Dagboek 1964-1969
Dagboek 1964
Besluit van de curatoren Universiteit van Amsterdam vanaf 1 januari 1964 bevorderd tot wetenschappelijk hoofdambtenaar A in vaste dienst bij de universiteit van Amsterdam met een jaarsalaris van f 20.484

18 februari 1964 Jan Maarten wordt 9 jaar.
Niet tevreden met de gang van zaken op het Geologisch Instituut heeft Egeler een paar pittige notities geschreven. Dit misschien mede naar aanleiding van mijn analyse die ik eind 1963 van de verrichtingen van staf en studenten had gemaakt na het vertrek van Brouwer in 1958
Amsterdam 28 februari 1964
Aan de leden van der Geologische Vakgroep,
Onder verwijzing naar mijn tot de leden onzer Vakgroep gericht schrijven
d.d 8 oktober 1963 inhoudende voorstellen en
suggesties die zouden kunnen bijdragen tot
een. verbetering van de gang van zaken in het Geologisch Instituut, vooral
betreffende de verhouding tussen staf
en studenten, en tevens tot een meer doelmatige
organisatie op verschillende gebieden, heb ik het onderstaande getracht de
ingekomen opmerkingen en amendementen te verwerken
1. Men is het er algemeen over eens dat er een dringende behoefte bestaat aan een
overzichtelijke en gedetailleerde administratieve van studieresultaten en
persoonlijke gegevens van de studenten. Voor deze administratieve taak komt m.i.
mevr. Wilbers in aanmerking en ik heb haar daarom verzocht het reeds bestaande kaartsysteem in deze zin aan
te vullen. Dit kaartsysteem zal in de toekomst voortdurend dienen. te zijn
bijgewerkt en de studenten zullen steeds alle gewenstee gegevens te
verschaffen. Het kaartsysteem zal b.v. moeten inhouden
a. cijfers en data van alle afgelegde tentamina, alsmede de resultaten van
practica - en ook op het gebied van vakken buiten de geologie; b. excursies
waaraan werd deelgenomen; c. assistent-schappen; d. beursen en
werkstudentschappen; f. militaire dienst; g. inenting; h. paspoortnummer;
i. giro en /of bankrekening; j. huis- en vakantie adressen.
2. In. verband met de wenselijkheid om met de studenten, nader contact
te houden omtrent hun
studieresultaten,eventuele moeilijkheden etc werd door De Roever de suggestie
gedaan van een "centrale contactman". Deze zou tot taak krijgen om de
studenten op gezette tijden uit te nodigen tot een bespreking en zou tevens
voor de studenten zijn te beschouwen
als de
persoon tot wie zich kunnen wenden voor algemene inlichtingen die niet; direct
op het terrein van een der docenten liggen. Genoemde suggestie neem ik
gaarne over. Teneinde de gewenste continuïteit te verkrijgen komt hiervoor m.i.
een wetenschappelijk hoofdambtenaar in de eerste plaats in aanmerking. Ik stel
dan ook voor Dr de Booy aan te wijzen, die b.v,. één middag per week hierdoor
beschikbaar zou moeten stellen. Een belangrijk voordeel van een dergelijke
regeling zou zijn dat we thans véél meer dan vroeger inzicht zullen verkrijgen
in de verhouding studie-eisen / studieduur , zodat we na verloop van tijd deze
punten aan de hand van controleerbare gegevens nog eens aan een nadere analyse
zullen kunnen onderwerpen. De centrale contactman zou hiertoe uiteraard
steeds moeten mogen beschikken over alle gewenste gegevens van de docenten en op
geregelde tijden dienen te worden uitgenodigd om verslag uit te brengen.
3. Teneinde de werkzaamheden ten behoeve van de studenten méér dan voorheen te
coördineren, zullen wensen op het gebied van slijpplaatjes , topografische
kaarten, luchtfoto's, tekenwerk etc . voortaan tijdiger dienen te worden kenbaar
gemaakt. Immers slechts dan zal de betrokken coördinator - in dit geval de heer Sonnenberg - een en ander over een redelijke periode kunnen indelen en
prioriteiten kunnen vaststellen. Het voorstel van Hermes, dat de aanvragen voor
het academische jaar vóór eind januari dienen te zijn ingeleverd en dat anders
tijdige aflevering niet kan worden gegarandeerd, komt mij doelmatig voor.
Uiteraard ben ik er anderzijds volkomen eens met De Roever en MacGillevray, dat
het research zekere niet mag worden geremd, zodat soepelheid gewenst blijft en
uitzonderingsgevallen moeten kunnen bestaan.
4. Het voorstel om straffe maatregelen in te voeren om de onbevredigende
afwerking der verschillende practica te ondervangen vindt blijkbaar instemming.
Het tijdstip
waarop een student aan een praktikum begint moet hij
zelf bepalen, doch wanneer hij eenmaal is begonnen
moet hij worden verplicht behoudens overmacht - dit binnen een door de
betrokken docent nader vast te stellen tijd af temaken.
Hierbij dient rekening te worden gehouden met
tijdverlies door assistentschappen. Bij niet nalevering van de regels
kan het werkstuk worden :ingenomen en pas na
geruime tijd hervatting toegestaan. Ik stel voor dat iedere
docent zijn eisen op
dit gebied voor zijn eigen
afdeling vaststelt en bekend
maakt.
5. De studenten dienen door
middel van stencils op de hoogte ·te worden gebracht van de organisatie van het Geologisch
Instituut en van de studieregeling, met inbegrip van de mogelijkheden op het
gebied van bijvakkeuze etc. stencils omtrent de nieuwe veldwerkregeling, zijn
reeds uitgegeven. De Roever heeft zich bereid verklaard om deze zomer een
studie-regeling op te stellen. Een stencil over de organisatie van het
Geologisch Instituut is in bewerking.
6. In het begin van het derde jaar zal door Dr de Booy aan de studenten
instructies worden gegeven in het gebruik van de bibliotheek.
7. De gewoonte dat docenten en stafleden welkom zijn op examenborrels
dient te worden ingevoerd. Ik zal hierover een gesprek hebben
met een of meer functionarissen van het G.V.Bestuur
8. Getracht zal worden om enkele kleine excursies in te voeren, zoals naar Maarn voor
sedimentaire structuren, Limburg of b.v
Oost- en Zuid Nederland. Persoonlijk voel ik er voor deze facultatief te
maken.
9. De studenten dienen met woord en daad er van te worden doordrongen, dat zij
harder en vooral ook intensiever zullen moeten werken, willen zij het studie-schema bijhouden. Daarbij dienen wij naar mijn mening er nog meer dan
voorheen van uit te gaan, dat de student zelf niet gebaat is met een -6 m.a.w
bij twijfel niet doorlaten! getekend door C.G.Egeler
5-7 maart naar een Geologisch Congres in Keulen. Prof Brouwer heeft met mij meegereden,
29 maart zend ik aan de Nederlandse Aardoliemaatschappij een rapport over de eerste voorbereidende fase van het petrografisch onderzoek van het "Rotliegendes" van de Nederlandse ondergrond. Als slotconclusie geef ik aan dat het eolische karakter van de gesteenten afnemen in Noord en West Nederland in resp NW en SE richting, ook een afname van het eolische karakter naar jongere lagen van het Rotliegendes (Perm).
Excursie en kartering Ardennen met 1e jaars vertrek 31 maart tot 9 april aansluitend excursie naar Luxemburg met prof Hermes

Vooraan zittende de leiding van de excursie Ardennen en Luxemburg Prof Hermes, Tom de Booij, Otto Simon. Studenten vlnr. Claus, Loeb, Wittink, van Tongeren, van Wolferen, Kampschuur, Beunk, Westerhof, Kuipers, de Clercq, Nieuwenhuyse, de Roever, Kuhry, van Wolferen.

Prof Hermes en zijn assistent Tom de Booij

De ganzenpas met voorop Prof Hermes

Bestudering van een ontsluiting

Als top van de piramide neemt Westerhof een fossiel onder de loupe . Let op inscriptie GVA (Geologische Vereniging Amsterdam)1964
Brieven van mijn grootvader Han de Booy:
14 mei 1964 Waarde kleinzoon. Op mijn agenda staat vermeld dat je hier 22 mei
dus ruim over een week kan verwachten en dat wij dan samen de 15e sonate van Mozart zullen spelen en ik mij dan weder zal kunnen verbazen over de hoogte van
het peil van je spel. Daarentegen moet ik je mededelen dat ik de last van
mijn jarental begin te voelen wat meebrengt dat ik mij in het oefenen zal moeten
beperken en je voorstel je komst een tijdje uit te stellen, waaromtrent ik
gaarne verneem wat je er van denkt Groet je lieve vrouw hartelijk van ons en
ontvang ook de groeten van je grootvader, H. de Booy
18 juni 1964 Waarde Tom Ik ben wat ongesteld geweest, heb een tijdje niet
kunnen spelen, zal, hoop ik weder kunnen beginnen, hoop ik over enige dagen,
zal waarschuwen als het zo ver is. Hartelijke groeten van je Grootvader. H. de
Booy .
25 juni 1964 rapport ingeleverd bij Nederlands Aardolie Maatschappij. Op 17 maart werd mij opgedragen doro de Nam om door middel van een petrografische analyse parameters te vinden voor de indeling zowel lateraal als verticaal van het "Rotliegendes" in Nederland In totaal 501 slijplaatjes van sedimenten en eruptiva door mij onderzocht Ik kreeg hiervoor een salaris van 2570 gulden.

Zomer Prinses Marielaan Jan Maarten en Adrienne:
Tijdens een congres van XXII Geological International Congress in New Delhi hebben we een publicatie ingediend over de resultaten van onze expeditie in1962 naar de Himalaya" On the geology of Central-West Nepal - a Prilimanary note. J.W.A Bodenhausen T. de Booy, C.G. Eegler en H.J. Nijhuis.
Veel getennist in Baarn, De tennisclub was vlak bij ons huis. Zelfs kampioen geworden van de club. Nam ook weer les bij Baljé op Festina in Amsterdam.
Begin juli inleiding studenten Franse Alpen studenten van het jaar 1963.
Medio juli 1964 zijn Adrienne en ik met onze twee kinderen Jan Maarten en Mariette en Daniel Strumphler (zoon van haar broer Toto) naar Agay in Zuid Frankrijk gegaan. Zij zijn met de trein naar St Rafael gegaan, waar ik ze met de auto heb opgewacht en zijn toen door gereden naar Agay. We zijn daar een week gebleven. Bij aankomst was er vlak bij een grote bosbrand wat zeer indrukwekkend was. Daarna via de Franse Alpen terug naar Nederland.

Lekker bediend in hotel vlak bij strand in Agay Zuid Frankrijk

Op weg van Agay naar Chamonix

Voor het huis van Lionel Terray in Chamonix. Vlnr Jan Maarten, Daniel, Antoine jongste zoon van Lionel, Mariette, x, Nicolas oudste zoon van Lionel.
De kinderen hebben over de vacatie allemaal een opstel geschreven waar ik enkele passages uit wil citeren:
Jan Maarten 10 juli 1964 stonden wij bij het hek op de taxi te wachten en hij kwam toen heel laat toen zijn we naar het perron gegaan en hebben gewacht op de trein maar toen zag mama dat het al heel laat was geworden en toen is mariette gaan vragen of de taxi ons wou brengen naar Amsterdam en toen zij we vertrokken uit Baarn en toen zijn we gepeest snelheid van honderd veertig toen waren we eindelijk in Amsterdam tante klaartje en oom toto en danial waren op het perron we hoefden niet lang te wachten voor dat de trein vertrok.
Mariette begint ook over de taxi en vervolgt dan : Toen vertrok de trein na een tijdje waren we in België en daar stapten een poes in (in het opstel van Jan Maarten staat hierover : een mevrouw dat was een echte poes(in)) en een meneer na een hele lange tijd waren we in paris en daar stapten de poes uit maar de meneer stapt in zuid frankrijk uit we wachten 2 uur en de speise wagen werd er aan vast gemaakt en toen zijn we gaan slapen de volgende morgen waren we in st rafael toen stapten we uit op het peron papa stond te wachten op ons en toen zijn we met papa naar ons hotel gegaan in agee en vlak bij ons hotel was een bosbrand geweest. Toen gingen we onze koffers uitpakken en toen zij we naar zee gehold en de zee was lekker warm. je krijgt er heel geel erg lekker eten je kreeg sochteds altijd twee broodjes met thee en boter en jam.

Briefkaart van Agay. Deze ingeplakt bij opstel van Daniel
Daniel: In Agaij was het erg warm de eerste drie dagen. De volgende dag gingen we naar tante Charlette en Oom Maurits . Toen we thuis kwamen gingen we ons eerst verkleden en toen deed jan maarten en ik hetzelfde aan en we gingen toen naar beneden briefkaarten schrijven we gingen aan de bar zitten en je moest op hele hoge krukken zitten en toen aten we een heleboel zoutjes en toen gingen we gewoon eten en eerst aten we vis en toen rijst met kip en daarna ijs en het waren 3 soorten ijs een soort was aardbij 2 was mokka en 3 was venieje is er we moesten toen een tijdje wachten en toen kregen we vruchten en toen mochten we 6 abrikozen. Einde

Terug in Nederland Mariette, Jan Maarten en Mauk
Maandag 10 augustus controle studenten in Chartreuse en Vercors bij Grenoble:
Eind augustus vertrek Sicilie. Geologisch werk en vacantie. Adrienne is per vliegtuig gekomen.

Op de top van de vulkaan de Etna, veel rook

Naar de Stromboli

Voor ons huisje in Naxos in Sicilië
Brief van Kees Egeler:
1 september 1964
Beste Tom,
Bij mijn komst hedenochtend op het G.I. vond ik je brief met verslag over
Franse Alpen bevindingen, waarvoor mijn hartelijke dank. Vrijwel gelijktijdig
werd ik door de studentendecaan opgebeld over L., en wat ik daar nu van vond.
Aan de hand van je uitvoerige mededelingen heb ik aangeraden hem te laten
stoppen. Je brief kwam dus goed van pas. Het falen van Dijken verwondert mij
niet. Bij mij was het tentamen ook onvoldoende, Merkwaardigerwijs vond ik
van Dommelen wél goed, maar met opvallende zwakheden. In ieder geval heeft het
géén zin weekhartig te zijn. Rustig laten overdoen! De meeste anderen
namen zeggen mij weinig. Ik voel er wel voor om te zijner tijd van H een
hoger cijfer te geven!
Nu even iets over mijn Spanje bevindingen. De zomer was plezierig en over het
geheel genomen produktief, maar er zijn vele rake klappen gevallen. Deze vielen
vooral bij de 1-jaar kaarteerders. Van H. was, toen ik hem bezocht,
absoluut onvoldoende. Hij had echter nog 3 weken en zal zijn eindcijfer van
Hermes krijgen. P. bezocht ik met Hermes. Het deel post-orogene
sequence absoluut onvoldoende. Wij gaven hem een taak van 3 weken met goede kans
om het op te halen, maar mijnheer knapte af en ging naar huis. Kon niet tegen de
warmte. K. die ik met Simon bezocht,was absoluut onvoldoende. Mentaal
afgeknapt en heimwee. Dit was voor mij een tegenvaller, want ik vond het
altijd een aardige knaap. Huilen etc. en naar huis zonder werk te hebben
afgemaakt. V nu voor het 3e jaar, onvoldoende. Begrijpt er niets
van. Ik heb hem gezegd dat hij het blijkbaar van mij niet leren kan. Immers, hij
heeft het meeste hulp gehad van allen. Kaart verschrikkelijk onnauwkeurig;
profielen om van te walgen; synclines met de oudste lagen in de kern en dan
alsmaar grote verhalen. Ik heb hem gezegd dat hij voor mij een aantal Alpen-profielen moet tekenen, als proeve van zijn kunnen en dat hij voor het
onderdeel kaarteren een onvoldoende heeft. Ik zal het geval aan de
Docentenvergadering voorleggen. Bijzonder onplezierig was het bezoek aan
D.. Deze heeft mentaal de twee kaarteringen achter elkaar blijkbaar niet
aangekund. Was een echte onplezierige kankeraar, zonder initiatief, die de
stemming terdege verpestte. Haalt het waarschijnlijk niet in 2 jaar. Van
R. uitermate primitief, en een zeer matige geoloog. Twijfel of hij het
in twee jaar kan afmaken. Eigenlijk een vervelende praatjesmaker.
M. niet geheel normaal; begrijpt er feitelijk niets van; probeer zijn
zwakheden te verdekken door de pias te spelen; had overigens lekkere meid bij
zich, die hij mij voorstelde als "mijn wijfje". Van H. maakte goede
indruk. Heeft bij Elche de la Sierra leuk stratigrafisch terrein. Uitermate
plezierig en goed aangepast. Zal het wel halen. W. voortreffelijk
geoloog. Jammer dat hij niet onze kant is uitgegaan. Van M maakte
zeer zwakke indruk. Gelukkig is dit de verantwoordelijkheid van De Roever. Wijntje deed zeer goed zijn best en kwam eruit met een - overigens
héél klein - zeventje. Plezierige vent die niet kankert of anderen de
schuld geeft van falen in Franse Alpen. S. maakte redelijke
indruk; had enorm hard gewerkt in groot terrein. Komt er wel in twee jaar. K.: in één woord
voortreffelijk, zeker in 2 maanden klaar. Volwassen werk. Conclusie: het
kaarteren in Spanje, vooral in de stratigrafisch nog vrij onbekende terreinen in
het Noorden,geeft de jongens veel moeilijkheden, waar zij voortaan beter op
moeten worden voorbereid. Anderzijds zal deze zomer de mening dat Spanje altijd
wel gaat terdege hebben gewijzigd. De afknappers realiseerden -behoudens Vroom -
allen dat ze tekort zijn geschoten en dit is als een lopend vuurtje door de Sierra gegaan. In de toekomst zullen ze - mede aan de hand van een op te stellen
handleiding - goed voorbereid moeten zijn op de controle met behoorlijke
profielen, kennis van stratigrafie en literatuur, en behoorlijk uitgewerkte
kaart. Ze moeten voor eens en voor altijd weten dat we wél bereid zijn de studie
te verkorten, maar dat dit niet ten koste van de kwaliteit zal gaan, althans
niet bij mij.
De rondleiding van 5 dagen was ten dele bijzonder aardig. Vooral de dag bij
Simon in het terrein imponeerde bijzonder en ook de dag in het gebied van
Nijhuis. Verder was iedereen enthousiast over het venster van Voet en verzorgde
Völk een laatste dag in het Bekken van Vera. Bij een aantal was de stemming goed
terwijl de kneuzen slechts moeilijk de schijn van belangstelling konden
ophouden.
Toen ik 14 dagen geleden ik Holland was voor
één dag, vond ik de verschillende bescheiden de Himalaya betreffende, waarvoor
mijn hartelijke dank. Een en ander kwam bijzonder goed van pas. Hierover later.
De vakantie in de Dolomieten was begunstigd door heerlijk weer en opgewekte niet
ruziënde kinderen. Eerst waren we 10 dagen, in het gebied van de Seiser Alp,
waar we o.m. een voettocht van 6 dagen maakten en de Platkofel beklommen.
Vervolgens reden we naar de Brenta Dolomieten die ik niet kende, eveneens een
groot succes. Morgen gaat het naar Zwitserland, hopelijk met even goed weer.
Ik ben blij dat je zo enthousiast bent over Sicilië en je plannen werk aldaar.
Zoals je weet zit de Shell er ook. Heb je daar nog contact mee gehad? Ook deed
het mij genoegen te horen dat je je weer geheel oude gevoelt, met zin in deze
nieuwe onderneming. Ik twijfel niet of er zullen resultaten uitkomen. Spanje had
trouwens ook veel nieuwe resultaten die je zullen interesseren, maar deze zijn
teveel om hier - in de haast - neer te schrijven.
Ik zie verder het najaar met vertrouwen tegemoet. Er moeten nog vele zaken
worden aangepakt op het Instituut, maar ik gevoel mij volkomen voorbereid op
eventuele strijd. De opleiding móét verbeteren en de leiding moet
strakker, opdat wij ook 1e klasse geologen afleveren i.v.m.
de nieuwe inzet in Spanje en de noodzaak om deze thans met kracht door
te zetten, heb ik besloten in 65 niet naar de Himalaya te gaan en eerst eens af
te maken wat er nog onafgemaakt ligt (Andes en Himalaya 62). Maar nu eerst nog
de Zwitserse excursie! Als altijd
je Kees
(voor het bewaren van de privacy de namen van studenten aangegeven met eerste letter van achternaam)
Zondag 8 september sterft mijn grootvader Han in de
leeftijd van 97 jaar
16 september Brief van mijn moeder met het bericht van
het overlijden van mijn grootvader Han. Donderdagmiddag (12 september) hebben we
hem dus begraven op de oude begraafplaats in Haarlem, er was zon en wij liepen
door een mooie tuin met boomen vijvers naar de plek waar hij zou liggen. Veel
bloemen lagen er omheen. Vader heeft heel mooi gesproken 't was daardoor
ernstig en mooi, heelemaal in de geest van Vader Han. Ja nu is alles erg
veranderd op de Stadionkade de viool ligt werkeloos op de tafel. Vader moet nu
alle papieren opruimen dat zijn ongeveer 15 valiezen en trommels. Soms is 't
bijzonder aardig. Soms weemoedig om dat alles te lezen of na te gaan. Ook is er
veel verbrand want vader Han bewaarde alles o.a. briefkaarten die zij kregen etc
.

Graf van mijn grootvader Han de Booy in Haarlem openbare begraafplaats

Jan Maarten en Mariette aan het tuinieren in onze tuin van de Prinses
Marielaan Baarn
28 november vrijwillige excursie naar Sauerland met studenten

Tom geeft uitleg over de geologie van het Sauerland. Vlnr Claus, Loes Mallee, Samplonius, Tom. Stefan de Clercq

Bij een ontsluiting in Sauerland


Sauerland excursie
We overnachten in primitieve omstandigheden .Zelfs in een bushokje. Ik sliep lekker egoïstisch in mijn lekkere donzen slaapzak terwijl de anderen vernikkelden (Dit wist een van de studenten (Loes Mallee) zich nog in 2008 te herinneren).Behalve de vrijwillige excursies heb ik ook met studenten die in Spanje karteren een commissie ingesteld waar we de geologie van hun terreinen bespraken. Dit gebeurde in de kamer tussen die van Egeler en mijn kamer. Het waren deze activiteiten die bij Egeler niet in goede aarde vielen, er sprak een zekere jaloersheid uit, vooral omdat ik het op mijn eigen houtje organiseerde. Al onze vergaderingen werden door Otto Simon genotuleerd.
Notulen van de Beticum Commissie nr 1 vrijdag 6 november
aanwezig: mej. T. Geel en de heren Dr. T. de Booy (voorzitter), Th.B. Roep, H.
Soediono, W.Ch.P. de Vries, K.B. Zwaan,H. Rondeel en ondergetekende (O.Simon)
Na een kort woord ter begroeting van de deelnemers werd het doel van deze en
volgende discussie-middagen uiteengezet door de voorzitter. Het is de bedoeling
dat de stratigrafie van de verschillende gesteenten opeenvolgingen in het
Beticum zal worden besproken. Vooralsnog zal géén aandacht worden geschonken aan
de tektoniek die voor verstoringen van deze gesteenten opeenvolgingen
verantwoordelijk is geweest. Termen als Málagabeticum, Subbeticum, Alpujarride
complex, etc. zijn hier dus uit den boze!
Deze middag werd begonnen met de bespreking van het pre-Carboon. Hieronder wordt
door ons verstaan - bij afspraak - alles dat ouder is dan de"Grauwacken""alias "Piar".
In 1964 volgen nog een aantal zittingen van deze commissie t.w op 13 en 27 november, 4 en 11 december.
Financiën van 1964: Vermogen Huis 72.000, Renault 2.300. Effecten 74.013 1/4 onverdeelde boedel A.D,.Strumphler 22,000 saldo 2.972 totaal f 174.984 schulden 43.295 rest zuiver vermogen f131.689. Inkomen salaris 18.471 verdiensten NAM 6910 , zuiver inkomen opbrengst effecten etc f 30.544,54
Dagboek 1965
Door Egeler worden weer nieuwe voorstellen gedaan om het klimaat aan het
Geologisch Instituut te verbeteren.
20 -1 1965: Voorstellen inzake wijziging van de thans geldende regelingen betreffende
Beheer en Organisatie van het Geologisch instituut. Daar in de afgelopen jaren bij
herhaling is gebleken dat de bestaande organisatie van het Geologisch Instituut
onbevredigend werkt, is er reden om aan een nieuwe efficiëntere organisatievorm
te zoeken. Als voornaamste oorzaak van het 'falen' van de huidige organisatie
zie dat indertijd een"super-democratische" bestuursvorm werd gecreëerd voor
een instelling waarvan de structuur was gericht op een één hoofdige leiding,
getuige de ver doorgevoerde centralisatie. Als voornaamste bezwaren tegen de
huidige bestuursvorm wil ik noemen het gebruik aan "macht"van de voorzitter der
directie, alsmede het ontbreken van continuïteit wat deze functionaris
betreft. Beide factoren werden inefficiënte in de hand, een gang van zaken die
voor mij onaanvaardbaar is. Beiden hebben trouwens tot gevolg dat de
Instituutsgemeenschap wordt gekenmerkt door gebrek aan autoriteit , hetgeen
merkbaar is in alle geledingen, d.w.z. niet alleen bij personeel, maar eveneens bij
studenten en staf. Men kan zich afvragen hoe hierin te voorzien. Uiteraard zou
een continu eenhoofdig leidingschap met een zo ruim mogelijk mandaat,efficiëntie
en autoriteit bevorderen. Hiertegen zijn echter wel belangrijke bezwaren naar
voren te brengen. Allereerst is duidelijk gebleken dat bij de huidige bezetting
van de top-functies in het Geologisch Instituut een dergelijke m.i voor het
Instituut meeste doelmatige - bestuursvorm niet realiseerbaar is , in de
tweede plaats komt dat en dergelijke taak - gezien de omvangrijkheid van de
daaraan verbonden werkzaamheden i.v.m. de steeds zich steeds verder uitbreidende
werkgemeenschap van het Instituut - wel erg zwaar zou zijn voor
iemand die daarnaast een omvangrijke onderwijstaak heeft te vervullen en tevens
ook wetenschappelijk werk heeft te verrichten. Het lijkt daarom noodzakelijk
naar een andere oplossing te zoeken waarbij autoriteit en efficiency wél meer tot
hun recht komen, zij dan niet wat het Instituut in zijn geheel betreft, doch bij
de kleinere eenheden waaruit dit Instituut is opgebouwd. De enige mogelijkheid
die ik zie dit te bewerkstelligen, is een zo ver mogelijk doorgevoerde
decentralisatie, met in achtneming van de gezamenlijke belangen der
verschillende afdelingenhoofden i.c. de Directeuren autonomie wordt toegekend,
is het aan hen zelf om voor autoriteit en efficiency te zorgen binnen hun
eigen eenheid. Daarna volgt een schema hoe de werkzaamheden moeten worden verdeeld.
Het wordt me steeds minder mogelijk om met Egeler samen te werken. Vooral omdat ik door mijn eerste jaars studenten, die me wegwijs hebben gemaakt in een soort culturele revolutie in Nederland, vooral tijdens de kartering in de Ardennen. We logeerden in een hotel in Aywalle. De onderstaande foto is een getuigenis van mijn ommekeer in het denken.

Voorjaar 1965 eerste jaars kartering in de Ardennen. Voor ons hotel in
Aywaille vlnr: Kees Windt, Samplonius,Loes Mallee, Co Griep, de Haas, Barelds,
assistent Otto Simon, Tom de Booij , Dick Winnubst (net zijn pet te zien)
Na rijp beraad schrijf ik de volgende brief, die het begin is van mijn ondergang aan de Universiteit van Amsterdam
GEOLOGISCH INSTITUUT DER UNIVERSITEIT VAN AMSTERDAM
Amsterdam 25 maart 1965
Nieuwe Prinsengracht 130, telefoon 94 60 22
Aan de Voorzitter der Directie van het Geologisch Instituut
de hooggeleerde heer Prof.Dr W.P. de Roever
Hooggeleerde Heer,
Hierbij heb ik de eer U het volgende onder Uwe aandacht te brengen. Sinds mijn aanstelling als wetenschappelijk hoofdambtenaar aan het Geologisch Instituut in oktober 1957 heb ik de mij
toebedeelde werkzaamheden voornamelijk verricht ten behoeve van de Afdeling
Algemene Geologie.
Door moeilijkheden, die zijn gerezen in de gezagsverhouding tussen het hoofd
dezer afdeling Prof. Dr C.G. Egeler en ondergetekende, is de verwezenlijking van
een door Prof. Egeler gedefinieerde loyale samenwerking mij helaas onmogelijk
geworden nog langer naar behoren te realiseren. Ik moge derhalve verzoeken in
overweging te namen of het niet mogelijk zou zijn, gezien
deze moeilijkheden het schema van de mij toevertrouwde
werkzaamheden te herzien.
Hierbij geef ik U een overzicht van de werkzaamheden,
die ik, indien dit door U nog mogelijk wordt geacht, gaarne zou willen
blijven vervullen, alsmede nog enkele suggesties voor nieuwe activiteiten:
1. supervisie bibliotheek
2. controle veldwerk geologische studenten
3. cursus petrografie van sedimenten voor
candidandi en candidaten
4. organisatie van kleine excursies gedurende de wintermaanden
5. organisatie en leiding van werkgroepen met studenten,
bv West Middellandse Zee gebied, Paleozoikum West Europa.
6. service diensten petrografische analyse van
sedimenten t.b.v, stafleden en studenten aan het Geologisch Instituut
7. descriptieve analysen van het pre-Trias van het West Middellandse
Zeegebied
Ik moge U hierbij mededelen dat mij, als steeds, voor
ogen staat mijn krachten te blijven verlenen aan de essentiële
doelstellingen van ons Instituut t.w. het
onderwijs aan studenten en het wetenschappelijk onderzoek.
Inmiddels teken ik met de gevoelens van de meeste hoogachting ,
Dr T. de Booy
afschrift aan prof Egeler en prof Mac Gillavry
Over de gerezen moeilijkheden schrijf ik aan Lionel Terray 28 maart 1965 o.m. het volgende:
Kees et moi
ont bien reglé une affaire assez delicate mais maintenant notre amitié est sauvé,
ca je trouve le plus important. La consequence de cette affaire est que je
travaile plus dans le departement de Kees. Je cherche maintenant une autre
place dans notre Institut d'ailleurs. Moi même comme Kees n'ont pas les
caractères de travailer sous un chef et c 'est principalement pour
cette raison que j'ai donné ma démission.
20 mei 1965 krijg ik een vertrouwelijke antwoord terug van het hoofd van de vakgroep:
Prof Dr. W.P. de Roever
Voorzitter der Directie
Aan de Weledel zeer geleerde Heer Dr T. de Booy
Naar aanleiding van Uw brief dd. 25 maart j.l. en de daaruit voortvloeiende
door ons beiden gevoerde gesprekken, deel ik U mede namens de directie van het
Geologisch Instituut mede, dat deze geen redenen ziet, Uw plaatsing in de
Afdeling voor Algemene Geologie niet te continueren. De directie voornoemd
draagt U derhalve op, de orders van de afdeling van deze afdeling Prof Dr C.G.
Egeler op te volgen, en rekent erop, dat U loyaal zult medewerken aan het
welslagen van het onderwijs geologie. Wellicht ten overvloede deelt de directie
U mede, dat zij openstaat voor zakelijke kritiek Uwerzijds, bij voorkeur
schriftelijk geüit. De directie van het Geologisch Instituut wil verder de U
opgedragen taak betreffende de bibliotheek gecontinueerd zien, met dien
verstande dat U deze taak onder supervisie van de directie van het
Geologisch Instituut verricht. Namens de directie van het Geologisch Instituut
der Universiteit van Amsterdam , getekend Prof. Dr W.P. de Roever. cc Prof
Egeler
Egeler schrijft op 21 mei 1965 een memorandum:
Naar aanleiding van een brieven van de directie van het Geologisch Instituut
d.d. 20 mei 1965, waarin vermeld staat dat De Booy in de afdeling van de
algemene geologie zijn werkzaamheden moet continueren en de orders van de
leider dezer afdeling moet opvolgen, werd het volgende overeengekomen.
Een voorlopige omschrijving der in de naaste toekomst wederkerende taken werd
vastgesteld. De hieronder vermelde werkzaamheden zullen door De Booy
loyaal ten opzichte van het onderwijs in de geologie worden verricht.
1. Ardennen-kartering voor eerstejaars in het voorjaar onder leiding van De Booy, in principe
gedurende 14 dagen (deze termijn) dient door Prof. Egeler nader te worden besproken met de Vakgroep.
Voorafgaande aan deze kartering zal De Booy een tiental malen een uur coaching
Ardennen-kartering geven. Dit geschiedt informeel en facultatief. Hieronder zijn
ook begrepen karteringsoefeningen in de directe omgeving van het Instituut (b.v.
Amsterdamse Bos) 2. Franse Alpen-kartering voor tweedejaars gedurende 6 weken. In afwijking tot voorafgaande jaren niet meer een zuiver
tektonische kartering, maar meer een van algemene aard. Om de gedachten te
- bepalen b.v. van de tijd - voor de kartering van dagzomen en
interpretatie ervan met o.m. een klein gebied van het te onderzoeken terrein dat in extenso dient te worden
gekarteerd incl. alluvium) en 25% voor de geologische verschijnselen van
andere aard, zoals faciesovergangen, fossielen, etc. kartering zal
lithologisch geschieden; pas in een laat stadium van de kartering volgt de
inpassing in de geologische kaart. De kartering zal als volgt worden ingericht.
De Booy zal de studenten een korte inleiding geven. Na 14 dagen zal De Booy een tussentijdse instructie verrichten. Aan het eind van de 6
weken zal De Booy de door de student verrichte werkzaamheden in het veld
bespreken aan de hand van een door de student vervaardigde geologische kaart
alsmede een stratigrafische kolom en geologische profielen. Voorafgaande aan de
kartering Franse Alpen zal de Booy gedurende een 6-8 tal middagen een voorbereidingscursus geven met
een strikt informeel en facultatief karakter. Prof. Egeler zal echter aan de
Vakgroep voorstellen deze verplicht te stellen. De terreinen die tot de
Franse Alpen gerekend worden liggen in de omgeving van Grenoble en van
CastelIane. Deze laatste zullen dit jaar uitgegeven worden aan studenten die
reeds eerder in de Franse Alpen hebben gekarteerd.
3. Over de verrichtingen der studenten tijdens deze manifestaties (in de
Ardennen en Franse Alpen) zal De Booy schriftelijk rapporteren. Een
afschrift van dit rapport zal de betreffende student ter hand worden gesteld.
4. De aanvragen en afrekeningen:van kredieten van staf en studenten, alsmede der
verzekeringen voor deze manifestaties zullen door De Booy worden verzorgd.
5. In de
wintermaanden stelt De Booy zich voor, evenals in de afgelopen wintermaanden, kleine geologische uitstapjes te organiseren: voor
diegenen die hiervoor interesse hebben.
6. De werkgroep Betikum zal komende winter haar activiteiten voortzetten. Aan het eind van de bespreking der stratigrafische kolom zal door deze werkgroep verslag worden uitgebracht over de
bereikte resultaten van de belanghebbende docenten van het Geologisch Instituut.
7. In de komende winter stelt De Booy voor een facultatief college te geven
over het volgende onderwerp:"Geologische problemen rond het Middellandse Zeegebied vooral bezien vanuit haar positie ten opzichte
van het Afrikaanse en Russische platform". Prof Egeler zal dit met de Vakgroep bespreken..
8. Sedimentpetrografie Voor kandidaten onder verantwoordelijkheid van de
heer Bodenhausen. De Booy zal op een aantal nader door de Vakgroep te bepalen
middagen een college en praktikum geven over de sedimentpetrografische analyse
van slijpplaatjes. De in de afgelopen jaren door De Booy gegeven colleges
sedimentologie voor candidandi zullen in het vervolg worden gegeven door de
heer Bodenhausen. De meest elementaire kennis betreffende de sedimenten
wordt al vanzelf behandeld bij de inleidingen Ardennen en Franse Alpen. Het petrologisch sedimentplaatje voor het kandidaats- en petrologie
lijkt de Booy niet meer nodig . Dit laten vervallen, uiteraard in overleg te regelen tussen
Prof Egeler en Prof. de Roever.
9. Kaarteken-praktikum nu nog onder leiding van Bodenhausen, in het najaar in principe over te dragen aan Simon.
De fotogeologie voor kandidaten, zal door de heer Rondeel worden gegeven, alsmede
de verzorging van
werkstukken en de beoordeling ervan. Bij vertrek van de heer Rondeel zal De Booy de zaken waarnemen
totdat een waardige opvolger van de heer Rondeel is gevonden
10. Het nalopen en aan het werk zetten van assistenten behoort in eerste
instantie niet tot de werkzaamheden, of beter gezegd
verantwoordelijkheden van De Booy .
11. Service-diensten sedimentpetrografie voor leden van de staf en studenten van het
Geologisch Instituut.
12.
Betreffende de werkzaamheden van
de bibliotheek zal De Booy de instructies
direct van de Directie van het Geologisch Instituut ontvangen
Ten einde raad heb ik gewend in juni tot mijn oom Gijs van Hall, op dat ogenblik was
hij burgemeester van Amsterdam,
tevens president-curator van de Universiteit van Amsterdam
Om hem te bedanken voor het aan hem gebrachte bezoek schrijf ik 14 juni 1965
de volgende brief
Beste Oom Gijs,
Ik zou U nog eens willen dank zeggen voor het feit, dat
U , ondanks Uw drukke bezigheden (vlak voor een bezoek van de president van
Tanzania aan Amsterdam) mijn conflictsituatie met het Geologisch Instituut heeft
willen aanhoren. Dank zij ons gesprek werd het mij zonder meer duidelijk dat
vertrek uit de bestaande omgeving van het Geologisch Instituut de
verwezenlijking mijner primaire doelstellingen t.w.
onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, veel moeilijker zou maken.
Vooral hetgeen U zeide betreffende de mogelijkheid om contact met studenten te
blijven onderhouden praktisch alleen gerealiseerd zou kunnen worden indien ik op
mijn oude plaats zou blijven. Intussen heeft de Directie van het Geologisch
Instituut mij schriftelijk gevraagd om de orders van Prof Egeler te willen
blijven opvolgen, ondanks mijn mededeling, dat ik de door Prof Egeler
gedefinieerde samenwerking niet meer naar behoren zou kunnen blijven
verwezenlijken. Het eindresultaat is nu dat ik mijn functie in de afdeling van
Prof. Egeler blijf vervullen, doch dat mijn activiteiten en
verantwoordelijkheden
in een 12 tal punten, na mondeling overleg met Prof Egeler,zijn vastgelegd,
waarmede ik mij volledig kan verenigen. Dat dit alles op zo'n uiterst voor mij
bevredigende wijze is verlopen is mede te danken aan Uw wijze raad, waardoor ik
U dankbaar ben. Mijn kritiek op de directie van het Geologisch Instituut alsmede
de inrichting van het onderwijs in het Geologisch Instituut zal ik in den
vervolge wel achterwege moeten laten,om niet weer in nieuwe conflict situaties
te geraken. De kritiek op de directie van het Geologisch Instituut alsmede de in
richting van het onderwijs aan de geologische studenten op te schorten. De
hoofdzaak is dat ik mijn studenten iets over de geologie kan vertellen zowel in
het instituut als in het veld en verder mijn steentje letterlijk en figuurlijk
kan bij dragen tot de ontwarring en opbouw van de planeet waarop wij het
voorrecht hebben een kort leven door te brengen. Met de vriendelijke
groeten, Uw neefje Tom de Booy
In een brief van 2 juli 1965 bedankt mijn student Roel Wittink mij voor mijn mentorschap. Hij was ernstig ziek geweest en heb hem geholpen tijdens zijn ziekte met zijn studie: "Ik had geen beter mentor kunnen wensen en ik vind het een prettig gevoel om in September weer gewoon op het instituut te kunnen rondlopen met het idee dat ik weer een stukje meer geoloog geworden ben ".

Baarnse tennis club. Links zittende Adrienne, daarachter staand Coen Kraneburg, daarnaast Abs Rauwenhoff ,Juul Manting, jongetje in de deuropening Paul Lamme, daarnaast Uitham en moeder van Coen Kranenburg. Staande daarnaast Herman en Mary Cats

Tennisbaan in de tuin van de Prinses Marielaan, mijn 3 kinderen en Adrienne
In juli-augustus vakantie met familie . Ik heb Adrienne en de kinderen opgehaald met auto in Génève. We zijn toen gereden naar Chamonix, vervolgens via Mt Blanc tunnel naar Nice. Daarna Albenga in Italie . Dan naar Castellane waar ik studenten moest controleren en via Grenoble weer naar Chamonix. In Grenoble zijn we langs het kasteel van Lionel gereden maar heb toen helaas verzuimd hem daar te bezoeken, want een paar weken later was hij dood.

Aankomst in Génève Adrienne met de 3 kinderen

Familie in Chamonix
Baarn 8 september 1965
Aan de Weledelzeergeleerde Heer Dr C.J. Schuurman.
Reynier Vinkelskade 64
Amsterdam
Zeer geachte Heer Schuurman,
Dokter Gravestein hoofd van de afdeling geestelijke hygiëne van de GGD
verzocht mij schriftelijk contact op te nemen voor het maken van een afspraak
betreffende een medisch onderzoek van mijn geestes instelling, alsmede een korte
uiteenzetting van mijn problematiek. Ik zal U trachten in enkele woorden dit
laatste te doen. Het grote probleem m.i. in mijn opstandigheid tegen de
bestaande normen van de gemeenschap waarin ik mijn werkring heb t.w het
Geologisch Instituut der Universiteit van Amsterdam. Mijn hoofdvraag is nu moet
ik gewoon doorgaan of moet ik me terugtrekken. Het eerste voort mij over een
bijzonder zwaar pad en is mij heden niet goed duidelijk op welke wijze ik dit pad
moet gaan. Het tweede is mij voor als nog onmogelijk. Mocht echter blijken na
een onderzoek dat ik voor het eerste structureel niet geschikt ben dan zal ik
wel het tweede moeten kiezen. Voor mij als leek is het niet mogelijk er achter
te komen of de doelstelling die ik nastreef zuiver is ofwel dat onderbewuste
krachten in mij zelf (van negatieve aard) de drijfveren zijn. Enerzijds ben ik
duidelijk plastisch van karakter dwz snelle wisseling van inzichten maar
anderzijds een haast pathologisch starheid bij het het bereiken van het gerichte
doel. Wel tegen alle andere tegenstrijdige opinies. Een gedrag dat doorgaans
door mijn omgeving en om door diegene die er last van vinden niet als normaal
wordt beschouwd. De wil om te alles te onderwerpen aan een grondig onderzoek is
bij mijn sterker dan ooit.. Ik heb echter hulp nodig van specialisten op dit
gebied aangezien gesprekken met leken mij niets positiefs hebben over hoogstens
mijn inzichten kunnen beamen. De vragen die ik u voorleg komt in feite hierop neer
1.Ben ik structureel ongeschikt voor de verwezenlijking van het gestelde doel 2.
of is de wijze waarop ik probeer mijn doel te bereiken 3. of moet ik zo doorgaan
en alles me minder aantrekken van wat men van mij zegt en dus minder
emotioneel hierop reageren. Kunnen hervormingen alleen door mensen die goed
onderhandelen en het compromis kunnen sluiten bereikt worden? of ook door mensen die om bepaalde principes door dik
en dun kunnen uitdragen zonder een stap
opzij te doen ? Het lijkt mij dat beide groepen nodig zijn om het soort homo sapiens niet alleen in stand te houden maar ook te verbeteren. Helaas behoor ik tot
de laatste groep en ik voel het als mijn plicht om aan deze roep gevolg te
geven ook al zal dat mij in de toekomst bijzonder veel beproeving geven. Ik
hoop ten zeerste dat U mij kunt helpen aangezien het voor mijn omgeving ( in het
bijzonder de hoogleraren op het Geologisch Instituut) van groot belang is om
te weten hoe mijn karakterstructuur in feite er uit ziet. Inmiddels verblijf ik met
de gevoelens van de meeste hoogachting . T. de Booy
13 september antwoordt Dr Schuurman dat ik voor een oriënterend gesprek 3 maanden moet wachten voor dat ik een oproep krijg. Beantwoord 9 oktober met een notatie onder de brief 17 november afgeschreven.
Donderdag 23 september kreeg ik het verschrikkelijke nieuws dat Lionel
Terray was verongelukt is in de Vercors ten zuidenwesten van Grenoble. De volgende
dag en ik naar Chamonix
gereisd en in getrokken bij Marianne Terray om haar bij te staan Wat is er
precies gebeurd?
Zondagmorgen 19 september is Lionel met zijn vriend Marc Martinetti naar de
Vercors gegaan met het doel de wand van de Gerbier te beklimmen. Bijna boven aan
gekomen zijn ze overvallen door een steen lawine en zijn toen beiden 400 meter
naar beneden gevallen. Maandagmiddag werd hij op een vergadering verwacht
en was niet komen opdagen. Daarvoor had men nog geen argwaan gekregen omdat hij
in zijn eentje van zaterdag op zondag in zijn kasteel boven Grenoble had
geslapen en hem niemand hem zondagavond had gemist. Zijn vrouw was nog in
Chamonix Zijn auto werd pas woensdag gevonden door een jager en een vriend
van Martinetti. Pas woensdagavond om 11 uur werden door een hulpcolonne de
stoffelijke overschotten zijn pas gevonden.
Ik herinner me niet dat in mijn leven ze zo beroerd en verlaten heb gevoeld die 10 dagen dat ik in Chamonix ben geweest. Mijn allerbeste vriend was er niet meer. Ik geloof dat je als man maar heel weinig echte vrienden in je leven maakt en Lionel was er daar een van. (Nog steeds tot op de dag van vandaag droom ik over Lionel Terray en maken we dan samen bergtochten). Het allerellendigste moment was toen ik het kasteel van Lionel's ouders in Grenoble heb bezocht en ik een TV ploeg die opnamen in het kasteel wilde maken er uit heb gegooid. Ze wilden de afgeschoren baard haartjes van Lionel filmen, die nog in de wastafel lagen. Marianne Terray was er ook bij en was niet erg over te spreken dat ik de TV ploeg er had uitgegooid. Samen met zijn neef Michel Chevalier ben ik naar de plaats des onheils geweest. We hebben toen een stenen hoop gemaakt, een soort graf aan de voet van de Gerbier waar hij werd gevonden. In Chamonix zelf heb ik in de kamer van Lionel zijn paperassen uitgezocht en gesorteerd. Ik heb weinig herinneringen van de begrafenis zelf, ik leefde min of meer in een soort shock. Wel herinner ik me dat ik alleen in het huis van Lionel was en het stort regende en ik heel erg verdrietig was. Na de begrafenis zijn we 's avonds met een aantal vrienden via de Mt Blanc tunnel gegaan naar Courmajor waar we gegeten hebben met Maurice Herzog, Pierre Mazaud en de Italiaanse bergklimmer Walter Bonatti. Ze waren minder geschokt dan ik, voelde me ongelukkig enniet erg op mijn gemak. Enkele dagen daarna heb ik met de berggids Jean Franco een mooie grafsteen uitgezocht op de bergpas de Montet. Het was een roestbruine gneis. Er zat een fraaie overhang in waar Lionel moeite mee zou hebben gehad. Dit was min of meer een luguber grapje, omdat Lionel niet echt uitblonk in het rotsklimmen. Hij was de ijsspecalist en het zoeken van een nieuwe weg in het gemengde terrein, daar was hij meester in.

Michel Chevalier en ik staan op de plek waar het stoffelijk overschot van Lionel op woensdag 22 september aan de voet van de Grand Gerbier werd gevonden

De wand van de Grand Gerbier in de Vercors waarin Lionel Terray en Marc Marinetti op zondag morgen 19 september zijn verongelukt. Uitleg van de foto: T is de plaats van de hulpslee Pomaganski. Hiervandaan zijn gidsen afgedaald en hebben op plaats nr 1 een kapot stuk touw gevonden, nr 2 een spoor bloed 3. kapot handvat (Jumard). nr 4 Rode woillen muts, nr 5. laatste spoor bloed en de rugzak van Marinetti
Deze foto is mij toegestuurd door de neef van Lionel Michel Chevalier Hij schrijft mij 22 oktober over de oorzaak van het ongeluk :"Une forte chute de pierres presque une petite avalanche au surpris la cordé dans cette partie, et les pierres ont coupé la corde".

De kapotte helm van Lionel Terray (Paris Match)

De uitvaartdienst in het kleine kerkje van Chamoix. De twee houten kisten van Lionel Terray en Marc Martinetti. Rechts omarmt Maurice Herzog Marianne Terray, Direct links van de kist (achter een militair met epauletten) staan van links naar rechts gezien naast elkaar Kees Egeler en Tom de Booy
Lionel heeft tegen mij eens gezegd dat hij 44 jaar zou worden. In zijn boek Les Conquérants de l'Inutile; schrijft hij in 1961 vier jaar voor zijn dood de ontroerende slotzinnen.
"Aujourd'hui, ma volonté n'est plus aussi inflexible et les limites de mon courage ont reculé. Pour attaquer le bastion le plus redoutable qu'aient jamais investi des alpinistes, serai-je encore le capitaine concluisant I'assaut en tête des troupes de choc ? Ou serai-je déjà le général qui, contemplant la bataille depuis les arrières, regarde avancer ses hommes dans l'inquiétude et la crainte?...Mais, me direz-vous, après le Jannu, que restera-t-il pour apaiser l'appétit de conquête des alpinistes? Sans doute, d'autres iront-ils affronter des pics peut-être moins hauts, mais plus redoutables encore. Lorsque le dernier aura succombé, comme hier sur les Alpes et aujourd'hui sur les Andes, il restera à conquérir les faces et les arêtes. Non, au siècle de l'aviation, le terrain de jeu des meilleurs grimpeurs n'est pas prêt de trouver ses limites. Pour moi, il faudra descendre les degrés de l' échelle.Mes forces et mon courage ne cesseront de diminuer. Très vite, les Alpes redeviendront les pics terribles de ma jeunesse. Si vraiment aucune pierre, aucun sérac, aucune crevasse ne m'attend quelque part dans le monde pour arrêter ma course, un jour viendra ou, vieux et las, je saurai trouver la paix parmi les animaux et les fleurs. Le cercle sera fermé, enfin je serai le simple patre qu'enfant je rêvais de devenir". Grenoblel 1961.


Graf van Lionel Terray na de begrafenis

Werkkamer van Lionel Terray waar ik na zijn dood 10 dagen alles heb uitgezocht aan papieren. Aan de muur hangen twee foto's van goede vrienden Jean Couzy en Louis Lachenal beide vonden de dood in de bergen.
Maandag 11 oktober 1965 Geologische problemen van het middellandse zeegebied vooral bezien vanuit zijn positie ten opzichte van het Afrikaans en het Russische platform. Het onderwerp van een aantal colleges die op maandag van 11-12 uur door Dr T de Booy in de kleine collegezaal zal worden gehouden. Iedereen is welkom.
Excursie Sauerland 16 en 17 oktober 1965
Voor de KLM heb een detritus analyse gemaakt van stenen die waren gevonden in een kist waar oorspronkelijk goud is zat. Ze wilden weten vanwaar de stenen kwamen. Ik heb toen opgevraagd stenen van de verschillende vliegvelden ( Milaan, Panama en eindbestemming Colon), waar het toestel met de goudzending was geweest. Deze stenen heb ik laten coderen, zodat ik de plaats van oorspong niet zou weten. Ik heb toen van de stenen een dunne doorsnede gemaakt en door de microscoop bekeken. Gebleken is dat de stenen gevonden in de kist overeenkwamen met de plaats waar de ontvanger woonde. Toen is gebleken dat de ontvanger van de goudzending het goud er uit heeft gehaald en er stenen uit zijn omgeving in heeft gestopt. Van de heer P. Wiersma van de Afdeling Bedrijfsbeveiliging van de KLM kreeg ik het volgende antwoord:
Ingevolge Uw verzoek geef ik U hierbij de redenen waarom wij zo nieuwsgierig
zijn te weten waar de stenen vandaan komen, die als opvulmateriaal waren
gebruikt in een waardezending. In mei van dit jaar verzonden wij een
vrachtzending van ongeveer 9 kg, inhoudende gouden juwelen ter waarde van
bijna $ 9000.- van Milaan via Schiphol naar Colon in Panama (Midden Amerika).
Bij aankomst in Colon werd door de ontvanger vastgesteld, dat de zending slechts
waardeloze brokken cement bevatte, in plaats van de gouden juwelen.
Aan onze afdeling werd vervolgens opgedragen uit te vinden, waar deze diefstal
had plaats gevonden, teneinde daar, met behulp van de plaatselijke politie, te
trachten de daders op te sporen.
Het bleek dat de zending op het vliegveld Linate,
bij Milaan aan de K.L.M. in goede conditie was afgeleverd en onmiddellijk was
opgeslagen in een kluis tot kort voor het vertrek van het vliegtuig. De zending
werd toen in een verzegelde zak gedaan en aan boord van het vliegtuig naar
Schiphol geladen. Op Schiphol, waar men inmiddels een telex over de aankomst van
deze zending had ontvangen, werd de zak onder de machine in ontvangst genomen
door een K.L.M.-beveiligingsemploye,die de zending onmiddellijk in een kluis
plaatste.
Twee dagen later werd de zending wederom in een verzegelde zak, zonder
onderbreking, via Parijs, Madrid, Caracas en Curaçao naar Panama gezonden, waar
ze in onberispelijke staat aankwam en werd opgeslagen in een door de K.L.M. en
de douane afgesloten vrachtruimte. De volgende dag ging de zending in een door
de douane verzegelde auto naar de Free Zone in Colon, waar de zending in goede
staat werd afgeleverd aan de ontvanger.
Bij opening ontdekte deze stenen in plaats van goud. Volgens mijn ervaring is
diefstal alleen mogelijk geweest in Milaan of op het vliegveld Panama, eventueel
Colon. Tijdens de vlucht of gedurende het verblijf op Schiphol was het
onmogelijk.
Doordat U met zekerheid vast kon stellen dat de stenen van Panamese herkomst waren, konden wij onze verdere actie uitsluitend richten op Panama. Het is voor U waarschijnlijk interessant om te weten, dat Uw conclusie werd ondersteund door het Rijksherbarium in Leiden, dat voor mij een bijzonder klein blaadje, dat op één der stenen werd aangetroffen, kon identificeren als te zijn van de Alysicarpus Vaginalis (L), een plant die uitsluitend voorkomt in de tropische gebieden van de Oude en de Nieuwe Wereld, doch niet in Europa.
U zult echter ook begrijpen, dat Uw conclusie voor mij waardevoller is, omdat
deze de mogelijkheid uitsluit dat dit blaadje toevallig bij het uitpakken op de stenen gekomen kon zijn, welke stenen desondanks uit
Europa afkomstig zou kunnen zijn. U ziet dat Uw wetenschap prachtig aansloot bij
het werk van het Rijksherbarium en dat ons crimineel onderzoek hierdoor een
positieve richting heeft gekregen. Ik dank U en Uw medewerkers namens de K.L.M.
bijzonder hartelijk voor de enthousiaste wijze waarop U aan dit onderzoek heeft
willen meewerken.
U zou mij tevens bijzonder verplichten wanneer U bij Uw colleges de naam K.L.M.
in het midden zou kunnen laten.
Najaar excursie Duitsland met studenten waarbij ook eerste jaars studenten

Excusie Duitsland : voorste rij : vlnr Bodewes, Willemsen, van Gorssel, Drucker, Achterste rij: Uiterwijk, Kuhry, Griep, Barelds, x, de Roever, de Booy, x, Bodenhausen, Westerhof
Bespreking met Drs K.J.Nijkerk,Sociaal-Pedagogisch
Instituut er Universiteit van Amsterdam Singel 453 op 20 oktober 1965.
aanwezig: Nijkerk, de Boorder, de Booy, van Harten, Lodder .
Onderwerp: Communicatie binnen de Staf van het Geologisch Instituut
Uiteenzetting onzerzijds van situatie en problematiek aan
Geologisch instituut
Aan Soc. Peda. Inst . bleek situatie te zijn:1 Hoogleraar-directeur;
1 Buitengewoon hoogleraar, 1 beheerder, 13 overige
stafleden, 20 stud.-assistenten en cand.-assistenten ca.400 studenten.
Eens per maand vindt een vergadering plaats van de 2 hoogleraren en de 14 stafleden. In deze vergadering worden zaken van algemeen belang
besproken; specifiek vak-wetenschappelijke problemen komen hier niet aan de
orde.
Daarnaast wordt, op initiatief van de studenten, een "studie-commissiei'
gevormd . Hierin hebben 3 studenten en 5 stafleden (eventueel hoogleraren) zitting (vgl. de studieraden van de
ASVA).
Wat betreft het probleem van communicatie binnen de staf van het Geol.
Inst.. werden de volgende punten naar voren gehaald:
- aversie tegen autoriteit binnen de groep;
- aversie tegen vergaderingen in het algemeen;
- noodzaak om eenheid te vormen en te blijven;
- vrees voor individuele represailles van
hogerhand .
Als mogelijke oplossing van het probleem gaf
Nijkerk de volgende suggesties
1. regelmatige gespreksbijeenkomsten;
2. in deze bijeenkomsten treedt de Booy niet op als gespreksleider;
3. regelmatig bv per vergadering, wisseling van gespreksleider; geen vaste leider
om geen autoriteit te doen ontstaan;
4. gespreksleider bepaalt de orde en gang van zaken op de
betreffende bijeenkomst; hij is in principe geheel vrij in zijn aanpak; omdat er
"goede" en "slechte" leiders zijn, houdt deze gang van zaken een ingebouwd
risico van mislukking in (zie echter ook 6.);
5. iedereen moet de gelegenheid hebben en krijgen om zich volledig en vrij uit
te spreken; de gespreksleider heeft de taak hier eventueel aanwezige drempels
weg te nemen; of "geleuter" getolereerd wordt, hangt af van de persoon van de
gespreksleider;
6. een waarnemer ("evaluator") geeft aan het eind van de bijeenkomst
een korte samenvatting van het besprokene, de resultaten en de
conclusies; hij kritiseert voorts de gang van zaken; deze evaluator, die een
sleutelpositie inneemt, dient een critische geest te hebben en snel en goed te
kunnen formuleren.
In geval van totaliter falen van deze therapie kan advies
gevraagd worden aan stichting Intagon (directeur Drs. D. de Roos),
Keizersgracht 824; dit is een service-instituut binnen de universiteit. Notulen
gemaakt door D.van Harten. cc. de Booy, Lodder
25 oktober 1965 wordt er door de vakgroep een memo rondgestuurd met de Richtlijnen voor de mentoren. Hieruit blijkt duidelijk dat de mentoren zich minder mogen bemoeien met het vak geologie en onderwijs te geven. Het is duidelijk dat deze richtlijnen indirect voor mij zijn bestemd. Enkele passages die hierop wijzen: "Het ligt niet in de bedoeling dat de mentor zich op ingrijpende wijze gaat bezig houden met de studie van de aan hem toegewezen pupil. Het is bijv. niet zijn taak "extra-les"te geven of als repetitor op te treden. Het is noodzakelijk dar de mentor zich zoveel mogelijk onthoudt van beïnvloeding betreffende zaken van studierichting, bijvak combinaties e.d. maar dat hij hiervoor de pupil naar de betreffende docent (en) verwijst. Hij dient als een "neutrale vraagbaak" op te treden".


In 1965 gekocht huis aan de Waldeck Pyrmontlaan

Verbouwing huis Waldeck Pyrmontlaan
Uit dagboek : 27 oktober 1965 in droom ruzie met Kees maar soms verwisselde de figuur van Kees met die van mijn eigen vader

Engagement diner van Beatrix en Claus 9 november 1965 aan huis van Jhr de Ranitz burgemeester van Utrecht
In november aan Kees gevraagd om 2 dagen per week vrij te hebben.
4 november brief van Psychoanalytisch Instituut van de Ned. Ver. voor
Psychoanalyse waarin ik word gevraagd een afspraak te maken met de psychiater
Mevrouw R. Swelheim-de Boer Koninginneweg 146 in Amsterdam.
15 november begint de analyse bij de psychiater mevrouw Swelheim- de Boer.
Wanneer weet ik niet meer precies mar ergens in dit jaar thuis gekomen van
Instituut en dokter Bok gebeld want ik voelde me niet lekker.

Mensen die de verbouwing mogelijk hebben gemaakt, vlnr Lengers (elektricien) Timmer (schilder) Nieuwenhuizen sr (aannemer), net zichtbaar Leyen (loodgieter)

idem
22 december 1965 schrijft de student van het Geologisch Instituut. Herman Soediono aan mij als voorzitter van de Vereniging Wetenschappelijke staf van het Geologisch instituut een brief met de volgende inhoud:
Weledelzeergeleerde Heer, Langs deze weg wilde ik uiting geven aan een zeker
gevoel van onbehagen dat zich van mij heeft meester gemaakt, over de gang van
zaken in de vereniging waar U de voorzitter van bent. Op
een van de eerste vergaderingen welke ik heb bijgewoond, de juiste datum staat
mij niet meer voor de geest,maar voorzover ik het mij herinner was dit langer
dan een maand geleden, hebben enige leden waaronder ook Uzelf zich vrijwillig
aangeboden om als executieve op te treden.Het doel van deze executieve was, als
ik dit juist heb begrepen , om de gang van zaken binnen de vereniging te
activeren,en voorstellen te doen aan de vergaderingen voor te volgen acties.
Aangezien ik hiervan echter nog geen tekenen heb mogen bespeuren heeft zich een
zeker gevoel van onbehagen zich van mij meester gemaakt. Gaarne zou ik van U dus
antwoord willen hebben op de volgende vragen:
a. gaan er buiten mijn weten op dit ogenblik van Uzelf of een van de leden van
de executieve activiteiten uit?
b. bent U van plan in de nabij toekomst aan de vergadering
voorstellen te doen om op enigerlei wijze tot activiteiten te komen?
c. bent U van plan hiermee te wachten tot de communicatie binnen onze groep een
zeker niveau bereikt heeft en zo ja welk niveau dit dan wel mag zijn. Ik moge U
hierbij memoreren dat het bereiken van communicatie binnen onze groep geen
einddoel, doch slechts een middel is om de ons voorgeschreven taak te bereiken.Tot slot zou ik U willen verzekeren dat deze brief mij slechts is ingegeven door
de loyaliteit die ik tegenover onze groep voel en niet door andere motieven is
ingegeven.
Hopend van U spoedig een antwoord te ontvangen, Hoogachtend, H. Soediono
Ik herinner me het antwoord niet maar het was wel het begin van onvrede tegen mijn autoritaire gedrag.
27 december 1965 stuurt Minister van Onderwijs en Wetenschappen prof mr I.A. Diepenhorst een brief aan de Voorzitter van de Academische Raad. Enkele passages waaruit de eerste tekenen zijn te bespeuren voor de mogelijke opheffing van de studierichting aardkunde aan de Universiteit van Amsterdam:
"In de eerste plaats is de vraag gerezen gezien de lage numerieke belangstelling voor de studierichting der aardkunde het mogelijk aanbeveling verdient deze studie niet aan alle vier openbare universiteiten in de huidige vorm te handhaven, doch een of meer subfaculteiten op te heffen, dan wel te beperken, zoals aan de rijks- universiteit te Groningen is geschied tot de Kandidaatsstudie. (...) Ik moge moge derhalve Uw raad verzoeken mij te willen adviseren op welke wijze ten aanzien van de aardkunde een bepaalde concentratie, al dan niet gepaard gaand aan een verdere taakverdeling tussen de instellingen zal dan worden bereikt".

Winter 1965/66
Zuiver vermogen huis Waldeck Pyrmontlaan 110.000, Prinses Marielaan 130.000 , effecten 58.041 onverdeelde boedel 20.035 eraf schulden etc resteert 97.533. Inkomen :Salaris 28.308 NAM 2570 opbrengt effecten etc resteert 5.464
Dagboek 1966

Adrienne op ijs met twee kinderen
Citaten uit mijn geschreven dagboek in jaaragenda:
5 januari Gesprek met Kees Egeler. Hij vraagt over mijn geestelijke toestand. Hij wist
toen nog niet dat het psychiatrisch onderzoek nog niet was afgelopen. Hij wilde dat ik graag
weer regelmatig op het instituut zou komen Mijn antwoord: "het onderzoek is
nog aan de gang en is het beter om 2 dagen per week weg te blijven, meer
distantie van het Instituut. Ik zou eigenlijk 6 maanden ziekte verlof kunnen
aanvragen". Dit vindt Kees niet prettig, hij mist mijn
steun. Opportunistisch ten voeten uit is mijn commentaar in mijn dagboek,
7 januari Naar Instituut vervelende gesprekken, een stel voor de bokkenwagen

18 januari Jan Maarten viert zijn 12e verjaardag
Vervolg dagboek:
29 januari Felle discussie met Egeler, niet leuk alles
28 januari 26 ste Vergadering Beticum commissie,
De Booij houdt een emotioneel betoog:
Wij moeten een stap terug, door de termen Nevado Filabriden, Alpujarriden,
Malagabeticum, Tussenzone, Subbeticum en Prebeticum te laten vallen als rotte
appels. Waarom zouden we die rotte appels moeten eten? We kunnen nog niet in de boom klimmen voor de verse appels. Bij elke
geologische beschrijving van een gebied stelt hij voor wel een historisch
overzicht der eenheden te geven, doch er zich daarna van te distantiëren, door
aan te tonen in hoeverre de definities dier eenheden mank gaan. Men wordt op het
ogenblik niet geacht in staat te zijn nieuwe definities te geven. Immers als
iedereen gaat zoeken naar nieuwe definities wordt de Babylonische
spraakverwarring volkomen.
Praktisch voorstel
1. Termen Nevado-Filabriden, Alpujarriden, Malagabeticum, Tussenzone,
Subbeticum en Prebeticum blijven handhaven in publicaties en dissertaties,
doch met een nauwkeurige apologie (in de zin van: we zijn het niet met de
toepassing van deze termen eens, maar zijn nog niet in staat andere en betere
definities te geven).
2. In de besloten kring van de Beticum-commissie te streven naar een zuivere
naamgeving en de bovenvermelde termen niet te gebruiken.
Soediono denkt er nog over om
toch in artikelen en dissertaties een geheel nieuw systeem te bedenken.
29 januari Prof Brouwer presenteert mijn artikel "Ein Jungenliches
Alter des Simatischen Untergrundes der Heutige Oceane" voor de Kon. Akademie
7 februari schrijven de wetenschappelijke
medewerkers Bodenhausen en Oen Ing Soen een brief
aan de curatoren faculteit wis. en natuurkunde en geologie dat zij hun plaats als
vertegenwoordigers van de wetenschappelijke van het Geologisch Instituut
overdragen aan De Booy en van Harten.

11 februari verjaardag van Mauk de Booy
15 februari Brief aan Prof Brouwer. Artikel
aangeboden voor Geologische Rundschau.. "Nu ik het af heb ben ik er eigenlijk
bijzonder gelukkig met het feit dat ik U dit mag aanbieden. Immers de
resultaten zijn voor een deel te danken aan Uw inspirerende opleiding tot
geoloog. Ik geloof nu te moeten zeggen, dat ik een goede keus heb gedaan op de
bewuste avond in 1947 te Soloturn". (Ik studeerde in
Zwitserland en tijdens een geologische excursie van het Geologisch Instituut van
Amsterdam in Zwitserland ontmoette ik Prof Brouwer en Egeler in Soloturn en werd
toen enthousiast over de sfeer van de Nederlandse geologen en zag in dat ik in
Zwitserland met hun bekrompen mentaliteit niets te zoeken had in de toekomst).
25 februari Geologisch congres in Wenen
26 februari Lezing gehouden voor volle
zaal met geologen. Groot moment, ik kreeg vele complimenten voor mijn lezing.
28 februari doorgereisd naar Kuthtai voor skivakantie met Adrienne

Afterski in fraai luxe hotel in Kuhtai. Met glas Boy Koole
10 maart Huwelijk Beatrix en Claus, rookbommen in Stadhuisstraat.
Artikel gepubliceerd in Proceedings Kon Akad van Wetenschappen,series B69 no 2 1966 "Petrology of detritus in sediments a valuable tool".

13 maart verjaardag van Adrienne, vlnr Jan Maarten, Mariette, Daniel en Marcelien Strumphler, Mauk
23 maart brief van Ernst ten Haaf lector
geologie in Utrecht " Moge je er in slagen
de Filistijnen te smijten zonder dat de ezelskaak zich vergaloppeert want
woede is een gevaarlijke raadsheer"
25 maart 30 ste waarschijnlijk laatste vergadering van de Beticum
commissie. Uit de notulen:
Tenslotte besluit de vergadering om bij de behandeling van het "Oligoceen en
jonger" de gebieden in bepaalde groepen te verdelen, waarbij over elke groep
gebieden een of meerdere personen een synthese zullen voordragen,
anderen, die in dezelfde groep werken, kunnen aanvullende gegevens verstrekken.
In deze tijd veel muziek gemaakt met een beroeps violist sonates van Mozart. Dit om
grootvader Han te vervangen, die in 1964 overleed
Veel getennist op de club vlak naast ons huis in de Prinses Marielaan.
20 maart 1966
Strikt vertrouwelijke brief van Prof Kistenmaker met vraag of ik
wilde toetreden tot de vrijmetselaarsloge La Bien Aimee. Hij zat tezamen met
mijn Prof Mac Gillavry in de loge. Het was misschien een poging om mij meer
onder controle te krijgen en dat ik misschien van mijn radicale ideeën zou
afkomen.
Ik schreef de volgende brief terug:
Beste Jaap, Hartelijk dank voor je brief + vragen formulieren. Ik geloof , dat
ik nog niet ver genoeg ben om de stap te wagen, misschien is mijn angst voor
één te statische organisatie te groot en te wijten aan eigen onvolkomenheden.
Het verlangen naar iets steeds bewegends is de laatste tijd zo ongelofelijk
sterk geworden, aangezien alle "zekerheden",die ik tot voor kot zonder meer met
gemak kon aanvaarden, zijn in gruzelementen gevallen. "Gedanken die sich ändern
sind wahr". Elke conventie of afspraak werkt in deze stormachtige tijd van
heroriëntatie volgens mij storend en belemmerend. Dat er een dimensie of
grootheid bestaat waarvoor we alleen maar diep kunnen neerknielen staat m.i
boven alle twijfel verheven, maar het is juist het probleem deze dimensie of etc
te benaderen los van onze conventies of conditionering die aan geheel andere
dimensies of coördinaten systemen gebonden blijken te zijn. Deze geestelijke
vrijmaking (uiteraard geheel een probleem waarmee de V.M zich steeds bezig
houdt) kan ik tot op heden nog niet realiseren met behulp van een vast patroon.
Het losmaken van de oude structuur kost pijn en moeite. Pas wanneer ik iets
rijper ben geworden is mijn behoefte naar een vast patroon misschien groter
geworden.. Het geestelijk contact tussen mensen is zo verschrikkelijk nodig
alleen op een manier die alles maar dan ook alles naar boven brengt en onze
diepere motieven (hoe slecht die ook mogen zijn) naar boven brengt. Ik
geloof echter niet dat zo'n rigoureus geestelijk contact in de V.M. mogelijk is
aangezien botsingen dan veel te heftig zouden zijn. Er is n.l. iets wat jullie
samenbindt en daardoor solidair t.o.v. elkaar maakt n.l. de absolute
aanvaarding van het bestaan van een opperbouwmeester en het absolute vertrouwen
in de hogere waarden van de mens. Ik praat misschien in een vicieuze cirkel en
is juist hetgeen wat ik nodig heb: het toetreden tot de V.M.. Maar mijn
gevoel zegt nee en aangezien één van de grootste geheimen van de V.M. is dat je
geheel uit jezelf (zonder enige dwang door anderen of zelfs van je zelf ) moet
toetreden. Wie weet komt het nog! Met hartelijke groeten en dank voor al je
bemoeienissen.
1 april Eind gesprek met psychiater Mevrouw Swelheim
de Boer die ik toen een aantal vragen heb voorgelegd
1. Wanneer heeft teleurstelling in Vader plaats gehad ?
2. Waarom behoefte aan menselijke warmte?
3 Contact zoeken door praten en nog eens praten? Het steeds ondermijnen van waarheden? Het uiterste doen om
nieuwsgierigheid te bevredigen? Het empirische feit
dat bij gestraft worden verhoogde werkzaamheid optreedt en trachtend
gemaakte fout te herstellen kosten wat kosten moet.
4. Waarom behoefte aan
zelfanalyse?
5 Het graag willen onderwerpen aan gezag. Hoe dit te vinden? Door
geestelijke ontspanning ipv inspanning
6. Waarom behoefte aan mensen het zelfde laten denken als ik zelf
7. Wat is fout van het overbrengings mechanisme van mijn goede intenties n.l.
om door
verbaal contact de eigen zekerheden te ondergraven en doro anderen te laten
vervangen?
8. Is het onder 7 masochistisch of komt het voort uit een diep religieus
besef?
9 Waarom enerzijds de hang naar zekerheid en evenwicht
en anderzijds van completer ontspanning
10 Is het diep religieuze gevoel zuiver van erotische drift dwz
geestelijke harmonie groter dan erotische harmonie.
11 IJdelheid der ijdelheden, zelfrechtvaardiging of machtswellust
12 Plezier in leiden en lijden
13 De haast ongelofelijke snelle aanpassing aan nieuwe omstandigheden,
fataliteit
14. Voortdurend bezig te zijn met de waarom?
15. Waar hoe ik me zelf voor de gek?
16 Waarom geen water bij de wijn willen
doen?
17. Geestelijke warmte boven menselijke warmte ?
18 Met gedachten vaak
hak op de tak springerig, maar toch willen blijven volhouden
19. Angst voor het op papier zetten?
20. Niet of zeer moeilijk kunnen accepteren van regelmaat?
21 Steeds zoeken naar nieuwe prikkels. Seksuele drift, handhavingdrift
m.i. minder belangrijk dan de hang naar een "hoger"iets
28 Waarom aversie tegen geheimhouding ?
Ik herinner me niet de antwoorden, maar het waren in feite retorische vragen, waar het antwoord reeds in zat opgesloten
3 april in dagboek : met grote letters : Begin: Nieuw leven van werken, musiceren,
tuinieren, tennissen, plan Ararat , plan Sauerland, Psychologie studeren,
Reorganisatie Onderwijs en wetenschap
Geologisch Instituut Amsterdam
4 april Weer volle dagen op Instituut
8 april Mattheus Passion gehoord: " Jesus schwieg der falschen Lugen stille"
. Ter navolging.
10 april Installatie tenniskanon door Hughes oud Nederlands
Tenniskampioen op onze tennisclub, grotendeels door mij bekostigd.
12-26 april kartering met 1e jaars in de Ardennen

Ardennen kartering vlnr Van Gorssel, Willemsen, Tom de Booy, Bodewes, Uiterwijk, Voermans, Drucker
26 april Bij terugkomst van de Ardennen kartering zie ik Kees Egeler op de trap en zonder iets te zeggen loopt hij door.
27 april gevraagd voor professoraat in US.
29 april brief van Universiteit van Illinois met verzoek voor
professoraat.
22 mei Brief van Egeler aan Hermes voorzitter Geologie vakgroep. " Wat
betreft eventueel advies dat jij als voorzitter aan Presidium van de curatoren moet
geven is het misschien het best het conflict situatie binnenkamers te houden of
althans niet te gebruiken als hoofdargument waarom Tom naar Amerika zou moeten
gaan. Dit is in tegenstelling tot wat wij oorspronkelijk hadden besproken! Een
argumentatie dat het altijd vruchtbaarder is voor een "jong onderzoeker"elders
ervaring op te doen en tevens dat buitenlands voor dit type zeker gewenst zou
zijn. Hoogst zo je aan het eind nog een opmerking kunnen maken dat het voor
betrokkene goed zou zijn om in de gelegenheid gesteld te worden enige
distantie te nemen. Dit n.a.v. advies van Jan Bodenhausen. Een andere
kwestie is
uiteraard een desbetreffende persoonlijk gesprek bij prof Punt als dat nodig zou
blijken. Ik weet namelijk niet of dergelijke kwesties in de faculteit worden gebracht.
( deze brief trof ik aan op het bureau van Keee Egeler en heb deze in der haast
overgeschreven, wel een bewijs dat ze er wel brood in zagen om mij te lozen)
23 mei om 3.00 uur een open discussie waarin vertegenwoordigers van de wetenschappelijke
staf worden voorgesteld . Voor onze vakgroep zijn dat T de Booy
en D van Harten.
24 mei brief van Universiteit van Illinois waarin ze goede aanbevelingen hebben
gekregen van prof van Bemmelen en prof Rutten uit Utrecht. Ze bieden een
jaarsalaris van 14.000
dollars
24 mei brief van Vader waarin hij zegt dat de baby van mijn zuster Maria
het niet
goed is gegaan navelstreng om hals en gestikt.
In mei gewerkt voor Ned. Aardolie Maatschappij: Detritus onderzoek van
sedimenten van het Rotliegendes (reservoir gesteenten voor gas en olie) in de
ondergrond van Nederland
1 juni brief uit Illinois met definitieve aanstelling
begin juni huis verkocht Prinses Marielaan voor f 140.000
16 juni zeer zware dag : overlijden van verbintenis Egeler-De Booij
23 juni hypotheek genomen van f 80.000 voor huis W.P.laan
7 juni vraag aan het presidium verlof om naar US te gaan
8 juni vergadering wetenschappelijke staf met als voorzitter de Booy. Het instituut
moet uit de impasse, veroorzaakt door onderlinge tegenwerking op alle gebied
gehaald worden. Hiertoe is de volle inzet van betrokkenen nodig. Door de
Booy wordt voorgesteld tot een inventarisatie van onderwijs en wetenschap.
Aparte stafleden voor de hoogleraren : Dooyes : afd Hospers, Buisonje: MacGillavry,
Lodder: De Roever, Roep: Egeler, mej Geel :Hermes
27 juli krijg ik antwoord van het presidium dat verlof is toegestaan van
1 sept
1966 tot 1 sept 1967 per maand 500 gulden salaris
3 augustus krijg ik een brief van een geoloog uit Berlijn met complimenten over
mijn idee, dat er vroeger sedimentatie plaats heeft gehad op een sialische korst.
Vroeger dacht Prof Stille dat er een vergroting was van de sial korst, nu is mijn
theorie dat het juist wordt opgegeten door de simatische korst.

Adrienne met haar drie kinderen aan boord van de Statendam op reis naar New York
10 augustus briefkaart van Adrienne aan boord Statendam: Lief je
telefoontje. Ik heb echt zin weer opnieuw te beginnen Je t'aime beaucoup zoentje
Adr.
Let wel het is voor Adrienne een hele opgaaf geweest om zonder mij ons huis te
verhuren, alles te pakken voor de reis naar de US dan met kinderen de overtocht
per boot en vervolgens met trein van New York naar Champaign-Urbana . Het
inrichten van een nieuw huis etc etc Dit alles als haar man met zijn
studenten ruige tijden beleeft in de Franse Alpen met zijn studenten. Zeer
bewonderenswaardig. Ik denk niet dat veel vrouwen dit zouden pikken..
In de zomer staat in het clubblad van de tennisclub van Baarn
Het tenniskanon mompelt:
... dat het zich eenzaam gaat voelen na het vertrek naar Amerika van de Heer
de Booy.
....dat het de Heer de Booy en gezin node een jaar zal missen
De kartering in Franse Alpen in de omgeving van La Martre. Ze dachten even de Booy te ontgroenen, maar het liep anders net werd een nogal onstuimige boel. We reden als gekken langs de wegen volkomen onverantwoord.

De karteringsgroep in d e Franse Alpen, vlnr. Griep, Samploniius,
Bartels, de Haas, Windt, x, Loes Mallee, Dick Winnubst, x.
We gingen soms met zijn allen op vakantie van La Martre naar St Tropez. Onderweg ontmoeten we twee franse meisjes waarmee ik op onderstaande foto poseer. Niets was te dol, was de stemming. Met Dick Winnubst lagen we op de grafstenen van de lokale begraafplaats in de maannacht.

Links: Twee Franse meisjes die we onderweg naar St Tropez ontmoeten. Rechts: Loes Mallee voor haar tent

De groep voor een rotsformatie in het karteringsgebied, vlnr Barelds, Tom de Booy, Co Griep, Loes Mallee, Kees Windt, x, de Haas, Samplonius, Dick Winnubst
15 augustus briefkaart aan Adrienne in Amerika vanuit La Martre" Je bent wel
erg ver van me weg, maar ik geloof dat deze 6 weken voor ons van essentieel
belang zijn .Iets geheel vernieuwds op te bouwen. Alles opnieuw te
beginnen met een ontspannen geest dan pas kan heel diep contact tot stand komen.
Tot 1 september. Wat een belevenis. Veel heel veel zoentjes en nog veel meer Tom amour
22 augustus Briefkaart aan Adrienne. Ik begin heel veel naar jullie en jou
te verlangen,
maar wat ik hier heb meegemaakt deze 6 weken is overweldigend Een hele grote geestelijke schoonmaak. Gisteren kwam Kees aan
voor controle. Zeer ontspannen ben ik naar hem
toe gegaan. Hij was eerst uiterst zenuwachtig maar het verdween geleidelijk.
Hopelijk loopt alles goed af.
Begin september kom ik dan per vliegtuig aan in Champaign-Urbana. Begin met colleges te geven in een volstrekt nieuwe omgeving,
13 september koperen bruiloft met toneel stukjes en veel telegrammen van thuis front

Links: Ons huis aan de Pennsylvania Avenue in Champaign-Urbana. Rechts: Het gezin weer herenigd

Links: Op het grasveldje van ons huis met onze drie kinderen. Rechts: De kerk recht tegenover ons huis. Dikwijls kwamen tennis- en voetballen op het dak van de kerk

Links: Op bezoek bij de familie Noorman in Chicago. Geheel rechts Paul Noorman waar ik later mee te maken krijg bij de besprekingen van mijn ontslag in 1970 Rechts: In de tuin van de familie Noorman vlnr Adrienne, vrouw des huizens, Jan Maarten, Mauk

Links: Tijdens een bezoek aan een park ergens in de buurt van
Champaign-Urbana. Rechts: De campus van de Universiteit Champaign-Urbana.
Adrienne met Mariette en Mauk
26 september aanbieding om als lector te komen in Utrecht en later
eventueel opvolger van prof de Raaf .
10 oktober krijg ik een brief van Prof van Bemmelen.
Het belangrijkste deel van je brief is echter je reactie op de mogelijkheid
naar Utrecht te komen. In eerste instantie gaf ik je gelijk en ook Luus die
ik dat deel van je brief voorlas. Wij begrepen je persoonlijk engagement in
Amsterdam het zou je het gevoel geven in dat milieu iets niet afgemaakt te
hebben. Het zou je en onbevredigend gevoel geven. Zelfs de gedachte van "desertie"zou
bij je komen kunnen opkomen . Begrijpelijk , bezien van de emotionele zijde van
jouw persoon. Maar als buitenstaander zie ik misschien ook duidelijker de
andere zijde, de emotionele zijde van de partij (en) waarmee je in Amsterdam te maken hebt. Je schrijft wel dat je je verzet tegen een
verouderde systeem
en niet tegen bepaalde personen dwz dat je bij het overwinnen van dat systeem
niet verbitterd zult zijn tegen die personen, die steeds geprobeerd hebben je
neer te halen, Zij kunnen er niets aan doen, want zij zijn slechts producten
van dat oude systeem "Alleen wanneer ik deze instelling voortdurend kan
opbrengen, dat wil zeggen met een ontspannen geest, heeft het effect en is er men
er mee gediend"schrijf je. Maar Tom je moet inzien dat als het voor jou al
moeilik zal zijn om objectief te blijven, het voor de anderen - die daar niet
eens naar streven - helemaal niet mogelijk is. Zij veranderen niet! Zij moeten op
den duur"uitsterven"en door anderen vervangen worden.. Vergeet niet dat jouw
idealen en jouw strijd al duizenden jaren oud zijn. Dat de "collectief-psyche "van de mensheid (Jung) maar langzaam
groeit en nu misschien net z'n
"puberteitsfase" ingaat, daarboven uitstijgen de individuele idealisten, die
deze groei bevorderen. Het hoogste lichtende voorbeeld was Jezus die het echter in zijn tijd
reeds meedogenloos aan de stok had met de hypocrisie van de farizeërers! Wanneer jij in Amsterdam blijft zou je daar een geestelijke
kruisdood tegemoet gaan ! Is dat goed ?? Wij mensen hebben een multiple
verantwoordelijkheid in ons leven, die wij tot een harmonisch levenspatroon
moeten laten uitgroeien. Verantwoordelijkheid jegens de eigen persoon onze "indwelling
Christ"tegenover ons gezin, ons werk, onze natie, de mensheid als geheel de
schepping! Waneer jij naar Amsterdam teruggaat, Tom dan verlies het
evenwicht in je levenstaken. Je laat teveel je idealen prevaleren en doet daar
door te kort aan andere zaken en mensen. Ik denk daarbij aan je vrouw en
kinderen! Ik heb in zo'n geval voor mij zelf eens de vergelijking met Don Quichotte getrokken (Ik
ben pacifist) maar kon in de oorlog tegen Japan geen
dienstweigeraar worden. Je idealen kan je ook bij ons dienen en vermoedelijk
vind je bij ons een vruchtbare bodem. Je hebt in Amsterdam een stoot in de goede richting gegeven. Laat je dat tot voldoening stemmen
maar meen niet dat
jij in je eentje die mentaliteit in een paar jaren de wereld uit kunt helpen. Dat zou zuivere hoogmoed zijn! Het kan wel zijn dat de zittingsperiode
4 jaar is, maar als jij naar de een ander instituut verhuist, vinden zij daar daar
heus wel een ander die jouw plaats zal innemen. Je bent nu toch ook reeds
een jaar naar elders verhuisd! Tom ik raad je ernstig aan het aanbod van de Raaf
aan te nemen. Overleg dit met je vrouw schrijf me eventueel meer over
je motieven. Het moet natuurlik een rijp besluit van jou zijn Je verdere
leven zal daar diepgaand door beïnvloed worden. Met onze beide hart. gr. van Bemmelen
27 oktober schrijft de NAM dat mijn rapport over het Rotliegendes in Nederland goed is ontvangen en waardevol materiaal bevat.
Vermogen 1-1 1967 Huis WP laan f 110.000 etc totaal f 161.369; schulden etc
f 69.144. Zuiver inkomen 1966 f 92,225
Salaris Amsterdam f 23.151, Illinois f 13.999.97, Ned Aard My f 4140,-
Dagboek 1967
Brief die ik aan mijn studenten in Amsterdam heb
gestuurd
tijdens mijn verblijf in Urbana
2 jan 1967 (in het jaar der revolutie)
Beste derde jaar (Barelds,Griep, de Haas, Mallee,
Samplonius, Winnubst, Windt en aanhang Kampschuur en Wittink
Hier dan eindelijk iets uitvoeriger
betreffende mijn belevenissen aan een Amerikaanse Universiteit. Het is een hele
ervaring geworden niet zonder de gebruikelijke decepties. Het systeem is hier te strak, te
weinig. tijd voor de studenten om te
denken. Ze zijn allen doodsbang voor hun grades aan het eind van het semester (Cijfers). Krijgt een student 3 zessen dan
ontvangt hij een beleefd briefje van de Universiteit (dwz van de computer) dat
hij helaas niet meer kan worden toegelaten
voor het volgen van colleges van het nieuwe
semester. Het gaat hier keihard. Dit heeft tot resultaat dat alle studenten.
precies doen wat de hoogleraren willen ( in zover niet zoveel verschil met
Nederland). Er heerst dus in plaats van vrijheid terreur. De studenten zijn
doodsbang om iets verkeerds te zeggen. Ze houden liever hun mond en proberen
boven alles buiten schot te blijven. Ze moeten keihard werken zoveel dat
ze geen tijd hebben om het te laten bezinken. Ze krijgen huiswerk en moeten op
de colleges verschijnen. Als ze een aantal mailen zonder reden op te geven
verzuimen vliegen ze eruit. Hier gaan jullie oren misschien van tuiten. Nee als
je dit allemaal van nabij meemaakt dan is het nog heilig aan onze universiteit,
een ding kennen ze hier gelukkig niet nl de goddelijke positie van de
hoogleraar dwz zijn prestige van deze kaste is hier niet. Ze hebben hier wel
macht (zie boven) door het zwaard
van onvoldoendes maar hun aanzien is niet zo
overtrokken als in Nederland..Trouwens de Amerikaan :in het algemeen kent
niet onze klassenstrijd als in Nederland die we in Nederland voeren, er is
alleen iets zeer ernstigs aan de gang nl door het opvoeren
van de efficiency ( en dit is hier bijzonder groot, computer etc)
krijgt men automatisch een vermindering der noodzakelijkheid van communicatie.
Er is hier een schrijnend gebrek aan menselijke communicatie, alles gaat via de mechanische weg. Het komt dus voor dat je dagen
niemand spreekt, terwijl je in de campus leegt met 30.000 studenten.
Niemand weet eigenlijk van elkaar wat men doet. De wereld van Aldous Huxley begint hier al vaste
vormen aan te nemen. Het is de abstracte BIG BROTHER die regeert. Als je klachten
hebt dan kan je je eigenlijk tot niemand wenden iedereen
stuurt je door naar een ander, we mogen daarom blij zijn
met Van Halls, Jelles etc. want dan is er iemand waar je tegen aan kan schoppen,
in de hoop dat daardoor betere communicatie zal ontstaan. Het is dus
bijzonder nuttig om te zien dat bij
het verhogen van de efficiency je er niet komt integendeel dan kom je op een dood spoor. Hoe dan wel weet ik ook
niet maar dat is juist het positieve van onze aanval
nl dat we negatief zijn. Deze negativiteit is absoluut noodzakelijk om uit te vinden hoe het dan wel moet. We
moeten blijven vragen aan ons zelf en aan anderen waar hem de schoen
precies wringt. Dit kan echter
alleen door eerst een diagnose
te stellen dat kan je alleen maar door onbevooroordeeld feiten te
verzamelen of die nu ongunstig of gunstig uitvallen doet niet
ter zake.
We moeten alleen de feiten verzamelen. Daarvoor is veel nodig. Dit is dus de
vicieuze cirkel waarin ze hier ook gevangen zitten. Helaas blijkt dus
proefondervindelijk de enige weg : de provocatie. Er zit niets anders op.
Niet uit ethische principes van idealen, onsterfelijkheid, eer, moed en
heldendrang, het plaatsen van een nieuw systeem (kant en klaar ) is alleen
mogelijk indien men niet de pretentie heeft het nu wel te weten. Niet het
vervangen van het oude systeem door een nieuwe maar te onderzoeken wat van het
oude systeem de grondfout is en proberen te onderkennen en te erkennen. Het is
dit laatst dat de oudere garde helaas niet meer op kan brengen. Wij moeten het
wel opbrengen anders is alles weer verloren, dwz we moeten dus constant
revolutie maken dwz bereid zijn ook: tegen ons zelf. Steeds onder ogen willen
zien de eigen tekortkomingen. De onrijpheid
de menselijke geest is zo over duidelijk.
We zijn nog niet toe aan een collectief bewustzijn. We moeten eerst erkennen dat we nog niet
zo ver zijn als iedereen wel beweert, ook wij zelf niet. Deze arrogantie der
geest is levensgevaarlijk want dit roept weer nieuwe spanningen op. Het streven moet een van
de allergrootste souplesse,steeds weer zoeken naar nieuwe mogelijkheden, net zo lang er weer een min
of meer leefbare is gevonden die dan ook wel weer zal verstarren, etc etc
.Het is alleen geloof ik van belang om in te zien,dat er niets anders op zit dan een
grondige analyse te verrichten van
ons leef patroon. Voor ons dus in het bijzonder het
leefpatroon aan de Universiteit.
Bij het onherroepelijk aan het daglicht komen van de tekortkomingen moeten. we echte:r goed realiseren dat we niet tegen de personen vechten maar tegen het
verstarde patroon. Dit laatste is geloof ik het
moeilijkste een haast onmenselijke opgave want enerzijds moet je de mensen aanvallen en aan de andere zijde moet je ze als mens accepteren, en
respecteren. Dit vergt innerlijk discipline
en het onderdrukken van de zo menselijke rancune gevoelens. Het zijn
door deze gevoelens te sterk te laten maken
dat de revolutie altijd zijn eigen kinderen verslindt. Maar als je hier in een soort
verbanning leeft, denk je over over deze
dingen veel na en zie je het misschien meer van een afstand en hopelijk iets
objectiever,dan dat je er
zelf in zit.
Laatst heb ik op een faculteit vergadering
precies dit alles wat ik er van dacht kunnen spuien. Tot mijn verbazing namen ze het heel goed op. Misschien van laat die buitenlander maar
lullen, maar. ik geloof toch ook dat ze opener zijn
voor·suggesties dan de verstarde calvinistische paternalistische geest onzer
autoriteiten. Het probleem was het
gebrek van communicatie tussen de faculteitsleden. Daar was net een lijvig rapport van 50 bladzijden verschenen. Ze zagen geen oplossing. Ik heb toen een oplossing aan de hand gedaan die veel bijval en
hilariteit:ontving, de studenten de gelegenheid geven te revolteren
en de faculteit staf aan ·te vallen.
Hierdoor zal een wonder geschieden namelijk,. dat de faculteitsleden een zekere lotsverbondenheid zullen voelen en zullen
communiceren (zie politieke partijen in een oorlog).Mijn felle betoog had echter
direct resultaat namelijk jongere en zelfs enkele faculteitsleden voelen zich na
ook geroepen om hun gal te spugen. Het had tot resultaat dat de vergadering (150
man) een uur zeer vruchtbaar van gedachten wisselde, de stemming was zelfs zeer
goed te noemen, wat dat betreft nemen ze het ontspanner op. Op
geologisch gebied valt hier weinig te zeggen, aangezien ik nauwelijks
contact heb met andere geologen .Of ze hebben geen tijd of vinden het lastig. Wel maakte ik enkele zeer fraaie excursies. Langs de Mississipi vallei en
in de omgeving van San Francisco. Tussen de semesters gaan we naar
Florida voor 2 weken, niet gek. In het voorjaar mag ik een lezingenserie houden aan enkele Universiteiten aan de oostkust. Half juni ga ik dus
naar het westen, Canadese Rockies en de pacifische kuststrook
rond San Francisco.
Ik denk nog aan de zomertijd Het was het leventje
wel. Hoe was jullie adaptie vermogen om te wennen in de
enorm verzeikte wereld ( hier maak ik een tikfout maar zo is het eigenlijk
nog beter).Gisteren hoorde ik de conference van Wim Kan. Zeer goed was de
analyse van
Harry Mulisch betreffende de reeds bij ons gesignaleerde regenten mentaliteit.
Deze ziekte is zo hardnekkig. We kijken te veel naar het ongeneeslijke
virus professorites en zien niet dat er een even venijnig virus is: de
stafitus, de studentitus
doctoralis, studentitus candidandus en zèlfs het virus provoitus. Laten we dit met alle kracht erkennen en bestrijden. Maar ja. het allersterkste
virus is zal ook nog wel heel blijven de IKITUS. Zo dat is dan weer dat. Zelf
kom ik weer met goede moed en hopelijk niet ontvreemd or displaced in september terug in Amsterdam. Ik kreeg een aanbieding om in Utrecht vaste
medewerker te worden van Prof de Raaf (sedimemtologie) en ik kan hier nog
een jaar een hoogleraarschap vervullen aan de San Diego Universiteit.
Maar uit al het bovenstaande hebben jullie misschien wel begrepen hebben
waarom ik dit niet heb gedaan. Niet uit
ethische redenen maar gewoon uit zuiver
egoïstische. redenen. Ik heb al
plannen voor excursies in. het najaar 1967 Sauerland. Veel weekends. Misschien
subsidie hiervoor te verkrijgen bij ZWO, Molengraaf of Universiteits fonds. Ik zal al mijn best hiervoor
gaan doen. Tevens zal ik de directie van ons Instituut vragen of
ze dit Sauerland plan willen erkennen en dus de auspiciën op zich willen nemen.
Indien niet dan is dat heel jammer maar gelukkig is de zaterdag en zondag nog een tijd dat de Universiteit niet veel
over ons te vertellen heeft.
Dan nog een allesoverheersende vraag. Hoe gaat het met de Provobeweging?
Jullie zouden me een groot plezier doen om zoveel mogelijk literatuur op
te sturen. Ik moet aanstaande dinsdag een lezing houden over de ontwikkelingen
in Nederland. Dit voor een aantal studenten die er veel belangstelling voor
hebben Nu jongens de mazzle, je Tom
8 januari Brief van mijn moeder
Lieve Tom, dit wordt waarschijnlijk een "provocerende" brief, maar daar kan jij
ook tegen. Ja 't woord "provo "is hier in Holland al veranderd, verouderd
zou ik haast zeggen want 't alleen omver trappen en vernielen wordt overgelaten
aan de veel jongeren maar de andere die we aldoor op TV meemaken hebben
zichzelf begrepen dat zij hun mening willen formuleren maar niet lukraak "leuzen
" de wereld in willen gooien, die zij eigenlijk niet doordacht hebben. Zij
zijn nu sterk "betrokken": bij alles wat er gebeurt ondervragen elkaar bv ben je
vóór of tegen religieuze opvoeding in de jeugd en ben je voor religie, het is
zoo eenig om mee te maken hoe zij zich uiten ook over opvoeding die hun ouders
hun gaven de school opleiding, het Koninklijk huis ja maar wat dan een politiek
president met alle ellende van dien? de Regeering is waardeloos. Ja maar geloof
je niet dat elk volk de regeering heeft die bij hem past en daaruit voorkomt wij
hebben geen grote mannen die ons over alles hebben nagedacht dat zij werkelijk
een diepgaand gevoel oordeel kunnen geven. Ja maar toch moet er veel veranderd
dat is waar. Neen (zei een heel leuk jong meisje) 't moet zijn als in 't gezin,
in het gezin moet ook orde heerschen en iedereen zijn werkelijke vrijheid en
rust krijgen om daarin zich zelf te ontplooien daar is de orde een noodzaak net
als in onze maatschappij het kinderachtig dat juist om over boord te willen
smijten. Natuurlijk wordt er op 't ogenblik fouten gemaakt in de ordehandhaving
en wij de jeugd zullen daar tegen opkomen maar daar moeten wij van te voren over
gedacht en gepraat hebben 't is zinloos zooals veel is gedaan dat is nu ook een
overwonnen standpunt. Ook de schutting woorden en grofheid wordt door de veel
jongeren toegepast, je zal zeggen Mulisch Jan Cremer en nog meer frissche
lieden. Maar dat brengt toch geen diepe verandering, dat is ahw een uitleven
van een gemis in jezelf. Ja deze tijd schudt vele sterk wakker maar hoe langer
hoe meer merk je hoe weinig je echt diep op 't probleem ingaan en hoe weinig
goed naar anderen luistert die een andere mening hebben dan zou je 't altijd
alleen van je eigen kant zien en daarbij ook niet "ruimte"geven voor de ander.
Jij en ik maken ons veel schuldig aan dat wij iets poneren waar we niet heelemaal achter staan en de ander wordt over het hoofd gezien wordt niet
echt naar geluisterd. Ik vind van mij zelf onvolgroeid, wij kunnen toch
aldoor leeren van de ander als zijn wij 't niet met hen eens? Zij moeten
nemen zoals we zijn en wat heb je eraan 't etiket "Revolutionisch "op je pet
hebt staan terwijl je in je wezen niet duidelijk hebt kunnen maken wat je
werkelijk bedoelt, iedereen lacht dan een beetje en loopt om je heen waar blijft
dan 't werkelijke contact maar ook dat gooi jij opzij, denkt alleen t kunnen
blijven staan en "what is the use of it , iedereen af et stoten om in je eigen
cirkeltje te blijven?Als je het hier in Holland meemaakt zou je juist genieten
van dat contact van de jongeren, alles wordt bekeken en omvergehaald en behouden
wat zjj waardevol vinden. Je moet op 't ogenblik "wide awake"zijn om
te zien en
te voelen wat er gebeurt en niet zelf met leuzen aankomen zoals de onzin die je
aan vader schreef "de geestelijke (ja ) revolutie zal voltrokken moeten worden
anders worden wij door Chineesjes of A-bommen vernietigd.". Alsof het een
werkelijk met 't ander zoo in één zin te maken heeft, 't gaat zeker om de
geestelijke instelling in alles, maar de wereldvraagstukken zijn zoo
gecompliceerd geworden dat je dit niet in één zin meer kan zeggen verder gaat de
je brief "maar jullie schijnen dat laatste liever te verkiezen en stokstijf vast
te houden aan de zgn orde en zgn gezag " . Denk niet dat wij als ouders geschokt
zijn in die zeer werkelijk ondoordachte brief daar zijn we wel overheen, wij
interesseren ons wel voor 't mens Tom de Booy en zijn gezin en al denk je dat
heelemaal niet meer nodig te hebben 't geeft misschien zo nu en dan toch warmte
om te weten dat er mensen zijn die echt in jou als mens geïnteresseerd zijn en
van je houden. Het is voor mij moeilijk om te merken dat je Vader a.h.w. opzij
schuift omdat hij op die manier ideeën heeft veel gematigder en overdachter maar
daar luister je niet naar, net zo min naar anderen die 't niet met jou eens
zijn. Als dat werkelijk bij die geestelijke revolutie zou horen dan zouden we
graag naar je luisteren en samen uitwisselen wat wat wij daar ook over gedacht
hebben je moet toegeven dat 't kinderachtig is zoo'n houding en niemand 't dan
de moeite waard vindt om met je te praten er er dieper op in te vragen. Praat
niet over "kastes": ook een ouderwets begrip er zijn menschen en menschen om je
heen daar heb je een open oog en open hart voor en dan ga je veel begrijpen
waardoor de "geestelijke" revolutie groeien kan. Ook bij 't woord "beschaving"
zit jij boven op de kast maar er is een innerlijke beschaving die egards heeft
voor een ander en de ander plaats ruimte gunt en vrijheid, deze brief zal je
misschien opzij gooien met "zij snappen er niets van "neen misschien snappen wij
ook niet wat er werkelijk in jou omgaat misschien is het alles te veel gebaseerd
op je uitingen zoals men telkens weer de fout maakt om zoo over anderen te
oordelen. Jij die in je werk telkens weer zoo "nieuw" moet staan tegenover de
problemen en dat zo goed en logisch kan. Waarom, waarom niet in je gevoelsleven
waarom dan zo vluchtig en fel a.h.w. als een gewond dier? Ik weet 't niet en
begrijp 't niet, misschien als ik met je praatte zou ik het anders aanvoelen,
maar als jij gelijk wilt hebben dan is er geen praten geen uitwisseling mogelijk
dat vermoordt elk contact. Het is eenig dat je de dingen nieuw wilt zien
en open wilt staan, maar dan ook elk moment en voor elk mens, elk ding. Nu hou ik
op ik zou dit alles niet geschreven hebben als ik niet diep in geïnteresseerd
was dan zou ik ook alleen, maar mijn schouders ophalen, maar nu gaat 't mij diep
maar de uitkomst van deze brief tegenover mij kan mij niet schelen daar heb ik
al te diep voor verwerkt, Dag 't beste voor jou en je 4 dierbaren, je M.
Het derde jaar antwoordt op mijn brief van 2 januari op 20 januari 1967
Beste Tom (geil aapje!)
We hebben je vijgenblaadje ontvangen; we lopen meer
naakt. Gelukkig bleek uit je brief dat jouw provocerende geest niet ingeslapen is
en dat het perfide USA geen merkbare invloed op je gehad heeft dan een verscherpt
analytisch vermogen! Wij hopen dat het verschrikkelijke monster van Illinois
geen levenslang krijgt in de perverse wereld van de Amerikaanse perfectie. Het
Geologisch Instituut staat er nog steeds, niets is veranderd of beter, alles is weer
heerlijk ingedut ,- gemaft, - gesust enz. De kleine commissie vergadert nog
steeds (2x per jaar ) met koekjes en thee. Lekker knus. Loes en Sam zitten in het
G.V. bestuur maar Sam is vanmiddag gewipt wegens te absolute negativiteit;
door Langenberg (corps ) en consorten. Kees Windt komt in de plaats. Kuipers en
Bodewes zitten ook in het bestuur (slappe lullen ) De proffs zijn nog even
minzaam als altijd. MacGillavry vertrokken naar Hawai. Voet getrouwd, Zeck
getrouwd, De Haas verloofd, Dik Winnubst leeft in concubinaat. Sam naait
alles wat hij te pakken krijgt. Barels onbekend. Griep niet. Hospers is een
enorme lul, groter dan alle anderen bij elkaar (enorm conservatief en streberig). De Roever nog steeds een zijige pillenslikkende intrigant. Voet en
Bogaarts zijn gepromoveerd. Het mentoren systeem functioneert niet door apathie,
behalve Buisonje. De koffietafel is gedegenereerd tot professoren en een groep
kut en lulslikkende oudere jaars punt. We hebben een excursie in
september gehad olv Egeler en de Roever waarbij de proffs constant
het principieel niet met elkaar eens waren. Nu over Amerika.(...) Wij
zullen je allemaal binnenkort persoonlijk en uitgebreid schrijven over onze
diepste gevoelens aan jou. Bloot leggen (Life uitzending). De communicatie
onderling is erg slecht omdat iedereen te individualistisch is. We noemen het zo
maar het is egoïsme : IKITIS PROVOCALIS. Uit Frankrijk zijn we allen fysiek goed
aangekomen, maar seksueel uitgehongerd alleen Loes niet! Die Loes toch. Moment
opname : bezig aan derde schuimend buikje. Provo is dood. Leve Provo! Leven de
lieve revolutie. Provo is een Instituut geworden. De S.V.B. was erg actief n.a.l.
van het Beurzenbeleid. van I.A. Diepenhorst en de beknotting van de uitgaven
voor het Universitair onderwijs. In september is een enorme demonstratie geweest
in Den Haag. Tot het Binnenhof doorgedrongen waar een enorme rotzooi
ontstond (Rookbommen enz). De kranten spraken er schande van want nu bleek toch
wel duidelijk dat studenten Rood Tuig zijn Het image van de student verandert.
Heb je nog een lekkere anus? Hopen je weer genoeg geprovoceerd te hebben smeken
wij God's zegen over je af, groeten en omhelzen wij je hartstochtelijk.
Het derde jaar.
18 januari gaan we met de familie naar Florida, lekker naar de zon, na zoveel koude dagen in Urbana. In Georgia hoorden we de eerste krekels. Richting Key west. Veel vissen. Zelfs een zandhaai gevangen, veel zwemmen. Zij ook naar het uiterste punt Keywest gegaan, waar we al zwemmend een Portugees oorlogsschip hebben gezien, een soort kwal, eigenlijk een poliep. We hadden ook een mooie tent mee waarin we sliepen. Indrukwekkend was ook het bezoek aan Cape Carnaval met de imposante raketten.

Van het koude Urbana naar de warmte van Florida

Genieten van warmte en de mooie palmen
Bij terugkomst vielen we met de neus in de boter. Er was een "ice storm" geweest. Op de bomen wordt een dikke laag ijs afgezet waardoor ze bezwijken. Toen ik met mijn racefiets terugkeerde na een partij squash kwam een afgebroken tak in mijn voorwiel . Ik brak mijn pols en moest geopereerd worden om het weer recht te laten zetten. Het was mijn rechterpols. Dus mijn colleges met veel moeite kunnen geven.

Onze boom voor het huis na de "ïce storm"
14 februari krijg ik een brief van een geoloog van de Rice University Houston Texas, die mij complimenteert met mijn theorie dat de oceanische korst jong is en dat de sialische korst er in is verdwenen, helaas ben ik het het tweede deel van de brief kwijtgeraakt dus ik weet niet hoe de geoloog heette
Dear Tom, I enjoyed meeting you at the GSA and was very pleased to receive the reprint that you sent me on the "Young age of the simatic basement in the present day oceans." I must say that I am in substantial agreement with your conclusion that the Alpine geosyncline was developed on a continental crust. I believe this to be true and I also believe that it must be hammered hard, particularly to North American geologists. The only major point of disagreement that we might have would be concerning the process by which the oceanic crust is developed in an area that was formerly continental crust. I have great difficulty in seeing how continental crust can sink to sufficient depth in the upper mantie to make it stand at either oceanic depth or become basified and more like a true oceanic crust. I am much more in favor of ideas more similar to Carey, who suggests breaking apart of continental crust with the rise of mantle material to form a new oceanic area. I believe you mention something like this in your paper. However, I got the general impression that you were perhaps more favorably inclined to produce oceanic crust by the sinking of the sial. I am quite in agreement with you concerning the major problem in tracing the Alpine orogenic belt through parts of the Mediterranean Sea area. It's quite clear that the deformational belt does not exist in the areas where the Mediterranean Sea is rather deep. I believe the conclusion is inescapable that new oceanic crust has been formed in these areas
9 maart tot 12 maart lezingen gegeven voor geologische studenten en staf van de Universiteit van Vermont
22 maart schrijf ik een brief aan Dick Winnubst waar ik
enkele zinnen van citeer:
"Mijn brief zal dan ook niet uit kritiek bestaan op de aan
mij toegestuurde notulen deze bewaar ik tot ik alle in en uit van de story 66-'67
heb gehoord (...) Ik kan je echter wel verklappen dat het voor mij bijzonder
moeilijk is geweest om me te beheersen en niet fel terug geschreven te
hebben, vooral aan het eind van '66 toen ik wat notulen ontving. Inmiddels zitten
we hier niet stil en vergaderen. Noorman en ik vrijwel maandelijks over de te
volgen koers. Onze plannen worden in de komende maanden nog verder uitgewerkt zodat
we hopen september 67 met een aantal voorstellen te komen. Ik kan je wel
verklappen dat deze feller zijn dan je ook zou durven dromen. Aan de top staat
echter dat er geen onderhandelingen mogelijkheid is over de naar onze mening
verrotte grondprincipes. Uiterste mobilisatie, uiterste beweeglijkheid, uiterste
souplesse in de herwaardering de oude ideeën en het testen ervan. Het verkrijgen
van nieuwe waarden is hierdoor alleen mogelijk. Snel mogelijkheden onder ogen
zien ook die nu ook, die nu niet zo welkom voor ons zijn zelf zijn, trachten
om los van zijn ego te komen door na te gaan waar we onszelf belazeren of we nu
niet dezelfde fout maken als onze voorgangers. Bij dit proces is het strikt
noodzakelijk de eigen ijdelheid onder ogen te blijven zien de eigen hoogmoed en arrogantie. Deze kunnen we nooit wegdenken we moeten deze
verdisconteren en helaas accepteren. Maar tegelijkertijd bij deze realisering is
het misschien mogelijk om genoeg mobiel te zijn om nieuwe grondwaarden uit te
vinden (die alleen als een soort werkhypothese moeten zijn wat al waardheid die
bestaat in onze onrijpe geest nog niet). De starheid, koppigheid,
vastberadenheid, stugheid, meedogenloosheid zijn echter nodig om elke
onderhandeling de kop te drukken met voze waarden die alleen voortgekomen zijn
uit angst uit behoud van het oude ter wille van eigenbelang. De vrees iets te willen
veranderen de medeplichtigheid of het mooie woord solidariteit. Des te
starrer we hier zijn des te mobieler kunnen we zijn voor het vinden van nieuwe
waarden het is juist deze paradox die door weinigen in zijn gecompliceerde
implicaties begrepen wordt. We moeten echter één zaak vooropstellen. we staan net
zo met het verleden als met de toekomst verbonden. De schouders zijn daarom wel eens
ongelijk en zwak om een goede stand te krijgen en moeten we wel eens de schouders
op een minder prettige manier behandelen maar dat doet niets ter zake. De
hoofdzaak is dat we begrip, respect moeten opbrengen maar tegelijkertijd hun
fouten gebruiken om iets te bewerkstelligen dat niet beter is, want dat zou
hoogmoedig zijn maar anders Dit anders vragen fysieke omstandigheden
van interactie van het tegenwoordige equilibrium onze beurt zullen we weer ten
dele vernietigd worden . Als we dan alleen overgebleven stukjes integreren is
er misschien een spiraal ontstaan(of toch een cirkel)./ Nu beste Dick tot zover
mijn gedachten, Tom".
Er komen studenten van de universiteit Berkeley in California op onze campus vertellen wat er allemaal is gebeurd tijdens de demonstraties tijdens hun campagne tegen de oorlog in Vietnam. Dit maakte op mij een grote indruk.

27 maart krijg ik in handen een pamflet van de studenten die acties voeren tegen de leiding van onze Universiteit. De president Henry weigert met de studenten in discussie. Er zijn ook acties tegen de in 1947 ingevoerde Clabaugh act. Het was een wet waar elke ambtenaar van de Universiteit van Illinois het verboden was om aan subversieve on-Amerikaanse organisaties deel te nemen. Het feit dat deze wet al 20 jaar nog steeds geldig was hebben we gedemonstreerd. Er was ook een beweging voor vrije meningsuiting " The Free Speech Movement" . Ik heb voor de studenten van deze beweging een rede gehouden Deze heb ik nog eens herhaald in mei .Dit heeft zelfs de pers gehaald. Dat mijn collega docenten hier niet erg blij mee waren laat zich gemakkelijk raden
De Booy Speaks at Luncheon;Describes
Rebel Dutch Youth
Thomas DeBooy, visiting professor of geology from Holland, spoke
to an informaI group lunching at Channing-Murray Foundation Tuesday on the
Provos movement in Holland. The provos are youths in
Holland who are rebelling against what they believe are the evils of
the older generation. Provo is a name ereated by a professor whieh means "provocative."
.DeBooy emphasized the gap between the older and younger generations and
explained some of the reasons for it. "The essential difference is that people are awakening in luxury whieh we and our parents
struggled to get. Young people now have the luxury to think but the older
people think they can take care of that too," he said.
Admires Today's Youth
DeBooy displayed a great admiration for the youth of today. He said they are
becoming aware of the world around them and they see a great deal of hypocrisy
in it. He, at 42, said he did not know exactly which generation he belongs with,
but mentioned he has been working with the provos for over seven years. He
stressed investigation of society as the proces·to be followed immediately. "The
most pathetic thing about investigation is that the young have more
awareness but at the same time they see how strong
their own animalistic drives are. They find in themselves the same
characteristics they hate in the older people," he said. His method for
improving society would be to abandon all stabilized patterns and try to work
with new ones. However. these new ones must remain easily changable, he said.
Mobility of the Mind
The Students for Free Speech (SFS) has demonstated his principle of changing
hypotheses, he said. "They will work with one hypothesis and then if they come
across new facts they will change their hypothesis. This mobility of the mind is
necessary".DeBooy's solution for the generation gap was not clear. First he
asked that the older generation try to understand the younger but he did not
want the youth to compromise their principles. Then he ended the speech with the
phrase "the best thing for happiness is bargaining." He said that when he first
came to the University in the fall he was disappointed because "everything
seemed quite dogmatic and conservative." But he saw the "mushroom" of student
activism spring up. However, he said the mush room is
quieting down, probably because of the grade pressure in the spring. -
April brief aan Dik van Harten van het Geologisch Instituut in Amsterdam:"Minder gunstig is de stemming op het instituut. Groot verschil met Geologisch Instituut. Volkomen los zand aan mekaar hangend. Geen enkel contact. Dit was natuurlijk in het begin een grote deceptie. Gelukkig nu aangepast dwz in het loshangend zand te passen als een anarchistische zandkorrel en mijn activiteiten te leggen in de studenten beweging. Wel begeven op glad en gevaarlijk ijs, maar je weet ik kan het niet laten. Enkele weken geleden is hier een beweging begonnen voor free speech vergelijk met Provo beweging bij ons, ik heb de studenten wel van advies kunnen geven met vergelijking met onze strijd. Het neemt hier nu een zeer positieve wending elke dag protestmeeting. Ik sprak voor een meeting waar ik een staande ovatie kreeg ( de ijdelheid werd helaas weer gestreeld) voor 100 studenten over mijn ideeën die veel ingang vonden. Vooral het idee van de confusion waarin we ons bevinden vonden ze heerlijk en dat deze confusion een herwaardering is en dat het een stap vooruit is. Morgen hebben we een communistische spreker uitgenodigd als test case. Arresteren ze ons dan zijn ze in de val gelopen net zoals de Amsterdams politie bij de witte fiets. Ik geloof echter dat ze wat dit betreft het hier heel wat slimmer zijn,. Ze zijn niet behept met de regenten mentaliteit. Zoals je ziet kan niemand zijn schaduw ontvluchten"vijand"van de staf en vriend met student. Er is helaas geen andere keus. Het woord "vijand"is nu gelukkig eenzijdig nl zij hebben me uitgestoten, maar ik blijf ze vriendelijk benaderen, heb eerder medelijden dan haat. Geen enkele rancune. Ik geloof dat ook om mijn schadelijke oude rancuneuze gevoelens jegens de staf van het Geologisch Instituut in Amsterdam langzamerhand aan het slijten zijn. Het zou dom zijn om te zeggen dat ze geheel verdwenen zijn, maar ik zie in dat het fundamenteel fout is. We vechten niet tegen personen maar tegen de verstarring van de oude principes en voor demobilisatie ervan". .
25 maart Aangestoken door radicale studenten heb ik ook
meegelopen in demonstraties tegen de Vietnam oorlog.
De eerste demonstratie tegen de oorlog in Vietnam was in Chicago. Martin
Luther
King
leidde zijn eerste anti-oorlog maart in Chicago op 25 maart 1967, en versterkt
de verbinding tussen oorlog en onrecht in het buitenland thuis:''De bommen
ontploffen in Vietnam thuis vernietigen ze de droom en de mogelijkheid voor een
fatsoenlijke Amerika'' Ook liep mee de beroemde dokter Benjamin Spock


Demonstratie in Chicago. Links. Lange man met grijs haar is Benjamin Spock. Rechts Met zonnebril en rode trui Tom de Booij
15 april De tweede was in New York. Met bussen zijn we vanuit Urbana met een aantal studenten naar New York gereisd. De demonstratie begon in het Central Park. Vandaar via de First Avenue naar het gebouw van de Verenigde Naties. .Onderweg werden we door tegenstanders van onze demonstratie bekogeld met tomaten en eieren. Bij het plein van het gebouw van VN hielden vele mensen vlammende speeches. o.a. door Martin Luther King en Stokeley Carmichael .Wat ik nog herinner was de uitspraak van Stokeley: Amerïca is a land of technicolor. They killed the red and used the black to kill the yellow".


Het begin van de demonstratie in het Central Park in New York 15 april 1967
Donderdag 18 mei houden de studenten in het gebouw van University Security Office een sit-in om daarmee te bereiken dat zij hun persoonlijke dossiers willen inzien. Ook ik doe mee aan de actie en haal daarbij de pers zeker omdat ik geen student maar een lid van de staf was. In the Daily Illini van 19 mei stond het volgende bericht: "Tom de Booy, visiting associate professor came in and said Ï want to see what they say about me. I'm interested I only want to investigate, not to make a diagnosis of the therapy, not to judge ".Het hoofd van de afdeling W.Thomas Morgan gaf echter geen toestemming om de dossiers in te mogen zien.
24 mei mag ik mijn ideeën over het onderwijs en mijn ervaringen van mijn verblijf spuien tegenover de staf van het Instituut. Dat ze niet bepaald gecharmeerd waren van mijn deelname aan de verschillende studenten acties hebben ze nooit onder woorden gebracht maar wel gedacht denk ik.
4 juni krijg ik een brief van het geologisch instituut van de Universiteit van Vermont om mij te bedanken voor mijn lezingen die ik daar gehouden heb.
"I am sorry I have not gotten around to
writing a letter to you since last seeing you in Amherst after our most enjoyable few days together. I guess I am not very efficient, but that should
mean according to your graph that I communicate better. It seems I have failed
at both.NeedIess to say your visit with us was the peak of our past year here at
Middlebury. The students are still talking about you and the Chemistry Dept.
still has not recovered from the enormous crowd you drew at your main lecture. I
went to their guest lecture several weeks after you left and only 22 people
were there. You have made a deep impression on all our students and Brew and I
will always wonder how we will be able to find another AGI visiting scientist
like you.
8 juni staat in de Daily Illini de volgende tekst met foto : OVERSIZE MEDAL Undergraduate students in his final class session as a : visiting associate professor in the department of geology in the University of Illinois presented an oversize medal to Tom Booy of ten Geographical lnstitute of the University' of Amsterdam. The medal, inscribed "Friends of the Pleistocene Drift · Award, 1967" bears' the slogan "Unconformity, Geology, Fraternity."

De trotse drager van de "oversize medal " die ik van de studenten kreeg op mijn laatste college
Aan het eind van mijn verblijf in Urbana heb ik mijn studenten uitgenodigd voor een barbercue in ons huis. Daarna ben ik uitgenodigd voor surprise partij door
studenten waarmee ik acties heb gevoerd. Adrienne zag dit feest niet zitten en
schrijft mij een memo die veelzeggend is:
"Als belangrijk punt op het ogenblik is om de tijd dat we hier nog zo
zijn zo
gelukkig mogelijk te laten passeren zonder elkaar verwijten te maken.
Onze gezamenlijke inzet zal zij om hier Vrijdag en picknick voor je als en de
mensen die je er bij hebt gevraagd. Hier wil ik echt iets bijzonders van maken
en voel ik dat ook echt wil en kan. Daarna wordt er ter ere van jouw een feest
gegeven en zie ik nu in n.a.v. gisteren ik nog niet rijp ben om me in een
dergelijke omgeving gelukkig te voelen en daardoor gefrustreerd raak. Het is daarom
het beste om zoveel voor jou als voor mij geen teleurstellingen te krijgen dat
jij (hoe ongezellig je het misschien ook vindt) alleen dit feest te geven . Het
verdriet wat we elkaar zouden aandoen als ik wel mee ging is waarschijnlijk groter dan het verdriet dat ik niet bij je kan zijn op zo'n belangrijk moment
voor jou in deze afgelopen tijd. Ik weet wel dat dit geen oplossing is voor de
toekomst maar voor de time being zie ik geen andere oplossing".

Barbercue met mijn studenten in de tuin van ons huis aan de Pennsylvian
Avenue in Urbana
Het feest 's-avonds was inderdaad niets voor Adrienne geweest. Het ging er behoorlijk wild aan toe. Op een bepaald ogenblik kregen we bezoek van de Hells Angels. We hebben ze hartelijk ontvangen en zo hebben ze in plaats de boel te verpesten van harte mee gefeest.
Als sluitstuk van ons verblijf in Amerika gaan op reis naar het westen. Omdat Mauk nog te klein was voor zo'n reis sturen we hem alleen per vliegtuig terug nar Nederland. We hebben een ticket voor hem geboekt met Canadian Pacific Airways van Toronto (Canada). In Schiphol is hij opgevangen door zijn beide grootmoeders in Aerdenhout, waar hij die 2 maanden schandelijk verwend is geweest. Onze tante Miep zuster van mijn schoonvader vond het schadelig dat wij Mauk alleen per vliegtuig hebben weggestuurd.

Onze reisroutes. In januari naar Florida. In mei naar de races van 500 mijl in Indianapolis. De 2 maandelijkse tocht van juni-augustus naar het westen van de VS
Adrienne heeft van deze reis een klein dagboekje gehouden, waarvan ik enkele gegevens uit citeer:Vertrek 8 juni uit Urbana, 9 juni Wichita falls, 10 juni Fort Davis, 12 juni Big Bend National park Rio grande, 13 juni Mexico grens Boquillas, 15 juni Painted desert, 17 juni Arizona Silver City, 18 juni Petrified forerst, Canyon de Chelly , 19 juni Horse ride canyon, 21 juni Monument valley, Grand canyon , 23 juni Tom omlaag voor 3 dagen naar de Colorado rivier , 25 juni Tom opgehaald. Hopi point, 26 juni Utah Bryce canyon, 27 juni Zion National park, Las vegas, 28 juni gambling Golden Nugget, 30 juni Los Angeles Mojave desert, 1 juli Disney land, Hollywood Beverly Hills, geslapen op strand, 2 juli Sand Bugging Sta Maria Pismo Beach,4 juli San Francisco,gelogeerd bij Leo Lebon en zijn vrouw, 6 juli mount diabolo, red mountains; 7 juli per vliegtuig naar Mt Whithey, 8 juli Yosemite park. 19 juli Happy Isles, Minor lake, 11 juli Twin peaks San Francisco 14 juli vertrek SF Anchor bay, 15 juli Red woods, 16 juli Oregon, 17 juli Washington Rain forest, 18 juli Victoria Canada, 19 juli Vancouver, 20 juli Suswap met Helicopter gevlogen, 25 juli afscheid fam.Weeler, Canadian Rockies, 26 juli Jasper, Columbian ice fields, 2 beren tent overhoop gehaald, 27 juli Banff, 29 juli Montana, 31 juli Tetons, 1 augustus Utah Salt lake, Provo, 6 augustus Kansas, 7 augustus St Louis- Urbana, 12 augustus met trein New York, fort Wayne,13-18 augustus New York, 19 augustus vertrek vertrek met MS Aurelia van New York naar Nederland.
Nog enkele herinneringen die mij zijn bijgebleven van deze prachtige reis en heb ik daarbij ook gebruikt gemaakt van het dagboekje van Adrienne. (Opgeschreven in april 2008). Hoogtepunten waren de reis door de prachtige ingesneden canyons .Naar de grens met Mexico. Kregen daar een klapband. Daarna naar Monument valley en Petrified Forest. De versteende bomen van 250 miljoen jaar oud. We kregen daar kapotte kogellager van de achterband. Het meeste indruk heeft wel gemaakt de Grand Canyon. Ik ben voor drie dagen alleen afgedaald naar de Colorado rivier. Een professor uit Chicago had mij gevraagd om gesteenten te verzamelen die lang aan kosmische straling was bloot gesteld geweest. Deze gesteenten zou hij dan in zijn laboratorium verpulveren in de hoop daar quarks te vinden de vermoedelijke bestanddelen van de kern van een atoom die uit protonen en neutronen bestaat. Op mijn vraag wat de elementaire deeltjes van deze quarks zijn werd niet op prijs gesteld. De meeste geschikte gesteenten voor dit onderzoek leek mij de toplaag van Precambrische gesteenten even boven de Colorado rivier bij de Grand Canyon, die door 600 miljoen jaar jongere gesteenten van het Cambrium discordant worden bedekt. Voor de afzetting van de Cambrische sedimenten zou het erosieoppervlak van het Precambrium misschien gedurende lange tijd bloot gesteld zijn geweest aan kosmische straling. Zo daalde ik langs een steil pad en kwam bij de Lodge van de Rangers bij de Colorado rivier. Ik heb daar twee nachten geslapen. De tweede dag ben ik langs de Colorado rivier gegaan om de precambische gesteenten bij de discordantie met het Cambrium te verzamelen. Mijn geologie professor Brouwer vertelde me eens, dat hij vroeger ook die tocht had gemaakt en bijna was omgekomen van de dorst. Er zit daaronder in de canyon vrijwel geen vocht in de lucht. Ik heb dus veel water meegenomen. Blijkbaar niet genoeg want ik dacht een lekker tomaat te hebben gevonden en wilde deze in mijn mond stoppen, maar het bleek een steen te zijn. Ik was dus al ver heen, totaal uitgedroogd. Met moiete heb ik de lodge van de Rangers bereikt. Helaas heeft het onderzoek van de gesteenten door de professor in Chicago niets opgeleverd. Een jaar later werd door Murray Gell-Mann de quark structuur van de atoomkern ontdekt en waarvoor hij in 1969 de Nobel prijs heeft gekregen. Van de Grand Canyon naar Las Vegas. Indrukwekkende waanzin. We hebben heel onverstandig de kinderen in het hotel achter gelaten en zijn Adrienne en ik gaan gokken in de beroemde goktent Golden Nugget. We hadden $25 aan fiches gekocht. Ik won veel en kreeg dan een gratis drankje zodat ik maar bleef zitten. Zo hebben we het tot 5 uur in de ochtend vol kunnen houden toen de laatste fiches door de croupier werden weggeharkt. Zelfs de WC juffrouw rende naar boven als er wat op haar schoteltje kwam om het weer gauw in een gokautomaat te stoppen. Zalen vol met eenarmige bandieten zoals de gokmachines worden genoemd. Bij de opening van een nieuw casino wordt bij wordt de sleutel als ritueel weggegooid, want de tent gaat nooit meer dicht. Van Las Vegas door de woestijn van Death valley naar Los Angels Hollywood, Disneyland, Sunset boulevard en de Pacifische Oceaan. Aan het strand geslapen. Langs de kust gereden naar San Francisco waar we bij de familie LeBon gelogeerd hebben. Leo vond Adrienne aardig en aan het zwembad hebben we heel wat leuke uurtjes meegemaakt. Overdag veel, geologie gedaan. Op een keer werd ik bijna gearresteerd want ik was ten noorden van de Goldengate bridge zonder het te merken op een militair terrein terecht gekomen. Van San Francisco zijn Adrienne enm de vrouw van Leo Lebon en de kinderen gereden naar Yosimity Park. Met een klein vliegtuigje zijn Leo en ik naar de Mt Whitney gegaan om daar een berg te beklimmen. De terugtocht was dramatisch. Het vliegtuig waarmee terug zouden vliegen.is even voordat we zouden gaan vliegen op het vliegveld verongelukt en onze piloot kwam daarbij om het leven. We zijn toen met een auto teruggereden naar San Francisco. Langs de kust richting Canada. Prachtige bomen die waarschijnlijk al 2200 jaar oud zijn en ook tot de langste bomen (100 meter) ter wereld worden gerekend. Via Oregon via een brug van 4 mijl naar Washington. Daarna met Ferry van Astoria naar Victoria in Canada. We ontmoeten in Vancouver John Wheeler een geoloog die ik tijdens een geologisch congres had ontmoet. Hij heeft ons meegenomen per helikopter naar de Purcell Mountains. De tocht leidde ons nu naar de schitterend bergen van de Canadian Rockies. Bij terugkomst van een tochtje bleek onze tent overhoop te zijn gehaald door twee beren, die zich te goed hebben gedaan aan spek en boter. We hadden nog pech met de carburator van de auto. Van Canada weer terug in VS via Butte de kopermijnen van Anaconda naar Yellowstone park waar we de Olf Faithfull geiser aan het werk hebben gezien. Via Idaho naar Salt lake city. Rondleiding Tempel square,waar we alles hebben gehoord over de mormonen.. Natuurlijk gezwommen in het zoute water van Salt lake waar je in blijft drijven. Ten zuiden van Salt Lake City naar het stadje Provo! Het dinosaurus park bezocht en via de Berthoud pas naar Denver. De pas vormt de waterscheiding van de rivieren die naar het westen stromen naar de Pacifische oceaan en in oosteljke richting naar de Atlantische oceaan. Via Kansas en St Louis komen we langs een zeer eentonige weg we gezond en wel op 7 augustus in Urbana aan. In totaal 7000 mijl gereden. We verkopen de auto voor $500, die we in het begin van ons verblijf gekocht hebben voor $1000 niet zo gek. Per trein naar New York, waar enkele dagen zijn gebleven. Indrukwekkende stad met veel gillende sirenes. Zaterdag 19 augustus met MS Aurelia naar Nederland te varen. Als geheel was het een boeiend verblijf van een jaar in VS. Van de Amerikanen had ik schoon genoeg gekregen, zo onpersoonlijk erg oppervlakkig..

Links:; Vertrek Urbana 8 juni voor grote reis. Rechts: Boquillas canyon bij grens Mexico,


Links: Monument valley , Canyon De Chelley, Arizona. Rechts Tom vertrekt naar Colorado rivier in de Grand Canyon

Links: Kamperen op strand Pacifische oceaan. Rechts: de geoloog aan het werk

Links: Columbian Ice Fields, Canada. Rechts: Drijven in Salt Lake

Links: Waterscheiding stroomgebieden van Pacifische en Atlantische oceaan bij Berthoud pashoogte. Rechts: laatste picknick Denver Colorado

Door de verlaging van het erosieniveau van de Pacifische oceaan is de vroegere kleine Colorado rivier ,die in zuidelijke richting naar een klein meer stroomde (A), door een andere rivier gekaapt. (B). Dit heeft tot gevolg gehad dat de waterscheiding tussen de stroomgebieden die naar de Pacifische en Atlantische oceaan gaan, naar het oosten is opgeschoven en nu ligt ter hoogte van Denver bij de Berthoud pas (Tekeningen uit mijn publicatie dat in 1968 is verschenen)

Op de terugreis naar Nederland per MS Aurelia
Bij terugkomst in Nederland heb ik me weer ingespannen om het wetenschappelijke klimaat op het Geologisch Instituut te verbeteren. Dit leidde tot veel weerstand bij de hoogleraren. Wel heb ik toch enkele wetenschappelijke artikelen kunnen schrijven, die goed zijn ontvangen vooral door buitenlandse geologen.
In 1967 heb ik een artikel gepubliceerd in de Geologische Rundschau, Band 56, pag 94-102 met als titel"Neue Daten fur die Annahme einer sialischen Kruste unter den frühgeosynklinalen Sedimënten der Tethys". Ik heb vooral mijn stelling gebaseerd op de detritus analyse van sedimenten. Uit deze analyse bleek dat de brokstukken van vroegere gebergten uitsluitend sialische geen basische elementen bevatten. Een voorbeeld van deze "telescopische" detritus analyse is te zien in de hieronder volgende figuur.

Het gesteente was een slecht gesorteerde conglomeratische zandsteen. Bij nadere analyse bleek dat een brokstuk weer uit (nr 2) een heel slecht gesorteerde zandsteen van een veel oudere datum bestond. In dit brokstukje zien we dat daarvan een brokstukje (nr. 3) bestaat uit een zeer goed gesorteerde zandsteen. Daarvan is weer een brokstukje, dat bestaat uit een kwartsiet nr 4 en één daarvan is een kwartskristal (nr. 5). Deze soort van analyse heb ik in 1966 genoemd de 'telescopische analyse van detritus'. Zo is het mogelijk om een beeld te vormen van gebieden, die nergens meer te zien zijn. Het bleek onder meer, dat het Middellandse Zee gebied geologisch gezien van betrekkelijk jonge datum is
29 september krijg ik over dit artikel een aardig
compliment van een vooraanstaand Zwitsers geoloog Professor Prof R. Trümpy:
"Thank you very much for your last reprint. It is certainly not useless to
insist on the existence of an original sialic crust under geosynclines; much
nonsense is in this respect spoken here in Zurich at the present IUGG Congress
as the geophysicists absolutely want an oceanic crust from the very beginning
and completely disregard the findings of us poorr benighted stratigraphers".

Viviane komt bij ons op bezoek in Baarn. Ik heb bij haar familie in Omessa Corsica steeds gelogeerd tijdens mijn studie voor mijn dissertatie

Familie Teeseling bezoekt ons in Baarn
Hier laat onder laat ik enkele voorbeelden zien van mijn activiteiten aan de Universiteit van Amsterdam en het Geologisch Instituut in het bijzonder Dit geeft aan hoe de hoogleraren bepaalde maatregelen namen om mij in toom te houden.
Notulen Stafvergadering Geol. Inst. op 17 oktober 1967 Aanwezig: de Booy (voorz.),
Oen, v.d. Boogaard, Helmers, Linthout, Zeck, Soediono, van Andel, Bollegraaf ,
de Buisonjé, Simon, Völk, van Harten (secr.); Beets (vanaf 10,25).
5. Voorz. stelt vast, dat in het Geologisch Instituut het mentorensysteem
mislukt is. Hij is van mening, dat de Staf activiteiten moet ontplooien bij het
"opvangen"
van de 1e jaars. Zeck noemt het gunstige effect van de facultatieve weekend
excursies.
De Booy deelt mee, dat hij zich in verbinding heeft gesteld met het ASVA
bestuur ten einde na te gaan hoe het contact tussen Universiteiten studenten
verbeterd zou kunnen worden Hij heeft dit gedaan als individueel Civitas lid en
niet in zijn hoedanigheid van voorzitter van de Staf van de 4e Subfaculteit.
Desalniettemin vraagt de Booy de vergadering of het door hem ontplooide
initiatief verenigbaar is met zijn functie van voorzitter van de Staf. De
vergadering is van mening, dat initiatief en functie verenigbaar zijn, in elk
geval totdat het tegendeel is aangetoond.
6. Secr.
geeft een uiteenzetting over de inventarisatie van activiteiten op het gebied van
onderwijs en wetenschap, waartoe besloten werd in de stafvergadering van 8 juli
1966. Deze inventarisatie is mislukt. Naar de mening van spr. had deze
inventarisatie ook weinig zin, omdat uitdrukkelijk afgesproken, dat de Staf
zich zou onthouden van het geven van een waardeoordeel over het
geïnventariseerde onderwijs. Secr. meent, dat een evaluatie van de waarde van het
onderwijs een integrerend onderdeel van de inventarisatie moet zijn.
Na enige discussie besluit de vergadering, dat de Staf zijn medewerking zal
verlenen aan pogingen om d.m.v. enquêtes onder de studenten te bepalen in welke
mate het onderwijs bij de studenten "overkomt". Alleen de Buisonjé blijkt tegenstander
van dergelijke enquêtes te zijn; hij stemt dan ook tegen. Stemverhouding
(enquêtes onder studenten): 11 voor 1 onthouding en 1 tegen.
In de rondvraag van Vakgroepvergadering van vrijdag
24 november 1967
werd door de secretaris van de Wetenschappelijke
Staf van de 4e Subfaculteit, uit naam van het bestuur van
deze Wetenschappelijke Staf, de volgende verklaring afgelegd:
Het Stafbestuur tekent protest aan tegen het feit, dat zaken, die naar overtuiging van iedere aanwezige, in de vorige Vakgroepvergadering gezegd zijn, ondanks uitdrukkelijk
verzoek onzerzijds, niet in de notulen worden opgenomen.
Het Stafbestuur tekent protest aan tegen het feit, dat er blijkbaar
concept notulen hebben gecirculeerd onder een deel van de ter vorige
Vakgroepvergadering aanwezigen namelijk onder de hoogleraren.
Het Stafbestuur tekent protest aan tegen het feit, dat door de Voorzitter aan de Staf een adviserende stem
wordt toebedeeld bij de behandeling van het punt notulen van een vorige, door de Staf bijgewoonde, Vakgroepvergadering.
Het Stafbestuur deelt mee, dat het over een en ander rapport zal
uitbrengen aan de vergadering van de Staf van het Geologisch Instituut.
Het Stafbestuur deelt mee, dat het eventueel te nemen stappen afhankelijk zal stellen van de mening
van deze Stafvergadering.

Jan Maarten en Mariette voor Sinterklaas
Amsterdam 19 december 1967
Gezien het feit dat de diskussie betreffende het derde door de Staf opgebrachte
punt tijdens de laatste vergadering van Hoogleraren en Wetenschappelijke Staf
mede tengevolge van tijdgebrek nogal verwarrend was, meent de Direktie er goed
aan te doen haar standpunt t.a.v. "fakultatieve exkursies" en
"facultatieve voordrachten" nogmaals te formuleren.
1. De Direktie heeft de fakultatieve exkursies, waarover enige jaren geleden
haar mening werd gevraagd aangemoedigd. Bij latere diskussies zijn door leden
van de Direktie bezwaren tegen bepaalde aspekten van deze excursie naar voren
gebracht. Aangezien het hierbij gaat om geheel buiten de verantwoordelijkheid van de
Vakgroep vallende manifestaties, heeft; de Direktie hierover geen zeggenschap.
Wél wordt het niet gewenst geacht dat "fakultatieve exkursies"
worden gehouden naar die gebieden die door de verplichte exkursies worden
bezocht.
2. Het Bestuur van de Wetenschappelijke
Staf heeft de Direktie gevaagd of deze éénmaal per week een vertrek ter beschikking wil stellen ten behoeve van
hun zgn. happenings. De Direktie heeft dit goedgekeurd.
3 De Wetenschappelijke Stad heeft de Vakgroep gevraagd om
ruimte en tijd beschikbaar te stellen voor het houden van "fakultatieve" voordrachten door Dr. T. de Booy
over aspekten van de geotektoniek. Blijkens de notulen van de
Vakgroep-vergadering van 3 november 1967 is deze toestemming geweigerd, o.m.
omdat naar de mening van de docenten het vastgestelde aantal kolleges per
afdeling - verplicht dan wel facultatief - niet verhoogd dient te worden. Het
staat de docente vrij om binnen de hun door de Vakgroep ter beschikking gestelde
tijd kolleges door Stafleden te laten geven waarbij de aard van het onderwerp
door de betrokken docent wordt bepaald. Prof Egeler beoogt om Dr de Booy
gedurende het volgend kursusjaar een aantal kolleges te laten geven over de
Noord-Amerikaanse gebergten, in het kader van de capita-kolleges
in de "regionale tektoniek".
De Vakgroep acht het ongewenst dat leden van de Wetenschappelijke Staf
naar eigen goeddunken over zelf te
kiezen onderwerpen in Instituuts-tijd"reeksen van "fakultatieve voordrachten "(
= kolleges) geven.
21 december 1967
Aan de Voorzitter van de Directie van het Geologisch Instituut Prof Dr J.J.
Hermes
Hooggeleerde Heer,
De Wetenschappelijke Staf van het Geologisch Instituut heeft in zijn
vergadering van 18 december j.l. een resolutie aangenomen van
de volgende inhoud:
"De Wetenschappelijke Staf van het Geologisch Instituut is van mening, dat
in de betrekkingen tussen de Vakgroep Geologie en Geophysica enerzijds en de
Wetenschappelijke
Staf van het Geologisch Instituut anderzijds momenteel
een zodanig slecht klimaat is
ontstaan, dat een vruchtbare samenwerking niet mogelijk is. Onder de gegeven omstandigheden acht de Wetenschappelijke Staf
voortzetting
van zijn aanwezigheid in de vergaderingen van Vakgroep en Directie zinloos,
reden waarom de Wetenschappelijke Staf besluit zijn vertegenwoordiging in genoemde
vergaderingen in te trekken. Gevolg gevend aan bovenvermelde resolutie zien wij af van
aanwezigheid in de vergadering van de Directie van het Geologisch Instituut.
Het bestuur van de Wetenschappelijke Staf van de 4e
Subfaculteit"
21 december 1967
Vereniging van Academici bij het Wetenschappelijk Onderwijs
p/a secretaris der Vereniging Mr. O. van Kappen
Tolsteegsingel 21 bis UTRECHT.
Mijne Heren,
Het spijt mij ten zeerste U te moeten mededelen, dat ik verder afzie van het
lidmaatschap Uwer Vereniging. De beweegredenen, die mij geleid hebben tot dit besluit zijn van strikt
principiële aard. In de gisteren bijgewoonde ledenvergadering is mij duidelijk geworden
welke
wegen de VAWO in de toekomst wil volgen om een positief resultaat te kunnen
bewerkstelligen ter verkrijging van een situatie waarin de Universiteiten en
Hogescholen beter zullen zijn opgewassen, dan thans het geval is, tegen de
moeilijkheden waarmede zij momenteel te kampen heeft. Ik ben van mening, dat deze door U uitgestippelde beleidslijn
geen heil heeft
en eerder een uitstel van executie bewerkstelligt en de Universiteit verder zal
leiden langs het pad der vervreemding van de haar omringende wereld. Ik geloof, dat het weinig zin gehad zou hebben mijn standpunt in de
ledenvergadering tot uitdrukking te brengen. Het is immers een strikt
persoonlijk standpunt, dat niet direct thuis hoort op een dergelijke
vergadering, waar punten aan de orde gesteld worden van meer algemene strekking.
De motivering van mijn besluit moge U vooralsnog misschien ten ene male onduidelijk zijn,maar ik ben ten alle tijden bereid,
indien U dit wenselijk
acht, dit zo nodig mondeling of schriftelijk nader toe te lichten. Inmiddels met de gevoelens van de meeste hoogachting,
T. de Booy,
Uit dit alles blijkt dat dit jaar veel heeft bijgedragen voor mijn verdere revolte tegen de overheid en in het bijzonder tegen het onderwijs aan het Geologisch Instituut.
Dagboek 1968
Door de staf onwelgevallige vragen worden niet opgenomen in de notulen
van de Vakgroep Geologie
Notulen van de vergadering
van het Faculteitsstafbestuur van 2 februari 1968, betreffende het agendapunt Functioneren van de stafvertegenwoordiging in de
vakgroep Geologie
De. Booy licht het verloop van de
tussen de vakgroep en de stafvertegenwoordigers gerezen moeilijkheden toe. In
een vergadering van de vakgroep bleken een aantal door de stafvertegenwoordigers
in een voorafgaande vergadering gestelde vragen niet in de notulen te zijn
opgenomen. Na een gedachtenwisseling hebben de stafvertegenwoordigers verzocht om
een stemming over opname van deze vragen in de notulen. Bij deze stemming golden
de stemmen van o.a. de stafvertegenwoordigers als adviserende stemmen; opname
van de vragen in de notulen werd door een meerderheid van de senaatsleden
afgewezen. Daarop is in een vergadering van de staf van de vakgroep geologie en
geofysica een beslissing gevraagd over de volgende alternatieve mogelijkheden:
of de vertegenwoordigers blijven aan, maar berichten de vakgroep dat zij onder
de huidige omstandigheden samenwerking niet zinvol achten, of de
stafvertegenwoordigers treden af. De vergadering van mening dat andere
stafvertegenwoordigers voor dezelfde moeilijkheden geplaatst zullen worden,
heeft besloten tot de eerstgenoemde mogelijkheid.
Voorzitter vertelt dat een afschrift van een desbetreffende brief aan de
vakgroep geologie door de Faculteit is ontvangen en in de
Faculteitsbestuursvergadering is besproken. De voorzitter van de Faculteit
achtte een breuk als deze een ernstig feit, en zou gaarne tot een herstel van de
relatie komen. Ook van de zijde van de geologie werd dit verlangen uitgesproken.
Voorzitter heeft hierop gezegd dat het stafbestuur nog geen standpunt heeft over
de mogelijkheid tot herstel van de relatie. Enkele formele opmerkingen zijn nog
gemaakt over de voortgang van de vakgroepvergaderingen ook buiten aanwezigheid
van de stafvertegenwoordiging en over de afwezigheid van een formeel conflict,
daar de stafvertegenwoordigers zich immers uit de subfaculteit hebben
teruggetrokken. Vervolgens maakt voorzitter enkele opmerkingen. Hij meent dat in
de vergadering van de staf van de vakgroep de zaken erg scherp zijn gesteld.
Door de gevolgde procedure stond tevoren al vast dat de Booy en Van Harten niet
meer met de vakgroep over een oplossing van het gerezen
conflict zouden overleggen. Voorzitter en secretaris hadden zich een andere
constructie kunnen voorstellen waarbij een zekere formele vorm van contact zou
zijn gehandhaafd. Nu is er geen mogelijkheid meer de draad op te nemen. Dit
neemt niet weg, dat wat de zakelijke aanleiding betreft, voorzitter en
secretaris zich achter de geologische stafvertegenwoordigers stellen.
De Booy licht toe dat in een bijeenkomst van het vakgroepbestuur en de
stafvertegenwoordigers in aanwezigheid van twee waarnemers (centrumfiguren uit
de staf) door deze laatsten een wederzijds wantrouwen is geconstateerd. De
notulen zijn slechts aanleiding tot het conflict; de oorzaken ervan liggen veel
dieper. De waarnemers achten geen vergelijk tussen het vakgroepbestuur en de
huidige stafvertegenwoordigers mogelijk. Zij stonden dan ook achter de in de
vergadering van de staf van de vakgroep gevolgde procedure.
Voorzitter acht dit een waardevolle toelichting.
Noorman constateert een tegenstrijdigheid in de in het Faculteitsbestuur
gemaakte opmerkingen betreffende het voortgang vinden van de
vakgroepvergaderingen enerzijds, en de these van de formele incompetentie van
een vakgroep anderzijds. Voorzitter zegt dat secretaris en hij geneigd zijn zich niet bij het
vastlopen van een bepaalde tak van overleg neer te leggen. Hij wil dat de
vergadering zich er over uitspreekt wat er gedaan moet worden.
De Booy vraagt of hij hierop iets moet zeggen, of dat er eerst nog onduidelijkheden
moeten worden beantwoord. Hij heeft nog enkele punten op het hart en de tong.
Voorzitter stelt voor eerst zakelijke toelichtingen te laten vragen.
Naar aanleiding van een vraag van Steinberg leest voorzitter de brief van de
stafvertegenwoordigers geologie, waarin zij meedelen niet meer te zullen
verschijnen in de vergaderingen van de vakgroep en van de directeur van het
Geologisch Instituut, voor. Voorts leest hij een brief voor van het staflid
Soediono, waarin deze uiteenzet waarom hij zich aan de stemming over het in de
vergadering van de staf van de vakgroep gestelde alternatief heeft onttrokken.
Noorman gaat in op de vraag of persoonlijke conflicten een rol spelen. Ook de
vorige stafvertegenwoordigers hebben bij herhaling te kennen gegeven dat er
moeilijkheden waren. Zij hebben deze om verschillende redenen echter niet scherp
willen stellen. Tevens waarschuwt Noorman er voor de competentie van deze
vergadering niet te ver te voeren. Een oordeel over het conflict komt ons niet
toe, wel een beslissing over bemiddelingsvoorstellen.
Voorzitter geeft het woord aan De Booy.
De Booy zet uiteen dat hij eerst om persoonlijke redenen een verzoek om
vertegenwoordiger te worden heeft afgewezen; later heeft hij zich toch ter
beschikking gesteld. Het centrale punt bij de reeds lang bestaande moeilijkheden
is de vraag hoe het onderwijs overkomt bij de studenten. Hierover gingen de
vragen van de staf, die niet in de notulen van de vakgroepvergadering van 7 oktober 1967 werden
opgenomen. Hij acht het de taak van de stafvertegenwoordigers de zaken scherp te
stellen; hij wil dingen aan de kaak stellen. Als je dat doet in een kleine
gemeenschap als die van het Geologisch Instituut ontstaan er vanzelf
moeilijke verhoudingen. Hij neemt er geen genoegen mee, dat de hoogleraren
onwelgevallige stafadviezen naast zich neerleggen. De goede communicatie die in
de Faculteit en de andere subfaculteiten tussen hoogleraren en
stafvertegenwoordigers zou bestaan, wijt hij een te grote meegaandheid van de
stafvertegenwoordigers, die er persoonlijk voordeel bij zouden hebben niet te
veel in gevoelige zaken te roeren. Spreker wenst een inventarisatie van alle zaken die niet goed zijn; deze dingen
wil hij zonder compromis aan de kaak stellen. Hij is het beu dat de werkelijk
belangrijke zaken buiten de aanwezigheid van de staf behandeld worden.Ter
adstructie van zijn stelling, dat te grote meegaandheid, die hij bij het
merendeel van de stafvertegenwoordigers constateert nergens toe lijdt , wijst
hij er dat dezelfde compromisloze houding, geïnstigeerd door de geologische
stafvertegenwoordigers de uitspraak van de faculteit over de geheimhoudingplicht
van stafvertegenwoordigers tot gevolg heeft gehad. Voorzitter vraagt reacties. Van de vergadering op deze uiteenzetting. Van Harten
tekent aan, dat het onjuist is bij dit conflict te spreken van het ontbreken van
contact. Het is slechts het trekken van consequenties uit een feitelijke
situatie; vooral sedert de bestuurswisseling in de vakgroep blijkt dat van de
zijde van de vakgroep een toestand van ontbreken van contact zo gewenst .wordt.
Baas acht de kritiek van De Booy niet helemaal eerlijk. De
stafvertegenwoordigers chemie hebben wel degelijk in onderwijskwesties acties
gevoerd; hij noemt de colleges didaktiek en wiskunde. Deze moeilijkheden zijn,
met medewerking van de subfaculteit, opgelost.
De Booy meent dat de staf tot actie overging omdat het geen hoogleraren
betrof.
Baas weerspreekt dit, en zegt niet te weten van ontevredenheid over het
onderwijs bij grote groepen van studenten binnen zijn subfaculteit. Hij ontzegt
de Booy het recht om te oordelen over dingen die hij niet weet. Overigens vindt hij het zoeken naar een
oplossing belangrijker.
Voorzitter is getroffen door een reëel inzicht in de strekking van de
inspraak van de staf bij in het faculteitsbestuur zitting hebbende geologische
hoogleraren. Prins heeft in de woorden van De Booy veel bekends gehoord. Ook op zijn
laboratorium is een diepgaand conflict geweest. De staf heeft daarbij fouten
gemaakt, maar in een andere richting dan De Booy denkt. Inspraak van de staf
komt langs evolutionaire weg tot ontwikkeling. Van Harten zegt dat de door De Booy geuite kritiek op de rest van de faculteit
stafvertegenwoordigers niet namens hen beiden is. Hij heeft geen inzicht in de
mogelijkheid tot inspraak elders. Voor de moeilijkheden in zijn vakgroep zag hij
echter geen andere oplossing.
De Booy is blij met de kritiek; het opwaaien van meningen in de staf
acht hij terzake. Hij weet niet wat er in andere subfaculteiten omgaat. Het
gaat hier echter om zaken die ons allemaal aangaan. Vooral in de A-faculteiten
leeft onder de studenten veel onbehagen over de gang van zaken aan de
universiteit. Hij miste deze kritiek op het stelsel in de mededelingen van onze
vertegenwoordigers n.a.v. de vragen van het Centrale,·stafbestuur over het
functioneren van de vertegenwoordiging in de subfaculteiten. Hij acht het de taak na te gaan waarop de kritiek
onder de studenten t.a.v. de inhoud en
vorm van het onderwijs en de wijze van examineren berust. Hij zou bij de
stafvertegenwoordigers het onbehagen willen herkennen dat·leeft in gesprekken
over de Kritische Universiteit.
Voorzitter sluit de discussie over dit punt en vraagt aan De Booy wat de
stafvertegenwoordigers gaan doen, en wat er gaat gebeuren in de 4e subfaculteit.
De Booy zegt, wat het eerste betreft, goede hoop te hebben dat het gebrek
aan communicatie op het Geologisch Instituut uit een onderzoek van een
efficiency bureau duidelijk tot uiting zal komen. Bij de subfaculteitsvergaderingen zijn De Booy en Van Harten wel aanwezig, hij
betwijfelt echter of, meer gezien de samenstelling van het subfaculteitsbestuur,
de in de vakgroep gebleken moeilijkheden tot dit grotere forum zullen worden
toegelaten.
Voorzitter vraagt wat er gebeurt zolang het rapport van de
efficiency-deskundigen nog niet klaar is.
De Booy wil afwachten tot de hoogleraren bereid zijn over zijn vragen te
praten. Een initiatief zijnerzijds is niet zinvol. Hij verwacht wel, dat, onder
pressie, de mentaliteit van de hoogleraren in gunstige zin zal veranderen. Op een vraag van de voorzitter of vakgroepvergaderingen misschien
tijdelijk door twee andere stafleden kunnen worden bijgewoond, antwoordt Van
Harten dat deze twee stafleden niet gevonden zullen worden. Ook een
waarnemende aanwezigheid van twee niet-geologische stafvertegenwoordigers acht
hij geen serieuze mogelijkheid.
Baas informeert naar de mogelijkheid tot een gesprek van De Booy en Van
Harten met de voorzitter van de faculteit. De Booy gelooft dat dit de
voorzitter van de faculteit in moeilijkheden zou brengen.
Noorman wijst op een commissie uit Rector en Assessoren en het dagelijks
bestuur van de wetenschappelijke staf, ingesteld tot het bespreken van dit soort
moeilijkheden. In deze commissie gaat het erom, hoe aan de bestaande reglementen
uitvoering moet worden gegeven. Steinberg meent daarentegen dat het op de weg van het
faculteitsstafbestuur ligt om te bemiddelen in pogingen het contact weer op gang
te brengen. Hij wil de zaak van onder af proberen te regelen.
Davids wijst erop dat de voorzitter van de faculteit in de door Noorman
genoemde commissie zit; hij zou het nuttig vinden als De Booy en Van Harten een
gesprek met Prof. Harting hebben.
Noorman wil voorzichtig zijn met bemiddelingspogingen zolang de
conflictstof zo hoog ligt opgestapeld. Hij wijst in dit verband op de
kwestie-Völk. Als er nu in deze zaak bemiddeld zou worden, en er zou over een ander punt een
nieuw conflict ontstaan, dan is bemiddeling
daarna veel moeilijker.
Voorzitter vindt dat als het faculteitsbestuur behoefte aan oplossing
heeft, dit bestuur hen maar moet benaderen.
Voorzitter zegt van plan te zijn op de volgende vergadering van het
faculteits bestuur een indruk te geven van het hier besprokene. De Booy zegt bereid te zijn Prof.Harting om een gesprek te verzoeken als
dat zinvol lijkt.
Voorzitter dankt de vergadering voor de aandacht aan dit onderwerp
besteed. Hij acht het noodzakelijk dat er zo lang over gepraat is; de zaak is
van te veel belang.
Stichting voor Hooggebergte Exploratie wordt 15
jaar na de oprichting opgeheven.
19 februari. Notulen vergadering van de
bestuursvergadering van de Nederlandse Stichting voor Hooggebergte exploratie ten Stadhuize te
Utrecht.
Om 16.45 opent de voorzitter de vergadering. Hij motiveert deze bijeenkomst tot opheffing
van de stichting daar deze geen verdere reden van tot bestaan heeft. Zo wel Prof. Egeler als Dr. De Booy zullen voortaan geen uitzonderlijk
hoge exploratietochten meer ondernemen, terwijl zij echter de kurk vormden waarop
de Stichting dreef. Zij zorgden voor de geldelijke inkomsten
die zij verdienden door hunne lezingen en publicaties over de door hen gedane bestijgingen en wetenschappelijke
onderzoekingen. Er worden nog wel hoge toppen in de Himalaya en elders door
Nederlanders bestegen , maar dergelijke verrichtingen zijn niet wetenschappelijk
bedoeld en komen dus niet voor onze Stichting in aanmerking. ( De Minister van
Justitie bericht op 4 april dat de Stichting is opgeheven)
Stafvertegenwoordiging geen voldoende
inspraak in Vakgroep Geologie vergadering
22 februari Notulen van de
vergadering van het Faculteitsstafbestuur. Betreffende het agendapunt
"stafvertegenwoordiging Geologie"
Wegens ziekte van de heer Hermant treedt de heer Davids in deze vergadering
als voorzitter op. De heer Bollegraaf woont, als neutrale figuur uit de staf van
het Geologisch Instituut, op verzoek van de heer De Booy, dit gedeelte
van de vergadering bij.
Na enige discussie over de notulen van de vergadering van 2 februari jl. wordt
besloten te volstaan met het aanbrengen van enkele kleine wijzigingen.
Vervolgens opent de voorzitter de besprekingen met de opmerking, dat hij
als persoon een bepaalde mening over de kwestie had, die hij reeds op de
avondvergadering van 5 februari jl. heeft geuit. Omdat de beide geologen toen
afwezig waren herhaalt hij, dat hij de indruk had gekregen, dat De Booy
misschien geen prijs zou stellen op een bemiddelingspoging door deze vergadering om te
komen tot een oplossing van het ontstane conflict. In een gesprek
voor deze vergadering met De Booy en Van Harten bleek deze indruk niet juist.
Wel bleek dat, er nog te weinig feitelijke informatie is verstrekt om de
stafvertegenwoordigers van de andere subfaculteiten de situatie duidelijk te
maken. Voorzitter stelt daarom voor de geologen in de gelegenheid te
stellen uitvoeriger informaties te geven. Hij hoopt dat in deze vergadering met
deze inlichtingen twee dingen gedaan zullen worden:
Voorzitter stelt zich voor dat, uit de inlichtingen zal blijken dat naar het
inzicht van de geologische stafleden de stafvertegenwoordiging in hun vakgroep
geen voldoende gelegenheid tot inspraak krijgt aangezien er geen enkele reden is
bij voorbaat aan de juistheid van de inlichtingen te twijfelen zal het
stafbestuur van de faculteit zich achter dit inzicht van de geologische
stafleden dienen te stellen. Als de stafvertegenwoordigers niet kunnen spreken
over onderwerpen als b.v. de inhoud van bepaalde practica, dan is dat fout, en
dan staat voorzitter achter de stafvertegenwoordigers.
Voorzitter acht het wenselijk te komen tot stappen die kunnen leiden tot
oplossing van het conflict. Dit wil hij los zien van een oordeel over de door de
geologische stafvertegenwoordigers gevolgde procedure. Persoonlijk is hij van
mening dat wegblijven uit een vergadering niets oplost. Hij acht het echter niet
nodig dat de vergadering zich hierover uitspreekt, de Booy dankt de
voorzitter voor deze opmerkingen en voor het vooroverleg waaruit zij zijn
ontstaan. Hij is van mening dat in de vorige vergadering voorzitter en
secretaris zich niet voldoende op de hoogte hebben gesteld, en dat er
over het conflict eerder contact moet zijn met de betreffende collega's
stafleden dan met senaatsleden. Secretaris protesteert tegen de suggestie
dat er formeel overleg met geologische hoogleraren zou zijn geweest buiten de
stafvertegenwoordigers om.
De Booy wijst op de zin in de notulen van de
vergadering van 2 februari 1968 betreffende het door geologische hoogleraren in
het faculteitsbestuur getoonde inzicht in de strekking van de uitspraak van
de staf. Voorzitter begrijpt dat die zin stekend is voor De Booy. Secretaris acht De Booy's interpretatie van deze zin onjuist. Hermant
bedoelde te zeggen dat op andere punten een hoogleraar geologie zeer
royale standpunten t.a.v. de stafinspraak innam. Hij meent dat Hermant het recht
heeft zich onafhankelijk Van anderen een mening te vormen over personen die hij
in de Faculteitsbestuursvergaderingen ontmoet. De Booy zou voor de toekomst in situaties als deze meer vooroverleg met
betrokken stafleden willen aanbevelen. Secretaris meent dat bij een eerdere
behandeling van de rijzende moeilijkheden op verzoek van de geologen door deze slechts
ingegaan is op de formele kanten van de moeilijkheden, nl. dat bepaalde
zaken niet in de notulen worden opgenomen. Om welke zaken dat ging is toen niet
duidelijk gemaakt. Hermant en hij hebben, naar nu blijkt ten onrechte, de
indruk gekregen dat De Booy en Van Harten er geen prijs op stelden de
inhoudelijke aspecten van het ontstaande conflict in deze vergadering te bespreken. Voorzitter geeft het woord aan Van Harten om op de concrete zaken
in te gaan. Van Harten gaat uitvoerig in op de details van de gerezen
moeilijkheden. Het kernpunt is niet dat door de stafvertegenwoordigers gestelde
vragen en deze wijze van behandeling daarvan in de vakgroepvergadering niet
correct in de notulen van die vergadering zijn weergegeven. De vragen zijn
schriftelijk gesteld en van de besprekingen heeft Van Harten zijn eigen
aantekeningen, die merkwaardig goed overeenstemden met de concept-notulen van
deze vergadering. In de definitieve notulen is de strekking essentieel
gewijzigd. Waar het in feite om gaat is de neiging om bepaalde
zaken anders voor te stellen dan ze zijn. Deze neiging maakte het functioneren
van het overleg van de staf in de vakgreep al lang moeilijk, zoals blijkt uit de
mededelingen in februari '67 aan het dagelijks bestuur van
de staf gedaan met betrekking tot een serie vragen ever het functioneren van de
stafvertegenwoordigingen.De bestuurswisseling in de vakgroep heeft de uit deze
neiging ontstaande moeilijkheden echter zeer verergerd. Aan de hand van citaten
uit brieven adstrueert spreker dat het huidige vakgroepbestuur over de
belangrijke zaken niet wezenlijk met de staf wil overleggen, doch slechts de
schijn van overleg had willen handhaven. Gevraagde adviezen van de staf, zoals b.v. in een kwestie van de keuze van hoofd en bijvakken, of vragen van de staf
b,v. over een verouderd practicum als pyrochemie, legt men naast zich neer. De
voorzitter van de vakgroep beroept zich hierbij op de verantwoordelijkheid die
de individuele hoogleraren krachtens de wet voor het onderwijs dragen. De stafvertegenwoordigers
achten het nutteloos vergaderingen, waar volgens deze strategie de
inspraak van de staf onder tafel wordt gewerkt, bij te wonen. Zij menen ook dat
het onjuist is de schijn te handhaven dat inspraak mogelijk zou zijn. De Booy zal het op prijs stellen als Bollegraaf iets over zijn bevindingen
als waarnemer bij een gesprek tussen het vakgroepbestuur en de
stafvertegenwoordigers zou willen zeggen. Bollegraaf constateert dat bij
bedoeld gesprek over de gerezen moeilijkheden herhaaldelijk op ruzieachtige toon
werd gesproken, en dat er geen sprake was. van de mogelijkheid tot uitpraten.
Hoewel werd toegezegd dat er veranderingen in de gewraakte vakgroepnotulen
konden worden aangebracht, bleek bij het op schrift
stellen van de vele veranderingen de bereidheid ontbreken. De verhoudingen
zijn beslist kapot en het heeft voor de staf geen zin in deze sfeer onder deze
omstandigheden vakgroepvergaderingen bij te wonen. Voorzitter stelt voor
in een brief als standpunt van deze vergadering vast te leggen dat wij, gehoord
de vertegenwoordigers van de staf van de vakgroep geologie, van mening zijn, dat
de mogelijkheid van redelijk overleg in die vakgroep ontbreekt, omdat bij de
hoogleraren niet oprecht de wens leeft met de staf te spreken en met de inspraak
van de staf rekening te houden. Hij vindt het practicum pyrochemie een sprekend
voorbeeld. Secretaris is het opgevallen dat de verantwoordelijkheid voor
het onderwijs volgende de voorzitter van de vakgroep bij de afzonderlijke
hoogleraren beslist. Hij acht deze mening strijdig met de wet op het
wetenschappelijk onderwijs. Van Harten zegt dat de faculteit haar taak in
deze aan de subfaculteiten heeft gedelegeerd. Door de in de 4e subfaculteit
heersende opvattingen van collegialiteit komt dit in feite neer op volledige
autonomie van de hoogleraren, ook al zijn sommige
hoogleraren het in feite met de kritiek van de staf op bepaalde aspecten van het
onderwijs eens. Vervolgens ontstaat er discussie over aan wie de brief gericht
moet zijn. Steinberg stelt voor een brief van bedoelde strekking aan de
subfaculteit voor Geologie en Geofysica te richten. Afschriften kunnen gezonden
werden aan de faculteit en aan de vakgroep. Wanneer uit de
brief geen overleg voor komt, kan men zich richten tot de faculteit. Een
direct aan de faculteit gerichte brief zal vermoedelijk naar de 4e subfaculteit
worden terugverwezen. Voorzitter neemt dit voorstel over, en wil de tekst
van een concept-brief voorleggen aan de a.s. vergadering van de
faculteitsstafvertegenwoordigers op 29 februari a.s. De
Booy,vraagt of er afschriften moeten naar de
commissie van Rectoren en-Assessoren en dagelijks bestuur van de staf. In de
verdere gedachten wisseling over de adressering van de brief komt het punt naar
voren wat moet gebeuren indien de subfaculteit deze brief evenmin als de eerdere
brief van de stafvertegenwoordigers van de vak-groep in behandeling neemt.
Uit deze veelzijdige bespreking komt naar voren dat in dat geval de faculteit
hiervan in kennis moet worden gesteld. Er wordt aan herinnerd dat de voorzitter
van de faculteit in een faculteitsbestuursvergadering het stafstandpunt over
deze kwestie gevraagd heeft. De reden voor de huidige standpunts bepaling ligt
in het voor kennisgeving aannemen van de eerstgenoemde brief door de 4e
subfaculteit. Blijft dit zonder effect, dan volgt uit dit verzoek van de
voorzitter van de faculteit, dat een bespreking van het stafstandpunt in de
faculteit wordt gevraagd.
19-21 februari Geologen congres in Göttingen
16 maart lezing voor NAM in Groningen over mijn detritus analyse van het "Rotliegendes "ondergrond van Nederland
9 maart schrijft Prof mr J.J. Valkhoff in Folia Civitatis
(weekblad Universiteit van Amsterdam) een artikel: Kritische kijk op kritische
Universiteit "In Nederlandse verhoudingen overbodige kreet".
Onderwijs: onder wijs beleid?
Ik schrijf een week later in Folia Civitatis een reactie op dit
artikel van prof Valkhoff in Folia Civitatis Onder de titel : Onderwijsbeleid:
onder wijs beleid?
In een artikel van prof Valkhof in Folia Civitatis van 9 maart kunnen we lezen
van welke grondgedachten de :tegenwoordige universiteit blijktuit te gaan n:
"Wetenschappelijk onderwijs en vorming zijn altijd kritisch, omdat de wetenschap
dit nu eenmaal is." De schrijver vervolgt dan "De kritiek moet gefundeerd,
verantwoord, doeltreffend, voor alles redelijk zijn." Hiermee kan niet zijn
bedoeld, dat kritiek de toets der rede moet kunnen doorstaan, want- elke
gefundeerde, verantwoorde en doeltreffende kritiek blijkt tenslotte (en niet
vóór alles) in die zin redelijk. Veeleer wordt hier een subjectief waardeoordeel
ingevoerd dat zich slecht verstaat met de kritische instelling van de
wetenschapsbeoefenaar en het wordt dan interessant om na te gaan wie dat
oordeel uit mag spreken, m.a.w. wie in onze kritische universiteit uitmaakt of
kritiek "redelijk"of onredelijk"is
"In Nederlandse
verhoudingen een overbodige vraag?"
Hoewel het niet geheel uit de woorden van prof. Valkhoff valt af te leiden, zou
men kunnen vermoeden van welke premisse hij uitgaat. De universiteit is een
onderwijsinstelling met docenten en studenten. De docenten bepalen, voor een
belangrijk deel, de wijze waarop haar onderwijs is ingericht. De student
is pas in staat zich een mening te vormen over onderwijszaken wanneer hij een
door prof.Valkhoff geschetste ontwikkeling heeft doorgemaakt: "De student moet
echter eerst nog leren, ontzaggelijk veel leren" . Tegenwoordig begint de
studenten zich langzamerhand af te vragen of het onderwijs nog onder wijs beleid
geschiedt. De studenten blijken meer en meer een soort onbehagen te voelen,
omtrent de wijze waarop colleges worden gegeven, communicatie tussen student-docent etc. Het bestaan van dergelijke gevoelens blijkt o.a. uit een
rapport van drs. K. Kolthoff; "De Student en zijn studie, een onderzoek naar
ervaringen en opinies onder studenten aan de universiteit van Amsterdam" (1965).
Om begrijpelijke redenen komt de kritiek van de student, alweer door een gebrek
aan echte communicatie, momenteel niet goed over. Interessant is (de conclusie
van Kolthoff (p."61): "dat een belangrijk deel van de problemen, die er binnen
de universiteit bestaan, nader tot een oplossing kunnen worden gebracht door
bereidheid tot communicatie en de mogelijkheid tot onderzoek van de
universitaire didactiek ... mits beide niet vrijblijvend zijn." Tegenwoordig
maken de bewinds- lieden der universiteit ernst met de democratisering van het
onderwijs. De inspraak van de staf is reeds wettelijk geregeld en discussies
zijn op gang gebracht om inspraak van de student te bevorderen. Prof. Rooij,
secretaris der senaat onzer universiteit, heeft tijdens een symposion " Overleg
en Samenwerking", georganiseerd door de Studieraad ASVA op 7 maart 1968, een
lans gebroken voor de inspraak der studenten, echter met dien verstande
dat de redelijkheid te allen tijde door de student in acht moet worden
!genomen.*) In de discussie stond bij prof. Rooij echter voorop, dat de
beslissingsbevoegdheid omtrent inrichting van onderwijs, alsmede benoemingen van
hoogleraren uitsluitend in handen moet blijven van dezelfde instanties, die deze
materie momenteel regelen. Onlangs heb ik mogen deelnemen aan een informeel
gesprek over "een onderwijsbeleid en een onderwijsbeleidsinstantie aan deze
universiteit". M.i. moet als kardinaal punt ter discussie gesteld kunnen worden
of de beslissingsbevoegdheid omtrent de inrichting van het onderwijs en de
benoeming van docenten in de toekomst nog bij dezelfde instanties thuishoren als
thans het geval is. Of is dit punt een dogma waarover geen discussie mogelijk
is? Indien de universiteit op dit ogenblik werkelijk kritisch is, dan is
alle kritiek welkom. Laten we hopen, dat bij de komende discussies over het
onderwijsbeleid de docenten zich zullen opstellen, zoals door prof. Valkhoff op
briljante wijze werd uiteengezet: "Maar hij zal ook kritisch tegenover zichzelf
moeten blijven. Dit gebiedt zijn wetenschappelijk geweten hem." Dr. T. de Booy
*) Tijdens dit symposion veroordeeld het door dr T. de Booy vermelde geval, waarbij de hoogleraren tegen de wil van de staf en studenten een bepaalde uitlating buiten de notulen van een vakgroepsvergadering hielden
17 april - 28 maart kartering Ardennen met geologische studenten.
Bewustwording als politiek
29 mei wordt een brochure uitgegeven door de
Kritische Universiteit met als titel"Bewustwording als politiek"te koop voor f
0.69.
Samenstelling: Wouter Achterberg Tom de Booy Harm Boukema Frans Broers Han
ten Brummelhuis Boudewijn Chabot Maarten Coolen Chris Crasborn Gerda Crasqorn
Mieke Dekker Hans Derks Guido Favié Rob Giebels Jan Halkes Guy Kilian Danièle
Kooy Carla Kruyt Albrecht Kwast Karel van der Leeuw Boe
Thio Marian van der Waals Sytske Zeelenberg.
Mijn bijdrage was als volgt:
"Als direkte reaktie hierop zou men kunnen stellen dat deze vraag niet van
toepassing is op de Universiteit van Amsterdam. Men is hier immers intensief
bezig met de demokratisering van het wetenschappelijk onderwijs. Wettelijk is
bijv. de inspraak van de wetenschappelijke staf vastgelegd in art. 10 van het Bestuursreglement der Universiteit van Amsterdam. Art. 81 van de
Wet op het Wetenschappelijk Onderwijs biedt de mogelijkheid om
studentenvertegenwoordigers uit te nodigen tot het bijwonen van fakulteits, interfakulteits- en subfakulteitsvergaderingen. Sinds enige tijd zijn
studieraden ingesteld waarin studenten hun bezwaren en adviezen tot uitdrukking
kunnen brengen. De "formele" situatie kan men dus gunstig noemen. Hoe staat het nu met de
harde werkelijkheid? Niemand weet het precies. Er worden gissingen gemaakt, er
heerst zelfs een sterk verschil van mening over de interpretatie der feitelijke
situatie. Vele vragen kunnen worden gesteld: Is er in onze Universiteit echt sprake van democratisering of is het maar
schijn? Worden werkelijk belangrijke zaken, zoals bijv. een plan Maris, in wijde
kring besproken en alle belanghebbenden om advies gevraagd? Zijn de hoogleraren werkelijk bereid om te luisteren naar hetgeen de
wetenschappelijke staf en studenten te zeggen hebben? Bestaat er het juiste klimaat, waarin studenten en leden van de
wetenschappelijke staf zonder angst voor reperkussies en hun gevoelens van
onbehagen of behagen tot uitdrukking kunnen brengen? Mijn persoonlijke ervaringen op het gebied
van overleg
met hoogleraren, alhoewel beperkt van omvang, geven mij in
geen enkel opzicht vertrouwen voor het bestaan van. een echte demokratische
struktuur der universiteit als geheel. Ik zou de stelling willen poneren, dat we leven in een
schijndemocratie. Ik zou van deze plaats een ieder willen uitdagen
aan te tonen dat mijn stelling
op onvoldoende gegevens berust. Laten we hopen, dat ik ongelijk krijg. Het
zou dan blijken dat ik relatief slechte ervaringen heb gehad. Men zou reeds mijn
ongelijk kunnen vermoeden als men het laatste artikel in Folia(18 mei 1968)
leest; betreffende de funktionering van de inspraak van de wetenschappelijke staf. Zelfs in onze
faculteit Wis- en Natuurkunde schijnt het nogal los te lopen. Er wordt door het bestuur der staf gesproken van een loyale
uitboeting der bepalingen door de fakulteit. Er zijn ook steeds stafleden die
mij vertellen dat bij grote groepen van studenten in hun subfakulteiten geen ontevredenheid bestaat. Ik
vraag mij toch af of dit niet juist een zeer gevaarlijke situatie is. De studenten tonen zich semi-solidair met de hoogleraren
en stafleden. Zij zijn immers in hun verrichtingen sterk van beide groepen
afhankelijk. Ze zullen hun kritiek inhouden tot de dag dat ze zich bewust
worden van hun kracht en/of de mogelijkheid hebben om hun werkelijke gevoelens
de vrije loop te laten. Indien deze mogelijkheid via de barricades wordt verkregen, dan zal de situatie misschien niet veel verschillen van die
van de omringende
hoofdsteden als Rome, Berlijn, Madrid en Parijs. Als er niet snel iets gebeurd
om een werkelijke u i ·t s p r a a k (veel essentiëler dan de regeling der i n
s p r a a k) van de studenten mogelijk te maken, kan het wel eens gebeuren dat
achter genoemde hoofdplaatsen ook nog het woordje Amsterdam komt te staan. Als voorzitter van een groep wetenschappelijke medewerkers heb ik de plicht
(art. 10-13 van het Bestuursreglement der Universiteit van Amsterdam) om namens
onze staf advies uit te brengen over zaken die verband houden met de organisatie
van onderwijs en wetenschapsbeoefening, de inrichting van het Instituut over
het Ontwikkelingsplan. Het enige dat hier niet bij behoort en dat tekent al
aardig de schijndemokratie waarin we leven is het
benoemingsbeleid. Ondanks deze wettelijk vastgelegde vorm van inspraak is het
mij in de laatste tijd onmogelijk gebleken mijn taak te vervullen. In het begin van het akademisch jaar hadden we in een
vakgroepvergadering kennelijk te gevoelige zaken aan de orde gesteld. Van te
voren hadden we onze vragen schriftelijk aan de voorzitter van de vakgroep
meegedeeld. De vragen werden stuk voor stuk uitvoerig in een vergadering
behandeld. Helaas bleek echter de inhoud van de notulen dezer vergadering niet overeen te komen met hetgeen er gezegd was,
zowel door de aanwezige studentvertegenwoordigers, stafleden als hoogleraren.
We vroegen om rektifikatie, maar aangezién we als stafvertegenwoordigers slechts een
adviserende stem hebben, werden onze op- en aanmerkingen na stemming niet in de notulen opgenomen. Na rijp beraad
hebben we in een vergadering van de wetenschappelijke staf met grote meerderheid
besloten in het vervolg niet meer als vertegenwoordiger van de staf op de vakgroep- en direktie vergaderingen aanwezig te zullen zijn. Het was ons
onmogelijk gemaakt onze taak naar behoren
te vervullen. Van echt overleg was op deze manier geen sprake. De hierdoor ontstane breuk staf-hoogleraren is meegedeeld aan de hogere instanties. Tot op heden, nu bijna een half jaar geleden, heeft men de breuk voor kennisgeving
aangenomen zonder werkelijk de noodvlag te hijsen. Onze rebellie is zonder meer
geaccepteerd. Hieruit mag men toch wel de les leren, dat zelfs indien men gedekt wordt door
officiële reglementen, men in het geval van een zekere onwil der hoogleraren niet veel kan beginnen. Zelfs al heeft
men de mogelijkheid van redelijk overleg, dan wordt het gegeven advies altijd
vrijblijvend geaccepteerd en blijkt er na verloop van tijd soms niets te zijn veranderd. Als het advies in de kraam van de hoogleraren te pas komt
wordt het als een konstruktief en opbouwend voorstel gezien. Het al dan niet
goede kontakt tussen hoogleraren wetenschappelijk medewerker is sterk
afhankelijk van de instelling der individuele hoogleraren of groep docenten.
Nergens is er een waarborg voor een zekere kontinuïteit gegeven. De hoogleraar kan
feitelijk niet goed ter verantwoording worden geroepen voor zijn
beleid. Hij wordt ingevallen van slecht beleid tegenover de buitenwereld
duidelijk gesauveerd door zijn kollegaas ; dit gebiedt hun "solidariteit". Tijdens het laatste symposion van de ASVA Studieraad op 7 maart 1968: Overleg en Samenwerking, werd een lijst met diskussie punten aan de orde
gesteld, waarbij het opviel dat het accent
duidelijk lag op de vorm van inspraak en beslissingsbevoegdheid der studenten.
Volgens mij is het van nog groter belang om allereerst een klimaat te scheppen
waarbij het mogelijk is dat de studenten zich kunnen uitspreken. We hebben gezien dat men er nog lang niet is als in een
reeks wettelijke voorschriften de inspraak is geregeld. Het overleg heeft dan pas zin,
indien een dialoog en geen monoloog ontstaat. Het komt tegenwoordig maar al te
veel voor, dat het advies door de autoriteiten
minzaam knikkend wordt aangehoord. Het is toch immers geheel vrijblijvend. De
studenten moeten dan ook durven zeggen wat ze op hun hart hebben en niet belemmerd
worden door de veel gesignaleerde autoriteitenvrees. De angst om persoonlijk
aansprakelijk te worden gesteld voor het leveren van ongezouten kritiek bijv. op de vorm of inhoud van een kollege of praktikum is maar al te veel aanwezig. Tijdens
een symposion in Utrecht mei 1966 Taakdifferentiatie binnen het
wetenschappelijk Corps; zei Mr. Loeff en een
hoge
ambtenaar van het Ministerie
dat het tegenspreken van een hoogleraar geen majesteitsschennis doch
godslastering is. Is het haast niet een immoreel zware eis voor een
student-vertegenwoordiger in de studieraad zijn eigen hachje op het spel te
zetten? Wie kan zich de luxe veroorloven alle zaken scherp aan de orde te
stellen? De student is immers zo sterk afhankelijk van de individuele hoogleraar in verband met
tentamens, beurzen, assistentschappen etc. Mag dan van de
wetenschappelijke staf verwacht worden, dat zij kan meehelpen een goede kommunicatie student-docent op gang te brengen? Tijdens de door mij bijgewoonde
vergaderingen van de vertegenwoordigers der wetenschappelijke staven is het mij
duidelijk geworden dat van deze zijde niet veel valt te verwachten. Het wetenschappelijk staflid is
in sommige gevallen misschien nog in sterkere mate afhankelijk van een
hoogleraar voor het bevorderen of handhaven van zijn positie, zodat hij er al
evenmin persoonlijk voordeel in ziet om gevoelige zaken aan te roeren en daardoor in het gunstigste geval de kans te lopen op een zijspoor te worden gezet. Het is verder opvallend te merken
hoe weinig tijdens de stafvergaderingen de problemen der studenten, zoals verbetering
kontakt staf-student in de studieraden, Kritische Universiteit etc. ter diskussie worden gesteld. Daadwerkelijke steun in zake overleg docent-student is schijnbaar niet goed verenigbaar met de
positie van wetenschappelijk medewerker. Het zijn soms kleine halfgodjes, die
vurig hopen eens tot de hogere sekte te mogen behoren. Het verwijt dat ik steeds in mijn schoenen geschoven krijg is dat we niets konstruktiefs bij te dragen hebben tot vervanging van het verouderde
onderwijssysteem en de organisatie van de Universiteit. Gelukkig, zou ik ten
antwoord willen geven, want dan zouden we al even pedant zijn als het systeem waar we tegen vechten. N i e
m a n d weet
precies welke kant het momenteel uit moet. De studenten niet, de stafleden niet
en ook niet de hoogleraren, laat staan de minister. We moeten door een
gezamenlijke open discussie (niet in de bekende achterkamertjes) met het moeizaam verkregen feitenmateriaal uiteindelijk komen tot een nieuwe werkhypothese. Tijdens deze diskussies zal men een wederzijds
begrip van elkaars moeilijkheden moeten opbrengen en inzien dat het hier gaat om
een belangengemeenschap: het voortbestaan van een universiteit die kritisch is
en niet aan de leiband loopt van het bedrijfsleven, waar kritisch denken wordt
gestimuleerd en niet juist onderdrukt. Dit kan en moet de enige basis zijn voor het vinden van een oplossing uit de impasse van het
ogenblik. Om tot deze oplossing te komen moet men eerste beginnen met
inventariseren, daarna voorzichtig beginnen de diagnose te stellen om vervolgens therapeutisch tewerk te gaan en niet
anders om zoals zo vaak gebeurd.
Discussie over deze brochure vinden plaats van vrijdag 31 mei - vrijdag 14 juni
in Het Kru (Kritische Universiteit) huis en het Maagdenhuis
Massa-bijeenkomsten in Universiteit
van Amsterdam
Oproep aan alle studenten, docenten en stafleden der
gehele B-faculteit : woensdag 5 juni B.C.P Instituut, donderdag
6 juni Geologsich Institituut en Natuurkunde kollege gebouw, vrijdag 7
juni chemische praktikum gebouw. Punten ter discussie
Waarom studeren we eigenlijk ?
Wat gaat er gebeuren met onze kennis?
Waarom durven studenten niets te zegen?
Hoogleraar : kameraad of vader.
Wat is inhoud van onze kolleges?
In het Parool van 6 juni 1968 staat het
volgende bericht over deze eerste gehouden woensdagmiddag gehouden
discussie in het B.C.P. instituut:
Ongeveer 250 studenten, stafleden en hoogleraren van de faculteit der Wiskunde
en natuurwetenschappen van de Universiteit van Amsterdam hebben gistermiddag in
de hal van het B.C.P. Jansen-instituut anderhalf uur lang informeel
gediscussieerd over problemen als de maatschappelijke verantwoordelijkheid
van de natuurfilosoof en de herstructurering van de universiteit. Deze
bijeenkomst was voortgekomen uit de discussies in de Oudemanhuispoort. Volgende
week woensdag om 12 uur 's middags wordt opnieuw een bijeenkomst voor de 1eden
van de faculteit gehouden in de hal van het Jansen-instituut aan de Plantage
Muidergracht. Donderdag en vrijdag zullen de discussies per subfaculteit- worden
voortgezet. in de hallen van diverse universitaire instituten. De
discussie vinden plaats op voet van gelijkheid doordat stafleden en hoogleraren
allemaal door en elkaar op de grond zitten of staan, zegt dr T. de Booy
wetenschappelijk hoofdmedewerker aan het geologisch instituut, die een van de
initiatiefnemers tot deze actie is. " We willen dwars door alle structuren
heentreden omdat dat de enige manier is om tot een werkelijk democratische
gedachtewisseling te komen". Volgens dr de Booy is het een zuiver spontane actie
die met geen enkele organisatie verbonden is en waar ook geen enkele structuur
aan gegeven zal worden.
2 pamfletten die ik maakte voor de discussie in het Geologisch
Instituut op donderdag 6 juni:
Pamflet nr 1:
Wat willen met de geologie en hoe gaan we de geologe opleiden ?
Men zou zich kunnen afvragen:Wat verstaan we momenteel onder Geologie?
Hoe zou de Geologie zich in de toekomst gaan ontwikkelen?
Hoe kan de Geologie nu en in de toekomst maatschappelijk worden toegepast?
Welk aandeel heeft de Geologie in de Nederlandse ontwikkelingshulp?
En in die van de andere tweede wereld landen?
Hoe groot zijn momenteel de aantallen studenten in de Geologie aan de
verschillende universiteiten?
Hoe groot zijn de stafbezettingen?
Welke prognoses zijn er over de in de toekomst te verwachten belangstelling voor
de studie in de Geologie?
Op welke gegevens zijn deze prognoses gebaseerd?
Welke invloed heeft het bedrijfsleven op de voordrachten voor hoogleraarschappen
en lectoraten in de Geologie?
Heeft het bedrijfsleven invloed op de studieprogramma's?
Zijn er nog andere buiten-universitaire invloeden op de gang van zaken?
Hoe zit de Academische Raad in elkaar?
Wie zijn er lid van de Sectie Aardwetenschappen voor deze Raad? Hoe wordt men
lid?
Welke problemen houdt de Sectie Aardwetenschappen zich bezig? Hoe komt de Sectie
Aardwetenschappen aan haar informatie?
Wat gebeurt er met de adviezen van de Sectie Aardwetenschappen? Zijn de leden
tevreden met de huidige gang van zaken?
Zijn de niet-leden tevreden met de huidige gang van zaken?
Pamflet nr 2:
Wat verstaat men onder geologie?
In 1473:
Richard de Bury, Bisschop van. Durham. gebruikt in zijn boek Philibiblon
(Keulen, 1473),
de term GEOLOGIE (Aardse Wetenschappen) als tegenstelling tot de term
THEOLOGIE (Hemelse Wetenschappen)
In 1968
Na bijna 5
eeuwen ontwikkeling der wetenschap worden onder de term GEOLOGIE, in de
oorspronkelijke
zin van Bisschop de Bury o.m. de volgende specialisaties bijeengebracht:geomicrobiologie, seismologie, aktuogeologie, geodesie, palaeoecologie, historische geologie, oceanografie, geomagnetisme, geochronologie,
palaeontologie, palaeophysica, ertskunde, pedologie, pyrochemie, economische
geologie, kristal chemie, agrogeologie, micropalaeontologie, submariene geologie, palaeozoölogie, structurele geologie, palaeovulkanologie,
geofysica, palaeoneurologie, balneologie, hydrologie, metallurgie, ingenieurs geologie, mijnbouw geologie, bodemkunde, petrografie, physische geografie, geomorfologie, physische geologie,
palaeoichnologie, tektonische geologie , geotektoniek, microtektoniek ,
glaciologie, palaeobotanie, petrologie, palaeolimnologie, photogeologie,
kristallographie, palynologie, experimentele petrologie, palaeomagnetisme,
vulkanologie, sedimentologie, sediment petrografie, mineralogie, petroleum
geologie, palaeoklimatologie, geochemie, stratigrafie, geoëlectromagnetisme,
aktuopalaeontologie, gravimetrie, macropalaeontologie, aeronomie, toegepaste
geologie, mariene geochemie, kolen geologie, geohydrologie , astrogeologie,
klemineralogie, cosmochemie, palaeobiologie, petrografie, statistische geologie,
regionale geologie, nucleaire geologi,; photogrammetrie, grondmechanica, veldgeologie, mariene geofysica, theoretische geofysica, dynamische geologie,
isostasy, vertebraten paleontologie, petro fysica, invertebraten palaeontologie,
cosmogenie, mineragraphie, planetaire geologie, geopolitiek, etc etc
QUA VADIS .IS ER VOOR DE GEOLOGIE NOG WEL EEN PLAATS IN DE TOEKOMST?
Studenten in actie voor een meer democratische
universiteit
Folia Civitatis 15 juni 1968 BEWUSTMAKING DOOR DISCUSSIES
In korte tijd talrijke massa-bijeenkomsten
De "Beweging Democratisering Universiteit", opgericht
op 22 mei, heeft in korte tijd zeer veel studenten en een aantal hoogleraren en
stafleden in haar discussies
weten te betrekken. Hoogtepunt van haar activiteiten was wel de
"universitaire kermis" op 29 mei in de Oudemanhuispoort. De grote hal en een
aantal collegezalen waren van 's morgens elf uur tot na middernacht het centrum
van discussies over de medezeggenschap van studenten in het bestuur van de
universiteit en de faculteiten, over de betrekkingen tussen de universiteit en
de maatschappij, de "verpolitiekte" wetenschapsbeoefening en niet in het minst
over het rapport van de commissie Maris. In dezelfde week vonden hearings van
hoogleraren en stafleden plaats in de subfaculteiten A en B van de Sociale
Wetenschappen, werd tijdens verschillende colleges met de docent gediscussieerd
en werden ook op het Roeterseiland voor de B-faculteiten massale bijeenkomsten
georganiseerd . Het aantal faculteitskernen van de "Beweging" breidde zich
in korte tijd sterk uit. Zij organiseerden in hun faculteiten of afdelingen
eveneens bijeenkomsten, waarvoor zij hun docenten uitnodigden: o.a. sociologen,
juristen, medici en geologen.Waarmee is deze versnelde ontwikkeling begonnen? In
het vorige nummer van Folia maakten wij melding van de publicatie van een
anti-Maris-rapport door de Unie van Studenten te Nijmegen op 13 mei en
berichtten wij dat op 21 mei een groepje studenten in Amsterdam langs een aantal
universiteitsgebouven trok om de studenten tot discussie over het rapport-Maris
op te roepen. Ook schreven wij dat op 22 mei, nadat drie buitenlandse
studentenleiders in het Capitoltheater gesproken hadden, de discussies zich in
de aula hadden voortgezet. Er is in die week van 13 tot 22 mei echter meer
gebeurd. In Amsterdam nam de algemene ledenvergadering van Machiavelli,
studievereniging van de FSW-A, waar al langer onvrede heerste over het slecht
functioneren van de studieraad twee moties aan. In de ene werd het bestuur
opgedragen met de subfaculteit in contact te treden om te komen tot een
definitieve regeling van de studenteninspraak door middel van de studieraad en
door een studentenvertegenwoordiging in de subfaculteitsvergadering. In die
regeling dienden waarborgen te worden opgenomen voor een zo groot mogelijke
openheid in het overleg, zowel intern als naar buiten. In een tweede motie
stelde men dat de tendens die spreekt uit het rapport-Maris tot Parijse
toestanden zou leiden. Men achtte discussie tussen alle betrokkenen van de
subfaculteit op korte termijn noodzakelijk. Een week later tijdens een druk
bezochte verkiezingsborrel van deze, studievereniging droeg men het bestuur op
binnen een week een hearing te organiseren van hoogleraren en stafleden. De
hearing vond plaats op 28 mei.

Tijdens de massa-bijeenkomst deed de president-curator van de Universiteit burgemeester Samkalden mee aan de discussies. Hier te zien tussen de studenten
In het zelfde nummer van Folia Civitatis nog het volgende
artikel met de titel:
Lotgenoten
Deze vaak als "oeverloos gezwets" betitelde discussies vindt dr.
T. de Booy een essentiële en noodzakelijke fase: de problematiek kristalliseert
zich, en staf en studenten merken dat ze geen tegenstanders zijn,
maar lotgenoten. De kern van het universitaire probleem ligt in de structuur van onze
maatschappij, waarin de beslissingen worden genomen met onoverzichtelijke
methoden. De universiteit moet zich
zelf rekenschap gaan geven van de aard van de consequenties van de wetenschap,
en daarover de controle krijgen. De wetenschapsbeoefenaar moet een normbesef
hebben dat in overeenstemming is met zijn enorme verantwoordelijkheid. Dit
vraagt geen woeste barricaden strijd, maar een introverte revolutie, een
bewustwording van wat er met de mensheid moet gebeuren. Onze democratie biedt
mogelijkheden genoeg, maar die worden nog lang niet goed en uitputtend gebruikt.
Geen barricaden, geen afzondering, maar discussie. Gevaarlijk is het dat een
bepaalde groep niet wakker geschud
wil worden (en dat komt meer voor bij studenten dan bij hoogleraren). Een groot gedeelte van de B-studenten
verkeert volgens dr. De Booy in deze apathie, en vlucht weg in een
vakspecialisme. De kern van het maatschappelijk probleem ligt in de
bewustwording van de grote massa door de escalatie van de communicatiemiddelen.
Nadat de maatschappij de welvaart van buik en onderbuik veilig heeft gesteld, krijgt nu de
geest de kans. De mensen worden zich op grote schaal bewust van hun dilemma: elke mens houtd meer van
zichzelf dan van anderen, maar toch is er voor ieder de noodzaak om met
anderen te leven. De gemeenschap is onoverzichtelijk geworden. De mens voelt dat
hij bedreigd wordt door de anderen, door de natuur, door zichzelf. Hij gaat
zoeken naar een mogelijkheid om de tegenstrijdige belangen te verzoenen, zodat
de mensen elkaar niet uitroeien. De jeugd van nu alle energie nodig voort het proces van bewustwording,
de volgende generatie zal eindelijk de kans
krijgen om aan oplossingen te werken. Het onderwijs aan de universiteit moet veranderd worden.
Nu is het zo dat wie doceert bepaalt wat er geleerd wordt. Maar in de eerste
plaats moet de
student geïnteresseerd worden, zodat hij gaat inzien dat hij deskundigheid nodig heeft, en de studie zijn geestelijk
eigendom gaat worden. De studenten moeten ook direkt betrokken worden bij het wetenschappelijk onderzoek, de scheiding tussen wetenschappelijk
onderzoek en onderwijs moet vervagen. Kweking van vaksimplisten moet uit den
boze zijn, want de opsplitsing in specialismen is destructief. Wat het bestuur
van de universiteit betreft merkte dr.. De Booy op, dat ieder serieus moet
worden genomen in z'n eigen functie. De student moet kunnen beschikken over de
informatie die hij nodig heeft om adviezen te kunnen geven. De geheimzinnigheid
bij het besturen is het grootste gevaar. De hoogleraar is nu volstrekt autonoom
in zijn beleid, maar hij zou verantwoordelijk moeten zijn, zowel naar boven als naar beneden.
Verderop in het zelfde nummer van Folia zegt de ASVA voorzitter Peter Cohen nog het volgende:"Er zijn totaal 1000 mensen bezig geweest met de discussies. Vooral de B-faculteiten zijn plotseling tot leven gekomen".
Plannen voor reorganisatie Aardwetenschappen
21 juni schrijf ik aan de Directeur Generaal van
wetenschappen
en Ministerie Onderwijs en Wetenschappen Dr A.J. Piekaar de volgende brief:
In verband met de toekomstige mogelijkheden van de
taakverdeling der Subfaculteiten der geologie en geofysica aan de Nederlandse
Universiteiten, wilde ik U verzoeken mij een kort onderhoud toe te staan, om de
ingesloten nota mondeling toe te lichten, alsmede uitdrukking te kunnen geven
aan mijn verontrusting betreffende de voorstellen die door de Sectie der
Aardwetenschappen van de Academische Raad zijn opgesteld en U in de
naaste toekomst ter hand zullen worden gesteld. In eerste instantie heb ik
contact opgenomen met de oud-minister van Onderwijs Prof. Diepenhorst, en
hem de vraag voorgelegd tot wie ik mij zou moeten wenden om het gevoel van
onbehagen betreffende het beleid door Subfaculteiten der geologie en geofysica
aan de Nederlandse Universiteiten tot uitdrukking te kunnen. Prof
Diepenhorst adviseerde in een persoonlijke brief te verzoeken om een kort
onderhoud. Aangezien ik van 7 juli tot medio september in verband met mijn
onderwijs activiteiten buitenlands zal vertoeven, zoudt U mij ten zeerste
verplichten indien U mij nog vóór 7 juli zoudt kunnen ontvangen.
De ingesloten nota behorende bij mijn
brief van 21 juni aan Dr Piekaar
Nota betreffende de toekomst van de Geologische opleiding aan de Nederlandse Universiteiten
1.Na ontvangst van de brief DAW 136.709 van de Minister van Onderwijs
en Wetenschappen aan de Voorzitter van de Academische Raad, verzocht deze de Sectie Aardwetenschappen
van de Academische Raad
bij schrijven van 18 februari
1966 (Ar 235 III),
hem
over
de
mogelijkheden
van
taakverdeling en/of
concentratie
binnen de subfaculteiten der geologie en geofysica aan de Nederlandse
Universiteiten te adviseren. Hoewel dit verzoek meer dan twee jaar
geleden tot de sectie werd
gericht
heeft overleg in de sectie nog
niet tot wezenlijk resultaat geleid. Bovendien blijkt uit de stuken die thans als
resultaat van moeizaam overleg
op tafel liggen, dat lokale belangen zwaarder
wegen dan zowel het
algemeen belang als ook dat van
onderwijs en onderzoek in de aardwetenschappen.
Als oplossing in eerste termijn wordt
namelijk gedacht aan het
voortbestaan van de huidige vijf opleidingsinstituten, die ondanks samenwerking in
" federatief: verband"
plaats zouden moeten verlenen aan in totaal: 36 hoogleraren,
18 lectoren en 25
leden van het wetenschappelijk corps met onderwijsopdrachten.
(Waaronder een aantal buitengewone
hoogleraren). De huidige bezetting is: 32
leerstoelen, 9 lectoraten en
15 onderwijsopdrachten.
In beide gevallen zijn de docenten van het ITC van. de mijnbouwkundige
opleiding, beide te Delft, niet, die van de bodemkundige afdeling
Wageningen en van de fysische-geografische opleidingen in Amsterdam, Utrecht en. Groningen
wel meegeteld.
2. Bij de aardwetenschappen zijn meer docenten per student beschikbaar
voor het geven van. onderwijs dan bij andere studierichtingen in de
natuurwetenschappen. Ten dele is
dit een gevolg van het arbeidsintensieve karakter van onderwijs in de
aardwetenschappen, maar in grotere mate van het naast elkaar bestaan van
een groot aantal zelfstandige opleidingen met
afstudeermogelijkheden
in. alle specialisatie richtingen.
3. Het spreekt dan ook welhaast vanzelf dat, zelfs als men rekening houdt het feit,
dat ook voor de aardwetenschappen aanschaf
van
kostbare onderzoek apparatuur steeds meer
noodzakelijk wordt,
concentraties
of in ieder geval een
betere coördinatie van de opleidingen
op
den duur tot kosten besparing zal leiden ten opzichte van
continuering van de huidige toestand.
4. Door personen of groepen, deels binnen
deels buiten de sectie aardwetenschappen zijn reeds zes
verschillende voorstellen voor concentratie aan de sectie voorgelegd; geen
der voorstellen is tot nu toe door de sectie
objectief beoordeeld. Met de indieners - voorzover zij geen zitting :in de
sectie hebben heeft de sectie niet van gedachten
gewisseld.
5. Op een bijeenkomt op donderdag 13 juni j.l. in het Geologisch Instituut der Universiteit
van Amsterdam van docenten en studenten in de
aardwetenschappen van de Nederlandse
Universiteiten,waarbij ook vertegenwoordigers uit het
bedrijfsleven aanwezig waren, is door vele hoogleraren, stafleden en studenten gepleit voor
een spoedige en radicale herziening van onderwijs en onderzoek in
de aardwetenschappen en voorstanders
van bestendiging van de huidige toestand waren
verre in de minderheid.
6.Van
bevoegde
zijde werd op dezelfde bijeenkomst verklaart dat het onmogelijk
geacht moet worden, dat de sectie met een werkelijk constructief voorstel zal
komen. De leden ervan kunnen
zich merendeels niet losmaken van de
belangen
van de huidige toestand.
7. Omdat de sectie aardwetenschappen dus blijkbaar niet het lichaam
is, waarvan voorstellen tot de zozeer gewenste
en noodzakelijk
ingrijpende herziening tegemoet gezien
kunnen worden, werd voorgesteld een commissie te benoemen uit alle bij het
onderwijs en onderzoek in de aardwetenschappen
betrokkenen, waardoor kan worden voorkomen dat lokale belangen boven
het algemeen belang prevaleren.
8. Deze commissie zal regelmatig bij voorbeeld door het organiseren van hearings
voeling moeten houden met alle betrokkenen. Men was algemeen van oordeel dat het op een dergelijke
wijze mogelijk moet
zijn om korte
termijn
(binnen enkele maanden)met een voor zeer velen
aanvaardbaar constructief'
voorstel te komen.
9. Het is noodzakelijk om hangende een beslissing over de toekomst van onderwijs
en onderzoek in de aardwetenschappen in Nederland elke verandering in de huidige
toestand te vermijden. Het vertrek van docenten in verband met leeftijd
of het vinden van een andere werkkring kan worden bevorderd, mits voor de
waarneming van hun functies gezocht wordt naar
tijdelijke oplossingen door het verlenen van tijdelijke onderwijsopdrachten
aan ter plaatse of elders werkzame leden van het wetenschappelijk corps. Mede in
verband hiermede is op woensdag
16 september 1968 een algemene landelijke
bijeenkomst belegd, welke gezien
kan worden als voortzetting van de reeds eerder genoemde bijeenkomst
van 13 juni jl. met
o.m. als als concreet onderwerp: vacature leerstoelen in de geologie:
benoemen of niet?
10. Het ware te wensen dat het
Departement
van. Onderwijs en Wetenschappen een Commissie
ad. hoc bij de aanvang van haar
werkzaamheden een inzicht kon geven in de ten Departementale levende wensen
en ideeën inzake concentratie en taakverdeling bij het wetenschappelijk
onderwijs in het bijzonder in dit geval ten aanzien van
de aardwetenschappen.
Acties tegen plan Maris
Voorgeschiedenis. Parool 16 mei
1968 : "De academische Raad - schakel tussen universiteiten en regering -
ontving eind 1967 een eindrapport van de commissie Maris. Ir A.G Maris en
de zijnen kwamen met een soort "Bevelschema"voor de universiteiten die een
infanteriebrigade niet zou misstaan. De leiding zou uiteindelijk komen in handen
van een "presidium", drie ervaren "managers" die straf zouden controleren of
alle faculteiten en vakgroepen in de pas zouden lopen bij de strakke en
efficiënte planning door de top". Tegen dit plan Maris kwam al gauw kritiek van
de kant van de Studenten Vakbeweging.
Vrijdagavond 21 juni Massale bijeenkomst aula van de Universiteit van Amsterdam, waar de prorector prof mr A.D. Belinfante zei dat hij in augustus met een voorstel van reorganisatie van het bestuur van de universiteit en medezeggenschap van studenten wil komen.

Schaduw vergadering van studenten in het Universiteitsgebouw waar ook een vergadering van de Academische Raad plaats vond. ( Staande: Henk Vlaar voorzitter van de Studenten Vakbeweging, rechts van hem Eduard Bomhof later minister, het kan verkeren)
Zaterdag 22 juni 1968 hebben dertig leden van de Studenten Vakbeweging uit Amsterdam de zaal van de Academische Raad in Utrecht "bezet". De Raad hield een geheime vergadering om het plan Maris te bespreken. De studenten wilden meeluisteren tijdens deze vergadering. . De studenten kregen wel toestemming om in het gebouw te verblijven en hebben toen zelf een vergadering belegd, waar niet alleen studenten, maar ook een tiental hoogleraren aanwezig waren en er een zinnige discussie is gevoerd. De Academische Raad (60 leden) hebben in hun vergadering met overgrote meerderheid het plan Maris verworpen. (Ik heb ook meegedaan aan de actie van de studenten).
De Booy geeft verslag over de
activiteiten van de informele commissie die zich bezig houdt met
de onderwijs-problematiek
25 juni 1968
Notulen vergadering centrale staf
De Booy wordt uitgenodigd verslag te doen van de informele commissie
Verslag van de heer De Booy inzake de commissie
onderwijsaangelegenheden. De heer De Booy geeft een uiteenzetting over de
totstandkoming, samenstelling, werkzaamheden en plannen van een ad hoc gevormde
commissie die zich bezighoudt met de algemene onderwijs-problematiek van onze
universiteit. De commissie bestaat uit de heren Belinfante, Verburg, Kolthoff, De Booy,
Swart en Kleijn. Alle leden nemen strikt à titre persorinel deel aan het overleg. Hierna volgt een uitgebreide gedachten wisseling over de diverse aspecten van
de ideeën der commissie. De heer Noorman vraagt wat de relatie is
tussen het bureau van de heer Kolthoff en de te benoemen directeur van het
bureau onderwijs. De heer De Booy antwoordt dat het bureau van de heer Kolthoff kan worden ingebouwd in het bureau onderwijs. De heer Nijenhuis merkt op dat het hem juister lijkt dat eerst een
precieze taakomschrijving van het bureau onderwijs wordt geformuleerd alvorens
een directeur wordt aangetrokken. De heer Nijkerk zegt dat de commissie informeel is en dat hij eerst
graag in kennis wordt gesteld van de uitgekristalliseerde ideeën en de eventuele
voorstellen van de commissie voordat deze door de officiële instanties worden
behandeld. De heer De Booy antwoordt dat de commissie slechts ideeën formuleert
en dat deze ideeën later eventueel plannen kunnen worden. De heer
Nijenhuis wil graag met nadruk zien vastgelegd dat deze commissie geen
beslissingen kan nemen ten aanzien van plannen. De vergadering sluit zich hierbij aan. De heer De Booy antwoordt dat dit voor de commissie vanzelf spreekt.
Hij merkt verder op dat het z.i. van het grootste belang is dat de staf aan de
open discussies meewerkt en deel neemt aan overleg en gesprekken in informele
werkgroepen en commissies. Hij wil daarover individuele leden van de staf
benaderen. Hij ziet verder als voordelen voor de staf dat tal van stafleden, die
nu geen deel (willen) hebben aan het overleg binnen de universiteit, op deze
wijze toch weer betrokken kunnen raken bij alles wat in de universiteit omgaat.
Hij vraagt de staf als organisatie om morele steun en om de bereidheid het
administratieve apparaat hiervoor ter beschikking te stellen. De voorzitter antwoordt dat hij zelf sympathiek staat tegenover de
ideeën zoals die binnen de commissie leven, maar dat het centrale stafbestuur
zich in deze vergadering hierover niet definitief kan uitspreken omdat er nu
geen gelegenheid is voor nader beraad. Spreker zegt verder dat de heer De
Booy vanzelfsprekend geheel vrij is om individuele leden van de staf te verzoeken deel te nemen aan open discussies of om hen op andere wijze in te schakelen. Het dagelijks bestuur is overigens bereid met hem hierover nader overleg
te plegen. Tenslotte dankt hij de heer De Booy voor zijn belang wekkende
uiteenzetting. De heer De Booy verlaat hierna de vergadering.

Prof. A.D. Belinfante prorector van de Universiteit van Amsterdam
Uit het krantje van de Studenten Vak Beweging (SVB) Amsterdam
4e jaargang 3 juli 1968
Belinfante : het paard van troje?
Het lijdt geen twijfel dat onderstaand citaat ook in
Nederland geldt voor de strijd van studenten en veel hoogleraren tegen het
instituut van de akademiese raad. Als men echter de houding van de a.s. rektor-magnifikus, prof.A.D. Belinfante wil bekritiseren kan men moeilijk nog
beweren dat men niet tegen een persoon ageert. Tenzij men aanneemt dat prof. Belinfante slechts slachtoffer is van de
struktuur, waarin hij een positie gaat bekleden, die in Nederland alleen voor
leden van de regentenklasse is weggelegd. De premisse, dat prof. Belinfante inderdaad zo'n
slachtoffer is, zou pas
aannemelijk gemaakt kunnen worden na een analyse van zijn houding tegenover de
aktie, zoals die de laatste maanden gevoerd is; het begin van de strijd voor een werkelijke demokratisering. Drie gebeurtenissen uit de afgelopen tijd, tonen de verandering in de
aanvankelijk weinig toeschietelijke houding van prof. Belinfante aan. Ten eerste: in het debat met studenten in de hal van het Maagdenhuis op 31
mei, over de openbaarmaking van de stukken van de a.r., verklaarde
prof.Belinfante wel fundamentele kritiek te hebben op de samenstelling en
werkwijze van de a.r. en vond dat de stukken openbaar gemaakt moesten worden, maar, hoewel hij in het bezit van
verschillende geheime stukken was, wilde hij ze niet openbaar maken."Omdat je
nu eenmaal moet werken binnen de bestaande strukturen" en "Ik mag het gegeven
vertrouwen niet schenden".Tijdens het debat in de Aula, georganiseerd door de BDU op 21 juni, bleek
iets duidelijker de goede wil van prof. Belinfante. Op de vooravond van de voorlopig laatste. vergadering van de a. r.
, verklaarde hij zich bereid diskussie over Maris, maar alleen er op zou
aandringen dat de hele problematiek terug gebracht moest horen waar ze
behoorde : bij de universiteit. Hetgeen gebeurd is. Dat het echter nog moeilijk was voor hem om de oude strukturen te verlaten,
bleek nogmaals duidelijk toen de opheffing van de a.r. aan de orde kwam. Zijn angst voor geheel nieuwe vormen van overleg en beslissen, in
massadiskussies door alle betrokkenen, met volledige medezeggenschap
door die betrokkenen, was groter dan het wantrouwen tegen de a.r., fossiel in de universitaire wereld.
Wir wollen nicht gegen Personen sondern gegen institutionen kämpfen RD
(Rudi Dutske)
Allereerst met de ASVA kon hij praten en verklaarde dat ook te zullen doen. "Of vertegenwoordigen die de studenten ook niet meer?".En dat zou best eens kunnen blijken tijdens de debatten over herstrukturering
en demokratisering. Immers, met de verandering in de aard van de
studentenbelangenbehartiging, kunnen best wel eens veranderingen in de struktuur
van de studentenvertegenwoordiging optreden. Wel zegde prof. Belinfante toe begin oktober, of wanneer dat mogelijk is, aan
een massameeting zijn medewerking te verlenen, waarop met alle leden van de "akademiese
gemeenschap" gediskussieerd gaat worden over de herstrukturering van het w.o. De derde, meest signifikante gebeurtenis vond plaats tijdens het bezoek aan
de a.r. in Utrecht.
Toen schaarde prof. Belinfante zich met kollega van Wijnbergen duidelijk
achter de eisen van de studenten; door temidden van hen op de grond te gaan zitten toonde hij dat hij het niet bij woorden alleen wilde
laten. Deze "konfrontatie van Belinfante met Belinfante", zoals de Booy het zei, maakte duidelijk dat de
belangen van hoogleraren en studenten samen
kunnen gaan. Ook later in een vergadering van de A.H. heeft hij volgens prof.
A.I. Diepenhorst (neef van de oud-minister), die verslag uit kwam brengen
aan de vergadering van de NSR in een "belendend perceel", geen woord gezegd. Het duidelijkste bewijs van zijn wil tot wezenlijke vernieuwing, kan prof.
Belinfante in het volgende akademies jaar leveren door met de studenten eraan te
werken dat de diskussie en hervorming in alle stadia op voet van volledige gelijkheid verloopt. Om te vermijden dat de strijd toch alleen tegen personen gaat, zal men de
druk moeten tegengaan die de huidige struktuur uitoefent op mensen met een positie in die struktuur, als zij die
willen
hervormen. Dan kan alleen wanneer zij zich als
persoon
inzetten voor de demokratiese universiteit. (HV)
Artikel van De Booy : De moeilijkste revolutie
In hetzelfde krantje staat een interview van Remmert de Vries
en Henk Stoepker met Dr de Booy met de titel "de moeilijkste
soort revolutie"
Dr. Tom de Booy, lid van de wetenschappelijke staf van de
subfakulteit van de geologie, is overtuigd van de noodzaak tot demokratisering
van de universiteit. Herhaaldelijk voerde hij de laatste weken tijdens
diskussies daarover het woord. In de b-fakulteiten voert hij een soort kulturele
revolutie. Het gesprek dat wij met hem hadden vond plaats na een door hem
georganiseerde diskussie over de doelstellingen en het onderwijs van de
geologie, in het Geologies Instituut. Hoewel de studenten in hem een hartstochelijk pleitbezorger hebben voor hun
hervormingseisen, is De Booy bevreesd dat de studenten niet goed uitkijken, en hun beweging verzandt.
"Onze vroegere taktiek bestond uit akties van bepaalde groepen bewuste
mensen, die zich meteen vervreemden van de rest van de studenten. Een dergelijke aktie gaf degenen die aangevallen werden iets konkreets,
waarop ze zich af konden zetten. Het belangrijkste gevaar dat dan ook mijns inziens op het ogenblik dreigt, is dat we bepaalde
dingen te konkreet vastschroeven, ons blind staren op stemrechten bijvoorbeeld.
Studenten kunne gevraagd worden in een of ander hoog orgaan te komen zitten.
Gevolg: ze kunnen weer gelokaliseerd worden. De student, of het staflid, in zo'n hoge funktie vervreemdt automaties van de
rest en als hij faalt, na de te snelle kans die hij kreeg, wordt er gezegd: "Zie
je wel, nu hebben we de kans gegeven aan studenten, jullie zijn nog niet rijp."
bewustwording
"Het enige waarmee we iets bereiken, op de lange duur, is de bewustmaking van
99% van de studenten en de middelbare scholieren. We moeten dat bereiken door
hen serieus te nemen, niet van het standpunt uit te gaan: je bent toch maar
ongeïnteresseerd. De apathie van de grote massa der studenten is geen
ongeïnteresseerdheid. Hem
is altijd sistematies de informatie en de dokumentatie onthouden. We moeten hem langzaam wakker maker niet met een wekker, want daar krijgt hij
hoofdpijn van. Je ziet zoveel rare
dingen om je heen gebeuren, dat het logies is dat de mensen dichtklappen. Over
deze barriere moeten we zien heen te komen. Dan is het allerbelangrijkste dat we
ons nergens gaan konkretiseren in een beweging, een vastgeschroefd programma.
Daar zijn ze allergies voor. Terecht, want het is het ene autokraties sisteem
vervangen door het andere. Wij moeten proberen van onder uit iets te kreëren dat het hun
persoonlijk,belang wordt zich voor de universiteit te interesseren. En op het ogenblik ziet de doorsnee student zijn persoonlijk belang in het
rustig zijn kursus doen. We moeten hem ervan doordringen dat hij een
verantwoording heeft af te leggen aan degene die hem in staat stelt te studeren:
de belastingbetaler. Als men tot een grotere mate van bewustwording komt, kan de doorbraak
ontstaan waardoor wij weer de maatschappij kunnen dienen. Dat is m.i. de
funktie van de universiteit. En dan heb je iets, dat nu grondig mis".
participatie
De Booij wil een volledige participatie, een erbij betrokken weten. "De
student wordt niet bij het onderwijs betrokken, er is geen dialoog. Als je
iemand erbij haalt en vraagt: Wat vind jij ervan?, dan
komt er kreativiteit. Maar sistematies is ons ondervijs er op gericht dat
iemand gewoon moet volgen wat de leermeester zegt. En hij kan pas gefundeerde kritiek leveren,wanneer hij iets geleerd heeft. Dat is het basisdogma var het
huidige onderwijs en dat is een fundamenteel foute basis. De kontrole op degenen aan wie autoriteit verleend is, dat is demokratie.
Die kontrole is op het ogenblik zoek, door tradities etc.
Dat is de impasse waarin we zitten. De student vertaalt die slecht. Hij
wil helemaal de begroting van de universiteit
niet maken. Hij heeft heeft geen tijd om zich door cm papier te worstelen.
Hij wil alleen au serieux genomen worden, erbij betrokken worden. En de autoriteiten vertalen het: ze willen het alleen voor het zeggen
hebben. Dat is een chronies misverstand, dat de temperatuur onnodig op doet lopen." De Booy is er voor om op dit moment de bestaande struktuur
te aanvaarden. Dat wil zeggen de wettelijke struktuur, niet de
traditioneel gegroeide. "Alle traditionele, geestelijk gegroeide dingen moeten ter diskussie
gesteld worden. De wetten van de demokratie zijn goed, maar ze worden niet
toegepast. De sluizen zijn verstopt. Om die sluizen leeg te scheppen is een
doorbraak van onderaf nodig, maar die is alleen mogelijk als we grote groepen studenten er
bij betrekken. Als de sluizen eenmaal open zijn, en de autoriteiten kunnen
zich er niet aan
onttrekken daar hun medewerking aan te verlenen, en de kontrole van
onderaf hersteld is, zien we wel of die sluizen vervangen, opgeheven, of
vernieuwd moeten worden ".
politiek
De Booy gelooft in open diskussies, er wordt meer losgelaten dan je
op zwart op wit kan krijgen. Het moet de taktiek zijn om de doorbraak en de openheid te
bewerkstelligen?
Het afbreken van de autoriteit, door vragen te stellen. Ga naar de
academiese raad bij wijze van spreken. Je gaat daar beleefd informeren
Hoe zit het
daar? Hoe is de struktuur? Hoe zijn de bevoegdheden? Allemaal vraagjes stellen.
Ga niet midden in de nacht op de deur bonzen, dan krijg je een plens water
over je heen. Iemand die aangevallen wordt is niet voor rede vatbaar. Nee
je gaat op een gewone tijd, je
aanvaart de wet en de kennis voor de time being en je vraagt heel
vriendelijk. Dan
moet hij je antwoorden, dat is de demokratie die hem daar toe verplicht.
Geheimhouding ? Ze zullen wel wijzer wezen en niet antwoorden. Je hebt het toch
vriendelijk
gevraagd. Ze hebben toch de pretentie demokraties te zijn? Op dat moment heb je
informatie . Dan kun je verder vragen. Ik ben naar Stheeman toegegaan, de president van de rechtbank, om te
vragen hoe in
de met de geheimhouding geregeld is. Toen bleek dat al geheime universitaire gedoe wettelijk
nergens is vastgelegd, het is slechts een beleidslijn. De normen van het ogenblik bepalen of de geheimhouding rechtmatig is. Marginale
rechtspraak
dus. "Een carte-blanche voor ieder die maar een beetje gekke norm heeft."
Het is een soort lijfspreuk staat op de omslag van zijn notitieboekje.
Analyse; een
katalysator is een stof uitsluitend door haar aanwezigheid de snelheid van een
chemiese reaktie beïnvloeden . Vreemde stoffen kunnen de werking van een
katalysator te niet doen. Vreemde stoffen zijn het zich vastschroeven,het zich afzetten
. Wij hoeven geen alternatief te
geven,laten zij dat maar doen. Dan kan men ons later niets verwijten."
Er is wel een organisatie nodig de mensen voor die daarin zitten, en dat volledig à titre
personel doen, als individuen uit de academiese gemeenschap. Niet gebonden
zijn aan een
aktiekomitee of iets dergelijks,, op het ogenblik dat je daar bent is het afgelopen, Want
dan zetten de anderen zich daar tegen af." Het is de
moeilijkste soort revolutie die je kunt bedrijven.
Maar die voor dit moment geen andere uitweg. Het is een langzaam proces waar
we nog wel twintig jaar over zullen doen. We zijn nog net pas uit de boom gevallen."
Voor ons gesprek met Dr. De Booij
verscheen in de Groene van 22 juni een interview met de Rotterdamse
socioloog Dr. J.H. Buiter, die onlangs promoveerde op een
proefschrift, "Een modern salariaat in wording".
Ogenschijnlijk is dat
deze vanuit een ander uitgangspunt tot dezelfde
konklusie komt als De Booij. Op de vraag "wat kunnen de studenten leren uit de mede
zeggenschapspraktijk in de bedrijven?": antwoordt Buiter: "Laat je niet
inkapselen. Dwing openheid af. Je hebt recht op toezending van de door de Akademiese Raad geproduceerde rapporten. Ik kan me voorstellen dat je op het
terrein van de studentenbelangen vetorechten eist. Maar ga niet participeren
in het algemene beleidsproces. Dan moet je je met zaken
gaan bezighouden waarvan je toch te weinig weet, maar waardoor je wel goed
vastrijdt. Je komt dan volkomen voor gek te zitten. Dit kunnen de studenten
leren uit de vakbewegingspraktijk."

In de zomer barbecue op de Waldeck Pyrmontlaan, vlnr Grootmoeder Ot, Mariette, Mauk, Grootvader Tom, Adrienne
Reis naar Italië

Met Adrienne een reis gemaakt door Italie. Zowel vakantie als ook een geologische reis
Dinsdag 20 augustus vertrek ik per vliegtuig naar Praag om daar het 23 ste Wereld Geologen Congres bij te wonen.
Woensdag 21 augustus word ik 's-ochtends vroeg wakker van het geluid van inslaande kogels, die afkomstig bleken van Russische MIG straal jagers. Het betekende het einde van de zgn Praags lente, die begonnen was in januari 1968 toen Alexander Dubček de partijleider Antonín Novotný opvolgde en een democratisch bewind voorstond. De Sovjet-Unie vreesde dat de ontwikkelingen in Tsjechoslowakije een domino-effect zouden hebben in de andere lidstaten van het Warschaupact. Mede daarom wilde Brezjnev ingrijpen in Tsjechoslowakije, maar hij was bang dat een inval een reactie van het westen zou uitlokken. Daarom vergewiste hij zich er eerst van dat hij geen militair antwoord van het westen hoefde te verwachten, vooraleer in de nacht van 20 op 21 augustus 1968 de Russische tanks Praag binnenreden. (Vergelijk toen Hitler niets te duchten had van het westen bij zijn invasie in Tsechoslowakije in oktober 1938.)
Ik ben toen naar het centrale plein van Praag gelopen. Overal waren tanks waar ik tussen door moest lopen, die de stad hadden afgegrendeld.

Van mijn hotel ben ik via deze brug naar het centrale plein van Praag gelopen.
Indrukwekkend was dat de inwoners van Praag discussie aangingen met de bemanning van de tanks. Die wisten niet wat het doel van deze invasie was

Discussie van inwoners van Praag met de bemanning van Russische tanks. Op de rechter foto zie je een man met een papiertje in zijn linker hand Dit papiertje was een pamflet in het Russisch was gesteld, dat afschuw uitsprak over de invasie. Zie hieronder

Het in Russiscb gesteld pamflet dat werd uitgedeeld in de straten van Praag aan de Russische soldaten. (Ik heb hier aan ook meegedaan met het uitdelen van dit pamflet)



De Russische invasie in Praag 1968
De Nederlandse delegatie van geologen tijdens het 23 ste Wereld
geologen congres stond olv Prof den Tex . Hij en een aantal andere
Nederlandse geologen vetrokken heel snel na de Russische invasie. Hij heeft zijn
mandaat schriftelijk aan mij overgedragen en ik mocht tijdens enkele zittingen
van het congres Nederland vertegenwoordigen. Ik heb o.a het volgende pamflet
gekregen:
Dear Friends, You are witnessing the forceful occupation of Czechoslovakia by the armies
of some-members of the Warsaw Treaty. On behalf. of the Czechoslovak
Scientific and Technical Society and the engineers and technicians of our country we decIare that this occupation is
carried out against the wil of Ludvik Svoboda,
President of the Republic,
against the will Cernik Government, against the will of the Communist Party of Czechoslovakia led by Alexandr Dubcek..
We decIare that is an deliberate act of aggression against free
Czechoslovakia, against the will of the people of this country .Please, teIl this to our friends in your own countries and do
raise your protest !!. On behalf of the engineers and
technicians of .Czechoslovakia: Mirosiliav Lumier
Na enkele dagen zijn we via een bus naar de grens van gebracht en vandaar met een andere bus naar Augsburg waar vandaar ben ik terug gevlogen naar Nederland. Het was een hele schok om te merken dat men zich weinig aantrok van de Russische invasie in Tsechoslowakije. Om toch iets van ons protest te laten merken heb ik samen met twee geologen van Meurs en de Jong een stencil gemaakt dat we tijdens de Tweede Kamer vergadering wilden uitreiken vlak voor en tijdens de 2 minuten stilte die voor de Russische invasie van de kamerleden zullen worden gevraagd. Het was een landelijke actie om 2 minuten stilte te houden op initiatief van de politieke partijen en vakcentrales. Ik ben in mijn mooiste pak plus ridderorde gewoon in de Tweede Kamer gegaan, terwijl de Jong dank zij een invitatie van van Mierlo op de gereserveerde tribune en van Meurs op de publieke tribune gingen zitten. Zo gezegd zo gedaan heb ik pamfletten uitgereikt aan de Tweede Kamer leden zelfs aan de binnenkomende minister Luns. Het ging wonderwel goed tot ik kwam bij de bank van het CHU kamerlid Jonkvrouw Wttewaall van Stoetwegen. Ik stelde me steeds voor bij het overhandigen van het pamflet. Ze was zeer attent en zei: " Wat doet U hier meneer de Booy wilt u zich gauw verwijderen". Op dat ogenblik werd door de minister president gevraagd om de 2 minuten stilte in acht te nemen. Tijdens deze twee minuten stilte, terwijl de kamerleden waren gaan staan, dwarrelden van de twee tribunes vele pamfletten naar beneden. De Jong en van Meurs werden door de suppoosten verwijderd. Ik kon rustig naar buiten lopen zonder dat iemand me iets in de weg legde. De kranten artikels waren nog al negatief over onze actie.
De tekst van het pamflet dat we in de
tweede Kamer hebben verspreid:
"Wij zijn de eerste dagen van de Russische bezetting in Praag geweest. Onze mening over ·dit gebeuren is dus waarschijnlijk emotioneler dan die van de meeste nederlanders. Deze twee minuten stilte is voor ons het symbool van de hypocriete
kruideniersmentaliteit der Nederlanden.. Wij hebben ook twee minuten
stilte meegemaakt ergens in Praag. Dat gebeurde kort nadat 2 jonge Tsjechoslowaken waren neergeschoten. Dat was indrukwekkend. Maar van de 2 minuten stilte hier worden we misselijk. Waarom?
Hiermee zullen veel nederlanders denken dat ze voldoende gedaan hebben. De aktie kost nauwelijks of geen
geld en zal toch bijna ieder zelfbevrediging geven. Twee
minuten zijn zo goedkoop! Wanneer worden er van (semi)-overheidswege stilte-perioden georganiseerd
tegen de gebeurtenissen in de Dominicaanse Republiek en Vietnam? Vallen er in Vietnam en Biafra niet veel meer doden dan in
Tsjechoslowakije?
Wat kunnen we doen behalve 2 minuten stilte houden? Niet veel.
Maar misschien kan ook de methode die de Tsjechoslowaken tegenover hun
bezetters gebruiken - discussie - door de Nederlanders overgenomen worden. Probeer de USSR, de
DDR, Polen, Bulgarije en Hongarije te bezoeken. Discusieer daar, laat van onze. afschuw blijken. Doe niet als onze vakbond leiders
die gèèn bezoek aan de USSR willen afleggen. En. daarbij: boycot incidenteel. eens kontakten. Weiger een russisch
schip te lossen, of sluit Schiphol een week af voor russische
vliegtuigen, of vóetbal 1 keer niet tegen Polen of Bulgaren. Stuur protesten als
organisatie, als wetenschapsman. Laat Luns een ton geven aan het hulpcomité!
Misschien dringt dan iets door onze acties naar de Tsjechen, en dat zal
hun meer steun geven dan 2 minuten stilte en het gevoelig toespraakje van
onze minister-president Laat het alsjeblieft niet bij de 2 minuten
blijven!! K.A. de Jong - A.P. van Meurs - T.de Booy .

Tijdens het moment van 2 minuten stilte, voor de Russische invasie in Tsjechoslowakije, dwarrelden onze pamfletten neer op de hoofden van de Tweede Kamerleden. Op de voorgrond links de christelijk-historische Kamerleden J. J. Mellema, T. Tolman en jonkvrouwe C. Wttewaal van Stoetwegen. Rechts van haar H. Koekoek (bijnaam "Boer Koekoek") van de Boerenpartij en helemaal links achter aan met bril naar rechts kijkend Prof. I.A. Diepenhorst. Het pamflet, dat ik vóór de 2 minuten stilte had rondgegeven,. ligt keurig op de lessenaar van het Kamerlid Mellema.
's-Avonds heb ik nog gesproken voor een gedeeltelijk gevulde Aula van de
Universiteit van Amsterdam tijdens een teach-in georganiseerd door de ASVA
SRVU en SVB. In krant stond hierover het volgende: "Hierna gaf de heer T.
de Booy deelnemer aan het in Praag gehouden geologencongres zijn indrukken. Niet
alleen in Tsjechoslowakije vormt het establishment het grootste gevaar. Wij
helpen de Tsjechen door aan de universiteit mensen op te leiden, die zich
bewust zijn van de impasse waarin de mens en de machine geraakt zijn. De twee
minuten stilte, die het Nederlandse volk in acht nam, is hypocrisie, het
is een goedkoop effect, volgens de heer De Booy. Uit de zaal werd geprotesteerd
tegen een te emotionele en persoonlijke benadering door de sprekers".
OPEN DISCUSSIE~ GEOLOGIE VAN MORGEN (Voortzetting discussie van 13-6-1968)
Woensdag 18 september 1968 in Utrecht in de Uithof
Universiteitscampus Initiatief van Dr T. de Booy
Rapport over de open discussie "GEOI;OGIE VAN MORGEN"
van 18 september 1968.
Onder de titel "Geologie van Morgen" vond op 18 september te Utrecht een bijeenkomst
plaats van geïnteresseerden in de geologische wetenschappen. Deze bijeenkomst,
een voortzetting van de op 13 juni j.l. in Amsterdam gehouden open discussie,
werd bijgewoond door ongeveer 160 belangstellenden: hoogleraren, stafleden,
studenten en geologen van bedrijfsleven en openbare diensten. Doel was, in
open en vrije discussie, te komen tot een bespreking van de problemen waarvoor
de Nederlandse geologie zich gesteld ziet. Nadat de initiatiefnemer, Dr.de Booy, een korte inleiding gehouden had, gaf
prof. den Tex, als voorzitter van de Sectie Aardwetenschappen van de
Academische Raad, een schets van de situatie, ontstaan na de bekende "brief van de minister" van december 1965. Spreker gaf een
overzicht van de activiteiten van de Sectie in de sindsdien verstreken
periode, activiteiten, die tenslotte uitmondden in het zogenaamde
"Structuurschema taakverdeling docenten aardwetenschappen vijf universiteiten
in federatief verband voor eerstkomende vier à vijf
jaar". Omdat volgens spreker de Sectie zelf wel inzag, dat dit
"Structuurschema" niet het laatste woord zou zijn, werd voorgesteld een
commissie in het leven te roepen ter voorbereiding van een mogelijke
herstructurering. In deze commissie zouden naast hoogleraren ook stafleden,
studenten en vertegenwoordigers van het bedrijfsleven, curatoren en het
ministerie van O. en W. zitting moeten hebben. De gedachte zulk een commissie op brede basis in te stellen werd door
de aanwezigen goed ontvangen. Men kon zich echter niet verenigen met de van de
zijde van de Sectie voorgestelde zetelverdeling (4 hoogleraren, 2 stafleden, 1
student) en wenste een voor staf en studenten minder ongunstige verhouding;
voorts werd de opdracht van de commissie nogal vaag genoemd. Van verschillende kanten werd gewezen op de wenselijkheid van een
inventarisatie
van de huidige toestand, vóórdat een plan werd opgesteld voor een toekomstige
constellatie; anderen meenden dat aan zo'n onderzoek geen behoefte bestond. Aangedrongen werd op democratische verkiezing van de
leden van de commissie, die zou moeten bestaan
uit "vertrouwensmannen" en het werd noodzakelijk geacht, dat
de commissie, wilde zij het vertrouwen van de geologische wereld behouden,
geregeld "hearings" zou organiseren,waarin ideeën uitgewisseld en vragen
beantwoord zouden kunnen worden. Voorts werden instellingen ter sprake gebracht als de T.H. en het I.T.C. in
Delft, Het Rijksmuseum voor Geologie in Leiden, het Laboratorium voor Geochronologie in Amsterdam en het N.I.O.Z. in den Helder. Men vroeg zich af in hoeverre er sprake was van coördinatie in het
beleid ten opzichte van de activiteiten op geologisch gebied van deze instellingen
enerzijds en de strikt universitaire instellingen anderzijds. Van verscheidene
zijden werd er op aangedrongen om deze instellingen te betrekken in het overleg over een mogelijke herstructurering. Nadat voorgesteld was om de mening van de bijeenkomst bij motie ter kennis
van de minister te brengen, werden, na langdurige en soms chaotische
discussies, de volgende moties in stemming gebracht en aangenomen.
1e motie.
Aan Zijne Excellentie de Minister van Onderwijs en Wetenschappen. Een
groep Nederlandse beoefenaren der aardwetenschappen, onder wie hoogleraren,
leden van de wetenschappelijke staven en studenten, alsmede medewerkers van
het bedrijfsleven en de openbare diensten, op 18 september 1968 te Utrecht in open
discussie bijeen, verontrust over de situatie op het gebied van de aardwetenschappen in
Nederland, overtuigd van de noodzaak tot het voeren van een
wezenlijk interuniversitair beleid op langere termijn op het gebied van de aardwetenschappen, verzoekt Uwe Excellentie de
instelling te bevorderen zulks in overleg met de door de Sectie Aardwetenschappen van de Academische Raad
voorgestelde commissie van vertrouwensmannen, van een interuniversitair
beleidsorgaan voor de aardwetenschappen; in dit beleidsorgaan dienen, langs
democratische weg gekozen, vertegenwoordigers van de subfaculteiten, van de subfaculteitsstaven en van de studenten zitting te hebben.
Onder verantwoordelijkheid van het beleidsorgaan dient ten spoedigste een
diepgaand onderzoek te worden ingesteld naar:
- de feitelijke inhoud en het belang, waaronder het
nationaal economisch aspect van het aardwetenschappelijk onderwijs en onderzoek aan
de
universiteiten en hogescholen;
- de coördinatie tussen de activiteiten van de verschillende instellingen op het gebied
van de aardwetenschappen in Nederland;
- de wensen, met betrekking tot eventuele
wijzigingen in de, op het gebied van onderwijs en onderzoek bestaande,
constellatie, die leven bij de
de
beoefening der aardwetenschappen enerzijds en het Ministerie van Onderwijs en Wetenschappen en de betrokken academische Curatoria anderzijds.
Het beleidsorgaan zal vóór 31 december 1968 advies uitgebracht moeten hebben.
2e motie.
Verzoekt Uwe Excellentie de instelling te bevorderen van een commissie, waarin zitting hebben vertrouwensmannen van het Ministerie van Onderwijs en Wetenschappen
(1), Curatoren (1), de subfaculteiten Geologie en Geofysica (2 hoogleraren, 1
lector), de subfaculteitsstaven (3), de
studenten in de aardwetenschappen(2) en het bedrijfsleven (1). Deze vertrouwensmannen houden constant voeling met alle groeperingen van de
aardwetenschappen in Nederland. De commissie dient ten spoedigste een overzicht te geven van de mogelijkheden
tot herstructurering van het onderwijs en onderzoek in de aardwetenschappen. Hierbij dient vooral aandacht geschonken te worden aan constructieve en progressieve
voorstellen in het licht van de moderne
ontwikkelingen in de aardwetenschappen, mede gelet op het nationaal belang dezer
wetenschappen. De problemen van de "Geologie van Morgen" dateren weliswaar niet van vandaag
of gisteren, maar "gisteren" vertoonden ze een hardnekkige neiging om zich door
een waas van geheimzinnigheid te onttrekken aan het oog van de grote meerderheid
van de onmiddellijk betrokkenen. Met name de studenten, een groep die wel eens een zekere
ongeïnteresseerdheid wordt verweten, waren niet op de hoogte van de ontwikkelingen; velen
schenen er zich zelfs niet van bewust te zijn dat de hemel niet zo blauw was als
hij leek. Hoe dit ook zij, "vandaag" lijkt althans een deel van de
geheimzinnigheid, waarmee de problemen omgeven waren, te zijn verdwenen. Na Utrecht zijn de moeilijkheden in de geologische wereld bepaald niet
opgelost. Misschien zelfs zijn sommige aspecten dreigender geworden dan ze ooit
waren. Het nut van de bijeenkomst lag vooral daarin, zoals Dr. de Booy, onder
applaus van het gehoor, opmerkte, "dat de stafleden en studenten, als direct
betrokkenen, geconfronteerd werden met de ernst van de situatie en zich op de
hoogte konden stellen van de problematiek".
23 September 1968
Oproep: Om14.00 in de Lutherse kerk
"HIËRARCHIE OP DE
HELLING?"
DISCUSSIE DAG OVER HET ZGN RAPPORT VAN OS of in ambtelijke termen :Structuur van het Wetenschappelijk Onderwijs
Rapport van de commissie ad hoc Academische Raad
ENKELE ZINSNEDEN UIT DIT RAPPORT:
p.29 Om de gedachte te bepalen, zou
aan een van de grotere universiteiten, waar thans een 170
gewoon hoogleraren zijn, dit aantal door
geleidelijke inkrimping teruggebracht worden tot 85 gewoon hoogleraren
p.32 In beginsel zijn namelijk de gewone hoogleraren en de toegevoegd
hoogleraren gelijk stemgerechtigd en bovendien als collegae verenigd.
p.38 De overigen (stafleden, red.) , niet geschikt geacht, zouden
afvloeiing onder ogen moeten zien, onder toekenning van wachtgeld.
p.39 Het verlangen naar meer academisch prestige
en meer sociaal aanzien is een factor, waarmede ter wille van. gezonde
organisatorische verhoudingen ernstig rekening moet worden gehouden, zeker
evenzeer als met de factor van materiële beloning voor gepresteerde
arbeid.
En in de conclusie van dit rapport de volgende kernachtige zin:
p.40: MET ALGEMENE MAATREGELEN VAN BUITENAF BEHOEFT ER NIETS TE
VERANDEREN IN INTERNE VERHOUDINGEN. DE COMMISSIE HEEFT ECHTER HET VERTROUWEN DAT ER BIJ HET OVERGROTE DEEL VAN DE
HOOGLERAREN EEN WENS AANWEZIG IS OM LEIDING TE GEVEN OP GRONDSLAG VAN
OVERLEG OM ZODOENDE MEDE TE WERKEN AAN HET ONTWIKKELEN VAN EEN
VOLGENDE GENERATIE VAN ZELFSTANDIGE WE'I'ENSCHAPPELIJKE WERKERS
Het belooft dus een interessante dag te worden KOMT ALLEN TE SAMEN
T. de Booy
23 oktober 1968. Acties tegen het geweld van de Mexicaanse regering
tegen de studenten op 2 oktober 1968
Het Bloedbad van Tlatelolco was een bloedbad dat plaatsvond in de avond
van
2 oktober
1968, op de
Plein van de Drie Culturen in
Tlatelolco, een wijk in het noorden van
Mexico-stad .Het bloedbad was voorafgegaan
door maanden van politieke onrust in Mexico-stad, met studentendemonstraties
zoals elders in de wereld. De Mexicaanse
studenten wilden gebruikmaken van de aandacht voor hun stad vanwege de
Olympische Spelen van 1968. Op 2 oktober, na 9
weken van demonstraties, marcheerden uiteindelijk 15.000 studenten van
verschillende universiteiten door Mexico-stad om te protesteren tegen de
bezetting van de campus. Tegen de avond hadden 5000 studenten en arbeiders,
waarvan velen met vrouw en kinderen, zich verzameld op de Plein van de Drie
Culturen in Tlatelolco. Het bloedbad begon bij zonsondergang toen ordetroepen -
uitgerust met
pantservoertuigen en
tanks - het plein omsingelden en in de menigte
begonnen te schieten. Ze raakten niet alleen de demonstranten, maar ook
voorbijgangers die niets met de demonstratie te maken hadden, inclusief
kinderen. Al snel lag de grond bezaaid met lichamen. Mensen die het plein
probeerden te ontvluchten werden bij de uitgangen tegengehouden of gedood door
leger en politie. Het moorden ging 's nachts verder, met soldaten die huizen en
appartementen rondom het plein onderzochten. Volgens getuigen werden de lichamen
later afgevoerd in vuilnisauto's.
Om tegen zoveel geweld hebben 4 oktober een twintig tal studenten het Mexicaanse consulaat aan de Herengracht bezet. Ze werden woensdag 23 oktober door de politierechter Nomes veroordeeld tot boetes en voorwaardelijke- en een drietal zelfs onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Direct na afloop van de rechtszaak trokken studenten de stad om protesteren tegen de Nederlandse justitie en met het politie optreden in Mexico. Steeds meer demonstranten voegde zich bij de protestmars. Er was ook een sit-down-demonstratie in de Leidsestraat en later op het Rokin. Toen de stoet het Muntplein naderde rukte van het Spui een politiemacht aan en reden agenten te paard blindelings op de mensenmassa in. Toen ik op Munt stond reed een paard op mij in om mij met zijn gummistok te slaan. Ik griste uit een bloemenstalletje een bloem en bood hem deze aan. Hij werd door deze 'vriendelijke' geste schijnbaar verrast en heeft zijn gummistok niet tegen mijn gebruikt. (Al met al een voorproefje van wat er het volgend jaar in hetzelfde gebied van de binnenstad zal gaan gebeuren)

Sit-down-demonstratie in Leidsestraat tegen Nederlandse Justitie en het bloedbad aangericht door de Mexicaanse regering op 2 oktober 1968. Staande rechts de actievoerder Paul Verhey

Tijdens een charge van bereden politie op het Rokin weet een man de pet van de ruiter af te pakken. De man met de witte broek is de beeldhouwer Jacob Jutte.
Oprichting L.S.A.
Leden van de Wetenschappelijke Staven aan academische Onderwijsinstellingen
voor de Aardwetenschappen in Nederland, in eerste vergadering bijeen op 28
oktober 1968
te Leiden
Overtuigd van de noodzaak tot het voeren van een wezenlijk interuniversitair
beleid op langere termijn op het gebied van de aardwetenschappen, kennis genomen
hebbende van de desbetreffende moties, met grote meerderheid aangenomen bij de "open discussie" op 18 September 1968 te
Utrecht, in de overtuiging, constructieve bijdragen te kunnen leveren tot het
realiseren van inter-Universitaire samenwerking en een interuniversitair beleid
op het gebied van de Aardwetenschappen, in de wens tot een nauwer contact en samenwerking tussen de
leden van de Wetenschappelijke staven aan academische instellingen voor de ,aardwetenschappen
op deze en andere gebieden, besluiten tot de instelling van een Landelijke Stafcommissie
Aardwetenschappen. Voorlopig zullen de stafleden in takken van de aardwetenschappen aan elk van
de deelnemende academische instellingen elk twee vertegenwoordigers in de
Landelijke Stafcommissie aardwetenschappen aanwijzen. De Landelijke Stafcommissie
Aardwetenschappen staat open voor
uitbreiding met vertegenwoordigers van nu nog niet deelnemende academische
instellingen met opleidingen in de Aardwetenschappen. De vergaderingen van de Landelijke Stafcommissie Aardwetenschappen zullen
openbaar zijn.
28 oktober 1968. ASVA contra Prof
Belinfate. Conflict over politiek in universiteit
Tussen de rector magnificus van de Amsterdamse universiteit, prof. mr A.
Belinfante, en het bestuur van de Algemene Studenten Vereniging Amsterdam (ASVA)
is een meningsverschil ontstaan over het gebruik van de gebouwen van de
universiteit voor politieke debatten en demonstraties. De rector weigert zijn
toestemming voor de discussies, die deze week in de Oudemanhuispoort zouden
worden georganiseerd door een kerngroep van linkse studenten en jongeren onder
leiding van Ton Regtien. Maandagavond is hierover door een paar honderd
studenten in een van de collegezalen gediscussieerd; voor deze avond had de
rector geen verbod willen uitvaardigen De studenten vinden dat politiek wel
degelijk thuis hoort op een universiteit en er ook beoefent moet worden, door
hoogleraren, politieke gastsprekers en ook niet-studenten moeten de kans krijgen
het woord te voeren.
Instelling commissie Verwey door de Academische Raad.
6 november
schrijft de voorzitter van de Academische Raad dr H.H.
Janssen aan dr E.J. Verwey, Utrechts curator een brief met de mededeling
dat de dagelijkse raad op 4 november heeft besloten tot het instellen van een
"commissie herstructurering aardwetenschappen" en vraagt hem, of hij het
voorzitterschap wil aanvaarden. Dr Janssen noemt vervolgens in zijn brief een 9
tal personen die door hem worden aangezocht om zitting te nemen in deze
commissie. (2 hoogleraren, 1 lectior, 3 leden wetenschappelijke staf, 1
namens de Shell, 2 studenten). Der brief vervolgt als volgt: Uw naam en die
van de bovengenoemde personen werden mij tevens opgegeven door dr. de Booy als
resultaat van een raadpleging over de samenstelling van de commissie tijdens de
op 18
september j.l. gehouden bijeenkomst. Het is de bedoeling, dat nog een derde
student in de commissie wordt opgenomen. Zijn naam is nog niet bekend. Voorts
zal aan de minister van onderwijs en wetenschappen worden verzocht een
vertegenwoordiger in de commissie aan te wijzen. De D.R. heeft ingestemd met de
volgende, in hoofdlijnen geschetste taak van de commissie, waarbij de D.R. mij
overigens heeft gemachtigd, zo nodig, die taakomschrijving - in overleg met u
nader uit te werken en definitief vast te stellen. De bedoelde hoofdlijnen
luiden als volgt:
1. de commissie bakent in de eerste
plaats haar arbeidsveld af, dat globaal wordt aangegeven als de
"aardwetenschappen";
2. zij tracht zich een zo nauwkeurig
mogelijk beeld te vormen van de huidige omvang en inhoud van het
wetenschappelijk onderwijs en van de universitaire en buiten-universitaire
wetenschapsbeoefening op het gebied der aardwetenschappen;
3. de commissie, uitgaande van een kritische beoordeling van de huidige
situatie doet, ter afsluiting van het eerste deel van haar taak, voorstellen
betreffende noodzakelijke herzieningen van de organisatorische structuur van
onderwijs en onderzoek op het gebied van de " aardwetenschappen" in Nederland
(inclusief de geografische spreiding), met het doel een optimaal gebruik van de
beschikbare '''mankracht'' en materiële middelen te bevorderen;
4. als tweede deel van haar taak doet de commissie voorstellen inzake
herprogrammering van het onderwijs in de verschillende sectoren der
"aardwetenschappen", voorzover deze nodig wordt geacht voor de aanpassing van
dit onderwijs aan de ontwikkeling van de wetenschap, de behoeften van studenten en eisen,
welke aan afgestudeerden worden gesteld.

Sinterklaas na het openen van pakjes en surprises, Jan Maarten en onze hond Dino
Hoogleraren klagen over de slechte sfeer op het
Geologisch Instituut.
19 december schrijven alle 5 hoogleraren van het
Geologisch Instituut de volgende brief aan de curatoren van de Universiteit van
Amsterdam
Zoals U wellicht bekend zal zijn, heerst er naar de mening van velen, een zodanige sfeer op het Geologisch Instituut,
dat daardoor het goed functioneren van onderwijs en onderzoek in het gedrang komt
of dreigt te komen.
Mede in verband met het komende
onderzoek betreffende de oorzaken van het
vertrek van de lector Dr J.W.A.. Bodenhausen, en gezien het feit dat er enige grond bestaat voor
het vermoeden dat
een wetenschappelijk medewerker overweegt;
om het Geologisch Instituut te verlaten,
zouden ondergetekende, tezamen de Directie van het Geologisch Instituut vormend en bij U met de meeste klem om een grondig onderzoek te doen instellen naar de
reden of redenen waarom de bovengeschetste situatie, hier gemakshalve aangeduid als
"sfeer", ontstaan is en welke
maatregelen genomen kunnen worden om de toestand te
verbeteren.

Kerstmis. We vieren verjaardag van Grootouders, beide 70 geworden in 1968. Grootmoeder Ot met de drie kleinkinderen: Michiel jan Maarten en Maria
Het was een bewogen jaar met vele bijenkomsten, acties, vergaderingen. Er zat beweging in de universitaire wereld. Ik heb getracht via de weg van discussie verandering te brengen. De docenten en studenten nader tot elkaar te brengen.
Dagboek 1969
Inleiding
Dit dagboek is nogal onsamenhangend geworden en
behoeft nadere uitleg. Het is echter een jaar dat voor mijn leven heel
belangrijk en van doorslaggevende betekenis is geweest vandaar dat de
oorspronkelijke documenten - zonder nadere explicatie - daarvan een goede getuigenis zijn. Uit de
krantenartikelen kan men goed zien hoe mijn gesteldheid in 1969 was
Het gedeelte van mijn dagboek 1969 wat gaat over mijn betrokkenheid bij de
oorlog in Biafra heb ik samengevoegd met het dagboek van 1970 .De reden hiervan
is gelegen in het feit dat deze periode zich afspeelde van november 1969 tot
maart 1970. Het is daardoor tot een afgesloten geheel geworden.
Mijn naam wordt wisselend gespeeld. In het artikel van Rob Symons en Johan Frieskamp
geschreven tijdens de bezetting Tilburg, wordt mijn naam voor de eerste keer de
Booij met twee puntjes geschreven (zoals ik in de burgerlijke stand sta
ingeschreven). Maar in artikelen, memo's, notulen en ook teksten van mijn hand
wordt de naam de Booy zonder puntjes gebruikt. Het blijft verwarrend.
Uit het dagboek van Tom Roep, staflid Geologisch Instituut.
In het
dagboek staan afkortingen zoals de R. Ik heb voor de duidelijkheid deze voluit
geschreven dus wordt het de Roever.
8 januari. Geruchten
dat de Roever aan koffietafel brief van de 5 tegenzet tegen de Booy noemt. Volgens
van Andel had Hospers zich positief uitgelaten voor behoud de Booy. (zie vorige
jaar de brief van 19 december van de vakgroep geologie aan de curatoren)
9 januari Hospers vertelde in koffiekelder dat hij de brief van 5 ondertekenden om
grondig onderzoek. Onderste steen boven betreurde dat staf niet mede- ondertekend
heeft
en aan Rubenstein een slotanalyse gevraagd. Rondeel bevestigt dat hij overwoog weg
te gaan. Rondeel ziet vertrek Bodenhausen niet als oplossing voor lange termijn. Rondeel
had Bodenhausen en Egeler gevraagd wat redenen van vertrek Bodenhausen waren.
Redenen van vertrek is in gesloten
covert in brandkast.
13 januari. Egeler zegt over brief van 5
contact te hebben gehad met faculteits voorzitter Prof Harting. Egeler schampert over
contacten van Piekaar met de Booy. Volgens Egeler niet de bedoeling van brief de
Booy er uit te werken. De Booy wel oorzaak van veel onrust toen de Booy in Amerika
zijn vele goede dingen gebeurd, hij en de anderen konden op adem komen.
20 januari. Hospers ontploft toen hij mijn vragen schema kreeg.
Hermes accepteert, maar maakt
bezwaar dat ik niet de initiatieven Verwey afwacht. Egeler weigert vragenlijst. Later
op dag sluit Egeler vragenlijst in kast. Tijdens vergadering over Boulonais plan
er uit geroepen voor dringend gesprek met Egeler, Hospers en de Roever harde aanpak
eventueel disciplinaire maatregelen tegen mij, de Roever verbiedt vragenlijsten, achter slot en
grendel,
29 januari. Dick vertelt over verloop van commissie Verwey vergadering, de Roever had
voorgesteld;
geen ongevraagde adviezen te accepteren (dit i.v.m. mijn vragenlijst). Steun
voor mij van Floor en Vlaar
3 februari de Roever was er tegen dat het personeel de vragenlijst invult. Mej Wilbers deed het toch.
4 februari. MacGillavry voorzitter directie (sinds 8 jan ) verwijt me over
vragen
lijst. Weerstand bij personeel enquête in te vullen.
7 februari Vakgroepsvergadering : de Roever verwijt stafleden te gedetailleerde
voorstellen in te dienen etc. De Booy en van Harten nemen kwestie hoog op en willen
Prof. Harting
en Curatoren inlichten . Door Verwey enquête opengebroken.
10 februari. de Roever nemen de Booy in de clinch over de 3 punten
waaraan z.i. taakadviezen
niet voldoen.
13 februari De Booy had gisteren gesprek met de Roever over advies zaak;
formulieren
naar Verwey gestuurd.
14 februari. Vergadering Commissie Verwey. In rondvraag vraagt Floor over
mijn enquête formulieren. Verwey vond vragen slecht maar 't ging natuurlijk om de
antwoorden
.
19 februari. Egeler vertelt Rondeel dat ik behoorlijk overspannen ben.
24 februari. Vorige week vergadering Verwey, geschokt over enquête resultaten
25 februari. Van Leeuwen had de Booy enige tijd terug bekend dat sfeer
slecht was maar dat hij er niet op moest rekenen dat presidium er iets aan kon/zou veranderen. Oude
Brouwer ingelicht over eventueel vertrek de Booy naar
Utrecht. Van Harten overweegt om weg te gaan. Rondeel vertelt dat Egeler er mee
zat dat als
de Booy vacature van Bodenhausen waarnam, dat hij dan moeilijk te passeren zou zijn bij
Professor of Lector benoeming.

Spotprent van Jan Bresser Het zinkende schip van het Geologisch Instituut. Duidelijk herkenbaar vlnr MacGillavry, Egeler, Hospers, de Roever en Hermes. De rat de Booij springt in het water en gaat naar Universiteit van Utrecht en Bodenhausen zwemt uit alle macht om naar de Universiteit van Leiden te gaan.
26 januari De Booy verweten dat hij naar Utrecht zou gaan.
27 februari. De Roever vertelde dat Hospers bij hem kwam:
er moet iets gebeuren aan sfeer. Egeler of de Booy eruit; Egeler kan niet dus de
Booy .De Booy ziet verband met woord reden in de brief van 5; de Roever
vertelde de Booy
dat hij en de andere hoogleraren bij Dufour en Harting waren geweest voor
advies, de Roever vindt dat de Booy op wachtgeld moet.
Voorlopig einde dagboek Tom Roep
Bericht in Folia Civitatis:Bezetting Maagdenhuis ging niet door
De ASVA heeft ervan afgezien op dinsdag 25 februari
het Maagdenhuis te bezetten, onder druk van politiegeweld.
Maandagmiddag nog had het ASVA.bestuur na een lang gesprek met het presidium
verklaard de bezetting door te zullen laten gaan. Op dat moment sloot het
presidium het Maagdenhuis voor studenten. De rector magnificus heeft verklaard de bezetting niet te
aanvaarden. Deze zomer heeft het ASVA-bestuur geen bezwaar gehad tegen
uitbreiding van het presidium. De uitnodiging de vergaderingen van curatoren bij
te wonen wees het ASVA-bestuur af. In een open brief d.d. 24 febr. noemde de
rector nog een aantal punten waarop hij de studenten meent te kunnen verwijten
het overleg onmogelijk te maken. Het presidium wilde de eisen niet onder
dreiging van bezetting bespreken.
27 februari 1969 Problemen Stafvertegenwoordigers en
directie Geologisch Instituut
Notulen Vakgroepvergadering met staf en
studentenvertegenwoordigers. Aanwezig Prof de Roever (voorzitter), Prof Mac
Gillavry (secretaris), Prof. Egeler, Prof Hermes, Prof Hospers, de heer
Rubenstein adviesbureau Ydo, Dr de Booij, Dr Oen Ing Soen, Drs van Harten, Dr
Rondeel, de heren Kuhry, Winnubst en Boon. Afwezig: Prof van der Hammen,
Dr Simon (met kennisgeving)
1.Opening: Om 1.30 opent de voorzitter de vergadering. Hij deelt mee dat er in de agenda een wijziging komt . Vóór alles zal eerst overgegaan worden tot agenda punt 4, - "mededelingen Wetenschappelijke Staf". De Booy neemt hierna het woord en vertelt dat de heer van Harten en hij de volgende dag een bespreking hebben met Ir Dufour en Prof Haring om hun zienswijze over het geheel toe te lichten Dit moet als een vervolg worden beschouwd op de bespreking die de heer de Booij onlangs met prof. Harting heeft gehad. De Booy en Van Harten zijn van mening , dat zij op het ogenblik eigenlijk geen oplossing meer zien om te komen tot een beter soort constructie in het Geologisch Instituut. Zij hebben getracht dit te bereiken door een bepaalde wijze van optreden, maar zij zien er thans geen gat meer in en dit zullen zij dan ook aan Ir Dufour en Prof Harting meedelen. Er zijn op het ogenblik enorme problemen in de Universiteit die tot iets zullen moeten leiden. De Macro-problematiek. De heer Rubenstein heeft, volgens de Booy , al uiteengezet waarom en daaraan kan hij wel refereren. Het feit doet zich voor dat allen hier duidelijk de impasse voelen waardoor het niet mogelijk is om bepaalde dingen die schreeuwen om een oplossing te bespreken. De benadering van Dr de Booy van diverse problemen zijn op niets uit gelopen en heeft niet geleid tot dat, wat hij er zich van had voorgesteld. Zij zullen dan ook Ir Dufour vragen of hij hier een oplossing ziet. Er moet iets gebeuren, doch zij zelf weten niet meer wat. Daarom willen zij het overgeven aan de Commissie van Onderzoek. Dit zal moeten besproken worden en daaraan wil de De Booy ten volle medewerken. Daarna kan men dan beslissen of deze Commissie moet worden opgeheven of dat zij moet blijven voortbestaan. Het ligt niet aan een bepaalde persoon, dochaan de instelling waarmee wij hier om deze tafel zitten en ik hoop , aldus Dr de Booy dat wij, hoe dan ook , door genoemde commissie tot een oplossing zullen komen. De heren Rondeel en Oen zijn zolang als waarnemers van de heren de Booy en van Harten aangewezen. Hospers wil weten of genoemde heren door alle stafvertegenwoordigers als waarnemers zijn aangewezen. Dit blijkt niet het geval te zijn. De heer Rubenstein zegt, dat hij niet het verband ziet tussen het weggaan van de stafvertegenwoordigers en de bespreking waarop de heer de Booy doelt. De Booy zegt, dat het meer de verantwoording is die hij als staflid voelt en dat hij dan het idee heeft van : morgen worden wij gevraagd om een bepaald standpunt en een oplossing, en het enige dat wij kunnen zeggen is, dat wij geen oplossing meer zien. Mac Gillavry wil weten of het de bedoeling van de heren de Booy en van Harten is om op de bespreking met Prof Harting en Ir Dufour te zeggen dat het zo hopeloos is op de vergadering, dat zij daarom zijn weggegaan. De Booy antwoordt dat dit beslist niet de bedoeling is. De voorzitter licht toe, dat naar zijn mening de heren de Booy en van Harten zich thans beraden op de bespreking die zij de volgende dag moeten houden en dat van de conclusie is dat zij geen oplossing zien voor het houden van een bespreking in constructieve in, dus doen zij er niets meer aan. Zij zijn thans in destructieve zin bezig en dat heeft geen zin. Hospers stelt als punt van orde dat hij graag wil weten in welke kwaliteit van de waarnemers van de stafvertegenwoordigers thans op de vergadering aanwezig zijn Oen vertelt dat de stafvertegenwoordigers hen hebben gevraagd om voor deze vergadering als waarnemers te fungeren en niet als vervangers. De Booy onderschrijft dit. Hierna (2.00 uur ) verlaten de Booy en van Harten de vergadering.

Spotprent van Jan Bresser. de twee hondjes (Tomi en Dicki geheten) zitten te krabbelen aan de poot van de hond die een halsband om heeft met daarop geschreven: Geologisch Instituut
Vervolg dagboek Tom Roep
28 februari. Volgens Soediono vraagt Buisonjé Hermes of hij de brief ook ondertekend had
om de Booy er uit te werken. Hij ontkent dit. De Booy en van Harten naar Dufour/Harting. Beets had
MacGillavry gevraagd of hij de Booy eruit wilde hebben en daarom de brief had
ondertekend Dit niet de bedoeling. Hospers zegt niet de brief
ondertekend te hebben om de Booy eruit te werken. Hospers belde Hermes omdat
Harting ingelicht werd dat Beets en ik rond gebazuind zou hebben dat hij de
brief ondertekend had om de Booy er uit te werken. Harting belt de Booy en
vraagt of ieder zijn emoties wil bedwingen. Beets naar Hospers om te
zeggen dat zijn interpretatie van de Booy's woorden te vergaand was. Hospers naar mijn kamer waar de B. en Beets. Hospers vraagt of ik wil vragen heb jij gezegd dat ik de brief heb ondertekend jou eruit te werken. de Booy
: Dit kan ik tegenspreken zo heb ik het niet gezegd.
Volgens Soediono voelt hij zich zo'n beetje initiatiefnemer van de brief.
3 maart Soediono. zegt dat ik gezegd zou hebben alle 5 hoogleraren de
brief hebben
brief getekend om de Booy er uit te werken. Ik ontken dit
4 maart Ik word ontboden bij Egeler. Bodenhausen had
Egeler gezegd dat ik tot Kerst 69 best colleges kon overnemen, ik viel hierover uit
tegen Egeler, ik wees op het aanbod de Booy. Egeler zei hiertegen dat bij
eventuele benoemingen zou de
Booy niet gepasseerd kunnen worden. Egeler gaf mij opdracht Rondeel te helpen bij 1
jaars kartering. De Roever zou verteld hebben dat de Booy ontslagen zou
worden en op wachtgeld wordt gesteld.
7 maart. Tom wil 's-avonds brief curatoren om loyale samenwerking op te
zeggen met directie en vakgroep. Soediono en T. Geel kunnen de Booy niet meer volgen, is
hij stafvoorzitter of niet.
9 maart de Booy belt uit Baarn. Heeft brief aan Egeler
geschreven
10 maart
Rondeel zegt dat Egeler mij de laatste tijd overspannen vindt. Ruwe schets: de Booy als
hij vacature Bodenhausen zou krijgen o.a. one man one vote.
11 maart Egeler groet mij niet.
Einde dagboek Tom Roep

Wilde, niet georganiseerde, geologische excursie ergens in Duitsland
10 maart 1969 Het conflict De Booij en Geologisch Instituut spitst zich
toe
Ik schrijf twee officiële brieven aan Prof Egeler en
College Curatoren van Amsterdam:
Brief 1: Hooggeleerde Heer, Hierbij heb ik de eer het volgende onder Uwe aandacht te brengen. In de bestuursvergadering van de faculteit der Wiskunde en
Natuurwetenschappen van 17 januari 1969 is het verzoek, om aan Dr J.W.A.
Bodenhausen per 1 januari 1969 een leeropdracht in de algemene geologie te
verlenen, met gunstig advies doorgezonden naar het Presidium. Van de Heer
Bodenhausen vernam ik Zaterdag jl., dat hij deze functie per 1 september 1969
niet meer kan vervullen. Aangezien door de benoemingsstop in de
Aardwetenschappen deze functie voorlopig niet met een lector's plaats kan worden
bezet, verzoek ik U om mijn reeds eerder aangedane aanbod, t.w. deze leeropdracht te willen waarnemen,
opnieuw in overweging te nemen. Ik moge U - misschien ten overvloede- erop wijzen, dat ik deze leeropdracht alleen zou willen vervullen tot het moment dat U in de gelegenheid
bent door de opheffing van de benoemingsstop een voor mij aanvaardbare vervanger kunt
benoemen. In afwachting op Uw antwoord verblijf ik hoogachtend, T. de Booy
c..c. Aan de Voorzitter van de Vakgroep van het Geologisch Instituut. Prof Dr. W.P. de Roever.
Brief 2. Aan het College van Curatoren der Universiteit van Amsterdam. Hierbij heb ik de eer het volgende onder Uwe aandacht te brengen. Sinds mijn aanstelling als wetenschappelijk hoofdambtenaar bij de Dienst der Universiteit van Amsterdam op 23 oktober 1957 heb ik de mij toebedeelde werkzaamheden verricht ten behoeve van het Geologisch Instituut. De verwezenlijking van een door de Vakgroep en Directie van het Geologisch Instituut gedefinieerde loyale samenwerking is mij helaas onmogelijk geworden nog langer naar behoren te realiseren. Ik moge Uw College derhalve verzoeken in overweging te nemen of het mogelijk zou zijn het schema van de mij toevertrouwde werkzaamheden te herzien. Ik moge U hierbij tevens mededelen dat mij, als steeds voor ogen staat mijn krachten te blijven verlenen aan de essentiële doelstellingen van onze Universiteit, t.w. het onderwijs aan student en het wetenschappelijk onderzoek. Inmiddels teken ik met de gevoelens van de meeste hoogachting, T. de Booy

Spotprent van Jan Bresser. Achter de tafel : de professoren vlnr Hospers, MacGillavry, Hermes, Egeler, de Roever. Voor de tafel links de Booy en rechts van Harten
April 1969 Brief de Booij aan curatoren van 10 maart
1969: geestelijke zelfverbranding
Brief van Jaap Boon en Dick Winnubst aan College van Curatoren van de
Universiteit van Amsterdam
Hooggeachte College, De aanleiding van deze brief in onze ontsteltenis over de inhoud van de
brief, die Dr T. de Booy op 10 maart 1969 aan uw College richtte. We menen dat zijn daad in feite een geestelijke
zelfverbranding is. Wij willen onder uw
aandacht brengen dat Dr de Booy als persoon en als docent door de studenten zeer
gewaardeerd wordt. Juist door zijn stimulerend en dynamisch optreden weet hij -
als één der weinigen - de studenten enthousiast te maken voor de geologie. Niet
alleen bij Dr. de Booy bestaan er twijfels over het beleid van de Directie en
Vakgroep Geologie en Geofysica. Wij geloven dat er meer stafleden en ook
studenten zijn, die dezelfde mening als Dr. de Booy hebben, maar deze niet op
een dergelijke wijze naar voren durven en kunnen brengen. Vooral
ondergetekenden, die in nauwer kontakt staan met de leiding van het Geologisch
Instituut, hebben de indruk, een op een zo hoog mogelijk peil staan van het
geologisch onderwijs aan de Universiteit van Amsterdam, als doel nogal eens uit
het oog wordt verloren. Pogingen van stafleden en studenten om hier verandering
in aan te brengen hebben schipbreuk geleden: hun voorstellen worden niet gezien
als welkome bijdrage tot de meningsvorming, maar als negatieve kritiek op het
beleid van de leiding. Gezien deze situatie, dringen wij er bij uw College op een
onderzoek, dat ingesteld wordt door Ir. Dufour en Prof.Harting, zo grondig
mogelijk te laten zijn. Het lijkt ons daarbij ook van belang dat studenten door
uw commissie van onderzoek gehoord worden. Wij hopen dat uw College niet zal aarzelen rigoureus in te grijpen, opdat er
weer een sfeer van vertrouwen ontstaat. Hoogachtend.
Leden van de Studiecommissie der G.V.A. - Geologisch Instituut der Universiteit
van Amsterdam Jaap Boon en Dick Winnubst
9-13 april 1969 Frans congres probleem
studenten in west Europa
Uitgenodigd om het volgende
congres in het 'Chateau de la Brevière' ten zuiden van Parijs bij te wonen Het
was georganiseerd door de organisatie 'for economisc co-operation and
development (OECD). De titel van het seminar was 'on
the crisis in higher eduction the role of students in the academic continuity'.
2 mei krijg ik van L. Cerych de directeur van de OECD
het volgende bedankbriefje
Dear Mr. de Booy, Three weeks have now passed since our Seminar at La
Brevière, three weeks during which we tried among ourselves in CERT and in OECD
to evaluate and draw consequences from the experience of the four days of formal
and informal discussions, of fulfilled and unfulfilled expectations, of
understanding and incomprehension. We all agree on one thing, namely, that the
Seminar represented to all of us an educational exercise, a discovery or
clarification of a new dimension of problems which we have to face. It still
remains to be seen how, and in what way, an organisation such as ours can follow
up on the short but illuminating venture of these few days in the forest of
Compiègne. We are convinced that only the participants themselves can help us in
this search. In this letter, therefore, we would not only like to thank you for
having come to the Seminar and contributed to it very substantially , we would
also like to invite you to contribute to its thorough evaluation.
13 april 1969. Idee van een geologische knutselruimte,
voorloper van EGO kamer.
De brief van Jaap Boon(deze brief heeft er zeker toe bijgedragen
dat ik op 28 april mijn kamer heb bezet en ben begonnen met het EGO project)
Beste Tom,
Nu vanmiddag de Commissie Dufour wordt ingesteld mogen we waarschijnlijk
wel een schietgebed plegen voor die arme oom van je, ben ik
zeer benieuwd naar zijn grootste plannen. Toevallig begint straks ook de returnwedstrijd Ajax-Spartak Trnava: ik denk niet dat Dufour de Cruyffie van het curatorenteam is.
Aan Dick schreef ik gisteren een brief waarin onder andere staat dat het naar
mijn mening goed zou zijn als er weer eens wat verse strijdkrachten in de
vergaderingen zouden
verschijnen. Dit kan fantasties samenvallen met de Dufour-periode juist omdat
verse mensen nog onbevangen tegenover de hoogleraren staan, hetgeen weer
diverse nieuwe lichtpuntjes op het klimaat in het geologies instituut kan
werpen. Een nieuwe lente een nieuw geluid om maar eens een gemeenplaats te gebruiken.
Ik heb me afgevraagd of een optimaal klimaat om in te werken wel een basis
was voor grote prestaties op geestelijk gebied, omdat ik er aan dacht dat juist
dat superklote klimaat bij ons, ons steeds weer inspireert tot nieuwe acties
kwam de gedachte op dat er mogelijk sprake was van een verhouding tussen de
mens in een systeem en het systeem zelf dwz er is een wisselwerking .........
anders gezegd: de geestesenergie die een individu bij de conceptie heeft meegekregen wordt door het systeem uitgedaagd. alleen daardoor kan die
energie optimaal gebruikt worden ..het potentiaalverschil tussen individu en systeem
is van belang voor beiden:
1. het individu is verplicht zich op zichzelf en zijn omgeving te bezinnen ----- bewustwording??
2. het systeem kan gebruik maken van zijn individualiteit namelijk van zijn
gedachten -- anderzijds kan je natuurlijk stellen dat dat systeem dat indiv. uitbuit daar zij hen in een zodanige positie brengt
dat hij zijn individualiteit moet opgeven om te kunnen bestaan,. maar misschien zit ik nog teveel vast aan
mijn eigen opvoeding. Ik veronderstel namelijk dat die bewustwording een proces is dat plaats vindt onder invloed van de botsingen van het waarden systeem
van een persoon en het milieu waarin die persoon leeft... dit is een
negatieve benadering die echter wellicht het gevolg is van ons onderwijs
systeem want... stel nu dat er in het leven van een mens een
periode is waarin hij inderdaad nog onbevangen tegenover zijn omgeving staat
en een zekere
verlangen naar begrip heeft dan komt hij of is hij reeds in een systeem beland dat hem zegt wat hij ziet, leest! moet doen en dergelijke.
Hoewel dus iemand de trial en error methode in zich kan hebben
realiseert die persoon zich met dezelfde methode dat zulks ongewenst is
... en
op jonge leeftijd is hij nog te weinig "eigenwijs" om dat dan niet na te volgen...met het oog hierop staat er ook in Life Atlantic 28 april
1969
op pagina 60 een
ongehoord goed verhaal over nieuwe experimentele scholen in Engeland: "The
children want classrooms alive with chaos". Het meest interessante
verhaal dat ik in tijden gelezen heb... deze week voor het eerst
gerealiseerd wat het grote belang is van methodes gevolgd aldaar voor het hele ondersijs en voor de universiteit...
Het is eigenlijk niet te geloven hoe mensen aan de ene kant vinden dat de
kleuter vrijwel geheel vrij moet zijn in zijn handelen en men maar al te
bang is zijn tere kinderzieltje pijn te doen terwijl men min of meer van
de ene dag op de andere hem in een systeem durft te stoppen waar men met
een stoomwals over zijn eigen individualiteit heen rijdt...Ik snap niet dat
de ouders dat ooit genomen hebben, maar ja conservatief is degelijk en degelijk is goed, bovendien hebben zij het zelf toch ook ver of minder ver
geschopt, dus so what? Al enige tijd begint het idee van de stichting weer
door mijn hoofd te
spoken, om het echter een stichting te maken lijkt me vrijwel onmogelijk
omdat daar geld voor nodig is, wat we niet hebben, maar er is nog wel een andere mogelijkheid dacht ik.
Is het niet mogelijk om binnen het bestaande systeem een experimental class te beginnen?
Binnen het bestaande systeem heeft vele voordelen
allereerst verlies je het contact niet -- je kan het bewustwordingproces
blijven voortzetten -- je kan gebruik maken van alle technische faciliteiten
van het systeem wat voor de geologie onder meer inhoudt het instrumentarium om
onderzoek te doen, een bibliotheek, kaarten, slijpkamer en dergelijke, de
geldkwestie is dan beperkt geworden tot het betalen van de
onderwijskrachten de ruimte is altijd wel ergens in een universiteitsgebouw te
vinden. Ik had gedacht aan een soort geologiese knutselruimte een workshop waar je volkomen je gang kon gaan maar waar het mogelijk is het advies van
een teacher in te roepen. Er wordt dus wel stevig gewerkt, maar het
is eigenlijk een constante geologiese happening. Je begint dus gewoon met je
experimentele universiteit en je gaat kijken wat er gebeurt of het inderdaad zo gaat als je het je
voorstelt of heel anders -- so it's your stile: a working-hypothesis. Waarom zou je dit niet eens serieus in overweging nemen? nee heb je en ja
kan je krijgen. Hoewel het misschien in tegenspraak is met de geest van talloze
decreten van de vakgroep, vind ik toch dat we zo iets moeten beginnen. Vervolgens
kan je je natuurlijk gaan indenken hoe je zo iets moet aanpakken ... ik
bedoel hoe je de autoriteiten moet gaan bewerken, misschien is het te kombineren met het bureau voor onderwijs research en met een onderzoek van psychologen naar leermethodes en het gedrag van
mensen als ze naar eigen inzicht dingen moeten doen die zij binnen een systeem ( onze
maatschappij ) nooit hebben kunnen doen -- eigen inzicht is in dit opzicht dus
ook maar relatief. Wel het staat niet erg best geformuleerd op papier maar ik denk wel dat je begrijpt wat ik bedoel.
Je merkt wel dat je me weer goed gebrainwashed
hebt de laatste tijd. Om nog eens terug te komen op het walking-model van Sutherland: dit
is het enige model dat een fundamenteel andere universiteit schept, want de andere modellen
willen veeleer de maatschappij veranderen met hen modellen; die doen het voorkomen alsof de universiteit een clean-and-shine-station is voor studenten alvorens ze de
maatschappij ingeschopt worden. Zij gaat uit van hun eigen gelijk als ze de student
een brainwash willen
geven in een universiteit die een
systeem voorstaat, hoe revolutionair je Marx of wie dan ook mag vinden hij is in
feite net zo'n systeemlijer als ieder ander. Leve de anarchie. Ik heb nog wel een vraag maar ik heb niet de moed nog om haar te vragen,
je weet ik ben een beetje verlegen. Ik heb er wel de laatste maanden over gedacht haar te stellen
maar eigenlijk
moet ik hem mondeling stellen dus help me maar herinneren: moet van de dokter nog wel een week thuis blijven, maar mag er nu wel af en toe even uit.
Mijn excuses voor het feit dat je niet van mijn gewoonlijk chaotische
gedachten verschoond gebleven bent. Hartelijke groeten, Jaap Boon
ps. Waarom neemt men een melamed maar voor een half jaar aan?
pps. heel eenvoudig als hij zijn taak serieus opvat,-dan ergert hij zich zo
verschrikkelijk over de kinderen dat hij na een half jaar de tering heeft en men
een nieuwe moet nemen. blijft hij gezond, dan is dat een bewijs dat hij zijn
taak niet serieus opvat en dan moet men een nieuwe nemen.
ppps.een melamed is een joodse godsdienstleraar.
Maandag 14 april . Herstructurering
aardwetenschappen.
Actie tegen de commissie Verwey door het versturen van rouwkaarten. Uiteraard kreeg de voorzitter de heer
Verweij geen rouwkaart! Hieronder een kort overzicht van de voorgeschiedenis
Necrologie commissie Verwey
Voorbereiding van de conceptie
Zondag 26 mei 1968 Brochure Bewustwording als politiek ( KRU
A'dam). Wis- en Natuurwetenschappen vatten idee om ook
soortgelijke discussies op Roeterseiland te doen plaats vinden.
Vrijdag 31 mei Open discussie B.O. P. Jansen instituut (250 pers)
Zaterdag 1 april. Persbericht over deze discussies in Volkskrant
Donderdag 6 juni
Open discussie in hal geologisch instituut. Idee om een week later open discussie
problematiek
aardwetenschappen herstructurering Nederland.
Vrijdag 7- Zaterdag 8 Zondag 9 juni uitnodiging 100 personen
(telefonisch om deel te nemen aan discussie13 juni).
Donderdag 13 juni Open discussie in Geologisch
Instituut A'dam. Na afloop in kleine kring afgesproken discussie te herhalen op
woensdag 18 september
Vrijdag 21 juni Brief de Booy aan Piekaar voor
onderhoud
Donderdag 4 juli Onderhoud Piekaar - De Booy
Vrijdag 5 juni Vergadering Curatoren van A'dam, Leiden
en Utrecht betreffende
benoemingen voorstellen Aardwetenschappen
Maandag 8 juli Vergadering Dagelijkse Raad van de Academische
Raad. Opnieuw kwestie herstructurering aan de orde gesteld en
verwezen naar open discussie
Dinsdag 20 augustus Gesprek voorzitter Sectie
Aardwetenschappen.
Prof den Tex en De Booy in Praag tijdens
wereld congres geologen.
Dinsdag 17 september. Vergadering Sectie Aardwetenschappen. en voorstel van
commissie ad hoc
Woensdag 18 september. Open discussie. 2 moties aangenomen en voorstellen van
namen voor commissie ad hoc. Namen op te geven aan de Booy
Vrijdag 20 september. Melding van moties en resumé van discussie aan
Piekaar
Dinsdag 1 october Brief de Booy aan Prof Janssen voor onderhoud
Donderdag 24
october Gesprek Prof Janssen, Kwantes, Den Tex en De Booy voorstellen geformuleerd
voor Dagelijkse Raad betreffende commissie ad hoc.
Conceptie Commissie Verwey
Maandag 4 november
Dagelijkse Raad accepteert voorstellen gedaan tijdens bespreking 24 october
Woensdag 6 november Prof Janssen vraagt aan Dr Verwey om een commissie te vormen
Geboorte Commissie Verwey
6 -15 november
In deze periode accepteert Dr Verwey aanbod
15 november Voorgestelde leden worden gevraagd zitting te nemen
Nov-Dec--1968-Jan -Febr-Maart 1969 Talrijke vergaderingen Commissie Verwey (ongeveer 50 uur)

Overlijden Commissie Verwey
Maandag 14·april
zacht heengaan van Commissie Verwey
Donderdag 17 april
rouwdienst en uitluiding
Vrijdag ochtend 8 uur van de 18e april. Crematie Commissie Verwey
.............................................................................................................................
R.I.P.
Uit dagboek Tom de Booy.
Bezetting kamer 85a Geologisch Instituut. Begin EGO project
22 april Gesprek met Ir
Dufour, afspraak gemaakt dat ik niet zou meewerken met
nieuwe plan commissie Dufour.
23 april Plan gemaakt met Jaap Boon betreffende
commissie Dufour. Oprichting commissie Dufour.
24 april Vergadering Staf en Hoogleraren geweest in
Senaatkamer. Geheimhouding opgelegd. Alleen 's-avonds van
Rubenstein vernomen en was zelfs nog bang om iets te
vertellen. Hij had gevraagd of hij het mij mocht vertellen. Dit
mocht echter niet.
25 april Op geologen feest waar de student Kuhry mij
vraagt of ik en psychisch defect heb.
26 april Jaap Boon telefonisch gesproken over zijn
brief en de knutselruimte.
27 april Bij Paul Noorman pannenkoeken gegeten.
Telefonisch om advies gevraagd over mij egoproject aan Dick Beets, Tom
Roep en
Jaap Boon
Maandag 28 april 6 uur op trein 7 uur pamflet gemaakt
E.G.O., 8.30 opgehangen op bord bij ingang Geologisch Instituut, 9.13 uur kwam prof Hospers als eerste binnen.
Ik vroeg of hij geïnteresseerd was. Hij was het kennelijk
niet en was woedend over mijn actie. Daarna veel bezoek studenten
en zelfs prof Brouwer.
Woensdag 30 april 's-Middags rellen op Dam. Peter
Schat
ontmoet, klemgereden door bereden politie. Melvin Visser ontmoet. Oranje doodskist
op Prins Hendrik kade
Donderdag 1 mei afspraak om EGO kamer te openen door Johan Middendorp
voorzitter ASVA. 's-Avonds met Jaap Boon en Dick Winnubst naar RAI gebouw.
Bijeenkomst CPN een rare vertoning
Vrijdag 2 mei. Opening EGO kamer om 1.30 's-middags door Johan Middendorp aanwezig.
Jan Bresser, Loes Mallee, Stephan de Clercq, Jaap Boon, Dick en Leny Winnubst

Jan Smit in gesprek met Tom de Booij in de Egokamer

Links: Bezoek van voorzitter van de ASVA Johan Middendorp (links) en twee mede-egoisten Loes Mallee en Leny Winnubst. Rechts: Jaap Boon aan de tekentafel

De voorzitter van de ASVA Johan Middendorp opent de Egokamer officieel met het doorknippen van het lint, waaraan bevestigd zijn twee kaartjes met de volgende teksten; (bovenste kaartje) Experimenteel Geologisch Onderwijs en (het onderste kaartje) Paternalistisch Geologisch Onderwijs.

Professor Brouwer bezoekt - was zeer geïnteresseerd - de EGO kamer. Op de deur het pamflet van het Experimenteel Geologisch Onderwijs
Zaterdag 3 mei
opgebeld naar Katholieke Hogeschool Hans vd
Borst gesproken. Ze hadden de Hogeschool bezet. Later teruggebeld om 13.00. Tom Severijn
gesproken, om 2 uur met auto naar
Tilburg gesproken met onderwijscommissie.. Deze heeft mij kamer 49 toebedeeld, daarna
gegeten op flat en afgesproken om EGO te installeren. Paard van Troje binnen halen. Terug om 9 uur naar Baarn
.11.30 gepakt en doorgereden naar Amsterdam 2x
langs Dick Winnubst en 1 maal langs Jan Bresser en Anneke. Helaas niet thuis, doorgereden
naar Tilburg.
Zondag 4 mei 3 uur in de nacht aangekomen, alles uitgeladen
en even geslapen tot 7 uur daarna kamer ingericht, om 8 uur begonnen met EGO. Bezoek van Wibo vd Linde afspraak
samen te werken aan publiciteit. In gras zittend verhaal vertelt waarom naar Tilburg gegaan.
's-Middags aankomst Jaap Boon en Dick Winnubst. Bezoek Tom de Klerk en Gerard van Westerloo (de
student)
Maandag 5 mei. Maar even geslapen, gewekt
door Wibo en camera ploeg om te waarschuwen dat het
personeel weer binnenkwam en een soort van rechste putsch
werd verwacht. 's-Middags persconferentie met Wibo van
der linde . Louvendie ontmoet. Vragen gesteld aan van
Boven. Pers kwaad op mijn interpellatie 's-Middags
Havo scholieren en contact met verslaggevers van Folia
Civitatis Amsterdamse Universiteitskrant Rob Symons en
Johan Frieskamp. Bezoek van Elsevier man, uitgescholden. Ook nog niet vriendelijk geweest tegen een
verslaggeefster van de NCRV.
Einde dagboek. Hierna volgt een verhaal dat ik geschreven heb over mijn belevenissen in Tilburg
4 mei 1969 EGO
BEZET KAMER 49 VAN DE
KATHOLIEKE TILBURGSE HOGESOHOOL.
Op de dag van de officiële opening
van EGO verscheen in de pers een oproep van de bezetters van de Tilburgse
Katholieke Hogeschool om onderwijskrachten voor het opgang houden van het
onderwijs van Tilburg. Alhoewel in deze hogeschool geen geologisch onderwijs
werd gegeven meenden we dat de EGO doelstellingen zeer goed overeenkwamen met de
eisen van medebeslissingsrecht, die door de Tilburgse bezetters van de
autoriteiten werd geëist. We wilden daarbij niet de beginselen van geologie op
de wijze der "vakidioten" uiteenzetten. Van zeer groot belang was, niet zozeer
het afschaffen van super specialisme, als wel het verwijderen van kopkleppen.
Het ging er in eerste instantie om dat in ieder vak de samenhangen met andere
terreinen. van wetenschap, maatschappijbeschouwing en in het algemeen
cultuurverschijnselen, tot hun recht te laten komen en zichtbaar maken voor de
beoefenaren van dat vak. Voor wat de geologie betreft, moet men, wanneer
men spreekt over olievelden, nooit de economische-, politieke- en sociale
betekenis daarvan uit het oog verliezen. De bezetters hebben ons accommodatie
verschaft en kamer 49 ter beschikking gesteld, alwaar we in de
nacht van zaterdag 3 op zondag 4 mei met een aantal EGOisten (Anneke
de Zwart, Jan Bresser en Torn de Booy)
alles in gereed hebben gebracht, zodat zondagmorgen om acht uur met het
onderwijs kon worden begonnen.

De Egokamer in de Katholieke Hogeschool Tilburg. Links van Tom de Booij Louis Smits
Een van de eerste geïnteresseerde in EGO was Wibo van de Linde, die namens de NTS (de huidige NOS) een interview wilde maken. Hij merkte al gauw dat hij EGOist werd en zich niet kon verschuilen achter de veilige bescherming van een organisatie, en niet meer terug kon grijpen op zijn autoriteit als persman. In de loop van de zondag kwamen Jaap Boon, Dick en Lenny Winnubst en Hans Hantelmann versterking bieden. We kregen in de volgende. dagen, behalve van studenten, ook bezoek van middelbare scholieren, huisvrouwen en de bouwvakker Louis Smits en de Telegraaf correspondent Hans de Groot. Laatstgenoemde werd zo enthousiast voor EGO, dat hij besloot niet meer voor de Telegraaf te werken, aangezien deze krant onjuiste en tendentieuze berichtgeving had gegeven over de Tilburgse bezetting. Hij heeft het volgende pamflet uitgedeeld: "Mede beïnvloed door de ernst en de vastberadenheid, waarmee de Tilburgse studentengemeenschap tracht een serieuze bijdrage te leveren aan het vraagstuk van het medebeslissingsrecht; menend dat het dagblad de Telegraaf met name vooral in het begin van de bezettingsperiode een onjuiste gang van zaken heeft gesuggereerd daarmee de actie van de studenten ernstig in discrediet heeft gebracht; en wetend , dat mijn sympathie in de afgelopen spannende dagen duidelijk naar de studentengemeenschap is uitgegaan , meen ik , dat het niet langer verantwoord is de Hogeschool vergaderingen in mijn functie van correspondent van de Telegraaf te blijven bezoeken. Ik heb daarom besloten om met ingang van heden mijn correspondentschap aan de Telegraaf terug te geven. w.g H.H. de Groot"

De Ego kamer in de
Katholieke Hogeschool Tilburg, Links de bouwvakker Louis
Smits samen met Jaap Boon
Tijdens de plenaire vergadering van
maandag 5 mei
verklaarde de Booy pas te zullen vertrekken. uit Tilburg als het
medebeslissingsrecht van studenten aan alle Nederlandse
universiteiten en hoge scholen een feit was geworden.

In de plenaire vergadering zegt Tom de Booij dat hij net zolang in het gebouw van de Katholieke Hogeschool wil blijven tot alle studenten in Nederland medebeslissingsrecht krijgen.
Deze grootspraak kwam
hem duur te staan toen twee dagen later de bezetting werd
opgeheven en niemand inclusief hijzelf er voor voelde om
nog langer in het gebouw te blijven. Het einde van de bezetting kwam
doordat op woensdagavond 7 mei
Prof. van Dijck de plenaire vergadering zo
wist om te turnen, dat men een motie aannam, die de bezetting tot het verleden
wilde laten behoren. Als laatsten hebben we het gebouw in een zeer gedeprimeerde
stemming verlaten, om op enkele honderden meters afstand onder een afdakje van
een bouwkeet de nacht door te brengen. In de loop van de ochtend keerden we met
de staart tussen de benen naar Amsterdam terug.
Hieronder geeft Hans Hantelmann
nog een persoonlijke impressie van de Tilburgse bezettingsdagen.
Een minder belangrijk expressie van een belangrijke impressie.
"Oh, those mad things WG
have seen" "Henry IV" -
Shakespeare.
De gebeurtenissen in begin mei van
1969 in Tilburg deden
de universitaire, en niet alleen deze, wereld opschrikken uit zijn winterslaap.
Tilburg, wie wist dat daar een hogeschool was, trekt in die periode als een
magneet de nieuwsmedia aan en komt daardoor in het middelpunt van de
belangstelling te staan. Hoogspanning en aantrekkingskracht, beiden zijn
voorhanden in de eenakter "Hoe bezet ik een hogeschool".De
hogeschool, een in witte natuurstenen opgetrokken gebouw, gelegen in een
parkachtig landschap is het doelwit. Door zijn geïsoleerde positie is een
idealer object, dat zich voor bezetting leent, nauwelijks denkbaar. Het is
waarschijnlijk aan dit feit te danken, dat de coup zo volledig slaagde.
Belangrijk is niet alleen het "waarom en hoe", dat in de nieuwsmedia uitvoerig is
uitgemeten, maar zeker ook hoe men dit feit intern onderging. Het baas in eigen
huis zijn kan tot tweeërlei extrema aanleiding geven de complete chaos of
stimulerende creativiteit. Van het eerste is mij niets gebleken; van het tweede
wel. De eerste indruk bij het binnengaan van het gebouw, waar de ordedienst
ijverig de namen van in- en uitgaande personen noteerde, is de levendigheid in
de gangen en in het trappenhuis. Het gezapige wandelen van de ene naar de andere
collegezaal is veranderd in een turbulent beeld van discussierende groepen.
Hiermee is een belangrijk aspect aangeroerd. Een ieder pro of contra is bij het
gebeuren betrokken, een betrokkenheid, die aanstekelijk werkte en die men vaak
node mist in het bestaande universitaire bestel. De hooggeroemde akademische
vrijheid, die voornamelijk alleen in het privé-leven van de student bestaat
krijgt hier een nieuwe dimensie. Men is niet alleen vrij in zijn studiekeuze,
maar men kan die studieopzet zelf mede bepalen. Goed of fout, hierover kan men
van mening verschillen, het gevolg van deze handelwijze is de eerder genoemde
betrokkenheid, nu een beroep gedaan wordt op eigen
verantwoordelijkheid. De consument is niet alleen maar consument, maar wordt
medeproducent. In deze periode van de bezetting, waarop men in plenaire
vergaderingen besloot te volharden, zolang niet aan een aantal essentiële eisen
was voldaan, zijn ook fouten gemaakt. Het verheugende van deze fouten was,
natuurlijk niet het feit dat ze gemaakt werden, maar veeleer de wijze waarop ze
in de openbaarheid werden gebracht. Ging er iets mis, door verkeerde of geen
planning, dan was men een uur later in het bezit van een stencil, waarop
duidelijk de gemaakte fouten vermeld stonden met daaronder een resumé van de
aanpak hoe men dit in de toekomst trachtte te voorkomen. Het gevolg van dit
soort communicatie was een grote doorzichtigheid van alle gebeurtenissen, die
zich in de hogeschool afspeelden. Deze communicatie, gepaard gaande met
informatie, heeft niet nagelaten grote indruk op mij te maken. Behalve de
bestaande faculteiten, zoals bijv. rechten en economie, is er een aan deze
bezettingsperiode nog een aan toegevoegd nl. die van de
wiskunde- en natuurwetenschappen en wel in het bijzonder de geologie. EGO'
(experimenteel geologisch onderwijs), kort tevoren in het leven geroepen door de
Booy, had in een kamer van de hogeschool tijdelijk zijn bivak opgeslagen.
Kennelijk lagen hier de wegen open, waarnaar zij zo naarstig zocht. De kamer was
het voorbeeld van de "total room". Alles vond hier plaats: onderwijs,
discussies, eten en slapen. De collegeruimte was tot leefruimte geworden.
Niemand had iets op te houden, men werd geaccepteerd als mens en de waardering
volgde al of niet daarna. Voor de buitenstaander leek dit veel op een doos van
Pandorra, maar niets was minder waar. De kamer was een ontmoetingscentrum waar
extremen elkaar raakten of net misten. De colleges trokken zoveel
belangstelling, dat men wegens ademhalingsmoeilijkheden de discussies vaak
voortijdig moest stoppen. Voortijdig betekende altijd nog na een kleine twee
uur. Als permanent praathuis heeft de ruimte echter nooit gefaald. Het werkte
verhelderend om vogels van diverse pluimage hun voren te laten zien, niemand
pronkte ermee, ze behoorden nu eenmaal tot de noodzakelijke uitrusting om samen
verder te vliegen. Dank zij dit vermogen om te vliegen zijn er heel wat
hindernissen gemakkelijk genomen. Drempels speelden in deze beschouwing helemaal
geen rol. Het is teleurstellend om te weten dat alle acties, zelfs als ze met de
beste intenties gevoerd zijn, gecompromitteerd worden en dat de maatschappij,
die een enorme macht bezit, om zich te beschermen, slechts een gering potentieel
heeft om zich te verbeteren. Het is daarom ook jammer dat het jeugdig
enthousiasme vaak gevangen wordt in het web van conventionele wijsheid. De
wereld van Tilburg in begin mei 1969
was vaak een dolle,
maar zeker nooit een dwaze wereld. J.J. Hantelmann.
Bericht in de krant:
Hoogleraar bezet kamer Tilburg
Tilburg: 5 mei - De Amsterdamse geoloog en Himalaya beklimmer dr
Tom de Booy, docent aan de universiteit van Amsterdam, heeft zich zondag
gevestigd in de bezette Tilburgse hogeschool. Dr De Booy heeft een hoogleraren-kamer
ingericht met met instrumenten, een bibliotheek en
landkaarten. Hij heeft verklaard pas te zullen vertrekken als het
medebeslissingsrecht voor alle Nederlandse universiteiten een feit is. Dr
De Booy die ook in de discussie rond het rapport-Maris over de nieuwe bestuursvorm van de
universiteiten actief was, is hoofdmedewerker, aan de universiteit van
Amsterdam en hoofd van het Geologisch Instituut. Tilburg kent geen geologieonderricht.
Dr. De Booy heeft verklaard in Tilburg te beginnen met experimenteel -en. kritisch
onderricht voor de studenten, die belangstelling voor hebben. "Dat kan betekenen dat we eerst een jaar
lang uit het raam moeten kijken om kritisch te worden voordat we aan geologie
toekomen", aldus de geoloog.
4 mei Interview in Tilburg over een
Amsterdams instituut door Rob Symons en Johan Frieskamp
Het experimenteel geologisch onderwijs van dr Tom de Booij
De pijlen "EGO-project, Experimenteel Geologisch
Onderwijs" in de bezette Tilburgse universiteit volgend, komen we in de kamer
terecht waar dr. Tom de Booij, wetenschappelijk hoofdmedewerker van het
Geologisch Instituut van onze universiteit, is ingetrokken. Het is moeilijk
rustig met hem te spreken. Er komen steeds weer mensen binnen vallen. Als we
eindelijk de eerste vraag van ons interview hebben gesteld komen er drie
Middelburgse Havo-scholieren binnen, die voor de tapijten- tentoonstelling waren
gekomen, maar men was begonnen de tapijten in te pakken. Ze maken van de
gelegenheid gebruik eens te zien hoe een bezette hogeschool er nu uit ziet, en
met dr. Tom de Rooij te praten over hun schoolparlement en de democratisering
op de middelbare scholen. 's Middags tijdens de plenaire vergadering van de
studenten voert Tom de Booij (tegen een verslaggever van "De Tijd";
"Voorletters: Tom, nee gewoon Tom, nee geen puntjes, weet je wel, Tom".) het
woord als een van de weinige sprekers van buiten de universiteit. Zijn korte
verklaring; "Ik heb weinig hoop dat curatoren van Tilburg en minister Veringa
medebeslissingsrecht
geven aan Tilburg. Want dan geeft men het aan heel Nederland. Ik hoop op de
universitaire gemeenschap, waarin men elkaar wil begrijpen. Ik zal echter
persoonlijk in dit gebouw blijven, tot in Nederland het medebeslissingsrecht aan
alle studenten is toegekend. Ik vraag u: Zijn er mensen die hier met mij willen
blijven?" Waarom hij naar Tilburg is vertrokken,
vindt zijn oorzaak mede in de verwikkelingen rond het Geologisch Instituut van
de universiteit van Amsterdam. De sfeer was daar al geruime tijd
gespannen. Als gevolg daarvan had een onderzoek van een efficiencybureau
plaatsgevonden. De persoon die als evaluator optrad, verklaarde:"Ik ben hier
niet vrij te zeggen wat ik denk." Prof Harting, voorzitter van de faculteit der
Wiskunde en Natuurwetenschappen: "Ik heb de indruk dat men op het Geologisch
Instituut zo verwikkeld is in de microproblematiek, dat men aan de
macroproblematiek niet toekomt." Naar buiten bleken de moeilijkheden o.a.
bij het niet verlengen van het dienstverband van dr. Völk en de ontslagname van
lector dr.J. W. A. Bodenhausen. Naar aanleiding van de laatste kwestie
schreven 28 studenten en twee stafleden een brief aan de heer Piekaar,
directeur-generaal voor de wetenschappen van het ministerie van
O. & W. waarin zij hun ongerustheid over de toestanden op het instituut uitspraken. Zij vreesden,
dat wel eens meer stafleden het voorbeeld van dr Bodenhausen zouden kunnen
volgen. De hoogleraren, inmiddels ook ongerust, vroegen curatoren hulp door
middel van een tweede onderzoek
Onderzoek door curatoren
Een openlijke breuk tussen de leden van
de wetenschappelijke staf en de hoogleraren was de reden voor het eerste
onderzoek. De staf verweet de professoren van de vakgroep het frauderen van de
notulen. Dr. Tom de Booij was (en- is) de door de staf zelf gekozen en door
curatoren benoemde voorzitter van de staf. Gevolg van het eerste onderzoek was,
dat het door de staf afgebroken overleg in vakgroep- en directievergaderingen
werd hervat. Dat duurde evenwel slechts drie vergaderingen. De aanleiding tot
de nieuwe breuk was het verwijt van prof. De Roever, dat de staf haar adviezen
te detaillistisch maakte en dat ze in het overleg met de studenten te weinig
rekening zou houden met de amendementen van de hoogleraren. De staf van haar
kant vond, dat de autonomie van haar adviserende positie door de hoogleraren te
veel aan banden werd gelegd, wat zij in strijd achtte met de artikelen 10 en 13
van het bestuursreglement. Na deze breuk zond de staf nog slechts waarnemers
naar de vergaderingen. Daarop volgde het al eerder genoemde onderzoek door
curatoren, dat werd uitgevoerd door curator Dufour. Voordat dit was afgerond,
op 10 maart 1969, schreef Tom de Booij een tweetal brieven. De eerste aan
curatoren, waarin hij meedeelde niet meer naar eer en geweten loyaal te kunnen
samenwerken met directie en vakgroep, en waarin hij herziening van zijn taak
vroeg. De andere brief was gericht aan prof. Egeler: Tom de Booij stelde zich
beschikbaar om de functie van dr. Bodenhausen waar te nemen tot de
benoemingsstop in de geologie zou zijn opgeheven. Een tweetal studenten
reageerde op het schrijven aan curatorium door aan het zelfde adres een brief te
zenden, waarin zij de actie van De Booij "geestelijke ·zelfverbranding" noemden
en de toestand op het Geologisch Instituut als "een pan" kwalificeerden, zij het
in minder scherpe bewoordingen, zoals zij tegen ons zeiden .In het kort behelsde de oplossing van
ir. Dufour een administratieve splitsing van de vijf afdelingen van het
instituut. De leiding zou komen te berusten bij twee mensen per afdeling met
stemrecht: de betreffende hoogleraar en een staflid, niet gekozen maar
aangewezen. Dr. De Booij noemt hen de "second his masters voices". In het
z.g.
instituutsbestuur hebben naast de stemgerechtigde leden twee studenten een
adviserende stem, maar, zegt hij, "dat stelt niets voor." Daarnaast komt er in de oplossing van
het curatorium een als overlegorgaan bedoelde instituutsraad met
gekozen vertegenwoordigers· van staf, studenten, hoogleraren en overig
personeel. Maar over de verhouding met het instituutsbestuur, dat de
beslissingen neemt, kan niets concreets worden gezegd. De Booij noemt de
instelling van het orgaan een "zoethoudertje voor het personeel" en een
"vrijblijvend praatorgaan" . Ook tegen de positie van de stafleden heeft De
Booij duidelijke bezwaren: "Vooral als men in tijdelijke dienst is, zoals dr.
Völk, is men volkomen afhankelijk van zijn superieuren, anders heb je de kans,
niet op ontslag, maar op het niet verlengen van het dienstverband. Zo kan men
niet zelfstandig zijn visie geven."

Foto van Tom de Booij in het artikel van Folia Civitatits
Commentaar van Prof. Egeler
Naar aanleiding van de uitlatingen van
dr. Tom de Booij vroegen wij commentaar aan prof dr.
C. G. EgeIer, hoogleraar
in de algemene geologie. Nadat hij de weergave van de inhoud van de voorstellen
van ir. Dufour had bevestigd, deelde hij mee dat inmiddels de eerste bijeenkomst
van het instituutsbestuur had plaatsgevonden. Daaruit bleek volgens hem, dat het
de bedoeling van de vergadering was de studentvertegenwoordigers wél stemrecht
te geven. Voor wat betreft het technische en administratieve personeel is er nog
geen definitieve regeling. Eén van de mogelijkheden is, dat zij een deel van de
vergaderingen zullen bijwonen, want "er worden zoveel zaken behandeld die hen
niet regarderen en die hen niet interesseren, zoals onderzoek en onderwijs".
Prof Egeler dacht, "dat de algemene stemming in de vergadering was iedereen die
aanwezig is stemrecht te geven," dus ook het technisch en administratief
personeel. Want, zo was prof Egeler in het verleden gebleken, "niets is zo
frustrerend als een adviserende stem". Door deze recente ontwikkeling is het
orgaan "instituutsraad" wat op losse schroeven komen te staan: de mogelijkheid
van integratie (in het instituutsbestuur) wordt overwogen. Voor wat betreft de controverses met
betrekking tot de notulen noemde prof Egeler gefraudeerd een "ongelukkige term".
"De moeilijkheid was, dat stafvertegenwoordigers iets in de notulen wilden laten
opnemen, maar dat anderen vonden dat er genoeg in de notulen stond.
Gefraudeerd, dat is niet in overeenstemming met de feiten." De
geologie-hoogleraar
geeft toe, dat de sfeer op het instituut slecht is: er waren allerlei punten van
strubbelingen. "Maar dat is zeker niet de enige reden, dat dr. Bodenhausen
ontslag heeft genomen." De brief van de 28 studenten en. twee stafleden en de acties van
dr. de Booij hebben er volgens de hoogleraar toe bijgedragen dat de sfeer nog
verslechterde, en dat juist terwijl men een regeling aan het voorbereiden was.
Hij vond deze manier ·van handelen "niet opportuun en niet elegant". De brieven
van dr. de Booij zijn nu in behandeling bij curator ir. Dufour, en daar zal "een
reactie op volgen". Meer commentaar·daarop wilde prof Egeler niet geven, hij
vond het "eleganter af te wachten, het is hoogst ongelukkig zaken die nog in
bespreking zijn in de openbaarheid te brengen."
Enige kantekeningen bij het interview met dr T. de Booij
Het noodzakelijke proces van de herstructurering van het
bestuur van het Geologisch Instituut is mede door de vele activiteiten van dr.
T. de Booij op gang gebracht en gehouden. Nu echter deze hoopgevende
ontwikkeling, die resulteerde in het oprichten van het nieuwe Instituutsbestuur,
op deze zo ongelukkige wijze in de publiciteit is gebracht door het interview
met dr. T. de Booij in Folia Civitätis achten ondergetekenden, die twee derde
van de staf van het Geologisch Instituut uitmaken het noodzakelijk, naar
aanleiding van dit interview, het volgende op te merken.
1. In het nieuwe Instituutsbestuur heeft per afdeling, naast
1 hoogleraar, 1 staflid met volledig stemrecht zitting. Deze stafleden zijn -
buiten medeweten van de hoogleraren - aangezocht door ir. Dufour en de heer
Rubinstein, vertegenwoordiger van een Efficiency Bureau. De keuze van de
betreffende stafleden werd bepaald door de wenselijkheid een goede communicatie
tussen hoogleraren, staf en studenten op zo kort mogelijke termijn te realiseren.
2.
Na afloop van een proefperiode zullen de stafleden in het Instituutsbestuur
door de afdelingsstaven gekozen worden. De uitspraak van dr. de Booij dat deze
stafleden als "second his master's voices "gekwalificeerd kunnen worden, kan
dus slechts als een verdachtmaking beschouwd worden. over drie zetels met volledig stemrecht kunnen beschikken. De
opmerking van dr. De Booij dat slechts twee studenten met adviserende stem in
het Instituutsbestuur zitting zouden hebben, is dus door de feiten achterhaald.
3. De bezwaren van dr. De Booij t.a.v. de Instituutsraad
(waarin administratief en technisch personeel adviezen kunnen uitbrengen) worden
door het Instituutsbestuur gedeeld. Het Instituutsbestuur heeft dan ook op zijn vergadering van
14 mei aan het administratief en technisch personeel als alternatieve oplossing
enkele zetels met volledig stemrecht in het Instituutsbestuur aangeboden.
4. Dr. De Booij zegt dat hij naar de Economische Hogeschool van Tilburg vertrok
toen daar de behoefte aan gastdocenten werd bekend gemaakt; dit wekt, gezien het
grote verschil in vakgebieden, wel enige verwondering. Wanneer hij dan in
Tilburg mededelingen doet over het Geologisch Instituut zonder zich op de hoogte
te stellen van de recente ontwikkelingen, die zich in volledige openbaarheid
voltrekken, dan zaait hij daar onnodig verwarring mee..
Tenslotte werpt het feit dat dr. De Booij zijn project van
Experimenteel Geologisch Onderwijs startte naast de reeds bestaande activiteiten
op gebied van onderwijs en onderzoek (voor een belangrijk deel in teamverband!)
- zonder medeweten van het overgrote deel van de bij het onderwijs betrokkenen,
een vreemd licht op zijn interpretatie van begrippen als "inspraak" en
"medebeslissingsrecht" .
S. I. van Andel, B. Bollegraaf, M. v. d. Boogaard, T. Geel,
H. Helmers, K. Linthout, Oen Ing Soen, O. J. Simon, H. Soediono, Y. Vollers.
Noot:
De redactie tekent bij punt 2 aan dat het interview tijdens de Tilburgse
bezetting, dus vóór 14 mei, werd afgenomen. De wijzigingen die zich daarna
voordeden heeft dr. De Booij nog wel aan Folia meegedeeld, maar zijn niet meer
in het interview (dat reeds gezet was) verwerkt, mede omdat prof. Egeler er
later in zijn commentaar op had gewezen.
De Booij II
In Folia Civitatis nr. 30, p. 9
werd onder het hoofd "Commentaar prof. Egeler" enkele reacties
mijnerzijds weergegeven op vragen, welke de heer Sijmons mij telefonisch
stelde in verband met een interview met dr. T. de. Booij betreffende het
Geologisch Instituut. De wijze waarop een en ander is gebracht blijkt bij
velen de indruk te hebben gewekt, dat ik tijdens dit gesprek op de
hoogte zou zijn geweest van de inhoud van genoemd interview er prijs op om met nadruk
te stellen dat zulks niet het geval is !
8 mei Uitzending van TV programma over bezetting
Tilburg. Hier en Nu van NCRV. Weinig positieve reacties in de pers
Nieuwe Rotterdamse Courant. "Dat kon ik
helemaal niet zeggen van dr. De Booy, een der probezettingsdocenten uit
Tilburg, die zonder enige logica en met vage en slecht geformuleerde argumenten
trachtte te opponeren tegen oud-minister Diepenhorst. Hij had het
over de complexiteit van de dingen, over die (altijd bruikbare) vervreemdende
elementen als de massamedia die het menselijk contact onmogelijk maken,
kortom, hij trok weifelend een paar laatjes open uit het quasi-wetensschappelijk
jargon en had helemaal niets te vertellen. Als man die toch ook nog de pretentie
heeft wetenschap te bedrijven, sloeg hij een pover figuur".
Nieuwsblad van het Noorden. "NCRV's "Hier en Nu".De uitzending
liep echter op een mislukking uit. Men
had er blijkbaar niet aan gedacht dat het onderwerp er één met veel kanten is en
dat het veel tijd zou vergen, wanneer de partijen zich er met enige
diepgang over zouden uiten. Het gevolg ervan was, dat oud-minister Diepenhorst wel door middel van ellenlange volzinnen zijn overwegend afkeurend standpunt ten aanzien van
"Tilburg" tot uitdrukking kon brengen ("18-jarigen zijn niet rijp voor
medezeggenschap"), dr. T. de Booy ook gelegenheid kreeg zijn genuanceerde,
meer positief gerichte denkbeelden met veel omhaal van woorden naar voren te brengen".
Voorgeschiedenis Maagdenhuis bezetting van 16 mei 1969
In de hal van het Maagdenhuis waren we rond 4 uur 's middags van
de 12emei 1969*) bezig om met een 30 tal leden van de Universitaire
Gemeenschap te discussiëren over wat eigenlijk medebeslissingsrecht betekende.
De Rector Magnificus, geflankeerd door de bouw curator én de conflict
deskundige, gaf ons de verzekering, dat als we de discussie niet zouden afbreken
en het gebouw terstond zouden verlaten, de 30 zwaar gebouwde personen, die zich
inmiddels naast ons hadden opgesteld, zich over ons zouden ontfermen (c.q.
arresteren). Dit was een historisch moment, want het betekende immers dat voor
de eerste maal in de geschiedenis van de Universiteit van Amsterdam op last van
de universitaire autoriteiten, de gewapende macht ons op Universitair grondgebied
het uitwisselen van kennis en inzicht ging beletten. Door het houden van een
stemming besloten we de discussie elders voort te zetten.

Politie grijpt in bij bezetting Maagdenhuis 12 mei 1969
*) Door de studenten werd naar aanleiding van de
bezetting van 12 mei de volgende persverklaring gegeven
Vanaf 10.30 uur heeft de aktiegroep de Loze kreet het maagdenhuis bezet. De bezetting verliep uiterst ordelijk, het personeel heeft
rustig kunnen doorwerken. Het personeel vertrok om 4 uur 's middags kort
hierop
verschenen 6 overvalwagens v.d. politie. Zoals de universiteit van Amsterdam al
eerder op de dag verklaarde was de politie gevraagd te assisteren zodat het
personeel ongestoord zou kunnen vertrekken en verhinderd zo worden dat nog meer
studenten het Maagdenhuis zouden binnengaan. Uitdrukkelijk werd echter vermeld in de
officiële persverklaring van de Universiteit van Amsterdam dat de politie op straat
zou blijven en het gebouw niet zou betreden. Om 4.20 verschaften ongeveer 25
rechercheurs zich toegang tot het Maagdenhuis. Zij waren gewapend met gummiknuppels
en ondervonden tegenstand van de portier en de bezetters, die hen in eerste instantie niet naar binnen wilden
laten. De rechercheurs maakten zich niet als
zodanig bekend en drongen de studenten en de portier terug. Enige van hen werden
door de heer Ottten, adjunct secretaris van het presidium ontvangen en naar de 1e
verdieping gebracht. De andere bleven posten in de hal van het Maagdenhuis. Na
korte tijd verschenen prof Belinfante en prof Wiegersma voor de balustrade van de
1e verdieping en sommeerden de bezetters onmiddellijk weg te gaan omdat zo zeiden
zij , "anders de gevolgen voor jullie zelf zijn". Volgens mededeling van een
rechercheur
bleken deze gevolgen arrestatie te betekenen. Na diskussie en stemming besloten de
bezetters het gebouw te verlaten om zinloos geweld en zinloze arrestatie te
voorkomen. Overigens vertelde een de rechercheurs aan een bezetter dat de
politie was binnen gekomen in het Maagdenhuis op verzoek van het
universiteitsbestuur. De aksiegroep
de Loze kreet wijst er op dat de otoriteiten van de universiteit van Amsterdam al
zeer lang geweigerd hebben een democratisering toe te staan en nu zelfs niet
geaarzeld hebben de politie te vragen op te treden binnen de universitaire
gebouwen.

13 mei bezetten de studenten de aula van de Universiteit
14 mei. Verklaring Werkgroep Bestuursstructuur
Naar aanleiding van de versnelling waarin de landelijke discussie rond de
problematiek van de universitaire bestuursstructuur is terecht gekomen heeft de
13e vergadering van de Werkgroep Bestuursstructuur van de Universiteit van
Amsterdam eenstemmig het volgende besloten.
1. De Werkgroep is het erover eens dat zij wenst uit te gaan en steeds
wenste uit te gaan van het beginsel dat het recht van iedere geleding wordt
erkend om vertegenwoordigers met stemrecht te hebben in ieder bestuur
binnen de universiteit, dat ook andere aan uitvoerende
beslissingen zal nemen. Verder zal zij onderzoeken of en in hoeverre dit
beginsel ook moet en kan worden toegepast op bestuursorganen met een
uitvoerende taak, waarvan de verhouding tot de bovenbedoelde besturen van de
universiteit uiteraard duidelijk dient te worden geregeld.
De werkgroep meent geenszins dat door de aanvaarding van het boven
bestaande beginsel alle toekomstige bestuursproblemen zijn opgelost, maar
zij acht het voor een voorspoedige gang van zakengewenst deze
overeenstemming uitdrukkelijk vast te stellen.
2. De Werkgroep streeft ernaar haar eerste rapport over de gewenste
herziening van de bestuursstructuur vóór eind juli te produceren.
De Werkgroep stelt zich voor tegelijkertijd aan de Minister van Onderwijs en Wetenschappen te verzoeken een zodanige wetswijziging te bevorderen
dat de Universiteit van Amsterdam de mogelijkheid wordt geboden om de in het
rapport gedane structuurvoorstellen te verwerkelijken met inachtneming van
de binnen de universitaire groeperingen levende opvattingen, welke zowel
voor als na de totstandkoming van dit rapport zullen worden gepeild.
Aan de stemming hebben deelgenomen: A.D. Belinfante (Senaat),E.J.N. Boskamp (Wet.Staf), R.E.M van
den Brink (Curatoren), A.J.l. van Dam (Curatoren), H.F. Delfos (Techn./Adm. Staf),
W. Drechsel (Pres.), R. Dufour (Curatoren), W.F. Heinemeijer (Senaat), P.C.Kuiper
(Senaat), H. Meijers (Wet.Staf), P.E Noorman (Wet. Staf) , H.L. Polak (Wet. Staf),
R. van de Velde (Wet. Staf), P. Verburg (Senaat) en J.W. Wertwijn (Techn./Adm.Staf).
14 mei
Motie van studenten met basis voorwaarden voor onderhandelen.
Studenten van de Universiteit van Amsterdam, in vergadering bijeen op
woensdag 14 mei 1969, eisen van het kuratorium en het presidium zich uit te
spreken voor een principiële erkenning van het medebeslissingsrecht van alle bij
de universiteit betrokken geledingen op alle nivoos, waarbij het als wenselijk
wordt geacht dat binnen subfaculteiten en faculteiten de algemene vergadering op
basis van gelijkwaardigheid van alle betrokkenen de bepalende instantie voor
het beleid is.
Onder alle geledingen wordt hier verstaan: technies en administratief personeel, studenten
en wetenschappelijk korps. Kuratoren dienen dus uiteindelijk afgeschaft te
worden.
Onder alle nivoos wordt hier verstaan: de konkrete werksituatie van deze drie geledingen, de instituten,
subfakulteiten, fakulteiten en universiteit.
Bovendien moet de wil tot demokratisering blijken uit het openbaar maken van
alle vergaderingen van alle bestuurskolleges en de notulen daarvan van nu en uit
hetverleden. Slechts op basis van inwilliging van deze eisen en voorwaarden zullen de
studenten onderhandelen over de nieuwe bestuursstruktuur.
De Maagdenhuis bezetting van 16 - 21 mei 1969
Na vier dagen waren we
echter weer terug. De EGO kamer werd ingericht op kamer 310. Veel tijd kon niet
aan het onderwijs·worden besteed, aangezien maatregelen betreffende de primaire
levensbehoeften de voorrang kregen. Een aantal EGOisten hielp met de
proviandering, die geregeld werd vanuit de aangrenzende Aula, terwijl weer
anderen bezig waren met de beveiligingsmaatregelen voor een eventuele inval van
de personen, die niet bepaald in het medebeslissingsrecht voor studenten laat
staan het EGO project waren geïnteresseerd. Ironisch genoeg had de Booy een
afspraak met de Commissie van Onderzoek Geologisch Instituut op de kamer van de
Heer Dufour in het Maagdenhuis om half twee dinsdagmiddag van de 20 ste mei. Om
technische redenen konden de Heren Dufour en Rubinstein niet op afgesproken
plaats en tijd aanwezig zijn. De volgende dag woensdag 21 mei werd
het Maagdenhuis door de politie ontruimd. 7 medewerkers van EGO (Toni Appelo, André de Boer,
de Booy, Jan Bresser, Loes Mallee, Tjeerd van Weering, Jan Smit) werden hierbij
gearresteerd en overgebracht naar het hoofdbureau van politie. Bij de terugblik
op de gebeurtenissen van 16 - 21 mei valt op te merken, dat gebleken is, dat de
grootste bedreiging tijdens de bezetting van het Maagdenhuis, niet werd gevormd
door de omringende politiemacht, maar door de impasse, waarin de bezetters zelf
kwamen toen ze inzagen hoe moeilijk het is om in een nieuw geschapen omgeving
met een "one man one vote" systeem niet in precies dezelfde fouten te vervallen,
als het systeem waar men juist de pretentie heeft om tegen ten strijde
te trekken:
bureaucratie, paternalisme,fascisme etc. De bewustwording van dit feit, dat de
grootste vijand in een ieder zelf huist, was voor velen van ons een zeer
waardevolle ervaring, die niet heeft nagelaten een diepe indruk achter te laten.

"One man one vote".Rechts op het bordes van het
Maagdenhuis de geologie student en medewerker van het EGOproject Jaap Boon

In het Maagdenhuis hebben de studenten het volgende stencil in de stad verspreid
Kommunikee voor de buitenwereld (dwz buiten het Maagdenhuis,Aula en U.B.)
Overzicht van de toestand in het Maagdenhuis.
Gelukkig is de stemming onder degenen die het Maagdenhuis sinds vrijdagavond bezet
houden, na het dieptepunt vanmorgen vroeg, weer flink gestegen.(het is nu 9 uur in de avond).Stonden we vanmorgen vroeg nog in de rij voor het rantsoen van één boterham per persoon,vanavond is er weer volop voedsel, en dat
alles dankzij al die vriendelijke Amsterdammers die met manden vol eten kwamen
aandragen, of geld gaven (en meestal geen kleine bedragen: f 10,- en f 25,- was geen uitzondering; f 100,- wel natuurlijk, maar het kwam
voor). Op het ogenblik zijn er zo'n 300 broden in huis, plus ontelbare pakjes boter
en margarine,broodbeleg,soep,melk,yoghurt,fruit, chocola, en nog veel meer
zoals bv. kaarsen (het licht mocht eens afgesneden worden, zoals dat met de
telefoonverbindingen met de 'buitenwereld' reeds is gebeurd, terwijl men bang is
voor de waterleiding), lucifers, boenwas, glazen, ansichtkaarten(om over het
geheel naar huis te schrijven), koffie, thee en ga zo maar door. Van uithongeren
door de politie zal voorlopig geen sprake kunnen zijn. Amsterdammers, nogmaals
bedankt voor deze hulp!! .

Arbeiders die studenten helpen bevoorraden tijdens hun bezetting van het
Maagdenhuis. Bouw luchtbrug


De loopbrug van de Aula van de Lutherse kerk
naar het Maagdenhuis.
Eechts achterin de geologische student Herbert Holst

Een delegatie van de bezetters verlaat het Maagdenhuis voor een
gesprek met universiteitsbestuurders
dat door de bemiddeling van Ed van
Thijn (links op de foto) tot stand in gekomen


In de nacht van 20/21 mei. Links: politie zet traangas en waterkanon in.
Rechts: de luchtbrug wordt vernield

21 mei 1969.De bezetters van het Maagdenhuis worden weggesleept door de marechaussee en politie

Links: Met bussen worden de bezetters afgevoerd naar het hoofdbureau
van politie.
Rechts: Burgemeester Samkalden en Prof Belinfante komen het Maagdenhuis
inspecteren na de bezetting.
Wat de akties betreft: men is zeer aktief, er worden vele zinvolle en
verhelderende discussies gevoerd en enkele professoren hebben hun medewerking
reeds toegezegd. Het meest aktief is misschien wel de drukkerij, helemaal
boven in het gebouw,waar een man (en vrouw) of tien constant mededelingen op
stencilpapier uittikt en zo het één en ander binnen 10 minuten
verduizendvoudigd heeft. Op de prachtige apparatuur die hun ter beschikking
staat, worden met veel kundigheid prachtige dingen gemaakt, want de meesten
hebben duidelijk veel ervaring met deze apparatuur (opgedaan bij vorige akties).
Niet alleen bij de drukkerij (met donkere kamer en o.a offset-machines) komt
de handigheid en het improvisatievermogen van de doorsnee student tot uiting.
De geluidsapparatuur werkte doorgaans perfekt; vrolijke muziek, afgewisseld
met mededelingen waren steeds duidelijk in het hele gebouw hoorbaar. Alles was
werkelijk erg goed georganiseerd, binnen was alles en iedereen kalm en men was
uitstekend op de hoogte van de dingen die binnen en buiten het gebouw
gebeurden, dat laatste vooral dankzij de stipte aanvoer (via de touw-brug met
de niet-afgesloten Aula) van de laatste edities van een aantal kranten. Ook
waren er 2 televisietoestellen in huis, dus wat kon men (ja, een radio was er
natuurlijk ook) nog meer verlangen? Vanuit de Aula (waar de politie alleen een
raambeschadigde bij een poging tot forcering) en de U.B. (die straks zal
sluiten) bereiken ons even optimistische berichten. Al deze gunstige
omstandigheden lokten al spoedig (zaterdagmorgen en -middag) vele nieuwelingen
aan, zodat het aantal bezetters sinds vanmorgen, toen er zo'n 70 weggingen bij
een naderende politie aanval,met ruim 250 is gestegen tot ongeveer 450. Tot nu
toe heeft de Amsterdamse politie van loco-burgemeester Koets geen opdracht tot
ingrijpen gehad en de bevolking schijnt achter ons te staan. Wat dat betreft
hebben we de tijd om rustig te wachten tot Belinfante toegeeft aan de eisen
waar alles om gaat:
1. Medebeslissingsrecht op alle niveau's.
2. Openbaarmaking van de notulen van vergaderingen (die, blijkens de
fotokopiën, dikwijls zéér interessant blijken te zijn,of heeft U niet één van
de duizenden pamfletten gezien?)
De bezetters
Ik heb aan de leiders (zoals Ton Regtien) nog voorgesteld om ons te laten arresteren in de toga's van de professoren. Dit vonden ze geen goed idee. Toen de politie bezig was om de studenten te arresteren was ik nog in de Aula. Daar was ook Prof Zwaan aanwezig. Ik ben toen naar buiten gegaan en heb me laten arresteren bij de voordeur van het Maagdenhuis.
21 mei 1969 Proces-verbaal van verhoor verdachte T.de Booy,
Maagdenhuisbezetter
Naar aanleiding van bijgaand proces-verbaal opgemaakt terzake van
lokaalvredebreuk hoorde ik Willem Pieter van den Toorn, hoofdagent-rechercheur
van gemeentepolitie te Amsterdam op woensdag, 21 mei 1969 aan het Hoofdbureau
van Politie een man, die opgaf genaamd te zijn: Tom de Booy
geboren te Vlissingen op 25 augustus 1924 wetenschappelijk medewerker
Universiteit te Amsterdam wonende Waldeck Pyrmontlaan 3A te Baarn. Hij
verklaarde: "Ik ben als wetenschappelijk hoofdmedewerker verbonden aan de
Universiteit van Amsterdam.
Omdat ik zeer nauw ben verbonden met de problemen rondom de democratisering van
het hoger onderwijs ben ik op vrijdag 16 mei te 22.45 uur naar het Maagdenhuis,
Spui 21 te Amsterdam gegaan. Ter plaatse gekomen ben ik binnengegaan via het
raam aan de voorzijde van het Gebouw. Mijns inziens, was ik op dat moment
gerechtigd om de Universiteit althans Maagdenhuis binnen te gaan. Wel kan ik U
verklaren dat ik wel inzie dat ik juridisch gezien mogelijk wederrechtelijk in
het Maagdenhuis was. Ik ben er echter toe binnen gegaan om mijn solidariteit te
betuigen met de daar aanwezige studenten. Ik ben gedurende de periode van 16 mei
tot 21 mei 1969 verschillende malen binnengeweest in het Maagdenhuis en heb daar
actief meegedaan aan de organisatie van voedsel bevoorrading. Meesten tijds
bracht ik door in de aula, gelegen naast het Maagdenhuis. De keren dat ik het
Maagdenhuis binnenging deed ik dat via de luchtbrug, die was geslagen tussen de
percelen aan weerszijde van de Handboogstraat. Ik had van niemand toestemming om
het Maagdenhuis binnen te gaan. Normaal heb ik altijd de bevoegdheid om het
Maagdenhuis binnen te komen in verband met mijn functie aan de Universiteit. Ik
was bekend met het feit dat met het feit dat de studenten , die zich in het
Maagdenhuis bevonden gesommeerd waren om zich er uit te verwijderen. Op
woensdag, 21 mei 1969 te omstreeks 11,,00 uur was ik weer bij het Maagdenhuis
aan het Spui en ging door het politie-cordon heen en verschafte mij de toegang
tot het Maagdenhuis via de hoofdingang. Na enige ogenblikken in het Maagdenhuis
vertoeft te hebben ging ik weer naar buiten en werd daar door de politie
gearresteerd. Ik kan het niet aanvoelen dat ik mij aan huisvredebreuk, cg. aan
lokaalvredebreuk zou hebben schuldig gemaakt. Voorts kan ik U verklaren dat ik
mij noch aan vernielingen, noch aan ander gewelddadig optreden heb schuldig
gemaakt gedurende de tijden dat ik mij in het Maagdenhuis heb opgehouden"Ik ben
lid van het "Dispuut gezelschap BEETS" van het Amsterdamse Studenten Corps"
Voorts ben ik geen lid van enige andere studenten vereniging. In verband met
mijn solidariteit met de studenten wens ik mijn verklaring niet te
ondertekenen.. Mijn motivering hiervoor zou gaarne aan de betreffende
[autoriteiten willen uiteenzetten" Opgemaakt op ambtseed, Amsterdam, 21 mei
1969. Hoofdagent-rechercheur van Politie, W.P. van den Toorn
7 juni 1969 Artikel in de Nieuwe Linie door Els van
Wageningen;
De Rebelse Docent
DR TOM DE BOOIJ (45), geboren in Vlissingen, vader van drie kinderen,
wetenschappelijk hoofdmedewerker aan het Geologisch Instituut in Amsterdam,
vecht al jaren voor een universitaire gemeenschap, waarin men elkaar wil
begrijpen. Hij voert die strijd alleen, conformeert zich aan geen enkele
groep, want, zegt hij; "Zodra je gaat institutionaliseren, ben je ongelooflijk
machteloos." Tijdens de bezetting in Tilburg verklaarde hij net zolang in het gebouw
te blijven, tot in Nederland het medebeslissingsrecht aan alle studenten zou
zijn toegekend. Nadat de Tilburgse universitaire overheden het recht van alle
geledingen op medebeslissing hadden erkend en de bezetting van de hogeschool
was opgeheven, keerde Tom de Booij terug naar Amsterdam, nog net op tijd om
zijn steun te verlenen aan de bezetting van het Maagdenhuis. Dagen en nachten
liet hij zijn comfortabele villa aan de rand van Baarn in de steek, om zich
actief rond het Maagdenhuis op te houden en zich te
verplaatsen "met de vloeibaarheid van water en het gemak van de waaiende wind". Met grote moeite liet hij zich samen met
de bezetters arresteren, omdat hij daar een duidelijke reden voor had. Wie is Tom de Booij? Hij is hartelijk, begroet je met een
schouderklopje, praat uren lang met "burgers" die het standpunt van de
"redelijken" vertolken, om ze tot andere gedachten te brengen, en dat alles
in een prettige sfeer. Een van zijn studenten zegt: "Hij heeft enorm veel overhoop
gegooid op ons instituut en dat was wel nodig. Hij is een typische showman,
schept wel plezier in rellen, maar voert geen acties om de rel. Hij
vindt
het prettig als er wat lichamelijke inspanning aan te pas komt, net als bij
z'n excursies. Twaalf uur achter elkaar in de bergen sjouwen is voor hem een
peulenschil. Hij is voortdurend bezig eigen standpunten te testen aan die van anderen. Hij vervalt nooit
in
clichés. Onder de studenten geniet hij een enorm
aanzien, door de hoogleraren wordt hij gevreesd. Hij houdt nogal van krasse
uitspraken, wordt moedwillig verkeerd begrepen op het instituut en wordt nu
overal buitengehouden."
Er zijn studenten die hem nog niet helemaal vertrouwen, die
hem nog kennen van vroeger. Prof. Egeler (hoogleraar in de algemene geologie)
en hij waren toen nog grote vrienden, beiden kwam uit het corps beiden waren
in de jaren vijftig herhaaldelijk in het nieuws in verband met excursies naar
het Andes gebergte en '62 met de eerste Nederlandse expeditie
naar het Himalaya-gebergte. De Booij is een leerling van prof. Brouwer en sinds '42 aan
het instituut verbonden. Hij promoveerde in '54 en werd het jaar daarop
benoemd tot buitengewoon onbezoldigd assistent aan het Geologisch Instituut.
In '57 werd hij wetenschappelijk hoofdmedewerker. Hij werd de autocratische leraar, die op zeer
conventionele wijze onderwijs gaf. Na '64 veranderde hij geleidelijk aan in
een enthousiast geweldloos anarchist, die heel wat goed werk heeft verricht, ondanks veel tegenwerking van de zijde van de autoriteiten.
"de studenten vonden mij rancuneus"
- Vanwaar die plotselinge ommezwaai? "Het probleem is dat je begint te ontdekken dat de wijze van
onderwijs waar ik mij met hart en ziel aan gaf niet meer optimaal overkwam. Ik
was streng, volgens mij rechtvaardig, maar de studenten vonden mij rancuneus en zo. Op een middag
, eind '64, heb ik veertien studenten - de grootste raddraaiers - mee naar de zolder genomen en gezegd:
'Nu
vertellen jullie maar eens wat jullie tegen mij hebben'.Er kwam een hele
berg kritiek. Ik ging mij natuurlijk niet verdedigen, want het was per slot
de indruk die ik bij hen had gevestigd. Ik ontdekte dus dat het patriarchale
onderwijs niet meer 'in' was. Maar vanaf dat moment werd ik uitgestoten. Ik weigerde lector en later hoogleraar te
worden en vanaf het
moment dat je iets weigert wat voor hen het hoogste goed is, ja dan ben je
per definitie een psychopaat en weet ik al niet. Ik wilde met de studenten contact opnemen, maar die
vertrouwden me niet. Je wordt uitgestoten uit het nest waar je hoort en dan kom je in een
vacuüm. Ik had het voordeel
dat ik langzaam de tijd had omdat in mezelf te verwerken. Nu heb je meer mensen
die met dezelfde frustraties zitten. Ze voelen enerzijds dat hun onderwijs niet meer maximaal
overkomt, ze ontdekken dat het toch bij henzelf terug te vinden is, ze
hebben de aansluiting gemist die proberen ze weer te herstellen en dat doet
de stoppen regelmatig doorslaan. Zelf voelde ik ook een verstoring van mijn evenwicht en deed daarom in '65' het aanbod om een structuur-analyse
te doen. De uitslag zou voor mijzelf bindend zou zijn. Al zou blijken dat ik psychopatisch zou
zijn ik mijn ontslag nemen . De analyse duurde een jaar en ik onthield me in die tijd van
actie voeren. Na het onderzoek bleek dat ik bezig was met een fundamentele start, alleen de wijze waarop ik het
deed had verbetering nodig".
- Toen is er een verwijdering gekomen tussen u en prof. Egeler?
"Het is clean-fight, zuiver ideologisch hoor. Ik heb nooit ruzie met
hem gehad, we belasteren elkaar niet. Wat vroeger een werkhypothese was, is tot
een dogma geworden. De hoogleraren gaan er van uit dat zij kunnen bepalen wat
goed is voor degenen die het onderwijs genieten. Dat voelen ze ook als een heel
zware plicht. Zoals EgeIer, dat is een door en door integer mens, die zegt 'Ik
weet wat goed is, de student heeft die kritische
zin niet; als hij zich nou maar eerst onderwerpt aan het systeem waar wij
vanuit gaan, dan ben ik bereid concessies te doen'. De jeugd heeft geen
vertrouwen meer in dat uitgangspunt. In '66 ging ik voor een jaar als docent naar Amerika. Ze waren dolblij dat ik
vertrok, omdat ik juist gezegd had: 'Die beerput hier ga ik eens openmaken'. Ze
hebben mij met alle eer weggewuifd, hopend dat ik nooit meer terug zou komen. Je neemt jezelf
mee en na een half jaar ontstond in Amerika dezelfde conflictsituatie. Ik werd
weer uitgestoten door de docenten en maakte met de studenten relletjes tegen de
establishment. Het individu wordt daar volledig onderdrukt, heeft geen enkele
kans om zich te ontwikkelen. Proefwerken invullen met een nummer controle kaarten
invullen enz. Contact met mensen, boosheid van mensen ... was er niet. Geen
enkele primaire contactmogelijkheid. Alles via computer en 'nice seeing you'.
Toen ik terug kwam in Nederland dacht ik: Heerlijk ik kan
nog boos worden op Maris, op Belinfante, ik kan nog iets doen als individu en
dat is iets dat je als een zegening ervaart".
experimenteel geologisch onderwijs
De sfeer op het Geologisch Instituut
werd er niet beter op. Een openlijke breuk tussen de leden van de
wetenschappelijke staf en de hoogleraren was de reden voor een onderzoek door
een bedrijfspsycholoog. Prof. Egeler zegt ook heel duidelijk: "De acties van dr
De Booij hebben er volgens de hoogleraren toe bijgedragen dat de sfeer nog
verslechterde". "Dat is volkomen juist", zegt Tom de
Booij, "ik heb ook beoogd het sluimerende naar de oppervlakte te brengen, omdat
het sluimerende juist het meest dodende is". De staf. verweet de
professoren van de vakgroep het
frauderen van de notulen. Er kwam opnieuw een breuk die volgde op
wederzijds wantrouwen. '"Zomer '66 ben ik met een groep studenten gaan karteren
in Zuid-Frankrijk. Ik heb gezegd: Er is geen autoriteit,
we zijn allemaal hetzelfde. Op dat ogenblik brak natuurlijk de hel los.
Sommigen lagen twee weken in de zon, anderen kochten een windbuks, kortom het was een pandemonium. Ik heb het zo
gelaten en na twee weken zei iedereen: "Ja ... we moesten toch eens gaan
werken.' Langzaam aan begon er een commune te ontstaan. Alle ethiek werd
gewoon met een zwaard kapot gemaakt. Zij konden zoveel ·kritiek op mij geven
als ze wilden, maar ik moest nog altijd een briefje geven met een
beoordeling. Vorig jaar heb ik gezegd: Ik geef geen individuele opdrachten
meer, nu gaan we er een groep van maken 'Het ging perfect' maar ik had nog
altijd het examenbriefje. Daardoor was ik nog de leider,...had ik nog de
macht "...
Maandagmorgen 28 april om half negen hing Tom de Booij omdat hij de
zaak als overleefd beschouwde, een bord op: "Experimenteel geologisch onderwijs.
Iedereen die zich voor interesseert is welkom op kamer 85a" Om tien uur 'kwamen
de eerste studenten. De vrijdag daarop vond de officiële opening plaats, waarbij
ASVA-voorzitter Johan Middendorp een wit lint met daarop patriarchaal geologisch
onderwijs doorknipte. "Ik zei: Deze zomer gaan
we zes weken karteren, hier heb je al je briefje (symbolisch) je kan zes weken
lang in de zon gaan liggen, maar je kan ook als je je interesseert voor het EGOproject, gaan kijken wat je kunt doen. Er zijn nu al een heleboel projecten
die ik heb uitgegeven, die volledig overeenstemmen met de oude kaarteringsswijze.
Sommigen zijn zich een rotje geschrokken, toen ze dat briefje kregen. Daar
wennen ze nu aan en ze komen weer met .dezelfde eisen. Daarmee heb ik de
structuur weggenomen met alle risico's van dien. Ze kunnen mij daarop ontslaan,
dat risico neem ik, omdat ik ervan uitga dat mijn twee vorige experimenten ten
dele zijn gelukt, maar altijd weer vastliepen op dat
ene stomme boterbriefje.
"wij zijn de schuldigen"
Men zegt dat het project-onderwijs veel meer
geld gaat kosten, want het kost meer tijd en op de een of andere manier moet
de student toch feitenkennis worden bijgebracht? "Dat vind ik ouderwetse ideeën.
Vergelijk het maar met een hengelclub. Je wordt geen lid van een club met een
houten hengeltje, met houten vissen in een droge vijver. Nee... die man neem je
mee als je werkelijk professioneel gaat vissen, nou dan geef je hem ook
een dure hengel in zijn poten"
-"Dat kost meer geld?" Nee minder, omdat
je de mensen meteen actief gaat onderwijzen, leert die student of die man in die
hengelclub het meteen, want het is zijn eer te na om ook een visje te vangen.
Hij kan meteen al weer
ingeschakeld worden als onderwijzer. Veel goedkoper dus. De basis van het hele onderwijs is dat je de verhouding student-docent laat vervallen. Iemand
heeft kennis,
treedt op als begeleider, deelt die kennis uit, maar heeft de intentie dat de leerling
beter moet worden dan hij zelf. Dat is mijn hoop, dat betekent dat hij boven mij uit kan stijgen.
Dit hele experiment is natuurlijk nog maar een minuscuul bouwwerkje. We hebben op het ogenblik nog geen
'betalingsbewijs' waarmee we de wereld kunnen aantonen dat het reuze voordelig is om bij een projectgroep te
horen. De
universiteit heeft dus nu te kiezen: dit gevaarlijke individu uit te schakelen of zeggen
... dit is een uitzonderingsgeval, we maken er met rookbommen een kringetje omheen
DIT
IS EXPERIMENT. Dat mag! Ik heb ook tegen Belinfante gezegd: WIJ
zijn de schuldigen, WIJ moeten zorgen dat we betere dingen aan de student geven, zodat ze meer vertrouwen in ons krijgen. Als u
erop blijft hameren dat zij fout zijn, dan krijgt u een catastrofe. Ze hebben de
essentie van het probleem niet in de gaten. Een
student met z'n autoritaire structuur is overal voor te vinden. Je zag het in het Maagdenhuis. Iedereen
werkte vijf
dagen achtereen, zonder slaap De meest creatieve dingen kwamen naar voren. Wat
installeert zich in het Maagdenhuis? Weer een autoritaire structuur... met een ordedienst,
bezettingscomité...
volledlig gestructureerd, wat we eigenlijk niet willen. Maar dat ze zelf zagen hoe
ze daar door hun eigen onvermogen in terecht waren gekomen, dat is het
positiefste element van de
hele bezetting geweest. Dat hele proces moet in jezelf verwerkt worden. Het gaat niet om
een boekje lezen. Dat is het grote probleem met
die studentenacties. Ze lezen en kopiëren. Dan geef ik bijvoorbeeld
ervaringsfeiten van mezelf, dan zeggen ze: dat staat in Marcuse. .Ik heb Marcuse nooit
gelezen, ik ken die man niet. ik heb ook nooit iets van Marx gelezen... ik ervaar het
zo. Daarom ben ik in de ogen van de SVB een analfabeet, een apoliticus. Het gaat er nu
om: is het mogelijk mensen tussen de 25 en de 40 jaar (na 40 is het een vrijwel
hopeloze zaak) nog tot bewustwording kunnen komen en gaan twijfelen of ze wel op de goede weg zijn? Daar heb ik wel hoop"
- Hoe komt het dat u, boven
de veertig
deze omwenteling wel aankunt?
"Ach. .. dat heeft duidelijk met je opvoeding te maken. Mijn
grootmoeder was al zuiver revolutionair in haar tijd. Zij is de stichteres van
het Montessorilyceum (De Booy-Boissevain). Mijn overgrootvader Charles
Boissevain, schreef 'Van Dag tot Dag' het Handelsblad, hij schreef nogal liberaal en dat was toen
revolutionair. Daarbij heb ik Iers bloed van mijn overgrootmoeder. Die hele Boissevain familie was erg familiegebonden - dat was wel een nadeel - maar wel
was altijd een beetje een bohémientroep, emotioneel, impulsief en nooit de
normale patronen volgend. Mijn grootvader was een bulldog van een militair
vlootvoogd in Indië (Red. van moederskant). Mijn moeder·was daar weer een buitenbeentje. Zij was altijd bezig met zelfanalyse, ook wij
moesten onze fouten nagaan, tot in het absurde toe. Ik kreeg
alle soorten opvoedingen. Een NCSV -kamp, de gekste bijbellessen enz. Je was
altijd in conflict met de normale maatstaven. Als je begon te studeren was het
altijd van.. 'je moet naar de Shell.' Ik zei: ik kom nooit bij de Shell.
Altijd een zekere dwarsheid ten opzichte van de normale opeenvolging in het
burgerlijk milieu, daardoor altijd het verwijt:'Je wilt ook nooit meedoen.' Ik geloof daarom dat dit de reden is
waarom die aanpassing nu gemakkelijk voor mij is. Een zekere training vanaf het begin, om altijd weer te proberen buiten jezelf te
gaan staan. Zeer alert te zijn voor de invloeden
van de kritiek die de buitenwereld op je heeft. Het lijkt alsof ik zo
impulsief en extrovert ben en het lijkt voor de buitenwereld alsof ik er niet
naar luister. Maar op het moment dat men kritiek op mij heeft, registreer ik
deze en werk ze een paar uur later uit. Daarom heb ik de jeugd gevonden, omdat
zij ook in staat is de kritiek die door de buitenwereld op haar gedrag wordt
gegeven, meteen te verwerken en dat geeft bewustzijnsverruiming." einde
artikel Nieuwe Linie
Moeilijkheden van EGO met de Vakgroep van het Geologisch Instituut.
In juni werd een oplossing gevonden voor de afdeling exogene geologie (de
afdeling van Dr. J. W.A. Bodenhausen, die inmiddels zijn ontslag had
genomen en naar Leiden was vertrokken). Het Instituutsbestuur kwam met de Booy
overeen, dat hij samen met Drs. Th.B. Roep bij de aanvang van het cursusjaar een
uitgewerkt voorstel aan het Instituutsbestuur zou overleggen, aangaande de wijze
waarop zij het onderwijs in de exogene geologie wensten te geven. Experimenteel
Geologisch Onderwijs (EGO) zou hierdoor een afdeling Exogeen Geologisch
Onderwijs kunnen krijgen. Begonnen werd met het ontwikkelen van een onderwijs
experiment het zgn. Castellane project. De tweede jaars geologen, die de
kaarteringsoefening in de Franse Alpen zouden meemaken, zouden geen
beoordelingscijfer krijgen over hun verrichtingen. In feite was dus tijdens de
kaartering een ieder vrij om te doen en laten wat hij wilde. In een interview
van de Booy met
de Nieuwe Linie werd dit als
volgt weergegeven: "Deze zomer
gaan we zes weken karteren,hier heb je al je briefje (symbolisch), je kan zes
weken lang in de zon gaan liggen, maar je kan ook als je je:interesseert voor
het EGO project gaan kijken wat je kunt doen". . . Deze bewuste zinsneden hebben
de gemoederen in het Geologisch Instituut zodanig beroerd, dat het de directe
aanleiding vormde voor het houden van een spoedvergadering op zaterdagmorgen 7 juni met als enige agenda onderwerp: "Affaire de Booy".
Ir. Dufour zette uiteen, dat naar zijn mening experimenteren niet a priori door
het Instituutsbestuur moest worden afgewezen. Is
EGO te integreren in het beleid van het Instituutsbestuur? . . .Het bleek dat
sommige leden zich hebben gestoten aan het artikel van de Nieuwe Linie. De
vergadering besliste, dat de problematiek werd terugverwezen naar de afdeling
van Algemene Geologie, alwaar de kaarteringsoefening onder ressorteerde.In de
plenaire vergadering van 19 juni werd hierover verslag uitgebracht door de
evaluator van de bespreking de Heer Rubinstein. 3 van de 5 leden van de afdeling Algemene
Geologie wilden onherroepelijk een
beoordeling van de studenten, die de kaarteringsoefening zouden meemaken. Desondanks kreeg de minderheid (2) gelijk.
Over deze gang van zaken was iedereen zeer gebelgd, woorden als terreur waren
niet van de lucht. Het Instituutsbestuur keurde evenwel het Castellane
experiment in zijn oorspronkelijke opzet goed. Na afloop zou echter door een
commissie een evaluatie van dit experiment worden gegeven
9 juni Pamflet door Paul de Buisonjé
Opgehangen op het bord bij de ingang Geologisch
Instituut het was gericht: van Andel, Bollegraaf, van den Boogaard, Geel Helmers, Linthout, Oen, Simon, Soediono, Vollers
Bovenstaande medewerkers hebben het nodig geoordeeld om in Folia Civitatis
een gezamenlijk stuk te plaatsen met enige kanttekeningen bij het
reeds eerder in Folia verschenen interview met Dr. Tom de Booij, het bekende
interview, waarin een deel der stafleden "second his master' s voices" wordt genoemd.
Naar aanleiding van de inhoud van deze "kanttekeningen" van de
bovengemelde medewerkers en het gebruik dat van deze "kanttekeningen" gemaakt
zou kunnen worden, breng ik hierbij als mijn mening naar voren dat genoemde
medewerkers:
a. Feitelijke onwaarheid in druk verkondigen b. Getuigen van een zekere lafheid c. Gedeeltelijk uiting geven van
fascistoïde neiging
Medewerkers die één of meerdere der onder a), b), of c) genoemde punten
willen tegenspreken kunnen hiervoor terecht op kamer 40 bij Paul de Buisonjé
N.B. mijn argumentatie is:
ad a) 1. 2/3 is geen 5/8.
2. De keuze van de betreffende stafleden is niet bepaald
door de wenselijkheid van een goede communicatie tussen
hoogleraren, staf en studenten, maar slechts door de wenselijkheid van
verbetering der communicatie tussen hoogleraren en staf (mededeling Ir. Dufour).
3.Op 14 Mei zijn niet "enkele" zetels met volledig stemrecht in het
Instituutsbestuur aan het adm. & techn.personeel aangeboden, maar een met
name genoemd aantal (zie notulen).
4. Het is niet waar, dat Dr. Tom de Booij in Tilburg mededelingen
heeft gedaan over het Instituut zonder zich op de hoogte te stellen
van de recente ontwikkelingen; integendeel zijn opmerkingen waren
volkomen correct voor de toenmalige situatie (op 4 Mei jl.).
5. Het is niet waar dat het overgrote deel van de betrokkenen bij het onderwijs niet wist van het starten van het project
"Experimenteel Geologisch Onderwijs";
dit was duidelijk en opvallend op het mededelingenbord bekend gemaakt
aan betrokkenen cq. vooral de studenten. Het werpt dus ook geen "vreemd
licht".
ad b) Lafheid noem ik het als 10 personen "trappen" tegen één persoon, een persoon
waarvan bij de "trappers" bovendien bekend is, dat deze in de ogen van
hun leidinggevende chef's vrijwel geen goed kan doen.
ad c) Fascistoïde noem ik het als iemand bij mij komt
ter ondertekening van een stukje tegen iemand anders (in dit geval de
Booij) en dan bij weigering beweert dat ik dan aan de verkeerde kant sta"
en "dus" (in dit geval) het door
Ir. Dufour voorgetelde bestuur van ons Instituut zou tegenwerken"
Schriftelijk reacties geschreven op het pamflet: "Dit pamflet zegt meer over degen
die het geschreven heeft dan over degene aan wie het gericht is"Bollegraaf.
"Liar , dammed liar, and P.H. de B". Van Andel
10 juni 1969 Brief van mijn vader
Beste Tom, Het deed mij goed om te horen, dat de behandeling van het "geval de Booy" boven
je verwachting goed is verlopen en dat je met het E.G.O. kunt doorgaan. Succes er
mee! Ook Egelers's reactie op het m.i. goed gesteld Nieuwe Linie artikel moet een
voldoening voor je zijn geweest. Ingesloten neem krantenartikel, die je wellicht
nog niet hebt gelezen. Je zult wel hebben begrepen, dat ik je, wat de
Maagdenhuis affaire betreft, niet kan volgen. Ik ben het eens met Hofland - de
parlementaire democratie zoals wij die thans kennen is zeker niet onfeilbaar, maar
een betere regeringsmethode is nog niet uitgevonden.. Buitenparlementaire acties
zoals de bezetting van het Maagdenhuis moge dan successen boeken, dat
rechtvaardigt m.i. deze actie niet. In feite zullen dergelijke acties juist
vanwege successen tot escalaties lijden. Ik wens je de kracht - wijsheid toe, die
je hard nodig hebt zult hebben, al zullen wij dus op sommige punten een
volstrekt andere opvatting behouden, aan de warme gevoelens die ik voor je
mag dit geen afbreuk doen, dag beste kerel je Vader
13 juni. Mijn brief aan Officier van Justitie Mr M.A. Abspoel met de vraag of hij mij nog gaat vervolgen.
13 juni Tweede pamflet Paul de Buisonjé
Hij hangt het volgende pamflet op het bord bij de ingang
van het Geologisch Instituut.
Aan: van Andel, Bollegraaf, van den Boogaard, Geel, Helmers, Linthout, Oen, Simon,
Soediono, Vollers
Na ampele overweging is mij duidelijk geworden; dat in het hier eerder
door mij opgehangen pamflet, gericht aan bovengenoemde medewerkers, een aantal
grove aantijgingen en onjuistheden hebben gestaan. Daar ik gaarne bereid ben mijn fouten in te zien en ook
wil trachten de
zaken recht te zetten, hierbij puntsgewijs het volgende:
1. Het begrip "fascistoïde" is door meerdere
personen niet als een
omschrijvende uitdrukking, doch als een directs persoonlijke belediging
opgevat. Hiervoor mijn welgemeende excuses, benevens het intrekken van de
zinnen waarin dat woord gebezigd werd.
2. Het "trappen" van personen tegen één persoon, van welke persoon bovendien.
bij de "trappers"bekend is, dat deze in de ogen van hun leidinggevende chef's vrijwel geen goed kan doen, mag niet als
lafheid betiteld worden. Ook hiervoor mijn welgemeende excuses.
3. a. Naar ik eerlijk meende,
heeft er op een Maandag-ochtend een in rode letters gestelde aankondiging
over het starten van het EGO-project op dit bord gehangen. Dit moet een
onjuiste waarneming van mijn kant zijn geweest, zodat er nu inderdaad een vreemd licht wordt geworpen op de Booij's
interpretatie van begrippen
als "inspraak" en "medebeslissingsrecht".
b. Het in de notulen van de I.B.- vergadering van 14 Mei vermelde
getal één (A. & T.vertegenwoordiger met volledig
stemrecht) moet als een fout in de notulen worden gezien.
c. Bij de bespreking met Ir. Dufour" in het Maagdenhuis zijn mij bij de
door Dufour gegeven argumentatie voor het instellen van het nieuwe I.B. de
woorden "studenten" ontgaan.
d. Het moet inderdaad als een zaaien van verwarring gezien
worden dat de Booij in Tilburg mededelingen doet over het Geologisch Instituut zonder zich
op de hoogte te stellen van
de recente ontwikkelingen.
e. 2/3= 5/8 .Met nogmaals vele excuses
Reacties; W.P. de Roever: gelukkig dat U
excuses hebt gemaakt: Bollegraaf: het is toch serieus? Want 2/3 = 5/8 geeft
me even te denken. Linthout: toch fijn dat hij excuses aanbiedt. Vollers :
Goed Paul excuses gaarne aangenomen, altijd verheugd als iemand tot een beter
inzicht komt.
23 juni Vordering gerechtelijk vooronderzoek door OVJ J.F. Hartsuiker voor leden wetenschappelijke staf die mee hebben gedaan aan de bezetting van het Maagdenhuis

Officier van Justitie Mr J.F. Hartsuiker
Moeilijkheden bij het lanceren van het Castellane
project
Donderdag 19 juni 1969 Notulen van
Instituuts Vergadering
De Heer Rubinstein brengt verslag uit van een bespreking uit van een
bespreking dd 17 juni met de afdeling Algemene Geologie. De
bespreking werd beheerst door het feit dat overleg vooraf tussen de initiator van het project
en de afdeling waar hij toe behoort, niet heeft plaats gevonden. Gesproken is over de doelstelling
van het Castellane veldwerk. Over het leerdoel leek men het spoedig
eens te zijn, terwijl de vaktechnische uitvoering van het project bij de Booy en Roep
in goed handen werd geacht. Naar voren kwam dat behalve De Booy en Roep,ook een assistent en enkele
ouderejaars-studenten de kaarteerders zullen begeleiden. Hoewel De Booy en Roep zelf om deze assistent om deze
assistent verzocht hadden,
wetend zij
zich er niets meer van te herinneren. De ouderejaars zouden meegaan met een
eigen projectje binnen het grote project, waarin ook de kaartering is
ondergebracht. Het idee is een groepsproject, dus één taak met individuele
(deel)taken die zich langzamerhand zullen gaan aftekenen.. Het strijdpunt is de beoordeling. Egeler, Simon en Rondeel willen toch
wel een minimum beoordeling. De Booy en Roep menen dat hierdoor de docent, die
een deel van de groep uit maakt zich boven de groep plaatst. Zij willen daarom
in oktober een evaluatiedag houden, waar de deelnemers aan het veldwerk
verantwoording kunnen afleggen. Aan de hand hiervan zou een eventuele
beoordeling mogelijk zijn. Mochten er deelnemers zijn die vinden dat ze niet
goed zijn meegekomen, dan kunnen deze worden bijgewerkt. Het principiële punt is
dat ze zelf moeten ontdekken dat ze dit bijwerken nodig hebben; ze komen
dan zelf wel vragen. Het is de heer Rubenstein
gebleken door De Booy en Roep geen overleg vooraf met de overige afdelingen
gepleegd is. Deze zijn voor een fait accompli geplaatst. Egeler zegt dat zij
ondanks dàt bijzonder veel concessies hebben gedaan, maar dat men bleef steken
op de onwillige student. Deze immers zal verplicht moeten
worden dit gemiste deel van zijn opleiding alsnog moeten doen. Het bevreemdt Mac
Gillavry dat de leiders van het veldwerk geen rekening hebben gehouden met de
wensen van de vakgroep, te meer daar zij het zelf met deze wensen eens waren.
Het betreft hier de hulp van andere afdelingen van het veldwerk. Over de wijze
waarop de Castellane kaartering als experiment tot stand is gekomen heeft geen
van de aanwezigen een goed woord over. Men is het er over eens dat het veldwerk moet doorgaan om de studenten
niet te duperen. Simon zegt dat de afdeling Algemene Geologie de
verantwoording niet wenst te dragen en hij vraagt of het I.B. bereid is de
verantwoordelijkheid op zich te nemen over de Castellane kaartering van dit jaar
in de opzet van De Booy. Egeler wil een minimum garantie
welke onder meer de dekking bevat dat iemand die gedurende de gehele kartering
met zijn meisje aan de Rivìèra verblijft de kaartering over moet doen. De
Roever vindt dat bij een volgend veldwerk kan blijken of een student al dan niet
goed gewerkt heeft in Castellane. Dit zou echter een nadelige invloed op het
verloop van zijn studie kunnen hebben.
21 juni 1969 Artikel in Vrij Nederland van D.F. van de Pol:
"Ik geloof alleen nog in harde actie"
Dr Tom de Booy, de Maagdenhuis bezetter die zelf om vervolging vroeg. 'Ik geloof
alleen nog maar in harde actie'.
'IK
BEHOOR,' zegt dr. Tom-de Booij, 'tot die kleine groep mensen die
zich altijd weer riskeren en opofferen. Dat is geen
verdienste, ik heb het bij mijn geboorte meegekregen. ·Ik heb altijd naar de
limiet gezocht. Als ik er de capaciteiten voor had en genoeg geld, was ik
misschien wel autocoureur geworden. Bij alles wat ik doe, schakel ik de gevaren niet uit,
maar ik zoek ze op en houd er, met al mijn capaciteiten, voortdurend
rekening mee. Ik ben niet roekeloos maar ik probeer de grens steeds verder weg
te drukken. Als alpinist behoorde ik vroeger tot de Groupe Haute
Montagne, dat zijn extreme bergbeklimmers die allemaal de dood in de ogen
hebben gezien. Hij snelt weg om een ledenlijst te holen. En vergelijkt het
aantal van degenen, die in de bergen, met dat van hen die anderzins de dood
hebben gevonden. 'Hier, tel maar na. Sinds 1955 zijn er 27 in de
bergen omgekomen tegen 23 gewoon. Dat zegt wel wat, he?' Gewoon in bed
overleden, door ouderdom of ziekte? 'Ben je gek. Wij houden bijvoorbeeld
allemaal van erg hard autorijden. Er zijn een heleboel vriendjes in auto's
omgekomen. Maar daar doen we niet tragisch om het hóórt er bij. Zelf ben ik
eens in de Andes 100 meter naar beneden geflikkerd. Ik had eigenlijk dood moeten
zijn. Bij alpinisme weet je: ik mag hier geen fout maken of het kost me mijn
leven. In dat soort situaties heb ik mezelf altijd gebracht. In dat grensgebied
voel ik me pas werkelijk ontspannen. En wat er hier aan de universiteit
gebeurt, is in feite hetzelfde spel als dat alpinisme.'
Dr. Tom de Booij (44, getrouwd, 3 kinderen) is als
wetenschappelijk hoofdmedewerker verbonden aan het Geologisch Instituut van de
Universiteit van Amsterdam. Samen met prof. dr. C G. Egeler ging hij in
de vijftiger jaren twee maal op expeditie naar de Andes en, in 1962 naar
de Himalaja.
Sinds eind vorige week bevindt hij zich wederom in het nieuws: als één van de
ruim 600 bezetters van het Maagdenhuis nodigde hij officier van
justitie mr. J. J. Abspoel schriftelijk uit hem alsnog strafrechterlijk
te vervolgen wegens 'wederrechtelijke inklimming en opzettelijke vernieling van
goederen', zoals hij het zelf noemt. Het laatste vergrijp kwam neer op het
eigenhandig versnipperen van toilethanddoeken tot lappen ter bescherming tegen
politioneel traangas. Het schrijven van de brief was een uit
solidariteit met de studenten geboren initiatief dat in zijn ogen
noodzakelijk werd toen bleek dat de officier niet eigener beweging tot
vervolging wenste over te gaan. Dr. De Booij, ook al actief tijdens de
bezettingen van het Mexicaans consulaat en van de Tilburgse Hogeschool waar
hij een kamer in beslag nam om er tijdelijk. als 'gastdocent', zijn EGO-project
(Experimenteel Geologisch Onderwijs) onder te brengen,
hoopt krachtig dat zijn zaak niet zal worden geseponeerd - nu er aan de lopende
band (soms zware) gevangenisstraffen en geldboetes aan de studenten worden opgelegd, wenst ook
hij zijn aandeel in de actie ter democratisering van de universiteit justitieel
gesanctioneerd te zien.
BELINFANTE
'Als het tot een proces komt', zegt hij, 'zal ik voor mijzelf de
hoogste straf bij de rechter bepleiten omdat ik er op grond van mijn leeftijd
en positie voor in aanmerking kom. Mijn pleidooi zal scherper worden dan het
requisitoir, maar het zal toch uitmonden in een verzoek om vrijspraak omdat het politie-optreden dat voorafging aan de bezetting van het Maagdenhuis, volledig
onterecht was'.
Want dat is de aanleiding tot deze actie geweest.
Belinfante wordt verscheurd tussen zijn wil tot democratisering - want
daarover is iedereen 't eens: de oude orde kan niet meer - en zijn streven om
bepaalde vernieuwingen binnen de bestaande·structuur in te passen. Daardoor is hij nu in moeilijkheden
gekomen, hij zit in een emotioneel dwangbuis, hij voelt zich persoonlijk
aangevallen. Op een gegeven ogenblik voelde hij zich zelfs door de
wetenschappelijke staf verraden, hij dacht aan een samenspel met de actiegroep
Loze Kreet. Daardoor kon hij zich niet meer de luxe permitteren om
cerebraal en ontspannen te reageren. En toen heeft hij de politie geroepen om
het Maagdenhuis waar we vergaderden, te ontruimen. Hij koos meteen het uiterste middel en
dat bracht de escalatie op gang. Toen wij vrijdag het Maagdenhuis bezetten,
was de zaak al geëscaleerd, dat kun je niet loskoppelen van het
politie-optreden. De politie had er helemaal niets te maken.' 'Het Systeem is er nu op gericht dat
alle kennis naar één punt gaat. Wij, de universiteit, worden door de
gemeenschap in staat gesteld die kennis te verzamelen, maar dan moet je die
verrijking vanuit de universiteit ook weer verspreiden, teruggeven aan de massa.
Nu krijg je een kenniscumulatie die ertoe kan leiden dat op den duur enkele
superintellecten - die onder biochemische invloed kunnen worden gevormd, lees
De biologische tijdbom maar - zich losmaken en de massa gaan manipuleren. En dat kun
je alleen maar met
pressie voorkomen. Enerzijds moet je de wetenschapsman wel in zijn ivoren
toren laten zitten, maar anderzijds moet je hem er op elk gewenst moment uit
kunnen halen, hij moet onder controle staan van de gemeenschap die hem tot het
verwerven van die kennis in staat stelt. Als we dát element niet gaan inbouwen
in de universiteiten, kunnen we met zijn allen wel op het dak gaan zitten. We moeten
af van die geheimtaal; we
moeten een taal hebben waarmee we de kennis terug kunnen brengen naar het volk.
En daar moet je niet alleen studenten bij inschakelen, maar bij voorbeeld ook kunstenaars die het op hun manier verwerken,
als transformatortjes':
DRIFTLEVEN
Vanuit deze gedachtegang heeft hijzelf
het EGO-project ontwikkeld, ten koste van een jarenlange strijd binnen het
Geologisch Instituut. Onder invloed van de kritiek van zijn studenten op zijn
tot dat moment traditionele manier van doceren, kwam De Booij omstreeks 1964 tot
een nieuwe conceptie. Hij zegt: 'Alle mensen hebben hun primaire driften. Je bent één brok drift en dat mag je niet onderdrukken,
anders wordt het nog erger. Alle systemen proberen die individuele driften
juist te onderdrukken, maar zodra je je mond open doet laat je al iets van die
driften spreken. Of ze goed of slecht zijn, heeft er niets mee te maken, dat is
waanzin - ze zijn er en daar hebben we rekening mee te houden.
Je moet dat egoïstische, primitieve driftleven zien als een
deel van ieders totale individualiteit. Dat moet je gewoon erkennen als
uitgangspunt, die autonomie moet je elkaar gunnen. En pas dan, op die basis, ga
je zeggen: wat kunnen we gezamenlijk doen. Daarom laat ik iedereen tijdens een
geologische onderzoek in volledige vrijheid zijn gang gaan. Iedereen is
werkzaam in een deelproject dat hem door de groep is verleend, iedereen kan op
elk ogenblik door de anderen ter verantwoording worden geroepen. En nu zeg je wel: dan gaan ze
natuurlijk allemaal op hun luie krent liggen, maar het magische is juist dat
ze gaan werken zodra je ze loslaat. Als je wat gaat verwachten is het
afgelopen. Dan gaan ze werken voor beloningen, dan krijgen ze
schuldcomplexen, gaan rationalisaties opstellen. Als ik het niet loslaat,
gaat het onherroepelijk mis. Laat ik iedereen zijn gang gaan, dan ontstaat er een
geestelijke commune. Je moet gewoon het feit erkennen dat de één in dit
opzicht beter is dan de ander en dat de ander weer beter is in dat opzicht.
Dan trekken ze zich aan elkaar op, ze gaan ze elkaar onderwijzen - en dan ben je
er.
Ervaringen die met dit inzicht samenhingen, brachten de doorbraak teweeg als
gevolg waarvan hij zich nu, na een tijdlang 'semi-solidair' te zijn
geweest, volledig aan de kant van de studenten heeft opgesteld. Een doorbraak
die enkele jaren hiervoor, omstreeks 1961, al was ingeleid door zijn besluit
nooit een hoogleraarschap aan te nemen. 'Ik ben in '57 wetenschappelijk
medewerker geworden. En als ik het allemaal braaf had gespeeld was ik: nu
allang hoogleraar geweest - het is me vaak genoeg te verstaan gegeven dat dat
er op den duur wel in zat. Maar toen ik zag hoe ze allemaal vastroesten in het
systeem, heb ik van tevoren besloten geen aanbiedingen aan te nemen. Dat is geen
merite van me maar
misschien eerder een falen: ik was en ben niet ontspannen, niet mature
genoeg om het geleidelijk te spelen, om me te conformeren aan de bestaande
normen. Ik heb de neiging om het zo scherp mogelijk te stellen. Het is net als met een feestje: als ik
ergens wordt uitgenodigd, dan wordt er van me verwacht dat ik me aan de daar
geldende normen houd, anders had ik niet moeten gaan. En over "de wetenschappelijke staf:
"Dat is het conservatiefste bolwerk van de universiteit". Daar
zijn ze plus royaliste que le roi ,
want ze
moeten het nog proberen te bereiken, ze moeten nog hoogleraar worden.
Iemand die een tijdlang hoogleraar is, is sneller tot concessies bereid dan een lid van de wetenschappelijke staf. De wetenschappelijke staf is net, als
bij de wielerwedstrijd altijd bezig het kopgróepje in te halen, maar vergeet het
peloton. Ze kijken alleen maar naar wat boven ze is, zo van als we daar nou
maar eerst zijn, maar je moet in je acties verdisconteren dat je ook de
anderen, beneden je, erbij betrekt. En dan, moet je niet wachten' tot ze op'
de universiteit zitten, nee, je moet ze op de middelbare scholen al gaan
informeren.'
UITGESTOTEN
In 1965 bereikte hij bet punt waarop
hij de brief schreef dat hij, binnen het bestaande systeem niet meer
'loyaal' kon samenwerken. 'Ik was tot dat moment altijd gesteund door prof.
Egeler, we waren vroeger goed bevriend, geweest, maar ik ging steeds meer
twijfelen aan zijn wijze van onderwijs geven.
Door die brief stootte ik mijzelf uit de norm die wij beiden hadden aangehangen, ik stootte mij
uit de afdeling. Hij dacht dat het tegen hem
persoonlijk was gericht, maar dat was niet zo. Jarenlang hebben we vrijwel
geen contact meer gehad. Pas toen ik hem laatst in een interview zeer integer
had genoemd, belde hij me weer op.
Ook de studenten vertrouwden me niet
meer. Ik kwam steeds meer in een vacuüm terecht. Toen heb ik op een dag een
groepje mee naar de zolder genomen en ik heb gezegd: en nou zullen jullie me
godverdomme eens precies zeggen wat jullie op me tegen hebben. Ik heb heel
wat te horen gekregen. Ze lieten. me toen en ook daarna afgaan als een gieter, maar ik heb er ontzettend
veel van geleerd. Na die brief kreeg ik te horen dat ik
'structureel niet geschikt' was om onderwijs te geven. 'Tóen ben ik naar
een psychiater gegaan. Ik ben een jaar lang in structuuranalyse geweest,
waarvan de uitslag bindend zou zijn. Als het ongunstig voor me was uitgevallen
had ik me geheel teruggetrokken in de wetenschap. In 1966 vertrok hij naar de
Verenigde Staten, als 'associate professor'; 'Ik solliciteerde omdat ik
wel eens wat anders wilde. Maar verdomd, ik kreeg daar precies dezelfde
moeilijkheden. Ik stond aan de kant van de studenten bij de Vietnam demonstraties
en ik werd. wéér uitgestoten. Als ik me koest had gedragen, was ik hoogleraar in Illinois geworden; nu waren ze blij dat ik na een
jaar weer wegging. In Amerika is het nog veel erger dan hier. Ze laten er
veel toe, maar je raakt automatisch uitgeschakeld als je je niet wilt conformeren. En dat gaat daar zó subtiel en - zó knap - dat is gewoon
beangstigend. Je mag er wel een eigen mening hebben, maar als ze een bepaald
boek of tijdschrift bij je zien, lig je er al uit. Binnen een jaar waren mijn
kinderen volledig gelijkvormig gemaakt. Brainwashing.
'Toen kwam ik er achter dat de microproblematiek waarmee ik te maken had gehad in feite een
macro-problematiek is. Het is een proces van bewustwording in mij geweest. Mijn
instelling heeft zich verwijd, mijn omgeving heef zich uitgebreid tot, ja tot de hele wereld tenslotte.
Ik heb altijd de posities gezocht die de
totale inzet van mezelf vragen. Wat dat betreft ben ik altijd hetzelfde
gebleven. Als het niet zo geladen klonk zou ik zeggen: ik ben een geboren
revolutionair. Maar ja, ik kom uit een beveiligd milieu. Daarna wijdde ik
me aan de opbouw van mijn gezin en aan de wetenschap en daar had ik genoeg aan
- met de buitenwereld had ik niets te maken. Ik kon mijn hele driftleven daarin
uitleven. Het was een proces in mezelf, een vrijmaking,
het loslaten van de rancunes omdat ze me hadden uitgestoten, waardoor ik in
die nieuwe stroming ben gekomen en er deel van ben gaan uitmaken. En niet om
populair te zijn bij de studenten, want als het niet echt is, als je met ze
meegaat zonder het te hebben verwerkt, lig je er onherroepelijk uit. Je valt
absoluut door de mand. Dat ze me hebben gewantrouwd vind ik volkomen
natuurlijk - mijn baan, mijn huis in Baarn, mijn leeftijd, dat is vanzelfsprekend. Ik zou ook gek zijn als ik ging
proberen me te gedragen alsof ik 20 was. Het jeugdig elan dat zij hebben, kan ik
niet meer opbrengen, maar ik kan ze wel iets van mijn ervaringen, mijn
relativerend denken meegeven. We leren van elkaar. Ik ben ook niet bang om impopulair te
zijn. Dat hoort bij de vrijmaking. Mensen doen veel dingen tegen zichzelf in om
vooral maar niet uit de toon te vallen. Je hoort nu eenmaal bij een bepaalde
groep, daar kun je niet zonder, maar anderzijds moet je niet bang zijn voor
wat ze binnen die groep van je vinden. Ze willen mij altijd in hokjes douwen,
er etiketjes op plakken, naambordjes geven. En als ze me dan eindelijk hebben
omcirkeld, doen ze het doosje open en dan ben ik er niet.'
OMGEHAKT
'Ik geloof in die jongens. Van jongens als een Paul Verhey,
een Ton Regtien, een Johan Middendorp heb ik ontzettend veel
geleerd - ze zijn zeer detached en ontspannen en kunnen van daaruit tot
actie overgaan. Ze zijn bereid zich volledig in te zetten. Ze hebben niet alleen maar mooie praatjes, maar ze zijn overal zèlf bij.
You can kill the body, but not the idea.
Je moet bereid zijn om in de strijd ook zelf te worden omgehakt. Hij haalt een door zijn dochter vervaardigde fotoserie
die het omhakken van een boom in zijn tuin die het licht wegnam, tot onderwerp
heeft. De laatste foto toont hem, triomfantelijk met één voet op de gevelde
boom, de bijl krijgshaftig in de hand, het gezicht van de overwinnaar. 'Kijk, dàt is fout. Nu is dit nog maar een pose, maar het is toch fout. Het gaat er
niet om dat die boom wordt omgehakt, maar dat je licht krijgt. Het gaat niet om
de actie zelf, maar om het resultaat. Ik weet wel: elke escalatie geeft
vernauwing en leidt tot de vorming van een frontensysteem; het gevaar bestaat
dat je te gefixeerd raakt op de actie zelf, maar terwijl ze er volop mee bezig zijn
hèbben ze dat
bewustzijn. Ik heb van die jongens veel hulp gehad om het te blijven
relativeren. Ik zeg niet dat ze geen fouten maken
dat erkennen ze trouwens zelf, in tegenstelling tot de autoriteiten die nooit
iets willen toegeven, maar ik geloof dat er in die groep genoeg
verantwoordelijkheidsbesef leeft.
Doordat ze zelf zo kritisch op elkaar zijn, heeft dat
een regulerend effect; door hun eigen mensen worden ze genuanceerder in hun
benadering. Toch moet je ook dáár weer voor oppassen: als je te
genuanceerd wordt, te tolerant en begrijpend, verlies je je doel uit het oog.
Dan krijg je het gevoel: waar doen we het eigenlijk voor?, en dat is ook niet goed.' 'In een strijd als deze heb je een
aantal éénpuntige, primaire actie-kerels nodig, die zeggen: het kan me nou niks
meer verdommen en dan pats. Daarnaast zijn er mensen nodig van het meer
relativerende soort. Zoals ik, en mensen die de geleidelijkheid willen.
Er is solidariteit nodig om de
actie te voeren,maar als je het nader gaat uitwerken,
moet je de verschilpunten tussen de individuen weer gaan onderkennen, om op
verschillende fronten tegelijk te kunnen aanvallen. Dan krijg je pas de
guerrilla, vanuit steeds wisselende punten. Als de individualiteit beknot wordt door
de solidariteit, dan word je weer gevangen. Dan
ruil je gewoon het systeem in tegen het andere. Als Marcus Bakker zegt:
we moeten één zijn, dan is hij al bezig dit systeem te vervangen door het
zijne. Ieder systeem is een camouflagemiddel dat de mens opstelt om in
godsnaam niet met zichzelf te worden geconfronteerd. En zodra de mensen
in een systeem komen, in welk systeem dan ook, kunnen ze hun primaire driften
niet meer uiten - en dan krijg je ineens die vlam, zoals in Curaçao, en zoals
hier in Amsterdam toen alles dicht ging, het gerechtsgebouw, de aula, de
Oudemanhuispoort.'
HET BEDROG
'Ik geloof niet dat ik zelf met stenen zal gaan gooien - wel
met geestelijke stenen, dat is meer aangepast aan mijn situatie, dat doe ik
voortdurend. Maar met echte stenen - nee, tenzij er niet één stap wordt gedaan.
Als alle wegen zijn afgesloten, als er werkelijk geen enkele
discussiemogelijkheid meer zou zijn, dan gooi ik morgen óók met stenen. Het systeem stuurt altijd nette, vriendelijke mannen met
redelijke argumenten om met ons te confereren, maar als de studenten dan een
kastje openbreken wat op zich zelf fout is, dan zien ze ineens het tegendeel
van wat besproken is. Ze zien het bedrog. En dat is nog veel erger dan
openbreken. Ik zou zelf wéér zo'n kastje willen openbreken. Het is net als met kaarten. Ze leggen
hun kaarten op tafel, wij ook, maar in het geheime kastje leggen ze nu een
extra troef. Zij moeten altijd de laatste slag hebben. Daarom geloof ik niet meer dat het nog
veel zin
heeft om de mensen die de verantwoordelijke posities bekleden, te laten zien:
het is redelijk wat we willen. De autoriteiten willen het niet zien. ze
willen niet zien dat het systeem verstikkend werkt.
Ik geloof alleen nog maar in de harde, actie, waardoor ze
genoodzaakt zullen zijn ons aan de onderhandelingstafel uit te nodigen. Maar dan
spelen we ook met gelijke spellen kaarten, niet dat de ene partij nog een paar
jokers in de
achterzak heeft. Het Maagdenhuis was het begin, en dat
heeft nu al een enorme stroomversnelling veroorzaakt. Als we niet doorgaan met
de strijd, zal de structuur vastroesten. Daarom is het nodig dat we doorgaan. Ik heb er alles, letterlijk alles voor over -zij het natuurlijk
niet op domme wijze. Ik geloof niet in de
semi-revolutionairen die zeggen: ja maar, als je in de structuur blijft zitten,
dan kun je van binnenuit een hoop veranderen. Het wordt hoog tijd (dat niet
alleen de keurige 9 tot 5mannetjes
recht op een plaats hebben aan de universiteit, maar ook
de zonderlinge , de 5 tot 9 mannetjes.
'Het is een ontdekkingstocht in de
spiritosfeer.
Je hebt geen enkel referencepoint meer, je weet
niet waar je uitkomt. Ik voel me net als mr. Magoo, die uit de boom is
gevallen, walking in the dark. 'We moeten gewoon experimenteren, zonder precies te weten waar het uitkomt. Wat het alternatief is voor de huidige
structuur weten wij ook niet, maar daar kun je experimenterend achter komen. Het is eigenlijk net een beeldenstorm,
maar dan van allemaal heilige, geestelijke huisjes.'
DE ZWENDEL
'Ik ben alleen bang voor het totale onbegrip van de autoriteiten. Ze voelen
zich bedreigd alsof we ze naar de strot springen. Hier - hij snelt weer
weg, ditmaal om het Boek U te halen, gelegenheidsuitgave van het
bureau voorlichting van de universiteit, naar aanleiding van de bezetting van
het Maagdenhuis - -Hier. moet je zien, die geënsceneerde foto's, dat is
toch puur zwendel, daar ga ik nog een rel van maken als ik moet voor komen.
Hier, een bierflesje met de dop er nog op, terwijl er vrijwel geen bier in
het Maagdenhuis was, laat staan een volle fles, Hier, een vrachtauto
vol vuilnisbakken voor de hoofdingang. Dat suggereert een enorme rotzooi, maar
ten eerste stonden veruit de meeste zakken al gevuld in de kelder en ten tweede
worden ze anders altijd langs een zij-uitgang afgevoerd.
Hier onder een aantal foto uit het boek uur U zie hierboven staande tekst:


Foto's uit het boek Uur U.
Hier, een
wc-deur die is opengebroken. Ik ben er bijna zeker van dat dat door de politie
is gebeurd.
Hier, een hoop matrassen in de hal met daarachter een
grote voorraad flessen. Dat suggereert een orgie. Maar er staat niet bij, zoals
er nergens een onderschrift bijstaat, dat die matrassen tijdens de
bezetting boven waren. Die hebben ze volgens mij eerst naar beneden
gesleept om die foto te kunnen maken.
En hier, een enorme papierrotzooi op de grond. Nou,
niemand kan mij wijsmaken dat het er zó uitziet als ze eerst 600 man over
diezelfde grond naar buiten hebben moeten slepen. Conclusie: dat hebben ze eerst
aangeveegd en toen gefotografeerd. Dit soort trucs, dat vind ik het einde. Dat
getuigt van een zó enorme emotionaliteit dat ze zich niet eens meer kunnen
permitteren om de feiten onder ogen te zien; ze moeten tot vervalsing overgaan
om coûte que coûte hun eigen standpunt te verdedigen.'
'Ze grijpen niet terug op iets dat een
geestelijke verworvenheid is, maar ze kiezen de domste en gemakkelijkste
oplossing door de politie erbij te roepen. Ze maken van steeds hardere middelen
gebruik. Daar kun je dan alleen nog maar actie tegenover stellen. Die zogenaamde repressieve
tolerantie is niets anders dan ons inkapselen, ons in de watten leggen om
ons te kunnen vérstikken. Maar ze vergeten dat wij die watten wel eens in de
brand zouden kunnen steken.'
En dan zelf in de vlammen omkomen? 'Het is heel goed
mogelijk dat wij verbranden - de revolutie verslindt zijn eigen kinderen, maar
dat hebben wij er voor over. Daar wil ik me met alles voor inzetten, voor
opofferen. Dan hebben we er tenminste mee gewonnen dat er geen watten meer zijn.
De autoriteiten worden ontmaskerd.
Einde artikel Vrij Nederland
Vervolg problematiek Castellane project
26 juni
Notulen vergadering Instituutsbestuur
Dhrn. De Roever, Mac
Gillavry en Helmers meenden dat de voor Castellane benoemde Commissie zich
behalve met de evaluatie van het experiment, ook bezig zou houden met de
beoordeling van de individuele deelnemers. Nu uit de notulen naar voren komt dat
dit laatste niet het geval is, verzoeken zij aan te tekenen dat zij niet geacht willen worden
verantwoordelijk te zijn voor de gang van zaken bij het Castellane veldwerk. Ook
Egeler wenst geen verantwoordelijkheid voor dit experiment te aanvaarden. De Clercq doet het voorstel om iemand uit de Castellane
commissie mee te laten gaan naar Frankrijk, om het experiment beter te kunnen
beoordelen. Beets keurt de wijze waarop het experiment tot stand gekomen, is ten zeerste
af, maar zou graag zien dat men van de nood een deugd maakt. Iedereen is het er
toch over eens dat het hoog tijd is om experimenten te bevorderen? De
vergadering onderschrijft dit. Zij meent echter dat zij in feite alleen
die experimenten helpen bevorderen waarmee zij het eens
is. De Heer Rubenstein adviseert om een commissie met De Booy en Roep te
laten praten over opzet, reële doelstelling en hantering van dit veldwerk in
de praktijk. Ook zou gesproken worden met alle
deelnemers aan dit groepsproject over doelstelling, opzet,methode en vorm van evaluatie. Hun mening over
beoordeling zou gevraagd kunnen worden. De commissie zou zich verantwoordelijk
kunnen worden. Na uitvoerige discussie wordt besloten dat het I.B. de uiteindelijke
verantwoordelijkheid op zich neemt voor toezicht op het Castellane-project
en dat het dit doet door een commissie in te stellen die zich zal bezig houden met de evaluatie van het
experiment. De commissie zal bestaan uit Mej.Geel, Beets, een student,terwijl Rondeel nog zal beslissen of hij al dan niet zitting hierin zal nemen.
Het vervolgbeleid van Openbaar Ministerie inzake
bezetting Maagdenhuis. Debat in Tweede kamer
Donderdag 26 juni 72 ste vergadering van de
Tweede kamer Uit de notulen:
Minister Polak.: Ik wil deze vraag van de heer Bakker graag
beantwoorden. Er waren enkele verslaggevers onder, er waren 6 scholieren van
15 jaar, enige nieuwsgierigen,
die eigenlijk weg wilden gaan maar daarin werden verhinderd, een paar zwakbegaafden, een dakloze zwerver, een kantoorbediende, die er helemaal niets van begreep, enkelen, die van het
dak kwamen en ten aanzien van wie de wederrechtelijkheid niet te bewijzen is
en één jongen, die op verzoek van zijn moeder zijn vader kwam halen. Het tweede samenstel van vragen gaat ervan uit, dat er sprake zou zijn van
een steeds duidelijker optredende ongelijkheid in het vervolgingsbeleid. Deze
ongelijkheid zou bij voorbeeld blijken uit het niet instellen van een strafvervolging tegen leden van de wetenschappelijke staf van de
universiteit van Amsterdam, die wel uitdrukkelijk zouden hebben verklaard dat
zij hebben deelgenomen aan de bezetting van het Maagdenhuis en het niet
instellen van strafvervolgingen ten aanzien van het bezetten van één of meer
lokaliteiten van de katholieke hogeschool in Tilburg De eerste
veronderstelling betreffende de wetenschappelijke ambtenaren mist feitelijke
grondslag. In zaken betreffende leden van de Amsterdamse wetenschappelijke staf,
die ervan verdacht worden betrokken te zijn geweest bij het binnendringen van
het Maagdenhuis, is een gerechtelijk vooronderzoek ingesteld. Het gaat
hierbij om de 7 gevallen van gerechtelijk vooronderzoek, die ik zojuist heb
genoemd. Dit
onderzoek wordt in deze zaken nodig geacht wegens verweer
van de zijde van verdachten, dat zij in verband met de uitoefening van hun
functie in het Maagdenhuis waren, zodat zij daar niet wederrechtelijk
verbleven. Een van de verdachten heeft eerst tegenover de politie dat verweer
aangevoerd en daarna is hij zich openlijk gaan beklagen, dat hij niet vervolgd
werd. Het laatste is overigens, zoals gezegd niet juist. Hij wordt wel degelijk
vervolgd en na sluiting van het gerechtelijk vooronderzoek, overeenkomstig het
Wetboek van Strafvordering beslissen omtrent de verdere vervolging. Het betreft
hier de wetenschappelijke ambtenaar over wie geachte afgevaardigde Goudsmit,
onlangs schriftelijke vragen tot mij heeft gericht.
Dagvaarding Tom de Booij voor zijn rol in
de bezetting van het Maagdenhuis
Wordt
verdacht dat hij te Amsterdam op een tijdstip gelegen in de periode van 16 mei tot en met 21 mei 1969 het
administratiegebouw van de
Universiteit van Amsterdam gevestigd aan het adres Spui 21, zijnde een besloten lokaal, althans
een voor de openbare dienst bestemd lokaal, in gebruik bij de Universiteit van Amsterdam, in ieder geval bij anderen of een ander dan bij hem,
verdachte, wederrechtelijk is binnengedrongen.
Castellane experiment 3 juli - 14 augustus 1969.
Deelnemers aan de Castellane kaartering 1969: Jaap Boon, Peter Coné, Kees
Vissers, Thomas de Groot, Tony Appelo, Jan Smit, Tilly Buyn, Paul A. Seyffart,
Jan Willem van de Velden. Kees Moeyes, W.A.J. Voet, Stefan S. During, Aryan van
Winkoop, Theo Poggemeier, Pieter Kager. Alain G.C.H. Reijnders, Karel van
Leuven, Siebe de Jong, Herbert Holst, Edo Veenstra, Tom Roep, Tom de Booij.
Het was zeer verheugend, dat behalve 23 tweede jaars geologen ook nog een 5 tal derde jaars
(Jaap Boon, Thomas de Groot, Herbert Holst, Jan Smit en Edo Veenstra) mee wilden
helpen om het Castellane experiment te laten slagen. Behalve het in kaart
brengen van gebieden zijn op tal van plaatsen in SE Frankrijk detailopnamen
verricht van aardlagen (zgn. secties). Het is wel duidelijk gebleken, dat het zowel in Tilburg, Maagdenhuis als
in Castellane voor de studenten ongelooflijk moeilijk blijkt te zijn om hun
mening en kritiek naar voren te brengen als ze daartoe de gelegenheid wordt
geboden met het "one man one vote" systeem. De "brainwashing" zoals zij die
vanaf de kleuterschool hebben gekregen, maakt hun altijd weer een gewillige
prooi voor een ander soort "brainwashing". Een van de tweede jaars vond dat hij
in Castellane alleen
maar
een lege ruimte had gevonden. Het opvullen van deze ruimte bleek nu het grote
probleem. Enerzijds wilden de studenten de vrijheid, maar anderzijds
waren ze er eigenlijk bang voor. Door het Castellane experiment was een
ieder zich meer dan ooit tevoren bewust geworden hoe groot de impasse
eigenlijk is waarin het onderwijs aan de Universiteit is gekomen. De studenten,
groot gebracht in de couveuse van het paternalistisch onderwijs, willen eigen
verantwoordelijkheid, inspraak, medezeggenschap, ontwikkeling van eigen
creativiteit, zelfwerkzaamheid etc., zonder dat ze precies weten wat dit voor
hun betekent. Ze voelen bewust of onbewust aan, dat ze niet meer kunnen
leven in het oude systeem. Er is dus
geen ander alternatief dan een gelegenheid te scheppen voor experimenteren om op
zo'n manier uit te vinden waar de nieuwe grenzen liggen; waar nu eenmaal
niemand buiten kan. De problematiek en tegelijkertijd de tragiek van deze
tijd.
Evaluatie Castellane Experiment
Integraal overgenomen (behalve suggesties toekomstige kaarteringen alsmede
lijst van deelnemers en vragenlijst enquête) uit rapport samengesteld door D. Beets, S.W.G.de Clercq en T. Geel. Aantal
deelnemers 23, te weten 2 stafleden, 16 tweedejaars en 5 derdejaars. Hiervan. 15
deelnemers geïnterviewd.
Inleiding.
Het Castellane-experiment was een logisch vervolg van in de afgelopen jaren door
De Booy ondernomen pogingen het karakter van de oude kaartering te veranderen.
Als bezwaar van het oude kaarteringssysteem werd o.a. gevoeld dat bij de student
de nadruk te veel ging liggen op de uiteindelijke beoordeling. Er werd vereist
dat men een kaart maakte, en de student beperkte zich tot deze eis zonder zich
te interesseren voor de wezenlijke problemen van zijn terrein en voor problemen
van meer regionale aard. Bestaande gegevens van de terreinen werden als onbekend
verondersteld, hetgeen didactisch niet erg juist lijkt, maar bovendien fraude in
de hand werkte. Funest was verder dat de behaalde resultaten vergeleken werden
met de gegevens verzameld in voorafgaande jaren zodat elke volgende groep een
cumulatieve hoeveelheid gegevens moest opleveren. Als andere bezwaren kunnen nog
genoemd worden de starre verhouding docent - student, en het ontbreken van
iedere inspraak van de student bij de keuze van het terrein.
Doelstelling Castellane experiment
Het Castellane-experiment beoogde in de eerste plaats de student bewust te
laten worden dat hijzelf verantwoordelijk was voor hetgeen hij in Castellane zou
gaan uitvoeren: iedereen was volkomen vrij te doen wat hij wilde. Men hoopte dat
door het besef van de deelnemers dat men elkaar tijdens het werk nodig zou
hebben een groepsverband zou ontstaan, en dat hierdoor een optimale
kennisoverdracht, betrokkenheid en uitwisseling van gegevens tot stand zou
komen.
Essentieel hierbij zou zijn dat ieder geaccepteerd werd als gelijke, ook de
begeleiders van het experiment. Moeilijkheden en problemen zouden openlijk
besproken moeten kunnen worden zonder dat dit repercussies in de vorm van een
minder goede beoordeling met zich meebracht. Het initiatief moest van de
studenten zelf komen: ieder moest zelf zijn moeilijkheden naar voren brengen en
hulp aan de anderen vragen. De leiding, onderdeel als het was van de groep, zou
niet mogen interfereren, en moest alleen hulp geven als daar om gevraagd werd.
Methodiek
Voor het vertrek naar Castellane werd op het Instituut een kamer ingericht
met literatuur en kaarten van het gebied. Aan de hand hiervan kon iedere
deelnemer zich voorbereiden en een terrein of onderwerp uitkiezen wat in
Castellane bewerkt zou kunnen worden. Verder werden hier een aantal formele en
informele besprekingen over het project gehouden. In Castellane zouden de
deelnemers iedere donderdag bij elkaar komen om de problemen te bespreken en
gegevens uit te wisselen. Een topografische kaart van het gebied waarop ieder
zijn gegevens kon inzetten lag klaar, evenals literatuur. Stratigrafische
kolommen zouden gemaakt worden om zo de gebieden met elkaar te kunnen
correleren. Tijdens het experiment werden excursies gehouden waarbij ieder zich
zou kunnen aansluiten.
Enkele resultaten van het experiment zoals uit de enguête naar voren gekomen.
Onderstaande punten zijn alleen van toepassing op de
tweedejaars.
Vrijwel alle tweedejaars hebben gewoon een terrein gekaarteerd. Over het
algemeen werden de gebieden bewerkt door groepjes van twee of drie studenten.
Dit samenwerken is vrijwel iedereen goed bevallen. Een deel van de studenten
koos het terrein op specifiek geologische gronden, hierbij
geassisteerd door de begeleiders. Bij anderen gaven opportunistische motieven de
doorslag: afstand tot Castellane, al of niet vervoer, samen met vriendjes. Door
iedereen werd het als positief ervaren dat men zelf mocht kiezen. Het bleek dat
de meeste tweedejaars slechts bij benadering wisten waarom er geëxperimenteerd
werd en wat precies de doelstellingen van het experiment waren. De tweedejaars
zijn te kort van tevoren van de doelstellingen van het experiment op de hoogte gesteld, waardoor ze hun gewaande
zekerheden verloren, uit angst voor een eventueel verwachte eigen inbreng van
hun kant. Van het groepsidee is, althans voor de tweedejaars, niet veel terecht
gekomen. Men splitste zich op in kleine groepjes, die zich snel isoleerden.
Op de wekelijkse bijeenkomsten werd vrijwel niet over geologie gediscussieerd,
alhoewel er wel verwachtingen over deze bijeenkomsten zijn geweest. Als
verklaringen voor dit negatieve resultaat werden door de tweedejaars gegeven: te
grote individualiteit van de diverse studenten; de mensen die je net nodig had
waren er niet; discussie had geen zin, want je wist toch niet wat er elders te koop was; de stafleden lieten de mensen te veel
vrij; als de aanwezige stafleden het initiatief hadden genomen met bijvoorbeeld
een overzicht van de behaalde resultaten, zou er meer uitgekomen zijn, en had
men geweten wat de volgende week te doen; gebrek aan communicatie omdat de
mensen te veel verspreid zaten en geïsoleerd raakten; angst om voor de groep de
onkunde ten toon te spreiden; frustratie door te grote vrijheid; voelde ondanks
alles de staf als autoriteit waardoor men een te grote barrière te overwinnen
had. Gebrek aan communicatie is een enkele malen gehoord bezwaar. Het had o.a.
tot gevolg dat enkele studenten niet op de hoogte waren van tussentijdse
excursies. Het merendeel vond de excursies interessant en leerzaam; niemand vond
ze storend. Het merendeel van de tweedejaars was van mening dat er meer leiding
had moeten zijn; en de kaartering beter had moeten worden georganiseerd. Men
vond dat er een te grote vrijheid werd gelaten hetgeen men duidelijk niet
aankon. De leiding had moeten ingrijpen waar en wanneer dit nodig was, en niet
alleen moeten wachten tot er om hulp gevraagd werd. Hoewel de meeste
ondervraagden geen behoefte hebben gehad aan een beoordeling in de vorm van een
cijfer, wilde men o.h.a. wel graag weten of men op de goede weg was of niet, hetgeen een zekere mate van beoordeling en controle
inhoudt. Er werd ook opgemerkt dat een schouderklopje op zijn tijd zeer
stimulerend. kan werken. Diegenen die hulp nodig hadden en er om vroegen hebben
deze steeds tot hun bevrediging gekregen"
Conclusie
Het Castellane-experiment is voor de tweedejaars studenten een harde
leertijd geweest. Door de grote vrijheid die men kreeg werden er zeer zware
eisen aan doorzettingsvermogen en enthousiasme
gesteld. Als zodanig was het experiment voor de mensen een
voortreffelijke test om hun geschiktheid voor het veldwerk te leren kennen.
Beter nog dan tijdens het oude systeem, waarbij de studenten weliswaar geheel
los gelaten werden, maar de uiteindelijke beoordeling een pressiemiddel tot
werken was. Het feit dat de tweedejaars studenten geaccepteerd werden als
volwaardige partners in een groep die theoretisch geen leider kende, bleek voor
het merendeel een te zware opgave. Uit de enquête blijkt steeds weer dat vrijwel
iedereen hoopte op initiatieven van De Booy en Roep, die ook al wilden zij dit
zelf niet, zonder meer als leiders van het Castellane-project werden gezien, en
dit in feite ook waren door hun grotere ervaring op geologisch gebied. Ook de kortsluiting tijdens de
wekelijkse bijeenkomsten is hierop terug te brengen. Alhoewel door de studenten
vele argumenten werden genoemd om het mislukken te verklaren; kunnen wij ons
niet aan de indruk onttrekken dat in werkelijkheid de belangrijkste reden was de
schroom om het initiatief te nemen uit angst zich bloot te geven en voor het
front van de groep te blunderen. Ook hier werd steeds weer gewacht op
initiatieven van bovenaf. Het is duidelijk dat de deelnemers door het Castellane
experiment geleerd hebben dat het zeer moeilijk is om geheel zelfstandig te
moeten werken. Uit dit oogpunt gezien kan het experiment daarom ook geslaagd
heten. Aan de andere kant is het de vraag of een opzet als dat van het Castellane-experiment een optimale overdracht van kennis op geologisch gebied
mogelijk maakt. De commissie meent van niet, en beschouwd het experiment uit dit
oogpunt gezien mislukt. Aangezien zowel overdracht van kennis als het aanleren
van zelfstandig werken en kritisch denken belangrijke aspecten van de opleiding
zijn, meent de commissie dat het Instituutsbestuur of de voor deze kaartering
verantwoordelijke docenten allereerst moeten nagaan welke van deze twee aspecten
bij toekomstige kaartering de nadruk dienen te krijgen, en hoe zij eventueel
gecombineerd kunnen worden. Verder is de Commissie van mening dat voor de
inrichting van de toekomstige kaarteringsoefening overleg gepleegd dient te
worden met De Booy en Roep, gezien hun ervaringen opgedaan tijdens het
Castellane experiment en eerdere kaarteringsoefeningen.
Foto's van de kaartering in Castellane

Links: Camping Castellane, voor de Caravan Jan
Marten, Rechts: Tom de Booij en Herbert Holst tijdens de Castellane kaartering

Tom en zijn zoon Mauk op Castellane camping
Persoonlijke impressie van Tom Roep over het Castellane Experiment
Het doel van het experiment was te
leren kaarteren, de gegevens te integreren in groter verband en de relatie
individugroep te onderzoeken. Aan de orde waren dus vragen als waarom doe ik dit
werk, in welk kader past mijn werk, wat zijn de consequenties van mijn werk in
de samenleving, hoe is de relatie individu-groep; wat is de beste onderwijs
vorm; wat stimuleert "kennisoverdracht"; hoe is de relatie "student-docent" en wat stimuleert het onderzoek resultaat? Aan het begin van het
experiment nog in Amsterdam werd een beeld gegeven van de
geologische probleemstelling en werd iedere deelnemer in een one man one vote
systeem zo groot mogelijke vrijheid gegeven. Om de eventuele nadelige werking
van het werken voor het "briefje"
weg
te nemen, werd als enige eis "aanwezigheid'
gesteld, m.a.w. men kreeg van te voren "voldoende".
Wat nu waren mijn ervaringen?
Met nadruk wil ik vaststellen, dat er niet getornd werd aan het centrale punt
"zelfwerkzaamheid", ook niet toen bleek dat zelfwerkzaamheid de
meeste deelnemers zwaarder viel dan alle andere punten en deze laatste in gevaar
kwamen. Verder is van belang de voorgeschiedenis van het experiment. Het
Castellane experiment kan helaas alleen gerealiseerd worden onder druk. Deze situatie had voor mij zelf een gevoel van ontreddering tot gevolg, omdat eens te
meer bleek, dat de universiteit (in dit geval het Instituuts Bestuur van het
Geologisch Instituut) onderwijs experimenten niet uit zichzelf stimuleerde. Bij
andere deelnemers had deze druk tot gevolg (naar mijn indruk) een gevoel van
experimenteren goed, maar niet met mij! (wegens mogelijke repercussies
op het verdere verloop van de studie). Andere deelnemers waren onverschillig of
geïnteresseerd, weer anderen ronduit tegenstanders. Bij de niet gesubsidieerde
3e jaars, maar ook bij enkele 2e jaars overheersten vertrouwen en gespannen
verwachting, hetgeen met name bleek uit de zorg, waarmee zij zich in Amsterdam
voorbereiden aan de hand van de literatuur. In Castellane gekomen versplinterde
de groep spoedig. Verschillende redenen kunnen genoemd worden als 'zo snel
mogelijk zien wat ikzelf waard ben op mijn eigen terreintje!', avontuurslust,
verschil in leefwijze (persoonlijke geaardheid, verdeling autos, eventuele
overkomst van vrouw of verloofde etc.). Zo waren er in het begin 5 grotere kampjes en enkele kleinere (aan het
eind echter 3 grotere kampjes en enkele kleinere) verspreid over het
kaarteringsgebied van 40 km. lengte. De eerste 2 weken was er nog "geleide"
zelfwerkzaamheid: de docenten kaarteerden ter inleiding met enkele jongere
deelnemers. Zelfwerkzaamheid kwam echter moeizaam op gang (afgezien bij het merendeel der 3e jaars). Ook de groepsactiviteiten als
samenbrengen der wetenschappelijke gegevens (elke donderdag was hiervoor gereserveerd) verliepen moeizaam en lukten voorlopig alleen
onder "matige dwang". Zelden riepen 2e jaars uit eigen
beweging de hulp in der meer ervaren deelnemers, in het begin omdat ze eerst
wilden zien of ze zelf de problemen konden oplossen, later ook mogelijk door : "schaamte"
over het in hun ogen povere resultaat. De 3e jaars deelnemers schroomden niet
zoveel mogelijk hulp in te roepen.
Op 17 juli vertrokken Tom de
Booy met enkele 2e en 3e jaars studenten om een studie te maken van de eocene gesteenten van het naburige kaartblad Nice. Deze tocht bracht het experiment van een fase van onbestemdheid naar een fase
van kritiek op de "autoriteit". De achterblijvenden kregen een gevóel van
"verlatenheid", "iets leuks missen", of zelfs "woede". Ook waren sommige der deelnemers door gebrek
aan vervoer of door aanwezigheid van verloofden of vrouwen verhinderd mee te
gaan. Tijdens deze tocht werden de achterblijvers eerst recht geconfronteerd met
"zelfwerkzaamheid".De spanningen liepen behoorlijk op. Hulp van mijzelf werd bij uitzondering
door de 2e jaars ingeroepen. Het contact met de 2e jaars was mede wat stroef,
omdat ik met mijn gezin gedwongen was op een andere plaats in Castellane te
kamperen. Een deel der 3e jaars lukte het wel gewoon door te werken aan de taak,
die zij zich gesteld hadden. Op maandag 21-7-1969 vertrokken 2 deelnemers om uiteenlopende redenen naar
Nederland. Bij de terugkomst van de excursisten op 23-7-1969 brak veel kritiek
los tegen Tom de Booy (ook van mijzelf). Op 25-7-1969 vertrok een grote groep deelnemers naar de kust
om deel te nemen aan een onvergetelijke excursie onder de bekwame (improviserende, maar inspirerende) leiding van Tom de Booy. In
Castellane bleven achter enkele deelnemers, die liever voortwerkten aan eigen
werkstuk, gebonden waren aan andere verplichtingen of iets anders wilden
ondernemen. De excursie bracht de deelnemers dichter bij elkaar en had verder het doel
het geologische raamwerk, waarin de Castellane kaartering paste te
verduidelijken. Een groot aantal prachtige geologische verschijnselen werden
gezien tijdens deze excursie van 6 dagen. Onderwijl werden gesteentemonsters
genomen om de detritus (gesteente afbraak) daarin te vergelijken met de detritus
in gesteenten van het Castellane gebied. De excursie deelnemers werd grote
vrijheid gegund. Per dag werden 2 tot 3 onderwerpen bezocht. die door alle
deelnemers voor kortere of langere tijd bekeken werden. De "vermoeiden van geest" konden zich
desgewenst verfrissen door een duik in het blauwe water. Nauwkeurige afspraken
voor het volgende onderwerp, stelden ieder in staat zijn tijd zelf in te delen
en toch de hoofdlijn te volgen. Bij alle deelnemers werd deze excursievorm, naar
mij toescheen, zeer gewaardeerd. Verheugend was, dat ook degenen, die in Castellane waren gebleven excursies
hadden gemaakt op elkaars en omringende gebieden. De terugkeer naar CastelIane,
naar de "harde" werkelijkheid, van zelfwerkzaamheid viel velen zwaar. Wel werd
vaker en vrijwillig een beroep gedaan op de docenten. Vooral bij de jongere
deelnemers nam echter het onbehagen toe. Ditmaal echter groeide de kritiek in
toenemende mate uit tot zelfkritiek. De laatste dagen in Castellane werd door de
oudere deelnemers hard gewerkt om zoveel mogelijk wetenschappelijke resultaten
te verkrijgen. Bij vele jongere deelnemers werd de zelfkritiek zo groot (één der
deelnemers vertrok voortijdig naar Nederland), dat ik persoonlijk besefte dat
het experiment volledig gelukt was. Juist het besef van wat
zelfwerkzaamheid is geeft de beste hoop voor de toekomst. In zekere zin zijn de goede wetenschappelijke resultaten der 3e jaars deelnemers de vrucht van
hun vermogen zelfstandig te werken (door hun Castellane kaartering
o.l.v. Tom de Booy in 1968). Wat betreft de andere doelstellingen van het experiment, het kaart
maken en
compileren der wetenschappelijke gegevens door de 2e jaars deelnemers kwamen,
wegens de grote moeilijkheden met zelfwerkzaamheid, in gevaar. Desondanks is
mijn indruk, dat het "handwerk" behoorlijk onder de knie werd gekregen. Mijn eindindruk is dan ook, dat deze kaarteringsoefening en excursie op veel
hoger niveau stonden, dan vroegere kaarterings oefeningen in de Franse Alpen
(waaraan ikzelf als student eenmaal deelnam), al wordt dit positieve oordeel
door de jongere deelnemers vermoedelijk niet met mij gedeeld.
2 augustus Brief Jan Bresser aan Tom en Jaap. Misschien half september weer terug om de laatste happening op Corsica mee te maken, hopelijk in het bijzin van Brouwer. Ik heb hem een paar maal gesproken, hij is erg enthousiast maar ziet hoe hij daar moet komen, hij wil alles van te voren geregeld hebben en precies weten, wanneer jullie aan het bewuste punt toe zijn. Ik heb dat ik hem begon september wel verslag kan uitbrengen, maar dat het onmogelijk is op de dag af te zeggen, wanneer men aan die ontsluiting in het S. toe is. Ik heb hem ook nog voorgesteld dat ik een auto wil huren om hem naar C. te rijden maar dat heeft te veel voeten in de aarde dat ie maar met het vliegtuig moet gaan en dan kan iemand hem afhalen
GEOLOGISCHE KOMMUNE 19 augustus - 18 september 1969.
"Zondagavond 19 augustus Rendez-Vous Geologische Kommune tussen zes en acht
uur in Galeria, Corsica. Iedereen die zich hiervoor interesseert is welkom". Zo luidde de tekst van de uitnodiging, die door een aantal EGO medewerkers
was opgesteld. Het was de bedoeling een voettocht te maken door Corsica en
behalve de geologie van dit eiland ook te experimenteren met het probleem van de
relatie individu - groep, maar dan wel op een enigszins andere manier dan de klassieke kommune gedachte .

Tom de Booij en Jan Smit tijdens de rondtocht met de Geologische Kommune in Corsica

Geologische Kommune Corsica. Foto van Tony Appelo. Hij had er achter opgeschreven" Van smerige figuren heb je geen beeld nodig".

Terug in Baarn na Geologische Kommune in Corsica
Op de bewuste plek en tijd waren 5 EGOisten aanwezig.(Jan Smit, Jaap Boon, Toni Appelo, Thomas de Groot en de Booy). Een ieder
stortte in de pot een bijdrage en annonceerde het aantal dagen, dat hij de
kommune zou willen vergezellen. De totale ingebrachte som gelds werd gedeeld
door het aantal mandagen en er werd overeengekomen dat een ieder die bij de
kommune zou blijven, recht had op een uitkering van de kommune kas van 16
franse franken per dag, met de clausule dat als hij de kommune eerder zou
verlaten om welke redenen dan ook, hij geen aanspraak kon maken op de kas en
dat dien tengevolge de kas dan meer geld aan de overgebleven kommune leden per dag zou
kunnen
uitbetalen. Dit systeem heeft vrij aardig gewerkt. Zo kon het gebeuren, dat een
deel van de komrnune zich te buiten ging aan goede drank en spijs in Ajaccio,
terwijl tegelijkertijd een lid van de kommune voor zijn daggeld een boek kocht. Helaas moest een lid van de
kommune door ziekte al na 14 dagen de terugreis
naar Nederland aanvaarden. Alhoewel hij zijn recht op de kas verspeelde,
kreeg hij later een subsidie van de overgebleven kommune gelden.
Op onderstaande tekening is te zien welk
deel de kommune te voet heeft afgelegd. Allereerst verbleven we
een week in Galeria om vandaar de geologie van de omgeving te bestuderen. Via
Ajaccio, Bonifacio naar de oostkust om een geologische voettocht van Solenzara
naar Ghisoni te maken.

Route van Geologische Kommune in Corsica.
Deze tocht duurde een week. Alhoewel we hadden gehoopt, dat met deze opzet een ieder zich vrij zou voelen
om alles ter discussie te stellen, aangezien een ieder evenveel inspraak,
medebeslissingsrecht etc. had, kwamen de reeds tijdens de bespreking van het
Castellane experiment gesignaleerde problemen weer sterk naar voren. Zo kreeg de
Booy de rol van manager voor de reistour en een deel van de leden waren de ontevreden reizigers, die klachten hadden over de
verzorging. Dit verliep natuurlijk op zeer plezierige en humoristische wijze,
maar de diepere ondergrond was voor een ieder duidelijk. Het werd gelukkig
gerealiseerd hoe diep de autoriteitsgedachte in een ieder speelt. Toen het
idee van manager iedereen begon te vervelen, werd een nieuwe autoriteit
ingevoerd, een denkbeeldige figuur, de zogenaamde HAAK. Er werd zelfs een initiaal voor hem bedacht en ellenlange discussies gevoerd
over wat hij wel en niet goed zou vinden, dat we moesten doen. Haak fungeerde
als klankbord.18 september 1969 vertrokken de laatste twee kommune leden naar Nederland en hoorde
dit voor ons buitengewoon leerzame experiment weer tot het verleden. Achteraf is gebleken dat Jan Bresser en Anneke de Zwart en hun
hond ons tevergeefs hebben proberen te bereiken. Zij volgden de GK tekens op de
borden langs de weg. Een ware achtervolging maar helaas zonder resultaat.
Jaap Boon geeft een beeld van het EGO project en wat dat voor hem heeft betekend
EGO - karavanserai der geestelijk verminkten.
La vérité est si obscure en ce temps et la mensonge si établi, qu'a moins que
d'aimer la vérité on ne saurait la connaitre. PASCAL (Pensées)
EGO experimenteel geologies onderwijs, niet het alternatief voor het
konsumptieve universitaire onderwijs, gebaseerd op paternalisme en authoritaire
bevelstrukturen. Het hoeft zelfs niet een alternatief te zijn. De nadruk ligt bij
EGO op het ego der medewerkers, op de inzichten en ideeën die zij inbrengen en
de plannen die daaruit kunnen voortvloeien. Plannen die kunnen slagen of
mislukken, maar die niet het uiteindelijk doel zijn. Zij zijn het medium voor de
persoonlijkheidsvorming, de ontwikkeling en manifestatie der eigen kreativiteit
en een kritiese houding in onze samenleving. De EGO - kamer is een
werkplaats: een ruimte met ruwe materie en gereedschap. Het is soms een
verstilde ruimte, wars van geroesemoes en warrelend ontwrichten ... Maar dan
is daar ook aktie, een totale inzet, een aanstekelijk enthousiasme, paring van
scheppingskracht en dadendrang, nieuwe plannen worden geboren. Na deze wat lyries-poëtiese beschrijving van het communale inspiratiewezen,
wil ik me wat meer verdiepen in de ontpopping van de individu, die door ons
schoolsysteem wordt afgeleverd en die in die EGO - kamer terecht zou komen.
We worden opgevoed door machthebbers,die ieder een specifieke
invloedssfeer hebben: vader, moeder, opa, oma, buurman, schooljuffrouw, leraar,
hoogleraar, rechter, minister, etc. Zij voeden je op, passen je aan hun normsysteem aan, weten wat goed voor je is. Het is een beschermde sfeer, waarin je geconditioneerd wordt tot een
goed burger van deze maatschappij. Vervreemd van alles, maar vooral van jezelf.
De eenzijdige overdracht van kennis, de starheid van het voorgeschreven
leerprogramma en de gedragsregel --als je ongehoorzaam bent, moet je strafregels schrijven -- veroorzaken een enorm verlies aan kreativiteit, zelfstandigheid en aktiviteit. De aldus geprograrnmeerde mens wordt
vervreemd van eigen intuïtie en
gedachten. Hij ontvangt een dosis zekerheid en wordt zo voorbereid op de
intellektuele prestatie die de maatschappij later zal verlangen in ruil voor geld. Het is een vreemde paradox, dat
originaliteit en zelfstandig handelen in onze samenleving zo bejubeld worden,
terwijl ons hele onderwijssysteem erop gericht lijkt te zijn de eigen ideeën
en persoonlijkheid zoveel mogelijk te onderdrukken. De hele middelbare
schoolopleiding staat in het teken van eindexamen en rapportcijfers, waarbij het
doel elk middel heiligt. Gevolg van deze vele goede bedoelingen is een weinig
zelfstandige, receptief ingestelde, eenzijdig en gebrekkig geïnformeerd wezen:
de toekomstige student. Zo men verwachtte dat het "koekhapsysteem met lof of straf" op de Universiteiten
reeds lang uitgestorven zou zijn, ja zelfs nooit bestaan zou hebben, zo men
verwachtte aldaar in een poliloog aktieve sfeer van nijvere wetenschappers
terecht te komen: niets is minder waar. Onder het motto "arbeid adelt" wordt
de student een voor hem soms uitgekouwde, maar nooit overzichtelijke
rijstebrijberg van disciplines voorgezet, met de mededeling dat materiaal. Je komt in een situatie waarbij je de grondslagen van het EGO-gebeuren rationeel aanvaardt, maar die na verloop van tijd in strijd blijken
te komen met je intuïtieve gedrag. Je aanvaardt als "open deuren" de vanzelfsprekendheid van een volledig
openhartige discussie, de mogelijkheid om genadeloze kritiek te leveren, de
vrijheid om
op elk moment je medewerking aan iets
te staken, daar die medewerking geheel je eigen verantwoordelijkheid is
(mogelijkheid van de totale a-solidariteit van de individu met de groep).
Geprekonditioneerd door die algemene gedragsregels, die je aanvankelijk zo vanzelfsprekend
achtte, dat discussie erover je belachelijk toeschijnt, komt er een moment, dat
er een gevoel van frustratie groeit, omdat datgene wat je zou willen zeggen of
willen doen, in flagrante tegenspraak is met wat je tevoren als voor de hand liggend aanvaardde. Er is een kortsluiting tussen het gedrag
waar je in werkelijkheid zou willen
manifesteren en het gedrag, dat je vertoond als gevolg van je eigen normsysteem
en remmingen. Je konformeert je naar een fiktief verwachtingspatroon van de
andere individuen in de groep. Je durft niet jezelf te zijn. Bovendien stel je
dat ook niet zomaar ter discussie, hoewel dat ook bij de "principes" hoorde. ,Juist die angst om volledig
jezelf te zijn en om te handelen zoals jezelf het beste vindt, los van je
omgeving, een individu in de groep, juist die angst moet overwonnen worden. Als
die vrees eenmaal overwonnen is en je stelt het ter discussie, dan blijkt dat de
waardeoordelen, die je over jezelf had omdat je vooruit liep op de
situatie, ongegrond waren. Het is namelijk geheel je eigen keuze -en
verantwoordelijkheid: de individualiteit in de groep is gegarandeerd! Het is de verdienste van mijn vriend en mede-egoist Tom de Booy, dat hij mij voortdurend gedwongen heeft mijn eigen inzichten te
volgen, mijn eigen mening naar voren te brengen, terwijl ik mijnerzijds trachtte
te voldoen aan datgene waarvan ik dacht dat hij dat verlangde, maar hij
verlangde niets! Deze schok, dit zich realiseren dat ik mezelf ineen fiktieve
kooi had geplaatst, heeft mij een groter inzicht in mezelf gegeven. Mijn gedrag
was niet rationeel, niet doordacht, integendeel, er was iets in mij waardoor
het onmogelijk bleek een geheel onafhankelijke houding te bepalen. een
"fresh mind" te hebben t.o.v. de nieuwe gegevens. In EGO, de lege ruimte, waar je de volle vrijheid had om
wat dan ook te doen, bleek je toch weer in een harnas te zitten. EGO is voor mij een spiegel geweest, het induceerde een konfrontatie met
mezelf. Nolens, volens gedwongen tot het experiment, moet je je wel zonder
vooroordelen fris en kreatief opstellen. Het aftasten der eigen mogelijkheden en
potenties gaat ver buiten de grenzen der EGO-kamer. Het wordt een
levensinstelling, een basis voor een houding in onze samenleving. Een experiment
EGO DOOD?
Deze woorden werden bij terugkomst in het Geologisch Instituut op het
bord in kamer 85a geschreven. Hier was ook wel enigszins reden voor. Door het Castellane en Corsica experiment was zonneklaar naar voren gekomen, dat we bezig
waren met een problematiek, waarbij elke seconde meer nieuwe vragen·werden
opgeworpen, zonder dat er een antwoord op kon worden gegeven. Zo deelde de Booy
aan het Instituutsbestuur mede, dat hij zich niet in staat achtte het onderwijs
in de exogene geologie in het cursusjaar 1969-1970 te verzorgen en dat hij zich
ook niet meer in staat achtte het tot nu toe door hem gegeven onderwijs voort
te zetten en tevens dat hij zich niet loyaal t.o.v. het Instituutsbestuur kon
opstellen. Het Instituutsbestuur stuurde hierop aan het College van Curatoren
van de Universiteit van Amsterdam op 23 october 1969 een brief met onder meer
het volgende: "Het Instituutsbestuur ziet er gezien het bovenstaande geen nut in, zelf nog te proberen om de Heer de Booy tot andere gedachten te
brengen. Het is derhalve van mening, dat het zijn bemoeiingen betreffende de bijlegging van dit conflikt dient te beëindigen. Aangezien het Instituutsbestuur zelf partij is in dit conflikt acht het de tijd gekomen Uw college op korte
termijn maatregelen te treffen welke naar het inzicht van Uw college
noodzakelijk zijn ter verbetering van de situatie op het Geologisch Instituut. Alleen dán ziet het bestuur een kans aanwezig te
werken aan een oplossing van alle problemen met betrekking tot onderwijs en
onderzoek op het Geologisch Instituut. Op dezelfde dag verstuurden een 27 tal studenten van het Geologisch Instituut
een brief aan de Curatoren met de mededeling, dat zij, ondanks het instellen van
het Instituutsbestuur, de verontrusting uitgesproken in een schrijven van 23 october 1968 (precies een jaar eerder), niet was afgenomen maar eerder was toegenomen .Het bleek, dat het Instituutsbestuur duidelijk tekenen van desintegratie begon te vertonen. Enkele door de Curatoren aangewezen
stafvertegenwoordigers begonnen zich niet meer zo lekker te voelen en boden hun
ontslag aan. Er ontstond verschil van mening of ze er nu in zaten à titre personnel of wel namens de overige stafleden van hun
afdeling.
30 september De Booij weigert verder
onderwijs te geven in het Geologisch Instituut
Notulen vergadering Instituuts Bestuur
3. Voorziening onderwijs "exogene krachten".
Dr. de Booy heeft de
commissieleden en de heer Rubinstein medegedeeld, dat hij in tegenstelling tot
wat eerder werd afgesproken, niet bereid is om enig onderwijs, in welke vorm dan ook te geven, aangezien hij zich hiertoe niet in staat acht. Ten einde in
dit urgente geval in het onderwijs in de exogene krachten te voorzien, zal Roep
met Egeler, Simon en Rondeel uit boeken een programma samenstellen, waarover t.z.t.
een
schriftelijk tentamen zal worden afgenomen. Te beginnen een maand voordat dit
tentamen wordt afgenomen, zullen een aantal middagen beschikbaar gesteld worden
gedurende welke de studenten over de bestudeerde stof vragen kunnen stellen.
16 oktober 1969 Tom Roep gooit de handdoek in de
ring
Brief van Tom Roep aan het
College van Curatoren : Edelgrootachtbare Heer, Na uiteindelijk loyale
medewerking te hebben toegezegd aan het Instituuts Bestuur, heb ik nu het
gevoel, dat het I.B. een onoprechte koers vaart in zijn plannen en initiatieven.
Dr Bodenhausen, Dr de Booy, Drs van Harten hebben zich namelijk in de
afgelopen jaren ingezet voor plannen en initiatieven in geheel dezelfde geest,
die zij echter niet konden realiseren door tegenwerking van directie en vakgroep
(zoals U bekend). Nu ook Drs Beets heeft gefaald in zijn pogen verbetering
te brengen, is mij ongerustheid toegenomen voor de toekomst van ons Instituut.
In deze situatie is het mij onmogelijk een maximale inzet te geven voor plannen
van het I.B. en verzoek ik U daarom te mogen beperken tot de taak die ik ook
onder Dr Bodenhausen verrichtte (nl 2e jaars praktikun sedimentologie, kandidaat
praktikum sediment petrologie en sedimentologie, college en praktika
t.b.v. het interuniversitaire onderwijs sedimentologie I.O.S,).
Indien U zulks wenst kan ik een en ander in een mondeling onderhoud nader
toelichten.
22 oktober 1969 Tom Roep uit zijn grieven tegen Tom
de Booij
Brief van Tom Roep aan Tom de
Booij. Ik ben nu al
maanden bezig je een brief te schrijven met als voornaamste inhoud, dat ik het
hartgrondig oneens met je ben. Alleen weet ik niet hoe ik het moet formuleren. Maar het
is wel zo iets in de geest van de brief, die jij aan de paus wilt schrijven. Het heeft verder te maken met hoogmoed, bescheidenheid en liefde, maar
in welke hoeveelheden en of het meer op mij slaat dan op jou weet ik niet.
Eerst wil ik een persoonlijke brief aan Dufour schrijven, maar ik verkoos de ontwikkelingen af
te wachten. Toen wilde ik jou schrijven, maar voelde dat mijn
eigen in 't geding was. Nu kan ik schrijven maar weet 't niet te formuleren. Het
heeft te maken met het Maagdenhuis dat me afstoot en duidelijk
maakt dat wat door geweld gebouwd wordt met geweld ten ondergaat; aan de andere
kant is met het geweld van de huidige samenleving duidelijk die geweldloosheid
der kerken als veilige belegging subsidieert en onderhand Biafra opgang houdt, verder weet ik dat het M.huis, een
dilemma wat ik wel
kende, dichter bij huis heeft gebracht en dat de schok de huidige
samenleving nooit meer de oude laat. Maar en dat is het ergste , voel ik de
integriteit van de vele bezetters. Bij mijn pogingen de dingen duidelijk te
krijgen welden in mij enkele parabels op, die ik nog niet begrijp, maar iets te
maken kunnen hebben. Wist maar, wie de heer en wie de boer was.
PS
Een heer liep
op straat en vermaande jongens bij het spel. De jongens grepen een mes en de
darmen van de heer lagen op straat.
Een boer ploegde zijn akker. Toen kwam een
man die zegt "het werk wat je doet heeft te maken met mij". "Niks"
zei de boer en ploegde zijn akker. Toen kwam de man en schopte de boer van zijn
akker.
23 oktober 1969 Studenten spreken hun verontrusting uit over de gang van
zaken in het Geologisch Instituut
Aan het College van Curatoren der Universiteit
van Amsterdam
Edelgrootachtbare Heer, Nu het nieuwe Instituuts Bestuur, ingesteld 29 april 1969, de nodige tijd heeft gehad om zich in te
werken en aan te passen aan de nieuwe verhoudingen, en tevens het experimentele
stadium min of meer voorbij is, zouden wij graag het volgende onder Uw aandacht
willen brengen. In een brief aan de Directeur Generaal der Wetenschappen de
Heer Dr. A.J. Piekaar van 23 oktober 1968 hebben een aantal studenten en
belangstellenden in de Aardwetenschappen van de Universiteit van Amsterdam
hun ernstige verontrusting uitgesproken. Echter, deze verontrusting is in de afgelopen tijd niet bij ons weggenomen,
maar eerder toegenomen. Verschillende mensen immers, van wie wij gehoopt hebben
dat zij een constructieve bijdrage konden leveren, zien daar onder dit nieuwe
I.B. ook geen kans toe. Gezien deze situatie hopen wij dat Uw College niet zal
aarzelen de nodige
stappen te ondernemen, opdat er weer een sfeer van vertrouwen en samenwerking
ontstaat. Met gevoelens van de meeste hoogachting,
(Studenten in de Aardwetenschappen aan het Geologisch
Instituut der Universiteit van Amsterdam).
cc. Dr. A.J Piekaar, Dr H.J. Janssen, Prof. A.D. Belinfante, Prof.D. Harting,
Prof.Dr J.J. Hermes , Drs R.van de Velde, Dr. M.E. Hermant
24 oktober 1969 De Directie van het Geologisch Instituut deelt mede aan
Curatoren dat De Booy niet loyaal meer wil meewerken
Brief van de Vakgroep geologie aan het College van Curatoren der Universiteit van
Amsterdam.
Hierbij hebben wij de eer het volgende onder Uw aandacht te brengen.
1. In april van d:t jaar werd door Ir. R. .Dufour een nieuwe bestuursvorm voor
het Geologisch Instituut in werking gesteld. Ondanks de voor het Geologisch
Instituut geheel nieuwe conceptie van het "Instituuts Bestuur" verklaarde Dr.T
de Booy,wetenschappelijk hoofdmedewerker in het Geologisch Instituut, reeds
direct na de invoering van deze bestuursvorm, dat hij niet loyaal met het nieuwe
bestuur kon samenwerken.
De heer de Booy zag het Instituuts Bestuur als een directe voortzetting van de
vroegere Directie en Vakgroep, waarmee hij zoals blijkt uit zijn brief aan Uw
College van 10 maart 1969 evenmin loyaal kon samenwerken
2. Als reactie hierop stelde het Instituuts Bestuur een aantal pogingen in het
werk om de heer de Booy tot andere gedachten te brengen. Deze
pogingen leken
aanvankelijk succesvol te zijn, toen
in juni van dit jaar de heer de Booy zich bereid verklaarde niet het het
Instituuts Bestuur samen te werken. Met de heer de Booy werd de afspraak
gemaakt, dat
hij
samen met
Drs.Th.B. Roep
bij de aanvang van het cursusjaar 1969-1970 een uitgewerkt voorstel aan
het Instituuts Bestuur zou overleggen aangaande de wijze waarop zij in deze
cursus het onderwijs in de exogene geologie wensten te geven .
3. Enige maanden later deelde de heer de Booy enkele leden van het
Instituuts Bestuur echter mondeling mede, dat hij
terug
kwam
op
zijn toezegging en
meer
in het byzonder:
a. dat hij zich niet in staat achtte het onderwijs in de exogene geologie in het
cursusjaar 1969-1970 te verzorgen
b. dat hij zich ook niet meer in staat achtte het tot nu toe door hem gegeven
ondervijs voort te zetten.
c. dat hij zich niet loyaal t.o.v. het Instituuts Bestuur kon opstellen
4. Het Instituuts Bestuur schreef daarop de heer de
Booij de
brief, die hier als bijlage is bijgevoegd. In antwoord op
deze brief heeft de heer de
Booy
in gesprekken met
de·voorzitter enkele leden van het Instituuts Bestuur kenbaar gemaakt, dat hij
in feite was teruggekeerd tot het
standpunt,
dat hij
vast:legde in zijn brief aan Uw College van 10-3-1969 ( zie onder punt 1
)
5. Het Instituuts Bestuur ziet er gezien het bovenstaande geen nut in,
zelf nog te proberen om de heer de Booy tot andere gedachten te brengen.. Het is
derhalve van mening, dat het zijn bemoeiingen betreffende de bijlegging van het
conflict dient te beëindigen. Aangezien het Instituuts Bestuur zelf
partij is in dit conflict, acht het de tijd gekomen, Uw College te verzoeken
op korte termijn maatregelen te treffen welke naar het inzicht van Uw College
noodzakelijk zijn ter verbetering van de situatie op het Geologisch Instituut.
Alleen dán ziet het bestuur een kans aanwezig te werken aan een oplossing van
alle problemen met betrekking tot onderwijs en onderzoek op het Geologisch
Instituut. Met gevoelens van de meeste hoogachting , voor het Instituuts
Bestuur. w.g. Prof. Dr. J.J.Hermes, voorzitter.
3-4 November 1969. Actie tegen nota minister Veringa
Er kwam even in het najaar nog een opleving door een actie tegen de Nota
Veringa. Er werd op de EGO kamer een groot plakkaat gemaakt met de titel ONDERWIJSBELEID
: ONDER WIJS BELEID? en voorts een aantal zinsneden uit de Nota
Veringa, die de tegenstrijdigheden ervan wilden aantonen. Dit
plakkaat werd in de nacht van 3 op
4
november om een minuut over twaalf
opgehangen aan een spijker voor de kameringang op het Binnenhof.


Actie tegen Nota Veringa op het Binnenhof 4 november 0.01 uur
In de bewuste Nota Veringa komt echter een zinsnede voor die wel zeer inspirerend op ons heeft gewerkt:"grotere aandacht voor de doelstelling, dat de universiteit mede het verantwoordelijkheidsbesef bevordert. De vitale betekenis die de universiteit heeft en behoort te hebben voor de samenleving impliceert, dat zij moet opleiden tot kritische wetenschapsmensen, die ZICH BEWUST ZIJN VAN DE ROL DIE HUN WETENSCHAP IN DE MAATSCHAPPIJ KAN SPELEN ! "
Persmedia over deze actie
Actie tegen onderwijsbeleid om 0.01 uur op Binnenhof (Van onze redacteur
onderwijs).
Komende nacht om één minuut over twaalf , voorzitter van het geologisch
Instituut van de universiteit van Amsterdam op het Binnenhof in De Haag de actie
001 beginnen. Het is zijn bedoeling om ter ondersteuning van de morgen te voeren stakingsactie van de
studenten tegen de nota Veringa, die deze week in de Kamer ter discussie komt, ieder, die
dat wenst, de gelegenheid te geven zich uit te spreken over het onderwijsbeleid. Dr.
de Booy doet dit als lid van de wetenschappelijke staf van Amsterdam. die zich
van verdere besprekingen
met de senaat heeft teruggetrokken, nadat de senaat zich heeft uitgesproken
tegen·de eenwording van senaat en wetenschappelijke staf. Hij is van
mening, dat er nu nog maar een mogelijkheid is om zijn democratisch recht uit
te oefenen en wel door in de kleinste eenheid op de plaats, waar men werkt tot
uitspraken te komen en die aan het parlement over te brengen. Hij hoopt, dat vannacht reeds
een gesprek op het Binnenhof tot omschreven moties zal leiden, die dan
met eventueel andere, die moeten worden opgesteld tijdens de stakingen morgen
op faculteitsniveau, bij de grote demonstratie morgenmiddag in de Oudemanhuispoort tot een pakket van eisen zullen worden gebundeld. Dat
pakket van eisen zal aan de leden van de Tweede Kamer worden aangeboden
op de vooravond van de begroting van onderwijs in de Kamer. Dr. T. de Booy heeft actief deelgenomen aan de bezettingen
van de Hogeschool van Tilburg en het Maagdenhuis in Amsterdam, voor welk
laatste feit hij binnenkort terecht zal moeten staan.
Vannacht op Binnenhof - De Booy, de spijker en de hond
Den Haag - Dr. Tom de Booy heeft vannacht om een minuut over twaalf aan
een spijker in de muur naast de ingang van de Tweede Kamer, een plakkaat
opgehangen. Hij had beoogd er een discussie opgang te krijgen over de nota-Veringa, waaruit het plakkaat citaten bevatte. Maar er verzamelden zich
rondom hem slechts enkele tientallen mensen, van wie velen er nog slechts
waren op grond van hun arbeid bij publiciteitsmedia of politie. Er ontspon
zich wel wat discussie tussen De Booy,
wetenschappelijk hoofdmedewerker van de Universiteit van Amsterdam en eens
vermaard bergklimmer, en enige jongeren, maar al kort na half een verdwenen de
eerste nachtelijke Binnenhofbezoekers. Van een afstand bleef de Haagse politie duidelijk zeer
waakzaam. Er leek echter geen kans te bestaan dat de onderneming van
De Booy die zichzelf trouwens ziet als eenling tussen studenten en gevestigde
machten in, zou uitgroeien tot wat grotere vorm. De opmerkelijkste feiten van vannacht waren
eigenlijk de ontdekking dat een spijker naast die Kameringang zit en dat sommigen mensen dat blijkbaar weten, en dat er
een loslopende hond is die zich 's nachts op het Binnenhof, als de geparkeerde auto's haast allemaal weg zijn, uitbundig weet te amuseren
met rondwaaiend pakpapier. Dat er geen hond kwam kan dus ook weer niet worden gezegd.
Ondanks het onschuldig karakter van deze demonstratie wist de televisierecensent van de Volkskrant er nog van te maken, dat we door deze demonstratie de buis hadden gepolitiseerd: "de zeer gepolitiseerde avond - de nachtelijke demonstratie op het Binnenhof - kwam in drie rubrieken aan de orde."
3 november Artikel in de Haagsche courant Dr
Tom de Booy, lid van de kaste in opstand
door Loek
Elfferich
Dr. Tom
de Booy knikte bevestigend op de vraag of hij in zijn eentje een
aanvaller-van-binnenuit op het oude universitaire bestel kan worden genoemd. Die
vraag vloeit logisch voort uit zijn opmerking: "Ik behoor nu eenmaal tot de
kaste. Nee, u niet, dat zeg ik er keihard bij. Kasteleden herkennen elkaar via
een soort signalen ". De Booy geeft in een lang gesprek flarden kijkjes
achter de schermen. Een oom is curator van de Universiteit van Amsterdam, rechtbank-president Stheeman is bevriend met de familie, een neef in het hof dat
de Maagdenhuisbezetting in hoger beroep berecht. Daartussen Tom de Booy. Lid van
de kaste maar zelf ook Maagdenhuisbezetter, en een unieke zelfs. Hij is
wetenschappelijk hoofdmedewerker en dat is nog eens wat anders dan alleen maar
student; hij is al de hele zomer bezig om óók berecht te worden .Volgende week
de nota-Veringa over de herstructurering der universiteiten in de Kamer. Rondom
de persoon De Booy is nu de gedachte gerijpt voor een actie die in de nacht van
maandag op dinsdag om één minuut over twaalf op het Binnenhof moet beginnen. De
actie 001 De gestadige aanval van kastelid De Booy ("je familie assimileert
geleidelijk met de kaste, we hebben allemaal aangetrouwde Den Texen, Boissevains.
van Lenneps, de Beauforts") is voor de gevestigde machten verontrustender dan
wat ook. Het is ook voor hemzelf moeilijk: "Ik moet absoluut zuiver zijn, de
grootste zuiverheid nastreven. Ze, de regenten, zitten er enorm mee in hun maag,
juist omdat ze weten dat ik het niet doe uit persoonlijk belang". Al in 1965
heeft hij een professoraat geweigerd. Tom de Booy is een berg aan het beklimmen, waarvan hij de
top niet in het verschiet ziet: "Ik zie geen oplossing op korte termijn ... ".
Met bergen beklimmen werd hij in Nederland bekend: tochten naar de Andes, naar
de Himalaya. Hij is nu 45, gehuwd, drie kinderen. De berg die hij nu beklimt is
de moeizame tocht naar een betere samenleving. Het is een zeer noodzakelijke
tocht, vindt hij; "Ik voorspel een catastrofe als justitie en onderwijs keer op
keer blijk blijven geven van volslagen onbegrip voor wat er werkelijk aan de
gang is. Moeten ze de culturele revolutie zó blijven onderdrukken? Dan zie ik
het hoogste gevaar". Met "zo onderdrukken" doelt hij op politie-ingrijpen en op
berechting. In zijn binnenzak koestert hij een krantenknipsel dat hij met een
bittere glimlach toont. Amsterdamse rector en Amsterdamse studenten laten via
dit knipsel de wereld weten dat zij samen op z'n heftigst protesteren tegen de
liederlijke misstanden in Mexico, waar de politie een universiteit bezet houdt.
Zo was het nog, iets meer dan één jaar geleden. "De gevestigde machten", zegt De Booy, "moeten enerzijds institutionaliseren en anderzijds de zaak dynamisch
houden. Dat lukt niet en dan kunnen ze het niet meer overzien en dan worden ze
geëmotioneerd. Dan blijkt de regentenmentaliteit, dan komt de politie en dan
weet je dat je geen antwoord zult krijgen op je vragen". Hij vergelijkt de
houding met het bridgespel: "De hoogleraar komt je in je kaart kijken en haalt
een schoppenaas uit zijn sok". Er ligt een stickertje op tafel. "Staak op 4 nov.
tegen Veringa". De Booy wijst: "Dat is fout, daar had moeten staan: tegen de
NOTA-Veringa. Ik heb tegen de man niks. Hij is ontegenzeglijk integer, hij heeft
als individu zijn vrijheid. Maar hij haalt 't - over kaste gesproken - uit
de voorraadkasten van de vorige eeuw met zijn nota. Mensen in zulke posities ...
Als er een conflictsituatie ontstaat, kunnen ze het zakelijke en persoonlijke
niet scheiden. Als ze voelen dat hun persoon wordt aangevallen reageren ze
gemeen. Nu is er in Amsterdam met de donderdag gebleken breuk tussen
wetenschappelijk staf en hoogleraren weer een nieuwe escalatie tot stand
gekomen. Dat is duidelijk te wijten aan de fout van mensen die door de
gemeenschap op verantwoordelijke posten zijn geplaatst. Mensen die uitgaan van
het principe "wat vader doet is altijd goed". Mensen die de student alleen maar
voer geven. Maar de goede jeugd, de ernstige jeugd, de verbeten jeugd voelt
intuïtief aan dat er misbruik van vertrouwen wordt gemaakt... "
Hoe herkent De Booy die ernstige jeugd? Een kwestie van onzichtbare signalen, ...
griezelig gewoon! Er is een spontane gedachte, meteen slaat het over. Een
communicatie in grijze tonen. Juist omdat ik er zelf deel van uitmaak kan ik die
signalen niet omschrijven. Evenmin als ik de onderlinge signalen van de kaste
kan omschrijven, want daar zit ik ook in. In de ban van de eigen impasse. "Die kaste - ziet hij er geen boek in? "Zeker,
maar ik
ben er nog niet rijp voor. Misschien over een jaar". Hij maakt duidelijk dat het
dan wel een ernstig werkstuk wordt, geen smulpartijtje om vast verlekkerd naar
uit te zien. "De studenten", zegt De Booy over de universiteit, "zijn zich het
eerste bewust geworden van de problematiek. Over een paar jaar is de hele
wetenschappelijke staf ook zover; het zijn er nu daarvan nog maar enkelen.
Studenten en staf hebben elkaar althans gevonden op het punt van de autonomie
die de universiteit moet hebben. Beide groepen willen opheffing van de
verschillende geledingen, beide vinden dat je als gemeenschap moet uitmaken hoe
je naar de toekomst gaat. En daartoe moet de maatschappij de kans geven". Over "Den Haag", de Kamer: "We zijn elkaars
tegenstanders niet; 't is niet parlement tegen universiteit. We zitten in een
verweven systeem, het gaat niet om Leiden tegen Amsterdam, West-Europa tegen
Oost-Europa."
NIEMAND
De Booy, Maagdenhuisbezetter die graag vervolgd wil
worden maar het nog steeds niet is, voorzitter van de wetenschappelijke staf
der vierde subfaculteit maar als zodanig op een zijspoor gerangeerd,- die De Booy is duidelijk éénling. Dat zegt hij trouwens ook zelf: "Ik heb momenteel
vijanden op het oog noch vrienden, ik vecht evenzeer tegen de studenten als
tegen de staf als tegen mijn eigen mensen hier in het geologisch instituut. Om
ze te kunnen confronteren met de problematiek. De totale problematiek is door
niemand apart op te lossen, er is een algemene bewustwording nodig. Ik zie de
zaak momenteel zo erg vastzitten ... , ik probeer
dus ermee te confronteren.
VERARMING
Hij is met zes studenten naar Corsica
geweest, ze vormden er "een geologen-commune". Er was er een die zei: ,;Wat je
ons geeft is een lege ruimte" .De Booy antwoordde: "Die ruimte is van ons beiden
en die moeten we samen opvullen. Dat is onze vrijheid".De Booy klaagt over de
verarming die hij ziet in het oontact tussen de mensen, door het systeem; hij
wijst op verontrustende tekenen als "training van politie, oefenen met traangas,
hardheid leren, samenvoeging van korpsen". Het ergste wat er nu kan gebeuren,
vindt hij: "Jongetjes van 8 van de straat opvissen, ze een kaderopleiding geven,
en ze met bommen laten gooien. Ze zouden het nog doen ook. Ja, uit de Arabische
landen hebben we hier het voorbeeld kunnen zien ... ". Het kastestelsel, hemzelf
om vattend; acht hij evenzeer een hoogst ernstige, benauwende zaak. "Deze week
heb ik over mijn positie een gesprek gehad, met mijn oom die ook curator is. Ik
had liever Nixon op bezoek gehad." Hij is op een hoogst ontspannen manier een
bezetene. "Als ik .het kan blijven opbrengen, dan ben ik geen staatsvijand
nummer een maar gewoon iemand die wij meehelpen de problemen op te lossen" .Einde
artikel Haagsche Courant
11 november 1969 Artikel in Handelsblad van M. Schouten
Agent OSM 001
en de strijd tegen de taartjes zeggers. Dr Tom de Booy: Iedereen is hier is
medeplichtig aan de slachting in Biafra
"Dit is toch wel iets om je ontzettend kwaad over te maken"; zegt dr.
Tom de Booy als ik verschrikt zijn werkkamer in het Geologisch Instituut van
de Universiteit van Amsterdam binnenstap. Hij trekt een geologisch vakblad uit
de papierhoop op zijn bureau en begint te doceren. In het tijdschrift staat een
kaartje van het gebied rond de Niger delta waar de strijd tussen Biafra en
Nigeria woedt. Het kaartje is bezaaid met zwarte stippen: "oliebronnen" legt dr.
de Booy uit. En dan wijst hij een passage in de tekst aan: "the outlook for the
future is promising" de vooruitzichten zijn gunstig. Voor de oliewinning.

Dr. de Booy, geoloog, bergklimmer, waarschuwer en demonstrant tegen plan-Veringa
"En tegelijk" zegt hij verontwaardigd, "zenden ze een
televisieprogramma uit over de Biafraanse kinderen die van jonger omkomen.
Minder geschikt voor jeugdige kijkers vinden ze dat. "Ik voel me daar
verantwoordelijk voor, ik voel me er bij betrokken. Niemand doet er iets aan.
Het Rode Kruis mag er niet naar toe, alle naties die iets te zeggen hebben doen
niets. Toch zijn er al twee miljoen mensen doodgaan en er zullen er nog twee
miljoen volgen als er niets gebeurt." Hij trekt zijn portemonnaie en
demonstreert hoe "arme huisvrouwen", na het zien van zo'n programma een gulden
uit hun beursje halen. Zo suggestief dat mijn hand ook al naar de achterzak
glijdt. "En dan denken ze dat het goed besteed wordt. Als ik nu met oogkleppen
voor in mijn 'vakgebiedje' blijf ben ik een misdadiger. Misschien wel een
naïeve,. maar ik voel me medeplichtig. En ik geloof dat iedereen die in dit land
woont medeplichtig is. Een hele hoop mensen weten het niet. Maar het is juist
dat ontbreken van informatie . Dan krijg je het " Wir haben es nicht gewusst,
wir haben es nicht gewollt." Dr. De Booy pakt een plakboek - een van de vele die
er op zijn kamer liggen - en wijst een knipsel uit Life aan: een lijst van
de honderd grootste bedrijven buiten de Verenigde staten. "Een Royal Dutch
Shell, twee Unilever, zes Philips, achtenvijftig AKU. En als je daarmee komt
worden ze kwaad. Dan zeggen: dat hoor ik altijd, dat is vuile propaganda. Maar
het is duidelijk waar de Nederlandse belangen liggen, we zijn niet voor niets
zo'n trouwe Navo-bondgenoot. Maar als je daarin gelooft, " wijzend op het Life-artikel ", in deze samenleving. dan heb je geen bezwaar tegen een plan-Maris dat de universiteiten efficiënter
wil maken, dan heb je er ook geen
bezwaar tegen om 4 miljoen Biafranen af te slachten. Maar dan kun je je als
wetenschapsman afvragen of dit wel een goede samenleving is. En daar wou ik nou
een vraagteken achterzetten." Dat is bij wijze van spreken, want dr. De Booy heeft het
vraagteken al enige
jaren geleden vervangen door een krachtige ontkenning. Hij zegt: "Verleden
jaar heb ik er moeite mee gekregen, nee, heb ik er onoverkomelijke
gewetensbezwaren tegen gekregen om mijn studenten alleen maar te vertellen:
zandsteen is zus en zo samengesteld en als dat soort processen zich
voor doen krijg je olie afzetting. De besten gaan naar Shell, die zijn al gepreconditioneerd door ons. Ik heb daar vriendjes zitten, die heb
ik hier
opgeleid, en die hebben er aan meegeholpen daar in de Nigerdelta die olie te
vinden. Maar als je nou ziet dat gegevens die je uit puur wetenschappelijke
belangstelling verzameld hebt misbruikt worden, kun je dat dan nog met je geweten
overeenkomen? Ik ben op het punt gekomen dat ik dat niet meer kan. Dus
moet je de mensen een opleiding geven, waardoor ze kritisch worden, die
ze bewust maakt van de verantwoordelijkheid van hun vak." En dit nu wordt hem kwalijk genomen. Men verwijt hem dat hij -
die als hij gewild had al hoogleraar had kunnen zijn - politiek
bedrijft op colleges die er alleen maar zijn om Shell aan. goede specialisten
te helpen: "Door het achterhouden van informatie ben ik bezig met politiek.
Dat is een eenzijdig standpunt. Als ik wel informatie geef ben ik ook bezig met politiek. Maar die politiek is meer in
overeenstemming met mijn verantwoordelijkheid als wetenschapsman." Dr. De Booy beaamt
dat hij een eenzame roepende is in de woestijn
der bèta·wetenschappen, waar het studentenvolkje nog steeds niet verder wil
kijken dan de eigen carrière lang is. In de VS kijken hun collega's al verder:
daar hebben de grote bedrijven, vooral de oorlogsindustrieën de grootste moeite met het
vinden van goede afgestudeerden. Hoe zit dat hier? Dr.de Booy: "Op het
ogenblik zitten hier een heleboel
studenten dicht voor diezelfde beslissing. Ze lopen rond met het probleem. Het
frustreert ze zo dat ze met een kater rondlopen. De oudere jaars niet, die zitten al in het
systeem. Daarvan is het
grootste deel al gearriveerd, als assistent bijvoorbeeld. Maar de eerste jaars,
en de tweede en der de jaars die ik spreek, die kijken er al heel anders tegen
aan. Ze vragen zich af: hoe moet ik me in de toekomst opstellen? Ze hebben die
twijfel in zich en
het wordt steeds moeilijker die twijfel te onderdrukken. Ze zeggen: wat moet ik nou? Ik moet toch mijn brood
verdienen.? Dan zeg ik, dan moet je je conformeren. En dan conformeren ze
zich, maar met een rottig gevoel. Als dat zich ophoopt komt er een explosie, pfam! Als men iets
onderdrukt komt er een reactie. Als je·een kind opsluit in
een kast gaat hij schoppen tot hij er uit is." "Maar zo'n explosie zou voor geen van de partijen goed zijn,
al vind ik het groeien van die twijfel een positieve tendens. De autoriteiten noemen het een
negatieve tendens, maar ik hoop dat ze gaan inzien dat, die bewustwording heel essentieel is. En
heel positief. Ik hoop dat ze inzien dat
het niet meer te stoppen os.. President Kennedy heeft eens gezegd: als een
vreedzame revolutie niet mogelijk is, dan wordt een onvreedzame revolutie
onvermijdelijk. En voor die vreedzame revolutie, daar laten ze geen ruimte
voor, die snijden ze de keel af." Ze - dat zijn bijvoorbeeld de mensen die zich opstellen
tegen de democratiseringstendensen van de universiteiten."Ik ga er vanuit dat ze het
heel goed bedoelen, Belinfante en Veringa.
Ze zitten in een dilemma. enerzijds moeten ze de efficiency verhogen voor het
continueren hiervan (wijst.op het Life-knipsel) en anderzijds zeggen ze dat ze
voor democratisering zijn. Ik moet de zaak van beide kanten benaderen en dan is
mijn slotsom dat die twee dingen niet verenigbaar zijn. En dan moet ik kiezen:
en niet voor een derde wereld die in de kou blijft staan, tot er een omwenteling
komt met veel harde klappen."
We doen een spelletje. Dr. De Booy leest telkens twee
woorden voor en ik moet zeggen welk van de twee woorden ik het meest gebruik: "Brood, of
boterhammen" "Pak of costuum!'''
"Allebei wel!' "Gebakjes of taartjes'!" "Gebakjes." De Booy: "Ik hoor het
al jij hoort niet bij de kaste."
Hij zegt dat zijn dochter van zeven feilloos de goede
woorden kiest en dat hij zelf natuurlijk ook tot de kaste der taartjes-zeggers
behoort: "Die worden geboren en sterven in het Algemeen Handelsblad. In welke
krant vind je nog zulke rijen familieberichten? Laatst was er een familielid
van mij overleden en dat hoorde ik later pas. Toen vroeg een tante: maar heb je
het dan niet in het Handelsblad gelezen? Ik zei dat ik Het Parool las, nou, dat
was ongehoord, dat doe je niet. Ik heb nu trouwens weer het Handelsblad, maar
niet voor de familieberichten." In een lang gesprek geeft hij kijkjes achter de kaste-schermen: een oom is curator van de
-Universiteit van Amsterdam, een zwager zit in het gerechtshof dat hem na -
herhaalde verzoeken als, Maagdenhuisbezetter gaat berechten, zijn grootvader Charles Boissevain
(red. moet zijn overgrootvader) was hoofdredacteur van het Algemeen Handelsblad in de tijd dat het nog een krant met
slobkousen aan was. Hij illustreert aan de hand van voorbeelden hoe de taartjes-zeggers
onvermijdelijk boven komen drijven in de samenleving en de gebakjes-zeggers er
onder houden. "Het zijn niet de 200 van Mertens, het zijn de 200 manieren
waaraan we elkaar herkennen. Signalen, die misbruikt worden. We hebben het
ook over Ons Soort Mensen, soms afgekort tot OSM, of over Mensen Als Wij." Dat
hij zich vrijwel als eenling, zeer nadrukkelijk niet wenst te conformeren
omdat de kaste eigen macht en
verantwoordelijkheid niet beseft, "dat is voor deze mensen een harde klap". Klappen die
De Booy uitdeelde door deel te nemen aan de bezetting van de Tilburgse
hogeschool, van het Maagdenhuis, door in zijn subfaculteit te willen democratiseren, door vorige week op
het Binnenhof in de nacht van maandag om
één minuut over twaalf een voorlichtingsactie te beginnen: de actie om."Heb je me-begrepen?" vraagt hij bij het afscheid.
"Ja," zeg ik, "ik geloof van wel. Ik hoop dat ik het nu ook op papier aan
anderen duidelijk kan maken." "Dat kan me niks schelen. Het gaat om jou." -
-"Oh, nou dan hebt u er weer een bij. "Ha!". Een tevreden lach
van agent OSM 001 klinkt door de kamer. In de schijnbaar hopeloze strijd tegen
de "gunstige vooruitzichten" in Biafra is weer een piepklein succesje
geboekt.
Inzet in het artikel van Schouten
Loyaliteitsverklaring
Dr. Tom de Booy (45), voorzitter van het geologisch instituut van de
Universiteit van Amsterdam, werd in Nederland bekend met bergen beklimmen:
tochten naar de Eiger, .de Andes en de Himalaya. In 1964 raakte hij
hevig geïnteresseerd in het thema van het studentenverzet: de onmacht van de
samenleving om op zinvolle wijze om te springen met wetenschap en techniek. In 1965 weigerde hij in verband daarmee een professoraat:" Het is een maatschappelijke positie
welke ik niet ambieer. Mijn ambitie is
het een steentje bij te dragen aan het geheel. Het was een situatie die je in de
oorlog ook heb gehad, dat we een loyaliteitsverklaring moesten tekenen. Dat
heb ik toen niet gedaan. Nu wilde ik de loyaliteitsverklaring ook niet
tekenen." (d.i.: de benoeming niet aanvaarden) Dit jaar was hij erbij
toen
de
hogeschool in Tilburg - en het Amsterdamse Maagdenhuis werden bezet.
Het proces-verbaal dat tegen hem is opgemaakt als Maagdenhuis-bezetter werd aanvankelijk geseponeerd. Op zijn eigen dringend
verzoek, en nadat door mej. Goudsmit (d'66) in de Kamer vragen over deze
voorkeurs behandeling waren gesteld, wordt de zaak nu in behandeling
genomen. Pogingen om zijn eigen subfaculteit, met instemming van staf en
studenten te democratiseren werden intussen verhinderd door het van bovenaf
instellen van een Instituutsbestuur. Uit brieven die hij laat zien blijkt dat
men op de universiteit eigenlijk van hem af wil. Deze week heeft bij met
president-curator mr. I. Samkalden een gesprek over zijn positie. "Maar ik ben
niet van plan zomaar te vertrekken, als ze me weg willen hebben. Ik blijf
hier gewoon zitten"..··
14 november Brief van journalist Jaap Zuidema
als reactie op artikel Agent OSM 001
Ik heb nog eens aandachtig het prachtige artikel Alg. Handelsblad
gelezen en wilde U graag wat er over schrijven. Ik ben het namelijk 100% met U
eens dat de Biafra geen "internal affair" is maar een teken aan de hemel van
onze eigen maatschappij!
21 november 1969 Reacties op het artikel
Agent OSM 001 in Handelsblad
Taartjes? Dat klinkt feestelijker!
Hoe zit dat nu met het verschil tussen taartjes en
gebakjes , welk woord is upperclass, welk niet ? Men kent het verschijnsel van de op-en
neergang van
woorden, woorden, die eens een keurige indruk maakten zijn soms zodanig in aanzien
gedaald, dat ze niet langer salonfähig meer zijn. In het interview dat M. Schouten had met dr. T. de Booy,
die eens de Himalaja beklom en thans linkse politieke paden bewandelt,
kwam dat
verschil tussen taartjes en gebakjes ter sprake. Een lezeres heeft ons dat nu
haarfijn uit de doeken gedaan: "In mijn jeugd, werd er alleen van
taartjes gesproken. Bij feestelijke gelegenheden aten wij taartjes! Tot op een
gegeven moment, ik weet niet er in welk jaar, de banketbakkers begonnen te spreken van
gebakjes. Waarom weet ik niet. Misschien, vonden zij dat deftig klinken Het woord burgerde
in en wij
spraken jarenlang van gebakjes. Een paar jaar geleden begonnen moeders met kleine kinderen .o.a.
in Baarn, (ook woonplaats van dr. T. de Booy) weer van taartjes te spreken.
Ik zelf spreek nog van gebakjes, omdat je op oudere leeftijd niet gemakkelijk meer een andere nomenclatuur gebruikt. Maar ik moet
zeggen, dat taartjes veel gezelliger en en feestelijker klinkt dan het stijf deftiger woord
gebakje
18 November. Jan Bresser, geologisch studenten en medewerker van het
Egoproject, had zich op 18 juni jl voor de politierechter had laten vervangen
door een lid van de actiegroep "Vaag"van Amsterdamse scholieren krijgt alsnog
een proces voor zijn deelname aan de bezetting van het Maagdenhuis laten
vervangen.

Jan Bresser, de geologie student en medewerker van het EGOproject heeft zich laten vervangen op 18 juni jl voor de politierechterdoor een lid van actiegroep 'Vaag', maar krijgt alsnog een proces voor zijn deelname aan de bezetting van het Maagdenhuis
9 en 25 november 1969 meegewerkt aan het programma van de Avro: Humanitaire politiek en economische achtergronden van het conflict Nigeria-Biafra Mijn deel was : research olie- en handelsbelangen en algemene politieke achtergronden. De uitzending verdiende veel lof in media. Zie voor weergave van gesproken tekst dagboek Biafra 1969/1979
5 december. Sluiting gerechtelijk vooronderzoek bezetting Maagdenhuis wetenschappelijk stafleden
12 december 1969 uitgave van Geopol Bulletin 12 December 1969 Olie uit Nigeria van vitaal belang voor West Europa Zie voor tekst dagboek Biafra oorlog 1969/1970
16 december 1969
De heer Verwey heeft aan de "Commissie Herstructurering Aardwetenschappen"
een voorstel gedaan, dat in de commissievergadering van 16 december a.s.
besproken zal worden. Het voorstel-Verwey behelst in het kort het volgende:
Algemeen.
De commissie rondt haar besprekingen af in de vergadering van 16 december
1969.
Beleid
Er wordt een landelijk interuniversitair beleidsorgaan voor de aardwetenschappen ingesteld, dat tot doel krijgt de hoofdlijnen van een
landelijk beleid aan te geven. Dit beleid heeft betrekking op alle door de
overheid gesubsidieerde instellingen op het gebied van de aardwetenschappen.Het beleidsorgaan bestaat uit 3, door de ministers van 0 &
W, resp. L & V te benoemen, personen. Aan het beleidsorgaan worden toegevoegd een onderzoeks- en een
onderwijscommissie, die geraadpleegd worden over te nemen beleidsbeslissingen. Er wordt een landelijke interuniversitaire Raad voor de aardwetenschappen
ingesteld, bestaande uit vertegenwoordigers van de door de overheid
gesubsidieerde instellingen op het gebied van de aardwetenschappen. Deze Raad,
die tevens de functie van de Sectie Aardwetenschappen van de Academische Raad
kan vervullen, heeft tot taak het beleidsorgaan te 'begeleiden' en te controleren.
Concentratie Concentratie in één instelling is wenselijk, maar slechts op langere
termijn uitvoerbaar. De nadere uitwerking wordt overgelaten aan de landelijke Raad en het beleidsorgaan.
Als eerste stap tot concentratie worden de opleidingen te Groningen en aan
de G.D. te Amsterdam opgeheven (bedoeld is waarschijnlijk: met uitzondering
van het prekandidaats bijvak onderwijs). Voor de opheffing van de Amsterdamse opleiding worden de volgende
overwegingen aangevoerd:
a) "De opleiding te Amsterdam is de opleiding met het meest algemene
patroon, zodat de desbetreffende specialismen het gemakkelijkst over te
plaatsen en onder te brengen zijn in een van de andere centra."
b) "De opleidingen te Utrecht en te Leiden beschikken over een aantal
specialismen, die nauw verbonden zijn aan de aanwezigheid van resp. het
K.N.M.I.. te De Bilt en het Museum te
Leiden."
c) "De interne moeilijkheden, die zich langzamerhand ontwikkeld hebben
in de kring van de Aardwetenschappen, mede op grond van de onzekere
toestand waaraan deze in de laatste jaren zijn blootgesteld, zijn het
grootst in Amsterdam. Deze moeilijkheden zijn alleen oplosbaar in
interuniversitair verband, en zullen, bij de tot standkoming van een
landelijk beleid als door ons voorgesteld, toch door het landelijk orgaan moeten worden
aangepakt.
De effectuering van de opheffingen is een der eerste taken van het
beleidsorgaan.
De opleidingen te Utrecht, Leiden en aan de V.U. worden gehandhaafd. De
aardwetenschappelijke activiteiten aan de V.U. mogen zich echter niet
ongelimiteerd uitbreiden. De te nemen maatregelen op het persoonlijke, zowel als het materiele
vlak, moeten snel tot uitvoering worden gebracht.
In het kader van de herstructurering moeten weer benoemingen van docenten en wetenschappelijke medewerkers mogelijk zijn,
juist in die richting, die in de toekomst een zwaarder accent zullen moeten krijgen.
Dit betekent volgens het voorstel van de heer Verwey aan de Commissie Herstructurering Aardwetenschappen het eind van de opleiding van Aardwetenschappen aan de Universiteit van Amsterdam.
------------------------
Sinds eind april 1969 had ik mij geabonneerd op het persbureau Vaz Dias
die een knipseldienst heeft. Ik kreeg dus tot eind november alle knipsels
aangaande de studenten bewegingen (Tilburg, Maagdenhuis Veringa acties etc ).
Deze heb ik ingeplakt in een 28 tal plakboeken.

In mijn kamer in Baarn liggen in mijn werkkamers vele knipsels van het Vaz Dias persbureau
In 1969 heb ik het volgende wetenschappelijke artikel geproduceerd
REPEATED
DISAPPEARANCE OF CONTINENTAL CRUST DURING THE GEOLOGICAL DEVELOPMENT OF THE
WESTERN MEDITERRANEAN AREA VERHANDELINGEN KON. NED. GEOL. MIJNBOUWK. GEN.
VOLUME XXVI-1969
Summary: The results of the petrographical analysis of detrital sediments of
Mesozoic and Tertiary age in the western Mediterranean area suggest that several
times during the geological history, before the formation of the present
deep-sea basins, important parts of continental crust have disappeared or been
camouflaged from direct observation. Tertiary tectogenetic structures of the
continental crust around the Mediterranean are abruptly cut off by the present
continental outline. These structures can not be followed on the bottom of the
deep-sea basins, which apparently are floored by an oceanic type of crust. The
present morphological features, such as the Alps, Po basin, Tyrrhenian Sea, are
the result of neotectonic (late Neogene-Quaternary) movements, the generating
farces of which may be mainly located in deeper parts of the earth. No direct
relation was found between these recent activations of the earth's crust and the
previous mobilisation patterns, such as the trend and configuration of the
Tertiary (alpine) tectogenetic province.
Op mijn publicatie in Tectonophysics van 1968 schrijft 16 februari Prof van Bemmelen aan Prof dr
J Krupicka dept of Geology University of Alberta Canada:
"Tom de Booy told me that you wrote to him an appreciatieve letter concerning
his last paper in tectonophysics. I really think that his paper is of
fundamental importance for geonomy in general and especially for the
geosynclinal and orogenic concept
Ook heeft Hubert Miller in zijn publicatie" Das Problem des hypothetische
Pazifische Kontinetes" in de Geologische Rundschau mijn stelling van het
verdwijnen van sialische korst onderschreven:
"Während der letzten Jahrzehnte war die geologische Literatur
fast ausschliesslich von der Ansicht geprägt, dass das Verhältnis der Kontinente zu den Ozeanen sich nur in einer Richtung verändern könne, nämlich in Form einer
Zunahme der Kontinentgrösse auf Kosten der Ozeane durch die Angliederung junger
Orogene. Gerade in jüngster Zeit wird aber mehr und mehr davon gesprochen, dass durch die Annahme einer ,,Ozeanisierung" kontinentaler Kruste in
manchen Erdteilen geophysikalische und geologische Beobachtungen besser in
Einklang gebracht werden können; ich erwähne hier die Arbeiten von OLSZAK (1967;
in Anlehnung an verschiedenen russische Autoren), van Bemmelen (1968), De
Booy (1968) und Scholl& van Huene (1969).
In het dagboek van het jaar 1969/1970 meer over mijn acties tegen de oorlog in Biafra.