Uranische Vijfster, Nieuwsbrief nummer 7. Baarn, 13 December 2001, tijdperk Vissen
Stichting Democratisering Wetenschap en Astrologie aan Stichting Vulcanus
De dierenriem en de precessie
Deze nieuwsbrief moet gezien worden als een aanvulling op de vorige
nieuwsbrieven, en nog niet over het onderwerp, dat we in de laatste nieuwsbrief
hebben aangekondigd. We hebben toen gezegd, dat we nader zouden ingaan op de
Gulden Snede en de Fibonacci getallen. Reden hiervan is dat we nog even willen
stil staan bij het feit, dat we tijdens ons literatuuronderzoek hebben
geconstateerd, dat er geen verband is getrokken tussen de Precessie getallen
enerzijds en de Vijfster, de Gulden Snede en de Fibonacci getallen anderzijds.
Het zou wel eens zo kunnen zijn, dat de reden voor het niet leggen van dit
verband zijn oorsprong zou kunnen hebben aan het feit, dat sinds het begin van
onze jaartelling in onze westerse wereld er een scheiding heeft plaats gevonden
tussen de esoterische (cq. astrologische) en astronomische wetenschappen. Zo
zijn ze ieder hun eigen kant op gegaan en hebben zij zich niet meer intensief
met elkaar bezig gehouden. De manier van denken wordt sterk verschillend. De
exacte wetenschap wil bewijzen verkrijgen door experimenten, die zich ook nog
kunnen herhalen. Het moet meetbaar en waarneembaar zijn, een oorzaak en gevolg
hebben, het moet strikt logisch zijn. Terwijl de esoterische wetenschap zich van
een heel ander taal bedient, die van de symboliek. Ze maken gebruik van
onzichtbare krachtvelden en resonanties van energieën uit de kosmische ruimte.
Er zijn gelukkig een aantal mensen en groeperingen, die de noodzaak inzien om
deze twee stromingen weer naar elkaar toe te buigen. Zo hebben ook wij op 12
april 2001 hiervoor een Stichting in het leven geroepen met de pretentieuze
naam: Stichting Democratisering Wetenschap en Astrologie (DWA) met de volgende
doelstelling:
het ontwerpen van projecten die de democratisering van de wetenschap en astrologie kunnen bevorderen en dat deze projecten een steentje kunnen bijdragen voor het bouwen van een brug die de 'exacte' wetenschappen (geologie etc) zouden kunnen gaan verbinden met de esoterische wetenschappen (astrologie, etc).
We grijpen even terug in de tijd, toen in het oude Griekenland en Egypte de astronomie en astrologie nog broederlijk met elkaar waren verenigd.. De tekens van de dierenriem kwamen toen nog overeen met de desbetreffende sterrenbeelden. Sinds die tijd tot op de dag van vandaag hebben de westerse astrologen het lentepunt van die tijd vastgezet op de 1e graad Ram ongeacht of het sterrenbeeld Ram daarmee overeenkwam. Men heeft de astrologie losgekoppeld van de sterrenconstellaties. Men hield en houdt zich uitsluitend en alleen vast aan de interacties van de energieën tussen zon, maan en planeten.
De dierenriem is door de Babyloniërs als een referentiekader gebruikt om de positie van de planeten tussen de sterren aan te geven. Er was een afbakening van de sterrenbeelden in de buurt van de ecliptica. Eerst waren er 18, later in 15 en tenslotte 12 sterrenbeelden. Het werd in verbinding gebracht met de maanden,12 maanden in een jaar en 12 tekens van de dierenriem. Een schematische maand telde 30 dagen, in elk teken 30 graden. Dit was ook de oorsprong om de cirkel in 360 graden in te delen. De zodiaktekens aan sterrenconstellaties gekoppeld, vandaar de naam de siderische zodiak (sidus= ster in het Latijn). Het waren de Grieken, die de siderische zodiak van de Babyloniërs overnamen. Men dacht dat het lentepunt onbeweeglijk tov. de sterren stond. (Let wel de sterren zoals wij die als een sterrenbeeld zien bevinden zich echter op verschillende afstand van ons op aarde. Wij projecteren ze op een denkbeeldige hemelbol. Het is een puur menselijke voorstelling van de nachtelijke sterrenhemel).
Rond 130 v.Chr. ontdekte Hipparchus dat het lentepunt tengevolge van de precessie van de aardas verschoof. In die tijd was het lentepunt 8 graden Ram. In de volgende eeuwen komt het lentepunt steeds dichter bij de 1e graad van Ram te liggen. In het jaar 221 n.Chr. valt het lentepunt exact op het begin van het teken Ram van de Zodiak. De Griekse-Romeinse astronoom Ptolomeus geboren in Egypte (100-178 AD) schreef in de periode 127 - 151 het grootse astronomische boek van de oudheid Almagest. (8) Het is een verhandeling van maar liefst dertien boeken. Het was niet de originele titel.. De titel van Almagest was eerst:: "De mathematische compilatie". Deze werd door Ptolomeus veranderd in : " De grootse compilatie". Het werd daarna uit het Grieks in het Arabisch vertaald als "al-majisti". Vanuit het Arabisch is het in het Latijn vertaald onder de uiteindelijke titel " Almagest". Het behandelt de mathematische theorie van zon, maan en planeten. Grasshoff (1) schrijft hier over:
"Ptolomy's Almagest" shares with Euclid's "Elements" the glory of being the scientific text longest in use. From its conception in the second century up to the late Renaissance, this work determined astronomy as a science".
Hij nam in navolging van Aristoteles aan, dat de aarde het centrum van het heelal was, waaromheen elke dag de vaste sterren ronddraaiden samen met de zon, maan en planeten. Maar hij was ook van mening, dat de aarde een bolvorm had. In dit verband is het wel aardig om te zeggen dat de Griekse wiskundige en astronoom Aristarchus van Somos ( 310-230 v Chr.), ver voor Ptolomeus, van mening was dat de zon het centrum voorstelde en dat de aarde, maan en planeten er om heen draaien. Maar deze theorie werd door de Grieken waaronder. Archimedes als niet wetenschappelijk ter zijde geschoven. En zoals we weten is deze theorie door Copernicus in de 16e eeuw weer opnieuw naar voren gehaald.
In het boek "Almagest" besteed hij veel aandacht aan de door Hipparchus (her-) ontdekte precessie van de aardas Hierbij geeft het volgende citaat uit de Almagest op pagina 327 een goed beeld:
From these considerations, and others like these, we can be assured that absolutely all the so-called fixed stars maintain one and the same position relative [to each other], and share one and the same motion. But the sphere of the fixed stars also performs a motion of its own in the opposite direction to the revolution of the universe, that is the motion of the great circle through both poles, that of the equators and that of the ecliptic. We can see this mainly from the fact that the same stars do not maintain the same distances with respect to the solsticial and equinoctial points in our times as they had in former times: rather, the distance [ of a give star] towards the rear with respect to [one of ] those same points is found to be greater in proportion as the time [ of observation] is later..
In een artikel van J.J.O'Connor en F.F.Robertsen (4) gewijd aan Claudius Ptolomeus geven ze, behalve een levensbeschrijving, ook nog een opsomming van critici, die in de loop van eeuwen op zijn werken hebben gehad. Zo beschuldigt in 1977 R.R.Newton (3) hem van een wetenschappelijke misdaad: .
"This is the story of a scientific crime…I mean a crime commited by a scientist against fellow scientists of fundamental information about an important area of astronomy and history"
Grashoff (1) neemt Ptolomeus in bescherming tegen deze aanklacht:
... the assimilation of Hipparchan observations can no longer be discussed under the aspect of plagiarism. Ptolemy, whose intention was to develop a comprehensive theory of celestial phenomena, had no access to the methods of data evaluation using arithmetical means with which modern astronomers can derive from a set of varying measurement results, the one representative value needed to test a hypothesis. For methodological reason, then, Ptolemy was forced to choose from a set of measurements the one value corresponding best to what he had to consider as the most reliable data. When an intuitive selection among the data was no longer possible ... Ptolemy had to consider those values as 'observed' which could be confirmed by theoretical predictions.
Ptolomy zelf geeft op een zeer poëtische wijze weer wat de betrekkelijkheid van zijn werk is. In zijn boek Almagest zien we in zijn eerste boek nog het volgende gedicht dat hiervan getuige is:
Well do I know that I am mortal, a creature of one day.
But if my mind follows the winding paths of the stars
Then my feet no longer rest on earth, but standing by
Zeus himself I take my fill of ambrosia, the divine dish.
Ptolemeus heeft nog een groot aantal andere boeken geschreven, waaronder Tetrabiblos of Quadripartitum (Mathematische verhandeling in vier boeken). Dit laatste boek wordt als het standaardboek voor de astrologie beschouwt. Het was de bijbel voor de astrologen. Let wel in de tijd van Ptolomeus betekenen de twee woorden astronomie en astrologie vrijwel hetzelfde. De astrologie kon voorspellingen doen door middel van de astronomie. De authenticiteit van dit werk is door sommige wetenschappers in twijfel getrokken In de introductie van het boek door wordt door de vertaler en uitgever Robbins (5) het volgende hierover gezegd:
"There are , however two (red. hier volgt de eerste reden) reasons for dismissing any doubts concerning the authorship of the book. The first is that by the second century of our era the triumph of astrology was complete. With few exceptions every one from emperor to the lowest slave, believed in it and having weathered the criticism of the New Academy, astrology was defended by the Stoic sect. Its position was strengthened by the prevalence of stellar and solar religion throughout the world, and it even captured the sciences, such as medicine, botany, mineralogy, chemistry and ethnography. Furthermore, this continued to be the situation, in general, well into the Renaissance, Regiomontanus, Copernicus, Tycho Brahe, Galileo, Kepler and Leibnitz all either practices astrology themselves or countenanced its practice ".
Het is opvallend dat het woord precessie slechts een keer voorkomt in zijn
Tetrabiblos. Dit in scherpe tegenstelling tot zijn zevende boek van de
Almagest waarin het verschijnsel van de precessie uitgebreid wordt
behandeld.. Zou men kunnen stellen dat de westerse astrologen zich meer
aangetrokken hebben gevoeld dat zijn Tetrabiblos, dat zo weinig op heeft met de
precessie van de aardas?
De tegenstanders van de astrologie maken te pas en te onpas dankbaar gebruik
van het loskoppelen van de sterrenbeelden van de tekens van de dierenriem. In hun boek "Astrologie zin of onzin?" trekken de sceptici Martens en Trachet
(2) fel van leer tegen het vasthouden van de westerse astrologie aan het
lentepunt 1e graad Ram (p.56)
"Astrologen die met de tropische zodiak werken, hebben daarop gebroken met een belangrijk basis beginsel van hun 'kunde'. De tendens om de 'ínvloeden' niet meer aan de sterren toe te schrijven, zoals vroeger het geval was, maar aan een puur denkbeeldige verdeling van de ecliptica is dus eigenlijk een historische aberratie".
Ter verdediging van het vasthouden aan het lentepunt, ondanks de precessie van de aardas, citeren we Elizabeth Teissier in haar boek Astrologie wetenschap van de XXIste eeuw (7) p.116-117:
Gelukkig zijn er nog wetenschapsmensen die zich niet a priori afsluiten voor de argumentatie van de astrologen. Ten bewijze de astronoom van het observatorium van Parijs die in 1972 aan A. Barbault schrijft: "Maar u verdedigt een puur planetaire en solaire astrologie en die astrologie ondervindt natuurlijk niet de invloed van de precessie van de dag- en nachteveningen". Ik laat overigens deze eminenté collega graag besluiten: "De zodiak die Ptolomeus, Tycho Brahe. Kepler en Galileï gebruikten en die wij nog steeds gebruiken is die welke de lente elk jaar trouw laat terugkeren als de zon in de equinox van de ram staat. Hij geeft het astrologisch verschijnsel weer van het jaar ritme van de natuur op aarde; het is een zonne-verschijnsel van ons aardse leven en ons mens. En daarin is het universeel verschijnsel dat plaatselijk tot uitdrukking vindt: er bestaat wel een symboliek van het solaire, unieke, planetaire systeem, maar daarentegenover bestaan er verschillende formuleringen van de zodiak: Chinese, hindoe en andere, waarbij die van ons mediterrane variant is. Ik denk dat de astrologie in ieder geval al genoeg echte en moeilijke problemen heeft en dat het niet nodig is , daar nog misleidende bij te maken.
Teissier gaat verder door te stellen dat…"Nogmaals, de mens is een wezen van seizoenen. En de seizoenen zijn natuurlijk onlosmakelijk verboden met de equinoxen en de zonnewendes. Daar komt bij dat astronomisch gezien de constellaties zo oneindig veel verder van de aarde zijn verwijderd dan de band van de dierenriem dat zij onmogelijk de plaats van de dierenriem tekens voor wat betreft hun invloed kunnen overnemen". (pag. 120)
In vorige nieuwsbrieven hebben we duidelijk aangetoond dat verschillende
culturen door de eeuwen wel degelijk de invloed van de precessie van de
extra-solaire hemelobjecten hebben waargenomen en ondergaan.
Toch is het vreemd dat Teissier in haar boek even daarvoor uitgebreid ingaat
op de veranderingen van culturen tengevolge van de precessie van de equinoxen.
Hoe het tijdperk Stier overgaat in Ram en vervolgens in Vissen en stelt zich de
vraag waar begint het Tijdperk van de Waterman? Is het al begonnen en zo ja
wanneer?. Daarna komt ze weer terug op de twistappel tussen voor en
tegenstanders van de astrologie. Ze ziet er geen enkele noodzaak in om de
stellaire zodiak ipv. de zodiak van de keerkringen of van de zon als referentie
te gebruiken . De volgende stelling in haar volgende zin (p.113) roept enkele
vraagtekens op:
"Astrologie is, zoals alle kunst en techniek - en zelfs in zeker mate de wetenschap - fundamenteel op ervaring gebaseerd, dus gekleurd door de cultuur waarin zij ontstaan is".
Inderdaad is de invloed van de precessie niet groot als we een periode van
een mensenleven beschouwen (1 graad in 72 jaar!), maar kijken we naar de
ontwikkeling van de mensheid en haar religies, haar culturele uitingen in de
laatste 10.000 jaar dan is toch wel gebleken dat de precessie van onze aardas
een heel belangrijke rol heeft gespeeld en nog speelt.
De paradox is dat dank zij de astronomische wetenschap die ons een heel
andere plaats in het heelal verschaft dan zoals men vroeger er over dacht
namelijk dat de aarde het centrum van het heelal was en men de hemel zich
projecteert op de aarde onder het motto "Zo boven, Zo beneden" de astrologen
zich hebben teruggetrokken tot ons zonnestelsel. Het is hun goed recht maar
dan moet men ook consequent. Of men neemt de vaste sterren mee in de
astrologie of niet Dat zijn twee uitgangspunten die ieder op hun manier hun
waarde hebben.
Wat is de diepere oorzaak, dat men sinds het begin van onze christelijke
jaartelling in onze westerse wereld, de astrologen zo stug vast te houden aan
de tekens van de dierenriem zonder met de vaste sterren, zoals in vroegere
tijden, rekening te houden. We zouden heel voorzichtig de volgende verklaring
willen opperen: dat het de mensheid in onze westerse wereld sinds het jaar
nul sterk gericht is op de ontwikkeling van het persoonlijk bewustzijn. De
Zwitserse filosoof en psycholoog Carl Jung (6)noemt dit het proces van de
individuatie. Het proces waarbij iemand zichzelf wordt, heel, ondeelbaar
en onderscheiden van andere mensen of van een collectief stelsel van
opvattingen (Hoewel ook niet geheel los daarvan). Uit de hemel is God in de
vorm van een mens afgedaald om ons daarbij de weg te wijzen.
Zoals we in de nieuwsbrief 2 hebben gezien waren de mensen vroeger meer
gericht op de hemel gevuld met allemaal verschillende Goden, die voor ons het
leven uitstippelden.. Als iets mis ging kregen de goden daarvan de schuld.
Kijken we nu anno 2001 om ons heen dan zien we nauwelijks iets meer van de
sterrenhemel, sterk vervuild door onze 'verlichte' steden. Uitgezonderd de
zon, maan en 7 planeten nog steeds een zichtbare en bepalende rol in ons leven
van alledag spelen.
De westerse astrologie is sterk gericht op het ontwarren van onze persoonlijke karakter structuur en onze persoonlijke onbewuste drijfveren die ons gedrag voor een groot deel bepalen. De astrologie slaagt er wonderwel in dit bloot te leggen. Anders is het gesteld met het collectief onbewuste (of anders gezegd het gemeenschappelijk onbewuste geheugen). Iets wat ons mensen allemaal met elkaar delen. Het is een reservoir van alle ervaringen opgedaan sinds mensenheugenis, die iedereen onderhuids (onbewust) met zich mee draagt. Het is mogelijk dat juist bij dit onzichtbare niet direct waarneembare de extra-solaire invloeden een grotere rol spelen bij de ontwikkeling van het collectief onbewuste dan bij het persoonlijk onbewuste. In onze vorige nieuwsbrieven hebben we laten zien hoe krachtig het symbool van de vijfster is. Men is zich daarvan nauwelijks bewust. Het is nu ons doel om meer van zulke collectief onbewuste symbolen en ervaringen aan de oppervlakte te brengen. We richten ons in eerste instantie op de oorsprong en geschiedenis van de ontwikkeling van het bewustzijn. Erich Neumann weet in zijn boek "The origins and history of consciousness"op onnavolgbare wijze juist dat te verwoorden waarop wij onze toekomstige onderzoek willen richten:
"Our aim is not confine to pointing out the correct relation of the ego to the unconscious, and of the personal to the transpersonal (red. collective) .We have also to realise that the false, personalistic interpretation of everything psychic is the expression of an unconscious law which has everywhere constrained modern man to misinterpret his true role and significance. Only when we have made it clear to what degree the reduction of the transpersonal to the personal springs from the tendency which once had a very deep meaning, but which the crisis of modern consciousness has rendered wholly meaningless and nonsensical, will our task be fulfilled. Only when we have recognised how the personal develops out of the transpersonal; detaches itself from it but, despite the crucial role of ego consciousness, always their original weight and meaning, lacking which a healthy collective and individual life is impossible".
Tot zo ver de min of meer ingelaste nieuwsbrief. We zullen ons in de volgende nieuwsbrief zoals beloofd beperken tot de relatie van de Gulden Snede , Fibonacci getallen met de vijfster.
--------------------
Toevoeging aan Nieuwsbrief 5, waarin de precessie getallen in verband werden
gebracht met de religie, esoterische wetenschappen etc
Citaat uit boek van Poncé: Kabbalah p.154:
"Daarvoor stond hij bekend als Sjem ha-meforasj, de 72 -lettergrepige naam van
God bestaande uit 216 letters. Volgens de overlevering vormen de verzen 19-21
van Exodus 16 de oorsprong van de Sjem ha-meforasj. Elk van de drie verzen bevat
72 letters. Als van boven naar beneden wordt gelezen, worden de 72 namen van
drie letters gevonden, die tezamen weer één naam vormen. Aan deze drie
letterwoorden wordt dan nog AL of IH toegevoegd, aldus vormend de namen van de
72 Engelen van de Jacobsladder.
De overeenkomst tussen Sjem ha -meforasj en het Tetragrameton blijkt, als een
andere regel van de Gematria op het vierletter woord JHWH (red. de
onuitspreekbare Naam van God, die door de bijbelvertalers in JEHOVA is
vertaald). De getalsequivalenten luiden dan als volgt: Jod =10, Hê=15, Waw=21.
Dus 10 + 15 + 21 + 26 = 72. Dat is gelijk aan de naam Sjem ha-meforasj).