Archief familie de Booij
Fragmenten uit de dagboeken van Hendrik de Booij, die direct betrekking hebben op het Algemeen Handelsblad in de periode, toen Hendrik de Booij van 1920-1950 commissaris was.

Kantoor Algemeen Handelsblad Nieuwezijds Voorburgwal 323-335
1920
20 juni. ± 3 uur in Amsterdam. Hoor van Alfred *) dat ik zal worden
benoemd tot commissaris Alg. Handelsblad, vermeerdering inkomen vast f 200.-, en
tantièmes minstens f 1000.- per jaar. Heel aardig.
*)Zijn zwager Alfred Boissevain, toen hoofdredacteur en directeur van het
Algemeen Handelsblad
2 juli
Vandaag commissaris van het Alg.Handelsblad en ook van de
Drukkerij Jacob van Campen. Na de vergadering op het Handelsblad de nieuwe
gebouwen van de drukkerij van Campen bezichtigd "Achterburgwal"Vele prostituees
. Deed mij sterk denken aan Bredero. In weerwil van het afstotelijke,
afschuwelijke , toch mooi door het ontbreken van schijnheiligheid.
1923
25 october. Wordt Heldring benoemd tot Directeur van het Alg. Handelsblad.
1924
25 april Alg. Ver. Handelsblad en ontv. f 375- tantième, namiddag
Herengracht 575 met Ernst Heldring,
1931
18 maart. Vergadering bij Charles op diens flat van het Handelsblad en
daarna diner bij hem. Zijn bedoeling was zijn medecommissarissen te beinvloeden,
maar hij had daarmede geen succes.
1938
Alexander Heldring is 21 september 1938 gestorven. Hij was
een zeer begaafd man, fijn van geest, dien wij als directeur van het Handelsblad
en als iemand dien wij hoogachtten, zeer zullen missen. Een gebrek van hem was
dat hij niet gemakkelijk werk aan een ander overliet. Hij kon niet opschieten
met den hoofdredacteur Von Balluseck. Ik vermoed dat dit niet geheel de schuld
van laatstgenoemde was. Ik hield van Heldring.
1939
4 december. Naar het Handelsblad waar Planten [directeur van het
Algemeen Handelsblad] mij zegt dat een aantal officieren kamerarrest hebben
wegens NSB of Duitse neigingen. Dat het optreden tegen de NSB erg zacht is en
dat deze zachtheid misschien haar grond heeft in vrees voor Duitsland, dat men
niet wil kwetsen. Is De Geer een krachtige figuur vraagt men zich af. De geest
van de troepen is goed, zegt Planten, maar zal dit geest goed blijven als de
ontberingen komen
1940
28 maart. Naar het Handelsblad. De toestand hetzelfde, d.w.z. slecht, wat de
advertenties betreft. Het papier zal niet hoger dan 9,75 worden, wat nog
meevalt, daar het papier in het buitenland al 13 kost. Met de abonnementen gaat
het goed.
30 april Nederland is nu geheel in Staat van Beleg. Ook de
persvrijheid is gebreideld. Het Handelsblad heeft over 1939 een verlies van ruim
1 ton, ofschoon het met de exploitatie behalve de advertenties heel goed gaat.
We hebben 2000 meer abonnees dan vorig jaar. Van Tom vernomen dat het al mooi is
als wij een Duitse aanval enige dagen kunnen tegenhouden. Dit valt mij tegen en
ik kan het mij nog niet goed begrijpen.
11 mei. Naar kantoor en Handelsblad. Op 't Handelsblad gehoord dat om 11 uur
een bom is gevallen op een huis aan de Blauwburgwal en dat er vele doden en
gewonden zijn. Dat er gevochten wordt in het Noordeinde Den Haag en hard
gevochten te Rotterdam aan de Coolsingel. Dat Rotterdam voor een deel in brand
staat.
25 mei, de elfde dag van de bezetting. Gisteren vergadering van
het Handelsblad en daar o.a. gehoord dat het plaatsen van de joodse medewerkers
bij Kunst, Wetenschap enz., op verlangen van de Duitse overheid is geschied; ik
hoorde ook dat Joodse annonces van overlijden, kennelijk als gevolg van
zelfmoord, niet mogen worden geplaatst, dat de Telegraaf de Joodse medewerkers
heeft ontslagen, wat ik volkomen verkeerd acht, de Duitsers uitlokkende tot
andere daden van discriminatie. Iedere dag wordt men wakker met het drukkende
gevoel: we zijn onder de Duitsers, we zijn niet langer vrije onafhankelijke
Hollanders. Het is een rust te denken vat we nog een Koningin hebben met een
Regering die werkt voor onze onafhankelijkheid en ook voortvecht met onze Marine.
23 september. De voorzitter van de Ned. Dagbladpers, Henny,
heeft op verlangen van het Duitse beheer zijn ontslag genomen. Onze directeur
Planten heeft een vergadering bijgewoond waarbij vele directeuren van bladen
tegenwoordig waren. Op zijn herhaald vragen is eindelijk gezegd dat de bladen
zullen geleid worden in nationaalsocialistische richting en dat de wijze van
doen in de Persraad zal zijn volgens het Führerprincipe. Kars is dus de Führer.
Toen gevraagd werd of iedereen het ermee eens was, dat Planten de enige die
opstond en zei dat hij er zich niet mee kon verenigingen.
7 october Half twaalf Algemeene vergadering Handelsblad Leiding door van
Eeghen was heel goed. Een aandeelhouder Opel vereenigt
zich niet met de houding van het Handelsblad dat die z.i geheel vrij van
politiek moet zijn. Een andere aandeelhouder : Fennma brengt hulde aan de directie en
redactie.
1941
17 maart
Op 10.30 vergadering van het Handelsblad. Die
vergaderingen zijn dikwijls interessant. Ik ben nog steeds secretaris, reeds
sedert 1922.
9 juni. Gisteren was ik te Amsterdam en hoorde in de trein van
Planten het droevige bericht van de gevangenneming van Von Balluseck en Boskamp.
Ze werden maandagmorgen gevangengenomen na een onderhoud in het gebouw van het
Handelsblad. Planten bracht daarna de hoofden van het personeel in kennis met
het feit.
12 juli Had een gesprek met Ot (zijn schoondochter) die de
stelling verdedigt om vooral vast te houden aan principes, ook als dit de totale
ineenstorting of vernietiging van een bedrijf ten gevolge heeft.
15 juli Gisteravond had ik 7.45 een bespreking betreffende het
Handelsblad
met van Eeghen. Mr P. (Planten)brengt daarbij verslag uit omtrent zijn
onderhoud met den
perschef Drevens in den Haag. De eisch is dat Hoogterp waarnemend hoofdredacteur
zal zijn en van Dijk onderdirecteur. Aan P wordt verzocht aan tet blijven als
directeur. Commissarissen zijn functionarissen voor welke geen belangstelling
wordt gevoeld,. Het Duitsche beheer heeft daarmee niet te maken. Dus rust
uitsluitend op P., de verantwoordelijkheid. Hij moet beslissen en wel voor morgen
3 uur . De aanstelling van S.S.Hoogterp en van Dijk zal dan eventueel door P. geschieden. Het is begrijpelijk dat een besluit van commissarissen en directeur om
ontslag te nemen dan door het Nederlandsche volk het liefst zal worden gezien
Hedenmorgen na het ontbijt naar Planten gefietst vind hem nog thuis Hi is
een uitstekende kerel, hoogst betrouwbaar, integer, met een scherp verstand. Wij
kunnen dankbaar zijn dat wij hem aan het Handelsblad hebben. Ik denk dat hij zal
besluiten aan te blijven wat zeker een opluchting zal zijn voor het personeel.
23 augustus Naar de Algemene Vergadering van het A.H. blad . Er waren 2
aandeelhouders waarvan1 genaamd Opel die een aantal vragen deed, die van E. op de
hem eigen wijze werden beantwoord. Zoo
vroeg die aandeelhouder waarom 16 juli niet een portret en levensbeschrijving van
Hoogterp in het Hbl had gestaan.
8 oktober. Ot [schoondochter] had gisteren in de trein vlak bij
NSB'ers gezeten en was onder de indruk van hun enthousiasme, het geloof in hun
taak. Ot is zeer principieel en ergert zich aan al het halve werk aan onze
zijde, het buigen voor de Duitsers ook als dit niet zou behoeven. Het is
natuurlijk waar dat de Duitsgezinde partij het wat het tonen van hare gezindheid
betreft heel wat gemakkelijker heeft dan wij. Zodra wij iets tonen worden wij
ingerekend. Het grote vraagpunt is denkelijk: moet ik blijven en bukken met de
hoop dat dit kort zal zijn of moet ik mij verzetten met prijsgeving van de zaak
die men dient. Zo is het bijv. bij het Handelsblad waar de redactie is versterkt
of voorzien van een aantal Duitsgezinde redacteuren die de inhoud van het blad
volmaakt hebben gewijzigd, althans wat de politieke artikelen betreft. Het
aantal abonnees was tot 37000 verminderd (van ruim 59000). Deze vermindering
vind ik niet eens groot. Ik zou wel weg kunnen gaan maar vind dat ik het eerst
kan doen als ik meen dat het goed zou zijn zo wij allen gingen. Door te
blijven kan de directeur nog enigszins de belangen van het oude personeel
behartigen en door ons aanblijven blijft althans de courant als instelling
behouden.
(Dit is de eerste uiting van het grote onbehagen dat het
aanblijven als commissaris van het Algemeen Handelsblad voor mijn grootvader
betekende. Hij is er altijd over blijven piekeren, ook na de oorlog).
20 november. 's Avonds een vergadering van het Handelsblad bij van
Eeghen
1942
Zaterdag 18 juli Wij logeren sinds gisteren in het
huis van Tom en Ot Catslaan 3 Aerdenhout (...) Hier merkt men niets of weinig
van de Joden
vervolging te Amsterdam. Als al die moeilijkheden achter de rug zijn en wij
weder vrij ademen en kunnen en spreken en onze eigen vlag en onze eigen
regeering, dan zullen wij ons afvragen heb je in moeilijke oogenblikken je
plicht gedaan, heb je beantwoord aan de de verwachtingen. Wat het handelblad
betreft kan ik daarop naar ik geloof met ja antwoorden al hebben misschien vele
zich verbaasd dat wij aanbleven. Er zijn misschien velen die aanblijven goed
keuren ja zijn er die het aanblijven bewonderen als een daad van moed en in ieder
geval het aanlijven beschouwen als een daad waartoe men na verstandig overleg
moet komen Er deed zich nu iets voor waarover wij in twijfel verkeerden en die
twijfel is nu opgelost, wat een gelukkig gevoel van zekerheid
geeft
29 september Vergadering Handelsblad herbenoemd tot Commissaris in de
Alg. Vergadering van het Handelsblad, ook van Heldring Co en Jacob van Campen.
Van Handelsblad 35 menschen werden aangewezen voor
Duitschland van Telegraaf 86 menschen. Er zijn 3 meisjes bij die van het
Handelsblad . Allen zeer onder de indruk.
20 november. 's Avonds een vergadering van het Handelsblad
bij van Eeghen.
1943
18 maart Mooi weer. Zon. Naar het Handelsblad. Daar gezien
hoe op de NZVoorburgwal een 50tal mensen die dicht bij het Handelsblad hadden
staan praten, of wellicht handelen, werden aangehouden en opgebracht door
politie in burgerkleding, gewapend met revolvers, die deels duits, voor een
ander deel hollands spraken. Vermoedelijk waren onder de aangehouden mensen
"zwarte" handelaars die door de jongste verordening op de bankbiljetten grote
verliezen lijden. We zagen ook een jood tegen de grond gooien en aanhouden. Het
ging gepaard met schieten. Aangezien ik op weg naar het Handelsblad door de
groep mensen kwam die werd aangehouden, heeft het maar weinig gescheeld of ik
was er ook bij geweest. Het was een droevig gezicht onze landgenoten met de
handen omhoog te zien wegvoeren. Ook in de Paleisstraat werd nog geschoten. Er
ging toen juist een bruiloftsstoet door de Paleisstraat.
1944
9 maart. Heden een blaadje in de bus gevonden, waarin o.a. het
volgende voorkomt: ... er is het besluit genomen (in Frankrijk) na de verjaging
van de Duitsers alle bestaande Franse dagbladen die met de vijand geheuld
hebben, te onteigenen. Ik denk natuurlijk aan het Handelsblad en mijn band
daarmede, al is de uitdrukking 'heulen met de vijand' op ons niet toepasselijk.
Maar er zullen zeker mensen zijn, en zeker bij hen die deze blaadjes verzenden,
die er anders over denken.
3 september. De blijde verwachting waarin wij leven wordt bij mij bedorven
door het onaangename gevoel nog te zijn verbonden aan het Handelsblad, al zijn
de motieven die daartoe hebben geleid ook te loven en hebben wij ons niet te
schamen. Maar nu is gekomen de begrafenis van Van D[ijk], vooral het feit der
kransen die men ons laat geven, terwijl wij er niets van wisten.
4 oktober. Naar Handelsblad waar ik met Planten sprak en te 11.58 vertrokken.
Heel hard aangestapt en ten 12.31 thuis, dus 33 minuten, hetgeen mij een mooie
tijd lijkt voor een 77 jarige.
13 december Een beroerd artikel in het Hbld en een nog
veel beroerder in de Telegraaf doet mij weer met zorg denken aan de toekomst van
het Handelsblad, maar als ik goed nadenk kom ik weer tot rust.
1945
28 april.
Gisteren om 11 uur een vergadering van het Handelsblad, waarin Von
Balluseck hoofdzakelijk aan het woord. [volgt een uitvoerig verslag over de te
verwachten maatregelen na het vertrek van de Duitsers]. Ik bewaar een aangename
indruk van de goede leiding door onzen voorzitter Chr.P. van Eeghen, die met
onverstoorbaar goed humeur en met geestige (werkelijk geestige) invallen zijn
woorden kruidt. Hij heeft een zeer helder hoofd en een stalen geheugen.
4 mei. Had heden een vergadering van het Handelsblad. Zag op weg naar die
vergadering verscheidene uitgehongerde mensen van de lagere volksklasse, mensen
met vale gelaatskleur, gescheurde kleren, een familie van vader, moeder en 3
kinderen de blijkbaar aan een deur wat brood hadden gekregen en dit verdeelden
en verslonden.
19 mei. 's Avonds 8 uur vergadering Handelsblad bij Van Eeghen. Ik wandel er
in een uur heen. Daar hoor ik een verhaal van Six die een vergadering heeft
bijgewoond gearrangeerd door het Militair Gezag waarin o.a. het zogenaamd plan
van Van Mook werd ontvouwd over de oprichting van een In- en Exportmaatschappij
voor Indië. Vermoedelijk is het plan van Van Mook ontstaan onder de invloed der
Britten en Amerikanen. De Amerikanen bepalen hoe groot het leger zal zijn dat
wij zullen overzenden om ons Indië te heroveren. Ze zullen ons later een
rekening indienen die wel zal bestaan uit beiden ter verkrijging van bepaalde
gebieden. Dit zijn zo ongeveer de klanken die tot mij komen. Niet zo vrolijk
maar begrijpelijk. Het hoofdpunt van de vergadering was de oprichting van een
los van het Handelsblad staande nieuwe courant, waarvan Von Balluseck de
redactie zou leiden. Bos en Van Eeghen (geloof ik) zullen nog naar Stikker gaan
om te weten te komen of hij ook een nieuwe courant gaat oprichten (want de
Telegraaf is ook geblokkeerd).
21 mei 's Avonds komt Boskamp en vertelt dat de kring Stikker en zijn troep het
kapitaal zal fourneren voor de nieuwe courant die als een Stichting onder Von
Balluseck en Boskamp onder de naam van "Het laatste Nieuws" zal verschijnen
zodra de goedkeuring verkregen is. Daarover zullen wij morgenavond vergaderen.
22 mei. 's Avonds vergadering Handelsblad. Er is een conferentie
geweest met Stikker, die het voor een nieuwe courant benodigde kapitaal van 1
ton heeft ter beschikking gesteld, maar die de wens uit de heer Goedemans (ex
Telegraaf) aan die courant te verbinden en ook verder een band met de Telegraaf
wenst. Wij komen tot de conclusie dat het aanbod zeker in deze vorm
onaanvaardbaar is.
24 mei. 's Middags 3.30 vergadering Handelsblad bij Bos op de
Herengracht 310. 't Is een wandeling van circa een uur. In de vergadering
vertelt Von Balluseck dat de stemming in Den Haag nu weer geheel is gewijzigd.
De perscommissie zal niet verschijnen maar een tribunaal. De normen zullen zeer
hoog gesteld worden. De kansen op verschijnen van Handelsblad of een nieuwe
courant zijn zeer gering. Gerbrandy gelooft dat men in Nederland tevreden is met
de Pers in haar huidige gedaante. Wij zullen nu een aantal vooraanstaande
Amsterdammers trachten te bewegen tot het doen horen van hun mening in strijd
met de gedachten van Gerbrandy.
26 Mei. Ik ontmoet Van Eeghen en hij brengt mij in kennis met enig verheugend
nieuws, hij heeft dadelijk weerklank gevonden bij De Boer die bereid is
persoonlijk met Stikker naar Den Haag te gaan. Het bleek bij het gesprek dat
Stikker Goedemans volstrekt niet wenste. Verder kan er een gentlemens agreement
komen tussen Handelsblad en de groep van personen die de nieuwe courant zal
oprichten.
8 juli. Rotterdammer en Handelsblad mogen beide een courant
uitgeven, maar niet onder eigen naam. Rotterdammer heeft verklaard het dan niet
te doen en nu vertelde onze voorzitter dat Von Balluseck nu ook weigerachtig zou
zijn om die nieuwe courant, hoe die dan zou heten, 'het laatste nieuws'
misschien, uit te geven of liever daaraan als hoofdredacteur te werken. En de
combinatie Stikker is het juist om Von Balluseck te doen, een ander wil zij niet
hebben.
10 juli. Onderhoud met Van Eeghen [Chr.P.] Hij is een
heer, dat merkt men telkens als men zijn houding ten opzichte van Planten
waarneemt. Zij die het land aan hem hebben nemen slechts rekening met zijn
schijnbare ongevoeligheid, het gebrek aan het spontante, het koude, dat hem
kenmerkt, maar rekenen niet met zijn eerlijkheid, zijn bijzondere scherpe
verstand en zijn humor..
30 augustus. Het Handelsblad komt zaterdag al uit onder de
oude naam van Het Algemeen Handelsblad met D.J. von Balluseck als hoofdredacteur
Boskamp is beheerder en het verschijnt in de vorm van een Stichting die
bestuurd wordt door de HH Sticker en enige anderen. Wij, commissarissen, Van
Eeghen, Bos, Six en ik, en de directeur Planten, zijn voorlopig nog lucht.
10 september. Om 3.30 uur hadden we een vergadering van
commissarissen van het Algemeen Handelsblad, waar eerst de moeilijke zaak met Terwee werd behandeld. Deze directeur van Jacob van Campen weigert Boskamp, die
tot beheerder van de N.V. het Algemeen Handelsblad is aangesteld, inzage te
geven van de stukken die hem een beeld moeten geven van de gang van het bedrijf.
In plaats van deze stukken over te leggen heeft hij een klacht over Boskamp
ingediend bij de Regeering (de Heer Beekenkamp). Hij beschuldigt hem
daarin "de Duitschers te hebben achterna geloopen om gedaan te
krijgen dat de Deutsche Zeitung bij het Handelsblad zou worden gedrukt of gezet."Aangezien wij, commissarissen, door de aanstelling van Boskamp buiten functie
zijn gesteld moet deze zaak door Boskamp zelve, zonder onze bijstand, worden geklaard. Verder kwam Von Balluseck die wel erkende fouten te hebben begaan
inzake het interview dat hij J.H. Huizinga te Londen had toegestaan [In Vrij
Nederland gepubliceerd], doch die geen enkele maal zeide dat dit hem zeer erg
speet. Hij stelde zich op het standpunt dat de houding van Directie en
Commissarissen principieel onjuist was geweest, dat zij dus door af te treden
principieel de juiste houding zouden hebben aangenomen en men nu een houding
hadden genomen die hij tactisch noemde in contrast met principieel. Dat voor die
tactische houding vele verklarende oorzaken en feiten waren te geven doch dat
daarmede niet kon worden goed gepraat dat die houding principieel onjuist was geweest. Vergeefs trachten wij hem op die
bewering te doen terugkomen doch hij
bleef er bij. Ik wees hem op de houding van Generaal Winkelman die capituleerde
omdat hij na het bombardement van Rotterdam voorzag dat den Haag en wellicht
andere steden hetzelfde lot zouden ondergaan. Colijn heeft in de Standaard over die houding
van generaal Winkelman een een ander gezegd. Hij heeft twijfel uitgesproken of zij
wel de juiste was geweest . In ieder geval was het een houding
van toegeven aan de eischen der Duitschers met het doel daarmee zwaarder
leed voor het Hollandsche volk te voorkomen, evenals de Directie en Commissarissen deden t/o van het
Handelsblad. " Dat was heel iets anders ", zei von B. Ik zei hem ook het
niet met hem eens te zijn, als onze houding slap of meegaand werd genoemd
in tegenstelling tot een principieele. Hij had Huizinga een brief geschreven waarin hij
een gedeelte van zijn beweerde beweringen trachtte recht te zetten, was
bereid een brief aan hem te schrijven met het verzoek die op te nemen in
Vrij Nederland maar zij wezen het aanbod van de hand, verkozen dat hij ons een
brief zou schrijven, dien we zoo bij de berechting het stuk in Vrij Nederland in het
geding zouden kunnen toonen. Het verzoek om die brief vóór de vaststelling mogen
zien, wees hij van de hand, zeggend dat hij niet gewend was wat hij schreef
aan de goedkeuring van anderen te onderwerpen, tenslotte zou hij dan toch zoo
goed zijn er met Planten over te spreken. Planten was afwezig wegens
een vergadering van dagbladdirecteuren te Leiden. Van Eeghen was eenige
malen met hem (v B) in debat geweest o.a., als hij zeide dat zuivering er moest
zijn als maatregel van orde en von Balluseck toonde soms kenteekenen van lichte
geraaktheid. Hij zeide ook zijn eigen houding op 15 mei 1940 af te keuren.
Hij had, zodra de Duitsers aan het bewind kwamen moeten aftreden, waartegen Six
opmerkte dat hij juist door zijn aanblijven en vaderlandslievende artikelen onze
bewondering had gewekt. Het resultaat was dat men met hem niet kon redeneren en
door dit te blijven trachten, de kloof steeds dieper zou maken. Ik kan mij nu
beter de mening van Alexander Heldring begrijpen, die Von Balluseck een "in alle
opzichten onbetrouwbaar mens" noemde, niet omdat ik geloof dat hij "kwaad opzet"
pleegde, doch omdat zijn karakter nu eenmaal "ontrouw" is. In den brief die hij Huizinga schreef stond "Dat hij nu het Handelsblad weder op poten had gezet en
over een paar maanden zou zien wat hij zou doen" (dit stond aan het slot van de
brief, welk slot eigenlijk niet bestemd was voor de ogen van Van Eeghen, maar
dat hij toch zag). Hij heeft dus blijkbaar plannen om het Handelsblad te
verlaten voor iets anders. Al die jaren van de oorlog heeft hij inkomen van het
Handelsblad genoten, nooit heeft hij ons in kennis gesteld met zijn mening over
onze houding.
Six bracht mij naar huis met zijn auto. Six heft den geheelen oorlog het archief
van de illegale partij in zijn huis gehad. Men kan hem dus
werkelijk niet "bang" noemen wat wel eens wordt gedaan. Zijn
voorzichtigheid sproot waarschijnlijk voort uit zijn groote kwetsbaarheid.
25 september. Naar Handelsblad om te spreken met Boskamp. Hij toont mij een
brief van Von Balluseck aan Planten waarin hij naar zijn mening het interview
met Huizinga corrigeert. [ . . . ] Von Balluseck eindigde zijn brief aan Planten
met de verzekering dat hij hem een oprecht warmvoelend Vaderlander achtte, wiens
beleid gedurende de oorlog door commissarissen is geëerbiedigd.
21 november. Om 11 uur vergadering in het gebouw van het
Handelsblad. De leiding van de vergadering door Van Eeghen was weder
voortreffelijk. In Chr.P van Eeghen bewonder ik de volkomen rust bij het leiden
van vergaderingen, waarbij dikwijls ingewikkelde vraagstukken van rechtskundige
aard vlug tot oplossing moeten worden gebracht. Ik kan hem daarin niet evenaren
of op zijde streven, weet slechts van tijd tot tijd door intuïtie of gevoel
invloed uit te oefenen. En dat is het wat bij v.E. wel eens schijnt te
ontbreken. Met opzet zeg ik "schijnt" omdat ik geloof dat het gevoel er wel is.
1946
10 december Gesprek met Paul den Tex op de hoogte van de Dam. Wij
spreken over het Handelsblad en over zijn houding in 1941 en later. Hij zegt dat
het wel gemakkelijk is kritiek uit te oefenen als alles is afgeloopen.
Hij duidde op de mogelijkheid dat zou zijn besloten het Handelsblad te sluiten, het
personeel te ontslaan en de persen onbruikbaar tet maken. Planten vertelt mij uit
een brief in het geheime dossier van Goedewaagen blijkt of zou blijken dat Blokzijl; de aanlegger is
van het gebeuren bij het Hldsbl het gevangennemen van von B., en Boskamp. Dat de
order wat dat Planten zou kunnen blijven als hij dit niet wilde zou hij
onmiddellijk als directeur moeten worden vervangen door van Dijk en het
Handelsblad zou niet stop mogen worden gezet, Gesproken over en al of niet
wenschelijkheid van aanvaarding van een verdediger van onze zaak Hlbd.
1947
5 januari Ik was in het Concertgebouw waar Rutten mij zeide:"we komen
binnenkort op 't matje, is 't niet?" en lachte. Ik had hem gaarne dadelijk
vermoord
7 januari Wij komen 15 en 16 januari voor de commissie perszuivering op
het Stadhuis. Donderdag een onderhoud op het Handelsblad met advocaat Heldring
8 januari Een groote enveloppe met opgave van stukken en advertenties in
het Handelsblad zijn gedrukt gedurende het tijdvak oct. 1941 tot de bevrijding.
"Het ligt in het voornemen van den voorzitter om bij dezelfde gelegenheid de in art 2 van het
Tijdelijk Persbeleid besluit 1945 geregelde procedure tot definitieve ontzetting van
recht tet voeren".
10 januari Gisteren om 4 uur een
bijeenkomst op het Handelsblad met onzen advocaat mr. Heldring, zoon van
Alexander Heldring, wijlen den in 1938 overleden directeur van het Handelsblad.
Hij maakt een alleraangenaamste indruk, doet mij in zijn wijze van spreken
denken aan zijn Vader. Hij deelt een en ander mede over de wijze van behandeling
van onze zaak. Hoe de voorzitter Mr. Vonkenberg een felle man is,
antirevolutionair, die vooral niet voor "Zuiveringmoe" wil worden aangezien. Het
feit dat commissarissen en Directeur komen uit een kring die men "uitgelezen"
zou kunnen noemen, heeft den voorzitter geneigd tot een "flink aanpakken".
Heldring vertelt dat het vonnis al klaar is. We krijgen "een flinke douw" maar
krijgt de Commissie een gunstige indruk van ons dan kan daarin verbetering ten
goede komen. Hij beveelt verder aan daden die tegen de Duitsers gericht waren,
particuliere daden, vooral niet te verzwijgen. Het is wel een eigenaardige
rechtspraak waaraan wij zijn onderworpen.
Wij zijn allen zeker van de hoogte van ons standpunt. Heden vrijdag kwamen wij om 11
uur in een klein kamertje waar een aantal NBSer met bewakers aantroffen, mede beklaagden. Wij begaven ons raad
daarom niet in dit kamertje, maar wachtten er buiten en ontmoetten de heer van
Aalst secretaris van de Commissie die vriendelijk gewezen persman bleek te zijn. Er
worden handen geschud en wat later
vetrokken de NSBers weder begeleid door hun bewakers, want het bleek dat de
stukken nog onderweg waren van Rotterdam naar Amsterdam. Eindelik kwam een
motorrijwiel met de stukken en konden wij, gezeten in het kleine kamertje er
kennis van nemen
14 januari Ik werd gehuldigd op de Reddingmij en had ik
daarna een vergadering op het Handelsblad me Mr Heldring, onzer verdediger
tegenover de Perszuiverings commissie. Hij geeft ons raad en verstrekt eenige
inlichtingen omtrent de Voorzitter en andere leden van de Commissie, heeft
tezamen met Boskamp met een lid van die Commissie en diens vrouw gedineerd bij welke
gelegenheid vrijuit over de zuivering werd gesproken. Dit lid was de heer
Pleizier getuige-deskundige, die belast is met het stellen van den eisch. Als
gesproken wordt over de mogelijkheid Planten direct in zijn positie te herstellen zegt
Plezier: "dat kan ik toch niet verantwoorden tegenover mijn vrienden van de
illegale partij".Hedenmorgen om 8 uur per tram naar Stadhuis en daar, nadat
een zaal in orde gemaakt, deze binnen gegaan en gaan zitten op de eerste rij. De
Voorzitter Mr Vonkenberg is een flinke, krachtige man van omstreeks 50 jaar,
advocaat te Gorkum. Verder zitten Woensdag aan de tafel: rechts en links van den
Voorzitter een lid, verder aan het ene hoofd de griffier van Aalst en aan het
andere hoofd de getuige-deskundige Pleizier. Er moet nog een dame lid zijn,
heden niet aanwezig.
22 januari [over de rechtszitting betreffende het Handelsblad].
Nu is alles alweer lang voorbij en we kijken terug op twee lange zittingsdagen.
Op den tweede dag was ook het vrouwelijk commissielid aanwezig. Dit was
een mej. Ebbinge, geloof ik mr in de rechten, zegt men. De eerste dag duurde van
9 uur tot 10.30 's avonds, de tweede dag van 9 uur tot 5 uur n.m. De commissie
gedroeg zich van het begin tot het eind fatsoenlijk. Six was zoo vriendelijk mij
heen en weer te brengen met zij auto. Op den 2 den dag vond ik thuis Olga en Tom
en konden we Six de mooie oorkonde toonen die de Reddingmaatschappij mij schonk.
Ja dat was een mooie plechtigheid, waarbij Koning mij hartelijke toesprak. Hij
sprak lang en ik kon niet alles verstaan omdat hij vlug spreekt. Ik weet
werkelijk niet hoeveel; deugden mij niet werden toebedeeld. Ik was er door
geroerd en antwoordde een beetje onbeholpen. Van die vergadering ging ik naar
die bijeenkomst met Mr Ernst Heldring in het Handelsblad en ik wist dat ik de
twee volgende dage voor het gerecht der Zuiveringscommissie zou moeten zitten.
Het was een lange zaak al die verhoren te zien afnemen. Hoogterp is zo'n figuur
als je in Dostojewsky tegenkomt. eerlijk, overtuigd en tegelijk onbetrouwbaar.
En dan die langdradige manier, bepaald een onsympathiek kereltje. Ik bewonderde
het geduld van den voorzitter. Wij kwamen op de tweede
dag aan het bod. Herhaaldelijk noemt men ons trouwe of puike vaderlanders of zoo
iets dergelijks maar de getuige-deskundige die ten slotte, nadat Boskamp en
verscheidene andere allerlei moois van Planten hadden verteld, eischte voor
Planten 4 jaar 9 maanden ontzegging van het recht belast te zijn met de leiding
van een dagblad ingaande 5 mei 1945 omdat wij maar op het oog hadden gehad op
personeel en de zaak dan op het Vaderland of de natio. De beslissing valt over 14 dagen
dus dat is op 30 januari en zal ons worden toegezonden.
Als de beslissing ons niet bevalt zullen we zeker hoger beroep aanvragen. De
hele zuivering is mij een pak van mijn hart. Zeer duidelijk is gebleken dat
Planten een beste kerel is. Ik vond de laatste dag een feestdag voor hem, maar
ook voor ons. en sterker nog dan ooit waren wijk er van overtuigd dat wij de
juiste houding hadden aangenomen. Ernst Heldring was een goede en overtuigende
verdediger ook door zijn rechtschapen persoonlijkheid. Hij wees vooral op de
fictie van art. 2 van het perszuiveringsbeleid waaruit zou moeten blijken dat
ieder die blijft zitten, daarmee het bewijs levert genoegen te nemen met de
nationaalsocialistische inhoud die de courant aannam.
30 januari Van Planten vernomen dat de Commissie
van zuivering op den eisch van de getuige deskundige nog wat zal toeleggen.
Commissarissen zullen 2 jaar en 9 maanden aan zich zien toebedeeld en Planten naar ik meen
te hebben gehoord 5 jaar in plaats van de 4 jaren van den
eisch. Hieraan moet men nog even wennen. We waren net gewend aan die eisch en
nu
zal dit er nog bovenop komen. Het is wel een groot geluk dat er geen kwestie is
van wroeging of schaamte dat wij: Planten, van Eeghen, Six , Bos en ik de volle
overtuiging hebben goed gedaan te hebben en een goedkeuring van ons beleid hebben
verdiend in plaats van afkeuring . Ik ben dankbaar nu dit eenmaal gebeurd is,
dat ik daarbij ben betrokken geweest. Het zal mij benieuwen of de Vereeniging van
Oud zeeofficieren zal doen waarvan ik lid ben, waarvan naar ik meen ook Jim lid is
en Jim is misschien mede verantwoordelijk voor de redactie van het reglement op de
perszuivering die mij veroordeelt. Wij hebben een oorlog meegemaakt in een
bezetland, daaraan moeten wij al die verschijnselen zoals de perszuivering en
ander kenmerken van rechteloosheid toeschrijven
5 februari. Heb getracht heden mijn rechters van de
zuiveringscommissie te tekenen, in het midden de imposante figuur van den
voorzitter, grijzend haar, een volle kop met haar, een regelmatig gezicht, sterk
lichaam, brede schouders, groot van gestalte, oud tegen de 60, rechts en links
van hem de leden, rechts een jongeman met rood gezicht, brillenglazen, links het
vrouwelijk lid der commissie, rosachtig haar bleek gezicht, niet lelijk, dan een
tweede jongeman met een schraal gezicht en naast hem den griffier, een goedige
jongen, erg trots op het werk dat hij gedaan heeft door het inrichten van al die
dossiers. De voorzitter rookt een sigaar, het vrouwelijk lid cigaretten, waarvan
zij de rook in grote wolken boven zich uitblaast, de griffier (Van Aalst) zit
met een pijp in zijn mond voortdurend de zaal in te kijken en mengt zich niet in
de gesprekken of vraagt niet het woord. [Later bijgeschreven: de voorzitter
had bij de opening van de vergadering verzocht niet te roken, stak daarna
rustig een sigaar op.] Aan het andere hoofd ten slotte de
getuige-deskundige, die de eis zal indienen. ook met een pijp, Pleizier, ook een
jonge man, met vrouwelijk uiterlijk. Van dit gezelschap zou een geestige
tekening kunnen worden gemaakt, maar ik kan het niet, ik heb die tekening
wel in mijn hoofd maar niet in mijn vingers. Dan de tragische figuur van
Hoogterp de NSB hoofdredacteur.
6 februari Gister belde Boskamp op deelde mede dat hij uit goede bron had
vernomen dat commissie van zuivering op de maatregel voorgesteld in den
eisch zal toeleggen en wel zo dat Planten 5 jaar ontzegging zal krijgen
en commissarissen 2 jaar en 9 maanden beide ontzegging ingaand 5 mei 1945. Hij zal
nu nog naar den Haag gaan om te spreken over de mogelijkheid van hoger beroep. Dat
wij de volgende week moeten samenkomen om over Planten te spreken: zijn
benoeming tot directeur van Jacob van Campen.
11 februari. Als wij slapen gaan zetten wij gewoonlijk om 10 uur
even de radio aan en warempel daar kwam het: "de commissie van de perszuivering
heeft strenge straffen toegepast op personeel van het Algemeen Handelsblad, dat
gedurende de oorlog na l941 tot het einde is blijven doorwerken."Dan volgden de
namen van al die NSBers en andere personen die zware straffen kregen van 20
jaren en zonder enige onderbreking volgden daarop de namen van de directeur
Planten en van de commissarissen, beginnende met H. de Booy en dan Six, Van
Eeghen Bos, die 2 jaren en 2 maanden ontheffing kregen van het recht een
leidende functie bij het Handelsblad te vervullen. Het is een merkwaardige
sensatie te ondervinden dat je naam over geheel Nederland en de rest van de
wereld, tot in Indië en Amerika toe, wordt genoemd als iemand die verkeerd heeft
gehandeld en een foutieve houding heeft aangenomen tegenover het Vaderland
en dat je daarvoor wordt
bestraft Ik
sliep zeer goed en ook op mijn lieve vrouw maakte het niet zoveel indruk dat zij
er wakker van bleef. Toen ik wakker werd, tegen 8 uur 's morgens, waas het
echter niet Indië waaraan ik het eerst dacht. Ik had gedroomd van Six, en ik
dacht het eerst aan dat radiobericht van de vorige avond. Daarom vroeg ik Hilda
de uitzending van 8 uur te doen horen, maar het werd niet nogmaals uitgezonden,
en ik moet zeggen dat ik dit aangenaam vond, daar ik
éénmaal; voldoende achtte. Nu hoop ik, maar dat onze kinderen allen die
wij lief hebben zich er niet ongelukkig over maken als ik en dat die
bekendmaking geen onaangename gedachten wekt. Wat mijzelf betreft bestaat
slechts een gevoel van dankbaarheid. De beslissing acht ik onjuist en ik neem aan
dat hoger beroep zal worden aangevraagd als dit mogelijk is. Deze zaak geeft dus geen zorgen. Ik kom nog even
terug op de zuivering. Het is weer een
merkwaardige coïncidentie dat mijn oude vriend Bremer van de"Zilveren Kruis"
thans
85 jaren van Haarlem kwam om mij te bezoeken, medebrengenden allerlei courant-knipsels en daaronder een met een artikel over mij H. de Booij bij gelegenheid
van zijn aftreden als secretaris van de Reddingmaatschappij, waarin mij groote lof
wordt gegeven, waarin het wordt geweten aam een groote eigenschap van mij: dat ik een
"rechtschapen mensch ben", dat ik zoowel op nationaal en
international gebied heb bereikt. Ik weet niet wie dit artikel schreef, had het
nog nooit gezien en ik plakte het nu achter op de oorkonde die de
Reddingmaatschappij mij schonk. "Ja"zal de voorzitter der
zuiveringscommissie zeggen
"maar ook een rechtschapen mensch kan fouten begaan : en dat kan men natuurlijk
niet tegenspreken, zoo hij het werkelijk zegt of terecht denkt.
18 februari In de vergadering v. Eeghen, Six, Boskamp, Planten, de Groot
en E. Heldring. Juffrouw Jansen versierd met oranje schenkt
verrukkelijke koffie Ze ziet er heel ander uit dan in den oorlog.
Van Eeghen is weer zeer zeer ernstig, vol humor van een goede soort. Wij
vergelijken onze indrukken
van de zuivering en zijn het met
Planten eens, dat Mr Vonkenberg ons weloverwogen, een systeem
volgende, om den tuin heeft geleid door zij quasi gemoedelijkheid, de
gedachte vooraan in zijn hoofd, dat hij, wat wij ook zouden hebben te bewegen,
schuldig waren "omdat zij zijn blijven zitten toen de Duitschers een NSBer als
hoofdredacteur aanstelden. Hij hield zich daarbij aan artikel 2 van het
Persbericht 1945 en dan niet zooals als het kan gelezen worden. Het
artikel2 luidt "de redacteurs, redacteur medewerker of verslaggevers van een
dagblad die tijdens de bezetting zijn taak op zoodanige wijze heeft vervuld,
dat, mede daardoor nationalsocialistische beginselen of denkbeelden dan wel
ideologieën van den vijand ingang zouden hebben kunnen vinden, alsmede hij, die
door aanblijven in een leidende functie in de dagbladonderneming geacht moet
worden tegen een vervulling van de taak op de wijze als hiervoor bedoeld, geen
bezwaar te hebben gehad, kan worden ontzet van het recht om bij een zoodanige
onderneming werkzaam te zijn of eenige journalistieke of leidende , niet-journalistieke
functie". Dit lezende blijkt dat men de aanblijvers kan verdeelen in personen die
geen bezwaar hebben gehad tegen de vervulling van de taak, als hiervoor
bedoeld, en anderen die daarentegen wel bezwaar hadden. Tot de laatste behoorden
wijk zonder eenige twijfel maar "neen' leest Mr Vonkenberg: wie aanblijft
heeft getoond geen bezwaar te hebben en kan dus worden gestraft en bovendien
leest hij dan nog voor "kan"het woord "moet"en straft. Wij zullen tegen deze
straffen in hooger beroep gaan, maar moeten daarvoor wachten op de nieuwe Perswet
zoodat het wel Mei of Juni zal worden voor het zoover is. Wat de straf betreft
is dat hooger beroep dus slechtst van betekenis voor Planten, maar voor ons alleen
is het van groot belang te worden gerehabiliteerd en gezuiverd van de blaam
die op ons rust. Onze verdediger Heldring heeft tegen een onjuiste uitlegging van
het
persbericht gewaarschuwd, maar Vonkenberg zegt dat dit een 'presumptie juris et
de jure "stelt en voegt aan zijn verdere beschouwingen grove onjuistheden toe,
terwijl hij ons commissarissen de gelegenheid gaf ons te uiten en wij door de
wijze van zijn optreden dachten dat alles goed ging. Ik geloof niet dat onze
woorden wat wij ook zouden hebben gezegd veel invloed zouden hebben gehad maar toch
is het merkwaardig dat, volgens berichten uit goede bron, het vrouwelijk lid
der zuiveringscommissie voor vrijspraak heeft gestemd. Er zijn twee zittingen
der commissie noodig geweest om tot een besluit te komen, wij hadden daarin ook de
getuige deskundige Pleizier op onze hand, wiens gedachten zich bewogen tussen
twee denkbeelden : 1 dat het moeilijk was principieel te blijven bij het
hooren van de getuigenverklaringen ter ontlasting van Planten. (Pleizier zat
toen te huilen en 2e dat hij bij zijn illegale vrienden toch niet een vrijspraak
kon aankomen. Ik meen dat hij bij deze laatste gedachte uitsprak in een gesprek
dat hij voerde met Boskamp en Heldring. Merkwaardig is verder dat het lid
secretaris Mr van Aalst die zich naar het Handelsblad begaf om inlichtingen te
verzamelen inzake "Jacob van Campen"en daar Boskamp en Planten vond, met zijn
eeuwigen glimlach de mening uitte dat de ontzette van 't Hoen, Dieters, Mr de Groot
gerust hun oude functie kunnen voortzetten. Dit scheen regel te zijn en ik
dacht aan de zwaardgebouwde schipper Bul die ontzet was voor twee jaren als
kapitein omdat hij het
hem behoorde schip aan de grond had gezet en na twee maanden wederom voor de
Raad van de Scheepvaart stond wegens een dergelijk feit, maar nu als "lichtmatroos".
Maar Planten moest niets van die vriendelijk woorden en zoeten glimlachen hebben.
In het onderhoud met van Aalst gaf deze een geheel verkeerd beeld van het
gebeurde door Planten te vergelijken bij een kapitein, die met hem genegen soldaten wordt aangevallen
door een gewapende en vijandelijke macht en dan op verzoek van die soldaten zich aan
den vijand overgeeft en dan goed voor de soldaten te zorgen.
De kwestie Jacob van Campen kwam verder ter sprake : zullen wij Planten tot
directeur te benoemen. Planten adviseert dit niet te doen althans nu niet wat Jacob
van Campen betreft
een bedrijfszuivering dreigt is nu gebleken dat Terwee een valsche aard had,
dat hij zonder ons daarvan iets mede te delen allerlei werk voor de Duitschers heeft
verricht. Gelukkig hebben we hem, ofschoon we van die daden niets wisten,
ontslagen omdat hij geen opening van zaken wilde geven aan Boskamp in dies
kwaliteit van beheerder van het Handelsblad NV. Maar het zal toch
inderdaad beter zijn nu nog te wachten met de benoeming van Planten en zijn
positie
onveranderd te laten. Ook onze positie t/o NV Handelsblad blijft onveranderd.
Wij blijven commissaris van de Naamloze Vennootschap. Met deze gaat het heel goed
(... Voor de malversaties van Terwee zullen wij, commissarissen ook ter verantwoording
worden geroepen misschien, maar ik kan mij niet voorstellen dat wij zouden worden
gestraft omdat hij noch aan Planten noch aan ons iets daarvan heeft verteld.
Wij beschouwden hem steeds als een eigenaardig mensch doch vertrouwden hem wat
zijn verhouding met de Duitschers betreft. Had hij ons van dat werk voor de
Duitschers iets verteld, dan zouden we dit niet hebben kunnen toelaten, want het
geschiedde nu niet door een ons opgedrongen NSBer doch door een "goede".
8 maart. [N.a.v. het overlijden van Daniël Goedkoop]. Ik
kwam vroeger als secretaris van de Reddingmaatschappij veel in aanraking met
Daan Goedkoop, heb hem steeds op prijs gesteld. Goedkoop heeft met de Nederlandse
Scheepsbouwmij de hele oorlog, tot zijn werf werd vernield, voor de Duitsers
gewerkt. Het heeft mij wel eens verwonderd dat men daarover zo weinig hoorde en
wel over het blijven zitten van directeur en commissarissen van het Handelsblad.
Ik kan mij wel voorstellen dat hij tijdens de oorlog een uiterst moeilijke tijd
heeft doorgemaakt. Nu tegen het eind van de oorlog zijn werf werd vernield door
de Duitsers, vraagt men zich af welk nut zijn aanblijven en doorwerken gedurende
de oorlog heeft gehad. Hij zal zich dit alles zeer hebben aangetrokken en is er
misschien door gestorven.
27 mei. Vergadering Handelsblad naar aanleiding van een
plan tot oprichting van een ochtendblad met Lunshof als hoofdredacteur. Dit blad
zou dan door het Handelsblad worden gedrukt. In verband hiermede uitte Six zijn
mening over de inhoud van het Handelsblad en wel in ongunstige zin. Hij meent
dat het veel positiever moet zijn in zijn uitlatingen en dan natuurlijk in
strijd met de mening van Mook, Schermerhorn c.s. en Partij v.d.Arbeid. Er volgt
een korte woordenwisseling met Boskamp, die er nog niet zo zeker van is dat
Lunshof bij ons "zou passen". Ook Planten verdedigt het Handelsblad. Er zal een
onderhoud plaats hebben van Boskamp en Planten met de vertegenwoordigers van de
combinatie die het Ochtendblad wil oprichten. Six zeide dat de afkeuring van de
houding van het Handelsblad algemeen was. Hij bedoelt waarschijnlijk: in kringen
van handelsmensen.
1948
2 augustus. Ik heb de laatste dagen lichte zorgen gehad doordat
ik de domheid had begaan 3 aandelen Handelsblad te kopen, die ik goedkoop kon
krijgen, terwijl ik als commissaris wist dat een dividend van 4% aan de Algemene
Vergadering zou worden voorgesteld. Het feit dat ik dit in mijn kwaliteit van
commissaris wist, had mij moeten doen onthouden van aankoop vóór de Algemene
Vergadering, maar ik had daaraan niet gedacht of niet genoeg gedacht. Toen het
verkeerde van mijn handelwijze tot mijn hersens doordrong heb ik de makelaar
opgedragen die 3 stukken weder te verkopen en wel vóór 13 augustus, wanneer de
vergadering zal plaats hebben en heden ontving ik zijn mededeling dat de verkoop
heeft plaats gehad, zodat het onaangename gevoel weder is verdwenen. Ik kocht
die aandelen voor f 2300.- en ik verkocht ze voor f 2430.-, maar dit bedrag
wordt verminderd met kosten van aan- en verkoop zodat er tenslotte f 76,47 winst
overblijft. Wie staat zie toe dat hij niet vallen.
13 augustus. Gisteren Algemene Vergadering van het Handelsblad, dividend 4 %.
Stikker heeft ontslag genomen wegens zijn benoeming tot minister van
Buitenlandse Zaken. Ik vernam dat hij voor 70 commissariaten bedankte. Daartoe
behoren dan een aantal dochtermaatschappijen van Heineken.
23 juni. 's Morgens had ik algemene vergadering aandeelhouders en vergadering
van commissarissen van het Handelsblad. Er waren geen aandeelhouders.
1950
15 januari. Gisteren ben ik tegenwoordig geweest bij het
afscheid van Von Balluseck, eerst aan een lunch bij Dikker en Thijs, vervolgens
in het Handelsblad bij een receptie. Toen het gesprek op Mengelberg kwam vertelde Von Balluseck
enige aardige indrukken van ontmoetingen met Mengelberg. Eerst in Amerika in
1921. Het eerste concert opende met een ouverture Oberon, waarbij de Franse
hoorns (zo zeide v.B) beginnen met een geweldige hoornstoot, Een van de hoorns
blies daar een geheel verkeerde toon. Volgende dag was v.B. bij de repetitie. M.
riep de hoornist bij zich, die erkende fout te hebben geblazen, omdat hij
zenuwachtig was door het 1e optreden onder Mengelberg. Neen, zeide M., dat was
niet de reden, er was een ander. Welke? Dat uw embouchure niet goed was.
Verontwaardigde ontkenning van de hoorn. Ik zal 't U tonen zei M., Geef mij uw
instrument eens. En toen zette M. de hoorn aan zijn mond en blies dadelijk de
toon die de hoorn had moeten blazen in volle kracht. Verbazing van het orkest
dat een dirigent ook met een hoorn terecht kon. En het gevolg was dat hij verder
met dit orkest alles kon doen was hij wilde. Een ander geval was met een Frans orkest. Bij een zeker
muziekstuk moest veel meer "liefelijkheid" naar voren komen. M. vroeg toen aan
het orkest wie hunner getrouwd waren. De getrouwden moesten de handen opsteken.
M. zei toen dat hij zag dat er nog te velen onder het orkest waren die de
constante liefde van een vrouw niet kennen en dat hij daaraan toeschreef dat de
melodie niet lieflijk genoeg had geklonken. Von B. is ook in Indië geweest, ten tijde van Van Mook. Hij
vond Batavia een nare stad. Hotel des Indes en de Harmonie waren geheel
vooroorlogs. Maar op straat werd men door de Inlanders omver gelopen. Verder
waren er die hinderlijke die-hards, die de gehele dag in de Harmonie zaten te
mopperen over de gang van zaken. Von B. zeide dat hij altijd belangstelling had gehad, ook
voor de mening van de tegenpartij. Door deze aanraking met Von Balluseck is wel een ietwat meer begrijpen van
zijn figuur ontstaan. De onbetrouwbaarheid waarvan we wel eens tekenen hebben
menen te ontdekken vloeit voort of staat in verband met zijn geringe
éénpuntigheid. Interessant. Ik heb zijn artikelen altijd zeer geapprecieerd.
Einde citaten uit dagboek Hendrik de Booij die betrekking
hebben op zijn commissariaat bij het Algemeen handelsblad.
Gegevens over Handelsblad in de oorlogsjaren op het Internet:
Omdat verhalen de ronde deden over sabotage bij het Algemeen Handelsblad, viel
de Sicherheitspolizei op zaterdagochtend 5 juli 1941 het gebouw van de krant binnen. Redactie-archieven werden in beslag genomen en hoofdredacteur D.J. von Balluseck
en onderdirecteur A.J. Boskamp werden gearresteerd. Om te blijven verschijnen,
moest de krant aan vier eisen voldoen: onmiddellijk ontslag van Von Balluseck en
Boskamp; benoeming van landbouwredacteur S.S. Hoogterp (lid van de NSB) tot
waarnemend hoofdredacteur; de benoeming van de chef algemene zaken A.J. van Dijk
(eveneens lid van de NSB) tot onderdirecteur en ontslag van alle joodse
personeelsleden. Hoogterp ontslaat zestien redacteuren, van wie twaalf van
joodse afkomst, en vervangt ze door medewerkers van zijn politieke overtuiging. Directeur H.M. Planten en de raad van commissarissen gingen op
de eisen in, om de werkgelegenheid te redden voor de vierhonderd medewerkers van
de krant. Het Algemeen Handelsblad veranderde op slag van karakter; op
belangrijke redactieposten werden Duitsgezinde medewerkers aangesteld en
hoofdartikelen in de door de bezetter gewenste geest vulden voortaan de krant.