HOOP DOET LEVEN

BRIEF

AAN ALFRED DE BOOY VAN ZIJN VADER
BEGONNEN 4 SEPTEMBER 1944, GEËINDIGD 9 MEI 1945

          Och verlangen, verlangen,
          Hoe hebdy mi
          omvangen.
          Hadde
          mi hope niet ernêrt,
          Verlangen hadde
          mi gants vertêrt.

Gesneden in den wand van een vertrek in den
Drommedaris te Enkhuizen door een gevangene op 9 November 1575.

 

           

        AMSTERDAM MCMXLVII

  

Van dezen brief werden 50 genummerde exemplaren gedrukt bij N.V. Drukkerij Jacob van Campen te Amsterdam
Dit exemplaar is No.
8

 

 

 

 

 

 

Op onzen Gouden Bruiloft. 16 Juni 1947, schenk ik mijn lieve vrouwen mijn kinderen en kleinkinderen en anderen dierbaren verwanten en vrienden, als een herinnering aan den tijd waarin wij leefden onder de bezetting der Duitschers, een exemplaar van den brief, dien ik op 4 September 1944, aan mijn zoon Alfred begon te schrijven. Wij waren toen in de overtuiging, dat wij spoedig van het juk der onderdrukkers zouden worden verlost en zoo begon ik mijn brief in de verwachting, dat de verzending over enkele dagen zou kunnen plaatshebben, maar het uitblijven van de bevrijding deed hem langer worden en ten slotte eindigde hij eerst negen maanden later, toen de bevrijding eindelijk kwam. Zoo geeft dan deze brief een beeld van ons leven te Amsterdam of, in het algemeen, een beeld van het leven van een bejaard echtpaar gedurende den oorlog, vooral in den laatsten winter van dit tijdperk van vijf jaren. Nu het achter den rug is kan men zich moeilijk voorstellen dat men vijf jaar in een soort van gevangenis heeft geleefd, in knechtschap. Wij waren gelukkiger dan velen: wij mochten onze kinderen en kleinkinderen behouden, werden niet uit ons huis verwijderd en er vielen geen bommen op, wij geraakten niet in de gevangenis of in het concentratiekamp, wat alles zeer goed mogelijk zou geweest zijn, en we kwamen niet van honger om. Ook waren wij bejaard en konden wij daarom niet doen wat van jongeren kon worden verwacht. Zoo gebeurde er in dien tijd, wat ons betreft, veel meer niet dan wel en kunnen wij aan die jaren terugdenken als aan een tijdvak waarin we wel veel ongemak moesten verduren en leed moesten deel en met anderen, maar er gebeurde ook veel wat men zich thans weder gaarne voor den geest brengt. Ik denk aan den terugkeer van het ouderwetsche eenvoudige huiselijke leven, aan den band, die ons allen bond, aan de algemeene hulpvaardigheid van menschen, die elkander noodig hebben, de afwezigheid van auto's en het schoone gezicht van de eenzame, besneeuwde straten van ons eenig Amsterdam en dit alles met het nimmer ontbrekende vertrouwen in een gelukkig einde van dien bitteren oorlog.

 

Januari 1945. Stadionkade 38 II Amsterdam in de oorlogswinter .

Amsterdam, 4 September 1944 Stadionkade 38 II

Beste Alfred. Het is 7.30 's avonds. Om 5 uur hebben wij gehoord, dat Tilburg vrij is, nadat wij al vroeger hetzelfde hebben gehoord aangaande Maastricht. En Eindhoven, Terneuzen zouden ook vrij zijn. Frans die te Tilburg als patholoog-anatoom assistent is aan het St. Elisabeth Ziekenhuis, heeft om 5 uur Engelien te Amsterdam opgebeld en haar de aanstaande bevrijding van Tilburg aangekondigd. We zullen, hoop ik, ook spoedig verlost zijn van het juk, dat wij nu vier lange jaren torsen, 4 jaren en vier maanden bijna. De snelheid waarmede de geallieerde legers oprukken is verbluffend. De Duitschers zijn, naar het schijnt, volkomen verslagen en vluchten zoo snel mogelijk in de richting van hunne Heimat. De N.S.B.er, die naast ons woont in de benedenverdieping en dien wij dikwijls van ons balcon af konden gadeslaan als hij, lekker in de zon, in zijn tuin zat, is verdwenen. Velen van zijn partijgenooten zijn over de grens. Rijksduitschers vertrekken per auto of per trein en aan het Centraal Station is het erg druk, er heerscht bijna een paniekstemming. Leden van den SS en van de N.S.B. hebben den voorrang. Tom kon Amsterdam niet bereiken van Aerdenhout. En het gelukte Engelien, die naar Tilburg wilde gaan, niet er heen te gaan. En nu komen berichten, dat al de genoemde steden of plaatsen nog niet bevrijd zijn maar wel bijna. Straks gaan we naar bed en zullen morgen zien wat er gebeurt.

Dinsdag 5 September 1944. In den nacht heeft Frans om 1 uur getelefoneerd met Engelien uit Tilburg. Hij deelde mede, dat het nog niet vrij is en dat de hoofdmacht der geallieerden naar Breda was gegaan, dat nu volgens berichten vrij zou zijn. Wij vermoeden, dat je als commandant van de Johan Maurits van Nassau vecht tegen de Japanners, samen met de Amerikanen. We vernamen omtrent je, dat je zou zijn bevorderd tot schout-bij nacht, zijn verlangend te hooren of dit bericht waar is. Ook al zou je maar zijn bevorderd tot kapitein ter zee, dan zouden wij het mooi vinden, ook al zijn wij er van overtuigd, dat je verdiensten ver uitgaan boven welken rang ook. Ze zijn wel lang geweest, die vier jaren. Als we je weerzien, wat we hopen niet heel lang meer zal duren, dan zul je merken, dat we ouder zijn geworden, ik bedoel je ouders. Moeder is geestelijk nog precies dezelfde d.w.z.moedig, opgewekt, optimistisch, voortreffelijke kokkin, voortvarend voorzitster van het Montessori Lyceum, ook geen gemakkelijk baantje in een bezet gebied, maar ze heeft verschillende lichamelijke onvolkomenheden, die ik niet zal opnoemen, omdat die, in woorden uitgebeeld, een te ongunstigen indruk zouden wekken, ook omdat zij, zoo zij zich houdt aan de voorschriften en zich rustig houdt, zich heel goed voelt. Ze heeft nu nagenoeg wit haar. Ik ben een beetje hardhoorend geworden en ongeveer 25 kilogram minder in gewicht maar overigens dezelfde, en nog als commissaris verbonden aan het Handelsblad. Toen de bezetter kwam is het Handelsblad de courant geweest, die van alle couranten het langst den strijd tegen de Duitschers heeft volgehouden met de vaderlandslievende artikelen van von Balluseck en wel tot ongeveer half Juli 1941. Toen werden von Balluseck en Boskamp gevangen gezet, na te zijn ontslagen. Vervolgens kwamen zij in een kamp, waar ze nu nog zijn. Waar althans von Balluseck nu nog is. Op last van de Duitsche overheid werden toen een aantal leden van de N.S.B., die door haar waren aangewezen, tot hoofdredacteur en tot leden van de redactie aangesteld. De directeur Planten, in wien wij volkomen vertrouwen stelden en nog stellen, had te beslissen of hij ontslag zou nemen of zou aanblijven. Hij koos het laatste omdat hij de zaak en het personeel van meer dan vierhonderd menschen, dat op twee na, geheel tot de goede richting behoorde, niet wilde overlaten aan de willekeur der Duitsche overheid. Toen Planten bleef, bleven ook de commissarissen, die niet het in gevaar verkeerende schip wilden verlaten. Gemakkelijker ware het geweest ontslag te nemen, waarbij men dan de mooie rol had gespeeld, echter slechts schijnbaar. Zoo hebben wij nu ruim drie jaren den smaad ondergaan van het zien verschijnen van ons Handelsblad met Duitsche berichten en artikelen en al zijn er velen, die Planten een held vinden en die ons aanblijven volkomen begrijpen, de meesten begrijpen het niet, weten ook weinig, natuurlijk. Als je de motieven van je handelwijze eerbiedwaardig acht moet het oordeel van anderen je natuurlijk onverschillig laten. Als ik hierover uitwijd wordt mijn brief te lang. Ik zal in een zwart boekje, waarop staat "laatste wenschen" opschrijven waarom ik commissaris ben gebleven, uitvoeriger dan hierboven, zoodat je het zult kunnen lezen, zoo ik mocht sterven voor je terugkeer. Ook voor de andere kinderen zal het interessant zijn. Even stoppen met mijn verhaal. Tilburg is nog niet bevrijd. Breda wel. De geallieerden trekken in de richting Dordrecht. Is de brug over de Moerdijk opgeblazen? Men zegt "Ja". Menschen, die met vacantie in Gelderland zijn geweest, vertellen, dat zij eindelooze, of laat mij zeggen, groote hoeveelheden motorwagens e.d. zijn tegengekomen, koersende in oostelijke richting en beladen met duitsche soldaten en hunne bezittingen. Amsterdam is in staat van beleg. We moeten hedenavond om 8 uur binnen zijn. Er zijn gisteren weer eenige Nederlanders terecht gesteld, onder hen een vriend van onze bovenburen. De melkboer vertelt, dat den geheelen nacht door, langs zijn huis, duitsche soldaten Amsterdam hebben verlaten. Er kunnen nog slechts weinig militairen te Amsterdam zijn.
Vervolg. Tom heeft zich in zijn moeilijke positie van secretaris of liever leider van het reddingwezen aan de kust, kranig gedragen. Hij had gelukkig met de duitsche Marine te maken en maakte daar kennis met menschen met wie men kan omgaan als mensch met mensch. Hij heeft strenge lijnen getrokken, die door hen werden geëerbiedigd. De Reddingboot (het blaadje "de Reddingboot") is geregeld uitgekomen. Ot heeft hem krachtig gesteund en tezamen hebben zij van hun huis een milieu gemaakt waar hun vele vrienden en kennissen gaarne kwamen. En van hun kinderen kan je ook niets dan goeds vertellen, van Tom junior is een heele boel te vertellen, te veel voor dezen brief. Zijn niet teekenen van de zoogenaamde "loyaliteitsverklaring", zijn niet melden, onderduiken, ten slotte gepakt worden in een onderaardsch hol, zijn opsluiting in de gevangenis te Arnhem, vervolgens in het kamp te Amersfoort, een ellendig verblijf onder leiding van sadisten, zijn tewerkstelling op een boerderij in Duitschland en zijn terugkeer naar Nederland, waar hij nu werkt benoorden het IJ op het laboratorium van de B.P.M., naar men zegt om te worden "umgesc
hult" tot wat, weet ik niet en hij zelf ook niet. Het verhaal, dat hieruit zou kunnen worden opgesteld zou boekdeelen kunnen vullen van spannende lectuur. Wat Tom junior heeft meegemaakt zal hem zijn heele leven in dankbare herinnering bijblijven. Ik zie hem al in gedachten als grootvader, verhalen doende aan zijn kleinkinderen en hun gezichten vol spanning en hoor hun vragen: "leefde je toen in een hol, grootvader en speelde je daar op een orgeltje?" We hadden namelijk ons kofferorgeltje van Wijde Blik voor dat hol afgestaan. En we hebben het, wonder boven wonder, weer teruggekregen. Zijn Vader heeft hem in die moeilijkheden krachtig geholpen, heeft alles voor hem gedaan wat maar mogelijk was en met succes. Stop. Daar komt de waschbaas om de wasch te halen. Hij zegt dat de N.S.B.-ers zich ergens op een plaats in Drenthe moeten verzamelen, maar hij hoopt, dat ze niet allen zullen gaan want "wij moeten er toch ook wat lol van hebben". Vervolg . John en Olga hebben ook hun deel gehad van de emotie. Eerst deed John zijn plicht als officier. Hij heeft met liefde gediend in die moeilijke oorlogsdagen. In die dagen werd over het algemeen veel meer gedaan, dan dat men er over vertelde. Daarom is er veel wat wij niet of nog niet weten. Als gewezen reserve-officier heeft hij, als velen, eenigszins het leven van een opgejaagde geleefd, overnachtende aan andere adressen dan zijn eigen huis en zoo is het eenmaal gebeurd, dat toen de Duitschers hem 's nachts thuis kwamen halen. Olga werd medegenomen naar het politiebureau te Haarlem, waar ze, en dat is weer echt Hollandsch, in den voormiddag,na een slapelooze nacht werd genoodigd op een feestje, namelijk het jubileum van een der werksters, schoonmaaksters van genoemd bureau. Olga zat mede aan den feestdisch en kreeg van een der feestvierende werksters een stuk koek. Later kwam Tom haar bevrijden met een bevel van den commandant van de Feld Gendarmerie, wien hij duidelijk had gemaakt, dat het oppakken van de echtgenoote van een officier, niet netjes was. Al deze verhalen verdienen toelichting. En nu Donderdag j.l. werden John en Olga uit hun huis gezet. Om 11 uur kregen zij bericht, dat zij het om 5 uur met al hun bezittingen moesten hebben verlaten. Dit wonder is vewezenlijkt en om 5 uur kwamen er tafels en bureaux van de Duitschers in want er zouden vele troepen komen en het huis zou dienen voor de administratie. John en Olga kwamen onder dak in de Merellaan no. 3 te Aerdenhout. Bij zulke gebeurtenissen helpen alle buren mede met sjouwen. Wat gebeurde nu echter. In den nacht van Zondag op Maandag vertrokken plotseling alle troepen, vermoedelijk naar de Heimat en met hen de administratie, zoodat het huis nu weer leeg is. Dergelijke ervaringen hebben vele menschen gehad. Er was een familie te Aerdenhout, wonende in een vorstelijke woning, die ietwat ontevreden was, volgens de Duitschers, toen de aanzegging kwam om het huis te verlaten. U is ontevreden, werd gezegd. We zullen schildwachten plaatsen die er voor hebben te zorgen, dat niets uit het huis wordt gehaald en U verlaat het nu terstond, zonder iets mee te nemen. Geen prettige ervaring. Ik hoop, dat ze dit huis nu ook weer verlaten hebben, maar hoe het dan met den inboedel staat is twijfelachtig. Stop. Het is nu 12.30 en ik ben naar het distributiekantoor geweest voor nieuwe bonnen maar vond het kantoor gesloten tot Maandag e.k. Een stroom van voertuigen gaat langs den Stadionweg achter ons, in oostelijke richting, alle beladen met zoogenaamde eigendommen van Duitschers. Gehoord, dat Rotterdam bevrijd is, dat de Engelschen te Leiden zijn, dat Prins Bernhard heeft gelast de uniformen gereed te leggen. Een van onze achterburen heeft de Hollandsche vlag te drogen gehangen over de leuning van het balkon, een bescheiden uiting van vaderlandsliefde. Deden velen het, dan zou dit aanleiding geven tot schietpartijen. In de Dapperstraat is ook geschoten omdat men daar de soldaten die vertrokken, uitlachte. Begrijpelijk. Vervolg... Olga,'s kinderen zijn, evenals die van Tom en Ot, heel aardig. Willem is onlangs geslaagd voor het eindexamen H.B.S. Hij is 17 jaar. Hij zou vandaag bij ons komen omdat de Kweekschool voor de Zeevaart zou beginnen waarvoor hij is ingeschreven Maar hij komt niet, door de omstandigheden. De cursus waarvoor hij is ingeschreven is een éénjarige waarin hij moet leeren wat de tweejarige in twee jaren leert met uitzondering van enkele vakken, die hij als H.B.S.-er niet behoeft te leeren. Hij is een aardige jongen met een goed verstand. Zijn bedoeling is waarschijnlijk niet gezagvoerder bij de koopvaardij te worden, misschien zal de Marine hem wel trekken, maar er is nu weinig op het gebied van onderwijs voor een jongen van zijn leeftijd en ontwikkeling. De Universiteiten zijn gesloten, zoo niet feitelijk dan toch doordat het teekenen van de loyaliteitsverklaring daarvoor noodig is. Die verklaring was als volgt: De ondergeteekende , geboren. .. .. te , wonende te verklaart hiermede plechtig dat hij de in bezet Nederland geldende wetten, verordeningen en andere beschikkingen naar eer en geweten zal nakomen en zich zal onthouden van iedere tegen het Duitsche Rijk, de Duitsche weermacht of de Nederlandsche autoriteiten gerichte handeling, zoomede van handelingen en gedragingen, welke de openbare orde aan de inrichting van hooger onderwijs, gezien de vigeerende omstandigheden, in gevaar brengen...... Door nu op de Kweekschool voor de Zeevaart te komen leert hij een hoeveelheid nuttige kennis en blijft hij vrij van den Arbeidsd
lienst. De gang der gebeurtenissen zal hierin misschien wel verandering brengen. Hij zou bij ons wonen dat jaar. Zijn zusjes Hilda en Henriette zijn beiden alleraardigste meisjes; Hilda is een groote vriendin van Elsbeth van Tom en Ot, Henriette van Maria de Booy. 't Is een alleraardigst stel van zes kleinkinderen. Zoo als ik al schreef is Frans te Tilburg aan het St. Elisabeth Ziekenhuis aldaar. Engelien zou hem daarheen volgen maar er zijn geen huizen te krijgen. Dit zal nu, na het vertrek der Duitschers wel anders worden en dan zal ze wel vertrekken van de Vossiusstraat 28 waar ze op de bovenste verdieping van het huis van Mevrouw Voorhoeve woont. Het tweetal is heel gelukkig met elkander. Frans is bezig geweest met een wetenschappelijk onderzoek over Gele Koorts en heeft het nu druk met interessant werk. Engelien heeft vele bezwaren ondervonden bij haar studie voor den graad in de historie. Al die bezwaren kwamen voort uit den staat van bezet gebied waarin wij verkeerden, maar waaruit wij misschien over enkele uren zullen zijn verlost. Ze moet nu nog een tweetal tentamens afleggen en dan is ze er. We hebben met Frans en Engelien vele genoeglijke oogenblikken gehad in die vier jaren. Stop ... De gevangenen van de gevangenis te Amstelveen of liever aan de Amstelveensche weg zijn ontzet door patriotten. Zij hebben de gevaarlijke onder hen meegenomen en de overige de vrijheid gegeven. Dit gebeurde zooeven. De N.S.B.-ers te Amsterdam zijn verzameld aan het Centraal Station en worden naar Westerbork vervoerd. Dit was het kamp der Joden in Drenthe. Waar de Joden heen zijn is niet bekend. Men vertelt wel verschrikkelijke verhalen maar ik weet niet of die waarheid bevatten. Laatste bericht. Er wordt geen beurs gehouden heden. Ik ga nu naar een vergadering van het Handelsblad, niet in het huis van de courant maar op een ander adres. Het schijnt dat de Duitschers met groote snelheid vluchten.

Woensdag 6 September 1944. Zooeven (9 uur v.m.) het bericht vernomen, dat Dick van Leeuwen is doodgeschoten, gisteren avond, toen hij even voor 8 uur een huis aan de de Lairessestraat verliet om naar zijn huis, dat dicht bij is, terug te keeren. Wij verkeeren in staat van beleg, moeten om 8 uur binnen zijn. Dick van Leeuwen is een zoon van Toek van Leeuwen en Emily van Eeghen,  kleinzoon van je tante Mary. Deze moord geschiedde door een lid van de Landwacht, bestaande uit Hollanders in Duitschen dienst. De Landwacht is zeer gehaat bij ons. Zij loopen deels in burger, deels in militair uniform en zijn gewapend met jachtgeweren. Ze zijn, nu de militairen voor een groot deel weg zijn, in sterke actie. Gisteren avond zag ik nog hoe een landwachtman een auto vorderde. De eigenaar kon er uit stappen en wegwandelen en de auto moest dienen om vluchtende Duitschers naar de Heimat te brengen. Het is verstandiger in deze dagen niet op straat te komen. Op de Singel, vlak bij het Muntplein is een zaak in touw en vlaggedoek enz. Gisteren werd die winkel bestormd door menschen die vlaggedoek wenschten en ook vlaggestokken om te gebruiken als wij vrij zullen zijn. Maar we zijn in staat van beleg. Dus gooiden de Duitschers een paar handgranaten onder die opeenhooping van menschen en schoten een paar jongens dood. De zaak werd in beslag genomen en de menschen, die de zaak leidden, werden gevangen genomen. Op verschillende plaatsen werden menschen doodgeschoten. Over den voortgang der geallieerden loopen wilde geruchten. Ten slotte weten we nu allen zeker, dat ze in Breda zijn. Wij hopen, dat ze spoedig komen Ik heb je nu iets verteld van je allernaaste familieleden. Nu nog wat van de Ooms en Tantes. Tante Nella en Oom Theo wonen in Leeuwarden. Hij is gepensioneerd. Zij hebben hun zoon Evert verloren te Berlijn door een bomaanval van de Britten. Teautie en Aladar met hun kinderen waren in Indië en zijn, wie weet waar, onder de macht der Japanners. Tante Mary is uit haar huis gezet en woont nu vlak bij ons op no. 34, 3de etage van de Stadionkade. Ze zal dat verlies van haar kleinzoon heel erg voelen. Oom Fik en zijn vrouw, Hans van Raamsdonk wonen op de Hooge Kley. Hij verloor zijn zoon Hans, die te Dijon werd terecht gesteld met de kogel. Hij had een poging gedaan een Jood over de grens van Zwitserland te brengen, had misschien nog iets anders gedaan. Uit de gevangenis van Dijon schreef hij een prachtigen brief aan zijn Vader op den dag voor zijn terechtstelling. Fik's dochter Nella was in Indië met haar drie kinderen en is nu waar? Ook onder de Japanners. Van haar man zal jij misschien meer weten te vertellen. We hebben wel eenige berichten van hem, bijv. dat hij op Ceylon is geweest en later in Engeland, dat hij commandant was van een onderzeeboot. Je tante Olga is in Amerika evenals je Oom Eugeen en tante Edna en Oom Jan en tante Charlotte. Correspondentie met hen is onmogelijk geworden sedert Amerika's deelname aan den oorlog. Waar Willem van Stockum is zal jij beter weten dan ik. Zijn broer Jan Maurits is nog steeds in die inrichting waar hij wordt verpleegd. Ik heb hem dikwijls bezocht maar kan dit nu niet meer doen. In het je zoo geliefde Hattem is alles goed, maar we zagen tante Hessie in geen drie jaren. Een familie die zwaar getroffen is, is de familie Jan Boissevain en Mies van Lennep, zijn vrouw. Hun zoons, Janka en Gie waren al gauw bezig met het bouwen van een vaartuig, waarmede zij bijzondere voornemens hadden. Het bestond voornamelijk uit een groot wijnvat, waaraan aan voor- en achtervlak, een voor- en achterschip was gebouwd. Aan de onderzijde hadden ze een kiel bevestigd en aan de bovenzijde hadden zij er een mangat in gemaakt waardoor zij in het schip konden komen. Verder hadden zij het voorzien van een zeiltuig en van een roer. Toen ze het mij wezen, zei ik: "daar kan je mee naar Engeland" zonder dat ik wist, dat dit juist hun plan was. Later namen ze proeven met hun vaartuig en op zekeren dag gingen ze er een grooten tocht mee maken. Hun ouders lieten hen kalm gaan. Ze hadden de overtuiging, dat je die jongens niet moet tegenwerken als ze zulke plannen hebben en dat was nobel van hen, evenals hun heele optreden gedurende den oorlog nobel is geweest. Op hun tocht kregen de jongens averij bij den afsluitdijk over de voormalige Zuiderzee en logeerden ze een veertien dagen bij een smid te Andijk om hun vaartuig weer zeewaardig te maken. Toen dit het geval was gingen ze verder en dreven ze met de ebbe uit het zeegat van Terschelling naar zee, maar buiten gekomen kregen ze tegenwind en werden ze ontdekt van den toren, waarop men de reddingboot "Brandaris" uitzond en die pikte ze op. Ze waren ontdekt ook door de Duitschers en zoo kwam het einde van hun tocht. Tom was toevallig te Terschelling en kon hun advies geven en de Duitsche Ortscommandant stond toe dat zij hun vaartuigje mede namen naar Amsterdam. Het kwam niet in zijn hersenen op, dat zij van plan waren geweest daarmede naar Engeland te gaan. Ik geloof, dat het hun zou zijn gelukt zoo ze niet waren ontdekt en een goede gelegenheid hadden gehad. Zoo konden wij nog geruimen tijd hun vaartuigje zien liggen bij de Nieuwe Brug over het Damrak te Amsterdam. Hoewel ik het in het algemeen goed vind, dat een vuurtoren goed uitkijkt, zou ik wenschen dat ze in dit geval slecht hadden uitgekeken. Er bestaan verschillende meeningen omtrent hun kansen, ik geloof, dat die kansen op het bereiken van Engeland er waren, als de wind een beetje wilde meewerken, want het was niet een vaartuig, waarmede je kon gaan opwerken tegen een harde bries in. Enfin, het was een mooie poging van die. aardige jongens. En zoo kwamen ze weer thuis bij hun familie, die aldoor ijverig bezig was met het doen van dingen, die tegen de Duitsche orde waren. Ze herbergden Joden en andere onderduikers en de jongens waren met hart en ziel medewerkers in de illegale beweging. Zoo werd dan hun Vader Jan gevangen genomen en hij zit nu al
2 1/2 jaar in het kamp te Vught, heeft zich daar op een bewonderenswaardige wijze gedragen, is velen tot steun geweest door zijn optreden, herhaaldelijk ziek door ondervoeding. Eindelijk kwam er een inval van de Duitsche politie in hun huis, met het gevolg, dat Mies Boissevain, de Moeder van die jongens, ook gevangen werd genomen en naar Vught werd gebracht en de twee jongens werden ter dood gebracht met de kogel. Op de binnenplaats van hun gevangenis te Amsterdam lieten zij op den muur de woorden na "ni regret du passé, ni peur de l'avenir". Ze mochten geen brief schrijven. En nu zijn hier nog Annemie en Sylvia, die beide heel flink en natuurlijk zijn. Ze komen dikwijls bij Tom en Ot logeeren, wat ze bijzonder op prijs stellen. De derde jongen, Frans, is naar een kamp in Duitschland gebracht. Er zijn korten tijd geleden ongunstige berichten omtrent hem gekomen, hij zou erg ziek zijn Stop. Er komt nu bericht, dat op verschillende plaatsen de spoorwegen zijn opgeblazen door wat de Duitschers terroristen noemen. Verder komt iemand mij nu mededeelen, dat de directeur van de Incassobank hem heeft gemeld, en hij heeft het vernomen van iemand die van Rotterdam kwam, gisterenmiddag, dat de geallieerden niet te Rotterdam zijn, maar er omheen trekken en dat de brug over de Moerdijk intact is. Ik geloof niets meer. Men vertelt ook, dat de Britsche vloot voor den Waterweg is. We zullen het wel merken Vervolg. Die spreuk van de Boissevains werd op dien gevangenismuur aangetroffen door Menso, die later ook in de gevangenis was in verband met iets dat gebeurd was of niet gebeurd was aan de Fordfabriek, waarvan hij directeur was. Menso's broer Robert was sedert September 1943 zoek. Hij woonde met Sonia te Haarlem in de Spruijtenboschstraat. Het bleef tot zeer onlangs een raadsel waar hij kon wezen. De ijverigste nasporingen leidden tot niets. Wel had iemand hem gezien, met eigen oogen, in de gevangenis te Scheveningen, maar men kon geen zekerheid krijgen. Nu is hij dan eindelijk opgedoken in het kamp te Vught, waarheen hij van Scheveningen was gezonden wegens den staat van zijn gezondheid (later bleek dat zijn overplaatsing naar Vught evenals van alle andere gevangenen te Scheveningen, verband hield met de landing der geallieerden in Normandië). Robert heeft zeer langen tijd te Scheveningen in een cel opgesloten gezeten, alleen, zonder te worden gelucht en zonder bijvoeding zoodat hij in ernstige mate leed aan hongeroedeem. Wat hij nog aan kleeren aanhad waren draden. Hij had te Vught bloedtransfusie noodig. Maar hij ontvangt nu geregeld pakken met levensmiddelen. Door Dr.van Det, die onder ons woont, konden wij hem vitaminetabletten zenden. Het Roode Kruis treedt ook in deze op bewonderenswaardige wijze op. Zoo is hij nu al veel beter geworden. Zijn geest is in al dien tijd, negen maanden lang, krachtig gebleven. Hij is zeer gezien in het kamp te Vught omdat hij door zijn opgewekte verhalen, den moed er in houdt. Zijn Moeder, tante Marie, woont nog steeds alleen in het kleine huis vlak bij het Witzand, maar dit laatste bestaat niet meer, is namelijk verbrand. Heentie woont te Amstelveen met haar man, Dick Mesman, die mij al die vier jaren vioolles heeft gegeven en met succes. Ik heb hem onlangs bezocht, te voet, kwam kort voor hun huis op een plaats waar de weg was afgesloten en waar stond vermeld dat het "Streng Verboten" was verder te gaan. Enfin, ik zag niets en probeerde het toch maar, maar werd aangeroepen door een soldaat: "Hier kommen, hier kommen". Ik kwam, moest op de Ortskommandantur verschijnen. "Haben Sie das nicht gesehen". ;,Ja schon" antwoordde ik. "Dan müssen Sie Busze bezahlen". "Wie viel" vroeg ik. "Zwei Gulden". "Dass finde ich sehr teuer" zei ik en tot mijn verbazing zei de man: "dann machen wir es ein Gulden". Mijn optreden was eenigszins ondoordacht want hij had evengoed "hundert Gulden" kunnen zeggen of mij kunnen arresteeren wegens ongepast gedrag, want zoo zijn ze. Mogelijk waren ze al een beetje aan de liquidatie. Ook ben ik een bejaard, om niet te zeggen: oud mensch. Je weet misschien, dat ik in mijn 78ste jaar ben. Nu, als je me langs de straat ziet loopen, zou je het niet zeggen. Mijn verlangen is dan ook na den oorlog, als ik dan nog geld heb, een wandeling in Zwitserland te maken op de wijze als wij samen in 1919 deden. Ik wil dan echter wat langer blijven. Ga je mee. Ik denk aan Gstaad. Vandaar kan men een mooie wandeling maken van een dag of zes, iederen dag op een andere plaats en weer terugkomen te Gstaad, waar Moeder dan in dien tijd blijft zitten Ik zou liefst derde klasse reizen naar Bazel, maar Moeder heeft daar iets op tegen en om nu in de derde klasse te gaan zitten terwijl zij in de tweede zit, vind ik overdreven. Wij zullen zien. Gedurende deze vier jaren geraakten we langzamerhand in een ondervoeden staat of liever in een staat van ondervoeding, tengevolge waarvan wij in de noodzakelijkheid verkeerden gebruik te maken van de gelegenheid, geboden door den zwarten handel om ander of mee voedsel te krijgen, bijvoorbeeld meer boter, of vruchten, groenten enz. Zoo is het er dan langzamerhand toe gekomen, dat we, zooals velen, genoodzaakt werden stukken van onzen inboedel te verkoopen, niet de belangrijke stukken, die wij niet konden missen, maar andere dingen bijv. een oud gouden horloge van een overleden familielid, oude broches, schilderijen of platen, die we niet bijzonder op prijs stelden, een of ander kleedingstuk enz. Zoo bracht een Afghan kleed, dat ik in 1927 uit Turkije meebracht en waarvoor ik f 390 had betaald, na 16 jarig gebruik, zijnde sterk versleten, netto f 850.- op. Alles ging in het huishouden. Maar de prijzen zijn dan ook: boter f 30.- het pond, suiker f 10.- het pond, thee f 400.- het pond. De opbrengst van die overbodige artikelen hebben ons door een moeilijken tijd heengebracht. Nu nog wat over jouw financiën, voor zoover die hier zijn. Je effecten waren bij de Nederlandsche Bank. Als een mensch alles vooruit kon weten, had je ze natuurlijk meegenomen naar Engeland. Want nu heeft de bezettende macht je effecten geblokkeerd en in dien toestand bevinden ze zich nog bij de Nederlandsche Bank. Ze werden al die jaren geadministreerd door de Duitschers, die daarvoor een vergoeding in rekening brachten, niet hoog, ik geloof elf gulden. De inkomsten uit die effecten werden overgeschreven naar een adres in Den Haag, dat "Treuhand" en nog iets heet, in ieder geval een Duitsche instelling is. Een der effecten hebben de Duitschers op de markt gebracht, na het eerst naar die "Treuhand" te hebben overgebracht onder mededeeling, dat het voorshands eigendom van A. de Booy zou blijven. Het effect was een aandeel Blauwhoedenveem, waarvoor de Duitschers om een of andere duistere reden, waarbij hebzucht waarschijnlijk een rol speelde, belangstelling hadden . De opbrengst van dat aandeel werd op de rekening bij de "Treuhand" geschreven. Het ziet er dus naar uit, dat je effecten, tenzij zij er nog andere gaan verkoopen, wel veilig zijn, maar ik ben niet zoo zeker van de opbrengst ervan en van de opbrengst van den verkoop van dat aandeel Blauwhoedenveem. Je bezit aan onroerende goederen bestaat gelukkig nog en is niet medeneembaar. Je opzichter te Hulshorst zendt mij ieder jaar een nota voor toezicht. De laatste maal deelde hij mij mede, dat hij geld had af te dragen van een houtverkoop maar ik heb nog niets ontvangen, en kan ook, indien ik het ontvang, niet controleeren of het juist is. Ik vind nu zijn bericht: 2 Mei 1944 ... "even als van vele boscheigenaren (let wel) heeft ook het bosch van uw zoon erg van de rups geleden, met het gevolg dat nogal veel boomen dood gaan, welke ik zal verkoopen en het bedrag aan U overmaken. J. van Hoorn". Op dit bericht is tot heden toe niets gevolgd. Stop. Wij zouden hier heden een bijeenkomst hebben gehad van een aantal personen, die zouden komen luisteren naar een voordracht van een zeker Heer, wiens naam wij niet kennen, die met een fictieven naam rondloopt, zooals tegenwoordig vaak het geval is. De toespraak zou handelen over de toekomst van Nederland. Hij schreef op het laatste oogenblik, dat hij niet zou kunnen komen en zoo kwamen dan ook een aantal menschen, een stuk of zes op het voorgeschreven uur. Tom was er ook. Van een van hen hoorden wij dat Breda nog niet bezet is, dat het echter zeker is, dat Tilburg wel bezet is, dus vrij is. Er is gisteren veel geschoten door landwachten. Er was een gerucht, dat de N.S.B.-ers weder terug zouden worden gedirigeerd naar Amsterdam. Te Aerdenhout heeft een N.S.B.-er zijn vrouwen dochter en tenslotte zichzelf doodgeschoten, overigens zijn zij gevlucht. Het schijnt dus, dat wij nog eenigen tijd in de onzekerheid zullen verkeeren. De voedseltoestand is intusschen te Amsterdam niet gunstig. Er kunnen dus nog moeilijke dagen komen. Vervolg. Het is een heele rek geweest die vier lange jaren door te komen. Toch was er ook veel wat prettig was en sympathiek aandeed. De aloude huiselijkheid en eenvoud waren teruggekeerd. Geen auto's, geen feesten tot vroeg in den morgen, over het algemeen heerschte er matigheid. Er was een aardige omgang van menschen van verschillende rangen en standen met elkander, meer hulpvaardigheid en natuurlijkheid. Maar er was ook veel zorg, angst, verdriet. Men zegt, dat circa 50.000 landgenooten in kampen en gevangenissen verblijf houden. En denk eens aan al die jonge menschen, die zijn doodgeschoten. Het zijn er veel meer, dan zij wier namen zijn gepubliceerd. Ik bracht zooeven een bezoek aan Tante Mary, die bezig was met een brief aan haar dochter Emily. Ze had zich door Korthof, een gewezen tramconducteur, in haar karretje naar het Binnengasthuis doen rijden, waarvoor een uur noodig was. Daar aangekomen vond ze Maurits, die haar opwachtte, wat haar rust gaf omdat er geschoten werd door landwachts in de richting van de Dam. Het bleek, dat men zich vergist had en het lijk, dat in het Binnengasthuis was gebracht, van een anderen jongen man was. Zij moest naar het Wilhelmina gasthuis, weder geduwd door Korthof, een langen tocht. Ze werd daar, evenals in het Binnengasthuis, heel vriendelijk ontvangen en gebracht in een gedeelte van het gebouw, dat voor het ontvangen en opbaren van lijken, die op straat worden aangetroffen, op bijzondere wijze is ingericht. Daar zag tante Mary het lichaam van haar geliefden kleinzoon, nog geheel onder het bloed, want het lijk was nog niet vrijgegeven door de politie. Hij had een schot in de kin gehad. Zij knipte een beetje haar van zijn hoofd en heeft dit nu gewasschen. 't Is een vreeselijke slag voor haar en voor zijn Moeder.

Donderdag 7 September. Zoo als ik reeds schreef was Tom hier ook gisteren. Wij kregen den indruk, dat hij met dit bezoek een bepaalde bedoeling had en wel om ons nog even te zien voor de dagen aanbreken waarin zeer veel kan gebeuren. Tom was in de Marine-reserve, John was Reserve Officier. Voor zulke menschen bergt de toekomst dingen waarvan wij geen wetenschap hebben, maar die wel zullen neerkomen op een actie die tegen de bezettende macht gaat. De verzetsbeweging is goed georganiseerd. De Duitschers hebben de militairen van het voormalige leger en van de Marine aangezegd, dat zij zich moeten melden bij de bezettende macht, zoo zij gevoelen niet genoeg kracht te hebben om zich te verzetten tegen de neiging aan een actie tegen Duitschland mede te doen. Wat er wordt gedaan met hen, zoo zij zich melden, wordt geloof ik niet gezegd. Ik denk, dat niemand op dit voorstel zal ingaan en liever de kans zal loopen te worden doodgeschoten bij gevangenneming. In den vroegen morgen van heden is Mevrouw der Kinderen gestorven. Zij heeft vrij lang geleden. Wij en allen, die haar kenden, verliezen in haar een trouwe vriendin. Zij was een hoogstaand mensch. De crematie, die zij wenscht, zal vermoedelijk niet kunnen plaatshebben, omdat de treinenloop gestoord is. Ook wordt er hevig op treinen en auto's geschoten door geallieerde vliegtuigen. De vlucht van de N.S.B.-ers houdt aan. Men ziet verhuiswagens waarin hun goederen worden geladen. Sommigen plegen zelfmoord. Het volk in de volksbuurten rooft uit de huizen waarin zij goederen hebben achtergelaten. Wij zijn in spanning over de gijzelaars te Moergestel en op den Ruwenberg en dergelijke kampen. Van von Balluseck is nog geen bericht gekomen. Het zou mooi zijn zoo hij direct kon aantreden voor het Handelsblad. Vervolg. Dat wij lichamelijk goed door die vier jaren zijn gekomen hebben wij zeker ook te danken aan de pakjes, die wij geregeld uit Lissabon ontvingen, meestal met sardines, ook met vijgen, rozijnen en amandelen. Ze waren een welkom aanvulsel bij den schralen disch. Wij hebben wel eens gedacht, dat die pakjes van twee adressen kwamen. Wij verdenken er jou van een van de schenkers te zijn. Hartelijk dank. Stop.
Er waait heden een gereefde marszeilkoelte uit het noordoosten met regen. 4.10 nu wind Zuid, Storm, geen regen. Er zijn weder vele N.S.B.-ers gevlucht. Er is een trein, die voornamelijk kinderen van N.S.B.-ers vervoerde beschoten door geallieerde vliegtuigen en er zijn een aantal lijken van N.S.B.-kinderen in het Wilh. Gasthuis gebracht. "Opgeruimd staat netjes" zei iemand, wat wel erg hardvochtig klinkt. In de Milletstraat achter ons, heeft een vrouw met haar kind zichzelf en haar kind gedood door gas. Haar man was ondergedoken. Zij waren verkapte N.S.B.-ers d.w.z. zij deden zich voor als "goed" maar leefden van roof. De vrouw was een Deensche. De schillenman vertelde, dat hij gisteren niet was gekomen omdat zijn paard was gevorderd maar hij had zijn paard natuurlijk niet afgeleverd, maar kan er nu niet mee op straat komen. Nu verscheen hij weer met zijn paard, een oude hit. Hij zeide, dat er nog aardappelen te krijgen waren als je naar de Kalfjeslaan ging, als je dat tenminste durfde want fietsen worden je afgenomen, en dan de derde laan rechts, daar was een boer en die had ze en daar kon je misschien ook nog wat melk krijgen. Het loopt hier spaak met de voeding. De stad zal ons helpen door het verstrekken van een warmen maaltijd per dag. Dat is Voûte, die zijn best doet. Ik denk wel dat hij zal blijven, maar als Amsterdam vrij is, niet lang meer. Wij hooren, dat de Jeugdstorm is ontbonden en dat de leden van die vereeniging, die 18 jaar waren en ouder, zijn ingedeeld bij de Landwacht. Overigens, zegt men, is die Landwacht voornamelijk samengesteld uit boeven en gevangenen uit de cellulaire gevangenis te Leeuwarden. In de Cornelis Schuytstraat hebben zij een van hun hoofdkantoren, ook zitten zij in het voormalige huis van de van Nierop's. We worden nu dus doodgeschoten en geïntimideerd door ee
n partijtje gewapende schurken, die n.b. Hollanders zijn van geboorte. De wraak op deze menschen zal verschrikkelijk zijn, zoo zich daartoe de gelegenheid voordoet. Vervolg. Wat hebben we nu gedaan al dien tijd. We hebben des zomers en in den winter met bewondering gekeken naar het nooit vervelende gezicht op de groote zandvlakte, waarop dikwijls soldaten van den verdrukker oefenden en kinderen van den jeugdstorm, maar die meestal onbevlekt was. In den zomer was er bij mooi weer altijd een groote drukte van kinderen en jonge menschen, die de zandvlakte tot een soort Zandvaart maakten en baadden en zwommen in het kanaal voor ons huis, dat meer westwaarts voorbij de brug een soort meer wordt en in den winter was dat kanaal bedekt met honderden schaatsenrijders. Je herinnert je het uitzicht van onze flat, toen je deelnam aan het bruiloftsdejeuner van Engelien en Frans op 9 Januari 1940 en toen je op de receptie bent geweest op 6 Januari. Uit mijn dagboek schrijf ik over: "gedurende de receptie hadden we van uit onze kamer een schitterend gezicht op de groote zandvlakte met haar duinvorming, wit besneeuwd, in de laagten bevroren plassen, alles heel teer van kleur en op den voorgrond de talrijke schaatsenrijders. Daartegen de silhouetten van Bruid en Bruidegom." Wat lijkt dat alles lang geleden en wat is er veel gebeurd. We kunnen niet dankbaar genoeg zijn, dat we in deze flat wonen en niet in de duistere en onaantrekkelijke Bronckhorststraat, ook al was ons huis daar wel aardig. Hier licht en. zon en den omgang met gezellige en prettige buren.

                                                          Het uizicht van onze flat

Aanvankelijk hadden we een weinig aantrekkelijke familie boven ons en de Jolles'en, die aardige menschen waren, beneden ons. Op no. 37 3de étage woonde de joodsche familie van Minden, onder hen de brave Fonger de Haan met zijn vrouw met al zijn mooie schilderijen en rariteiten. Maar er kwamen groote veranderingen. De arme van Minden werd door het barbaarsche optreden van de Duitschers uit zijn positie van makelaar in assurantieën ontslagen. Hij had die zaak opgericht en door hard werken in vele jaren tot bloei gebracht op een fatsoenlijke, eerlijke wijze. De bezittingen van zijn zaak werden goede prijs verklaard. Dit werd hem aangezegd door een Hollandsche N.S.B.-er. "Waaraan heb ik dit te danken?" vroeg hij. "Dat hebt U te danken aan uw voorvaders" antwoordde de N.S.B.-er. Hij ontruimde zijn flat op de groote stukken na, omdat het anders te veel in het oog was geloopen en ging onderduiken. Wat er van hem is geworden weten wij niet. Wij hebben nog een tweetal perzische kleedjes van hen in bewaring en ik hoop, dat we hun die kleedjes weder zullen kunnen afdragen. Maar misschien. zijn zij, wat Goebbels noemt, hun "mörderische Zukunft" tegemoetgegaan en zullen wij hen dus nooit meer zien. Even als wij verscheidene van onze Joodsche vrienden en kennissen nooit meer terug zullen zien omdat ze door de Duitschers vermoord zijn. Er kwamen groote veranderingen. De Jolles'en vertrokken en we kregen Mevrouw Kramers beneden ons en de Gouda's boven en ten slotte nog in de flat van de van Minden's de familie van Rees. En dan hadden we nog op no. 33 Maurits en Hanna van Eeghen en tante Mary op no. 34. Als ik in de jaren der bezetting den indruk heb gekregen, dat het Hollandsche volk een moedig volk is of in ieder geval een volk van moedige menschen, dan hebben opgewekte, altijd hulpvaardige buren, die ik noemde, in sterke mate tot het vestigen van dien indruk bijgedragen. Want wat hadden ze niet, elk voor zich, een zorgen, wat dreigden hun niet gevaren en hoe doorstonden zij die blijmoedig, zonder iets te laten merken. Je ouders zijn bejaarde menschen. Ons dreigden die gevaren in geringer mate, al diende ons bovenkamertje ook voor schuilplaats van menschen, die gezocht werden. Wij zelven waren bejaard en daardoor voor den bezetter een minder aantrekkelijke buit. Wij zagen elkander dikwijls, hielpen elkander met vele onbelangrijke en belangrijke dingen, waren als het ware samen op een schip op een lange reis met een onbekende bestemming, al waren wij dan ook zeker van de bevrijding. We maakten veel muziek. Donderdags kwam Fiep Kwast om te zingen met Moeder en Engelien en om mij te accompagneeren  en op den middag was het altijd een gezellige tafel want dan verscheen ook Lex Osterkamp, de rectrix van het Montessori Lyceum en dikwijls ook Mevrouw der Kinderen, die we nu moeten missen en dan de gast die bij ons inwoonde. Want we hadden dikwijls logeergasten, John of kleinkinderen of anderen, teveel om te noemen, om niet te spreken van de onderduikers. Verder hadden we de maandelijksche bestuursvergadering van het Montessori Lyceum, gepresideerd door Moeder, altijd een opgewekte vergadering van enthousiaste menschen, en we hadden muziekavonden waarop Moeder en Engelien zongen en ik viool speelde, soms met onzen parterre buur Dr. van Det, een zeer muzikaal man, en dan werden onze beste burenvrienden gevraagd om te luisteren. Het leven was zoo kwaad nog niet. Het eenige wat hinderlijk was en bleef, was het drukkende gevoel te zijn geknecht, het zien der Duitsche soldaten op straat en te moeten gehoorzamen aan Duitsche bepalingen. Maar de hoop op een spoedige verlossing en het vaste geloof, dat die spoedig zou komen, waren altijd aanwezig. De tijd waarbinnen die verlossing zou komen varieerde ongeveer van drie dagen tot 2 maanden. We werden in die verwachting gestijfd door de Oranje Radio en door Hare Majesteit en ook door je zelf door je antwoorden op Roode Kruisbrieven van ons. Hoe heeft nu ons volk, het Nederlandsche Volk, zich gedragen. Stop. Als het lang duurt voordat onze verlossers komen, dan komen we hier te Amsterdam in een moeilijke positie. Er komen geen kolen aan, zoodat binnenkort de gas en electriciteitstoewijzing wel zal worden verminderd, misschien wel geheel afgesloten van de wereld. Er is geen postverbinding naar plaatsen buiten Amsterdam; we mogen van ·de banken slechts f 100,- .per week ontvangen. Verder moeten we om 8 uur 's avonds binnen zijn en moeten op straat goed uitkijken en luisteren en gehoorzamen, willen wij niet worden doodgeschoten.

Dinsdag 12 September 1944. Toen ik mijn brief eindigde Donderdag jl. waren wij nog in de hoopvolle stemming spoedig te worden bevrijd. Intusschen begonnen de berichten minder mooi te worden en ten slotte kwam de waarheid door, dat de geallieerden nog op geen plaats over de grens waren, terwijl men ons had verteld, dat Eindhoven, Maastricht, Tilburg, Breda, Terneuzen, ja zelfs Rotterdam bevrijd waren. Op een oogenblik bleef het nog van Breda zeker, dat het bevrijd was maar ook dit bleek een illusie en dat was wel een heel erge tegenvaller. Haarlem en Leiden waren n.b. ook vrij geweest en ze waren vlak bij Den Haag. "Luister maar in de telefoon, dan kan je ze hooren" , hadden menschen in Den Haag of Haarlem gezegd en dan had men ze gehoord of had gehoord, dat men ze gehoord had en sommigen gingen op 5 September naar den Dam waar ze om 4 uur zouden zijn. In Haarlem en Den Haag gingen menschen, die zich met oranje hadden versierd de geallieerden tegemoet terwijl auto's en trucks vol Duitschers en NSBers, die op de vlucht waren, langs hen snorden. Men vertelde ons dat in een van die auto's een Duitsch officier was opgestaan en een buiging had gemaakt, als ware dit een huldebetoon voor hem bedoeld. Na die vroolijke dagen van blijde verwachting en het vertrek van de meerderheid der Duitschers en van de NSBers maken de Landwacht ons het leven moeilijk. Het is een klein waagstuk de binnenstad te bezoeken, gaat men op een trein zitten dan krijgt men kogels van de mitrailleurs der Engelschen en Amerikanen. En dan dreigt de honger. Maar gisteren werden wij weder verblijd met betere berichten. We zijn weer uit de put en zien het oogenblik der bevrijding weder in een nabije toekomst. De geallieerden zijn werkelijk over de grens bezuiden Eindhoven. Vervolg. Ik was gekomen tot de vraag hoe het Nederlandsche volk zich gedurende de bezetting heeft gehouden. In mijn Roode Kruis brieven heb ik herhaaldelijk gezegd: "Dirk houdt zich goed" en je hebt begrepen, dat ik met Dirk ons Volk bedoelde. En ik ben nog steeds de meening toegedaan, dat ons Volk zich goed heeft gehouden. Ik begrijp heel goed, dat ik mij met een poging om op die vraag te antwoorden op een moeilijk terrein begeef en dat ik misschien beter zou doen nog wat te wachten en de indrukken te doen bezinken of het woord te laten aan menschen, die knapper zijn dan ik bijv. Huisinga. Huisinga heeft al iets gezegd in een van zijn boeken, dat in 1941 uitkwam "Nederland's beschaving in de XVII de eeuw" maar al is het mooi, ik zal het niet herhalen omdat het te lang is. Ik heb zeer vele moedige menschen om mij heen gezien en ben nog veel meer dan vroeger van Dirk gaan houden. Hij heeft een goed verstand, kan goed denken, wint het in deze van den Duitscher. Ik vergeet nu een beetje, dat jij ook een "Dirk" bent. We zijn een beetje van elkander af geraakt, jullie in Engeland en wij, maar we gelijken natuurlijk precies op elkander. Ik geloof, dat je dankbaar mag zijn, dat je op 25 April 1940 naar Engeland bent vertrokken. Hoe duidelijk herinner ik me je vertrek van Schiphol, dat we later zoo menigmaal zagen branden. Ik had vijf vragen opgeschreven over de politieke situatie en je antwoordde mij er op en steeg in je vliegtuig. En nu vraag ik mij af wanneer we je weer zullen zien. Er is één Hollander dien ik niet bewonder en dat is de Geer en een ander, die een veer heeft gelaten namelijk Colijn, die na het vertrek van de Koningin en de Regeering daarover zijn ongenoegen uitte in de Standaard en die later in zijn brochure "aan de grenzen van twee werelden" dingen zeide, die hij toen niet had behooren te zeggen, bijv. dat we er nu - toen de Franschen waren verslagen - rekening mede moesten houden, dat Duitschland de leidende macht zou zijn in Europa. Churchill dacht gelukkig anders. Ik ben  dezen brief begonnen in de verwachting, dat de bevrijding zeer nabij zou zijn. Nu gaat het weer goed. De vlag en wimpel staan weer klaar. Zoodra het groote oogenblik aanbreekt gaat deze brief op de post naar Engeland aan het Departement van Marine, dat wel zal zorgen voor de doorzending. Je weet nu het een en ander; die vier jaren zijn niet aangenaam geweest, maar ik zou ze niet gaarne hebben gemist. Hierbij een gedichtje van Daniel Heinsius, die leefde van 1580 - 1655. Hij schreef dit toen Heemskerck te Gibraltar sneuvelde. Het is geheel toepasselijk op het heden - zoo men maar het woord ."Spanjaarden" verandert in "Duitschers".

AAN DE SPANJAARDEN

Al daar de hemel strekt en daar de wolken drijven
 't is even waar men woont, als kinders ende wijven,
Zijn buiten slavernij, zijn verre van uw hand:
Al daar gij niet en zijt, daar is ons Vaderland.
De vogel is alleen: geboren om te snijden
Met vleugelen de lucht, de paarden om te rijden
De muilen om het pak te dragen, of de lijn
Te trekken om den hals, en wij... om vrij te zijn.

Deze woorden gaan tot het hart van elken Nederlander. Zooals je weet hen ik nu in mijn 78ste jaar. Hoe lang zal ik nog op deze aarde blijven. Mijn Vader werd bijna 81, mijn oudste broeder 81, mijn overige broeders en zusters gingen allen vroeger heen. Word ik even oud als mijn Vader en oudsten broeder, dan resten mij dus nog 3 jaren, maar het kan ook anders zijn, zoowel in de eene als in de andere richting. Ik zou gaarne met Moeder nog heel oud willen worden. Ik heb nog veel te lezen en stel belang in dingen waarin ik vroeger geen belang stelde. En jij hebt mooi, maar waarschijnlijk gevaarlijk werk. Ik reken er vast op dat wij elkander weerzien. Mocht dit niet gebeuren, je behoeft je niet te schamen voor je Vader en wat Moeder gedaan heeft in die vier jaren en hoe zij een steun is geweest voor mij en voor velen, daarover zou nog een veel langer epistel kunnen worden geschreven. Tot ziens dus. Wat verder volgt is aanhangsel. Deze brief zou eindeloos lang kunnen worden. Ik zou bijvoorbeeld kunnen gaan schrijven over het straatbeeld: het verdwijnen van de auto en de wedergeboorte van het paard, de vreemdsoortige paardentaxi's met Shetlandsche paardjes, waar komen die paardjes plotseling vandaan, de in eer herstelde klomp en het houten schoeisel, dat gedragen wordt door kinderen en vrouwen en dat doet denken aan dat van de Japansche vrouwen. En dan het beeld van den Hollander zonder sigaar. Enkele bevoorrechten beschikken nog op een vooroorlogschen voorraad. Zoo iemand zat rookend in den trein, toen zijn overbuurman hem aansprak met de woorden: "U rookt daar een lekker sigaartje. Hm. Daar zou ik wel 150 gulden voor over hebben. Hm. Hebt U nog meer van die sigaren". Toen kwamen ze eindelijk in gesprek. "Meent U het", vroeg de rooker en ja, de man meende het en zoo werd hij eigenaar van tien sigaren voor f 1500.-. Ik heb net vanmorgen een buitenkansje gehad, heb 60.000 gulden verdiend en ik weet niet wat ik er mee moet doen. Dit geeft je een beeld van den toestand hier op dit gebied. Zooeven heb ik een pond boter gekocht voor f 32.- en een flesch raapolie voor f 40.-, dat heet "zwarte handel" waar erg op gescholden wordt maar iedereen maakt er gebruik van waardoor zij mede schuldig zijn aan de instandhouding van dien zwarten handel. Ik vind het gedrag van groote zwarte handelaren, die groenten en peulvruchten naar Duitschland uitvoeren, terwijl wij er hier gebrek aan hebben, natuurlijk zeer min maar overigens heb ik den indruk gekregen, dat de zwarte handel geld brengt onder de armen, die ook voor alles duur moeten betalen en dat die dus als een soort ondersteuning werkt. Maar ik vergis mij misschien. Het hangt er van af waar komen de levensmiddelen vandaan. Als ze gestolen zijn van de Wehrmacht is het in ieder geval goed. Na den oorlog zal wel eens een studie over dien zwarten handel verschijnen. In ieder geval is het stijgen van den prijs van een zeldzaam artikel een natuurlijk verschijnsel. Lees maar eens II Koningen VI vers 24 waarin verteld wordt hoe een ezelskop in het door Koning Benhadad belegerde Samaria tachtig zilverlingen kostte en een beetje duivenmest vijf zilverlingen. Dat zal zoowat 30 eeuwen geleden geweest zijn. Maar Elisa zeide: "Morgen zal een pond meelbloem maar een sikkel kosten en de gerst nog minder in de poort van Samaria", want als profeet wist hij dat de Syriërs het beleg zouden opbreken.

Woensdag 13 September 1944. Heden worden
noodkaarten uitgereikt, met welk doel is nog niet bekend. Trier is genomen en le Havre, maar op ons gebied schijnt de tegenstand sterk te zijn en dan komen nog die breede rivieren. Ik schrijf nu maar alles op met hoop op een spoedige bevrijding, tot dusver waagde ik het niet zoo openhartig te schrijven met het oog op het gevaar dat daaraan verbonden is. Mussert heeft zijn "Volksgenooten" toegesproken in een rede, die erg op een afscheidsrede lijkt. Welk een fiasco is die N.S.B. geweest, maar hoe onaangenaam kan zoo een kleine groep menschen het je maken wanneer die groep wordt gesteund door den bezetter. Mevrouw André de la Porte is gestorven 26 Juni. Pim en Madelon maken het goed. Pim heeft altijd werk gehad, "maar alles voor den Duitseher" zei hij mij eens met een zucht. Het is wel zoo, dat alle, of nagenoeg alle, fabrieken in Nederland ten deele of geheel voor de Duitschers moeten werken. Bovendien werken nog een half miljoen Nederlanders in Duitschland. Het is niet vroolijk tot een bezet gebied te behooren. Maar de Nederlander blijft in sterke mate anti-Duitsch en uit die gezindheid soms op humoristische wijze. "Krijg 't eikenloof" zegt een arbeider tegen zijn maat wien hij iets onaangenaams wenscht met een herinnering aan Hitler, die zekere generaals eerst met het eikenloof begiftigt en ze daarna doet verdwijnen door ze uit een vliegtuig te doen gooien. Wat van die verhalen waar is zal later wel eens blijken. Ik hoop, dat Nederland na den oorlog een sterkere eenheid zal vertoonen, dan voor den oorlog. Nooit werden zoovele bijbels verkocht. Dit doet, vooral in kerkelijke kringen de hoop rijzen, dat er in den geest van de menschen iets veranderd is. We zullen zien. "Nood doet bidden" is een spreekwoord. Treffend en aandoenlijk en vol religieus gevoel zijn brieven van jonge menschen, die ter dood werden gebracht, die ze den dag voor hunne terechtstelling schreven. Zoo is er een heele mooie brief van Hans de Beaufort. Zeker zal er bij menschen, die veel geleden hebben, iets veranderd zijn. Intusschen is in de Gereformeerde kerk, die ongeveer 500.000 leden telt, een strijd ontstaan over de besluiten van de Synode van 1915. De strijd gaat over verschillende dogma's, bijvoorbeeld over de Wedergeboorte, zoo als die plaats heeft door den heiligen Doop, en over een aantal andere leerstellingen. Volgens de Synode van Utrecht in 1915 zouden kinderen, die gedoopt zijn, geacht moeten worden schoon gewasschen te zijn van zonden, terwijl Professor Schilder en eenige anderen, die het daarmede niet eens zijn, beweren, dat zulke kinderen niet "geacht" moeten worden doch "zijn" schoongewasschen. Nu hebben Prof. Schilder c.s. zich met hunne bezwaren gericht tot de Kerkeraden instede van tot de Synode en het gevolg is een groote ruzie, die nog voortduurt en naar aanleiding waarvan een scheuring dreigt en verschillende predikanten wegens de zonde van! scheurmaking uit hun ambt zijn ontzet. Het is merkwaardig, dat midden in den tijd waarin wij leven, dergelijke conflicten ontstaan. Men denkt terug aan den tijd van het twaalfjarig bestand, aan de Synode van Dort, toen de Arminianen en Gomaristen elkander bevochten. Zulke vraagstukken gaan bij menschen als Professor Schilder boven den wereldstrijd. In hun verzet behooren de Gereformeerden intusschen tot de krachtigste Nederlanders. Wij behooren tot een krachtig volk, ontembaar zijn wij. Maar ik vraag mij wel eens af of wij het evenals onze voorouders 80 jaar zouden uithouden. Het juk van de Spanjaarden was veel lichter dan het juk der Duitschers. Wat hebben wij niet veel tot stand kunnen brengen gedurende dien 80-jarigen oorlog. Onlangs vroeg ik aan een kind op onze kade, wijzende op: de Duitsche soldaten, die op het veld aan het oefenen waren: "Wat zijn dat voor menschen?" "Soldaten" zei het kind. "Wat voor soldaten?" "Gewone" zei het kind. Toen dacht ik "hoelang zouden zij die na ons komen, gesteld dat de Duitschers hier bleven, nog het besef houden Nederlanders te zijn". Kort waarschijnlijk, want de Duitscher zou ons land eenvoudig zooveel noodig ontvolken en de weggevoerde menschen zou hij vervangen door Duitschers. Ik las onlangs een boek van Dr. Johan Wöller, een Deen, die als officier van gezondheid in ons Indië diende en zijn ervaringen opschreef. Een interessant boek, ook met het oog op zijn oordeel over het Hollandsche Volk. Hij zegt: "een Nederlandsche arbeider staat in verlichting en beschaving doorgaans onder zijn De
enschen standgenoot en hetzelfde geldt voor den eenvoudigen middenstand, maar wanneer wij in de hoogere burgerlijke kringen komen, de academische wereld en de bovenste lagen der Maatschappij, dan is het tegenovergestelde het geval. Dan bemerkt men, dat Holland in financieel en kolonisatorisch opzicht, een wereldmacht is, en het ook eeuwen lang geweest is, dat het groote rijkdommen vergaard heeft en schatten van oude, solide kultuur bezit. De hoogstontwikkelde Nederlander is een man van de wereld, in den regel een uitstekend linguist met een werkelijk overzicht en inzicht in buitenlandsche verhoudingen. Dat blijkt het duidelijkst in de Pers en de Tijdschriften. In vergelijking hiermede is Denemarken provinciaaL..... Geestelijk en lichamelijk zijn de Hollanders misschien wel het krachtigste ras van Europa." Denk er nu aan, dat als wij samen weer gaan wandelen in Zwitserland, dat je dan niet weer zoo idioot staat te grinniken, als ik, zooals op de Buet, op een glibberige plaats in levensgevaar verkeer of meen te verkeeren. Ik verlang er naar zoo'n paswandeling te maken en in een hotelletje te overnachten en dan niet zelf te hoeven dekken en omwasschen maar alles te krijgen wat je bestelt en een sigaar te kunnen rooken. Zooeven bracht ik den vuilnisemmer, een erg zwaar voorwerp, ook vies, naar beneden want Woensdags komt de vuilniswagen. De werkster van de gezamenlijke flats, die de trappen verzorgt, richtte eenige onvriendelijke woorden tot mij, zij beweerde dat ik met den schillenemmer, dat is weer een andere emmer met vuiligheid, de trap bevuild had. Ik dacht aan een tijd in mijn leven, te Buitenzorg, waar jij geboren bent, dat wij negen bedienden hadden en ik iederen morgen met een grooten wagen, getrokken door twee Sydniërs, een met goud bestikte koetsier op den bok naar het paleis van den G.-G. werd gebracht, maar ik vroeg haar alleen maar of zij zich tot iemand anders wilde wenden als zij klachten had over schillenemmers. Dat komt er van als je vuilnisemmers naar beneden brengt. Onze medekadebewoner van Valkenburg, die door zijn aristocratisch uiterlijk cachet geeft aan de Stadionkade, zie ik wel eens in de rij staan, in regen of kou, een uur lang, om 8 kilo aardappelen te bemachtigen. Hij zal ook wel eens denken: "Waar ben ik toe gekomen". Zooeven gehoord, om 5.30, dat de gijzelaars van Vught, behalve die van den Ruwenberg, zijn vrijgelaten. Max Kohnstamm, die geëngageerd is met Kathleen Sillem, is aangekomen ten huize van zijn aanstaande schoonouders. Ik schudde hem daar de hand. Het spijt mij dat die van den Ruwenberg niet zijn vrijgelaten want ik zou von Balluseck gaarne hier hebben voor het Handelsblad.

Zondag 17 September 1944. Mooi weer, stil, gewicht 65 Kilogram. Gisteren bericht gekregen van tante Heleen, die het had van Oom Karel te Genève dat je Jan den Tex te Cairo zou hebben ontmoet en dat jullie het beiden goed maken. Wanneer deze ontmoeting plaats had, wordt niet gemeld. Was je op een oorlogsschip op weg naar Indië, we weten het niet. Verder stond in dien brief van Heleen: ook waren er allerlei berichten neen, allerbeste berichten, van Mia, haar dochters en kleinkinderen en van Daisy, de vrouw van Gie en haar zoon Willem. Van Frans, Jan's derde zoon, kwam aan Karel bericht: Frans malade. Anders niets. Wij weten niet wie het bericht afzond en of het een voorbereiding was voor een doodsbericht. De meisjes zijn nu in spanning. We hebben gisteren een dag vol emotie gehad, want overal werden fietsen gevorderd of laat me zeggen, gestolen, want je krijgt niet eens een kwitantie. Er stonden landwachten en een Duitscher bij de Rubensstraat en wij en de andere bewoners van de kade, hingen uit de ramen om fietsers, die in die richting reden, te waarschuwen. Soms waren er vele fietsers en sommige vroegen: mogen we onze fiets bij U stallen. Ja, zei ik en dan brachten ze hun fietsen binnen, tot wij hoorden, dat een onderzoek in de huizen zou worden ingesteld, waarop we alle fietsen naar het dak sleepten en daar verstopten, Dit alles gaf veel vroolijke drukte. In den namiddag was het groote jacht op mannen tusschen 16 en en 50 jaar. Zij worden opgepikt, in wagens gezet en, nadat een selectie heeft plaatsgevonden, naar Amersfoort en vervolgens naar Duitschland gevoerd. Dergelijke maatregelen worden met toenemende driestheid toegepast en wij gevoelen den staat van slavernij waarin wij leven. Maar ... de geallieerden zijn bij Hulst over de grens, de strijd bij het Albertkanaal waar hard gevochten werd, schijnt ten slotte ook goed te verloopen en Maastricht is bevrijd. Ook bij Aken gaat het goed en in de Siegfried linie. Omtrent het tijdstip van onze naderende bevrijding kan nog niets gezegd worden. Willen de Duitschers zich krachtig verzetten, dan bieden de breede rivieren, Maas, Waal en Rijn, daarvoor een goede gelegenheid. Men zegt, dat zij zich ook achter den IJssel willen verdedigen en dat Zwolle bijvoorbeeld sterk verdedigd zal worden, Ik hoop, dat tante Hessie, die niet meer zoo sterk is, niet uit haar huis zal worden verwijderd. Het gaat hun daar allen goed. Andree heeft een tijd lang gesukkeld met een ontstoken voorhoofdholte, waarvoor hij alleronaangenaamste operaties heeft moeten ondergaan. Dat gaat nu wat beter, al is hij er nog niet geheel af. Als je hem ontmoet, vraag er hem dan maar niet naar. Maurits woont nog in Bentveld en schonk ons gisteren een aardige hoeveelheid tarwe en roggebloem, wat in verband met den nood der tijden een heerlijk geschenk is. Gisteren heb ik mooie vlaggen gefabriceerd om voor de ramen te hangen als de bevrijders komen. Onze nationale vlag staat klaar, maar bovendien heb ik nu de Union Jack en de Stars and Stripes, gemaakt van karton en papier.

Maandag 18 September 1944, lichte bewolking, stil, oostelijke wind. Gisteren veel emotie. In den voormiddag maakte Engelien haar voornemen bekend naar Tilburg te gaan om, vereenigd met Frans de naderende bevrijding mede te maken. Er komt bij, dat, wanneer wij bevrijd zijn, Frans vermoedelijk dadelijk in dienst zal komen bij het Leger als officier van gezondheid. Dus naar Tilburg, maar hoe. Afstand circa 120 kilometer. Per trein? Zeer gevaarlijk met het oog op de beschietingen door onze vrienden. Bovendien is het onzeker of treinen loop en hoever. Dit kan men morgen vragen aan het bureau "inlichtingen". Het laatste besluit was, dat ze per fiets zou gaan, over Abcoude, langs achterwegen naar Vianen, vooral niet dicht bij het Merwedekanaal, dat voortdurend beschoten wordt, over Gorkum, waar ze zou worden overgezet, ook weer gevaarlijk wegens de beschietingen en zoo verder. Dat wilde ze in één dag doen. Ze zou vermoedelijk vele Duitsche strijdkrachten ontmoeten, wat de tocht mogelijk niet gemakkelijker zou maken. Maar eerst moest ze nog naar het huis van Mevrouw der Kinderen, die haar verschillende dingen had gelegateerd. Die haalde ik met haar met het karretje, dat we van Terschelling hebben laten komen om dienst te doen ingeval van een gedwongen evacuatie. Dus met het karretje met zijn oranje wielen en onderstel en groenen bak - de Terschellingsche kleuren - van genoemd huis naar de Vossiusstraat waar Engelien woont. Vandaar bracht ik het karretje terug. We zijn wel wat veranderd in den oorlog, zijn minder conventioneel, natuurlijker geworden, vinden het niet vreemd, als wij een Amsterdammer, dien wij vroeger altijd zeer deftig en strak vonden, met een zak aardappelen zien loopen of in de rij staan voor een half brood. Maar in den namiddag kwam het geweldige bericht van landing uit de lucht met een sterke macht van de geallieerden in de buurt van Arnhem met behulp van zweefvliegtuigen en dat wierp Engeliens plannetje in duigen. En wij vinden het wel rustig, al bewonderen wij haar durf. En later kwam het bericht van het bevel van onze Regeering tot de staking van het spoorwegpersoneel. En nu verneem ik dat het Centraal Station gesloten is, dat menschen in den nacht veel geraas hebben gehoord van auto's en motorwagens, gaande in oostelijke richting. Dat is de goede richting, maar het is voor ons niet prettig, dat ze zooveel medenemen. Gehoord. dat op het Olympiaplein vele mededeelingen van de zoogenaamde "illegale pers" zijn aangeplakt. Daarin wordt verteld wat er gebeurd is. Maar het is gevaarlijk die dingen te gaan lezen want we zijn in staat van beleg en worden voor een kleinigheidje doodgeschoten. Dus moet je uitkijken. Wat vroeger sterke stellingen waren beteekent nu veel minder met die nieuwe middelen als zweefvliegtuigen, zware bommen enz. Duitschland schijnt in de lucht nog maar heel weinig te presteeren. Toch stelt Goebbels zich nog altijd voor, hij zegt het tenminste, dat hij door de indienststelling van een nieuw model vliegtuig de kans zal doen keeren. Hij is zoo verstikt in de propaganda, dat hij niet anders kan dan leugens vertellen. De propaganda, die hij in Nederland heeft gemaakt, heeft niets uitgewerkt. Integendeel heeft zijn propaganda ons dikwijls steun gegeven. Hij schreef voor de Duitschers en die slikken nu eenmaal dien onzin. Een Hollander heeft daarvoor een te helder doorzicht ... Ik heb bij het uitbreken van den oorlog mijn dagboek voortgezet en voortdurend bijgehouden. Daar het niet geraden, zelfs gevaarlijk was, dingen op te schrijven, die den Duitscher onaangenaam zouden kunnen zijn, is dit dagboek niet zulk een aangename lectuur als het in gewone omstandigheden had kunnen zijn. Maar het bevat de meest belangrijke mededeelingen uit de couranten en een verhaal van onze ervaringen in die ruim vier jaren. Gisteren zijn vele mannelijke landgenooten bij het verlaten van de kerken, vooral de katholieke kerken, opgepikt. In sommige kerken waarschuwde de pastoor de gemeente midden in den dienst en verzocht de mannen van 50 en jonger de kerk te verlaten voordat de SS aanwezig zou zijn. Een predikant van de gereformeerde kerk op de Keizersgracht en de koster van die kerk zijn doodgeschoten omdat zij in de kerk wapens hadden verborgen. Ik ben in den oorlogstijd vrij vaak in de kerk geweest. Het liefst ga ik naar de Oude Kerk, waar het graf van Heemskerck is, niet daarom, doch omdat het zulk een mooie kerk is maar omdat er tegenwoordig Zondags geen trams rijden, moet men loopen, een uur heen en een uur terug. Dat heb ik verscheidene malen gedaan, maar men krijgt tegenwoordig niet teveel voedsel, daarom blijf ik nu maar thuis. De Kerk heeft zich kranig gehouden, zoowel de Hervormde als de Katholieke. De laatste is een sterker eenheid, kon daarom ook grooter kracht toonen. De predikanten en andere voorgangers hebben van den aanvang tot nu toe in hun gebeden God gevraagd om verlossing uit de verdrukking waaronder wij leven, zij hebben steeds gevraagd onze geëerbiedigde Koningin te steunen evenals de leden van het Vorstenhuis; zij hebben steeds gevraagd de Joden, het uitverkoren Volk, te helpen in hun ellende en zij hebben dikwijls psalmen doen zingen, welker beteekenis voor de Gemeente geen twijfel liet. Als in een volle kerk met gloed werd gezongen Psalm 33 vers 9: het brieschend paard moet eind'lijk sneven hoe snel het draaf in 't oorlogsveld, 't kan niemand d'overwinning geven, zijn groote sterkte baat geen held. Neen, de Heer der Heeren doet ons triomfeeren. Hij geducht van macht, slaat elk gunstig gade, die op zijn genade in benauwdheid wacht. Dan wist ieder dat met het brieschend paard Hitler bedoeld werd en dan ging men sterker en meer hoopvol naar huis. Er zijn nog verschillende andere psalmen, die nog meer toepasselijk zijn op onzen huidigen toestand. Daar komt Jacky Engelkens binnen en wenscht ons, onder aanbieding van bloemen, geluk met je benoeming tot Minister van Marine en Scheepvaart. Wij aanvaarden de bloemen dankbaar en leggen haar uit, dat er verscheidene de Booy's zijn, die zich hebben onderscheiden en die hooge posities aanvaardden doch dat de positie, die zij noemde niet behoort tot die welke jou zijn te beurt gevallen. 't Is een aardig denkbeeld, dat we Jim weldra in Holland zullen zien en dat hij misschien wel zijn mooie huis aan de Sophialaan weder zal betrekken. Dat Liesbeth en Mary beide met foreigners zijn getrouwd, treft ons... Daar komt iemand binnen en vertelt, dat de geallieerden door Arnhem en Renkum zijn getrokken, dat te Arnhem veel is gevochten en een groote uittocht van Duitschers in oostelijke richting plaatsvindt. Maar we moeten nu ietwat voorzichtiger worden en niet alles gelooven wat men ons vertelt ... Wat ik zeker weet is, dat Schiphol in brand staat want ik kan het hier zien branden. Men zegt, dat de Duitschers de olie en benzine in brand gestoken hebben. Mijn brief is nu weder onderbroken door iemand, die kwam vertellen - hij had het zelf vernomen van een ingenieur van de waterleiding - dat de waterverstrekking om 2 uur zou worden stopgezet. Ons bad was reeds vol. Ofschoon de persoon, die het kwam vertellen zeer impressionabel is, hebben we het zekere maar voor het onzekere genomen en alle pannen, vaten, emmers met water gevuld, tot 1.55 n.m. het bericht kwam, dat alles berustte op de fantasie van den verspreider. Nu weer vernomen, dat Eindhoven en Tilburg bevrijd zijn. We zullen zien. Het is nu 5 uur. Ik kwam zooeven terug van het distributiekantoor, zag een troep mannen, tusschen 16 en 50 jaar, wegvoeren door groene politie en motorwagens met tien gewapende soldaten voorafgegaan door een bewapende motorfiets door de straten trekken. Ten 8 uur zag ik een vuurstraal slingerende bijna recht omhoog gaan in de peiling ongeveer Schiphol zoowat zuidwest, maar veel verder, hoog in de lucht. Men zeide mij, dat dit een V -één was op weg naar Engeland.

Dinsdag 19 September 1944. Mooi weder, flauwe koelte uit het Z.O. Wij hooren herhaalde ontploffingen uit de richting Schiphol waar waarschijnlijk startbanen worden opgeblazen. 's Morgens viool gestudeerd en om 11 uur komt Maurits van Hall en doet interessante verhalen en gaat daarna naar Sonia (van Benckendorf), die gehuwd is met Watze Ruitinga, zoon van den Professor en die kort geleden haar eerste kindje heeft gekregen Zij woont op no 34 van onze kade. 5.30 gehoord, dat Eindhoven door de geallieerden is genomen en dat gevochten wordt te Arnhem, ook dat morgen 15.000 menschen uit Beverwijk en Velsen worden geëvacueerd naar Amsterdam. Er komt een meneer van den evacuatiedienst bij ons, die komt controleeren of wij plaats hebben voor de herberging van eenige geevacueerden. Ik praat wat, heb bezwaren en kom er goed af we zullen geen evacuees krijgen. Later blijkt, dat ik rustig had kunnen zeggen; we krijgen een M (een machinist). De evacuatiedienst is heelemaal goed, dat schijnt bekend te zijn. Anderen hebben het gezegd en dan zei de controleur: "Natuurlijk, als U een M. krijgt, dan krijgt U geen evacuees". Intussen lijkt mij de aanwezigheid van vier M's in onze flatafdeeling niet zo gelukkig met het oog op de kans op ontdekking en de straf, die er op staat (de doodstraf). Het schijnt, dat de Duitschers een aanval op IJmuiden verwachten, vandaar die evacuees uit IJmuiden en Beverwijk. Wij vernamen, dat onze Regeering te Londen tevreden is over den loop van de spoorwegstaking ... De gewone stedelijke politie ziet men bijna niet meer, niets dan die gevaarlijke Landwachts. Onze gewone stedelijke politie is al spoedig na de overweldiging van ons Land in een nieuw pak gestoken. De uniform van Marineblauw met rood afgezet, werd vervangen door een uniform naar Duitsehen smaak, zwart en leelijk, zooals men kan verwachten. De politie werd Staatspolitie, wat misschien wel een verbetering is, en kreeg militaire rangen. Het aantal nationaal-socialisten was in de politie even gering als onder de rest van de bevolking. Ons politiebureau op den Stadionweg is heelemaal "goed". In het algemeen voert de politie de bevelen van den bezetter uit, echter vergezeld van een groote mate van sabotage. Er zijn natuurlijk ook politieagenten die onderdoken en actief in de verzetsbeweging medewerkten. Moesten Joden worden weggehaald uit hun huizen, dan werden zij van te voren door de politie gewaarschuwd, de politie waarschuwde ook van op handen zijnde razzia's. Hetzelfde deed de politie wanneer studenten, die zich niet hadden aangemeld of reserve officieren of anderen moesten worden opgepakt. Men wist wat er ging gebeuren en was op zijn hoede. Maar er was ook kwade Politie, die lid waren van de NSB en de kwaadste zijn de Schalkhaarders die te Schalkhaar een bijzondere opleiding ontvangen in nationaal-socialistische geest. Zij dragen helmen en geweren en zingen, als ze marcheeren, op de Duitsche wijze maar met Hollandsche woorden nationaal-socialistische liederen wat een afschuwelijk gezicht en gehoor is. Het eenige waaraan men hun Hollandsche aard nog kan herkennen is hun tragen stap. Ook het gezang van de Wehrmacht vind ik afschuwelijk. Neen, dan hoor ik liever onze soldaten uitgalmen: Mijn Vader is een ouwe knul, hij is stapel dol op mijn; hij werkt alleen voor de flauwe kul en ik ben precies as hij enz. enz. Maar men zegt algemeen, dat ook van die Schalkhaarders maar een derde gevaarlijk is, de rest is goed. Met de marechaussee is het ook ongeveer zoo, alleen is het percentage goede daar nog grooter, of veel grooter. Dan heb je natuurlijk nog de Grüne Polizei, de Gestapo, daarmede is niets te beginnen. Gelukkig hebben de Duitschers hier niets gedaan om zich bemind te maken. Wij hebben eenmaal een bezoek van een Duitschen officier gehad. Het was Dr. Neumann, een psycho-therapeut, die te Giessen langen tijd Jan van Stockum heeft gehuisvest en die veel voor hem heeft gedaan. Hij houdt veel van Jan en nu, in dienst zijnde als officier, kwam hij eens naar Amsterdam om te vragen hoe het met Jan ging. Toen hij opbelde kwam Moeder aan de telefoon. Hij deelde ons mee, dat hij ons wilde bezoeken om te hooren hoe het met Jan ging. (Wij kenden hem van vroeger) "Kommen Sie in Uniform", vroeg Moeder. "Wie so", vroeg hij. "Weil wenn Sie in Uniform kommen, wir Sie nicht empfangen können", moest hij hooren. Maar hij was niet boos, vond het alleen maar "komisch" en zei, dat hij in "civil" kwam. Dus hij kwam binnen en wij ontvingen hem in de salon, en Moeder had een heerlijke tea voor hem klaargemaakt, echte thee, echte suiker en echte melk en beschuitjes met echte jam. Al heel spoedig ontspon zich een levendig gesprek, dat voornamelijk tusschen Neumann en Moeder werd gevoerd, waarbij hij de vele grieven moest aanhooren, die wij tegen de Duitschers hebben, ook moest hooren, dat wij vast gelooven in een overwinning van de geallieerden. Ik wees hem op het bankje, dat voor ons huis staat en waarbij een bordje is opgericht met de woorden "Verboden voor Joden" en ik zei: "daar mogen Freud en Adler niet meer op zitten". Hij heeft van die twee Joden heel veel geleerd. Hij mompelde wat, keek me recht aan en zei: "Sie können wählen, wass wählen Sie Deutschland oder Russland" waarop ik dadelijk zei "Russland" , waarop hij bleek en trillend opstond en met bevende stem zei: "Ich glaube dass ich hier nicht länger bleiben kann". Dat vond ik jammer, ik dwong hem te zitten, wees hem op de thee en beschuitjes en dat lukte. We kwamen in een veiliger vaarwater ofschoon hij nog eenige malen zijn standpunt verdedigde: Europa was nu voor de vierde maal in de wereldgeschiedenis in een toestand, waarin het zijn Kultur moest verdedigen tegen vernietiging door Barbaren, hij noemde de gevallen met jaartallen erbij. Thans was aan Duitschland door de Voorzienigheid de zware taak toebedeeld Europa te verdedigen tegen de Russen. Uit louter liefde voor Holland was de Führer enz. enz. Tegen het einde van het bezoek, zeide ik hem dat het mij speet, dat hij onder ons dak wellicht eenige onaangename oogenblikken had doorgebracht, dat onze Jeugd algemeen zegt, dat er geen enkele goede Duitscher bestaat, maar dat ik het daarmede niet eens was en dat ik geloofde dat er miljoenen goede Duitschers bestonden. Toen begon hij plotseling te huilen, de tranen liepen over zijn wangen maar toch zei hij- nog tusschen twee snikken: "Berlin oder Moscou" en ik weer "Moscou". Dit gebeurde in April 1943. Later kreeg ik een brief van hem, toen hij Jan van Stockum in Vught had bezocht. Aan het slot daarvan schreef hij: "Es hat mir natürlich Leid getan, dass entgegen unserer so guten Verständnisse der Vorkriegszeit die Spannung der Gegenwart unsere persönliche Beziehung belastete. Ich verstehe Sie recht wohl und begreife, dass es für Sie schwer ist. Doch müssen wir danach streben der Situation ins Auge zu sehen. Nur viermal war Europa so gefährdet wie heute: in der Abwehr gegen die Perser durch die Griechen, in der Verteidigung gegen den Islam unter Karl Martel in Spanien, in der Abwehr der Horden Dschingishkans bei Liegnitz und bei der Verteidigung Wiens gegen die Türken. Jedesmal wurde Europa, sein Bestand und seine Kultur gerettet. Dasselbe ist die Aufgabe der Stunde, die auf die Schultern Deutschlands gelegt ist: uns alle, auch Sie und unser von Ihnen und mir geliebtes Holland zu schützen. Unter dieser weltgeschichtlich Perspektive wird manches was schmerzlich ist zurücktreten und uns unter höherem Gesichtspunkt einen." Ik antwoordde hem met een kort briefje waarin ik hem zeide, dat ik alleen zou schrijven over wat ons vereenigt, dat is Jan van Stockum. Ik hoorde niets meer van hem, ben benieuwd of hij nog leeft. Hij heeft verscheidene boeken in het hollandsch geschreven. Er is in die ruim vier jaren zeer weinig maatschappelijken omgang met Duitschers geweest. Ik sluit hierbij de N.S.B.-ers uit. Zeer zelden of nooit zag men Duitsche officieren met Hollanders loopen, wel meisjes van de laagste klassen der bevolking met Duitsche soldaten. Dit is een verschijnsel, dat internationaal is. De zinnelijkheid is bij die meisjes sterker dan het gevoel voor het Vaderland. Eenmaal, toen wij terugkwamen van Hattem, vertelde, in de coupee een Duitsche soldaat er staaltjes van hoe hij, als hij te Amersfoort uitstapte, aan iedere vinger van zijn hand wel een meisje kon meekrijgen, en hoe, meisjes uit naburige dorpen en steden naar een kamp trokken, dat zij betrokken hadden. "Die Mädchen hier sind nicht treu", zei hij, waarop ik hem vroeg of hij bedoelde, dat die meisjes niet trouw waren aan de soldaten. Neen, hij bedoelde aan hun land. Dat zou in Duitschland niet gebeuren, maar daarin vergiste hij zich want ik heb zelf gezien, hoe te Keulen, in 1921, toen het bezet was door Engelsche troepen, vele Tommies met Duitsche meisjes liepen. Boven die zekere klasse van meisjes zag men er geen met Duitschers loopen. Het zal natuurlijk zijn voorgekomen, dat door de aanwezigheid van een ingekwartierden aardigen Duitschen soldaat een liefdesverhouding ontstond met een aardige dochter van de familie, dit ook is niet meer dan natuurlijk. Diezelfde soldaat vroeg ons wat we geloofden van den afloop van den oorlog, waarop wij hem antwoordden, dat wij geloofden dat Duitschland zou verliezen. Hij zei daarop, dat alle Hollanders dat gelooven, maar hij niet. Hij dacht niet dat Holland onafhankelijk zou blijven, maar dat het zou behooren tot het groote Duitsche Rijk en zekere vrijheden zou krijgen. Dat was in 1942. Ik heb het nog niet over de Joden gehad. "Sufferance is the badge of all our tribe" . t Is vreeselijk wat de Joden hebben moeten lijden en het is bewonderenswaardig hoe zij zich onder dat groote leed hebben gedragen Verschillende van de vroolijke bruiloftsgasten met wie je aanzat op 9 Januari 1940 aan het bruiloftsdejeuner van Engelien en Frans hebben veel geleden. Tante Renee, tante van Frans, werd 20 Juni 1943 weggevoerd. Zij was een energieke, intelligente en moedige persoonlijkheid, gepromoveerd in de letteren. Zij woonde dicht bij ons in Michelangelostraat 51, gaf les op scholen voor Joodsche kinderen. De geheele wijk werd afgezet door groene politie, zoodat ze niet vluchten kon en met vele anderen werd zij in tramwagens naar de Hollandsche Schouwburg gebracht, vanwaar dan, na een week van groote ellende, de reis naar Duitschland of Polen werd ondernomen. Ik hoop, dat wij haar zullen terugzien en ook de Allmayers en andere Joden, die we kenden en die ons soms bezochten en wij hen. Mevrouw Allmayer was een steun op zielkundig gebied voor velen, die daaraan behoefte hadden. Maar ik twijfel er aan of we hen of wie ook van de weggevoerde Joden zullen terugzien. De schandelijke wijze waarop de Joden werden behandeld is wel de grootste misdaad van Duitschland of van Hitler. Wij hooren heden, van Mevrouw X van de verzetsbeweging, dat wij onzen machinist niet zullen krijgen. Ik had haar ook nog f 100.- gegeven, maar kreeg dit bedrag tot mijn aangename verrassing terug. De machinisten, die in staking waren gegaan, hadden allen geld gekregen van de Directie en gingen zich liever verschuilen bij hun soortgenooten wat wel begrijpelijk is en in plaats van dien machinist zullen we nu een politieagent krijgen. De Duitschers beramen namelijk de uit hun oogpunt onbetrouwbare politie weg te voeren, ook om voor de komst van de bevrijders een staat van wanorde te scheppen. Zoo vertelt men. Daarom gaat de politie onderduiken en zullen wij een politieagent herbergen en voeden. Je begrijpt wel dat het een spannende tijd is. Op de rangeerterreinen der spoorwegen staan vele wagens vol geroofde levensmiddelen, boter, vleesch, meel enz. van alles, geroofd door de Duitschers om mede te nemen naar Duitschland maar er kunnen geen treinen meer loopen door de staking en nu heeft een deel van de bevolking van Amsterdam dit in de gaten en begint van die voorraden weg te halen, soms met goedvinden van de daarbij wachthoudende soldaten, soms tegen hun wensch en dan wordt er geschoten. Je kunt je wel voorstellen hoe noodig het is, dat in den tijd tusschen het vertrek van de Duitschers en de komst van de bevrijders een ordelijke toestand bestaat. Daarvoor zijn maatregelen genomen.

Vrijdag 22 September 1944. Mooi weder, stil. Om 6 uur 's morgens luchtalarm en dadelijk daarna begonnen de ontploffingen. Men zegt, dat de Nederlandsche Scheepsbouw reeds vernield is, heden gaat de Fokkerfabriek. Men kan die verhalen natuurlijk niet controleeren. Ook de veemen worden opgeblazen, soms vol waren. Men zegt, dat het Centraal Station zal volgen en het gebouw van de Handelmaatschappij in de Vijzelstraat. Ik vraag mij af wat er met het gebouw van het Handelsblad zal gebeuren. Intusschen zijn de geallieerden door het brandende Arnhem en gaan naar het gebied van de Ruhr. Zullen wij te Amsterdam nog in het brandpunt van den strijd komen; men gelooft het niet, maar kan zich vergissen.

Zaterdag 23 September 1944. Bewolkte lucht, regenachtig, stil. Wij verkeeren in spanning over den toestand te Arnhem, waar luchttroepen van de geallieerden - parachutisten - zonder aanraking met de luchtmacht, de brug over den Rijn verdedigen tegen de Duitschers. Er wordt zeer zwaar gevochten, men zegt, dat nog nergens de afweer der Duitschers zoo zwaar is geweest, dat zij over een groote macht beschikken en dat de toestand der parachutisten critiek is. Hoevelen er zijn weten wij niet, ook niet welke brug over den Rijn bedoeld wordt, de schipbrug in de stad of de spoorwegbrug bij Oosterbeek. Er loopen ook verhalen over Tilburg, dat door de geallieerden zou omsingeld zijn en waar in de straten zou worden gevochten door leden van ons verzetsleger. Gisterenavond weer groote drukte op de kade tusschen 7 en 8 uur. We moeten voorzichtiger worden want duidelijk staat aangeplakt, dat samenscholingen van meer dan 5 personen zullen worden beschoten zonder waarschuwing, en er vormen zich dikwijls samenscholingen van soms wel 8 personen, die elkander de laatste nieuwtjes vertellen. Onze buren kwamen aan een kluitje, toen de klok al acht geslagen had, aanstormen. Ze waren te laat en er waren landwachts op het trottoir verschenen, die fietsten en gevaarlijk deden met hun revolvers. Ik moest nog even uit, maar naar de deur naast ons, Dr. van Det, om met hem af te spreken muziek te maken, hetgeen dan ook gisterenavond van 8 tot 10 uur geschiedde. Toen de dokters vervolgd worden zijn we bevriend met hem geworden en nu maken we van tijd tot tijd muziek. Hij speelt viool met veel techniek en is een aardige man met een aardige vrouwen kinderen. Wij denken voortdurend aan Arnhem, dat nagenoeg verwoest moet zijn, maar we moeten niet bezorgd zijn als er eens een tegenslag komt.

Zondag 24 September 1944. Wind Z.O. stijve koelte, bew. lucht. Gisterenavond zagen we een flinke vloot van bommenwerpers overtrekken, koersende naar Engeland. Ze waren laag, naar schatting 2000 meter en werden dan ook eenigszins beschoten echter zonder resultaat. Er waren veel menschen op de kade, die met het oog op het schieten een beetje dekking zochten. Ik ging gisteren naar de familie XX en vond daar den onderdirecteur van een groote bank, bezig met aardappelschillen. Hij zat in een fauteuil met een groot schort voor, een pan op zijn knieën en schilde. Dergelijke dingen doe je als je onderduiker bent. Hij gaf mij advies over mijn effecten want men maakt zich wel eens ongerust dat de Duitsehers misschien de banken ook zullen opblazen. Hij adviseerde de mantels te scheiden van de coupon- en dividendbladen en de mantels thuis te nemen of op een andere plaats te bewaren. Met jouw effecten kan ik dat niet doen, omdat die vijandelijk vermogen zijn en geblokkeerd. Maar men gelooft niet, dat de banken het lot zullen deel en van de koelhuizen, veemen, dokken, loskaden, kranen enz. Maar er kunnen ook bommen op zulk eenl bankgebouw vallen en dan zal het beter zijn, dat die waarden gescheiden zijn. Bij de familie XX zijn twee ondergedoken M's. Ze doen allerlei nuttig huiswerk. Toen ik gisterenmorgen het museumplein passeerde waren daar werklieden, Hollandsehe, bezig met het maken van een prikkeldraadbescherming voor de kazematten, die op het terrein gebouwd zijn. De berichten uit Arnhem zijn, geloof ik, nog niet mooi. Wel heeft de hoofdmacht nu contact met een gedeelte van de parachutisten, die aan den zuidelijken oever van het terrein zijn, maar de brug is nog in handel van de Duitsehers. Ook wordt de corridor tusschen Eindhoven en Nijmegen hevig aangevallen. Gisteren aardappelen geruild tegen uien bij Mevrouw v. d. Groen, een trap lager op no. 37 en bieten gekocht bij Mevrouw van Rees voor 1 gulden 25 de 2 kilo en deze weer verstrekt aan een bezoeker, die er mede naar huis ging. De huidige toestand moet niet te lang duren want dan komt er gebrek. Het gebrek is er al, dan ontstaat een noodtoestand. De ontploffingen duren voort en die geven troost, daar elke ontploffing ons zegt: we gaan gaan vertrekken, maar als men ziet dat in de stad nieuwe versterkingen worden afgewerkt en dat een nieuwe commandant van Amsterdam is benoemd, dan krijgt men den indruk, dat men de stad toch zal willen verdedigen. Intusschen is nog slechts een week verloop en sinds de geallieerden hun schitterend uitgevoerde landing op Holland deden. We moeten niet te ongeduldig worden. Verwondering wekt het hier, dat Rusland niet met groote kracht beproeft Pruisen binnen te dringen. Straks komt Engelien misschien om met mij naar het landje te gaan om groenten te plukken. Het bezit van dat landje is een groote winst voor ons.

Dinsdag 26 September 1944. Wind West tot Noordwest, gereefde marszeilskoelte. wolken en zon. De geallieerden bij Arnhem bevinden zich nog altijd in een moeilijke positie. Hun opzet is niet gelukt. Zij hebben Arnhem willen bezetten en door de Veluwe willen trekken naar de Zuiderzee en tevens willen oprukken naar de Ruhr. De weg naar de Ruhr ligt open, zegt men, als men door Arnhem is, wat mij niet duidelijk is want dan heb je den Ijssel toch nog. Waarom niet bij Huissen den Rijn over dan heb je geen IJssel meer. Enfin, Monty of Eisenhower zullen het wel weten. Vanmorgen naar de Nederlandsche Bank. Het personeel is daar zeer goed, op de hoogste chefs na. Rost van Tonningen is er nog, hij is meest te Deventer, maar hij is in ieder geval niet verdwenen en Robertson hebben ze ook in het gebouw gezien .De man heeft al twee zoons verloren aan het Oostfront. Wat je fortuin betreft is het zooals ik dacht. De Duitschers hebben dat aandeel op rekening bij de Treuhand gestort, evenals de opbrengst van je coupons en de geheele afdeeling naar Arnhem overgeplaatst. Het is nog je eigendom evenals de opbrengst van de coupons, maar na den oorlog zal je moeten zien, dat je het krijgt. Dan komt het op de algemeene rekening. Ik neem aan, dat je effectenbezit verder intact blijft. Wij krijgen nu bevroren groente op de bon. een zeer smakelijk voedsel. Ik denk dat ze die groente niet langer in bevroren toestand kunnen houden wegens gebrek aan stroom en dat ze daarom maar tot verdeeling zijn overgegaan. Let wel. Zooeven, 3.20 nm. is een groote macht vliegtuigen overgevlogen, komende uit het Noordwesten en koersende in de richting van Arnhem. Het zicht is goed. De luchtmacht van de geallieerden is iets geweldigs. Er keerde een bommenwerper naar Engeland terug en ik bekeek hem van ons balkon door den Zeisskijker. Hij was niet ver weg en schitterde in de zon. Mooi wit. Waarom keerde hij terug. Ben voor deze aangelegenheid even opgehouden met studeeren. Ik studeerde de 8ste sonate van v. Beethoven in G majeur, prachtig is die door de Duitschers ons geschonken muziek. Ik speel werkelijk beter dan vroeger. Wat Duitschland ,de wereld aan muziek geschonken heeft ... Let wel. Een afdeeling van circa 60 bommenwerpers komt terug 4.35 nm., koersende naar Engeland. Ik hoop dat ze succes gehad hebben. Zoolang de menschen niet op een andere wijze gaat denken zullen de oorlogen blijven. 4.40 weer een groep van circa 60, 4.45 weer een groote groep. Gehoord dat Churchill op de Queen Mary naar Canada vertrokken is en daar is aangekomen. Dat is een mooi bericht. En nu ga ik weer door met mijn sonate. 4.50 weer een groote groep ...

Woensdag 27 September 1944 wind WZW regenachtig, bewolkte lucht. Om 8.50 Engelien ontmoet op den Zuidelijken wandelweg waar de weg naar het landje afgaat. Op het landje tot 10 uur groenten geplukt, snijbiet, zilverbiet, bieslook, tomaten, bieten, en het landje van onkruid gezuiverd. Er waren groote vloten van vliegtuigen in de lucht, koersende Zuidoost. Van tijd tot tijd hoorde men het geluid van mitrailleurs. De berichten waren gisteravond niet zoo gunstig voor de geallieerden. Te Elst waren weer Duitschers en de parachutisten benoorden den Rijn bij Oosterbeek hadden het heel moeilijk. Verder was de brug bij Nijmegen aangevallen door 100 Duitsche jagers. Wij zouden nu enkele dagen geen bericht ontvangen. Het was prettig met Engel op het landje. Toen het ging regenen zijn we vertrokken, vonden thuis Moeder en Hilda van Marle, die boeken en andere dingen kwam halen voor Willem. Hijzelf kon niet komen omdat het voor'een jongen van zijn leeftijd gevaarlijk is te Amsterdam te komen. Wij zagen menschen, die bezig waren, boomen die op last van de Duitschers zijn geveld, aan stukken te zagen en te hakken voor brandstof. We krijgen geen brandstof en de winter staat voor de deur. Nog onlangs zeiden we: "een ding staat vast, we behoeven geen winter meer door te maken". Maar nu beginnen wij er weer erg aan te twijfelen. Engelien moet morgen aardappelen rooien bij den Oudekerkerdijk, aan den overkant van den Amstel. Het land is gehuurd door dezelfde combinatie die ons landje bezit en is met aardappelen bepoot. Alle leden kunnen nu komen rooien en 10 kilogram medenemen tegen 10 cents het kilo. 10 cents is heel goedkoop maar 10 kilogram is een zware vracht om mee te nemen want je durft je fiets niet te gebruiken omdat hij je wordt afgenomen door menschen met geweren. Engelien is gisteren uit Tilburg opgebeld door Frans. De telefoon was in handen van de Duitschers maar een zakengesprek mocht gevoerd worden. Het werd erg kort. Gehoord dat de Nederlandsche Scheepsbouwmaatschappij geheel is verwoest en dat Daan Goedkoop een gebroken man is. Daar komt de bakker. Moeder of haar maag kan niet tegen het brood waarin regeeringsbloem verwerkt wordt, daarom maakt de bakker nu wit brood voor haar. Zulk een brood kost f 6.50 in plaats van 16 cents van het vooroorlogsche tarwebrood. Wat zal je doen als je vrouw geen goede voeding kan krijgen. Zooeven gehoord. dat het er met de voeding te Amsterdam droevig uitziet. Wij zouden bevroren groenten krijgen, maar deze groenten zijn door de Duitschers gevorderd. Er is nog voor 6 weken broodgraan. Gaslevering moet over 3 weken worden beperkt tot een zeer kleine hoeveelheid per dag. Electrische stroom zal geheel ophouden. En zoo zal de toestand wel in vele steden van Nederland zijn. Het platteland heeft het wat beter. Gehoord dat er morgen een gelegenheid bestaat voor de verzending van brieven naar Friesland. Alle treinverkeer staat stil, hetgeen niet wil zeggen, dat de Duitschers geen treinen doen loopen voor hun militair bedrijf, vermoedelijk met Duitsch personeel of met verraders, maar dit Duitsche verkeer zal toch wel zeer bepèrkt zijn want er is meer noodig dan machinisten en stokers. Het is een groote tegenslag, dat deze staking zooveel langer moet duren dan aanvankelijk verwacht werd. De oorzaak is de tegenslag, dien de geallieerden bij Arnhem hebben ondervonden. 8 uur nm. De courant van hedenavond vermeldt van Duitsche zijde de nederlaag, welke de geallieerden bij Arnhem hebben geleden door de vernietiging en gevangenneming van de restanten van de divisie parachutisten en air-born forces ten Noorden van den Rijn bij Oosterbeek en de radio bevestigt dit bericht. Het is een zware tegenslag, die zeker den moed der Duitschers zal doen herleven en het vertrouwen in Hitler zal doen stijgen. De toekomst van Duitschland wordt op Nederlandschen bodem uitgevochten. En de winter nadert. Voor het spoorwegpersoneel, dat op bevel van onze Regeering in Engeland in staking is gegaan, is de toestand wel bijzonder moeilijk. Gehoord, dat bij Hilversum een bom is gelegd op de rails, welke bom bestemd was voor den door Duitsch personeel bestuurde trein en dat daarop de Duitschers twee villa's hebben in brand gestoken. De bewoners hadden een kwartier om hunne huizen te verlaten.

Vrijdag 29 September 1944. Bedekte lucht, wind NW., hooge barometer, droog. Naar de algemeene vergadering van het Handelsblad om 1 uur en genoten van de wijze waarop onze voorzitter aandeelhouders beantwoordt, en van het gezelschap van den dapperen Planten. Onder het naar huis wandelen, weder in een uur, lees ik een aanplakbiljet van onzen Rijkscommissaris gedateerd heden, waarin wordt medegedeeld, dat alle bewoners van een Gemeente worden aansprakelijk gesteld voor de beschadiging van spoorweginstallaties, waterwerken, met hun inrichtingen, telefoonkabels en postkantoren. Ter vergelding zullen eigendommen worden verbeurd verklaard en huizen en huizengroepen worden verwoest. De Rijkscommissaris raadt Gemeenten aan patrouilles te vormen, die zorgen voor een afdoende bescherming van het verkeer en de verkeersmiddelen. . . . .. Ik denk wel niet, dat er een Gemeente zal zijn, die zulke patrouilles samenstelt. Dan liever mijn huis zien verbranden, zullen de menschen zeggen of denken. Intusschen wordt het leven hier dagelijks meer romantisch. De Radio-Oranje heeft, aangaande den jongsten tegenslag der geallieerden een bericht verzonden, dat allerminst geschikt is om weifelmoedigen een hart onder den riem te steken, - zoo is de uitdrukking immers-. Ze zijn te Londen te emotioneel, "himmelhoch jauchzend" of "zum Tode betrübt", kunnen nog veel van B.B.C. leeren. Wat wij hier te Amsterdam zien gebeuren doet sombere gedachten opkomen als men denkt aan de toekomst van ons dierbare Vaderland. Scheepshellingen, dokken, elevators, kranen, kaden, etablissementen, fabrieken, zijn of worden vernield. Daaruit moet groote armoede en werkeloosheid voortkomen. Men vraagt zich af of men niet verplicht zal zijn den weg in te slaan, ons door Londen gewezen en als schadeloosstelling van Duitschland een gedeelte van zijn grondgebied te aanvaarden, of te eischen.

Zondag 1 October 1944, mooi weer, stil. Beste Alfred. je begrijpt wel, dat onze gedachten dikwijls bij je zijn. We denken je dan gewoon
lijk in het verre Oosten. Je neef in het klooster te Oosterwijk is  druk bezig aan een genealogisch onderzoek betreffende onze voorvaders. Je zult de uitkomsten van dat onderzoek later met genoegen lezen. Ze worden gevoegd bij de brieven van mijn Moeder, die ik gebruik voor het samenstellen van een familieboek. Olga heeft daarvan een exemplaar en Engelien heeft er een. Chré is hard aan het werk, toont zelfs grooten ijver. Hij zal het de laatste weken wel niet erg rustig gehad hebben in verband met de nabijheid van de geallieerde troepen. De geallieerden zijn nu op een mijl of 7 van den Bosch.

Dinsdag 3 October 1944, regen, wind ZW., bewolkte lucht. E
r
zijn weder verschrikkelijke dingen gebeurd. Bij Putten op de Veluwe is een auto, waarin gezeten een officier en 2 minderen beschoten. Daarbij werd de officier gedood, een mindere werd zwaar, een tweede licht gewond. Als vergelding wordt nu het geheele dorp Putten verbrand, de mannelijke bevolking tusschen 16 en 50 jaar moet dwangarbeid verrichten in Duitschland en de overige bewoners worden geevacueerd. In het Gooi zijn op verschillende plaatsen huizen verbrand. hetzij omdat geroofd was uit huizen waarin vroeger NSBers woonden, die gevlucht zijn of om andere redenen. Het gaat zoo: er komt iemand van de Wehrmacht met eenige soldaten. Mevrouw doet de deur open. "Das Haus wird angesteckt, Sie müssen das Haus verlassen, dürfen nichts mitnehmen". Mijnheer is naar Amsterdam op de fiets. Als Mevrouw even is bekomen van den schrik, vraagt ze of ze de bonnen niet mee mag nemen. "Nichts mitnehmen" En dan verlaat ze het huis, met de andere bewoners als die er zijn. De soldaten komen dan binnen, bestrijken de vloeren en andere plaatsen met een teerachtige zelfstandigheid, gaan vervolgens weer naar buiten, gooien eenige handgranaten door de ramen en weinige oogenblikken later staat het huis met alles wat er in is, in lichte laaie. Mijnheer is intusschen op de fiets naar Amsterdam. Hij kent zijwegen waar het gevaar minder groot is dat zijn fiets in beslag zal worden genomen, maar plotseling staan toch weer twee mannen met geweren voor hem en moet hij zijn fiets afstaan en de 15 kilometers, die hem nog resten, te voet afleggen. Zijn huis is nu verbrand maar dat weet hij nog niet ... De jacht op fietsen gaat maar altijd voort, vooral in het Gooi schijnt mij. Dat gaat nu zoo. Er belt iemand aan van de Wehrmacht. "Hebt U fietsen in huis". Het gewone antwoord is "Neen". Wehrmacht: "Ik zal U nog eenmaal vragen of U een fiets in huis hebt, zoo U daarop met Neen antwoordt en ik vind er een, dan wordt U onmiddellijk doodgeschoten. Ik herhaal nu dus mijn vraag: "Hebt U een fiets in huis"? Je begrijpt wel wat het antwoord dan wordt van hen, die een fiets listig hebben opgeborgen ... Wij hebben nu weer een gezelligen onderduiker, zouden een machinist gekregen hebben, later een vrouw met twee kinderen, maar noch de machinist, noch de vrouw met twee kinderen zijn verschenen. Onze OD - het was Gijs van Hall, die moest zorgen, dat de stakende machinisten geld kregen voor levensonderhoud waarvoor wekelijks 1 miljoen gulden noodig was, niet zoo makkelijk in een bezet land. - is iemand van onze soort en dat is veel aangenamer. Hij verricht heel belangrijk werk.

Woensdag 4 October 1944. Afwisselend regen en zon, goed weer. Er is bericht gekomen. dat de zeedijk tusschen Arnemuiden en Westkapelle op Walcheren doormiddel van bommen gedeeltelijk is vernield door de Britten en dat het zeewater met kracht naar binnen stroomt. Het zal wel hoogwater geweest zijn, of stijgend water, toen de vernieling plaatsvond. De bedoeling zou zijn Duitsche geschutstellingen onbruikbaar te maken, die Antwerpen kunnen bestrijken . Van het dorp Putten zijn niet alle huizen, zooals men vertelde, doch 20 huizen door de Duitschers verbrand en 1000 mannen gevankelijk naar Duitschland gevoerd. Het is een groote gemeente. Te Apeldoorn liggen de lichamen van 40 menschen, die doodgeschoten zijn, op straat met een bord erbij, waarop het woord SABOTEURS. Zij moeten drie dagen blijven liggen. Dit zijn zoo de jongste opwekkende berichten. Op het terrein van de Nederlandsche Scheepsbouwmaatschappij is alles stelselmatig vernield. De vernielers zeiden, dat ze van de Russen hadden geleerd, dat men ook de kleinste zaken moet vernielen, want dat anders zoo een zaak toch weder binnen korten tijd een beetje aan het werk is; daarom werd in den kleinsten motor een dynamietpatroon gelegd. Er waren eenige machines of motoren, di
e de Duitschers zelf wilden bezitten en daarom niet vernield mochten worden. Aan werklui van de werf werd opgedragen die machines of motoren uit elkaar te nemen en op een schip te brengen maar ze deden het niet waarop Goedkoop senior werd gevangen genomen. Korten tijd daarna werd hij weder los gelaten en kwamen ze 's avonds bij het huis van zijn jongsten zoon. Deze vluchtte op het dak en Mevrouw G. zeide, dat hij niet thuis was, hetgeen niet werd geloofd, maar, werd er bijgezegd, ze kwamen alleen voor zijn handtekening, verder niets. Zoo hij niet kwam zou het huis in brand worden gestoken. Toen kwam hij, maar er was geen handteekening te zetten. Hij werd meegenomen.

Maandag 9 October 1944. Bewolkte lucht, flauwe oostelijke koelte. De electrische stroomlevering is nu stopgezet, 's avonds dus geen licht meer, de huisbellen werken niet meer, waarvoor we een ingenieuse belinrichting in werking stellen. Eerst bracht ik onze twee logees een eind op weg naar school. Ze moeten een uur loopen naar het 's Gravenzandeplein bij het Oosterpark. Het zijn aardige meisjes, dochtertjes van een stakenden machinist uit een fatsoenlijk burgergezin. Ze zijn gereformeerd, zoodat we voor en na den maaltijd bidden aan tafel. Ze eten heel veel. Ze heeten Tinie en Cobie, zijn 10 en 8 jaar oud, dochtertjes van een machinist, die ondergedoken is met zijn familie. Op het feit van het geven van huisvesting aan zulke kinderen staat vermoedelijk een zware straf, misschien wel de doodstraf. Na die kinderen den weg te hebben gewezen, moet de melk gehaald worden. De melk wordt niet meer bezorgd omdat de huisbellen - benedeningang - niet meer werken en je niet kan verwachten, dat de melkboer, die met een kar komt, de trappen opkomt. De lift werkt niet. Dus melk halen in twee pannetjes, wat je zelf moet doen omdat wij zoo vroeg geen hulp hebben. Vervolgens bonnen halen in de Dufayschool en vervolgens in de Govert Flinckstraat bonnen ruilen, wegens ons dieet en nu ben ik juist, om 11.30 terug gekomen. De toekomst ziet er niet zoo vroolijk uit. De berichten van het front geven immers, wat Nederland betreft, geen reden tot verheugenis. De Britten zeggen weinig, maar men krijgt den indruk, dat het bereiken van den noordelijken Rijnoever veel moeilijker is dan aanvankelijk werd gedacht. En intusschen wordt het koud, de centrale verwarming is niet in gebruik en als we nog wat kolen hebben mogen we ze niet gebruiken, hetgeen niet wil zeggen, dat we niet een klein vuurtje aansteken in een klein potkacheltje als het te koud wordt. En 's avonds is de eenige oplossing maar met donker naar bed te gaan. Ook de gaslevering zal binnenkort ophouden, dan zijn wij voor het koken van spijzen aangewezen op genoemd potkacheltje en op een primus waarvoor we nog wat petroleum hebben. De Stad zal dan nog een tijdje voor ons zorgen door de verstrekking van eten uit de gaarkeuken, maar dit eten zal vermoedelijk bij aankomst thuis koud zijn en slechts kunnen worden verwarmd door hen, die daartoe de middelen hebben. Er zijn vele flatwoningen waar in geen der kamers een schoorsteen wordt aangetroffen, zoodat men, bij buiten werking zijnde centrale verwarming, niets kan aansteken. Voor een zeer korten tijd kan men zooiets nog doorstaan, doch duurt het lang en de berichten van het front luiden uit dit oogpunt bekeken, niet gunstig, dan wordt de toekomst bepaald zwart. Moeder en ik mogen, daar wij een zoutloos dieet moeten volgen, het voedsel uit de gaarkeuken, dat goed moet zijn, niet eten. Onze Engelien zal natuurlijk met haar gedachten dikwijls bij Frans zijn te Tilburg. Men zegt, dat onze bevrijders er niet meer ver vandaan zijn. Onze twee machinistenkinderen zijn niet 8 en 10, zooals ik zeide, maar 10 en 12 jaar oud. Ze geven een sympathieken indruk van Hollandsche volkskinderen, zijn heel handig, intelligent, bereid tot alles, in staat tot alle huishoudelijke bezigheden. Vooral de 10-jarige Cobie is een bijzonder kind. Ze is zeer vlug van begrip, heeft een groot opmerkingsvermogen. Ze zijn beiden vrijmoedig maar vriendelijk en hebben een kolossalen eetlust. De aanwezigheid van twee van die jonge kinderen en van onzen volwassen onderduiker geeft natuurlijk drukte. Het wordt al vroeg donker. Dan zitten wij aan de ronde tafel met een heel klein petroleumlampje, waar je nauwelijks bij kunt zien en de kinderen maken hun sommen waarbij ik ze moet helpen, en soms, als ze veel werk hebben, moet ik ze heelemaal maken en dan hoor ik tot mijn groote voldoening den volgenden dag, dat ik zonder reden angstig ben geweest en ik geen enkele fout heb. "Maar 't belangrijkste is," zeg ik dan " dat jullie die sommen begrijpt". "Ja, ja, natuurlijk" zeggen ze dan. Die kinderen spreken razend vlug. Je kunt er geen speld tusschen krijgen en het dialect is, zooals vanzelf spreekt, Amsterdamsch, maar niet hinderlijk. Even voor 8 uur, want dan moet een ieder binnen zijn, op bevel van den bezetter, komt de OD met zijn donkere uiterlijk en zachte stem en krijgt wat te eten. Hij is een fijne kerel, die heel wat zorgen heeft. Dan worden de kinderen naar bed gestuurd en wij voelen ons als ouders, die nog jonge kinderen hebben en dan praten we nog wat en om 9 uur naar bed, want dat lampje, waarbij je toch niet kunt lezen, verbrandt petroleum en daarvan hebben we maar heel weinig. Nu hebben we gasolie gekregen van de Reddingmaatschappij en branden we een grooter lampje, dat iets meer licht geeft. Zoo'n flesch gasolie kost f 30  in de zwarte handel.

Zaterdag 13 October 1944, dubbel gereefde marszeilskoelte uit het zuidwesten. De najaarsstormen zijn in aantocht. Tilburg is nog niet bevrijd. We vernemen, dat Riga is genomen door de Russen en dat Boedapest zeer dicht benaderd is. Ook dat Hongarije een wapenstilstand zou hebben aangeboden. Ook in Italië wordt weer hard gevochten en de Britten zijn in Griekenland. Alleen bij ons vorderen ze nog niet hard, maar we mogen niet ongeduldig zijn ... Gisteren om half zeven op en om zeven uur met Mevrouw XY, die in ons flatgebouw woont en het Terschellinger karretje naar den Zuiderwandelweg om hout te halen of te roven. Bijna iedereen heeft behoefte aan brandstof. Het gevolg is dat velen op houtroof uitgaan. De boomen moeten het ontgelden, ook leuningen van bruggen als ze van hout zijn, banken in de parken of op kaden, enfin alles wat van hout is. Het feit, dat de politie bijna geheel afwezig is doordat zij voor een deel in gevangenissen of kampen verblijft of naar de noordelijke provincies is overgeplaatst waar soms hevige strijd wordt gevoerd tusschen boeren, die lid zijn van de N.S.B. en goedgezinden, bevordert dien houtroof. Met ons karretje met zijn groenen bak en oranje onderstel en wielen de kleuren van Terschelling - zijn we dus op weg. Wij zien er velen, evenals wij met bijlen en zagen met hetzelfde doel. Er is ook een agent van politie op de fiets, die den wandelweg op en neer rijdt. Men waarschuwt ons, dat wij hem in de gaten moeten houden, want hij is een kwaaje, een N.S.B.-er. Hij moet er voor waken, dat de boomen, die gemeente eigendom zijn en waarvan er reeds vele zijn verdwenen, niet worden gekapt. Maar die jongens zijn hem te slim. De wandelweg is een lange weg. Als hij voorbij is zitten ze vlug boven in een boom en als hij terug komt, is de kroon er af en staan die jongens met een onschuldig gezicht kleine takjes te sprokkelen, wat veroorloofd is. "Ik ben den heelen tijd bij U geweest" zegt er een en legt wat takjes op de kar en ik beloof hem, dat ik hem niet zal verraden. De kroon, een lange stam van wel 10 meter lengte, is er af, maar ze durven toch niet dadelijk bij den boom te komen zoodat anderen hun takken weghalen. Ook wij brengen een zwaren tak thuis ... Een paar jaar geleden is hier over een afstand van een paar honderd meter een nieuwe kade gemaakt langs ons kanaal. Om dit werk mogelijk te maken is het kanaal daar uitgebaggerd en de bagger is over de zandvlakte gespoten. Die bagger was veen en de oppervlakte waar die bagger is opgespoten is nu bedekt met turf, die door velen gestoken worden. Alle standen zijn daar aan het turfsteken, wat een zwaar werk is. Wij hebben er ook een kar van, niet zelf gestoken, een kleine handkar met turf, gekocht van een man, die wel stak en er 100 gulden voor vroeg, die hij ook kreeg. Die turf brandt best. Gisteren zagen we alle turfstekers op de vlucht voor een afdeeling van de Gestapo, "Grüne Polizei" , die hen met geweren bedreigden. Ik ging er heen om te zien wat er gebeurde en zag de Gestapo, die zich gereed maakte voor vertrek. Men vertelde mij, dat zij voor hun vertrek tegen de turfstekers hadden gezegd "Wenn wir zurück kommen, jagen wir Allen weg, wenn wir weg sind können Sie ruhig weiter arbeiten". En zoo gebeurde het. Toen zij den hoek om waren begon alles weer rustig te steken. Wat moet je nu van zulke menschen denken.

Dinsdag 24 October 1944. Er zijn verschrikkelijke dingen gebeurd in onze buurt. Gisterenavond werd een Duitsche SD (Sicherheits Dienst) chef terechtgesteld in de Beethovenstraat dicht bij de Apollolaan waar je neef Menso woont. Die man werd namelijk doodgeschoten, maar het is niet zeker of dit gebeurde door iemand van de verzetsbeweging of door een vijand van zijn eigen natie. De Duitschers namen aan, dat hij was doodgeschoten door een, zooals zij zeggen, terrorist en hebben daarop twee villa's in brand gestoken. De eene villa werd, zonder dat de Duitsche overheid dit wist, bewoond door een N.S.B.-er, die echter afwezig was. Beide villa's zijn tegenover elkaar gelegen op den hoek van de Beethovenstraat en Apollolaan. Maar daar bleef het niet bij. In den nacht om circa drie uur werden een aantal menschen van hun bedden opgelicht en opgesloten. Daarbij was je neef Menso. Lies, zijn vrouw, was thuis met haar dochters Sacha en Els.'s Morgens van den 24sten om half zes ongeveer zagen zij een wagen naderen, die vlak voor hun huis stilhield tegenover een schuilkelder, die zich daar bevindt. Zij merkten al gauw wat de bedoelingen waren. Ze keken daarom goed uit, voor zoover  licht dit veroorloofde om te zien wie er uit de kar zouden komen. Want ze begrepen heel goed, dat een terechtstelling zou plaats hebben. Lies en haar dochter Els lagen op de knie en voor het venster, dat uitziet op de Apollolaan. Zij wilden zien of Menso er bij was. Eerst kwamen er vier uit den wagen. Nauwelijks stonden ze voor den schuilkelder of ze werden met een mitrailleur doodgeschoten en als ze nog teekenen van leven gaven, met een revolver afgemaakt. Daarop kwamen er twee en zoo kwamen ze allen, soms drie, dan weer zes en werd er een eind aan hun leven gemaakt. Er was niet veel licht. Er was er slechts een bij, die zich niet kon bedwingen en herhaaldelijk riep, dat hij onschuldig was. Lies had er vijf en twintig geteld en Menso niet gezien. Later bleek, dat er meer waren geweest, negen en twintig. De lijken bleven liggen en Lies ging er heen en bekeek ze een voor een om zich ervan te overtuigen dat haar man er niet bij was. Neen, hij was er niet bij. Al die jonge mannen kwamen uit de gevangenis aan de Weteringschans waar ze waren opgesloten wegens een of ander delict, behoorden waarschijnlijk tot de verzetsbeweging. Zij hadden met den dood van den SD-man Oelschlager niets te maken. Later in den morgen kwam een open wagen waarop de lijken werden geladen en weggebracht.

Zaterdag 28 October 1944. Menso werd uit de hechtenis ontslagen, zag er slecht uit. Hij was al minder goed den laatsten tijd, bleek en mager. In korte woorden werd door den politiepresident Rauter door middel van aanplakbiljetten het feit vermeld, dat ter vergelding van den moord op Oelschlager een aantal terroristen en saboteurs volgens het standrecht waren terechtgesteld. Men is bezig het puin van de verbrande huizen op te ruimen. De bloedvlekken voor den winkel van Vana in de Beethovenstraat zijn opgedroogd en alweer uitgewischt door de schoenen van de menschen, die er over liepen.

Donderdag 2 November 1944. Het weer is mooi, stil, zon, goed weer voor de geallieerden. Er kwamen van morgen vele vliegers over, mooie witte vogels, koersende Zuidoost. Viool gespeeld, die mooie sonate no. 7 van v. Beethoven, die ik gisteren met Dick Mesman speelde. Er zijn dezer dagen 600 man van de Herman Goring-divisie te Amstelveen aangekomen, wat er over was van een veel grooteren troep. Er was een generaal bij, die "Luxus gewöhnt" was en daarom een mooi huis moest hebben met mooie dingen erin. Deze werden door zijn ondergeschikten uit andere huizen gehaald. Er werden vele huizen gevorderd en de menschen hadden li- uur om ze te verlaten. Ze moesten er alles in laten, behalve kleeren, beddegoed en levensmiddelen. Zoo stonden ze na korten tijd op straat zonder dat ze antwoord konden geven op ,de vraag "waarheen"? Wij hebben het langzamerhand bij ervaring, dat wij elk oogenblik een bevel kunnen verwachten het huis, dat wij bewonen, met al de dingen waaraan wij gehecht zijn, de boeken, portretten, herinneringen, te moeten opgeven. Hoevelen hebben het niet moeten doen en klagen niet als men met hen spreekt. Mij lijkt het heel moeilijk maar als het eenmaal zoover mocht komen dan zullen wij zeker ook niet klagen. Engelien gaat dezer dagen een tentamen afleggen waarvoor ze zes uur moet loopen, een heele onderneming, met een rugzak en boterhammen. Ze moet naar Aerdenhout en trein noch tram loopt, er zijn geen autos en per fiets durft ze niet te gaan met het oog op de kans dat die haar wordt ontnomen. Den volgenden dag weer zes uur terugloopen. Belangrijk bericht. Tilburg is nu vrij en Frans is nu dus een vrije Nederlander. Ook Den Bosch is vrij, Bergen op Zoom, Breda en zelfs Vlissingen. Onze vriend Planten is opgepakt en vermoedelijk aan het graven gezet. De menschen die te Bussum werden opgepakt, eenige duizenden, moesten een lange marsch doen en kregen twee dagen nagenoeg geen eten. Ik hoop, dat Planten niet te lang wegblijft, maar hij houdt er van ervaring op te doen, klaagt niet gauw, is een flinke, moedige kerel. Ik geloof niet, dat hij bestand is tegen de vermoeienis van zwaar graafwerk. 't Is merkwaardig dat jij nu uit de lucht zou kunnen neerdalen te Eindhoven of Tilburg en zelfs, zoo als schijnt te gebeuren, een bezoek aan onvrij Nederland zou kunnen brengen, misschien. Hoe verlangen wij naar onze vrijheid, niet meer wanneer er wordt gebeld of op de deur wordt geklopt na bezetten tijd te schrikken en vlug dezen brief - zoo ik er mee bezig ben te moeten verstoppen, vrijuit te kunnen spreken, verlost te zijn van het gezicht op onze bezetters. Dirk houdt zich goed, al zijn er ook landgenooten wier gedrag bevreemding wekt. Ik denk maar naast de kleine macht der Boeren van misschien 50.000 man bestond een troep van 6000 handsuppers onder generaal Pieter de Wet, broeder van Christiaan, die voor de Engelschen streden. Dan lijkt het getal van 100.000 N.S.B.-ers niet groot. Toch waren de Boeren een dapper volk.

Vrijdag 3 November 1944. Barometer standvastig, bewolkte lucht, wat regen gedurende den nacht. Er waren gisteren den heelen dag vele vliegers in de lucht en mooi was het hun witte rompen in de zon te zien schitteren. De berichten zijn goed. Antwerpen is nu bereikbaar voor de geallieerden langs de Schelde en dat is prachtig. Oosterhout bij Breda is ook bevrijd dus zullen er wel katholieke Engelschen zitten te eten in de refter bij Chré. Vanmorgen was Engelien er al vroeg. Daar zij de sleutels van het huis heeft kan zij binnenkomen zonder dat wij het bemerken en ja daar stond ze om half zeven - donker nog - in de slaapkamer en deelde mede, dat ze het karretje kwam halen. Dit is ons wijdebliksche karretje, dat ze wou gebruiken om er mee naar den Texelschen beurtschipper te gaan, nota bene bij het Centraal Station om er groenten te halen, gezonden door haar vriendin Eem Dijt uit Texel. Ze was alom half negen terug, had dus sedert 6 uur toen ze opstond 12 kilometer afgelegd, gedeeltelijk onder het trekken van een karretje met een zware kist er op. Schipper Zuidewijn had gezegd, al lachende: "Ha, daar kommen ze weer om de sprokkelhoutjes van Eem Dijt". De meeste dingen, die hij voor particulieren vervoert mag hij niet vervoeren ... Wij hooren, dat er plannen bestaan bij de groote mogendheden en bij onze Regeering om Nederland met een stuk te vergrooten ten koste van Duitschland, hetzij in den vorm van een mandaat of in den vorm van een werkelijk bezit. Het stuk zou ongeveer loop en met inbegrip van Bremen zuidwaarts oost van Osnabruck, ten zuiden van Münster en dan verder zoo ongeveer naar Wesel en daar aansluiten bij de Hollandsche grens. Ik ben benieuwd wat het Hollandsche Volk daarvan zal zeggen. Op een kaartje ziet het er wel aardig uit, maar hoe zal het zijn in werkelijkheid. Als het werkelijk bezit wordt zouden de Duitschers uit dit gebied moeten verhuizen naar een ander oord ... Wat we hier totaal verslagen hebben is de Winterhulp, een Duitsche instelling, waarvan men in de eerste jaren van de bezetting zeer veel hoorde. Alle vereenigingen van liefdadigheid, zooals "Liefdadigheid naar Vermogen" e.d. mochten hun werk niet langer uitoefenen, alles moest door de Winterhulp geschieden. Om deze instelling geliefd te maken, gaf de overheid of Winterhulp zoogenaamde "Eintopf" maaltijden, die in zoo verre aan het doel beantwoordden, dat vele menschen, voornamelijk behoorende tot de Volksklasse, al zaten er dan ook hooge Duitsche machthebbers aan het hoofd van de tafel, de hun gratis geboden kost met smaak nuttigden, maar als het op geldelijke bijdragen aankwam dan kwam Winterhulp voor een dichte deur. De collectes, die op straat gehouden werden, waren een bron van vermaak voor velen, want zij geschiedden onder begeleiding van muziek en versierde trams maar niemand gaf iets, hoe de verontwaardigde collectanten ook schudden met hun bussen. Toen kwamen huiscollectes waarbij dwang werd uitgeoefend. De collectanten hadden lijsten bij zich, waarop de namen van de bewoners van de wijk waren geschreven. Daarachter werd genoteerd of men iets had gegeven of niet. Er waren natuurlijk menschen, die geintimideerd werden, maar de groote meerderheid gaf niets. Toch kreeg Winterhulp groote sommen wat geschiedde door dwang uitgeoefend op de groote werkgevers. Zoo moest de B.P.M. 450.000· geven, Rost van Tonningen, die directeur was van de Nederlandsche Bank, gaf ook belangrijke bijdragen en zoo zal Winterhulp zeker wel wat gedaan hebben. De bedragen, die Rost van Tonningen gaf, nam hij eenvoudig van de Nederlandsche Bank. Winterhulp is een instelling waarvoor Hitler heel veel voelt, dus moest er met geweld voor gezorgd worden dat het financieele resultaat mooi zou zijn. O ja, er is ook nog een loterij aan verbonden. Die draait of draaide op de Dam en er staan of stonden steeds menschen bij, die loten koop en of kochten. Maar overigens hoort men nooit meer van Winterhulp..... Ik vertelde nog niets van den Arbeidsdienst. Ik weet er zelf niet veel van. Ik weet, dat er op verschillende plaatsen kampen zijn, maar ik zie die menschen nooit, veel minder dan vroeger, waarom weet ik niet. Ze droegen groene pakken en kaplaarzen en exerceerden met een schop. In die kampen krijgen ze veel instructie in de beginselen van het nationaal socialisme, maar ik geloof niet dat dit onderwijs erg beklijft. Eenmaal heb ik een groote troep gezien voor het Centraal Station. Ze kwamen uit een trein, misschien 300 man, zagen er goed onderhouden uit, netjes gewasschen en gekamd en hun houding was onberispelijk, wat niet wegneemt, dat het een afschuwelijk gezicht was zulk een groote troep jonge Nederlanders te zien gehoorzamen aan bevelen, die, hoewel in de Hollandsche taal gegeven, toch Duitsch waren. Wat goed deed was te kunnen opmerken hoe veel knapper ons Volk er uit ziet dan die logge Duitschers. Zoo beide volken Germanen zijn, welnu dan zijn wij Germanen van een edeler soort. Maar ik geloof dat de meeste Duitschers geen Germanen zijn. Daarvoor zijn hun hoofden veel te rond. Maar het zien van dien troep gaf toch ook een gevoel van angst, angst voor wat er van het Hollandsche volk zou terecht komen zoo het eens zeer lange jaren onder een Duitsch regiem moest leven. Nooit zag ik bij ons leger een troep zoo goed exerceeren, nooit zulk een goede houding als bij dien troep van den Arbeidsdienst.

Zondag 19 November 1944. Het praatje ging, dat Tiel bevrijd is, ik hoor er niets meer van dus zal het wel een praatje zijn. Met Tiel ben ik op financiële gronden verbonden. Ieder jaar ontvang ik van den notaris te Tiel de renten van hypotheken tot een be.drag van circa f 10000,-- maar dit jaar zijn ze niet gekomen. Is Tiel in puin. We leven als waren wij in de zeventiende eeuw. We weten niets van elkander.... Wat bijvoorbeeld te Utrecht gebeurt of te Haarlem, we hoorden het slechts van menschen, die er geweest zijn of van brieven. die er ook al lang over doen. Sommige streken van ons land zijn zoo goed als onbereikbaar. Treinen en trams zijn er niet, auto's evenmin, dus wordt er veel gewandeld want fietsen worden afgenomen.

Engelien gaat tentamen afleggen in Aerdenhout, vertrekt 4.50 's morgens, 6 uur wandelen

Onze Engelien heeft haar tocht naar Aerdenhout moeten uitstellen maar vertrok eindelijk 10 November om 4.50 's morgens. Het was stikdonker en het waaide en regende. Rugzak op den rug. Alleen. Ik dacht aan ontmoetingen met soldaten, Duitsche soldaten op dien eenzamen weg naar Haarlem. Ze bleef een beetje bij Olga in Aerdenhout en kwam 15 November terug, vertelde dat ze over de heenreis 6 uur en over de terugreis 6 1/2 uur gedaan had. Ze beschreef haar tocht naar Aerdenhout, het eerste uur in het donker. Tusschen Halfweg en Haarlem schuilde ze in het Restaurant van een Speeltuin, omstreeks 8 uur, ontmoette daar twee dames, die te Haarlem woonden en iederen dag melk kwamen halen bij een boer in de buurt waarvoor ze om half zes opstonden. Dan waren ze om 9 uur weer thuis met een hoeveelheid melk. De eene dame had een echtgenoot met een maagkwaal. Engelien deed haar examen met succes en de professor had bewondering voor haar energie. Die professoren doen dat clandestien, dat afnemen van examens en de Regeering te Londen heeft toegezegd, dat zij als gewone examens zullen gelden. Ik zal zijn naam maar niet noemen. Engelien bracht het bericht mee, dat de voedseltoestand in Noord-Holland zeer ongunstig is. Er zullen binnenkort geen aardappelen meer te krijgen zijn. Er is bericht gekomen, dat minister Colijn 15 September in Duitschland is gestorven. De Duitschers vorderen kleedingstukken tegen door hen vastgestelde prijzen. Levert men te weinig in, dan krijgt men een D op zijn ontvangstbewijs wat beteekent dat je huis zal worden "durchsucht". En dan kom je er niet goed af. Dan gaan een paar man mee naar je huis en nemen van ieder bed een deken af. Die vordering heeft te Amsterdam nog niet plaatsgevonden, wel te Aerdenhout en andere plaatsen. Donderdag kwam onze kleindochter Hilda van Aerdenhout per fiets in den regen in  2 1/2 uur hier met een welkome lading hout. Daar wij al vier logees hadden (de onderduiker, Engelien, en ·de twee kinderen) sliep ze in de salon op een matras in de lekkere warmte van de kachel. Ze vertelde hoe Olga aan versterkingen van haar aardappelenvoorraad was gekomen. De knecht en de tuinman, de laatste circa 60 jaar, vertrokken per bakfiets naar Heer Hugowaard 50 kilometer ver. Op de bakfiets was een handwagen geplaatst en op den handwagen zat een hunner, elkander afwisselende. Zonder bezwaar kwamen ze te Hugowaard bij een boer, waar zij de boerin er na veel praten toe kregen voor een lap wol voor een japon, 4 mud aardappelen te geven. Ze brachten de rest van den dag door met het laden van de aardappelen en zetten intusschen hun ruilhandel door. Voor geld was immers niets te krijgen. Zoo kregen ze nog voor 5 flesschen stookolie 4 mud aardappelen en nog voor 3 chocoladereepen 1/2
pond boter en ten slotte nog voor 1 reep chocolade 50 kilo aardappelen. Ze sliepen in de stal bij de koeien, die geen last hadden van constipatie. De terugreis was moeilijker want een van de twee, meestal de jongste, moest nu den handwagen, waarop 300 kilo aardappelen onder een zeil, voortduwen en de tweede. meest de zestigjarige op de bakfiets die langzaam reed, van tijd tot tijd stoppende om den handwagen op te wachten. Ze kropen door de oogen van vele naalden want ambtenaren van den C.C.D. (crisis controle dienst) inspecteerden de wagens en het vervoer van aardappelen is verboden. Maar ze ontweken die ambtenaren en zoo kwamen ze in 13 uren, duwende en fietsende te Aerdenhout. De oude man was nog nooit zoo moe geweest. De aardappelen werden in twee helften verdeeld. 1 mud voor een werkster, 3 mud voor de twee man, die ze haalden en 4 mud voor Olga, die alles betaald had of liever, die de ruilmiddelen had verschaft. Hoezen, Lise's man, kwam ons lampje terugbrengen en vertelde verder, dat onze kindertjes over een dag of tien weder naar hun ouders zouden vertrekken. We zullen vooral het jongste der kindertjes missen. Dat is een bijzonder hulpvaardig en knap kind met uitstekende hersenen. Het oudste kind is heel gewoon. Maar voor Hilda was die aanwezigheid van die twee kinderen op den duur te vermoeiend. Dus is het goed dat ze weggaan. We zullen ze dan circa twee maanden gehad hebben. Nog geen bericht van de invrijheidstelling van Planten. Die tocht om aardappelen te halen was een aardige onderneming van Olga. Ja, als het niet zoo'n beroerde tijd was, vol zorgen en verdriet om niet te spreken van het knechtschap - maar dat hebben we nog nooit als blijvend gevoeld - dan zou deze tijd een bar aardige tijd zijn. Het is een sportieve tijd waarin de menschen zich in hun natuurlijke gedaante vertoonen en wat dit betreft denk ik met een gevoel van onrust aan de toekomst met zijn smokings, bars. auto's en gezelschapsmanieren en onnatuurlijkheid. Ik begin den dag altijd met cokes kloppen Als ik klaar ben is het tijd om te ontbijten. 8 uur. Dan is het hier tegenwoordig net licht. Het Zuideramstelkanaal staat heel hoog en zoo is het ook met de grachten in de stad. Op het veld hebben zich groote meren gevormd en er bestond gevaar voor de boerderijen ten Zuiden van het veld. Daarom worden nu dijken gemaakt. Het water staat nog maar even onder de kade. Er zijn vele visschers. Ik vroeg aan een heel klein jongetje waarop hij vischte. "Op snoek" zei hij. Hooge aspiraties voor zoo'n klein ventje. Hij zal het ver brengen in de wereld. Als de snoek hem tenminste niet in het water trekt. Ik ging met de kinders en met de nichtjes van Eeghen het veld op. Het was er prachtig. Wij liepen er over, langs en door de plassen, springend van het eene eilandje op het andere, tot de Amstelveensche weg en vandaar terug Er wordt nu heel wat ongerief geleden door menschen, zooals onze werkster Hillie, waar ze niets hebben voor verlichting van de donkere uren van avond en nacht. Door menschen zooals het onderwijzeresje, dat zich bij ons komt warmen en bij velen, die te weinig eten krijgen, vooral te weinig vet. Boter, vet, margarine, krijgen we nu in het geheel niet meer. In plaats daarvan kunnen we morgen raapolie halen, een halve liter per persoon, welke hoeveelheid moet duren tot Januari. In blaadjes wordt erg op den zwarten handel gescholden. Mij dunkt is daarbij veel schijnheiligheid want iedereen maakt er gebruik van, moet er gebruik van maken, wil hij in leven blijven. Juist in volkskringen wordt er veel geld mee verdiend. 't Is een moeilijk vraagstuk. De menschen, die nu eenmaal niet deelnemen aan den zwarten handel en geen geldmiddelen hebben om er gebruik van te maken  hebben het heel moeilijk.

26 November 1944. Een dag vol emotie. Ongeveer om half twee hoorden we het geluid van een ontploffenden bom, heel dichtbij, daarbij geraas van vliegtuigen. Daarna nog een, beide waren ze in Noordelijke richting. Ik zei: "dit is de laatste geweest", maar dat was niet zoo, er kwamen er zeker nog wel twaalf, zoo niet meer, wat wel indruk maakte. Maar het duurde kort. Toen verdwenen de vliegtuigen in Zuidelijke richting. Ik zag ze laag over het veld scheren. Wat zouden ze hebben aangevallen. Heel kort daarna kwamen Peter en Alexander Sillem bij ons met hun zusje van acht jaar, de kleine Tito. Ze was licht gewond. Alle drie waren onder den indruk. We legden Tito op een bank, vroegen Dr. van Det om te komen kijken en hij constateerde, dat het een lichte verwonding was. Het haar van Tito was vol met een grijs stof; Peter vertelde, dat hun huis verwoest was, dat het plafond naar beneden was gekomen. Ze wisten niet veel meer te vertellen. Hun vader had hun gezegd naar ons te gaan met Tito. Ze wonen in de Anthonie van Dyckstraat no 6. Het was een Britsche aanval geweest op de kwartieren van de Gestapo in de Euterpestraat. Later bleek, dat van de familie Sillem hun dochter zwaar gewond was, een been was er af, Ethel Gomer, die directrice is van het Burgerziekenhuis, was ernstig gewond, een mannelijke logé gedood. Overigens kwamen zij er allen goed af. Het huis is zwaar beschadigd. Alle meubels zijn vernield maar van den inboedel, van kleeren, voorraden, komt nog veel terecht. Vele jonge menschen van den luchtbeschermingsdienst waren aan het redden o.a. ook Maarten von Balluseck. Den volgenden ochtend bezochten de ouders hun dochter Attie in het ziekenhuis. Ze was zeer opgewekt, het been was onder de knie afgezet. Het resultaat van dezen aanval der Britten is, dat een van de gebouwen waarin de Gestapo gevestigd was, zoo goed als vernield is. Op het andere is in het midden een bom gevallen, het is zeer zwaar beschadigd. Er zijn eenige Duitschers gedood maar veel meer landgenooten. Mevrouw Suringar verloor haar man en twee zoons, blijft nu achter met een zoon en een verwoest huis. In de Memlinckstraat zijn dooden, men spreekt van 28 vermisten. We weten nog niet hoe alles gegaan is. Onze kindertjes zijn gisteren, den dag voor den luchtaanval vertrokken en ik ben blij, dat ze wegwaren en ook, dat ze weg zijn. Het waren allerliefste kinderen, kinderen waarop elk land trotsch zou kunnen zijn, maar wij d.w.z. Moeder en ik, zijn langzamerhand op een leeftijd gekomen waarop men meer in aanmerking komt om te worden verzorgd dan om te verzorgen. Die kindertjes waren, vooral voor Moeder, te vermoeiend en bovendien aten ze heel veel van onze voorraden, die niet heel groot zijn. Nu is Engelien bij ons ingetrokken en
dat is heel gezellig en een groote hulp voor Moeder. Je begrijpt, dat wij verlangen naar het einde van den oorlog, al begrijpen we heel goed, dat er nog veel zal moeten worden geleden. Het boek Rigteren geeft onzen toestand goed weer: "Toen deden de kinderen Israëls wat den Heer mishaagde en hij gaf hen in de hand van de Midianieten, zeven jaar lang. En de hand der Midianieten drukte zwaar op Israël, en uit vrees voor de Midianieten maakten zij zich holen en spelonken en rotsvestingen. Zoo dikwijls Israël gezaaid had, kwamen de Midianieten tegen hen op en verdierven de opbrengst van het land tot Gaza toe; en zij lieten in Israël geen leeftocht over, noch schaap, rund noch ezel,. want zij kwamen op met hun vee en hu
nne tenten als sprinkhanen in menigte, Zoo werd Israël door de Midianieten zeer verarmd. En de kinderen Israëls riepen tot den Heer vanwege de Midianieten."

Donderdag 30 November 1944. Mooi weer, bedekte lucht. Gisteren kwam Tom ons bezoeken wat een aangename verrassing was. Hij was weer, naar gewoonte, zeer actief geweest, had per fiets zeer vele kilometers afgelegd en ook den toestand in de omgeving van de ramp opgenomen. En hij had veel te vertellen wat wij nog niet wisten. Toen de aanval begon waren Theo met den kleinen Gie, de logeergast Franco en Ethel Gorner in de huiskamer, een trap op. Toen begonnen de bommen. Alles gebeurde toen tegelijkertijd wat je in een brief niet duidelijk kan maken omdat je dan alles boven elkaar zou moeten tikken. Theo zag Franco vallen, hij was dood. Ze wierp den kleinen Gie van het balkon in de armen van Attie, die op straat stond voor het huis, zijzelf en Ethel Gorner, die gewond was, sprongen van het balkon op straat. Willem, die beneden stond omdat ze op het punt waren naar het groentenlandje te gaan, zei tegen Peter en Sander, die ook beneden waren: "ga naar tante Hilda". Tito, die boven was; viel door den schok van de trap naar beneden, was licht gewond, zag haar broeders wegloopen en liep ze hard na, want er vielen toen voortdurend bommen. Willem vond later in een portiek van een huis van de Dürer straat, vlak bij, Attie met een afgeschoten been, met Gie in haar armen. Hij bond met een zakdoek het been boven de slagader af en zij werd vervolgens door Ethel Gorner, die ook gewond was, naar een dokter in de buurt gebracht. Dat was Dokter Kloosterburen, waar al een elftal lijken waren binnengedragen en die langen tijd bezig was met Attie voor ze naar het Binnengasthuis kon worden gebracht. Van Olga Sillem's wedervaren heb ik tot dusver nog niets gehoord, maar ze is behouden en Kathleen is, zooals je weet, getrouwd met Max Kohnstamm. Gisteren van onzen dokter Huges gehoord, dat er 60 doden zijn en 30 vermisten, behalve de Duitschers..... Tom had weer goed voor zijn familie gezorgd. Hij kwam met mooie voorraden bij zijn hongerige vrouwen kinderen in het nest terug. Ook ons zal hij nog bedenken... ... Ik ben sedert een week op non-activiteit wegens buikloop, wat ze hier tegenwoordig dysenterie noemen. Mijn gewicht is nu gedaald tot 61 1/2 kilo. Tom zei, na zijn verhalen over de ramp: "en dat is nu nog maar een heel klein gebeurtenisje, 't kan tien, twintig, ja honderd maal erger worden." Wie weet wat jij al bijgewoond hebt. Op het oogenblik is het half een. Zoo even een brief van Cateau uit Den Haag. Ze woont nog in haar oude huis en lijdt veel misère door de omstandigheden, maar ze schrijft een geestigen brief. En nu eindig ik voorloopig want we gaan middageten. Daaraan zullen aanzitten: je Ouders, Engelien, Alexandrine Osterkamp, hoofd van het Montessori Lyceum en Mej. Wilbrink, leerares, die geen brandstof heeft en niet genoeg voedsel. Ik moet mij vergenoegen met aardappelpurée.

Vrijdag 1 December 1944. Mijn toestand nog weinig beter. Wij ontvingen gisteren op het theeuur een bezoek van Hr. en Mevr. von Balluseck en toen zij er waren, bemerkten wij, dat electrische stroom was ingeschakeld en wij het huis dus konden verlichten. Dit is een stedelijke maatregel ten bate van de bewoners in deze buurt die ruiten hebben verloren en dientengevolge over dag in het donker zitten want ze moeten die gaten dichtmaken met hout, anders ga je dood van de kou. Het is heerlijk en we hopen, dat deze heerlijkheid lang zal duren. We kunnen stofzuigen, de W.C. is weer verlicht enz. enz. We zijn in een eenigszins sombere stemming. "Een ding is zeker", zeiden wij "we hoeven geen winter meer door te maken" en nu kondigt Churchill de beëindiging van den oorlog aan tegen den zomer van 1945.

Zondag 3 December 1944. 't Ging nog een beetje anders bij de Sillems. Alles gebeurde gelijk of in zeer korte opeenvolging: Franco viel dood, Attie sprong van balcon, Gietje werd in armen Willem S. geworpen door Theo. Theo, Ethel, Olga S. sprongen van balcon want trap was weg. Tito was even te voren van de trap gerold. Willem gaf Gietje aan Attie. De rest was als voren ... Een belangrijk bericht. De geheele famliie Romee Boissevain is met hun logé's opgepakt in den nacht. Lies werd gisteren al opgepakt. Men vertelt, dat de dienstboden niet zijn opgepakt. Radio Oranje waarschuwt er voor, dat de geallieerden door zullen gaan met het bombardeeren van Duitsche kwartieren. Er vallen dan steeds slachtoffers onder de Hollarrdsche bevolking evenals 26 November hier. In verband hiermede wordt aangeraden zoo spoedig mogelijk te verhuizen indien men in de buurt van zulk een kwartier woont. Dit is nu weer zoo'n raad waarvan men niet weet wat ervan te denken. In de eerste plaats zijn er te Amsterdam weinig huizen leeg. Als bewoners dien raad opvolgden, beteekende het dus dat - stel dat de kwartieren van de Sicherheits Dienst in de Euterpestraat bleven, deze straat, de Anth. van Dijck, Händel, Memlinck, Dürer en vele andere in die buurt gelegen straten, ontruimd zouden moeten worden. En als dan, zooals nu het geval is, die kwartieren worden overgeplaatst naar de Rubensstraat, dan komt de Rubensstraat en omgeving in aanmerking voor ontruiming. Het is beter geen raad te geven dan raad, die alleen onrust veroorzaakt en niet kan worden opgevolgd . Over de voedselpositie hoort men, dat het broodrantsoen misschien binnenkort zal dalen tot 600 gram per week, dat in plaats van aardappelen suikerbieten en voederbieten zullen worden verstrekt.

Woensdag 7 December 1944. Mooi, stil weer, koud, zon onbewolkte lucht. De razzia's in vele plaatsen gaan voort. Hier nog niet. Men vertelt, dat er een aanmeldingsbevel zal komen voor mannen van tusschen 17 en 40 jaar Wij hadden gisterenavond met ons drieën, Hilda, Engelien en ik, een gezelligen St. Nicolaasavond. Mevrouw de Haan had mij een blik Californische vruchten, perziken, geschonken en het was net of de Hemel openging, we aten verder ons eenvoudig maal van puree van aardappelen en brood en na tafel kwamen warempel presentjes, die Hilda en Engelien van treffende versjes hadden voorzien. We dronken een kop verrukkelijke chocolade zoodat wij het niet kwaad hadden in het 5de jaar van het bezette Amsterdam. En om 8 uur ging Hilda moe naar bed en om 10 uur volgden Engelien en ik. Mijn gewicht is nu 60 kilogram en ik ben nagenoeg genezen van mijn kwaal, die in verband staat met de voeding, die gebrekkig is .... Planten is nog niet vrij. Van Romee, Lies en de overige gepakten weten wij niets. Eenige prijzen te Amsterdam: boter f 60.- per pond, melk f 4.- de liter, een tarwebrood vroeger 16 cents, nu f 9.50 per brood. .

Donderdag 8 December 1944. We hadden gisteren een feestdiner want onze onderduiker kwam voor het laatst. Ik wist niet wat ik zag: aardappelen, spercieboontjes, pannekoekjes, een verrukkelijke flesch wijn uit den kelder van Frans Polak, die te Tilburg was en gestoofde peertjes toe. 't Was meer dan heerlijk. We dronken op den onderduiker en op zijn werk en op elkaar en ook op den afwezigen Frans, wiens wijn wij opdronken. Er heerscht typhus te Amsterdam en in het geheele land. De Betuwe is onder water door het doorsteken van den zuider Rijndijk door de Duitschers. Nella Hissink te Leeuwarden heeft evacué's op doortrek naar Groningen, zwervende van Arnhem, een man van 70, vrouw van 68, en een dochter van 26 jaar. Ze hadden alles verloren, slechts gered wat zij aan het lijf hadden. Mijnheer had 2 pakken aan, Mevrouw 3 japonnen en de dochter ettelijke kleedingstukken en mantels. Ik weeg nu nog 60 kilogram wat in de toekomst nog wel minder zal worden, want de voedseltoestand is slecht. Onze werkster Hillie komt nu niet meer dan twee dagen omdat ze, bij de onvoldoende voeding die ze krijgt, het heen en weer loopen van huis tot huis, wat haar iederen dag 3 uur kost, niet kan volhouden .. Vele menschen lijden onder gevolgen van ondervoeding. Een van de verschijnselen is hevige buikloop, zooals ik had en pijn in den rug.

Woensdag 13 December 1944. Frans Cruys ontmoet op het Museumplein. Hij loopt op klompen, omdat hij geen schoenen heeft en ziet er slecht uit en sjofel in zijn kleeren. Hij gaat trachten in het American hotel wat eten te krijgen. Er staat een lange rij menschen voor dat hotel, die allen dezelfde gedachte hebben.

Zaterdag 16 December 1944. Koud, goed weer. Dr. Huges komt en spuit ons in tegen typhus. In den namiddag met Moeder naar Daisy Cnoop Koopmans waar Sonia zat, die op onderhoudende wijze vertelde van haar tochten om levensmiddelen te bemachtigen voor haar talrijk gezin. Ze trok tot 15 kilometer van Den Helder, kon niet meer voort op den terugweg toen ze te Alkmaar was, werd daar opgenomen door een welwillend mensch, die controleur van de Crisis dienst bleek te zijn, een goed. adres dus. Engelien heeft op vernuftige wijze een cahier ingericht om daarmede onzen voedsel- en brandstofvoorraad te kunnen controleeren. Om 9 uur naar bed en we hopen, dat wij het niet koud zullen hebben.

    

       Engelien haalt aardappelen van de Texelsche boot.

Zondag 17 December 1944. In den namiddag mijn lichaam gewasschen met zeep en warm water in de badkamer, welk water was gewarmd op de kachel, en daarna komen Valtie en Dick van Leeuwen en brengen ons een bezoek. Ze komen den "Dek" rijstkoker halen, de uitvinding van Bram van Stockum, dien wij hun .hebben beloofd. 't Is een allergezelligst bezoek. Dick zit voortdurend bij het raam om de fietsen in het oog te houden, die anders worden gestolen. Herman Boissevain, zoon van Mies, komt en vertelt van zijn voedseltocht naar Schagen, over de moeilijkheid van het nachtlogies, zijn slapen met 300 menschen in een schuur op stroo zonder dek. Hij hoorde van drie jongens en een ouden man, die van Den Haag waren komen loopen in drie dagen met een handkar. Eindelijk moest de oude man het opgeven en ging op de kar liggen. Toen hij zich heelemaal niet bewoog, bemerkten zij, dat hij dood was en brachten hem in drie dagen weer thuis. Herman ruilde een paar beenkappen voor een kaas en kocht nog een kaas voor f 30,-. Wij krijgen nu van de distributie 1000 gram brood per week, 1 kilo aardappelen per week, 75 gram vet per week, 1 1/2 ons kaas per week. Dit beteekent ongeveer 584 calorieën, wat veel te weinig is. Het beteekent honger. Er zijn vele menschen, die er niets bij hebben. Een mensch behoort te hebben circa 3000 per dag voor een man, 2500 voor een vrouw.

Maandag 18 December 1944. Goed weer, zachter. In den voormiddag naar de Jordaan en terug met 3 kilo renetten appels à f 6,-- het kilo. Verder een pakje haring gekocht, heele kleine vischjes en die aan Marthe Voorhoeve gegeven, die er heel slecht uitziet. Onderweg ook nog een zak hout gekocht voor f 20,-.wordt morgen bezorgd. Er kwam vandaag 1 pond vet en 1 pond boter met de "Hilda" (de reddingboot van Lemmer). Dat was een prachtig geschenk.

Dinsdag 19 December 1944. De Duitschers zijn een tegenoffensief begonnen, zijn in Luxemburg en over de grens van België gedrongen, de krachtigste aanval sedert Normandië Maria Schröder en Mevrouw de Vlugt, de vrouw van den burgemeester, zijn gestorven. Er is weer een belangrijke zending van Eem, wat Engelien morgen met het karretje naar de Texelsche boot doet gaan, een heel werk, want de hoeveelheid goederen, ook door de veelheid der adressanten is zoo, dat zij een systeem zal moeten bedenken van deponeeren op een niet ver van de boot gelegen adres en dan herhaalde tochten naar de boot. Eem Dijt is een onschatbare vriendin.

Woensdag 20 December 1944. Stil, goed weer, frisch maar niet koud. Engelien om half negen met het karretje waarop een mand voor Texel naar den beurtschipper om daar verschillende vrachten in ontvangst te nemen. Wij hopen een eerbiedwaardige hoeveelheid aardappelen in ontvangst te nemen en behalve deze ook eieren. Ik naar de post en zend f 150,-- aan Eem op afrekening. Engelien zal misschien tot laat in den middag bezig zijn. Een vraagstuk is waar we die aardappelen zullen bergen.

Zaterdag 23 December 1944. Wij hebben eergisteren de groote hoeveelheid aardappelen, wortelen en ook eieren ontvangen ... Cissie Crommelin geb. Boissevain, is gestorven ... Heden kwam Huges voor de tweede typhus inspuiting

Zondag 24 December 1944. Het weer is zoo mooi, dat het zeer zeldzaam is. Wij zijn blijkbaar in het centrum van een gebied van hooge druk. De barometer staat op 790, hooger dan ik mij herinner g
ezien te hebben. Het vriest een paar graden en het is volmaakt stil. Op het veld glijden, loopen en rijden kinderen op bevroren plassen. We hebben een klein Kerstboompje met 3 kaarsen. Eenige buren kwamen van bevriende flats en Engelien zat aan den vleugel en zong mooie kerstliederen, fransche en andere en daarop las ik een kerstsprookje voor en spraken we over de landszaken, wat meestal neerkomt op de moeilijkheden van de voedselvoorziening. Maar nu was er nog iets bijgekomen, want Engelien en ik waren na tafel naar een familie geloopen waar op bepaalde avonden met de kinderen muziek wordt gemaakt. Het was een mooie wandeling in de maneschijn, de maan zoowat negen dagen oud en een groote planeet in het Zuidwesten, waarschijnlijk Jupiter, en toen we bij de familie kwamen, hoorden we dat er een plakaat was aangeplakt met nieuwe bevelen omtrent aanmeldingen van mannen tusschen 16 en 40 jaar voor den "arbeidseinsatz," wat ze tegenwoordig in het Hollandsch "arbeidsinzet" noemen, een van die nieuwe woorden, die schrik verspreiden in menig hart. Met straf van inbezitneming door de Duitsche overheid van den inboedel, het huisraad, wordt gestraft wie zich niet aanmeldt. Daarmede is natuurlijk ook het huisraad van de ouders van een onwilligen jongen bedoeld. Toen we weder naar huis gingen om kwart voor achten, want we moeten om acht uur binnen zijn, hebben we even met behulp van een zaklantaarn getracht het plakaat te lezen. Het bevat de Duitsche kerstboodschap. Maandag 25 December 1944. En nu zijn we weder opgestaan en hebben wij elkander gelukgewenscht. Engelien kwam ons wekken met een kop thee en een brandende kaars, zingende "Christians awake ... " en ik las aan het ontbijt uit Lucas II
,.want ziet ik verkondig U groote blijdschap, die al den volke wezen zal, dat U heden geboren is de Heiland welke is Christus de Heer, in de stad Davids. En dit zal U een teeken zijn: gij zult het kindeke vinden in doeken gewonden en liggende in de kribbe. En plotseling was daar met den engel een menigte van het hemelsche heirleger, die God loofden en zeiden: Eere zij God in de hoogste hemielen, en vrede op aarde, in den menschen een welbehagen." We gaven elkander cadeautjes. Moeder gaf mij een beetje postpapier en enveloppen van een kwaliteit waarmede je in vredestijd niet aan zou durven komen, en ik gaf haar eenige kilo's appelen, voor eenige dagen in de Jordaan voor 6 gld. het kilo gekocht en Engelien gaf ik een van die aardige boekjes van de Heemschut serie, die gedurende den oorlog zijn uitgekomen en wel dat over het Brabantsche dorp met het oog op de aanwezigheid van Frans in Brabant. Enfin. Engelien behoeft nu niet meer ongerust te zijn over Frans in verband met het plakkaat, zooals zoovelen over hun dierbare mannen of zoons in onze omgeving. Hij is in bevrijd gebied ... Wij hebben het nu goed, al moeten we nog veel ontberen. Wij hebben bijvoorbeeld geen licht dan van een lampje, dat met stookolie wordt gevoed, we hebben slechts één verwarmde kamer waarin we des daags allen huizen en onze voeding is niet of nauwelijks voldoende. Aan de toekomst denken we maar niet. De vraag hoe -de brandstof- de verlichtings- en voedingstoestand er zullen uitzien in Juni, stellen we ons maar liever niet. Al is het dan warmer, we zullen toch brandstof moeten hebben om te kunnen koken. En hoe zal het zijn met de watervoorziening. Als deze moet ophouden zijn we aangewezen op het kanaal voor onze deur, waarin vele menschen tegenwoordig, omdat de Gemeentelijke reinigingsdienst niet of niet goed meer werkt, hun vuilnisemmers ledigen. Ja, we kunnen dat water dan weer reinigen met bleekpoeder en norit, we hebben er alles voor in huis ... Al die ontberingen zijn nog niet zoo erg als het gevoel nog steeds onder den hiel van den Duitscher te zijn. Zoo'n oorlog is wel een tijd waarin je om je heen ontelbare voorbeelden ziet van moed en opgewektheid in moeilijke omstandigheden en de vrouwen hebben het in vele opzichten nog moeilijker dan de mannen. Moeder maakt het best, veel beter dan voor de komst van Engelien. Deze verricht allerlei krachttoeren, waartoe wij niet meer in staat zijn. Deze brief is heel anders en veel langer geworden dan ik mij aanvankelijk voorstelde in September 1944, toen wij dachten weldra bevrijd te zijn. Denken de Drummonds wel eens aan ons. Wij iederen dag aan hen. Ze zullen misschien wel eens zeggen: hadden ze ons aanbod maar aangenomen en met de kinderen en kleinkinderen naar Engeland te komen, maar ik zeg: alles liever dan niet in je vaderland, ook al merken we niet zooveel van de kinderen en kleinkinderen door de omstandigheden. Tom kan hier nogal eens komen en overlaadt ons met weldaden. Kort geleden kwam hij weer met een vrachtje hout en met een flesch raapolie. Zoo'n flesch raapolie kost in den zwarten handel 40 à 50 gulden. Ook op bonnen krijg je raapolie maar in zeer kleine hoeveelheden en met groote tusschenpozen.

Woensdag 27 December 1944. Een beetje koud. Vroeg op en Engelien geholpen, die met het karretje naar de Texelsche boot gaat om emballage te brengen en misschien iets te halen. Ze verlaat ons met het karretje bij het aanbreken van den dag, nadat we hebben ontbeten, zal misschien lang wegblijven. De barometer is standvastig 780, geheel stil en het vriest een beetje, circa 5 graden Celsius. Hoe zouden wij ons in staat van vrijheid verheugd hebben op komende dagen van schaatsenrijden. Nu ligt op die genoegens een sluier van droefheid. Bovendien ben ik 77 jaar oud, maar ik ben toch van plan het rijden nog eens te probeeren. We zullen geen groote tochten kunnen maken want er zijn geen treinen, die je in het donker kunnen terugbrengen. En je kan ook onderweg niet of heel moeilijk te eten krijgen. Zooeven 10 v.m. bericht van het oorlogsterrein. De Duitschers zijn bij Dinant. Als dat juist is, schijnt het mij zeer ongunstig. Zouden zij voornemens zijn Antwerpen weder terug te winnen? Zijn de geallieerden weer te zorgeloos geweest, hebben ze weer te veel vertrouwen gehad in hun overmacht en te weinig achting voor de kracht van Duitschland, die nog niet gebroken is? Wanneer men bij dit bericht voegt dat van de komende ontvoering van mannen, dan heeft men zijn moed en opgewektheid noodig ... Er wordt gereden op het kanaal voor ons huis. Het ijs is schitterend daar het volkomen windstil is geweest. Engelien gaat nu schaatsenrijden, is om 11.15 teruggekomen. Ik ging om 2 uur rijden op de Boerenwetering en kwam om 4 uur terug. Het ging uitstekend, ik kreeg den indruk, dat ik nog best naar Leiden kan rijden, als het weer tenminste mooi is en zoo als nu zonder wind of met een flauwen wind mee. Ik ben nog voldoende lenig. Er waren verscheidene goede rijders onder de jeugd, verscheidene ijshockeyspelers, die een groote behendigheid en soepelheid toonden. Onderweg vele mannen gezien, die met bijl, zaag en bijtel bezig waren stompen van gehakte boomen te sloopen voor brandhout.

Donderdag 28 December 1944. Barometer standvastig 780. Mooi weer. 's Morgens met Engelien naar het landje om boerenkool te snijden. Over het veld op de sloot opgebonden. Als we bezig zijn op het landje vliegtuigen en luchtalarm, ook schieten. Engelien terug naar huis en ik per schaats naar Kalfjeslaan over de Boerenwetering. IJs gevaarlijk onder de bruggen. Ik rijd niet minder goed dan 3 jaren geleden, zou best naar Leiden kunnen ... Gisteravond kwam Tom met een zak aanmaakhout, deed interessante verhalen, slaapt op zijn kantoor. Hij ondervindt veel bewijzen van vriendschap van de mannen aan de kust. Ze houden allemaal van hem en hebben respect voor hem. Wat was het mooi op het ijs vanmorgen. Als men het Hollandsche landschap zoo aanschouwt, vergeet men alle narigheid ... De Sillem's zijn nu in hun nieuwe huis, no. 10 van dezelfde straat.

Vrijdag 29 December 1944. Vanmorgen een pond boter gekregen van Nella uit Leeuwarden, ongelooflijk heerlijk. In den voormiddag gereden op de Boerenwetering. Als ik thuiskom om 1 uur, krijg ik pannekoeken, gemaakt van rauwe geraspte aardappelen, uien, gehakte prei, pieterselie en een beetje bloem, gebakken in raapolie. Er was ook een Texelsch ei in. Het gaat wat beter aan het front. Echternach is genomen en ook Bastogne zegt men.

Zaterdag 30 December 1944. We kregen de derde inspuiting tegen typhus van Huges.

Maandag 1 Januari 1945. Nieuwjaarsdag, barometer hoog 785. Zon, lichte vorst, een weinig sneeuw. Gisterenavond opgebleven en copieus gesoupeerd. Om 12 uur even naar de van Rees'en boven om hen geluk te wenschen. Bezoeken bij verschillende vrienden. Met Engelien naar Marthe Voorhoeve, naar de Boon's, Oma van der Goot, de Sillem's en naar Mary. De Sillem's in hun in wording zijnde huis, vlak bij al die verwoestingen. Mary is aan de lunch. Ze snijdt plakken af van een groot stuk kaas en ik denk: Ik wou, dat ze mij een stuk gaf en warempel ze biedt mij en Engelien een flinke plak aan, waarvan we genieten ... Engelien is bij tante Mies geweest, heeft deze erg neerslachtig gevonden, zij kan het niet meer aan, moet den heelen dag koken enz., is oud en niet sterk, heeft nog maar weinig brandstof, ziet zich in Februari zonder brandstof. Robert was overgeweest, was met Hans, een pleegzoon van haar dochter Olga, die met Herman van Lennep is getrouwd en de noodige ruilobjecten naar Schagen geweest, had 100 pond tarwe gekregen voor een horlogeketting en bemachtigde ook een kaas, logeerde met Hans in een vies hotel te Schagen, lag met hem in een bed in een vieze kamer, waarin nog een bed, eveneens met twee mannen. Den volgenden nacht sliep Robert in een slaapgelegenheid die door een R.K. vereeniging was ingericht, waar men voor f 1,.- kon slapen in een verwarmd lokaal op stroo op den grond, zonder dekens. Men wordt 's morgens om half zeven op straat gezet. Daar stond dus Robert met zijn fiets waarop zijn buit, bestaande uit 100 pond tarwe en een kaas en de fiets had zich begeven dus moest hij loop en van Purmerend naar de pont en verder naar huis. Hij had een zweer aan zijn voet dus viel het hem moeilijk en kwam hij uitgeput aan de pont waar hij de controle moest passeeren. "Wel, wat heb je, oude?" vroeg de controleur. Hij kon nauwelijks antwoorden, mocht doorgaan, ging op de pont lang uit op het dek liggen. Toen hij thuis kwam keek tante Mies haar vermoeiden zoon aan en zag ze hoe vermagerd hij was. Hij had zware dagen achter den rug. Eerst gefietst van Den Haag naar Amsterdam en Schagen, boeren bezocht, terug gefietst, van Purmerend geloop en en ze wilde, dat hij in bed zou blijven en de dokter hem zou behandelen. Maar den volgenden dag was hij alweer uitgerust en hij dus weer op de fiets naar Den Haag. Daar woont hij dicht bij de boschjes waar hij iederen dag gaat houthakken, wat verboden is. Geen wonder dat je mager wordt. Tante Mies heeft ook geen aardappelen meer ... Vandaag een bezoek van Paul Boom, die morgen naar Den Haag gaat en 50 kilo bloembollen mee moet nemen voor vrienden. Die bloembollen zullen worden "gegeten", zijn voedzamer dan aardappelen. Ze worden gekookt met aardappelen en dan samen tot een soort stamppot gemaakt.

Woensdag 3 Januari 1945. Barometer sterk gedaald, het dooit 5 graden Celcius. In de rij gestaan bij de Boerenstulp, een winkel, voor één ons kaas en geluisterd naar de gesprekken van lotgenooten. Ik hoor een juffrouw zeggen, dat het voornamelijk op karakter aankomt, waarover zijzelve blijkbaar beschikt. Zij was er een van zes, haar vijf oudere broeders en zusters waren allen gehuwd "nou ben ik niet gehuwd en daarom zorg ik voor Vader, die 82 jaar oud is. Je mag m' gerust zien hoor, zoals hij in de kleeren zit, soms morst hij wel eens, nou alla dan maak ik het schoon". Ze zit op een kantoor den heelen dag en moet, als ze thuis komt in den donkeren avond zorgen voor het eten enz. enz. enz. Een oud heertje is vol lof, ook juffrouwen zijn vol lof. Uitroepen van "dat zie je zelden" en het oude heertje- belooft haar een plaats in den hemel "gerust daar kunt U op rekenen". Maar de juffrouw wijst dien lof van de hand: ,,'t komt alleen op karakter aan, en wat die plaats in den hemel betreft,. zoo'n vaart zal 't niet loopen "

Donderdag 4 Januari 1945. Vorst gedurende den nacht. Planten is terug te Bussum. Aanvankelijk te werk gesteld met graven kwam hij in een ziekenhuis te Arnhem dat, toen de hoofddokter vertrok nagenoeg geheel onder zijn leiding kwam...... Er is een nieuw bevel aangeplakt. De mannen van 16-40 moeten zich van 5-8 Januari bij het arbeidsbureau aanmelden. Onze Regeering te Londen heeft bepaald, dat alle medewerking verboden is, zoowel voor den overheidsdienst als voor alle werkgevers. Zij die medewerken zullen gerechtelijk vervolgd worden. Verder heeft de Regeering verzocht geen "Ausweise" aan te vragen. Het is gemakkelijk voor de Regeering zulke bevelen te geven maar veel moeilijker voor onze landgenooten, die honger hebben, die bevelen op te volgen. Ik verneem, dat velen voornemens zijn zich te melden, gedwongen door den nood... Wij hebben 1500 turven gekocht voor f 150,.-. Er komen vele bedelende menschen die om eten vragen, aardappelen, brood enz ....

Vrijdag 5 Januari 1945. Mooi weer, een beetje vorst. De glazenwasscher vertelt mij, dat velen zich melden, wat hij gezien heeft bij het gebouw Atlanta. Het is de slechte voedseltoestand, die de mens eh en drijft. Het aantal menschen, die om eten komen vragen, vrouwen en kinderen, is reeds vrij groot. Wij verstrekken reeds ruime voeding aan onze werksters en aan twee hongerige leeraressen van het Montessori Lyceum, kunnen niet veel meer doen.. . . .. Er is een V bom gekomen op een wijk van Den Haag, die volkomen verwoest werd met verlies van vele menschenlevens. Hetzelfde gebeurde te 's Graveland waar Emile den Tex woont. Hij woont in de Orangerie Hilverbeek waar zware luiken door de ruiten werden gedrukt. Emile en zijn zoon Kees bleven ongedeerd al scheelde het weinig. Vele anderen werden gewond of gedood en hun huizen verwoest Met den oorlog gaat het den geallieerden, dunkt mij, nog niet voor den wind. Mij dunkt is de toestand eenigszins stationair, aan de Saar ongunstig...... Een mud aardappelen kost thans f 250,- als het te krijgen is ... Het blijkt, dat uit een zending boter aan mij, uit Leeuwarden, per post verzonden - groot 2 pond - bijna 1 pond is ontvreemd; een dergelijk pak van 2 pond aan Maurits en Hanna kwam niet aan het adres. Alleen Mary kreeg haar pak van 1 pond. De post is tegenwoordig volstrekt onbetrouwbaar.

Zaterdag 6 Januari 1945. Het wordt al wat lichter 's morgens. Om 8.30 een V bom in ZZO richting, een dikke rechtopgaande streep van rook achterlatende. Het heeft wat gevroren. Stil. Het veld wit. Bar. 773. Mijn gewicht 61 Kgr .... Een hoeveelheid van 6 Kilo aardappelen bij van Vliet gebracht voor f 1,-  omdat het voor hen prettiger is als ze wat betalen. In den zwarten handel zouden deze 6 Kilo f 25- kosten. Hilda kocht vanmorgen groenten voor f 13,-. 1 kilo uien, 2 kilo lof, 1 kilo spruitjes, 2 pakjes gedroogde soepgroenten en 3 kilo aardappelen van de bon. Prijs van dit alles vroeger misschien f 1,-. Het menu voor vandaag is: ontbijt: 3 sneetjes brood met boter, 1 appel; koffiedrinken: 1 sneetje brood, 1 kleine warme hap; avondeten: pannekoeken en 1 kop tomatensoep. Lang niet kwaad De Spieghelschool, waar de menschen zich moeten melden voor den "Arbeidsinzet" is"verbrand, of er is brand ontstaan. Er zijn daar negen mannen doodgeschoten, die daarvoor van de straat of uit de gevangenis werden gehaald Weer een V bom om 5 uur in Zuidwestelijke richting... . .. Men vertelt, dat vele jonge mannen thans trachten in bevrijd gebied te komen...... Vandaag 3 Koningen, maar we herdenken den dag niet op de sinds vele jaren gebruikelijke wijze. We hebben niet het lekkere wittebrood met de boon er in en ook geen groen om te verbranden. We eten een pannekoek waarbij pulp van voederbieten een van de ingrediënten is... Engelien at heden bij de Boom's tulpenbollen, heel smakelijk, smakende naar zoete kastanjes. Ze waren gekookt als aardappels, als stamppot met spruitjes. Dit is een nieuw voedsel dat de nood der tijden heeft doen kennen.

Zondag 7 Januari 1945. Omstreeks 8.30 sprong een oude vrouw vlak voor ons huis, daar waar vroeger het bordje stond met "verboden voor Joden" (dit bordje is door hout jagers weggehaald), te water, of liever op het ijs, waar ze doorzakte. Mevr. de Haan zag het gebeuren, waarschuwde van Rees, Ema belde de politie op en Mevr. v. d. Groen ging naar beneden en haalde de vrouw met behulp van een ander weer op de kade. Dr. van Det kwam en Lientje van Det. Ze werd bij van Det binnengebracht. Het was er niet diep. Zij was bij kennis, is een 64-jarige Joodsche vrouw, die Goudstikker heet en in de van Breestraat woont. De politie kwam haar halen en wij gaven ons Terschellingsche karretje waarop ze werd getransporteerd. Daarna kwamen verschillende flatbewoners bijeen voor een "koempoelan" in onze huiskamer, Ema en Jan en wij en werd de vraag besproken of je iemand, die zelfmoord wil plegen, wel mag redden en of je dan verder voor zoo iemand verantwoordelijk bent, na de redding. Ze vonden van Det wat al te zakelijk. Want van Det had gezegd: Ze is wat onevenwichtig, meestal is het pose, dan loop en ze te water vlak voor het huis van den dokter waar ze weten goed te worden geholpen. Toen we nog op de Keizersgracht woonden gebeurde het herhaaldelijk, soms wel zeven op een dag. "U kent ze niet" voegde Mevrouw van Det er aan toe, met "ze" de zelfmoordenaars in het algemeen bedoelende. Vanavond om half vijf weer een V bom in· ZWest, hoog in de lucht. Ik zag de V zelf, een kleine puntje, dat zich snel in de richting van Engeland bewoog. Ik kan mij voorstellen, dat die V bommen vreeswekkend zijn. Als het kan gaat Engelien morgen naar Opperdoes met verschillende artikelen om in te ruilen tegen voedsel.. .... Men vertelt, dat de illegale beweging in kracht wint, in die mate, dat zij tegenwoordig ook in gesloten formatie met vuurwapenen optreedt, waarbij het dan wel eens komt tot een vuurgevecht.

Maandag 8 Januari 1945, sneeuw, regen, wind WZW. Engelien gaat nog niet naar Opperdoes. Wij ontvingen een welkome zending van schipper Dekker te Terschelling doormiddel van den beurtschipper Borsch. Op Terschelling is men zeer begaan met onzen toestand. Dekker zond ons 7 1/2 kilo aardappels, 1 kilo bruine boonen, 1 kilo roggemeel. 1 kilo tarwemeel, 1 potje jam, 1 pond bruine suiker, 1 pond boter, 1 roggebrood, 1 brood en 1 pak kaarsen ... Het was een vreugde die zending te mogen uitpakken. Die Dekker is een beste kerel.. Ik spreek Mevrouw v. d. Groen van no 37, die vraagt "hoe lang leven we nog". Ze hebben daar heel weinig. Ik bracht haar twee boterhammen met boter en roggebrood van de Terschellingsche zending. Ze waren er erg dankbaar voor, zeiden later, dat ze hadden willen probeeren die boterhammen 's avonds op te eten maar dat het hun niet was gelukt . De berichten van het oorlogsterrein zijn niet zoo goed, de Duitschers hebben een bruggehoofd benoorden Straatsburg aan den Westelijken oever van den Rijn en ook een aan den Westelijken oever van de Maas nabij Roermond.

Dinsdag 9 Januari 1945. Lichte vorst, er wordt gereden op het kanaal. Het is de trouwdag van onze lieve kinderen, Engelien en Frans, nu 5 jaar geleden en we denken aan dien dag terug . Wij vieren dien dag door 's morgens een Texelsch ei te eten en wat meer brood en 's avonds komen Maurits en Hanna bij ons eten. Engelien is al bij ons en dan hebben we een vorstelijk maal, met een flesch wijn uit de kelder van Frans, tomatensoep, lof van aardappelen en een ei en een verrukkelijke pannekoek toe.

Woensdag 10 Januari 1945. Stil, vorst. Vergadering van de Reddingmaatschappij, s' morgens om 11.30 en om 2.15 weer thuis. Alle afstanden moet je natuurlijk te voet afleggen. Tom ziet er wel erg mager uit, moet hard werken om de Reddingmaatschappij gaande te houden. Hij is een Vader voor het personeel. Als ik thuis kom hoor ik dat Moera Veth in een wanhopigen toestand verkeert, een toestand van verhongering. Moeder heeft haar nu eenmaal in de week op het middagmaal gevraagd. Wij hebben dan al Lex Osterkamp en Marijke Wilbrink en de werkster Hillie. Gelukkig hebben wij voldoende aardappelen ... We gaan misschien eenige meubels verkoopen om nog wat voedsel te kunnen koopen ... Gehoord, van den directeur van een groote fabriek, die door de Duitschers is ontdaan van de belangrijkste machines, dat hij de zeer kostbare machines had verborgen door ze te doen inmetselen, maar dat toen de Duitschers kwamen deze geheel op de hoogte bleken te zijn. Er was verraad geweest. Wij hoorden van een zuster van Paul Boom, die (gehuwd, met 5 kinderen, het jongste (21) was geevacueerd uit Arnhem op 26 Sept. Zij is nu in hotel Zilven bij Loenen, waar ze het erg koud hebben want ze hebben maar een deken. Ze zijn gaan kijken te Arnhem naar hun huis, vonden het nagenoeg verwoest. Duitsche soldaten waren bezig meubels naar buiten te halen, op den grond lag nog wat ondergoed en ander goed, vervuild. Het was een. aardig huisje toen ze er in woonden, waar ze heel gelukkig waren ... Terwijl we aan tafel zitten om 1 uur met Lex Osterkamp, M. Wilbrink en Moera, komt Sientje, dienstbode van Romee en deelt mede, dat het huis van Romee moet worden ontruimd d.w.z., de inventaris blijft er in en er komen andere menschen in. Ze mogen albums met photo's houden maar overigens wordt ongeveer alles door de Duitschers in beslag genomen... Hoe hartelijk zijn we menigmaal in dat huis ontvangen. Altijd waren we welkom en zaten we aan den gezelligen disch of maakten muziek, ik vooral met Iet Walrave is 19 April 1944 overleden, een groot verlies ... Er wordt veel schaatsen gereden op het kanaal. Er zijn meisjes, die heel sierlijk rijden. Als men die rijdende jeugd ziet, dan begrijpt men niet, dat te Amsterdam een toestand is, die grenst aan hongersnood. Kijk maar eens naar onze vriendin Moera Veth. 't Is, heel erg zoo als zij er uit ziet, ze kan nog nauwelijks loopen en is heel sterk vermagerd ... Onze schoorsteen is geveegd door een zeer grappigen schoorsteenveger, die Ravelli heet. Hij was een type zooals men in Holland zelden ontmoet, vol vroolijkheid. Toen Ema van Rees hem vroeg Robert's (haar zoon) laarzen bij de kachel te doen staan omdat Sinterklaas er dan misschien wat in zou doen, zei hij - dadelijk er op dat Sinterklaas bij hem ook geweest was maar een veter uit zijn laars had gestolen... Veters zijn heel schaarsch. Ze kosten 75 cents per stuk.

Vrijdag 12 Januari 1945. Dooi, niet koud in bed. Van Blerik, die Brabantsche jongen, komt Engelien begeleiden. Ze zingt liederen van Wolff, heel mooi. Hij blijft op de koffie, eet twee borden met soep en een pannekoek en geniet daarvan op zichtbare wijze. Er komt geen einde aan het leegschrapen van zijn bord. Nog nooit heb ik het zoo gezien. Hij heeft een typisch Roomsch gezicht, komt uit Tilburg, is een goede jongen, geloof ik, heel muzikaal. Natuurlijk ondergedoken.

Zondag 13 Januari 1945. Engelien vertrekt om 9 uur op de fiets naar Opperdoes met tasschen en rugzak, inhoudende ruilmiddelen. Onder die ruilmiddelen neemt een groote kamerpot een belangrijke plaats in. 't Is een vurige wensch van Neeltje Bloem. De afstand is ongeveer 60 kilometer. Ze gaat logeeren bij Neeltje, die gehuwd is met Piet Molenaar, die een 45 tal koeien heeft. Ze hoopt boter en tarwe terug te brengen.

Maandag 15 Januari 1945. Engelien is gisteravond niet teruggekomen van Opperdoes. Wij zullen blij zijn als zij er weer is. Moeder ging gisteren slapen met hoofdpijn, neuralgie, kou in het hoofd, bleef wat te bed liggen, waardoor alle huishoudelijke bezigheden door mij moesten worden verricht. We hadden geen hulp. Hard gewerkt. Het is 1 uur en ik zit wat uit te rusten ... Een vloerkleed geleend aan de v. d. Groen's die er hun suite mede in tweeën gaan deelen waardoor ze het warmer zullen hebben ... Om 4 uur komt Engelien terug, blij door ons ontvangen. Ze heeft zware pakken op haar fiets, die blijken te bevatten: 20 pond tarwe, 20 pond boonen, een kaas, 1 pond boter en 2 kilo uien. De afstand tot Opperdoes is ongeveer 58 kilometer. Ze heeft twee nachten bij Neeltje geslapen en veel gegeten, zoodat ze bijna niet meer kon: varkenscarbonade en peertjes en aardappelen en heerlijke jus en pap en melk en lekker brood met veel boter en kaas.

Dinsdag 16 Januari 1945. De berichten van het front. zijn gunstig. De Russen zijn een groot offensief begonnen, namen o.a. Kielce op 200 kilometer van Warschau, ook voor de geallieerden gaat het goed in België.

Woensdag 17 Januari. Warschau is gevallen. Engelien nog erge spit of pijn in den beneden rug als gevolg van haar zwaren tocht.

Donderdag 18 Januari 1945. Den geheelen dag geteekend aan mijn aquarel van de salon in oorlogstijd - tot donker -. Op den middag Lex 0., M. W,... Moera en Hillie aan tafel. De Russen hebben Warschau en Krakau, komen met een zeer geweldige macht opzetten. Iedereen gevoelt weer hoop op vrijheid. in de naaste toekomst. Men rekent op half Maart of 1 April.

Vrijdag 19 Januari 1945. Storm uit Noordwesten. Sneeuw gedurende den nacht. Gekleed met winterjas, oliejas, ijsmuts en hoed en wanten naar de Heerengracht voor een vergadering van het Handelsblad, een wandeling van een uur. De Russen trekken met een overweldigende macht om de West ... Er zijn vele verschijnselen van verzwakking tengevolge van ondervoeding te Amsterdam. De rectrix van het Montessori Lyceum vertelt van ondervoede kinderen, ja ook van ondervoede leeraren. Marijke W. is vrij van dienst wegens ondervoeding. Er komt nu ook nog een leeraar bij ons eten op Donderdag, en wel Walther ... Robert B. is over uit Den Haag op een voedseltocht. Hij wilde naar Schagen maar is wegens den storm teruggekeerd van Purmerend. Hij komt ons bezoeken, ziet er bleek en mager uit ... Om 6.30 komt Jur Haak, wiens ouders in Duitschland zijn. Ze zijn opgepakt na de debacle Jan Canada. De kinderen hooren niets van hun ouders. Haak, de Vader, was leeraar aan het Montessori Lyceum, is nu vermoedelijk te Dachau, de Moeder is vermoedelijk te Oranienburg. Van beide kampen komen goede berichten wat de voeding betreft. Het wordt nu weer tijd dat alle mannen van 16--40 zich gaan verstoppen want er komen razzia's ... 's avonds zingt Engelien mooie liederen van Moussorgski. Om 9.30 naar bed.

Zaterdag 20 Januari 1945. Sneeuw, lichte vorst. Robert B. zal niet naar Schagen kunnen. Hoe afgetakeld ziet hij er uit. Hij gaat nog maar eenmaal.per week naar zijn kantoor ... Hilda van Marle kwam ons bezoeken. Ze had een vrouw ontmoet onderweg, die haar aansprak. Ze liep met haar zoon, vertelde dat ze uit het Noorden kwam. Haar man was onderweg gestorven, maar "gelukkig had ze de boonen en de tarwe" zei ze. Zoo iets geeft een kijkje op den invloed van honger op den Menseh...... Op ons veld en op de straten ligt een dikke laag sneeuw. De boomen met hun fijne takken mooi en teer tegen de lucht. We zien de Sillem's die met een sleetje groenten gaan halen van hun veldje te Amstelveen. Peter, Alexander en Olga zijn het. 't Is een actieve familie, altijd bezig. 't Zal hun wel een 2 1/2 uur kosten. Tilsit is genomen, de Russen zijn over de grens van Silesië, dicht bij Posen. komen uit het Noorden Slowakije binnen. Zijn nog 350 kilometer van Berlijn. Churchill heeft in zijn rede gezegd: "de overwinning is zeker" ... 's morgens een wandeling, lekker mooi weer door de sneeuw, geteekend aan de aquarel en mijn lichaam gewasschen. 's Avonds komen weer berichten. Gumbinnen is genomen, verschillende plaatsen ten Oosten van Breslau, ze zijn op weg naar Danzig. Aan het Westelijk front zijn de Franschen over een front van 25 kilometer opgerukt ten Noorden van Colmar...... ik heb voortdurend honger, word niet zwaarder hoewel ik veel eet. Om 9.30 naar bed, blij met de berichten.

Maandag 21 Januari 1945. Lichte vorst, besneeuwde straten. In den namiddag een bezoek aan Menso in de ziekenverpleging. Mooi die wandeling door de besneeuwde stad, zoo stil en rein. Ik passeerde de Apollohal, waar de laatste melding plaats heeft. Er zijn, naar het mij schijnt, weinig melders, maar er is veel belangstelling ... Gehoord, dat Romee's huis nu is leeggehaald ... Ik ontmoet Peter Sillem, die zijn zuster Attie, wier been is afgeschoten, op een slee naar huis brengt... Morgen zullen alle mannen, of de meeste, die tusschen 16 en 40 jaar zijn. onderduiken. Op vele scholen, en op vele bedrijven zullen de mannen en op de scholen ook vele leerlingen niet meer komen. En dan zullen de Duitsche razzia's beginnen ... Engelien nam het karretje mee naar de Vossiusstraat en kwam met kolen terug. Het was zwaar trekken geweest door de sneeuw waarbij hulpvaardige menschen haar hielpen bij een brug. Tom kwam en deed mooie verhalen van de groote hulp, die de vrienden der Reddingmaatschappij op verschillende stations aan de kust bieden door het zenden van levensmiddelen. Ook worden door het verzamelen van levensmiddelen de proef tochten van nieuwe reddingbooten gebruikt. De opbrengst wordt door Tom verdeeld onder het kantoorpersoneel enz. enz. te Amsterdam. Ook de Eenhoorn apotheken, die het eigendom zijn der Reddingmaatschappij, deelen mede en zijn zeer dankbaar .... Insterburg, Allenstein, Tannenburg, zijn gevallen. De Russen zijn nu op 270 kilometer van Berlijn. De Britten zijn een aanval begonnen in de richting van de Ruhr ... Men vertelt, dat het getal der aanmeldingen klein is geweest. Dif in weerwil van den honger. Menschen, d[e in pensions wonen verhongeren.

Dinsdag 23 Januari 1945. Heel mooi bericht van het front. De Russen zijn op 40 Kilometer van Koningsbergen. op 25 kilometer ten Zuiden van Bromberg, Allenstein en Gnesen genomen op 50 kilometer ten Oosten van Posen. Ze vorderen 65 kilometer in 24 uur, zijn nu op 70 kilometer van de Oostzee, de Duitschers trekken in de Ardennen terug, zulk mooi nieuws hebben we nog niet gehad.... . . Er wordt gebeld: een net heer, keurig gekleed, die een mooie buiging maakt en vraagt "kunt U mij misschien aan een aardappel helpen". Engelien geeft hem een aardappel. Als hij zeven buigingen maakt heeft hij zeven aardappels, ruim een kilo ...

Woensdag 24 Januari 1945. Den h
eelen dag lichte sneeuw, temperatuur om het vriespunt. Gewandeld naar Valtie van Leeuwen op de Keizersgracht 717 die ik een brief van Moeder overhandig en die ons gist bezorgt, die ik ga halen aan het pakhuis de Zon en de Maan op de Reguliersgracht. Het huis waarin ze nu woont op de zolderverdieping is het huis, dat Oom Jan Boissevain bewoonde voor hij de Heerengracht 386 betrok. In haar kamer staat een groote Brabantsche kachel met gaten voor een groot aantal pannen. Er is een hek omheen waarop waschgoed te drogen hangt waardoor die kamer het gewone beeld vertoont van huidige woonkamers. .. Daar er thans geen sneeuwruimers zijn en de tram niet rijdt, zijn alle straten van Amsterdam bedekt met een dikke laag sneeuw, die bevroren is. Men ziet vele sleedjes waarvan gebruik wordt gemaakt voor het vervoer van artikelen en voorraden.

Donderdag 25 Januari 1945. Temp. min 6° Cels. mooi weer. De geheele stad ligt onder en dikke, stijve laag sneeuw, de wasch, die van der Groens, die mij mededeelden, dat zij hun logeerbed gingen sloopen voor brandhout waarop ik hun aanbeval evenals ik een rooftocht te ondernemen... Minister Burger heeft ontslag genomen wegens zijn "conciliante houding ten aanzien van de collaborateurs", zoo heet het. Hij zegt, dat hij slechts excessen heeft willen vermijden. Het schijnt dat onze Regeering erg onder de Verzetsbeweging zit. Burger heeft in een radiorede op 14 Januari gezegd. dat het zuiveringsprobleem in Nederland in beginsel een zeer eenvoudig vraagstuk is. "Het is een vraagstuk van recht, het vinden namelijk van de juiste maatregelen tegenover hen, die in tijden van nood het Nederlandsche volk in de steek hebben gelaten, ja zelfs zich tegen dat volk hebben gekeerd. De vraag, of iemand in zijn houding tegenover den vijand van meer of minder moed heeft blijk gegeven, van meer of minder tact of meer of minder succes heeft behaald, is voor het vraagstuk van de zuivering van geen enkele beteekenis. Men kan namelijk weinig moedig zijn en toch nationaal betrouwbaar, tactloos en toch van goeden wille voor de vaderlandsche zaak. Nauwelijks is ook van beteekenis de vraag of goedwillende en goedbedoelende Nederlanders van tijd tot tijd niet geslaagd zijn in het vinden van de juiste houding tegenover den vijand en mede door henzelf betreurde fouten hebben begaan. Een volk bestaat nu eenmaal niet uitsluitend uit helden en niet uitsluitend uit diplomaten maar voor het grootste deel uit gewone menschen met gewone zorgen voor het dagelijksch bestaan van henzelf en de hunnen. Wanneer dan ook sommigen het zuiveringsvraagstuk tot stokpaardje kiezen en daarmede willen treffen en verwijderen die Nederlanders, die niet de meest volmaakte houding van moed en beleid hebben ten toon gesteld, dan acht ik dit uitgangspunt ten eenen male onjuist. Want het gaat niet om het vinden van bepaalde fouten maar om het vinden van hen, die foutief geweest zijn". Deze woorden hebben de woede van Gerbrandy opgewekt zoodat hij werd ontslagen maar twee ministers schijnen het met hem eens te zijn, hebben namelijk ook ontslag genomen. Dit zijn de ministers Alberda en van den Tempel. De toekomst zal uitmaken wie in deze over de grootste wijsheid heeft beschikt. Gerbrandy of Burger. Vanmorgen 5 kilo aardappelen uit vriendschap voor 12 cts het kilo verkocht aan van Vliet, die ze, erg dankbaar, komt halen met een emmertje en van de gelegenheid gebruik maakt om me voor f 25,- af te zetten ten bate van slachtoffers van het een of ander. Hij keurt mijn aquarel, geeft aanwijzingen ... Op de thee de Blok van Laer's, broeder en zuster, hij in een deftig visite toilet dat vreemd aandoet in onze rommelige huiskamer-keuken en ook contrasteert met mijn broek, die groote gaten heeft op de knieën ... De Russen bereiken de Obra, op de grens tusschen Polen en Brandenburg, afstand van Berlijn 160 kilometer. Vijf groote industriesteden aan de Poolsche zijde van Silesië zijn bevrijd Gie Boissevain is gestorven, alleen in zijn pension. broeder van Tin, Caroline en Jan, werd dood in zijn bed gevonden. Heeft honger geleden en is dientengevolge gestorven.

Dinsdag 30 Januari 1945. Wind Zuidoost, stijve koelte, vorst 6 graden celsius, guur weer. Van Gelder heeft geen bieten, zijn niet gekomen. Kyra komt, die echt Russisch sloom is en veel te lang blijft. Hij rookt sigaretjes, die hij zelf draait met behulp van een smerig goedje, dat hij onder uit een broekzak haalt, en die hij, wat nog erger is, ook oprookt. Wij geven hem wat eten mee voor , Moera, wat aardappelen en wat brandhout Om 4.30 kwam Engelien met een,schitterende zending van Eem Dijt uit Texel: eieren, aardappelen, roggemeel, tarwemeel, boter. De aardappelen worden voor den kostprijs overgedaan aan hongerige onderwijzeressen. Al die kostbaarheden waren bezorgd bij Engelien en door haar per slede bij ons gebracht.

          

                                Het ontladen der aardappels

Woensdag 31 Januari 1945. Wind Zuidwest, sterke dooi. Buiten warmer dan binnen. In den namiddag komt Frans Cruys. Hij is op klompen, die hij, volgens den regel buiten laat staan, zoodat zijn armelijke sokken zichtbaar zijn. Hij ziet er uitgeteerd uit, zoodat ik, als hij binnenkomt denk: "wat moet ik straks met het lijk doen". Hij erkent ook, dat hij zich uiterst slap gevoelt en al geruimen tijd ondervoed is. Hij kan door zijn pension niet langer worden gevoed en is nu bij zijn Moeder en zijn tante Geraldine, op de Zuider Amstellaan 197 .. Ook daar is heel weinig eten en bijna geen brandstof meer. Wij geven hem wat te eten en vragen hem om geregeld te komen op den dag voor hongerlijders, d.i.Donderdags, voor de eerste maal dus morgen en misschien voor nog een dag en zullen hem morgen wat brandstof meegeven. Hij doet natuurlijk weer fantastische verhalen à la Micawber maar blijft zooals steeds een gentleman, nu echter een sjofele, gore, op klompen en op het punt den dood door ondervoeding te sterven ... 's avonds hooren we dat de Russen op 90 kilometer van Berlijn zijn en op 60 kilometer van Stettin. Het Duitsche bruggenhoofd Geertruidenberg is opgeruimd... Onze buur van der Groen moet wacht loopen op last van de Duitschers omdat transformatorhuisjes zijn opgeblazen ...

Donderdag 1 Februari 1945. Dooi, wind Zuidwest, temp. 6, graden celsius plus. De sneeuw is van de straten verdwenen ... Op den middag aan tafel Lex 0., M. Wilbrink, Frans Cruys. Kyra komt met een pannetje voor zijn Moeder die niet kan loopen en vraagt om eten wat hem wordt meegegeven. Hillie de werkster is niet gekomen ofschoon het weer niet zoo slecht is. Mevrouw van Leeuwen komt anthraciet halen voor tante Mary, die niets meer heeft, wat wordt verstrekt, 20 kilogram, onder voorwaarde, dat wij er later hout voor zullen ontvangen. We aten ieder twee borden voedzame dikke erwtensoep. Het is gek, dat, hoeveel men ook eet, men direct weer honger heeft. Frans Cruys geniet van het maal, dat hij krijgt maar hij heeft dysenterie en moet zich vele malen verwijderen maar we zijn natuurlijke menschen geworden en zijn aan die verwijderingen van menschen. die je komen bezoeken en die dikwijls min of meer aan tegenwoordig veel voorkomende kwalen lijden, gewend geraakt. Zijn klompen staan voor de deur. Het kostte hem groote moeite van de Amstellaan hier te komen. Hij gebruikt twee stokken waarop hij steunt. Zijn voeten bloeden... Men zegt dat de Russen op 90 kilometer van Berlijn zijn en dat de Britten en Amerikanen een nieuw groot offensief zijn begonnen met 40 divisies bij Monscha. Men is in verschillende kringen bezig kinderen te evacueeren naar streken waar geen voedselnood is. Onze benedenburen kochten heden een brood voor f 26,--. Er was er vroeger een aangeboden voor f 40.-. Door bijzondere aanbeveling konden ze er een voor f 26.- krijgen, wat ze erg weinig vonden. De gewone prijs is 16 cents ... Onze zij-benedenbuur van der Groen is met anderen, allen leeraren e.d. aangewezen om gedurende zekeren tijd wacht te loopen bij transformatorhuisjes, die door leden van de verzetspartij zijn vernietigd. Hij moet 's avonds naar het hoofdbureau van politie wandelen, 1 uur, daar na 4 uur wachtloop en en komt om 3 uur 's nachts thuis.

Vrijdag 2 Februari 1945. Wind Zuidwest, storm, temp. 6 Celcius plus. Ik ga heden naar de Amstellaan 197 om den toestand bij Emily op te nemen. Ik vind daar Frans op de sofa, geheel gekleed onder een aantal dekens, die mij mededeelt, dat hij niet kan loop en wegens zijn bloedende voeten. Er heerscht een toestand van armoede. Geraldine, die de eenige is, die wat doet, deelt mij mede, dat Emily en zijzelf leven van de gaarkeuken en van het broodrantsoen, maar voor Frans is dit absoluut onvoldoende. Het eten van de gaarkeuken wordt door de vriendelijke hulp van bewoners boven hen, opgewarmd. Zelf hebben ze geen brandstof.  Hulp hebben ze ook niet. Het is een toestand van absolute armoede, koude en smerigheid. Geraldine, die zwak is, moet Frans, die aan dysenterie lijdt, verzorgen, zijn bevuilde kleeren wasschen, in koud water, want er is geen gas of brandstof om het te verwarmen. Je weet misschien niet goed wie Emily is. Emily is een dochter van een zuster van je grootmoeder Boissevain. Die zuster heette Aunt Mary, huwde eerst een Ier, of bewoner van Ierland, die Henn heette, die de vader van Emily werd en later een Engelschman, die Dickenson heette en die de vader werd van Geraldine en haar zusters. Emily is een mooie, aristocratische verschijning ... Van Emily naar de Saenredamstraat om hout voor haar te bestellen f 35,-- per zak, vermoedelijk minder dan 35 kilo hout bevattende. Er zijn daar een viertal mannen bezig met het zagen van geroofd hout, "alleen om te eten", zeggen ze en wijst er een. Ze zullen het bestelde hout morgen voor 1 uur bezorgen. Vervolgens naar huis en daarna weer naar Emily met 5 kilo aardappelen in een rugzak op mijn rug. Er waait een zware storm waartegen het moeilijk is op te komen. Als men over de brug van de Boerenwetering loopt, waarvan de leuningen voor een groot deel als brandhout zijn gebruikt, loopt men gevaar van de brug in het water te waaien . Gehoord, dat Feitsma, vroeger procureur-generaal van politie, is doodgeschoten, vermoedelijk door menschen van de verzetsbeweging. Vroeger had er ook reeds een aanslag op zijn leven plaatsgehad. Na dien aanslag, waarbij ook zijn zoon gewond werd, stond er steeds een politieagent bij zijn huis.

Zaterdag 3 februari 1945. Een beetje kouder, 4 graden Celsius plus. Hoe lang zal Duitschland het nog uithouden. Mij schijnt het een hopelooze strijd Emily Cruys komt vragen om een pakje virogeen voor Frans ,die "much better" is, zegt ze. Ik help haar de trap af met haar pakjes en zakjes. Ze heeft gegeten bij een vriend, bij wien Frans gewoonlijk eet, heeft wat aardappelen bij zich en een stuk brandhout wat nogal zwaar is ... Ik heb darmstoornis, een veel voorkomend verschijnsel, ga op dieet, maar na het ontbijt, want we krijgen een ei van Texel en ook reserveer ik nog de pannekoeken voor den middag. En ik schrijf een brief aan Sissy de Vries-Cruys, dochter van Emily, om haar op de hoogte te stellen van den toestand van ellende, die bij haar Moeder heerscht. Haar man is directeur van de Twentsche Bank in Den Haag. . . . .. In den namiddag concert bij ons. Van Det, viool en alt, Van Hel klarinet, van Blerik piano. Engelien zang. Engelien's stem heel mooi, zingt liederen van Chausson, Wolff, Lotti en Van Det, van Hel en Blerik speelden een trio van Mozart, heel mooi...

Maandag 5 Februari 1945. Zware mist, stil. Bericht dat Manilla is genomen. Daar was ik 57 jaar geleden. 't Is een mooi bericht met het oog op Indië ... Ik ben op diëet, eet slechts aardappels en appels.

 

                 

 Wonderkacheltje

Plaatijzer. Hoogte en middellijn 15 cm. Onder een gat voor luchttoevoer. Binnen den cylinder een tweede, excentrisch geplaatst, wat lager. Daarin een rooster voor brandstof, propjes papier, kleine stukjes hout en dan kleine stukjes anthraciet. Wordt geplaatst boven op gat kachel, die overigens dicht is. Ontsteken en pan er op. Geen rook. Deze trekt over rand binnencylinder naar beneden en dan naar schoorsteen die goed moet trekken. Doel: besparing brandstof, vooral practisch als men slechts vuur nodig heeft voor koken. Kostte f 11.50.

Dinsdag 6 Februari 1945. Goed weer, zacht. Een wonderkacheltje besteld. Tom brengt ons tarwe en capucijners. Luchtalarm en hevig mitrailleurvuur in het noordwesten, later gehoord, dat een trein bij Halfweg is aangevallen... De fietsenkelder van no. 33 en 34 leeggeroofd. Fietsen van Maurits, Hanna, Grace Binsbergen verdwenen. Maurits ziet er slecht uit, lijdt honger. Wat ze hebben geven ze aan de kinderen... De Russen komen; vooruit aan de Oder en bij Küstrin. Een bezoek van A. Q. Mees, een neef van mij, die mij vertelt, dat plannen bestaan om alle Staatsschuldpapier op 2 1/2!% te brengen waardoor we wel minder rente zullen ontvangen maar ook minder belasting zullen betalen. Schatkistpapier wordt niet afgelost, vermoedelijk ook op
2 1/2 % gebracht. Alle bankpapier wordt ingeleverd en geruild tegen nieuw bankpapier. Het geld der zwarte handelaars wordt door den Staat onteigend. Iedereen kan in
het door Duitschland afgestane gebiedt land en huizen koopen en ter betaling Staatsschuld gebruiken, waardoor de Staat van zijn schuld-afkomt. A. Q. Mees is getrouwd met Anna de Mol van Otterloo, daarom is hij een neef van mij want mijn Moeder en Anna's Grootvader Justus de Mol van Otterloo waren broer en zuster...

Woensdag 7 Februari 1945. Goed weer, zacht. Den heelen morgen Moeder geholpen bij de bereiding van stroop uit suikerbieten, ook in den namiddag zijn wij er nog mee bezig ... Er is hier een groot gebrek aan hout voor lijkkisten. Men vertelt, dat de meest bekende verzorger van begrafenissen Sax slechts "zwart" lijkkisten kan leveren en dan tegen betaling met 2 mud aardappelen of een zekere hoeveelheid tarwemeel.

Donderdag 8 Februari 1945. Bedekte lucht, zacht weer. De gewone maaltijd voor hongerlijders plus Mevrouw van der Groen, die het ook moeilijk heeft wat de voeding betreft. Dus zijn wij met ons achten en eten capucijners. Na den maaltijd komt de Heer van der Mey van de Twentsche Bank en overhandigt mij namens Bram de Vries f 500,-- met verzoek daarmede iets te doen voor de familie Cruys. Zoonoodig is hij bereid zijn bijdrage te herhalen. Ik gevoel mij als Robinson Crusoe, die in het wrak van zijn schip een hoeveelheid gouden munten vond en zei: "Goud, goud, wat zou ik er vroeger blij mee zijn geweest, wat heb ik er aan hier op een onbewoond eiland." Wat kan je hier voor f 500,-- krijgen. De prijzen van levensmiddelen zijn fabelachtig. Engelien ging er mee naar Geraldine, die voor de helft f 250,- een beetje hout en wat boonen van f 30,- het pond kocht en ik kreeg door bemiddeling van Olga van Lennep een zakje kolen, die er uit zagen alsof ze bij de spoorwegen waren gestolen, voor f 250,-- en tóen waren de f 500.- op en vroeg ik om een tweede bijdrage, die de Heer van der Mey mij kwam brengen. En toen hadden ze nog bijna niets want Frans, die ruim zes voet lang is, heeft veel noodig. Intusschen lag hij voortdurend op de sofa, geheel gekleed, ontkleedde zich nooit, had voortdurend honger en leed koude. Emily en Geraldine aten bijna niets maar schenen er beter tegen te kunnen. Geraldine werkte als een paard en bleef altijd vriendelijk. Daar Frans toch niet kon loopen verkocht hij zijn klompen voor een beetje zout. Ik geloof, dat je klompen tegenwoordig niet onder de f 25,-- kan krijgen, als je ze krijgen kan. Zijn Moeder heeft nu een soort schoenen of sloffen voor hem gefabriceerd, die echter niet bewonderenswaardig zijn wat de afwerking betreft. Maar ze bedoelt het goed. Zoo kwam het dat ik binnen korten tijd ruim f 1700,-- bij de Twentsche Bank had opgenomen ten behoeve van de familie Cruys...... Maurits van Eeghen komt van de stad terug met het droevige bericht,·dat het geheele pakhuis, waarin zich ook een door Nella Hissink, tante Nella, gezonden pak bevond, gedurende den nacht is leeggestolen. Weg boter enz. enz. enz .... Daar komt de groentenman, hij biedt 20 kilo lof aan voor f 120,-.  Hij levert niet beneden de 20 kilo ... Het gaat niet goed met Mevrouw van Valkenburg op onze kade no. 40. Gisterenavond 39.9 ... Er zijn weder verscheidene burgers gefusilleerd wegens den moord op Mr. Feitsma o.a. Mr. Dons, President van de Rechtbank, Mr. Hülsmann, Raadsheer aan het Hof, Dr. lttmen o.a.... er zijn weinig militairen meer te Amsterdam, althans men ziet er geen. De burgerij wordt bedwongen door de Grüne Polizei, die er nog in voldoende mate is. Was die er niet, dan zijn de omstandigheden nu zoo, dat we waarschijnlijk door ons eigen volk zouden worden vermoord of uitgeplunderd want er heerscht honger te Amsterdam. Men ziet hier menschen, die er ellendig uitzien, mager, bleek en haveloos ... De Gemeente-reiniging haalt het vuil al geruimen tijd niet op met de bekende wagens maar met handkarren en dat niet geregeld zoodat velen er toe komen hun vuilnisemmers op de straat of in een nabij plantsoen te ledigen ... Engelien is vandaag bezig ons landje om te spitten om er binnenkort te kunnen zaaien, een zwaar werk.

Maandag 12 Februari 1945. Bewolkte lucht, regenachtig. Er wordt over bijna niets anders dan voeding gesproken. Men zegt, dat uit Zweden iedereen een brood en 125 gram margarine zal ontvangen en dat er van de distributie ook verbetering zal komen. We zullen een pond vlees krijgen en 3 kilo aardappelen, maar 't is alles "zullen krijgen". Wij persoonlijk hebben het niet kwaad, de Gouda's, van Eeghen's, van der Groen's, Kramers, Mevrouw de Haan, lijden allen min of meer gebrek, slechts van Rees en wij hebben het ruim, zegt Moeder en toch hebben wij voortdurend honger, pijn in den rug enz. en kwaaltjes, zoodat er toch iets aan de voeding mankeert. Gehoord dat Kleef is ingenomen, dat de geallieerden door het Reichswald zijn en dat de Russen op Dresden aanrukken. Olga bezocht ons, zag er goed uit. We hadden haar in 7 maanden niet gezien, terwijl ze in Aerdenhout woont, wat een beeld geeft van de toestanden. Ze deed amusante verhalen van het omhakken van boomen met haar zoon Willem bij het vallen van den avond. Er stonden heden zeer vele menschen in de rij voor de bakkerswinkels, maar zeer velen kregen niets ....

Woensdag 14 Februari 1945. Mooi weer, zon, lichte bewolking, flauwe koelte uit het zuidwesten. Vele vliegtuigen gedurende den nacht en een zware bom. Het droevige bericht komt, dat onze neef Walrave van Hall is gefusilleerd op Dinsdag 13 Februari. Hij was een veelbelovend man, moedig, intelligent, gehuwd met Tilly den Tex, vader van drie kinderen ... Toen ik gisteren door de Leidsche straat kwam zag ik een meisje van ongeveer zeven jaar, stil huilende, vermoedelijk van honger. Ons Volk lijdt zwaar van alles wat het moet ondergaan. Ik houd heel veel van ons Volk ... Onze familie heeft heel zware verliezen gehad: Hans de Beaufort, Jan en Gideon Boissevain, Walrave Van Hall, gefusilleerd, Evert Hissink, getroffen door een bom, Jan Boissevain, en zijn vrouw Mies, ouders van Gideon en Jan, jarenlang in een Duitsch kamp, Frans, hun derde zoon, gestorven in Duitschland, Romee met twee dochters en 1 nichtje (Annemie, dochter van Jan en Mies) in de gevangenis, Robert Boissevain in een kamp in Duitschland, na lang in de gevangenis te zijn geweest, Attie Sillem een been afgeschoten, en dan al die familieleden in Indië: Nella van Boetselaer met haar vier dochtertjes, Tilie, Hilda, Oda en Greetje, Nan en haar man Robert Veth en hun dochtertje, Antoine met zijn vrouw Martha Mauve en hun kind en Jon met zijn familie, wie van hen zullen wij terugzien. .. Dezer dagen een alleraardigst boek gelezen: "the Enchanted Voyage" van Robert Nathan, waarin de hoofdpersoon is een mislukte timmerman, romantisch van aard, die een boot heeft gebouwd, die niet te water kan waarin hij 's avonds ligt te droomen van verre landen. Eindelijk verkoopt zijn vrouw, wie dat droomerige leven begint te vervelen, de boot aan een slager, en ze plaatst 'm op een onderstel met wielen, want de slager wil 'm gebruiken als een restauratie waar hij mee rondrijdt. De boot heeft ook een zeil. De timmerman kan niet tegen zijn vrouw op maar als hij er de laatste nacht voor de overdracht in gaat slapen, komt er een rukwind en gaat de boot onder zeil en voelt hij zich dadelijk met zijn rijke fantasie als ontdekkingsreiziger. Dan krijgen we het verhaal van zijn zeiltocht langs de breede wegen van de United States, terwijl hij zich voorstelt, dat hij op zee is. Hij krijgt een passagier, later stuurman Mary Kellyen nog een ander mee, een dentist enz. enz. enz. Je moet het maar lezen... Gisteren een troep mannen zien wegbrengen onder geleide van groene politie.

Donderdag 15 Februari 1945: Mooi weer, flauwe koelte uit Zuidwest. Behalve Walrave van Hall is ook de man van Anna Lieske Nieuwenhuis gefusilleerd, d.w.z. hij heet Nieuwenhuis of huizen. Verder is gefusilleerd de president van het gerechtshof te Leeuwarden, Binnert van Harinxma, een groot vriend van Theo en Nella Hissink. Ook is te Utrecht een groote groep van de verzetspartij terechtgesteld .

Vrijdag 16 Februari 1945. Bedekte lucht, later zon, mooi weer. Den heelen dag aquarels gemaakt voor Neeltje Bloem, voorstellende boerderijen in de buurt van Formerum op Terschelling, met het doel haar hart te vertederen zoodat ze Engelien veel zal medegeven als die haar te Opperdoes komt bezoeken.

Zaterdag 17 Februari 1945. Bedekte lucht, goed weer, zeer koud. Drie uur in de rij gestaan In de P. C. Hooftstraat bij den bakker van Muiden voor één brood. Wat een geduld en wat een koude voeten. Woonde een relletje bij, veroorzaakt door een juffrouw, die zich wederrechtelijk in de rij had gedrongen. Na eenige malen te zijn gewaarschuwd en een brutaal antwoord te hebben gegeven, werd ze er met kracht uit verwijderd. "Laat ze naar de achterbuurt gaan waar ze woont" riep een juffrouw die ver achter stond maar ze had er direct op terug en zei: "U daar met uw roode lippen zal ook wel niet in de van Eeghenstraat wonen" ... Als ik thuis kom ontmoet ik op straat van Valkenburg, die mij mededeelt dat zijn vrouw is gestorven. Zij was begaafd met een groote opgewektheid, terwijl ze bijna voortdurend ziek was. Wij brachten hem 's middags een bezoek. Hij heeft door protectie een lijkkist kunnen krijgen... Zijn schoonzoon van Lennep heeft iets met de afdeeling hout te maken. Gehoord dat in de Zuiderkerk lijken wachten, hun beurt afwachten, om te worden begraven... Om 5 uur komt Annie Schelterna, weduwe van den dichter bij ons eten en logeeren.

Zondag 18 Februari 1945 Annie Scheltema is een gezellige logee. Om. 5 uur komen de von Balluseck's bij ons eten ... We hadden gisteren nog een bezoek van een politieagent uit Den Haag, genaamd Poel, die kwam namens je tante Cateau om 40 kilo aardappelen. Hij was in uniform, vertelde dat hij zonder permissie van Den Haag naar Amsterdam was gegaan per fiets want "als je permissie vroeg dan kreeg je die niet." Daarom was hij maar van zijn post gegaan, maar hij wou graag gauw terug. Wat een band is er gekomen tusschen de verschillende lagen van de bevolking. Wij gaven hem 30 kilo aardappelen mee, witte en bruine boonen, veldsla, pieterselie enz.... Men vertelt, dat het te Amsterdam voorkomt, dat het lijk van een overledene naakt op straat wordt gelegd om de levensmiddelenkaart verder te doen dienen voor het onderhoud van de kleiner geworden familie. Gisteren weer een bezoek gebracht aan de Zuider Amstellaan en daar gesproken het het drietal. Weder getroffen door den toestand van armoede, waarin het verkeert. Op de sofa ligt Frans, die er wat beter uitziet doch niet kan loop en wegens zijn bloedende voeten. Hij is als steeds optimistisch als Micawber "als de oorlog uit is, krijg ik bij Werkspoor een betrekking als interpreter d.i. tolk en handelsreiziger, dan kom ik weer in Engeland, in Londen, dat een droog klimaat heeft en waar mijn voeten dan dadelijk beter zijn" enz. enz. enz. Emily ligt in bed uit te rusten van zware vermoeienissen van den vorigen dag. Het geld dat ik aan Geraldine heb gegeven is al weer op en besteed aan tarwe, witte boonen, bloem, tegen ongelooflijke of liever zeer hooge prijzen zoodat ze hebben moeten leenen van de bovenburen en ik dus gedwongen ben hun het restant van wat ik nog in kas heb, zijnde f 487.- te overhandigen, waarvan een deel dadelijk naar de bovenbuurman gaat. Ik bezichtigde nog even de steenkolen en vond het een miserabel klein beetje... Gehoord, dat in den laatsten tijd vele menschen zijn gefusilleerd tegen den dijk aan het eind van de Zuiderwandelweg, 20 en 30 tegelijk... '

Woensdag 21 Februari 1945. Mooi frisch weer, westelijke koelte ... Een bezoek van van Rees. Ze hebben een mannelijke bediende genaamd Frits, die een tabak dief is. Hij kan niets, dat aanspraak maakt op den naam tabak, alleen laten. Hij pikt het in. Nu heeft hij dat weer gedaan, al de tabak van Jan en hij erkent hij kon er niet afblijven ... En ze durven hem niet wegzenden omdat hij sterke kaarten in handen heeft. Hij weet, dat zij iederen avond naar de radio luisteren, dat zij groote voorraden hebben, dat zij anti-Duitsch zijn enz. enz. Daarom durven ze niet .. :

Vrijdag 23 Februari 1945. Bew. lucht, goed weer, kouder ... Tom komt en doet spannende verhalen over de voorziening met levensmiddelen van personeel van de Reddingmaatschappij. Wij zullen krijgen 23 pond tarwe, 10 pond gedroogde tuinboonen, 25 pond gedroogde erwten. Tom vertelt dat Tegelberg en Emile den Tex verschijnselen van verhongering vertoonen .... Er is een nieuw Ministerie gevormd in Engeland. Jim is Minister van Marine geworden.

Zondag 25 Februari 1945. ZW. wind stormachtig. Engelien gisteren een drukken dag. Ze vertrok om 8 uur naar de Texelsche boot met het karretje en kwam om 4 uur terug met twee zakken aardappelen. De overige zakken, veertien, zullen aan een adres te Amsterdam door de eigenaars worden afgehaald. Ze had heel lang in de rij gestaan en een boterham gegeten ten huize van Hillie; die ook in de rij stond. Heden kwam Mees Toxopeus, die met de ,,Insulinde" te Nieuwendam ligt en bracht boter en olie mee als cadeau. Hij bleef koffiedrinken, was verbaasd over onze veldsla, had zooiets nog nooit gezien, vertelde van iemand te Oostmahorn die had gezegd, dat "niemand zou gezegd hebben, dat gras zoo lekker is". Hij vond dat veldsla een beetje op klaver leek en was zeer verbaasd te hooren dat die veldsla twee gulden per ons kostte. Zijn bezoek was als een frissche zeewind in onze gevangenis ...

Maandag 26 Februari 1945. Wind geruimd. beter weer, lucht gebroken, later zon. Engelien weer naar de Texelsche boot om te zorgen voor de veertien zakken aardappelen. Om 10.30 vertrok tante Mary op een open wagen getrokken door één paard naar St. Michael. Zij zat boven op den wagen in een van haar leunstoelen, achter zich al haar hebben en houden, voor zich op den bok haar gezelschapsjuffrouw, Mevrouw van Leeuwen, op het schamel Willem de stoker van de flats en de koetsier of boer. Ze kwamen in 3 1/2 uur te St. Michael. .. De levensmiddelen van de Reddingmaatschappij kwamen en later een partijtje hout van den Fijnhouthandel door de zorgen van Eugeen van Hall. Om 4 uur kwam Engelien terug. Alles in orde. De aardappelen zijn nu bij de van der Goot's in de Banstraat in de kelder en zij waarschuwden alle veertien adressanten. Toen we telefoon hadden zou dat niet zoo tijdroovend geweest zijn, nu wel. Toen ze thuis was ging ik naar de Amstellaan met 9 1/2 pond tarwe en twee planken om Frans Cruys geluk te wenschen met zijn verjaardag, gaf hem de planken als cadeau. Ik vond het vermoeiend met die tarwe en die planken te loop en, het schijnt mij dat ik eerder moe ben dan vroeger.

                          

                 Schrijver van dezen brief gaat op verjaardagsvisite met geschenken: planken en tarwe

Dinsdag 27 Februari 1945. Bew. lucht, goed weer. Men zegt dat de Duitschers 15 Maart zullen vertrekken. Wij hooren in de laatste dagen weer dikwijls het geluid van ontploffingen wat zou duiden op. voortzetting of hervatting van de vernielingen maar ook op een naderend vertrek. Tom vertelde dat in zijn buurt startbanen of startplaatsen voor V bommen zullen worden gebouwd, wat weer zou duiden op blijven der Duitschers. De distributie van het Zweedsche brood is begonnen. De brooden zijn mooi wit en de margarine is bijzonder goed. Ieder krijgt een brood. We zijn er bijzonder dankbaar voor, het is een groet van het vrije Zweedsche Volk, wij staan er om heen, kijken er naar, aangedaan .

     

                 Het brood met margarine dat Zweden ons schonk op 27 Februari 1945.

Woensdag 28 Februari 1945. Bew. lucht, stil. Vandaag kwam de lading hout van het Vondelpark, mij aangeboden door het bestuur voor f 75,-- omdat ik zoolang behoor tot hen; die het Vondelpark helpen in stand houden .Ik geloof, dat ik al veertig jaren of langer f 2.50 's jaars contribueer. Het zijn 500 blokken, die naar boven worden gebracht en opgetast in de logeerkamer. We gaven de mannen, die ze brachten wat aardappels waarmee ze erg in hun schik waren, "dat zie je niet iederen dag", zeiden ze ... Engelien is steeds hard aan het werk, ze hoorde nu al sinds September niets van Frans, die naar we hopen gezond en wel te Tilburg is...... Gisteren weer gist gehaald op de Reguliersgracht, een heele wandeling, en een bezoek gebracht bij Valtie op Keizersgracht no 717. 't Is een aardig oud huis, dat mij eenigszins doet denken aan mijn ouderlijk huis, wat minder mooi. Op de bovenste verdieping, op zolder, hebben ze hun kamer, met groote ramen aan ·de straatzijde, die open staan waardoor de zon binnen stroomt. Beneden ziet men die mooie, stille Keizersgracht. De kamer was versierd en het bleek dat Valtie jarig was en haar mooie dochter Ingrid schonk mij koffie en ik kreeg een groot stuk heerlijke koek. Valtie was enthousiast over haar tegenwoordige verblijf en ik dacht aan haar mooie rijke huis te Delft en hoe de mensch zich onnoodig het leven moeilijk maakt en dat we in eenvoud levende even gelukkig zijn, waarschijnlijk gelukkiger dan in de pracht en weelde van vroeger... teruggewandeld met Ina van Eybergen Santhagens. Ze vertelde dat de fiets van haar vriendin de Stoppelaar onlangs in beslag was genomen door een Feldwebel. Ze ging een onderzoek instellen, omdat ze die fiets niet kan missen daar ze iederen dag moet fietsen naar die inrichting voor de opleiding van honden voor blinden, en zag toevallig dien Feldwebel. Ze sprak hem aan, zeide dat hij haar veel verdriet had gedaan door haar fiets af te nemen, die ze niet kon missen, waarop hij heel beleefd en vriendelijk antwoordde dat hij haar fiets dadelijk zou teruggeven, wat hij ook deed, "maar", voegde hij er aan toe "wat maken die Hollanders toch een drukte voor een fiets; ik heb mijn vrouwen kind verloren door een aanval van de Engelschen en mijn huis is verbrand, dan schijnt het verlies van een fiets niet zoo erg" .

Donderdag 1 Maart 1945, storm uit het Zuidwesten, bew. lucht, bar. 770. Vandaag komen de hongerlijders weder stamppot eten: Lex 0., M. W., Frans Cruys, Moera, Hillie Ipema, en zijn we acht aan tafel. Frans Cruys loopt nog heel moeilijk met behulp van twee stokken op de door zijn moeder vervaardigde sloffen (of zijn het schoenen?)... Wij ontvingen een Roode Kruis brief uit Amerika, meldende de dood van Carry, Just's weduwe. Just was mijn broeder, die omstreeks 1882 naar Amerika ging. Hij woonde te Elk river in Minnesota. Henri Thomas is een zoon van hem ... Moera zag er beter uit dan tot dus ver. Het is niet juist dat Frans Cruys aanwezig was, hij kon niet tegen den storm op... De Duitschers willen startbanen bouwen voor V bommen, eerst te Vogelenzang, maar omdat het daar te drassig is, misschien in het Naaldenveld. Dan ontstaat groot gevaar, dat Olga en Tom hun huizen zullen moeten verlaten. Olga vertelde ons dat Woensdag. Omdat de voedseltoestand te Aerdenhout·niet gunstig is werden haar wat aardappelen en ook gist meegegeven .

Vrijdag 2 Maart 1945. Koud weer, later zon. Onze vroegere onderduiker, Gijs van Hall komt ons bezoeken. Het is prettig hem weer te zien, al is er ook veel treurigs gebeurd ... München Gladbach is veroverd, er wordt gevochten in de straten van Trier en de geall. zijn tot 70 kilometer van Dresden genaderd ... Gehoord, dat Binnert de Beaufort is terechtgesteld of doodgeschoten. Hij was opgesloten te Scheveningen, ontvluchtte vandaar en werd te Amsterdam herkend. Inez Hissink is 16 Februari j.l. getrouwd met Carel Stheeman ...

Zaterdag 3 Maart 1945. Wolkdrijvend, zon, koud, later bedekte lucht, hagel. Gisteren de verjaardag van Maurits van Eeghen, gingen hem gelijk met bevriende flatbewoners gelukwenschen. We zaten in een kring om de kachel en werden onthaald op vorstelijke wijze met een kopje cacao (surrogaat), pannekoekjes en boterhammetjes met worst. Gingen om 10 uur weg en de paar meter, die onze huizen scheiden, over straat, na in de duisternis te hebben gegluurd of er iets aankwam. Want we mogen niet buiten zijn op dat uur. Aan den hemel de onvolprezen pracht van het sterrenbeeld Orion, en de schitterende Sirius... Gisteren razzia's, het Damrak was afgezet en de menschen die daar werden gevangen genomen werden in de Beurs opgeborgen. Wij zijn nog in de wreede knechtschap van een meedogenloos meester. Maar eindelijk zullen wij weer vrij zijn ... Crefeld, Neusz en Trier zijn genomen door de geallieerden. Roermond en Venlo zijn bevrijd ... Een wonderkacheltje gehaald bij Blokker, dat f 11.50 kost ...

Zondag 4 Maart 1945. Koud weer, den heelen dag niet uitgeweest. We hebben Zaterdag bliek ontvangen van de Inkoopcentrale van het Nijverheidsonderwijs, waarbij ik betrokken ben wegens mijn lidmaatschap van het bestuur van het Zeemanshuis. Ik ging de bliek halen in een pannetje op de N. Amstellaan 194, waar ik werd ontvangen door Mevr. Verwey in een kamer waar een dochter te bed lag met een maagzweer, naar mij werd medegedeeld. Maagzweren komen tegenwoordig zeer veel voor door de gebrekkige voeding ... Heden kwamen van Det. Gerard van Blerkum en van Heli muziek maken. Moeder en Engelien zongen een duet van Dvorak, Engelien.zong van Schubert, Mozart, Wolff en Dvorak. Van Det en Van HeIl speelden een trio van Mozart. 't Was weer een heel mooie middag. Mevrouw Van Det en Marthe behoorden tot het luisterende publiek. Zoo iets doet een mensch goed... De berichten van het front blijven gunstig voor de geallieerden. Ze naderen Keulen en Dusseldorf, staan over een groote streek aan den Rijn. Er is een debacle in de Rijnstreek, vele burgers vluchten in Oostelijke richting.

Maandag 5 Maart 1945... Het wonderkacheltje is inderdaad een wonder..... men vertelt, dat de geallieerden vechten in de binnenstad van Keulen. De Russen zijn op 25 kilometer van Stettin ... Men vertelt, dat een zwaar bombardement op Den Haag heeft plaats gehad vooral op het Bezuidenhout kwartier en de Prinsessegracht. Ik maak mij óngerust over Cateau, ben ongerust over haar.

Woensdag 7 Maart 1945. Bed. lucht, stil, wat warmer ... Keulen is gevallen, vertelt men. Hedenmorgen komt de zoon van Bierenbroodspot mij mededeelen telefonisch bericht te hebben ontvangen van een familielid te Zoetermeer, dat Cateau zich daar bevindt in het gesticht "de Goede Herder" en dat ze alles kwijt is, als gevolg van het bombardement ... Romee, Lies, en Mia en Annemie zijn getransporteerd naar een ander oord, men denkt Den Haag ... Een jongen Wibaut, zoon van den oogarts, een oploopje ziende op de Weteringschans, ging er heen doch werd door zijn zuster, die op een fiets was, gewaarschuwd dat het een razzia was. Toen hij zich op de fiets van zijn zuster wilde verwijderen werd geschoten. Het schot trof zijn zuster in de knie... K.D.W. Boissevain, vader van Jan, die in een Duitsch kamp is, is te Génève gestorven ...

Vrijdag 9 Maart 1945. Lichte bewolking, later zon. We hadden gisteren Planten ten eten en Engelien tracteerde ons op een Servische rijstschotel, voorafgegaan door een kop soep, heerlijk toebereid en abrikozen met een vanillevla toe, alles zeer fijn en ruim. Planten was zichtbaar onder den indruk ... Ik liet hem mijn apologie lezen met welke hij instemde. Gisteren kwam generaal Patton over den Rijn bij Remagen, wat een heel mooi bericht is. De tegenstand was niet groot...... Er waren gisteren ernstige razzia's op fietsen. Onze buur Hanna van Eeghen kwam in moeilijkheden. Ze vluchtte met haar fiets een tuin in, zette hem daar neer en ging op de stoep zitten. Toen kwam een "Grüne" en nam de fiets weg .. ,Was machen Sie da?" riep Hanna, waarop de "Grüne" zei: "Was machen Sie da?". "Ich bin hier auf Besuch". "Ja, dass kennen wir", zei de "Grüne" en hij wilde de fiets weg nemen, waarop Hanna, die haan fiets niet wilde verlaten - het was de fiets van Moeder - zei, dat ze hem zelf wel zou brengen, waarop de "Grüne" die al genoeg had aan zijn geweer, zei: "Gut, aber dann will ich sehen, dass Sie es wirklich tun". En zoo ging ze dus met de fiets, gevolgd door 3 "Grüne" naar de inleverplaats. Maar toen kwam een heel groote Duitsche motorwagen tusschen haar en haar begeleiders in, vlug zooals ze is, zonder na te denken, zonder te denken aan het groote gevaar dat ze liep, is ze er toen snel van door gegaan een zijstraat in, toegejuicht door bewoners. en werkelijk, ze is ontsnapt ... Ik bracht gister een brief over Cateau naar het kantoor van van Rees op de Heerengracht 262 en daar vier hooge trappen op. Al die tochten moeten, let wel, loopende worden gedaan want vervoermiddelen zijn er niet, maar die wandelingen houden ons gezond, al merk je wel eens, dat je niet zoo sterk bent als vroeger. In mijn brief vroeg ik Tom naar Cateau te gaan. Op een vergadering van het Handelsblad, die ik bijwoonde zeide de Voorzitter van Eeghen van de Politie te hebben vernomen, dat een groot aantal Nederlanders als straf op den moord van Rauter zouden worden doodgeschoten. Dit gebeurde ergens in het Noorden van ons land en hij is de hoogste politieautoriteit. De Politie voegde den raad er aan toe, te zorgen niet thuis te zijn. Van Eeghen zei, dat hij tot dusver bij het ontvangen van dergelijke boodschappen altijd was thuisgebleven Ik geloof ook dat dit het beste is in dit geval want hoe gevoel je je als ze je vrouw of zoon meenemen als je niet thuis bent. Daarom is dunkt me het beste:verstoppen en te voorschijn komen als het noodig blijkt.... Er zijn op verschillende plaatsen al vele menschen doodgeschoten te Haarlem, te Apeldoorn, men zegt, dat er te Amsterdam nog zestig moeten volgen ... Gehoord, dat over 3 weken de centrale keuken moet ophouden wegens gebrek aan voedsel en brandstof.

Zaterdag 10 Maart 1945. Wij leven in een periode van Noordwestelijke winden en hooge barometerstanden en over het algemeen lage temperatuur. Het wordt echter wel warmer ... Heden morgen vijf blokken hout gebracht naar de hoedenmaakster omdat deze slechts bereid was een hoed te repareeren zoo ze vijf blokken hout kreeg ... Het brood in de bakkerijen was uitverkocht... De geallieerden zijn bij Remagen over den Rijn gekomen omdat de Duitschers de brug niet hadden kunnen opblazen of hadden nagelaten dit te doen .

Zondag 11 Maart 1945. Noordelijke wind, hooge barometer 790 lichte bew. 's avonds stil.De Zondag is altijd een feestelijke dag want dan eten we 's morgens een eitje van Texel en daarbij heden ook nog sardientjes, cadeau uit Portugal doormiddel van het Roode Kruis. Ze zijn uitgedeeld door middel van het Gemeentebestuur, dat een deel bestemde voor menschen, die aan het Onderwijs verbonden zijn en aan kinderen die onderwijs krijgen. Zoo kregen dan, zoowel ik als Engelien, sardientjes, ik wegens mijn lidmaatschap van het bestuur van de Zeevaartschool en Engelien omdat ze les geeft aan het Montessori Lyceum. Engelien is een vroolijke opgewekte huisgenoot ook als ze zorgen heeft 's avonds hadden we een heerlijk diner, een kopje soep en aardappelen met schorseneeren en prei en een blikje abrikozen met custard toe, wat een tractatie was uit den voorraad·van Engelien.

Maandag 12 Maart 1945. Stil, hooge barometer. Engelien vertrok om 7.15 met Amee Gouda op de fiets naar Opperdoes, o.a. medenemende een brief en twee aquarellen voor Neeltje als cadeau van mij. We zijn nu weer op ons zelf aangewezen. Hard gewerkt. Alle vuile boel omgewasschen, waartoe eerst water warm gemaakt op het wonderkacheltje. Dit wordt tegenwoordig door duizenden Amsterdammers gebruikt. Het is. zeer practisch, is gemaakt van ijzer, 15 cm hoog, heeft een middellijn van 15 cm. onder een gat waardoor de lucht binnenkomt. Het wordt boven op het gat van de kachel geplaatst, die verder dicht moet zijn. Binnen den cilinder vindt men een tweede, die excentrisch is geplaatst en wat lager - ongeveer 3 cm - dan den buitencilinder. In een rooster waarop men de brandstof legt, eerst een paar propjes papier, vervolgens kleine stukjes hout en ten slotte kleine stukjes anthraciet. Als men het vuur heeft ontstoken plaatst men de pan er op. Het is merkwaardig. dat men geen last heeft van rook. Vlammen en rook trekken over den rand van den binnencilinder dadelijk naar beneden naar de schoorsteen. Het kacheltje dient als bespaarder van brandstof. De korte afstand van het vuur tot de pan bespoedigt het koken. Een nadeel is, dat men voortdurend het vuur moet voeden Na het omwasschen heb ik cokes geklopt, een dagelijksch werk evenals het hakken van de kleine houtjes voor het wonder kacheltje, turven opgetast, bed opgemaakt. Moeder liet intusschen een brood aanbranden doordat de kachel harder brandde dan ze dacht dat hij zou doen. Voor dat brood had ik gisteren twee uren meel gemalen op Zondag .Wij hopen, dat Tom ons heden iets komt vertellen over Cateau . De waschman kwam met een nota voor f 9,-.- en eenige stukken te weinig en nam een nieuwe bezending mede, die wij over 3 weken wel terug zullen krijgen minus het mankeerende. Hij rook het aangebrande brood en merkte op, dat hij hier "getergd" werd door lekkere geuren. waarop ik hem een tiental aardappels en nog een paar gekookte aardappels gaf, welk laatste hij direct opat, de andere rechts en links in zijn zakken stoppende. Daarop kwam juffrouw Tepe, een flinke jonge dame, die Cateau had ontmoet bij Dr. Steur, dorpstraat te Zoetermeer. Ze was met een bakfiets onderweg voor f 60,-- naar Zoeterwoude, waar ze in het gesticht "de Goede Herder". waar ze vele jaren liet wasschen, hoopte een onderkomen te vinden. Cateau ontroerde de familie Steur. Ze liet de menschen afwisselend huilen en lachen, lachen door haar humoristische gezegden. Ze kon nauwelijks loopen, had verteld dat ze aanvankelijk, toen het bombardement begon, had willen blijven maar toen het te erg werd, op de vlucht ging in een kamerjapon met een koffertje waarin kostbaarheden en andere dingen. Ze ging den drankwinkel binnen aan het einde van de van den Boschstraat waar ze het koffertje neerzette maar daar raadden ze haar aan weg te gaan omdat ze zelf ook wilden vluchten. Het werd ook daar te erg. Toen heeft ze het koffertje vergeten. Ze had juffrouw WiltonPeggie - bij zich en de hond, werd toen eerst door menschen allervriendelijkst ontvangen en huurde toen een bakfiets. Van Dr. Steur ging ze door naar "de Goede Herder" en Mej. Tepe dacht, dat ze het daar wel goed zou hebben en misschien wel zou kunnen blijven, voorloopig ... Na Mej. Tepe kwam Tom die vertelde dat hij Cateau Zaterdag had bezocht. Hij had haar niet meer in de "Goede Herder" gevonden, waar nu 200 kinderen waren en ze niet langer kon blijven maar in een rusthuis te Leiderdorp, genaamd "de Grenshoek" , waar ze voor f 2,- per dag onder dak was, inclusief voeding. De indruk, die Tom van dit z.g. Rusthuis kreeg was uiterst luguber, 't deed hem denken aan de gestichten beschreven door Dickens. Ze krijgt 's morgens één boterham en 's avonds één boterham, overigens eten van de gaarkeuken. Cateau was eenigszins overstuur. De overige bewoners van het Rusthuis zijn oude mannen en vrouwen van de burgerklasse, die veelal hoogloopende ruzie hebben, al zijn ze dan ook van nature goedhartig. Het zal dus noodig zijn dat ze zoo spoedig mogelijk bij ons komt en de eenige gelegenheid is een boot van Leiden naar Amsterdam, Dinsdag vertrekkende van Leiden om 7 uur en aankomende te Amsterdam om 1 uur. aan het Singel 307, Reederij Groenewegen. Te Leiderdorp is iemand gevonden, genaamd Zaalberg. van beroep pottenbakker, wien zal worden gevraagd er voor te zorgen dat ze op de boot komt en dan komen wij haar Dinsdag halen en brengen haar thuis bij ons. Ze heeft f 900,- bij zich, vergat het koffertje, zoodat dit wel zal zijn verbrand ... Vandaag bracht Elsbeth haar kleeren en eten: ontbijtkoek, kaas, boter, jam, een kaars... Dus Cateau komt bij ons ... Tom's kijk op de toekomst, op de naaste toekomst liever, is nog niet vroolijk. Hij ziet de kans grooter worden, dat hij de "Duinpan" zal moeten verlaten en zal nu trachten een en ander van zijn inboedel te Amsterdam of te Haarlem te bergen. Hij ziet er mager uit.

Dinsdag 13 Maart 1945. Mooi weer, lichte bew. stil. Om 1 uur komt Cateau met een pony-tax van het Singel, kosten f 19.plus een boterham. Hij had, zeide hij, een uur moeten wachten, daarom was hij zoo duur. Ze was gekomen met de boot van Leiden met een klein taschje en een deken, dat is alles. We hoorden ongeveerr 11 uur tevoren dat ze onderweg was en brachten haar kamer in orde, sjouwden mijn bed naar haar kamer enz. enz. Ze vertelde hoe den Haag op Vrijdag 2 Maart al hevig was gebombardeerd, het huis had bijna geen ruiten meer maar Zaterdag 3 Maart werd het nog veel erger. Eindelijk moest ze vluchten maar ze had toch nog den moed op een bovenkamer een koffertje vol te pakken met kostbaarheden, waarde ongeveer f 10.000.- voornamelijk Nan toebehoorende. Verder was het verhaal ongeveer gelijk aan wat ze vertelde aan de familie Steur. In "de Goede Herder", waar ze niet kon blijven schonk de MoederOverste haar allerlei nuttige dingen. kleeren, toiletbenoodigdheden enz.... We vinden Cateau, kalm, moedig. Ze is wel erg mager maar ziet er niet heel zwak uit. Ze kan moeilijk loopen, heeft geen bril en nagenoeg geen kleeren of andere bezittingen .Op de boot was ze zenuwachtig want ze had geen permissie en was bang, dat de controle haar aan land zou zetten. Er kwamen een paar juffrouwen aan boord, ook zonder permissie, die haar geruststelden door te zeggen: "als de controle aanmerking maakt zullen we zoo te keer gaan, dat hij er niet tegen op kan en U ook kan blijven"... Tegen het vallen van den avond kwam Engelien terug van haar tocht. Zij en Amee hadden moeilijkheden met banden gehad., wat veel vertraging veroorzaakte en zoo hadden ze de laatste 5 uren hard moeten fietsen tegen den wind in. Ze waren zwaar bepakt, voornamelijk met uien maar ze bracht ook de boter mee waarop ze recht had. De ruil van kaliloog blijkt een heel goede te zijn geweest. Voor die kaliloog die  f 2.78 kostte. kregen we namelijk 10 pond boonen, d.ie nu in den zwarten handel f 300,-- zouden hebben gekost. Ze kreeg ook nog wat eieren en twee flesschen melk, maar die laatste artikelen wilde de boer Piet slechts afstaan zoo hij er een zoen voor kreeg, aan welke eis en in tegenwoordigheid van Neeltje werd voldaan.

Donderdag 15 Maart 1946. 's Morgens wat mist, later zon, lekker zacht weer. Gisteren was Olga's verjaardag en lazen we den l03den Psalm. Cateau is onder behandeling van van Det. Eerst moest ze van papieren worden voorzien want ze bezat niets, geen persoonsbewijs, geen stamkaarten, niets. Dus gisteren naar het politiebureau op den Stadionweg en vervolgens naar het hoofdbureau van Politie Marnixstraat. Passeerde op weg daarheen de Spiegelschool en keek even naar de vele kogelaanslagen in de muur van die school waar een aantal menschen zijn doodgeschoten, die even van te voren op straat wandelden, als straf voor den aanslag op die school, die als aanmeldingsbureau van den "Arbeidsinzet" zou dienen. Die aanslagen zijn alle gemerkt met cirkeltjes, geteekend met krijt...... Het politiebureau is vol menschen. Ik kom op een lange bank te zitten tusschen menschen op een rij, die allen vragen te stellen hebben tot den tegenover hen zittenden ambtenaar of rechercheur. Ze doen dit met luide stemmen, zeer rad sprekende onder vermelding van alle bijzonderheden "en toen zeg ik Piet, blijf nou met je handen van me persoonsbewijs" en ze beginnen allen met "nou moet U es luisteren". Ik zeg het ook en vertel het geval en de rechercheur schrijft op en overhandigt mij ten slotte wat hij van mijn verhaal heeft opgeschreven met de woorden "hier heeft U het bewijs". Met dit bewijs moest ik den volgenden morgen naar het distributiekantoor Amstel 1... Zie op den terugweg hoe Groene Politie bezig is met een fietsenrazzia .. Frits van Nierop is Donderdag jl. doodgeschoten bij Rozenoord aan den Amstel. Zijn zaak was nog niet behandeld. Hij was gehuwd met Hanneke Gouda, dochter van Henk Gouda, die haar vierde kind verwacht... Ons Vaderland verkeert in een vreeselijken toestand van terreur. Vele jonge mannen worden doodgeschoten. Ze worden eenvoudig uit de gevangenis gehaald waarin ze soms den vorigen dag waren opgesloten, ergens aan den zoom der stad bijvoorbeeld aan den Amstel tegen een dijk of schuur geplaatst en doodgeschoten. Voorbijgangers worden gedwongen dit aan te zien. De lijken blijven liggen als afschuwwekkend voorbeeld. Terwijl de Duitschers onze jonge mannen dooden, beschieten en bombardeeren de Britten en Amerikanen onze steden, zooals onlangs Den Haag, uit de lucht. Voeg daarbij de honger, de onvoldoende voeding van de bevolking en al de ongemakken die het gevolg zijn van den toestand, geen electrisch licht, geen telefoon, geen telegraaf, geen tram, geen trein, razzia's op fietsen en op menschen en nog zooveel meer, dan kan men zich voorstellen, dat zij verlangen naar het gelukkig einde van den strijd ... Op het Leidsche plein is het volgende opgeplakt.

Bekendmaking.
D
e Höhere SS und Polizeiführer NW maakt bekerid: Tengevolge van een in den nacht op 7 Maart 1945 door een groep terroristen verrichte laffe en arglistige aanval op de inzittenden van een Duitsche auto werden op 8·dezer eenige honderden terroristen en saboteurs in het openbaar standrechtelijk doodgeschoten.

Vrijdag 16 Maart 1945, mistig, O. wind. Om half negen naar Amstel 1, dat ik in een uur bereik. Daar een noodkaart gekregen voor Cateau ... Bij de Weteringschans zie ik een man, geleund tegen een kiosk, die stervende of hevig lijdende is of lijkt. Ik zocht naar politie maar vond die niet... In de buurt van de Kinkerstraat werd op 14 Maart een Duitscher van de SD doodgeschoten. Daarop zijn door de Duitsehers vier mannen op straat opgepakt en tegen een muur geplaatst. Zoo na zekeren tijd de moordenaar van den Duitschen SD man zich niet zou hebben gemeld, zouden de vier mannen worden doodgeschoten... Niemand kwam zich aanmelden en op het bepaalde tijdstip werden de vier mannen doodgeschoten... Willem Taat is in Duitsche gevangenschap gestorven. Hij is de oudste zoon van den scheepsbouwer Willem Taat van Katwijk aan Zee, die vele reddingbooten voor de Reddingmaatschappij bouwde. Zijn zoon werd ter dood veroordeeld wegens het in bezit hebben van wapens. Ik schreef toen, evenals anderen, een brief aan den Generaal Christiansen, wees er vooral op, dat hij lid was van de bemanning van de reddingboot, die velen en ook Duitschers het leven had gered en zeide verder, dat, nu hijzelf in gevaar was, hij m.i. in aanmerking kwam voor hulp van Duitsche zijde. Ik weet niet of het door dit schrijven kwam maar hij kreeg gratie en tuchthuisstraf, ik meen 15 jaren en is nu in de gevangenis gestorven. Hij was 26 jaar oud ...

Zondag 18 Maart 1945. Goed weer, Oostelijke wind ... Vandaag een schoon onderhemd aangetrokken, het vuile had ik een maand gedragen. Het was werkelijk vuil... In een van de blaadjes (Vrij Nederland) werd gesproken over ons Volk, dat zich "onder het zware leed zoo manmoedig had gedragen". Het deed mij goed zoo iets te lezen in plaats van de critiek, die men dikwijls aantreft.

Maandag 19 Maart 1945. Goed weer, wind West, frissche koelte ... Nu voor Cateau naar het Bevolkingsregister in Artis, weer een lange wandeling. Daar staan wachten aan loket 10 en geluisterd naar het verhaal van een juffrouw, die een tijdlang was geweest in een rusthuis te Nunspeet. Ze was nu dezer dagen met haar dochter die een fiets en een karretje bij zich had voor de bagage, naar Amsterdam gekomen, te voet, den eersten dag tot Nijkerk, een afstand van 30 kilometer. Ze had daar geen onderdak gevonden aan twee adressen, die ze had maar wel bij een boer, die haar brood en koffie en melk had gegeven en haar had laten slapen op den deel boven de koeien, op stroo. Die koeien hadden wel erg veel lawaai gemaakt met hun kettingen. Den volgenden morgen gingen ze verder, na van den boer ontbijt te hebben gekregen. Toen ze Laren naderden, zagen ze een jonge dame aan den kant van den weg zitten met een zware rugzak, die zei, dat ze van plan was ter plaatse te sterven. "Met moeite hebben wij haar toen overreed haar rugzak, die zoowat 15 kilo zwaar was, op ons karretje te leggen en zoo trokken we verder tot we werden ingehaald door een man, die een kar met paard bestuurde. Hij vroeg of wij een eind mee wilden rijden naar Amsterdam en met vreugde beklommen wij de kar, wij drieën en de fiets en het karretje en de rugzak, alles op de kar. Maar 10 kilometer verder was het uit want toen ontmoette de man, die wel wat veel beloofd had, den man, die hem gehuurd had en moesten wij uitstappen om plaats te maken voor andere menschen en verder loopen naar Amsterdam" . .. Er had zich een andere juffrouw in het gesprek gemengd, die o.a. vertelde, dat haar broeder uit Koevorden had geschreven, dat hij haar 10 mud aardappelen had gezonden (ze waren met hun vieren thuis) en dat ze die zending zeker zou hebben ontvangen, maar dat ze niets had ontvangen... Dit gaf de eerste juffrouw aanleiding te verklaren dat schippers de grootste dieven waren die op de wereld bestonden, dat ze aan den IJssel de menschen bedrogen door afspraken te maken met de Duitschers, de menschen met hun waren voor veel geld over te roeien en dan met de Duitschers den buit te deelen... Toen was ik aan de beurt en moest ik hooren, dat ik niet aan het goede adres was maar mij eerst zou hebben te vervoegen aan het bureau evacuatie Keizersgracht 611, waar ik Cateau als evacuee zou hebben aan te melden ... Dus naar de Keizersgracht. .. Op weg daarheen, op het Frederiksplein was een relletje. Een politieagent, een groote Hollandsche agent, had een jongen geslagen en daarover was hevige verontwaardiging onder een groepje menschen waarbij een vrouwtje met een kinderwagen waarin een heel jong kindje, die heftig haar misnoegen uitte: "as me kind geslagen ,moet worden, zal ik het zelf wel doen" enz. enz. Maar er was ook een man, die, ook heftig, er op wees, hoe die jongens bezig waren een huisje van de Shell af te breken en er de ruiten van in te gooien en dat de politieagent die jongens al had gewaarschuwd maar ze gingen toch door. In zulk een geval, vond hij, was het uitdeel en van een paar klappen zoo kwaad nog niet. Maar hij was verre in de minderheid, werd NSBer gescholden en "daar gaat 't niet over", werd gezegd, "hij mot van onze kinderen afblijven. Hij mag geen kind slaan". 't Is eigenaardig, dat terwijl ons Volk alle vernedering, alle smaad, honger, ziekte, zelfs het doodschieten van zoons en mannen, geduldig verdraagt, zich zoo opwindt over die paar klappen gegeven door een de Hollandsche taal sprekende politieagent. Misschien had die politieagent wel eenige lessen van Duitsche collega's gehad want in·Duitschland is het slaan een zeer gewoon iets, ook bij het leger en tegenover onze gevangen landgenooten. Deze kunnen er van meespreken hoe ze soms worden geslagen met vuistslagen midden in het gezicht, soms met een zweep. Dat een kind niet mag worden geslagen door andere menschen dan de ouders, is blijkbaar een punt van overtuiging bij het hollandsche volk, en ik hoop dat het zoo blijven zal... In de Rapenburgerstraat en omgeving zag ik verscheidene huizen in puin. Men zegt, dat het huizen zijn, die vroeger door Joden werden bewoond. Er is heel weinig Politie te Amsterdam. Dan komt de straatjeugd en ook oudere mannen komen, die zoo'n huis beginnen te sloopen. Ze sloopen er al het hout uit totdat het instort, als ze niet genoeg steunen hebben laten staan ... In de wachtkamer van Keizersgracht 611 gekomen, zat ik daar op een bank naast een dame, die er netjes uitzag en vertelde dat ze voor eenige dagen van Rotterdam naar Amsterdam was komen wandelen. Ze had er twee dagen over gedaan, was alleen, omdat ze alleen met zichzelf wil te maken hebben wat de snelheid vanl den gang betreft. Zoo liep ze, met een rugzak op den rug, 64 jaar oud, van Rotterdam over Nieuwerker, Zevenhuizen, Waddinxveen, Boskoop, naar Alphen, sliep daar bij menschen, die ze nog nooit had ontmoet en bij wie ze ook geen introductie had, en verder over Ter Aar, Nieuwveen, Amstelveen naar Amsterdam, legde in twee dagen ruim 67 kilometer af, had wel wat veel van haar voeten gevergd, die erg moe waren... Ik ontving het evacuatie-bewijs van Cateau. Moest daar nu weer mede naar het bevolkingsregister in Artis ... Op weg naar huis in de Noorder Amstellaan, zag ik in een winkel tomatenkoekjes te koop voor 12 cents het stuk. Ik besloot er een te proeven, at het op, maar proefde nog nooit iets dat zoo onsmakelijk is. .. We aten vandaag bruine boonen met aardappelen, dat is beter ... Anna Mees komt en biedt ons aardappelen aan voor Cateau, erg hartelijk en royaal van haar maar we nemen ze niet aan want we hebben er genoeg. Ook komt Fik uit Amersfoort en schenkt ons vier eieren, die dankbaar werden aanvaard... De ziekenhuizen moeten het nu zonder electrischen stroom doen, men zegt dat daarop nu zullen volgen de rioleering en de waterleiding en ten slotte de voedselvoorziening. Dat is dan het slot. Wij kunnen slechts kolen krijgen als Duitschland ze ons verstrekt... Het aantal Nederlanders dat op 8 Maart bij Rozenoord werd doodgeschoten was 63, in het Weteringplantsoen op 12 Maart 36. Het vuurpeleton schoot in de richting van de Stadhouderskade, verscheidene schoten troffen de huizen aan de overzijde ...

Woensdag 21 Maart 1945. Mooi weer, Noordelijke wind ...  Heden zes halve brooden afgehaald, die we van het Roode Kruis ten geschenke kregen... 's avonds zou Planten bij ons hebben gegeten maar hij kwam niet wegens den aanval van Britsche vliegtuigen op het hotel Bosch van Bredius waar hij dicht bij woont... Belangrijke berichten van het front: Worms is genomen en Mainz. De Duitschers zijn tusschen Saar en Rijn verslagen, de geallieerden maakten 38000 gevangenen. Kaiserslautern is genomen, Kreuznach, St. Wendel en verscheidene andere plaatsen... Niet ver van ons in westelijke richting is een school waarin mannen, Nederlanders, die in Duitsche uniformen zijn gekleed. Ze behooren vermoedelijk tot de Landwacht, misschien tot een andere afdeeling van ontrouwe landgenooten. Nu er zoo weinig Wehrmacht is te Amsterdam, ziet men vele dergelijke figuren ... Ik zag onlangs, toen ik op weg was naar Artis, zoo'n man, het geweer op den rug, een klein kindje dragende, wandelende met zijn Hollandsche vrouwtje, "alsof er geen vuiltje .aan de lucht ware".

Donderdag 22 Maart 1945, mooi weer, fl. koelte NW, hooge barometer, 780. Weder naar Artis in 1 3/4 uur en daar gewacht bij loket 10. De man die voor mij stond was uit Duitschland gekomen waar hij gewerkt had, hij had geen papieren. Men kon hem niet helpen. "Maar ik moet toch eten" zei hij. Ik gaf hem den raad naar het Hoofdbureau van Politie te gaan ... Heden bij den maaltijd voor hongerlijders, Moera, Frans Cruys, Hillie de werkster en verder Cateau en Hans van Lennep, die haar kwam opzoeken.

Zondag 25 Maart 1945, mooi weer, lichte bewolking. Zwaar geschutvuur of bomontploffingen in Zuidwestelijke richting. Belangrijke berichten van het front. De geallieerden zijn bij Mainz over den Rijn gekomen zonder verliezen en gisteren ook bij Wesel. Zij maken vele gevangenen. Men verwacht hier een spoedige verlossing. De Koningin is 10 dagen in de bevrijde provincieën geweest, vooral in Zeeland en heeft lang en veel met de mannen van de verzetsbeweging gesproken... Dezer dagen werd ik op straat, op den Stadion weg, aangesproken door een jonge dame, die met haar fiets midden op den weg stond. "Moet U misschien naar buiten", vroeg ze. "U ziet er uit of U naar buiten wilt" - ik droeg een trui en had een tasch om den hals hangen .. "Neen" zei ik, maar waarom vraagt U dat. "Ik heb hier een tweede fiets" er stond, een fiets tegen een boom - "zoo U mee wilt rijden kunt U daarvan gebruik maken". "En waar gaan we dan heen" vroeg ik. "Naar Putten", zei de jonge dame Vandaag weer muziek met van Det: een trio van Beethoven : van Mozart "la Clemenza di Tito" waarvoor van Det een tweede vioolpartij voor mij heeft gecomponeerd. Engelien zingt en ook de klarinettist van Hel komt. Verder beginnen Hilde en Engelien met een duo van Purcell. Na de pauze liederen, Caravane en andere; gezongen door Engelien waarbij van Det een viool en klarinetpartij heeft gecomponeerd. Er komen 's avonds zeer belangrijke berichten van het leger van Montgomery. Wesel is genomen, 8000 man gevangen, zes luchtdivisies zijn beoosten den Rijn gedaald. Men vecht in Duisburg. Er zijn nu drie belangrijke bruggehoofden over den Rijn, bij Wesel, Remagen en Mainz. Het einde schijnt te naderen. De Directeur van de Waterleidingen richt dringende waarschuwingen tot het publieke toch zuinig te zijn met het water, vooral met de spoeling in de W.C."Gebruik de daar aanwezige waterspoeling alleen wanneer dringend noodig. Reeds dan is de beoogde sparing bereikt! Begin er direct mede want.. ."Waterdistributie zal U niet meevallen"...... Inderdaad... waterdistributie zou iets verschrikkelijks zijn Aschenburg is genomen, men zegt ook Wiesbaden, Frankfurt a/d Main van W., Z. en O. bedreigd, de wegen afgesneden, een Mainbrug intact in handen gekregen. Er zijn 249.000 gevangenen in den tijd van 1-24 Maart. De bruggehoofden van Bonn en Coblenz zijn nagenoeg vereenigd ... Uit ons raam kijkende zagen we hoe eenige Landwachts, die de nabijgelegen school tot kazerne hebben, eenige mannen aanhielden, die groote pakken op hun fietsen vervoerden. Zij fouilleerden hen, onderzochten hun bagage, alles onder bedreiging met revolvers en namen ze ten slotte mee naar de kazerne. Het waren Hollanders, die landwachters ... Ik bracht 5 kilo aardappelen en eenige plankjes naar Emily. Geraldine ontving mij, Emily lag ziek te bed en de arme Geraldine had haar weer moeten oppassen, zelf heel zwak, had de lakens moeten wasschen terwijl ze geen brandstof had om het water warm te maken. . ;,Happily there was sun" zei ze.; Zei hebben nog 5 kilo ;aardappelen van de hoeveelheid, die ze van Texel kregen, met hetgeen ik bracht hebben ze dus nu 10 kilo en daar Frans nu is gerantsoeneerd op 1 kilo per dag, komen ze daarmee 10 dagen verder, zoo ze alleen Frans ervan laten eten. Frans zag er weer mager en sjofel uit, die goede Geraldine is een heldin, Emily in bed, zag er zwak uit, had net een brief geschreven aan haar schoonzoon Bram de Vries in den Haag en aangezien zoo'n brief, als je hem op de gewone wijze op de post doet, misschien over een maand bij den geadresseerde aankomt, neem ik hem mee en overhandig ik hem's avonds aan iemand van wien ik weet dat hij morgen per fiets naar den Haag gaat. Sissie en Bram zijn nog niet over geweest ...

Dinsdag 27 Maart 1945. Mooi weer, Noordelijke wind, fl. koelte, wat kouder. 's Morgens naar het Textielbureau in de Vijzelstraat voor Cateau en daar erg beknot op de aanvrage van kleeren, die Cateau indiende. Tenslotte kreeg ik een machtiging voor het verkrijgen van een kleine hoeveelheid maar een bezwaar is, dat de dingen, die je dan mag koopen, er niet zijn, niet te koop zijn. Dus geeft het niets. Ik was er van 10 uur tot 11.30, zat op een bank naast aardige menschen uit Arnhem, een Moeder met twee aardige kinderen van een jaar of 12 of 13. Zij vertelden mij dat ze vroeger een groote apotheek hadden te Arnhem op den hoek van de Rijnstraat, Hillen is de naam. Toen de Duitschers Arnhem bezetten moest geheel Arnhem binnen zeer korten tijd de stad verlaten. Ze gingen meest naar Velp doch werden daar ook uit hun huis verdreven. Als ze niet gauw gingen zou de eigenaar van het huis worden doodgeschoten en het huis verbrand. Ze vertrokken met wat ze aan het lijf hadden, van de apotheek te Arnhem is niets meer over, en gingen eerst naar Dieren en vervolgens naar Apeldoorn en daarna met Roode Kruis wagens naar Hilversum en eindelijk naar Amsterdam waar ze introkken bij een zuster, wier huis was leeggekomen door het vertrek van andere inwonenden. 't Waren nette, vroolijke menschen en als ik je wel eens schrijf, dat "Dirk" zich goed houdt, dan denk ik niet het minst aan dit soort van menschen, die je vaak ontmoet, die in weerwil van allerellendigste ervaringen den moed er in houden ... De berichten van het front zijn, dat het bruggehoofd van Remagen 50 kilometer in Oostelijke richting is verplaatst, hetzelfde deed Wesel met 30 kilometer. Er zijn zeer vele gevangenen gemaakt en Eisenhower meent, dat de laatste reserves van Duitschland beginnen op te breken. De geallieerden zijn nu voorbij Asschaffenburg, Karlsruhe is genomen. De Russen zijn 50 kilometer van de grens van Oostenrijk Paul den Tex is ernstig ziek. Men vreesde dat hij zou sterven, maar het gaat nu iets beter. De oorzaak van zijn ziekte is ondervoeding-verhongering. Dr. Delprat deelde mede, dat hij onder zijn patiënten uit welvarende kringen, en daar behoort Paul den Tex toe, acht dergelijke gevallen van verhongering kent.. .... een R.K. brief aan Olga in Amerika gezonden: "Jan vermoedelijk Vught geen contact sedert September wij allen gezond hoopvol zeer mager blij met je brief Engelien hier Frans Tilburg denken veel aan je.

Woensdag 28 Maart 1945. Bedekte lucht, kil. De geallieerden maken in Duitschland snelle vorderingen, zijn niet meer ver van Würzburg. Wij verkeeren in spanning over de plannen, die de Duitschers hebben wat ons land betreft. Wanneer zij niet binnenkort vertrekken worden zij door de Britten en Amerikanen van Duitschland afgesneden en wat zal er dan gebeuren... Olga komt en vertelt van de voorbereidingen in het nabije Naaldenveld tot het maken van afvuurplaatsen van V bommen ... In den namiddag vergadering van het Handelsblad waar Bos vertelt van zijn zuster te Winterswijk die door een bom is getroffen gelijk met eenige evacuees die bij haar inwoonden. Van haar lijk is niets gevonden. Zij wachtte een kindje. Haar man en zoon waren niet thuis. Doetinchem is ook zwaar gebombardeerd. Teruggewandeld met Planten, die bij ons komt eten en die geniet van wat Moeder en Engelien hem bieden: een lekkere erwtensoep en verrukkelijke pannekoeken, waarvan hij in het bijzonder de citroensmaak apprecieert. Hij zal nu eiken Woensdag komen eten ...

Zaterdag 31 Maart 1945. Stijve bries uit het westen... Moeder woont een razzia op fietsen bij en hoorde ook hevig mitrailleurvuur. Dit scheen van een Britsch vliegtuig te komen, dat een auto bestookte die op den Stadionweg stond. Het is niet veilig op straat. .. Met een zakje witte boonen ging ik naar Paul den Tex, die op de sofa lag en veel beter was. Hij was een maand geleden - en daaruit blijkt alweer hoe weinig wij van elkaar merken - plotseling buiten bewustzijn geraakt. Dr. Delprat kon hem aanvankelijk niet tot bewustzijn brengen en voelde geen pols meer. De dokter zegt, dat hij te weinig eiwit in zijn voeding heeft gehad, minder dan zijn constitutie eischte ... Gisteren ging ik met eenige planken en 5 kilo aardappelen op mijn rug naar Emily Cruys, vond haar in bed maar veel sterker. Frans had geld noodig om schoenen te koopen of te betalen, dat is een goed teeken ... De geallieerden zijn ver in Duitschland gedrongen, men zegt, dat zij op één punt nog 400 kilometer van de Russen zijn verwijderd ..  Gehoord, dat dezer dagen iemand, die in Amsterdam Zuid woont aan de Duitschers werd verraden wegens het herbergen van onderduikers. Dat hij daarop met alle inwonenden de wijk nam en dat het huis den volgenden morgen verzegeld was door de Duitsche overheid. Dat verraders nu nog hun droevig bedrijf kunnen voortzetten, is wonderlijk. Want we gelooven allen dat het niet lang meer zal duren voor de beslissing komt. De profiteurs vreezen, dat ze met hun voorraden blijven zitten: tarwe is nu f 16.- het pond, aardappelen f 200,- het mud, spot goedkoop... Moeder heeft nu een nieuwe pédicure. Ze wil geen geld aannemen, wordt beloond met 1 kilo aardappelen per bezoek ... Er komen soms vele vloten vliegtuigen over Amsterdam ... Een zekere Mr. de Groot is gefusilleerd ... De geallieerde schijnen ons Land van Duitschland te willen afsnijden, ze gaan in de richting Groningen. Wat zullen de Duitschers daarna doen. Ik denk, dat, als de afsnijding een feit is, de verzetsbeweging een bevel zal ontvangen van Eisenhower ... Wij zien uit onze ramen Britsche of Amerikaansche - of Hollandsche - vliegtuigen, die aanvallen doen op auto's en deze met mitrailleurs bestoken. Wij hooren het geluid der ontploffingen ratatata ratatata ratatatata of pàpàpàpà als ze omlaag gedoken zijn. Dit doet wel denken dat ze ons spoedig komen bevrijden.

Zondag 1 April 1945. Vandaag is 1e Paaschdag. De van Det's vieren hun zilveren bruiloft. Van Det is aan het vioolspelen in zijn hemdsmouwen, zonder boordje, staande tusschen groote boeketten witte seringen en andere bloemen. Wij brengen hun een zilveren lepeltje met een molentje aan het eind, dat we vroeger van dien armen Willem Mengelberg kregen, maar we zeggen dat hun niet. Mevrouw van Det zag er bekoorlijk uit in een nieuw jurkje en schonk ons een glaasje likeur, sherry-brandy, heel zoet, "ersatz" natuurlijk, maar zoet. Daarop in den storm naar Blok van Laer, die ziek is met een maagzweer en die een dure patiënt is want hij moet hebben, legt zijn zuster mij uit: 2 liter volle melk  à f 9,-- de liter f 18-, 1 ons kandijsuiker f 14-, 2 eieren à f 5,-, f 10.- en een achtste liter room voor f 4.- samen f 46,- per dag. En dan nog de pleegzuster, die ook nog moet eten, al is ze pleegzuster. Maar hij is beterend.. . Wij hooren 's avonds dat de IJssellinie is overvleugeld, dat de Canadeezen ons land binnenstroomen ...

Dinsdag 3 April 1945. De geallieerden zijn in Enschede, Oldenzaal, dicht bij Deventer en 30 kilometer van de Zuiderzee. Vele Duitsche troepen zijn in Oostelijke richting verdwenen ... De Aerdenhouters zijn door het oog van een naald gekropen. Alles was daar klaar om met het vuren van V. bommen te beginnen toen bevel kwam, dat de afvuurbanen moesten worden vernield en de troepen moesten vertrekken. Voor dit vertrekken waren fietsen noodig en zoo kwam het dat ook Olga's nieuwe fiets, pas voor f 1050,-- gekocht, werd gevorderd. Olga's jerimieeren hielp niets maar een vriendin trad krachtig op, bood allerlei lekkers, tabak, schnaps, geld - 500 gulden - De man bleef onverzettelijk. Hij wilde geen geld, geen jenever. Toen ze eindelijk chocolade reepen noemde - John heeft iets met cacao te maken en heeft daarom dergelijke dingen - werd de uitdrukking van zijn gelaat zachter en ten slotte bezweek hij voor 8 reepen. Voor 8 reepen kreeg Olga haar fiets terug, niet voor 500 gulden. Onze broodbezorger heeft met zijn zuster een bezoek aan Petten gebracht gedurende de Paaschdagen. Hij bezichtigde een bunker die verlaten was, vond daarin munitie die achtergelaten was, ook een blik benzine, dat hij meenam, ook een pan vond zijn zuster. Blijkbaar was die bunker eenigszins overhaast verlaten. Hoe meer Duitschers ons Land verlaten, hoe liever ik het heb, want hun aantal wordt op circa 100000 geschat. Zoo die zich gaan verdedigen tegen de geallieerden blijft er niets van Holland over... Een optimistische fietsenzaak in de Beethovenstraat maakt bekend, dat op 16 April nieuwe fietsen kunnen worden besteld .

Woensdag 4 April 1945, lichte bewolking, de zon breekt door ... naar Tine den Tex waar ik door Hessie wordt ontvangen in de keuken en verhalen doe over ons wedervaren, etende een stukje koek, gebakken uit suikerbietenpulp, niet kwaad, wat ten gevolgen heeft - de verhalen namelijk -  dat ik een paar dameskousen maat 10 meekrijg voor Cateau en twee zakdoeken en nog 4 zakdoeken voor mezelf. Toonde hun zijn eenig overgebleven gore zakdoek, waarvan ze schrokken... Hedenmorgen waren - alsof er geen vuiltje aan de lucht is - een aantal landwachts aan het oefenen op het veld, veldoefeningen. Verspreid, allen geknield, staan ze op sein vlug op en rennen vooruit, laten zich op sein weer vlug vallen, staan op sein weer vlug op enz. enz. enz. Alles geschiedt op de Duitsche grondige manier. Waar halen die menschen hun enthousiasme: vandaan. En dat in de huidige omstandigheden ... Zomertijd. We hebben in den nacht van Maandag op Dinsdag de klok een uur vooruit gezet.

Donderdag. 5 April 1945. Bew. lucht. regenachtig ... Dezer dagen is een jongen Ruys gefusilleerd, die blaadjes rondbracht na 8 uur 's avonds en daarbij betrapt werd. In het huis der ouders werden toen illegale dingen gevonden met het gevolg dat zij tot zware gevangenisstraffen werden veroordeeld. Zij verloren twee zoons door den Duitschen kogel... Er wordt hard gevochten in de straten van Zutphen. Zullen wij dat hier ook krijgen. Wie weet ... Een bezoek aan Anna Mees wegens het gebeurde met haar zoon Wouter, die is aangeschoten door een landwacht, werd ingerekend, naar de gevangenis gebracht en weer vrijkwam door het optreden van een vriend van Aat, heel bijzonder ... Als ik thuis kom, begint de kamer zich te vullen met de gewone Donderdagsche gasten: Moera, Frans, Lex O. en nu ook Cateau en dan nog Moeder, Engelien en ik en Hillie, maar die eet nu in de keuken wegens gebrek aan plaats. We eten erwtensoep ...

Dinsdag 10 April. Heel mooi weer, Noordoostelijke koelte, lekker in de zon. Met den oorlog staat het nu zoo, dat de geallieerden steeds dieper Duitschland binnendringen en slechts matigen tegenstand ontmoeten. Ze zijn dicht bij Bremen en Hannover, aan het Oostfront zijn de Russen nu Koningsbergen binnengedrongen en ooit Weenen staat op het punt te vallen, of te worden bevrijd. Nederland is zoo goed als afgesloten van alle verbindingen met Duitschland. Misschien kunnen de Duitschers nog over den afsluitdijk trekken, hoewel deze voortdurend bestookt wordt door vliegtuigen, maar dat is niet zeker. Zwolle wordt beschoten door de artillerie der geallieerden, Meppel is bevrijd, de geallieerden zijn echter, naar het schijnt, nog niet over den IJssel... De gang van zaken heeft een slechten invloed op onze voeding in het bezette Vaderland. We krijgen nu geen levensmiddelen meer uit de Oostelijke provincien, of veel minder. Het broodrantsoen is tot op de helft verminderd. De steenkolen raken op. De centrale keuken zal binnenkort nare werkzaamheid belangrijk beperken en ook een minder voedzaam voedsel moeten leveren. Tenslotte zullen de in Nederland opgesloten Duitschers wier aantal op 100000 wordt geschat, zich wel niet zonder tegenstand overgeven. Men zegt, dat den Haag, Haarlem, IJmuiden, Amsterdam, Utrecht, Bussum zullen worden verdedigd, natuurlijk in betrekkelijke mate, heel krachtig kan die verdediging niet zijn. Maar toch, we gaan misschien moeilijke dagen tegemoet. Het is ook mogelijk, dat wij instede van de vrije beschikking over duinwater, een waterdistributie zullen krijgen, die allen burgers een bepaalde maat, bijv. 10 liter of minder, per dag geeft tegen inlevering van bonnen, welk water dan afgehaald moet worden. Hiermede staat ook de afvoer van faecalien in verband, want deze houdt daarmede op. Het gevolg van een en ander zal zeker groote ellende zijn, werkelijke ellende. zooals wij nog niet hebben gekend Men hoort herhaaldelijk ontploffingen, men vertelt, dat de ondergrondsche beweging bezig is Duitsche bunkers te vernielen, maar het kan ook zijn dat de Duitschers zelf aan den gang zijn ... Naar Neville Hart om een gerepareerde jas te halen - je moet tegenwoordig alles zelf halen, bezorgen gebeurt niet, en aan den coupeur Sanders een brief gegeven voor Dick Mesman. Deze coupeur loopt iederen dag 3 uur en wel, op en neer naar Amstelveen, waar hij woont... Naar de verkooping van Frederik Muller, aldaar gezeten naast Rudi Mengelberg en den makelaar Zwaal en gezien hoe mijn geliefd schilderijtje werd verkocht voor f 1000,--. Voor gewone tijden is dat een goede prijs, voor deze bijzondere een lage. In November 1944 zou ik er vermoedelijk f 2000.- voor gekregen hebben. Netto ontving ik dus na aftrek van 15% f 850.-. Ik kocht dit schilderijtje misschien 25 jaar geleden voor f 60-, had er ongeveer f 100.- onkosten aan dus totaal f 160,-. Het is dus voor ruim 5 maal de inkoopsprijs verkocht. In den catalogus is het aanvaard voor een Jan Porcellus, hoewel het niet getekend is met zijn naam. Een leelijke Jan Steen bracht f 10000 op, een Jan Molenaar f 6200.-. Ik mis mijn schilderijtje aan den wand, het was een aardig ding, schepen op de Zeeuwsche wateren. Een er van is juist ten anker gekomen,. heeft juist zijn zeilen geborgen, heel mooi geteekende figuren van zeelieden, de bemanning, die staat te kijken naar schepen die binnenkomen en die ik als het ware hoor spreken. Het zijn kleine vaartuigen met een spriettuig. Een boot wordt naar het schip, dat ten anker is gekomen, geroeid. Er zit een deftig heer in die boot, kenbaar aan zijn mooie kraag. Het water zeer breed, de horizon erg flauw met kerktorentjes in de verte. Honig kocht het, bestuurder van het Concertgebouwen hij is er erg blij mee. Gelukkig komt het dus niet in Duitsche handen. Ook aan de afwezigheid van Duitschers op die veiling was merkbaar dat het hun niet voor den wind gaat... Hillie, de werkster, vertelt ons, dat zij geen eten meer heeft, thuis. Zij zorgt voor haar ouders. De vader is ziek, misschien stervende. Wij geven haar wat aardappels ofschoon wij er zelf niet zooveel meer hebben met het oog op al die menschen, die er van eten ...

Woensdag 11 April 1945. Mooi, stil weer, lekker in de zon. We beginnen weer hoop op ons voortbestaan te krijgen door die zon ... Willem de stoker deelt mee, dat hij verleden week nog goedkoope aardappelen had kunnen krijgen maar dat ze nu alweer duurder waren. Die "goedkoope" aardappelen kostten f 450.-. het mud en nu waren ze weer f 550,-. Aangezien, 1 mud 70 kilogram weegt, kost 1 kilogram aardappelen dus ongeveer f 8,- en als er 15 aardappelen op 1 kilogram gaan, 50 cents per aardappel. Toch zijn er menschen, die ze koopen.

Donderdag 12 April 1945. mooi weer, stil, zon. Gisteren at Planten bij ons, wat gezellig was. Hij kwam nogal bezweet en buiten adem aan, omdat hij had geprobeerd mijn record te breken, dat stond op 34 minuten voor de wandeling van het Handelsblad Nieuwe Zijds Voorburgwal tot de Stadionkade 38. Dit was hem op verre na niet gelukt. Vlug wandelende heeft hij er ongeveer 50 minuten voor noodig gehad, maar ik heb toen ook wel heel hard geloopen! Men rapporteerde gisterenavond, dat de geallieerden over den IJssel zouden zijn en dat zij in Westelijke richting oprukken ... In het Handelsblad weer een artikel van Hoogterp dat getuigt van zijn onveranderden eerbied voor het Volk van Duitschland en het genie Hitler. Wat moet er met die menschen gebeuren. Ze kunnen niet meer weg en ook in Duitschland zijn ze niet veilig .... Een arbeider met wien Moeder spreekt zegt, dat de bevrijding spoedig komt, die ploffen "dat doene wij", dat z'n broer, een neef en een vriend bij het Concertgebouw zoomaar op een mesthoop zijn doodgeschoten, dat nou weldra "de school" (die waar de land wachts zijn, wijst hij) er aan gaat. "U zal 't zien" zegt hij, "mijn machinegeweertje staat klaar en dan is 't "pom, pom, pom" ... In den groentenwinkel is het algemeene gesprek de komst van de bevrijders en beschouwingen daarover. Ieder is hoopvol en vroolijk ... Vandaag eerst tarwemalen 1 1/4 uur, vervolgens groente gehaald bij van Gelder, daarna het Zweedsche brood bij "de Spar" en toen ik thuiskwam was daar Rolff met zijn glundere zeemansgezicht en zijn zoon met een welbepakte wagen waarmede hij eenige malen was aangehouden. Maar dan wees hij op zijn trui en de letters NZHRM er op en dan zeiden ze "ga maar door". De "Dorus Rijkers" was gekomen met tarwe en de "Twenthe" met aardappelen en we kregen twee flinke zakken en 10 kilo tarwe. Schipper Bot bracht het bericht mee, dat op Texel de Mongolen - zoo zei hij - een aanval hadden gedaan op de Duitschers en dezen hadden vermoord, dat daarop assistentie was ontboden uit den Helder, dat er weinig ambitie bestond voor die dienstverleening, dat Texel van uit den Helder is beschoten en dat er 300 dooden op Texel zijn. Emy Dijt, Engelien's vriendin, woont op Texel met haar Moeder en zusters en er zijn vele Amsterdamsche kinderen heengezonden om gevoed te worden...... Vandaag weer de gewone Donderdagsche maaltijd, een dikke bruine boonensoep ... 12.30 Radio Oranje heeft medegedeeld, dat de geallieerden op 5 plaatsen over den IJssel zijn en dat zij in de richting van de havenplaatsen trekken! Het gerucht gaat, dat hedenavond de watertoevoer zal worden afgesloten. Ik geloof het niet omdat eenige voorbereiding noodig is voordat tot zulk een geweldige maatregel wordt besloten... Ik wandel naar het Handelsblad om daar om 2 uur Planten te ontmoeten, kom langs het Concertgebouw en zie, dat er niets is gebeurd met die bunkers daar, wel lees ik een bekendmaking waaruit blijkt, dat er aanslagen met dynamiet op instellingen van de bezettende macht zijn gepleegd en dat we daarom om 7 uur 's avonds moeten binnen zijn. Er wordt ook gedreigd met andere maatregelen maar ze hebben niet veel macht meer ... In Duitschland gaat de opmarsch van de ge allieerden schitterend. Het verzet schijnt in het algemeen gebroken. Men gelooft dat Hitler zich met een aantal getrouwe volgelingen in de bergen van Beieren zal verdedigen en doodvechten ... Cateau klaagt 'savonds over den toestand van haar gezondheid. Wat moeten wij er tegen doen. Engelien zegt, dat de hoeveelheid vet, die wij gebruiken, nog altijd heel klein is .

Vrijdag 13 April 1945. Mooi weer, stil, zon. Wij hooren, dat Roosevelt is gestorven, een groot verlies voor Amerika en voor de Wereld. Gisterenmiddag gist gehaald aan het pakhuis van de Gist. en Spiritusfabriek op de Reguliersgracht, een uur loopen en een uur terug. Ik liep langzaam, was moe, kreeg een pond gist voor f 0.35 terwijl de prijs in den zwarten handel misschien f 25.- is. Daarom vroeg de chef "is 't voor uw gezin" en dacht er bij "ik hoop, dat 't niet in den zwarten handel terecht komt". Ja, de Hollander is een geboren koopman, maar hij vertrouwde mij en terecht want ik bracht alles bij mijn vrouwen die bakte er brood mee met de tarwe, die we voor dien waterpot geruild hadden ... Op den terugweg zag ik, dat de "Groene" erg bezig was met de fietsenjacht. Hun optreden werd met veel belangstelling door de straatbevolking gadegeslagen.

Zaterdag 14 April 1945, mooi weer. Tegen den middag komen, onafhankelijk van elkaar, Elsbeth en Hilda. Ze worden door Hilda natuurlijk op onze middagtafel genoodigd. Ook juffrouw Ellerman is er, de naaister van Cateau dus zijn wij met ons zevenen: Cateau, Ellerman, Hilda van Marle, Elsbeth, Engelien en wij beiden. Eerst bruineboonensoep daarna hutspot, dus werden we goed gevoed. We. hadden Elsbeth in langen tijd niet gezien. Ze zag er best uit en aardig en is een allerliefste kleindochter. En dan die gezellige Hilda, die we meer zien, haar te zien is ook altijd een feest. Ze had reepen bij zich om te nuttigen gedurende de moeilijke dagen, die ons misschien wachten of na de bevrijding, weet: ik het. Het is een geheim, dat er reepen in huis zijn. Ja, we verlangen erg naar iets zoiets.

Zondag 15 April 1945. Bedekte lucht, goed weer, stil. Er wordt gevochten in de straten van Apeldoorn. Amersfoort is in staat van beleg. Assen is bevrijd, ook het kamp Westerbork met 1000 Joden... Cateau heeft niet veel reden tot vroolijkheid. Drie van haar kinderen met aangehuwde kinderen en kleinkinderen in Japansche gevangenschap, een zoon bij de Marine, ergens, haar huis en al haar bezittingen verbrand, en: een slechte gezondheid. Toch houdt zij zich flink...... De geallieerden trekken met een razende snelheid Duitschland binnen. Zullen wij over een week vrij zijn?!!

Maandag 16 April 1945. Mooi weer, fl. koelte uit Zuidwest. Moeder staat in den nacht plotseling bij mijn bed, ik slaap op mijn werkkamer, en zegt dat ze niet kan slapen omdat ze zich ongerust maakt over den door mij voorgenomen tocht naar Amstelveen om 50 kilo aardappelen te halen bij Dick Mesman met het karretje. Heb haar zooveel mogelijk gerustgesteld. Om 9 uur met het karretje plus vier zakken vertrokken en 10.15 bij Mesman aangekomen. Onderweg gezien, dat er verscheidene bunkers waren opgeblazen wat het breken van ruiten van de nabijgelegen huizen heeft tengevolge gehad. Ook is er een brug vernield in den dijk om Amsterdam, Westelijk van het viaduct. De ijzeren brug is naar beneden gevallen en ik vraag mij af of de Duitschers dit gedaan hebben of de illegalen. Ik las onderweg een oud biljet over de inlevering van kleedingstukken ten behoeve van de Wehrmacht. Dit gold voor Amstelveen, in Amsterdam is het er nog niet toe gekomen. Ieder gezin of iedere onafhankelijke mannelijke inwoner moest het volgende inleveren en ontving daarvoor vergoeding als volgt: 1 wollen deken f 25-, 1 heerenhemd f 5.-, 1 heerenonderbroek f 5.-, 1 paar wollen heerensokken f 2.50, 1 paar sportkousen f 5.-, 1 heerenpullover f 10.-, 1 heerenvest f 5.-, f 5.-, 1 heeren winterjas f 50.-, 1 heeren regenjas f 30.-, 1 paar hooge rijglaaren f 30.-. Heentie, die er goed uitzag, kort geleden uit het Burgerziekenhuis was ontslagen waar ze geopereerd werd, vertelde, dat zij niets hadden ingeleverd, dat ze daarna bezoek kregen van een soldaat, die in zulk een staat van oververmoeidheid verkeerde, dat hij volkomen ongevaarlijk was . Om 11 uur met de kar vertrokken en langzaam naar Amsterdam gewandeld, trekkende het karretje, dat wel nogal zwaar was. Van tijd tot tijd gestopt en op het karretje zitten lezen in een boek van Chesterton, een critiek over Dickens. Om 1 uur thuis, lekker gegeten en geslapen en daarna vertelt Hilda mij, dat kort na mijn vertrek bericht was gekomen van het sterven van Geraldine, welk bericht door den heer Franken werd gebracht en dat aan Maurits van Eeghen is verzocht voor de regeling van een en ander te zorgen. Hij heeft dat voortreffelijk gedaan en Donderdag zal Geraldine worden begraven op Zorgvlied en de kosten zullen niet zoo groot zijn. De kosten van een lijkkist van karton met houten versterking was f 75-.-, van een houten lijkkist f 175,-. De begrafenis zal zoo eenvoudig mogelijk zijn, derde klasse ... Wij zijn zeer getroffen door het sterven van Geraldine. Ze was beneden bij de buren, de Tazelaars, geloof ik, die een feestelijke bijeenkomst hadden, er was iemand jarig, en: daar is ze plotseling gestorven. Zij is een offer van den oorlog en de moeilijke omstandigheden, die er' het gevolg van waren. Ze had een warm hart, veel plichtgevoel maar een zwak lichaam en zoo is zij niet bestand geweest tegen de zware vermoeienissen. Ik heb vroeger al beschreven wat ze alles moet doen Het water stijgt in het Amstelkanaal en maakt plassen op het land voor ons. Blijkbaar zijn de Duitschers bezig het waterpeil te verhoogen en de Hollandsche waterlinie onder water te zetten. Leeuwarden, Heerenveen en Dokkum zijn bevrijd Maurits deed verhalen van den staat waarin hij alles bij Emily had gevonden. Frans lag te bed met een blaasontsteking of iets dergelijks .... 's Avonds schonk Engelien, die practisch is en een goed hart heeft ons een flesch wijn om ons uit den put te helpen waarin we gezakt zijn, zoowel door den dood van Geraldine als door den langzamen gang van onze bevrijding en de prospecten in verband daarmede.

Dinsdag 17 April 1945. Mooi, stil weer, warm. We zijn in den put wegens den gang van onze bevrijding, die zorg geeft. De tegenstand wordt in Duitschland sterker en ook in Nederland is de tegenstand sterk en door de plaatselijke gesteldheid, de onderwaterzettingen, is de verdediger in een goede positie. Wij twijfelen niet aan een overwinning van de geallieerden maar die gevechten in steden en dorpen kunnen nog veel ellende veroorzaken en lang duren. Dan komt daarbij nog de voeding, die weer slechter is geworden doordat de gaarkeuken nu slechts om den anderen dag levert en dan nog voedsel van een mindere kwaliteit. Men begrijpt niet waarvan de menschen leven... Er komen nu weer goede berichten van het front: het R,oergebied is nagenoeg geliquideerd, 150.000 gevangen. De geallieerden zijn bij Otterloo, de Russen 'zijn een offensief begonnen tegen Berlijn.

Woensdag 18 April 1945. Stil, zacht, mooi weer Uit een brief van Marie E.P.: "Mensa mocht met het zachte weer voor het eerst weer op straat en kreeg toen van een buurman vier eieren. Ze leerden elkander kennen in het gevang ... Dieuke zit nu in een kamer met alkoof bij de ouders van haar gedienstige in een werkmansbuurt. Hun huis staat wel maar is onbewoonbaar, puin, scherven, geen ruiten, waterleiding kapot en zoo is de heele straat. Bij haar overburen ging de achtergevel van het huis af. Toen het bombardement een beetje bedaarde liepen ze met de drie kinderen naar Voorburg naar kennissen. Dieuke mocht blijven maar Carie niet. Volgenden morgen moest ze ook weer terug omdat het huis nog stond en toen kwam de werkman met een bakfiets vragen of hij helpen kon ... " Deze brief was van 29 Maart '45 ...Er is nog tot 1 Mei eten te Amsterdam, daarna houdt de distributie op Namiddag. Harlingen, Apeldoorn, Putten zijn bevrijd, ook Sneek. Er zijn vele soldaten gekomen in de omgeving van Bloemendaal, vermoedelijk voor de verdediging van IJmuiden. Er zijn in West Nederland ongeveer 100000 man Duitsche troepen, meest SS en politietroepen, dus van het kwaadste soort. De geallieerden hebben gezegd, dat nu de aanval op Amsterdam en Rotterdam begint. Tom was hier tegen den middag terwijl ik aan het tarwemalen was boven op zolder. Hij begrijpt niet wat de geallieerden moeten doen als zij alles onder water vinden ... Door den dood van Geraldine blijven Emily en Frans onverzorgd achter want zij kunnen niet voor zichzelf zorgen. Na overleg: en denken zal er nu een wijkzuster kom€n voor het dagelijksche werk en de oppassing van Emily ter:wijl Hilda, Theo en Mies voor het eten zullen zorgen, ieder tweemaal in de week. Dat eten moet dan naar da Zuider Amstellaan gebracht worden ... Het Parool voorziet een heel moeilijke tijd voor de bewoners van Amsterdam gedurende den aanval der geallieerden op de stad Ede is genomen-bevrijd. Heden op onze kade weer een auto van de Landwacht vernield. Er zijn vele NSBers naar Amsterdam gekomen o.a. Woudenberg en andere vooraanstaande functionarissen.

Donderdag 19 April '45. Mooi, stil, zacht weer, zon. Een mooie voorjaarsdag. Wij lezen aan het ontbijt kapittel 6 van den tweeden brief aan de Corinthiërs en bespreken de wijze, waarop wij noodgedwongen  ons huis zullen verlaten. Wat we zullen meenemen. Dat wij het huis eerst zullen verlaten als het huis naast ons brandt... De naaste toekomst ziet er voor Amsterdam niet mooi uit. De centrale keuken houdt 24 April op, het broodrantsoen is 400 gram geworden ... Maar daar komt het bericht, dat de geallieerden op 35 kilometer van Amsterdam zijn, dat is den afstand van Bunschoten. ongeveer. .. Om 11.30 wordt Geraldine begraven en ik wandel met Engelien naar Zorgvlied. Er waren enkele buren, Mevrouw Tazelaar en Mevr. van Twisk en de Heer Peper, die Geraldine veel vriendelijkheid en hulp hadden bewezen en veel van haar hielden. Ook Olga van Lennep was er. Ik sprak in de Aula, had liever in de open lucht bij het graf gesproken maar de vertegenwoordiger van de begrafenisvereeniging vond het beter met het oog op de situatie van het graf, dat het in de aula geschiedde. Geëindigd met Psalm 103. Naar het graf gewandeld, dat zich bevond aan het eind van wat op een lange breede loopgraaf leek en wat feitelijk een aaneengesloten grafkuil was. Aan het eind van die loopgraaf stonden de laatstbegraven kisten zichtbaar opgestapeld. Met het oog op de schaarschte van werklieden heeft men naar een eenvoudige werkwijze gezocht en deze gevonden. Daar aan het eind werd de kist neergezet en sprak ik nog korte woorden. Het was prachtig weer, alles spruit uit tot nieuw leven en in de verte in Zuidoostelijke richting hoort men voortdurend geschutvuur. Er zijn bloemen op de kist van Emily en Frans, van de buren en van ons ... Het was een mooie begrafenis, alles liep heel goed en eerbiedig, het is droevig dat zij nu moet sterven terwijl wij iederen dag onze bevrijding verwachten en haar zoon in Engeland is... Daarna met Engelien en de buren langs den Amstel en den wandelweg  naar Emily geloopen om daar een zakelijk gesprek te hebben en den uitslag bracht ik ter kennis aan de Tazelaar's, die opgelucht waren want ze hadden zich wel wat ongerust gemaakt. Geraldine hadden ze gaarne geholpen maar nu deze was gestorven moest er een regeling getroffen worden, die waarborgde dat hun hulp niet voortdurend zou worden ingeroepen Men vertelt, dat de geallieerden nu op 30 kilometer van Amsterdam zijn. Als de onderwaterzettingen zijn geslaagd vraagt men zich af hoe zij ons dan kunnen ontzetten. Wij hooren ook, dat het Koloniaal Instituut en omgeving in sterken staat van verdediging is gebracht en we verkeeren in spanning. Nog een gerucht: de Duitschers zullen in den komenden nacht Amsterdam verlaten naar Hoek van Holland ....  Intusschen staan onze koffertjes klaar. Zij bevatten de dingen, die we in de eerste plaats moeten redden zoo we ons huis moeten verlaten. Boeken kunnen we in zakken uit het raam gooien... 's avonds hooren we, dat de geallieerden: op 20 kilometer van Amsterdam zijn, dat zij de buitenwijken van Amersfoort hebben bezet. Later weer, dat van al die verhalen van het oprukken der geallieerden weinig waar is.

Vrijdag 20. April 1945. Mooi, stil weer, wat frisscher. Weer drie brooden uit Zweden. Gisteren een brief geschreven aan Sissie de Vries over het sterven van Geraldine en hare begrafenis. In den namiddag een bezoek bij von Balluseck en gesproken over de toekomst van het Algemeen Handelsblad. die op het oogenblik niet mooi schijnt. Er schijnen op het oogenblik zelfs plannen te bestaan een einde te maken aan het bestaan der groote couranten voordat de Directies door de Commissies zijn gehoord, die de Regeering zal benoemen.

Zaterdag 21 April 1945. Gedurende den nacht is de Parnassusbrug vlak bij ons door bewonderaars van Roosevelt herdoopt in Rooseveltbrug, zooals blijkt uit bordjes die erop zijn aangebracht. Er zijn bloemen bij gelegd en iedereen, wij ook, jong en oud, komt met bloemen: tulpen, seringen e.a. 't Is een ontroerend gezicht, zoo zijn we nu eenmaal tegenwoordig, en de berg van bloemen wordt al hoger totdat een meneer, die er vlak bij woont bang wordt voor represaillemaatregelen van de Duitschers en de bloemen verwijdert. Als ik om 3 uur ga kijken zijn ze er niet meer... Heden niets gehoord van het front. Het weer is wat veranderd. De hemel is zwaar bewolkt. Regenwolken, er waait een harde koelte uit het Noordwesten, later gereefde marszeilskoelte. Cateau verlangt naar Godsdienst, Christian Science of de RK. Kerk, in het algemeen naar geestelijke waarden ... Men zegt, dat de geallieerden bezig zijn met de Grebbelinie maar dl;tn moeten ze nog door de onderwater staande gebieden. Intusschen wordt de voedingtoestand te Amsterdam beangstigend. De naaister, die bij ons werkt voor Cateau, zegt dat in het gesticht waarin zij met haar Moeder woont nog voor 14 dagen eten is. En in vele gezinnen zal het wel erger zijn. De rustige houding van de bevolking is treffend Er zijn vele soldaten te Amsterdam gekomen. De Marinierskazerne is in gebruik genomen. Men zegt, dat Kattenburg wordt geevacueerd.

Zondag 22 April 1945. Stormachtige Noordelijke tot Noordwestelijke wind. De Russen bereiken de buitenwijken van Berlijn.

Maandag 23 April 1945. Bew. lucht, wind N. regenachtig. Om 9.20 naar de Z. Amstellaan met een pannetje met eten. Vind daar Grethe, later Frans en spreek met Emily, die te bed ligt en er zwak uitziet. Frans maakt den indruk vol van zorg te zijn voor zijn Moeder. Emily geeft mij een kettinkje van Geraldine voor Hilda mede. Verder een mooie wandeling naar de Leidschegracht 54 waar ik von B. niet thuis vind en verder naar Tine den Tex en onderweg op een aanplakbiljet gelezen, dat de bevelhebber van de Wehrmacht aan zijn troepen bevel heeft gegeven " alle sabotage door terroristen en onderduikers en dergelijk gespuis met alle beschikbare middelen den kop in te drukken". In den namiddag komt de makelaar Zwaal met de afrekening betreffende de verkoopingen bij Frederik Muller en de Zon. Op beide zijn goede prijzen gemaakt. De Porcellis bracht 1000 op, de bronzen vijzel 260.-, de famille verte 320.-, het kofferorgeltje 525.-, een leunstoel 190.-, een oude microscoop 110.-. Ontving in totaal na aftrek van 388.47 veilingkosten f 2146.53.

Dinsdag 24 April 1945. Lichte bew, goed weer, zachter. Het gaat hard aan het front in Duitschland. Frankfurt a/d Oder is genomen, ook Cottbus, de Russen dringen verder Berlijn binnen, er bestaat kans, dat zoodra Russen en Amerikanen elkander hebben ontmoet, Eisenhower den oorlog als geëindigd zal verklaren en degenen die doorvechten niet meer als soldaten van een weermacht zullen worden beschouwd en behandeld... In Holland, zegt men, zijn de Canadeezen in de Grebbelinie gedrongen en staan zij benoorden Amersfoort bij de Eem. maar om 4 uur hooren wij dat dit niet waar is. Thans komt het belangrijke bericht, dat Hitler te Berlijn is en de verdediging van Berlijn leidt, en dat het front daar al dwars door de stad gaat. Het kamp Oranienburg is bevrijd ... Men vertelt, dat de Landwacht is opgeheven, dat aan de mannen van de Landwacht de keus is gegeven terug te gaan naar hun familie of naar het Oostfront te gaan. Sommige menschen hebben doodsbleeke landwachts, geheel bepakt, gezien bij het Lyceum van Gunning. Men zegt, dat van de 150 landwachts die in de school dicht bij ons waren, 120 naar hun familie zijn gegaan en 30 naar het front.

Woensdag 25 April 1945. Er is bericht gekomen dat de Britten zullen beginnen met het neerlaten of neergooien van pakken met levensmiddelen op ons land. Zoo de Duitschers willen medewerken tot een billijke verdeeling onder de bewoners, is dit goed; nemen ze echter de levensmiddelen weg ten eigen bate, dan gaan de Britten er toch mee door.

Donderdag 26 April 1945, mooi weer, flauwe WNW koelte, zon, frisch ... Er zijn aanplakbiljetten waarin de Rijkscommissaris de Britsche plannen tot het neerwerpen van voedingsmiddelen verwerpt, er op wijzende, dat zij aan zoo iets niet kunnen medewerken omdat die vliegtuigen evengoed wapens omlaag zouden kunnen werpen en Duitsche versterkingen bespieden enz. De Duitschers willen voedingsmiddelen uit Brabant en andere deelen van het land doen komen... In het algemeen lijken de bezwaren van de Duitschers logisch, of het hun ernst is wat hun voorstel betreft, is twijfelachtig. Vervolgens naar Valtie van Leeuwen, en alweer kom ik op een verjaardag, nu van Willem van Leeuwen en weer zit ik in de gezellige zolderkamer met de ramen open en de zon naar binnen stroomende en krijg ik melkchocolade en een heerlijke pannekoek. Thuisgekomen was het de gewone maaltijd voor hongerlijders en wij met ons drieën. We hadden een lekkere boonensoep. Daarna naar de Spar om het Roode Kruisbrood te halen en peulvruchten en margarine. Vervolgens naar Olga van Lennep om over de moeilijkheid met Emily Cruys te spreken. De buren zijn komen klagen, over al het werk, dat Emily en Frans hun geven. Emily heeft lichamelijke onvolkomenheden waar de meisjes Peper voor worden geroepen en Frans die een onverzadigbare honger heeft, komt bij de buren vragen om eten. De buren denken vermoedelijk: ze hebben familie, laat die voor hen zorgen. De familie die voor hen moet zorgen, zit in Den Haag en zoo rust die plicht nu op ons en heb ik Olga van Lennep gevraagd Dr. Delprat te overtuigen, dat Emily in een rusthuis moet worden opgenomen waar ze goed wordt verpleegd, wat ook erg noodig is voor haar... Ten slotte ga ik naar de Sillem's want Attie, die haar been verloor, is 21 jaar geworden. Ze wordt erg in het zonnetje gezet, heeft prachtige cadeaux gekregen en al moet ze op een houten stompje rondspringen, ze kijkt vroolijk en ik geef haar wat van die Belgische hyacinthen, die de kleur hebben van haar oogen Zoo heb ik dan vandaag heel wat kilometers afgelegd... Hilda heeft vandaag in de Bronckhorststraat een man zien loopen, midden op den weg. die hard schreeuwde en bleef schreeuwen "Ik heb zoo'n honger, ik heb zoo'n honger, wie heeft er een boterham voor mij, wie heeft er een boterham voor mij enz. enz. enz." Men kan er zeker van zijn, dat vele bewoners van de Bronckhorststraat hun hoofden uit de ramen hadden kunnen steken en, volkomen in overeenstemming met de waarheid hadden kunnen roepen "Ik heb zoo'n honger, ik heb zoo'n honger, wie heeft er een boterham voor mij". In '40 zongen de kinderen al:

Ik heb zoo'n trek, ik heb zoo'n trek
In een boterham met spek
(en dan met treurige stem)
Maar 'k krijg 'm niet
'k krijg 'm nooit
....

en hoe zijn we sedert dien achteruitgegaan.

Vrijdag 27 April 1945. Bew. lucht, barometer gedaald, stil. Het veld ligt bezaaid met biljetten, die blijkbaar door vliegtuigen zijn neergeworpen. Zij bevatten een boodschap aan de Duitsche soldaten. . . . .. Moeder heeft al 47 inschrijvingen voor den nieuwen cursus aan haar Lyceum en heeft geen plaats meer voor de leerlingen.

Zaterdag 28 April 1945:- Lichte bewolking, zeer flauwe koelte, stil, goed weer, bar. 764. Ik kom om 2 uur thuis van een vergadering van het Handelsblad en ga na het eten en na wat te hebben gerust, met twee bossen bloemen - witte en blauwe irissen - naar twee verjaardagen, eerst naar Attie Knapper (doch· ter van -Robert en Rosie) waar ik, stel je voor, een sigaar krijg, een voor-oorlogsche, en dat maakt dat ik niet weet hoe ik het heb. Ik beloof aan Mevr. v. d. Hoop, die een Oostenrijksche is, haar het boek de "vijf laatste uren van Oostenrijk" ter lezing te zenden. Het is een interessant verhaal van de overweldiging van Oostenrijk op 12 Maart 1938. Ik zie er ook die lieve Anna Lieske, die haar man (Nieuwenhuis) verloor doordat hij werd gefusilleerd, nog niet lang geleden. En nu komt ze weer, dapper, op de verjaardag van Attie. Verder komen Valtie en Dick van Leeuwen en de Sillem's en vele anderen. Daarna naar den verjaardag van Noortje Mengelberg ... Six vertelde mij, dat in verband met den hongersnood, die weldra zal heerschen, plannen bestaan van' distributie van melk, die alle voor de voeding noodige bestanddeelen bevat. Melk is thans in overvloed aanwezig, moet slechts worden vervoerd naar Amsterdam maar daar zit hem de kneep. Want Amsterdam heeft dagelijks, als melk de hoofdvoeding is, 400000 liter noodig. Dat vereischt de aanwezigheid van tanks geschikt om die melk te bewaren, schepen, die de tanks kunnen vervoeren en die geschikt zijn, wat hun afmetingen betreft, hun hoogte met het oog op de bruggen; die schepen moeten motoren hebben en deze vereischen goede brandstof; waar geen motoren zijn moeten paarden de trekkracht leveren, die paarden kunnen komen uit de ondergeloopen Wieringermeer; voor die paarden moeten stallen worden gebouwd of ingericht te Amsterdam enz. enz. De vraagstukken, die moeten worden opgelost zijn legio. Ten slotte zal de melk in zuren staat in handen van de gebruikers komen, ook in ongekookten staat. dus zal zij moeten worden gekookt, wat velen zeker niet zullen doen, niet achtende de gevaren van t.b.c., typhus. Dit alles is een vraagstuk' waarvan de oplossing en uitvoering is opgedragen aan een instelling die Akkerbouwcentrale heet..

Zondag 29 April 1945. Bew. lucht, koud. Het einde van het drama nadert met groote snelheid. Stettin, Bremen zijn genomen, ook Augsburg en te München heeft generaal von Epp bevolen, dat geen weerstand zal worden geboden. Göring is ontslagen en men zegt dat hij dood is. 't Is alsof de oorlog hier is afgeloopen. Men hoort, dat verschillende politieke gevangenen worden vrijgelaten. Generaal von Dittmar is met zijn zoon de Elbe overgestoken in een roeiboot en heeft zich bij de Amerikanen gemeld. Hij dacht, dat de oorlog nog maar enkele dagen zou kunnen duren. Er is een voorstel tot capitulatie, onvoorwaardelijke overgave, ingediend door Himmler bij de Engelschen en Amerikanen (niet bij de Russen). Het feit, dat de Russen buitengesloten zijn, maakt het voor de Engels
chen en Amerikanen onmogelijk het aanbod te aanvaarden. Zij beschouwen het als een laatste poging om tweedracht te zaaien Naar Olga van Lennep in de Lomanstraat 21 en
daar gesproken met je tante Mies, die gedaan heeft gekregen, dat Emily naar een rusthuis gaat in de Apollolaan met een duwwagentje... Om 6.10 komt Rob van Rees ons opgewonden vertellen, dat de capitulatie aan alle drie, Engelschen, Amerikanen en Russen is aangeboden, welk bericht even later voorbarig blijkt te zijn. De geallieerden hebben van Duitschland binnen 48 uur antwoord verlangd op hun eisch tot capitulatie aan Engeland, Amerika en Rusland. Ik kijk uit het raam en zie alsof er niets gebeurt, een lachenden Duitschen matroos, die met een meisje, vermoedelijk een Hollandsch meisje, wandelt. De Landwachts. die nog wonen in de school niet ver van ons, zingen nog de Duitsche liederen al is het dan in de Hollandsche taal, evenals zij tot dusver deden. En toch is de ondergang van Duitschland nabij.

Maandag 30 April 1945. Regen, Westen wind ... De voedselvoorziening doormiddel van vliegtuigen is begonnen, echter nog niet te Amsterdam. Er is voedsel neergeworpen op Rotterdam en op Walcheren en wij wachten hier in spanning op de capitulatie van Duitschland. Graaf Bernadotte reist heen en weer van Zweden naar Himmler en terug. Hier is het zeer rustig. Moeder ligt te bed, moet een tijdje uitrusten.

Woensdag 2 Mei 1945. Lichte bewolking, westelijke koelte, zon. Om 9 uur beginnen bommenwerpers te komen, die boven Schiphol stroomen pakjes neerwerpen. Met een bewogen hart gaan we allen naar boven om van de bovenste verdieping bij de van Rees'en het wonderschoone schouwspel te genieten van reusachtige bommenwerpers, die bij groepen van tien uit het Zuidwesten verschijnen en hun last omlaag gooien. Heel klein komen zij aan den gezichtseinde opzetten, ze worden grooter en boven Schiphol gekomen, is het alsof er onder elk vliegtuig iets verstuift. Het zijn de stroomen van pakjes, die zij omlaag gooien. De distributiedienst heeft in opdracht van het gemeentebestuur maatregelen genomen. Er zijn bepaalde terreinen aangewezen waarop de pakjes moeten neerkomen en menschen, die in dienst der Gemeente zijn, rapen ze op en brengen ze op een plaats waar ze worden verzameld. Iedereen, die pakjes vindt op andere plaatsen, is verplicht ze in te leveren. Zijn er pakjes beschadigd en liggen voedingsmiddelen verspreid over het veld, dan mag men er van eten. Onbeschadigde pakken mag men niet open maken. Den heelen dag keken wij en wuifden: wij naar de voedsel brengende vliegtuigen, soms van boven, dan van de brug dicht bij ons huis en ik dacht aan de herders, die luisterden naar de menigte van het hemelsche heerleger, die zeiden: Vrede op aarde onder menschen een welbehagen. De kade is vol menschen, heele scholen hebben de klassen verlaten en scharen zich op de brug bij den Parnassusweg en juichen ... Er is bericht gekomen, dat Hitler dood is, dat hij Admiraal Dönitz tot zijn opvolger heeft benoemd. Op een vergadering van het Zeemanshuis ontmoet ik Tom, die vertelt, dat te Aerdenhout roofpartijen plaatshebben door Duitsche soldaten, dat ze o.a. een aanval hadden gedaan op het huis van de familie van der Stad, waar de Heer van der Stad voet bij stuk had gehouden en de deur niet had geopend. De roovers schoten, wilden f 5000 hebben. Ten slotte wierp van der Stad zijn portefeuille, waarin f 200.-- door het raampje van de deur naar buiten. Er kwam een patrouille op het schieten af, die echter de zaak nog erger maakte door op huizen te gaan schieten o.a. op het huis van een familie dicht bij Tom en op het huis van de Strumphler's ..... Churchill heeft in het Lagerhuis omtrent den oorlog gezegd, dat "the situation in respect of the war is definitively better than 5 years ago" ... . . . Er zijn ernstige moeilijkheden tusschen Britten en Amerikanen en de Russen bijv. over de uitnoodiging aan Argentinië tot de conferentie te San Francisco, de benoeming der regeering van Polen, idem van Oostenrijk. de toekenning van vlootsteunpunten in NederI. Oost Indië. De Duitschers hopen nu zelfs nog op een breuk tusschen Engelschen eh Amerikanen aan een zijde en de Russen aan de andere zijde.

Donderdag 3 Mei 1945. Bewolking, Westenwind, goed weer. Om 9.15 beginnen de bommenwerpers weder te komen in groepen van tien en werpen hun paketten uit. Als ik dit een tijdje heb aangezien ga ik boven tarwe malen en vertelt Ema mij wat de inhoud is van de pakken, die neerkomen, althans van een pak gemerkt V, dat bestemd is voor vijf personen en dat met een parachute neerkwam. Het bevatte onderverdeeld in twee pakken: varkensgehakt met eierdooier, cheese and bacon, oranje marmelade, limonade powder, reepen, 50 sigaretten, boter, biscuits, havermout, zeep, koffie, melk, suiker, W.C. papier en servetjes, kalknorit, vitamine bonbons, lucifers, 2 blikopeners, alles op keurige wijze verpakt ... Vervolgens naar de Holbeinstraat in verband met een pension voor Cateau. Als ik terugkom biedt Moera mij bloempjes aan en vertelt mij, dat zij wegens hongeroedeem van het Zweedsche Roode Kruis heeft gekregen: 3 pond margarine. 4 pond grutten, 2 pond meel, 6 blikken sardines, 1/2 pond smeerkaas. Ze is in de wolken erover. De courant brengt het bericht dat Hitler is gesneuveld bij de verdediging van Berlijn, verder een dagorder van Generaal Blaskowitz, commandant van de vesting Holland aan zijn soldaten: "Met ongebroken wil strijden wij voor Duitschland, voor onze Moeders, vrouwen en kinderen. Commandanten, verzamelt uw manschappen rondom U in den geest van den Führer. Hij is en blijft onze Führer. enz." Van Ema gehoord, dat Berlijn heeft gecapituleerd, Hamburg tot open stad is verklaard en morgen door de geallieerden wordt bezet, Rostock, Lubeck, Warnemünde zijn genomen en dat de troepen in West Oostenrijk en Italië hebben gecapituleerd, 1 miljoen man. Hitler is niet gesneuveld maar op andere wijze om het leven gekomen, Ribbentrop afgezet, vervangen door von Schwerin Krosseck, Laval geïnterneerd in Spanje. Men is vol verbazing als men bedenkt dat de geallieerden zes weken geleden over den Rijn trokken... Ons lot hangt nu af van het besluit van generaal Blaskowitz, namelijk of hij zal capituleeren of vechten. Doet hij het laatste dan blijft er niets van Amsterdam, Haarlem en in het algemeen van ons Land over en wacht ons namelooze ellende...... Moeder blijft nog wat in bed liggen, is wat moe ...

Vrijdag 4 Mei 1945. Bewolkte lucht, stormachtige Zuidwesten wind zeer koud, guur. Gisteren een voordracht bijgewoond bij de dames Diepenbrock van een meneer Baart, naar aanleiding van de voordracht van van Duinkerken over het verschil tusschen het Brabantsche en Hollandsche volkskarakter. De slotsom van zijn voordracht was, dat de Hollander meer abstract is dan de Brabander. Een beschrijving te geven van den Hollander is veel moeilijker dan een beschrijving te geven van den Brabander en Limburger omdat die, Roomsch Katholieken zijnde, veel meer een eenheid vormen, terwijl bij de Hollanders - ik bedoel de Nederlanders boven de rivieren - de verschillen zeer groot zijn. Van Duinkerken gaf in zijn voordracht een aardig beeld van de Brabanders maar toch verkoos ik ten slotte, in weerwil van hun stijfheid, de Hollanders. Van Duinkerken heeft eens van den Hollander gezegd, "de Hollander neemt reeds op 25-jarigen leeftijd de houding aan van het standbeeld, dat, naar hij hoopt, na zijn dood voor hem zal worden opgericht"... Heden een vergadering van het Handelsblad op de Heerengracht bij Bos, hoorde daar, dat Seyss Inquart bij een bespreking met de Canadeezen zou hebben bedongen, dat hij niet voor den Hollandschen rechter zou terecht staan doch als krijgsgevangene naar Engeland gaan. Ik zag op weg naar die vergadering verscheidene uitgehongerde menschen, menschen met een vale gelaatskleur, gescheurde kleeren, een familie van Vader, Moeder en 3 kinderen, die blijkbaar aan een deur wat brood hadden gekregen en dit verdeelden en verslonden ... Voor Cateau is de keuze nu bepaald op het Maria rusthuis een katholieke inrichting in de Koningslaan met achteruitzicht op het Vondelpark. Door medewerking van Dr. van Det hebben we haar daar een kamer met verzorging voor een maand kunnen aanbieden, later zullen we weer zien ..Dr. van Det deelde ons mede, dat, met het oog op haar toestand, verblijf in een rusthuis gewenscht was omdat wij haar niet genoeg verpleging konden geven. Hij raadde het rusthuis in de Koningslaan aan en vond daar plaats voor haar. 's Avonds ongeveer 8 uur werd bekend, dat alle Duitsche troepen in West Nederland, Denemarken, Helgoland en de Friesche eilanden hebben gecapituleerd. Dat gaf een groote opwinding en we staken onze vlag uit om hem even later weer in te halen want de Duitschers schoten op de vlaggen. Verder dronken we onze flesch champagne op, die we den heelen oorlog voor dit doel hadden bewaard.

Zaterdag 5 Mei 1945. Regen. Nu steekt iedereen zijn vlag uit en wacht af wat er zal gebeuren. Wat een gezicht al die vlaggen. Je  begrijpt wat dat een indruk op ons maakte Om kwart over tien komen de vliegtuigen met voedsel...... Maar de Duitschers, al hebben ze dan gecapituleerd, jagen met overvalwagens vol groene politie de menschen op straat uit elkander. De Deutsche Zeitung Ld. Niederländen verkondigt: "Keine Capitulation. Es ist nicht wanr enz." In de Banstraat is geschoten door de Groene Politie Bij de Sillem's is een voedselpakket door het dak in huis op tafel gevallen. Het viel door het zeil, dat nu het gat in het dak nog bedekt ... Een van de voedselrapers, die er van mogen eten als het pakket beschadigd is en de inhoud over het veld ligt, is zich komen melden bij den dokter. Hij voelde zich niet lekker, een raar gevoel in zijn maag. Zoo kwam hij bij Chris Knapper, die bevond dat zijn maag gescheurd was door het vele eten. Chris heeft zijn maag weer gerepareerd. Maurits v. E. vertelde van relletjes op den Dam waar het volk opdrong tot de vroegere Groote Club waarin "Wehrmacht" woont en deze uitschold. Het gevolg was, dat eenige handgranaten werden gegooid door de Duitschers en menschen werden gewond. Hij had geluncht in Savoy, waar bezoekers aardige toespraken hielden. Voor Savoy was een fietsenstalling waarbij een jonge man zat te suffen en te dutten. M. stootte hem aan en zeide: "pas op je honderd fietsen" maar hij gaf nauwelijks antwoord en viel met zijn krukje achterover waarop M. hem hielp op te komen en den indruk kreeg, dat hij dronken was. Van den gerant hoorde hij, dat dit onmogelijk kon. Later werd plotseling om een dokter geroepen en bleek. dat de jonge man gestorven was. Waarschijnlijk was het hier weer een geval van honger...... Engelien is gaan kijken in de stad op haar fiets. Bij de Berlage brug staat een groote menigte te wachten op de komst van de bevrijders. Men zegt dat hun komst nog wat is uitgesteld omdat eerst de landmijnen moeten worden opgeruimd en de bruggen moeten worden ontdaan van de ontploffingsmiddelen, die de! brug moeten opblazen. Maandag komen ze, zegt men... Het is mooi te kijken naar al die met oranje getooide  menschen en kinderen, waarvan sommigen in compleete oranje pakken, en naar al die vroolijke gezichten ... Om 6.30 's avonds landt een Hollandsch vliegtuig op ons veld. Het volk stroomt toe en omringt het. Engelien en later ook Moeder, vergezeld van de kinderen van Eeghen, gingen er heen en zongen mee het Wilhelmus wat heel mooi was en ontroerend voor, ons allen, die vijf jaren in een Duitsche gevangenkooi hadden gezeten. In het vliegtuig zaten twee bekende Hollanders: Hoekstra en Nienhuis of huizen. Engelien volgde met de menigte den vlieger Nienhuis naar een huis in de Patroclesstraat waar een man stond van de B.S. (binnenlandsche strijdkrachten) met een stengun om de menigte op een afstand te houden. De bevrijding, die er nu is, al zijn wij feitelijk nog onder de macht der Duitschers, is een dubbele bevrijding voor onze bovenburen. Piet en Amelie Gouda, want zij is Joodsch, heet Elzbacher. Al die vijf jaren hebben zij ernstig gevaar geloopen te worden ontdekt of verraden, bijvoorbeeld door een dienstbode of ander mensch met wie men ongenoegen had gehad, die dan door wraakzucht gedreven, gepaard aan een gebrekkige ontwikkeling, overgingen tot zoo een laaghartige daad. Dit is dikwijls voorgekomen. Amelie liep altijd, ook nadat de Davidster werd ingevoerd, zonder ster op straat evenals haar gehuwde zuster Bedette. Ze had natuurlijk valsche papieren, die op bijzonder zorgvuldige wijze door ondergrondsche werkers werden vervaardigd. Ze ging op reis als er aanleiding toe was, wat niet dikwijls het geval was, bezocht avondjes zooals voordrachten van ondergedoken kunstenaars, die uiteraard niet toegestaan waren en kwam dan wel eens in moeilijkheden als er een inval van politie plaatshad maar ze glipte er doorheen. Daarbij was ze een voorbeeldige huismoeder voor  haar man en drie kinderen. Soms dreigden zeer ernstige gevaren bijvoorbeeld sterilisatie en dan waren wij erg bezorgd voor het tweetal en hun aardige kinderen maar Amelie heeft een temperament dat er tegen kan en bleef, voortdurend hard werkende en haar huis en kinderen met groote zorg verplegende, altijd kalm, althans naar het scheen. Haar Moeder, ondergedoken in den Haag, heeft, toen zij was ontdekt en gevangengenomen, een eind aan haar leven gemaakt en men kan haar dat niet kwalijk nemen. Onder ons woont Mevrouw Kramers, gescheiden vrouw van een dominee, een zeer actief en moedig mensch, die zeer veel deed voor Joden en voor kinderen en die ook een ondergedoken Czechischen Professor, genaamd Fischer huisvestte. Ook woonde daar Mevrouw Bokrna, die ons dikwijls kwam bezoeken. Al lang vermoedden wij, dat zij onder een gefingeerden naam leefde maar als ze vertelde dat ze te Breda woonde in een groot huis en dat haar man een beroemd medicus was en weet ik wat aL meer, dan geloofden wij dat, totdat ze zich nu plotseling ontpopte als de echtgenoote van een Joodsch tandarts van Turksche nationaliteit of afkomst, genaamd Mussav (een verbastering van Mustapha) , met wien zij gedurende elf maanden ondergedoken was geweest bij Addie Kramers. Den man zagen wij nooit en hoe hij zich steeds verborgen heeft gehouden als men denkt aan de beperkte afmetingen van de flat, is onbegrijpelijk en dat elf maanden lang. En dan nog die Professor. Deze had vroeger met een gezelschap van een vijftal anderen, een poging gedaan naar Engeland te ontkomen doormiddel van een vliegtuig. Gebrekkige organisatie of voorbereiding maakte dat hun voornemen bekend werd en zoo werden zij, behalve de Professor ingerekend. Deze kroop in een aardappelkist, werkte zich daaronder d.w.z. onder de aardappels en zoo kwam het, dat hoewel ze tweemaal kwamen kijken, zij hem niet vonden. En nu is hij dus bevrijd en kan hij misschien weldra naar zijn vrouwen kinderen te Brno terugkeeren. Hij gaf wel eens colleges voor liefhebbers over Plato bijvoorbeeld en ik luisterde ook een tijdje naar hem, echter niet met veel profijt, aangezien hij een spraakgebrek had en ik hardhoorig ben. Had ik gehoord wat hij zeide, dan had ik het misschien niet begrepen ... Behalve Minnie Bokrna, alias Blijdenstein, alias Mussav, haar Turkschen man en de professor was de flat van Addie een toevluchtsoord voor allerlei ondergedoken menschen meest Joden maar ook ontmoette ik daar communisten, altijd natuurlijk onder valsche namen en menschen van de verzetsbeweging en Addie deed bovendien nog veel voor kinderen en zoo is het dat zij wel een plaatsje in ons hart heeft gekregen ... Vele malen waren wij bij haar 's avonds en vergastte zij ons op genotmiddelen, vervaardigd van pulp van suikerbieten of andere ersatzmiddelen, dingen, die we heerlijk vonden maar waarvoor we waarschijnlijk later den neus zullen optrekken. Maar waar was toen op al die avonden en middagen de Turk Mussav. Dit blijft een raadsel .. Minniè Bokma was, voordat ze bij Addie kwam met haar man ondergedoken geweest in de Chopinstraat. Daar hadden ze een schuilplaats waarvoor ze eerst in een kast moesten kruipen. Door het wegnemen van het achterschot van de kast kwamen ze in een ruimte van 2 x 3 meter waarin ze zich moesten verbergen, soms met hun drieën want ze hadden toen hun dochter ook bij zich. Hun dochter, die 20 jaar is, is nu te Leeuwarden en was verloofd met een jongen man, die Zwart heette en die te Oldenzaal verbonden was aan een textielfabriek. Hij werd, toen te Oldenzaal kabels waren doorgesneden, naar Duitschland gevoerd en daar door de Duitschers doodgeschoten. Zijn verloofde gelooft nog altijd, dat hij leeft maar Mussav heeft zijn doodsbericht ontvangen. Die Mussav heeft een intelligent, aardig, echt Turksch gezicht. ..

Zondag 6 Mei 1945. Stijve koelte uit het Westen. Er staat veel water in het kanaal. Er landden weder twee vliegtuigen op het veld en binnenlandsche strijdkrachten van de verzetsbeweging gingen erheen, flinke kerels met helmen en stenguns... Heentie komt ons bezoeken en vertelt, dat Menso Boissevain weer is ondergedoken want de plaats vlak bij hun huis waar op 26 October 1944 29 menschen zijn doodgeschoten is nu bedekt met bloemen. Lies, zijn vrouw, heeft daar veel aan gewerkt wat werd opgemerkt door de Duitsche Politie. "Immer wieder dieselbe" hadden ze gezegd en toen vond Menso het maar beter weder te verdwijnen. "Wij leven op een vulkaan" heeft de nieuwe waarnemend Burgemeester Feike de Boer gezegd. Hij heeft dadelijk na de capitulatie den door de Duitschers aangestelden Burgemeester Voûte, die ook zeeofficier is geweest, evenals de Boer, vervangen. Een Raad van zeven vooraanstaande Amsterdammers staat hem terzijde. Al geruimen tijd geleden was hij voor deze post aangewezen maar dat was een geheim, al wisten velen het ... Heentie vertelde nog, dat te Amstelveen zestig meisjes, die met Duitsche soldaten vriendelijken omgang hiadden door de bevolking met een tondeuse in het openbaar van hun lokken waren ontdaan, die onder de menigte werden gegooid. Als het meisje kaal was werd het den volke getoond. NSBers werden gehoond, bij een hunner werden de ruiten ingegooid...... Seyss Inquart had gehoopt, evenals Wilhelm II op een kasteel in Nederland te kunnen blijven wonen, onder Nederlandsche bewaking, maar dit is niet toegestaan, hij staat op de lijst der oorlogsmisdadigers... Toen we vrij werden bleek, dat Engelien al geruimen tijd connecties had met de illegale beweging, waaromtrent we wel eenig vermoeden hadden, en dat zij aan illegale werkers onderdak verstrekte. Terwijl zij bij ons woonde, sliepen zij in haar slaapkamer in de Vossiusstraat. Ze kreeg nu, bij het scheiden van de markt een geschenk in den vorm van kaas en meel, ik geloof 1 kilo kaas en 10 kilo tarwemeel.. Vele menschen komen ons gelukwenschen en we geven brieven en briefkaarten mede aan vliegtuigen die op ons veld dalen en daarvan vertrekken ... We mogen nu tot 9 uur 's avonds op straat zijn maar velen blijven langer buiten.

Maandag 7 Mei 1945. Veel warmer, zomerweer, zon. We gaan s morgens wandelen om wat van de beweging te zien. Eerst naar het Montessori Lyceum waar Moeder een toespraak houdt tot leeraren en leeraressen en de rectrix tot de leerlingen. Ze maakt tevens bekend, dat Mejuffrouw Barth sedert Februari Mevrouw Hupka heet, zijnde zij toen clandestien door Ds. Buskes in den huwelijken staat verbonden met Felix Hupka. Daarna loopen wij door de rijk met vlaggen versie'rd, de straten en kijken naar al die blijde menschen en kinderen, allen op de eene of andere wijze met oranje of de nationale kleuren getooid. Daartusschen bewegen zich, als contrast, aanvalswagens van de Duitschers, bemand met grimmige Duitsche soldaten, die het geweer in den aanslag houden en de mitrailleur klaar om te schieten. Ook flinke jongens van de verzetsbeweging zien wij, in overalls met helmen en stenguns. Het is dus wel waar, wat de burgemeester zeide over die vulkaan waar we nog op zouden leven. We gaan eerst naar Tine den Tex. die ons wijn geeft en daarna naar Marthe Voorhoeve, die we gelukwenschen en omhelzen en die ons verrukkelijke thee geeft met veel suiker. We eten daar onze boterhammen op. Daar is ook Jan Voorhoeve, haar neef, die zoo blij is, verlost te zijn uit zijn kooi van onderduiker. Jaren lang kwam hij niet op straat. En dan hooren we bij de familie Meyer, die in ons oude huis in de Bronckhorststraat woont, dat nog aan ons toebehoort, van Tom en Engelien, die daar komen over het ongeluk dat Hilda van Marle, onze kleindochter heeft getroffen. Tom is er speciaal voor van Aerdenhout gekomen om het ons te vertellen. Hilda was op Vrijdagavond toen de eerste berichten omtrent de capitulatie der Duitschers doorkwamen, naar een bevrijdingsfeestje gegaan, dat op straat zou plaatshebben met een vreugdevuur en veel enthousiasme en vandaar terugkeerende met eenige anderen, had zij zich niet gestoord aan de bevelen om te stoppen van een Duitsche post, die, na driemaal in de lucht te hebben geschoten, ten slotte raakschoot, waarop ze door de Duitschers werd opgepakt en naar Cariool werd gebracht. Cariool is het groote huis van Bunge, dat als ziekenhuis is ingericht. Ten slotte kwam zij in het St. Elisabethsziekenhuis te Haarlem. Gelukkig is het slechts een vleesch wond, maar een kaakspecialist zal dit nog eens onderzoeken . Er is door de Duitschers geschoten op een menigte van menschen op den Dam. Maurits v. Eeghen vertelde mij, dat hij had gehoord, dat de B.S. (binnenlandsche strijdkrachten) op den Dam. de groote Club, waar zich Duitsche soldaten bevonden, hadden willen binnengaan, waarop de Duitschers dit hadden willen beletten door te schieten. Dat daarop gedurende ongeveer een minuut geschoten was en intusschen een paniek was ontstaan onder de menigte waardoor een veertigtal menschen waren gewond . Het is heerlijk zacht weer. Men zegt, dat de geallieerden morgen komen. Het is heerlijk zacht weer. 's Avonds Watse Ruitinga en Sonia ontmoet, die vertelt dat de paniek op den Dam ook wel moet worden geweten aan onvoorzichtigheid van de B.S. waaronder vele jonge menschen zijn.

Dinsdag 8 Mei 1945, heerlijk zomerweer, wind NO, flauwe koelte. Na het ontbijt met Engelien de stad ingeloopen om het binnentrekken van het Canadeesche leger te zien. Er is een aardige drukte op straat en weldra zien wij auto's met Canadeezen er in maar met veel meer Amsterdamsche meisjes en jongens beladen, later grootere motorwagens weder met Canadeezen maar met nog veel meer jongens en meisjes in vroolijke stemming. Men zegt, dat dit patrouilles zijn en niet het hoofdleger. Moeder bracht intusschen Cateau naar haar rusthuis, waar ze een aardige kamer heeft. De directrice is een vriendelijke dame. Wij ontmoetten haar weder bij Tine den Tex waar we koffiedronken en veel praatjes hoorden over de verwachte komst van het hoofdleger. Daarna naar de Apollolaan waar we op het muurtje klommen van een van die door de Duitschers verbrande huizen. Ik zat naast een intelligente dame, die ik tracteerde op een stuk scheepsbeschuit en Taudin Chabot, die voorbij komt vertelt, dat het hoofdleger pas morgen komt. Maar intusschen komen er groote Canadeesche tanks voorbij die volkomen onder de Amsterdamsche jeugd zitten. Ik had mij het binnentrekken van een leger geheel anders voorgesteld. Op den terugweg zien wij Annemie Boissevain, die kort geleden uit de gevangenis is ontslagen. Zondag werd ze ontslagen en kwam met een auto van Scheveningen. Romee, Lies en Mia zijn ook ontslagen... Iedereen is in een vroolijke stemming. De bakker op dep hoek van de Minervalaan en Euterpestraat heeft, uit louter vreugde op zijn deur de bekendmaking gehecht: "Gesloten wegens dronkenschap".

Woensdag 9 Mei 1945. Warm zomerweer, Oostelijke wind. Tracteerde op aardbeien, 1 pond voor f 25,-. Heden kwam de hoofdmacht. Ik had me voorgesteld een vormelijke entree met een muziekcorps met groote trommen, een imposanten tamboer majoor en misschien een geit of hert voorop en gebruinde soldaten maar zag weer hetzelfde vertoon van trucks en wagens met Amsterdamsche jeugd. Ik heb er nu genoeg van... Er is een cordon om de stad om het vluchten van NSBers te beletten. Madelon Smith, die ons bezoekt wil naar buiten en denkt wel door het cordon te komen omdat ze als aanbeveling heeft een ontslagbrief uit de gevangenis. 's Avonds stopten twee motorfietsen voor ons huis. Van een van die twee stapte een in bruin uniform gekleed man. Ik dacht eerst aan een Canadees maar zag plotseling dat het Frans was in de uniform van het Nederlandsche leger. Dat was een blij weerzien van Engelien. En een van de eerste dingen, die hij vertelde, was, dat hij jou te Tilburg had ontmoet. Daar je nu dus niet meer ver weg bent eindig ik dezen brief. die op 4 September 1944 is begonnen en die langer is geworden dan de oorspronkelijke opzet was.

    Hartelijke groeten van ons allen

    Vader.