Nasleep ontruiming Leyweg 2 Van woensdag 2 november 2005 tot en met vrijdag 3 juni 2006
Woensdag 2 november 2005
Rond 8 uur 's-avonds word ik gebeld door een bewoner van het woonwagencentrum
aan de Jan Hanlostraat om te zeggen, dat de wagen van Tinus Perdaems aan de Jan
Hanlostraat 9 van het woonwagencentrum de volgende morgen zal worden
gedemonteerd. Rond 10 uur in de avond belt Tinus mij op om te vragen of ik
morgenvroeg in zijn wagen wil komen voordat zijn wagen zal worden gedemonteerd.
Ik zou me dan laten arresteren. Immers ik had aan iedereen die het maar wilde
weten in de afgelopen maanden gezegd dat ik mij zou later arresteren indien de
Gemeente Den Haag, na hun illegale sloop van de woonwagen aan de Tom
Mandersstraat 21 juni jl., zou doorgaan met slopen of verwijderen van de
woonwagens van de bewoners die hun huur te laat hadden betaald. Zoals al eerder
vermeld, weigert de Gemeente het geld van de bewoners, die alsnog hun
achterstallige huur alsmede de kosten toch willen betalen. Ze hebben zelfs dit
geld als borg aan hun advocaten gegeven die op hun beurt getracht hebben om deze
gelden aan de gemeente te betalen. Ook weigert de Gemeente de bewoners een
tweede kans te geven door hun een tweede huurovereenkomst met hen te sluiten.
Van de daken wordt door hun steeds geroepen gelijke monniken gelijke kappen,
immers de woonwagenwet is afgeschaft en hebben de woonwagen bewoners evenveel
rechten en plichten als de burgers. Niets van dit alles, want normaal is dat in
zulke gevallen gewoonlijk de burgers wel deze tweede mogelijkheid wordt geboden
en ze alsnog hun achterstallige huur mogen betalen.
In de afgelopen maanden had ik gehoopt dat de gemeente Den Haag, na de
illegale sloop van 21 juni jl. en de scherpe reactie die dit in de
raadsvergadering van 23 juni jl heeft gegeven, hun snode plannen zouden
opgeven.. Ik heb getracht door het schrijven van talloze vertrouwelijke brieven
aan alle raadsleden, wethouders en zelfs Hare Majesteit de Koningin en de
Minister-president, om hen te vragen of zij een gesprek van mij met de
Burgemeester Deetman van Den Haag en de verantwoordelijke wethouder Norder
zouden kunnen regelen. . De Gemeenteraad en de Wethouders hebben mij laten
weten, dat zij geen reden zagen om aan mijn verzoek te voldoen. Trouwens ik had
daarvoor al vele malen een gesprek aangevraagd bij de Burgemeester Deetman en de
wethouder Norder. Steeds kreeg ik een afwijzend antwoord.. De enige positieve
reacties kreeg ik van Hare Majesteit. De directeur van het Kabinet van de
Koningin deelde mij mede dat Hare Majesteit van mijn brief kennis had genomen.
Van de Minister President kreeg ik 1 september jl. een brief met de volgende
inhoud.
"Geachte Heer De Booij
Hierbij bevestig ik de ontvangst van uw brieven van 23 juni en 10 juli
2005. Hierin vraagt u aandacht voor het woonwagencentrum aan de Leyweg te Den
Haag. Ik heb hiervan met aandacht kennisgenomen. Zoals u schrijft in uw brief
kan ik persoonlijk niet behulpzaam zijn. Ik waardeer echter uw maatschappelijke
betrokkenheid en stel het op prijs dat u mij hebt geschreven.
Met vriendelijke groet. Getekend door Mr. Minister President Mr. dr.
J.P.Balkenende".
Maar dit alles heeft niet mogen baten, de Gemeente Den Haag gaat keihard door
met haar misdadige beleid, dat zij begonnen is is op 11 december 2002 in die
tien ijskoude dagen door het woonwagencentrum aan de Leyweg liquideren..
Het is in dit verband goed om even in de herinnering te roepen wat er
allemaal voor deze aanstaande sloop cq verwijdering van de woonwagen van Tinus
is gebeurd.
16 december 2002 is de woonwagen door de firma Klomp van de Leyweg naar de
Jan Hanlostraat vervoerd. Daar aangekomen bleek dat de wagen te groot was voor
de locatie die voor zijn wagen was ingeruimd. Eerst is daarvoor een muurtje aan
de rand van de sloot gesloopt. Zo kon de wagen er alsnog op worden geplaatst. De
transportbinten, die onder de wagen waren gelast op de Leyweg, staken echter nog
over de aangrenzende sloot. Zo kon Tinus hier nog een terras op bouwen. Zo
gezegd, zo gedaan maar Tinus mocht nog geen huurovereenkomst tekenen. De
Gemeente zou gaan zoeken voor een andere locatie die wel geschikt zou zijn voor
zijn wagen. Dit is niet gelukt zodat de gemeente Tinus geeft voorgesteld om de
wagen te verkleinen. Dit zou 50.000 euro kosten. Omdat hij het geld niet had,
heeft hij een lening aangevraagd. Deze werd hem niet verleend.. Inmiddels is
gebleken dat de verhuizing in 2002 een schade aan zijn wagen heeft opgeleverd
van 219 .000 euro. Hiervoor is door een erkend special buro een rapport gemaakt.
Dit rapport is door de gemeente erkend. In de boxen aan de Leyweg had Tinus nog
veel werkmateriaal even als spullen van anderen opgeborgen, alles ter waarde
tussen 50 en 80.000 euro. Hiervan heeft hij aangifte gedaan in 2003. Nooit meer
iets van zijn spullen teruggezien, laat staan schadevergunning gekregen.
Inmiddels heeft de Gemeente hem een bestuursdwangsom voor de kosten van de
onvrijwillige verhuizing in 2002 ter waarde van 224.000 euro opgelegd. Op 6 juli
jl heeft de rechter besloten dat deze bestuursdwang alsnog moest worden betaald.
Hij is hiervoor in hoger beroep gegaan, dat nog dient. De Gemeente Den Haag
heeft hem een rekening gestuurd van 42.500 euro rente voor de uitstaande
dwangsom. Van de geleden schade zou Tinus dus een soortgelijk bedrag aan de
gemeente kunnen sturen voor zijn geleden schade dat ongeveer het zelfde bedrag
inhoudt.
De gemeente heeft hem 9 september jl., na vele afgewezen verzoeken en
gesprekken aangezegd het pand te verwijderen, omdat hij de achterstallige huur
van 3000 euro niet op tijd had betaald. Indien hij niet op dit bevel zou ingaan
zou hij een dwangsom van 5000 euro per dag moeten betalen. Dit besluit heeft hij
pas kort geleden ontvangen.
Over deze achterstallige huur nog het volgende. Sinds april vorige jaar heeft
hij aan de sociale dienst de opdracht gegeven om van zijn uitkering (verkregen
in 2003) 50 euro achter te houden voor de achterstallige huur alsmede 200 euro
voor de de lopende huur. Let wel waarom heeft Tinus een uitkering aangevraagd
omdat hij zijn beroep als meubelmaker niet meer als zelfstandig kon uitoefenen
omdat al zijn werkmateriaal uit zijn boxen waren verdwenen . Daarboven. heeft
hij aan zijn advocaat De Koning een bedrag van 4500 euro in borg gegeven . Dit
voor het afbetalen van de 3000 achterstallige huur.. Dit bedrag heeft de
Gemeente echter nooit bereikt omdat dit door de deurwaarder werd geweigerd..
29 oktober jl. heeft via een kort geding Tinus via zijn advocaat gevraagd om
een voorlopige voorziening te treffen zodat hij uitstel zou kunnen krijgen. De
advocaat van de Gemeente Mr. de Jonge heeft voor de rechters beweerd dat hij
optrad voor de Burgemeester en Wethouders. De rechters hebben na enkele uren het
verzoek verworpen.. In het weekend van 30 en 31 oktober hebben alle bewoners van
de Jan Hanlostraat in beraad bijeen een plan ontworpen om alsnog de wagen van
Tinus voor de ondergang te redden. Ze zouden de wagen 1 meter terug kunnen
plaatsen. Immers de transportbinten zaten er nog onder. Daarna het afgebroken
muurtje weer te herstellen. Dit plan werd maandag 1 november jl. aan hun
advocaat voorgelegd. De advocaat heeft op zijn beurt de Gemeente advocaat de
heer Mr van Dijk, die optrad als plaatsvervanger van Mr. de Jonge hiervan in
kennis gesteld. Dit werd afgewezen. Woensdag 3 november jl is Tinus naar het
advocaten kantoor CMS in Hilversum gegaan. Die hebben aan de Gemeente
voorgesteld om de wagen te verzegelen. Zij hebben de waarde van de wagen begroot
op 500.000 euro. Zij vroegen een toetsing van het hoger beroep. Indien het hoger
beroep tegen de bestuursdwang door Tinus zou worden gewonnen zou de Gemeente
aansprakelijk gesteld kunnen worden. Ook dit werd alles van tafel geveegd.
Woensdag 3 november is de wijkagent van de Jan Hanlostraat aanwezig bij een
vergadering inzake de ontruiming van de volgende dag. Er werd toen vastgesteld
dat de wagen zou worden gedemonteerd. Rond half acht 's-avonds vernam een
bewoner van een bouwinspecteur, dat de ontruiming na negen uur zou plaats
vinden. Dit in verband met het feit dat de kinderen dan naar school waren. Die
hebben immers een trauma opgelopen tijdens de ontruiming van december 2002.
Zoals eerder gezegd, belt Tinus mij op om even voor de ontruiming van
vermoedelijk negen uur in de wagen te komen zitten. Ik voorvoel echter dat de
gemeente wel eens eerder zou beginnen. Ik beloof hem al om zeven uur in de
ochtend bij hem te komen.
Donderdag 3 November 2005
Enkele seconden voor mijn wekker afgaat om half zes, ben ik opgestaan en om
kwart voor zes van mijn huis in Baarn vertrokken. .Ondanks een autoweg gevuld
met auto's en vrachtwagens die bumper aan bumper rijden, kom ik rond kwart voor
zeven bij het centrum aan. Het ziet er al blauw van de ME. Er is een peloton van
rond 100 man ingezet, een arrestatie team en 2 honden brigades Ik mag het
centrum niet in. Ik heb mijn wagen ergens verderop aan de kant geparkeerd. Bij
een andere ingang houdt ME mij tegen maar ik zeg dat ik er woon en mag door.
Tussen een paar wagens door kom ik voor de wagen van Tinus, die streng wordt
bewaakt door de ME. Gelukkig is er de wijkagent die ik al goed ken. Hij loodst
mij naar binnen. De ME denkt zeker dat ik een stille ben. Binnen gekomen is daar
mijn vriend Kames . Tinus zet koffie. Even later zitten we in zijn wagen rond
vijf voor zeven aan de koffie, Sani, Tinus,. de agent en ik. Nauwelijks hebben
we een slok genomen of er wordt geklopt. Het is de deurwaarder vergezeld door de
politie en leden van het arrestatie team Hij verzoekt ons het pand te verlaten.
Waarop Tinus nog zegt : "Ik heb toch mijn huur betaald". Hij geeft Tinus de
verzekering dat de wagen keurig, zoals afgesproken, in vier stukken zal worden
gedemonteerd. Er wordt gevraagd of alle roerende goederen moeten worden
meegnomen . De kosten van de opslag zullen dan voor rekening van Tinus komen.
Tinus en Sani hebben het pand verlaten. Toen wordt mij gevraagd om het pand te
verlaten. Ik zeg hun dat ik hier blijf zitten. Dan vragen ze nog twee maal. Ook
dit weiger ik. Dan komt een agent mij dit nogmaals driemaal vragen. Ik word door
leden van het arrestatieteam naar buiten gedragen en in een busje gestopt die
mijn naar het politiebureau Loosduinen brengt, alwaar ik rond tien voor acht
binnen kom. Om 10 uur word ik verhoord door de rechercheur Marco Lagas. Hij laat
mij een lijst zien van alle misdrijven die ik heb begaan in het verleden.. Om te
beginnen met de lokaalvredebreuk van het Maagdenhuis aan de Universiteit van
Amsterdam 16 mei 1969. Mijn laatste misdrijf dat ik heb begaan staat er niet op.
Het is niet namelijk niet voor de rechter geweest. Ik had me 18 december 2002 in
het gemeentehuis van Den Haag laten arresteren om te protesteren tegen de
onvrijwillige verhuizing van het woonwagencentrum aan de Leyweg dat toen in
volle gang was. Mijn rechtzaak zou dienen 6 augustus 2003. Maar omdat het er
toen naar uitzag dat de Gemeente Den Haag welwillender tegen over de bewoners
aan de Jan Hanlostraat was gaan staan leek het mij niet gewenst om de Gemeente
via de Rechtzaal aan te vallen, het zou de zaak onnodig weer op scherp hebben
kunnen stellen. Reden waarom ik, alhoewel met bloedend hart de zaak heb
afgekocht met 160 euro Nu liggen de kaarten heel anders en is de Gemeente Den
Haag regelrecht gekomen met een oorlogsverklaring door de wagen van Tinus
Perdaems met de grond gelijk te maken inclusief met vrijwel alle zijn
bezittingen. Het mij ten laste feit is opgeschreven in het Wetboek van
Strafrecht, Tweede boek Art. 184
Hij die opzettelijk niet voldoet aan een bevel of een vordering,
krachtens wettelijk voorschrift gedaan door een ambtenaar in de uitoefening van
enig toezicht belast (...), wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste
drie maanden of geldboete van de tweede categorie.
Ik krijg de dagvaarding nog niet mee, omdat de desbetreffende agent, die mij
had aangehouden, nog moet worden gehoord. Dat de zaak voorkomt is zeker want het
is geen overtreding maar een misdrijf. Ik vroeg de rechercheur nog een kopie van
het lijstje maar dat was een vertrouwelijk stuk van Justitie. Mijn eigen
doopceel mag ik niet in mijn bezit hebben! De agent die mij gevraagd heeft om
het pand te verlaten heeft nog speciaal gebeld naar het politiebureau om mij te
voorzien van koffie en brood.. Rond 3 uur in de middag word ik vrijgelaten. Sani
Kames haalt mij op en brengt me terug naar mijn wagen Ik stuur om half twaalf in
de avond een e-mail aan Burgemeester Deetman waarin ik hem mijn ervaringen en
plannen meedeel.
" Burgmeester, Zoals ik U al vele malen heb geschreven, zal ik mij laten
arresteren als U door gaat met uw onrechtmatige ontruimingen cq sloop van
woonwagens aan de Leyweg en daarna de Jan Hanlostraat. Vanochtend was het weer
zo ver en heeft U de woonwagen Jan Hanlostraat 9 gedemonteerd ( in het jargon
van de reizigers fijngeknepen). Reden waarom ik mij heb laten arresteren rond 7
uur van ochtend en heb na 7 uur detentie (overigens prima verzorging) mij kunnen
verheugen in het begaan van een misdrijf art 184 WvS waarmee ik uiteindelijk U
mag spreken in een rechtszaal om U te vragen over de gronden waarop U het beleid
dat U gevoerd heeft sinds 11 december 2002 heeft gebaseerd. Ik zend u als
bijlage een brief van uw minister president, die toch een iets genuanceerdere
mening heeft over mijn intenties. Inmiddels hoop ik vurig om met U in de
rechtszaal onze (juridische) degens te kruizen. Tom de Booij"
Donderdag 4 november 2005
Het enige krantenbericht over de sloop van de woonwagen van Tinus Perdaems
dat ik heb kunnen vinden is uit de Haagsche Courant van 4 november geschreven
door Robbert Salome: Huurconflict woonwagen beslecht. Met de sloop van een
immense woonwagen op het woonwagencentrum aan de Noordweg heeft de gemeente Den
Haag gisteren opnieuw een huurconflict met een Haagse woonwagenbewoner beslecht.
Een sloopmachine trok de twee verdiepingen tellende houtwerk vanaf de Noordweg
stuk. De sloper werd begeleid door leden van de mobiele eenheid. Die hoefde niet
in actie te komen; de bewoners van het woonwagencentrum keken in alle rust toe
hoe de wagen werd afgebroken.
Commentaar Ik heb Robbert Salome persoonlijk woensdag 2 november ingelicht
dat de wagen van Tinus de volgende ochtend gesloopt zou worden. Hij kon gezien
mijn eerdere uitlatingen op zijn vingers na tellen dat ik me in de wagen zou
laten arresteren. Toen ik echter gearresteerd werd lag hij nog zeker lekker
onder de wol. Het klinkt wel schrijnend dat Salome schrijft dat de
woonwagenbewoners in alle rust toekeken. Wat kunnen zij anders dan lijdzaam
toezien hoe een wagen met de grond wordt gelijkgemaakt. Vooral bij de kinderen
die de verhuizing van 2002 hebben meegemaakt worden de wonden weer opengereten.
In december 2002 had men nog gewacht dat de kinderen naar school waren en zijn
pas rond negen uur met de ME binnen gevallen. Nu was het al om half zeven raak.
Normaal wordt er altijd wel een foto bij geplaatst, maar dat als je de hierna
volgende foto's ziet is het wel te begrijpen dat ze de burgers niet willen laten
zien wat in het Haagje wel gebeurt. Door de bewoners zijn vrijwel alle media
over de komende sloop ingelicht, maar net zoals in december 2002 is niemand van
de media komen opdagen. Ook belangstelling van de Raadsleden is zover mij bekend
niets gebleken.
Vrijdag 5 November 2005
Tinus belt mij op om mij te bedanken voor mijn inzet. Hij vertelt vervolgens
wat er die vorige dag was gebeurd. Rond half acht hebben ze keurig 2 airco's
gesloopt, vervolgens de sloot gedempt om via de Noordweg de wagen te
verwijderen. Om geen aangrenzende wagens te beschadigen hebben ze computers
opgesteld om trillingen te meten om daarmee zien dat dat deze niet te heftig
waren. Het zag er dus uit dat de wagen keurig zou worden gedemonteerd. Maar tot
hun grote schrik kwam opeens een grijpwagen en begon de wagen te slopen. Rond
half negen in de avond was de klus geklaard. Ze hebben toen de huisraad die er
nog stond en niet was meegenomen ook fijngeknepen als ook de zojuist keurig
gesloopte airco's en alles in de containers gedumpt. Waar is nu al het puin naar
toe gebracht? Een gruwelijker scenario is alleen te bedenken voor een horror
film Ze hebben het gedumpt in containers die waren opgesteld op.................
het oude woonwagen centrum aan de Leyweg.
De wagen van Tinus is dus tegen zijn zin versleept van de Leyweg naar de Jan
Hanlostraat in 2002. Hiervoor moest hij 224.000 euro betalen. Nu bijna 3 jaar
later komt de wagen in kleine brokstukjes naar de Leyweg en moet hij ook nog
voor deze 'verhuiskosten' gaan betalen (misschien wel 35.000 euro of meer). De
hiernavolgende foto's zeggen meer dan ik in duizenden woorden kan zeggen.
.jpg)
Jan Hanlostraat 9 Den Haag 3 november 10.00 voormiddag
.jpg)
Jan Hanlostraat 9 Den Haag 3 november 11.00 voormiddag
.jpg)
Jan Hanlostraat 9 Den Haag 4 november 2005
Wat moet ik hier verder over zeggen?.
Maandag 7 november 2005
Vanochtend ontving ik van een Raadslid van de Gemeente Den Haag een positieve
reactie die we de lezers van mijn website niet willen onthouden
Geachte Heer,
Sloop woonwagen SCHANDALIG. Het heeft gewoon geen naam. Ik word hier heel
droevig van. Het gaat men onze samenleving helemaal de foute kant op. Ik heb het
van dichter bij kunnen meemaken. Heb gedaan wat ik kan en zelfs meer. Doch als
je 8 moties van wantrouwen tegen dit bestuur geeft en geen enkele van de 44
andere raadsleden steunt het - dan is alles gezegd. Volgend jaar kom ik ook op
straat te staan en zal ik daardoor mijn dochtertje in co-ouderschap verliezen.
Dus ik kan mij helemaal; inleven in jullie gevoelens van totale machteloosheid
tegen zoveel bestuurlijk geweld. Ernstiger is dat u klaarblijkelijk geen hulp
kunt krijgen bij links (PVDA) en hoe rechts (VVD en CDA) er tegenoverstaan is
ook zeer duidelijk...Nieuwe partijen aan de macht... ach ... iedereen slaapt
toch op dit terrein .Ik kan alleen maar meeleven en op bestuurlijk vlak mee
beamen dat het niet betaamt in een zogenaamde stad van vrede en recht ... en
veiligheid voegt Deetman er nog aan toe ??????? voor wie ? voor jullie ? voor
mij en mijn dochter ??? Als ik mijn dochter verlies ga ik weg uit dit land.
Vorig jaar verlieten 56.000 Nederlanders dit land en zijn regime .... het zegt
genoeg. Straks ben ik weer 10 % van mijn inkomen kwijt ... en zo gaat die voor
iedereen maar door. Ik steun jullie waar ik nog kan voor de vier maanden dat ik
nog raadslid ben. Sterkte !Vriendelijke groet, Jozef Labuche.
Vrijdag 11 november 2005
Vandaag heb ik een brief geschreven aan de Grote Drie: (VVD, PvdA, CDA) van
de Gemeente Raad van Den Haag. Reden waaom is duidelijk. Zij hebben door hun 28
stemmen jarenlang de dienst uitgemaakt in Den Haag. De andere 9 politieke
partijen hebben in totaal 17 stemmen. Elke motie van wantrouwen van deze
partijen wordt moeiteloos door hun van tafel geveegd. Het is op zijn minst
merkwaardig genoemd dat juist de PvdA met zijn PvdA wethouder Norder, de
grootste voorstanders zijn van een verscherpt woonwagenbeleid, die de voetsporen
volgen van Burgemeester Leers in Maastricht, direct gevolgd door Minister Remkes
en Burgemeester Deetman. Daarbij is het nog merkwaardiger dat de PvdA onder
leiding van Wouter Bos de oppositie vormt in de Tweede Kamer. Hoe is dit te
rijmen? Wie het weet mag het zeggen. In ieder geval weet ik dat het misdadige
woonwagenbeleid gewoon wordt door gezet. De reden van de brief die hierna volgt
is om de Grote Drie te vragen of zij hun gevoel willen laten spreken door B en W
te smeken om niet door te gaan met hun beleid om de woonwagenbewoners (lees:
reizigers) te liquideren. Het zijn toch Nederlandse staatsburgers, die sinds de
19e eeuw hun diensten aan onze samenleving hebben gegeven. Zie mijn verhaal over
de 150 jaar woonwagenbeleid op deze website. Hier komt dan de brief aan de Grote
Drie.Baarn, 11 -11- 2005 11.00 uur (wapenstilstand eerste wereldoorlog 87 jaar
geleden)*
Onderwerp: woonwagenbeleid van B en W van de gemeente Den Haag
Geachte leden van de fracties VVD, CDA en PvdA van de Raad van de Gemeente
Den Haag
Uw fracties hebben sinds 5 juni 1997 - de raadsvergadering waar gestemd is
over de opheffing woonwagencentrum Leyweg - tot op de dag van vandaag er
letterlijk en figuurlijk mee ingestemd, dat het woonwagencentrum in december
2002 is 'verhuisd' naar de Jan Hanlostraat. Dat Sani Kames met zijn vrouw zijn
standplaats van zijn woonwagen aan de Jan Hanlostraat 6 juni jl heeft moeten
ontruimen, dat de wagen van Tinus Perdaems 3 november jl met de grond gelijk is
gemaakt. Uiteraard voelde U zich gesterkt door de brief, die minister Remkes in
mei jl aan alle Nederlandse gemeenten heeft gestuurd om hun op het hart te
drukken, dat zij de 'vrijplaatsen' daadkrachtig moesten aanpakken. Een goed
voorbeeld hiervan is het fijnknijpen van de wagen Tinus. Zo liet de
fractievoorzitter van de PvdA de heer H.P.M. Kool zich in de wandelgangen van
het Gemeentehuis in Den Haag ontvallen tegenover een raadslid, dat ze goed op
koers zaten of iets dergelijks van dezelfde strekking. Mevrouw C.J.M van
Nimwegen-van Wieringen, eveneens van de PvdA, heeft ook te kennen gegeven dat B
en W het goed aanpakt met de woonwagens. Het enige raadslid van de Grote Drie,
die een zekere bewogenheid jegens de woonwagenbewoners heeft laten zien is de
heer Anne Mulder van de VVD. Hij is ook enkele malen op het woonwagencentrum aan
de Jan Hanlostraat geweest om poolshoogte te nemen. Wel jammer was dat hij in de
raadsvergadering van 23 juni jl tegen de motie van de SP stemde en als
commentaar had dat ze toch hun huur moesten betalen Hij zei toen letterlijk: "
Als iedereen netjes zijn huur betaalt kun je ontruimingen voorkomen. Dan is er
niets aan de hand".
Maar zo eenvoudig ligt de zaak niet. Het te laat betalen komt door het feit,
dat zij nog geen cent schadevergoeding als gevolg van de gedwongen verhuizing
december 2002 hadden gekregen. Zo heeft Tinus Perdaems 220.000 euro schade aan
zijn wagen gehad, wat door een rapport van een erkend bureau door de gemeente is
erkend en dacht hij met zijn huurschuld dat dit kon worden verrekend. Door de
wethouder Norder wordt steeds geroepen ook tijdens de TV uitzending van 21 juni
jl., dat nu de woonwagenwet is afgeschaft, de woonwagenbewoners zich moeten
houden aan de rechten en plichten zoals de gewone burgers dat moeten doen.
Gelijke monniken, gelijke kappen. Daar ligt nu de hele crux, namelijk burgers
wordt gebruikelijk bij een huurschuld een tweede kans geboden en als ze de huur
alsnog willen betalen ondanks het feit dat ze in eerste instantie te laat waren
en wordt hun een nieuwe huurovereenkomst aangeboden. Zowel Sani Kames en Tinus
Perdaems hebben de gelden voor de achterstallige huur (resp. 2300 en 3000 euro)
aan hun advocaten Westendorp en Koning gegeven. Deze hebben tevergeefs
geprobeerd het geld aan de deurwaarder te betalen. De gemeente heeft aan de
rechter gevraagd of het huurcontract kon worden opgezegd. De uitspraak is U
bekend. Zo'n uitspraak heeft niet automatisch tot gevolg dat er daadwerkelijk
ontruimd moet worden, maar kan als een stok achter de deur dienen. Nu wordt
steeds gezegd: ja de rechter heeft beslist dus moeten we als Gemeente het vonnis
kracht bijzetten. Dit een misleidende voorstelling van zaken.
Wat er nu weer gebeurd is met de wagen van Tinus Perdaems hoort thuis in een
scenario voor een horrorfilm. De woonwagen van Tinus Perdaems wordt tegen zijn
zin (Hij en de andere bewoners hadden immers in december 2002 aangeboden om
vrijwillig te verhuizen na de kerstdagen) 18 december 2002 naar de Jan
Hanlostraat versleept. De kosten van de verhuizing zijn 224.000 euro opgelegd
met bestuursdwang. De schade aan zijn wagen was een gelijke som maar heeft hij
daar nooit een cent van gezien, ook niet de schade aan zijn spullen die in zijn
boxen waren ondergebracht. Nu wordt omdat hij de huur van 3000 euro te laat had
betaald zijn wagen, geraamd op 500.000 euro, plat gewalst en is het puin ....
hoe verzin je het... naar het oude kamp aan de Leyweg vervoerd waar hij ook nog
voor zal moeten betalen. Tevens is ook een groot gedeelte van zijn huisraad
fijngeknepen. Toch is woensdagavond 2 november in een vergadering waar de
wijkagent bij aanwezig was, afgesproken dat de wagen netjes zou worden
gedemonteerd en niet fijngeknepen Ze zijn om half acht in de morgen van 3
november begonnen met het demonteren van 2 airco's, maar om 10 uur is het bevel
gegeven fijnknijpen en tegen de avond was de klus geklaard en zijn zelfs de
afgemonteerde airco's ook maar tezamen met een deel van zijn huisraad in de
containers gedumpt. Voor opvang van hem is niet gezorgd.
Het moet toch niet zo'n lekker gevoel zijn voor de 45 raadsleden, die B en W
carte blanche hebben gegeven voor deze operaties. Maar gelukkig heb ik nu een
dagvaarding voor het niet opvolgen van een bevel van een ambtenaar (art.184 WvS)
en zal niet nalaten om via alle komende rechtzaken deze zaak in de openbaarheid
te brengen door het horen van vele getuigen à charge.
In een brief van 14 juni jl. heb ik Burgemeester Deetman heb ik op de hoogte
gebracht van mijn strijd tegen het onrecht begaan door Burgemeester van
Haeringen in de zeventiger jaren. Veel acties zijn toen ondernomen door de
Werkgroep Opblazen Burgemeester (W.O.B) Ik schreef Burgemeester Deetman o.m. het
volgende:
" Mocht onverhoopt U doorgaan met het verwijderen van 25 woonwagens (en niet 26 want één woonwagen is al in veiligheid gebracht) breken er gitzwarte tijden aan. De tijden in Baarn in de zeventiger jaren met de Burgemeester van Baarn, Mr van Haeringen komen mij dan weer voor de geest. De Burgemeester heeft toen een lastige burger van Baarn drie weken in het psychiatrische Ziekenhuis Zon en Schild in Amersfoort in eenzame afzondering laten opsluiten met een vervalste medische verklaring. Dit kwam hem duur te staan en niet alleen hij, maar ook de Gemeentearts en de directeur van de sociale dienst moesten vertrekken. Voor de inwoner van Baarn liep het goed af, want hij kreeg van de Gemeente Baarn niet alleen eerherstel, maar ook een ruime schadevergoeding, o.a. voor de kosten voor een studie."
Ik heb drie jaar uitgetrokken om Burgemeester Deetman via de rechtszaal te
ondervragen voor zijn gevoerde beleid sinds 2002. Ik zal hem dan vele vragen
stellen zoals: "Waarom zegt U dat de brief van mij, namens de bewoners, van 10
december 2002 ,waarin ik U mededeel dat de bewoners vrijwillig willen verhuizen,
niet heeft ontvangen". Ik kan hem dan tonen het ontvangstbewijs van deze brief.
De strijd die ik in de zeventiger jaren heb gevoerd in de rechtszaal, tot zelfs
het stelen van mijn eigen dossier uit de Hoge Raad aan toe, heeft mij een schat
van ervaring opgeleverd en ik zal ook niet schromen alle middelen in de strijd
te gooien, die mij ter beschikking staan. Ik heb er zelfs een vrijheidsstraf
voor over. Zo ook in zeventiger jaren toen heb ik maanden in de cel gezeten om
de boetes opgelopen tijdens alle processen uit te zitten. Ik zie daarom de
toekomst met vertrouwen tegemoet om alles boven water te krijgen wat in de
doofpot is gestopt. Wat is er bijv. terecht gekomen van het rapport van de
Commissie de Haseth. Een lid van de Commissie Mr T. van Daalen schreef mij 2
juli jl: "Inderdaad hadden wij als commissie een ander gevolg op ons rapport
voor ogen". Hij voelde zich ook machteloos tegenover de gang van zaken. Mijn
vraag aan U is, kunt U er voor zorgen dat Burgemeester en zijn wethouder Norder
afzien van nog meer ellende door het slopen van woonwagens. Laat ze de bewoners
een tweede kans geven.
Met de vriendelijke groeten, Dr Tom de Booij Koningsweg 45, 3743 ET Baarn tel
035 5412852
*) In de begin jaren dertig moesten wij op de lagere school op dit uur 2
minuten stilte houden, net zoals we nu doen op 4 mei voor de tweede
wereldoorlog. Op welke datum moeten de kinderen op school de derde wereldoorlog
gedenken?
Zaterdag 12 november 2005
Het leek me niet onnodig om de fractievoorzitter van de Tweede Kamer der
Staten Generaal Wouter Bos, (als ook het hoofdbestuur van de PvdA, die ik een
gelijksoortige brief verstuurde) in te lichten over de verrichtingen van zijn
partijgenoten, die zitting hebben in de Raad van de Gemeente Den Haag. Ik heb
hem vandaag een kopie van de brief gestuurd, die ik gisteren heb verstuurd aan
de leden van de drie fracties PvdA, VVD en CDA. De inhoud van mijn brief aan
Wouter Bos spreekt voor zich zelf.
Geachte Heer Bos,
Te uwer informatie zend ik een afschrift van mijn brief aan de fracties PvdA, VVD, en CDA van de Raad van de Gemeente Den Haag. Merkwaardig is dat Uw partij steeds samen met de VVD en CDA al jaren lang de scepter zwaait met 28 leden van de 45 leden in de Raad van de gemeente Den Haag, terwijl U met Uw partij in de Tweede Kamer in de oppositie zit. Het zijn vrijwel altijd PvdA wethouders waar ik in mijn strijd voor het behoud van woonwagencentra, tegen moet vechten. Het zijn zij die de felste voorstanders zijn om die centra te doen verdwijnen. . In Hilversum voor behoud de Egelshoek: ex-wethouder Flink, wethouder Hammer ; in Leiden voor behoud Trekvaartplein: ex-wethouder van Rij, wethouder Buijing; In Den Haag voor behoud Leyweg ex-wethouder Hilhorst, Hanlostraat; wethouder Norder, in Apeldoorn voor behoud de Haere ex-wethouder Gutteling.
Het vreemde is dat van de zijde van de VVD ik soms medestanders tref. En wat te denken van Uw Minister-president (CDA) die in zijn brief van 1 september jl mij waardeert voor mijn maatschappelijke betrokkenheid in zake het behoud van woonwagencentra. Met de vriendelijke groeten Tom de Booij
Maandag 14 November 2005
Van een bewoner van de Jan Hanlostraat ontvang ik de brief van Minister
Remkes van 11 mei 2006, die hij aan alle colleges van Nederlandse Gemeenten
heeft gestuurd. Het gaat over de aanpak van vrijplaatsen/normalisatie
woonwagencentra. Let wel hier wordt door de minister alle woonwagencentra in een
adem genoemd met vrijplaatsen. De brief doet een dringende oproep om het bestaan
of ontstaan van vrijplaatsen tegen te gaan. In deze brief komt de volgende zin
voor: " Zij dienen ongelijke behandeling van verschillende (groepen) burgers
tegen te gaan". (door mij vet afgedrukt). Het is juist deze zin die mij
noodzaakt om een brief te schrijven aan die autoriteiten aan wie de oproep van
de Minister is gericht. In de brief wordt aangekondigd, dat er in 2005 en 2006
twee maal per jaar een ronde tafelsessie zal worden gehouden met de G4,
Maastricht en de meest betrokken instanties. Onder de G4 verstaat men de steden
Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht. Aan het eind van de brief van de
Minister Remkes is te lezen: "Op 20 december 2004 hebben staatssecretaris drs
J.G.Wijn, de burgemeester van Amsterdam J.Cohen, korpschef Amsterdam-Amstelland
B. Welten en hoofdofficier van Justitie mr L.A.J.M. de Wit 2004 een convenant
ondertekent betreffende de toepassing en handhaving van overheidsregelingen bij
vrijplaatsen".
Ik heb dan ook gemeend aan de burgemeesters van de genoemde steden (uiteraard behalve Den Haag) alsmede de ondertekenaars van het convenant de volgende brief te sturen.
Baarn, 14 november 2005
Aan ....... (naar iedere hierboven genoemde overheidsdienaar persoonlijk
geschreven)
Onderwerp: brief Minister Remkes 11 mei jl. aanpak vrijplaatsen/ normalisatie
woonwagencentra
11 mei 2005 heeft minister J.W. Remkes aan de colleges van Burgemeester en Wethouders van de Nederlandse gemeenten een brief gestuurd betreffende aanpak vrijplaatsen/normalisatie woonwagencentra. In deze brief staat te lezen dat "…in ieder geval in 2005 en 2006, zal twee maal per jaar een ronde tafelsessie worden gehouden met onder andere de G4, Maastricht en de meest betrokken rijksinstanties. De reden waarom ik mij tot U, de burgemeesters van de G4 of de ondertekenaars van het convenant, richt is betreft de volgende zinsnede in bovengenoemde brief:
"Zij dienen ongelijke behandeling van verschillende (groepen) burgers tegen te gaan".
Nu de woonwagenwet is afgeschaft zijn de woonwagenbewoners (reizigers) gewone
Nederlandse Staatsburgers geworden. Zoals U in mijn onderstaand relaas kunt
lezen zijn de woonwagenbewoners van Den Haag door de Gemeente Den Haag mijn
inziens ongelijk behandeld. U zou mij ten zeerste verplichten indien U een
onderzoek zou willen doen of hier inderdaad spraken van is. In het hierna
volgend relaas heb ik mijn stelling met argumenten onderbouwd. In december 2002
is de woonwagen van Tinus Perdaems van het woonwagencentrum aan de Leyweg te Den
Haag door de Gemeente Den Haag 'verhuisd' naar de Jan Hanlostraat in Den Haag.
Bij deze 'verhuizing heeft Tinus Perdaems 220.000 euro schade aan zijn wagen
gehad, wat door een rapport van een erkend bureau door de gemeente is erkend.
Voor deze schade heeft hij nooit een cent gezien, ook niet de schade aan zijn
spullen die in zijn boxen waren ondergebracht. Inmiddels is door de Gemeente Den
Haag aan hem een rekening van 224.000 euro gepresenteerd voor de 'verhuizing'
met bestuursdwang. Hij heeft steeds in de veronderstelling geleefd dat deze
huurschuld met zijn schadeclaim zou kunnen worden verrekend. Dit bleek niet het
geval, dit moet men volgens de Gemeente gescheiden bezien. Tinus Perdaems heeft
zijn achterstallige huur van 3000 euro hierdoor te laat betaald. Hij heeft
echter later opdracht gegeven aan zijn advocaat Mr. H. Koning om deze gelden,
plus onkosten, alsnog aan de deurwaarder te betalen. De deurwaarder van de
Gemeente Den Haag heeft geweigerd dit bedrag in ontvangst te nemen.
De gemeente heeft aan de rechter gevraagd of het huurcontract met Tinus
Perdaems kon worden opgezegd. De uitspraak stelde de Gemeente in het gelijk.
Zo'n uitspraak heeft niet automatisch tot gevolg dat er daadwerkelijk ontruimd
moet worden, maar kan als een stok achter de deur dienen. Nu wordt steeds
gezegd: ja de rechter heeft beslist dus moeten we als Gemeente het vonnis kracht
bijzetten. En zo heeft de Gemeente Den Haag Donderdagochtend 3 november 2005 de
woonwagen van Tinus Perdaems met de grond gelijk gemaakt met zelfs een deel van
zijn huisraad. Woensdagavond 2 november in een vergadering ter voorbereiding van
de demontatie van de woonwagen van Tinus Perdaems ,waar de wijkagent bij
aanwezig was, afgesproken dat de wagen netjes zou worden gedemonteerd en niet
fijngeknepen Ze zijn om half acht in de morgen van 3 november begonnen met het
demonteren van 2 airco's, maar om 10 uur is het bevel gegeven fijnknijpen en
tegen de avond was de klus geklaard en zijn zelfs de afgemonteerde airco's ook
maar tezamen met een deel van zijn huisraad in de containers gedumpt., die op
het oude woonwagencentrum aan de Leyweg waren opgesteld. Hier is nu mijns
inziens een duidelijk geval van ongelijke behandeling door de Gemeente Den Haag
aan de orde. De wethouder M. Norder, met woonwagenzaken belast, heeft steeds
geroepen, ook tijdens een TV uitzending van 21 juni jl., dat nu de woonwagenwet
is afgeschaft, de woonwagenbewoners zich moeten houden aan de rechten en
plichten zoals de gewone burgers dat moeten doen. Gelijke monniken, gelijke
kappen. Daar ligt nu de hele crux, namelijk burgers wordt gebruikelijk bij een
huurschuld een tweede kans geboden en als ze de achterstallige huur alsnog
willen betalen ondanks het feit dat ze in eerste instantie te laat waren. Er
wordt hun dan een nieuwe huurovereenkomst aangeboden.
Op die bewuste donderdag 3 november 2005 bevond ik mij in de woonwagen van
Tinus Perdaems. Ik heb het bevel om het pand te verlaten niet opgevolgd. Door
het begaan van dit misdrijf artikel 184 wetboek van strafrecht ben ik in de
gelegenheid om via alle komende rechtzaken deze zaak in de openbaarheid te
brengen door het horen van vele getuigen à charge. Ik heb de Minister-president
steeds op de hoogte gehouden van deze gebeurtenissen Hij schreef in zijn
antwoord van 1 september ondermeer de volgende vriendelijke woorden:
"Zoals u schrijft in uw brief kan ik persoonlijk niet behulpzaam zijn. Ik
waardeer echter uw maatschappelijke betrokkenheid en stel het op prijs dat u mij
hebt geschreven". Inmiddels met de gevoelens van de meeste hoogachting,Dr Tom de
Booij
Bijlage: 3 foto's van woonwagenlocatie Jan Hanlostraat 9 Den Haag; voor
-tijdens en na de sloop van de woonwagen van Tinus Perdaems
Maandag 14 november 2005
Ik krijg vandaag van een bewoner van de Jan Hanlostraat een foto van de
vroegere standplaats van Sani Kames aan de Jan Hanlostraat toegestuurd. Sani
Kames had zijn achterstallige huur van 3000 euro te laat betaald, maar heeft
intussen via inhoudingen van zijn uitkering al 1500 euro betaald. Op zijn
vroegere standplaats is nu een container geplaatst. Vrijdag 18 november 2005
Op 3 november jl ben ik gearresteerd in de woonwagen van Tinus Perdaems, die
diezelfde dag met de grond gelijk gemaakt is. Ik had het bevel van de politie
niet opgevolgd om de wagen te verlaten. Ik heb toen 8 uur vastgezeten. Er is een
proces verbaal opgemaakt (maximum straf voor dit misdrijf artikel 184 Wetboek
van Strafrecht is drie maanden gevangenisstraf). De officier van justitie van
het Arrondissementsparket 's-Gravenhage schrijft mij vandaag het volgende Op mijn parket is een proces-verbaal binnengekomen, waarin u als verdachte
bent aangemerkt. Inmiddels heb ik besloten u daarvoor niet (verder) te
vervolgen. De reden hiervoor is dat naar mijn oordeel:uw leeftijd een vervolging minder gewenst maakt. Deze zaak is hiermee
afgedaan, tenzij
a. ik op grond van nieuwe feiten of omstandigheden deze beslissing moet
herzien;
b. het gerechtshof alsnog een vervolging beveelt. Dat kan als een ander,
die is benadeeld door het feit waarvan u nu verdacht wordt, zich beklaagt over
mijn beslissing u niet te vervolgen.
c. Mocht er in de toekomst opnieuw een proces-verbaal tegen u worden
opgemaakt, dan zal de strafvervolging in de nieuwe zaak in beginsel worden
doorgezet.
Einde citaat brief van de Officier Justitie.
Het onder a. genoemde geeft mij de gelegenheid om een brief te schrijven aan
de Hoofdofficier van Justitie Mr H. Moraal, waarin ik hem zal vragen wie de
Officier van Justitie is die mij niet wenst te vervolgen. Verder zal ik Mr
Moraal vragen of hij de desbetreffende Officier van Justitie niet op andere
gedachten kan brengen. De brief doe ik begeleiden met vele bijlagen waaruit
volgens mij duidelijk blijkt dat ik jong genoeg ben om mij te vervolgen en dat
het leeftijdsargument een duidelijke vorm van discriminatie is. Het is toch te
gek voor woorden, dat ik zonder straf een bevel van de politie kan negeren,
alleen omdat ik 81 jaar ben. Er zijn vele mensen van mijn leeftijd die volledig
toerekeningsvatbaar zijn om een strafproces te kunnen meemaken.
Het onder b. genoemde levert mij de mogelijkheid om bij Gerechtshof te
's-Gravenhage een bewaarschrift in te dienen, aangezien ik als verdachte
benadeeld wordt door de Officier van Justitie, die het door mij begane misdrijf
niet wenst te vervolgen. (Boek I van het Wetboek van Strafvordering artikel 12.-
1) . We lezen verder in dit Boek I onder punt 6. Rechtstreeks belanghebbende a)
Algemeen. MvA (kamerstukken II 1917/18, 77, nr. 1. p.45) verstaat onder
'belanghebbende' degene, die bij instelling of voortzetting van de vervolging
een redelijk belang heeft. Het begrip zou het midden houden tussen '
benadeelde'' enerzijds, en 'belangstellende of 'een ieder' anderzijds. Volgens
vaste jurisprudentie van de Hoge Raad kan slechts degene,die door het achterwege
blijven van een strafvervolging getroffen is in een belang dat hem bepaaldelijk
aangaat, worden aangemerkt als belanghebbende in de zin van art. 12. (zie o.a.
HR 7 maart 1972, NJ. 1973.,35). Onder c. Wie kunnen belanghebbenden zijn? ( Red:
Er worden vele mogelijkheden genoemd zoals Slachtoffer etc maar ook de rol van
de verdachte)
Verdachte. In beginsel zal de verdachte niet als belanghebbende kunnen worden
aangemerkt. Van hem kan niet worden gezegd dat hij een objectief bepaalbaar
belang heeft bij een tegen hem ingestelde strafvervolging. De jurisprudentie
laat evenwel zien dat in een beperkt aantal gevallen een uitzondering mogelijk
is.
Einde wat het wetboek van Strafvordering te melden heeft.
Dit laatste geeft mij voldoende aanknopingspunten om het Gerechtshof trachten
te overtuigen van het feit - gezien wat er allemaal is gebeurd in de Gemeente
Den Haag met het woonwagencentrum aan de Leyweg en Jan Hanlostraat sinds 2002 -
dat ik een rechtstreeks belanghebbende ben. Mocht onverhoopt het Gerechtshof
mijn bezwaarschrift ongegrond verklaren, dan zie ik mij genoodzaakt om opnieuw
een proces verbaal tegen mij zal moeten worden opgemaakt. De Officier van
Justitie heeft mij dus de suggestie gegeven, dat hij dan- ik herhaal wat hij mij
geschreven heeft : " .... zal de strafvervolging in de nieuwe zaak in beginsel
worden doorgezet". Einde citaat van de Officier van Justitie. Op die manier zou
ik dan toch in de rechtszaal kunnen komen als verdachte en ik in de gelegenheid
zal zijn om getuigen, zoals burgemeester Deetman, te ondervragen over zijn
gevoerde woonwagenbeleid in de Gemeente Den Haag. Maar let wel de Officier van
Justitie heeft het juridische toverwoord "IN BEGINSEL" gebruikt. Dat wil met
zoveel woorden zeggen dat hij zelfs dan niet tot vervolging hoeft over te gaan.
Maar dit toverwoord werkt averechts, want dan zal ik weer een nieuw strafbaar
feit moeten begaan. Zo komen we dan in een eindeloze spiraal die onomstotelijk
zal moeten leiden tot een strafvervolging. Het zal nog enkele jaren in beslag
nemen maar gezien mijn leeftijd (zie de brief van de Officier van Justitie) heb
ik dus de tijd van leven.
Zaterdag 19 november 2005
Van een bewoner krijg ik vandaag een rapport van wat er 15 november jl op het
woonwagencentrum aan de Jan Hanlostraat is gebeurd, begeleid met een aantal door
hem gemaakte foto's. Het betreft hier Tinus Perdaems, niet de bewoner wiens
wagen 3 november jl met de grond is gelijk gemaakt, maar zijn vader eveneens
Tinus Perdaems geheten. Het beste lijkt mij op het rapport integraal op te nemen
omdat het een ooggetuige verslag is en geen nader commentaar behoeft:. Het gaat
hierover een schuld daterende uit de tijd, dat de bewoners van de Leyweg in 2002
onder dwang naar de Jan Hanlostraat moesten verhuizen. Hier volgt het rapport:
"Tinus Perdaems had volgens de gemeente een oude precario schuld staan van de
Leyweg, waarvoor hij bij de gemeentelijke belasting moest komen tijdens dat
gesprek heeft hij voorgesteld om een betalings regeling te treffen maar dat was
niet mogelijk omdat volgens de gemeentelijke belasting dienst hij vermogend
was dus een betalingsregeling werd niet geaccepteerd.
Op dinsdag 15 November om ongeveer 14:30 uur kwamen 5 mannen een paar
klerenkasten van een deurwaarderskantoor en politie bij ome Tinus aan de
deur ondertussen werd er op de Noordweg de ME geïnstalleerd. Ome Tinus vroeg wat
zij kwamen doen en ze vertelden dat zij de spullen in beslag kwamen nemen en
naar binnen wilden. Ome Tinus zij dat hij ze er niet in wilden laten, waarop zij
antwoorden dat ze anders geforceerd binnen zouden komen, waarop ome Tinus zij
naar binnen heeft gelaten. Toen zij binnen waren begonnen zij dingen op te
schrijven waarop Tinus vroeg ga je dat in beslag nemen zij zeiden ja toen heeft
ome Tinus een aantal dingen op gepakt en door de ramen naar buiten gegooid. Het
werd hem allemaal te veel hij werd toen vast gehouden en tante Kaat werd er
gewoon niet goed van zij heeft het aan haar hart en is zwaar reuma patiënt. Een
aantal mensen op het kamp hoorde lawaai en gingen kijken wat er gebeurde en
liepen met een sneltreinvaart naar binnen bij ome Tinus en daar escaleerde het
een beetje tussen Carolus Janssen ( coördinator politie ) en twee jongens van
het kamp. Die jongens zeiden dat het nu wel eens zat geweest was om oude
mensen zo aan te pakken en vertelden dat er niets uit de woonwagen in goede
staat uit zal gaan. Maar binnen een notie van enkele minuten stond het weer
zwart van de ME voor de wagen van ome Tinus. Tante Kaat (red. vrouw van ome
Tinus) kreeg er eveel van en werd niet goed. Een paar mensen hebben toen de
ambulance gebeld en die is tot drie keer toe afgebeld door Carolus Janssen (
Coördinator politie ). Uit eindelijk kwam Van der Laan ( politie ) ook ter
plaatse en vertelden dat dit niet normaal was en heeft de ambulance gebeld.
Ondertussen hebben de deurwaarders een aantal dingen genoteerd en toen
arriveerde de verhuiswagen en met een beetje tegenstand van Tinus Perdaems
junior ( inmiddels gearriveerd ) en de dochter van Tinus en Kaat en nog een
aantal jongens hebben zij een aantal dingen laten staan. De rest van de spullen
zijn in de verhuiswagen gegaan en afgevoerd. Om ongeveer 18:00 uur vertrokken
zij weer en was ondertussen was tante Kaat naar het ziekenhuis afgevoerd waar
zij twee dagen is verbleven. Donderdag 17 november heeft Ome Tinus aangifte
gedaan tegen Carolus Janssen omdat hij drie keer de ambulance heeft afgebeld.
PS zelfs de broeders van de ambulance vonden het niet normaal dat zij drie keer afgebeld waren want het was duidelijk nodig dat er een ambulance kwam" Einde rapport..
Zondag 20 november 2005
Na de sloop van de woonwagen van Tinus Perdaems 3 november 2005 stuurde ik
dezelfde avond kwart voor twaalf aan Burgemeester Deetman de volgende e-mail met
als bijlage de brief van de Minister-president van 1 september 2005 :
Burgemeester Deetman,
Zoals ik U vele malen heb geschreven, zal ik mij laten arresteren als U door
gaat met uw onrechtmatige ontruimingen cq. sloop van woonwagens aan de Leyweg en
daarna de Jan Hanlostraat. Vanochtend was het weer zo ver en heeft U de
woonwagen Jan Hanlostraat 9 gedemonteerd ( in het jargon van de reizigers
fijngeknepen). Reden waarom ik mij heb laten arresteren rond 7 uur van
ochtend en heb na 7 uur detentie (overigens prima verzorging) mij kunnen
verheugen in het begaan van een misdrijf art 184 WvS waarmee ik uiteindelijk U
mag spreken in een rechtszaal om U te vragen over de gronden waarop U het beleid
dat U gevoerd heeft sinds 11 december 2002 heeft gebaseerd. Ik zend u als
bijlage een brief van uw minister president, die toch een iets genuanceerde
mening heeft over mijn intenties. Inmiddels hoop ik vurig om met U in de
rechtszaal onze (juridische) degens te kruizen. Tom de Booij
Vandaag ontvang ik van Burgemeester Deetman een brief dd. 17 november 2005
als reactie op mijn e-mail van 3 november 2005 met als brief hoofd:
.Burgemeester Geachte heer De Booij,
Naar aanleiding van uw e-mail bericht van 3 november 2005 merk ik het
volgende op. Er is geen sprake van dat de gemeente onrechtmatig heeft gehandeld.
De gemeente houdt zich aan de regels. Dat wordt bevestigd door de vonnissen van
de rechtbank. U bent zelf verantwoordelijk voor uw eigen handelen, dus ook ten
opzichte van het Wetboek van Strafrecht. In een strafrechtzaak is geen ruimte
voor een beleidsmatige discussie. De brief van de minister-president heb ik niet
aangetroffen. Met vriendelijke groet,

Inlichtingen bij Woonwagenzaken. Kenmerk:DSO/2005.3916
Commentaar: Er zijn een viertal punten die mij opvallen.
1. - dat de brief kennelijk niet door Deetman zelf is geschreven. Zie
handtekening (i/o = in opdracht) en kenmerkvan de Dienst Stedelijke
Ontwikkeling, kennelijk door een ambtenaar van woonwagenzaken van de Gemeente
Den Haag.
2. - dat de twee volgende zinnen uit zijn brief moeilijk met elkaar te
rijmen zijn:
"De gemeente houdt zich aan de regels. Dat wordt bevestigd door de vonnissen
van de rechtbank.".
Uiteraard mag Burgemeester Deetman beweren, dat zij hebben gehandeld volgens
de regels. De Raad van de Gemeente Den Haag heeft dat ook keer op keer
bevestigd. Maar de tweede zin dat het wordt bevestigd door de vonnissen van de
rechtbank is regelrecht een misleidende voorstelling van zaken. Immers de
Gemeente vraagt aan de rechter een oordeel of bv. een huurovereenkomst mag
worden ontbonden en tot ontruiming mag worden overgegaan of bv. bestuursdwang in
bepaalde gevallen mag worden toegepast etc. De rechtbank heeft de Gemeente Den
Haag daarbij in vele gevallen gelijk gegeven. Maar na dit vonnis kan de Gemeente
op haar beurt een afweging maken of ze al dan niet een tweede huurovereenkomst
aan de huurder willen aanbieden of al dan niet tot ontruiming of sloop over gaan
of om bestuursdwang toe te passen.. Dit beleid zou misschien ook volgens de
regels hebben kunnen verlopen. Dit beleid is echter in tweede instantie nog niet
door de rechter getoetst. Zo bijvoorbeeld het gevoerde beleid om de sloop van
een woonwagen aan de Tom Mandersstraat 3 op 21 juni jl. al dan niet legaal of
illegaal is gebeurd. Let wel het gaat niet over een goedkeuring cq. bevestiging
van de Raad van de Gemeente Den Haag, maar over de bevestiging van de
rechtbank.. Reden waarom ik in mijn komende strafzaak de rechter vraag om dit
beleid te toetsen.
3. - dat Burgemeester Deetman al bepaald wat de rechter wel of niet relevant
vindt tijdens de strafrechtspraak en/of de Burgemeester wel volgens de regels
heeft gehandeld. De rechter zal wel bepalen of het al of niet een beleidsmatige
discussie is. Mocht het volgens de rechter een beleidsmatige discussie zal de
rechter uiteraard de verdachte geen ruimte bieden in zijn betoog. Dit onderwerp
is wel heel actueel geworden door de vrijspraak van Samir A. De politici hebben
onterecht kritiek op de Rechterlijke Macht vinden strafrechtdeskundigen zoals
Ybo Buruma, hoogleraar strafrecht aan de Radboud Universiteit Nijmegen de Leidse
hoogleraar strafrecht Th. de Roos. Ook minister Donner heeft in niet mis te
verstane woorden kritiek geuit op politici, en zelfs daarbij zijn partijgenoot
de CDA fractie -leider Maxime Verhagen niet ontzien. Burgemeester Deetman weet
toch beter dan wie ook dat we in dit land leven waar we de scheiding der machten
hanteren (Trias Politica). .
4. - dat de Burgemeester zegt dat hij de brief, die ik van de
Minister-president had ontvangen, niet had aangetroffen. In mijn computer kan ik
bij de afdeling verzonden items zien, dat de brief van de Minister-president als
bijlage, is meegestuurd. Het doet weer sterk denken aan de brief, die ik namens
de bewoners op 11 december 2002 aan de Gemeente Den Haag t.a.v Burgemeester drs
W.J. Deetman, per brief en per fax, heb verstuurd De inhoud van de brief geven
we hieronder nogmaals weer:
We hebben de eer U mede te delen dat wij heden Woensdag 11 december 2002 zijn
begonnen met de verhuizing van het woonwagencentrum Leyweg naar de nieuwe
locatie Jan Hanlostraat (Noordweg) in Uw gemeente. Deze datum hebben wij U reeds
recentelijk namelijk op maandag 9 december jl. medegedeeld, via onze advocaat de
Heer Mr H. Koning.
Wij zijn zeer verheugd om van U te vernemen, volgens het door U dd. 10/12/'02
uitgegeven persbericht, dat U akkoord bent gegaan met ons herhaald verzoek om
deze verhuizing geheel te laten geschieden op basis van vrijwilligheid. U kunt
er op rekenen, dat wij alles, wat in ons vermogen ligt, in nauw overleg met uw
ambtenaren, zo soepel mogelijk te laten verlopen. Terugkijkend op de 6 jaren,
die achter ons liggen, kunnen we spreken van twee overwinnaars
- ten eerste U als Gemeente, die er naar heeft gestreefd om ons zo dierbare
woonwagencentrum te doen verplaatsen en dat nu uiteindelijk zijn beslag heeft
gekregen en
- ten tweede de Vereniging Woonwagenbewoners Leyweg, die sinds 1997 heeft
geijverd om de verhuizing op basis van vrijwilligheid te laten geschieden.
De reden, dat wij precies op woensdag 11 december 2002 zijn begonnen met de
verhuizing is gelegen in het feit, dat wij gehoor geven aan de beslissing, die
de Rechterlijke Macht heeft genomen, namelijk dat op deze datum de verhuizing
zal dienen te geschieden en dat alle juridische mogelijkheden zijn uitgeput,
zodat wij dit besluit dienen te rechtvaardigen eerbiedigen, we leven namelijk in
een land waar de Rechterlijke macht in onze Rechtstaat in deze het laatste woord
heeft (de Trias Politica). De Wetgevende macht had reeds op 5 juni 1997 tijdens
de raadsvergadering het besluit genomen om het centrum te doen opheffen. Toen
was er nog Uw wethouder, die bij zijn standpunt bleef om uiteindelijk het wapen
van 'Ultimum Remedium' te hanteren. Het verheugt ons daarom, dat dit 'pistool'
door U ter zijde is geschoven. Zoals U zich nog zal herinneren werd deze
symboliek tijdens de genoemde raadsvergadering gebezigd. Inmiddels verblijven
wij, met de gevoelens van de meeste hoogachting.
Uwe dw. De Vereniging van de Woonwagenbewoners Leyweg (opgericht 15 april
1997) . Namens deze, de adviseur van de Vereniging Woonwagenbewoners Leyweg. Dr
Tom de Booij.
De Gemeente Den Haag heeft mij per e-mail van 9 april 2003 (afdeling
Management- en Personeelsondersteuning getekend door. W.L.Donkers) medegedeeld,
dat zij deze brief nooit hebben ontvangen, terwijl ik in het bezit ben van het
ontvangstbewijs van het faxbericht. Vooral het verdwijnen van deze brief is van
cruciaal belang geweest voor het verdere verloop van de tragische geschiedenis.
De uiterst snelle reactie van Burgemeester Deetman van 17 november jl. op
mijn e-mail van 3 november jl. laat zien hoe in 4 volzinnen op 4 punten
commentaar geleverd kan worden. Ben benieuwd de reactie te vernemen van de
Burgervader van de gemeente Den Haag.
Woensdag 23 november 2005
Verheugend is het, dat we er met de Minister- president ( zie Maandag 14
november 2005 wat de reactie was die de Minister- president aan mij schreef)
weer iemand bij gekregen hebben die iets anders dan de Gemeente Den Haag tegen
de zaak aankijkt en wel de burgemeester van Rotterdam mr I.W.Opstelten. Hij
antwoordt op de brief die ik al afdrukte in dit hoofdstuk 14 november 2005. Het
was brief aan de overheidsdienaren die genoemd worden in de brief van minister
Remkes van 11 mei 2005, waarin hij de gemeenten oproept om de woonwagencentra te
normaliseren ( dus het leven nog zuurder te maken dan het al is).
Burgemeester Opstelten zegt onder meer het volgende:
"Evenals de minister-president stel ik het zeer op prijs dat u de moeite
neemt om situaties kritisch te bekijken en deze aan de orde te stellen. Uw
signaal geeft de overheid de kans om de eigen dienstverlening richting de burger
te verbeteren".
In de brief van de burgemeester van Rotterdam staat ook nog het volgende:
"Het past niet in de verdeling van bevoegdheden als ik als burgemeester
van Rotterdam me ga mengen in een individueel geval in een andere gemeente.(...)
Indien u zich daarover wilt beklagen, kunt u bij mijn collega, de heer Deetman
terecht".
De daad bij het woord voegend heb ik burgemeester Deetman vandaag meteen de
volgende brief gestuurd:
"Hierbij zend ik U een afschrift van de brief van de burgemeester van Rotterdam de Hoogedelachtbare Heer mr I.W. Opstelten, die hij mij 18 november 2005 toestuurde (bijlage 1) Dit als antwoord op mijn schrijven van 14 november jl. Een afschrift van deze brief doe ik U hierbij toekomen ( bijlage 2). Een gelijkluidende brief stuurde ik aan de twee andere overheidsdienaren van de G4, tw: de Burgemeesters van Amsterdam en Utrecht resp. de heer J. Cohen en mevrouw Mr. A.W.Brouwer, en de burgemeester van Maastricht drs G.B.M. Leers . De reden van mijn schrijven is gelegen aan het feit dat deze overheidsdienaren genoemd worden in de brief van 11 mei 2005 die minister Remkes aan alle colleges van Burgemeesters en Wethouders van de Nederlandse gemeenten heeft gestuurd met als onderwerp: Aanpak vrijplaatsen/normalisatie woonwagencentra. Uiteraard heb ik geen brief aan Uw adres gestuurd, omdat de uitslag mij van te voren al was bekend, gezien de vele afwijzingen die U mij al heeft gestuurd.
Tevens heb ik een brief verstuurd aan de ondertekenaars van het op 20
december 2004 gesloten convenant betreffende de toepassing en handhaving van
overheidsregelingen bij vrijplaatsen. (zie pagina 6 van de brief van Minister
Remkes,) tw. de staatssecretaris van Financiën mr. drs. J.G.Wijn, de
hoofdofficier van Justitie van Amsterdam mr. L.A.J.M. de Wit, de korpschef van
Amsterdam-Amstelland B.Welten en de burgemeester van Amsterdam J.Cohen (bijlage
3).
Burgemeester van Rotterdam, de Hoogedelachtbare Heer mr. I.W. Opstelten
schrijft mij in de bovennoemde brief onder meer, dat ik mij bij U moet beklagen.
Ik heb de burgemeester van Rotterdam vandaag geschreven, dat ik bij hem aan het
juiste adres was, omdat hij volgens de brief van Remkes van 11 mei 2005, aanzit
(of namens hem zijn ambtenaren) bij de tweemaal jaarlijks gehouden en te houden
ronde tafelsessies over de vrijplaatsen/normalisatie woonwagencentra, zie
hiervoor pagina 6 van de brief van minister Remkes (bijlage 4). Tom de Booij
(PS. de bijlagen bij de brief heb ik hier niet weergegeven. Mochten de lezers
van deze website deze willen inzien krijgen ze deze per e-mail toegestuurd).
----------------------------------
Vandaag is ook de dag, dat ik de Hoofdofficier van Justitie van Den Haag, Mr
Han Moraal vraag om het besluit van zijn ondergeschikte officier van justitie om
mij niet te vervolgen, vanwege mijn hoge leeftijd, zou willen herzien. Het is
een brief die ik met hulp van mijn rechtskundig adviseur Erik van der Maal heb
geschreven en die een goed beeld geeft van de kromme redenering van leden van
het Openbaar Ministerie, hier in het bijzonder van een officier van justitie in
Den Haag . Hier volgt de brief (zonder de vele bijlagen, die in de brief worden
genoemd. Ook deze kunnen aan de lezers van mijn website per email worden
toegestuurd)
"Aan de Hoofdofficier van Justitie mr. H. Moraal
Op 3 november 2005 heb ik opzettelijk een ambtelijk bevel niet opgevolgd. Ik
maakte mij daardoor schuldig aan het in artikel 184 van het Wetboek van
Strafrecht genoemde misdrijf. Er werd van dit misdrijf proces-verbaal opgemaakt
door de politie Haaglanden, district Den Haag/Loosduinen, en dit proces-verbaal
is vervolgens naar het Arrondissementsparket van de officier van justitie
gestuurd Op 19 november 2005 ontving ik een brief van de "officier van justitie
" (zie bijlage 1) met een onleesbare handtekening, waarin hij mij zijn besluit
meedeelde om mij niet (verder) te vervolgen. Als reden gaf hij op dat mijn
leeftijd "een vervolging minder gewenst maakt". Voorts werd mij medegedeeld dat
de officier van justitie de zaak hiermee als afgedaan beschouwt, tenzij hij op grond van nieuwe feiten of omstandigheden deze beslissing moet
herzien;het Gerechtshof alsnog een vervolging beveelt.
Ten slotte laat de officier van justitie mij weten dat, mocht er in de
toekomst opnieuw een proces-verbaal tegen mij worden opgemaakt, strafvervolging
in de nieuwe zaak in beginsel zal worden doorgezet.
Naar aanleiding van bovenstaande zou ik van u graag antwoord op de volgende
vragen willen hebben:
1.Wie is de officier van justitie die mij deze brief heeft geschreven? De
reden waarom ik dit wil weten is, dat ik hem ervan wil overtuigen dat er
voldoende feiten en omstandigheden zijn die hem nopen zijn beslissing te
herzien. Ik zou dit graag in een gesprek met hem nader willen toelichten. En als
het mij niet zou lukken hem te overtuigen, dan zie ik mij genoodzaakt om, als
rechtstreeks belanghebbende m.b.t. het niet-vervolgen, schriftelijk beklag te
doen bij het Gerechtshof. Ik heb immers bij instelling of voortzetting van de
vervolging een objectief bepaalbaar redelijk belang, en ik word door het
achterwege blijven van een strafvervolging getroffen in dat belang. Zou ik er
niet in slagen om de officier van justitie te overtuigen om zijn beslissing te
herzien en zou ook mijn klaagschrift bij het Gerechtshof o.g.v. artikel 12 van
het Wetboek van Strafvordering geen resultaat hebben, dan zal ik genoodzaakt
zijn gebruik te maken van de opening die de officier van justitie mij in de
laatste zin van zijn brief biedt: door opnieuw proces -verbaal tegen mij op te
laten maken zal hij zijn toezegging gestand moeten doen om in beginsel
strafvervolging tegen mij door te zetten in de nieuwe zaak.
2. Bent U van mening dat bij het sepotbeleid van een officier van justitie
discriminatie in het algemeen en leeftijdsdiscriminatie in het bijzonder is
toegestaan?
3. Bent u van mening dat het voor een tweede keer plegen van een strafbaar
feit door dezelfde dader een reden kan zijn om van vervolging af te zien,
terwijl de eerste keer wél tot vervolging van een vergelijkbaar feit (zie
bijlagen 2 en 3) werd overgegaan? Mijns inziens zou op deze wijze recidive
beloond worden!
4. Vindt u het niet onlogisch en inconsequent dat de officier thans een
vervolging minder gewenst acht gezien mijn leeftijd, terwijl hij wél toezegt om
"in de toekomst" bij een nieuwe zaak (in beginsel) wél tot strafvervolging over
te gaan ? Immers: "in de toekomst "zal mijn leeftijd hoger zijn dan heden.
5. Bent u bereid om uw invloed uit te oefenen op de officier van justitie om
zijn sepotbeleid te herzien? Het zou veel tijd en moeite van beide kanten
besparen.
Ik zou het zeer op prijs stellen om van u antwoord op bovenstaande vragen te
ontvangen. Opdat u zich een beeld kunt vormen van mijn motivatie in deze zaak
geef ik u hierbij enige informatie:
Op 17 december 2002 pleegde ik lokaalvredebreuk uit protest tegen het feit
dat de burgemeester van Den Haag W.J.Deetman mij op zijn spreekuur niet wenste
te ontvangen Ik wilde hem vragen waarom hij op 11 december 2002 was overgegaan
tot gedwongen ontruiming met bestuursdwang van het woonwagencentrum aan de
Leyweg, ondanks het feit dat hem per brief door mij , als adviseur, en door de
advocaat van de bewoners was medegedeeld dat de bewoners bereid waren vrijwillig
te verhuizen De officier van justitie stuurde mij een dagvaarding om op 6
augustus 2003 te verschijnen voor de politierechter ( zie bijlagen 2 en 3). In
de zomer 2003 leek het er echter op dat de Gemeente Den Haag een welwillender
koers in zake het woonwagenbeleid zou inzetten. Daarom heb ik toen besloten om
de zaak niet op de spits te drijven en ben ik ingegaan op het transactievoorstel
van de officier van justitie: ik betaalde 130 euro en de officier trok de zaak
in (zie bijlage 5).Van een welwillender koers van de Gemeente Den Haag bleek
echter geen sprake te zijn, integendeel: er is sprake van een steeds
onmenselijker behandeling van de woonwagenbewoners. Een paar voorbeelden:
- huurachterstanden worden aangegrepen om huurovereenkomsten te ontbinden,
ook als de huurders aanbieden om de hele achterstand te betalen;
Woonwagens worden van de standplaatsen verwijderd en soms gesloopt, waardoor
de bewoners in en uitzichtloze situatie (dakloos met een grote schuldenlast)
terechtkomen;
alle pogingen om te proberen de problemen en meningsverschillen uit te praten
en tot voor beide partijen aanvaardbare oplossingen te komen, stuiten op
weigeringen van de gemeente.
Op 21 juni 2005 werd in opdracht van B en W van Den Haag begonnen met de
sloop van een woonwagen op de Tom Mandersstraat 3. Ik heb aan de Raad van de
Gemeente Den Haag in een brief. medegedeeld, dat als B en W onverhoopt weer tot
sloop en/of verwijderen van een woonwagen zou overgaan, ik een strafbaar feit
zou plegen (zie bijlage 6). Op 3 november 2005 bevond ik mij in een woonwagen
die ook gesloopt zou worden. De deurwaarder en daarna de politie gaven mij een
ambtelijk bevel om de wagen te verlaten. Ik heb opzettelijk niet aan dat bevel
voldaan, waardoor ik mij aan overtreding van artikel 184 van het Wetboek van
Strafrecht schuldig maakte. U kunt alles in het opgemaakte proces-verbaal
nalezen. Het spreekt van zelf dat ik volledig bereid ben om u alle informatie te
verschaffen die u nodig dient te hebben. Inmiddels, verblijf ik met de gevoelens
van de meeste hoogachting, Uwe Dw. Dr Tom de Booij (geboren te Vlissingen 25
augustus 1924) ".
In de periode medio november tot 21 december 2005 valt er niet veel te melden
over de nasleep van de ontruiming van het woonwagencentrum aan de Leyweg nu 3
jaar geleden! Nog steeds staat er geen huis op, alleen grote bergen zand van de
firma Konijnenburg. Ach, wat had de gemeente Den Haag een haast om in de donkere
dagen voor Kerstmis 2002 in de ijskou 28 woonwagens met bruut geweld te
verwijderen. Het enige wat vermeldenswaard is, dat veel overheidsdienaren
antwoord hebben gegeven op mijn brieven, waarin ik de overheid vraag om aandacht
te besteden aan de ongelijke behandeling van woonwagenbewoners ten opzichte van
de ‘gewone’ burgers. In totaal hebben 2 ministers (waaronder een
minister-president) 1 staatssecretaris, 5 burgemeesters van de grote steden op
mijn brieven gereageerd. De reactie van de burgemeester van Rotterdam van 18
november 2005 heb ik al eerder vermeld.
Donderdag 17 november 2005
Burgemeester Deetman antwoordt op mijn brief van 11 november 2005:
"Op verzoek van de burgemeester heb ik Uw brief ter keengeving ( red.
waarschijnlijk wordt hier bedoeld kennisgeving) gezodnen (red. moet zijn denk
ik: gezonden) aan wethouder M. Norder en mevr. Eleveld van de Dienst Stedelijke
Ontwikkeling".
Maandag 21 november 2005
Burgemeester van Utrecht mevrouw mr A.H. Brouwer- Korf deelt mij mede, dat
zij mijn brief van 14 november 2005 heeft doorgestuurd aan de burgemeester van
‘s-Gravenhage de heer Deetman met het verzoek de behandeling over te nemen. Van
deze behandeling door Deetman hoef ik uiteraard niet veel van te verwachten.
Dinsdag 29 november 2005
Minister-president mr.dr. J.P.Balkenende antwoordt mijn brieven van 8 en 17
november. Hij geeft mij de suggestie de Gemeentelijke Ombudsman in te schakelen.
Deze beschikt volgens de minister-president over ruime bevoegdheden, mag
dossiers inzien en ambtenaren horen. Hij vermeldt zelfs het volledige adres van
de ombudsman en eindigt zijn brief :" Ik hoop dat u met de betrokken partijen
tot een oplossing komt". Als eventueel een oplossing zou komen, komt dat in
ieder geval voor Sani Kames en Tinus Perdaems veel te laat. Zij zijn al van hun
standplaatsen voor hun wagens aan de Jan Hanlostraat verstoten. "Als ’t kalf
verdronken is dempt men de put".
Woensdag 30 november 2005.
Burgemeester van Amsterdam M.J. Cohen antwoordt op mijn brief van 14
november, waarin ik hem vraag of hij tijdens de ronde tafelsessies over de
normalisatie van de woonwagencentra , waarin hij aan meedoet, aandacht wil
besteden aan de ongelijke behandeling van de woonwagenbewoners van Den Haag. Hij
zegt:
"Ik moet U teleurstellen, ik zal niet op uw voorstel ingaan. Deze zaak
betreft zoals u zelf zegt een geschil in de gemeente Den Haag, ik zal de
behandeling dan ook overlaten aan mijn collega -burgemeester de heer W.J.
Deetman".
Toch een vreemd antwoord, want de tafelsessies gaan juist over de gelijke
behandeling van woonwagenbewoners met de gewone burgers.
Donderdag 1 december 2005
Burgemeester Deetman antwoordt op mijn brief van 21 november 2005:
" Op verzoek van de burgemeester heb ik Uw brief om advies naar de Dienst
Stedelijke Ontwikkeling gezonden. Zodra de burgemeester het advies ontvangen
heeft, zal hij uw brief beantwoorden. Wilt u tussentijds informatie over de
verblijfplaats van uw brief, dan kunt bovenstaand nummer bellen".
Commentaar:: het is interessant dat burgemeester Deetman bezorgd is over de
verblijfplaats van een brief, terwijl op het zelfde moment woonwagenbewoners met
grof geweld van hun verblijfplaats worden verwijderd. De antwoorden zouden niet
misstaan hebben in het boek van Franz Kafka "Het slot". Voor de lezers van mijn
website is het misschien interessant om kennis te nemen van de geschriften van
Franz Kafka (1883-1924), waarin hij op meesterlijke wijze beschrijft hoe een
enkeling de strijd aanbindt tegen verborgen anonieme machten die hem belagen.
Immers wat hij toen heeft opgeschreven is direct te vergelijken met wat er nu in
de een en twintigste eeuw met de woonwagenbewoners (reiziger) in Nederland
gebeurt, die tevergeefs strijden tegen anonieme machten. In het boek "Het slot"
laat Kafka zien wat er met iemand gebeurt, die geen toegang krijgt tot de zetel
van de macht. Ik laat U even medeleven wat er met de landmeter gebeurt, die door
de graaf Westwest is besteld om naar zijn slot te komen. De
landmeter K. lukt met geen mogelijkheid om het slot van de graaf te betreden.
Een onzichtbare macht maakt hem dit onmogelijk. Ik citeer een zin op de eerste
pagina, die alles zeer goed typeert:
"De zoon van de slotvoogd zegt aan de landmeter K. : "Dit dorp is een
bezitting van het slot wie hier woont of overnacht, woont of overnacht in zekere
zin in het slot. Niemand mag dat zonder vergunning van de graaf. Maar u hebt
zo’n vergunning niet of u hebt haar althans niet getoond".
Alhoewel elke vergelijking mank gaat, voel ik toch heel goed wat het betekent
om steeds een weigering te ontvangen op een volgens mij redelijk verzoek. Zo heb
ik sinds eind december 2002 getracht de slotvoogd graaf Deetman in zijn slot
Atrium te mogen bezoeken. Zelfs op zijn spreekuur, werd ik 17 december 2002 door
de politie weggehaald en in een cel gestopt. Ik wilde hem vragen wat hem had
bezield om 28 woonwagens in de vrieskou met geweld te deporteren naar een plaats
300 meter verderop, terwijl de bewoners hadden aangegeven dit op basis van
vrijwilligheid te doen. In de jaren daarna heb ik schriftelijk vele malen
getracht de slotvoogd Deetman te spreken te krijgen, maar even zovele malen is
dit resoluut van de hand gewezen tot op de dag van vandaag.
Dinsdag 6 december 2005
Staatssecretaris van Financiën mr drs J.G. Wijn antwoordt mijn brief van 14
november 2005. Alhoewel het weer een teleurstellend antwoord is, bevat de brief
toch enkele zinsneden, die voor onze zaak van groot belang zijn:
" Juist omdat ik van mening ben dat alle burgers op gelijke wijze moeten
worden behandeld, heb ik samen met een aantal collega’s uit het kabinet het
initiatief genomen om daar iets aan te doen. Gelijke behandeling betekent immers
ook dat iedereen in Nederland zijn of haar verplichtingen volgens de wet
nakomt". Aan het eind van een lange brief adviseert de staatssecretaris Tinus
Perdaems gebruik te maken van de juridische middelen, die hem mogelijk op grond
van de Algemene wet bestuursrecht en/of het Wetboek van burgerlijke
rechtsvordering nog ter beschikking staan".
Makkelijk gezegd, maar de ervaring leert, dat de gang naar de bestuursrechter
voor de burger, laat staan een woonwagenbewoner, in vele gevallen een
doodlopende weg is. Dit is niet alleen mijn mening, maar die van een deskundige
van het bestuursrecht bij uitstek: Prof. mr A.Q.C.Tak. Hij komt tot de conclusie
dat de rechtsbescherming van de burger vrijwel tot nul is gereduceerd. Hij
spreekt zelfs van een "fluwelen dictatuur". De oorzaak daarvan is de Algemene
Wet Bestuursrecht uit 1994 en de manier waarop men daarmee omgaat. Sinds dat
jaar is niet één burger op inhoudelijke gronden nog bij de Raad van State in het
gelijk gesteld. Terwijl dat er in de jaren daarvoor nog honderden waren. De
rechter houdt zich te veel bezig met formele aspecten, en niet met de materiële
kant van het geschil. Dit ligt volgens Tak onder andere aan het feit dat in de
Nederlandse Algemene Wet Bestuursrecht het besluit centraal staat, en niet bijv.
(de consequenties van) het overheidshandelen. Doordat de rechter geen
doelmatigheidstoets van het aangevallen besluit mag en wil doen (omdat hij
anders op de stoel van het bestuursorgaan gaat zitten), moet hij zich beperken
tot een rechtmatigheidstoets. Bij het toewijzen van een klacht moet de rechter
het aangevallen besluit geheel of gedeeltelijk vernietigen. Dit betekent dat
ofwel de rechter, ofwel het bestuursorgaan een nieuw besluit zal moeten nemen,
met alle gevolgen van dien voor derden die geen partij in het geschil zijn
geweest.
Donderdag 8 december 2005
Minister van Binnenlandse zaken en Koninkrijksrelaties J.W. Remkes antwoordt
mijn brief van 9 november 2005. Ik citeer uit zijn brief van 8 december 2005:
"Met aandacht heb ik kennis genomen van uw brief van 9 december 2005 met
bijlagen. Uit deze brief blijkt uw grote inzet voor de woonwagenbewoners. U
beschrijft uw betrokkenheid sinds 1970, uw onvrede met het woonwagenbeleid van
de gemeente Den Haag en uw pogingen om voor de belangen van woonwagenbewoners op
te komen. Het huidige woonwagenbeleid van de regering is gericht op normalisatie
op de woonwagencentra. Dat betekent dat op de woonwagencentra dezelfde regels
gelden als buiten de woonwagencentra".
De laatste zin van minister Remkes, zal ik te pas en te onpas gebruiken om te
laten zien, dat dit bepaald niet gebeurd is toen op 3 november 2005 de woonwagen
van Tinus Perdaems door de gemeente Den Haag is vernietigd (inclusief een groot
deel van zijn inboedel) voor een huurschuld van 3000 euro die hij wel bereid was
te betalen, maar niet door de gemeente werd geaccepteerd. De ervaring leert dat
de ‘normale’ burger altijd een tweede kans wordt geboden, als in eerste
instantie de rechter heeft bepaald dat er ontruimd mag worden. Volgens de
statistiek zijn in 2004 door de rechter in Nederland 20.500 ontbindingen van
huurovereenkomsten en ontruimingen uitgesproken, waarvan 85% voor het te laat
betalen van de huurschuld. Slechts in 8450 gevallen is daadwerkelijk overgegaan
tot ontruiming. In vele gevallen troffen de deurwaarder, de politie slechts een
lege woning aan en was de huurder met de noorderzon vertrokken. In december
heeft Netwerk een uitzending gegeven betreffende deze problematiek van
ontbinding huurovereenkomst en ontruiming na een rechterlijke uitspraak. Aan het
woord kwamen de directeur Busser van HaagWonen en de heer W. van Leeuwen van de
Aedes, een brancheorganisatie van de 619 woningcorporaties in Nederland. Het
werd tijdens de uitzending duidelijk, dat er vele kansen zijn voor de huurder
nadat de rechter heeft gesproken. Pas wanneer echter geen gevolg gegeven wordt
aan de tweede kans, volgt ontruiming echter geen sloop zoals met de wagen van
Tinus Perdaems is gebeurd. Ik zal trachten om bij genoemde heren een onderhoud
aan te vragen om hen het geval van Tinus Perdaems voor te leggen.
Tot zover de antwoorden op mijn brieven. Vreemd is dat de Hoofdofficier van
Justitie van het Gerechtshof Amsterdam mr L.A.J.M. de Wit en de Korpschef
Amsterdam-Amstelland de heer B. Welten geen antwoord op mijn brief hebben
gegeven, terwijl zij direct betrokkenen zijn bij de normalisatie van
woonwagencentra, zie hiervoor de brief van minister Remkes van 11 mei 2005. Dit
wekt temeer verwondering, omdat als het tot ontruiming van woonwagencentra gaat
justitie en politie wel belangstelling tonen.
Ook burgemeester drs G.B.M.Leers van Maastricht laat tot nu toe niets van
zich weten. Hij is als enige burgemeester buiten de burgemeesters van de G4
(Amsterdam, Utrecht, Den Haag en Rotterdam) door de minister Remkes direct
betrokken bij de normalisatie van woonwagencentra. Dit vanwege zijn ‘flinke’
optreden in maart 2004 tegen de bewoners van het woonwagencentrum de Vinkenslag
bij Maastricht.
Woensdag 21 december 2005
Sani Kames komt me vertellen, dat zijn woonwagen niet langer meer mag staan
op het terrein van een bedrijf in Zoetermeer en voor 1 januari 2006 moet worden
verwijderd.. Het terrein moet aan de gemeente opgeleverd worden. We hadden de
woonwagen maandag 13 juni 2005 voor de ogen van de politie van de Leyweg naar
Zoetermeer weggesleept. Goede raad is duur. We hebben stad en land afgebeld en
afgelopen om onderdak voor de wagen te krijgen. Ten einde raad hebben we
besloten om de wagen weer op zijn standplaats aan de Jan Hanlostraat nummer 21
te plaatsen.
Zondag 25 december 2005 1e Kerstdag.
Aan burgmeester Deetman stuurde ik mijn kerstgedachte:
" Zolang dit in Nederland gebeurt met mijn vrienden, kan ik geen Gelukkig
Kerstfeest vieren" met als bijlage de foto van de afbraak van de woonwagen van
Tinus Perdaems, Jan Hanlostraat 2, Den Haag, donderdag 3 november 2005.
Woensdag 28 december 2005
Aangezien een container met betonblokken op zijn standplaats aan de Jan
Hanlostraat stond, heeft Jan van Gulik, met een heftruck de container een paar
meter opzij geschoven, zodat de wagen er naast kon worden geplaatst. Zo gezegd
zo gedaan. Nu maar wachten wat de gemeente gaat doen.
Zondag 1 januari 2006. Nieuwjaarsdag
Sani Kames komt op de Jan Hanlostraat om bij zijn familie de gebruikelijke
nieuwjaarsmaaltijd te genieten. Wie loopt hij toevallig tegen het lijf: Carolus
Janssen, de hoofdinspecteur van politie. Hij gaat over alle woonwagens van Den
Haag en staat direct onder bevel van burgemeester Deetman . Hij is altijd
present als er ontruimt moet worden of iets in beslag moet worden genomen. Hij
was erbij toen we de wagen van Sani Kames hebben weggesleept op 13 juni 2005.
Hij was aanwezig toen de wagen van Tinus Perdaems op 3 november 2005 werd
gesloopt. 15 november 2005 heeft hij een belangrijke rol gespeeld bij het in
beslag nemen van inboedel van Ome Tinus. Nu heeft hij op nieuwsjaardag, terwijl
hij eigenlijk geen dienst heeft, van de burgemeester Deetman hoogst persoonlijk
de order gekregen om Sani Kames mede te delen, dat hij zijn wagen onmiddellijk
van zijn oude standplaats op de Jan Hanlostraat 21 moet verwijderen. Sani heeft
hem in de wagen toegelaten en hem gevraagd om uitstel tot woensdag 4 januari
2006. Hij moest nog een wiel repareren dat bij de verhuizing van Zoetermeer naar
de Jan Hanlostraat ernstig was beschadigd, zodat hij de wagen met een tractor
ervoor kon wegrijden. Hij heeft de agent zijn erewoord gegeven, dat hij de wagen
weer op een privé-terrein zou plaatsen. Carolus zou zijn verzoek om uitstel aan
de burgemeester overbrengen. Later hoorden we dat Carolus Janssen de wijkagent
gevraagd had of hij hem wilde assisteren. Deze heeft stichtelijk voor de eer
bedankt met de mededeling dat het ook de de volgende dag kon gebeuren. Om zijn
veiligheid te garanderen werden er wel 2 busjes met politie op een veilige
afstand gereed gehouden voor het geval dat er iets met Carolus zou gebeuren. En
dat allemaal op de eerste dag van het splinter nieuwe jaar 2006.
Maandag 2 januari 2006
Sani Kames is niet gerust, dat zijn verzoek voor uitstel zou worden
ingewilligd door de burgemeester. Hij heeft in overleg met mij als zijn
adviseur, de woonwagen met een aantal kameraden versleept naar de Leyweg.
Hiermee zou voorkomen kunnen worden, dat de ME weer zou toeslaan in de Jan
Hanlostraat en de bewoners weer opgeschrikt zouden worden, zoals al zovele keren
sinds december 2002 . Tegelijkertijd zou de cirkel dan rond zijn. Het einde van
een jarenlange omzwerving. 16 december 2002 van de Leyweg naar de Jan
Hanlostraat 6 en 11 juni 2005 in etappes van de Jan Hanlostraat naar de Leyweg.
13 juni 2005 van de Leyweg naar Zoetermeer. 28 december 2005 van Zoetermeer naar
de Jan Hanlostraat. 2 januari 2006 van de Jan Hanlostraat naar de Leyweg Rond twaalf uur is de klus geklaard en staat de wagen van Sani weer op de
Leyweg. Rond half een word ik door een bewoonster van de Jan Hanlostraat gebeld
om te zeggen dat de wagen op de Leyweg staat Ik ben bang dat Deetman me voor zal
zijn en de wagen al zal zijn weggesleept als ik kom. Maar tot mijn grote opluchting staat de wagen er nog en is de politie is in
geen velden of wegen te zien Sani Kames belt Carolus Jansen, die nu wel dienst
heeft, en deelt hem mede dat hij zich aan zijn belofte heeft gehouden namelijk
dat de wagen op een privé-terrein staat aan de Leyweg. Ja, hoor even later komen
twee agenten het terrein op.
Het zijn de zelfde agenten, die we even kort van tevoren bezig waren met een
routine controle en door Carolus Jansen zijn opgetrommeld om even poolshoogte te
komen nemen Er is net een journalist van Radio west gekomen, die van Sani en mij
een kort interviewtje opneemt. De agenten vragen ons wat we hier komen doen.
Sani zegt dat hij aan de hoofdinspecteur Carolus Janssen had beloofd zijn wagen
op privé-terrein te plaatsen. Het voormalig woonwagencentrum aan de Leyweg is
volgens een akte, die in ons bezit is, het eigendom van de Katholieke parochie
tot 2009. De woonwagenbewoners hadden de toestemming van de parochie om daar te
verblijven. Maar volgens de politie is door de parochie het terrein aan de
gemeente Den Haag geschonken voor het algemeen welzijn. Nu, dat kan je wel
zeggen door 28 woonwagens op beestachtige wijze te verwijderen in december 2002.
Ik heb de agenten gezegd dat ik niet uit de wagen ga. Ik ben van plan als de
politie mij beveelt om weg te gaan ze me moeten aanhouden en ik voor de tweede
maal binnen een tijdsbestek van twee maanden een ambtsbevel niet zal opvolgen.
De reden is gelegen in het feit dat toen ik op 3 november 2005 een ambtsbevel
niet heb opgevolgd de officier van justitie mij te oud vond om mij te vervolgen.
Maar hij heeft er wel bij gezegd dat hij wel tot vervolging zal overgaan als ik
weer een strafbaar feit zal plegen. Kort daarna arriveert een politiebusje met 5
agenten. Verder zien we op straat Carolus Jansen, met nog een tweetal agenten,
driftig heen en weer lopen. Inmiddels hebben bewoners van de Jan Hanlostraat ons
voorzien van koffie en Leonidas bonbons. Ook komt de wijkagent Hans ons
bezoeken. Hij begrijpt niet waarom alles zo lang moet duren. Het is voor de
politie toch een koud kunstje om ons te aan te houden als we het terrein niet
willen verlaten. Er staat op het hek rond het terrein niet voor niets een bordje
met Verboden Toegang met het beroemde artikel 461 van het Wetboek van Strafrecht
en wij ons dus onrechtmatig ophouden op privé-terrein. Het blijkt dat er
constant overleg is met de burgemeester. Ze willen kennelijk het zekere voor het
onzekere nemen. Carolus Janssen komt even binnen, maar wordt na enkele minuten
via zijn portofoon weer weggeroepen. Inmiddels verstrijken er uren. Rond half
zeven komen zeker 5 busjes vol gepakt met ME. We krijgen bezoek van een aantal
bewoners van de Jan Hanlostraat. Ze brengen ons heerlijk warm eten en verlichten
de wagen met vele waxine lichtjes. Zo wachten we geduldig af op de dingen die
komen gaan. Rond tien over zeven komt hoofdinspecteur Driessen in de wagen om
ons te vragen of we de vrouwen er buiten willen houden. Zij vertrekken samen met
Sani, zodat ik alleen in de wagen achter blijf. Ik zie dat Sani door de politie
op straat een papier overhandigd krijgt. Later vertelt hij me dat het een bevel
was om de wagen te verwijderden. Aangezien hij daar niet over piekerde, werd hij
aangehouden en overgebracht naar het politiebureau Loosduinen. Inmiddels hebben
ze grote lichten op de wagen gericht.
Rond kwart over zeven komt een hoofdinspecteur, geflankeerd door een vrouwelijke rechercheur en een aantal leden van de ME ( waarvan een vrouw), binnen. Hij stelt zich voor als hulpofficier van justitie van den Broek. Hij vraagt mij driemaal om de wagen te verlaten. Hij verwacht dat ik mij weer zal laten wegdragen, zoals ik dat had gedaan op 17 december 2002 in het stadhuis van Den Haag en 3 november 2005 in de wagen van Tinus Perdaems. Ik verkies dit keer een andere manier en ga gedwee met hem mee, zeer tot zijn verbazing. Ik wens alle leden van de ME nog een gelukkig nieuwjaar. Buiten gekomen neem ik nog warm afscheid van de beide hoofdinspecteurs Driessen en Janssen. Ik heb mijn verontschuldigingen aangeboden voor het vele extra werk dat ze vandaag voor mij hebben verricht. Het was allemaal niet nodig geweest als de officier van justitie mij in november 2005 maar had vervolgd. Ik moet in een luxe auto plaats nemen. Ik vraag aan de vrouwelijke rechercheur, die mij gaat verhoren, of ze naast me komt zitten op de achterbank. We komen even later aan op het mij reeds bekende politiebureau Loosduinen, rond tien over half acht. We moeten buiten even wachten, want binnen staat Sani zijn zakken leeg te maken, voordat hij achter slot en grendel wordt gezet.. Even later is het mijn beurt. Ik word gefouilleerd en mag mijn bril en bijbel (het enige leesbare wat is toegestaan) mee nemen naar de cel. Ik gebruik de bijbel als een soort klok. Toen ik 3 november 2005 in de cel zat heb ik het hoofdstuk Genesis uit kunnen lezen. Ik weet dan aan het aantal bladzijden die ik gelezen heb hoe laat het is. Vandaag begin ik met het hoofdstuk Exodus. Ik weet niet hoever ik in de bijbel in de toekomst zal komen, als de officier van justitie mij weer niet gaat vervolgen. Misschien kom ik wel tot en met het laatste hoofdstuk Openbaring. Ik word in cel 4 opgesloten. Rond half tien neemt de vrouwelijke rechercheur mij een verhoor af dat tot 11 uur in de avond duurt. Rond kwart voor twaalf word ik vrijgelaten. Buiten wacht Sani mij op, die even voor mij was losgelaten. We worden even later door een bewoner van de Jan Hanlostraat opgehaald en die ons naar de wintercamping brengt waar Sani en zijn vrouw hun toevlucht hebben gezocht nadat ze in juni 2005 van hun standplaats werden verdreven. Na twee kopjes koffie van zijn lieve vrouw Griet te hebben gekregen, brengt Sani me weer teug naar de mijn auto op de Leyweg. We zien dat de wagen van Sani is weggesleept.
We horen van hem dat het tot half elf in de avond heeft geduurd voordat de
wagen was weggesleept. Door de politie is tijdens de operatie de hele buurt
afgezet.
Het is best wel een ontroerend moment als Sani en ik daar voor het hek van
het voormalig woonwagencentrum staan, dat inmiddels is voorzien van een grote
ketting met een slot, onder een heldere sterrenhemel en terug denken aan alles
we sinds april 1997 met elkaar hier hebben meegemaakt. Zo rij ik om half twee in
de nacht terug naar Baarn waar ik om half drie aankom. Er is voor Sani een
hoofdstuk afgesloten. Maar voor mij is het begin van een lange weg om in de
rechtszaal te komen, waar ik als verdachte een aantal personen als getuige à
charge kan ondervragen voor het sinds 1997 gevoerde beleid van de gemeente Den
Haag betreffende het slepen, slopen van woonwagens en het aanbrengen van niet
alleen materiële schade, maar vooral immateriële, geestelijke schade en trauma's
voor de bewoners ( en vooral hun kinderen) van 28 woonwagens. Het is nu maar te
hopen dat de officier van justitie mij weer niet te oud vindt voor een
vervolging van het door mij begane misdrijf.
Donderdag 5 januari 2006
Vandaag heb ik de volgende brief aan de Burgemeester Deetman geschreven:
2006
Vandaag heb ik de volgende brief geschreven aan de Hoofdofficier van Justitie
van 's-Gravenhage Mr H. Moraal
Edelachtbare Heer,
23 November 2005 heb ik een schrijven aan U verzonden. Ik heb deze brief
persoonlijk aan de balie van het Openbaar Ministerie in 's-Gravenhage afgegeven
en daarvoor een ontvangstbewijs gekregen. Reden waarom ik in de veronderstelling
leef, dat U deze brief heeft ontvangen en gelezen. Helaas tot op de dag van
vandaag, heb ik 6 weken na U mijn brief heeft ontvangen, nog geen antwoord van U
mogen ontvangen. Dit ondanks het feit dat ik in mijn brief een paar voor mij
zeer urgente vragen heb gesteld zoals "Wie is de officier van justitie die mij
deze brief heeft geschreven? ". Ik had dan nader contact met hem kunnen opnemen
om hem te vragen of hij zijn beleid zou willen herzien in zake het mij niet
vervolgen. Meestal wordt de overschrijding van de termijn van 6 weken voor het
niet beantwoorden van een terzake doende brief aan de overheid beschouwd als een
daad van onbehoorlijk bestuur.
Aangezien ik 2 januari jl in de veronderstelling leefde, dat mijn brief van
23 november niet het gewenste resultaat heeft opgeleverd en ik ook geen heil
meer zag om bij het Gerechtshof te vragen om de officier van justitie te bevelen
om toch tot vervolging van mij over te gaan, heb ik de door hem genoemde derde
mogelijkheid aangegrepen. Ik herhaal de zinsnede van deze derde mogelijkheid:
"Mocht er in de toekomst opnieuw een proces-verbaal tegen u worden opgemaakt,
dan zal de strafvervolging in de nieuwe zaak in beginsel worden doorgezet".
Inmiddels is op 2 januari jl door de vrouwelijke rechercheur Mevrouw A.C.J.
Jansen van de politie Haaglanden, district Den Haag/Loosduinen een
[proces-verbaal opgemaakt ter zake het door mij in artikel 184 van het Wetboek
van Strafrecht genoemde misdrijf. Dit zal vervolgens naar U worden toegestuurd,
naar ik aanneem. Toch ben ik nog niet gerust op een eventuele vervolging, omdat
de officier van justitie in de bovengenoemde zinsnede het woord 'in beginsel'
heeft gebruikt. Wat met zoveel woorden wil zeggen, dat hij impliciet niet heeft
toegezegd om tot vervolging over te gaan. Wanneer echter de officier van
justitie meent weer niet tot vervolging over te gaan, voel ik mij gedrongen door
een kracht waar tegen ik geen weerstand kan bieden, om weer een misdrijf te
begaan. Ik zal met deze handelwijze net zo lang doorgaan totdat de officier van
justitie op een bepaald moment, wanneer de misdrijven steeds iets verder
opschikken in het aantal maanden gevangenisstraf, wel genoodzaakt worden om over
te gaan tot vervolging, zodat mijn doel bereikt zal worden en ik in de
rechtszaal mijn standpunten inzake het woonwagenbeleid van de gemeente Den Haag
nader kan belichten.
Na mijn aanhouding in de wagen van Sani Kames op 2 januari 2006, heb ik aan
de betrokken hoofdinspecteurs van politie mijn verontschuldigingen aangeboden
door hen te wijzen op het feit, dat ik helaas tot het begaan van het misdrijf
ben overgegaan, omdat de officier van justitie mij te oud vindt om mij te
vervolgen. Ze hebben veel tijd en moeite gehad om de zaak rond te krijgen, dwz
tot zij het bevel kregen van hogerhand om mij aan te houden. Rond 16.30 uur
kwamen twee agenten van politie mij vragen wat ik in de wagen van Sani Kames
kwam doen, aangezien de wagen op privé-terrein stond met een hek waarop een
bordje hing met Verboden Toegang art 461 W.v.S. Het heeft tot precies 19.15 uur
geduurd, voordat de Hulpofficier van Justitie, de hoofdinspecteur de heer van
der Broek mij driemaal heeft gevraagd de wagen te verlaten. Wederom heb ik toen
een ambtbevel niet opgevolgd en werd derhalve aangehouden en overgebracht naar
het bureau Loosduinen. Rond 11..45 ben ik heen gezonden. Hopelijk U hiermede U
voldoende te hebben ingelicht, hoop ik een spoedige reactie. Inmiddels, verblijf
ik met de gevoelens van de meeste hoogachting, Uwe Dw. Dr Tom de Booij (geboren
te Vlissingen 25 augustus 1924)
Nu de cirkel rond is wat betreft de woonwagen van Sani en mijn rol als
adviseur van Sani min of meer is uitgespeeld, wil ik nog even stil staan bij de
traumatische gebeurtenissen rond de woonwagens sinds 5 juni 1997, toen de Raad
van de gemeente Den Haag het groene licht heeft gegeven om het woonwagencentrum
aan de Leyweg definitief te sluiten. Tot op de dag van vandaag heeft de
Gemeenteraad met zijn 45 leden het woonwagenbeleid van Burgemeester en
Wethouders goedgekeurd. Zelfs heeft de Raad met de illegale sloop 21 juni 2005
van een woonwagen aan de Tom Mandersstraat 3 uiteindelijk ingestemd. Wel hebben
enkele raadsleden tijdens deze raadsvergadering netelige vragen gesteld aan de
verantwoordelijke wethouder Marnix Norder. Alhoewel hier nooit een bevredigend
antwoord op is gekomen, is het sloop beleid van B en W niet afgekeurd. Hetgeen
ook gebleken is, toen op 3 november 2005 de woonwagen van Tinus Perdaems met de
grond gelijk werd gemaakt. Ook werd dit door de Raad geslikt. Ik beschouw dan
ook alle 45 raadsleden, inclusief die leden die steeds hebben laten weten het
niet eens te zijn met het woonwagenbeleid van B en W mede verantwoordelijk voor
de misdadige behandeling van woonwagenbewoners in Den Haag. Zagen we tijdens de
onvrijwillige ontruiming van de 28 woonwagens in 2002 nog enkele raadsleden hun
steun betuigen, tijdens de sloop van de wagen van Tinus Perdaems schitterden zij
door afwezigheid. Het enige raadslid dat zijn medeplichtigheid betuigt is de
Heer J.E.Labuche. Hij schreef mij 28 juni 2005:
U stelt alle raadsleden mee verantwoordelijk zelf diegene die met u de strijd aangaan... kan ik volledig inkomen... het voel ook al jaren zo dat ik faal - maar faal omdat de burgers zich niet achter ons scharen en de burgers maar willen dat wij het opnemen met totaal ongelijke middelen en geen middelen tegen een meerderheid die klaarblijkelijk iedereen goed vindt – een meerderheid die beschikt over alle ambtenaren".
Maar meneer Labuche, als het toch niet helpt wat doet U dan nog in de raad ? vraag ik mij af. B en W kan dus rustig blijven doorgaan met de sloop en/of ontruiming. Of het slopen en/of ontruiming gewoon doorgaat zal blijken op 18 januari 2006. De 84 jarige mevrouw T. Hendriks (tante Trien genoemd) heeft een schrijven van de gemeente Den Haag ontvangen met de mededeling dat zij haar woonwagen van haar standplaats Jan Hanlostraat 43 vóór 18 januari 2006 moet verwijderden. Doet ze dat niet dan zal de wagen worden verwijderd. Mevrouw Hendriks verblijft momenteel in een revalidatiecentrum, aangezien zij in oktober 2005 een herseninfarct heeft gehad. Wie weet kunnen de Raadsleden het nieuwe jaar goed beginnen en er voor zorgen dat het sloopfeest van Deetman geen doorgang kan vinden. Inmiddels heeft zij een brief gehad dat ze binnenkort zal horen wanneer ze de wagen moet verwijderen. Er is dus nog hoop dat de gemeente haar onzalige plannen zal opgeven. Dit zelfde geldt ook voor vrouw met haar invalide zoon.
Ik heb de volgende nieuwjaarswens gestuurd aan Burgemeester Deetman en de
acht wethouders van de gemeente Den Haag:
In de hoofdstukken 4a en 9 van mijn website www.egoproject.nl/woonwagenbeleid kunt
U lezen wat er in de laatste dagen van 2005 en in het begin van 2006 gebeurd is
en eventueel nog zal gebeuren in het woonwagencentrum van de Jan Hanlostraat.
Waarom weet ik niet, maar ik denk toch dat U, de 84 jarige mevrouw T. Hendriks
van de Jan Hanlostraat 47 en Paula met haar invalide zoon, niet zal overgaan tot
uitzetting. Beter ten halve gekeerd.... Laat het nieuwe jaar U inspireren om het
beleid dat B en W sinds 1997 heeft ingezet, misschien door de ervaringen van de
afgelopen jaren sinds 2002 wijs geworden, ten goede te keren. U heeft al veel
onnodig leed aangebracht, maar de Engelsman zegt 'enough is enough'. Uw veel
wijsheid toegewenst in het komende jaar. Tom de Booij
Tot slot van deze overpeinzing, zou ik een artikel willen afdrukken van Franz
Kafka, dat hij in oktober 1917 heeft geschreven. Wie de schoen past, trekke hem
aan! Een gemeenschap van schurken
Er was eens een gemeenschap van schurken, dat wil zeggen, het waren geen
schurken, maar gewone mensen. Zij bleven elkaar altijd trouw Als bijvoorbeeld
een van hen een vreemde, die buiten hun gemeenschap stond, op een ietwat
schurkachtige manier ongelukkig had gemaakt – dat betekent weer niets
schurkachtigs, maar zoals het gewoonlijk , zoals het gebruikelijk is.– en hij
dit dan tegenover de gemeenschap biechtte, onderzochten zij het, beoordeelden
het, legden boeten op, vergoelijkten en dergelijke. Het was niet slecht bedoeld,
de belangen der individuen en van de gemeenschap werden zorgvuldig in het oog
gehouden en de biechteling werd het compliment gegeven waarvan hij de grondkleur
al had aangeduid: ’Wat? Daarover maak je je bezorgd? Je hebt toch gedaan wat
vanzelfsprekend was, zo gehandeld als je moest. Iets anders zou onbegrijpelijk
zijn geweest. Je bent alleen wat overspannen. Kom toch tot jezelf.’ Zo bleven
zij elkaar altijd trouw, ook na hun dood verbraken zij de gemeenschap niet, maar
stegen in rijen naar de hemel. Over het geheel was het een schouwspel van de
reinste kinderlijke onschuld, zoals zij daar vlogen. Daar echter voor de hemel
alles tot zijn elementen uit elkaar wordt geslagen, stortten zij als rotsblokken
omlaag.
Dinsdag 10 januari 2006.
Vandaag toch nog antwoord gekregen op mijn brief van 18 november 2005 van de
Korpschef van Amsterdam-Amstelland, hoofdcommissaris van politie drs
B.J.A.Welten met als onderwerp: aanpak vrijplaatsen. Hier volgt een paar
zinsneden uit de brief, die laat zien dat zelfs een korpschef van politie van de
grootste stad van ons landje, niet bepaald gehinderd is door de kennis van het
onderwerp:
"Inderdaad heb ik, zoals U in uw brief, schrijft op 20 december 2005 (red. dit moet uiteraard 20 december 2004 zijn) een convenant ondertekend betreffende de toepassing en handhaving van overheidsregelingen bij vrijplaatsen. Echter , dit convenant heeft betrekking op de jurisdictie van de regio Amsterdam- Amstelland. Ik kan U dan ook, hoe ik ook Uw betrokkenheid en vasthoudendheid waardeer, niet verder behulpzaam zijn en wens U veel sterkte".
Boven aan de brief staat, dat de brief behandeld is door mr. A Vis. Ik heb
hem vandaag opgebeld en hem gezegd dat de korpschef in zijn brief het woord
vrijplaatsen gelijkstelt met woonwagencentra. Hij gaf toe dat dit niet juist is.
Maar het geeft tegelijkertijd aan hoe de brief van 11 mei 2005 van minster
Remkes aanleiding geeft voor onjuiste beeldvorming. Het verwondert mij niet,
want zoals ik in mijn hoofdstuk Geschiedenis woonwagenbeleid van de overheid
de laatste 150 jaar, al heb geschreven, worden de woonwagenbewoners
(reizigers) tot op de dag van vandaag gestigmatiseerd door de overheid, media en
publieke opinie. Ach, het zijn toch maar woonwagenbewoners hoor je vaak zeggen.
Ik hoor van de bewoners van de Jan Hanlostraat, dat de politie de container
met betonblokken op de vroegere standplaats van Sani Kames weer terug hebben
geplaatst.
Vrijdag 13 januari 2006
Alhoewel Burgemeester Deetman mijn brief van
Donderdag 5 januari 2006 aan hem bovenstaande brief expliciet niet noemt,
bespeur ik toch dat hij impliciet een antwoord geeft op mijn brief van 5 januari
2006. Ik schreef hem toen onder andere de volgende zinnen:
De enige hoop die ik nu nog heb is, dat ik
door de officier van justitie wordt vervolgd voor het niet opvolgen van een
ambtbevel op maandag 2 januari 2006 in de woonwagen van Sani Kames. Ik kan dan
door middel van het oproepen van getuigen in mijn strafzaak in de
rechtszaal de gelegenheid krijgen om burgmeester Deetman en zijn wethouders
te spreken te krijgen. Wanneer zal afhangen van de officier van justitie te Den
Haag of hij mij al dan niet wil vervolgen. voor de door mij begane misdrijven.
Ik heb al aangekondigd aan de hoofdofficier van Den Haag Mr Han Moraal,dat in
het geval de officier van justitie mij weer niet zal vervolgen, ik door zal gaan
met het plegen van misdrijven net zolang tot ik vervolgd zal worden. Misschien komt
er een moment, dat de hoofdofficier van justitie door zijn superieuren, het
college van de procureurs-generaal, gesommeerd wordt om mij te vervolgen. Het
komt toch immer niet van pas dat iemand van 80 jaar en ouder in feite een vrijbrief
van de officier van justitie krijgt om zich niet aan de wet te houden. In mijn geval door het niet opvolgen van
een ambtsbevel. Hoeveel zetten moet de officier van justitie nog doen, voordat
hij inziet dat hij zich op een doodlopende weg bevindt? Op deze hamvraag moet hij en
niet ik een antwoord geven.
Ik kreeg een paar interessante e-mails van
mensen die de gelegenheid hebben gehad om de brief van 11 januari 2006 van
burgemeester Deetman aan mijn adres te bestuderen. Hier volgen daarvan enkele
zinsneden:
Deetman houdt zich aan de regels, en hij
doet dat mijns inziens omdat hij een aantal van die regels niet wil veranderen.
Zoals bijna ieder mens is hij geenszins in staat om zich een wereld in te zien
die veranderbaar is, en dat die veranderingen komen door individuen die daar
over nadenken en er iets voor over hebben. Wanneer hij met jou in gesprek raakt
wordt het duidelijk dat hij zich weliswaar aan de gewone regels vast houdt, maar
niet de idee van de wet volgt, slechts het gemak van de regel die mensen kan
knechten, of zie ik dat verkeerd?
Verder is
het hem vrij om een dialoog op te zetten met een bezorgde Nederlander, en als
hij niets te verbergen zou hebben zou hij dit ook openlijk doen. Hij vestropt (red.
freudiaanse vergissing?) zich liever achter een raad waarin de grote partijen
een meerderheid hebben en direct met de hakken klikken op het moment dat ZKH
iets wil...Iedere burger heeft het recht bezwaar in te dienen en rechtzaken aan
te spannen c.q. zichzelf te verdedigen jegens overheids acties middels
rechtsprocedures. Hij vergeet hierbij dat de kosten om dit te kunnen doen door
geen enkel normaal werkend iemand op te brengen zijn. Alwaar de Gemeente een zo
goed als onbeperkt budget heeft en bovendien door dit onbeperkte budget gebruik
kan maken van de landsadvocaat....... Hoe bedoel je iedere inwoner van Nederland
heeft het recht zich te verdedigen tegen onrecht. Dit is alleen van toepassing
op de grote bedrijven en overheden
Het enige wat ik hier
van kan zeggen, is dat Deetman zich aardig weet te verschuilen achter de raad en
de rechter en zichzelf probeert vrij te pleiten met het geen wat hij aanricht en
verder met mensen zoals u liever het gevecht niet aan gaat.
Geachte voorzitter,
Onder verwijzing naar het desbetreffende artikel van het reglement van orde
leggen wij de volgende vragen aan het college voor.
1. In het artikel ‘Grootste kamp van Den Haag moet weg’ in de Telegraaf van
18 januari 2006 wordt wethouder Norder inzake woonwagenbewoners als volgt
geciteerd: "Maar het zijn gewone Hagenaars, met dezelfde rechten en plichten
als de andere inwoners van onze stad. Er wonen heel veel verschillende culturen.
Geen enkele groep wordt met fluwelen handschoenen aangepakt". Klopt dit
citaat, en sprak de wethouder namens het college?
2. Kan het college bevestigen dat er voor woonwagenbewoners, in tegenstelling
tot welke andere culturele groepering dan ook, een exclusief handhavingbeleid
van kracht is?3. Kan het college bevestigen dat het huurincassobeleid ten aanzien van
woonwagenbewoners, waarbij het college op geen enkel voorstel tot schikking
ingaat, er in tegenstelling tot het beleid ter voorkoming van huisuitzettingen
geen sprake is van een tweede kans en betrokkenen zonder pardon op straat worden
gegooid, neerkomt op zero-tolerance wat voor huurders in Den Haag uniek is? Zo
nee, kan het college aangeven wanneer er het afgelopen jaar in overleg met
betrokken woonwagenbewoners tot een oplossing is gekomen over de betaling van
huurachterstand?
4. Is het college met ons van mening dat het exclusieve en rigide
handhavingsbeleid ten aanzien van woonwagenbewoners in feite discriminerend is?
5. In het genoemde artikel vergelijkt wethouder Norder het aantal
standplaatsen in Den Haag met andere steden om te stellen dat Den Haag te veel
standplaatsen heeft. Bij de afschaffing van de woonwagenwet op 1 maart 1999
bleek echter dat de gemeente Den Haag volgens de taakstelling van de
woonwagenwet een tekort had van 153 standplaatsen. Kan het college aangeven
hoeveel standplaatsen er sinds 1999 zijn opgeheven en hoeveel nieuwe
standplaatsen er sinds 1999 zijn aangelegd?
6. Kan het college bevestigen dat het vrijkomen van standplaatsen (inmiddels
22) ten gevolge van het genadeloze incassobeleid past in het beleid van het
college zoals wethouder Norder uitdraagt om het totaal aantal standplaatsen te
verminderen?
7. Is het college met ons van mening dat het verhalen van de kosten voor de
gedwongen verhuizing onder bestuursdwang van de laatste woonwagens aan de Leyweg
eveneens past in het door wethouder Norder aangegeven uitsterfbeleid?
8. Kan het college bevestigen dat wethouder Norder aan woonwagenbewoners de
volgende keuze heeft voorgelegd: de gemeente gaat door tot het uiterste met het
proberen te verhalen van de kosten van bestuursdwang om zo ontbinding van het
huurcontract te kunnen afdwingen, tenzij vrijwillig afstand wordt gedaan van de
huurovereenkomst; in dat geval worden zij ontslagen van hun schuldplicht. Is het
college met ons van mening dat dit chantage is en derhalve onacceptabel?
9. Kan het college bevestigen dat voor het verplaatsen van de laatste wagens
aan de Leyweg er is uitgegaan van offertes variërend van ongeveer € 33.000 tot €
177.000,- per wagen en de gemeente voor het verhalen van de kosten uitgaat van
bedragen variërend van € 60.417- tot € 241.668,- (bedrag afhankelijk van de
grootte van de woonwagen en exclusief de kosten voor herstel van de schade als
gevolg van de verplaatsing, zie bijlage 1)?
10. Kan het college bevestigen dat, uitgaande van een reguliere verplaatsing
van een vergelijkbare wagen uitgevoerd door hetzelfde bedrijf (de firma Klomp,
zie bijlage 2), de hiervoor genoemde offertes 100 tot 1000 % duurder zijn dan
normaal, en de kosten die de gemeente op de bewoners probeert te verhalen maar
liefst 400 tot 1400 % duurder blijken te zijn dan bij een normale gang van
zaken? Kan het college dit extreme verschil verklaren?
11. Kan het college aangeven wie bij de gemeente verantwoordelijk was voor de
opdracht aan de firma Klomp voor de verhuizing onder bestuursdwang? En kan het
college bevestigen dat er voor deze opdracht geen offertes bij andere bedrijven
zijn aangevraagd, en er gelet de aard en omvang van de opdracht in strijd is
gehandeld met de Europese aanbestedingsregels?
12. Kan het college bevestigen dat van de door de firma Klomp opgevoerde
kosten van de genoemde gedwongen verhuizing ruim 30 % door DSO zijn betwist dan
wel onvoldoende onderbouwd zijn bevonden (zie bijlage 3)?
13. Vindt het college het nu werkelijk te rechtvaardigen dat de gemeente
kosten op Haagse burgers probeert te verhalen die op dubieuze wijze tot stand
zijn gekomen, die in geen verhouding staan tot de gebruikelijke kosten voor een
verhuizing, die nota bene door de gemeente zelf zijn betwist, maar die in ruil
voor vrijwillige opzegging van de huurovereenkomst worden kwijtgescholden?
Einde vragen van de twee bewogen raadsleden, die steeds prediken voor
gesloten deuren van het slot Atrium van burgemeester en wethouders, maar ook
voor de gemeenteraadsleden en niet te vergeten hun luidsprekers: de media .
Ons is ter ore gekomen, dat zowel de AD-Haagsche Courant als Telegraaf het
reuze interessant vonden en grote interesse toonden. Maar deze interesse
verdampte snel toen de hoofdredacteuren van beide kranten een telefoontje
ontvingen van een hoofdredacteur van hun Deense collega
Woensdag 1 februari 2006
Van het College van procureurs-generaal kreeg
ik antwoord op mijn brief van 20 januari 2006. Ze schreven me ondermeer:
" Mede gelet op het feit dat uw laatste brief
van vrij recente datum is (red. mijn brief aan de hoofdofficier van Justitie
van 2 januari 2006), acht ik het aangewezen dat de hoofdofficier van justitie
te Den Haag, voorzover hij dit nog niet heeft gedaan, zelf op uw brieven van
23 november 2005 en 8 januari 2006 zal reageren. Gelet daarop heb ik de
hoofdofficier bij brief van heden verzocht zulks alsnog op korte termijn te
doen".
Van het Gerechtshof 's-Gravenhage kreeg ik
antwoord op mijn brief van 20 januari 2006 met onder meer de volgende zinnen:
"Hierbij bevestig ik de ontvangst van uw
beklag artikel 12 Strafvordering. Ik heb de hoofdofficier van justitie verzocht
een advies op te maken in uw klaagschrift. Zodra dit advies ontvangen is, zal
de advocaat-generaal ook een advies uitbrengen. Uw klaagschrift zal vervolgens
aan de voorzitter van de beklagkamer van het gerechtshof voorgelegd worden,
voor het bepalen van een zittingsdatum. Wij streven er naar uw zaak over vier
maanden te behandelen".
Maandag 13 februari 2006
Oproep
Woensdag 15 februari 2006, om 9:00 uur in de ochtend, is er
een raadsvergadering in het stadhuis. Het onderwerp tijdens deze vergadering is
het "uitsterf beleid" en zoals de gemeente De Haag deze wil toepassen en zoals
wethouder Norder al eerder zei: "De woonwagencultuur heeft zijn langste tijd
gehad".
Wil jij, ook voor je kinderen, de woonwagencultuur behouden?? Zorg dan dat je
er (man en vrouw) bij bent op deze 15e
februari!!!!!!
Dit is heel belangrijk, een voorbeeld
Aan de bewoners van de Escamplaan was beloofd dat ze een
nieuw kamp zouden krijgen. Wat er nu echter dreigt te gebeuren is dat het grootste del van de bewoners gedwongen
wordt om in een hui te gaan wonen. Dit omdat de gemeente Den Haag van plan is
geen nieuw kamp te bouwen,. maar op de locatie
huizen te bouwen.
Denk niet dat dit jouw deurtje voorbij gaat, want jouw kinderen of
kleinkinderen komen gegarandeerd in een huis als we nu niet achter elkaar staan.
Kom met z'n allen om zo aan de burgemeester en wethouder te laten zien dat de
woonwagenbewoners elkaar steunen. Kijkduin, Jan Han!ostraat, Wateringen,
Guntersteinweg moeten waarschijnlijk allemaal wijken voor huizen.
Dus mensen, kom op voor onze woonwagencultuur. Denk niet wij hebben geen
probleem…Deze problemen zijn problemen voor ons…..ALLEMAAL
Nogmaals ... kom met z'n allen. Je hebt niets te verliezen
alleen maar te winnen. Als laatste.. Gedraag je netjes in de raadszaal, geef ze
geen excuus .... en vergeet niet tijdens de Gemeenteraadsverkiezingen op 7 maart
2006 te stemmen op de SP. Deze partij staat vierkant achter de
woonwagenbewoners. Als je niet stemt komt je stem automatisch bij de grootste
partij…Dat is de partij die op dit moment onze cultuur wil vernietigen.
Einde oproep
De hoofdofficier van justitie van Den Haag
Mr Han Moraal heeft nog steeds niet geantwoord op mijn brieven van 23 november
2005 en 8 januari 2006, ondanks het verzoek van zijn superieuren het College
van procureurs-generaal om zulks te doen op korte termijn. Dit verzoek heeft
het College van procureurs-generaal 27 januari jl aan de hoofdofficier
verstuurd!
Vanochtend kreeg ik deze onderstaande
foto's en tekst opgestuurd die een bewoner van het woonwagencentrum aan de Jan
Hanlostraat in Den Haag. aan alle 45 raadleden van de Gemeente Den Haag heeft
gestuurd:


Geachte heer/mevrouw, In de bijlage vindt u de foto’s van een ruim matig verstandelijk gehandicapte tot en met randzwak begaafde vrouw en haar ernstig geestelijk gehandicapte zoon ( bevestigd door de stichting MEE ) wonende aan de Jan Hanlostraat
37 te Den Haag, die ( tevens door de steun van een aantal raadsleden!!! )dreigen te worden uitgezet en dus dakloos worden terwijl zij tot de dag van vandaag alle huurpenningen hebben voldaan. Ik hoop dat jullie na het lezen van dit bericht deze zaak eens wat beter onderzoeken zodat u er ook van bewust bent wat voor beslissingen u neemt en wat er allemaal speelt onder het mom van normalisatie wij praten hier wel over mensen voor wie het niet mogelijk is om zonder steun van andere bewoners van de Jan Hanlostraat een normaal bestaan te leiden. Het lot van deze mensen ligt in uw handen!!! PS Wat betreft normalisatie is überhaupt een belachelijke uitspraak ik vind dat er nu maar eens over iedereen als woonwagenbewoner individueel moet worden gesprokken ipv over een kam geschoren te worden als groepsverband. Groetjes, Anthony Foulon Jan Hanlostraat 39 2548 MV Den Haag e-mail a.foulon@planet.nl In deel 1 van de nasleep van de ontruiming Leyweg schreef ik al over dit schrijnende geval. Het lijkt me goed om de tekst geheel weer te geven wat ik op zondag 10 juli 2006 heb geschreven:Commentaar: In welk land zijn we
bezeild? Een land, die een invalide vrouw met haar invalide zoon op straat
zet en voor hun astronomische bedragen laat betalen en desondanks toch
haar standplaats moet verlaten? Dit kan toch niet gebeuren.Denk eens in,.
zij is met haar zoon ook al op 11 december 2002 in de ijskoude dagen door
een grote politiemacht tegen haar wil naar een nieuwe locatie
gedeporteerd. Het lijkt meer op tekst uit een misdaad roman of op een
nachtmerrie. Toch is het de keiharde werkelijkheid van onze 'rechtstaat'
Nederland anno 2005. " Einde tekst geschreven op zondag 10 juli 2005
Dinsdag 14 februari 2006
In het AD/Haagse courant staat vandaag een schokkend artikel over
Paula en haar zoontje Jantje
'De wijkagent heeft zelfs staan janken,
tegen zoveel onrecht'
Marc Konijn, Den Haag De wereld van Jantje is broos. Het liefst zit hij op
zijn kamertje, dicht bij zijn nepaquarium, zijn discolamp en zijn
cd-speler. daar op die negen vierkanten meter, in een oude woonwagen op
een nieuw kamp aan de uiterste rand van Den Haag , voelt hij zich veilig.
Daar draait hij dan zijn plaatjes , loeihard, en op zijn geheel
eigenwijze. Midden in een lied drukt hij de herhaalknop in, om die ene zin
nog een keer te horen. telkens weer, soms wel honderden keren achter
elkaar. Al hij genoeg heeft van Ernst Bobby en de rest, kijkt hij graag
televisie heen en weer wiegend met zijn bovenlichaam als een ja-knikker
die olie boort, met een lege blik in zijn ogen. Jantje is negentien jaar,
zwaar geestelijk gehandicapt en autistisch. Hij moet vijfkeer op en dag
worden verschoond, en mag niet naar buiten, omdat hij lijdt aan vitilogo,
een ziekte waarbij pigment wordt afgebroken door zonlicht. Jantje heeft
het - met een vocabulaire van tien woorden- niet getroffen. Wat hem 17
maart te wachten staat, daar heeft hij geen enkel benul van. Dat is de
datum waarop Jantje en zijn moeder Paula (38) de woonwagen uit moeten
zijn. Dat is de dag hun wagen in beslag wordt genomen door de gemeente Den
Haag als gevolg van het huurincasso traject dat is ingezet. 25 woonwagens
zijn om die redenen al weggesleept (Red.*). Paula en Jantje worden nummer
26. Paula kan het niet vatten want ook zij gaat misdeeld door het leven,
Ze redt het alleen door de niet aflatende hulp van vader, zus en een groep
bewoners op het kamp. Dat kamp heeft massaal de huur niet betaald, uit
protest tegen lekkende gaskabels, ontploffende stopkasten en schimmelende
schuurtjes..Paula had 3300 euro schuld, betaalde de rekening na een
aanmaning, maar was twee dagen te laat.De advocaat van de gemeente houdt
voet bij stuk: 17 maart staan moeder en zoon op straat. Buurvrouw Cella:
"Die mensen hebben geen hart. Zelfs de wijkagent heeft hier staan janken.
Ons Jantje blijft hier. Dat beloof ik" Het artikel vergeet te vermelden,
dat de woonwagen van Tinus Perdaems op 3 november 2005 van de Jan
Hanlostraat niet is weggesleept, maar met een deel van zijn inboedel
geheel met de grond is gelijk gemaakt, terwijl de gemeente had toegezegd
dat de wagen zou worden gedemonteerd en opgeslagen.
Woensdag 15 februari 2006
Tijdens rondvraag van de commissie vergadering van Welzijn van (WDL&L)
de gemeente Den Haag heeft Mevrouw Hiek van Driel van de SP vragen
gesteld over het geval van al of niet uitzetting van de invalide vrouw met
haar invalide zoon van haar standplaats aan de Jan Hanlostraat te Den
Haag.
De wethouder mevrouw Klijnsma heeft hierop geantwoord dat de uitzetting
doorgaat en dat 24 uur tijdens de uitzetting voor de invalide zoon opvang
wordt geregeld. Mevrouw van Driel heeft daarop gezegd, dat Paula haar
huurschuld had voldaan. De wethouder zou dat nagaan. Grote ontzetting
en diep verdriet bij zoveel onrecht bij de betrokkenen. Dit kan toch niet
gebeuren, reden waarom ik niet zal schuwen om alle middelen in te
zetten die mij ter beschikking staan om te voorkomen, dat Paula en haar
zoon Jantje van hun standplaats na 16 maart 2006 zullen worden
verwijderd.De ziekte die zowel Paula als Jantje hebben is het fragiele X
syndroom

F
iguur . Het fragiele X-syndroom: de fragiele X, een breekbare plaats aan de onderzijdeZondag 19 februari 2006
Vanochtend ontving ik een fax met een afschrift van de brief dd. 20
januari 2006, die de advocaat van burgemeester Deetman Mr A.R. de Jonge
schreef aan de advocaat van Paula Mr H. Koning. met onder meer de volgende
schokkende zinnen:"Ik heb nog te reageren op uw brief van 22 november jl.
met bijlage, zijnde het advies van MEE Zuid-Holland van 15 november 2005.
De gemeente ziet in het advies onvoldoende aanwijzingen om te kunnen
concluderen, dat een ontruiming door uw cliënte van de standplaats zal
leiden tot een acuut medische noodsituatie".(...) "Tegen die achtergrond
ziet de gemeente zich dan ook genoodzaakt om de ontruiming andermaal in
gang te zetten.In dat kader wordt uw cliënte binnen een periode van 8
weken in de gelegenheid gesteld om vrijwillig tot ontruiming over te gaan.
Na ommekomst van deze termijn, die derhalve verstrijkt op 17 maart 2006
zal de ontruiming zonder nadere aankondiging door de deurwaarder in gang
worden gezet".Commentaar overbodig als men het hieraan voorafgaande tekst
en foto's van mijn website heeft gelezen en gezien van het drama van Paula
en haar zoon Jantje.
In Den Haag daar woont een graaf
En zijn zoon heet Jantje.
Als je vraagt: Waar woont je pa?
Dan wijst hij met zijn handje.
Met zijn vingertje en zijn duim,
Op zijn hoed draagt hij een pluim,
Aan zijn arm een mandje.
Dag, mijn lieve Jantje!
Donderdag 24 februari 2006
GROOT NIEUWS. In de raadsvergadering van de
Gemeente Den Haag hebben gisteren de wethouders de heer Norder en mevrouw
Kleinsma het
volgende medegedeeld: indien zij een medische indicatie van een bevoegd
arts ontvangen, waaruit blijkt dat het ongewenst zou zijn om Paula en haar
invalide zoontje Jantje van hun standplaats te verwijderen, zij zich
zullen beraden of het besluit van uitzetting niet zou kunnen worden
ingetrokken .Uit deze diplomatieke woorden kunnen we gevoegelijk aannemen
dat zij daarmee te kennen hebben gegeven, dat zij daarmee de ontstane
impasse willen doorbreken en het niet willen laten aankomen op een
politiek steekspel. Even daarvoor was door de SP een motie ingediend, die
aan de raad vroeg om te voorkomen dat Paula en haar zoontje zouden worden
uitgezet. Door de mededeling van de wethouders heeft de SP zeer terecht en
getuigen van politiek inzicht, door hun motie voorlopig niet in stemming,
te brengen, daarmee aangevend dat zij de raad niet onnodig onder druk
willen zetten. Uiteraard mocht het zo zijn - wat ik niet aanneem - dat B
en W alsnog zouden besluiten Paula en haar zoontje uit te zetten zij
altijd op de motie kan terugkomen.. In de wandelgang hoorde ik van een
aantal raadsleden van de VVD, dat zij erg blij waren dat het niet tot een
stemming was gekomen. Maar ik hoorde ook een raadslid die woedend was op
het college van B en W dat zij nu pas met deze oplossing waren gekomen Zij
hadden al veel eerder aan Paula moeten zeggen, dat zij een attest van een
bevoegd arts moest overleggen omdat zij de mededeling van de Stichting Mee
onvoldoende achten (zie onder zondag 19 februari :de brief van de advocaat
van de Gemeente Den Haag). Ik heb hem toen gezegd dat uiteindelijk het
resultaat telt en dat is voor Paula en haar zoon Jantje uiteindelijk het
belangrijkste.. Door de vele inspanningen van vele zijden zowel door
raadsleden, media als ook de massale opkomst van woonwagenbewoners tijdens
de laatste twee vergaderingen, hebben B en W eieren voor hun geld doen
kiezen. Het blijft toch ongelooflijk dat het nodig is geweest om zo veel
druk uit te oefenen om ze van gedachten te doen veranderen. Vergeet niet
dat de vader van Paula steeds heeft gewezen op het feit van de
onmenselijkheid van hun besluit tot uitzetting.Gisteren heeft hij nog
eens, met een indrukkwekkend betoog dit onderstreept. Hij heeft een
enveloppe met alle documenten aan wethouder mevrouw Kleinsma aangeboden en
haar uitgenodigd een 'bakkie' te doen in de wagen van Paula en haar
zoontje. Het was ontroerend om te zien hoe gelukkig Paula en haar familie
na afloop waren..
In Den Haag door woont een
graaf, die in het mandje van Jantje een brief heeft gestopt met de
woorden: Je mag blijven Lieve Jantje mijn zoon!
Donderdag 7 april 2006
Hieronder volgt een brief die de fracties van CDA (!)/SP/D66/HSP/CU-SGP
vandaag schreven aan de voorzitter van de Gemeenteraad van Den Haag,"In het (recente) verleden hebben de gemeenteraad en het college meerdere
malen met elkaar van gedachte gewisseld over de verhuizing van het
woonwagencentrum aan de Leyweg. De raadsleden Ingrid Gyomorei (SP)
en Joris
Wijsmuller (HSP) hebben op 24 januari 2006 schriftelijke vragen gesteld
aan
het college over de verhuizing van het woonwagencentrum aan de Leyweg.
Het
college heeft deze vragen op 7 maart 2006 beantwoord (RIS 134941)..
Nieuwe informatie door RTV West naar buiten gebracht werpt een nieuw
licht
op dit dossier. In het TV West onderwerp komen meerdere
verhuis/transportbedrijven aan het woord die beschikken over de juiste
transportmiddelen en en bereid zijn een dergelijke operatie uit te voeren.
In de beantwoording van de schriftelijke vragen van de raadsleden Gyomorei
en Wijsmuller stelt het college echter: "Indertijd bleek dat het zeer
moeilijk
was om bedrijven te vinden die een dergelijke opdracht konden of
wilden
uitvoeren". De fracties van CDA / SP / 066/ HSP / CU-SGP zetten hun
vraagtekens bij deze uitspraak. Zij worden hierbij gesteund door een rapport
van de gemeentelijke accountantsdienst (GAD). Enkele citaten uit het
GAD-rapport van 20 maart 2003 (kenmerk:
A.2003.187):
Conclusie: er was geen sprake van acute bestuursdwang met een korte
inkoopprocedure. Ruim drie maanden voor de feitelijke start van de
verhuizing
onder bestuursdwang op 11 december 2002 was het college reeds op
de hoogte
van het feit dat de verhuizing onder bestuursdwang feitelijk hoger
zou uitvallen
dan begroot. Desondanks heeft het college niet meerdere
transportbedrijven
benaderd.
terwijl er alleen al in Nederland 19 transportbedrijven zijn die in
staat
zijn om 'exceptioneel transport' te verrichten met woonwagens
(zie overzicht
bijlage I).Op grond van het desbetreffende artikel van het reglement van orde leggen
wij de volgende vragen voor:
1. Was het college er in augustus 2002 van op de hoogte dat in Nederland meerdere transportbedrijven beschikken over het materieel & personeel om een dergelijk operatie uit te voeren. zoals in bijlage I gegeven informatie? Zo ja. waarom zijn deze bedrijven niet benaderd? Zo nee,. waarom ontbreekt het bij de gemeente aan actuele marktinformatie betreffende 'exceptioneel transport'?
2.. Het college is van mening dat i.v.m. "gevoeligheid van de zaak" slechts één verhuis/transportbedrijf bereidwillig was de klus te klaren. Dit getuigt van groot wantrouwen tegen andere verhuis/transportbedrijven. Kan het college aangeven waarom dit niet strijdig is met de regels die gelden voor Europese aanbesteding en de 'gemeentelijke aanbestedingsrichtlijn'?
3. Op grond van welke criteria veronderstelt het college dat bij een Europese aanbesteding - bij de destijds geldende regels - deze verhuizing geen "dienst" (drempelbedrag: Euro 200.000 - Euro 236.945) is maar een "werk" (drempelbedrag: Euro 200,000 - Euro 5.923.624)? (wij verwachten bij de beantwoording een vergelijkend onderzoek).
4. Welke regelgeving, richtlijnen, jurisprudentie, e.d. liggen ten
grondslag
aan de mening van het college dat bij zogenaamde bestuursdwang het
niet
noodzakelijk is geweest deze verhuizing conform de 'gemeentelijke
aanbestedingsrichtJijn' aan te besteden?
5. De fracties willen, desnoods vertrouwelijk, inzicht in de inkoop
documentatie die ten grondslag heeft gelegen aan de keuze voor een
verhuis/transportbedrijf

Wat zullen de antwoorden van de gemeenteraad zijn op deze netelige
vragen? .
Het blijkt nu maar weer eens hoe zeer er door de Gemeente Den Haag in 2002
aangerotzooid is.
Dinsdag 16 mei 2006
Vandaag stuurt Burgemeester Deetman een antwoord op de
brief van 7 april
2006 van
de raadsleden M.J.J. Santbergen, Ingrid Gyömörei, M.D. de Jong,
G.H.M.
Wijsmuller en W.J. Pijl die zich beklagen over de waanzinnig hoge
kosten van de
verhuizing, van de woonwagens van de Leyweg in 2002.
Hier volgt het antwoord van B en W Ingevolge het bepaalde in artikel 35, lid 4, van het reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad, antwoorden wij als volgt.
1. Was het college er in augustus 2002 van op de hoogte dat in Nederland
meerdere
transportbedrijven beschikken over het materieel & personeel
om een dergelijk operatie uit
te voeren, zoals in bijlage I gegeven
informatie? Zo ja, waarom zijn deze bedrijven niet
benaderd? Zo nee,
waarom ontbreekt het bij de gemeente aan actuele marktinformatie
betreffende
'exceptioneel transport'?
Ja. In augustus 2002 was de openbare ledenindex van Transport en
Logistiek
Nederland nog niet via de website, waarnaar u refereert in uw
bijlage,
beschikbaar. Op een algemene ledenvergadering van TLN in november
2004 is besloten dat deze informatie beschikbaar zou worden gesteld.
Het door de Gemeentelijke Accountantsdienst uitgevoerde onderzoek
vermeldt in het op 20 maart 2003 uitgebrachte rapport over de gevolgde
inkoopprocedure het volgende:
"Ten aanzien van de keuze van het verhuis/transportbedrijf is slechts in
beperkte mate inkoopdocumentatie voorhanden. Zo is er geen sprake
geweest van het aanvragen en vergelijken van offertes van meerdere
bedrijven.
Oorzaak hiervan is volgens verkregen informatie gelegen in het niet
voorhanden zijn van meerdere kandidaten die deze verhuisoperatie konden
of wilden uitvoeren. Ten aanzien van de door het ingehuurde
verhuis/transportbedrijf uitgebrachte offerte heeft op onderdelen wel een
prijsvergelijking plaatsgevonden zoals met betrekking tot tarieven voor
zwaar kraan- hijs- en transportmaterieel. Daarnaast is een onderbouwing
opgevraagd van de door het bedrijf geoffreerde uurtarieven. Op basis van
deze documentatie lijken de geoffreerde tarieven niet (sterk)concurrerend
Uit de prijsvergelijking komt naar voren dat deze tarieven aan de bovenkant
van de markt zitten".Na het uitbrengen van dit rapport hebben zich geen nieuwe feiten of
omstandigheden voorgedaan, die aanvulling van de informatie uit het
rapport
noodzakelijk maken
2. Het college is van mening dat i. v.m. "gevoeligheid van de zaak"
slechts één
verhuis/transportbedrijf bereidwillig was de klus te klaren. Dit
getuigt van grootwantrouwen
tegen andere verhuis/transportbedrijven. Kan
het college aangeven waarom dit niet strijdig is
met de regels die gelden
voor Europese aanbesteding en de 'gemeentelijke aanbestedingsrichtlijn
'?
Er gold geen verplichting tot Europees aanbesteden. Verhoudingsgewijs is
het
merendeel van de opdracht (54,6 %) aan te merken als een werk, waardoor
de regels
voor aanbesteding van werken gevolgd dienden te worden. Omdat de
drempelwaarde
van werken destijds Euro 6.242.028 bedroeg en dus de
drempelwaarde van werken
niet wordt overschreden, was er geen verplichting
tot Europees aanbesteden.
De gemeentelijke aanbestedingsrichtlijn gold ten tijde van de gedwongen
verplaatsing in 2002 niet
3. Op grond van welke criteria veronderstelt het college dat bij een
Europese aanbesteding
bij de destijds geldende regels - deze
verhuizing geen "dienst" (drempelbedrag: Euro 200.000
- Euro
236.945) is maar een "werk" (drempelbedrag: Euro 200.000 -
Euro 5.923. 624)? (wij verwachten bij de beantwoording een
vergelijkend onderzoek).
Er is per onderdeel van de opdracht beoordeeld of het om een werk of
dienst ging.
In dit geval was het merendeel van de opdracht te bestempelen
als een werk.
De opdracht heeft meer het karakter gehad van een demontage en
verplaatsing van
bouwwerken dan van een verhuizing.uitgangspunt
hierbij
zijn de door de Europese
Commissie uitgegeven CPV -codes. Deze codes
benoemen duizenden activiteiten,
die vervolgens worden gekwalificeerd als
een werk of een dienst. Bijlage I geeft een
overzicht van de verhouding
tussen werken en diensten aan de hand van de
kostenraming van Firma Klomp
Transport B.V. De onderdelen van de opdracht
die als dienst zijn aan te
merken zijn de transportwerkzaamheden, de veiligheid
en de bewaking en de
verhuizing van de inboedel en de inventaris. De veiligheid
en de bewaking
zijn analytisch gezien niet aan te merken als een dienst die onlosmakelijk
met het werk zijn verbonden, maar hoeven volgens de Europese
regelgeving niet apart als een dienst aanbesteed te worden, daar de
drempelwaarde
van diensten niet wordt overschreden.
De verhuiswerkzaamheden zijn, doordat ze onlosmakelijk met het werk
verbonden
zijn, volgens de regels niet aanbestedingsplichtig. Dit geldt ook
voor de
transportwerkzaamheden. Zonder transport kan immers geen sprake zijn
van een
ontruiming van de woonwagenlocatie.
4. Welke regelgeving, richtlijnen,jurisprudentie, e.d. liggen ten
grondslag aan de mening van het
college dat bij zogenaamde bestuursdwang het
niet noodzakelijk is geweest deze verhuizing
conform de 'gemeentelijke
aanbestedingsrichtlijn ' aan te besteden?
Zoals reeds bij de beantwoording van vraag 2 is opgemerkt bestond er geen
gemeentelijke aanbestedingsrichtlijn ten tijde van de verplaatsing van
woonwagens
in 2002. Hieraan kon derhalve niet worden getoetst.
5. De fracties willen, desnoods vertrouwelijk, inzicht in de
inkoopdocumentatie die ten grondslag
heeft gelegen aan de keuze voor een
verhuis/transportbedrijf
Het dossier dat ten behoeve van de accountantsdienst is gemaakt voor
het
onderzoek naar de redelijkheid en noodzakelijkheid van de kosten
voor de
ontruiming van de woonwagenlocatie aan de Leyweg kunt u
vertrouwelijk inzien
op de afdeling woonwagenzaken. Het college van burgemeester en wethouders, de
secretaris,
de burgemeester, getekend door D.M.F. Jongen W.J. Deetman

Het antwoord is weer mistig zoals altijd. Ik wil nog even in herinnering brengen wat de commissie de Haseth van de 'verhuizing' in haar rapport in 2005 heeft gezegd:
"Volgens deskundigen was de gestelde termijn waarbinnen de
verhuizing
geklaard moest zijn te kort om tot een zorgvuldige uitvoering,
dat wil
zeggen met zo min mogelijk schade aan de wagens, te komen.
Doordat reeds op
de eerste dag van de operatie is afgeweken van het
draaiboek, heeft de
verhuizing vertraging opgelopen. (...) Resultaat
was wel dat een van de
lichtste wagens op een van de weinige
verzwaarde plekken van nieuwe locatie
terecht is gekomen. Een van
de grotere wagens is neergezet op een
standplaats die daarop niet
berekend was.
Tevens is het uitgangspunt dat niet vergunbare wagens zouden
worden opgeslagen
niet uitgevoerd. Hierdoor staan momenteel ook
de niet vergunbare wagens op de
nieuwe locatie, zonder de mogelijkheid
alsnog een vergunning te krijgen, maar
ook, naar het zich laat aanzien,
zonder dat de gemeente ze kan verwijderen; zij
heeft ze immers daar
doen neerzetten.
Ten aanzien van de voorbereiding van de
verhuizing is de commissie
van mening dat de logistieke en personele organisatie
van de 'operatie'
ernstig is onderschat, waardoor er sprake was van veel
improvisatie en
ad hoc beslissingen tijdens de uitvoer ervan door alle
betrokkenen.
In het bijzonder moet het, naar oordeel van
de commissie en veel van
haar gesprekspartners, als een ernstige tekortkoming
worden aangemerkt
dat er voor aanvang van de verplaatsing geen volledige schouw
is gehouden
op de oude locatie, waarbij de te verhuizen wagens konden worden
gemeten en de verhuizer de gelegenheid kreeg op te nemen wat voor
verschillende
wagens hij diende te verhuizen. Ook het feit dat er na
afloop van de
verhuizing geen integrale evaluatie heeft plaatsgevonden,
ziet de commissie als
een tekortkoming, zeker in het licht van de nog op
handen zijnde deconcentratie
van de Escamplaan".
Maar zoals we al weten is het rapport van de Commissie de Haseth
rechtstreeks
naar de prullenbak verwezen.
Woensdag 24 mei 2006
Vandaag mocht ik voor het Gerechtshof in de Den Haag komen om te klagen
over
het feit dat de officier van justitie mij niet heeft willen vervolgen
voor mijn
misdrijven toen ik me liet arresteren 3 november 2005 in de wagen
van Tinus
Perdaems op de Jan Hanlosrtaat 9 en op 2 januari 2006 in de wagen
van Sani
Kames. De ene keer was ik te oud en de andere keer was het een
misdrijf van
geringe aard/omvang. Vanmiddag kwam ik voor de meervoudige
kamer van het
Gerechthof in Den Haag met de voorzitster mevrouw Mr W.P.C.M.
Noordam
geassisteerd door de raadsheren Mr R.P.B.M Berger, Mr W. Bruinsma,
Er was
ook een lid van het college van procureurs-generaal van het Openbaar
Ministerie
aanwezig t.w de advocaat- generaal Mr G.C.Haverkate . De griffier was
mevrouw
Mr C.W.Kuiper-van den Haak. Mij werd door voorzitster
de gelegenheid geboden
mijn klaagschrift geheel voor te lezen. Ik heb ze
ieder een kopie van mijn pleidooi
overhandigd zodat ze mee konden lezen als
het eventueel te vlug ging, want ik
moest het wel kort maken zei de
voorzitster vooraf. Hier volgt dan mijn pleidooi
dat ik zonder onderbreking
mocht voorlezen:
Beklag van Tom de Booij op grond van artikel 12 en 12 a t/m l van het
Wetboek
van strafvordering op woensdag 24 mei 14.30 uur voor het Gerechtshof
te
’s-Gravenhagc. Zaak nummer 06/1627
‘s-Gravenhage 24 mei 2006
Edelachtbare Leden van het Hof,
Door Uw Gerechtshof werd ik gevraagd om vandaag te verschijnen voor de
raadkamerzitting van de twaalfde meervoudige strafkamer in twee
hoedanigheden, te weten als hoofdklager en als hoofdbeklaagde. In dit
laatste geval is mijn naam in de oproep onvolledig weergegeven ipv T. Booij
moet het zijn T. de Booij. Tevens zou ik U willen wijzen op het feit dat U
in uw oproep om te verschijnen voor de beklagkamer (datum 21 april 2006
zaaknummer K06/1627), gewag wordt maakt van het feit dat ik in het verleden
één strafbaar feit zou hebben begaan, waarvoor ik door de officier van
justitie niet zou zijn vervolgd. Het betreft hier echter twee strafbare
feiten, die door mij zijn begaan op resp. 3 november 2005 en 2 januari 2006.
Hoofdklager
Laat ik beginnen in mijn rol als Hoofdklager. In mijn brief van 23
november 2005 aan de officier van justitie heb ik mij beklaagd over het
feit, dat hij in zijn brief van 11 november 2005 (kenmerk 09-661043-5/68/EVDB)
mij mededeelt, dat hij mij niet zal vervolgen en als reden opgeeft, ik
citeer: "uw leeftijd een vervolging minder gewenst maakt".
Ik heb in mijn brief de volgende zin gebruikt die voor zichzelf spreekt:
"Vindt u het niet onlogisch en inconsequent dat de officier thans een
vervolging minder gewenst acht gezien mijn leeftijd, terwijl hij wél toezegt
om "in de toekomst" bij een nieuwe zaak (in beginsel) wél tot
strafvervolging over te gaan ? Immers: "in de toekomst" zal mijn leeftijd
hoger zijn dan heden. Het kan toch niet waar zijn, dat ik ongestraft een
bevel van een ambtenaar opzettelijk kan negeren. Het is toch een misdrijf
tegen het openbaar gezag ( artikel 184 van het Wetboek van Strafrecht) dat
normaliter bestraft mag worden met een gevangenisstraf van ten hoogste drie
maanden of een geldboete van de tweede categorie. Daarbij voegt de officier
er nog aan toe: "Mocht er in de toekomst opnieuw een proces-verbaal tegen u
worden opgemaakt, strafvervolging in de nieuwe zaak in beginsel zal worden
doorgezet".
Het was mij toen al meteen duidelijk dat er in de zin een addertje onder
het gras zat namelijk in het woord "in beginsel". En ja, de officier van
justitie heeft gemeend wederom het door mij op 2 januari 2006 gepleegde
misdrijf te seponeren door kennelijk gebruik te maken van het woord "in
beginsel". Ook hier ging het om het door mij niet opvolgen van een ambtelijk
bevel van een ambtenaar. Nu heeft de officier van justitie weer een nieuwe
troefkaart uit de hoge hoed getoverd. Hij geeft als reden op: "het een feit
van betrekkelijk geringe aard/omvang betreft". Daar zegt hij mee dat het
niet opvolgen van een ambtelijk bevel iets van geringe aard /omvang is. Hij
eindigt weer met de toverformule: "Mocht er in de toekomst opnieuw een
proces-verbaal tegen u worden opgemaakt, strafvervolging in de nieuwe zaak
in beginsel zal worden doorgezet".
Ik moge Uw edelachtbare college erop wijzen, dat de tweede arrestatie op 2 januari 2006 niet bepaald gerangschikt kan worden als een misdrijf van geringe omvang. Zeker niet van geringe omvang was het politieapparaat, dat uren lang nodig is geweest om mij aan te houden en over te brengen naar het politiebureau. Rond 12 uur in de middag van 2 januari 2006 heb ik mij begeven in de woonwagen van de Heer Sanie Kames, die stond op het voormalig woonwagencentrum aan de Leyweg in Den Haag. Rond twee uur werd door de hoofdinspecteur Jansen gezegd, dat de wagen op privé-terrein stond en onmiddellijk moest worden verwijderd. Ik heb hem medegedeeld dat ik de wagen onder geen beding wenste te verlaten. In totaal waren betrokken bij mijn aanhouding 3 hoofdinspecteurs van politie, t.w. de heren C. Jansen, D. Driessen en van der Broek, alsmede de rechercheur mevrouw Janssen. Zij stonden tijdens de urenlange operatie in direct verbinding met het hoofd van de politie de burgemeester W.J. Deetman. De hele buurt rond de Leyweg was voor het verkeer afgezet. Er waren zeker een vijftal tal busjes met ME aanwezig. Bij mijn aanhouding in de woonwagen kwam behalve de hoofdinspecteur van den Broek ook nog een vijftal mannen en een vrouw van de ME om mij eventueel naar buiten te dragen. Bij mijn eerste aanhouding op 3 november 2005 had ik mij laten wegdragen uit de woonwagen van Tinus Perdaems door het arrestatieteam. Dit keer heb ik verkozen om lopende de wagen na mijn aanhouding te verlaten. Uit dit alles moge toch blijken dat de officier van justitie wel een zeer merkwaardige opvatting heeft over wat een misdrijf van geringe aard/omvang is. Het zal mij benieuwen, wanneer ik mij wederom gedrongen voel om weer een misdrijf te plegen wat dan zijn reden zal zijn van zijn sepot. Tot besluit van dit eerste betoog in mijn rol als hoofdklager vraag ik aan Uw edelachtbare college of U met het sepotbeleid van de officier van justitie in de onderhavige gevallen kunt meegaan. Het is op zijn minst vreemd dat leeftijd een rol speelt bij heit sepotbeleid en in het tweede geval U het door mij begane misdrijf van geringe aard/omvang vindt.
Uiteraard is het mij bekend dat de officier van het Openbaar Ministerie gebruik mag maken van het opportuniteitsbeginsel waarbij hij gerechtigd is om al of niet tot vervolging over te gaan op grond van het algemeen belang. Het hek is toch van de dam als iemand die boven de tachtig is zo maar tot twee maal toe een ambtelijk weigert op te volgen. Men kan dan toch onmogelijk spreken dat hier sprake is van algemeen belang om een bejaarde man niet te vervolgen. Ik kan mij niet aan de indruk ontrekken dat hier sprake is van rechtsongelijkheid. Ik zou wel eens willen zien of de officier van justitie iemand met een ander verleden en een ander achtergrond eveneens niet zou willen vervolgen. Ik wijs U op mijn ‘staat’ van dienst, die zich in mijn dossier bevindt aangaande de door mij begane misdrijven in de afgelopen dertig jaren. U kunt dan ook zeker in mijn geval spreken van een recidivist. Echter één door mij begane misdrijf staat niet in deze lijst omdat ik ingegaan ben op een transactievoorstel van de officier van justitie. Op 17 december 2002 pleegde ik lokaalvredebreuk uit protest tegen het feit dat de burgemeester van Den Haag W.J. Deetman mij op zijn spreekuur niet wenste te ontvangen Ik wilde hem vragen waarom hij op 11 december 2002 was overgegaan tot gedwongen ontruiming met bestuursdwang van het woonwagencentrum aan de Leyweg, ondanks het feit dat hem per brief door mij , als adviseur, en door de advocaat van de bewoners was medegedeeld dat de bewoners bereid waren vrijwillig te verhuizen De officier van justitie stuurde mij een dagvaarding om op 6 augustus 2003 te verschijnen voor de politierechter. In de zomer 2003 leek het er echter op dat de Gemeente Den Haag een welwillender koers inzake het woonwagenbeleid zou inzetten. Daarom heb ik toen besloten om de zaak niet op de spits te drijven en ben ik ingegaan op het transactievoorstel van de officier van justitie: ik betaalde 130 euro en de officier trok de zaak in. Het is toch op zijn minst vreemd om te mogen constateren dat voor het door mij begane misdrijf, het niet opvolgen van een ambtelijk bevel op 17 december 2002, de officier van justitie mij niet te oud vond om mij te vervolgen. Maar misschien hanteert de officier van justitie de leeftijdgrens van tachtig jaar. Immers op 17 december 2002 was ik 78 jaar en op 3 november 2005 en 3 januari 2006 81 jaar!
Tot slot wil ik mijn bevreemding uitspreken over het in ongerede raken van mijn briefwisseling met de officier van justitie. Ik wil even de feiten op een rijtje plaatsen om u een indruk te geven van de vreemde gang van zaken. 23 november 2005 heb ik schriftelijk mijn bezwaarschrift van het niet vervolgen bij de balie van het Openbaar Ministerie ingediend. Ik heb toen op een afschrift een stempel van het OM gekregen als bewijs voor ontvangst. Ten tweeden male heb ik 8 januari mijn bezwaar schriftelijk kenbaar gemaakt tegen het tweede sepot aangaande het door mij begane misdrijf op 2 januari 2006. Ik heb mijn schrijven aangetekend verzonden en een bewijs van ontvangst vervolgens ontvangen. Toen ik taal nog teken ontving van de officier van justitie heb in een schrijven van 20 januari 2006 mij gericht tot het College van procureurs-generaal en hierin gevraagd of zij er bij de officier van justitie op zouden willen aandringen om mij te antwoorden. Inderdaad in een brief van 27 januari 2006 ontving ik van het College van procureurs-generaal de mededeling ,ik citeer een zin uit deze brief: "Gelet daarop heb ik de hoofdofficier bij brief van heden verzocht zulks alsnog op korte termijn te doen".
Na nog niets van de officier van justitie te hebben gehoord, vraag ik nogmaals aan het College van procureurs-generaal in mijn schrijven van 25 februari 2006 om de officier van justitie te vragen om mij te antwoorden op mijn brieven van 23 november 2005 en 8 januari 2006. Ik ontving van het College van procureurs-generaal een schrijven van 6 maart 2006, waarin zij mij mededeelden, dat zij nu ten tweeden male de officier van justitie dringend had verzocht mij op korte termijn te antwoorden. Ten lange leste ontving ik eindelijk na maanden wachten een schrijven van 14 april 2006 van de officier van justitie waarin de onthutsende zin voorkomt : "Op 6 maart 2006 ontving ik van het College van procureurs-generaal bericht dat uw brieven van 23 november 2005 en 8 januari 2006 nog niet zijn beantwoord. Thans is gebleken dat uw brieven kennelijk enige tijd in het ongerede zijn geweest. Hiervoor bied ik u mijn verontschuldigen aan". Deze heb ik uiteraard geaccepteerd, maar het blijft toch wel vreemd dat de officier van justitie op de eerste aanmaning om mij te antwoorden niet heeft gereageerd en doet voorkomen alsof de brief van 6 maart 2006 de eerste keer is geweest dat hij een verzoek van het College van procureurs-generaal heeft ontvangen. De eerste brief van 27 januari 2006 van het college van procureurs-generaal is misschien ook weer in het ongerede geraakt.
Volgens artikel 12, lid 1 van het Wetboek van Strafvordering kan ik als direct belanghebbende schriftelijk beklag doen en volgens het tweede lid wordt onder een rechtstreeks belanghebbende verstaan iemand die krachtens zijn doelstelling door het niet vervolgen van een verdachte in de door hem begane misdrijven rechtstreeks wordt getroffen Immers ik als staatsburger ben ongerust over het feit dat iemand die 81 jaar is zo maar twee misdrijven, het niet opvolgen van een ambtelijk bevel, kan plegen zonder daarvoor gestraft kan worden. Waar blijven de grenzen en normen van onze maatschappij. In de laatste tijd hebben we keer op keer gezien dat normen en waarden niet meer zo nauw worden gezien. Het Openbaar Ministerie wel heel grillig in haar beleid vooral als het gaat om misdrijven begaan door vooraanstaande personen (Kwestie Ahold etc). Zij eindigen vrijwel nooit in de gevangenis en kunnen volstaan met een boete die voor hun vermogen nauwelijks bezwaarlijk kan zijn. Terwijl de minder bedeelde van onze samenleving die zijn boetes niet kan betalen wel wordt opgesloten. Mijn motto bij al mijn acties is steeds geweest : "Gelijk recht voor ongelijke mensen is het grootste onrecht". Het is hierom dat ik indertijd een hogere straf heb gevraagd dan de studenten voor de lokaalvredebreuk inzake de Maagdenhuisbezetting in mei 1969. Immers ik was in die tijd wetenschappelijk hoofdmedewerker verbonden aan de Universiteit van Amsterdam, ik kreeg dezelfde straf als de studenten, dit terwijl ik toch een duidelijk meer verantwoordelijkere positie innam en het dus des te kwalijker was dat ik meedeed aan de Maagdenhuis bezetting.
Beklaagde
Hier volgt nu mijn betoog dat ik zal houden in mijn hoedanigheid als
beklaagde cq. verdachte. Ik wil Uw college nader uit de doeken doen wat mijn
motief is om sinds 30 jaar deze misdrijven te begaan. Ik ben in 1970
ontslagen uit mijn functie als wetenschappelijk hoofdmedewerker. Ik heb in
mijn afscheidscollege van 30 november 1970 in feite al mijn motief
weergegeven. De titel van dit college was: " Waar gaat onze aarde naar toe?
Ik citeer de laatste alinea’s " Het beleid van onze regering is er direct op
gericht om een systeem in stand te houden, dat ons - met haast mathematische
zekerheid – naar de ondergang voert. Er zijn geen tekenen die er op wijzen,
dat zij dit systeem omver wil werpen. (…) Zij er in Nederland nog instanties
, die een bijdrage kunnen leveren tot het scheppen van mogelijkheden, om tot
een wezenlijke verandering te komen? Men zou kunnen denken aan onze
Nederlandse universitaire instellingen en hogescholen. Immers zij behoren de
maatschappij die hen daartoe via de belastinggelden in staat stelt – van
advies te dienen voor de toekomstige ontwikkelingen van onze samenleving (…)
De Nederlandse Universiteiten en Hogescholen zijn echter uitgegroeid tot
organisaties, die geen duimbreed mogen afwijken de door het systeem
uitgestippelde weg. Zij eisen van een ieder een onvoorwaardelijke
loyaliteit. In dit college hen ik U getracht duidelijk te maken de redenen
waarom de verwezenlijking van een door de Universiteit van Amsterdam
gedefinieerde loyale samenwerking mij onmogelijk si geworden nog langer naar
behoren te realiseren. Ik zal in mijn nieuwe werksituatie trachten te
verhinderen, dat door de Nederlandse Universiteiten en Hogescholen mensen en
materiaal worden afgeleverd aan organisaties, die door hun activiteiten
direct mede werken aan het in stand houden van een systeem, dat onze
samenleving bedreigt".
Sinds mijn ontslag uit de Universiteit heb ik vele acties gevoerd waarmee ik dikwijls met de justitie in aanraking ben gekomen. Het motief daarbij was steeds dat ik van mening ben dat Nederland allang geen rechtstaat meer is waar de scheiding der machten (Trias Politica) de burger zou moeten garanderen dat de democratische beginselen worden nageleefd. Ik geef U heel in het kort weer wat ik allemaal op mijn kerfstok heb. Dit om Uw college te laten zien dat de twee misdrijven die ik heb begaan op 3 november 2005 en 2 januari 2006 niet op zich zelf staan en moeten worden gezien in een breder kader namelijk als een vlammend protest tegen de verloedering van onze rechtsstaat. Steeds heb ik aan de betrokkenen waarvoor ik heb opgenomen gezegd ik ze gebruik als middel om aan te tonen wat er mis is in onze Nederlandse samenleving. In feite gaat mijn protest nog verder terug. Ik heb namelijk geweigerd om in 1943 een loyaliteitsverklaring te tekenen die van mij werd gevraagd door Universiteit van Amsterdam (let wel niet door de Duitse bezettingsmacht). Door de weigering is het gevolg geweest dat ik moest onderduiken en uiteindelijk werd opgepakt en als politiek gevangene werd opgesloten, eerst in de gevangenis van Arnhem (bewaakt door Nederlands personeel) en vervolgens maanden in het concentratiekamp in Amersfoort. Zoals ik al heb gezegd heb in 1969 weer een loyaliteitsverklaring geweigerd te tekenen die door de Universiteit van Amsterdam 26 jaar later van mij werd gevraagd.
Voor mijn misdrijf van lokaalvredebreuk van het Maagdenhuis op 16 –21 mei 1969 werd ik veroordeeld tot 50 dagen hechtenis (subsidiair 500 gulden boete).Deze heb ik uitgezeten in het Huis van Bewaring aan het Wolvenplein te Utrecht. Wel aardig om te vermelden dat bij mijn vrijlating de directeur van het Huis van Bewaring de heer Kroes mij mededeelde dat zolang hij directeur was ik niet meer in zijn inrichting mocht verblijven. Ik had teveel onrust gezaaid, werkstaking etc. Toen ik een vriend in het Huis van Bewaring te Utrecht wilde bezoeken, werd ik vanuit de wachtkamer uit het Huis van Bewaring door een aantal bewaarders op bevel van de heer Kroes naar buiten gedragen. Ook moest ik mijn talloze boetes uitzitten in andere rijksinrichtingen tot aan Maastricht toe. Mijn strijd tegen het woonwagenbeleid van de overheid begon in 1971 en zoals U weet gaat door gaat tot op de dag van vandaag. Ik leerde in het Huis van Bewaring een woonwagenbewoner (reiziger) uit Baarn kennen. Hij zat naast mijn cel op B 16. De woonwagenbewoner (reiziger is een beter woord) vertelde me dat op zijn woonwagencentrum in Baarn geen sanitaire voorzieningen waren. We hebben, toen we weer vrij waren, poep van het woonwagencentrum opgeraapt en in het Gemeentehuis gegooid, terwijl er net een bruidspaar de trappen afkwam. Het resultaat was wel dat het woonwagencentrum na 6 maanden kon beschikken over de nodige sanitaire voorzieningen.
In het jaar 1973 is er mijn affaire met de Burgemeester Van Haeringen van Baarn. Hij had een inwoner met een vervalste medische verklaring 3 weken laten opsluiten in eenzame afzondering in de psychiatrische kliniek 'Zon en Schild' in Amersfoort. De medische verklaring was ondertekend door de Burgemeester van Baarn en de Gemeentearts. De inwoner van Baarn leed volgens de verklaring aan gevaarlijke psychopathie. In eerste instantie was het formulier ingevuld door een ambtenaar van de sociale dienst . De Gemeentearts heeft zonder de man gezien te hebben de verklaring verder ingevuld en ondertekend, evenals de Burgemeester van Baarn. De inwoner van Baarn heeft zijn dossier uit de sociale dienst gestolen. Ik heb toen zijn dossier met de vervalste verklaring onder mij gehouden en geweigerd dit dossier aan hem terug te geven. Dit kwam mij te staan op een dagvaarding voor heling. In eerste instantie werd ik door de politierechter in Utrecht ontslagen van rechtsvervolging. Na 2 jaar van acties hebben we de officier van justitie te Utrecht zo ver kunnen krijgen, dat hij voor mij in deze zaak hoger beroep heeft aangevraagd, iets wat ik helaas als verdachte niet meer kon doen. In de rechtszaak die voor het Gerechtshof in Amsterdam op 18 december 1973 diende, heb ik als verdachte 8 getuigen à charge mogen ondervragen. De Burgemeester van Baarn, Mr. J. Van Haeringen werd als laatste, na 8 uur op de gang op een bankje te hebben gewacht, als getuige à gehoord.
In 1974 had ik bij de Hoge Raad cassatie aangevraagd. In 1974 kon mijn verzoek bij de Hoge Raad niet worden behandeld, omdat ik mijn dossier uit het gebouw van de Hoge Raad had ontvreemd, toen ik het mocht inkijken. Ik kreeg toen een brief van de Hoge Raad met het verzoek om het dossier terug te geven anders kon zij mijn zaak niet behandelen. Ik moest nog wel enkele dagen zitten voor het ontvreemden van mijn dossier uit de Hoge Raad.
4 november 1974 werd ik door Hare Koninklijke Hoogheid Prinses Beatrix ter verantwoording geroepen voor mijn illegale acties in Baarn. Op het kasteel Drakesteyn had ik een zeer goed en openhartig gesprek met Prinses Beatrix en Prins Claus. Prinses Beatrix vroeg me waarom ik me schuldig maakte aan illegale acties vooral tegenover de burgemeester van Baarn. Mijn antwoord was daarop: "Koninklijke Hoogheid kijkt U eens naar het schilderij wat achter U aan de muur hangt (dat was van Willem de Zwijger). Toen begon onze tegenwoordige rechtsstaat vorm te krijgen met als basis principe de scheiding der machten. Het kan toch niet zo zijn dat iemand zonder een geldige krankzinnigenverklaring 3 weken wordt opgesloten in een psychiatrische inrichting. Zo iets gebeurt in Rusland. Waarom word ik dan niet voor mijn misdadige acties gearresteerd?". Ik heb toen aan haar voorgesteld direct met de acties te stoppen als de burgemeester, de gemeentearts en de directeur van de sociale dienst zouden vertrekken en de inwoner van Baarn eerherstel zou krijgen. Wat inderdaad zo is gebeurd. Ik zou geen direct verband willen trekken met het bezoek aan Prinses Beatrix en prins Claus, maar in ieder geval hebben de betreffende autoriteiten in Baarn ingezien dat het niet zo verder kon doorgaan. Een feit is wel dat Burgemeester van Baarn, de Gemeentearts en de directeur van de Sociale Dienst het veld hebben geruimd. De inwoner van Baarn kreeg eerherstel en alle kosten voor zijn rechtenstudie werden door de Gemeente betaald. Tijdens de acht uur durende strafzaak voor het Gerechtshof is alles aan het licht gekomen wat de Gemeente Baarn had misdaan. Voor mijn illegale acties werd ik veroordeeld tot 40 dagen hechtenis, die ik in de gevangenis van Scheveningen heb uitgezeten. Men zou kunnen stellen, dat een gesprek met leden van het Koninklijk Huis te aller tijde als vertrouwelijk moet worden beschouwd. Het is wel voor de eerste maal dat ik de inhoud van dit gesprek melding maak. Reden is gelegen in het feit dat ik toen al gezegd heb, dat ik de strijd heb aangeboden tegen de verloedering van de Trias Politica en dat het hoofdreden is voor het door mij begane misdrijven op 3 november 2005 en 2 januari 2006.
In 1977 hebben Dirk de Vroome, alias Rooie Reus, Joost van Steenis van de Rode Jeugd en ik een partij opgericht om mee te doen aan de Tweede-Kamer verkiezingen met lijst 17: Verbond tegen Ambtelijke willekeur. We kregen terecht maar 4000 stemmen, want het was bedoeld om de verkiezingen belachelijk te maken. Het waren altijd de grote drie, die de zaken onderling regelden: PvdA, VVD en CDA(Nog steeds zie je in vele gemeenten, zoals in Den Haag dat de grote drie de dienst uitmaken). We hebben toen gevochten tegen het beleid van de grote kampen met prikkeldraad en politieposten in de jaren zeventig, uitgevoerd volgens de plannen van minister Klompé (zie mijn artikel op mijn website www.egoproject.nl 150 jaar woonwagenbeleid )
Vervolgens ben ik in 1996 in Hilversum begonnen met acties, op verzoek van de woonwagenbewoners. Het woonwagencentrum de Egelshoek moest plaatsmaken voor de bouw van luxe woningen. Het centrum is toch door acties behouden gebleven en wordt dit jaar hopelijk, na 10 jaar gerenoveerd opgeleverd. Het succes van het behoud van het woonwagencentrum de Egelshoek is te danken aan het feit dat de Gemeente twee ernstige misdrijven had gepleegd. De Gemeente Hilversum heeft 300.000 gulden bedoeld voor het woonwagencentrum onrechtmatig overgeboekt naar de post algemene middelen. Later toen de zaak veilig was en het centrum behouden was, heeft de wethouder van Hilversum mevrouw Borstlap dit misdrijf van de Gemeente Hilversum toegegeven. Verder heeft de Gemeente Hilversum in 1997 vervuild water geloosd op het open water van de Loosdrechtse plassen voor de aanleg van riolering. Ik heb toen eigenhandig dit water zodanig omgeleid, zodat het niet meer op het open water kon stromen, maar in de geulen die waren gegraven voor het aanbrengen van de riolering. De kosten van de door mij aangerichte schade waren ongeveer 50.000 gulden. De politie wilde mij niet arresteren. Ik kreeg de volgende dag het verwijt van de politie, dat ik de politie misbruikt had door hen voor mijn karretje te spannen. De Gemeente Hilversum had geen monster van het vervuilde water genomen, wij echter wel. Deze twee feiten heb ik nooit openbaar gemaakt, want het doel was bereikt, het woonwagencentrum was immers van de ondergang gered. Ik hoefde geen strafbaar feit te plegen, want de Gemeente Hilversum was gezwicht voor mijn dreigement dat ik door het plegen van een strafbaar feit hun daden in de rechtszaal in de openbaarheid zou brengen. Het is een voorbeeld van stille diplomatie, die alleen maar overwinnaars oplevert.
In Leiden heb ik meegedaan aan felle acties in 1997 om woonwagencentrum Trekvaartplein te behouden. Ook hier is het centrum behouden gebleven. Ook hier heeft de Gemeente Leiden door middel van stille diplomatie eieren voor haar geld gekozen. Maar momenteel anno 2006 zijn de bestuurders van de gemeente Leiden weer druk bezig om pogingen in het werk te stellen om het woonwagencentrum Trekvaartplein weer op te heffen of althans hun beloftes niet na te komen. Hiermee wordt weer een kiem gezaaid voor een nieuwe strijd, waar ik me met alle kracht in zal werpen als het zover mocht komen .
In Den Haag is alles hopeloos mislukt met de pogingen om het woonwagencentrum aan de Leyweg van de ondergang te redden. Na een strijd van 5 jaar is het woonwagencentrum in de ijskoude donkere dagen voor Kerstmis 2002 door een grote politiemacht ontruimd. Het riep bij beelden op, die ik had meegemaakt tijdens de tweede Wereldoorlog, inclusief concentratiekamp Amersfoort. Met dat verschil dat het toen Duitsers waren en in 2002 Nederlanders. Mijn verschrikkelijke ervaringen heb ik vastgelegd op mijn reeds eerder genoemde website. Het leek allemaal de goede kant uit te gaan sinds de ontruiming van de Leyweg. Er werd een commissie van goede diensten gevormd die een rapport publiceerde waaruit bleek de gemeente Den Haag toch in vele gevallen nalatig was geweest en onjuiste beslissingen had genomen. Maar door de komst van een nieuwe wethouder M. Norder met woonwagenzaken in zijn portefeuille ging alles de verkeerde kant op. De vroegere bewoners van de Leyweg werden gelast belachelijke hoge kosten te betalen van de ‘verhuizing’ van 80.000 tot 230.000 euro’s . Op 2 november 2006 werd ik gebeld door de bewoner van een woonwagen aan de Jan Hanlostraat 9. Hij zei me dat de volgende dag zijn wagen zou worden weggesleept. Hij had de opgelegde kosten van huurschuld te laat betaald, terwijl hij wel te kennen had gegeven schulden te betalen. Ik ben toen de volgende morgen rond zeven uur in de wagen gaan zitten. Toen de politie mij sommeerde de wagen te verlaten en ik dit weigerde ben ik door het arrestatieteam de wagen uitgedragen en opgesloten. De bulldozers hebben toen de wagen totaal vernield inclusief een deel van zijn inboedel. Toch was van te voren gezegd dat de wagen zou worden gedemonteerd. U ziet hieruit dat ik hiermee wilde protesteren tegen het misdadige optreden van de overheid en vooral tegen het beleid dat onder de verantwoordelijkheid stond van de burgemeester Deetman. Dat de gemeenteraad van Den Haag in al die jaren tegen dit beleid niets heeft gedaan geeft weer voedsel voor mijn argument dat de Trias Politica niet meer werkt. Ik heb aan den lijve letterlijk en figuurlijk mogen ervaren hoe deze raad danst naar het pijpen van burgemeester en wethouders. De zeventien raadsleden van de kleine partijen hebben in die negen jaar dat ik het van nabij meemaakte, gezien hoe hun moties op het gebied van woonwagenzaken werden weggestemd door de Grote Drie. Ook de rechterlijke macht, de derde poot van de Trias Politica, heeft keer op keer laten zien dat de advocaat van de gemeente Den Haag bij rechtszaken waar woonwagenbewoners bij betrokken waren, altijd aan het langste eind trok. Om maar helemaal te zwijgen over het functioneren van het Openbaar Ministerie.
In het boek van D. Hazewinkel-Suringa: Inleiding tot de studie van het Nederlandse strafrecht, 15e druk,staat het volgende dat voor mij goed van toepassing is : p.114 "De politieke delinquent behoort tot de overtuigingsdaders derhalve tot de mensen die bewust de geldende rechtsorde trotseren, omdat zij de door hen beleden staatsrechtopvattingen hoger achten dan die van de betreffende staat. Kras gezegd, terwijl de gewone dader de dief of oplichter de geldigheid van het recht allerminst betwist als was het alleen maar om des te meer profijt te hebben van zijn (illegaal) verworven bezit, stelt de overtuigingsdader dat juist ter discussie". Op pagina 115 wordt de visie wedergegeven van de president van de toenmalige Bijzondere Raad van Cassatie mr Haga: "Een politiek delinquent is iemand, die in botsing komt met de (Nederlandse) rechtsorde, omdat hij zijn overtuiging betreffende de gewenste levensverhoudingen der mensen onderling tracht te verwezenlijken op een wijze, welke door die rechtsorde niet kan worden geduld" .Dit zijn woorden uit mijn hart gegrepen, vooral de laatste zin! Zou het misschien Zo zou zijn dat ze voor alles willen voorkomen dat ik als verdachte in de rechtszaal mijn zegje mag doen. Waarschijnlijk gezien de slechte ervaringen die Justitie in het verleden heeft gehad vooral inzake de affaire rond de burgmeester van Baarn in 1973.
Aan het eind komende van mijn betoog, zou ik al een voorschot willen nemen op de reactie van Uw college. U zult waarschijnlijk van mening zijn, dat het strafrecht zich niet leent voor het uitdragen van mijn politieke overtuigingen. Een voorproefje van een dergelijk standpunt kreeg ik te horen van de officier van justitie te Utrecht mr A.C. Bijlsma. Ik had hem namelijk gevraagd om een gesprek om mij goed voor te bereiden op de dag van vandaag. Immers Mr Bijlsma heeft een boek en artikel geschreven over artikel 12 van het wetboek van strafvordering. Een artikel met de titel: " Heeft een ex-verdachte recht op rehabilitatie" en het boek met de titel: "Handboek benadeelde partij", Uitgave Kluwer, Alphen aan de Rijn 2005 . Zijn teleurstellende antwoord luidde onder meer:
" In uw bericht geeft u aan dat u strijdt tegen de verloedering van de Trias Politica in Nederland en meer in het bijzonder tegen het gevoerde beleid met betrekking tot de openbare rechtsorde te Den Haag. Afsluitend verzoekt u door mij te worden ontvangen voor een persoonlijk onderhoud. Om de volgende redenen kan ik aan uw verzoek geen gehoor geven. Uw strijd tegen de Trias Politica raakt de beginselen van het in ons land gehanteerde systeem van checks and balances zoals dat Montesquieu voor ogen stond. In Nederland is dit stelsel deels vastgelegd in de Grondwet. Deze Grondwet is en wordt vastgesteld door de regering en het parlement gezamenlijk. In die Grondwet vinden we de scheiding der machten terug. U richt uw verzoek thans tot een individuele officier van justitie die een vertegenwoordiger is van één van die in de Grondwet benoemde machten. Het komt mij onjuist voor met u hier op individuele basis over van gedachten te wisselen. U dient zich ten aanzien van dit onderwerp te richten tot de wetgever, in casu de regering en de volksvertegenwoordiging. Ook wenst u, zo lees ik in de bijlagen bij uw e-mail, te worden vervolgd voor feiten waaraan u zich schuldig hebt gemaakt en waarover door de officier van justitie te Den Haag reeds een vervolgingsbeslissing is genomen. In het verlengde van die beslissing is door u inmiddels een verzoek ex artikel 12 van het Wetboek van Strafvordering ingediend bij het gerechtshof te Den Haag. U dient de beslissing van de rechter thans af te wachten. Ik vertrouw u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd".
Dat belooft dus weinig goeds voor vandaag. Mocht U dezelfde mening zijn toegedaan als Mr Bijlsma zal ik in de toekomst me gedrongen voelen om nogmaals een strafbaar feit te plegen in de hoop dat het Openbaar Ministerie mij wel zal moeten vervolgen om niet wederom een voorbeeld van rechtsongelijkheid te leveren. Immers, mij is er alles maar dan ook alles aan gelegen om het grote onrecht aangedaan aan de woonwagenbewoners van de Leyweg in de donkere dagen voor Kerstmis 2002 en alles wat met hun verder tot op de dag van vandaag is gebeurd, aan de kaak te stellen.
Ik heb gezegd
Dr Tom de Booij
Na de voorzitster te hebben bedankt voor het feit dat ik mijn betoog heb
kunnen houden, bedankte zij mij van haar kant dat het een boeiend betoog was
en dat ik het ook goed had gebracht in een relatief korte tijd. Zij gaf het
woord vervolgens aan de advocaat-generaal. Hij vond het eveneens een boeiend
betoog, maar was het uiteraard niet eens met mijn beweringen.. Wel vond hij
dat de officier van justitie het feit dat ik te oud was een slechte
onderbouwing van het sepot. Hij vond het sepotbeleid van de officier van
justitie, afgezien daarvan, gerechtvaardigd om mij niet te vervolgen. Als
de officier van justitie een transactievoorstel had gedaan zou de verdachte
er niet op in gegaan zijn en zou dan een vervolging moeten volgen. Hij zei
verder dat ik toch een ander platform zal moeten vinden voor het uitdragen
van mijn politieke opvattingen zoals de media , volksvertegenwoordiging etc.
Hij zei vervolgens: " U heeft ook uw weg al gevonden naar het internet. Ik
zal Uw site dan ook gaan lezen", zei hij .Ik mocht hem van de voorzitster
daarop antwoorden. Ik heb hem toen uitgelegd dat de pers mij niet
welgevallig is en dat ik ook geen weg
kan vinden in de politieke arena zoals al gebleken in al die jaren. Het
enige platform dat voor mij overgebleven is de rechtszaal in de rol van
verdachte. Aan het eind van de zitting vroeg ik de voorzitster nog of ik het
dossier mocht inzien nadat dat de hele zaak was afgehandeld. Deze raag gaf
aanleiding tot enig over en weer gepraat. Het verlossende woord werd
gesproken door de advocaat-generaal; die er geen bezwaar inzag.Op mijn
directe vraag aan de voorzitster of ik het dossier later mocht inzien, was
haar antwoord volmondig Ja. Zo eindigde de zitting en zal ik
afwachten
wat de beslissing van het hof zal zijn. Mocht het negatief voor mij
uitvallen, wat ik voor alsnog aanneem, staat mij niets anders in de weg om
weer een strafbaar feit te plegen zoals ik al in mijn pleidooi al heb
gezegd.
Vrijdag 2 juni 2006
Schokkend was het bericht dat ik vandaag ontving van TV West
betreffende de
zwendel over het inhuren van de firma die de verhuizing moest regelen
in december 2002 van de Leyweg. (zie hiervoor in deze site 7 april
e.v. Hier volgt het persbericht:
'Kosten verhuizing woonwagens geheimzinnig'
DEN HAAG - De Haagse gemeenteraad heeft nog steeds geen inzage
gekregen in draaiboeken over de uit de hand gelopen verhuizing van een
woonwagenkamp aan de Leyweg in 2002.
De oppositiepartijen hadden daarom gevraagd na een uitzending van
TV West. Daaruit bleek dat de verhuizing 3 miljoen euro heeft gekost,
omdat er geen offertes bij meerdere transportbedrijven waren
opgevraagd. Tijdens de gemeenteraad maakte fractievoorzitter Wijsmuller zich erg
boos over tegenwerking van de gemeente. Wijsmuller mocht onlangs
alleen onder toezicht van een ambtenaar de stukken inzien. Het dossier
was ook nog incompleet. Wethouder Norder zegde toe dat alle
gegevens over de verhuizing alsnog beschikbaar zullen worden
gesteld.
Dinsdag 11 juli 2006
Vandaag ontving van het Gerechtshof te Den Haag het bericht dat mijn
beklag voor het niet-vervolgen van de door mijn begane misdaden op
3 november 2005 en 2 januari 2006 niet-ontvankelijk is. Dit lag al geheel
in de lijn der verwachting. Na afloop van de rechtszaak op woensdag 24
mei 2006 zei de advocaat- generaal al tegen mij , in de wandelgangen van
het paleis van justitie,:: "Ach meneer de Booij U begrijpt toch wel dat men
U niet in de rechtszaal wil hebben?" Daar kan ik ze niet helemaal ongelijk
in geven gezien mijn justitiële verleden. Op mijn vraag wat hij vond van het
feit dat de officier van justitie mij te oud vond om mij te vervolgen, zie hij
veel betekend "Dat is een gospe"!
Maar mijn tijd komt nog. Ik beraad me weer voor om een misdrijf te plegen
waarbij het voor
Justitie wel heel moeilijk zal worden om mij ten derde
male niet te
vervolgen. We zullen zien wie aan het langste eind trekt. Ik
heb in
ieder geval al een aardig plannetje in mijn hoofd.
Hier volgt de brief van de Rechtbank met hun argumentatie om mijn
beklag als niet ontvankelijk te beschouwen:
GERECHTSHOF TE 'S-GRAVENHAGE raadkamer
BESCHIKKING
gegeven naar aanleiding van het op 23 januari 2006 ter griffie van dit gerechtshof ingekomen schriftelijk beklag, op grond van artikel 12 van het Wetboek van Strafvordering, ingediend door:
dr. Tom DE BOOIJ, geboren op 25 augustus 1924 te Vlissingen, adres:
Koningsweg 45 te Baarn,
klager, wegens het niet vervolgen van strafbare feiten, die zouden zijn begaan
door hemzelf (Tom DE BOOIJ), beklaagde
HET VERLOOP VAN DE PROCEDURE
ONTVANKELIJKHEID VAN HET BEKLAG
BESLISSING
Het Hof: Verklaart klager niet-ontvankelijk in zijn beklag.
Aldus gedaan mrs Noordam, Bruinsma, Berger in tegenwoordigheid van griffier
mr Kuiper-van den Haak op 5 juli 2006
Deze beschikking was ondertekend door de voorzitter en de griffier
Wordt vervolgd