Uranische Vijfster, Nieuwsbrief nummer 36
Baarn, 4 april 2006
Stichting Democratisering Wetenschap en Astrologie

Inleiding:

In mijn nieuwsbrieven 25, 26, 29 heb ik de inhoud (met figuren) van de lezingen, die ik in Oldenzaal voor het  13e en 14e Najaars Astrologie Congres heb gehouden, weergegeven.. Ook nu weer wil ik de door mij gehouden lezing op 1 april 2006 voor het 33e congres van Astrologen in Soesterberg in deze nieuwsbrief publiceren. Deel 2 van de in mijn nieuwsbrief 35:  De transformatie van het vrouwbeeld, zal ik in de loop van april als nummer 37 publiceren.

Ik ben de besturen van de congressen in Oldenzaal en Soesterberg zeer dankbaar, dat zij mij in de gelegenheid hebben gesteld om mijn visies als geoloog voor astrologen te kunnen ventileren. Inmiddels hebben beide besturen mij toegezegd, dat ik in Soesterberg in 2007 en in Oldenzaal in 2008 een lezing mag houden over het verband tussen de vijf- en zestallige symmetrie, vooral in verband met de astrologische aspecten van het quintiel en sextiel.

Nog even een opmerking over de inhoud van de lezing in Soesterberg van 1 april 2006. U zult veel materiaal (tekst en figuren) aantreffen, die ik al in eerdere nieuwsbrieven heb neergelegd. Het is een soort samenvatting van het door mij gepresenteerde materiaal speciaal geschikt gemaakt voor een astrologisch publiek. Het verheugd mij om te zeggen, dat de lezing goed is ontvangen.

Tijdens de lezing heb ik mijn Astroproject gelanceerd en aan de toehoorders gevraagd om daarbij te helpen om het project te  realiseren.. Hieronder geef ik een korte samenvatting van het project.

Astroproject:

In 2004 ben ik met het Astroproject gestart. Het doel van dit project is een ronde tafel bijeenkomst te organiseren van 9 mensen uit de wetenschappelijke wereld. ( bv. astronoom, fysicus, geneticus, geoloog, bioloog, neurofysioloog, medicus, embryoloog, psycholoog etc) en 9 astrologen (ook van verschillende disciplines).

Motto: : "Er bestaat geen waarheid, behalve verschillende gezichtspunten".

Doelstelling : Een poging te ondernemen om een steentje bij te dragen voor het bouwen van een brug, die de 'exacte' wetenschappen (geologie etc) zou moeten verbinden met de esoterische wetenschappen (astrologie etc).

Werkhypothese: Ondanks de grote verschillen in gezichtspunten zou het best zo kunnen zijn dat men naar het zelfde kijkt, alleen dat een ieder een bepaald facet daarvan belicht.

Aan het begin van de bijeenkomst wordt door mij aan de deelnemers gevraagd om de volgende regel in acht te nemen: "er wordt niet gediscussieerd". Vervolgens wordt  aan een ieder op zijn of haar beurt  gevraagd om in het kort aan te geven wat hun discipline inhoudt, dwz. wat hun uitgangspunt is, hun axioma's, hun kader en tevens welke beperking zij hebben aangenomen.  Om een voorbeeld van een beperking te geven, die bijvoorbeeld een astronoom of een astroloog zou kunnen zeggen: 

"De astronomen houden zich strikt aan de hemelverschijnselen, die zij waarnemen en onthouden zich daarbij aan de eventuele invloeden, die deze op de mens zouden kunnen hebben"

"De astrologen bestuderen de invloed, welke de hemellichamen van ons zonnestelsel op de mens heeft".

De achttien deelnemers krijgen vervolgens het begin van de bijeenkomst een denkbeeldige bril met een montuur zonder glazen. De deelnemers krijgen een afbeelding te zien van de Zon. Hiermee wordt aangegeven, dat iedereen een eigen kijk heeft op het onderwerp dat ter sprake komt  Zo mag iedereen op zijn of haar beurt vertellen wat hij of zij over de Zon kan vertellen, uitgaande van hun wetenschappelijke uitgangspunt en  achtergrond. Andere onderwerpen zouden kunnen zijn: Heelal, Sterren, Planeten, Maan,  Energie, Materie, Conceptie, Leven, Dood, etc. De toekomstige deelnemers kunnen uiteraard andere onderwerpen van te voren inbrengen. In ieder geval krijgen de deelnemers de uiteindelijke lijst van onderwerpen voorde bijeenkomst toegestuurd, zodat iedereen zich kan voorbereiden.

Alles zal op band worden opgenomen en vervolgens door mij op schrift gezet en zal aan alle deelnemers worden toegezonden. Tevens wordt aan de deelnemers gevraagd of zij door deze eerste confrontatie heil zien in een vervolg, omdat toch bepaalde overeenkomsten naar voren zijn gekomen, die een zekere meerwaarde of inzicht hebben opgeleverd. Of zou het alleen maar zijn dat  men meer respect voor elkaar kan op brengen dan tot nu toe het geval was. Ook is het mogelijk, dat het experiment een negatief resultaat oplevert, ook dan beschouw ik het experiment als geslaagd. Aangezien het heeft beantwoord aan de definitie van een experiment! (van Dale Groot Woordenboek der Nederlandse Taal:"een volgens plan uitgevoerde proef om tot nieuwe kennis (m.n. van natuurverschijnselen) te komen").

Tot nu toe kreeg ik twee reacties, die weinig hoopvol stemmen, maar het geeft wel het indrukwekkende bewijs, dat de kloof daadwerkelijk heel groot is en dit nodigt mij juist uit om het project voort te zetten

Reactie van een astronoom:

"Dank voor je mail en de getoonde belangstelling. Ik heb in het geheel geen behoefte om tijd en energie te steken  in het leggen van contacten tussen wetenschappers en astrologen. Dergelijke initiatieven hebben in het (recente) verleden nooit tot nieuwe wetenschappelijke inzichten geleid, en ik heb niet de illusie dat dat nu opeens wél zou gebeuren. "

Reactie van een astroloog:

''Maar eerlijk gezegd, ik vind het ook een zinloze oefening, want er worden twee talen naast elkaar gesproken. En ik vrees dat ik er weinig heil in zie. Ik moet eerlijk bekennen dat ik het helemaal niet nodig vind om erkenning of respect van de academische wetenschap te krijgen".

Vraag aan de lezers van deze nieuwsbrief:

Wie kan mij in contact brengen met een of meerdere wetenschappers en astrologen, die bereid zijn om aan een dergelijke bijeenkomst  te willen deelnemen? Gaarne Uw reactie aan: Dr Tom de Booij  Koningsweg 45, 3743 ET, Baarn. Telefoon 035 54 12852.  E-mail: 5star@tiscali.nl

-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Lezing voor het 33e Congres van Astrologen zaterdag 1 april 2006, 20.00-21.00 uur,  Soesterberg,door Tom de Booij

"De overheersende rol van de Zon in de westerse astrologie"

Als geoloog ben ik altijd gefocust op onze Aarde en de invloed, die zij op de mens heeft uitgeoefend en nog uitoefent. De astroloog echter gaat na wat de invloed van de sterren en planeten op de mens heeft uitgeoefend en nog uitoefent. Ik zou hierbij willen citeren wat een Russische filosoof heeft gezegd: "Alvorens men zich verenigt is het noodzakelijk zich eerst beslist en duidelijk van elkaar af te grenzen". Het onderwerp van de lezing: de Zon is voor beide disciplines het bindende element. De geoloog is geïnteresseerd wat de invloed van de Zon is geweest op de aardkorst gedurende de afgelopen 4,5 miljard jaar. De westerse astroloog geeft de Zon een centrale plaats in haar duiding van de horoscoop.

Ik begin dus deze lezing met onze Aarde en ga vervolgens na wat de plaats is, die de Zon in het universum inneemt.

Ik hoop met deze lezing te bereiken wat ik op 12 april 2001 als doel heb gesteld, toen ik een Stichting in het leven heb geroepen, met de pretentieuze naam: Stichting Democratisering Wetenschap en Astrologie. Deze Stichting wil een poging ondernemen om een steentje bij te dragen voor het bouwen van een brug, die de 'exacte' wetenschappen (geologie etc) zou moeten verbinden met de esoterische wetenschappen (astrologie etc).

Inmiddels heb ik namens de Stichting 35 Uranische Vijfster Nieuwsbrieven op het Internet gezet. Een uitdraai van de inleiding en een overzicht van de nieuwsbrieven, evenals een afdruk van enkele overhead projecties zal ik U aan het eind van de lezing overhandigen.

Onze Aarde

Figuur 1. Doorsnede van onze Aarde

Door de recente kennis van de krachten, die werkzaam zijn in het inwendige van de Aarde, kunnen we een groot aantal geologische verschijnselen – vulkanisme, aardbevingen, gebergte vormingen, magnetische velden - verklaren. Het lijkt mij, dat het voor de astroloog van belang zou kunnen zijn om kennis te nemen van deze nieuwe ontdekkingen. Ons magnetisch veld van de Aarde wordt, behalve als gevolg van zonneactiviteit, gevormd door hevige stromen in de vloeibare buitenkern van de Aarde. Turbulenties in deze kern, die enkele tientallen tot honderden jaren duren, manifesteren zich als schommelingen in het oppervlaktemagneetveld.

Op 3000 kilometer diepte is de kraamkamer gelegen, die verantwoordelijk is voor vulkanische uitbarstingen en continent verschuivingen. In deze aardemantel treden convectiestromen op die materiaal vanuit deze grote diepte naar de oppervlakte brengen. Ook zorgen deze convectie stromen ervoor, dat materiaal van de continentale korst wordt opgeslokt door deze mantel (subductie). We leven maar op een heel dun schilletje van 40 km vaste aardkorst. Op onze afbeelding heeft deze korst slechts een dikte van l millimeter. Het is mij bij de bestudering in de laatste 6 jaren van de astrologie opgevallen, dat de planeet Aarde hierin geen rol speelt. Het kent geen astrologische betekenis behalve in het element Aarde. Ik zou hierbij aan de astrologen willen vragen:  Zou onze planeet aarde in de astrologie een plaats verdienen, zou ja welke?

De plaats van de Zon in ons Melkwegstelsel

Figuur 2. Melkwegstelsel met daarop aangegeven de plaats van de Zon

Onze Zon is een van de 400 miljard sterren van een spiraalvormig sterrenstelsel, de Melkweg genoemd. De Melkweg is op haar beurt weer een van de 80 miljard sterrenstelsels, die we in het universum met de ruimte telescoop Hubble kunnen waarnemen. De Melkweg is een schijf met een doorsnee van 100.000 lichtjaren. In het centrum bevindt zich waarschijnlijk een zwart gat, vanwaar door het sterke zwaartekrachtveld, geen licht of materie kan ontsnappen.

Onze Zon bevindt zich op ongeveer twee derde van het centrum en de rand van de Melkweg. De Zon beweegt zich met een snelheid van 220 km/seconde rondom het centrum van de Melkweg en het duurt ruim 200 miljoen jaar om een omwenteling te volbrengen, dat is twee maal de snelheid waarmee de spiraal armen rond het centrum draaien. De spiraal armen zijn dichtheidsgolven te vergelijken met de verdikkingen die in de lucht optreden bij de voortplanting van geluid. Hierdoor zal ons Zonnestelsel steeds weer in andere gebieden van de Melkweg komen. Het gevolg hiervan is, dat er een grote variatie optreedt in kosmische straling afkomstig van explosies van supernovae. Dit betekent dat de Aarde perioden kent van grote wisselingen van de temperatuur van onze atmosfeer. (Periodieke ijstijden).

Onze Zon

Figuur 3. Onze Zon

Onze Aarde wordt beschenen door de Zon. De eerste vraag, die ik aan U zou willen stellen: wat betekent de Zon voor de mens? Meestal krijg ik als antwoord: warmte en licht. Uiteraard een goed antwoord. Maar heel belangrijk is dat de Aarde om de Zon draait en de Zon door haar aantrekkingskracht ons in een vaste baan weet te houden. We zouden anders de ruimte invliegen en het niet overleven. De astroloog Th.J.Ram heeft dat al in 1935 op treffende wijze verwoord in zijn boek Psychologische astrologie: "Onze zichtbare Zon is niet de werkelijke Zon, niet het werkelijke geestelijke middelpunt van dit zonnestelsel. Zij is slechts die projectie naar buiten, welke optreedt als het middelpunt, dat alle planeten van dit naar zich toetrekt. De werkelijke Zon is onzichtbaar".

Zonnewind en haar bereik in het Universum

Nu over de Zon zelf. Al 5 miljard jaar vindt er in de kern van de Zon een proces plaats waar waterstof atomen met elkaar fuseren en daarbij komt veel energie vrij met als afvalproduct helium.

Figuur 4. Zonnewind en de invloed op Aarde

Figuur 5. Zonnewind in contact met de interstellaire ruimte van het Melkwegstelsel. De  zon wordt in de bol afgebeeld door een gele stip.

De geladen deeltjes (plasma), die ontsnappen van het oppervlak van de Zon – de zonnewind - oefenen een ontzagwekkende invloed uit op de planeten en ver daarbuiten. De zonnewind heeft een snelheid van 100.000 km per uur. Gelukkig beschermt het magneetveld van onze Aarde ons bijna volledig tegen deze aanstromende zonnewind (heliosfeer). Uiteindelijk komt zij in contact met de interstellaire ruimte van de Melkweg, op een afstand van 130-150 AU. (1 AU is de afstand van Zon-Aarde of te wel 150 miljoen kilometer). Door dit contact neemt de kracht van de zonnewind zo sterk af dat ze wordt meegesleurd door deeltjes die het interstellaire medium vormen (heliopause) . Hierna eindigt de invloed van ons zonnestelsel. In 1977 is een ruimtesonde de Voyager 1 gelanceerd. Inmiddels heeft deze raket de grens van onze zonnestelsel met de interstellaire ruimte bereikt.

Figuur 6. Door de zonnewind ontstaat een heliosfeer, die contact maakt met de interstellaire ruimte, De middelste bol stelt ons zonnestelsel voor. (Tekening van een artiest)

Figuur 7. De Ruimtereis van en menselijk wezen tijdens de negen maanden in de baarmoeder

De lokale bubbel van de interstellaire ruimte waar ons zonnestelsel zich in bevindt

Hoe verloopt het contact van ons zonnestelsel met de interstellaire ruimte? De laatste 200.000 jaar heeft onze zonnestelsel zich voortbewogen in een gebied tussen de spiraal armen van de Melkweg die bijna geen materie bevat. Voor het ogenblik bevindt de Zon zich in een bijna lege interstellaire bubbel. Deze bubbel is gedurende een paar miljoen jaar gevormd door supernovae explosies, die het gas en stof hebben weggeblazen.

Figuur 8. Lokale bubbel waar het zonnestelsel zich in bevindt

Figuur 9. Toekomst van de plaats van ons zonnestelsel in een interstellaire wolk

Hierdoor zijn we in staat de sterren van het universum te kunnen aanschouwen. Zaten we in het gedeelte van de Melkweg met veel materie, dan zouden we vrijwel niets te zien krijgen. Maar er loert gevaar want een grote moleculaire waterstof gaswolk wordt door de sterrenwind in onze richting gedreven. De laatste paar duizend jaren beweegt zich ons zonnestelsel in een interstellaire wolk, die voornamelijk bestaat uit waterstof gas en die in de komende 50.000 jaar steeds dichter zal worden en een steeds grotere invloed op ons zonnestelsel zal krijgen. De invloedsfeer van de Zon zal drastisch inkrimpen tot een of twee afstanden Zon-Aarde en dramatische effecten hebben op de binnenste delen van ons zonnestelsel, dus op onze Aarde: grote kosmische straling verandering in het magnetische veld, de samenstelling van de atmosfeer en ook het klimaat. Voor het tegenwoordige leven op onze Aarde een ware catastrofe.

Om een goed beeld te vormen van de verhoudingen tussen de structuren van de hemel heb ik hieronder een tabel gegeven die dat nader illustreert

Afstanden in kilometers                           Astronomische Eenheden
                                                                 l AU= 150.000.00 km
Aarde - Maan                           385.450 km

Aarde - Zon                        150.000.000 km           l  AU

Zon - Kuiper gordel         7.500.000.000 km         50 AU

Zon - Voyager 1             12.750.000.000 km          85 AU

Zon - Sedna                                                     828 AU

Zon - Interstellaire ruimte                                135 AU

Zon - Oort wolk                                         100.000 AU

                                        1 lichtjaar (LJ) = 63.239 AU

Diameter Locale bel                                        400  LJ

Diameter Melkwegstelsel                           100.000  LJ

Diameter Heelal                            156.000.000.000  LJ

*) Licht jaar is de afstand, die het licht (300.000 km/sec) aflegt in een jaar

 

Verleden en toekomst van onze Aarde in het universum

Voor de Aarde zelf ligt haar einde nog verder weg in de toekomst. De Zon verliest door het kernfusie proces veel materie. Hierdoor zal de Zon gaan uitzetten en over 1 miljard jaar zal de Aarde steeds dichter bij de Zon komen te liggen en zal de temperatuur op Aarde stijgen tot ver boven de 100 graden waardoor alle oceanen zullen droog koken. Als alle waterstof is verbrand, is het de beurt aan helium en vervolgens koolstof. Op een bepaald moment zal er door de kernreacties zoveel energie ontwikkeld worden, dat met een gigantische explosie de buitenste delen in de ruimte worden geblazen. Wat dan overblijft, is een zgn. witte dwerg waar de massa zo dicht opeen gepakt wordt, dat de huidige zonmassa past in een bol zo groot als de Aarde. Dat is nog niet het einde, de witte dwerg zal afkoelen en eindigen als een klein klompje dode massa: een zwarte dwerg. Wat er met ons universum in de toekomst zal gebeuren is onbekend, maar het lijkt me zeer waarschijnlijk dat net zoals we op Aarde zien dat uit de dood weer nieuw ‘leven’ naar voren komt. Misschien net zoals ons universum uit de oerknal is ontstaan. Ik zou daarbij de gedachte kunnen hebben: "waar geen begin is, kan ook geen einde zijn".

Figuur 10. Het verleden en toekomst van onze Aarde (Time Inc. 1957)

De Grote lichten (Zon en Maan)

"De Zon en de Maan symboliseren twee geweldig fundamentele, maar erg verschillende psychologische processen in ieder van ons" Uit ‘De Grote lichten’ van Liz Greene en Howard Saportas,1992)

Inderdaad hoe verschillend zijn de Zon en de Maan. Het is juist hierop dat ik het accent wil leggen. Immers de westerse astrologie heeft aan de Zon een overheersende rol toebedeeld en daarbij de Maan min of meer verdonkeremaand. In vroegere tijden was de Maan de levensbrenger. In een Letse mythe zegt de Maan tegen de Zon:

"Waar ben je zo trots op? Is dat de hitte die je aan de Aarde hebt gegeven? Ik doe meer, ik veroorzaak alle groei en al het bestaan, ik breng tot leven en ik breng tot dood?"

In vroegere tijden had men nog geen verband getrokken met het feit dat de Zon ons haar licht verstrekt. Voordat de Zon opkwam was het al licht. In de bijbel vinden we dit nog terug. In Genesis 1:3 zei God: "Er moet licht komen. Pas 13 verzen verder in Genesis 1:16 lezen we: " God maakte de twee grote lichten het grootste om over de dag te heersen, het kleinere om over de nacht te heersen en ook de sterren". In de nacht zag men vroeger wel een direct verband met het licht dat de Maan gaf en zelfs ook de sterren verlichtte. Er was ook een duidelijk verschil tussen de Zon en de Maan. De Zon kwam altijd in de zelfde vorm en kleur op en ging van het oosten naar het westen. De Maan echter vertoonde een wisselende vorm en zag men de Nieuwe Maan in het westen opkomen en de stervende Maan in het oosten ondergaan. Dus in haar verschillende fasen van west naar oost, tegengesteld met de Zon.

Figuur 11. Zon en Maan

De heilige kleuren : wit, rood en zwart van de Maan.

Figuur 12. Wit: Volle Maan. Figuur 13 Rood : Maansverduistering

Figuur 14 Zwart: Donkere Maan. Figuur 15: Asgrauwe Maan

Maan had behalve steeds een andere vorm, ook een wisseling van kleur. Behalve de helderwitte kleur van de volle maan, werd zij soms bloedrood. Bij de Maansverduistering, wanneer de Aarde tussen de Maan en de Zon staat, is er iets merkwaardigs aan de gang, namelijk dan werd soms de Maan bloedrood. Men vond dit een slecht voorteken, in ieder geval een angstige ervaring. Nu kunnen we dit gemakkelijk verklaren. De stralen van de Zon die naar de Aarde gaan worden door de aardatmosfeer gebroken. De blauwe (kortere) golfstralen van het spectrum worden afgebogen en geabsorbeerd, zodat de rode (langere) golf stralen ongehinderd de door de Aarde verduisterde Maan toch nog kunnen bereiken. Dit is te vergelijken met de ondergaande Zon. Als er veel waterdamp in de atmosfeer is worden de blauwe stralen door de waterdeeltjes weg gevangen en overheersen de rode stralen. "Avond rood regen in de sloot".

De meest angstige ervaring kregen de mensen vroeger als de Maan enkele dagen verdween. Men wist toen nog niet dat de Maan rond de Aarde draaide en tijdens de donkere fase de Zon bedekte, zodat zij geen licht van de Zon aan de Aarde kon doorgeven. Het enige wat ze waarnamen was, dat de Maan steeds minder licht gaf, als het ware werd opgegeten, tot zij tot hun grote schrik en angst bemerkten dat gedurende enkele dagen de Maan geheel aan de hemel verdween en zij vurig hoopten, dat zij weer terug zou keren met haar levensgevende kracht. Laurens van der Post, de grote kenner van de Afrikaanse natuurvolken, was verbaasd toen hij een lange reis maakte met bosjesmannen en zag dat zij op een nacht dansten zonder te slapen, terwijl ze de volgende dag een lange reis dag voor de boeg hadden. Ze vertelden hem, dat zij de Maan hun liefde moesten betuigen, anders zou zij niet terugkomen. De Sakai mensen van het Maleisische schiereiland geloofden, dat de Maan op de Aarde was gevallen tijdens de donkere fase en gebruikten magische rituelen om haar weer in de hemel terug te brengen. Ze gaan daarbij dansen om de terugkeer mogelijk te maken. Misschien is dit wel de oorsprong van onze danscultuur. De Dieguenas van zuidelijk Californië hadden de gewoonte om, wanneer de nieuwe Maan was verschenen, hardloopwedstrijden te organiseren in de hoop, dat zij daarmee de loop van de hemellichamen konden helpen. De Olympische spelen werden niet primair ingericht voor een fysieke cultuur, maar om de loop van de hemelse lichamen te beïnvloeden.

Behalve de rode kleur kan de Maan ook nog een asgrauwe kleur vertonen. Als het eerste zilverkleurige sikkeltje aan de hemel verscheen, zagen de mensen toch nog de omvang van de hele Maan, maar met een asgrauwe kleur, ook dat was net zoals de rode Maan weer een mysterieus natuurverschijnsel verbonden met de Maan. Ook dat is nu te verklaren en wel doordat het zonlicht, dat op de Aarde komt wordt weerkaatst en na een seconde de Maan bereikt en dan weer na een seconde terug worden gekaatst naar de Aarde en het daardoor mogelijk is om het niet direct door het zonlicht verlichte deel van de Maan te kunnen waarnemen. De eclipsen van Zon en Maan hebben uiteraard een grote invloed gehad. De astrologen hechten ook een heel grote waarde aan deze eclipsen (Maansknopen, Saros cyclus etc). In de toekomst zal ik nader op deze eclipsen ingaan, vooral wat archeologische bouwwerken zoals Stonehenge ons daarover allemaal te zeggen hebben.

Nog even iets over wat we door de laatste onderzoekingen van en op de maan te weten zijn gekomen. Er komen steeds meer geluiden, die het waarschijnlijk zouden vinden, dat toen de Aarde door een gigantische meteoriet, in het begin van haar leven werd getroffen, een brokstuk uit de aarde is weggeslingerd. Dit brokstuk zou de Maan zijn geworden. Misschien wel uit een gebied dat momenteel wordt ingenomen door de Stille Oceaan. De Maan kent geen ijzerkern zoals de Aarde heeft . De samenstelling van de Maangesteenten komt treffend overeen met gesteenten op Aarde. Ze zijn alleen ouder namelijk 5.3 miljard jaar, terwijl de oudste gesteenten van onze aarde 4.6 miljard jaar oud zijn. De oppervlakte van de maan wordt gekenmerkt door enerzijds meteoriet inslagen en grote gebieden bedekt door basalt lavas .De fraaiste meteoriet inslag is de Tycho krater. Duidelijk te zien in het midden van de Maan onderin. De basalt lavas zien we als de donkere ovale donkergekleurde gebieden.

Figuur 16. Estrous cyclus van de dieren in vergelijking met de menstruele cyclus van de mensen

Het allergrootste verschil tussen Zon en Maan betreft de invloed die de grote lichten op de mensen heeft en wel in het verschil in de vruchtbaarheid tussen mens en dier. Bij de dieren speelt de Zon de dominante invloed terwijl dit bij de mens de Maan is.

Bij de dieren noemt men de periode, dat het vrouwtje ontvankelijk is om bevrucht te worden en geslachtsgemeenschap wil met het mannetje, de estrous cyclus. Deze periode wordt beïnvloed door verschillende factoren, zoals het af- of toenemen van het zonlicht, de aanwezigheid van voedsel en water. De vrouwtjes geven duidelijk aan wanneer zij vruchtbaar zijn. Tijdens deze periode wordt soms bloed afgescheiden, als teken voor het mannetje dat zij geslachtsrijp is. (Open ovulatie). Alhoewel de dieren geen idee hebben, dat hun geslachtsdaad de geboorte van een jong tot gevolg zal hebben, volgen zij hun instincten. Als het vrouwtje niet is bevrucht wordt het slijmvlies van de baarmoeder niet afgestoten, zoals bij de mensen, maar wordt geabsorbeerd en vindt er geen bloeding plaats. Mannetjes hebben geen belang in gemeenschap buiten de periode van ontvankelijkheid.

Bij de mensen is het precies andersom. Als de vrouw bloed afscheidt is het juist een teken dat zij onvruchtbaar is. Wanneer de vrouw vruchtbaar is wordt dit voor de man verborgen gehouden (Verborgen ovulatie). Als na de ovulatie er geen bevruchting van de eicel door de zaadcel heeft plaats gevonden, sterft de eicel af. De baarmoeder zal het slijmvlies afstoten. Bij de mensen is er een loskoppeling tussen reproductie en seksualiteit. Mannen kunnen dus seks hebben buiten de vruchtbare periode van de vrouw. Waarom heeft de evolutie gekozen voor dit omslagpunt? De invloed van de Maan speelt een veel grotere rol tijdens de menstruatie van de mens, terwijl bij de lagere dieren en ook de plantenwereld de Zon een belangrijke rol speelt. Let wel, ook de Maan speelt in de natuur voor planten en dieren een belangrijke rol, maar wanneer het gaat over de vruchtbaarheid is er een groot verschil tussen dieren en mensen. De grote cyclus van eb en vloed en de fasen van de Maan worden in feite weerspiegeld in de cycli van de menstruatie.

Wat zouden de oorzaak en de gevolgen kunnen zijn van overgang van de estrous cyclus bij dieren naar de menstruele cyclus bij mensen? Het zou best kunnen, dat door de scheiding van reproductie en seksualiteit de mens minder afhankelijk kon worden van zijn primaire instincten en er meer ruimte was voor het ontwikkelen van culturele uitingen. Men zou kunnen vermoeden dat door de grotere hersencapaciteit van mensen ten opzichte van dieren, zij in staat worden gesteld om hun bewuste zijn te ontwikkelen. Het leven wordt niet alleen het instandhouden van de soort, maar ook zaken die daarop niet direct zijn gericht, zoals religie, cultuur, wetenschap, sport etc. Het steeds groeiende ego bewustzijn (individuatie volgens Jung) is er het gevolg van. Het heeft wel een keerzijde, we zien namelijk dat de westerse mens steeds verder van Moeder Aarde en haar natuur is komen te staan.. Dit met alle gevolgen van dien, zoals de uitputting van delfstoffen, vervuiling, en toenemend geweld om de macht te willen behouden. Hopelijk zal de macho cultuur verdwijnen en op de lange duur – voor zover nog mogelijk - plaats maken voor een androgene cultuur waar de mannelijke en vrouwelijke eigenschappen van de mens in balans worden gebracht, ergo een menselijke samenleving!!

De dominante rol van de vrouw die zij vroeger speelde

Figuur 17. Venus van Laussel, Dordogne Frankrijk, 24.000-22.000 j. Venus van Willendorf, 24.000-22.000 j. Venus van Petrkovice, Moravia, Tsjechië, 25.000-23.000 j,

Figuur 18. Vrouwen beeldje Moravany. Slowakije, 22.500 j. Lady of Parardzik, Centraal Bulgarije 6500 j Vrouwenbeeldje, Tempel Mnadjra, Malta, 7 cm, 5000 j.

Vroeger heeft de vrouw een dominante rol gespeeld. Zij kon een kind baren zonder tussenkomst van de man, ze kon bloeden zonder gewond te worden, en ze kon spontaan melk produceren. In Europa en Azië zijn uit de periode van 40.000 tot 5000 jaar geleden een groot aantal stille getuigenissen gevonden, in de vorm van muurschilderingen in grotten, graftombes en een groot aantal voorwerpen, waaronder vrouwen beeldjes, die van grote betekenis zijn gebleken voor de positie van de vrouw in deze periode.

Op deze beeldjes is rood oker pigment gevonden die het levensgevende menstruele bloed symboliseert. Wereldwijd werd vroeger de vulva (yoni) van de vrouw vereerd. Het was immers de poort waaruit het nieuwe leven kwam. De mensheid was zich toen niet bewust van het mannelijke aandeel bij de voortplanting. De vrouwen konden over leven en dood beschikken en aan hun vulva werd dan ook een magische kracht toegedicht. Het is moeilijk voor ons dit beeld, wat men had van de vulva, voor te stellen. Immers sinds het christendom zijn intrede deed is het vrouwelijke geslachtsdeel juist het meeste bedekte deel van het vrouwenlichaam

Drievuldigheid van de Maan

De drievuldigheid van de Maangodin: Maagd- Moeder- Wijze Oude Vrouw. De Maagd wanneer de menstruatie (menarche) begint. De Moeder wanneer de menstruatie tijdelijk verdwijnt als de vrouw zwanger is. Bij de Wijze Oude vrouw stopt de menstruatie (menopause). Men dacht vroeger wanneer het levensgevende menstruele bloed ophoudt het menstruele bloed wordt omgezet in wijsheid. Men zag vroeger het menstruele bloed als heilzaam en magisch. Menstruerende vrouwen, die in het maanlicht om akkers heen liepen of hun genitaliën lieten zien, was goed voor de vruchtbaarheid van de gewassen. Boeren vrouwen droegen het zaad in leren tassen, die met menstrueel bloed was bewerkt. De menstruatie wordt tijdens het matriarchaat gezien als een heel belangrijke gebeurtenis, waarbij de Maan een grote rol speelde. Men beschouwt dit als een zekere zwangerschap, de foetus zou gevormd zijn door het menstruele bloed en afhankelijk van de Maan. De Maan zou de vrouw vruchtbaar maken.

 

Figuur 19. Drievuldigheid van de maan. Maagd – Moeder – Wijze Oude Vrouw (Conway, 2001)

Er waren vroeger een aantal gebruiken die verbonden waren met de menstruerende vrouw en haar menstruele bloed.

Vuur. Het rode bloed van het vlees werd vergeleken met het menstruele bloed. Men mocht daarom geen rood vlees eten. Het bloed moest door het te roosteren, verdreven worden.

Aarde Er werd een vergelijking gemaakt tussen de huid van de vrouw en de Aarde. De nagels konden de huid doen bloeden. Ze gebruikte een stokje of een twijg om zich zelf te krabben. (Het besef dat de Aarde niet beschadigd mocht worden heeft de tegenwoordige mens bepaald niet meegenomen als waardevolle gedachte). Schoenen zijn nodig want de menstruerende vrouw mag de grond niet aanraken met haar blote voeten. Omdat zij ook niet op de grond mocht zitten zat ze op een blok hout en gesteund aan drie kanten. Dit omdat het gevaar anders bestond dat, als ze in slaap zou vallen ze de grond zou kunnen aanraken.

Licht (Lucht). De menstruerende vrouw moet in een hut zitten waar geen licht in komt, want maanlicht mag niet op een menstruerende vrouw schijnen. Zelfs haar schaduw is vervuilend. Ze moet van hoofd tot teen haar lichaam bedekken als ze uit de hut gaat.

Water. Ze moet gescheiden blijven van water omdat anders haar menstruele bloed het water kan beïnvloeden Ze moest ook water drinken uit speciale bekers, die alleen daarvoor  bestemd waren. Ze mocht alleen door een rietje water drinken gemaakt van een vleugelpen van een zwaan of van een bot. Ze mocht zich ook niet wassen. Ze mocht geen koud water drinken, maar altijd warm water.

Merkwaardig is wel dat de vier elementen, die in de astrologie een grote rol spelen Vuur, Aarde, Lucht(Licht) en Water juist die elementen zijn, die verbonden waren met de vrouw en haar menstruele bloed. Zou hier misschien een verband tussen kunnen bestaan?

De Indo-europese invasies

We komen nu toe aan de periode van de Indo-europese invasie in de periode van 4300 - 1000 v Chr. Verstoring van de oude Neolithische culturen door stammen, die vanuit het Noorden en Oosten in Zuid Europa en het Nabije Oosten binnenvallen. Het begin van de mannenmaatschappij, dat met horten en stoten er in slaagt om de samenlevingen voor wie de Moeder God centraal stond te overmeesteren.

Het is nog onzeker waar deze Indo-europese stammen vandaan kwamen. Sommige geleerden denken, dat ze kwamen uit het gebied rondom de Zwarte Zee en de Kaukasus.

Figuur 20. De Indo-europese invasies

Het waren vermoedelijk nog gedeeltelijk nomaden, die leefden van de jacht en de visserij, het is ook mogelijk dat zij begonnen met een primitieve vorm van veeteelt en landbouw. Zij beschikten over paarden en tweewielige strijdwagens waardoor ze zich snel konden verplaatsen. Ook beschikten zij over bronzen en later ijzeren wapens. Het waren echte krijgers. Zij werden vergezeld door een priesterkaste van hoog aanzien Ze hadden een gemeenschappelijke taal, de proto Indo-europese taal. Er zijn theorieën, die aannemen dat klimatologische en/of vulkanische uitbarstingen er voor gezorgd hebben, dat de Indo-europese volken uit hun gebied werden verdreven. Ook wordt het wel in verband gebracht met grote overstromingen ten gevolge van het afsmelten van de terugtrekkende gletsjers, die er voor hebben gezorgd dat aan het eind van het Pleistoceen de zeespiegel rond 100 meters zou zijn gestegen. Rond 5600 v. Chr. zouden grote vloedgolven zich een weg hebben gebaand door de smalle doorgang van de Bosporus en op die manier de vruchtbare gronden rond de Zwarte zee en de Kaspische zee hebben overstroomd. Dit zou dan de oorzaak kunnen zijn geweest voor grote migratie.

De Indo-europese volken beschouwden zich als superieure wezens. Zij hadden Goden die uit de hemel kwamen. Zij werden voorgesteld als een stormgod, zittend op een hoge bergtop, met donder en bliksem. Zeus op de Olympus of Wotan in het Walhalla. Dit in scherp contrast met de Moeder Godin die voortkwam uit de Aarde. Zij brachten het licht, dat het symbool was van het goede in tegenstelling tot de duisternis van het kwade van de Moeder Godin.

Zeus, de hemelgod de koning van de goden

Het is opvallend, dat de namen van de planeten van Mercurius tot Pluto, die door de astrologen als heersers worden gezien van de tekens en huizen van de dierenriem, allemaal tot één familie van de Griekse Goden en Godinnen behoren. De centrale figuur van deze Olympische Goden is de oppergod Jupiter (Zeus). Zijn vader is Saturnus (Cronus) en zijn grootvader is Uranus (Ouranus). Zijn kinderen, wel van andere vrouwen, zijn Mars (Ares), Mercurius (Hermes) en Venus (Aphrodite). Het is opmerkelijk dat slechts één vrouwelijke Godin een rol speelt. Het beeld van de vrouw ten tijde van het matriarchaat had wordt het beste weergegeven door het beroemde beeldje van de Venus van Willendorf. Schril in contrast daarbij is het schilderij van de geboorte van Venus door Sandro Botticelli. De borsten en vagina van de vrouw waren levensgevend en werden vergroot weergegeven. De man speelde toen nog geen rol.

Immers het vaderschap was toen nog niet ontdekt. Op het schilderij zien we dat Venus juist haar borsten en vagina in schaamte bedekt. Daarbij te bedenken dat volgens de Griekse sagen werd geboren uit het schuim van de zee vermengd met bloed van de afgesneden testikels van Uranus door zijn zoon Saturnus in zee zijn gegooid.

Figuur 21. De dierenriem met de heersers alle leden van de familie Zeus. (Zie toevoegsel achterin deze nieuwsbrief : Krab ipv. Kreeft)

Figuur 22 afbeeldingen van de leden van de familie Zeus

Figuur 23. Vergelijking Venus van Willendorf met de Venus van het schilderij van Botticelli.

Ik zou een kantekening bij dit hoofdstuk over heersers van de Dierenriem willen plaatsen. Zou niet de Godin van de Oogst Demeter niet meer recht hebben om heerser van Maagd te zijn dan Mercurius? Indien men de vaste sterren bij de astrologie zou betrekken, is Spica de helderste van het sterrenbeeld Virgo. Spica wordt voorgesteld als de Godin die in haar linker hand een korenaar vasthoudt.

Van moederschap naar vaderschap

Vroeger hadden de mannen geen idee, dat zij mede verantwoordelijk waren voor het maken van een kind. Het vaderschap bestond nog niet. De belangrijkste man in de huishouding was de broeder, want die stamde van dezelfde moeder af als zijn zuster. (Adelphos betekent broeder van de baarmoeder). Het vaderschap is een zeer recent verschijnsel. Zelfs tegenwoordig zijn er nog stammen, die de relatie tussen seksualiteit en het vaderschap nog niet hebben getrokken. Zo heeft Branislaw Malinokowski bij stammen, die in de Triobriand eilanden in de zuidelijke Stille Oceaan bestudeerd en gezien, dat zij de relatie nog niet hadden gelegd. Zij hadden geen woord voor vader en geen concept van het vaderschap. De vrouwen werden zwanger door de binnenkomst in hun lichamen van gestorven zielen. De band tussen man en vrouw bestond nog niet zoals wij die kennen. Waarschijnlijk door de betere bestudering van het gedrag van getemde dieren tijdens het begin van de veeteelt heeft men misschien kunnen waarnemen dat er een relatie bestaat tussen de dekking van een dier en de geboorte van het jong. In ieder geval is het een revolutionaire ontdekking geweest, die vele sociale, culturele en economische gevolgen heeft gehad.

De vrouw werd zwanger zonder tussenkomst van de man door het eten van bonen of heilige stenen, het inslikken van een vlieg, het beschijnen van maanlicht, door de wind, door geesten. Het was de vrouw die het leven gaf, mannen waren daarbij niet nodig. Er was ook geen enkele reden om dit laatste aan te nemen, immers ze zagen dat een vrouw die veel geslachtsverkeer had gehad nooit een kind kreeg, terwijl andere vrouwen bij een man wel en bij een andere man geen kind konden krijgen. De menstruatie was de enige aanwijzing die zekerheid gaf wanneer een vrouw een kind kreeg, namelijk wanneer haar menstruatie stopte. Ze dachten dan ook dat het menstruele bloed medeverantwoordelijk was voor het krijgen van een kind. In de tijd van de Grote Moeder religie was het vaderschap onbekend. De relatie tussen seks en de voortplanting werd niet gelegd. Men dacht dat de vrouw zwanger kon worden door de noordenwind, maanlicht, het eten van insecten of bonen. De familie zoals we die nu kennen bestond niet. De familie bestond uit de moeder en haar nakomelingen. De belangrijkste figuur behalve de moeder was de broer, want die kwam uit dezelfde moeder. De priesteressen van de Grote Moeder kozen de man alleen voor het plezier. Voorbeelden van dit moederschap zonder vader vinden we terug in de Griekse mythologie. In de Olympische scheppingsmythen zien we dat uit de Chaos een vrouw aan het begin staat van de schepping. Moeder Aarde baarde haar zoon Ouranos terwijl zij sliep. Sommige verhalen zeggen dat de kinderen Ares en Eris van de Godin Hera, de zuster van Zeus , werden verwekt toen Hera een bepaalde bloem had aangeraakt en haar dochter Hebe toen zij een slakrop aanraakte. Ook van haar kreupele zoon Hephaistos wordt gezegd, dat hij een parthenogeen kind van haar was. Het was zelfs zo’n wonder, dat Zeus niet geloofde totdat hij haar had vastgeketend in een stoel en haar handen gevouwen over de edele delen en hij haar liet zweren dat zij niet loog. Trouwens vele andere culturen gingen ook uit van het moederschap zonder vader. Zelfs de maagd Maria krijgt een kind zonder tussenkomst van een man.

Figuur 24. Moederschap zonder tussenkomst van de man.

 

Figuur 25. Vaderschap zonder tussenkomst van de vrouw

Toen kwam er een dag dat de man in de gaten kreeg, dat hij medeverantwoordelijk was voor het krijgen van kind. Wanneer deze ontdekking heeft plaats gevonden is van cultuur tot cultuur verschillend.

In de Griekse sagen werd Ouranus door zijn zoon Kronus met een sikkel gecastreerd. Kronus heeft de genitaliën bij Kaap Drepanon in de zee gegooid. Uit de druppels bloed die uit de wond kwamen vielen op Moeder Aarde en daaruit ontsproten de Giganten, de drie Furiën Alektos, Tisiphone en Megara, de nimfen van de essenboom de Meliën. Sommigen zeggen dat Aphrodite uit de zee omhoog rees uit het schuim vermengd met het bloed van de genitaliën, die Kronus in zee heeft gegooid.

Heel duidelijk is de overgang van het matriarchaat in het patriarchaat te zien in de mythe rond de geboorte van Athene. In eerste instantie is de godin Athene aan het Triton meer in Libië geboren. Later wordt ze de parthenogene dochter van Metis, de Godin van de wijsheid. In de Olympische tijd is Metis de eerste vrouw van Zeus die in verwachting is van een kind. Zeus vreesde dat dit kind zijn macht zou overnemen. Hij heeft toen de zwangere Metis ingeslikt. Toen Zeus langs de oevers van het Triton meer liep, kreeg hij een barstende hoofdpijn. Hephaistos hielp hem van zijn hoofdpijn af door zijn hoofd met een bijl te openen. Uit het hoofd verscheen Athene in volle wapenuitrusting.

Figuur 26. Athene verschijnt in volle wapenuitrusting uit het hoofd van Zeus. Figuur 27. Dionysos komt uit de dij van Zeus

Zeus als sterveling vermomd, had een liefdesaffaire met Semele. (Semele betekent Maan) oorspronkelijk een Maangodin en wordt in latere tijd de sterfelijke dochter van Koning Kadmos. Hera werd zoals gewoonlijk weer stik jaloers op Semele. Zij vermomde zich als een oude buurvrouw van haar. Toen Semele zes maanden zwanger was gaf Hera haar een advies om aan haar minnaar te vragen wie hij eigenlijk was. Toen zij dit aan Zeus had gevraagd en Zeus haar geen antwoord op haar vraag had gegeven, wilde ze niet meer het bed met hem delen. Zeus heeft haar toen in zijn woede met donder en bliksem verteerd. Het was Hermes die de zes maanden oude zoon redde en hij naaide hem vast in het dijbeen van Zeus. En ziet na drie maanden werd Dionysos ( 'de tweemaal geborene') geboren.

Aan het eind gekomen van het verschil tussen het matriarchaat en patriarchaat geef ik nog een opsomming tussen de essentiële verschillen tussen beide culturen.

Figuur 28. Verschil tussen het matriarchaat en patriarchaat

De Zon als centrale punt in de westerse astrologie

Als de Zon in het teken Ram staat komt het niet meer overeen met het sterrenbeeld Ram. Dat was wel het geval bijna 2000 jaar geleden. Door de precessie van de aardas staat de Zon 21 maart (het lentepunt) niet in het sterrenbeeld Ram, maar in het sterrenbeeld Vissen. Men heeft dit lentepunt als beginpunt van de zodiak het teken Ram gekozen. Alles is voortaan gericht op de baan van de Zon (ecliptica). De ecliptica is de schijnbare baan van de Zon aan de hemel. De band van 7-8 graden boven en onder de ecliptica noemen we de zodiak, verdeeld in segmenten van dertig graden. In deze band komen alle planeten voor (behalve Pluto die een afwijkende baan vertoont) van af de Aarde gezien.

 

Figuur 29. Siderische en tropische Zodiak (Demetra George,1992)

We grijpen even terug in de tijd, toen in het oude Griekenland en Egypte de astronomie en astrologie nog broederlijk met elkaar waren verenigd. De tekens van de dierenriem kwamen toen nog overeen met de desbetreffende sterrenbeelden. Rond 130 v.Chr. ontdekte Hipparchus dat het lentepunt tengevolge van de precessie van de aardas verschoof. In die tijd was het lentepunt 8 graden Ram. In de volgende eeuwen komt het lentepunt steeds dichter bij de 1e graad van Ram te liggen. In het jaar 221 n. Chr. valt het lentepunt exact op het begin van het teken Ram van de Zodiak. Sinds die tijd tot op de dag van vandaag hebben de westerse astrologen het lentepunt van die tijd vastgezet op de 1e graad Ram ongeacht of het sterrenbeeld Ram daarmee overeenkwam. Men heeft de astrologie losgekoppeld van de sterrenconstellaties. Men hield en houdt zich uitsluitend vast aan de interacties van de energieën tussen Zon, Maan en planeten.

De westerse astrologen hebben zich beperkt tot ons Zonnestelsel. Het is hun goed recht maar dan moet men ook consequent zijn. Men neemt de vaste sterren mee in de astrologie of niet. Dat zijn twee uitgangspunten die ieder op hun manier hun waarde hebben.

Wat is de diepere oorzaak dat, sinds het begin van onze christelijke jaartelling in onze westerse wereld, de astrologen zo stug vast houden aan de tekens van de dierenriem zonder met de vaste sterren, zoals in vroegere tijden, rekening te houden? We zouden heel voorzichtig de volgende verklaring willen opperen: dat de mensheid in onze westerse wereld sterk gericht is op de ontwikkeling van het persoonlijke bewustzijn. De Zwitserse filosoof en psycholoog Carl Jung noemt dit het proces van de individuatie. "Het proces waarbij iemand zichzelf wordt, heel, ondeelbaar en onderscheiden van andere mensen of van een collectief stelsel van opvattingen (alhoewel ook niet geheel los daarvan)". (Uit Jung–lexicon, 1986)

De westerse astrologie is sterk gericht op het ontwarren van onze persoonlijke karakter structuur en onze persoonlijke onbewuste drijfveren die ons gedrag voor een groot deel bepalen. De astrologie slaagt er wonderwel in dit bloot te leggen. Anders is het gesteld met het collectieve onbewuste (of anders gezegd het gemeenschappelijk onbewuste geheugen). Iets wat ons mensen allemaal met elkaar delen. Het is een reservoir van alle ervaringen opgedaan sinds mensenheugenis, die iedereen onderhuids (onbewust) met zich mee draagt. Het is mogelijk dat juist bij dit onzichtbare niet direct waarneembare de extra-solaire invloeden een grotere rol spelen bij de ontwikkeling van het collectieve onbewuste dan bij het persoonlijke onbewuste.

De fasen van de Maan

Figuur 30. 8 fasen van de maan (Demetra George, 2001)

In onze westerse astrologie worden de Maanfasen ingedeeld in acht fasen

1.  Nieuwe Maan 0º- 45º

2. De Groeiende Maan (Crescent) 45º- 90º

3. Het Eerste Kwartier 90º-135º

4. De Bolle Maan (Gibbous) 135º-180º

5. De Volle Maan 180º-225º

6. De Verbreidende Maan (Disseminating) 225º-270º

7. Het Laatste Kwartier 270º-315º

8. De Zaaiende Maan (Balsamic) 315º-360º

Men gaat daarbij zo ver dat men deze achtfasen vergelijkt met de acht feestdagen. Dit is hoogst opmerkelijk aangezien deze dagen duidelijk zijn gericht op de verschillenden standen van de Zon zoals men die ziet op het noordelijke halfrond: het spel der seizoenen.

 

Figuur 31. Acht zonnefeestdagen ten onrechte verbonden met acht maanfasen (Demetra George, 1992)

1. Begin van de lente 21 maart; 2. Meifeest (Beltane) 1 mei. 3. Begin van de zomer 21 juni. 4. Oogstfeest (Lammas) 21 september. 5, Begin van de herfst. 6. Halloween 31 oktober 7. Begin van de winter 21 december. 8. Maria-Lichtmis (Candlemas))

Verwarring Zon en Maanfasen

Wat is hier aan de hand? De verwarring is ontstaan door het beginpunt van de maancyclus te laten samenvallen met de conjunctie Zon en Maan. Men voerde het begrip Nieuwe Maan in. Demtra George geeft in haar boek Dark Mysteries of the Moon hiervan een aantal voorbeelden. Zij vergelijkt de Nieuwe Maan met de opkomst van de Zon, de lente, de schepping, licht van de wassende Maan , met de Maagd in de drievuldigheid van de Maangodin en het eerste zachte sprietje van het zaad wat boven de grond komt en onze geboorte. Dit is geheel op de Zon gericht, het eerste licht dat we zien als we geboren worden. Als we ons richten naar de Maan zien we haar eerst als het nieuwe Maansikkeltje dat aan de westelijke hemel verschijnt.

 

Figuur 32. De verwarring tussen de conceptie en geboorte. Demetra George laat de geboorte samenvallen met de conjunctie Zon-Maan: zonsopgang, lente, schepping, maagd, het eerste sprietje dat boven de grond komt en de geboorte.

De nieuwe Maan is niet hetzelfde als de astronomische Maan.

In de Bijbel staat in Psalmen 81:4 "Blaast de ramshoorn bij Nieuwe Maan en bij Volle Maan voor onze feestdag".

Figuur 33. Het 'maanschouwen' is nog steeds onderdeel van de islamitische kalender: bazuingeschal kondigt de eerste verschijning aan van de jonge maansikkel aan de westelijke hemel. (Beekman, 2002)

De Joodse en Islamitische feestdagen worden afgestemd op het verschijnen van de Nieuwe Maan, die na Zonondergang aan de westelijke hemel verschijnt. Vandaar dat hun feestdagen na zonsondergang beginnen. Onze feestdagen van Pasen Hemelvaart en Pinksteren worden naar de fasen van de Maan vastgesteld. Pas 1000 jaar na Mozes ontdekten de Babylonische astronomen hoe het moment van de conjunctie berekend kon worden. Daarom konden de oude Israëlieten niet weten op welk moment de conjunctie plaats vond en zouden zij niet hebben geweten op welke dag zij de "Verborgen Maan" moesten vieren. Inderdaad in de tijd, dat iets verborgen voor ons is kan men onmogelijk weten, wanneer exact het punt is waarop de Maan op zijn donkerste punt is aangeland. Althans zo dachten de mensen vroeger. In onze tijd waar zijn we opgegroeid met abstracte begrippen als nul of de astronomische nieuwe Maan en hebben we het gevoel voor deze donkere Maandagen verdonkermaand (in het Engels is dit woord: spirit away!).

Het is nogal merkwaardig, dat in de astrologische literatuur, zelfs die juist sterk ingaat op de mysteries van de donkere Maan, de nieuwe fase van de Maan laat beginnen bij de conjunctie met de Zon, dus het punt van de Astronomische Nieuwe Maan en niet bij het moment wanneer het eerste Maansikkeltje zichtbaar wordt.

We stellen nu voor, om in plaats van het in de literatuur gebruikte woord "Nieuwe Maan", dus het moment wanneer de Zon in conjunctie (samenvalt) met de Maan, dit woord te vervangen door het begrip "Astronomische Nieuwe Maan".

En vervolgens voor de periode, dat de Maan voor ons mensen op Aarde niet meer zichtbaar is, het begrip "donkere fase van de Maan" te gebruiken. Deze periode staat dan tegenover de "verlichte fase van de Maan", wanneer zij door de Zon wordt beschenen en haar gereflecteerde licht aan de Aarde doorgeeft.

De conceptie: de geboorte van een levend wezen

De verwarring, die is ontstaan over het begrip van de nieuwe Maan is zoals we gezien hebben gelegen in het feit dat men het moment van de conjunctie Zon-Maan vergelijkt met de geboorte van een mens. De geboorte is echter te vergelijken met het verschijnen van het Nieuwe Maan sikkeltje de westelijke hemel na zonsondergang . Het moment van de conjunctie Zon-Maan laat zich vergelijken met de conceptie van de mens. Het moment dat de fusie plaatsvindt tussen de zaad- en de eicel is de geboorte van een levend wezen.

Figuur 34. Boven: de geboorte van een menselijk wezen, het samensmelten van de ei- en spermacel.

In die ene cel ligt de blauwdruk voor de ontwikkeling van een mens tot het moment dat de levenskrachten zijn verdwenen, het moment dat zijn vorm overgaat in een voor ons niet waarneembare vorm. Door de recente genetische en embryologische ontdekkingen zijn we veel te weten gekomen over het voor de mens het belangrijkste moment in zijn of haar leven.

Heel boeiend is wat er allemaal gebeurt, wanneer de spermacel in de eicel binnendringt. Dat is nog lang niet het moment van de conceptie, er moet nog eerst heel veel gebeuren voor het zo ver is. Wat is namelijk het geval? De kern van de eicel met het genetische materiaal heeft nog niet het volwassen stadium bereikt. Dit is er op gericht om zo min mogelijk schade aan te richten aan het DNA. Wanneer de spermacel in de eicel binnendringt, start de laatste fase van de groei van de eicel en ontstaat een volgroeide kern met het vrouwelijke genetische materiaal. Vervolgens komen de twee kernen met het genetische materiaal van de spermacel en de eicel bij elkaar om samen te smelten tot een cel. Het samensmelten van mannelijke en vrouwelijke energieën. Dit is de start voor de groei van een embryo, die tot een mens kan uitgroeien. Men zou kunnen stellen dat dit het echte moment is waarop de werkelijke conceptie heeft plaats gevonden. Gebleken is dat dit proces van het bij elkaar komen niet zo vlekkeloos verloopt, want iedere pro-kern had zijn eigen belang. Voor het toekomstige embryo zijn de vaderlijke genen sterk gericht op een zo goed mogelijke ontwikkeling van de placenta (zo sterk mogelijk nageslacht), terwijl de moederlijke genen meer gericht zijn op de gezondheid van het nieuwe leven (ze wil in staat zijn om nog meer kinderen te krijgen).

Als nu het genetische materiaal van de man en de vrouw bij elkaar komen ontstaat er direct een probleem. We zien direct de ongelijkheid, aan de ene kant twee XX chromosomen (vrouwelijk) en aan de andere kant XY (mannelijk). 3 X chromosomen tegen een Y, dus een X chromosoom te veel. Hoe lost men het probleem op zodat van iedere kant een gelijke hoeveelheid genetisch materiaal bij het reproductieproces betrokken wordt? Een X chromosoom moet dus worden uitgeschakeld.

De vraag, die we nu kunnen stellen, hebben we na het moment van de conceptie te maken met een menselijk wezen? Ik zou geneigd zijn om hier een bevestigend antwoord op te geven. We kunnen niet meer spreken van een bevruchte eicel, maar één cel waar vrouwelijke en mannelijke energieën zijn samengesmolten.

Er volgen nu 9 Maanden waarin deze ene cel uitgroeit tot een volwaardig mensenkind . Het is in deze tijd dat er van alles gebeurt. Zo wordt pas na 6 weken het geslacht bepaald.

Het tweede belangrijkste moment in het leven van een menselijk wezen is het moment, dat het hoofdje verschijnt, men spreekt dan van geboorte, maar is in feite de tweede geboorte van een menselijk wezen.

Figuur 35 De Tweede geboorte van de mens: het hoofdje verschijnt

Maar wanneer kan men eigenlijk spreken van het precieze tijdstip waarop iemand is geboren. Toen het kind zich van de placenta losmaakte? Het te voorschijn komt? Of bij de eerste ademhaling? Of wanneer de navelstreng wordt doorgesneden? Het moment is dus niet scherp te bepalen, men moet het meer zien als het begin van een nieuwe ontwikkelingsfase. Wanneer is het moment dat het zijn eigen identiteit heeft? Als iets zichtbaar wordt dan spreekt men van een geboorte van een grassprietje, dat boven de grond komt of het eerste Maansikkeltje (nieuwe Maan). Ik vergelijk deze 9 Maanden van het verblijf van een levend wezen in de baarmoeder met de tijd die ligt tussen de donkerste fase van de Maan (Astronomische Nieuwe Maan, conjunctie Zon-Maan) en het verschijnen van het eerste dunne Maansikkeltje aan de westelijke hemel na zonsondergang.

Kosmische invloeden tijdens de prenatale fase van de mens

Ik heb me de vraag gesteld, waarom de astrologie meestal begint bij het moment van de geboorte. Nu is het precieze moment van de conceptie niet mogelijk om te bepalen. Misschien een reden waarom de astrologie een moment heeft uitgekozen, dat wel goed is te bepalen. Zelfs als het moment van de geboorte niet beschikbaar is weten astrologen door bepaalde technieken dit moment door extrapolatie toch vrij aardig te kunnen achterhalen. Zo moet het ook mogelijk zijn voor het moment van de conceptie. We weten momenteel vrij goed het tijdstip waarop bepaalde kritieke momenten in de ontwikkelingsgeschiedenis plaats vinden.

We hechten momenteel veel belang aan iets wat zichtbaar is. Het moment als het kind zichtbaar wordt of het grassprietje boven de grond komt. Minder belangstelling hebben we voor alles wat niet zichtbaar is. We zouden meer aandacht moeten schenken aan de tijd, toen wij in het donker zijn begonnen aan onze levensgeschiedenis. Ik kom tot de volgende conclusie: de eerste horoscoop die van een menselijk wezen moet worden gemaakt is die van het moment van de conceptie en de tweede van de geboorte van een mens.

Figuur 36. Foto van een menselijk embryo. De kosmische invloeden tijdens de donkere negen maanden zijn mede bepalend voor de ontwikkeling van een mensenleven  (Nillson,1993)

Donkere- versus de Verlichte fasen van de Maan

De donkere Maan is de fase dat de Maan voor ons geen vorm, maar wel energie heeft. Het is een fase waar een transformatie plaats vindt. De oude vorm van de stervende Maan verandert in energie en deze krijgt bij de Nieuwe Maan weer een nieuwe vorm. Een vergelijking met de kwantummechanica zouden we hier willen maken. In de kwantummechanica kunnen wij onze waarneming zo instellen, dat de lichtenergie (foton) waarnemen als golf of als deeltje, nooit beide tegelijkertijd. Voor we onze waarneming hebben gedaan bevindt zich de energie in een vormloze staat (te vergelijken met de donkere fase van de Maan) en heeft het iets mysterieus. De waarnemer van een kwantum systeem verstoort het systeem door het te observeren. Bij de waarneming valt deze superpositie toestand uiteen in een golfpatroon of een deeltje. Hierover zei eens de beroemde kwantum fysicus Richard Feynman:

"Ik denk dat je gerust kunt stellen dat niemand de kwantummechanica begrijpt. Vraag je , als je het enigszins kunt vermijden, niet af ‘hoe kan dat nou‘, want dan raak je ‘in het slop’, een doodlopende steeg waaruit nog nooit iemand is ontsnapt. Niemand weet hoe het kan".

Hiermee geeft hij haarfijn aan wat het grote mysterie is. Dat iets verdwijnt, zijn vorm verliest en toch weer in een nieuwe zichtbare vorm verschijnt. Zo moet het ook voor de mensen vroeger volkomen raadselachtig zijn geweest, dat de Maan opeens verdween, haar vorm verloor om na een paar dagen weer aan de hemel te verschijnen in een andere vorm. Wij weten nu dat de Zon de Maan beschijnt en is het zo vanzelfsprekend. Maar vergeet niet dat het voor de vroegere mensen helemaal niet zo vanzelfsprekend was! Men verdeelt soms de fasen van de vier delen. Dit lijkt mij niet juist. Het is beter om eerst de fasen van de Maan in tweeën te verdelen. De donkere versus de verlichte fase van de Maan.

Het is mij opgevallen, dat wel veel over het Nieuwe Maan sikkeltje wordt besproken en geschreven, het zichtbare begin van het leven, maar dat over de stervende fase niet wordt gesproken. De dood is in onze cultuur nog steeds een zeker taboe. In de vroegere Moeder Godin religie was de stervende fase de inleiding voor de dood en de er op volgende hergeboorte. De dood niet als eindpunt van het leven te zien, maar de tijd dat de vorm van de energie is verdwenen en zoekt naar een nieuwe vorm, de hergeboorte.

Figuur 37. Twee versies van de Donkere Maan. (Demetra George en T. de Booij)

Figuur 38. De indeling van de maanfasen in een donkere en een verlichte fase

Het is deze cyclische gedachte, die in onze tijd is verdonkeremaand. Vrijwel alle ‘primitieve’ religies aanbaden de Maan als de levensgever. Sterk verbonden met de mysteries van de vrouw. De Zon echter werd als minder belangrijk beschouwd

Toch ben ik bij deze nieuwe indeling weer in de ‘Zonnevalkuil’ gevallen. Bij de voorbereiding van deze lezing is mij opeens opgevallen, dat ik die namen van de 8 Maanfasen indeling gebruik die ik juist zie als een projectie van de Zonfasen op de Maan. Het begrip van eerste en laatste kwartier refereert aan de vierdeling van de Maanfasen, waar ik mij van wil distantiëren. Ik zie niets in de vierdeling maar wel in de drie of negen deling van de Maanfasen. Ik heb mijn vergissing recht gezet door een nieuwe benaming te geven. De Verlichte fase van de Maan in te delen in een Nieuwe Maan, Toenemende Maan (Wassende), Volle Maan, Afnemende Maan, Stervende Maan. De Donkerste fase van de Donkere Maan, wanneer de Maan en Zon conjunct t.o.v. de Aarde staan of te wel de Astronomische Nieuwe Maan geheten.

De belangrijkste indeling is die van de Verlichte versus de Donkere fase. Dit is immers te vergelijken met het Leven en de Dood. In het matriarchaat de cyclus van Leven, Dood en wedergeboorte. Het verdwijnen van de oude vorm om na de donkere periode weer een nieuwe vorm te krijgen. De Verlichte fase te verdelen in de Drievuldigheid van de Vrouw: Maagd – Moeder - Wijze Oude Vrouw.

Figuur 39. De drie sikkeltjes

Als geoloog wil ik de Aarde er bij betrekken. In de figuur 35 zien we drie sikkeltjes. De eerste het Aarde sikkeltje zoals de Astronauten onze Aarde zagen en het Stervende en Nieuwe Maansikkeltje zoals wij Aardbewoners van onze Maan zien aan de westelijke en oostelijke hemel.

Het grootste wonder is voor mij de drie dagen dat de Maan de Zon voor zich zelf heeft, de periode dat de Maan niets van haar geheimen prijs geeft. Het wonder dat onder de grond gebeurt wanneer het zaad ontkiemt of de eicel en de spermacel fuseren. Dit wonder zal voor ons altijd een wonder blijven.

De verwarring tussen Maan- en Zonnesikkel

Tijdens de gedeeltelijke zonsverduistering van zaterdag 31 mei 2003 was te zien, dat de Zon net zoals de nieuwe Maan een sikkel kan vormen. Het verschil tussen deze beide hemelverschijnselen is duidelijk te zien. Bij de Maan houden de punten van de sikkel halverwege op, terwijl bij de gedeeltelijke Zonsverduistering van 31 mei 2003 de punten van de sikkelvorm verder doorlopen

Bij de afbeelding van het symbool van Maan maakt men dikwijls de fout om niet de Maan, maar een gedeelte van de Zon te tekenen ten tijde van een gedeeltelijke zonsverduistering . Overigens in dit verband kunnen we zeggen dat we tijdens een zonsverduistering de donkere Maan zien van de kant die anders tijdens haar verlichte fase door de Zon wordt beschenen. De andere kant kunnen we echter nooit van de Aarde zien aangezien we altijd dezelfde kant van de Maan te zien krijgen.

Figuur 40. Maansikkeltje. Figuur 41. Zonnesikkeltje

Dit merkwaardige verschijnsel komt door het feit dat de Maan precies dezelfde tijd nodig heeft om rond de Aarde te draaien, De Maan draait één keer rond haar eigen as. Het resultaat van deze twee bewegingen is dat de Maan steeds dezelfde zijde naar de Aarde gekeerd houdt. Er is nog iets eigenaardigs met de Zon en de Maan. Ondanks het feit dat de Maan 400 keer kleiner is in diameter dan de Zon en tegelijkertijd 400 keer zo dicht bij de Aarde staat passen hun schijfjes precies op elkaar, zoals we bij een totale Zonsverduistering kunnen zien. Tijdens de 7 minuten van de Zonsverduistering zijn de protuberances van de Zon (gasuitbarstingen) te zien, de zgn corona. In vroegere tijden moet dat ook een angstig verschijnsel zijn geweest.

Op de omslag van het schitterende boek van Dane Rudhyar: The Lunation Cycle heeft de ontwerper zich waarschijnlijk niet gerealiseerd dat hij een foto afbeeldt van een zonsverduistering. Nog een ander voorbeeld van de verwarring, die ontstaat bij het weergeven van een Maansikkel.

 

Figuur 42 Omslag boek van Rudhyar Lunation Cycle.

Figuur 43. Vijf nationale vlaggen waar in plaats van een maansikkel een gedeeltelijke zonsverduistering wordt afgebeeld. Op de vlag van Usbekistan zien we de stervende maansikkel.

Op vijf verschillende nationale vlaggen zijn, behalve de vijf- en achtster ook nog bepaalde fasen van een Zonsverduistering afgebeeld. Op de vlag van Usbekistan staat de Maan juist afgebeeld, maar in haar stervende fase, wat denk ik niet de bedoeling is geweest van de ontwerpers van de vlag.

De vijfzijdige symmetrie en het quintiel

In het programma van dit congres staat dat ik aan het eind van mijn lezing het nog zal hebben over mijn stelling: dat de levende natuur zich uitdrukt in vijfzijdige symmetrie, reden waarom we in de astrologie aan het quintiel meer aandacht moeten schenken. Bij nader inzien lijkt het me beter om in dit korte tijdbestek van een uur me te houden bij de Zon, Maan en Aarde. Het zou minstens weer een uur in beslag nemen om uit te doeken te doen wat de resultaten van mijn onderzoek zijn, die mijn stelling kunnen onderbouwen. Het staat wel allemaal in mijn Uranische Vijfster Nieuwsbrieven. Ik wil alleen volstaan U ter hand te stellen de uitspraken van drie beroemde astrologen te weten John Addey, David Hamblin en Dane Rudhyar, die heel duidelijk aangeven wat het belang is van het quintiel en de vijfde harmonische voor de astrologie.

Drie beroemde astrologen over het quintiel en de vijfde harmonische

"To revert again to number five, we can say that it represents the union of male and female and in this sense marriage as such, and putting together of form and matter in this sense art. (...) The number five and the 5th harmonic chart will tell us what kind of art and what kind of marriage. It describes how a person brings together subjectively, form and matter, male and female. His marriage is thus an expression of a larger process with wider implications in his life: how he brings together and reconciles the masculine and the feminine (heaven and earth) in himself. (John Addey, Harmonics in Astrology, 1976)

"My own research has convinced me that Fiveness is essentially connected with the idea of making, arranging, building, constructing, structuring, forming. It is to do with the creation of order out of chaos: the bringing-together of things that are naturally separate into a formal relationship with one another. It is, therefore, the first number in which man asserts his power over the world. Within the principle of Twoness, he accepts the world as it is and struggles to find his place in it; within the principle of Threeness, he accepts the world as it is and revels in it; but within the principle of Fiveness, he strives to change the world and to make it other than how he found it. When we move on to the fifth-harmonic (H5) chart, we move for the first time into unknown territory.) We cannot begin to understand the H5 chart until we have grasped something of the essential nature of fiveness". (David Hamblin, Harmonic charts, 1983)

"… when two or more planets in a birth chart form quintiles the types of activity the planets signify in the total life and personality can potentially open doors of influx of creative spirit. But the potentiality may not be actualized if some stronger or more basic factor in the life or chart effectively blocks this influx or the expression of it, or if the person has not yet fully met the challenge to forceful, individualizing action presented by the square- that is, if he or she has not yet emerged from the sea of collective activity and consciousness. These last-mentioned considerations are the primary reasons why astrologers tend not to use the quintile aspect. The vast majority of their clients (and many astrologers themselves) have not, as yet, truly individualized out of the collective social and psychic matrix. Even if a person can function effectively at the level of the quintile or Five, it does not mean that the person will necessarily prove to be a 'genius' in the almost colloquial sense of the term. Conversely, all so-called geniuses do not have birth-charts with outstanding quintiles. This is simply because many (or most) of those whom we sometimes rather indiscriminately call geniuses are not real creative spirits, but merely 're-arrangers' of previous patterns of being, dispensing to society what satisfies its traditional desires and appetites. (Rudhyar, Astrologícal aspects, 1980)

Raadsel over de samenhang Zon-Aarde

Een mens staat op een berg bij zonsondergang en wijst met zijn vinger naar de Zon als deze aan de westelijke horizon verdwijnt. Hij blijft de hele nacht op de berg staan en wijst bij het opkomen van de Zon weer met zijn vinger naar de Zon. Men kan nu twee denkbeeldige lijnen trekken van de mens naar de Zon tijdens het ondergaande Zon en de andere van de mens naar de opkomende Zon.

De vraag is nu, waar snijden deze lijnen elkaar?

Figuur 44. 2 foto’s genomen in 2000 door Peter Delahay als ik sta op de 300 meter hoge top Teravaka van het Paaseiland

Figuur 45. Twee antwoorden.

Het goede antwoord is : De twee lijnen snijden elkaar in de Zon.

De Aarde heeft tijdens de nacht voor de helft om zijn as gedraaid en tegelijkertijd zijn baan rond de zon vervolgd. We zijn zo gewend door aan te nemen dat de zon ondergaat en opkomt, dat het logische antwoord lijkt dat de twee lijnen elkaar snijden in mijn hoofd in plaats van in de zon.

Conclusie: wanneer U het antwoord foutief heeft beantwoord, gaat Uw emotionele denken er klaarblijkelijk nog vanuit, dat de Zon om de Aarde draait (precopernicaans).

Troost U bij de gedachte, dat U niet alleen staat, want we hebben nog niemand aangetroffen die deze vraag goed heeft beantwoord. Misschien astronauten?

Einde Lezing

Gebruikte Literatuur

Addey, John (1976) Harmonics in Astrology, London

Beekman, Willem (2002) Bij Heldere Hemel. Verrassende verbanden tussen aarde en kosmos. Uitgeverij Christofoor, Zeist. ISBN 90-6238-758-6

Brady, Bernadette (1998) Brady's Book of Fixed Stars. Samuel Weiser, Inc. York Beach, Maine.ISBN 1-57863-105-X

----- (1999) Voorspellende Astrologie in de praktijk. Bonafutura, ISBN 90-76277-61-3

Budapest, Zsuzsanna E. (1991) Grandmother Moon HarperSanFrancisco. ISBN0-06-250114-3

Bijbel (2004) Uitgeverij NBG, Heerenveen. Katholieke Bijbel stichting, 's-Hertogenbosch

Conway, D.J. (2001) Maiden, Mother, Crone. The Myth and Reality of the Triple Goddess. Llewellyn Publications, St Paul USA. ISBN 0-87542-171-

Costello, Darby (1998) De Astrologische Maan. Bonafutura. ISBN 90-76277-41-9

Gadon, Elinor W. (1989) The Once and Future Goddess. HarperSanFrancisco. ISBN 0-06-250346

George, Demetra (1992) The Mysteries of the Dark Moon: the Healing power of the Dark Goddess HarperSanFrancisco. ISBN0-06-250370-7

Gimbutas , Marija (1989)The Language of the Goddess.Thames & Hudson.ISBN 0-500-28249-8

Greene, Liz en Howard Saportas (1995) De grote Lichten. Uitgeverij Schors. ISBN 90-6378-326-4

Hamblin, David (1983) Harmonic charts. The Aquarian Press Northhampshire ISBN 0-85030-660-4

Harding, Esther (1990) Woman's Mysteries. Ancient and Modern, Shambala. Boston & Shaftesbury. ISBN 0-87773-532-8

Law, Sung Ping (1986) The regulation of menstrual cycle and its relationship to the moon. Acta Obstetricia et Gynecologica Scandinavica, 65: 45-8

Nilsson, Lennart (1993) Het grote wonder. De Brink, Amsterdam. 20e druk.

Noble, Vicky 1991) The Shakti Women. HarperSanFrancisco. ISBN 0-06-250667-6

Northrup, Christine (1998) Women's Bodies, Women's Wisdom. Bantam Books, New York, IBSN 0-553-37953-4. Owen, Lara (1993) Her Blood is Gold. Aquarian/Thorons. ISBN 1.85538 312 8

Pasachoff, Jay M. (1991), Astronomy: from the Earth to the Universe, fouth edition, Saunders College Publishing , London ISBN 0-03-031329-5

Pawlowski, Boguslaw (1999) Loss of Oestrus and Concealed Ovulation in Human Evolution, Current Anthropology, Volume 40, nr 3, June.

Ptolemy, Claudius.(1985) The Almagest. Chicago: Britannica, Great Books of the World

Rudhyar, Dane (1967) The Lunation Cycle. Aurora Press. ISBN: 0-943358-26-4a University Press. ISBN 0-691-0179-2.

Samuels et al (1986) Jung-lexicon. Lemniscaat, Rotterdam. ISBN 90 5637-0545.

Sapienza, Carmen (1990) Parental impinting of genes. Scientific American, October, p.26-33

Sjöö, Monica and Barbara Mor (1991) The Great Cosmic Mother: Rediscovering the Religion of the Earth. HarperSanFrancisco, second edition. ISBN 0-06-25791.

Time, Inc (1957) De wereld waarin wij leven. W.Gaade N.V., Delft)

Travis, J. (1997) Why do women menstruate? Science News 151:230-231

Walker, Barbara G. (1983) The Women's Encyclopaedia of Myths and Secrets. HarperSanFrancisco. ISBN 0-06-250926-8

----- (1985 ) The Crone Harper&Row, Publishers, San Francisco. ISBN 0-06-250928-4

Vogh, James ( 1977) Arachne Rising. The Dial Press, Winter,

Johanna J.A. (1989) Welke dierenriem is de juiste de tropische of de siderische? (Den Haag, eigen uitgave) New York. ISBN 0-8037-0245-0

Wood, Gail (2001) Sisters of the Dark Moon, 13 Rituals of the Dark Goddess. Llewellyn, Worldwide St Paul,. Minnesota.

 

Toevoegsel: Krab ipv Kreeft voor het vierde teken van de dierenriem.

Stelling: het verdient de voorkeur om voor het symbool van het vierde teken, het teken 'Cancer', van de Dierenriem, een Krab te nemen in plaats van een Kreeft, zoals die door Nederlandse astrologen wordt gebruikt.

In het 'Etymologische Wörterbuch der Deutsche Sprache' staat onder het woord Krebs het volgende:

Mittel hoch deutsch                                     krebez

Alt hoch deutsch                                         krebiz

Alt sächsisch                                               krebit,

Mittel nieder deutsch,                                   krevet kreft

Mittel niederlandisch,                                   crevet

Neu niederlandisch                                      kreeft

            

Links: uit het Engelse boek van Nicolas Campion en Steve Eddy (1999) The New Astrology Trafalgar Square Publishing. Rechts: uit de Duitse "Grosses Lexikon der Astrologie" Lechner (1999). Publishing Ltd Limassol (Cyprus)