De Uranische Vijfster, Nieuwsbrief nummer
22
Baarn, donderdag 29 juli 2004
Stichting Democratisering Wetenschap en Astrologie
De steeds groter wordende kloof tussen de Astronomie en de Astrologie
Inleiding
Het is weer heel lang geleden, dat de laatste Uranische Vijfster Nieuwsbrief
(nr. 21 van 26 november 2003) is verschenen. In de laatste nieuwsbrief heb ik
gewezen op de steeds groter wordende kloof tussen de astronomie en de
astrologie. Om dit verschil met een voorbeeld aan te tonen, hebben we in deze
nieuwsbrief gekozen over de rol die de planeten van ons zonnestelsel spelen in
de astronomie en de astrologie. De planeten worden door de westerse astrologen
gebruikt als de heersers van de tekens en huizen van de dierenriem (zodiak). De
astronomen hebben een totaal ander beeld over deze zelfde planeten. Het leek een
eenvoudig uitgangspunt, maar het bleek al spoedig dat het verschil tussen de
astronomie en de astrologie zich niet laat vangen door te na te gaan hoe men
denkt over de planeten. Het verschil ligt veel dieper en fundamenteler en lijkt
bijna onoverbrugbaar. De laatste 8 maanden heb ik me verdiept in de astronomie.
Via het internet heb ik kunnen zien hoe de astronomie zich in een sneltreinvaart
ontwikkelt en er wordt dan ook door de astronomen gesproken over de gouden eeuw
van de astronomie. Vooral sinds de Hubble Ruimte Telescoop in 1990 is gelanceerd.
Hij draait op 600 km hoogte rond de aarde.(Gelukkig heeft de NASA besloten om de
Hubble toch te repareren zodat het weer 5 jaar beelden naar de aarde kan blijven
sturen). Sinds Galilei zijn telescoop naar de
hemel richtte, is er sinds de foto's, die de Hubble naar ons terug heeft
gestuurd, niet zoveel schokkends gebeurd met het ontsluieren van de geheimen
van de kosmos. Het meest sensationele beeld, dat Hubble heeft gemaakt van
sterrenstelsels, die hun licht naar ons meer dan 10 miljard
jaren geleden hebben toegstuurd.. Daarbij te bedenken dat het licht gedurende 1 jaar een afstand
aflegt van 9.500.000.000.000 kilometers.

Figuur 1. Opname van de Hubble Ruimte Telescoop in december 1995 van een gedeelte van de hemel in het gebied van de Grote Beer met ongeveer 3000 sterrenstelsels van verschillende leeftijden geprojecteerd op het zelfde hemelvlak. De oudste sterrenstelsels zijn meer dan 10 miljard jaar oud. http://antwrp.gsfc.nasa.gov/apod/ap000709.html
Het is een momentopname van ons heelal, toen
het pas 1 miljard jaar oud was. De Hubble telescoop heeft een gebied uitgekozen
in het sterrenbeeld van de Grote Beer en heeft van een kleine plek gedurende 10
dagen 342 (van 18 -28 december 1995) opnames gemaakt en die later zijn
gecombineerd.
Daarbij te bedenken, dat het slechts 80 jaar geleden is, dat Edwin Hubble
aantoonde, dat er sterrenstelsels waren buiten ons eigen melkwegstelsel.
Daarvoor dacht men dat de sterrennevels individuele sterren bevatte, maar dat
deze tot onze melkweg behoorden. In 1924 bepaalde Hubble de afstand tot de
Andromeda nevel en zag dat deze nevel honderd duizend keer verder weg was als de
nabij gelegen sterren. Het moest volgens hem sterrenstelsels zijn vergelijkbaar
met onze melkweg, maar dan veel verder weg. In 1929 heeft Hubble ontdekt dat het
heelal uitdijt. Hij paste het zogenaamde Doppler effect toe. De Oostenrijker
Johann Christian Doppler (1803 -1853) beschreef het effect tijdens een
voordracht op 25 mei 1842. Wordt de afstand tot een lichtbron groter dan wordt
de golflengte groter, het licht wordt wat roder van kleur. Dit noemen we de
roodverschuiving. Zo nam hij waar dat vrijwel alle sterrenstelsels van ons af
bewegen. Ook werd hieruit weer de conclusie getrokken dat het heelal miljarden
jaren geleden is ontstaan uit een oerknal, alhoewel daar door sommigen nogwel
aan getwijfeld wordt. De nieuwe astronomie was geboren!
Deze ontdekkingen zijn te vergelijken met de ontdekking van Copernicus, die zag
dat de zon niet om ons heen draait, maar dat onze aarde om de zon draait. Hier
ligt nu juist ligt het grote verschil tussen de astronomie en de astrologie. De astronomie doet je
beseffen dat ons bestaan op aarde in het niet valt bij de onmetelijke kosmos met
zijn miljarden sterrenstelsels die weer bestaan uit vrijwel ontelbare sterren
zoals onze zon of nog veel groter. Het is als het ware dat ons ego verdampt…
De astroloog plaatst de aarde in het centrum van het zonnestelsel. Hij gaat na wat de invloed van deze hemellichamen op het leven op aarde en in het bijzonder op de individuele mens vastgelegd in de horoscoop. Vroeger waren de astrologen tevens astronomen. In de laatste paar honderd jaar zijn deze beide wetenschappen uit elkaar gegaan. De belangstelling van de kant van de westerse astrologen voor de astronomie is sterk afgenomen en de astronomen beschouwen de astrologie als een soort bijgeloof.
Er zijn ook astrologen, die niet de invloed van het zonnestelsel als basis nemen, maar de vaste sterren en hun sterrenbeelden. Er bestaat tussen de astrologen een verschil in de bepaling van het lentepunt. 2000 jaar geleden viel het lentepunt samen met het sterrenbeeld Ram. Door de precessie van de aardas is het lentepunt t.o.v. het sterrenbeeld ruim 24 graden verschoven en staat het lentepunt 21 maart in het sterrenbeeld Vissen. Ze hebben dus de sterrenbeelden losgelaten en verdelen de baan van de zon in twaalf delen in twaalf tekens. De zogenaamde tropische dierenriem. Andere astrologen gaan nog steeds uit van de sterrenbeelden de zgn. siderische dierenriem.
Zo te zien bestaat er een vrijwel onoverbrugbare kloof tussen de astronomen en de astrologen. Toch is er iets merkwaardigs aan de hand. Bij de voorbereiding van deze nieuwsbrief zijn we iets tegengekomen, dat volgens ons een prioriteit verdient om eerst te behandelen. Wat is namelijk het geval, wanneer astronomen de sterrenbeelden de revue laten passeren, geven ze bij bepaalde sterrenbeelden een bijbehorend verhaal uit de Griekse mythologie. Let wel uit de patriarchale religie en gaan geheel voorbij aan de voorgeschiedenis, die deze mythen hebben gehad in de tijd van de Grote Moeder religie. Reden waarom we er goed aan doen om de astronomen en astrologen nader in contact te brengen met de oorsprong van de door hun gebruikte mythen.
In een apart hoofdstuk geven we de voor geschiedenis van de benoeming van de sterrenbeelden. (Link.1. De geschiedenis van de sterrenbeelden). De in 1919 opgerichte 'International Astronomical Union' (IAU) heeft in haar vergadering in 1922 een lijst opgesteld van 88 sterrenbeelden
In opdracht van de IAU heeft de Belgische astronoom Eugène Delporte een kaart gemaakt van de begrenzingen van deze sterrenbeelden en deze in zijn boek "Déliminations scientifique des constellations" van 1930 opgenomen. De sterrenbeelden die het niet hebben overleefd zijn: de Pleiaden, Hyades. Deze zijn ondergebracht in het gebied van het sterrenbeeld Taurus.De 88 gebieden worden nu niet meer gezien als sterrenbeelden, maar als precies gedefinieerde gebieden van de hemel, net zoals landen op aarde. De Duitse astronome Christine .Kronberg heeft een lijst gemaakt van de 88 sterrenbeelden, waarin zij deze heeft ingedeeld in families, zoals bv de Zodiakale familie of de Perseus familie. (Link 2. 8 Sterrenbeelden families van 88 sterrenbeelden)
(Tussenvoegsel: 5 april 2004 heeft de technicus de Heer Kramer van Clavis Pianoservice mijn Steinway vleugel een onderhoudsbeurt gegeven. Dezelfde dag heb ik een lijst uitgetikt van de 88 sterrenbeelden. Aan het eind van de dag vroeg ik de heer Kramer hoe hij was gevorderd. Zijn antwoord was: "ik heb alle 88 toetsen van de vleugel weer in orde gebracht!")

Figuur 2. Een van de 88 gebieden waarin de hemel door Delporte in 1930 in opdracht van de IAU is opgedeeld. In deze figuur is het gebied van het sterrenbeeld de Kleine Beer (Ursa Minor).
http://www.cosmovisions.com/UMI.gifUiteraard hebben deze 88 sterrenbeelden niets te maken met de werkelijke plaats en relatie van de sterren van een sterrenbeeld onderling. Het is een projectie op een denkbeeldige hemelbol: een menselijke constructie. Als voorbeeld het meeste bekende sterrenbeeld de Grote Beer. In de volgende figuur is te zien dat de sterren die het steelpannetje van het sterrenbeeld de Grote beer op verschillende afstanden van ons verwijderd zijn.

Figuur 3. De sterren die we als een sterrenbeeld zien, zijn echter op verschillende afstanden van ons verwijderd. We zien de werkelijke afstanden van een gedeelte van het sterrenbeeld van de Grote Beer en hun projectie op de hemel boven ons.(Pasachoff ,1991, p.89 figure 5-1).
De astrologie en haar nieuwste ontwikkelingen
Volgens het Kramer Handwoordenboek Nederlands is de definitie van astrologie:
"Leer van de invloed van de stand van de hemellichamen op de eigenschappen en
het lot van de mens en op de gebeurtenissen op aarde"
Deze definitie dekt de lading niet meer, want het merendeel van de tegenwoordige astrologen houdt zich niet meer bezig met wat aan de hemel te zien is. Immers door het kiezen van het lentepunt in het teken Ram komt dit meer overeen met het sterrenbeeld Ram, zoals dat wel het geval is geweest 2000 jaar geleden. Dit heeft wel tot gevolg gehad dat de belangstelling voor wat aan de hemel te zien is afgenomen. Dit bleek ook uit gesprekken, die ik met een aantal Nederlandse astrologen heb gehad. Op het internet las ik een uitspraak van de Tilburgse astroloog Roeland de Looff van de Dirah Academie Tilburg, die me uit het hart is gegrepen:
"Veel astrologen kijken zelden naar de planeten en sterren. Dat is totaal anders als wat de oorspronkelijke astrologen deden. De definitie van astrologie is dat het de wetenschap is die het verband tussen het gebeuren op aarde en de hemel bestudeert. Daarom is het voor astrologen essentieel om te weten hoe wat men ziet in de horoscoop zich verhoudt tot wat men feitelijk waarneemt aan de hemel. Alleen dan krijgt de horoscoopinterpretatie diepgang en is het meer dan enkel het bekijken van tabellen en tekeningen die door de computer zijn gemaakt"
In de bovengenoemde definitie staat, dat de astrologie de invloed van de stand van hemellichamen onderzoekt op het leven op aarde en in het bijzonder Homo Sapiens. De westerse astrologie beperkt zich tot de hemellichamen van ons zonnestelsel, waarbij de zon een al overheersende plaats inneemt. Immers het lentepunt richt zich niet meer op het sterrenbeeld Ram, maar op het begin van de lente op 21 maart. De indeling van 12 tekens is ook helemaal gericht op de 12 maanden. Dit in tegenstelling tot de vroegere indeling, die was gericht op de 13 fasen van de maan.
Er zijn ook astrologen, die nagaan wat de invloed is van de 'vaste' sterren. Het meeste recente boek is van de Australische astrologe Bernadette Brady (1998). Ze behandelt eerst het sterrenbeeld en daarna de belangrijkste sterren van het sterrenbeeld en gaat na hoe deze sterren aan de hemel stonden bij iemands geboorte en welke invloed deze heeft op iemands leven. Ze citeert daar bij de duidingen van Ptolomeus, Ebertin (1971), Rigor (1978) en Robson (1984). Alle sterren die door deze beoefenaars van de astrologie worden gebruikt zijn allen onderdeel van ons melkwegstelsel.
De laatste tijd hebben bepaalde astrologen door de nieuwste ontdekkingen van de astronomie hun werkterrein verplaatst naar de invloed van andere hemellichamen, zoals de asteroïden en kometen. Daarbij noemen we allereerst de betekenis voor de astrologie van de elementen van de asteroïden gordel tussen Mars en Jupiter, waarvan de belangrijkste Ceres, Juno, Pallas en Vesta zijn. De laatste tijd wordt door de astrologen veel betekenis gehecht aan de hemellichamen afkomstig uit de Kuiper gordel. De belangrijkste daarvan zijn Cheiron, Pholus en Nessus, zoals worden beschreven in de studies van Zane B. Stein (1986), Melanie Reinhart (1989, 1996), Robert von Heeren en Dieter Koch (1995), Barbary Hand Clow (1999).
14 november 2003 is een hemellichaam ontdekt die afkomstig zou zijn van de buitenste gebieden van ons zonnestelsel, de Oort wolk. Deze heeft de naam Sedna gekregen een zeegodin van de Eskimo's.
Aan het eind van deze nieuwsbrief wordt nader ingegaan op astronomie van deze hemellichamen. Zie Bijlage 1.
Verschil en overeenkomst tussen een astronoom en een astroloog
Onze Stichting DWA wil een poging ondernemen om de astronomen en astrologen meer begrip te laten opbrengen voor elkaar's manier van denken en onderzoeken. Ik heb daarbij getracht om na te gaan wat de overeenkomsten en verschillen zijn tussen de astronoom en de astroloog. (Let wel, ik ben me uitsluitend beperkt tot de Westerse astrologie). Zoals ik al heb opgemerkt dat als het gaat om de beschrijving van sterrenbeelden of hemellichamen beide disciplines naar dezelfde Griekse patriarchale mythen refereren. In een aparte bijlage zijn een viertal voorbeelden van de astronomische beschrijving van het sterrenbeeld Ram en de daarbij behorende mythologie geciteerd. ( Link 3. Beschrijving van het sterrenbeeld Ram wat betreft de mythologische achtergrond). Het verschil is tussen de astronomen en astrologen is echter, dat de eerst genoemde de mythologie van bijvoorbeeld het sterrenbeeld Ram beschrijft zonder daar verder iets van een betekenis of duiding aan te geven. Terwijl de astrologen aan deze mythen wel een symbolische duiding geven. Als astrologe Liz Greene (1984) in haar boek The astrology of Fate het sterrenbeeld Ram behandelt, geeft ze een goed beeld zoals astrologen denken over de relatie tussen de mythologische figuren en de astrologie. Pagina 176:
"We must now consider the Ram, itself, for the constellations which are associated with the zodiacal signs are complex and very ancient, and contain many themes which add surprising dimensions to the traditional interpretations of astrology. We shall probably never know by what process a particular animal or figure came to be connected with a particular group of stars. But as with the names which have been bestowed upon the planets, there is a curious synchronous 'rightness' about these archaic associations."
Dit een duidelijk standpunt van een astrologe. Maar het vreemde doet zich voor, dat de astronomen nog steeds gebruik maken van denkbeelden, die in vroegere tijden zijn ontwikkeld. In die tijd keek men heel anders aan tegen de verschijnselen aan de hemel. In de eerste plaats hebben we aan het sterrenbeeld Grote Beer laten zien, dat de sterren van het sterrenbeeld zich niet in een vlak bevinden, maar dat het een projectie is van ver van elkaar gelegen sterren op een plat vlak. Het is dus een menselijke interpretatie. Dit wil echter niet zeggen, dat de mens niet als medium of klankbord zou hebben gediend voor het ontvangen en registreren van kosmische invloeden. Op punt zullen we in latere nieuwsbrieven terugkomen. We zullen dan ingaan op het merkwaardige verschijnsel dat mensen van andere culturen en andere tijden dezelfde beelden en betekenissen beschrijven. In de tweede plaats zijn de Griekse mythen door mensen verhaald en opgetekend.
In 1922 heeft de IAU in feite de sterrenbeelden losgelaten door de hemelbol in 88 gebieden rond de sterrenbeelden te verdelen. Daar is op zich zelf niets mis mee. Het is een referentiekader waar de verschillende hemellichamen en verschijnselen op aangegeven kunnen worden, net zoals op een kadaster van een gemeente of land. Maar men zou verwachten, dat de astronomen zich uitsluitend bezig houden met de beschrijving van de hemellichamen en hun verschijnselen en daarbij niet terug grijpen naar oude Griekse mythen. Daarbij komt nog dat deze Griekse mythen duidelijk een weerslag van de patriarchale overheersing van de vroegere matriarchale Moeder Godin religie. Als astronomen zich laatdunkend uitlaten over de astrologie, lijkt het ons zinnig om eens na te gaan wat de reden vormt waarom zij bij hun astronomische beschrijving toch terugvallen op deze Griekse mythen.
Interessant in dit verband is om in te gaan op de naamgeving van de nieuw ontdekte hemellichamen. Er bestaat namelijk een direct contact tussen astronomen en astrologen op dit gebied. Als voorbeeld nemen we hoe de naamgeving van het hemellichaam Nessus tot stand is gekomen. In april 1997 heeft de IAU voor de eerste maal in haar geschiedenis een voorstel voor een naamgeving van een asteroïde ('minor planet') aangenomen. Het gaat hier om de in april 1993 ontdekte asteroïd "1993 HA2". Het voorstel om dit hemellichaam Nessus te noemen is gedaan door de astrologen Dieter Koch, Zane B.Stein en Robert von Heeren. Ze hebben dit voorstel 31 mei 1995 ingediend bij de voorzitter van de commissie 'Minor Planet Center' van de IAU, Dr Brian G.Marsden. Na veel heen en weer geschrijf is na twee jaar het voorstel door de IAU aangenomen. In de website van Robert von Heeren lezen we hierover het volgende:
"Eine Kooperation zwischen Astronomen und Astrologen bei der Benennung von Planeten hat es bisher nicht gegeben. Interessanterweise ist es gerade bei den "Brücken"-Planeten der Kentauren zu einer kleinen, aber bedeutsamen Annäherung zwischen den beiden Disziplinen gekommen". http://www.kentauren.info/menu/index.htm?page=/nessusart.htm
Dit alles moge zeer verheugend klinken, maar de vraag blijft:. Zijn de astronomen gevoelig voor deze mythologische inbreng? Zou het toch zo zijn dat de astronomen, meer dan ze zelf misschien willen toegeven, gevoelig zijn voor deze oorspronkelijke gedachten patronen? Het lijkt mij iIn ieder geval dat astronomen, die afgeven op de astrologie, zich tenminste deze vraag mogen stellen. De astronomen houden zich strikt aan de hemelverschijnselen, die zij waarnemen en onthouden zich daarbij aan de eventuele invloeden die deze op het leven op aarde zou kunnen hebben. Geheel anders dan de vroegere astronomen, die toch een duidelijk verband zagen tussen de hemellichamen en de mens op deze aarde. Zo boven, zo beneden was hun parool. Door de recente foto's die de Hubble Ruimte Telescoop van ons universum heeft gemaakt, voelt men zich inderdaad als een nietig schepseltje levend op een hemellichaam omringd door een dun vliesje waar men voorlopig nog genoeg zuurstof kan opnemen om in leven te blijven. We kunnen nu ook zien wat er met onze zon gaat gebeuren over een aantal miljard jaren, hoe we uiteindelijk een kleine witte dwerg worden. Al deze eindfasen, alsook het begin van ons zonnestelsel, zijn door foto's van het heelal te zien. In één woord adembenemend, maar toch kan ik me niet aan de indruk onttrekken, dat hoe onbelangrijk we ook mogen zijn we toch een onderdeel van dit heelal vormen en de invloed daarvan op ons dagelijks leven ondervinden. Het is ook voor de astronomen nu overduidelijk, dat de maan en zon een grote invloed hebben op het leven op aarde. De astrologen gaan verder en vertellen ons ook over de invloed die de hemellichamen van ons zonnestelsel hebben.
De door de astronomen ontdekte stralingen afkomstig van supernovae, quasars, neutronensterren, zwarte gaten en de recentelijk ontdekte magnetars zullen misschien door de astrologen nader worden onderzocht en nagaan of deze invloeden op de mens volgens hen eveneens aantoonbaar zijn.
Speciaal fascinerend zijn in dit verband de magnetars. Het zijn neutronensterren met een magnetisch veld, dat duizend triljoen maal sterker is dan het magnetische veld van de aarde. Een magneet van deze sterkte zou op een afstand van 160.000 km je magneet strip van je creditcard wegpoetsen en je ballpoint uit je zak trekken. Reeds 5 maart 1979 zijn heel sterke gamma stralen waargenomen, maar pas in 1998 heeft een team onder leiding van Dr Chryssa Kouveliotou deze straling weten te duiden . Zij zegt hierover het volgende:.
"The importance of this discovery goes beyond just adding a new oddity to the list of star types. It ties together two rare, very peculiar classes of stars we have been puzzling over, and puts the evolution of neutron stars and even galaxies in a new light. It may also swell the population of our galaxy to include a few hundred million undiscovered magnetars" http://science.msfc.nasa.gov/newhome/headlines/ast20may98_1.htm
Door de recente astronomische ontdekkingen is echter ook gebleken, dat er meer vragen zijn gerezen dan antwoorden. Zo is er voor astronomen het gigantische probleem van de donkere materie (verborgen materie dat alle sterrenstelsels omgeeft) en de donkere energie (een versnellende, afstotende kracht die op alle materie inwerkt) in het universum. Volgens de laatste theorieën bestaat ons universum voor 70% uit donkere energie, voor 25% uit donkere materie en voor 5 % de normale materie dzw alle zichtbare sterrenstelsels, planeten en U en ik. Het probleem is namelijk is, dat de astronomen geen idee hebben waar uit deze materie en energie bestaat. Dit wat betreft alles wat groter is dan wij zelf, maar het probleem doet zich ook voor in het kleine universum zoals onze DNA. Net zoals bij het universum is van het DNA is 5% de functie bekend, terwijl van 95% men geen idee heeft waarvoor het dient!. Dit wordt de junk DNA genoemd. Uit dit alles blijkt wel dat een ons heel bescheiden moet opstellen ten opzichte van zoals de macro- als microkosmos.

Figuur 4. Verdeling van materie en energie van ons universum. http://www.kennislink.nl/web/show?id=107987
Het allergrootste probleem voor de hemelonderzoeker is echter de klemmende vraag: "Welk deeltje veroorzaakt de zwaartekracht". Men denkt aan een deeltje dat graviton wordt genoemd, maar nog niemand heeft het deeltje kunnen aantonen. De meeste overheersende doordringende kracht van ons universum is zonder meer de zwaartekracht, maar wat dat precies is weet men nog niet.
De onderzoeker van het universum ontvangt allerlei signalen uit het universum met verschillende golflengten van het electro-magnetische spectrum, zoals gamma straling, röntgen straling, ultraviolet- zichtbaar en infra rood licht, micro- en radiogolven etc. Men heeft via allerlei ingewikkelde instrumenten deze straling zichtbaar gemaakt voor onze ogen en oren. Men heeft hiermee geweldige ontdekkingen gedaan, maar dat neemt niet weg dat er misschien nog kosmische invloeden zijn, die men nog niet heeft kunnen waarnemen en die toch van invloed op de mens zouden kunnen hebben.
Shakespeare Hamlet Act I,Scene V, line 188.189:
"There are more things in heaven and earth, Horatio, than are dreamt of in your philosophy".
Het is daarom nogal verwonderlijk, dat sommige astronomen zich met hand en tand verzetten tegen bepaalde pseudo-wetenschappen zoals de astrologie. Een goed voorbeeld geven Nederlandse astronomen, verbonden aan het Kapteyn Instituut in Groningen, in hun colleges aan studenten in de astronomie. In de aantekeningen 2002-2003, College I geven zij in dia 11 een beeld van de dierenriem met de volgende tekst:
ASTROLOGIE: "gelul in de ruimte"(Levi Weemoedt) www.astro.rug.nl/EDUCATION/Evoluerend_Heelal.html
In de oratie van een van de docenten Prof. Dr P.D.Barthel gehouden op 8 juni 2004 in Groningen, lezen we een genuanceerd beeld, betreffende de relatie tussen mens en kosmos:
" Met de onlangs overleden astronoom Robert Hanbury-Brown zou ik drie verbindingslijnen willen onderscheiden tussen mens en kosmos. De eerste lijn is die van de wetenschap- een niet-persoonsgebonden lijn door objectieve maar altijd beperkte kennis. De tweede lijn is die van de kunst waartoe - ik zei het al eerder- ook de aanblik van de Melkweg op een maanloze nacht gerekend moet worden. Dit is een subjectieve, persoonlijke lijn gebaseerd op schoonheidsbeleving. De derde lijn is die van de religie: een tweede persoonlijke lijn welke zin geeft aan het menselijk bestaan. Voor velen is de eerste, onpersoonlijk, objectieve lijn onvoldoende. Voor vele anderen is het mens-zijn incompleet zonder de derde lijn".
Over het punt of een mens in staat is een niet- persoonsgebonden objectieve waarneming kan doen, ben ik al uitvoerig ingegaan tijdens mijn studie over de hersenen en in het bijzonder de visuele hersenen. "Our Brains, the last Resource?".egoproject.nl/brains. De ons omgevende wereld bestaat niet zoals we haar zien. Onze ogen waarmee we het beeld van onze omgeving construeren, zijn uitgerust met ruim 200 miljoen receptoren die het zichtbare licht opvangen en doorsturen naar vele delen van de hersenen, die dan aan de gang gaan om deze ontvangen elektrische- en chemische signalen te verwerken door middel van een uiterst gecompliceerd netwerk van zenuwen. Hoe zich dan van al deze apart verwerkte signalen een compleet beeld vormt, is voor de neurofysiologische wereld een compleet raadsel.
De neurofysioloog John Maunsell (1995) zegt het heel treffend:
"What we actually perceive is not the image on the retina, but a 'neural image' formed in the cortex. It is not a completly accurate representation of what is going on in the world; it has been adjusted".
Mijn laatste zin van mijn werkstuk "Our brains, the last resource?"eindigt met een vraag die tot nu toe niemand kan beantwoorden:
"Our visible world is split up in four parts and processed in our brain in separate channels. Apparently we see only one non-divided world. Where is the assembly-hall? How is it functioning to bring all the pieces together so the split-up world becomes
one 'reality'?".We kunnen dus stellen, dat het beeld van de wereld een constructie is van onze hersenen en het de enige visuele werkelijkheid is, die wij kennen. Iedereen heeft zijn eigen 'regenboog'. De wereld zoals ik haar zie bestaat dus alleen voor mij. De echte werkelijkheid zullen we dus nooit en te nimmer kennen. Dat blijft het grote wonder. Trouwens de kwantumfysica vertelt ons dat als wij een lichtdeeltje (foton) waarnemen, is het of een golf of een deeltje, nooit samen. De niet-persoonsgebonden werkelijkheid stort in bij elke menselijke waarneming. Dit besef maakt ons bijzonder duidelijk dat het woord objectief en subjectief, ook maar heel betrekkelijk is. We kunnen geen waarneming doen zonder dat de persoon daarmee verbonden is. Behalve onze ogen en oren hebben we ook nog een aantal zintuigen, die in staat zijn om signalen van onze omringende wereld te ontvangen. Vergeet niet dat het grootste zintuig onze huid is! Ook inwendige organen, hormonen etc kunnen signalen opvangen die ons leven beïnvloeden. Kortom we weten nog zo weinig van alles wat we vanuit de ruimte opvangen. Er zijn toch duidelijke aanwijzingen dat we als mens in staat zijn om signalen op te vangen, die we niet kunnen verklaren, zoals auralezen, helderzienheid, heldervoelenheid, telepathie, divinatie, Reiki etc Ook deze signalen kunnen ons wereldbeeld vormen..
Alles is met alles verbonden.
Welke problemen heeft de astrologie die om een antwoord vragen? Het antwoord op die vraag is mijns inziens zeer snel te geven door een wedervraag. Hoe is het mogelijk dat het blijkt te werken? Immers sinds vele eeuwen heeft de mensheid volgens een empirische weg opgetekend wat aan de hemel werd waargenomen en deze in verband gebracht met gebeurtenissen op aarde. Men kwam tot de conclusie door te stellen: zo boven zo beneden. Dat het blijkt te werken is mij in de afgelopen tijd gebleken, maar waarom is mij vooralsnog onduidelijk. Wel moet mij van het hart, dat ik mij niet aan de indruk kan ontrekken dat bij de duiding van een horoscoop door sommige astrologen soms naar het resultaat wordt toegedacht : 'wishful thinking'. Dit wil echter niets zeggen over de waarde die de astrologie zou kunnen hebben.
In mijn nieuwsbrieven (2,3,4 en 7) ben ik uitvoerig ingegaan op de rol, die de verschuiving van het lentepunt ten opzichte van de sterrenbeelden van de dierenriem op de mens zou spelen. De westerse astrologie heeft de sterrenbeelden losgelaten vanwege de verschuiving van het lentepunt door de precessie van de aardas. Bij de duiding van een horoscoop in de westerse astrologie gaat het uitsluitend om de invloed die de zon, maan en planeten op de mens uitoefenen. Het lentepunt is 21 maart en begint het symbolische teken Ram van de Dierenriem. Dikwijls ben ik in de astrologische literatuur van westerse astrologen het woord sterrenbeeld tegengekomen als men het heeft over een bepaald teken van de Dierenriem Dit werkt voor de buitenstaander verwarrend.
We herhalen nog eens wat het onderscheid is. De dierenriembeelden zijn de sterrenbeelden die men werkelijk aan de hemel ziet. De dierenriemtekens zijn namen die men geeft aan bepaalde punten uit de jaarlijkse zonnebaan. Deze namen zijn ontleend aan de sterrenbeelden, die aan het begin van onze jaartelling te zien waren. Men gebruikt nu de tropische dierenriem waarbij het lentepunt vastligt op 0 graden Ram en de dierenriemtekens verdeeld zijn over 12 segmenten van 30 graden. Bij de tropische ( van het Griekse woord Trope = wending) dierenriem ligt het zwaartepunt bij de Zon. Het is de Zon die door zijn beweging door de dierenriem, gezien vanaf de aarde, de mens verbindt met de kosmische invloeden. Deze astrologie gaat uit van de seizoenen. De Franse astrologe Elizabeth Teissier verdedigt het gebruik van de tropische dierenriem voor de astrologie, ondanks het feit dat het lentepunt bijna een heel teken is teruggelopen sinds het begin van onze jaartelling. Volgens haar is het symbolisme van de tekens trouw gebleven aan de namen. Het teken Cancer (Krab) is genoemd naar het feit dat symboliseert de schijnbare achteruitgang van de zon, na de langste dag van het jaar 21 juni.(In de astrologische literatuur in Nederland wordt Cancer vertaald door Kreeft. De krab loopt opzij. Ram is het lenteteken bij uitstek en staat symbool voor de kracht van de lente na de winter. Het teken Weegschaal komt overeen met de periode waarin dag en nacht even lang zijn. Teissier (1996) p.112-113:"Ptolomeus kende eveneens het verschil tussen de zodiak van de seizoenen en die van de constellaties, en koos voor de eerste, omdat hij wist dat de mens een wezen is dat vibreert in samengang met de cyclische terugkeer van de seizoenen".
Er zijn ook astrologen die andere systemen hanteren, zoals de siderische dierenriem. Het is de astronomische dierenriem, die samenvalt met de 12 dierenriembeelden, zoals deze aan de hemel te zien zijn en waarin het lentepunt door de precessie van de aardas verschuift. In bijlage 2 staan we even stil bij het merkwaardige verschijnsel, dat bij het verschuiven van het lentepunt door de tekens van de dierenriem volgens de astrologen duidelijke culturele en religieuze verschillen optreden. Tijdens de periode van het Stier teken ( 4075-1927 v.Chr) de aanbidding van de Stier of het Gouden Kalf. Als het lente punt verschuift naar het teken Ram ( 1927 v.Chr- 221 n.Chr) de Stier plaats moet maken voor de Ram of het Lam etc.
Het is dit verband van belang, dat bij het hanteren van een systeem of methode de astrologen scherp moeten definieren wat hun uitgangspunten zijn.
Het is een geruststellende gedachte, dat we zoals we gezien hebben slechts 5% van iets te weten, de rest is nog volkomen duister. Het enige wat ons te doen staat is om die 5% iets groter te maken door te zoeken naar verbanden tussen waargenomen verschijnselen. Eens kwam een student bij de atoomgeleerde Niels Bohr vragen wat hij van een bepaalde nieuwe theorie vond. Zijn antwoord was: "Ik verwacht er niet veel van, want de theorie is niet gek genoeg". Kortom we kunnen nog vele nieuwe ontdekkingen verwachten van de disciplines astronomie en astrologie, waarbij ze elkaar alleen maar kunnen stimuleren en ondersteunen, ipv. elkaar te verketteren. Uiteindelijk gaat het om het zelfde universum!
In ieder geval is dus gebleken dat via deze Griekse mythologie de astronomen en astrologen elkaar hebben gevonden wat betreft de naamgeving, zoals we gezien hebben. Omdat deze mythologie dus een grote rol blijkt te spelen, hebben wij een studie gewijd aan de voorgeschiedenis van deze patriarchale Griekse mythologie. We zullen dus ook bij de behandeling van bepaalde sterrenbeelden in onze volgende nieuwsbrieven niet alleen een kort overzicht geven van de Griekse mythen, maar ook nader ingaan op de voorgeschiedenis en wel stammend uit de matriarchale mythologie van de Moeder Godin religie.
----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Bijlage 1: De brokstukken in ons zonnestelsel
Tijdens het ontstaan van ons zonnestelsel 4.5 miljard jaar geleden uit een wolk van gas en stof hebben zich geleidelijk na 100 miljoen jaar een achttal (Pluto niet meegerekend) planeten gevormd, waarvan onze aarde er een is. Maar er is nog veel materiaal overgebleven die door bepaalde omstandigheden zich niet tot een planeet hebben kunnen vormen. Het is pas de laatste vijftig jaar dat men hier zicht op heeft gekregen. Deze brokstukken bevinden zich in bepaalde gebieden rond de zon, terwijl er ook gebieden zijn die vrijwel gespeend zijn van deze 'left overs'.
Asteroïden gordel
De eerste zone is hoofdzakelijk gelegen tussen de planeten Mars en Jupiter: de asteroïden gordel. Op nieuwjaarsdag van 1801 ontdekte Giuseppe Piazzi een hemellichaam, waaarvan hij dacht dat het een komeet was en noemde deze Ceres (Demeter) naar de Siciliaanse Godin van het koren. Later bleek dat het geen komeet kon zijn vanwege zijn regelmatige omlooptijd rond de zon. Het was een klein planeetachtig lichaam, die voortaan asteroïde werd genoemd. Al gauw ontdekte men meer van zulke objecten, de voornaamste daarvan zijn Pallas Athene, Vesta en Juno . Namen van Griekse Godinnen. Momenteel heeft men 26 van zulke objecten gevonden die groter zijn dan 200 kilometer in diameter. Er zijn ook vele die kleiner zijn en men vermoedt, dat het er miljoenen zijn met een diameter minder dan een kilometer. De asteroïden zijn niet gelijkmatig over een brede band verspreid, maar gegroepeerd in afzonderlijke banen met smalle openingen er tussen. Deze lege ruimten zijn veroorzaakt door zwaartekrachtverstoringen van de planeet Jupiter, die er waarschijnlijk ook voor verantwoordelijk is geweest, dat zich tussen Mars en Jupiter uit de talrijke brokstukken geen grote planeet heeft kunnen vormen. Er zijn drie typen. De eerste groep bestaat voornamelijk uit koolstof, 75% van alle asteroïden. De tweede groep (17%) bestaat uit ijzer gemengd met ijzer-en magnesium silicaten, terwijl de derde groep (7%) uit ijzer en nikkel bestaat. Slechts 1 % bestaat uit waterijs, bevroren koolmonoxide gemengd met gesteenten. Bijna alle asteroïden hebben een onregelmatig oppervlak, zwaar getekend door inslag kraters. Slechts weinigen hebben genoeg massa om een bolvormige vorm te krijgen. Er zijn ook asteroïden die genoeg hitte hebben geproduceerd dat ze in lagen zijn gedifferentieerd, net zoals onze aarde. Zelfs heeft men lava stromen uit vulkanen kunnen waarnemen. De massa is echter te klein geweest voor het vasthouden van een atmosfeer.
Behalve asteroïden die rond de zon draaien tussen Mars en Jupiter zijn ook asteroïden, die dichter rond onze aarde hun baan hebben. In 1999 hebben twee astronomen de mogelijkheid geopperd, dat er nog twee zones met asteroïden zouden zijn tussen de Zon en Mercurius en tussen de Aarde en Mars. De aarde is getroffen door een asteroïde 65 miljoen geleden in Mexico, die er waarschijnlijk voor heeft gezorgd dat de Dinosauriërs zijn uitgestorven. Kort geleden is in Australië een inslagkrater van een meteoriet gevonden, ter grootte van de Mount Everest, die 250 miljoen jaar geleden, die er voor heeft gezorgd dat maar liefst 7 van de 10 landsoorten en 9 van de 10 mariene soorten zijn uitgestorven. Deze inslag heeft een veel groter gevolg gehad dan de inslag van de meteoriet in Mexico. In Arizona is een krater ontdekt die het gevolg is geweest van een inslag van een brokstuk van een asteroïde (meteorites) 40.000 jaar geleden.
Er is ook een groep asteroïden die zich 60 graden voorbij en achter de baan van Jupiter bevinden. (zie figuur).

Figuur 1: De asteroïden gordel tussen Jupiter (zwarte stip in blauwe cirkel in de buitenste baan) Mars. De Trojans zijn de twee groepen asteroïden die 60 graden voor en na de baan van Jupiter zijn waargenomen. Ook bevinden zich asteroïden binnen de banen van Mars en de Aarde en de Zon (Mars is de rode stip op tweede cirkel en Aarde de blauwe stip op binnenste cirkel). (www.edunet.ie/stlaur/belt.html)
Centauren
1 november 1977 is een hemellichaam ontdekt, die een baan in 50.7 jaar rond de zon beschrijft. Op het punt het dichtst bij de zon komt de asteroïde binnen de baan van Saturnus en op zijn verste punt dicht bij de baan van Uranus . Het is genoemd naar de Griekse mythologische figuur de Centaur Cheiron. Eerst dacht men dat het een asteroïde was maar in 1989 heeft men ontdekt dat Cheiron een komeetachtige staart begon te ontwikkelen toen het dichter bij de zon kwam, wat maakt dat Cheiron de grootste komeet van ons zonnestelsel is. Het oppervlak van Cheiron bestaat waarschijnlijk gedeeltelijk uit stikstof, methaan en andere lichte verbindingen
30 augustus 1992 is een soortgelijk hemellichaam gevonden, die een omloop tijd heeft van 92 jaar en een baan beschrijft met het dichtste punt tov. de zon binnen de baan van Jupiter en het verste punt even voorbij de baan van Neptunus. Ook deze kreeg een naam van de Centaur familie: Pholus.
26 april 1993 is een derde van deze groep waargenomen. Deze heeft echter een omlooptijd rond de zon van 124 jaar. Hij kreeg weer de naam van een Centaur: Nesssus. De baan van Nessus verloopt evenals de ander twee sterk excentrisch. Het dichtst bij de zon tussen Uranus en Saturnus en het verste punt verwijderd van de zon halverwege de banen van Neptunus en Pluto.

Figuur 2. De omloopbanen van de drie Centaures. De omloopbanen van de planeten van buiten naar binnen respectievelijk: Pluto, Neptunus, Uranus, Saturnus, Jupiter. (www.kentauren.info/menu/)
Er volgen nog veel meer ontdekkingen van deze groep hemellichamen.2 october 1994 : Pylenor omlooptijd 69 jaar, 15 februari 1997 Chariklo omlooptijd 62 jaar. 30 september 1999: Asbolus, omlooptijd 76 jaar. 27 juli 2000, Hylonome omlooptijd 124 jaar. Al deze hemellichamen zijn oorspronkelijk afkomstig uit de naar de Nederlandse astronoom Kuiper genoemde gordel van asteroïden. Ze zijn onder de invloed van de zwaartekrachtsvelden van de planeet Neptunus naar binnen getrokken. Aangezien ze vele planeetbanen doorkruisen zijn hun banen zeer onregelmatig.
Kuiper gordel
In 1992 begonnen astronomen een grote hoeveelheden kleine hemellichamen te ontdekken voorbij de baan van Neptunus, maar liefst 100.000 lichamen van 100 km groter dan 100 kilometer doorsnede. Men heeft deze band van asteroïden genoemd naar de Nederlandse astronoom Gerard Kuiper, die in 1951 de mogelijkheid van zo';n gordel veronderstelde. Ook wordt deze gordel de Edgeworth-Kuiper gordel genoemd naar de medeontdekker Ierse astronoom Kenneth Essex Edgeworth, die in 1943 al het idee opperde dat een reservoir van kometen zou bestaan buiten de planeten. Kuiper heeft in zijn publicatie van 1951 daar geen melding van gemaakt. Dit reservoir is de oorsprong van de kometen met een korte periodieke omloop. Zoals we later zullen zien zijn de kometen met een grotere periodieke omloop afkomstig van de zgn. Oort wolk.
Kometen bestaan uit een ijzig conglomeraat van bevroren gassen en stof, wel eens vergeleken met een vuile sneeuwbal. Wanneer de komeet de zon nadert verdampt het stof en gas .

Figuur 3 De complexe samenstelling van een komeet.(www.solarviews.com/eng/comet.htm)
De komeet heeft een complexe opbouw en bestaat uit de volgende elementen: Kern: relatief vast en stabiel, meestal ijs en gas met kleine hoeveelheid stof en andere vaste stoffen. Coma: Dichte wolk van gas, die ontstaat als de zon de oppervlakte van de komeet verwarmt. Deze wolk bestaat uit waterdamp, koolstof monoxide en ander neutrale gassen. Het kan een lengte bereiken van enkele honderd duizenden kilometers.Waterstof wolk: een dunne mistige wolk van miljoen kilometer diameter rond de kern van neutrale waterstof. Deze is niet zichtbaar voor het oog , alleen zichtbaar in het ultraviolette spectrum van het licht. Staart van stof: Een staart van enkele miljoenen kilometers kleine stof deeltjes die door de kern weggeblazen wordt door de ontsnapte gassen. Het is duidelijk zichtbaar voor het oog omdat de stofdeeltjes het zonlicht weerkaatsen Ionen staart: een gas staart van enkele honderden miljoenen kilometers van een gelijke hoeveelheid positief en negatief geladen deeltjes ( ionen en elektronen), die door de zonnenwind worden weggeblazen.
In 1995 heeft men 878 kometen geregistreerd, waarvan 80 % lang periodieke banen die uit de Oort wolk komen).De Kuiper gordel bevat brokstukken, die stammen uit de begin fase van de ontwikkeling van ons zonnestelsel uit een grote gas- en stof wolk.
Men beschouwt de planeet Pluto en zijn maan Charon als ook Triton, de maan van Neptunus, als bestanddelen van de Kuiper gordel en in feite niet zijn te vergelijken met planeten zoals Jupiter. Inmiddels zijn er vele nieuwe hemellichamen ontdekt van deze Kuiper gordel met respectabele afmetingen.

Figuur 4. Een diagram welke laat zien de tot nu bekende asteroïden van de Kuiper gordel, in relatie met de hemellichamen Jupiter tot Pluto.(www.noao.edu/outreach/current/kbohilite.html)
4 juni 2002 werd een asteroïd ontdekt die de naam Quaoar kreeg. Het is de
helft zo groot als Pluto maar groter dan de maan van Pluto Charon De naam
komt uit de mythologie van de Tongva, het volk dat de omgeving van Los Angeles
bewoonde voor de komst van de Europeanen.
Er zijn nog meer grote objecten gevonden, zoals Varuna 28 november 2000 en 2002 AW197, beide ongeveer 900 km in diameter en Ixion 2 juli 2001. 18 februari 2004 is weer een nieuwe asteroïde 2004 DW gevonden en wordt beschouwd als het grootste object op Pluto na. Het heeft een diameter de helft van Pluto en is 24 miljoen kilometer verder verwijderd dan Pluto. De baan is excentrisch en te vergelijken met die van Pluto, met een omlooptijd eveneens van 248 jaar.
11.559 asteroïden hebben tot nu toe een naam gekregen van de 'International Astronomical Union' (IAU).
Oort wolk
In1932 heeft Ernst Öpik uit Estland de theorie gelanceerd dat er kometen afkomstig zouden zijn uit een gebied aan de buitenkant van ons zonnestelsel. De Nederlandse astronoom Jan Hendirk Oort in 1950 heeft deze theorie verder ontwikkeld. Zijn theorie behelsde, dat er ook nog een gordel met ijzige brokstukken bevindt op veel grotere afstand van de zon als de Kuiper gordel, die zelfs zo ver verwijderd is van de zon dat zij de onder invloed van de nabij gelegen sterren van het melkwegstelsel komt te liggen. Zelfs neemt men tegenwoordig aan dat het de invloed ondervindt van het centrum van ons melkwegstelsel. Uit de gordel stammen de kometen met een lang periodieke omlooptijd van meer dan 200 jaren. Is de invloed van een nabijgelegen ster groot dan kan dat tot gevolg hebben dat een komeet in de richting van de aarde gaat.

Figuur 5. De Oort wolk rondom ons zonnenstelsel. (1 Au is de afstand van aarde tot de zon of te wel bijna 150 miljoen kilometer).(www.zebu.uoregon.edu/~js/glossary/oort_cloud.html )
De Oort wolk is een overblijfsel van de wolk van gas en stof die samen is gebald en heeft geleid tot de vorming van de zon en de planeten bijna 5 miljard geleden.. Niemand heeft de Oort wolk tot nu toe kunnen waarnemen, het is dus een theoretisch model. Maar 14 november 2003 heeft men een hemellichaam met een doorsnede van 1000-2000 kilometer waargenomen die de aanwezigheid van deze Oort wolk waarschijnlijk maakt. Het hemellichaam is driemaal zo ver van de zon als Pluto. Aangezien de omloop tijd van ruim 10.000 jaar veel groter is dan de hemellichamen uit de Kuiper gordel, lijkt het waarschijnlijk dat dit hemellichaam stamt uit de binnenste gebieden van de Oort wolk. Men heeft dit hemellichaam Sedna genoemd, naar de godin van de zee van de mensen die leven rond de poolcirkel. Over 72 jaar komt Sedna het dichtst bij de zon. De laatste keer dat Sedna zo dicht bij de zon was aan het eind van de ijstijd.

Figuur 5 De plaats van Sedna in relatie met ons zonnenstelsel, Kuiper en Oort wolk.(www.solstation.com/stars/kuiper.htm)
In de bovenstaande figuur is goed de positie van Sedna in relatie met ons zonnestelsel te zien. Links boven zien we de asteroïden gordel tussen Mars en Jupiter. Rechts boven de Kuiper belt aan de rand van Pluto en Neptunus. Het derde beeld, linkss onder laat de positie zien van Sedna in relatie met de Oort wolk. Het beeld rechts geeft aan hoe Sedna zich verhoudt tov ons planeten stelsel. Duidelijk is te zien de lange omloop tijd van Sedna in vergelijk met het planetenstelsel.

Figuur 6 Sedna in vergelijk met andere hemellichamen. (www.gps.caltech.edu/~mbrown/sedna/)
We kunnen dus stellen dat de tegenwoordige astrologie haar werkterrein heeft uitgebreid tot de verste gebieden van ons zonnestelsel. In de toekomst zullen de astrologen waarschijnlijk nagaan wat de invloed van deze hemellichamen op het leven op aarde, in het bijzonder op de mens, zal zijn.
Bijlage 2 : De culturele en religieuze verschillen die optreden bij het verschuiven van het lentepunt door de tekens van de Dierenriem
In onze nieuwsbrieven 2,3 en 4 zijn we uitvoerig ingegaan op het effect van de precessie van de aardas op de mens. De aarde kunnen we het beste
vergelijken met een tegen de wijzers van de klok draaiende tol. De aardas maakt een hoek met het vlak van de ecliptica. De maan en de zon oefenen krachten uit op de aarde tengevolge hiervan is de aardas niet steeds op hetzelfde punt in de hemel gericht en maakt deze as een kleine cirkel. Het wiebelen van de as van een draaiende tol met een tegengestelde richting als de draaiing van de aarde, dus nu met de klok mee. Dit noemt met de precessie van de aardas. De tijd die deze as rondom de hemelpool beschrijft duurt bijna 26.000 jaar.
Figuur 1 Door de precessie van de aardas in tegengestelde richting tov. de draaiing van de aarde verandert de hemelpool .
Tegenwoordig wijst de aardas ongeveer naar de Poolster (Polaris). 5000 jaar geleden was hij gericht op de ster Thuban van het sterrenbeeld de Draak. De precessie verschuiving is ook van toepassing op de dierenriem. Het lentepunt is het punt waar de ecliptica , of de baan van de zon, de celestische equator snijdt. Het is de positie waar de zon staat op de eerste dag van de lente 21 maart. Dit lentepunt wordt dan gezien tegen de achtergrond van de sterrenbeelden van de dierenriem. Tengevolge van de precessie verschuift dit lentepunt in westelijke richting (met de wijzers van de klok op het Noordelijke Halfrond mee). Het lentepunt verschuift één graad in ongeveer 72 jaar (exact 71.6 jaar) en voor een teken van de dierenriem dus 30 x 71,6 = 2148 jaar en voor de hele dierenriem 12 x 2148 = 25.776 jaar (Het Kosmische Grote Jaar). 6000 jaar geleden was het lentepunt in Tweelingen, het bewoog daarna naar de Stier, Vissen en over enkele honderden jaren komt het lentepunt in Waterman te liggen.
We grijpen even terug in de tijd, toen in het oude Griekenland en Egypte de astronomie en astrologie nog broederlijk met elkaar waren verenigd.. De tekens van de dierenriem kwamen toen nog overeen met de desbetreffende sterrenbeelden. Sinds die tijd tot op de dag van vandaag hebben de westerse astrologen het lentepunt van die tijd vastgezet op de 1e graad Ram ongeacht of het sterrenbeeld Ram daarmee overeenkwam. Men heeft de astrologie losgekoppeld van de sterrenconstellaties. Men hield en houdt zich uitsluitend en alleen vast aan de interacties van de energieën tussen zon, maan en planeten.
De dierenriem is door de Babyloniërs als een referentiekader gebruikt om de positie van de planeten tussen de sterren aan te geven. Er was een afbakening van de sterrenbeelden in de buurt van de ecliptica. Eerst waren er 18, later 15 en tenslotte 12 sterrenbeelden. Het werd in verbinding gebracht met de maanden, 12 maanden in een jaar en 12 tekens van de dierenriem. Een schematische maand telde 30 dagen, in elk teken 30 graden. Dit was ook de oorsprong om de cirkel in 360 graden in te delen. De zodiaktekens aan sterrenconstellaties gekoppeld, vandaar de naam de siderische zodiak (sidus= ster in het Latijn). Het waren de Grieken, die de siderische zodiak van de Babyloniërs overnamen. Men dacht dat het lentepunt onbeweeglijk tov. de sterren stond.
Rond 130 v.Chr. ontdekte Hipparchus dat het lentepunt tengevolge van de precessie van de aardas verschoof. In die tijd was het lentepunt 8 graden Ram. In de volgende eeuwen komt het lentepunt steeds dichter bij de 1e graad van Ram te liggen. In het jaar 221 n.Chr. valt het lentepunt exact op het begin van het teken Ram van de Zodiak.
Astrologen beweren dat cultuur patronen en religies drastisch veranderen wanneer het lentepunt in een ander teken van de dierenriem komt te staan. Demetra (1992) zegt hierover het volgende p.94:
"When the vernal equinox point passes through each zodiacal sign, the symbolism of that sign is reflected in the religious and cultural images of the corresponding world age. Esotercists and astrologers explain this phenomenon in the belief that there exists an intelligent pattering in the universe and the various constellation groups symbolise different mental constructs of thought forms. When the earth is attuned to a particular constellation these constructs act as a filter through which we receive an interpret the universal energies of the cosmos".
Alhoewel ik voorlopig nog geen mening heb kunnen vormen over de relatie zoals Demetra deze beschrijft, zijn er wel enkele merkwaardige overeenkomsten tussen de astrologische perioden en bepaalde symbolen.
De periode toen het lentepunt viel in het teken Stier van de Dierenriem (4075-1927 v.Chr.) worden de symbolen van de Stier, Koe of het Gouden Kalf in vele culturen aanbeden. In Egypte de heilige stiergod Apis en de godin Hathor werd beschouwd als de hemelse koe. De stiergod El werd vereerd door de Semieten. In Perzië speelde in de religie de stier als ook de koe een belangrijke rol. In Kreta was het Europa die de stierkoning Minos baarde. In Griekenland werd de koe in de vorm van de Maangodin Hera aanbeden.
De hoornen van een stier symboliseren de wassende maan. De periode van de Stier werd gekenmerkt door de ontwikkeling van landbouw en veeteelt. In de astrologie wordt de Stier als een vrouwelijk teken beschouwd. In de relatie tot de vier elementen vuur, lucht, aarde en water is het teken Stier verbonden met het aarde element.. Het was ook de periode dat de Maan Godin werd aanbeden.Als het lentepunt verschuift van het teken Stier naar het teken Ram (1927 v.Chr- 221 n.Chr) breekt een periode aan waar andere Goden en symbolen een plaats in de religie innemen. In Egypte zien we de cultus rond de zonnegod AmenRa soms afgebeeld met een hoofd van een ram. Het was Moses die terug kwam van de bergtop en op een ram's hoorn blies en het volk waarschuwde niet langer het gouden kalf te aanbidden. Exodus 20:23 "Maak nooit afgoden van goud, zilver of enig ander materiaal". God had Moses vertelt, dat alle Israëlieten op de tiende dag van de eerste maand een lam moesten nemen en vervolgens het lam slachten en het bloed van het dier aan de posten van de deur van de voordeur moesten strijken van het huis waar zij aten. (Exodis 121-11). De ram speelt een grote rol in de Griekse mythologie. Uit angst om gedood te worden door zijn vader Athamas werd Phrixos met zijn zuster Helle gered door een ram. Om de gouden vacht van deze ram te bemachtigen ging Jason met zijn Argonauten naar Klein Azië, waar hij na een avontuurlijke tocht er in slaagde om dit kleinood naar Griekenland terug te brengen. In de patriarchale mythe wordt de Godin Athena geboren uit het hoofd van de oppergod Zeus. Zij kwam te voorschijn in een volle wapenuitrusting met hoornen van een ram op haar helmen. Zeus vermomde zich voor het bemachtigen van zijn liefjes soms in de gedaante van een ram. In Perzië was Mithra in de Stier periode nog de heilige stier, maar werd nu de slachter van de stier. We zien een overgang van het matriarchaat in het patriarchaat doordat de maangodinnen worden verwisseld door zonnegoden. De Indo-Europese invasie in Zuid Europa gaat gepaard met veel oorlog. In de astrologie wordt de heerser van het teken Ram de planeet Mars, de god van de oorlog. Ram is een mannelijk.teken.
In het begin van onze jaartelling komt het lentepunt in het teken Vissen (221-2369). Het is de tijd dat de boodschap van Christus, die in West Europa wordt uitgedragen door de kerkvaders. Jezus heeft vissers als zijn discipelen en doet zijn wonderen met brood en vis. De astrologen kennen aan het teken Vissen het water element en een vrouwelijke polariteit toe.
Volgens de astrologen vinden belangrijke veranderingen plaast vóór dat het lentepunt van teken verandert, een overgangs periode van enkele honderden jaren. Volgens de astrologen kan het begin van het Waterman in het jaar 2369 zich reeds aan het begin van de 21ste eeuw doen voelen en denken dat er in de wereld in de komende jaren grote veranderingen zullen plaats vinden..
Samenvattend ben ik mij er van bewust dat dit alles nog wel erg speculatief is. Meer onderzoek is volgens mij nodig om te kunnen stellen dat er nauwe relatie bestaan tussen het verschuiven van het lentepunt door de Dierenriem met de veranderingen in cultuurvormen, symbolen en religie.
Noot: In de Uranische Vijfster nieuwsbrieven 2 t/m 7 heb ik een direct verband verondersteld dat zou bestaan tussen de graden (één graad in 72 jaar) van de precessie van de aardas enerzijds en de Gulden Snede, Fibonacci getallen en de geometrie van de Vijfster anderszijds.
Gebruikte literatuur:
Brady, Bernadette (1998) Brady's Book of Fixed Stars. Samuel Weiser, Inc. York Beach, Maine.ISBN 1-57863-105-X
Cline, David B. (2003) The Search for Dark Matter. Scientific American, March, p.28
Demetra, George (1992) Mysteries of the dark Moon. Harper San Francisco.ISBN 0-06-250370-7
Ebertin, Reinhold and Hoffmann, Georg (1971) Fixed Stars and their Interpretations. Tempe,AZ:AFA
Greene, Liz (1984) The Astrology of Fate. Samuel Weiser, Inc. York Beach, Maine. ISBN 0-87728-636-1
Koch, Dieter und Von Heeren, Robert (1995) Pholus: Wandler zwischen Saturn and Neptun. Chiron Verlag, Mossingen.
Kouveliotou, Robert C. Duncan and Christopher Thompson. (2003) Magnetars. Scientific American, febr.
Luu, Jane X and David C.Jewitt (1996) The Kuiper belt. Scientific American, May
Pasachoff, Jay M. (1991), Astronomy: from the Earth to the Universe, fouth edition, Saunders College Publishing , London ISBN 0-03-031329-5
Ptolemy, Claudius.(1985) The Almagest. Chicago: Britannica, Great Books of the World
Reinhart, Melanie (1989), Chiron and the Healing Journey. Arkan, Penguin Books
---- ( 1996), To the Edge and Beyond. Centre for Psychological Astrology Press, London.ISBN 1900869 03 4.
Robson, Vivian E. (1984) The Fixed Stars and Constellations in Astrology. York Beach, ME: Samuel WeiserMaine
Stein, Zane B. ( 1986) Essence and Application: A view from Chiron, CAO Times, New York. ISBN 0-917573-07-2
Teissier, E. (1996) Astrologie, wetenschap van de XXIste Eeuw, Uitgever BXXToH, 's-Gravenhage, ISBN 90-5501-342-0
Weissman, Paul.R. (1998) The Oort Cloud. Scientific American, September
Winter, Johanna J.A. (1989) Welke dierenriem is de juiste de tropisch of de siderische ? (Den Haag, eigen uitgave)
Mededeling:
5-7 november 2004 zal het Najaars Astrologen Congres in Oldenzaal plaatsvinden. De organisator van het congres Drs Ronald Hepp heeft mij uitgenodigd om een tweetal lezingen te houden.
Vrijdag 5 november 2004 20.05: "Hoe onze maangodinnen monsters werden"
Zaterdag 6 november 2004 11.45: "Het wonder van de donkere fase van de Maan".
De tekst van de lezingen zal ik in de Uranische Nieuwsbrieven afdrukken.