Uranische Vijfster, Nieuwsbrief nummer 30
Baarn, 1 december 2005, de donkerste fase van de donkere maan
Stichting Democratisering
Wetenschap en Astrologie
De volgende nieuwsbrieven zijn grotendeels een uitwerking van de samenvatting van een lezing die ik op 4 november 2005 heb gehouden voor het 15e Najaars Astrologie Congres te Oldenzaal. Er is tevens tekst van vorige nieuwsbrieven in verwerkt
Symbolen uit vroegere tijden leven nog steeds voort in ons 'onderbewuste' zijn.
Deel 1
Ter inleiding:
"Symboliek is de taal van de ziel"
Bij het begrip ons 'onderbewuste' zijn, is met opzet gekozen om het woord onderbewuste tussen haakjes te zetten. Het accent komt te liggen op het woord zijn. Men kan namelijk vele 'zijns' toestanden bij de mens aantreffen. Behalve het onderbewuste zijn heeft men: het bewuste zijn, het halfbewuste zijn, tussen droom en wakker zijn, of het niet-bewuste zijn. Carl Jung onderscheidt het persoonlijke en collectieve onderbewuste. Uit mijn studie van de symbolen blijkt, dat als men denkt dat iets uit het persoonlijke onderbewuste voortkomt, toch blijkt dat het stamt uit een collectieve ervaringspoel zonder dat men zich daarvan bewust is. Men zou het iets prozaïscher kunnen zeggen, namelijk dat bij een creatieve daad men een greep doet uit een grote zak waarin alle ervaringen zitten, vanaf het moment dat leven op aarde begon of misschien zelfs van daarvoor in de anorganische wereld. Het is opmerkelijk zoals de symbolen uit lang vervlogen tijden opeens weer op kunnen duiken, waarvan men in eerste instantie denkt dat zij iets nieuws bevatten, origineel zijn. Men denkt, dat men een greep doet uit het persoonlijke onderbewuste zijn, maar later blijkt empirisch dat deze greep is gedaan uit de collectieve poel van ervaringen die de mensheid heeft ondergaan. Het woord ons geeft het collectieve karakter al aan. Een mens is ook in staat om zelfs het begrip onbewust en bewust te laten verdwijnen door alleen maar te zijn.
Hoe moeten we in dit verband denken over de ziel? In het Groot woordenboek van Dale staat onder het woord ziel: 1. geheel en het wezen van het niet-stoffelijke, althans stoffelijk niet te bepalen beginsel waarvan de mens leeft (al of niet ook bij andere levende wezens geacht). Ook bepaalde uitdrukkingen geven goed weer hoe men in onze cultuur denkt over de ziel: iets waaruit de ziel is verdwenen, hij loopt met zijn ziel onder zijn arm, de ziel verliet het lichaam, het zielloze overschot. Het is alsof tijdens het begin van het stoffelijke leven de ziel in het lichaam is gevaren. Wanneer de vorm van het lichaam niet meer kan voldoen aan de gewijzigde omstandigheden dus sterft, zal de ziel een nieuwe vorm zoeken. Zo zou men in plaats van ziel ook 'energie' kunnen noemen. De 'energie', of misschien beter om te spreken van een voor ons vormeloze 'energie', zoekt al dan niet naar een nieuwe vorm als de oude vorm niet meer voldoet. Misschien heeft deze 'energie' wel degelijk een vorm maar die is voor ons mensen niet waarneembaar. De ervaringen opgedaan tijdens een bepaald leven kunnen door deze 'energie' worden 'gesublimeerd' om in een nieuwe vorm al of niet manifest te worden. Het is dus een vernieuwde vorm en woorden als re-incarnatie of her-geboorte grijpen terug naar het verleden. De vorm die ieder mens tijdens de conceptie krijgt is uniek. De ziel of de vormloze 'energie' neemt wel met zich mee de ervaringen van vroegere vormen. Begrippen als in mijn vorige levens zijn dan ook in dit verband niet gelukkig gekozen. Beter is om te stellen van vorige levens. In mijn tuin staat een esdoorn die zijn zaadjes op de bodem laat vallen, als deze in de grond komen te ontkiemen komt er een splinternieuwe esdoorn die echter de ervaringen van de vorige esdoorns in zich draagt en op zijn beurt zal de plant weer nieuwe ervaringen opdoen om dan dit estafette stokje al dan niet door te geven.
In dit verband te denken aan de symbolen uit vroegere tijden in ons 'onderbewuste' zijn voort leven en al of niet in ons 'bewuste' zijn naar boven komen. In een andere nieuwsbrief zal ik op dit onderwerp nader ingaan zoals ook het verschil tussen ziel en geest. Ziel is in vele talen vrouwelijk, terwijl geest mannelijk is. In de matriarchale cultuur was de ziel vrouwelijk. In de patriarchale cultuur van het vroege christendom dacht men dat de testikels van een man de ziel bevatten van toekomstige kinderen. In de Middeleeuwen was volgens Thomas van Aquinas het zaad de drager van de ziel. Het is dan ook niet vreemd dat in de huidige samenleving men het woord zielig en geestig kent in onze taal!
In mijn zoektocht naar dat verre verleden, die met alle ervaringen van alle geleefde levensvormen de zak heeft doen vullen. Dit vormt ook de reden dat we beginnen met het moment dat het leven op aarde begon 3.5 miljard jaar geleden.
1. Ons mitochondrium redder in nood, wordt uiteindelijk onze dood
"Life did not take over the globe by combat, but by networking". (Lynn Margulis)
Veel symbolen die we dagelijks gebruiken en weergeven, dateren uit lang vervlogen tijden. Kennelijk dragen we deze symbolen mee in onze hersenen zonder dat we dit in de gaten hebben. Als geoloog wil ik terug naar het begin van het leven op aarde. Immers alle ervaringen sindsdien dragen we in ons 'onderbewuste' zijn met ons mee.
Ruim drie en half mijhard jaar geleden ontstonden in de oceanen de eerste levende cellen Ze leefden in een reducerend milieu, dwz de atmosfeer bevatte geen vrije zuurstof en bestond voornamelijk uit waterstof, methaan, ammoniak en waterdamp. Het proces dat toen de hoofdrol speelde was dat van (zuurstofloze) fermentatie van organisch materiaal. De bacteriën leefden voornamelijk van zwavel componenten. Zij produceerden zwavelwaterstof die de geur heeft van rottende eieren. De plotselinge toename van zuurstof in de atmosfeer gebeurde ruim twee en half miljard jaar geleden. Het is waarschijnlijk veroorzaakt door bacteriën, die via het fotosynthetisch proces zuurstof produceerden.

Figuur 1. Links: Stromatolieten van 1.8 miljard jaar oud. Oostelijke arm van het Grote Slaven meer in Canada Rechts: Een dwarsdoorsnede van een stromatoliet. (foto's van Paul Hoffman)
Fotosynthese is een biochemisch proces waarbij planten, algen en bacteriën een deel van het licht als energiebron gebruiken om koolstofdioxide en water om te zetten in suikers Deze eerste 'planten' leefden in koloniën in ondiepe zeeën. We kunnen deze fossiele 'planten', stromatolieten geheten, nu nog op aarde terug vinden.
Jan Baptista van Helmont begon het onderzoek dat leidde tot de ontdekking van fotosynthese midden in de 17e eeuw. Joseph Priestly ontdekte dat een kaars die in een afgesloten hoeveelheid lucht brandt snel uit gaat, lang voordat alle was op is. Hij zag in 1780 dat de inwerking van zonlicht op een plant (fotosynthese) zuurstof produceerde.

Figuur 2. De proef van Joseph Priestly: de muis blijft leven ondanks dat hij van de buitenlucht is afgesneden. De plant zorgt voor de zuurstof, die de muis nodig heeft en de muis zorgt voor de kooldioxide die de plant nodig heeft om in zuurstof om te zetten. (Stryer, 1988)
Zo kunnen wij bij de gratie van de plantenwereld in leven blijven. Het is daarom angstaanjagend om te zien, dat we bezig zijn onze zuurtsofvoorraad uit te putten, door de tropische bossen met een razende snelheid te kappen. Het zijn de longen van onze aarde, die aangetast worden. Men zou het kunnen vergelijken met longen, die uitzaaiingen vertonen van steeds groter wordende kwaadaardige kankergezwellen.
De stijging van het zuurstof gehalte in de atmosfeer is in een geologisch zeer korte tijdspanne van 130 miljoen jaar drastisch gestegen. Er heeft nog een tweede stijging van het zuurstof gehalte plaats gevonden en wel 800 miljoen jaar geleden Toen bereikte het zuurstof gehalte van 21% zuurstof van onze huidige atmosfeer

Figuur 3. Stijging van het zuurstof percentage in de atmosfeer in een korte periode van 130 miljoen jaar. (de stijging van het zuurstof percentage 800 miljoen jaar geleden is in deze grafiek niet verwerkt) (Alberts,1989)
Er is iets merkwaardigs aan de hand met het percentage zuurstof in de atmosfeer. Was het hoger geweest dan was het leven op onze aarde verbrand. Zuurstof is zeer sterk reactief met alles en nog wat. Zie maar als je zuurstof blaast in een vuurhaard. Zou het minder zijn geweest dan zou ons leven wat we nu kennen niet mogelijk zijn geweest. Er bestaat dus een controle systeem op aarde die er voor zorgt dat het gehalte aan zuurstof constant wordt gehouden. Het grote gevaar dat de mens dreigt is dat dit evenwicht wordt verstoord en het gehalte aan kooldioxide zal stijgen tov. de zuurstof. Het plantendek op aarde zorgt er mede voor dat kooldioxide wordt omgezet in zuurstof. Ook moeten we bedenken dat de zuurstof er weer voor zorgt dat de we een ozonlaag hebben die er voor zorgt dat het leven op aarde geen gevaarlijke mutaties ondergaat door de ultraviolette straling van de zon. Let wel het gaat hier om de 21% van de vrije zuurstof in onze atmosfeer. Het is goed om te bedenken dat onze aardkorst voornamelijk bestaat uit silicaten en daarvan is 45% zuurstof en 27.2 % silicium.
Voor de bacteriën die leefden in het zuurstofloze tijdperk was de toename van zuurstof in de atmosfeer een catastrofe. De biologen Lynn Margulis en Dorion Sagan noemde deze tijd 'de zuurstof holocaust'. Het betekende voor deze eerste levenscellen, die gewend waren te leven in een zuurstofloze atmosfeer, een wisse dood. Ze waren noodgedwongen om hun toevlucht te zoeken tot die bacteriën die wel in staat bleken om zuurstof in energie om te zetten. Het werden de redders in de nood. Ze werden als welkome gast door de eerste levenscellen (eukaryoten) ontvangen. Ze gingen met elkaar een symbiotische samenwerking aan.

Figuur 4. De noodgedwongen opname van een bacterie in onze oorspronkelijke levenscel. Door de stijging van het zuurstof percentage in de atmosfeer was deze eerste levenscel een wisse dood gestorven ware het niet dat we de bacterie (gearceerd aangegeven) die zuurstof in energie kon omzetten, in ons hadden opgenomen.
Deze opgeslokte bacteriën hebben zich ontwikkeld tot het mitochondrium. Het heeft zijn eigen DNA. Maar er bestaat een goede wisselwerking tussen ons DNA met die van het mitochondrium. Deze theorie is ontwikkeld in de tachtiger jaren door Lynn Margulis. Ze zegt hier over:"Life did not take over the globe by combat, but by networking". In feite iets anders dan Darwin zei: de 'survival of the fittest'. Het is zoals met vele theorieën beide bevatten ze waarheid. (Dyer en Obar, 1994)
In een volgende nieuwsbrief zal ik de stelling poneren, dat ons DNA het resonantie apparaat is voor het ontvangen van energieën uit de ons omringende wereld. Reden waarom we even stil willen staan bij het DNA (Deoxyribo Nucleic Acid) In onze celkern bevinden zich chromosomen. Dit zijn de dragers van de erfelijke eigenschappen. Ze komen voor in paren. Wij mensen hebben per cel 23 paar chromosomen Bij de voortplanting en de celdeling worden de chromosomen gedeeld. Zo krijgt iedere nieuwe cel (een deel van) de erfelijke eigenschappen mee.
Als we de structuur van de chromosomen verder uitvergroten, dan blijken deze
te bestaan uit zeer lange ketens van basen: het DNA. De basen zijn dus de
bouwstenen van het DNA. Het DNA lijkt op een soort wenteltrap, waarbij twee
spiraalvormige ketens aan elkaar vast zitten. De verbinding tussen die twee
ketens wordt gevormd door de vier verschillende basen van het DNA: A (adenine),
C (cytosine), G (guanine) en T (thymine). C hecht aan G in de tegenoverliggende
keten en A hecht aan T in de tegenoverliggende keten. Zo vinden we op het DNA
een lange reeks basenparen G-C, A-T, C-G en T-A in wisselende volgorde. Het
menselijk DNA bevat zo'n drie miljard van die basenparen en 80.000 genen,
terwijl het DNA van het mitochondrium slechts 16.456 basenparen en 37
genen bevat. Ook de vorm is verschillend, het DNA van de celkern is spiraalvorming,
terwijl het DNA van het mitochondrium een cirkelvorm heeft. Volgens Ben Boukama
is de gedachte dat mitochondriën alleen als energiefabriekjes voor de cel fungeren
een misvatting. Er zijn ongeveer 3000 genen nodig om een mitochondrium te maken.
Ongeveer 3 % van
de genen die nodig zijn om een mitochondrion te maken zijn toegewezen om door
het opnemen van zuurstof onze cellen van energie te voorzien. Meer dan 95 % zijn
betrokken bij andere functies.


Figuur 5. Links: Het spiraalvominge DNA met zijn twee in elkaar gewikkelde strengen, met de basenparen in het midden. Rechts: Het cirkelvormige DNA van het mitochondrium
Mitochondriën erf je alleen van je moeder. Dat komt omdat de mitochondriën zich niet in de kern, maar in het cytoplasma van de cel bevinden. Het cytoplasma is het deel van de cel dat zich buiten de kern bevindt. Hierin zitten organellen, zoals het bovengenoemde mitochondrium, die zorgen voor allerlei taken. Meer dan de helft van het cytoplasma wordt ingenomen door het cytosol. Volgepakt met enzymen en ribosomen (eiwitfabrieken). De reden dat de vrouwelijke chromosomen zorgen voor de aanmaak van organellen in het cytoplasma is gelegen in het feit dat wanneer beide sekschromosomen dit voor hun rekening zouden nemen er een ware organellen oorlog uitbreekt: het 'intergenomic conflict' geheten. Vanwege het gevaarlijke mitochondria zou het zeer schadelijk zijn als het mitochrondria door zowel het mannelijk als vrouwelijk genetisch materiaal werd bepaald. Het mannelijk Y chromosoom heeft de strijd eenzijdig opgegeven en heeft het aanmaken van de organellen in het cytoplasma overgelaten aan de vrouwelijke chromosomen. Het mannelijk Y chromosoom bemoeit zich onder meer met het bepalen van de mannelijke geslachtsorganen. De bevruchte eicel bevat uitsluitend de mitochrondriën uit het cytoplasma van de eicel. De enkele mitochondriën die zich in de zaadcel bevinden zitten vooraan in de staart van de zaadcel en worden niet binnengebracht in de eicel tijdens de bevruchting. Een mutatie (verandering) in die mitochondriën wordt dus alleen van moeder op kind overgedragen. Dat betekent dat een mitochondriële afwijking zowel bij jongens als bij meisjes kan voorkomen, maar dat deze enkel via vrouwen wordt doorgegeven.

Figuur 6. De bestanddelen van een cel. In het midden de kern met het genetisch materiaal. De omringende vloeibare substantie heet het cytosol waarin allerlei structuren zijn die het leven van een cel mogelijk maken. De groene structuren zijn de mitochrondriën. In ons lichaam hebben we rond 100 triljion van deze cellen. (Klug and Cummings, 1993)
Maar elke medaille heeft zijn keerzijde. Wat blijkt nu dat deze redder in de nood ook onze dood veroorzaakt. Tijdens de omzetting van zuurstof in energie in het mitochondrium komen er giftige stoffen vrij (vrije radicalen), die het DNA op de duur zo kunnen beschadigen dat de cellen dood gaan en is de levensbrenger tevens de doodgraver. Het veroorzaakt de veroudering van onze cellen, doordat deze giftige stoffen het DNA van het mitochondrium aantasten, en eindelijk tot de dood van onze cellen zal leiden. Wat is een vrije radicaal? Een vrije radicaal is een atoom of molecuul met een nog ongebruikte bindingsmogelijkheid. Omdat een vrije radicaal direct een elektron uit zijn omgeving aan zich trekt, vernietigt hij de moleculen van wie hij dit elektron afpakt. De aangevallen moleculen hebben nu op hun beurt een vrij elektron en pakken op hun beurt weer een andere stof in hun omgeving een elektron af. Zo ontstaat er een fatale kettingreactie, die tot de volledige vernietiging van een cel kan doorgaan. De jongste wetenschappelijke inzichten tonen ondubbelzinnig een verband tussen de vrije radicalen en meer dan 50 ziekten. Daaronder vallen onder andere kankervormen aan longen, baarmoederhals, huid, slokdarm, maag, darmen en prostaat. Verder kunnen hart- en vaatziekten en oogziekten, door de ontwikkeling van vrije radicalen veroorzaakt worden. Toen we ruim 2 miljard geleden het mitochondrium binnenhaalden, zagen we het als de redder in de nood, maar het wordt het uiteindelijk onze dood. We hebben het paard van Troje binengehaald. Het is een goed voorbeeld dat leven en dood bij elkaar horen. Iets wat wij als mensen ons terdege bewust zijn. In vroegere tijden zag men leven en dood ook als onderdelen van een proces. Na de dood komt de wedergeboorte. De monotheïstische godsdiensten willen van deze cyclische gedachte niets weten en zagen de dood als een eindpunt, waarna of hemel of hel wachten.
Ter inleiding van het volgende hoofdstuk. We hebben gezien hoe de geschiedenis was van onze levenscellen. Aangezien we al gesteld hebben hoe belangrijk het DNA is, wil ik even stil staan bij het cruciale moment als het genetische materiaal van vader en moeder bij elkaar komen om een nieuw mens te vormen. De nieuwe mens kan dan een greep doen in de poel van ervaringen, die zijn voorouders hebben meegemaakt. Het is van belang om te zien hoe uniek deze nieuwe mens is en verschilt van zijn voorouders. Het is een nieuwe vorm die de vormloze energie heeft gevonden.
2. De echte geboorte van de mens is het moment dat de twee kernen van vader en moeder samensmeltenHet moment dat een zaadcel de eicel binnendringt, kan er nog geen echte conceptie plaats vinden. De eicel heeft nog niet de nodige celdelingen afgewerkt om bevrucht te kunnen worden. Nadat de zaadcel in de eicel is binnengedrongen, voltrekt er bij de eicel een belangrijk proces, namelijk dan wordt pas de echte eicel gevormd. Dat dit proces pas op een zodanig laat stadium plaats vindt, is om het te beschermen tegen eventuele kwalijke mutaties. De ontwikkeling van de eicel is anders dan een zaadcel die tijdens de puberteit al klaar is voor zijn taak. Enkele maanden na de conceptie wordt via het proces van mitosis (celdeling) ruim 7 miljoen oöcyten aangemaakt en om uiteindelijk 400 oöcyten af te geven tijdens het leven van de vrouw. Maar het meiotische (celsplitsing) proces wordt pas afgemaakt, wanneer de oöcyte wordt bevrucht. Het langzame proces van meiosis is er op gericht om zo min mogelijk schade aan te richten aan het mitochondrische DNA. Het is uiteraard van levensbelang, dat er gezond mitochondrisch DNA voor het toekomstige embryo beschikbaar is, door het terug brengen van miljoenen oöcyten tot het aantal van ongeveer 400 . Dat is dan ook te zien als een selectief proces om alle ongezonde oöcyten te elimineren.

Figuur 7: De twee seks chromosomen X en Y
Opvallend is ook het grote verschil in grootte tussen de eicel en de spermatozo. Ook het aantal, de productie van slechts 400 eicellen in een heel leven van de vrouw versus 400 miljoen spermatozoön per elke zaadlozing. Het ei van de zoogdieren heeft geen grote hoeveelheid eiwit nodig om het embryo te voeden zoals bij eierleggende dieren. Het is dan ook niet verwonderlijk, dat de eicellen van muis tot olifanten vergelijkbaar zijn in grootte!.
In een molecuul DNA van een enkele menselijk chromosoom 50 miljoen paren nucleotiden. Als men dit molecuul zou uitstrekken komt men variërend tussen 1.7 - 8.5 cm. In een enkel diploïde cel is het DNA ruim 2 meter lang. We hebben 10 triljoen cellen, de DNA keten 20 triljoen meters lang dwz 20 miljard kilometers. Als we van de aarde naar de zon gaan moeten we 150 miljoen kilometers afleggen dwz heen en terug 300 miljoen kilometers. Delen we dit getal op de 20.000 miljoen kilometers dan krijgen we dat we ruim 6o keer heen en terug moeten gaan van aarde naar zon. Samenvattend kan het proces van de eicel vergeleken worden dan met de schone slaapster die het proces van rijping van haar eicel uitstelt tot ze van de Prins een kus heeft gekregen.
De willekeurige uitschakeling van één X chromosoom
Als nu het genetische materiaal van de man en de vrouw bij elkaar komen ontstaat er direct een probleem. We zien direct de ongelijkheid aan de ene kant twee XX chromosomen (vrouwelijk) en aan de andere kant XY (mannelijk). 3 X chromosomen tegen een Y, dus een X chromosoom te veel. Hoe lost men het probleem op zodat van iedere kant een gelijke hoeveelheid genetisch materiaal bij het reproductieproces betrokken wordt? Een X chromosoom moet dus worden uitgeschakeld. De uitschakeling van een X chromosoom geschiedt door het XIST gen. De uitschakeling van het X chromosoom gebeurt in de vroege embryonale ontwikkeling. In een bepaalde cel wordt er geheel willekeurig één van de twee X uitgeschakeld en omgezet in het zgn. Barr lichaam. Het kan dus een X chromosoom zijn dat of van de vader of van de moeder afkomstig is (behalve bij de kangoeroe waar altijd de mannelijke X chromosoom wordt uitgeschakeld). Het gen is pas kortgeleden in 1996 ontdekt.
Genetisch inprenting
Het is belangrijk of je een gen van je vader of je moeder hebt gekregen. Elk gen komt in het lichaam twee maal voor één van de moeder en één van de vader. Soms is een gen dominant over een ander gen ( het recessieve gen). Nu komt er weer iets wat van de oude wetten van Mendel afwijkt, het proces van chromosoom inprenting. Genetische inprenting houdt in dat alleen de moeder of de vader bepaalt welke eigenschap bij een nakomeling tot uiting komt. De eigenschappen van de nakomeling zijn in zo’n geval dus niet een mengsel van wat van beide ouders wordt geërfd, maar wordt slechts door één ouder bepaald. De chromosoom inprenting is alleen maar voor de eerste generatie van nakomelingen en geen permanente verandering van het chromosoom, dit komt omdat bij de nieuwe cyclus bij het in- en activeringsproces, zoals we gezien hebben weer nieuwe kansen worden geschapen. Het proces van inprenting is niet gevonden in andere dieren dan bij zoogdieren.
Maar gebleken is dat dit proces van het bij elkaar komen van de pro-nuclei van vader en moeder niet zo vlekkeloos verloopt, want iedere pro-kern had zijn eigen belang.. Het vaderlijke DNA heeft als eerste interesse, dat de foetus zich goed en sterk ontwikkelt. Hoe zwaarder het geboorte gewicht van de foetus is des te groter de kans om te overleven. Daarentegen is het moederlijke DNA, dat meer denkt aan de mogelijkheid om meer kinderen te krijgen en ook als belang heeft om haar eigen gezondheid veilig te stellen, zodat ze nog meer kinderen kan krijgen. Uit dierenproeven is dit gebleken, dat als men een kern (pro-nucleus) van de vader uit de cel verwijdert en een moeder kern inbrengt van een ander individu, de placenta niet goed wordt ontwikkeld. Omgekeerd, wanneer twee vaderlijke kernen bij elkaar komen is het de placenta die zich uitstekend ontwikkelt. In zaadcellen zijn daarom de genen uitgeschakeld die ervoor zorgen dat een kleintje niet hard groeit en zich te snel ontwikkelt. Voor de moeder telt de eigen gezondheid ook: zij stelt paal en perk aan wat het kind krijgt. In eicellen zijn daarom de genen uitgeschakeld, die de groei van de placenta bevorderen. Die inprentingen zijn tijdelijk en verdwijnen voordat de afstammeling volwassen is.

Figuur 8: Proeven door Surani en zijn team (1990). In het midden een normale
ontwikkeling. Links: Het mannelijke kern is vervangen door een vrouwelijke kern, resultaat
onderontwikkelde placenta. Rechts: Vrouwelijke kern vervangen door mannelijke
kern,
resultaat vergrote placenta. Vadergenen willen een grote
placenta, moedergenen een kleine, en bij een onderlinge strijd levert het een normale
placenta op.
Men is op zoek naar het mechanisme en de moleculaire basis van de chromosoom inprenting. Men denkt daarbij dat het proces van DNA methylering een rol kan spelen. Bepaalde basen van het DNA worden voorzien van een methylgroep (-CH3). Het blijkt dat genen een verschillende mate van methylering hebben afhankelijk van de ouder waarvan ze afkomstig zijn. Het verdwijnen van methylgroepen gekoppeld aan het DNA zou ook een oorzaak kunnen zijn van het verouderingsproces van de cellen. Het verlies van methylering zou kunnen leiden tot de activering van stille genen die daarvoor door de aangehechte methylgroepen hun schadelijke werking niet zouden kunnen uitoefenen.
Wanneer kunnen we spreken van een menselijk wezen?
De vraag, die we nu kunnen stellen hebben we na het moment van de conceptie te maken met een menselijk wezen? Ons antwoord is volmondig: Ja.
We kunnen niet meer spreken van een bevruchte eicel, maar een cel (embryo) waar vrouwelijke en mannelijke energieën zijn samengesmolten. De kernen gaan nu naast elkaar liggen en hun inhoud versmelt: de bevruchting vindt plaats, een proces dat ongeveer een half uur duurt. Na dit half uur zijn alle genetische eigenschappen van de nieuwe mens bepaald. De lengte, de kleur van het haar en de ogen, de vorm van de kin, de lijn van de wenkbrauwen, de mate van beharing, de grootte van de voeten, maar ook het temperament. Alles ligt na dat halfuur vast en hoeft 'alleen nog maar' tot ontwikkeling te komen. De bevruchte eicel gaat nu zich delen. Na de vierde dag begint zich de cel te differentiëren. Het groepje cellen wordt nu blastocyst genoemd. Dit woord stamt van het Griekse 'blastos' en 'kustis', hetgeen 'blaasje' en 'kiem' betekent. (blastocyst). De buitenste laag cellen ontwikkelt zich tot de placenta en de andere ondersteunende weefsels die bij de vorming van een embryo noodzakelijk zijn. Deze cellen maken geen deel uit van het eigenlijke embryo. Dat ontstaat uit de binnenste celmassa. Hierin zijn nu verschillende groepjes cellen te ontdekken in drie lagen gegroepeerd, waaruit het hele lichaam van de baby gevormd zal worden. De buitenste laag gaat huid, zenuwstelsel en zintuigen vormen. De middelste laag vormt het skelet, de spieren, de bloedsomloop en de organen die behoren tot de urinewegen en geslachtsorganen. De binnenste laag zal onder andere het ademhalingsstelsel en het maagdarmkanaal vormen.
.jpg)
Figuur 9, Schematisch overzicht van de conceptie.





Figuur 10. Links: zaadcel( spermatozo); Midden boven: een
eicel (oöcyte);met een polair lichaam. Rechts boven: Twee pronuclaire kernen die fuseren
is het
moment van de conceptie (zygote); Links onder: embryo bestaande uit 2
cellen, de twee pronucleire cellen zijn in een cel samengesmolten 12-24 uur
na de bevruchting; Rechts onder: Embryo na 5 dagen, de buitenste cellen zetten
zich vast in de placenta (blastocyt)
Wanneer wordt nu het geslacht bepaald van een embryo? Wanneer wordt nu het geslacht bepaald van een embryo? Dit gebeurt pas na 6 weken!
We hebben gezien dat de rol van de moeder heel belangrijk is voor de
overerving van het cytoplasma waarin de uiterst belangrijke structuren zoalsl
het mitochondrium zitten die de levensfuncties van de cel voor het grootste
deel bepalen. Wat is nu eigenlijk de rol van de vader, die behalve in het
geval dat het een meisje wordt een X chromosoom bijdraagt, maar in het geval dat
het later een jongetje wordt is er het veel kleinere Y chromosoom.
Het Y
chromosoom heeft het SRY gen dat het mannelijke geslacht bepaalt, dwz het bepaalt
de aanmaak van een serie eiwitten en hormonen die de vrouwelijke
geslachtsorganen vernietigen. Het is pas in 1990 dat men dit gen heeft gevonden
op de korte arm van het Y chromosoom Het is ook gevonden bij vogels en
reptielen, maar daar hebben ze geen rol in de seksebepaling. Zo ook bij deze
diergroepen zijn de evolutionaire wegen tov. de zoogdieren uit elkaar gegaan.
Toch hadden ze een gemeenschappelijke voorouder 300 miljoen jaar geleden. In het verleden hebben we gezien dat het Y chromosoom vele genen heeft
verloren. Er is de laatste jaren veel gespeculeerd of het Y chromosoom
uiteindelijk zal verdwijnen.
Brian Sykes (2004) is van mening dat het tot uitsterven is gedoemd. het
zou te wijten zijn aan het feit, dat tijdens het mengen van genen in het
meiotische proces, heel weinig uitwisseling plaats vindt tussen het Y en X
chromosoom.
David Page (2004) heeft een andere mening. Het Y chromosoon heeft een mechanisme
dat er voor zorgt dat de schade die aan het chromosoom wordt toegebracht in
staat is om het zelf te repareren. Het Y chromosoom heeft nog een lang leven voor
zich, zegt Page.
Uit recent onderzoek van
Steve Krawetz en zijn team, blijkt. dat de zaadcel meer in de eicel
binnenbrengt dan alleen het genetisch materiaal en wel 3000 RNA 's (
boodschappersmoleculen). Deze moleculen zijn zeer belangrijk voor een gezond
embryo volgens de onderzoekers. Het zou een verklaring kunnen zijn waarom het
klonen zo lastig is en waarom maagdelijke geboortes bij zoogdieren niet
voorkomen. In beide gevallen mist het embryo de vaderlijke
boodschappersmoleculen van de vader. Het is zeker een opsteker voor het
ego van de mannen. (Ostermeier, 2004)
Het onzijdige embryo gaat nu beslissen of het
de mannelijke of de vrouwelijke of de hermafroditische weg in gaat slaan. Als
het erfelijke materiaal twee XX chromosomen heeft, worden de vrouwelijke
geslachtsorganen ontwikkeld en de mannelijke vernietigd. Als echter het
mannelijkheidsgen SRY zijn werk kan doen, wordt door het gen een eiwit
gecodeerd, dat op zijn beurt zorgt voor de aanmaak van Sertoli cellen, die er
voor zorgen dat de vrouwelijke reproductie organen worden vernietigd. Het
SRY eiwit herkent ook een bepaald gen en weet dit gen te onderdrukken. Door deze
onderdrukking wordt de normale omzetting van testosteron in oestradiol
tegengegaan. Door de aanwezigheid van testosteron kunnen de
Leydig cellen
zich ontwikkelen wat tot gevolg heeft, dat mannelijke reproductieorganen worden
aangemaakt. Het hormoon testosteron wordt in het bloed opgenomen en bepaalt de
mannelijke ontwikkeling van het gehele lichaam. Ook wordt een ander hormoon
aangemaakt (DHT). Dit heeft een grotere affiniteit op receptoren dan het
testosteron. 5- 6 maanden na de conceptie is het gehalte aan testosteron het
laagst. In die periode dat de externe geslachtsorganen worden gevormd, kan het
gevoeligere DHT zijn werk doen. Is het enzym niet aanwezig dan zullen er in die
periode minder externe mannelijke organen worden gevormd. Later als het gehalte
aan testosteron weer hoog is kunnen deze meer vrouwelijke geslachtsorganen toch
weer overgaan in echte mannelijke organen. Bij de afwezigheid van het SRY gen
dwz door de afwezigheid van het hormoon dat de Sertoli cellen maakt en de
aanwezigheid van het gen, dat er voor zorg draagt, dat testosteron in oestradiol
wordt omgezet worden de mannelijke reproductieorganen vernietigd en die van de
vrouwelijke aangemaakt.

Figuur 11. In het midden het stadium van de embryo na de eerste 6 weken. Bij het afwezig zijn van het mannelijke gen SRY zien we aan de linker kant van de figuur dat de vrouwelijke geslachtsorganen worden ontwikkeld. Bij de aanwezigheid van het SRY gen worden de mannelijke geslachtsorganen ontwikkeld
Uit dit alles kunnen we concluderen dat door de samensmelten van het vaderlijke en moederlijke DNA een nieuwe mens gemaakt kan worden waarvan nog niet vaststaat welke sekse deze zal hebben. In de vroegere religie dacht men dat de vrouw het kind zonder de man kan baren, daarna sloeg de balans weer door en dacht men zelfs dat de man de belangrijkste rol speelt. Deze alleenheerschappij gedachte van de man speelt ons nog parten in westerse samenleving. Het wordt tijd dat er tussen de mannelijke en vrouwelijke energieën een beter balans wordt gevormd en een menselijke samenleving zich kan vormen. "Wishful thinking".
3. De ontwikkeling van dier tot mens
Het moment toen de Dinosauriërs 65 miljoen jaar geleden van de aardbodem verdwenen zagen de zoogdieren hun kans schoon om uit hun schuilplaatsen te voorschijn te komen. Ten tijde toen de reptielen de wereld beheersten, leefden de zoogdieren op aarde al sinds 230 miljoen jaar geleden. Zij waren nachtdieren. Na het verdwijnen van de grote reptielen ontwikkelden zich deze kleine zoogdieren (Plesiadapsis), niet groter dan een kat, tot het meest roofzuchtige dier op aarde: de mens. Door het recht oplopen heeft de mens de kans gekregen om zijn handen te gebruiken voor het hanteren van werktuigen, wapens en het maken van kunstuitingen zoals schilderen, beeldhouwwerken etc

Figure 12. Van de kleine zoogdieren ( Plesiadapsis) tot de moderne mens. ( Sarnat and Netsky, 1981).
Estrous cyclus (Dieren) Menstruele cyclus
open ovulatie verborgen ovulatie
alleen seks voor reproductie seks voor reproductie en genot
bloed indicatie voor vruchtbaarheid bloed indicatie voor onvruchtbaarheid
slijmvlies baarmoeder wordt geabsorbeerd slijmvlies baarmoeder wordt afgestoten
reproductie en seksualiteit gekoppeld reproductie en seksualiteit ontkoppeld
invloed feromonen zeer belangrijk invloed feromonen minder belangrijk
beharing voor feromonen invloed groot geringe beharing, feromonen minder groot
afhankelijk van toe- en afname zonlicht afhankelijk verandering maanfasen
__________
*) menstruatie cyclus ook bij grote apen
De geur van het meest dominante hormoon van mannen (androstenon) heeft bij vrouwen een plezierigere werking tijdens de ovulatie, dan in de andere dagen van haar cyclus. Dit suggereert dat de mannen een soort van radar hebben om het tijdstip van de ovulatie, hoewel geheel onbewust, te kunnen vaststellen. Tijdens de menstruatie vermeerdert de productie van progesteron, wat bij de mannen een verlaging van de productie van testosteron tot gevolg heeft, wat hun energieniveau duidelijk doet verminderen.
Dan is het verschil tussen de invloed die zon en maan hebben op dieren en mens.
De zon speelt voor de seizoenen een doorslaggevende rol. De af- en toename van het zonlicht bepaalt de jaargetijden. Het is medebepalend voor de estrous cyclus bij de dieren. Het is in dit verband interessant om te vermelden dat men in vroegere tijden heel anders over de zon dachten dan nu het geval is. We weten nu dat de aarde om de zon draait. De zon is in zijn loop voorspelbaar. Hij komt steeds in dezelfde vorm op en gaat ook in die vorm onder. Zijn punt van opkomst punt varieert alleen. Ze ziet hem wel of niet. Hij is als het ware ‘rechtlijnig’. Het moment, dat de dagen weer gaan lengen is aan de hemel duidelijk te zien bij de winter- en zomer wenden. Bij de zon een duidelijk zichtbare gebeurtenis aan de hemel.4. De dominante rol van de vrouw die zij vroeger speelde
Vroeger heeft de vrouw een dominante rol gespeeld. Zij kon een kind baren zonder tussenkomst van de man, dat ze kon bloeden zonder gewond te worden, en ze kon spontaan melk produceren. In Europa en Azië zijn uit de periode van 40.000 tot 5000 jaar geleden een groot aantal stille getuigenissen gevonden, in de vorm van muurschilderingen in grotten, graftombes en een groot aantal voorwerpen, waaronder vrouwen beeldjes, die van grote betekenis zijn gebleken voor de positie van de vrouw in deze periode. Deze vondsten tonen aan dat we hier te maken hebben met een rijke cultuur, ondanks het feit dat deze mensen onder klimatologische barre omstandigheden hebben geleefd. Hun kunst was veel meer dan een paar krassen op botten of stenen. Een muurschildering uit een grot in Frankrijk (Ardèche, Frankrijk) van 32.000 jaar oud, zou volgens de beeldhouwer John Robinson een schilderij van Chagall kunnen zijn.

Figuur 13. Rotstekening in de grot van Chauvet-Pont-d'Arc, Frankrijk, 32.000 jaar geleden)
In de donkere fase van de maancylcus zag men de Godin van het doodsaspect zoals Hecate, Persephone, Kali. De Godin gaf en nam het leven. Na de dood kwam de wedergeboorte. Net zoals in de natuur, na elke winter komt de lente. De maan was hierbij het voorbeeld. Na de stervende maan komen de drie dagen van de donkere maan om dan weer in een andere vorm als nieuwe maan tevoorschijn te komen. Licht en duisternis waren complementaire elementen. Begrippen als goed en kwaad bestonden niet.
De heilige familie was die van de Moeder Godin, de godin van de hemel. De religie was gefocust op het wiel van het leven en haar cyclische bewegingen van geboorte, dood en regeneratie. Deze Grote Moeder heeft twee kanten, een positieve en een negatieve kant. Een kant die de geboorte van een kind mogelijk maakt en ook hetzelfde kind weer verslindt. Het ego het bewustzijn is in aanleg aanwezig, maar is nog totaal hulpeloos en krachteloos. De mens ziet nog geen verschil tussen zijn psyche en de wereld om hem heen. De moederfiguur is er eerder dan de zoon, het mannelijke ontstaat na het vrouwelijke. De onsterfelijke moeder verbindt zich met de sterfelijke vader. De vrouw werd moeder en de man was eerst zoon van zijn moeder. De hoge priesteres, gezien als de incarnatie van de Moeder Godin, kiest een geliefde, veel jonger dan zij zelf en die wordt dan gezien als de zoon van de Godin. De seksuele vereniging, die dan plaats had was een heel belangrijk ritueel: het heilige huwelijk (hieros gamos). Hij werd nu de koning. Maar het duurt niet lang. De geliefde van de Moeder Godin werd gedood wanneer de zon aan kracht afnam. De rituele dood ging er niet bepaald zachtzinnig aan toe. Soms werden ze door wilde vrouwen gedood met speren, bijlen, met dodelijke gif pijlen in hun hiel geschoten, over een rots gegooid, verbrand, verdronken of gedood en in een gearrangeerde strijdwagen crash. Het werd het symbool van de vruchtbaarheid. Hun bloed werd over de aarde uitgesprenkeld voor de groei van de gewassen. De aarde moest het bloed drinken om vruchtbaar te worden. Hun vlees werd soms rauw gegeten door de nimfen van de Godin. Het bloed was een heel belangrijk symbool en sterk verbonden met de vrouw. Als de menstruatie ophoudt is het een teken van de komst van nieuw leven. Ook komt bloed vrij bij de ontmaagding en de geboorte. Bloed betekent aan de ene kant nieuw leven, terwijl het vergieten van bloed het verlies van leven. Dit is dus de diepere betekenis van het offer, dat eerst in de vorm van mens, later van een dier, symboliseert. Het geeft tegelijkertijd aan de ambivalentie van de Moeder Godin. Aan de ene kant levenbrengend, maar ook die beschikt over de dood van haar geliefde. De moeder Aarde heeft het vruchtbaar makend bloed -zaad van de man- nodig. De Moeder godin was tegelijkertijd maagd en moeder. De ministers, priesters gekozen door Moeder godin waren eunuchen. Ze moesten het meest belangrijke lichaamsdeel, de geslachtsdelen, voor haar offeren. Ook werd het offeren van hoofdhaar een symbool van ontmanning, het ondergeschikt zijn aan de Moeder godin. De eunuchen hullen zich ook in vrouwen kleren. Het omhakken van een boom, de castratie, de oogst van het koren, het afsterven van de vegetatie, alle symbolen van de onderwerping van de man aan de moeder godin.
Einde eerste deel van het artikel over de symbolen uit vroegere tijden, die nog steeds voortleven in ons 'onderbewuste' zijn.
In de komende nieuwsbrieven komen de volgende hoofdstukken aan bod.
5. De verering van de vrouw en het vrouwelijke geslachtsorgaan; 6. De evolutie van de symbolen 7. De overeenkomsten van symbolen uit vroegere tijden en symbolen uit de tegenwoordige tijd. 8. De vijf- en de zesster door de eeuwen heen 9. Hoe verhouden zich de vijf- en zestallige symmetrie tot elkaar?
Gebruikte literatuur:
Alberts, Bruce e.o (1989) Molecular Biology of the cell. Second Edition.Garland Publishing, Inc. New York & London. ISBN 0-8240-3696-4
Dyer, Betsy Dexter and Rober Alan Obar (1994) Tracing history of eukaryotic cells: the enigmatic smile. Columbia University Press ISBN 0-231-07592-6
Gardner RL, Surani MA, Solter D( 2003) Epigenesis versus preformation during mammalian development. Philos Trans R Soc Lond B Biol Sci. ;358(1436):1313-5.
Klug, William S. and Michael R. Cummings (1993) Essentials of genetics.Macmillan Publ Co,New York. ISBN 0-02-364797-3
Ostermeier GC, Miller D, Huntriss JD, Diamond MP, Krawetz SA (2004). Reproductive biology delivering spermatozoan RNA to the oocyte. Nature. May 13;429(6988):154
Page, David C. (2004) The Genomic Salvation of the Y Chromosome. Am. J Hum. Genet. 74(3): 399–402.
Sarnat, H.B. and M.G.Netsky (1981) Evolution of the nervous system. Sec edit. Oxford University Press, New York, Oxford
Stryer, Lubert (1988) Biochemistry. Third edition W.H.Freeman and Company /New York. ISBN 0-71671843-X.
Surani, MA, Kothary R, Allen ND, Singh PB, Fundele R, Ferguson-Smith AC & Barton SC (1990) Genome imprinting and development in the mouse. Development. supplement 89-98