De Uranische Vijfster, Nieuwsbrief nummer 11. Baarn, 20 Februari 2002, tijdperk Vissen

Stichting Democratisering Wetenschap en Astrologie aan Stichting Vulcanus

Het collectief onbewuste van de kunstenaar. *)

250 miljoen jaar geleden waren onze zoogdiervoorouders kleine nachtdiertjes. Nadat onze grote rivalen de dinosauriërs - 65 miljoen jaar geleden - waren uitgestorven, durfden wij uit onze holen komen en begonnen we ons gezichtsvermogen snel te ontwikkelen. Eerst zagen we nog alles in zwart en wit, toen kwam het blauwe pigment in onze ogen en pas kort geleden het rode en groene pigment, zodat we met deze drie pigmenten, via vernuftige hersenprocessen, vele kleuren kunnen construeren. Let wel: kleuren bestaan niet zoals we ze zien, maar worden in onze hersenen gevormd.
De laatste 100.000 jaar zijn we bezig geweest met ons gevoel voor vormen te ontwikkelen We gebruiken hier het woord kijken en daaronder verstaat men een zeker actief gebeuren.

"Hoe ver kan een mens kijken ? " .

We denken dat er weinigen zijn die meteen zullen zeggen. "Dit is een strikvraag". Want men kijkt namelijk niet, men zendt geen stralen uit, net zoals een lantaarn, maar we ontvangen licht in de vorm van elektromagnetische energie en wel slechts een heel klein deel van het gehele elektromagnetische spectrum - dat gaat van radiogolven tot gamma stralen. Deze energie wordt opgevangen door twee uitstulpingen van onze hersenen: onze twee ogen. Ogen zijn immers de spiegel van onze ziel. Het beeld, dat we ontvangen staat daarbij op zijn kop, maar daar weten we ons aardig mee te behelpen.
Het licht dat we opvangen gaat voordat het de receptoren bereikt via een met vocht gevulde oogbal. Tussen twee haakjes slechts 10 % van het ontvangen licht bereikt onze hersenen. Het oogvocht van een ouder iemand is veel troebeler dan die van een jeugdig iemand. De korte blauwe golven worden meer geabsorbeerd en de rode kleur wordt versterkt, denk maar aan de vuurrode zonsondergang door veel waterdamp in de atmosfeer. Avondrood heeft regen in de sloot.
Het doorgelaten licht valt dan op onze retina een halve millimeter dik aan de achterkant van ons oog bezaaid met 110 miljoen receptoren per oog. Het licht wordt dan chemisch bewerkt en omgezet in elektrisch-chemische prikkels, die dan via een ongelooflijk ingewikkeld proces verder door de hersenen worden verwerkt om uiteindelijk een beeld van de wereld om ons heen te vormen.
We hebben tijdens het leerproces van ons gezichtsvermogen vele culturele invloeden ondergaan, die het ontvangen beeld sterk heeft beïnvloed. Het waarnemen moet namelijk sinds onze geboorte worden aangeleerd ( Mensen die op latere leeftijd gaan zien worden stapelgek en willen liefst terug naar hun blinde bestaan).
Een mooi voorbeeld hiervan is toen de wetenschapper Colin Turnball met een pygmee naar de open vlakte van de savanne is gegaan. De pygmee vroeg hem " Wat voor insecten zijn dat?". Colin antwoordde, dat de insecten buffels waren. De pygmee schaterde van het lachen en vertelde Colin dat hij niet zulke domme leugens moest vertellen. Hij had namelijk, levend in het oerbos, nooit ververwijderde voorwerpen gezien en had het perspectief vermogen niet behoeven te ontwikkelen. .

"Bestaat de wereld om ons heen zoals we deze waarnemen? "

Nee, is daarop het enige juiste antwoord. Het beeld dat we waarnemen bestaat alleen maar in ons hoofd en heeft niets met de "werkelijkheid" te maken. Door middel van de hersenen wordt een beeld gevormd, dat in feite niet als zodanig bestaat alleen maar een beeld dat iemand van deze " werkelijkheid" maakt. Het is alleen zijn of haar werkelijkheid en dus een illusie.
Het beeld dat we via onze ogen ontvangen wordt recht door midden geknipt zonder dat we daar iets van zien: het linker deel van het gezichtsveld gaat naar de rechter hersenhelft en de rechter helft gaat naar de linker hersenhelft. Gelukkig hebben we 200 miljoen zenuwdraadjes - het corpus callosum - die deze twee verknipte beelden tot een beeld doet samensmelten. Maar het beeld van de wereld om ons heen wordt ook nog eens overdwars door midden geknipt.. Het onderste gezichtveld gaat naar de bovenste hersenpan en het bovenste gezichtveld naar het onderste hersengedeelte. Ze worden op totaal verschillende manieren bewerkt.. Voor het kijken naar bijvoorbeeld schilderijen is het bovenste gezichtsveld het belangrijkste voor emotie, geheugen etc. Terwijl het onderste deel van het gezichtsveld er voor zorgt, dat we voorwerpen die we in onze hand hebben constant van grootte blijven ondanks het feit dat we verder of dichter bij onze ogen brengen. Probeer het maar eens met het een voorwerp dat U in uw handen neemt. Het blijft dezelfde grootte houden, ondanks dat U het dichter of verder van uw ogen houdt. Het klopt helemaal niet, want als uw oog een camera was zou het beeld dus groter worden als je het voorwerp dichter bij je ogen houdt. Ook dat is weer iets uit onze grote trukendoos: de hersenen.

Hoe dan deze vier beelden weer tot een samenhangend beeld wordt gevormd is voor de wetenschap het GROTE GEHEIM. Niemand begrijpt dit wonder!
Er zijn nog meer gekke dingen aan de hand met onze ogen. Als we onze ogen bewegen zijn we blind. Gelukkig maar want dan zouden we alles vaag zien . We nemen 3 tot 4 foto's van de omgeving per seconde. We denken dat we deze opzettelijke oogbewegingen geheel onder onze controle doelbewust kunnen maken. Ook dit is al een illusie. .Alle bewuste bewegingen die een mens maakt of dat oogbewegingen zijn of een slag tegen een golfballetje worden steeds , voordat we het bewust zijn, voorafgegaan door een belangrijke activiteit in de voorhersenen. Deze activiteit is door Deecke en Kornhuber in 1964 aangetoond en noemde het de Bereitsschaftspotentiaal. Het bewustzijn is dus een "After thought". Dan kun je de Vrije Wil dus ook wel vergeten.
Zoals we zo juist hebben gesteld, maakt iedereen dus een beeld van de wereld om hem heen die sterk persoonlijk getint is en sterk beïnvloed wordt door het persoonlijke onbewuste. Maar behalve dit persoonlijk onbewuste hebben we allemaal als mensen, een ding met elkaar gemeen, dat is het collectief onbewuste . Het is een reservoir van alle ervaringen opgedaan tijdens de ontwikkeling van de mensheid die we met ons meedragen. Men zou dit platvloers kunnen vergelijken met een hele grote zak gevuld met ons collectief onderbewuste. De kunstenaar heeft nu een speciaal zintuig ontwikkeld of meegekregen als talent, waarvan ze zich niet bewust is, maar waar bij zij meer greep heeft letterlijk en figuurlijk om die dingen uit de zak te halen die bij andere mensen bepaalde snaren weten aan te raken

Nadat de kunstenaar een greep uit de zak heeft gedaan laten ze dan uit hun handen vloeien op het doek of papier. Daarna laten ze de beelden op hun inwerken, wanneer ze er goed mee resoneren laten ze het zo, maar soms voelen ze intuïtief aan, dat het niet beantwoordt aan wat ze onbewust voor ogen had , dus als het niet klopt doen ze weer een nieuwe greep uit de grote zak. Het is deze wisselwerking tussen het actief graaien en het weer laten inwerken, dus in alle stilte voelen en ontvangen van beelden die ze eruit hebben gegooid. Ze zijn dus in staat om de wisselwerking tot stand te brengen tussen hun deel van het collectief onbewuste en het doek of steen waardoor ze het op die manier aan ons kunnen doorgeven. Zo komt het dat het ene schilderij iemand niets doet, terwijl het andere opeens een gevoelige snaar bij hem of haar raakt. Er zijn schilders zoals van Gogh, die een hele goede greep uit de grote zak hebben gedaan, maar dat men pas veel later zich daarvan bewust werd hoe goed die greep is geweest.

Dan is er het grote wonder van de Gulden Snede, de verhouding van een lijn in twee ongelijke delen, waarbij het kleinste zich tot het grootste deel verhoudt als het grootste tot het geheel. Deze Gulden Snede verhouding werd door Euclides in de 3e eeuw voor Christus ontdekt. In de dertiende eeuw was het Luca Pacioli di Borgo, die deze verhouding de Divina Proportione (de heilige verhouding) noemde. Hij was goed bevriend met Leonardo da Vinci. Zijn beroemde schilderij "Het laatste avondmaal" is geheel doortrokken van deze Gulden Snede verhoudingen. Behalve in alle soorten van kunstuitingsvormen zoals in de muziek, architectuur, poëzie, schilderkunst komt deze verhouding veelvuldig in de natuur voor. Het fraaiste voorbeeld dat we hiervan gevonden hebben, is de vijfster, het pentagram, een heel oud symbool van zeker 5000 jaar geleden. Niet alleen opgebouwd uit de Gulden Snede maar de verschillende hoeken van de vijfster bevatten astronomische verhoudingen, zoals het rondtollen van onze aardas door de eeuwen heen zijn hierin terug te vinden. Duidelijk een symbool van ons collectief onbewuste. Overal kunnen we deze vijfster met haar vijfvoudige symmetrie terugvinden. Snij maar eens een appel dwars door midden, of let op het nummerbord van Uw auto, of op het oorlogstuig van zowel Amerikanen, Russen als Chinezen of in de 62 nationale vlaggen van de wereld of op het recent zo veel geprezen logo van het Heineken's bierblikje! In zelfs de oudste kunstuitingen zoals de tempels van Egypte wordt de gulden snede toegepast ver voor de tijd dat Euclides deze verhouding heeft ontdekt.

In hoeverre de kunstenaar van deze Gulden Snede verhouding bewust of onbewust gebruik maakt, weten we niet, maar we geloven dat de kunstenaar voor het grootste deel op zijn of haar gevoel afgaat. We zouden willen eindigen met een Chinees sprookje, dat laat zien hoe subtiel en hoe veelzijdig en ingrijpend het aanschouwen van een kunstwerk kan zijn.

Heel lang geleden schreef een Chinese keizer een wedstrijd uit voor welke groep het mooiste schilderij kon maken, zij zouden daarmee een heel grote prijs ontvangen:
In een grote zaal gingen twee groepen aan de slag. Ze mochten er een maand over doen. In het midden van de zaal werd een groot scherm gehangen om de twee groepen van elkaar te scheiden. De ene groep vroeg allemaal schilder materiaal, terwijl de andere groep alleen maar om allerlei schoonmaak middelen vroeg uiteraard tot de grote verbazing van de keizer. Na een maand ging de keizer uiteraard naar de eerste groep en werd verrast door een werkelijk schitterend schilderij en was er al van overtuigd dat deze groep de wedstrijd zou winnen. Vervolgens schoof hij het grote scherm weg en werd verblind door een nog veel mooier schilderij. De groep had de muur zo glad gemaakt dat het schilderij van de andere groep er prachtig in werd gespiegeld maar het kreeg door die spiegeling een meerwaarde en was het deze groep die met de prijs aan de haal ging.

Wat is hiervan de moraal? Onze ogen zijn als de glad geslepen muur die zo gevoelig is geworden dat deze alle invloeden van de wereld om hem, dus in dit geval de schilderijen en beeldhouwwerken eerst passief moeten worden ondergaan waardoor vervolgens door een actieve emotionele spiegeling er iets aan toegevoegd kan worden.

*) De enigszins omgewerkte tekst van een spreekbeurt door Tom de Booij gehouden voor de opening van expositie schilderijen van Beate Emanuel, Marie Louise Oudkerk en Toos van Poppel en de beeldhouwwerken van Luigi Amati. Zeist Villa Sparrenheuvel, vrijdag 25 januari 2002.