Dagboek 1960-63
Dagboek 1960

18 januari 5e verjaardag van Jan Maarten . Kinderen uit de buurt krijgen filmvoorstelling

20 februari huwelijk van Marlof Strumphler en Tineke de Jong.

Links: Adrienne. Rechts: bruidsmeisje Mariette en bruidsjonker Daniel Strumphler

Pasen. Aerdenhout Catslaan 3. Grootvader Tom Sr met zijn twee kleinkinderen Jan Maarten en Mariette

Familiefoto Catslaan 3. Vlnr. Henri Thomas de Booij , Adrienne, Mariette, Grootmoeder Hilda de Booij -Boissevain , Grootvader Han de Booij, Jan Maarten ,Moeder Ot , Tom, Marie Louise de Booij (?)
We kregen bezoek uit de Verenigde Staten van Henri Thomas de Booij (geboren 1931), kleinzoon van Justus Christiaan de Booij (1861) en Carrie May Wilson (1868) en zijn kleindochter Mary Louise de Booij geboren in 1933. Justus is een oudere broer van mijn grootvader Han de Booij . Zij woonden in de Verenigde Staten. Hun ouders zijn Henri Thomas de Booij (1896) en Helen Cornell (1896)

In Aerdenhout. Het duo viool-piano. Grootvader Han de Booij met zijn kleinzoon Tom jr.
Vele malen heb ik samengespeeld met mijn Grootvader Han de Booij. Meestal in Amsterdam, Stadionkade 38 twee hoog. We speelden altijd 2 sonates van Wolfgang Amadeus Mozart.
In april ga ik altijd met een aantal studenten karteren in het gebied van Aywaille, België. Zo ook met het jaar dat is aangekomen in 1959 : Luyt, Blom, Voigt, Kroon. de Boer, van Veen, Meijnster, van Rooyen. Otto Simon assisteerde mij tijdens de kartering

Ardennen kartering. Links Kroon, De Booij, Voigt de Boer. Rechts : ? Tom de Booij, Otto Simon,

Ardennen excursie. Voorste rij vlnr: Voet, Rondeel, Zeck, Krijnen. tweede rij vlnr: van Montfrans, van Helden, van der Pijl,x, Tom de Booij, Lydia Wesseling, Dirk Beets, Hoedemaker, x
Adrienne is mei in verwachting van haar derde kind, dat waarschijnlijk in februari 1961 het licht zal gaan zien.
Onze kinderen logeerden veel in Almen bij mijn zuster Elsbeth en zwager Jacob Kalff
Jan Maarten en Mariette in Almen
Van 15 juni tot 22 juni met Kees Egeler in de Franse Alpen met studenten.
Van 22 juni- 22 juli met Kees in Spanje. 4 dagen heb ik in het gebied van Huercal Overa eigen onderzoek gedaan.
In het gebied van de student
Barkey heb ik fossielen, (vermoedelijk Lias) gevonden, het werd een
bevestiging van mijn werkhypothese.
Brief van Adrienne 1 juli aan mij: "Ben je blij met ons nieuwe derde baby'tje. Ik voel me zo ontzettend en beroerd en misselijk, dat ik geloof dat het nu wel raak is. Het is tenminste precies hetzelfde als indertijd met de kinderen. Al kotsend maak ik thee voor de kinderen. Wat heb je toch!, zei Jan Maarten. Ik zeg nog maar niets nog even wachten. Het is nu pas 2 maanden ". (Daarvoor heeft Adrienne nog een miskraam gehad. De foetus was toen een paar centimeters toen het loskwam).
Mijn brief aan Adrienne van 8 juli: "In Sobras, waar Mac Gillavry en Hermes (nieuwe conservator) zaten had Kees meteen alweer verveling met Mac over de afbakening van grenzen. Ze liggen elkaar helemaal niet, het zal altijd wel stront geven (...) Bij terugkomst in Garrucha was Mac hier en heeft Kees de hele avond met hem ruzie gemaakt over de grenzen. Kees is wel heel gauw nerveus en het zit hem dan ook ongelofelijk hoog. Onze samenwerking gaat prima.(...) Het ligt me wel bijzonder goed dat wetenschappelijk werk. Ik geloof veel meer dan Kees, want die houdt meer van organisatie en snel handelen en is te ongeduldig voor het pielen. 23 juli begint de cursus. Ik zal ontzettend voorzichtig doen, want ik heb echt geen zin om door een beetje tegen rotsen klimmen dood te gaan. Ik heb te vele verplichtingen gekregen en wil jullie zoveel mogelijk kracht en steun geven, want kinderen zonder vader is toch maar moeilijk. God moge geven dat we nog lang bij elkaar kunnen blijven en genieten van de zaligheid dit dit leven ons geeft.
Brief van Adrienne aan mij van 17 juli. "Jan Maarten kreeg rode hond vorige week en belde de dokter om te vragen of het gevaar kon voor mij. Als ik het vroeger had gehad deed het er niets toe, maar toen ik het Mammie vroeg of ze het zeker wist ging ze twijfelen. Dus voor safety vond Groen het beter mij een injectie te geven zodat ik voor bepaalde tijd immuun ben voor rode hond. Het is een vreeslijke dure grap ongeveer f 60, zei hij. Maar ja je vergeeft het je later nooit als je het niet gedaan zou hebben en je zou een ongezond kind krijgen. Dus is het nu al een heel dure baby. (...) Mieke kwam nog even bij me vrijdagochtend ze had 10 dagen niets van Kees gehoord. Kees schreef alleen over het land, de hotelletjes maar helemaal niets over het werk en de geologie. Ik zei nou bij Tom is het precies andersom. Ze moest erg lachen om je vondst in het terrein van Mac. Het kan niet erger weer een klap voor die arme vent. Maar heerlijk voor jou, is nauw jouw hele theorie over Spanje goed ?
Adrienne aan mij 22 juli : Jan Maarten zei opeens aan de lunch tegen me: "jij hebt een baby'tje in je buik!". Waarom zei ik . Je hebt een dikke buik. Hoe vindt je zo' n kind dat het toch al enigszins voelt of misschien hoopt. Het is zo'n lekker ventje, mis je hem niet heel erg ? Hij is al weer zo wijs geworden. Ik hou hele gesprekken met hem als hij in bed ligt meestal over de dood. Dat interesseert hem zeer. Hij heeft laatst een pracht performance gegeven in Aerdenhout boven op de gang. Hij was de dominee in de kerk en deed een mooi wit kleed om. Hij knielde toen neer en zong met zo'n ijl lief stemmetje over Christus en God etc. Het was ontroerend Ze waren thuis wel even van hun stuk, toen hij zo gewoon zei dat hij priester werd!
Mijn brief aan Adrienne van 22 juli 9.35 . Chamonix op het terras van het huis van Lionel Terray. Enkele citaten: "Grootste lieverd van mij. Vannacht heb ik ontzettend sterk van je gedroomd. Het was heel vreemd allereerst waren we een beetje boos op elkaar en zeide dat we maar uit elkaar moesten gaan en jij bent toen met en ander getrouwd. Nauwelijks was dit gebeurd of ik ben bij je gekomen helemaal in tranen en smekend of je weer bij me wilde komen en je nieuwe huwelijk ongedaan wilde maken. Jij begon toen ontzettend te huilen we toen in elkaars armen lagen, waren we zo ongelooflijk gelukkig en haast niet onder woorden te brengen zo zalig. Het was alsof we samengesmolten waren tot een lichaam en ziel, heel dicht met onze lieve schatten en le bon Dieu. Ik kreeg gisteren je lieve brief vervuld ook weer van die hele grote liefde voor elkaar. Grote verrassing was het. Ik schrok van de rode hond, maar je hebt het prima geregeld al kost het f 1000,-. Geld is niet belangrijk op deze aarde maar gezondheid wel. Ik verheug me zo ontzettend om je te zien met je klein peuter. Ik zal je omringen met mijn liefde die ongelooflijk groot is. Ik weet niet of ik deze brief erg lang kan maken want volgens afspraak komen de jongens om 10 uur hier. Heerlijk dat onze kinders zo lief zijn tegen elkaar en geen ruzie maken. Nu even over onze vakantie plannen. Ik heb helemaal geen zin in Kopenhagen (red. geologisch congres) omdat ik dan niet bij jij ben. Ik snak er naar om samen ergens te zitten net zoals je zei. Rustig niet et veel rijden. Niet teveel mensen. Genieten van elkaar en God's natuur. Je ziet ik heb nu al twee keer het woord God gebruikt, maar ik begin een beetje te geloven dat het accepteren van een geloof onvermijdelijk wordt. Het is de grote kracht die alles en ons samen bindt. Ik had laatst bij de fam. Wijers, de grootvader van Simon een heel lang interessant gesprek met een logé Prof Loeff, hoogleraar in de filosofie in Tilburg, rechtskundig adviseur van het Nederlands episcopaat. Priester en fenomenaal intelligent. Hij zei volkomen nieuwe dingen, nl dat het helemaal niet zeker was dat de hel bestond en dat iedereen verdoemd zou zijn. Een man naar mijn hart en kon eindelijk antwoord op mijn vele vragen geven. In Nederland ga ik vast nog eens langer met hem praten. Wees alleen nog maar niet bang, dat ik direct katholiek wordt, want dan moet er toch nog heel veel gebeuren. Oh grote schat ik denk zo vaak aan jullie viertjes. Het is zo ontzettend dierbaar. Ik schrijf je nog wel waar we naar toe gaan. Ik weet het ook zelf ook niet, maar ieder geval, weinig rijden, weinig klimmen, veel naaien, veel eten, veel slapen. veel lief zijn tegen elkaar en voor ons kleine kindje. en heel intens leven en genieten om kracht en sterkte op te doen voor de komende winter, want deze kracht wordt van ons gevraagd door je bon Dieu. Ik ben wel erg sentimenteel vindt je niet, maar het is zo heerlijk heel intens aan je denken met je lieve gezichtje vol met liefde.
Red. nog even een voorval in Spanje). Zondagavond naar stierengevecht in La linea. Het was propvol en vlak voor het begin ging ik even een fles limonade kopen, bij het terugkomen op mijn plaats merkte ik opeens dat ze mijn plastic zakje uit mijn broekzak hadden gehaald. Er zat in : 900 pesetas, 1 paspoort, 1 rijbewijs. Niet zo'n leuk gevoel Ik keek ook maar met een half oog naar het stierengevecht. Na afloop aangegeven bij politie. Ging geweldig vlot en kreeg een bewijs waar ik in Spanje kon reizen , nu alleen nog een papier om over de grens te gaan. Dit heb ik in Barcelona gekregen in 4 uur, not too bad. 12.25 De jongens kwamen aan 2 Lookeren en 5 cursisten. Ze hadden slecht weer gehad. We gaan vannacht omhoog naar de hut Albert Premier. Blijven daar tot de 24 ste , nu alleen oefen in het cramponeren, om daarna met Lionel 10 dagen op stap te gaan waar de condities goed zijn en het weer!!
Derde invitatie cursus van 22 juli- 3 augustus Gidsen Lionel Terray en Lucien Pez. Chef de cordée: Holger en Peter van Lookeren Campagne met nieuwe deelnemers: Huug Boucher, Rob Horning,, Sträter, Peter de Ruiter. We hebben maar liefst drie noordwanden beklommen tw. van de Aiguille de Bionnassay (4052 m), Aiguille de Tricot (3665 m) in de Franse Alpen en de noordwand van de Obergabelhorn (4063 m) in Zwitserland. Behoorlijk zware ijstochten.

Invitatiecursus in de Franse Alpen


Tom de Booij en Lionel Terray

Links noordwand Aiguille de Bionnassay (4052 m) en rechts de noordwand van de Aiguille de Tricot (3665 m). Streeplijn de door ons gevolgde route


In de steile noordwand van de Aiguille de Tricot

De noordwand van de Obelgabelhorn (4063 m). Streeplijn geeft aan de door ons gevolgde route.
Mijn briefkaart aan Adrienne 28 juli uit Blatten. 26 juli.
Schitterende tocht N wand Bionnassy. Veel cramponeren, behoorlijk zware tocht.
Iedereen ongelooflijk enthousiast. Prima stemming. Nu gaan we omhoog naar de
Hollandia hütte Vandaar vele tochten te maken we blijven 3 nachten boven
daarna 1 augustus naar beneden en dan naar Zinal 2 nachten om de 3e 's-avonds
of de 4e naar Chamonix te gaan Tot nu toe mooi weer. Ik verheug me op de 13e .
Briefkaart 4 augustus. De cursus goed afgelopen tot besluit de
Noordwand Obelgabelhorn. Prima tocht nogal zwaar. Stemming zeer goed. Wel een
pak van mijn hart dat alles zonder ongelukken. Balans 3 noordwanden. Wat wil je
nog meer?
Na de cursus weer naar Chamonix om 7 augustus weer bij mijn studenten in de Franse Alpen te zijn . Waar ik de volgende studenten moest beoordelen Leine, Linthout, Zwaan, Westra, Moorman en Kroon.
13 augustus met Adrienne naar Grindelwald om heerlijk vakantie te vieren.


Vakantie in Grindelwald. Adrienne in verwachting van haar derde kind.

Zomer. Mariette en Jan Maarten

Adrienne met haar kinderen in Amstelveen

Kerstdagen in Hattem . Huisje gehuurd bij de Leemkule. Vlnr Elsbeth, Jan Maarten, Maria. Vader Tom, Mariette, Jacob Kallf, Adrienne en Moeder Ot.
Dagboek 1961
Februari. Een tweede publicatie over de resultaten van mijn geologisch veldonderzoek in Zuid-Oost Spanje: Remarks on the tectonic position of the Betic of Malaga in SE Spain on its relation to the Subbetic. Geologie en Mijnbouw nr 2 februari 1961 jaargang 40 ( de eerste publicatie was eveneens samen met Egeler: Occurence of Betic malaga elements in de southern part of the Betic Cordillera (SE Spain ). Geologie en Mijnbouw 39 jg( N.S. 22 ) p. 325. 1960. Mijn naam staat nu als eerste genoemd dit in tegenstelling tot alle vorige publicaties over de Andes Expedities waar Kees eerst wordt genoemd. Het materiaal voor deze twee publicatie is voor het overgrote door mij aangeleverd, maar ja hij is mijn baas en wil graag een graantje meepikken.
Het jaar begon goed met de geboorte van onze zoon Willem Maurits de Booij, die op 11 februari om 19.42 in Amstelveen aan de Rembrandtweg 397 is geboren.

Willem Maurits in zijn wieg en met de zuster

De trotse ouders van Willem Maurits

Links: Gezin de Booij met links mijn moeder. Rechts Adrienne met haar tweede zoon
In maart heb ik een puntenteller aangeschaft voor mijn microscopische analyse van gesteenten. Hierdoor kon ik op een snelle manier tellingen doen van het voorkomen van bepaalde mineralen . Het apparaat koste 4865 gulden en is mij geleverd door het ingenieursbureau Berg en Burg uit Amsterdam. De technische omschrijving geef ik hier weer omdat het laat zien dat het een soort computer is en een voorloper van de echte computers. Ik was er erg trots op niet wetende wat de later computers zouden kunnen.
PUNTENTELLER, speciale uitvoering met totaal 50 tellers, met 3 cijfers en mechanische nulinstelling voor het tellen van 6 verschillende soorten in 6 grootten door middel van het gelijktijdig indrukken van de soort- en groottetoets; verder wordt automatisch geteld: Totaal soort, Totaal grootte en Totaal. Bovendien een aparte teller voor niet ingedeelde soorten, bediend door een aparte drukknop, waarbij tevens de totaalteller werkt. Bij alle genoemde tellingen wordt automatisch de microscoop-stage opgeschoven. Met een aparte drukknop kan deze buiten de tellers om worden opgeschoven. Met een schakelaar kan de opschuifinrichting buiten werking worden gesteld.
Dit apparaat heb ik gebruikt o.a. voor een microscopisch onderzoek van gesteenten van Bolivia. Dit onderzoek heb ik uitgevoerd voor de Bataafsche Petroleum Maatschappij Ik heb van de BPM gesteente monsters uit Bolivia gekregen om verbanden te zoeken tussen deze gesteenten In 1960 kreeg ik een 40 tal gesteentemonsters om na te gaan of mijn methode van onderzoek zin zou hebben. Dit bleek het geval en heeft men mij 282 monsters toegestuurd. Om wishful thinking uit te sluiten, heb ik door Prof Hermes van ons geologisch instituut een codelijst laten maken van de lijst van monsters zodat ik geen aanknopingspunt zou hebben. Het bleek ondanks dat ik niets van de ouderdom van de gesteenten kenden dat ik dank zij mijn microscopische analyse toch groepen gesteenten kon onderscheiden die overkwamen met de gegevens van de BPM. Als resultaat heb ik kunnen vaststllen dat de gesteenten uit oost en noord Bolivia voor een groot gedeelte van de gesteenten niet tot het Perm en Carboon, zoals men aannam, maar van veel jongere ouderdom waren namelijk van Mesozoikum.
Me Pasen bij mijn ouders in Aerdenhout, met de vaste gewoonte van eieren zoeken, die mijn vader geprobeerd had zo moeilijk mogelijk te verstoppen

Pasen in Aerdenhout, de paaseieren zijn bijna allemaal gevonden. Vlnr Adrienne. Moeder Ot, Maria, Jan Maarten en Mariette, Huib ter Haar, Tom
In juni heb ik nog een publicatie gewijd aan mijn veldonderzoek in Zuid- oost Spanje: The occurence of Betic of Malaga in the Sierras de Almagro , Cabrera and Alhamilla Geologie en Mijnbouw 40 Jg., p. 209-218 june 1961

Geologische kaart van gebied ten zuiden van Huercal Overa
23 juni naar Franse Alpen samen met collega Met Kriel Bodenhausen naar Franse Alpen voor excursie met studenten in de Vercors en Chartreuse . Ik heb Kriel ingeleid om het van mij over te nemen..
Mijn brief van 2 juli aan Adrienne. " Wat leuk om er een J.M. en W.M en een M sec te hebben (Red: afkortingen van de voornamen van onze 2 kinderen). Over Willem Maurits nog het volgende: " Hij is gewoon te lief alleen moeten we oppassen dat we (vooral jij ) ons niet te veel vastklampen. Hij moet precies de zelfde hoeveelheid liefde krijgen van ons krijgen als het andere stel Zij en wij hebben er later alleen maar de narigheid van. Verder in de brief : "De heenreis verliep vlot. Erg gezellig met Kriel. In ieder geval is het een geweldige bof dat hij bij ons is gekomen. Het is wel typisch om geen spanning of krampjes te hebben met je tochtgenoot zoals toch altijd wel een beetje met Kees Verder op voet van gelijkheid Alhoewel het met Kees gezelliger is, vrolijker en meer ambiance. We zagen Lionel, was in zeer goede doen en was bezig een boel te schrijven"..
Eind juni naar Spanje naar de studenten voor controle. Veel gebieden van studenten afgereisd
16 juli kwam Adrienne in Malaga en gingen we samen tot 6 augustus naar Zuid Spanje en Marokko. Vakantie maar ook voor geologische onderzoekingen.


Vier foto's van onze reis naar Zuid Spanje en Marokko. Foto links onder bij de rots van Gibraltar.
Tijdens onze vakantie de kinderen ondergebracht bij ouders en schoonouders in Aerdenhout.


Kinderen ondergebracht bij ouders en schoonouders die allemaal leuke dingetjes met ze hebben gedaan zoals een tocht met een reddingsboot van IJmuiden.
Ik organiseerde weer een invitatiecursus voor jonge alpinisten. In de Berggids heb ik het volgende artikel geschreven
Enkele opmerkingen over de invitatiecursus 1961
Ook deze zomer zullen weer een aantal veelbelovende jonge klimmers worden
uitgenodigd om onder auspiciën van de KNAV deel te nemen aan een een cursus in
de Alpen. Het
is misschien goed om op deze plaats nog eens te herinneren aan de doelstelling
van deze z.g. invitatie-cursussen, zoals is vastgelegd door het Bestuur in de
Berggids van maart 1959 onder de titel: Langs
lijnen van geleidelijkheid. Een streven om door
middel van invitatiecursussen de evolutie van veelbelovende jonge klimmers te
bevorderen. Deze cursussen zullen onder leiding staan van een of meer topgidsen, waarvan de kosten voor een
groot deel zullen worden gedekt dooreen subsidie van
de KN.AV. Het
is nu nog te vroeg om de balans op te maken en te beoordelen of het drie-jaren
plan inderdaad aan zijn oorspronkelijke opzet hoeft voldaan. Na afloop van de
derde cursus zal hierover méér te zeggen zijn. Wél kunnen kunnen echter enkele positieve resultaten worden vermeld. In totaal hebben tot nu toe 11
jonge alpinisten van deze invitatie cursussen geprofiteerd en onder leiding van
Lionel Terräy, vol op de gelegenheid gehad om zich te bekwamen in de techniek
van het ijs.. Rekenen we de aanstaande cursus mee dan komt het totaal zelfs op 17 man een
niet onaanzienlijk aantal gezien de hoge eisen , die bij de selectie
werden gesteld. Uit de 11 man die reeds meededen hebben zich ich
minstens 6 ontwikkeld tot zeer goede alpinisten, alleszins in staat om tijdens zware
tochten in het hooggebergte als touwleider op te treden,
terwijl zonder uitzondering alle overige deelnemers
belangrijke vorderingen hebben gemaakt. Daarbij komt dat
elke nieuwe cursus heeft geprofiteerd van de steun van enkele van de beste
deelnemers aan vorige cursussen, doordat dezen als touwleiders werden gebruikt. Hiermee is dus reeds tijdens de uitvoering van het drie-jaren plan één van de doelen bereikt; het
laten. profiteren
van jongeren van de ervaring van de 'oudere' cursus deelnemers. De invitatie
cursus van de komende zomer zal gehouden
worden van 26 juli tot 8 augustus. Evenals in vorige jaren het geval was zal de leiding
berusten bij Lionel Terray, tevens zal nog een
tweede berggids voor de cursus worden aangetrokken. Als touwleiders werden reeds gevraagd: H.C van Lookeren
Campagne, P.F.J .van Lookeren Campagne, R. Leopold en H. Boucher, terwijl zeer
binnenkort een 6 -tal jonge alpinisten zullen worden uitgenodigd deel te nemen
aan de invitatie-cursus 1961. Het ligt in
de bedoeling om in de komende zomer
minder extreme hooggebergte tochten te organiseren dan in voorafgaande
jaren, aangezien de aspirant-deelnemers veelal niet beschikken over enige basiservaring
in het sneeuw en ijs. Het is zonder meer duidelijk, dat de uit te kiezen tochten
hieraan zullen worden aangepast.
Helaas kon ik niet deelnemen aan deze cursus, aangezien ik mijn verplichtingen had om met mijn studenten in Spanje te gaan karteren.
6 juni schreef Heinrich Harrer (een van de vier eerstbestijgers van de Eiger noordwand) mij een brief dat hij 28 juni naar Nederland zou komen en hoopte mij te zien Hij had het voornemen om naar Nieuw Guinea te gaan. Van de staatssecretaris Bot moest hij trachten een visum te krijgen. 17 juni antwoord ik hem , dat ik al naar Spanje ben als hij naar Nederland komt. Mijn contacten met Harrer is voor een paar alpinisten van de 'groupe sans guides' in het verkeerde keelgat geschoten. Hij was namelijk de man die voor zijn eerste beklimming van de Eiger noordwand door Hitler is ontvangen en onderscheiden. Ik weet niet precies meer welk jaar ik deze tegenstand ondervond. Vooral Chris Korthals Altes was mij niet gunstig gestemd en is ook niet meegegaan met de invitatie cursus. Ook vonden zij mij eigenlijk te weinig progressief. Zij wilden gidsloos klimmen Dit heeft hun wel tweeleden van hun groep gekost. Wansink als van der Leek zijn in de bergen kort na elkaar verongelukt.. Zo gek was mijn stelling nog niet om via de weg van de geleidelijkheid te gaan. Maar ja zo gaat het. Eerst revolutionair tov van het klimmen uitsluitend met beroepsgidsen, om daarna weer door een nieuwe groep van alpinisten worden ingehaald die mij maar ouderwets noemden. Eind juni naar Spanje naar de studenten voor controle.

Deze familiefoto heb ik van Edmund Hillary ontvangen. Vlnr: Edmund Hillary, zijn vrouw Louise Mary Rose , zijn drie kinderen. Peter (1954), Sarah (1955), and Belinda (1959). Helaas zijn in 1975 zijn vrouw en de jongste dochter Belinda omgekomen tijdens een vliegtuigongeluk in Kathmandu. Zij wilde haar man begeleiden in een hospitaal in Oost Nepal.
Brief van Adrienne aan mij van 8 augustus met verslag van haar terugreis van Spanje naar Nederland na onze vakantie. " We hadden een lekke band en kregen voor niets een drankje. Daarna Frankfurt in de regen en toen Schiphol in de zon, precies kwart voor vijf landen we. In de verte zag ik al de twee kleine hoopjes zwaaien, het was me een moment. Jan Maarten helmaal vertrokken gezichtje geen lachje kon er af en Mariette meteen stijf omarmen Hij wou me ook geen hand geven toen we naar de auto liepen, maar thuis gekomen, draaide hij bij W.M lag in de box, een dikke bul precies Marlof van vroeger. 's- Avonds in bed kwam er een grote huilbui van Jan Maarten, zo lief was dat, alle verdriet huilde hij er uit en toen mocht hij bij mij slapen die nacht". .
Over Jan Maarten schreef Adrienne 14 augustus aan mij":"JM was in Aerdenhout ontzettend verwijfd en vrouwelijk en liep steeds met hakken en jurken. Nu hier thuis is het afgelopen en speelt hij weer met de jongens met treinen en vliegtuigen. Hij heeft een volkomen eigen droomwereldje, wonderlijk ventje he ? Misschien mist hij zijn vader heel erg, hij praat niet veel over jou, maar ik voel toch wel dat hij dol op je is".

Barre des Ecrins ( 4103 m) bestegen 27 augustus

Traverse van La Meije (3987 m) 29 augustus. Streeplijn de gevolgde route
Mijn brief aan Adrienne van 3 september uit Villach, Oostenrijk. Voor het begin van een geologische excursie in de Oostenrijkse alpen, die ik voor de studenten van ons Instituut had georganiseerd. " Nog even over de bergweek Heel gezellig met zijn vieren. Een behoorlijke tocht was de traversering van La Meije. Kriel ging ongelooflijk goed. Erg lenig Kees klom achter Lionel. Ging erg langzaam we deden daarom zeer over de tocht en moesten 3 rappels maken Lionel was weer ongelooflijk goed, zoals hij dat voor elkaar regelde. Ik moest steeds ongezekerd abseilen, als laatste. Het ging best. Lionel en en en ik probeerde nog een tocht maar de condities waren niet goed. We moesten om de tocht te maken eerst bivakeren op een moraine tussen rotsblokken het was erg gezellig met Terray 's-ochtends om 3 uur weg en om 6 uur bij de Einstieg. Gelukkig had Terray er geen zin in om de tocht te maken, alles was blank ijs. Ik was ook erg blij want ik was nogal bang geweest van de te voren. Ik dacht zo sterk aan jullie en de verplichting die ik tegen over jullie heb.

In onze tuin aan de Rembrandtweg in Amstelveen
Een publicatie over de resultaten van ons geologisch onderzoek in Zuid-Oost Peru in 1956, 59. Preliminary note on the geology of the Cordillera Vilcabamba (SE Peru) with the emphasis on the essentially pre-andean structure. Geologie en Mijnbouw, 40 jg september 1961
5 November heb ik het rapport over mijn microscopisch onderzoek van sedimenten van Bolivia gepubliceerd.

Kerstmis in Aerdenhout
26 december schrijft Lionel mij dat hij 26 november van een rots in Saussois ten zuiden van Parijs een val van 8 meter heeft gemaakt en daarbij 6 ribben heeft gebroken en behoorlijk was aangeslagen. Een week ziekenhuis en langzamerhand herstellende. Dat was schrikken in verband met onze komende expeditie naar de Himalaya. Hij schrijft verder dat zijn boek Conquerants de l'Inutile is uitgekomen. (red. waar ik hem aan de titel heb geholpen)

Met de familie en ouders naar de Leemkule in Hattem tijdens de dagen tussen kerstmis en oudjaar.
( PS. Ik heb vooral citaten over Jan Maarten aangehaald uit de brieven tussen Adrienne en mij. Dit in verband met de moeilijke verhouding met Jan Maarten tot op de dag van vandaag anno 2007)
Dagboek 1962
De plannen voor onze Himalaya expeditie
Zoals ik al heb vermeld in mijn dagboek van 1961 heeft
Lionel Terray onze enkele suggesties gegeven voor een expeditie gebied. Ik
citeer enkele zinnen uit zijn brief van 7 november 1961:
" Je n'ai pas très bien compris dans quelcoin tu espères
pouvoir me faire aller l'an prochain, ta carte
etant assez imprécise et plus encore les indications que tu y a apportées dans le
Garhwal. Il me semble que
ce soit la région de la Nanda Devi. Cela serait très bien car il y a
beaucoup de béaux sommets.
Choisis quelque chose de pas très haut - 7.000 m au plus - mais difficile et qui ait "de la gueule". Les jeunes grimpeurs hollandais sont des
bêtes et marchent vraiment bien. Holly et toi faites de très bons
leaders, moi je suis encore capable d'ouvrir la route, surtout cet automne ou je serai très entraîné.
Il faut faire quelque chose de sérieux. La
région du Népal occidental ne m'emballe pas beaucoup, les sommets ont l'air
tout petits, cette région est très sauvage, les marches d'approche sont très
difficiles et je ne crois pas qu'il existe de cartes, ce qui est pour vous indispensable. Regarde si vraiment il n'y a pas de problèmes géologiques dans d'autre
parties du Népal plus ou moins cartographiées. Je sais que Bordet *) a dit à L. Devies**) que la région de la Krichna Gandaki (c'est la rivière qui
descend de l'Annapurna aux Indes) pose des problèmes passionnants. Tout près
de l'Annapurna, il y a la chaîne de Nilgiri ou rien n'a été fait et qui
serait assez bien".
*) Pierre Bordet een franse geoloog, die we later in
mijn reisverslag
zullen tegenkomen.
**)Lucien Devies was president van de Franse Alpen club
In 1951 zouden Egeler en ik met een expeditie
meegaan, die werd georganiseerd door de geoloog-alpinist Prof Klompé.
Het zou een geologisch-alpinistisch doel hebben in het gebied van de
Gharwal Himalaya. Het alpinistische doel zou zijn de berg Nanda Devi
(7816 m). Helaas is deze expeditie door geldgebrek niet doorgegaan.
Ondanks het feit dat Lionel in zijn brief het gebied van de Kali Gandaki
in Nepal voorstelde, bleven we bij ons plan om naar het gebied van de Gharwal
te gaan. Ik schreef op 29 januari 1962 aan Lionel Terray, dat de
regering van India ons de toegang had geweigerd.
Mijn brief van 29 januari 1962 aan Lionel:
"I can only express the
wish that we will see our way in going to India this autumn. Our first
request to enter the Garhwal region has been refused by the Indian Government, and we have now
made a second one, cutting down the expedition area to south of what is
called the "inner line", i.e. the boundary of the zone which usually is open to tourists. We are doing our utmost to obtain permission, and all our
"high connections" are busy working for us. Unfortunately, the
difficulties between
Holland and Indonesia over New Guinea is just very active now, and this may actually spoil our chances as the Indian Government will not
easily see its way in letting Soekarno down. I think, however, that we will
know more within a month. All our chances of getting into Nepal, should the Indian project be refused, seem to
have dwindled to nothing. In any case our Dutch Ambassador has advised against asking for permission in Nepal, considering the unstable situation there. He thinks that we will never be able to get a permission. There is, of course, quite a difference between
a mountain climbing expedition and a geological expedition. If one wishes to
climb a mountain, one can make all plans beforehand, i.e. one can say
exactly through which valleys one intends to travel, where the base-camp
will be established, etc. We geologists, on the other hand, can make no definite plans, but must just invade the area, going up any valley that promises to be of interest. This too may be a reason for refusal. If our Garhwal project should fail, the only thing to do is to switch
over to Pakistan, i.e. to the Hunza or Gilgit region, where the geology is
very interesting and where there is quite much to do from a mountain climbing point of view. It is very uncertain, however,
whether we will see our way in organizing such an expedition within
this year. As soon as we hear more, we will let you know. If our permit to Garhwal is granted we will come to Paris to make final arrangements".
Ook ons tweede verzoek voor het nieuwe gebied in de Gharwal Himalaya werd afgewezen. Egeler en ik hebben toen besloten om de suggestie van Lionel om naar het gebied van de Kali Gandaki te gaan, nader te onderzoeken. Om meer zekerheid te krijgen over een eventuele toestemming is het beter om dit ter plekke te doen. Zo reisde ik 18 april 1962 af naar Nepal voor een onderzoek naar de mogelijkheden. Hiervan heb ik een dagboek gemaakt, dat ik hieronder integraal weergeef.
Rapport eerste reis Nepal 18 april - 2 mei 1962
Woensdag 18 april 1962. Vertrek Nederland 9.13.
Tussenlandingen Frankfurt-Praag-Genève-Beiroeth-Bombay. Aankomst New Delhi
donderdag 19 april 15.00.Tijdsverschil 4 1/2 uur. In Genève chocola gekocht
(niet aanwezig in New Delhi).
Donderdag 19 april 1962. In vliegtuig 2 flessen brandy, 200 sigaretten. Dit mag men meenemen in India. Alleen wel
moeilijkheden met douane in Bombay (drooggelegde stad) met 2 flessen brandy.
Beter dus niet meenemen, wel sigaretten. Meebrengen van meer dan 75 Rs (India)
is ten strengste verboden,wel dollars zowel in trav.cheques als cash. New
Delhi: afgehaald door de Ambassadeur (mocht bij hem logeren). Links verkeer went
snel. Met de auto van de ambassadeur naar de stad. Pasfoto's laten maken, Royal Nepal Airlines plaats geboekt vliegtuig. Bespreking Trade Wings.de manager
is Bali Saiga, zeer voortvarend. Moeilijkheden douaneformaliteiten besproken.
Vrijdag 20 april. Visum gehaald voor Nepal bij eerste secretaris, de heer Bath.
Deze gaf al hoop voor de zekerheid van het krijgen van een permissie voor onze
expeditie. Van tweede secretaris Chah het visum voor een week gekregen. In de
stad nog geprobeerd naar Mapes Sales section te gaan. Helaas gesloten, want het
was Goede Vrijdag! ! Naar Ambassade de France. Gesproken met Mr Flory.
Deze man had de expeditie voor de Fransen georganiseerd. Hij deelde geen nieuwe
bijzonderheden mee,wel vertelde hij over de aankomst van Bordet, helaas net deze
vrijdag naar Kathmandu doorgevlogen. Hij bleef echter volgens zijn informaties tot 25 april
in Kathmandu., om daarna door te vliegen naar congres Vulkanologie in Japan.
Hij is dus 2 dagen op ons voor en kan in Kathmandu samen met Hagen tegen ons
gaan kuipen. Na lang beraad met de Ambassade telegrammen verstuurd om mijn komst
te annonceren, zowel aan Hagen als Bordet. Dan speel ik toch nog een rol
mee bij hun berekeningen. Volgens Flory wilde Bordet naar hetzelfde gebied als
wij. 's Middags telegrammen verstuurd naar Bordet als Hagen (deze kwamen helaas
later aan als ik zelf t.w zondagmiddag).
Zaterdag 21 april 1962. Bespreking Trade Wings met de heer Saigal, grote moeilijkheden. Allereerst
vragen aan het Ministerie van Nepal om een permissie dat alles in transit gaat
door India en dat het in Nepal mag worden ingevoerd. Voorts voor Trade Wings -
New Delhi lijsten maken als volgt: (15 kopies) in Engels en met de waarde in Rs (Ind.) of
dollars Met deze lijst en tevens officiële brief van ons gericht aan New
Delhi om ons op te treden en alles te regelen voor het transport e.d.. Hiermede gaat hij naar de Nepalese Embassy en tevens het het O.K. van Kathmandu (door ons aan te vragen),
daarna naar Ministry of Exterrnal Affairs + Centre Board Revenue. Vervolgens
gaat alles dan naar de Collector of Customs, die zal vragen een garantie, een
zeer hoog percentage. Dit alles zal ongeveer 10 dagen in beslag nemen, garantie zal volgens Trade
Wings worden afgegeven door de Nederlandse Handel
Maatschappij
N.V. in Bombay. Volgens Saigal moet men rekenen op 100%, maar dit lijkt niet correct, want men zou immers kunnen verwachten,
dat alleen de duty tax
zou gelden als basis van garantiehoeveelheid.
Saigal raadde (ook na te hebben overlegd met hun officier in Bombay) om het schip
naar Bombay te sturen , vervolgens per trein tot Birgam
en vandaar naar Kathmandu met truck om vervolgens
alles te laten inklaren in Nepal.
Zoals blijkt is dus alles nog zeer
ingewikkeld. Volgens onze Ambassadeur is een garantie via de Ned. Handelmij
mogelijk. Het is te hopen dat alles zo zal lopen. Het probleem bagage Terray is
nog niet opgelost. Over deze gegevens beschikken we nog niet voldoende om
alles te regelen. De kaarten van Nepal niet zo maar te krijgen. Eerst
vergunning aanvragen. Een formulier met alle gegeven ingevuld en aan onze
ambassade gegeven die zal proberen om deze "restricted maps" los te krijgen. Ik
heb ze aangevraagd voor 1 jaar. Deze zullen naar wij hopen aan Amsterdam door de Amb. worden opgestuurd. Wij moeten ons garant stellen voor porto- en
kaartkosten. Van ambassade officieel papier gekregen voor Nepalese
autoriteiten om mij behulpzaam te zijn.
Zondag 22 april 1962. 6.30 vertrek New Delhi naar Sardajung airport
8.10 vertrek New Delhi. Na prachtige tocht (de gehele keten van Gharwal·Ganesh Himalaya) . Kathmandu
11.20. Heerlijk
klimaat. Lieflijk plaatsje. Geen plaats
in hotel, wel ondergebracht alleen voor slapen in Imperial
Hotel. Contact
opgenomen met Hagen en Bordet. Hagen's vrouw deelde mee dat ik hem maandag
op de office van United Nations te pakken kon krijgen. Bordet na lang wachten te pakken gekregen bij de Jezuïetenpaters. Hij zou mij de volgende dag komen ophalen. Naar het Ministerie van
Foreign Affairs. Vergunning in principe toegewezen.
Alleen 2 maal 1600 Ra als
entree te betalen, aangezien zowel een expeditie voor wetenschappelijk werk
als alpinisme ten Zuiden van Mustang toegewezen. Geen andere aanvragen voor het
zelfde gebied in dezelfde tijd Daarna naar Director of Customs.
Bijzonder beschaafde man. De volgde details twee lijsten maken:
a) alle goederen die ingevoerd worden en die geconsumeerd zullen worden .
Van alle artikelen vermelden: value, item
zoals bij douane India
b) alle goederen welke werd uitgevoerd zullen worden na de expeditie
Voor a)
zullen meteen de invoerrechten moeten worden betaald, de percentages zullen in
Kathmandu worden bepaald. De betaling in % is misschien nog aanwijzingen
onderhevig , maar zal behoorlijk hoog zijn. Voor b) zal een borgsom moeten worden
betaald dat ongeveer gelijk zal zijn aan de invoerrechten. Bij
weder uitvoer zal alles weer terug worden betaald.. Deze garantie behoedt niet in
cash te zijn, maar moet een bankgarantie ,misschien zelfs aan de Ned.Handel Mij
in Bombay zijn. Dit nog nader opvragen aam Kathmandu Central Bank lts.
Volgens de directeur behoort de garantie in India niet hoger te zijn dan
de duties te bedragen. Hij was er zelfs voor naar India gewest om de
moeilijkheden te bespreken. Ik zou nog wel woensdag komen om alles te
regelen. Visum aangevraagd voor Pokhara .Dit gekregen.
Hij zou ook proberen of een garantie genoeg zou zijn, maar hij dacht wel, maar in de richting van cash. De customs verliezen dan rente. Verder zal het bedrag hoger zijn dan de duties. Dit ter voorkoming dat het een verkapte manier is om iets naar binnen te nemen, en dan duur te verkopen in het land. Hij achtte een aanbeveling van de Ambassadeur niet nodig. M.i. had Beelaerts ons veel eerder moeten introduceren bij deze man (zeer energiek en efficiënt). Hij wist totaal niets van onze onderneming. Hiermede is dus mijn missie compleet een succes. Laat niets te wensen over.De Cons.Gen. ging naar een receptie en gaf me een lift. Hij vroeg zelfs of de chauffeur me naar de stad zou brengen. Zo reed ik dus met auto + standaard prinsheerlijk door Bombay. Van kantoor Indian Airlines een lift gekregen naar vliegveld Bombay. Daarna opgefrist, gegeten en uitgechecked. Nu even over twaalf van de tweede mei zat ik op het terras van vliegveld te schrijven. Gek idee vandaag, si dios guiere, thuis te zijn. De customs zeiden nog dat zij als personal belongings ook dezelfde soort maatstaven aanleggen als de Nepalezen. Met een kleine wegwijzer professional equipment 3000 Rs I.C. voor dokters, 1000 Rs. I.C. voor ander soort mensen.
Gegevens India. Niet meer dan 200 sigaretten, 2 bottles of brandy (alleen indien men in New Dehli landt). Niet Bombay, want dat ligt droog. 75 Rs (India). Niet meer, ten strengste verboden, wel dollars, vooral traveller cheques. Wisselkoers in vliegtuig 4.76 = 1 U.S. dollar, in New Dehli 4.70 trav.c. en 4.65 voor cash. Office uren van Ambassade in zomer 8-13.00. Zaterdag 8-13.00. De eerste zaterdag in de maand is een vrije dag! Verder alle hindufeesten etc. Deze nog opvragen aan Ambassade. Normale office-uren van 10-5.00 uur.
Einde dagboek verkenningsreis naar Nepal
In mei naar Spanje voor controle studenten. Per vliegtuig naar Spanje via Frankfort-Génève-Barcelona -Valencia en met trein naar Huercal Overa in Zuid-oost. Spanje.4 dagen met Volk, 4 dagen met Rondeel,1 dag met Vroom, 1 dag met Westra en tot besluit 3 dagen met Bicker.
Adrienne schrijft me dat onze zoon Mauk traanzakkenontsteking van de ogen heeft gehad. Verder dat haar vader Sam Strumphler dinsdag 21 mei om vier in de middag is gestorven. Zaterdag 26 mei is de begrafenis op Westerveld. Ik schrijf 23 mei aan Adrienne vanuit Garrucha over haar relatie met haar Vader: "Je was zo sterk met hem verbonden. Hij hield zo intens veel van je en had alles voor je over, zodat ik er wel eens jaloers op werd. Nu voel je verlaten van een grote steun en liefde. Het is heel moeilik voor je geweest deze tijd. Je hebt er heel weinig over laten merken, ook omdat je weet hoe mijn gevoelens voor je vader waren. Dat was weer de grote liefde voor mij, maar ik heb toch duidelijk gevoeld hoe zeer je aan hem gehecht was en zo van zelfsprekend van iemand die zoveel warmte en liefde voor je had"..

Graf van Sam Strumphler (1999-1962) op de begraafplaats van Westerveld,Velsen
6 juni vertrek naar Grenoble in Frankrijk wederom controle van studenten tot 18 juni. Weer terug bij de familie in Amstelveen 19 juni.

Voorjaar 1962. De trotse moeder met haar 3 kinderen
23 juni trouwt mijn zuster Maria met Huib ter Haar in Bloemendaal met na afloop een receptie op de Catslaan in Aerdenhout


Boven: Het bruidspaar Maria en Huib met de bruidskinderen Jan Maarten en Mariette. Onder: Na de receptie voor het huis van de bruid, vlnr Prinses Beatrix, prinses Irene, Adrienne, Tom Sr en Tom jr.

Hun huwelijksreis ging naar Corsica waar ze mijn kennissen in Omessa hebben opgezocht. Voorste rij links Maria

Adrienne in het huis van mijn zuster Elsbeth in Almen, waar zij met haar kinderen logeerde als ik in het buitenland was.
De eerste vakantie met onze twee kinderen Jan Maarten en Mariette naar het buitenland en wel als doel Manderscheid in de Eifel, Duitsland van 8 - 15 juli. Vlak voordat we echter met vakantie las Adrienne toen ze zaterdag middag 7 juli in bed lag in het Handelsblad een advertentie van een huis dat voor 98.000 gulden te koop was in Baarn. We hebben de makelaar Hak in Baarn gebeld of we langs mochten komen de volgden dag om het huis te zien. Zondag 8 juli zijn we dus vertrokken richting Baarn. De makelaar heeft zijn zondagrust opgegeven en ons het huis aan de Prinses Manelaan heeft laten zien. We waren meteen zo enthousiast dat we met hem naar zijn kantoortje in de Hoofdstraat in Baarn zijn gegaan om het voorlopig koopcontract te tekenen.

Het door ons op 8 juli 1962 gekochte huis aan de Prinses Marielaan 5 te Baarn van de familie Diekman voor 98.000 gulden
Daarna doorgereden waar we in Otterloo hebben gepicknickt. Overnacht in Geldern in Hotel Voss. Adrienne en ik hebben vrijwel geen oog dicht gedaan We waren nu in het griezelige bezit van 2 huizen en geen geld. Hoe moet dat nu?. Adrienne heeft de stoute schoenen aangetrokken om haar broer Toto te vragen hoeveel geld we ongeveer zouden krijgen uit de erfenis van haar in mei gestorven vader. Toto was nog al pissig geweest, maar kon wel zeggen dat een 100.000 gulden zou bedragen, wat ons enigszins gerust stelt.

De kinderen kijkend uit het raam van onze slaapkamer in Hotel Voss in
Geldern
Van Geldern naar Manderscheid waar we in Hotel Heidsmühle tot de 14 juli
hebben overnacht. Geweldige indruk heeft gemaakt de vuurvliegjes in het bos. Van
Manderscheid naar Remouchamps in de Ardennen. Onderweg in Les Trois Points zijn
we met een kabel omhoog gegaan en hebben ook zelfs nog geskelterd. Geslapen in
Hotel Ninglingspoo in Remouchamps, De volgende dag nog de druipsteen grot, die
naast het hotel was, bekeken. Op de terugweg naar huis nog de Efteling bezocht.
Zo kwamen we 15 juli moe en voldaan naar ons huis in Amstelveen. Het
waren vooral voor de kinderen onvergetelijke dagen.


Boven : De familie de Booy aan het ontbijt in hotel Heidsmühle in Manderscheid. Onder: tijdens boswandelingen


Boven : Onderweg van Manderscheid naar de Ardennen onder tentzeil gepicknickt. Onder: op een meer wordt er hard aan getrokken.
Na de aankoop van het huis in Baarn 17 juli een begroting opgesteld:
Inkomsten : erfdeel A.D Strumphler
f 100.000
verkoop pand Amstelveen
65.000
hypotheek pand Baarn
40.000 totaal f 205.000
Uitgaven: pand Baarn
f 98.000
overdrachtskosten
6.000
kosten makelaar
1.274
aflossing hypotheek pand A'veen 15.600
kosten hypotheek Baarn
500
verhuis/ inrichtingkosten
8.000
rente tussentijds leningen
2.000
onvoorzien
3.426 totaal f135.000
Restant f 70.000
Door T.de Booy nog aangegane onderhandse leningen met zijn moeder en
grootvader
Moeder in 1957 f 10.000 tegen 3% rente. Aflossing 4% . Grootvader in 1957 f 4.000 tegen 4 1/2 % Aflossing 2%
Vaste lasten per jaar rond f 9000,- Hier tegenover; een binnen drie
maanden opvorderbare vordering op Prof Egeler van 4000,- (Dit dus te
zien als baar geld om plotseling op komende schulden te betalen, zonder iets te
behoeven verkopen.)
Bij deze lasten komen nog de lasten van de hypotheek van f 40.000 op het pand
van Baarn. 4 1/2 % rente en 2% aflossing dus f 2600
Totale lasten voor leningen en hypotheek per jaar rond f 3500. Dit
onmogelijk op te brengen van salaris.
wetenschappelijk hoofdambtenaar. De gemiddelde opbrengst van de f 70.000,- wordt
geschat op f 2500,- indien 50% in aandelen en 50% wordt belegd in obligaties.
Dit wil dus zeggen dat f 1000,-
wordt ingeteerd ,hier komt zeker nog bij een
interen van f 2000,- (de jaarlijks ontvangen f 2000,- van de Heer
Strumphler sr, die door zijn overlijden vervalt. Dit betekent een verkoop van 3000,- aan
obligaties of effecten per jaar. Gerekend over een tijdvak van 20 jaar komt dit
neer dat de f 70.000 zijn opgesoupeerd!!
De rest van de maand juli en de maand augustus heel hard gewerkt met de
voorbereiding expeditie naar de Himalaya, zoals het inpakken van al het
materiaal en het versturen daarvan Het maken van de inventarislijsten etc
etc


Boven: Mijn kamer in het geologisch instituut aan de Nieuwe Prinsengracht in Amsterdam . Onder Egeler wijzend naar ons expeditiegebied op de wereldkaart


Boven:: Nijhuis en Schaar sjouwen de bagage naar de vrachtauto. Onder: de opgeladen vrachtauto met ons expeditie materiaal
De dag voor mijn vertrek naar de Himalaya heb ik om 5 uur in de ochtend op 21 augustus aan Adrieen een afscheidsbrief geschreven. Ik herinner me als de dag van gisteren, dat ik deze geschreven heb in mijn werkkamer op zolder op de Rembrandtweg in Amstelveen. Ik geef hem integraal weer omdat het veel inzicht verschaft over mijn geestestoestand en ook mijn verhouding met Adrienne ( Nu anno 2008 bijna 46 jaar later is het nog al schrijnend voor mij om deze brief te lezen, omdat ik nu weet wat er in die bijna 46 jaar allemaal tussen ons is gebeurd).
Liefste van mij. Het is nu heel vroeg in de morgen. Iedereen slaapt nog heerlijk om nu even met jullie langs deze weg samen te zijn. Over 30 uur zit ik in de lucht om naar de Himalaya te gaan. De droom van altijd! Misschien met een andere instelling dan ik vroeger dacht dat ik zou hebben gehad. Niet zozeer de eerzuchtige gevoelens van de Himalaya te hebben bereikt, als wel dat het de kroon op het harde werken is, dat we naar het dak van de wereld mogen reizen. Het beleven van dit gigantisch avontuur en de mogelijkheid om nog meer tot meditatie te komen en het bezien van het leven in een nog groter verband. Dit is wat ik daar ga zoeken en het waard vindt om zo van jullie weg te gaan, want dat is misschien het grote verschil met vroeger , ik ga in gedachten samen met jullie en voor jullie er heen. Oh lieverd er is maar één sterk gevoel in mij terwijl ik nu zo schrijf, dat onze liefde eeuwig is en dat ik het gevoel dat we gewoon niet dichter bij elkaar kunnen zijn zo intens is onze liefde . Ik zal veel om je huilen, maar dan van geluk dat het mogelijk is in deze rare wereld zoveel zuiverheid te hebben als wij samen hebben en beleven. Wat ben je toch een lieve schat en wat heb je in dit huisje jouw sfeer kunnen brengen nl de harmonie. Wat jouw kenmerkt is evenwichtigheid, liefde en trouw. Het heeft gemaakt samen met mijn atoomgenerator tot een perfecte samenleving. Deze atoomkracht zal je nu moeten missen en deze zal je sterk gaan missen en voelen want je hebt deze nodig. Nu is mijn hoop dat je hem kan putten in de wetenschap dat ik altijd bij je blijf in gedachten en je door dik en dun trouw zal blijven in lichaam en geest. De kinderen hebben je zo ontzettend nodig. Ze houden zo verschrikkelijk veel van je omdat ze in je vertrouwen en weten hoeveel je van ze houdt. Het moet toch een heerlijk gevoel voor je zijn om te weten dat ze zo veel van je houden en afhankelijk zijn. Denk maar aan W.M, als ik een hand naar je uitsteek begint hij al te huilen. Jan Maarten laat het niet zo merken, maar ook hij is helemaal van je afhankelijk. Mariette op haar manier ook. Wat een stel lieve kinderen. Nu gaan jullie viertjes straks verhuizen, naar een heerlijk plekje. Het zal erg druk voor je worden en je zal veel beslissingen moeten nemen zonder mij, maar ik geloof heel sterk, dat je het toch goed zal doen, denk vooral niet: oh als Tom dat maar goed zal vinden Ik vind alles goed, want onze smaak ligt zo griezelig dicht bij elkaar dat er nauwelijks gevaar bij is, dat je iets verkeerd zal doen. Wat een plekje! Zo vol met heerlijk rust, waar van zo veel houden en als we in dit huisje net zo gelukkig mogen zijn als hier in Amstelveen deze afgelopen jaren zijn verschrikkelijk gelukkig geweest. We hebben er bewust van genoten en dit is een rijkdom, die ze ons nooit kunnen afnemen, een positief iets, dat door de grenzen van materie en energie hen breekt en samen vloeit in iets wat sommige mensen God noemen, maar wij als iets minder persoonlijks en wel de grote natuurkracht, die de bron is van alles en een zeer sterk religieuze sfeer, die nu eenmaal bestaat en waarin we beiden zeer sterk geloven. Het is waard om te leven en tijdens zo'n leven alles te geven. Hopelijk moge Elsbeth woorden uitkomen ook voor ons verdere leven onverwacht, doelgericht en vurig. Oh lieverd wat ben je toch sterk met me vergroeid, het afscheid zal heel zwaar vallen maar wees ontspannen want dan allen kunnen hét intens doormaken en beleven. Hoeveel mensen snakken naar zo'n liefde als wij hebben voor elkaar. Je moet maar denken, dat het gros van de mensen wel bij elkaar zijn, maar eigenlijk miljoenen kilometers van elkaar verwijderd zijn, terwijl wij met onze liefde altijd verschrikkelijk dicht bij elkaar blijven, terwijl we in lichaam heel ver weg zijn en waartussen hele hoge bergen, verschrikkelijke kloven, wouden en woestijnen etc. Dat is het wonder der liefde en iets wat nog meer in de materie en energie het beantwoordt niet aan de gewone natuurwetten als afstand, snelheid, zwaarte etc. maar aan hele andere iets wat alles overbrugt. Vele religieuze stromingen, die er in de wereld tot nu toe zijn geest hebben toch als groot punt: liefde overwint alles. Nu mijn grote lieve schat er is iets heel moois en sterks in ons. Ik zal je lieve warme gezichtje zo ontzettend vele keren voor me zien, als ik ergens in een tentje lig midden .in de geweldige natuur. We zullen hopen en ook samen een beetje bidden, dat het ons gegeven zal zijn om dadelijk weer bij elkaar te komen met onze lichamen en met ons vijfjes te mogen genieten van dit geweldige leven dat ons zo dierbaar is: Je t 'aime follement. Ik zal je in alles trouw blijven, daar kun je van op aan! Wees voorzichtig en maakt van deze tijd het beste ervan en geniet in je huisje!!! Ton grand chou".
Op dezelfde dag 21 augustus om11 uur schrijft Adrienne een briefje dat ze me op mijn reis meegeeft. Lieve lieve schat Hiet is je dierbaar viertal, we zullen heel dicht bij je zijn op je verre reis en heel sterk aan je denken. Nu ik dit schrijf zit ik heerlijk te snotteren en zal jij dat nu ook weldoen. Het is niet alleen om verdriet dat ik huil maar meer nog om het intens grote geluk, dat we samen hebben en dat ons sterk zal maken om deze komende tijd zonder elkaar minder moeilijk te maken. Ik ben heel dicht bij je. God bless you, mijn lieverd. Heel erg veel liefde en zoentje van je grote schatten.
22 augustus 1962 is het dan zo ver, dat Egeler en ik in het vliegtuig stappen en het grote avontuur gaat beginnen


22 augustus 1962.Het grote moment het vertrek van Kees Egeler en Tom de Booy van Schiphol voor het grote Himalaya avontuur. Afscheid van hun dierbaren
Nederlandse Himalaya Expeditie 1962

Het expeditiegebied van de Nederlandse Himalaya expeditie 1962
De deelnemers van de expeditie zijn:
a. wetenschappelijk: team:
Prof. Dr. C.G. (Kees) Egeler: geoloog; hoogleraar in de algemene geologie
aan de Universiteit van Amsterdam; deelnemer aan de Nederlandse Andes-expedities
1952, 1956 en 1959; wonende te Hilversum; 45 j.; neemt tevens deel aan het
alpinistisch gedeelte.
Dr. T.(Tom) de Booy : geoloog; wetenschappelijk hoofdambtenaar aan het
Geologisch Instituut der Universiteit van Amsterdam; deelnemer aan de
Nederlandse Andes-expedities 1952, 1956 en 1959; wonende te Amstelveen; 37 j.; neemt tevens deel aan het alpinistisch gedeelte
Dr. J.W.A. (Kriel) Bodenhausen: geoloog; wetenschappelijk hoofdambtenaar aan het
Geologisch Instituut der Universiteit van Amsterdam; wonende te Baarn; 38 j.
Drs. H.J (Herman): Nijhuis geoloog; assistent aan het Geologisch Instituut der
Universiteit van Amsterdam; wonende te Amsterdam; 26 j.
Drs. G (Gerrit). Schaar: geoloog; wonende te Wormerveer ; 29 j.
Dr. A (André) Tammes arts; als chirurg verbonden aan het Bronovo
Ziekenhuis te 's-Gravenhage; wonende te 's-Gravenhage; 44 j. Zal fysiologische
onderzoekingen verrichten op grote hoogte.
b. alpinisten team:
L. (Lionel) Terray: berggids; deelnemer aan de Nederlandse Andes-expedities 1952
en 1956; deelnemer aan verscheidene Franse expedities naar Himalaya en Andes;
thans in Nepal als leider der Franse Jannu-expeditie; wonende te Chamonix; 40 j.
P (Paul). van Lookeren Campagne: arts; wonende te Amsterdam; 30
j.; neemt tevens deel aan het fysiologisch onderzoek op medisch gebied.
H. C. (Holger) van Lookeren Campagne: student in de werktuigbouwkunde te Delft;
wonende in Amsterdam; 27 j.
P. F. J (Peter). v. Lookeren Campagne: tandheelkundig student te
Groningen; wonende te Groningen; 27 j.
Leider der expeditie is Prof. Dr. C.G. Egeler met Dr.T. de Booy als plaatsvervangend leider. Tijdens het alpinistisch gedeelte zullen de klimmers geleid worden door Lionel Terray.

Deelnemers Nederlandse Himalaya expeditie: 1. C.G. Egeler, 2. L. Terray, 3. Tom de Booy. 4. G. Schaar, 5. J.W.A. Bodenhausen, 6. H. J. Nijhuis, 7. P. van Lookeren Campagne, 8. H.G. van Lookeren Campagne, 9. P.P.J. van Lookeren Campagne, 10. A. Tammes, 11. G.B. Kalikote, liaison-officier, 12. Wongdhi, sherpa-sirdar
Hoe de gelden - in totaal f 175.000 - voor de expeditie bijeen zijn gebracht:
De deelnemers zullen een aanzienlijk deel der noodzakelijke gelden uit eigen
middelen inbrengen. Elke deelnemer f 6000,-. Daarnaast zullen de kosten worden
bestreden door middel van subsidies van verschillende instellingen op
wetenschappelijk, cultureel of sportief terrein en van particuliere zijde.
Subsidies werden toegewezen door:
De Nederlandse Stichting voor Hooggebergte-Exploratie (de gelden zijn
verkregen door de opbrengst van lezingen, artikelen van Egeler en de Booy) Nederlandse
Organisatie voor Zuiver-Wetenschappelijk Onderzoek (ZWO)
De Koninklijke Nederlandsche Alpen Vereeniging
Het Koninklijk Nederlandsch Aardrijkskundig Genootschap
Het Molengraaff Fonds
Het Prins Bernhard Fonds.
Materiele steun van vele bedrijven, reducties bij vervoer, en bij aankoop van
materialen, voedingsmiddelen etc.
Het dagboek van de Himalayas expeditie 22 augustus- 27 december 1962 geschreven door Tom de Booy voor het weekblad de Spiegel
Woensdag 22 augustus 1962. Vertrek Schiphol 11.00 a.m. Vlucht KL 331 Amsterdam-Génève, met twee
passagiers, die door zullen vliegen met Air India naar New Delhi. Een nogal nuchter begin van een dagboek van een expeditie, maar zijn dit niet
de woorden waarnaar Egeler en ik reikhalzend hebben uitgekeken vanaf onze
kinderjaren? Het is het daadwerkelijke begin van een tocht, of beter gezegd
ondernemen, die zo’n 12 jaar voorbereiding heeft gevraagd. Al spoedig boven de laaghangende wolken, die het groene, natte, maar toch zo
dierbare Holland bedekten. De laatste banden waren echter verbroken. Een gevoel
van ontspanning. Na het moeilijke afscheid van onze lieve vrouwen en kinderen,
het einde van de voorbereidingsfase, het einde dus van eindeloze telefoontjes,
brieven, geldzorgen, en andere spanningstoestanden. Het was een beetje het
gevoel dat je hebt na een zwaar examen. Er moest dus wat op gedronken worden, en
wat konden we beter doen, dan de goede Hollandse oude klare te laten serveren
door een bijzonder aardige en hartelijke stewardess? Het leven in een vliegtuig in deze tijd gaat gewoon te snel, het is met je
gedachten nauwelijks te volgen. Voordat we het ons goed en wel realiseerden,
waren we in Zürich geland. Stralend weer, heerlijke berglucht. Van Zürich naar
Génève. Het trainingsgebied voor de Himalaya was aan onze linkerkant te zien:
Berner Oberland en Wallis. Elke berg en route was goed te herkennen. Kreten van
Egeler en mijzelf, zoals: "kijk daar eens, dat graatje of wandje!", volgen
elkaar in snel tempo op. Ook het Mont Blanc gebied was zeer goed te zien. In Génève gekomen stond de slanke vogel van de Air India al klaar. Het
bleek
tot onze opluchting, dat het vooruit verzonden expeditiemateriaal al naar New
Delhi was doorgestuurd. 14.45 uur take off naar New Delhi. Met een enorme kracht verhief zich de
machine. In een aantal luttele minuten vlogen we over de top van de Mont Blanc.
Het leken speelgoed bergjes. Waren dat nu die door ons gevreesde bergen, waar we
zo dikwijls met Lionel Terray bange uurtjes hadden doorgemaakt in de een of
andere noordwand? Alles is dus relatief en het hangt er maar van af vanuit welke
hoek je het bekijkt. In een steenharde noordwand, waar je je met moeite staande
kunt houden, of vanuit een heerlijke luie stoel in een jetplane op 7000 m. met
een heerlijk maal voor je. Voordat we het goed en wel door hadden, zaten we op
de vlieghoogte van 12.000 km boven de machtige cumuluswolken, 3000 m hoger dan
de hoogste berg ter aarde. Zo vlogen we dus richting India. Een snel vallende
avond, met typische zeer scherpe kleuren en diep rode en purperen tinten. In het
donker een landing te Beiroet. 45 minuten later gaan we al weer op weg naar New
Delhi.
Donderdag 23 augustus 1962. Door de loudspeaker klonken de volgende woorden: "Flying time to Delhi,
distance of 4000 km, will be covered in 5 hours time at an altitude of 37.000
feet". Zoiets is in de moderne tijd ook niet meer iets om bij stil te staan men
aanvaardt het als iets gewoons. Na een souper nog wat lezen, daarna wat slapen
en de loudspeaker annonceert al weer: "in a few moments we will land at Palam
Airport New Delhi". Weer even later lopen we in een volmaakt Oosterse wereld.
Vrouwen in prachtige sari, mannen in het wit, etc. Opgewacht door de heer Jongejans, ambassade secretaris, die wel heel vroeg
uit de veren moest komen, om ons af te halen. Na enkele tijdrovende
douaneformaliteiten reden we naar New Delhi. Voor Egeler was het wel een vreemde sensatie. Voor het eerst in het Oosten.
Het oostelijkste punt dat hij tot nu toe had bereisd was Wenen geweest. Al zijn
reizen waren altijd in westelijke richting geweest. Het was frappant om te zien
hoe deze Oosterse sfeer als een bom insloeg, d.w.z. in de goede zin. Alles was
nieuw. De klederdracht, de gewoontes en bovenal de alles doordringende Oosterse
sfeer. De betovering had ons al direct te pakken. We konden vandaag al volop genieten, doordat de heer Jongejans ons Delhi
heeft rondgereden. We hadden vandaag geen zaken te regelen, aangezien het weer
een feestdag was nl. het Kerstmis van de Hindoes, te weten de geboorte van Lord
Krishna, het Janamasthami feest. Het kan gewoon niet missen; of het nu in Peru
is of in India: altijd bij aankomst tijdens onze expedities blijkt het een
feestdag te zijn. Tijdens mijn voorbereidingstocht in April is me dat ook al
gebeurd. Er zijn vele godsdiensten in dit land en alle feestdagen worden door
iedereen gevierd. Zo was het dus mogelijk in een Hindoeland, dat op Goede
Vrijdag alles gesloten was toen ik de voorjaar in India aankwam. We maakten van
de nood een deugd en hebben zo geprofiteerd om te gaan sight-seeing- De
temperatuur loog er niet om: 35 graden celcius. Gelukkig betrekkelijk droge warmte. We logeerden in het huis van de Nederlandse Ambassadeur Jhr Mr. G. Beelaerts
van Blokland. Helaas was hij voor een zakenreis naar Nederland, terwijl zijn
vrouw in de bergen met vakantie was. Na een siesta New Delhi bezocht: de
winkelstraat van Janpathroad ( onze Kalverstraat, alleen wel heel wat
verschillen ). Morgen hopen wij foto’s te maken om te laten zien hoe hier b.v.
een schoenen- of een kruidenierswinkel er uit ziet. Zo liep onze eerste dag in India ten einde en na een bezoek aan een Hollandse
familie, de heer en mevrouw Verdonk, doken we in ons bed en vielen in een diepe,
droomloze slaap.
Vrijdag 24 augustus 1962. Om 8 uur reveille. Om 10 uur naar de Ambassade van Nepal in New Delhi. Visa
gekregen, maar we moesten er alleen vooruit betalen. 10 Rs. Per visa! Ik vond het
nogal een afzetterij. We moeten al royalties betalen en ik weet niet hoeveel
invoerrechten op eten, voedingsmiddelen, en nu dus ook al op mensen. Ik
probeerde nog even om er een gratis visum van te maken, maar geen resultaat. Ze
hadden zojuist geschreven instructies hierover van de regering in Kathmandu
ontvangen. Daarna naar de stad gereden om onze reisbiljetten te laten overschrijven en
een bezoek afgelegd bij de Franse Ambassade om het visum voor Lionel Terray te
regelen. Na het middageten een telefoongesprek aangevraagd naar Bombay. Na twee
uur wachten kregen we onze Consul-Generaal de Heer van der Gaag aan de lijn. Hij
had alleen maar goede berichten. De 6 ton bagage was gisteren, verdeeld over
twee 5-tonners, vertrokken van Bombay naar Raxaul. Onze Consul-Generaal
verwachtte dat de trucks 29 augustus in Raxaul (de Nepalees-Indische grens)
zouden arriveren. Alle douaneformaliteiten in Bombay zijn dus vervuld. Wel waren
er nog enige moeilijkheden geweest. Op de kade van Bombay zijn de sloten van de
liftvans doorgezaagd, maar na een zorgvuldige controle bleek er gelukkig niets
te zijn gestolen. Nu maar hopen dat alles veilig aan de grens arriveert. De Heer
van der Gaag had met de chauffeurs afgesproken, dat ze elke dag een telegram
zouden sturen met de laatste berichten. Wat een organisatie van onze Consul-Generaal! Indien een van de trucks zou blijven steken, of pech zou
hebben, is het mogelijk dat een truck beide liftvans transporteert.
s Avonds tegen negen uur kwamen we weer in Delhi terug. Moe
en vies, maar voldaan over een welbestede dag in India, of zoals Egeler het
tegen de butler van de Ambassade uitdrukte Only two day's in India, but I am already in love with
India. Het is moeilijk op te noemen wat het meeste frappeert. De kleuren van de
klederdrachten, de prachtige gebouwen, de olifanten, de kamelen of de apen, de
monniken in typische gewaden, de avondstemming, de fraaie kleuren van de lucht
bij de ondergaande zon of de speciale luchtjes, om maar enkele dingen op te
noemen. Het is misschien niets van dit alles, doch de meest doordringende,
opvallende, de betoverende sfeer. Morgen dus "grand depart pour Kathmandu!"
Zondag 26 augustus 1962. (Dit wordt op geschreven Woensdagavond 29 augustus 1962) 's-Ochtends voor
dag en dauw naar het vliegveld Safdarjung. Nauwelijks aangekomen, of een
slordig geklede Indiër kwam ons vertellen, dat er geen vlucht zou zijn. van
Delhi naar Kathmandu vanwege slechte
weersomstandigheden. Terug naar het huis. van de Ambassade. Of het kwam door
deze tegenslag, of door het
vermoeiende warme klimaat) maar we hebben de verdere
dag vrijwel slapende doorgebracht, met het vooruitzicht
dat er de volgende dag weer een vlucht
zou zijn 's Avonds gegeten bij de familie Verdonck. Op weg er heen door de
slumps van New Delhi.
Dit is met geen pen te beschrijven. Wat hebben wij het toch goed in ons
Vaderlandje. Nog de crematieplaats bezichtigd.
Zeer hygiënisch. Het lijk wordt enkele uren na de dood tussen een houtstapel
gelegd, het geheel overgoten met olie. Hetgeen er nog overblijft, zagen we nog
wat na smeulen. Vooral het hoofd is een goede reclame voor Westerveld. Na een
gezellige avond hebben we van de Heer Verdonck twee flessen Bols meegekregen
voor de goede afloop van de expeditie.
Maandag 27 augustus 1962. Nu gaan we eindelijk weg uit Delhi, alleen is het nog niet zeker of we in
Kathmandu zullen kunnen landen. Alle bagage is gelukkig medegenomen door toedoen
van de Heer Jongejans. Na drie uur vliegen geland in Patra . Na een uur wachten gaan we
weg naar Kathmandu, maar
na een aantal pogingen is er geen kans
om een opening in de wolken te vinden voor de landing in Kathmandu. Terug in Patna werd ons de keus gelaten of naar Delhi
terug te gaan met een vliegtuig of te blijven
overnachten. Na eindeloze besluitloosheid van de groep viel de beslissing om met zijn allen te blijven in Patna om hier onze kans af te
wachten voor een vliegtuig naar Kathmandu. We werden
ondergebracht in Hotel Republic, gelukkig airconditioned:alleen kost een biertje 4 Rs. 50 (= f 3.20) .En dan te bedenken dat miljoenen Indiërs
niet meer dan 1 Roepie per dag verdienen (=0,75)
.
Dinsdag 28 augustus 1962. Voor Egeler een heel beroerde nacht, die hem leng zal heugen! Zware
diarree!. 's Ochtends heb ik gebeld met onze Consul.Generaal
in Bombay om te horen over de vorderingen van onze truck met de bagage.
Ze bleken op 4 dagreizen van Patna te zijn. Niet zo gek.
De grote moeilijkheden komen pas tussen Patna en Raxaul (de Indisch-Nepalese grens) vanwege
zeer zware overstromingen in het stroomgebied
van de Ganges. Ik
heb de politiepost de nummers
van de truck-Nepalesen met de mededeling dat ze de trucks moeten aanhouden en de
chef verwijzen naar de directeur van ons
hotel, die goed met de situatie van de wegen op de hoogte is zodat er een kans meer bestaat dat we het zullen
rooien. De overstroming hadden we
de vorige dag vanuit het vliegtuig heel goed gezien. Verschrikkelijk ...
Zo ver als je kon zien, stond alles onder water. Om 11.30 uur naar het
vliegveld
om naar Kathmandu
te vliegen. Gelukkig was er plaats, alleen niet
voor onze extra bagage. Egeler sleepte
zich met moeite voorwaarts en had tijdens mijn rit
naar het politiebureau met de moed. der wanhoop alles
gepakt. Gelukkig gaan we om 2 uur richting Kathmandu. Na een spannende vlucht:; (voor mijn gevoel rakelings over de toppen
van de eerste belangrijke keten tussen de Ganges en de vallei
van Kathmandu - de Mambarat Lekh geheten) veilig geland in
Kathmandu, waar we
werden opgewacht door Sirdar Wongdhi en onze kok Dannu. Ze waren·dolblij om·te zien. Ze wachtten al 2 dagen voor niets op ons De reis van Darjeeling was goed gelopen. Wongdhi bracht de groeten over van Tensing
Norkey uit Darjeeling. De sherpa's hadden de tent opgeslagen vlak bij het vliegveld.
Sommige van de 6 sherpa's waren 10 dagen lopend onderweg
geweest. Ze hadden slecht nieuws over de weg naar Pokhara. De brug over de Trisuli was weggeslagen. Ze zouden echter proberen met touwen er
overheen
te komen als ze naar Pokhara zullen lopen. Geweldige
kerels zijn die sherpa's. Ze staan voor niets. Met een taxi naar het Royal Hotel.
Heerlijk om weer in dit wonderschone oord terug te zijn. Het is helaas veel te
laat om veel te regelen. Wel oude bekenden teruggezien.
Woensdag 29 augustus 1962. Egeler met Wongdhi boodschappen gedaan Voor f 3000,- aan petroleum,
rijst, vruchten op sap, eten gekocht.. Helaas heb ik er niet bij kunnen zijn om
Egeler tussen 6 kleine sherpa's door Kathmandu te zien lopen. Ik moest naar de
Singhar Durbar voor de regeling van permissie, douane, etc. Gedeeltelijk succes.
Morgen terugkomen was het wachtwoord weer. Wel goed nieuws wat betreft de
douanerechten. Niet meer dan 10% invoerrechten voor expedities. Dat scheelt
ons gelukkig heel veel geld. Het mag wel weer eens, een financieel voordeeltje
na alle stroppen. 's Middags alle financiële regelingen met onze Sirdar Sherpa
Wongdhi getroffen. Aangezien het nog wel even zal duren voordat alle bagage
hier in Kathmandu zal zijn en het daarna nog zeker 10 dagen zal duren voordat
de 100 dragers in Pokhara zullen arriveren, hebben we besloten om de deelnemers
een week later te laten vertrekken uit Nederland. Het zal een bittere pil voor
ze zijn, want als je je zo vast op iets hebt; ingesteld, valt het niet mee
om nog een week te wachten. Hopelijk komt ons telegram op tijd, want het
kan er soms behoorlijk lang over doen.
Donderdag 30 augustus 1962. Weer een dag vol met besprekingen in het
Gouvernementsgebouw. Van het kastje naar de muur gestuurd. s- Middags naar het vliegveld om te zien of het materiaal met
het vliegtuig al was aangekomen. He1aas geen succes. Te veel
passagiers, dus geen vracht. Vlak bij het vliegveld hadden de sherpa's een
kampplaats gemaakt. De kok Dannu heeft meteen voor thee voor de Sahibs
gezorgd. Onze 6 sherpa's: heten als volgt: Sirdar Wongdhi (1eider), Mimgma Tsering, Dannu (kok),
Sona, Ang Pharba, Dorjee. Bijzonder vriendelijke mensen. In. het
vliegveldrestaurant hebben we de contracten gemaakt. Alleen de leider Wongdhi kan
ondertekenen, terwijl de
anderen een vingerafdruk op het contract zetten. 's Avonds
geen nieuws te melden.
Vrijdag 31 augustus 1962 .Vroeg reveille en 7 uur
vertrokken
per jeep naar Raxual om te trachten contact te zoeken met de trucks met ons
expeditie materiaal. Egeler helaas niet in conditie om mee te gaan Na enkele
moedige pogingen om op te staan teruggekomen in bed met zware diarree,
misselijkheid, etc. Het belangrijkste was dus om zo snel mogelijk contact te
zoeken. Dus ben ik met Sirdar Wongdhi, Dannu en Mimgma Tsering op pad gegaan. Bij de eerste controlepost buiten Kathmandu
moeilijkheden ondervonden met de politie. Geen
permissie voor de jeep om door te
rijden. Terug naar Kathmandu om vergunning te halen. Ik ben echter met Dannu
en Tsering lopend verder gegaan om van de gelegenheid te profiteren om geologie
te doen. Na 4 uur lopen kwam de jeep ons achterop, alleen met de nogal
onverwachte mededeling dat ik terug moest naar de controlepost om mijn paspoort te laten afstempelen. Ik heb tegen de chauffeur gezegd dat hij
mijn paspoortgegevens maar moest brengen, want dat ik er niet over dacht om
terug te gaan. Zo liepen we dus maar weer verder. Na 2 uur lopen kwam
eindelijk de jeep, alleen tot aller verbazing met een man van de controlepost. Hij zou en moest mijn gegevens persoonlijk hebben. Zo bang is hij dus voor
zijn superieuren om mij zo maar doorgelaten te hebben zonder controle. Hij moest
alleen maar zien hoe hij terug zou komen. Toen begon de tocht pas werkelijk.
Inmiddels was het al 3 uur 's middags. Snel doorgereden langs zeer smalle, zeer
gevaarlijke bergwegen, over 2 passen en in het donker aangekomen in een klein
plaatsje Bhaise. Het stond er vol met trucks. De weg
was enkele kilometers verder volkomen geblokkeerd sinds vanmiddag.

De verongelukte vrachtauto in het ravijn
Overnachten
in een uiterst primitief hotel. Typisch om te merken
hoe gewoon iedereen het vond dat de weg was geblokkeerd. Nog vergeten te
vermelden dat we onderweg een met olievaten geladen truck 40 meter onder de weg
in hst struweel zagen liggen. 3 uur geleden gebeurd: zei
men vol trots en 4 zwaar gewonden. Geslapen op
de kleilemen grond zonder matras of iets van dien aard,
tezamen in een vertrek met 40 wandelaars.
Mannen die vanuit Nepal naar India trekken (te voet) om werk te zoeken. Hun
bagage bestaat uit een laken en een parapluie. Op blote
voeten lopen ze misschien een maand om ergens werk te vinden meestal
in Assam. Nachts om 4 uur vertrokken ze
weer. De kinderen. van de hoteleigenaar sliepen op de lemen grond op een jutezak
en als deken eveneens een jutezak. Verder niets! De kinderen in Holland
moesten dat eens zien dan zouden ze weten hoe verwend
ze eigenlijk zijn.
Zaterdag 1 september 1962. Om 7 uur
vertrokken. Na 2 km. bij de plaats waar de weg was geblokkeerd. De ravage was
ontzettend. Een gedeelte van een berg was naar beneden gekomen en had niet
alleen de weg volkomen bedekt, maar ook de rivier afgedamd, zodat er een klein
meer ontstond. Dank zij het werk van een bulldozer is het gelukt om de weg in
een halve dag vrij te maken. Er was vlak voor de bergstorting nog een konvooi
van 32 vrachtauto's langs gekomen!! Doorgereden naar Birganj. Vlak bij de
Indiase grens. Wonderlijke toegang van het bergland via jungle naar de
rijstvelden van de Gangesvlakte. In Birganj met ponywagen naar Raxaul op Indiaas
gebied. Gelukkig erin geslaagd om de douane te pakken te krijgen. Alles o.k
als de bagage arriveert, maar dat is het probleem no. 1. Sirdar Wongdhi en
Tsering gestuurd naar Patna om te trachten het verdere transport te regelen.
Door de zware overstromingen is het alleen maar mogelijk om de bagage via trein
te sturen naar Raxaul. Met jeep, al geologie doende, naar Bhaise. Dannu
de kok zorgde uitstekend voor mij. Geslapen op de zelfde plaats als vorige
nacht.
Zondag 2 september 1962. 6 uur vertrokken naar Kathmandu. 6
Mijl voor Kathmandu een zware bergstorting die de weg compleet blokkeerde.
Geen mogelijkheid om er door te komen. Dan maar weer lopen! 's Avonds laat
in Kathmandu. Egaler weer geheel hersteld. Veel geregeld met bagage, die
per
vliegtuig was aangekomen.
Maandag 3 september 1962
Programma opgesteld voor de volgende dagen. Eindeloze bezoekjes gebracht aan
belangrijke autoriteiten in de Singha Durbar. 's Middags kwam Wongdhi al weer
terug uit Patna. Resultaat: contact gekregen
met truckdrivers. Grote moeilijkheden met een plaats te
krijgen op de goederentrein. Het is zou nog wel een week kunnen
duren voordat de bagage in Kathmandu zou arriveren. Zware tegenslag , maar van de nood
een deugd maken. Besloten om vast naar
Pokhara te gaan. Donderdag met 2 sherpa's te beginnen met geologisch
werk. Weer terugkomen na enkele dagen om de komst van de bagage zowel als
van de overige deelnemers af te wachten.
· 
Sirdar Wongdhi wordt Nepalese roepies uitbetaald om daarmee de sherpa's en de
dragers te kunnen uitbetalen.
Dinsdag 4 september 1962
Eindeloos wachten in de Singha Durbar om belangrijke documenten los te
krijgen. Egeler inkopen gedaan met de drager. Rijst, meel, suiker, etc. 's
Middags zware besprekingen op het vliegveld met de douane. Ze hebben hier
eindeloos de tijd en je moet je werkelijk beheersen om niet boos te worden. Ze
zijn welwillend, maar ongelooflijk langzaam. Alle papieren zijn nu voor elkaar.
Het begint er nu werkelijk op te lijken en het grote spel gaat beginnen.

De hoog nodige haircut door de Nepalese kapper in Kathmandu
Woensdag 5 september 1962
Weer een dag van onderhandelen, bezoekjes brengen aan de gevreesde Singha
Durbar. Vanochtend naar Central Custom Office. Niemand verstond Engels, dan
voel je je wel opgelaten.. 's Middags eindeloze onderhandelingen met de Himalayan
Society over de prijs van de coolies. Gelukkig tot een redelijke oplossing
gekomen. Bagages geregeld voor onze tocht morgen naar Pokhara. Egeler en ik gaan
met Dannu en Dorjee al vast naar het expeditiegebied om geologisch onderzoek te
verrichten. We komen de elfde weer terug om dan alles voor de grote
tocht te regelen. De twaalfde gaan 100 coolies van Kathmandu met een kleine 2
ton op stap naar het expeditiegebied. Duur 8 dagen.
Donderdag 6 september 1962
In alle vroegte naar het vliegveld om met onze
twee dragers Dannu en Dorjee naar Pokhara te vliegen, voor het maken van een
geologische verkenning. Het was maar een 35 minuten te vliegen en dan te
bedenken dat onze coolies via land er ruim acht dagen over zullen doen. Bij
aankomst
te Pokhara wat het helaas geen goed weer , zodat de achtduizender niet te zien
waren. 's Middags brachten we een bezoek aan het Engelse hospitaal waarvoor we
medicijnen hadden meegenomen tegen de bestrijding van lepra (deze medicijnen
zijn verboden om in te voeren in India). Hun reactie was ontroerend: To good to be true (Te goed om waar te zijn). Tijdens onze wandeling kwam opeens de Machapuchare eruit Oneindig hoog
leek de berg. Egeler had. ik nog zo voorbereid dat de bergen hoger
zouden zij dan hij dacht, maar ik bleek daar onvoldoende in gelaagd te zijn,
want hij viel van de ene verbazing in de andere. Onze sherpa's hadden 's avonds een
uitstekend maal toebereid. Onze kok Dannu is een wondermens. Nauwelijks zijn
we ergens aangekomen of hij
pakt een kip bij zijn vel en stopt hem in de pan, koopt vruchten, of
duikt in een huisje, grijpt de pan met kokend water van het vuur en maakt
ogenblikkelijk thee voor de sahibs.

Basiskamp in Pokhara
Vrijdag 7 september 1962 Nog steeds slecht weer. Laaghangende wolken. De ochtend besteed met het huren van een kamer voor
het opbergen van ons materiaal. Voor f 20,- per maand hebben we een prachtige
kamer gehuurd. Tegen de middag toen het weer beter werd, zijn we op pad gegaan. De
sherpa's hadden 2 coolies gehuurd voor f 4,-
per dag per man
om de zware vracht te dragen. Het werd een warme tocht. Pokhara ligt slechtst
op 800 meter zodat de temperatuur bijzonder hoog is. Geweldig zwetend
sjokten we de bergen op Het luie zweet moest er eerst vanaf. Tegen de avond
vonden we ene klein leegstaand huis om te overnachten. Het was prachtig
gelegen op de terrassen langs de rivier Seti. temidden van de rijstvelden. Het
is verbazingwekkend hoe de Nepalezen alle mogelijke grond verbouwd hebben. Men
kan het zo gek niet bedenken of er zijn wel terrasjes aangelegd voor de
verbouw van rijst of een soort gerst . Zacht groene tinten van de rijstvelden
strelen het oog . Het landschap is daardoor niet eens ruw, maar geeft zelfs een dromerige stemming.
Opvallend zijn verder de schitterende boomgroepen, zeer harmonieus van vorm.
Zaterdag 8 september 1962. Het is de goede maar nogal vermoeiende gewoonte
van onze kok om, ons
bij het eerste ochtendlicht thee op bed te brengen terwijl dan een half uur daarna zeer uitgebreid
ontbijt volgt bestaande uit, pap, omelet, gebakken aardappelen en
weer thee. Tegen 7 uur vertrekken we dan. De tocht ging door een zijdal van de Seti en aan het eind ervan een steile klim tot een bergkam, waar een kleiner dorpje:
(Kastri ??) was gelegen met een teashop. Dit zijn hele belangrijke pleisterplaatsen waar je voor heel weinig geld
zoveel glazen thee krijger als je maar wilt. Dit is uiterst belangrijk aangezien
er nergens cafés zijn met bier, limonade of iets dergelijks. Gewoon water kun je niet drinken aangezien dit erg
gevaarlijk:is in verband met de dysenterie. Vrijwel al het:niet
gekookte water is sterk besmet. Als je dus zo ontzettend.
transpireert moet jij steeds de waterhuishouding op peil houden met
talloze glazen thee. Tegen de middag kwamen we een aantal coolies achterop, die gemiddelde vrachten
droegen van 60 kilo!! Met heel eenvoudige draagmiddelen en
een stuk touw dat om het hoofd wordt gedragen. We hebben een vracht proberen te dragen. We waggelden weg,
onder grote hilariteit van de dragers. Het is een kwestie van balans. Het verwonderlijke is wel
dat deze mensen zelf lichter zijn dan de vracht die zij dragen. Verder gaan ze
blootsvoets. De tocht gaat van Pokhara.
naar Tukucha een afstand van plm. 100 km waartussen waartussen twee passen moeten worden genomen
van plm: 2500-3000 m. Ze gaan door regen en wind. Geen deken, geen schoon goed, etc. Hun verdiensten zijn niet groter dan f 2,- per dag. Tegen een uur of vier bereikten we een goede kampeerplaats. We hadden veel bekijks van de bevolking. Toen we goed en wel in de
tent
lagen hoorden we een geweldige klap. Het bleek een steen te zijn, die door
kwajongens van een zeker 50 meter hoger gelegen punt van de
helling op onze tent was gegooid. De sherpa's hebben nog geprobeerd.
om de belhamels te pakken te krijgen. We zagen tot onze grote verbazing,
dat onze trouwe Dorjee zijn slaapzak voor onze tentopening legde en erop
ging slapen met een pickel naast zich. Alhoewel het 's nachts regende bleef hij voor onze tent waken.
Zondag 9 september 1962. De rondtocht werd weer voortgezet via de Madi Khola richting Rusma. Zeer steile bergpaadjes. Behoorlijk warm, maar
gelukkig geen regen. De geologische onderzoekingen zijn naar behoren
verricht, we hebben vele handstukken verzameld; we zijn al bij
de 150!. We kregen nog een fraai gezicht op de Annapurna en de
Machupuchare. Onwezenlijk die barre horde van de achtduizenden op nog geen 20 km
verwijderd van een gebied waar de bananenbomen groeien en twee geologen al zwetend zich een weg banen door·jungleachtig terrein. Vier mijl
voor Kusma hebben we kamp gemaakt.
Maandag 10 september 1962. Terugtocht naar Pokhara, alleen via een andere weg. Een flinke stijging van
ongeveer 1000 tot 2500 m. Onderweg hebben we nog apen ontmoet, die hier rustig in het
rond klauteren. Tegen de avond vlak voor Pokhara kamp gemaakt bij het 'I'ibetaanse
vluchtelingenkamp. In dit kamp zijn 450 Tibetaanse vluchtelingen ondergebracht, die door het Internationale Rode Kruis van eten worden
voorzien. Wij hadden wel een vijftig van deze wonderlijke Tibetanen
om onze tent. Hopelijk zijn de flash foto's goed geworden. Ze zijn uitermate
vriendelijk en gastvrij.
Dinsdag 11 september. In alle vroegte opgebroken om op tijd te
zijn. voor het vliegtuig dat ons terug zou brengen naar Pokhara. Het was
zwaar bewolkt, zodat we nogal septisch waren gestemd over het
binnenkomen. van het vliegtuig. Gelukkig konden we na een zestal uren
wachten toch naar Kathmandu vertrekken. De twee sherpa's lieten we achter. Bij aankomst in Kathmandu bleek nog niets bekend. te zijn over het
wel en wee van onze bagage. Niet zo best. De .tijd begint nu te dringen.
Wongdhi had wel alles geregeld voor zijn vertrek morgen.
Om half zes zullen morgen 100 coolies aantreden . De ·vrachten waren
verdeeld. Per man gemiddeld niet meer dan18 kilo. Prognose is dat ze rond de 30e september in Pokhara.
arriveren.

De Booy geeft nog de laatste instructies aan de sirdar Wongdhi vlak voor zijn vertrek met de dragers om ons expeditie materiaal van Kathmandu naar Pokhara te brengen
Woensdag 12 september 1962. Het was nauwelijks te geloven, maar daar waren ze dan. toch 100 coolies. Na veel heen en weer geschreeuw was het eindelijk zo ver dat ze gepakt en gezakt vertrokken. The army is on the move. Het was een indrukwekkend gezicht 100 coolies op een rij. We hadden het trotse gevoel dat het nu toch zo ver was. Vroeger hadden we zulke beelden immers in boeken en in films gezien bij andere Himalaya expedities. Tot nu toe was onze grootste dragerscolonne in de Andes niet meer dan een tiental geweest en nu 100! Om 7.45 uur vertrok de karavaan met Wongdhi en twee andere sherpa's als begeleiders Voor ons was er helaas niet veel anders te doen dan afwachten! Het moeilijkste werk tijdens de expeditie !

Coolies vertrekken uit Kathmandu op weg naar Pokhara
Donderdag 13 september. Naar de Singha Durbar. Helaas gesloten: vanwege
het
feest van Indra Jatra. Het is altijd wat met die religieuze feesten. Of we
nu in Peru zijn of hier, steeds weer verlies van kostbare dagen door de talloze
feesten. Toen langs het bureau dat het vrachtvervoer van onze bagage regelt.
Er was nog steeds geen nieuws. Nog steeds niets in Raxual aangekomen en de 5e september had
de vracht toch Barnara verlaten. De afstand is tijdens normale
omstandigheden af te leggen in 12 uur met de trein. Nu is het al
8 dagen onderweg .Die arme sherpa Mimgma Tsering die nog maar steeds onze
bagage op zijn moeizame weg vervolgt. De moed begint ons nu
wel enigszins in de schoenen te zinken. De wetenschap dat morgen de 7
overige deelnemers aankomen, de 100 coolies al aan het lopen zijn de zes
sherpa's
die we in dienst hebben, alles hangt nu af van het tijdig arriveren van de
vracht. We hebben uitgerekend dat wanneer het vandaag of morgen in Kathmandu
aankomt, alles op zijn pootjes terecht zal komen. Enigszins gedeprimeerd liep ik
slenterend naar het hotel terug, tot ik opeens opgeschrikt werd door een zwaar
gesticulerende Nepalees, die mij in zeer gebrekkig Engels probeerde duidelijk te
maken dat de bagage in Raxual was aangekomen. Dat was nog eens goed nieuws na de
tegenslagen. In een looppas ben ik terug gegaan naar de transportfirma, het
bleek inderdaad juist te zijn. Zonder verder tegenslag zou morgen de 14e
arriveren, dus op dezelfde dag als de deelnemers. 's Middags hebben we het goede
nieuws gevierd met een aantal hotelgasten, met het drinken van de goede
Hollandse jenever, waarna we het enigszins moede hoofd te ruste legden ! Laat op
de middag hebben we nog gekeken naar de living goddess die door de straten van
Kathmandu werd gedragen. Een nogal primitief feest. Sfeervol waren alle kijkende
mensen, de tempels etc.
Vrijdag 14 september 1962. Vandaag is dus de dag dat de
deelnemers uit Nederland zullen arriveren, maar tot onze grote teleurstelling
bleek op het vliegveld, dat het vliegtuig naar Patna was uitgeweken.
precies dezelfde situatie die ons is overkomen. Dan maar wee naar de Singa
Durbar! Nu zijn we een een keer boos geworden en het hielp. We kregen opeens
alle aangevraagde brieven en een toezegging van één in plaats van twee
liaisonofficers. Het zijn wonderlijke mensen. je weet nooit hoe ze zullen
reageren, maar ze zijn altijd van goede wille, alleen duurt het voor onze
westerse mentaliteit tien keer te lang. Van de directeur van de douane een
mannetje meegekregen om als begeleider te dienen bij de besprekingen in de
central custom office waar de bagage zal worden ingeklaard. Er spreekt namelijk
niemand engels, zodat een begeleider geen luxe is. Vanaf 12 uur tot 5 uur 's
middags doorgebracht .met eindeloze besprekingen, telefoons. etc. en vooral
het onderdrukken van mijn woede uitbarstingen en een zenuwcrisis. Ik zal de
lezer van de Spiegel besparen wat er allemaal is voorgevallen in die vijf uur,
maar ze leken eindeloos. Het eindresultaat is alleen belangrijk,alhoewel de
goederen nog niet zij binnengekomen, heb ik aan de hand van de lijsten toch de
invoerrechten mogen betalen, ze dachten namelijk dat ik de goederen exporteerde!
Nauwelijks in het hotel terug,.kwam opeens Mimgma Tsering aanlopen met de
begeleider van de trucks, Ramani. Dit was het teken dat de trucks met al onze
bagage waren aangekomen. Het was me een reisje wel geweest; in een eindeloze
woordenstroom vertelde Ramani hoe de reis van Bombay naar Kathmandu was
verlopen; bepaald niet zonder ongevallen. Via zware bergstortingen, bruggen die
half waren weggeslagen of vrijwel geheel onder water stonden, via moeilijke
controleposten van de ene staat in de andere in India gekomen tot de grootste
barrière , de geweldige overstromingen van de Ganges tussen Patna en de grens
van India en Nepal. De trucks konden niet verder. De enige mogelijkheid was om
de vrachten te vervoeren met de trein. Alleen waren de goederenwagens
volgeboekt. Na eindeloze besprekingen toch een plaatsje geboekt voor 5
september. het duurde nog tot de twaalfde september voordat de vracht aan de
grens van India en Nepal was gearriveerd. Tijdens het transport is nog
geprobeerd door een onverlaat om de loodjes van de
containers te verbreken. Gelukkig werd dit door een bewaker verijdeld. Indien dit toch zou zijn gebeurd, zou dat betekend hebben dat de
bagage zeker een geruime tijd aan de grens zou zijn opgehouden, want dan had de douane immers
alle kisten moeten controleren aan de hand van de lijsten of alles wel in orde is. Een
expeditie hangt toch wel aan vele zijden draadjes
Nu was de douane passering een affaire van enkele .minuten. De containers
konden niet op de vrachtauto aangezien deze niet breed genoeg waren. De containers waren
7 voet en de vrachtauto's helaas 6 voet! De 72
kisten werden alle in vrachtauto's geladen, hoewel we anders hadden
betaald, namelijk twee vrachtauto's. gecontracteerd. De vrachtauto was zwaar over beladen en tijdens het transport
is een :van de belangrijkste kisten er afgevallen. nl de kist met de
butagascylinders. De chauffeur merkte niets, maar gelukkig door mensen aan de kant gewaarschuwd.
De kist was volkomen aan splinters gelukkig niet de inhoud. Na al deze belevenissen is de
vracht dus veilig en wel bij ons hotel aangekomen.
We konden onze ogen nauwelijks geloven dat nu alle materialen in Kathmandu waren gearriveerd.
's Avonds belde ik de directeur van de douane op met de vraag wat ik met de vracht moest doen
voor de controle. Morgen zaterdag, is nl alles gesloten (de zondag voor de
Nepalezen). Alleen de douane van het vliegveld zou open zijn. Ik vertelde hem dat
de invoerrechte
al waren. Hij zei me dat ik alles uit kon laden. Ik kon mijn oren niet
geloven en vroeg hem nog eens
of ik de vracht werkelijk kon uitladen en weer kreeg ik een bevestigend
antwoord. Morgen zou blijken hoe verkeer hij mij heeft
begrepen en met welke catastrofale gevolgen. Met een
gerust hart gingen we dus slapen.
Zaterdag 15 september 1962. Meteen begonnen met uitladen
van bagage. Ik kreeg na uitladen een rekening gepresenteerd van 1200 Rs Ic. Voor één truck. Dat namen we ·toch echt niet. Het heeft een ochtend van ruzie
en onderhandelen gekost om ons voorstel van 900 Rs te laten aannemen door de
transportonderneming. 's Middags nog eens naar het vliegveld gegaan om et
kijken of de deelnemers nog met een ander vliegtuig waren gearriveerd. Geen
succes. De dag verder doorgebracht met uitpakken en overpakken van materialen.
Er was een expeditieleider die verzuchtte. Het beklimmen van een Himalaya top is
eigenlijk :Packng and Unpacking.
Zondag 18 september 1962. Een tegelijk verheugende als
dramatische dag. Een dag van afwisseling: uren van grootste spanning. Blood
sweat and tears. Het begon gelukkig goed, nl dat het vliegtuig van New Delhi een
7-tal opgewekte Nederlanders bracht. Eindelijk was het hun toch gelukt om
Kathmandu te bereiken. Ze waren inderdaad vrijdag al met een vliegtuig van New
Delhi naar Kathmandu onderweg geweest en niet verder gekomen dan Patna. Na lange
aarzeling zijn ze 's avonds weer met het vliegtuig naar New Delhi teruggekeerd.
Gelukkig hebben ze zaterdag (want er was pas zondag weer een vliegtuig naar
Kathmandu ) geprofiteerd om een van de zeven wereld wonderen te bekijken. De Taj
Mahal! Grote indruk achtergelaten, vooral de Taj bij maanlicht had iedereen in
verrukking gebracht. Vandaag is het gelukt om Kathmandu te bereiken. Alle in
goede condities en zeer onder de indruk van alle zo snel op elkaar volgende
belevenissen. Nog vergeten te vermelden dat Mimgma Tsering in alle vroegte met
9 coolies is vertrokken naar Pokhara via land met het butagas (dit mag niet per
vliegtuig worden vervoerd). Hij zal proberen de 24ste in Pokhara te zijn, om dan
tezamen met de op deze dag arriverende Lionel ons achteraan te komen, aannemende
dat wij dan al met de 100 coolies vanuit Pokhara zijn vertrokken. Van het
vliegveld met alle deelnemers naar de Singha Durbar om alle paspoorten te laten
afstempelen en de laten voorzien met een visum voor Pokhara. Egeler heeft nog
zwaar onderhandeld over de liaisonofficier . Ze hadden ons weer de man willen
meegeven die zich enkele dagen geleden had aangeboden, maar die vrijwel
geen woord engels verstaat dus uitermate 'useless' voor zijn taak. Egeler
heeft gedaan gekregen met goede diplomatie dat ze deze man niet zouden
meegeven. Laten we het beste hopen. Ik zou nog even langs de directeur van de douane gaan voor een.
beleefdheidsvisite. Maar hier wachtte mij een totale verrassing, of beter
gezegd een ware shock .De directeur van de douane zat te midden
van een aantal mensen, waaronder de directeur van de transportonderneming, waar we de vorige dag
ruzie mee hadden gemaakt. Hij was razend en
sloeg met zijn vuisten op tafel, terwijl hij mij toe beet: Wat heeft U nu gedaan? U heeft mij vals voorgelicht door te zeggen dat alle bagage was
gevisiteerd. U moet nu alle vrachten op een vrachtauto laden en
ogenblikkelijk vervoeren naar het douanebureau! Dit stond dus gelijk met een
totale catastrofe. Immers een deel der kisten was al uitgepakt en zelfs een gedeelte van de bagage uit Kathmandu verdwenen op
de 9 ruggen van de coolies. Het bleek dat de directeur mij verkeerd had
begrepen. Wel enigszins onbegrijpelijk, want als alles was gevisiteerd,
was het toch niet nodig geweest om hem 's avonds op te bellen was en vooral mijn eerder genoemde argument woog gelukkig zeer
zwaar. Tot mijn zeer grote opluchting verdween de vijandige stemming en maakte plaats
voor de gunstige stemming die met zoveel moeite en tijd. de laatste
weken was opgebouwd. Hij beloofde mij nu een mannetje te sturen van de douane naar het hotel
om te zien of alles nog in orde was en
klopte met de lijst. Dat was dat! Ik kreeg een mannetje mee om naar de
douane te gaan met de zware opgave om een douaneofficier mee te troggelen, die onze bagage wel zou willen inspecteren. Weer moeilijke
uurtjes. Na drie
uur onderhandelen, alles volgens het oude recept, de toezegging gekregen
dat iemand zou komen tegen vier uur in het: hotel. Zou het nog
lukken om het vandaag klaar te krijgen, dat was de spannende vraag, die
iedereen bezig hield, want morgen hadden we al gereserveerd op het vliegtuig en tevens het bagagetransport geregeld. Mijn zenuwen
waren enigszins geschokt toen ik in het hotel aankwam. Na een uurtje
rustig op bed te hebben gelegen, ging het wel weer. Gelukkig ter opwekking
een groot aantal brieven van huis. Tegen half vijf arriveerden een aantal douaneambtenaren,
die meteen begonnen met de visitatie van de bagage. Alle deelnemers begonnen mee te helpen met het openen van de
kisten. Al gauw bleek dat het niet een vluchtige check up was, maar een zeer grondige visitatie. Elke kist werd open:gemaakt en tevens moesten de verschillende artikelen worden uitgelegd, waarvoor ze dienden. Tot
ons geluk waren de eerste. kisten vrijwel nog niet uitgepakt en bestonden
voor het grootste deel uit levensmiddelen. Het geduld. van een ieder werd
in de navolgende uren danig op de proef gesteld. Het was wel goed dat nu
iedereen eens zag hoe moeilijk alles hier gaat. De grote spanning
was nu kist nr 39, 40,41 (in totaal waren er 72
kisten). De inhoud hiervan was niet meer te produceren, aangezien
deze al met de dragers mee waren. Na enkele uren begonnen de controleurs
tekenen van vermoeidheid. te tonen en begonnen
kisten over te slaan en door een wonder ook de kisten 39 en 40!. Ze begonnen
weer hun krachten:te te herwinnen bij nr 45. Ook kist 71 werd. overgeslagen, terwijl de laatste week
weer aan
een grondige controle werd onderworpen. Tegen 9 uur was alles er door
heen. Nu kwam echter nog een anderhalf uur van besprekingen tussen de inmiddels
andere gearriveerde douanebeambten. Er werd overgerekend,
de betaalde douanerechten etc.Met een eindeloos
geduld. Als men echter vanuit hun standpunt bekijkt; dan is het wel bijzonder dat
ze ons wilden helpen. Ik weet niet of je vele douane autoriteiten in de wereld
zo gek krijgt om 's avonds na kantoortijd je nog te helpen. We wilden ze als dank nog sigaretten geven, maar dat
accepteerden ze
niet. Het was alleen maar om ons te helpen. We hebben ze wel uitgenodigd om
een borrel te drinken. Dat hebben ze wel gedaan en hoe. Enkele
ambtenaren verdwenen in lichterlijke staat. Het was dus gelukt. Nu
begonnen we met het inpakken en dicht timmeren van de bagage om alles klaar te krijgen
voor het transport per vliegtuig de volgende dag naar Pokhara. Tegen 1 uur ' s nachts was alles klaar.
Maandag 17 september 1962. De grote dag van het vertrek. Na een zeer korte nachtrust werd
begonnen met inladen van het materiaal in vrachtauto die alles naar het
vliegtuig bracht. Tegen 10 uur waren we allen op het vliegveld. Het
was niet om te geloven. Er werd een groepsfoto gemaakt.

De aankomst van een deel der deelnemers: Bodenhausen, Tammes en de drie broers van Lookeren Campagne op het vliegveld van Kathmandu
Tegen 11 uur
vertrokken we richting Pokhara. 35 minuten later, na een nogal bonkerige
landing arriveerden wij op het vliegveld te Pokhara. De bergen
waren nog in de wolken. Tot ons geluk kwam even later een
vrachtvliegtuig met al het materiaal. Er werd meteen begonnen met het maken
van een basiskamp vlak naast het vliegveld. Net voor het donker zaten we
prinsheerlijk in een grote basiskamptent. Dannu was al bezig met het bereiden van
een heerlijk maal. De radio werd ingesteld op de uitzending van de
Wereldomroep te beluisteren, want over enkele ogenblikken zou er een speciale
berichtgeving voor ons worde uitgezonden om 7,40 p.m. dat is 15.10 p.m.
Nederlandse tijd. Het was voor Egeler en mij wel een zeer ontroerende moment
toen we daar zo allemaal bij elkaar zaten in de mess-tent en om tien voor
acht de berichten uit Nederland. kristalhelder, haast zonder fading. We hoorden
nieuws van mijn vrouw dat mijn brief van 5 september was aangekomen, maar helaas
nog niet mijn spiegelverhaal (22 augustus - 6 september), dan verder nieuws
voor Egeler over zijn zoon. Verder alles goed in Nederland. Egeler heeft enkele ernstige woorden gericht tot de deelnemers om
hun te wijzen op de verantwoordelijke taak die iedereen krijgt te vervullen. Het
ging er in als koek. Na deze opwindende dag konden de deelnemers niet
erg goed de slaap vatten. Het was nogal wat en we werden opgegeten door de
muskieten.
Dinsdag 18 september 1962. Al vroeg begon het met pakken en
inpakken. Alles moet worden voorbereid, taken verdeeld: Holger : technische
apparatuur zoals bandrecorders, transmitters, Peter: film en foto-apparatuur,
Paul: alle medische artikelen samen met André Tammes , die ook dienst doet als
magazijnmeester, Herman Nijhuis: de wetenschappelijke geologische uirusting,
Gerrit Schaar: de topgrafische apparaten, Kriel Bodenhausen:
kampeermateriaal. Zo heeft ieder wat en daar ook verantwoordelijk voor.
Alles loopt plezierig. Iedereen doet wat hem is opgedragen. Terwijl de
vrolijke noot niet ontbreekt, want in het basiskamp Pokhara werd er
ontzettend veel gelachen. Tegen de middag kwam er weer een vliegtuig met
lading voor ons.

Gelukkig komt weer een vliegtuig met ons materiaal vanuit Kathmandu in Pokhara binnen.. Inzet: Wongdhi checkt de net gearriveerde bagage
Nu was alles binnen. In 2 dagen hadden we
kleine 2 ton aan materiaal in laten vliegen. De rest van de dag werd gebruikt
om alles uit te pakken. Iedereen was zeer onder de indruk van de geweldige
natuur; alle bergen waren 's ochtends te zien. Onwezenlijk hoog. Zoals het
bij iedereen gaat die voor het eerst in de Himalaya komt, de bergen zijn nog hoger dan men dacht, alhoewel de
verwachtingen zeer hoog zijn gespannen.
Woensdag 19 september 1962. De dag begonnen met een wedloop om het
vliegveld. Gewonnen door Holger op gevolgd een borstlengte door van Peter en
op 100 meter Paul. Kriel kwam een enkele honderden meters daarna, maar had het toch
gehaald, terwijl ik op "doktersadvies"maar een half rondje mocht maken. Paul
heeft ons zowel voor als na de inspanning gewogen, trouwens de dag begint met
de zeer nauwkeurige weging van de deelnemers. Er zijn grote teleurstellingen. Egeler woog nl 90 kilo, de Booy (zeer tot zijn opluchting ) 80.8, Bodenhausen
72, Paul 78, Holger 72,Peter 73, Nijhuis 81, Tammes 88, en Schaar 79. Deze
gewichten der deelnemers worden dagelijks genomen in verband met
wetenschappelijke proefnemingen, waarover een andere keer zal worden verteld.
Vandaag werd begonnen met het maken van 30 kilo vrachten voor de coolies die
hopelijk overmorgen zullen arriveren. Dit blijkt nog ene zeer tijdrovend werk.
Nauwkeurig wegen, max 30 kg dan beplakken met een waterdicht plastic linnen en
catalogiseren. 's Middags zijn de doktoren naar het Engelse hospitaal gegaan
en tevens onze tandarts, die al met spanning werd verwacht. In een uiterst
primitief kamertje kon hij met zijn werk beginnen. Peter heeft het prima
gedaan. 4 patiënten, 1 kies getrokken en 6 vullingen. In het middag vliegtuig
was een zending brood en cake, afkomstig van de directeur van het hotel.
Bijzonder aardig om hieraan te denken. Hij stuurde ook nog een fles gin die weinig tijd
nodig had om de 9 dorstige kelen te voeden. Nadat deze fles op was,
lieten we door Dannu nog wat plaatselijke drank kopen de zogenaamde Rakshi,
zeer goed drinkbaar! In ieder geval is vannacht weer door de expeditieleden
voortreffelijk geslapen.
Donderdag 20 september 1962. De gewone kampbezigheden. De
verpakkingsindustrie draait op volle toeren. Peter kreeg nog een patiënt. Een
abces, een doorgebroken verstandskies van een van de dragers. Het is nu
11.30. Ik sluit hiermee dit gedeelte van het dagboek af om mede te zenden aan
het zo dadelijk binnenkomende vliegtuig.

De Booy schrift zijn dagboek voor het weekblad de Spiegel in het basiskamp bij het vliegveld van Pokhara
In de loop van de dag de vorige aflevering van het dagboek weggestuurd. De
middag weer doorgebracht met pakken en uitpakken. Het begint nu wel op te
schieten. Met. de hele groep gezwommen in het heerlijke bergmeertje bij Pokhara.'s
Avonds is het weer enigszins veranderd; sterk onweer en veel regen.
Vrijdag 21 september 1962 Al spoedig na het ontbijt werden we geconfronteerd met een ware wolkbreuk die het gehele kamp onder water zette. Met man en macht
werden irrigatiesystemen aangelegd om de grote watervloed te keren, maar
gelukkig beschikt de expeditie over prima dijkbouwers. We hebben onder
onze expeditieleden niet voor niets een Zaankanter· medegenomen, de
heer Schaar. Ook de Tibetaan Tashit, die nu als definitief als hulp in de
huishouding is aangenomen, doet geweldig zijn best. Na enkele uren slagen
we erin het tentenkamp vrij te krijgen van water. Gelukkig geen
schade Maar ik had er niet aan moeten denken als het 's nachts
was gebeurd.

Het door een wolkbreuk ondergelopen basiskamp van Pokhara
De dag werd verder weer op de gebruikelijke wijze doorgebracht, tegen 5
uur was alles gepakt. We hadden gepakt de zgn. tuk 1:
materiaal dat direct dient
te worden opgevoerd
naar Tukucha en tuk 2: vrachten die met een. tweede zending zullen
worden medegegeven. Tegen half zes zag ik opeens sirdar Wongdhi met enkele
sherpa's het kamp afkomen, aan het hoofd van de karavaan coolies. Hij
werd met ware vreugdekreten begroet. Hij kwam als geroepen.
Alle plichten waren voor ons in Pokhara gedaan en wat ons
betreft konden we morgen vertrekken. Wongdhi had een zware tocht
gehad. Veel regen en. nog wat onwillige dragers. In het geheel had hij er
tien dagen over gelopen, ondanks het feit dat de dragers bepaald niet te zwaar
waren beladen. De vooruitgang per dag is ook niet groot:
gemiddeld niet meer dan 12-15 km.. Men moet echter bedenken, door
nogal zwaar terrein, veel rivieren om de gevreesde Trisuli die nog enkele
weken geleden een dorpje en een brug had meegesleurd Ongeveer
halverwege de tocht is er een soort staking uitgebroken en
heeft
één van de raddraaiers de hoofdman van van de coolies bedreigd
hem met zijn cookerie (een krom zwaard) aan stukjes te snijden. Wonder boven
wonder zijn de vrachten redelijk overgekomen, nauwelijks beschadigd of nat. 's
Avonds heeft Wongdhi nog onderhandeld met de hoofdman van de coolies die we in
Pokhara gaan huren Er ontstonden grote moeilijkheden, want deze coolies willen 8 roepies per dag
verdienen, terwijl in Kathmandu dragers slechts 5.60 Rs, krijgen, maar er wordt
nu een regeling getroffen
nl. dat de coolies van 8 Rs geen terugweg betaald krijgen,
terwijl de 5.,60 Rs. coolies de helft van de dagen die ze er over doen om
er terug te komen, betaald krijgen voor de terugweg. Dit komt vrijwel op
het zelfde neer. Zo hopen we morgen te kunnen beschikken over de 100 coolies van Kathmandu en de ruim 50 coolies van Pokhara.
Zaterdag 22 september 1962. Het weer is helaas niet al te best, maar goed genoeg om
het grote sein
van vertrek te geven. Inderdaad. komen alle coolies opdagen. eerst worden
de Kathmandu coolies één voor één opgeladen. met per man van
rond de 30-32 kg, daarbij te bedenken dat ze hun eigen
spulletjes ook nog moeten meenemen, dat toch al gauw op
een 5 kg neerkomt. Wat deze mensen in de komende dagen zullen presteren grenst
aan het onwaarschijnlijke. Tegen 2 uur 's middags is de laatste coolie opgeladen
en ligt het zo dierbare basiskamp Pokhara triest en verlaten Het is voor Egeler en mij
wel. een heel speciaal
gevoel om nu een klein legertje te zien marcheren. naar het droomgebied van onze
kinderjaren. In het totaal is de bezetting van de Nederlandse expeditie als
volgt: 9 Nederlanders, 6 sherpa's, 1 Tibetaan (Tashi),156 collies. Verder nog
te bedenken dat de Sherpa Mimgma Tsering met 9 coolies nog onderweg is van
Kathmandu naar Pokhara met al het butagas. Vandaag is het ook de dag dat Terray in Kathmandu zal aankomen en onze nieuwe sherpa Pinchoo. Tevens zal
Terray in Kathmandu de liaisonofficier ontmoeten. Als men dus alles bij
elkaar optelt komt men op 184 man! Al na enkele uren lopen werd bivak gemaakt
en wel vlak naast het Tibetaanse kamp, waar Egeler en ik tijdens onze eerste
toch ook al hadden overnacht. Alles liep op rolletjes. In minder dan geen tijd
had onze trouwe kok Dannu weer een heerlijk maal klaar en stonden alle tenten
prima opgesteld.
Zondag 23 september Uiterst langzaam klom de dragers karavaan omhoog
naar het dorpje Taski. Het blijkt dat het verschil tussen de voorste drager en
de laatste midden op de dag enkele uren bedraagt. De keten is nu eenmaal
zo sterk als de zwakste schakel. Tegen het middaguur neem ik, om
te proberen, een vracht over van een drager. (Het bleek later een vracht
te zijn van tegen de 40 kilo).

Een theepauze tijdens onze eerste marsdag van Pokhara naar het expeditie gebied, vlnr. Herman Nijhuis, Gerrit Schaar, André Tammes, Holger van Lookeren Campagne, Kees Egeler (niet goed zichtbaar), Kriel Bodenhausen
Uitsluitend met als draagstel een band om het hoofd en om de last. De manier waarmee hier alle vrachten worden gedragen. Het valt me niet mee en na veel gehijg en gepuf kom ik toch in het kamp aan. Dit is gelegen op de eerste pashoogte. De doktoren hebben het dan al meteen druk met de polikliniek. Van alle kanten komen er mensen. De een met kiespijn, de ander met een. gemene hoest; of een. zweer en ga zo maar door. Onze tandarts Peter van Lookeren Campagne weet al meteen een tweetal kiezen bij een man van 70 jaar te trekken

De Booy met zware last wat hem later duur komt te staan!
Maandag 24 september 1962. Eerst gaat de tocht steil omlaag tot de rivier Madi Khola. Nu volgt de grootste stijging van de hele tocht tot Tukucha. Van 1000 meter hoogte tot bijna 3000 meter hoogte. Om ons een beetje te trainen nemen Peter en Holger extra zware rugzakken tegen de 30 kilo en ik probeer het vandaag weer met een vracht van een drager van 35 kilo. Dit is, zoals we wat later zullen zien, me duur komen te staan.: De weg was nog lastig Met de grootste moeite bracht ik de vracht tot:400 meter onder Ulleri. Tegen donker arriveer ik. De anderen waren er allemaal al. De plaats van het kamp was niet ideaal, nl. om net geoogste maïsveldjes vol modder en resten van maïsstengels. De dragers waren nog lang niet allen binnen. Het begon opeens met geweldige kracht te regenen en de kampeerplaats veranderde in een complete chaos. Er stonden nog maar twee tenten en de kooktent. Het grootste deel der coolies moest nog binnenkomen en het was al stikdonker en het hoosde van de regen. Met veel moeite werd zoveel mogelijk van de reeds aanwezige vrachten bedekt met grondzeilen. Successievelijk kwamen de dragers binnendoorweekt, maar geen kik van ontevredenheid.


Mannelijke drager ( boven) en vrouwelijke drager (onder) die onze lasten van 50 kilo op blote voeten torsen over berg en dal
Deze
mensen nemen alles met een gelatenheid, waar men zich elke keer weer over verbaast.
Wongdhi kwam pas tegen 7 uur aan. Hij had
nl. nieuwe dragers moeten engageren, aangezien
er een stel dragers uit Kathmandu niet verder wilde gaan. Toen het ergste voorbij was
gingen we in de kooktent iets eten. Dannu had met
bewonderenswaardige moed toch nog wat eten kunnen klaar maken. Tegen half acht probeerde ik de Wereldomroep uitzending te
pakken te krijgen, maar wat ik ook probeerde geen succes en ·tegen vijf voor acht gaf ik de moed op. Onbegrijpelijk, want vorige
maal hadden we het zo prachtig gehad. Hopelijk zullen ze de belangrijke
berichten de volgende week voor ons herhalen. Er waren inmiddels in totaal
drie tenten opgezet; dus voor elke tent 3 sahibs. Het werd een nacht met veel regen
en ongemak.
Dinsdag 25 september 1962 Gelukkig iets beter weer. Al vroeg kwamen vanuit
alle richtingen de
dragers weer om hun vrachten op te halen. Er moest een stijging gemaakt;
worden van een kleine 1000 meter. Tijdens de nacht voelde ik me al niet zo
lekker en ik had 's ochtends enige verhoging. De klim tot de pashoogte is voor mij een ware martelgang geworden. Ik kon zelfs met moeite langzaam
de dragers bijhouden. Ik begon toch flink koortsig te worden en. verloor mijn stem. Nauwelijks
zuurstof genoeg
om stapje voor stapje omhoog ·te gaan. Elk kwartier moest ik een half uur uitrusten. Gelukkig kwam Wongdhi me als laatste nog achter op en heeft de anderen gewaarschuwd. Paul is
me met enkele opwekkende pillen en wat rakshi ( een alcoholische drank ) tegemoet gegaan. Dankzij
deze steun ben ik op pashoogte gekomen. Tijdens mijn uitrustperiodes aan de
kant van de weg hadden vele bloedzuigers een weg gebaand naar mijn huid, zodat ik
er werkelijk·onder zat. Na een uur afdaling kwamen Paul en ik in het kamp aan.

De Booy dood ziek in zijn tent
Volgens Egeler zag ik groen en geel. Ik werd gauw in de tent gestopt. De temperatuur bleek er ook
niet om. te
liegen: 40.3 graden:Tammes heeft me nog onderzocht; en adviseerde om er zo warm mogelijk onder te kruipen
Het werd niet alleen een zware nacht voor mij, maar ook voor de anderen, want er brak
een zware storm los, die heel wat tentharingen·er uit trok en tentzeilen
deed flapperen,zodat vele uurtjes aan herstelwerkzaamheden
werden zoek gebracht.
Woensdag 26 september 1962. Nu begon de afdaling tot de kali
Gandaki, de rivier waarlangs we straks omhoog gaande tot in het
werkelijke expeditiegebied kunnen doordringen. De artsen beslisten gelukkig, dat ik maar naar beneden moest
strompelen,
aangezien het hier niet de aangewezen plaats was om te herstellen. Mijn
koorts bleef de hele dag echter rond de 40 graden het ging
gelukkig naar beneden, zodat ik geen buitensporige inspanningen
behoefde te doen. Tegen 2 uur 's middags ·arriveerde de expeditie
bij de beroemde brug over de Kali Gandaki bij Tatopani. Door de geweldige kracht van het
moessonwater was enkele weken geleden een van de pijlers van de brug volkomen weggeslagen.


Onze werktuigbouwkundige Holger van Lookeren Campagne repareert de door de moesson stukgeslagen brug over de rivier Kali Gandaki

De gerepareerde brug over de Kali Gandaki
De laatste·dagen had men er zeer hard aan gewerkt en het toeval wilde dat de brug vandaag net klaar zou komen. We moesten nog enkele uren wachten en en dankzij onze aluminium ladder! is men er zeer snel in geslaagd om de nog resterende gaten in het wegdek van de brug te repareren. Tegen half vijf kon de eerste drager er over heen. Het was een prachtig gezicht de 156 coolies voetje voor voetje er over heen te zien schuifelen. Egeler nam nog een shot van een coolie die met een been er door heen zakte. Tot ieders opluchting kon de overkant worden bereikt. Was de brug niet klaar geweest dan had ons dat zeker een halve dag uiterst zwaar terrein extra. gekost. Even ten noorden van het dorpje Tatopani werd het kamp opgeslagen. Een prachtig uitzicht op de Daulaghiri: volgens mijn zeggen (denkend aan het boek van Toni Hagen. De anderen hadden tijdens de ·tocht naar beneden bepaald dat het de Nilgirii moest zijn. Ik kon ze echter overtuigen dat het de Daulaghiri moest zijn. Hoe groot was niet de hilariteit, toen bleek dat zij toch gelijk hadden! Ik heb het natuurlijk daarna zwaar moeten verduren! Mijn ziektetoestand was tegen de avond iets verbeterd en ik·kreeg nu penicilline pillen .Het was toch een begin. van longontsteking geweest en ik moest nu zeer oppassen

De Booy laat de bevolking de polaroid foto van hun zien
Donderdag 27 september 1962. Alhoewel ik me stuk beter voelde beslisten de doktoren dat ik
hier achter moest blijven samen met Paul, die me dan kon verzorgen,
echter met dien verstande dat als ik tegen 12 uur onder de 38 graden
mocht hebben, langzaam na mocht komen. Het was een geweldige opluchting dat
het inderdaad het geval was. Zo vertrokken Panl en ik met 1 sherpa en 3 coolies (waaronder ook
onze Tashi) enkele uren na de hoofdkaravaan. Wongdhi had echter de achtergebleven
vrachten verkeerd beoordeeld en de coolies hadden veel te zware vrachten, nl. 50-·60 kg. We konden de karavaan dus
onmogelijk meer inhalen en zijn blijven steken in het dorpje Kabre. We sliepen onder een klein afdakje. We hadden tegen de sherpa Dorjee gezegd, dat we vroeg weg wilden, ongeveer
tegen half zes.
Vrijdag 28 september 1962. Met veel moeite was ik in slaap gekomen
tegen 1 uur. Nauwelijks een
half uur 1ater (1.30 uur) werd ik wreed gewekt door een verstikkende
rook. Wat was er gebeurd. Dorjee was bezig met het ontbijt te maken! Hij had geen horloge en dacht
dus dat het al tegen de ochtend was! Ik was werkelijk een. beetje boos op hem, vooral omdat
we hem
hadden gezegd dat hij het vuur maar op een andere plaats
moest maken, want dat het niet direct een goede genezingswijze was
voor iemand die een licht geval van longontsteking had gehad. De nacht verliep
dis nogal onfortuinlijk. Dank zij de opbeurende woorden van Paul zijn
we de volgende morgen; toen het zonnetje al lekker scheen, vertrokken. We moesten
nu door een adembenemende schlucht. langs een uiterst steil pad, waar elke misstap
noodlottig
zou zijn geweest. Het is werkelijk feeëriek gezicht om de dragers met blote
voeten en en vrachten tegen de 50 kilo hier te zien lopen,
als ware evenwichtskunstenaars. Na de kloof veranderde niet alleen het landschap,
maar ook de mensen, huisjes en vooral
klimaat. Veel drogere en gezondere lucht. Zeer veel gelijkenis met Zwitserland.
Prachtige dennenbomen en steeds weer als majestueuze afsluiting de hoge sneeuw
reuzen van de Himalaya. Tijdens onze
wandeling werden we nog uitgenodigd om thee te drinken in een
Tibetaanse tent. Paul kon weer veel goed doen als dokter. Na een lange dag hebben we ons bivak geplaatst in een dennenbos bij Lete

De Booiy aan de beterende hand na zijn ziekte. De taart met zijn naam erop wil er wel in
Zaterdag 29 september 1962. Mijn gezondheidstoestand was nu zeer goed: zodat we besloten er flink de spat in te zetten en te proberen vandaag de karavaan in te halen. Tot onze verbazing troffen we Peter en Wongdhi aan al na enkele uren gaans, nl 1 uur voor Tukucha. Het was op hun bivakplaats.. De reden dat ze nog niet weg waren lag in het feit dat 27 dragers van Pokhara staakten. Er stond voor Wongdhi niet veel anders op dan om muilezels te huren om te proberen de vrachten verder omhoog te krijgen. Precies zijn we er niet achter kunnen komen waarom ze staakten, maar vermoedelijk de hoge prijzen van het locale voedsel en ook de voor hun vreemde omgeving. Hadden we gisteren een drastische verandering in klimaat meegemaakt, vandaag was het al even groot, want nu kwamen we in het gebied van de "Gebirgsswüste", droge kale rotsen. Hier woont een andere volksstam, de zgn. Thakkali. Na een uur lopen waren we in Tukucha. We troffen Bodenhausen aan, die omringd stond door een 9-tal stakende dragers. Ook deze wilden onder geen voorwaarde verder gaan. Tammes en Nijhuis waren op bezoek bij een Engelse professor in de antropologie. Hij was hier al maanden bezig met de gebruiken en de oorsprong te bestuderen van de Thakkali. Peter heeft hem nog geholpen zijn kaakabces te genezen. Paul en ik zijn maar weer doorgegaan om de karavaan in te halen. Egeler, Schaar en Holger waren in de voorste gelederen. Na een uiterst boeiende tocht langs typische dorpjes, met vele gebedsmolens en vele tempels, met het zien van de eerste yak, het ontmoeten van vele Tibetanen, kwamen we tegen donker aan in Jomosom. Hier is een politiecontrolepost. We moesten dus binnen komen bij de officier van de wacht en alles over onze expeditie vertellen. Zij beschikken over een zendinstallatie, waarmede ze dagelijks naar Kathmandu kunnen zenden. Dit is voor ons in geval van nood, natuurlijk bijzonder belangrijk. Hij wees ons toen waar hij Egeler had geadviseerd had om het basiskamp in te richten. Dit bleek aan de andere kant van de rivier te zijn en wel weer een stuk terug. Zo kwamen we dan veilig en wel in het basiskamp, een ideale weide temidden van grootse natuur. Het laatste daglicht scheen nog op de noordflank van de Nilgiri. Wat een top, angstaanjagend. Vele zwakke plekken heeft dit bastion van ijs, sneeuw en rots niet. De tijd zal het echter moeten leren en we vertrouwen op de komst van Terray; die zeker hier of daar weer een gaatje zal zien. In het donker arriveerden nog Bodenhausen, Peter en Tammes. Zij hadden echter de korte weg genomen, niet via Jomosom. Ze waren gelukkig door voorbijgangers gewaarschuwd. Wongdhi kwam pas nog veel later te paard. Hij had het voor elkaar gekregen om een aantal muilezels te huren om de achtergebleven vrachten hier te krijgen. Deze zouden in de loop van de volgende ochtend arriveren. Basiskamp Nilgiri was dus betrokken.

Het basiskamp bij Jomosom
Zondag 30 september 1962. Een dag van pakken, uitpakken: tenten opzetten, materialen controleren en uitzoeken. Toch konden we volop genieten van de Nilgiri. Het is een wel heel wat grootsere berg dan we ons gedacht hadden. Van Terray kreeg Wongdhi in Tukucha nog een brief. Deze was door een man mede genomen van Pokhara naar Tukucha . Het bleek dat hij de 24ste (zoals het plan was) aangekomen was in Pokhara met een liaisonofficier, een jonge geoloog die redelijk Engels spreekt en een neef is van Thakur chief of Protocol of the Foreign Office. Dat is dus een winstpunt. Helaas was zijn vooruit gezonden bagage nog niet in Kathmandu aangekomen, zodat hij de sherpa Pinchoo in Kathmandu had gelaten met de opdracht nog enkele dagen op de vracht te wachten. Mimgma Tsering was de 25ste in Pokhara gearriveerd. Hij had er zeer lang over gedaan, aangezien een drietal coolies ziek waren geworden. Terray hoopte de 26ste vanuit Pokhara te kunnen vertrekken. We verwachten hem dus hier aanstaande maandag of dinsdag. Goed nieuws dus. Na alle dragers te hebben uitbetaald (een ieder kreeg na aftrek van voorschot de somma van 100 Rs, dit is dus f 44,-.). Een schijntje voor hetgeen ze eigenlijk voor ons moeten doen: dagenlang door regen en wind met zware vrachten op blote voeten door uiterst zwaar·terrein. Zo vertrokken ze dan naar Kathmandu. Een tocht van een tien dagen. In totaal zijn ze dan een kleine maand van huis geweest en wat hebben ze dan eigenlijk verdiend. Het is wel een beetje vreemd dat door zulke achterlijke omstandigheden het nog mogelijk is om expedities in deze gebieden te houden. Zou immers een behoorlijk salaris voor de dragers worden geëist, overeenkomende met Europese begrippen, dan zou een transport van enkele tonnen voedsel en materialen over zo'n afstand een volkomen prohibitieve aangelegenheid zijn voor de geldmiddelen van een normale expedities. Een drietal dragers gaf te kennen dat ze wel als drager vast verbonden aan de expeditie wilden blijven.
Maandag 1 oktober 1962. Vandaag vroeg is Ang Phurba met een aantal dragers vertrokken om een tweede vracht materiaal vanuit Pokhara op te halen. Holger, Peter van Lookeren Campagne en Wongdhi zijn vertrokken om een plek voor het alpiene basiskamp te zoeken en verder te kijken naar de bestijgings mogelijkheden van de berg. Bodenhausen en Nijhuis zijn op geologische verkenning uit.

Onze topograaf Gerrit Schaar aan het werk
Schaar is al begonnen met een topografische kaartering van het basiskamp gebied. Paul, Egeler en ik moeten echter het geld verdienen namelijk door het schrijven van artikelen. Egeler voor het Handelsblad. Paul voor de RGD en ik met het dagboek voor de Spiegel. Tammes gaat zorgen voor de organisatie van de voedingsmiddelen. Zo heeft een ieder wat. Na het middageten even geslapen in de tent om te worden wakker geschrikt door het geroep van Kees:Terray komt er aan! Ja hoor, daar kwam hij in een razend tempo aan. Alleen in een klein onderbroekje kwam hij de berg opgehold. In zeer goede stemming. Hij was in zes dagen overgekomen van Pokhara. naar ons basiskamp. Even later kwam de liaisonofficier: een pas afgestudeerde geoloog van de Rangoon universiteit. Zeer aardig en intelligent.

Onze liaisonofficier Kalikote
De dragers met; Mingma Tsering
komen over enkele ogenblikken Wongdhi en de
twee Lookerens zijn ook net teruggekomen van een reconnaissance. Weinig
nieuws over de beklimmings mogelijkheden, overal even moeilijk. Terray moet het
maar zien. De geologen zijn ook net teruggekomen van hun eerste verkenning.
Veel succes, veel fossielen. Elk wat wils! . Iedereen is dus in het basiskamp
aangekomen. Morgen begint een nieuwe fase van de expeditie. Het zoeken
van een plaats voor een alpien basiskamp. De geologen. zullen hun werk gaan doen,
terwijl de topograaf voort gaat met het :maken van zijn kaart. Morgenochtend gaat een mail runner
omlaag met deze
brief.
Dinsdag 2 oktober 1962 Terray
is niet de figuurom lang in een basiskamp stil te zitten. Meteen is hij
op verkenning gegaan met de drie gebroeders en twee sherpa's. Ze
zouden tenminste 2 nachten wegblijven. De geologische partij begon haar werk in de
omgeving van het basiskamp. Het bleek al gauw dat
Egeler en ik nog niet veel waard waren. We hadden immers
alle twee te lijden van een griep en
dat gaat schijnbaar niet in je
koude kleren zitten, vooral met het stijgen merk je heel gauw dat je snakt naar adem. Daarbij komt nog dat tegen de middag in het dal van de Gandaki een ware storm
opsteekt, altijd stroomopwaarts gericht met windstoten van windkracht 8-9. De
geologie bleek verbluffend interessant, maar niet zo eenvoudig. We vonden al
meteen veel fossielen.

De noordwand van de Nilgiri vanaf het alpine basis kamp
Woensdag 3 oktober 1962. De drie
oudjes van de expeditie: Tammes, Egeler
en ik voelde ons
bepaald. niet goed, zodat werd. besloten om eerst op ons
verhaal te komen in het basiskamp. Trouwens blijkt nog enorm veel
te reorganiseren.
Pakken en overpakken luidt steeds maar
weer het parool. Bij het
openmaken van alle kartonen dozen beplakt met waterdicht geparaffineerd linnen, blijkt
dat tijdens het transport van Pokhara naar het basiskamp, ondanks de vele
regens en de weinig zachte manier van
behandelen door de coolies, vrijwel niets is bedorven of beschadigd. Tegen een uur of twaalf
steekt de venijnige
dalwind weer op en iedereen zoekt zijn tent op. Steeds moeten we er uit om de haringen weer opnieuw erin te
slaan, die door een hevige rukwinden er steeds worden uitgetrokken. De geologen
Nijhuis en Bodenhausen keren tegen de avond terug met een enorme buit aan fossielen. Schaar, onze topograaf is met een sherpa zelfs gestegen tot
een berg van 4000 meter. Hij slaagde erin om vele belangrijke
toppen in te meten en kon vaststellen dat onze noordtop van de Nilgiri de hoogste top is het gehele Nilgiri massief; iets tegenstrijdig met de bestaande
kaart:die aangeeft, dat de Oosttop iets hoger is. Zijn voorlopige berekeningen komen op een
hoogte van 7050m voor de noordtop van de
Nilgiri. Vanuit het basiskamp ziet
onze berg er vervaarlijk uit, maar ja gelukkig hebben we onze Lionel
Terray!.
Donderdag 4 oktober 1962. Nog steeds voelen we ons niet erg lekker. Egeler en ik zijn wel
koortsvrij,maar merken typisch de terugslag van de griep. De vuile
gifstoffen die zich blijkbaar in het lichaam hebben opgehoopt, moeten er
eerst uit en dat gaat, nu eenmaal volgens onze arts met rustig aan doen.
Het is voor Egeler en mij wel een hele beproeving om zo machteloos in het basiskamp te zijn gekluisterd. Gelukkig dat we zo'n grote groep
hebben, er wordt door de expeditie gelukkig over de gehele linie nuttig werk
verricht. Ik besteed de dag grotendeels met het maken van dunne
doorsneden van gesteenten om op zo'n manier ze hier in het basiskamp door
de microscoop te bekijken, wat zeer nuttig is voor het bepalen van de mineralogische samenstelling. Het is voor het eerst dat we deze methode
in het terrein toepassen. Trouwens, ik geloof zonder overdrijving te
kunnen zeggen, dat het nog niet veel is gebeurd, dat geologen in het
veld hun slijpplaatjes maakten. Het is wel enigszins bewerkelijk voor een
7 tal slijpplaatjes heb ik toch gauw enkele uren nodig. Het blijkt echter niet tevergeefs te zijn,
want iets wat de vorige dag al
vermoed werd, nl.. dat in een gesteente het mineraal chloritoid zou
zitten, werd met de microscopische analyse bevestigd. Een vreemde
verschijning in gesteenten, die ook fossielen bevatten. In ieder geval
een nieuwe vondst. 's Avonds was het enig om te zien hoe alle partijen
voldaan. en moe terugkwamen. Eerst de geologen en daarna de
alpinisten. Deze laatsten hadden een. groot succes geboekt. Zowel de
plaats van het alpiene basiskamp als voor kamp I hebben ze
gevonden.

Het alpiene basiskamp aan de voet van de Nilgiri
Verder hebben ze een route uitgestippeld om de Nilgiri·te
bestijgen. Een nogal gedurfde route; enkele zeer zware stukken, maar volgens Lionel mogelijk. Terray was zeer te spreken over de conditie
van de drie van Lookerens. "Ils sont vraiment très fort". Ze waren
gekomen tot een hoogte van maar liefst 5300 meter, de plaats waar kamp
I zou worden geïnstalleerd. Het waterprobleem bleek hier te zijn
opgelost door de aanwezigheid van een dunne laag sneeuw op de
rotsen. Voor het alpiene basiskamp was dat echter echter een groot probleem
geweest. Dank zij de sherpa Sona werd een klein bronnetje in de
noord helling van de Nïlgiri gevonden op een hoogte van 4100 meter, met er vlak bij een kleine richel waarop na het maken
van plateaus
best enkele tenten zouden kunnen worden geplaatst. Er was wel een nadeel
bij nl. dat de afstand van het alpiene basiskamp naar kamp I een hoogteverschil van maar liefst 1200 meter had. Maar ja, vanwege de
waterpositie is dit niet anders op te lossen. Het transport van het
materiaal van het alpiene basiskamp is gemakkelijk, aangezien er een muilezelpad naar
toe loopt. Aangezien hier in de vallei beter muilezels
dan dragers zijn te huren, is dat niet gek. Het transport van het alpiene
basiskamp 1250 meter omhoog tot kamp I zal nog heel wat moeite geven.
Vrijdag 5 oktober 1962. Een grote reorganisatie. De
etenshoeveelheden moeten worden verdeeld in een deel voor de alpinisten en
een deel voor de geologen. Dat heeft nog heel wat voeten in de aarde.
De tenten moeten worden verdeeld etc. etc. Het alpiene materiaal
wordt grondig nagekeken. Van het 100 meter aanwezig touw
worden 15 stukken van 40 meter gemaakt. Deze touwen dienen als vaste
touwen de zgn. corde fixe die op moeilijke plaatsen op de berg moeten
worden aangebracht, zodat de sherpa's met hun zware lasten er gemakkelijk langs kunnen. Aan alles moet worden gedacht.
Immers het vergeten van lucifers om maar iets te noemen, zou natuurlijk
catastrofaal zijn.

Het alpiene materiaal wordt aan een grondige controle onderworpen
Als we 's avonds in de grote messtent zegt Egeler triest: Het is misschien de laatste keer, dat we zo allemaal
compleet bij elkaar zitten. Hij doelde niet zozeer op eventuele ongelukken, die zouden kunnen gebeuren, maar meer op het feit dat de alpinisten en de geologen ieder
hun weegs zullen gaan. Aan het
eind van het alpinistisch gedeelte zullen de alpinisten het gebied al weer
gaan verlaten. Terwijl de geologen dan in noordelijke richting zullen trekken.
We laten door Tashi de locale drank, de zgn. rakshi halen. De enige die
er niet helemaal goed tegen kan, is onze liaisonofficier, die onder ·tafel -
tot onze grote hilariteit - in slaap valt.
Zaterdag 6 oktober 1962. Grand départ voor de alpinisten. Het duurt alleen nog
eind voordat we goed en wel het basiskamp vaarwel kunnen zeggen. Er
komen nog vele mensen op ziekenbezoek. Een luid huilende vrouw met op haar rug
een mandje met een klein jongetje erin van twee jaar, die vijf dagen geleden
kokend water over zich heen heeft
gehad en verschrikkelijke brandwonden had opgelopen. Er had zich in die
vijf dagen gelukkig al een korst gevormd en de artsen konden de moeder
geruststellen dat het kind het wel zou halen en dat de kritieke
dagen al achter de rug waren. Onze tandarts kreeg het ook nog druk. Een
fraaie extractie van een verrotte kies. De vrouw had al twintig jaar last
van die kies gehad. Terray heeft de gehele scène kunnen vastleggen op de
film. Tegen 10u30 uur waren alle 21 muilezels opgeladen. Egeler heeft het
bellengelui van de muilezels nog op de bandrecorder vastgelegd. Er werd roerend afscheid
genomen van de geologen en. de liaisonofficier. Over en weer werd veel sterkte toegewenst. We waren nog geen 200
meter gestegen of de wind ging liggen. Het was een werkelijk grote
verademing dat er geen wind meer was, want dat gaat op den
duur behoorlijk op je zenuwen werken. Het pad waarlangs we omgaan
is prachtig. Eerst door een schitterend dennenbos en daarna door een herfstig berkenbos.
De prachtige kleurencombinatie , met daarboven de machtige ijsflank van de
Nilgiri. Een ieder denkt er het zijne van, maar een ieder is onder de indruk
van de steilheid der berg en loopt met de
gedachten: "Moeten we daar nu bovenop?" Door Terray en Wongdhi
wordt beslist dat we het alpiene basiskamp inderdaad op de rotsrichel vlak
boven de bovenrand van het bos zullen
plaatsen vlak bij de bron van Sona. De hoogte is 4150 meter. Direct wordt
begonnen om plateaus te maken voor het plaatsen van de tenten.

Kamp I vlnr Lionel , Peter, Tom en net niet zichtbaar Kees.
Met het
invallen van de duisternis staan zes tenten overeind. Het is toch duidelijk te
merken dat we veel hoger zitten. Zeer koud en verder moeite met ademhalen.
Morgen zullen we zoveel mogelijk vrachten naar de plaats gaan waar Terray kamp
I had gedacht.
Zondag 7 oktober 1962. Na alles weer voor de zoveelste maal te
hebben uitgepakt en overgepakt met de hele ploeg omhoog, behalve Tammes die
met de kok Dannu achterblijft Dr Tammes is gisteren met een geweldige krachtsinspanning
tot het alpiene basiskamp gekomen en heeft nu als taak om te zorgen dat de
opvoer naar het kamp I goed
verloopt. De stijging ging over een zeer steile grashelling
of liever gezegd in het begin van een uiterst vervelende distelhelling.
Toch gaat de stijging uiterst snel. Het is toch wel vreemd;
maar hier in de Himalaya hebben we minder last van de hoogte dan in de Andes. Dit feit
heeft Terray al vele malen opgemerkt en wie kan het beter beoordelen dan Lionel. Hij is
dit jaar in april op de Jannu in de Himalaya geweest, een berg van bijna 7000
meter. In augustus van het zelfde jaar op de Chacraraju een berg van 6100
meter in de Cordillera Blanca, nu weer in de noordflank van de Nilgiri.. Hij
vertelde hoezeer hij snakte naar adem tussen de 5 en 6000m meter, terwijl hier
hij met het grootste gemak zich voortbewoog op de zelfde hoogte. Er schijnt
ook een wetenschappelijke verklaring te zijn voor dit verschijnsel. Men kan
zonder overdrijving zeggen dat een hoogte van 5000 meter in de Andes
overeenkomt met ongeveer 5800-6000 meter in de Himalaya. Des te beter voor ons
want we moeten immers naar een hoogte van 7000 meter en van dit dus te
vergelijken met een hoogte die we in de Andes verschillende malen bereikten.
Hoe het ook met het verschijnsel in hoogte betreft de acclimatisatie is
gesteld: we komen tegen een uur of twee al op onze plaats van bestemming aan,
dwz 5400 meter Kamp I. Ik had toch op het eind wel last van kortademigheid. Egeler is gekomen tot 5000 meter en toen weer naar alpiene basiskamp
teruggekeerd. Terray, de drie broers van Lookeren Campagne en de sherpa
Mimgma Tsering en mijzelf hebben zoveel mogelijk getracht om ons kamp I
comfortabel te maken. Er werden twee Makalu tenten opgezet, een dergelijke
type tent gebruikten we ook in de Andes op grote hoogte. Een aantal sherpa's en
twee coolies zijn weer na hun 25 kilogram zware vrachten te hebben gedeponeerd
naar het basiskamp afgedaald. De coolies die het gaan in dit soort gebied niet
gewend zijn, kwamen doodmoe twee uur na het invallen van de duisternis in het
basiskamp terug en kotsten zelf van moeheid en zworen nooit meer omhoog te
gaan, anders gingen ze dood zeiden ze , maar het is een beetje hun eigen
schuld, want ze hadden ons zo gevraagd om als drager mee te gaan tijdens
het alpiene gedeelte.
Maandag 8 oktober 1962. Volle bedrijvigheid op de noordflank van de
Nilgiri. Terray met de drie broers van Lookeren en een sherpa omhoog naar de
plaats waar Terray het kamp II had gedacht.

De steile klim tussen kamp I en kamp II
Vanuit kamp I kon ik ze duidelijk volgen. Het zag er werkelijk griezelig uit,
zoals ze zich langzaam omhoog werkten tegen steile rotspartijen. Na vier uur
hard zwoegen bereikten ze de plaats een smalle sneeuwrichel waar met het hakken
gemakkelijk een plateau voor een aantal tenten gemaakt kon worden. Paul van Lookeren is steeds als eerste
gegaan, terwijl Terray zijn verrichtingen kon filmen. Een goede prestatie,
trouwens over de andere twee broers was Lionel zichtbaar tevreden. Hij
verbaasde zich erover dat ze iegelijk helemaal geen erge last hadden van de
hoogte. Als ik deze jongemannen zo bezig zie, dan realiseer ik me terdege
dat ik die tijd toch achter me heb, maar ja, voor alles komt een tijd en daar
heb je je nu eenmaal bij neer te leggen. Maar ja ik was zo gewend bij de Andes
expedities de jongste te zijn met alle voordelen van dien. Tegen een uur of vier wachtte ik ze op met
warme thee in kamp I. Helaas begon
ik me tegen de avond niet goed te voelen, sterke keelpijn. Zou het de gevreesde
"high altitude throat " zijn? De nacht was een verschrikking. Ik had steeds het
gevoel te stikken veel te weinig zuurstof.
Dinsdag 9 oktober 1962. Bij het ontwaken, alhoewel dat
misschien een beetje te veel is gezegd, lijkt het me beter dat we ons weer in
verticale stand zouden voortbewegen, terwijl het weer weer prachtig is. Het
schijnt in de maand oktober altijd wolkeloos weer te zijn, alleen wordt het
geleidelijk aan steeds kouder. De wind komt nu nog uit het zuiden en we zitten hier
in de noordwand dus zeer beschut. De top vertoont gedurende de dag geweldige
sneeuwpluimen, een zeer sterke zuidelijke wind verradend. Terray adviseerde me
om de dag zo rustig mogelijk in kamp I door te brengen. Een bitterpil, maar ja,
het is beter voor de goede gang van zaken . Terray met de onvermoeibare van
Lookerens weer omhoog naar kamp II om vaste touwen aan te brengen en tevens
vrachten naar boven te brengen. Egeler komt tegen een uur of drie in kamp I
aan. Hij is redelijk fit en vindt het zichtbaar prettig om hier te zijn. In
het basiskamp is alles oké. Nog en nieuwtje van de geologengroep het
basiskamp in de vallei is nu definitief opgedoekt. Door een zeer sterke
windvlaag is de messtent door midden gescheurd, terwijl van de twee nadere
(geen Denig tenten) de stokken als lucifershoutjes knapten. Ze hebben nu alles
verplaatst naar Jomosom, alwaar een huis is afgehuurd om al het materiaal te
plaatsen. Dit alles uit een brief van Schaar aan Egeler. Ik laat nog even en
zinsnede uit de zelfde brief volgen. "Vanmorgen werd hier een mitrailleur
opgesteld, welke gezegend werd dor het strooien van bloemen en het onthoofden
van een geit. Het laatst geschiedde met behulp van een Nepalees mes in één
klap".
Woensdag 10 oktober 1962 Nu bleken de twee van de drie van Lookerens
een normale vermoeidheid te vertonen. Besloten werd ook om een dag rust in te
lassen. Alleen Terray die zich zichtbaar trots voelde, dat hij geen rustdag nodig
had, is met tezamen met een sherpa met zware vrachten weer naar kamp II
gegaan. Mijn gezondheid werd steeds slechter en op deze hoogte rust je niet
bepaald uit. Paul, Holger en ik daalden af naar het basiskamp. Peter zou alleen
met een dag rust in kamp I kunnen volstaan. De twee anderen door de
hoogte de laatste nachten allerbelabberdst geslapen. Egeler bleef eveneens in
kamp I op de opvoer naar kamp II te regelen. Het is absoluut nodig dat in elk
kamp een sahib is anders wordt het een grote chaos. Er moet steeds
gedacht worden wat nu voorrang heeft om opgevoerd te worden. Het is alles een
militaire operatie, het staat en valt met de aanvoer van materiaal. In
basiskamp gearriveerd bleek alles prima te zijn. Tammes met steeds kleine
wandelingetjes in goede conditie te komen. Het is een verademing om
in het basiskamp terug te komen. Prachtige boomgroepen, gras en stromend
water, wat een tegenstelling met de barre natuur van kamp I bestaande uit
rots, sneeuw en ijs . Het is misschien door het ondergaan van zoveel
tegenstellingen, dat de alpinist steeds weer wordt aangetrokken om omhoog te gaan
om daarna dubbel van de dingen in de laagte te kunnen genieten. Ik vergat
nog te vermelden dat woensdag onze mailrunner net in het basiskamp arriveerde
met vele brieven. De twee ongelukkige waren Paul en ik geen brief. Maar ik mag toch niet klagen, want
toen ik in het basiskamp terugkeerde , draaide ik de bandrecorder af met de opnamen die eerder
maandagavond van de Wereld omroep had
gemaakt. Een kersvers bericht voor mijn viertal dat het goed maakte en verder dat mijn dochter Mariette een kleurwedstrijd had
gewonnen en nog wel de eerste prijs. Het laat zich begrijpen als dat men als
men zo iets hoort de waterlanders niet uitblijven. Ook voor Egeler was er goed nieuws van huis bij. Het
is verwonderlijk goed hier de Wereldomroep
doorkomt. We kijken weer reikhalzend uit naar de volgende maandag..
Donderdag 11 oktober 1962. Besloten wordt om Tammes met onze kok Dannu
naar Jomosom te laten gaan om opnieuw proviand te halen. De twee van Lookerens
gaan tegen de middag weer omhoog, terwijl ik het opwacht blijf in het
basiskamp en vooral om uit te zieken. Er is nu een vaste dragers verbinding
gekomen tussen het basiskamp I en ook tussen I en II. Het zijn de onvolprezen
sherpa's die zich veel moeite getroosten om de de zware vrachten omhoog te
slepen. Dankzij de vaste touwen tussen kamp I en kamp II verloopt het
dragertransport zeer vlot. 's Avonds ben ik dus als enige sahib in het
basiskamp en verder nog een tweetal sherpa's en coolies.

Rustpauze op de moeilijke route van kamp I naar kamp II
Vrijdag 12 oktober 1962 Tegen een uur of twaalf 's middags komt de
sirdar Wongdhi van kamp I omhoog met de mededeling dat er niet genoeg pitons
zijn . Hier in het basiskamp zijn ze ook niet meer. Zodat we besluiten hem door
te
sturen naar Jomosom. Hopelijk zijn dan tevens gearriveerd de sherpa Pinchoo,
die in Kathmandu is achtergebleven om te wachten op een koffer van Terray, die hij
in
het zelfde vliegtuig had meegestuurd als hij zelf, maar op een tot nu toe
om onverklaarbare reden is de koffer niet aangekomen.. Het bevatte vooral veel klim
spullen,. zoals touwen etc. Hij had Pinchoo de opdracht gegeven om 10 dagen op de
koffer te blijven wachten. Verder hadden we onze Ang Purba de 1e oktober omhoog
gestuurd naar Pokhara om opnieuw een zending eten te halen. Hij had hiervoor een 15 tal coolies
nodig. Vandaag zij Holger en Paul van kamp I naar
kamp II gegaan, terwijl Peter en Lionel zijn begonnen aan de moeilijke
traverse in de noodwand om op de noordwest graat te komen. Tegen een uur of
acht 's avonds verschenen opeens voor mijn tent Wongdhi, Pinchoo en Ang Purba. Alle
sherpa's zijn nu gearriveerd. Helaas heeft Pichoo tevergeefs op de koffer
gewacht.
Gelukkig hadden wij genoeg klimspullen, zodat het geen drama is, wel zonde van al
het wachten. Ang Purba had met 15 coolies inderdaad alle vrachten van Pokhara
opgehaald. Morgen of overmorgen zouden Tammes en Dannu weer omhoog komen met een
aantal muilezels. Wongdhi had verder 5 lokale dragers gehuurd met die van nu
af aan ook ingeschakeld kunnen worden bij het opbrengen van het materiaal.
Nog steeds is mijn gezondheidstoestand niet je dat. Veel hoesten en steeds wat
verhoging. Niet bepaald de conditie om een 7000 der te bestijgen. Dat is wat
je noem de ziel in lijdzaamheid bezitten.
Zaterdag 13 oktober 1962. Wongdhi, Pinchoo en Ang Purba omhoog naar kamp
I. Laat in de middag bereikte mij het volgende bericht van Egeler. Ik laat
hieruit enkele zinsneden volgen: Bedankt voor je brief. Verstandig van je om
afstand te doen voor de kopgroep en te wachten op de fellow up d.i. een tweede
groep die zal proberen de berg te bestijgen, het zou trouwens niet fair zijn
tegenover de anderen als je niet geheel fit bent. Ik krijg steeds bestellingen
van boven door (dus kamp II) waaraan ik niet kan voldoen. Sommigen
zijn m.i. meteen uit het basis kamp te betrekken. 1. reserve pickles om als
staken te gebruiken 2. zwart wit films 3. petroleum, 4. walkietalkies voor
kampen III en IV, 5.1 intermezzo tent plus extra dak voor igloo 6.serviesgoed. we hebben hier b.v geen enkele lepel, 7. macaroni, stroopwafels.
De kopploeg maakt enorme voortgang. De hele traverse wordt gefilmd, walkie-talkies zijn een
groot succes. Om 12 uur bereikte Terray de 2e "Hange"
gletscher . Ging daarna terug. Morgen zeker plaats voor kamp III bereikt. Om 1
uur werd mij via de walkie-talkie gemeld dat een sherpa een niersteen koliek
had.

Terray en Mimgma Tsering vertrekken van kamp II naar kamp III via de noordwand
Verder nieuws ontbreekt. Het is wenselijk dat de essentiële zaken morgen
hier zijn, zodat zij nog door kunnen gaan naar II. Ondertekend Kees. Ik ben meteen aan
de slag gegaan en alles voorbereid voor morgen. Laat op de avond kwamen nog 5
takkali (locale) dragers met vrachten omhoog.
Zondag 14 oktober 1962 De crisisdagen van mijn ziekte dagen zijn
geloof ik voorbij. Ik begin er als weer zin in te krijgen. Ik had de
vorige avond
zo tegen de sherpa's gezegd om voor dag en dauw te vertrekken, om tijdig de
vrachten te brengen naar kamp I opdat de sherpa's ter plaatste het vandaag nog
door konden brengen naar kamp II. Tot mijn grote verbazing bleek dat er tegen
zes uur vanochtend geen leven in de sherpa-tent was te bespeuren. Na een
paar hese roepen van mij en nadat de Gurka coolie ze had proberen wakker te maken en nog steeds geen beweging in de tent was te zien, ben ik er
naar toe gegaan en heb ze letterlijk en figuurlijk de tent uitgejaagd. Het zijn
de enige werkelijk slechte en daarbij ontzettend domme sherpa's. Ook tussen
deze mensen is er nog een geweldig verschil in klasse. Eindelijk tegen half
acht zette de dragerscolonne zich in beweging . De dag verder rustig
doorgebracht met schrijven. Tegen de avond kwamen opeens de geologische party
omhoog. Bodenhausen, Schaar en Nijhuis plus de liaisonofficier en. André Tammes
kwam ook mee, zodat er weer gezelligheid was in het basiskamp. Het was allemaal nogal
eenzaam geveest die drie dagen. Even later arriveerden ook de
muilezels met nieuw proviand. In de hogere kampen was het vandaag een rustdag
geweest.
Maandag 15 oktober 1962. De geologen zijn tegen een uur of acht omhoog
gegaan naar kamp I, althans geprobeerd. Tegen de middag keerde Bodenhausen
helaas terug. Hij had zijn enkel flink verzwikt.'s Avonds laat kwamen Schaar en
Nijhuis doodmoe terug. Ze waren tot vlak onder kamp I gekomen en waren op
schreeuwafstand van Egeler gekomen. Die had hun afgeraden het laatste stuk
zonder pickel te wagen. Ze vonden het aan de ene kant al best, want door het te snel stijgen waren ze flink achter hun adem gekomen.
Tijdens hun tocht
deden ze een heel belangrijke fossielvondst. nl. de vondst van een trilobiet,
een soort kreeft, die laten we zeggen ongeveer 400 miljoen jaar in de zee moet
hebben geleefd. Een juiste determinatie moet natuurlijk nog door een
specialist worden verricht maar we hebben nu toch een globaal idee over de ouderdom
van deze gesteenten die de noordflank van onze berg opbouwt. De gang van zaken
in kamp I. Egeler houdt de wacht en zorgt voor opvoer naar
kamp II. In kamp II zijn 's ochtends vroeg vertrokken Paul, Holger en 3
sherpa's met zware vrachten om die hoger op de berg te brengen. Er
gebeurde nog een incident dat bijna catastrofale gevolgen had gehad. Holger tezamen met
sherpa Pinchoo waren in een gedeelte van de
ijswand waar vele spleten waren. Gelukkig zei Holger tegen Pinchoo: " Zeker me nu goed, want er komt een gevaarlijk stuk".
Nauwelijks
had hij het gezegd of hij verdween in een tien meter diepe spleet. Door een
bliksem snelle
reactie van Pinchoo bleef hij op 6 meter diepte lager in het touw in de
spleet, terwijl tengevolge van zijn val geweldige ijsbrokken afbraken en op
hem neer stortten. Dit had ook weer een geluk , want het vulde de spleet op,
zodat Holger op de naar beneden gevallen brokken kon staan en met
behulp de
beroemde Jumard, een instrument waarmee je je zelf langs een touw
omhoog kanwerken, is het hem met veel moeite gelukt om zich uit de spleet
te werken. Een hachelijk avontuur met een goede afloop. Het werd een zware dag
voor hun en doodop kwamen ze 's avonds in kamp II terug. Er werd besloten dat de
volgende dag de grote aanval op de graat zou worden gedaan, het kritieke
ogenblik van de expeditie. Op de graat zou kamp III worden geplaatst.
De graat die naar de top leidt is volgens Terray niet zo moeilijk meer. De
equipe zou bestaan uit Lionel, Peter, de Sirdar Wongdhi en Mimgma. Tsering en Dorjee. In het basiskamp, zowel in kamp I werd de Wereldomroep met berichten
voor de expeditie goed ontvangen. Het bericht dat de vrouw van Nijhuis
gezakt was voor haar rij examen, met als reden dat ze te weifelend rijdt, wekte grote
hilariteit.
Dinsdag 16 oktober Mijn gezondheidstoestand
verbeterde en als trainingstochtje zou ik André en Kriel begeleid naar
het zgn. Tibetanenkamp. Nijhuis en Schaar zouden via een omweg teruggaan
naar de vallei. Bij het Tibetanenkamp gekomen, hebben we afscheid. genomen
van Bodenhausen, die enigszins strompelend zijn weg naar de vallei vervolgde. Tammes en ik zijn
het volgende uur getuige
geweest van de kritieke
fase van de bestijging van de Nilgiri. Als vliegen tegen een muur zagen
we 5 kleine zwarte stipjes in de verschrikkelijke steile ijswand langzaam
omhoog kruipen.

Lionel Terray is de steile noordflank van de Nilgiri: de sleutel passage
De voorste groep bestond uit twee man (we hoorden achteraf dat het Lionel Terray en Sirdar Wongdhi. waren) . We zagen hoe het laatste stuk naar de graat werd bedwongen in een tergend langzaam tempo . Tegen een uur of twee zagen we de laatste man achter de: graat verdwijnen. Van Terray hoorden we later het volgende relaas. "Tegen een uur of tien bereikten we het uiterste punt dat we tijdens de vorige pogingen hadden bereikt.. Het ijs werd naar de graat toegaande steeds steiler .Voordurend moeten we via grote uitstekende ijsrichels, om daarna in de steile geulen tussen de richels ons omhoog werken. Vele ijshaken en vaste touwen werden aangebracht. Het leek steeds weer of de laatste touwlengte was aangebroken tot de graat, maar steeds liep het weer op een ontgoocheling uit. Wongdhi assisteerde voortreffelijk Later zou blijken dat hij tijdens deze laatste kritieke meters Wongdhi zijn vingertop van zijn rechtermiddelvinger had bevroren.

De bevroren vingers van de rechter hand van Wongdhi
Via een
laatste ijswand van zeker 70 graden steilte werd de graat bereikt, net
zijn laatste ijshaak werd een zekering aangebracht. Op de graat zelf
zag het er weinig aanlokkelijk uit voor het plaatsen van een kamp. Nergens was
er een min of meer horizontaal plekje te vinden. Bovendien was het ijzingwekkend
koud. Na een uurtje werd begonnen met de moeilijke afdaling. Een van de dragers werd tijdens de afdaling enigszins paniekerig. Pas na het donker kwam
de equipe voldaan over de bereikte resultaten in kamp II terug.
Woensdag 17 oktober 1962 Algehele rustdag voor alle bewoners van kamp I en II. Tegen een uur of
negen ben ik van het basiskamp, enigszins op hoop van zegen naar kamp I gegaan.
Mijn keel was nog niet geheel genezen, maar na overleg met onze dokter Tammes werd toch maar besloten het erop te wagen "Just let
it have a try" .
Na een nogal moeizame tocht naar kamp I, bleek dat Egeler doorgegaan was naar
kamp 1. Holger wachtte me op met thee. Tegen 4 uur ging hij ook naar
kamp II, want morgen zou de uiteindelijke attaque worden ingezet. Ik bleef
alleen achter met sherpa Dorjee. Om 5 uur was afgesproken een radiocontact
met kamp II. Helaas hadden we vergeten om de horloges gelijk te zetten.
Tegen 6 uur zouden we het weer proberen. Tegen kwart over zes kreeg ik een vage
stem van Egeler door de: walkie-talkie. De plannen waren als volgt: Terray, Holger,
Peter
en Wongdhi zouden naar de top gaan, terwijl Paul met enkele
sherpa's weer naar kamp II zou terugkeren.

De grootmeester in het beklimmen van ijswanden Lionel Terray
Donderdag 18 oktober 1962 De aanval werd ingezet om 3.30. a.m. Algehele reveille in kamp II. Zoals altijd prachtig weer, alleen behoorlijk koud. De thermometer wees 25° onder nul! Tegen 5.30 uur was alles in gereedheid. Er gaat veel tijd mee ver1oren, het aantrekken van de dubbele rendierschoenen, stijgijzers, etc, etc. Egeler heeft ze allen goede tocht toegewenst en daar verdwenen ze de nacht in: 9 man sterk, 5 sherpa's en 4 sahibs. Egeler kon nog lange tijd het schijnsel van de voorhoofdslampjes in de ijswand volgen. Vanuit kamp I konden we ze tijdens de verdere dag zeer goed vo1gen. Een haast ongeloof1ijk gezicht 9 zwarte stippen in de uiterst steile noordflank. Tegen 12 uur werd de graat al bereikt. Toen was het voor ons onmogelijk verder de klimmers te volgen, daar ze steeds aan de andere kant van de graat bleven. Om de vier uur hadden Egeler en ik radio met elkaar. Paul en enkele sherpa's zouden tegen de avond terugkeren, maar hoe we ook keken, geen enkel bewegend zwarte stip kon worden waargenomen. Ook na het donker worden gleden onze blikken langs de wand zonder iets waar te nemen en enigszins ongerust gingen we de nacht in. Ze hadden immers 1 tent bij zich voor zeven man en slechts 6 slaapzakken.

De ijzige noordwand van de Nilgiri die vandaag wordt doorstegen en boven aan kamp III wordt bereikt om morgen de aanval te openen op de top
Vrijdag 19 oktober 1962. Nog steeds niets te zien. Egeler en ik hadden elk uur radiocontact. De sherpa's in kamp I begonnen ook ongerust te worden, terwijl Egeler signaleerde van kamp II dat Dannu de kok een zware malaria aanval had, zodat hij zich dus over het wel en wee van 9 mensen weinig zorgen maakte. Tegen een uur of kwart voor twee zag ik tot mijn geweldige verassing en te gelijk opluchting een zwart stipje 300 meter van de top in een gedeelte van de graat waar een depressie het mogelijk maakt om de klimmers te volgen. Na enkele ogenblikken volgde een tweede stipje, een derde en een vierde en nog een vijfde. Het was duidelijk, de eerste equipe van 3 man zou waarschijnlijk bestaan uit Lionel, Holger en Peter en de tweede equipe waarschijnlijk uit Paul en Wongdhi. Dat was dus de verklaring voor het feit dat Paul de vorige dag niet was teruggekomen. Terray had waarschijnlijk de situatie gunstig geacht dat er vijf man naar de top zouden gaan en de 4 sherpa's af te wachten op de loop van de gebeurtenissen tijdens de aanval op de top. Om twee uur had ik weer radiocontact met Egeler afgesproken. Het bleek dat hij vanuit kamp II de klimmers niet had gezien, dus is het niet moeilijk voor te stellen zjn emotie bij het horen van het goede bericht. Volgens mijn berekening zouden ze ongeveer om half vier op de top aankomen, gezien het stuk dat ze moeten afleggen. Het zag er naar uit dat de Nilgiri dus binnen enkele ogenblokken zijn trotse witte hoofd zou moeten buigen . Wat ik ook tuurde, ik kon ze verder niet vervolgen. Nu maar afwachten tot ik ze weer op dezelfde plaats zou zien, maar dan in dalende lijn, waarmee dan veilig kon worden aangenomen dat ze de top hadden gehaald. Het was een ontroerend moment toen ik opeens tegen half vijf een klein mannetje zag verschijnen en even later alle vijf langs de bewust plaats komen. DE NILGIRI BESTEGEN DOOR DRIE NEDERLANDERS, EEN FRANSMAN EN EEN NEPALEES!

Holger va Lookeren Campagne op de top van de Nilgiri
Mooier kunnen we het ons niet wensen. De hele
verdere dag konden we niets van de klimmers waarnemen, maar opgelucht en met een
zeker trots gevoel gingen Egeler en ik slapen.
Zaterdag 20 oktober 1962. Afgesproken was dat André Tammes naar kamp
I zou gaan, terwijl ik van kamp I naar kamp II zou gaan. Het is een steil stuk
van I naar II. Gelukkig vaste touwen. Tegen een uur of elf komen Egeler en ik
elkaar de hand geven, elkaar feliciterend met het bereikte resultaat. Allen
waren dus behouden teruggekeerd. Tegen een uur of een zagen we 9
stipjes verschijnen in de noordwand. Allen waren dus behouden teruggekeerd. Tegen
5 uur was de hele groep in kamp II. Eindeloos handengevend, omarmend en foto's
makend. Een hartverwarmend geheel. In de keukentent, de beste plek van kamp II
waar het warm was, vertelde Lionel zijn relaas: donderdag waren ze tegen 3 uur
pas op een gedeelte van de graat om een redelijk kamp te installeren. Het was
dus te laat geworden voor Paul en de 4 sherpa's om terug tet keren. Na veel gehak, werd de makalu tent opgezet en alles in
veiligheid gebracht voor de koude
nacht. Sommigen met zij tweeën in een slaapzaak. Veel gegeten werd er niet. Een
typisch verschijnsel van de hoogte. Pas rijkelijk laat gaat de kopgroep naar de
top, maar ja, als eenmaal je nacht zo ongeriefelijk verloopt, heeft een mens nodig
om even te worden opgewarmd, letterlijk en figuurlijk door de zon. Tegen negen
uur gingen ze dan. Paul kon dus profiteren van de gelegenheid om met de eerst
afgesproken groep naar de top te gaan. Zijn conditie was goed genoeg voor de
aanval. Het tempo werd steeds trager, steeds meer last van kortademigheid. Tot hun groot geluk was het windstil, iets wat betrekkelijk zeldzaam
is op deze hoogte en vooral op zo'n geëxponeerde graat. Vanaf de plek waar ik ze kwart
voor twee had gezien was het makkelijk technisch, maar zeer vermoeiend
een eindeloze sneeuwpartij en dat op een hoogte van 7000 meter. Gelukkig
beschikt de sherpa Wongdhi blijkbaar over zoveel adem,dat hij met het
grootste gemak het spoor trok. Steeds dachten ze dat ze de top hadden bereikt,
maar steeds erachter laag weer een eindeloze sneeuwhelling. Tegen half vier
werd de top bereikt. De Nederlandse driekleur, de Frans en de Nepalese vlag werden
aan de pickels omhoog gehouden. De Nilgiri 7035 meter was bedwongen. De terugtocht verliep zonder verdere incidenten. Een
kwartier na zonsondergang werd
kamp II bereikt , waar de overwinnaars door de sherpa's met open armen werden
ontvangen. Ondanks alle inspanningen nog steeds geen honger, alleen vruchten op
sap. Ook de volgende dag is het op weg gaan een eindeloze geschiedenis pas tegen
10 uur wordt met de terugkeer begonnen. Ondanks de grote moeilijkheden van de
steile afdaling verliep de terugtocht zonder bijzonderheden.

Kamp II wordt ontruimd. De dragers brengen het materiaal naar het dal.
Volgens Lionel waren de steile passages tussen kamp II en III te vergelijken met de
moeilijkste passages van de Jannu,de berg in oost Nepal, die welke Lionel dit
voorjaar heeft beklommen. Een moeilijke berg, vooral gezien de hoogste waarop
de lastige passages moesten worden genomen. Het is wel ongelooglijk wat
Lionel die dag gepresteerd heeft. Steeds brengt hij de energie op en de durf op
om deze grote wanden in te gaan. Hij heeft groot slem gehaald dit jaar. Eind
april de Jannu 7780 m, 5 augustus de oosttop van de Chacraraju in de Cordillera
Blanca in de Andes, 19 oktober de Nilgiri noordtop 7035 m. Een prestatie,
die geloof ik in de alpiene historie nog niet is gelukt. 3 toppen tijdens drie
expedities, twee in de Himalaya en een in de Andes..
Zondag 21 oktober 1962.Rustdag kamp II. Iedereen een beetje op zijn
verhaal te komen Besloten werd dat ik een poging zou ondernomen onder leiding
van Lionel. De twee sherpa's Anga Purba en Mimgma Tsering zouden ons begeleiden.
s-Avonds werd helaas de toestand van mijn keel steeds slechter. Tot nu toe
had ik behoorlijk veel lucht op deze hoogte. Nadat alles in gereedheid was
gebracht voor de nacht en ik in mijn slaapzak kroop, was het net alsof mijn keel
werd dichtgeknepen, geen hap adem kreeg ik zowat naar binnen. Ik kon niet slapen,
want als ik indommelde, dan stikte ik zowat. Tegen een uur of één werd Lionel
wakker en ik vertelde hem van mijn toestand,. het was duidelijk hoe naar hij het ook
vond. Tegen half vier ging zijn wekker en begon hij met voorbereidingen
van de tocht. Het was en hard gelag om hem te zien vertrekken met twee sherpa's
Mimgma Tsering en Ang Purba. In plaats van naar de top te gaan zou hij
nu proberen kamp III te evacueren. Voor de twee sherpa's die hun kans om naar
de top te gaan zagen verkeken, was het ook een bittere pil. Lionel zei later tegen
me over het vertrek: Het was een vreselijk vertrek voor me, ik had tranen in
mijn ogen (Ik trouwens ook!!!).
Maandag 22 oktober 1962. Mijn toestand verslechterde en er werd
besloten om mij te evacueren. Danna moest me zelfs helpen met het aandoen van
de stijgijzers . Peter en Holger zouden mij begeleiden naar het basiskamp. Kees
en Paul zouden achterblijven in kamp II om op Lionel te wachten en hem te
assisteren in de filmopnamen die Lionel de
volgende dagen wilde opnemen. Het was wel een treurig afscheid van Kees, maar we
troosten elkaar maar met de wetenschap dat de hoofdzaak bereikt was.
Nu ja je kunt niet met alles geluk hebben. Tijdens de afdaling had
ik nog erge last van kortademigheid, alhoewel ik elke meter die ik
lager kwam beter kon ademhalen. In kamp I was André Tammes. Hij had de tocht naar kamp I goed doorstaan en was geheel
ingeburgerd in kamp I. Pinchoo
de nieuwe sherpa zou met mij naar beneden gaan, terwijl Dorjee van
kamp II naar I zou gaan om André te verzorgen. Dit is helaas niet gebeurd,
zodat de arme André de nacht moederziel alleen in kamp I heeft doorgebracht en zelf
zijn potje heeft gekookt. Na een nogal moeizame afdaling naar het basiskamp besloot ik door te lopen naar Jomosom
om daar geheel uit te zieken. Holger en Peter zouden proberen Tukucha te
bereiken om. een brief van Egeler met instructies voor de geologen te brengen.
Deze waren bezig met een geologische opname in de vallei ten zuiden van Tukucha. De plannen. waren als volgt :algemeen rendez-vous op een plaats ten
westen van de Tilich, dus in het gebied ten noorden van de Nilgiri. Een algemeen samenzijn
van zowel
geologen als alpinisten. Een gelegenheid voor ieder om weer op zijn verhaal
te kunnen komen. Het was tegen 9 uur 's avonds, toen de 2 gebroeders
van Lookeren Campagne Tukucha bereikten. Daar werden ze gastvrij ontvangen
door een Engelse professor Hammerstein, die al enkele maanden in Tukucha woont om antropologische studies te maken van de Thakkalis.
Pas na middernacht konden ze de bedstee opzoeken, om gedurende de nacht hun overwinningsroes uit te slapen. Via een runner hadden ze de brief aan
de geologen groep laten brengen. Ikzelf bereikte Jomosom tegen het
donker worden. Met enige moeite kon ik het huis vinden, dat de de geologen een week
geleden hadden afgehuurd voor het opbergen van vrachten en tevens als een vast pied
à
terre. Het bleek een ideale gelegenheid. Veel ruimte en perfect om
weer een beetje beter te worden. Helaas was het niet mogelijk om de Wereldomroep op te vangen. Gelukkig was de
ontvangst wel mogelijk
in kamp II. Allemaal goede berichten. Tijdens de afdaling naar de
vallei keken we steeds :naar de ijswand tussen kamp II en III, want we
verwachten steeds Lionel en de twee dragers te zien. Maar we hebben blijkbaar
niet goed gekeken, want ze waren al cm drie uur in kamp II terug .
Dinsdag 23 oktober 1962. In kamp II niets bijzonders te melden.
Filmopnamen van Lionel. Jomosom voor mij een algehele rustdag. Tegen de avond arriveerden
de geologen groep en Holger en Peter. Tijdens hun geologische
tocht hadden ze nog een vervelend avontuur meegemaakt beleefd, namelijk
het leegstelen van de tent van Nijhuis en Schaar, dwz alle de lijfgoederen van Nijhuis bleken te zijn ontvreemd. Zeker
een schade van enkele honderden guldens.
Gelukkig waren de geologische resultaten goed geweest. Bodenhausen is nog
aangevallen door een yak. Met een paar behendige bewegingen wist hij de aanstormende yak te
ontwijken.
Woensdag 24 oktober 1962. Een heerlijke rustdag in Jomosom. We kregen
voortdurend bezoek van inwoners en voorbij komende Tibetanen met het verzoek
om medicamenten. Ze hadden allerlei klachten, vooral buikklachten. Onze tandarts
had ook druk werk. Bij een Tibetaan trok hij maar liefst vijf rotte kiezen .Als
dank kwam hij de volgende dag met vier eieren aanzetten. Om een uur of een
kregen we bezoek van een Engelsman, die tezamen met vier sherpa's een tocht naar Muktinath maakte. Hij sprak vloeiend Nepalees. Hij heeft 20 jaar Gurkas
opgeleid. Paul en Egeler zijn in de loop van de dag afgedaald van kamp II
naar kamp I. Tegen de avond werd het schaap binnengebracht, dat we tegen 85
roepies hadden gekocht (ongeveer 35 gulden). Dit schaap zou de tocht naar het
basiskamp moeten volbrengen om dan in het basiskamp te moeten sneven en als
voedsel moeten dienen voor de sahibs. Na al het eten van ingeblikt voedsel is
het een ware delicatesse om vers vlees te krijgen.
Donderdag 25 oktober 1962. Transport materiaal van Jomosom naar het
nieuwe basiskamp. Er waren 10 muilezels nodig om alles te vervoeren. Het was
verstandig dat ik nog een dag in Jomosom achterbleef om nog wat aan te sterken.
Tegen 10 uur kwam de mailrunner aan met vele brieven uit Nederland. Ik heb hem
direct doorgestuurd om de sahibs de post af te geven. Een van de twee mailrunners was onderweg ziek
geworden, zware dysenterie, deze kwam pas tegen de avond meer dood dan levend. Lionel heeft tezamen met Paul filmopnamen
gemaakt van de moeilijke passages tussen kamp I en II.
Vrijdag 26 oktober 1962. Om half tien ben ik van Jomosom vertrokken in
de richting van het nieuwe basiskamp. Pinchoo zou met mij mee gaan, maar om een
onverklaarbare reden is hij achtergebleven in Jomosom en pas enkele uren na
mij vertrokken. Ik had uit de verhalen opgevangen dat het nieuwe basiskamp
lag in de richting van de Tilicho pas. Na een uur of vier lopen begon ik me af
te vragen of ik wel op de goede weg was. Steeds hoger kwam ik; zelfs
boven de boomgrens, dus hieruit kon ik afleiden dat ik me had verlopen. Ik ben
op een hoog punt gekropen en heb met de verrekijker de omgeving afgetuurd. Tot mijn grote opluchting zag ik vanuit een dicht dennenbos een rookzuiltje
opstijgen. Mijn jeugdlectuur kwam weer naar boven. De verhalen van Old
Shatterhand en Winnetou. Waar rook is vuur en waar vuur is zijn mensen. Na enkele uren door nogal ruig ·terrein te zijn gecrosst, stond ik opeens
voor het nieuwe basiskamp. Een open plek midden in een sprookjesbos, met het
uitzicht op de noordwand van de Nilgiri. De open plek was in werkelijkheid een
drooggevallen meerbodem. Een perfecte plaats om vakantie te houden. Tegen het
donker worden kwam opeens Paul opdagen. Hij kwam regelrecht van kamp I. Terray was nog achter gebleven om de volgende dagen
het dragertransport van
kamp I naar en II te kunnen filmen. Terray- heeft werkelijk een
bewonderenswaardige plichtsbetrachting en liefde voor het maken van een
film. Het heus niet leuk om in zo'n half afgetakeld. kamp achter·te
blijven met de wetenschap dat iedereen vakantie viert in het basiskamp.
Zaterdag 27 oktober 1962 Een complete rustdag voor de sahibs. De
sherpa's en de Thakkali dragers vertrokken zeer vroeg om de laatste vrachten
op te halen van kamp I en het oude basiskamp. Verder hadden we een sherpa naar
beneden gestuurd om een schaap te kopen en om 20 liter raksi ( de lokale
alcohol) alles ter ere van het overwinningsfeest dat 's avonds zou worden
gehouden.

De sirdar der sherpa's Wongdhi tussen De Booy en Egeler
Tegen een uur of drie kwam opeens Lionel Terray uit het bos. We hebben hem een ware ovatie gebracht en op de schouders gehesen, onder het zingen van "He is a jolly good fellow".

Lionel Terray wordt als triomfator door Schaar en de Booy op de schouders genomen
Tegen vijf uur kwam het schaap aangelopen en een Thakkalli met 20 liter alcohol. Ook deze werden zegevierend binnengehaald. In minder dan geen tijd werd het schaap geslacht; het had niet eens tijd om uit te rusten van de vermoeienissen. Het gebeurde op zijn Thakkalis een methode, waarin onze chirurg Tammes belang stelde. In de buik werd een klein gaatje gemaakt, waar doorheen de hand van de Thakkali het hart van het schaap vastpakte en met een kleine ruk het van zijn plaats trok. Een uiterst snelle en vrijwel pijnloze dood. We wilden het eerst boven het kampvuur roosteren, maar dit wilden de Thakkalis liever niet aangezien dan de boze geesten die in het vlakbij gelegen meertje leefde verstoord zou worden. De opstijgende lucht van schapenvlees zou hem niet aangenaam zijn. Het feest werd een geweldige belevenis. We hadden in totaal drie kampvuren. Een voor de sahibs en een voor de sherpa's en een voor de dragers. In het begin waren we dus enigszins gescheiden, maar al gauw kwamen de sherpa's dansen opvoeren voor de sahibs, terwijl wij een zwakke poging deden met het zingen van Nederlandse liederen. Gelukkig redde Schaar de show door zijn mooie diepe basstem en zijn kennis van niet nader te herhalen repertoire liederen en het citeren Engelse limericks.

Wie is kaalste? In volgorde van kaalheid van rechts naar links. Lionel Terray, Kriel,Bodenhausen, André Tammes, Gerrit Schaar, Kees Egeler, Tom de Booy.
Onze liaisonofficier verraste
iedereen door het uitvoeren van enkele fraaie Nepalese dansen. Terray was ook
zeer goed op dreef en zong uit volle borst franse maquis liederen. De
feestvreugde duurde tot diep in de nacht. Zoals Egeler en ik tegen elkaar zeiden: "Dit
kunnen ze je nooit meer afnemen, zo'n belevenis".
Zondag 28 oktober 1962. Weer een volslagen rustdag. Het was duidelijk
aan iedereen te zien hoezeer deze vakantiedagen nodig waren. Iedereen
lanterfantte wat door het kamp. Ook de sherpa's en de dragers genoten
van de rust na al het harde werken. Ideaal is wel, dat het weer altijd even
mooi blijft. Geen wolkje aan de staalblauwe hemel. Tevens is er hier niet de
verfoeilijke wind van het dal. 's Nachts begint het behoorlijk koud te worden
('10° onder nul). Zo maar overdag loopt de·temperatuur flink op. Een
deel van de dag werd. besteed aan het nemen van groepsfoto's

De Booy regisseert de opstelling voor de groepsfoto

Groepsfoto van de deelnemers van de succesvolle expeditie in het alpiene basiskamp, 10 Nederlanders , 1 Nepalees en 11 sherpa's

Groepsfoto van onze trouwe sherpas
Zeker honderd
foto's zijn verschoten!. Verder werden door Paul weer de gewichten van ieder
deelnemer opgenomen. Groot was vooral de vreugde bij Egeler, die onder de 90
kilo was. Hier volgen de gewichten opgenomen in Pokhara aan het
begin van de expeditie en de gewichten van vandaag in het basiskamp.
Egeler 97 en 89 -8; de Booy 82 en 76 -6; Tammes 88 en 82 -6; Bodenhausen 71 en 65 -6; Schaar 80 en 77 -3; Nijhuis 82 en 78 - 4; Paul 78 en
71 -7; Peter 73 en 68 -5, Holger 74 en 70 -4. De oudere garde heeft dus het meeste van het overtollige vet verloren!

28 oktober. De reünie van de vrouwen en moeder van de deelnemers in Amsterdam ter viering van de bestijging van de Nilgiri vlnr. Mieke Egeler, de moeder van de drie broers Lookern Campagne, Adrienne de Booy, Joke Bodenhausen, geheel rechts de vrouw van Paul van Lookeren Campagne
Maandag 29 oktober 1962. In alle vroegte is Tammes naar Jomosom gegaan
om tezamen twee dragers voedsel en andere benodigdheden op te halen. Het is
schrikbarend te merken hoeveel in zo'n luxe kamp wordt gegeten. Een eveneens
schrikbarend om te merken hoe duur hier alles is. Een kilo rijst kost f 1.50 en
1 kilo aardappelen f 1,- . We zijn helaas al door de meegebrachte voorraden
rijst en aardappelen heen. De geologen zijn vertrokken vanochtend voor een
kleine opname. Terwijl Egeler, Paul en ik bloedig zitten te tikken aan de
artikelen voor de pers. Het is een hele belasting, dat geschrijf,
maar ja, waar moet anders het geld vandaan komen? Morgenochtend vertrekt een
railrunner. Ik sluit hier dus dit dagboek. Vanavond zal ik er nog even aan
toevoegen hoe de overkomst van de Wereldomroep is geweest.
Dinsdag 30 oktober 1962. De tocht naar de Tilicho pas Het was met een
zekere weemoed. dat we ons rustkamp verlieten. Het werd een flinke klim naar
de pas: 1500 meter. Na een uur of twee lopen, vond ik graptolieten, een
zeer belangrijk gidsfossiel.

De Booy vindt de eerste graptoliet in de noordflank van de Nilgiri
Volgens ons is dit de eerste graptoliet die in de Himalaya is
gevonden. Even later vonden we een orthoceras eveneens een uitermate
belangrijk gidsfossiel. Deze fossielen geven ons nu een ideale gelegenheid
om een idee te vormen van de de ouderdom, althans voor een dele der gesteenten
van de noordflank van de Nilgiri. Tegen het donker worden waren we nog steeds
niet op de plaats van de bestemming. Het leek eindeloos. In het pikkedonker kwamen
we op de eigenlijk plek op een hoogte van 5200 meter, het was moeilijk om de weg te
vinden
maar gelukkig zagen we een licht op ruim een kilometer afstand, dat
steeds dichter bij kwam. Het bleek Peter te zijn. Hij zelf had de grootste
moeite gehad het kamp te vinden. Onze liaisonofficier was behoorlijk uitgeput,
zodat hulp van Peter zeer welkom was. Trouwens wij dwz Egeler, Schaar
Nijhuis, Bodenhausen en ik zelf waren ook dolblij de haven te hebben
gevonden . Na een goed half uur kwamen we bij ons kamp (5000m) gelegen op
enkele honderden meters van een groot meer, het zgn ijsmeer dat tijdens de
franse Annapurna expeditie voor het eerst werd ontdekt. Terray was met twee
sherpa's zeer laat uit het rustkamp vertrokken en haalde ons pas in net toen
Peter ons kwam ontzetten. Hij had schijnbaar erge haast en heeft kennelijk de
instructie van Peter omtrent de weg naar het kamp niet goed begrepen. Hij in
plaats van naar rechts naar links te gaan, met als gevolg dat hij zich totaal
heeft verlopen. Toen wij in het kamp aankwamen waren gearriveerd, dachten
wij aanvankelijk dat Lionel al lang was gearriveerd, maar bij navraag aan de
sherpa's hadden ze nog geen spoor van hem gezien. Wél waren de twee sherpa's
aangekomen. Tevens ontbrak op het appèl een drager, de Gurka soldaat. Meteen
hebben we een aantal sherpa's uitgestuurd als reddingscolonne. Peter en
Holger zijn er eveneens op uitgegaan om te gaan zoeken. Tegen een uur of tien
kwamen ze terug, gelukkig met de twee verloren schapen. Terray was dus in de
tegengestelde richting gegaan en had op een goed ogenblik geen raad meer
geweten om een weg te vinden en besloot daarom te bivakkeren. Plotseling
hoorde hij hulpgeroep, het bleek de Gurka te zijn die eveneens de weg was kwijt
geraakt, en op een winderige graat in de vrieskou zonder goede bescherming
zat te verkommeren. Toen Terray hem bereikte barstte hij in tranen uit. Tot
overmaat van ramp was hij in het donker lelijk komen te vallen. Als Terray hem
niet had gevonden, had hij misschien een ernstige bevriezing kunnen oplopen. Terray heeft een goede bivak plaats opgezocht en door de Gurka dicht tegen hem aan
te drukken, gingen zij op hoop van zegen de koude nacht in. Maar nauwelijks een
half uur zo te hebben gezeten, hoorden zij de reddingscolonne en werden tot hun
grote opluchting ontzet uit hun benarde positie. Tegen een uur of elf
keerde de rust in het kamp terug.
Woensdag 31 oktober 1962. Filmdag aan de oever van het ijsmeer.
Iedereen
was het roerend er over eens dat deze omgeving de mooiste was die zij tot nu
toe in hun leven gezien hadden. Een diepblauw meer waarin weerspiegeld een muur
van 2000 meter ijs, die zich over een aantal kilometers aan de zuidzijde van het
meer uitstrekte. Natuurlijk was er ook de charme , dat nog maar zo weinig mensen dit
natuurschoon hadden aanschouwd. Terray in volle actie om filmopnamen te maken
van de geologen tijdens hun werk en eveneens van de topograaf. De geologie
bleek ook bijzonder interessant te zijn. Totaal onverwachte vondsten. Zeer typische
conglomeraten die vele nieuwe gezichtspunten gaven.·Tegen het middaguur kwam
Wongdhi met de post. Er bleken brieven bij te zijn met een Nederlands posttempel
van 18 oktober. Dus 14 dagen Nederland -IJsmeer. Wel een recordtijd. Schaar
sloeg weer alles, die kreeg maar liefst 8 brieven van zijn verloofde! maar
ja hij is nog niet getrouwd.
Donderdag 1 november 1962. De geologen gaan op verkenning, terwijl de
alpinisten onder leiding van Terray en een drietal sherpa's naar de overzijde
van het meer zullen gaan om film opnamen te maken van moeilijke ijspassages ,
en van de geweldige ijswand ten Zuiden van het meer. Zij zullen ongeveer
drie dagen wegblijven, om vervolgens naar Jomosom terug te keren. De geologen
zullen aan de andere zijde van de Tilicho pas nog een nacht blijven om
vervolgens naar Jomosom terug te keren. Het werd voor de geologen een zegenrijke dag. We bereikten een bergkam van 5400 meter.
Een prachtig
uitzicht over het gehele gebied en nog belangrijker een schitterende
ontsluiting van kalken met vele ammonieten (een belangrijk gidsfossiel voor het Mesozoikum). Deze kalken hadden we tot nu toe in het overige deel van het
gebied nergens goed aangetroffen, zodat we zielsblij waren met deze vondst.
Wat een heerlijk vak, in zo'n prachtige natuur je werk te mogen doen. Wel
merken we, dat door de hoogte het werk langzaam gaat. Een kleine stijging
vergt veel. Pas zeer laat arriveerden we in het inmiddels door de sherpa's
opgerichte kamp ten westen van de Tilicho pas. Tammes en de liaisonofficier
waren allang
aangekomen.
Vrijdag 2 november 1962. Egeler en Tammes keerden direct terug naar Jomosom, terwijl Bodenhausen,
Schaar en Nijhuis een sectie zouden opnemen even ten oosten van. het
kamp. Ik zou een poging doen om de vaste vindplaats te ontdekken van de graptolieten schalies in de noordflank van de oosttop van de Nilgiri. Het werd
een hele klim. De graat waar langs ik omhoog klom werd steeds steiler. Steeds
vond ik losse monsters van graptolieten, maar nergens vaste. Op een goed
ogenblik werd het te steil omhoog om nog verantwoord door te gaan.
Gelukkig kon ik vrij nauwkeurig vaststellen. waar de schalies vast in de wand
moeten voorkomen, zodat al het geklim, langs een brokkelige graat niet te vergeefs
was geweest. De tocht naar het hoofddal werd lang en
vermoeiend. Pas na het invallen van de duisternis kon ik Jomosom bereiken. Het
bleek dat de andere geologen nog geen tien minuten voor mij aangekomen waren na
een zware doch geologische vruchtbare dag.
Zaterdag 3 november 1962. Een rustdag in Jomosom Zij heet een dag
wanneer er geen geologie gedaan wordt, maar in feite wordt op zo'n dag het een en
ander gedaan. Zoals alle van de berg teruggekomen vrachten opnieuw sorteren en
tevens nieuwe vrachten maken voor de aanstaande tocht naar Mustang.
Brieven schrijven kleren repareren, kortom allemaal tijdrovend werk.
Zondag 4 november 1962 De geologen maken een geologische
verkenning in noordelijke richting. Ze worden steeds begunstigd door het
schitterende weer. Zo nu en dan zijn er overdrijvende wolkenvelden, maar nooit
is er last van enige neerslag. Het enige dat bepaald hinderlijk werkt is
de sterke dalwind,die tegen een uur of 12 in zijn volle kracht opsteekt. Op
de terugweg wilden we aan de westelijke oever van de Kali Gandaki.
De rivier is echter behoorlijk diep. Nijhuis en Bodenhauscn waren zo flink om
door het ijskoude water, dat tot ver over hun knieën kwam heen te
waden, terwijl Egeler en ik de meer luxueuze weg kozen, nl ons door de dragers
te laten overdragen. In feite was er maar een drager die het klaar speelde
om ons er over heen te dragen. Vooral de 90 kilo zware Egeler door een
snelstromende rivier te dragen is een hele prestatie. Bij terugkomst bleek dat
de alpinisten groep was gekomen. Zij hadden een paar koude, maar mooie dagen
gehad. De overzijde van het meer bleek echter veel verder dan zij hadden gedacht.
In plaats van drie uur was het zes uur lopen geweest. Zo vergaat het ons allen.
We onderschatten steeds weer de afstanden van de Himalaya. Zelfs nu we er op
bedacht zijn, vergissen we er ons constant in. Paul had nog iets merkwaardigs
beleefd. Hij had in het eerste kamp bij het ijsmeer een plastic doos
achtergelaten, met als inhoud een aantal urinemonsters van enkele deelnemers
voor zijn medische proefnemingen. Ze begrepen er niets van totdat Paul zich
herinnerde hoe tijdens het verblijf in het kamp een grote kraai belangstelling
had getoond voor de doos. Hij is dus begonnen met de directe omgeving af te
zoeken en ja wel, de doos lag op nog geen honderd meter van het kamp. De kraai
had hem zo ver meegesleurd. Hij had nog geprobeerd met zijn snavel de doos open te
breken, gelukkig zonder resultaat. De inhoud had hem waarschijnlijk toch weinig
geïnteresseerd. Zo was dus iedereen op de basis teruggekeerd. Een volle maan
in het gebied van de Nilgiri, alsmede een vrij aardig overzicht onder de
geologische opbouw van het gebied van de berg. Alle kampen waren nu
geëvacueerd. Nu begint een nieuwe fase van de expeditie nl de grote tocht in
noordelijke richting naar Mustang, vlak bij de Tibetaanse grens. Een tocht
van tenminste veertien dagen. Aanvankelijk zouden de alpinisten deze tocht
niet meemaken, maar Egeler vindt dit toch wel heel jammer en beslist dat zij
de tocht naar Mustang eveneens mee mogen maken. Bij aankomst in Mustang zullen
zij echter direct terugkeren naar Pokhara resp. Nederland, terwijl de geologen
met
de geologische opname van Mustang naar het zuiden zullen beginnen, zodat in
Mustang de expeditie zich zal splitsen.
Maandag 5 november 1962. Geologie in de directe omgeving van Jomosom,
rustdag voorde alpinisten en met de uiteindelijke preparatie voor de grote tocht.
Het basishuis in Jomosom blijkt absoluut ideaal voor zulke reorganisatie. Het
ligt windbeschut en biedt zeer veel plaats voor het
uitzoeken van alle materialen. Alle sahibs slapen in een kamer bijzonder
gezellig er wordt veel gelachen. Helaas proberen we 's avonds tevergeefs om de
uitzending van de Wereldomroep op te vangen. Dit is al de tweede achtereenvolgende
maal,dat we de uitzending missen. Het ligt aan voorgelegen
dekking. In Jomosom ligt tussen Nederland en ons een heel
hoge bergketen waar we geen last hadden in de aanvalskampen en zelfs niet in het alpiene basiskamp van
de Nilgiri.
Hopelijk hebben we meer succes als we noordelijker zitten. De bergen worden
steeds relatief lager.
Dinsdag 6 november 1962. Dit is de dag die ons lang zal heugen. Het begon
al vroeg. Tegen een uur of één 's nachts werden we wreed uit onze slaap
gehaald door het gelal van enkele laveloos dronken sherpa's. Ze hadden wat je
noemt de bloemetjes buitengezet. Niet dat we daar zo'n bezwaar tegen hadden,
maar we werden pas boos toen we een aantal malen gevraagd of ze stil
wilden zijn en dit absoluut geen resultaat had. Integendeel het leek wel alsof ze
steeds meer lawaai maakten. Schaar kon zijn woede niet bedwingen en stormde naar buiten
om te vragen of ze stil willen zijn. Hierop sprong Sirdar Wongdhi op en begon
Schaar uit te schelden en te vragen of hij de koning van Nepal was etc. terwijl
een volkomen dronken sherpa om hem heem danste met dreigende gevaren.
Gelukkig beheerste Schaar zich en stak geen vinger uit. De volkomen door het
dolle heen zijnde sherpa werd door een aantal sherpa's afgevoerd en tegen de
grond geslagen. Wongdhi kwam hierop in ons slaapvertrek en begon
behoorlijk tegen ons te keer te gaan. Hierna is hij met een aantal sherpa's aan het drinken geslagen iets wat hij tijdens de
expeditie helaas vaker gedaan heeft dan goed voor hem was. Pas tegen vier uur
werd het stil. We waren het er allemaal over eens en besloten om er iets over tegen
hem te gaan zeggen. 's Ochtends kwam echter, tot onze grote verbazing Wongdhi ons
mededelen, dat hij en de sherpa's niet langer onze expeditie zouden helpen en naar
Darjeeling zouden terugkeren. Als argument gaf hij op dat Schaar een van de
sherpa's had mishandeld. Dit was een aperte leugen aangezien Schaar geen vinger
had uitgestoken. Gelukkig had Holger gezien hoe Pinchoo de dronken sherpa
met een geweldige rechtse had gevloerd. Dit had Pinchoo echter niet tegen
Wongdhi gezegd. Het argument van Wongdhi was alleen maar een middel om op zo'n
manier een reden te hebben voor zijn vertrek. Al lang was er spanning geweest,
door het te veelvuldig drinken van onze sirdar. Hij verloor ook hiermede een
beetje het gezag dat hij had onder de sherpa's. Tot nu toe hadden we gezegd:"all
for a quite life". Nu kwam hij zelf met het ontslag. Voor Terray betekende het
een grote schok. Hij had hem immers tijdens de Jannu expeditie meegemaakt en was
hij prima bevallen. Toen was hij echter nog niet achter de alcohol. Door het
drinken is zijn rede volkomen verstoord. Hij is uitermate afwisselend. Soms prima,
aardig, efficiënt etc en zodra hij wat heeft gedronken, venijnig, haatdragend,
onredelijk etc. Terray heeft nog geprobeerd om hem te laten afzien van zijn plan,
niets hielp. Steekhoudende argumenten, behalve dat het zogenaamd
mishandelen
van een sherpa door Schaar, had hij niet. Nu was het grote punt. Zouden de
sherpa's inderdaad met hem meegaan? Dit betekende dat het voor de eerste keer was
in de geschiedenis van de Himalaya expedities, dat de sherpa's zouden deserteren.
We wisten dat ze alle bijzonder bang waren voor Wongdhi en als Wongdhi hun zou
bedreigden, ook al waren voor hun bepaalde consequenties bijzonder
onplezierig, zij toch Wongdhi zouden volgen. De hele dag was het een
beraadslagen. Wij met de overige sherpa's, de sherpa's onderling en de sahibs
onderling. Er waren een paar zeer sterke punten in ons voordeel, nl. we
zouden alle namen van de deserterende sherpa's in alle alpiene tijdschriften
laten publiceren, met als waarschijnlijk gevolg, dat ze dan niet veel kans zouden hebben om
te worden uitgekozen voor de volgende expedities. Ten tweede
dat Terray een ernstige aanklacht zou indienen bij Tensing Norkey en ten derde dat
de betaling van de sherpa's op deze dag zou eindigen, dus geen terugreis, geen
extra fooi etc. Dit hebben we zeer duidelijk onder de ogen gebracht. Deze
gloedvolle rede van Terray maakte op de sherpa's grote indruk. Bij besprekingen
met de kok Dannu, bleek wel hoezeer ze ons gelijk gaven en alles de schuld
gaven aan het gedrink van Wongdhi en dat ze niets op ons hadden aan te merken,
maar tegelijkertijd merkten hoe bang ze waren om tegen de wil van Wongdhi bij ons te
blijven. Ze zaten dus tussen twee vuren. Tegen de avond was nog steeds het pleit
niet beslecht. Tammes heeft Wongdhi nog eens apart genomen en hem
gezegd hoe ernstig het was om veel te drinken en dat het
ook helemaal niet goed was voor zijn bevroren middelvinger. Het bleek wel
dat zijn houding tegen de avond minder fel werd. Ook onze liaisonofficier heeft
hem ernstig gewaarschuwd en geprobeerd vooral tegen de sherpa's te zeggen
dat zij voor ons moesten blijven. De sherpa's kwamen nog met een tegen voorstel, nl
dat ze bij ons zouden blijven als Wongdhi weer werd aangenomen. Voor ons was dit
onaanvaardbaar. Zijn gedrag zou ons weer voor zulke moeilijkheden kunnen
plaatsen en dat op plaatsen waar het heel wat minder gelegen zou komen. Blijkbaar
had Wongdhi aan de sherpa's laten doorschemeren, dat hij wel bij ons zou willen
blijven. Door deze afwijzende houding namen we wel een groot risico, maar
beter geheel zonder sherpa's, dan met een slechte stemming en de onzekerheid over
het goede verloop van de expeditie. Tegen een uur of negen 's avonds viel de
beslissing. Wongdhi had de sherpa's medegedeeld dat ze zouden mogen blijven, die er
verkoos en dat bleek allen te zijn. Wongdhi zou morgen huiswaarts keren. Het
pleit werd beslecht en doodmoe van de zenuwslopende dag gingen we slapen.
Woensdag 7 november 1962. Gelukkig was Wongdhi niet op zijn besluit
teruggekomen. Integendeel hij kwam Terray , Egeler en mij min of meer excuses
aanbieden, misschien in de hoop dat wij zouden zeggen dat hij weer zou worden
aangenomen. Hij werd zelfs poeslief en liet nu aan ons de keuze welke sherpa's
wij wilden behouden. We besloten terug te zenden: Southcol , Norbu, Ang Dawa.
Deze hadden we immers aangenomen voor het alpiene gedeelte. Wongdhi gaf nu aan het
geheel de volgende wending. Alles was zoals we indertijd per briefwisseling met
hem hadden afgesproken, nl. 6 sherpa's voor de duur van de gehele expeditie en 4
sherpa's voor het alpiene deel. *), Nu was dat precies zo uitgevallen. Ach ja, het is
maar hoe je het bekijkt. Nu was in ieder geval weer iedereen tevreden. Door
deze zeer gunstige wending besloten we Wongdhi ook zijn terugreis te betalen.
Ondanks zijn ernstig falen, had hij toch geweldig belangrijke diensten verleend.
Allereerst het uitstekend leiden van het grote transport in het begin en het
aandeel in de beklimming van de Nilgiri. Het is alleen doodzonde van overigens
zo'n capabele sirdar, dat hij aan het drinken is geslagen. Over de reden hiervan
tasten we helaas volledig in het duister. Iemand drinkt niet voor niets en er zal
wel iets in zijn privé leven zijn dat hem steekt. De expeditie is echter gered
en tegen een uur of twaalf vertrekt de muilezelkaravaan, de sherpa's, de dragers
eveneens in noordelijke richting, terwijl Wongdhi en de drie sherpa's met nog drie Nepalese dragers in zuidelijke
richting vertrekken. Ons reisdoel voor vandaag was Mukinath, de
heilige bedevaartplaats voor zowel de Boeddhisten al de Hindoeïsten. Elk jaar
komen onder de moeilijke omstandigheid en na wekenlange voettochten duizenden naar
deze plaats om te baden in het heilige water en om te komen naar de eeuwig
brandende vlam, die wordt gevoed door het gas dat uit de rotsen komt. Het wordt
weer een onvergelijkbare mooie tocht. Even voor Kagbeni verlaten we het
hoofddal om het zijdal van Mukinath in te gaan. Het wordt een flinke klim. We
bereikten tegen het donker worden nog voor de lastdierenkaravaan Muktinath
tenminste dat dachten we. We worden binnengehaald in een theehuis. Het dorp wordt
bevolkt door de Bothias . Een volkstam die zeer veel, verwantschap vertoont met de
meer in het oosten wonende sherpa's en voor ons althans nauwelijks te
onderscheiden van de werkelijke Tibetanen. Ze zijn vriendelijker dan de
Thakkalis. De scheidinglijn tussen deze twee stammen ligt precies 1 kilometer
ten noorden van Jomosom. We krijgen niet de ons bekende thee, maar de Tibetaanse
thee. In plaats van melk en suiker, nu yakboter en zout. Het is een
vreemdsoortige drank, waaraan we wel zullen moeten wennen, het lijkt een beetje op
bouillon. We begrijpen niet waar de sherpa's en de lastdieren blijven.
Er gaat ons eindelijk een licht op. Is dit wel Muthinath. Bij navraag zijn we
beland in Gankot en Muktinath ligt nog een uur lopen. Gewapend met onze
voorhoofdlampjes zijn we naar Muktinath gelopen. Het was nog eens 200 meter
klimmen. Doodmoe kwamen we in een groot pelgrimshuis aan, waar de sherpa's al
bivak hadden gemaakt. Dit is een huis dat speciaal is gebouwd voor de pelgrims
om te overnachten. Het ligt op enkele honderden meters van Muktinath, dat geen
dorp bleek te zijn,maar uitsluitend bestond uit een paar tempels. Nauwelijks waren we
aangekomen of er kwam een opgewonden
Bothia ons vragen of er een dokter bij ons gezelschap was. Zijn vrouw was
bezig aan de bevalling en er was iets misgegaan. Het beentje en de romp waren
eerst gekomen, het hoofdje bleef steken. Daar het harde trekken hadden ze het
lichaampje van het hoofdje afgetrokken, zodat het hoofdje nu in de buik was
achter gebleven. Tammes en Paul konden dus meteen met hem meegaan. Hij
woonde in een dorpje op twintig minuten afstand. Gelukkig had hij twee paarden
meegenomen zodat ze met hun vermoeide benen niet behoefde te lopen. Tegen een
uur of twaalf kwamen ze weer terug. Ze hadden niet veel kunnen doen, aangezien
alle medische apparaten in Jomosom waren achtergebleven. Tevens van in Jomosom
aanwezige medicamenten in een dependance van het Rode Kruis. Daarvoor had onze
liaisonofficier zich spontaan aangeboden om mee te gaan. Het zou de eerste keer
zijn dat hij zou paardrijden. Een geweldige geste. Ze hoopte de volgende
morgen tegen elf uur weer terug et zijn en dan kon de operatie beginnen. Tammes
zag er blijkbaar als een berg tegen op, hij achtte de kans van slagen niet erg
groot.
*) Inderdaad de brief van Egeler aan Sirdar Wongdhi in Darjeeling van 27 juni 1962 staat:" For the whole period we like to have 4 sherpa's , inclusif you as Sirdar. For the alpine part in September till the end of November we like an extra four sherpa's".



De Bothias
Donderdag 8 november 1962 Nu pas zagen we in welke feeërieke omgeving we waren beland. Vlak bij ons huis zagen we de tempels van Muktinath, vlak onderaan een geweldig bergmassief. Verder overal om ons heen sneeuwbergen. De Daulaghiri in al haar grootsheid en de eveneens onze berg Nilgiri. 's Ochtends hebben we nog een geit gekocht van een voorbijtrekkende kudde. In minder dan geen tijd was het al op de gebruikelijke wijze geslacht. De geologen groep er op uit op zoek naar de Spiti schalies en de daarin voorkomende concreties die dikwijls bij het doorslaan ammonieten blijken te bevatten. Deze concreties worden door de bevolking als heilig beschouwd en heten saligrams. Na een paar uur lopen kwamen we bij een zeer belangrijke vindplaats. De oogst aan ammonieten was zeer rijk, maar misschien nog belangrijker was dat we de relatie van deze Spiti schalies met de ons reeds bekende gesteenteformaties konden vaststellen. 's Middags hebben we en bezoek gebracht aan de tempel. Terray heeft de gehele dag bij deze tempels zoekgebracht met het filmen van pelgrims , sommigen spiernaakt, die heilige baden namen. Het was vooral de sfeer van het gehele landschap , waarin de tempels waren gelegen die grote indruk op ons maakten. Een zeer vredige serene sfeer.

Woltransport van Tibet naar Nepal

De muilezeldrijvers bivakkeren bij hun kudde in de open lucht
Het sprak alles zeer tot onze verbeelding. Honderden jaren trokken hier van heinden en ver duizenden mensen naar toe om hun godsdienst te belijden. Zeer typisch was een gebedsmolen, die op waterkracht in een draaiende beweging werd gebracht. In en tempel zagen we het heilige vuur. Morgen zouden we proberen een gasmonster te nemen mee te nemen onder het motto dat we een beetje van het heilige vuur naar Nederland zouden wilden meenemen, om daarmee onze haardvuren te laten ontsteken. Geologisch interesseerde ons het gas bijzonder,. Is het van vulkanische oorsprong of als rottingsproduct van de Spiti schalies. Dit laatste lijkt ons verreweg het waarschijnlijkste. Tegen de middag waren Paul en onze verbindingsofficier aangekomen, doodop. Ze waren tegen en uur of vier pas in Jomosom aangekomen. Na het opscharrelen van de benodigde apparatuur waren ze manmoedig weer teruggegaan, alhoewel vooral van onze liaisonofficier de zitvlakken meer geleken op rauwe biefstukken. Tammes was 's ochtends even gaan kijken hoe het met de vrouw er voor stond. Het hoofdje en de nageboorte waren helemaal van zelf gekomen. Het was aan Tammes duidelijk te zien hoezeer hij was opgelucht over deze gang van zaken. Hoewel hun tocht voor niets was geweest waren Paul en de liaisonofficier er ook blij over.

Het diep ingesneden dal van de Kali Gandaki ten noorden van Jomosom
Vrijdag 9 november 1962 De karavaan vertrok van Muktinath via een 4000 meter hoge pas naar het hoofddal om bivak te maken in het dorpje Chikk. Bodenhausen en ik zouden via Kagbeni nog geologie gaan bedrijven. Gelukkig is Egeler er in geslaagd om het gas op te vangen uit de tempel. Het vergde nog heel wat diplomatie om de tempeldienares te overtuigen. De polaroid camera waarmee we binnen 10 seconde een kant en klare opname kunnen maken gaf de doorslag. Even voor Kagbeni vond ik in groene zandstenen zeer fraaie afdrukken van planten. Specialisten zullen moeten uitmaken hoe oud deze planten zijn. Van Kagbeni via het hoofddal naar Chukk. Een vermoeiende tocht die grotendeels in het donker verliep. Op een paar plaatsen moesten we door de rivier, wat ons flink natte voeten bezorgden. Haast spookachtig lag het de sterk ingesneden vallei in het helle maanlicht. Een soort Walt Disney-beeld. Werkelijk doodop bereikten wij ons bivak. Ik was er nogal slecht aan toe. Schijnbaar had ik kou gevat en mijn keel begon weer op te spelen en 's nachts had ik er flinke koorts bij. Het bivak was ingericht in de grote vergaderzaal van het dorp.


Een dorpje in de vallei van de Kali Gandaki tussen Jomosom en Mustang
Zaterdag 10 november 1962 Van Cukk via een
sterke stijging naar Samargon. Een zeer korte dagmars van slechts drie uur.
Gelukkig voor mij, want ik voelde me allerbelabberdst nog flinke koorts en een
dichte keel. Ondanks deze korte afstand is het opvallend hoe snel het landschap
verandert . In Samargon aangekomen werden we aangegaapt door de locale
bevolking. Ze zijn hier bepaald niet gewend aan bezoek van blanken. De vreemdste
typen, ideaal object voor onze camera en filmtoestellen.
Zondag 11 november 1962. Van Samargon naar
Chiligoan 4 uur lopen. Onderweg bezoek gebracht aan een kamba kamp. Dit zijn
Tibetanen die gevlucht zijn uit Tibet voor de Chinezen en nu leven in
tentenkampen. Ze worden beschouwd als vluchtelingen en geholpen door gelden
waarschijnlijk afkomstig uit India. Hun tenten en hutten zij gecamoufleerd. Ze
waren net bezig met het slachten van yaks. Hun geloof verbiedt hun met bloed vergieten te slachten. Ze binden de snuit
geheel dicht en laten zo het dier een verstikkingsdood streven! We werden zeer
gastvrij ontvangen en uitgenodigd om Tibetaanse thee te drinken in de tent van
de baas. We kregen een schapenbout aangeboden. Als tegenprestatie kon onze
tandarts een aantal kiezen trekken. Met de polaroid camera maakten we vele
opnamen die we meteen ten geschenke konden geven. We brengen een bezoek aan de
tempel waar twee lama's aan het bidden zijn. Ze ontvangen ons zeer hartelijk en
lezen een heilige thanka voor (een op zijde beschreven doek). Het was moeilijk om
in de tempel te komen, want deze werd bewaakt door een hond, gelukkig aan een
ketting die schuimbekkend op ons toe kwam.
Maandag 12 november 1962
Van Chilgoan naar Charang. Een behoorlijke mars van 5 uur. Het verandert nu zeer
sterk en neemt het karakter van een woestijn aan. Geen boom. Als men
sneeuwbergen wegdenkt lijkt het een beetje op het zuidoosten van Spanje.
In Charang hadden we weer veel bekijks. De doctoren hadden weer vol op
werk. Gelukkig is mijn opnieuw opgekomen keelpijn weer gezakt en loopt het
waarschijnlijk met een sisser af. 's Avonds behoorlijke ontvangst van de
Wereldomroep.

De Booy met onze radio waar we 's avonds de wereldomroep meer kunnen horen
We hoorden de herhaling van de vorige week uitgezonden stemmen van Egeler zijn vrouw en mijn vrouw en de moeder van de gebroeders van
Lookeren Campagne. Het was een ontroerend moment in deze wilde Tibetaanse
omgeving de stemmen van onze vrouwen te horen . Zo dichtbij en tegelijkertijd
zo ver weg. Daarna kregen we bezoek van een lama, die enkele gezangen weggaf,
die op de band opnamen, daarna kwamen een paar schoolkinderen dansen en
liederen ten beste geven, ook deze hebben we opgenomen. Zeer voldaan over vooral
de goede ontvangst van de wereldomroep na drie weken eindelijk, gingen we
slapen.
Dinsdag 13 november 1962 Van Charang
naar onze uiteindelijke bestemming Mustang

.
Het middeleeuwse aandoende stad Mustang
Een korte wandeling van drie uur. Niet te veel stijgen, maar het spannendste van de tocht was wel dat we de stad steeds verwachten te zien, maar steeds weer een heuvelrug ontnam het uitzicht. Tot eindelijk voor Mustang, over een heuvel komende, een groot aried bekken met daar midden in gelegen de ommuurde stad van Mustang. Bij binnenkomst hebben we ons meteen gemeld bij de militaire checkpost, we werden gelukkig hartelijk ontvangen. Het bleek dat er behalve Hagen de Zwitserse geoloog, geen Europeanen hier in Mustang zijn geweest. Dit was ook heel duidelijk te merken toen we in de stad zelf kwamen

De nauwe straatjes van de ommuurde stad Mustang.
Iedereen liep uit, dank zij de medewerking van de kapitein van de checkpost kregen we een huis tot onze beschikking: het bleek moeilijk de bevolking buiten de te houden. Zo nieuwsgierig waren ze. Er begon een levendige handel tussen de koopgrage sahibs en de bevolking. Zodra men door kreeg dat we overal belangstelling voor hadden kwamen ze met de gekste dingen aandragen, gebedenboeken, zwaarden, opgezette vossen en poema's, kleren en andere Tibetaanse voorwerpen.

Een Bothia heeft speciale belangstelling voor onze camera met telelens.
Door het geweldige aanbod liepen de prijzen scherp
terug. Het is helaas moeilijk te beschrijven van de sfeer van deze stad. Men
waant zich eeuwen terug. Een deel van de wereld waar onze beschaving nog lang
niet is doorgedrongen. Alles van ons vinden ze vreemd en hebben ze nog nooit
eerder gezien. Groot ontzag boezemt de schrijfmachine, een bandrecorder, om van
een elektrische scheerapparaat maar niet te spreken.
Woensdag 14 november 1962. Reorganisatiedag.
Morgen splitst de expeditie zich op. De alpinisten gaan morgen huiswaarts. Terray
moet 24 november in Pokhara zijn. De van Lookerens gaan nu met hem mee. Ze hopen eind november in Nederland te arriveren. Morgen gaan de geologen ten westen
van
Mustang de graniet bekijken. We komen dan op enkele kilometers van de grens met
Tibet. Overmorgen vertrekken wij via een oostelijk gelegen weg naar Jomosom. Daar
hopen we de 21ste te arriveren, daarna nog een kleine week geologie in de
vallei ten zuiden van Jomosom, vervolgens al geologie doende naar Pokhara. In de
eerste week van december begint onze zuidelijke tocht naar Buthwal, een tocht
van zeker 14 dagen. Met Kerstmis in Katmandu en begin januari in
Nederland. Het volgende dagboek zal pas na aankomst in Pokhara worden verzonden.
Nadat ik het vorige dagboek had beëindigd, arriveerden de expeditieleden na een
bezoek, vol met verhalen, aan de Radja van Mustang. Hier volgt in het kort hun
wederwaardigheden. Beladen met een grote zak met Hollandse levensmiddelen voor
de Radja, vertrokken zij vanuit Mustang naar het huis van de Radja, ongeveer een
uur lopen. Voordat ze het huis in konden komen, moesten ze langs een stel
geweldige honden - gelukkig aan lange lijnen gebonden - die wild tekeer gingen.
De lijnen zijn zo lang gemaakt dat als men precies in het midden van de weg
loopt, er geen gevaar is. Het schijnen zulke wilde honden te zijn, dat ze
hun slachtoffer niet eerder loslaten voordat het dood is. De Radja zelf was
enigszins een teleurstelling.

De Radja van Mustang
Hij sprak nauwelijks en als hij sprak, moest het
door twee tolken vertaald worden. Van Bohtias in het Nepalees en van het
Nepalees in het Engels. Van een levendige conversatie was dan ook geen sprake. Op
het cadeau reageerde hij nauwelijks, het enige wat hem plezier deed, was een
cadeau van Schaar: een dobbelsteen. Van de hele familie werden vele
polaroidfoto's gemaakt. Typisch van het huis van de Maharadja was het volgende,
de ramen waren van glas. Men moet zeker enkele honderden kilometers reizen, wil
men weer een huis met glazen ramen tegenkomen. Toevallig was er net een
bespreking aan de gang van dorpshoofden. Door de Radja wordt dan recht gesproken
in geschillen. Alhoewel de Radja ondergeschikt is aan de koning van Nepal, heeft
hij toch een autonome positie. Het is misschien wel aardig om even iets over de
historie van dit Radjanaat Mustang te vertellen. Het volgende verhaal heeft
Schaar van de secretaris van de radja vernomen. Geheel voor de historische
juistheid wil hij niet instaan. In ieder geval is het een mooi verhaal. In de
17e eeuw werd Llassa, de hoofdstad van Tibet geregeerd door een koninklijke
familie. Deze monarchie werd bedreigd door een roversbende van de
in de buurt levende bevolkingsgroepen. Deze slaagde er in Llassa te bezetten. Een van de uitgeweken prinsen wist Mustang te bereiken. De roversbende kwam er
achter dat één van de prinsen in Mustang was en probeerde Mustang te veroveren.
De bewoners van Mustang hebben in allerijl de stad ommuurd. De rovers zijn
er niet in geslaagd om Mustang te bezetten. Het Radjanaat van Mustang werd in de 18e
eeuw aangevallen door de bewoners van het tegenwoordige Noordwest Nepal, het
rijk van Jumla. Deze slaagden erin Mustang te bezetten. In de 19e eeuw werd Jumla op zijn beurt aangevallen door troepen vanuit het oosten, het nu
tegenwoordige gebied van Kathmandu. Deze troepen zegevierden en konden in het
vervolg, behalve over het gebied van Jumla, ook over het Radjanaat van Mustang
regeren. Zo komt het dus dat een gebied, dat in alle opzichten bij Tibet hoort,
nu onder de heerschappij van Nepal valt. Gelukkig voor ons, aangezien het dan
zeker niet mogelijk geweest was om dit zo uitermate interessante gebied te
bezoeken.
Donderdag 15 november 1962 De geologen gingen. voor een verkenning
naar het gebied direct ten westen van Mustang naar het granietmassief. Helaas stond er een ijzig koude noordenwind direct van het
plateau van Tibet.
Na een twee uur te zijn mee geklommen, leek het mij niet wenselijk om verder door
te gaan gezien mijn nog steeds enigszins ontstoken keel. Dat dit geen
luxe was, bleek later, namelijk de op dat ogenblik gezonde Egeler en
Nijhuis vertoonden na die dag lichtelijk last van verkoudheid of een
opgezette keel. De schrale koude wind is alles behalve gezond Er
werd in twee groepen gewerkt. Egeler en Bodenhausen meer naar het westen,
terwijl Nijhuis en Schaar naar het noordwesten. Deze laatste groep kon van hun
uiterste punt in Tibet kijken en zagen zelfs een vrij behoorlijke stad liggen.
's Middags zijn de alpinisten huiswaarts gekeerd. Mustang-Nederland linea recta. Een
raar idee dat zij over 2 weken in het vaderland zullen zijn aangekomen. Nu lijkt dat nog zo oneindig ver
verwijderde. Terray zal over drie dagen
van Pokhara zijn vrouw ontmoeten, die met een paar vrienden hem tegemoet zal
komen. De 24e november heeft hij een plaats geboekt naar Kathmandu. Hij zal pas
tegen Kerstmis huiswaarts keren, aangezien hij nog eerst een lezingentournee
moet houden in de grote steden van India. Bedankt voor als wat hij voor
onze expeditie heeft gedaan, kon ik hem uitgeleide doen uit de stad Mustang
Van nu af aan
is de expeditie dus vrijwel in deelnemerstal gehalveerd. We vertrekken morgen
via een andere weg dan we gekomen zijn, terug naar Jomosom, al geologie doemde.
Pas laat in de avond arriveerden Nijhuis en Schaar met veel stenen, o.a. een
monster van maar liefst 25 kilogram van de graniet, dit in verband met de
absolute ouderdoms bepaling van de graniet.
Vrijdag 16 november 1962 Nu stond ons vertrek uit Mustang voor de deur.
Nu dus in zuidelijke richting. Sommigen onder ons hadden het gevoel van naar
huis
gaan. Wel een heel lange tocht nog voor de boeg, namelijk helemaal tot de Indiaanse
vlakte, een tocht van alles bij elkaar nog tot 20 december zal duren, maar we gingen toch in de goede richting. Zeer typisch was nog een yak-transport dat
we zagen aankomen. Men vertelde ons dat het een transport was uit Tibet. De
grens staat namelijk wel open voor Nepalese handelslieden die met graan en rijst
in 4 dagen vanuit Mustang naar Tibet gaan om dit te ruilen voor zout. Het
laatste
artikel is overvloedig aanwezig in Tibet, doch niet in Nepal. Met een karavaan
van 20 muilezels vertrokken we tegen een uur of tien richting Tange. Zo ver
kwamen we niet, we bivakkeerden aan de kant van de rivier ter hoogte van het
plaatsje Die. Een zeer aried gebied. Steile wanden van geweldige alluviale
afzettingen omringden ons.
Zaterdag 17 november 1962.Van onze bivakplaats naar het arme dorpje
Tange. Weer troffen we uiterst primitieve omstandigheden aan. De mensen in de
directe omgeving van Tange waren bezig met het zaaien van boekweit. Korrel
voor korrel werd in de grond gestopt. Met een dun stokje werd een gat in de
grond
geprikt, waarin vervolgens een korreltje boekweit werd gedeponeerd. Opvallend
was dit dorpje de vervuiling van de mensen. De Bhotias wassen zich nooit. Vanaf
hun geboorte tot hun dood komen zei niet in aanraking met water. Het woord
"wassen" bestaat ook niet in hun taal ! Op de gezichten zit een dikke laag
aangekookt vuil.
Zondag 18 november 1962 Van Tange direct door naar Chukgaon. een
behoorlijk tocht. Eerst 900 meter stijgen, vervolgens en aantal uren op gelijke hoogte (om en nabij de 4000
meter hoogte) om daarna af te dalen naar Chuk 1000 meter lager. Bij het vallen
van de nacht arriveerden,
terwijl de muildieren pas na het invallen van de duisternis veilig en wel Chuk
aandeden. Onderweg kwamen we een groep Bhotias tegen die de nacht op 4000 meter
gingen doorbrengen (zo zonder tent alleen maar dierenvellen over zich hen
getrokken). We vroegen waarom ze niet in het op slechts twee uur gaans
verwijderende dorp gingen overnachten. Ze antwoordde: we moeten toch op onze
kudden passen die hier nog een beetje gras kunnen bemachtigen. In Nederland
moesten de landbouwers eens zien wat hier onder gras wordt verstaan, een paar
gele harde sprietjes, misschien 10 op een vierkante meter.
Maandag 19 november 1962 Van Chugaon naar Kagbeni via de hoofdvallei.
Een ideale geologische sectie. Vele fossielen en vele raadsels opgelost. Zeer
typisch was het dat het weer voor ons doen bijzonder slecht was, dwz de lucht
was gesmeerd, een waterig zonnetje. De eerste maal sinds de aankomst in het
gebied, dat we geen knal blauwe lucht hadden. Dan realiseer je je pas hoezeer we
door het weer begunstigd zijn geweest. In Kagbeni hebben we 's avonds geprobeerd
de de Wereldomroep te ontvangen, wat ons na veel moeite toch gelukte. Gelukkig
weer goede berichten. Dit was de laatste speciale voor ons bestemd. Als geheel
een geweldig succes geweest. Slechts een drietal maal, toen we in de vallei
waren is het niet gelukt. Dit ligt in het feit dat de voorgelegen dekking dwz de
bergen te hoog zijn zodat de radiogolven na te zijn teruggekaatst tegen de
'heavyside' laag vanuit NW richting niet voldoende ons ontvangtoestel kunnen
bereiken door de voorgelegen bergen.
Dinsdag 20 november 1962 In drie aparte groepen van Kagbeni naar Jomosom.
Egeler en Tammes met de karavaan muilezels direct, terwijl Bodenhausen en Schaar
aan de rechter dalwand een geologische sectie zouden opnemen en Nijhuis, onze
liaisonofficier en ik in de linkerwand voor onze rekening namen, vooral om uit
de reeds ontdekte voorkomen nog betere monsters van plantenhoudende zandsteen te
verkrijgen. Na zonder veel opwindende gebeurtenissen dus volgens plan
verlopende, is de hele expeditie tegen de avond weer in Jomosom gearriveerd.

De terugtocht van Mustang naar het zuiden langs de vallei van de Kali Gandaki. Op de achtergrond de noordwand van de Nilgiri
Voldaan over onze 14 daagse tocht naar het Noorden. Met enige weemoed verlaten we
het Bhotia land. De grens met het Thakkali land ligt tussen Kagbeni en
Jomosom. Het was een enige terugkomst, want de mailrunner had zeer vele brieven
en telegrammen meegebracht, vol met gelukwensen voor de bestijding van de Nilgiri. Dat doet het hart goed
zoveel medeleven vanuit Nederland. Bij het
uitchecken van onze bagage blijkt tot grote schrik, dat Bodenhausen zijn rugzak in
Kagbeni heeft achtergelaten en niet zoals we verwacht hadden met de
muildierenkaravaan was meegekomen. Het was vooral over het geologische dagboek
dat in de rugzak zat, dat we ons grote zorg maakten. Nog net hadden we de vorige
avond tegen elkaar gezegd dat we hoognodig de geologische dagboeken moesten
opnemen op de bandrecorder, in verband met het eventuele wegraken, en nu was het
misschien zo ver. voordat we dat zouden doen. Onze liaisonofficier bood zich aan
om te paard naar Kagbeni te rijden in de hoop het terug te vinden. Hij was immer
de enige die met de mensen kon praten. Tegen donker worden vertrok hij. De
verdere avond werd door ons in grote ongerustheid doorgebracht. Bodenhausen anders zo
laconiek van aard, kon zijn ongerustheid niet onderdrukken. Tegen een uur of
twaalf 's nachts hoorden we paardengetrappel en vreugdekreten. De rugzak was
terecht. Onze trouwe verbindingsofficier had het van de dorpsoudste
teruggekregen. Hij was bijna met paard en al in de rivier verdwenen. want hij bij
de rivier crossing even voor Kagbeni kwamen ze op ene te diepe plaats en het
paard kon zich maar net houden. Opgelucht ging iedereen slapen.
Woensdag 21 november 1962 Algehele reorganisatie in Jomosom.
Vrachten overpakken. Klaarmaken voor de terugtocht etc. Morgen immers vertrekt
de eerste groep: Egeler, Tammes en Nijhuis. De bedoeling is dat Egeler en
Nijhuis via een andere weg nl via Baglung en Kusma naar Pokhara terugkeren. Zij
zullen vanaf Tukucha tot Pokhara geologische opnamen verrichten. Tammes gaat
vanaf Tatopani direct naar Pokhara en Kathmandu zijn vrouw op te vangen die einde
van de maand in Kathmandu zal arriveren. Schaar zal zaterdag vertrekken met het
grote transport van het materiaal naar Pokhara. Bodenhausen en ik blijven in
Jomosom voor en week om nog geologische puntjes op de i te zetten. Terwijl we zo
bezig zijn met het sorteren en inpakken van het materiaal, valt het ons op
dat grote hoeveelheden eten ontbreken. Het kan net anders of het moet gestolen
zijn. Ieder geval, door mensen die op handige wijze zijn binnengekomen zonder al
te
veel sporen achter te laten. Er is maar weinig aan te doen. Als je de politie
vertelt gaan ze lachen. De dieven zijn zeer kieskeurig geweest en hebben alle
bruikbare levensmiddelen meegenomen, zoals margarine, vlees, vruchten op sap.
Gelukkig voor ons hebben ze de geologische stenen laten staan! Het is een geluk
dat we tegen de al deze stroppen goed verzekerd zijn. Alles bij elkaar loopt het
aardig op. De verzekering heeft aan de andere kant weer op ons gewonnen,
namelijk dat er geen ongelukken zijn gebeurd tijdens het alpinistische deel.
Donderdag 22 november 1962 Vertrek Egeler, Tammes en Nijhuis.
Schaar bezig geweest met het prepareren van de vrachten voor het grote
transport. Bodenhausen en ik ten oosten van Jomosom een sectie geslagen in een
groot deel van de Triadische gesteente. We hadden erge last van de tegen de
middag opgestoken dalwind.
Vrijdag 23 november 1962 Een doodvermoeiende dag voor Schaar Bodenhausen en ik. Niet 12 of 14 uur lopen in het gebergte, geen zware rugzakken
of steile klimpartijen. Nee alleen het pakken van alle gesteenten! Na hard
zwoegen staan 14 prachtig gepakte kistjes klaar voor transport naar
Nederland. Het is namelijk zeer belangrijk dat de stenen zeer goed verpakt
worden, vooral de fossielen, want anders komt alleen maar puin aan en het is
immers het belangrijkste wast de geologische expeditie kan vergaren. Tevens
wordt het contract gesloten met de muilezeldrijver om de vrachten naar Pokhara
te versturen. We wegen alle bagage nauwkeurig en komen op en gewicht van
2000 kilogram. Hiervoor zijn nodig 35 muilezels en maken het af op een bedrag
van ruim 1200 gulden. Hierbij zijn ruim 800 kilogram stenen. Eerst hebben ze
geweldige bezwaren om op zaterdag te vertrekken. Volgens hun bijgeloof
geen goede dag om te vertrekken. Maar na lang praten zwichtten ze. Om het
bezwaar op te heffen, zullen ze vast iets wat ze op reis gaan meenemen
buitenshuis leggen, ten teken dat ze dus eigenlijk al vertrokken zijn, dus om de
geesten om de tuin te leiden.
Zaterdag 24 november 1962 Tijdens de nacht is een geweldige storm
opgestoken. Zeer ongewoon. Tegen een uur of ze komt een van de muilezeldrijvers
met een somber gezicht. We proberen ze te overreden, maar geen resultaat. Is het
werkelijk de wind of hun bezwaar om op zaterdag te vertrekken. We spraken af,
dat ze om tien uur maar weer terugmoeten komen en zien of de wind is gaan liggen. Bodenhausen en ik gaan ten zuiden van Jomosom proberen het raadsel van de
gesteenten bij Marpha op te lossen. Deze gesteenten zijn ietwat metamorf. We
willen proberen toch hun stratigrafische positie te bepalen. Nu we de geologie
van het gebied beter kennen, gelukt het ons inderdaad en zeer voldaan komen we
´s avonds terug, doch zien dat Schaar nog niet is vertrokken. De
muilezeldrijver kwam pas tegen half twaalf terug en met de smoes dat ze niet
meer konden vertrekken, want ze hadden´s ochtends de paarden losgelaten en zou
het teveel tijd in beslag nemen om ze voor het eventueel vertrek van vandaag te
vangen. Hieruit bleek wel dat ze ook ´s ochtends de zaak hadden voorgelogen.
Zondag 25 november 1962. Al vroeg merkten we dat de
muilezeldrijvers
bezig waren met het verdelen van de lasten. Eindelijk zouden ze dan toch gaan.
Nu pas begrepen we ook waarom ze de vorige dag niet hadden willen vertrekken.
Vandaag was namelijk grote uittochtdag van het gebied. Niet alleen van
Jomosom, maar ook van de hoger gelegen dorpen. Men had ons al gezegd dat grote
gedeelten van de bevolking tegen eind november naar het zuiden vluchten om
warmere streken op te zoeken zoals de omgeving van Pokhara en nog zuidelijker. Voordat ze vertrekken,
zaaien ze nog eerst hun velden, zodat als ze in
maart en april van het volgende jaar teruggekomen, ze meteen aan de oogst kunnen
beginnen. Niet zo gek bekeken. Alleen de kinderen en oude vrouwen blijven
achter. Het was zeer merkwaardig om deze uittocht mee te maken Zo zagen we
hartverscheurende taferelen, het vertrek van een jongen van zijn moeder. Hij
was in zijn twee en twintig jaren nog niet van Jomosom weg geweest. We zagen honderden en nog eens honderden muilezels, yaks, geiten en schapen voorbij trekken. Na
veel heen en weer gepraat, vertrok dan eindelijk onder de zeer kundige leiding van
Schaar de muilezelkaravaan met ons materiaal. Ze hoopten in zeven tot
acht dagen Pokhara te bereiken. Bodenhausen en ik vertrokken voor een laatste
opname in dit gebied naar de noordwand van de Nilgiri om te proberen een goed
ontsloten sectie te slaan in een vallei direct ten westen van ons
alpiene basiskamp. Als sherpa's hadden we bij ons Dorjee en Datandu,
terwijl voor de zware vrachten wij twee Bhotias hadden gecontracteerd. Ons
kampje plaatsten we op 3300 meter in de omgeving van ons vroegere alpiene
basiskamp. We zaten hier vlak bij het kloofdal waarlangs we de geologische
opname wilden verrichten Om vast tijd te winnen voor de dag van
morgen, namen we vast het eerste gedeelte op. Alles was prachtig
ontsloten.
Maandag 26 november 1962. Een zware geologische dag werd het. We
klommen eerst tot boven in het dal, vrijwel vlak onder ons kamp I. We kwamen op
een hoogte van 4500 meter. Vanaf dit punt daalden we langzaam af, onderweg met
maatlat de dikten van de verschillende gesteenten pakketen metend.
Bodenhausen kwam opeens een graptoliet tegen. Helaas een los stuk, maar we waren
nu toch warm. Dat stuk kon niet van ver komen en we probeerden dit zo
belangrijke fossiel in de sectie te plaatsen. Iets was ook inderdaad gelukte.
Dat was een hele opluchting. Van een belangrijk deel van de sectie kunnen we
hoogstwaarschijnlijk de ouderdom vrij nauwkeurig vaststellen. Pas tegen het
tegen het donker kwamen we in ons kampje. We hadden nog enkele moeilijke
kletterpassages bij het beneden gaan in de kloof, wat veel moeite en tijd koste. Gelukkig hadden we Dorjee bij
ons een deel van de ruim 100 stenen kon
dagen. We waren zeer tevreden over dit resultaat. Nu was de zaak rond.
We hebben nu een vrij complete verzameling gesteenten van alle in het gebied voorkomende gesteenteformaties
in ons bezit. Onze taak in dit
gebied is hiermede tot een goed einde gekomen. Voor mij persoonlijk was het
een beetje een soort van revanche op de berg Nilgiri. Ik had de top
wel niet mogen bereiken, maar wel was ik erin
geslaagd mede met anderen, de geologische geheimen van de berg te ontfutselen.
Ook was het heerlijk om te merken dat mijn ziekte nu geheel tot het verleden behoorde, aangezien
ik vandaag bijzonder makkelijk was gestegen tot een behoorlijke hoogte.
Eerst waren van plan geweest om naar Jomosom af te dalen,maar door het
late terugkomen in ons kampje, besloten we we hier nog een nacht te blijven.
Dinsdag 27 november 1962 Na enkele uren gaans waren we terug in
Jomosom. In snel tempo pakten we de overgebleven spullen bij elkaar en probeerden
vandaag nog weg te komen.
Helaas lukte het niet om dragers of yak te vinden om de 100 kilo te dragen.
Bodenhausen en ik besloten toch maar te gaan met Datandu
en de twee Bothias en Dorjee achter te laten, die de volgende dag wel met 2 yaks
kon vertrekken. We zouden op hem wachten in Tukucha. Daar konden we onderdak
krijgen van een half lama "dokter" Singh. Tegen de avond kwamen we daar
aan en werden gastvrij ontvangen. Een heerlijk vers eitje
en een kop thee.
Woensdag 28 november 1962. Na eindeloos wachten kwam Dorjee eindelijk
om een uur of twee opdagen met de mededeling dat de yaks niet waren gekomen, zodat hij dragers had moeten opduiken om de 100 kilo te dragen.
Gelukkig had hij twee Thakkalis bereid gevonden. Deze kwamen
even later met vrachten van maar liefst 50 kilo de man! en dan nog in een
behoorlijk tempo van Jomosom naar Tukucha. We hebben toch
maar een extra drager in Tukucha gehuurd om de dragers iets minder zwaar te
belasten, zodat het tempo opgevoerd kon worden. Het werd nog een tocht van drie
uur lopen tot Kalapani, waar we in een huis langs de weg overnachten.
Donderdag 29 november 1962 Tijdens de afdaling van Kalapani naar Dana kwamen we opeens
tegen twee van onze dragers, die de alpinisten groep hadden begeleid, n.l.
Mimgma
Tsering en Sona.
Groot was de verrassing dat ze vele brieven
voor ons bij zich hadden en tevens berichten over de vorderingen van
de twee andere groepen. Schaar
schreef dat de karavaan heel langzaam vorderde en dat ze nog een paard van
een andere karavaan uit een rivier
hadden gevist. Egeler en Nijhuis hadden geologisch succes gehad en waren al een goed eind op
weg in de richting van Pokhara. Even ten zuiden van Ghasa bij het dorpje Balabas, zagen we het wisselen van vrachten, dwz de yaks, muilezels met zout van het noorden
werden afgeladen en de vrachten overgegeven aan de
talloze dragers, die van het zuiden kwamen. Deze op hun beurt namen van het zuiden
voornamelijk rijst mee, die dan door de yaks en muilezels naar het noorden werden vervoerd. We hoorden van
een
inwoner de volgende wisselkoers van de
verschillende plaatsen. In Mustang is de wisselkoers 1 kilo rijst
tegen 3 1/2 kilo zout, in Tukucha 1 kilo rijst tegen 2 1/2 kilo zout en in
Balabas 1 kilo rijst tegen 1 1/2 kilo zout. Hieruit blijkt heel goed de kosten
van transport. De weg ten zuiden van Balabas is niet geschikt voor muilezels. De
yaks kunnen zeker niet zuidelijker, aangezien het klimaat te warm is voor ze .
Ze zouden van de warmte dood gaan. De dragers vinden daarentegen het klimaat in
het noorden
veel te koud. Behalve belangrijk wisselpunt en handels centrum
is Balabas ook de scheiding tussen het Thakkali land en de rest
van Nepal met geheel andere
bevolkingsgroepen, gewoonten etc. Van Balabas kan ook
gezegd worden dat het geografisch ligt op een plaats
waar men in feite de
Himalaya doorsnijdt. Typisch ook dat hier ook een
geologische grens van de eerst orde is gelegen,
namelijk tussen het grotendeels metamorfe zuidelijk deel
van de Himalaya en de noordelijke niet metamorf zone (met aan de basis
een gneis). Al vroeg in de middag bereikten we Dana . We deden ons
te goed aan de mandarijnen. Na zo'n expeditie, hoofdzakelijk levend
op ingeblikt eten, snakt men naar verse vruchten. Ook konden we een kippetje kopen.
In Dana reorganiseerden we de dragers colonne. Twee sherpa's zouden met het
grootste deel van het materiaal in 4 dagen naar Pokhara gaan, terwijl
Bodenhausen en ik in 3 dagen tezamen met Mimgma Tsering en Datandu het lichte
materieel naar Pokhara zouden gaan.
Vrijdag 30 november 1962. Van Dana naar Tatopani nog langs de Kali
Gandaki om daarna weer omhoog te klimmen naar de pas ten westen van Ulleri, een
stijging van 1800 meter. We bereikten een dorpje voor de pas: Pholata.
Zaterdag 1 december 1962 Van Pholate via de pas Biritrhadio, al
geologie doende. Weinig van te vertellen,. Alleen zagen we in het bos even
over de pas honderdtal apen, prachtig grijs van kleur, met staarten van
zeker 1 meter. Onderweg kwamen we nog iemand tegen die ons vertelde dat Schaar
een paard van onze colonne, die in de rivier was gevallen morfine injecties had
gegeven. Het is wel typisch om steeds berichten van de voorgelegen groepen
verneemt van voorbijgangers. News travells quick in Nepal. De hoofdcolonne had
een dorpje op twee uur van onze overnachtingplaats bereikt. We zouden ze dus
morgen makkelijk kunnen inhalen. We hadden ook al van iemand anders vernomen
dat Egeler en Nijhuis vandaag in Pokhara zouden aankomen.
Zondag 2 december 1962 Inderdaad tegen een uur of twaalf
haalden we Schaar in. Hij wilde ons allemaal verhalen van zijn reis en was
enigszins teleurgesteld te horen dat wij het allemaal allang wisten. Het was inderdaad waar dat
een paard van ons zich ernstig bezeerd had bij het
vallen in een rivier.. De eerste injectienaald boog geheel om, maar de tweede
ging er gelukkig in als koek, zodat het paard met een grote dosis morfine gekalmeerd werd. Een echt
paardenmiddel ! Zijn 30ste verjaardag had hij de 30ste
november goed doorgebracht temidden van muilezeldrijvers. Het was zeker geen luxe
geweest dat Schaar de colonne begeleid had. Het was een hele opluchting toen de
hele karavaan heelhuids met alle waardevolle stenen in Pokhara arriveerde. Tegen
donker worden kwamen we in Pokhara. Inderdaad waren Egeler, Nijhuis
gearriveerd, terwijl Tammes en zijn vrouw ook net vandaag uit Kathmandu waren
aangekomen. Het was bijzonder gezellig om elkaar weer terug te zien. Egeler en
ik hadden een een beetje het gevoel of nu de grote expeditie ten einde was. De
tocht naar het zuiden is eigenlijk en uitstapje, vergeleken bij onze noordelijke
tocht. De vrouw van Tammes had vanuit Nederland veel brieven, foto's van onze
vrouwen meegenomen. Toen Bodenhausen en ik uit Tukucha vertrokken ging zij weg
uit Nederland!
Maandag 3 december 1962 Rustdag, dwz brieven schrijven; dagboek
tikken, pakken en uitpakken!
Dinsdag 4 december 1962 Idem
Woensdag 5 december 1962 Sinterklaas is jarig.
Ik zet vast mijn schoen klaar. De laatste rustdag. Morgen begint de zuidelijke
doorsteek. Na ongeveer 16 dagen, dus net voor Kerstmis hopen we in Pokhara
terug te komen. Ik stuur dan mijn laatste dagboek.
-----------------------------------------------------------------------------------
Enkele losse opmerkingen. Nu we hier terug zijn in Pokhara en het Bothia- en Thakkali-land definitie de rug hebben toegekeerd, zal ik een paar losse notities spuien, opdat van Campen (journalist van het weekblad de Spiegel) deze misschien kan gebruiken om dit materiaal et verwerken met de reeds door mij geschreven tekst.
Bhotia land: 1. In Mustang viel het ons op dat de mensen geen lichtbron, behalve vuur, hadden. De olie is hier veel en veel te duur en wordt alleen in de kerk gebruikt voor religieuze doeleinden. Als je na het donker in de straten van Mustang liep, bleek dat iedereen al naar bed was. 2. Als brandstof gebruikt men in Mustang yak- of ezelsmest. Hout is gewoon niet te krijgen of moet van heinde en verre worden aangevoerd. Het is te gek om te zien hoe kinderen achter een muilezelkaravaan aanlopen en steeds de net gevallen vijgen oprapen en er zelfs om vechten. 3. Weinig belangstelling voor geld, aangezien ze er niets voor kunnen kopen. Alles gaat hier vrijwel op ruilbasis. Winkels zijn er in heel Mustang niet! 4.W.C. bestaan ook niet en een vertegenwoordiger van wc papier zou hier wel heel weinig kunnen verkopen, aangezien het eenvoudigweg niet gebruikt wordt! 5. Tong uitsteken is een teken van groet en een hoge vorm van beleefdheid. In het begin dat het vreemd aan, maar op den duur nemen we zelfs de gewoonte over. Tegen de tijd dat we in Holland komen, moeten we het maar weer afleren.

Tong uitsteken ene vorm van beleefdheid een begroeting ceremoniaal. Om te laten zien dat je niet door de duivel bent bezeten, die namelijk een zwarte tong heeft
6. Bij binnenkomst van een dorpje zijn grote steenhopen opgericht met op elke steen de heilige spreuk: Oh maneh phee-mee un gsh. (alle wijsheid ligt besloten in de lotus). Men dient altijd links langs deze steenhopen te gaan. Dit is trouwens ook de spreuk die door de mensen wordt gebeden met hun gebedsmolen.7. Ook viel ons op de afwezigheid van begraafplaatsen. Als een Bhotia dood gaat wordt direct na het overlijden door de nabestaanden besloten, welke van de drie manieren van lijkverzorging zal worden gekozen De drie manieren zijn als volgt: 1. gewoon begraven, doch zonder uiterlijk teken, 2. verbranden, 3. het lijk opensnijden en te laten oppeuzelen door de aasgieren.8. De Bhotias-mannen laten hun haar lang en maken er vlechten van die ze op het hoofd binden.9.In Mustang nergens iets geschreven, geen opschriften, geen bedrukt papier. Behalve natuurlijk in de kerken. Dit is begrijpelijk, want de enigen die kunnen lezen zijn de lama's, de boeddhistische geestelijken. 10. Zeer aried klimaat: het smeltwater van de gletschers wordt op zeer kundige wijze gekanaliseerd om de landerijen te bevloeien. 11. Thakkali-land: huwelijksceremonieel bestaat niet. Als een meisje een jongen aardig vindt, dan vraagt zij of de jongen 3 dagen bij haar komt slapen. Bevalt het, dan zijn ze getrouwd, maar bevalt het niet dan moet de man een hoge som geld betalen! 12. Brandhout wordt op de platte daken bewaard. In de vrij goed gebouwde huizen zijn alleen geen schoorstenen, zodat alles constant in de rook staat 13. De Thakkalis zijn handelslieden. Ze trekken in de winter naar het zuiden om handel te drijven of houden theeshops. Ze hebben het grote voordeel dat ze 3 talen spreken: Takkalis, Tibetaans en Nepalees.
Dagboek 6 december t/m 9 januari Opmerking.
Aangezien dit laatste dagboek alleen voor intern gebruik zal worden geschreven, zal
volstaan worden en een nogal korte opsomming en zeker niet getracht worden er
een verhaal van te maken.
Donderdag 6 december 1962. Vertrek André Tammes en
zijn vrouw naar Kathmandu. Tot onze grote spijt was onze liaisonofficier Kalikote
niet met het vliegtuig vanuit Kathmandu meegekomen. Dit kost ons één dag,
aangezien hij voor ons in Kathmandu een uitbreiding van de vergunning om in
Nepal te reizen bij de regering probeert te krijgen. We vrezen nu dat er een
nieuws nieuwe moeilijkheden zijn gekomen. Maar weer rustig afwachten.
Vrijdag 7 december 1962. Eindelijk stapt Kalikote dan
wel uit het vliegtuig, vol met verhalen over eindeloze moeilijkheden die de
autoriteiten hem in de weg hadden gelegd. Ze waren zeer
verbolgen over het feit dat we in Mustang waren geweest, dat was niet de
bedoeling geweest. Gelukkig dat we er al waren geweest, dat konden ze ons dus niet
meer afnemen. Aanvankelijk wilden de autoriteiten de vergunning van onze
zuidelijke tocht alleen maar verstrekken tegen een nieuwe betaling van 'royalties'. Kalikote
had na eindeloos heen en weer praten toch gedaan gekregen zonder te betalen. Kalikote dacht uit
te rusten van zijn tocht naar Kathmandu, maar we vertelden hem
dat we binnen een uur voor onze zuidelijke tocht zouden vertrekken. We waren
uiterst licht bepakt. 7 sherpa's, 3
Tamang dragers en Tashi. De bedoeling was om in 14 dagen heen en terug Buthwal te
lopen. Nauwelijks op een paar uur onderweg zijnde of we kregen een bericht van de
achterhoede dat nogal somber was. Een van de Tamang dragers was gebeten door een
merkwaardig doende dolle hond. Door alle berichten vanuit Nederland waren we
nogal schichtig en bevalen hem om zo spoedig mogelijk naar Pokhara terug
te keren om zich te melden bij het Engelse hospitaal. Uit vrees dat hij zich
niet zou melden joegen we hem de stuipen op het lijf door hem mede te delen
dat als hij zich niet zou melden hij binnen 4 dagen dood zou zijn. Gelukkig
konden we een andere drager vinden die zijn vrachten overnam. Overnacht in een
dorpje gelegen op de bergkam bij het dorpje Mathikan. Feeërieke zonsondergang.
Nijhuis en Schaar bemerkten tot hun grote schrik, dat zij hun persoonlijk bagage
vergeten hadden in Pokhara. Het tragi-komische was wel dat zij de
achtergebleven spullen waaronder hun eigen bagage in kisten hadden gepakt
voor verder transport naar Kathmandu.
Zaterdag 8 december Rustige wandeldag. Van Mathikan tot een dorpje even
na Birkot. Aardige geologie in heerlijk bergterrein. Niet bijzonders te melden.
Zondag 9 december Via eindeloze bergreeksen te zijn over geklommen
eindelijk bij onze zo bekende Kali Gandaki. Op het nauwe bergpaadje kwamen we
eindeloze dragers-karavanen tegen. Vrijwel alle dragers beladen met petroleum.
Voor een tocht van Buthwal naar Pokhara krijgen de dragers f 1,- uit betaald
voor 2 1/2 liter petroleum. Deze tocht duurt zes dagen. Men moet dus rekenen op
10 dagen uit en thuis. Laten we aannemen dat ze maximaal over dit terrein een
vracht kunnen vervoeren van 50 kilo, dan betekent dat dus f 20,- voor 10 dagen
ploeteren en dan nog te bedenken dat ze voor hun eigen eten moeten zorgen. Dit
is dus niet wat je noemt overbetaald.
Maandag 10 december
Kriel Bodenhausen werd in alle vroegte al door ons toegezongen: hij werd n.l. 40
jaar! Heerlijke wandeling tot even onder Tansing. Van een bergkam hadden we
opeens een schitterend gezicht op de geweldige Himalaya keten, nu al weer een
eind van ons verwijderd.
Dinsdag 11 december Van Tansing via een diep kloofdal naar Buthwal.
Een vermoeiende tocht, pas in het donker arriveerden we in Butwal, een plaatsje
gelegen aan het begin van de Ganges vlakte . Dit dorpje is sterk georiënteerd op
India. De helft van de bevolking zijn Indiërs. Men kan er zelfs ook betalen in
Indiase roepies.
Woensdag 12 december Opsplitsing in 2 groepen. Groep Egeler , de Booy via
een meer westelijk gelegen route terug naar Pokhara, terwijl Bodenhausen,
Nijhuis en Schaar ongeveer dezelfde weg terug als onze heenweg zouden nemen met
uitzondering van het laatste stuk. Egeler en ik konden dus kennis maken met de
zogenaamde Terai, een strook oerwoud gelegen tussen de eigenlijke Ganges vlakte,
met voornamelijk rijstvelden en de eerste heuvels van de Himalaya de Siwaliks.
Het werd een boeiende tocht. Prachtige boomgroepen. Sterk afwisselend van soms
zeer dicht bos tot een meer parkachtige rangschikking der bomen. De bewoners van
deze dorpen verschilden bijzonder sterk met de bevolking van bergdorpjes in de
Himalaya, niet alleen de klederdracht maar ook de huisbouw, de gewoonten en taal
was verschillend. Onze sherpa's konden nauwelijks enkele woorden met deze mensen
wisselen.
Donderdag 13 december Nu begonnen we feitelijk pas aan de doorsteek naar
het noorden vanaf het plaatsje Jim-Jimi. Het werd een stijve klim door een
nogal ruig terrein met typisch oerbos met zeer veel apen etc. Van 300 m. hoogte
omhoog naar 2000 m. Op vrijwel het hoogste punt van de eerste bergketen de
zogenaamde Mahabarat Lekh konden we in een politiepost overnachten. Wat een
overgang. De vorige nacht nog vrijwel zonder slaapzak zo aangenaam was de
temperatuur; nu alweer in de vrieskou!
Vrijdag 14 december De dag begon nogal ongelukkig voor mij. Bij het slaan
op een zeer hard gesteente sprong een gesteentescherf in mijn oog. Egeler zag
tot zijn schrik, met een loupe, een klein krasje op mijn netvlies. Gelukkig vlak
naast de lens. Nu maar hopen, dat ik er geen ontsteking aan zou krijgen. Dit zou
nogal onplezierig zijn aangezien we 6 dagen van het dichtst bij zijnde hospitaal
verwijderd waren. Onze tocht was bijzonder plezierig. Vrijwel op een constante
hoogte van 2000 m, met voortdurende het gezicht op de grote Himalaya keten in
het noorden en de Ganges vlakte in het zuiden. Egeler had de vorige avond last
gehad van een nogal pijnlijk gevoel in het verlengstuk van zijn rug. We
bemerkten dat we geen zalf hiervoor bij ons hadden en Egeler zocht zijn
toevlucht tot het gebruik van margarine!. Dit merkte ik nu tijdens onze tocht
van de volgende dag. Achter hem aanlopend verspreidde Egeler de geur van ranzige
boter, een lucht of beter een stank die zeer veel weg had van de zogenaamde
Bothia lucht. Het was niet mogelijk Egeler op de voet te volgen. Gelukkig heeft
hij zich 's-avonds een goede wasbeurt gegevens. De sherpa's begonnen vreselijk
te lachen "Baku Sahib (Hoofdsahib) is washing small brother!" 's Avonds laat
arriveerden we, nogal moe door de zware tocht in Riri Barar, gelegen aan de Kali
Gandaki.
Zaterdag 15 december 's-Ochtends hadden sherpa's blijkbaar haast om weg
te komen en in alle vroegte kregen we ontbijt en pakten ze onze slaapzakken al
onder ons weg. Alleen bleek toen we al gepakt en gezakt buiten stonden, dat ze
nog moesten ontbijten, Egeler en ik gingen vast vooruit. We hadden duidelijk aan
de sherpa's verteld dat we langs de Kali Gandaki in noordelijke richting zouden
gaan. Onze weg voerde eerst langs de Kali Gandaki, maar opeens moesten we in een
zijdal langs een bies stroomopwaarts. Tot onze geruststelling kwamen we nog vele
karavaan-dragers vanuit het noorden tegen. We besloten toch maar even te wachten
op de sherpa's. Na één uur wachten geen enkel levensteken. Misschien zijn ze
langs een andere weg gegaan? We besloten toch maar door te zetten om zo spoedig
mogelijk weer bij de Kali Gandaki te komen. Dit is ons gelukt, echter met
verschrikkelijk veel moeite. Via een steile bergkam omhoog en vervolgens weer
omlaag tot het volgende zijdal.
Om 2 uur's middags bereikten we de zo fel begeerde Kali Gandaki tot
overmaat van ramp waren we veel minder opgeschoten dan we aanvankelijk
dachten. Van Riri Barar waren we maar nauwelijks 1 1/2 uur gaans
verwijderd, terwijl we toch al 7 uur onderweg waren. Bezeten van de dorst hebben
we ons toch maar gewaagd aan het vieze water dat men ons te drinken gaf. De weg
leidde nu weer omhoog, maar liefst een klim tot de volgende pas van 1400 meter
met de wetenschap dat we onze sherpa's plus onze kampeeruitrusting vandaag
niet meer zouden zien. Tot even voor het donker klommen we gestadig door. We
bereikten het dorpje Lempeh op 1 uur gaans van de pas. Het begon al
behoorlijk koud te worden en we beschikten dus over geen slaapzakken, donsvesten etc. en geen voedsel en allesbehalve benijdenswaardige positie. Het
allerberoerdste is wel, dat we ons leed tegenover niemand konden uitspreken. Wij
kenden geen woord Nepalees en zij geen woord Engels. Het gelukte ons echter toen
om met behulp van de gebarentaal een onderdak te verkrijgen. Een oud Gurka
soldaat en zijn familie heeft ons liefderijk opgenomen. We kregen als
avondmaaltijd: gepofte rijst, mais, boekweit en thee zonder suiker. Als
slaapplaats een matje en een deken. Het ontbijt de volgende morgen betond uit
groente, thee nu met peper en een glas melk. Onder normale omstandigheden een zeer karig geheel, maar nu waren we zielsblij dat we
iets hadden om te eten en een deken om onder te slapen Een prettiger
bijzonderheid was wel: het niet hebben ven mijn eigen slaapzak. Ik had
namelijk deze nacht voor een keer geen last van luizen.
Zondag 16 December 1962. Na een uur stijgen
kwamen we op de pas. Uitzicht op de hele Himalaya keten. Een scherpe afdaling naar
de Kali Gandaki. Een kort bezoek aan de schoolmeester van Phardi Chat.
Zeer welkom waren de acht gekookte eitjes, thee en koekjes. We hadden weer
behoorlijke honger gekregen. Nog steeds geen teken. van onze sherpa's. We moesten nu de rivier oversteken om langs de linker dalwand omhoog te lopen
richting Pokhara. Pas tegen een uur of vier 's middags hoorden we achter ons een
rauwe gegil: de Sherpa's. Ze hadden ons weten in te halen! Het bleek dat
zij inderdaad langs de Kali Gandaki waren blijven lopen, alleen aan de andere
oever! Nog nooit waren we zo dankbaar voor het maal dat werd toebereid
door onze trouwe kok Dannu.
Maandag 17 December 1962. De tocht verliep nu
verder zeer vlot. Even na Kusma konden we ons bivak opslaan.
Dinsdag 18 December 1962 Van even ten oosten
van Kathmandu in één ruk door naar Pokhara. Om 3 uur kwamen we in het Engelse
hospitaal. Net toen we weg wilden gaan, kwam de andere groep aan. Deze zeer
vermoeide mannen: Bodenhausen, Schaar en Nijhuis. Zij hadden ook een zeer zware
tocht achter de rug; 35 km in zwaar terrein. Hun geologische opname was eveneens
bijzonder vlot verlopen. Zij hadden een soort gelijk avontuur beleefd als wij.
nl Schaar was de weg kwijt geraakt en had eveneens meer dan één dag van de lucht
dwz zonder sherpa's of noodzakelijke kampeeruitrusting moeten leven. Ook hij werd teruggevonden .Egeler en ik vonden onze schande nu niet zo groot meer
dat we
de weg waren kwijtgeraakt. Na een zeer succesvolle geologische opnamen naar het
zuiden kwam de gehele geologen groep dus behouden in Pokhara aan de doorsteek Gangesvlakte - Tibet dwars door de Himalaya was volbracht en 1800 gesteenten
werden verzameld een resultaat dat onze verwachtingen ver te boven ging.
Woensdag 19 December 1962 Helaas geen vliegtuig om Egeler en mij zelf
naar Kathmandu te brengen. Bodenhausen, Nijhuis, Schaar en Kalikote zouden
nog enkele dagen achterblijven om alle vrachten verzendklaar te maken. Ik had het
nog druk met het uitbetalen van alle salarissen aan sherpa's en dragers. Het was
leuk om 's avonds de sherpa's de sahibs flessen rakshi aanboden om daarmee hun
tevredenheid te betuigen over het verloop van de expeditie.
Donderdag 20 December 1962 Tegen de middag konden Egeler en ik toch
werkelijk per vliegtuig naar Kathmandu. Bij aankomst in Kathmandu zagen wij bij
toeval Hillary met zijn vrouw en kinderen, die op het punt stonden om naar
Calcutta te gaan. Bijzonder hartelijk weerzien na 9 jaar. In hotel aangekomen
veel post van huis, heerlijk eten.
Vrijdag 21 december 1962. Afrekenen, schrijven, bezoekjes brengen etc,
het gebruikelijk werk dat de beschaafde wereld helaas met zich meebrengt. Tegen
het einde van de middag kwam Bodenhausen aanwaaien en had een vliegtuig kunnen
bemachtigen Nijhuis en Schaar zouden Pokhara achterblijven tot de laatste
kilo vracht naar Kathmandu zou zijn gevlogen.
Zaterdag 22 December 1962 Met jeep naar Pujulchanhi. Een geologische
tocht om te zien of de door de Franse geoloog Bordet wordt beschreven gesteenten van
de berg overeenkomst zouden vertonen met de Thakkola gebied of beter gezegd de
Tibetaanse gesteenteserie. Dit werd een geologische teleurstelling. Zeer slecht
ontsloten en verder geen overeenkomst. Gelukkig maakt het natuurschoon veel goed
Zondag 23 December 1962. De laatste dag van bezoekjes en schrijven
etc.
Maandag 24 December 1962. Vertrek van Egeler en ik naar New Delhi.
Helaas nog geen levensteken van Schaar en Nijhuis. Wij hadden ze al lang
verwacht, maar zie alles in Nepal, of liever gezegd het Oosten, duurt
langer dan je het verwacht. Bodenhausen veel geluk toegewenst voor de moeilijke
tijd van onderhandelen die hem nog voor de boeg staat. Hij moet er immers voor
zorgen om alle douane moeilijkheden op te lossen. Heerlijke vliegtocht naar New
Delhi, alwaar de Ambassadeur op ons wachtte. Wij werden uitgenodigd voor het
Kerstdiner, dat te zijner huize voor het Ambassade personeel werd gehouden. We
vielen dus met onze neus in de boter.
Zondag 25 December 1962 Rustige dag in zonnig New Delhi. Om kwart voor
negen 's avonds van Delhi naar Bombay.
Maandag 26 December 1962. Eén uur 's nachts van Bombay naar Génève.
Schitterende overtocht. Genève aankomst kwart over acht 's ochtends. Egeler zou
Dinsdags doorvliegen naar Amsterdam, terwijl ik via Zürich naar Serfaus,
Oostenrijk, zou proberen te komen, alwaar mijn familie in de wintersport was.
Dit lukte, via een helaas te korte vliegreis van Génève naar Zurich met Marlène
Dietrich. Met de ArIberg expres naar Landeck. Ik had al van Zurich opgebeld naar
mijn vrouw, zodat zij met een taxi aan het station Landeck stond te wachten.
Een zeer romantisch weerzien in de met dik sneeuw bedekte Oostenrijkse bergen.
Dinsdag 27 december 1962t/m Donderdag 3 januari 1963 Volop
Wintersportgenot met vrouw en kinderen.
Vrijdag 4 Januari 1963 Terugkomst in het steenkoude Nederland.
Einde dagboek Dr T. de Booy
Naschrift: Mijn bedenkingen over de expeditie
In mijn dagboek over de Himalaya Expeditie komen enkele zinnen voor waar ik
mijn bedenkingen uit over het feit dat wij 159 coolies laten sjouwen met vrachten
van 50
kilo op hun blote voeten over rotsachtige smalle paden langs steil afgronden en
dat tegen hele lage beloningen. Ik citeer
nog enkele passages die daarop betrekking hebben:
Zaterdag 8 september 1962. Tegen de middag kwamen we
een aantal coolies achterop, die gemiddelde vrachten
droegen van 60 kilo!! Met heel eenvoudige draagmiddelen en
een stuk touw dat om het hoofd wordt gedragen. We hebben een vracht proberen te dragen. We waggelden weg,
onder grote hilariteit van de dragers. Het is een kwestie van balans. Het verwonderlijke is wel
dat deze mensen zelf lichter zijn dan de vracht die zij dragen. Verder gaan ze
blootsvoets. De tocht gaat van Pokhara
naar Tukucha; een afstand van plm.100 km waartussen waartussen twee passen moeten worden genomen
van plm: 2500- 3000 m. Ze gaan door regen en wind. Geen deken, geen schoon goed, etc.
Hun verdiensten zijn niet groter dan f 2,- per dag.
Vrijdag 21 september. Ongeveer halverwege de tocht
is er een soort staking uitgebroken en heeft één van de raddraaiers de
hoofdman van de coolies bedreigd
hem met zijn cookerie (een krom zwaard) aan stukjes te snijden. Wonder boven
wonder zijn de vrachten redelijk overgekomen, nauwelijks beschadigd of nat. 's
Avonds heeft Wongdhi nog onderhandeld met de hoofdman van de coolies die we in
Pokhara gaan huren Er ontstonden grote moeilijkheden, want deze coolies willen 8 roepies per dag
verdienen, terwijl in Kathmandu dragers slechts 5.60 Rs, krijgen, maar er wordt
nu een regeling getroffen
nl. dat de coolies van 8 Rs geen terugweg betaald krijgen,
terwijl de 5,60 Rs. coolies de helft van de dagen die ze er over doen om
er terug te komen, betaald krijgen voor de terugweg. Dit komt vrijwel op
het zelfde neer. Zo hopen we morgen te kunnen beschikken over de 100 coolies van Kathmandu en de ruim 50 coolies van Pokhara.
Zaterdag 22 september 1962. Het weer is helaas niet al te best, maar goed genoeg om
het grote sein
van vertrek te geven. Inderdaad. komen alle coolies opdagen. Eerst worden
de Kathmandu coolies één voor één opgeladen. met per man van
rond de 30-32 kg, daarbij te bedenken dat ze hun eigen
spulletjes ook nog moeten meenemen, dat toch al gauw op
een 5 kg neerkomt. Wat deze mensen in de komende dagen zullen presteren
grenst aan het onwaarschijnlijke.
Zondag 30 september 1962. Na alle dragers te hebben uitbetaald.
Een ieder kreeg
na aftrek van voorschot de somma van 100 Rs, dit is dus f 44,-. Een schijntje voor hetgeen ze
eigenlijk voor ons moeten doen: dagenlang door regen en wind met zware vrachten
op blote voeten door uiterst zwaar·terrein. Zo vertrokken ze dan naar Kathmandu.
Een tocht van een tien dagen. In totaal zijn ze dan een kleine maand van huis
geweest en wat hebben ze dan eigenlijk verdiend. Het is wel een beetje
vreemd dat door zulke achterlijke omstandigheden het nog mogelijk is om
expedities in deze gebieden te houden. Zou immers een behoorlijk salaris voor de
dragers worden geëist, overeenkomende met Europese begrippen, dan zou een
transport van enkele tonnen voedsel en materialen over zo'n afstand een
volkomen prohibitieve aangelegenheid zijn voor de geldmiddelen van een normale
expedities. Een drietal dragers gaf te kennen dat ze wel als drager vast
verbonden aan de expeditie wilden blijven
Hieruit blijkt duidelijk, dat ik me niet zo lekker hierbij heb gevoeld. In de Andes hebben we niet met dit probleem te maken want daar wordt het transport grotendeels door muilezels gedaan en hebben we slechts enkel goed getrainde dragers, eigenlijk een soort sherpa. Het is wel merkwaardig dat Willem Frederik Hermans onze expeditie als doelwit enkele jaren later heeft gekozen, om min of meer dezelfde ideeën, die ik toen ook al gevoeld had. Het is daarbij interessant dat Hermans juist mij op de korrel heeft genomen Ik geef hieronder enkele passages uit zijn boek Nooit meer slapen, dat hij in 1966 heeft geschreven (uitgave Bezige Bij)
Hoofdstuk 8 pagina 35-41
Rustig wandel ik naar de machine als de vlucht naar Trondheim voor de eerste
keer afgeroepen wordt. Ik groet de stewardess vriendelijk. Mijn regenjas en mijn
fototoestel leg ik in het net boven mijn hoofd, ga zitten en gaap. Nu hoef ik
voorlopig niets anders te doen dan te slapen en ik laat mijn ogen dichtvallen.
Niet zwaar genoeg, ze gaan weer open. De stoel naast mij is leeg. Het raampje
waaraan ik zit, geeft uitzicht op de bovenkant van een vleugel, waar niets te
zien is. De stewardess komt langs met een stapeltje kranten. Op goed geluk kies
ik er een uit, blader erin. Zonder het eigenlijk te willen, begin ik toch te
lezen.
DE NEDERLANDSE EXPEDITIE STEUNT OP SHERPA-BEROEMDHEDEN
Het is een brief over die Himalaya-expeditie, waar Brandel aan meedoet.
'Ons eerste kamp ligt naast het vliegveld van Pokhara, met uitzicht op Himalaya-reuzen als Annapurna (8078 m). Machhapuchhare (6997 m) en Lamjung Himal (6985 m), die met hun verijsde toppen als het ware het hele landschap beheersen. Hier op ongeveer 800 meter hoogte heerst een tropische temperatuur. Het wachten is alleen nog maar op de komst van Wongdhi, de sherpa-sirdar, die acht dagen geleden met honderd dragers uit Kathmandu is vertrokken. Vrij algemeen wordt de naam 'sherpa' vereenzelvigd met hooggebergtedrager of berggids, ongetwijfeld omdat de sherpa's zo'n grote bekendheid hebben gekregen door de Himalaya-expedities. In werkelijkheid echter heeft men hier met een afzonderlijke stam te maken.
Ervaring.
Wongdhi is pas 29 jaar oud, maar heeft zich reeds faam verworven tijdens
talrijke Himalaya-expedities. Nog onlangs beklom hij met onze Franse vriend
Lionel Terray de bijna 8000 meter hoge Jannu in Oost-Nepal, waarbij speciaal is
te vermelden dat Wongdhi, in tegenstelling tot Terray, géén zuurstofmasker
gebruikte. Ook nam hij deel aan de Vrouwen Himalaya-expeditie naar de Cho Oyu,
een onderneming welke bijzonder tragisch afliep daar de leidster, Claude Kogan
samen met Claudine van der Straeten en drie sherpa's door een enorme
sneeuwlawine werd begraven. Wongdhi was een van deze sherpa's en de enige van
het vijftal die het er levend afbracht. In zijn gebroken Engels heeft hij ons
beschreven hoe hij zich, met behulp van een zakmes dat hij toevallig in zijn
borstzak had, heeft weten uit te graven. Hij hield er een paar bevroren
vingertoppen van over, die later in Frankrijk werden geamputeerd.
Omelet
Wij hebben nog een andere sherpa-beroemdheid in ons midden ... Danu de kok.
Tegenwoordig vechten de expedities om de diensten van deze kleine knaap met zijn
buitengewone kookkunst en zijn wonderlijk opgewekte karakter. Voor Danu is
het moment van aankomst 's avonds altijd het voornaamste van de dag.
Als wij dolgelukkig gaan zitten om eindelijk eens wat te
rusten, begint hij rond te hollen om alles in orde te maken. Thee is er meestal
binnen vijfminuten en vaak ook een overheerlijke omelet... haast beter dan wij
thuis gewend zijn!
Ik kreeg soms de indruk dat Danu een willekeurig huis binnen
rende en de ketel van het vuur pakte ... om vooral zijn Sahibs niet te laten
wachten! Kortom, Danu is een prachtvent!
Trouw
Een kleine gebeurtenis tijdens deze tocht kan dienen als illustratie van de
sherpa-mentaliteit. Toen Brandel en ik na bij een bergdorpje in ons tentje
lagen te slapen, begon een of andere kwajongen de tent vanaf de bovengelegen
helling met stenen te bekogelen. Direct kwamen de sherpa's aangerend om de
onverlaat te verjagen. Een kwartiertje later, toen ik al was ingedommeld, werd
ik wakker door een geritsel voor de tent... en daar lag Danu, in zijn slaapzak
dwars voor de tentopening, met naast zich zijn pickel, vastbesloten om zo nodig
zijn Sahibs gewapenderhand te beschermen! En of het in de nacht begon te regenen
dat hinderde niet: Danu bleef tot het licht werd! Het is blijkbaar niet zonder
reden dat de sherpa's geliefd zijn om hun trouwen aanhankelijkheid!!
Gewicht
De dragers of koelies worden voornamelijk gerekruteerd uit de omstreken van
Kathmandu, waar men een groot aantal beroepsdragers heeft. Hier is het dagloon
trouwens veel lager dan in Pokhara, waar willekeurige mensen zich soms als
drager verhuren, tussen andere bezigheden door. Tijdens de expeditie geldt een
vracht van dertig tot tweeëndertig kilogram als normaal, maar de dragers zijn in
staat om veel en veel zwaardere vrachten te torsen, zo nodig van de vroege
ochtend tot de late avond.
Het is geenszins abnormaal dat een drager een last van zestig
kilo of meer over tientallen van kilometers de bergen in draagt, maar dat gaat
dan erg langzaam. Het sterkste maakten we echter mee op het vliegveld Pokhara.
Bij onze vracht die vanuit Kathmandu per vliegtuig was aangevoerd, was een kist
van honderd vijfentwintig kilo. Geen van de volwassenen wilde zich hieraan
wagen, maar een jongen van een jaar of zeventien nam hem op de rug en droeg hem
heuvelop over ongeveer tweehonderd meter. Daarna werd het ventje door een van
onze artsen gewogen. Gewicht: zevenendertig kilo! *)
Afmars
Wat het klimmen betreft, we hoeven er niet aan te twijfelen
kopstukken als Wongdhi, Dorjee, Danu en Mingma Tsering zijner tijd hun mannetje
zullen staan voor het plaats van de hoge aanvalskampen op onze berg--de Nilgiri--zeer waarschijnlijk zal minstens een van hen meegaan naar de top.
( Red. Einde citaat van het artikel van Prof. C.G. Egeler in het Algemeen Handelsblad van woensdag 3 oktober 1962)
Trouwe sherpa's die hun mannetje staan. Ik heb genoeg in de
krant gelezen en leg hem op de stoel naast mij ..een vliegtuig zitten geeft mij
altijd het gevoel ergens naar toe gebracht te worden zonder dat je ergens naartoe
gaat. Op de vleugel buiten het raampje is niets te zien, evenmin op de
achterkant van de stoel voor mijn neus. Geen andere dan de westerse beschaving
is ooit op het idee gekomen een vorm van vervoer te bedenken, waarbij de
vervoerden niets hoefden te doen dan urenlang naar de achterkant van een stoel
te kijken, waartegen aan een netje is bevestigd dat stevige papieren zakken bevat
voor wie spugen moet. Nee, dan op de rug van een trouwe sherpa! Trouwe sherpa's
die bereid zijn viermaal hun eigen gewicht een berg op te dragen voor hun Sahibs!
Wie zal er straks wat dragen voor mij? Arne zal proberen in Skoganvarre een
paard te lenen of te huren, dat de eerste vijfentwintig kilometer met ons mee
kan lopen om de bagage te dragen. Verder kan niet, na vijfentwintig kilometer
moet het paard terug. Waar wij naartoe gaan is voor paarden niets te eten. Dus
moet het paard na één dag rechtsomkeert maken. Met eten voor weken en al het
andere dat wij nodig hebben op onze eigen rug, zullen wij verder moeten lopen,
zonder paard. Zonder sherpa' s die desnoods voor de tent op de grond gaan
liggen, in de regen, om hun Sahibs te beschermen. Zonder Danu de kok, om wie
alle expedities vechten. Danu, met zijn buitengewone kookkunst en zijn opgewekt
karakter; desnoods gaat hij uit inbreken voor een ketel kokend water! Enkel maar
om zijn Sahibs een lekker kopje thee te kunnen inschenken aan het einde van een
vermoeiende dag. Eigenlijk heb ik geen enkel idee hoeveel ik zelf op mijn rug
kan torsen, als het eropaan komt. Twintig kilo lijkt mij al een heleboel.
Vijfentwintig kilo? Misschien. Het is stom dat ik er niet aan gedacht heb thuis
de proef te nemen. Rugzak zo zwaar maken als ik denk te kunnen dragen en dan te
wegen. Bij de vaststelling van het gewicht een percentage in mindering te
brengen, omdat ik er niet eventjes, maar urenlang mee lopen moet, op terrein vol
kuilen en stenen, zonder weg, zonder pad, bergop, bergaf. Maar, aan de andere
kant, wat zou ik eraan hebben als ik nu al precies wist hoeveel ik hoogstens
denk te kunnen dragen? Het ligt voor de hand aan te nemen dat alles wat wij
nodig zullen hebben, in drie porties zal worden verdeeld. Ik zou niet eens
minder dan een derde te dragen willen krijgen. Feitelijk heb ik nog nooit een
tocht gemaakt zoals deze. Waar ik ook gekampeerd heb, altijd kon ik 's avonds
wel naar een dorp gaan om eten te kopen. Eenmaal moet de eerste zijn, mama.
Natuurlijk, Alfred. Je doet of het mijn schuld is dat je altijd zo weinig
aan sport gedaan hebt. Ik heb altijd weinig aan sport gedaan. Het is waar. Had
ik dit vak niet gekozen dat mij de deur uit jaagt, ik zou een echte
kamergeleerde zijn geworden. Nu moet ik wel. Wat valt er in een kamer anders te
bestuderen dan de boeken van anderen? Ik wil geen stenen vinden die een ander al
in een doosje gedaan heeft. Nog sterker: ik wil geen stenen vinden die al eerder
op aarde zijn geweest. Ik zou het liefst een meteoriet vinden, een brok
afkomstig uit de kosmos en ik zou willen dat het uit een materiaal bestond, dat
op aarde nog nooit was aangetroffen. De steen der wijzen, of minstens een
mineraal dat naar mij zou worden genoemd: lssendorfiet. Van welke datum
is die krant? Eergisteren. Maar dat artikel is misschien wel al drie weken
geleden verzonden uit Nepal. Brandel is nooit een intieme vriend van mij
geweest. Heel andere figuur dan ik. Branie. Was voornamelijk gebrand op doen van
gevaarlijke dingen. Studeerde in hoofdzaak om sport een wetenschappelijke tint
te geven. Won medaljes met langebaanwedstrijden op de schaats, was op zijn
zeventiende jaar al een volleerd alpinist. Reed tweehonderd op een motor 'de bomen langs de weg worden een schutting.' Misschien is hij op dit zelfde ogenblik bezig de top van de
Nilgiri te bedwingen.
Op mijn horloge kijken: vijf voor negen. Nu is het in Nepal een uur of drie in de
middag, denk ik. Dus dat kan.
Brandel ging al sinds zijn zevende jaar elke zomer
naar Zwitserland. Bergop bergaf als een gems. Jodelen kon hij ook. Drinken en
roken deed hij niet. Zwitserland! Ik ben er feitelijk nog nooit geweest, alleen
erdoorheen gekomen met de nachttrein.
Gewicht
Dertig tot tweeëndertig kilogram is normaal.
Dat zal ik dan toch ook wel
kunnen klaarspelen. Hoeveel kilo weegt het eten eigenlijk dat ik in een dag
gebruik? Weegt een boterham een half ons of minder? Ik heb geen flauw idee.
Zestig kilo kan ik niet dragen, denk ik. Zelf weeg ik ruim zeventig kilo.
Hoeveel woog die jonge sherpa? Zevenendertig kilo. Hij droeg honderdvijfentwintig kilo tweehonderd meter heuvelopwaarts. Ruim driemaal zijn
eigen lichaamsgewicht. Dan zou ik tweehonderdtwintig kilo moeten kunnen dragen.
Maar die berekening is onzinnig. Laat een drietonstruck tienduizend maal zo
zwaar zijn als een speelgoedauto. Toch is hij lang niet tienduizend keer zo
sterk. Als een mens verhoudingsgewijs even sterk was als een vlo, zou hij een
spoorwagon moeten kunnen voorttrekken, maar dat kan niemand. Voor mijn
geestesoog lopen sherpa's in de ganzenmars voorbij. Zestig kilo, opgehangen aan
de brede band om hun voorhoofd, hun rug zo ver gebogen dat zij met hun handen
bijna de grond kunnen aanraken. Hun kromme benen, onbegrijpelijk dun, als de
poten van ezels. Ik kan het gewicht natuurlijk verminderen door de
transistorradio niet mee te nemen. Scheelt drie ons. Brandel is een vriendelijke
jongen die altijd overal om lacht, nooit met iemand ruzie maakt en een hoofd
waar nooit een pessimistische gedachte in opkomt. Ik kan zulke mensen niet
begrijpen, maar geloof wel dat ze gelukkig zijn. Zoiets als een hond. Het
hondeleven. Een hondeleven: spreekwoordelijke ellende. Toch zijn de meeste
honden optimist. En waarom zou Brandel geen optimist zijn? Wongdhi de
sherpa-sirdar is al onderweg met honderd dragers om zijn tandenborstel en zijn
pyjama naar de top van de Nilgiri te brengen. Ik daarentegen heb al een dag
verloren met pogingen de luchtfoto's die ik niet kan missen los te praten van
een oude halfblinde ijdeltuit.
Einde citaat uit boek van W.F.Hermans "Nooit meer slapen"
*) Het lijkt dat Hermans integraal de tekst van het artikel van Egeler heeft weergegeven, maar hij heeft zonder nader aanduiding (...) vele passages weggelaten evenals de namen van Egeler en De Booy. De volgende passage zou toch en iets genuanceerder beeld hebben gegeven. Hier volgt de passage op de plaats waar ik het sterretje heb aangebracht Onder het hoofdje Verschil: " Toen wij verwachtten dat de Himalaya-expeditie niet veel anders zou zijn dan onze expedities van 1962 en 1956 naar de Peruviaanse Andes, behalve dat alles op wat grotere schaal zou zijn, hebben wij ons danig vergist. Het zijn, voornamelijk de sherpa's, die het verschil uitmaken. Het is nauwelijks in woorden uit te drukken hoe deze de taak van de Sahibs verlichten. In de Andes waren we voor vrijwel alles op ons zelf aangewezen, behalve voor het dragen van de lasten. Dit betekende meestal alle organisatie, het koken en ook het dragen van zware rugzakken zodra het terrein werkelijk moeilijk werd. Hier in de Himalaya is het geheel anders. De Sirdar neemt de leiders een zeer belangrijk deel van de organisatie uit handen. De ene dag zeg je hem: "Ik wil morgen graag 100 dragers hebben", en de volgende dag zijn ze er op het voorgeschreven uur. De kokerij berust vanzelfsprekend geheel in handen van Danu").

Een gedeelte van het artikel in het Handelsblad van woensdag 3 oktober 1962 van Prof. C.G. Egeler, welke is aangehaald door W.F. Hermans in zijn boek 'Nooit meer slapen'.
August Hans den Boef heeft in het NRC Handelsblad van 4 oktober 1982 een recensie van het boek van W.F. Hermans Nooit meer slapen geschreven onder de titel :Onder geologen.
"Onlangs dook hij weer op, dr. Tom de Booy - nu in het tweede en vierde nummer
van het
Amsterdamse Folia Civitatis . Twaalf jaar lang geniet deze ex-hoofdmedewerker
van de
Universiteit van Amsterdam een riant wachtgeld. Wie was Tom de Booy ook weer?
(Ik zal hier
vollediger zijn dan Folia, dat bovendien tientallen keren zijn naam foutief met
een IJ spelt.). Niet
alleen heeft hij als medewerker deelgenomen aan de bezettingen van 1969 in
Tilburg en
Amsterdam. Kamervragen en een hoger beroep moesten er aan te pas komen om De
Booy's wens -
net als de studenten de gevangenis in te gaan - in te willigen. Omdat hij de
veranderingen via de
WUB onvoldoende vond en men hem niet in de gelegenheid stelde om van geologie
over te
schakelen op 'geopolitiek', kreeg hij een jaar later eervol ontslag van de
Universiteit van
Amsterdam. Hij was sindsdien bijna niet uit de media weg te slaan. Hij ondernam
acties voor het
eerherstel van mensen die ten onrechte krankzinnig waren verklaard. Hij had zich
in de tuin van
een Baarnse villa verschanst tegen 'De Sterke Tien' die het op zijn gezin hadden
gemunt. En in de
jaren tachtig keerde hij weerom met een 'golfclub voor eenvoudige mensen': de
zoveelste nieuwe
invalshoek om mensen politiek actief te krijgen. Een warhoofd, maar een
volhouder, van mij mag
hij dat wachtgeld houden. Het bovenstaande geeft slechts de helft weer van De
Booy's sterrendom."Het ware te wensen dat iedere jonge Nederlander aan zulk een expeditie kon
deelnemen om
energie, moed en wilskracht te staten en om vreugde te beleven van een top te
bereiken", zo sprak
de destijds vermaarde alpinist en hoogleraar P. C. Visser in 1952 over de
triomfen die De Booy op
de hoogste Andes-toppen behaalde. Daarvóór had de jeugdige doctor de harten
gestolen bij
reddingspogingen op de Eiger. Tien jaar later in 1962, maakt De Booy, iets
bezadigder, deel uit
van de leiding van een Nederlandse wetenschappelijke Himalaya -expeditie. Een
zeer succesvolle
de alpinisten braken op de Nilgiri het nationale hoogterecord en de geologen
maakten 1800 stenen, waaronder interessante fossielen, buit. Een kleine wanklank was de lichte
longontsteking die De
Booy opliep. De grote baas van de expeditie, prof. C.G. Egeler, schreef voor
het Algemeen
Handelsblad een aardig stuk over het laatste stadium van de voorbereidingen met
veel anekdotes
over de Sherpa's die als dragers en gidsen fungeerden. Het artikel zal velen
bekend zijn, zonder dat
men het evenwel weet. Het is namelijk grotendeels opgenomen in de roman Nooit
meer slapen van
W. F. Hermans. Via een noot achterin het boek geeft Hermans titel - In het
Himalaya -gebied van
Nepal. De Nederlandse expeditie steunt op sherpa-beroemdheden - en de herkomst -
Algemeen Handelsblad, 3 okt. '62, maar hij laat de naam van de auteur, Egeler, weg. (De
datum moet
trouwens, volgens het archief van het Handelsblad 30 oktober luiden: zou het dan
zestien jaar en
zestien drukken lang verkeerd in de roman hebben gestaan?). Behalve Egeler is ook
de tweede man
verdonkeremaand, of liever gezegd: De Booy is vervangen door Brandel. De
hoofdfiguur uit Nooit
meer slapen kijkt nog al tegen deze Brandel op, als kind beklom deze zijn eerste
berg, hij rijdt
tweehonderd op een motor, kortom een echte mannetjesputter (en dat klopt met de
informatie over
De Booy). Men mag aannemen dat Hermans, die niet zo erg van mensen houdt, zeker
een figuur
als De Booy eens te pakken wilde nemen. Hoe keert Brandel terug? Niet
zegevierend als zijn
model. Met bevroren voeten daalde hij de Nilgiri af en in een invalidenwagentje
vervoert men hem
naar Nederland. Bij mijn weten is de verbinding De Booy-Brandel niet eerder
opgevallen. Het zou
een van de weinige wraakoefeningen van Hermans zijn die nooit buiten een kleine
kring (in dit geval de Nederlandse geologen) is gekomen. Dat is dan vanaf heden
doorbroken.
Op verzoek van de redactie van het Hermans-magazine schreef ik een reactie op de hierboven aangehaalde recensie van den Boef. Dit werd gepubliceerd in het Hermans-magazine, jaargang 4, nummer 14, maart 1995, p.57-58
Brandel, Den Boef, De Booij ...
Tom de Booij
Op pagina 38 van Nooit meer slapen lezen we: 'De stewardess komt langs met een stapeltje kranten. Op goed geluk kies ik er een uit, blader erin. 'Zonder het eigenlijk te willen, begin ik toch te lezen. 'DE NEDERLANDSE EXPEDITIE STEUNT OP 'SHERPA-BEROEMDHEDEN . 'Het is een brief over die Himalaya-expeditie, waar Brandel aan meedoet. Daarna volgt een weergave van het grootste deel van een artikel uit, zo blijkt uit een aantekening achterin de roman, het Algemeen Handelsblad van 3 oktober 1962. Hoewel Willem Frederik Hermans de auteur, prof. dr CG. Egeler, niet noemt, geeft hij diens artikel vrijwel letterlijk weer. Op drie plaatsen voegt Hermans een uitroepteken toe en verder maakt hij de rol van sherpa Danu, de kok, belangrijker ten koste van Dorjee. Zo ligt in de roman niet Dorjee maar Danu als een waakhond voor de tent van zijn sahib te slapen. Het belangrijkste verschil met het originele artikel is wel dat Hermans de naam De Booij vervangt door de gefingeerde naam BrandeI, over wie de schrijver wel het een en ander heeft te zeggen. 'Brandel is nooit een intieme vriend van mij geweest. Heel andere figuur dan ik. Branie etcetera (pp. 42 e,v.). Wat is fictie, wat is werkelijkheid? zal de lezer mogelijk vragen. Wat de werkelijkheid betreft: professor Egeler en ik --onder anderen wij stonden, dunkt me, model voor Brandel - waren indertijd verbonden aan het Geologisch Instituut van de Universiteit van Amsterdam. Samen hebben we drie geologische-alpinistische expedities ondernomen: in 1952 en 56 naar de Andes in Peru en, inderdaad, in 1962 naar de Himalaya in Nepal. Hermans was toen als wetenschappelijk hoofdmedewerker verbonden aan de Rijksuniversiteit Groningen. Ik kan me niet herinneren hem in die tijd te hebben ontmoet. Wel sprak ik hem in de beginjaren tachtig nog eens op Schiphol. Tijdens onze studie in het begin van de oorlog maakte ik Hermans slechts uit de verte mee; hij is twee jaar ouder dan ik. Egeler, zeven jaar ouder, studeerde al in de oorlog af. Nog enkele andere onderdelen in Hermans beschrijving van Brandel komen overeen met de werkelijkheid. Zo klommen Egeler en ik inderdaad beiden al op jonge leeftijd met onze ouders in de Zwitserse Alpen. Maar dat we nooit dronken is grote fictie. In feite berusten de meeste eigenschappen die Hermans Brandel toedicht op zijn fantasie. Noch Egeler noch ik waren fanatieke motorrijders, om nog een ander voorbeeld te noemen. De vraag wat fictie is en wat werkelijkheid in het geval Brandel doet terzake, want op 4 oktober 1982, twintig jaar na dato, schreef August Hans den Boef onder de titel 'Onder geologen' een artikel in NRC Handelsblad, waarin hij Brandel en mij volledig over één kam scheerde. Den Boef betitelde mij, misschien niet geheel ten onrechte, als 'een warhoofd, maar een volhouder'. Hij stelde echter verder dat Hermans in Nooit meer slapen de datum van het Halndelsblad-artikel niet juist aanhaalde. Het had volgens hem 30 oktober in plaats van 3 oktober 1962 moeten zijn. Den Boef: 'Zou het dan zestien jaar en zestien drukken lang verkeerd in de roman hebben gestaan?' Maar Hermans had gelijk. Het artikel dateert van 3 oktober 1962. Volgens August Hans den Boef had Hermans de bedoeling om mij in Nooit meer slapen te pakken te nemen. Op de Nilgiri in de Himalaya liep ik in 1962 een kleine longontsteking op, maar Hermans laat Brandel in zijn roman met bevroren voeten in een invalidenwagentje terugkeren. Den Boef: 'Het zou een van de weinige wraakoefeningen van Hermans zijn die nooit buiten een kleine kring (in dit geval de Nederlandse geologen) is gekomen.' Er volgde op 11 oktober 1982 een felle ingezonden brief vanuit Parijs in NRC Handelsblad. Hermans: 'Deze doctorandus is bezig met een studie over mijn roman Nooit meer slapen te schrijven, ter gelegenheid waarvan hij me van tijd tot tijd per onbeleefde briefkaart de domste nadere toelichting denkt te kunnen vragen.' Hermans ontkende dat de romanfiguur Brandel een portret van 'de geoloog Dr Tom de Boo[ij]' zou zijn. Voor een wraakoefening op mij was geen enkele aanleiding, de bevroren voeten van Brandel had Hermans ontleend aan het treurige lot van de Amerikaanse fotograaf en bergbeklimmer Barry Bishop, die hij in1960 op een excursie in Zweden had leren kennen. Den Boefs bewering dat Hermans mij te pakken had willen nemen werd door de schrijver getypeerd als 'lasterlijke onzin' die behalve aan het 'onzorgvuldige karakter' van Den Boef te wijten zou zijn aan het 'kinderachtige peil van Nederlandse literaire doctorandussen, die zich niet kunnen voorstellen dat een roman door geheel of grotendeels denkbeeldige personages zou kunnen zijn bevolkt'.Met deze stelling kan ik me geheel verenigen. Het staat de auteur van een roman nu eenmaal vrij om fictie en werkelijkheid door elkaar te halen. Volgens een Russische filosoof: 'De waarheid is de optelsom van leugens!'.
Einde mijn bedenkingen over de expeditie
Wat is er aan het thuisfront gebeurd tijdens de expeditie naar de Himalaya?
Tijdens de expeditie is er aan het thuisfront in de 4 maanden natuurlijk veel
gebeurd. Talloze brieven heb ik van Adrienne gekregen met haar belevenissen. Ik
doe een kleine greep uit onze briefwisseling van Amstelveen -- Baarn naar Nepal.

Mariette, Mauk, Jan Maarten najaar 1962
Enkele citaten uit de briefwisseling van Tom en Adrienne tijdens de Himalaya expeditie
Brief van Adrienne 2 september 1962 Woensdag (28 aug)
8.30 stond de verhuisauto voor de deur en kwam alle kamers kisten. 3 kerels
gingen dus pakken tot 1 uur , toen zat al het losse spul in kisten. Daarna
hebben ze de volle kisten ingeladen en nog wat meubels en vertrokken 3 uur 's
middags met de auto naar Baarn ze alvast de auto hier zouden neerzetten.'s
Avonds belde de heer Hoeks op uit Delft, die 's morgens was geweest
met Lemmens of hij nog even met zijn vrouw mocht komen. Het huis was dus al
afgetakeld, maar ze waren allebei reuze enthousiast en heb ik ze nog koffie en
sigaretten gegeven. Voor de volgende morgen had ook alweer een echtpaar
afgesproken, waarvan de vrouw ook zou meekomen. Die kwamen om 9 uur met Lemmens,
keurige mensen, en soort van Essens, alles zeer precies. Ik kreeg er wat van die
ochtend want toe werd er overal gesjouw door die kerels moest ik aanwijzingen
geven. Die vrouw was zo opeisend en vroeg me de hemd van het lijf. Gelukkig dat
ik beleefd ben gebleven want inwendig spatte ik, want deze mensen hebben
dezelfde avond nog gekocht! ( voor f 75.000 !). Kreeg je mijn telegram
nog waarin het gezet had. Wel wat duur maar ik vond het zo'n leuk bericht voor
je, dat ik het maar gedaan heb! Het is wel heel gek, dat zo op het allernaast
deze mensen kwamen. Lemmens had een mooie uitdrukking : Als de bruid is aan de
man, dan wil iedereen er aan!! Zo is het met huizen ook, zei hij. Je begrijpt
hoe prachtig hij het vond, maar we hebben samen ook lekker deze twee
gezinnen tegen elkaar uitgespeeld. Het lege huis zag er schandalig en smerig en
uitgewoond uit. Ik vond het toch heel naar zoiets af te breken, we hebben het er
zo heerlijk gehad en ook zo gelukkig met ons gezinnetje, maar ik weet wel zeker
dat we dat grote geluk hier op dezelfde basis doorzetten en daarbij intens
zullen genieten van de natuur en de lekkere luchtjes. Donderdag 1 uur
was alles eruit. 's Morgens was ik het hele buurtje langs geweest om afscheid te
nemen en allemaal erg goeiig. Toen vertrokken we dus om 2 uur, uitgewuifd door
de buurt het was er roerend! Ik had echt het gevoel een nieuw leven tegemoet te
gaan. Mammie reed achter ons aan en kwamen we hier net even voor de verhuizers.
Toen werd het druk, ik moest me overal mee bemoeien, maar het ging zo dermate
vlug, om 6 uur waren alle kisten uitgepakt en waren de slaapkamers helemaal in
orde.
Brief van
Adrienne. 2 oktober 1962. Mijn hemel wat hebben jullie veel; meegemaakt en wat
heb je het moeilijk gehad met de bagage. Ik begrijp dat je zenuwen een
knauw hebben gekregen, doe nou maar een beetje rustig aan en zorg dat je 10% fit
bent voordat je gaat klimmen. Ik kreeg de indruk dat jij het allemaal alleen
moest opknappen. Je dagboek wordt
zeer geapprecieerd en wordt door de secretaresse van het Geologisch Instituut uitgetikt zodat de
andere vrouwen het kunnen lezen ( Ze vertelt dat ze voor het eerst een TV
heeft gekocht).
Brief van Tom aan Adrienne 2 oktober 1962 Basiskamp Nilgiri. Zoals je uit mijn dagboek kan lezen heb ik het niet gemakkelijk gehad.
Ik heb me goed door heen geslagen, maar ik heb veel met jou samen gebeden om
kracht genoeg te hebben. De derde dag van de 'marche d'approche' kreeg ik een
gemene bronchitis met vermoedelijk een klein beetje longontsteking. In ieder
geval,was mijn temperatuur rond de 40 graden. Het klimmen ging vrijwel niet
meer. Ik ben met Paul van Lookeren Campagne achteraan blijven hangen om het
rustig aan te doen..
Brief van Tom aan Adrienne 15 oktober 1962: Ik heb zoals je mijn dagboek kan lezen een
moeilijke tijd gehad, niet doordat ik zoals ik gedacht had in een steile noordwand
kou heb geleden, maar juist door het niets doen gedwongen door een flinke
keelontsteking. Wat je noemt pech maar ja such is life De griep van een
paar weken geleden, heeft dus nog en staartje gehad. Alles wreekt zich op deze
hoogte. Oh, grote schat ik heb het erg moeilijk gehad, ten eerste voelde ik
me, allerbelabberdst
en ten tweede het machteloos zijn. Ik heb het gelukkig goed verwerkt, hoewel ik
dikwijls gehuild heb vooral bij
het herlezen van je lieve brieven.
Brief van Tom aan Adrienne. Maandag 22 oktober 1962 Kamp II, 5800m Een hele slechte nacht
gehad. Keel volkomen dicht geslagen, ik kan niet slapen anders omdat zou ik
stikken. Terray ging vanochtend vroeg met 2 sherpa's om kamp III af te breken.
Mijn poging op de top werd dus in alle vroegte vanochtend de grond ingeboord.
Het was een hard gelach. Lionel vond het vreselijk en gaf me een zoen.Ik huilde wel een
beetje. Het is
hard maar zo is het nu eenmaal. Het belangrijkste is wel hoe je op zo'n
tegenslag reageert. Ik ben er nu helemaal over heen en ga nu afdalen en daarna
helemaal rust nemen,en om er definitief overheen te komen. Het is een einde van een
zware tijd. Ik heb gevochten voor wat ik waard was en het resultaat niet
bereik,
maar voor mij zelf de voldoening dat ik er tegen heb gekund.
Brief van Adrienne aan Tom.28 oktober. Een week van grote spanning op
politiek gebied. Jullie zullen wel niets van gemerkt hebben van de situatie, maar toen Kennedy hier voor de televisie de
rede hield over de blokkade voor Cuba nl dat alle Russische schepen verboden
wordt naar Cuba te varen leek het net een oorlogsverklaring en zei het gaat nu hard tegen
hard Maar godzijdank hebben de Russen
hun koers gewijzigd en is die spanning dus iets geweken. Hoe dat afloopt
met de inval van de Chinezen in India is ook nog niet te voorspellen. De
mensen zijn allemaal aan het hamsteren.
Brief van Adrienne aan Tom 15 november 1962. Vanmorgen alweer een brief van 29
oktober
+ dagboek fantastisch zo veel als er nu doorkomt en ook veel vlotter dan
een tijdje geleden. Wat heerlijk dat je zoveel van me houdt. Ik heb
vannacht ook zo van je gedroomd, alleen een beetje naar, je was gaan autorijden met
een mooie poes en we zaten allemaal op je te wachten en daar kwam je stralend
aangereden met haar vlak naast je. Ik was boos en verdrietig tegelijk en ik
hoop dit nooit te hoeven meemaken, wat was ik blij toen ik wakker werd.
Brief van Tom aan Adrienne. 22 november 1962 Jomosom
basiskamp: Hoe is het mogelijk dat je droomt dat ik niet meer van
je houdt. In tegendeel onze liefde is oneindig veel groter geworden en ik geloof
niet meer dat het ooit verbroken zal worden. We hoeven alleen maar aan onze
kinderen te denken.
Einde van enkele citaten uit de briefwisseling van Tom
en Adrienne tijdens de Himalaya expeditie.
In de tijd dat ik in de Himalaya was, heeft mijn vader ons huis in Baarn
getekend.

Tekening van ons huis aan de Prinses Marielaan 5b in Baarn, gemaakt door mijn vader Tom de Booy sr in het najaar 1962

Achterkant van ons huis aan de Prinses Marielaan 5b. Mijn vader met Mauk in de kinderwagen op het terras
Zo dat was me het jaartje wel. Nu zien wat er in 1963 gaat gebeuren.
Dagboek 1963
Nieuwjaar gevierd met de familie in Serfaus Oostenrijk. Begin januari op de terugweg van Serfaus naar het dal was de weg geblokkeerd door een sneeuwlawine. Met man en macht hebben we kans gezien de weg vrij te maken
h
Sneeuwlawine op de weg van Serfaus naar het dal. De drie kinderen op voorgrond vlnr Mariette m Daniel en Jan Maarten. In rode windjack Tom

Schaatsen op de Gouw Zee bij Marken, vlnr Mauk, Mariette, drie Markense kinderen, Jan Maarten
Het was een zeer strenge winter en de elfde elfstedentocht werd gehouden op 18 januari 1963. Het werd een barre tocht. Ik heb deze toch samen gereden met mijn medestudent Dirk de Knijff. Helaas veel tijd verloren omdat het eten in de rugzak van Dirk was bevroren en hij het wilde laten ontdooien in een kroeg ergens tussen Stavoren en Bolsward. Het ijs was bar slecht, maar vooral de snerpende ijskoude wind. Het was 18 graden onder nul maar het voelde door de harde wind veel kouder aan. Veel last van sneeuw op het ijs, soms was het ijs geheel door de stuifsneeuw bedekt. Bij Berlikum ten noordoosten van Franeker werden we gezegd dat de controleposten verderop eerder gesloten waren en dat het geen zin had om nog verder door te gaan. Het was ook bar en boos. Van de ruim 10.000 die aan de tocht begonnen waren er 57 van de 575 wedstrijdrijders en van de 9050 toerrijders haalden maar 72 de eindstreep. Reinier Paping kwam als eerste binnen in een tijd van 10.uur en 59 minuten!


Elfstedentocht 18 januari 1963!.
11 april heb ik een begroting gemaakt van bezittingen:1 huis in Baarn f 110.000 hiervan hypotheek f 43.600 boedel en effecten van erfenis 80.000. Totaal dus f 146,400,- Gerekend mag worden dat per jaar f 5000 wordt ingeteerd dwz 20 jaar dan is alles op van erfenis maar het pand staat er nog en is minder hypothecair belast f 16.000 afbetaald dwz restant hypotheek over 20 jaar f 24.000. Huis is dan zeker f 150.000 waarde. Ziet er dus niet slecht uit al met alles.
De kleurenfilm van de expeditie naar de Himalaya kregen we van Lionel Terray.
Zo konden we dus beginnen met het houden van lezingen. We drukten een brochure,
die we tijdens de lezingen verkochten. Het voorwoord schreef Jhr Mr C.J.A. de Ranitz
voorzitter van de Koninklijke Nederlandse
Alpen Vereniging en van de Nederlandse Stichting voor Hooggebergte Exploratie
met de volgende tekst:
"De bestijging van de Nilgiri in de Nepal -Himalaya - op 19
oktober 1962 - betekende een nieuw hoogtepunt in het Nederlandse
alpinisme. Stilzitten doen we beslist niet. In de laatste tien jaren is met
veler hulp, een generatie jonge Nederlandse bergbeklimmers gevormd ,die meetelt
in de recente ontwikkeling van bet internationale alpinisme; in de Franse en
Zwitserse alpen verrichtten zij vele grootse prestaties. Prof. Dr. C. G. Egeler
en Dr. T. de Booy waren hun promotoren, de Koninklijke Nederlandse
Alpen-Vereniging, die nu meer dan 1500 leden telt, verleende aan hun vorming
krachtige steun. Egeler en De Booy volbrachten in 1952 en 1956 in de Peruaanse
Cordilleren tezamen met de Fransman Lionel Terray, verscheidene eerste
bestijgingen, waarvan die van de bijna 6400 m. hoge Huantsán in de Cordillera
Blanca het hoogtepunt vormde. Maar dit buiten-Europees gebergte was nog niet
hoog genoeg. Eldorado van de moderne alpinist is bet grootste en hoogste
gebergte der aarde, de Himalaya: daarop richtten dus ook onze landgenoten hun
meest dierbare verlangen. Zo ontstond het plan voor de Nederlandse Himalaya
Expeditie 1962, een onderneming met zowel alpinistische als geologische
doeleinden, waarvoor Prof. Egeler en Dr. De Booy de aangewezen leiders waren.
Zij werd mogelijk gemaakt - behalve door bijdragen van de deelnemers zelf - door
financiële steun van de Nederlandse Organisatie voor Zuiver Wetenschappelijk
Onderzoek, het Prins Bernhard Fonds, de Nederlandse Stichting voor
Hooggebergte-Exploratie, het Koninklijk Nederlandsche Aardrijkskundig
Genootschap, de Koninklijke Nederlandse Alpen-Vereniging en het
Molengraaff-Fonds, alsmede van het Nederlandse bedrijfsleven. Maar bovenal werd
deze expeditie mogelijk gemaakt door initiatief, ambitie: organisatie-vermogen
en energie van bet negental mannen dat hiervoor was uitverkoren. Deze en andere
eigenschappen hebben geleid tot volledig welslagen: de eerste bestijging van
de ± 7030 m. hoge Noordtop van de Nilgiri door de drie gebroeders Van
Lookeren Campagne, eveneens tezamen met Lionel Terray, en de aanzienlijk
verrijkte wetenschap van de geologische bouw van het geëxploreerde gebied. Onze
landgenoten traden in Centraal-Azië in het voetspoor van andere ondernemende
Nederlanders: Mr H. Sillem, die in bet begin van deze eeuw Kashmir en de
Karakorum bereisde, Prof. Dr. Oestreich: deelnemer aan de tweede
Workman-expeditie (1902) in de N.W. Himalaya en de Mustagh-Karakorum, en de heer
en mevrouw Visser-Hooft, die gedurende vier expedities tussen 1922 en 1935
onbekende bergregionen in de Karakorum exploreerden. De Himalaya-gebieden van de
grote bestijgingen der laatste decennia waren nog niet door Nederlanders
betreden: voordat de pioniers der Lage Landen aan de Noordzee: de deelnemers aan
de Nederlandse Himalaya-Expeditie 1962, er hun grote avontuur beleefden. Zij
volgden de roepstem -van de bergsport en van de wetenschap. Zij hebben
ondernomen en hadden de ambitie; zij hebben doorgezet en zijn geslaagd. Anderen
ten voorbeeld en ter navolging."
Met Koninginnedag kregen Egeler en en ik een lintje van
Hare Majesteit de Koningin.
Hoe we deze onderscheiding hebben gekregen is weer een duidelijk staaltje hoe
belangrijk relaties zijn. De Ranitz schrijft mij 3 mei 1963 o.a "Je moogt best
weten dat ik me voor je beiden heb ingezet, ik vond dit niet anders dan billijk en juist. Groot was mijn vreugde toen Scholten
(de staatsecretaris) dit volkomen inzag; toen was de zaak
gauw voor de bakker (Minister Cals, die ik eerst had willen bespringen, heeft dit aan
Scholten overgelaten). Ons alpinisme is de laatste jaren uitstekend omhoog
gekomen ook dankzij jouw enthousiasme en stuwkracht. Ik ben daar ontzaglijk
dankbaar voor ook aan de vele jongeren die de roepstem, na begrijpelijke en
tragische ontsporingen, terdege hebben geluisterd aangehoord en opgevolgd".
Daarbij komt nog dat ik Inso Scholten ken vanuit mijn studententijd als
dispuutgenoot van Beets. Hij zag mij toen als nuldejaars een komend president
van het Amsterdamsche Corps (ISSA). Ons kent ons gaat weer op in deze.
Heel merkwaardig was wel de uitreiking van het lintje door de burgemeester van
Beeck Calkoen van Baarn. Ik was op het Geologisch Instituut, toen mijn vader
belde dat ik in de krant stond op de pagina van de lintjes regen. (Wel een
eer om in een naam met Anton Geesink genoemd te worden: de judoka
wereldkampioen) . Ik ben toen hals over kop naar Baarn gegaan waar ook mijn
ouders inmiddels waren gearriveerd. Nauwelijks thuis of er werd gebeld en mijn
zoon Mauk van ruim 2 jaar deed open en de burgemeester 'himself' stond even
later in de gang en kon horen hoe mijn vader in de zitkamer zijn
ongenoegen uitspraak over het feit dat de burgemeester vergeten had mij in te
lichten over de onderscheiding voor het het in de krant zou verschijnen. Dat was
dus een nogal pijnlijke situatie voor de burgervader. Beeck Calkoen zat in de
staf van de Waskolkkamp van de NCRV in 1940.
Van de Staatssecretaris Inso Scholten kreeg ik een gelukstelegram 29 april om
11.10 uur , dus voordat ik het van de burgemeester van Baarn had gehoord!

De lijst van namen die de ridder in de orde van Oranje-Nassau hebben gekregen in het Algemeen Handelsblad van woensdag 29 april 1963

De bul van de onderscheiding ridder Oranje-Nassau
In 1963 ben ik lid geworden van de Club van 144 . Hiervoor wordt men gevraagd als je een bijzonder sportprestatie hebt gedaan. In het krantje heb ik over het alpinisme vertelt:
DE MAGNETISCHE KRACHT VAN DE BERGEN
Heel moeilijk is het om in enkele woorden Eef Kamerbeek *) te antwoorden op zijn
vraag: Wat zoeken alpinisten in de hoge bergwereld? Waarom riskeren zij daarvoor
hun leven in het gevecht tegen het onnodige? Een goed gefundeerde beantwoording
moet ik helaas overlaten aan een psychiater. Het beste bewijs hiervan is wel dat
ik laatst een brief van 'n Franse doctoranda in de psychologie kreeg, die een
proefschrift aan het schrijven is over het hoe en waarom van een alpinist. Zij
vroeg mij een eigenhandig geschreven epistel om daaruit een karakterstructuur te
analyseren en vervolgens te vergelijken met die van andere alpinisten die zij
een soortgelijke brief zond. (Als ik het hier heb over alpinisme bedoel ik
uitsluitend en alleen het extreme alpinisme.) Waarschijnlijk zal deze Franse
juffrouw tot de conclusie komen dat de motieven bij deze extreme alpinisten bij
een ieder sterk verschillend zijn. Een gemeenschappelijke karaktertrek is
misschien wel wat we om de een of andere reden behoefte voelen ons te meten met
de natuurkrachten. Het gevaarselement speelt hierbij een zeer belangrijke rol.
Helaas zijn de objectieve gevaren (zoals weeromslag, lawines of materiaal breuk
onevenredig hoog te noemen. Waarschijnlijk wel het hoogste van vrijwel alle
andere sporten. Dit moge o.a. blijken uit het volgende: in de ledenlijst van een
Frans bergklimmersgilde (Groupe de Haute Montagne), waarvan ik lid ben, staan
achter de namen van de overledenen bij maar liefst
52% een bergnaam **) In hoeveel boeken en
tijdschriften over het alpinisme vindt men niet de kreet: "Und der Tod klettert
mit." Maar ondanks deze trieste gegevens blijkt de magnetische kracht die door
de bergen wordt uitgeoefend zo groot, dat ondanks de vermanende woorden van de
oudere generatie, steeds de jeugd hun leven in deze waagschaal blijft
stellen. Een ander facet van dit alpinisme is de bereidheid om te lijden. Om dit
het beste te illustreren vertel ik u een oude mop. Een man laat zich met een
grote voorhamer op het hoofd slaan. Men vraagt hem waarom hij dit toch laat
doen. Zijn veelbetekenende antwoord is: omdat het zo heerlijk is als het
ophoudt. De niet-alpinist heeft dikwijls zo'n volmaakt verkeerde impressie van
ons. Denk vooral niet dat we geen last hebben van hoogtevrees (ikzelf lijd er
bijzonder onder, maar ik vind het juist een grote charme om dit angstgevoel te
overwinnen). In de Paris Match van vorige week stond het adem benemende relaas
van Walter Bonatti over de eerste winterbeklimming van de noordwand van de
Matterhorn. Hierin voelde men toch zeer duidelijk hoe hij bewust is van zijn
eigen tekortkomingen en toch in zekere mate bang is van de machtige natuur die
hem omringt, waarin al het menselijke ontbreekt. Zijn speelgoedbeertje is het
enige dat hem morele steun geeft en daarmee hij alles bespreekt. Wel het meest
typerend is de volgende zinsnede: "Je me sens tellement hors du monde que
lorsque je pense de quelque chose de beau et de humain, je me prends à pleurer". Diegenen
die in zo'n ijzingwekkende noordwand hebben gestaan, weten maar al te goed
hoezeer deze woorden op waarheid berusten. Maar juist in deze niet menselijke
natuur leert men zijn eigen tekortkomingen en beperktheden zeer goed kennen,
want het wordt niet vertroebeld door spanningstoestanden met andere mensen.
Zoals je ziet Eef, zit ik behoorlijk ethisch te filosoferen en heb ik nog niets
gezegd over de sport zelf,maar ik geloof toch er goed aan gedaan te hebben je
één van de meest essentiële punten van deze wonderlijke sport te belichten. De
techniek en de prestatie komen dus eigenlijk op het tweede plan, misschien ook
voortvloeiende uit het feit dat we de wedstrijdsport niet kennen in een vorm
zoals dat bij vrijwel alle andere sporten het geval is. Bij ons is het geen
wedstrijd tegen de natuur, of beter gezegd tegen jezelf. Een ander verschil met
andere sporten, zoals bijv. bij jouw sport, is het feit dat de topprestatie
geleverd kan worden door iemand die niet in lichamelijke topconditie hoeft te
zijn, maar wel, zoals natuurlijk bij elke prestatie onontbeerlijk, over een
onverzettelijke wil om het doel te bereiken moet beschikken. Een duidelijk
voorbeeld hiervan is het verloop van een bergongeluk in 1961. Bij een poging
een nieuwe route op de Mont Blanc te openen, kwamen zeven alpinisten
(waaronder Bonatti) in een sneeuwstorm. Tijdens de terugkeer onder de meest
erbarmelijke. toestanden die men maar denken kan, kwamen de jongste vier, van
wie men kon aannemen dat ze zich in de relatief beste lichamelijke conditie
zouden bevinden, om het leven door uitputting en zelfs krankzinnig werden. Ik
hoop Eef, dat je uit al deze sombere woorden toch enigszins voelt hoe wij deze
"sport" ondergaan. Het stokje dat ik tegelijk ook van mijn
lieve nicht Anneke kreeg (die al lang weet wat voor gekke sport haar neefje
bedrijft), geef ik nu door aan haar vader of voor mij OOM HENKIE of nadat hij
net lid is geworden van onze 144 Henk van Riemsdijk, om van hem te horen over
zijn tak van sport. (Red tennis)
*)Eef Kamerbeek is een voormalig
Nederlands
atleet. Hij is bekend geworden als succesvol
tienkamper. Op dit onderdeel werd hij elf maal
Nederlands kampioen en blonk met name uit op de werpnummers.
**)
In 1963 ben ik lid geworden van de Franse Groupe Haute Montagne. Een hele eer
want je moet een aanzienlijk aantal punten halen als je daarbij bedenkt dat de
normale route van de Mont Blanc je nul punten oplevert. Maar ik heb het wel te
danken aan de voorspraak die Lionel Terray voor mij heeft gedaan. Dat bergklimmen in die tijd een heel gevaarlijke sport blijkt wel uit de lijst van
overleden leden van de groep. Van de 136 leden op de onderstaande lijst zijn er
67 in de bergen gestorven, dus bijna 50% . Daarbij te bedenken dat je al heel
veel risico hebt gelopen om in aanmerking te komen voor het lidmaatschap. Ik
denk dat van de lijst van de actieve leden iedereen wel een verghaal kan
vertellen dat het net goed is afgelopen zoals in mijn geval met een val
van 90 meters!

De lijst van gestorven leden van de Groupe Haute Montagne, waarvan 67 van 136 leden omgekomen zijn in de bergen
Groot plezier heb ik steeds gehad om met mijn grootvader Han samen muziek te maken. Hij met de viool en ik met de piano en steeds op het programma de sonates van Mozart Ik citeer uit enkele brieven en briefkaarten van hem aan mij. ( Let wel, hij is in september in het volgende jaar op 97 jaar gestorven)
10 mei 1963 Beste kleinzoon Tom. Ik neem aan dat je op de 7e juni wanneer je me weder komt begeleiden de pianopartij van de Sonates van Mozart, welke je nog van mij in bezit hebt mede zult brengen en bij mij zult laten want ik kan die niet voortdurend missen. Ik ben dan van plan je een nieuwe piano en vioolpartij van de Mozart sonates aan te bieden, wat voor ons beiden hoop ik een aangename gebeurtenis zal zijn . Ik twijfel der niet aan. Ik ben nog bezig met de sonatines van Schubert, speelde de tweede met Deborah Land en ze was niet ontevreden.

Enigszins beschadigd titelblad van de sonates van Mozart welke pianopartij ik van mijn grootvader Han cadeau heb gekregen, met een mooi opschrift
13 juli 1963 Stadionkade 38 II. Waarde kleinzoon Tom. Op mijn agenda staat
vermeld dat je op 9 augustus 12 uur kan worden verwacht ter begeleiding van
de elfde sonate van Mozart. Ik deel je hierbij mede dat ik de elfde sonate voor mij
te moeilijk vindt om dan te spelen en mij dus zal beperken tot de 10e of bv de
8ste of de 4de. Ik blijf echter die elfde ook studeren. Mij verder verheugend op
je komst, ontvang je de groeten van je oude Grootvader
17 juli 1963. Waarde kleinzoon Andes. Ik ben weer verzoend met de elfde sonate . We
moeten die maar aannemen bij een goed tempo.
7 november 1963 Waarde K.Z Hedenmorgen dadelijk begonnen met de studie van de 2e
van onze vriend. Ik kreeg de indruk dat we heel goed de 3de er bij kunnen nemen,
dus ben ik van plan deze er bij te nemen voor de studie van de volgende reeks van
dagen. Ik begin daarmee gewoonlijk den dag. En heden worden we bovendien nog
beschenen door de zon. Vele groeten van Grv H.de B.
Uit het dagboek van mijn grootvader:
6 november 1963. 8.15 namiddag kwam Tom jr. met wien ik de elfde en daarna de
vierde sonate van Mozart speelde. Hij is vol leven, ook als begeleider,
misschien als wat minder leven beter zou zijn. Hij deed ook mij toeschijnende
fantastische verhalen over de door Vader Toms optreden verkregen toename van het
bezit der KNZHRM, dat miljoenen zou bedragen in guldens, hij sprak zelfs over
tien miljoenen. Het is niet onmogelijk dat hij, evenals zijn piano, zijn vaders
mededelingen over de toename van het kapitaal der reddingmaatschappij te fors
aanpakt (Red:Let wel dit is nog maar enkele maanden voor zijn dood in
september 1964)
30 juli 1963 verloor het Nederlands alpinisme, op dat ogenblik de beste Nederlandse alpinist Gerbrand van der Leek. Samen met Chris Korthals Altes wilden zij de Magnone route van de Aiguille du Dru ondernemen. In de fissure de Demi Lune maakte van der Leek een voorklimmersval, dit werd hem noodlottig omdat de karabiner van zijn borstgordel brak, waaraan het klimtouw vastzat .
In de zomer weer de gebruikelijke karteringen en controle van de studenten. In Franse Alpen bij Grenoble van 18 - 22 juni en vervolgens van15 tot 22 augustus. In juli met Adrienne en de kinderen kamperen op Walcheren, waar we de familie van Hall uit Hattem hebben ontmoet


Kamperen in Walcheren juli 1963

Ontmoeting op Walcheren met de familie van Hall, voorste rij vlnr Wouter van Hall, Mariette,Jan Maarten. Achterste rij vlnr, Adrienne, André van Hall en zijn vrouw Lietje , Alfred hun zoon en Mariette hun dochter, Tom de Booij
21 augustus 1963 viering van het 50 jaar huwelijk van mijn ouders bij de Woeste Hoeve op de Veluwe. Er werd door iedereen gekampeerd. Diner in het restaurant van de Woeste Hoeve waar vele stukjes werden opgevoerd.

50 jarig huwelijksfeest van mijn ouders vlnr. Mauk, Huib ter Haar, Maria, Tom. Adrienne, Mariette, Jaap Kalff, Moeder Ot, Jan Maarten Vader Tom, Elsbeth
Van 23 augustus tot 3 september met Adrienne vakantie naar Menorca en ook nog wat geologisch veldwerk gedaan.


Vakantie gecombineerd met geologisch veldwerk op Menorca
In het najaar heb ik een analyse gemaakt van de prestaties van de studenten en wetenschappelijke staf van ons Geologische Instituut. Het was in feite bedoeld als een directe aanval op het in mijn ogen slechte beleid van de professoren na het vertrek van professor Brouwer in 1958 Het laat duidelijk zien dat ondanks een grote toename van studenten en staf de prestaties op het gebied van publicaties, promoties niet veel zijn gestegen sinds het vertrek van Professor Brouwer.

Analyse studenten en wetenschappelijke staf van het Geologisch Instituut in Amsterdam
Ik was sinds1958 conservator en Egeler was mijn directe baas. Hij was kennelijk ook niet tevreden over de gang van zaken op ons Instituut en schreef het volgende memo aan de vakgroep
Aan de leden van de Vakgroep 8/10/1963
Wanneer ik de gang van zaken bij de geologische opleiding in de afgelopen jaren kritisch bezie, dan kan ik mij niet aan de indruk onttrekken, dat met een relatief geringe inspanning van de zijde van de staf, betere resultaten zijn te bereiken. Hiertoe zal een intensiever kontakt tussen studenten enerzijds en staf anderzijds in niet geringe mate kunnen bijdragen. Het is mij bekend uit gesprekken met oudere studenten en promovendi, dat ook van de zijde der studenten behoefte wordt gevoeld aan duidelijk omschreven richtlijnen voor hun studie, alsook aan een straffere leiding. Een en ander was aanleiding om Dr. de Booy en Dr.Bodenhausen - die door hun positie nader bij de studenten staan dan wij - te verzoeken eens na te gaan welke maatregelen zouden kunnen worden overwogen om een gunstiger klimaat te verkrijgen. De verschillende suggesties vindt U in de bijlage van deze brief samengevat en ik zou willen verzoeken om deze nader te willen overwegen, desgewenst te amenderen en zo nodig er nieuwe aan toe te voegen, opdat in de naaste toekomst een en ander de basis zou kunnen vormen voor een gesprek.
Hij geeft daarbij enkele aandachtspunten:
1. Er is bij verscheidene Docenten en Stafleden behoefte om op de hoogte te
worden gehouden van de studieresultaten der studenten. Het lijkt gewenst dat
hiervoor een centrale administratie wordt bijgehouden, waaruit ieder staflid op
elk gewenst moment kan putten. Het is ook gewenst om in de toekomst nader kontakt
te houden met de student zelf over zijn resultaten en vooral om hen die tekort
zijn geschoten op te roepen voor een onderhoud. In hoeverre dit door iedere
hoogleraar naar eigen goeddunken kan geschieden, dan wel door één bepaalde
functionaris (b.v. Voorzitter der Directie, Voorzitter Vakgroep) dient nader te
worden overwogen. Het lijkt in ieder geval gewenst om deze controle op gezette
tijden uit te oefenen en niet zo nu en dan, bij wijze van steekproef.
2. De werkzaamheden ten behoeve van de studenten dienen meer te worden
gecoördineerd. Daartoe dient een regeling in het leven geroepen te worden,
waardoor de studenten worden verplicht hun wensen, b.v. op het gebied van
benodigde slijpplaatjes, topografische kaarten, luchtfoto's, tekeningen, etc.
tijdig kenbaar te maken, b.v. om de 2 of 3 maanden. Ook hier is regelmaat
gewenst!
3. De onbevredigende afwerking die zich bij verschillende practica
manifesteert, dient door straffe maatregelen te worden ondervangen. Het tijdstip
waarop een student aan een practicum begint dient aan hem zelf te worden
overgelaten, doch wanneer hij eenmaal is begonnen aan b.v. luchtfoto practicum,
eerste vijftien e.d., is hij verplicht dit af te maken binnen een door de
betrokken docent nader vast te stellen tijd. Voorgesteld wordt om bij niet
naleving van deze regels strenge sancties toe te passen, waarbij wordt gedacht
aan het innemen van het betrokken werkstuk en pas na geruime tijd, b.v. 3-6
maanden hervatting toe te staan.
4. Mede in verband met studie bekorting is het gewenst het inleveren van een
rapport snel na voltooiing van elk veldwerk verplicht te stellen. Hierbij wordt
gedacht aan het "verslag" Franse Alpen kaartering en
het "voorlopig veldverslag" Spanje; maximum tijd b.v.1 maand. Dit betekent
uiteraard dat bewerking van niet mogelijk is bij dergelijke manifestaties.
5. Eventueel invoeren van respontie tijdens sommige colleges. Hierbij naar
voren brengen dat de boekdrukkunst niet voor niets is uitgevonden! Belangrijke
te kennen feiten tijdens colleges of practica in stencilvorm verspreiden (b.v.
stratigrafische kolom).
6. Meer kleine onofficiële tentamentjes van practica, waarbij duidelijk moet·
worden gemaakt dat eventuele stomme opmerkingen niet zwaar worden gewogen.
Anders achterdocht en remming!
7. Kleine excursies tijdens het najaar or de wintermaanden organiseren, b.v.
Amsterdamse Bos voor topografisch werk; Maarn voor sedimentaire strukturen. Dit
behoeft geen van de betrokkenen veel tijd te kosten en verhoogt het kontakt.
8. Mogelijkheid overwegen tot een gezamenlijke lunch maaltijd of borrel. M.i.
zou dit kunnen worden gezocht in een gewoonte om examen borrels zo veel mogelijk
aanwezig te zijn. Nauwer kontakt met de G.V.A. is ook wenselijk en een en ander
zou misschien in overleg zijn te regelen
9. In het begin van het derde jaar zouden de studenten moeten worden
geïnstrueerd in het gebruik van de bibliotheek.
10. De studenten dienen door middel van hoogte te worden gebracht:
1. van de organisatie van het Geologisch Instituut
2. van de studieregeling, met inbegrip van de mogelijkheden op het gebied van
bijvakken etc.
11. Er in de toekomst van uit gaan dat een student niet is gebaat met een -6
, onder het motto dat zachte heelmeesters stinkende wonden maken.
12. Meer de studenten ervan doordringen met woord en daad, dat zij harder en
vooral ook intenser dienen te werken, willen wij het op te stellen minimum
studie schema bijhouden.
(Tussenvoegsel: Het is wel cynisch om daarbij te bedenken dat ik nog 1 1/2 jaar later mijn vertrouwen opzeg in de leiding van Egeler. Ook het volgende citaat uit de Baarnsche Courant is interessant omdat ik later in Baarn er voor gezorgd heb dat de burgemeester van Baarn in de zeventiger jaren het veld moest ruimen door mijn acties)
Baarnsche Courant 18 oktober 1963 Volksuniversiteit Baarn.
De Nederlandsche Himalaya-expeditie 1962
De heer J. Beunk opende de avond en sprak er zijn voldoening over uit, dat
hij·een zo groot aantal bezoekers, waaronder de burgemeester van Baarn mocht
verwelkomen. Anderzijds was deze grote toeloop mede te verklaren uit het feit,
dat het hier een avond betrof, die door een plaatsgenoot, die zijn sporen en op
alpinistisch gebied en op het terrein van de wetenschap (geologie) en het houden
van lezingen daarover, ruimschoots heeft verdiend.

Onze dierbare hond Tref

Sinterklaas op de Prinses Marielaan met mijn ouders
De kerstvakantie doorgebracht in de Oostenrijke Alpen in het plaatsje Kuhtai (2020 meter), waar we sliepen in en hotelletje geleid door Frau Hermine. Daniel Strumphler, de zoon van broer Toto van Adrienne was ook mee met ons. Hij viel 's-nachts ongelukkig met zijn slaap op een nachtkastje. Waarschijnlijk door een gemene bacterie heeft hij er een gemene wond mee opgelopen en een blijvend litteken op zijn slaap. In een ander hotel was de de familie van mijn vriend Richard Rahusen gelogeerd. (aanzienlijk duurder hotel met een Gräfin als directrice)

Kuhtai. vlnr Richard Rahusen, Tom, Adrienne, Sien Rahusen-Ankersmit

Voorste rij vlnr de drie dochters van Richard en Sien, Jan Maarten en Mariette. Achterste rij: Richard Rahusen, Sien zijn vrouw, vrouw van Boy Koole, Daniel, Boy Koole, Adrienne, schoonmoeder Fietje, onbekend

Mariette, Daniel en Jan Maarten

Frau Hermine
Epiloog
Nu anno 2008 terugkijkend op dit jaar. Het jaar van de overgang van een
succesvol geoloog-alpinist naar iemand die ging twijfelen aan alle zekerheden,
Dit zou pas duidelijk worden in 1964 toen ik in contact kwam met een groep
studenten die me vertelden over de nieuwe tijd met de nieuwe muziek zoals de
Beatles, Rolling Stones, Studenten Vakbond
Overzicht financiën Vermogen: Huis f 70.000, auto f 3500 effecten, saldi en onverdeelde boedel schoonvader f 167.440, schulden: f 49.190 , zuiver vermogen f 118.250. Zuiver Inkomen f 18.141,02.