep van alpinisten worden ingehaald die mij maar ouderwets noemden. Eind juni naar Spanje naar de studenten voor controle.

Deze familiefoto heb ik van Edmund Hillary ontvangen. Vlnr:  Edmund Hillary, zijn vrouw Louise Mary Rose , zijn drie kinderen. Peter (1954), Sarah (1955), and Belinda (1959). Helaas zijn in 1975 zijn vrouw en de jongste dochter Belinda omgekomen tijdens een vliegtuigongeluk in Kathmandu. Zij wilde haar man begeleiden in een hospitaal in Oost Nepal.

Brief van Adrienne aan mij van 8 augustus met verslag van haar terugreis van Spanje naar Nederland na onze vakantie. " We hadden een lekke band en kregen voor niets een drankje. Daarna Frankfurt in de regen en toen Schiphol in de zon, precies kwart voor vijf landen we. In de verte zag ik al de twee kleine hoopjes zwaaien, het was me een moment.  Jan Maarten helmaal vertrokken gezichtje geen lachje kon er af en Mariette meteen stijf omarmen  Hij wou me ook geen hand geven toen we naar de auto liepen, maar thuis gekomen, draaide hij bij  W.M  lag in de box,  een dikke bul precies Marlof van vroeger. 's- Avonds in bed kwam er een grote huilbui van Jan Maarten, zo lief was dat, alle verdriet huilde hij er uit en toen mocht hij bij mij slapen die nacht". .

Over Jan Maarten schreef Adrienne 14 augustus aan mij":"JM was in Aerdenhout ontzettend verwijfd en vrouwelijk en liep steeds met hakken en jurken. Nu hier thuis is het afgelopen en speelt hij weer met de jongens met treinen en vliegtuigen. Hij heeft een volkomen eigen droomwereldje, wonderlijk ventje he ? Misschien mist hij zijn vader heel erg, hij praat niet veel over jou, maar ik voel toch wel dat hij dol op je is".

Barre des Ecrins ( 4103 m) bestegen 27 augustus

Traverse van La Meije (3987 m) 29 augustus. Streeplijn de gevolgde route

Mijn brief aan Adrienne van 3 september uit Villach, Oostenrijk. Voor het begin van een geologische excursie in de Oostenrijkse alpen, die ik voor de studenten van ons Instituut had georganiseerd. " Nog even over de bergweek  Heel gezellig met zijn vieren.  Een behoorlijke tocht was de traversering van La Meije. Kriel ging ongelooflijk goed. Erg lenig Kees klom achter Lionel. Ging erg langzaam  we deden daarom zeer over de tocht en moesten 3 rappels maken  Lionel was weer ongelooflijk goed, zoals hij dat voor elkaar regelde. Ik moest steeds ongezekerd abseilen, als laatste. Het ging best. Lionel en en en ik probeerde nog een tocht maar de condities waren niet  goed. We moesten om de tocht te maken eerst bivakeren op een moraine tussen rotsblokken het was erg gezellig met Terray 's-ochtends om 3 uur weg en om 6 uur bij de Einstieg. Gelukkig had Terray er geen zin in om de tocht te maken, alles was blank ijs.  Ik was ook erg blij want ik was nogal bang geweest van de te voren. Ik dacht zo sterk aan jullie en de verplichting die ik tegen over jullie heb.

 

In onze tuin aan de Rembrandtweg in Amstelveen

 Een publicatie over de resultaten van ons geologisch onderzoek in Zuid-Oost Peru  in 1956, 59. Preliminary note on the geology of the Cordillera Vilcabamba (SE Peru) with the emphasis on the essentially pre-andean structure. Geologie en Mijnbouw, 40 jg september 1961

5 November heb ik het rapport over mijn microscopisch onderzoek van sedimenten van Bolivia gepubliceerd.

Kerstmis in Aerdenhout

26 december schrijft Lionel mij dat hij 26 november van een rots in Saussois ten zuiden van Parijs een val van 8 meter heeft gemaakt en daarbij 6 ribben heeft gebroken en behoorlijk was aangeslagen. Een week ziekenhuis  en langzamerhand herstellende. Dat was schrikken in verband met onze komende expeditie naar de Himalaya. Hij schrijft verder dat zijn boek Conquerants de l'Inutile  is uitgekomen. (red. waar ik hem aan de titel heb geholpen)

Met de familie en ouders naar de Leemkule in Hattem tijdens de dagen tussen kerstmis en oudjaar.

( PS. Ik heb vooral citaten over Jan Maarten aangehaald uit de brieven tussen Adrienne en mij. Dit in verband met de moeilijke verhouding met Jan Maarten tot op de dag van vandaag anno 2007)

Dagboek 1962

De plannen voor onze Himalaya expeditie

Zoals ik al heb vermeld in mijn dagboek van 1961 heeft Lionel Terray onze enkele suggesties gegeven voor een expeditie gebied. Ik citeer enkele zinnen uit zijn brief van 7 november 1961:
" Je n'ai pas très bien compris dans quelcoin tu espères pouvoir me faire aller l'an prochain, ta carte etant assez imprécise et plus encore les indications que tu y a apportées dans le Garhwal. Il me semble que ce soit la région de la Nanda Devi. Cela serait très bien car il y a beaucoup de béaux sommets. Choisis quelque chose de pas très haut - 7.000 m au plus - mais difficile et qui ait "de la gueule". Les jeunes grimpeurs hollandais sont des bêtes et marchent vraiment bien. Holly et toi faites de très bons leaders, moi je suis encore capable d'ouvrir la route, surtout cet automne ou je serai très entraîné. Il faut faire quelque chose de sérieux. La région du Népal occidental ne m'emballe pas beaucoup, les sommets ont l'air tout petits, cette région est très sauvage, les marches d'approche sont très difficiles et je ne crois pas qu'il existe de cartes, ce qui est pour vous indispensable. Regarde si vraiment il n'y a pas de problèmes géologiques dans d'autre parties du Népal plus ou moins cartographiées. Je sais que Bordet *) a dit à L. Devies**) que la région de la Krichna Gandaki (c'est la rivière qui descend de l'Annapurna aux Indes) pose des problèmes passionnants. Tout près de l'Annapurna, il y a la chaîne de Nilgiri ou rien n'a été fait et qui serait assez bien".

 *) Pierre Bordet een franse geoloog, die we later in mijn reisverslag zullen tegenkomen.
**)Lucien Devies was president van de Franse Alpen club

In 1951 zouden Egeler en ik met een expeditie meegaan, die werd georganiseerd door de geoloog-alpinist Prof Klompé. Het zou een geologisch-alpinistisch doel hebben in het gebied van de Gharwal Himalaya. Het alpinistische doel zou zijn de berg Nanda Devi (7816 m). Helaas is deze expeditie door geldgebrek niet doorgegaan. Ondanks het feit dat Lionel in zijn brief het gebied van de Kali Gandaki in Nepal voorstelde, bleven we bij ons plan om naar het gebied van de Gharwal te gaan.  Ik schreef op 29 januari 1962 aan Lionel Terray, dat de regering van India ons de toegang had geweigerd.
Mijn  brief van 29 januari 1962 aan Lionel:
 "I can only express the wish that we will see our way in going to India this autumn. Our first request to enter the Garhwal region has been refused by the Indian Government, and we have now made a second one, cutting down the expedition area to south of what is called the "inner line", i.e. the boundary of the zone which usually is open to tourists. We are doing our utmost to obtain permission, and all our "high connections" are busy working for us. Unfortunately, the difficulties between Holland and Indonesia over New Guinea is just very active now, and this may actually spoil our chances as the Indian Government will not easily see its way in letting Soekarno down. I think, however, that we will know more within a month. All our chances of getting into Nepal, should the Indian project be refused, seem to have dwindled to nothing. In any case our Dutch Ambassador has advised against asking for permission in Nepal, considering the unstable situation there. He thinks that we will never be able to get a permission. There is, of course, quite a difference between a mountain climbing expedition and a geological expedition. If one wishes to climb a mountain, one can make all plans beforehand, i.e. one can say exactly through which valleys one intends to travel, where the base-camp will be established, etc. We geologists, on the other hand, can make no definite plans, but must just invade the area, going up any valley that promises to be of interest. This too may be a reason for refusal. If our Garhwal project should fail, the only thing to do is to switch over to Pakistan, i.e. to the Hunza or Gilgit region, where the geology is very interesting and where there is quite much to do from a mountain climbing point of view. It is very uncertain, however, whether we will see our way in organizing such an expedition within this year. As soon as we hear more, we will let you know. If our permit to Garhwal is granted we will come to Paris to make final arrangements".

Ook ons tweede verzoek voor het nieuwe gebied in de Gharwal Himalaya werd afgewezen. Egeler en ik hebben toen besloten om de suggestie van Lionel om naar het gebied van de Kali Gandaki te gaan, nader te onderzoeken. Om meer zekerheid te krijgen over een eventuele toestemming  is het beter om dit ter plekke te doen. Zo reisde ik 18 april 1962 af naar Nepal voor een onderzoek naar de mogelijkheden. Hiervan heb ik een dagboek gemaakt, dat ik hieronder integraal weergeef.

Rapport eerste reis Nepal  18 april - 2 mei 1962

Woensdag 18 april 1962. Vertrek Nederland 9.13. Tussenlandingen Frankfurt-Praag-Genève-Beiroeth-Bombay. Aankomst New Delhi donderdag 19 april 15.00.Tijdsverschil 4 1/2 uur. In Genève chocola gekocht (niet aanwezig in New Delhi).
Donderdag 19 april 1962.
  In vliegtuig 2 flessen brandy, 200 sigaretten. Dit mag men meenemen in India. Alleen wel moeilijkheden met douane in Bombay (drooggelegde stad) met 2 flessen brandy. Beter dus niet meenemen, wel sigaretten. Meebrengen van meer dan 75 Rs (India) is ten strengste verboden,wel dollars zowel in trav.cheques als cash. New Delhi: afgehaald door de Ambassadeur (mocht bij hem logeren). Links verkeer went snel. Met de auto van de ambassadeur naar de stad. Pasfoto's laten maken, Royal Nepal Airlines plaats geboekt vliegtuig. Bespreking Trade Wings.de manager is Bali Saiga, zeer voortvarend. Moeilijkheden douaneformaliteiten besproken.
Vrijdag 20 april.
Visum gehaald voor Nepal bij eerste secretaris, de heer Bath. Deze gaf al hoop voor de zekerheid van het krijgen van een permissie voor onze expeditie. Van tweede secretaris Chah het visum voor een week gekregen. In de stad nog geprobeerd naar Mapes Sales section te gaan. Helaas gesloten, want het was Goede Vrijdag! ! Naar Ambassade de France. Gesproken met Mr Flory. Deze man had de expeditie voor de Fransen georganiseerd. Hij deelde geen nieuwe bijzonderheden mee,wel vertelde hij over de aankomst van Bordet, helaas net deze vrijdag naar Kathmandu doorgevlogen. Hij bleef echter volgens zijn informaties tot 25 april in Kathmandu., om daarna door te vliegen naar congres Vulkanologie in Japan. Hij is dus 2 dagen op ons voor en kan in Kathmandu samen met Hagen tegen ons gaan kuipen. Na lang beraad met de Ambassade telegrammen verstuurd om mijn komst te annonceren, zowel aan Hagen als Bordet. Dan speel ik toch nog een rol mee bij hun berekeningen. Volgens Flory wilde Bordet naar hetzelfde gebied als wij. 's Middags telegrammen verstuurd naar Bordet als Hagen (deze kwamen helaas later aan als ik zelf  t.w zondagmiddag).
Zaterdag 21 april 1962. Bespreking Trade Wings met de heer Saigal, grote moeilijkheden. Allereerst vragen aan het Ministerie van Nepal om een permissie dat alles in transit gaat door India en dat het in Nepal mag worden ingevoerd. Voorts voor Trade Wings - New Delhi lijsten maken als volgt: (15 kopies) in Engels en met de waarde in Rs (Ind.) of dollars  Met deze lijst en tevens officiële brief van ons gericht aan New Delhi om ons op te treden en  alles te regelen voor het transport e.d.. Hiermede gaat hij naar de Nepalese  Embassy en tevens  het het O.K. van Kathmandu (door ons aan te vragen), daarna naar Ministry of Exterrnal Affairs + Centre Board Revenue. Vervolgens gaat alles dan naar de Collector of Customs, die zal vragen een garantie, een zeer hoog percentage. Dit alles zal ongeveer 10 dagen in beslag nemen, garantie zal volgens Trade Wings worden afgegeven door de Nederlandse Handel Maatschappij N.V. in Bombay. Volgens Saigal moet men rekenen op 100%,  maar dit lijkt niet correct, want men zou immers kunnen verwachten, dat alleen de duty tax zou gelden als basis van garantiehoeveelheid. Saigal raadde (ook na te hebben overlegd met hun officier in Bombay) om het schip naar Bombay te sturen , vervolgens per trein tot Birgam en vandaar naar Kathmandu met truck om vervolgens alles te laten inklaren in Nepal.  Zoals blijkt is dus alles nog zeer ingewikkeld. Volgens onze Ambassadeur is een garantie via de Ned. Handelmij mogelijk. Het is te hopen dat alles zo zal lopen. Het probleem bagage Terray is nog niet opgelost. Over deze gegevens beschikken we nog niet voldoende om alles te regelen. De kaarten van Nepal niet zo maar te krijgen. Eerst vergunning aanvragen. Een formulier met alle gegeven ingevuld en aan onze ambassade gegeven die zal proberen om deze "restricted maps" los te krijgen. Ik heb ze aangevraagd voor 1 jaar. Deze zullen naar wij hopen aan Amsterdam door de Amb. worden opgestuurd. Wij moeten ons garant stellen voor porto- en kaartkosten. Van ambassade officieel papier gekregen voor Nepalese autoriteiten om mij behulpzaam te zijn.
Zondag 22 april 1962.  6.30 vertrek New Delhi naar Sardajung airport 8.10  vertrek New Delhi. Na prachtige tocht (de gehele keten van Gharwal·Ganesh Himalaya) . Kathmandu 11.20. Heerlijk klimaat. Lieflijk plaatsje. Geen plaats in hotel, wel ondergebracht alleen voor slapen in Imperial Hotel. Contact opgenomen met Hagen en Bordet. Hagen's vrouw deelde mee dat ik hem maandag op de office van United Nations te pakken kon krijgen. Bordet na lang wachten te pakken gekregen bij de Jezuïetenpaters. Hij zou mij de volgende dag komen ophalen. Naar het Ministerie van Foreign Affairs. Vergunning in principe toegewezen. Alleen 2 maal 1600 Ra als entree te betalen, aangezien zowel een expeditie voor wetenschappelijk werk als alpinisme ten Zuiden van Mustang toegewezen. Geen andere aanvragen voor het zelfde gebied in dezelfde tijd  Daarna naar Director of Customs.  Bijzonder beschaafde man. De volgde details twee lijsten maken:
a) alle goederen die ingevoerd worden en die geconsumeerd zullen worden . Van alle artikelen  vermelden: value, item zoals bij douane India
b) alle goederen welke werd uitgevoerd zullen worden na de expeditie
Voor a) zullen meteen de invoerrechten moeten worden betaald, de percentages zullen in Kathmandu worden bepaald. De betaling in % is misschien nog aanwijzingen onderhevig , maar zal behoorlijk hoog zijn. Voor b) zal een borgsom moeten worden betaald  dat ongeveer gelijk zal zijn aan de invoerrechten. Bij weder uitvoer zal alles weer terug worden betaald.. Deze garantie behoedt niet in cash te zijn, maar moet een bankgarantie ,misschien zelfs aan de Ned.Handel Mij in Bombay zijn. Dit nog nader opvragen aam Kathmandu Central Bank lts. Volgens  de directeur  behoort de garantie in India niet hoger te zijn  dan de duties te bedragen. Hij was er zelfs voor naar India gewest om de moeilijkheden te bespreken. Ik zou nog wel woensdag komen om alles te regelen. Visum aangevraagd voor Pokhara .Dit gekregen.
Maandag 23 april 1962. 's Ochtends gewacht op Bordet. Deze kwam om ongeveer met een Jezuïetenpater.  Daarna naar Hagen. Deze ontving ons vriendelijk. Hij vertelde alleen dat hij komend juli zijn ontslag zou nemen. Het was een wonderlijk gesprek. Hij wist nog niets van het bezoek van Bordet aan Thakkola. Ik was dus precies op tijd; geen minuut te laat, want als hij hier zonder mij had gerekend, had Bordet zeker geprobeerd om een deel van ons gebied af te troggelen. Nu was ik degene die de hoofdrol speelde  Hagen had mijn telegram gekregen en wist dus van mijn komst. Ik gaf hem onze publicaties. Het gesprek liep in het begin stroef, maar het ging later steeds beter. Ik heb hem behoorlijk onder de kin gestreeld. Hij was zeer behulpzaam en vond (zo liet hij temminste aan mij voorkomen) het zelfs plezierig. Ik bood hem aan een set voor het merken van slijpplaatjes mee te nemen. Hij raadde de volgende zaken aan:
1. Zoveel mogelijk voedsel hier kopen. In Kathmandu te krijgen: nescafe, tea, sugar, cheese, fruit and sirop, biscuits, confiture:, zelfs home made honey.
2. Geen transmitters mee te nemen. Te gevaarlijk voor Tukucha area
3. Nooit spreken over refugies! Dit wekt argwaan. De Foreign office is zeer pro Chinees,  dus wees erg op je hoede. De hulp aan vluchtelingen :is zelfs iets wat ze niet: zo graag hebben. Eens zei een Russische: Ambassadeur tegen hem; waarom help je toch die vluchtelingen en doe je geen geologie? Hij antwoordde: ik help liever mensen dan stenen. Als wij iets voor de vluchtelingen meenemen dan direct aan Red Cross geven en verder vergeten. Niets mee te maken hebben. Zeg verder niet dat je naar Mustang gaat.  Vermijdt de naam. Schrap hem uit je mind. Wees nooit voor een partij!.
4) De Himalaya Soc. is een reuze troep. Waardeloos!
5) Neem alle dragers vanuit Kathmandu mee 
6) 10 sherpa's is zeer luxueus,  maar goed
7) Neem al het voedsel mee vanuit Kathmandu. Vlees is echter goed in het terrein te krijgen
8) Volgens Hagen waren de meeste interessante gebieden Mustang en Dhaula Himal. Hij was bezig om met oliemaatschappijen contracten te sluiten.
9) Hij gaat weg als ze hun eisen niet aannemen: nl., meer vrijheid van handelen, kaarten, luchtfoto's  etc.
10) Luchtfoto's alleen in handen van Survey of India, net als de kaarten. Niet te krijgen. Hopeloos.
11). De regering alleen maar macht in Kathmandu.
12). Geld van Nepal alleen in omgeving van Kathmandu geldig, anders gebruiken Indian roepies
13). De brug  bij Pokhara is vernield. Een expeditie moet nu via Dana of hoog in de wand
14)  Wees op je hoede voor  malaria , dysenterie. Drink geen ongekookt water.
Van Bordet nog de volgende bijzonderheden:
1) 3 soorten dysenterie. Neem zoveel mogelijk medicamenten  mee
2) Veel pillen voor malaria meenemen. Indien de dragers iets hebben dan is het wel malaria. Geef ze meteen pillen en vraag of ze het meteen willen zeggen
3) Let op verrotten van tenten etc. Moesson zeer vochtig. Hij wilde in zelfde tijd als wij met 4 geologen (vooral paleontologen) naar het zelfde gebied. (Dit plan had hij al 5 jaar geleden. Hij wilde nu excursiecongres 1964 voorbereiden). (Hij probeerde, toen wij bij Hagen zaten nog een gedeelte voor hem te reserveren). Hij kreeg alleen geen voet aan de grond, want ik sloot hem kort door te zeggen, dat we de volledige vrijheid moesten hebben. Ik ben nu het volgende met hem overeengekomen:
a) We zullen hem in het voorjaar van 1963 op de hoogte brengen van onze resultaten.
b) Hij zal zich meer beperken tot het paleontologisch gedeelte aangezien hij een specialist heeft van Trias, Lias.,Jura, en Krijt ammonieten
c) Wij doen echt precies wat we willen.
Hij wilde nog materiaal van ons lenen, maar dat zal niet gaan, want dan moeten we duties betalen. Dus afgewimpeld. s Middags met hem gegeten en vervolgens koffie met hotel directeur Monsieur Boris gehad. Bijzonder hartelijk. Veel hulp toegezegd. Tevens Proethan gezien directeur van toerisme  Ook belangrijk man. Daarna visum aangevraagd voor terugkeer in India en vervolgens afspraak directeur Royal Nepal Airlines voor chartervluchten. Afspraak voor dinsdagavond.
Dinsdag 24 april 1962. Hotel Imperial overgeswitcht naar Hotel Royal. Waanzinnig duur hotel voor geen service en slechte kamers 25 N.C. Rs.per nacht. Daarna Royal Nepal Airlines: bespreking directeur. Adres: Administrative office, Traffic Deptt,Royal Nepal Airlines Co. Kathmandu. De volgende prijzen: 1 charter v.v Kathmandu-Pokhara 4000 N.C.Rs. Hiermede kunnen worden meegenomen a) 6000 pounds (Eng.) : 2723,552 kilogr. b) 28 passagiers met hun bagage (20 kilo gram  = 44 pounds). Overtocht per passagier Kathmandu.- Pokhara = 67 N.C, enkele reis 134 N.C. v.v per pound 0.42 - enkele reis. Indien men dus berekent 6000 p x 0.42 = 2520 N.C (dus heel wat goedkoper). De coolies via land laten sturen. 8 dagen lopen. Indien men de vracht laat komen in Calcutta dan:: Kathmandu - Calcutta 3970 I.C ,Rs.  passagier's + vracht ~ 3530 I.C. cargo/ alleen cargo. 2 1/2 uur vliegen van  Calcutta -Kathmandu. Alles slechts 5600 pounds. of 24 passagiers + bagage . Alle correspondentie aan het reeds genoemd adres. 1 week van te voren regelen en aan R. N.A.C. schrijven  Daarna naar Indian Airlines alles besproken voor terugreis naar Holland. Bij Nepal Bank Ltd garantie geregeld. Indien wij van een van de 2 volgende Engelse banken een signatuur krijgen op onze garantie dan O.K.. 1) Chartered Bank,. 38 Bishopsgate London 2) Midland. Bank Ltd. 122  old Broadstreet, London Ec 2. Deze dubbelgetekende garantie wordt aangenomen. Bij tourist office aanbevelings brief voor Pokhara. 's Middags naar Himalayan Society. Archaïsche toestand, zeer vriendelijk maar te vergelijken met Club Andiniste Huaraz. Reglement gekregen. Afgesproken het volgende: Terray of ik zal ze berichten welke sherpa's we nodig hebben. 6 voor de gehele periode en 4 extra voor mountaineering part. De coolies zullen we hier engageren en sturen via land naar Pokhara. De regeling vastgelegd in de formule 1957. Zal misschien  iets gewijzigd worden . We kunnen zeker op de dragers rekenen, want er zijn geen expeditie gepland voor eind 1962. Het is van belang om te zorgen dat ze ons goed gezind blijven. Een transistor radio meenemen. Dat zal wonderen doen, ook sigaretten. Prijs collies rekenen op N.C. Rs per dag. Ongeveer 100 porters die steeds heen en weer blijven lopen. Dat betekent 100 x 60 x 6 + 36.000 Rs  6 sherpa's gemiddeld te rekenen op 7 Rs dus 120 x6 x 7 = 5040 4 sherpa's 1a 10 Rs 50 dagen 50 x 4 x 10 = 2000 Rs. Dat betekent zo als 36000 + 5040 + 2000 = 43.050 R. Daarbij ongeveer 4000 Rs aan rechten voor de Him. Soc. + regering. Uit al deze gegevens blijkt zonneklaar dat men zoveel mogelijk moet leven van land en eenvoudig. Zo min mogelijk meenemen uit Holland. Over de uitrusting sherpa's een regeling treffen. Zo min mogelijk meenemen. Uit de regeling blijkt wel hoe duur alles is. Het is zeer belangrijk om na te gaan of het Indiase of Nepalese Rs te zijn. Morgen vragen wat precies de bedoeling is. Niet te veel geven want ze zijn geweldige slokoppen. Vervolgens visum gehaald Indian Embassy. Ook nog gesprek gehad met de Collector of Customs van de Indiase ambassade in Nepal. Deze verzekerde mij dat ik niet meer als bankgarantie hoefde af te geven dan de duteis zouden bedragen voor de goederen. Dus niet de 100% waarde zoals de Trade Wings vertelde. Verder adviseerde hij om te gaan naar de Collector of Customs in Bombay.  Toevoegsel: zeer interessant . Bespreking gehad. De THC heeft geweldige invloed en geven cash. Daarom restricties voor expeditie die in noordelijke richting gaan. In Kathmandu zelf alleen gouvernement machtig. 20 mijl erbuiten  niet meer. 6000 army waarvan 2000 in paleizen, 4000 voor bewaking van een gebied 5000m mijl lang. Geen enkele controle over het land. N.I. heeft geen belang bij Nep. en kan het land in enkele dagen als het moet bezetten.. Bijzonder lastige situaties N.I. kan niet de zijde van het westen kiezen, anders grote moeilijkheden met Rusland en dat is het enige die hem bij China beschermt. N.I,. is omringd in het verre oosten door dictators: Birma, Pakistan, Nasser etc, explosieve situatie. De Nepalese currency staat slecht. Sinds lange tijd worden ambtenaren van het gouvernement niet betaald. Buiten Kathmandu is alles in Indiase roepies. Tot voor kort ook in Nepal, maar dat is nu veranderd. Alles in N.I. en dit staat er nu bij.
De Himal. Society vraagt dus alles in Indiase roepies . Uit dit alles blijkt; wel hoe moeilijk de situatie is en er is maar een remedie hoe het voor de expeditie zo eenvoudig mogelijk is en probeer er geen groot; opgezet geheel van te maken want dan is er een groot risico van stranden zowel financieel als om andere (o.m .politieke) redenen. De poolster ziet ons niet graag komen! Na tafel uitgenodigd om met de directeur Boris  naar zijn huis te gaan (bovenste verdieping hotel). Bijzonder gastvrij . Laat op de avond. kwamen er Russische vrouwen en een Nepalees. Ik vroeg toen de Nepalees weg was, wie het was..Antwoord: de broer van de koning  Prins Basoendra. Dat was toeval. Veel Russische muziek: gehoord, gedronken.  Pas om 2 uur in bed.
Woensdag 25 april 1962
's Ochtends afgesproken om te golfen, eerst bij Boris ontbeten, daarna naar zeer moeilijke golfcourse, vlak bij het vliegveld.. Zeer moeilijk, vele dalen  Pas de laatste slag won de Prins het van mij. We maakten ieder 3x bogies. Not too bad! Hij vroeg of ik donderdagmiddag ook met hem golfen wilde. Niet zo'n gekke introductie. Wat een uitzicht van de golflinks, alles berg, Ganash Himal Manaslu, Too good to be true.  Alles lacht me werkelijk toe. Gezellig met het hele stel geluncht. Daarna naar het Ministerie. De vergunning voor het alpinistische doel is goedgekeurd en de uiteindelijke premissie zal ons in augustus komen worden afgegeven als de tweede helft hebben betaald. Ik betaalde nu N.C.Rs 800,-.. De geologische excursie moet nog worden goedgekeurd door de Geologische afdeling. Maar dit was in principe wel goed. Ik liet mijn adres achter en de correspondentie zal nu rechtstreeks gaan met mij. Tussenvoegsel: Volgens Boris was het te danken aan onze Ambassade die Nar Thapen (een bijzonder intelligente man) bereid was gevonden een vergunning voor dit gebied te geven, dwz van het nog al discutabel gebied Thakkola. Zelfs Hagen krijgt geen toestemming om meer in te vliegen.
Bezoek gebracht aan de directeur van de Bureau of Mines. Deze was bijzonder vriendelijk en heeft een belangrijke stem in de goedkeuring van dit plan. De heer Malla (de directeur) (zie adres aanhangsel) zei mij alle steun toe en vond het zeer plezierig wat we wilden doen, zodat ook deze moeilijkheid voorbij is. Het zal echter nog wat tijd vergen om de uiteindelijke toestemming te krijgen, maar dat is maar proforma. Indien ze het willen intrekken kunnen ze het toch wel doen, ook met officiele toestemming. De hoofdzaak is dat de hoofdfiguren er mee accoord gaan. Volgens Malla was het gewenst dat ik nog langs de foreign office zou gaan (de heer Thakur). Hij zou zelf nog een gesprek met hem hebben . Malla memoreerde wel dat dat Bordet hem nog had willen spreken , maar hij had hem gelukkig nog niet gezien. Hij was zeer te spreken over onze wijze van aanpak. Ik gaf de volle eer aan Hagen. De mededeling dat ik helaas de volgende dag niet kon komen , omdat ik een afspraak had met His Highness. Maakt diepe indruk! Hij hielp mee de weg vinden naar Hagen. Het toeval wilde dat hij hem ook even moest spreken, zodat we met zijn drieën, Hagen, Malla en ik nog even rustig erover konden spreken. Alles zeer gunstig. Hagen zei zelfs dat hij het prachtig had gevonden wat ik gezegd had aan Bordet, nl. dat ik niet akkoord ging het gebied in tweeën te splitsen dat als wij er hadden gewerkt er voldoende voor hem overbleef. Hagen was niet zo te spreken over Bordet. Hij vond dat hij teveel zich au serieux nam. Hagen lachte zich rot over de wijze, zoals ik Bordet had afgepoederd. Achteraf bekeken, is het wel een God’s wonder dat ik hem overal voor ben geweest. Alhoewel hij 2 dagen eerder in Kathmandu is geweest, heeft hij Hagen, en Malla niet voor mij te pakken gekregen. Het gevaar dat hij met Malla had geprobeerd te kuipen, was niet denkbeeldig geweest. Hij had hem ook te voren kunnen omkopen. Morgen moet ik proberen om nog wat papieren van de customs foreign office te krijgen. Men kan nu wel zeggen dat de hele zaak rond is, alhoewel men niet verbaasd moet zijn als men opeens ergens moeilijkheden ondervindt. Zoals Hagen zegt, duiken moeilijkheden daar op, waar men het het minst verwacht. Tussenvoegsel: voor locale mensen meenemen: army messen. Gist meenemen voor brood maken. Transistors vrij meenemen. ’s Avonds cocktailparty bij Boris met Bordet, Hagen en vele anderen. Plezierig gesprek met Bordet. Samen gegeten. De Prins was ook weer van de partij. Na tafel : cabaret (zeer slecht overigens) en dancing. Veel te veel gedronken. 2 uur in bed. Weinig nieuwe gegevens verkregen.  
Donderdag 26 april 1962. Met koningstijger om 10.30 naar Ministerie. Zeer vruchtbaar. Eerst Devendra Raj. Director of Custom. Lijst gekregen met alle taxes, helaas in het Nepalees, zodat ik het eerst moest laten vertalen (dit tegen 1 fles whisky). Bijzonder vriendelijk en beloofd dat hij de verloren gegane voorwerpen niet zou rekenen bij de afrekening van duty taxes. Verder accepteert hij een garantie van de bank. Toevallig in gang Hagen en Malla ontmoet. Ook nog bezoek gebracht bij Thakur, chief protocol, zeer belangrijk man en zeer vriendelijk. Hij vroeg of we wat wilden meenemen voor hem vanuit Nederland. Hij wilde er wel voor betalen. Toen ik vroeg wat ik dan wel voor hem mee moest nemen, antwoordde hij dat hij dat wel zou mededelen in het hotel. Zondag zou ik nog een brief van hem krijgen met de vergunning. Ik liet hem op de kaart zien waar we naar toe gingen, alsmede ons project. Hij hoorde me nog even uit hoe ik over de Chinezen dacht, maar ik ging er niet op in. Nog even bezoek bij Hagen gebracht. Ook samen met hem geluncht. We hebben toen samen de zaak Bordet gereconstrueerd. Hij zag nu pas in hoe gevaarlijk de situatie voor mij was geweest en hij had geen medelijden met Bordet, want hij had Hagen ook wel eens een smerige streek geleverd. Het was dus ongelooflijk belangrijk dat ik Hagen samen met Bordet kon spreken. Hagen vond dat wij de goede instelling hadden betreffende geologisch werk. Het wonderlijke van de gehele geschiedenis is dat Bordet tweemaal tevergeefs heeft geprobeerd om Hagen te pakken te krijgen. 2x heeft Hagen hem afgepoederd. Hij begreep zelf niet precies waarom, misschien voelde hij iets, onderbewust. Het is een narrow escape geweest. Bordet heeft tijdens het oponthoud ook contact gehad met een zeer invloedrijk man, n.l. kolonel Rana. Dit vertelde hij me stom genoeg de avond voor zijn vertrek. Hagen heeft geprobeerd me ’s middags in contact met hem te brengen. Hij gaf zelfs onze publikatie terug om ze vervolgens aan kolonel Rana aan te bieden. We hebben 2 uur op hem gewacht. Helaas tevergeefs. Ik liet de publikaties achter en hoop hem a.s. zondag te zien. Snel naar hotel om te golfen met de prins. Heerlijk gespeeld, met 2 down verloren. Veel pech met de putslagen. Dat zit dus goed met hem. Hij komt misschien in juli in Nederland. Ik heb hem al geïnviteerd. ’s Avonds samen met Shahan Sha geborreld. Zeer belangrijk businessman. Kent hier iedereen en heeft zeer veel invloed. Hij stelde voor het volgende: bagage Bombay-Nautanwa via Lucknow (de plaats waar hij woont en alle belangrijke spoorwegmensen kent). Van Nautanwa per truck naar Nepalees grondgebied (Bhairawa, 8 miles, any amount of transport). Dan vliegtuig R.Nep. Airl. Naar Pokhara. De customs zijn daar veel makkelijker. Geen probleem zoals in Kathmandu. Ik moet van de wijziging Foreign office en director of customs op de hoogte stellen. Dit is een veel betere, snellere en goedkopere route. Er zijn 8 vluchten van Bhairawa-Pokhara per dag. Levensmiddelen, behalve in Kathmandu ook inkopen in Lacknow. De custom charges zijn niet zo hoog van goederen, van India naar Nepal. Dit zijn dus zeer belangrijke veranderingen in onze aanvoer. De douane in Bhairawak is makkelijker………….. baar dan in K. De treinreis Bombay-Lucknow 6 dagen. Lucknow grens 1 a 2 dagen. Vliegtijd Bhairawa-Pokhara 20 minuten. Shahan Shah inviteerde mij bij hem te komen logeren. Hij vroeg wel of we een Rolliflex (all automatic) voor hem wilden meenemen.
Vrijdag 27 april 1962. 10 uur naar vliegveld. 11 uur take off naar Pokhara met zelfde piloot als van Dehli-Kathmandu. Vlucht 45 minuten. Helaas bergen in wolken. In Pokhara gastvrij ontvangen. Alleen vertelde de aerodrome officer slecht nieuws: in augustus is het vliegveld Bhairawa totaal onbruikbaar door de hevige regens of zoals de piloot het krachtig uitdrukte: forget this name of Bhairawa in July-August. Tegen half september alleen weer mogelijk. Het hele plan dat net zo lekker in elkaar zat, kwam hiermee te vervallen. Dus toch alles via Kathmandu. Bad luck. In ieder geval is het bezoek aan Pokhara niet voor niets geweest. Plaats gekregen in Aluninium Tourist hut. Alles zeer primitief. Wandeling naar Pokhara zelf ongeveer ¾ uur lopen. Vrij groot dorp, vele winkeltjes. Alles zeer schilderachtig. O.m. te verkrijgen parapluies, vuurroosters (vierpoten), rijst, meel, etc. en er is zelfs een bank waar dollars gewisseld kunnen worden. Ten noorden van het dorp bezoek gebracht een Engels hospitaal. Eerst nogal koele ontvangst, maar nadat ik ook typisch Engels ging understated en steeds na elk woord hum hum zei, begonnen ze vriendelijker te worden. De dokter, een nogal jonge vent, ongeveer 30, leidde me zelfs rond door zijn hospitaal. Ik kreeg ook nog een cup of tea. Ik vroeg of ik iets voor ze mee kan nemen. Dolgraag en wel het volgende: 5000 tabl. 1906 of CIBA en Eatisul fluid I.C.I. (for leprosy). De laatste tijd hebben ze veel refugees met postboten. Er kampeerde een stel van die Tibetanen. Heel wonderlijke gezichten. Pure natuurmensen. Informatie betreffende het Thakkola gebied: 7 dagen lopen Muktinath. Veel geitenvlees te krijgen, prima kwaliteit, ook meel etc. In augustus vele bedevaartgangers naar Muktinath. Vele moeilijkheden met krijgen van coolies. Zeer duur: 8 N.C.rs. Toch beter om mee te nemen uit Kathmandu. In Pokhara geen professionals. Mensen van het land plukken, dus zeer moeilijk. In Kathmandu is een agency voor het krijgen van coolies. Ook uit dit alles blijkt: zoveel mogelijk van het land leven. Nog 2 km stroomopwaarts gegaan. In rivier vele type gesteenten verzameld. Voornamelijk gneisen, kwartsieten, glimmerschisten, alles behoorlijk metamorf. Pokhara gebied zelf niet erg aanlokkelijk geologisch, bijzonder lastig, slecht ontsloten. Tegen 5.30 uur terug op vliegveld. Geïnviteerd door piloten om met hen te komen eten. Bijzonder hartelijk.’s Nachts geweldig onweer en hagelbuien, alles op aluninium dak. Hels tumult!
Zaterdag 28 april 1962. Vanwege slecht weer vliegtuig niet naar Bhairawa. Alles zeer vochtig. Na schaars ontbijt rapport geschreven. Steeds gewacht op beter weer, pas tegen een uur of vier klaarde het op. Er landde nog een vliegtuig van International Red Cross Committee met een Zwitserse piloot. Hij bracht wat materiaal voor de Tibetaanse vluchtelingen. Ze kunnen niet meer landen in Jomoson, want de air strip is te klein. Zij hopen het nu 2 maal zo breed te maken. Ze hopen dan vergunning te krijgen van het Gouvernement. De algemene stemming van het Rode Kruis is een van ontgoocheling. De regering maakt het hun weer lastig. Zij moeten voor het inbrengen van voedsel speciale vergunningen hebben om het in het land te brengen. Dit is trouwens een algemene regel, n.l. dat iedereen die van het ene naar het andere district voedsel wil transporteren een permissie nodig heeft. Nog een lang gesprek gehad met de airodrome officer Krishna Giri. Zeer belangrijke man. Hij zal voort ons een huis afhuren als wij komen, ongeveer 100 roepies per maand, vlak naast het vliegveld. Ook hij vertelde over de moeilijkheden om materiaal te vervoeren met local people. Dit zijn geen professionals en zelfs niet te koop voor extravagante lonen. Beter meenemen vanuit Kathmandu. Behalve de dragers ook kerosine. (1 blik in Pokhara 35 roepies N.C. en 1 blik in Kathmandu 14-15 Rs.). en mag het alleen niet per vliegtuig vervoeren, dus met de coolies meesturen. Rijst kost in Pokhara 8 roepeis voor 1 kop vol. Men moet dus vergunning hiervoor krijgen. Vanuit Kathmandu is het ook ten strengste verboden rijst mee te nemen. Corned beef is verboden mee te nemen. Men moet het labelen als clear meat of pork meat. Alles bij elkaar genomen, don’t rely on Pokhara. Neem alles mee. Tegen de avond kwamen opeens de bergen eruit. Gewandeld naar de gorge van de Beti. Prachtige insnijding na storten van de alluviale afzetting. Tegen 4 uur alles gepakt om mee te gaan met vliegtuig, maar deze kreeg geen permissie om te landen, aangezien om 4 uur het vliegveld van Pokhara sluit. Voor mij een geweldige bof, aangezien de bergen er steeds meer uit kwamen. Wandeling naar Royal Palace gemaakt. De mooiste plek op aarde. Alle ketens rondom. In de bossen enkele kambas hutten. ’s Avonds met Tibetanen gesproken en met R. Wyeth (Engelsman) directeur van de Bank of Nepal en Shogahi (een Japanner) die er was voor de World Health Organization, ter bestrijding van de malaria. Vroeg naar bed.
Zondag 29 april 1962. Helaas gedurende de nacht weer regen en ’s ochtends vroeg geen bergen. Gelukkig trok het op tegen een uur of zeven, dus nog kunnen genieten van het mooiste uitzicht aller tijden. Gereisd met 3 Kambars, w.o. een lama die naast mij zat in het vliegtuig. Hij las nog even voor uit zijn bijbel. Zeer vriendelijke man. Alleen kon hij geen Engels. Hij kwam van even ten zuiden van Lhasa en was 4 maanden onderweg geweest. Zijn moeder was gedood en hij zelf was getroffen geweest door mitrailleurvuur van de Chinezen. Deze hadden ook veel gebombardeerd. De Engelse bankdirecteur vertelde nog enkele belangrijke bijzonderheden: de garantie van de N.H.M. is mogelijk voor Nepal Bank, met een handtekening van Midland Bank. Voor India niet nodig, want dan cheque N.H.M. met Indian Bank. De garantie moet 1 jaar na datum van tekening nog geldig zijn, tevens een bedrag tot een waarde van maximum….Na aankomst in Kathmandu naar hotel en daarna naar Singha Durbar. Eerst naar Hagen en daarna naar Tjakur. Deze beloofde me t.z.t. een permissie te geven voor het inkopen van voedsel in het gebied. Wij moeten vanuit Holland direct een vergunning aanvragen en tevens een introductie voor de gouverneur van Baglung etc. In Pokhara zowel als Baglung is een bank voor het innen van cheques. Thakur beloofde tevens dat als ik om 4.30 zou terugkomen, ik een brief met een soort van vergunning zou krijgen. Laten we het hopen. Ze hebben er een handje van om alles uit te stellen. Steeds komen moeilijkheden daar, waar je ze het minst verwacht. Altijd vriendelijk blijven, geduld hebben, niet tegenspreken!Weer terug naar office van Hagen. Geen kolonel Rana. Vervolgens staat van prijzen opgevraagd. Op volgende blz. enkele belangrijke prijzen van Kathmandu. Vrijwel alle belangrijke zaken te krijgen langs Indian Airlines. Nog steeds geen confirmation! Hotel lunch, daarna naar Singha Durbar. Eerst Hagen. Nog steeds niet gelukt om kolonel Rana te pakken te krijgen. Hagen schijnt ook niet veel invloed te hebben. Naar Foreign office. Gelukkig hadden ze de uiteindelijke permissie klaar. Alleen geen dollars bij me, zodat ik deze nog morgen moet brengen. Terug naar Hagen. Deze had inmiddels een jonge student bij zich gehad, die geologie wil gaan studeren. Hij zou nu proberen of deze jongeman met ons mee kon gaan. Zoals de permissie blijkt, moeten we 2 liaisonofficers meenemen. Van Foreign Office’s zijde zou geprobeerd worden om een bergklimmer mee te krijgen, terwijl van Hagen’s zijde dus een aankomend geoloog zou kunnen meekomen. Op grond van onze recommandatie zou deze jongen (indien hij goed zou bevallen) een fellowship kunnen krijgen. Terug naar hotel, daar tennistournement. Koning Mahendra en koningin, prinsen, de 2e prins (broer van de koning). Deze moest zelfs buigen en nadat de koning hem met zijn hand op zijn voorhoofd had gezegend was alles goed en kon hij naast hem gaan zitten. Ik zat nauwelijks of bij toeval kwam Takur naast me zitten, evenals het hoofd van de F.B.I. Nepal. Takur knikte opvallend vriendelijk naar de C.C. ( ik wist bij toeval dat dit C.C. waren, want bij aankomst had ik een van hen zijn C.C. paspoort gezien. Ik zag nog toevallig hoe de C. steeds Takur volgden en toen Takur de 2e prins wat vroeg, volgden de C. dit geheel en nadat het afgelopen was, probeerden ze Takur weer te pakken te krijgen. Wie was verder aanwezig: kolonel Rana, die volgens Hagen een meeting op de Universiteit had. Ik heb hem niet te pakken gekregen. Misschien morgen. Alles bijzonder boeiend, dit spel. Naar tennis werd nauwelijks gekeken. Hagen zei nog dat we van hem copies van de Nepalese kaart konden krijgen. Hij had de negatieven in Zwitserland. Nu nog enkele prijzen: Adres: Nepal Stores Meera Home. ’s Avonds uitgenodigd bij Hagen. Met taxi even buiten Patan. (dorpje vol met tempels). Erg aardige vrouw en kinderen. Ideaal huis met dromerig landschap. Veel gelachen over Bordet’s failures. Na afloop geborreld bij Boris, de 2e prins kwam nog even op bezoek.
Maandag 30 april 1962. Naar Indian Airlines. Nog steeds geen confirmation. Gelukkig zag men dat mijn visum voor Nepal was verlopen. Meteen door naar Takur. Geen moeite om verlenging te krijgen. Ik kon een wederdienst doen door te zeggen dat ons koninklijk paar het 25- jarig huwelijksfeest had. Ik kon hun tevens het adres opgeven van het Paleis. Verder 110.- dollar betaalt aan Shah. Door naar Hagen. Geprobeerd om kolonel Rana te pakken te krijgen. Na 30 minuten wachten eindelijk gelukt. Weinig nieuws van te vertellen, maar hij was ons niet ongunstig gestemd. Hij keek zorgvuldig onze publicaties in. Dit is de man die volgens Bordet het belangrijkste was. Hij is lid van de raad van planning (hij is de brains van dit gezelschap) en de koning luistert naar hem. Ik vertelde hem nog hoe gunstig het was dat Bordet ook kwam en hoe nu de samenwerking zou gaan dat hij in het voorjaar 1963 naar Amsterdam komt. Hagen (die ook bij het gesprek was) veel lof toegezwaaid. Deze man is ook zeer belangrijk voor Hagen, want hij zal moeten beslissen of ze Hagen condities, die hij pas heeft gesteld, zal accepteren. Na het gesprek dat ongeveer een half uur duurde weer naar Royal Hotel. Hagen zei buitengekomen: Sie sind ja auch ein Gauner!! Und Sie sind jetzt viele Mahle vor auf Bordet. Na lunch naar vliegveld. Gelukkig was er een vlucht naar Dehli, het weer was nl. zeer slecht. Vele wolken, dus nogal spannend. Tijdens wachttijd nog gesprek gehad met douane. Nu gevraagd wat zij verstaan onder personal belongings. Het bleek nogal vaag en zij hadden het recht om wijziging toe te passen . Voor iemand die graag veel foto’s wil maken, i.p.v. 1 camera 2 camera’s. Iemand die voor geologisch werk komt: zijn geologische hamer, kompas, hoogtemeter etc. Vervolgens ook voor een bergklimmer zijn pickel, stijgijzers etc. Dit dus zeer belangrijk voor het maken van de lijsten. De objecten die onder deze categorie vallen zijn duty free. Om 4 uur uit Kathmandu weggevlogen. Na rustige vlucht over Siwaliks en Gangesvlakte naar New Dehli. Aankomst 8 uur. Afgehaald door de heer Kalff (gouverneur van de kinderen) en chauffeur van Ambassade. Bijzonder vriendelijk en gastvrij. De Ambassadeur en zijn vrouw naar Nederland voor huwelijksfeest.
Dinsdag 1 mei 1962. 7.30 uur weggevlogen naar Bombay. Na rustige vlucht geland om 10.40. Direct geprobeerd om confirmation te krijgen. Pas de chance, alles volgeboekt, evenals de Comet van BOAC naar Londen van 21.15. Wel plaats met United Arabian Airlines. Deze vliegt met Comet, maar meer stops, zodat ik pas om 14.50 uur in Génève ben. Dan vele malen overstappen om Amsterdam te bereiken. Niets aan te doen. Met coach naar stad. Ticket overgeboekt. We merkten dat het vandaag feestdag is in Bombay. 2 jaren geleden werd op de 1e mei de provincie waarin Bombay ligt officieel erkend. Schijnbaar weer een reden om vrij te nemen. Ik had nog zo gevraagd bij aankomst in Bombay of er feestdagen waren in de komende 14 dagen. Neen, zeiden ze toen, er zijn geen feestdagen. De man in kwestie heb ik het even voorgehouden dat hij toen mij had voorgespiegeld dat er geen feestdagen waren. Hij zei lachend:" Ït did not come to my mind Sir, I am sorry".Trade Wings gesloten. Gelukkig wel de Consul Generaalt t pakken kunnen krijgen op zijn prive-sdres. Hij wilde me gelukkig ontvangen. ’s Middags bezig gehouden met slenteren door een bouwvallig, snikheet Bombay. Fakirs met slangen en messen door kindertjes etc. Om 5 uur precies bij Van der Gaag. Zeer vruchtbaar. Hij was meteen enthousiast, zelf 15 jaar geophysicus geweest bij B.P.M. Orinoco. . Resultaten onderhoud:
 

  1. hij zal voor alles zorg dragen (Trade Wings vervalt dus)
  2. wij moeten hem de lijsten geven met alle gegevens
  3. vracht versturen in zgn. Liftvan: ( af laten dekken met asbest of oliepapier, eventueel 2 liftvans) : dit laten doen bij Batenburg, Kuiperstraat, Den Haag. Zijn naam noemen en vragen of wij het misschien wat goedkoper kunnen krijgen).
  4. Per VNS versturen (vertegenwoordiger te Bombay = Repelaar van Driel),
  5. Garantie via Ned. Handel. Mij. (Neth. Trading Co),
  6. Terray’s spullen afzonderlijk versturen, maar wel vanuit Bombay. Terray adres geven van Con. Gen.
  7. Bij aankomst bagage hoeft niemand aanwezig te zijn.

Hij zou ook proberen of een garantie genoeg zou zijn, maar hij dacht wel, maar in de richting van cash. De customs verliezen dan rente. Verder zal het bedrag hoger zijn dan de duties. Dit ter voorkoming dat het een verkapte manier is om iets naar binnen te nemen, en dan duur te verkopen in het land. Hij achtte een aanbeveling van de Ambassadeur niet nodig. M.i. had Beelaerts ons veel eerder moeten introduceren bij deze man (zeer energiek en efficiënt). Hij wist totaal niets van onze onderneming. Hiermede is dus mijn missie compleet een succes. Laat niets te wensen over.De Cons.Gen. ging naar een receptie en gaf me een lift. Hij vroeg zelfs of de chauffeur me naar de stad zou brengen. Zo reed ik dus met auto + standaard prinsheerlijk door Bombay. Van kantoor Indian Airlines een lift gekregen naar vliegveld Bombay. Daarna opgefrist, gegeten en uitgechecked. Nu even over twaalf van de tweede mei zat ik op het terras van vliegveld te schrijven. Gek idee vandaag, si dios guiere, thuis te zijn. De customs zeiden nog dat zij als personal belongings ook dezelfde soort maatstaven aanleggen als de Nepalezen. Met een kleine wegwijzer professional equipment 3000 Rs I.C. voor dokters, 1000 Rs. I.C. voor ander soort mensen.

Gegevens India. Niet meer dan 200 sigaretten, 2 bottles of brandy (alleen indien men in New Dehli landt). Niet Bombay, want dat ligt droog. 75 Rs (India). Niet meer, ten strengste verboden, wel dollars, vooral traveller cheques. Wisselkoers in vliegtuig 4.76 = 1 U.S. dollar, in New Dehli 4.70 trav.c. en 4.65 voor cash. Office uren van Ambassade in zomer 8-13.00. Zaterdag 8-13.00. De eerste zaterdag in de maand is een vrije dag! Verder alle hindufeesten etc. Deze nog opvragen aan Ambassade. Normale office-uren van 10-5.00 uur.

Einde dagboek verkenningsreis naar Nepal

In mei naar Spanje voor controle studenten. Per vliegtuig naar Spanje via Frankfort-Génève-Barcelona -Valencia en met trein naar Huercal Overa in Zuid-oost. Spanje.4 dagen met Volk, 4 dagen met Rondeel,1 dag met Vroom, 1 dag met Westra en tot besluit 3 dagen met Bicker.

Adrienne schrijft me dat onze zoon Mauk traanzakkenontsteking van de ogen heeft gehad. Verder dat haar vader Sam Strumphler dinsdag 21 mei om vier in de middag is gestorven. Zaterdag 26 mei is de begrafenis op Westerveld. Ik schrijf 23 mei aan Adrienne vanuit Garrucha over haar relatie met haar Vader: "Je was zo sterk met hem verbonden. Hij hield zo intens veel van je en had alles voor je over, zodat ik er wel eens jaloers op werd. Nu voel je verlaten van een grote steun en liefde. Het is heel moeilik voor je geweest deze tijd. Je hebt er heel weinig over laten merken, ook omdat je weet hoe mijn gevoelens voor je vader waren. Dat was weer de grote liefde voor mij, maar ik heb toch duidelijk gevoeld hoe zeer je aan hem gehecht was en zo van zelfsprekend van iemand die zoveel warmte en liefde voor je had"..

Graf van Sam Strumphler (1999-1962) op de begraafplaats van Westerveld,Velsen

6 juni vertrek  naar Grenoble in Frankrijk wederom controle van studenten tot 18 juni. Weer terug bij de familie in Amstelveen 19 juni.

Voorjaar 1962. De trotse moeder met haar 3 kinderen

23 juni trouwt mijn zuster Maria met Huib ter Haar in Bloemendaal met na afloop een receptie op de Catslaan in Aerdenhout

Boven: Het bruidspaar Maria en Huib met de bruidskinderen Jan Maarten en Mariette. Onder: Na de receptie voor het huis van de bruid, vlnr Prinses Beatrix, prinses Irene, Adrienne, Tom Sr en Tom jr.

Hun huwelijksreis ging naar Corsica waar ze mijn kennissen in Omessa hebben opgezocht. Voorste rij links Maria

Adrienne in het huis van mijn zuster Elsbeth in Almen, waar zij met haar kinderen logeerde als ik in het buitenland was.

De eerste vakantie met onze twee kinderen Jan Maarten en Mariette naar het buitenland en wel als doel Manderscheid in de Eifel, Duitsland van 8 - 15 juli. Vlak voordat we echter met vakantie  las Adrienne toen ze zaterdag middag 7 juli in bed lag in het Handelsblad een advertentie van een huis dat voor 98.000 gulden te koop was in Baarn. We hebben de makelaar Hak in Baarn gebeld of we langs mochten komen de volgden dag om het huis te zien. Zondag 8 juli zijn we dus vertrokken richting Baarn. De makelaar heeft  zijn zondagrust opgegeven en ons het huis aan de Prinses Manelaan heeft laten zien. We waren meteen zo enthousiast dat we met hem naar zijn kantoortje in de Hoofdstraat in Baarn zijn gegaan om het voorlopig koopcontract te tekenen.

Het door ons op 8 juli 1962 gekochte huis aan de Prinses Marielaan 5 te Baarn van de familie Diekman voor 98.000 gulden

Daarna doorgereden waar we in Otterloo hebben gepicknickt. Overnacht in Geldern in Hotel Voss. Adrienne en ik hebben vrijwel geen oog dicht gedaan We waren nu in het griezelige bezit van 2 huizen en geen geld. Hoe moet dat nu?. Adrienne heeft de stoute schoenen aangetrokken om haar broer Toto te vragen hoeveel geld we ongeveer zouden krijgen uit de erfenis van haar in mei gestorven vader. Toto was nog al pissig geweest, maar kon wel zeggen dat een 100.000 gulden zou bedragen, wat ons enigszins gerust stelt.

            

De kinderen kijkend uit het raam van onze slaapkamer in Hotel Voss in Geldern

Van Geldern naar Manderscheid waar we in Hotel Heidsmühle tot de 14 juli hebben overnacht. Geweldige indruk heeft gemaakt de vuurvliegjes in het bos. Van Manderscheid naar Remouchamps in de Ardennen. Onderweg in Les Trois Points zijn we met een kabel omhoog gegaan en hebben ook zelfs nog geskelterd. Geslapen in Hotel Ninglingspoo in Remouchamps, De volgende dag nog de druipsteen grot, die naast het hotel was, bekeken. Op de terugweg naar huis nog de Efteling bezocht. Zo kwamen  we 15 juli moe en voldaan naar ons huis in Amstelveen. Het waren vooral voor  de kinderen onvergetelijke dagen.

Boven : De familie de Booy aan het ontbijt in hotel Heidsmühle in Manderscheid. Onder: tijdens boswandelingen

Boven : Onderweg van Manderscheid naar de Ardennen onder tentzeil gepicknickt. Onder: op een meer wordt er hard aan getrokken.

Na de aankoop van het huis in Baarn 17 juli een begroting opgesteld:
Inkomsten : erfdeel A.D  Strumphler            f 100.000
                    verkoop pand Amstelveen            65.000
                    hypotheek pand Baarn                  40.000    totaal  f 205.000

Uitgaven:     pand Baarn                               f   98.000
                    overdrachtskosten                           6.000
                    kosten makelaar                              1.274
                    aflossing hypotheek pand A'veen  15.600
                    kosten hypotheek Baarn                     500
                    verhuis/ inrichtingkosten                8.000
                    rente tussentijds leningen                2.000
                    onvoorzien                                      3.426     totaal  f135.000

Restant                                                                                           f 70.000

Door T.de Booy nog aangegane onderhandse leningen met zijn moeder en grootvader
Moeder in 1957 f 10.000 tegen 3% rente. Aflossing 4% . Grootvader in 1957 f 4.000 tegen 4 1/2 % Aflossing 2%
Vaste lasten per jaar rond f 9000,- Hier tegenover; een binnen drie maanden opvorderbare vordering op Prof Egeler van 4000,- (Dit dus te zien als baar geld om plotseling op komende schulden te betalen, zonder iets te behoeven verkopen.)
Bij deze lasten komen nog de lasten van de hypotheek van f 40.000 op het pand van Baarn. 4 1/2 % rente en 2% aflossing dus f 2600
Totale lasten voor leningen en hypotheek per jaar rond f 3500. Dit onmogelijk op te brengen van  salaris. wetenschappelijk hoofdambtenaar.  De gemiddelde opbrengst van de f 70.000,- wordt geschat op f 2500,- indien 50% in aandelen en 50% wordt belegd in obligaties.
Dit wil dus zeggen dat f 1000,- wordt ingeteerd ,hier komt zeker nog bij een  interen van f 2000,- (de jaarlijks ontvangen f 2000,- van de Heer Strumphler sr, die door zijn overlijden vervalt. Dit betekent een verkoop van 3000,- aan obligaties of effecten per jaar. Gerekend over een tijdvak van 20 jaar komt dit neer dat de f 70.000 zijn opgesoupeerd!!

De rest van de maand juli en de maand augustus heel hard gewerkt met de voorbereiding expeditie  naar de Himalaya, zoals het inpakken van al het materiaal en het versturen daarvan  Het maken van de inventarislijsten etc etc

 

Boven: Mijn kamer in het geologisch instituut aan de Nieuwe Prinsengracht in Amsterdam . Onder Egeler  wijzend naar ons expeditiegebied op de wereldkaart

  

Boven:: Nijhuis en Schaar sjouwen de bagage naar de vrachtauto. Onder: de opgeladen vrachtauto met ons expeditie materiaal

 

De dag voor mijn vertrek naar de Himalaya heb ik om 5 uur in de ochtend op 21 augustus aan Adrieen een afscheidsbrief geschreven. Ik herinner me als de dag van gisteren, dat ik deze geschreven heb in  mijn werkkamer op zolder op de Rembrandtweg in Amstelveen. Ik geef hem integraal weer omdat het veel inzicht verschaft over mijn geestestoestand en ook mijn verhouding met Adrienne  ( Nu anno 2008 bijna 46 jaar later is het nog al schrijnend voor mij om deze brief te lezen, omdat ik nu weet wat er in die bijna 46 jaar allemaal tussen ons is gebeurd).

Liefste van mij. Het is nu heel vroeg in de morgen. Iedereen slaapt nog heerlijk om nu even  met jullie langs deze weg samen te zijn. Over 30 uur zit ik in de lucht om naar de Himalaya te gaan. De droom van altijd! Misschien met een andere instelling dan ik vroeger dacht dat ik zou hebben gehad. Niet zozeer de eerzuchtige gevoelens van de Himalaya te hebben bereikt, als wel dat het de kroon op het harde werken is, dat we naar het dak van de wereld mogen reizen. Het beleven van dit gigantisch avontuur en de mogelijkheid om nog meer tot meditatie te komen en het bezien van het leven in een nog groter verband. Dit is wat ik daar ga zoeken en het waard vindt om zo van jullie weg te gaan, want dat is misschien het grote verschil met vroeger , ik ga in gedachten samen met jullie en voor jullie er heen. Oh lieverd er is maar één sterk gevoel in mij terwijl ik nu zo schrijf, dat onze liefde eeuwig is en dat ik het gevoel dat we gewoon niet dichter bij elkaar kunnen zijn zo intens is onze liefde . Ik zal veel om je huilen, maar dan van geluk dat het mogelijk is in deze rare wereld zoveel zuiverheid te hebben als wij samen hebben en beleven. Wat ben je toch een lieve schat en wat heb je in dit huisje jouw sfeer kunnen brengen nl de harmonie. Wat jouw kenmerkt is evenwichtigheid, liefde en trouw. Het heeft gemaakt samen met mijn atoomgenerator tot een perfecte samenleving. Deze atoomkracht zal je nu moeten missen en deze zal je sterk gaan missen en voelen want je hebt deze nodig. Nu is mijn hoop dat je hem kan putten in de wetenschap dat ik altijd bij je blijf in gedachten en je door dik en dun trouw zal blijven in lichaam en geest. De kinderen hebben je zo ontzettend nodig. Ze houden zo verschrikkelijk veel van je omdat ze in je vertrouwen en weten hoeveel je van ze houdt. Het moet toch een heerlijk gevoel voor je zijn om te weten dat ze zo veel van je houden en afhankelijk zijn. Denk maar aan W.M, als ik een hand naar je uitsteek begint hij al te huilen. Jan Maarten laat het niet zo merken, maar ook hij is helemaal van je afhankelijk. Mariette op haar manier ook. Wat een stel lieve kinderen. Nu gaan jullie viertjes straks verhuizen, naar een heerlijk plekje. Het zal erg druk voor je worden en je zal veel beslissingen moeten nemen zonder mij, maar ik geloof heel sterk, dat je het toch goed zal doen, denk vooral niet: oh als Tom dat maar goed zal vinden  Ik vind alles goed, want onze smaak ligt zo griezelig dicht bij elkaar dat er nauwelijks gevaar bij is, dat je iets verkeerd zal doen. Wat een plekje! Zo vol met heerlijk rust, waar van zo veel houden en als we in dit huisje net zo gelukkig mogen zijn als hier in Amstelveen deze afgelopen jaren zijn verschrikkelijk gelukkig geweest. We hebben er bewust van genoten en dit is een rijkdom, die ze ons nooit kunnen afnemen, een positief iets, dat door de grenzen van materie en energie hen breekt en samen vloeit in iets wat sommige mensen God noemen, maar wij als iets minder persoonlijks en wel de grote natuurkracht, die de bron is van alles en een zeer sterk religieuze sfeer, die nu eenmaal bestaat en waarin we beiden zeer sterk geloven. Het is waard om te leven en tijdens zo'n leven alles te geven. Hopelijk moge Elsbeth woorden uitkomen ook voor ons verdere leven onverwacht, doelgericht en vurig. Oh lieverd wat ben je toch sterk met me vergroeid, het afscheid zal heel zwaar vallen maar wees ontspannen want dan allen kunnen hét intens doormaken en beleven. Hoeveel mensen snakken naar zo'n liefde als wij hebben voor elkaar.  Je moet maar denken, dat het gros van de mensen wel bij elkaar zijn, maar eigenlijk miljoenen kilometers van elkaar verwijderd zijn, terwijl wij met onze liefde altijd verschrikkelijk dicht bij elkaar blijven, terwijl we in lichaam heel ver weg zijn en waartussen hele hoge bergen,  verschrikkelijke kloven, wouden en woestijnen etc. Dat is het wonder der liefde en iets wat nog meer in de materie en energie het beantwoordt niet aan de gewone natuurwetten als afstand, snelheid, zwaarte etc. maar aan hele andere iets wat alles overbrugt. Vele religieuze stromingen, die er in de wereld tot nu toe zijn geest hebben toch als groot punt: liefde overwint alles. Nu mijn grote lieve schat er is iets heel moois en sterks in ons. Ik zal je lieve warme gezichtje zo ontzettend vele keren voor me zien, als ik ergens in een tentje lig midden .in de geweldige natuur. We zullen hopen en ook samen een beetje bidden, dat het ons gegeven zal zijn om dadelijk weer bij elkaar te komen met onze lichamen en met ons vijfjes te mogen genieten van dit geweldige leven dat ons zo dierbaar is: Je t 'aime follement. Ik zal je in alles trouw blijven, daar kun je van op aan! Wees voorzichtig en maakt van deze tijd het beste ervan en geniet in je huisje!!! Ton grand chou".

Op dezelfde dag 21 augustus om11 uur schrijft Adrienne een briefje dat ze me op mijn reis meegeeft. Lieve lieve schat  Hiet is je dierbaar viertal, we zullen heel dicht bij je zijn op je verre reis en heel sterk aan je denken. Nu ik dit schrijf zit ik heerlijk te snotteren en zal jij dat nu ook weldoen. Het is niet alleen om verdriet dat ik huil maar meer nog om het intens grote geluk, dat we samen hebben en dat ons sterk zal maken om deze komende tijd zonder elkaar minder moeilijk te maken. Ik ben heel dicht bij je. God bless you, mijn lieverd. Heel erg veel liefde en zoentje van je grote schatten.

22 augustus 1962 is het dan zo ver, dat Egeler en ik in het vliegtuig stappen en het grote avontuur gaat beginnen

22 augustus 1962.Het grote moment het vertrek van Kees Egeler en Tom de Booy van Schiphol voor het grote Himalaya avontuur. Afscheid van hun dierbaren

Nederlandse Himalaya Expeditie 1962

 


Het expeditiegebied van de Nederlandse Himalaya expeditie 1962

De deelnemers van de expeditie zijn:

a. wetenschappelijk: team:
Prof. Dr. C.G. (Kees) Egeler: geoloog; hoogleraar in de algemene geologie aan de Universiteit van Amsterdam; deelnemer aan de Nederlandse Andes-expedities 1952, 1956 en 1959; wonende te Hilversum; 45 j.; neemt tevens deel aan het alpinistisch gedeelte.
Dr. T.(Tom) de Booy : geoloog; wetenschappelijk hoofdambtenaar aan het Geologisch Instituut der Universiteit van Amsterdam; deelnemer aan de Nederlandse Andes-expedities 1952, 1956 en 1959; wonende te Amstelveen; 37 j.; neemt tevens deel aan het alpinistisch gedeelte
Dr. J.W.A. (Kriel) Bodenhausen: geoloog; wetenschappelijk hoofdambtenaar aan het Geologisch Instituut der Universiteit van Amsterdam; wonende te Baarn; 38 j.
Drs. H.J (Herman): Nijhuis geoloog; assistent aan het Geologisch Instituut der Universiteit van Amsterdam; wonende te Amsterdam; 26 j.
Drs. G (Gerrit). Schaar:  geoloog; wonende te Wormerveer ; 29 j.
Dr. A (André) Tammes arts; als chirurg verbonden aan het Bronovo Ziekenhuis te 's-Gravenhage; wonende te 's-Gravenhage; 44 j. Zal fysiologische onderzoekingen verrichten op grote hoogte.

b. alpinisten team:
L. (Lionel) Terray: berggids; deelnemer aan de Nederlandse Andes-expedities 1952 en 1956; deelnemer aan verscheidene Franse expedities naar Himalaya en Andes; thans in Nepal als leider der Franse Jannu-expeditie; wonende te Chamonix; 40 j.
P (Paul). van Lookeren Campagne: arts; wonende te Amsterdam; 30 j.; neemt tevens deel aan het fysiologisch onderzoek op medisch gebied.
H. C. (Holger) van Lookeren Campagne: student in de werktuigbouwkunde te Delft; wonende in Amsterdam; 27 j.
P. F. J (Peter). v. Lookeren Campagne: tandheelkundig student te Groningen; wonende te Groningen; 27 j.

Leider der expeditie is Prof. Dr. C.G. Egeler met Dr.T. de Booy als plaatsvervangend leider. Tijdens het alpinistisch gedeelte zullen de klimmers geleid worden door Lionel Terray.

Deelnemers Nederlandse Himalaya expeditie: 1. C.G. Egeler, 2. L. Terray, 3. Tom de Booy. 4. G. Schaar, 5. J.W.A. Bodenhausen, 6. H. J. Nijhuis, 7. P. van Lookeren Campagne, 8. H.G. van Lookeren Campagne, 9. P.P.J. van Lookeren Campagne, 10. A. Tammes, 11. G.B. Kalikote, liaison-officier, 12. Wongdhi, sherpa-sirdar

Hoe de gelden  -  in totaal f 175.000 -  voor de expeditie bijeen zijn gebracht:
De deelnemers zullen een aanzienlijk deel der noodzakelijke gelden uit eigen middelen inbrengen. Elke deelnemer f 6000,-. Daarnaast zullen de kosten worden bestreden door middel van subsidies van verschillende instellingen op wetenschappelijk, cultureel of sportief terrein en van particuliere zijde. Subsidies werden  toegewezen door:
De Nederlandse Stichting voor Hooggebergte-Exploratie  (de gelden zijn verkregen door de opbrengst van lezingen, artikelen van Egeler en de Booy) Nederlandse Organisatie voor Zuiver-Wetenschappelijk Onderzoek (ZWO)
De Koninklijke Nederlandsche Alpen Vereeniging
Het Koninklijk Nederlandsch Aardrijkskundig Genootschap
Het Molengraaff Fonds
Het Prins Bernhard Fonds.
Materiele steun van vele bedrijven, reducties bij vervoer, en bij aankoop van materialen, voedingsmiddelen etc.

Het dagboek van de Himalayas expeditie 22 augustus- 27 december 1962 geschreven door Tom de Booy voor het weekblad de Spiegel

Woensdag 22 augustus 1962. Vertrek Schiphol 11.00 a.m. Vlucht KL 331 Amsterdam-Génève, met twee passagiers, die door zullen vliegen met Air India naar New Delhi. Een nogal nuchter begin van een dagboek van een expeditie, maar zijn dit niet de woorden waarnaar Egeler en ik reikhalzend hebben uitgekeken vanaf onze kinderjaren? Het is het daadwerkelijke begin van een tocht, of beter gezegd ondernemen, die zo’n 12 jaar voorbereiding heeft gevraagd. Al spoedig boven de laaghangende wolken, die het groene, natte, maar toch zo dierbare Holland bedekten. De laatste banden waren echter verbroken. Een gevoel van ontspanning. Na het moeilijke afscheid van onze lieve vrouwen en kinderen, het einde van de voorbereidingsfase, het einde dus van eindeloze telefoontjes, brieven, geldzorgen, en andere spanningstoestanden. Het was een beetje het gevoel dat je hebt na een zwaar examen. Er moest dus wat op gedronken worden, en wat konden we beter doen, dan de goede Hollandse oude klare te laten serveren door een bijzonder aardige en hartelijke stewardess? Het leven in een vliegtuig in deze tijd gaat gewoon te snel, het is met je gedachten nauwelijks te volgen. Voordat we het ons goed en wel realiseerden, waren we in Zürich geland. Stralend weer, heerlijke berglucht. Van Zürich naar Génève. Het trainingsgebied voor de Himalaya was aan onze linkerkant te zien: Berner Oberland en Wallis. Elke berg en route was goed te herkennen. Kreten van Egeler en mijzelf, zoals: "kijk daar eens, dat graatje of wandje!", volgen elkaar in snel tempo op. Ook het Mont Blanc gebied was zeer goed te zien. In Génève gekomen stond de slanke vogel van de Air India al klaar. Het bleek tot onze opluchting, dat het vooruit verzonden expeditiemateriaal al naar New Delhi was doorgestuurd. 14.45 uur take off naar New Delhi. Met een enorme kracht verhief zich de machine. In een aantal luttele minuten vlogen we over de top van de Mont Blanc. Het leken speelgoed bergjes. Waren dat nu die door ons gevreesde bergen, waar we zo dikwijls met Lionel Terray bange uurtjes hadden doorgemaakt in de een of andere noordwand? Alles is dus relatief en het hangt er maar van af vanuit welke hoek je het bekijkt. In een steenharde noordwand, waar je je met moeite staande kunt houden, of vanuit een heerlijke luie stoel in een jetplane op 7000 m. met een heerlijk maal voor je. Voordat we het goed en wel door hadden, zaten we op de vlieghoogte van 12.000 km boven de machtige cumuluswolken, 3000 m hoger dan de hoogste berg ter aarde. Zo vlogen we dus richting India. Een snel vallende avond, met typische zeer scherpe kleuren en diep rode en purperen tinten. In het donker een landing te Beiroet. 45 minuten later gaan we al weer op weg naar New Delhi.
Donderdag 23 augustus 1962. Door de loudspeaker klonken de volgende woorden: "Flying time to Delhi, distance of 4000 km, will be covered in 5 hours time at an altitude of 37.000 feet". Zoiets is in de moderne tijd ook niet meer iets om bij stil te staan men aanvaardt het als iets gewoons. Na een souper nog wat lezen, daarna wat slapen en de loudspeaker annonceert al weer: "in a few moments we will land at Palam Airport New Delhi". Weer even later lopen we in een volmaakt Oosterse wereld. Vrouwen in prachtige sari, mannen in het wit, etc. Opgewacht door de heer Jongejans, ambassade secretaris, die wel heel vroeg uit de veren moest komen, om ons af te halen. Na enkele tijdrovende douaneformaliteiten reden we naar New Delhi. Voor Egeler was het wel een vreemde sensatie. Voor het eerst in het Oosten. Het oostelijkste punt dat hij tot nu toe had bereisd was Wenen geweest. Al zijn reizen waren altijd in westelijke richting geweest. Het was frappant om te zien hoe deze Oosterse sfeer als een bom insloeg, d.w.z. in de goede zin. Alles was nieuw. De klederdracht, de gewoontes en bovenal de alles doordringende Oosterse sfeer. De betovering had ons al direct te pakken. We konden vandaag al volop genieten, doordat de heer Jongejans ons Delhi heeft rondgereden. We hadden vandaag geen zaken te regelen, aangezien het weer een feestdag was nl. het Kerstmis van de Hindoes, te weten de geboorte van Lord Krishna, het Janamasthami feest. Het kan gewoon niet missen; of het nu in Peru is of in India: altijd bij aankomst tijdens onze expedities blijkt het een feestdag te zijn. Tijdens mijn voorbereidingstocht in April is me dat ook al gebeurd. Er zijn vele godsdiensten in dit land en alle feestdagen worden door iedereen gevierd. Zo was het dus mogelijk in een Hindoeland, dat op Goede Vrijdag alles gesloten was toen ik de voorjaar in India aankwam. We maakten van de nood een deugd en hebben zo geprofiteerd om te gaan sight-seeing- De temperatuur loog er niet om: 35 graden celcius. Gelukkig betrekkelijk droge warmte. We logeerden in het huis van de Nederlandse Ambassadeur Jhr Mr. G. Beelaerts van Blokland. Helaas was hij voor een zakenreis naar Nederland, terwijl zijn vrouw in de bergen met vakantie was. Na een siesta New Delhi bezocht: de winkelstraat van Janpathroad ( onze Kalverstraat, alleen wel heel wat verschillen ). Morgen hopen wij foto’s te maken om te laten zien hoe hier b.v. een schoenen- of een kruidenierswinkel er uit ziet. Zo liep onze eerste dag in India ten einde en na een bezoek aan een Hollandse familie, de heer en mevrouw Verdonk, doken we in ons bed en vielen in een diepe, droomloze slaap.
Vrijdag 24 augustus 1962. Om 8 uur reveille. Om 10 uur naar de Ambassade van Nepal in New Delhi. Visa gekregen, maar we moesten er alleen vooruit betalen. 10 Rs. Per visa! Ik vond het nogal een afzetterij. We moeten al royalties betalen en ik weet niet hoeveel invoerrechten op eten, voedingsmiddelen, en nu dus ook al op mensen. Ik probeerde nog even om er een gratis visum van te maken, maar geen resultaat. Ze hadden zojuist geschreven instructies hierover van de regering in Kathmandu ontvangen. Daarna naar de stad gereden om onze reisbiljetten te laten overschrijven en een bezoek afgelegd bij de Franse Ambassade om het visum voor Lionel Terray te regelen. Na het middageten een telefoongesprek aangevraagd naar Bombay. Na twee uur wachten kregen we onze Consul-Generaal de Heer van der Gaag aan de lijn. Hij had alleen maar goede berichten. De 6 ton bagage was gisteren, verdeeld over twee 5-tonners, vertrokken van Bombay naar Raxaul. Onze Consul-Generaal verwachtte dat de trucks 29 augustus in Raxaul (de Nepalees-Indische grens) zouden arriveren. Alle douaneformaliteiten in Bombay zijn dus vervuld. Wel waren er nog enige moeilijkheden geweest. Op de kade van Bombay zijn de sloten van de liftvans doorgezaagd, maar na een zorgvuldige controle bleek er gelukkig niets te zijn gestolen. Nu maar hopen dat alles veilig aan de grens arriveert. De Heer van der Gaag had met de chauffeurs afgesproken, dat ze elke dag een telegram zouden sturen met de laatste berichten. Wat een organisatie van onze Consul-Generaal! Indien een van de trucks zou blijven steken, of pech zou hebben, is het mogelijk dat een truck beide liftvans transporteert. s Avonds tegen negen uur kwamen we weer in Delhi terug. Moe en vies, maar voldaan over een welbestede dag in India, of zoals Egeler het tegen de butler van de Ambassade uitdrukte Only two day's in India, but I am already in love with India. Het is moeilijk op te noemen wat het meeste frappeert. De kleuren van de klederdrachten, de prachtige gebouwen, de olifanten, de kamelen of de apen, de monniken in typische gewaden, de avondstemming, de fraaie kleuren van de lucht bij de ondergaande zon of de speciale luchtjes, om maar enkele dingen op te noemen. Het is misschien niets van dit alles, doch de meest doordringende, opvallende, de betoverende sfeer. Morgen dus "grand depart pour Kathmandu!"
Zondag 26 augustus 1962. (Dit wordt op geschreven Woensdagavond 29 augustus 1962) 's-Ochtends voor dag en dauw naar het vliegveld Safdarjung. Nauwelijks aangekomen, of een slordig geklede Indiër kwam ons vertellen, dat er geen vlucht zou zijn. van Delhi naar Kathmandu vanwege slechte weersomstandigheden. Terug naar het huis. van de Ambassade. Of het kwam door deze tegenslag, of door het vermoeiende warme klimaat) maar we hebben de verdere dag vrijwel slapende doorgebracht, met het vooruitzicht dat er de volgende dag weer een vlucht zou zijn 's Avonds gegeten bij de familie Verdonck. Op weg er heen door de slumps van New Delhi. Dit is met geen pen te beschrijven. Wat hebben wij het toch goed in ons Vaderlandje. Nog de crematieplaats bezichtigd. Zeer hygiënisch. Het lijk wordt enkele uren na de dood tussen een houtstapel gelegd, het geheel overgoten met olie. Hetgeen er nog overblijft, zagen we nog wat na smeulen. Vooral het hoofd is een goede reclame voor Westerveld. Na een gezellige avond hebben we van de Heer Verdonck twee flessen Bols meegekregen voor de goede afloop van de expeditie.
Maandag 27 augustus 1962. Nu gaan we eindelijk weg uit Delhi, alleen is het nog niet zeker of we in Kathmandu zullen kunnen landen. Alle bagage is gelukkig medegenomen door toedoen van de Heer Jongejans. Na drie uur vliegen geland in Patra . Na een uur wachten gaan we weg naar Kathmandu, maar na een aantal pogingen is er geen kans om een opening in de wolken te vinden voor de landing in Kathmandu. Terug in Patna werd ons de keus gelaten  of naar Delhi terug te gaan met een vliegtuig of te blijven overnachten. Na eindeloze besluitloosheid van de groep viel de beslissing om met zijn allen te blijven in Patna om hier onze kans af te wachten voor een vliegtuig naar Kathmandu. We werden ondergebracht in Hotel Republic, gelukkig airconditioned:alleen kost een biertje 4 Rs. 50 (= f 3.20) .En dan te bedenken dat miljoenen Indiërs niet meer dan 1 Roepie per dag verdienen (=0,75) .
Dinsdag 28 augustus 1962. Voor Egeler een heel beroerde nacht, die hem leng zal heugen!  Zware diarree!. 's Ochtends heb ik gebeld met onze Consul.Generaal in Bombay om te horen over de vorderingen van onze truck met de bagage. Ze bleken op 4 dagreizen van Patna te zijn. Niet zo gek. De grote moeilijkheden komen pas tussen Patna en Raxaul (de Indisch-Nepalese grens) vanwege zeer zware overstromingen in het stroomgebied van de Ganges. Ik heb de politiepost de nummers van de truck-Nepalesen met de mededeling dat ze de trucks moeten aanhouden en de chef verwijzen naar de directeur van ons hotel, die goed met de situatie van de wegen op de hoogte is zodat er een kans meer bestaat dat we het zullen rooien. De overstroming hadden we de vorige dag vanuit het vliegtuig heel goed gezien. Verschrikkelijk ... Zo ver als je kon zien, stond alles onder water. Om 11.30 uur naar het vliegveld om naar Kathmandu te vliegen. Gelukkig was er plaats, alleen niet voor onze extra bagage. Egeler sleepte zich met moeite voorwaarts en had tijdens mijn rit naar het politiebureau met de moed. der wanhoop alles gepakt. Gelukkig gaan we om 2 uur richting Kathmandu. Na een spannende vlucht:; (voor mijn gevoel rakelings over de toppen van de eerste belangrijke keten tussen de Ganges en de vallei van Kathmandu -  de Mambarat Lekh geheten) veilig geland in Kathmandu,  waar we werden opgewacht door Sirdar Wongdhi en onze kok Dannu. Ze waren·dolblij om·te zien. Ze wachtten al  2 dagen voor niets op ons De reis van Darjeeling was goed  gelopen. Wongdhi bracht de groeten over van Tensing Norkey uit Darjeeling.  De sherpa's hadden de tent opgeslagen vlak bij het vliegveld. Sommige van de 6 sherpa's waren 10 dagen lopend onderweg geweest. Ze hadden slecht nieuws over de weg naar Pokhara. De brug over de Trisuli was weggeslagen. Ze zouden echter proberen met touwen er overheen te komen als ze naar Pokhara zullen lopen. Geweldige kerels zijn die sherpa's. Ze staan voor niets. Met een taxi naar het Royal Hotel. Heerlijk om weer in dit wonderschone oord terug te zijn. Het is helaas veel te laat om veel te regelen. Wel oude bekenden teruggezien.
Woensdag 29 augustus 1962.
Egeler met Wongdhi boodschappen gedaan Voor f 3000,- aan petroleum, rijst, vruchten op sap, eten gekocht.. Helaas heb ik er niet bij kunnen zijn om Egeler tussen 6 kleine sherpa's door Kathmandu te zien lopen. Ik moest naar de Singhar Durbar voor de regeling van permissie, douane, etc. Gedeeltelijk succes. Morgen terugkomen was het wachtwoord weer. Wel goed nieuws wat betreft de douanerechten. Niet meer dan 10% invoerrechten voor expedities. Dat scheelt ons gelukkig heel veel geld. Het mag wel weer eens, een financieel voordeeltje na alle stroppen. 's Middags alle financiële regelingen met onze Sirdar Sherpa Wongdhi getroffen. Aangezien het nog wel even zal duren voordat alle bagage hier in Kathmandu zal zijn en het daarna nog zeker 10 dagen zal duren voordat de 100 dragers in Pokhara zullen arriveren, hebben we besloten om de deelnemers een week later te laten vertrekken uit Nederland. Het zal een bittere pil voor ze zijn, want als je je zo vast op iets hebt; ingesteld, valt het niet mee om nog een week te wachten. Hopelijk komt ons telegram op tijd, want het kan er soms behoorlijk lang over doen.
Donderdag 30 augustus 1962. Weer een dag vol met besprekingen in het Gouvernementsgebouw. Van het kastje naar de muur gestuurd. s- Middags naar het vliegveld om te zien of het materiaal met het vliegtuig al was aangekomen. He1aas geen succes. Te veel passagiers, dus geen vracht. Vlak bij het vliegveld hadden de sherpa's een kampplaats gemaakt. De kok Dannu heeft meteen voor thee voor de Sahibs gezorgd. Onze 6 sherpa's: heten als volgt: Sirdar Wongdhi (1eider), Mimgma Tsering,  Dannu (kok), Sona, Ang Pharba, Dorjee. Bijzonder vriendelijke mensen. In. het vliegveldrestaurant hebben we de contracten gemaakt. Alleen de leider Wongdhi kan ondertekenen, terwijl de anderen een vingerafdruk op het contract zetten. 's Avonds geen nieuws te melden.
Vrijdag 31 augustus 1962 .Vroeg reveille en 7 uur vertrokken per jeep naar Raxual om te trachten contact te zoeken met de trucks met ons expeditie materiaal. Egeler helaas niet in conditie om mee te gaan Na enkele moedige pogingen om op te staan teruggekomen in bed met zware diarree, misselijkheid, etc. Het belangrijkste was dus om zo snel mogelijk contact te zoeken. Dus ben ik met Sirdar Wongdhi, Dannu en Mimgma Tsering op pad gegaan. Bij de eerste controlepost buiten Kathmandu moeilijkheden ondervonden met de politie. Geen permissie voor de jeep om door te rijden. Terug naar Kathmandu om vergunning te halen. Ik ben echter met Dannu en Tsering lopend verder gegaan om van de gelegenheid te profiteren om geologie te doen. Na 4 uur lopen kwam de jeep ons achterop, alleen met de nogal onverwachte mededeling dat ik terug moest naar de controlepost om mijn paspoort te laten afstempelen. Ik heb tegen de chauffeur gezegd dat hij mijn paspoortgegevens maar moest brengen, want dat  ik er niet over dacht om terug te gaan. Zo liepen we dus maar weer verder. Na 2 uur lopen kwam eindelijk de jeep, alleen tot aller verbazing met een man van de controlepost. Hij zou en moest mijn gegevens persoonlijk hebben. Zo bang is hij dus voor zijn superieuren om mij zo maar doorgelaten te hebben zonder controle. Hij moest alleen maar zien hoe hij terug zou komen. Toen begon de tocht pas werkelijk. Inmiddels was het al 3 uur 's middags. Snel doorgereden langs zeer smalle, zeer gevaarlijke bergwegen, over 2 passen en in het donker aangekomen in een klein plaatsje Bhaise. Het stond er vol met trucks. De weg was enkele kilometers verder volkomen geblokkeerd sinds vanmiddag.

De verongelukte vrachtauto in het ravijn

Overnachten in een uiterst primitief hotel. Typisch om te merken hoe gewoon iedereen het vond dat de weg was geblokkeerd. Nog vergeten te vermelden dat we onderweg een met olievaten geladen truck 40 meter onder de weg in hst struweel zagen liggen. 3 uur geleden gebeurd: zei men vol trots en 4 zwaar gewonden. Geslapen op de kleilemen grond zonder matras of iets van dien aard, tezamen in een vertrek met 40 wandelaars. Mannen die vanuit Nepal naar India trekken (te voet) om werk te zoeken. Hun bagage bestaat uit een laken en een parapluie. Op blote voeten lopen ze misschien een maand om ergens werk te vinden meestal in Assam. Nachts om 4 uur vertrokken ze weer. De kinderen. van de hoteleigenaar sliepen op de lemen grond op een jutezak en als deken eveneens een jutezak. Verder niets! De kinderen in Holland moesten dat eens zien dan zouden ze weten hoe verwend ze eigenlijk zijn.
Zaterdag 1 september 1962. Om 7 uur vertrokken. Na 2 km. bij de plaats waar de weg was geblokkeerd. De ravage was ontzettend. Een gedeelte van een berg was naar beneden gekomen en had niet alleen de weg volkomen bedekt, maar ook de rivier afgedamd, zodat er een klein meer ontstond. Dank zij het werk van een bulldozer is het gelukt om de weg in een halve dag vrij te maken. Er was vlak voor de bergstorting nog een konvooi van 32 vrachtauto's langs gekomen!! Doorgereden naar Birganj. Vlak bij de Indiase grens. Wonderlijke toegang van het bergland via jungle naar de rijstvelden van de Gangesvlakte. In Birganj met ponywagen naar Raxaul op Indiaas gebied. Gelukkig erin geslaagd om de douane te pakken te krijgen. Alles o.k als de bagage arriveert, maar dat is het probleem no. 1. Sirdar Wongdhi en Tsering gestuurd naar Patna om te trachten het verdere transport te regelen. Door de zware overstromingen is het alleen maar mogelijk om de bagage via trein te sturen naar Raxaul. Met jeep, al geologie doende, naar Bhaise. Dannu de kok zorgde uitstekend voor mij. Geslapen op de zelfde plaats als vorige nacht.
Zondag 2 september 1962.  6 uur vertrokken naar Kathmandu. 6 Mijl voor Kathmandu een zware bergstorting die de weg compleet blokkeerde. Geen mogelijkheid om er door te komen. Dan maar weer lopen! 's Avonds laat in Kathmandu. Egaler weer geheel hersteld. Veel geregeld met bagage,  die per vliegtuig was aangekomen.
Maandag 3 september 1962
Programma opgesteld voor de volgende dagen. Eindeloze bezoekjes gebracht aan belangrijke autoriteiten in de Singha Durbar. 's Middags kwam Wongdhi al weer terug uit Patna.  Resultaat: contact gekregen met truckdrivers. Grote moeilijkheden met een plaats te krijgen op de goederentrein. Het is  zou nog wel een week kunnen duren voordat de bagage in Kathmandu zou arriveren. Zware tegenslag , maar van de nood een  deugd maken. Besloten om vast naar Pokhara te gaan.  Donderdag met 2 sherpa's te beginnen met geologisch werk. Weer terugkomen na enkele dagen om de komst van de bagage zowel als van de overige deelnemers af te wachten.

·
Sirdar Wongdhi wordt Nepalese roepies uitbetaald om daarmee de sherpa's  en de dragers te kunnen uitbetalen.

Dinsdag 4 september 1962
Eindeloos wachten in de Singha Durbar om belangrijke documenten los te krijgen. Egeler inkopen gedaan met de drager. Rijst, meel, suiker, etc. 's Middags zware besprekingen op het vliegveld met de douane. Ze hebben hier eindeloos de tijd en je moet je werkelijk beheersen om niet boos te worden. Ze zijn welwillend, maar ongelooflijk langzaam. Alle papieren zijn nu voor elkaar. Het begint er nu werkelijk op te lijken en het grote spel gaat beginnen.

De hoog nodige haircut  door de Nepalese kapper in Kathmandu 

Woensdag 5 september 1962
Weer een dag van onderhandelen, bezoekjes brengen aan de gevreesde Singha Durbar. Vanochtend naar Central Custom Office. Niemand verstond Engels, dan voel je je wel opgelaten.. 's Middags eindeloze onderhandelingen met de Himalayan Society over de prijs van de coolies. Gelukkig tot een redelijke oplossing gekomen. Bagages geregeld voor onze tocht morgen naar Pokhara. Egeler en ik gaan met Dannu en Dorjee al vast naar het expeditiegebied om geologisch onderzoek te verrichten. We komen de elfde weer terug om dan alles voor de grote tocht te regelen. De twaalfde gaan 100 coolies van Kathmandu met een kleine 2 ton op stap naar het expeditiegebied. Duur 8 dagen.
Donderdag 6 september 1962
In alle vroegte naar het vliegveld om met onze twee dragers Dannu en Dorjee naar Pokhara te vliegen, voor het maken van een geologische verkenning. Het was maar een 35 minuten te vliegen en dan te bedenken dat onze coolies via land er ruim acht dagen over zullen doen. Bij aankomst te Pokhara wat het helaas geen goed weer , zodat de achtduizender niet te zien waren. 's Middags brachten we een bezoek aan het Engelse hospitaal waarvoor we medicijnen hadden meegenomen tegen de bestrijding van lepra (deze medicijnen zijn verboden om in te voeren in India). Hun reactie was ontroerend: To good to be true (Te goed om waar te zijn). Tijdens onze wandeling kwam opeens de Machapuchare eruit  Oneindig hoog leek de berg. Egeler  had. ik nog zo voorbereid dat de bergen hoger zouden zij dan hij dacht, maar ik bleek daar onvoldoende in gelaagd te zijn, want hij viel van de ene verbazing in de andere. Onze sherpa's hadden 's avonds een uitstekend maal toebereid. Onze kok Dannu is een wondermens. Nauwelijks zijn we ergens aangekomen of hij pakt een kip bij zijn vel en stopt hem in de pan, koopt vruchten, of duikt in een huisje, grijpt de pan met kokend water van het vuur en maakt ogenblikkelijk thee voor de sahibs.

Basiskamp in Pokhara

Vrijdag 7 september 1962 Nog steeds slecht weer. Laaghangende wolken. De ochtend besteed met het huren van een kamer voor het opbergen van ons materiaal. Voor f 20,- per maand hebben we een prachtige kamer gehuurd. Tegen de middag toen het weer beter werd, zijn we op pad gegaan. De sherpa's hadden 2 coolies gehuurd voor f 4,- per dag per man om de zware vracht te dragen. Het werd een warme tocht. Pokhara ligt slechtst op 800 meter zodat de temperatuur bijzonder hoog is. Geweldig zwetend sjokten we de bergen op Het luie zweet moest er eerst vanaf. Tegen de avond vonden we ene klein leegstaand huis om te overnachten. Het was prachtig gelegen op de terrassen langs de rivier Seti. temidden van de rijstvelden. Het is verbazingwekkend hoe de Nepalezen alle mogelijke grond verbouwd hebben. Men kan het zo gek niet bedenken of er zijn wel terrasjes aangelegd voor de verbouw van rijst of een soort gerst . Zacht groene tinten van de rijstvelden strelen het oog . Het landschap is daardoor niet eens ruw, maar geeft zelfs een dromerige stemming.  Opvallend zijn verder de schitterende boomgroepen, zeer harmonieus van vorm.
Zaterdag 8 september 1962. Het is de goede maar nogal vermoeiende gewoonte van onze kok om, ons bij het eerste ochtendlicht thee op bed te brengen terwijl dan een half uur daarna zeer uitgebreid ontbijt volgt bestaande uit, pap, omelet, gebakken aardappelen en weer thee. Tegen 7 uur vertrekken we dan. De tocht ging door een zijdal van de Seti en aan het eind ervan een steile klim tot een bergkam, waar een kleiner dorpje: (Kastri ??) was gelegen met een teashop. Dit zijn hele belangrijke pleisterplaatsen waar je voor heel weinig geld zoveel glazen thee  krijger als je maar wilt. Dit is uiterst belangrijk  aangezien er nergens cafés zijn met bier, limonade of iets dergelijks. Gewoon water kun je niet drinken aangezien dit erg gevaarlijk:is in verband met de dysenterie. Vrijwel al het:niet gekookte water is sterk besmet. Als je dus zo ontzettend. transpireert  moet jij steeds de waterhuishouding op peil houden met talloze glazen thee. Tegen de middag kwamen we een aantal coolies achterop, die gemiddelde vrachten droegen van 60 kilo!! Met heel eenvoudige draagmiddelen en een stuk touw dat om het hoofd wordt gedragen. We hebben een vracht proberen te dragen. We waggelden weg, onder grote hilariteit van de dragers. Het is een kwestie van balans. Het verwonderlijke is wel dat deze mensen zelf lichter zijn dan de vracht die zij dragen. Verder gaan ze blootsvoets. De tocht gaat van Pokhara. naar Tukucha een afstand van plm. 100 km waartussen waartussen twee passen moeten worden genomen van plm: 2500-3000 m. Ze gaan door regen en wind. Geen deken, geen schoon goed, etc. Hun verdiensten zijn niet groter dan f 2,- per dag. Tegen een uur of vier bereikten we een goede kampeerplaats. We hadden veel bekijks van de bevolking. Toen we goed en wel in de tent lagen hoorden we een geweldige klap. Het bleek een steen te zijn, die door kwajongens van een zeker 50 meter hoger gelegen punt van de helling op onze tent was gegooid. De sherpa's hebben nog geprobeerd. om de belhamels te pakken te krijgen. We zagen tot onze grote verbazing, dat onze trouwe Dorjee zijn slaapzak voor onze tentopening legde en erop ging slapen met een pickel naast zich. Alhoewel het 's nachts regende bleef hij voor onze tent waken.
Zondag 9 september 1962. De rondtocht werd weer voortgezet via de Madi Khola richting Rusma. Zeer steile bergpaadjes. Behoorlijk warm, maar gelukkig geen regen. De geologische onderzoekingen  zijn naar behoren verricht, we hebben vele handstukken verzameld; we zijn al bij de 150!.  We kregen nog een fraai gezicht op de Annapurna en de Machupuchare. Onwezenlijk die barre horde van de achtduizenden op nog geen 20 km verwijderd van een  gebied waar de bananenbomen groeien en twee geologen al zwetend zich een weg banen door·jungleachtig terrein. Vier mijl voor Kusma hebben we kamp gemaakt.
Maandag 10 september 1962. Terugtocht naar Pokhara, alleen via een andere weg. Een flinke stijging van ongeveer 1000 tot 2500 m. Onderweg hebben we nog apen ontmoet, die hier rustig in het rond klauteren. Tegen de avond vlak voor Pokhara kamp gemaakt bij het 'I'ibetaanse vluchtelingenkamp. In dit kamp zijn 450 Tibetaanse vluchtelingen ondergebracht, die door het Internationale Rode Kruis van eten worden voorzien. Wij hadden wel een vijftig van deze wonderlijke Tibetanen om onze tent. Hopelijk zijn de flash foto's goed geworden. Ze zijn uitermate vriendelijk en gastvrij.
Dinsdag 11 september. In alle vroegte opgebroken om op tijd te zijn. voor het vliegtuig dat ons terug zou brengen naar Pokhara.  Het was zwaar bewolkt, zodat we nogal septisch waren gestemd over het binnenkomen. van het vliegtuig. Gelukkig konden we na een zestal uren wachten toch naar Kathmandu vertrekken. De twee sherpa's lieten we achter. Bij aankomst in Kathmandu bleek nog niets bekend. te zijn over het wel en wee van onze bagage. Niet zo best. De .tijd begint nu te dringen. Wongdhi had wel alles geregeld voor zijn vertrek morgen. Om half zes zullen morgen 100 coolies aantreden . De ·vrachten waren verdeeld. Per man gemiddeld niet meer dan18 kilo. Prognose is dat ze rond de 30e september in Pokhara. arriveren.

De Booy geeft nog de laatste instructies aan de sirdar Wongdhi vlak voor zijn vertrek met de dragers om ons expeditie materiaal van Kathmandu naar Pokhara te brengen

Woensdag 12 september 1962. Het was nauwelijks te geloven, maar daar waren ze dan. toch 100 coolies.  Na veel heen en weer geschreeuw was het eindelijk zo ver dat ze gepakt en gezakt vertrokken. The army is on the move. Het was een indrukwekkend gezicht 100 coolies op een rij. We hadden het trotse gevoel dat het nu toch zo ver was. Vroeger hadden we zulke beelden immers in boeken en in films gezien bij andere Himalaya expedities. Tot nu toe was onze grootste dragerscolonne in de Andes niet meer dan een tiental geweest en nu 100! Om 7.45 uur vertrok de karavaan met Wongdhi en twee andere sherpa's als begeleiders Voor ons was er helaas niet veel anders te doen dan afwachten! Het moeilijkste werk tijdens de expeditie !

Coolies vertrekken uit Kathmandu op weg naar Pokhara

Donderdag 13 september. Naar de Singha Durbar. Helaas gesloten: vanwege het feest van Indra Jatra.  Het is altijd wat met die religieuze feesten. Of we nu in Peru zijn of hier, steeds weer verlies van kostbare dagen door de talloze feesten. Toen langs het bureau dat het vrachtvervoer van onze bagage regelt. Er was nog steeds geen nieuws. Nog steeds niets in Raxual aangekomen en de 5e september  had de vracht toch Barnara verlaten. De afstand is tijdens normale omstandigheden af te leggen in 12 uur met de trein. Nu is het al 8 dagen onderweg .Die arme sherpa Mimgma Tsering die nog maar steeds onze bagage op zijn moeizame weg vervolgt. De moed begint ons nu wel enigszins in de schoenen te zinken.  De wetenschap dat morgen de 7 overige deelnemers aankomen, de 100 coolies al aan het lopen zijn de zes sherpa's die we in dienst hebben, alles hangt nu af van het tijdig arriveren van de vracht. We hebben uitgerekend dat wanneer het vandaag of morgen in Kathmandu aankomt, alles op zijn pootjes terecht zal komen. Enigszins gedeprimeerd liep ik slenterend naar het hotel terug, tot ik opeens opgeschrikt werd door een zwaar gesticulerende Nepalees, die mij in zeer gebrekkig Engels probeerde duidelijk te maken dat de bagage in Raxual was aangekomen. Dat was nog eens goed nieuws na de tegenslagen. In een looppas ben ik terug gegaan naar de transportfirma, het bleek inderdaad juist te zijn. Zonder verder tegenslag zou morgen de 14e arriveren, dus op dezelfde dag als de deelnemers. 's Middags hebben we het goede nieuws gevierd  met een aantal hotelgasten, met het drinken van de goede Hollandse jenever, waarna we het enigszins moede hoofd te ruste legden ! Laat op de middag hebben we nog gekeken naar de living goddess die door de straten van Kathmandu werd gedragen. Een nogal primitief feest. Sfeervol waren alle kijkende mensen, de tempels etc.
Vrijdag 14 september 1962. Vandaag is dus de dag dat de deelnemers uit Nederland zullen arriveren, maar tot onze grote teleurstelling bleek op het vliegveld,  dat het vliegtuig naar Patna was uitgeweken. precies dezelfde situatie die ons is overkomen. Dan maar wee naar de Singa Durbar! Nu zijn we een een keer boos geworden en het hielp. We kregen opeens alle aangevraagde brieven en een toezegging van één in plaats  van twee liaisonofficers. Het zijn wonderlijke mensen. je weet nooit hoe ze zullen reageren, maar ze zijn altijd van goede wille, alleen duurt het voor onze westerse mentaliteit tien keer te lang. Van de directeur van de douane een mannetje meegekregen om als begeleider te dienen bij de besprekingen in de central custom office waar de bagage zal worden ingeklaard. Er spreekt namelijk niemand engels, zodat een begeleider geen luxe is. Vanaf 12 uur tot 5 uur 's middags doorgebracht .met eindeloze besprekingen, telefoons. etc. en vooral het onderdrukken van mijn woede uitbarstingen en een zenuwcrisis. Ik zal de lezer van de Spiegel besparen wat er allemaal is voorgevallen in die vijf uur, maar ze leken eindeloos. Het eindresultaat is alleen belangrijk,alhoewel de goederen nog niet zij binnengekomen, heb ik aan de hand van de lijsten toch de invoerrechten mogen betalen, ze dachten namelijk dat ik de goederen exporteerde! Nauwelijks in het hotel terug,.kwam opeens Mimgma Tsering aanlopen met de begeleider van de trucks, Ramani. Dit was het teken dat de trucks met al onze bagage waren aangekomen. Het was me een reisje wel geweest; in een eindeloze woordenstroom vertelde Ramani hoe de reis van Bombay naar Kathmandu was verlopen; bepaald niet zonder ongevallen. Via zware bergstortingen, bruggen die half waren weggeslagen of vrijwel geheel onder water stonden, via moeilijke controleposten van de ene staat in de andere in India gekomen tot de grootste barrière , de geweldige overstromingen van de Ganges tussen Patna en de grens van India en Nepal. De trucks konden niet verder. De enige mogelijkheid was om de vrachten te vervoeren met de trein. Alleen waren de goederenwagens volgeboekt. Na eindeloze besprekingen toch een plaatsje geboekt voor 5 september. het duurde nog tot de twaalfde september voordat de vracht aan de grens van India en Nepal was gearriveerd. Tijdens het transport is nog geprobeerd door een onverlaat om de loodjes van de containers te verbreken. Gelukkig werd dit door een bewaker verijdeld. Indien dit toch zou zijn gebeurd, zou dat betekend hebben dat de bagage zeker een geruime tijd aan de grens zou zijn opgehouden, want dan had de douane immers alle kisten moeten controleren aan de hand van de lijsten of alles wel in orde is. Een expeditie hangt toch wel aan vele zijden draadjes Nu was de douane passering een affaire van enkele .minuten. De containers konden niet op de vrachtauto aangezien deze niet breed genoeg waren. De containers waren 7  voet en de vrachtauto's helaas 6 voet! De 72 kisten werden alle in vrachtauto's geladen, hoewel we anders hadden betaald, namelijk twee vrachtauto's. gecontracteerd. De vrachtauto was zwaar over beladen en tijdens het transport is een :van de belangrijkste kisten er afgevallen. nl de kist met de butagascylinders. De chauffeur merkte niets, maar gelukkig door mensen aan de kant gewaarschuwd. De kist was volkomen aan splinters gelukkig niet de inhoud. Na al deze belevenissen is de vracht dus veilig en wel bij ons hotel aangekomen. We konden onze ogen nauwelijks geloven dat nu alle materialen in Kathmandu waren gearriveerd. 's Avonds belde ik de directeur van de douane op met de vraag wat ik met de vracht moest doen voor de controle. Morgen zaterdag, is nl alles gesloten (de zondag voor de Nepalezen). Alleen de douane van het vliegveld zou open zijn. Ik vertelde hem dat de invoerrechte al waren. Hij zei me dat ik alles uit kon laden. Ik kon mijn oren niet geloven en  vroeg hem nog eens of ik de vracht werkelijk kon uitladen en weer kreeg ik een bevestigend antwoord. Morgen zou blijken hoe verkeer hij mij heeft begrepen en met welke catastrofale gevolgen. Met een gerust hart gingen we dus slapen.
Zaterdag 15 september 1962. Meteen begonnen met uitladen van bagage. Ik kreeg na uitladen een rekening gepresenteerd van 1200 Rs Ic. Voor één truck. Dat namen we ·toch echt niet. Het heeft een ochtend van ruzie en onderhandelen gekost om ons voorstel van 900 Rs te laten aannemen door de transportonderneming. 's Middags nog eens naar het vliegveld gegaan om et kijken of de deelnemers nog met een ander vliegtuig waren gearriveerd. Geen succes. De dag verder doorgebracht met uitpakken en overpakken van materialen. Er was een expeditieleider die verzuchtte. Het beklimmen van een Himalaya top is eigenlijk :Packng and Unpacking.
Zondag 18 september 1962. Een tegelijk verheugende als dramatische dag. Een dag van afwisseling: uren van grootste spanning. Blood sweat and tears. Het begon gelukkig goed, nl dat het vliegtuig van New Delhi een 7-tal opgewekte Nederlanders bracht. Eindelijk was het hun toch gelukt om Kathmandu te bereiken. Ze waren inderdaad vrijdag al met een vliegtuig van New Delhi naar Kathmandu onderweg geweest en niet verder gekomen dan Patna. Na lange aarzeling zijn ze 's avonds weer met het vliegtuig naar New Delhi teruggekeerd. Gelukkig hebben ze zaterdag (want er was pas zondag weer een vliegtuig naar Kathmandu ) geprofiteerd om een van de zeven wereld wonderen te bekijken. De Taj Mahal! Grote indruk achtergelaten, vooral de Taj bij maanlicht had iedereen in verrukking gebracht. Vandaag is het gelukt om Kathmandu te bereiken. Alle in goede condities en zeer onder de indruk van alle zo snel op elkaar volgende belevenissen. Nog vergeten te vermelden dat Mimgma Tsering in alle vroegte met  9 coolies is vertrokken naar Pokhara via land met het butagas (dit mag niet per vliegtuig worden vervoerd). Hij zal proberen de 24ste in Pokhara te zijn, om dan tezamen met de op deze dag arriverende Lionel ons achteraan te komen, aannemende dat wij dan al met de 100 coolies vanuit Pokhara zijn vertrokken. Van het vliegveld met alle deelnemers naar de Singha Durbar om alle paspoorten te laten afstempelen en de laten voorzien met een visum voor Pokhara. Egeler heeft nog zwaar onderhandeld over de liaisonofficier . Ze hadden ons weer de man willen meegeven die zich enkele dagen geleden had aangeboden, maar die vrijwel geen woord engels verstaat  dus uitermate 'useless' voor zijn taak. Egeler heeft gedaan gekregen met goede diplomatie dat ze deze man niet zouden meegeven. Laten we het beste hopen. Ik zou nog even langs de directeur van de douane gaan voor een. beleefdheidsvisite. Maar hier wachtte mij een totale verrassing, of beter gezegd een ware shock .De directeur van de douane zat te midden van een aantal mensen, waaronder de directeur van de transportonderneming, waar we de vorige dag ruzie mee hadden gemaakt. Hij was razend en sloeg met zijn vuisten op tafel, terwijl hij mij toe beet: Wat heeft U nu gedaan? U heeft mij vals voorgelicht door te zeggen dat alle bagage was gevisiteerd. U moet nu alle vrachten op een vrachtauto laden en ogenblikkelijk vervoeren naar het douanebureau! Dit stond dus gelijk met een totale catastrofe. Immers een deel der kisten was al uitgepakt en zelfs een gedeelte van de bagage uit Kathmandu verdwenen op de 9 ruggen van de coolies. Het bleek dat de directeur mij verkeerd had begrepen. Wel enigszins onbegrijpelijk, want als alles was gevisiteerd, was het toch niet nodig geweest om hem 's avonds op te bellen  was en vooral mijn eerder genoemde argument woog gelukkig zeer zwaar. Tot mijn zeer  grote opluchting verdween de vijandige stemming en maakte plaats voor de gunstige  stemming die met zoveel moeite en tijd. de laatste weken was opgebouwd. Hij beloofde mij nu een mannetje te sturen van de douane naar het hotel om te zien of alles nog in orde was en klopte met de lijst. Dat was dat! Ik kreeg een mannetje mee om naar de douane te gaan met de zware opgave om een douaneofficier mee te troggelen, die onze bagage wel zou willen inspecteren. Weer moeilijke uurtjes. Na drie uur onderhandelen, alles volgens het oude recept, de toezegging gekregen dat iemand zou komen tegen vier uur in het: hotel. Zou het nog lukken om het vandaag klaar te krijgen, dat was de spannende vraag, die iedereen bezig hield, want morgen hadden we al gereserveerd op het vliegtuig en tevens het bagagetransport geregeld. Mijn zenuwen waren enigszins geschokt toen ik in het hotel aankwam. Na een uurtje rustig op bed te hebben gelegen, ging het wel weer. Gelukkig ter opwekking een groot aantal brieven van huis. Tegen half vijf arriveerden een aantal douaneambtenaren, die meteen begonnen met de visitatie van de bagage. Alle deelnemers begonnen mee te helpen met het openen van de kisten. Al gauw bleek dat het niet een vluchtige check up was, maar een zeer grondige visitatie. Elke kist werd open:gemaakt en tevens moesten de verschillende artikelen worden uitgelegd, waarvoor ze dienden. Tot ons geluk waren de eerste. kisten vrijwel nog niet uitgepakt en bestonden voor het grootste deel uit levensmiddelen. Het geduld. van een ieder werd in de navolgende uren danig op de proef gesteld. Het was wel goed dat nu iedereen eens zag hoe moeilijk alles hier gaat. De grote spanning was nu kist nr  39, 40,41  (in totaal waren er 72 kisten). De inhoud hiervan was niet meer te produceren, aangezien deze al met de dragers mee waren. Na enkele uren begonnen de controleurs tekenen van vermoeidheid. te tonen en begonnen kisten over te slaan en door een wonder ook de kisten 39 en 40!. Ze begonnen weer hun krachten:te te herwinnen bij nr 45. Ook  kist 71 werd. overgeslagen, terwijl de laatste week weer aan een grondige controle werd onderworpen. Tegen 9 uur was alles er door heen. Nu kwam echter nog een anderhalf uur van besprekingen tussen de inmiddels andere gearriveerde douanebeambten. Er werd overgerekend, de betaalde douanerechten etc.Met  een eindeloos geduld. Als men echter vanuit hun standpunt bekijkt; dan is het wel  bijzonder dat ze ons wilden helpen. Ik weet niet of je vele douane autoriteiten in de wereld zo gek krijgt om 's avonds na kantoortijd je nog te helpen.  We wilden ze als dank nog sigaretten geven, maar dat accepteerden ze niet. Het was alleen maar om ons te helpen. We hebben ze wel uitgenodigd om een borrel te drinken. Dat hebben ze wel gedaan en hoe. Enkele ambtenaren verdwenen in lichterlijke staat.  Het was dus gelukt. Nu begonnen we met het inpakken en dicht timmeren van de bagage om alles klaar te krijgen voor het transport per vliegtuig de volgende dag naar Pokhara. Tegen 1 uur ' s nachts was alles klaar.
Maandag 17 september 1962. De grote dag van het vertrek. Na een zeer korte nachtrust werd begonnen met inladen van het materiaal in vrachtauto die alles naar het vliegtuig bracht. Tegen 10 uur waren we allen op het vliegveld. Het was niet om te geloven. Er werd een groepsfoto gemaakt.

De aankomst van een deel der deelnemers: Bodenhausen, Tammes en de drie broers van Lookeren Campagne op het vliegveld van Kathmandu

Tegen 11 uur vertrokken we richting Pokhara. 35 minuten later, na een nogal bonkerige landing arriveerden wij op het vliegveld te Pokhara. De bergen waren nog in de wolken.  Tot ons geluk kwam even later een vrachtvliegtuig met al het materiaal. Er werd meteen begonnen met het maken van een basiskamp vlak naast het vliegveld. Net voor het donker zaten we prinsheerlijk in een grote basiskamptent. Dannu was al bezig met het bereiden van een heerlijk maal. De radio werd ingesteld op de uitzending van de Wereldomroep te beluisteren, want over enkele ogenblikken zou er een speciale berichtgeving voor ons worde uitgezonden om 7,40 p.m. dat is 15.10 p.m. Nederlandse tijd. Het was voor Egeler en mij wel een zeer ontroerende moment toen we daar zo allemaal bij elkaar zaten in de mess-tent en om tien voor acht de berichten uit Nederland. kristalhelder, haast zonder fading. We hoorden nieuws van mijn vrouw dat mijn brief van 5 september was aangekomen, maar helaas nog niet mijn spiegelverhaal (22 augustus - 6 september), dan verder nieuws voor Egeler over zijn zoon. Verder alles goed in Nederland. Egeler heeft enkele ernstige woorden gericht tot de deelnemers om hun te wijzen op de verantwoordelijke taak die iedereen krijgt te vervullen. Het ging er in als koek. Na deze opwindende dag konden de deelnemers niet erg goed de slaap vatten. Het was nogal wat en we werden opgegeten door de muskieten.
Dinsdag 18 september 1962. Al vroeg begon het met pakken en inpakken. Alles moet worden voorbereid, taken verdeeld: Holger : technische apparatuur zoals bandrecorders, transmitters, Peter: film en foto-apparatuur, Paul: alle medische artikelen samen met André Tammes , die ook dienst doet als magazijnmeester, Herman Nijhuis: de wetenschappelijke geologische uirusting, Gerrit Schaar: de topgrafische apparaten, Kriel Bodenhausen: kampeermateriaal. Zo heeft ieder wat en daar ook  verantwoordelijk voor. Alles loopt plezierig. Iedereen doet wat hem is opgedragen. Terwijl de vrolijke noot niet ontbreekt, want in het basiskamp Pokhara  werd er ontzettend veel gelachen. Tegen de middag kwam er weer een vliegtuig met lading voor ons.

 

Gelukkig komt weer een vliegtuig met ons materiaal vanuit Kathmandu in Pokhara binnen.. Inzet: Wongdhi checkt de net gearriveerde bagage

Nu was alles binnen. In 2 dagen hadden we kleine 2 ton aan materiaal in laten vliegen. De rest van de dag werd gebruikt om alles uit te pakken. Iedereen was zeer onder de indruk van de geweldige natuur; alle bergen waren 's ochtends te zien. Onwezenlijk hoog. Zoals het bij iedereen gaat die voor het eerst in de Himalaya komt, de bergen zijn nog hoger dan men dacht, alhoewel de verwachtingen zeer hoog zijn gespannen.
Woensdag 19 september 1962. De dag begonnen met een wedloop om het vliegveld. Gewonnen door Holger op gevolgd een borstlengte door van Peter en op 100 meter Paul. Kriel kwam een enkele honderden meters  daarna, maar had het toch gehaald, terwijl ik op "doktersadvies"maar een half rondje mocht maken. Paul heeft ons zowel voor als na de inspanning gewogen, trouwens de dag begint met de zeer nauwkeurige weging van de deelnemers. Er zijn grote teleurstellingen. Egeler woog nl 90 kilo, de Booy (zeer tot zijn opluchting ) 80.8, Bodenhausen 72, Paul 78, Holger 72,Peter 73, Nijhuis 81, Tammes 88, en Schaar 79. Deze gewichten der deelnemers worden dagelijks genomen in verband met wetenschappelijke proefnemingen, waarover een andere keer zal worden verteld. Vandaag werd begonnen met het maken van 30 kilo vrachten voor de coolies die hopelijk overmorgen zullen arriveren. Dit blijkt nog ene zeer tijdrovend werk. Nauwkeurig wegen, max 30 kg dan beplakken met een waterdicht plastic linnen en catalogiseren. 's Middags zijn de doktoren naar het Engelse hospitaal gegaan en tevens onze tandarts, die al met spanning werd verwacht. In een uiterst primitief kamertje kon hij met zijn werk beginnen. Peter heeft het prima gedaan. 4 patiënten, 1 kies getrokken en 6 vullingen. In het middag vliegtuig was een zending brood en cake, afkomstig van de directeur van het hotel. Bijzonder aardig om hieraan te denken. Hij stuurde ook nog een fles gin die weinig tijd nodig had om de 9 dorstige kelen te voeden. Nadat deze fles op was, lieten we door Dannu nog wat plaatselijke drank kopen de zogenaamde Rakshi, zeer goed drinkbaar! In ieder geval is vannacht weer door de expeditieleden voortreffelijk geslapen.
Donderdag 20 september 1962. De gewone kampbezigheden. De verpakkingsindustrie draait op volle toeren. Peter kreeg nog een patiënt. Een abces, een doorgebroken verstandskies van een van de dragers. Het is nu 11.30. Ik sluit hiermee dit gedeelte van het dagboek af om mede te zenden aan het zo dadelijk binnenkomende vliegtuig.

De Booy schrift zijn dagboek voor het weekblad de Spiegel in het basiskamp bij het vliegveld van Pokhara

In de loop van de dag de vorige aflevering van het dagboek weggestuurd. De middag weer doorgebracht met pakken en uitpakken. Het begint nu wel op te schieten. Met. de hele groep gezwommen in het heerlijke bergmeertje bij Pokhara.'s Avonds is het weer enigszins veranderd; sterk onweer en veel regen.
Vrijdag 21 september 1962  Al spoedig na het ontbijt werden we geconfronteerd met een ware wolkbreuk die het gehele kamp onder water zette. Met man en macht werden irrigatiesystemen aangelegd om de grote watervloed te keren, maar gelukkig beschikt de expeditie over prima dijkbouwers. We hebben onder onze expeditieleden niet voor niets een Zaankanter· medegenomen, de heer Schaar. Ook de Tibetaan Tashit, die nu als definitief als hulp in  de huishouding is aangenomen, doet geweldig zijn best. Na enkele uren slagen we erin het tentenkamp vrij te  krijgen van water. Gelukkig geen schade Maar ik had er niet aan moeten denken als het 's nachts was gebeurd.

Het door een wolkbreuk ondergelopen basiskamp van Pokhara

De dag werd verder weer op de gebruikelijke wijze doorgebracht, tegen 5 uur was alles gepakt. We hadden gepakt de zgn. tuk 1: materiaal dat direct dient te worden opgevoerd naar Tukucha en tuk 2: vrachten die met een. tweede zending zullen worden medegegeven. Tegen half zes zag ik opeens sirdar Wongdhi met enkele sherpa's het kamp afkomen, aan het hoofd van de karavaan coolies. Hij werd met ware vreugdekreten begroet. Hij kwam als geroepen. Alle plichten waren voor ons in Pokhara gedaan en wat ons betreft konden we morgen vertrekken. Wongdhi had een zware tocht gehad. Veel regen en. nog wat onwillige dragers. In het geheel had hij er tien dagen over gelopen, ondanks het feit dat de dragers bepaald niet te zwaar waren beladen. De vooruitgang per dag is ook niet groot: gemiddeld niet meer dan 12-15 km.. Men moet echter bedenken, door nogal zwaar terrein, veel rivieren om de gevreesde Trisuli die nog enkele weken geleden een  dorpje en een brug had meegesleurd  Ongeveer  halverwege de tocht is er een soort staking uitgebroken en heeft één van  de raddraaiers de hoofdman van  van de coolies bedreigd hem met zijn cookerie (een krom zwaard) aan stukjes te snijden. Wonder boven wonder zijn de vrachten redelijk overgekomen, nauwelijks beschadigd of nat. 's Avonds heeft Wongdhi nog onderhandeld met de hoofdman van de coolies die we in Pokhara gaan huren Er ontstonden grote moeilijkheden, want deze coolies willen 8 roepies per dag verdienen, terwijl in Kathmandu dragers slechts 5.60 Rs, krijgen, maar er wordt nu een regeling getroffen nl. dat de coolies van 8 Rs  geen terugweg betaald krijgen, terwijl de 5.,60 Rs. coolies de helft van de dagen die ze er over doen om er terug te komen, betaald krijgen voor de terugweg. Dit komt vrijwel op het zelfde neer. Zo hopen we morgen te kunnen beschikken over de 100 coolies van Kathmandu en de ruim 50 coolies van Pokhara.
Zaterdag 22 september 1962.  Het weer is helaas niet al te best, maar goed genoeg om het grote sein van vertrek te geven. Inderdaad. komen alle coolies opdagen. eerst worden de Kathmandu coolies één voor één opgeladen. met per man van rond de 30-32 kg, daarbij te bedenken dat ze hun eigen spulletjes ook nog moeten meenemen, dat toch al gauw op een 5 kg neerkomt. Wat deze mensen in de komende dagen  zullen presteren grenst aan het onwaarschijnlijke. Tegen 2 uur 's middags is de laatste coolie opgeladen  en ligt het zo dierbare basiskamp Pokhara triest en verlaten  Het is voor Egeler en mij  wel. een heel speciaal gevoel om nu een klein legertje te zien marcheren. naar het droomgebied van onze kinderjaren. In het totaal is de bezetting van de Nederlandse expeditie als volgt: 9 Nederlanders, 6 sherpa's, 1 Tibetaan (Tashi),156 collies. Verder nog te bedenken dat de Sherpa Mimgma Tsering met 9 coolies nog onderweg is van Kathmandu naar Pokhara met al het butagas. Vandaag is het ook de dag dat Terray in Kathmandu zal aankomen en onze nieuwe sherpa Pinchoo. Tevens zal Terray in Kathmandu de liaisonofficier ontmoeten. Als men dus alles bij elkaar optelt komt men op 184 man! Al na enkele uren lopen werd bivak gemaakt en wel vlak naast het Tibetaanse kamp, waar Egeler en ik tijdens onze eerste toch ook al hadden overnacht. Alles liep op rolletjes. In minder dan geen tijd had onze trouwe kok Dannu weer een heerlijk maal klaar en stonden alle tenten prima opgesteld.
Zondag 23 september Uiterst langzaam klom de dragers karavaan omhoog naar het dorpje Taski. Het blijkt dat het verschil tussen de voorste drager en de laatste midden op de dag enkele uren bedraagt. De keten is nu eenmaal zo sterk als de zwakste schakel. Tegen het middaguur  neem ik, om te proberen, een vracht over van een drager. (Het bleek later een vracht te zijn van tegen de 40 kilo).

Een theepauze tijdens onze eerste marsdag van Pokhara  naar het expeditie gebied, vlnr. Herman Nijhuis, Gerrit Schaar, André Tammes, Holger van Lookeren Campagne, Kees Egeler (niet goed zichtbaar), Kriel Bodenhausen

Uitsluitend met als draagstel een band om het hoofd en om de last. De manier waarmee hier alle vrachten worden gedragen. Het valt me niet mee en na veel gehijg en gepuf kom ik toch in het kamp aan. Dit is gelegen op de eerste pashoogte. De doktoren hebben het dan al meteen druk met de polikliniek. Van alle kanten komen er mensen. De een met kiespijn, de ander met een. gemene hoest; of een. zweer en ga zo maar door. Onze tandarts Peter van Lookeren Campagne weet al meteen een tweetal kiezen bij een man van 70 jaar te trekken

De Booy met zware last wat hem later duur komt te staan!

Maandag 24 september 1962. Eerst gaat de tocht steil omlaag tot de rivier  Madi Khola. Nu volgt de grootste stijging van de hele tocht tot Tukucha. Van 1000 meter hoogte tot bijna 3000 meter hoogte. Om ons een beetje te trainen nemen Peter en Holger extra zware rugzakken tegen de 30 kilo en ik probeer het vandaag weer met een vracht van een drager van 35 kilo. Dit is, zoals we wat later zullen zien, me duur komen te staan.: De weg was nog lastig  Met de grootste moeite bracht ik de vracht tot:400 meter onder Ulleri. Tegen donker arriveer ik. De anderen waren er allemaal al. De plaats van het kamp was niet ideaal, nl. om net geoogste maïsveldjes  vol modder en resten van maïsstengels. De dragers waren nog lang niet allen binnen. Het begon opeens met geweldige kracht te regenen en de kampeerplaats veranderde in een complete chaos. Er stonden nog maar twee tenten en de kooktent. Het grootste deel der coolies moest nog binnenkomen en het was al stikdonker en het hoosde van de regen. Met veel moeite werd zoveel mogelijk van de reeds aanwezige vrachten bedekt met grondzeilen. Successievelijk kwamen de dragers binnendoorweekt, maar geen kik van ontevredenheid.

 

Mannelijke drager ( boven) en vrouwelijke drager (onder) die onze lasten van 50 kilo op blote voeten torsen over berg en dal

Deze mensen nemen alles met een gelatenheid, waar men zich elke keer weer over verbaast. Wongdhi kwam pas tegen 7 uur aan. Hij had nl. nieuwe dragers moeten engageren, aangezien er een stel dragers uit Kathmandu niet verder wilde gaan. Toen het ergste voorbij was gingen we in de kooktent iets eten. Dannu had met bewonderenswaardige moed toch nog wat eten kunnen klaar maken. Tegen half acht probeerde ik de Wereldomroep uitzending te pakken te krijgen, maar wat ik ook probeerde geen succes en ·tegen vijf voor acht gaf ik de moed op. Onbegrijpelijk, want vorige maal hadden we het zo prachtig gehad. Hopelijk zullen ze de belangrijke berichten de volgende week voor ons herhalen. Er waren inmiddels in totaal drie tenten opgezet; dus voor elke tent 3 sahibs. Het werd een nacht met veel regen en ongemak.
Dinsdag 25 september 1962 Gelukkig iets beter weer. Al vroeg kwamen vanuit alle richtingen de dragers weer om hun vrachten op te halen. Er moest een stijging gemaakt; worden van een kleine 1000 meter. Tijdens de nacht voelde ik me al niet zo lekker en ik had 's ochtends enige verhoging. De klim tot de pashoogte is voor mij een ware martelgang geworden. Ik kon zelfs met moeite langzaam de dragers bijhouden. Ik begon toch flink koortsig te worden en. verloor mijn stem. Nauwelijks zuurstof genoeg om stapje voor stapje omhoog ·te gaan. Elk kwartier moest ik een half uur uitrusten. Gelukkig kwam Wongdhi me als laatste nog achter op en heeft de anderen gewaarschuwd. Paul is me met enkele opwekkende pillen en wat rakshi ( een alcoholische drank ) tegemoet gegaan. Dankzij deze steun ben ik op pashoogte gekomen. Tijdens mijn uitrustperiodes aan de kant van de weg hadden vele bloedzuigers een weg gebaand naar mijn huid, zodat ik er werkelijk·onder zat. Na een uur afdaling kwamen Paul en ik in het kamp aan.

De Booy dood ziek in zijn tent

Volgens Egeler zag ik groen en geel. Ik werd gauw in de tent gestopt. De temperatuur bleek er ook niet om. te liegen: 40.3 graden:Tammes heeft me nog onderzocht; en adviseerde om er zo warm mogelijk onder te kruipen Het werd niet alleen een zware nacht voor mij, maar ook voor de anderen, want er brak een zware storm los, die heel wat  tentharingen·er uit trok en tentzeilen deed flapperen,zodat vele uurtjes aan herstelwerkzaamheden werden zoek gebracht.
Woensdag 26 september 1962. Nu begon de afdaling tot de kali Gandaki, de rivier waarlangs we straks omhoog gaande tot in het werkelijke expeditiegebied kunnen doordringen. De artsen beslisten gelukkig, dat ik maar naar beneden moest strompelen, aangezien het hier niet de aangewezen plaats was om te herstellen. Mijn koorts bleef de hele dag echter rond de 40 graden het ging gelukkig naar beneden, zodat  ik geen buitensporige inspanningen behoefde te doen. Tegen 2 uur 's middags ·arriveerde de expeditie bij de beroemde brug over de Kali Gandaki bij Tatopani. Door de geweldige kracht van het moessonwater was enkele weken geleden een van de pijlers van de brug volkomen weggeslagen.

Onze werktuigbouwkundige Holger van Lookeren Campagne repareert de door de moesson stukgeslagen brug over de rivier Kali Gandaki

 

De gerepareerde brug over de Kali  Gandaki

De laatste·dagen had men er zeer hard aan gewerkt en het toeval wilde dat de brug vandaag net klaar zou komen. We moesten nog enkele uren wachten en en dankzij onze aluminium ladder! is men er zeer snel in geslaagd om de nog  resterende gaten in het wegdek van de brug te repareren. Tegen half vijf kon de eerste drager er over heen. Het was een prachtig gezicht de 156 coolies voetje voor voetje er over heen te zien schuifelen. Egeler nam nog een shot van een coolie die met een been er door heen zakte. Tot ieders opluchting kon de overkant worden bereikt. Was de brug niet klaar geweest dan had ons dat zeker een halve dag uiterst zwaar terrein extra. gekost. Even ten noorden van het dorpje Tatopani werd het kamp opgeslagen.  Een prachtig uitzicht op de Daulaghiri: volgens mijn zeggen (denkend aan het boek van Toni Hagen. De anderen hadden tijdens de ·tocht naar beneden bepaald dat het de Nilgirii moest zijn. Ik kon ze echter overtuigen dat het de Daulaghiri moest zijn. Hoe groot was niet de hilariteit, toen bleek dat zij toch gelijk hadden! Ik heb het natuurlijk daarna zwaar moeten verduren! Mijn ziektetoestand was tegen de avond iets verbeterd en ik·kreeg nu penicilline pillen .Het  was toch een begin. van longontsteking geweest en ik moest nu zeer oppassen

De Booy laat de bevolking de polaroid foto van hun zien

Donderdag 27 september 1962. Alhoewel ik me stuk beter voelde beslisten de doktoren dat  ik hier achter moest blijven samen met Paul, die me dan kon verzorgen,  echter met dien verstande dat als ik tegen 12 uur onder de 38 graden mocht hebben, langzaam na mocht komen. Het was een geweldige opluchting dat het inderdaad het geval was. Zo vertrokken Panl en ik met 1 sherpa  en 3 coolies (waaronder ook onze Tashi) enkele uren na de hoofdkaravaan. Wongdhi had echter de achtergebleven vrachten verkeerd beoordeeld en de coolies hadden veel te zware vrachten, nl. 50-·60 kg. We konden  de karavaan dus onmogelijk meer inhalen en zijn blijven steken in het dorpje Kabre. We sliepen onder een klein afdakje. We hadden tegen de sherpa Dorjee gezegd, dat we vroeg weg wilden, ongeveer tegen half zes.
Vrijdag 28 september 1962. Met veel moeite was ik in slaap gekomen tegen 1 uur. Nauwelijks een half uur 1ater (1.30 uur)  werd ik wreed gewekt door een verstikkende rook. Wat was er gebeurd. Dorjee was bezig met het ontbijt te maken! Hij had geen horloge en dacht dus dat het al tegen de ochtend was! Ik was werkelijk een. beetje boos op hem, vooral omdat  we hem hadden gezegd dat hij het vuur maar op een andere plaats moest maken, want dat het niet direct een goede genezingswijze was voor iemand die een licht geval van longontsteking had gehad. De nacht verliep dis nogal onfortuinlijk. Dank zij de opbeurende woorden van Paul zijn we de volgende morgen; toen het zonnetje al lekker scheen, vertrokken. We  moesten nu door een adembenemende schlucht. langs een uiterst steil pad, waar elke misstap noodlottig zou zijn geweest. Het is werkelijk feeëriek gezicht  om de dragers met blote voeten en en vrachten tegen de 50 kilo hier te zien lopen, als ware evenwichtskunstenaars. Na de kloof veranderde niet alleen het landschap, maar ook de mensen, huisjes en vooral klimaat. Veel drogere en gezondere lucht. Zeer veel gelijkenis met Zwitserland. Prachtige dennenbomen en steeds weer als majestueuze afsluiting de hoge sneeuw reuzen van de Himalaya. Tijdens onze wandeling werden we nog uitgenodigd om thee te drinken in een Tibetaanse tent. Paul kon weer veel goed doen als dokter. Na een lange dag hebben we ons bivak geplaatst in een dennenbos bij Lete

De Booiy aan de beterende hand na zijn ziekte. De taart met zijn naam erop wil er wel in

Zaterdag 29 september 1962. Mijn gezondheidstoestand  was nu zeer goed: zodat we besloten er  flink de spat in te zetten en te proberen vandaag de karavaan in te halen. Tot onze verbazing troffen we Peter en Wongdhi aan al na enkele uren gaans, nl 1 uur voor Tukucha. Het was op hun bivakplaats.. De reden dat ze nog niet weg waren lag in het feit dat 27 dragers van Pokhara staakten.  Er stond  voor Wongdhi niet veel anders op dan om muilezels te huren om te proberen de vrachten verder omhoog te krijgen. Precies zijn we er niet achter kunnen komen waarom ze staakten, maar vermoedelijk de hoge prijzen van het locale voedsel en ook de voor hun vreemde omgeving. Hadden we gisteren een drastische verandering in klimaat meegemaakt, vandaag was het al even groot, want nu kwamen we in het gebied van de "Gebirgsswüste", droge kale rotsen. Hier woont een andere volksstam, de zgn. Thakkali. Na een uur lopen waren we in Tukucha. We troffen Bodenhausen aan, die omringd stond door een 9-tal stakende dragers. Ook deze wilden onder geen voorwaarde verder gaan. Tammes en Nijhuis waren op bezoek bij een Engelse professor in de antropologie. Hij was hier al maanden bezig met de gebruiken en de oorsprong te bestuderen van de Thakkali. Peter heeft hem nog geholpen zijn kaakabces te genezen. Paul en ik zijn maar weer doorgegaan om de karavaan in te halen. Egeler, Schaar en Holger waren in de voorste gelederen. Na een uiterst boeiende tocht langs typische dorpjes, met vele gebedsmolens en vele tempels, met het zien van de eerste yak, het ontmoeten van vele Tibetanen, kwamen we tegen donker aan in Jomosom. Hier is een politiecontrolepost. We moesten dus binnen komen bij de officier van de wacht en alles over onze expeditie vertellen. Zij beschikken over een zendinstallatie, waarmede ze dagelijks naar Kathmandu kunnen zenden. Dit is voor ons in geval van nood, natuurlijk bijzonder belangrijk. Hij wees ons toen waar hij Egeler had geadviseerd had om het basiskamp in te richten. Dit bleek aan de andere kant van de rivier te zijn en wel weer een stuk terug. Zo kwamen we dan veilig en wel in het basiskamp, een ideale weide temidden van grootse natuur.  Het laatste daglicht scheen nog op de noordflank van de Nilgiri. Wat een top, angstaanjagend. Vele zwakke plekken heeft dit  bastion van ijs, sneeuw en rots niet. De tijd zal het echter moeten leren en we vertrouwen op de komst van Terray; die zeker hier of daar weer een gaatje zal zien. In het donker arriveerden nog Bodenhausen, Peter en Tammes. Zij hadden echter de korte weg genomen, niet via Jomosom. Ze waren gelukkig door voorbijgangers gewaarschuwd. Wongdhi kwam pas nog veel later te paard. Hij had het voor elkaar gekregen om een aantal muilezels te huren om de achtergebleven vrachten hier te krijgen. Deze zouden in de loop van de volgende ochtend arriveren. Basiskamp Nilgiri was dus betrokken.

Het basiskamp bij Jomosom

Zondag 30 september 1962.  Een dag van pakken, uitpakken: tenten opzetten, materialen controleren en uitzoeken. Toch konden we volop genieten van de Nilgiri. Het is een wel heel wat grootsere berg dan we ons gedacht hadden. Van Terray kreeg Wongdhi in Tukucha nog een brief.  Deze was door een man mede genomen van Pokhara naar Tukucha . Het bleek dat hij de 24ste (zoals het plan was) aangekomen was in Pokhara met een liaisonofficier, een jonge geoloog die redelijk Engels spreekt en een neef is van Thakur chief of Protocol of the Foreign Office. Dat is dus een winstpunt. Helaas was zijn vooruit gezonden bagage nog niet in Kathmandu aangekomen, zodat hij de sherpa Pinchoo in Kathmandu had gelaten met de opdracht nog enkele dagen op de vracht te wachten. Mimgma  Tsering was de 25ste in Pokhara gearriveerd. Hij had er zeer lang over gedaan, aangezien een drietal coolies ziek waren geworden. Terray hoopte de 26ste vanuit Pokhara te kunnen vertrekken. We verwachten hem dus hier aanstaande maandag of dinsdag. Goed nieuws dus. Na alle dragers te hebben uitbetaald (een ieder kreeg na aftrek van voorschot de somma van 100 Rs, dit is dus f 44,-.).  Een schijntje voor hetgeen ze eigenlijk voor ons moeten doen: dagenlang door regen en wind met zware vrachten op blote voeten door uiterst zwaar·terrein. Zo vertrokken ze dan naar Kathmandu. Een tocht van een tien dagen. In totaal zijn ze dan een kleine maand van huis geweest en wat hebben ze dan eigenlijk verdiend.  Het is wel een beetje vreemd dat door zulke achterlijke omstandigheden het nog mogelijk is om expedities in deze gebieden te houden. Zou immers een behoorlijk salaris voor de dragers worden geëist, overeenkomende met Europese begrippen, dan zou een transport van enkele tonnen voedsel en materialen over  zo'n afstand een volkomen prohibitieve aangelegenheid zijn voor de geldmiddelen van een normale expedities. Een drietal dragers gaf te kennen dat ze wel als drager vast verbonden aan de expeditie wilden blijven.

Maandag  1 oktober 1962. Vandaag vroeg is Ang Phurba met een aantal dragers vertrokken om een tweede vracht materiaal vanuit Pokhara op te halen. Holger, Peter van Lookeren Campagne en Wongdhi zijn vertrokken om een plek voor het alpiene basiskamp te zoeken en verder te kijken naar de bestijgings mogelijkheden van de berg. Bodenhausen en Nijhuis zijn op geologische verkenning uit.

Onze topograaf Gerrit Schaar aan het werk

Schaar is al begonnen met een topografische kaartering van het basiskamp gebied. Paul, Egeler en ik moeten echter het geld verdienen namelijk door  het schrijven van artikelen. Egeler voor het Handelsblad. Paul voor de RGD en ik met het dagboek voor de Spiegel. Tammes gaat zorgen voor de organisatie van de voedingsmiddelen. Zo heeft een ieder wat. Na het middageten even geslapen in de tent om te worden wakker geschrikt door het geroep van Kees:Terray komt er aan! Ja hoor, daar kwam hij in een razend tempo aan. Alleen in een klein onderbroekje kwam hij de berg opgehold. In zeer goede stemming.  Hij was in zes dagen overgekomen van Pokhara. naar ons basiskamp. Even later kwam de liaisonofficier: een pas afgestudeerde geoloog van de Rangoon universiteit. Zeer aardig en intelligent.

Onze liaisonofficier Kalikote

De dragers met; Mingma Tsering komen over enkele ogenblikken Wongdhi en de twee Lookerens zijn ook net teruggekomen van een reconnaissance. Weinig nieuws over de beklimmings mogelijkheden, overal even moeilijk. Terray moet het maar zien. De geologen zijn ook net teruggekomen van hun eerste verkenning. Veel succes, veel fossielen. Elk wat wils! . Iedereen is dus in het basiskamp aangekomen. Morgen begint een nieuwe fase van de expeditie.  Het zoeken van een plaats voor een alpien basiskamp. De geologen. zullen hun werk gaan doen, terwijl de topograaf voort gaat met het :maken van zijn kaart. Morgenochtend gaat een mail runner omlaag met deze brief.
Dinsdag 2 oktober 1962  Terray is niet de figuurom lang in een basiskamp stil te zitten. Meteen is hij op verkenning gegaan met de drie gebroeders en twee sherpa's. Ze zouden tenminste 2 nachten wegblijven. De geologische partij begon haar werk in de omgeving van het basiskamp. Het bleek al gauw dat Egeler en ik nog niet veel waard waren. We hadden immers alle twee te lijden van een griep en dat gaat schijnbaar niet in je koude kleren zitten, vooral met het stijgen merk je heel gauw dat je snakt naar adem. Daarbij komt nog dat tegen de middag in het dal van de Gandaki een ware storm opsteekt,  altijd stroomopwaarts gericht met windstoten van windkracht 8-9. De geologie bleek verbluffend interessant, maar niet zo eenvoudig. We vonden al meteen veel fossielen. 

De noordwand van de Nilgiri vanaf het alpine basis kamp

Woensdag 3 oktober 1962.  De drie oudjes van de expeditie: Tammes, Egeler en ik voelde ons bepaald. niet goed, zodat werd. besloten om eerst op ons verhaal te komen in het basiskamp. Trouwens blijkt nog enorm veel te reorganiseren. Pakken en overpakken luidt steeds maar weer het parool. Bij het openmaken van alle kartonen dozen beplakt met waterdicht geparaffineerd linnen, blijkt dat tijdens het transport van Pokhara naar het basiskamp, ondanks de vele regens en de weinig zachte manier van behandelen door de coolies, vrijwel niets is bedorven of beschadigd. Tegen een uur of twaalf steekt de venijnige dalwind weer op en iedereen zoekt zijn tent op. Steeds moeten we er uit om de haringen weer opnieuw erin te slaan, die door een hevige rukwinden er steeds worden uitgetrokken. De geologen Nijhuis en Bodenhausen keren tegen de avond terug met een enorme buit aan fossielen. Schaar, onze topograaf is met een sherpa zelfs gestegen tot een berg van 4000 meter. Hij slaagde erin om vele belangrijke toppen in te meten en kon vaststellen dat onze noordtop van de Nilgiri de hoogste top is het gehele Nilgiri massief; iets tegenstrijdig met de bestaande kaart:die aangeeft, dat de Oosttop iets hoger is. Zijn voorlopige berekeningen komen op een hoogte van 7050m voor de noordtop van de Nilgiri. Vanuit het basiskamp ziet onze berg er vervaarlijk uit, maar ja gelukkig hebben we onze Lionel Terray!.
Donderdag 4 oktober 1962. Nog steeds voelen we ons niet erg lekker. Egeler en ik zijn wel koortsvrij,maar merken typisch de terugslag van de griep. De vuile gifstoffen die zich blijkbaar in het lichaam hebben opgehoopt, moeten er eerst uit en dat gaat, nu eenmaal volgens onze arts met rustig aan doen. Het is voor Egeler en mij wel een hele beproeving om zo machteloos in het basiskamp te zijn gekluisterd. Gelukkig dat we zo'n grote groep hebben, er wordt door de expeditie gelukkig over de gehele linie nuttig werk verricht. Ik besteed de dag grotendeels met het maken van dunne doorsneden van gesteenten om op zo'n manier ze hier in het basiskamp door de microscoop te bekijken, wat zeer nuttig is voor het bepalen van de mineralogische samenstelling. Het is voor het eerst dat we deze methode in het terrein toepassen. Trouwens, ik geloof zonder overdrijving te kunnen zeggen, dat het nog niet veel is gebeurd, dat geologen in het veld hun slijpplaatjes maakten. Het is wel enigszins bewerkelijk voor een 7 tal slijpplaatjes heb ik toch gauw enkele uren nodig. Het blijkt echter niet tevergeefs te zijn, want iets wat de vorige dag al vermoed werd, nl.. dat in een gesteente het mineraal chloritoid zou zitten, werd met de microscopische analyse bevestigd. Een vreemde verschijning in gesteenten, die ook fossielen bevatten. In ieder geval een nieuwe vondst. 's Avonds was het enig om te zien hoe alle partijen voldaan. en moe terugkwamen. Eerst de geologen en daarna de alpinisten. Deze  laatsten hadden een. groot succes geboekt. Zowel de plaats van het alpiene basiskamp als voor kamp I  hebben ze gevonden.

Het alpiene basiskamp aan de voet van de Nilgiri

Verder  hebben ze een route uitgestippeld om de Nilgiri·te bestijgen. Een nogal gedurfde route; enkele zeer zware stukken, maar volgens Lionel mogelijk. Terray was zeer te spreken over de conditie van de drie van Lookerens. "Ils sont vraiment très fort". Ze waren gekomen tot een hoogte van maar liefst 5300 meter, de plaats waar kamp I zou worden geïnstalleerd. Het waterprobleem bleek hier te zijn opgelost door de aanwezigheid van een dunne laag sneeuw op de rotsen. Voor het alpiene basiskamp was dat echter echter een groot probleem geweest. Dank zij de sherpa Sona werd een klein bronnetje in de noord helling van de Nïlgiri gevonden op een hoogte van 4100 meter, met er vlak bij een kleine richel waarop na het maken van plateaus best enkele tenten zouden kunnen worden geplaatst. Er was wel een nadeel bij nl. dat de afstand van het alpiene basiskamp naar kamp I een hoogteverschil van maar liefst 1200 meter had. Maar ja, vanwege de waterpositie is dit niet anders op te lossen. Het  transport van het materiaal van het alpiene basiskamp is gemakkelijk, aangezien er een muilezelpad naar toe loopt. Aangezien hier in de vallei beter muilezels dan dragers zijn te huren, is dat niet gek. Het transport van het alpiene basiskamp 1250 meter omhoog tot kamp I zal nog heel wat moeite geven.
Vrijdag 5 oktober 1962. Een grote reorganisatie. De etenshoeveelheden moeten worden verdeeld in een deel voor de alpinisten en een deel voor de geologen. Dat heeft nog heel wat voeten in de aarde. De tenten moeten worden verdeeld etc. etc. Het alpiene materiaal wordt grondig nagekeken. Van het 100 meter aanwezig  touw worden 15 stukken van 40 meter gemaakt. Deze touwen dienen als vaste touwen de zgn. corde fixe die op moeilijke plaatsen op de berg moeten worden aangebracht, zodat de sherpa's met hun zware lasten er gemakkelijk langs kunnen. Aan alles moet worden gedacht. Immers het vergeten van lucifers om maar iets te noemen, zou natuurlijk catastrofaal zijn.

 

Het alpiene materiaal wordt aan een grondige controle onderworpen

Als we 's avonds in de grote messtent zegt Egeler triest: Het is misschien de laatste keer, dat we zo allemaal compleet bij elkaar zitten. Hij doelde niet zozeer op eventuele ongelukken, die zouden kunnen gebeuren, maar meer op het feit dat de alpinisten en de geologen ieder hun weegs zullen gaan. Aan het eind van het alpinistisch gedeelte zullen de alpinisten het gebied al weer gaan verlaten. Terwijl de geologen dan in noordelijke richting zullen trekken. We laten door Tashi de locale drank, de zgn. rakshi halen.  De enige die er niet helemaal goed tegen kan, is onze liaisonofficier, die onder ·tafel - tot onze grote hilariteit - in slaap valt.
Zaterdag 6 oktober 1962. Grand départ voor de alpinisten. Het duurt alleen nog eind voordat we goed en wel het basiskamp  vaarwel kunnen zeggen. Er komen nog vele mensen op ziekenbezoek. Een luid huilende vrouw met op haar rug een mandje met een klein jongetje erin van twee jaar, die vijf dagen geleden kokend water over zich heen heeft gehad en verschrikkelijke brandwonden had opgelopen. Er had zich in die vijf dagen gelukkig al een korst gevormd en de artsen konden de moeder geruststellen dat het kind het wel zou halen en dat de kritieke dagen al achter de rug waren. Onze tandarts kreeg het ook nog druk. Een fraaie extractie van een verrotte kies.  De vrouw had al twintig jaar last van die kies gehad.  Terray heeft de gehele scène kunnen vastleggen op de film. Tegen 10u30 uur waren alle 21 muilezels opgeladen. Egeler heeft het bellengelui van de muilezels nog op de bandrecorder vastgelegd. Er werd roerend afscheid genomen van de geologen en. de liaisonofficier. Over en weer werd veel sterkte toegewenst. We waren nog geen 200 meter gestegen of de wind ging liggen. Het was een werkelijk grote verademing dat er geen wind meer was, want dat gaat op den duur behoorlijk op je zenuwen werken. Het pad waarlangs we omgaan is prachtig. Eerst door een schitterend dennenbos en daarna door een herfstig berkenbos. De prachtige kleurencombinatie , met daarboven de machtige ijsflank van de Nilgiri. Een ieder denkt er het zijne van, maar  een ieder is onder de indruk van de steilheid der berg en loopt met de gedachten: "Moeten we daar nu bovenop?" Door Terray en Wongdhi wordt beslist dat we het alpiene basiskamp inderdaad op de rotsrichel vlak boven de bovenrand van het bos zullen plaatsen vlak bij de bron van Sona. De hoogte is 4150 meter. Direct wordt begonnen om plateaus te maken voor het plaatsen van de tenten.

Kamp I vlnr Lionel , Peter, Tom en net niet zichtbaar Kees.

Met het invallen van de duisternis staan zes tenten overeind. Het is toch duidelijk te merken dat we veel hoger zitten. Zeer koud en verder moeite met ademhalen. Morgen zullen we zoveel mogelijk vrachten naar de plaats gaan waar Terray kamp I had gedacht.
Zondag 7 oktober 1962. Na alles weer voor de zoveelste maal te hebben uitgepakt en overgepakt met de hele ploeg omhoog, behalve Tammes die met de kok Dannu achterblijft Dr Tammes is gisteren met een geweldige krachtsinspanning tot het alpiene basiskamp gekomen en heeft nu als taak om te zorgen dat de opvoer naar het kamp I goed verloopt. De stijging ging over een zeer steile grashelling of liever gezegd in het begin van een uiterst vervelende distelhelling.  Toch gaat de stijging uiterst snel. Het is toch wel vreemd; maar hier in de Himalaya hebben we minder last van de hoogte dan in de Andes. Dit feit heeft Terray al vele malen opgemerkt en wie kan het beter beoordelen dan Lionel. Hij is dit jaar in april op de Jannu in de Himalaya geweest, een berg van bijna 7000 meter. In augustus van het zelfde jaar op de Chacraraju een berg van 6100 meter in de Cordillera Blanca, nu weer in de noordflank van de Nilgiri.. Hij vertelde hoezeer hij snakte naar adem tussen de 5 en 6000m meter, terwijl hier hij met het grootste gemak zich voortbewoog op de zelfde hoogte. Er schijnt ook een wetenschappelijke verklaring te zijn voor dit verschijnsel. Men kan zonder overdrijving zeggen dat een hoogte van 5000 meter in de Andes overeenkomt met ongeveer 5800-6000 meter in de Himalaya. Des te beter voor ons want we moeten immers naar een hoogte van 7000 meter en van dit dus te vergelijken met een hoogte die we in de Andes verschillende malen bereikten. Hoe het ook met het verschijnsel in hoogte betreft de acclimatisatie is gesteld: we komen tegen een uur of twee al op onze plaats van bestemming aan, dwz 5400 meter Kamp I. Ik had toch op het eind wel last van kortademigheid. Egeler is gekomen tot 5000 meter en toen weer naar alpiene basiskamp  teruggekeerd. Terray, de drie broers van Lookeren Campagne en de sherpa Mimgma Tsering en mijzelf hebben zoveel mogelijk getracht om ons kamp I comfortabel te maken. Er werden twee Makalu tenten opgezet, een dergelijke type tent gebruikten we ook in de Andes op grote hoogte. Een aantal sherpa's en twee coolies zijn weer na hun 25 kilogram zware vrachten te hebben gedeponeerd naar het basiskamp afgedaald. De coolies die het gaan in dit soort gebied niet gewend zijn, kwamen doodmoe twee uur na het invallen van de duisternis in het basiskamp terug en kotsten zelf van moeheid en zworen nooit meer omhoog te gaan, anders gingen ze dood zeiden ze , maar het is een beetje hun eigen schuld, want ze hadden ons zo gevraagd om als drager mee  te gaan tijdens het alpiene gedeelte.
Maandag 8 oktober 1962. Volle bedrijvigheid op de noordflank van de Nilgiri. Terray met de drie broers van Lookeren en een sherpa omhoog naar de plaats waar Terray het kamp II had gedacht.

De steile klim tussen kamp I en kamp II

Vanuit kamp I kon ik ze duidelijk volgen. Het zag er werkelijk griezelig uit, zoals ze zich langzaam omhoog werkten tegen steile rotspartijen. Na vier uur hard zwoegen bereikten ze de plaats een smalle sneeuwrichel waar met het hakken gemakkelijk een plateau voor een aantal tenten gemaakt kon worden. Paul van Lookeren is steeds als eerste gegaan, terwijl Terray zijn verrichtingen kon filmen. Een goede prestatie, trouwens over de andere twee broers was Lionel zichtbaar tevreden. Hij verbaasde zich erover dat ze iegelijk helemaal geen erge last hadden van de hoogte. Als ik deze jongemannen zo bezig zie, dan realiseer ik me terdege dat ik die tijd toch achter me heb, maar ja, voor alles komt een tijd en daar heb je je nu eenmaal bij neer te leggen. Maar ja ik was zo gewend bij de Andes expedities de jongste te zijn met alle voordelen van dien. Tegen een uur of vier wachtte ik ze op met warme thee in kamp I. Helaas begon ik me tegen de avond niet goed te voelen, sterke keelpijn. Zou het de gevreesde "high altitude throat " zijn? De nacht was een verschrikking. Ik had steeds het gevoel te stikken veel te weinig zuurstof.
Dinsdag 9 oktober 1962. Bij het ontwaken, alhoewel dat misschien een beetje te veel is gezegd, lijkt het me beter dat we ons weer in verticale stand zouden voortbewegen, terwijl het weer weer prachtig is. Het schijnt in de maand oktober altijd wolkeloos weer te zijn, alleen wordt het geleidelijk aan steeds kouder. De wind komt nu nog uit het zuiden en we zitten hier in de noordwand dus zeer beschut. De top vertoont gedurende de dag geweldige sneeuwpluimen, een zeer sterke zuidelijke wind verradend. Terray adviseerde me om de dag zo rustig mogelijk in kamp I door te brengen. Een bitterpil, maar ja, het is beter voor de goede gang van zaken . Terray met de onvermoeibare van Lookerens weer omhoog naar kamp II om vaste touwen aan te brengen en tevens vrachten naar boven te brengen. Egeler komt tegen een uur of drie in kamp I aan. Hij is redelijk fit en vindt het zichtbaar prettig om hier te zijn. In het basiskamp is alles oké. Nog en nieuwtje van de geologengroep het basiskamp in de vallei is nu definitief opgedoekt. Door een zeer sterke windvlaag is de messtent door midden gescheurd, terwijl van de twee nadere (geen Denig tenten) de stokken als lucifershoutjes knapten. Ze hebben nu alles verplaatst naar Jomosom, alwaar een huis is afgehuurd om al het materiaal te plaatsen. Dit alles uit een brief van Schaar aan Egeler. Ik laat nog even en zinsnede uit de zelfde brief volgen. "Vanmorgen werd hier een mitrailleur opgesteld, welke gezegend werd dor het strooien van bloemen en het onthoofden van een geit. Het laatst geschiedde met behulp van een Nepalees mes in één klap".
Woensdag 10 oktober 1962 Nu bleken de twee van de drie van Lookerens een normale vermoeidheid te vertonen. Besloten werd ook om een dag rust in te lassen. Alleen Terray die zich zichtbaar trots voelde, dat hij geen rustdag nodig had, is met tezamen met een sherpa met zware vrachten weer naar kamp II gegaan. Mijn gezondheid werd steeds slechter en op deze hoogte rust je niet bepaald uit. Paul, Holger en ik daalden af naar het basiskamp. Peter zou alleen met een dag rust in kamp I kunnen volstaan. De twee anderen door de hoogte de laatste nachten allerbelabberdst geslapen. Egeler bleef eveneens in kamp I op de opvoer naar kamp II te regelen. Het is absoluut nodig dat in elk kamp een sahib is anders wordt het een grote chaos. Er moet steeds gedacht worden wat nu voorrang heeft om opgevoerd te worden. Het is alles een militaire operatie, het staat en valt met de aanvoer van materiaal. In basiskamp gearriveerd bleek alles prima te zijn. Tammes met steeds kleine wandelingetjes in goede conditie te komen. Het is een verademing om in het basiskamp terug te komen. Prachtige boomgroepen, gras en stromend water, wat een tegenstelling met de barre natuur van kamp I bestaande uit rots, sneeuw en ijs . Het is misschien door het ondergaan van zoveel tegenstellingen, dat de alpinist steeds weer wordt aangetrokken om omhoog te gaan om daarna dubbel van de dingen in de laagte te kunnen genieten.  Ik vergat nog te vermelden dat woensdag onze mailrunner net in het basiskamp arriveerde met vele brieven. De twee ongelukkige waren Paul en ik geen brief. Maar ik mag toch niet klagen, want toen ik in het basiskamp terugkeerde ,  draaide ik de bandrecorder af met de opnamen die eerder maandagavond van de Wereld omroep had gemaakt. Een kersvers bericht voor mijn viertal dat het goed maakte en verder dat mijn dochter Mariette een kleurwedstrijd had gewonnen en nog wel de eerste prijs. Het laat zich begrijpen als dat men als men zo iets hoort de waterlanders niet uitblijven. Ook voor Egeler was er goed nieuws van huis bij. Het is verwonderlijk goed hier de Wereldomroep doorkomt. We kijken weer reikhalzend uit naar de volgende maandag..
Donderdag 11 oktober 1962. Besloten wordt om Tammes met onze kok Dannu naar Jomosom te laten gaan om opnieuw proviand te halen. De twee van Lookerens gaan tegen de middag weer omhoog, terwijl ik het opwacht blijf in het basiskamp en vooral om uit te zieken. Er is nu een vaste dragers verbinding gekomen tussen het basiskamp I en ook tussen I en II. Het zijn de onvolprezen sherpa's die zich veel moeite getroosten om de de zware vrachten omhoog te slepen. Dankzij de vaste touwen tussen kamp I en kamp II verloopt het dragertransport zeer vlot. 's Avonds ben ik dus als enige sahib in het basiskamp en verder nog een tweetal sherpa's en coolies.

Rustpauze op de moeilijke route van kamp I naar kamp II

Vrijdag 12 oktober 1962 Tegen een uur of twaalf 's middags komt de sirdar Wongdhi van kamp I omhoog met de mededeling dat er niet genoeg pitons zijn . Hier in het basiskamp zijn ze ook niet meer. Zodat we besluiten hem door te sturen naar Jomosom. Hopelijk zijn dan tevens gearriveerd de sherpa Pinchoo, die in Kathmandu is achtergebleven om te wachten op een koffer van Terray, die hij in het zelfde vliegtuig had meegestuurd als hij zelf, maar op een tot nu toe om onverklaarbare reden is de koffer niet aangekomen.. Het bevatte vooral veel klim spullen,. zoals touwen etc. Hij had Pinchoo de opdracht gegeven om 10 dagen op de koffer te blijven wachten. Verder hadden we onze Ang Purba de 1e oktober omhoog gestuurd naar Pokhara om opnieuw een zending eten te halen. Hij had hiervoor een 15 tal coolies nodig. Vandaag zij Holger en Paul van kamp I naar kamp II gegaan, terwijl Peter en Lionel zijn  begonnen aan de moeilijke traverse in de noodwand om op de noordwest graat te komen. Tegen een uur of acht 's avonds verschenen opeens voor mijn tent Wongdhi, Pinchoo en Ang Purba. Alle sherpa's zijn nu gearriveerd. Helaas heeft Pichoo tevergeefs op de koffer gewacht.  Gelukkig hadden wij genoeg klimspullen, zodat het geen drama is, wel zonde van al het wachten. Ang Purba had met 15 coolies inderdaad alle vrachten van Pokhara opgehaald. Morgen of overmorgen zouden Tammes en Dannu weer omhoog komen met een aantal muilezels. Wongdhi had verder 5 lokale dragers gehuurd met die van nu af aan ook ingeschakeld kunnen worden bij het opbrengen van het materiaal. Nog steeds is mijn gezondheidstoestand niet je dat. Veel hoesten en steeds wat verhoging. Niet bepaald de conditie om een 7000 der te bestijgen.  Dat is wat je noem de ziel in lijdzaamheid bezitten.
Zaterdag 13 oktober 1962. Wongdhi, Pinchoo en Ang Purba omhoog naar kamp I. Laat in de middag bereikte mij het volgende bericht van Egeler.  Ik laat hieruit enkele zinsneden volgen: Bedankt voor je brief. Verstandig van je om afstand te doen voor de kopgroep en te wachten op de fellow up d.i. een tweede groep die zal proberen de berg te bestijgen, het zou trouwens niet fair zijn tegenover de anderen als je niet geheel fit bent. Ik krijg steeds bestellingen van boven door (dus kamp II) waaraan ik niet kan voldoen. Sommigen zijn m.i. meteen uit het basis kamp te betrekken. 1. reserve pickles om als staken te gebruiken 2. zwart wit films 3. petroleum, 4.  walkietalkies voor kampen III en IV, 5.1 intermezzo tent plus extra dak voor igloo 6.serviesgoed. we hebben hier b.v geen enkele lepel, 7. macaroni, stroopwafels. De kopploeg maakt enorme voortgang. De hele traverse wordt gefilmd, walkie-talkies zijn een groot succes.  Om 12 uur bereikte Terray de 2e "Hange" gletscher . Ging daarna terug. Morgen zeker plaats voor kamp III bereikt. Om 1 uur werd mij via de walkie-talkie gemeld dat een sherpa een niersteen koliek had.

Terray en Mimgma Tsering vertrekken van kamp II naar kamp III via de noordwand 

Verder nieuws ontbreekt. Het is wenselijk dat de essentiële zaken morgen hier zijn, zodat zij  nog door kunnen gaan naar II. Ondertekend Kees. Ik ben meteen aan de slag gegaan en alles voorbereid voor morgen. Laat op de avond kwamen nog 5 takkali (locale) dragers met vrachten omhoog.
Zondag 14 oktober 1962 De crisisdagen van mijn ziekte dagen zijn geloof ik voorbij.  Ik begin er als weer zin in te krijgen. Ik had de vorige avond zo tegen de sherpa's gezegd om voor dag en dauw te vertrekken, om tijdig de vrachten te brengen naar kamp I opdat de sherpa's ter plaatste het vandaag nog door konden brengen naar kamp II. Tot mijn grote verbazing bleek dat er tegen zes uur vanochtend geen leven in de sherpa-tent was te bespeuren. Na een paar hese roepen van mij en nadat de Gurka coolie ze had proberen wakker te maken en nog steeds geen beweging in de tent was te zien, ben ik er naar toe gegaan en heb ze letterlijk en figuurlijk de tent uitgejaagd. Het zijn de enige werkelijk slechte en daarbij ontzettend domme sherpa's. Ook tussen deze mensen is er nog een geweldig verschil in klasse. Eindelijk tegen half acht zette de dragerscolonne zich in beweging . De dag verder rustig doorgebracht met schrijven. Tegen de avond kwamen opeens de geologische party omhoog. Bodenhausen, Schaar en Nijhuis plus de liaisonofficier en. André Tammes kwam ook mee, zodat er weer gezelligheid was in het basiskamp. Het was allemaal nogal eenzaam geveest die drie dagen. Even later arriveerden ook de muilezels met nieuw proviand. In de hogere kampen was het vandaag een rustdag geweest.
Maandag 15 oktober 1962. De geologen zijn tegen een uur of acht omhoog gegaan naar kamp I, althans geprobeerd. Tegen de middag keerde Bodenhausen helaas terug. Hij had zijn enkel flink verzwikt.'s Avonds laat kwamen Schaar en Nijhuis doodmoe terug. Ze waren tot vlak onder kamp I gekomen en waren op schreeuwafstand van Egeler gekomen. Die had hun afgeraden het laatste stuk zonder pickel te wagen. Ze vonden het aan de ene kant al best, want door het te snel stijgen waren ze flink achter hun adem gekomen. Tijdens hun tocht deden ze een heel belangrijke fossielvondst. nl. de vondst van een trilobiet, een soort kreeft, die laten we zeggen ongeveer 400 miljoen jaar in de zee moet hebben geleefd. Een juiste determinatie moet natuurlijk nog door een specialist worden verricht maar  we hebben nu toch  een globaal idee over de ouderdom  van deze gesteenten die de noordflank van onze berg opbouwt. De gang van zaken  in  kamp I. Egeler houdt de wacht en zorgt voor opvoer naar kamp II.  In kamp II zijn 's ochtends vroeg vertrokken Paul, Holger en 3 sherpa's met zware vrachten om die hoger op de berg te brengen. Er gebeurde nog een incident dat bijna catastrofale gevolgen had gehad. Holger tezamen met sherpa Pinchoo waren in een gedeelte van de ijswand waar vele spleten waren. Gelukkig zei Holger tegen Pinchoo: " Zeker me nu goed, want er komt een gevaarlijk stuk". Nauwelijks had hij het gezegd of hij verdween in een tien meter diepe spleet. Door een bliksem snelle reactie van Pinchoo bleef hij op 6 meter diepte lager  in het touw in de spleet, terwijl tengevolge van zijn val geweldige ijsbrokken afbraken en op hem neer stortten. Dit had ook weer een geluk , want het vulde de spleet op, zodat Holger op de naar beneden gevallen brokken kon staan en met behulp de beroemde Jumard, een instrument waarmee je je zelf langs een touw omhoog kanwerken, is het hem met veel moeite gelukt om zich uit de spleet te werken. Een hachelijk avontuur met een goede afloop.  Het werd een zware dag voor hun en doodop kwamen ze 's avonds in kamp II terug. Er werd besloten dat de volgende dag de grote aanval op de graat zou worden gedaan, het kritieke ogenblik van de expeditie. Op de graat zou kamp III worden geplaatst. De graat die naar de top leidt is volgens Terray niet zo moeilijk meer. De equipe zou bestaan uit Lionel, Peter, de Sirdar Wongdhi en Mimgma. Tsering en Dorjee. In het basiskamp, zowel in kamp I werd de Wereldomroep met berichten voor de expeditie goed ontvangen. Het bericht dat de vrouw van Nijhuis gezakt was voor haar rij examen, met als reden dat ze te weifelend rijdt, wekte grote hilariteit.
Dinsdag 16 oktober
Mijn gezondheidstoestand verbeterde en als trainingstochtje zou ik André en Kriel begeleid naar het zgn. Tibetanenkamp. Nijhuis en Schaar zouden via een omweg teruggaan naar de vallei. Bij het Tibetanenkamp gekomen, hebben we afscheid. genomen van Bodenhausen, die enigszins strompelend zijn weg naar de vallei vervolgde. Tammes en ik zijn het volgende uur getuige geweest van de kritieke fase van de bestijging van de Nilgiri. Als vliegen tegen een muur zagen we 5 kleine zwarte stipjes in de verschrikkelijke steile ijswand langzaam omhoog kruipen.

Lionel Terray is de steile noordflank van de Nilgiri: de sleutel passage

De voorste groep bestond uit twee man (we hoorden  achteraf dat het Lionel Terray en Sirdar Wongdhi. waren) . We zagen  hoe het laatste stuk naar de graat werd bedwongen in een tergend langzaam tempo . Tegen een uur of twee zagen we de laatste man achter de: graat verdwijnen. Van Terray hoorden we later het volgende relaas. "Tegen een uur of tien bereikten we het uiterste punt dat we tijdens de vorige pogingen hadden bereikt.. Het ijs werd naar de graat toegaande steeds steiler .Voordurend moeten we via grote uitstekende ijsrichels, om daarna in de steile geulen tussen de richels ons omhoog werken. Vele ijshaken en vaste touwen werden aangebracht. Het leek steeds weer of de laatste touwlengte was aangebroken tot de graat, maar steeds liep het weer op een ontgoocheling uit. Wongdhi assisteerde voortreffelijk  Later zou blijken dat hij tijdens deze laatste kritieke meters Wongdhi zijn vingertop van zijn  rechtermiddelvinger had bevroren.

De bevroren vingers van de rechter hand van Wongdhi

Via een laatste ijswand van zeker 70 graden steilte werd de graat bereikt, net zijn laatste ijshaak werd een zekering aangebracht. Op de graat zelf zag het er weinig aanlokkelijk uit voor het plaatsen van een kamp. Nergens was er een min of meer horizontaal plekje te vinden. Bovendien was het ijzingwekkend koud. Na een uurtje werd begonnen met de moeilijke afdaling. Een van de dragers werd tijdens de afdaling enigszins paniekerig. Pas na het donker kwam de equipe voldaan over de bereikte resultaten in kamp II terug.
Woensdag 17 oktober 1962 Algehele rustdag voor alle bewoners van kamp I en II. Tegen een uur of negen ben ik van het basiskamp, enigszins op hoop van zegen naar kamp I gegaan. Mijn keel was nog niet geheel genezen, maar na overleg met onze dokter Tammes werd toch maar besloten het erop te wagen "Just let it have a try" . Na een nogal moeizame tocht naar kamp I, bleek dat Egeler doorgegaan was naar kamp 1. Holger wachtte me op met thee. Tegen 4 uur ging hij ook naar kamp II, want morgen zou de uiteindelijke attaque worden ingezet. Ik bleef alleen achter met sherpa Dorjee. Om 5 uur was afgesproken een  radiocontact met kamp II. Helaas hadden we vergeten om de horloges gelijk te zetten. Tegen 6 uur zouden we het weer proberen. Tegen kwart over zes kreeg ik een vage stem van Egeler door de: walkie-talkie. De plannen waren als volgt: Terray, Holger, Peter en Wongdhi zouden naar de top gaan, terwijl Paul met enkele sherpa's weer naar kamp II zou terugkeren.

De grootmeester in het beklimmen van ijswanden Lionel Terray

Donderdag 18 oktober 1962 De aanval werd ingezet om 3.30. a.m. Algehele reveille in kamp II. Zoals altijd prachtig weer, alleen behoorlijk koud. De thermometer wees 25° onder nul! Tegen 5.30 uur was alles in gereedheid. Er gaat veel tijd mee ver1oren, het aantrekken van de dubbele rendierschoenen, stijgijzers, etc, etc. Egeler heeft ze allen goede tocht toegewenst en daar verdwenen ze de nacht in: 9 man sterk, 5 sherpa's en 4 sahibs. Egeler kon nog lange tijd het schijnsel van de voorhoofdslampjes in de ijswand volgen. Vanuit kamp I konden we ze tijdens de verdere dag zeer goed vo1gen. Een haast ongeloof1ijk gezicht 9 zwarte stippen in de uiterst steile noordflank. Tegen 12 uur werd de graat al bereikt. Toen was het voor ons  onmogelijk verder de klimmers te volgen, daar ze steeds aan de andere kant van de graat bleven. Om de vier uur hadden Egeler en ik radio met elkaar. Paul en enkele sherpa's zouden tegen de avond terugkeren, maar hoe we ook keken, geen enkel bewegend zwarte stip kon worden waargenomen. Ook na het donker worden gleden onze blikken langs de wand zonder iets waar te nemen en enigszins ongerust gingen we de nacht in. Ze hadden immers 1 tent bij zich voor zeven man en slechts 6 slaapzakken.

De ijzige noordwand van de Nilgiri die vandaag wordt doorstegen en boven aan kamp III wordt bereikt om morgen de aanval te openen op de top

Vrijdag 19 oktober 1962. Nog steeds niets te zien. Egeler en ik hadden elk uur radiocontact. De sherpa's in kamp I begonnen ook ongerust te worden, terwijl Egeler signaleerde van kamp II dat Dannu de kok een zware malaria aanval had, zodat hij zich dus over het wel en wee van 9 mensen weinig zorgen maakte. Tegen een uur of kwart voor twee zag ik tot mijn geweldige verassing en te gelijk opluchting een zwart stipje 300 meter van de top in een gedeelte van de graat waar een depressie het mogelijk maakt om de klimmers te volgen. Na enkele ogenblikken volgde een tweede stipje, een derde en een vierde en nog een vijfde. Het was duidelijk, de eerste equipe van 3 man zou waarschijnlijk bestaan uit Lionel, Holger en Peter en de tweede equipe waarschijnlijk uit Paul en Wongdhi. Dat was dus de verklaring voor het feit dat Paul de vorige dag niet was teruggekomen. Terray had waarschijnlijk de situatie gunstig geacht dat er vijf man naar de top zouden gaan en de 4 sherpa's af te wachten op de loop van de gebeurtenissen tijdens de aanval op de top. Om twee uur had ik weer radiocontact met Egeler afgesproken. Het bleek dat hij vanuit kamp II de klimmers niet had gezien, dus is het niet moeilijk voor te stellen zjn emotie bij het horen van het goede bericht. Volgens mijn berekening zouden ze ongeveer om half vier op de top aankomen, gezien het stuk dat ze moeten afleggen. Het zag er naar uit dat de Nilgiri dus binnen enkele ogenblokken zijn trotse witte hoofd zou moeten buigen . Wat ik ook tuurde, ik kon ze verder niet vervolgen. Nu maar afwachten tot ik ze weer op dezelfde plaats zou zien, maar dan in dalende lijn, waarmee dan veilig kon worden aangenomen dat ze de top hadden gehaald. Het was een ontroerend moment toen ik opeens tegen half vijf een klein mannetje zag verschijnen en even later alle vijf langs de bewust plaats komen. DE NILGIRI BESTEGEN DOOR DRIE NEDERLANDERS, EEN FRANSMAN EN EEN NEPALEES!

Holger va Lookeren Campagne op de top van de Nilgiri

Mooier kunnen we het ons niet wensen. De hele verdere dag konden we niets van de klimmers waarnemen, maar opgelucht en met een zeker trots gevoel gingen Egeler en ik slapen.
Zaterdag 20 oktober 1962. Afgesproken was dat André Tammes naar kamp I zou gaan, terwijl ik van kamp I naar kamp II zou gaan. Het is een steil stuk van I naar II. Gelukkig vaste touwen. Tegen een uur of elf komen Egeler en ik elkaar de hand geven, elkaar feliciterend met het bereikte resultaat. Allen waren dus behouden teruggekeerd.  Tegen een uur of een zagen we 9 stipjes verschijnen in de noordwand. Allen waren dus behouden teruggekeerd. Tegen 5 uur was de hele groep in kamp II. Eindeloos handengevend, omarmend en foto's makend. Een hartverwarmend geheel. In de keukentent, de beste plek van kamp II waar het warm was, vertelde Lionel zijn relaas: donderdag waren ze tegen 3 uur pas op een gedeelte van de graat om een redelijk kamp te installeren. Het was dus te laat geworden voor Paul en de 4 sherpa's om terug tet keren. Na veel gehak, werd de makalu tent opgezet en alles in veiligheid gebracht voor de koude nacht. Sommigen met zij tweeën in een slaapzaak. Veel gegeten werd er niet. Een typisch verschijnsel van de hoogte. Pas rijkelijk laat gaat de kopgroep naar de top, maar ja, als eenmaal je nacht zo ongeriefelijk verloopt, heeft een mens nodig om even te worden opgewarmd, letterlijk en figuurlijk door de zon. Tegen negen uur gingen ze dan. Paul kon dus profiteren van de gelegenheid om met de eerst afgesproken groep naar de top te gaan. Zijn conditie was goed genoeg voor de aanval. Het tempo werd steeds trager, steeds meer last van kortademigheid. Tot hun groot geluk was het windstil, iets wat betrekkelijk zeldzaam is op deze hoogte en vooral op zo'n geëxponeerde graat. Vanaf de plek waar ik ze kwart voor twee had gezien was het makkelijk technisch, maar zeer vermoeiend een eindeloze sneeuwpartij en dat op een hoogte van 7000 meter. Gelukkig beschikt de sherpa Wongdhi blijkbaar over zoveel adem,dat hij met het grootste gemak het spoor trok. Steeds dachten ze dat ze de top hadden bereikt, maar steeds erachter laag weer een eindeloze sneeuwhelling. Tegen half vier werd de top bereikt. De Nederlandse driekleur, de Frans en de Nepalese vlag werden aan de pickels omhoog gehouden. De Nilgiri 7035 meter was bedwongen. De terugtocht verliep zonder verdere incidenten.  Een kwartier na zonsondergang werd kamp II bereikt , waar de overwinnaars door de sherpa's met open armen werden ontvangen. Ondanks alle inspanningen nog steeds geen honger, alleen vruchten op sap. Ook de volgende dag is het op weg gaan een eindeloze geschiedenis pas tegen 10 uur wordt met de terugkeer begonnen. Ondanks de grote moeilijkheden van de steile afdaling verliep de terugtocht zonder bijzonderheden.

Kamp II wordt ontruimd. De dragers brengen het materiaal naar het dal.

Volgens Lionel waren de steile passages tussen kamp II en III te vergelijken met de moeilijkste passages van de Jannu,de berg in oost Nepal, die welke Lionel dit voorjaar heeft beklommen. Een moeilijke berg, vooral gezien de hoogste waarop de lastige passages moesten worden genomen. Het is wel ongelooglijk wat Lionel die dag gepresteerd heeft. Steeds brengt hij de energie op en de durf op om deze grote wanden in te gaan. Hij heeft groot slem gehaald dit jaar. Eind april de Jannu 7780 m, 5 augustus de oosttop van de Chacraraju in de Cordillera Blanca in de Andes, 19 oktober de Nilgiri noordtop 7035 m. Een prestatie, die geloof ik in de alpiene historie nog niet is gelukt. 3 toppen tijdens drie expedities, twee in de Himalaya en een in de Andes..
Zondag 21 oktober 1962.Rustdag kamp II. Iedereen een beetje op zijn verhaal te komen Besloten werd dat ik een poging zou ondernomen onder leiding van Lionel. De twee sherpa's Anga Purba en Mimgma Tsering zouden ons begeleiden. s-Avonds werd helaas de toestand van mijn keel steeds slechter. Tot nu toe had ik behoorlijk veel lucht op deze hoogte. Nadat alles in gereedheid was gebracht voor de nacht en ik in mijn slaapzak kroop, was het net alsof mijn keel werd dichtgeknepen, geen hap adem kreeg ik zowat naar binnen. Ik kon niet slapen, want als ik indommelde, dan stikte ik zowat. Tegen een uur of één werd Lionel wakker en ik vertelde hem van mijn toestand,. het was duidelijk hoe naar hij het ook vond. Tegen half vier ging zijn wekker  en begon hij met voorbereidingen van de tocht. Het was en hard gelag om hem te zien vertrekken met twee sherpa's Mimgma Tsering en Ang Purba. In plaats van naar de top te gaan zou hij nu proberen kamp III te evacueren. Voor de twee sherpa's die hun kans om naar de top te gaan zagen verkeken, was het ook een bittere pil. Lionel zei later tegen me over het vertrek: Het was een vreselijk vertrek voor me, ik had tranen in mijn ogen (Ik trouwens ook!!!).
Maandag 22 oktober 1962. Mijn toestand verslechterde en er werd besloten om mij te evacueren. Danna moest me zelfs helpen met het aandoen van de stijgijzers . Peter en Holger zouden mij begeleiden naar het basiskamp. Kees en Paul zouden achterblijven in kamp II om op Lionel te wachten en hem te assisteren in de filmopnamen die Lionel de volgende dagen wilde opnemen.  Het was wel een treurig afscheid van Kees, maar we troosten elkaar maar met de wetenschap dat de hoofdzaak bereikt was. Nu ja je kunt niet met alles geluk hebben. Tijdens de afdaling had ik nog erge last van kortademigheid, alhoewel ik elke meter die ik lager kwam beter kon ademhalen. In kamp I was André Tammes. Hij had de tocht naar kamp I goed doorstaan en was geheel ingeburgerd in kamp I. Pinchoo de nieuwe sherpa zou met mij naar beneden gaan, terwijl Dorjee van kamp II naar I zou gaan om André te verzorgen. Dit is helaas niet gebeurd, zodat de arme André de nacht moederziel alleen in kamp I heeft doorgebracht en zelf zijn potje heeft gekookt. Na een nogal moeizame afdaling naar het basiskamp besloot ik door te lopen naar Jomosom om daar geheel uit te zieken. Holger en Peter zouden proberen Tukucha te bereiken om. een brief van Egeler met instructies voor de geologen te brengen. Deze waren bezig met een geologische opname in de vallei ten zuiden van Tukucha. De plannen. waren als volgt :algemeen rendez-vous op een plaats ten westen van de Tilich, dus in het gebied ten noorden van de Nilgiri. Een algemeen samenzijn van zowel geologen als alpinisten. Een gelegenheid voor ieder om weer op zijn verhaal te kunnen komen. Het was tegen 9 uur 's avonds, toen de 2 gebroeders van Lookeren Campagne Tukucha bereikten. Daar werden ze gastvrij ontvangen door een Engelse professor Hammerstein, die al enkele  maanden in Tukucha woont om antropologische studies te maken van de Thakkalis. Pas na middernacht konden ze de bedstee opzoeken, om gedurende de nacht hun overwinningsroes uit te slapen. Via een runner hadden ze de brief aan de geologen groep laten brengen. Ikzelf bereikte Jomosom tegen het donker worden. Met enige moeite kon ik het huis vinden, dat de de geologen een week geleden hadden afgehuurd voor het opbergen van vrachten en tevens als een vast pied à terre. Het bleek een ideale gelegenheid. Veel ruimte en perfect om weer een beetje beter te worden. Helaas was het niet mogelijk om de Wereldomroep op te vangen. Gelukkig was de ontvangst wel mogelijk in kamp II.  Allemaal goede berichten. Tijdens de afdaling naar de vallei keken we steeds :naar de ijswand tussen kamp II en III, want we verwachten steeds Lionel en de twee dragers te zien. Maar we hebben blijkbaar niet goed gekeken, want ze waren al cm drie uur in kamp II terug .
Dinsdag 23 oktober 1962.  In kamp II niets bijzonders te melden. Filmopnamen van Lionel. Jomosom voor mij een algehele rustdag. Tegen de avond arriveerden de geologen groep en Holger en Peter. Tijdens hun geologische tocht hadden ze nog een vervelend avontuur meegemaakt beleefd, namelijk het leegstelen van de tent van Nijhuis en Schaar, dwz alle de lijfgoederen van Nijhuis bleken te zijn ontvreemd. Zeker een schade van enkele honderden guldens. Gelukkig waren de geologische resultaten goed geweest. Bodenhausen is nog aangevallen door een yak. Met een paar behendige bewegingen wist hij de aanstormende yak te ontwijken.
Woensdag 24 oktober 1962.
Een heerlijke rustdag in Jomosom. We kregen voortdurend bezoek van inwoners en voorbij komende Tibetanen met het verzoek om medicamenten. Ze hadden allerlei klachten, vooral buikklachten. Onze tandarts had ook druk werk. Bij een Tibetaan trok hij maar liefst vijf rotte kiezen .Als dank kwam hij de volgende dag met vier eieren aanzetten. Om een uur of een kregen we bezoek van een Engelsman, die tezamen met vier sherpa's een tocht naar Muktinath maakte. Hij sprak vloeiend Nepalees. Hij heeft 20 jaar Gurkas opgeleid. Paul en Egeler zijn in de loop van de dag afgedaald van kamp II naar kamp I. Tegen de avond werd het schaap binnengebracht, dat we tegen 85 roepies hadden gekocht (ongeveer 35 gulden). Dit schaap zou de tocht naar het basiskamp moeten volbrengen om dan in het basiskamp te moeten sneven en als voedsel moeten dienen voor de sahibs. Na al het eten van ingeblikt voedsel is het een ware delicatesse om vers vlees te krijgen.
Donderdag 25 oktober 1962. Transport materiaal van Jomosom naar het nieuwe basiskamp. Er waren 10 muilezels nodig om alles te vervoeren. Het was verstandig dat ik nog een dag in Jomosom achterbleef om nog wat aan te sterken. Tegen 10 uur kwam de mailrunner aan met vele brieven uit Nederland. Ik heb hem direct doorgestuurd om de sahibs de post af te geven. Een van de twee mailrunners was onderweg ziek geworden, zware dysenterie, deze kwam pas tegen de avond  meer dood dan levend. Lionel heeft tezamen met Paul filmopnamen gemaakt van de moeilijke passages tussen kamp I en II.
Vrijdag 26 oktober 1962. Om half tien ben ik van Jomosom vertrokken in de richting van het nieuwe basiskamp. Pinchoo zou met mij mee gaan, maar om een onverklaarbare reden is hij achtergebleven in Jomosom en pas enkele uren na mij vertrokken. Ik had uit de verhalen opgevangen dat  het nieuwe basiskamp lag in de richting van de Tilicho  pas. Na een uur of vier lopen begon ik me af te vragen of ik wel op de goede weg was. Steeds hoger kwam ik; zelfs boven de boomgrens, dus hieruit kon ik afleiden dat ik me had verlopen. Ik ben op een hoog punt gekropen en heb met de verrekijker de omgeving afgetuurd. Tot mijn grote opluchting zag ik vanuit een dicht dennenbos een rookzuiltje opstijgen. Mijn jeugdlectuur kwam weer naar boven. De verhalen van Old Shatterhand en Winnetou. Waar rook is vuur en waar vuur is zijn mensen. Na enkele uren door nogal ruig ·terrein te zijn gecrosst,  stond ik opeens voor het nieuwe basiskamp. Een open plek midden in een sprookjesbos, met het uitzicht op de noordwand van de Nilgiri. De open plek was in werkelijkheid een drooggevallen meerbodem. Een perfecte plaats om vakantie te houden. Tegen het donker worden kwam opeens Paul opdagen.  Hij kwam regelrecht van kamp I. Terray was nog achter gebleven om de volgende dagen het dragertransport van kamp I naar en II te kunnen filmen. Terray- heeft werkelijk een bewonderenswaardige plichtsbetrachting en liefde voor het maken van een film. Het  heus niet leuk om in zo'n half afgetakeld. kamp achter·te blijven met de wetenschap dat iedereen vakantie viert in het basiskamp.
Zaterdag 27 oktober 1962 Een complete rustdag voor de sahibs. De sherpa's en de Thakkali dragers vertrokken zeer vroeg om de laatste vrachten op te halen van kamp I en het oude basiskamp. Verder hadden we een sherpa naar beneden gestuurd om een schaap te kopen en om 20 liter raksi ( de lokale alcohol) alles ter ere van het overwinningsfeest dat 's avonds zou worden gehouden.

De sirdar der sherpa's  Wongdhi tussen De Booy en Egeler

Tegen een uur of drie kwam opeens Lionel Terray uit het bos. We hebben hem een ware ovatie gebracht en op de schouders gehesen, onder het zingen van  "He is a jolly good fellow".

Lionel Terray wordt als triomfator door Schaar en de Booy op de schouders genomen

Tegen vijf uur kwam het schaap aangelopen en een Thakkalli met 20 liter alcohol. Ook deze werden zegevierend binnengehaald. In minder dan geen tijd werd het schaap geslacht; het had niet eens tijd om uit te rusten van de vermoeienissen. Het gebeurde op zijn Thakkalis een methode, waarin onze chirurg Tammes belang stelde. In de buik werd een klein gaatje gemaakt, waar doorheen de hand van de Thakkali het hart van het schaap vastpakte en met een kleine ruk het van zijn plaats trok. Een uiterst snelle en vrijwel pijnloze dood. We wilden het eerst boven het kampvuur roosteren, maar dit wilden de Thakkalis liever niet aangezien dan de boze geesten die in het vlakbij gelegen meertje leefde  verstoord zou worden. De opstijgende lucht van  schapenvlees zou hem niet aangenaam zijn. Het feest werd een geweldige belevenis. We hadden in totaal drie kampvuren. Een voor de sahibs en een voor de sherpa's en een voor de dragers. In het begin waren we dus enigszins gescheiden, maar al gauw kwamen de sherpa's dansen opvoeren voor de sahibs, terwijl wij  een zwakke poging deden met het zingen van Nederlandse liederen. Gelukkig redde Schaar de show door zijn mooie diepe basstem en zijn kennis van niet nader te herhalen repertoire  liederen en het citeren Engelse limericks.

Wie is kaalste? In volgorde van kaalheid van rechts naar links. Lionel Terray, Kriel,Bodenhausen, André Tammes, Gerrit Schaar, Kees Egeler, Tom de Booy.

Onze liaisonofficier verraste iedereen door het uitvoeren van enkele fraaie Nepalese dansen. Terray was ook zeer goed op dreef en zong uit volle borst franse maquis liederen. De feestvreugde duurde tot diep in de nacht. Zoals Egeler en ik tegen elkaar zeiden: "Dit  kunnen ze je nooit meer afnemen, zo'n belevenis".
Zondag 28 oktober 1962. Weer een volslagen rustdag. Het was duidelijk  aan iedereen te zien hoezeer deze vakantiedagen nodig waren. Iedereen lanterfantte wat door het kamp. Ook de sherpa's en de dragers genoten van de rust na al het harde werken. Ideaal is wel, dat het weer altijd even mooi blijft. Geen wolkje aan de staalblauwe hemel. Tevens is er hier niet de verfoeilijke wind van het dal. 's Nachts begint het behoorlijk koud te worden ('10° onder nul). Zo maar overdag loopt de·temperatuur  flink op. Een deel van de dag werd. besteed aan het nemen van groepsfoto's

De Booy regisseert de opstelling voor de groepsfoto

Groepsfoto van de deelnemers van de succesvolle expeditie in het alpiene basiskamp, 10 Nederlanders , 1 Nepalees en 11 sherpa's

Groepsfoto van onze trouwe sherpas

Zeker honderd foto's zijn verschoten!. Verder werden door Paul weer de gewichten van ieder deelnemer opgenomen. Groot was vooral de vreugde bij Egeler, die onder de 90 kilo was.  Hier volgen de gewichten opgenomen in Pokhara  aan het begin van de expeditie en de gewichten van vandaag in het basiskamp.
Egeler  97 en 89  -8; de Booy 82 en 76 -6; Tammes 88 en 82 -6; Bodenhausen 71 en 65 -6; Schaar 80 en 77 -3; Nijhuis 82 en 78 - 4; Paul 78 en 71 -7; Peter 73 en 68 -5, Holger 74 en 70 -4. De oudere garde heeft dus het meeste van het overtollige vet verloren!

28 oktober. De reünie van de vrouwen en moeder van de deelnemers in Amsterdam ter viering van de bestijging van de Nilgiri  vlnr. Mieke Egeler, de moeder van de drie broers Lookern Campagne, Adrienne de Booy, Joke Bodenhausen,  geheel rechts de vrouw van Paul van Lookeren Campagne

Maandag 29 oktober 1962. In alle vroegte is Tammes naar Jomosom gegaan om tezamen twee dragers voedsel en andere benodigdheden op te halen. Het is schrikbarend te merken hoeveel in zo'n luxe kamp wordt gegeten. Een eveneens schrikbarend om te merken hoe duur hier alles is. Een kilo rijst kost f 1.50 en 1 kilo aardappelen f 1,- . We zijn helaas al door de meegebrachte voorraden rijst en aardappelen heen. De geologen zijn vertrokken vanochtend voor een kleine opname. Terwijl Egeler,  Paul en ik bloedig zitten te tikken aan de artikelen voor de pers. Het is een hele belasting, dat geschrijf, maar ja, waar moet anders het geld vandaan komen? Morgenochtend vertrekt een railrunner. Ik sluit hier dus dit dagboek. Vanavond zal ik er nog even aan toevoegen hoe de overkomst van de Wereldomroep is geweest.
Dinsdag 30 oktober 1962. De tocht naar de Tilicho pas Het was met een zekere weemoed. dat we ons rustkamp verlieten. Het werd een flinke klim naar de pas: 1500 meter. Na een uur of twee lopen, vond ik graptolieten, een zeer belangrijk gidsfossiel.

De Booy vindt de eerste graptoliet in  de noordflank van de Nilgiri

Volgens ons is dit de eerste graptoliet die in de Himalaya is gevonden. Even later vonden we een orthoceras eveneens een uitermate belangrijk gidsfossiel.  Deze fossielen geven ons nu een ideale gelegenheid om een idee te vormen van de de ouderdom, althans voor een dele der gesteenten van de noordflank van de Nilgiri. Tegen het donker worden waren we nog steeds niet op de plaats van de bestemming. Het leek eindeloos. In het pikkedonker kwamen we op de eigenlijk plek op een hoogte van 5200 meter, het was moeilijk om de weg te vinden maar gelukkig zagen we een licht op ruim een kilometer afstand, dat steeds dichter bij kwam. Het bleek Peter te zijn. Hij zelf had de grootste moeite gehad het kamp te vinden. Onze liaisonofficier was behoorlijk uitgeput, zodat hulp van Peter zeer welkom was. Trouwens wij dwz Egeler, Schaar Nijhuis, Bodenhausen en ik zelf waren ook dolblij de haven te hebben gevonden . Na een goed half uur kwamen we bij ons kamp (5000m) gelegen op enkele honderden meters van een groot meer, het zgn ijsmeer dat tijdens de franse Annapurna expeditie voor het eerst werd ontdekt. Terray was met twee sherpa's zeer laat uit het rustkamp vertrokken en haalde ons pas in net toen Peter ons kwam ontzetten. Hij had schijnbaar erge haast en heeft kennelijk de instructie van Peter omtrent de weg naar het kamp niet goed begrepen. Hij in plaats van naar rechts naar links te gaan, met als gevolg dat hij zich totaal heeft verlopen. Toen wij in het kamp aankwamen waren gearriveerd, dachten wij aanvankelijk dat Lionel al lang was gearriveerd, maar bij navraag aan de sherpa's hadden ze nog geen spoor van hem gezien. Wél waren de twee sherpa's aangekomen. Tevens ontbrak op het appèl een drager, de Gurka soldaat. Meteen  hebben we een aantal sherpa's uitgestuurd als reddingscolonne. Peter en Holger zijn er eveneens op uitgegaan om te gaan zoeken. Tegen een uur of tien kwamen ze terug, gelukkig met de twee verloren schapen. Terray was dus in de tegengestelde richting gegaan en had op een goed ogenblik geen raad meer geweten om een weg te vinden en besloot daarom te bivakkeren. Plotseling hoorde hij hulpgeroep, het bleek de Gurka te zijn die eveneens de weg was kwijt geraakt, en op een winderige graat in de vrieskou zonder goede bescherming  zat te verkommeren. Toen Terray hem bereikte barstte hij in tranen uit. Tot overmaat van ramp was hij in het donker lelijk komen te vallen. Als Terray hem niet had gevonden, had hij misschien een ernstige bevriezing kunnen oplopen. Terray heeft een goede bivak plaats opgezocht en door de Gurka dicht tegen hem aan te drukken, gingen zij op hoop van zegen de koude nacht in. Maar nauwelijks een half uur zo te hebben gezeten, hoorden zij de reddingscolonne en werden tot hun grote opluchting ontzet uit hun benarde positie. Tegen een uur of elf keerde de rust in het kamp terug.
Woensdag 31 oktober 1962. Filmdag aan de oever van het ijsmeer. Iedereen was het roerend er over eens dat deze omgeving de mooiste was die zij tot nu toe in hun leven gezien hadden. Een diepblauw meer waarin weerspiegeld een muur van 2000 meter ijs, die zich over een aantal kilometers aan de zuidzijde van het meer uitstrekte. Natuurlijk was er ook de charme , dat nog maar zo weinig mensen dit natuurschoon hadden aanschouwd. Terray in volle actie om filmopnamen te maken van de geologen tijdens hun werk en eveneens van de topograaf. De geologie bleek ook bijzonder interessant te zijn. Totaal onverwachte vondsten. Zeer typische conglomeraten die vele nieuwe gezichtspunten gaven.·Tegen het middaguur kwam Wongdhi met de post. Er bleken brieven bij te zijn met een Nederlands posttempel van 18 oktober. Dus 14 dagen Nederland -IJsmeer. Wel een recordtijd. Schaar sloeg weer alles, die kreeg maar liefst 8 brieven van zijn verloofde! maar ja hij is nog niet getrouwd.
Donderdag 1 november 1962. De geologen gaan op verkenning, terwijl de alpinisten onder leiding van Terray en een drietal sherpa's naar de overzijde van  het meer zullen gaan om film opnamen te maken van moeilijke ijspassages , en van de geweldige ijswand ten Zuiden van het meer. Zij zullen ongeveer drie dagen wegblijven, om vervolgens naar Jomosom terug te keren. De geologen zullen aan de andere zijde van de Tilicho pas nog een nacht blijven om vervolgens naar Jomosom terug te keren. Het werd voor de geologen een zegenrijke dag. We bereikten een bergkam van 5400 meter. Een prachtig uitzicht over het gehele gebied en nog belangrijker een schitterende ontsluiting van kalken met vele ammonieten (een belangrijk gidsfossiel voor het Mesozoikum). Deze kalken hadden we tot nu toe in het overige deel van het gebied nergens goed aangetroffen, zodat we zielsblij waren met deze vondst. Wat een heerlijk vak, in zo'n prachtige natuur je werk te mogen doen. Wel merken we, dat door de hoogte  het werk langzaam gaat. Een kleine stijging vergt veel. Pas zeer laat arriveerden we in het inmiddels door de sherpa's opgerichte kamp ten westen van de Tilicho pas. Tammes en de liaisonofficier waren allang
aangekomen.
Vrijdag 2 november 1962. Egeler en Tammes keerden direct terug naar Jomosom, terwijl Bodenhausen, Schaar en Nijhuis een sectie zouden opnemen even ten oosten van. het kamp. Ik zou een poging doen om de vaste vindplaats te ontdekken van de graptolieten schalies in de noordflank van de oosttop van de Nilgiri. Het werd een hele klim. De graat waar langs ik omhoog klom werd steeds steiler. Steeds vond ik losse monsters van graptolieten, maar nergens vaste. Op een goed ogenblik werd het te steil omhoog om nog verantwoord door te gaan. Gelukkig kon ik vrij nauwkeurig vaststellen. waar de schalies vast in de wand moeten voorkomen, zodat al het geklim, langs een brokkelige graat niet te vergeefs was geweest. De tocht naar het hoofddal  werd lang en vermoeiend. Pas na het invallen van de duisternis kon ik Jomosom bereiken. Het bleek dat de andere geologen nog geen tien minuten voor mij aangekomen waren na een zware doch geologische vruchtbare dag.
Zaterdag 3 november 1962. Een rustdag in Jomosom Zij heet een dag wanneer er geen geologie gedaan wordt, maar in feite wordt op zo'n dag het een en ander gedaan. Zoals alle van de berg teruggekomen vrachten opnieuw sorteren en tevens  nieuwe vrachten maken voor de aanstaande tocht naar Mustang. Brieven schrijven kleren repareren, kortom allemaal tijdrovend werk.
Zondag 4 november 1962  De geologen maken een geologische verkenning in noordelijke richting. Ze worden steeds begunstigd door het schitterende weer. Zo nu en dan zijn er overdrijvende wolkenvelden, maar nooit is er last van enige neerslag. Het enige dat bepaald hinderlijk  werkt is de sterke dalwind,die tegen een uur of 12 in zijn volle kracht opsteekt. Op de terugweg wilden we aan de westelijke oever van de Kali Gandaki. De rivier is echter behoorlijk diep. Nijhuis en Bodenhauscn waren zo flink om door het ijskoude water, dat tot ver over hun knieën kwam heen te waden, terwijl Egeler en ik de meer luxueuze weg kozen, nl ons door de dragers te laten overdragen. In feite was er maar een drager die het klaar speelde om ons er over heen te dragen. Vooral de 90 kilo zware Egeler door een snelstromende rivier te dragen is een hele prestatie. Bij terugkomst bleek dat de alpinisten groep was gekomen. Zij hadden een paar koude, maar mooie dagen gehad. De overzijde van het meer bleek echter veel verder dan zij hadden gedacht. In plaats van drie uur was het zes uur lopen geweest. Zo vergaat het ons allen. We onderschatten steeds weer de afstanden van de Himalaya. Zelfs nu we er op bedacht zijn, vergissen we er ons constant in. Paul had nog iets merkwaardigs beleefd. Hij had in het eerste kamp bij  het ijsmeer een plastic doos achtergelaten, met als inhoud een aantal urinemonsters van enkele deelnemers voor zijn medische proefnemingen. Ze begrepen er niets van totdat Paul zich herinnerde hoe tijdens het verblijf in het kamp een grote kraai belangstelling had getoond voor de doos. Hij is dus begonnen met de directe omgeving af te zoeken en ja wel, de doos lag op nog geen honderd meter van het kamp. De kraai had hem zo ver meegesleurd. Hij had nog geprobeerd met zijn snavel de doos open te breken, gelukkig zonder resultaat. De inhoud had hem waarschijnlijk toch weinig geïnteresseerd. Zo was dus iedereen op de basis teruggekeerd. Een volle maan in het gebied van de Nilgiri, alsmede een vrij aardig overzicht onder de geologische opbouw van het gebied van de berg. Alle kampen waren nu geëvacueerd. Nu begint een nieuwe fase van de expeditie nl de grote tocht in noordelijke richting naar Mustang, vlak bij de Tibetaanse grens. Een tocht van tenminste veertien dagen. Aanvankelijk zouden de alpinisten deze tocht niet meemaken, maar Egeler vindt dit toch wel heel jammer en beslist dat zij de tocht naar Mustang eveneens mee mogen maken. Bij aankomst in Mustang zullen zij echter direct terugkeren naar Pokhara resp. Nederland, terwijl de geologen met de geologische opname van Mustang naar het zuiden zullen beginnen, zodat in Mustang de expeditie zich zal splitsen.
Maandag 5 november 1962. Geologie in de directe omgeving van Jomosom, rustdag voorde alpinisten en met de uiteindelijke preparatie voor de grote tocht. Het basishuis in Jomosom blijkt absoluut ideaal voor zulke reorganisatie. Het ligt windbeschut en biedt zeer veel plaats voor het uitzoeken van alle materialen. Alle sahibs slapen in een kamer bijzonder gezellig er wordt veel gelachen. Helaas proberen we 's avonds tevergeefs om de uitzending van de Wereldomroep op te vangen. Dit is al de tweede achtereenvolgende maal,dat we de uitzending missen. Het ligt aan voorgelegen dekking.  In Jomosom ligt  tussen Nederland en ons een heel hoge bergketen waar we geen last hadden in de aanvalskampen en zelfs niet in het alpiene basiskamp van de Nilgiri. Hopelijk hebben we meer succes als we noordelijker zitten. De bergen worden steeds relatief lager.
Dinsdag 6 november 1962. Dit is de dag die ons lang zal heugen. Het begon al vroeg. Tegen een uur of één 's nachts werden we wreed uit onze slaap gehaald door het gelal van enkele laveloos dronken sherpa's. Ze hadden wat je noemt de bloemetjes buitengezet. Niet dat we daar zo'n bezwaar tegen hadden, maar we werden pas boos toen we een aantal malen gevraagd of ze stil wilden zijn en dit absoluut geen resultaat had. Integendeel het leek wel alsof ze steeds meer lawaai maakten. Schaar kon zijn woede niet bedwingen en stormde naar buiten om te vragen of ze stil willen zijn. Hierop sprong Sirdar Wongdhi op en begon Schaar uit te schelden en te vragen of hij de koning van Nepal was etc. terwijl een volkomen dronken sherpa om hem heem danste met dreigende gevaren. Gelukkig beheerste Schaar zich en stak geen vinger uit. De volkomen door het dolle heen zijnde sherpa werd door een aantal sherpa's afgevoerd en tegen de grond geslagen. Wongdhi kwam hierop in ons slaapvertrek en begon  behoorlijk tegen ons te keer te gaan. Hierna is hij met een aantal sherpa's aan het drinken geslagen iets wat hij tijdens de expeditie helaas vaker gedaan heeft dan goed voor hem was. Pas tegen vier uur werd het stil. We waren het er allemaal over eens en besloten om er iets over tegen hem te gaan zeggen. 's Ochtends kwam echter, tot onze grote verbazing Wongdhi ons mededelen, dat hij en de sherpa's niet langer onze expeditie zouden helpen en naar Darjeeling zouden terugkeren. Als argument gaf hij op dat Schaar een van de sherpa's had mishandeld. Dit was een aperte leugen aangezien Schaar geen vinger had uitgestoken. Gelukkig had Holger gezien hoe Pinchoo de dronken sherpa met een geweldige rechtse had gevloerd. Dit had Pinchoo echter niet tegen Wongdhi gezegd. Het argument van Wongdhi was alleen maar een middel om op zo'n manier een reden te hebben voor zijn vertrek. Al lang was er spanning geweest, door het te veelvuldig drinken van onze sirdar. Hij verloor ook hiermede een beetje het gezag dat hij had onder de sherpa's. Tot nu toe hadden we gezegd:"all for a quite life". Nu kwam hij zelf met het ontslag. Voor Terray betekende het een grote schok. Hij had hem immers tijdens de Jannu expeditie meegemaakt en was hij prima bevallen. Toen was hij echter nog niet achter de alcohol. Door het drinken is zijn rede volkomen verstoord. Hij is uitermate afwisselend. Soms prima, aardig, efficiënt etc en zodra hij wat heeft gedronken, venijnig, haatdragend, onredelijk etc. Terray heeft nog geprobeerd om hem te laten afzien van zijn plan, niets hielp. Steekhoudende  argumenten, behalve dat het zogenaamd mishandelen van een sherpa door Schaar, had hij niet. Nu was het grote punt. Zouden de sherpa's inderdaad met hem meegaan? Dit betekende dat het voor de eerste keer was in de geschiedenis van de Himalaya expedities, dat de sherpa's zouden deserteren. We wisten dat ze alle bijzonder bang waren voor Wongdhi en als Wongdhi hun zou bedreigden, ook al waren voor hun  bepaalde consequenties bijzonder onplezierig, zij toch Wongdhi zouden volgen. De hele dag was het een beraadslagen. Wij met de overige sherpa's, de sherpa's onderling en de sahibs onderling. Er waren een paar zeer sterke punten in ons voordeel, nl. we zouden alle namen van de deserterende sherpa's in alle alpiene tijdschriften laten publiceren, met als waarschijnlijk gevolg, dat ze dan niet veel kans zouden hebben om te worden uitgekozen voor de volgende expedities.  Ten tweede dat Terray een ernstige aanklacht zou indienen bij Tensing Norkey en ten derde dat de betaling van de sherpa's op deze dag zou eindigen, dus geen terugreis, geen extra fooi etc. Dit hebben we zeer duidelijk onder de ogen gebracht. Deze gloedvolle rede van Terray maakte op de sherpa's grote indruk. Bij besprekingen  met de kok Dannu, bleek wel hoezeer ze ons gelijk gaven en alles de schuld gaven aan het gedrink van Wongdhi en dat ze niets op ons hadden aan te merken, maar tegelijkertijd merkten hoe bang ze waren om tegen de wil van Wongdhi bij ons te blijven. Ze zaten dus tussen twee vuren. Tegen de avond was nog steeds het pleit niet beslecht. Tammes heeft Wongdhi nog eens apart genomen en hem gezegd hoe ernstig het was om veel te  drinken en dat het ook helemaal niet goed was voor zijn bevroren middelvinger. Het bleek wel dat zijn houding tegen de avond minder fel werd. Ook onze liaisonofficier heeft hem ernstig gewaarschuwd en geprobeerd vooral tegen de sherpa's te zeggen dat zij voor ons moesten blijven. De sherpa's kwamen nog met een tegen voorstel, nl dat ze bij ons zouden blijven als Wongdhi weer werd aangenomen. Voor ons was dit onaanvaardbaar. Zijn gedrag zou ons weer voor zulke moeilijkheden kunnen plaatsen en dat op plaatsen waar het heel wat minder gelegen zou komen. Blijkbaar had Wongdhi aan de sherpa's laten doorschemeren, dat hij wel bij ons zou willen blijven. Door deze afwijzende houding namen we wel een groot risico, maar beter geheel zonder sherpa's, dan met een slechte stemming en de onzekerheid over het goede verloop van de expeditie. Tegen een uur of negen 's avonds viel de beslissing. Wongdhi had de sherpa's medegedeeld dat ze zouden mogen blijven, die er verkoos en dat bleek allen te zijn. Wongdhi zou morgen huiswaarts keren. Het pleit werd beslecht en doodmoe van de zenuwslopende dag gingen we slapen.
Woensdag 7 november 1962. Gelukkig was Wongdhi niet op zijn besluit teruggekomen. Integendeel hij kwam Terray , Egeler en mij min of meer excuses aanbieden, misschien in de hoop dat wij zouden zeggen dat hij weer zou worden aangenomen. Hij werd zelfs poeslief en liet nu aan ons de keuze welke sherpa's wij wilden behouden. We besloten terug te zenden: Southcol , Norbu, Ang Dawa. Deze hadden we immers aangenomen voor het alpiene gedeelte. Wongdhi gaf nu aan het geheel de volgende wending. Alles was zoals we indertijd per briefwisseling met hem hadden afgesproken, nl. 6 sherpa's voor de duur van de gehele expeditie en 4 sherpa's voor het alpiene deel. *), Nu was dat precies zo uitgevallen. Ach ja, het is maar hoe je het bekijkt. Nu was in ieder geval weer iedereen tevreden. Door deze zeer gunstige wending besloten we Wongdhi ook zijn terugreis te betalen. Ondanks zijn ernstig falen, had hij toch geweldig belangrijke diensten verleend. Allereerst het uitstekend leiden van het grote transport in het begin en het aandeel in de beklimming van de Nilgiri. Het is alleen doodzonde van overigens zo'n capabele sirdar, dat hij aan het drinken is geslagen. Over de reden hiervan tasten we helaas volledig in het duister. Iemand drinkt niet voor niets en er zal wel iets in zijn privé leven zijn dat hem steekt. De expeditie is echter gered en tegen een uur of twaalf vertrekt de muilezelkaravaan, de sherpa's, de dragers eveneens in noordelijke richting, terwijl Wongdhi en de drie sherpa's met nog drie Nepalese dragers in zuidelijke richting vertrekken. Ons reisdoel voor vandaag was Mukinath, de heilige bedevaartplaats voor zowel de Boeddhisten al de Hindoeïsten. Elk jaar komen onder de moeilijke omstandigheid en na wekenlange voettochten duizenden naar deze plaats om te baden in het heilige water en om te komen naar de eeuwig brandende vlam, die wordt gevoed door het gas dat uit de rotsen komt. Het wordt weer een onvergelijkbare mooie tocht. Even voor Kagbeni verlaten we het hoofddal om het zijdal van Mukinath in te gaan. Het wordt een flinke klim. We bereikten tegen het donker worden nog voor de lastdierenkaravaan Muktinath tenminste dat dachten we. We worden binnengehaald in een theehuis. Het dorp wordt bevolkt door de Bothias . Een volkstam die zeer veel, verwantschap vertoont met de meer in het oosten wonende sherpa's en voor ons althans nauwelijks te onderscheiden van de werkelijke Tibetanen. Ze zijn vriendelijker dan de Thakkalis. De scheidinglijn tussen deze twee stammen ligt precies 1 kilometer ten noorden van Jomosom. We krijgen niet de ons bekende thee, maar de Tibetaanse thee. In plaats van melk en suiker, nu yakboter en zout. Het is een vreemdsoortige drank, waaraan we wel zullen moeten wennen, het lijkt een beetje op bouillon. We begrijpen niet waar de sherpa's en de lastdieren blijven. Er gaat ons eindelijk een licht op. Is dit wel Muthinath. Bij navraag zijn we beland in Gankot en Muktinath ligt nog een uur lopen. Gewapend met onze voorhoofdlampjes zijn we naar Muktinath gelopen. Het was nog eens 200 meter klimmen. Doodmoe kwamen we in een groot pelgrimshuis aan, waar de sherpa's al bivak hadden gemaakt.  Dit is een huis dat speciaal is gebouwd voor de pelgrims om te overnachten. Het ligt op enkele honderden meters van Muktinath, dat geen dorp bleek te zijn,maar uitsluitend bestond uit een paar tempels. Nauwelijks waren we aangekomen of er kwam een opgewonden Bothia ons vragen of er een dokter bij ons gezelschap was. Zijn vrouw was bezig aan de bevalling en er was iets misgegaan. Het beentje en de romp waren eerst gekomen, het hoofdje bleef steken. Daar het harde trekken hadden ze het lichaampje van het hoofdje afgetrokken, zodat het hoofdje nu in de buik was achter gebleven. Tammes en Paul konden dus meteen met hem meegaan. Hij woonde in een dorpje op twintig minuten afstand. Gelukkig had hij twee paarden meegenomen zodat ze met hun vermoeide benen niet behoefde te lopen. Tegen een uur of twaalf kwamen ze weer terug. Ze hadden niet veel kunnen doen, aangezien alle medische apparaten in Jomosom waren achtergebleven. Tevens van in Jomosom aanwezige medicamenten in een dependance van het Rode Kruis. Daarvoor had onze liaisonofficier zich spontaan aangeboden om mee te gaan. Het zou de eerste keer zijn dat hij zou paardrijden. Een geweldige geste. Ze hoopte  de volgende morgen tegen elf uur weer terug et zijn en dan kon de operatie beginnen. Tammes zag er blijkbaar als een berg tegen op, hij achtte de kans van slagen niet erg groot.

*) Inderdaad de brief van Egeler aan Sirdar Wongdhi in Darjeeling van 27 juni 1962 staat:" For the whole period we like to have 4 sherpa's , inclusif you as Sirdar. For the alpine part in September till the end of November we like an extra four sherpa's".

De Bothias

Donderdag 8 november 1962 Nu pas zagen we in welke feeërieke omgeving we waren beland. Vlak bij ons huis zagen we de tempels van Muktinath, vlak onderaan een geweldig bergmassief. Verder overal om ons heen sneeuwbergen. De Daulaghiri in al haar grootsheid en de eveneens onze berg Nilgiri. 's Ochtends hebben we nog een geit gekocht van een voorbijtrekkende kudde. In minder dan geen tijd was het  al op de gebruikelijke wijze geslacht. De geologen groep er op uit op zoek naar de Spiti schalies en de daarin voorkomende concreties die dikwijls bij het doorslaan ammonieten blijken te bevatten. Deze concreties worden door de bevolking als heilig beschouwd en heten saligrams. Na een paar uur lopen kwamen we bij een zeer belangrijke vindplaats. De oogst aan ammonieten was zeer rijk, maar misschien nog belangrijker was dat we de relatie van deze Spiti schalies met de ons reeds bekende gesteenteformaties konden vaststellen. 's Middags hebben we en bezoek gebracht aan de tempel. Terray heeft de gehele dag bij deze tempels zoekgebracht met het filmen van pelgrims , sommigen spiernaakt, die heilige baden namen. Het was vooral de sfeer van het gehele landschap , waarin de tempels waren gelegen die grote indruk op ons maakten. Een zeer vredige serene sfeer.

Woltransport van Tibet naar Nepal

De muilezeldrijvers bivakkeren bij hun kudde in de open lucht

Het sprak alles zeer tot onze verbeelding. Honderden jaren trokken hier van heinden en ver duizenden mensen naar toe om hun godsdienst te belijden. Zeer typisch was een gebedsmolen, die op waterkracht in een draaiende beweging werd gebracht. In en tempel zagen we het heilige vuur. Morgen zouden we proberen een gasmonster te nemen mee te nemen onder het motto dat we een beetje van het heilige vuur naar Nederland zouden wilden meenemen, om daarmee onze haardvuren te laten ontsteken. Geologisch interesseerde ons het gas bijzonder,. Is het van vulkanische oorsprong of als rottingsproduct van de Spiti schalies. Dit laatste lijkt ons verreweg het waarschijnlijkste. Tegen de middag waren Paul en onze verbindingsofficier aangekomen, doodop. Ze waren tegen en uur of vier pas in Jomosom aangekomen. Na het opscharrelen van de benodigde apparatuur waren ze manmoedig weer teruggegaan, alhoewel vooral van onze liaisonofficier de zitvlakken meer geleken op rauwe biefstukken. Tammes was 's ochtends even gaan kijken hoe het met de vrouw er voor stond. Het hoofdje en de nageboorte waren helemaal van zelf gekomen. Het was aan Tammes duidelijk te zien hoezeer hij was opgelucht over deze gang van zaken. Hoewel hun tocht voor niets was geweest waren Paul en de liaisonofficier er ook blij over.

Het diep ingesneden dal van de Kali Gandaki ten noorden van Jomosom

Vrijdag 9 november 1962  De karavaan vertrok van Muktinath via een 4000 meter hoge pas naar het hoofddal om bivak te maken in het dorpje Chikk. Bodenhausen en ik zouden via Kagbeni nog geologie gaan bedrijven. Gelukkig is Egeler er in geslaagd om het gas op te vangen uit de tempel. Het vergde nog heel wat diplomatie om de tempeldienares te overtuigen. De polaroid camera waarmee  we binnen 10 seconde een kant en klare opname kunnen maken gaf de doorslag. Even voor Kagbeni vond ik in groene zandstenen zeer fraaie afdrukken van planten. Specialisten zullen moeten uitmaken hoe oud deze planten zijn. Van Kagbeni via het hoofddal naar Chukk. Een vermoeiende tocht die grotendeels in het donker verliep. Op een paar plaatsen moesten we door de rivier, wat ons flink natte voeten bezorgden. Haast spookachtig lag het de sterk ingesneden vallei in het helle maanlicht. Een soort Walt Disney-beeld. Werkelijk doodop bereikten wij ons bivak. Ik was er  nogal slecht aan toe. Schijnbaar had ik kou gevat en mijn keel begon weer op te spelen en 's nachts had ik er flinke koorts bij. Het bivak was ingericht in de grote vergaderzaal van het dorp.

Een dorpje in de vallei van de Kali Gandaki tussen Jomosom en Mustang

Zaterdag 10 november 1962 Van Cukk via een sterke stijging naar Samargon. Een zeer korte dagmars van slechts drie uur. Gelukkig voor mij, want ik voelde me allerbelabberdst nog flinke koorts en een dichte keel. Ondanks deze korte afstand is het opvallend hoe snel het landschap verandert . In Samargon aangekomen werden we aangegaapt door de locale bevolking. Ze zijn hier bepaald niet gewend aan bezoek van blanken. De vreemdste typen, ideaal object voor onze camera en filmtoestellen.
Zondag 11 november 1962.  Van Samargon naar Chiligoan 4 uur lopen. Onderweg bezoek gebracht aan een kamba kamp. Dit zijn Tibetanen die gevlucht zijn uit Tibet voor de Chinezen en nu leven in tentenkampen. Ze worden beschouwd als vluchtelingen en geholpen door gelden waarschijnlijk afkomstig uit India. Hun tenten en hutten zij  gecamoufleerd. Ze waren net bezig met het slachten van yaks. Hun geloof verbiedt hun met bloed vergieten te slachten. Ze binden de snuit geheel dicht en laten zo het dier een verstikkingsdood streven! We werden zeer gastvrij ontvangen en uitgenodigd om Tibetaanse thee te drinken in de tent van de baas. We kregen een schapenbout aangeboden. Als tegenprestatie kon onze tandarts een aantal kiezen trekken. Met de polaroid camera maakten we vele opnamen die we meteen ten geschenke konden geven. We brengen een bezoek aan de tempel waar twee lama's aan het bidden zijn. Ze ontvangen ons zeer hartelijk en lezen een heilige thanka voor (een op zijde beschreven doek). Het was moeilijk om in de tempel te komen, want deze werd bewaakt door een hond, gelukkig aan een ketting die schuimbekkend op ons toe kwam.
Maandag 12 november 1962 Van Chilgoan naar Charang. Een behoorlijke mars van 5 uur. Het verandert nu zeer sterk en neemt het karakter van een woestijn aan. Geen boom. Als men sneeuwbergen wegdenkt lijkt het een beetje op het zuidoosten van Spanje. In Charang hadden we weer veel bekijks. De doctoren  hadden weer vol op werk. Gelukkig is mijn opnieuw opgekomen keelpijn weer gezakt en loopt het waarschijnlijk met een sisser af. 's Avonds behoorlijke ontvangst van de Wereldomroep.

De Booy met onze radio waar we 's avonds de wereldomroep meer kunnen  horen

We hoorden de herhaling van de vorige week uitgezonden stemmen van Egeler zijn vrouw en mijn vrouw en de moeder  van de gebroeders van Lookeren Campagne. Het was een ontroerend moment  in deze wilde Tibetaanse omgeving de stemmen van onze vrouwen te horen . Zo dichtbij en tegelijkertijd zo ver weg. Daarna kregen we bezoek van een lama, die enkele gezangen weggaf, die op de band opnamen, daarna kwamen een paar schoolkinderen dansen en liederen ten beste geven, ook deze hebben we opgenomen. Zeer voldaan over vooral de goede ontvangst van de wereldomroep na drie weken eindelijk, gingen we slapen.
Dinsdag 13 november 1962   Van Charang naar onze uiteindelijke bestemming Mustang

.

Het middeleeuwse aandoende stad Mustang 

Een korte wandeling van drie uur. Niet te veel stijgen, maar het spannendste van de tocht was wel dat we de stad steeds verwachten te zien, maar steeds weer een heuvelrug ontnam het uitzicht. Tot eindelijk voor Mustang, over een heuvel komende, een groot aried bekken met daar  midden in gelegen de ommuurde stad van Mustang. Bij binnenkomst hebben we ons meteen gemeld bij de militaire checkpost, we werden gelukkig hartelijk ontvangen. Het bleek dat er behalve Hagen de Zwitserse geoloog, geen Europeanen hier in Mustang zijn geweest. Dit was ook heel duidelijk te merken toen we in de stad zelf kwamen

De nauwe straatjes van de ommuurde stad Mustang.

Iedereen liep uit, dank zij de medewerking van de kapitein van de checkpost kregen we een huis tot onze beschikking: het bleek moeilijk de bevolking buiten de te houden. Zo nieuwsgierig waren ze. Er begon een levendige handel tussen de koopgrage sahibs en de bevolking. Zodra men door kreeg dat we overal belangstelling voor hadden kwamen ze met de gekste dingen aandragen, gebedenboeken, zwaarden, opgezette vossen en poema's, kleren en andere Tibetaanse voorwerpen.

Een Bothia heeft speciale belangstelling voor onze camera met telelens.

Door het geweldige aanbod liepen de prijzen scherp terug. Het is helaas moeilijk te beschrijven van de sfeer van deze stad. Men waant zich eeuwen terug. Een deel van de wereld waar onze beschaving nog lang niet is doorgedrongen. Alles van ons vinden ze vreemd en hebben ze nog nooit eerder gezien. Groot ontzag boezemt de schrijfmachine, een bandrecorder, om van een elektrische scheerapparaat maar niet te spreken.
Woensdag 14 november 1962. Reorganisatiedag. Morgen splitst de expeditie zich op. De alpinisten gaan morgen huiswaarts. Terray moet 24 november in Pokhara zijn. De van Lookerens gaan nu met hem mee. Ze hopen eind november in Nederland te arriveren. Morgen gaan de geologen ten westen van Mustang de graniet bekijken. We komen dan op enkele kilometers van de grens met Tibet. Overmorgen vertrekken wij via een oostelijk gelegen weg naar Jomosom. Daar hopen we de 21ste te arriveren, daarna nog een kleine week geologie in de vallei ten zuiden van Jomosom, vervolgens al geologie doende naar Pokhara. In de eerste week van december begint onze zuidelijke tocht naar Buthwal, een tocht van zeker 14 dagen. Met Kerstmis in  Katmandu en begin januari in Nederland. Het volgende dagboek zal pas na aankomst in Pokhara worden verzonden. Nadat ik het vorige dagboek had beëindigd, arriveerden de expeditieleden na een bezoek, vol met verhalen, aan de Radja van Mustang. Hier volgt in het kort hun wederwaardigheden. Beladen met een grote zak met Hollandse levensmiddelen voor de Radja, vertrokken zij vanuit Mustang naar het huis van de Radja, ongeveer een uur lopen. Voordat ze het huis in konden komen, moesten ze langs een stel geweldige honden - gelukkig aan lange lijnen gebonden - die wild tekeer gingen. De lijnen zijn zo lang gemaakt dat als men precies in het midden van de weg loopt, er geen gevaar is. Het schijnen zulke wilde honden te zijn, dat ze hun slachtoffer niet eerder loslaten voordat het dood is. De Radja zelf was enigszins een teleurstelling.

De Radja van Mustang

Hij sprak nauwelijks en als hij sprak, moest het door twee tolken vertaald worden. Van Bohtias in het Nepalees en van het Nepalees in het Engels. Van een levendige conversatie was dan ook geen sprake. Op het cadeau reageerde hij nauwelijks, het enige wat hem plezier deed, was een cadeau van Schaar: een dobbelsteen. Van de hele familie werden vele polaroidfoto's gemaakt. Typisch van het huis van de Maharadja was het volgende, de ramen waren van glas. Men moet zeker enkele honderden kilometers reizen, wil men weer een huis met glazen ramen tegenkomen. Toevallig was er net een bespreking aan de gang van dorpshoofden. Door de Radja wordt dan recht gesproken in geschillen. Alhoewel de Radja ondergeschikt is aan de koning van Nepal, heeft hij toch een autonome positie. Het is misschien wel aardig om even iets over de historie van dit Radjanaat Mustang te vertellen. Het volgende verhaal heeft Schaar van de secretaris van de radja vernomen. Geheel voor de historische juistheid wil hij niet instaan. In ieder geval is het een mooi verhaal. In de 17e eeuw werd Llassa, de hoofdstad van Tibet geregeerd door een koninklijke familie.  Deze monarchie werd bedreigd door een roversbende van de in de buurt levende bevolkingsgroepen. Deze slaagde er in Llassa te bezetten. Een van de uitgeweken prinsen wist Mustang te bereiken. De roversbende kwam er achter dat één van de prinsen in Mustang was en probeerde Mustang te veroveren. De bewoners van Mustang hebben in allerijl de stad ommuurd. De rovers zijn er niet in geslaagd om Mustang te bezetten. Het Radjanaat van Mustang werd in de 18e eeuw aangevallen door de bewoners van het tegenwoordige Noordwest Nepal, het rijk van Jumla. Deze slaagden erin Mustang te bezetten. In de 19e eeuw werd Jumla op zijn beurt aangevallen door troepen vanuit het oosten, het nu tegenwoordige gebied van Kathmandu. Deze troepen zegevierden en konden in het vervolg, behalve over het gebied van Jumla, ook over het Radjanaat van Mustang regeren. Zo komt het dus dat een gebied, dat in alle opzichten bij Tibet hoort, nu onder de heerschappij van Nepal valt. Gelukkig voor ons, aangezien het dan zeker niet mogelijk geweest was om dit zo uitermate interessante gebied te  bezoeken.
Donderdag 15 november 1962 De geologen gingen. voor een verkenning naar het gebied direct ten westen van Mustang naar het granietmassief. Helaas stond er een ijzig koude noordenwind direct van het plateau van Tibet. Na een twee uur te zijn mee geklommen, leek het mij niet wenselijk om verder door te gaan gezien mijn nog steeds enigszins ontstoken keel. Dat dit geen luxe was, bleek later, namelijk de op dat ogenblik gezonde Egeler en Nijhuis vertoonden na die dag lichtelijk last van verkoudheid of een opgezette keel. De schrale koude wind is alles behalve gezond Er werd in twee groepen gewerkt.  Egeler en Bodenhausen meer naar het westen, terwijl Nijhuis en Schaar naar het noordwesten. Deze laatste groep kon van hun uiterste punt in Tibet kijken en zagen zelfs een vrij behoorlijke stad liggen. 's Middags zijn de alpinisten huiswaarts gekeerd. Mustang-Nederland linea recta. Een raar idee dat zij over 2 weken in het vaderland zullen zijn aangekomen. Nu lijkt dat nog zo oneindig ver verwijderde. Terray zal over drie dagen van Pokhara zijn vrouw ontmoeten, die met een paar vrienden hem tegemoet zal komen. De 24e november heeft hij een plaats geboekt naar Kathmandu. Hij zal pas tegen Kerstmis huiswaarts keren, aangezien hij nog eerst een lezingentournee moet houden in de grote steden van India.  Bedankt voor als wat hij voor onze expeditie heeft gedaan, kon ik hem uitgeleide doen uit de stad Mustang  Van nu af aan is de expeditie dus vrijwel in deelnemerstal gehalveerd. We vertrekken morgen via een andere weg dan we gekomen zijn, terug naar Jomosom, al geologie doemde. Pas laat in de avond arriveerden Nijhuis en Schaar met veel stenen, o.a. een monster van maar liefst 25 kilogram van de graniet, dit in verband met de absolute ouderdoms bepaling van de graniet.
Vrijdag 16 november 1962 Nu stond ons vertrek uit Mustang voor de deur. Nu dus in zuidelijke richting. Sommigen onder ons hadden het gevoel van naar huis gaan. Wel een heel lange tocht nog voor de boeg, namelijk helemaal tot de Indiaanse vlakte, een tocht van alles bij elkaar nog tot 20 december zal duren, maar we gingen toch in de goede richting. Zeer typisch was nog een yak-transport dat we zagen aankomen. Men vertelde ons dat het een transport was uit Tibet. De grens staat namelijk wel open voor Nepalese handelslieden die met graan en rijst in 4 dagen vanuit Mustang naar Tibet gaan om dit te ruilen voor zout. Het laatste artikel is overvloedig aanwezig in Tibet, doch niet in Nepal. Met een karavaan van 20 muilezels vertrokken we tegen een uur of tien richting Tange. Zo ver kwamen we niet, we bivakkeerden aan de kant van de rivier ter hoogte van het plaatsje Die. Een zeer aried gebied. Steile wanden van geweldige alluviale afzettingen omringden ons.
Zaterdag 17 november 1962.Van onze bivakplaats naar het arme dorpje Tange. Weer troffen we uiterst primitieve omstandigheden aan. De mensen in de directe omgeving van Tange waren bezig met het zaaien van boekweit. Korrel voor korrel werd in de grond gestopt. Met een dun stokje werd een gat in de grond geprikt, waarin vervolgens een korreltje boekweit werd gedeponeerd. Opvallend was dit dorpje de vervuiling van de mensen. De Bhotias wassen zich nooit. Vanaf hun geboorte tot hun dood komen zei niet in aanraking met water. Het woord  "wassen" bestaat ook niet in hun taal ! Op de gezichten zit een dikke laag aangekookt vuil.
Zondag 18 november 1962 Van Tange direct door naar Chukgaon. een behoorlijk tocht. Eerst 900 meter stijgen, vervolgens en aantal uren op gelijke hoogte  (om en nabij de 4000 meter hoogte) om  daarna af te dalen naar Chuk 1000 meter lager. Bij het vallen van de nacht arriveerden, terwijl de muildieren pas na het invallen van de duisternis veilig en wel Chuk aandeden. Onderweg kwamen we een groep Bhotias tegen die de nacht op 4000 meter gingen doorbrengen (zo zonder tent alleen maar dierenvellen over zich hen getrokken). We vroegen waarom ze niet in het op slechts twee uur gaans verwijderende dorp gingen overnachten. Ze antwoordde: we moeten toch op onze kudden passen die hier nog een beetje gras kunnen bemachtigen. In Nederland moesten de landbouwers eens zien wat hier onder gras wordt verstaan, een paar gele harde sprietjes, misschien 10 op een vierkante meter.
Maandag 19 november 1962 Van Chugaon naar Kagbeni via de hoofdvallei. Een ideale geologische sectie. Vele fossielen en vele raadsels opgelost. Zeer typisch was het dat het weer voor ons doen bijzonder slecht was, dwz de lucht was gesmeerd, een  waterig zonnetje. De eerste maal sinds de aankomst in het gebied, dat we geen knal blauwe lucht hadden. Dan realiseer je je pas hoezeer we door het weer begunstigd zijn geweest. In Kagbeni hebben we 's avonds geprobeerd de de Wereldomroep te ontvangen, wat ons na veel moeite toch gelukte. Gelukkig weer goede berichten. Dit was de laatste speciale voor ons bestemd. Als geheel een geweldig succes geweest. Slechts een drietal maal, toen we in de vallei waren is het niet gelukt. Dit ligt in het feit dat de voorgelegen dekking dwz de bergen te hoog zijn zodat de radiogolven na te zijn teruggekaatst tegen de 'heavyside' laag vanuit NW richting niet voldoende ons ontvangtoestel kunnen bereiken door de voorgelegen bergen.
Dinsdag 20 november 1962 In drie aparte groepen van Kagbeni naar Jomosom. Egeler en Tammes met de karavaan muilezels direct, terwijl Bodenhausen en Schaar aan de rechter dalwand een geologische sectie zouden opnemen en Nijhuis, onze liaisonofficier en ik in de linkerwand voor onze rekening namen, vooral om uit de reeds ontdekte voorkomen nog betere monsters van plantenhoudende zandsteen te verkrijgen. Na zonder veel opwindende gebeurtenissen dus volgens plan verlopende, is de hele expeditie tegen de avond weer in Jomosom gearriveerd.

De terugtocht van Mustang naar het zuiden langs de vallei van de Kali Gandaki. Op de achtergrond de noordwand van de Nilgiri

Voldaan over onze 14 daagse tocht naar het Noorden. Met enige weemoed verlaten we het Bhotia land. De grens met het Thakkali land ligt tussen Kagbeni en Jomosom. Het was een enige terugkomst, want de mailrunner had zeer vele brieven en telegrammen meegebracht, vol met gelukwensen voor de bestijding van de Nilgiri. Dat doet het hart goed zoveel medeleven vanuit Nederland. Bij het uitchecken van onze bagage blijkt tot grote schrik, dat Bodenhausen zijn rugzak in Kagbeni heeft achtergelaten en niet zoals we verwacht hadden met de muildierenkaravaan was meegekomen. Het was vooral over het geologische dagboek dat in de rugzak zat, dat we ons grote zorg maakten. Nog net hadden we de vorige avond tegen elkaar gezegd dat we hoognodig de geologische dagboeken moesten opnemen op de bandrecorder, in verband met het eventuele wegraken, en nu was het misschien zo ver. voordat we dat zouden doen. Onze liaisonofficier bood zich aan om te paard naar Kagbeni te rijden in de hoop het terug te vinden. Hij was immer de enige die met de mensen kon praten. Tegen donker worden vertrok hij. De verdere avond werd door ons in grote ongerustheid doorgebracht. Bodenhausen anders zo laconiek van aard, kon zijn ongerustheid niet onderdrukken. Tegen een uur of twaalf 's nachts hoorden we paardengetrappel en vreugdekreten. De rugzak was terecht. Onze trouwe verbindingsofficier had het van de dorpsoudste teruggekregen. Hij was bijna met paard en al in de rivier verdwenen. want hij bij de rivier crossing even voor Kagbeni kwamen ze op ene te diepe plaats en het paard kon zich maar net houden. Opgelucht ging iedereen slapen.
Woensdag 21 november 1962  Algehele reorganisatie in Jomosom. Vrachten overpakken. Klaarmaken voor de terugtocht etc. Morgen immers vertrekt de eerste groep: Egeler, Tammes en Nijhuis. De bedoeling is dat Egeler en Nijhuis via een andere weg nl via Baglung en Kusma naar Pokhara terugkeren. Zij zullen vanaf Tukucha tot Pokhara geologische opnamen verrichten. Tammes gaat vanaf Tatopani direct naar Pokhara en Kathmandu zijn vrouw op te vangen die einde van de maand in Kathmandu zal arriveren. Schaar zal zaterdag vertrekken met het grote transport van het materiaal naar Pokhara. Bodenhausen en ik blijven in Jomosom voor en week om nog geologische puntjes op de i te zetten. Terwijl we zo bezig zijn  met het sorteren en inpakken van het materiaal, valt het ons op dat grote hoeveelheden eten ontbreken. Het kan net anders of het moet gestolen zijn. Ieder geval, door mensen die op handige wijze zijn binnengekomen zonder al te veel sporen achter te laten. Er is maar weinig aan te doen. Als je de politie vertelt gaan ze lachen. De dieven zijn zeer kieskeurig geweest en hebben alle bruikbare levensmiddelen meegenomen, zoals margarine, vlees, vruchten op sap. Gelukkig voor ons hebben ze de geologische stenen laten staan! Het is een geluk dat we tegen de al deze stroppen goed verzekerd zijn. Alles bij elkaar loopt het aardig op. De verzekering heeft aan de andere kant weer op ons gewonnen, namelijk dat er geen ongelukken zijn gebeurd tijdens het alpinistische deel.
Donderdag 22 november 1962 Vertrek Egeler, Tammes en Nijhuis. Schaar bezig geweest met het prepareren van de vrachten voor het grote transport. Bodenhausen en ik ten oosten van Jomosom een sectie geslagen in een groot deel van de Triadische gesteente. We hadden erge last van de tegen de middag opgestoken dalwind.
Vrijdag 23 november 1962 Een doodvermoeiende dag voor Schaar Bodenhausen en ik. Niet 12 of 14 uur lopen in het gebergte, geen zware rugzakken of steile klimpartijen. Nee alleen het pakken van alle gesteenten! Na hard zwoegen staan 14 prachtig gepakte kistjes klaar voor transport naar Nederland. Het is namelijk zeer belangrijk dat de stenen zeer goed verpakt worden, vooral de fossielen, want anders komt alleen maar puin aan en het is immers het belangrijkste wast de geologische expeditie kan vergaren. Tevens wordt het contract gesloten met de muilezeldrijver om de vrachten naar Pokhara te versturen. We wegen alle  bagage nauwkeurig en komen op en gewicht van 2000 kilogram. Hiervoor zijn nodig 35 muilezels en maken het af op een bedrag van ruim 1200 gulden. Hierbij zijn ruim 800 kilogram stenen. Eerst hebben ze geweldige bezwaren om op zaterdag  te vertrekken. Volgens hun bijgeloof geen goede dag om te vertrekken. Maar na lang praten zwichtten ze. Om het bezwaar op te heffen, zullen ze vast iets wat ze op reis gaan meenemen buitenshuis leggen, ten teken dat ze dus eigenlijk al vertrokken zijn, dus om de geesten om de tuin te leiden.
Zaterdag 24 november 1962 Tijdens de nacht is een geweldige storm opgestoken. Zeer ongewoon. Tegen een uur of ze komt een van de muilezeldrijvers met een somber gezicht. We proberen ze te overreden, maar geen resultaat. Is het werkelijk de wind of hun bezwaar om op zaterdag te vertrekken. We spraken af, dat ze om tien uur maar weer terugmoeten komen en zien of de wind is gaan liggen. Bodenhausen en ik gaan ten zuiden van Jomosom proberen het raadsel van de gesteenten bij Marpha op te lossen. Deze gesteenten zijn ietwat metamorf. We willen proberen toch hun stratigrafische positie te bepalen. Nu we de geologie van het gebied beter kennen, gelukt het ons inderdaad en zeer voldaan komen we ´s avonds terug, doch zien dat Schaar nog niet is vertrokken. De muilezeldrijver kwam pas tegen half twaalf terug en met de smoes dat ze niet meer konden vertrekken, want ze hadden´s ochtends de paarden losgelaten en zou het teveel tijd in beslag nemen om ze voor het eventueel vertrek van vandaag te vangen. Hieruit bleek wel dat ze ook ´s ochtends de zaak hadden voorgelogen.
Zondag 25 november 1962.  Al vroeg merkten we dat de muilezeldrijvers bezig waren met het verdelen van de lasten. Eindelijk zouden ze dan toch gaan. Nu pas begrepen we ook waarom ze de vorige dag niet hadden willen vertrekken. Vandaag was namelijk grote  uittochtdag van het gebied. Niet alleen van Jomosom, maar ook van de hoger gelegen dorpen. Men had ons al gezegd dat grote gedeelten van de bevolking tegen eind november naar het zuiden vluchten om warmere streken op te zoeken zoals de omgeving van Pokhara en nog zuidelijker. Voordat ze vertrekken, zaaien ze nog eerst hun velden, zodat als ze in maart en april van het volgende jaar teruggekomen, ze meteen aan de oogst kunnen beginnen. Niet zo gek bekeken. Alleen de kinderen en oude vrouwen blijven achter. Het was zeer merkwaardig om deze uittocht mee te maken  Zo zagen we hartverscheurende taferelen, het vertrek van een jongen  van zijn moeder. Hij was in zijn twee en twintig jaren nog niet van Jomosom weg geweest. We zagen honderden en nog eens honderden muilezels, yaks, geiten en schapen voorbij trekken. Na veel heen en weer gepraat, vertrok dan eindelijk onder de zeer kundige leiding van Schaar de muilezelkaravaan met ons materiaal. Ze hoopten in zeven tot acht dagen Pokhara te bereiken. Bodenhausen en ik vertrokken voor een laatste opname in dit gebied naar de noordwand van de Nilgiri om te proberen een goed ontsloten sectie te slaan in een vallei direct ten westen van ons alpiene basiskamp. Als sherpa's hadden we bij ons Dorjee en Datandu, terwijl voor de zware vrachten wij twee Bhotias hadden gecontracteerd. Ons kampje plaatsten we op 3300 meter in de omgeving van ons vroegere alpiene basiskamp. We zaten hier vlak bij het kloofdal waarlangs we de geologische opname wilden verrichten Om vast tijd te winnen voor de dag van morgen, namen we vast het eerste gedeelte op. Alles was prachtig ontsloten.
Maandag 26 november 1962. Een zware geologische dag werd het. We klommen eerst tot boven in het dal, vrijwel vlak onder ons kamp I. We kwamen op een hoogte van 4500 meter. Vanaf dit punt daalden we langzaam af, onderweg met maatlat de dikten  van de verschillende gesteenten pakketen metend. Bodenhausen kwam opeens een graptoliet tegen. Helaas een los stuk, maar we waren nu toch warm. Dat stuk kon niet van ver komen en we probeerden dit zo belangrijke fossiel in de sectie te plaatsen.  Iets was ook inderdaad gelukte. Dat was een hele opluchting. Van een belangrijk deel van de sectie kunnen we hoogstwaarschijnlijk de ouderdom vrij nauwkeurig vaststellen. Pas tegen het tegen het donker kwamen we in ons kampje. We hadden nog enkele moeilijke kletterpassages bij het beneden gaan in de kloof, wat veel moeite en tijd koste. Gelukkig hadden we Dorjee bij ons een deel van de ruim 100 stenen kon dagen. We waren zeer tevreden over dit resultaat. Nu was de zaak rond. We hebben nu een vrij complete verzameling gesteenten van alle in het gebied voorkomende gesteenteformaties in ons bezit. Onze taak in dit gebied is hiermede tot een goed einde gekomen. Voor mij persoonlijk was het een beetje een soort van revanche op de berg Nilgiri. Ik had de top wel niet mogen bereiken, maar wel was ik erin geslaagd mede met anderen, de geologische geheimen van de berg te ontfutselen. Ook was het heerlijk om te merken dat mijn ziekte nu geheel tot het verleden behoorde, aangezien ik  vandaag bijzonder makkelijk was gestegen tot een behoorlijke hoogte. Eerst waren van plan geweest om naar Jomosom af te dalen,maar door het late terugkomen in ons kampje, besloten we we hier nog een nacht te blijven.
Dinsdag 27 november 1962  Na enkele uren gaans waren we terug in  Jomosom. In snel tempo pakten we de overgebleven spullen bij elkaar en probeerden vandaag nog weg te komen. Helaas lukte het niet om dragers of yak te vinden om de 100 kilo te dragen. Bodenhausen en ik  besloten toch maar te gaan met Datandu en de twee Bothias en Dorjee achter te laten, die de volgende dag wel met 2 yaks kon vertrekken. We zouden op hem wachten in Tukucha. Daar konden we onderdak krijgen  van een half lama "dokter" Singh. Tegen de avond kwamen we daar aan en werden gastvrij ontvangen. Een heerlijk vers eitje en een kop thee.
Woensdag 28 november 1962. Na eindeloos wachten kwam Dorjee eindelijk om een uur of twee opdagen met de mededeling dat de yaks niet waren gekomen, zodat hij dragers had moeten opduiken om de 100 kilo te dragen. Gelukkig had hij twee Thakkalis bereid gevonden. Deze kwamen even later met vrachten van maar liefst 50 kilo de man! en dan nog in een behoorlijk tempo van Jomosom naar Tukucha.  We hebben toch maar een extra drager in Tukucha gehuurd om de dragers iets minder zwaar te belasten, zodat het tempo opgevoerd kon worden. Het werd nog een tocht van drie uur lopen tot Kalapani, waar we in een huis  langs de weg overnachten.
Donderdag 29 november 1962 Tijdens de afdaling van Kalapani naar Dana kwamen we opeens tegen twee van onze dragers, die de alpinisten groep hadden begeleid, n.l. Mimgma Tsering en Sona. Groot was de verrassing dat ze vele brieven voor ons bij zich hadden en tevens berichten over de vorderingen van de twee andere groepen. Schaar schreef dat de karavaan heel langzaam vorderde en dat ze nog een paard van een andere karavaan uit een rivier hadden gevist. Egeler en Nijhuis hadden geologisch succes gehad en waren al een goed eind op weg in de richting van Pokhara. Even ten zuiden van Ghasa bij het dorpje Balabas, zagen we het wisselen van vrachten, dwz de yaks, muilezels met zout van het noorden werden afgeladen en de vrachten overgegeven aan de talloze dragers, die van het zuiden kwamen. Deze op hun beurt namen van het zuiden voornamelijk rijst mee, die dan door de yaks en muilezels naar het noorden werden vervoerd. We hoorden van een inwoner de volgende wisselkoers van de verschillende plaatsen. In Mustang is de wisselkoers 1 kilo rijst tegen 3 1/2 kilo zout, in Tukucha 1 kilo rijst tegen 2 1/2 kilo zout en in Balabas 1 kilo rijst tegen 1 1/2 kilo zout. Hieruit blijkt heel goed de kosten van transport. De weg ten zuiden van Balabas is niet geschikt voor muilezels. De yaks kunnen zeker niet zuidelijker, aangezien het klimaat te warm is voor ze . Ze zouden van de warmte dood gaan. De dragers vinden daarentegen het klimaat in het noorden veel te koud. Behalve belangrijk wisselpunt en handels centrum is Balabas ook de scheiding tussen het Thakkali land en de rest van Nepal met geheel andere bevolkingsgroepen, gewoonten etc. Van Balabas kan ook gezegd worden dat het geografisch ligt op een plaats  waar men in feite de Himalaya doorsnijdt. Typisch ook dat hier ook een geologische  grens van de eerst orde is gelegen, namelijk tussen het grotendeels  metamorfe zuidelijk deel van de Himalaya en de noordelijke niet metamorf zone (met aan de basis een gneis). Al vroeg in de middag bereikten we Dana . We deden ons te goed aan de mandarijnen. Na zo'n expeditie,  hoofdzakelijk levend op ingeblikt eten, snakt men naar verse vruchten. Ook konden we een kippetje kopen. In Dana reorganiseerden we de dragers colonne. Twee sherpa's zouden met het grootste deel van het materiaal in 4 dagen naar Pokhara gaan, terwijl Bodenhausen en ik in 3 dagen tezamen met Mimgma Tsering en Datandu het lichte materieel naar Pokhara zouden gaan.
Vrijdag 30 november 1962. Van Dana naar Tatopani nog langs de Kali Gandaki om daarna weer omhoog te klimmen naar de pas ten westen van Ulleri, een stijging van 1800 meter. We bereikten een dorpje voor de pas: Pholata.
Zaterdag 1 december 1962 Van Pholate via de pas Biritrhadio, al geologie doende. Weinig van te vertellen,. Alleen zagen  we in het bos even over de pas honderdtal apen, prachtig grijs van kleur, met staarten van zeker 1 meter. Onderweg kwamen we nog iemand tegen die ons vertelde dat Schaar een paard van onze colonne, die in de rivier was gevallen morfine injecties had gegeven. Het is wel typisch om steeds berichten van de voorgelegen groepen verneemt van voorbijgangers. News travells quick in Nepal. De hoofdcolonne had een dorpje op twee uur van onze overnachtingplaats bereikt. We zouden ze dus morgen makkelijk kunnen inhalen. We hadden ook al van iemand anders vernomen dat Egeler en Nijhuis vandaag in Pokhara zouden aankomen.
Zondag 2 december 1962  Inderdaad tegen een uur of twaalf haalden we Schaar in. Hij wilde ons allemaal verhalen van zijn reis en was enigszins teleurgesteld te horen dat wij het allemaal allang wisten. Het was inderdaad waar dat een paard van ons zich ernstig bezeerd had bij het vallen in een rivier.. De eerste injectienaald boog geheel om, maar de tweede ging er gelukkig in als koek, zodat het paard met een grote dosis morfine gekalmeerd werd. Een echt paardenmiddel ! Zijn 30ste verjaardag had hij de 30ste november goed doorgebracht temidden van muilezeldrijvers. Het was zeker geen luxe geweest dat Schaar de colonne begeleid had. Het was een hele opluchting toen de hele karavaan heelhuids met alle waardevolle stenen in Pokhara arriveerde. Tegen donker worden kwamen we in Pokhara. Inderdaad waren Egeler, Nijhuis gearriveerd, terwijl Tammes en zijn vrouw ook net vandaag uit Kathmandu waren aangekomen. Het was bijzonder gezellig om elkaar weer terug te zien. Egeler en ik hadden een een beetje het gevoel of nu de grote expeditie ten einde was. De  tocht naar het zuiden is eigenlijk en uitstapje, vergeleken bij onze noordelijke tocht. De vrouw van Tammes had vanuit Nederland veel brieven, foto's van onze vrouwen meegenomen. Toen Bodenhausen en ik uit Tukucha vertrokken ging zij weg uit Nederland!
Maandag 3 december 1962 Rustdag, dwz brieven schrijven; dagboek tikken, pakken en uitpakken!
Dinsdag 4 december 1962 Idem
Woensdag 5 december 1962 Sinterklaas is jarig. Ik zet vast mijn schoen klaar. De laatste rustdag. Morgen begint de zuidelijke doorsteek. Na ongeveer 16 dagen, dus net voor Kerstmis hopen we in Pokhara terug te komen. Ik stuur dan mijn laatste dagboek.

-----------------------------------------------------------------------------------

Enkele losse opmerkingen. Nu we hier terug zijn in Pokhara en het Bothia- en Thakkali-land definitie de rug hebben toegekeerd, zal ik een paar losse notities spuien, opdat van Campen (journalist van het weekblad de Spiegel)  deze misschien kan gebruiken om dit materiaal et verwerken met de reeds door mij geschreven tekst.

Bhotia land: 1. In Mustang viel het ons op dat de mensen geen lichtbron, behalve vuur, hadden. De olie is hier veel en veel te duur en wordt alleen in de kerk gebruikt voor religieuze doeleinden. Als je na het donker in de straten van Mustang liep, bleek dat iedereen al naar bed was. 2. Als brandstof gebruikt men in Mustang yak- of ezelsmest. Hout is gewoon niet te krijgen of moet van heinde en verre worden aangevoerd. Het is te gek om te zien hoe kinderen achter een muilezelkaravaan aanlopen en steeds de net gevallen vijgen oprapen en er zelfs om vechten. 3. Weinig belangstelling voor geld, aangezien ze er niets voor kunnen kopen. Alles gaat hier vrijwel op ruilbasis. Winkels zijn er in heel Mustang niet! 4.W.C. bestaan ook niet en een vertegenwoordiger van wc papier zou hier wel heel weinig kunnen verkopen, aangezien het eenvoudigweg niet gebruikt wordt! 5. Tong uitsteken is een teken van groet en een hoge vorm van beleefdheid. In het begin dat het vreemd aan, maar op den duur nemen we zelfs de gewoonte over. Tegen de tijd dat we in Holland komen, moeten we het maar weer afleren.

Tong uitsteken ene vorm van beleefdheid een begroeting ceremoniaal. Om te laten zien dat je niet door de duivel bent bezeten, die namelijk een zwarte tong heeft

6. Bij binnenkomst van een dorpje zijn grote steenhopen opgericht met op elke steen de heilige spreuk: Oh maneh phee-mee un gsh. (alle wijsheid ligt besloten in de lotus). Men dient altijd links langs deze steenhopen te gaan. Dit is trouwens ook de spreuk die door de mensen wordt gebeden met hun gebedsmolen.7. Ook viel ons op de afwezigheid van begraafplaatsen. Als een Bhotia dood gaat wordt direct na het overlijden door de nabestaanden besloten, welke van de drie manieren van lijkverzorging zal worden gekozen De drie manieren zijn als volgt: 1. gewoon begraven, doch zonder uiterlijk teken, 2. verbranden, 3. het lijk opensnijden en te laten oppeuzelen door de aasgieren.8. De Bhotias-mannen laten hun haar lang en maken er vlechten van die ze op het hoofd binden.9.In Mustang nergens iets geschreven, geen opschriften, geen bedrukt papier. Behalve natuurlijk in de kerken. Dit is begrijpelijk, want de enigen die kunnen lezen zijn de lama's, de boeddhistische geestelijken. 10. Zeer aried klimaat: het smeltwater van de gletschers wordt op zeer kundige wijze gekanaliseerd om de landerijen te bevloeien. 11. Thakkali-land: huwelijksceremonieel bestaat niet. Als een meisje een jongen aardig vindt, dan vraagt zij of de jongen 3 dagen bij haar komt slapen.  Bevalt het, dan zijn ze getrouwd, maar bevalt het niet dan moet de man een hoge som geld betalen! 12. Brandhout wordt op de platte daken bewaard. In de vrij goed gebouwde huizen zijn alleen geen schoorstenen, zodat alles constant in de rook staat 13. De Thakkalis zijn handelslieden. Ze trekken in de winter naar het zuiden om handel te drijven of houden theeshops. Ze hebben het grote voordeel dat ze 3 talen spreken: Takkalis, Tibetaans en Nepalees.

Dagboek 6 december t/m 9 januari Opmerking. Aangezien dit laatste dagboek alleen voor intern gebruik zal worden geschreven, zal volstaan worden en een nogal korte opsomming en zeker niet getracht worden er een verhaal van te maken.
Donderdag 6 december 1962. Vertrek André Tammes en zijn vrouw naar Kathmandu. Tot onze grote spijt was onze liaisonofficier Kalikote niet met het vliegtuig vanuit Kathmandu meegekomen. Dit kost ons één dag, aangezien hij voor ons in Kathmandu een uitbreiding van de vergunning om in Nepal te reizen bij de regering probeert te krijgen. We vrezen nu dat er een nieuws nieuwe moeilijkheden zijn gekomen. Maar weer rustig afwachten.
Vrijdag 7 december 1962. Eindelijk stapt Kalikote dan wel uit het vliegtuig, vol met verhalen over eindeloze moeilijkheden die de autoriteiten hem in de weg hadden gelegd. Ze waren zeer verbolgen over het feit dat we in Mustang waren geweest, dat was niet de bedoeling geweest. Gelukkig dat we er al waren geweest, dat konden ze ons dus niet meer afnemen. Aanvankelijk wilden de autoriteiten de vergunning van onze zuidelijke tocht alleen maar verstrekken tegen een nieuwe betaling van 'royalties'. Kalikote had na eindeloos heen en weer praten toch gedaan gekregen zonder te betalen. Kalikote dacht uit te rusten van zijn tocht naar Kathmandu, maar we vertelden hem dat we binnen een uur voor onze zuidelijke tocht zouden vertrekken. We waren uiterst licht bepakt. 7 sherpa's, 3 Tamang dragers en Tashi. De bedoeling was om in 14 dagen heen en terug Buthwal te lopen. Nauwelijks op een paar uur onderweg zijnde of we kregen een bericht van de achterhoede dat nogal somber was. Een van de Tamang dragers was gebeten door een merkwaardig doende dolle hond. Door alle berichten vanuit Nederland waren we nogal schichtig en bevalen hem om zo spoedig mogelijk naar Pokhara  terug te keren om zich te melden bij het Engelse hospitaal. Uit vrees dat hij zich niet zou melden joegen we hem de stuipen op het lijf door hem mede te delen dat als hij zich niet zou melden hij binnen 4 dagen dood zou zijn. Gelukkig konden we een andere drager vinden die zijn vrachten overnam. Overnacht in een dorpje gelegen op de bergkam bij het dorpje Mathikan. Feeërieke zonsondergang. Nijhuis en Schaar bemerkten tot hun grote schrik, dat zij hun persoonlijk bagage vergeten hadden in Pokhara. Het tragi-komische was wel dat zij de achtergebleven spullen waaronder hun eigen bagage in kisten hadden gepakt voor verder transport naar Kathmandu.
Zaterdag 8 december Rustige wandeldag. Van Mathikan tot een dorpje even na Birkot. Aardige geologie in heerlijk bergterrein. Niet bijzonders te melden.
Zondag 9 december Via eindeloze bergreeksen te zijn over geklommen eindelijk bij onze zo bekende Kali Gandaki. Op het nauwe bergpaadje kwamen we eindeloze dragers-karavanen tegen. Vrijwel alle dragers beladen met petroleum. Voor een tocht van Buthwal naar Pokhara krijgen de dragers f 1,- uit betaald voor 2 1/2 liter petroleum. Deze tocht duurt zes dagen. Men moet dus rekenen op 10 dagen uit en thuis. Laten we aannemen dat ze maximaal over dit terrein een vracht kunnen vervoeren van 50 kilo, dan betekent dat dus f 20,- voor 10 dagen ploeteren en dan nog te bedenken dat ze voor hun eigen eten moeten zorgen. Dit is dus niet wat je noemt overbetaald.
Maandag 10 december Kriel Bodenhausen werd in alle vroegte al door ons toegezongen: hij werd n.l. 40 jaar! Heerlijke wandeling tot even onder Tansing. Van een bergkam hadden we opeens een schitterend gezicht op de geweldige Himalaya keten, nu al weer een eind van ons verwijderd.
Dinsdag 11 december  Van Tansing via een diep kloofdal naar Buthwal. Een vermoeiende tocht, pas in het donker arriveerden we in Butwal, een plaatsje gelegen aan het begin van de Ganges vlakte . Dit dorpje is sterk georiënteerd op India. De helft van de bevolking zijn Indiërs. Men kan er zelfs ook betalen in Indiase roepies.
Woensdag 12 december Opsplitsing in 2 groepen. Groep Egeler , de Booy via een meer westelijk gelegen route terug naar Pokhara, terwijl Bodenhausen, Nijhuis en Schaar ongeveer dezelfde weg terug als onze heenweg zouden nemen met uitzondering van het laatste stuk. Egeler en ik konden dus kennis maken met de zogenaamde Terai, een strook oerwoud gelegen tussen de eigenlijke Ganges vlakte, met voornamelijk rijstvelden en de eerste heuvels van de Himalaya de Siwaliks. Het werd een boeiende tocht. Prachtige boomgroepen. Sterk afwisselend van soms zeer dicht bos tot een meer parkachtige rangschikking der bomen. De bewoners van deze dorpen verschilden bijzonder sterk met de bevolking van bergdorpjes in de Himalaya, niet alleen de klederdracht maar ook de huisbouw, de gewoonten en taal was verschillend. Onze sherpa's konden nauwelijks enkele woorden met deze mensen wisselen.
Donderdag 13 december Nu begonnen we feitelijk pas aan de doorsteek naar het noorden vanaf het  plaatsje Jim-Jimi. Het werd een stijve klim door een nogal ruig terrein met typisch oerbos met zeer veel apen etc. Van 300 m. hoogte omhoog naar 2000 m. Op vrijwel het hoogste punt van de eerste bergketen de zogenaamde Mahabarat Lekh konden we in een politiepost overnachten. Wat een overgang. De vorige nacht nog vrijwel zonder slaapzak zo aangenaam was de temperatuur; nu alweer in de vrieskou!
Vrijdag 14 december De dag begon nogal ongelukkig voor mij. Bij het slaan op een zeer hard gesteente sprong een gesteentescherf in mijn oog. Egeler zag tot zijn schrik, met een loupe, een klein krasje op mijn netvlies. Gelukkig vlak naast de lens. Nu maar hopen, dat ik er geen ontsteking aan zou krijgen. Dit zou nogal onplezierig zijn aangezien we 6 dagen van het dichtst bij zijnde hospitaal verwijderd waren. Onze tocht was bijzonder plezierig. Vrijwel op een constante hoogte van 2000 m, met voortdurende het gezicht op de grote Himalaya keten in het noorden en de Ganges vlakte in het zuiden. Egeler had de vorige avond last gehad van een nogal pijnlijk gevoel in het verlengstuk van zijn rug. We bemerkten dat we geen zalf hiervoor bij ons hadden en Egeler zocht zijn toevlucht tot het gebruik van margarine!. Dit merkte ik nu tijdens onze tocht van de volgende dag. Achter hem aanlopend verspreidde Egeler de geur van ranzige boter, een lucht of beter een stank die zeer veel weg had van de zogenaamde Bothia lucht. Het was niet mogelijk Egeler op de voet te volgen. Gelukkig heeft hij zich 's-avonds een goede wasbeurt gegevens. De sherpa's begonnen vreselijk te lachen "Baku Sahib (Hoofdsahib) is washing small brother!" 's Avonds laat arriveerden we, nogal moe door de zware tocht in Riri Barar, gelegen aan de Kali Gandaki.
Zaterdag 15 december 's-Ochtends hadden sherpa's blijkbaar haast om weg te komen en in alle vroegte kregen we ontbijt en pakten ze onze slaapzakken al onder ons weg. Alleen bleek toen we al gepakt en gezakt buiten stonden, dat ze nog moesten ontbijten, Egeler en ik gingen vast vooruit. We hadden duidelijk aan de sherpa's verteld dat we langs de Kali Gandaki in noordelijke richting zouden gaan. Onze weg voerde eerst langs de Kali Gandaki, maar opeens moesten we in een zijdal langs een bies stroomopwaarts. Tot onze geruststelling kwamen we nog vele karavaan-dragers vanuit het noorden tegen. We besloten toch maar even te wachten op de sherpa's. Na één uur wachten geen enkel levensteken. Misschien zijn ze langs een andere weg gegaan? We besloten toch maar door te zetten om zo spoedig mogelijk weer bij de Kali Gandaki te komen. Dit is ons gelukt, echter met verschrikkelijk veel moeite. Via een steile bergkam omhoog en vervolgens weer omlaag tot het volgende zijdal.
Om 2 uur's middags bereikten we de zo fel begeerde Kali Gandaki tot overmaat van ramp waren we veel minder opgeschoten dan we aanvankelijk dachten. Van Riri Barar waren we maar nauwelijks 1 1/2  uur gaans verwijderd, terwijl we toch al 7 uur onderweg waren. Bezeten van de dorst hebben we ons toch maar gewaagd aan het vieze water dat men ons te drinken gaf. De weg leidde nu weer omhoog, maar liefst een klim tot de volgende pas van 1400 meter met de wetenschap dat we onze sherpa's plus  onze kampeeruitrusting vandaag niet meer zouden zien. Tot even voor het donker klommen we gestadig door. We bereikten het dorpje Lempeh op 1 uur gaans van de pas. Het begon al behoorlijk koud te worden en we beschikten dus over geen slaapzakken, donsvesten etc. en geen voedsel en allesbehalve benijdenswaardige positie. Het allerberoerdste is wel, dat we ons leed tegenover niemand konden uitspreken. Wij kenden geen woord Nepalees en zij geen woord Engels. Het gelukte ons echter toen om met behulp van de gebarentaal een onderdak te verkrijgen.  Een oud Gurka soldaat en zijn familie heeft ons liefderijk opgenomen. We kregen als avondmaaltijd: gepofte rijst, mais, boekweit en thee zonder suiker. Als slaapplaats een matje en een deken. Het ontbijt de volgende morgen betond uit groente, thee  nu met peper en een glas melk. Onder normale omstandigheden een zeer karig geheel, maar nu waren we zielsblij dat we iets hadden om te eten en een deken om onder te slapen Een prettiger bijzonderheid was wel: het niet hebben ven mijn eigen slaapzak. Ik had namelijk deze nacht  voor een keer geen last van luizen.
Zondag 16 December 1962.  Na een uur stijgen kwamen we op de pas. Uitzicht op de hele Himalaya keten. Een scherpe afdaling naar de Kali Gandaki. Een kort bezoek aan de schoolmeester van Phardi Chat. Zeer welkom waren de acht gekookte eitjes, thee en koekjes. We hadden weer behoorlijke honger gekregen. Nog steeds geen teken. van  onze sherpa's. We moesten  nu de rivier oversteken om langs de linker dalwand omhoog te lopen richting Pokhara. Pas tegen een uur of vier 's middags hoorden we achter ons een rauwe gegil: de Sherpa's.  Ze hadden ons weten in te halen! Het bleek dat zij inderdaad langs de Kali Gandaki waren blijven lopen, alleen aan de andere oever! Nog nooit waren we zo dankbaar voor het maal dat werd toebereid door onze trouwe kok Dannu.
Maandag 17 December 1962. De tocht verliep nu verder zeer vlot. Even na Kusma konden we ons bivak opslaan.
Dinsdag 18 December 1962 Van  even ten oosten van Kathmandu in één ruk door naar Pokhara. Om 3 uur kwamen we in het Engelse hospitaal. Net toen we weg wilden gaan, kwam de andere groep aan. Deze zeer vermoeide mannen: Bodenhausen, Schaar en Nijhuis. Zij hadden ook een zeer zware tocht achter de rug; 35 km in zwaar terrein. Hun geologische opname was eveneens bijzonder vlot verlopen. Zij hadden een soort gelijk avontuur beleefd als wij. nl Schaar was de weg kwijt geraakt en had eveneens meer dan één dag van de lucht dwz zonder sherpa's of noodzakelijke kampeeruitrusting moeten leven. Ook hij werd teruggevonden .Egeler en ik vonden onze schande nu niet zo groot meer dat we de weg waren kwijtgeraakt. Na een zeer succesvolle geologische opnamen naar het zuiden kwam de gehele geologen groep dus behouden in Pokhara aan de doorsteek Gangesvlakte - Tibet dwars door de Himalaya was volbracht en 1800 gesteenten werden verzameld een resultaat dat onze verwachtingen ver te boven ging.
Woensdag 19 December 1962 Helaas geen vliegtuig om Egeler en mij zelf naar Kathmandu te brengen. Bodenhausen, Nijhuis,  Schaar en Kalikote zouden nog enkele dagen achterblijven om alle vrachten verzendklaar te maken. Ik had het nog druk met het uitbetalen van alle salarissen aan sherpa's en dragers. Het was leuk om 's avonds de sherpa's de sahibs flessen rakshi aanboden om daarmee hun tevredenheid te betuigen over het verloop van de expeditie.
Donderdag 20 December 1962 Tegen de middag konden Egeler en ik toch werkelijk per vliegtuig naar Kathmandu. Bij aankomst in Kathmandu zagen wij bij toeval Hillary met zijn vrouw en kinderen, die op het punt stonden om naar Calcutta te gaan. Bijzonder hartelijk weerzien na 9 jaar. In hotel aangekomen veel post van huis, heerlijk eten.
Vrijdag 21 december 1962. Afrekenen, schrijven, bezoekjes brengen etc, het gebruikelijk werk dat de beschaafde wereld helaas met zich meebrengt. Tegen het einde van de middag kwam Bodenhausen aanwaaien en had een vliegtuig kunnen bemachtigen  Nijhuis en Schaar zouden Pokhara achterblijven tot de laatste kilo vracht naar Kathmandu zou zijn gevlogen.
Zaterdag 22 December 1962 Met jeep naar Pujulchanhi. Een geologische tocht om te zien of de door de Franse geoloog Bordet wordt beschreven gesteenten van de berg overeenkomst zouden vertonen met de Thakkola gebied of beter gezegd de Tibetaanse gesteenteserie. Dit werd een geologische teleurstelling. Zeer slecht ontsloten en verder geen overeenkomst. Gelukkig maakt het natuurschoon veel goed
Zondag 23 December 1962. De laatste dag van bezoekjes en schrijven etc.
Maandag 24 December 1962. Vertrek van Egeler en ik naar New Delhi. Helaas nog geen levensteken van Schaar en  Nijhuis. Wij hadden ze al lang verwacht, maar zie  alles in Nepal, of liever gezegd het Oosten, duurt langer dan je het verwacht. Bodenhausen veel geluk toegewenst voor de moeilijke tijd van onderhandelen die hem nog voor de boeg staat. Hij moet er immers voor zorgen om alle douane moeilijkheden op te lossen. Heerlijke vliegtocht naar New Delhi, alwaar de Ambassadeur op ons wachtte. Wij werden uitgenodigd voor het Kerstdiner, dat te zijner huize voor het Ambassade personeel werd gehouden. We vielen dus met onze neus in de boter.
Zondag 25 December 1962 Rustige dag in zonnig New Delhi. Om kwart voor negen 's avonds van Delhi naar Bombay.
Maandag 26 December 1962. Eén uur 's nachts van Bombay naar Génève. Schitterende overtocht. Genève aankomst kwart over acht 's ochtends. Egeler zou Dinsdags doorvliegen naar Amsterdam, terwijl ik via Zürich naar Serfaus, Oostenrijk, zou proberen te komen, alwaar mijn familie in de wintersport was. Dit lukte, via een helaas te korte vliegreis van Génève naar Zurich met Marlène Dietrich. Met de ArIberg expres naar Landeck. Ik had al van Zurich opgebeld naar mijn vrouw, zodat zij met een taxi aan het station Landeck stond te wachten. Een zeer romantisch weerzien in de met dik sneeuw bedekte Oostenrijkse bergen.
Dinsdag 27 december  1962t/m Donderdag 3 januari 1963  Volop Wintersportgenot met vrouw en kinderen.
Vrijdag 4 Januari 1963  Terugkomst in het steenkoude Nederland.

Einde dagboek Dr T. de Booy

Naschrift: Mijn bedenkingen over de expeditie  
In mijn dagboek over de Himalaya Expeditie komen enkele zinnen  voor waar ik mijn bedenkingen uit over het feit dat wij 159 coolies laten sjouwen met vrachten van 50 kilo op hun blote voeten over rotsachtige smalle paden langs steil afgronden en dat tegen  hele lage beloningen. Ik citeer nog enkele passages  die daarop betrekking hebben:

Zaterdag 8 september 1962.  Tegen de middag kwamen we een aantal coolies achterop, die gemiddelde vrachten droegen van 60 kilo!! Met heel eenvoudige draagmiddelen en een stuk touw dat om het hoofd wordt gedragen. We hebben een vracht proberen te dragen. We waggelden weg, onder grote hilariteit van de dragers. Het is een kwestie van balans. Het verwonderlijke is wel dat deze mensen zelf lichter zijn dan de vracht die zij dragen. Verder gaan ze blootsvoets. De tocht gaat van Pokhara naar Tukucha; een afstand van plm.100 km waartussen waartussen twee passen moeten worden genomen van plm: 2500- 3000 m. Ze gaan door regen en wind. Geen deken, geen schoon goed, etc. Hun verdiensten zijn niet groter dan f 2,- per dag.
Vrijdag 21 september. Ongeveer  halverwege de tocht is er een soort staking uitgebroken en heeft één van de raddraaiers de hoofdman  van de coolies bedreigd hem met zijn cookerie (een krom zwaard) aan stukjes te snijden. Wonder boven wonder zijn de vrachten redelijk overgekomen, nauwelijks beschadigd of nat. 's Avonds heeft Wongdhi nog onderhandeld met de hoofdman van de coolies die we in Pokhara gaan huren Er ontstonden grote moeilijkheden, want deze coolies willen 8 roepies per dag verdienen, terwijl in Kathmandu dragers slechts 5.60 Rs, krijgen, maar er wordt nu een regeling getroffen nl. dat de coolies van 8 Rs  geen terugweg betaald krijgen, terwijl de 5,60 Rs. coolies de helft van de dagen die ze er over doen om er terug te komen, betaald krijgen voor de terugweg. Dit komt vrijwel op het zelfde neer. Zo hopen we morgen te kunnen beschikken over de 100 coolies van Kathmandu en de ruim 50 coolies van Pokhara.
Zaterdag 22 september 1962.  Het weer is helaas niet al te best, maar goed genoeg om het grote sein van vertrek te geven. Inderdaad. komen alle coolies opdagen. Eerst worden de Kathmandu coolies één voor één opgeladen. met per man van rond de 30-32 kg, daarbij te bedenken dat ze hun eigen spulletjes ook nog moeten meenemen, dat toch al gauw op een 5 kg neerkomt. Wat deze mensen in de komende dagen  zullen presteren grenst aan het onwaarschijnlijke.
Zondag 30 september 1962.
Na alle dragers te hebben uitbetaald. Een ieder kreeg na aftrek van voorschot de somma van 100 Rs, dit is dus f 44,-.  Een schijntje voor hetgeen ze eigenlijk voor ons moeten doen: dagenlang door regen en wind met zware vrachten op blote voeten door uiterst zwaar·terrein. Zo vertrokken ze dan naar Kathmandu. Een tocht van een tien dagen. In totaal zijn ze dan een kleine maand van huis geweest en wat hebben ze dan eigenlijk verdiend. Het is wel een beetje vreemd dat door zulke achterlijke omstandigheden het nog mogelijk is om expedities in deze gebieden te houden. Zou immers een behoorlijk salaris voor de dragers worden geëist, overeenkomende met Europese begrippen, dan zou een transport van enkele tonnen voedsel en materialen over  zo'n afstand een volkomen prohibitieve aangelegenheid zijn voor de geldmiddelen van een normale expedities. Een drietal dragers gaf te kennen dat ze wel als drager vast verbonden aan de expeditie wilden blijven

Hieruit blijkt duidelijk, dat ik me niet zo lekker hierbij heb gevoeld. In de Andes hebben we niet met dit probleem te maken want daar wordt het transport  grotendeels door muilezels gedaan en hebben we slechts enkel goed getrainde dragers, eigenlijk een soort sherpa. Het is wel merkwaardig dat Willem Frederik Hermans onze expeditie als doelwit enkele jaren later heeft gekozen, om min of meer dezelfde ideeën, die ik toen ook al gevoeld had. Het is daarbij interessant dat Hermans juist mij op de korrel heeft genomen  Ik geef hieronder enkele passages uit zijn boek Nooit meer slapen, dat hij in 1966 heeft geschreven (uitgave Bezige Bij)

Hoofdstuk 8 pagina 35-41

Rustig wandel ik naar de machine als de vlucht naar Trondheim voor de eerste keer afgeroepen wordt. Ik groet de stewardess vriendelijk. Mijn regenjas en mijn fototoestel leg ik in het net boven mijn hoofd, ga zitten en gaap. Nu hoef ik voorlopig niets anders te doen dan te slapen en ik laat mijn ogen dichtvallen. Niet zwaar genoeg, ze gaan weer open. De stoel naast mij is leeg. Het raampje waaraan ik zit, geeft uitzicht op de bovenkant van een vleugel, waar niets te zien is. De stewardess komt langs met een stapeltje kranten. Op goed geluk kies ik er een uit, blader erin. Zonder het eigenlijk te willen, begin ik toch te lezen.

DE NEDERLANDSE EXPEDITIE STEUNT OP SHERPA-BEROEMDHEDEN

Het is een brief over die Himalaya-expeditie, waar Brandel aan meedoet.

'Ons eerste kamp ligt naast het vliegveld van Pokhara, met uitzicht op Himalaya-reuzen als Annapurna (8078 m). Machhapuchhare (6997 m) en Lamjung Himal (6985 m),  die met hun verijsde toppen als het ware het hele landschap beheersen. Hier op ongeveer 800 meter hoogte heerst een tropische temperatuur. Het wachten is alleen nog maar op de komst van Wongdhi, de sherpa-sirdar, die acht dagen geleden met honderd dragers uit Kathmandu is vertrokken. Vrij algemeen wordt de naam 'sherpa' vereenzelvigd met hooggebergtedrager of berggids, ongetwijfeld omdat de sherpa's zo'n grote bekendheid hebben gekregen door de Himalaya-expedities. In werkelijkheid echter heeft men hier met een afzonderlijke stam te maken.

Ervaring.
Wongdhi is pas 29 jaar oud, maar heeft zich reeds faam verworven tijdens talrijke Himalaya-expedities. Nog onlangs beklom hij met onze Franse vriend Lionel Terray de bijna 8000 meter hoge Jannu in Oost-Nepal, waarbij speciaal is te vermelden dat Wongdhi, in tegenstelling tot Terray, géén zuurstofmasker gebruikte. Ook nam hij deel aan de Vrouwen Himalaya-expeditie naar de Cho Oyu, een onderneming welke bijzonder tragisch afliep daar de leidster, Claude Kogan samen met Claudine van der Straeten en drie sherpa's door een enorme sneeuwlawine werd begraven. Wongdhi was een van deze sherpa's en de enige van het vijftal die het er levend afbracht. In zijn gebroken Engels heeft hij ons beschreven hoe hij zich, met behulp van een zakmes dat hij toevallig in zijn borstzak had, heeft weten uit te graven. Hij hield er een paar bevroren vingertoppen van over, die later in Frankrijk werden geamputeerd.

Omelet
Wij hebben nog een andere sherpa-beroemdheid in ons midden ... Danu de kok. Tegenwoordig vechten de expedities om de diensten van deze kleine knaap met zijn buitengewone kookkunst en zijn wonderlijk opgewekte karakter. Voor  Danu is het moment van aankomst 's avonds altijd het voornaamste van de dag.
Als wij dolgelukkig gaan zitten om eindelijk eens wat te rusten, begint hij rond te hollen om alles in orde te maken. Thee is er meestal binnen vijfminuten en vaak ook een overheerlijke omelet... haast beter dan wij thuis gewend zijn!
Ik kreeg soms de indruk dat Danu een willekeurig huis binnen rende en de ketel van het vuur pakte ... om vooral zijn Sahibs niet te laten wachten! Kortom, Danu is een prachtvent!

Trouw
Een kleine gebeurtenis tijdens deze tocht kan dienen als illustratie van de sherpa-mentaliteit. Toen Brandel en ik na  bij een bergdorpje in ons tentje lagen te slapen, begon een of andere kwajongen de tent vanaf de bovengelegen helling met stenen te bekogelen. Direct kwamen de sherpa's aangerend om de onverlaat te verjagen. Een kwartiertje later, toen ik al was ingedommeld, werd ik wakker door een geritsel voor de tent... en daar lag Danu, in zijn slaapzak dwars voor de tentopening, met naast zich zijn pickel, vastbesloten om zo nodig zijn Sahibs gewapenderhand te beschermen! En of het in de nacht begon te regenen dat hinderde niet: Danu bleef tot het licht werd! Het is blijkbaar niet zonder reden dat de sherpa's geliefd zijn om hun trouwen aanhankelijkheid!!

Gewicht
De dragers of koelies worden voornamelijk gerekruteerd uit de omstreken van Kathmandu, waar men een groot aantal beroepsdragers heeft. Hier is het dagloon trouwens veel lager dan in Pokhara, waar willekeurige mensen zich soms als drager verhuren, tussen andere bezigheden door. Tijdens de expeditie geldt een vracht van dertig tot tweeëndertig kilogram als normaal, maar de dragers zijn in staat om veel en veel zwaardere vrachten te torsen, zo nodig van de vroege ochtend tot de late avond.
Het is geenszins abnormaal dat een drager een last van zestig kilo of meer over tientallen van kilometers de bergen in draagt, maar dat gaat dan erg langzaam. Het sterkste maakten we echter mee op het vliegveld Pokhara. Bij onze vracht die vanuit Kathmandu per vliegtuig was aangevoerd, was een kist van honderd vijfentwintig kilo. Geen van de volwassenen wilde zich hieraan wagen, maar een jongen van een jaar of zeventien nam hem op de rug en droeg hem heuvelop over ongeveer tweehonderd meter. Daarna werd het ventje door een van onze artsen gewogen. Gewicht: zevenendertig kilo! *)

Afmars
Wat het klimmen betreft, we hoeven er niet aan te twijfelen kopstukken als Wongdhi, Dorjee, Danu en Mingma Tsering zijner tijd hun mannetje zullen staan voor het plaats van de hoge aanvalskampen op onze berg--de Nilgiri--zeer waarschijnlijk zal minstens een van hen meegaan naar de top.  

( Red. Einde citaat van het artikel van Prof. C.G. Egeler in het Algemeen Handelsblad van woensdag 3 oktober 1962)

Trouwe sherpa's die hun mannetje staan. Ik heb genoeg in de krant gelezen en leg hem op de stoel naast mij ..een vliegtuig zitten geeft mij altijd het gevoel ergens naar toe gebracht te worden zonder dat je ergens naartoe gaat. Op de vleugel buiten het raampje is niets te zien, evenmin op de achterkant van de stoel voor mijn neus. Geen andere dan de westerse beschaving is ooit op het idee gekomen een vorm van vervoer te bedenken, waarbij de vervoerden niets hoefden te doen dan urenlang naar de achterkant van een stoel te kijken, waartegen aan een netje is bevestigd dat stevige papieren zakken bevat voor wie spugen moet. Nee, dan op de rug van een trouwe sherpa! Trouwe sherpa's die bereid zijn viermaal hun eigen gewicht een berg op te dragen voor hun Sahibs! Wie zal er straks wat dragen voor mij? Arne zal proberen in Skoganvarre een paard te lenen of te huren, dat de eerste vijfentwintig kilometer met ons mee kan lopen om de bagage te dragen. Verder kan niet, na vijfentwintig kilometer moet het paard terug. Waar wij naartoe gaan is voor paarden niets te eten. Dus moet het paard na één dag rechtsomkeert maken. Met eten voor weken en al het andere dat wij nodig hebben op onze eigen rug, zullen wij verder moeten lopen, zonder paard. Zonder sherpa' s die desnoods voor de tent op de grond gaan liggen, in de regen, om hun Sahibs te beschermen. Zonder Danu de kok, om wie alle expedities vechten. Danu, met zijn buitengewone kookkunst en zijn opgewekt karakter; desnoods gaat hij uit inbreken voor een ketel kokend water! Enkel maar om zijn Sahibs een lekker kopje thee te kunnen inschenken aan het einde van een vermoeiende dag. Eigenlijk heb ik geen enkel idee hoeveel ik zelf op mijn rug kan torsen, als het eropaan komt. Twintig kilo lijkt mij al een heleboel. Vijfentwintig kilo? Misschien. Het is stom dat ik er niet aan gedacht heb thuis de proef te nemen. Rugzak zo zwaar maken als ik denk te kunnen dragen en dan te wegen. Bij de vaststelling van het gewicht een percentage in mindering te brengen, omdat ik er niet eventjes, maar urenlang mee lopen moet, op terrein vol kuilen en stenen, zonder weg, zonder pad, bergop, bergaf. Maar, aan de andere kant, wat zou ik eraan hebben als ik nu al precies wist hoeveel ik hoogstens denk te kunnen dragen? Het ligt voor de hand aan te nemen dat alles wat wij nodig zullen hebben, in drie porties zal worden verdeeld. Ik zou niet eens minder dan een derde te dragen willen krijgen. Feitelijk heb ik nog nooit een tocht gemaakt zoals deze. Waar ik ook gekampeerd heb, altijd kon ik 's avonds wel naar een dorp gaan om eten te kopen. Eenmaal moet de eerste zijn, mama. Natuurlijk, Alfred. Je doet of het mijn schuld is dat je altijd zo weinig aan sport gedaan hebt. Ik heb altijd weinig aan sport gedaan. Het is waar. Had ik dit vak niet gekozen dat mij de deur uit jaagt, ik zou een echte kamergeleerde zijn geworden. Nu moet ik wel. Wat valt er in een kamer anders te bestuderen dan de boeken van anderen? Ik wil geen stenen vinden die een ander al in een doosje gedaan heeft. Nog sterker: ik wil geen stenen vinden die al eerder op aarde zijn geweest. Ik zou het liefst een meteoriet vinden, een brok afkomstig uit de kosmos en ik zou willen dat het uit een materiaal bestond, dat op aarde nog nooit was aangetroffen. De steen der wijzen, of minstens een mineraal dat naar mij zou worden genoemd: lssendorfiet. Van welke datum is die krant? Eergisteren. Maar dat artikel is misschien wel al drie weken geleden verzonden uit Nepal. Brandel is nooit een intieme vriend van mij geweest. Heel andere figuur dan ik. Branie. Was voornamelijk gebrand op doen van gevaarlijke dingen. Studeerde in hoofdzaak om sport een wetenschappelijke tint te geven. Won medaljes met langebaanwedstrijden op de schaats, was op zijn zeventiende jaar al een volleerd alpinist. Reed tweehonderd op een motor 'de bomen langs de weg worden een schutting.' Misschien is hij op dit zelfde ogenblik bezig de top van de Nilgiri te bedwingen. Op mijn horloge kijken: vijf voor negen. Nu is het in Nepal een uur of drie in de middag, denk ik. Dus dat kan.
Brandel ging al sinds zijn zevende jaar elke zomer naar Zwitserland. Bergop bergaf als een gems. Jodelen kon hij ook. Drinken en roken deed hij niet. Zwitserland! Ik ben er feitelijk nog nooit geweest, alleen erdoorheen gekomen met de nachttrein.

Gewicht
Dertig tot tweeëndertig kilogram is normaal.
Dat zal ik dan toch ook wel kunnen klaarspelen. Hoeveel kilo weegt het eten eigenlijk dat ik in een dag gebruik? Weegt een boterham een half ons of minder? Ik heb geen flauw idee. Zestig kilo kan ik niet dragen, denk ik. Zelf weeg ik ruim zeventig kilo. Hoeveel woog die jonge sherpa? Zevenendertig kilo. Hij droeg honderdvijfentwintig kilo tweehonderd meter heuvelopwaarts. Ruim driemaal zijn eigen lichaamsgewicht. Dan zou ik tweehonderdtwintig kilo moeten kunnen dragen. Maar die berekening is onzinnig. Laat een drietonstruck tienduizend maal zo zwaar zijn als een speelgoedauto. Toch is hij lang niet tienduizend keer zo sterk. Als een mens verhoudingsgewijs even sterk was als een vlo, zou hij een spoorwagon moeten kunnen voorttrekken, maar dat kan niemand. Voor mijn geestesoog lopen sherpa's in de ganzenmars voorbij. Zestig kilo, opgehangen aan de brede band om hun voorhoofd, hun rug zo ver gebogen dat zij met hun handen bijna de grond kunnen aanraken. Hun kromme benen, onbegrijpelijk dun, als de poten van ezels.  Ik kan het gewicht natuurlijk verminderen door de transistorradio niet mee te nemen. Scheelt drie ons. Brandel is een vriendelijke jongen die altijd overal om lacht, nooit met iemand ruzie maakt en een hoofd waar nooit een pessimistische gedachte in opkomt. Ik kan zulke mensen niet begrijpen, maar geloof wel dat ze gelukkig zijn. Zoiets als een hond. Het hondeleven. Een hondeleven: spreekwoordelijke ellende. Toch zijn de meeste honden optimist. En waarom zou Brandel geen optimist zijn? Wongdhi de sherpa-sirdar is al onderweg met honderd dragers om zijn tandenborstel en zijn pyjama naar de top van de Nilgiri te brengen. Ik daarentegen heb al een dag verloren met pogingen de luchtfoto's die ik niet kan missen los te praten van een oude halfblinde ijdeltuit.

Einde citaat uit boek van W.F.Hermans "Nooit meer slapen"

*) Het lijkt dat Hermans integraal de tekst van het artikel van Egeler heeft weergegeven, maar hij heeft zonder nader aanduiding (...) vele passages weggelaten evenals de namen van Egeler en De Booy. De volgende passage zou toch en iets genuanceerder beeld  hebben gegeven. Hier volgt de passage op de plaats waar ik het sterretje heb aangebracht Onder het hoofdje Verschil: " Toen wij verwachtten dat de Himalaya-expeditie niet veel anders zou zijn dan onze expedities van 1962 en 1956 naar de Peruviaanse Andes, behalve dat alles op wat grotere schaal zou zijn, hebben wij ons danig vergist. Het zijn, voornamelijk de sherpa's, die het verschil uitmaken. Het is nauwelijks in woorden uit te drukken hoe deze de taak van de Sahibs verlichten. In de Andes waren we voor vrijwel alles op ons zelf aangewezen, behalve voor het dragen van de lasten. Dit betekende meestal alle organisatie, het koken en ook het dragen van zware rugzakken zodra het terrein werkelijk moeilijk werd. Hier in de Himalaya is het geheel anders. De Sirdar neemt de leiders een zeer belangrijk deel van de organisatie uit handen. De ene dag zeg je hem: "Ik wil morgen graag 100 dragers hebben", en de volgende dag zijn ze er op het voorgeschreven uur. De kokerij berust vanzelfsprekend geheel in handen van Danu").

Een gedeelte van het artikel in het Handelsblad van woensdag 3 oktober 1962  van Prof. C.G. Egeler, welke is aangehaald door W.F. Hermans in zijn boek 'Nooit meer slapen'.

August Hans den Boef heeft in het NRC Handelsblad van 4 oktober 1982 een recensie van het boek van W.F. Hermans Nooit meer slapen geschreven onder de titel :Onder geologen.

"Onlangs dook hij weer op, dr. Tom de Booy - nu in het tweede en vierde nummer van het Amsterdamse Folia Civitatis . Twaalf jaar lang geniet deze ex-hoofdmedewerker van de Universiteit van Amsterdam een riant wachtgeld. Wie was Tom de Booy ook weer? (Ik zal hier
vollediger zijn dan Folia, dat bovendien tientallen keren zijn naam foutief met een IJ spelt.). Niet alleen heeft hij als medewerker deelgenomen aan de bezettingen van 1969 in Tilburg en Amsterdam. Kamervragen en een hoger beroep moesten er aan te pas komen om De Booy's wens - net als de studenten de gevangenis in te gaan - in te willigen. Omdat hij de veranderingen via de WUB onvoldoende vond en men hem niet in de gelegenheid stelde om van geologie over te schakelen op 'geopolitiek', kreeg hij een jaar later eervol ontslag van de Universiteit van Amsterdam. Hij was sindsdien bijna niet uit de media weg te slaan. Hij ondernam acties voor het eerherstel van mensen die ten onrechte krankzinnig waren verklaard. Hij had zich in de tuin van
een Baarnse villa verschanst tegen 'De Sterke Tien' die het op zijn gezin hadden gemunt. En in de jaren tachtig keerde hij weerom met een 'golfclub voor eenvoudige mensen': de zoveelste nieuwe invalshoek om mensen politiek actief te krijgen. Een warhoofd, maar een volhouder, van mij mag
hij dat wachtgeld houden. Het bovenstaande geeft slechts de helft weer van De Booy's sterrendom."Het ware te wensen dat iedere jonge Nederlander aan zulk een expeditie kon deelnemen om energie, moed en wilskracht te staten en om vreugde te beleven van een top te bereiken", zo sprak de destijds vermaarde alpinist en hoogleraar P. C. Visser in 1952 over de triomfen die De Booy op de hoogste Andes-toppen behaalde. Daarvóór had de jeugdige doctor de harten gestolen bij reddingspogingen op de Eiger. Tien jaar later in 1962, maakt De Booy, iets bezadigder, deel uit van de leiding van een Nederlandse wetenschappelijke Himalaya -expeditie. Een zeer succesvolle de alpinisten braken op de Nilgiri het nationale hoogterecord en de geologen maakten 1800 stenen, waaronder interessante fossielen, buit. Een kleine wanklank was de lichte longontsteking die De Booy opliep. De grote baas van de expeditie, prof. C.G. Egeler, schreef voor het Algemeen Handelsblad een aardig stuk over het laatste stadium van de voorbereidingen met veel anekdotes
over de Sherpa's die als dragers en gidsen fungeerden. Het artikel zal velen bekend zijn, zonder dat men het evenwel weet. Het is namelijk grotendeels opgenomen in de roman Nooit meer slapen van W. F. Hermans. Via een noot achterin het boek geeft Hermans titel - In het Himalaya -gebied van
Nepal. De Nederlandse expeditie steunt op sherpa-beroemdheden - en de herkomst - Algemeen Handelsblad, 3 okt. '62, maar hij laat de naam van de auteur, Egeler, weg. (De datum moet trouwens, volgens het archief van het Handelsblad 30 oktober luiden: zou het dan zestien jaar en
zestien drukken lang verkeerd in de roman hebben gestaan?). Behalve Egeler is ook de tweede man verdonkeremaand, of liever gezegd: De Booy is vervangen door Brandel. De hoofdfiguur uit Nooit meer slapen kijkt nog al tegen deze Brandel op, als kind beklom deze zijn eerste berg, hij rijdt
tweehonderd op een motor, kortom een echte mannetjesputter (en dat klopt met de informatie over De Booy). Men mag aannemen dat Hermans, die niet zo erg van mensen houdt, zeker een figuur als De Booy eens te pakken wilde nemen. Hoe keert Brandel terug? Niet zegevierend als zijn model. Met bevroren voeten daalde hij de Nilgiri af en in een invalidenwagentje vervoert men hem naar Nederland. Bij mijn weten is de verbinding De Booy-Brandel niet eerder opgevallen. Het zou een van de weinige wraakoefeningen van Hermans zijn die nooit buiten een kleine kring (in dit geval de Nederlandse geologen) is gekomen. Dat is dan vanaf heden doorbroken.

Op verzoek van de redactie van het Hermans-magazine schreef ik een reactie op de hierboven aangehaalde  recensie van den Boef. Dit werd gepubliceerd in het Hermans-magazine, jaargang 4, nummer 14, maart 1995, p.57-58

Brandel, Den Boef, De Booij ...
Tom de Booij

Op pagina 38 van Nooit meer slapen lezen we: 'De stewardess komt langs met een stapeltje kranten. Op goed geluk kies ik er een uit, blader erin. 'Zonder het eigenlijk te willen, begin ik toch te lezen. 'DE NEDERLANDSE EXPEDITIE STEUNT OP 'SHERPA-BEROEMDHEDEN . 'Het is een brief over die Himalaya-expeditie, waar Brandel aan meedoet. Daarna volgt een weergave van het grootste deel van een artikel uit, zo blijkt uit een aantekening achterin de roman, het Algemeen Handelsblad van 3 oktober 1962. Hoewel Willem Frederik Hermans de auteur, prof. dr CG. Egeler, niet noemt, geeft hij diens artikel vrijwel letterlijk weer. Op drie plaatsen voegt Hermans een uitroepteken toe en verder maakt hij de rol van sherpa Danu, de kok, belangrijker ten koste van Dorjee. Zo ligt in de roman niet Dorjee maar Danu als een waakhond voor de tent van zijn sahib te slapen. Het belangrijkste verschil met het originele artikel is wel dat Hermans de naam De Booij vervangt door de gefingeerde naam BrandeI, over wie de schrijver wel het een en ander heeft te zeggen. 'Brandel is nooit een intieme vriend van mij geweest. Heel andere figuur dan ik. Branie etcetera (pp. 42 e,v.). Wat is fictie, wat is werkelijkheid? zal de lezer mogelijk vragen. Wat de werkelijkheid betreft: professor Egeler en ik --onder anderen wij stonden, dunkt me, model voor Brandel - waren indertijd verbonden aan het Geologisch Instituut van de Universiteit van Amsterdam. Samen hebben we drie geologische-alpinistische expedities ondernomen: in 1952 en 56 naar de Andes in Peru en, inderdaad, in 1962 naar de Himalaya in Nepal. Hermans was toen als wetenschappelijk hoofdmedewerker verbonden aan de Rijksuniversiteit Groningen. Ik kan me niet herinneren hem in die tijd te hebben ontmoet. Wel sprak ik hem in de beginjaren tachtig nog eens op Schiphol. Tijdens onze studie in het begin van de oorlog maakte ik Hermans slechts uit de verte mee; hij is twee jaar ouder dan ik. Egeler, zeven jaar ouder, studeerde al in de oorlog af. Nog enkele andere onderdelen in Hermans  beschrijving van Brandel komen overeen met de werkelijkheid. Zo klommen Egeler en ik inderdaad beiden al op jonge leeftijd met onze ouders in de Zwitserse Alpen. Maar dat we nooit dronken is grote fictie. In feite berusten de meeste eigenschappen die Hermans Brandel toedicht op zijn fantasie. Noch Egeler noch ik waren fanatieke motorrijders, om nog een ander voorbeeld te noemen. De vraag wat fictie is en wat werkelijkheid in het geval Brandel doet terzake, want op 4 oktober 1982, twintig jaar na dato, schreef August Hans den Boef onder de titel 'Onder geologen' een artikel in  NRC Handelsblad, waarin hij Brandel en mij volledig over één kam scheerde. Den Boef betitelde mij, misschien niet geheel ten onrechte, als 'een warhoofd, maar een volhouder'. Hij stelde echter verder dat Hermans in Nooit meer slapen de datum van het Halndelsblad-artikel niet juist aanhaalde. Het had volgens hem 30 oktober in plaats van 3 oktober 1962  moeten zijn. Den Boef: 'Zou het dan zestien jaar en zestien drukken lang verkeerd in de roman hebben gestaan?' Maar Hermans had gelijk. Het artikel dateert van 3 oktober 1962. Volgens August Hans den Boef had Hermans de bedoeling om mij in Nooit meer slapen te pakken te nemen. Op de Nilgiri in de Himalaya liep ik in 1962 een kleine longontsteking op, maar Hermans laat Brandel in zijn roman met bevroren voeten in een invalidenwagentje terugkeren. Den Boef: 'Het zou een van de weinige wraakoefeningen van Hermans zijn die nooit buiten een kleine kring (in dit geval de Nederlandse geologen) is gekomen.'  Er volgde op 11 oktober 1982 een felle ingezonden brief vanuit Parijs in NRC Handelsblad. Hermans: 'Deze doctorandus is bezig met een studie over mijn roman Nooit meer slapen te schrijven, ter gelegenheid waarvan hij me van tijd tot tijd per onbeleefde briefkaart de domste nadere toelichting denkt te kunnen vragen.' Hermans ontkende dat de romanfiguur Brandel een portret van 'de geoloog Dr Tom de Boo[ij]' zou zijn. Voor een wraakoefening op mij was geen enkele aanleiding, de bevroren voeten van Brandel had Hermans ontleend aan het treurige lot van de Amerikaanse fotograaf en bergbeklimmer Barry Bishop, die hij in1960 op een excursie in Zweden had leren kennen. Den Boefs bewering dat Hermans mij te pakken had willen nemen werd door de schrijver getypeerd als 'lasterlijke onzin' die behalve aan het 'onzorgvuldige karakter' van Den Boef te wijten zou zijn aan het 'kinderachtige peil van Nederlandse literaire doctorandussen, die zich niet kunnen voorstellen dat een roman door geheel of grotendeels denkbeeldige personages zou kunnen zijn bevolkt'.Met deze stelling kan ik me geheel verenigen. Het staat de auteur van een roman nu eenmaal vrij om fictie en werkelijkheid door elkaar te halen. Volgens een Russische filosoof: 'De waarheid is de optelsom van leugens!'.

Einde mijn bedenkingen over de expeditie

Wat is er aan het thuisfront gebeurd tijdens de expeditie naar de Himalaya? 
Tijdens de expeditie is er aan het thuisfront in de 4 maanden natuurlijk veel gebeurd. Talloze brieven heb ik van Adrienne gekregen met haar belevenissen. Ik doe een kleine greep uit onze briefwisseling van Amstelveen -- Baarn naar Nepal.

Mariette, Mauk, Jan Maarten najaar 1962

Enkele citaten uit de briefwisseling van Tom en Adrienne tijdens de Himalaya expeditie
Brief van Adrienne 2 september 1962 Woensdag (28 aug) 8.30 stond de verhuisauto voor de deur en kwam alle kamers kisten. 3 kerels gingen dus pakken tot 1 uur , toen zat al het losse spul in kisten. Daarna hebben ze de volle kisten ingeladen en nog wat meubels en vertrokken 3 uur 's middags met de auto naar Baarn ze alvast de auto hier zouden neerzetten.'s Avonds  belde de heer Hoeks op uit Delft, die 's morgens was geweest met Lemmens of hij nog even met zijn vrouw mocht komen. Het huis was dus al afgetakeld, maar ze waren allebei reuze enthousiast en heb ik ze nog koffie en sigaretten gegeven. Voor de volgende morgen had ook alweer een echtpaar afgesproken, waarvan de vrouw ook zou meekomen. Die kwamen om 9 uur met Lemmens, keurige mensen, en soort van Essens, alles zeer precies. Ik kreeg er wat van die ochtend want toe werd er overal gesjouw door die kerels moest ik aanwijzingen geven. Die vrouw was zo opeisend en vroeg me de hemd van het lijf. Gelukkig dat ik beleefd ben gebleven want inwendig spatte ik, want deze mensen hebben dezelfde avond nog gekocht! ( voor f 75.000 !). Kreeg je mijn telegram nog waarin het gezet had. Wel wat duur maar ik vond het zo'n leuk bericht voor je, dat ik het maar gedaan heb! Het is wel heel gek, dat zo op het allernaast deze mensen kwamen. Lemmens had een mooie uitdrukking : Als de bruid is aan de man, dan wil iedereen er aan!! Zo is het met huizen ook, zei hij. Je begrijpt hoe prachtig hij het vond, maar we hebben samen ook lekker  deze twee gezinnen tegen elkaar uitgespeeld. Het lege huis zag er schandalig en smerig en uitgewoond uit. Ik vond het toch heel naar zoiets af te breken, we hebben het er zo heerlijk gehad en ook zo gelukkig met ons gezinnetje, maar ik weet wel zeker dat we dat grote geluk hier op dezelfde basis doorzetten en daarbij intens zullen genieten van de natuur en de lekkere luchtjes. Donderdag 1 uur was alles eruit. 's Morgens was ik het hele buurtje langs geweest om afscheid te nemen en allemaal erg goeiig. Toen vertrokken we dus om 2 uur, uitgewuifd door de buurt het was er roerend! Ik had echt het gevoel een nieuw leven tegemoet te gaan. Mammie reed achter ons aan en kwamen we hier net even voor de verhuizers. Toen werd het druk, ik moest me overal mee bemoeien, maar het ging zo dermate vlug, om 6 uur waren alle kisten uitgepakt en waren de slaapkamers helemaal in orde.
Brief van Adrienne.  2 oktober 1962. Mijn hemel wat hebben jullie veel; meegemaakt en wat heb je het moeilijk gehad met de bagage. Ik begrijp dat je zenuwen een knauw hebben gekregen, doe nou maar een beetje rustig aan en zorg dat je 10% fit bent voordat je gaat klimmen. Ik kreeg de indruk dat jij het allemaal alleen moest opknappen.  Je dagboek wordt zeer geapprecieerd en wordt door de secretaresse van het Geologisch Instituut  uitgetikt zodat de andere vrouwen het kunnen lezen ( Ze vertelt dat ze voor het eerst een TV heeft gekocht).
Brief van Tom aan Adrienne 2 oktober 1962 Basiskamp Nilgiri. Zoals je uit mijn dagboek kan lezen heb ik het niet gemakkelijk gehad. Ik heb me goed door heen geslagen, maar ik heb veel met jou samen gebeden om kracht genoeg te hebben. De derde dag van de 'marche d'approche' kreeg ik een gemene bronchitis met vermoedelijk een klein beetje longontsteking. In ieder geval,was mijn temperatuur rond de 40 graden. Het klimmen ging vrijwel niet meer. Ik ben met Paul van Lookeren Campagne achteraan blijven hangen om het rustig aan te doen..
Brief van Tom aan Adrienne 15 oktober 1962: Ik heb zoals je mijn dagboek kan lezen een moeilijke tijd gehad, niet doordat ik zoals ik gedacht had in een steile noordwand kou heb geleden, maar juist door het niets doen gedwongen  door een flinke keelontsteking. Wat je noemt pech maar ja such is life  De griep van een paar weken geleden, heeft dus nog en staartje gehad. Alles wreekt zich op deze hoogte. Oh, grote schat ik heb het erg moeilijk gehad,  ten eerste voelde ik me, allerbelabberdst en ten tweede het machteloos zijn. Ik heb het gelukkig goed verwerkt, hoewel ik dikwijls gehuild heb vooral bij het herlezen van je lieve brieven.
Brief van Tom aan Adrienne. Maandag 22 oktober 1962 Kamp II, 5800m Een hele slechte nacht gehad. Keel volkomen dicht geslagen, ik kan niet slapen anders omdat zou ik stikken. Terray ging vanochtend vroeg met 2 sherpa's om kamp III af te breken. Mijn poging op de top werd dus in alle vroegte vanochtend de grond ingeboord. Het was een hard gelach. Lionel vond het vreselijk en gaf me een zoen.Ik huilde wel een beetje. Het is hard maar zo is het nu eenmaal. Het belangrijkste is wel hoe je op zo'n tegenslag reageert. Ik ben er nu helemaal over heen en ga nu afdalen en daarna helemaal rust nemen,en om er definitief overheen te komen. Het is een einde van een zware tijd. Ik heb gevochten  voor wat ik waard was en het resultaat niet bereik, maar voor mij zelf de voldoening dat ik er tegen heb gekund.
Brief van Adrienne aan Tom.28 oktober. Een week van grote spanning op politiek gebied. Jullie zullen wel niets van gemerkt hebben van de situatie, maar toen Kennedy hier voor de televisie de rede hield over de blokkade voor Cuba nl dat alle Russische schepen verboden wordt naar Cuba te varen leek het net een oorlogsverklaring  en zei het gaat nu hard tegen hard  Maar godzijdank hebben de Russen hun koers gewijzigd  en is die spanning dus iets geweken. Hoe dat afloopt met de inval van de Chinezen in India is ook nog niet  te voorspellen. De mensen zijn allemaal aan het hamsteren.
Brief van Adrienne aan Tom 15 november 1962. Vanmorgen alweer een brief van 29 oktober + dagboek fantastisch zo veel als er nu doorkomt en ook veel vlotter dan een tijdje geleden. Wat heerlijk dat je zoveel van me houdt. Ik heb vannacht ook zo van je gedroomd, alleen een beetje naar, je was gaan autorijden met een mooie poes en we zaten allemaal op je te wachten en daar kwam je stralend aangereden met haar vlak naast je. Ik was boos en verdrietig  tegelijk en ik hoop dit nooit te hoeven meemaken, wat was ik blij toen ik wakker werd.
Brief van Tom aan Adrienne. 22 november 1962 Jomosom basiskamp: Hoe is het mogelijk dat je droomt dat ik niet meer van je houdt. In tegendeel onze liefde is oneindig veel groter geworden en ik geloof niet meer dat het ooit verbroken zal worden. We hoeven alleen maar aan onze kinderen te denken.
Einde van enkele citaten uit de briefwisseling van Tom en Adrienne tijdens de Himalaya expeditie.

In de tijd dat ik in de Himalaya was, heeft mijn vader ons huis in Baarn getekend.

Tekening van ons huis aan de Prinses Marielaan 5b in Baarn, gemaakt door mijn vader Tom de Booy sr in het najaar 1962

Achterkant  van ons huis aan de Prinses Marielaan 5b. Mijn  vader met Mauk in de kinderwagen op het terras

Zo dat was me het jaartje wel. Nu zien wat er in 1963 gaat gebeuren.

Dagboek  1963

Nieuwjaar gevierd met de familie in Serfaus Oostenrijk. Begin januari op de terugweg van Serfaus naar het dal was de weg geblokkeerd door een sneeuwlawine. Met man en macht hebben we kans gezien de weg vrij te maken

 

h

Sneeuwlawine op de weg van Serfaus naar het dal. De drie kinderen op voorgrond vlnr Mariette m Daniel en Jan Maarten. In rode windjack Tom

Schaatsen op de Gouw Zee bij Marken, vlnr Mauk, Mariette, drie Markense kinderen, Jan Maarten

Het was een zeer strenge winter en de elfde elfstedentocht werd gehouden op 18 januari 1963. Het werd een barre tocht. Ik heb deze toch samen gereden met mijn medestudent Dirk de Knijff. Helaas veel tijd verloren omdat het eten in de rugzak van Dirk was bevroren en hij het wilde laten ontdooien in een kroeg ergens tussen Stavoren en Bolsward. Het ijs was bar slecht, maar vooral de snerpende ijskoude wind. Het was 18 graden onder nul maar het voelde door de harde wind veel kouder aan. Veel last van sneeuw op het ijs, soms was het ijs geheel door de stuifsneeuw bedekt. Bij Berlikum ten noordoosten van Franeker werden we gezegd dat de controleposten verderop eerder gesloten waren en dat het geen zin had om nog verder door te gaan. Het was ook bar en boos.  Van de ruim 10.000 die aan de tocht begonnen waren er 57 van de 575 wedstrijdrijders en van de 9050 toerrijders haalden maar 72 de eindstreep. Reinier Paping kwam als eerste binnen in een tijd van 10.uur en 59 minuten!

Elfstedentocht 18 januari 1963!

11 april heb ik een begroting gemaakt van bezittingen:1 huis in Baarn f 110.000  hiervan hypotheek f 43.600  boedel en effecten van erfenis 80.000. Totaal dus f 146,400,- Gerekend mag worden dat per jaar f 5000 wordt ingeteerd dwz 20 jaar dan is alles op van erfenis maar het pand staat er nog en is minder hypothecair belast f 16.000 afbetaald dwz restant hypotheek  over 20 jaar f 24.000. Huis is dan zeker f 150.000 waarde. Ziet er dus niet slecht uit al met alles.

De kleurenfilm van de expeditie naar de Himalaya kregen we van Lionel Terray. Zo konden we dus beginnen met het houden van lezingen. We drukten een brochure, die we tijdens de lezingen verkochten. Het voorwoord schreef Jhr Mr C.J.A. de Ranitz voorzitter van de Koninklijke Nederlandse Alpen Vereniging en van de Nederlandse Stichting voor Hooggebergte Exploratie met de volgende tekst:
"De bestijging van de Nilgiri in de Nepal -Himalaya - op 19 oktober 1962 - betekende een nieuw hoogtepunt in het  Nederlandse alpinisme. Stilzitten doen we beslist niet. In de laatste tien jaren is met veler hulp, een generatie jonge Nederlandse bergbeklimmers gevormd ,die meetelt in de recente ontwikkeling van bet internationale alpinisme; in de Franse en Zwitserse alpen verrichtten zij vele grootse prestaties. Prof. Dr. C. G. Egeler en Dr. T. de Booy waren hun promotoren, de Koninklijke Nederlandse Alpen-Vereniging, die nu meer dan 1500 leden telt, verleende aan hun vorming krachtige steun. Egeler en De Booy volbrachten in 1952 en 1956 in de Peruaanse Cordilleren tezamen met de Fransman Lionel Terray, verscheidene eerste bestijgingen, waarvan die van de bijna 6400 m. hoge Huantsán in de Cordillera Blanca het hoogtepunt vormde. Maar dit buiten-Europees gebergte was nog niet hoog genoeg. Eldorado van de moderne alpinist is bet grootste en hoogste gebergte der aarde, de Himalaya: daarop richtten dus ook onze landgenoten hun meest dierbare verlangen. Zo ontstond het plan voor de Nederlandse Himalaya Expeditie 1962, een onderneming met zowel alpinistische als geologische doeleinden, waarvoor Prof. Egeler en Dr. De Booy de aangewezen leiders waren. Zij werd mogelijk gemaakt - behalve door bijdragen van de deelnemers zelf - door financiële steun van de Nederlandse Organisatie voor Zuiver Wetenschappelijk Onderzoek, het Prins Bernhard Fonds, de Nederlandse Stichting voor Hooggebergte-Exploratie, het Koninklijk Nederlandsche Aardrijkskundig Genootschap, de Koninklijke Nederlandse Alpen-Vereniging en het Molengraaff-Fonds, alsmede van het Nederlandse bedrijfsleven. Maar bovenal werd deze expeditie mogelijk gemaakt door initiatief, ambitie: organisatie-vermogen en energie van bet negental mannen dat hiervoor was uitverkoren. Deze en andere eigenschappen hebben geleid tot volledig welslagen: de eerste bestijging van de ± 7030 m. hoge Noordtop van de Nilgiri door de drie gebroeders Van Lookeren Campagne, eveneens tezamen met Lionel Terray, en de aanzienlijk verrijkte wetenschap van de geologische bouw van het geëxploreerde gebied. Onze landgenoten traden in Centraal-Azië in het voetspoor van andere ondernemende Nederlanders: Mr  H. Sillem, die in bet begin van deze eeuw Kashmir en de Karakorum bereisde, Prof. Dr. Oestreich: deelnemer aan de tweede Workman-expeditie (1902) in de N.W. Himalaya en de Mustagh-Karakorum, en de heer en mevrouw Visser-Hooft, die gedurende vier expedities tussen 1922 en 1935 onbekende bergregionen in de Karakorum exploreerden. De Himalaya-gebieden van de grote bestijgingen der laatste decennia waren nog niet door Nederlanders betreden: voordat de pioniers der Lage Landen aan de Noordzee: de deelnemers aan de Nederlandse Himalaya-Expeditie 1962, er hun grote avontuur beleefden. Zij volgden de roepstem -van de bergsport en van de wetenschap. Zij hebben ondernomen en hadden de ambitie; zij hebben doorgezet en zijn geslaagd. Anderen ten voorbeeld en ter navolging."

Met  Koninginnedag  kregen Egeler en en ik een lintje van Hare Majesteit de Koningin. Hoe we deze onderscheiding hebben gekregen is weer een duidelijk staaltje hoe belangrijk relaties zijn.  De Ranitz schrijft mij 3 mei 1963 o.a "Je moogt best weten dat ik me voor je beiden heb ingezet, ik vond dit niet anders dan billijk en juist. Groot was mijn vreugde toen Scholten (de staatsecretaris) dit volkomen inzag; toen was de zaak gauw voor de bakker (Minister Cals, die ik eerst had willen bespringen, heeft dit aan Scholten overgelaten). Ons alpinisme is de laatste jaren uitstekend omhoog gekomen ook dankzij jouw enthousiasme en stuwkracht. Ik ben daar ontzaglijk dankbaar voor ook aan de vele jongeren die de roepstem, na begrijpelijke en tragische ontsporingen, terdege hebben geluisterd aangehoord en opgevolgd".
Daarbij komt nog dat ik Inso Scholten ken vanuit mijn studententijd als dispuutgenoot van Beets. Hij zag mij toen als nuldejaars een komend president van het  Amsterdamsche Corps (ISSA). Ons kent ons gaat weer op in deze. Heel merkwaardig was wel de uitreiking van het lintje door de burgemeester van Beeck Calkoen van Baarn. Ik was op het Geologisch Instituut, toen mijn vader belde dat ik in de krant stond op de pagina van de lintjes regen.  (Wel een eer om in een naam met Anton Geesink genoemd te worden: de judoka wereldkampioen) . Ik ben toen hals over kop naar Baarn gegaan waar ook mijn ouders inmiddels waren gearriveerd. Nauwelijks thuis of er werd gebeld en mijn zoon Mauk van ruim 2 jaar deed open en de burgemeester 'himself' stond even later in de gang en kon horen hoe mijn vader in de zitkamer  zijn ongenoegen uitspraak over het feit dat de burgemeester vergeten had mij in te lichten over de onderscheiding voor het het in de krant zou verschijnen. Dat was dus een nogal pijnlijke situatie voor de burgervader. Beeck Calkoen zat in de staf van de Waskolkkamp van de NCRV in 1940. Van de Staatssecretaris Inso Scholten kreeg ik een gelukstelegram 29 april om 11.10 uur , dus voordat ik het van de burgemeester van Baarn had gehoord!  

De lijst van namen die de ridder in de orde van Oranje-Nassau hebben gekregen in het Algemeen Handelsblad van woensdag 29 april 1963

De bul van de onderscheiding ridder Oranje-Nassau

In 1963 ben ik lid geworden van de Club van  144 . Hiervoor wordt men gevraagd als je een bijzonder sportprestatie hebt gedaan. In het krantje heb ik  over het alpinisme vertelt:

DE MAGNETISCHE KRACHT VAN DE BERGEN
Heel moeilijk is het om in enkele woorden Eef Kamerbeek *) te antwoorden op zijn vraag: Wat zoeken alpinisten in de hoge bergwereld? Waarom riskeren zij daarvoor hun leven in het gevecht tegen het onnodige? Een goed gefundeerde beantwoording moet ik helaas overlaten aan een psychiater. Het beste bewijs hiervan is wel dat ik laatst een brief van 'n Franse doctoranda in de psychologie kreeg, die een proefschrift aan het schrijven is over het hoe en waarom van een alpinist. Zij vroeg mij een eigenhandig geschreven epistel om daaruit een karakterstructuur te analyseren en vervolgens te vergelijken met die van andere alpinisten die zij een soortgelijke brief zond. (Als ik het hier heb over alpinisme bedoel ik uitsluitend en alleen het extreme alpinisme.) Waarschijnlijk zal deze Franse juffrouw tot de conclusie komen dat de motieven bij deze extreme alpinisten bij een ieder sterk verschillend zijn. Een gemeenschappelijke karaktertrek is misschien wel wat we om de een of andere reden behoefte voelen ons te meten met de natuurkrachten. Het gevaarselement speelt hierbij een zeer belangrijke rol.  Helaas zijn de objectieve gevaren (zoals weeromslag, lawines of materiaal breuk onevenredig hoog te noemen. Waarschijnlijk wel het hoogste van vrijwel alle andere sporten. Dit moge o.a. blijken uit het volgende: in de ledenlijst van een Frans bergklimmersgilde (Groupe de Haute Montagne), waarvan ik lid ben, staan achter de namen van de overledenen bij maar liefst 52% een bergnaam **) In hoeveel boeken en tijdschriften over het alpinisme vindt men niet de kreet: "Und der Tod klettert mit." Maar ondanks deze trieste gegevens blijkt de magnetische kracht die door de bergen wordt uitgeoefend zo groot, dat ondanks de vermanende woorden van de oudere generatie, steeds de jeugd hun leven in deze waagschaal blijft stellen. Een ander facet van dit alpinisme is de bereidheid om te lijden. Om dit het beste te illustreren vertel ik u een oude mop. Een man laat zich met een grote voorhamer op het hoofd slaan. Men vraagt hem waarom hij dit toch laat doen. Zijn veelbetekenende antwoord is: omdat het zo heerlijk is als het ophoudt. De niet-alpinist heeft dikwijls zo'n volmaakt verkeerde impressie van ons. Denk vooral niet dat we geen last hebben van hoogtevrees (ikzelf lijd er bijzonder onder, maar ik vind het juist een grote charme om dit angstgevoel te overwinnen). In de Paris Match van vorige week stond het adem benemende relaas van Walter Bonatti over de eerste winterbeklimming van de noordwand van de Matterhorn. Hierin voelde men toch zeer duidelijk hoe hij bewust is van zijn eigen tekortkomingen en toch in zekere mate bang is van de machtige natuur die hem omringt, waarin al het menselijke ontbreekt. Zijn speelgoedbeertje is het enige dat hem morele steun geeft en daarmee hij alles bespreekt. Wel het meest typerend is de volgende zinsnede: "Je me sens tellement hors du monde que  lorsque je pense de quelque chose de beau et de humain, je me prends à pleurer". Diegenen die in zo'n ijzingwekkende noordwand hebben gestaan, weten maar al te goed hoezeer deze woorden op waarheid berusten. Maar juist in deze niet menselijke natuur leert men zijn eigen tekortkomingen en beperktheden zeer goed kennen, want het wordt niet vertroebeld door spanningstoestanden met andere mensen. Zoals je ziet Eef, zit ik behoorlijk ethisch te filosoferen en heb ik nog niets gezegd over de sport zelf,maar ik geloof toch er goed aan gedaan te hebben je één van de meest essentiële punten van deze wonderlijke sport te belichten. De techniek en de prestatie komen dus eigenlijk op het tweede plan, misschien ook voortvloeiende uit het feit dat we de wedstrijdsport niet kennen in een vorm zoals dat bij vrijwel alle andere sporten het geval is. Bij ons is het geen wedstrijd tegen de natuur, of beter gezegd tegen jezelf. Een ander verschil met andere sporten, zoals bijv. bij jouw sport, is het feit dat de topprestatie geleverd kan worden door iemand die niet in lichamelijke topconditie hoeft te zijn, maar wel, zoals natuurlijk bij elke prestatie onontbeerlijk, over een onverzettelijke wil om het doel te bereiken moet beschikken. Een duidelijk voorbeeld hiervan is het verloop van een bergongeluk in 1961. Bij een poging een nieuwe route op de Mont Blanc te openen, kwamen zeven alpinisten (waaronder Bonatti) in een sneeuwstorm. Tijdens de terugkeer onder de meest erbarmelijke. toestanden die men maar denken kan, kwamen de jongste vier, van wie men kon aannemen dat ze zich in de relatief beste lichamelijke conditie zouden bevinden, om het leven door uitputting en zelfs krankzinnig werden. Ik hoop Eef, dat je uit al deze sombere woorden toch enigszins voelt hoe wij deze "sport" ondergaan. Het stokje dat ik tegelijk ook van mijn lieve nicht Anneke kreeg (die al lang weet wat voor gekke sport haar neefje bedrijft), geef ik nu door aan haar vader of voor mij OOM HENKIE of nadat hij net lid is geworden van onze 144  Henk van Riemsdijk, om van hem te horen over zijn tak van sport. (Red tennis)

*)Eef Kamerbeek is een voormalig Nederlands atleet. Hij is bekend geworden als succesvol tienkamper. Op dit onderdeel werd hij elf maal Nederlands kampioen en blonk met name uit op de werpnummers.
**)
In 1963 ben ik lid geworden van de Franse Groupe Haute Montagne. Een hele eer want je moet een aanzienlijk aantal punten halen als je daarbij bedenkt dat de normale route van de Mont Blanc je nul punten oplevert. Maar ik heb het wel te danken aan de voorspraak die Lionel Terray voor mij heeft gedaan. Dat bergklimmen in die tijd een heel gevaarlijke sport blijkt wel uit de lijst van overleden leden van de groep. Van de 136 leden op de onderstaande lijst zijn er 67 in de bergen gestorven, dus bijna 50% . Daarbij te bedenken dat je al heel veel risico hebt gelopen om in aanmerking te komen voor het lidmaatschap. Ik denk dat van de lijst van de actieve leden iedereen wel een verghaal kan vertellen dat het net goed is afgelopen zoals in mijn  geval met een val van 90 meters!

De lijst van gestorven leden van de Groupe Haute Montagne, waarvan 67 van 136 leden omgekomen zijn in de bergen

Groot plezier heb ik steeds gehad om met mijn grootvader Han samen muziek te maken. Hij met de viool en ik met de piano en steeds op het programma de sonates van Mozart  Ik citeer uit enkele brieven en briefkaarten van hem aan mij. ( Let wel, hij is in september in het volgende jaar op 97 jaar gestorven)

10 mei 1963 Beste kleinzoon Tom. Ik neem aan dat je op de 7e juni wanneer je me weder komt begeleiden de pianopartij van de Sonates van Mozart, welke je nog van mij in bezit hebt mede zult brengen en bij mij zult laten want ik kan die niet voortdurend missen. Ik ben dan van plan je een nieuwe piano en vioolpartij van de Mozart sonates aan te bieden, wat voor ons beiden hoop ik een aangename gebeurtenis zal zijn . Ik twijfel der niet aan. Ik ben nog bezig met de sonatines van Schubert, speelde de tweede met Deborah Land en ze was niet ontevreden.

Enigszins beschadigd titelblad van de sonates van Mozart welke pianopartij ik van mijn grootvader Han cadeau heb gekregen, met een mooi opschrift

13 juli 1963 Stadionkade 38 II. Waarde kleinzoon Tom. Op mijn agenda staat vermeld dat je op 9 augustus 12 uur kan worden verwacht ter begeleiding van de elfde sonate van Mozart.  Ik deel je hierbij mede dat ik de elfde sonate voor mij te moeilijk vindt om dan te spelen en mij dus zal beperken tot de 10e of bv de 8ste of de 4de. Ik blijf echter die elfde ook studeren. Mij verder verheugend op je komst, ontvang je de groeten van je oude Grootvader
17 juli 1963.  Waarde kleinzoon Andes. Ik ben weer verzoend met de elfde sonate . We moeten die maar aannemen bij een goed tempo.
7 november 1963 Waarde K.Z  Hedenmorgen dadelijk begonnen met de studie van de 2e van onze vriend. Ik kreeg de indruk dat we heel goed de 3de er bij kunnen nemen, dus ben ik van plan deze er bij te nemen voor de studie van de volgende reeks van dagen. Ik begin daarmee gewoonlijk den dag. En heden worden we bovendien nog beschenen door de zon. Vele groeten van Grv H.de B.
Uit het dagboek van mijn grootvader:
6 november 1963. 8.15 namiddag kwam Tom jr. met wien ik de elfde en daarna de vierde sonate van Mozart speelde. Hij is vol leven, ook als begeleider, misschien als wat minder leven beter zou zijn. Hij deed ook mij toeschijnende fantastische verhalen over de door Vader Toms optreden verkregen toename van het bezit der KNZHRM, dat miljoenen zou bedragen in guldens, hij sprak zelfs over tien miljoenen. Het is niet onmogelijk dat hij, evenals zijn piano, zijn vaders mededelingen over de toename van het kapitaal der reddingmaatschappij te fors aanpakt (Red:Let wel dit is nog maar enkele maanden voor zijn  dood in september 1964)

30 juli 1963 verloor het Nederlands alpinisme, op dat ogenblik de beste Nederlandse alpinist Gerbrand van der Leek. Samen met Chris Korthals Altes wilden zij de Magnone route van de Aiguille du Dru ondernemen. In de fissure de Demi Lune maakte van der Leek een voorklimmersval, dit werd hem noodlottig omdat de karabiner van zijn borstgordel brak, waaraan het klimtouw vastzat .

In de zomer weer de gebruikelijke karteringen en controle van de studenten. In Franse Alpen bij Grenoble van 18 - 22 juni  en vervolgens van15 tot 22 augustus. In juli met Adrienne  en de kinderen kamperen op Walcheren, waar we de familie van Hall uit Hattem hebben ontmoet

Kamperen in Walcheren juli 1963

Ontmoeting op Walcheren met de familie van Hall, voorste rij vlnr Wouter van Hall, Mariette,Jan Maarten. Achterste rij vlnr, Adrienne, André van Hall en zijn vrouw Lietje , Alfred hun zoon en Mariette hun dochter, Tom de Booij

21 augustus 1963 viering van het 50 jaar huwelijk van mijn ouders bij de Woeste Hoeve op de Veluwe. Er werd door iedereen gekampeerd. Diner in het restaurant van de Woeste Hoeve waar vele stukjes werden opgevoerd.

50 jarig huwelijksfeest van mijn ouders vlnr. Mauk, Huib ter Haar, Maria, Tom. Adrienne, Mariette, Jaap Kalff, Moeder Ot, Jan Maarten Vader Tom, Elsbeth

Van 23 augustus tot 3 september met Adrienne vakantie naar Menorca  en ook nog wat geologisch veldwerk gedaan.

 

Vakantie gecombineerd met geologisch veldwerk op Menorca

In het najaar heb ik een analyse gemaakt van de prestaties van de studenten en wetenschappelijke staf van ons Geologische Instituut. Het was in feite bedoeld als een directe aanval op het in mijn ogen slechte beleid van de professoren na het vertrek van professor Brouwer in 1958  Het laat duidelijk zien dat ondanks een grote toename van studenten en staf de prestaties op  het gebied van publicaties, promoties niet veel zijn gestegen sinds het vertrek van Professor Brouwer.

Analyse studenten en wetenschappelijke staf van het Geologisch Instituut in Amsterdam

Ik was sinds1958 conservator en Egeler was mijn directe baas. Hij was kennelijk ook niet tevreden over de gang van zaken op ons Instituut en schreef het volgende memo aan de vakgroep  

Aan de leden van de Vakgroep 8/10/1963

Wanneer ik de gang van zaken bij de geologische opleiding in de afgelopen jaren kritisch bezie, dan kan ik mij niet aan de indruk onttrekken, dat met een relatief geringe inspanning van de zijde van de staf, betere resultaten zijn te bereiken. Hiertoe zal een intensiever kontakt tussen studenten enerzijds en staf anderzijds in niet geringe mate kunnen bijdragen. Het is mij bekend uit gesprekken met oudere studenten en promovendi, dat ook van de zijde der studenten behoefte wordt gevoeld aan duidelijk omschreven richtlijnen voor hun studie, alsook aan een straffere leiding. Een en ander was aanleiding om Dr. de Booy en Dr.Bodenhausen - die door hun positie nader bij de studenten staan dan wij - te verzoeken eens na te gaan welke maatregelen zouden kunnen worden overwogen om een gunstiger klimaat te verkrijgen. De verschillende suggesties vindt U in de bijlage van deze brief samengevat en ik zou willen verzoeken om deze nader te willen overwegen, desgewenst te amenderen en zo nodig er nieuwe aan toe te voegen, opdat in de naaste toekomst een en ander de basis zou kunnen vormen voor een gesprek.

Hij geeft daarbij enkele aandachtspunten:
1. Er is bij verscheidene Docenten en Stafleden behoefte om op de hoogte te worden gehouden van de studieresultaten der studenten. Het lijkt gewenst dat hiervoor een centrale administratie wordt bijgehouden, waaruit ieder staflid op elk gewenst moment kan putten. Het is ook gewenst om in de toekomst nader kontakt te houden met de student zelf over zijn resultaten en vooral om hen die tekort zijn geschoten op te roepen voor een onderhoud. In hoeverre dit door iedere hoogleraar naar eigen goeddunken kan geschieden, dan wel door één bepaalde functionaris (b.v. Voorzitter der Directie, Voorzitter Vakgroep) dient nader te worden overwogen. Het lijkt in ieder geval gewenst om deze controle op gezette tijden uit te oefenen en niet zo nu en dan, bij wijze van steekproef.
2. De werkzaamheden ten behoeve van de studenten dienen meer te worden gecoördineerd. Daartoe dient een regeling in het leven geroepen te worden, waardoor de studenten worden verplicht hun wensen, b.v. op het gebied van benodigde slijpplaatjes, topografische kaarten, luchtfoto's, tekeningen, etc. tijdig kenbaar te maken, b.v. om de 2 of 3 maanden. Ook hier is regelmaat gewenst!
3. De onbevredigende afwerking die zich bij verschillende practica manifesteert, dient door straffe maatregelen te worden ondervangen. Het tijdstip waarop een student aan een practicum begint dient aan hem zelf te worden overgelaten, doch wanneer hij eenmaal is begonnen aan b.v. luchtfoto practicum, eerste vijftien e.d., is hij verplicht dit af te maken binnen een door de betrokken docent nader vast te stellen tijd. Voorgesteld wordt om bij niet naleving van deze regels strenge sancties toe te passen, waarbij wordt gedacht aan het innemen van het betrokken werkstuk en pas na geruime tijd, b.v. 3-6 maanden hervatting toe te staan.
4. Mede in verband met studie bekorting is het gewenst het inleveren van een rapport snel na voltooiing van elk veldwerk verplicht te stellen. Hierbij wordt gedacht aan het "verslag" Franse Alpen kaartering en het "voorlopig veldverslag" Spanje; maximum tijd b.v.1 maand. Dit betekent uiteraard dat bewerking van niet mogelijk is bij dergelijke manifestaties.
5. Eventueel invoeren van respontie tijdens sommige colleges. Hierbij naar voren brengen dat de boekdrukkunst niet voor niets is uitgevonden! Belangrijke te kennen feiten tijdens colleges of practica in stencilvorm verspreiden (b.v. stratigrafische kolom).
6. Meer kleine onofficiële tentamentjes van practica, waarbij duidelijk moet· worden gemaakt dat eventuele stomme opmerkingen niet zwaar worden gewogen. Anders achterdocht en remming!
7. Kleine excursies tijdens het najaar or de wintermaanden organiseren, b.v. Amsterdamse Bos voor topografisch werk; Maarn voor sedimentaire strukturen. Dit behoeft geen van de betrokkenen veel tijd te kosten en verhoogt het kontakt.
8. Mogelijkheid overwegen tot een gezamenlijke lunch maaltijd of borrel. M.i. zou dit kunnen worden gezocht in een gewoonte om examen borrels zo veel mogelijk aanwezig te zijn. Nauwer kontakt met de G.V.A. is ook wenselijk en een en ander zou misschien in overleg zijn te regelen
9.  In het begin van het derde jaar zouden de studenten moeten worden geïnstrueerd in het gebruik van de bibliotheek.
10. De studenten dienen door middel van hoogte te worden gebracht:
1. van de organisatie van het Geologisch Instituut
2. van de studieregeling, met inbegrip van de mogelijkheden op het gebied van bijvakken etc.
11. Er in de toekomst van uit gaan dat een student niet is gebaat met een -6 , onder het motto dat zachte heelmeesters stinkende wonden maken.
12. Meer de studenten ervan doordringen met woord en daad, dat zij harder en vooral ook intenser dienen te werken, willen wij het op te stellen minimum studie schema bijhouden.

(Tussenvoegsel: Het is wel cynisch om daarbij te bedenken dat ik nog 1 1/2 jaar later mijn vertrouwen opzeg in de leiding van Egeler.  Ook het volgende citaat uit de Baarnsche Courant is interessant omdat ik later  in Baarn er voor gezorgd heb dat de burgemeester van Baarn in de zeventiger jaren het veld moest ruimen door mijn acties)

Baarnsche Courant 18 oktober 1963 Volksuniversiteit Baarn.
De Nederlandsche Himalaya-expeditie 1962
De  heer J. Beunk opende de avond en sprak er zijn voldoening over uit, dat hij·een zo groot aantal bezoekers, waaronder de burgemeester van Baarn mocht verwelkomen. Anderzijds was deze grote toeloop mede te verklaren uit het feit, dat het hier een avond betrof, die door een plaatsgenoot, die zijn sporen en op alpinistisch gebied en op het terrein van de wetenschap (geologie) en het houden van lezingen daarover, ruimschoots heeft verdiend.

Onze dierbare hond Tref

Sinterklaas op de Prinses Marielaan met mijn ouders

De kerstvakantie doorgebracht in de Oostenrijke Alpen in het plaatsje Kuhtai (2020 meter), waar we sliepen in en hotelletje geleid door Frau Hermine. Daniel Strumphler, de zoon van broer Toto van Adrienne was ook mee met ons. Hij viel 's-nachts ongelukkig  met zijn slaap op een nachtkastje. Waarschijnlijk door een gemene bacterie heeft hij er een gemene wond mee opgelopen en een blijvend litteken op zijn slaap. In een ander hotel was de de familie van mijn vriend Richard Rahusen gelogeerd. (aanzienlijk duurder hotel met een Gräfin als directrice)


Kuhtai. vlnr Richard Rahusen, Tom, Adrienne, Sien Rahusen-Ankersmit

Voorste rij vlnr de drie dochters van Richard en Sien, Jan Maarten en Mariette. Achterste rij: Richard Rahusen, Sien zijn vrouw, vrouw van Boy Koole, Daniel, Boy Koole, Adrienne, schoonmoeder Fietje, onbekend

Mariette, Daniel en Jan Maarten

Frau Hermine

Epiloog
Nu anno 2008 terugkijkend op dit jaar. Het jaar van de overgang van een succesvol geoloog-alpinist naar iemand die ging twijfelen aan alle zekerheden, Dit zou pas duidelijk worden in 1964 toen ik in contact kwam met een groep studenten die me vertelden over de nieuwe tijd met de nieuwe muziek zoals de Beatles, Rolling Stones, Studenten Vakbond

Overzicht financiën Vermogen: Huis f 70.000, auto f 3500 effecten, saldi en onverdeelde boedel schoonvader f 167.440, schulden: f 49.190 , zuiver vermogen f 118.250. Zuiver Inkomen f 18.141,02.