Dagboek Biafra oorlog 1969/1970
Ter inleiding:
In mijn dagboek 1969*) heb ik reeds gerefereerd naar de oorlog in Biafra.
Aangezien mijn betrokkenheid zich heeft uitgestrekt over de periode november
1969 tot maart 1970 heb ik gemeend mijn bevindingen in een apart hoofdstuk onder
te brengen. Het wordt een intriest en schokkend hoofdstuk waar de gevolgen van
tot op de huidige dag nog te zien zijn..
Pedro van Meurs, een geologisch student uit Utrecht heeft me gewezen in het
najaar van 1969 op de
relatie olie en de oorlog in Biafra. Dit waarschijnlijk vanwege het feit,
dat hij had gehoord dat ik in mijn EGO kamer druk bezig was om de relatie aan te
tonen, die er bestaat tussen de ongelijke verdeling van delfstoffen op aarde en
de invloed die dit heeft gehad en nog heeft op de politieke, economische en
sociale implicaties op onze samenleving. Ik noemde dit onderwijs GEOPOLITIEK. Een
woord wat toen in nog niet bestond, althans het werd niet aan onze
universiteit onderwezen. Ik ben me toen gaan verdiepen in de achtergronden van de verschrikkelijke
oorlog
in Biafra. Heel duidelijk bleek tijdens mijn onderzoek, dat de winning van
de rijke oliebronnen, die Nigeria bezit, de diepere oorzaak is van al deze
ellende, zoals Pedro van Meurs me er al had gewezen.
*) In mijn website heb ik tot nu toe opgenomen mijn dagboek 1924-1930. (zie egoproject.nl/familiedebooij). Inmiddels heb ik mijn dagboeken tot en met 1969 geschreven, maar om privacy redenen nog niet op mijn website gepubliceerd, uiteraard behalve dit Biafra dagboek 1969/1970..
9 en 25 november 1969 AVRO's TV uitzending oorlog Biafra. Ik heb meegewerkt aan het
programma van de AVRO: Humanitaire , politiek en economische achtergronden
van het conflict Nigeria-Biafra Mijn aandeel was : research olie- en
handelsbelangen en algemene politieke achtergronden. De uitzending
verdiende veel lof in media. De volgende mensen hebben de uitzendingen
verzorgd:
Studiopresentatie: Wibo van de Linde, Cees van Drongelen, Ria Bremer
Filmpresentatie: Cas Brugman
Medewerking van:
Allan Hart oorlogscorrespondent ITN's News at Ten
Dr. K.L .Roskam -
Afrikadeskundige
Mr. J.M.A.H. Luns - minister van buitenlandse zaken
I.J. Durlong - ambassadeur Nigeria in Nederland
Group-Captain Leonard Cheshire - Brits rapporteur in Biafra.
Dr. J.H. Middelkoop.- coördinator hulp Biafra
Mr. A.D. Vaz Nunes - directeur Shell Nederland
A. van Emden - dir-gen.Rode Kruis
Miss Angie Brooks - voorzitter VN Assemblee
Hier volgt de transscript van wat er letterlijk tijdens deze uitzendingen is gezegd:
WIBO VAN DE LINDE: Vanavond proberen
wij u een inzicht te geven van de achtergronden van het conflict Biafra-Nigeria. Dit conflict
heeft al miljoenen mensenlevens gekost, en zoals de zaken nu staan komen daar duizenden
doden per dag bij. Eerst een politiek overzicht samengesteld door Cas Brugman.
CAS BRUGMAN: Nigeria is 27 maal zo groot als Nederland en telt 56
miljoen inwoners. Deze voormalige Britse kolonie werd op l oktober
1960 onafhankelijk en precies drie jaar later een republiek. Nigeria bestaat dan
uit vier deelstaten, Noord-Oost-West en Midden Nigeria met als federale
hoofdstad Lagos. Zoals in zoveel jonge Afrikaanse staten komt het politieke leven
alleen maar via heftige strubbelingen op
gang. Stakingen, muiterijen en
staatsgrepen zijn aan de orde van de dag. Na de roerige en omstreden federale
verkiezingen van 1965 krijgen de politieke leiders uit Noord-Nigeria steeds meer
de overhand. In augustus 1966 neemt generaal Gowon definitief de macht
in,handen. Kort daarna, in september, komt een ware volksverhuizing
op
gang. Duizenden Ibo's keren na bloedige botsingen met de noordelijke Hausa-stam
naar hun stamgebied in Oost-Nigeria terug. Zeer ernstig was de toestand in Kano,
waar op
1 october 1966 een deel van het leger aan het
muiten sloeg en de bevolking voorging in gewelddaden. Minstens 2.000 Ibo's kwamen
daarbij om het leven en vele dorpen werden geheel vernield. De militaire
gouverneur van Oost-Nigeria, kolonel Ojukwu, die toen al
een
duidelijk eigen politiek voerde en wantrouwend stond ,tegenover het federale
bewind van Lagos, had in januari 1967 zijn eerste ontmoeting met generaal Gowon sinds
deze in augustus 1966 aan de macht kwam. Het was ook hun laatste
ontmoeting. Op
30 mei 1967 proclameerde Ojukwu de
republiek Biafra.
GENERAAL Ojukwu (archiefmateriaal) If civil-war comes and I think it
is immanent, you're quite right, it will be our struggle for freedom.
Our people here have been for a long time prepared for this eventuality and I am
confident about their readiness. I think that when it does come,that the people of the other side will he
surprised of what they're going to get.
CAS BRUGMAN: Op 7 juli 1967
gaat Gowon tot gewapende actie over en begint een burgeroorlog. Binnen enkele weken
veroveren de federale troepen de belangrijke oliehaven bij Port Harcourt.
Daarvoor al had de federale marine gezorgd voor een effectieve blokkade,
waardoor uitvoer van olie gedurende een maand onmogelijk was geweest. Zo begon
een bloedige burgeroorlog, met een frontlijn die zich,voortdurend verplaatste en
waardoor nu tenslotte twee miljoen Ibo's op
een klein en kwetsbaar gebied zijn teruggedrongen. Nu de regentijd
voorbij is, ziet het er naar uit dat de federale troepen door een groot
slotoffensief de eindoverwinning willen forceren.

Tegenstanders in de oorlog om Biafra. Links: Generaal
Yakubu "Jack" Dan-Yumma Gowon (1934-). Hoofd
Nigeriaanse militaire federale regering. Links: generaal Chukwuemeka
Odumegwu Ojukwu(1933-).President van de afgescheiden republiek Biafra
(Gowon is in1990 teruggekeerd naar Nigeria en heeft een religieuze groep
opgericht : Nigeria Prays. Ojukwu leeft een rustig leven in Oost Nigeria en
geniet een sinds 2008 een militair pensioen van de Nigeriaanse regering)
WIBO VAN
DE LINDE: Bijzondere gast in dit programma is
de Britse oorlogsverslaggever Allan Hart. Hij werkt voor het vooraanstaande
nieuwsprogramma in Engeland, News At Ten, en is correspondent van de Times en
van de Economist. Allan Hart heeft het conflict zowel in Nigeria als in Biafra
op
de voet gevolgd. Hij maakte de
recente reportages, die de wereld opnieuw attent maakte op de verschrikkelijke
gevolgen van de burgeroorlog voor de bevolking van Biafra. Een oorlog, die de
instandhouding van de Nigeriaanse federatie moet forceren, een federatie - zo zegt Allan Hart - die nooit heeft gewerkt,
en die ook nooit zal werken.
ALLAN HART: This is a mythe Nigeria, supported by Britain, is fighting a war, to
preserve something that has never existed. Nigerian unity has never been anything, but a figment in the
imagination of British kolonial administrators on the spot and their political
masters back in London. The best exposé, of why Nigerian unity has never existed,
is contained in a broadcast made by general Gowon when his coup happened in july 1966.
The evidence now is, that the Gowon coup, a northern coup, was to take the North out of
the federation. To do what Biafra has done. Gowon made a broadcast
in which he said this: "Suffice it to say that putting all considerations to the test, political, economic as well as
social, the basis for unity is not there".
The öriginal text of his broadcast contained also this: "we must therefore
divide up and share the assets". But that sentence was deleted from the script from
the broadcast under pressure from the British High Commissioner. After that Gowon was made to deny that he ever made any of these remarks. Britain has gone
on pretending that this broadcast was never made. But one vital piece of evidence here the codeword for the Gowon coup was ARABA - and this is the
Haussa word for secession. So this is the basis for Nigerian unity.
DR. K.L. ROSKAM (Afrika-deskundige): Wie er balkaniseert is in wezen
Nigeria. De afscheiding van Biafra was het gevolg van een decreet van Generaal Gowon, waarbij Oost-Nigeria werd opgesplitst in drie staten. Nou, dat is grotere balkanisatie dan wat Biafra heeft gedaan. Dat is het eerste punt. Het tweede
punt is, dat de Organisatie van Afrikaanse eenheid, die ook zegt van Afrika is niet
gebaat bij balkanisatie en daarom steunen we Nigeria, dat die organisatie
eigenlijk alleen maar opgericht is om de staatkundige verbanden zoals ze nu zijn
te handhaven. De status-quo te handhaven. En die staatkundige verbanden die zijn nu eenmaal door de
koloniale bewindvoerders kunstmatig in het leven geroepen, u kent de conferentie
van Berlijn, waarbij op
de kaart lijnen werden getrokken en er werden
volken bij elkaar geveegd die helemaal niet bij elkaar hoorden - of helemaal niet bij elkaar hoorden -
die eigenlijk weinig contacten met elkaar hadden, dat gebeurde in de negentiende
eeuw - en nou had natuurlijk in die 80 jaar best een nationaal bewustzijn kunnen ontstaan in Nigeria, als de
Britse koloniale heerser daar ook op had aangestuurd.
CEES VAN DRONGELEN: De Britse premier Harold Wilson stuurde onlangs een
nieuwe partij extra wapens naar Lagos. De federalen hebben die wapens hard
nodig, want Biafra heeft volgens de laatste gegevens een flink stuk gebied
heroverd. Nederland, Frankrijk en België hebben de wapenleveranties vorig jaar
onder druk van de publieke opinie gestaakt.

De Britse minister-president Harold Wilson (1916-1995)
MR. J.M.A-H LUNS, Minister van Buitenlandse Zaken: VRAAG: Excellentie, die film die wij hebben vertoond, ik heb een paar beelden voor u meegenomen (Luns: ja ik ken ze, vreselijk, vreselijk) vindt u niet dat dat Biafra boven de politiek uitgaat? ANTW: Uiteraard gaat het boven de politiek uit voor wat Nederland betreft, wij hebben het ook nooit politiek gezien, ik heb in de kamer en daarbuiten steeds onze zeer grote humanitaire belangstelling benadrukt. VRAAG: Hoe ziet u de verantwoordelijkheid van Engeland. ANTW: De Britse regering heeft natuurlijk een speciale verantwoordelijkheid omdat Nigeria lid is van het Gemenebest en verder vroeger een Britse kolonie was en tenslotte door Engeland steeds geholpen is onder andere met wapens. Voor wat de wapens betreft blijft de Britse regering van oordeel dat de 20% aan wapens die zij levert dient te moeten worden gehandhaafd omdat anders de Sowjet-invloed predominant zou worden. VRAAG: Ik kan me dat voorstellen als politiek punt, maar als u het dus met me eens bent, dat het eigenlijk boven de politiek moet uitgaan, om die mensen daar van de hongerdood te redden, zou een totaal wapenembargo ooit bereikbaar zijn? ANTW: Volstrekt onbereikbaar, omdat Rusland onmiddellijk inspringt in de plaats van Engeland. Het heeft het al voor een groot deel - ik zei voor 80% - gedaan.

Josef Luns (1911-2002) Minister van Buitenlandse Zaken

Group-captain Leonard
Cheshire (1917-1992)
CHESHIRE: I don' t think he really thought that basic sincerity existes? I think that it
was a moment in history that was a moment in history that was a tragedy, that
the way the invitation to Ojukwu to came
out and meet Mr. Wilson it's timing, the way it was done was wrong. And so
meeting the cut-of-all to the whole situation never took place but it was not
Ojukwu's fault, it was not..
CEES VAN DRONGELEN. You mean to indicate that Wilson does
mean to say like he did and we quote General Ojukwu is entirely to blame for
the present situation.
CHESHlRE I am very sorry he said that. I understand the sincerity and
difficulty of the British Government, but I disagree. And I see in this
failure to repose trust in Biafra the one obstacle to peace.
MR.J.A.H. LUNS Het Nederlandse volk dient te beseffen, daar er situaties zijn en niet alleen Nederland maar veel grotere
mogendheden
zoals de Ver. Staten en geestelijke stromingen - denkt u maar aan initiatieven van de Paus - tot
dusver machteloos zijn gebleken. Dit is een hele nare constatering,
maar dat..., zo is het helaas. Nederland, Nederland heeft alles werkelijk ter zake
gedaan. Ik heb hij de Ver. Naties getracht om voldoende belangstelling te
wekken, maar noch het Aziatische blok noch het Afrikaanse blok en dat is al meer dan
de helft van de laden zijn bereid om de Ver. Nat:es in te schakelen. Men
beschouwt dit als een Afrikaanse aangelegenheid.
K.L.
ROSKAM Vanaf het begin heb ik dat een afschuwelijke afleidingsmanoeuvre
gevonden. Dat is ook voor onze regering vaak aanleiding geweest
om politiek niets te doen. Ze
zeggen humanitair doen we alles en ik vind het best ze kunnen humanitair iets doen. Bijvoorbeeld een luchtbrug
inzetten. Zoals destijds naar West-Berlijn is gebeurd waar het om minder
mensen ging, toen kon het wel en dat kost ook veel geld. Nu kan het ook. Het
is een goede oefening voor onze luchtmacht. Je kan dan tenminste ergens anders vliegen. We zouden voedsel kunnen droppen en dan wil ik nog zien dat Nigeria durft
een toestel neer te schieten en dan zegt Minister Luns: "Ja, maar dan zijn
we bang dat we beschuldigd worden van Neo-kolonialisme, maar dergelijke
principes zijn om andere redenen ook wel eens over boord gegooid, dus dat vind ik geen argument.
Maar afgezien daarvan, kan dit probleem Biafra nooit opgelost worden
op een humanitaire manier. Daar moet een
politieke oplossing komen en het is misschien erg simpel om te zeggen maar
hoe kan een regering in godsnaam redeneren en zeggen van ja, dat weten we
niet. Een oorlog kan je toch alleen maar ophouden door met
schieten op te houden en zowel de Britse als de Nederlandse regering hebben de
middelen om druk uit te oefenen op Nigeria aan de conferentietafel te gaan
zitten. Voortdurend worden er pogingen gedaan om Biafra de schuld te geven,
dat zij niet willen praten, maar Biafra praat al van het begin: wij willen onderhandelen, maar dan moet er eerst een wapenstilstand
komen.
CEES VAN DRONGELEN Een wonderlijke rol in het drama speelt de Zweedse Graaf
Karl
von Rosen. Hij organiseerde een Biafraanse luchtvloot van 18 lichte vliegtuigen
met
raketbewapening en overtuigde Ojukwu van het politiek en strategisch belang van
het vernietigen van olie-installaties. Dezelfde, die Engeland door het steunen van het federaal bewind nog steeds denkt te beschermen.
Olie speelt een hoofdrol in het drama.
CAS BRUGMAN De Niger-delta in Nigeria is ruim een kwart eeuw lang doelwit
geweest voor geologische onderzoekingen. Maar pas in de laatste jaren zijn er zeer belangrijke olie- en gasvondsten
gedaan. Als de
voorspellingen uitkomen levert Nigeria in 1975 800 miljoen liter per dag. Dat is net zoveel als nu heel
Afrika levert. Tussen haakjes: 800 miljoen liter olie per dag is zoals de zaken nu staan ruim 8% van de
wereldproduktie. Van
belang is ook dat in Nigeria 1 van de
2 proefboringen succesvol is, terwijl 1 op de 9
slaagt. De investeringen zijn hoog; SHELL-BP heeft in Nigeria ruim een
half miljard
gulden geïnvesteerd.
Vóór het uitbreken van de burgeroorlog in juni '67 kwam in Nigeria 90 miljoen
liter ruwe olie per dag uit de grond.
De royalties voor de federale regering bedroegen toen
300 miljoen gulden per jaar. Vrijwel alle
grote oliemaatschappijen ter wereld zijn in de Niger-delta op jacht. GULF en
MOBIL hebben voor de kust
grote vondsten gedaan. De olie die op
het land wordt gewonnen, gaat in een pijp-systeem naar Port Harcourt, waar de tankers voor verder transport
naar Noord-West Europa zorgen. Port Harcourt speelde een vitale rol in de
strategie van de Biafraanse leider Ojukwu. Toen Oost-Nigeria zich onder zijn
leiding afscheidde
op 30
mei 1967
als de republiek Biafra, had het daarmee
5/6
van alle Nigeriaanse olie onder controle. Keesings historisch archief noteerde dat de grote oliemaatschappijen hem een
maand na de afscheiding een deel van de royalties zouden hebben beloofd. Maar
Ojukwu kreeg niet de gelegenheid zijn troefkaart uit te spelen. Zijn
tegenspeler Generaal Gowon, leider
van het federale bewind van Lagos,
slaagde erin de oliehaven Port Harcourt met zijn kleine marine te blokkeren,
zodat er geen druppel olie meer uit kon komen. Ironisch genoeg bestond
de Federale Marine voor een groot deel uit in Nederland gebouwde schepen. Ook
over land kon Gowon Port Harcourt veroveren op de Biafraanen. Eind juli 1967 - twee
maanden na de afscheiding - beschuldigde Biafra SHELL-BP
van dubbelspel. De precieze gang van zaken bij de uitbetaling van de royalties
valt moeilijk na te gaan, maar Oil- and gas journal - een vaktijdschrift voor
geologen --meldde in maart 1968 dat SHELL-BP eind-1967 een bedrag van 62 miljoen
gulden aan Lagos zou hebben
betaald.
In ieder geval steeg de rekening van
Nigeria in Londen in die dagen met eenzelfde bedrag.
VAZ NUNES Maar we hadden geen
keus we
moesten wel aan Lagos betalen, want dit is dan het stuk wat Biafra
claimt als zijn gebied. En dat is dan alleen de zuidkust van Nigeria en hij heeft
dus enkele tijd deze oliegebieden in handen gehad, maar dat heeft maar
kort geduurd. En eigenlijk, daarna zijn ze altijd beperkt geweest tot het
eigenlijke Ibo-land waar maar weinig olie in zit. Het meeste was dus in handen
van Lagos en dat waren de mensen waarmee wij contact hadden en daar moesten we
wel aan betalen.
WIBO VAN DE LINDE: Ja, nu claimde Biafra deze
off-shore locations dus eh .. bronnen voor de kust eh.. Heeft bij de besluiten
van SHELL-BP een rol gespeeld dat de federale regering
over een kleine, maar toch marine beschikte?
VAZ NUNES Nou nee dat geloof ik niet meneer Van de
Linde. Het feit dat de Nigeriaanse regering een paar schepen heeft
bij ons geen enkele rol gespeeld. Bovendien dit gebied voor de kust levert wel
enige olie, maar in het kader van het geheel van Nigeria is de opbrengst niet
spectaculair, speelt het geen rol van betekenis.

Graaf von Rosen (1909-1977)
VAN DRONGELEN De kwestie van de oliebelangen houdt ook de publieke opinie
bezig. Vandaar onze vraag aan onze minister van Buitenl. Zaken Mr Josef
Luns.
VAN DE LINDE Hoe staat het met de druk van de oliemaatschappijen op de Engelse
regering?
MR LUNS Voor zo ver ik kan nagaan heeft de Engelse regering geen begin van
druk van de oliemaatschappijen gehad en de oliemaatschappijen daar zijn ook
Nederlands-Engelse maatschappijen bij die heeft zich nooit bij de Nederlandse
regering op welke wijze dan ook met dit conflict bemoeit.
ALAN HART The Oillobby is probably the most powerful thing that is effecting.
the British gouvernment thinking. Now they know,at this moment that the
oil and installations are threatened , but I would guess they are standing back
to await the forthcoming Federal offensive,
which will probably be launched in two or three weeks . It's the seventh
of eighth attempt incidently of the final offensive, but I think
everybody is sitting back, and saying O.K. Well let's just see, if this once the
Feds can achieve a military break.through. Now they won't I don't
think. It is possible they may overrun all the main roads. But that will
prove nothing, because they would still have to garrison a very hostile Biafra,
behind the lines. And that will break the Federation. But supposing the
situation is that the oil-lobby is sitting back saying:"We'll give the Feds one
more chance. I think, when it is seen
this offensive has failed the oillobby will then be the first to rush along to
Downingstreet 10 and knock on the door saying:"Hey Wilson,
we backed a loser here. The Feds are not able to protect our oilinterest. We
must do a deal".
DR. MIDDELKOOP. Misschien gaan de oliebelangen nou ·inzien dat wat zij gedaan
hebben een gok op het verkeerde paard is geweest. En dan zal het eigenbelang ze
dicteren. Ik vind het alleen jammer en triest dat ontdekt is dat er al 2 miljoen
mensen dood zijn.
RIA BREMER We hebben ook onderzocht, hoe het nu precies staat met het eindeloze
gekrakeel over de voedselvluchten overdag. Het heeft nauwelijks enige zin om een
opsomming te geven van alle mislukte contacten hierover. Vaststaat dat Biafra
met dagvluchten volgens het Rode-Kruis-plan nooit voldoende voedsel zou hebben
bijeen gekregen.
ALAN HART Mr Wilson claims that if Ojukwu would accept daylight
relief-flights that the starvation would be ended within few weeks. This
is not a misinterpretation. This is a lie. The facts of the proposals
for daylight relief-flights are quite simple. They
are that I.C.R.C. proposals should operated between nine and five which allows
eight flights into Biafra because the agreement provided the planes would take
of at an interval of one hour. In fact, logistically it worked out that seven
planes could fly each day. Now each plane carries pay-load of ten tons so that
70 of 80 tons maximum is available under the proposals as they now exist for
day-light relief into Biafra. And a simple fact is that before June the 5th
when the Red cross plane was shot down when the ICRC was flying into Biafra by
night, they were getting into 200 tons. So by daylight
the Biafrans would be getting 120 tons less than they wers
getting by night. It is a simple as that.
VAN DRONGELEN You say "It is as simple as that". Does that imply that there is no
other way to solve this problem. There are no other agreements possible on
daylight relief-flights.
ALAN HART WeIl this is specificly the I.C.R.C. proposals. But quite
honestly - Britain for example has 65 transportplanes -
sitting at their bases in Britain doing absolutely nothing if these could be
utilised to fly into Biafra they need not land on the air-strip, they could drop
by day-light.·If they flew round the clock for a period
of three of four weeks. The word of the starvation could he arrested there is
absolutely no doubt about that. But this requires Britain taking a political initiative.
To take that initiative Britain would in fact besaying to
Ojukwu and to Gowon: " Look, enough is enough. we are going to
sort this out". So it is not a simple problem, does
Britain want to take an initiative?
CHESHIRE And I eannot believe that the combined diplomatic skill of the whole world is
not capable of getting over that obstacle. We must, but I think that only if the
people of the world demand it and will not be satisfied until the Governments have
solve it. Governments won't move. It is not enough to sit down and say: "Mr. X is responsable,
Ojukwu is responsible.
We simply got
to get over that obstacle. If this particular schema is not right there must be
another way around it. And think the people must demand it.
DR.MIDDELKOOP De geschiedenis over de onderhandelingen van over de
onderhandelingen van dagvluchten is ...·ze
zeggen ja, ze mogen van... Lagos afvliegen, maar als je het kritisch bekijkt was dat misschien vijf, zes vliegtuigen per dag. En dat is natuurlijk een
aanfluiting, als je dan iets organiseert voor werkelijke
hulpverlening, dan moet niet de mogelijkheid beperkt zijn tot vijf, zes
vliegtuigen per dag, maar dan moet het helemaal en volledig, dat er minstens vijftien vliegtuigen of tien vliegtuigen twee
vluchten per dag kunnen maken. Dan zou er misschien in de buurt van de drie
honderd ton komen.
VAN EMDEN Een impasse dus, die alleen kan
worden doorbroker door een overeenkomst met beide partijen, die een
humanitaire organisatie als het Rode Kruis niet kan opleggen. Ook al omdat er
voor burgeroorlogen op dit punt geen dwingende rechtsregels bestaan. Er is
hier dus sprake van een lacune en dientengevolge, inderdaad van een
schuldvraag.
VAN DRONGELEN Maar waar ligt nu die schuld?
VAN EMDEN Nou, ik dacht in geen geval bij het Rode Kruis dat binnen de
bestaande mogelijkheden alles heeft gedaan en nog steeds doet om de partijen bij elkaar te brengen. Als men wil spreken van een schuld
kan men die niet geïsoleerd zien. Men kan hier slechts een onmacht constateren om partijen te dwingen gezamenlijk een overeenkomst
te accepteren, zelfs als het om humanitaire kwesties gaat. Eh, politieke
onmacht, dacht ik, in eerste instantie, geen humanitaire onmacht. Laten we dit
maar samenvatten door te constateren, dat ook op dit moment - tienduizenden op de rand van
leven en dood staan als gevolg van een ernstig tekort in onze
samenleving.
CHESHIRE I
personaly think it's a pity that negotiation were left
to the Red Cross. This
is a matter of such importance of of such delicacy. It should have been given to
somebody or to a Government that is skilIed in diplomacy. It is a very high
skilled art. Red Cross have there virtues and there great abilities that other
people haven't got but it is not negotiating.
VAN DE LINDE Momenteel sterven
duizend Biafranen per dag. Als er niet gauw een politieke oplossing komt dan hoeft het niet meer.
MIN. LUNS Dat is een vraag, die ik op het ogenblik niet kan
beantwoorden. Ik heb toch wel hoop dat als de situatie zo ernstig wordt dat de
burgerbevolking in Biafra op het punt staat om te verdwijnen om het nu eens
heel kras te zeggen, dat daardoor dan een oplossing komt
op het politieke vlak die een ravitaillering mogelijk
maakt.

Voor deze kinderen in Biafra kwam de hulp te laat
VAN DE LINDE Dan vragen kijkers, betekent dat dan dat deze mensen geofferd
worden. Want als niemand er niets aan doet dan hoeft het niet meer... ..
MIN. LUNS. Ja niemand er iets aan
doet, men doet er alles aan. Maar als u zegt deze geofferd worden dan moet u
ingaan in de achtergronden en de weigeringen van de autoriteiten van Biafra. om voorstellen bijvoorbeeld van Nederlandse zijde onder internationale garanties Nederlandse vliegtuigen
dus Friendships in te zetten om voedsel te vervoeren omdat de dagen nog eh eh, nu u het toch heeft over de Nederlandse activiteiten op welke dag was het op 18 november hebben wij nog een bespreking in Génève
gehouden en bijeengeroepen van een groep die op Nederlands initiatief
is gevormd en waarbij de hele situatie nog eens is geanalyseerd. De
voorzitter van het Rode Kruis heeft toen een uiteenzetting gegeven, van al
de pogingen die zijn gedaan en o.m. over het nog hangende plan om
vliegtuigen gecontroleerd b.v. door Nederlandse equipes op vliegvelden in
Nigeria, wanneer ze daar zouden landen, dat het zeker zou zijn, dat er geen
wapens zouden worden vervoerd, door te vliegen naar Biafra en andere plannen
ook. En wij hopen dat er alsnog iets van komt.
DR. MIDDELKOOP Als ik het dus heel
cru mag zeggen, dan heb ik het idee
dat de regering wel mee wil helpen aan voedselvoorzieningen, maar zodra ze om het nu maar eens op z'n Hollands te zeggen de kans lopen
om hun vingers te branden zijn ze niet thuis.
MIN. LUNS. Ik begrijp die uitdrukking niet van de Heer Middelkoop. Ik
begrijp het helemaal niet want wij hebben alles gedaan wat van ons verwacht
kan worden en nog meer. Er is geen sprake geweest dat Nederland ooit om handelsbelangen iets heeft nagelaten of iets heeft
gedaan dat beter nagelaten had kunnen worden integendeel. Het heeft geen...
ik zal maar zeggen bang om de vingers te branden dat moet men concretiseren
men moet zeggen dit plan of deze daad heeft de Nederlandse regering niet
gedaan omdat deze belangen er door geschaad zouden kunnen worden. Welnu, daar is geen begin van
sprake van.
VAN DE LINDE Als mijn gegevens kloppen dan is er op dit ogenblik een
investeringsbedrag van 2
miljard gulden in Nigeria. Is dat aanzienlijk
of is dat te verwaarlozen?
MIN. LUNS Het
is een eh, het is eh, het is een eh heel
aanzienlijk bedrag, maar het zou ook aanzienlijk zijn als Nigeria
Biafra was of wanneer er twee onafhankelijke staten waren, dat speelt geen
rol voor Nederland. Als morgen Biafra Volkenrechtelijk zou erkent worden als gevolg van een overwinning dan houd ik mij ervan
overtuigd dat de handelsbelangen niet geschaad zouden worden.
RIA BREMER Intussen hebben de recente filmreportages uit Biafra veel los
gemaakt. U kent al de beelden van de protestmars van 9.000 scholieren in den
Haag, die premier De Jong EEN MILJOEN handtekeningen brachten. Op vele
scholen zijn initiatieven ontplooid om geld binnen te krijgen. Opvallend is,
dat vooral de jeugd bijzonder actief is. De Nigeriaanse ambassade ziet een en ander als
een zeer negatieve reactie.

Minister-president Piet de Jong voert een IBO met een banaan waarop staat 3
miljoen (Midden Afrika). Zeldzaam. Bijna uitgestorven
DURLONG I notice an inexplicable rush the recent weeks right here in
Holland, to revive
pro-Biafra sentiments in the radiopress by
demonstration by your present tv-series itself.
Gestures that
could only give the rebels, quite a false sense of confidence and the
determination to fight. Gestures once again at a time when a glimmer of hope appears on the horizon, that on the rebels present
confuse state might emerge sanity that could bring the country nearer peace.
VAN DE LINDE Belangrijk ook is een nader inzicht in de figuur van de Biafraanse leider
Ojukwu die vaak dictatoriale neigingen en
fanatisme is verweten.
ALAN HART Biafra right now, in its present state of disaster, is probably
the most democratic country in the world. Ojukwu symbolizes Biafra, he
represent Biafra he's a mouthpiece. But if Ojukwu wanted to stop this war
tomorrow, thc fact is in my estimation he could not and if Ojukwu was
assasinated·somebody else would take over. Ojukwu is not a dictator. He represents his people. .
VAN DE LINDE Gelooft u dat Meneer Ojukwu een fanaat is of staat de
bevolking achter hem.
MIN. LUNS Ik ken Meneer Ojukwu niet. Ja ik heb, sommige in Engeland
en over het algemeen vindt men zeer fanatiek en dat vindt
men ook in Rusland. Hij is in ieder geval een heel krachtige figuur
VAN DRONGELEN It has been said that General Ojukwu does not want
to solve the starvation problem that he is exploiting the present
situation. What is your opinion?
CHESHIRE How could he. It doesn't stand a moment investigation. If you
consider that the hard of the whole struggle for him is security, what
would Britain do in the war? We were losing people in the
bombing-raids. Does that mean that Cburchill was sacrificing the civilians
of Britain in the interest of his own cause? I don' t say that
either side is wrong or right in everything they each have go their wrongs and
they each have got their·rights. And I just can't see that a sensible man
can have used that argument.
VAN DRONGELEN De vraag rijst: waarom doen de Ver. Naties niets. Wel
simpelweg, omdat voor het conflict Biafra-Nigeria politiek niet voldoende
steun te verkrijgen is om het een plaats
op de
agenda te bezorgen, zodat de Algemene Vergadering of de Veiligheidsraad
erover zouden kunnen debatteren. De meerderheid vindt het een zaak voor de Organisatie voor Afrikaanse eenheid, de OAE. In New
York sprak onze correspondent Klaasjan Hindriks met Assemblee voorzitster Angie Brooks.

Angie Brooks (1928-2007) Assemblee voorzitster
ANGIE BROOKS Now some contended that while the
OAE is trying, nothing concrete has come off. And
there is involved the humantarian side. There
is need for food, medicine and rest of it and this is the part where
they feel that the United Nations should come in assist and having the parties agree on an arangement
to eliviate the sufferirigs of these innocent victims. And I believe
I think I share that view.
RIA BREMER Binnen het kader van de Ver. Naties gebeurt er dus momenteel
niets. Veel politici vragen zich nu al af: Wat doen de VN straks: op het
moment dat er zonder hun toedoen toch een
wapenstilstand wordt bereikt.
ALAN HART The war is about
security not souvereignty. The Ibo's want most off all, the Biafrans, a guarantee
that they will not be slaughtered. So even if there is peace on a confederale basis and the
Biafrans maintain their armies and look after themselves and the
rest of the federation have their separate armies for a long time, maybe
years to restore mutual confidance, there will have to be an
international presence. I think there is no doubt about this. Along the Niger
borderlines.. Who can fulfill this role: the United Nations is taylor-made for this. If it wants to get
involved it should do, this is the perfect organisation. It could be an OAE, it could be a Commonwealth force, including ,some British
some Australians, some New Zealand troups, but I think once peace has been
negotiated, there has to be the presence of an International peace-keeping
force. If it does nothing more than to restore confidance.
CHESHIRE My suggestion is that Britain should put in ths area a
carrierforce with air-craft with the agreement of both
sides. It will guarantee with it physical presence, that the
flights will not be put to military advantage. I think that the conscience in Britain
is being greatly stirred at the moment and starting this week there is a major
campaign throughout the whole country. It will become known next week to
raise money to get all the food that is needed. Into Biafra and into Nigeria. To both sides by X-mas.
It appeals not directly to one side or the other but to both. Which
acknowledges the sincerety of both sides. I believe implicity we must acknowledge both sides have a case, and that men quarrel, they say
many things, they don't mean. We should ignore those. And I hope that
Britain will make true that statement the Prime-Minister, that no
country has done more to help starvation, we have not. We have done very little. But please God,
we will do something. .
Door de politieke onmacht en onwil van de regeringen lijkt het erop, dat alleen een mobilisering van de publieke opinie, ook in West-Europa en de rest van de wereld, de politici kan dwingen te kiezen tussen politieke en economische belangen, en de dood van nog eens 2 miljoen Biafranen. In die tussentijd moet de aanvoer van voedsel en medicijnen naar de slachtoffers worden uitgebreid, drastisch en snel.
Einde transcript TV uitzending van de AVRO in november 1969
In deze TV uizendingen heeft de AVRO gebruik gemaakt van gegevens over de oliewinning in Nigeria, die Pedro van Meurs en ik hadden verzameld. Dit blijkt duidelijk uit onze Geopol bulletins, die in de maand december verschenen. Dit is ook de reden dat we een deel van onze publicaties integraal hebben afgedrukt in dit dagboek. Het diende als basis voor de discussies die met de SHELL zijn gevoerd en waarover zoals later blijkt de SHELL nu niet bepaald ingenomen was, dat we deze gegevens naar buiten hebben gebracht.

Door de oorlog is het gebied dat de republiek Biafra omvat steeds kleiner geworden. Geheel ingesloten, ziet de toestand er midden 1969 zeer slecht uit.
Mijn overpeinzing over welke kant de westerse wereld en in het bijzonder
de oliemaatschappijen zullen kiezen, die van Gowon of Ojuwku in de Biafra oorlog?
Aan het begin van Biafra oorlog kozen de Oliemaatschappijen de zijde van de
federale troepen onder leiding van generaal Gowon. Toen luitenantkolonel Ojuwku,
na een geslaagd offensief een groot deel van olievelden van de Shell in handen
kreeg, heeft de Shell een symbolische betaling van 250.000 Engelse ponden pond
aan Ojuwku toegezegd. Dit is nooit betaald omdat de Britse Minister van
Financiën het verzoek van Shell-BP om toestemming te krijgen op de rekening van
Biafra in Zwitserland van de hand wees. Ook de Engelse regering ondersteunde
deze betaling. Gowon heeft de oliehaven met grotendeels in Nederland gebouwde
schepen te blokkeren, zodat geen olie meer aan Europa kon worden geleverd. Dit
was een grote klap voor Engeland zodat hun eerste doel was om deze blokkade op
te heffen. Een belangrijke troef kreeg Engeland in handen, toen Gowon om meer
wapens vroeg. De Engelse minister van Staat George Thomas werd naar Lagos
gestuurd met de boodschap, dat als Gowon Engeland olie wil levert hij zijn
luchtdoelgeschut wapens zou krijgen. Ojuwku wist in augustus 1967 de belangrijke
plaats Benin te veroveren. De Engelse regering begon weer te twijfelen en kwamen
met vijf scenario's op de proppen. Opties A en B waren het voortzetten of
vermeerderen van de wapenleveranties aan Gowon. Optie C was het stopzetten van
alle wapen leveranties. Optie D was het bevorderen van vredesinitiatieven en
optie E een combinatie van D en E. Sir David Hunt, ambassadeur in Lagos, is naar
Engeland gevlogen om de regering ervan te overtuigen, dat ze voor A en B moesten
kiezen, dus leveranties van wapens aan Gowon. Inmiddels is het tij in de oorlog
gekeerd en kwam Gowon weer aan de winnende hand. In november 1967 schreef Thomas
aan Wilson om de wapenleveranties aan Gowon op te voeren. "It seems to me
that British interests would now be served by a quick Federal victory." Eind
1967 heeft Shell-BP de zijde van Lagos gekozen door een bedrag van 17 miljoen
dollar over te maken op de Centrale Bank van Nigeria. De oorlog ging nog 2 jaar
door met de hongersdood van miljoenen kinderen. Hoeveel waren er nu nog in leven
als optie E was aangenomen in augustus 1967? Ook de Russen zagen hun kans om hun invloed in West
Afrika te vergroten en
stuurde wapens naar de federale troepen van Gowon. Echter koos Frankrijk de
zijde van Ojuwku. Ze hoopten dat Nigeria uiteen zou vallen in verschillende
staatjes. Ze zagen een krachtig Nigeria als een bedreiging voor de francofone
staten in West Afrika. Uit geheime rapporten is later gebleken dat Frankrijk via
de kust en Gabon wapens aan Ojuwku heeft geleverd. De staat Biafra werd door de volgende
Afrikaanse landen
erkend: Tanzania, Zambia, Gabon, Ivoorkust. Sympathiek tegenover Biafra waren
Zuid Afrika, Rhodesia en Portugal.
Uitgeverij GEOPOL gaat van start. Eind November 1969 ben ik begonnen met een eigen uitgeverij GEOPOL
genoemd. Het EGOproject dat ik gestart ben op maandag 28 april 1969 betekende
Experimenteel Geologisch Onderwijs . De geopolitiek speelde hierbij een
grote rol, vandaar dat ik GEOPOL als naam heb bedacht voor mijn uitgeverij.
Ik heb daarbij de medewerking gekregen van mijn vrouw die vele teksten heeft
getikt en gecorrigeerd. Op mijn zolder heb ik met een stencilapparaat de
uitgave van vele bulletins en geschriften verzorgd. De kosten van druk
en verzending heb ik voor eigen rekening genomen. Trouwens het gehele
EGOproject heeft, vanaf 1999 tot op de huidige dag, heeft zijn weg gevonden op het
internet www.egoproject.nl
12 December 1969. De eerste uitgave van het GEOPOL BULLETIN gaat over de oorlog in
Nigeria . Ik heb daarbij de medewerking gekregen van Pedro van Meurs, die
trouwens het tweede nummer van het GEOPOL Bulletin geheel voor zijn rekening
heeft genomen.
OLIE UIT NIGERIA VAN VITAAL BELANG VOOR WEST EUROPA
Om het vitale belang aan te tonen van de Nigeriaanse olie voor de West Euorpese
economie, worden in dit artikel basis feiten beschreven, die zijn ontleend uit een aantal vaktijdschriften voor olie geologen. De
olie-invoer in West Europa bedroeg in 1968 ruim 480 miljard liter.
Hiervan kwam 53% uit het Midden Oosten, 36% uit Lybië, Algerije en Nigeria en de rest voornamelijk uit
Rusland en
Venezuela. Vooral voor Groot Brittannië speelt de Nigeriaanse olie een niet te
onderschatten rol. Nigeria leverde in het begin van 1967 10% van de Britse
olie. Met de toenemende politieke instabiliteit van het Midden Oosten
moet worden gezocht naar een diversifikatie van de olie gebieden. Ook door de
EEG wordt een dergelijke politiek gevolgd, hetgeen mooi blijkt uit het
feit dat Europese Gemeenschappen het er in 1964 reeds over eens waren dat het
hoofdthema van de olie- politiek moest zijn : "een gemeenschappelijk beleid
dat een zeer gedifferentieerde bevoorrading tegen zo laag en zo stabiel
mogelijke prijzen waarborgt". Vergeleken met het Midden Oosten zijn de transportkosten voor de Nigeriaanse olie relatief laag te noemen.
Door de sluiting van het Suez
kanaal wordt momenteel een deel van de olie vanuit het Midden-Oosten rond
Zuid Afrika met mammoettankers vervoerd
en nemen de transportkosten ten gevolge van deze lange aanvoer route naar West
Europa 30% van de prijs voor hun rekening. Behalve de gunstige ligging van
Nigeria t.o.v. Europa is de kwaliteit en de kwantiteit ( vooral van de
aangetoonde reserves) zeer goed te noemen. Men, verwacht zelfs dat Nigeria
het derde olieland ter wereld zal worden. De Nigeriaanse olie heeft vrijwel geen zwavel i.t.t. de
olie
vanuit het Midden Oosten met een hoog zwavel gehalte. Men heeft behoefte aan
"schone" olie (weinig zwavel) die weinig "smerige"afvalstoffen opleveren . Dit
geeft weer een goede onderhandelingspositie bij het zoeken
naar de vestiging van raffinaderijen in dicht bewoonde gebieden (Progil,Arnstercjam).
De olie is behalve "schoon"ook "licht". Men zegt wel dat men de olie
nauwelijks behoeft te kraken en zo in
een diesel motor kan verbranden. Nigeria heeft verder het grote voordeel, dat bij het zoeken naar nieuwe
oliebronnen de kans op een succesvolle boring ruim 50% bedraagt, d.w.z op de 2
boringen 1 raak. Een zeer gunstig aspect, als men bedenkt dat een verhouding van
negen op 1 normaal genoemd mag worden. De productiviteit van de producerende putten is zeer hoog (op de zesde plaats van de wereld ranglijst). Tot eind 1967 zijn ongeveer
300 putten in productie gebracht met een opbrengst van ruim 240.000 liter
per dag per put. In de Verenigde staten zijn putten met een dagopbrengst van
4800 liter al winstgevend. De aangetoonde reserves schijnen bijzonder hoog te zijn. Het is niet voor niets dat nog begin 1969 SHELL-BP een
nieuwe investering heeft gedaan van maar liefst 450 miljoen
gulden en daarmede het totaal investeringsbedrag te brengen op rond 1 miljard
gulden .

Oliebronnen Nigeria en de gebieden van de diverse oliemaatschappijen (Geopol bulletin 12 december 1969)
Dat de verwachtingen hoog gespannen waren in het begin van dit jaar blijkt uit de prognoses voor eind 1969 van 128 miljoen liter (ver boven het voor oorlogse peil) en voor midden 1970 reeds 160 miljoen liter per dag. Onbevestigde berichten spraken zelfs voor 1972 van een productie van 400 miljoen liter en voor 1975 800 miljoen liter per dag. Dat is net zo veel als 12% van de huidige wereld productie. Veelbetekend is de verklaring van de Minister van Financiën van de federale regering te Lagos dat de exportwaarde in het jaar 1978 uit de olie industrie voor Nigeria beraamd is op 3 miljard gulden Dit is te meer zo hoog daar men goed moet realiseren dat de royalties voor elke liter olie de federale regering slechts 11/4 cent oplevert ( f 2,- per barrel). In eind 1966 was de netto opbrengst 300 miljoen gulden van 24 miljard liter olie. Normaal zijn de olie maatschappijen gewend om 2 cent per liter te betalen. De lage royalties zijn een niet te verwaarlozen voordeel voor de oliemaatschappijen. Uit de hier gepresenteerde feiten kan men aannemen dat de olie uit Nigeria van vitaal belang is voor onze westerse economie. Uit de grafiek - waarin de olieproduktie per dag in Nigeria is uitgezet tegen de tijd - ziet men twee scherpe dalingen in de opwaartse gerichte tendens.

Productie curve van de oliewinning in Nigeria . (Geopol bulletin 12 december 1969)
De eerste daling is te verklaren door het
uitbreken van de burgeroorlog in juni 1967. Generaal Ojukwu had kort tevoren
Oost Nigeria uitgeroepen tot de onafhankelijke republiek BlAFRA. Hij had
daarmede 5/6 van alle Nigeriaanse olie onder controle. De grootste belanghebbende SHELL-BP bood onder protest
Ojukwu een symbolisch bedrag van 2,5 miljoen
gulden. Dit bedrag is echter nooit betaald, aangezien de Britse Minister van
Financiën, het verzoek van SHELL-BP om toestemming te krijgen het
bovengenoemde
bedrag op de rekening: van Biafra in Zwitserland over te maken, van de hand
wees. Ojukwu kreeg echter geen gelegenheid om zijn troefkaart uit
te spelen. Zijn tegenspeler Generaal Gowon, leider van het federale bewind in Lagos
slaagde erin de oliehaven Port Harcourt met zijn kleine marine (met
grotendeels in Nederland gebouwde schepen) te blokkeren. Eind 1967 hebben
SHELL-BP echter de zijde van Lagos gekozen, door een bedrag van rond 62 miljoen gulden over te maken op de Centrale Bank in
Nigeria. De
oliemaatschappijen begonnen in 1968 de schade te herstellen en konden de produktie gedurende het jaar 1968 en vooral begin 1969
weer goed op gang krijgen (zie opgaande lijn in de grafiek). Begin 1969 kon het
vooroorlogse peil weer worden bereikt. De Biafranen waren op een klein stukje
grond terug gedrongen en vormden geen directe bedreiging voor de belangen van de
oliemaatschappijen. Eind mei 1969 kwam er in de situatie een plotselinge
verandering. De Zweedse Graaf Von Rosen had Ojukwu
kunnen
overtuigen van zijn operatie BlAFRA' s Baby, door met kleine vliegtuigen (minicons)
de olie installaties en federale vliegvelden aan te vallen. Het effect is zo groot
geweest dat de olie productie zeer snel is teruggelopen.

De vliegtuigen ingezet in de oorlog in Biafra door graaf von Rosen Biafra's
babies genoemd
Onofficiële berichten spreken zelfs van een vrijwel stil staan van de olieproduktie in Nigeria.
Indien geen spoedig einde aan de oorlog zal komen zal de neergaande
tendens van de kurve uit de grafiek zich verder kunnen voortzetten. Indien de
oorlog vandaag zou stoppen is het productie verlies aan olie door de gewijzigde
Biafraanse taktiek globaal te schatten op 80 miljard liter. Zoals uit de
grafiek blijkt werd reeds een zelfde verlies geleden in de periode van Juni 1967
- begin -1969: totaal dus een verlies van 160 miljard liter ongeveer net zoveel
als de wereldproductie gedurende een maand.
Het betekent verder een derving van inkomsten voor Nigeria van 2 miljard
gulden en een niet te schatten bedrag voor de oliemaatschappijen. De recente toegenomen belangstelling in regeringskringen van de
westerse wereld wordt onder meer veroorzaakt door de ongerustheid over de bij zonder
hachelijke situatie voor de olie industrieën dan door louter humanitaire
beweegredenen.
Hoe het ook moge zijn, het is noodzakelijk, dat iedereen die zich het lot van
de miljoenen mensen in nood aantrekt probeert de regeringen en de
oliemaatschappijen aan te tonen, dat zij bij machte zijn om redding te brengen.
Zij kunnen zich nu niet meer verschuilen door te beweren, dat er alles
aan gedaan wordt en dat zij ook machteloos zijn. Verzuimt men in de komende
weken de Biafraanse bevolking daadwerkelijk te hulp te komen dan zijn wij
medeplichtig aan het uitroeien van mensen terwille van economische belangen.
Einde artikel in Geopol bulletin nummer 1
13 december 1969 Artikel Algemeen Handelsblad op voorpagina met als
kop:
Nigeria
wellicht ooit derde olieland ter wereld.
Ik ben er in geslaagd om het artikel
van Geopol, in iets gewijzigde vorm, onder te brengen
op de linker voorzijde van de voorpagina van Algemeen Handelsblad. Ik heb het
gepubliceerd niet onder mijn naam maar van een medewerker. Het is vrij
zeker dat niet ons Geopol artikel de woede heeft opgewekt van de president-directeur van
de N.V. Koninklijke Nederlandsche Petroleum Maatschappij
de heer Ir L.E,J. Brouwer, maar het artikel in het Algemeen Handelsblad van 13
december 1969. Hij schreef mij een boze
brief op 23 december 1969, waarin hij alleen refereert naar ons Geopol
bulletin, maar met geen woord rept over het artikel in het Algemeen
Handelsblad*). Ik heb via via vernomen dat dit artikel in alle
haast is overgeseind en vertaald naar het hoofdkantoor van de SHELL in Londen.
Ik kan me niet indenken, dat ware het artikel niet in het Alg. Handelsblad was
gepubliceerd, hij deze brief aan mij niet geschreven zou hebben. Uit onze
artikelen blijkt
namelijk zonneklaar dat Nigeria veel te weinig geld beurt voor zijn olie en hoe
de oliemaatschappijen de schuld dragen aan de genocide in Biafra. Ik heb aan de
hoofdredacteur de heer H.J.A. Hofland van het Alg. Handelsblad een tweede
artikel aangeboden, maar dat zag hij niet zitten. Ik denk dat hij van de SHELL
wel het een en ander te horen heeft gekregen.
*) 23 december brief van President- directeur Nederlandse Shell.
Hier volgt de woedende brief van de
President-directeur van de N.V. Koninklijke Nederlandsche Petroleum Maatschappij Ir L.E.J. Brouwer
dd 23 december die ik van hem mocht
ontvangen

Het begin van de brief van Ir L.E.J. Brouwer
Amice, Met stijgende verbazing las ik de Geopol documenten, en nu eindelijk de afzender zich meldt haast ik mij den heten naald te koelen. Ik had al met enige onrust Uw naam op 'een der documenten gelezen, en met dankbaarheid het verdwijnen uit het tweede geconstateerd..Maar ik neem aan dat Gij U toch niet zonder meer van deze literatuur distantieert en daarom schrijf ik maar. Wat mij vooral in deze paparassen treft is de naïviteit. Niet op het gebied der politiek conclusie, want op dat gebied is iedereen naïef, die niet zelf praktiserend is, en kan alleen maar spreken van méér of minder naiëf. Maar op het gebied van hantering van bronnen en van gegevens. Dat een pril ventje (als v.M waarschijnlijk is) zich in zijn bronnen verdrinkt pleit voor zijn dorst. Maar een man met zolang en hoogwaarde wetenschappelijke ervaring zooals gij zelf bent, een gerespecteerd lid van een respectabel gilde, zóó onervaren met cijfers en halve gegevens te zien omspringen, doet mij met smart denken aan de astronomen die de zon om de aarde lieten draaien, terwijl ze al middelen hadden om 't tegendeel te bewijzen. Zooals ik ieder maal aan Wanda Jablonski (dochter van een geoloog, eigenaresse van P.I.W.) zeg, wanneer ik haar zie: Haar blad Petrol. Int. Weekly is de duurste en meeste systematische misleiding die over de Intern Petr. Industrie gepubliceerd wordt. Het lezen is voor oningewijden zóó gevaarlijk dat het in ons bedrijf aan dezulken verboden wordt, op straffe publiekelijk incompetent te worden verklaard. En zelfs bij ware cijfers is rechtlijnigheid slechts bij uitzondering de betrekking die de variatie van 2 onderling afhankelijke variabelen beheerst. Dat zou een ervaren petroloog en tectonicus moeten weten, niet natuurlijk de man die over (sic) de oliepolitiek promoveert (over wat?). Iemand helpt zijn promotor, hoop ik, want zich zelf zal hij op deze manier nooit leren helpen. Ik hoop dat gij zelve zoowel als uw vrouw een goed Kerstfeest en een succesvol 1970 zult hebben. en dat wij elkaar over nuttige onderwerpen met nuttig gevolg zullen spreken in dat beste van alle jaren. Met veel groeten L.E.J. Brouwer
Ik was na het lezen van deze brief geïnteresseerd in de gemoedstoestand van
de heer Brouwer vandaar dat ik een grafologe bereid heb gevonden voor een analyse
van deze brief
Grafologische studie van de brief van Ir L.E.J. Brouwer van 23/12/69
(Uitgevoerd door de grafologe mevrouw ter Haar-Craandijk)
Intelligent, recht op zijn doel af, dualistisch: naar binnen gekeerd, poëtisch, zoeken van geestelijke vrijheid, en gehaaste
levens trant , makkelijk pratend, ongrijpbaar, goed aanvoelend, voelt wat
anderen denken, kan goed luisteren, kan afstand
nemen
van de problematiek.
Zit tussen 2 stoelen in, van de ene bewustzijnsfase naar de andere, sterk geestelijk combinatie vermogen, logisch
denken. Intuïtief aanvoelen, het zgn. Fingerspitzen gefühl, dominant. Door grote
intuïtie pikt hij dadelijke de belangrijkste zaken eruit, doch gunt zich niet de
tijde om deze geestelijk in zich zelf te verwerken, zodat hij zich steeds
gehaast door het leven beweegt en overal diplomatiek doorheen laveert. Dit
leidt tot een sterk onbewust leven, zeer slordig leven. Hierdoor is hij niet
zeker van zich zelf, aan de ene kant wil hij vast houden aan zijn oude visie,
nieuwe
stromingen en ideeën worden door hem dwangmatig getracht onder te brengen in
zijn oude denkpatroon. Het niet-volledig slagen hierin kan hij diplomatiek
wegstoppen en verbergen. Maar door het afwezig zijn van zijn bezinning en het
slecht uitspelen van zijn grote troefkaart: intelligentie, rechtlijnig denken, kan hij niet
voorkomen dat op sommige momenten het verschil tussen verstand en gevoel -
zijn onbewuste strijd - te groot wordt en daardoor emotioneel losschiet. Een
teleurgesteld en argwanend mens. Onbewust van het feit dat hij mensen pijn doet
en zijn omgeving consumeert (
Zie afnemen van marge kantlijn), afname van respect voor de medemens omdat hij het gevoel heeft dat zijn
zwakheden naar buiten komen, de spanning te groot wordt en
als reactie daarop de mensen gaat intimideren en consumeren. Gezien ook de
grote K van IK in tegenstelling tot de K van politiek. Meerderwaardigheid gekoppeld aan
minderwaardigheidscomplex en ziet in sommige gevallen ergens tegen op.
Analyse brief in het bijzonder. In het begin boos maar beheerst en de bedoeling gehad om mij tot de orde te
roepen. Halverwege echter toen hij het
over het blad
Petr. Int. W. had is hij losgeschoten.
Dit kan
veroorzaakt zijn door zijn opgekropte woede omtrent publicaties met halve
gegevens zoals die al jaren lang worden gepubliceerd en zijn onmacht om
hier iets aan te doen of/en door de tragiek van Biafra en/of het teleurgesteld
zijn in een vriend en/of het pedante gedrag van v. Meurs. In ieder geval is het
duidelijk dat zijn emoties te groot werden en vuil is gaan spuiten. Het lijkt alsof zijn woede als hij het over van M. heeft, nog groter
wordt. In de
laatste alinea roept hij zich zelf weer tot
de orde alhoewel de gemoedstoestand tijdens het begin van zijn brief veranderd
is.
Noot: In het verleden heeft Brouwer altijd veel interesse mijn
wetenschappelijke publicaties gelezen en mij daarvoor steeds schriftelijk
bedankt *).Ook heeft hij mij uitgenodigd na de Maagdenhuis bezetting voor een
etentje te zijnen huize met mijn vrouw, om te horen hoe ik over alles dacht.
*) 24 januari krijg ik een brief van Ir L. E.J. Brouwer "Mijn hartelijke
dank voor de toezending van twee overdrukken, waarvan ik voorlopig nog alleen
heb bekeken de Mobiliteit van de aardkorst. Ik merk wel, dat mijn terminologie
verouderd is, maar ik kan met mijn gebrekkige woordenkennis nog net meekomen, en
ik heb met veel plezier, zij het ook zonder veel critiek, gelezen. Veel succes
op dit en ander gebied! Met de beste groeten ook aan Uw vrouw".(Het
betreft hier mijn publicatie Mobility of the earth's crust: a comparison between
the present and the past. Tectonophyiscs , 6, (3) p.177-206,
1968)
14 december 1969 Discussie met Shell in Den Haag. In het Gebouw van Amicitia in Den Haag heeft een discussie plaats gevonden tussen Pedro van Meurs met de Heer Vas Nunes, directeur van Shell Nederland en zijn perschef de Heer Leo. Deze discussie viel bij de Shell niet in erg goede aarde, temeer dat grote delen van deze discussie door de KRO TV de volgende dag werden uitgezonden.

Links: Pedro van Meurs, de geologie student waarmee ik samen heb gewerkt om de belangen van de westerse oliemaatschappijen in de Biafra oorlog aan te tonen. Rechts de heer A.D. Vas Nunes directeur van de SHELL-NEDERLAND
22 december 1969. Debat Tweede Kamer over Biafra. De 35ste vergadering van de Tweede Kamer der Staten Generaal ging over de nota betreffende activiteiten van de Nederlandse regering inzake de zaak-Biafra. Tijdens deze kamerdebatten kwam de relatie van de olie en Biafra maar heel pover uit de verf en de minister van Buitenlandse Zaken wist het zelfs te bestaan om de gegevens door de Shell aan hem verstrekt nog volkomen onjuist te gebruiken in antwoord op vragen van kamerleden, zonder dat deze laatsten dit merkten. Ik citeer uit de notulen van deze debatten de antwoorden van Minister Luns op vragen van kamerleden

Minister van Buitenlandse Zaken Josef Luns tijdens het debat over Biafra
Minister Luns: Door de geachte afgevaardigden de heren Dankert en Mommersteeg is gesproken over het belang van de Nigeriaanse olie-industrie, dat
zou zijn gelegen in de voorziening van materialen vanuit Nederland en over de
mogelijkheden ter zake om druk uit te oefenen. Ik wil in dit verband erop
wijzen, dat Nederland op het gebied van onderdelen voor herstel c.q.
instandhouding van olie-installaties weinig produceert en nog minder
exporteert. Ik ontving, evenals een aantal kamerleden daarover van de zijde van
de Shell enige gegevens. Wat uit Nederland werd ingevoerd was voornamelijk klein drijvend materieel,
personeelsboten, boeien en sleepboten, materieel dat dus nauwelijks als speciaal
voor de olie-industrie bestemd kan worden gekwalificeerd. Het is derhalve een
misvatting dat Nederland vitale onderdelen voor de olie-industrie aan Nigeria
zou leveren. Wat Nederland levert kan terstond overal elders worden besteld en
verkregen. Shell-Nederland.
Einde citaat uit notulen kamer debat over Biafra 22 december 1969.
Commentaar op het debat over Biafra van 22 december in d e Tweede Kamer
Inderdaad heeft Luns de gegevens van de Shell ontvangen. Immers de Heer Vas Nunes
heeft zoals we gezien hebben tijdens de discussie van 14 december 1969 het gehad over
het samenstelling van het materiaal dat Nederland geleverd zou hebben aan
Nigeria. In zijn brief van 23 december worden deze materialen nog
expliciet genoemd. "De leveranties
bestonden voornamelijk uit klein drijvend materieel, personeelsboten,
sleepboten en een éénpuntsmeerboei in 1968".De vraag die ik me nu gesteld heb : "Is - volgens minister Luns - éénpuntmeerboei geen
vitaal onderdeel voor de olie-industrie van Nigeria geweest"?. Uit de
volgende gegevens zal blijken dat een éénpuntmeerboei wel degelijk een zeer vitaal onderdeel is voor de
olie-industrie in Nigeria.
De minister Luns heeft de Tweede Kamer verkeerd
voorgelicht door klakkeloos de Shell gegevens over te nemen
In de New Scientist van 20 November 1969 staat het volgende over deze
éénpuntmeerboei te lezen:
"Large oil tankers of 100 000 tons and more present a major handling problem. Not only
do they need deepwater
moorings and complex pipeline systems, they also need berthing structures that
can withstand the bump as the - tanker berths and, of course, room tof
manoeuvre. A 200000 ton tanker going at fuIl speed needs 2.5 miles stopping
distance. J. M. Langeveld, head of
the Civil Engineering Division, Bataafse Internationale Petroleum Maatchappij N .V., described one type of terminal-the single mooring buoy-which would
seem to solve some of the problems associated with water depth and collision
hazards, but it is system needs longer and more complex pipelines. A big
advantage of the single buoy - held in position by eight anchorlines- is that
the pipelines and vessels moored to it can swing freely, to point as wind and
current degree. As bigger tankers come into service the off-shore buoys seem
more attractive. They can be situated so as to minimize dredging requirements
and interruptions due to bad whether."

Een éénpuntsmeerboei bezig met het overbrengen van olie naar een supertanker ver voor de kust van Nigeria
Tijdens de debatten in de Tweede Kamer over Biafra bleek, dat de kamerleden alsmede onze minister van Buitenlandse Zaken waren benaderd door de Shell. De Heer Vas Nunes richtte een dag later, 23 december, een schrijven aan personeelsleden, waarin hij een antwoord gaf op de emotionele aanvallen. De uitzendingen van de AVRO in november, de GEOPOL bulletins als de vele artikelen in de pers, de discussie van 14 december in den Haag zijn de aanleiding geweest van de heer Vaz Nunes om een brief dd 23 december 1969 te schrijven aan alle medewerkers en gepensioneerden van de maatschappijen der Koninklijke/Shell Groep in Nederland *)
*) 23 december 1969 Brief van de Directeur van Shell- Nederland aan
alle medewerkers en gepensioneerden van de maatschappijen der Koninklijke/Shell
Groep in Nederland
"De laatste tijd is de naam van Shell herhaaldelijk genoemd
in publikaties in de pers en via radio- en t.v.-uitzendingen over het conflict
in Nigeria. Daarbij zijn zeer emotionele aanvallen gedaan op het beleid van
onze maatschappijen in deze kwestie en zelfs is er een beroep gedaan op ons
personeel om door staken het terugtrekken van Shell uit Nigeria te
bewerkstelligen in de hoop, op deze wijze een snelle beëindiging van het
conflict te kunnen afdwingen. Daarom wil ik U graag een overzicht van de
werkelijke omstandigheden geven, opdat U voor zichzelf een oordeel kunt
vormen. Ik wil daarbij voorop stellen dat ook wij diep bewogen zijn
door het menselijk leed dat deze stammenoorlog veroorzaakt en dat wij van
harte willen meewerken aan alle reële pogingen aan deze tragedie een einde te
maken. Wij zijn er evenwel van overtuigd dat de suggesties die tot dusverre
van diverse goedwillende maar lang niet altijd deskundige zijden zijn gedaan,
geen van alle tot het beoogde doel kunnen leiden. Daar is allereerst de bewering dat de oorlog in Nigeria
verlengd wordt doordat Shell zijn werkzaamheden aldaar niet heeft gestaakt en
op die manier de zaak van de Federale regering zou steunen. Shell-BP Nigeria (waarin Shell voor 50% deelneemt) is een
particuliere onderneming die in een dergelijke zuiver politieke zaak niet
tussenbeide kan en mag komen. Dit zou in strijd zijn met de fundamentele
regel, dat het internationale particuliere bedrijfsleven, wil het zijn taak
kunnen uitvoeren, zich geheel afzijdig van alle politieke conflicten dient te
houden. Door op eigen gezag - en niet, bijvoorbeeld, op last van de Verenigde
Naties - onze produktie stop te zetten, zouden wij nl. wel degelijk partij
kiezen, en wel tegen Nigeria, hetgeen wij evenmin mogen doen. Dit zou tot gevolg hebben, dat wij alom in de wereld het
vertrouwen zouden verliezen dat wij te allen tijde onze afspraken - met
regeringen, bedrijven of particulieren - tot produceren of leveren nakomen,
zonder ons onder politieke druk te laten zetten door wie ook of om welke
redenen ook. Zou de gehele olie-industrie in Nigeria zich terugtrekken
(waarbij men in aanmerking moet nemen dat alleen al de Gulf thans een derde
van de produktie in het onbedreigde West-Nigeria voor zijn rekening neemt) dan
betekent dit dat de Federale regering niet meer dan ongeveer 15% van haar
totale deviezen inkomen zal moeten missen. Daarmee wordt de oorlog zeker niet
gestopt - ten hoogste wordt de ellende van het overige deel der Nigeriaanse
bevolking groter, want op de leveranties voor de burgerbevolking zal eerder
worden bezuinigd dan op die voor de militairen. Verder wordt hier en daar druk uitgeoefend op
toeleveringsbedrijven en transportondernemingen om leveranties voor de
olie-industrie in Nigeria stop te zetten. Het Nederlandse aandeel van de
materiaal-leveranties voor de aardolie-industrie in Nigeria is (wat betreft
Shell) niet meer dan 8%. In totaal werd aan Shell-BP Nigeria tot nu toe in dit jaar
voor fl. 84 miljoen geleverd . Het Nederlandse aandeel daarin bedroeg fl. 6,3
miljoen en had in hoofdzaak betrekking op een aantal kleine vaartuigen, als
sleepboten en personeelsbootjes, wat chemicaliën en (in 1968) een
éénpuntsmeerboei. Het belangrijkste materiaal, zoals buizen voor
pijpleidingen,boormateriaal en putafsluiters, wordt niet in Nederland
vervaardigd. De andere in Nigeria werkende maatschappijen plegen nog minder in
ons land te kopen. En de uit Nederland afkomstige goederen zijn zonder twijfel
op korte termijn ook uit andere landen te betrekken. Wij hebben grote belangen In Nigeria belangen die
alleen tot hun recht kunnen komen wanneer er vrede in dat land komt. Een
werkelijke vrede en niet een soort bezetting öf overheersing van één deel van
de bevolking door het andere. Hoe groot wij ook in vele opzichten zijn, het is goed hier
duidelijk te stellen dat in dit conflict - waaraan zelfs de Verenigde Naties
en verschillende andere internationale organisaties geen eind hebben kunnen
maken - ook wij machteloos zijn. Ik hoop dat ik U met deze brief duidelijk heb gemaakt, dat
het onmogelijk voor ons is dit conflict te interveniëren en dat het hoogst
onverstandig zou zijn om aan de verleiding dit toch te proberen, toe te geven"
Mr. A.D. Vas Nunes - Directeur
11 januari 1970 Extra uitgave Geopol.
Samenvatting van alle
gebeurtenissen van de de laatste tijd met betrekking op de oorlog in Biafra (Er
komen wel veel herhalingen voor van al eerder in de hoofdstuk genoemde feiten en
gebeurtenissen, maar het geeft wel een goed overzicht van de oorlog in Biafra)
12 December 1969 verscheen in Geopol Bulletin nr. l een artikel, dat het
vitale belang aantoonde van de Nigeriaanse olie voor de West-Europese
economie en er werd gesteld: ... dat iedereen die zich het lot van miljoenen mensen in nood aantrekt probeert de regeringen en de oliemaatschappijen aan te tonen,
dat zij bij machte zijn om redding te brengen. Zij kunnen zich nu niet meer
verschuilen door te beweren, dat er alles aan gedaan wordt en dat ook zij
machteloos zijn. Verzuimt men in de komende weken de Biafraanse bevolking
daadwerkelijk te hulp te komen dan zijn wij medeplichtig aan het uitroeien van
mensen terwille van economische belangen. Vandaag, 11 Januari 1970, de dag dat Generaal Ojukwu Biafra verlaten heeft,
wordt hier de beschuldiging van medeplichtigheid aan de massamoord in Biafra
gericht tot de Nederlandse Regering en de oliemaatschappijen.
1.Beschuldiging aan het adres van de Nederlandse Regering en in het bijzonder aan de Minister van Buitenlandse Zaken, Mr.
J.M.A.H. Luns.
Het debat van de Nota betreffende de activiteiten van de Nederlandse Regering
inzake de humanitaire kant van de zaak-Biafra en haar opvattingen omtrent de politieke aspecten daarvan (10.466) in
de 35ste vergadering van de Tweede Kamer van Maandag 22 December 1969, werd
geopend door de Heer Dankert, die o.m. het volgende zei: "de derde lijn
die Nederland naar mijn mening moet volgen om een staakt het vuren in Nigeria te
bereiken is druk op de partijen in het conflict. Wij menen dat dit in de huidige
situatie vooral druk op
Lagos betekent. Mijnheer de Voorzitter: Wij zijn van oordeel dat daarbij
economische pressiemiddelen, mits deze het tot stand komen van een
wapenstilstand kunnen versnellen, geoorloofd zijn. In dit verband zouden wij
graag het oordeel van de Minister vernemen over het door de geachte
afgevaardigden de heren Westerterp en Wierenga buiten deze Kamer gesuggereerde
embargo op onderdelen voor olie-installaties". Minister Luns heeft ondermeer het volgende geantwoord:"Herhaaldelijk wordt - dit is ook heden in deze hoge vergadering gebeurd - de
indruk gewekt dat Nederland en uiteraard allerlei andere westerse landen door
het voortzetten van handelsbetrekkingen met Nigeria de oorlog verlengen,
aangezien Nigeria daardoor financieel in staat zou worden gesteld, de
oorlogsinspanning te handhaven. In dit verband wordt dan in het bijzonder de
olie-industrie genoemd en dan kijk ik uiteraard naar de geachte afgevaardigde de Heer Bakker, die, zoals hij vanmiddag heeft gezegd, zodra hij op de televisie iets over Biafra ziet
reeds olie ruikt. Hij zou een mooie toekomst in de parfumindustrie tegemoet
gaan. Deze olie-industrie wordt dan afgeschilderd als het plechtanker van
Nigeria, dat als het maar even zou willen meewerken, terstond de
ineenstorting van Nigeria, althans financieel? zou bewerkstelligen
en zo de oplossing voor het gehele vraagstuk in de hand zou werken. Het is
niet goed mogelijk vol te houden, dat deze of gene economische activiteit of transactie in het
bijzonder tot partijdigheid in de strijd moet leiden. Uiteraard moet Nigeria?
evenals Biafra? zijn wapenaankopen financieren, hetzij door contante betaling,
dan wel door het aangaan van kredieten of door het doen van politieke
beloften. Uiteraard zullen voor die contante betaling gelden benut kunnen
worden, welke uit handelsrelaties met derde landen zijn voortgekomen. Het
voortzetten van het normale handelsverkeer is echter juist de methode om een
afzijdige houding in het geschil te nemen, aangezien afsnijding van de
handelsbetrekkingen met Nigeria een duidelijke pro-Biafraanse daad zou kunnen
worden beschouwd, aangezien dit neerkomt op economische sancties tegen
Nigeria".
In hoeverre had het selectief embargo van Nederland voor Nigeria iets kunnen
uithalen? Dit selectief embargo betreft een embargo op onderdelen voor
olie-installaties. In hoeverre is de Tweede Kamer c.q. het Nederlandse volk misleid, zodat
het embargo-voorstel van de heren Westerterp (KVP) en Wierenga (PvdA) van de
tafel werd gepraat en een motie van de heren van der Spek, van der Lek en Gortzak, luidende:
"verzoekt de regering de handelsbetrekkingen met Nigeria op te schorten,
zolang de Nigeriaanse regering niet instemt met een onvoorwaardelijk staakt het vuren, weggestemd kon worden"?
a) Financiële positie van Nigeria in het algemeen: De financiële positie van Nigeria was in Juni 1969 slecht, zoals wordt
bericht in de Standard Bank Review, November 1969. Hoe de toestand in de
daarop volgende maand was wordt duidelijk, als er geschreven kan worden: "dat
alle financiële reserves van Nigeria met hypotheek zijn belast". Dat een land zijn wapen-aankopen moet financieren is duidelijk. Maar dat handelsbetrekkingen dat mogelijk moeten maken, als het land zijn
normale import niet eens financieel kan dekken, brengt het dat land in een
afhankelijke positie. "The published figures of the foreign exchange reserves at the end of July at
Nig. pound 53.4 mn show no material change but there has been a
marked increase during the past three months in the time-lag before payments awaiting foreign exchange cover are made and it is evident that the reserves are fully mortgaged". (Uit de Standard Bank
Review? December 1969).
b) Hoe belangrijk de olie-industrie als bron van inkomsten voor Nigeria
is, kan worden aangetoond aan de hand van cijfers.
Uit deze cijfers blijkt het volgende: De olie-winning in het zuidelijk deel van Nigeria en Biafra had een
gevoelige, zoniet afdoende klap gekregen door de aanvallen van de vliegtuigjes van de Zweedse Graaf Von Rosen. Daarmee stond de oliewinning op zo'n laag pitje, dat de inkomsten
hieruit een bedreiging gingen vormen voor het nationale inkomen van Nigeria. Tot
dat ogenblik in Mei 1969 waren die inkomsten geleidelijk gestegen. En wel in
die mate, dat het overschot op de handelsbalans overeenkwam met het
getal, dat door de olie werd opgebracht. In cijfers (Econ. Rev. Oct. 1969): in
Mei 1969 bedroegen de inkomsten uit de olie in Nigeriaanse Ponden11.5 miljoen. Het overschot op de handelsbalans was op dat moment: in
Nigeriaanse Ponden 10,6 miljoen. Ter vergelijking b.v. in de periode Januari-Maart 1968 (gemiddeld per maand): Inkomsten uit de olie-industrie: Nigeriaanse Ponden 1,2 miljoen en een
overschot op de handelsbalans van Nigeriaanse Ponden 1.7 miljoen. Cijfers zijn slechts bekend tot Mei 1969. Feiten zijn, dat de inkomsten na
deze datum aanmerkelijk terugliepen, door optreden van de Biafraanse luchtmacht.
c) Welke onderdelen kunnen vitaal worden geacht voor de
olie-industrie?
Minister Luns beweert: (kort samengevat) dat Nederland voornamelijk klein drijvend materiaal naar
Nigeria heeft uitgevoerd. Hij voegt daaraan toe: "materiaal, dat nauwelijks als
speciaal voor de olie-industrie bestemd kan worden gekwalificeerd". De informatie voor dit antwoord aan de Kamer in de 35ste vergadering op 22
December 1969 inzake 'Nota betreffende activiteiten van de Ned. regering inzake
zaak-Biafra haalde de minister uit een schrijven van de SHELL, die overeenkomt
met de soortgelijke brief van SHELL Nederland n.v. - Rotterdam, d.d. 23 December
1969, ondertekend door de directeur mr. A.D. Vas Nunes,
verzonden aan alle medewerkers en gepensioneerden van de maatschappijen der
Koninklijke/SHELL groep in Nederland. Uit deze vergelijking blijkt, dat SHELL Nederland schrijft:...
en (in 1968) een éénpuntsmeerboei, terwijl minister Luns spreekt over: ... boeien en
... Er is -
aangenomen dat de gegevens van SHELL juist zijn - sprake van "een
éénpuntsmeerboei". Om aan te tonen, dat het hier wel degelijk om een
vitaal onderdeel van de olie-industrie gaat, het volgende. De olie-industrie heeft - in 't bijzonder om olievoorraden onder water te
kunnen exploreren - een apparaat ontwikkeld, dat in het water drijft
en is veel minder afhankelijk van getijdenstromingen,
klimaatsstoringen als storm, e.d. (New Scientist, November 1969). Het apparaat is dáárom goedkoop,
omdat de afmeerproblemen en alles wat daarbij komt kijken van een supertanker
vele malen duurder zijn. Het is niet noodzakelijk het apparaat uitsluitend te
gebruiken voor het exploreren van olievelden onder water. Het enige kostbare van
dit apparaat zijn de aansluitende pijpleidingen. Het apparaat wordt genoemd:
"single mooring buoy",
t.w. de éénpuntsmeerboei. Als SHELL Nederland in zijn brief schrijft: "Het belangrijkste materiaal,
zoals buizen voor pijpleidingen, boormateriaal en putafsluiters, wordt niet in
Nederland vervaardigd" betekent dit niet direct een kleinering van het belang van de
éénpuntsmeerboei. Integendeel,men mag aannemen, dat minister Luns bij het lezen
van het woord éénpuntsmeerboei gedacht heeft aan boeien-zonder-meer,
drijvende aanlegsteigers-zonder meer. Minister Luns beweert: (letterlijk) "Het is derhalve een
misvatting, dat Nederland vitale
onderdelen voor de olie-industrie aan Nigeria zou leveren". In het betoog van de heer Den Uyl van de P.v.d.A. (handelingen van de Tweede
Kamer) komt de volgende passage voor: ... Als men echter let op de bepalingen over het leveren van strategisch
materiaal zijn onze mogelijkheden naar mijn mening bepaald groter dan de
Regering het voorstelt. Als wij willen, kan het. Het is bijvoorbeeld bekend, dat
op het ogenblik bij een Nederlandse scheepswerf een grote drijvende installatie
in aanbouw is voor de afvoer van olie ten behoeve van een van de grote
oliemaatschappijen die in Nigeria werken. Wij hebben hiermede een voorbeeld in
handen van druk die geoefend zou kunnen worden, als wij het wilden en als wij
bereid zouden zijn de consequenties te dragen ... Het gaat hier om het feit dat Mobil Tanker
Ltd. Bermuda aan de Rijn Schelde
groep in Rotterdam een opdracht heeft gegeven tot het bouwen van
een olievoorraadopslagvaartuig van 500.000 Amerikaanse barrels. Het schip kan vermoedelijk medio 1970 worden
geleverd. In hoeverre een
olievoorraadopslagvaartuig van vitaal belang is
voor de olie-industrie zal zelfs de meest argeloze lezer wel duidelijk zijn en
in hoeverre een dergelijk vaartuig
" zonder twijfel op korte termijn ook
uit andere landen" (zie brief Vas Nunes) is te betrekken of (in de versie van
minister Luns): "terstond overal elders kan worden besteld en
verkregen" staat te bezien.
d) Welk aandeel heeft Nederland in
de olie-industrie van Nigeria gehad?
Dit was de vraag van de heer Dankert? e.a.: "Kan de minister ons nadere cijfers verstrekken over de omvang en
richting van de Nigeriaanse uitvoer van olieprodukten ... en over de
Nederlandse uitvoer naar Nigeria... ?" Minister Luns antwoordde aldus:
"De olie-industrie in Nigeria heeft in 1968 voor in totaal 97,3
miljoen gulden ingevoerd, waarvan 14 miljoen gulden uit Nederland. De
overige ruim 83 miljoen gulden kwamen uit andere landen in Europa, uit
Noord-Amerika en Japan. Voor 1969 is het bedrag tot dusver 84 miljoen gulden,
waarvan door Nederland geleverd 6.7 miljoen gulden, dus nog minder dan in het
jaar daarvoor".
Bovengenoemde cijfers komen van SHELL Nederland. Als hier wordt gesproken over
"de olie-industrie" kan daarmee uitsluitend de SHELL-BP Nigeria bedoeld
worden. Invoer in Nigeria in 1968: totaal 97,3 miljoen gulden w.v. Nederland 14 miljoen gulden.
In 1969 (t/m 22/12) totaal 84 miljoen gulden w.v.Nederland 6,7 miljoen gulden. Ter vergelijking het volgende:Totaal was de invoer van Nigeria uit Nederland in
1968 (t/m Juli) : 28 miljoen
gulden, (t/m
Dec.): 59.2 miljoen gulden
1969 (t/m Juli) : 64 miljoen
gulden, (t/m
Dec.): onbekend! Maar zoals "Afrika", het maandblad van het Afrika Instituut van
November 1969 schrijft (op pagina 283): "Van Nigeria namen wij niet minder dan f
89 miljoen aardolie af en voor
f 32 miljoen aan cacao
(hogere prijzen!), DE UITVOER NAAR NIGERIA STEEG MET RUIM 100%9 VAN f
28 MILJOEN TOT
f 64
MILJOEN, VOORNAMELIJK BESTAANDE UIT UITRUSTING VOOR DE OLIEWINNING, MELKPRODUKTEN
EN ANDERE LEVENSMIDDELEN
Wie deze cijfercombinatie toepast op de gegevens van minister Luns, zal
tot de conclusie komen, dat zijn aantal van 6,7 miljoen gulden een
schromelijke onderschatting is van de werkelijkheid, zeker met de slotzin:
"dus nog minder dan in het jaar daarvoor'!. Integendeel, men kan zich
afvragen of de uitvoer van produkten voor de olie-industrie niet MEER DAN
VERDUBBELD is in het vorige jaar. Samenvattend: de invoer van Nigeria uit Nederland in 1969 bedroeg: (t/m
Juli) 64 miljoen gulden en dit betekende een stijging van 100% in vergelijking met dezelfde periode in 1968,
dan kunnen we aannemen, dat het 'onbekende
getal over 1969 totaal ongeveer ruim 100 miljoen
gulden moet hebben bedragen, rekening houdende met een afname
door de oorlogstoestand. Het zal iedereen duidelijk zijn, dat ook de materialen, die op de
olie-industrie betrekking hebben, daarvan een evenredig deel uitmaken. Dus
de levering door Nederland is niet NOG MINDER dan in het jaar daarvoor,
maar NOG VEEL MEER. Men kan zich afvragen of de Nederlandse Regering en in het bijzonder de
Minister van Buitenlandse Zaken, Mr. Luns hier de leden van de Tweede
Kamer, c.q. het Nederlandse volk misleid heeft door de wijze waarop hij de
belangwekkende vragen tijdens het debat heeft beantwoord en of dat komt
omdat hij onvoldoende was geïnformeerd óf dat de minister te oppervlakkig
van de materie heeft kennis genomen. Er kan toch gesteld worden, dat met het debat over onderrneer een
eventueel selectief embargo op leveranties aan Nigeria de levens van
ontelbare Biafranen gemoeid waren. Is de Nederlandse Minister van
Buitenlandse Zaken tekort geschoten
in zijn
ZORGVULDIGHEIDSVERPLICHTING tegenover zijn ambt om zich op de hoogte te
stellen van feiten uit bronnen, die algemeen toegankelijk zijn? Waarom
moest deze Minister zich verschuilen achter onjuiste gegevens en een machteloosheid
voorwenden van de Nederlandse Regering in een zaak van leven en dood in Biafra?
II. Beschuldiging aan het adres van oliemaatschappijen en in het bijzonder
aan de directie van de maatschappijen der Koninklijke SHELL Groep. In een brief van de directie van de SHELL-Nederland in de
persoon van Mr. A.D.Vas Nunes d.d. 23 December 1969, waarvan de inhoud
gedeeltelijk al eerder werd aangehaald in de beschuldiging aan Minister Luns,
staat: a) " De
laatste tijd is de naam van SHELL herhaaldelijk genoemd in publikaties in de
pers en via radio- en t.v. -
uitzendingen over het conflict in Nigeria.
Daarbij zijn zeer emotionele aanvallen gedaan op het beleid van onze
maatschappijen in de kwestie. ( - ) Ik wil daarbij voorop stellen dat ook wij
diep bewogen zijn door het menselijk leed dat deze stammenoorlog veroorzaakt en
dat wij van harte willen meewerken aan alle reële pogingen aan deze tragedie een einde te maken. ( - ) Daar is allereerst de bewering dat de oorlog in
Nigeria verlengd wordt doordat SHELL zijn werkzaamheden aldaar niet heeft
gestaakt en op die manier de zaak van de Federale regering zou steunen.
Een reactie is hier al op gedaan in de beschuldiging aan de Minister van
Buitenlandse Zaken, MIN.
Luns op de vraag, 'Hoe belangrijk is de olie- industrie'
b) In de brief staat verder :" SHELL-BP Nigeria ( waarin SHELL voor 50% deelneemt ) is een particuliere onderneming die in een dergelijke zuiver politieke zaak niet
tussenbeide kan en mag komen. Dit zou in strijd zijn met de fundamentele regel,
dat het internationale particuliere bedrijfsleven, wil het zijn taak kunnen
uitvoeren, zich geheel afzijdig van alle politieke conflicten dient te houden. ( -). Dit zou tot gevolg hebben, dat wij alom in de wereld het vertrouwen
zouden verliezen dat wij te allen tijde onze afspraken - met regeringen, bedrijven of
particulieren - tot produceren of leveren nakomen, zonder ons onder politieke
druk te laten zetten door wie ook of om welke redenen ook ". In welke mate hebben de oliemaatschappijen in het bijzonder SHELL-BP zich met
de politiek van Nigeria bemoeid ?
Op 21 Juni 1967 verklaarde de oostelijke provincie van de federatie Nigeria
zich onafhankelijk en noemde zich de republiek Biafra. Toen werd ongeveer 60% van de olie in Biafra gewonnen.
" De maatschappijen
kregen tot 28 Juni 1967 de gelegenheid hun betalingen in te dienen. Het ging
hier voorlopig om een bedrag van 70 miljoen gulden te ontvangen van SHELL-BP en SAFRAP.
Lagos verklaarde uiteraard dat deze betalingen via de Federale Regering hoorden
plaats te vinden. Gowon trachtte aanvankelijk de afscheiding met economische middelen te
bestrijden. Hij blokkeerde met een kleine marine de haven van Port Harcourt,
doch niet voor olie. Op 5
Juli zouden de maatschappijen bereidheid hebben
getoond aan Biafra te betalen. Diezelfde dag breidde Gowon de blokkade uit tot
het olievervoer. Op 7 Juli 1967 vloog de Britse Minister voor Gemenebestzaken
naar Lagos om te trachten deze blokkade ongedaan te maken, want Groot Brittanië had
toch reeds te lijden van de restricties op olie- importen uit de Arabische wereld door het Israelisch- Arabisch konflikt. De Federale Regering was
Londen echter een slag voor, want het begon op 6
Juli de militaire operaties tegen Biafra. Op 26 Juli werd Bonny Island door de Federale Regering veroverd. Inmiddels
ontstond een konflikt tussen Biafra en SHELL-BP.Radio- Biafra beschuldigde op
29 Juli de oliemaatschappijen van dubbel spel. Op 31 Juli deelde Biafra mee
dat het de olie-installaties van SHELL-BP had overgenomen.
De direkteur - Stanley Gray - werd zelfs enige dagen gevangen gehouden. Ook
na de overneming van de SHELL-BP belangen door Biafra bleef de houding van
deze maatschappij echter weifelend. Het succes van het Biafraanse
tegenoffensief in Augustus 1967" zal hier zeker een rol hebben gespeeld.
SHELL-BP bood Biafra - onder protest - ongeveer 2,5 miljoen gulden aan. Dit bedrag is echter nooit betaald omdat de British Treasury weigerde
het bedrag op de rekening van het Biafraanse regime in Zwitserland over te
maken. Het duurde tot eind 1967 voordat de SHELL-BP aan Lagos zijn rekening betaalde". . Uit de houding van de SHELL-BP blijkt in
deze kritieke toestand in het begin van de Nigeriaanse burgeroorlog, dat de directie van deze maatschappij
gedwongen werd een standpunt in te nemen. Want toen aanvankelijk Biafra de
schijn had voor een idealisme zich naar de overwinning te willen vechten, ging
SHELL-BP uit opportunistische motieven met de afgescheiden provincie in
onderhandeling. Door de tijdwinst zou men wel ontdekken,
wie van de twee de sterkste zou blijken te zijn. Ook het feit, dat de directeur van SHELL-BP in Nigeria enige tijd gevangen
werd gehouden, wijst duidelijk op het belang van deze figuur in een politiek en
militair konflikt. SHELL-BP werd onder politieke druk gezet en gedwongen partij
te kiezen en wel tegen Biafra. Deze oliemaatschappij steunde daarmee de Federale
Regering in Lagos.
c) In de brief van SHELL NEDERLAND wordt als inleiding op het aangebrachte
feitenmateriaal geschreven: "Daarom wil ik U graag een overzicht geven van de werkelijke omstandigheden
geven, opdat U voor zich een oordeel kunt vormen". In hoeverre deze "werkelijke"
omstandigheden nuttig zijn geweest om de lezer een oordeel te kunnen laten
vormen is al uit het hier voorgaande gebleken. We halen alleen nog maar even aan: de éénpuntsmeerboei, een vitaal onderdeel van de
olie-industrie, dat in de betreffende alinea niet duidelijk uit de verf komt. Maar ook de bewering, dat uit
Nederland afkomstige goederen
zonder twijfel "op korte termijn" ook uit andere landen zijn te betrekken, moet
men nemen voor zoals het er staat.
Deze bewering is oncontroleerbaar, maar toch voor zijn betoog van belang.
d) Directeur Mr.Vas Nunes schrijft op 23 December 1969: " Wij hebben grote
belangen in Nigeria - belangen die alleen tot hun recht kunnen komen wanneer er
vrede in dat land komt" .De president-directeur van de Koninklijke Shell, Ir. L.E.J.
Brouwer zei in de tweede buitengewone aandeelhoudersvergadering (Dagblad
Trouw,18 December 1969). "Wat de oorlog tussen Nigeria en Biafra betreft, zien we liever vandaag dan
morgen de vijandelijkheden tot een einde komen. Na het bereiken van vrede
verwachten we de produktie in Nigeria snel weer te kunnen opvoeren", aldus
Ir. Brouwer. Hieruit blijkt overduidelijk, dat de oliemaatschappijen, in het bijzonder de SHELL-BP in eerste instantie belang hebben bij een snelle
beëindiging van het conflict tussen federaal Nigeria en Biafra. Een snelle beëindiging
zou kunnen zijn een snelle vernietiging van Biafra door een geslaagd offensief
en handhaving van de voedsel-leveranties op het 'ideale'! peil. Of, zoals
de Britse ambtgenoot van Minister Luns, Michael Stewart vandaag 11 Januari 1970
in Londen verklaarde - toen het beslissende Nigeriaanse offensief dan toch
eindelijk was gekomen - : ik ben ervan overtuigd, dat de oorlog slechts langer
had geduurd wanneer Engeland Nigeria niet zou hebben geholpen, aldus Stewart. Een feit is, dat Engeland ( met Rusland) Nigeria van de modernste
wapens heeft voorzien, die het laatste offensief mogelijk maakte, een offensief,
waarbij ook de landingsstrip bij Uli - het enige contactpunt tussen Biafra en de
hulpverlenende buitenwereld - als militair doel zwaar werd gebombardeerd. Er is
een overeenkomst tussen de redenering van Minister Stewart en de verlangens van
de directie van SHELL-BP.
CONCLUSIE :
De Nederlandse Regering heeft met onvolledige informatie misschien ongewild,
maar daarom niet minder onverantwoordelijk - de publieke opinie misleid. De
Regering heeft economische belangen laten prevaleren boven primaire
levensbelangen van een ander volk, maar diezelfde economische belangen niet
aangewend als pressiemiddel om druk uit te oefenen op een situatie, waarin zij toch zeker één hand heeft. In hoeverre hier
onbewuste koloniale gevoelens een rol hebben gespeeld is niet te achterhalen. In
hoeverre hier racistische en discriminerende gevoelens de overwegingen om niet
tot maatregelen over te gaan - die de levens van de Biafranen hadden veilig
kunnen stellen - een rol hebben gespeeld is nooit te controleren. Uitspraak Minister Luns: ( In AVRO's TELEVIZIER,25 Nov.1969)
" Ik heb toch wel hoop, dat als de
situatie zo ernstig wordt dat de burgerbevolking in Biafra op het punt staat om te verdwijnen.. o' dat daarvoor een oplossing komt op het politieke vlak die een ravitaillering mogelijk maakt. Maar wie alleen al van de hiervoor genoemde feiten uitgaat, komt tot de
conclusie, dat er toch op zijn zachtst gezegd, slordig met de democratie
wordt omgesprongen; zó slordig, dat er al twee miljoen mensen het slachtoffer zijn geworden,
dat de
oliemaatschappijen financiële belangen voorop stellen, zal juist uit het Nigeriaans-Biafraanse conflict kunnen worden aangetoond, mits alle betrokkenen
voor de feiten openstaan en die willen gebruiken. Want ook de politieke partijen
in Nederland, die het Nederlandse volk vertegenwoordigen middels democratische
verkiezingen, zijn schromelijk in gebreke gebleven en hebben zich om de tuin
laten leiden, door wie of wat dan ook. NU, vandaag zal men wel tot de gedachte
komen dat er meer gedaan had kunnen worden. Maar NU, vandaag zal het te laat zijn
voor miljoenen mensen..
19 januari 1970. Bedankje voor onze Geopol publicatie van 12 december 1970 van de Paus Paulus VI.

22 januari 1970. Gerard van Doorn stelt in een artikel in de Schager courant, dat toen ik de Hoge Raad vroeg om vervolging van minister Luns me tot de verkeerde instantie had gewend. In principe kan een minister wel strafrechterlijk worden vervolgd door de Hoge Raad, maar dat daartoe moet zij een verzoek krijgen van de Tweede kamer of de regering en niet door een willekeurige Nederlander. Het is echter nog nooit in Nederland gebeurd.
22 januari 1970 Artikel in Deventer
Courant, ooggetuige verslag van een man uit Biafra
DEVENTER. - Het proces dat dat de Booy, hoogleraar geologie aan de V.U. in Amsterdam minister Luns heeft
aangedaan tegen diens uitspraak dat geldinzamelingen voor Biafra geen enkel nut
hebben, is volgens mij een goede zet. Onze minister heeft bepaalde inlichtingen
verzwegen en is het schijnbaar eens met de federale regering. Zijn mening is wel
te verklaren, want Huize Luns heeft grote Shell-aandelen. Ik spreek nu niet uit
naam van de organisatie, die ik hier vanavond vertegenwoordig,
alhoewel ik vermoed dat de Joint Church Aid hierin
wel achter me zal staan. De politiek die de Shell in Biafra heeft gevoerd is
bijzonder smerig. Ik ben ooggetuige geweest.
Deze verklaring legde de heer Wil Brom, uit
Amstelveen, gisteravond in de
Jongerensociëteit Malum Malo af voor een handje vol belangstellenden. Wil Brom, station-manager op de vliegbaan Sao Tomé in
Biafra en Raphaël Agoha, Biafraan, woonachtig in Wageningen, gaven een duidelijk
historisch overzicht van een oorlog tussen twee volkeren, die is
uitgelopen op massale moordpartijen. Raphaël Agoha, zelf een lbo, de stam die de
Nigerianen al twee jaar lang trachten uit te moorden, vertelde over de
ontwikkeling van zijn volk. "De kennis is door koloniale landen naar Biafra
gebracht en daar werd dankbaar gebruik van gemaakt. Nu proberen ze de mensen,
die een behoorlijke educatie hebben de grond in te drukken.
Nigeria stuurde geen geld, meer naar
Biafra, Het lbo-zijn is voor Nigeria negatief. Zij zien liever een Nigeriaan als
dokter zonder enige opleiding; dan een lbo, die daarvoor zijn vereiste kennis
heeft verworven. In twee jaar tijd zijn er in Biafra meer mensen vermoord dan in
heel Noord en Zuid-Vietnam bij elkaar tijdens de lange oorlog, aldus Raphaël, die na de Rijks Hogere School voor Landbouw met Tropische Afdeling in Wageningen verder
studeert. Voor zijn gevoel is zijn vaderland; Biafra, niet
verslagen, maar alleen bezet door buitenlandse tussenkomst.
"Het zal moeilijk voor Nigeria zijn", vervolgde
hij betoog een eigen koers te varen. Wat zal er nu van Afrika terecht komen.
Waar blijven de rechten van de mensen. Moeten we Nigeria maar rustig zijn gang
laten gaan. Zij die God in Biafra hebben gebracht, helpen dat zelfde land naar de
ondergang.
Wil Brom in de luchthaven Sao·Tomé" (Biafra) werkzaam voor de Joint Church
Aid Nederland in 1969,
gaf een realistisch verslag van een jaar lang vechten tegen de bierkaai. Het
boekje Alpha Foxtrot naar Biafra,
opgedragen aan de 56 piloten en radio-telegrafisten en andere medewerkers van de organisatie, die bij de
luchtbrug van de kerken naar de geblokkeerde hongergebieden van Biafra het leven verloren, citeerde hij herhaalde malen
in zijn betoog. Het is een foto-reportage van de
werkzaamheden in Biafra. "Biafra heeft·geld nodig, veel geld.
We moeten voedsel hebben voor de vluchtelingen die in de randstaten van Biafra in kampen leven, medicamenten voor
de ziekenhuizen en geld voor vervoer van de. Biafranen naar de kampen. Ze
hebben het water van de rivier de Niger die door Biafra stroomt vergiftigd, ze
hebben plaatsen, waar voedsel stond opgeslagen gebombardeerd, ze weigerden
ons een half uur voor vertrek vanuit de luchthaven olie en benzine te leveren.
We werkten ons rot, 24 uur per dag, maar we stonden machteloos tegenover de
boycot" . Wil Brom is gewond geraakt tijdens een luchtoffensief
en is naar Nederland gekomen om te revalideren, maar is vast besloten, zo snel
mogelijk terug te gaan naar Sao Tomé, waar de mensen wachten op toestemming de
werkzaamheden te hervatten en de Ibo's te bevrijden uit hun strijd tegen de
dood. Onderwijl zit hij niet stil, want hij wil het Nederlandse volk ervan overtuigen dat hulp de enige redding kan
zijn. Ook zal hij de volgende week voor de Nederlandse televisie de Shell in
een kwaad daglicht zetten. Hij liet de aanwezigen een affiche
zien, dat in EngeIand en Nigeria wordt uitgegeven met het·opschrift: "Put a dead Biafran in your Tank, by filling it with
Shell or BP. They pay for Nigeria's war against Biafra" Langs de afrastering staan moeders met kinderen en smeken ons te helpen: Als we een seintje
krijgen, rennen we met vier man naar de overkant en pikken 23 kinderen mee. Ze
worden naar het hospitaal vervoerd waar 25 bedden staan voor 250 kinderen".

Poster in 1969
23 januari 1970 Artikel in de media: Aanklacht tegen Luns:
protest tegen denkwijze van het Westen
BAARN - In Baarn woont de 46-jarige
geoloog en alpinist dr. Tom de Booy, wetenschappelijk hoofdmedewerker van de
universiteit van Amsterdam. Hij heeft tegen minister Luns een klacht ingediend
bij de Hoge Raad. Hij probeert ons duidelijk te maken dat zijn aandacht tegen de
bewindsman niet alleen de bedoeling leeft aan te tonen dat mr. Luns in de Tweede
Kamer bij het Biafra debat op 22 december niet alles heeft meegedeeld wat hij
had. kunnen meedelen over het handels wapenembargo voor Nigeria. Het
is voornamelijk een aanklacht, zegt hij, tegen het denken van de machthebbers in onze Westerse maatschappij die de ander niet
serieus nemen, die
absolute minachting hebben voor te anderen in de rest van de wereld. De geoloog, die-eens-de-toppen van de
Himalaya beklom, heeft nu de strijd aangebonden tegen het "nog altijd koloniale
denken van de Westerse wereld". Met nadruk stelt hij dat het niet erg belangrijk is
of hij, Tom de Booy, het juridisch gevecht tegen minister Luns zal winnen. Als wij voorzichtig opmerken, dat zijn
klacht waarschijnlijk niet ontvankelijk zal worden verklaard, omdat een aanklacht
tegen een minister met betrekking tot "ambtsmisdrijven" alleen kan worden
ingediend door de Kroon of door vijf kamerleden,
zegt hij: "Dat zal verrukkelijk zijn. Dan blijkt namelijk dat onze ·grondwet niet
juist is. Minister Luns kan dan blijkbaar iets nalaten wat bijna het gehele volk
wil. De Kamerleden zijn dan ook in gebreke gebleven!"
Nog voor het debat begon, had dr. De Booy
de olie gegevens over Nigeria en Biafra die hij bezat, ter beschikking gesteld van
de Kamerleden. "Maar wat hebben zij ermee gedaan? Ik heb nog aan Den Uyl, de
fractievoorzitter van de P.v.d.A., voorspeld dat in het begin van dit jaar het
grote tegenoffensief van Nigeria zou komen omdat Nigeria de beschikking had
gekregen over Russische kanonnen die het vliegveld Oeli konden bombarderen". Hij zegt: "Ik ben niet voor of tegen
Biafra, daar houd ik me buiten. Het enige dat ik weet is dat door de afwachtende
houding van Nederland en Engeland de situatie verergerd is. Wij willen alleen
daar voordeel halen uit dit conflict. Als men nu gaat zeggen dat de situatie toch
niet zo erg is, dan wil men zijn schuld schoonpraten". Dr. De Booy haalt het blad "West-Afrika" ("Een onvervalst Lagos-krant
tevoorschijn en toont het berichtje waarin staat dat sinds het uitbreken var
conflict 40 percent van de Biafraanse kinderen en totaal twee miljoen mensen
omgekomen. "Als dit krantje dit zonder commentaar plaatst, kun je er zeker zijn dat
het waar is! En noem dat niet erg!" Op een grote kaart van Nigeria toont dr. De Booy waar de aardolievelden
liggen van de grote oliemaatschappijen, waar Shell reeds een grote productie
heeft en een pijpleiding heeft aangelegd, waar Mobil en Gulf willen gaan boren. "Nu wordt er gedongen naar de
gunst
van de federale regering in Lagos. De "Six-Sisters" (zes grote oliemaatschappijen,
die elkaars zusterondernemingen, maar ook elkaars concurrenten zijn) dingen
naar de gunst van Gowon, die daarvan gebruik gaat maken. "Als ik Gowon was,
zou ik hetzelfde doen. Hij wil tenslotte zijn land opbouwen. Maar je moet gewoon
doorzien dat de oliemaatschappijen geld moeten maken en lak hebben aan eerder
gemaakte afspraken"
Op de vraag of het nu
voor het eerst is dat de heer de Booy de strijd aanbindt tegen de machthebbers,
moet hij even nadenken maar dan schudt hij snel met zijn hoofd. Dat heb ik
eigenlijk ook gedaan in 1943 toen ik als student de loyaliteitsverklaring moest
tekenen. Op een briefje heb ik geschreven: Al tekent iedereen, ik teken niet,
waarna ik moest onderduiken en tenslotte in het concentratiekamp
Amersfoort terecht kwam. Denkend aan de oorlogstijd ziet hij parallel tussen die
tijd, toen joden overal werden weggehaald en iedereen rustig doorwerkten,
terwijl men wist dat de joden niet terugkwamen, en deze tijd waarin twee miljoen Biafranen omkomen en er niets
wordt gedaan.
Pas in november vorig jaar is dr. de Booy zich gaan
verdiepen in de problemen rond Biafra. Uit allerlei documentatiemateriaal
putte hij gegevens over de: aardoliewinning in dit deel van Afrika waardoor hij
tot de ontdekking kwam, dat er meer aan de hand was dan de burgeroorlog, een
strijd tussen twee bevolkingsgroepen met een verschillende ontwikkelingsgraad. Een
maand later publiceerde hij zijn gestencilde uitgave van "Geopol" (samenvoeging
van geologie en politiek), waarin hij de conclusie trekt dat de Nederlandse regering
en de oliemaatschappijen hetzelfde standpunt innemen. Tien dagen later kwam het
Biafra conflict aan de orde in de Tweede Kamer. "Ik heb Luns nauwelijks aangehoord. Ik heb hem eigenlijk 12 uur lang bestudeerd. De grollen van Luns
zijn camouflage-techniek".
Later voegt hij eraan toe: "Als ik
helemaal eerlijk ben dan geloof ik dat hij aan de Biafraanse zaak nog het meeste
heeft gedaan van al zijn collega´s. En hij uitgerekend wordt nu gepakt
" "Ik heb ook niets tegen meneer Luns persoonlijk. Als
ik hem ooit eens tegenkom, zal ik het hem ook zeggen. Ik heb dan ook een klacht
ingediend. over "het hoofd van het departement". Dr. De Booy
bestrijdt de denkwijze, waarbij alleen maar in koloniale belangen wordt
gedacht. Uit de handelingen van de Tweede Kamer citeert hij minister Luns,
waarbij deze de in- en uitvoer tussen Nederland en
Nigeria becijferde. Onmiddellijk noemde de bewindsman daarbij het saldo. De heer
De Booy zelf gelooft dat zijn strijd zonder einde zal zijn. Dat wil echter niet
zeggen dat hij zonder hoop is. "Het is nog niet verloren. Maar de Nederlander slaapt, slaapt, en slaapt. Hij moet
wakker worden geschud. Met nadruk stelt hij nog dat begonnen moet worden met
deze andere denkwijze in het gezin. "De revolutie kan in elk gezin beginnen",
zegt hij, "de man moet zijn vrouw eindelijk eens
helemaal serieus nemen. Het is zoals Dutschke zei, eigenlijk een
permanente revolutie".
Als inzet in het artikel: In de villawijk van Baarn woont de geoloog en ex-alpinist dr. Tom de Booy. "Hier heb ik mijn kasteel", zegt de 46-jarige wetenschappelijke hoofdmedewerker van de Universiteit van Amsterdam, "Hier komt de hele wereld door de moderne communicatiemiddelen, bij mij binnen".In dat zelfde ,,kasteel" is de klacht tegen minister Luns geboren en ziet het er naar uit dat het lang zal duren voor deze aanklacht in de vergetelheid raakt. Dr. De Booy is vastbesloten te blijven strijden, ook al lijkt de strijd bij voorbaat verloren. "Ik doe het uit zelfbescherming. Het is zoiets als: bij die club wil ik niet horen. Maar ook: als wij minachting blijven houden voor de anderen in de rest van de wereld, dan komt het tot een uitbarsting en die uitbarsting wil ik niet op mijn geweten hebben. Het is voor mij een heilige oorlog''.
23 januari 1970 Luns weet niets over klacht dr de Booij SCHIPHOL. Minister Luns was bij zijn aankomst op Schiphol nog niet bekend met de aanklacht van de wetenschappelijk hoofdmedewerker dr T. de Booy aan de Universiteit van Amsterdam over zijn Biafra beleid " Een interessante ontwikkeling" aldus de minister, die in eerste instantie dacht van zedendelict te worden beschuldigd.·
Spotprent 'Op doctor Tom de Booy' in de Volkskrant

Trek niet opnieuw om LUNS een droeve Klachtenlijst:
Het burgerlijk Fatsoen zal JOSEPH begeleiden,
Zolang hij welgemoed .zich aan
zijn Taak zal wijden
En beperkt de Wereld Oost en West bereist.
Hij, in het Streepjespak met Paraplu vergrijsd
Weet elke Rampspoed weer zodanig te herleiden
Dat goed en kwaad bijzonder lastig zijn te scheiden,
Waarheen hij dan
ook zijn Onmisbaarheid bewijst.
Waarom dan, Zeergeleerde, Welgeboren Heer,
Voortdurend LU NS gesard met
allerhande Vragen,
Die duidelijk de Vrucht zijn van Uw onbehagen?
Ik bid U, haal de Vlag van 't Koninkrijk niet neer,
Plaag LUNS, die Brave
Borst, asteffekan niet meer:
Hij zal toch nooit Uw Coltruy onder 't Vest verdragen.
JOOST
26 januari 1970. Fan Mail? Omdat U zoo'n kinderachtige vent bent stuur ik
U deze
briefkaart om U succes te wensen met het proces wat U tegen minister Luns
gaat voeren. Het is onvoorstelbaar waar die zg. wereldverbeteraars toekomen U bent
en flauwe zak misschien met een grote bek. En zo iemand heeft nog een titel hoe
is het mogelijk ? We zitten tegenwoordig wel met een stelletje schooiers
opgescheept, maar het komt wel goed.
28 januari 1970. Artikel over Biafra in Haagse Post.
Achter Gods rug.
W.L. Brugsma
Welk gebeuren kon Zuid-Afrika en Mao tse
Toeng, drs. Tom de Booy en de Paus;
Nieuw Links en het Oud Strijders Legion, Portugal en Jean Paul Sartre, Pompidou en
Israël op één hoop drijven? En hoe kon datzelfde
gebeuren de Koninklijke Nederlandse
Shell en dr. A. L. Constandse, de ministers Luns, Kosygin, Udink, Gromyko,
Harold Wilson en Gamal Abdel Nasser op een tegenovergesteld gezamenlijke noemer
brengen? Dat gebeuren heet Biafra. Of liever gezegd: het heette Biafra. Want zoals mijn dochter op de kleuterschool vernam: "Biafra is nu dood; er hoeft niet meer
voor gebeden te worden". Dat laatste is natuurlijk betrekkelijk.
De lbo-staat is niet meer, maar de meerderheid van de Ibo's is er nog wel en
meer nog dan gebed, blijft er hulp nodig. Zij het dan hulp ontdaan van alle
politieke, economische, religieuze belangen en bijbedoelingen. En door de enige
deur die open staat: de officiële voordeur van de Nigeriaanse Federatie. En niet
vergezeld van boetepredikaties aan president Gowon. Dat klinkt wat cru, nu Gowon's troepen
weliswaar niet moordend maar toch plunderend en verkrachtend door het voormalig
Biafra trekken. Cru, omdat deze vermaning gericht is tot televisie-kijkers op
wier netvlies de afschuwelijke beelden nog naschemeren, die hun machteloosheid vervloeken en zich afvragen hoe in
de toekomst kan worden voorkomen dat zij tussen de Fabeltjeskrant en Ironside
met zulke ellende worden geconfronteerd. Dat zal wel onmogelijk blijken. Zulke
dingen zullen weer gebeuren, in Afrika of elders, en de televisiekijkers
zullen er weer getuige van zijn. Want het enige wat er in de wereld werkelijk is
veranderd, is dit: een deel van de mensheid ziet met eigen ogen wat vroeger,
achter Gods rug, met andere mensen placht te gebeuren. Goedwillenden zullen hopen dat uit die
massale waarneming een soort betrokkenheid zal ontstaan die wegen en middelen
zal weten te vinden om gruwelen op deze schaal onmogelijk te maken. Alles is
mogelijk, maar nabij lijkt het niet. Om te beginnen: de kijker die kinderen bij
honderden tegelijk voor zijn voeten ziet sterven, ziet maar een deel van de
geschiedenis. Hij ziet niet het hele verhaal van Afrika's evolutie, de komst van
de blanke man, het in willekeurige stukken snijden van een continent, de onafhankelijkheid van slecht-geoutilleerde
state, de historisch onmogelijke opgave, voor de Afrikanen om de sprong van de archaïsche stam-civilisatie naar de moderne
wereld in wat door de VN gemakshalve even tot "het Afrikaanse decenium" is uitgeroepen. Wat de kijker ziet, is de eindeloos
herhaalde moment-opname van één rampzalige uitkomst: hongersnood, stervende
kinderen. Omdat hij er van uitgaat dat alle mensen
gelijk en dus hetzelfde zijn; omdat hij, al zou hij het willen, zich niet kan
verplaatsen in de huidige fase van de Afrikaanse evolutie, omdat hij maar één
ding zeker weet: namelijk dat hij stervende kinderen ziet, ontsteekt hij in
begrijpelijke emotie, die hij rationaliseert met hem bekende, aan de Europese
geschiedenis ontleende begrippen: een klein en dapper volk dat voor zijn
vrijheid vecht ... Dus wil hij wat doen! Maar wat kan hij
doen? Het noodlot wil dat bijna alle mensen in
de wereld, die televisie hebben, rijk en dus blank zijn. En dat zij
daarom door de Afrikanen schuldig worden geacht aan de
disruptie van de Afrikaanse civilisatie, door slavenhandel, kolonisatie,
kerstening en economische ingrepen. De Westerling die denkt dat hij anders dan
met omkoperij, wapenleveranties en ander gesjoemel invloed op het Afrikaanse
gebeuren kan krijgen, bijvoorbeeld door goede raad, dringend advies, of
concretere inmenging in Afrikaanse conflicten, oorlogen en burgeroorlogen, zal
neo-kolonialist worden genoemd. De Westerling die uit afschuw wil zien te
bereiken dat Afrikanen zich naar zijn criteria gedragen, zou de moed van zijn
emotie moeten hebben en terugkeer van Westers bestuur bepleiten. Dat zou wel de moed der wanhoop zijn, want
de conflicten die daaruit voort zouden vloeien zouden aan slachtoffers een
veelvoud vergen van wat er nu in de Nigeriaanse burgeroorlog valt. En dat is op
zijn beurt al weer een veelvoud van het aantal dat gevallen zou zijn, wanneer
de, in de aanhef van dit artikel omschreven, eigenaardige coalities van
buitenstaanders hun handen thuis zouden hebben gehouden. Er zit, los van de rechtvaardige afschuw
van doodgewone mensen die alleen maar het ellendige deel van een hun
wezensvreemde ellende te verwerken krijgen, iets onheiligs in de heilige
opwinding van degenen die zich met het Nigeriaanse conflict hebben bemoeid. De Afrikanen die hun stam-oorlogen
uitvechten zoals zij nu doen, inclusief uithongering, verkrachting en
plundering, zullen dat niet nalaten uit vrees Westerse progressieven te
choqueren. Die draaien voor hun part de knop dan maar om. Zij zullen zich
evenmin laten kapittelen door Westerse conservatieven die in Biafra opkomen voor een volk dat voor zijn vrijheid vecht en inmiddels in Vietnam de Amerikaanse interventie steunen. De Europeaan die hen vermaant over
primitieve strijdmethoden, zullen zij vermoedelijk de buitengemeen efficiënte,
hoog-gemechaniseerde middelen voorhouden waarmee - in Auschwitz en Dresden - de
Europeanen hun stamconflicten uitvochten. Een verzekering dat wij in de
afgelopen 25 jaar ons leven ingrijpend gebeterd hebben, zullen zij vermoedelijk
met scepcis begroeten, of wederom met een verwijzing naar de interventie in
Vietnam die in omvang nog altijd x maal gruwelijker is dan het handgemeen in
Nigeria en waar de blanke - zie Song My - ook nog best bereid is om van het
"cleane" hoog gemechaniseerde krijgsbedrijf op het oude handwerk terug te
vallen. Wat kan de blanke dan doen in Afrika?
Hij kan om te beginnen veel nalaten. Hij kan beginnen zijn privé-aversie tegen
olie-maatschappijen of radicalen, tegen het Vaticaan of het wereldcommunisme
niet op Afrikaanse schouders te leggen. Die hebben genoeg te dragen. Hij kan
zijn grijpgrage politieke, economische en religieuze vingers thuishouden als hij
voet op Afrikaanse grond zet. Hij kan zich in herinnering roepen dat op de
wereldranglijst der gevaarlijke, kleuren het blanke gevaar nog altijd de hoogste
score heeft. Dat laatste vooral kan hem helpen enige
bescheidenheid te betrachten bij het geven van goede raad, uitoefenen van druk,
stellen van voorwaarden bij hulpverlening in Afrikaanse conflicten. Zolang de
blanke partij kiest in stam-conflicten op het donkere continent zullen er
stamconflicten blijven en zullen ze zo worden uitgevochten. Doet hij het niet, dan kan hij hopen
dat ze geleidelijk zullen verdwijnen, dat ze minder slachtoffers zullen maken.
Bidden kan hij natuurlijk ook. En helpen moet hij, vooral nu het conflict
voorbij is, nu hulp geen inmenging meer is, nu de neiging tot helpen dreigt af
te nemen. Dat wel.
31 januari 1970 Brief aan Hare Majesteit met verzoek om audiëntie.
Ik schrijf een brief aan Hare Majesteit der Koningin Juliana, met het verzoek voor een
onderhoud om haar in te lichten over mijn verzoek aan de Hoge Raad tot
strafrechterlijke vervolging van minister Luns inzake zijn misleidende
informatie
omtrent Biafra aan de Tweede Kamer op 22 december 1969. nader toe te lichten.
"Mevrouw, Uw secretaris de Heer van der Hoeven deelde mij gisteren telefonisch
mede, dat het formeel mogelijk is U schriftelijk te verzoeken mij een onderhoud
toe te staan, met dien verstande, dat ik U daarbij uitvoerig zou moeten
inlichten omtrent de redenen, die mij tot het indienen van dit verzoek
hebben bewogen, alsmede een korte uiteenzetting omtrent de zaken waarover ik met U
van gedachten zou wisselen. Ik maak gaarne van dit voorrecht gebruik en ik zou U
willen vragen om mijn een gesprek toe te staan inzake mijn gewetensbezwaren t.o.v.
mijn Nederlands Staatsburgerschap zoals, dat staat omschreven in Art 4 lid 1 van de
Grondwet. Uit de handelingen van de Regering als door leden der Tweede Kamer,
inzake de kwestie Biafra, is in de afgelopen maanden m.i. duidelijk komen vast
te staan dat zij door het geven van onjuiste mededelingen alsmede door het
achterhouden van informatie de openbare orde ernstig in gevaar hebben gebracht.
door het Nederlandse Volk te misleiden en heeft belet om tot een genuanceerde
opinie inzake het conflikt Nigeria -Biafra te komen. Hierbij wijs ik vooral op
het gevoel van onbehagen dat leeft bij grote delen van de Nederlandse
samenleving omtrent de doeltreffendheid van de hulpverlening aan de
slachtoffer van de hongersnood. Nu de kwestie Biafra alweer tot het verleden
behoort is het schrijnend om te vernemen dat de Nigeriaanse radio, vooral
Nederland heeft beschuldigd door te beweren dat Nederland zich geen enkele zorg
heeft gemaakt in het conflict zolang zijn oliebelangen maar niet in gevaar
kwamen. Hier wordt Nederland in zijn totaliteit genoemd, dus niet haar Regering
alleen maar ook het Nederlandse volk. In de laatste tijd is toch overduidelijk
aangetoond dat het Nederlandse volk zich van zijn beste kant heeft laten zien en
dit ondanks de hoogst misleidende en onjuiste uitlatingen in pers, radio en
televisie van onze bewindslieden. Tijdens de Tweede Kamer debatten van 22
december
1969 is de gehele dag gesproken betreffende de activiteiten van de Nederlandse
Regering inzake de humanitaire kant van de zaak Biafra en haar opvatting
omtrent de politieke aspecten daarvan. Bij de bestudering van de Handelingen is
onomstotelijk komen vast staan te staan dat Minister Luns zich heeft schuldig
gemaakt aan het verstrekken van onjuiste informatie in antwoord op vragen van
kamerleden. Art. 107 van de Grondwet is er echter voor gemaakt, dat de Minister
voor dit feit de parlementaire onschendbaarheid verbiedt, maar het is toch
duidelijk dat de wet niet alleen nar de letter maar ook naar de geest dient te
worden geïnterpreteerd en dat artikel 107 er juist voor is om een
ontmoetingsplaats van het Nederlandse volk en haar Regering vrijuit kunnen
spraken zonder beschroomd te hoeven zij voor een harde en eerlijke weergave van
hun ideeën en informatie. Het is bij uitstek de plaats waar de parlementaire
democratie steeds een nieuwe levensinjectie moet ontvangen en niet de plaats waar
behoedzaam op elk woord moet worden gelet en in feite iedereen bang is om zich
aan koud water te branden. De kamerdebatten van 22 december j.l. hebben, m.i.
duidelijk het bewijs geleverd, dat dit laatste het geval is geweest. Men heeft
verzuimd de zaak uitputtend te behandelen en de gegevens dien men
wist of behoorde te weten in de discussie te brengen. Dit onthouden van
informatie, zowel door de Regering als het parlement heeft geleid tot een
onjuiste weergave, zodat het Nederlandse volk op zeer ernstige wijze werd misleid
en daardoor de openbaar orde in gevaar is gebracht. (Art 135 , 36 van het Wetboek van
Strafrecht). Op 12 december hebben wij in ons eerste Geopol
bulletin geschreven:"Verzuimt men in de komende weken de Biafraanse bevolking daadwerkelijk te hulp te komen dan zijn wij
medeplichtig aan het uitroeien van mensen terwille van economische belangen".
Een vergelijking met tijd van Herodes in het begin van onze jaartelling komt
daarbij duidelijk voor de geest met één verschil het aantal kinderen is
veel groten is dan toen. In een kort bericht in het pro-Lagos weekblad West
Afrika staat te zien
dat 40% van de biafraanse kinderen zijn omgekomen en dat de wereld in een paar
jaar de grootste groep achterlijke kinderen heeft, "Childern there were being
inflicted mental damage which could not be remedied at a later stage through
normal diet".
Op 20 januari j.l heb ik gemeend een officiële aanklacht tegen het hoofd
van het Ministerie van Buitenlandse zaken te moeten richten aan de Hoge Raad der Nederlanden en
verzocht (op grond van art.8. lid van de Grondwet) tot
strafvervolging hetzij vooronderzoek naar diens handelen te gelasten.
Naar aanleiding van deze aanklacht mocht ik in de laatste week geen
enkele reactie van hoogwaardigheidsbekleders vernemen, daarentegen wel van "gewone"
mensen. Talrijke brieven en telefoontjes , vaak zeer ontroerend van de rest van
het Nederlandse volk, hebben mij moed gegeven om door te gaan met een vaak
hopeloos uitziende strijd. Ik zou U hierbij niet willen onthouden de inhoud
van een brief, waarin de wezenlijke tekortkomingen van
onze samenleving zijn geschetst."Ik ben zo vrij U te schrijven teneinde u mede te
delen dat ik U bedank voor het standpunt dat U inneemt ten opzichte van de
bevolking van Biafra (uw opinie volgens de Gooi- en Eemlander). Door
omstandigheden
kon ik alleen de lagere school volgen, maar daar tegenover staat, dat ik een druk en moeilijk leven heb gehad en als verzorger
van bejaarden nog veel hoor en zie.
Ik ben dan ook er blij als ik iemand ontdek die wel heeft gestudeerd en die toch
ook mijn ideeën heeft . Ik verzoek U om mij niet te antwoorden, dat is
verspilling van Uw kostbare tijd, die zo broodnodig is voor mensen die geen
bescherming of recht kunnen krijgen omdat zij misschien helemaal geen , of zoals
ik, maar een beetje onderwijs hebben gehad . Dank voor uw aandacht".
Gistermorgen
ontving ik een schrijven van de Procureur-generaal bij de Hoge Raad der
Nederlanden, waarin mij werd medegedeeld, dat de vervolging van misdrijven door
de H.R. zoals door mij bedoeld, alleen kan geschieden op last hetzij van de Kroon,
hetzij de Tweede Kamer. Aangezien m.i. de leden van de Tweede Kamer zich eveneens
schuldig hebben gemaakt aan dergelijke misdrijven tegen de openbare orde als
het Ministerie van Buitenlandse zaken meen ik dan ook in de allerlaatste
instantie - op democratische wijze - mij tot U te moeten wenden om
mijn stellingname mondeling nader te mogen toelichten. Ik hoop hiermede U
voldoende te hebben ingelicht, betreffende de aangelegenheden, waarover ik met u van gedachten zou willen wisselen. U zoudt mij tenzeerste
verplichten,
indien U positief op mijn verzoek om U te mogen spreken zou willen reageren. Uwe
Majesteit Dienstwillige Tom de Booij
2 februari 1970 Brief van mijn vader: Beste Tom, Omdat ik zoveel van je
hou, schrijf ik je deze brief,je zult 't wel niet met me eens zijn, maar we
maken ons grote zorgen over je en daarom voel ik mijn gedrongen je te schrijven en
ik hoop, dat je me zult begrijpen. Het gaat er niet om of je gelijk hebt of
ongelijk hebt met je actie, maar wèl is het belangrijk, dat je jezelf in deze
strijd, die je voelt als een "heilige oorlog" in de hand houdt. M.i.
ben je op
weg dit te verliezen en daar maken Moeder en ik ons heel ongerust over. Ik vrees nl
dat je over de schreef gaat en een querulant dreigt te worden. Dat je de
Koningin hebt geschreven is goed recht (al vind ik het een slag in de lucht)
maar waarom meldt je dit aan de pers? De pers, die nu eenmaal belust of rellen.
De publiciteit in de pers over je actie werkt, mede door het dikwijls vertekende
beeld, averechts. Je voelt je een hervormer, een heilsoldaat en je
meent dat het je plicht is om te strijden zoals je doet. Als je laat
opzwepen door de mensen, die je adhesie betuigen en zo doorgaat, zal je, naar
mijn vaste overtuiging, alléén bereiken, dat je je te pletter loopt ten koste van je
zelf (èn van je gezin) en niets bereikt. Je bent nu eenmaal egocentrisch en vindt
je zelf belangrijk en deze eigenschap brengt het gevaar met zich mede, dat
je op een verkeerd spoort komt. Je bent een knap geoloog, dat heb je bewezen
en je zou prachtig werk kunnen doen voor de hervorming van het Universitair
Onderwijs, maar nu je je hebt gestort in de politiek, een vak, waar je een leek in
bent , en de wetenschappelijke normen, die je in de geologie in evenwicht houden
uit het oog verliest, vrees ik dat Samkalden c.s je wel niet meer zullen
inschakelen voor het maken van een rapport. Bezin je op wat je tot nu toe hebt
gedaan en bereikt hebt. Vraag je zelfs af wáár de richting, die je nu aan je
leven geeft, toe kan leiden. Het is je eigen leven, alleen jij bent daar
verantwoordelijk voor, maar als Vader voel ik me toch verplicht om je te
waarschuwen voor de gevaren van overmoed. m'n beste jongen, je je liefhebbende
Vader
4 februari 1970 Over bedrijfspolitiek t.a.v. arme landen open gesprek van
SHELL-NEDERLAND met 'verontrusten'
MIDDELBURG - Shell Nederland-directeur mr A.D. Vas Nunes heeft zich,
dinsdagavond laat na een uitvoerig en bewogen debat in Middelburg over de
oorlog Nigeria-Biafra en de rol der grote maatschappijen, zoals Shell, akkoord verklaard met een
ontmoeting met ,bezorgde mensen'. Aldus werden ze genoemd door de Amsterdamse wetenschappelijke
hoofdmedewerker dr. Tom de Booy (gemeente universiteit) die het voorstel enige
vorm gaf, nadat er uit
de zaal om een 'open gesprek' met Shell Nederland was gevraagd. De mensen, die één dag,.waarschijnlijk in het Shellgebouw
te Rotterdam zullen spreken met de heer Vas Nunes en enkele van zijn
medewerkers, willen graag informatie hebben en een open
gesprek over de vraag of de grote ondernemingen, zoals Shell willen meedenken en
meewerken aan structuurveranderingen in de maatschappij. De heer Vas Nunes verklaarde zich ook bereid tot doorlichten
van de
doelstellingen van grote bedrijven en tot het geven van 'pertinente en relevante
informatie' over Shell. Hij was wel overtuigd van 'een diep geworteld wantrouwen' dat in Nederland volgens hem
heerst tegen de grote ondernemingen en hun handel en wandel in en met de ontwikkelingslanden.
Voor dr De Booy aanleiding om te spreken over 'een gesprek op basis van
geaccepteerd wantrouwen'. Het is wel de bedoeling om eerst op papier enige
vragen te laten formuleren door de deelnemers aan dit open en informatief
gesprek. De heer Vas Nunes (,u hebt u als mens
laten zien vanavond' concludeerde De Booy) wilde graag·de,verontrusten'
aanhoren, die totaal al een groep van zeker twintig mensen omvat. Mr Vas Nunes vreesde voor een oeverloos debat en vroeg om een kleiner
aantal, hooguit tien., maar na vooral het vurig pleidooi van dr G. J.
Smallegange, directeur van het provinciaal opbouworgaan stichting Zeeland voor
juist een grote groep, wilde hij ook daarmee instemmen. Tot degenen, die zich voor het gesprek
als individu opgaven behoorden enige studenten aan de gemeente-universiteit te
Amsterdam, maar ook dr Smallegange, voorzitter van het forum op deze
discussieavond die in de chr. scholengemeenschap was georganiseerd door de
hervormde jeugdraad Midde1burg, ir Cornelissen uit Souburg, de heren Adri Schipper, ambtenaar in:Middelburg en P.A.N. Bijl, leraar aldaar,
hervormd jeugdwerkleider, Fred Bergwerff en
jeugdraad voorzitter drs P. J. Smallegange, eveneens leraar in Zeelands hoofdstad. Mr Vas Nunes was bij het begin van de
avond een tien minuten speechje begonnen met een vraag aan één van zijn opponenten, de Utrechtse universiteitsmedewerker drs A. P. H. van Meurs, om
diens relaties met Shell Oil in de Verenigde Staten uit de doeken te doen. Het ging
daarbij om een aanbod dat deze had
ontvangen om als exploratiegeoloog te komen werken in de VS waarvoor
hij wel voelde. De heer Vas Nunes las daarvan zelfs brieven voor (' Tegen een
salaris van vier cijfers in dollars'). Maar de heer Van Meurs bleek
inmiddels moreel geen redenen meer te zien om bij Shell in dienst te treden,
waartoe hij was gekomen na studie en informatie over het conflict
Nigeria-Biafra en de oliebelangen, zo zei hij.
4 maart 1970 Brief aan Ir L.E.J.Brouwer president directeur van de Shell. Zeer geachte Heer Brouwer. Hierbij die ik U een aantal knipsels alsmede mijn programma Experimenteel Geologisch Onderwijs toekomen. Heden verstuur ik deze nota aan Minister Veringa met de vraag of het mogelijk zou zijn met de nieuwe wet bestuurshervorming Universiteit en Hogescholen 1970 uiteraard nadat het de Universiteit raad het project heeft goed gekeurd om het keuze vak Experimentele Geologisch Onderwijs te laten gelden voor het doctoraal examen aan de Nederlandse Universiteit. In ieder geval ben ik maar reeds begonnen, want ik ben er vrij zeker van dat de toestemming toch niet verleend zal worden en ik eruit vlieg dwz de sterke arm zal me er dan wel uit moeten halen net zoals uit het Maagdenhuis. Op de verjaardag van mijn vrouw alsmede op mijn trouwdag, dwz vrijdag 13 maart 1970 mag ik hier voor de rechter verschijnen. De voorbereiding heeft veel tijd gevraagd maar het komt nu eindelijk van de grond. Afgelopen donderdag was al zeer geanimeerd. Morgen beginnen we met de boeiende geschiedenis van de olie-industrie Rockefeller, Nobel, Rothschild, Samuel, Deterding, Teagle, Gulbenkian etc etc., het gezegde van mr five per cent 'Oil men are like cats'.het gaat m.i. wel heel goed op. Ik geloof dat ik me in dat gezelschap best op mijn gemak zou voelen. Het survival of the fittest van Darwin is ook wel heel toepasselijk. Zoals U eveneens uit de toegezonden "literatuur" kunt lezen, hopen we gauw te komen tot een samenspraak met enkele mensen uit Uw bedrijf, vooral over de stelling of het nog wel langer verantwoord is voor de grote concerns om de politiek van het a-politieke standpunt te volgen en dat we meer toe moeten naar een 'global society' met een nauwere samenwerking tussen de naties. En als hoofdpunt van de bespreking naar ik hoop: Hoe krijgen we betere verdeling van kennis en bewustzijn (Neo Marxisme in een kapitalistisch stelsel (Servan Schreiber). Ik ben bezig met een publicatie getiteld alpha + beta geeft gamma ( en niet de straling in letterlijke betekenis. Ik hoop dat mijn publicatie aanleiding zal zijn voor veel discussie stof en vele tegenargumenten die mijn werkhypothese of ontzenuwen of bevestigen, zodat weer een nieuwe werkhypothese opgesteld kan worden enz en zo gaat de wetenschap voort van de eeuwigdurende successie van verwondering, vraagstelling, werkhypothese, verzamelen van feiten die de werkhypothese kunnen omverwerpen of bevestigen. Helaas zijn op onze publicaties in Geopol weinig of geen tegenargumenten of aanvullende gegevens gekomen, doch uitsluitend emotionele aanvallen of adhesiebetuigingen zonder meer. gelukkig zijn de oliegegevens over Nigeria tegenwoordig beter toegankelijk zodat 'petroleum press service' van maart een zeer goed artikel geeft een optimistische kijk van de productie. SHELL-BP zou zelfs aan het eind van het jaar 1 miljoen b/d kunnen halen (of zijn dit weer halve gegevens?). Onze gegevens van Geopol en in ESB zijn toch niet helemaal naast de waarheid geweest. Helaas heeft men indertijd ons geen duidelijke gegevens verstrekt, waaruit zou kunnen blijken in hoeverre er wij er naast zaten, maar ja dat nu eenmaal het geheim van de smid. Mijn vrouw en ik zijn momenteel bezig met de inventarisatie van de verschillende oliemaatschappijen en hun concessiegebieden. Vooral het Midden oosten is een aardig ratjetoe. Iedereen zit met iedereen gezellig op een offshore blok, terwijl elders in de wereld er een scherpe concurrentie strijd aan de gang is om concessie te bemachtigen. Het is een boeiende bezigheid. Maar wil ik het verband proberen te leggen tussen bv de eind krijt transgressie in Libië over de berg bestaande ui precambrische stollingsgesteenten, waarvan als van de veldspaten zijn gekaoliniseerd en nu dien als 'pore space' voor de petroleum en de levering van Mirage van Frankrijk en Libië of de hechte contacten tussen Frankrijk en Spanje en Libië om maar iets te noemen. Ik hoorde van mijn moeder dat ze van Mevrouw d'Ailly had vernomen dat U over Biafra een lezing in Zürich had gehouden ( of is dit een loos bericht.?) Zoudt U niet eens voor mijn "klas"op de donderdagmiddag of anders op en ander voor U geschikt moment niet een dergelijk verhaal kunnen houden of op een ander wijze van Uw deskundigheid kunnen laten blijken? Helaas kunnen we voor gastdocenten in ons Experimenteel Instituut geen honoraria betalen (met geld experimenteren we ook). Uw vader had toegezegd om morgen van de partij te zijn. Het is ongelooflijk hoe vitaal Uw vader nog is en zo jeugdig van opvatting. Ik hoop dat we de naaste toekomst over het een en ander van gedachten kunnen wisselen op een constructieve wijze. Met vriendelijke groeten van huis tot huis. Tom de Booij
6 mei 1970 Polak weigert de Booy audiëntie bij Koningin
DEN HAAG - Minister Polak van
Justitie heeft de Amsterdamse geoloog (in Baarn wonende) dr. Tom de Booy laten
weten dat hij niet bij de koningin op audiëntie zal worden ontvangen, omdat hij
als burger "niet gekwalificeerd is om als persoonlijk adviseur op te treden." Dr.
De Booy heeft enige tijd geleden bij de Hoge
Raad een aanklacht tegen minister Luns ingediend tegen wiens ,,onvolledige
verklaringen" in de Tweede Kamer over de kwestie Biafra". Deze klacht werd niet
ontvankelijk verklaard, waarna de heer De Booy per brief aan koningin Juliana
verzocht om een audiëntie· Hij merkte daarbij op dat hij overwoog zijn
onderscheiding als ridder in de orde van Oranje-Nassau (wegens zijn verdiensten
op geologisch-alpinistisch gebied) terug te geven. Onmiddellijk na deze brief vernam de heer De Booy van het kabinet der koningin dat 'zijn 'brief om advies was doorgezonden
naar het Ministerie van Justitie. Bovendien vond daarna nog een gesprek
plaats met de directeur van het kabinet. Volgens minister Polak geeft de brief
van de geoloog een onjuist inzicht van de Nederlandse constitutionele
verhoudingen. De ministers zijn verantwoordgelijk voor alle regeringsdaden van
de koningin die zelf onschendbaar is. De bewindsman zegt dat een nadere
mondelinge toelichting van de heer De Booy hem overbodig voorkomt. De heer De B00y verklaarde dat hij het
meest verbaast is over het feit dat hij van de minister van Justitie moet horen
dat de koningin hem niet kan ontvangen. "De minister vond het blijkbaar niet
genoeg om dit te adviseren aan de koningin en heeft daarom zelf ook maar deze brief geschreven".
BlAFRA, the forgotten war
"The war ended 38 years ago, and today there is scant physical evidence
of the futile effort to create the independent nation of Biafra. No war
cemeteries, no monuments, no veterans organizations. Except for a small museum
that contains a few fading photographs and rusting weaponry, the Nigerian
govemment has banished memorials to the war, one of the first to he seared onto
the world's consciousness by television".
Einde van het Biafra dagboek 1969/1970.