Dagboek Biafra oorlog 1969/1970

Ter inleiding:
In mijn dagboek 1969*) heb ik reeds gerefereerd naar de oorlog in Biafra. Aangezien mijn betrokkenheid zich heeft uitgestrekt over de periode november 1969 tot maart 1970 heb ik gemeend mijn bevindingen in een apart hoofdstuk onder te brengen. Het wordt een intriest en schokkend hoofdstuk waar de gevolgen van tot op de huidige dag nog te zien zijn..
Pedro van Meurs, een geologisch student uit Utrecht heeft me gewezen in het najaar van 1969  op de relatie olie en de oorlog in Biafra. Dit waarschijnlijk  vanwege het feit, dat hij had gehoord dat ik in mijn EGO kamer druk bezig was om de relatie aan te tonen, die er bestaat tussen de ongelijke verdeling van delfstoffen op aarde en de invloed die dit heeft gehad en nog heeft op de politieke, economische en sociale implicaties op onze samenleving. Ik noemde dit onderwijs GEOPOLITIEK. Een woord wat toen in nog niet bestond, althans het werd niet aan onze universiteit onderwezen. Ik ben me toen gaan  verdiepen in de achtergronden van de verschrikkelijke oorlog in Biafra. Heel duidelijk bleek tijdens mijn onderzoek, dat de winning van de rijke oliebronnen, die Nigeria bezit, de diepere oorzaak is van al deze ellende, zoals Pedro van Meurs me er al had gewezen.

*) In mijn website heb ik tot nu toe opgenomen mijn dagboek 1924-1930. (zie egoproject.nl/familiedebooij). Inmiddels heb ik mijn dagboeken tot en met 1969 geschreven, maar om privacy redenen nog niet op mijn website gepubliceerd, uiteraard behalve dit Biafra dagboek 1969/1970..

9 en 25 november 1969 AVRO's TV uitzending oorlog Biafra. Ik heb meegewerkt aan het programma van de AVRO:  Humanitaire , politiek en economische achtergronden van het conflict Nigeria-Biafra  Mijn aandeel was : research olie- en handelsbelangen en algemene  politieke achtergronden. De uitzending verdiende veel lof in media.  De volgende mensen hebben de uitzendingen verzorgd:
Studiopresentatie: Wibo van de Linde, Cees van Drongelen, Ria Bremer
Filmpresentatie: Cas Brugman
Medewerking van:
Allan Hart oorlogscorrespondent ITN's News at Ten

Dr. K.L .R
oskam -
Afrikadeskundige
Mr. J.M.A.H. Luns - minister van buitenlandse zaken
I.J. Durlong - ambassadeur Nigeria in Nederland
Group-Captain Leonard Cheshire - Brits rapporteur in Biafra.
Dr. J.H. Middelkoop.- coördinator hulp Biafra
Mr. A.D. Vaz Nunes  - directeur Shell Nederland
A. van Emden - dir-gen.Rode Kruis
Miss Angie Brooks - voorzitter VN Assemblee


Hier volgt de transscript van wat er letterlijk tijdens deze uitzendingen is gezegd:
WIBO VAN DE LINDE: Vanavond proberen wij u een inzicht te geven van de achtergronden van het conflict Biafra-Nigeria. Dit conflict heeft al miljoenen mensenlevens gekost, en zoals de zaken nu staan komen daar duizenden doden per dag bij. Eerst een politiek overzicht samengesteld door Cas Brugman.
CAS BRUGMAN: Nigeria is 27 maal zo groot als Nederland en telt 56 miljoen inwoners. Deze voormalige Britse kolonie werd op l oktober 1960 onafhankelijk en precies drie jaar later een republiek. Nigeria bestaat dan uit vier deelstaten, Noord-Oost-West en Midden Nigeria met als federale hoofdstad Lagos. Zoals in zoveel jonge Afrikaanse staten komt het politieke leven alleen maar via heftige strubbelingen op
gang. Stakingen, muiterijen en staatsgrepen zijn aan de orde van de dag. Na de roerige en omstreden federale verkiezingen van 1965 krijgen de politieke leiders uit Noord-Nigeria steeds meer de overhand. In augustus 1966 neemt generaal Gowon definitief de macht in,handen. Kort daarna, in september, komt een ware volksverhuizing op gang. Duizenden Ibo's keren na bloedige botsingen met de noordelijke Hausa-stam naar hun stamgebied in Oost-Nigeria terug. Zeer ernstig was de toestand in Kano, waar op 1 october 1966 een deel van het leger aan het muiten sloeg en de bevolking voorging in gewelddaden. Minstens 2.000 Ibo's kwamen daarbij om het leven en vele dorpen werden geheel vernield. De militaire gouverneur van Oost-Nigeria, kolonel Ojukwu, die toen al een duidelijk eigen politiek voerde en wantrouwend stond ,tegenover het federale bewind van Lagos, had in januari 1967 zijn eerste ontmoeting met generaal Gowon sinds deze in augustus 1966  aan  de macht kwam. Het was ook hun laatste ontmoeting. Op 30 mei 1967 proclameerde Ojukwu de republiek Biafra. 
GENERAAL Ojukwu (archiefmateriaal) If civil-war comes and I think it is immanent, you're quite right, it will be our struggle for freedom. Our people here have been for a long time prepared for this eventuality and I am confident about their readiness. I think that when it does come,that the people of the other side will he surprised of what they're going to get.
CAS BRUGMAN: Op 7 juli 1967 gaat Gowon tot gewapende actie over en begint een burgeroorlog. Binnen enkele weken veroveren de federale troepen de belangrijke oliehaven bij Port Harcourt. Daarvoor al had de federale marine gezorgd voor een effectieve blokkade, waardoor uitvoer van olie gedurende een maand onmogelijk was geweest. Zo begon een bloedige burgeroorlog, met een frontlijn die zich,voortdurend verplaatste en waardoor nu tenslotte twee miljoen Ibo's op een klein en kwetsbaar gebied zijn teruggedrongen. Nu de regentijd voorbij is, ziet het er naar uit dat de federale troepen door een groot slotoffensief de eindoverwinning willen forceren.

 

Tegenstanders in de oorlog om Biafra. Links: Generaal Yakubu "Jack" Dan-Yumma Gowon (1934-). Hoofd  Nigeriaanse militaire federale regering. Links: generaal Chukwuemeka Odumegwu Ojukwu(1933-).President van de afgescheiden republiek Biafra
(Gowon is in1990 teruggekeerd naar Nigeria en heeft een religieuze groep opgericht : Nigeria Prays. Ojukwu leeft een rustig leven in Oost Nigeria en geniet een sinds 2008 een militair pensioen van de Nigeriaanse regering)

WIBO VAN DE LINDE: Bijzondere gast in dit programma is de Britse oorlogsverslaggever Allan Hart. Hij werkt voor het vooraanstaande nieuwsprogramma in Engeland, News At Ten, en is correspondent van de Times en van de Economist. Allan Hart heeft het conflict zowel in Nigeria als in Biafra op de voet gevolgd. Hij maakte de recente reportages, die de wereld opnieuw attent maakte op de verschrikkelijke gevolgen van de burgeroorlog voor de bevolking van Biafra. Een oorlog, die de instandhouding van de Nigeriaanse federatie moet forceren, een federatie - zo zegt Allan Hart - die nooit heeft gewerkt, en die ook nooit zal werken.
ALLAN HART: This is a mythe Nigeria, supported by Britain, is fighting a war, to preserve something that has never existed. Nigerian unity has never been anything, but a figment in the imagination of British kolonial administrators on the spot and their political masters back in London. The best exposé, of why Nigerian unity has never existed, is contained in a broadcast made by general Gowon when his coup happened in july 1966. The evidence now is, that the Gowon coup, a northern coup, was to take the North out of the federation. To do what Biafra has done. Gowon made a broadcast in which he said this: "Suffice it to say that putting all considerations to the test, political, economic as well as social, the basis for unity is not there". The öriginal text of his broadcast contained also this: "we must therefore divide up and share the assets". But that sentence was deleted from the script from the broadcast under pressure from the British High Commissioner. After that Gowon was made to deny that he ever made any of these remarks. Britain has gone on pretending that this broadcast was never made. But one vital piece of evidence here  the codeword for the Gowon coup was ARABA - and this is the Haussa word for secession. So this is the basis for Nigerian unity.
DR. K.L. ROSKAM (Afrika-deskundige): Wie er balkaniseert is in wezen Nigeria. De afscheiding van Biafra was het gevolg van een decreet van Generaal Gowon, waarbij Oost-Nigeria werd opgesplitst in drie staten. Nou, dat is grotere balkanisatie dan wat Biafra heeft gedaan. Dat is het eerste punt. Het tweede punt is, dat de Organisatie van Afrikaanse eenheid, die ook zegt van Afrika is niet gebaat bij balkanisatie en daarom steunen we Nigeria, dat die organisatie eigenlijk alleen maar opgericht is om de staatkundige verbanden zoals ze nu zijn te handhaven. De status-quo te handhaven. En die staatkundige verbanden die zijn nu eenmaal door de koloniale bewindvoerders kunstmatig in het leven geroepen, u kent de conferentie van Berlijn, waarbij
op de kaart lijnen werden getrokken en er werden volken bij elkaar geveegd die helemaal niet bij elkaar hoorden - of helemaal niet bij elkaar hoorden - die eigenlijk weinig contacten met elkaar hadden, dat gebeurde in de negentiende eeuw - en nou had natuurlijk in die 80 jaar best een nationaal bewustzijn kunnen ontstaan in Nigeria, als de Britse koloniale heerser daar ook op had aangestuurd.
CEES VAN DRONGELEN: De Britse premier Harold Wilson stuurde onlangs een nieuwe partij extra wapens naar Lagos. De federalen hebben die wapens hard nodig, want Biafra heeft volgens de laatste gegevens een flink stuk gebied heroverd. Nederland, Frankrijk en België hebben de wapenleveranties vorig jaar onder druk van de publieke opinie gestaakt.

          

De Britse minister-president Harold Wilson (1916-1995)

MR. J.M.A-H LUNS, Minister van Buitenlandse Zaken: VRAAG: Excellentie, die film die wij hebben vertoond, ik heb een paar beelden voor u meegenomen (Luns: ja ik ken ze, vreselijk, vreselijk) vindt u niet dat dat Biafra boven de politiek uitgaat? ANTW: Uiteraard gaat het boven de politiek uit voor wat Nederland betreft, wij hebben het ook nooit politiek gezien, ik heb in de kamer en daarbuiten steeds onze zeer grote humanitaire belangstelling benadrukt. VRAAG: Hoe ziet u de verantwoordelijkheid van Engeland. ANTW: De Britse regering heeft natuurlijk een speciale verantwoordelijkheid omdat Nigeria lid is van het Gemenebest en verder vroeger een Britse kolonie was en tenslotte door Engeland steeds geholpen is onder andere met wapens. Voor wat de wapens betreft blijft de Britse regering van oordeel dat de 20% aan wapens die zij levert dient te moeten worden gehandhaafd omdat anders de Sowjet-invloed predominant zou worden. VRAAG: Ik kan me dat voorstellen als politiek punt, maar als u het dus met me eens bent, dat het eigenlijk boven de politiek moet uitgaan, om die mensen daar van de hongerdood te redden, zou een totaal wapenembargo ooit bereikbaar zijn? ANTW: Volstrekt onbereikbaar, omdat Rusland onmiddellijk inspringt in de plaats van Engeland. Het heeft het al voor een groot deel - ik zei voor 80% - gedaan.

 

   Josef Luns (1911-2002) Minister van Buitenlandse Zaken

ALLAN HART: Now this is not true because the Nigerians are specially British Africans, Western Africans. They do have Russian help, Migs and ammunition, but these they are paying cash for. So that there are no strings. So it's wrong to say that the Feds would rush into the Russian camp as it were. But I think there was a chance for a real breakthrough in peace negotiations in last few weeks, because you had a situation where Ojukwu felt himself to be under immense pressure to negotiate because of the starving. Gowon felt himself to be under immense pressure to negotiate because he had suffered lots of embarrassing setbacks. In the battlefield, and his position is not going to improve on that, so they were both under pressure to negotiate. Now if Britain had not given this latest and increased supply of arms, to Nigeria my bet is, that the Nigerians would have been forced to go to the Conference-table. But since we have given all the arms and munition on they need to continue the fighting. But pressure under Feds to negotiate and be realistical has been removed. So you could argue I think in suplying the Feds with the latest arms the British has directly sabotaged the slim hope that was a piece the last view weeks.
DURLONG All the military equipment we received from abroad are paid for in cash as normal business transactions. We buy from Britain and the USSR. We receive no financial support from outside all our sources come from within. Indeed, in spite of the demands of the war, as all wars do Nigeria has re
füsed to avail her self of her automatic drawing right on the International Monatary Fund.
RIA BREMER Premier Wilson wordt volgens onze informatie heen en weer geslingerd tussen de vrees dat dit conflict voor hem een verkiezingskwestie wordt en de angstige consekwenties van gezichtsverlies als hij zijn politiek nu niet doordrukt. Een belangrijk moment in de ontwikkeling van het conflict was de reis van Wilson naar Lagos in maart van dit jaar. Group-captain Leonard Cheshire was op dat moment in Biafra om een ontmoeting tussen Ojukwu en Wilson voor te bereiden. Cheshire vertelde Wilson dat de Biafraanse leider wachtte op een teken van Brits vertrouwen - maar Wilson luisterde niet.

    

 Group-captain Leonard Cheshire (1917-1992)

CHESHIRE: I don' t think he really thought that basic sincerity existes? I think that it was a moment in history that was a moment in history that was a tragedy, that the way the invitation to Ojukwu to came
out and meet Mr. Wilson it's timing, the way it was done was wrong. And so meeting the cut-of-all to the whole situation never took place but it was not Ojukwu's fault, it was not..
CEES VAN DRONGELEN. You mean to indicate that Wilson does mean to say like he did and we quote General Ojukwu is entirely to blame for the present situation.

CHESHlRE I am very sorry he said that. I understand the sincerity and difficulty of the British Government, but I disagree. And I see in this failure to repose trust in Biafra the one obstacle to peace.
MR.J.A.H. LUNS Het Nederlandse volk dient te beseffen, daar er situaties zijn en niet alleen Nederland maar veel grotere mogendheden zoals de Ver. Staten en geestelijke stromingen - denkt u maar aan initiatieven van de Paus - tot dusver machteloos zijn gebleken. Dit is een hele nare constatering, maar dat..., zo is het helaas. Nederland, Nederland heeft alles werkelijk ter zake gedaan. Ik heb hij de Ver. Naties getracht om voldoende belangstelling te wekken, maar noch het Aziatische blok noch het Afrikaanse blok en dat is al meer dan de helft van de laden zijn bereid om de Ver. Nat:es in te schakelen. Men beschouwt dit als een Afrikaanse aangelegenheid.
K.L. ROSKAM Vanaf het begin heb ik dat een afschuwelijke afleidingsmanoeuvre gevonden. Dat is ook voor onze regering vaak aanleiding geweest  om politiek niets te doen. Ze zeggen humanitair doen we alles en ik vind het best ze kunnen humanitair iets doen. Bijvoorbeeld een luchtbrug inzetten. Zoals destijds naar West-Berlijn is gebeurd waar het om minder mensen ging, toen kon het wel en dat kost ook veel geld. Nu kan het ook. Het is een goede oefening voor onze luchtmacht. Je kan dan tenminste ergens anders vliegen. We zouden voedsel kunnen droppen en dan wil ik nog zien dat Nigeria durft een toestel neer te schieten en dan zegt Minister Luns: "Ja, maar dan zijn we bang dat we beschuldigd worden van Neo-kolonialisme, maar dergelijke principes zijn om andere redenen ook wel eens over boord gegooid, dus dat vind ik geen argument. Maar afgezien daarvan, kan dit probleem Biafra nooit opgelost worden op een humanitaire manier. Daar moet een politieke oplossing komen en het is misschien erg simpel om te zeggen maar hoe kan een regering in godsnaam redeneren en zeggen van ja, dat weten we niet. Een oorlog kan je toch alleen maar ophouden door met schieten op te houden en zowel de Britse als de Nederlandse regering hebben de middelen om druk uit te oefenen op Nigeria aan de conferentietafel te gaan zitten. Voortdurend worden er pogingen gedaan om Biafra de schuld te geven, dat zij niet willen praten, maar Biafra praat al van het begin: wij willen onderhandelen, maar dan moet er eerst een wapenstilstand komen.
CEES VAN DRONGELEN Een wonderlijke rol in het drama speelt de Zweedse Graaf  Karl von Rosen. Hij organiseerde een Biafraanse luchtvloot van 18 lichte vliegtuigen met raketbewapening en overtuigde Ojukwu van het politiek en strategisch belang van het vernietigen van olie-installaties. Dezelfde, die Engeland door het steunen van het federaal bewind nog steeds denkt te beschermen. Olie speelt een hoofdrol in het drama.
CAS BRUGMAN De Niger-delta in Nigeria is ruim een kwart eeuw lang doelwit geweest voor geologische onderzoekingen. Maar pas in de laatste jaren zijn er zeer belangrijke olie- en gasvondsten gedaan. Als de voorspellingen uitkomen levert Nigeria in 1975 800 miljoen liter per dag. Dat is net zoveel als nu heel Afrika levert. Tussen haakjes: 800 miljoen liter olie per dag is zoals de zaken nu staan ruim 8% van de wereldproduktie. Van
belang is ook dat in Nigeria 1 van de 2 proefboringen succesvol is, terwijl 1 op de 9 slaagt. De investeringen zijn hoog; SHELL-BP heeft in Nigeria ruim een half miljard gulden geïnvesteerd. Vóór het uitbreken van de burgeroorlog in juni '67 kwam in Nigeria 90 miljoen liter ruwe olie per dag uit de grond.
De royalties voor de federale regering bedroegen toen 300 miljoen gulden per jaar. Vrijwel alle grote oliemaatschappijen ter wereld zijn in de Niger-delta op jacht. GULF en MOBIL hebben voor de kust grote vondsten gedaan. De olie die op het land wordt gewonnen, gaat in een pijp-systeem naar Port Harcourt, waar de tankers voor verder transport naar Noord-West Europa zorgen. Port Harcourt speelde een vitale rol in de strategie van de Biafraanse leider Ojukwu. Toen Oost-Nigeria zich onder zijn leiding afscheidde op 30 mei 1967 als de republiek Biafra, had het daarmee 5/6 van alle Nigeriaanse olie onder controle. Keesings historisch archief noteerde dat de grote oliemaatschappijen hem een maand na de afscheiding een deel van de royalties zouden hebben beloofd. Maar Ojukwu kreeg niet de gelegenheid zijn troefkaart uit te spelen. Zijn tegenspeler Generaal Gowon, leider van het federale bewind van Lagos, slaagde erin de oliehaven Port Harcourt met zijn kleine marine te blokkeren, zodat er geen druppel olie meer uit kon komen. Ironisch genoeg bestond de Federale Marine voor een groot deel uit in Nederland gebouwde schepen. Ook over land kon Gowon Port Harcourt veroveren op de Biafraanen. Eind juli 1967 - twee maanden na de afscheiding - beschuldigde Biafra SHELL-BP van dubbelspel. De precieze gang van zaken bij de uitbetaling van de royalties valt moeilijk na te gaan, maar Oil- and gas journal - een vaktijdschrift voor geologen --meldde in maart 1968 dat SHELL-BP eind-1967 een bedrag van 62 miljoen gulden aan Lagos zou hebben  betaald. In ieder geval steeg de rekening van Nigeria in Londen in die dagen met eenzelfde bedrag.
VAZ NUNES Maar we hadden geen keus we moesten wel aan Lagos betalen, want dit is dan het stuk wat Biafra claimt als zijn gebied. En dat is dan alleen de zuidkust van Nigeria en hij heeft dus enkele tijd deze oliegebieden in handen gehad, maar dat heeft maar kort geduurd. En eigenlijk, daarna zijn ze altijd beperkt geweest tot het eigenlijke Ibo-land waar maar weinig olie in zit. Het meeste was dus in handen van Lagos en dat waren de mensen waarmee wij contact hadden en daar moesten we wel aan betalen.
WIBO VAN DE LINDE: Ja, nu claimde Biafra deze off-shore locations dus eh .. bronnen voor de kust eh.. Heeft bij de besluiten van SHELL-BP een rol gespeeld dat de federale regering over een kleine, maar toch marine beschikte?
VAZ NUNES Nou nee dat geloof ik niet  meneer Van de Linde. Het feit dat de Nigeriaanse regering een paar schepen  heeft bij ons geen enkele rol gespeeld. Bovendien dit gebied voor de kust levert wel enige olie, maar in het kader van het geheel van Nigeria is de opbrengst niet spectaculair, speelt het geen rol van betekenis.
VAN DE LINDE Is er overwogen de betaling op te schorten wardoor misschien het conflict sneller zou zijn opgelost?
VAZ NUNES Ik geloof niet dat het conflict bekort zou worden als wij niet betaald hadden aan Nigeria. Onze schattingen zijn deze dat de totale royaltie-betalingen die wij hebben gedaan aan Lagos niet meer bedragen dan ten hoogste één maand aan deviezen-behoeften van Nigeria. Maar als wij het ze niet betaald hadden dan had het op die 30 maanden dat deze ellendige oorlog nu al duurt, heel weinig of geen verschil gemaakt.
VAN DE LINDE Hoe belangrijk is de olie uit Nigeria?
VAZ NUNES Hij is voor ons wel belangrijk in die zin dat  het is weer een diversifikatie van je terreinen. Je hebt weer een andere bron van olie er bij. Het is verder goede olie in die zin dat hij weinig zwavel bevat en nu het Suezkanaal dicht is licht het dichter bij Europa dan het Midden-Oosten, maar vitaal is het niet.  Vanuit een algemeen Europees standpunt bezien kun je net zo goed draaien zonder die Nigeriaanse olie. Er is olie genoeg.
WIBO VAN DE LINDE Ja, maar de investeringen zijn natuurlijk hoog geweest?
VAZ NUNES Ja, voor ons is het belangrijk, wij zitten er in voor meer dan een half miljard gulden en zouden natuurlijk wel eens een keer willen terugkrijgen, maar zolang die oorlog voortduurt lukt ons dat natuurlijk niet. We hebben er elk belang bij dat die zo snel mogelijk wordt stopgezet, maar wij zijn ook machteloos in dit opzicht.
VAN DE LINDE De kijkers reageren met vele brieven waarin ze o.m. schrijven waarom doen de Ver. Naties niets maar ook waarom is een oliemaatschappij als SHELL-BP er niet uit gestapt. Wat zou er gebeurd zijn als u dat gedaan had?
VAN NUNES Ik geloof niet dat dit iets had uitgehaald want ten eerste zoals ik u zeg zou het weinig verschil hebben gemaakt in de financiële middelen van Lagos om die oorlog voort te zetten. Ten tweede het moment dat je dus je het contract verbreekt en zegt ik doe het niet meer dan inviteren ze een ander en ik ben er van overtuigd dat er zowel ten oosten als ten westen van het IJzeren Gordijn er genoeg olieproducenten te vinden zijn die er met graagte in zouden willen stappen.
CAS BRUGMAN Hier een overzicht van de ontwikkeling van de olie-produktie tot vandaag toe. U ziet dat de produktie door de oorlog sterk terugliep maar in de loop van dit jaar weer op gang kwam.  Vooral buiten de kust werden belangrijke nieuwe olievondsten gedaan - maar de boortorens in zee waren gemakkelijke prooi voor de Biafraanse luchtmacht.
ALAN HART Ojukwu who did not want to destroy the installations, because he knows that ths solution to this war is a British initiative for peace and Ojukwu reasoned, if we accept that Britain really has to take initiative, we don't want to be the ones who destroyed the oil-installations. Count Von Rosen had to talk and argue Ojukwu to persuade him, that if oil was the cause of British support for Nigeria, it is the oil that had to be attacked. And before he started attacking the oil-installations, Count Von Rosen went to the Foreign Office in London and said: I give you notice of my intentions, I am going to destroy systematicalIy your oil installations and a member of the Foreign Office Staff, a Senior Member, ended the conversation by saying to Count Vori Rosen: "You know Count, even famous people have been known to
disappear in Africa. I mean this was a nicely put, traditionally British threat.

   
       Graaf von Rosen (1909-1977)

VAN DRONGELEN De kwestie van de oliebelangen houdt ook de publieke opinie bezig. Vandaar onze vraag aan onze minister van Buitenl. Zaken Mr Josef Luns.
VAN DE LINDE Hoe staat het met de druk van de oliemaatschappijen op de Engelse regering?
MR  LUNS Voor zo ver ik kan nagaan heeft de Engelse regering geen begin van druk van de oliemaatschappijen gehad en de oliemaatschappijen daar zijn ook Nederlands-Engelse maatschappijen bij die heeft zich nooit bij de Nederlandse regering op welke wijze dan ook met dit conflict bemoeit.
ALAN HART The Oillobby is probably the most powerful thing that is effecting. the British gouvernment thinking. Now they know,at this moment that the oil and installations are threatened , but I would guess they are standing back to await the forthcoming Federal offensive which will probably be launched in two or three weeks . It's the seventh of eighth attempt incidently of the final offensive,  but I think everybody is sitting back, and saying O.K. Well let's just see, if this once the Feds can achieve a military break.through. Now  they won't I don't think.  It is possible they may overrun all the main roads. But that will prove nothing, because they would still have to garrison a very hostile Biafra, behind the lines. And that will break the Federation. But supposing the situation is that the oil-lobby is sitting back saying:"We'll give the Feds one more chance. I think, when it is seen this offensive has failed the oillobby will then be the first to rush along to Downingstreet 10 and knock on the door saying:"Hey Wilson, we backed a loser here. The Feds are not able to protect our oilinterest. We must do a deal".
DR. MIDDELKOOP. Misschien gaan de oliebelangen nou ·inzien dat wat zij gedaan hebben een gok op het verkeerde paard is geweest. En dan zal het eigenbelang ze dicteren. Ik vind het alleen jammer en triest dat ontdekt is dat er al 2 miljoen mensen dood zijn.
RIA BREMER We hebben ook onderzocht, hoe het nu precies staat met het eindeloze gekrakeel over de voedselvluchten overdag. Het heeft nauwelijks enige zin om een opsomming te geven van alle mislukte contacten hierover. Vaststaat dat Biafra met dagvluchten volgens het Rode-Kruis-plan nooit voldoende voedsel zou hebben bijeen gekregen.
ALAN HART Mr Wilson claims  that if Ojukwu would accept daylight relief-flights that the starvation would be ended within few weeks.  This is not a misinterpretation. This is a lie. The facts of the proposals for daylight relief-flights are quite simple. They are that I.C.R.C. proposals should operated between nine and five which allows eight flights into Biafra because the agreement provided the planes would take of at an interval of one hour. In fact, logistically it worked out that seven planes could fly each day. Now each plane carries pay-load of ten tons so that 70 of 80 tons maximum is available under the proposals as they now exist for day-light relief into Biafra. And a simple fact is that before June the 5th when the Red cross plane was shot down when the ICRC was flying into Biafra by  night, they were getting into 200 tons. So by daylight the Biafrans would be getting 120 tons less than they wers getting by night. It is a simple as that.
VAN DRONGELEN You say "It is as simple as that". Does that imply that there is no other way to solve this problem. There are no other agreements possible on daylight relief-flights.
ALAN HART WeIl this is specificly the I.C.R.C. proposals. But quite honestly - Britain for example has 65 transportplanes - sitting at their bases in Britain doing absolutely nothing if these could be utilised to fly into Biafra they need not land on the air-strip, they could drop by day-light.·If they flew  round the clock for a period of three of four weeks. The word of the starvation could he arrested there is absolutely no doubt about that. But this requires Britain taking a political initiative. To take that initiative Britain would in fact besaying to Ojukwu and to Gowon: " Look, enough is enough. we are going to sort this out". So it is not a simple problem, does Britain want to take an initiative?
CHESHIRE And I eannot believe that the combined diplomatic skill of the whole world is not capable of getting over that obstacle. We must, but I think that only if the people of the world demand it and will not be satisfied until the Governments have solve
it. Governments won't move. It is not enough to sit down and say: "Mr. X is responsable, Ojukwu is responsible. We simply got to get over that obstacle. If this particular schema is not right there must be another way around it. And think the people must demand it.
DR.MIDDELKOOP De geschiedenis over de onderhandelingen van over de onderhandelingen van dagvluchten is ...·ze zeggen ja, ze mogen van... Lagos afvliegen, maar als je het kritisch bekijkt was dat misschien vijf, zes vliegtuigen per dag. En dat is natuurlijk een aanfluiting, als je dan iets organiseert voor werkelijke hulpverlening, dan moet niet de mogelijkheid beperkt zijn tot vijf, zes vliegtuigen per dag, maar dan moet het helemaal en volledig, dat er minstens vijftien vliegtuigen of tien vliegtuigen twee vluchten per dag kunnen maken. Dan zou er misschien in de buurt van de drie honderd ton komen.
VAN EMDEN Een impasse dus, die alleen kan worden doorbroker door een overeenkomst met beide partijen, die een humanitaire organisatie als het Rode Kruis niet kan opleggen. Ook al omdat er voor burgeroorlogen op dit punt geen dwingende rechtsregels bestaan. Er is hier dus sprake van een lacune en dientengevolge, inderdaad van een schuldvraag.
VAN DRONGELEN Maar waar ligt nu die schuld?
VAN EMDEN Nou, ik dacht in geen geval bij het Rode Kruis dat binnen de bestaande mogelijkheden alles heeft gedaan en nog steeds doet om de partijen bij elkaar te brengen. Als men wil spreken van een schuld kan men die niet geïsoleerd zien. Men kan hier slechts  een onmacht constateren om partijen te dwingen gezamenlijk een overeenkomst te accepteren, zelfs als het om humanitaire kwesties gaat. Eh, politieke onmacht, dacht ik, in eerste instantie, geen humanitaire onmacht. Laten we dit maar samenvatten door te constateren, dat ook op dit moment - tienduizenden op de rand van leven en dood staan als gevolg van een ernstig tekort
in onze samenleving.
CHESHIRE I  personaly think it's a pity that negotiation were left to the Red Cross. This is a matter of such importance of of such delicacy. It should have been given to somebody or to a Government that is skilIed in diplomacy. It is a very high skilled art. Red Cross have there virtues and there great abilities that other people haven't got but it is not negotiating.
VAN DE LINDE Momenteel sterven duizend Biafranen per dag. Als er niet gauw een politieke oplossing komt dan hoeft het niet meer.
MIN. LUNS  Dat is een vraag, die ik op het ogenblik niet kan beantwoorden. Ik heb toch wel hoop dat als de situatie zo ernstig wordt dat de burgerbevolking in Biafra op het punt staat om te verdwijnen om het nu eens heel kras te zeggen, dat daardoor dan een oplossing komt op het politieke vlak die een ravitaillering mogelijk maakt.

       

Voor deze kinderen in Biafra kwam de hulp te laat

VAN DE LINDE Dan vragen kijkers, betekent dat dan dat deze mensen geofferd worden. Want als niemand er niets aan doet dan hoeft het niet meer... ..
MIN
. LUNS. Ja niemand er iets aan doet, men doet er alles aan. Maar als u zegt deze geofferd worden dan moet u ingaan in de achtergronden en de weigeringen van de autoriteiten van Biafra. om voorstellen bijvoorbeeld van Nederlandse zijde onder internationale garanties Nederlandse vliegtuigen dus Friendships in te zetten om voedsel te vervoeren omdat de dagen nog eh eh, nu u het toch heeft over de Nederlandse activiteiten op welke dag was het op 18 november hebben wij nog een bespreking in Génève gehouden en bijeengeroepen van een groep die op Nederlands initiatief is gevormd en waarbij de hele situatie nog eens is geanalyseerd. De voorzitter van het Rode Kruis heeft toen een uiteenzetting gegeven, van al de pogingen die zijn gedaan en o.m. over het nog hangende plan om vliegtuigen gecontroleerd b.v. door Nederlandse equipes op vliegvelden in Nigeria,  wanneer ze daar zouden landen, dat het zeker zou zijn, dat er geen wapens zouden worden vervoerd, door te vliegen naar Biafra en andere plannen ook. En wij hopen dat er alsnog iets van komt.
DR. MIDDELKOOP Als ik het dus heel cru mag zeggen, dan heb ik het idee dat de regering wel mee wil helpen aan voedselvoorzieningen, maar zodra ze om het nu maar eens op z'n Hollands te zeggen de kans lopen om hun vingers te branden zijn ze niet thuis.
MIN. LUNS. Ik begrijp die uitdrukking niet van de Heer Middelkoop. Ik begrijp het helemaal niet want wij hebben alles gedaan wat van ons verwacht kan worden en nog meer. Er is geen sprake geweest dat Nederland ooit om handelsbelangen iets heeft nagelaten of iets heeft gedaan dat beter nagelaten had kunnen worden integendeel. Het heeft geen... ik zal maar zeggen bang om de vingers te branden dat moet men concretiseren men moet zeggen dit plan of deze daad heeft de Nederlandse regering niet gedaan omdat deze belangen er door geschaad zouden kunnen worden. Welnu, daar is geen begin van sprake van.
VAN DE LINDE Als mijn gegevens kloppen dan is er op dit ogenblik een investeringsbedrag van 2 miljard gulden in Nigeria. Is dat aanzienlijk of is dat te verwaarlozen?
MIN. LUNS Het is een eh, het is eh, het is een eh heel aanzienlijk bedrag, maar het zou ook aanzienlijk zijn als Nigeria Biafra was of wanneer er twee onafhankelijke staten waren, dat speelt geen rol voor Nederland. Als morgen Biafra Volkenrechtelijk zou erkent worden als gevolg van een overwinning dan houd ik mij ervan overtuigd dat de handelsbelangen niet geschaad zouden worden.
RIA BREMER Intussen hebben de recente filmreportages uit Biafra veel los gemaakt. U kent al de beelden van de protestmars van 9.000 scholieren in den Haag, die premier De Jong EEN MILJOEN handtekeningen brachten. Op vele scholen zijn initiatieven ontplooid om geld binnen te krijgen. Opvallend is, dat vooral de jeugd bijzonder actief is. De Nigeriaanse ambassade ziet een en ander als een zeer negatieve reactie.

 

Minister-president Piet de Jong voert een IBO met een banaan waarop staat 3 miljoen (Midden Afrika). Zeldzaam. Bijna uitgestorven

DURLONG I notice an inexplicable rush the recent weeks right here in Holland, to revive pro-Biafra sentiments in the radiopress by demonstration by your present tv-series itself. Gestures that could only give the rebels, quite a false sense of confidence and the determination to fight. Gestures once again at a time when a glimmer of hope appears on the horizon, that on the rebels present confuse state might emerge sanity that could bring the country nearer peace.
VAN DE LINDE Belangrijk ook is een nader inzicht in de figuur van de Biafraanse leider Ojukwu die vaak dictatoriale neigingen en fanatisme is verweten.
ALAN HART Biafra right now, in its present state of disaster, is probably the most democratic country in the world. Ojukwu symbolizes Biafra, he represent Biafra he's a mouthpiece. But if Ojukwu wanted to stop this war tomorrow, thc fact is in my estimation he could not and if Ojukwu was assasinated·somebody else would take over. Ojukwu is not a dictator. He represents his people. .
VAN DE LINDE Gelooft u dat Meneer Ojukwu een fanaat is of staat de bevolking achter hem.
MIN. LUNS Ik ken Meneer Ojukwu niet. Ja ik heb, sommige in Engeland en over het algemeen vindt men zeer fanatiek en dat vindt
men ook in Rusland. Hij is in ieder geval een heel krachtige figuur
VAN DRONGELEN It has been said that General Ojukwu does not want to solve the starvation problem that he is exploiting the present situation. What is your opinion?
CHESHIRE How could he. It doesn't stand a moment investigation. If you consider that the hard of the whole struggle for him is security, what would Britain do in the war? We were losing people in the bombing-raids. Does that mean that Cburchill was sacrificing the civilians of Britain in the interest of his own cause? I don' t say  that either side is wrong or right in everything they each have go their wrongs and they each have got their·rights. And I just can't see that a sensible man can have used that argument.
VAN DRONGELEN De vraag rijst: waarom doen de Ver. Naties niets. Wel simpelweg, omdat voor het conflict Biafra-Nigeria politiek niet voldoende steun te verkrijgen is om het een plaats
op de agenda te bezorgen, zodat de Algemene Vergadering of de Veiligheidsraad erover zouden kunnen debatteren. De meerderheid vindt het een zaak voor de Organisatie voor Afrikaanse eenheid, de OAE. In New York sprak onze correspondent Klaasjan Hindriks met Assemblee voorzitster Angie Brooks.

         
Angie Brooks  (1928-2007) Assemblee voorzitster

ANGIE BROOKS Now some contended that while the OAE is trying, nothing concrete has come off. And there is involved the humantarian side. There is need for food, medicine and  rest of it and this is the part where they feel that the United Nations should come in assist and having the  parties agree on an arangement to eliviate the sufferirigs of these innocent victims. And I believe I think I share that view.
RIA BREMER Binnen het kader van de Ver. Naties gebeurt er dus momenteel niets. Veel politici vragen zich nu al af: Wat doen de VN straks: op het moment dat er zonder hun toedoen toch een wapenstilstand wordt bereikt.
ALAN HART The war is about security not souvereignty. The Ibo's want most off all, the Biafrans, a guarantee that they will not be slaughtered. So even if there is peace on a confederale basis and the Biafrans maintain their armies and look after themselves and the rest of the federation have their separate armies for a long time, maybe years to restore mutual confidance, there will have to be an international presence. I think there is no doubt about this. Along the Niger borderlines.. Who can fulfill this role: the United Nations is taylor-made for this. If it wants to get involved it should do, this is the perfect organisation. It could be an OAE, it could be a Commonwealth force, including ,some British some Australians, some New Zealand troups, but I think once peace has been negotiated, there has to be the presence of an International peace-keeping force. If it does nothing more than to restore confidance.
CHESHIRE My suggestion is that Britain should put in ths area a carrierforce with air-craft with the agreement of both sides. It will guarantee with it physical presence, that the flights will not be put to military advantage. I think that the conscience in Britain is being greatly stirred at the moment and starting this week there is a major campaign throughout the whole country. It will become known next week to raise money to get all the food that is needed. Into Biafra and into Nigeria. To both sides by X-mas. It appeals not directly to one side or the other but to both. Which acknowledges the sincerety of both sides. I believe implicity we must acknowledge both sides have a case, and that men quarrel, they say many things, they don't mean. We should ignore those. And I hope that Britain will make true that statement the Prime-Minister, that no country has done more to help starvation, we have not. We have done very little. But please God, we will do something. .

Door de politieke onmacht en onwil van de regeringen lijkt het erop, dat alleen een mobilisering van de publieke opinie, ook in West-Europa en de rest van de wereld, de politici kan dwingen te kiezen tussen politieke en economische belangen, en de dood van nog eens 2 miljoen Biafranen. In die tussentijd moet de aanvoer van voedsel en medicijnen naar de slachtoffers worden uitgebreid, drastisch en snel.

Einde transcript TV uitzending van de AVRO in november 1969

In deze  TV uizendingen heeft de AVRO gebruik gemaakt van gegevens over de oliewinning in Nigeria, die Pedro van Meurs en ik hadden verzameld. Dit blijkt duidelijk uit onze Geopol bulletins, die in de maand december verschenen. Dit is ook de reden dat we een deel van onze publicaties integraal hebben afgedrukt in dit dagboek. Het diende als basis voor de discussies die met de SHELL zijn gevoerd en waarover zoals later blijkt de SHELL nu niet bepaald ingenomen was, dat we deze gegevens naar buiten hebben gebracht.

Door de oorlog is het gebied dat de republiek Biafra omvat steeds kleiner geworden. Geheel ingesloten, ziet de toestand er midden 1969 zeer slecht uit.

Mijn overpeinzing over welke kant de westerse wereld en in het bijzonder de oliemaatschappijen zullen kiezen, die van Gowon of Ojuwku in de Biafra oorlog?
Aan het begin van Biafra oorlog kozen de Oliemaatschappijen de zijde van de federale troepen onder leiding van generaal Gowon. Toen luitenantkolonel Ojuwku, na een geslaagd offensief een groot deel van olievelden van de Shell in handen kreeg, heeft de Shell een symbolische betaling van 250.000 Engelse ponden pond aan Ojuwku toegezegd. Dit is nooit betaald omdat de Britse Minister van Financiën het verzoek van Shell-BP om toestemming te krijgen op de rekening van Biafra in Zwitserland van de hand wees. Ook de Engelse regering ondersteunde deze betaling. Gowon heeft de oliehaven met grotendeels in Nederland gebouwde schepen te blokkeren, zodat geen olie meer aan Europa kon worden geleverd. Dit was een grote klap voor Engeland zodat hun eerste doel was om deze blokkade op te heffen. Een belangrijke troef kreeg Engeland in handen, toen Gowon om meer wapens vroeg. De Engelse minister van Staat George Thomas werd naar Lagos gestuurd met de boodschap, dat als Gowon Engeland olie wil levert hij zijn luchtdoelgeschut wapens zou krijgen. Ojuwku wist in augustus 1967 de belangrijke plaats Benin te veroveren. De Engelse regering begon weer te twijfelen en kwamen met vijf scenario's op de proppen. Opties A en B waren het voortzetten of vermeerderen van de wapenleveranties aan Gowon. Optie C was het stopzetten van alle wapen leveranties. Optie D was het bevorderen van vredesinitiatieven en optie E een combinatie van D en E. Sir David Hunt, ambassadeur in Lagos, is naar Engeland gevlogen om de regering ervan te overtuigen, dat ze voor A en B moesten kiezen, dus leveranties van wapens aan Gowon. Inmiddels is het tij in de oorlog gekeerd en kwam Gowon weer aan de winnende hand. In november 1967 schreef Thomas aan Wilson om de wapenleveranties aan Gowon op te voeren. "It seems to me that British interests would now be served by a quick Federal victory." Eind 1967 heeft Shell-BP de zijde van Lagos gekozen door een bedrag van 17 miljoen dollar over te maken op de Centrale Bank van Nigeria. De oorlog ging nog 2 jaar door met de hongersdood van miljoenen kinderen. Hoeveel waren er nu nog in leven als optie E was aangenomen in augustus 1967? Ook de Russen zagen hun kans om hun invloed in West Afrika te vergroten en stuurde wapens naar de federale troepen van Gowon. Echter koos Frankrijk de zijde van Ojuwku. Ze hoopten dat Nigeria uiteen zou vallen in verschillende staatjes. Ze zagen een krachtig Nigeria als een bedreiging voor de francofone staten in West Afrika. Uit geheime rapporten is later gebleken dat Frankrijk via de kust en Gabon wapens aan Ojuwku heeft geleverd. De staat Biafra werd door de volgende Afrikaanse landen erkend: Tanzania, Zambia, Gabon, Ivoorkust. Sympathiek tegenover Biafra waren Zuid Afrika, Rhodesia en Portugal.

Uitgeverij GEOPOL gaat van start. Eind November 1969 ben ik begonnen met een eigen uitgeverij GEOPOL genoemd. Het EGOproject dat ik gestart ben op maandag 28 april 1969  betekende Experimenteel Geologisch Onderwijs . De geopolitiek speelde hierbij een grote rol, vandaar dat ik GEOPOL als naam heb bedacht voor mijn uitgeverij. Ik heb daarbij de medewerking gekregen van mijn vrouw die vele teksten heeft getikt en gecorrigeerd. Op mijn zolder heb ik met een stencilapparaat de uitgave van vele bulletins en geschriften  verzorgd. De kosten van druk en verzending heb ik voor eigen rekening genomen. Trouwens het gehele EGOproject heeft, vanaf 1999 tot op de huidige dag, heeft zijn weg gevonden op het internet www.egoproject.nl

12 December 1969.
  De eerste uitgave van het GEOPOL BULLETIN gaat over de oorlog in Nigeria . Ik heb daarbij de medewerking gekregen van Pedro van Meurs, die trouwens het tweede nummer van het GEOPOL Bulletin geheel voor zijn rekening heeft genomen.

OLIE UIT NIGERIA VAN VITAAL BELANG VOOR WEST EUROPA
Om het vitale belang aan te tonen van de Nigeriaanse olie voor de West Euorpese economie, worden in dit artikel basis feiten beschreven, die zijn ontleend uit een aantal vaktijdschriften voor olie geologen. De olie-invoer in West Europa bedroeg in 1968 ruim 480 miljard liter. Hiervan kwam 53% uit het Midden Oosten, 36%  uit Lybië, Algerije en Nigeria en de rest voornamelijk uit Rusland en Venezuela. Vooral voor Groot Brittannië speelt de Nigeriaanse olie een niet te onderschatten rol. Nigeria leverde in het begin van 1967 10% van de Britse olie. Met de toenemende politieke instabiliteit van het Midden Oosten moet worden gezocht naar een diversifikatie van de olie gebieden. Ook door de EEG wordt een dergelijke politiek gevolgd, hetgeen mooi blijkt uit het feit dat Europese Gemeenschappen het er in 1964 reeds over eens waren dat het hoofdthema van de olie- politiek moest zijn : "een gemeenschappelijk beleid dat een zeer gedifferentieerde bevoorrading tegen zo laag en zo stabiel mogelijke prijzen waarborgt".  Vergeleken met het Midden Oosten zijn de transportkosten voor de Nigeriaanse olie relatief laag te noemen. Door de sluiting van het Suez kanaal wordt momenteel een deel van de olie vanuit het Midden-Oosten rond Zuid Afrika met mammoettankers vervoerd en nemen de transportkosten ten gevolge van deze lange aanvoer route naar West Europa 30% van de prijs voor hun rekening. Behalve de gunstige ligging van Nigeria t.o.v. Europa is de kwaliteit en de kwantiteit ( vooral van de aangetoonde reserves) zeer goed te noemen. Men, verwacht zelfs dat Nigeria het derde olieland ter wereld zal worden. De Nigeriaanse olie heeft vrijwel geen zwavel i.t.t. de olie vanuit het Midden Oosten met een hoog zwavel gehalte. Men heeft behoefte aan "schone" olie (weinig zwavel) die weinig "smerige"afvalstoffen opleveren . Dit geeft weer een goede onderhandelingspositie bij het zoeken naar de vestiging van raffinaderijen in dicht bewoonde gebieden (Progil,Arnstercjam). De olie is behalve "schoon"ook "licht". Men zegt wel dat men de olie nauwelijks behoeft te kraken en zo in een diesel motor kan verbranden. Nigeria heeft verder het grote voordeel, dat bij het zoeken naar nieuwe oliebronnen de kans op een succesvolle boring ruim 50% bedraagt, d.w.z op de 2 boringen 1 raak. Een zeer gunstig aspect, als men bedenkt dat een verhouding van negen op 1 normaal genoemd mag worden. De productiviteit van de producerende putten is zeer hoog (op de zesde plaats van de wereld ranglijst). Tot eind 1967 zijn ongeveer 300 putten in productie gebracht met een opbrengst van ruim 240.000 liter per dag per put. In de Verenigde staten zijn putten met een dagopbrengst van 4800 liter al winstgevend. De aangetoonde reserves schijnen bijzonder hoog te zijn. Het is niet voor niets dat nog begin 1969 SHELL-BP een nieuwe investering heeft gedaan van maar liefst 450 miljoen gulden en daarmede het totaal investeringsbedrag te brengen op rond 1 miljard gulden .

Oliebronnen Nigeria en de gebieden van de diverse oliemaatschappijen (Geopol bulletin 12 december 1969)

Dat de verwachtingen hoog gespannen waren in het begin van dit jaar blijkt uit de prognoses voor eind 1969 van 128 miljoen liter (ver boven het voor oorlogse peil) en voor midden 1970 reeds 160 miljoen liter per dag. Onbevestigde berichten spraken zelfs voor 1972 van een productie van 400 miljoen liter en voor 1975 800 miljoen liter per dag. Dat is net zo veel als 12% van de huidige wereld productie. Veelbetekend is de verklaring van de Minister van Financiën van de federale regering te Lagos dat de exportwaarde in het jaar 1978 uit de olie industrie voor Nigeria beraamd is op 3 miljard gulden  Dit is te meer zo hoog daar men goed moet realiseren dat de royalties voor elke liter olie de federale regering slechts 11/4 cent oplevert ( f  2,- per barrel). In eind 1966 was de netto opbrengst 300 miljoen gulden van 24 miljard liter olie. Normaal zijn de olie maatschappijen gewend om 2 cent per liter te betalen. De lage royalties zijn een niet te verwaarlozen voordeel voor de oliemaatschappijen. Uit de hier gepresenteerde feiten kan men aannemen dat de olie uit Nigeria van vitaal belang is voor onze westerse economie. Uit de grafiek - waarin de olieproduktie per dag in Nigeria is uitgezet tegen de tijd - ziet men twee scherpe dalingen in de opwaartse gerichte tendens.

Productie curve van de oliewinning in Nigeria . (Geopol bulletin 12 december 1969) 

De eerste daling is te verklaren door het uitbreken van de burgeroorlog in juni 1967. Generaal Ojukwu had kort tevoren Oost Nigeria uitgeroepen tot de onafhankelijke republiek BlAFRA. Hij had daarmede 5/6 van alle Nigeriaanse olie onder controle. De grootste belanghebbende SHELL-BP bood onder protest Ojukwu een symbolisch bedrag van 2,5 miljoen gulden. Dit bedrag is echter nooit betaald, aangezien de Britse Minister van Financiën, het verzoek van SHELL-BP om toestemming te krijgen het bovengenoemde bedrag op de rekening: van Biafra in Zwitserland over te maken, van de hand wees. Ojukwu kreeg echter geen gelegenheid om zijn troefkaart uit te spelen. Zijn tegenspeler Generaal Gowon, leider van het federale bewind in Lagos slaagde erin de oliehaven Port Harcourt met zijn kleine marine (met grotendeels in Nederland gebouwde schepen) te blokkeren. Eind 1967 hebben SHELL-BP echter de zijde van Lagos gekozen, door een bedrag van rond 62 miljoen gulden over te maken op de Centrale Bank in Nigeria. De oliemaatschappijen begonnen in 1968 de schade te herstellen en konden de produktie gedurende het jaar 1968 en vooral begin 1969 weer goed op gang krijgen (zie opgaande lijn in de grafiek). Begin 1969 kon het vooroorlogse peil weer worden bereikt. De Biafranen waren op een klein stukje grond terug gedrongen en vormden geen directe bedreiging voor de belangen van de oliemaatschappijen. Eind mei 1969 kwam er in de situatie een plotselinge verandering. De Zweedse Graaf Von Rosen had Ojukwu kunnen overtuigen van zijn operatie BlAFRA' s Baby, door met kleine vliegtuigen (minicons) de olie installaties en federale vliegvelden aan te vallen. Het effect is zo groot geweest dat de olie productie zeer snel is teruggelopen.

          

De vliegtuigen ingezet in de oorlog in Biafra door graaf von Rosen  Biafra's babies genoemd

Onofficiële berichten spreken zelfs van een vrijwel stil staan van de olieproduktie in Nigeria. Indien geen spoedig einde aan de oorlog zal komen zal de neergaande tendens van de kurve uit de grafiek zich verder kunnen voortzetten. Indien de oorlog vandaag zou stoppen is het productie verlies aan olie door de gewijzigde Biafraanse taktiek globaal te schatten op 80 miljard liter. Zoals uit de grafiek blijkt werd reeds een zelfde verlies geleden in de periode van Juni 1967 - begin -1969: totaal dus een verlies van 160 miljard liter ongeveer net zoveel als de wereldproductie gedurende een maand. Het betekent verder een derving van inkomsten voor Nigeria van 2 miljard gulden en een niet te schatten bedrag voor de oliemaatschappijen. De recente toegenomen belangstelling in regeringskringen van de westerse wereld wordt onder meer veroorzaakt door de ongerustheid over de bij zonder hachelijke situatie voor de olie industrieën dan door  louter humanitaire beweegredenen.
Hoe het ook moge zijn, het is noodzakelijk, dat iedereen die zich het lot van de miljoenen mensen in nood aantrekt probeert de regeringen en de oliemaatschappijen aan te tonen, dat zij bij machte zijn om redding te brengen. Zij  kunnen zich nu niet meer verschuilen door te beweren, dat er alles aan gedaan wordt en dat zij ook machteloos zijn. Verzuimt men in de komende weken de Biafraanse bevolking daadwerkelijk te hulp te komen dan zijn wij medeplichtig aan het uitroeien van mensen terwille van economische belangen.

Einde artikel in Geopol bulletin nummer 1

13 december 1969 Artikel Algemeen Handelsblad op voorpagina met als kop: Nigeria  wellicht ooit derde olieland ter wereld.
Ik ben er in geslaagd om het artikel van Geopol, in iets gewijzigde vorm, onder te brengen op de linker voorzijde van de voorpagina van Algemeen Handelsblad. Ik heb het gepubliceerd niet onder mijn naam maar van een medewerker. Het is vrij zeker dat niet ons Geopol artikel de woede heeft opgewekt van de president-directeur van de
N.V. Koninklijke Nederlandsche Petroleum Maatschappij de heer Ir L.E,J. Brouwer, maar het artikel in het Algemeen Handelsblad van 13 december 1969. Hij schreef mij een boze brief op 23 december 1969,  waarin hij alleen refereert naar ons Geopol bulletin, maar met geen woord rept over het artikel in het Algemeen Handelsblad*). Ik heb via via vernomen dat dit artikel in alle haast is overgeseind en vertaald naar het hoofdkantoor van de SHELL in Londen. Ik kan me niet indenken, dat ware het artikel niet in het Alg. Handelsblad was gepubliceerd, hij deze  brief aan mij niet geschreven zou hebben. Uit onze artikelen blijkt namelijk zonneklaar dat Nigeria veel te weinig geld beurt voor zijn olie en hoe de oliemaatschappijen de schuld dragen aan de genocide in Biafra. Ik heb aan de hoofdredacteur de heer H.J.A. Hofland  van het Alg. Handelsblad een tweede artikel aangeboden, maar dat zag hij niet zitten. Ik denk dat hij van de SHELL wel het een en ander te horen heeft gekregen.

*) 23 december brief van President- directeur Nederlandse Shell. Hier volgt de woedende brief van de President-directeur van de N.V. Koninklijke Nederlandsche Petroleum Maatschappij Ir L.E.J. Brouwer dd 23 december die ik van hem mocht ontvangen

Het begin van de brief van Ir L.E.J. Brouwer

Amice, Met stijgende verbazing las ik de Geopol documenten, en nu eindelijk de afzender zich meldt haast ik mij den heten naald te koelen. Ik had al met enige onrust Uw naam op 'een der documenten gelezen, en met dankbaarheid het verdwijnen uit het tweede geconstateerd..Maar ik neem aan dat Gij U toch niet zonder meer van deze literatuur distantieert en daarom schrijf ik maar. Wat mij vooral in deze paparassen treft is de naïviteit. Niet op het gebied der politiek conclusie, want op dat gebied is iedereen naïef, die niet zelf praktiserend is, en kan alleen maar spreken van méér of minder naiëf. Maar op het gebied van hantering van bronnen en van gegevens. Dat een pril ventje (als v.M waarschijnlijk is) zich in zijn bronnen verdrinkt pleit voor zijn dorst. Maar een man met zolang en hoogwaarde wetenschappelijke ervaring zooals gij zelf bent, een gerespecteerd lid van een respectabel gilde, zóó onervaren met cijfers en halve gegevens te zien omspringen, doet mij met smart denken aan de astronomen die de zon om de aarde lieten draaien, terwijl ze al middelen hadden om 't tegendeel te bewijzen. Zooals ik ieder maal aan Wanda Jablonski (dochter van een geoloog, eigenaresse van P.I.W.) zeg, wanneer ik haar zie: Haar blad Petrol. Int. Weekly is de duurste en meeste systematische misleiding die over de Intern Petr. Industrie gepubliceerd wordt. Het lezen is voor oningewijden zóó gevaarlijk dat het in ons bedrijf aan dezulken verboden wordt, op straffe publiekelijk incompetent te worden verklaard. En zelfs bij ware cijfers is rechtlijnigheid slechts bij uitzondering de betrekking die de variatie van 2 onderling afhankelijke variabelen beheerst. Dat zou een ervaren petroloog en tectonicus moeten weten, niet natuurlijk de man die over (sic) de oliepolitiek promoveert (over wat?). Iemand helpt zijn promotor, hoop ik, want zich zelf zal hij op deze manier nooit leren helpen. Ik hoop dat gij zelve zoowel als uw vrouw een goed Kerstfeest en een succesvol 1970 zult hebben. en dat wij elkaar over nuttige onderwerpen met nuttig gevolg zullen spreken in dat beste van alle jaren. Met veel groeten L.E.J. Brouwer

Ik was na het lezen van deze brief geïnteresseerd in de gemoedstoestand van de heer Brouwer vandaar dat ik een grafologe bereid heb gevonden voor een analyse van deze brief
Grafologische studie van de brief van Ir  L.E.J. Brouwer van 23/12/69 (Uitgevoerd door de grafologe mevrouw ter Haar-Craandijk)
Intelligent, recht op zijn doel af, dualistisch: naar binnen gekeerd, poëtisch, zoeken van geestelijke vrijheid, en gehaaste levens trant , makkelijk pratend, ongrijpbaar, goed aanvoelend, voelt wat anderen denken, kan goed luisteren, kan afstand nemen van de problematiek.
Zit tussen 2 stoelen in, van de ene bewustzijnsfase naar de andere, sterk geestelijk combinatie vermogen, logisch denken. Intuïtief aanvoelen, het zgn. Fingerspitzen gefühl, dominant. Door grote intuïtie pikt hij dadelijke de belangrijkste zaken eruit, doch gunt zich niet de tijde om deze geestelijk in zich zelf te verwerken, zodat hij zich steeds gehaast door het leven beweegt en overal diplomatiek doorheen laveert. Dit leidt tot een sterk onbewust leven, zeer slordig leven. Hierdoor is hij niet zeker van zich zelf, aan de ene kant wil hij vast houden aan zijn oude visie,  nieuwe stromingen en ideeën worden door hem dwangmatig getracht onder te brengen in zijn oude denkpatroon. Het niet-volledig slagen hierin kan hij diplomatiek wegstoppen en verbergen. Maar door het afwezig zijn van zijn bezinning en het slecht uitspelen van zijn grote troefkaart: intelligentie, rechtlijnig denken, kan hij niet voorkomen dat op sommige momenten het verschil tussen verstand en gevoel - zijn onbewuste strijd - te groot wordt en daardoor emotioneel losschiet. Een teleurgesteld en argwanend mens. Onbewust van het feit dat hij mensen pijn doet en zijn omgeving consumeert ( Zie afnemen van marge kantlijn), afname van respect voor de medemens omdat hij het gevoel heeft dat zijn zwakheden naar buiten komen, de spanning te groot wordt en als reactie daarop de mensen gaat intimideren en consumeren. Gezien ook de grote K van IK in tegenstelling tot de K van politiek. Meerderwaardigheid gekoppeld aan minderwaardigheidscomplex en ziet in sommige gevallen ergens tegen op.
Analyse brief in het bijzonder. In het begin boos maar beheerst en de bedoeling gehad om mij tot de orde te roepen. Halverwege echter toen hij het over het blad  Petr. Int. W. had is hij losgeschoten. Dit kan veroorzaakt zijn door zijn opgekropte woede omtrent publicaties met halve gegevens zoals die al jaren lang worden gepubliceerd en zijn onmacht om hier iets aan te doen of/en door de tragiek van Biafra en/of het teleurgesteld zijn in een vriend en/of het pedante gedrag van v. Meurs. In ieder geval is het duidelijk dat zijn emoties te groot werden en vuil is gaan spuiten. Het lijkt alsof zijn woede als hij het over van M. heeft, nog groter wordt. In de laatste alinea roept hij zich zelf weer tot de orde alhoewel de gemoedstoestand tijdens het begin van zijn brief veranderd is.

Noot: In het verleden heeft Brouwer altijd veel interesse mijn wetenschappelijke publicaties gelezen en mij daarvoor steeds schriftelijk bedankt *).Ook heeft hij mij uitgenodigd na de Maagdenhuis bezetting voor een etentje te zijnen huize met mijn vrouw, om te horen hoe ik over alles dacht.
*) 24 januari krijg ik een brief van Ir L. E.J. Brouwer "Mijn hartelijke dank voor de toezending van twee overdrukken, waarvan ik voorlopig nog alleen heb bekeken de Mobiliteit van de aardkorst. Ik merk wel, dat mijn terminologie verouderd is, maar ik kan met mijn gebrekkige woordenkennis nog net meekomen, en ik heb met veel plezier, zij het ook zonder veel critiek, gelezen. Veel succes op dit en ander gebied! Met de beste groeten ook aan Uw vrouw".(Het betreft hier mijn publicatie Mobility of the earth's crust: a comparison between the present and the past. Tectonophyiscs , 6, (3) p.177-206, 1968)

14 december 1969 Discussie met Shell in Den Haag. In het Gebouw van Amicitia in Den Haag heeft een discussie plaats gevonden  tussen Pedro van Meurs met de Heer Vas Nunes, directeur van Shell Nederland en zijn perschef de Heer Leo. Deze discussie viel bij de Shell niet in erg goede aarde, temeer dat grote delen van deze discussie door de KRO TV de volgende dag werden uitgezonden.

Links: Pedro van Meurs, de geologie student waarmee ik samen heb gewerkt om de belangen van de westerse oliemaatschappijen in de Biafra oorlog aan te tonen. Rechts de heer A.D. Vas Nunes directeur van de SHELL-NEDERLAND

22 december 1969. Debat Tweede Kamer over Biafra.  De 35ste vergadering van de Tweede Kamer der Staten Generaal ging over de nota betreffende activiteiten van de Nederlandse regering inzake de zaak-Biafra. Tijdens deze kamerdebatten kwam de relatie van de olie en Biafra maar heel pover uit de verf en de minister van Buitenlandse Zaken wist het zelfs te bestaan om de gegevens door de Shell aan hem verstrekt nog volkomen onjuist te gebruiken in antwoord op vragen van kamerleden, zonder dat deze laatsten dit merkten. Ik citeer uit de notulen van deze debatten de antwoorden van Minister Luns op vragen van kamerleden

Minister van Buitenlandse Zaken Josef Luns tijdens het debat over Biafra

Minister Luns: Door de geachte afgevaardigden de heren Dankert en Mommersteeg is gesproken over het belang van de Nigeriaanse olie-industrie, dat zou zijn gelegen in de voorziening van materialen vanuit Nederland en over de mogelijkheden ter zake om druk uit te oefenen. Ik wil in dit verband erop wijzen, dat Nederland op het gebied van onderdelen voor herstel c.q. instandhouding van olie-installaties weinig produceert en nog minder exporteert. Ik ontving, evenals een aantal kamerleden daarover van de zijde van de Shell enige gegevens. Wat uit Nederland werd ingevoerd was voornamelijk klein drijvend materieel, personeelsboten, boeien en sleepboten, materieel dat dus nauwelijks als speciaal voor de olie-industrie bestemd kan worden gekwalificeerd. Het is derhalve een misvatting dat Nederland vitale onderdelen voor de olie-industrie aan Nigeria zou leveren. Wat Nederland levert kan terstond overal elders worden besteld en verkregen. Shell-Nederland.

Einde citaat uit notulen kamer debat over Biafra 22 december 1969.

Commentaar op het debat over Biafra van 22 december in d e Tweede Kamer
Inderdaad heeft Luns de gegevens van de Shell ontvangen. Immers de Heer Vas Nunes heeft zoals we gezien hebben tijdens de discussie van 14 december 1969 het gehad over het samenstelling van  het materiaal dat Nederland geleverd zou hebben aan Nigeria. In zijn brief van 23 december worden deze materialen  nog expliciet genoemd. "De leveranties bestonden voornamelijk uit klein drijvend materieel, personeelsboten, sleepboten en een éénpuntsmeerboei in 1968".De vraag die ik me nu gesteld heb : "Is - volgens minister Luns -  éénpuntmeerboei geen vitaal onderdeel voor de olie-industrie van Nigeria geweest"?. Uit de volgende gegevens zal blijken dat een éénpuntmeerboei wel degelijk een zeer vitaal onderdeel is voor de olie-industrie in Nigeria. De minister Luns heeft de  Tweede Kamer verkeerd voorgelicht door klakkeloos de Shell gegevens over te nemen

In de New Scientist van 20 November 1969 staat het volgende over deze éénpuntmeerboei te lezen:
 "Large oil tankers of 100 000 tons and  more present a major handling problem. Not only do they need deepwater moorings and complex pipeline systems, they also need berthing structures that can withstand the bump as the - tanker berths and, of course, room tof manoeuvre. A 200000 ton tanker going at fuIl speed needs 2.5 miles stopping distance. J. M. Langeveld, head of the Civil Engineering Division, Bataafse Internationale Petroleum Maatchappij  N .V., described one type of terminal-the single mooring buoy-which would seem to solve some of the problems associated with water depth and collision hazards, but it is system needs longer and more complex pipelines. A big advantage of the single buoy - held in position by eight anchorlines- is that the pipelines and vessels moored to it can swing freely, to point as wind and current degree. As bigger tankers come into service the off-shore buoys seem more attractive. They can be situated so as to minimize dredging requirements and interruptions due to bad whether."

 

Een éénpuntsmeerboei bezig met het overbrengen van olie naar een supertanker ver voor de kust van Nigeria

Tijdens de debatten in de Tweede Kamer  over Biafra  bleek, dat de kamerleden alsmede onze minister van Buitenlandse Zaken waren benaderd door de Shell. De Heer Vas Nunes richtte een dag later, 23 december, een schrijven aan personeelsleden, waarin hij een antwoord gaf op de emotionele aanvallen. De uitzendingen  van de AVRO in november, de GEOPOL bulletins als de vele artikelen in de pers, de discussie van 14 december in den Haag zijn  de aanleiding geweest van de heer Vaz Nunes om een brief dd 23 december 1969 te schrijven aan alle medewerkers en gepensioneerden van de maatschappijen der Koninklijke/Shell Groep in Nederland *)

*) 23 december 1969 Brief van de Directeur van Shell- Nederland  aan alle medewerkers en gepensioneerden van de maatschappijen der Koninklijke/Shell Groep in Nederland
"De laatste tijd is de naam van Shell herhaaldelijk genoemd in publikaties in de pers en via radio- en t.v.-uitzendingen over het conflict in Nigeria. Daarbij zijn zeer emotionele aanvallen gedaan op het beleid van onze maatschappijen in deze kwestie en zelfs is er een beroep gedaan op ons personeel om door staken het terugtrekken van Shell uit Nigeria te bewerkstelligen in de hoop, op deze wijze een snelle beëindiging van het conflict te kunnen afdwingen. Daarom wil ik U graag een overzicht van de werkelijke omstandigheden geven, opdat U voor zichzelf een oordeel kunt vormen. Ik wil daarbij voorop stellen dat ook wij diep bewogen zijn door het menselijk leed dat deze stammenoorlog veroorzaakt en dat wij van harte willen meewerken aan alle reële pogingen aan deze tragedie een einde te maken. Wij zijn er evenwel van overtuigd dat de suggesties die tot dusverre van diverse goedwillende maar lang niet altijd deskundige zijden zijn gedaan, geen van alle tot het beoogde doel kunnen leiden. Daar is allereerst de bewering dat de oorlog in Nigeria verlengd wordt doordat Shell zijn werkzaamheden aldaar niet heeft gestaakt en op die manier de zaak van de Federale regering zou steunen. Shell-BP Nigeria (waarin Shell voor 50% deelneemt) is een particuliere onderneming die in een dergelijke zuiver politieke zaak niet tussenbeide kan en mag komen. Dit zou in strijd zijn met de fundamentele regel, dat het internationale particuliere bedrijfsleven, wil het zijn taak kunnen uitvoeren, zich geheel afzijdig van alle politieke conflicten dient te houden. Door op eigen gezag - en niet, bijvoorbeeld, op last van de Verenigde Naties - onze produktie stop te zetten, zouden wij nl. wel degelijk partij kiezen, en wel tegen Nigeria, hetgeen wij evenmin mogen doen. Dit zou tot gevolg hebben, dat wij alom in de wereld het vertrouwen zouden verliezen dat wij te allen tijde onze afspraken - met regeringen, bedrijven of particulieren - tot produceren of leveren nakomen, zonder ons onder politieke druk te laten zetten door wie ook of om welke redenen ook. Zou de gehele olie-industrie in Nigeria zich terugtrekken (waarbij men in aanmerking moet nemen dat alleen al de Gulf thans een derde van de produktie in het onbedreigde West-Nigeria voor zijn rekening neemt) dan betekent dit dat de Federale regering niet meer dan ongeveer 15% van haar totale deviezen inkomen zal moeten missen. Daarmee wordt de oorlog zeker niet gestopt - ten hoogste wordt de ellende van het overige deel der Nigeriaanse bevolking groter, want op de leveranties voor de burgerbevolking zal eerder worden bezuinigd dan op die voor de militairen. Verder wordt hier en daar druk uitgeoefend op toeleveringsbedrijven en transportondernemingen om leveranties voor de olie-industrie in Nigeria stop te zetten. Het Nederlandse aandeel van de materiaal-leveranties voor de aardolie-industrie in Nigeria is (wat betreft Shell) niet meer dan 8%. In totaal werd aan Shell-BP Nigeria tot nu toe in dit jaar voor fl. 84 miljoen geleverd . Het Nederlandse aandeel daarin bedroeg fl. 6,3 miljoen en had in hoofdzaak betrekking op een aantal kleine vaartuigen, als sleepboten en personeelsbootjes, wat chemicaliën en (in 1968) een éénpuntsmeerboei. Het belangrijkste materiaal,  zoals buizen voor pijpleidingen,boormateriaal en putafsluiters, wordt niet in Nederland vervaardigd. De andere in Nigeria werkende maatschappijen plegen nog minder in ons land te kopen. En de uit Nederland afkomstige goederen zijn zonder twijfel op korte termijn ook uit andere landen te betrekken. Wij hebben grote belangen In Nigeria  belangen die alleen tot hun recht kunnen komen wanneer er vrede in dat land komt. Een werkelijke vrede en niet een soort bezetting öf overheersing van één deel van de bevolking door het andere. Hoe groot wij ook in vele opzichten zijn, het is goed hier duidelijk te stellen dat in dit conflict - waaraan zelfs de Verenigde Naties en verschillende andere internationale organisaties geen eind hebben kunnen maken - ook wij machteloos zijn. Ik hoop dat ik U met deze brief duidelijk heb gemaakt, dat het onmogelijk voor ons is dit conflict te interveniëren en dat het hoogst onverstandig zou zijn om aan de verleiding dit toch te proberen, toe te geven"
Mr. A.D. Vas Nunes - Directeur

11 januari 1970 Extra uitgave Geopol.
Samenvatting van alle  gebeurtenissen van de de laatste tijd met betrekking op de oorlog in Biafra (Er komen wel veel herhalingen voor van al eerder in de hoofdstuk genoemde feiten en gebeurtenissen, maar het geeft wel een goed overzicht van de oorlog in Biafra)
12 December 1969 verscheen in Geopol Bulletin nr. l een artikel, dat het vitale belang aantoonde van de Nigeriaanse olie voor de West-Europese economie en er werd gesteld: ... dat iedereen die zich het lot van miljoenen mensen in nood aantrekt probeert de regeringen en de oliemaatschappijen aan te tonen, dat zij bij machte zijn om redding te brengen. Zij kunnen zich nu niet meer verschuilen door te beweren, dat er alles aan gedaan wordt en dat ook zij machteloos zijn. Verzuimt men in de komende weken de Biafraanse bevolking daadwerkelijk te hulp te komen dan zijn wij medeplichtig aan het uitroeien van mensen terwille van economische belangen. Vandaag, 11 Januari 1970, de dag dat Generaal Ojukwu Biafra verlaten heeft, wordt hier de beschuldiging van medeplichtigheid aan de massamoord in Biafra gericht tot de Nederlandse Regering en de oliemaatschappijen.
1.Beschuldiging aan het adres van de Nederlandse Regering en in het bijzonder aan de Minister van Buitenlandse Zaken, Mr. J.M.A.H. Luns.
Het debat van de Nota betreffende de activiteiten van de Nederlandse Regering inzake de humanitaire kant van de zaak-Biafra en haar opvattingen omtrent de politieke aspecten daarvan (10.466) in de 35ste vergadering van de Tweede Kamer van Maandag 22 December 1969, werd geopend door de Heer Dankert, die o.m. het volgende zei: "de derde lijn die Nederland naar mijn mening moet volgen om een staakt het vuren in Nigeria te bereiken is druk op de partijen in het conflict. Wij menen dat dit in de huidige situatie vooral druk op Lagos betekent. Mijnheer de Voorzitter: Wij zijn van oordeel dat daarbij economische pressiemiddelen, mits deze het tot stand komen van een wapenstilstand kunnen versnellen, geoorloofd zijn. In dit verband zouden wij graag het oordeel van de Minister vernemen over het door de geachte afgevaardigden de heren Westerterp en Wierenga buiten deze Kamer gesuggereerde embargo op onderdelen voor olie-installaties". Minister Luns heeft ondermeer het volgende geantwoord:"Herhaaldelijk wordt - dit is ook heden in deze hoge vergadering gebeurd - de indruk gewekt dat Nederland en uiteraard allerlei andere westerse landen door het voortzetten van handelsbetrekkingen met Nigeria de oorlog verlengen, aangezien Nigeria daardoor financieel in staat zou worden gesteld, de oorlogsinspanning te handhaven. In dit verband wordt dan in het bijzonder de olie-industrie genoemd en dan kijk ik uiteraard naar de geachte afgevaardigde de Heer Bakker, die, zoals hij vanmiddag heeft gezegd, zodra hij op de televisie iets over Biafra ziet reeds olie ruikt. Hij zou een mooie toekomst in de parfumindustrie tegemoet gaan. Deze olie-industrie wordt dan afgeschilderd als het plechtanker van Nigeria, dat als het maar even zou willen meewerken, terstond de ineenstorting van Nigeria, althans financieel? zou bewerkstelligen en zo de oplossing voor het gehele vraagstuk in de hand zou werken. Het is niet goed mogelijk vol te houden, dat deze of gene economische activiteit of transactie in het bijzonder tot partijdigheid in de strijd moet leiden. Uiteraard moet Nigeria? evenals Biafra? zijn wapenaankopen financieren, hetzij door contante betaling, dan wel door het aangaan van kredieten of door het doen van politieke beloften. Uiteraard zullen voor die contante betaling gelden benut kunnen worden, welke uit handelsrelaties met derde landen zijn voortgekomen. Het voortzetten van het normale handelsverkeer is echter juist de methode om een afzijdige houding in het geschil te nemen, aangezien afsnijding van de handelsbetrekkingen met Nigeria een duidelijke pro-Biafraanse daad zou kunnen worden beschouwd, aangezien dit neerkomt op economische sancties tegen Nigeria".
In hoeverre had het selectief embargo van Nederland voor Nigeria iets kunnen uithalen? Dit selectief embargo betreft een embargo op onderdelen voor olie-installaties. In hoeverre is de Tweede Kamer c.q. het Nederlandse volk misleid, zodat het embargo-voorstel van de heren Westerterp (KVP) en Wierenga (PvdA) van de tafel werd gepraat en een motie van de heren van der Spek, van der Lek en Gortzak, luidende: "verzoekt de regering de handelsbetrekkingen met Nigeria op te schorten, zolang de Nigeriaanse regering niet instemt met een onvoorwaardelijk staakt het vuren, weggestemd kon worden"?
a) Financiële positie van Nigeria in het algemeen: De financiële positie van Nigeria was in Juni 1969 slecht, zoals wordt bericht in de Standard Bank Review, November 1969. Hoe de toestand in de daarop volgende maand was wordt duidelijk, als er geschreven kan worden: "dat alle financiële reserves van Nigeria met hypotheek zijn belast". Dat een land zijn wapen-aankopen moet financieren is duidelijk. Maar dat handelsbetrekkingen dat mogelijk moeten maken, als het land zijn normale import niet eens financieel kan dekken, brengt het dat land in een afhankelijke positie. "The published figures of the foreign exchange reserves at the end of July at Nig. pound 53.4 mn show no material change but there has been a marked increase during the past three months in the time-lag before payments awaiting foreign exchange cover are made and it is evident that the reserves are fully mortgaged". (Uit de Standard Bank Review? December 1969).
b) Hoe belangrijk de olie-industrie als bron van inkomsten voor Nigeria is, kan worden aangetoond aan de hand van cijfers.
Uit deze cijfers blijkt het volgende: De olie-winning in het zuidelijk deel van Nigeria en Biafra had een gevoelige, zoniet afdoende klap gekregen door de  aanvallen van de vliegtuigjes van de Zweedse Graaf Von Rosen. Daarmee stond de oliewinning op zo'n laag pitje, dat de inkomsten hieruit een bedreiging gingen vormen voor het nationale inkomen van Nigeria. Tot dat ogenblik  in Mei 1969 waren die inkomsten geleidelijk gestegen. En wel in die mate, dat het overschot op de handelsbalans overeenkwam met het getal, dat door de olie werd opgebracht. In cijfers (Econ. Rev. Oct. 1969): in Mei 1969 bedroegen de inkomsten uit de olie in Nigeriaanse Ponden11.5 miljoen. Het overschot op de handelsbalans was op dat moment: in Nigeriaanse Ponden 10,6 miljoen. Ter vergelijking b.v. in de periode Januari-Maart 1968 (gemiddeld per maand): Inkomsten uit de olie-industrie: Nigeriaanse Ponden 1,2 miljoen en een overschot op de handelsbalans van Nigeriaanse Ponden 1.7 miljoen. Cijfers zijn slechts bekend tot Mei 1969. Feiten zijn, dat de inkomsten na deze datum aanmerkelijk terugliepen, door optreden van de Biafraanse luchtmacht.
c) Welke onderdelen kunnen vitaal worden geacht voor de olie-industrie?
Minister Luns beweert: (kort samengevat) dat Nederland voornamelijk klein drijvend materiaal naar Nigeria heeft uitgevoerd. Hij voegt daaraan toe: "materiaal, dat nauwelijks als speciaal voor de olie-industrie bestemd kan worden gekwalificeerd". De informatie voor dit antwoord aan de Kamer in de 35ste vergadering op 22 December 1969 inzake 'Nota betreffende activiteiten van de Ned. regering inzake zaak-Biafra haalde de minister uit een schrijven van de SHELL, die overeenkomt met de soortgelijke brief van SHELL Nederland n.v. - Rotterdam, d.d. 23 December 1969, ondertekend door de directeur mr. A.D. Vas Nunes, verzonden aan alle medewerkers en gepensioneerden van de maatschappijen der Koninklijke/SHELL groep in Nederland. Uit deze vergelijking blijkt, dat SHELL Nederland schrijft:... en (in 1968) een éénpuntsmeerboei, terwijl minister Luns spreekt over: ... boeien en ... Er is - aangenomen dat de gegevens van SHELL juist zijn - sprake van "een éénpuntsmeerboei". Om aan te tonen, dat het hier wel degelijk om een vitaal onderdeel van de olie-industrie gaat, het volgende. De olie-industrie heeft - in 't bijzonder om olievoorraden onder water te kunnen exploreren - een apparaat ontwikkeld, dat in het water drijft en is veel minder afhankelijk van getijdenstromingen, klimaatsstoringen als storm, e.d. (New Scientist, November 1969). Het apparaat is dáárom goedkoop, omdat de afmeerproblemen en alles wat daarbij komt kijken van een supertanker vele malen duurder zijn. Het is niet noodzakelijk het apparaat uitsluitend te gebruiken voor het exploreren van olievelden onder water. Het enige kostbare van dit apparaat zijn de aansluitende pijpleidingen. Het apparaat wordt genoemd: "single mooring buoy", t.w. de éénpuntsmeerboei. Als SHELL Nederland in zijn brief schrijft: "Het belangrijkste materiaal, zoals buizen voor pijpleidingen, boormateriaal en putafsluiters, wordt niet in Nederland vervaardigd" betekent dit niet direct een kleinering van het belang van de éénpuntsmeerboei. Integendeel,men mag aannemen, dat minister Luns bij het lezen van het woord éénpuntsmeerboei gedacht heeft aan boeien-zonder-meer, drijvende aanlegsteigers-zonder meer. Minister Luns beweert: (letterlijk) "Het is derhalve een misvatting, dat Nederland vitale onderdelen voor de olie-industrie aan Nigeria zou leveren". In het betoog van de heer Den Uyl van de P.v.d.A. (handelingen van de Tweede Kamer) komt de volgende passage voor: ... Als men echter let op de bepalingen over het leveren van strategisch materiaal zijn onze mogelijkheden naar mijn mening bepaald groter dan de Regering het voorstelt. Als wij willen, kan het. Het is bijvoorbeeld bekend, dat op het ogenblik bij een Nederlandse scheepswerf een grote drijvende installatie in aanbouw is voor de afvoer van olie ten behoeve van een van de grote oliemaatschappijen die in Nigeria werken. Wij hebben hiermede een voorbeeld in handen van druk die geoefend zou kunnen worden, als wij het wilden en als wij bereid zouden zijn de consequenties te dragen ... Het gaat hier om het feit dat Mobil Tanker Ltd. Bermuda aan de Rijn Schelde groep in Rotterdam een opdracht heeft gegeven tot het bouwen van een olievoorraadopslagvaartuig van 500.000 Amerikaanse barrels. Het schip kan vermoedelijk medio 1970 worden geleverd. In hoeverre een olievoorraadopslagvaartuig van vitaal belang is voor de olie-industrie zal zelfs de meest argeloze lezer wel duidelijk zijn en in hoeverre een dergelijk vaartuig " zonder twijfel op korte termijn ook uit andere landen" (zie brief Vas Nunes) is te betrekken of (in de versie van minister Luns): "terstond overal elders kan worden besteld en verkregen" staat te bezien.
d) Welk aandeel heeft Nederland in de olie-industrie van Nigeria gehad?
Dit was de vraag van de heer Dankert? e.a.: "Kan de minister ons nadere cijfers verstrekken over de omvang en richting van de Nigeriaanse uitvoer van olieprodukten ... en over de Nederlandse uitvoer naar Nigeria... ?"  Minister Luns antwoordde aldus: "De olie-industrie in Nigeria heeft in 1968 voor in totaal 97,3 miljoen gulden ingevoerd, waarvan 14 miljoen gulden uit Nederland. De overige ruim 83 miljoen gulden kwamen uit andere landen in Europa, uit Noord-Amerika en Japan. Voor 1969 is het bedrag tot dusver 84 miljoen gulden, waarvan door Nederland geleverd 6.7 miljoen gulden, dus nog minder dan in het jaar daarvoor".  Bovengenoemde cijfers komen van SHELL Nederland. Als hier wordt gesproken over "de olie-industrie" kan daarmee uitsluitend de SHELL-BP Nigeria bedoeld worden. Invoer in Nigeria in 1968: totaal 97,3 miljoen gulden w.v. Nederland 14 miljoen gulden.
In 1969 (t/m 22/12) totaal 84 miljoen gulden w.v.Nederland 6,7 miljoen gulden. Ter vergelijking het volgende:Totaal was de invoer van Nigeria uit Nederland in 1968 (t/m Juli) : 28 miljoen gulden, (t/m Dec.): 59.2 miljoen gulden 1969 (t/m Juli) : 64 miljoen gulden, (t/m Dec.): onbekend! Maar zoals  "Afrika", het maandblad van het Afrika Instituut van November 1969 schrijft (op pagina 283): "Van Nigeria namen wij niet minder dan f 89 miljoen aardolie af en voor f 32 miljoen aan cacao (hogere prijzen!), DE UITVOER NAAR NIGERIA STEEG MET RUIM 100%9 VAN f 28 MILJOEN TOT f 64 MILJOEN, VOORNAMELIJK BESTAANDE UIT UITRUSTING VOOR DE OLIEWINNING, MELKPRODUKTEN EN ANDERE LEVENSMIDDELEN
Wie deze cijfercombinatie toepast op de gegevens van minister Luns, zal tot de conclusie komen, dat zijn aantal van 6,7 miljoen gulden een schromelijke onderschatting is van de werkelijkheid, zeker met de slotzin: "dus nog minder dan in het jaar daarvoor'!. Integendeel, men kan zich afvragen of de uitvoer van produkten voor de olie-industrie niet MEER DAN VERDUBBELD is in het vorige jaar. Samenvattend: de invoer van Nigeria uit Nederland in 1969 bedroeg: (t/m Juli) 64 miljoen gulden en dit betekende een stijging van 100% in vergelijking met dezelfde periode in 1968, dan kunnen we aannemen, dat het 'onbekende getal  over 1969 totaal ongeveer ruim 100 miljoen gulden moet hebben bedragen, rekening houdende met een afname door de oorlogstoestand. Het zal iedereen duidelijk zijn, dat ook de materialen, die op de olie-industrie betrekking hebben, daarvan een evenredig deel uitmaken. Dus de levering door Nederland is niet NOG MINDER dan in het jaar daarvoor, maar NOG VEEL MEER. Men kan zich afvragen of de Nederlandse Regering en in het bijzonder de Minister van Buitenlandse Zaken, Mr. Luns hier de leden van de Tweede Kamer, c.q. het Nederlandse volk misleid heeft door de wijze waarop hij de belangwekkende vragen tijdens het debat heeft beantwoord en of dat komt omdat hij onvoldoende was geïnformeerd óf dat de minister te oppervlakkig van de materie heeft kennis genomen. Er kan toch gesteld worden, dat met het debat over onderrneer een eventueel selectief embargo op leveranties aan Nigeria de levens van ontelbare Biafranen gemoeid waren. Is de Nederlandse Minister van Buitenlandse Zaken tekort geschoten in zijn ZORGVULDIGHEIDSVERPLICHTING tegenover zijn ambt om zich op de hoogte te stellen van feiten uit bronnen, die algemeen toegankelijk zijn? Waarom moest deze Minister zich verschuilen achter onjuiste gegevens en een machteloosheid voorwenden van de Nederlandse Regering in een zaak van leven en dood in Biafra? 
II. Beschuldiging aan het adres van oliemaatschappijen en in het bijzonder aan de directie van de maatschappijen der Koninklijke SHELL Groep. In een brief van de directie van de SHELL-Nederland in de persoon van Mr. A.D.Vas Nunes d.d. 23 December 1969, waarvan de inhoud gedeeltelijk al eerder werd aangehaald in de beschuldiging aan Minister Luns, staat: a) " De laatste tijd is de naam van SHELL herhaaldelijk genoemd in publikaties in de pers en via radio- en t.v. - uitzendingen over het conflict in Nigeria. Daarbij zijn zeer emotionele aanvallen gedaan op het beleid van onze maatschappijen in de kwestie. ( - ) Ik wil daarbij voorop stellen dat ook wij diep bewogen zijn door het menselijk leed dat deze stammenoorlog veroorzaakt en dat wij van harte willen meewerken aan alle reële pogingen aan deze tragedie een einde te maken. ( - )  Daar is allereerst de bewering dat de oorlog in Nigeria verlengd wordt doordat SHELL zijn werkzaamheden aldaar niet heeft gestaakt en op die manier de zaak van de Federale regering zou steunen.
Een reactie is hier al op gedaan in de beschuldiging aan de Minister van Buitenlandse Zaken, MIN. Luns op de vraag, 'Hoe belangrijk is de olie- industrie'
b) In de brief staat verder :" SHELL-BP Nigeria ( waarin SHELL voor 50% deelneemt ) is een particuliere onderneming die in een dergelijke zuiver politieke zaak niet tussenbeide kan en mag komen. Dit zou in strijd zijn met de fundamentele regel, dat het internationale particuliere bedrijfsleven, wil het zijn taak kunnen uitvoeren, zich geheel afzijdig van alle politieke conflicten dient te houden. ( -). Dit zou tot gevolg hebben, dat wij alom in de wereld het vertrouwen zouden verliezen dat wij te allen tijde onze afspraken - met regeringen, bedrijven of particulieren - tot produceren of leveren nakomen, zonder ons onder politieke druk te laten zetten door wie ook of om welke redenen ook ". In welke mate hebben de oliemaatschappijen in het bijzonder SHELL-BP zich met de politiek van Nigeria bemoeid ? Op 21 Juni 1967 verklaarde de oostelijke provincie van de federatie Nigeria zich onafhankelijk en noemde zich de republiek Biafra. Toen werd ongeveer 60% van de olie in Biafra gewonnen. " De maatschappijen kregen tot 28 Juni 1967 de gelegenheid hun betalingen in te dienen. Het ging hier voorlopig om een bedrag van 70 miljoen gulden te ontvangen van SHELL-BP en SAFRAP. Lagos verklaarde uiteraard dat deze betalingen via de Federale Regering hoorden plaats te vinden. Gowon trachtte aanvankelijk de afscheiding met economische middelen te bestrijden. Hij blokkeerde met een kleine marine de haven van Port Harcourt, doch niet voor olie. Op 5 Juli zouden de maatschappijen bereidheid hebben getoond aan Biafra te betalen. Diezelfde dag breidde Gowon de blokkade uit tot het olievervoer. Op 7 Juli 1967 vloog de Britse Minister voor Gemenebestzaken naar Lagos om te trachten deze blokkade ongedaan te maken, want Groot Brittanië had toch reeds te lijden van de restricties op olie- importen uit de Arabische wereld door het Israelisch- Arabisch konflikt. De Federale Regering was Londen echter een slag voor, want het begon op 6 Juli de militaire operaties tegen Biafra. Op 26 Juli werd Bonny Island door de Federale Regering veroverd. Inmiddels ontstond een konflikt tussen Biafra en SHELL-BP.Radio- Biafra beschuldigde op 29 Juli de oliemaatschappijen van dubbel spel. Op 31 Juli deelde Biafra mee dat het de olie-installaties van SHELL-BP had overgenomen.
De direkteur - Stanley Gray - werd zelfs enige dagen gevangen gehouden. Ook na de overneming van de SHELL-BP belangen door Biafra bleef de houding van deze maatschappij echter weifelend. Het succes van het Biafraanse tegenoffensief in Augustus 1967" zal hier zeker een rol hebben gespeeld. SHELL-BP bood Biafra - onder protest - ongeveer 2,5 miljoen gulden aan. Dit bedrag is echter nooit betaald omdat de British Treasury weigerde het bedrag op de rekening van het Biafraanse regime in Zwitserland over te maken. Het duurde tot eind 1967 voordat de SHELL-BP aan Lagos zijn rekening betaalde". . Uit de houding van de SHELL-BP blijkt in deze kritieke toestand in het begin van de Nigeriaanse burgeroorlog, dat de directie van deze maatschappij gedwongen werd een standpunt in te nemen. Want toen aanvankelijk Biafra de schijn had voor een idealisme zich naar de overwinning te willen vechten, ging SHELL-BP uit opportunistische motieven met de afgescheiden provincie in onderhandeling. Door de tijdwinst zou men wel ontdekken, wie van de twee de sterkste zou blijken te zijn. Ook het feit, dat de directeur van SHELL-BP in Nigeria enige tijd gevangen werd gehouden, wijst duidelijk op het belang van deze figuur in een politiek en militair konflikt. SHELL-BP werd onder politieke druk gezet en gedwongen partij te kiezen en wel tegen Biafra. Deze oliemaatschappij steunde daarmee de Federale Regering in Lagos.
c) In de brief van SHELL NEDERLAND wordt als inleiding op het aangebrachte feitenmateriaal geschreven: "Daarom wil ik U graag een overzicht geven van de werkelijke omstandigheden geven, opdat U voor zich een oordeel kunt vormen". In hoeverre deze "werkelijke" omstandigheden nuttig zijn geweest om de lezer een oordeel te kunnen laten vormen is al uit het hier voorgaande gebleken. We halen alleen nog maar even aan: de éénpuntsmeerboei, een vitaal onderdeel van de olie-industrie, dat in de betreffende alinea niet duidelijk uit de verf komt. Maar ook de bewering, dat uit Nederland afkomstige goederen zonder twijfel "op korte termijn" ook uit andere landen zijn te betrekken, moet men nemen voor zoals het er staat. Deze bewering is oncontroleerbaar, maar toch voor zijn betoog van belang.
d) Directeur Mr.Vas Nunes schrijft op 23 December 1969: " Wij hebben grote belangen in Nigeria - belangen die alleen tot hun recht kunnen komen wanneer er vrede in dat land komt" .De president-directeur van de Koninklijke Shell, Ir. L.E.J. Brouwer zei in de tweede buitengewone aandeelhoudersvergadering (Dagblad Trouw,18 December 1969). "Wat de oorlog tussen Nigeria en Biafra betreft, zien we liever vandaag dan morgen de vijandelijkheden tot een einde komen. Na het bereiken van vrede verwachten we de produktie in Nigeria snel weer te kunnen opvoeren", aldus Ir. Brouwer. Hieruit blijkt overduidelijk, dat de oliemaatschappijen, in het bijzonder de SHELL-BP in eerste instantie belang hebben bij een snelle beëindiging van het conflict tussen federaal Nigeria en Biafra. Een snelle beëindiging zou kunnen zijn een snelle vernietiging van Biafra door een geslaagd offensief en handhaving van de voedsel-leveranties op het 'ideale'! peil. Of, zoals de Britse ambtgenoot van Minister Luns, Michael Stewart vandaag 11 Januari 1970 in Londen verklaarde - toen het beslissende Nigeriaanse offensief dan toch eindelijk was gekomen - : ik ben ervan overtuigd, dat de oorlog slechts langer had geduurd wanneer Engeland Nigeria niet zou hebben geholpen, aldus Stewart. Een feit is, dat Engeland ( met Rusland) Nigeria van de modernste wapens heeft voorzien, die het laatste offensief mogelijk maakte, een offensief, waarbij ook de landingsstrip bij Uli - het enige contactpunt tussen Biafra en de hulpverlenende buitenwereld - als militair doel zwaar werd gebombardeerd. Er is een overeenkomst tussen de redenering van Minister Stewart en de verlangens van de directie van SHELL-BP.
CONCLUSIE :
De Nederlandse Regering heeft met onvolledige informatie misschien ongewild, maar daarom niet minder onverantwoordelijk - de publieke opinie misleid. De Regering heeft economische belangen laten prevaleren boven primaire levensbelangen van een ander volk, maar diezelfde economische belangen niet aangewend als pressiemiddel om druk uit te oefenen op een situatie, waarin zij toch zeker één hand heeft. In hoeverre hier onbewuste koloniale gevoelens een rol hebben gespeeld is niet te achterhalen. In hoeverre hier racistische en discriminerende gevoelens de overwegingen om niet tot maatregelen over te gaan - die de levens van de Biafranen hadden veilig kunnen stellen - een rol hebben gespeeld is nooit te controleren. Uitspraak Minister Luns: ( In AVRO's TELEVIZIER,25 Nov.1969) " Ik heb toch wel hoop, dat als de situatie zo ernstig wordt dat de burgerbevolking in Biafra op het punt staat om te verdwijnen.. o' dat daarvoor een oplossing komt op het politieke vlak die een ravitaillering mogelijk maakt. Maar wie alleen al van de hiervoor genoemde feiten uitgaat, komt tot de conclusie, dat er toch op zijn zachtst gezegd, slordig met de democratie wordt omgesprongen; zó slordig, dat er al twee miljoen mensen het slachtoffer zijn geworden, dat de oliemaatschappijen financiële belangen voorop stellen, zal juist uit het Nigeriaans-Biafraanse conflict kunnen worden aangetoond, mits alle betrokkenen voor de feiten openstaan en die willen gebruiken. Want ook de politieke partijen in Nederland, die het Nederlandse volk vertegenwoordigen middels democratische verkiezingen, zijn schromelijk in gebreke gebleven en hebben zich om de tuin laten leiden, door wie of wat dan ook. NU, vandaag zal men wel tot de gedachte komen dat er meer gedaan had kunnen worden. Maar NU, vandaag zal het te laat zijn voor miljoenen mensen..

19 januari 1970. Bedankje voor onze Geopol publicatie van 12 december 1970 van de Paus Paulus VI.

 

22 januari 1970. Gerard van Doorn stelt in een artikel in de Schager courant, dat toen ik de Hoge Raad vroeg om vervolging van  minister Luns me tot de verkeerde instantie had gewend. In principe kan een minister wel strafrechterlijk worden vervolgd door de Hoge Raad, maar dat daartoe moet zij een verzoek krijgen van de Tweede kamer of de regering en niet door een willekeurige Nederlander. Het is echter nog nooit in Nederland gebeurd. 

22 januari 1970 Artikel in Deventer Courant, ooggetuige verslag van een man uit Biafra
DEVENTER. - Het proces dat dat de Booy, hoogleraar geologie aan de V.U. in Amsterdam minister Luns heeft aangedaan tegen diens uitspraak dat  geldinzamelingen voor Biafra geen enkel nut hebben, is volgens mij een goede zet. Onze minister heeft bepaalde inlichtingen verzwegen en is het schijnbaar eens met de federale regering. Zijn mening is wel te verklaren, want Huize Luns heeft grote Shell-aandelen. Ik spreek nu niet uit naam van de organisatie, die ik hier vanavond vertegenwoordig, alhoewel ik vermoed dat de Joint Church Aid hierin wel achter me zal staan. De politiek die de Shell in Biafra heeft gevoerd is bijzonder smerig. Ik ben ooggetuige geweest.
Deze verklaring legde de heer Wil Brom, uit Amstelveen, gisteravond in de Jongerensociëteit Malum Malo af voor een handje vol belangstellenden. Wil Brom, station-manager op de vliegbaan Sao Tomé in Biafra en Raphaël Agoha, Biafraan, woonachtig in Wageningen, gaven een duidelijk historisch overzicht van een oorlog tussen twee volkeren, die is uitgelopen op massale moordpartijen. Raphaël Agoha, zelf een lbo, de stam die de Nigerianen al twee jaar lang trachten uit te moorden, vertelde over de ontwikkeling van zijn volk. "De kennis is door koloniale landen naar Biafra gebracht en daar werd dankbaar gebruik van gemaakt. Nu proberen ze de mensen, die een behoorlijke educatie hebben de grond in te drukken.
Nigeria stuurde geen geld, meer naar Biafra, Het lbo-zijn is voor Nigeria negatief. Zij zien liever een Nigeriaan als dokter zonder enige opleiding; dan een lbo, die daarvoor zijn vereiste kennis heeft verworven. In twee jaar tijd zijn er in Biafra meer mensen vermoord dan in heel Noord en Zuid-Vietnam bij elkaar tijdens de lange oorlog, aldus Raphaël, die na de Rijks Hogere School voor Landbouw met Tropische Afdeling in Wageningen verder studeert. Voor zijn gevoel is zijn vaderland; Biafra, niet verslagen, maar alleen bezet door buitenlandse tussenkomst.
"Het zal moeilijk voor Nigeria zijn", vervolgde hij betoog een eigen koers te varen. Wat zal er nu van Afrika terecht komen. Waar blijven de rechten van de mensen. Moeten we Nigeria maar rustig zijn gang laten gaan. Zij die God in Biafra hebben gebracht, helpen dat zelfde land naar de ondergang.
Wil Brom in de luchthaven Sao·Tomé" (Biafra) werkzaam voor de Joint Church Aid Nederland in 1969, gaf een realistisch verslag van een jaar lang vechten tegen  de bierkaai. Het boekje Alpha Foxtrot naar Biafra, opgedragen aan de 56 piloten en radio-telegrafisten en andere medewerkers van de organisatie, die bij de luchtbrug van de kerken naar de geblokkeerde hongergebieden van Biafra het leven verloren, citeerde hij herhaalde malen in zijn betoog. Het is een foto-reportage van de werkzaamheden in Biafra. "Biafra heeft·geld nodig, veel geld. We moeten voedsel hebben voor de vluchtelingen die in de randstaten van Biafra in kampen leven, medicamenten voor de ziekenhuizen en geld voor vervoer van de. Biafranen naar de kampen. Ze hebben het water van de rivier de Niger die door Biafra stroomt vergiftigd, ze hebben plaatsen, waar voedsel stond opgeslagen gebombardeerd,  ze weigerden ons een half uur voor vertrek vanuit de luchthaven olie en benzine te leveren. We werkten ons rot, 24 uur per dag, maar we stonden machteloos tegenover de boycot" . Wil Brom is gewond geraakt tijdens een luchtoffensief en is naar Nederland gekomen om te revalideren, maar is vast besloten, zo snel mogelijk terug te gaan naar Sao Tomé, waar de mensen wachten op toestemming de werkzaamheden te hervatten en de Ibo's te bevrijden uit hun strijd tegen de dood. Onderwijl zit hij niet stil, want hij wil het Nederlandse volk ervan overtuigen dat hulp de enige redding kan zijn. Ook zal hij de volgende week voor de Nederlandse televisie de Shell in een kwaad daglicht zetten. Hij liet de aanwezigen een affiche zien, dat in EngeIand en Nigeria wordt uitgegeven met het·opschrift: "Put a dead Biafran in your Tank, by filling it with Shell or BP. They pay for Nigeria's war against Biafra" Langs de afrastering staan moeders met kinderen en smeken ons te helpen: Als we een seintje krijgen, rennen we met vier man naar de overkant en pikken 23 kinderen mee. Ze worden naar het hospitaal vervoerd waar 25 bedden staan voor 250 kinderen".

Poster in 1969

23 januari 1970 Artikel in de media: Aanklacht tegen Luns: protest tegen denkwijze van het Westen
BAARN - In Baarn woont de 46-jarige geoloog en alpinist dr. Tom de Booy, wetenschappelijk hoofdmedewerker van de universiteit van Amsterdam. Hij heeft tegen minister Luns een klacht ingediend bij de Hoge Raad. Hij probeert ons duidelijk te maken dat zijn aandacht tegen de bewindsman niet alleen de bedoeling leeft aan te tonen dat mr. Luns in de Tweede Kamer bij het Biafra debat op 22 december niet alles heeft meegedeeld wat hij had. kunnen meedelen over het handels  wapenembargo voor Nigeria. Het is voornamelijk een aanklacht, zegt hij, tegen het denken van de machthebbers in onze Westerse maatschappij die de ander niet serieus nemen, die absolute minachting hebben voor te anderen in de rest van de wereld. De geoloog, die-eens-de-toppen van de Himalaya beklom, heeft nu de strijd aangebonden tegen het "nog altijd koloniale denken van de Westerse wereld". Met nadruk stelt hij dat het niet erg belangrijk is of hij, Tom de Booy, het juridisch gevecht tegen minister Luns zal winnen. Als wij voorzichtig opmerken, dat zijn klacht waarschijnlijk niet ontvankelijk zal worden verklaard, omdat een aanklacht tegen een minister met betrekking tot "ambtsmisdrijven" alleen kan worden ingediend door de Kroon of door vijf kamerleden, zegt hij: "Dat zal verrukkelijk zijn. Dan blijkt namelijk dat onze ·grondwet niet juist is. Minister Luns kan dan blijkbaar iets nalaten wat bijna het gehele volk wil. De Kamerleden zijn dan ook in gebreke gebleven!"
Nog voor het debat begon, had dr. De Booy de olie gegevens over Nigeria en Biafra die hij bezat, ter beschikking gesteld van de Kamerleden. "Maar wat hebben zij ermee gedaan? Ik heb nog aan Den Uyl, de fractievoorzitter van de P.v.d.A., voorspeld dat in het begin van dit jaar het grote tegenoffensief van Nigeria zou komen omdat Nigeria de beschikking had gekregen over Russische kanonnen die het vliegveld Oeli konden bombarderen". Hij zegt: "Ik ben niet voor of tegen Biafra, daar houd ik me buiten. Het enige dat ik weet is  dat door de afwachtende houding van Nederland en Engeland de situatie verergerd is. Wij willen alleen daar voordeel halen uit dit conflict. Als men nu gaat zeggen dat de situatie toch niet zo erg is, dan wil men zijn schuld schoonpraten". Dr. De Booy haalt het blad "West-Afrika" ("Een onvervalst Lagos-krant tevoorschijn en toont het berichtje waarin staat dat sinds het uitbreken var conflict 40 percent van de Biafraanse kinderen en totaal twee miljoen mensen omgekomen. "Als dit krantje dit zonder commentaar plaatst, kun je er zeker zijn dat het waar is! En noem dat niet erg!" Op een grote kaart van Nigeria toont  dr. De Booy waar de aardolievelden liggen van de grote oliemaatschappijen, waar Shell reeds een grote productie  heeft en een pijpleiding heeft aangelegd,  waar Mobil en Gulf willen gaan boren. "Nu wordt er gedongen naar de gunst van de federale regering in Lagos. De "Six-Sisters" (zes grote oliemaatschappijen, die elkaars zusterondernemingen, maar ook elkaars concurrenten zijn) dingen naar de gunst van Gowon, die daarvan gebruik gaat maken. "Als ik Gowon was, zou ik hetzelfde doen. Hij wil tenslotte zijn land opbouwen. Maar je moet gewoon doorzien dat de oliemaatschappijen geld moeten maken en lak hebben aan eerder gemaakte afspraken"
Op de vraag of het nu voor het eerst is dat de heer de Booy de strijd aanbindt tegen de machthebbers, moet hij even nadenken maar dan schudt hij snel met zijn hoofd. Dat heb ik eigenlijk ook gedaan in 1943 toen ik als student de loyaliteitsverklaring moest tekenen. Op een briefje heb ik geschreven: Al tekent iedereen, ik teken niet, waarna ik moest onderduiken  en tenslotte in het concentratiekamp Amersfoort terecht kwam. Denkend aan de oorlogstijd ziet hij parallel tussen die tijd, toen joden overal werden weggehaald en iedereen rustig doorwerkten, terwijl men wist dat de joden niet terugkwamen, en deze tijd waarin twee miljoen Biafranen omkomen en er niets wordt gedaan.
Pas in november vorig jaar is dr. de Booy zich gaan verdiepen in de problemen rond Biafra. Uit allerlei documentatiemateriaal putte hij gegevens over de: aardoliewinning in dit deel van Afrika waardoor hij tot de ontdekking kwam, dat er meer aan de hand was dan de burgeroorlog, een strijd tussen twee bevolkingsgroepen met een verschillende ontwikkelingsgraad. Een maand later publiceerde hij zijn gestencilde uitgave van "Geopol" (samenvoeging van geologie en politiek), waarin hij de conclusie trekt dat de Nederlandse regering en de oliemaatschappijen hetzelfde standpunt innemen. Tien dagen later kwam het Biafra conflict aan de orde in de Tweede Kamer. "Ik heb Luns nauwelijks aangehoord. Ik heb hem eigenlijk 12 uur lang bestudeerd. De grollen van Luns zijn camouflage-techniek".
Later voegt hij eraan toe: "Als ik helemaal eerlijk ben dan geloof ik dat hij aan de Biafraanse zaak nog het meeste heeft gedaan van al zijn collega´s. En hij uitgerekend wordt nu gepakt " "Ik heb ook niets tegen meneer Luns persoonlijk. Als ik hem ooit eens tegenkom, zal ik het hem ook zeggen. Ik heb dan ook een klacht ingediend. over "het hoofd van het departement".  Dr. De Booy bestrijdt de denkwijze, waarbij alleen maar in koloniale belangen  wordt gedacht. Uit de handelingen van de Tweede Kamer citeert hij minister Luns, waarbij deze de in- en uitvoer tussen Nederland en Nigeria becijferde. Onmiddellijk noemde de bewindsman daarbij het saldo. De heer De Booy zelf gelooft dat zijn strijd zonder einde zal zijn. Dat wil echter niet zeggen dat hij zonder hoop is. "Het is nog niet verloren.  Maar de Nederlander slaapt, slaapt, en slaapt. Hij moet wakker worden geschud. Met nadruk stelt hij nog dat begonnen moet worden met deze andere denkwijze in het gezin. "De revolutie kan in elk gezin beginnen", zegt hij, "de man moet zijn vrouw eindelijk eens helemaal serieus nemen. Het is  zoals Dutschke zei, eigenlijk een permanente revolutie".

Als inzet in het artikel: In de villawijk van Baarn woont de geoloog en ex-alpinist dr. Tom de Booy. "Hier heb ik mijn kasteel", zegt de 46-jarige wetenschappelijke hoofdmedewerker van de Universiteit van Amsterdam, "Hier komt de hele wereld door de moderne communicatiemiddelen, bij mij binnen".In dat zelfde ,,kasteel" is de klacht tegen minister Luns geboren en ziet het er naar uit dat het lang zal duren voor deze aanklacht in de vergetelheid raakt. Dr. De Booy is vastbesloten te blijven strijden, ook al lijkt de strijd bij voorbaat verloren. "Ik doe het uit zelfbescherming. Het is zoiets als: bij die club wil ik niet horen. Maar ook: als wij minachting blijven houden voor de anderen in de rest van de wereld, dan komt het tot een uitbarsting en die uitbarsting wil ik niet op mijn geweten hebben. Het is voor mij een heilige oorlog''.

23 januari 1970 Luns weet niets over klacht dr de Booij SCHIPHOL. Minister Luns was bij zijn aankomst op Schiphol  nog niet bekend met de aanklacht van de wetenschappelijk hoofdmedewerker dr T. de Booy aan de Universiteit van Amsterdam over zijn Biafra beleid " Een interessante ontwikkeling" aldus de minister, die in eerste instantie dacht van zedendelict te worden beschuldigd.·

Spotprent 'Op doctor Tom de Booy' in de Volkskrant

 

Trek niet opnieuw om LUNS een droeve Klachtenlijst:
Het burgerlijk Fatsoen zal JOSEPH begeleiden,
Zolang hij welgemoed .zich aan zijn Taak zal wijden
En beperkt de Wereld Oost en West bereist.

Hij, in het Streepjespak met Paraplu vergrijsd
Weet elke Rampspoed weer zodanig te herleiden
Dat goed en kwaad bijzonder lastig zijn te scheiden,
Waarheen hij dan ook zijn Onmisbaarheid bewijst.

Waarom dan, Zeergeleerde, Welgeboren Heer,
Voortdurend LU NS gesard met allerhande Vragen,
Die duidelijk de Vrucht zijn van Uw onbehagen?
Ik bid U, haal de Vlag van 't Koninkrijk niet neer,
Plaag LUNS, die Brave Borst, asteffekan niet meer:
Hij zal toch nooit Uw Coltruy onder 't Vest verdragen.
JOOST

26 januari 1970. Fan Mail? Omdat U zoo'n kinderachtige vent bent stuur ik U deze briefkaart om U succes te wensen met het proces wat U tegen minister Luns gaat voeren. Het is onvoorstelbaar waar die zg. wereldverbeteraars toekomen U bent en flauwe zak misschien met een grote bek. En zo iemand heeft nog een titel hoe is het mogelijk ? We zitten tegenwoordig wel met een stelletje schooiers opgescheept, maar het komt wel goed.

28 januari 1970. Artikel over Biafra in Haagse Post. Achter Gods rug. W.L. Brugsma
Welk gebeuren kon Zuid-Afrika en M
ao tse Toeng, drs. Tom de Booy en de Paus; Nieuw Links en het Oud Strijders Legion, Portugal en Jean Paul Sartre, Pompidou en Israël op één hoop drijven? En hoe kon datzelfde gebeuren de Koninklijke Nederlandse Shell en dr. A. L. Constandse, de ministers Luns, Kosygin, Udink, Gromyko, Harold Wilson en Gamal Abdel Nasser op een tegenovergesteld gezamenlijke noemer brengen? Dat gebeuren heet Biafra. Of liever gezegd: het heette Biafra. Want zoals mijn dochter op de kleuterschool vernam: "Biafra is nu dood; er hoeft niet meer voor gebeden te worden". Dat laatste is natuurlijk betrekkelijk. De lbo-staat is niet meer, maar de meerderheid van de Ibo's is er nog wel en meer nog dan gebed, blijft er hulp nodig. Zij het dan hulp ontdaan van alle politieke, economische, religieuze belangen en bijbedoelingen. En door de enige deur die open staat: de officiële voordeur van de Nigeriaanse Federatie. En niet vergezeld van boetepredikaties aan president Gowon. Dat klinkt wat cru, nu Gowon's troepen weliswaar niet moordend maar toch plunderend en verkrachtend door het voormalig Biafra trekken. Cru, omdat deze vermaning gericht is tot televisie-kijkers op wier netvlies de afschuwelijke beelden nog naschemeren,  die hun machteloosheid vervloeken en zich afvragen hoe in  de toekomst kan worden voorkomen dat zij tussen de Fabeltjeskrant en Ironside met zulke ellende worden geconfronteerd. Dat zal wel onmogelijk blijken. Zulke dingen zullen weer gebeuren, in Afrika  of elders, en de televisiekijkers zullen er weer getuige van zijn. Want het enige wat er in de wereld werkelijk is veranderd, is dit: een deel van de mensheid ziet met eigen ogen wat vroeger, achter Gods rug, met andere mensen placht te gebeuren. Goedwillenden zullen hopen dat uit die massale waarneming een soort betrokkenheid zal ontstaan die wegen en middelen zal weten te vinden om gruwelen op deze schaal onmogelijk te maken. Alles is mogelijk, maar nabij lijkt het niet. Om te beginnen: de kijker die kinderen bij honderden tegelijk voor zijn voeten ziet sterven, ziet maar een deel van de geschiedenis. Hij ziet niet het hele verhaal van Afrika's evolutie, de komst van de blanke man, het in willekeurige stukken snijden van een continent, de onafhankelijkheid van slecht-geoutilleerde state, de historisch onmogelijke opgave, voor de Afrikanen om de sprong van de archaïsche stam-civilisatie naar de moderne wereld in wat door de VN gemakshalve even tot "het Afrikaanse decenium
" is uitgeroepen. Wat de kijker ziet, is de eindeloos herhaalde moment-opname van één rampzalige uitkomst: hongersnood, stervende kinderen. Omdat hij er van uitgaat dat alle mensen gelijk en dus hetzelfde zijn; omdat hij, al zou hij het willen, zich niet kan verplaatsen in de huidige fase van de Afrikaanse evolutie, omdat hij maar één ding zeker weet: namelijk dat hij stervende kinderen ziet, ontsteekt hij in begrijpelijke emotie, die hij rationaliseert met hem bekende, aan de Europese geschiedenis ontleende begrippen: een klein en dapper volk dat voor zijn vrijheid vecht ... Dus wil hij wat doen! Maar wat kan hij doen? Het noodlot wil dat bijna alle mensen in de wereld, die televisie hebben, rijk en dus blank zijn. En dat zij daarom door de Afrikanen schuldig worden geacht aan de disruptie van de Afrikaanse civilisatie, door slavenhandel, kolonisatie, kerstening en economische ingrepen. De Westerling die denkt dat hij anders dan met omkoperij, wapenleveranties en ander gesjoemel invloed op het Afrikaanse gebeuren kan krijgen, bijvoorbeeld door goede raad, dringend advies, of concretere inmenging in Afrikaanse conflicten, oorlogen en burgeroorlogen, zal neo-kolonialist worden genoemd. De Westerling die uit afschuw wil zien te bereiken dat Afrikanen zich naar zijn criteria gedragen, zou de moed van zijn emotie moeten hebben en terugkeer van Westers bestuur bepleiten. Dat zou wel de moed der wanhoop zijn, want de conflicten die daaruit voort zouden vloeien zouden aan slachtoffers een veelvoud vergen van wat er nu in de Nigeriaanse burgeroorlog valt. En dat is op zijn beurt al weer een veelvoud van het aantal dat gevallen zou zijn, wanneer de, in de aanhef van dit artikel omschreven, eigenaardige coalities van buitenstaanders hun handen thuis zouden hebben gehouden. Er zit, los van de rechtvaardige afschuw van doodgewone mensen die alleen maar het ellendige deel van een hun wezensvreemde ellende te verwerken krijgen, iets onheiligs in de heilige opwinding van degenen die zich met het Nigeriaanse conflict hebben bemoeid. De Afrikanen die hun stam-oorlogen uitvechten zoals zij nu doen, inclusief uithongering, verkrachting en plundering, zullen dat niet nalaten uit vrees Westerse progressieven te choqueren. Die draaien voor hun part de knop dan maar om. Zij zullen zich evenmin laten kapittelen door Westerse conservatieven die in Biafra opkomen voor een volk dat voor zijn vrijheid vecht en inmiddels in Vietnam de Amerikaanse interventie steunen. De Europeaan die hen vermaant over primitieve strijdmethoden, zullen zij vermoedelijk de buitengemeen efficiënte, hoog-gemechaniseerde middelen voorhouden waarmee - in Auschwitz en Dresden - de Europeanen hun stamconflicten uitvochten. Een verzekering dat wij in de afgelopen 25 jaar ons leven ingrijpend gebeterd hebben, zullen zij vermoedelijk met scepcis begroeten, of wederom met een verwijzing naar de interventie in Vietnam die in omvang nog altijd x maal gruwelijker is dan het handgemeen in Nigeria en waar de blanke - zie Song My - ook nog best bereid is om van het "cleane" hoog gemechaniseerde krijgsbedrijf op het oude handwerk terug te vallen. Wat kan de blanke dan doen in Afrika? Hij kan om te beginnen veel nalaten. Hij kan beginnen zijn privé-aversie tegen olie-maatschappijen of radicalen, tegen het Vaticaan of het wereldcommunisme niet op Afrikaanse schouders te leggen. Die hebben genoeg te dragen. Hij kan zijn grijpgrage politieke, economische en religieuze vingers thuishouden als hij voet op Afrikaanse grond zet. Hij kan zich in herinnering roepen dat op de wereldranglijst der gevaarlijke, kleuren het blanke gevaar nog altijd de hoogste score heeft. Dat laatste vooral kan hem helpen enige bescheidenheid te betrachten bij het geven van goede raad, uitoefenen van druk, stellen van voorwaarden bij hulpverlening in Afrikaanse conflicten. Zolang de blanke partij kiest in stam-conflicten op het donkere continent zullen er stamconflicten blijven en zullen ze zo worden uitgevochten. Doet hij het niet, dan kan hij hopen dat ze geleidelijk zullen verdwijnen, dat ze minder slachtoffers zullen maken. Bidden kan hij natuurlijk ook. En helpen moet hij, vooral nu het conflict voorbij is, nu hulp geen inmenging meer is, nu de neiging tot helpen dreigt af te nemen. Dat wel.

31 januari 1970 Brief aan Hare Majesteit met verzoek om audiëntie. Ik schrijf een brief aan Hare Majesteit der Koningin Juliana, met het verzoek voor een onderhoud om haar in te lichten over mijn verzoek aan de Hoge Raad tot strafrechterlijke vervolging van minister Luns inzake zijn misleidende informatie omtrent Biafra aan de Tweede Kamer op 22 december 1969. nader toe te lichten.
"Mevrouw, Uw secretaris de Heer van der Hoeven deelde mij gisteren telefonisch mede, dat het formeel mogelijk is U schriftelijk te verzoeken mij een onderhoud toe te staan, met dien verstande, dat ik U daarbij uitvoerig zou moeten inlichten omtrent de redenen, die mij tot het indienen van dit verzoek hebben bewogen, alsmede een korte uiteenzetting omtrent de zaken waarover ik met U van gedachten zou wisselen. Ik maak gaarne van dit  voorrecht gebruik en ik zou U willen vragen om mijn een gesprek toe te staan inzake mijn gewetensbezwaren t.o.v. mijn Nederlands Staatsburgerschap zoals, dat staat omschreven in Art 4 lid 1 van de Grondwet. Uit de handelingen van de Regering als door leden der Tweede Kamer, inzake de kwestie Biafra, is in de afgelopen maanden m.i. duidelijk komen vast te staan dat zij door het geven van onjuiste mededelingen alsmede door het achterhouden van informatie de openbare orde ernstig in gevaar hebben gebracht. door het Nederlandse Volk te misleiden en heeft belet om tot een genuanceerde  opinie inzake het conflikt Nigeria -Biafra te komen. Hierbij wijs ik vooral op het gevoel van onbehagen dat leeft bij grote delen van de Nederlandse samenleving omtrent de doeltreffendheid van de hulpverlening aan de slachtoffer van de hongersnood. Nu de kwestie Biafra alweer tot het verleden behoort is het schrijnend om te vernemen dat de Nigeriaanse radio, vooral Nederland heeft beschuldigd door te beweren dat Nederland zich geen enkele zorg heeft gemaakt in het conflict zolang zijn oliebelangen maar niet in gevaar kwamen. Hier wordt Nederland in zijn totaliteit genoemd, dus niet haar Regering alleen maar ook het Nederlandse volk. In de laatste tijd is toch overduidelijk aangetoond dat het Nederlandse volk zich van zijn beste kant heeft laten zien en dit ondanks de hoogst misleidende en onjuiste uitlatingen in pers, radio en televisie van onze bewindslieden. Tijdens de Tweede Kamer debatten van 22 december 1969 is de gehele dag gesproken betreffende de activiteiten van de Nederlandse Regering inzake de humanitaire kant van de zaak Biafra en haar opvatting omtrent de politieke aspecten daarvan. Bij de bestudering van de Handelingen is onomstotelijk komen vast staan te staan dat Minister Luns zich heeft schuldig gemaakt aan het verstrekken van onjuiste informatie in antwoord op vragen van kamerleden. Art. 107 van de Grondwet is er echter voor gemaakt, dat de Minister voor dit feit de parlementaire onschendbaarheid verbiedt,  maar het is toch duidelijk dat de wet niet alleen nar de letter maar ook naar de geest dient te worden geïnterpreteerd en dat artikel 107 er juist voor is om een ontmoetingsplaats van het Nederlandse volk en haar Regering vrijuit kunnen spraken zonder beschroomd te hoeven zij voor een harde en eerlijke weergave van hun ideeën en informatie. Het is bij uitstek de plaats waar de parlementaire democratie steeds een nieuwe levensinjectie moet ontvangen en niet de plaats waar behoedzaam op elk woord moet worden gelet en in feite iedereen bang is om zich aan koud water te branden. De kamerdebatten van 22 december j.l. hebben, m.i. duidelijk het bewijs geleverd, dat dit laatste het geval is geweest.  Men heeft verzuimd de zaak uitputtend te behandelen en de gegevens dien men wist of behoorde te weten in de discussie te brengen. Dit onthouden van informatie, zowel door de Regering als het parlement heeft geleid tot een onjuiste weergave, zodat het Nederlandse volk op zeer ernstige wijze werd misleid en daardoor de openbaar orde in gevaar is gebracht. (Art 135 , 36 van het Wetboek van Strafrecht). Op 12 december hebben wij in ons eerste Geopol bulletin geschreven:"Verzuimt men in de komende weken de Biafraanse bevolking daadwerkelijk te hulp te komen dan zijn wij medeplichtig aan het uitroeien van mensen terwille van economische belangen". Een vergelijking met tijd van Herodes in het begin van onze jaartelling komt daarbij duidelijk voor de geest met één verschil het aantal kinderen is veel groten is dan toen. In een kort bericht in het pro-Lagos weekblad West Afrika staat te zien dat 40% van de biafraanse kinderen zijn omgekomen en dat de wereld in een paar jaar de grootste groep achterlijke kinderen heeft, "Childern there were being inflicted mental damage which could not be remedied at a later stage through normal diet".
Op 20 januari j.l  heb ik gemeend een officiële aanklacht tegen het hoofd van het Ministerie van Buitenlandse zaken te moeten richten aan de Hoge Raad der Nederlanden en verzocht  (op grond van art.8. lid van de Grondwet) tot strafvervolging hetzij vooronderzoek naar diens handelen te gelasten. Naar aanleiding van deze aanklacht mocht ik in de laatste  week geen enkele reactie van hoogwaardigheidsbekleders vernemen, daarentegen wel van "gewone" mensen. Talrijke brieven en telefoontjes , vaak zeer ontroerend van de rest van het Nederlandse volk, hebben mij moed gegeven om door te gaan met een vaak hopeloos uitziende strijd. Ik zou U hierbij niet willen onthouden de inhoud van een brief, waarin de wezenlijke tekortkomingen van onze samenleving zijn geschetst."Ik ben zo vrij U te schrijven teneinde u mede te delen dat ik U bedank voor het standpunt dat U inneemt ten opzichte van de bevolking van Biafra (uw opinie volgens de Gooi- en Eemlander). Door omstandigheden kon ik alleen de lagere school volgen, maar daar tegenover staat, dat ik een druk en moeilijk leven heb gehad en als verzorger van bejaarden nog veel hoor en zie. Ik ben dan ook er blij als ik iemand ontdek die wel heeft gestudeerd en die toch ook mijn ideeën heeft . Ik verzoek U om  mij niet te antwoorden, dat is verspilling van Uw kostbare tijd, die zo broodnodig is voor mensen die geen bescherming of recht kunnen krijgen omdat zij misschien helemaal geen , of zoals ik, maar een beetje onderwijs hebben gehad . Dank voor uw aandacht".
Gistermorgen ontving ik een schrijven van de Procureur-generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden, waarin mij werd medegedeeld, dat de vervolging van misdrijven door de H.R. zoals door mij bedoeld, alleen kan geschieden op last hetzij van de Kroon, hetzij de Tweede Kamer. Aangezien m.i. de leden van de Tweede Kamer zich eveneens schuldig hebben gemaakt aan dergelijke misdrijven tegen de openbare orde als het Ministerie van Buitenlandse zaken meen ik dan ook in de allerlaatste instantie  - op democratische wijze -  mij tot U  te moeten wenden om mijn stellingname mondeling nader te mogen toelichten. Ik hoop hiermede U voldoende te hebben ingelicht, betreffende de aangelegenheden, waarover ik met u van gedachten zou willen wisselen. U zoudt mij tenzeerste verplichten, indien U positief op mijn verzoek om U te mogen spreken zou willen reageren. Uwe Majesteit Dienstwillige Tom de Booij

2 februari 1970 Brief van mijn vader: Beste Tom, Omdat ik zoveel van je hou, schrijf ik je deze brief,je zult 't wel niet met me eens zijn, maar we maken ons grote zorgen over je en daarom voel ik mijn gedrongen je te schrijven en ik hoop, dat je me zult begrijpen. Het gaat er niet om of je gelijk hebt of ongelijk hebt met je actie, maar wèl is het belangrijk, dat je jezelf in deze strijd, die je voelt als een "heilige oorlog" in de hand houdt. M.i. ben je op weg dit te verliezen en daar maken Moeder en ik ons heel ongerust over. Ik vrees nl dat je over de schreef gaat en een querulant dreigt te worden. Dat je de Koningin hebt geschreven is goed recht (al vind ik het een slag in de lucht) maar waarom meldt je dit aan de pers? De pers, die nu eenmaal belust of rellen. De publiciteit in de pers over je actie werkt, mede door het dikwijls vertekende beeld, averechts. Je voelt je een hervormer, een heilsoldaat en je meent dat het je plicht is om te strijden zoals je doet. Als je laat opzwepen door de mensen, die je adhesie betuigen en zo doorgaat, zal je, naar mijn vaste overtuiging, alléén bereiken, dat je je te pletter loopt ten koste van je zelf (èn van je gezin) en niets bereikt. Je bent nu eenmaal egocentrisch en vindt je zelf belangrijk en deze eigenschap brengt het gevaar met zich mede, dat je op een verkeerd spoort komt. Je bent een knap geoloog, dat heb je bewezen en je zou prachtig werk kunnen doen voor de hervorming van het Universitair Onderwijs, maar nu je je hebt gestort in de politiek, een vak, waar je een leek in bent , en de wetenschappelijke normen, die je in de geologie in evenwicht houden uit het oog verliest, vrees ik dat Samkalden c.s je wel niet meer zullen inschakelen voor het maken van een rapport. Bezin je op wat je tot nu toe hebt gedaan en bereikt hebt. Vraag je zelfs af wáár de richting, die je nu aan je leven geeft, toe kan leiden. Het is je eigen leven, alleen jij bent daar verantwoordelijk voor, maar als Vader voel ik me toch verplicht om je te waarschuwen voor de gevaren van overmoed. m'n beste jongen, je je liefhebbende Vader

4 februari 1970 Over bedrijfspolitiek t.a.v. arme landen open gesprek van SHELL-NEDERLAND  met 'verontrusten'
 
MIDDELBURG - Shell Nederland-directeur mr A.D. Vas Nunes heeft zich, dinsdagavond laat na een uitvoerig en bewogen debat in Middelburg over de oorlog Nigeria-Biafra en de rol der grote maatschappijen, zoals Shell, akkoord verklaard met een ontmoeting met ,bezorgde mensen'. Aldus werden ze genoemd door de Amsterdamse wetenschappelijke hoofdmedewerker dr. Tom de Booy (gemeente universiteit) die het voorstel enige vorm gaf, nadat er uit de zaal om een 'open gesprek' met Shell Nederland was gevraagd. De mensen, die één dag,.waarschijnlijk in het Shellgebouw te Rotterdam zullen spreken met de heer Vas Nunes en enkele van zijn medewerkers, willen graag informatie hebben en een open gesprek over de vraag of de grote ondernemingen, zoals Shell willen meedenken en meewerken aan structuurveranderingen in de maatschappij. De heer Vas Nunes verklaarde zich ook bereid tot doorlichten van de doelstellingen van grote bedrijven en tot het geven van 'pertinente en relevante informatie' over Shell. Hij was wel overtuigd van 'een diep geworteld wantrouwen' dat in Nederland volgens hem heerst tegen de grote ondernemingen en hun handel en wandel in en met de ontwikkelingslanden. Voor dr De Booy aanleiding om te spreken over 'een gesprek op basis van geaccepteerd wantrouwen'. Het is wel de bedoeling om eerst op papier enige vragen te laten formuleren door de deelnemers aan dit open en informatief gesprek. De heer Vas Nunes (,u hebt u als mens laten zien vanavond' concludeerde De Booy) wilde graag·de,verontrusten' aanhoren, die totaal al een groep van zeker twintig mensen omvat. Mr Vas Nunes vreesde voor een oeverloos debat en vroeg om een kleiner aantal, hooguit tien., maar na vooral het vurig pleidooi van dr G. J. Smallegange, directeur van het provinciaal opbouworgaan stichting Zeeland voor juist een grote groep, wilde hij ook daarmee instemmen. Tot degenen, die zich voor het gesprek als individu opgaven behoorden enige studenten aan de gemeente-universiteit te Amsterdam, maar ook dr Smallegange, voorzitter van het forum op deze discussieavond die in de chr. scholengemeenschap was georganiseerd door de hervormde jeugdraad Midde1burg, ir Cornelissen uit Souburg, de heren Adri Schipper, ambtenaar in:Middelburg en P.A.N. Bijl, leraar aldaar, hervormd jeugdwerkleider, Fred Bergwerff en jeugdraad voorzitter drs P. J. Smallegange, eveneens leraar in Zeelands hoofdstad. Mr Vas Nunes was bij het begin van de avond een tien minuten speechje begonnen met een vraag aan één van zijn opponenten, de Utrechtse universiteitsmedewerker drs A. P. H. van Meurs, om diens relaties met Shell Oil in de Verenigde Staten uit de doeken te doen. Het ging  daarbij om een aanbod dat  deze had ontvangen om als exploratiegeoloog te komen werken in de VS waarvoor hij wel voelde. De heer Vas Nunes las daarvan zelfs brieven voor (' Tegen een salaris van vier cijfers in dollars'). Maar de heer Van Meurs bleek inmiddels moreel geen redenen meer te  zien om bij Shell in dienst te treden, waartoe hij was gekomen na studie  en informatie over het conflict Nigeria-Biafra en de oliebelangen, zo zei hij.

4 maart 1970 Brief aan Ir L.E.J.Brouwer president directeur van de Shell. Zeer geachte Heer Brouwer. Hierbij die ik U een aantal knipsels alsmede mijn programma Experimenteel Geologisch Onderwijs toekomen. Heden verstuur  ik deze nota aan Minister Veringa met de vraag of het mogelijk zou zijn  met de nieuwe wet bestuurshervorming  Universiteit en Hogescholen 1970 uiteraard  nadat het de Universiteit raad het project heeft goed gekeurd om het keuze vak Experimentele Geologisch Onderwijs te laten gelden voor het doctoraal examen aan de Nederlandse Universiteit. In ieder geval ben ik maar reeds begonnen, want ik ben er vrij zeker van dat de toestemming toch niet verleend zal worden en ik eruit vlieg dwz de sterke arm zal me er dan wel uit moeten halen net zoals uit het Maagdenhuis. Op de verjaardag van mijn vrouw alsmede op mijn trouwdag, dwz vrijdag 13 maart 1970 mag ik hier voor de rechter verschijnen. De voorbereiding heeft veel tijd gevraagd maar het komt nu eindelijk van de grond. Afgelopen donderdag was al zeer geanimeerd. Morgen beginnen we met de boeiende geschiedenis van de olie-industrie Rockefeller, Nobel, Rothschild, Samuel, Deterding, Teagle, Gulbenkian etc etc., het  gezegde van mr five per cent 'Oil men are like cats'.het gaat m.i. wel heel goed op. Ik geloof dat ik me in dat gezelschap best op mijn gemak zou voelen. Het survival of the fittest van Darwin is ook wel heel toepasselijk. Zoals U eveneens uit de toegezonden "literatuur" kunt lezen, hopen we gauw te komen tot een samenspraak met enkele mensen uit Uw bedrijf, vooral over de stelling of het nog wel langer verantwoord is voor de grote concerns om de politiek van het a-politieke standpunt te volgen en dat we meer toe moeten naar een 'global society' met een nauwere samenwerking tussen de naties.  En als hoofdpunt van de bespreking naar ik hoop: Hoe krijgen we betere verdeling van kennis en bewustzijn  (Neo Marxisme in een kapitalistisch stelsel (Servan Schreiber). Ik ben bezig met een publicatie getiteld alpha + beta  geeft gamma  ( en niet de straling in letterlijke betekenis. Ik hoop dat mijn publicatie aanleiding zal zijn voor veel discussie stof en vele tegenargumenten die mijn werkhypothese of ontzenuwen of bevestigen, zodat  weer een nieuwe werkhypothese opgesteld kan worden enz en zo gaat de wetenschap  voort van de eeuwigdurende successie van verwondering, vraagstelling, werkhypothese, verzamelen van feiten die de werkhypothese kunnen omverwerpen of bevestigen. Helaas zijn op onze publicaties in Geopol weinig of geen tegenargumenten of aanvullende gegevens gekomen, doch uitsluitend emotionele aanvallen of adhesiebetuigingen zonder meer. gelukkig zijn de oliegegevens over Nigeria tegenwoordig beter toegankelijk zodat 'petroleum press service' van maart een zeer goed artikel geeft een optimistische kijk van de productie. SHELL-BP  zou zelfs aan het eind van het jaar 1 miljoen b/d kunnen halen (of zijn dit weer halve gegevens?). Onze gegevens van Geopol en in ESB zijn toch niet helemaal naast de waarheid geweest. Helaas heeft men indertijd ons geen duidelijke gegevens verstrekt, waaruit zou kunnen blijken in hoeverre er wij er naast zaten, maar ja dat nu eenmaal het geheim van de smid. Mijn vrouw en ik zijn momenteel bezig  met de inventarisatie van de verschillende oliemaatschappijen en hun concessiegebieden. Vooral het Midden oosten is een aardig ratjetoe. Iedereen zit met iedereen gezellig op een offshore blok, terwijl elders in de wereld er een scherpe concurrentie strijd aan de gang is om concessie te bemachtigen. Het is een boeiende bezigheid. Maar  wil ik  het verband proberen te leggen  tussen bv de eind krijt transgressie  in Libië over de berg bestaande ui precambrische stollingsgesteenten, waarvan  als van de veldspaten zijn gekaoliniseerd en nu dien als 'pore space' voor de petroleum en de levering van Mirage van Frankrijk en Libië of de hechte contacten tussen Frankrijk en Spanje en Libië  om maar iets te noemen. Ik hoorde van mijn moeder dat ze van Mevrouw d'Ailly had vernomen dat U over Biafra een lezing in Zürich had gehouden ( of is dit een loos bericht.?) Zoudt U niet eens voor mijn "klas"op de donderdagmiddag of anders op en ander voor U geschikt moment niet een dergelijk verhaal kunnen houden of op een ander wijze van Uw deskundigheid kunnen laten blijken? Helaas kunnen we voor gastdocenten in ons Experimenteel Instituut geen honoraria betalen  (met geld experimenteren we ook). Uw vader had toegezegd om morgen van de partij te zijn. Het is ongelooflijk hoe vitaal Uw vader nog is en zo jeugdig van opvatting. Ik hoop dat we de naaste toekomst over het een en ander van gedachten kunnen wisselen op een constructieve wijze. Met vriendelijke groeten van huis tot huis. Tom de Booij

6 mei 1970 Polak weigert de Booy audiëntie bij Koningin
DEN HAAG - Minister Polak van Justitie heeft de Amsterdamse geoloog (in Baarn wonende) dr. Tom de Booy laten weten dat hij niet bij de koningin op audiëntie zal worden ontvangen, omdat hij als burger "niet gekwalificeerd is om als persoonlijk adviseur op te treden." Dr. De Booy heeft enige tijd geleden bij de Hoge Raad een aanklacht tegen minister Luns ingediend tegen wiens ,,onvolledige verklaringen" in de Tweede Kamer over de kwestie Biafra". Deze klacht werd niet ontvankelijk verklaard, waarna de heer De Booy per brief aan koningin Juliana verzocht om een audiëntie· Hij merkte daarbij op dat hij overwoog zijn onderscheiding als ridder in de orde van Oranje-Nassau (wegens zijn verdiensten op geologisch-alpinistisch gebied) terug te geven. Onmiddellijk na deze brief vernam de heer De Booy van het kabinet der koningin dat 'zijn 'brief om advies was doorgezonden naar het Ministerie van Justitie. Bovendien vond daarna nog een gesprek plaats met de directeur van het kabinet. Volgens minister Polak geeft de brief van de geoloog een onjuist inzicht van de Nederlandse constitutionele verhoudingen. De ministers zijn verantwoordgelijk voor alle regeringsdaden van de koningin die zelf onschendbaar is. De bewindsman zegt dat een nadere mondelinge toelichting van de heer De Booy hem overbodig voorkomt. De heer De B00y verklaarde dat hij het meest verbaast is over het feit dat hij van de minister van Justitie moet horen dat de koningin hem niet kan ontvangen. "De minister vond het blijkbaar niet genoeg om dit te adviseren aan de koningin en heeft daarom zelf ook maar deze brief geschreven".

BlAFRA, the forgotten war
"The war ended 38 years ago, and today there is scant physical evidence of the futile effort to create the independent nation of Biafra. No war cemeteries, no monuments, no veterans organizations. Except for a small museum that contains a few fading photographs and rusting weaponry, the Nigerian govemment has banished memorials to the war, one of the first to he seared onto the world's consciousness by television".

Einde van het Biafra dagboek 1969/1970.