Kloof tussen Astronomie en Astrologie?

In het NRC-Handelsblad van woensdag 3 september 2008 stond het hierna volgende artikel van een gerenommeerd astronoom Professor Vincent Icke

Astrologie is geen lieve maar gevaarlijke onzin .
Na de 'onderwijsverbeteringen 'worden astrologisch en astronomie in de schoolboeken op één hoop gegooid

 

Professor Vincent Icke

Volgens de astroloog die mijn ouders na mijn geboorte raadpleegden zou ik scheepskapitein worden. Zij was sluw genoeg om niet ‘matroos’ te zeggen: ¡Yo no soy marinero, soy Capitán! Zo happen haar slachtoffers gretiger in die hogere rang, en kunnen de wichelaars beweren dat ik toch ten minste ergens de baas van ben geworden, als professor in de theoretische astrofysica. Astrologie is baarlijke nonsens. De ‘berekeningen’ zijn aantoonbaar onjuist en de ‘voorspellingen’ zijn oppervlakkige kletspraat. Astrologen gebruiken gegevens waarvan astronomen weten dat zij allang niet meer kloppen. Ooit beweerden astrologen te kunnen ‘bewijzen’ dat er slechts zeven planeten konden zijn. Totdat er meer werden ontdekt; met veel kunstgrepen werden die alsnog ingepast. Nu gebleken is dat Pluto toch geen planeet is, maar een zogenaamd Kuiper-object, moeten ze die weer afvoeren. Sommige astrologievarianten gebruiken een planeet (Vulcanus) waarvan wij zeker weten dat die niet bestaat. En sterrenbeelden staan niet vast in de ruimte: sterren vliegen met honderden kilometers per seconde door onze Melkweg, na een half miljoen jaar is er van de Grote Beer niks meer over. Bovendien zijn er tal van sterren die, op het moment dat wij ze zien, al niet meer bestaan omdat ze zijn ontploft.Astrologische ‘voorspellingen’ maken gebruik van platvloerse en oppervlakkige formuleringen, zodat de lezer er altijd wel iets in vindt dat ‘uitkomt’. Een voorspelling is niet zoiets als ‘Er zal u een ongeluk overkomen’. Wat dan? Koffie op uw overhemd? Lekke band? Frontale botsing op de A4? Een echte voorspelling bevat tijd, plaats, en middel: ‘Op 10 september 2008, te 14:22 plaatselijke tijd, zult u op de Koornbeursbrug te Leiden worden omvergelopen door een verstrooide professor in de theoretische astrofysica.’ Zo kunnen de astrologen het nooit. Zelfs methodologisch gezien is astrologie onhoudbaar. Er zijn tienduizenden soorten astrologie, maar slechts één sterrenkunde. Geen twee astrologen zeggen ooit hetzelfde in een horoscoop, tenzij het afgesproken werk is. Wie echter vraagt naar de Lorentz Transformatie, of naar de elektrische lading van het t-quark, krijgt van een professor uit Samarkand precies hetzelfde te horen als van een student uit Leiden. Voor een wetenschapper is het alleen daarom al duidelijk dat astrologie niet deugt. Astrologie is onzin, maar is dat erg? Ach, hmmm, nou ja. Het is wel onzin, maar het is hele lieve onzin, zeker vergeleken met de levensgevaarlijke predicaties van nationalisme en racisme. Astrologische producten hebben een functie, zoals alle andere sprookjes. De grootste dagbladen in ons land schrijven geen woord over wetenschap, maar publiceren wel een dagelijkse horoscoop. Laatst was ik bij een trouwerij, waar de ambtenaar van de burgerlijke stand uitgebreid inging op de horoscoop van de echtelieden. Wanneer iemand die de maatschappij vertegenwoordigt zoiets rustig kan doen, dan kan een wetenschapper zich beter drukken en alvast een extra glas champagne proberen te bemachtigen. Is het erg? Hmmm... Toch wel een beetje, want door de ‘verbeteringen’ die allerlei didactiekpriesters op onze scholen hebben losgelaten, worden in de nieuwe schoolboeken astrologie en astronomie op één hoop gegooid. Hoor en wederhoor, nietwaar. Ook medici en kwakzalvers worden in lesboeken op voet van gelijkheid behandeld. Het zou interessant zijn om dat uit te breiden tot het verkeersonderwijs, want het verschil tussen de rechter- en de linkerweghelft is maar betrekkelijk.Het is een onthutsende ervaring om mensen op tv te zien uitweiden over astrologie, aura’s en graancirkels, zonder dat zij beseffen dat hun kletspraatjes het heelal in snellen door datgene wat zij ontkennen: de wetenschap. Onlangs zag ik hoe drie helder denkende mensen – Spaink, Möring en Borst – werden weggehoond in een tv-confrontatie met zo’n leep kruidenvrouwtje. Maar de camera’s waren al ingepakt toen Borst een gelovige, die hem zojuist nog had verzekerd als een kievit te lopen dankzij genoemde toverkol, op krukken naar haar auto zag strompelen. Is astrologie erg? Jazeker. Tot voor kort ging er in astrologenland wel veel geld om, maar de poet was verdeeld over veel praktiserenden en de gevolgen waren beperkt. Met de komst van betaal-tv en soortgelijke agressieve commercie is de schade veel groter geworden. Het is vergelijkbaar met het Sylvia Millecam-effect: een ernstig zieke patiënt gelooft in de voorschriften van een kwakzalver – en sterft daardoor een jammerlijke en waarschijnlijk onnodige dood. Zulke dingen zijn echt vreselijk, dus zo lief is de astrologie helaas niet meer. Ten slotte nog dit: astrologie is niet alleen vals en voor echte gelovigen soms gevaarlijk, maar ook bijzonder lelijk. Dat is een esthetisch argument en heeft dus geen bewijskracht, maar toch vind ik het gek dat de meeste mensen de werkelijkheid minder aantrekkelijk vinden dan een fabeltje. Het is juist zo prachtig om te begrijpen wat zich in het heelal afspeelt. Stel dat je oren hebt zo groot als ons zonnestelsel. Dan kun je het waaien van de wind in onze Melkweg horen, het knisteren van het ijskoude winterweer van de interstellaire gasnevels, het sissende geboortegeluid waarmee jonge sterren hun gasvormige navelstreng uitstoten, het donderende knallen van ontploffende supernova’s. Als je oren had die gevoelig waren voor radiostraling zou je de pulsars kunnen horen. Sommige van deze relativistische sterren maken duizend maal per seconde een klikgeluid. Dat geeft een toon die driemaal zo hoog is als het zoemen van een bij. Een bij is een centimeter groot en weegt nog geen gram. Zo’n ster heeft een doorsnee van 20 kilometer en weegt bijna anderhalf maal zo veel als de zon. Zo mooi zouden we het zelf niet hebben kunnen verzinnen. En je kunt het berekenen, als je maar weet hoe. Met de Nederlandse supercomputer bij SARA in Amsterdam, aangestuurd door mijn trouwe Apple, kan ik laten zien wat er van een zonnestelsel overblijft als de centrale ster ontploft. Bij ons gaat dat over vijf miljard jaar gebeuren. Dat is pas voorspellen! Maar laat ik me niet te veel opwinden, en mij houden aan de waargenomen feiten. Ergens tussen Mars en Jupiter draait een steenklomp van een paar kilometer groot onverstoorbaar zijn rondjes om de zon. Het is Asteroïde 7508 Icke, naar mij genoemd door zijn ontdekkers, Ingrid en Kees van Houten. Wie nu nog in de invloed van planeten op ons leven gelooft, is dus gewaarschuwd: mijn dubbelganger houdt jullie scherp in de gaten! Vincent Icke is hoogleraar theoretische sterrenkunde aan de Universiteit Leiden

Na het lezen van dit artikel  van Professor Icke in het NRC-Handelsblad, voelde ik mij gedrongen om de Professor een brief te schrijven, waarin ik enkele kritische kanttekeningen heb geventileerd. Hieronder vindt U de brief, die ik zondag 7 september 2008 aan Professor Icke verstuurde .

 
Dr Tom de Booij
Koningsweg 45
3743 ET Baarn
 
Zondag 7 september 2008
 
Aan Professor V. Icke
 
Onderwerp:uw artikel NRC-Handelsblad woensdag 3 september  2008

Zeer geachte Heer Icke,
Allereerst wil ik mij zelf even voorstellen. Tom de Booij, geboren 25 aug. 1924. Studie geologie Univ Amsterdam en Bern (1942 -1954). Gepromoveerd 1954 onderwerp geologie Francardo Corsica. Wetenschappelijk hoofdambtenaar Universiteit Amsterdam 1958-1970. Ontslagen, omdat ik aan de studenten geopolitiek wilde doceren. De student bewust te maken voor de consequentie van de ongelijke verdeling van grondstoffen en de implicatie op economisch, politiek en sociaal gebied. Daarna vele autodidactische studies ondernomen (neurowetenschappen, astronomie en sinds 1998 ook astrologie}. In 1999 een website begonnen  www.egoproject.nl  Over diverse onderwerpen o.a. de relatie astronomie-astrologie. Als U op mijn website aanklikt 'egoproject.nl/star' ziet u een aantal Uranische nieuwsbrieven. Onder nummer 21 en 22 heb ik het een en ander gezegd over deze relatie.  (zie bijlage)

Vele argumenten kan ik aanvoeren, die stroken met Uw oordeel over de verwerpelijke astrologiebeoefening, in het bijzonder de prostitutie uitgeoefend door sommige astrologische medewerkers van dag- en weekbladen en als schrijnend en schandalig voorbeeld de eveneens door Uw gewraakte RTL uitzending. Ik ontmoet vele mensen die dezelfde mening hebben als U ventileert in uw artikel. Op mijn vraag of ze zich wel eens hebben verdiept in de astrologie en vooral ook in de geschiedenis, toen de astrologie en astronomie duizenden jaren geleden nog een onlosmakelijk geheel vormden, bleken deze mensen zonder uitzondering niet gehinderd te zijn de kennis van het onderwerp .
Mijn horoscoop heb ik door acht verschillende gerenommeerde astrologen laten opmaken en tot mijn niet geringe verbazing bleken alle horoscopen opvallend eensluidend waren, alhoewel hier en daar andere nuances naar voren kwamen. Dat dit geen bewijs vormt voor het bestaansrecht voor de astrologie is mij duidelijk. Dat de astrologie werkt begrijp ik totaal niet en is zonder meer verbijsterend. Ik geef U als bijlage enkele citaten uit mijn nieuwsbrief 22 (zonder figuren). Mocht u toch, ondanks Uw negatieve visie over de astrologie, mijn website nader zou willen bestuderen, zou ik zeer erkentelijk zijn voor uw (misschien niet malse) kritiek. Vooral op uw vakgebied kan ik misschien onzin uitkramen. Ik hou van de wetenschap. Als ik ergens een omissie gemaakt heb en word ik daarop op gewezen, ben ik altijd heel erg blij, want dan kan ik mijn theorie bijstellen en eventueel verwerpen door kennis van feiten die tegen mijn geponeerde stellingen pleiten.

Inmiddels met de vriendelijke groeten,

Tom de Booij

PS Uw bijdrage in de TV uitzending de "Wereld draait door" vond ik bijzonder waardevol. Uw vakgebied is minstens zo boeiend misschien nog wel boeiender dan de geologie. Mijn stelling betreffende ons heelal is :"Waar geen begin is kan ook geen einde zijn ". Dat geeft mij een zekere troost want anders wordt het mij te veel van het goede.
(Zie voor bijlage achter aan dit hoofdstuk)

Naschrift: Vandaag Maandag  8 september , heb ik vele positieve berichten gekregen van astrologen, die blij waren met mijn  kritiek op het artikel van Professor Icke. Hopelijk krijg ik ook nog een reactie van Prof. Icke zelf. Deze zal ik uiteraard opnemen op deze website

Vandaag Dinsdag  9 september 2008 om 14.48 uur, ontvang ik een e-mail van Professor Icke, die hierna volgt, evenals mijn antwoord op zijn e-mail (verzonden dinsdag 9 september 2008)
.
Geachte heer De Booij,

Dank voor uw email: On 07 Sep, 2008, at 09:34, debooij wrote:
"Vele argumenten kan ik aanvoeren, die stroken met Uw oordeel over de verwerpelijke astrologiebeoefening, [...] Op mijn vraag of ze zich 
wel eens hebben verdiept in de astrologie en vooral ook de geschiedenis, toen de astrologie en astronomie duizenden jaren  geleden nog een onlosmakelijk geheel vormden, bleken deze mensen zonder uitzondering niet gehinderd te zijn de kennis van het onderwerp".

Dat zal u voor de meesten van mijn collega's wel meevallen, denk ik. Wat mijn collega's en ik daarbij steeds weer constateren is, dat er helemaal niet zoiets bestaat als "de" astrologie. Er zijn er tienduizenden soorten van, die allemaal wat anders beweren. En als wij ons dan beperken tot een specifiek type, om 't even welk, dan blijkt uit alle nette (dubbelblind) experimenten dat die astrologie inhoudsloos is. Voor zover er sprake is van "uitkomen" van 
"voorspellingen", gaat het onveranderlijk om anecdotische zaken die zelfs de meest elementaire kritische toets niet kunnen doorstaan. Daarom heeft verdere "studie" geen zin, en is voor de astronoom tijdverspilling. De goede raad van een wijze medemens geeft ons meer 
houvast en grotere zekerheid dan wichelarij. De echte wetenschap geeft ons meer vreugde dan verzinsels. Vriendelijke groeten,
Vincent Icke

Geachte heer Icke,

Dank voor uw antwoord op mijn e-mail van 7 september jl, dat aan duidelijkheid niets te wensen overlaat. U schrijft o.a :"Daarom heeft
verdere "studie" geen zin, en is voor de astronoom tijdverspilling.". Deze constatering beschouw ik dan ook als een direct antwoord op mijn  laatste
zinnen van mijn brief aan U, die ik hier na citeer:
"Mocht u toch, ondanks Uw negatieve visie over de astrologie, mijn website nader zou willen bestuderen, zou ik zeer erkentelijk zijn voor uw (misschien niet malse) kritiek. Vooral op uw vakgebied kan ik misschien onzin uitkramen. Ik hou van de wetenschap. Als ik ergens een omissie gemaakt heb en word ik daarop op gewezen, ben ik altijd heel erg blij, want dan kan ik mijn theorie bijstellen en eventueel verwerpen door kennis van feiten die tegen mijn
geponeerde stellingen pleiten"

Toch neem ik vrijheid om U nog eens lastig te vallen met vragen op zuiver astronomisch gebied, aangezien ik daarin net zozeer geïnteresseerd ben als
in de astrologie, vooral als het gaat over de zgn.'ontbrekende' materie van onze kosmos. Met de vriendelijke groeten,
Tom de Booij

'Ontbrekende' materie: Govert Schilling zegt hierover: "Hoewel er in het heelal miljarden sterrenstelsels te zien zijn, vertegenwoordigen deze maar een klein deel van de totale hoeveelheid normale materie in het heelal. De meeste materie die tijdens en kort na de oerknal is gevormd, moet elders verstopt zitten" 
 
 

Bijlage bij brief aan Professor Icke van zondag 7 september 2008

Enkele citaten uit mijn Uranische Nieuwsbrief 22

De steeds groter wordende kloof tussen de Astronomie en de Astrologie
Inleiding
Het is weer heel lang geleden, dat de laatste Uranische Vijfster Nieuwsbrief (nr. 21 van 26 november 2003) is verschenen. De astronomen hebben een totaal ander beeld over deze zelfde planeten. Het leek een eenvoudig uitgangspunt, maar het bleek al spoedig dat het verschil tussen de astronomie en de astrologie zich niet laat vangen door te na te gaan hoe men denkt over de planeten. Het verschil ligt veel dieper en fundamenteler en lijkt bijna onoverbrugbaar. Via het internet heb ik kunnen zien hoe de astronomie zich in een sneltreinvaart ontwikkelt en er wordt dan ook door de astronomen gesproken over de gouden eeuw van de astronomie. Deze ontdekkingen zijn te vergelijken met de ontdekking van Copernicus, die zag dat de zon niet om ons heen draait, maar dat onze aarde om de zon draait. Hier ligt nu juist ligt het grote verschil tussen de astronomie en de astrologie. De astronomie doet je beseffen dat ons bestaan op aarde in het niet valt bij de onmetelijke kosmos met zijn miljarden sterrenstelsels die weer bestaan uit vrijwel ontelbare sterren zoals onze zon of nog veel groter. Het is als het ware dat ons ego verdampt.
De astroloog plaatst de aarde in het centrum van het zonnestelsel. Hij gaat na wat de invloed van deze hemellichamen op het leven op aarde en in het bijzonder op de individuele mens vastgelegd in de horoscoop. Vroeger waren de astrologen tevens astronomen. In de laatste paar honderd jaar zijn deze beide wetenschappen uit elkaar gegaan. De belangstelling van de kant van de westerse astrologen voor de astronomie is sterk afgenomen en de astronomen beschouwen de astrologie als een soort bijgeloof.
Zo te zien bestaat er een vrijwel onoverbrugbare kloof tussen de astronomen en de astrologen. Toch is er iets merkwaardigs aan de hand. Bij de voorbereiding van deze nieuwsbrief zijn we iets tegengekomen, dat volgens ons een prioriteit verdient om eerst te behandelen. Wat is namelijk het geval, wanneer astronomen de sterrenbeelden de revue laten passeren, geven ze bij bepaalde sterrenbeelden een bijbehorend verhaal uit de Griekse mythologie. Let wel uit de patriarchale religie en gaan geheel voorbij aan de voorgeschiedenis, die deze mythen hebben gehad in de tijd van de Grote Moeder religie. Reden waarom we er goed aan doen om de astronomen en astrologen nader in contact te brengen met de oorsprong van de door hun gebruikte mythen.
Uiteraard hebben deze 88 sterrenbeelden niets te maken met de werkelijke plaats en relatie van de sterren van een sterrenbeeld onderling. Het is een projectie op een denkbeeldige hemelbol: een menselijke constructie.
Verschil en overeenkomst tussen een astronoom en een astroloog
Onze Stichting DWA wil een poging ondernemen om de astronomen en astrologen meer begrip te laten opbrengen voor elkaar's manier van denken en onderzoeken. Ik heb daarbij getracht om na te gaan wat de overeenkomsten en verschillen zijn tussen de astronoom en de astroloog. (Let wel, ik ben me uitsluitend beperkt tot de Westerse astrologie). Zoals ik al heb opgemerkt dat als het gaat om de beschrijving van sterrenbeelden of hemellichamen beide disciplines naar dezelfde Griekse patriarchale mythen refereren. Het verschil is tussen de astronomen en astrologen is echter, dat de eerst genoemde de mythologie van bijvoorbeeld het sterrenbeeld Ram beschrijft zonder daar verder iets van een betekenis of duiding aan te geven. Terwijl de astrologen aan deze mythen wel een symbolische duiding geven. . Maar het vreemde doet zich voor, dat de astronomen nog steeds gebruik maken van denkbeelden, die in vroegere tijden zijn ontwikkeld. In die tijd keek men heel anders aan tegen de verschijnselen aan de hemel. In de eerste plaats hebben we aan het sterrenbeeld Grote Beer laten zien, dat de sterren van het sterrenbeeld zich niet in een vlak bevinden, maar dat het een projectie is van ver van elkaar gelegen sterren op een plat vlak. Het is dus een menselijke interpretatie. Dit wil echter niet zeggen, dat de mens niet als medium of klankbord zou hebben gediend voor het ontvangen en registreren van kosmische invloeden. In 1922 heeft de IAU in feite de sterrenbeelden losgelaten door de hemelbol in 88 gebieden rond de sterrenbeelden te verdelen. Daar is op zich zelf niets mis mee. Het is een referentiekader waar de verschillende hemellichamen en verschijnselen op aangegeven kunnen worden, net zoals op een kadaster van een gemeente of land. Maar men zou verwachten, dat de astronomen zich uitsluitend bezig houden met de beschrijving van de hemellichamen en hun verschijnselen en daarbij niet terug grijpen naar oude Griekse mythen. Daarbij komt nog dat deze Griekse mythen duidelijk een weerslag van de patriarchale overheersing van de vroegere matriarchale Moeder Godin religie. Als astronomen zich laatdunkend uitlaten over de astrologie, lijkt het ons zinnig om eens na te gaan wat de reden vormt waarom zij bij hun astronomische beschrijving toch terugvallen op deze Griekse mythen.
Zijn de astronomen gevoelig voor deze mythologische inbreng?
Zou het toch zo zijn dat de astronomen, meer dan ze zelf misschien willen toegeven, gevoelig zijn voor deze oorspronkelijke gedachten patronen? Het lijkt mij in ieder geval dat astronomen, die afgeven op de astrologie, zich tenminste deze vraag mogen stellen. De astronomen houden zich strikt aan de hemelverschijnselen, die zij waarnemen en onthouden zich daarbij aan de eventuele invloeden die deze op het leven op aarde zou kunnen hebben. Geheel anders dan de vroegere astronomen, die toch een duidelijk verband zagen tussen de hemellichamen en de mens op deze aarde. Zo boven, zo beneden was hun parool. Door de recente foto's die de Hubble Ruimte Telescoop van ons universum heeft gemaakt, voelt men zich inderdaad als een nietig schepseltje levend op een hemellichaam omringd door een dun vliesje waar men voorlopig nog genoeg zuurstof kan opnemen om in leven te blijven. We kunnen nu ook zien wat er met onze zon gaat gebeuren over een aantal miljard jaren, hoe we uiteindelijk een kleine witte dwerg worden. Al deze eindfasen, alsook het begin van ons zonnestelsel, zijn door foto's van het heelal te zien. In één woord adembenemend, maar toch kan ik me niet aan de indruk onttrekken, dat hoe onbelangrijk we ook mogen zijn we toch een onderdeel van dit heelal vormen en de invloed daarvan op ons dagelijks leven ondervinden. Het is ook voor de astronomen nu overduidelijk, dat de maan en zon een grote invloed hebben op het leven op aarde. De astrologen gaan verder en vertellen ons ook over de invloed die de hemellichamen van ons zonnestelsel hebben. De door de astronomen ontdekte stralingen afkomstig van supernovae, quasars, neutronensterren, zwarte gaten en de recentelijk ontdekte magnetars zullen misschien door de astrologen nader worden onderzocht en nagaan of deze invloeden op de mens volgens hen eveneens aantoonbaar zijn.Door de recente astronomische ontdekkingen is echter ook gebleken, dat er meer vragen zijn gerezen dan antwoorden. Zo is er voor astronomen het gigantische probleem van de donkere materie (verborgen materie dat alle sterrenstelsels omgeeft) en de donkere energie (een versnellende, afstotende kracht die op alle materie inwerkt) in het universum. Volgens de laatste theorieën bestaat ons universum voor 70% uit donkere energie, voor 25% uit donkere materie en voor 5 % de normale materie dwz alle zichtbare sterrenstelsels, planeten en U en ik. Het probleem is namelijk is, dat de astronomen geen idee hebben waar uit deze materie en energie bestaat. Dit wat betreft alles wat groter is dan wij zelf, maar het probleem doet zich ook voor in het kleine universum zoals onze DNA. Net zoals bij het universum is van het DNA is 5% de functie bekend, terwijl van 95% men geen idee heeft waarvoor het dient!. Dit wordt de junk DNA genoemd. Uit dit alles blijkt wel dat een ons heel bescheiden moet opstellen ten opzichte van zoals de macro- als microkosmos. Het allergrootste probleem voor de hemelonderzoeker is echter de klemmende vraag: "Welk deeltje veroorzaakt de zwaartekracht". Men denkt aan een deeltje dat graviton wordt genoemd, maar nog niemand heeft het deeltje kunnen aantonen. De meeste overheersende doordringende kracht van ons universum is zonder meer de zwaartekracht, maar wat dat precies is weet men nog niet.De onderzoeker van het universum ontvangt allerlei signalen uit het universum met verschillende golflengten van het electro-magnetische spectrum, zoals gamma straling, röntgen straling, ultraviolet- zichtbaar en infra rood licht, micro- en radiogolven etc. Men heeft via allerlei ingewikkelde instrumenten deze straling zichtbaar gemaakt voor onze ogen en oren. Men heeft hiermee geweldige ontdekkingen gedaan, maar dat neemt niet weg dat er misschien nog kosmische invloeden zijn, die men nog niet heeft kunnen waarnemen en die toch van invloed op de mens zouden kunnen hebben.
Shakespeare Hamlet Act I,Scene V, line 188.189: "There are more things in heaven and earth, Horatio, than are dreamt of in your philosophy".
Het is daarom nogal verwonderlijk, dat sommige astronomen zich met hand en tand verzetten tegen bepaalde pseudo-wetenschappen zoals de astrologie. Een goed voorbeeld geven Nederlandse astronomen, verbonden aan het Kapteyn Instituut in Groningen, in hun colleges aan studenten in de astronomie. In de aantekeningen 2002-2003, College I geven zij in dia 11 een beeld van de dierenriem met de volgende tekst:
ASTROLOGIE: "gelul in de ruimte"(Levi Weemoedt)
In de oratie van een van de docenten Prof. Dr P.D. Barthel gehouden op 8 juni 2004 in Groningen, lezen we een genuanceerd beeld, betreffende de relatie tussen mens en kosmos: " Met de onlangs overleden astronoom Robert Hanbury-Brown zou ik drie verbindingslijnen willen onderscheiden tussen mens en kosmos. De eerste lijn is die van de wetenschap- een niet-persoonsgebonden lijn door objectieve maar altijd beperkte kennis. De tweede lijn is die van de kunst waartoe - ik zei het al eerder- ook de aanblik van de Melkweg op een maanloze nacht gerekend moet worden. Dit is een subjectieve, persoonlijke lijn gebaseerd op schoonheidsbeleving. De derde lijn is die van de religie: een tweede persoonlijke lijn welke zin geeft aan het menselijk bestaan. Voor velen is de eerste, onpersoonlijk, objectieve lijn onvoldoende. Voor vele anderen is het mens-zijn incompleet zonder de derde lijn".
Over het punt of een mens in staat is een niet- persoonsgebonden objectieve waarneming kan doen, ben ik al uitvoerig ingegaan tijdens mijn studie over de hersenen en in het bijzonder de visuele hersenen. "Our Brains, the last Resource?"
.egoproject.nl/brains. De ons omgevende wereld bestaat niet zoals we haar zien. Onze ogen waarmee we het beeld van onze omgeving construeren, zijn uitgerust met ruim 200 miljoen receptoren die het zichtbare licht opvangen en doorsturen naar vele delen van de hersenen, die dan aan de gang gaan om deze ontvangen elektrische- en chemische signalen te verwerken door middel van een uiterst gecompliceerd netwerk van zenuwen. Hoe zich dan van al deze apart verwerkte signalen een compleet beeld vormt, is voor de neurofysiologische wereld een compleet raadsel.
De neurofysioloog John Maunsell (1995) zegt het heel treffend:
"What we actually perceive is not the image on the retina, but a 'neural image' formed in the cortex. It is not a completly accurate representation of what is going on in the world; it has been adjusted".
Mijn laatste zin van mijn werkstuk "Our brains, the last resource?" eindigt met een vraag die tot nu toe niemand kan beantwoorden:
"Our visible world is split up in four parts and processed in our brain in separate channels. Apparently we see only one non-divided world. Where is the assembly-hall? How is it functioning to bring all the pieces together so the split-up world becomes one 'reality'?".
We kunnen dus stellen, dat het beeld van de wereld een constructie is van onze hersenen en het de enige visuele werkelijkheid is, die wij kennen. Iedereen heeft zijn eigen 'regenboog'. De wereld zoals ik haar zie bestaat dus alleen voor mij. De echte werkelijkheid zullen we dus nooit en te nimmer kennen. Dat blijft het grote wonder. Trouwens de kwantumfysica vertelt ons dat als wij een lichtdeeltje (foton) waarnemen, is het of een golf of een deeltje, nooit samen. De niet-persoonsgebonden werkelijkheid stort in bij elke menselijke waarneming. Dit besef maakt ons bijzonder duidelijk dat het woord objectief en subjectief, ook maar heel betrekkelijk is. We kunnen geen waarneming doen zonder dat de persoon daarmee verbonden is. Behalve onze ogen en oren hebben we ook nog een aantal zintuigen, dat in staat zijn om signalen van onze omringende wereld te ontvangen. Vergeet niet dat het grootste zintuig onze huid is! Ook inwendige organen, hormonen etc kunnen signalen opvangen die ons leven beïnvloeden. Kortom we weten nog zo weinig van alles wat we vanuit de ruimte opvangen. Er zijn toch duidelijke aanwijzingen dat we als mens in staat zijn om signalen op te vangen, die we niet kunnen verklaren, zoals auralezen, helderzienheid, heldervoelenheid, telepathie, divinatie, Reiki etc Ook deze signalen kunnen ons wereldbeeld vormen.
Alles is met alles verbonden.
Welke problemen heeft de astrologie die om een antwoord vragen? Het antwoord op die vraag is mijns inziens zeer snel te geven door een wedervraag. Hoe is het mogelijk dat het blijkt te werken? Immers sinds vele eeuwen heeft de mensheid volgens een empirische weg opgetekend wat aan de hemel werd waargenomen en deze in verband gebracht met gebeurtenissen op aarde. Men kwam tot de conclusie door te stellen: zo boven zo beneden. Dat het blijkt te werken is mij in de afgelopen tijd gebleken, maar waarom is mij vooralsnog onduidelijk. Wel moet mij van het hart, dat ik mij niet aan de indruk kan ontrekken dat bij de duiding van een horoscoop door sommige astrologen soms naar het resultaat wordt toegedacht: 'wishful thinking'. Dit wil echter niets zeggen over de waarde die de astrologie zou kunnen hebben.
Het is een geruststellende gedachte, dat we zoals we gezien hebben slechts 5% van iets te weten, de rest is nog volkomen duister. Het enige wat ons te doen staat is om die 5% iets groter te maken door te zoeken naar verbanden tussen waargenomen verschijnselen. Eens kwam een student bij de atoomgeleerde Niels Bohr vragen wat hij van een bepaalde nieuwe theorie vond. Zijn antwoord was: "Ik verwacht er niet veel van, want de theorie is niet gek genoeg". Kortom we kunnen nog vele nieuwe ontdekkingen verwachten van de disciplines astronomie en astrologie, waarbij ze elkaar alleen maar kunnen stimuleren en ondersteunen, ipv. elkaar te verketteren. Uiteindelijk gaat het om het zelfde universum!
In ieder geval is dus gebleken dat via deze Griekse mythologie de astronomen en astrologen elkaar hebben gevonden wat betreft de naamgeving. Omdat deze mythologie dus een grote rol blijkt te spelen, hebben wij een studie gewijd aan de voorgeschiedenis van deze patriarchale Griekse mythologie. We zullen dus ook bij de behandeling van bepaalde sterrenbeelden in onze volgende nieuwsbrieven niet alleen een kort overzicht geven van de Griekse mythen, maar ook nader ingaan op de voorgeschiedenis en wel stammend uit de matriarchale mythologie van de Moeder Godin religie.