De Uranische Vijfster, Nieuwsbrief nummer 14.Baarn, 16 April 2002, tijdperk Vissen

Stichting Democratisering Wetenschap en Astrologie aan Stichting Vulcanus

De geologie en de biologie van de voortplanting van Homo Sapiens

Alvorens we nader in zullen gaan op het verhaal van Adam en Eva en de voorgeschiedenis, slaan we even een zijweggetje in. Hoe denkt de wetenschap momenteel over het verschil tussen man en vrouw? Is deze scheiding nog wel zo strak te trekken? Het is wel een vrij ingewikkeld verhaal geworden, maar we menen toch dat het goed is om te beseffen hoezeer de geologische en biologische kennis zou kunnen bijdragen om een ander beeld van de vrouw, in onze nog sterk door de mannen overheerste westerse cultuur, te krijgen. Daarbij bedoelen we ook het innerlijke vrouwbeeld, dat de man heeft (de anima van Jung). Hillman (8) heeft de psychologie van de anima bestudeerd en toegelicht. Hij legt er de nadruk op, dat zij het is die het onbewuste van onze gehele westerse cultuur gestalte geeft, en het beeld zou kunnen zijn waardoor we in onze fantasie worden bevrijd.

De evolutie van de voortplanting

De eerste vraag, die we stellen: " heeft de natuur altijd de seksuele reproductie gekend?" Miljarden jaren heeft het leven op aarde zich voortgeplant door middel van aseksuele voortplanting. Nog steeds zijn er 1000 aseksuele soorten organismen , maar waarvan verwacht wordt, dat zij uit zullen sterven, omdat zij eens slachtoffer zullen worden van de nadelen van de aseksuele voortplanting.
De franse bioloog Richard M. Michod(
11) vraagt zich af waarom de seksuele voortplanting is ontstaan. Voor een eenvoudig virus of voor een mens vereist seks een partner, die zich tot elkaar aangetrokken voelen. Het is nog steeds een onopgeloste vraag waarom er seks bestaat. Men zou kunnen denken, dat seks nodig is voor de voortplanting. Maar eenvoudige organismen zoals bacteriën en virussen hebben seks zonder voortplanting, Zij wisselen alleen DNA uit zodat opgelopen beschadigingen kunnen worden gerepareerd. Michod p.2-3:

It may come as a surprise to you , but biologists disagree strongly concerning the purpose of sex. Why sex exists at all is one of the great mysteries in biology. There is however one thing biologists can agree on - the costs of sex are plentiful.

We hebben de na- en voordelen op een rijtje gesteld
De 5 nadelen van de seksuele voortplanting:
 

De 5 voordelen van seksuele voortplanting

Maar ondanks de prijs die we moeten betalen, biedt de seksuele voortplanting toch grote voordelen voor het in stand houden van de soort. Heel duidelijk is Michod over de rol die seks speelt: p.6:

The most basic biological consequence is not even reproduction, but rather the health and preservation of the genes, or DNA molecules, carried by the organisms that practice sex. Sexuale creatures vary widely in size, shape and behavior, yet the cleansing and rejuvenating effects of sex at the level of DNA molecule are always the same. Sex is for the genes. Sex repairs genes.

Het is een fascinerende gedachte, dat we via onze voorouders verbonden zijn met al het leven op aarde. 5 miljoen jaar geleden hadden de aap en de mens dezelfde voorouders, met die van een vis 370 miljoen jaar geleden, met die van een worm 600 miljoen en van een boom 800 miljoen jaar of zover als het begin van het leven op aarde zo'n 4 miljard geleden! Het is daarbij goed om te beseffen, dat we alle ervaringen van al onze voorouders tot 4 miljard jaar geleden met ons meedragen in de grote zak gevuld met het collectieve onderbewustzijn, waar we het in onze nieuwsbrieven al enkele keren over hebben gehad.

De bepaling van het geslacht

Hoe wordt het geslacht bepaald? Zoals we allen nu weten wordt het geslacht bepaald door onze sekschromosomen (Figuur 1).
Maar dat is niet bij alle diersoorten het geval
( Figuur 2).
1. Bij de eieren van krokodillen wordt het geslacht bepaald door de temperatuur van de omgeving. De temperatuur waarin de eieren zich bevinden bepaalt de ruimtelijke verdeling van enzymen en hormoon receptoren.
De gecko produceert bij lage en hoge temperaturen vrouwtjes, terwijl bij intermediaire temperaturen worden mannetjes geboren. Als men echter bij een gecko oestrogeen (vrouwelijk hormoon) toedient worden ook bij intermediaire temperaturen toch vrouwtjes geboren.
De temperatuur afhankelijke seksbepaling zou een evolutionaire voorloper kunnen zijn van de genetische controle bij zoogdieren. Het is gebleken, dat bij ratten de temperatuur de invloed van steroïde hormonen kunnen beïnvloeden. Misschien maskeert de invloed van de temperatuur tijdens de ontwikkeling van het embryo bij zoogdieren, omdat ze warmbloedig in tegenstelling tot de krokodillen die koudbloedig zijn.

2. Dan is de seksbepaling door seksueel gedrag en omgeving. Het gaat hier meestal om hermafrodieten, die zowel eierstokken als een zaadbal hebben, die zij te gelijkertijd kunnen gebruiken afhankelijk van het seksueel gedrag en omgeving. Zo worden bij de oranje en witte anemoon vissen eerst mannetjes geboren, die later in vrouwtjes veranderen. Bepaalde koraalrif vissen beginnen als vrouwtjes en worden later mannetjes. De timing van de verandering van seks kan veroorzaakt worden door de verdwijning van een dominant mannetje of vrouwtje.
Er is een vis, die na elke geslachtsdaad afwisselend mannetjes en dan weer vrouwtjes produceert. De wisseling van sekse kan zelfs binnen minuten geschieden als ze bijvoorbeeld een verandering zien in het aantal of het sociale gedrag. Hoe is dit mogelijk?
Het wordt veroorzaakt door signalen uit de hypothalamus van de hersenen, die een directe neuronale verbinding hebben met de geslachtsorganen. De hersenen zijn eigenlijk het meest belangrijke seks orgaan. Bepaalde kernen in de hersenen oefenen controle uit over de penis. Bepaalde gedachten kunnen de penis van vorm doen veranderen!.
Het volgende voorbeeld laat goed zien hoe belangrijk de sociale omgeving is. Larven van een mariene worm, als ze in isolatie worden groot gebracht zijn altijd vrouwelijk, terwijl ze mannelijk worden in aanwezigheid van adulte vrouwtjes. De seks bij een bepaald insect wordt vrouwelijk bij een voldoende hoeveelheid voedsel en mannelijk bij een gering aanbod van voedsel.

3. Niet bevruchte eieren kunnen toch nakomelingen krijgen (parthenogenese)
Bepaalde salamanders produceren alleen eieren, die onbevruchte nakomelingen geven. Alleen is daarbij nodig, dat andere salamanders paringsrituelen opvoeren, niet voor de bevruchting maar voor de juiste beïnvloeding van de eieren. Het blijkt dat als het paringsgedrag goed wordt opgevoerd er meer eieren worden geproduceerd (
Figuur 3).Deze vorm van voortplanting is ontwikkeld uit de het sekschromosomen bepalende systeem. Er zijn echter nog salamanders, die door middel van sekschromosomen de seks bepalen.
Het belangrijkste is wel in alle vormen van geslachtsbepaling de invloed van bepaalde hormonen, die oftewel genetisch of door temperatuur, omgeving en sociaal gedrag etc. bepaald. Het is een continue spectrum en kan men nergens een scherpe grens trekken. Vooral wanneer we het geheel vanuit een evolutionair standpunt bezien. Eerst de onzijdige aseksuele voortplanting, vervolgens de seksuele voortplanting in vele vormen om daarna een voortplanting waar het mannelijk gen niet meer nodig is. Het mannelijk copulatie gedrag is nog een overblijfsel (parthenogenesis).
Nu we dit allemaal weten is het nog niet zo verwonderlijk, dat in vroegere tijden men geen idee had van hoe het geslacht werd bepaald en van wie het kind afkomstig was.
Vroeger dacht men dat de Moeder Godin bevrucht werd door de wind of het eten van een insect, weer later liet men vrouwelijke godinnen ontstaan uit de man zonder tussenkomst van de vrouw (Athena, Aphrodite, zie hiervoor nieuwsbrief 13). Ook dacht men dat de God een mens (Adam) als hermafrodiet heeft gemaakt, dwz in Genesis 1, terwijl in Genesis 2 en 3 de vrouw uit de man ontstaat. Maar op dit onderwerp komen we in de volgende nieuwsbrief uitvoerig terug.

De conceptie van zaad- en eicel

Na deze korte inleiding over de seksbepaling, concentreren we ons nu op de mens en de conceptie. Direct nadat de zaadcel is gepenetreerd in de eicel ontstaat direct een belangenstrijd tussen de zaadcel en de eicel. Ieder vormt een kern waarin ieder zijn of haar genetisch materiaal is samengebracht. Dit noemt men de pro-nucleus. Er heeft tot op dat moment nog geen echte conceptie plaats gevonden van het vrouwelijk en mannelijk genetisch materiaal (Figuur 4).Pas wanneer deze met elkaar in contact komen, versmelten deze tot een bevruchte eicel waar het embryo zich kan ontwikkelen. Men zou kunnen stellen dat dit het echte moment is waarop de werkelijk conceptie heeft plaats gevonden.
Let wel er is een goede reden waarom deze samensmelting nog niet direct plaats vindt. Nadat de zaadcel in de eicel is binnengedrongen voltrekt er bij de eicel een belangrijke proces, namelijk dan wordt pas de echte eicel gevormd. Dat dit proces pas op zo'n laat stadium plaats vindt is om het te beschermen tegen eventuele kwalijke mutaties. Zo zie je hoe de eicel mechanismen heeft ingebouwd om haar belangrijke taak goed te kunnen uitvoeren. Maar gebleken is dat dit proces van het bij elkaar komen niet zo vlekkeloos verloopt, want iedere pro-kern had zijn eigen belang. Voor het toekomstige embryo zijn de vaderlijke genen sterk gericht op een zo goed mogelijke ontwikkeling van de placenta (zo sterk mogelijk nageslacht), terwijl de moederlijke genen meer gericht zijn op de gezondheid van het nieuwe leven (ze wil in staat zijn om nog meer kinderen te krijgen). Het vaderlijk DNA heeft als eerste interesse, dat de foetus zich goed en sterk ontwikkelt. Hoe zwaarder het geboorte gewicht van de foetus is deste groter de kans om te overleven.. Daarentegen is het moederlijk DNA, dat meer denkt aan de mogelijkheid om meer kinderen te krijgen en ook als belang heeft om haar eigen gezondheid veilig te stellen, zodat ze nog meer kinderen kan krijgen. (
Figuur 5)
De Australische geneticus David Haig (
9) zegt hierover nog het volgende:

A big birth weight means that the mother has less resources to fight off disease - and ultimately less resources to expend on future brothers en sisters. The result is the evolution of a conflict within the fetus with paternal genes demanding more from the mother because they have smaller interest in the mother's future reproduction.

Uit dierenproeven is dit gebleken dat als men een kern (pro-nucleus) van de vader uit de cel verwijdert en een moeder kern inbrengt van een andere individu, de placenta niet goed wordt ontwikkeld. Omgekeerd wanneer twee vaderlijke kernen bij elkaar komen de placenta zich uitstekend ontwikkelt.Bij de mensen kan een bevruchtte eicel soms het vrouwelijke genoom verliezen en er dus twee mannelijke chromosomen zijn waardoor het weefsel voor het aanmaken van een placenta zich als een kwaadaardig weefsel kan ontwikkelen.
In dit verband zou ik een citaat willen aanhalen uit het boek van Neumann p.147 (
15) over de ontwikkeling van ons bewustzijn, omdat hij ook een verschil in belangen ziet tussen de man en vrouw:

The male collective is the source of all the tabooes , laws an institutions that are destined to break the dominance of the uroborus and Great Mother. Heaven , the father, and the spirit go hand in hand with masculanity and represent the victory of the patriarchate over the matriarchate. This is not to say that the matriarchate knows no law; but the law by which it is informed is the law of instinct, of unconscious, natural functioning, and the law subserves the propagation, preservation , and evolution of the species rather than the development of the single individual.

De structuren die voor de huishouding in alle cellen zorgen van zowel de man als de vrouw, zijn van zijn- of haar moeder afkomstig

Er gebeurt nu na deze uiteindelijke conceptie iets heel merkwaardigs. Het vrouwelijk genetisch materiaal is verantwoordelijk voor de structuren in onze cellen, die zorgen voor de energie voorziening (metabolisme) Deze structuur wordt mitochondria genoemd. Elke man erft uitsluitend van zijn moeder deze belangrijke structuur (zuurstoffabriek) voor het in leven houden van de cel! (Figuur 6 )
Weer even een kleine zijstap naar dit mitochondria, die voor ons leven van het grootste belang is.. Het mitochondria is 2 miljard geleden als een gast opgenomen door een cel, die reeds een kern had. Deze symbiose is van groot belang geweest voor de levensvatbaarheid van deze cel. Immers in die tijd veranderde de atmosfeer van een zuurstofloze tot een zuurstofrijke. Door middel van ademhaling kon het mitochrondria de zuurstof omzetten in energie. Dit mechanisme had de gastheer cel zelf niet ontwikkeld, dus werd de gast met open armen ontvangen.
Mitochondria zit in iedere cel van ons lichaam. Het heeft een eigen DNA en is duidelijk verschillend met het DNA van de kern. Mutaties in mitochondria DNA gaan sneller dan in de DNA van de kern. We kunnen het daardoor goed gebruiken als moleculaire klok. Het bijzondere van mitochondria is dat het afstamt van een vrouw die ergens in Afrika 200.000 jaar geleden heeft geleefd. Zo heeft men ook kunnen aantonen, dat de mens en de chimpansee een gezamenlijke voorouder heeft zo'n vijf miljoen jaar geleden.
Zoals we al gezien hebben is het mitochondria, afkomstig van een bacterie, die in onze cel als gast ongeveer 2 miljard jaar geleden is binnengekomen. Deze symbiose is voor beide attractief gebleken. Het mitochondria vond bescherming van het membraan van de gastheer, terwijl de gastheer profiteerde van het feit dat het mitochondria een mechanisme had ontwikkeld om zuurstof uit de atmosfeer op te nemen: de ademhaling.. Deze zuurstof kon voedingsstoffen omzetten in het energierijke molecuul ATP. Maar dit alles heeft ook zijn keerzijde. Bij dit metabolistische proces worden vrije radicalen geproduceerd, die een schadelijke werking hebben op zowel het mitochondria zelf als de overige delen van het cytoplasma. Het DNA in de kern wordt door het membraan bespaard voor deze beschadiging. Het mitochrondia heeft niet deze veilige omhulling en de mutatiegraad is ook hoger dan de kern DNA.
De spermatozoa heeft geen mitochrondrisch DNA, alleen wat voor de energievoorziening van de staart die het mogelijk maakt om het spermatozoa te laten voortbewegen. Deze staart verliest hij wanneer het de eicel binnendringt. Vanaf de puberteit af worden spermatozoön aangemaakt. Ze hebben geen last van de schadelijke werking van de afvalproducten van het mitochondria en zijn dus als het ware "eeuwig". Anders is het bij de ontwikkeling van de eicel. Enkele maanden na de conceptie wordt via het proces van mitosis (celdeling) ruim 7 miljoen oocyten aangemaakt en om uiteindelijk 400 oocyten af te geven tijdens het leven van de vrouw. Maar het meiotische (celsplitsing) proces wordt pas afgemaakt, wanneer de oocyte wordt bevrucht. De oocyte is dus de oudste cel in het lichaam van de vrouw. Het langzame proces van meiosis is er op gericht om zo min mogelijk schade aan te richten aan het mitochondrisch DNA. Het is uiteraard van levensbelang, dat er gezond mitochondrisch DNA voor het toekomstig embryo beschikbaar is, terug te brengen van miljoenen oocyten tot 400. Dat is dan ook te zien als een selectief proces om alle ongezonde oocyten te elimineren.
Opvallend is ook het grote verschil in grootte tussen de eicel en de spermatozoa. Ook het aantal, de productie van slechts 400 eicellen in een heel leven van de vrouw versus 400 miljoen spermatozoön per elke zaadlozing. Het ei van de zoogdieren heeft geen grote hoeveelheid eiwit nodig om het embryo te voeden zoals bij eierleggende dieren. Het is dan ook niet verwonderlijk, dat de eicellen van muis tot olifanten vergelijkbaar zijn in grootte!.
Is het niet merkwaardig dat door het opnemen van een bacterie 2 miljard jaar geleden we zowel het leven als ook de dood hebben binnen gehaald.
In een artikel van R.V. Short (
19) wordt de eicel vergeleken met de schone slaapster die het proces van rijping van haar eicel uitstelt tot ze van de Prins een kus heeft gekregen. Maar het verhaal loopt niet goed af want doordat in het mitochondria bij het produceren van energie vrije radicalen worden geproduceerd, die de celinhoud aantast en daardoor steeds snellere mutaties teweeg brengt die op hun beurt weer een toename van de productie van vrije radicalen bewerkstelligt. De cel is uiteindelijk ten dode opgeschreven.

Ook de andere structuren in de cel zijn uitsluitend afkomstig van de moeder. Zoals het membraan die het in- en uitgaan van moleculen reguleert. Op het oppervlak zitten speciale receptoren, die signalen opvangen van andere cellen en ook moleculen die cellen in staat stellen zich aan andere cellen te hechten. Binnen in de cel zit het cytoplasma. Hierin zitten organellen zoals het bovengenoemde mitochondria die zorgen voor allerlei taken. Meer dan de helft van het cytoplasma wordt ingenomen door het cytosol. Volgepakt met enzymen en ribosomen (eiwitfabrieken). De reden dat de vrouwelijke chromosomen zorgen voor de aanmaak van organellen in het cytoplasma is gelegen in het feit dat wanneer beide sekschromosomen dit voor hun rekening zouden nemen er een ware organellen oorlog uitbreekt: het 'intergenomic conflict' geheten. Vanwege het gevaarlijke mitochondria zou het zeer schadelijk zijn als het mitochrondria door zowel het mannelijk als vrouwelijk genetisch materiaal werd bepaald. Het mannelijk Y chromosoom heeft de strijd eenzijdig opgegeven en heeft het aanmaken van de organellen in het cytoplasma overgelaten aan de vrouwelijke chromosomen. Het mannelijk Y chromosoom bemoeit zich alleen met het bepalen van de mannelijk geslachtsorganen.. Dit Y chromosoom heeft ook zijn geschiedenis. Hier over later.
Even tussen haakjes de mens heeft in totaal 100.000.000.000.000 cellen in ongeveer 350 celtypen, allemaal afkomstig uit die ene bevruchte eicel.

De willekeurige uitschakeling van één X chromosoom

Als nu het genetisch materiaal van de man en de vrouw bij elkaar komen ontstaat er direct een probleem. We zien direct de ongelijkheid aan de ene kant twee XX chromosomen (vrouwelijk) en aan de andere kant XY (mannelijk). 3 X chromosomen tegen een Y, dus een X chromosoom te veel. Hoe lost men het probleem op zodat van iedere kant een gelijke hoeveelheid genetisch materiaal bij het reproductieproces betrokken wordt. Een X chromosoom moet dus worden uitgeschakeld.
De uitschakeling van een X chromosoom geschiedt door het XIST gen. De uitschakeling van het X chromosoom gebeurt in de vroeg embryonale ontwikkeling. In een bepaalde cel wordt er geheel willekeurig één van de twee X uitgeschakeld en omgezet in het zgn. Barr lichaam. (
Figuur 7). Het kan dus een X chromosoom zijn dat of van de vader of van de moeder afkomstig is (behalve bij de kangoeroe waar altijd de mannelijke X chromosoom wordt uitgeschakeld). Dit gen is pas kortgeleden in 1996 ontdekt door Penny et al.(16).
Het is belangrijk of je een gen van je vader of je moeder hebt gekregen. Elk gen komt in het lichaam twee maal voor één van de moeder en één van de vader. Soms is een gen dominant over een ander gen ( het recessieve gen). Het recessieve gen komt alleen tot uitdrukking als beide recessief zijn. Mooi voorbeeld is kleurenblindheid. Het is een recessief X gen. Mannen dragen hun X gen alleen over aan hun dochters, hun Y chromosoom aan hun zoon. Dus kan een kleurenblinde man nooit het gen aan zijn zoon overdragen wel aan zijn dochter dus 50% kans heeft dat het kleurenblinde gen kans heeft maakt. Een moeder die drager is van het kleurenblinde gen heeft dus veel meer kans om kleurenblinde zonen te krijgen, omdat alle X chromosomen tot uitdrukking kunnen komen is dus sprake van een ongelijke overerving van genen via mannen en vrouwen. Nu komt er weer iets wat van de oude wetten van Mendel afwijkt het proces van chromosoominprenting. De chromosoominprenting is alleen maar voor de eerste generatie van nakomelingen en geen permanente verandering van het chromosoom, dit komt omdat bij de nieuwe cyclus bij het in- en activeringsproces, zoals we gezien hebben weer nieuwe kansen worden geschapen. Het proces van inprenting is niet gevonden in andere dieren dan bij zoogdieren.
Men is op zoek naar het mechanisme en de moleculair basis van de chromosoominprenting. Men denkt daarbij dat het proces van DNA methylering een rol kan spelen. Bepaalde basen van het DNA worden voorzien van een methylgroep (-CH3). Het blijkt dat genen een verschillende mate van methylering hebben afhankelijk van de ouder waarvan ze afkomstig zijn verdwijnen van methylgroepen gekoppeld aan het DNA zou ook een oorzaak kunnen zijn van het verouderingsproces van de cellen. Het verlies van methylering zou kunnen leiden tot de activering van stille genen die daarvoor door de aangehechte methylgroepen hun schadelijke werking niet zouden kunnen uitoefenen.

De dragers van ons genetisch materiaal en hun sterfelijkheid

Aan het eind van elk chromosoom zit een kapje, dat niet is voorzien met genetisch materiaal. Het zorgt voor de stabiliteit van het chromosoom . Dit kapje noemt men telomeer Door de deling van het genetisch materiaal gaat er altijd wel iets verloren aan het einde. Deze telomeren zorgen er voor dat zo min mogelijk verloren gaat. Het is te vergelijken met het afdekknopje van een veter in de loop van iemands leven gaan er van deze telomeren veel verloren. Wanneer de telomeer niet lang genoeg is en niet meer zijn werk naar behoren kan doen tijdens het proces van deling betekent dit uiteindelijk dat de cel ten dode is opgeschreven. Het merkwaardige is dat tumorcellen hun telomeren zeer goed in stand kunnen houden, zodat ze onsterfelijk zijn en omgekeerd de mens sterfelijk! Menselijke cellen hebben het gen dat het enzym maakt die nieuwe stukjes telomeren kunnen aanmaken, maar deze zijn na onze geboorte niet meer actief, een uitzondering is de zaadcel die dus net als de tumorcellen "eeuwig" zijn. Men heeft aangetoond dat de telomeren van vissen, amfibieën, reptielen, vogels en zoogdieren (meer dan in 100 soorten) identiek zijn. Dan te bedenken dat zij 400 miljoen jaar geleden een gezamenlijke voorouder hadden!.(Figuur 8).

De rol die het mannelijk Y chromosoom speelt bij de conceptie.

Vroeger hadden de vissen wel een Y chromosoom, maar in de loop van de tijd combineerden ze zich niet meer met het X chromosoom, en verdwenen de Y chromosomen helemaal. De meeste gebruikelijke sekschromosomen zijn de X en Y chromosomen: XX vrouwelijk en XY mannelijk. Terwijl bij vogels is het precies andersom, de ongelijke ZW chromosomen zijn vrouwelijk en de gelijke ZZ chromosomen zijn mannelijk! Opmerkelijk is dat de grootte van de sekschromosomen bij vissen en amfibieën niet verschillend zijn, terwijl bij de zoogdieren er een opmerkelijk verschil in grootte is tussen het grote X en het kleine Y chromosoom. Op het X chromosoom zijn zelfs genen, die niets met de seksbepaling te maken hebben.
Het Y chromosoom is steeds kleiner geworden tijdens de evolutie. Het Y chromosoom heeft het SRY gen dat het mannelijk geslacht bepaalt, dwz het bepaalt de aanmaak van een serie eiwitten en hormonen die de vrouwelijke geslachtsorganen vernietigen. Het is pas in 1990 dat men dit gen heeft gevonden op de korte arm van het Y chromosoom (
Figuur 9). Het is ook gevonden bij vogels en reptielen, maar daar hebben ze geen rol in de seksebepaling. Zo ook bij deze diergroepen zijn de evolutionaire wegen tov de zoogdieren uit elkaar gegaan. Toch hadden ze een gemeenschappelijke voorouder 200 miljoen jaar geleden.
Een XY vrouw, die een duplicatie heeft van de korte arm op het X chromosoom veroorzaakt dat het SRY gen niet werkzaam kan worden vandaar dat zij als vrouw door het leven gaat. Het is waarschijnlijk dat het aantal X chromosomen bepalend was voor de sekse. In de toekomst zullen we zeker zien dat de Y chromosoom verpietert en zullen genen van het X chromosoom de rol van het SRY gen op het Y chromosoom gaat overnemen. Het feit dat het Y chromosoom langzamerhand gaat verdwijnen is te wijten, dat tijdens het mengen van genen in het meiotische proces heel weinig uitwisseling plaats vindt tussen het Y en X chromosoom . Bij proeven met een vlieg heeft men gezien dat als men het Y chromosoom belet om te recombineren met het X chromosoom het Y chromosoom zijn actieve genen verliest.
Het zou wel eens kunnen zijn, dat het Y chromosoom, ten dode is opgeschreven! In een artikel in het wetenschappelijk blad Science staat als kop: "Rise and Fall of the Y chromosome"(
13). In dit artikel wordt aangehaald een uitspraak van de beroemde geneticus William R Rice:

Once a Y chromosome stops recombining it is doomed to lose all, or virtually all of its genetic activity. What intrigues me about this phenomenon of the Y not recombining and degenerating is how closely it mirrors what happens to asexual species. We know that most asexual species are at the tips of the tree of life; that they are doomed to extinction, apparently because of the lack of genetic recombination. It maybe that the same mechanism that causes the Y to degenerate also cause a sexual species to die out.

Er zijn verschillende soorten sperma's in een lozing

Baker en Bellis (2) hebben in hun boek een hypothese naar voren gebracht waarin zij geloven in verschillende soorten sperma met een variëteit grootte en vorm in één ejaculaat. Vele van deze zijn niet geschikt om de eicel te bevruchten. Zoals de "blockers", die de passage van later ingebracht vreemd zaad de toegang versperren. Andere hebben de "seek-and destroy" functie. Door deze verdeling van arbeid zijn er maar weinig die voorbestemd zijn om tot de eicel door te dringen. Ze vatten deze theorie samen onder de naam "Kamikaze Sperm Hypothesis". Maar hun ideeën worden door sommige reproductieve biologen nog niet geaccepteerd, want ze willen een sterkere bewijsvoering.
De eicel is op haar beurt bijzonder kieskeurig en accepteert alleen sperma's die voor een goed embryo kunnen zorgen. In de natuur is een goed voorbeeld te vinden. De vrouwelijke zandhagedis accepteert alleen sperma van ver verwijderde verwante mannetjes. Zelfs als ze niet kunnen voorkomen, dat ze toch gedekt worden door een mannetje dat nauw verwant is, wordt het sperma niet geaccepteerd. Ook is wel even aardig om te noemen, dat het aantal sperma's van verschillende dieren sterk uiteenloopt. Zo heeft een koningin mier slechts 3 spermatozoön nodig om een werker te produceren, terwijl een varken maar liefst 20 miljard spermatozoön nodig heeft voor een nakomeling.
Door de milieu vervuiling is het aantal spermatozoa afgenomen. In het gezaghebbende tijdschrift de Lancet heeft R. Sharpe en Niels E. Skakkebaek (
17 ) de hypothese gelanceerd, dat de estrogenen die vrijkomen door de milieuvervuiling de reproductie systemen van de man aantasten. Skakkebaek zegt hierover:

" When I was going to medical school in the 1960s more than 60 million per milliliter was normal. And it has changed to 40, and some years ago the World Health Organisation set the line of 20 million".

In 1940 was 113 miljoen per milliliter normaal! Ook is het volume afgenomen van 3,40 tot 2.75 milliliters. Een zorgelijke ontwikkeling bedreigt de man!

Wanneer wordt nu het geslacht bepaalt van een embryo?

Dit gebeurt pas na 6 weken! Het onzijdige embryo gaat nu beslissen of het de mannelijke of de vrouwelijke of de hermafroditische weg in gaat slaan. (Figuur 10,11, 12).
Na 24 dagen worden de eerste geslachtscellen zichtbaar en worden zij verplaatst naar waar later de geslachtsorganen zich zullen gaan ontwikkelen. Na 6 weken komt de differentiatie op gang. De invloed van bepaalde hormonen is hierbij van doorslaggevende betekenis.. Als het erfelijk materiaal twee XX chromosomen heeft, worden de vrouwelijke geslachtsorganen ontwikkeld en de mannelijke vernietigd. Als daarentegen het mannelijkheidsgen SRY zijn werk kan doen, wordt door het gen een eiwit gecodeerd, dat op zijn beurt zorgt voor de aanmaak van Sertoli cellen, die er voor zorgen dat de vrouwelijke reproductie organen worden vernietigd. Het SRY eiwit herkent ook een bepaald gen en weet dit gen te onderdrukken. Door deze onderdrukking wordt de normale omzetting van testosteron in oestradiol tegengegaan. Door de aanwezigheid van testosteron kunnen de Leydig cellen zich ontwikkelen wat tot gevolg heeft, dat mannelijke reproductieorganen worden aangemaakt.
Het hormoon testosteron wordt in het bloed opgenomen en bepaalt de mannelijke ontwikkeling van het gehele lichaam. Ook wordt een ander hormoon aangemaakt (DHT). Dit heeft een grotere affiniteit op receptoren dan het testosteron. 5- 6 maanden na de conceptie is het gehalte aan testosteron het laagst. In die periode dat de externe geslachtsorganen worden gevormd, kan het gevoeligere DHT zijn werk doen. Is het enzym niet aanwezig dan zullen er in die periode minder externe mannelijke organen worden gevormd. Later als het gehalte aan testosteron weer hoog is kunnen deze meer vrouwelijke geslachtsorganen toch weer overgaan in echte mannelijke organen.
Bij de afwezigheid van het SRY gen dwz door de afwezigheid van het hormoon dat de Sertoli cellen maakt en de aanwezigheid van het gen, dat er voor zorg draagt, dat testosteron in oestradiol wordt omgezet worden de mannelijke reproductieorganen vernietigd en die van de vrouwelijke aangemaakt.
Hoe groot de invloed van de hormonen is aangetoond in de baarmoeder van een muis waar een aantal embryo's naast elkaar liggen. Het blijkt dat wanneer een mannetjes embryo tussen twee vrouwtjes ligt het later meer vrouwelijk is, terwijl omgekeerd wanneer een vrouwtjes embryo tussen twee mannetjes ligt deze een meer mannelijk gedrag vertoont.
Gedurende de ontwikkeling van de hersenen is de hormonale invloed cruciaal. Seksverschillen in de hersenen worden zowel genetisch als ook door invloeden van buitenaf zoals die van hormonen bepaald. Het dikwijls geciteerde gezegde "Nature or Nuture" is daardoor verouderd. Een mooi voorbeeld geeft G. Dorner (
6 ). Hij laat in een grafiek zien, dat tijdens de hevige bombardementen van Duitsland (Leipzig, Dresden) tijdens de tweede wereldoorlog er een hoger percentage homoseksuelen werd geboren. De vrouwen stonden meer onder stress en was de productie van het hormoon testosteron duidelijk lager (Figuur 13).
Ook is het mogelijk dat zich een hermafrodiet zich ontwikkeld. Het zijn mensen die zowel mannelijke als vrouwelijke geslachtscellen kunnen produceren. Zij bezitten een zaadbal en een eierstok, dit zijn de echte hermafrodieten. De pseudo-hermafrodieten hebben zowel de mannelijke (testis en vrouwelijke genitaal organen zonder eierstok), als vrouwelijke (eierstok met mannelijke geslachtsdelen maar geen zaadbal). Dus in totaal zijn dit al 5 seksen, maar in werkelijkheid zijn alle gradaties mogelijk. Dit komt simpel door het feit dat de bevruchtte eicel het geslacht nog niet bepaald is. In de Griekse oudheid onderscheidde men een derde sekse: de hermafrodiet Er zijn vroeger bijbelvorsers geweest die hebben beweerd, dat Adam een hermafrodiet was. In de Talmud en de Tosefta (Joodse wetboeken) waren strafbepalingen opgenomen voor de hermafrodieten. Ook Plato dacht er zo over. Aan het eind van de middeleeuwen moest men kiezen of men was man of vrouw. Interseksualiteit was niet toegestaan. In 1600 is een Schotse hermafrodiet levend begraven omdat hij gemeenschap met de dochter van zijn meester heeft gehad (
Figuur 14).
Het hangt er helemaal van af hoe het genetisch materiaal er voor zorgt welke hormonen worden aangemaakt, zodat of mannelijke of vrouwelijke geslachtsorganen tot ontwikkeling komen. Ook al is het genetisch materiaal mannelijk, kan het toch zijn dat de genen hun werk niet kunnen doen en zien we hoe het embryo tot een mens kan uitgroeien, die vrouwelijke eicellen kan aanmaken. Zo zijn er nog vele mogelijkheden, die aantonen dat alles mogelijk is wat betreft de uitkomst van het geslacht mogelijk maakt.
Door de al of niet aanwezigheid van het hormoon androgeen, wordt beslist of het een jongetje of een meisje wordt. De clitoris en de penis zijn de zelfde organen. Labia majora en het scrotum zijn ook gevormd uit hetzelfde weefsel. In de aanwezigheid van het androgeen worden de twee lippen groter, vouwen naar elkaar toe en worden samengesmeed langs de middellijn en vormen de zaadzak.
Soms gaat het niet goed, wanneer bijvoorbeeld de receptoren niet gevoelig zijn voor het testosteron zodat de celweefsels zich dan kunnen ontwikkelen in vrouwelijke geslachtsorganen. Deze personen zien er uit als vrouwen en gedragen zich ook als vrouwen, ondanks hun mannelijke chromosomen Ze hebben geen last van menstruatie en kunnen ook niet bevrucht worden (Androgeen Insensitivity Syndrome).
Ook kan het gebeuren, dat zich andere hormonen (DHT) dan testosteron vastzetten aan de androgeen receptoren Er ontwikkelen zich dan externe geslachtsorganen in vrouwelijke lijn. In de puberteit, wanneer het testosteron gehalte weer hoog is geworden, kunnen normale mannelijke geslachtsorganen zich alsnog ontwikkelen. Deze ziekte is ontdekt in de Dominicaanse republiek waar een aantal mensen in hun puberteit veranderen van vrouw tot man. Dezelfde afwijking is ook gevonden en Papua New Guinea (5-Alpha Reductase Definciency).
Ook zijn er personen gevonden met twee X chromosomen en een Y chromosoom. De Leidig cellen kunnen niet genoeg testosteron produceren. Bij mannen ontstaan borsten. De testis wordt kleiner dan normaal en heel weinig of geen sperma kan worden aangemaakt (Klinefelter Syndroom).
Het zgn. Turner syndroom komt voor bij mensen, die slechts een X chromosoom hebben. De vrouw heeft een normale ontwikkeling van de eierstokken, maar later in de ontwikkeling verdwijnen de eierstokken. Er is een duidelijk afwezigheid van seks hormonen, waardoor geen borsten gevormd kunnen worden, maar de geslachtsorganen zijn duidelijk vrouwelijk.

We geven over de relatie man-vrouw het woord aan 4 geleerden:

Professor Dr Steven Jones- hoogleraar in de genetica(Londen)

Het lijkt erop dat het bestaan in essentie vrouwelijk is, en de mannelijkheid alleen een modificatie van de vrouwelijke ervaring. Deze theorie suggereert dat mannen slechts parasieten op vrouwen zijn, individuen die wel het genot van de voortplanting ( en het doorgeven van het mannelijkheids-gen) kennen, maar weinig van haar pijn.

Professor Dr David Crews- hoogleraar in de zoölogie (Austin Texas)

De vrouw is de voormoederlijke seks en de man is afgeleide seks. Mannen lijken meer op vrouwen, dan vrouwen op mannen.

Professor Dr Laurence Hurst - hoogleraar in de biologie (Oxford)

In het twee seksen systemen geeft de man zich over aan de vrouw, want zij heeft het alleenrecht om de organellen van de cel door te geven. De man draagt alleen bij door het doorgeven van de mannelijke chromosomen, maar niet de andere bestanddelen van de cel die zorgen voor de instandhouding van de cel. De vrouwen hebben grote eieren en de man kleine zaadcellen .

Dr Simone Levay - medewerker Salt Instituut (SanDiego)

Basis asymmetrie: een vrouw is zeker, dat zij door een man wordt bevrucht, terwijl de man in een harde strijd is gewikkeld met zijn soortgenoten, en het risico loopt om nooit een vrouw te kunnen bevruchten. Van de vrouw uit gezien is de man iets meer dan een parasiet, die gebruik maakt van het streven van de vrouw om nakomelingen te produceren.

Om dit zwaarwichtig verhaal enigszins ludiek te eindigen citeren we uit het boek van Anne Moir en David Jessel "Het grote verschil tussen man en vrouw" p.131: ( 12 )

Zo kan de neiging tot promiscuïteit - de neiging tot vreemdgaan - van de man op een evolutionaire stamboom bogen. Het was voordelig iedere gelegenheid aan te grijpen om de numerieke sterkte van de stam te vergroten. Hoe groter het aantal nakomelingen was, des te groter de kans werd dat de genen aan een volgende generatie zou worden doorgegeven.(…)

Iedere veefokker weet dat telkens als een stier verzuimt een koe te dekken de drang tot copuleren - maar onmiddellijk- kan worden opgewekt door de stier een andere koe aan te bieden.(…)

Dit werd in Amerika bekend als het "Coolidge-effect, als gevolg van een paar opmerkingen die gemaakt werden toen president Calvin Coolidge ( van 1923-1929 de 30e president van de Verenigde Staten) en zijn echtgenote een bezoek brachten aan een modelboerderij van de overheid. Toen mevrouw Coolidge de kippenren passeerde vroeg zij hoe vaak de haan per dag copuleerde. 'Tientallen keren,' luidde het antwoord. 'Zegt u dat tegen de president', verzocht mevrouw Coolidge. Toen de president op zijn beurt de kippenren passeerde en hij over de haan werd ingelicht, vroeg hij:' Iedere keer met dezelfde kip?' Het antwoord: 'O nee, meneer de president, telkens een andere'. De president knikte langzaam en zei toen: 'Zeg dat eens tegen mevrouw Coolidge'.

In de volgende nieuwsbrief vervolgen we met de matriarchale mythische figuren, die een transformatie hebben ondergaan door de patriarchale invloeden. (Hera, Athena, Artemis etc).

Vervolgens gaan we dieper in op het verhaal van Adam en Eva en zijn voorgeschiedenis..

Lijst van de figuren die behoren bij de tekst
1. Geslachtsbepaling bij Homo Sapiens (Moir en Jessel,
12)
2. Alle vertebraten vertonen een complementair seksueel patroon. Alleen zij bereiken dit op 4 verschillende wijzen (Crews,
4)
3. De biologie van het "seksueel" gedrag van een parthonogene wipstaart hagedis. De ovulatie wordt bevorderd door het paargedrag , een relict van de tijd dat ze nog via het paren bevruchtte eieren legden. (gaan wij mensen ook die kant uit?) (Crews,
5)
4. De verschillende fasen van de bevruchting van een eicel. Het vormen van twee pro-nuclei, zowel vrouwelijke als mannelijke. Vervolgens smelten zij samen en kan de vorming van het embryo beginnen (Carlson,
3).
5. Muizen met twee kopieën van het chromosoom 11. Links: ondermaatse muis met twee kopieën van de moeder; midden: normaal grootte, een kopie van vader en moeder; rechts: oversize met twee kopieën van de vader (Sapienza
18)
6. Het invangen van mitochondria in onze voorouderlijke cel (eigen tekening)
7. Het uitschakelen van een X chromosoom. De vorming van Barr lichamen. (Internet,
20)
8. De telomeren van vijf verschillende dieren zijn identiek. Ze hebben een gezamenlijke voorouder 400 miljoen jaar geleden en in die tijd is de telomeer niet veranderd Zulke behoud van een DNA opeenvolging is hoogst merkwaardig.
9. De geschiedenis van het seks bepalende Y-chromosoom. In 1959 ontdekt dat het verschil tussen mannelijk en vrouwelijk de aanwezigheid van het Y chromosoom, maar het duurde nog tot 1990 toen men het SRY gen ontdekte (Carlson,
3).
10.De nog ongedifferentieerde staat van de genitale organen van een embryo van zes weken (Carlson,
3)
11.Door de afwezigheid van het SRY gen van het Y chromosoom ontwikkelen zich de vrouwelijke genitaal organen en wegen. A: aan het einde van de tweede maand B: volgroeide foetus.
12.Door de aanwezigheid van het mannelijke SRY gen ontwikkelen zich alleen de mannelijke genitaal organen en wegen A.: Aan het eind van de tweede maand B. volgroeide foetus.
13.Geboorte homoseksuelen in Oost Duitsland, voor, gedurende en na de tweede wereldoorlog (Dorner,
6)
14.Oosterse voorstelling van de interseksualiteit.

Gebruikte literatuur:
1. Baker, R.Robin and Mark A.Bellis (1995) Human Sperm Competition: Copulation, Masturbation and Infidelity. Chapman & Hall. 
2. Becker, Jill B.S., Marc Breedlove and David Crews, editors(1992). Behavioral endocrinology. A Bradford Book, The MIT Press, Cambridge, Mass.ISBN 0-262-02342-3
3. Carlson, Bruce M. (1994) Human embryology and development biology. Mosby St Louis. ISBN 0-8016-6415-2.
4. Crews, David (1994) Animal sexuality. Scientific American, January, p. 97- 103
5. Crews, David (1994) Constraints to parthenogenesis p.23-49. In het boek: The difference between the sexes.Ed. R.V.Short and E. Baladan Cambridge
    Univ Press,ISBN 0-521-44411- XB
6. Dorner,G. (1981) Sex Hormones and Neurotransmitters as Mediators for Sexual Differentiation of the Brain. Endokrinologioe, 78, p.128-138
7. Fausto-Sterling, Anne (1985) Myths of Gender. Biological theories about women and men.Second Edition.Basic Books. A division of HarperCollins
    Publishers.ISBN 0-465-04791-2
8. Hillman, James (1972) The Myth of Analysis. Northwesteren University Press. Evanston, Ill.
9. Hurst,L. (1992) Intra-Genomic Conflict as an Evolutionary Force. Proceedings of the Royal Society (London), Series B 248, 135
10. LeVay, Simon(1993) The sexual brain. A Bradford Book The MIT Press, Cambridge, Mass.ISBN 0-262-12178-6
11. Michod, Richard E. (1994) Eros and evolution: a natural philosophy of sex. Helix Books. Addison-Wesley Publishing Company ISBNN 0-201-40754-X
12. Moir, Anne en David Jessel (1990) Het grote verschil tussen man en vrouw. Zomer &Keuning Boeken B.V., Ede. ISBN 90-219-0079-2
13. Morrel, Virginia (1994) Rise and Fall of the Y chromosome. Science, Vol.263, 14 January p.171-172
14. Moyzis, Robert K. (1991) The human telomere. Scientific American, August, p.34-41
15. Neumann, Erich (1993) The origins and history of consciousness. Bolingen, series XLII, Princeton University Press. ISBN 0-691-01761
16. Penny, Graeme D. et.al. (1996) Requirement for Xist in X chromosoom inactivation. Nature, vol.379, 11 January, p.131-137
17. Rennie, John (1993) Malignant Mimicry. False estrogens may cause cancer and lower sperm count. Scientific American, September, p. 15-16
18. Sapienza, Carmen (1990) Parental impinting of genes. Scientific American, October, p.26-33
19. Short, R.V. and E. Balaban (1994) The differences between the sexes. Cambridge University Press
20.Internet : Sexual Reproduction in Humans